MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Paul McCartney & Wings - Band on the Run (1973)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul McCartney & Wings - Band On The Run (1973) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paul McCartney & Wings - Band On The Run (1973)
Band On The Run van Wings vierde onlangs zijn vijftigste verjaardag en laat horen dat Paul McCartney drie jaar na het uit elkaar vallen van The Beatles de grootse muzikale vorm weer had hervonden

Er zijn al flink wat reissues van Band On The Run van Wings verschenen, maar de versie die nu is verschenen voegt in ieder geval wel wat toe in de vorm van de underdubbed mixes die het moeten doen zonder alle later toegevoegde orkestraties en andere muzikale bijdragen. Zelf prefereer ik overigens de originele versie van het album, die 50 jaar na data nog staat als een huis. Band On The Run klinkt, meer dan zijn twee voorgangers, als een bandalbum en het is een verrassend gevarieerd album dat in 1973 op indrukwekkende wijze liet horen dat er leven was na The Beatles.

Na het uit elkaar vallen van The Beatles in 1970 maakte Paul McCartney met McCartney uit 1970 en Ram uit 1971 twee zeer geslaagde soloalbums. Na deze twee albums wilde de Britse muzikant toch weer aan de slag met een band en formeerde hij Wings, dat naast McCartney zelf bestond uit Linda McCartney en uit gitarist Denny Laine, die eerder in de Moody Blues had gespeeld.

Wings debuteerde in 1971 met het met weinig enthousiasme ontvangen maar ook wel wat onderschatte Wild Life, dat deels deed denken aan The Beatles en de eerste twee soloalbums van Paul McCartney, maar dat ook nieuwe wegen insloeg. Wild Life werd in 1973 gevolgd door het succesvollere Red Rose Speedway, dat werd uitgebracht als album van Paul McCartney & Wings en dat in een deel van de tracks meer klonk als een soloalbum van de Britse muzikant dan als een album van zijn band.

Na Red Rose Speedway vertrok de band, die feitelijk weer was uitgedund tot Paul en Linda McCartney en Denny Laine, naar een studio in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos om daar het uiteindelijk beste album van Wings op te nemen. Het opnameproces verliep door allerlei tegenslagen zeer chaotisch, maar het resultaat viel niet tegen. Band On The Run verscheen op 5 december 1973 en liet horen dat Paul McCartney de grootse vorm van The Beatles weer had gevonden.

Met de titeltrack, het stevige Jet en het aanstekelijke Mrs. Vandebilt bevatte het album drie singles en uiteindelijk werd Band On The Run een van de best verkochte albums van 1974. Ik heb altijd een enorm zwak gehad voor het veelzijdige Band Of The Run, dat meer dan zijn twee voorgangers liet horen dat er leven was na The Beatles, maar dat ook iets toevoegde aan het werk van de Fab Four.

Op Band On The Run had Paul McCartney zelf een flinke vinger in de pap. Tijdens de opnamen in Nigeria nam hij zelf de rol van producer op zich en bespeelde hij bovendien de meeste instrumenten. De basisopnamen uit Nigeria werden in Londen verder uitgewerkt, waarvoor de hulp van producer Tony Visconti werd ingeroepen. De topproducer, die later een cruciale rol zou spelen in het oeuvre van David Bowie, pakte flink uit met bijdragen van een uit de kluiten gewassen orkest en voegde ook een aantal andere instrumenten toe, waaronder een saxofoon.

Het leverde een album op dat snel zou uitgroeien tot een klassieker en dat ik persoonlijk zie als het beste dat Paul McCartney na The Beatles heeft gemaakt. Band On The Run vierde op 5 december 2023 de 50e verjaardag. Dat was geen geschikt moment voor het uitbrengen van een reissue en het werd uiteindelijk een zwarte dag door het overlijden van Denny Laine, naast Paul en Linda McCartney het enige constante lid van de band.

Die reissue is er nu wel en bevat de met veel bombarie gelanceerde underdubbed mix. Feitelijk horen we het album zoals dat werd opgenomen in Nigeria, voordat er van alles en nog wat werd toegevoegd aan de songs. Er wordt hier en daar nogal lyrisch gedaan over de nieuwe mix, maar persoonlijk vind ik de underdubbed mix vooral onaf klinken, al klinkt de bas van McCartney heerlijk prominent in deze mix. Leuk om een keer te horen, maar uiteindelijk keer ik weer terug naar de originele mix met alle orkestrale toevoegingen, die mij op dit album nooit in de weg hebben gezeten.

Ik luister echt nog maar zelden naar de albums van Wings, dat uiteindelijk tien jaar zou bestaan en in 1978 met London Town nog een zeer succesvol album afleverde, maar Band On The Run blijft een meesterwerk, dat wat mij betreft niet zo heel veel onder doet voor de beste albums van The Beatles. Erwin Zijleman

Paul Simon - Stranger to Stranger (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Simon - Stranger To Stranger - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De afgelopen weken kwamen ouwe rotten als Bob Dylan en Eric Clapton met een nieuwe plaat op de proppen, maar met afstand de meest spannende van het stel is gemaakt door Paul Simon, die later dit jaar zijn 75e verjaardag hoopt te vieren.

Stranger To Stranger wordt gedomineerd door onnavolgbare ritmes en songstructuren die zeker niet alledaags zijn.

Zeker wanneer de ritmes exotisch zijn neemt Stranger To Stranger je mee terug naar de sfeer van Graceland, al zijn de ritmes dit keer eerder Zuid-Amerikaans dan Afrikaans. De vergelijking met de wat minder bekende opvolger van Graceland, het in 1990 verschenen The Rhythm Of The Saints, ligt daarom meer voor de hand, al is Stranger To Stranger uiteindelijk toch een andere plaat.

Paul Simon overtuigt op zijn nieuwe plaat makkelijk met een aantal songs met behoorlijk uitbundige ritmes, maar maakt misschien nog wel meer indruk met een aantal meer ingetogen songs die nergens voor de makkelijkste weg kiezen, maar zich uiteindelijk wel genadeloos opdringen. Het zijn songs die onmiskenbaar het stempel van Paul Simon dragen, maar nergens fantasieloos voortborduren op het bijzonder rijke oeuvre van de Amerikaan.

Stranger To Stranger bevat een aantal behoorlijk experimentele songs, maar ook een aantal ingetogen songs die wat makkelijker in het gehoor lijken te liggen, tot je ze met de koptelefoon beluisterd en ook hier vele lagen vol verrassing ontwaart.

Het siert Paul Simon dat hij op zijn platen nieuwe wegen blijft inslaan en het resultaat mag er zijn. Waar de eerder genoemde oudere muzikanten hun leeftijd eer beginnen aan te doen, klinkt Paul Simon jonger en avontuurlijker dan in zijn jonge en zeer succesvolle jaren.

Stranger To Stranger werd geproduceerd door tachtiger Roy Halee die al in een heel ver verleden met Paul Simon werkte en ook diens Graceland produceerde. Ook deze ouwe rot overtreft zichzelf op het prachtig klinkende Stranger To Stranger dat opvalt door subtiele accenten van zeer uiteenlopende instrumenten (waaronder veel blazers en de hele bijzondere chromenlodeon) en unieke klankkleuren, die de plaat voorzien van een hele bijzondere sfeer.

Ik heb zeker even moeten wennen aan Stranger To Stranger, maar de plaat werd vervolgens heel snel mooier en mooier. Paul Simon is de afgelopen decennia misschien niet meer zo productief als in zijn jonge jaren, maar na het bijzondere door Brian Eno geproduceerde Surprise uit 2006 en het prachtige So Beautiful Or So What uit 2011 levert Paul Simon met Stranger To Stranger toch zijn derde prachtplaat in tien jaar tijd af. Petje af voor deze grootheid. Erwin Zijleman

Paul Simon - There Goes Rhymin' Simon (1973)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Paul Simon - There Goes Rhymin' Simon (1973) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Paul Simon - There Goes Rhymin' Simon (1973)
Paul Simon begon na het einde van zijn samenwerking met Art Garfunkel aan een solocarrière, die tot op de dag van vandaag duurt en die met There Goes Rhymin' Simon uit 1973 wat mij betreft zijn beste album opleverde

Een hernieuwde kennismaking met de single Kodachrome zette me deze week op het spoor van There Goes Rhymin' Simon van Paul Simon. Ik had niet zo heel veel met de muziek van de Amerikaanse muzikant, maar was ook niet bekend met de albums die hij in de eerste helft van de jaren 70 maakte. Die albums heb ik nu wel op het netvlies en ik heb het meest met There Goes Rhymin' Simon uit 1973. Het is een tijdloos jaren 70 singer-songwriter album, maar het is ook een album met geweldige songs, een album dat is volgespeeld door topmuzikanten en topvocalisten en een album waarop Paul Simon excelleert als zanger. Voor mij in ieder geval een prachtige ontdekking.

Op Instagram post de bekende Britse muziekjournalist David Hepworth met enige regelmaat interessante filmpjes, waarin hij stil staat bij albums uit een ver verleden of bij opvallende ontwikkelingen in de popmuziek. Deze week kwam een filmpje voorbij waarin hij stil stond bij de song Kodachrome, een ode aan het vastleggen van belangrijke gebeurtenissen in het leven in het algemeen en aan een legendarisch filmrolletje in het bijzonder en bovendien een song met een merknaam in de titel, wat uiteindelijk niet heel handig bleek.

Het is een song die ik me herinner uit mijn vroege jeugd, maar ik heb nooit geweten wie de muzikant achter Kodachrome was. Dat is best bijzonder, want Paul Simon is een van de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek. Nu heb ik nooit wat gehad met de muziek van Simon & Garfunkel ook Paul Simon’s soloalbum Graceland heeft me nooit echt kunnen boeien.

De enige albums van Paul Simon die ik goed ken zijn Surprise uit 2006, So Beautiful Or So What uit 2011 en Stranger To Stranger uit 2016. Het is het latere werk van de Amerikaanse muzikant, die ik op de krenten uit de pop overigens wel talloze keren noem als belangrijke inspiratiebron.

Dankzij het filmpje van David Hepworth kwam niet alleen Kodachrome terug in mijn leven, maar heb ik ook kennis gemaakt met het album waarvan de song afkomstig is. Het betreft het album There Goes Rhymin' Simon uit 1973, het tweede soloalbum dat Paul Simon maakte na zijn breuk met Art Garfunkel.

Ik heb een enorm zwak voor de singer-songwriter albums uit de vroege jaren 70 en dan met name voor de albums van de grootheden uit de popmuziek van het decennium. There Goes Rhymin' Simon van Paul Simon past prima tussen deze albums. Het is een album dat is voorzien van een typisch jaren 70 geluid, maar het is wel een opvallend veelkleurig jaren 70 geluid.

Paul Simon sluit in een aantal songs op het album aan bij de grote singer-songwriters uit het decennium, maar ook invloeden uit een aantal andere genres hebben een plek gekregen op het album, dat ook uitstapjes bevat richting jazz en gospel. There Goes Rhymin' Simon is voorzien van een vol en warm geluid waarin piano, orgels, blazers en strijkers domineren.

Het is een album dat ik alsnog toevoeg aan mijn lijstje met de te koesteren singer-songwriter albums uit de jaren 70. There Goes Rhymin' Simon klinkt immers niet alleen bijzonder lekker, maar laat ook horen dat Paul Simon een groot songwriter is. ik ben geen slechte song tegen gekomen op het album, dat in de originele versie 35 minuten uitstekende muziek bevat.

Ondanks het feit dat ik niet zo veel heb met het grootste deel van het oeuvre van Paul Simon heb ik hem wel altijd een prima zanger gevonden. Dat is hij ook op There Goes Rhymin' Simon, dat qua zang misschien nog wel meer indruk maakt dan met de muziek en de songs.

Het album werd in 1975 gevolgd door het bekendere en succesvollere Still Crazy After All These Years, maar ik sla There Goes Rhymin' Simon net wat hoger aan. Ik twijfel vaak aan het nut van sociale media als Instagram, maar het is grappig hoe een kort filmpje van een Britse muziekjournalist me op het spoor heeft gezet van een album dat me in korte tijd dierbaar is geworden. Erwin Zijleman

Paul Thomas Saunders - Beautiful Desolation (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Thomas Saunders - Beautiful Desolation - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De vanuit het Engelse Leeds opererende Paul Thomas Saunders wordt al een aantal jaren getipt als grote belofte voor de toekomst. De EP’s die hij tot dusver in eigen beheer heeft uitgebracht wisten me echter niet te bereiken en ook zijn al weer ruim een maand geleden verschenen debuut was me tot dusver ontgaan.

Wat ben ik blij dat ik deze plaat toch nog bij toeval heb ontdekt, want Beautiful Desolation van Paul Thomas Saunders is als het mij vraagt één van de grote debuten van 2014. Ik begrijp dan ook niet dat er in Nederland tot dusver totaal geen aandacht wordt besteed aan het debuut van de Britse muzikant, maar laat ik mijn energie richten op de muziek op Beautiful Desolation.

Op zijn debuut maakt Paul Thomas Saunders grootse en meeslepende muziek. Waar hij in het verleden naar verluid koos voor intiem gitaargetokkel, valt Beautiful Desolation op door een heerlijk dromerig en vol geluid. Het is een geluid dat onmiskenbaar invloeden bevat uit de jaren 80, maar wat mij betreft domineert de 90s dreampop. De invloeden uit het verleden worden vervolgens aangevuld met atmosferische klanken van bands als Sigur Ros en de toegankelijke grootsheid van een band als Coldplay (maar dan 100 keer zo goed als op de laatste plaat van deze band).

Paul Thomas Saunders maakt grootste muziek die intiem klinkt en zweverige muziek die eigenlijk bijzonder toegankelijk is. Het geluid op de plaat is zoals gezegd groots. Veel instrumenten, zwaar aangezette drums en gitaren en dit vervolgens nog eens overgoten met een opvallend zwaar en kleurrijk elektronisch klankentapijt. Aan de ene kant muziek om onmiddellijk bij weg te dromen, maar aan de andere kant uit vele lagen bestaande muziek die je laag voor laag wilt ontrafelen.

De volle instrumentatie past uitstekend bij de vocalen van Paul Thomas Saunders die het toegankelijke van Coldplay’s Chris Martin combineert met de eigenzinnigheid van Jonsi van Sigur Ros of zelfs Jeff Buckley. Ook de songs van Paul Thomas Saunders bevatten een opvallende mix van aangename toegankelijkheid en flink wat experiment.

De volle instrumentatie slaat zich als een warme deken om je heen, maar prikkelt toch ook iedere keer weer de fantasie met opvallende klanken en verrassende wendingen. De songs op Beautiful Desolation zijn beeldend. Opvallend beeldend. Het is bijna onmogelijk om naar de muziek van Paul Thomas Saunders te luisteren en geen beelden op het netvlies te krijgen van uitgestrekte landschappen vol natuurschoon en hier en daar wat mythische wezens, waardoor de plaat een prachtige filmsoundtrack zou zijn. Die film mag je er vooralsnog echter zelf bij verzinnen.

Paul Thomas Saunders heeft iets van alle hierboven genoemde namen en ik kan er nog heel wat toevoegen. Saunders noemt zelf Vangelis als inspiratiebron, maar wat voor deze naam geldt, geldt ook voor alle andere namen: het is heel even treffend, maar vervolgens al snel nietszeggend.

Paul Thomas Saunders heeft met Beautiful Desolation een ontstellend mooie plaat gemaakt. In alle opzichten een vat vol tegenstrijdigheden (en dat begint al bij de titel van de plaat), maar het eindresultaat is altijd hetzelfde: complete betovering, 52 minuten en 59 seconden lang. Erwin Zijleman

Paul Weller - A Kind Revolution (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Weller - A Kind Revolution - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is een indrukwekkend en fascinerend oeuvre dat Paul Weller op zijn naam heeft staan.

De Brit maakte zeven baanbrekende platen met The Jam (waaronder toch zeker vier klassiekers), minsten drie hele goede platen met The Style Council en een dozijn soloplaten.

Tussen zijn twaalf soloplaten zitten maar heel weinig zwakke platen en inmiddels ook een aantal klassiekers, waardoor Paul Weller absoluut gerekend moet worden tot de grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek.

De afgelopen jaren is de Brit misschien iets minder productief dan in zijn jongere jaren (Paul Weller viert later deze maand zijn 59e verjaardag), maar het zijn nog altijd platen van hoog niveau.

Zo imponeerde Paul Weller in 2012 met het behoorlijk stevige en venijnige Sonik Kicks, terwijl hij op het twee jaar geleden verschenen Saturn’s Pattern weer wat meer opschoof richting zijn vroegere solowerk.

A Kind Revolution is, als ik goed geteld heb, de dertiende soloplaat van Paul Weller en het is weer een hele goede. A Kind Revolution ligt in het verlengde van zijn voorganger en is ver verwijderd van het rauwe Sonik Kicks. Toch is het ook weer een andere plaat dan het goed ontvangen Saturn’s Pattern, dat een wat psychedelisch aandoend geluid liet horen.

Op A Kind Revolution laat Paul Weller horen dat hij in meerdere genres uit de voeten kan. De plaat opent met twee tracks die met enige fantasie in het hokje rock passen, maar wanneer in de derde track gas wordt teruggenomen, winnen soul en rhythm & blues verder aan terrein.

A Kind Revolution is een warme en organisch klinkende plaat, die met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de Britse en zeker ook de Amerikaanse popmuziek en door het rijke oeuvre van Paul Weller zelf heen stapt.

Paul Weller toont zich op zijn nieuwe plaat bijzonder veelzijdig, want naast rock, soul en rhythm & blues, biedt de nieuwe plaat van de Brit ook ruimte aan invloeden uit de jazz, gospel, funk, psychedelica en zelfs Latin. Hiermee zijn we er nog niet, want wanneer tijdgenoot Boy George opduikt voor gastvocalen, zoekt Paul Weller zelfs nadrukkelijk de dansvloer op.

Paul Weller dook ooit op als ‘angry young man’, maar straalt op zijn 59e rust uit. A Kind Revolution is een heerlijk ontspannen plaat en het is een plaat die volstrekt tijdloos klinkt. De wat meer soulvolle ballads of de funky tracks hadden net zo makkelijk uit de jaren 70 kunnen komen, maar wanneer Paul Weller op gloedvolle wijze New York eert of samen met Boy George uitpakt met stuwende elektronische dansmuziek, ben je toch opeens weer in het heden beland.

Paul Weller is de afgelopen jaren alleen maar beter gaan zingen en maakt op A Kind Revolution indruk met zijn soulvolle zang. Ook in muzikaal opzicht is het genieten, want het broeierige en bij vlagen moddervette geluid knalt uit de speakers. De luxe editie van A Kind Revolution laat alle tracks ook nog eens zonder zang horen en ook dat klinkt verrassend goed.

Het moet genoeg zeggen over het vocale en muzikale vuurwerk op de nieuwe plaat van Paul Weller, die nog maar eens een prachtplaat toevoegt aan zijn al zo rijke en imponerende oeuvre. Erwin Zijleman

Paul Weller - Saturns Pattern (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Weller - Saturn's Pattern - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Paul Weller is dankzij zijn werk met The Jam en The Style Council en een solocarrière die inmiddels bijna 25 jaar beslaat al lang een icoon binnen de Britse popmuziek, maar het is bovendien een muzikant die een akelig constant en ook akelig hoog niveau tot op de dag van vandaag weet vast te houden.

De pauzes tussen zijn platen worden misschien iets langer, maar als Paul Weller een plaat uitbrengt is het vrijwel zonder uitzondering een goede plaat. Zo wordt het in 2012 verschenen Sonic Kicks gerekend tot zijn beste platen en daar valt weinig tot niets op af te dingen.

Op Sonic Kicks klonk Paul Weller veelzijdiger dan ooit te voren en bovendien klonk de plaat, mede door het overwinnen van een alcoholverslaving, opvallend energiek en geïnspireerd.

Op Saturn’s Pattern borduurt Paul Weller voort op het zo goede Sonic Kicks, grijpt hij terug op zijn oudere werk en laat hij wederom uitstapjes buiten de gebaande paden horen. Saturn’s Pattern laat zich beluisteren als een trip door het imposante oeuvre dat Paul Weller inmiddels op zijn naam heeft staan, maar het is ook een trip door de geschiedenis van de popmuziek.

Saturn’s Pattern opent (mede door de impulsen van leden van Syd Arthur) heerlijk psychedelisch, maar Paul Weller gaat op zijn nieuwe plaat (zijn twaalfde studioplaat als ik het goed geteld heb) ook aan de haal met soul, Britpop, rhythm & blues en rauwe rock ’n roll. Het zijn allemaal genres waarin de nog altijd pas 56-jarige Brit met minstens drie muzikale levens achter zich uitstekend uit de voeten kan.

Paul Weller klinkt op zijn nieuwe plaat niet alleen buitengewoon veelzijdig, maar ook opvallend gedreven. Saturn’s Pattern is een gepassioneerde plaat, waarop Paul Weller nog altijd muziek maakt als de jonge hond die hij altijd gebleven is.

Wat verder opvalt is dat het plezier afspat van de nieuwe plaat van Paul Weller. Er wordt lekker losjes gemusiceerd, waarbij het niet zoveel uitmaakt of een track maar net twee minuten of ruim acht minuten duurt. Paul Weller en de muzikanten die hem op Saturn’s Pattern begeleiden laten zich niet beperken, want een rijk geluid vol details, maar ook vol rust oplevert.

Net als vrijwel alle andere platen van Paul Weller heeft ook Saturn’s Pattern weer het bedwelmende en inspirerende van de popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar de Brit is zeker niet blijven hangen in de tijden van weleer en probeert steeds weer nieuwe bruggen te slaan tussen genres.

Saturn’s Pattern is een typische Paul Weller plaat. Bij eerste beluistering klinkt het vooral oorspronkelijk en gedreven, maar uiteindelijk hoor je ook keer op keer hoe knap Paul Weller zijn eigen muzikale universum heeft gecreëerd.

Ik kan me nauwelijks voorstellen dat de Brit nog veel jonge muziekliefhebbers aan zich weet te binden, maar als dat lukt is Saturn’s Pattern voor deze jonge muziekliefhebbers de start van een muzikale ontdekkingsreis vol hoogtepunten. Voor een ieder die Paul Weller al sinds de jaren 70 volgt is het het zoveelste bewijs van de torenhoge kwaliteit waarvoor Paul Weller inmiddels bijna 40 jaar garant staat. Erwin Zijleman

Paul Weller - True Meanings (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Weller - True Meanings - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Voormalig “angry young” man viert zijn 60e verjaardag met een ingetogen en akoestische plaat
Paul Weller gaf op zijn laatste soloplaten flink gas, maar verrast nu met een volledig akoestische plaat. Het is een plaat waarop het tempo laag ligt en de akoestische gitaar vaak gezelschap krijgt van stevig aangezette strijkers en blazers. Op het eerste gehoor klinkt het misschien wat gezapig of zelfs saai, maar True Meanings is een plaat die snel aan kracht wint en die uiteindelijk weer een andere kant van de muzikale kameleon Paul Weller laat horen. De “angry young man” geeft even niet thuis op deze plaat en maakt plaats voor licht melancholische beschouwingen van een muzikant die inmiddels zijn 60e verjaardag heeft gevierd.


Paul Weller maakte zes studio platen met The Jam, vijf met The Style Council en inmiddels al weer veertien onder zijn eigen naam. Het is een prachtig en invloedrijk oeuvre dat de Britse muzikant heeft opgebouwd en het is een oeuvre dat alle kanten op schiet.

Op zijn laatste soloplaten ging Paul Weller aan de haal met 1001 invloeden, speelde psychedelica een belangrijke rol en pakte de Britse muzikant af en toe flink uit met stevig rockende songs. Op zijn nieuwe plaat kiest hij juist weer voor behoorlijk ingetogen klanken.

Op True Meanings domineren akoestische gitaren en wordt er vooral uiterst ingetogen gespeeld. Op basis van het bovenstaande zou je nog kunnen vermoeden dat Paul Weller een sobere en ingetogen folkplaat heeft gemaakt, maar dat is zeker niet het geval. Fraai en ingetogen akoestisch gitaarspel vormt weliswaar de basis van vrijwel alle songs op de plaat, maar krijgt gezelschap van flink wat strijkers en blazers in bijzonder stemmig klinkende arrangementen.

Zeker wanneer de strijkers en blazers aanzwellen klinkt de nieuwe plaat van Paul Weller behoorlijk melancholisch, maar True Meanings bevat ook een aantal lome en zwoele tracks. Zeker de lome en zwoele tracks met flink wat invloeden uit de jazz doen onmiddellijk denken aan de muziek die Paul Weller samen met Mick Talbot maakte in The Style Council. Het zijn songs die het vooral in de kleine uurtjes uitstekend doen en die wat lichter verteerbaar zijn dan de rijker georkestreerde songs. Deze rijker georkestreerde songs doen af en toe denken aan de platen van Nick Drake of zelfs Cat Stevens, maar wanneer de blazers en strijkers wat psychedelischer klinken hoor ik ook wel wat van de grote platen van Marvin Gaye.

Paul Weller pakte op zijn laatste paar soloplaten zoals gezegd stevig uit en zeker vergeleken met deze platen klinkt True Meanings op het eerste gehoor wel erg ingetogen of zelfs wat gezapig. Paul Weller werd eerder dit jaar zestig en viert dat met een volledig akoestische plaat. Het is even wennen voor de liefhebbers van het stevigere werk van Paul Weller, maar ik vind True Meanings uiteindelijk een mooie plaat.

Paul Weller houdt zich in vocaal opzicht uitstekend staande in het akoestische klankentapijt en de op het eerste gehoor soms wat overdadige arrangementen van strijkers en blazers hebben uiteindelijk meerwaarde. True Meanings lijkt op het eerste gehoor een erg melancholische plaat, maar dat valt uiteindelijk wel mee. Paul Weller eert in het fraaie Bowie een van zijn muzikale helden en kijkt verder beschouwend naar zichzelf en zijn leven en een enkele keer de onzekere toekomst.

Van mij mag Paul Weller de volgende keer weer naar de elektrische gitaren grijpen, maar True Meanings is zeker geen slechte plaat, integendeel zelfs. Waar ik de plaat bij eerste beluistering nog wat gezapig of zelfs saai vond, winnen de songs wanneer je ze vaker hoort aan kracht en wordt de veertiende soloplaat van Paul Weller langzaam maar zeker een waardevolle aanvulling op zijn zo bijzondere, waardevolle en invloedrijke oeuvre. De “angry young man” van weleer geeft misschien even niet thuis, maar dat kan op soloplaat nummer vijftien weer helemaal anders zijn. Erwin Zijleman

Paul Young - Good Thing (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Young - Good Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Paul Young maakte aan het begin van de jaren 80 de podia onveilig met zijn zwaar ondergewaardeerde band Q-Tips, maar kreeg halverwege de jaren 80 als soloartiest de erkenning die hij als zanger zo verdiende.

No Parlez uit 1983 en The Secret Of Association uit 1985 gingen in miljoenen over de toonbank en maakten van Paul Young terecht een wereldster.

Toen de jaren 90 eenmaal waren begonnen ging de carrière van Paul Young echter als een nachtkaars uit. Paul Young maakte in de jaren 90 nog een aantal platen, liet ook in het nieuwe millennium nog enkele malen van zich horen, maar de glans was er af, al bleef de Brit natuurlijk een uitzonderlijk zanger.

Paul Young werd eerder dit jaar 60 en viert dat nu met zijn eerste plaat in een jaar of tien (tussentijds dook hij nog wel op met de gelegenheidsband Los Pacaminos).

Good Thing zal het commerciële succes van No Parlez en The Secret Of Association niet gaan benaderen en is natuurlijk ook niet zo goed als de twee klassiekers uit het oeuvre van Paul Young, maar voor het eerst in heel veel jaren heb ik weer eens genoten van een plaat van de Britse zanger.

Op Good Thing covert Paul Young voornamelijk obscure klassiekers uit de Memphis soul en dat zijn de songs die het best passen bij zijn bijzondere stem. Vergeleken met zijn platen uit de jaren 80 klinkt Paul Young op zijn nieuwe plaat wat minder krachtig, maar hij heeft nog altijd soul en bovendien een lekker klinkend eigen geluid.

Good Thing sluit in muzikaal opzicht aan bij de platen die Paul Young maakte in zijn beste jaren, al wint de pure soul het dit keer van de flirts met pop. De prima muzikanten die hem omringen zetten een dampend soulgeluid neer, waarop Paul Young vervolgens zijn kunsten mag vertonen. Dat gaat hem beduidend minder makkelijk af dan een jaar of 30 geleden, maar het zingen is Paul Young nog steeds niet verleerd.

Good Thing heeft niet de urgentie of uitzonderlijke klasse van No Parlez en The Secret Of Association, maar het is wel een plaat die met name de avonden bijzonder aangenaam inkleurt met tijdloze soulmuziek. Soms is dat genoeg en dat soms is van toepassing op Good Thing van Paul Young. De critici zullen hem ongetwijfeld neersabelen, maar ik ben blij dat Paul Young terug is en absoluut tevreden met het heerlijk klinkende Good Thing, dat me ook weer op het spoor heeft gezet van de man's beste platen. Erwin Zijleman

Paul Young - No Parlez (1983)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Young - No Parlez (1983) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paul Young - No Parlez (1983)
De Britse zanger Paul Young timmerde in de jaren 80 een paar jaar stevig aan de weg en verdween hierna snel uit beeld, maar zijn geweldige debuutalbum No Parlez neemt niemand hem meer af

Na een aantal jaren aan de weg getimmerd te hebben als de zanger van de Britse liveband The Q-Tips, dook Paul Young in 1983 op als solomuzikant. Hij deed dit met een weergaloze cover van Marvin Gaye’s Wherever I Lay My Hat (That's My Home), die Paul Young op de kaart zette als een geweldige (blue-eyed) soulzanger. Het debuutalbum van Paul Young, bevatte meer geweldige singles en het waren allemaal songs van anderen, waarvan de Britse muzikant op fraaie wijze zijn eigen songs maakte. No Parlez is een typisch jaren 80 album, maar er valt toch veel te genieten op het debuutalbum van Paul Young, die diepe indruk maakte als zanger, maar desondanks toch opvallend snel uit beeld verdween.

Een deel van de iconen uit de popmuziek van de jaren 80 is ons inmiddels helaas al ontvallen, terwijl een ander deel nog steeds aan de weg timmert, al dan niet met succes of artistieke waarde. Hiernaast zijn er de iconen uit de jaren 80 van wie we na het betreffende decennium helaas niet veel interessants meer hebben vernomen. De Britse zanger Paul Young valt voor mij in deze laatste categorie.

Paul Young dook aan het eind van de jaren 70 op als zanger van de Britse soulband The Q-Tips. Het is een band die niet bekend is geworden vanwege haar albums, maar die aan het begin van de jaren 80 wel te boek stond als een geweldige of zelfs sensationele liveband. De soulvolle strot van Paul Young speelde in het geluid van The Q-Tips een cruciale rol en het is dan ook niet zo gek dat de Britse zanger na een paar jaar besloot om de live-reputatie van The Q-Tips te verzilveren als solomuzikant.

Hoewel Paul Young ook na de jaren 80 nog albums zou maken en tegenwoordig ook weer op het podium schijnt te staan, piekte de Britse muzikant zowel in commercieel als in artistiek opzicht in de eerste helft van de jaren 80. Zonder zijn andere albums te kort te doen, durf ik wel te stellen dat de Britse muzikant twee albums maakte die op eenzame hoogte staan binnen zijn helaas niet erg omvangrijke oeuvre, No Parlez uit 1983 en The Secret Of Association uit 1985.

In de jaren 80 was ik net wat meer gecharmeerd van het geluid op het laatstgenoemde album, waarop Paul Young de soulkaart net wat nadrukkelijker speelt en waarop de achtergrondzang geweldig is, maar met de oren van nu springt het debuutalbum van Paul Young er wat mij betreft toch uit.

Paul Young was vooral een zanger en het is daarom niet zo gek dat hij op zijn debuutalbum vrijwel uitsluitend songs van anderen vertolkt. Het album leverde met covers van Come Back And Stay van Jack Lee, de reggae song Love Of The Common People en vooral de prachtige versie van Marvin Gaye’s Wherever I Lay My Hat (That's My Home) een aantal flinke hits op, maar ook de cover van Joy Division’s Love Will Tear Us Apart is verrassend goed.

No Parlez bevat sowieso weinig zwakke songs en het enorme succes van het album kwam dan ook niet als een verrassing. No Parlez is een typisch jaren 80 album en klinkt inmiddels wel wat gedateerd. Dat laatste geldt zeker voor de vrouwenstemmen van The Wealthy Tarts, die ik destijds ook al niet zo kon waarderen, en ook de productie van Laurie Latham heeft de tand des tijds niet volledig doorstaan, maar vooral dankzij de fantastische stem van Paul Young is het album ook bijna veertig jaar na de release nog interessant en relevant. Ook de geweldige basloopjes van Pino Palladino mogen er overigens nog altijd zijn.

No Parlez kreeg na vijfentwintig jaar een nieuwe release met flink wat bonustracks, maar deze dure versie met vooral wanstaltige remixes kun je met een gerust hart links laten liggen. Het originele album kreeg in 1983 niet altijd de handen van de critici op elkaar en ook veel muziekliefhebbers moesten niet veel hebben van de covers van Paul Young, maar met de oren van nu durf ik No Parlez van Paul Young wel een 80s klassieker te noemen. Ik had er echt al heel erg lang niet meer naar geluisterd, maar geniet nu toch weer erg van dit bijzondere album. Erwin Zijleman

Paulusma - Pulling Weeds (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paulusma - Pulling Weeds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Jelle Paulusma begon na het uiteenvallen van Daryll-Ann in 2004 aan een solocarrière en leverde in rap tempo twee uitstekende platen af (Here We Are uit 2006 en iRECORD uit 2008). Het in 2011 verschenen Up On The Roof vond ik net wat minder, maar Jelle Paulusma zou het in 2013 vast helemaal goed gaan maken met een nieuwe plaat.

Die nieuwe plaat bleef noodgedwongen een jaar op de plank liggen, want het afgelopen jaar ging uiteraard alle energie uit naar de, overigens zeer succesvolle, reünie van Daryll-Ann.

Ik heb het afgelopen jaar meer dan eens naar de muziek van Daryll-Ann geluisterd en hoor daar, op het nu dan eindelijk verschenen, Pulling Weeds wel wat van terug. Aan de andere kant maakt Paulusma als solomuzikant andere muziek dan met Daryll-Ann.

Ook de muziek van Paulusma eert nadrukkelijk de groten uit het verleden, met een voorliefde voor Westcoast pop, psychedelica, folkrock en Beatlesque pop, maar waar de muziek van Daryll-Ann vooral goed is voor zonnestralen, is de muziek van Paulusma rauwer, donkerder en stekeliger.

Dat past niet alleen prima bij het huidige seizoen, maar doet ook in kwalitatief opzicht zeker niet onder voor het werk van Daryll-Ann. Jelle Paulusma laat ook op Pulling Weeds weer horen dat hij behoort tot de beste songwriters van Nederland. Zijn nieuwe plaat bevat een serie songs waarvoor de grote voorbeelden zich niet zouden schamen. Op hetzelfde moment maakt Paulusma het de luisteraar lang niet altijd makkelijk.

Pulling Weeds bevat songs die vol dynamiek zitten. Het zijn songs die lieflijk kunnen strelen, maar ook vol uit kunnen halen en dat ook zo af en toe doen. Het maakt de muziek van Paulusma misschien net wat minder toegankelijk dan die van Daryll-Ann, maar wat valt er voor de liefhebber van kwalitatief hoogstaande popmuziek veel te genieten.

Pulling Weeds is een plaat die overloopt van goede ideeën. Het zijn goede ideeën die meer dan eens met heel veel tegelijk in een song worden gepropt, waardoor zweverige psychedelische klanken zomaar om kunnen slaan in stevige gitaarmuren. Pulling Weeds komt hierdoor af en toe aan als een stevige onweersbui op een prachtige zomerdag.

Bij eerste beluistering werd ik af en toe nog wel eens wat overweldigd door alle dynamiek en alle scherpe kantjes op Pulling Weeds, maar tegelijkertijd waren er ook de songs waarop ik direct verliefd werd, waaronder de track met een voor mij helaas nog steeds onbekende zangeres (soms mis ik de fysieke promo cd’s wel eens).

Bij herhaalde beluistering van Pulling Weeds valt er steeds meer op zijn plaats en raak je steeds meer onder de indruk van de vierde soloplaat van Paulusma, die steeds weer nieuwe bijzondere dingen laat horen.

Het is een plaat die na een jaartje Daryll-Ann moet opboksen tegen onrealistisch hoge verwachtingen, maar als je het mij vraagt maakt Pulling Weeds ze nog waar ook. Absoluut één van de betere platen van eigen bodem dit jaar. Erwin Zijleman

PAUW - Macrocosm Microcosm (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pauw - Macrocosm Microcosm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Naar het debuut van de Nederlandse rockband Pauw wordt al een tijdje met bijzonder hoge verwachtingen uitgekeken.

Het zijn verwachtingen die de band uit Twente uiteindelijk met speels gemak waar maakt, al kan ik maar niet wennen aan de openingstrack Memories.

Deze openingstrack schijnt de melodielijn te hebben ontleend aan een Chinees deuntje, maar het is ook de melodie van het afgrijselijke Koningslied en wie wil daar nog aan herinnerd worden?

Vanaf de tweede track is het echter intens genieten van het weergaloze debuut van Pauw.

Pauw bestaat uit een stel jonge honden, maar de band verwerkt op haar debuut invloeden die meerdere decennia terug gaan in de tijd. Macrocosm Microcosm citeert stevig uit de psychedelische rockmuziek uit de jaren 60 en 70, maar gaat ook aan de haal met invloeden uit de prog-rock.

Het debuut van Pauw roept daarom bij mij associaties op met heel veel platen die ik hoog heb zitten, maar desondanks blijft de band vrij makkelijk overeind. Macrocosm Microcosm staat vol met heerlijk melodieuze rockmuziek, die al snel verslavend blijkt. Het is rockmuziek die uitnodigt tot wegdromen, maar het is ook rockmuziek die bijzonder knap in elkaar steekt, zodat je geen seconde wilt missen.

Pauw concurreert in dit genre met flink wat andere bands, maar in tegenstelling tot deze bands doet Pauw geen enkele poging om modern te klinken, waardoor Macrocosm Microcosm een volstrekt tijdloze plaat is geworden.

Het is een plaat die een belangrijk deel van haar kracht ontleent aan de suikerzoete melodieën en aan de dynamiek in de muziek van Pauw. Macrocosm Microcosm betovert met een prachtig klankentapijt en intrigeert met een hele fraaie instrumentatie vol subtiele wendingen en dynamiek.

Psychedelische muziek uit een ver verleden is de afgelopen jaren vaker geserveerd, maar nog niet zo goed als op het debuut van Pauw. Droomdebuut. Erwin Zijleman

Pavo Pavo - Mystery Hour (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pavo Pavo - Mystery Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mystery Hour van Pavo Pavo staat zo bol van de verrassende wendingen dat het je soms duizelt, maar uiteindelijk overtuigt deze plaat verassend makkelijk

Het debuut van de Amerikaanse band Pavo Pavo wist me ruim twee jaar geleden onvoldoende te boeien. Mooie en dromerige klanken en veel invloeden, maar uiteindelijk hield het de aandacht niet vast. De tweede plaat van de band uit Brooklyn doet dat wel, en hoe. Mystery Hour roept associaties op met steeds andere flarden uit een aantal decennia popmuziek en integreert al dat moois in een even ongrijpbaar als eigen geluid. De ene keer valt het een op, de andere keer het ander, maar de muziek van Pavo Pavo is altijd mooi en avontuurlijk. De perfecte plaat om je mee op te sluiten op een regenachtige dag en iedere keer dat je de plaat hoort is hij mooier en bijzonderder.

Narrator In The Breakers, het in 2016 verschenen debuut van de uit Brooklyn, New York, afkomstige band Pavo Pavo, heb ik in de winter van 2016 flink wat kansen gegeven, maar het overtuigde me op een of andere manier toch net niet genoeg.

Achteraf bezien is dat best gek, want toen ik het debuut van de Amerikaanse band er deze week nog eens bij pakte, vond ik de dromerige en psychedelische klanken van Pavo Pavo wel direct mooi. Reden om lang te treuren is er echter niet, want de deze week verschenen tweede plaat van de band uit Brooklyn is mooier en uiteindelijk ook beter.

Pavo Pavo zag de afgelopen twee jaar nogal wat bandleden vertrekken, maar de spil van de band is met multi-instrumentalist Oliver Hill en zangeres Eliza Bagg nog intact.

Direct wanneer de eerste noten van Mystery Hour uit de speakers komen, is duidelijk dat Pavo Pavo vast heeft gehouden aan een vol en groots geluid. In de openingstrack doemen flarden van Mercury Rev en The Flaming Lips op en dat is vergelijkingsmateriaal dat vaker bruikbaar is bij beluistering van de tweede plaat van de Amerikaanse band.

Zeker wanneer Eliza Bagg de lead-vocalen voor haar rekening neemt, staat het geluid van Pavo Pavo ook bol van invloeden uit de dreampop en de electropop, terwijl de songs met een hoofdrol voor Oliver Hill juist meer de kant van de 80s synthpop op gaan.

Ik heb in de eerste zinnen van deze recensie al flink wat namen en genres genoemd, maar het is slechts het topje van de ijsberg. Pavo Pavo maakt op Mystery Hour immers ook suikerzoete indiepop, lijkt in de orkestraties hier en daar goed te hebben geluisterd naar Electric Light Orchestra, heeft in de koortjes soms iets van de Beach Boys, is ook niet vies van Beatlesque melodieën en refreinen en lijkt ook voor de instrumentatie hier en daar goed geluisterd te hebben naar de Fab Four.

Op basis van alle namen en genres klinkt Mystery Hour van Pavo Pavo misschien een allegaartje of een vat vol tegenstrijdigheden, maar beide typeringen zijn uiteindelijk niet van toepassing op de muziek van de band uit Brooklyn. Oliver Hill en Eliza Bagg smeden alle bijzondere invloeden immers aan elkaar in songs met een eigen geluid, dat ik op het moment alleen maar het Pavo Pavo geluid kan noemen.

Dromerige en atmosferische soundscapes houden nooit lang aan en transformeren langzaam maar zeker in aantrekkelijke popliedjes met een kop en een staart. Tussen deze kop en staart is van alles mogelijk. Pavo Pavo klinkt het ene moment aanstekelijk en toegankelijk, maar kan het volgende moment vol kiezen voor experiment. Het variëren met mannen en vrouwenstemmen zorgt voor nog wat meer variatie op een plaat die aan van alles en nog wat doet denken, maar uiteindelijk nergens op lijkt.

Pavo Pavo is zo dromerig als Mercury Rev en Beach House, maar is ook zo zoet als Belle & Sebastian, zo avontuurlijk als The Flaming Lips of Grizzly Bear en bij vlagen zo heerlijk onderkoeld als Mazzy Star, The Sundays of Lush. Het is allemaal vergelijkingsmateriaal dat maar voor flarden van de songs op Mystery Hour relevant is en voor de andere flarden kun je er nog lange lijsten met namen bij slepen.

De tweede plaat van Pavo Pavo zet je hierdoor talloze keren op het verkeerde been, maar zorgt er ook voor dat je na meerdere keren horen nog nieuwe dingen en nieuwe invloeden hoort. Waar bij de eerste plaat van de band uit Brooklyn de aandacht na een tijdje verslapte, houdt Mystery Hour mij 11 songs en bijna 35 minuten lang op het puntje van de stoel. Hierna kun je de plaat direct weer uit de speakers laten komen, want geen enkele luisterbeurt is hetzelfde.

In een week met stapels interessante releases zal het Pavo Pavo niet meevallen om aandacht te trekken met haar tweede plaat, maar Mystery Hour verdient deze aandacht absoluut. Erwin Zijleman

Pearl Charles - Magic Mirror (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pearl Charles - Magic Mirror - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pearl Charles - Magic Mirror
Pearl Charles schuift op haar tweede album nog wat verder op richting Californische 70s pop en verleidt meedogenloos met tijdloze songs, een prachtig geluid en vooral een geweldige stem

Sleepless Dreamer, het debuut van Pearl Charles, kreeg twee jaar geleden flink wat aandacht in Engeland, maar in Nederland las ik er niets over. Dat was zonde, want de singer-songwriter uit Los Angeles debuteerde wat mij betreft op even opvallende als aangename wijze. Magic Mirror is het logische vervolg. De balans slaat nog wat verder door richting Californische 70s pop, maar Pearl Charles sleept er van alles bij, inclusief een vleugje roots. Het geluid is niet alleen aangenaam, maar steekt ook knap in elkaar, de songs van Pearl Charles zouden het in de jaren 70 stuk voor stuk geweldig hebben gedaan en de muzikante uit Los Angeles heeft een heerlijke stem. Alleen de openingstrack even overslaan, want die valt wat uit de toon.

Pearl Charles debuteerde in de zomer van 2015 met een zeer veelbelovende EP, waarop de singer-songwriter uit Los Angeles bijzonder aangename Californische psychedelische pop liet horen. Deze titelloze EP werd begin 2018 gevolgd door het in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zeer goed ontvangen debuutalbum van Pearl Charles.

Sleepless Dreamer werd hier en daar in het hokje Amerikaanse rootsmuziek geduwd, maar ik hoorde persoonlijk toch vooral pop en dan vooral pop zoals die in de jaren 70, ver voor de geboorte van Pearl Charles, in Los Angeles en omstreken werd gemaakt.

In Nederland deed de muziek van Pearl Charles helaas niet veel, maar Sleepless Dreamer was voor mij reden genoeg om met hele hoge verwachtingen uit te kijken naar het tweede album van de Amerikaanse muzikante. Dat album is deze week dan eindelijk verschenen (het album stond oorspronkelijk gepland voor de zomer van 2020) en heeft de titel Magic Mirror meegekregen.

Het is een album met wat mij betreft een valse start, want openingstrack Only For Tonight flirt wel erg met jaren 70 disco en heeft zich bovendien net wat teveel laten beïnvloeden door ABBA’s Dancing Queen. In de tweede track maakt Pearl Charles het gelukkig meteen goed, want in What I Need verrijkt de muzikante uit Los Angeles haar 70s pop met een vleugje country.

Ik was twee jaar geleden vooral onder de indruk van de stem van Pearl Charles. Het is een stem die in de openingstrack van haar nieuwe album veel minder indruk maakt, maar vanaf de tweede track hoor ik weer de Pearl Charles van haar debuutalbum en debuut EP. Pearl Charles heeft een herkenbaar eigen stemgeluid en het is een bijzonder lekker geluid, dat mij in ieder geval keer op keer weet te verleiden.

Op Sleepless Dreamer schoof de Amerikaanse singer-songwriter al flink op richting toegankelijke pop en dat is een lijn die wordt doorgetrokken op Magic Mirror. Pearl Charles heeft hierbij een duidelijke voorkeur voor Californische pop van bijvoorbeeld Fleetwood Mac, maar ze is ook de Amerikaanse rootsmuziek niet helemaal uit het oog verloren en kent bovendien haar klassiekers binnen de Californische singer-songwriters uit de jaren 70.

Als extraatje krijgen we dit keer een vleugje disco in de openingstrack en verder is Pearl Charles op Magic Mirror niet vies van aalgladde Amerikaanse pop. Hier en daar vliegt het album wel wat uit de bocht met net wat teveel toegankelijke pop, maar smaakvolle uitstapjes zijn nooit ver weg.

Die uitstapjes zitten deels in de gevarieerde, rijke en keer op keer zeer aangenaam klinkende instrumentatie en in de trefzekere 70s productie, maar het is toch vooral de stem van Pearl Charles die me vrijwel continu betovert, met de stuk voor stuk zo uit de jaren 70 weggelopen en volstrekt tijdloze popsongs op het album als bonus.

Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zullen het wat teveel pop vinden, terwijl liefhebbers van pop mogelijk niet uit de voeten kunnen met alle invloeden uit de jaren 70, maar muziekliefhebbers met een voorkeur van tijdloze pop vol invloeden en vrijwel alles dat in de jaren 70 in Los Angeles werd gemaakt, is ook het nieuwe album van Pearl Charles weer smullen. En het knap gemaakte Magic Mirror wordt alleen maar verslavender. Erwin Zijleman

Pearl Charles - Sleepless Dreamer (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pearl Charles - Sleepless Dreamer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Pearl Charles maakte een paar jaar geleden een hele aardige EP vol met psychedelisch aandoende popliedjes. Het waren popliedjes die je mee terug namen naar de jaren 60 en 70, waarbij ook nog eens meerdere genres aan elkaar werden geknoopt.

Dat smaakte absoluut naar meer en dat meer is er nu, al is de release van het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles opvallend geruisloos aan Nederland voorbij gegaan een aantal weken geleden.

In de Britse muziekpers werd Sleepless Dreamer vorige week echter nog de leukste countrypop plaat van het moment genoemd en daar sta ik altijd voor open, waarbij het me niet zoveel uitmaakt of het een plaat is om te koesteren of slechts een guilty pleasure.

Het label countrypop wordt momenteel op flink wat platen geplakt en dat levert met name onder liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek stevige discussies op. Zo werd en wordt op de absoluut aan te bevelen muzieksite MusicMeter zeer heftig gediscussieerd over de hoeveelheid country in de muziek van Kacey Musgraves, waarbij de meningen sterk uiteen liepen.

Waar ik de laatste plaat van Kacey Musgraves, overigens een van mijn favorieten van het moment, nog wel in het hokje countrypop durf te duwen, hoor ik op het debuut van Pearl Charles toch vooral pop. Daar is helemaal niets mis mee, want het is pop waar ik heel blij van word.

De singer-songwriter uit Los Angeles maakt op haar debuut popmuziek die is geworteld in de jaren 70. Dat was op haar debuut EP natuurlijk ook al zo, maar waar ze op die EP psychedelische pop met een ruw randje liet horen, dompelt Pearl Charles zich op Sleepless Dreamer onder in de muziek die halverwege de jaren 70 in haar thuisbasis Los Angeles werd gemaakt.

Het debuut van Pearl Charles heeft zich stevig laten beïnvloeden door de perfecte popliedjes die Fleetwood Mac halverwege de jaren 70 maakte, maar de inwoonster van Los Angeles geeft er vervolgens wel een eigentijdse twist aan, waardoor Sleepless Dreamer klinkt als een eigentijdse popplaat.

Het is een popplaat die gelukkig ver verwijderd blijft van de schreeuwerige elektronische pop van de popprinsessen van het moment en die vol kiest voor volstrekt tijdloze en buitengewoon lekker in het gehoor liggende songs.

Het is een plaat die ik zoals gezegd niet snel in het hokje countrypop zal duwen, maar hier en daar duiken wel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de countrymuziek in het bijzonder op, waardoor Pearl Charles zich vrij makkelijk ontworsteld aan het predicaat popprinses en het etiket singer-songwriter verdient.

Sleepless Dreamer klinkt zo aangenaam en tijdloos dat ik de plaat de afgelopen dagen vooral als feelgood-plaat uit de speakers heb laten komen. Pearl Charles verjaagt met haar zonnige Westcoast popliedjes immers iedere donkere wolk (je zou bijna vergeten dat ze er een paar dagen geleden nog waren) en onthaalt keer op keer de lentezon, die inmiddels ook buiten schijnt.

Je zou hierdoor bijna vergeten om goed te luisteren naar haar debuut, maar dat valt zeker aan te bevelen. Sleepless Dreamer is immers een plaat waarop alles klopt en die veel beter is dan de gemiddelde popplaat, of countrypop plaat van het moment. En het debuut van Pearl Charles wordt eigenlijk alleen maar lekkerder en beter, waardoor het absoluut meer is dan de guilty pleasure die ik in eerste instantie omarmde. Erwin Zijleman

Pearla - Oh Glistening Onion, the Nighttime Is Coming (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pearla - Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pearla - Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming
Nicole Rodriguez levert als Pearla een prachtig debuutalbum af, waarop de muzikante uit Brooklyn indruk maakt met bijzondere arrangementen, veelkleurige songs en een stem die van alles met je doet

Ook de afgelopen week had ik weer een flink stapeltje nieuwe albums van vrouwelijke singer-songwriters in handen. Het wordt binnen deze groep steeds lastiger om op te vallen, maar Pearla, het alter ego van Nicole Rodriguez, heeft er geen enkele moeite mee. Dat heeft alles te maken met de veelzijdigheid van haar debuutalbum. Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming springt dwars door genres en door de tijd, betovert met wonderschone arrangementen, die ook buiten de lijntjes durven te kleuren, maakt indruk met aansprekende songs en dan is er ook nog eens de expressieve stem van de Amerikaanse muzikante, die zich moeiteloos aanpast aan het bonte kleurenpalet op dit bijzonder fraaie album.

De Amerikaanse muzikante Pearla is met haar debuutalbum Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming in ieder geval goed voor de meest opvallende albumtitel van deze week, maar ook in muzikaal opzicht trekt de singer-songwriter uit Brooklyn, New York, makkelijk de aandacht. Achter de naam Pearla gaat Nicole Rodriguez schuil, die vier jaar na haar debuut EP dan eindelijk haar eerste album uitbrengt.

Het is flink dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters, maar Pearla valt wat mij betreft op met een geluid dat anders klinkt dan dat van haar talloze concurrenten. De muzikante uit Brooklyn beschikt om te beginnen over een bijzondere stem. De zang op Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming trekt onmiddellijk de aandacht en persoonlijk was ik direct gecharmeerd van de expressieve stem van de Amerikaanse muzikante, die al snel uitgroeit tot een van de sterkste wapens van het debuutalbum van Pearla. Nicole Rodriguez beschikt niet alleen over een bijzondere stem, maar kan deze ook nog eens op meerdere manieren inzetten, waardoor Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming een gevarieerd klinkend album is.

Dat ligt niet alleen aan de zang, maar zeker ook aan de muzikale inkleuring van het album. Pearla heeft samen met producer Tyler Postiglione gekozen voor een veelkleurig geluid, waarvoor flink wat verschillende instrumenten zijn ingezet. Zeker wanneer wordt gekozen voor een grotendeels akoestisch geluid, is de muziek van Pearla vooral folky met hier en daar een vleugje country, maar de Amerikaanse muzikante schuwt ook incidenteel het gebruik van synths niet en is dan opeens ver verwijderd van de Amerikaanse rootsmuziek. Wat verder opvalt zijn de bijzonder mooie arrangementen van strijkers en blazers, die karakteristiek zijn voor het Spacebomb label, waarop het debuut van Pearla is verschenen.

Ook in de songs van Pearla kan het alle kanten op. Het ene moment klinkt Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming aards en wat traditioneel, maar het volgende moment klinkt de muziek van Pearla opeens mysterieus en zweverig. Zeker wanneer de muzikante uit Brooklyn kiest voor folky popliedjes hoor ik veel van Edie Brickell en zelfs wel wat van Mazzy Star of van Adrienne Lenker. Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming bevat bovendien echo’s van de psychedelische folk en Laurel Canyon folk uit een ver verleden, met altijd een randje Joni Mitchell, maar Nicole Rodriguez kan je ook zomaar het heden in slepen.

De Amerikaanse muzikante heeft lang gewerkt aan haar debuutalbum en dat hoor je, want Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming ontstijgt het niveau van een gemiddeld debuutalbum echt op alle fronten. De wat traditioneel aandoende rootssongs op het album, met hier en daar ook nog wat invloeden uit de Appalachen folk, zullen makkelijk in de smaak vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar persoonlijk vind ik de tracks waarin Pearla uit alle hokjes breekt het meest interessant.

De stem van de Amerikaanse muzikante valt zoals gezegd direct op bij eerste beluistering van het album, maar inmiddels ben ik hopeloos verliefd op de stem, de muziek en de songs van Nicole Rodriguez, van wie we in de toekomst hopelijk nog heel veel gaan horen. En Oh Glistening Onion, The Nighttime Is Coming kan in de tussentijd zomaar uitgroeien tot een van de verrassingen van 2023. Erwin Zijleman

Pearly Gate Music - Mainly Gestalt Pornography (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pearly Gate Music - Mainly Gestalt Pornography - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pearly Gate Music - Mainly Gestalt Pornography
De Amerikaanse muzikant Zach Tillman (de broer van Josh, oftewel Father John Misty) debuteerde 11 jaar geleden al eens, maar keert nu eindelijk terug met een fascinerend tweede album

De naam Pearly Gate Music deed bij mij geen belletje rinkelen, maar releases op het Britse Bella Union label kunnen bij mij altijd op enige aandacht rekenen. Het label levert ook dit keer kwaliteit, want Pearly Gate Music heeft een bijzonder album afgeleverd. Het is het tweede wapenfeit van Zach Tillman (wiens broer Josh we overigens een stuk beter kennen), die elf jaar geleden al eens aardig debuteerde, maar door mentale problemen in de vergetelheid geraakte. Met Mainly Gestalt Pornography (?) levert de Amerikaanse muzikant een album vol invloeden af. Het doet aan van alles en nog wat denken en het bestrijkt een groot aantal genres, maar het juiste etiket op dit album plakken is bijna onmogelijk.

Achter Pearly Gate Music gaat de Amerikaanse muzikant Zach Tillman schuil. Het is de broer van Josh Tillman, die we natuurlijk kennen als lid van de oorspronkelijke bezetting van Fleet Foxes, als de singer-songwriter J. Tillman en vooral als Father John Misty. Zach Tillman leek een jaar of elf geleden te starten aan een minstens even succesvolle carrière in de muziek als zijn beroemde broer.

Het titelloze debuut van zijn project Pearly Gate Music werd goed ontvangen en bracht Zach Tillman in contact met producer Richard Swift, op dat moment een van de meest gevraagde producers binnen de indie scene. Mentale problemen beëindigden de opnames, van wat de doorbraak van Pearly Gate Music had moeten worden, voor ze goed wel begonnen waren en Zach Tillman verdween een aantal jaren compleet uit beeld.

De Amerikaanse muzikant pakte het opnemen van het tweede album van Pearly Gate Music een tijdje geleden weer op, noodgedwongen zonder Richard Swift, die in 2018 overleed. Vorige week verscheen Mainly Gestalt Pornography op het Britse Bella Union label en het is een interessant album geworden.

Het debuut van Pearly Gate Music heb ik in 2010 niet opgemerkt, maar voorafgaand aan beluistering van Mainly Gestalt Pornography heb ik eerst eens naar het debuut van Zach Tillman geluisterd. Het is een album met vooral folky songs, die veelvuldig herinneren aan de muziek uit de jaren 60.

Vergeleken met het folky titelloze debuutalbum is Mainly Gestalt Pornography meer een rockalbum. Het is een album dat hier en daar ook herinnert aan de jaren 60, maar Zach Tillman is dit keer niet in dit decennium blijven hangen en voltooit op zijn tweede album als Pearly Gate Music een fraaie muzikale tijdreis.

Mainly Gestalt Pornography klinkt af en toe nog wel heel voorzichtig folky, maar vindt dit keer meer inspiratie in wat psychedelisch aandoende rockmuziek. Wanneer akoestische gitaren worden gecombineerd met zweverige klanken heeft Mainly Gestalt Pornography een hoog jaren 60 en 70 gehalte, zeker wanneer Zach Tillman ook met zijn zang aansluit bij muziek uit lang vervlogen tijden.

De songs op het tweede album van Pearly Gate Music worden echter net zo makkelijk een stuk moderner ingekleurd, bijvoorbeeld met stemmige synths, die eerder herinneren aan de jaren 80 dan aan de jaren 60. Mainly Gestalt Pornography herinnert hier en daar ook aan de new wave zoals die halverwege de jaren 70 in New York wordt gemaakt, maar net zo makkelijk aan de Britse postpunk van een paar jaar later of juist weer aan de muziek van Kraftwerk van een decennium eerder. Het is ook een album dat John Lennon ooit eens gemaakt zou kunnen hebben, maar het zouden ook outtakes van The Go-Betweens kunnen zijn.

Ik vind het lastig om Mainly Gestalt Pornography van Pearly Gate Music in een hokje te duwen, maar merk wel dat ik de songs op het nieuwe album van Zach Williams steeds beter vind worden. Mainly Gestalt Pornography is een wat ongelukkig getimed album met een wat ongelukkige titel, maar het is ook een album van een groot muzikaal talent en een album dat op speelse wijze 1001 invloeden verwerkt.

Het is een muzikaal talent dat misschien niet heel geschikt is voor de harde muziekwereld, maar het in alle rust gemaakte tweede album van Pearly Gate Music is een album dat het absoluut verdient om ontdekt te worden. Wat een muzikale familie die Tillmannetjes. Erwin Zijleman

Penelope Isles - Until the Tide Creeps In (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Penelope Isles - Until The Tide Creeps In - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Penelope Isles - Until The Tide Creeps In
Penelope Isles verrast met een album vol honingzoete en dromerige klanken, maar ook een album vol verrassende wendingen

Until The Tide Creeps In is het debuut van de Britse band Penelope Isles en het is een debuut dat me vrijwel onmiddellijk wist te overtuigen. Vervolgens begint het ontdekken van het album pas, want Penelope Isles laat zich niet heel makkelijk in een hokje duwen. Invloeden uit de dreampop en shoegaze worden gecombineerd met flink wat psychedelica, maar als je goed luistert hoor je nog veel meer invloeden en genres in de muziek van de band. Penelope Isles weet zich in muzikaal opzicht daarom makkelijk te onderscheiden, maar dat doet de band ook met de bijzondere stemmen van broer en zus Jack en Lily Wolter.

Penelope Isles is een Britse band rond broer en zus Jack en Lily Wolter. De twee brachten hun jeugd door op The Isle of Man en kwamen elkaar weer tegen in het Britse Brighton toen ook Lily, die zes jaar jonger is dan Jack, daar ging studeren.

In Brighton werd vervolgens de basis gelegd voor Penelope Isles en van de band is nu het debuut Until The Tide Creeps In verschenen. Het is een debuut dat me direct opviel deze week, want Penelope Isles klinkt anders dan de meeste andere bands van het moment.

De muziek van de Britse band klinkt over het algemeen dromerig en zweverig, maar de muziek van Penelope Isles wordt hier en daar ook voorzien van een dun laagje gruis. Openingstrack Chlorine laat direct horen wat de Britse band te bieden heeft. Breed uitwaaiende gitaarlijnen worden gecombineerd met wat ijle zang van broer en zus Wolter, terwijl op de achtergrond voorzichtig shoegaze gitaarmuren worden opgebouwd.

De muziek van Penelope Isles bevat een vleugje dreampop en shoegaze, maar ik hoor ook wat noiserock, folk en lo-fi en tenslotte doet de muziek van de Britse band psychedelisch aan en zijn er flink wat raakvlakken met de bands uit de neo-psychedelica, onder wie zeker The Flaming Lips.

De popliedjes op Until The Tide Creeps In zijn aan de ene kant honingzoet, maar zitten ook vol verrassing, al is het maar omdat de band uit Brighton meerdere genres aan elkaar smeedt op haar debuut. Het ene moment hoor je typisch Britse gitaarpop, maar wanneer de muziek van Penelope Isles net wat zweveriger klinkt hoor je net zo makkelijk muziek die is beïnvloed door Amerikaanse Westcoast pop of de pure pop zoals die halverwege de jaren 70 rond Los Angeles werd gemaakt. En hier blijft het zeker niet bij.

De lekker in het gehoor liggende songs op Until The Tide Creeps In hebben maar weinig tijd nodig om te overtuigen, waarna langzaam maar zeker ook de andere lagen in de muziek van Penelope Isles hun werk doen. Het debuut van de band uit Brighton laat zich vaak beluisteren als een album dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 60, tot je je beseft dat de invloeden uit de shoegaze en dreampop toen nog lang niet uitgevonden waren.

Zeker wanneer invloeden uit de (neo-)psychedelica domineren in de muziek van Penelope Isles heeft de muziek van de band rond Jack en Lily Walter een benevelende of zelfs bezwerende uitwerking, wat nog verder wordt versterkt door de bijzondere stem van Jack, die me in eerste instantie wat op de zenuwen werkte, maar die steeds mooier past in het vol klinkende geluid van de Britse band. Het is een geluid dat niet misstaat in een volgend seizoen van Twin Peaks, maar het is ook een geluid dat zowel een stille avond als een lome zondagochtend prachtig inkleurt.

Wanneer Jack de vocalen even vooral aan Lily laat, klinkt Penelope Isles opeens weer heel anders en schuift Until The Tide Creeps In op richting dreampop, al is het wel dreampop met bijzondere accenten. Het debuut van Penelope Isles viel me zoals gezegd direct op, maar hoe vaker ik naar de muziek van Jack en Lily Wolter luister, hoe mooier het wordt. Penelope Isles heeft een album afgeleverd dat continu verleidt met dromerige klanken, maar dat ook continu dingen doet die je niet verwacht. Bijzonder leuke plaat! Erwin Zijleman

Penelope Isles - Which Way to Happy (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Penelope Isles - Which Way To Happy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Penelope Isles - Which Way To Happy
Het Britse duo Penelope Isles debuteerde twee jaar geleden veelbelovend met een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een vat vol memorabele popsongs en herhaalt dit kunstje op het nog betere tweede album

Jack en Lily Wolter doken in de zomer van 2019 op met een album dat de zon nog wat feller deed schijnen. Die zon laat zich momenteel wat minder vaak zien, maar gelukkig tovert het Britse duo flink wat extra zonnestralen uit de speakers. Penelope Isles doet dit met muziek die zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden, waarna het duo uit Brighton er nog een flinke laag psychedelica overheen heeft gestrooid. De instrumentatie is volgepropt met heel veel moois, de stemmen van Jack en Lily Wolter klinken heerlijk en de songs van Penelope Isles klinken even zoet als melodieus, al is de kans op een uitbarsting ook altijd aanwezig. Het debuut was prachtig, maar album nummer twee is nog een stuk beter.

Vorige week sneeuwde het tweede album van het Britse duo Penelope Isles nog wat onder, maar deze week was de verleiding van de muziek van broer en zus Jack en Lily Wolter gelukkig al snel meedogenloos. Dat is op zich geen verrassing, want het in de zomer van 2019 verschenen debuutalbum van het tweetal uit het Britse Brighton was niet alleen een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een bijna eindeloze bron van zoete verleiding.

Op hun debuutalbum Until The Tide Creeps In slaagden Jack en Lily Wolter er in om invloeden uit een bijna oneindig groot aantal genres te integreren in een bijzonder eigen geluid waarin uitbundige zonnestralen en bedwelmende nevelwolken elkaar afwisselden.

Voor iedereen die ruim twee jaar geleden heeft genoten van Until The Tide Creeps In is ook Which Way To Happy vrijwel onmiddellijk een feest van herkenning. Het opnemen van het tweede album van Penelope Isles was naar verluidt een lijdensweg vol tegenslagen en onenigheid, maar daar is niets van te horen.

Direct vanaf de eerste noten strooit Which Way To Happy driftig met zonnestralen en met honingzoete popsongs. In muzikaal opzicht ligt het album absoluut in het verlengde van zijn voorganger, want ook op hun tweede album laten Jack en Lily Wolter horen dat ze lak hebben aan hokjes en conventies. Ook Which Way To Happy kan overweg met invloeden uit uiteenlopende genres en stijlen, die vervolgens worden overgoten met een psychedelisch sausje.

Het tweede album van Penelope Isles is een album dat overloopt van de goede ideeën. In de instrumentatie gebeurt er zoveel dat het je meer dan eens duizelt, zeker wanneer het bombast je om de oren vliegt, maar op een of andere manier is de ‘wall of sound’ van de op The Isle Of Man geboren broer en zus redelijk licht verteerbaar.

Zeker wanneer de volle instrumentatie op het album wordt gecombineerd met de lome zang van Jack Wolter en de zwoele en dromerige zang van zus Lily heeft Which Way To Happy het volle maar ook het lichtvoetige van Belle & Sebastian, maar de muziek van Penelope Isles kan ook wat steviger en ruwer klinken.

Door het grote aandeel van zonnige en zoete melodieën heeft de muziek van Penelope Isles, zeker bij eerste beluistering, wel wat van een muzikale suikerspin. Het is veel en het is zoet, maar zodra je er in bijt is het weg. Het is gelukkig een associatie die snel verdwijnt, want zeker bij herhaalde beluistering blijkt dat de muziek van het Britse tweetal knap in elkaar steekt en verre van eendimensionaal is.

De ene keer verbaas ik me over alle fraaie tierelantijntjes in de instrumentatie, de volgende keer over de wonderschone zang, over de bijzondere songstructuren of over de goed verstopte invloeden uit een ver verleden.

Penelope Isles strooit op haar tweede album soms in hoog tempo en soms in laag tempo met songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Het zijn songs die op hetzelfde moment op van alles en nog wat en op helemaal niets lijken, waardoor het album aan de ene kant vertrouwd in de oren klinkt en je aan de andere kant van de ene verbazing in de andere valt.

Het Britse duo heeft de pech dat het haar tweede album in een van de drukste releaseweken van 2021 heeft uitgebracht, maar de kwaliteit van Which Way To Happy moet een keer komen boven drijven. Bij mij was dit een week na de release het geval en de tweede van Penelope Isles wordt me steeds dierbaarder. Erwin Zijleman

Penguin Cafe - Rain Before Seven... (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Penguin Cafe - Rain Before Seven... - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Penguin Cafe - Rain Before Seven...
De Britse band Penguin Cafe betovert op Rain Before Seven… bijna 50 minuten lang met bijzondere klanken en fascinerende songs, die continu prachtige beelden op het netvlies tekenen

Penguin Cafe was in eerste instantie een eerbetoon van Arthur Jeffes aan de band van zijn overleden vader Simon, maar na Penguin Cafe Orchestra bouwt ook Penguin Cafe aan een bijzonder oeuvre. Rain Before Seven… valt direct op door fraaie strijkerspartijen en bijzondere ritmes, maar al snel trekken ook de accenten van allerlei bijzondere instrumenten de aandacht. Het nieuwe album van Penguin Cafe laat zich niet in een hokje duwen of vastpinnen in de tijd en maakt indruk met beeldende klanken die de fantasie uitvoerig prikkelen. Niet iedereen houdt van instrumentale albums, maar dit album verveelt echt geen seconde. Het levert een prachtige luistertrip op, die mooier en mooier wordt.

Ik besprak nog niet eerder een album van de Britse band Penguin Cafe op de krenten uit de pop en heb ook maar in zeer beperkte mate geluisterd naar de muziek van de band. Dat geldt overigens ook voor de albums van ‘voorganger’ Penguin Cafe Orchestra, de band die in de jaren 70, 80 en 90 aan de weg timmerde.

Penguin Cafe Orchestra was de band van de Britse muzikant Simon Jeffes, die op de flinke stapel albums die de band maakte op bijzondere wijze invloeden uit onder andere de jazz, wereldmuziek, folk, chamber pop, new age en klassieke muziek verwerkte. Simon Jeffes overleed in 1997 aan de gevolgen van een hersentumor, waarmee ook direct het doek viel voor zijn band.

De reünie concerten die tien jaar na zijn dood werden georganiseerd door muzikanten die ooit in de band speelden maakten diepe indruk op Arthur Jeffes, de zoon van Simon, en inspireerden hem uiteindelijk tot het formeren van Penguin Cafe. Qua bezetting hebben de twee bands geen raakvlakken, maar in muzikaal opzicht heeft Penguin Cafe zich zeker laten beïnvloeden door het rijke oeuvre van Penguin Cafe Orchestra. Ik had er zoals gezegd nog niet veel van mee gekregen, maar ik geniet erg van het onlangs verschenen Rain Before Seven…, het vijfde album van de Britse band.

Rain Before Seven… is een volledig instrumentaal album vol beeldende muziek. Het is een album dat het uitstekend zou doen bij een film of documentaire, maar je kunt ook prima jouw eigen beelden bedenken bij de muziek van Penguin Orchestra. Net als de band van zijn vader vermengt ook de band van Arthur Jeffes uiteenlopende invloeden en verpakt het deze invloeden met een flink arsenaal aan deels bijzondere instrumenten.

Rain Before Seven… opent direct prachtig met Welcome To London, dat wordt ingekleurd met flink wat strijkers, maar dat hiernaast opvalt door bijzondere percussie. Het zijn twee ingrediënten die een belangrijke rol spelen op het album, want in veel tracks zijn zowel de strijkers als de percussie sfeerbepalend. Ze zijn in de openingstrack van een bijzondere schoonheid, waardoor je direct gegrepen wordt door het album.Arthur Jeffes voegt er een handvol exotische of obscure instrumenten als de balafoon, de melodica, de cuatro en de dulcitone aan toe, maar tekent ook voor fraai pianospel en bijdragen van synths en de ukelele.

Door de voorname rol voor strijkers schuift de muziek van Penguin Cafe makkelijk op richting chamber pop, maar door de bijzondere accenten van wat minder bekende instrumenten en de vaak wat exotisch aandoende percussie, past Rain Before Seven… ook deels in het hokje wereldmuziek. Uiteindelijk maakt de Britse band muziek die genres overstijgt, want met geen enkel hokje doe je de muziek van Penguin Cafe recht.

Het is muziek die het ondanks alle bijzondere accenten en ingrediënten verrassend goed doet op de achtergrond, maar de muziek van Penguin Cafe verdient het om volledig uitgeplozen te worden. Het is muziek die, zeker wanneer je de ogen sluit, goed is voor fascinerende beelden op het netvlies, maar Rain Before Seven… is ook een album waarbij het heerlijk tot rust komen is.

Ik raak meestal snel verveeld bij beluistering van instrumentale albums, maar op het nieuwe album van Penguin Cafe gebeurt zo veel dat je je blijft verbazen en verwonderen. Het is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met de muziek van de bijzondere Britse band, maar dit smaakt echt naar veel meer en dat is gelukkig voorhanden. Erwin Zijleman

Peppermoon - Prismes (2013)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Peppermoon - Prismes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb deze zomer de Franse supermarché eens links laten liggen en dat begin ik nu te merken. Zuchtmeisjes schitteren dit jaar door afwezigheid en dat is zo nu en dan een groot gemis, zeker wanneer de zon het wat laat afweten.

Gelukkig weten de Franse zuchtmeisjes met enige regelmaat ook de Nederlandse platenzaken te bereiken, waardoor de zwoele verleiding van deze zuchtmeisjes uiteindelijk niet hoeft te worden gemist.

Verreweg de leukste plaat in het genre komt van het Parijse duo Peppermoon. Muzikant Pierre Faa en zangeres Iris Koshlev leverden een paar jaar geleden al eens een behoorlijk onweerstaanbaar debuut af, maar overtreffen dit debuut nu op alle fronten met Prismes.

Belangrijkste wapen van Peppermoon is natuurlijk de heerlijk zwoele en verleidelijke stem van Iris Koshlev, maar het is zeker niet het enige wapen van Peppermoon. Vergeleken met de meeste platen in dit genre verrast Peppermoon met een prachtige instrumentatie. Pierre Faa kleurt de muziek van Peppermoon in met honingzoete en betoverend mooie klanken, maar slaagt er ook in om de muziek van het duo steeds net iets anders te laten klinken en slaagt er bovendien in om avontuurlijke accenten aan te brengen in de zoete klanken op Prismes.

Het is een instrumentatie die met enige regelmaat doet denken aan die van Belle & Sebastian, al is de muziek van Peppermoon een stuk minder uitbundig. Door de prachtige instrumentatie klinkt Prismes al als een warme zomerdag of een broeierige zomeravond, maar de fraaie klanken vormen slechts een deel van de zoete verleiding van Peppermoon.

Het zijn immers vooral de vocalen van Iris Koshlev die Prismes van Peppermoon zoveel toverkracht geven. Door de subtiele en over het algemeen redelijk ingetogen instrumentatie krijgt de stem van de Parijse zangeres alle ruimte. Dat is lang niet aan alle zangeressen besteed, maar Iris Koshlev vult de ruimte die ze krijgt met speels gemak en verrast keer op keer met warme vocalen die zwoel en verleidelijk maar ook eerlijk en oprecht zijn. Zeker in de bijzonder ingetogen luisterliedjes op Prismes maakt Iris Koshlev een onuitwisbare indruk, maar ook in de net wat uitbundigere songs voegt ze heel veel toe aan de stemmige en zo nu en dan wonderschone klanken.

De verleiding van Prismes van Peppermoon was in mijn geval direct meedogenloos, maar de echte liefde voor de plaat moest toen nog groeien. Inmiddels ben ik zo verknocht aan Prismes van Peppermoon dat ik niet meer zonder wil. Niets is lekkerder wakker worden, niets is lekkerder slapen gaan en ook hier tussenin zorgen Pierre Faa en Iris Koshlev steeds weer voor het zo nodige moment van rust en ontspanning. Ik heb dit jaar in plaats van een flinke stapel maar één Frans plaatje in handen, maar ik ben er nog nooit zo blij mee geweest. Erwin Zijleman

Perfume Genius - Glory (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Perfume Genius - Glory - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Perfume Genius - Glory
De Amerikaanse muzikant Perfume Genius heeft met Glory een album gemaakt dat heel hoog wordt gewaardeerd door de verzamelde critici en ik kan alleen maar constateren dat daar niets op valt af te dingen

Mike Hadreas, beter bekend als Perfume Genius, vertrouwde voor zijn nieuwe album Glory op een aantal topmuzikanten en op een producer die garant staat voor vakwerk. Dat is te horen, want zowel in muzikaal als in productioneel opzicht klinkt Glory fantastisch. Ook de zang van Mike Hadreas spreekt me op Glory meer aan dan in het verleden, waardoor ik alle superlatieven in de recensies van het album begrijp. Het is een album dat tijdloos kan klinken, maar Perfume Genius schuwt ook het avontuur niet. Het is een album dat door de nostalgie makkelijk verleidt, maar het is ook een album dat de fantasie prikkelt. Ik had Glory even laten liggen, maar wat is dit een goed album.

Bij een nieuw album van Perfume Genius veer ik over het algemeen niet direct enthousiast op. Het zal te maken hebben met mijn duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen, maar ik heb ook altijd het idee dat het alter ego van de Amerikaanse muzikant Mike Hadreas muziek maakt die mij niet in het bijzonder aanspreekt. Dat blijkt een misvatting, maar daarover later meer.

Perfume Genius bracht eind maart het album Glory uit en het is een album dat ik in eerste instantie liet liggen, al denk ik wel dat ik er naar geluisterd heb. Het is een album dat ik vorige week weer tegen kwam toen ik rondkeek op de website metacritic.com, dat oordelen van met name Amerikaanse critici bundelt tot een totaalscore. Toch wel enigszins tot mijn verbazing voerde Glory van Perfume Genius de lijst met recent verschenen albums aan met een score van maar liefst 90 (van de 100) punten. Het was voor mij reden om het album nog eens goed te beluisteren.

Het was zeker niet de eerste keer dat ik een album van de Amerikaanse muzikant alsnog oppikte, want van de vorige zes albums van Perfume Genius besprak ik er uiteindelijk drie, wat mijn idee dat zijn muziek me niet aanspreekt onderuit haalt. Het is een idee dat ook niet houdbaar bleek voor het eerder dit jaar verschenen Glory, want ook dit vind ik inmiddels een prachtig album.

Mijn vooroordeel ten opzichte van de muziek van Perfume Genius is waarschijnlijk dat de Amerikaanse muzikant wat theatrale muziek maakt en in zijn zang wel erg veel drama en pathos verstopt. Het is een vooroordeel dat in ieder geval niet op gaat voor de songs op Glory, want de songs op het album zijn een groot deel van de tijd behoorlijk subtiel, terwijl de zang vooral ingetogen is.

Glory klinkt een flink deel van de tijd als een volstrekt tijdloos singer-songwriter album en als een album van een singer-songwriter die met heel veel gevoel zingt. Een song als Me & Angel had ook in de jaren 70 gemaakt kunnen zijn en zo bevat het album er meer, maar Glory bevat ook een aantal songs die overduidelijk uit het heden komen. Ik heb zelf wel wat met de tijdloos klinkende songs, waarin ik de stem van Mike Hadreas echt heel erg mooi vind, maar ook de met wat meer elektronica ingekleurde songs en wat spannendere songs zijn echt prachtig.

Ook in muzikaal opzicht heeft Glory me zeer aangenaam verrast de afgelopen week. Je hoort goed dat er een aantal geweldige muzikanten zijn te horen op het album, luister bijvoorbeeld maar eens naar het werkelijk weergaloze drumwerk van levende legende Jim Keltner.

In productioneel opzicht is Glory eveneen een hoogstaand album, wat ook bijna niet anders kan met een producer van het kaliber van Blake Mills achter de knoppen. De Amerikaanse producer en muzikant werkte eerder met Perfume Genius en maakte dit jaar al prachtalbums met Japanese Breakfast en Lucy Dacus, die ook opvielen door een schitterende productie.

Ook de muziek op en de productie van Glory is bijzonder mooi. Het soms wat nostalgisch aandoende geluid zit vol muzikale verleiding en betovering en past echt prachtig bij de stem van Mike Hadreas, die echt indruk maakt als zanger. Maar Glory is ook een album met een aantal avontuurlijke songs waarin er echt van alles gebeurt in de muziek en de zang. De verzamelde Amerikaanse critici zijn diep onder de indruk en dat begrijp ik inmiddels volkomen. Erwin Zijleman

Perfume Genius - Set My Heart on Fire Immediately (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Perfume Genius - Set My Heart on Fire, Immediately - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Perfume Genius - Set My Heart on Fire, Immediately
Perfume Genius levert een opvallend veelzijdig album af dat even goed minimalistisch als pompeus of rauw kan klinken en dat wordt gedragen door de mooie stem en de eigenzinnigheid van de Amerikaanse muzikant

Set My Heart on Fire, Immediately van Perfume Genius is een album dat in meerdere opzichten opzien baart. Allereerst is er de fantastische productie van Blake Mills, die het album heeft voorzien van een geluid dat afwisselend sprookjesachtig en beangstigend is. Hiernaast zijn er de songs die steeds weer anders worden ingekleurd en die variëren van pompeus tot minimalistisch met vaak een hoofdrol voor opvallend gruizig gitaarwerk. Het past prachtig bij de zang die ook alle kanten op schiet en bij de vaak wat donkere teksten. Het levert een buitengewoon fascinerende luistertrip op.

De muziek van Perfume Genius wordt inmiddels al enkele jaren in brede kring uitvoerig geprezen, maar zelf had ik tot voor kort geen goede klik met de muziek van het alter ego van de Amerikaanse muzikant Mike Hadreas. Ik kan niet goed uitleggen waar dit aan lag, want normaal gesproken hou ik wel van de eigenzinnige en soms wat pompeuze muziek waar ook Perfume Genius een voorkeur voor lijkt te hebben.

Het bovenstaande suggereert al dat er iets is veranderd in mijn mening over de muziek van Mike Hadreas en dat is inderdaad het geval. Het nieuwe album van Perfume Genius, het deze week verschenen Set My Heart on Fire, Immediately, beviel me eigenlijk onmiddellijk en wordt alleen maar interessanter.

Dat is deels de verdienste van producer Blake Mills, die de muziek van Perfume Genius heeft voorzien van een bijzonder fascinerend klankentapijt. Set My Heart on Fire, Immediately opent met een track die Roy Orbison gemaakt zou kunnen hebben. De instrumentatie herinnert aan vervlogen tijden en wordt op fraaie wijze voorzien van de emotievolle vocalen van Mike Hadreas. Het doet wat pompeus aan, maar op hetzelfde moment is alles even fraai gedoseerd. Het is een mooie opening van een album dat verrassend veelzijdig blijkt.

Wanneer de laatste noten van de zang van de openingstrack wegebben is het direct gedaan met de associaties met de muziek van Roy Orbison (al keert die later op het album nog eens terug). De tweede track is gruizig en combineert vervormde gitaren met meer ingetogen zang en de bijdragen van topmuzikanten als drummer Jim Keltner en bassist Pino Palladino. In deze track hoor je goed hoe mooi en bijzonder de productie van Blake Mills is. Onder de gruizige gitaren blijkt veel moois verstopt, wat de wat unheimisch aanvoelende track voorziet van wat extra bezwering, die aan het eind weer omslaat in beeldende atmosferische klanken.

Set My Heart on Fire, Immediately bevat 13 tracks en is goed voor 50 minuten muziek. Het is muziek die alle kanten op schiet, want in de derde track komt de Amerikaanse muzikant met een lichtvoetiger deuntje op de proppen, om te vervolgen met fraai ingekleurde track die Franse filmmuziek uit de jaren 70 combineert met een vleugje Antony (die van The Johnson). Ook dit is min productioneel opzicht weer een kunststukje, maar ook de zang van Mike Hadreas maakt indruk.

Set My Heart on Fire, Immediately citeert nadrukkelijk uit de archieven van de popmuziek, maar weet ook steeds weer een eigen draai te geven aan invloeden uit het verleden, waardoor het nieuwe album van Perfume Genius steeds weer weet te verrassen. Het ene moment is het pompeus, het volgende moment sprookjesachtig of filmisch, dan weer beklemmend of rauw, maar Perfume Genius schaamt zich ook niet voor een lichtvoetig deuntje. Het doet me meer dan eens denken aan de muziek van Marc Almond, al zijn de songs van Perfume Genius eigenzinniger en is zijn zang veelzijdiger.

Het is knap hoe Mike Hadreas steeds weer andere wegen in weet te slaan, experiment combineert met tijdloze klanken en pompeuze passages afwisselt met bijna minimalistische momenten. Het kleurt allemaal prachtig bij de wat donkere teksten van de Amerikaanse muzikant, waarin hier en daar wordt afgerekend met pijn en misère uit het verleden. Bij eerste beluistering hoor je maar een fractie van alles schoonheid van het album, maar wanneer er steeds meer op zijn plek valt wordt het nieuwe album van Perfume Genius steeds indrukwekkender. Erwin Zijleman

Perfume Genius - Ugly Season (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Perfume Genius - Ugly Season - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Perfume Genius - Ugly Season
Ugly Season bevat een aantal karakteristieke ingrediënten uit het bijzondere Perfume Genius geluid, maar de voor een dansvoorstelling bedoelde muziek slaat ook een aantal nieuwe wegen in

Ik heb een tijd moeten wennen aan de muziek van de Amerikaanse muzikant Perfume Genius, maar met name het in 2020 uitgebrachte Set My Heart on Fire, Immediately vond ik geweldig. Het deze week verschenen Ugly Season sluit zeker niet naadloos aan op zijn voorganger. De voor een dansvoorstelling bedoelde songs zijn hier en daar behoorlijk ver verwijderd van de popsong met een kop en een staart en beperken zich tot beeldende klanken. Het is allemaal wat minder toegankelijk dan op het vorige album, maar ook Ugly Season is prachtig en zeker niet alleen wanneer de Amerikaanse muzikant toch weer wat tegen de popsong aan schurkt. Bijzonder album.

Het deze week verschenen Ugly Season is het zesde album van de Amerikaanse muzikant Mike Hadreas, die we sinds zijn debuutalbum uit 2010 kennen onder de naam Perfume Genius. Ik heb met name de eerste jaren wel wat geworsteld met de muziek van Perfume Genius, maar sinds No Shape uit 2017 ben ik helemaal overtuigd van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikant.

Hoogtepunt in het oeuvre van Perfume Genius was en is voor mij het in 2020 verschenen en door Blake Mills werkelijk prachtig geproduceerde Set My Heart on Fire, Immediately, waarop de muziek van Perfume Genius zowel uiterst ingetogen of zelfs minimalistisch kon klinken als uitbundig tot bijna bombastisch.

Vergeleken met Set My Heart on Fire, Immediately is Ugly Season een duidelijk ander album, waarop met name de popsong met een kop en een staart flink aan terrein heeft verloren. Dat is ook niet zo vreemd, want het album is voor een belangrijk deel gevuld met de muziek die Mike Hadreas maakte voor de dansvoorstelling The Sun Still Burns van de Amerikaanse choreograaf Kate Wallich.

Ugly Season moet het, nog veel meer dan Set My Heart on Fire, Immediately, hebben van zich langzaam voortslepende klanken, die een bijzondere sfeer creëren. Ik ken de dansvoorstelling van Kate Wallich niet, en dat geldt voor bijna iedereen want door de coronapandemie werden de meeste voorstellingen geannuleerd, maar ik kan me alles voorstellen bij de combinatie van dans en de bijzondere klanken op Ugly Season.

Net als op zijn vorige album kan het bij Perfume Genius weer meerdere kanten op. Ook op het nieuwe album van Perfume Genius staan bijna minimalistische klanken die zich uiterst langzaam voortslepen, maar ook wat grootser ingekleurde songs. Mooie en bijna klassiek aandoende klanken worden gecombineerd met elektronica en hier en daar de karakteristieke stem van Mike Hadreas.

Zeker in de sferische en zeer beeldende tracks op het album is de popsong met een kop en een staart heel ver weg, maar de bijzondere klanken en de spannende wijze waarop klassieke klanken worden vermengd met elektronica vervelen me geen moment. De liefhebber van het wat toegankelijkere werk van Perfume Genius komt overigens ook aan zijn of haar trekken, want Ugly Season bevat ook een aantal songs die aansluiten bij het vroegere werk van de Amerikaanse muzikant en flirten met onder andere synthpop en reggae. Ook in deze songs valt op hoe mooi en bijzonder de klanken zijn, hoe knap verschillende werelden worden verenigd en hoe mooi de ingetogen falsetstem van Mike Hadreas kan zijn.

Door het oorspronkelijke doel van de muziek op Ugly Season is het niet helemaal duidelijk of we het album moeten zien als de opvolger van Set My Heart on Fire, Immediately of dat we het moeten zien als een intermezzo. Ik neig zelf naar het laatste, zeker als de popsong helemaal uit het oog wordt verloren en je je uiterste best moet doen om de beelden bij de muziek te bedenken, maar Ugly Season is wel een intermezzo dat de fantasie prikkelt en het oor streelt.

Het is bovendien een intermezzo dat heel nieuwsgierig maakt naar de volgende stap van Perfume Genius, want de Amerikaanse muzikant laat op Ugly Season wel horen dat hij zijn creatieve piek nog niet heeft bereikt. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar zo af en toe is dit nieuwe album ruim vijftig minuten wonderschoon. Erwin Zijleman

Pernice Brothers - Overcome by Happiness (1998)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Pernice Brothers - Overcome By Happiness (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Pernice Brothers - Overcome By Happiness (1998)
Joe Pernice beheerst de kunst van het schrijven van perfecte popliedjes als geen ander en laat dat onder andere horen op het al weer vijfentwintig jaar oude debuutalbum van zijn band The Pernice Brothers

Overcome By Happiness van The Pernice Brothers was niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Joe Pernice, maar het is wel een van de beste albums van de Amerikaanse muzikant, die mijn platenkast de afgelopen decennia heeft verrijkt met een flinke stapel meesterwerken. Overcome By Happiness is een album vol tijdloze en zonnige popsongs, maar het is ook een album vol melancholie en weemoed. Er zijn heel veel albums als het debuutalbum van The Pernice Brothers, maar er zijn er niet veel die de perfecte popsong zo goed en zo vaak benaderen als dit album doet. Overcome By Happiness is een parel die in geen enkele platenkast of playlist mag ontbreken.

Het is inmiddels net iets meer dan twintig jaar geleden dat ik voor het eerst in aanraking kwam met het muzikale universum van de Amerikaanse muzikant Joe Pernice. Ik pikte The World Won’t End, het tweede album van zijn band The Pernice Brothers, op na een bijna lyrische recensie in het Britse muziektijdschrift Uncut, waarna ik langzaam maar zeker een stapel eerdere meesterwerken ontdekte.

Joe Pernice timmerde in de jaren 90 immers al stevig aan de weg met zijn band Scud Mountain Boys. De band maakte vier geweldige albums, met het in 1996 verschenen Massachusetts als onbetwist hoogtepunt. Hiernaast was er een al even mooi album van de gelegenheidsband Chappaquiddick Skyline, een in hetzelfde jaar verschenen soloalbum van Joe Pernice (Big Tobacco) en het in 1998 verschenen debuutalbum van The Pernice Brothers, Overcome By Happiness.

Na mijn eerste kennismaking met de muziek van Joe Pernice verschenen nog een handvol albums van The Pernice Brothers, nog een aantal soloalbums van zijn hand en een fraai album van de gelegenheidsband The New Mendicants. Het is een prachtig stapeltje albums dat ik in de kast heb staan en ik kan me dan ook zeker vinden in de woorden van Allmusic.com, dat Joe Pernice schaart onder de beste en interessantste songwriters van de afgelopen decennia.

Als ik moet kiezen uit het stapeltje albums dat de muzikant uit Boston, Massachusetts, inmiddels op zijn naam heeft staan, kies ik voor Massachusetts van Scud Mountain Boys of voor Overcome By Happiness van The Pernice Brothers. De keuze tussen beide albums wordt me momenteel makkelijk gemaakt, want deze week verscheen de 25th Anniversary Edition van het debuutalbum van The Pernice Brothers, die in de luxere versie is aangevuld met singles en demo’s.

Ik luister nog regelmatig naar het album en het is een album dat echt nooit verveelt. Overcome By Happiness is, in tegenstelling tot hetgeen dat de titel doet vermoeden, een behoorlijk somber album, maar ondanks het feit dat de teksten van Joe Pernice overlopen van melancholie, is het debuutalbum van The Pernice Brothers een album dat de ruimte vult met zonnestralen.

De songs van de Amerikaanse muzikant ademen de sfeer van de jaren 60 en 70 en klinken niet alleen zonnig maar ook buitengewoon melodieus. De betrekkelijk ingetogen en organische klanken op het album vloeien op fraaie wijze samen met de wat dromerige stem van Joe Pernice, die je deelgenoot maakt van zijn persoonlijke misère, maar deze verpakt in songs die om te janken zo mooi zijn. Het zijn in eerste instantie bescheiden ingekleurde songs, wanneer een flinke bak strijkers en blazers van Overcome By Happiness toch nog een vol klinkend album maakt.

Het debuutalbum van The Pernice Brothers klinkt als een klassieker uit de jaren 60 of 70, maar het is ook een album van alle tijden. Joe Pernice beschikt over de unieke gave om songs te schrijven die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren en Overcome By Happiness staat er vol mee. Voor een muzikant die wordt geschaard onder de meest interessante songwriters van de afgelopen decennia is het oeuvre van Joe Pernice helaas verrassend onbekend, maar luister eens naar het inmiddels vijfentwintig jaar oude Overcome By Happiness en ik weet zeker dat je genadeloos voor de bijl gaat, net als ik ruim twintig jaar geleden. Erwin Zijleman

Pernice Brothers - Spread the Feeling (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pernice Brothers - Spread The Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pernice Brothers - Spread The Feeling
Het was veel te lang stil rond Pernice Brothers, maar de band rond Joe Pernice is gelukkig terug met wederom een instant klassieker

Joe Pernice heeft een oeuvre om van te watertanden, maar heel bekend is de Amerikaanse muzikant nog steeds niet. Zelf ben ik sinds de albums van de Scud Mountain Boys compleet verslingerd aan de muziek van Joe Pernice en teleurstellen doet hij me eigenlijk nooit. Ook Spread The Feeling staat weer vol met songs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden. Het zijn volstrekt tijdloze songs vol flarden uit het beste dat de popmuziek heeft voorgebracht, maar het zijn ook songs die allemaal het unieke stempel van Joe Pernice bevatten. Het was even stil rond de Amerikaanse muzikant, maar gelukkig is hij terug met een volgend juweel.

Allmusic.com noemt Joe Pernice één van de belangrijkste Amerikaanse songwriters van de afgelopen drie decennia. Er zijn ongetwijfeld een hoop muziekliefhebbers die zich daar helemaal niets bij voor kunnen stellen, want zo bekend is Joe Pernice niet, maar ik kan het er persoonlijk alleen maar roerend mee eens zijn.

De singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, heeft mijn platenkast verrijkt met minstens vijftien geweldige albums, waarvan er flink wat het predicaat meesterwerk verdienen.

Deze albums maakte Joe Pernice in eerste instantie met de zwaar onderschatte cultband Scud Mountain Boys. Hierna volgden albums onder zijn eigen naam en waren er albums van bands als Chappaquiddick Skyline, The New Mendicants en natuurlijk Pernice Brothers, de band waarmee Joe Pernice sinds het eind van de jaren 90 albums uitbrengt. Joe Pernice is ook nog eens actief als schrijver en schreef onder andere een geweldig boekje over Meat Is Murder van The Smiths en een zeer leesbare roman.

Joe Pernice is wel eens productiever geweest dan in het afgelopen decennium, want het laatste albums van Pernice Brothers, het in 2010 verschenen Goodbye, Killer, is inmiddels ruim 9 jaar oud. Sindsdien verscheen nog wel een album van Scud Mountain Boys en dook Joe Pernice op met een uitstekend album van The New Mendicants, maar al met al is het een schrale oogst voor de ooit extreem productieve Joe Pernice.

Vlak voordat we de jaren 10 achter ons laten keren de Pernice Brothers terug met Spread The Feeling. Naar verluidt lag er een paar jaar geleden ook een album van de band, maar hier was Joe Pernice uiteindelijk niet tevreden over. Over Spread The Feeling mag de Amerikaanse singer-songwriter zeer tevreden zijn.

Het nieuwe album van Pernice Brothers werd gemaakt met flink wat oude leden van de band, onder wie broer Bob en Peyton Pinkerton (prachtige naam), en een aantal nieuwe gelegenheidsleden, onder wie Pete Yorn en Neko Case. In het middelpunt van de belangstelling staat echter, zoals we inmiddels gewend zijn, Joe Pernice.

De Amerikaan schrijft nog altijd briljante popsongs en het zijn popsongs die het predicaat tijdloos meer dan verdienen. Ook op Spread The Feeling is Joe Pernice meer dan eens schatplichtig aan het werk van The Beatles, maar de Amerikaanse muzikant loopt ook weer met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek.

Het ene moment nemen de Pernice Brothers je mee terug naar de Californische popmuziek uit de jaren 60, maar het volgende moment zit je in de hoogtijdagen van de powerpop. De Pernice Brothers verwerken veel meer invloeden in de songs op Spread The Feeling, maar overgieten ook alles met het totaal onweerstaanbare Pernice Brothers sausje. De band rond Joe Pernice laat de zon op Spread The Feeling uitbundig schijnen en maakt muziek waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden.

Het nieuwe album klinkt als een omgevallen platenkast met alle klassiekers van Joe Pernice, maar het is ook een omgevallen platenkast waarin albums van The Beatles, Big Star, Teenage Fanclub, The Kinks, The Smiths en The American Music Club, om maar een paar namen te noemen, vooraan stonden.

12 songs in ruim 37 minuten en ze zijn allemaal even leuk of zelfs onweerstaanbaar. Iedereen die nog nooit van Joe Pernice heeft gehoord, heeft een flinke stapel geweldige albums te beluisteren. Iedereen die de Amerikaanse muzikant, net als ik, al een tijd volgt, kan concluderen dat hij het weer geflikt heeft. Ik had eerlijk gezegd niet anders verwacht. Erwin Zijleman

Pernice Brothers - Who Will You Believe (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Pernice Brothers - Who Will You Believe - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Pernice Brothers - Who Will You Believe
Na vijf jaar stilte laat Joe Pernice op het nieuwe album van zijn band The Pernice Brothers horen dat hij het schrijven van heerlijk zonnige, volstrekt tijdloze en zeer memorabele popsongs nog niet is verleerd

Ik keek al een tijdje uit naar het nieuwe album van The Pernice Brothers dat een paar maanden geleden werd aangekondigd. Joe Pernice staat immers sinds 1995 garant voor uitstekende albums, die hij maakte in meerdere gedaantes. Ook met The Pernice Brothers, waarvan ook zijn broer Bob deel uit maakt, heeft Joe Pernice tot dusver alleen maar uitstekende albums afgeleverd. Daar komt geen verandering in met de release van Who Will You Believe, want ook het nieuwe album van The Pernice Brothers is een album vol songs die je eindeloos wilt koesteren. Het is een album vol flarden uit het verleden en flink wat melancholie, maar het is ook een album dat doet uitzien naar een prachtige zomer.

De langverwachte terugkeer van The Pernice Brothers is echt perfect getimed, want precies een dag voor de eerste en voorlopig ook laatste zomerdag van 2024 verschijnt Who Will You Believe. Het is het eerste wapenfeit van The Pernice Brothers sinds het in 2019 verschenen Spread The Feeling, al verscheen vorig jaar nog wel een bijzonder fraaie 25th Anniversary Edition van het album Overcome By Happiness.

Hoewel zijn broer Bob ook op het nieuwe album van The Pernice Brothers weer gitaar speelt, draait op Who Will You Believe alles om Joe Pernice, die wat mij betreft moet worden gerekend tot de meest onderschatte songwriters uit de geschiedenis van de popmuziek. De Amerikaanse muzikant is de afgelopen jaren wat minder productief, maar heeft een stapeltje prachtige albums op zijn naam staan.

Het zijn albums die hij in eerste instantie maakte met zijn band Scud Mountain Boys, maar ook de soloalbums die Joe Pernice maakte en de albums die hij maakte met gelegenheidsbands als als Chappaquiddick Skyline en The New Mendicants zijn stuk voor stuk prachtig. En dan zijn er ook nog eens de albums van The Pernice Brothers. Who Will You Believe is het achtste studioalbum van de band rond Joe Pernice en het is net als zijn voorgangers een uitstekend album.

Ik begon deze recensie met een opmerking over de goede timing van de release van het album. Dat heeft alles te maken met de hoeveelheid zonnestralen die uit de speakers komt wanneer je naar het album luistert. Joe Pernice vond in het verleden zijn inspiratie zowel in de Britse als de Amerikaanse popmuziek uit de jaren 60 en 70 en invloeden uit deze decennia zijn ook op Who Will You Believe goed hoorbaar.

Het album bevat een aantal songs met opvallend veel invloeden van The Beatles, maar Joe Pernice is ook de Amerikaanse muziekgeschiedenis vergeten en heeft zich zeker laten beïnvloeden door een aantal albums van Tom Petty en door de Amerikaanse powerpop. En zo kun je namen blijven noemen bij beluistering van het album. Ondanks alle invloeden uit het verleden is ook Who Will You Believe weer een fris klinkend album vol met popsongs waarvoor menig beginnend bandje een moord zou doen.

Het zijn over het algemeen zonnig klinkende popsongs, al heeft Joe Pernice flink wat melancholie in de teksten verstopt. Het is melancholie die werd gevoed door de dood van zijn neef en de zelfverkozen dood van vrienden als muzikant David Berman (Silver Jews, Purple Mountains) en platenbaas Gary Stewart (Rhino Records ). Het heeft er voor gezorgd dat Joe Pernice ook nadenkt over zijn eigen sterfelijkheid, ook al is hij pas 56 jaar oud.

Laten we hopen dat de Amerikaanse muzikant nog een flinke tijd mee kan, want ook op Who Will You Believe laat Joe Pernice weer horen dat hij, weliswaar in kleine kring, terecht wordt gerekend tot de betere songwriters. De geweldige songs worden, onder andere door de Amerikaanse muzikant zelf, voorzien van geweldig en af en toe spetterend gitaarwerk, terwijl flink wat gastmuzikanten tekenen voor een lekker vol en zoals gezegd zonnig geluid. Het pas allemaal prachtig bij de stem van Joe Pernice, die zijn songs voorziet van nog een extra laagje nostalgie.

Een nieuw album van The Pernice Brothers heeft helaas ook dit keer niet geleid tot een explosie van aandacht van de muziekmedia, maar iedereen die het oeuvre van Joe Pernice kent weet dat ieder nieuw album van zijn hand iets is om naar uit te kijken. En ook dit keer stelt hij ons zeker niet teleur. Erwin Zijleman

Perry Blake - Songs of Praise (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Perry Blake - Songs Of Praise - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Perry Blake - Somgs Of Praise
Perry Blake werd een cultheld dankzij een aantal memorabele albums en maakt er nu na een afwezigheid van 13 jaar nog een en ook die is weer prachtig

Perry Blake kwam een jaar of twintig geleden uit het niets met een op een obscuur Frans label verschenen prachtplaat. De afgelopen 13 jaar was het stil rond de Ierse muzikant, maar Perry Blake is gelukkig weer terug. Songs Of Praise klinkt voller, elektronischer en toegankelijker dan de vorige albums van de Ierse muzikant, maar hij blijft gelukkig een eigenzinnig muzikant, die steeds dingen doet die je niet verwacht. Het levert een even mooi als intrigerend album op, dat de ene keer ingetogen en de volgende keer uitbundig klinkt. Het is een album dat zich niet in een hokje laat duwen, hoe hard je het ook probeert, maar ontoegankelijk is het geen moment. Prachtplaat weer van deze bijzondere muzikant.

Bij de naam Perry Blake moest ik even diep graven in het geheugen, maar al snel wist ik het weer. De Ierse singer-songwriter maakte met Still Life een van de allermooiste albums van het laatste jaar van het vorige millennium, bleek vervolgens een bijna even mooi en bijzonder debuut op zijn naam te hebben staan en maakte in de jaren die volgden nog een aantal albums.

Deze albums waren zeker niet allemaal even goed, maar het in 2004 verschenen Songs For Someone was misschien nog wel beter dan het terecht bewierookte Still Life. In 2006 dook Perry Blake nog een keer op met het country getinte en wat mij betreft niet opzienbarende Canyon Songs, maar sindsdien was het stil rond de Ierse muzikant.

Bijna uit het niets verschijnt deze week een nieuw album van deze bijzondere muzikant. Songs Of Praise laat het Perry Blake geluid horen dat ik ken van zijn beste albums, maar de eigenzinnige muzikant zet ook weer nieuwe stappen en kiest dit keer voor een veel voller geluid dat is gevuld met atmosferische klanken of met bijna pompeuze orkestraties.

Het nieuwe label van de Ierse muzikant meldt trots dat de muziek van Perry Blake tot dusver is vergeleken met die van onder andere Scott Walker, Leonard Cohen en David Bowie, maar merkt ook op dat de muziek van de Ier lastig te categoriseren is. Van de genoemde namen hoor ik persoonlijk alleen wat van kameleon David Bowie, maar heel duidelijk is het niet. David Sylvian draagt voor mij nog het meest relevante vergelijkingsmateriaal aan en verder hoor ik zo nu en dan een vleugje Gavin Friday, maar bij beluistering van de muziek van Perry Blake houdt geen enkele vergelijking lang stand.

Songs Of Praise opent met even zweverige als mysterieuze klanken, waarna de zo herkenbare stem van Perry Blake invalt. Het herinnert direct aan het memorabele album dat de Ierse muzikant alweer 20 jaar geleden afleverde, maar veel songs op Songs Of Praise zijn ook wat uitbundiger en toegankelijker, zeker wanneer er flink wat elektronica wordt ingezet. De muziek van Perry Blake heeft echter ook altijd iets ongrijpbaars en mysterieus. Zo wordt een donker mannenkoor in een paar noten tijd afgewisseld met lichtvoetige 80s synthpop en zo is er steeds wel wat bijzonders te horen in de muziek van Perry Blake.

Songs Of Praise grossiert in sfeervolle klanken en dromerige vocalen, maar strijkt net zo makkelijk tegen de haren in met vervormde stemmen, bijzondere ritmes en complexe songstructuren, waarbij de Ier niet bang is om alles uit de kast te trekken. Perry Blake had in het verleden het patent op songs die je maar wilt blijven ontdekken en van dat patent maakt hij nog steeds gretig gebruik. Songs Of Praise bevat lagen die van een bijna sprookjesachtige schoonheid zijn, maar ook lagen waar je maar geen vat op krijgt.

Aan de andere kant is Songs Of Praise een voor Perry Blake begrippen opvallend toegankelijk en bij vlagen zelfs lichtvoetig album. Het is een album dat meerdere lijntjes uitgooit naar de jaren 80, zeker wanneer de synths domineren, maar het klinkt geen moment gedateerd.

Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat er nu zo bijzonder is aan de muziek van Perry Blake, maar laat Songs Of Praise, bij voorkeur met flink volume, uit de speakers komen en je wordt onderdeel van een fascinerende muzikale reis vol elementen van grote schoonheid en bovendien een reis vol memorabele songs. Ik was Perry Blake eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar na zijn nieuwe album flink wat keren gehoord te hebben ben ik heel blij dat hij terug is. Erwin Zijleman

Personal Trainer - Still Willing (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Personal Trainer - Still Willing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Personal Trainer - Still Willing
De Nederlandse band Personal Trainer keert na het zo goed ontvangen debuutalbum terug met een ambitieus tweede album, dat echt alle kanten op schiet, maar tien song lang een hoog niveau weet vast te houden

Personal Trainer, de band rond Willem Smit, kon voor haar debuutalbum rekenen op zeer positieve recensies in binnen- en buitenland. Die moeten er ook gaan komen voor het deze week verschenen Still Willing, want wat is het een knap album. Het is een album vol dynamiek en het is bovendien een album dat keer op keer dingen doet die je niet had verwacht. Personal Trainer kan ook op haar tweede album uit de voeten met lekker in het gehoor liggende gitaarsongs, maar graaft in een aantal andere tracks verrassend diep. Door de grote veelzijdigheid is Still Willing geen heel makkelijk album, maar iedere keer dat je naar het album luistert is het weer een stukje beter.

Big Love Blanket, het debuutalbum van de Nederlandse band Personal Trainer, werd aan het eind van 2022 bedolven onder de positieve recensies en dook niet veel later op in een aantal aansprekende jaarlijstjes. Ik vond het debuutalbum van de Nederlandse band bij vlagen echt geweldig, maar minstens even vaak deed het album me niet zo veel of stond het me zelfs wat tegen, waardoor ik het album uiteindelijk toch liet liggen.

Mede door de lyrische woorden van de Britse muziekpers heeft Personal Trainer een contract in de wacht gesleept bij het aansprekende Bella Union label, waarop deze week het tweede album van de band is verschenen. Ik heb nog steeds niet zo heel veel met Big Love Blanket, dat ik wel iets meer heb leren waarderen, maar desondanks was ik best nieuwsgierig naar het nieuwe werk van de Amsterdamse band, dat moet gaan zorgen voor de definitieve doorbraak van Personal Trainer.

Bij beluistering van de openingstrack is direct duidelijk dat Personal Trainer het zichzelf niet makkelijk heeft gemaakt met haar tweede album. Still Willing opent met het bijna acht minuten durende Upper Ferntree Gull, dat vaker van kleur verschiet dan een hyperactieve kameleon. De track opent ingetogen, schakelt vervolgens over naar uptempo postpunk klanken om te eindigen met een bak gitaargeweld van metal achtige proporties. Het is het verhaal van Upper Ferntree Gull in een notendop, want wanneer je de track uitpluist met de koptelefoon hoor je nog veel meer.

De fascinerende openingstrack zet de toon voor een album dat alle kanten op kan. De bijna acht minuten durende openingstrack die hier en daar een mini rockopera wordt genoemd wordt gevolgd door een bijna lieflijk en bij vlagen Beatlesque popliedje, dat weer een hele andere kant van Personal Trainer laat horen. Het klinkt op het eerste gehoor eenvoudig, maar ook in de tweede track heeft de Amsterdamse band veel moois verstopt, zeker wanneer het tijd is voor het slotakkoord.

Still Willing heeft nog veel meer te bieden, want de Amsterdamse band speelt ook met funky ritmes en blazers en schaamt zich ook niet voor rechttoe rechtaan rocksongs vol hard-zacht dynamiek. De ene keer hoor ik iets van Eels, veel vaker iets van Pavement, maar Personal Trainer komt op Still Willing ook zeker op de proppen met een eigenzinnig en eigen geluid.

Iedereen zal zijn of haar eigen favorieten hebben op het tweede album van Personal Trainer, maar waar het debuutalbum van de band, in ieder geval bij mij, nogal wisselende of zelfs tegengestelde gevoelens opriep, is Still Willing een album dat tien tracks lang een hoog niveau weet vast te houden. Zeker de wat complexere tracks op het album blijven verrassen met subtiele accenten en bijzondere wendingen, maar ook de op het eerste gehoor wat minder complexe songs blijken razend knap in elkaar te zitten.

Ik ben zelf behoorlijk onder de indruk van dit heerlijk wispelturige album, maar de veelzijdigheid kan Personal Trainer ook in de weg zitten. De recensent van de Britse website Far Out liet een huisgenoot het vuile werk opknappen en die kwam met de volgende woorden: “I wish they could decide whether to be happy or sad. One minute, I’m basking in the summer sunshine, and the next, I’m crying in the shower.” Het is wat mij betreft juist de kracht van dit knappe tweede album. Erwin Zijleman

Pet Shop Boys - Behaviour (1990)

Alternatieve titel: Behavior

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pet Shop Boys - Behaviour (1990) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pet Shop Boys - Behaviour (1990)
Het Britse duo Pet Shop Boys scoorde een imposante rij hits en maakte stapels albums, waarvan ik het in 1990 verschenen en net wat soberder ingekleurde Behaviour persoonlijk het meest interessante vind

Neil Tennant en Chris Lowe scoorden in de tweede helft van de jaren 80 en de eerste helft van de jaren 90 hit na hit, maar konden lang niet altijd rekenen op het krediet van de critici of de ‘serieuze muziekliefhebber’. Dat verdienden ze wel, want het Britse duo kon veel meer dan hits scoren (wat overigens ook een niet te onderschatten prestatie is). Hun beste album maakten ze wat mij betreft in 1990, toen het wat minder uitbundige en met analoge synths gemaakte Behaviour verscheen. Ook Behaviour is een album met een aantal hits, maar het is ook een in artistiek opzicht interessant album met een wat afwijkend geluid, een lekkere lome sfeer en prima zang van Neil Tennant.

Voormalig muziekjournalist Neil Tennant en muzikant Chris Lowe liepen elkaar aan het begin van de jaren 80 toevallig tegen het lijf in een elektronicawinkel. De twee bleken een ontembare liefde voor elektronische muziek te delen en besloten om samen verder te gaan als Pet Shop Boys. Het debuutalbum van de twee verscheen pas in 1986, maar was dankzij singles als West End Girls, Opportunities, Love Comes Quickly en Suburbia direct zeer succesvol.

De muziek van Pet Shop Boys werd in de tweede helft van de jaren 80 zeker niet door alle muziekliefhebbers even serieus genomen en toen Neil Tennant en Chris Lowe aan de lopende band hits begonnen te scoren werd er met grote regelmaat zelfs wat neerbuigend gedaan over de muzikale verrichtingen van Pet Shop Boys. Hoewel ik in de betreffende jaren niet heel erg gek was op elektronische popmuziek, heb ik altijd een zwak gehad voor de muziek van Pet Shop Boys, vooral omdat Neil Tennant en Chris Lowe een fijne neus bleken te hebben voor geweldige popsongs.

Als ik mijn favoriete Pet Shop Boys album moet kiezen, twijfel ik vooral tussen Actually uit 1987 en Behaviour uit 1990. Actually is het album met de geweldige songs, waaronder grote hits als What Have I Done To Deserve This, Heart, Rent en It's A Sin, maar Behaviour vind ik in muzikaal opzicht wat interessanter, waardoor mijn voorkeur uiteindelijk naar dit album uit gaat.

Het Britse duo heeft inmiddels een enorme stapel albums op haar naam staan en weet tot op de dag van vandaag een hoog niveau vast te houden, maar Behaviour steekt er in het oeuvre van het tweetal, samen met Actually, toch wel wat bovenuit. Behaviour is wat minder dan Actually een album van singles, al staan er met Being Boring, So Hard en het prachtige Jealousy nog wel drie hitsingles op.

Vergeleken met de meeste andere albums van Pet Shop Boys is Behaviour wel een wat introspectief en relatief gezien redelijk ingetogen album. Chris Lowe pakt wat minder uit met zijn elektronica en kiest vooral voor lome beats en de door de Duitse producer Harold Faltermeyer aangedragen analoge synthesizers, terwijl Neil Tennant wat minder onderkoeld zingt. Over de kwaliteit van de zang van Neil Tennant is altijd veel te doen geweest, maar ik vind het zelf een zanger met een aangenaam geluid, dat in de net wat zwoelere en lomere klanken op Behaviour nog net wat beter tot zijn recht komt.

Ik luister nog met enige regelmaat naar een verzamelalbum (of eigenlijk playlist) van de band, maar het was heel lang geleden dat ik een heel Pet Shop Boys album had beluisterd. Beluistering van Behaviour is me niet alleen heel goed bevallen, maar het album heeft wat mij betreft de tand des tijds uitstekend doorstaan.

De meeste tracks op het album klinken loom en zwoel en net wat minder elektronisch dan de meeste andere albums van de band, al komen de meeste klanken uit de batterij elektronica van Chris Lowe, de incidentele bijdragen van een orkest uitgezonderd, en speelt voormalig The Smiths gitarist Johnny Marr slechts een bijrol.

Het wat warmere Pet Shop Boys geluid klinkt bij vlagen zelfs soulvol en past zoals gezegd uitstekend bij de stem van Neil Tennant, die in vocaal opzicht een prima prestatie levert. Liefhebbers van de hitgevoelige popmuziek van Pet Shop Boys komen op Behaviour net wat minder aan hun trekken, maar hebben genoeg andere albums om uit te kiezen. Zelf kies ik voor Behaviour, dat de afgelopen 33 jaar alleen maar mooier is geworden. Erwin Zijleman

Pet Shop Boys - Hotspot (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pet Shop Boys - Hotspot - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pet Shop Boys - Hotspot
Chris Lowe en Neil Tennant klinken bijna 34 jaar na hun debuut nog altijd fris en aanstekelijk met hun uit duizenden herkenbare Pet Shop Boys geluid

Zo vernieuwend als in hun jonge jaren zijn ze natuurlijk al lang niet meer, maar Chris Lowe en Neil Tennant slagen er na al die jaren nog steeds in om hun unieke geluid fris te houden. Hotspot bevat een mooie mix van aanstekelijke uptempo songs en licht melancholische songs die zich in een langzamer tempo voortslepen. Het klinkt 42 minuten lang als vintage Pet Shop Boys, maar het verveelt echt geen moment. Pet Shop Boys was het spoor na de geweldige eerste vijf albums wel eens bijster, maar de afgelopen jaren verkeert de band weer in topvorm. Hotspot is een prima Pet Shop Boys album en smaakt naar veel meer.

Pet Shop Boys viert volgend jaar de veertigste verjaardag van haar bestaan en de vijfendertigste verjaardag van het debuutalbum van het duo rond Chris Lowe en Neil Tennant. Het tweetal heeft inmiddels een aardig stapeltje albums op haar naam staan, waarvan de eerste vijf de beste zijn.

Op Please (1986), Actually (1987), Introspective (1988), Behaviour (1990) en Very (1993) kreeg het inmiddels uit duizenden herkenbare Pet Shop Boys geluid vorm en staan ook de bekendste en beste singles van de band. De albums die volgden waren een stuk minder, maar op Electric (2013) en Super (2016) staken Chris Lowe en Neil Tennant weer in ouderwets goede vorm, al waren de albums natuurlijk niet zo baanbrekend als de eerste albums van de band. Dat geldt ook weer voor het deze week verschenen Hotspot, maar net als zijn twee voorgangers is ook het nieuwe album van Pet Shop Boys een sterk album.

Hotspot is vanaf de eerste noten, en meer dan op de vorige twee albums, een feest van herkenning. Chris Lowe en Neil Tennant openen met een uptempo track die alle ingrediënten van het bijzondere Pet Shop Boys geluid bevat. Natuurlijk pakt Chris Lowe uit met stevige beats en heel veel elektronica, maar het geluid van de Pet Shop Boys ademt op een of andere manier ook altijd rust, wat wordt versterkt door de al even herkenbare en nog altijd heerlijk luie zang van Neil Tennant. Het Britse duo heeft tenslotte ook nog altijd een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes, die bovendien direct in het geheugen blijven hangen.

Wanneer in de tweede track gas wordt teruggenomen horen we de andere kant van Pet Shop Boys. Het tempo ligt flink lager, de instrumentatie is veelkleuriger, de zang van Neil Tennant lomer en de hoeveelheid melancholie flink toegenomen. Uptempo en downtempo tracks zijn op Hotspot in balans en zorgen voor voldoende afwisseling.

Het is een album waarop Chris Lowe en Neil Tennant vooral doen waar ze inmiddels heel goed in zijn. Hotspot staat vol met memorabele popliedjes, klinkt fantastisch en is in alles een echt Pet Shop Boys album. Je kunt het na al die jaren met geen mogelijkheid meer vernieuwend noemen, maar waar de meeste bands die een kleine veertig jaar mee gaan inmiddels al lang uitgeblust klinken, klinkt Pet Shop Boys op Hotspot vooral fris en energiek.

Ik heb voor de gelegenheid ook het debuut van het tweetal weer eens beluisterd en hoewel het geluid van Pet Shop Boys op Hotspot vergeleken met de 80s albums niet eens zo heel veel is veranderd, hoor je wel dat de elektronica op Hotspot voller en moderner klinkt, wat het geluid van de band een extra dimensie geeft.

Vanwege de voorliefde voor aanstekelijke popliedjes en de opvallende praatzang van Neil Tennant kreeg Pet Shop Boys nooit evenveel waardering als de elektronica pioniers uit de tijd waarin de band actief was, maar stiekem zijn Chris Lowe en Neil Tennant toch enorm invloedrijk geweest op de evolutie van de elektronische popmuziek.

Ik grijp nog met enige regelmaat terug op de eerste albums van de band, maar merk dat de songs op Hotspot ook steeds beter worden, wat de conclusie rechtvaardigt dat Pet Shop Boys een van haar betere albums heeft gemaakt. Natuurlijk net wat minder goed dan Please, Actually, Introspective, Behaviour of Very, maar het verschil is niet eens zo gek groot, wat best een prestatie van formaat mag worden genoemd. Erwin Zijleman