Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Public Practice - Gentle Grip (2020)

4,0
0
geplaatst: 3 juli 2020, 17:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Public Practice - Gentle Grip - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Public Practice - Gentle Grip
Het debuut van de New Yorkse band Public Practice roept vooralsnog gemengde reacties op, maar dat het album zomaar uit kan groeien tot een zomerhit zal niemand bestrijden
Gentle Grip, het debuut van Public Practice, opent met de donkerste track op het album en kan je zomaar voorgoed weg jagen. Niet laten gebeuren, want op het grootste deel van het debuut van de band uit New York schijnt volop de zon. New Yorkse new wave, Britse postpunk, een beetje dance en een vat vol tegenstrijdigheden bepalen het geluid op een album dat iedere keer dat je het hoort weer wat leuker en onweerstaanbaarder is. Ik ben er nog niet uit of dit nu uiteindelijk een van de belangrijke albums van 2020 is, maar leuk is het absoluut en dat is ook heel wat waard. Wel even die eerste track overslaan voor het beste resultaat.
Wanneer ik de recensies in de belangrijke muziektijdschriften en op de bekendere muziekwebsites bekijk, valt het me op dat de critici het over het algemeen redelijk eens zijn. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen, maar het komt niet vaak voor dat de een het helemaal niks vindt en de ander het de hemel in prijst.
Gentle Grip, het debuut van de Amerikaanse band Public Practice, is kennelijk de uitzondering die de regel bevestigt, want de recensies van het album schieten alle kanten op. Het bijzondere is dat ik zelf inmiddels ook zo ongeveer het hele spectrum heb doorlopen. Bij eerste beluistering vond ik het debuut van de band uit Brooklyn, New Yorks, niets bijzonders, vervolgens hoorde ik vooral grauwe middelmaat, maar inmiddels hoor ik een album dat de zomer van 2020 kleur kan gaan geven.
Public Practice doet zelf overigens ook niet heel erg haar best om de luisteraar te paaien. Gentle Grip opent met bijna 5 minuten aardedonkere klanken. Het zijn klanken die herinneren aan de donkerste postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 en het zijn, in ieder geval voor mij, klanken die flink tegen de haren instrijken met donkere ritmes, dreigende gitaren en synths en bijna gesproken vrouwenvocalen. Het was voor mij in eerste instantie genoeg om het debuut van Public Practice onmiddellijk terzijde te schuiven, maar de lovende recensies motiveerden me voldoende om het nog eens te proberen.
Na de onheilspellend donkere wolken van de openingstrack, breekt in de tweede track meteen de zon door. Een stuwend ritme, heerlijk nonchalante vrouwenvocalen, vrolijk piepende synths en een afwisselend funky en wat steviger gitaarloopje nemen je zonder omwegen mee terug naar het New York van de jaren 70 en 80. Denk aan Talking Heads, of misschien nog wel meer aan afsplitsing Tom Tom Club, maar het heeft ook wel wat van Blondie of The Shirts. Waar de openingstrack goed is voor een instant depressie, geeft de tweede track direct het zomergevoel en dat zomergevoel weet Public Practice een tijd vast te houden. Natuurlijk is het allemaal eerder gedaan en misschien ook wel beter, maar de band uit Brooklyn slaagt er wel in om alle invloeden uit het verleden te combineren in een geluid dat toch vooral fris en eigentijds klinkt.
Invloeden uit het verleden blijven een belangrijke rol spelen. Wanneer Public Practice wat afdwaalt van de invloeden uit de eigen thuisbasis, nemen invloeden uit de Britse postpunk het moeiteloos over. Gang Of Four, A Certain Ratio, Siouxsie & The Banshees, maar ook 70s en 80s Bowie, Bananarama of een vleugje 90s dance; het is aan de ene kant allemaal te horen, maar aan de andere kant ook weer helemaal niet.
Ik heb persoonlijk wel wat met de onderkoelde zang van de zangeres van de band en ook de springerige ritmesectie van de band heeft wel wat, maar ik sla het gitaarwerk op het album toch het hoogst aan. Het is gitaarwerk dat de muziek van de band steeds weer voorziet van een positieve injectie en dat de songs van Public Practice net dat beetje extra geeft om de grauwe middelmaat te ontstijgen.
Het zorgt er voor dat ik Gentle Grip een steeds wat leuker album vindt en de azijnpissers inmiddels heb verruild voor de lanceerders van nieuwe hypes. Een jaarlijstjesplaat vind ik het nog lang niet, maar dat het debuut van Public Practice bol staat van de belofte en potentie is voor mij zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Public Practice - Gentle Grip - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Public Practice - Gentle Grip
Het debuut van de New Yorkse band Public Practice roept vooralsnog gemengde reacties op, maar dat het album zomaar uit kan groeien tot een zomerhit zal niemand bestrijden
Gentle Grip, het debuut van Public Practice, opent met de donkerste track op het album en kan je zomaar voorgoed weg jagen. Niet laten gebeuren, want op het grootste deel van het debuut van de band uit New York schijnt volop de zon. New Yorkse new wave, Britse postpunk, een beetje dance en een vat vol tegenstrijdigheden bepalen het geluid op een album dat iedere keer dat je het hoort weer wat leuker en onweerstaanbaarder is. Ik ben er nog niet uit of dit nu uiteindelijk een van de belangrijke albums van 2020 is, maar leuk is het absoluut en dat is ook heel wat waard. Wel even die eerste track overslaan voor het beste resultaat.
Wanneer ik de recensies in de belangrijke muziektijdschriften en op de bekendere muziekwebsites bekijk, valt het me op dat de critici het over het algemeen redelijk eens zijn. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen, maar het komt niet vaak voor dat de een het helemaal niks vindt en de ander het de hemel in prijst.
Gentle Grip, het debuut van de Amerikaanse band Public Practice, is kennelijk de uitzondering die de regel bevestigt, want de recensies van het album schieten alle kanten op. Het bijzondere is dat ik zelf inmiddels ook zo ongeveer het hele spectrum heb doorlopen. Bij eerste beluistering vond ik het debuut van de band uit Brooklyn, New Yorks, niets bijzonders, vervolgens hoorde ik vooral grauwe middelmaat, maar inmiddels hoor ik een album dat de zomer van 2020 kleur kan gaan geven.
Public Practice doet zelf overigens ook niet heel erg haar best om de luisteraar te paaien. Gentle Grip opent met bijna 5 minuten aardedonkere klanken. Het zijn klanken die herinneren aan de donkerste postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 en het zijn, in ieder geval voor mij, klanken die flink tegen de haren instrijken met donkere ritmes, dreigende gitaren en synths en bijna gesproken vrouwenvocalen. Het was voor mij in eerste instantie genoeg om het debuut van Public Practice onmiddellijk terzijde te schuiven, maar de lovende recensies motiveerden me voldoende om het nog eens te proberen.
Na de onheilspellend donkere wolken van de openingstrack, breekt in de tweede track meteen de zon door. Een stuwend ritme, heerlijk nonchalante vrouwenvocalen, vrolijk piepende synths en een afwisselend funky en wat steviger gitaarloopje nemen je zonder omwegen mee terug naar het New York van de jaren 70 en 80. Denk aan Talking Heads, of misschien nog wel meer aan afsplitsing Tom Tom Club, maar het heeft ook wel wat van Blondie of The Shirts. Waar de openingstrack goed is voor een instant depressie, geeft de tweede track direct het zomergevoel en dat zomergevoel weet Public Practice een tijd vast te houden. Natuurlijk is het allemaal eerder gedaan en misschien ook wel beter, maar de band uit Brooklyn slaagt er wel in om alle invloeden uit het verleden te combineren in een geluid dat toch vooral fris en eigentijds klinkt.
Invloeden uit het verleden blijven een belangrijke rol spelen. Wanneer Public Practice wat afdwaalt van de invloeden uit de eigen thuisbasis, nemen invloeden uit de Britse postpunk het moeiteloos over. Gang Of Four, A Certain Ratio, Siouxsie & The Banshees, maar ook 70s en 80s Bowie, Bananarama of een vleugje 90s dance; het is aan de ene kant allemaal te horen, maar aan de andere kant ook weer helemaal niet.
Ik heb persoonlijk wel wat met de onderkoelde zang van de zangeres van de band en ook de springerige ritmesectie van de band heeft wel wat, maar ik sla het gitaarwerk op het album toch het hoogst aan. Het is gitaarwerk dat de muziek van de band steeds weer voorziet van een positieve injectie en dat de songs van Public Practice net dat beetje extra geeft om de grauwe middelmaat te ontstijgen.
Het zorgt er voor dat ik Gentle Grip een steeds wat leuker album vindt en de azijnpissers inmiddels heb verruild voor de lanceerders van nieuwe hypes. Een jaarlijstjesplaat vind ik het nog lang niet, maar dat het debuut van Public Practice bol staat van de belofte en potentie is voor mij zeker. Erwin Zijleman
Pulp - More. (2025)

4,5
0
geplaatst: 7 juni 2025, 10:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Pulp - More - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pulp - More
Pulp wordt geschaard onder de grootste bands van de Britpop uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker laat dertig jaar later op het werkelijk uitstekende More horen dat Pulp er nog steeds toe doet
Different Class, het bekendste en meest succesvolle album van de Britse band Pulp, is inmiddels dertig jaar oud. Er zijn niet veel bands die dertig jaar na een creatieve piek op de proppen komen met een album dat niet onder doet voor hun beste werk, maar Pulp flikt het. More begint bij het Pulp geluid uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker doet zeker niet of de tijd heeft stil gestaan. More is een album met een aantal catchy songs, maar het is ook een album vol weemoed en een album met een aantal intieme songs, die laat horen dat Pulp ook een andere kant heeft. Ik had er niet zo heel veel van verwacht, maar More is echt een prachtig album van een hele grote band.
Ik las een paar jaar geleden een boek over Britpop waarin werd gesproken over “The Big Four” van het genre, dat halverwege de jaren 90 tot bloei kwam. Als ik kijk naar mijn eigen Britpop favorieten van destijds zou ik ook zeker Travis en The Auteurs noemen, maar ik kan me er wel in vinden dat Oasis, Blur, Suede en Pulp achteraf bezien de belangrijkste exponenten van het overigens behoorlijk diverse genre worden genoemd.
Van deze vier bands had ik het minst met Pulp. Ik had wel wat met het in 1995 verschenen Different Class, overigens al het vierde album van de band die al aan het begin van de jaren 80 actief was, en dan vooral vanwege geweldige singles als Common People en Disco 2000. Maar over het algemeen genomen schatte ik Pulp lager in dan de andere grote Britpop bands en dan mijn favorieten in het genre.
Ik was vervolgens veel minder enthousiast over This Is Hardcore uit 1998 en We Love Life uit 2001, de twee albums die de band na Different Class afleverde. Ook de muziek die voorman Jarvis Cocker sindsdien maakte sprak mij over het algemeen onvoldoende aan om er nog vaker naar te luisteren. De opwinding die ontstond toen de band twee jaar geleden aankondigde om weer te gaan touren ging dan ook aan mij voorbij en ook het deze week verschenen nieuwe album van de Britse band schaarde ik in eerste instantie niet onder mijn luisterprioriteiten voor deze week, al maakten een aantal zeer lovende recensies me wel nieuwsgierig.
Deze lovende recensies zijn wat mij betreft volkomen terecht, want toen ik eenmaal was begonnen met het luisteren naar More kon ik niet meer stoppen. Met More heeft Pulp wat mij betreft een album gemaakt dat niet onder doet voor de beste Britpop albums aller tijden, al doe je het album met alleen het etiket Britpop ook flink tekort.
Het is een album dat deels naadloos aansluit op de muziek die de band 30 jaar geleden maakte, maar de leden van de band zijn ook dertig jaar ouder en nemen de nodige bagage mee naar het nieuwe album. In de wat meer uptempo tracks klinkt Pulp nog net zo aanstekelijk als in de eerder genoemde singles, maar More biedt ook ruimte aan meer introspectieve songs.
In beide soorten songs valt op dat More echt prachtig klinkt. Pulp deed voor More een beroep op producer James Ford , die onlangs werkte met Black Country, New Road, Jessie Ware, The Last Dinner Party en Fontaines D.C., maar die we ook kennen van Arctic Monkeys en The Last Shadow Puppets. James Ford heeft More voorzien van een prachtig geluid dat aan de ene kant niet heel veel afwijkt van het vintage Pulp geluid uit de jaren 90, maar dat aan de andere kant ook is volgestopt met onder andere strijkers, wat me af en toe doet denken aan het solodebuut van Gavin Friday, een van mijn favoriete albums aller tijden.
Jarvis Cocker heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor Serge Gainsbourg en zijn liefde voor de grote crooners uit het verleden en die invloeden hoor je nog wat duidelijker op More, waarop de Britse zanger zich ook kwetsbaar opstelt, wat de songs van Pulp voorziet van diepte en wat de stem van Jarvis Cocker alleen maar mooier maakt.
Ik vind More nu al een stuk interessanter dan de albums die Pulp in de jaren 90 maakte en dat is een razend knappe prestatie van een band die meer dan veertig jaar geleden werd opgericht. En ik heb het idee dan More nog wel een tijdje door groeit. Oasis staat volgende maand weer op het podium in het Verenigd Koninkrijk, maar de wederopstanding van Pulp op More vind ik bij voorbaat al een stuk indrukwekkender. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Pulp - More - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pulp - More
Pulp wordt geschaard onder de grootste bands van de Britpop uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker laat dertig jaar later op het werkelijk uitstekende More horen dat Pulp er nog steeds toe doet
Different Class, het bekendste en meest succesvolle album van de Britse band Pulp, is inmiddels dertig jaar oud. Er zijn niet veel bands die dertig jaar na een creatieve piek op de proppen komen met een album dat niet onder doet voor hun beste werk, maar Pulp flikt het. More begint bij het Pulp geluid uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker doet zeker niet of de tijd heeft stil gestaan. More is een album met een aantal catchy songs, maar het is ook een album vol weemoed en een album met een aantal intieme songs, die laat horen dat Pulp ook een andere kant heeft. Ik had er niet zo heel veel van verwacht, maar More is echt een prachtig album van een hele grote band.
Ik las een paar jaar geleden een boek over Britpop waarin werd gesproken over “The Big Four” van het genre, dat halverwege de jaren 90 tot bloei kwam. Als ik kijk naar mijn eigen Britpop favorieten van destijds zou ik ook zeker Travis en The Auteurs noemen, maar ik kan me er wel in vinden dat Oasis, Blur, Suede en Pulp achteraf bezien de belangrijkste exponenten van het overigens behoorlijk diverse genre worden genoemd.
Van deze vier bands had ik het minst met Pulp. Ik had wel wat met het in 1995 verschenen Different Class, overigens al het vierde album van de band die al aan het begin van de jaren 80 actief was, en dan vooral vanwege geweldige singles als Common People en Disco 2000. Maar over het algemeen genomen schatte ik Pulp lager in dan de andere grote Britpop bands en dan mijn favorieten in het genre.
Ik was vervolgens veel minder enthousiast over This Is Hardcore uit 1998 en We Love Life uit 2001, de twee albums die de band na Different Class afleverde. Ook de muziek die voorman Jarvis Cocker sindsdien maakte sprak mij over het algemeen onvoldoende aan om er nog vaker naar te luisteren. De opwinding die ontstond toen de band twee jaar geleden aankondigde om weer te gaan touren ging dan ook aan mij voorbij en ook het deze week verschenen nieuwe album van de Britse band schaarde ik in eerste instantie niet onder mijn luisterprioriteiten voor deze week, al maakten een aantal zeer lovende recensies me wel nieuwsgierig.
Deze lovende recensies zijn wat mij betreft volkomen terecht, want toen ik eenmaal was begonnen met het luisteren naar More kon ik niet meer stoppen. Met More heeft Pulp wat mij betreft een album gemaakt dat niet onder doet voor de beste Britpop albums aller tijden, al doe je het album met alleen het etiket Britpop ook flink tekort.
Het is een album dat deels naadloos aansluit op de muziek die de band 30 jaar geleden maakte, maar de leden van de band zijn ook dertig jaar ouder en nemen de nodige bagage mee naar het nieuwe album. In de wat meer uptempo tracks klinkt Pulp nog net zo aanstekelijk als in de eerder genoemde singles, maar More biedt ook ruimte aan meer introspectieve songs.
In beide soorten songs valt op dat More echt prachtig klinkt. Pulp deed voor More een beroep op producer James Ford , die onlangs werkte met Black Country, New Road, Jessie Ware, The Last Dinner Party en Fontaines D.C., maar die we ook kennen van Arctic Monkeys en The Last Shadow Puppets. James Ford heeft More voorzien van een prachtig geluid dat aan de ene kant niet heel veel afwijkt van het vintage Pulp geluid uit de jaren 90, maar dat aan de andere kant ook is volgestopt met onder andere strijkers, wat me af en toe doet denken aan het solodebuut van Gavin Friday, een van mijn favoriete albums aller tijden.
Jarvis Cocker heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor Serge Gainsbourg en zijn liefde voor de grote crooners uit het verleden en die invloeden hoor je nog wat duidelijker op More, waarop de Britse zanger zich ook kwetsbaar opstelt, wat de songs van Pulp voorziet van diepte en wat de stem van Jarvis Cocker alleen maar mooier maakt.
Ik vind More nu al een stuk interessanter dan de albums die Pulp in de jaren 90 maakte en dat is een razend knappe prestatie van een band die meer dan veertig jaar geleden werd opgericht. En ik heb het idee dan More nog wel een tijdje door groeit. Oasis staat volgende maand weer op het podium in het Verenigd Koninkrijk, maar de wederopstanding van Pulp op More vind ik bij voorbaat al een stuk indrukwekkender. Erwin Zijleman
Puma Blue - Holy Waters (2023)

4,0
0
geplaatst: 3 september 2023, 10:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Puma Blue - Holy Waters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Puma Blue - Holy Waters
Puma Blue, een project van de Londense muzikant Jacob Allen, smeedt op Holy Waters verschillende genres aan elkaar, wat een album oplevert dat het met name later op de avond fantastisch doet
Ik liet me bijna op het verkeerde been zetten door etiketten als hiphop en R&B, die er zomaar voor hadden kunnen zorgen dat ik het tweede album van Puma Blue over het hoofd zou hebben gezien. Gelukkig is dat niet gebeurd, want Holy Waters is een bijzonder aangenaam album, maar ook een fascinerend album en een in muzikaal opzicht zeer knap album. De Britse muzikant Jacob Allen verwerkt invloeden uit de R&B, pop, soul, jazz, hiphop, elektronica en zeker de triphop en creëert met al deze invloeden een eigen geluid. Het is een loom, broeierig en sensueel geluid dat zowel aangenaam als spannend klinkt en dat nog wat specialer wordt door de bijzondere stem van de Britse muzikant. Heerlijk.
Omdat de lijst met nieuwe albums deze week wat minder goed gevuld was dan de afgelopen weken heb ik dit keer ook wat albums beluisterd uit genres die ik normaal wat makkelijker laat liggen. Het is daarom puur toeval dat Holy Waters van Puma op mijn pad is gekomen, maar ik werd vrijwel onmiddellijk betoverd door dit album.
Puma Blue is een project van de Britse muzikant Jacob Allen, die momenteel Londen als thuisbasis heeft. Holy Waters is het tweede album van Puma Blue, want in 2021 verscheen In Praise Of Shadows, het debuutalbum van Puma Blue. Dat album had twee jaar geleden ook zeker niet misstaan op de krenten uit de pop, maar Holy Waters vind ik nog een stuk beter.
Het is een album waar vooral labels als hiphop, electronica, jazz en R&B op worden geplakt. Daar is zeker wat voor te zeggen, maar persoonlijk zou ik het tweede album van Puma Blue in eerste instantie in het hokje triphop duwen. Met alleen dit hokje doe je het project van Jacob Allen dan wel weer wat te kort, want Holy Waters valt op door een bijzondere combinatie van uiteenlopende invloeden.
Het album heeft wel het lome en broeierige van de triphop albums uit de hoogtijdagen van het genre en ook de centrale rol voor de ritmes past goed bij muziek die het etiket triphop opgeplakt heeft gekregen. Wanneer blazers worden toegevoegd aan het geluid van Puma Blue hoor ik ook zeker invloeden uit de jazz, terwijl de ritmes af en toe opschuiven richting hiphop. De zowel elektronisch als organisch ingekleurde muziek van de band put bovendien uit de archieven van de elektronische popmuziek, maar heeft ook het dromerige en verleidelijke van de soul en R&B.
Alle invloeden zijn prachtig aan elkaar gesmeed tot een geluid dat het vooral in de kleine uurtjes goed doet en dan met name in de kleine uurtjes aan het einde van de dag. Holy Waters wordt hier en daar ook wel bedroom pop genoemd en ook dat vind ik niet helemaal uit de lucht gegrepen, want de temperatuur loopt aardig op in de muziek van Puma Blue. In welk hokje de muziek van Puma Blue het best past is uiteindelijk niet zo heel belangrijk, want waar het om gaat is dat de muziek van het project van Jacob Allen van een bijzondere schoonheid is.
Door de stevig aangezette ritmes eist Holy Waters direct de aandacht op, maar in muzikaal opzicht is het tweede album van Puma Blue een behoorlijk subtiel ingekleurd album. Het is ook een album vol muzikaal vuurwerk, want wat wordt er knap gemusiceerd op het album dat elf songs en ruim 48 minuten lang vermaakt, maar ook steeds weer verrast met subtiele accenten en bijzondere wendingen.
Ook de zang op Holy Waters spreekt zeer tot de verbeelding, want Jacob Allen beschikt over een bijzondere stem. Het is een stem die ik bij eerste beluistering af en toe aan zag voor een vrouwenstem, maar het is ook een stem die een volgend bijzonder element toevoegt aan de muziek van Puma Blue.
Holy Waters is een album dat je niet moet beoordelen op de genres die worden genoemd bij het beschrijven van de muziek van het project van Jacob Allen, want uiteindelijk past het album in geen enkel hokje en als het al even past duurt dit over het algemeen niet lang. Door de hokjesgeest, die natuurlijk ook wel eens behulpzaam is, had ik het prachtige Holy Waters zomaar kunnen missen en dat zou echt zonde zijn geweest. Het album is niet alleen mijn favoriete album van het moment voor de late avond, maar het is ook een album dat uiteindelijk zomaar over stevige jaarlijstjespotentie zou kunnen beschikken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Puma Blue - Holy Waters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Puma Blue - Holy Waters
Puma Blue, een project van de Londense muzikant Jacob Allen, smeedt op Holy Waters verschillende genres aan elkaar, wat een album oplevert dat het met name later op de avond fantastisch doet
Ik liet me bijna op het verkeerde been zetten door etiketten als hiphop en R&B, die er zomaar voor hadden kunnen zorgen dat ik het tweede album van Puma Blue over het hoofd zou hebben gezien. Gelukkig is dat niet gebeurd, want Holy Waters is een bijzonder aangenaam album, maar ook een fascinerend album en een in muzikaal opzicht zeer knap album. De Britse muzikant Jacob Allen verwerkt invloeden uit de R&B, pop, soul, jazz, hiphop, elektronica en zeker de triphop en creëert met al deze invloeden een eigen geluid. Het is een loom, broeierig en sensueel geluid dat zowel aangenaam als spannend klinkt en dat nog wat specialer wordt door de bijzondere stem van de Britse muzikant. Heerlijk.
Omdat de lijst met nieuwe albums deze week wat minder goed gevuld was dan de afgelopen weken heb ik dit keer ook wat albums beluisterd uit genres die ik normaal wat makkelijker laat liggen. Het is daarom puur toeval dat Holy Waters van Puma op mijn pad is gekomen, maar ik werd vrijwel onmiddellijk betoverd door dit album.
Puma Blue is een project van de Britse muzikant Jacob Allen, die momenteel Londen als thuisbasis heeft. Holy Waters is het tweede album van Puma Blue, want in 2021 verscheen In Praise Of Shadows, het debuutalbum van Puma Blue. Dat album had twee jaar geleden ook zeker niet misstaan op de krenten uit de pop, maar Holy Waters vind ik nog een stuk beter.
Het is een album waar vooral labels als hiphop, electronica, jazz en R&B op worden geplakt. Daar is zeker wat voor te zeggen, maar persoonlijk zou ik het tweede album van Puma Blue in eerste instantie in het hokje triphop duwen. Met alleen dit hokje doe je het project van Jacob Allen dan wel weer wat te kort, want Holy Waters valt op door een bijzondere combinatie van uiteenlopende invloeden.
Het album heeft wel het lome en broeierige van de triphop albums uit de hoogtijdagen van het genre en ook de centrale rol voor de ritmes past goed bij muziek die het etiket triphop opgeplakt heeft gekregen. Wanneer blazers worden toegevoegd aan het geluid van Puma Blue hoor ik ook zeker invloeden uit de jazz, terwijl de ritmes af en toe opschuiven richting hiphop. De zowel elektronisch als organisch ingekleurde muziek van de band put bovendien uit de archieven van de elektronische popmuziek, maar heeft ook het dromerige en verleidelijke van de soul en R&B.
Alle invloeden zijn prachtig aan elkaar gesmeed tot een geluid dat het vooral in de kleine uurtjes goed doet en dan met name in de kleine uurtjes aan het einde van de dag. Holy Waters wordt hier en daar ook wel bedroom pop genoemd en ook dat vind ik niet helemaal uit de lucht gegrepen, want de temperatuur loopt aardig op in de muziek van Puma Blue. In welk hokje de muziek van Puma Blue het best past is uiteindelijk niet zo heel belangrijk, want waar het om gaat is dat de muziek van het project van Jacob Allen van een bijzondere schoonheid is.
Door de stevig aangezette ritmes eist Holy Waters direct de aandacht op, maar in muzikaal opzicht is het tweede album van Puma Blue een behoorlijk subtiel ingekleurd album. Het is ook een album vol muzikaal vuurwerk, want wat wordt er knap gemusiceerd op het album dat elf songs en ruim 48 minuten lang vermaakt, maar ook steeds weer verrast met subtiele accenten en bijzondere wendingen.
Ook de zang op Holy Waters spreekt zeer tot de verbeelding, want Jacob Allen beschikt over een bijzondere stem. Het is een stem die ik bij eerste beluistering af en toe aan zag voor een vrouwenstem, maar het is ook een stem die een volgend bijzonder element toevoegt aan de muziek van Puma Blue.
Holy Waters is een album dat je niet moet beoordelen op de genres die worden genoemd bij het beschrijven van de muziek van het project van Jacob Allen, want uiteindelijk past het album in geen enkel hokje en als het al even past duurt dit over het algemeen niet lang. Door de hokjesgeest, die natuurlijk ook wel eens behulpzaam is, had ik het prachtige Holy Waters zomaar kunnen missen en dat zou echt zonde zijn geweest. Het album is niet alleen mijn favoriete album van het moment voor de late avond, maar het is ook een album dat uiteindelijk zomaar over stevige jaarlijstjespotentie zou kunnen beschikken. Erwin Zijleman
Pumarosa - Devastation (2019)

4,0
0
geplaatst: 20 november 2019, 19:01 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pumarosa - Devastation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pumarosa - Devastation
Het was een tijd stil rond Pumarosa, maar de Britse band keert uit het niets terug met een mix van elektronica, bijzondere ritme en even aanstekelijke als experimentele songs
Pumarosa dook in 2017 op met een fris klinkend debuut, dat ik overigens pas veel later op de juiste waarde wist te schatten. Bijna uit het niets keert de band nu terug met het nog betere Devastation. Pumarosa bouwt haar nieuwe songs rond bijzondere en soms opzwepende ritmes, die worden gecombineerd met een flinke dosis elektronica, de bijzondere productie van John Congleton en de prima zang van Isabel Muñoz-Newsome. Devastation is een album vol avontuur en experiment, maar ook een album met lekker in het gehoor liggende songs. Een glorieuze terugkeer van de Britse band.
De Britse band Pumarosa debuteerde in het voorjaar van 2017 met Witch. Het is een album dat ik in eerste instantie niet meer dan aardig vond, waardoor het album niet opdook op deze BLOG, maar dat ik later alsnog leerde waarderen, vooral dankzij de soms wat bonte mix van stijlen op het album.
De critici hadden direct minder twijfel en onthaalden het debuut van de band uit Londen met superlatieven. Pumarosa leek te kunnen beginnen aan een zegetocht, maar het liep anders toen bij zangeres en frontvrouw Isabel Muñoz-Newsome baarmoederhalskanker werd vastgesteld.
Twee jaar later is Isabel Muñoz-Newsome genezen verklaard en is Pumarosa klaar voor de herkansing. Het debuut van Britse band moest het hebben van avontuur en wat avontuur betreft doet Pumarosa er nog een flinke schep bovenop op haar tweede album.
Devastation opent geweldig met opzwepende drum-and-base en jungle ritmes, hier en daar ontsporende gitaren, bezwerende synths en de overtuigende zang van de frontvrouw van de band. Het is een schoolvoorbeeld van een toegankelijk popliedje dat met enkele bijzondere ingrediënten een avontuurlijk popliedje wordt.
De track die volgt moet het doen zonder de opzwepende ritmes, maar heeft wat meer een triphop gevoel, al is het wel triphop met een flinke dosis pop. Ik hoor voor het eerst een vleugje Portishead, maar later op het album duikt de vergelijking met deze band nog veel nadrukkelijker op.
Ritmes spelen vaak een belangrijke rol op Devastation en voorzien het tweede album van Pumarosa wat mij betreft van onderscheidend vermogen. De band was op haar debuut al niet vies van het verwerken van uiteenlopende invloeden en doet dat nog net wat nadrukkelijker op haar nieuwe album.
Vergeleken met het debuut hebben invloeden uit de rock een flinke stap terug gedaan, de band heeft de gitaren grotendeels afgezworen, ten gunste van invloeden uit de pop, triphop en elektro. Pumarosa maakt op Devastation vooral lekker in het gehoor liggende popliedjes met een hang naar de jaren 80, 90 en 00, maar zorgt er altijd voor dat ze interessanter klinken dan het gemiddelde lekker in het gehoor liggende popliedjes.
Vergeleken met het debuut klinkt Devastation een stuk elektronischer en experimenteler. Het zal deels de verdienste zijn van de onder andere van St. Vincent bekende topproducer John Congleton, die al eerder bands voorzag van een nieuw geluid. Een volledig elektronisch geluid als dat op Devastation zit me nog wel eens in de weg, maar de bijzondere ritmes en flinke dosis elektronica passen uitstekend bij de eigenzinnige songs van Pumarosa.
De band combineert een spannende onderlaag met zich aangenaam voortslepende klanken, die goed passen bij de stem van Isabel Muñoz-Newsome, die wat zwoeler zingt dan op het debuut van de band.
Devastation is een flink ander album dan het geprezen debuut van Pumarosa, maar ik vind het persoonlijk een veel beter album. Devastation is een album dat makkelijk verleidt met aanstekelijke popsongs, maar het is ook een eigenzinnig album vol mysterie en avontuur en een album dat is voorzien van een weergaloze productie. Het is bovendien een album dat, nog meer dan zijn voorganger, beter wordt wanneer je het meerdere keren hebt gehoord. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pumarosa - Devastation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pumarosa - Devastation
Het was een tijd stil rond Pumarosa, maar de Britse band keert uit het niets terug met een mix van elektronica, bijzondere ritme en even aanstekelijke als experimentele songs
Pumarosa dook in 2017 op met een fris klinkend debuut, dat ik overigens pas veel later op de juiste waarde wist te schatten. Bijna uit het niets keert de band nu terug met het nog betere Devastation. Pumarosa bouwt haar nieuwe songs rond bijzondere en soms opzwepende ritmes, die worden gecombineerd met een flinke dosis elektronica, de bijzondere productie van John Congleton en de prima zang van Isabel Muñoz-Newsome. Devastation is een album vol avontuur en experiment, maar ook een album met lekker in het gehoor liggende songs. Een glorieuze terugkeer van de Britse band.
De Britse band Pumarosa debuteerde in het voorjaar van 2017 met Witch. Het is een album dat ik in eerste instantie niet meer dan aardig vond, waardoor het album niet opdook op deze BLOG, maar dat ik later alsnog leerde waarderen, vooral dankzij de soms wat bonte mix van stijlen op het album.
De critici hadden direct minder twijfel en onthaalden het debuut van de band uit Londen met superlatieven. Pumarosa leek te kunnen beginnen aan een zegetocht, maar het liep anders toen bij zangeres en frontvrouw Isabel Muñoz-Newsome baarmoederhalskanker werd vastgesteld.
Twee jaar later is Isabel Muñoz-Newsome genezen verklaard en is Pumarosa klaar voor de herkansing. Het debuut van Britse band moest het hebben van avontuur en wat avontuur betreft doet Pumarosa er nog een flinke schep bovenop op haar tweede album.
Devastation opent geweldig met opzwepende drum-and-base en jungle ritmes, hier en daar ontsporende gitaren, bezwerende synths en de overtuigende zang van de frontvrouw van de band. Het is een schoolvoorbeeld van een toegankelijk popliedje dat met enkele bijzondere ingrediënten een avontuurlijk popliedje wordt.
De track die volgt moet het doen zonder de opzwepende ritmes, maar heeft wat meer een triphop gevoel, al is het wel triphop met een flinke dosis pop. Ik hoor voor het eerst een vleugje Portishead, maar later op het album duikt de vergelijking met deze band nog veel nadrukkelijker op.
Ritmes spelen vaak een belangrijke rol op Devastation en voorzien het tweede album van Pumarosa wat mij betreft van onderscheidend vermogen. De band was op haar debuut al niet vies van het verwerken van uiteenlopende invloeden en doet dat nog net wat nadrukkelijker op haar nieuwe album.
Vergeleken met het debuut hebben invloeden uit de rock een flinke stap terug gedaan, de band heeft de gitaren grotendeels afgezworen, ten gunste van invloeden uit de pop, triphop en elektro. Pumarosa maakt op Devastation vooral lekker in het gehoor liggende popliedjes met een hang naar de jaren 80, 90 en 00, maar zorgt er altijd voor dat ze interessanter klinken dan het gemiddelde lekker in het gehoor liggende popliedjes.
Vergeleken met het debuut klinkt Devastation een stuk elektronischer en experimenteler. Het zal deels de verdienste zijn van de onder andere van St. Vincent bekende topproducer John Congleton, die al eerder bands voorzag van een nieuw geluid. Een volledig elektronisch geluid als dat op Devastation zit me nog wel eens in de weg, maar de bijzondere ritmes en flinke dosis elektronica passen uitstekend bij de eigenzinnige songs van Pumarosa.
De band combineert een spannende onderlaag met zich aangenaam voortslepende klanken, die goed passen bij de stem van Isabel Muñoz-Newsome, die wat zwoeler zingt dan op het debuut van de band.
Devastation is een flink ander album dan het geprezen debuut van Pumarosa, maar ik vind het persoonlijk een veel beter album. Devastation is een album dat makkelijk verleidt met aanstekelijke popsongs, maar het is ook een eigenzinnig album vol mysterie en avontuur en een album dat is voorzien van een weergaloze productie. Het is bovendien een album dat, nog meer dan zijn voorganger, beter wordt wanneer je het meerdere keren hebt gehoord. Erwin Zijleman
Punch Brothers - The Phosphorescent Blues (2015)

4,5
1
geplaatst: 10 februari 2015, 15:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Punch Brothers - The Phosphorescent Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Groot in de Verenigde Staten, nog onbemind in Nederland. Het geldt voor The Lone Bellow, dat onlangs één van de mooiste platen van 2015 tot dusver afleverde, maar het geldt ook zeker voor The Punch Brothers, die hetzelfde flikken met het eveneens gloednieuwe The Phosphorescent Blues.
The Punch Brothers werden in 2007 geformeerd door de van Nickel Creek en Mutual Admiration Society bekende Chris Thile. Thile verzamelde een aantal snarenwonders om zich heen, wat in 2008 een in de Verenigde Staten warm ontvangen debuut opleverde; een debuut dat ik overigens heb gemist, net als de platen die zouden volgen.
The Phosphorescent Blues is als ik goed tel al weer de vijfde plaat van The Punch Brothers en wat is het een mooie. Voor The Phosphorescent Blues kon de band een beroep doen op topproducer T-Bone Burnett, met wie de band ook werkte op de soundtrack bij de Coen Brothers film Inside Llewyn Davis.
Het levert een soms lastig te doorgronden, maar zeer fascinerende plaat op. The Phosphorescent Blues opent direct zeer ambitieus met een ruim tien minuten durende track. Het is een track die opvalt door fraai werk op de banjo, gitaar, bas, mandoline en viool, maar er is meer. De fraaie zanglijnen op de plaat nemen je mee terug naar de Westcoast pop uit de jaren 70 en doen hier en daar iets denken aan The Beach Boys en CSNY. Tenslotte zit de openingstrack vol tempowisselingen en spanningsbogen, waarbij een topdrummer als Jay Bellerose natuurlijk uitstekend van pas komt.
The Punch Brothers hadden tot dusver een duidelijke voorkeur voor bluegrass, maar in de openingstrack van de nieuwe plaat kiezen ze onmiddellijk voor een veel groter speelveld. The Phosphorescent Blues is zoals gezegd een zeer ambitieuze plaat. Dat hoor je terug in de songs, waarin zo nu en dan ook werk van klassieke componisten wordt vertolkt, dat hoor je in de geweldige wijze waarop er op deze plaat wordt gemusiceerd en dat voel je in de sfeer van de plaat, die geen moment de indruk geeft dat je naar een gewone plaat aan het luisteren bent.
Het is allemaal niet zonder risico. Ambitie slaat vaak door in pretenties, terwijl muzikaal meesterschap makkelijk omslaat in onnodig instrumentaal spierballenvertoon. Het is de verdienste van T-Bone Burnett dat The Phosphorescent Blues niet doorslaat in pretenties en overdaad.
The Phosphorescent Blues is misschien geen makkelijke plaat, maar zowel de soms ook aan Steely Dan herinnerende vocalen en het bijzonder fraaie snarenwerk op de plaat verleiden vrij makkelijk. De nieuwe plaat van The Punch Brothers is er hierdoor een die het goed doet op de achtergrond, maar ook een ieder die alle details op de plaat wil doorgronden en duiden, kan met The Phosphorescent Blues goed uit de voeten.
Wat ik persoonlijk knap vind aan de plaat is dat The Punch Brothers door een aantal decennia popmuziek (en nog enkele eeuwen klassieke muziek) heen wandelen, maar er toch in slagen om een plaat te maken die de fantasie prikkelt en die bovendien modern klinkt. Natuurlijk haak ook ik een paar keer af (Debussy op de mandoline, het hoeft van mij niet), maar het grootste deel van de tijd is het genieten geblazen. Inmiddels komt The Phosphorescent Blues voor de zoveelste keer voorbij en weer hoor ik nieuwe dingen. Razend knappe plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Punch Brothers - The Phosphorescent Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Groot in de Verenigde Staten, nog onbemind in Nederland. Het geldt voor The Lone Bellow, dat onlangs één van de mooiste platen van 2015 tot dusver afleverde, maar het geldt ook zeker voor The Punch Brothers, die hetzelfde flikken met het eveneens gloednieuwe The Phosphorescent Blues.
The Punch Brothers werden in 2007 geformeerd door de van Nickel Creek en Mutual Admiration Society bekende Chris Thile. Thile verzamelde een aantal snarenwonders om zich heen, wat in 2008 een in de Verenigde Staten warm ontvangen debuut opleverde; een debuut dat ik overigens heb gemist, net als de platen die zouden volgen.
The Phosphorescent Blues is als ik goed tel al weer de vijfde plaat van The Punch Brothers en wat is het een mooie. Voor The Phosphorescent Blues kon de band een beroep doen op topproducer T-Bone Burnett, met wie de band ook werkte op de soundtrack bij de Coen Brothers film Inside Llewyn Davis.
Het levert een soms lastig te doorgronden, maar zeer fascinerende plaat op. The Phosphorescent Blues opent direct zeer ambitieus met een ruim tien minuten durende track. Het is een track die opvalt door fraai werk op de banjo, gitaar, bas, mandoline en viool, maar er is meer. De fraaie zanglijnen op de plaat nemen je mee terug naar de Westcoast pop uit de jaren 70 en doen hier en daar iets denken aan The Beach Boys en CSNY. Tenslotte zit de openingstrack vol tempowisselingen en spanningsbogen, waarbij een topdrummer als Jay Bellerose natuurlijk uitstekend van pas komt.
The Punch Brothers hadden tot dusver een duidelijke voorkeur voor bluegrass, maar in de openingstrack van de nieuwe plaat kiezen ze onmiddellijk voor een veel groter speelveld. The Phosphorescent Blues is zoals gezegd een zeer ambitieuze plaat. Dat hoor je terug in de songs, waarin zo nu en dan ook werk van klassieke componisten wordt vertolkt, dat hoor je in de geweldige wijze waarop er op deze plaat wordt gemusiceerd en dat voel je in de sfeer van de plaat, die geen moment de indruk geeft dat je naar een gewone plaat aan het luisteren bent.
Het is allemaal niet zonder risico. Ambitie slaat vaak door in pretenties, terwijl muzikaal meesterschap makkelijk omslaat in onnodig instrumentaal spierballenvertoon. Het is de verdienste van T-Bone Burnett dat The Phosphorescent Blues niet doorslaat in pretenties en overdaad.
The Phosphorescent Blues is misschien geen makkelijke plaat, maar zowel de soms ook aan Steely Dan herinnerende vocalen en het bijzonder fraaie snarenwerk op de plaat verleiden vrij makkelijk. De nieuwe plaat van The Punch Brothers is er hierdoor een die het goed doet op de achtergrond, maar ook een ieder die alle details op de plaat wil doorgronden en duiden, kan met The Phosphorescent Blues goed uit de voeten.
Wat ik persoonlijk knap vind aan de plaat is dat The Punch Brothers door een aantal decennia popmuziek (en nog enkele eeuwen klassieke muziek) heen wandelen, maar er toch in slagen om een plaat te maken die de fantasie prikkelt en die bovendien modern klinkt. Natuurlijk haak ook ik een paar keer af (Debussy op de mandoline, het hoeft van mij niet), maar het grootste deel van de tijd is het genieten geblazen. Inmiddels komt The Phosphorescent Blues voor de zoveelste keer voorbij en weer hoor ik nieuwe dingen. Razend knappe plaat. Erwin Zijleman
Purple Mountains - Purple Mountains (2019)

4,5
0
geplaatst: 15 juli 2019, 16:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Purple Mountains - Purple Mountains - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Purple Mountains - Purple Mountains
David Berman maakte een stapeltje prachtplaten met Silver Jews en levert na tien jaar stilte een al even mooi album af met zijn nieuwe band Purple Mountains
Silver Jews had zomaar een hele grote band kunnen zijn als Stephen Malkmus zich niet volledig had gericht op Pavement, maar het liep anders. Pavement schreef muziekgeschiedenis terwijl Silver Jews het moest doen met een cultstatus. Het leven van voorman David Berman ging de afgelopen decennia door diepe dalen, maar gelukkig is hij het schrijven van briljante songs nog niet verleerd. Zijn nieuwe band Purple Mountains, een samenwerking met Woods, klinkt in muzikaal opzicht opgewekt, maar de donkere stem van David Berman stort toch weer een bak melancholie over je heen. Voor mij weer een onbetwiste prachtplaat van deze cultheld.
De Amerikaanse muzikant David Berman formeert in 1989 in New York samen met Stephen Malkmus en drummer Bob Nastanovich de band Silver Jews. Nog voor de band een platencontract heeft bemachtigd, formeert Stephen Malkmus ook een tweede band, Pavement, waarin later ook Bob Nastanovich opduikt.
Pavement weet met haar debuut Slanted And Enchanted direct een groot publiek te bereiken, waardoor Silver Jews wat naar de achtergrond verdwijnt. Het succes van Pavement helpt de band van David Berman echter ook aan een platencontract, waardoor in 1994 het debuut van de band verschijnt.
Op het uitstekende, maar helaas niet heel breed opgepakte Starlite Walker zijn Stephen Malkmus en Bob Nastanovich nog van de partij, maar het tweede album van Silver Jews wordt uiteindelijk zonder de twee Pavement leden gemaakt. Malkmus duikt weer op op het in 1998 verschenen en eveneens geweldige American Water, maar op de laatste drie albums die Silver Jews maakt (in 2001, 2005 en 2008, waarvan met name Tanglewood Numbers uit 2005 zeer de moeite waard is) staat David Berman er alleen voor.
In 2009 kondigt David Berman het einde van Silver Jews aan en gaat hij verder als schrijver. Tien jaar later keert de Amerikaanse muzikant gelukkig terug in de muziek met een nieuwe band, Purple Mountains.
Het is vrijwel onvermijdelijk om het debuut van Purple Mountains te vergelijken met de prachtige albums van Silver Jews, maar toch is het beter om dat niet te doen. Ook het debuut van Purple Mountains wordt gedragen door de songwriting skills en de melancholische vocalen van David Berman, maar Purple Mountains klinkt zeker niet als een kopie van Silver Jews.
Dat is deels de verdienste van de band Woods, die op het titelloze debuut van Purple Mountains fungeert als de begeleidingsband van David Berman. Woods zorgt voor een lekker los en bij vlagen zelfs zonnig geluid, wat verrassend goed kleurt bij de donkere vocalen van David Berman.
Op Purple Mountains klinkt de Amerikaanse muzikant als herboren en hoor je nog altijd goed wat een geweldig songwriter hij is. De criticus zal beweren dat Purple Mountains op haar debuut geen hele opzienbarende dingen laat horen, maar ik ben blij met de nieuwe serie songs van de muzikant die best een cultheld mag worden genoemd.
Het zijn songs die deels voortborduren op de donkere Americana en gitaarpop van Silver Jews, maar Purple Mountains experimenteert ook met wat rijker ingekleurde songs en met een geluid dat bijna zonnig te noemen is, zeker wanneer de Mexicaans aandoende blazers invallen. Aan de andere kant is het ook een geluid vol melancholie, waarin de pedal steel weer eens wonderen verricht.
Het zorgt voor een album vol lekker in het gehoor liggende gitaarmuziek, met de zo herkenbare zang en de aardedonkere teksten van David Berman als onderscheidende elementen. David Berman leek het afgelopen decennium niet meer in staat om een goed album te maken, maar het debuut van Purple Mountains laat horen dat hij nog steeds met de besten mee kan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Purple Mountains - Purple Mountains - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Purple Mountains - Purple Mountains
David Berman maakte een stapeltje prachtplaten met Silver Jews en levert na tien jaar stilte een al even mooi album af met zijn nieuwe band Purple Mountains
Silver Jews had zomaar een hele grote band kunnen zijn als Stephen Malkmus zich niet volledig had gericht op Pavement, maar het liep anders. Pavement schreef muziekgeschiedenis terwijl Silver Jews het moest doen met een cultstatus. Het leven van voorman David Berman ging de afgelopen decennia door diepe dalen, maar gelukkig is hij het schrijven van briljante songs nog niet verleerd. Zijn nieuwe band Purple Mountains, een samenwerking met Woods, klinkt in muzikaal opzicht opgewekt, maar de donkere stem van David Berman stort toch weer een bak melancholie over je heen. Voor mij weer een onbetwiste prachtplaat van deze cultheld.
De Amerikaanse muzikant David Berman formeert in 1989 in New York samen met Stephen Malkmus en drummer Bob Nastanovich de band Silver Jews. Nog voor de band een platencontract heeft bemachtigd, formeert Stephen Malkmus ook een tweede band, Pavement, waarin later ook Bob Nastanovich opduikt.
Pavement weet met haar debuut Slanted And Enchanted direct een groot publiek te bereiken, waardoor Silver Jews wat naar de achtergrond verdwijnt. Het succes van Pavement helpt de band van David Berman echter ook aan een platencontract, waardoor in 1994 het debuut van de band verschijnt.
Op het uitstekende, maar helaas niet heel breed opgepakte Starlite Walker zijn Stephen Malkmus en Bob Nastanovich nog van de partij, maar het tweede album van Silver Jews wordt uiteindelijk zonder de twee Pavement leden gemaakt. Malkmus duikt weer op op het in 1998 verschenen en eveneens geweldige American Water, maar op de laatste drie albums die Silver Jews maakt (in 2001, 2005 en 2008, waarvan met name Tanglewood Numbers uit 2005 zeer de moeite waard is) staat David Berman er alleen voor.
In 2009 kondigt David Berman het einde van Silver Jews aan en gaat hij verder als schrijver. Tien jaar later keert de Amerikaanse muzikant gelukkig terug in de muziek met een nieuwe band, Purple Mountains.
Het is vrijwel onvermijdelijk om het debuut van Purple Mountains te vergelijken met de prachtige albums van Silver Jews, maar toch is het beter om dat niet te doen. Ook het debuut van Purple Mountains wordt gedragen door de songwriting skills en de melancholische vocalen van David Berman, maar Purple Mountains klinkt zeker niet als een kopie van Silver Jews.
Dat is deels de verdienste van de band Woods, die op het titelloze debuut van Purple Mountains fungeert als de begeleidingsband van David Berman. Woods zorgt voor een lekker los en bij vlagen zelfs zonnig geluid, wat verrassend goed kleurt bij de donkere vocalen van David Berman.
Op Purple Mountains klinkt de Amerikaanse muzikant als herboren en hoor je nog altijd goed wat een geweldig songwriter hij is. De criticus zal beweren dat Purple Mountains op haar debuut geen hele opzienbarende dingen laat horen, maar ik ben blij met de nieuwe serie songs van de muzikant die best een cultheld mag worden genoemd.
Het zijn songs die deels voortborduren op de donkere Americana en gitaarpop van Silver Jews, maar Purple Mountains experimenteert ook met wat rijker ingekleurde songs en met een geluid dat bijna zonnig te noemen is, zeker wanneer de Mexicaans aandoende blazers invallen. Aan de andere kant is het ook een geluid vol melancholie, waarin de pedal steel weer eens wonderen verricht.
Het zorgt voor een album vol lekker in het gehoor liggende gitaarmuziek, met de zo herkenbare zang en de aardedonkere teksten van David Berman als onderscheidende elementen. David Berman leek het afgelopen decennium niet meer in staat om een goed album te maken, maar het debuut van Purple Mountains laat horen dat hij nog steeds met de besten mee kan. Erwin Zijleman
Puss N Boots - No Fools, No Fun (2014)

4,0
0
geplaatst: 13 juli 2014, 11:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Puss N Boots - No Fools, No Fun - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iets meer dan twee jaar geleden maakte Norah Jones een verbluffend goede plaat. Ik had al haar vorige platen ook al hoog zitten, maar Little Broken Hearts vond ik nog tien klassen beter.
Op Little Broken Hearts slaagde Norah Jones er in om haar jazzy geluid te vernieuwen zonder dat dit ten sprake ging van de intimiteit en verleidingskracht van dit geluid. Het leverde een fantastische en volop sprankelende plaat op, die ik tot de dag van vandaag koester.
Sinds Little Broken Hearts kijk ik uit naar een nieuwe plaat van Norah Jones, maar vooralsnog wordt het geduld op de proef gesteld. Dat hoeft niet zonder muziek van Norah Jones, want de Amerikaanse was ook de afgelopen twee jaar flink productief. Vrijwel gelijk met Little Broken Heart verscheen een prima plaat van haar project The Little Willies, terwijl vorig jaar het samen met Billie Joe Armstrong opgenomen en verrassend sterke eerbetoon aan The Everly Brothers verscheen en Norah Jones nog niet eens zo heel lang geleden opdook op de plaat van haar halfzus Anoushka Shankar.
No Fools, No Fun, het debuut van Puss N Boots, is een volgend project van Norah Jones en ook dit project levert weer een prima plaat op. Puss N Boots is een trio dat naast Norah Jones bestaat uit Sasha Dobson en Catherine Popper. De drie dames staan al een tijdje samen op het podium, maar tot een plaat was het nog niet gekomen. Ook No Fools, No Fun wordt door de dames gezien als een voorproefje op een volwaardig debuut want de nu verschenen plaat bestaat voor een belangrijk deel uit live-materiaal.
Op No Fools, No Fun is een lekker rauw rootsgeluid te horen waarop plaats is voor flink wat rockinvloeden. Het is een geluid dat prima past bij de geweldige stem van Norah Jones, maar ook de twee andere leden van het trio kunnen geweldig zingen. Sasha Dobson en Catherine Popper kende ik eerlijk gezegd niet (al schijnt de laatste in de band van Ryan Adams te hebben gespeeld), maar ze maken flink wat indruk.
No Fools, No Fun is een plaat vol muzikaal vuurwerk met vooral heerlijk gitaarwerk, maar het is uiteindelijk het vocale vuurwerk dat domineert. Hierin speelt de uit duizenden herkenbare stem van Norah Jones natuurlijk een belangrijke rol, maar de wat rauwere strotten van haar twee medestanders voegen absoluut iets toe aan het geluid van Puss N Boots.
No Fools, No Fun bevat zoals gezegd flink wat live-opnamen, maar wat is het goed. Het publiek ouwehoert er flink doorheen en dat is af en toe wel wat irritant, maar uiteindelijk krijgen Sasha Dobson, Catherine Popper en Norah Jones iedereen stil. Het live-materiaal bestaat uit covers van songs van onder andere Rodney Crowell, Wilco, The Band en Neil Young, maar de dames dragen ook nog wat eigen songs aan.
Ik vond No Fools, No Fun in eerste instantie vooral een leuk tussendoortje, maar de ongedwongen muziek van Puss N Boots wint snel aan kracht en is voor mij inmiddels veel meer dan een tussendoortje. Sasha Dobson, Catherine Popper en Norah Jones maken met heel veel plezier muziek, spelen en zingen de pannen van het dak en slagen er ook nog eens in om songs van een aantal grootheden naar hun hand te zetten.
Net als bij de andere zijuitstapjes van Norah Jones wordt het verlangen naar de opvolger van Little Broken Hearts zeker niet minder groot, maar het is iedere keer wel weer even genieten. Het respect voor Norah Jones is weer wat gegroeid, maar zo langzamerhand wordt het toch echt tijd voor die nieuwe tijd voor die nieuwe soloplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Puss N Boots - No Fools, No Fun - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iets meer dan twee jaar geleden maakte Norah Jones een verbluffend goede plaat. Ik had al haar vorige platen ook al hoog zitten, maar Little Broken Hearts vond ik nog tien klassen beter.
Op Little Broken Hearts slaagde Norah Jones er in om haar jazzy geluid te vernieuwen zonder dat dit ten sprake ging van de intimiteit en verleidingskracht van dit geluid. Het leverde een fantastische en volop sprankelende plaat op, die ik tot de dag van vandaag koester.
Sinds Little Broken Hearts kijk ik uit naar een nieuwe plaat van Norah Jones, maar vooralsnog wordt het geduld op de proef gesteld. Dat hoeft niet zonder muziek van Norah Jones, want de Amerikaanse was ook de afgelopen twee jaar flink productief. Vrijwel gelijk met Little Broken Heart verscheen een prima plaat van haar project The Little Willies, terwijl vorig jaar het samen met Billie Joe Armstrong opgenomen en verrassend sterke eerbetoon aan The Everly Brothers verscheen en Norah Jones nog niet eens zo heel lang geleden opdook op de plaat van haar halfzus Anoushka Shankar.
No Fools, No Fun, het debuut van Puss N Boots, is een volgend project van Norah Jones en ook dit project levert weer een prima plaat op. Puss N Boots is een trio dat naast Norah Jones bestaat uit Sasha Dobson en Catherine Popper. De drie dames staan al een tijdje samen op het podium, maar tot een plaat was het nog niet gekomen. Ook No Fools, No Fun wordt door de dames gezien als een voorproefje op een volwaardig debuut want de nu verschenen plaat bestaat voor een belangrijk deel uit live-materiaal.
Op No Fools, No Fun is een lekker rauw rootsgeluid te horen waarop plaats is voor flink wat rockinvloeden. Het is een geluid dat prima past bij de geweldige stem van Norah Jones, maar ook de twee andere leden van het trio kunnen geweldig zingen. Sasha Dobson en Catherine Popper kende ik eerlijk gezegd niet (al schijnt de laatste in de band van Ryan Adams te hebben gespeeld), maar ze maken flink wat indruk.
No Fools, No Fun is een plaat vol muzikaal vuurwerk met vooral heerlijk gitaarwerk, maar het is uiteindelijk het vocale vuurwerk dat domineert. Hierin speelt de uit duizenden herkenbare stem van Norah Jones natuurlijk een belangrijke rol, maar de wat rauwere strotten van haar twee medestanders voegen absoluut iets toe aan het geluid van Puss N Boots.
No Fools, No Fun bevat zoals gezegd flink wat live-opnamen, maar wat is het goed. Het publiek ouwehoert er flink doorheen en dat is af en toe wel wat irritant, maar uiteindelijk krijgen Sasha Dobson, Catherine Popper en Norah Jones iedereen stil. Het live-materiaal bestaat uit covers van songs van onder andere Rodney Crowell, Wilco, The Band en Neil Young, maar de dames dragen ook nog wat eigen songs aan.
Ik vond No Fools, No Fun in eerste instantie vooral een leuk tussendoortje, maar de ongedwongen muziek van Puss N Boots wint snel aan kracht en is voor mij inmiddels veel meer dan een tussendoortje. Sasha Dobson, Catherine Popper en Norah Jones maken met heel veel plezier muziek, spelen en zingen de pannen van het dak en slagen er ook nog eens in om songs van een aantal grootheden naar hun hand te zetten.
Net als bij de andere zijuitstapjes van Norah Jones wordt het verlangen naar de opvolger van Little Broken Hearts zeker niet minder groot, maar het is iedere keer wel weer even genieten. Het respect voor Norah Jones is weer wat gegroeid, maar zo langzamerhand wordt het toch echt tijd voor die nieuwe tijd voor die nieuwe soloplaat. Erwin Zijleman
