MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Pet Shop Boys - Super (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pet Shop Boys - Super - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De platen die de Pet Shop Boys tussen 1986 en 1993 maakten heb ik stuk voor stuk heel hoog zitten, maar sindsdien ben ik het Britse duo wat uit het oog verloren, tot ik ongeveer een half jaar geleden het al in 2013 verschenen Electric ontdekte.

Op Electric bleken Chris Lowe en Neil Tennant er in geslaagd om hun zo herkenbare geluid uit de 80s en 90s het heden in te trekken.

Dit was deels de verdienste van de Amerikaanse producer Stuart Price (die eerder werkte met onder andere Madonna), die het vintage Pet Shop Boys geluid voorzag van flink wat invloeden uit de moderne elektronische dansmuziek.

Electric werd drie jaar geleden veel beter ontvangen dan alle andere platen die de Pet Shop Boys sinds hun gloriejaren maakten en het wekt dan ook geen verbazing dat de Amerikaanse producer ook achter de knoppen zat tijdens het opnemen van Super.

Super is in alle opzichten een logisch vervolg op Electric. In vrijwel alle songs hoor je flarden van het geluid waarmee Chris Lowe en Neil Tennant minstens een dozijn wereldhits wisten te scoren, maar Super klinkt ook fris en modern.

Het is een combinatie die verrassend goed werkt. De wat onderkoelde vocalen van Neil Tennant passen uitstekend bij het veelkleurige klankentapijt dat op Super domineert. Het is een klankentapijt dat stevig citeert uit de elektronische dansmuziek van de afgelopen jaren, maar meer dan in het verleden laten de Pet Shop Boys ook horen dat ze zijn beïnvloedt door de baanbrekende muziek van Kraftwerk en de aanstekelijke klanken van Giorgio Moroder uit de jaren 70.

Super staat vol met lekker in het gehoor liggende popsongs en songs voor de dansvloer, maar de nieuwe plaat van de Pet Shop Boys is ook een plaat die uitnodigt tot het ontleden van de uit vele lagen bestaande muziek.

Super is al met al een waardig opvolger van het zo goed ontvangen Electric, maar het is ook een plaat die aansluit op en niet al teveel onder doet voor de platen die het duo in een ver verleden maakte. Dat mag best een prestatie van formaat worden genoemd. Erwin Zijleman

Peter Case - HWY 62 (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Case - HWY 62 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In de tweede helft van de jaren 80 voorspelde ik de Amerikaanse singer-songwriter Peter Case een prachtige toekomst in de muziek, maar inmiddels durf ik wel te concluderen dat de Amerikaanse muzikant is veroordeeld tot een bestaan in de marge.

Ook in deze marge is Peter Case bijzondere platen blijven maken, al vallen er inmiddels wel wat langere stiltes.

HWY 62 is de opvolger van het al weer vijf jaar oude Wig, maar was het wachten en de benodigde crowdfunding campagne meer dan waard.

Peter Case heeft met zijn muziek nooit een heel breed publiek kunnen bereiken, maar de Amerikaan is bij zijn collega’s zeer geliefd, zodat hij nooit moeite heeft om prima muzikanten de studio in te krijgen. Deze keer schuift zelfs niemand minder dan Ben Harper aan, maar ook de andere muzikanten op de plaat (onder wie Lone Justice’s Don Heffington) kunnen een aardig potje spelen en producer Sheldon Gomberg (Rickie Lee Jones, Ben Harper) is ook niet van de straat.

HWY 62 is voor een belangrijk deel akoestisch en heeft een geluid dat doet denken aan de platen die Dylan in de jaren 70 maakte. Het is een geluid dat me zeer bevalt. Peter Case raakt niet alleen aan de muziek van Dylan (wiens Long Time Gone overigens bijzonder fraai wordt gecoverd), maar citeert ook uit de catalogus van andere singer-songwriters uit de jaren 70.

Het voor een belangrijk deel akoestische geluid op de plaat wordt fraai ingekleurd door de getalenteerde band en met name het incidenteel ingezette elektrische gitaarwerk is van hoog niveau. De plaat ademt de sfeer van het verleden, maar ondanks de duidelijk hoorbare invloeden van enkele groten slaagt Peter Case er ook dit keer in om zijn eigen stempel op zijn muziek te drukken.

Iedereen die het bijzondere oeuvre van de Amerikaan kent, weet dat Peter Case tijdloze songs kan schrijven en bovendien songs schrijft die zich makkelijk opdringen. Dat heeft hij ook dit keer gedaan, waardoor HWY 62 makkelijk overtuigt.

De betere platen van Peter Case ontbreken helaas in menig goedgevulde platenkast, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek kunnen er eigenlijk niet om heen. HWY 62 moet trouwens worden gerekend tot de betere platen van Peter Case en tot één van de smaakmakers binnen het aanbod van het moment. Erwin Zijleman

Peter Doherty & Frédéric Lo - The Fantasy Life of Poetry & Crime (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Doherty & Frédéric Lo - The Fantasy Life Of Poetry & Crime - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Peter Doherty & Frédéric Lo - The Fantasy Life Of Poetry & Crime
Peter Doherty kennen we als boegbeeld van The Libertines en Babyshambles, maar de inmiddels in Frankrijk woonachtige muzikant laat op zijn nieuwe soloalbum een compleet andere kant van zichzelf horen

Goede songs, mooie teksten, mooie klanken en prachtige arrangementen, maar matige zang. Het was mijn eerste conclusie over het nieuwe album dat de Britse muzikant Peter Doherty maakte met de Franse componist, muzikant en arrangeur Frédéric Lo. Het is een conclusie die ik inmiddels heb moeten herzien. Natuurlijk is de zang van Peter Doherty niet zonder schoonheidsfoutjes, maar dat voorziet de vaak rijk georkestreerde en soms wat theatrale songs op The Fantasy Life Of Poetry & Crime juist van de scherpe kantjes en ruwe randjes die op dit soort albums zo vaak ontbreken. Het duurde even voordat alles op zijn plek viel, maar inmiddels vind ik het een geweldig album.

Peter Doherty, ook bekend als Pete Doherty, leek in zijn jonge jaren een zeer serieuze kandidaat voor de “27 Club” (ook bekend onder de naam Forever 27), maar de Britse muzikant haalde zijn 28e verjaardag en mocht eerder deze maand maar liefst 43 kaarsjes uitblazen. Peter Doherty kan inmiddels terugkijken op een bijzondere bijdrage aan de Britse rockmuziek met een aantal prima soloalbums en natuurlijk de muziek van zijn bands The Libertines en Babyshambles, waarvan zeker de eerste twee albums van The Libertines inmiddels klassiekers mogen worden genoemd.

De Britse muzikant heeft zijn vaderland inmiddels achter zich gelaten en woont tegenwoordig in Frankrijk. Daar maakte hij samen met de Franse componist, muzikant en arrangeur Frédéric Lo een album dat laat horen dat Peter Doherty inmiddels ook de rock ’n roll achter zich heeft gelaten. Op The Fantasy Life Of Poetry & Crime horen we een hele andere kant van de Britse muzikant en het is een kant die me, weliswaar na enige gewenning, prima bevalt.

Op zijn nieuwe album maakt Peter Doherty bij vlagen zeer rijk georkestreerde en vaak wat theatrale songs. Het zijn songs die je verwacht van muzikanten als Marc Almond, Jarvis Cocker en Gavin Friday, om maar een aantal namen te noemen, maar ook de voormalige voorman van de roemruchte band The Libertines kan met dit repertoire uit de voeten.

The Fantasy Life Of Poetry & Crime is prachtig gearrangeerd en ingekleurd door Peter Doherty’s Franse kompaan Frédéric Lo, die klassiek aandoende klanken combineert met hier en daar stevig aanzwellende strijkers en blazers. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg mooi en omdat ook de songs op het album sterk zijn, weet ik zeker dat bovengenoemde crooners met The Fantasy Life Of Poetry & Crime een geweldig album zouden hebben gemaakt.

Voor Peter Doherty vond ik dat niet direct vanzelfsprekend, want de Britse muzikant is nooit een geweldig zanger geweest en is dat ook niet op zijn nieuwe album. Dat zat me bij eerste beluistering vooral in de weg, maar inmiddels kan ik de zang op The Fantasy Life Of Poetry & Crime wel waarderen en vind ik dat deze zang een bijzondere charme heeft. De wat ruwe en onzorgvuldige zang van de Britse muzikant zorgt er voor dat het allemaal niet te theatraal wordt en in ieder geval nog een beetje rock ’n roll blijft.

Het is rock ’n roll die in muzikaal opzicht aansluit bij de muziek van de bovengenoemde muzikanten, maar The Fantasy Life Of Poetry & Crime is ook zeker schatplichtig aan alles dat Morrissey heeft gemaakt, om nog maar één andere naam te noemen. Ik moest er zoals gezegd wel even aan wennen, maar inmiddels vind ik niet altijd zuivere zang van Peter Doherty en de bijzonder fraaie klanken van Frédéric Lo een gouden combinatie.

Peter Doherty is zeker niet de beste zanger die op deze wereld rondloopt, maar zijn songs en teksten zijn prachtig en hij vertolkt deze absoluut met flink wat gevoel en melancholie. The Fantasy Life Of Poetry & Crime is mijlenver verwijderd van de muziek die we kennen van een jonge Peter Doherty, maar laat horen dat de Britse muzikant nog steeds muziek kan maken die er toe doet. The Fantasy Life Of Poetry & Crime wakkert bovendien het verlangen naar een nieuw album van Gavin Friday aan, maar of dat er ooit gaat komen blijft vooralsnog helaas zeer de vraag. Erwin Zijleman

Peter Gabriel - i/o (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Gabriel - i/o - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Peter Gabriel - i/o
Met i/o levert Peter Gabriel eindelijk weer eens een album met nieuw materiaal af en het is er een vol echo’s uit het verleden, maar de Britse muzikant laat ook horen dat hij er in 2023 nog steeds toe doet

Fans van de muziek van Peter Gabriel hebben de songs op het nieuwe album van de invloedrijke Britse muzikant het afgelopen jaar al leren kennen, maar na een jaar wachten zijn ze dan ook eindelijk verzameld op een album en dat heeft meerwaarde. Op i/o citeert Peter Gabriel zowel uit zijn werk van de late jaren 70 en vroege jaren 80 als uit zijn zo succesvolle werk uit de tweede helft van de jaren 80, waardoor i/o eigenlijk direct vertrouwd klinkt. Op hetzelfde moment klinkt het nieuwe album van Peter Gabriel, waaraan hij heel lang werkte, absoluut eigentijds. Zijn eerste vier soloalbums blijven onovertroffen, maar i/o laat horen dat het doodzonde is dat we de afgelopen twintig jaar zo weinig hoorden van de Britse muzikant.

Peter Gabriel beschouw ik absoluut als een van mijn jeugdhelden. De albums die hij maakte met Genesis vind ik nog altijd de beste albums van de band (met Selling England By The Pound en The Lamb Lies Down On Broadway als uitschieters), terwijl de vier titelloze soloalbums die hij tussen 1977 en 1982 maakte en vooral het derde en het vierde album uit deze serie voor mij horen bij het beste dat in deze periode werd gemaakt. Halverwege de jaren 80 was Peter Gabriel bovendien verantwoordelijk voor een aantal van de beste concerten die ik tot op dat moment had gezien. Ik was wat minder gecharmeerd van So, waarmee hij doorbrak naar een groot publiek, maar ook dat album stak nog altijd ruimschoots boven de middelmaat uit.

De afgelopen twee decennia was het helaas behoorlijk stil ronde de Britse muzikant. Feitelijk gezien was het in 2002 verschenen en wat mij betreft wat tegenvallende Up tot deze week het laatste album van Peter Gabriel met nieuw eigen materiaal, want op het in 2010 verschenen Scratch My Back coverde de Britse muzikant (verdienstelijk) songs van anderen, terwijl op het in 2012 uitgebrachte New Blood herbewerkingen van zijn eigen werk waren te vinden. Ongeveer een jaar geleden doorbrak de legendarische Britse muzikant eindelijk de stilte en kondigde hij een nieuw album aan, waarvan bij iedere volle maan een nieuwe track beschikbaar zou worden gemaakt en waaraan naar verluidt decennia lang is gewerkt.

Ik heb de individuele tracks zelfs slechts voor een zeer klein deel beluisterd, maar iedereen die Peter Gabriel het afgelopen jaar intensief heeft gevolgd, hoort niet veel nieuws op het deze week verschenen i/o. Zelf heb ik veel meer met albums dan met losse tracks, waardoor ik nu eigenlijk pas goed luister naar het nieuwe album van een van mijn jeugdhelden. Het is een album waarop de individuele tracks in een context worden geplaatst en dat heeft wat mij betreft absoluut meerwaarde.

Het is een album dat komt in twee gedaantes, want i/o is uitgebracht met twee verschillende mixen, de Bright Side Mix van Mark ‘Spike’ Stent en de Dark Side Mix van de zeer ervaren Tchad Blake. Er zit wel wat verschil tussen beide versies van i/o, maar het gaat uiteindelijk om dezelfde serie songs, zodat de verschillen ook niet overdreven moeten worden. Zelf heb ik overigens een lichte voorkeur voor de mix van Tchad Blake die wat warmer en organischer klinkt.

Beluistering van i/o voelde voor mij direct als het spreekwoordelijke warme bad, want het album laat onmiskenbaar het geluid van Peter Gabriel horen. Dat ligt voor een belangrijk deel aan zijn zeer karakteristieke stem, die overigens nog net zo mooi klinkt als in de jaren 70 en 80, maar ook in muzikaal opzicht hoor ik flink wat echo’s uit het roemruchte verleden van de Britse muzikant.

Het nieuwe album werd gemaakt met oudgedienden als Tony Levin, David Rhodes en Manu Katché, maar ook Brian Eno is te horen op het album en dat geldt ook voor een flinke lijst aan andere muzikanten. Het is een album met een aantal wat meer ingetogen en stemmige of zelfs melancholische tracks waarin de nog altijd fraaie stem van Peter Gabriel wordt gecombineerd met piano en strijkers. Het zijn mijn favoriete tracks op het album, al is het maar omdat ze herinneren aan zijn vroege solowerk, maar i/o bevat ook een aantal uitbundiger ingekleurde songs, die juist weer dichter tegen zijn zo succesvolle werk uit de tweede helft van de jaren 80 aan zitten.

Omdat de meer ingetogen tracks duidelijk in de meerderheid zijn vind ik i/o een erg sterk album, dat een prachtige aanvulling vormt op het bijzondere oeuvre van Peter Gabriel. De Bright Side Mix bewaar ik voor overdag, terwijl de Dark Side mix vooral in de avond aan bod komt en beide versies van het album winnen vooralsnog aan kracht. Al met al een mooie en wat mij betreft verrassend sterke comeback van de invloedrijke muzikant. Erwin Zijleman

Peter Gabriel - Peter Gabriel (1980)

Alternatieve titel: 3

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Gabriel - Peter Gabriel / 3 / Melt (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Peter Gabriel - Peter Gabriel / 3 / Melt (1980)
Peter Gabriel heeft meerdere uitstekende soloalbums op zijn naam staan, maar zijn derde soloalbum uit 1980 is het album waarop alles op zijn plek valt en de Brit een blauwdruk maakt voor muziek uit de toekomst

Van Peter Gabriel hebben we de afgelopen tien jaar helaas niet veel meer vernomen, maar gelukkig heeft hij een prachtig oeuvre op zijn naam staan. Binnen dit oeuvre steekt er wat mij betreft één album met kop en schouders bovenuit en dat is het in 1980 verschenen derde soloalbum, dat bekend is onder de namen Peter Gabriel, 3 en Melt. Op dit album verkeert de Britse muzikant in topvorm en heeft hij met een aantal geweldige muzikanten en een topproducer een album gemaakt dat zijn tijd in 1980 ver vooruit was. Het is een album met een serie geweldige songs, die op zeer avontuurlijke en eigenzinnige wijze worden vertolkt en die ook ruim veertig jaar later nog niets van hun zeggingskracht hebben verloren.

Na zijn vertrek uit Genesis in 1975 begon Peter Gabriel aan een solocarrière. Tussen 1977 en 1982 bracht hij vier albums uit die allemaal slechts zijn eigen naam als titel droegen, al waren de albums al snel bekend onder de namen 1, 2, 3 en 4 en later onder de namen Car, Scratch, Melt en Security. Op deze albums nam Peter Gabriel afstand van zijn werk met Genesis en zocht hij naar een moderner en wat alternatiever geluid.

De eerste vier albums van de Britse muzikant zijn allemaal goed, maar het in 1980 verschenen Peter Gabriel, ook bekend als 3 en als Melt, springt er voor mij duidelijk uit. Het album verscheen in hetzelfde jaar als Duke van Genesis, dat stappen zette richting een wat meer pop georiënteerd geluid, maar de stappen die Peter Gabriel zette, waren nog een stuk groter. Op zijn derde soloalbum presteert Peter Gabriel op de toppen van zijn kunnen, maakt hij muziek die ook ruim veertig jaar later nog fris en avontuurlijk klinkt en maakt hij bovendien muziek die flink wat invloed zou hebben, bijvoorbeeld op een band als Elbow.

Het derde album van Peter Gabriel springt er in meerdere opzichten uit, maar laat ik eens beginnen bij de productie van Steve Lillywhite, die in de studio gezelschap kreeg van technicus Hugh Padham. De bijzondere productie van het album zou een blauwdruk vormen voor heel veel typische jaren 80 albums, maar herinnert ook meer dan eens aan de productie van de albums die David Bowie in Berlijn maakte. Waar veel van de jaren 80 albums uiteindelijk verzopen in galm, klinkt het derde album van Peter Gabriel ook met de oren van nu werkelijk fantastisch.

Het is de verdienste van de producer en de technicus, maar ook van een uitstekende band met topkrachten als gitarist David Rhodes, bassisten John Giblin en Tony Levin en drummer Jerry Marotta en van gastmuzikanten van naam en faam als Robert Fripp, Kate Bush, Phil Collins (die in de openingstrack zijn karakteristieke 80s drumgeluid laat horen) en Paul Weller.

De instrumentatie op het album wordt gedomineerd door gitaren en keyboards, maar er zijn allerlei accenten toegevoegd. Met name de keyboards klonken in 1980 hypermodern en ook ruim veertig jaar later klinkt de muziek van Peter Gabriel op zijn derde album bijzonder avontuurlijk.

De eigenzinnige en soms wat tegendraadse instrumentatie past prachtig bij de zo herkenbare en zeer expressieve stem van Peter Gabriel, die op zijn derde album een van zijn beste vocale prestaties levert en bovendien een uniek eigen geluid laat horen, dat zijn muziek nog wat bijzonderder maakt. De eerste vier soloalbums van de Britse muzikant zijn zoals gezegd allemaal de moeite waard, maar het niveau van de songs ligt op het derde album net wat hoger en bovendien is de kwaliteit van de songs een stuk constanter.

De eerste albums van Peter Gabriel waren lange tijd niet beschikbaar via de streaming media diensten en omdat ook mijn platenspeler lange tijd opgeborgen was, heb ik ze heel lang niet beluisterd, maar sinds de platenspeler weer prominent in de kamer staat en de catalogus van Peter Gabriel ook op de streaming diensten weer redelijk compleet is, draai ik met name zijn derde soloalbum weer zeer regelmatig.

Het is een album dat nooit gaat vervelen en dat de tand des tijds opvallend makkelijk heeft doorstaan. Het in commercieel opzicht zeer succesvolle So uit 1986 vond ik maar zozo en ook op zijn latere albums heeft Peter Gabriel het niveau van zijn briljante derde album wat mij betreft nooit meer benaderd, wat van alles zegt over het razend knappe album uit 1980. Erwin Zijleman

Peter Holsapple - Game Day (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Holsapple - Game Day - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Peter Holsapple heeft zijn sporen in de popmuziek inmiddels ruimschoots verdiend. De Amerikaanse muzikant, die opgroeide in de muziekscene van Winston-Salem, North Carolina, speelde in de jaren 70 in een aantal bands, maar trok pas serieus de aandacht toen hij in 1978 opdook in de band The dB’s.

De band uit New York, met ook Chris Stamey in de gelederen, leverde in 1981 met Stands For Decibels een geweldig debuut af. Het is een debuut dat inmiddels terecht is uitgegroeid tot een klassieker, maar in de vroege jaren 80 trok de muziek van The dB’s helaas niet de aandacht die de band verdiende.

Na een aantal door de critici goed ontvangen, maar in commercieel opzicht teleurstellende platen, viel het doek voor de band, die met een beetje meer geluk was uitgegroeid tot een hele grote en invloedrijke band. Peter Holsapple speelde sindsdien onder andere bij R.E.M., The Bangles en Hootie & The Blowfish, maakte twee uitstekende platen met Chris Stamey, formeerde de gelegenheidsband The Continental Drifters (ook goed voor drie prima platen) en dook ook nog een keer op met The dB’s (wat vooral een zeer geslaagde tour opleverde).

Voor een muzikant die al zo lang meedraait in de muziek zou je ook een respectabel aantal soloplaten verwachten, maar tot voor kort maakte Peter Holsapple er slechts één (en het uit 1997 stammende debuut is een behoorlijk obscure plaat). Ik weet niet wat Peter Holsapple de afgelopen jaren heeft gedaan, maar uit het niets is er een nieuwe soloplaat van de Amerikaan verschenen. En wat is het een goede en lekkere soloplaat geworden.

Peter Holsapple hoeft niets meer te bewijzen en heeft waarschijnlijk ook niet meer de ambitie om wereldberoemd te worden Hij kan dus de muziek maken die hij wil maken en dat is op Game Day wat rauwere muziek dan ik van de Amerikaan gewend ben. Game Day is een plaat zonder pretenties en zonder poespas. Samen met een aantal bevriende muzikanten maakt Peter Holsapple muziek en het is muziek die zich heeft laten inspireren door alles waar de Amerikaanse muzikant de afgelopen decennia mee in aanraking kwam, met flink wat stappen richting de jaren 60.

Peter Holsapple was in het verleden goed voor memorabele popliedjes en ook op Game Day komen er flink wat uit de hoge hoed. Het zijn zoals gezegd popliedjes die alle kanten op springen. In een aantal songs grijpt Peter Holsapple terug op de power pop van The dB’s, maar de Amerikaan kan ook uit de voeten met rauwe rock, met bluesy songs of met songs die in het brede hokje van de Americana passen.

Alles knalt met veel energie uit de speakers en het plezier spat ervan af. Direct bij eerste beluistering klinkt het bijzonder lekker, maar hoe vaker je de songs op Game Day hoort hoe leuker en hoe onweerstaanbaarder de soloplaat van Peter Holsapple wordt en uiteindelijk schaart de plaat zich makkelijk onder de leukere gitaarplaten van het moment. De naam Peter Holsapple was voor mij tot voor kort een naam uit een ver (The dB’s) of net wat minder ver (The Continental Drifters, Stamey/Holsapple) verleden, maar dankzij Game Day doet de Amerikaan weer mee met de smaakmakers van het moment. Erwin Zijleman

Peter Oren - Anthropocene (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Oren - Anthropocene - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was zeker niet direct overtuigd van Anthropocene van Peter Oren, maar weet eigenlijk niet precies wat me bij eerste beluistering in de weg zat.

Het tweede album van de singer-songwriter uit Bloomington, Indiana, valt op door vaak ingetogen en altijd zeer stemmige klanken en door een bijzondere stem. Het is een stem waar ik flink aan moest wennen, waarschijnlijk omdat hij anders klinkt dan de meeste andere stemmen in het genre.

Het is ook een stem die het oor streelt wanneer je er eenmaal aan gewend bent; iets dat ik in het verleden ook heb gehad met de stemmen van onder andere Tindersticks zanger Stuart Staples en Bill Callahan (aka Smog), waarbij Peter Oren af en toe in de buurt zit.

De Amerikaan maakt op zijn tweede plaat muziek met vooral invloeden uit de country, blues en folk, maar Anthropocene is geen dertien in een dozijn rootsplaat, al is niet makkelijk uit te leggen waarom dit zo is.

De songs van Peter Oren zijn voornamelijk akoestisch en ingetogen en zijn gebouwd op een basis van akoestische en elektrische gitaren en de al genoemde stem van Peter Oren. Toch is Anthropocene geen hele sobere singer-songwriter plaat.

Producer Ken Coomer, ook bekend als de eerste drummer van Wilco, heeft de akoestische gitaren van Peter Oren aangevuld met hier en daar een pedal steel, een elektrische gitaar, een piano en een viool en heeft verder op subtiele wijze synths en een ritmesectie toegevoegd aan het bijzondere geluid op de plaat. Hij heeft vervolgens de stem van Peter Oren wat naar de achtergrond gemixt en zo nu en dan voorzien van wat galm, wat de muziek op Anthropocene een ruimtelijk effect geeft.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal sober, maar ook prachtig. De akoestische gitaar van Peter Oren zorgt voor een warme basis, terwijl het elektrische gitaarspel en de prachtige pedal steel bijdragen van Laur Joamets (Sturgill Simpson) en Sam Wilson en hier en daar een vrouwenstem bijzonder mooie en trefzekere accenten toevoegen aan het geluid op de plaat. Het is een geluid dat op fraaie wijze verder wordt aangevuld met de genoemde andere instrumenten en uiteindelijk een wat donkere ondertoon heeft. Het is ook een geluid vol dynamiek, want Peter Oren is misschien niet bang voor bijna verstilde klanken, maar schuwt ook de stevigere uithalen op de elektrische gitaar niet.

Het levert in combinatie met zijn stem muziek op die het uitstekend doet op donkere herst- en winteravonden, maar Anthropocene verdient ook aandacht wanneer de zon nog op is. Ik moest op een of andere manier erg wennen aan deze plaat, maar inmiddels hoor ik alleen maar de schoonheid en de intensiteit van de indringende songs van Peter Oren en iedere keer als ik ze opnieuw hoor zijn ze nog wat mooier. Bijzondere plaat dus. Erwin Zijleman

Peter Perrett - How the West Was Won (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Perrett - How The West Was Won - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Peter Perrett zal lang niet bij iedereen een belletje doen rinkelen en hetzelfde geldt helaas voor de naam van de band die bij tussen 1977 en 1981 aanvoerde.

De uit Londen afkomstige band The Only Ones dook in 1978 op in het kielzog van de eerste Britse en Amerikaanse punkbands en kreeg daarom bijna automatische het label punk en later het label new wave opgeplakt.

De band maakte met The Only Ones (1978), Even Serpents Shine (1979) en Baby's Got a Gun (1980) drie uitstekende platen en het waren platen die zich ver buiten de hokjes van de punk en de new wave bewogen.

Mede door het opvallend veelzijdige karakter kregen de platen van The Only Ones niet dezelfde status als die van de meeste tijdgenoten van de band, maar zeker achteraf bezien zijn ze alle drie van hoog niveau en zeer invloedrijk. Paul Westerberg van The Replacements maakte nooit een geheim van zijn bewondering voor de platen van The Only Ones, maar ook The Libertines, Lloyd Cole en alle bands van Luke Haines (The Auteurs) lieten zich stevig beïnvloeden door de helaas niet erg omvangrijke nalatenschap van The Only Ones.

Na het uit elkaar vallen van The Only Ones leek Peter Perrett definitief ten prooi te vallen aan een hardnekkige drugsverslaving, al probeerde hij nog wel een band te formeren, maakte hij in 1996 nog een, overigens matige, soloplaat (Woke Up Sticky) en kwamen The Only Ones een jaar of tien geleden ook nog eens bij elkaar.

Vrijwel uit het niets is Peter Perrett nu terug. De Britse muzikant heeft zijn leven weer opgepakt en heeft met How The West Was Won een verrassend sterke soloplaat gemaakt. Voor iedereen die de drie platen van The Only Ones kent, klinkt de nieuwe soloplaat van Peter Perrett waarschijnlijk bekend in de oren. De Brit beschikt over een uit duizenden herkenbaar stemgeluid en maakt nog altijd muziek die niet eens zover verwijderd is van de platen die zijn band al weer bijna 40 jaar geleden maakte.

Het is muziek die kan worden omschreven als rock ’n roll in de breedste zin van het woord en het is rock ’n roll die een aantal decennia aan invloeden verwerkt en vooral Amerikaans klinkt.

In muzikaal opzicht is How The West Was Won misschien geen wereldschokkende plaat, al veer ik meerdere keren enthousiast op wanneer de gitarist mag soleren of zijn gitaarlijnen breed mag laten uitwaaieren.

In vocaal en tekstueel opzicht is How The West Was Won veel indrukwekkender. Peter Perrett beschikt over een bijzondere stem en het is een stem die zijn persoonlijke songs inkleurt met veel gevoel.

In de openingstrack deed het me allemaal wel erg aan Lou Reed denken, maar naarmate de plaat vordert had ik ook zeker associaties met de muziek van Gavin Friday, de platen van de in 1991 overleden Johnny Thunders (die met zijn band The New York Dolls Peter Perrett ooit inspireerde tot het maken van muziek) en hier en daar toch ook Bob Dylan.

Ik moest wel weer even wennen aan de bijzondere stem van de Brit, maar als How The West Was Won je eenmaal te pakken heeft, groeit de onverwachte terugkeer van Peter Perrett al snel tot grote hoogten. Erwin Zijleman

Peter Perrett - Humanworld (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Perrett - Humanworld - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Peter Perrett - Humanworld
Peter Perrett keerde twee jaar geleden terug uit het niets met een verrassend sterk album, dat op het bijna magische Humanworld nog eens flink wordt overtroffen

Peter Perrett is als voorman van de band The Only Ones een cultheld uit de Britse muziekgeschiedenis. Lange tijd leek het er op dat hij niet verder zou komen dan de albums van deze band, maar twee jaar geleden was er uit het niets het fantastische soloalbum How The West Was Won. Op Humanworld werkt Peter Perrett met dezelfde muzikanten, maar het album klinkt net wat steviger. Peter Perrett is het schrijven van goede songs nog niet verleerd en vertolkt ze met hart en ziel. Luister naar Humanworld en je hoort een tijdloos rockalbum met de magie die rockalbums in de jaren 70 zo vaak hadden. Wat een heerlijk album van dit Britse icoon.

Het levensverhaal van de Britse muzikant Peter Perrett is een buitengewoon fascinerend verhaal vol ups en vooral ook downs.

In de hoogtijdagen van de punk formeerde Peter Perrett de band The Only Ones. De band was misschien niet zo succesvol als de grote Britse bands uit de late jaren 70, maar de drie albums van The Only Ones staan nu in de boeken als klassiekers uit de vroege jaren van de punk en new wave en verdienen meer aandacht dan ze destijds kregen.

Toen The Only Ones in 1981 uit elkaar vielen was Peter Perrett al ten prooi gevallen aan een serieuze drugsverslaving. Het is een verslaving die er voor zorgde dat de Britse muzikant in de rest van de jaren 80 en in de jaren 90 nauwelijks meer opdook, tot in 1996 een niet volledig geslaagd soloalbum verscheen en ook The Only Ones tijdelijk weer opstonden uit de dood.

Peter Perrett dook nog af en toe op in de bands van zijn zonen, maar een wederopstanding in de muziek leek een illusie, tot de Brit de drugs afzwoor en een paar jaar geleden toch weer een platencontract tekende. Het leverde twee jaar geleden het verrassend sterke How The West Was Won op, dat liet horen dat Peter Perrett nog steeds geweldige songs kan schrijven en vertolken.

Bij een muzikant met de levenswandel van die van Peter Perrett moet je altijd maar weer afwachten of er een vervolg komt, maar in het geval van Peter Perrett kan deze vraag betrekkelijk snel positief worden beantwoord. Humanworld verschijnt nog geen twee jaar na het zo overtuigende How The West Was Won en na een paar keer horen vind ik het nieuwe album van Peter Perrett zelfs nog wat beter dan zijn terecht bejubelde voorganger.

Ook op Humanworld wordt de Britse cultheld onder andere bijgestaan door zijn twee zoons, die de songs van hun vader dit keer hebben voorzien van een net wat steviger geluid. Humanworld rockt wat meer dan zijn voorganger en is een album dat meerdere kanten van Peter Perrett laat horen. In de wat stevigere songs klinkt de muzikale erfenis van The Only Ones nadrukkelijk door en hoor ik ook wel wat van The Clash, maar net als How The West Was Won roept ook Humanworld meer dan eens associaties op met het werk van Lou Reed.

Peter Perrett was nooit een heel groot zanger en dat is hij nog steeds niet, maar het is wel een zanger die zijn persoonlijkheid in zijn songs legt, waardoor Humanworld zich makkelijk weet te onderscheiden van vergelijkbare albums. Humanworld is een tijdloos klinkend album, dat ook best uit de jaren 70 had kunnen stammen. Het is een album dat rauw en oorspronkelijk klinkt, maar stiekem klopt vrijwel alles in de productie en instrumentatie, die vol zijn gestopt met mooie accenten.

De rauwe, doorleefde en wat versleten strot van Peter Perrett voegt vervolgens de ziel toe aan de rock ’n roll en voorziet het album van een bijzondere of zelfs magische sfeer. How The West Was Won vond ik twee jaar geleden goed genoeg voor de top 15 van mijn jaarlijstje. Humanworld is nog een stuk beter en is een album dat nog wel even door kan groeien ook. Erwin Zijleman

Peter Perrett - The Cleansing (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Perrett - The Cleansing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Peter Perrett - The Cleansing
Voormalig The Only Ones voorman Peter Perrett vervolgt zijn tweede jeugd met zijn derde uitstekende soloalbum op rij en The Cleansing is door een serie geweldige songs nog net wat beter dan zijn voorgangers

De levenswandel van Peter Perrett is een bijzondere. Aan het eind van de jaren 70 dook hij op met zijn band The Only Ones, die meeliftte op de golven van de punk en new wave, maar helaas wat ondergewaardeerd bleef. Vervolgens worstelde hij lang met verslavingen, om in 2017 een onverwachte comeback te maken. Na How The West Was Won en Humanworld duikt Peter Perrett deze week op met The Cleansing en laat hij horen dat hij de goede vorm van zijn vorige twee albums heeft behouden. The Cleansing is wat mij betreft zelfs nog wat beter dan zijn twee voorgangers en laat horen dat Peter Perrett absoluut behoort tot de interessantere songwriters uit de geschiedenis van de Britse popmuziek.

De Britse band The Only Ones behoort zeker niet tot de meest succesvolle bands uit de punk en new wave scene van de late jaren 70, maar moet achteraf bezien wel worden geschaard onder de interessantere en invloedrijke bands uit deze scene. Met punk en new wave had de muziek van The Only Ones overigens niet zo gek veel te maken, maar nieuwe bands werden destijds nogal makkelijk in deze hokjes geduwd (het debuutalbum van Dire Straits werd ook bestempeld als new wave, ik bedoel maar).

The Only Ones maakten tussen 1978 en 1980 drie albums, waarvan de eerste toch de beste blijft. In 1981 viel helaas het doek voor de band en begon voorman Peter Perrett aan een lange tijd weinig succesvolle solocarrière. Het is een carrière die door een heroïneverslaving eigenlijk nooit van de grond kwam, tot de Britse muzikant in 2017, op 65-jarige leeftijd opdook met het uitstekende How The West Was Won.

Op How The West Was Won ging Peter Perrett verder waar The Only Ones een paar decennia eerder waren opgehouden. Het album stond vol met aansprekende rocksongs, die van een eigen geluid werden voorzien door de uit duizenden herkenbare stem van Peter Perrett. Het is een stem waarvan je moet houden, net zoals dat bijvoorbeeld geldt voor de stem van Bob Dylan of Lou Reed, maar het is ook een stem die de songs van de Britse muzikant iets bijzonders geeft.

How The West Was Won werd in 2019 gevolgd door het wat stevigere en wat mij betreft nog wat betere Humanworld. De afgelopen jaren was het helaas weer wat stiller rond Peter Perrett, maar deze week keert hij gelukkig terug met het derde soloalbum van zijn tweede jeugd, waarop hij dan weer wel flink uitpakt met 20 songs en een dik uur muziek.

Na How The West Was Won en Humanworld zorgt Peter Perrett op The Cleansing niet voor hele grote verrassingen. Op zijn nieuwe album borduurt de Britse muzikant voort op zijn vorige twee albums en eigenlijk ook op de muziek van The Only Ones, die ook vooral tijdloze rockmuziek maakten.

The Cleansing is een album met een afwisselend lekker stevig en meer ingetogen gitaargeluid en is gevuld met songs die direct aanspreken, want Peter Perrett weet inmiddels wel hoe je een memorabel popliedjes schrijft. Ook The Cleansing is in muzikaal opzicht misschien niet heel vernieuwend, maar het klinkt absoluut lekker, wat mede de verdienste is van een aantal prima gastmuzikanten, onder wie Johnny Marr, Bobby Gillespie, en Carlos O’Connell (Fontaines D.C.).

De zang klinkt, net zoals op de vorige albums van Peter Perrett en The Only Ones, wel bijzonder. Ik heb wel wat met de unieke stem van de Britse muzikant, waardoor The Cleansing zich bij mij direct genadeloos opdrong. Een aantal albums van Lou Reed zijn relevant vergelijkingsmateriaal, maar Peter Perrett is ook op dit album vooral zichzelf.

Terwijl de gitaren hier en daar heerlijk ontsporen maakt de Britse muzikant ook dit keer niet alleen indruk met zijn geweldige songs, maar ook met zijn humoristische en vaak wat zwartgallige teksten. Peter Perrett is de zeventig inmiddels gepasseerd, maar klinkt ook op The Cleansing weer minstens net zo energiek als in de hoogtijdagen van zijn band The Only Ones en schrijft bovendien nog altijd fantastische songs. Erwin Zijleman

Peter Wolf - A Cure for Loneliness (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peter Wolf - A Cure For Loneliness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Peter Wolf is sinds 1970 zanger van de Amerikaanse J. Geils Band. In Nederland kennen we de band uit Boston vooral van twee bescheiden hits uit het begin van de jaren 80 (Freeze Frame en Centerfold), maar iedereen die het oeuvre van de band kent, weet dat de J. Geils Band minstens een dozijn geweldige platen op haar naam heeft staan.

Het zijn platen die niet onder doen voor die van de Rolling Stones en die voor een belangrijk in dezelfde genres opereren.

Sinds het uit elkaar vallen van de J. Geils Band ergens halverwege de jaren 80 (de band staat overigens nog steeds op het podium maar maakt al heel lang geen platen meer), maakt Peter Wolf (overigens geboren als Peter Blankfield) soloplaten en zo af en toe zit er een hele mooie tussen.

Met name Peter Wolf’s solodebuut Lights Out uit 1984 is van een bijzonder hoog niveau, maar ook het in 2002 verschenen Sleepless en het al weer zes jaar oude Midnight Souvenirs zijn geweldige platen.

A Cure For Loneliness is de derde plaat die Peter Wolf in het huidige millennium uitbrengt en ik vind het weer een geweldige plaat. Ook op zijn nieuwe plaat doet Peter Wolf geen onverwachte dingen, maar alles wat hij doet is wel van hoog niveau.

Waar de stembanden van Mick Jagger inmiddels flink zijn versleten, is zijn Amerikaanse evenknie nog altijd een prima zanger.

Peter Wolf is in de Verenigde Staten een legende, waardoor het geen probleem was om een aantal geweldige muzikanten om zich heen te verzamelen. Deze muzikanten nemen je op A Cure For Loneliness mee op een reis door de Amerikaanse muziekgeschiedenis.

Peter Wolf heeft nog altijd een zwak voor rock ’n roll en rhythm & blues, maar gaat op zijn nieuwe plaat ook aan de haal met pure blues en songs vol invloeden uit de country en de folk. Het levert een plaat op die vooral binnen de lijntjes kleurt, tot de rauwe strot van Peter Wolf A Cure For Loneliness voorziet van rauwe emotie en doorleven.

Heel druk zal er niet over gedaan worden vrees ik, maar ondertussen is dit beter dan vrijwel alle andere platen die momenteel in dit genre verschijnen. Inmiddels wordt vol verwachting uitgekeken naar een nieuwe plaat van The Stones, maar ik weet zeker dat deze plaat van Peter Wolf vele klassen beter is. Erwin Zijleman

Petite Noir - La Vie Est Belle / Life Is Beautiful (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Petite Noir - La Vie Est Belle/Life Is Beautiful - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Petite Noir is het alter ego van Yannick Iluga. Deze Yannick Iluga werd geboren in België, heeft zowel Angolese als Congoleze roots, groeide op in Zuid-Afrika en opereert tegenwoordig vanuit Londen. Het is de voedingsbodem voor muziek die echt met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen.

The Guardian probeerde het onlangs met ‘the sound of Joy Division's Unknown Pleasures meeting Paul Simon in Graceland’ en dat is niet eens een gekke poging.

Petite Noir heeft op zijn debuut La Vie Est Belle/Life Is Beautiful een voorliefde voor aardedonkere Britse postpunk en new wave en combineert dit met invloeden uit de Afrikaanse muziek. Het heeft geleid tot het etiket ‘Noir Wave’, maar dit etiket vertelt maar een deel van het verhaal.

Op zijn debuut laat Petite Noir immers horen dat hij ook niet vies is van lekker bombastische 80s (synth)pop en ook invloeden uit de hedendaagse pop en R&B hebben hun weg gevonden naar La Vie Est Belle/Life Is Beautiful.

Persoonlijk doet de plaat me qua avontuur en veelzijdigheid nog het meest denken aan de briljante platen die Peter Gabriel aan het begin van de jaren 80 maakte; platen die hun tijd ver vooruit waren en dat nog steeds zijn. Het geldt ook voor het debuut van Petite Noir.

Het ene moment hoor je flarden Joy Division, het volgende moment is het toch weer Bowie of zelfs Depeche Mode, maar voor je het weet zijn de straten van het grauwe Londen uit de jaren 70 toch weer verruild voor broeierige Afrikaanse klanken of sta je opeens midden in de zwaar aangezette pop scene van de jaren 80 of in de hedendaagse dance scene.

Petite Noir verpakt al die invloeden in aanstekelijke songs, maar het zijn ook songs die vol verrassingen zitten. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar, terwijl de vocalen een combinatie zijn van alles wat groot was in de jaren 80. Het is heel lastig in een hokje te duwen, maar dat is ook direct de kracht van La Vie Est Belle/Life Is Beautiful van Petite Noir. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Peyton - Au (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Peyton - Au - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Peyton - Au
Au van de Amerikaanse muzikante Peyton heeft in september niet heel veel aandacht gekregen, maar het album hoort dankzij een geweldige productie en een bijzonder geluid zeker bij de beste R&B albums van 2025

Eigenlijk direct vanaf de eerste noten intrigeerde Au van Peyton me hopeloos. De muzikante uit Houston, Texas, citeert nadrukkelijk uit een aantal decennia zwarte muziek, maar ze smeedt al deze invloeden aan elkaar in een geluid dat deels vertrouwd maar ook deels uniek klinkt. Het klankentapijt van producer Shafiq Husayn is weergaloos, de stem van Peyton doet alles smelten en de songs op Au zijn stuk voor stuk uitstekend. Au is een geweldig album voor een broeierige zomeravond, maar het is ook een album dat het uitstekend doet bij beluistering met de koptelefoon. Ik kwam het album tegen in welgeteld één jaarlijstje, maar wat heeft dat lijstje het bij het juiste eind.

Ook Au van Peyton haalde ik uit het R&B jaarlijstje van AllMusic.com en ook voor deze tip ben ik de Amerikaanse muziekwebsite dankbaar. Au is al het tweede album van de muzikante uit Houston, Texas, die ook al twee mini-albums uitbracht. Haar vorige releases ken ik niet, maar het artwork van deze (mini-)albums zou me niet direct nieuwsgierig hebben gemaakt naar de muziek van de Amerikaanse muzikante.

Het artwork van Au is een stuk smaakvoller en past wat mij betreft uitstekend bij de muziek op het album. De cover van het album doet wat denken aan soulalbums van lang geleden en dat is muziek die zeker invloed heeft gehad op de songs op Au. Peyton (Booker) laat zich echter nog meer beïnvloeden door de muziek die de afgelopen decennia in de R&B is gemaakt.

Dat laatste hoor je vooral in de stevig aangezette ritmes op het album. Peyton laat op haar tweede album vooral redelijk ingetogen en lekker dromerige R&B songs horen, maar de zware baslijnen en de redelijk minimalistische drums zijn behoorlijk dominant opgenomen in de mix. Het voorziet Au wat mij betreft van een bijzonder karakter, want Peyton slaat zo op zeer fraaie wijze een brug tussen soulmuziek uit het verre verleden en R&B van recentere datum.

De ritmes zijn in de meeste tracks weliswaar behoorlijk zwaar en dominant, maar op een of andere manier verstoren ze het zwoele en dromerige karakter van de songs van Peyton niet. Dat heeft ook alles te maken met de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een wat hoge maar zeer aangename stem die vooral aansluit bij die van grote R&B zangeressen.

De combinatie van stuwende ritmes en wat lome zang voorziet Au van een aangenaam broeierige sfeer. Het is een sfeer die redelijk gangbaar is in de R&B, maar ik vind de songs van Peyton interessanter dan die op het gemiddelde R&B album. Dat ligt voor een deel aan de bijzondere ritmes, die buiten de lijntjes van de standaard R&B kleuren, maar ook de productie van Au vind ik heel bijzonder.

Voor deze productie tekende de Amerikaanse producer Shafiq Husayn, die onder andere werkte met Erykah Badu, John Legend en Jill Scott. Shafiq Husayn heeft de songs van Peyton voorzien van een bijzonder geluid met de diepe baslijnen en drums vooraan in de mix en een heel scala aan bijzondere accenten van keyboards en af en toe blazers op de achtergrond.

De soepele stem van Peyton draait hier op melodieuze wijze tussendoor en voorziet haar songs van iets lichtvoetigs. Het levert een serie songs op die het geweldig doen in de kleine uurtjes en die niet alleen makkelijk vermaken, maar door de bijzondere klanken en productie ook uitnodigen tot verder uitpluizen.

Het knappe van Au is dat Peyton op soepele wijze door de tijd wandelt. Soms hoor je wat vintage soul, soms wat neo-soul of soulpop uit de jaren 90, stiekem ook wat van Prince, maar ook een flink deel van de geschiedenis van de R&B komt voorbij in de songs van de muzikante uit Houston, Texas.

Au klinkt hierdoor elf songs lang vertrouwd, maar Peyton voegt wat mij betreft ook zeker iets toe aan alles dat er al is. Buiten de jaarlijstjes vermelding van AllMusic.com ben ik afgelopen herfst niet veel tegen gekomen over Au van Peyton, maar het album had absoluut een beter lot verdiend. Ik ben lang niet altijd gek op R&B, maar op dit album klopt wat mij betreft alles. Erwin Zijleman

Phil Collins - Face Value (1981)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Phil Collins - Face Value, reissue - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb me de afgelopen maanden flink verbaasd over de felle reacties die een mogelijke terugkeer van Phil Collins in de popmuziek heeft opgeroepen (tot concrete acties om hem hiervan te weerhouden aan toe).

Nu ben ik ook niet gek op een groot deel van de man’s solowerk, maar laten we niet doen of we te maken hebben met het allerergste dat momenteel in de popmuziek rondloopt.

Ik heb persoonlijk veel waardering voor de vernieuwing die Phil Collins in de late jaren 70 en vroege jaren 80 heeft weten aan te brengen in de muziek van progrock dinosaurus Genesis (waarvan ik overigens een groot liefhebber was en ben) en koester nog steeds de man’s eerste soloplaat Face Value uit 1981.

Face Value werd onlangs opnieuw uitgebracht, waarbij meteen de foto van het gezicht van Phil Collins werd geactualiseerd. Leuk bedacht, maar het gaat om de muziek en die is nog steeds verrassend goed.

Phil Collins maakte Face Value in een periode waarin zijn leven niet over rozen ging. In en rond zijn band Genesis kreeg hij te maken met felle oppositie tegen zijn poging om het geluid van de band te moderniseren, wat zelfs fluitconcerten tijdens optredens opleverde (de optredens in Leiden in 1981 staan wat dat betreft in de geschiedenisboeken). Ook privé ging het Phil Collins niet voor de wind na het stranden van zijn huwelijk met zijn jeugdliefde.

Het zijn de ingrediënten voor een bijzondere breakup plaat. Face Value loopt over van het leed van een mislukt huwelijk en de hierop volgende eenzaamheid, maar is hiernaast een plaat waarop Phil Collins in creatief opzicht zijn ei kwijt kon.

Op Face Value neemt Phil Collins afstand van de progrock van Genesis en smeedt hij een geluid aan elkaar dat open staat voor meerdere invloeden. Het is een geluid dat de tand des tijd prima heeft doorstaan, misschien met uitzondering van de beukende jaren 80 drums, destijds echter wel het handelswerk van Phil Collins.

Face Value opent met het destijds bijzonder opvallende In The Air Tonight, maar laat vervolgens uiteenlopende invloeden horen. Op Face Value omarmt Phil Collins de destijds door velen (onder wie vrijwel alle Genesis fans) verafschuwde blazers, maar de plaat bevat ook buitengewoon ingetogen songs. Zeker van deze ingetogen songs kun je het leed afscheppen en maakt Phil Collins indruk.

Ik geef eerlijk toe dat ik de afgelopen decennia ook niet meer heb geluisterd naar de muziek van Phil Collins, maar de kracht van Face Value heeft me verrast. Mooie en bijzondere plaat (met ook nog eens interessant bonusmateriaal) van een muzikant die wel wat meer waardering verdient dan hij de laatste tijd krijgt. Erwin Zijleman

Phoebe Bridgers - Copycat Killer (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Phoebe Bridgers (featuring Rob Moose) - Copycat Killer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Phoebe Bridgers (featuring Rob Moose) - Copycat Killer
Phoebe Bridgers is absoluut een van de grootste talenten van de hedendaagse muziekscene en bewijst dat nog maar eens met een fraaie EP met nieuwe bewerkingen van songs van Punisher

Ik besteed normaal gesproken op deze BLOG geen aandacht aan EP’s, zeker niet als het aanbod van nieuwe en uitstekende albums zo groot is als dit jaar vrijwel continu het geval is. Voor nieuwe EP’s van persoonlijke favorieten maak ik natuurlijk graag een uitzondering. Deze week verscheen een nieuwe EP van Phoebe Bridgers, die misschien wel het beste album van 2020 heeft gemaakt en ook met haar nieuwe EP weer verrast. Copycat Killer bevat geen nieuwe songs, maar vier songs die we kennen van Punisher, maar dan in een flink andere versie, waarin de fraaie strijkersarrangementen van Rob Moose domineren. Fraai herfstplaatje.

Phoebe Bridgers debuteerde in 2015 met de EP Killer en maakte de belofte van die EP meer dan waar met haar in 2017 verschenen debuutalbum Stranger In The Alps, dat de top drie van mijn jaarlijst haalde en dat was zeker niet de enige jaarlijst waarin het debuut van Phoebe Bridgers opdook.

Na de uitstapjes met de gelegenheidsbands Boygenius (samen met Julien Baker en Lucy Dacus) en Better Oblivion Community Center (samen met Conor Oberst) in 2018 en 2019, ook goed voor twee prachtplaten, keerde Phoebe Bridgers eerder dit jaar terug met haar tweede album, Punisher. Ook Punisher gaat hoge ogen gooien in mijn jaarlijstje en maakte de bijzonder hooggespannen verwachtingen wat mij betreft meer dan waar.

Als toetje verscheen deze week ook nog de EP Copycat Killer. Het is een EP die Phoebe Bridgers samen heeft gemaakt met de New Yorkse muzikant Rob Moose, een van de oprichters van het eigenzinnige New Yorkse strijkersensemble yMusic.

Deze Rob Moose is een van de meest gevraagde muzikanten van het moment. Zijn bijzonder fraaie strijkersarrangementen waren dit jaar al te horen op de albums van onder andere Bon Iver, Taylor Swift, Laura Marling, Moses Sumney, Perfume Genius en Blake Mills en natuurlijk op Punisher van Phoebe Bridgers. Op Copycat Killer komen vier songs van Punisher terug en het zijn songs die nu volledig door Rob Moose worden ingekleurd.

Kyoto is op Punisher een van de stevigere en meer uptempo songs, maar klinkt flink anders in de nieuwe versie waarin de gitaren zijn vervangen door strijkers. Het resultaat is prachtig. De verschillen met de originelen zijn in de andere drie gevallen net wat minder groot. Savior Complex, Chinese Satellite en Punisher waren op het album al betrekkelijk sober en deels met strijkers gearrangeerd, maar in de nieuwe versie doet Rob Moose er nog een flinke schep bovenop met hier en daar stevig aangezette en klassiek aandoende arrangementen.

Het is zoals gezegd maar een toetje na het prachtige album, maar ook de vier songs op Copycat Killer laten weer horen hoe groot het talent van Phoebe Bridgers is. De kwaliteit van de songs komt nog wat nadrukkelijker naar voren en de stem van de Amerikaanse muzikante kleurt fraai bij de stemmige strijkers.

De muziek van Phoebe Bridgers is altijd al donker getint en dat verandert zeker niet door de nieuwe instrumentatie en arrangementen. Ook de fraaie strijkers van Rob Moose passen prachtig bij de melancholische songs van Phoebe Bridgers en slepen een deel van Punisher op overtuigende wijze de herfst en winter in.

Ik hoop niet dat Phoebe Bridgers op haar volgende album volledig deze kant op gaat, want daarvoor hoor ik de gitaren in haar muziek te graag, maar over een bonusalbum met strijkers hoor je mij niet klagen. Punisher gaat in de komende weken, waarin ik flink na ga denken over mijn jaarlijst nog vaak voorbij komen als een van de mooiste albums van het jaar, maar Copycat Killers plak ik er zeker achteraan. Ik ben nu al benieuwd waarmee Phoebe Bridgers ons in 2021 gaat verrassen. Erwin Zijleman

Phoebe Bridgers - Punisher (2020)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Phoebe Bridgers - Punisher - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Phoebe Bridgers - Punisher
Het debuut van Phoebe Bridgers was drie jaar geleden zeer indrukwekkend, maar opvolger Punisher is nog mooier, avontuurlijker, krachtiger, indringender en veelzijdiger

Op voorhand schaarde ik het tweede album van Phoebe Bridgers al onder mijn favoriete albums van 2019, maar dat moest de jonge muzikante uit Los Angeles natuurlijk nog wel even waarmaken. Dat doet Phoebe Bridgers op indrukwekkende wijze. Punisher vervolmaakt het geluid van haar debuut door alles net wat beter te doen. De instrumentatie is mooier, indringender en veelkleuriger, de zang is mooier en gevoeliger en de songs steken knapper in elkaar en zijn avontuurlijker, waardoor Punisher ook nog eens een album is dat lang door kan groeien. Ik schrijf het tweede album van Phoebe Bridgers alvast op voor mijn jaarlijstje.

Phoebe Bridgers debuteerde in de herfst van 2017 met het prachtige Stranger In The Alps, dat terecht werd overladen met superlatieven. Nog geen drie jaar later is de jonge muzikante uit Los Angeles uitgegroeid tot een van de smaakmakers binnen de indie-scene.

Phoebe Bridgers deed dat niet alleen met haar debuutalbum, maar ook met de albums die ze maakte met Boygenius (samen met Julien Baker en Lucy Dacus) en Better Oblivion Community Center (samen met Conor Oberst). Het heeft er voor gezorgd dat Punisher, het tweede soloalbum van Phoebe Bridgers, een album is dat moet worden geschaard onder de grote releases van 2020.

Ook mijn verwachtingen met betrekking tot het tweede album van de Amerikaanse muzikante waren bijna onrealistisch hooggespannen en een week of drie geleden kon ik voor het eerst kennismaken met de nieuwe muziek van Phoebe Bridgers. Punisher maakte mijn hooggespannen verwachtingen eigenlijk onmiddellijk waar en ook na heel veel keren horen vind ik het tweede album van Phoebe Bridgers nog altijd een van de beste albums van 2020 tot dusver.

Punisher opent instrumentaal en met donkere klanken, maar na een minuut begint het album voor mij echt met Garden Song. Het is in alle opzichten een Phoebe Bridgers songs. De klanken, de sfeer, de manier van zingen, de melodie en de tekst herinneren allemaal nadrukkelijk aan de songs op Stranger In The Alps.

Toch hoor je ook dat we inmiddels bijna drie jaar verder zijn. Garden Song zit knap in elkaar en is bovendien voorzien van een net wat vollere en ook wat avontuurlijkere instrumentatie dan we van Phoebe Bridgers gewend zijn. Punisher is vrijwel onmiddellijk het warme bad waarop ik gehoopt had, maar het is een warm bad dat is verrijkt met rozenblaadjes.

De wat vollere en spannendere instrumentatie hoor je terug in vrijwel alle songs op Punisher, maar Phoebe Bridgers heeft ook gekozen voor een gevarieerd geluid. Een aantal songs op het album vertrouwt op de intieme en vooral elektronische klanken die we kennen van Stranger In The Alps, maar hier en daar worden ook strijkers en blazers toegevoegd en bovendien wordt er voorzichtig gevarieerd met het tempo.

Qua arrangementen en instrumentatie is Punisher nog een flink stuk beter dan het debuut van Phoebe Bridgers en ook de zang van de muzikante uit Los Angeles is wat mij betreft indrukwekkender. Phoebe Bridgers heeft het geluid van haar debuut geperfectioneerd en verder verrijkt met klanken en invloeden. Waar Stranger In The Alps een fraai en charmant debuut met een paar kleine schoonheidsfoutjes was, is Punisher een prachtig en trefzeker album dat recht doet aan de status die Phoebe Bridgers inmiddels heeft.

Ik heb het album zoals gezegd al een paar weken in mijn bezit en in die paar weken is Punisher alleen maar mooier geworden. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je mooi en bijzonder de instrumentatie is en hoe de spanning in de songs keer op keer prachtig wordt opgebouwd. Op voorhand had ik het idee dat de verwachtingen met betrekking tot het tweede album van Phoebe Bridgers misschien wel wat te hooggespannen waren, ze is tenslotte pas 25, maar Punisher maakt de verwachtingen wat mij betreft helemaal waar en betovert en imponeert 40 minuten lang. Erwin Zijleman

Phoebe Bridgers - Stranger in the Alps (2017)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Phoebe Bridgers - Stranger In The Alps - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is momenteel dringen in het segment van de jonge en wat weemoedige vrouwelijke singer-songwriters, maar zo lang de kwaliteit van hun platen zo hoog is als op het moment hoor je mij daar niet over klagen. Integendeel.

Een van de meest talentvolle van het stel is de uit Los Angeles afkomstige Phoebe Bridgers, die deze week debuteert met het prachtige Stranger In The Alps.

Phoebe Bridgers is de twintig pas net gepasseerd, maar heeft als we haar teksten moeten geloven al een hoop persoonlijke ellende achter zich liggen.

Voorlopig geloof ik de jonge singer-songwriter uit Los Angeles volledig, want Stranger In The Alps is een opvallend intense plaat die er keer op keer in slaagt om je tot op het bot te raken met songs vol ruwe emotie en verhalen die een donkere sluier over de dag leggen.

Qua stem doet Phoebe Bridgers wel wat denken aan Julien Baker, die voor mij misschien wel de mooiste plaat van 2015 maakte en volgende maand terugkeert met een nieuwe plaat. Met Julien Baker deelt ze ook de aardedonkere teksten en muziek die overloopt van melancholie.

Stranger In The Alps klinkt desondanks flink anders dan het debuut van Julien Baker. In muzikaal opzicht zijn de randjes wat minder scherp en bovendien verwerkt Phoebe Bridgers meer invloeden in haar muziek, waardoor deze afwisselend loom en dromerig en donker en dreigend klinkt.

Ook als de Amerikaanse kiest voor een betrekkelijk eenvoudige en toegankelijke instrumentatie en folky songs, maakt ze muziek met een enorme impact. De aardedonkere teksten, waarin de dood angstig vaak opduikt, blijven je maar bij de strot grijpen, maar ook de bijzondere en vaak donker gekleurde accenten binnen de instrumentatie geven Stranger In The Alps een bijzonder lading.

Het zijn accenten die kunnen worden ingebracht door aanzwellende strijkers of atmosferische elektronica, maar er is ook een voorname rol voor messcherpe of juist benevelende gitaarlijnen, die dwars door het geluid snijden en Stranger In The Alps voorzien van Twin Peaks achtig mysterie.

Phoebe Bridgers moet met haar van melancholie overlopende popliedjes concurreren met heel veel soort- en tijdgenoten, maar ze onderscheidt zich uiteindelijk vrij makkelijk van de concurrentie. Stranger In The Alps is een stuk indringender en intenser dan het afgelopen jaar verschenen platen van onder andere Julia Jacklin, Molly Birch en Angel Olsen (platen die ik allemaal hoog heb zitten) en kan zich qua niveau meten met de jaarlijstjesplaten van Aldous Harding, Sharon van Etten en vooral de al eerder genoemde Julien Baker.

Direct bij eerste beluistering was ik gegrepen door de bijna desolate sfeer op Stranger In The Alps en onder de indruk van de ruwe schoonheid en enorme impact van de songs van Phoebe Bridgers. Luister naar Stranger In The Alps en je voelt de pijn van een jonge vrouw die een beroerde jeugd achter zich heeft liggen, luister nog een paar keer en je hoort een plaat die overloopt van talent, zeggingskracht en bijzondere schoonheid.

Phoebe Bridgers heeft een plaat gemaakt die van alles met je doet. Het is een plaat die vanwege alle melancholie en ellende pijn kan doen, maar het is ook een plaat die betovert met songs die je voor altijd wilt koesteren.

Het duurt nog minstens een maand of twee voor ik ga nadenken over mijn jaarlijstje voor 2017, maar dat Stranger In The Alps van Phoebe Bridgers hierin gaat opduiken is voor mij een zekerheid. Phoebe Bridgers gebruikt haar debuut om een hoop persoonlijke misère van zich af te schrijven, maar ze heeft ook een bijna onwaarschijnlijk mooie en indringende plaat gemaakt die iedere vezel in je lijf flink opschudt. Voor mij nu al de grootste verrassing van 2017 tot dusver en Stranger In The Alps is echt nog lang niet gestopt met groeien. Erwin Zijleman

Phoebe Rings - Aseurai (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Phoebe Rings - Aseurai - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Phoebe Rings - Aseurai
Phoebe Rings uit het Nieuw-Zeelandse Auckland strooit op haar debuutalbum Aseurai driftig met zonnestralen en heeft de bijzonder aangenaam en verleidelijke klinkende stem van Crystal Choi als kers op de taart

Op een mooie zomerdag als vandaag heb ik geen behoefte aan zware en donkere klanken maar aan lichtvoetige muziek met flink wat zonnestralen en als het even kan wat zwoele en broeierige accenten. Je bent hiervoor aan het juiste adres bij de Nieuw-Zeelandse band Phoebe Rings, die een uitstekend moment heeft uitgekozen voor de release van haar debuutalbum Aseurai. De band kan uitstekend uit de voeten met zonnige en wat jazzy klanken, maar schuwt ook een vleugje 80s kitsch niet. Het combineert allemaal prachtig met de geschoolde maar ook bijzonder aangename stem van frontvrouw Crystal Choi, die de muziek van haar band flink verder optilt.

Tips over interessante albums uit Nieuw-Zeeland krijg ik meestal uit het land zelf, maar Aseurai van de Nieuw-Zeelandse band Phoebe Rings kon ook in de rest van de wereld op veel aandacht en hele goede recensies rekenen, waardoor deze tip uit alle windstreken op me af kwam. Phoebe Rings is een band uit het Nieuw-Zeelandse Auckland en is geformeerd rond zangeres en songwriter Crystal Choi. De oorspronkelijk uit Zuid-Korea afkomstige singer-songwriter is geschoold als jazzmuzikante en dat hoor je op Aseurai.

De titel Aseurai komt overigens uit het Koreaans en wordt nogal uiteenlopend vertaald, maar ik hou het op “around you in the atmosphere, hard to reach, fading away”. Het zijn woorden die zeker niet allemaal van toepassing zijn op de muziek, die de Nieuw-Zeelandse band maakt op haar eerste album. Sterker nog, de muziek van Phoebe Rings klinkt aards, verleidt makkelijk en blijft lekker hangen.

Wat direct opvalt bij beluistering van Aseurai is dat Crystal Choi beschikt over een bijzonder aangename stem. De zang op het debuutalbum van de band uit Auckland is zwoel en verleidelijk maar ook warm en dromerig. Je hoort goed dat Crystal Choi is opgeleid als jazzzangeres, want haar zang klinkt zeker jazzy. De stem van de Zuid-Koreaanse muzikante doet het geweldig op een warme zomerdag als vandaag, want de zang op Aseurai nodigt uit tot luieren of in ieder geval tot alles even in een lagere versnelling doen.

De muziek van Phoebe Rings klinkt ook jazzy, zeker in de gitaarakkoorden, maar de band flirt ook met dreampop, zonder direct te raken aan de grote voorbeelden in het genre, en is ook niet vies van een vleugje disco. Naar verluidt is de muziek van de band uit Auckland ook stevig geïnspireerd door Japanse en Zuid-Koreaanse popmuziek, maar ik ben onvoldoende thuis in deze genres om dit te kunnen beamen.

In een aantal recensies wordt Beach House genoemd als referentie, maar dat hoor ik eerlijk gezegd niet. Af en toe hoor ik wat van de eerste jaren van The Cardigans of van Belle And Sebastian, maar echt goed vergelijkingsmateriaal vind ik ook dat niet. Ondanks het feit dat ik niet direct bruikbaar vergelijkingsmateriaal kan aandragen is Aseurai van Phoebe Rings wel een album dat eigenlijk onmiddellijk bekend in de oren klinkt. Dat doet het ook wanneer een van de mannelijke bandleden de zang voor zijn rekening neemt (wat van mij niet nodig was geweest), dus het bekende zit vooral in de muziek denk ik.

Het is muziek die hier en daar ook een jaren 80 vibe heeft, met name door de wat cheesy synths, maar ook hier is het lastig om de vinger er goed op te leggen. Het klinkt allemaal aangenaam maar ook wat glad, maar op een of andere manier zit dat laatste me bij beluistering van dit album niet in de weg.

De zomerse temperaturen van het moment zullen hierbij ongetwijfeld een rol spelen, maar het debuutalbum van Phoebe Rings zit ook gewoon goed in elkaar. De songs op het album dringen zich stuk voor stuk makkelijk op, in muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en klinkt het bovendien onweerstaanbaar lekker en zeker de zang van Crystal Choi beschikt over flink wat verleidingskracht. Niet zo gek dus dat het album ook buiten Nieuw-Zeeland goed is ontvangen. Wanneer de zomer aanhoudt zou ik zeker eens luisteren naar deze zeer aangename soundtrack. Erwin Zijleman

Phöenix Lazare - Gold (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Phöenix Lazare - Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Phöenix Lazare - Gold
Gold is het debuut van de jonge Canadese singer-songwriter Phöenix Lazare en het is een mooi debuut dat invloeden uit het verleden op bijzonder aangename en knappe wijze het heden in trekt

Er is op het Internet maar heel weinig te vinden over Gold, het debuut van de uit Toronto afkomstige singer-songwriter Phöenix Lazare. Ik kwam het album zelf bij toeval tegen, maar hoe vaker ik het hoor, hoe mooier het wordt. De meestal door piano gedragen songs van de Canadese muzikante hebben zich hoorbaar laten beïnvloeden door het werk van Joni Mitchell, maar de muziek van Phöenix Lazare klinkt wel wat toegankelijker. De songs steken knap in elkaar, vertellen mooie persoonlijke verhalen en in muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar het zijn met name de stem en de voordracht van Phöenix Lazare die van Gold een ijzersterk album maken.

Ik had tot voor kort echt nog nooit van Phöenix Lazare gehoord, maar sinds ik haar nieuwe album een paar dagen geleden bij toeval tegen kwam, ben ik fan. Ik weet inmiddels dat Phöenix Lazare een singer-songwriter is uit het Canadese Toronto en dat ze al een aantal jaren muziek maakt. Een volwaardig album leverde dat tot dusver nog niet op, zodat het deze week verschenen Gold haar debuutalbum mag worden genoemd. Dat ze al een tijdje muziek maakt is overigens goed te horen op Gold, dat geen moment klinkt als een debuutalbum.

Phöenix Lazare groeide op in het Canadese Salt Spring Island, maar ze zocht haar geluk als muzikante achtereenvolgens in Boston, waar ze studeerde aan het gerenommeerde Berklee College of Music, in Nashville, waar ze haar eerste stappen als professioneel muzikante zette en de eerste songs voor haar debuutalbum werden opgenomen en in Toronto, waar het album in alle rust werd afgemaakt en waar Phöenix Lazare zelf tekende voor de productie.

Tussen de muzikanten die zijn te horen op het album, kom ik buiten wat familieleden geen hele bekende namen tegen, maar ik hoor wel dat het prima muzikanten zijn, die niet altijd voor de makkelijkste weg kiezen. In de instrumentatie op het album staat de piano centraal, maar de andere bijdragen op het album zijn ook zeer fraai, waarbij ik de bijdragen van blazers en de drummer en het geweldige gitaarwerk op het album niet onvermeld wil laten.

Phöenix Lazare kiest zelf ook niet voor de makkelijkste weg, want haar persoonlijke songs steken vaak complex in elkaar, klinken iedere keer net wat anders en zijn bovendien zeer intens en sfeervol, waardoor Gold zich mogelijk niet onmiddellijk zal opdringen, maar vervolgens alleen maar interessanter wordt.

Toronto is niet alleen de thuisbasis van de jonge Canadese muzikante, maar het is ook de stad waar ene Joni Mitchell ooit haar geluk zocht als debuterende singer-songwriter. Het debuut van Phöenix Lazare heeft zich absoluut laten beïnvloeden door het werk van Joni Mitchell, wat altijd een pre is. Waar ik de stem van Joni Mitchell na al die jaren nog steeds een lastige vind, beschikt Phöenix Lazare over een bijzonder aangename maar ook emotievolle stem. Het is vooral deze stem die van Gold zo’n goed album maakt, al is ook met de muziek op het album helemaal niets mis.

Ik gaf hierboven al aan dat Gold geen moment klinkt als een debuutalbum en dat heeft alles te maken met de kwaliteit van de zang en de muziek op het album, maar ook de songs op het debuutalbum van Phöenix Lazare dragen nadrukkelijk bij aan het eindresultaat. Het zijn songs die veel dieper graven dan die van de meeste leeftijdsgenoten van de Canadese muzikante en dat geldt overigens ook voor de teksten. Het heeft vast te maken met de opleiding aan een zeer gerenommeerd instituut als het Berklee College of Music, maar ook het talent van Phöenix Lazare speelt een voorname rol.

Het is momenteel dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters, maar Phöenix Lazare blijft makkelijk overeind. Gold klinkt anders dan de meeste andere album van jonge vrouwelijke singer-songwriters en grijpt vooral terug op de singer-songwriter muziek uit vervlogen tijden, overigens zonder maar een moment oubollig of gedateerd te klinken. Ik was direct om, maar dit knappe album groeit nog wel even door. Phöenix Lazare, onthouden die naam. Erwin Zijleman

PHOS - Never Obsolete (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PHOS - Never Obsolete - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De grote vijver met talentvolle vrouwelijke singer-songwriters zit in Nederland momenteel werkelijk overvol. Het is hierdoor een fluitje van een cent om er een prima plaat uit te hengelen, maar het gaat natuurlijk om de echte parels en echte parels vind je meestal niet aan de oppervlakte.

Met Never Obsolete van PHOS heb ik er echter toch één gevonden en het is er één die ik voorlopig niet meer los ga laten.

Helemaal uit de lucht vallen komt PHOS natuurlijk niet. Het alter ego van de uit Utrecht afkomstige singer-songwriter Eveline Vroonland werd begin vorig jaar al uitgeroepen tot 3FM Serious Talent en trok in januari flink wat aandacht met haar cd-presentatie op Noorderslag. Door te hoge stapels met nieuwe releases ontdekte ik Never Obsolete zelf net wat later, maar inmiddels ben ik behoorlijk verslaafd geraakt aan het debuut van PHOS.

Never Obsolete is zeker geen 13 in een dozijn singer-songwriter plaat. Eveline Vroonland voorziet haar intieme en aangename popliedjes niet van akoestische gitaarklanken of uitsluitend pianospel, maar van een warm en sfeervol elektronisch klankentapijt.

Het is een klankentapijt vol zweverige en heerlijk atmosferische elektronica met incidenteel een mooi verstopte piano en over het algemeen lekkere lome beats. Het past allemaal prachtig bij de heldere stem van Eveline Vroonland, die soms alleen en soms in meerdere lagen op je afkomt.

Het zijn allemaal ingrediënten die wel vaker worden gebruikt, maar de combinatie van ingrediënten levert op het debuut van PHOS een even aangenaam als eigenzinnig geluid op. Het is een geluid dat een breed publiek moet kunnen aanspreken, maar dat ook in de smaak zal vallen bij de kritische en veeleisende muziekliefhebber.

PHOS verrast op haar debuut met popliedjes vol geheimen. Het is knap hoe ze met haar heldere vocalen aansluit bij de lome en soms wat donkere beats en elektronica. Het is ook knap hoe Eveline Vroonland haar stem kan versterken door hem in vele lagen uit de speakers te laten komen. Ze raakt hierbij af en toe aan de muziek van Enya, al blijft het wel erg vrijblijvend voortkabbelende new age geluid gelukkig achterwege. Tenslotte weet PHOS op zeer fraaie wijze meerdere lagen muziek te verstoppen in haar elektronische geluid, wat dit geluid veel diepgang geeft en het geluid bovendien onderscheidt van de grauwe middenmoot.

Never Obsolete van PHOS is een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is, zeker wanneer de beats nog wat gas terugnemen en de lagen vocalen je nog wat meer benevelen. Toch slaagt PHOS er in om de aandacht vast te houden, bijvoorbeeld door iedere keer net wat andere invalshoeken te kiezen (waaronder een extra dosis soul, een uitstapje richting elektropop of een flinke R&B impuls), door het tempo toch weer wat op te voeren of door met een heuse rapper op de proppen te komen.

Met name de R&B invloeden zullen liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters mogelijk op enige afstand houden, maar een ieder die vorig jaar genoot van Jessie Ware en de afgelopen weken geniet van het (terecht) de hemel in geprezen debuut van Natalie Prass, kan waarschijnlijk ook uitstekend uit de voeten met het debuut van PHOS, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht veelzijdiger is.

2015 moet het jaar van heel veel vrouwelijk Nederlands talent gaan worden. Met het uitstekende debuut van PHOS ligt de lat direct hoog. Erwin Zijleman

Picidae - A Stray Labyrinth (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Picidae - A Stray Labyrinth - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Picidae - A Stray Labyrinth
Het Noorse duo Picidae leverde in 2016 een sensationeel goed en heel bijzonder debuutalbum af, dat eerder dit jaar gezelschap heeft gekregen van een minstens even goede en bijzondere opvolger

Een kleine drie maanden geleden verscheen A Stray Labyrinth van het Noorse duo Picidae. Het is een album dat in Nederland niet veel aandacht heeft gekregen, wat gezien de bijzondere muziek van Picidae jammer is. Dat ik het album heb gemist vind ik echter onvergeeflijk, want het debuutalbum van de band haalde in 2017 met veel overtuiging mijn jaarlijstje. Ik heb A Stray Labyrinth gelukkig toch nog opgepikt en het tweede album van Picidae is minstens even mooi en misschien zelfs wel mooier dan het debuutalbum. Het Noorse duo heeft ook dit keer gezorgd voor een bijzondere instrumentatie en fascinerende songs, met de karakteristieke zang van Sigrun Tara Øverland als kers op de taart.

Aan het begin van 2017 werd ik zeer aangenaam verrast door It's Another Wor d (de spatie is geen typo) van de Noorse band Picidae. Het debuutalbum van de Noorse band verscheen overigens al in de herfst van 2016, maar ontging mij in eerste instantie volledig. Het door Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal gevormde duo maakte op haar debuutalbum behoorlijk wat indruk met een hele bijzondere instrumentatie, met uiterst subtiele songs vol verrassende wendingen en met bijzondere maar ook erg mooie zang van Sigrun Tara Øverland.

Ik vergeleek de muziek van Picidae destijds met de muziek van de Nederlandse bands Nancy Brick en Sommerhus, die sindsdien helaas weinig meer van zich hebben laten horen. It’s Another Wor d is een album dat ik meerdere keren moest horen voor ik het kon waarderen, maar vervolgens koesterde ik het album intens en dook het, ondanks het feit dat het album in 2016 werd uitgebracht, op in mijn jaarlijstje over 2017.

Ik ging er destijds van uit dat de naam Picidae voorgoed in het geheugen was opgeslagen, maar dat bleek toch niet het geval. Eerder dit jaar verscheen immers, na een stilte van ruim zes jaar, het tweede album van Picidae, maar het album ontsnapte helaas aan mijn aandacht. Daar kwam pas verandering in toen ik het album vorige week alsnog op de mat vond en vervolgens vrijwel onmiddellijk verkocht was.

Het tweede album van het Noorse duo heeft lang op zich laten wachten. Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal wonen ver uit elkaar en hebben niet alleen gezinnen, maar ook andere bezigheden, waarna ook de coronapandemie niet hielp, maar uiteindelijk is A Stray Labyrinth er gelukkig toch gekomen. Ondanks de jaren die zijn verstreken, ligt het tweede album van Picidae in het verlengde van zijn voorganger. Dat ligt deels aan de instrumentatie.

Sigrun Tara Øverland tekent ook dit keer voor de lier (een soort harp), de autoharp (idem), de fascinerende omnichord en gitaren, terwijl Eirik Dørsdal trompet, kalimba (duimpiano) en wat elektronica toevoegt. Sigrun Tara Øverland voegt ook dit keer bijzonder mooie maar ook zeer karakteristieke vocalen toe aan de songs van het Noorse duo, dat in een van de tracks gezelschap krijgt van een orkest.

In muzikaal als vocaal opzicht voelt A Stray Labyrinth als het spreekwoordelijke warme bad, al is dit een bijzondere typering voor een album dat totaal anders klinkt dan andere muziek van het moment. Ondanks de bekende klanken en zang klinkt het nieuwe album van Picidae net wat anders dan het zo bijzondere debuut. Invloeden uit de jazz hebben wat terrein verloren aan invloeden uit de folk, maar Picidae maakt op het grootste deel van het album muziek die niet in een hokje te duwen valt.

Ik was zoals gezegd direct verkocht bij de hernieuwde kennismaking met het Noorse duo, maar Picidae maakt nog altijd muziek zie je bij voorkeur wat vaker moet horen. Dat heb ik inmiddels gedaan en ik vind A Stray Labyrinth inmiddels net zo mooi als het jaarlijstjesalbum It’s Another Wor d. Ik begrijp aan de kant heel goed dat de muziek van Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal niet heel veel aandacht trekt, maar aan de andere kant moeten er toch zat muziekliefhebbers zijn die vallen voor de muzikale charmes van dit bijzondere Noorse tweetal. Erwin Zijleman

Picidae - It's Another Wor D. (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Picidae - It's Another Wor d. - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De laatste tijd ploft hier met enige regelmaat een stapeltje cd’s uit Noorwegen op de mat.

Het zijn stuk voor stuk cd’s die opvallen door een fraaie verpakking, maar de echte verrassing komt pas wanneer je de cd’s in de cd-speler stopt.

Of het voor alle muziek uit Noorwegen geldt weet ik niet, maar de Noorse platen die ik tot dusver heb beluisterd kleuren stuk voor stuk fraai buiten de lijntjes.

Het geldt absoluut voor It’s Another Wor d. (de spatie tussen de r en de d is geen typo) van het Noorse duo Picidae.

Picidae (Noors voor specht) bestaat uit Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal. Vergeleken met de soms wat luidruchtige en directe specht is de muziek van Picidae uitermate subtiel.

Sigrun Tara Øverland tekent op It’s Another Wor d. voor de vocalen en bespeelt hiernaast de lier (een soort harp), de autoharp (idem), de fascinerende omnichord en gitaren. Eirik Dørsdal voegt naast spaarzame achtergrond vocalen onder andere trompet, kalimba (duimpiano) en wat elektronica toe. Het is een heel bijzonder instrumentarium, maar op It’s Another Wor d. Van Picidae is nog veel meer bijzonders te horen.

De songs van Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal worden fraai maar ook bijzonder subtiel ingekleurd, zodat de prachtige stem van de Noorse alle aandacht krijgt. Het is een geschoolde stem die een extra dimensie toevoegt aan de bijzondere muziek van het Noorse tweetal. De teksten op de plaat van Picidae zijn in het Engels, maar het had net zo goed Noors kunnen zijn, want ik hoor uiteindelijk vooral klanken, wat bijdraagt aan de magie van de muziek van Picidae.

Ook de songs van Picidae zijn zeker niet alledaags. De songs, met flink wat invloeden uit de jazz en hiernaast invloeden uit de folk en de klassieke muziek, blijven niet makkelijk hangen, waardoor ze ook na meerdere keren horen nog flink intrigeren.

In eerste instantie kon ik niet direct relevant vergelijkingsmateriaal bedenken, maar uiteindelijk bleek dit relatief dicht bij huis voorhanden. De combinatie van bijna verstilde klanken, een prachtige vrouwenstem en een bijzonder instrumentarium doet immers meer dan eens denken aan de prachtplaten van de Nederlandse bands Nancy Brick en Sommerhus, vaandeldragers van het Nederlandse QuiteQuietRecords.

Picidae maakt muziek die bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar de ware schoonheid van de muziek van het Noorse tweetal openbaart zicht wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. De bijzondere songs van Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal blijken wonderschoon en blijven maar verrassen en betoveren. In vocaal opzicht is het direct genieten, maar ook de uitermate subtiele maar bijzonder smaakvolle instrumentatie wint nog lang aan kracht.

Of alle cd’s in de pakketjes die ik sinds kort ontvang zo bijzonder zijn ga ik later ontdekken, want vooralsnog wil ik alleen maar genieten van de wonderschone en zo bijzondere klanken van Picidae. Erwin Zijleman

Pieta Brown - Paradise Outlaw (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pieta Brown - Paradise Outlaw - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Pieta Brown, de dochter van de Amerikaanse singer-songwriter Greg Brown, debuteerde zo’n 12 jaar geleden met een aardig maar vooral veelbelovend debuut.

Ik had eerlijk gezegd verwacht dat Pieta Brown met haar tweede plaat, In The Cool uit 2005, zou doorbreken naar een groter publiek, maar dat gebeurde niet. Toen dat ook niet lukte met het prachtige Remember The Sun uit 2007 raakte Pieta Brown bij mij wat uit beeld. Ten onrechte naar nu blijkt, want de platen die ze sindsdien uitbracht waren zeker niet minder dan die van haar concurrenten en lieten een wat steviger geluid horen.

Het zijn platen die Pieta Brown nu allemaal weet te overtreffen met Paradise Outlaw, want wat is dit een goede plaat. Paradise Outlaw werd opgenomen in de studio van Justin Vernon (Bon Iver) in Wisconsin en geproduceerd door oudgediende Bo Ramsey. Voor het opnemen van de plaat hadden Pieta Brown en haar muzikale medestanders slechts vier dagen nodig, maar dat is zeker niet te horen. Paradise Outlaw heeft immers een mooi warm geluid en klinkt zeer verzorgd.

Vergeleken met haar de vorige platen van Pieta Brown laat Paradise Outlaw weer een wat meer ingetogen geluid horen. Dat is een verstandige keuze, want het biedt Pieta Brown de mogelijkheid om wat meer ingetogen te zingen, wat de kwaliteit van haar vocalen ten goede komt.

Paradise Outlaw is een mooie stemmige plaat vol songs die zich als een warme deken om je heen slaan. De instrumentatie op de plaat is prachtig en biedt volop ruimte aan het gitaarspel van Bo Ramsey en de vele instrumenten die Pieta Brown zelf bespeelt. Paradise Outlaw kent verder gastbijdragen van vader Greg, de al genoemde Justin Vernon en Amos Lee, die samen met Pieta Brown tekent voor een fraai duet.

Voor de liefhebbers van het wat stevigere werk van Pieta Brown zal Paradise Outlaw misschien wat voortkabbelen, maar ik vind het persoonlijk prachtig. Pieta Brown verrast op haar nieuwe plaat steeds met ontspannen songs en een buitengewoon stemmig geluid. Ze voorziet deze songs vervolgens van ingetogen, soms fluisterzachte, vocalen, die uitstekend passen bij het sfeervolle geluid op de plaat.

Omdat Pieta Brown net als vader Greg over het vermogen beschikt om songs te schrijven die je meeslepen is Paradise Outlaw een hele sterke plaat geworden. Het is een plaat die Pieta Brown definitief schaart onder de betere vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment en het is bovendien een plaat die laat horen dat Pieta Brown zeker niet minder is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat de plaat met bescheiden middelen en in slechts vier dagen werd opgenomen maakt Paradise Outlaw alleen maar krachtiger en bijzonderder.

Al met al een hele mooie plaat die liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment absoluut niet mogen laten liggen. Erwin Zijleman

Pieta Brown - Postcards (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pieta Brown - Postcards - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Pieta Brown timmert al zo’n 15 jaar aan de weg en heeft inmiddels acht platen op haar naam staan.

Het zijn platen die over het algemeen niet heel veel aandacht krijgen en daarmee doen we de dochter van singer-songwriter Greg Brown enorm tekort.

Ik ben hier zelf ook schuldig aan, want nadat ik drie jaar geleden zeer enthousiast was over het bijzonder fraaie Paradise Outlaw, heb ik de nieuwe plaat van de singer-songwriter uit Iowa City al weer een tijdje laten liggen.

Het is doodzonde, want wat is Postcards een fantastische plaat. De achtste plaat van Pieta Brown werd, net als zijn zo mooie voorganger, geproduceerd door de gelouterde Bo Ramsey, die Postcards heeft voorzien van een fraai en intiem geluid.

Het grote publiek weet de muziek van Pieta Brown misschien nog niet op de juiste waarde te schatten, maar haar collega muzikanten doen dat gelukkig wel. Postcards bevat bijdragen van onder andere Mark Knopfler, Calexico, The Pines, David Lindley, Mason Jennings, Carrie Rodriguez en een aantal Ramsey telgen; stuk voor stuk muzikanten die iets bijzonders neer kunnen zetten en dat ook doen.

Postcards is desondanks een opvallend ingetogen plaat. De aangerukte sterren zorgen voor wonderschone accenten, maar het staat allemaal in dienst van het sobere, voornamelijk akoestische geluid op Postcards en de bijzondere stem van Pieta Brown.

De singer-songwriter uit Iowa City zingt ook op haar nieuwe plaat weer intiem en fluisterzacht, maar op een of andere manier slaagt ze er in om haar soms bijna lieflijke vocalen oprecht en doorleefd te laten klinken. Dit is mede de verdienste van Bo Ramsey, die steeds een opvallend smaakvol, vaak indringend en vaak ook atmosferisch geluid neerzet, waar Pieta Brown haar mooie stem tegenaan kan vleien.

Postcards staat garant voor veel muzikaal vuurwerk en vocalen waarvan ik kippenvel krijg, maar Pieta Brown is ook nog eens gegroeid als songwriter. Postcards is een voornamelijk ingetogen plaat, maar van verveling is geen seconde sprake. Pieta Brown vertelt op Postcards mooie verhalen en vertolkt ze op oorstrelende wijze in songs die betoveren en bezweren.

Al even oorstrelend is het prachtige gitaarwerk op de plaat, dat steeds net iets anders klinkt omdat steeds een andere gitarist aan mag schuiven. Het zijn gitaristen van naam en faam die op Postcards te horen zijn en dat heeft absoluut meerwaarde.

Zeker op de late avond komt de muziek van Pieta Brown uitstekend tot zijn recht en stijgt Postcards tot steeds grotere hoogten. Postcards gaat waarschijnlijk niets veranderen aan de waardering die Pieta Brown krijgt voor haar muziek, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die deze plaat wel oppakken, hebben al snel een plaat in handen die je alleen maar intens wil koesteren.

Paradise Outlaw was drie jaar geleden prachtig, maar met Postcards levert de zo getalenteerde Pieta Brown een plaat af van een niveau dat maar door heel weinig (roots)muzikanten wordt gehaald. Erwin Zijleman

Pillow Queens - Leave the Light On (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pillow Queens - Leave The Light On - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pillow Queens - Leave The Light On
De eerste kennismaking met Leave The Light On van Pillow Queens is dankzij het volle geluid en de krachtige zang een overrompelende, maar hoe vaker je er naar luistert, hoe meer moois er aan de oppervlakte komt

Wordt Pillow Queens de volgende Ierse band die heel groot gaat worden? Het zou zomaar kunnen. De band beschikt in de persoon van Pam Connolly over een uitstekende zangeres met een zeer krachtige stem en ook de andere drie vrouwen van de band uit Dublin hebben sinds het debuutalbum van Pillow Queens uit 2020 veel bijgeleerd. Zeker op het eerste gehoor lijkt de Ierse band te kiezen voor een groots en meeslepend geluid, maar Pillow Queens neemt ook wel degelijk gas terug en heeft veel moois verstopt in de songs op Leave The Light On. Wat mij betreft een grote verrassing.

De Ierse band Pillow Queens debuteerde in september 2020 met het album In Waiting. Het is een album dat me destijds niet is opgevallen, maar nu ik er alsnog naar heb geluisterd kan ik alleen maar concluderen dat het een album is dat zeker een plekje op de krenten uit de pop had verdiend. Dat ik naar het debuut van de band uit Dublin heb geluisterd heeft alles te maken met het tweede album van het viertal, dat deze week is verschenen en dat nog een stuk beter is dan het debuutalbum.

Pillow Queens komt zoals gezegd uit Dublin en bestaat uit vier vrouwen. Pam Connolly, Sarah Corcoran, Rachel Lyons en Cathy McGuines deden het maken van muziek er ten tijde van de release van hun debuut een beetje bij, maar tegenwoordig is het een fulltime baan, waarin inmiddels de nodige vlieguren zijn gemaakt. De band klinkt een stuk beter ingespeeld en hechter dan op haar debuut en dat is niet de enige progressie die is geboekt.

Bij de eerste kennismaking met de muziek van Pillow Queens valt waarschijnlijk de stem van Pam Connolly het meest op. Het is een opvallend krachtige stem met veel bravoure, die het geluid van Pillow Queens voorziet van veel zelfvertrouwen en urgentie. Op het debuut van Pillow Queens wist de Ierse muzikante de kracht in haar stem nog wat minder goed te doseren, maar op Leave The Light On zijn de muziek en de zang beter in balans.

Ook in muzikaal opzicht is Pillow Queens flink gegroeid. De band uit Dublin heeft wat meer dynamiek aangebracht in haar muziek en wisselt aangename refreinen met minstens even aangename koortjes af met een geluid dat best als groots en meeslepend mag worden omschreven.

Pillow Queens laat zich op Leave The Light On deels inspireren door de grootse klanken van landgenoten U2 en nog veel meer door de klanken van de eveneens Ierse band In Tua Nua, die in de jaren 80 en 90 een tijdje aan de weg timmerde, maar Pillow Queens klinkt misschien nog wel het meest als een versie van The Killers waarin de vier Ierse vrouwen de macht hebben gegrepen. De band klonk op haar debuutalbum nog redelijk eenvormig, maar op Leave The Light On is meer variatie te horen in zowel de songs als de muziek en slaagt Pillow Queens er in om, ondanks het vaak zwaar aangezette geluid, behoorlijk introspectief te klinken.

De Ierse band kiest op haar tweede album voor de aanval als beste verdediging en overrompelt de nietsvermoedende luisteraar met een muur van gitaren, met een nog al zwaar aangezette ritmesectie en met de imposante stem van Pam Connolly. Het gekke is dat Leave The Light On zeker bij eerste beluistering klinkt als een muur van geluid, maar het is een muur van geluid waarin steeds meer gaten ontstaan.

Hoe vaker ik het album hoor, hoe interessanter het album in muzikaal opzicht wordt, hoe mooier met name het gitaarwerk wordt en waar ik de stem van Pam Connolly bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Pillow Queens behoorlijk overweldigend vond, maakt de Ierse muzikante nu alleen maar indruk met haar stem.

Leave The Light On van Pillow Queens nam een bescheiden plekje in op de releaselijsten van de afgelopen week, maar het is een album dat het op zijn minst verdient om in brede kring gehoord te worden. Of je vervolgens valt voor de charmes van Pillow Queens zal vooral afhangen van de appreciatie van de stem van Pam Connolly, die mij inmiddels volledig heeft overtuigd. Erwin Zijleman

Pinegrove - Amperland, NY (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pinegrove - Amperland, NY - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pinegrove - Amperland, NY
Pinegrove was me tot dusver niet echt opgevallen, maar dit 70 minuten en live opgenomen eerbetoon aan de plek waar de band zoveel inspiratie opdeed bevalt me echt uitstekend

Amperland, NY was de plek waar de Amerikaanse band Pinegrove vaak verbleef voor het maken van muziek. Het huis waar de band zoveel goede momenten beleefde is inmiddels verkocht, maar dankzij het live opgenomen Amperland, NY en de bijbehorende film blijft de herinnering aan de plek levend. Hiernaast laat Pinegrove horen dat het een prima band is, die in meerdere genres uit de voeten kan. Een beetje indie-rock, een beetje emo en een beetje alt-country maken van Amperland, NY echt een prima gitaarplaat. Omdat het album live is opgenomen klinkt het wat ruw, maar dat komt de kwaliteit van de muziek van Pinegrove alleen maar ten goede.

Marigold, het vijfde album van de Amerikaanse band Pinegrove, heeft vorig jaar een tijd op de stapel met mogelijke krenten uit de pop gelegen, maar uiteindelijk kwam het niet tot een recensie. Het overkwam de band uit Montclair, New Jersey, overigens ook met het in 2018 verschenen Skylight, het vierde album van de band.

Driemaal is ook dit keer scheepsrecht, want met Amperland, NY trekt de Amerikaanse band inmiddels al een aantal weken mijn aandacht en in die weken raakte ik volledig overtuigd van de kwaliteit van het album. Het album is deze week dan echt verschenen, samen met een heuse film met dezelfde titel.

Amperland, NY is een film over het huis in de staat New York waar de band vaak verbleef, muziek opnam en optrad. Het huis is inmiddels verkocht, maar met de film en dit album brengt de band een laatste eerbetoon aan de plek waar zoveel moois tot stand kwam. Het album werd live opgenomen in het betreffende huis en bevat materiaal van de eerdere albums van de band, waarbij heel vroeg werk en de songs van Marigold domineren.

Het zijn songs die ik de afgelopen jaren kennelijk steeds net niet goed genoeg vond, maar Amperland, NY is een heerlijke gitaarplaat, die ook nog eens bijna 70 minuten muziek bevat. Omdat het album live is opgenomen klinkt het allemaal net wat ruwer en directer dan op de vorige albums van de band, maar dat pakt wat mij betreft alleen maar goed uit.

Ik noemde Amperland, NY hierboven een gitaarplaat. Dit omdat de gitaren domineren op een album, maar waar de meeste gitaarplaten zich beperken tot één genre, kan Pinegrove in meerdere genres uit de voeten. Amperland, NY bevat invloeden uit de indie-rock uit de jaren 90, herinnert zo nu en dan aan de emo van het geweldige Sunny Day Real Estate, maar wanneer Pinegrove een banjo en vooral een pedal steel uit de kast trekt, hoor je ook volop invloeden uit de alt-country.

Amperland, NY is een mooi klinkend album, maar het is ook een album zonder al teveel opsmuk dat de energie van live-opnamen heeft behouden. In muzikaal opzicht is het lekker afwisselend, met zo nu en dan heerlijk directe gitaarsongs, maar in andere songs ook volop ruimte voor een breed uitwaaiende pedal steel.

Dat het album de energie van live-opnamen heeft behouden betekent overigens niet dat de band hard speelt. Veel songs op het albums bevatten ingetogen en subtiele passages, die fraai worden afgewisseld met wat steviger werk.

Als ik luister naar Amperland, NY kan ik me eigenlijk niet voorstellen dat ik de vorige albums van de band heb laten liggen. Deze albums verdienen zeker een nieuwe kans en hiernaast kijk ik uit naar nieuw materiaal, dat de inspiratie ergens anders zal moeten vinden dan in Amperland, NY, maar voorlopig kan ik prima uit de voeten met het nieuwe album, dat 70 minuten lang vermaakt met prima songs die vol passie worden uitgevoerd.

Bonus is overigens dat voormalig Pinegrove lid Nandi Rose Plunkett aka Half Waif is aangeschoven voor flink wat ondersteunende vocalen, die zorgen voor wat meer dynamiek en variatie in de vocalen. Al met al een bijzonder lekker album van een wat onderschatte band. Erwin Zijleman

Pink Floyd - The Endless River (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pink Floyd - The Endless River - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Positiever dan de meeste reacties hierboven.

Ruim 47 jaar geleden verscheen The Piper At The Gates Of Dawn, het debuut van de Britse band Pink Floyd. The Piper At The Gates Of Dawn is de eerste klassieker in een inmiddels even omvangrijk als prachtig oeuvre. Het is een oeuvre waarin de keyboards van Rick Wright een cruciale rol spelen en bovendien een constante factor zijn.

Rick Wright was van de partij op The Piper At The Gates Of Dawn en bepaalde ook voor een belangrijk deel het geluid op het in 1994 verschenen The Division Bell, tot voor kort de laatste studioplaat van de legendarische Britse band.

Er was daarom wel iets te zeggen voor de bewering dat Pink Floyd na het overlijden van Rick Wright geen bestaansrecht meer heeft, maar aan de andere kant verdient de bescheiden toetsenist van één van de grootste bands aller tijden ook een eerbetoon dat recht doet aan de cruciale rol die hij heeft gespeeld binnen Pink Floyd.

Dat eerbetoon is er nu gekomen. Ruim twintig jaar na The Division Bell ligt de laatste plaat van Pink Floyd in de winkel en het is een plaat waarop de zes jaar geleden overleden Rick Wright de hoofdrol speelt.

The Endless River is voor een belangrijk deel gebaseerd op materiaal dat stamt uit de tijd van The Division Bell. De plaat bestaat uit vier lange, grotendeels instrumentale stukken. Het zijn stukken die, toch wel enigszins tot mijn verbazing, meer klinken als Pink Floyd dan het meeste dat de band sinds 1979 (The Wall) heeft uitgebracht.

Direct bij de eerste noten neemt The Endless River je mee terug naar de muziek van Wish You Were Here en vervolgens gaat de plaat alleen maar verder terug in de tijd. Gitarist David Gilmour en drummer Nick Mason hebben hun meeste partijen opnieuw ingespeeld en verder in dienst gesteld van het zo bijzondere keyboard spel van Rick Wright, dat de tand des tijd prima overigens heeft doorstaan.

De openingstrack van The Endless River lijkt bijna een vervolg op Shine On You Crazy Diamond, dat in 1975 een eerbetoon was aan Syd Barrett. De track wordt gedragen door het atmosferische en opvallend veelzijdige keyboard spel van Rick Wright, waarna David Gilmour de track verder inkleurt met zijn al even atmosferische en uit duizenden herkenbare gitaarspel. Nick Mason slaat de boel als vanouds aan elkaar.

De eerste drie stukken op The Endless River moeten het doen zonder vocalen, maar deze worden zeker niet gemist. Het samenspel van gitaar en keyboards zorgt voor een prachtig, wat psychedelisch aandoend, geluid, waarin van alles gebeurt en steeds weer nieuwe dingen zijn te ontdekken. The Endless River klinkt zoals eerder gezegd als ‘vintage’ Pink Floyd, maar meer dan in het verleden heeft de muziek van de band iets droevigs, misschien omdat bijna voelbaar is dat dit de laatste noten zijn die Rick Wright aan de band heeft toevertrouwd.

Het zijn noten van een bijna onwerkelijke en betoverende schoonheid. The Endless River bevat 1 uur en vijf minuten muziek en het is 1 uur en 5 minuten muziek om te koesteren. De plaat is voor het gemak onderverdeeld in vier secties en 21 tracks, maar The Endless River komt het best tot zijn recht als je het als één lange luistertrip ervaart.

De criticus zal beweren dat de band misschien wel erg makkelijk voortborduurt op de muziek uit haar gloriejaren en zich niet meer weet te vernieuwen, maar welke band met een staat van dienst als die van Pink Floyd doet dit respectievelijk niet en wel. Bovendien gaat het op de plaat om muziek die voor een belangrijk deel 20 jaar oud is. The Endless River is in eerste instantie een eerbetoon aan Rick Wright en als eerbetoon is het bijzonder geslaagd.

Dezelfde criticus zal ook beweren dat de atmosferische instrumentale tracks wel erg voortkabbelen, maar dit is een kwestie van smaak. Persoonlijk hoor ik van alles in de instrumentale tracks op de plaat en zit ik ook bij de derde luisterbeurt nog steeds op het puntje van mijn stoel. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar en met name het keyboardwerk en gitaarwerk zijn werkelijk weergaloos. De vocalen mis ik hierbij niet. Ik vind het zelfs jammer als ze aan het eind van de plaat toch nog opduiken, al maakt de vocale track het definitieve afscheid van Pink Floyd wel compleet.

Ik had absoluut geen wonderen verwacht van The Endless River en had zelfs vrij lage verwachtingen, maar ik vind de plaat verrassend sterk. Sterker dan vrijwel alles dat Pink Floyd sinds The Wall heeft gemaakt, maar dat is mijn mening.

Wanneer The Endless River bij mij uit de speakers komt bedenk ik de mooie beelden er zelf wel bij, maar voor een ieder die dat niet lukt is er een luxe versie van The Endless River beschikbaar met een DVD of Blu-Ray met visuals. Ziet er overigens prachtig uit.

Heb ik alles gezegd over The Endless River? Nee, de plaat klinkt werkelijk fantastisch, waardoor producers David Gilmour, Phil Manzanera, Youth en Andy Jackson ook nog een pluim verdienen. Bij deze. Erwin Zijleman

Pink Mountaintops - Get Back (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pink Mountaintops - Get Back - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Wat was Outside Love van Pink Mountaintops vijf jaar geleden een verrassend sterke plaat. Met de plaat vol psychedelische songs, de ene keer folky en de andere keer wat steviger, leek Pink Mountaintops opeens veel meer dan de hobbyband van Black Mountain voorman Stephen McBean en begon het verlangen naar een nieuwe plaat van de band.

Op deze nieuwe plaat hebben we helaas bijna vijf jaar moeten wachten. Dit zal ongetwijfeld te maken hebben met het succes van Black Mountain, al is ook van deze band inmiddels al bijna vier jaar geen nieuwe plaat meer verschenen.

De platen van Pink Mountaintops zijn de afgelopen tien jaar meerdere kanten op geschoten, waardoor de kans op meer van hetzelfde klein moest worden geacht. Dat is jammer, want van platen als Outside Love had ik nog wel een bescheiden stapeltje aangekund.

Het is er niet van gekomen, want Get Back is weer een wat andere plaat dan zijn voorganger. Waar Pink Mountaintops op Outside Love leek te kiezen voor een wat toegankelijker en meer ingetogen geluid, is het roer op Get Back weer volledig om gegaan. Get Back is een bij vlagen stevige en rauwe rockplaat en het is bovendien een plaat waarop het experiment de ruimte krijgt en het begrip compromis niet bestaat.

Op Get Back grossiert Pink Mountaintops in stevige rocksongs, maar het zijn zeker geen klassieke rocksongs zoals Black Mountain ze maakt. Get Back rockt lekker, maar het is ook een plaat die de luisteraar steeds weer op het verkeerde been zet.

Dat doet Pink Mountaintops door stevig te citeren uit de archieven van de lo-fi, door toch weer een flinke bak psychedelica open te trekken of door te experimenteren met atypische elektronica, blazers of vrouwenvocalen (tot raps aan toe).

Get Back is na enige gewenning echter vooral een echte rock ’n roll plaat met rauwe vocalen, geweldige riffs, meeslepende gitaarsolo’s, beukende drums, prima songs en invloeden die variëren van The Clash tot Nirvana, van Slayer tot Oasis, van The Smiths tot Iggy Pop en van Television tot Roxy Music.

De basis van de meeste songs is over het algemeen redelijk rechttoe rechtaan en toegankelijk, maar met bijdragen van onder andere J Mascis (Dinosaur Jr), leden van Godspeed! You Black Emperor en Cold War Kids en natuurlijk de experimenteerdrang van Stephen McBean, valt er ook altijd wel wat bijzonders te horen op de plaat.

Vijf jaar geleden vond ik Pink Mountaintops eigenlijk leuker dan Black Mountain en dat is nog steeds zo. Waar ik het kunstje van Black Mountain inmiddels wel ken, weet Pink Mountaintops wederom te verrassen met een plaat die even aanstekelijk als avontuurlijk is. Prima voor de broodnodige dosis rock ’n roll in je leven, maar ook prima bruikbaar om de fantasie weer eens stevig te prikkelen. Erwin Zijleman

Pip Blom - Boat (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pip Blom - Boat - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pip Blom - Boat
Pip Blom komt uit Amsterdam, maar gaat de wereld veroveren met dit energieke en sprankelende debuut vol popliedjes waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden

Pip Blom heeft met Boat de aandacht getrokken van de eigenzinnige Britse en Amerikaanse muziekpers en dat is niet voor niets. De band uit Amsterdam verrast op haar debuut met aangenaam rammelende popliedjes vol invloeden. Een beetje uit de jaren 70 en 80, veel uit de jaren 90, maar ook flink wat uit het heden maken de cocktail die Pip Blom voorschotelt vrijwel onweerstaanbaar. Pip Blom laat de zon schijnen op Boat, maar strijkt ook heerlijk tegen de haren in met stekelige popliedjes die aan van alles en aan helemaal niets doen denken. Pip Blom gaat groot worden en dat is volkomen terecht.

Pip Blom maakte als tiener persoonlijke, eigenzinnige en aangenaam rammelende popliedjes op haar slaapkamer, maar na een tweetal veelbelovende EP’s gaat achter de naam Pip Blom een vierkoppige band schuil.

Het is een band die in het Verenigd Koninkrijk al een tijdje wordt geschaard onder de grote beloften voor 2019, maar met de release van Boat zal ook de rest van de wereld er aan moeten geloven. Boat is het volwaardige debuut van Pip Blom en het is een album waar de energie van af spat.

De band speelde de afgelopen jaren in het voorprogramma van een aantal grote bands en dwong een platencontract af bij het hoog aangeschreven Britse label Heavenly Recordings. Vorig jaar maakte de band al indruk met de prima EP Paycheck, maar Boat is nog een stuk beter.

Pip Blom heeft gelukkig geen concessies gedaan en klinkt nog altijd rauw en stekelig. De internationale muziekpers vergelijkt de muziek van Pip Blom vooral met die van Courtney Barnett, terwijl hiernaast echo’s uit de indie-rock uit de jaren 90 opduiken. Boat heeft hier en daar raakvlakken met de muziek van bands als The Breeders (bij wie Pip Blom onlangs nog in het voorprogramma stond), Belly en Throwing Muses, maar misschien wel het meest treffende vergelijkingsmateriaal vind ik dichter bij huis. Pip Blom schuurt hier en daar immers dicht tegen de muziek van Bettie Serveert aan en dat is vergelijkingsmateriaal dat de laatste tijd helaas veel te weinig opduikt.

De tien songs op Boat zijn over het algemeen genomen lekker rauw en stekelig en beheersen de kunst van het aangenaam rammelen. De gitaren jengelen af en toe heerlijk onvast, maar kunnen ook heerlijk tegendraads klinken, en ook de zang van frontvrouw Pip kleurt niet alleen maar binnen de lijntjes. Het voorziet Boat van heel veel energie en zonnestralen, maar de band kan ook fraai gas terugnemen.

Liefhebbers van aangename rammelpop zullen zeer gecharmeerd zijn van het debuut van Pip Blom, maar ondertussen steekt de muziek van de Amsterdamse band ook gewoon goed in elkaar en levert Pip Blom een serie songs af, waarvan er minstens een aantal vrijwel onmiddellijk onweerstaanbaar zijn. De rest volgt snel.

Luisteren naar Boat roept allerlei associaties uit het verleden op, want naast lo-fi en indie-rock hoor ik ook wel wat new wave, punk en postpunk (het is geen toeval dat ik na beluistering van Boat een album van The Au Pairs uit de kast heb getrokken), maar op hetzelfde moment klinkt de muziek van het Nederlandse viertal verrassend fris.

Ik begrijp wel wat die Britten zo leuk vinden aan Pip Blom, want ondanks revivals van alles dat in het verleden hip was, zijn er niet zo gek veel bandjes als Pip Blom en zijn er zeker niet veel albums als Boat. Boat van Pip Blom is een album waar je heel vrolijk van wordt en dat je stiekem steeds net wat harder afspeelt. Ruzie met de buren ga je er niet van krijgen, want Boat is zo aanstekelijk dat uiteindelijk iedereen valt voor de charmes van de Nederlandse band. Alle reden dus om trots te zijn op dit bandje uit Amsterdam, dat Nederland met haar debuut onmiddellijk is ontgroeid. Erwin Zijleman

Pip Blom - Bobbie (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pip Blom - Bobbie - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pip Blom - Bobbie
Pip Blom slaat op haar nieuwe album Bobbie deels nieuwe wegen in, maar verbrandt zeker niet alle schepen achter zich, waardoor de Amsterdamse band deels vertrouwd klinkt maar zich ook flink heeft ontwikkeld

Met Boat en Welcome Break schaarde de Amsterdamse band Pip Blom zich onder de smaakmakers van de Nederlandse indie scene. Dat hadden ze in het Verenigd Koninkrijk net wat eerder door dan hier, maar uiteindelijk kreeg Pip Blom ook in Nederland de waardering die de band zo verdiende. Na het uitstekende Boat was het nog betere Welcome Break niet het vaak zo moeilijke tweede album na een geslaagd debuut. Dat lastige album is mogelijk album nummer drie, want Bobbie staat in het teken van verandering. Op Bobbie doet Pip Blom het zonder drummer en met flink wat synths. Het levert een deels nieuw geluid op, dat een vleugje pop niet schuwt, maar Pip Blom is gelukkig ook Pip Blom gebleven.

Ik was in de zomer van 2019 duidelijk in mijn verwachtingen rond het debuutalbum van de Nederlandse band Pip Blom. “Pip Blom komt uit Amsterdam, maar gaat de wereld veroveren met dit energieke en sprankelende debuut vol popliedjes waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden” schreef ik boven mijn recensie van het uitstekende Boat, dat afwisselend aan 90s bands als Throwing Muses, Belly en The Breeders en ons eigen Bettie Serveert deed denken, maar dat naast invloeden uit de 90s indierock ook invloeden uit de lo-fi, new wave, punk en postpunk verwerkte. Het kwam allemaal samen in aangenaam rammelende en zonder uitzondering verslavend lekkere en heerlijk energieke popliedjes.

Pip Blom veroverde met haar debuutalbum in eerste instantie het Verenigd Koninkrijk, maar ook in Nederland kreeg de band onmiddellijk voet aan de grond. Het geluid van Boat werd geperfectioneerd op het aan het eind van 2021 verschenen Welcome Break, dat in alle opzichten groei liet horen, zonder dat dit ten koste ging van de ruwe energie en de charmante onbevangenheid in de songs van de Amsterdamse band.

Deze week is het tijd voor het derde album van Pip Blom en dat is een album dat niet (altijd) voortborduurt op de lijn van Boat en Welcome Break. Dat is aan de ene kant jammer, want Pip Blom had van mij nog stapels albums in de trant van de eerste twee albums mogen maken, maar aan de andere kant is het natuurlijk goed dat een band zich ontwikkelt en niet blijft hangen in het verleden.

De ontwikkeling die Pip Blom op haar derde album laat horen was deels een noodgedwongen ontwikkeling. Na het vertrek van drumster Gini Cameron werd niet direct een opvolger gevonden, waarna werd besloten om te gaan werken met door synths gegenereerde drums. Die synths werden vervolgens niet alleen gebruikt voor de drumpartijen op Bobbie, want in veel songs op het album hebben de gitaren een stapje terug moeten doen en klinkt het geluid van Pip Blom veel elektronischer.

Dit laatste zou volgens een aantal recensies ook vooral de verdienste zijn van producer Dave McCracken, maar die heeft op zijn cv ook genoeg gitaarbands staan en produceerde bovendien ook het gitaar georiënteerd debuutalbum van Pip Blom. In diezelfde recensies is ook te lezen dat Pip Blom op Bobbie vol gaat voor de pop, maar ook dat is wat overdreven. Een aantal songs op het derde album van Pip Blom herinnert immers nog nadrukkelijk aan de stekelige gitaarsongs van de eerste twee albums van de Amsterdamse band, maar met name de vooral met synths ingekleurde songs klinken anders.

Bobbie rammelt vooral een stuk minder dan Boat en Welcome Break en klinkt wat meer geproduceerd en wat veelzijdiger. Bij eerste beluistering kon ik vooral de direct vertrouwd klinkende tracks zeer waarderen en had ik wat moeite met de songs van Pip Blom nieuwe stijl, maar uiteindelijk pakt vrijwel alles op Bobbie goed uit. Pip Blom klinkt op haar derde album veelzijdiger, maar heeft haar songs bovendien van meer inhoud voorzien, waardoor ze ook na een paar keer horen nog sprankelen en verrassen. Ook de energie en de onbevangenheid van de muziek van de Amsterdamse band zijn gelukkig niet verdwenen, waardoor Bobbie misschien niet de logische opvolger is van Boat en Welcome Break, maar wel een waardige opvolger. Erwin Zijleman