Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Pond - The Weather (2017)

3,5
0
geplaatst: 12 mei 2017, 17:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pond - The Weather - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische band Pond maakt al een jaar of zeven aardige platen, maar maakte voor het eerst echt indruk op het in 2015 verschenen Man, It Feels Like Space Again, dat ik omschreef als een muzikale tocht langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren.
Pond bestaat uit muzikanten die ooit in Tame Impala speelden of nog steeds spelen en heeft Tame Impala voorman Kevin Parker bereid gevonden om de nieuwe plaat van de band te produceren.
Pond manifesteerde zich op Man, It Feels Like Space Again als het avontuurlijke broertje van Tame Impala en dat is een omschrijving die ook voor de nieuwe plaat The Weather op gaat en misschien nog wel sterker dan in het verleden.
Net als Tame Impala heeft Pond een zwak voor (neo-)-psychedelica, maar waar Tame Impala het genre redelijk trouw blijft, schiet de muziek van Pond alle kanten op. Op The Weather laat Pond een duidelijke liefde voor synthpop horen, waarbij de invloeden variëren van pioniers als Kraftwerk en Yello en smaakmakers als New Order en Depeche Mode tot flirts met kitsch van Pet Shop Boys.
Invloeden uit de synthpop zijn nadrukkelijk aanwezig op The Weather en worden vermengd met invloeden uit de 60s en 70s psychedelica en de psychedelische pop van recentere datum. Hier blijft het niet bij, want de Australische band citeert ook stevig uit de progrock en bestrijkt ook hier een breed palet, waardoor smaakvolle invloeden van Pink Floyd worden gecombineerd met het fijne bombast van Electric Light Orchestra. Hiermee zijn we er nog niet, want The Weather flirt ook met 80s pop, 70s soft rock en kan ook nog eens funky of jazzy uit de hoek komen.
Waar Pond in het verleden het popliedje met een kop en een staart nog wel eens uit het oog verloor, spelen deze popliedjes op Man, It Feels Like Space Again en op The Weather een hoofdrol, al bevat de plaat ook een aantal minder grijpbare songs.
Net als bijvoorbeeld Flaming Lips, is Pond niet bang voor songs die over the top zijn of hier dicht bij in de buurt komen. Daar zal lang niet iedereen van houden, maar een ieder die de laatste plaat van Tame Impala toch net wat te braafjes vond, heeft met The Weather van Pond goud in handen.
Meer dan zijn voorganger citeert The Weather nadrukkelijk uit de jaren 70, waarbij de grote symfonische rockbands net zo makkelijk vergelijkingsmateriaal aandragen als de spacerock van Hawkwind of de krankzinnige funk van George Clinton’s Funkadelic.
Net als op de vorige platen van de band kan de muziek van Pond bijna ingetogen voortkabbelen, maar ook flink ontsporen, wat The Weather voorziet van veel dynamiek. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het hier en daar net wat teveel vind, maar het overgrote deel van de plaat kan ik zeer waarderen.
Voorganger Man, It Feels Like Space Again omschreef ik twee jaar geleden als een muzikale tocht langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren. The Weather is meer een omgevallen platenkast en wat is het een bijzondere platenkast. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pond - The Weather - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische band Pond maakt al een jaar of zeven aardige platen, maar maakte voor het eerst echt indruk op het in 2015 verschenen Man, It Feels Like Space Again, dat ik omschreef als een muzikale tocht langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren.
Pond bestaat uit muzikanten die ooit in Tame Impala speelden of nog steeds spelen en heeft Tame Impala voorman Kevin Parker bereid gevonden om de nieuwe plaat van de band te produceren.
Pond manifesteerde zich op Man, It Feels Like Space Again als het avontuurlijke broertje van Tame Impala en dat is een omschrijving die ook voor de nieuwe plaat The Weather op gaat en misschien nog wel sterker dan in het verleden.
Net als Tame Impala heeft Pond een zwak voor (neo-)-psychedelica, maar waar Tame Impala het genre redelijk trouw blijft, schiet de muziek van Pond alle kanten op. Op The Weather laat Pond een duidelijke liefde voor synthpop horen, waarbij de invloeden variëren van pioniers als Kraftwerk en Yello en smaakmakers als New Order en Depeche Mode tot flirts met kitsch van Pet Shop Boys.
Invloeden uit de synthpop zijn nadrukkelijk aanwezig op The Weather en worden vermengd met invloeden uit de 60s en 70s psychedelica en de psychedelische pop van recentere datum. Hier blijft het niet bij, want de Australische band citeert ook stevig uit de progrock en bestrijkt ook hier een breed palet, waardoor smaakvolle invloeden van Pink Floyd worden gecombineerd met het fijne bombast van Electric Light Orchestra. Hiermee zijn we er nog niet, want The Weather flirt ook met 80s pop, 70s soft rock en kan ook nog eens funky of jazzy uit de hoek komen.
Waar Pond in het verleden het popliedje met een kop en een staart nog wel eens uit het oog verloor, spelen deze popliedjes op Man, It Feels Like Space Again en op The Weather een hoofdrol, al bevat de plaat ook een aantal minder grijpbare songs.
Net als bijvoorbeeld Flaming Lips, is Pond niet bang voor songs die over the top zijn of hier dicht bij in de buurt komen. Daar zal lang niet iedereen van houden, maar een ieder die de laatste plaat van Tame Impala toch net wat te braafjes vond, heeft met The Weather van Pond goud in handen.
Meer dan zijn voorganger citeert The Weather nadrukkelijk uit de jaren 70, waarbij de grote symfonische rockbands net zo makkelijk vergelijkingsmateriaal aandragen als de spacerock van Hawkwind of de krankzinnige funk van George Clinton’s Funkadelic.
Net als op de vorige platen van de band kan de muziek van Pond bijna ingetogen voortkabbelen, maar ook flink ontsporen, wat The Weather voorziet van veel dynamiek. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het hier en daar net wat teveel vind, maar het overgrote deel van de plaat kan ik zeer waarderen.
Voorganger Man, It Feels Like Space Again omschreef ik twee jaar geleden als een muzikale tocht langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren. The Weather is meer een omgevallen platenkast en wat is het een bijzondere platenkast. Erwin Zijleman
Pondertone - From Now On (2015)

4,0
0
geplaatst: 21 november 2015, 11:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pondertone - From Now On - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Voor het laatste wapenfeit van de Nederlandse band Pondertone moesten we tot voor kort meer dan tien jaar terug in de tijd.
In 2005 leverde de band rond Patrick Tersteeg het in kleine kring bejubelde Snake & Apacolips af. Een mooie toekomst leek verzekerd, maar het liep anders. Patrick Tersteeg ging zich op andere dingen richten en werd vader.
Inmiddels heeft hij weer de tijd gevonden om muziek te maken, al moet dit wel voor een belangrijk deel wanneer zijn dochtertje ligt te slapen. From Now On is daarom een plaat van de nacht geworden, maar een ingetogen plaat is het zeker niet.
Pondertone maakt op From Now On muziek die zich niet makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen. De wat donkere en soms zelfs desolate sfeer doet wel wat denken aan de muziek van Eels, maar Pondertone sluit door het verwerken van invloeden uit de rootsmuziek en het bijzondere gebruik van blazers en andere instrumenten ook aan bij de muziek van bands uit de scene rond Tucson, Arizona (Calexico, Giant Sand).
From Now On bevat een aantal voorzichtig opgewekte gitaarsongs in de beste Excelsior traditie, maar staat ook vol met gruizige en weemoedige songs die refereren aan het werk van The Velvet Underground (en met name Lou Reed) of aan de muziek van The Go-Betweens of The Beatles.
Pondertone citeert hierbij ook nog eens uit een aantal decennia popmuziek, waardoor het niet mogelijk is om From Now On te vangen met een paar namen. Het vergroot de impact van een plaat die me de afgelopen weken steeds dierbaarder is geworden, al geef ik direct toe dat ik er in het begin flink aan moest wennen.
Pondertone komt op From Now On op de proppen met een aantal geweldige songs en met een geluid dat hard aankomt. From Now On is een plaat die inspiratie en urgentie ademt. De tien jaren die zijn verstreken sinds het fraaie Snake & Apacolips zijn samengebald in een muzikaal statement dat bij iedere beluistering meer indruk maakt. Zomaar een van de beste platen van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pondertone - From Now On - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Voor het laatste wapenfeit van de Nederlandse band Pondertone moesten we tot voor kort meer dan tien jaar terug in de tijd.
In 2005 leverde de band rond Patrick Tersteeg het in kleine kring bejubelde Snake & Apacolips af. Een mooie toekomst leek verzekerd, maar het liep anders. Patrick Tersteeg ging zich op andere dingen richten en werd vader.
Inmiddels heeft hij weer de tijd gevonden om muziek te maken, al moet dit wel voor een belangrijk deel wanneer zijn dochtertje ligt te slapen. From Now On is daarom een plaat van de nacht geworden, maar een ingetogen plaat is het zeker niet.
Pondertone maakt op From Now On muziek die zich niet makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen. De wat donkere en soms zelfs desolate sfeer doet wel wat denken aan de muziek van Eels, maar Pondertone sluit door het verwerken van invloeden uit de rootsmuziek en het bijzondere gebruik van blazers en andere instrumenten ook aan bij de muziek van bands uit de scene rond Tucson, Arizona (Calexico, Giant Sand).
From Now On bevat een aantal voorzichtig opgewekte gitaarsongs in de beste Excelsior traditie, maar staat ook vol met gruizige en weemoedige songs die refereren aan het werk van The Velvet Underground (en met name Lou Reed) of aan de muziek van The Go-Betweens of The Beatles.
Pondertone citeert hierbij ook nog eens uit een aantal decennia popmuziek, waardoor het niet mogelijk is om From Now On te vangen met een paar namen. Het vergroot de impact van een plaat die me de afgelopen weken steeds dierbaarder is geworden, al geef ik direct toe dat ik er in het begin flink aan moest wennen.
Pondertone komt op From Now On op de proppen met een aantal geweldige songs en met een geluid dat hard aankomt. From Now On is een plaat die inspiratie en urgentie ademt. De tien jaren die zijn verstreken sinds het fraaie Snake & Apacolips zijn samengebald in een muzikaal statement dat bij iedere beluistering meer indruk maakt. Zomaar een van de beste platen van het moment. Erwin Zijleman
Pool Kids - Pool Kids (2022)

4,0
1
geplaatst: 29 juli 2022, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pool Kids - Pool Kids - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pool Kids - Pool Kids
De Amerikaanse band Pool Kids krijgt allerlei labels opgeplakt, maar geen van deze labels dekt de lading van dit werkelijk wonderschone en bijzonder fascinerende album van de band uit Tallahassee, Florida
Het debuut van de Amerikaanse band Pool Kids heb ik vier jaar geleden helemaal gemist en ook het deze week verschenen tweede album van de band uit Florida ging bijna aan me voorbij. Albums met het etiket ‘emo’ sla ik immers meestal over en dit etiket wordt in de meeste recensies op het album van Pool Kids geplakt. Hiermee doe je de band flink tekort, want wat is het titelloze tweede album van de Amerikaanse band een mooi en avontuurlijk album, dat uitblinkt door schitterend gitaarwerk, emotievolle zang en onnavolgbare wendingen, maar ook door behoorlijk toegankelijke popsongs. Verplichte kost voor iedere liefhebber van de betere indierock.
Music To Practice Safe Sex To, het debuutalbum van de Amerikaanse band Pool Kids, werd in 2018 omschreven als een mix van emo en mathrock en dat was en is voor mij geen aanbeveling. Toen ik het album deze week alsnog beluisterde kon ik alleen maar concluderen dat de labels die vier jaar geleden op het debuut van de band uit Tallahassee, Florida, werden geplakt op zijn minst gezegd kort door de bocht waren. Music To Practice Safe Sex To is immers een avontuurlijk en werkelijk wonderschoon album, waarop de band rond Christine Goodwyne, die op het album alle gitaren, bassen en vocalen voor haar rekening nam, diepe indruk maakt.
Het is me door de onjuiste labels destijds ontgaan en ik ben zeker niet de enige die het debuutalbum van Pool Kids heeft gemist. De band uit Florida keert deze week terug met een tweede en titelloos album, dat aanvoelt als een nieuwe start. Pool Kids was vier jaar geleden nog vooral een project van Christine Goodwyne, maar is inmiddels een echte band. Vergeleken met Music To Practice Safe Sex To klinkt het titelloze tweede album van Pool Kids een stuk voller. Er zijn nog wat extra lagen gitaren toegevoegd aan het geluid van de band, dat verder is versierd met wat extra keyboards.
Ook in recensies van het nieuwe album van Pool Kids duiken de namen van genres als emo en mathrock op. Christine Goodwyne zingt inderdaad met veel emotie en met name het gitaarwerk op het album is behoorlijk complex, maar ik hoor toch vooral indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands met een vrouwelijk boegbeeld, met hier en daar een vleugje Paramore, de band waarmee Pool Kids het vaakst wordt vergeleken.
Bij eerste beluistering vond ik het nieuwe album van Pool Kids een behoorlijk overweldigend album. Zeker wanneer de band op alle fronten voluit speelt en ook de zang niet inhoudt, komt het album als een muur van geluid uit de speakers en daar moet je voor in de stemming zijn. Zeker bij herhaalde beluistering blijkt het tweede album van Pool Kids een bijzonder fascinerende muur van geluid en bovendien een muur van geluid waarin met enige regelmaat de nuance wordt opgezocht.
Pool Kids is op haar tweede album verder niet vies van invloeden uit de pop, wat een aantal zeer toegankelijke songs oplevert. Zowel in de meer pop georiënteerde songs als in de songs waarin de rock of zelfs een vleugje progrock domineert laat Pool Kids horen dat het bulkt van het talent. Dit gaat vooral op voor Christine Goodwyne die imponeert als gitarist, als songwriter en als zangeres.
Het nieuwe album van Pool Kids put hier en daar uit de archieven van de 90s indierock, maar het maakt ook muziek die met beide benen in 2022 staat. Het is muziek die bij vluchtige beluistering misschien niet heel bijzonder klinkt, maar wat is er veel moois verstopt op dit album, ook voor muziekliefhebbers die zich net als ik laten afschrikken door etiketten als emo en mathrock.
Dat de band zo getergd klinkt is overigens niet zo gek: toen het album bijna op de band stond, liep de studio waar het album werd opgenomen onder en kon de band opnieuw beginnen. Het zal ongetwijfeld niet vanzelf zijn gegaan, maar het heeft de songs van Pool Kids voorzien van een heerlijke dosis woede, frustratie, energie en passie. Vooral niet te snel oordelen over dit bijzondere album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pool Kids - Pool Kids - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pool Kids - Pool Kids
De Amerikaanse band Pool Kids krijgt allerlei labels opgeplakt, maar geen van deze labels dekt de lading van dit werkelijk wonderschone en bijzonder fascinerende album van de band uit Tallahassee, Florida
Het debuut van de Amerikaanse band Pool Kids heb ik vier jaar geleden helemaal gemist en ook het deze week verschenen tweede album van de band uit Florida ging bijna aan me voorbij. Albums met het etiket ‘emo’ sla ik immers meestal over en dit etiket wordt in de meeste recensies op het album van Pool Kids geplakt. Hiermee doe je de band flink tekort, want wat is het titelloze tweede album van de Amerikaanse band een mooi en avontuurlijk album, dat uitblinkt door schitterend gitaarwerk, emotievolle zang en onnavolgbare wendingen, maar ook door behoorlijk toegankelijke popsongs. Verplichte kost voor iedere liefhebber van de betere indierock.
Music To Practice Safe Sex To, het debuutalbum van de Amerikaanse band Pool Kids, werd in 2018 omschreven als een mix van emo en mathrock en dat was en is voor mij geen aanbeveling. Toen ik het album deze week alsnog beluisterde kon ik alleen maar concluderen dat de labels die vier jaar geleden op het debuut van de band uit Tallahassee, Florida, werden geplakt op zijn minst gezegd kort door de bocht waren. Music To Practice Safe Sex To is immers een avontuurlijk en werkelijk wonderschoon album, waarop de band rond Christine Goodwyne, die op het album alle gitaren, bassen en vocalen voor haar rekening nam, diepe indruk maakt.
Het is me door de onjuiste labels destijds ontgaan en ik ben zeker niet de enige die het debuutalbum van Pool Kids heeft gemist. De band uit Florida keert deze week terug met een tweede en titelloos album, dat aanvoelt als een nieuwe start. Pool Kids was vier jaar geleden nog vooral een project van Christine Goodwyne, maar is inmiddels een echte band. Vergeleken met Music To Practice Safe Sex To klinkt het titelloze tweede album van Pool Kids een stuk voller. Er zijn nog wat extra lagen gitaren toegevoegd aan het geluid van de band, dat verder is versierd met wat extra keyboards.
Ook in recensies van het nieuwe album van Pool Kids duiken de namen van genres als emo en mathrock op. Christine Goodwyne zingt inderdaad met veel emotie en met name het gitaarwerk op het album is behoorlijk complex, maar ik hoor toch vooral indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands met een vrouwelijk boegbeeld, met hier en daar een vleugje Paramore, de band waarmee Pool Kids het vaakst wordt vergeleken.
Bij eerste beluistering vond ik het nieuwe album van Pool Kids een behoorlijk overweldigend album. Zeker wanneer de band op alle fronten voluit speelt en ook de zang niet inhoudt, komt het album als een muur van geluid uit de speakers en daar moet je voor in de stemming zijn. Zeker bij herhaalde beluistering blijkt het tweede album van Pool Kids een bijzonder fascinerende muur van geluid en bovendien een muur van geluid waarin met enige regelmaat de nuance wordt opgezocht.
Pool Kids is op haar tweede album verder niet vies van invloeden uit de pop, wat een aantal zeer toegankelijke songs oplevert. Zowel in de meer pop georiënteerde songs als in de songs waarin de rock of zelfs een vleugje progrock domineert laat Pool Kids horen dat het bulkt van het talent. Dit gaat vooral op voor Christine Goodwyne die imponeert als gitarist, als songwriter en als zangeres.
Het nieuwe album van Pool Kids put hier en daar uit de archieven van de 90s indierock, maar het maakt ook muziek die met beide benen in 2022 staat. Het is muziek die bij vluchtige beluistering misschien niet heel bijzonder klinkt, maar wat is er veel moois verstopt op dit album, ook voor muziekliefhebbers die zich net als ik laten afschrikken door etiketten als emo en mathrock.
Dat de band zo getergd klinkt is overigens niet zo gek: toen het album bijna op de band stond, liep de studio waar het album werd opgenomen onder en kon de band opnieuw beginnen. Het zal ongetwijfeld niet vanzelf zijn gegaan, maar het heeft de songs van Pool Kids voorzien van een heerlijke dosis woede, frustratie, energie en passie. Vooral niet te snel oordelen over dit bijzondere album. Erwin Zijleman
Poor Creature - All Smiles Tonight (2025)

4,5
2
geplaatst: 20 juli 2025, 10:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Poor Creature - All Smiles Tonight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Poor Creature - All Smiles Tonight
Poor Creature lijkt een gelegenheidsband, maar met het door John ‘Spud’ Murphy geproduceerde All Smiles Tonight leveren leden van Landless en Lankum een bijzonder mooi en zeer interessant album af
De naam Poor Creature zingt al even rond en ik begrijp inmiddels waarom. Ruth Clinton, Cormac MacDiarmada en John Dermody hebben hun eigen band even achter zich gelaten en hebben de krachten verenigd op All Smiles Tonight. Het is een album waarop de gelegenheidsband invloeden uit de Ierse folk verwerkt, maar ook invloeden uit de psychedelica spelen een voorname rol op het album waarop bijzonder mooie zang, bezwerende synths en indringende ritmes op bijzondere wijze worden gecombineerd. Het is allemaal prachtig geproduceerd door John ‘Spud’ Murphy, die inmiddels een prachtig stapeltje albums op zijn naam heeft staan.
De naam Poor Creature heb ik al een tijdje op een lijstje staan, want Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut waren erg vroeg met hun recensies van het debuutalbum van de Britse band. Misschien is gelegenheidsband overigens meer op zijn plaats, want zangeres Ruth Clinton maakt ook deel uit van de band Landless, terwijl Cormac MacDiarmada een van de vaste leden van Lankum is en John Dermody deze Britse band op het podium bijstaat als drummer.
Gelegenheidsband of niet, op basis van de zeer positieve recensies in de gerenommeerde Britse muziektijdschriften was me wel duidelijk dat het debuutalbum van Poor Creature een album is om naar uit te kijken. All Smiles Tonight is deze week verschenen en is inderdaad een bijzonder mooi en fascinerend album geworden.
Het is een album dat is geproduceerd door John ‘Spud’ Murphy, die de afgelopen jaren ook fantastische albums van onder andere Anna B Savage, Goat Girl, ØXN en Lankum produceerde. Met name door de albums van Lankum en ØXN wordt de Britse producer vooral geassocieerd met spookachtige folk. Die spookachtige folk had ik gezien de samenstelling van de band ook verwacht van Poor Creature, maar met alleen dit label doe je de muziek van de Britse band ook wel wat tekort.
Ruth Clinton maakt zoals gezegd deel uit van de band Landless, die eerder dit jaar haar tweede album uitbracht. Op dat album werd absoluut prachtig gezongen, maar de vooral vocale en erg traditionele folk bleek al snel niet mijn ding. Het debuutalbum van Poor Creature is zeker wel mijn ding en dat wordt eigenlijk al direct duidelijk in de openingstrack.
Het is een donkere track, waarin de engelachtige zang van Ruth Clinton wordt gecombineerd met duistere en wat psychedelisch aandoende synths en bezwerende ritmes. Het is een track die absoluut elementen uit de Ierse folk bevat, maar het is ook een track die klinkt of de Britse band Cocteau Twins zich heeft laten inspireren door duistere Britse folk en hier, bijgestaan door John ‘Spud’ Murphy, een eigen draai aan geeft.
De combinatie van ijle, zweverige maar ook bezwerende klanken past perfect bij de wat serene zang van Ruth Clinton, die echt prachtig zingt. Het wordt fraai gecombineerd in het volgende productionele hoogstandje van John ‘Spud’ Murphy, die er in slaagt om een aan de ene kant wonderschone en aan de andere kant bijna beangstigende sfeer te creëren. Poor Creature zoekt de inspiratie zeker niet uitsluitend in de traditionele Ierse folk, maar verkent ook de traditionele Amerikaanse rootsmuziek, wat ook bijzonder mooie en indringende songs oplevert.
Centraal in het geluid van Poor Creature staat meestal de heldere en bijzonder mooie stem van Ruth Clinton, die af en toe wordt bijgestaan door Cormac MacDiarmada, die ook een enkele keer de lead neemt, wat de muziek van Poor Creature wat mij betreft direct minder onderscheidend maakt. Met name Ruth Clinton tekent voor zang die je meevoert langs bijzondere en al dan niet surrealistische landschappen.
De muziek is soms subtiel, maar wordt ook af en toe zwaarder aangezet, wat het donkere en bezwerende karakter van de muziek van Poor Creature verder versterkt. Het is vooralsnog de vraag of het debuutalbum van Poor Creature een eenmalig tussendoortje is of dat we meer gaan horen van de band. Ik hoop het laatste, want met All Smiles Tonight voegt de gelegenheidsband weer een nieuwe dimensie toe aan de fascinerende Ierse folk van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Poor Creature - All Smiles Tonight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Poor Creature - All Smiles Tonight
Poor Creature lijkt een gelegenheidsband, maar met het door John ‘Spud’ Murphy geproduceerde All Smiles Tonight leveren leden van Landless en Lankum een bijzonder mooi en zeer interessant album af
De naam Poor Creature zingt al even rond en ik begrijp inmiddels waarom. Ruth Clinton, Cormac MacDiarmada en John Dermody hebben hun eigen band even achter zich gelaten en hebben de krachten verenigd op All Smiles Tonight. Het is een album waarop de gelegenheidsband invloeden uit de Ierse folk verwerkt, maar ook invloeden uit de psychedelica spelen een voorname rol op het album waarop bijzonder mooie zang, bezwerende synths en indringende ritmes op bijzondere wijze worden gecombineerd. Het is allemaal prachtig geproduceerd door John ‘Spud’ Murphy, die inmiddels een prachtig stapeltje albums op zijn naam heeft staan.
De naam Poor Creature heb ik al een tijdje op een lijstje staan, want Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut waren erg vroeg met hun recensies van het debuutalbum van de Britse band. Misschien is gelegenheidsband overigens meer op zijn plaats, want zangeres Ruth Clinton maakt ook deel uit van de band Landless, terwijl Cormac MacDiarmada een van de vaste leden van Lankum is en John Dermody deze Britse band op het podium bijstaat als drummer.
Gelegenheidsband of niet, op basis van de zeer positieve recensies in de gerenommeerde Britse muziektijdschriften was me wel duidelijk dat het debuutalbum van Poor Creature een album is om naar uit te kijken. All Smiles Tonight is deze week verschenen en is inderdaad een bijzonder mooi en fascinerend album geworden.
Het is een album dat is geproduceerd door John ‘Spud’ Murphy, die de afgelopen jaren ook fantastische albums van onder andere Anna B Savage, Goat Girl, ØXN en Lankum produceerde. Met name door de albums van Lankum en ØXN wordt de Britse producer vooral geassocieerd met spookachtige folk. Die spookachtige folk had ik gezien de samenstelling van de band ook verwacht van Poor Creature, maar met alleen dit label doe je de muziek van de Britse band ook wel wat tekort.
Ruth Clinton maakt zoals gezegd deel uit van de band Landless, die eerder dit jaar haar tweede album uitbracht. Op dat album werd absoluut prachtig gezongen, maar de vooral vocale en erg traditionele folk bleek al snel niet mijn ding. Het debuutalbum van Poor Creature is zeker wel mijn ding en dat wordt eigenlijk al direct duidelijk in de openingstrack.
Het is een donkere track, waarin de engelachtige zang van Ruth Clinton wordt gecombineerd met duistere en wat psychedelisch aandoende synths en bezwerende ritmes. Het is een track die absoluut elementen uit de Ierse folk bevat, maar het is ook een track die klinkt of de Britse band Cocteau Twins zich heeft laten inspireren door duistere Britse folk en hier, bijgestaan door John ‘Spud’ Murphy, een eigen draai aan geeft.
De combinatie van ijle, zweverige maar ook bezwerende klanken past perfect bij de wat serene zang van Ruth Clinton, die echt prachtig zingt. Het wordt fraai gecombineerd in het volgende productionele hoogstandje van John ‘Spud’ Murphy, die er in slaagt om een aan de ene kant wonderschone en aan de andere kant bijna beangstigende sfeer te creëren. Poor Creature zoekt de inspiratie zeker niet uitsluitend in de traditionele Ierse folk, maar verkent ook de traditionele Amerikaanse rootsmuziek, wat ook bijzonder mooie en indringende songs oplevert.
Centraal in het geluid van Poor Creature staat meestal de heldere en bijzonder mooie stem van Ruth Clinton, die af en toe wordt bijgestaan door Cormac MacDiarmada, die ook een enkele keer de lead neemt, wat de muziek van Poor Creature wat mij betreft direct minder onderscheidend maakt. Met name Ruth Clinton tekent voor zang die je meevoert langs bijzondere en al dan niet surrealistische landschappen.
De muziek is soms subtiel, maar wordt ook af en toe zwaarder aangezet, wat het donkere en bezwerende karakter van de muziek van Poor Creature verder versterkt. Het is vooralsnog de vraag of het debuutalbum van Poor Creature een eenmalig tussendoortje is of dat we meer gaan horen van de band. Ik hoop het laatste, want met All Smiles Tonight voegt de gelegenheidsband weer een nieuwe dimensie toe aan de fascinerende Ierse folk van het moment. Erwin Zijleman
Popstrangers - Fortuna (2014)

4,0
0
geplaatst: 26 juni 2014, 14:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Popstrangers - Fortuna - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Popstrangers is een oorspronkelijk uit Nieuw Zeeland afkomstige band, die inmiddels vanuit Londen opereert. De band heeft in Londen zo te horen de archieven van de Britse popmuziek omarmd, want de nieuwe plaat van de band, Fortuna, citeert rijkelijk uit alles dat de Britse popmuziek de afgelopen decennia zo leuk heeft gemaakt.
Popstrangers heeft hierbij een voorkeur voor de jaren 60 en 70 en maakt psychedelisch aandoende gitaarpop. Het is gitaarpop die mij in eerste instantie vooral aan The La’s deed denken, al vermengt Popstrangers de Britse invloeden uiteindelijk ook met volop invloeden van de eigen muzikale helden, van wie met name de Pixies, Nirvana en Sonic Youth nadrukkelijk aanwezig zijn, en hoor ik toch ook wel wat van de eigenzinnigere gitaarbands uit Nieuw Zeeland.
Fortuna is nou typisch zo’n plaat waarover de Britse muziekpers heel erg druk zou moeten doen, maar vreemd genoeg wordt de tweede plaat van Popstrangers tot dusver vooral in de Verenigde Staten opgepikt. Dat moet snel gaan veranderen, want Fortuna is een plaat die zomaar uit kan groeien tot de soundtrack van een mooie zomer.
Popstrangers maakt gitaarpop waarvan de zon gaat schijnen, maar de band weet ook te verrassen. De zon gaat schijnen door onweerstaanbare gitaarloopjes en een vleugje 60s psychedelica, maar steeds als je denkt te weten wat voor vlees je in de kuip hebt, schiet Fortuna een weer net wat andere kant op.
In een aantal gevallen wordt het vleugje psychedelica vervangen door een flinke scheut, de volgende keer worden de 60s subtiel verruild voor invloeden uit de 90s grunge of klinkt Popstrangers opeens als Oasis in haar betere en meer experimentele dagen.
Het maakt van Fortuna uiteindelijk een gitaarplaat met vele gezichten, maar het zijn stuk voor stuk gezichten waar je als muziekliefhebber heel blij van wordt. Fortuna blinkt uit door veelzijdig en zonder uitzondering onweerstaanbaar lekker gitaarwerk, maar Popstrangers slaagt er ook nog eens in om dat gitaarwerk te verpakken in songs die na één keer horen memorabel zijn.
Popstrangers overtuigt door de zonnige gitaarlijnen en de aanstekelijke songs vrijwel onmiddellijk, maar Fortuna is ook zeker een plaat die nog even door kan groeien. Enerzijds door de vele invloeden die opduiken in de muziek van Popstrangers en anderzijds door knappe en verrassende wendingen in de muziek van de band.
Popstrangers heeft met Fortuna een plaat gemaakt die je herinnert en doet verlangen naar een hele stapel gitaarplaten uit het verleden, maar de plaat is zelf zo goed dat dit verlangen wordt onderdrukt zolang Fortuna uit de speakers komt.
De Britse hype machines draaien het hele jaar al op volle toeren, maar de leukste 'Britse' gitaarplaat van het jaar heeft men volledig gemist. Ook in Nederland krijgt Fortuna van Popstrangers tot dusver niet de aandacht die de plaat zo verdient en daarom moet ik het misschien wel van de daken gaan schreeuwen: FORTUNA VAN POPSTRANGERS IS EEN EVEN BRILJANTE ALS ONWEERSTAANBARE GITAARPLAAT ! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Popstrangers - Fortuna - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Popstrangers is een oorspronkelijk uit Nieuw Zeeland afkomstige band, die inmiddels vanuit Londen opereert. De band heeft in Londen zo te horen de archieven van de Britse popmuziek omarmd, want de nieuwe plaat van de band, Fortuna, citeert rijkelijk uit alles dat de Britse popmuziek de afgelopen decennia zo leuk heeft gemaakt.
Popstrangers heeft hierbij een voorkeur voor de jaren 60 en 70 en maakt psychedelisch aandoende gitaarpop. Het is gitaarpop die mij in eerste instantie vooral aan The La’s deed denken, al vermengt Popstrangers de Britse invloeden uiteindelijk ook met volop invloeden van de eigen muzikale helden, van wie met name de Pixies, Nirvana en Sonic Youth nadrukkelijk aanwezig zijn, en hoor ik toch ook wel wat van de eigenzinnigere gitaarbands uit Nieuw Zeeland.
Fortuna is nou typisch zo’n plaat waarover de Britse muziekpers heel erg druk zou moeten doen, maar vreemd genoeg wordt de tweede plaat van Popstrangers tot dusver vooral in de Verenigde Staten opgepikt. Dat moet snel gaan veranderen, want Fortuna is een plaat die zomaar uit kan groeien tot de soundtrack van een mooie zomer.
Popstrangers maakt gitaarpop waarvan de zon gaat schijnen, maar de band weet ook te verrassen. De zon gaat schijnen door onweerstaanbare gitaarloopjes en een vleugje 60s psychedelica, maar steeds als je denkt te weten wat voor vlees je in de kuip hebt, schiet Fortuna een weer net wat andere kant op.
In een aantal gevallen wordt het vleugje psychedelica vervangen door een flinke scheut, de volgende keer worden de 60s subtiel verruild voor invloeden uit de 90s grunge of klinkt Popstrangers opeens als Oasis in haar betere en meer experimentele dagen.
Het maakt van Fortuna uiteindelijk een gitaarplaat met vele gezichten, maar het zijn stuk voor stuk gezichten waar je als muziekliefhebber heel blij van wordt. Fortuna blinkt uit door veelzijdig en zonder uitzondering onweerstaanbaar lekker gitaarwerk, maar Popstrangers slaagt er ook nog eens in om dat gitaarwerk te verpakken in songs die na één keer horen memorabel zijn.
Popstrangers overtuigt door de zonnige gitaarlijnen en de aanstekelijke songs vrijwel onmiddellijk, maar Fortuna is ook zeker een plaat die nog even door kan groeien. Enerzijds door de vele invloeden die opduiken in de muziek van Popstrangers en anderzijds door knappe en verrassende wendingen in de muziek van de band.
Popstrangers heeft met Fortuna een plaat gemaakt die je herinnert en doet verlangen naar een hele stapel gitaarplaten uit het verleden, maar de plaat is zelf zo goed dat dit verlangen wordt onderdrukt zolang Fortuna uit de speakers komt.
De Britse hype machines draaien het hele jaar al op volle toeren, maar de leukste 'Britse' gitaarplaat van het jaar heeft men volledig gemist. Ook in Nederland krijgt Fortuna van Popstrangers tot dusver niet de aandacht die de plaat zo verdient en daarom moet ik het misschien wel van de daken gaan schreeuwen: FORTUNA VAN POPSTRANGERS IS EEN EVEN BRILJANTE ALS ONWEERSTAANBARE GITAARPLAAT ! Erwin Zijleman
Porridge Radio - Clouds in the Sky They Will Always Be There for Me (2024)

4,0
0
geplaatst: 22 oktober 2024, 19:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Porridge Radio - Clouds In The Sky They Will Always Be There - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Porridge Radio - Clouds In The Sky They Will Always Be There
Porridge Radio leverde de afgelopen jaren twee fantastische albums af en ook het deze week verschenen en bij vlagen flink meer ingetogen Clouds In The Sky They Will Always Be There is weer prachtig
Porridge Radio boegbeeld Dana Margolin heeft van haar hart nooit een moordkuil gemaakt, maar op het nieuwe album van haar band klinkt alle emotie in haar stem nog wat heftiger en intenser. Het na een hoop persoonlijke misère gemaakte album bevat de van Porridge Radio en Dana Margolin bekende ruwe uitbarstingen, maar de Britse band neemt ook veel vaker gas terug. Dit vergroot de dynamiek in de muziek van Porridge Radio, maar het laat ook een andere kant van de band horen. Het is een kant die meer subtiliteit, schoonheid en klasse laat horen, waardoor de gedeeltelijk koerswijziging op Clouds In The Sky They Will Always Be There verrassend goed uitpakt.
Every Bad, het tweede album van de Britse band Porridge Radio, maakte op mij in de allereerste weken van de coronapandemie nog niet veel indruk, maar toen het album aan het eind van dat jaar opdook in heel veel en deels gerenommeerde jaarlijstjes, viel ik alsnog als een blok voor de muziek van de band rond boegbeeld Dana Margolin. De Britse zangeres klonk op Every Bad als de perfecte mix van Siouxsie Sioux en PJ Harvey en maakte indruk met haar emotievolle en gepassioneerde zang, die af en toe de grenzen opzocht.
De vooral door postpunk en indierock beïnvloede muziek van Porridge Radio op Every Bad was bij vlagen ruw en energiek, maar de band uit Brighton nam ook op zeer trefzekere wijze gas terug, wat zorgde voor veel dynamiek. Every Bad was en is bij vlagen een behoorlijk heftig album, zeker wanneer Dana Margolin het bijna hysterisch uitschreeuwt en de band er ook nog een schepje bovenop doet.
De ruwe energie van Every Bad was ook weer te horen op het in 2022 verschenen Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky, waarop de band wel wat meer invloeden verwerkte en bovendien wat meer synths in haar geluid stopte. Deze week keert Porridge Radio terug met haar vierde album en waar ik even moest wennen aan de vorige twee albums van de Britse band vond ik Clouds In The Sky They Will Always Be There For Me direct een geweldig album.
Het album opent vertrouwd met flink wat dynamiek en de heftige zang van Dana Margolin. De Britse zangeres grijpt je in de openingstrack direct bij de strot met zang die zo intens is dat je er bijna bang van wordt. Het is een hoop persoonlijke ellende die ten grondslag ligt aan de songs op het nieuwe album van Porridge Radio, wat er een heftig album van maakt. Dana Margolin zag haar relatie op de klippen lopen en kwam met een burnout uit de lange tour die volgde op Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky. Ze had bovendien haar buik vol van de muziekindustrie, maar gelukkig vond ze toch weer energie in het maken van muziek.
Clouds In The Sky They Will Always Be There For Me werd gemaakt met producer Dom Monks, die onder andere bekend is van zijn werk voor Laura Marling, Big Thief en Billie Marten. De Britse producer heeft het nieuwe album van Porridge Radio voorzien van een net wat minder ruw en wat veelkleuriger geluid (met hier en daar zelfs strijkers en blazers) dan de vorige twee albums van de Britse band.
Toch is ook Clouds In The Sky They Will Always Be There For Me een album dat overloopt van dynamiek. De uitbarstingen van Dana Margolin en haar band zijn er nog steeds en hiertegenover staan momenten die nog een stuk ingetogener zijn dan we van Porridge Radio gewend waren, waardoor de uitersten alleen maar verder uit elkaar liggen.
Zeker de wat meer ingehouden en deels zeer sfeervolle songs laten een nieuwe kant van de Britse band horen en het is een kant die me wel bevalt. Dana Margolin kan het echt prachtig uitschreeuwen, maar op het nieuwe album van haar band laat ze ook horen dat ze een uitstekende zangeres is. Clouds In The Sky They Will Always Be There is in muzikaal opzicht rijker en veelzijdiger dan zijn voorgangers en de wat meer ingehouden songs van Porridge Radio zijn echt prachtig. Porridge Radio kiest voor een koerswijziging, maar ook op Clouds In The Sky They Will Always Be There is alles weer raak. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Porridge Radio - Clouds In The Sky They Will Always Be There - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Porridge Radio - Clouds In The Sky They Will Always Be There
Porridge Radio leverde de afgelopen jaren twee fantastische albums af en ook het deze week verschenen en bij vlagen flink meer ingetogen Clouds In The Sky They Will Always Be There is weer prachtig
Porridge Radio boegbeeld Dana Margolin heeft van haar hart nooit een moordkuil gemaakt, maar op het nieuwe album van haar band klinkt alle emotie in haar stem nog wat heftiger en intenser. Het na een hoop persoonlijke misère gemaakte album bevat de van Porridge Radio en Dana Margolin bekende ruwe uitbarstingen, maar de Britse band neemt ook veel vaker gas terug. Dit vergroot de dynamiek in de muziek van Porridge Radio, maar het laat ook een andere kant van de band horen. Het is een kant die meer subtiliteit, schoonheid en klasse laat horen, waardoor de gedeeltelijk koerswijziging op Clouds In The Sky They Will Always Be There verrassend goed uitpakt.
Every Bad, het tweede album van de Britse band Porridge Radio, maakte op mij in de allereerste weken van de coronapandemie nog niet veel indruk, maar toen het album aan het eind van dat jaar opdook in heel veel en deels gerenommeerde jaarlijstjes, viel ik alsnog als een blok voor de muziek van de band rond boegbeeld Dana Margolin. De Britse zangeres klonk op Every Bad als de perfecte mix van Siouxsie Sioux en PJ Harvey en maakte indruk met haar emotievolle en gepassioneerde zang, die af en toe de grenzen opzocht.
De vooral door postpunk en indierock beïnvloede muziek van Porridge Radio op Every Bad was bij vlagen ruw en energiek, maar de band uit Brighton nam ook op zeer trefzekere wijze gas terug, wat zorgde voor veel dynamiek. Every Bad was en is bij vlagen een behoorlijk heftig album, zeker wanneer Dana Margolin het bijna hysterisch uitschreeuwt en de band er ook nog een schepje bovenop doet.
De ruwe energie van Every Bad was ook weer te horen op het in 2022 verschenen Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky, waarop de band wel wat meer invloeden verwerkte en bovendien wat meer synths in haar geluid stopte. Deze week keert Porridge Radio terug met haar vierde album en waar ik even moest wennen aan de vorige twee albums van de Britse band vond ik Clouds In The Sky They Will Always Be There For Me direct een geweldig album.
Het album opent vertrouwd met flink wat dynamiek en de heftige zang van Dana Margolin. De Britse zangeres grijpt je in de openingstrack direct bij de strot met zang die zo intens is dat je er bijna bang van wordt. Het is een hoop persoonlijke ellende die ten grondslag ligt aan de songs op het nieuwe album van Porridge Radio, wat er een heftig album van maakt. Dana Margolin zag haar relatie op de klippen lopen en kwam met een burnout uit de lange tour die volgde op Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky. Ze had bovendien haar buik vol van de muziekindustrie, maar gelukkig vond ze toch weer energie in het maken van muziek.
Clouds In The Sky They Will Always Be There For Me werd gemaakt met producer Dom Monks, die onder andere bekend is van zijn werk voor Laura Marling, Big Thief en Billie Marten. De Britse producer heeft het nieuwe album van Porridge Radio voorzien van een net wat minder ruw en wat veelkleuriger geluid (met hier en daar zelfs strijkers en blazers) dan de vorige twee albums van de Britse band.
Toch is ook Clouds In The Sky They Will Always Be There For Me een album dat overloopt van dynamiek. De uitbarstingen van Dana Margolin en haar band zijn er nog steeds en hiertegenover staan momenten die nog een stuk ingetogener zijn dan we van Porridge Radio gewend waren, waardoor de uitersten alleen maar verder uit elkaar liggen.
Zeker de wat meer ingehouden en deels zeer sfeervolle songs laten een nieuwe kant van de Britse band horen en het is een kant die me wel bevalt. Dana Margolin kan het echt prachtig uitschreeuwen, maar op het nieuwe album van haar band laat ze ook horen dat ze een uitstekende zangeres is. Clouds In The Sky They Will Always Be There is in muzikaal opzicht rijker en veelzijdiger dan zijn voorgangers en de wat meer ingehouden songs van Porridge Radio zijn echt prachtig. Porridge Radio kiest voor een koerswijziging, maar ook op Clouds In The Sky They Will Always Be There is alles weer raak. Erwin Zijleman
Porridge Radio - Every Bad (2020)

4,5
0
geplaatst: 26 december 2020, 11:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Porridge Radio - Every Bad - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Porridge Radio - Every Bad
Je moet er echt even voor gaan zitten, maar als je Every Bad van Porridge Radio eenmaal toelaat en ondergaat, is het een album dat diepe, diepe indruk maakt en alleen maar indrukwekkender wordt
Ik heb het begin dit jaar een paar keer geprobeerd met het derde album van de Britse band Porridge Radio, maar bij snelle en fragmentarische beluistering deed het me niet zoveel. Dat is ook niet zo gek, want het album dat ik dankzij de jaarlijstjes van velen toch nog heb opgepikt, is een album dat de tijd moet krijgen om onder de huid te kruipen. Every Bad van Porridge Radio is soms rauw en hard, maar de muziek van de Britse band is net zo makkelijk zacht en intiem. De band kent haar klassiekers uit de Britse popmuziek, maar met name door de geweldige zang van Dana Margolin en haar persoonlijke songs creëert Porridge Radio ook een eigen geluid dat je eerst weg wilt duwen, maar uiteindelijk alleen maar wilt omarmen.
Ik dacht nog heel even aan een kerstplaat, maar koos uiteindelijk toch voor een blik op de jaarlijstjes van anderen. Hoog in verrassend veel van deze jaarlijstjes vind ik Every Bad van Porridge Radio.
Toen het album van de Britse band verscheen op 13 maart van dit jaar, overigens ook de start van de eerste Nederlandse lockdown, heb ik er wel even naar geluisterd, maar ik vond het allemaal net wat te ruw en onvast en dat vond ik ook nadat de eerste jubelrecensies van het album waren verschenen.
Op deze tweede kerstdag viel het kwartje echter wel op de vroege ochtend, al was het in eerste instantie wel even doorbijten. Doorbijten omdat de band uit het Britse Brighton niet alleen het patent heeft op geweldige popsongs, maar het ook popsongs zijn die flink kunnen ontsporen.
Every Bad is voor mij, zeker bij eerste beluistering, een album vol tegenstellingen. Zangeres en frontvrouw Dana Margolin strijkt af en toe wel wat tegen de haren in met haar zang, maar haar gedreven zang is uiteindelijk ook een van de sterkste wapens van de band. Wat op het eerste gehoor misschien wat ruw en onvast klinkt is uiteindelijk zang vol passie en emotie.
Het is zang die vaak wat doet denken aan PJ Harvey op haar wat ruwere albums, maar hier en daar duikt ook een vleugje Siouxsie Sioux op. En zo kan ik nog wel even doorgaan, want de stem van Dana Margolin heeft ook wel wat van de stem van Jehnny Beth van Savages of van Big Thief’s Adrianne Lenker en nog veel meer, maar het is ook een stem vol eigen karakter.
Ook in muzikaal opzicht kan ik alle bovengenoemde namen noemen, al geldt ook hier dat Porridge Radio anders klinkt dan alles dat er al is. Every Bad is het derde album van de band uit Brighton, maar het is voor het eerst een voltreffer.
Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik het album eerder dit jaar slechts snel en fragmentarisch heb beluisterd, want Every Bad is een album waar je in moet duiken en dat je moet ondergaan. Ik heb er in alle vroegte een paar maal ademloos naar geluisterd en bij iedere keer horen raakte ik er meer van overtuigd dat ik eerder dit jaar een jaarlijstjesalbum aan de kant heb geschoven en bovendien een album dat het verdient om in de hoogste regionen van deze lijstjes op te duiken.
Every Bad citeert uit een aantal decennia Britse popmuziek, maar maakt vervolgens haar eigen ding van alle invloeden. De muziek van de Britse pand is soms ruw en hard, maar minstens net zo vaak intiem en zacht. Elf popliedjes staan er op het album en de een is nog mooier dan de ander.
Je hoort het echt niet als je even snel door het album scrolt, maar verlies jezelf in de muziek van Porridge Radio en het wordt steeds mooier en intenser. De band speelt met gevoel en volgt de ruwe en gepassioneerde zanglijnen van Dana Margolin met veel precisie. Every Bad van Porridge Radio past in hokjes als indie-rock en vooral postpunk, maar de band uit Brighton schuift moeiteloos op richting pop of lo-fi als dat moet.
Het ene moment is het muziek om bang, moedeloos of gedeprimeerd van te worden, maar een paar noten later maakt Porridge Radio je toch weer zielsgelukkig met de persoonlijke songs van Dana Margolin en haar intense zang.
Het was Paste Magazine dat me uiteindelijk over de streep trok met de volgende zin en wat heeft de Amerikaanse muziek website gelijk: “It’s one thing for a band to capture a world in chaos, but it’s much more difficult to accurately capture a mind in chaos—Porridge Radio make it look like a cakewalk. Every Bad is the nuanced album that indie rock has needed for years.” Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Porridge Radio - Every Bad - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Porridge Radio - Every Bad
Je moet er echt even voor gaan zitten, maar als je Every Bad van Porridge Radio eenmaal toelaat en ondergaat, is het een album dat diepe, diepe indruk maakt en alleen maar indrukwekkender wordt
Ik heb het begin dit jaar een paar keer geprobeerd met het derde album van de Britse band Porridge Radio, maar bij snelle en fragmentarische beluistering deed het me niet zoveel. Dat is ook niet zo gek, want het album dat ik dankzij de jaarlijstjes van velen toch nog heb opgepikt, is een album dat de tijd moet krijgen om onder de huid te kruipen. Every Bad van Porridge Radio is soms rauw en hard, maar de muziek van de Britse band is net zo makkelijk zacht en intiem. De band kent haar klassiekers uit de Britse popmuziek, maar met name door de geweldige zang van Dana Margolin en haar persoonlijke songs creëert Porridge Radio ook een eigen geluid dat je eerst weg wilt duwen, maar uiteindelijk alleen maar wilt omarmen.
Ik dacht nog heel even aan een kerstplaat, maar koos uiteindelijk toch voor een blik op de jaarlijstjes van anderen. Hoog in verrassend veel van deze jaarlijstjes vind ik Every Bad van Porridge Radio.
Toen het album van de Britse band verscheen op 13 maart van dit jaar, overigens ook de start van de eerste Nederlandse lockdown, heb ik er wel even naar geluisterd, maar ik vond het allemaal net wat te ruw en onvast en dat vond ik ook nadat de eerste jubelrecensies van het album waren verschenen.
Op deze tweede kerstdag viel het kwartje echter wel op de vroege ochtend, al was het in eerste instantie wel even doorbijten. Doorbijten omdat de band uit het Britse Brighton niet alleen het patent heeft op geweldige popsongs, maar het ook popsongs zijn die flink kunnen ontsporen.
Every Bad is voor mij, zeker bij eerste beluistering, een album vol tegenstellingen. Zangeres en frontvrouw Dana Margolin strijkt af en toe wel wat tegen de haren in met haar zang, maar haar gedreven zang is uiteindelijk ook een van de sterkste wapens van de band. Wat op het eerste gehoor misschien wat ruw en onvast klinkt is uiteindelijk zang vol passie en emotie.
Het is zang die vaak wat doet denken aan PJ Harvey op haar wat ruwere albums, maar hier en daar duikt ook een vleugje Siouxsie Sioux op. En zo kan ik nog wel even doorgaan, want de stem van Dana Margolin heeft ook wel wat van de stem van Jehnny Beth van Savages of van Big Thief’s Adrianne Lenker en nog veel meer, maar het is ook een stem vol eigen karakter.
Ook in muzikaal opzicht kan ik alle bovengenoemde namen noemen, al geldt ook hier dat Porridge Radio anders klinkt dan alles dat er al is. Every Bad is het derde album van de band uit Brighton, maar het is voor het eerst een voltreffer.
Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik het album eerder dit jaar slechts snel en fragmentarisch heb beluisterd, want Every Bad is een album waar je in moet duiken en dat je moet ondergaan. Ik heb er in alle vroegte een paar maal ademloos naar geluisterd en bij iedere keer horen raakte ik er meer van overtuigd dat ik eerder dit jaar een jaarlijstjesalbum aan de kant heb geschoven en bovendien een album dat het verdient om in de hoogste regionen van deze lijstjes op te duiken.
Every Bad citeert uit een aantal decennia Britse popmuziek, maar maakt vervolgens haar eigen ding van alle invloeden. De muziek van de Britse pand is soms ruw en hard, maar minstens net zo vaak intiem en zacht. Elf popliedjes staan er op het album en de een is nog mooier dan de ander.
Je hoort het echt niet als je even snel door het album scrolt, maar verlies jezelf in de muziek van Porridge Radio en het wordt steeds mooier en intenser. De band speelt met gevoel en volgt de ruwe en gepassioneerde zanglijnen van Dana Margolin met veel precisie. Every Bad van Porridge Radio past in hokjes als indie-rock en vooral postpunk, maar de band uit Brighton schuift moeiteloos op richting pop of lo-fi als dat moet.
Het ene moment is het muziek om bang, moedeloos of gedeprimeerd van te worden, maar een paar noten later maakt Porridge Radio je toch weer zielsgelukkig met de persoonlijke songs van Dana Margolin en haar intense zang.
Het was Paste Magazine dat me uiteindelijk over de streep trok met de volgende zin en wat heeft de Amerikaanse muziek website gelijk: “It’s one thing for a band to capture a world in chaos, but it’s much more difficult to accurately capture a mind in chaos—Porridge Radio make it look like a cakewalk. Every Bad is the nuanced album that indie rock has needed for years.” Erwin Zijleman
Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky (2022)

4,0
1
geplaatst: 23 mei 2022, 16:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky
Porridge Radio leverde in 2020 een van de meest memorabele albums van het betreffende jaar af en laat op haar nieuwe album muzikale groei horen, zonder dat dit ten koste is gegaan van de ruwe energie van de band
Ik had in 2020 flink wat tijd nodig om te wennen aan de heftige muziek van Porridge Radio, maar uiteindelijk wist de Britse band op de valreep ook mij nog te overtuigen. De band uit Brighton vervolgt de woeste luistertrip van Every Bad met een in muzikaal opzicht wat interessanter nieuw album, dat overal nog een schepje bovenop doet. Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky klinkt voller en rijker, maar gelukkig is het net wat meer gepolijste geluid niet ten koste gegaan van de intensiteit van de muziek van Porridge Radio. Die intensiteit is, met name door de zeer expressieve zang van frontvrouw Dana Margolin, nog altijd erg hoog, waardoor Porridge Radio wederom de spreekwoordelijke mokerslag uitdeelt.
Every Bad, het op de dag dat Nederland voor het eerst in lockdown ging vanwege het coronavirus verschenen derde album van de Britse band Porridge Radio, beluisterde ik met hoge verwachtingen nadat de eerste jubelrecensies over het album waren verschenen, maar het album wilde bij mij maar niet landen. Het overkwam me eerder met de eerste twee albums van de band uit Brighton, maar met Every Bad zou het uiteindelijk toch nog helemaal goed komen.
Toen Every Bad aan het eind van 2020 opdook in nogal wat aansprekende jaarlijstjes, probeerde ik het opnieuw met de muziek van Porridge Radio en dit keer werd ik wel gegrepen door de intense muziek van de Britse band. De band rond frontvrouw Dana Margolin streek bij mij in eerste instantie tegen de haren in vanwege de expressieve vocalen, die ik bij eerste beluistering vooral onvast vond klinken, maar die uiteindelijk het sterkste wapen van Porridge Radio bleken.
Op Every Bad klonk Porridge Radio zowel in muzikaal als in vocaal opzicht met enige regelmaat als een mix van PJ Harvey en Siouxsie Sioux, maar de Britse band slaagde er ook in om een geheel eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat soms rauw en hard was, maar de muziek van Porridge Radio klonk net zo makkelijk intiem en zacht.
Het duurde zoals gezegd even voordat ik Every Bad kon waarderen, waardoor ik benieuwd was hoe het me zou vergaan met opvolger Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky, die deze week is verschenen. Ik ben inmiddels kennelijk helemaal gewend aan de muziek van Porridge Radio, want het vierde album van de band ging er direct bij eerste beluistering in als koek.
Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky bevat op zich alle ingrediënten die van Every Bad zo’n bijzonder album maakten, waardoor de enorme verassing van het vorige album dit keer ontbreekt, maar Porridge Radio komt zeker niet op de proppen met een herhalingsoefening.
Gebleven is de gedreven zang van Dana Margolin, die het af en toe weer heerlijk uit kan schreeuwen en hier thuis bijna iedereen de gordijnen injaagt met haar gepassioneerde vocalen. Ik hoor ook nog steeds de combinatie van invloeden uit de postpunk en de indierock, maar in muzikaal opzicht is Porridge Radio een stuk verder dan op haar vorige album. De songs op Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky hebben aan diepte gewonnen en klinken ook voller en meeslepender.
De instrumentatie klinkt rijker en voller dankzij de inzet van flink wat keyboards, waarbij met name de bijdragen van de orgeltjes die herinneren aan de Britse indie uit de late jaren 80 en vroege jaren 90 opvallen. De heerlijk zeurende orgeltjes passen prachtig bij de ruwe vocalen van Dana Margolin en zorgen ervoor dat het nieuwe album van Porridge Radio uiteindelijk toch anders klinkt dan Every Bad.
Ook wat betreft de kwaliteit van de songs heeft de Britse band wat mij betreft stappen gezet, zonder dat dit ten koste is gegaan van de spontaniteit, energie en dynamiek in de songs op het nieuwe album. In tekstueel opzicht is Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky van Porridge Radio zware kost, maar in muzikaal en vocaal opzicht valt er veel te genieten op een album dat er wat mij betreft in zou moeten slagen om flink wat nieuwe zieltjes te winnen, maar dat ook de oude zieltjes binnenboord houdt. Ik ben in ieder geval definitief om. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky
Porridge Radio leverde in 2020 een van de meest memorabele albums van het betreffende jaar af en laat op haar nieuwe album muzikale groei horen, zonder dat dit ten koste is gegaan van de ruwe energie van de band
Ik had in 2020 flink wat tijd nodig om te wennen aan de heftige muziek van Porridge Radio, maar uiteindelijk wist de Britse band op de valreep ook mij nog te overtuigen. De band uit Brighton vervolgt de woeste luistertrip van Every Bad met een in muzikaal opzicht wat interessanter nieuw album, dat overal nog een schepje bovenop doet. Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky klinkt voller en rijker, maar gelukkig is het net wat meer gepolijste geluid niet ten koste gegaan van de intensiteit van de muziek van Porridge Radio. Die intensiteit is, met name door de zeer expressieve zang van frontvrouw Dana Margolin, nog altijd erg hoog, waardoor Porridge Radio wederom de spreekwoordelijke mokerslag uitdeelt.
Every Bad, het op de dag dat Nederland voor het eerst in lockdown ging vanwege het coronavirus verschenen derde album van de Britse band Porridge Radio, beluisterde ik met hoge verwachtingen nadat de eerste jubelrecensies over het album waren verschenen, maar het album wilde bij mij maar niet landen. Het overkwam me eerder met de eerste twee albums van de band uit Brighton, maar met Every Bad zou het uiteindelijk toch nog helemaal goed komen.
Toen Every Bad aan het eind van 2020 opdook in nogal wat aansprekende jaarlijstjes, probeerde ik het opnieuw met de muziek van Porridge Radio en dit keer werd ik wel gegrepen door de intense muziek van de Britse band. De band rond frontvrouw Dana Margolin streek bij mij in eerste instantie tegen de haren in vanwege de expressieve vocalen, die ik bij eerste beluistering vooral onvast vond klinken, maar die uiteindelijk het sterkste wapen van Porridge Radio bleken.
Op Every Bad klonk Porridge Radio zowel in muzikaal als in vocaal opzicht met enige regelmaat als een mix van PJ Harvey en Siouxsie Sioux, maar de Britse band slaagde er ook in om een geheel eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat soms rauw en hard was, maar de muziek van Porridge Radio klonk net zo makkelijk intiem en zacht.
Het duurde zoals gezegd even voordat ik Every Bad kon waarderen, waardoor ik benieuwd was hoe het me zou vergaan met opvolger Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky, die deze week is verschenen. Ik ben inmiddels kennelijk helemaal gewend aan de muziek van Porridge Radio, want het vierde album van de band ging er direct bij eerste beluistering in als koek.
Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky bevat op zich alle ingrediënten die van Every Bad zo’n bijzonder album maakten, waardoor de enorme verassing van het vorige album dit keer ontbreekt, maar Porridge Radio komt zeker niet op de proppen met een herhalingsoefening.
Gebleven is de gedreven zang van Dana Margolin, die het af en toe weer heerlijk uit kan schreeuwen en hier thuis bijna iedereen de gordijnen injaagt met haar gepassioneerde vocalen. Ik hoor ook nog steeds de combinatie van invloeden uit de postpunk en de indierock, maar in muzikaal opzicht is Porridge Radio een stuk verder dan op haar vorige album. De songs op Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky hebben aan diepte gewonnen en klinken ook voller en meeslepender.
De instrumentatie klinkt rijker en voller dankzij de inzet van flink wat keyboards, waarbij met name de bijdragen van de orgeltjes die herinneren aan de Britse indie uit de late jaren 80 en vroege jaren 90 opvallen. De heerlijk zeurende orgeltjes passen prachtig bij de ruwe vocalen van Dana Margolin en zorgen ervoor dat het nieuwe album van Porridge Radio uiteindelijk toch anders klinkt dan Every Bad.
Ook wat betreft de kwaliteit van de songs heeft de Britse band wat mij betreft stappen gezet, zonder dat dit ten koste is gegaan van de spontaniteit, energie en dynamiek in de songs op het nieuwe album. In tekstueel opzicht is Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky van Porridge Radio zware kost, maar in muzikaal en vocaal opzicht valt er veel te genieten op een album dat er wat mij betreft in zou moeten slagen om flink wat nieuwe zieltjes te winnen, maar dat ook de oude zieltjes binnenboord houdt. Ik ben in ieder geval definitief om. Erwin Zijleman
Portland - Departures (2023)

4,0
0
geplaatst: 20 maart 2023, 15:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Portland - Departures - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Portland - Departures
Door het vertrek van Sarah Pepels wordt er vooral getreurd bij de release van het tweede album van Portland, maar Departures is een mooi en sfeervol album vol betoverende klanken en wonderschone zang
Het debuut van de Belgische band Portland vond ik in 2019 net wat te weinig onderscheidend en ook wat braaf, maar op de uitvoering had ik niets aan te merken. Die uitvoering is nog wat beter op Departures, dat garant staat voor prachtige klanken en een aangenaam dromerige sfeer. Portland laat een bijzonder mooi geluid horen, dat ver boven het maaiveld uit steekt wanneer de stemmen van Jente Pironet en Sarah Pepels opduiken. Met name Sarah Pepels streelt het oor met haar stem en tilt de songs van Portland een flink stuk op. Het vertrek van de zangeres is een aderlating voor de Belgische band, maar dit uitstekende tweede album neemt niemand Portland meer af.
Your Colours Will Stain, het debuutalbum van de Belgische band Portland, vond ik in de herfst van 2019 een twijfelgeval. Portland verdiende met haar debuutalbum weliswaar een hoog rapportcijfer voor de uitvoering, maar in artistiek opzicht sprak het album me een stuk minder aan. De songs van de band rond Jente Pironet en Sarah Pepels kleurden wel erg netjes binnen de lijnen en klonken mij ook wel wat braaf in de oren, waardoor ik het debuutalbum van Portland uiteindelijk liet liggen, zij het met pijn in het hart.
Deze week verscheen dan eindelijk Departures, het tweede album van de Belgische band, maar van feestvreugde is helaas geen sprake. Sarah Pepels, die vorig jaar nog prachtig bijdroeg aan het album van Glitterpaard, besloot een paar weken voor de release van het album om de band te verlaten, waardoor Jente Pironet er wat eenzaam bij zit op de nieuwe foto’s van de band. Op het album is Sarah Pepels gelukkig nog wel van de partij en het is een album dat in veel opzichten lijkt op zijn voorganger.
Ook Departures is een album dat een zeer hoge waardering verdient wanneer het gaat om de uitvoering. Het album klinkt werkelijk prachtig en laat een warm en gloedvol geluid horen waarin de gitaren en de elektronica fraai in balans zijn. Het album is mooi geproduceerd en biedt alle ruimte aan de stemmen van Jente Pironet en Sarah Pepels, die allebei beschikken over een bijzonder mooi stemgeluid en bovendien over stemmen die perfect bij elkaar passen en elkaar fraai weten te versterken. Ook de songs van de Belgische band overtuigen bij eerste beluistering weer bijzonder makkelijk. Het zijn songs die zich als een warme deken om je heen slaan en die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen.
Departures is echter ook een album zonder grote verrassingen. Jente Pironet en Sarah Pepels betreden vooral de platgetreden paden van de (indie)pop en kiezen bovendien uitsluitend voor songs waarin de ruwe randjes en scherpe kantjes ontbreken. Het zit me overigens wel een stuk minder in de weg dan bij Your Colours Will Stain. Departures is een album dat op zijn tijd tot behoorlijke hoogten weet te stijgen en dat internationaal mee kan met de beste albums in dit genre. Portland schuift misschien ook net wat meer op richting indie dan op haar debuutalbum, al zijn de verschillen niet heel groot.
De meeste verleiding komt ook dit keer van de zang, die nog wat mooier is dan op het debuutalbum van de Belgische band. Ik heb een enorm zwak voor de stem van Sarah Pepels, maar ook Jente Pironet weet in vocaal opzicht zeer te overtuigen. Je moet de muziek van Portland misschien ook net wat vaker horen om tot een afgewogen oordeel te komen, want nu ik het album vaker heb gehoord, vind ik het tweede album van Portland vooral heel mooi.
Zeker wanneer de muziek van de Belgische band op zijn mooist is, komen er wonderschone klankentapijten uit de speakers en wordt het nog een flink stuk mooier door de zang. Waar ik in 2019 twijfelde over het debuut van Portland, vind ik Departures uiteindelijk een bovengemiddeld goed album. Over de toekomst van de band moeten we ons helaas wel grote zorgen gaan maken, want het vertrek van Sarah Pepels zorgt voor een leegte die niet zomaar is op te vullen helaas. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Portland - Departures - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Portland - Departures
Door het vertrek van Sarah Pepels wordt er vooral getreurd bij de release van het tweede album van Portland, maar Departures is een mooi en sfeervol album vol betoverende klanken en wonderschone zang
Het debuut van de Belgische band Portland vond ik in 2019 net wat te weinig onderscheidend en ook wat braaf, maar op de uitvoering had ik niets aan te merken. Die uitvoering is nog wat beter op Departures, dat garant staat voor prachtige klanken en een aangenaam dromerige sfeer. Portland laat een bijzonder mooi geluid horen, dat ver boven het maaiveld uit steekt wanneer de stemmen van Jente Pironet en Sarah Pepels opduiken. Met name Sarah Pepels streelt het oor met haar stem en tilt de songs van Portland een flink stuk op. Het vertrek van de zangeres is een aderlating voor de Belgische band, maar dit uitstekende tweede album neemt niemand Portland meer af.
Your Colours Will Stain, het debuutalbum van de Belgische band Portland, vond ik in de herfst van 2019 een twijfelgeval. Portland verdiende met haar debuutalbum weliswaar een hoog rapportcijfer voor de uitvoering, maar in artistiek opzicht sprak het album me een stuk minder aan. De songs van de band rond Jente Pironet en Sarah Pepels kleurden wel erg netjes binnen de lijnen en klonken mij ook wel wat braaf in de oren, waardoor ik het debuutalbum van Portland uiteindelijk liet liggen, zij het met pijn in het hart.
Deze week verscheen dan eindelijk Departures, het tweede album van de Belgische band, maar van feestvreugde is helaas geen sprake. Sarah Pepels, die vorig jaar nog prachtig bijdroeg aan het album van Glitterpaard, besloot een paar weken voor de release van het album om de band te verlaten, waardoor Jente Pironet er wat eenzaam bij zit op de nieuwe foto’s van de band. Op het album is Sarah Pepels gelukkig nog wel van de partij en het is een album dat in veel opzichten lijkt op zijn voorganger.
Ook Departures is een album dat een zeer hoge waardering verdient wanneer het gaat om de uitvoering. Het album klinkt werkelijk prachtig en laat een warm en gloedvol geluid horen waarin de gitaren en de elektronica fraai in balans zijn. Het album is mooi geproduceerd en biedt alle ruimte aan de stemmen van Jente Pironet en Sarah Pepels, die allebei beschikken over een bijzonder mooi stemgeluid en bovendien over stemmen die perfect bij elkaar passen en elkaar fraai weten te versterken. Ook de songs van de Belgische band overtuigen bij eerste beluistering weer bijzonder makkelijk. Het zijn songs die zich als een warme deken om je heen slaan en die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen.
Departures is echter ook een album zonder grote verrassingen. Jente Pironet en Sarah Pepels betreden vooral de platgetreden paden van de (indie)pop en kiezen bovendien uitsluitend voor songs waarin de ruwe randjes en scherpe kantjes ontbreken. Het zit me overigens wel een stuk minder in de weg dan bij Your Colours Will Stain. Departures is een album dat op zijn tijd tot behoorlijke hoogten weet te stijgen en dat internationaal mee kan met de beste albums in dit genre. Portland schuift misschien ook net wat meer op richting indie dan op haar debuutalbum, al zijn de verschillen niet heel groot.
De meeste verleiding komt ook dit keer van de zang, die nog wat mooier is dan op het debuutalbum van de Belgische band. Ik heb een enorm zwak voor de stem van Sarah Pepels, maar ook Jente Pironet weet in vocaal opzicht zeer te overtuigen. Je moet de muziek van Portland misschien ook net wat vaker horen om tot een afgewogen oordeel te komen, want nu ik het album vaker heb gehoord, vind ik het tweede album van Portland vooral heel mooi.
Zeker wanneer de muziek van de Belgische band op zijn mooist is, komen er wonderschone klankentapijten uit de speakers en wordt het nog een flink stuk mooier door de zang. Waar ik in 2019 twijfelde over het debuut van Portland, vind ik Departures uiteindelijk een bovengemiddeld goed album. Over de toekomst van de band moeten we ons helaas wel grote zorgen gaan maken, want het vertrek van Sarah Pepels zorgt voor een leegte die niet zomaar is op te vullen helaas. Erwin Zijleman
Prefab Sprout - Steve McQueen (1985)
Alternatieve titel: Two Wheels Good

5,0
4
geplaatst: 26 juni 2022, 20:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prefab Sprout - Steve McQueen (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prefab Sprout - Steve McQueen (1985)
Paddy McAloon wordt inmiddels door de critici geschaard onder de grote songwriters uit de muziekgeschiedenis en dat hoor je al op Steve McQueen, het in 1985 verschenen doorbraakalbum van Prefab Sprout
Als ik een lijstje moet maken met mijn favoriete albums uit de jaren 80, zit Steve McQueen van Prefab Sprout daar zeker tussen. Het tweede album van de Britse band is met de kennis van nu nog veel beter dan destijds, want wat zijn de songs van Paddy McAloon mooi en bijzonder en wat klinkt de instrumentatie rijk en veelzijdig. De songs op het album zijn nog even mooi en tijdloos als ruim 35 jaar geleden en hebben de afgelopen decennia eigenlijk alleen maar aan kracht gewonnen. Prefab Sprout zou na Steve McQueen verder bouwen aan een klein maar wonderschoon oeuvre, maar het tweede album blijft toch mijn favoriete album van de band rond de geniale Paddy McAloon.
Met toegankelijke popliedjes als When Love Breaks Down, Appetite en Bonny kon de Britse band Prefab Sprout zich gedurende de jaren 80 nog wel verschuilen tussen alle andere bands die het decennium in muzikaal opzicht kleur gaven en vervolgens snel werden vergeten, maar met de kennis van nu hoor je direct dat de band uit totaal ander hout was gesneden.
De band rond singer-songwriter en multi-instrumentalist Paddy McAloon werd al in 1977 geformeerd, maar debuteerde pas in 1984 met het album Swoon. Het was een album dat destijds niet heel breed werd opgepikt en dat ook minder goed is dan de albums die zouden volgen, maar zo af en toe laat Swoon zeker de belofte van Prefab Sprout horen.
Die belofte kwam er helemaal uit op het in 1985 verschenen Steve McQueen (dat in de Verenigde Staten vanwege een conflict met de erven Steve McQueen werd uitgebracht als Two Wheels Good). Prefab Sprout bestond op dat moment, naast Paddy McAloon, uit zijn broer Martin McAloon, uit fan van het eerste uur Wendy Smith en uit drummer Neil Conti. Voor de productie van Steve McQueen werd de op dat moment zeer gewilde muzikant en producer Thomas Dolby gerekruteerd.
Steve McQueen van Prefab Sprout hoort zeker niet bij de best verkochte albums uit de jaren 80, maar in artistiek opzicht zijn er maar weinig betere albums verschenen in het decennium en ook op een lijst met de beste albums aller tijden misstaat het album wat mij betreft niet. Veel muziek uit de jaren 80 klinkt inmiddels behoorlijk gedateerd, maar het doorbraakalbum van Prefab Sprout klinkt ruim 35 jaar na de release misschien zelfs nog wel frisser dan op de dag van de release.
Steve McQueen laat meerdere dingen horen. Allereerst hoor je dat Paddy McAloon een geniaal songwriter is, die onweerstaanbaar aanstekelijke popliedjes kan schrijven, maar ook popliedjes die diep graven. Ook in muzikaal opzicht was Prefab Sprout in 1985 een stuk verder dan de meeste van haar concurrenten, wat de houdbaarheid van het album flink heeft vergroot. Steve McQueen is, in de originele versie, elf songs en drie kwartier lang van een bijzonder hoog niveau.
Prefab Sprout musiceert op haar tweede album niet alleen op een hoog niveau, maar is ook een stuk veelzijdiger dan de meeste van haar soortgenoten van destijds, door invloeden uit meerdere genres te verwerken en door ook ver buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk te kijken en deze invloeden vervolgens op geheel eigen wijze te verwerken.
Ik heb de afgelopen jaren vooral de akoestische versie van Steve McQueen, die een paar jaar geleden verscheen ter ere van Record Store Day, vaak beluisterd, maar de originele versie is veel mooier. Het is een versie die in 2007 is geremasterd en is verrijkt met veel bonusmateriaal, waaronder de later apart uitgebrachte akoestische versies, wat het album nog wat interessanter maakt.
Prefab Sprout zou op de opvolger van Steve McQueen, het in 1988 verschenen From Langley Park To Memphis wat opschuiven richting muziek uit de Verenigde Staten en zou haar beperkte maar unieke oeuvre vervolgens nog verrijken met Protest Songs (1989), Jordan: The Comeback (1990), Andromeda Heights (1997), The Gunman And Other Stories (2001), Let's Change The World With Music (2009) en Crimson/Red (2013).
Het zijn stuk voor stuk prachtige albums, maar Steve McQueen steekt er wat mij betreft bovenuit, al is het maar omdat dit het eerste album is waarop het unieke en wonderschone Prefab Sprout geluid is te horen. Het is nog altijd een fantastisch album, maar Steve McQueen laat zich ook prima beluisteren als de soundtrack van een mooie en hopelijk zorgeloze zomer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prefab Sprout - Steve McQueen (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prefab Sprout - Steve McQueen (1985)
Paddy McAloon wordt inmiddels door de critici geschaard onder de grote songwriters uit de muziekgeschiedenis en dat hoor je al op Steve McQueen, het in 1985 verschenen doorbraakalbum van Prefab Sprout
Als ik een lijstje moet maken met mijn favoriete albums uit de jaren 80, zit Steve McQueen van Prefab Sprout daar zeker tussen. Het tweede album van de Britse band is met de kennis van nu nog veel beter dan destijds, want wat zijn de songs van Paddy McAloon mooi en bijzonder en wat klinkt de instrumentatie rijk en veelzijdig. De songs op het album zijn nog even mooi en tijdloos als ruim 35 jaar geleden en hebben de afgelopen decennia eigenlijk alleen maar aan kracht gewonnen. Prefab Sprout zou na Steve McQueen verder bouwen aan een klein maar wonderschoon oeuvre, maar het tweede album blijft toch mijn favoriete album van de band rond de geniale Paddy McAloon.
Met toegankelijke popliedjes als When Love Breaks Down, Appetite en Bonny kon de Britse band Prefab Sprout zich gedurende de jaren 80 nog wel verschuilen tussen alle andere bands die het decennium in muzikaal opzicht kleur gaven en vervolgens snel werden vergeten, maar met de kennis van nu hoor je direct dat de band uit totaal ander hout was gesneden.
De band rond singer-songwriter en multi-instrumentalist Paddy McAloon werd al in 1977 geformeerd, maar debuteerde pas in 1984 met het album Swoon. Het was een album dat destijds niet heel breed werd opgepikt en dat ook minder goed is dan de albums die zouden volgen, maar zo af en toe laat Swoon zeker de belofte van Prefab Sprout horen.
Die belofte kwam er helemaal uit op het in 1985 verschenen Steve McQueen (dat in de Verenigde Staten vanwege een conflict met de erven Steve McQueen werd uitgebracht als Two Wheels Good). Prefab Sprout bestond op dat moment, naast Paddy McAloon, uit zijn broer Martin McAloon, uit fan van het eerste uur Wendy Smith en uit drummer Neil Conti. Voor de productie van Steve McQueen werd de op dat moment zeer gewilde muzikant en producer Thomas Dolby gerekruteerd.
Steve McQueen van Prefab Sprout hoort zeker niet bij de best verkochte albums uit de jaren 80, maar in artistiek opzicht zijn er maar weinig betere albums verschenen in het decennium en ook op een lijst met de beste albums aller tijden misstaat het album wat mij betreft niet. Veel muziek uit de jaren 80 klinkt inmiddels behoorlijk gedateerd, maar het doorbraakalbum van Prefab Sprout klinkt ruim 35 jaar na de release misschien zelfs nog wel frisser dan op de dag van de release.
Steve McQueen laat meerdere dingen horen. Allereerst hoor je dat Paddy McAloon een geniaal songwriter is, die onweerstaanbaar aanstekelijke popliedjes kan schrijven, maar ook popliedjes die diep graven. Ook in muzikaal opzicht was Prefab Sprout in 1985 een stuk verder dan de meeste van haar concurrenten, wat de houdbaarheid van het album flink heeft vergroot. Steve McQueen is, in de originele versie, elf songs en drie kwartier lang van een bijzonder hoog niveau.
Prefab Sprout musiceert op haar tweede album niet alleen op een hoog niveau, maar is ook een stuk veelzijdiger dan de meeste van haar soortgenoten van destijds, door invloeden uit meerdere genres te verwerken en door ook ver buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk te kijken en deze invloeden vervolgens op geheel eigen wijze te verwerken.
Ik heb de afgelopen jaren vooral de akoestische versie van Steve McQueen, die een paar jaar geleden verscheen ter ere van Record Store Day, vaak beluisterd, maar de originele versie is veel mooier. Het is een versie die in 2007 is geremasterd en is verrijkt met veel bonusmateriaal, waaronder de later apart uitgebrachte akoestische versies, wat het album nog wat interessanter maakt.
Prefab Sprout zou op de opvolger van Steve McQueen, het in 1988 verschenen From Langley Park To Memphis wat opschuiven richting muziek uit de Verenigde Staten en zou haar beperkte maar unieke oeuvre vervolgens nog verrijken met Protest Songs (1989), Jordan: The Comeback (1990), Andromeda Heights (1997), The Gunman And Other Stories (2001), Let's Change The World With Music (2009) en Crimson/Red (2013).
Het zijn stuk voor stuk prachtige albums, maar Steve McQueen steekt er wat mij betreft bovenuit, al is het maar omdat dit het eerste album is waarop het unieke en wonderschone Prefab Sprout geluid is te horen. Het is nog altijd een fantastisch album, maar Steve McQueen laat zich ook prima beluisteren als de soundtrack van een mooie en hopelijk zorgeloze zomer. Erwin Zijleman
Pretenders - Alone (2016)

4,0
1
geplaatst: 2 november 2016, 16:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pretenders - Alone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen een tijdje geleden een nieuwe plaat van de Pretenders werd aangekondigd, was ik direct nieuwsgierig.
Natuurlijk liggen de beste jaren van de band inmiddels ver achter ons, maar de band rond Chrissie Hynde heeft een aantal geweldige platen op haar naam staan (waaronder twee onbetwiste klassiekers en minstens twee platen die hier aardig bij in de buurt komen) en ook de comeback plaat uit 2008 (Break Up The Concrete) was absoluut de moeite waard, zodat hooggespannen verwachtingen best te rechtvaardigen zijn.
Alone leek lange tijd een soloplaat van Chrissie Hynde te worden en hiermee de opvolger van het best aardige Stockholm uit 2014, maar de naam Pretenders trekt kennelijk toch wat meer aandacht.
Met de Pretenders heeft Alone immers qua bezetting niet zo gek veel te maken, want Chrissie Hynde heeft inmiddels alle touwtjes in handen. Vergeleken met Stockholm laat Alone echter wel een bandgeluid horen dat herinnert aan de hoogtijdagen van de Pretenders, dus helemaal onlogisch is de naamkeuze ook weer niet.
De Pretenders stonden altijd al bekend om hun foeilelijke hoezen, maar Alone overtreft alles, zodat ik voor het eerst blij ben met het neutrale kartonnen hoesje waarin het promo exemplaar werd afgeleverd. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de muziek en deze muziek is dik in orde.
Op Stockholm koos Chrissie Hynde nog voor een wat meer mainstream en pop georiënteerd geluid, maar op Alone schuiven de meeste songs weer op richting de rock ’n roll. Het is rock ’n roll die in een aantal tracks raakt aan het geluid dat we kennen van de Pretenders, maar Alone slaat uiteindelijk toch vooral andere wegen in.
Op de nieuwe Pretenders plaat werkt Chrissie Hynde nauw samen met Black Keys voorman Dan Auerbach, die zorgt voor mooie gitaarlijnen en ook tekende voor de productie. De invloed van Dan Auerbach is goed hoorbaar, want Chrissie Hynde klonk nog niet eerder zo soulvol en ook het aantal verwijzingen naar muziek uit de jaren 60 was nog nooit zo groot.
Het levert een geluid op dat me zeer bevalt, waardoor de wederopstanding van de Pretenders er wat mij betreft een is met bestaansrecht. Alone is een plaat vol prima songs, bevat volop fraai gitaar- en orgelwerk (met name het breed uitwaaiende gitaarwerk van Dan Auerbach is keer op keert smullen), laat horen dat Chrissie Hynde nog altijd redelijk bij stem is en klinkt door de mix van de gelouterde Tchad Blake ook nog eens fantastisch.
Natuurlijk is Alone niet zo goed en vooral essentieel als Pretenders, Pretenders II, Learning To Crawl of Get Close, maar net als Break Up The Concrete blijft de plaat niet heel veel achter en smaken de nieuwe accenten zeker naar meer. Alle reden dus om de zoveelste comeback van de Pretenders met veel liefde te omarmen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pretenders - Alone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen een tijdje geleden een nieuwe plaat van de Pretenders werd aangekondigd, was ik direct nieuwsgierig.
Natuurlijk liggen de beste jaren van de band inmiddels ver achter ons, maar de band rond Chrissie Hynde heeft een aantal geweldige platen op haar naam staan (waaronder twee onbetwiste klassiekers en minstens twee platen die hier aardig bij in de buurt komen) en ook de comeback plaat uit 2008 (Break Up The Concrete) was absoluut de moeite waard, zodat hooggespannen verwachtingen best te rechtvaardigen zijn.
Alone leek lange tijd een soloplaat van Chrissie Hynde te worden en hiermee de opvolger van het best aardige Stockholm uit 2014, maar de naam Pretenders trekt kennelijk toch wat meer aandacht.
Met de Pretenders heeft Alone immers qua bezetting niet zo gek veel te maken, want Chrissie Hynde heeft inmiddels alle touwtjes in handen. Vergeleken met Stockholm laat Alone echter wel een bandgeluid horen dat herinnert aan de hoogtijdagen van de Pretenders, dus helemaal onlogisch is de naamkeuze ook weer niet.
De Pretenders stonden altijd al bekend om hun foeilelijke hoezen, maar Alone overtreft alles, zodat ik voor het eerst blij ben met het neutrale kartonnen hoesje waarin het promo exemplaar werd afgeleverd. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de muziek en deze muziek is dik in orde.
Op Stockholm koos Chrissie Hynde nog voor een wat meer mainstream en pop georiënteerd geluid, maar op Alone schuiven de meeste songs weer op richting de rock ’n roll. Het is rock ’n roll die in een aantal tracks raakt aan het geluid dat we kennen van de Pretenders, maar Alone slaat uiteindelijk toch vooral andere wegen in.
Op de nieuwe Pretenders plaat werkt Chrissie Hynde nauw samen met Black Keys voorman Dan Auerbach, die zorgt voor mooie gitaarlijnen en ook tekende voor de productie. De invloed van Dan Auerbach is goed hoorbaar, want Chrissie Hynde klonk nog niet eerder zo soulvol en ook het aantal verwijzingen naar muziek uit de jaren 60 was nog nooit zo groot.
Het levert een geluid op dat me zeer bevalt, waardoor de wederopstanding van de Pretenders er wat mij betreft een is met bestaansrecht. Alone is een plaat vol prima songs, bevat volop fraai gitaar- en orgelwerk (met name het breed uitwaaiende gitaarwerk van Dan Auerbach is keer op keert smullen), laat horen dat Chrissie Hynde nog altijd redelijk bij stem is en klinkt door de mix van de gelouterde Tchad Blake ook nog eens fantastisch.
Natuurlijk is Alone niet zo goed en vooral essentieel als Pretenders, Pretenders II, Learning To Crawl of Get Close, maar net als Break Up The Concrete blijft de plaat niet heel veel achter en smaken de nieuwe accenten zeker naar meer. Alle reden dus om de zoveelste comeback van de Pretenders met veel liefde te omarmen. Erwin Zijleman
Pretenders - Hate for Sale (2020)

4,0
3
geplaatst: 18 juli 2020, 10:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pretenders - Hate For Sale - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Hate For Sale
Precies 40 jaar na de release van haar debuut komt Pretenders op de proppen met een nieuw album dat net zo fris, energie en aanstekelijk klinkt als dit debuut
In 1980 hadden we premiers van Agt en Thatcher en presidenten Brezjnev en Carter. Björn Borg won Wimbledon, Joop Zoetemelk de Tour de France en Beatrix werd koningin. In 1980 verscheen ook het debuut van de Britse band Pretenders. Bijna al het bovengenoemde kennen we alleen nog uit de geschiedenisboekjes, maar de Pretenders zijn er nog steeds en leveren met Hate For Sale een album af dat niet alleen herinnert aan het veertig jaar oude debuut, maar er ook gewoon toe doet. Tien songs staan er op en een flink aantal ervan durf ik best memorabel te noemen. Frontvrouw Chrissie Hynde nadert de 70, maar van slijtage is geen enkele sprake. Zeer bewonderenswaardig, maar ook een heerlijk album.
Luister naar de openingstrack en titeltrack van het nieuwe album van Pretenders en je waant je in 1978. Het is het jaar waarin de Britse band wordt geformeerd en het zomaar de punky titeltrack van Hate For Sale zou kunnen hebben opgenomen. Het klinkt nog net wat rauwer dan de songs op het titelloze debuut uit 1980, dat vervolgens werd geperfectioneerd op Pretenders II uit 1981 en Learning To Crawl uit 1984.
Het zijn albums die mooie herinneringen oproepen, maar het zijn ook albums waarop het deze week verschenen Hate For Sale bijna naadloos aansluit. Het is een buitengewoon knappe prestatie. Het debuut van Pretenders is dit jaar immers precies 40 jaar oud en dat is een leeftijd waarop het maar weinig bands gegeven is om net zo fris en aanstekelijk te klinken als op hun debuut.
Het is een debuut dat werd gevolgd door het noodlot, want in de eerste jaren van de band overleden bassist Pete Farndon en gitarist James Honeyman-Scott aan een overdosis. Op Hate For Sale wordt zangeres Chrissie Hynde herenigd met drummer van het eerste uur Martin Chambers, waardoor de helft van de oorspronkelijke bezetting in ere is hersteld. De frontvrouw van de band viert later dit jaar haar 69e verjaardag, maar op Hate For Sale klinkt Chrissie Hynde nog net zo gedreven als in haar jonge jaren en lijkt de tand des tijds geen vat te hebben gehad op haar stembanden.
Met Hate For Sale heeft de Britse band een album gemaakt dat nagenoeg perfect aansluit op de inmiddels tot klassiekers uitgegroeide eerste drie albums van de band. Dat hoor je het best in de wat meer uptempo rocksongs op het album, maar ook als Pretenders kiest voor een wat meer ingetogen geluid of een snufje reggae is het eerder 1980 dan 2020.
Natuurlijk zijn die geweldige albums van lang geleden niet te evenaren of zelfs maar te benaderen, maar ik vind Hate For Sale toch beter dan directe voorgangers Alone uit 2016 en Break Up The Concrete uit 2008 en die waren zeker niet slecht. Hate For Sale is zelfs veel beter dan de albums die Pretenders gedurende de jaren 90 maakte en ook het solowerk van Chrissie Hynde klonk lang niet zo urgent als de songs op Hate For Sale.
Het nieuwe album van Pretenders is een mooie trip langs Memory Lane met alle associaties die het album oproept met de klassiekers van de band, maar het is ook een album vol aanstekelijke en memorabele songs. Het is bovendien een album zonder poespas. Heerlijk gitaarwerk, een degelijke ritmesectie, wat verdwaalde synths en natuurlijk die uit duizenden herkenbare stem van Chrissie Hynde. Meer is er niet nodig om genadeloos te vermaken.
Ook de speelduur is er een zonder opsmuk. 10 prima songs in een half uur, het is niet veel, maar het is voor mij wel genoeg, al is het maar omdat je de voor het merendeel uitstekende songs op Hate For Sale na een half uur best nog een keer wilt horen.
Al met al een diepe buiging voor Chrissie Hynde, die ons op Hate For Sale niet alleen nog maar eens herinnerd aan haar niet te onderschatten bijdrage aan de Britse popmuziek uit de jaren 80, maar er ook in slaagt om met een serie nieuwe songs op de proppen te komen die je alleen maar heel vrolijk kunnen maken en die hier in ieder geval nog vaak terug gaan keren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pretenders - Hate For Sale - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Hate For Sale
Precies 40 jaar na de release van haar debuut komt Pretenders op de proppen met een nieuw album dat net zo fris, energie en aanstekelijk klinkt als dit debuut
In 1980 hadden we premiers van Agt en Thatcher en presidenten Brezjnev en Carter. Björn Borg won Wimbledon, Joop Zoetemelk de Tour de France en Beatrix werd koningin. In 1980 verscheen ook het debuut van de Britse band Pretenders. Bijna al het bovengenoemde kennen we alleen nog uit de geschiedenisboekjes, maar de Pretenders zijn er nog steeds en leveren met Hate For Sale een album af dat niet alleen herinnert aan het veertig jaar oude debuut, maar er ook gewoon toe doet. Tien songs staan er op en een flink aantal ervan durf ik best memorabel te noemen. Frontvrouw Chrissie Hynde nadert de 70, maar van slijtage is geen enkele sprake. Zeer bewonderenswaardig, maar ook een heerlijk album.
Luister naar de openingstrack en titeltrack van het nieuwe album van Pretenders en je waant je in 1978. Het is het jaar waarin de Britse band wordt geformeerd en het zomaar de punky titeltrack van Hate For Sale zou kunnen hebben opgenomen. Het klinkt nog net wat rauwer dan de songs op het titelloze debuut uit 1980, dat vervolgens werd geperfectioneerd op Pretenders II uit 1981 en Learning To Crawl uit 1984.
Het zijn albums die mooie herinneringen oproepen, maar het zijn ook albums waarop het deze week verschenen Hate For Sale bijna naadloos aansluit. Het is een buitengewoon knappe prestatie. Het debuut van Pretenders is dit jaar immers precies 40 jaar oud en dat is een leeftijd waarop het maar weinig bands gegeven is om net zo fris en aanstekelijk te klinken als op hun debuut.
Het is een debuut dat werd gevolgd door het noodlot, want in de eerste jaren van de band overleden bassist Pete Farndon en gitarist James Honeyman-Scott aan een overdosis. Op Hate For Sale wordt zangeres Chrissie Hynde herenigd met drummer van het eerste uur Martin Chambers, waardoor de helft van de oorspronkelijke bezetting in ere is hersteld. De frontvrouw van de band viert later dit jaar haar 69e verjaardag, maar op Hate For Sale klinkt Chrissie Hynde nog net zo gedreven als in haar jonge jaren en lijkt de tand des tijds geen vat te hebben gehad op haar stembanden.
Met Hate For Sale heeft de Britse band een album gemaakt dat nagenoeg perfect aansluit op de inmiddels tot klassiekers uitgegroeide eerste drie albums van de band. Dat hoor je het best in de wat meer uptempo rocksongs op het album, maar ook als Pretenders kiest voor een wat meer ingetogen geluid of een snufje reggae is het eerder 1980 dan 2020.
Natuurlijk zijn die geweldige albums van lang geleden niet te evenaren of zelfs maar te benaderen, maar ik vind Hate For Sale toch beter dan directe voorgangers Alone uit 2016 en Break Up The Concrete uit 2008 en die waren zeker niet slecht. Hate For Sale is zelfs veel beter dan de albums die Pretenders gedurende de jaren 90 maakte en ook het solowerk van Chrissie Hynde klonk lang niet zo urgent als de songs op Hate For Sale.
Het nieuwe album van Pretenders is een mooie trip langs Memory Lane met alle associaties die het album oproept met de klassiekers van de band, maar het is ook een album vol aanstekelijke en memorabele songs. Het is bovendien een album zonder poespas. Heerlijk gitaarwerk, een degelijke ritmesectie, wat verdwaalde synths en natuurlijk die uit duizenden herkenbare stem van Chrissie Hynde. Meer is er niet nodig om genadeloos te vermaken.
Ook de speelduur is er een zonder opsmuk. 10 prima songs in een half uur, het is niet veel, maar het is voor mij wel genoeg, al is het maar omdat je de voor het merendeel uitstekende songs op Hate For Sale na een half uur best nog een keer wilt horen.
Al met al een diepe buiging voor Chrissie Hynde, die ons op Hate For Sale niet alleen nog maar eens herinnerd aan haar niet te onderschatten bijdrage aan de Britse popmuziek uit de jaren 80, maar er ook in slaagt om met een serie nieuwe songs op de proppen te komen die je alleen maar heel vrolijk kunnen maken en die hier in ieder geval nog vaak terug gaan keren. Erwin Zijleman
Pretenders - Pretenders (1980)

4,5
1
geplaatst: 11 februari 2024, 20:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pretenders - Pretenders (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Pretenders (1980)
De Britse band Pretenders werd geformeerd tijdens de eerste Britse punkgolf, maar laat op haar debuutalbum vooral kwalitatief hoogstaande rock van eerdere datum horen, maar dan wel met de energie en de no-nonsense van de punk
Het debuutalbum van Pretenders verscheen in de eerste weken van 1980 en dook uiteindelijk op in flink wat lijstjes met de beste albums van de jaren 80. Chrissie Hynde formeerde haar band in de eerste jaren van de Britse punk, maar was haar voorliefde voor 60s en 70s rock niet vergeten. Ze rekruteerde bovendien een aantal zeer getalenteerde muzikanten, onder wie de geweldige gitarist James Honeyman-Scott. Het album bevatte met Kid en Brass In Pocket twee geweldige singles, maar ook op de rest van het album was de kwaliteit dik in orde. De fraaie productie van de gelouterde Chris Thomas was de kers op de taart van dit album, dat inmiddels terecht is uitgegroeid tot een klassieker.
Chrissie Hynde verruilt aan het begin van de jaren 70 haar vaderland de Verenigde Staten en vestigt zich in Engeland, waar ze aan de slag gaat als journalist voor het muziekblad New Musical Express. Als in Engeland de eerste punkgolf overtrekt besluit ze om zelf ook een bandje te beginnen. In 1978 formeert ze (The) Pretenders dat na enkele personele wijzigingen een vaste line-up krijgt met gitarist James Honeyman-Scott, bassist Pete Farndon en drummer Martin Chambers.
Een eerste single, een door Nick Lowe geproduceerde versie van Stop Your Sobbing van The Kinks, wordt goed ontvangen, waarna helemaal aan het begin van 1980 het titelloze debuutalbum van de band verschijnt. Het album is mede door de singles Kid en Brass In Pocket een groot succes in zowel Europa als de Verenigde Staten. Het is bovendien een album dat in muzikaal en vocaal opzicht van een verrassend hoog niveau is en ook de songs die Chrissie Hynde al dan niet met haar bandleden schreef steken ruimschoots boven het maaiveld uit.
De voormalige muziekjournalist is er bovendien in geslaagd om een aantal uitstekende muzikanten om zich heen te verzamelen. Pete Farndon is een degelijke bassist die flink wat energie in de muziek van Pretenders stopt, wat een fraaie basis biedt voor het avontuurlijke en swingende drumwerk van Martin Chambers. Met James Honeyman-Scott heeft de band een exceptioneel gitarist in huis, die absoluut invloed heeft gehad op Johnny Marr. De jonge Britse muzikant verrast steeds weer met opvallende gitaarloopjes en bijzondere akkoorden en kiest vrijwel nergens voor de standaard rock riffs die ook hadden gepast in de songs van de band.
Chrissie Hynde blijkt tenslotte niet alleen te beschikken over een vlotte pen, maar ook over een zeer karakteristieke en krachtige maar ook mooie stem. De songs van de band hebben de ruwe energie van de punk en de new wave behouden, maar kiezen verder vooral voor de rock zoals deze ook al voor de punk bestond. Het zijn zeer aansprekende songs en songs die heel makkelijk blijven hangen, maar het zijn ook opwindende en energieke songs, die steeds weer de aandacht trekken met bijzonder gitaarwerk, een opzwepende ritmesectie en de opvallende stem van Chrissie Hynde en haar expliciete teksten. De singles Kid en vooral Brass In Pocket springen er makkelijk uit, maar Pretenders weet ook in de andere tien tracks een behoorlijk hoog niveau vast te houden.
Nick Lowe tekende zoals gezegd voor de productie van de eerste single van de band, maar gaf geen cent voor de toekomst van Pretenders en koos voor andere projecten. De band kwam vervolgens uit bij de gelouterde Chris Thomas, die The Beatles op zijn cv heeft staan, maar voor hij voor Pretenders aan de slag ging ook legendarische albums produceerde van onder andere Roxy Music, Procol Harum, Pink Floyd, Badfinger, Wings en The Sex Pistols. Het bleek een verstandige keuze, want het titelloze debuutalbum van Pretenders klinkt niet alleen fantastisch, maar is bovendien voorzien van de ruwe energie die een rockalbum zo aantrekkelijk maakt.
Het debuutalbum van Pretenders was al met al een uitstekende start van de carrière van de Britse band en de voorbode van een glanzende carrière, al lag er eerst de uitdaging om het lastige tweede album na een succesvol debuut te maken. Hoe dat is afgelopen lees je volgende week op de krenten uit de pop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pretenders - Pretenders (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Pretenders (1980)
De Britse band Pretenders werd geformeerd tijdens de eerste Britse punkgolf, maar laat op haar debuutalbum vooral kwalitatief hoogstaande rock van eerdere datum horen, maar dan wel met de energie en de no-nonsense van de punk
Het debuutalbum van Pretenders verscheen in de eerste weken van 1980 en dook uiteindelijk op in flink wat lijstjes met de beste albums van de jaren 80. Chrissie Hynde formeerde haar band in de eerste jaren van de Britse punk, maar was haar voorliefde voor 60s en 70s rock niet vergeten. Ze rekruteerde bovendien een aantal zeer getalenteerde muzikanten, onder wie de geweldige gitarist James Honeyman-Scott. Het album bevatte met Kid en Brass In Pocket twee geweldige singles, maar ook op de rest van het album was de kwaliteit dik in orde. De fraaie productie van de gelouterde Chris Thomas was de kers op de taart van dit album, dat inmiddels terecht is uitgegroeid tot een klassieker.
Chrissie Hynde verruilt aan het begin van de jaren 70 haar vaderland de Verenigde Staten en vestigt zich in Engeland, waar ze aan de slag gaat als journalist voor het muziekblad New Musical Express. Als in Engeland de eerste punkgolf overtrekt besluit ze om zelf ook een bandje te beginnen. In 1978 formeert ze (The) Pretenders dat na enkele personele wijzigingen een vaste line-up krijgt met gitarist James Honeyman-Scott, bassist Pete Farndon en drummer Martin Chambers.
Een eerste single, een door Nick Lowe geproduceerde versie van Stop Your Sobbing van The Kinks, wordt goed ontvangen, waarna helemaal aan het begin van 1980 het titelloze debuutalbum van de band verschijnt. Het album is mede door de singles Kid en Brass In Pocket een groot succes in zowel Europa als de Verenigde Staten. Het is bovendien een album dat in muzikaal en vocaal opzicht van een verrassend hoog niveau is en ook de songs die Chrissie Hynde al dan niet met haar bandleden schreef steken ruimschoots boven het maaiveld uit.
De voormalige muziekjournalist is er bovendien in geslaagd om een aantal uitstekende muzikanten om zich heen te verzamelen. Pete Farndon is een degelijke bassist die flink wat energie in de muziek van Pretenders stopt, wat een fraaie basis biedt voor het avontuurlijke en swingende drumwerk van Martin Chambers. Met James Honeyman-Scott heeft de band een exceptioneel gitarist in huis, die absoluut invloed heeft gehad op Johnny Marr. De jonge Britse muzikant verrast steeds weer met opvallende gitaarloopjes en bijzondere akkoorden en kiest vrijwel nergens voor de standaard rock riffs die ook hadden gepast in de songs van de band.
Chrissie Hynde blijkt tenslotte niet alleen te beschikken over een vlotte pen, maar ook over een zeer karakteristieke en krachtige maar ook mooie stem. De songs van de band hebben de ruwe energie van de punk en de new wave behouden, maar kiezen verder vooral voor de rock zoals deze ook al voor de punk bestond. Het zijn zeer aansprekende songs en songs die heel makkelijk blijven hangen, maar het zijn ook opwindende en energieke songs, die steeds weer de aandacht trekken met bijzonder gitaarwerk, een opzwepende ritmesectie en de opvallende stem van Chrissie Hynde en haar expliciete teksten. De singles Kid en vooral Brass In Pocket springen er makkelijk uit, maar Pretenders weet ook in de andere tien tracks een behoorlijk hoog niveau vast te houden.
Nick Lowe tekende zoals gezegd voor de productie van de eerste single van de band, maar gaf geen cent voor de toekomst van Pretenders en koos voor andere projecten. De band kwam vervolgens uit bij de gelouterde Chris Thomas, die The Beatles op zijn cv heeft staan, maar voor hij voor Pretenders aan de slag ging ook legendarische albums produceerde van onder andere Roxy Music, Procol Harum, Pink Floyd, Badfinger, Wings en The Sex Pistols. Het bleek een verstandige keuze, want het titelloze debuutalbum van Pretenders klinkt niet alleen fantastisch, maar is bovendien voorzien van de ruwe energie die een rockalbum zo aantrekkelijk maakt.
Het debuutalbum van Pretenders was al met al een uitstekende start van de carrière van de Britse band en de voorbode van een glanzende carrière, al lag er eerst de uitdaging om het lastige tweede album na een succesvol debuut te maken. Hoe dat is afgelopen lees je volgende week op de krenten uit de pop. Erwin Zijleman
Pretenders - Pretenders II (1981)

4,5
0
geplaatst: 18 februari 2024, 20:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pretenders - Pretenders II (1981) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Pretenders II (1981)
Pretenders borduurde op haar tweede album Pretenders II nadrukkelijk voort op het zo succesvolle debuutalbum van een jaar eerder, maar het matig ontvangen album deed echt niet zo veel onder voor dit debuut
Pretenders was aan het begin van de jaren 80 zeker niet de enige band die worstelde met het tweede album na een zeer succesvol debuut. De band besloot op zeker te spelen en veranderde niets aan het recept dat was gebruikt voor het debuutalbum. Producer Chris Thomas zorgde wederom voor een fraai klinkend rockgeluid, dat misschien wat minder energiek en punky klonk dan op het debuutalbum. In muzikaal en vocaal opzicht bleek de band echter gegroeid en hoewel de kwaliteit van de songs misschien iets wisselvalliger was, waren de beste songs op het album van een indrukwekkend hoog niveau. Pretenders II heeft niet dezelfde status als zijn voorganger, maar ik vind ook dit een klassieker.
Het aan het begin van 1980 verschenen titelloze debuutalbum van de Britse band Pretenders zette de band rond de Amerikaanse muzikante Chrissie Hynde direct op de kaart als een van de meest opwindende rockbands van dat moment. Het zorgde ervoor dat de druk op het altijd al lastige tweede album flink werd opgevoerd.
De band koos op Pretenders II, dat in de zomer van 1981 verscheen, voor een aantal zekerheden en deed wederom een beroep op de zeer gelouterde producer Chris Thomas, die het debuut van de band had voorzien van een ruw en opwindend geluid. Ook dit keer werd voor een cover gekozen voor een track van The Kinks, I Go To Sleep (overigens nooit opgenomen door de band). Saillant detail was dat Chrissie Hynde inmiddels een relatie had met The Kinks voorman Ray Davies, die uiteindelijk een dochter op zou leveren.
Pretenders II werd veel minder enthousiast ontvangen dan het debuutalbum van de band. Het album werd vooral gezien als meer van hetzelfde, maar dan zonder de ruwe punky energie van het debuutalbum. Pretenders II borduurt inderdaad stevig voort op het debuutalbum van de band, maar persoonlijk vind ik Pretenders II zeker niet minder dan zijn voorganger. Met Message Of Love en Talk Of The Town bevat het album twee uitstekende singles en met I Go To Sleep, ook een succesvolle single, liet Pretenders ook een andere kant van zichzelf horen.
Bovendien vind ik dat Pretenders II laat horen dat de band in muzikaal opzicht is gegroeid. James Honeyman-Scott kiest voor wat minder veelkleurige gitaarlijnen dan op het debuut van de band, maar het gitaarwerk is ook op Pretenders II van hoog niveau en voorziet de songs van de band van een duidelijk eigen geluid. Ook de ritmesectie bestaande uit drummer Martin Chambers en bassist Pete Farndon steekt op het tweede album in een uitstekende vorm en speelt zowel degelijk als fantasierijk. Tenslotte vind ik ook de zang van Chrissie Hynde op Pretenders II beter en zeker veelzijdiger geworden.
Pretenders II moest het wel doen zonder de verrassing van het debuut, maar het aantal zeer memorabele songs is zeker niet minder groot en persoonlijk vind ik de pieken op het tweede album van de band hoger dan op het debuutalbum. Het komt allemaal samen in het wat mij betreft briljante Talk Of The Town, waarin de ritmesectie eens de hoofdrol opeist, James Honeyman-Scott wat meer dienend speelt en echt Chrissie Hynde geweldig zingt.
Het was na Pretenders II echter wel duidelijk dat de band op een derde album een stap in een andere richting moest zetten. Deze stap zou grotendeels worden afgedwongen door het noodlot. In de zomer van 1982 werd bassist Pete Farndon ontslagen vanwege zijn excessieve drugsgebruik. Twee dagen later overleed gitarist James Honeyman-Scott door een overdosis drugs, waarmee de band opeens was gereduceerd tot Martin Chambers en Chrissie Hynde.
Pete Farndon zou een klein jaar later ook overlijden door een overdosis drugs, maar inmiddels had Pretenders een nieuwe bezetting. Het was echter maar de vraag of de flink getraumatiseerde band zoveel ellende aan kon. Het is een vraag die zou worden beantwoord met het in 1984 verschenen Learning To Crawl, waarover je volgende week meer leest op de krenten uit de pop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pretenders - Pretenders II (1981) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Pretenders II (1981)
Pretenders borduurde op haar tweede album Pretenders II nadrukkelijk voort op het zo succesvolle debuutalbum van een jaar eerder, maar het matig ontvangen album deed echt niet zo veel onder voor dit debuut
Pretenders was aan het begin van de jaren 80 zeker niet de enige band die worstelde met het tweede album na een zeer succesvol debuut. De band besloot op zeker te spelen en veranderde niets aan het recept dat was gebruikt voor het debuutalbum. Producer Chris Thomas zorgde wederom voor een fraai klinkend rockgeluid, dat misschien wat minder energiek en punky klonk dan op het debuutalbum. In muzikaal en vocaal opzicht bleek de band echter gegroeid en hoewel de kwaliteit van de songs misschien iets wisselvalliger was, waren de beste songs op het album van een indrukwekkend hoog niveau. Pretenders II heeft niet dezelfde status als zijn voorganger, maar ik vind ook dit een klassieker.
Het aan het begin van 1980 verschenen titelloze debuutalbum van de Britse band Pretenders zette de band rond de Amerikaanse muzikante Chrissie Hynde direct op de kaart als een van de meest opwindende rockbands van dat moment. Het zorgde ervoor dat de druk op het altijd al lastige tweede album flink werd opgevoerd.
De band koos op Pretenders II, dat in de zomer van 1981 verscheen, voor een aantal zekerheden en deed wederom een beroep op de zeer gelouterde producer Chris Thomas, die het debuut van de band had voorzien van een ruw en opwindend geluid. Ook dit keer werd voor een cover gekozen voor een track van The Kinks, I Go To Sleep (overigens nooit opgenomen door de band). Saillant detail was dat Chrissie Hynde inmiddels een relatie had met The Kinks voorman Ray Davies, die uiteindelijk een dochter op zou leveren.
Pretenders II werd veel minder enthousiast ontvangen dan het debuutalbum van de band. Het album werd vooral gezien als meer van hetzelfde, maar dan zonder de ruwe punky energie van het debuutalbum. Pretenders II borduurt inderdaad stevig voort op het debuutalbum van de band, maar persoonlijk vind ik Pretenders II zeker niet minder dan zijn voorganger. Met Message Of Love en Talk Of The Town bevat het album twee uitstekende singles en met I Go To Sleep, ook een succesvolle single, liet Pretenders ook een andere kant van zichzelf horen.
Bovendien vind ik dat Pretenders II laat horen dat de band in muzikaal opzicht is gegroeid. James Honeyman-Scott kiest voor wat minder veelkleurige gitaarlijnen dan op het debuut van de band, maar het gitaarwerk is ook op Pretenders II van hoog niveau en voorziet de songs van de band van een duidelijk eigen geluid. Ook de ritmesectie bestaande uit drummer Martin Chambers en bassist Pete Farndon steekt op het tweede album in een uitstekende vorm en speelt zowel degelijk als fantasierijk. Tenslotte vind ik ook de zang van Chrissie Hynde op Pretenders II beter en zeker veelzijdiger geworden.
Pretenders II moest het wel doen zonder de verrassing van het debuut, maar het aantal zeer memorabele songs is zeker niet minder groot en persoonlijk vind ik de pieken op het tweede album van de band hoger dan op het debuutalbum. Het komt allemaal samen in het wat mij betreft briljante Talk Of The Town, waarin de ritmesectie eens de hoofdrol opeist, James Honeyman-Scott wat meer dienend speelt en echt Chrissie Hynde geweldig zingt.
Het was na Pretenders II echter wel duidelijk dat de band op een derde album een stap in een andere richting moest zetten. Deze stap zou grotendeels worden afgedwongen door het noodlot. In de zomer van 1982 werd bassist Pete Farndon ontslagen vanwege zijn excessieve drugsgebruik. Twee dagen later overleed gitarist James Honeyman-Scott door een overdosis drugs, waarmee de band opeens was gereduceerd tot Martin Chambers en Chrissie Hynde.
Pete Farndon zou een klein jaar later ook overlijden door een overdosis drugs, maar inmiddels had Pretenders een nieuwe bezetting. Het was echter maar de vraag of de flink getraumatiseerde band zoveel ellende aan kon. Het is een vraag die zou worden beantwoord met het in 1984 verschenen Learning To Crawl, waarover je volgende week meer leest op de krenten uit de pop. Erwin Zijleman
Pretenders - Relentless (2023)

4,0
0
geplaatst: 20 september 2023, 12:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pretenders - Relentless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Relentless
Er zijn maar heel weinig rockbands die na 45 jaar nog net zo goed klinken als in hun beginjaren, maar Chrissie Hynde slaagt er met haar band Pretenders met veel overtuiging in op het uitstekende Relentless
Het solowerk van Chrissie Hynde vond ik lang niet altijd goed en ook de albums van haar band Pretenders waren niet allemaal even sterk, maar over het algemeen genomen wist de band, met Chrissie Hynde als enige constante factor, een behoorlijk hoog niveau vast te houden. Dat lukt ook weer op het deze week verschenen Relentless, het twaalfde studioalbum van de band. Op Relentless schakelt Pretenders makkelijk tussen lekker stevige rocksongs en gloedvolle ballads. Het gitaarwerk is bij de terugkeerde James Walbourne in goede handen, maar Relentless baart vooral opzien in vocaal opzicht. Chrissie Hynde zingt nog altijd als in haar beste dagen en overtuigt wederom volledig.
Bij de meeste mannelijke collega’s van haar leeftijd zijn de stembanden inmiddels al aardig versleten, maar Chrissie Hynde zong op het in 2020 verschenen Hate For Sale, het elfde studioalbum van haar band Pretenders, nog als in haar beste jaren. Hate For Sale, waarop drummer van het eerste uur Martin Chambers terugkeerde op het oude nest, was een verrassend sterk album van een band die in 1978, midden in de eerste punkgolf, werd opgericht door de voormalige muziekjournalist Chrissie Hynde. Hate For Sale was misschien niet zo goed als de eerste drie albums van de band, maar kwam toch aardig in de buurt van Pretenders (1980), Pretenders II (1981) en Learning To Crawl (1984).
Chrissie Hynde vierde eerder deze maand haar 72e verjaardag, maar laat op het deze week verschenen Relentless horen dat ze nog lang niet toe is aan een plekje achter de geraniums. Op het twaalfde album van de band is drummer Martin Chambers weer verdwenen, maar Chrissie Hynde heeft wel een andere voormalige werknemer uit het imposante bestand met voormalige Pretenders leden gehaald. Op Relentless werkt de in de VS geboren muzikante intensief samen met gitarist t James Walbourne, die een jaar of vijftien geleden ook al eens deel uitmaakte van de band.
Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Chrissie Hynde en haar medemuzikanten er zin in hebben. Relentless opent lekker stevig en keert direct terug naar het rock ’n roll geluid van de eerste albums van de band. De band blijft hier niet in hangen, want Relentless is een veelkleurig album waarop ruimte is voor rechttoe rechtaan rocksongs, maar ook voor de meeslepende ballads waarop Pretenders ook al sinds haar beginjaren het patent heeft.
Relentless klinkt in muzikaal opzicht direct vanaf de eerste noten vertrouwd, maar in vocaal opzicht is dat nog veel duidelijker het geval. Chrissie Hynde zingt op het nieuwe album van Pretenders echt geweldig en misschien zelfs wel beter dan op de vroege albums van de band, wat een enorm knappe prestatie is. Ze beschikt nog altijd over een zeer karakteristiek en daarom uit duizenden herkenbaar stemgeluid, waardoor Relentless twaalf tracks lang klinkt als een vintage Pretenders album, dat ook uit de jaren 80 had kunnen stammen.
Pretenders beschikt op haar twaalfde album over een degelijk spelende ritmesectie en voegt hier en daar subtiele keyboards toe aan haar geluid, maar Relentless is vooral een gitaaralbum, waarop James Walbourne mag schitteren. De band heeft altijd geweldige gitaristen gehad en ook dit is er weer een, al wisten we dat natuurlijk nog van Break Up The Concrete uit 2008, waarop James Walbourne ook was te horen.
In muzikaal en vocaal opzicht maakt Relentless makkelijk indruk, maar Chrissie Hynde en James Walbourne hebben ook een aantal uitstekende songs geschreven. Het zijn songs met hier en daar echo’s uit het roemruchte verleden van de band, maar Relentless is ook een waardevolle aanvulling op het fraaie oeuvre van de band. Dit hoor je misschien nog wel het beste in de slottrack van het album, I Think About You Daily, waarin Chrissie Hynde begeleid door een piano en de bijzonder fraaie strijkersarrangementen van Radiohead’s Johnny Greenwood de sterren van de hemel zingt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pretenders - Relentless - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pretenders - Relentless
Er zijn maar heel weinig rockbands die na 45 jaar nog net zo goed klinken als in hun beginjaren, maar Chrissie Hynde slaagt er met haar band Pretenders met veel overtuiging in op het uitstekende Relentless
Het solowerk van Chrissie Hynde vond ik lang niet altijd goed en ook de albums van haar band Pretenders waren niet allemaal even sterk, maar over het algemeen genomen wist de band, met Chrissie Hynde als enige constante factor, een behoorlijk hoog niveau vast te houden. Dat lukt ook weer op het deze week verschenen Relentless, het twaalfde studioalbum van de band. Op Relentless schakelt Pretenders makkelijk tussen lekker stevige rocksongs en gloedvolle ballads. Het gitaarwerk is bij de terugkeerde James Walbourne in goede handen, maar Relentless baart vooral opzien in vocaal opzicht. Chrissie Hynde zingt nog altijd als in haar beste dagen en overtuigt wederom volledig.
Bij de meeste mannelijke collega’s van haar leeftijd zijn de stembanden inmiddels al aardig versleten, maar Chrissie Hynde zong op het in 2020 verschenen Hate For Sale, het elfde studioalbum van haar band Pretenders, nog als in haar beste jaren. Hate For Sale, waarop drummer van het eerste uur Martin Chambers terugkeerde op het oude nest, was een verrassend sterk album van een band die in 1978, midden in de eerste punkgolf, werd opgericht door de voormalige muziekjournalist Chrissie Hynde. Hate For Sale was misschien niet zo goed als de eerste drie albums van de band, maar kwam toch aardig in de buurt van Pretenders (1980), Pretenders II (1981) en Learning To Crawl (1984).
Chrissie Hynde vierde eerder deze maand haar 72e verjaardag, maar laat op het deze week verschenen Relentless horen dat ze nog lang niet toe is aan een plekje achter de geraniums. Op het twaalfde album van de band is drummer Martin Chambers weer verdwenen, maar Chrissie Hynde heeft wel een andere voormalige werknemer uit het imposante bestand met voormalige Pretenders leden gehaald. Op Relentless werkt de in de VS geboren muzikante intensief samen met gitarist t James Walbourne, die een jaar of vijftien geleden ook al eens deel uitmaakte van de band.
Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Chrissie Hynde en haar medemuzikanten er zin in hebben. Relentless opent lekker stevig en keert direct terug naar het rock ’n roll geluid van de eerste albums van de band. De band blijft hier niet in hangen, want Relentless is een veelkleurig album waarop ruimte is voor rechttoe rechtaan rocksongs, maar ook voor de meeslepende ballads waarop Pretenders ook al sinds haar beginjaren het patent heeft.
Relentless klinkt in muzikaal opzicht direct vanaf de eerste noten vertrouwd, maar in vocaal opzicht is dat nog veel duidelijker het geval. Chrissie Hynde zingt op het nieuwe album van Pretenders echt geweldig en misschien zelfs wel beter dan op de vroege albums van de band, wat een enorm knappe prestatie is. Ze beschikt nog altijd over een zeer karakteristiek en daarom uit duizenden herkenbaar stemgeluid, waardoor Relentless twaalf tracks lang klinkt als een vintage Pretenders album, dat ook uit de jaren 80 had kunnen stammen.
Pretenders beschikt op haar twaalfde album over een degelijk spelende ritmesectie en voegt hier en daar subtiele keyboards toe aan haar geluid, maar Relentless is vooral een gitaaralbum, waarop James Walbourne mag schitteren. De band heeft altijd geweldige gitaristen gehad en ook dit is er weer een, al wisten we dat natuurlijk nog van Break Up The Concrete uit 2008, waarop James Walbourne ook was te horen.
In muzikaal en vocaal opzicht maakt Relentless makkelijk indruk, maar Chrissie Hynde en James Walbourne hebben ook een aantal uitstekende songs geschreven. Het zijn songs met hier en daar echo’s uit het roemruchte verleden van de band, maar Relentless is ook een waardevolle aanvulling op het fraaie oeuvre van de band. Dit hoor je misschien nog wel het beste in de slottrack van het album, I Think About You Daily, waarin Chrissie Hynde begeleid door een piano en de bijzonder fraaie strijkersarrangementen van Radiohead’s Johnny Greenwood de sterren van de hemel zingt. Erwin Zijleman
Price - Timesaver (2020)

4,5
1
geplaatst: 4 december 2020, 12:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Price - Timesaver - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Price - Timesaver
De Groningse band Price verrast met een gitaarplaat die continu vermaakt met heerlijke gitaarsongs, maar die ook de fantasie eindeloos prikkelt met steeds weer andere invloeden en wendingen
Price trekt voor haar debuut Timesaver veertig minuten uit en verschiet in die veertig minuten vaker van kleur dan een natuurfilm van David Attenborough. De muziek van Price is zonnig en donker tegelijk, heeft lak aan genres en springt met zevenmijlslaarzen door de tijd. Het lijkt soms op van alles, maar het volgende moment weer op helemaal niets. Timesaver is een vat vol tegenstrijdigheden, maar wat is het een lekkere en ook avontuurlijke gitaarplaat. Het is een gitaarplaat die vaak citeert uit de jaren 90, maar voor je het weet zit je toch weer in de jaren 60. Soms compleet ongrijpbaar, maar altijd bijzonder aangenaam. Prachtdebuut.
Het regent deze week fraaie debuten van Nederlandse bands. De volgende in de rij is van de Groningse band Price. Deze band heeft met Timesaver echt een geweldige gitaarplaat afgeleverd. Timesaver opent donker of zelfs duister met indringende klanken, tot het gitaargeweld losbarst. Het is gitaargeweld dat je in eerste instantie vooral mee terug neemt naar de jaren 90, toen gruizige gitaarplaten nog veel frequenter werden gemaakt dan nu het geval is.
Price bouwt direct een behoorlijk hoge gitaarmuur op, maar verrast ook onmiddellijk met melodieuze passages en invloeden uit de psychedelica (soms bijna Beatlesque), wat herinneringen oproept aan zeer uiteenlopende memorabele albums, variërend van shoegaze tot indie-rock. Het komt, mede door de productie, behoorlijk overweldigend uit de speakers, maar je hoort ook direct dat Price veel meer is dan de zoveelste deelnemer aan een wedstrijdje gitaarmuren opbouwen.
Timesaver blijkt al snel een verassend veelzijdige gitaarplaat. Na het donkere en dreigende geluid van de openingstrack, komt de band uit Groningen in de tweede track op de proppen met een springerige en stekelige track, die ook nog wat invloeden van legendarische bands als The Feelies en King Crimson (post-prog) verraadt, maar die ook uit de voeten kan met de betere indie-rock uit de jaren 90.
Ik hou op zich wel van de rechttoe rechtaan 90s gitaarplaten die je af en toe terug hoort op Timesaver van Price, maar het avontuur en de veelzijdigheid van het debuut van de Groningse band, maken het album een stuk interessanter en zorgen ervoor dat het album zich makkelijk weet te onderscheiden van al die recent verschenen albums die de albums van gitaarbands uit de jaren 90 nauwgezet reproduceren.
Timesaver is al snel een aangenaam vat vol tegenstrijdigheden. Shoegaze, noiserock, indie-rock, grunge, psychedelica, jangle pop, postpunk het komt alleen in de eerste twee tracks al allemaal voorbij, maar het debuut van Price past in geen van alle hokjes. Wanneer de Groningse band in de derde track kiest voor behoorlijk ingetogen klanken is dat al geen verrassing meer, maar knap is het natuurlijk wel. Veelzijdigheid went snel kennelijk.
In de tracks die volgen blijft Price er andere invloeden bij slepen met altijd een hoofdrol voor geweldig gitaarwerk. Van Smashing Pumpkins in haar beste dage, tot Ride, tot Daryll-Ann tot Pavement en Guided By Voices en wat eigenlijk niet.
Iedere track klinkt weer anders en iedere track is leuk. En ondanks het feit dat Price van de hak op de tak springt en er werkelijk van alles bij sleept, tot zelfs progrock aan toe, is Timesaver een verrassend consistent klinkend album. Een consistent klinkend album dat het avontuur niet schuwt en net zo makkelijk uit de jaren 60 als uit de jaren 90 citeert, dat wel.
Het is steeds weer het gitaarwerk dat de aandacht trekt, maar ook de rest van de instrumentatie weet steeds de fantasie weer aangenaam te prikkelen. Soms is het aardedonker, soms verrassend zonnig, soms loodzwaar maar net zo makkelijk vederlicht en steeds weer sta je op het verkeerde been, maar op hetzelfde moment is het debuut van Price zo’n gitaarplaat waarvan er momenteel veel te weinig gemaakt worden. Veertig minuten word je afwisselend ruw en teder heen en weer geslingerd en hierna ben je fan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Price - Timesaver - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Price - Timesaver
De Groningse band Price verrast met een gitaarplaat die continu vermaakt met heerlijke gitaarsongs, maar die ook de fantasie eindeloos prikkelt met steeds weer andere invloeden en wendingen
Price trekt voor haar debuut Timesaver veertig minuten uit en verschiet in die veertig minuten vaker van kleur dan een natuurfilm van David Attenborough. De muziek van Price is zonnig en donker tegelijk, heeft lak aan genres en springt met zevenmijlslaarzen door de tijd. Het lijkt soms op van alles, maar het volgende moment weer op helemaal niets. Timesaver is een vat vol tegenstrijdigheden, maar wat is het een lekkere en ook avontuurlijke gitaarplaat. Het is een gitaarplaat die vaak citeert uit de jaren 90, maar voor je het weet zit je toch weer in de jaren 60. Soms compleet ongrijpbaar, maar altijd bijzonder aangenaam. Prachtdebuut.
Het regent deze week fraaie debuten van Nederlandse bands. De volgende in de rij is van de Groningse band Price. Deze band heeft met Timesaver echt een geweldige gitaarplaat afgeleverd. Timesaver opent donker of zelfs duister met indringende klanken, tot het gitaargeweld losbarst. Het is gitaargeweld dat je in eerste instantie vooral mee terug neemt naar de jaren 90, toen gruizige gitaarplaten nog veel frequenter werden gemaakt dan nu het geval is.
Price bouwt direct een behoorlijk hoge gitaarmuur op, maar verrast ook onmiddellijk met melodieuze passages en invloeden uit de psychedelica (soms bijna Beatlesque), wat herinneringen oproept aan zeer uiteenlopende memorabele albums, variërend van shoegaze tot indie-rock. Het komt, mede door de productie, behoorlijk overweldigend uit de speakers, maar je hoort ook direct dat Price veel meer is dan de zoveelste deelnemer aan een wedstrijdje gitaarmuren opbouwen.
Timesaver blijkt al snel een verassend veelzijdige gitaarplaat. Na het donkere en dreigende geluid van de openingstrack, komt de band uit Groningen in de tweede track op de proppen met een springerige en stekelige track, die ook nog wat invloeden van legendarische bands als The Feelies en King Crimson (post-prog) verraadt, maar die ook uit de voeten kan met de betere indie-rock uit de jaren 90.
Ik hou op zich wel van de rechttoe rechtaan 90s gitaarplaten die je af en toe terug hoort op Timesaver van Price, maar het avontuur en de veelzijdigheid van het debuut van de Groningse band, maken het album een stuk interessanter en zorgen ervoor dat het album zich makkelijk weet te onderscheiden van al die recent verschenen albums die de albums van gitaarbands uit de jaren 90 nauwgezet reproduceren.
Timesaver is al snel een aangenaam vat vol tegenstrijdigheden. Shoegaze, noiserock, indie-rock, grunge, psychedelica, jangle pop, postpunk het komt alleen in de eerste twee tracks al allemaal voorbij, maar het debuut van Price past in geen van alle hokjes. Wanneer de Groningse band in de derde track kiest voor behoorlijk ingetogen klanken is dat al geen verrassing meer, maar knap is het natuurlijk wel. Veelzijdigheid went snel kennelijk.
In de tracks die volgen blijft Price er andere invloeden bij slepen met altijd een hoofdrol voor geweldig gitaarwerk. Van Smashing Pumpkins in haar beste dage, tot Ride, tot Daryll-Ann tot Pavement en Guided By Voices en wat eigenlijk niet.
Iedere track klinkt weer anders en iedere track is leuk. En ondanks het feit dat Price van de hak op de tak springt en er werkelijk van alles bij sleept, tot zelfs progrock aan toe, is Timesaver een verrassend consistent klinkend album. Een consistent klinkend album dat het avontuur niet schuwt en net zo makkelijk uit de jaren 60 als uit de jaren 90 citeert, dat wel.
Het is steeds weer het gitaarwerk dat de aandacht trekt, maar ook de rest van de instrumentatie weet steeds de fantasie weer aangenaam te prikkelen. Soms is het aardedonker, soms verrassend zonnig, soms loodzwaar maar net zo makkelijk vederlicht en steeds weer sta je op het verkeerde been, maar op hetzelfde moment is het debuut van Price zo’n gitaarplaat waarvan er momenteel veel te weinig gemaakt worden. Veertig minuten word je afwisselend ruw en teder heen en weer geslingerd en hierna ben je fan. Erwin Zijleman
Prima Donna - Nine Lives and Forty-Fives (2015)

4,0
0
geplaatst: 22 maart 2015, 09:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prima Donna - Nine Lives And Forty-Fives - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wat is dit toch een heerlijke plaat. Nine Lives And Forty-Fives van Prima Donna is zeker geen plaat om heel druk over te doen, maar probeer dit maar eens te weerstaan. Mij lukt het al een tijdje niet en ik vrees dat het ook niet meer gaat veranderen.
Prima Donna is een band uit Los Angeles die op Nine Lives And Forty-Fives, naar verluid al de vierde plaat van de band, grossiert in perfecte popliedjes.
Het zijn popliedjes met heerlijke gitaar riffs, aanstekelijke koortjes, meedogenloze refreinen en melodieën die doen verlangen naar de zomer.
Het is misschien allemaal eerder gedaan, al verwerkt Prima Donna op haar nieuwe plaat wel een flinke bak invloeden. Nine Lives And Forty-Fives springt van Mott The Hoople naar Green Day, van The Kinks naar The New York Dolls en van T. Rex naar Mud, om maar eens wat namen te noemen.
Invloeden uit rock, glamrock, hardrock, new wave, powerpop en punkpop afkomstig uit een aantal decennia muziekgeschiedenis worden aan elkaar gesmeed tot popliedjes waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden.
Het is zoals gezegd misschien geen muziek om heel druk over te doen, maar ondertussen is wel alles raak. En hoe.
Soms zijn de songs van Prima Donna rauw en punky, maar de band is ook zeker niet vies van pure powerpop met schaamteloos aanstekelijke lalala-koortjes. Het ene moment gieren de gitaren, het volgende moment verrast Prima Donna met een lekker scheurende saxofoon.
Nine Lives And Forty-Fives bevat elf songs, waarvan er negen van de hand van Prima Donna zijn. Deze negen zijn niets minder dan de twee prima covers op de plaat; Dwight Twilley's I'm On Fire en misschien wel de leukste popsong van Blondie, Rip Her To Shreds. Het zegt genoeg.
Nine Lives And Forty-Fives van Prima Donna is geen plaat om veel over op te schrijven. Ik heb hierboven al twee keer gezegd wat ik wilde zeggen en ga het niet meer herhalen. Prima Donna heeft een plaat gemaakt waarvan je alleen maar kunt genieten. Genieten van nagenoeg perfecte popliedjes die steeds net wat anders smaken, maar ze smaken allemaal naar meer. Naar veel meer zelfs.
Het lijkt allemaal heel makkelijk, maar ondertussen zijn er maar weinig bands die zo’n heerlijk onweerstaanbare plaat afleveren. Twee duimen omhoog dus voor deze plaat en laat nu die zomer maar komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prima Donna - Nine Lives And Forty-Fives - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wat is dit toch een heerlijke plaat. Nine Lives And Forty-Fives van Prima Donna is zeker geen plaat om heel druk over te doen, maar probeer dit maar eens te weerstaan. Mij lukt het al een tijdje niet en ik vrees dat het ook niet meer gaat veranderen.
Prima Donna is een band uit Los Angeles die op Nine Lives And Forty-Fives, naar verluid al de vierde plaat van de band, grossiert in perfecte popliedjes.
Het zijn popliedjes met heerlijke gitaar riffs, aanstekelijke koortjes, meedogenloze refreinen en melodieën die doen verlangen naar de zomer.
Het is misschien allemaal eerder gedaan, al verwerkt Prima Donna op haar nieuwe plaat wel een flinke bak invloeden. Nine Lives And Forty-Fives springt van Mott The Hoople naar Green Day, van The Kinks naar The New York Dolls en van T. Rex naar Mud, om maar eens wat namen te noemen.
Invloeden uit rock, glamrock, hardrock, new wave, powerpop en punkpop afkomstig uit een aantal decennia muziekgeschiedenis worden aan elkaar gesmeed tot popliedjes waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden.
Het is zoals gezegd misschien geen muziek om heel druk over te doen, maar ondertussen is wel alles raak. En hoe.
Soms zijn de songs van Prima Donna rauw en punky, maar de band is ook zeker niet vies van pure powerpop met schaamteloos aanstekelijke lalala-koortjes. Het ene moment gieren de gitaren, het volgende moment verrast Prima Donna met een lekker scheurende saxofoon.
Nine Lives And Forty-Fives bevat elf songs, waarvan er negen van de hand van Prima Donna zijn. Deze negen zijn niets minder dan de twee prima covers op de plaat; Dwight Twilley's I'm On Fire en misschien wel de leukste popsong van Blondie, Rip Her To Shreds. Het zegt genoeg.
Nine Lives And Forty-Fives van Prima Donna is geen plaat om veel over op te schrijven. Ik heb hierboven al twee keer gezegd wat ik wilde zeggen en ga het niet meer herhalen. Prima Donna heeft een plaat gemaakt waarvan je alleen maar kunt genieten. Genieten van nagenoeg perfecte popliedjes die steeds net wat anders smaken, maar ze smaken allemaal naar meer. Naar veel meer zelfs.
Het lijkt allemaal heel makkelijk, maar ondertussen zijn er maar weinig bands die zo’n heerlijk onweerstaanbare plaat afleveren. Twee duimen omhoog dus voor deze plaat en laat nu die zomer maar komen. Erwin Zijleman
Prince - 1999 (1982)

4,0
2
geplaatst: 30 november 2019, 10:32 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prince - 1999, Super Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prince - 1999, Super Deluxe Edition
Op 1999 is Prince zijn unieke geluid aan het uitvinden en vervolmaken, wat je misschien nog wel het best hoort in het unieke bonusmateriaal op deze super deluxe editie van het album
1999 is voor mij een van de minder bekende Prince albums, want om onduidelijke redenen sloeg ik het altijd over. Zonde naar nu blijkt, want 1999 is een sleutelalbum in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant. Op het door synths gedomineerde 1999 is Prince het unieke geluid van zijn latere albums aan het uitvinden en verrijken. Dat hoor je op het originele album, maar misschien nog wel beter in het vele bonusmateriaal dat ter ere van deze reissue uit de kluizen van de Paisley Park Studios is gekomen en dat alles wat de muziek van Prince zo uniek maakt laat horen. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.
Op 17 augustus 1986 zag ik misschien wel het beste concert dat ik ooit heb bijgewoond. Op die bewuste avond stond Prince met zijn band The Revolution in de Rotterdamse Ahoy en maakte het Nederlandse publiek voor het eerst echt kennis met de live-muzikant Prince. Er zouden nog heel wat Prince concerten volgen en de muzikant uit Minneapolis stelde me nooit teleur, maar die zomeravond in 1986 had iets magisch.
Vanaf die avond kocht ik alles dat Prince uitbracht en dat hield ik lang vol. Binnen de stapel Prince albums in de platenkast ontbreekt vreemd genoeg één album: 1999. Waarom ik het nooit heb aangeschaft weet ik niet, er zal geen hele goede reden voor zijn geweest. Onbekend is het album natuurlijk niet, want flink wat van de songs van het album maakten onderdeel uit van de live-set van Prince in de tweede helft van de jaren 80.
Deze week is 1999 opnieuw uitgebracht en aangevuld met heel veel bonusmateriaal. Voor de 5 cd’s plus dvd of de 10 lp’s plus dvd moet flink in de buidel worden getast, maar je krijgt er veel moois voor terug.
1999 ontbreekt niet alleen in mijn platenkast, maar ook in mijn Spotify downloads, waardoor ik, voor zover ik me kan herinneren, nog nooit naar het complete album had geluisterd. Ik heb dat de afgelopen dagen wel gedaan en hoor een album waarop Prince het geluid waarmee hij een wereldster zou worden aan het uitvinden is.
Wat me direct opviel is dat 1999 een vrijwel volledig elektronisch album is. Prince knutselde het album voor een belangrijk deel zelf in elkaar en leunde zwaar op de synths. Ik hou zelf vooral van het meer gitaar georiënteerde of het soulvolle en funky geluid van Prince, waardoor 1999 af en toe wat plastic klinkt, maar op hetzelfde moment hoor je alle ingrediënten die op de albums die volgden vervolmaakt zouden worden. Bovendien hoor je de tomeloze energie die de Ahoy in 1986 in vuur en vlam zou zetten.
Uiteraard kende ik de singles van 1999, maar het album laat ook horen hoe veelzijdig Prince al was op het eerste album dat het unieke Prince geluid zou laten horen. Met name de mij onbekende en zich wat langzamer voortslepende songs maken indruk en nemen een voorschot op al het moois dat nog komen zou.
Na het originele album volgt een flinke hoeveelheid bonus-tracks, waaronder uiteraard alternatieve versies van de songs op het album. Leuk, maar zelf vind ik de meerwaarde over het algemeen beperkt. Veel interessanter zijn de nog niet eerder uitgebrachte songs op het album die uit de kluizen van de Paisley Park Studios zijn gekomen. Het zijn songs die niet onder doen voor die op het originele album en in een aantal gevallen zelfs beter zijn.
Zeker het ruim 10 minuten durende Purple Music en het door de gitaar gedomineerde Vagina schaar ik onder de hoogtepunten, maar er zijn veel meer tracks van een geweldig niveau. Ook in de tracks die het originele album destijds niet haalden hoor je met grote regelmaat flarden van de genialiteit van Prince, die op de volgende albums tot wasdom zou komen.
Dat Prince ook aan het begin van de jaren 80 al een geweldig live-artiest was, hoor je op de live-opnamen uit 1982, waarmee de luxe-editie van 1999 wordt afgesloten en die een lekker funky geluid laat horen.
De luxe-editie van 1999 stort bijna 6 uur muziek over je uit. Het is lang niet allemaal essentieel, maar er zit heel veel moois tussen en laat bovendien maar weer eens horen dat er heel veel moois in de kluizen van Paisley Park zit. Hopelijk gaan we er de komende jaren nog veel van horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prince - 1999, Super Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prince - 1999, Super Deluxe Edition
Op 1999 is Prince zijn unieke geluid aan het uitvinden en vervolmaken, wat je misschien nog wel het best hoort in het unieke bonusmateriaal op deze super deluxe editie van het album
1999 is voor mij een van de minder bekende Prince albums, want om onduidelijke redenen sloeg ik het altijd over. Zonde naar nu blijkt, want 1999 is een sleutelalbum in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant. Op het door synths gedomineerde 1999 is Prince het unieke geluid van zijn latere albums aan het uitvinden en verrijken. Dat hoor je op het originele album, maar misschien nog wel beter in het vele bonusmateriaal dat ter ere van deze reissue uit de kluizen van de Paisley Park Studios is gekomen en dat alles wat de muziek van Prince zo uniek maakt laat horen. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.
Op 17 augustus 1986 zag ik misschien wel het beste concert dat ik ooit heb bijgewoond. Op die bewuste avond stond Prince met zijn band The Revolution in de Rotterdamse Ahoy en maakte het Nederlandse publiek voor het eerst echt kennis met de live-muzikant Prince. Er zouden nog heel wat Prince concerten volgen en de muzikant uit Minneapolis stelde me nooit teleur, maar die zomeravond in 1986 had iets magisch.
Vanaf die avond kocht ik alles dat Prince uitbracht en dat hield ik lang vol. Binnen de stapel Prince albums in de platenkast ontbreekt vreemd genoeg één album: 1999. Waarom ik het nooit heb aangeschaft weet ik niet, er zal geen hele goede reden voor zijn geweest. Onbekend is het album natuurlijk niet, want flink wat van de songs van het album maakten onderdeel uit van de live-set van Prince in de tweede helft van de jaren 80.
Deze week is 1999 opnieuw uitgebracht en aangevuld met heel veel bonusmateriaal. Voor de 5 cd’s plus dvd of de 10 lp’s plus dvd moet flink in de buidel worden getast, maar je krijgt er veel moois voor terug.
1999 ontbreekt niet alleen in mijn platenkast, maar ook in mijn Spotify downloads, waardoor ik, voor zover ik me kan herinneren, nog nooit naar het complete album had geluisterd. Ik heb dat de afgelopen dagen wel gedaan en hoor een album waarop Prince het geluid waarmee hij een wereldster zou worden aan het uitvinden is.
Wat me direct opviel is dat 1999 een vrijwel volledig elektronisch album is. Prince knutselde het album voor een belangrijk deel zelf in elkaar en leunde zwaar op de synths. Ik hou zelf vooral van het meer gitaar georiënteerde of het soulvolle en funky geluid van Prince, waardoor 1999 af en toe wat plastic klinkt, maar op hetzelfde moment hoor je alle ingrediënten die op de albums die volgden vervolmaakt zouden worden. Bovendien hoor je de tomeloze energie die de Ahoy in 1986 in vuur en vlam zou zetten.
Uiteraard kende ik de singles van 1999, maar het album laat ook horen hoe veelzijdig Prince al was op het eerste album dat het unieke Prince geluid zou laten horen. Met name de mij onbekende en zich wat langzamer voortslepende songs maken indruk en nemen een voorschot op al het moois dat nog komen zou.
Na het originele album volgt een flinke hoeveelheid bonus-tracks, waaronder uiteraard alternatieve versies van de songs op het album. Leuk, maar zelf vind ik de meerwaarde over het algemeen beperkt. Veel interessanter zijn de nog niet eerder uitgebrachte songs op het album die uit de kluizen van de Paisley Park Studios zijn gekomen. Het zijn songs die niet onder doen voor die op het originele album en in een aantal gevallen zelfs beter zijn.
Zeker het ruim 10 minuten durende Purple Music en het door de gitaar gedomineerde Vagina schaar ik onder de hoogtepunten, maar er zijn veel meer tracks van een geweldig niveau. Ook in de tracks die het originele album destijds niet haalden hoor je met grote regelmaat flarden van de genialiteit van Prince, die op de volgende albums tot wasdom zou komen.
Dat Prince ook aan het begin van de jaren 80 al een geweldig live-artiest was, hoor je op de live-opnamen uit 1982, waarmee de luxe-editie van 1999 wordt afgesloten en die een lekker funky geluid laat horen.
De luxe-editie van 1999 stort bijna 6 uur muziek over je uit. Het is lang niet allemaal essentieel, maar er zit heel veel moois tussen en laat bovendien maar weer eens horen dat er heel veel moois in de kluizen van Paisley Park zit. Hopelijk gaan we er de komende jaren nog veel van horen. Erwin Zijleman
Prince - Art Official Age (2014)

3,5
0
geplaatst: 30 september 2014, 13:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prince - Art Official Age / Prince & 3rd Eye Girl - Spectrum Electrum - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoeveel artiesten durven het aan om twee platen op één dag uit te brengen? Het zijn er waarschijnlijk niet heel veel, maar er zijn er nog veel minder die het kunstje een paar jaar later nog eens doodleuk herhalen.
Prince bracht in 2009 al eens twee platen op één dag uit (MPLSound en LotusFlow3r) en deed er toen bovendien een plaat van zijn toenmalige protegé Bria Valente bij. De dubbele release van Prince in 2014 zal daarom niet heel veel opzien baren, al is het maar omdat Prince op zijn platen al lang niet meer in de topvorm verkeert die hij in de jaren 80 etaleerde.
De afgelopen jaren bracht de muzikant uit Minneapolis zo af en toe wel eens een aardige plaat uit, maar platen van het kaliber 1999, Purple Rain, Around The World In A Day, Parade en vooral Sign 'O' The Times heeft Prince al meer dan 25 jaar niet meer gemaakt of zelfs maar benaderd. Dat gaat Prince niet veranderen met de release van Art Official Age en PlectrumElectrum; hoe graag we dat ook willen. Toch was ik nieuwsgierig naar de twee nieuwe Prince platen, want met Prince weet je het immers maar nooit.
Laat ik eens beginnen met Art Official Age. De plaat opent met een opvallend kitscherige disco stamper, die klinkt als Daft Punk met Nile Rodgers, maar dan in een heel fout jasje, inclusief Duitse sample. Het klinkt stiekem wel lekker, maar met Prince in topvorm heeft het niets te maken, tot hij er aan het eind nog even een gitaarsolo tegenaan gooit en er toch nog een Prince track van weet te maken.
Art Official Age klinkt vanaf dat moment als een echte Prince plaat en het is zeker geen slechte. Art Official Age leunt zwaar op funk en R&B en sleept het jaren 80 geluid van Prince het nieuwe millennium in met opvallende en soms bijna futuristisch aandoende elektronica en een geluid en een productie die aansluiten bij de hedendaagse R&B en rap.
Art Official Age is een plaat van momenten. Af en toe hoor je een gedreven Prince die er toch weer in slaagt om muziek te maken die er toe doet, maar minstens net zo vaak hoor je muziek die aangenaam voortkabbelt maar zeker geen onuitwisbare indruk maakt. Art Official Age valt uiteindelijk vooral op door de bijzonder mooie productie en door de ballads op de plaat, die nog het meest herinneren aan de grote Prince uit het verleden.
Kortom, een dikke voldoende, maar niet meer dan dat.
PlectrumElectrum is een totaal andere plaat. Op deze plaat wordt Prince bijgestaan door zijn all-female en powerband 3rd Eye Girl; de band met wie Prince het afgelopen jaar ook toerde.
PlectrumElectrum is een stuk steviger dan Art Official Age en leunt niet op R&B, rap en funk, maar op (glam)rock. Iedereen die Prince graag als gitarist aan het werk hoort komt op PlectrumElectrum aan zijn trekken. De plaat bevat bij vlagen fantastisch gitaarwerk en schaart Prince definitief onder de grote rockgitaristen.
PlectrumElectrum is voorzien van een moddervet geluid, maar Prince neemt op de plaat ook met enige regelmaat gas terug, wat een lekker dynamisch geluid oplevert.
Toch is ook PlectrumElectrum niet zo goed als de platen die Prince in zijn beste jaren maakte. Instrumentaal en vocaal is het allemaal dik in orde, maar de memorabele songs die Prince een jaar of 25 a 30 jaar geleden schreef, ontbreken toch op deze plaat, zeker wanneer Prince en 3rd Eye Girl de rock later op de plaat toch weer zo af en toe verruilen voor funk en R&B.
Conclusie 1: Prince is er wederom niet in geslaagd om een plaat af te leveren die kan concurreren met zijn beste werk.
Conclusie 2: Prince heeft twee aardige platen afgeleverd die allebei hun momenten hebben.
Goed genoeg voor een plekje op de krenten uit de pop. Ja, net als je het mij vraagt, als is het maar vanwege het gitaarwerk op PlectrumElectrum en de productie van Art Offical Age. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prince - Art Official Age / Prince & 3rd Eye Girl - Spectrum Electrum - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoeveel artiesten durven het aan om twee platen op één dag uit te brengen? Het zijn er waarschijnlijk niet heel veel, maar er zijn er nog veel minder die het kunstje een paar jaar later nog eens doodleuk herhalen.
Prince bracht in 2009 al eens twee platen op één dag uit (MPLSound en LotusFlow3r) en deed er toen bovendien een plaat van zijn toenmalige protegé Bria Valente bij. De dubbele release van Prince in 2014 zal daarom niet heel veel opzien baren, al is het maar omdat Prince op zijn platen al lang niet meer in de topvorm verkeert die hij in de jaren 80 etaleerde.
De afgelopen jaren bracht de muzikant uit Minneapolis zo af en toe wel eens een aardige plaat uit, maar platen van het kaliber 1999, Purple Rain, Around The World In A Day, Parade en vooral Sign 'O' The Times heeft Prince al meer dan 25 jaar niet meer gemaakt of zelfs maar benaderd. Dat gaat Prince niet veranderen met de release van Art Official Age en PlectrumElectrum; hoe graag we dat ook willen. Toch was ik nieuwsgierig naar de twee nieuwe Prince platen, want met Prince weet je het immers maar nooit.
Laat ik eens beginnen met Art Official Age. De plaat opent met een opvallend kitscherige disco stamper, die klinkt als Daft Punk met Nile Rodgers, maar dan in een heel fout jasje, inclusief Duitse sample. Het klinkt stiekem wel lekker, maar met Prince in topvorm heeft het niets te maken, tot hij er aan het eind nog even een gitaarsolo tegenaan gooit en er toch nog een Prince track van weet te maken.
Art Official Age klinkt vanaf dat moment als een echte Prince plaat en het is zeker geen slechte. Art Official Age leunt zwaar op funk en R&B en sleept het jaren 80 geluid van Prince het nieuwe millennium in met opvallende en soms bijna futuristisch aandoende elektronica en een geluid en een productie die aansluiten bij de hedendaagse R&B en rap.
Art Official Age is een plaat van momenten. Af en toe hoor je een gedreven Prince die er toch weer in slaagt om muziek te maken die er toe doet, maar minstens net zo vaak hoor je muziek die aangenaam voortkabbelt maar zeker geen onuitwisbare indruk maakt. Art Official Age valt uiteindelijk vooral op door de bijzonder mooie productie en door de ballads op de plaat, die nog het meest herinneren aan de grote Prince uit het verleden.
Kortom, een dikke voldoende, maar niet meer dan dat.
PlectrumElectrum is een totaal andere plaat. Op deze plaat wordt Prince bijgestaan door zijn all-female en powerband 3rd Eye Girl; de band met wie Prince het afgelopen jaar ook toerde.
PlectrumElectrum is een stuk steviger dan Art Official Age en leunt niet op R&B, rap en funk, maar op (glam)rock. Iedereen die Prince graag als gitarist aan het werk hoort komt op PlectrumElectrum aan zijn trekken. De plaat bevat bij vlagen fantastisch gitaarwerk en schaart Prince definitief onder de grote rockgitaristen.
PlectrumElectrum is voorzien van een moddervet geluid, maar Prince neemt op de plaat ook met enige regelmaat gas terug, wat een lekker dynamisch geluid oplevert.
Toch is ook PlectrumElectrum niet zo goed als de platen die Prince in zijn beste jaren maakte. Instrumentaal en vocaal is het allemaal dik in orde, maar de memorabele songs die Prince een jaar of 25 a 30 jaar geleden schreef, ontbreken toch op deze plaat, zeker wanneer Prince en 3rd Eye Girl de rock later op de plaat toch weer zo af en toe verruilen voor funk en R&B.
Conclusie 1: Prince is er wederom niet in geslaagd om een plaat af te leveren die kan concurreren met zijn beste werk.
Conclusie 2: Prince heeft twee aardige platen afgeleverd die allebei hun momenten hebben.
Goed genoeg voor een plekje op de krenten uit de pop. Ja, net als je het mij vraagt, als is het maar vanwege het gitaarwerk op PlectrumElectrum en de productie van Art Offical Age. Erwin Zijleman
Prince - HitnRun: Phase Two (2015)

4,5
1
geplaatst: 28 december 2015, 19:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prince - HitNRun Phase Two - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Around The World In A Day van Prince & The Revolution vierde dit jaar al weer zijn dertigste (overigens vrij geruisloze) verjaardag. Het is mijn favoriete plaat van de muzikant uit Minneapolis, al maakte het toenmalige genie destijds aan de lopende band platen die inmiddels te boek staan als klassiekers.
Hoewel Prince het niveau van deze platen al heel lang niet meer weet te benaderen, blijf ik hem in de gaten houden. Met Prince weet je het immers maar nooit.
Eerder dit jaar was er opeens HitNRun Phase One. De plaat trok door de lastige verkrijgbaarheid (wie heeft er immers een abonnement op de muziekdienst Tidal?) niet heel veel aandacht, maar ik vond het zeker geen slechte plaat.
Op HitNRun Phase One deed Prince weliswaar erg (of net wat teveel) zijn best om aan te sluiten bij de moderne dansmuziek van het moment en leunde hij ook wel erg zwaar op een aantal gastzangeressen, maar de plaat liet zeker goede ideeën horen en bevatte ook minstens een aantal songs die naar meer smaakten en dat is voor Prince tegenwoordig helaas al heel wat.
Vorige maand was er nog even sprake van een toer van Prince en zijn vleugel, maar door de aanslagen in Parijs verdween die helaas van de radar. Niet veel later was er bijna uit het niets HitNRun Phase Two. Ook deze plaat werd in eerste instantie uitsluitend aangeboden via Tidal, maar inmiddels staat hij ook op Apple Music.
HitNRun Phase Two blijkt een totaal andere plaat dan zijn voorganger en wat is het een verrassend sterke plaat. Op het tweede deel van HitNRun doet Prince geen krampachtige poging meer om aan te sluiten bij de dansmuziek van het moment, maar grijpt hij terug op de disco en funk uit de jaren 70 en natuurlijk op zijn eigen werk uit de jaren 80.
Het mist misschien de urgentie van een plaat als Sign 'O' The Times, maar ach wat klinkt dit waanzinnig lekker. Prince verrast op HitNRun Phase Two met een moddervet geluid vol blazers en strooit driftig met heerlijke songs. Zoals in zijn beste dagen durf ik wel te zeggen.
Het is heel lang geleden dat ik zo heb genoten van een nieuwe plaat van de muzikant uit Minneapolis en het tweede deel van HitNRun is ook nog eens een plaat die alleen maar beter wordt.
Prince doet op HitNRun Phase Two misschien geen hele nieuwe of bijzondere dingen, maar een plaat die je zo’n gevoel geeft als deze plaat is een topplaat. 55 minuten is het feest. 55 minuten zit je op het puntje van je stoel. 55 minuten lang stijgt de temperatuur met een paar graden. HitNRun Phase Two krijgt helaas maar heel weinig aandacht, maar het is de beste Prince plaat in zo’n 25 jaar en misschien wel langer. Dat zegt wat. Heel wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prince - HitNRun Phase Two - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Around The World In A Day van Prince & The Revolution vierde dit jaar al weer zijn dertigste (overigens vrij geruisloze) verjaardag. Het is mijn favoriete plaat van de muzikant uit Minneapolis, al maakte het toenmalige genie destijds aan de lopende band platen die inmiddels te boek staan als klassiekers.
Hoewel Prince het niveau van deze platen al heel lang niet meer weet te benaderen, blijf ik hem in de gaten houden. Met Prince weet je het immers maar nooit.
Eerder dit jaar was er opeens HitNRun Phase One. De plaat trok door de lastige verkrijgbaarheid (wie heeft er immers een abonnement op de muziekdienst Tidal?) niet heel veel aandacht, maar ik vond het zeker geen slechte plaat.
Op HitNRun Phase One deed Prince weliswaar erg (of net wat teveel) zijn best om aan te sluiten bij de moderne dansmuziek van het moment en leunde hij ook wel erg zwaar op een aantal gastzangeressen, maar de plaat liet zeker goede ideeën horen en bevatte ook minstens een aantal songs die naar meer smaakten en dat is voor Prince tegenwoordig helaas al heel wat.
Vorige maand was er nog even sprake van een toer van Prince en zijn vleugel, maar door de aanslagen in Parijs verdween die helaas van de radar. Niet veel later was er bijna uit het niets HitNRun Phase Two. Ook deze plaat werd in eerste instantie uitsluitend aangeboden via Tidal, maar inmiddels staat hij ook op Apple Music.
HitNRun Phase Two blijkt een totaal andere plaat dan zijn voorganger en wat is het een verrassend sterke plaat. Op het tweede deel van HitNRun doet Prince geen krampachtige poging meer om aan te sluiten bij de dansmuziek van het moment, maar grijpt hij terug op de disco en funk uit de jaren 70 en natuurlijk op zijn eigen werk uit de jaren 80.
Het mist misschien de urgentie van een plaat als Sign 'O' The Times, maar ach wat klinkt dit waanzinnig lekker. Prince verrast op HitNRun Phase Two met een moddervet geluid vol blazers en strooit driftig met heerlijke songs. Zoals in zijn beste dagen durf ik wel te zeggen.
Het is heel lang geleden dat ik zo heb genoten van een nieuwe plaat van de muzikant uit Minneapolis en het tweede deel van HitNRun is ook nog eens een plaat die alleen maar beter wordt.
Prince doet op HitNRun Phase Two misschien geen hele nieuwe of bijzondere dingen, maar een plaat die je zo’n gevoel geeft als deze plaat is een topplaat. 55 minuten is het feest. 55 minuten zit je op het puntje van je stoel. 55 minuten lang stijgt de temperatuur met een paar graden. HitNRun Phase Two krijgt helaas maar heel weinig aandacht, maar het is de beste Prince plaat in zo’n 25 jaar en misschien wel langer. Dat zegt wat. Heel wat. Erwin Zijleman
Prince - Originals (2019)

4,5
5
geplaatst: 22 juni 2019, 10:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prince - Originals - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prince - Originals
De kluizen van de Paisley Park Studios van Prince zijn weer eens geopend, wat dit keer een verrassend sterke en bijzondere serie fraai gearrangeerde demo’s oplevert
Originals van Prince klinkt zo bekend dat het bijna een Prince verzamelaar lijkt, tot je je beseft dat alle songs op het albums bekend zijn in de uitvoering van iemand anders. De songs op Originals schreef Prince voor anderen, die er soms wereldhits mee scoorden, maar hij nam de songs ook zelf op. Het genie uit Minneapolis deed dit met het van hem bekende perfectionisme, waardoor Originals veel interessanter is dan de gemiddelde selectie demo’s. In muzikaal opzicht haalt Prince alles uit de kast, zodat nauwelijks sprake is van ruwe demo’s. In plaats hiervan hoor je van andere muzikanten bekende songs in het Prince jasje dat sinds zijn trieste dood in 2016 zo wordt gemist.
Prince bracht heel veel tijd door in zijn Paisley Park Studios in Minneapolis (en de thuisstudio's die hier aan vooraf gingen) en vulde naar verluidt de kluizen van deze studio's met heel, heel veel muziek. Het zijn kluizen waarover al decennia wordt gefantaseerd en gespeculeerd. De vraag was lange tijd niet of maar hoeveel meesterwerken van het niveau van de allerbeste albums van Prince ooit uit de kluizen zouden komen.
Na de trieste dood van één van de allergrootste muzikanten aller tijden werd de roep om het openen van de kluizen van de Paisley Park Studios alleen maar luider. De erfgenamen van Prince geven hier langzaam maar zeker gehoor aan, maar tot dusver is het aanbod nog niet heel indrukwekkend.
Tot dusver kregen we vooral demo’s, waaronder de demo’s die terecht kwamen op Piano And A Microphone 1983, dat ik nog de beste release vond tot dusver. Deze demo’s waren absoluut de moeite waard, maar ik kon ze toch niet scharen onder het beste werk van Prince, al is het maar omdat de demo’s hier en daar wel erg fragmentarisch klonken.
Een paar weken geleden werd een nieuw album met Prince demo’s vrijgegeven op de muziekdienst Tidal. Inmiddels is Originals ook op de andere streaming media diensten en op cd verschenen (vinyl volgt over een kleine maand). Ik keek er op voorhand niet erg naar uit, maar Originals blijkt een zeer interessant album.
Het is een album met songs die Prince schreef voor anderen en die niet op zijn eigen albums terecht kwamen (een enkele live-versie daargelaten). De songs op Originals kennen we van aan Prince gelieerde bands en muzikanten als The Family, The Time en Sheila E en van Prince protegees als Jill Jones, Vanity 6, Appelonia 6 en Martika, maar uiteraard komen we ook de wereldhits die hij schreef voor The Bangles (Manic Monday) en Sinéad O’Connor (Nothing Compares 2 U) tegen.
Het fascinerende aan de songs op Originals is dat Prince zich er bij het schrijven van songs voor anderen niet makkelijk afmaakte met een ruwe demo, maar dat hij de songs met veel liefde en gevoel heeft opgenomen. De muzikant uit Minneapolis kon op flink wat instrumenten uit de voeten en trok tijdens het opnemen van de demo’s voor anderen (in de meeste gevallen in de studio die hij bewoonde voor de bouw van het Paisley Park complex) flink wat uit de kast. Hier en daar horen we wat andere muzikanten (waarschijnlijk uit de tijd dat Prince met The Revolution speelde), maar het meeste doet Prince zelf.
Vooral in muzikaal opzicht pakt Originals flink uit en horen we Prince in topvorm. In vocaal opzicht klinkt het vaak net wat minder uitbundig, waarschijnlijk om de songs niet direct om te vormen tot Prince songs. Zo hoor je in de versie die Prince maakte van Manic Monday, later een wereldhits voor de Bangles, prachtige keyboard partijen, die dicht tegen de latere versie aan zitten en net wat avontuurlijker klinken, maar houdt hij zich in de vocalen wat in, zodat Susanna Hoffs zich later zou kunnen onderscheiden met haar zwoele zang.
Originals is hierdoor deels een feest van herkenning, zeker voor een ieder die in de jaren 80 niet alleen Prince maar ook zijn hele entourage volgde, maar het levert ook een serie nieuwe Prince songs op. Het zijn in veel gevallen songs die niet hadden misstaan op zijn eigen albums, al was de keuze om de songs aan anderen te geven ook in de meeste gevallen verdedigbaar.
Het funky jamwerk op Originals is zo strak en degelijk als je van Prince verwacht, maar het meest onder de indruk ben ik toch van de momenten waarop Prince achter de piano kruipt, met hoorbaar veel liefde en gevoel voor perfectionisme tijdloze popliedjes in elkaar sleutelt of kiest voor bijna bombastische songs waarin de gitaren mogen scheuren of Prince laat horen dat hij ook op de keyboards kon toveren en ook wel eens naar Kraftwerk luisterde.
Alles komt bij elkaar in de prachtige versie van Nothing Compares 2 U, inclusief saxofoon solo, dat uiteindelijk door Sinéad O’Connor tot wereldhit werd gehuild. Het is de fraaie afsluiter van een album dat veel beter en veel interessanter is dan ik op voorhand had verwacht. Ik hoop nog steeds op een vergeten Prince klassieker uit de kluizen van de Paisley Park Studios, maar ook van albums van het niveau van Originals mogen er van mij nog flink wat volgen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prince - Originals - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prince - Originals
De kluizen van de Paisley Park Studios van Prince zijn weer eens geopend, wat dit keer een verrassend sterke en bijzondere serie fraai gearrangeerde demo’s oplevert
Originals van Prince klinkt zo bekend dat het bijna een Prince verzamelaar lijkt, tot je je beseft dat alle songs op het albums bekend zijn in de uitvoering van iemand anders. De songs op Originals schreef Prince voor anderen, die er soms wereldhits mee scoorden, maar hij nam de songs ook zelf op. Het genie uit Minneapolis deed dit met het van hem bekende perfectionisme, waardoor Originals veel interessanter is dan de gemiddelde selectie demo’s. In muzikaal opzicht haalt Prince alles uit de kast, zodat nauwelijks sprake is van ruwe demo’s. In plaats hiervan hoor je van andere muzikanten bekende songs in het Prince jasje dat sinds zijn trieste dood in 2016 zo wordt gemist.
Prince bracht heel veel tijd door in zijn Paisley Park Studios in Minneapolis (en de thuisstudio's die hier aan vooraf gingen) en vulde naar verluidt de kluizen van deze studio's met heel, heel veel muziek. Het zijn kluizen waarover al decennia wordt gefantaseerd en gespeculeerd. De vraag was lange tijd niet of maar hoeveel meesterwerken van het niveau van de allerbeste albums van Prince ooit uit de kluizen zouden komen.
Na de trieste dood van één van de allergrootste muzikanten aller tijden werd de roep om het openen van de kluizen van de Paisley Park Studios alleen maar luider. De erfgenamen van Prince geven hier langzaam maar zeker gehoor aan, maar tot dusver is het aanbod nog niet heel indrukwekkend.
Tot dusver kregen we vooral demo’s, waaronder de demo’s die terecht kwamen op Piano And A Microphone 1983, dat ik nog de beste release vond tot dusver. Deze demo’s waren absoluut de moeite waard, maar ik kon ze toch niet scharen onder het beste werk van Prince, al is het maar omdat de demo’s hier en daar wel erg fragmentarisch klonken.
Een paar weken geleden werd een nieuw album met Prince demo’s vrijgegeven op de muziekdienst Tidal. Inmiddels is Originals ook op de andere streaming media diensten en op cd verschenen (vinyl volgt over een kleine maand). Ik keek er op voorhand niet erg naar uit, maar Originals blijkt een zeer interessant album.
Het is een album met songs die Prince schreef voor anderen en die niet op zijn eigen albums terecht kwamen (een enkele live-versie daargelaten). De songs op Originals kennen we van aan Prince gelieerde bands en muzikanten als The Family, The Time en Sheila E en van Prince protegees als Jill Jones, Vanity 6, Appelonia 6 en Martika, maar uiteraard komen we ook de wereldhits die hij schreef voor The Bangles (Manic Monday) en Sinéad O’Connor (Nothing Compares 2 U) tegen.
Het fascinerende aan de songs op Originals is dat Prince zich er bij het schrijven van songs voor anderen niet makkelijk afmaakte met een ruwe demo, maar dat hij de songs met veel liefde en gevoel heeft opgenomen. De muzikant uit Minneapolis kon op flink wat instrumenten uit de voeten en trok tijdens het opnemen van de demo’s voor anderen (in de meeste gevallen in de studio die hij bewoonde voor de bouw van het Paisley Park complex) flink wat uit de kast. Hier en daar horen we wat andere muzikanten (waarschijnlijk uit de tijd dat Prince met The Revolution speelde), maar het meeste doet Prince zelf.
Vooral in muzikaal opzicht pakt Originals flink uit en horen we Prince in topvorm. In vocaal opzicht klinkt het vaak net wat minder uitbundig, waarschijnlijk om de songs niet direct om te vormen tot Prince songs. Zo hoor je in de versie die Prince maakte van Manic Monday, later een wereldhits voor de Bangles, prachtige keyboard partijen, die dicht tegen de latere versie aan zitten en net wat avontuurlijker klinken, maar houdt hij zich in de vocalen wat in, zodat Susanna Hoffs zich later zou kunnen onderscheiden met haar zwoele zang.
Originals is hierdoor deels een feest van herkenning, zeker voor een ieder die in de jaren 80 niet alleen Prince maar ook zijn hele entourage volgde, maar het levert ook een serie nieuwe Prince songs op. Het zijn in veel gevallen songs die niet hadden misstaan op zijn eigen albums, al was de keuze om de songs aan anderen te geven ook in de meeste gevallen verdedigbaar.
Het funky jamwerk op Originals is zo strak en degelijk als je van Prince verwacht, maar het meest onder de indruk ben ik toch van de momenten waarop Prince achter de piano kruipt, met hoorbaar veel liefde en gevoel voor perfectionisme tijdloze popliedjes in elkaar sleutelt of kiest voor bijna bombastische songs waarin de gitaren mogen scheuren of Prince laat horen dat hij ook op de keyboards kon toveren en ook wel eens naar Kraftwerk luisterde.
Alles komt bij elkaar in de prachtige versie van Nothing Compares 2 U, inclusief saxofoon solo, dat uiteindelijk door Sinéad O’Connor tot wereldhit werd gehuild. Het is de fraaie afsluiter van een album dat veel beter en veel interessanter is dan ik op voorhand had verwacht. Ik hoop nog steeds op een vergeten Prince klassieker uit de kluizen van de Paisley Park Studios, maar ook van albums van het niveau van Originals mogen er van mij nog flink wat volgen. Erwin Zijleman
Prince - Piano & a Microphone 1983 (2018)

4,0
1
geplaatst: 23 september 2018, 10:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prince - Piano & A Microphone 1983 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Obscuur pareltje van Prince uit de overvolle kluizen van de Paisley Park Studios
Sinds de trieste dood van Prince wordt er volop gespeculeerd over al het moois dat uit de kluizen van de Paisley Park Studios moet gaan komen. Vooralsnog valt de oogst helaas erg tegen, maar de eerste worp uit de archieven is een bijzondere. Prince zit achter de piano en is gewoon lekker aan het spelen. Af en toe komt er een flard van een hit voorbij, maar het genie uit Minneapolis neemt ook de tijd voor lange improvisaties. Het is er wat mij betreft een voor de echte fans en die zullen blij zijn met deze release. Een mooi en bijzonder inkijkje in het muzikale leven van een van de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek.
In de eerste week van november 2015 gonsde het van de geruchten over een op handen zijnde Europese tour van Prince. Een datum in Parijs leek bevestigd en andere Europese steden zouden snel volgen. Het zou niet zomaar een tour worden, want tijdens de Piano & A Microphone Tour zou Prince niet met een band optreden, maar het doen met een vleugel en een microfoon.
Na de aanslagen in Parijs van 15 november ging er voorlopig een streep door de Europese tak van de tour en vertrok Prince naar Australië. In 2016 volgden nog een aantal Amerikaanse optredens, de laatste precies een week voor zijn trieste dood. In Europa moesten we het doen met een enkel filmpje dat aan de strenge controles van het Prince management wist te ontsnappen, maar heel lang waren deze filmpjes niet te zien.
Een paar maanden geleden werd de release van Piano & A Microphone aangekondigd, later omgedoopt tot Piano & A Microphone 1983. Een enigszins misleidende titel, want met de allerlaatste tour van Prince heeft het natuurlijk niets te maken. Piano & A Microphone 1983 bestaat uit opnames die in 1983 op een cassettebandje terecht kwamen. Waarschijnlijk nooit bedoeld om nog eens officieel uitgebracht te worden, maar vanwege de link met de allerlaatste concerten van een van de beste performers aller tijden waren de vergeten opnames van Prince achter zijn piano opeens waardevol.
Maakt dit Piano & A Microphone ook een interessante release? Het is lastig om hier een goed antwoord op te geven. Bij een breed publiek zal deze plaat waarschijnlijk niet aanslaan en de echte fans hadden een deel van de opnames al lang in huis. Blijft de Prince fan zonder verzamelwoede over en tot deze groep reken ik mezelf.
Ik heb Piano & A Microphone 1983 inmiddels een aantal keren beluisterd en vind het absoluut een fascinerende plaat. Op hetzelfde moment is het een plaat die ik waarschijnlijk niet heel veel ga beluisteren. Een groot deel van Piano & A Microphone 1983 bestaat uit lange piano improvisaties en klinken als een jamsessie. Prince speelt verrassend jazzy en voegt hier en daar wat vocalen toe, die weer verrassend soulvol klinken.
Zowel het pianospel als de vocalen klinken ondanks de matige geluidskwaliteit geweldig, maar ik hoor persoonlijk toch net wat liever de geniale popliedjes van het genie uit Minneapolis. Tegenover de lange improvisaties staan wat flarden van hits. Een minuutje Purple Rain, twee minuutjes Strange Relationship; het valt wat uit de toon tussen de lange improvisaties.
Toen ik Piano & A Microphone 1983 wat op de achtergrond liet voortkabbelen vond ik het maar een hoop gepiel, maar als je met wat meer aandacht luistert, is het toch weer genieten van Prince. De man stond in 1983 nog aan het begin van zijn carrière, maar het talent druipt er van af.
Het blijft doodzonde dat de Piano & A Microphone tour Europa nooit heeft gehaald en deze plaat maakt dat niet helemaal of zelfs helemaal niet goed. Met een beetje fantasie kun je echter wel bedenken hoe het geklonken zou hebben in 2015, wat een extra dimensie toevoegt aan deze ruwe demo’s uit de kluizen van de Paisley Park Studios. En nu snel een mooie release van een van zijn allerlaatste concerten, want ook daar moet flink wat materiaal van zijn. Open de kluizen van de Paisley Park Studios. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prince - Piano & A Microphone 1983 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Obscuur pareltje van Prince uit de overvolle kluizen van de Paisley Park Studios
Sinds de trieste dood van Prince wordt er volop gespeculeerd over al het moois dat uit de kluizen van de Paisley Park Studios moet gaan komen. Vooralsnog valt de oogst helaas erg tegen, maar de eerste worp uit de archieven is een bijzondere. Prince zit achter de piano en is gewoon lekker aan het spelen. Af en toe komt er een flard van een hit voorbij, maar het genie uit Minneapolis neemt ook de tijd voor lange improvisaties. Het is er wat mij betreft een voor de echte fans en die zullen blij zijn met deze release. Een mooi en bijzonder inkijkje in het muzikale leven van een van de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek.
In de eerste week van november 2015 gonsde het van de geruchten over een op handen zijnde Europese tour van Prince. Een datum in Parijs leek bevestigd en andere Europese steden zouden snel volgen. Het zou niet zomaar een tour worden, want tijdens de Piano & A Microphone Tour zou Prince niet met een band optreden, maar het doen met een vleugel en een microfoon.
Na de aanslagen in Parijs van 15 november ging er voorlopig een streep door de Europese tak van de tour en vertrok Prince naar Australië. In 2016 volgden nog een aantal Amerikaanse optredens, de laatste precies een week voor zijn trieste dood. In Europa moesten we het doen met een enkel filmpje dat aan de strenge controles van het Prince management wist te ontsnappen, maar heel lang waren deze filmpjes niet te zien.
Een paar maanden geleden werd de release van Piano & A Microphone aangekondigd, later omgedoopt tot Piano & A Microphone 1983. Een enigszins misleidende titel, want met de allerlaatste tour van Prince heeft het natuurlijk niets te maken. Piano & A Microphone 1983 bestaat uit opnames die in 1983 op een cassettebandje terecht kwamen. Waarschijnlijk nooit bedoeld om nog eens officieel uitgebracht te worden, maar vanwege de link met de allerlaatste concerten van een van de beste performers aller tijden waren de vergeten opnames van Prince achter zijn piano opeens waardevol.
Maakt dit Piano & A Microphone ook een interessante release? Het is lastig om hier een goed antwoord op te geven. Bij een breed publiek zal deze plaat waarschijnlijk niet aanslaan en de echte fans hadden een deel van de opnames al lang in huis. Blijft de Prince fan zonder verzamelwoede over en tot deze groep reken ik mezelf.
Ik heb Piano & A Microphone 1983 inmiddels een aantal keren beluisterd en vind het absoluut een fascinerende plaat. Op hetzelfde moment is het een plaat die ik waarschijnlijk niet heel veel ga beluisteren. Een groot deel van Piano & A Microphone 1983 bestaat uit lange piano improvisaties en klinken als een jamsessie. Prince speelt verrassend jazzy en voegt hier en daar wat vocalen toe, die weer verrassend soulvol klinken.
Zowel het pianospel als de vocalen klinken ondanks de matige geluidskwaliteit geweldig, maar ik hoor persoonlijk toch net wat liever de geniale popliedjes van het genie uit Minneapolis. Tegenover de lange improvisaties staan wat flarden van hits. Een minuutje Purple Rain, twee minuutjes Strange Relationship; het valt wat uit de toon tussen de lange improvisaties.
Toen ik Piano & A Microphone 1983 wat op de achtergrond liet voortkabbelen vond ik het maar een hoop gepiel, maar als je met wat meer aandacht luistert, is het toch weer genieten van Prince. De man stond in 1983 nog aan het begin van zijn carrière, maar het talent druipt er van af.
Het blijft doodzonde dat de Piano & A Microphone tour Europa nooit heeft gehaald en deze plaat maakt dat niet helemaal of zelfs helemaal niet goed. Met een beetje fantasie kun je echter wel bedenken hoe het geklonken zou hebben in 2015, wat een extra dimensie toevoegt aan deze ruwe demo’s uit de kluizen van de Paisley Park Studios. En nu snel een mooie release van een van zijn allerlaatste concerten, want ook daar moet flink wat materiaal van zijn. Open de kluizen van de Paisley Park Studios. Erwin Zijleman
Prince - Sign 'O' the Times (1987)
Alternatieve titel: Sign “☮” the Times

5,0
3
geplaatst: 26 januari 2025, 20:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Prince - Sign "O" The Times (1987) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Prince - Sign "O" The Times (1987)
Prince leverde in de jaren 80 het ene na het andere geweldige album af, maar het 80 minuten durende Sign “O” The Times uit 1987 blijft wat mij betreft toch de meest indrukwekkende van het stel
De Amerikaanse muzikant Prince presteerde in de jaren 80 op de toppen van zijn kunnen. Na de geweldige serie Dirty Mind, Controversy, 1999, Purple Rain, Around The World In A Day en Parade kwam hij in 1987 ook nog eens op de proppen met Sign “O” The Times, dat wat mij betreft al zijn geweldige voorgangers overtrof. Sign “O” The Times zou hij niet meer overtreffen en het is ook bijna veertig jaar na de release nog altijd een indrukwekkend album, dat ongeveer alle facetten van de muziek van Prince laat horen. Sign “O” The Times is een veelzijdig album dat 80 minuten lang een bijzonder hoog niveau aantikt en dat op een of andere manier nog altijd fris en urgent klinkt.
Vorige week stond ik stil bij het album Around The World In A Day van Prince & The Revolution. Het is een van mijn twee favoriete albums van de helaas veel te vroeg overleden Amerikaanse muzikant. Het album uit 1985 werd gevolgd door het ook uitstekende Parade en door de memorabele concerten van Prince en zijn band in de Rotterdamse Ahoy, die ik reken tot de beste concerten die ik ooit heb gezien.
Ondanks de magie die ik zag en hoorde tussen Prince en zijn band The Revolution stopte de Amerikaanse muzikant de samenwerking met zijn band na de Parade tour en ging hij met een aantal andere muzikanten werken aan een volgend project: Sign “O” The Times. Het in 1987 verschenen album schat ik nog wat hoger in dan het geweldige Around The World In A Day en is wat mij betreft het onbetwiste meesterwerk van Prince.
Na de release van het album begon Prince met een nieuwe band aan een volgende tour, wat zorgde voor een volgende serie concerten die me altijd bij zullen blijven, de concerten in het Utrechtse Galgenwaard stadion en later wederom in de Rotterdamse Ahoy. Maar ook het album Sign “O” The Times heeft op mij een onuitwisbare indruk gemaakt.
Prince was in de jaren 80 uitermate productief en gooide er in 1987 een dubbelalbum tegenaan met 16 tracks en 80 minuten muziek. Het album werd vooraf gegaan door de eerste single en tevens titeltrack van het album. Het is een track die weer een hele andere kant van Prince liet horen en bovendien liet horen dat de muzikant uit Minneapolis zich wel degelijk bekommerde om maatschappelijke problemen.
Sign “O” The Times is een heel divers album, dat enerzijds teruggrijpt op de albums die Prince eerder in de jaren 80 maakte, maar het is ook een album dat een stap vooruit zet. Het is een album waarop Prince zijn liefde voor soul en funk nog eens uitvoerig etaleert, maar het album verkent ook andere richtingen, waaronder jazzy tracks, volgende uitstapjes richting perfecte popsongs en lange slepende tracks, waaronder het prachtig opgebouwde The Cross, een van de hoogtepunten in de setlist van de Sign “O” The Times tour.
Prince omringt zich op het album met flink wat nieuwe muzikanten, maar Wendy & Lisa zijn op het album ook nog te horen. In muzikaal opzicht staat het album, mede dankzij de fantastische ritmesectie en de stuwende blazers, als een huis, maar het is ook zeker de verdienste van Prince zelf, die op het album met grote regelmaat laat horen dat hij een geweldige gitarist is. Ook de hele batterij aan achtergrondzangeressen die wordt ingezet verrijkt het geluid op Sign “O” The Times.
De synths uit de jaren 80 klinken inmiddels soms wel wat achterhaald en dat geldt ook voor de synths op Sign “O” The Times, maar het zit me op geen enkele manier in de weg. Sign “O” The Times was en is een energieke luistertip van 80 minuten en het is er een vol hoogtepunten. Veel tracks op het album zijn lang, maar ook in tracks van zes minuten en meer houdt de Amerikaanse muzikant de aandacht makkelijk vast met muzikaal en vocaal vuurwerk.
Veel albums uit de jaren 80 klinken met de oren van nu wel wat gedateerd, maar als ik naar Sign “O” The Times luister ben ik verbaast hoe goed en eigentijds het album nog altijd klinkt. Het blijft doodzonde dat het oeuvre van Prince abrupt eindigde met het in 2015 verschenen en overigens zeer memorabele HITnRUN: Phase Two, maar ondanks het feit dat Prince slechts 57 jaar oud werd, heeft hij ons verschrikkelijk veel moois nagelaten, met wat mij betreft Sign “O” The Times als hoogtepunt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Prince - Sign "O" The Times (1987) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Prince - Sign "O" The Times (1987)
Prince leverde in de jaren 80 het ene na het andere geweldige album af, maar het 80 minuten durende Sign “O” The Times uit 1987 blijft wat mij betreft toch de meest indrukwekkende van het stel
De Amerikaanse muzikant Prince presteerde in de jaren 80 op de toppen van zijn kunnen. Na de geweldige serie Dirty Mind, Controversy, 1999, Purple Rain, Around The World In A Day en Parade kwam hij in 1987 ook nog eens op de proppen met Sign “O” The Times, dat wat mij betreft al zijn geweldige voorgangers overtrof. Sign “O” The Times zou hij niet meer overtreffen en het is ook bijna veertig jaar na de release nog altijd een indrukwekkend album, dat ongeveer alle facetten van de muziek van Prince laat horen. Sign “O” The Times is een veelzijdig album dat 80 minuten lang een bijzonder hoog niveau aantikt en dat op een of andere manier nog altijd fris en urgent klinkt.
Vorige week stond ik stil bij het album Around The World In A Day van Prince & The Revolution. Het is een van mijn twee favoriete albums van de helaas veel te vroeg overleden Amerikaanse muzikant. Het album uit 1985 werd gevolgd door het ook uitstekende Parade en door de memorabele concerten van Prince en zijn band in de Rotterdamse Ahoy, die ik reken tot de beste concerten die ik ooit heb gezien.
Ondanks de magie die ik zag en hoorde tussen Prince en zijn band The Revolution stopte de Amerikaanse muzikant de samenwerking met zijn band na de Parade tour en ging hij met een aantal andere muzikanten werken aan een volgend project: Sign “O” The Times. Het in 1987 verschenen album schat ik nog wat hoger in dan het geweldige Around The World In A Day en is wat mij betreft het onbetwiste meesterwerk van Prince.
Na de release van het album begon Prince met een nieuwe band aan een volgende tour, wat zorgde voor een volgende serie concerten die me altijd bij zullen blijven, de concerten in het Utrechtse Galgenwaard stadion en later wederom in de Rotterdamse Ahoy. Maar ook het album Sign “O” The Times heeft op mij een onuitwisbare indruk gemaakt.
Prince was in de jaren 80 uitermate productief en gooide er in 1987 een dubbelalbum tegenaan met 16 tracks en 80 minuten muziek. Het album werd vooraf gegaan door de eerste single en tevens titeltrack van het album. Het is een track die weer een hele andere kant van Prince liet horen en bovendien liet horen dat de muzikant uit Minneapolis zich wel degelijk bekommerde om maatschappelijke problemen.
Sign “O” The Times is een heel divers album, dat enerzijds teruggrijpt op de albums die Prince eerder in de jaren 80 maakte, maar het is ook een album dat een stap vooruit zet. Het is een album waarop Prince zijn liefde voor soul en funk nog eens uitvoerig etaleert, maar het album verkent ook andere richtingen, waaronder jazzy tracks, volgende uitstapjes richting perfecte popsongs en lange slepende tracks, waaronder het prachtig opgebouwde The Cross, een van de hoogtepunten in de setlist van de Sign “O” The Times tour.
Prince omringt zich op het album met flink wat nieuwe muzikanten, maar Wendy & Lisa zijn op het album ook nog te horen. In muzikaal opzicht staat het album, mede dankzij de fantastische ritmesectie en de stuwende blazers, als een huis, maar het is ook zeker de verdienste van Prince zelf, die op het album met grote regelmaat laat horen dat hij een geweldige gitarist is. Ook de hele batterij aan achtergrondzangeressen die wordt ingezet verrijkt het geluid op Sign “O” The Times.
De synths uit de jaren 80 klinken inmiddels soms wel wat achterhaald en dat geldt ook voor de synths op Sign “O” The Times, maar het zit me op geen enkele manier in de weg. Sign “O” The Times was en is een energieke luistertip van 80 minuten en het is er een vol hoogtepunten. Veel tracks op het album zijn lang, maar ook in tracks van zes minuten en meer houdt de Amerikaanse muzikant de aandacht makkelijk vast met muzikaal en vocaal vuurwerk.
Veel albums uit de jaren 80 klinken met de oren van nu wel wat gedateerd, maar als ik naar Sign “O” The Times luister ben ik verbaast hoe goed en eigentijds het album nog altijd klinkt. Het blijft doodzonde dat het oeuvre van Prince abrupt eindigde met het in 2015 verschenen en overigens zeer memorabele HITnRUN: Phase Two, maar ondanks het feit dat Prince slechts 57 jaar oud werd, heeft hij ons verschrikkelijk veel moois nagelaten, met wat mij betreft Sign “O” The Times als hoogtepunt. Erwin Zijleman
Prince - Welcome 2 America (2021)

4,0
1
geplaatst: 31 juli 2021, 12:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prince - Welcome 2 America - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prince - Welcome 2 America
Welcome 2 America kan zich niet meten met de beste albums van Prince en is ook niet zijn beste album in dit millennium, maar het is wel een uitstekend album dat de pijn van het verlies van deze grote muzikant maar weer eens aanwakkert
Er moet heel veel moois en bijzonders liggen in de kluizen van de Paisley Park Studios van Prince, maar vooralsnog moesten we het doen met restmateriaal. Welcome 2 America is wel een compleet album en het is een album dat veel beter is dan de albums die Prince rond 2010 wel uitbracht. Het is een album dat zich vooral laat beïnvloeden door zwoele soul uit de jaren 60 en 70, maar het is ook een album dat klinkt als vintage Prince. Het gaat te ver om Welcome 2 America een meesterwerk te noemen en Prince heeft ook de afgelopen twintig jaar betere albums gemaakt, maar Welcome 2 America is absoluut de moeite waard en een mooie aanvulling op een bijzonder, nee uniek oeuvre.
Over de goed gevulde kluizen van de Paisley Park Studios in Minneapolis, Minnesota, word inmiddels al een aantal decennia heel druk gedaan. Na het trieste overlijden van Prince in april 2016 werd verwacht dat er een eindeloze stroom Prince albums zou verschijnen, waaronder ook vele meesterwerken. Nu hebben we de afgelopen jaren niet te klagen gehad over Prince releases, maar het nooit uitgebrachte album dat zich kan meten met de klassiekers in zijn oeuvre heb ik nog niet gehoord.
Dat zou deze week moeten gaan veranderen met de release van Welcome 2 America, een album dat in 2010 werd opgenomen en vervolgens in de kluizen van de Paisley Park Studios verdween. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het album het beste Prince album van de laatste twee decennia van zijn leven en hier en daar duikt zelfs de vergelijking met het legendarische Sign 'O' The Times uit 1987 op.
Dat laatste sluit ik bij voorbaat uit, want Prince stak in 2010 al lang niet meer in de vorm waarin hij zijn allerbeste albums maakte. Ook het beste album van de laatste twintig jaar van zijn leven afleveren is niet zo eenvoudig. Het zou betekenen dat Welcome 2 America het beste Prince album is sinds Emancipation uit 1996 en dus moet afrekenen met prima albums als Musicology uit 2004, 3121 uit 2006, en HITnRUN: Phase One en HITnRUN: Phase Two uit 2015 en dat zijn albums die ik hoog heb zitten, zij het op flinke afstand van zijn beste albums uit de jaren 80 en in iets mindere mate de jaren 90.
En om mijn verwachtingen op voorhand nog wat meer te temperen: Welcome 2 America werd in hetzelfde jaar opgenomen als 20Ten en dat is wat mij betreft een van de zwakste albums van de muzikant uit Minneapolis (en werd ook niet voor niets gratis weggegeven bij een krantje).
Goed, het is een lange inleiding voor de bespreking van een Prince album dat in 2010 kennelijk niet goed genoeg was voor een release. Direct bij eerste beluistering kon ik al concluderen dat Welcome 2 America niet in de schaduw mag staan van de beste albums van de Amerikaanse muzikant en ik vind het ook zeker niet het beste album sinds Emancipation uit 1996.
Het betekent overigens niet dat Welcome 2 America een slecht album is. Het is namelijk een uitstekend album, dat Prince in een goede vorm laat horen. Op Welcome 2 America maakt Prince de door 60s en 70s soul beïnvloede muziek, die hij zo vaak maakte tijdens zijn carrière. Het klinkt allemaal lekker loom en broeierig, wat wordt versterkt door de inzet van een aantal zangeressen.
Welcome 2 America staat vol met de zweverige soul die Curtis Mayfield ook beroemd maakte, maar het album laat ook een vintage Prince geluid horen. In muzikaal opzicht klinkt het lekker, maar niet overdreven bijzonder en ook de zang van Prince heb ik wel eens urgenter horen klinken.
Wat voor de muziek en voor de zang geldt, geldt ook voor de songs op het album. Het klinkt onmiskenbaar als Prince en het is stukken beter dan veel andere albums die hij sinds zijn meesterwerken uit de jaren 80 maakte, maar het heilige vuur brandt over het algemeen op een vrij laag pitje en als het al brandt doet het dat vooral in de teksten die met een vooruitziende blik kijken naar het Amerika van Trump, die op dat moment nog vooral een patjepeeër en zakenman was.
De lat ligt voor Prince begrippen niet heel hoog, maar een beginnend neo-soul artiest kan over het algemeen alleen maar dromen van een album als Welcome 2 America. En zo wordt de waardering van Welcome 2 America uiteindelijk vooral bepaald door de verwachtingen waarmee je aan het album begon. Een ieder die een onbetwist meesterwerk had verwacht komt bedrogen uit, maar iedereen die een zwak album had verwacht wordt aangenaam verrast.
Ik behoor zelf tot de laatste categorie, maar zet na de absoluut aangename luisterervaring van Welcome 2 America toch weer een van zijn allerbeste albums op, wat overigens niet betekent dat het album binnenkort weer eens terugkeert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Prince - Welcome 2 America - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Prince - Welcome 2 America
Welcome 2 America kan zich niet meten met de beste albums van Prince en is ook niet zijn beste album in dit millennium, maar het is wel een uitstekend album dat de pijn van het verlies van deze grote muzikant maar weer eens aanwakkert
Er moet heel veel moois en bijzonders liggen in de kluizen van de Paisley Park Studios van Prince, maar vooralsnog moesten we het doen met restmateriaal. Welcome 2 America is wel een compleet album en het is een album dat veel beter is dan de albums die Prince rond 2010 wel uitbracht. Het is een album dat zich vooral laat beïnvloeden door zwoele soul uit de jaren 60 en 70, maar het is ook een album dat klinkt als vintage Prince. Het gaat te ver om Welcome 2 America een meesterwerk te noemen en Prince heeft ook de afgelopen twintig jaar betere albums gemaakt, maar Welcome 2 America is absoluut de moeite waard en een mooie aanvulling op een bijzonder, nee uniek oeuvre.
Over de goed gevulde kluizen van de Paisley Park Studios in Minneapolis, Minnesota, word inmiddels al een aantal decennia heel druk gedaan. Na het trieste overlijden van Prince in april 2016 werd verwacht dat er een eindeloze stroom Prince albums zou verschijnen, waaronder ook vele meesterwerken. Nu hebben we de afgelopen jaren niet te klagen gehad over Prince releases, maar het nooit uitgebrachte album dat zich kan meten met de klassiekers in zijn oeuvre heb ik nog niet gehoord.
Dat zou deze week moeten gaan veranderen met de release van Welcome 2 America, een album dat in 2010 werd opgenomen en vervolgens in de kluizen van de Paisley Park Studios verdween. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het album het beste Prince album van de laatste twee decennia van zijn leven en hier en daar duikt zelfs de vergelijking met het legendarische Sign 'O' The Times uit 1987 op.
Dat laatste sluit ik bij voorbaat uit, want Prince stak in 2010 al lang niet meer in de vorm waarin hij zijn allerbeste albums maakte. Ook het beste album van de laatste twintig jaar van zijn leven afleveren is niet zo eenvoudig. Het zou betekenen dat Welcome 2 America het beste Prince album is sinds Emancipation uit 1996 en dus moet afrekenen met prima albums als Musicology uit 2004, 3121 uit 2006, en HITnRUN: Phase One en HITnRUN: Phase Two uit 2015 en dat zijn albums die ik hoog heb zitten, zij het op flinke afstand van zijn beste albums uit de jaren 80 en in iets mindere mate de jaren 90.
En om mijn verwachtingen op voorhand nog wat meer te temperen: Welcome 2 America werd in hetzelfde jaar opgenomen als 20Ten en dat is wat mij betreft een van de zwakste albums van de muzikant uit Minneapolis (en werd ook niet voor niets gratis weggegeven bij een krantje).
Goed, het is een lange inleiding voor de bespreking van een Prince album dat in 2010 kennelijk niet goed genoeg was voor een release. Direct bij eerste beluistering kon ik al concluderen dat Welcome 2 America niet in de schaduw mag staan van de beste albums van de Amerikaanse muzikant en ik vind het ook zeker niet het beste album sinds Emancipation uit 1996.
Het betekent overigens niet dat Welcome 2 America een slecht album is. Het is namelijk een uitstekend album, dat Prince in een goede vorm laat horen. Op Welcome 2 America maakt Prince de door 60s en 70s soul beïnvloede muziek, die hij zo vaak maakte tijdens zijn carrière. Het klinkt allemaal lekker loom en broeierig, wat wordt versterkt door de inzet van een aantal zangeressen.
Welcome 2 America staat vol met de zweverige soul die Curtis Mayfield ook beroemd maakte, maar het album laat ook een vintage Prince geluid horen. In muzikaal opzicht klinkt het lekker, maar niet overdreven bijzonder en ook de zang van Prince heb ik wel eens urgenter horen klinken.
Wat voor de muziek en voor de zang geldt, geldt ook voor de songs op het album. Het klinkt onmiskenbaar als Prince en het is stukken beter dan veel andere albums die hij sinds zijn meesterwerken uit de jaren 80 maakte, maar het heilige vuur brandt over het algemeen op een vrij laag pitje en als het al brandt doet het dat vooral in de teksten die met een vooruitziende blik kijken naar het Amerika van Trump, die op dat moment nog vooral een patjepeeër en zakenman was.
De lat ligt voor Prince begrippen niet heel hoog, maar een beginnend neo-soul artiest kan over het algemeen alleen maar dromen van een album als Welcome 2 America. En zo wordt de waardering van Welcome 2 America uiteindelijk vooral bepaald door de verwachtingen waarmee je aan het album begon. Een ieder die een onbetwist meesterwerk had verwacht komt bedrogen uit, maar iedereen die een zwak album had verwacht wordt aangenaam verrast.
Ik behoor zelf tot de laatste categorie, maar zet na de absoluut aangename luisterervaring van Welcome 2 America toch weer een van zijn allerbeste albums op, wat overigens niet betekent dat het album binnenkort weer eens terugkeert. Erwin Zijleman
Prince and the Revolution - Around the World in a Day (1985)

5,0
4
geplaatst: 19 januari 2025, 19:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Prince & The Revolution - Around The World In A Day (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Prince & The Revolution - Around The World In A Day (1985)
Prince bereikte zijn creatieve piek in de jaren 80, waarin hij meerdere onbetwiste klassiekers afleverde, waaronder wat mij betreft ook zeker het wat onderschatte maar ijzersterke Around The World In A Day uit 1985
Ik had tot 1985 niet zo heel veel met de muziek van Prince, maar toen kwam Around The World In A Day, dat me van mijn sokken blies. Een jaar later zou de Amerikaanse muzikant met een aantal idioot goede concerten nog een schepje bovenop doen, maar Around The World In A Day heeft inmiddels bijna veertig jaar een speciaal plekje in mijn hart. Het is een album met hier en daar wat invloeden uit de psychedelische muziek, maar het is ook zeker een album met de unieke Prince sound. Het album bevat een drietal nagenoeg perfecte singles en een aantal wat langere tracks die de muzikaliteit en genialiteit van Prince laten horen. Het is een van mijn favoriete albums aller tijden.
Het is dit voorjaar alweer negen jaar geleden dat Prince overleed. Met de ongelukkige dood van de muzikant uit Minneapolis verloor de muziek wat mij betreft een van de allergrootsten. In de top 10 van de talloze concerten die ik heb bezocht staan meerdere concerten van Prince en ook een aantal van zijn albums schaar ik onder het allerbeste dat ik de afgelopen decennia heb gehoord.
Volgende week ga ik aandacht besteden aan het fenomenale Sign “O” The Times, dat samen met Purple Rain wordt gerekend tot de onbetwiste klassiekers binnen het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, maar mijn favoriete Prince album is het met The Revolution gemaakte Around The World In A Day uit het voorjaar van 1985.
Het is een album dat het wat minder goed deed dan voorgangers Purple Rain en 1999 en ook wat achter bleef bij opvolgers Parade en Sign “O” The Times, maar Around The World In A Day is het album dat mijn liefde voor de muziek van Prince aanwakkerde, waarna ik tijdens de concerten in de zomer van 1986, ook met The Revolution als band, fan voor het leven werd.
Tijdens de drie zo indrukwekkende concerten in Ahoy was Around The World In A Day vertegenwoordigd met Pop Life, Raspberry Beret en één keer America, maar op alle drie de memorabele avonden (audio opnames op YouTube laten horen dat het minstens net zo goed was als in mijn herinnering) werd geopend met de titeltrack van het album.
Het is een track die uitstekend past bij de psychedelische hoes waarin het album gestoken is. Prince neemt je mee naar de psychedelica van de jaren 60, maar gooit er het inmiddels uit duizenden herkenbare Prince sausje overheen. Paisley Park is vervolgens wat toegankelijker en is wat mij betreft, mede door het geweldige gitaarwerk en het randje psychedelica, een van de beste singles van Prince.
In Condition Of The Heart kruipt de muzikant uit Minneapolis achter de piano en volgt een van de mooiste en meest indringende ballads uit zijn oeuvre, die door de rijke orkestratie opeens omslaat van klein naar pompeus en weer terug. Raspbery Beret, op Spotify met afstand de meest beluisterde track van het album, is de volgende geniale single op Around The World In A Day en met Pop Life heeft het album er nog een.
Met Tamborine en America krijgt het album ook nog de van Prince bekende funkinjectie, waarna het prachtig opgebouwde The Ladder weer een prijsnummer toevoegt aan het album. The Ladder had niet misstaan op de setlist van de weergaloze concerten die Prince in 1986, 1987 en 1988 gaf in Nederland, maar kwam helaas niet voor op deze setlists. Het album sluit af met het acht minuten durende Temptation, waarin de Amerikaanse muzikant zijn liefde voor de soul, funk en jazz uit het verleden combineert met wederom geweldig gitaarwerk.
Around The World In A Day is niet het meest geprezen album van Prince, maar het is een album waarop wat mij betreft alles klopt. Het is een album dat net als Purple Rain, Parade en Sign “O” The Times alle kanten van de Amerikaanse muzikant laat horen en dat in muzikaal opzicht zeker niet onder doet voor deze albums. Dat doet het album ook zeker niet met de songs, want Around The World In A Day bevat een aantal van mijn favoriete Prince songs. Zijn veel te vroege dood blijft een enorm verlies voor de popmuziek, maar wat heeft het genie uit Minneapolis ons veel moois nagelaten, waaronder het prachtige Around The World In A Day. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Prince & The Revolution - Around The World In A Day (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Prince & The Revolution - Around The World In A Day (1985)
Prince bereikte zijn creatieve piek in de jaren 80, waarin hij meerdere onbetwiste klassiekers afleverde, waaronder wat mij betreft ook zeker het wat onderschatte maar ijzersterke Around The World In A Day uit 1985
Ik had tot 1985 niet zo heel veel met de muziek van Prince, maar toen kwam Around The World In A Day, dat me van mijn sokken blies. Een jaar later zou de Amerikaanse muzikant met een aantal idioot goede concerten nog een schepje bovenop doen, maar Around The World In A Day heeft inmiddels bijna veertig jaar een speciaal plekje in mijn hart. Het is een album met hier en daar wat invloeden uit de psychedelische muziek, maar het is ook zeker een album met de unieke Prince sound. Het album bevat een drietal nagenoeg perfecte singles en een aantal wat langere tracks die de muzikaliteit en genialiteit van Prince laten horen. Het is een van mijn favoriete albums aller tijden.
Het is dit voorjaar alweer negen jaar geleden dat Prince overleed. Met de ongelukkige dood van de muzikant uit Minneapolis verloor de muziek wat mij betreft een van de allergrootsten. In de top 10 van de talloze concerten die ik heb bezocht staan meerdere concerten van Prince en ook een aantal van zijn albums schaar ik onder het allerbeste dat ik de afgelopen decennia heb gehoord.
Volgende week ga ik aandacht besteden aan het fenomenale Sign “O” The Times, dat samen met Purple Rain wordt gerekend tot de onbetwiste klassiekers binnen het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, maar mijn favoriete Prince album is het met The Revolution gemaakte Around The World In A Day uit het voorjaar van 1985.
Het is een album dat het wat minder goed deed dan voorgangers Purple Rain en 1999 en ook wat achter bleef bij opvolgers Parade en Sign “O” The Times, maar Around The World In A Day is het album dat mijn liefde voor de muziek van Prince aanwakkerde, waarna ik tijdens de concerten in de zomer van 1986, ook met The Revolution als band, fan voor het leven werd.
Tijdens de drie zo indrukwekkende concerten in Ahoy was Around The World In A Day vertegenwoordigd met Pop Life, Raspberry Beret en één keer America, maar op alle drie de memorabele avonden (audio opnames op YouTube laten horen dat het minstens net zo goed was als in mijn herinnering) werd geopend met de titeltrack van het album.
Het is een track die uitstekend past bij de psychedelische hoes waarin het album gestoken is. Prince neemt je mee naar de psychedelica van de jaren 60, maar gooit er het inmiddels uit duizenden herkenbare Prince sausje overheen. Paisley Park is vervolgens wat toegankelijker en is wat mij betreft, mede door het geweldige gitaarwerk en het randje psychedelica, een van de beste singles van Prince.
In Condition Of The Heart kruipt de muzikant uit Minneapolis achter de piano en volgt een van de mooiste en meest indringende ballads uit zijn oeuvre, die door de rijke orkestratie opeens omslaat van klein naar pompeus en weer terug. Raspbery Beret, op Spotify met afstand de meest beluisterde track van het album, is de volgende geniale single op Around The World In A Day en met Pop Life heeft het album er nog een.
Met Tamborine en America krijgt het album ook nog de van Prince bekende funkinjectie, waarna het prachtig opgebouwde The Ladder weer een prijsnummer toevoegt aan het album. The Ladder had niet misstaan op de setlist van de weergaloze concerten die Prince in 1986, 1987 en 1988 gaf in Nederland, maar kwam helaas niet voor op deze setlists. Het album sluit af met het acht minuten durende Temptation, waarin de Amerikaanse muzikant zijn liefde voor de soul, funk en jazz uit het verleden combineert met wederom geweldig gitaarwerk.
Around The World In A Day is niet het meest geprezen album van Prince, maar het is een album waarop wat mij betreft alles klopt. Het is een album dat net als Purple Rain, Parade en Sign “O” The Times alle kanten van de Amerikaanse muzikant laat horen en dat in muzikaal opzicht zeker niet onder doet voor deze albums. Dat doet het album ook zeker niet met de songs, want Around The World In A Day bevat een aantal van mijn favoriete Prince songs. Zijn veel te vroege dood blijft een enorm verlies voor de popmuziek, maar wat heeft het genie uit Minneapolis ons veel moois nagelaten, waaronder het prachtige Around The World In A Day. Erwin Zijleman
pronoun - i'll show you stronger (2019)

0
geplaatst: 30 mei 2019, 17:51 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: pronoun - i'll show you stronger - dekrentenuitdepop.blogspot.com
pronoun - i'll show you stronger
Het debuut van pronoun valt tot dusver een beetje tussen wal en schip, maar verdient echt alle aandacht met een gebroken hart gegoten in groots klinkende popliedjes
Alyse Vellturo doorliep het roemruchte Berklee College of Music maar schaamt zich niet voor groots klinkende popliedjes met een flinke scheut dreampop. Onder de uitbundige gitaarwolken en ritmes en de radiovriendelijke popsongs van de muzikante uit New York zit echter een intieme onderlaag, die vooral wordt gedomineerd door een gebroken hart. Het maakt van het debuut van pronoun een heus breakup album, maar het is een breakup album dat totaal anders klinkt dan alle andere die ik in de kast heb staan. Het is even wennen door de flinke suikerlaag, maar wat zit hieronder veel moois verstopt.
i’ll show you stronger is het deze week verschenen debuut van de uit Brooklyn, New York, afkomstige singer-songwriter pronoun.
pronoun (zonder hoofdletter om zich te onderscheiden van de gelijknamige rapper) is weer het alter-ego van de oorspronkelijk uit Boston afkomstige Alyse Vellturo, die in Boston het prestigieuze Berklee College of Music doorliep en zich sinds haar tienerjaren flink wat instrumenten eigen heeft gemaakt.
Het Berklee College of Music heeft een aantal zeer gerenommeerde singer-songwriters afgeleverd, maar pronoun kiest op haar debuut vooral voor lekker in het gehoor liggende pop en rock. Het is pop en rock die schatplichtig is aan de dreampop, maar het debuut van pronoun is ook niet vies van aanstekelijke en groots klinkende popsongs.
Aan de andere kant is de singer-songwriter uit New York net weer wat te alternatief en eigenzinnig om de competitie met de popprinsessen van het moment aan te gaan. i’ll show you stronger is een album dat hierdoor makkelijk tussen wal en schip valt en dat lijkt vooralsnog ook te gebeuren. Dat is jammer, want het debuut van pronoun is een album dat bij iedere beluistering weer net wat beter wordt en ook goed genoeg is om Alyse Vellturo te scharen onder de betere exponenten van de indie-pop en indie-rock van het moment.
Zelf viel ik vrij makkelijk voor de muziek van pronoun. De Amerikaanse singer-songwriter heeft haar muziek voorzien van flink wat echo’s uit de dreampop en balanceert hiernaast met veel succes op het koord tussen radiovriendelijke popmuziek en eigenzinnige songs met een persoonlijke touch.
i’ll show you stronger is voorzien van een vol en zelfs wat druk aandoend geluid, waarin de gitaren bijna over elkaar struikelen en de ritmes behoorlijk stevig zijn aangezet. Het is een geluid dat de stem van Alyse Vellturo in veel gevallen wat naar de achtergrond dringt. Nodig is dat niet, want de singer-songwriter uit Brooklyn is voorzien van een aangenaam stemgeluid, dat goed past bij de uitbundige songs die ze maakt.
Het debuut van pronoun is een album dat je op meerdere manieren kunt beluisteren. De liefhebber van dreampop zal smullen van de breed uitwaaiende gitaarpartijen, terwijl de liefhebber van kauwgomballenpop zal genieten van de aanstekelijke melodieën en refreinen. i’ll show you stronger is echter ook een album waarop de puzzelstukjes steeds beter in elkaar vallen.
Bij eerste vluchtige beluistering vond ik het allemaal net wat te groots, vol en hitgevoelig, maar de songs van pronoun doen uiteindelijk veel meer dan oppervlakkig vermaken. Alyse Vellturo strooit op haar debuut driftig met fel gekleurde kauwgomballen, maar het zijn kauwgomballen met een verrassende vulling. Tegenover de imposante gitaarwolken en de aanstekelijke ritmes en refreinen staan intieme en persoonlijke teksten, die vooral somber en melancholiek zijn en het debuut van pronoun omtoveren tot een breakup album.
Het is een bijzondere tegenstelling die uitnodigt tot luisteren en dat luisteren zorgt er vervolgens voor dat de songs van pronoun worden voorzien van steeds meer diepgang, waardoor de afstand tussen Alyse Vellturo en de popprinsessen van het moment steeds groter wordt, terwijl de afstand tot muzikale helden als Julien Baker en Phoebe Bridgers wordt verkleind. Inmiddels komt i’ll show you stronger voor de zoveelste keer voorbij en ik kan alleen maar bekennen dat ik inmiddels behoorlijk verknocht ben geraakt aan de popliedjes van pronoun. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: pronoun - i'll show you stronger - dekrentenuitdepop.blogspot.com
pronoun - i'll show you stronger
Het debuut van pronoun valt tot dusver een beetje tussen wal en schip, maar verdient echt alle aandacht met een gebroken hart gegoten in groots klinkende popliedjes
Alyse Vellturo doorliep het roemruchte Berklee College of Music maar schaamt zich niet voor groots klinkende popliedjes met een flinke scheut dreampop. Onder de uitbundige gitaarwolken en ritmes en de radiovriendelijke popsongs van de muzikante uit New York zit echter een intieme onderlaag, die vooral wordt gedomineerd door een gebroken hart. Het maakt van het debuut van pronoun een heus breakup album, maar het is een breakup album dat totaal anders klinkt dan alle andere die ik in de kast heb staan. Het is even wennen door de flinke suikerlaag, maar wat zit hieronder veel moois verstopt.
i’ll show you stronger is het deze week verschenen debuut van de uit Brooklyn, New York, afkomstige singer-songwriter pronoun.
pronoun (zonder hoofdletter om zich te onderscheiden van de gelijknamige rapper) is weer het alter-ego van de oorspronkelijk uit Boston afkomstige Alyse Vellturo, die in Boston het prestigieuze Berklee College of Music doorliep en zich sinds haar tienerjaren flink wat instrumenten eigen heeft gemaakt.
Het Berklee College of Music heeft een aantal zeer gerenommeerde singer-songwriters afgeleverd, maar pronoun kiest op haar debuut vooral voor lekker in het gehoor liggende pop en rock. Het is pop en rock die schatplichtig is aan de dreampop, maar het debuut van pronoun is ook niet vies van aanstekelijke en groots klinkende popsongs.
Aan de andere kant is de singer-songwriter uit New York net weer wat te alternatief en eigenzinnig om de competitie met de popprinsessen van het moment aan te gaan. i’ll show you stronger is een album dat hierdoor makkelijk tussen wal en schip valt en dat lijkt vooralsnog ook te gebeuren. Dat is jammer, want het debuut van pronoun is een album dat bij iedere beluistering weer net wat beter wordt en ook goed genoeg is om Alyse Vellturo te scharen onder de betere exponenten van de indie-pop en indie-rock van het moment.
Zelf viel ik vrij makkelijk voor de muziek van pronoun. De Amerikaanse singer-songwriter heeft haar muziek voorzien van flink wat echo’s uit de dreampop en balanceert hiernaast met veel succes op het koord tussen radiovriendelijke popmuziek en eigenzinnige songs met een persoonlijke touch.
i’ll show you stronger is voorzien van een vol en zelfs wat druk aandoend geluid, waarin de gitaren bijna over elkaar struikelen en de ritmes behoorlijk stevig zijn aangezet. Het is een geluid dat de stem van Alyse Vellturo in veel gevallen wat naar de achtergrond dringt. Nodig is dat niet, want de singer-songwriter uit Brooklyn is voorzien van een aangenaam stemgeluid, dat goed past bij de uitbundige songs die ze maakt.
Het debuut van pronoun is een album dat je op meerdere manieren kunt beluisteren. De liefhebber van dreampop zal smullen van de breed uitwaaiende gitaarpartijen, terwijl de liefhebber van kauwgomballenpop zal genieten van de aanstekelijke melodieën en refreinen. i’ll show you stronger is echter ook een album waarop de puzzelstukjes steeds beter in elkaar vallen.
Bij eerste vluchtige beluistering vond ik het allemaal net wat te groots, vol en hitgevoelig, maar de songs van pronoun doen uiteindelijk veel meer dan oppervlakkig vermaken. Alyse Vellturo strooit op haar debuut driftig met fel gekleurde kauwgomballen, maar het zijn kauwgomballen met een verrassende vulling. Tegenover de imposante gitaarwolken en de aanstekelijke ritmes en refreinen staan intieme en persoonlijke teksten, die vooral somber en melancholiek zijn en het debuut van pronoun omtoveren tot een breakup album.
Het is een bijzondere tegenstelling die uitnodigt tot luisteren en dat luisteren zorgt er vervolgens voor dat de songs van pronoun worden voorzien van steeds meer diepgang, waardoor de afstand tussen Alyse Vellturo en de popprinsessen van het moment steeds groter wordt, terwijl de afstand tot muzikale helden als Julien Baker en Phoebe Bridgers wordt verkleind. Inmiddels komt i’ll show you stronger voor de zoveelste keer voorbij en ik kan alleen maar bekennen dat ik inmiddels behoorlijk verknocht ben geraakt aan de popliedjes van pronoun. Erwin Zijleman
Protomartyr - Formal Growth in the Desert (2023)

1
geplaatst: 7 juni 2023, 11:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Protomartyr - Formal Growth In The Desert - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Protomartyr - Formal Growth In The Desert
Het is momenteel flink dringen binnen de postpunk scene, maar de Amerikaanse band Protomartyr laat ook op haar nieuwe album Formal Growth In The Desert weer horen dat het mijlenver boven de concurrentie uit steekt
Luister naar het nieuwe album van de Amerikaanse band Protomartyr en je hoort flink wat invloeden uit de postpunk van decennia geleden. De band uit Detroit doet echter veel meer dan het reproduceren van het postpunk geluid van weleer. Ook op Formal Growth In The Desert sleept de band er ook weer invloeden uit andere genres bij en is het haar concurrenten zowel in muzikaal als in vocaal opzicht makkelijk de baas. Dat is Protomartyr het ook met de fascinerende songs die vol dynamiek en verrassingen zitten. Formal Growth is een donkere en behoorlijk heftige luistertrip van een kleine veertig minuten, maar het is er ook een waarin steeds meer moois aan de oppervlakte komt.
Bands die teruggrijpen op de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 schieten de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond. De meeste van deze bands en met name de bands uit Ierland en het Verenigd Koninkrijk slagen er in om het postpunk geluid van weleer vrij precies te reproduceren, waardoor het aanbod zo langzamerhand wat eenvormig begint te worden. Gelukkig zijn er ook bands als het Amerikaanse Protomartyr.
De band uit Detroit, Michigan, bouwt de afgelopen jaren aan een fantastisch oeuvre. Het is een oeuvre waarin invloeden uit de postpunk centraal staan, maar Protomartyr sleept er ook allerlei invloeden bij en verrijkt haar geluid ook nog eens met voor het genre atypische instrumenten als de saxofoon op het vorige album en de pedal steel op het deze week verschenen Formal Growth In The Desert.
De albums van de band lijken vooralsnog alleen maar beter te worden en wat mij betreft trekt Protomartyr de stijgende lijn van No Passion All Technique (2012), Under Color Of Official Right (2014), The Agent Intellect (2015), Relatives in Descent (2017) en Ultimate Success Today (2020) door op Formal Growth In The Desert.
Ook op haar nieuwe album maakt de Amerikaanse band geen geheim van haar liefde voor postpunk uit de laten jaren 70 en vroege jaren 80. Je hoort het in de diepe bassen, de bijzondere ritmes, het ruimtelijke gitaarwerk en de zang van voorman Joe Casey, die zijn teksten met veel venijn uitspuugt. Op hetzelfde moment maakt Protomartyr zeker geen dertien in een dozijn postpunk.
De band uit Detroit vermengt invloeden uit de postpunk met invloeden uit de indierock, noiserock en shoegaze, om maar eens drie extra genres te noemen. De band voegt hiernaast meer dynamiek toe aan haar muziek dan de gemiddelde postpunk band. Formal Growth In The Desert staat vol met ruwe uitbarstingen, maar Protomartyr neemt hier en daar ook flink gas terug en zeker wanneer de pedal steel af en toe voorzichtig opduikt op de achtergrond heeft de muziek van de Amerikaanse band een bijna filmisch karakter.
Het nieuwe album van Protomartyr klinkt door de mix van invloeden en alle dynamiek een stuk gevarieerder dan het gemiddelde postpunk album, maar in muzikaal opzicht is de band ook nog eens een stuk beter dan alle soortgenoten van de afgelopen jaren. De drummer blijft maar onnavolgbare ritmes slaan, die door de bassist op even onnavolgbare wijze worden gevolgd. Het gitaarwerk is verrassend veelkleurig en weet steeds weer de aandacht te trekken met rauwe riffs of juist zeer melodieuze passages.
Zanger Joe Casey is verder gelukkig niet de irritante praatzanger die tegenwoordig gemeengoed is in de postpunk. Ook Protomartyr is niet vies van gesproken teksten, maar Joe Casey klinkt eens niet alsof het telefoonboek wordt voorgelezen en vertolkt zijn teksten met heel veel energie en passie.
Formal Growth In The Desert is een donker en, zeker op het eerste gehoor, overweldigend album, maar het is ook een album waarop steeds meer op zijn plek valt en waarop Protomartyr nog maar eens laat horen dat het binnen de postpunk scene van het moment behoort tot de interessantste bands. De lat lag al hoog voor Protomartyr, maar ik vind Formal Growth In The Desert weer net een stapje beter en indrukwekkender. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Protomartyr - Formal Growth In The Desert - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Protomartyr - Formal Growth In The Desert
Het is momenteel flink dringen binnen de postpunk scene, maar de Amerikaanse band Protomartyr laat ook op haar nieuwe album Formal Growth In The Desert weer horen dat het mijlenver boven de concurrentie uit steekt
Luister naar het nieuwe album van de Amerikaanse band Protomartyr en je hoort flink wat invloeden uit de postpunk van decennia geleden. De band uit Detroit doet echter veel meer dan het reproduceren van het postpunk geluid van weleer. Ook op Formal Growth In The Desert sleept de band er ook weer invloeden uit andere genres bij en is het haar concurrenten zowel in muzikaal als in vocaal opzicht makkelijk de baas. Dat is Protomartyr het ook met de fascinerende songs die vol dynamiek en verrassingen zitten. Formal Growth is een donkere en behoorlijk heftige luistertrip van een kleine veertig minuten, maar het is er ook een waarin steeds meer moois aan de oppervlakte komt.
Bands die teruggrijpen op de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 schieten de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond. De meeste van deze bands en met name de bands uit Ierland en het Verenigd Koninkrijk slagen er in om het postpunk geluid van weleer vrij precies te reproduceren, waardoor het aanbod zo langzamerhand wat eenvormig begint te worden. Gelukkig zijn er ook bands als het Amerikaanse Protomartyr.
De band uit Detroit, Michigan, bouwt de afgelopen jaren aan een fantastisch oeuvre. Het is een oeuvre waarin invloeden uit de postpunk centraal staan, maar Protomartyr sleept er ook allerlei invloeden bij en verrijkt haar geluid ook nog eens met voor het genre atypische instrumenten als de saxofoon op het vorige album en de pedal steel op het deze week verschenen Formal Growth In The Desert.
De albums van de band lijken vooralsnog alleen maar beter te worden en wat mij betreft trekt Protomartyr de stijgende lijn van No Passion All Technique (2012), Under Color Of Official Right (2014), The Agent Intellect (2015), Relatives in Descent (2017) en Ultimate Success Today (2020) door op Formal Growth In The Desert.
Ook op haar nieuwe album maakt de Amerikaanse band geen geheim van haar liefde voor postpunk uit de laten jaren 70 en vroege jaren 80. Je hoort het in de diepe bassen, de bijzondere ritmes, het ruimtelijke gitaarwerk en de zang van voorman Joe Casey, die zijn teksten met veel venijn uitspuugt. Op hetzelfde moment maakt Protomartyr zeker geen dertien in een dozijn postpunk.
De band uit Detroit vermengt invloeden uit de postpunk met invloeden uit de indierock, noiserock en shoegaze, om maar eens drie extra genres te noemen. De band voegt hiernaast meer dynamiek toe aan haar muziek dan de gemiddelde postpunk band. Formal Growth In The Desert staat vol met ruwe uitbarstingen, maar Protomartyr neemt hier en daar ook flink gas terug en zeker wanneer de pedal steel af en toe voorzichtig opduikt op de achtergrond heeft de muziek van de Amerikaanse band een bijna filmisch karakter.
Het nieuwe album van Protomartyr klinkt door de mix van invloeden en alle dynamiek een stuk gevarieerder dan het gemiddelde postpunk album, maar in muzikaal opzicht is de band ook nog eens een stuk beter dan alle soortgenoten van de afgelopen jaren. De drummer blijft maar onnavolgbare ritmes slaan, die door de bassist op even onnavolgbare wijze worden gevolgd. Het gitaarwerk is verrassend veelkleurig en weet steeds weer de aandacht te trekken met rauwe riffs of juist zeer melodieuze passages.
Zanger Joe Casey is verder gelukkig niet de irritante praatzanger die tegenwoordig gemeengoed is in de postpunk. Ook Protomartyr is niet vies van gesproken teksten, maar Joe Casey klinkt eens niet alsof het telefoonboek wordt voorgelezen en vertolkt zijn teksten met heel veel energie en passie.
Formal Growth In The Desert is een donker en, zeker op het eerste gehoor, overweldigend album, maar het is ook een album waarop steeds meer op zijn plek valt en waarop Protomartyr nog maar eens laat horen dat het binnen de postpunk scene van het moment behoort tot de interessantste bands. De lat lag al hoog voor Protomartyr, maar ik vind Formal Growth In The Desert weer net een stapje beter en indrukwekkender. Erwin Zijleman
Protomartyr - The Agent Intellect (2015)

4,0
0
geplaatst: 22 december 2015, 15:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Protomartyr - The Agent Intellect - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Agent Intellect van Protomartyr duikt momenteel op in flink wat Amerikaanse jaarlijstjes.
De plaat van de band uit Detroit, Michigan, kon een maand of twee geleden ook in Nederland rekenen op zeer positieve recensies, maar in het enorme aanbod van dat moment is de plaat me volledig ontgaan, net zoals vorig jaar het eveneens bejubelde debuut van de band me nooit heeft bereikt.
Vreemd, want Protomartyr maakt muziek die ik normaal gesproken wel kan waarderen. The Agent Intellect krijgt over het algemeen het etiket post-punk opgeplakt, maar dat etiket vertelt maar een deel van het verhaal van de plaat.
De muziek van Protomartyr laat inderdaad flarden horen van de muziek die een band als Joy Division aan het eind van de jaren 70 maakte. Het is muziek met donkere bassen, stuwende ritmes, afwisselend melodieuze en gruizige gitaarlijnen en zang die zeker op het eerste gehoor wat deprimerend over komt.
Het is muziek die ook de afgelopen decennia in grote hoeveelheden is gemaakt, maar waar bands als Editors en White Lies de muziek uit het verleden vooral reproduceerden en populariseerden, geeft Protomartyr een eigen draai aan de invloeden uit het verleden en kiest het zeker niet voor het makkelijkste geluid.
Vergeleken met de meeste andere postpunk bands van het moment klinkt de muziek van Protomartyr een stuk rauwer en bovendien rammelt de muziek van de band uit Detroit wat meer. The Agent Intellect staat vaak wat dichter tegen de punk aan dan de muziek van de andere postpunk bands uit het heden en heeft bovendien het onvaste en tegendraadse wat de muziek van bijvoorbeeld een band als The Fall zo interessant maakte.
The Agent Intellect is een plaat die zijn geheimen hierdoor wat minder makkelijk prijs geeft dan de grootse muziek van de genoemde bands, maar uiteindelijk valt er heel veel te genieten op deze plaat, want wat zijn de songs goed en wat wordt er goed gemusiceerd.
Protomartyr maakt zeker geen muziek voor mensen die het leven deze dagen door een roze bril willen bekijken, maar een ieder die niet vies is van een flinke bak melancholie in deze donkere dagen is bij de Amerikaanse band aan het juiste adres. Prima plaat en veel beter en spannender dan al het andere dat dit jaar in dit genre is verschenen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Protomartyr - The Agent Intellect - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Agent Intellect van Protomartyr duikt momenteel op in flink wat Amerikaanse jaarlijstjes.
De plaat van de band uit Detroit, Michigan, kon een maand of twee geleden ook in Nederland rekenen op zeer positieve recensies, maar in het enorme aanbod van dat moment is de plaat me volledig ontgaan, net zoals vorig jaar het eveneens bejubelde debuut van de band me nooit heeft bereikt.
Vreemd, want Protomartyr maakt muziek die ik normaal gesproken wel kan waarderen. The Agent Intellect krijgt over het algemeen het etiket post-punk opgeplakt, maar dat etiket vertelt maar een deel van het verhaal van de plaat.
De muziek van Protomartyr laat inderdaad flarden horen van de muziek die een band als Joy Division aan het eind van de jaren 70 maakte. Het is muziek met donkere bassen, stuwende ritmes, afwisselend melodieuze en gruizige gitaarlijnen en zang die zeker op het eerste gehoor wat deprimerend over komt.
Het is muziek die ook de afgelopen decennia in grote hoeveelheden is gemaakt, maar waar bands als Editors en White Lies de muziek uit het verleden vooral reproduceerden en populariseerden, geeft Protomartyr een eigen draai aan de invloeden uit het verleden en kiest het zeker niet voor het makkelijkste geluid.
Vergeleken met de meeste andere postpunk bands van het moment klinkt de muziek van Protomartyr een stuk rauwer en bovendien rammelt de muziek van de band uit Detroit wat meer. The Agent Intellect staat vaak wat dichter tegen de punk aan dan de muziek van de andere postpunk bands uit het heden en heeft bovendien het onvaste en tegendraadse wat de muziek van bijvoorbeeld een band als The Fall zo interessant maakte.
The Agent Intellect is een plaat die zijn geheimen hierdoor wat minder makkelijk prijs geeft dan de grootse muziek van de genoemde bands, maar uiteindelijk valt er heel veel te genieten op deze plaat, want wat zijn de songs goed en wat wordt er goed gemusiceerd.
Protomartyr maakt zeker geen muziek voor mensen die het leven deze dagen door een roze bril willen bekijken, maar een ieder die niet vies is van een flinke bak melancholie in deze donkere dagen is bij de Amerikaanse band aan het juiste adres. Prima plaat en veel beter en spannender dan al het andere dat dit jaar in dit genre is verschenen. Erwin Zijleman
Protomartyr - Ultimate Success Today (2020)

4,5
2
geplaatst: 21 juli 2020, 15:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Protomartyr - Ultimate Success Today - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Protomartyr - Ultimate Success Today
Protomartyr zet een indrukwekkende volgende stap op een vooral donker of zelfs duister album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en songs die zich genadeloos opdringen
Protomartyr leverde de afgelopen jaren al twee geweldige albums af, maar Ultimate Succes Today is nog veel indrukwekkender. De band uit Detroit vermengt invloeden uit de postpunk, noiserock en indie-rock en combineert loodzware bassen met inventief drumwerk, prachtige gitaarmuren en een tegendraadse saxofoon. Het kleurt prachtig bij de zang van voorman Joe Casey, die zijn teksten met veel venijn en urgentie uitspuugt. Het komt allemaal samen in songs die je onmiddellijk bij de strot grijpen en vervolgens steeds mooier en imposanter worden. Wederom jaarlijstjesmateriaal van Protomartyr, dat is meer dan duidelijk.
De Amerikaanse band Protomartyr haalde ik een jaar of vijf geleden uit een aantal, met name Amerikaanse, jaarlijstjes, waarin The Agent Intellect, het derde album van de band uit Detroit, Michigan, terecht de hemel in werd geprezen.
Protomartyr maakte op The Agent Intellect muziek die absoluut viel te omschrijven als postpunk, maar waar dit genre in de tweede en derde postpunk golf steeds grootser en meeslepender, maar ook steeds toegankelijker werd, zat de muziek van Protomartyr dichter tegen de postpunk uit de late jaren 70 aan. The Agent Intellect was donker en dreigend, maar ook rauw en tegendraads, wat het album inderdaad jaarlijstjeswaardig maakte.
Vreemd genoeg heb ik het in 2017 verschenen Relatives In Descent ook pas opgepikt toen het aan het eind van het betreffende jaar in jaarlijstjes opdook, waar overigens niets op viel af te dingen, want het vierde album van de band uit Detroit was nog beter dan zijn voorganger. Ik laat het dit jaar voor de afwisseling maar eens niet op de jaarlijstjes aan komen. Dat het deze week verschenen Ultimate Success Today hier in gaat terecht komen lijkt me overigens zeker, want wat heeft Protomartyr weer een indrukwekkend album afgeleverd.
Direct in de openingstrack maakt de Amerikaanse band een onuitwisbare indruk met een aardedonkere track vol diepe bassen, stuwende drums en gitaarlijnen die steeds breder uitwaaien maar ook steeds steviger worden. Het zijn vaste ingrediënten binnen de postpunk, maar het klinkt bij Protomartyr net wat interessanter en dreigender. Wat tegendraadse saxofoon uithalen laten horen dat de band uit Detroit een stuk eigenzinniger is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat hoor je ook nadrukkelijk in de zang. Voorman Joe Casey spuugt zijn teksten met veel venijn uit en doet dat, wanneer de gitaren aanzwellen, met steeds wat meer nadruk.
Hoe goed de band is hoor je goed in de tweede track waarin Protomartyr imponeert met een meedogenloze gitaarriff, die wordt gecombineerd met fantastisch drumwerk, een dit keer prachtig melodieus spelende saxofoon en met nog wat venijniger klinkende zang van Joe Casey. Het doet wel wat denken aan de muziek van The Clash of Big Audio Dynamite, maar het is ook onmiskenbaar Protomartyr.
Invloeden uit de postpunk spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van de Amerikaanse band, maar vergeleken met de vorige albums hebben invloeden uit de noiserock en de indie-rock aan terrein gewonnen en kiest Protomartyr bovendien voor een wat ruimtelijker geluid. Het pakt allemaal fantastisch uit. Ultimate Success Today is een donker album waar de urgentie van af spat, maar het is ook een album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en een album vol songs die aankomen als de spreekwoordelijke mokerslag.
De drummer en de gitarist van de band blijven maar salvo’s op je afvuren en zanger Joe Casy doet vrolijk mee met vocalen die inslaan als granaten. Het is de perfecte soundtrack voor deze donkere en onzekere tijden, al hoop ik toch dat de toekomst er beter uitziet dan Protomartyr op haar nieuwe album schetst. Met wat muzikaal doemdenken is echter niets mis, zeker niet als het wordt gecombineerd met zoveel muzikaal avontuur. Het is avontuur dat uiteindelijk nog omslaat in wat meer ingetogen en eveneens klanken, al worden de donkere wolken nooit helemaal verdreven. Prachtplaat, dat zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Protomartyr - Ultimate Success Today - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Protomartyr - Ultimate Success Today
Protomartyr zet een indrukwekkende volgende stap op een vooral donker of zelfs duister album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en songs die zich genadeloos opdringen
Protomartyr leverde de afgelopen jaren al twee geweldige albums af, maar Ultimate Succes Today is nog veel indrukwekkender. De band uit Detroit vermengt invloeden uit de postpunk, noiserock en indie-rock en combineert loodzware bassen met inventief drumwerk, prachtige gitaarmuren en een tegendraadse saxofoon. Het kleurt prachtig bij de zang van voorman Joe Casey, die zijn teksten met veel venijn en urgentie uitspuugt. Het komt allemaal samen in songs die je onmiddellijk bij de strot grijpen en vervolgens steeds mooier en imposanter worden. Wederom jaarlijstjesmateriaal van Protomartyr, dat is meer dan duidelijk.
De Amerikaanse band Protomartyr haalde ik een jaar of vijf geleden uit een aantal, met name Amerikaanse, jaarlijstjes, waarin The Agent Intellect, het derde album van de band uit Detroit, Michigan, terecht de hemel in werd geprezen.
Protomartyr maakte op The Agent Intellect muziek die absoluut viel te omschrijven als postpunk, maar waar dit genre in de tweede en derde postpunk golf steeds grootser en meeslepender, maar ook steeds toegankelijker werd, zat de muziek van Protomartyr dichter tegen de postpunk uit de late jaren 70 aan. The Agent Intellect was donker en dreigend, maar ook rauw en tegendraads, wat het album inderdaad jaarlijstjeswaardig maakte.
Vreemd genoeg heb ik het in 2017 verschenen Relatives In Descent ook pas opgepikt toen het aan het eind van het betreffende jaar in jaarlijstjes opdook, waar overigens niets op viel af te dingen, want het vierde album van de band uit Detroit was nog beter dan zijn voorganger. Ik laat het dit jaar voor de afwisseling maar eens niet op de jaarlijstjes aan komen. Dat het deze week verschenen Ultimate Success Today hier in gaat terecht komen lijkt me overigens zeker, want wat heeft Protomartyr weer een indrukwekkend album afgeleverd.
Direct in de openingstrack maakt de Amerikaanse band een onuitwisbare indruk met een aardedonkere track vol diepe bassen, stuwende drums en gitaarlijnen die steeds breder uitwaaien maar ook steeds steviger worden. Het zijn vaste ingrediënten binnen de postpunk, maar het klinkt bij Protomartyr net wat interessanter en dreigender. Wat tegendraadse saxofoon uithalen laten horen dat de band uit Detroit een stuk eigenzinniger is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat hoor je ook nadrukkelijk in de zang. Voorman Joe Casey spuugt zijn teksten met veel venijn uit en doet dat, wanneer de gitaren aanzwellen, met steeds wat meer nadruk.
Hoe goed de band is hoor je goed in de tweede track waarin Protomartyr imponeert met een meedogenloze gitaarriff, die wordt gecombineerd met fantastisch drumwerk, een dit keer prachtig melodieus spelende saxofoon en met nog wat venijniger klinkende zang van Joe Casey. Het doet wel wat denken aan de muziek van The Clash of Big Audio Dynamite, maar het is ook onmiskenbaar Protomartyr.
Invloeden uit de postpunk spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van de Amerikaanse band, maar vergeleken met de vorige albums hebben invloeden uit de noiserock en de indie-rock aan terrein gewonnen en kiest Protomartyr bovendien voor een wat ruimtelijker geluid. Het pakt allemaal fantastisch uit. Ultimate Success Today is een donker album waar de urgentie van af spat, maar het is ook een album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en een album vol songs die aankomen als de spreekwoordelijke mokerslag.
De drummer en de gitarist van de band blijven maar salvo’s op je afvuren en zanger Joe Casy doet vrolijk mee met vocalen die inslaan als granaten. Het is de perfecte soundtrack voor deze donkere en onzekere tijden, al hoop ik toch dat de toekomst er beter uitziet dan Protomartyr op haar nieuwe album schetst. Met wat muzikaal doemdenken is echter niets mis, zeker niet als het wordt gecombineerd met zoveel muzikaal avontuur. Het is avontuur dat uiteindelijk nog omslaat in wat meer ingetogen en eveneens klanken, al worden de donkere wolken nooit helemaal verdreven. Prachtplaat, dat zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
Psychic Ills - Inner Journey Out (2016)

4,5
0
geplaatst: 19 december 2016, 14:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Psychic Ills - Inner Journey Out - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was eigenlijk naar een hele andere band op zoek, maar de zoekresultaten van Spotify zijn soms onnavolgbaar. Uit nieuwsgierigheid heb ik de door Spotify aangereikte plaat van Psychic Ills toch maar even aangeklikt en sindsdien ben ik behoorlijk in de ban van de muziek van de band uit New York.
De naam Psychic Ills klinkt mij op een of andere manier bekend in de oren, maar ik geloof niet dat ik de vorige vier platen van de band heb beluisterd.
Het eerder dit jaar verschenen Inner Journey Out is de vijfde plaat van de band rond Tom Gluibizzi en Tres Warren en ik vind het een hele mooie.
Psychic Ills doet op haar vijfde plaat bij eerste beluistering meer dan eens denken aan Mazzy Star, maar het is wel Mazzy Star met een zanger en het is Mazzy Star met veel meer invloeden uit de psychedelica en vooral ook de Amerikaanse rootsmuziek.
Het muziek waarin de stem van Hope Sandoval ieder moment kan opduiken en dan is het even schrikken als in de derde track niemand minder dan Hope Sandoval opduikt. De bijdrage van de zangeres van Mazzy Star blijft beperkt tot één track, maar smaakt naar meer.
De muziek van Psychic Ills heeft het dromerige van de muziek van Mazzy Star, maar bereikt een bezwerend effect met andere wapens. Zanger Tress Warren heeft natuurlijk niet de zwoele stem die bij Mazzy Star zo bepalend is, maar zingt heerlijk loom. Het past prachtig bij de al even lome klanken op Inner Journey Out.
Het zijn klanken waarin de gitaren prachtige lijntjes mogen tekenen, maar het warm klinkende orgel en de altijd prachtige pedal steel zijn in het geluid van Psychic Ills minstens even belangrijk.
De band uit New York neemt de tijd voor haar muziek en schotelt de luisteraar op Inner Journey Out maar liefst 14 songs en ruim een uur muziek voor. Da klinkt als een hele lange zit, maar de muziek van Psychic Ills wint aan kracht wanneer je je volledig mee kunt laten voeren op de melodieuze klanken en alle gevoel voor tijd even verliest. Inner Journey Out krijgt vervolgens een bezwerende uitwerking, waarna de op het eerste gehoor misschien wat monotone songs opeens de mooiste kleuren op het netvlies toveren.
Zeker wanneer je de plaat wat vaker hebt gehoord verdwijnt de op het eerste gehoor zo nadrukkelijk opdoemende vergelijking met Mazzy Star wat meer naar de achtergrond en heb ik vooral associaties met het briljante Ladies And Gentlemen We Are Floating In Space van de Britse band Spiritualized. Inner Journey Out is een heerlijke plaat om bij weg te dromen en iedere keer dat je wegdroomt bij de muziek van de band uit New York wint de plaat aan kracht.
Ik heb in het verleden vaak gemopperd op de zoekmachine van Spotify, maar nu de streaming dienst me in de laatste weken van 2016 zomaar een jaarlijstjesplaat in de schoot heeft geworpen, zal ik er nooit meer over klagen. De vijfde van Psychic Ills heeft maar weinig aandacht gekregen dit jaar, maar luister één keer en je bent verkocht. Meesterwerk! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Psychic Ills - Inner Journey Out - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was eigenlijk naar een hele andere band op zoek, maar de zoekresultaten van Spotify zijn soms onnavolgbaar. Uit nieuwsgierigheid heb ik de door Spotify aangereikte plaat van Psychic Ills toch maar even aangeklikt en sindsdien ben ik behoorlijk in de ban van de muziek van de band uit New York.
De naam Psychic Ills klinkt mij op een of andere manier bekend in de oren, maar ik geloof niet dat ik de vorige vier platen van de band heb beluisterd.
Het eerder dit jaar verschenen Inner Journey Out is de vijfde plaat van de band rond Tom Gluibizzi en Tres Warren en ik vind het een hele mooie.
Psychic Ills doet op haar vijfde plaat bij eerste beluistering meer dan eens denken aan Mazzy Star, maar het is wel Mazzy Star met een zanger en het is Mazzy Star met veel meer invloeden uit de psychedelica en vooral ook de Amerikaanse rootsmuziek.
Het muziek waarin de stem van Hope Sandoval ieder moment kan opduiken en dan is het even schrikken als in de derde track niemand minder dan Hope Sandoval opduikt. De bijdrage van de zangeres van Mazzy Star blijft beperkt tot één track, maar smaakt naar meer.
De muziek van Psychic Ills heeft het dromerige van de muziek van Mazzy Star, maar bereikt een bezwerend effect met andere wapens. Zanger Tress Warren heeft natuurlijk niet de zwoele stem die bij Mazzy Star zo bepalend is, maar zingt heerlijk loom. Het past prachtig bij de al even lome klanken op Inner Journey Out.
Het zijn klanken waarin de gitaren prachtige lijntjes mogen tekenen, maar het warm klinkende orgel en de altijd prachtige pedal steel zijn in het geluid van Psychic Ills minstens even belangrijk.
De band uit New York neemt de tijd voor haar muziek en schotelt de luisteraar op Inner Journey Out maar liefst 14 songs en ruim een uur muziek voor. Da klinkt als een hele lange zit, maar de muziek van Psychic Ills wint aan kracht wanneer je je volledig mee kunt laten voeren op de melodieuze klanken en alle gevoel voor tijd even verliest. Inner Journey Out krijgt vervolgens een bezwerende uitwerking, waarna de op het eerste gehoor misschien wat monotone songs opeens de mooiste kleuren op het netvlies toveren.
Zeker wanneer je de plaat wat vaker hebt gehoord verdwijnt de op het eerste gehoor zo nadrukkelijk opdoemende vergelijking met Mazzy Star wat meer naar de achtergrond en heb ik vooral associaties met het briljante Ladies And Gentlemen We Are Floating In Space van de Britse band Spiritualized. Inner Journey Out is een heerlijke plaat om bij weg te dromen en iedere keer dat je wegdroomt bij de muziek van de band uit New York wint de plaat aan kracht.
Ik heb in het verleden vaak gemopperd op de zoekmachine van Spotify, maar nu de streaming dienst me in de laatste weken van 2016 zomaar een jaarlijstjesplaat in de schoot heeft geworpen, zal ik er nooit meer over klagen. De vijfde van Psychic Ills heeft maar weinig aandacht gekregen dit jaar, maar luister één keer en je bent verkocht. Meesterwerk! Erwin Zijleman
