Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Pip Blom - Welcome Break (2021)

0
geplaatst: 15 november 2021, 17:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pip Blom - Welcome Break - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pip Blom - Welcome Break
De lat lag erg hoog voor Pip Blom na het geweldige debuutalbum Boat uit 2019, maar met het geweldige tweede album Welcome Break gaat de Nederlandse band er met speels gemak overheen
Pip Blom heeft op Welcome Break maar een paar minuten nodig om een gewonnen wedstrijd te spelen. De Amsterdamse band grossiert ook op haar tweede album in onweerstaanbaar lekker popsongs met een hoofdrol voor de gitaren van Tender Blom en de zang van Pip Blom. Het zijn popsongs die herinneren aan de jaren 90, maar de muziek van Pip Blom klinkt ook fris. Vergeleken met het debuut is de Amsterdamse band in muzikaal en vocaal opzicht gegroeid, maar Welcome Break sprankelt gelukkig ook nog steeds en heeft de energie van een stel jonge honden. Pip Blom neemt de horde van het lastige tweede album met veel souplesse en kan met Welcome Break zomaar de wereld veroveren.
Welcome Break, het tweede album van de Nederlandse band Pip Blom, werd een maand geleden ook al eens aangekondigd, maar is nu gelukkig dan echt verschenen. Het is de opvolger van het in 2019 verschenen debuutalbum Boat, dat de belofte van twee eerder verschenen EP’s meer dan inloste en dat in Nederland, maar zeker ook in het Verenigd Koninkrijk op de juiste waarde werd geschat. Dat het debuut van Pip Blom hier en aan de andere kant van de Noordzee uitvoerig werd bejubeld was niet zo gek, want de Amsterdamse band grossierde op Boat in onweerstaanbaar lekkere popsongs.
Het is een lijn die wordt doorgetrokken op Welcome Break, dat een jaar geleden al werd opgenomen in Engeland. Het tweede album van Pip Blom heeft niet veel tijd nodig om indruk te maken. Welcome Break opent direct ijzersterk met het aanstekelijke maar ook stekelige You Don’t Want This, dat herinnert aan Bettie Serveert in haar jonge jaren.
Bij de Amsterdamse band draait nog altijd veel om Pip Blom zelf, die natuurlijk niet voor niets haar naam heeft gegeven aan de band. De Amsterdamse muzikante bepaalt met haar stem voor een belangrijk deel het geluid van de band, al mogen de gitaarlijnen van haar broer Tender Blom er ook zijn.
Vergeleken met het debuutalbum is Pip Blom beter gaan zingen en ook in muzikaal opzicht heeft de band stappen gezet. Welcome Break klinkt hechter en strakker dan het al zo verslavende debuut en staat vol met popsongs die zich na één keer horen in het geheugen hebben genesteld.
De leden van Pip Blom zijn stuk voor stuk jong, maar desondanks moet ik ook bij beluistering van Welcome Break denken aan de gitaarrock die in de jaren 90 werd gemaakt. Net als de gitaarrock uit dit decennium is Pip Blom niet vies van flink wat dynamiek. Welcome Break schakelt veelvuldig tussen hard en zacht en tussen langzaam en snel, wat het album voorziet van veel vaart. Het tweede album van Pip Blom klinkt zoals gezegd hechter en strakker, maar er zit ook wat meer avontuur verstopt in de verleidelijke maar ook stekelige songs van de Amsterdamse band.
De ritmesectie speelt degelijk en strak, waardoor vooral het gitaarwerk op het album de aandacht mag trekken. Het is hier daar lekker kronkelig gitaarwerk, maar wanneer in de refreinen het gas er op gaat, schuwt de band ook de voorzichtige gitaarmuren niet. Het past allemaal prachtig bij de zeer aangenaam in het gehoor liggende stem van Pip Blom, die met lekker veel energie zingt en haar stem mooi mee kan laten kleuren met de instrumentatie.
Op Welcome Break laat de Nederlandse band zoals gezegd groei horen, maar het album heeft gelukkig ook nog steeds de jeugdige onbevangenheid en energie die het debuut van Pip Blom zo leuk maakte. De Britse muziekpers, die het album deels vorige maand al recenseerde, vindt het allemaal weer geweldig en ook de Nederlandse muziekpers is overwegend positief.
Er valt wat mij betreft niets op af te dingen. Welcome Break is als een doos vol met kleurig versierde chocolaatjes. Je wordt al vrolijk als je de doos openmaakt en vervolgens smaakt alles even lekker. Welcome Break is zoet en verleidelijk, maar de verleidelijke chocolaatjes van Pip Blom blijken ook nog eens van een hoge kwaliteit. Wat een geweldige opvolger van het ook al niet misselijke Boat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pip Blom - Welcome Break - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pip Blom - Welcome Break
De lat lag erg hoog voor Pip Blom na het geweldige debuutalbum Boat uit 2019, maar met het geweldige tweede album Welcome Break gaat de Nederlandse band er met speels gemak overheen
Pip Blom heeft op Welcome Break maar een paar minuten nodig om een gewonnen wedstrijd te spelen. De Amsterdamse band grossiert ook op haar tweede album in onweerstaanbaar lekker popsongs met een hoofdrol voor de gitaren van Tender Blom en de zang van Pip Blom. Het zijn popsongs die herinneren aan de jaren 90, maar de muziek van Pip Blom klinkt ook fris. Vergeleken met het debuut is de Amsterdamse band in muzikaal en vocaal opzicht gegroeid, maar Welcome Break sprankelt gelukkig ook nog steeds en heeft de energie van een stel jonge honden. Pip Blom neemt de horde van het lastige tweede album met veel souplesse en kan met Welcome Break zomaar de wereld veroveren.
Welcome Break, het tweede album van de Nederlandse band Pip Blom, werd een maand geleden ook al eens aangekondigd, maar is nu gelukkig dan echt verschenen. Het is de opvolger van het in 2019 verschenen debuutalbum Boat, dat de belofte van twee eerder verschenen EP’s meer dan inloste en dat in Nederland, maar zeker ook in het Verenigd Koninkrijk op de juiste waarde werd geschat. Dat het debuut van Pip Blom hier en aan de andere kant van de Noordzee uitvoerig werd bejubeld was niet zo gek, want de Amsterdamse band grossierde op Boat in onweerstaanbaar lekkere popsongs.
Het is een lijn die wordt doorgetrokken op Welcome Break, dat een jaar geleden al werd opgenomen in Engeland. Het tweede album van Pip Blom heeft niet veel tijd nodig om indruk te maken. Welcome Break opent direct ijzersterk met het aanstekelijke maar ook stekelige You Don’t Want This, dat herinnert aan Bettie Serveert in haar jonge jaren.
Bij de Amsterdamse band draait nog altijd veel om Pip Blom zelf, die natuurlijk niet voor niets haar naam heeft gegeven aan de band. De Amsterdamse muzikante bepaalt met haar stem voor een belangrijk deel het geluid van de band, al mogen de gitaarlijnen van haar broer Tender Blom er ook zijn.
Vergeleken met het debuutalbum is Pip Blom beter gaan zingen en ook in muzikaal opzicht heeft de band stappen gezet. Welcome Break klinkt hechter en strakker dan het al zo verslavende debuut en staat vol met popsongs die zich na één keer horen in het geheugen hebben genesteld.
De leden van Pip Blom zijn stuk voor stuk jong, maar desondanks moet ik ook bij beluistering van Welcome Break denken aan de gitaarrock die in de jaren 90 werd gemaakt. Net als de gitaarrock uit dit decennium is Pip Blom niet vies van flink wat dynamiek. Welcome Break schakelt veelvuldig tussen hard en zacht en tussen langzaam en snel, wat het album voorziet van veel vaart. Het tweede album van Pip Blom klinkt zoals gezegd hechter en strakker, maar er zit ook wat meer avontuur verstopt in de verleidelijke maar ook stekelige songs van de Amsterdamse band.
De ritmesectie speelt degelijk en strak, waardoor vooral het gitaarwerk op het album de aandacht mag trekken. Het is hier daar lekker kronkelig gitaarwerk, maar wanneer in de refreinen het gas er op gaat, schuwt de band ook de voorzichtige gitaarmuren niet. Het past allemaal prachtig bij de zeer aangenaam in het gehoor liggende stem van Pip Blom, die met lekker veel energie zingt en haar stem mooi mee kan laten kleuren met de instrumentatie.
Op Welcome Break laat de Nederlandse band zoals gezegd groei horen, maar het album heeft gelukkig ook nog steeds de jeugdige onbevangenheid en energie die het debuut van Pip Blom zo leuk maakte. De Britse muziekpers, die het album deels vorige maand al recenseerde, vindt het allemaal weer geweldig en ook de Nederlandse muziekpers is overwegend positief.
Er valt wat mij betreft niets op af te dingen. Welcome Break is als een doos vol met kleurig versierde chocolaatjes. Je wordt al vrolijk als je de doos openmaakt en vervolgens smaakt alles even lekker. Welcome Break is zoet en verleidelijk, maar de verleidelijke chocolaatjes van Pip Blom blijken ook nog eens van een hoge kwaliteit. Wat een geweldige opvolger van het ook al niet misselijke Boat. Erwin Zijleman
Pip Millett - When Everything Is Better, I'll Let You Know (2022)

4,0
0
geplaatst: 27 november 2022, 11:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pip Millett - When Everything Is Better, I'll Let You Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pip Millett - When Everything Is Better, I'll Let You Know
Het Verenigd Koninkrijk doet dit jaar goed mee binnen de R&B en levert met het aangenaam broeierige When Everything Is Better, I'll Let You Know van Pip Millett een van de betere albums in het genre af
De in Manchester geboren maar tegenwoordig vanuit Londen opererende Pip Millett debuteerde een aantal weken geleden met een album dat een plekje in de spotlights verdient. When Everything Is Better, I'll Let You Know is in de eerste plaats een heerlijk zwoel en dromerig R&B album, maar het is ook een album dat veel knapper in elkaar zit dan op het eerste gehoor het geval lijkt. Het debuutalbum van Pip Millett is een mooi geproduceerd en zeer aangenaam klinkend album en het is bovendien een album waarop de Britse muzikante excelleert met haar zang. When Everything Is Better, I'll Let You Know is een album dat je makkelijk omarmt, maar dat vervolgens pas begint te groeien.
In het R&B genre ben ik nogal selectief, waardoor ik op de krenten uit de pop niet al te vaak een album in dit genre bespreek. Dit jaar is daarom hooguit een handjevol R&B albums voorbij gekomen, waarvan ik die van Amber Mark tot voor kort de beste vond. Dat album heeft deze week serieuze concurrentie gekregen van When Everything Is Better, I'll Let You Know, het debuutalbum van de Britse muzikante Pip Millett, dat een aantal weken geleden is verschenen.
Binnen de R&B heb ik over het algemeen een voorkeur voor albums die stevig durven te experimenteren en die zich ook fanatiek buiten de kaders van de R&B durven te bewegen. Het debuutalbum van Pip Millett bevindt zich wat buiten mijn R&B comfort zone, want de Britse muzikante maakt, zeker op het eerste gehoor, vooral lekker in het gehoor liggende en lome en dromerige R&B. When Everything Is Better, I'll Let You Know is daarom niet zo spannend als de meeste R&B albums die ik de afgelopen jaren heb besproken op deze BLOG, maar het is wat mij betreft wel een erg goed R&B album.
Het debuutalbum van Pip Millett bevat maar liefst 17 songs, die in net iets meer dan drie kwartier voorbij te komen. Door gebruik te maken van intermezzo’s laten de songs op het album zich als een eenheid beluisteren en het is een eenheid die makkelijk vermaakt. De Britse muzikante creëert op haar debuutalbum een wat zwoele en broeierige sfeer. De instrumentatie op het album is vooral laid-back, maar klinkt zeer smaakvol met mooie gitaarloopjes en warm klinkende synths. Door de subtiele ritmes klinkt When Everything Is Better, I'll Let You Know ook zeker dynamisch.
Het debuutalbum van Pip Millett is vooral een R&B album, maar de Britse muzikante verwerkt ook invloeden uit de (neo-)soul, pop en hiphop in haar muziek. Pip Millett maakt muziek die bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar het is ook muziek die het absoluut verdient om met aandacht te worden beluisterd.
In muzikaal en productioneel opzicht weet When Everything Is Better, I'll Let You Know zich wat mij betreft immers makkelijk te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre, maar Pip Millett onderscheidt zich het makkelijkst in vocaal opzicht. De muzikante uit Londen beschikt over een aangename maar ook veelzijdige stem.
Het is een stem die het uitstekend doet in de dromerige en zwoele R&B die op het album ruim vertegenwoordigd is, maar Pip Millett kan ook uit de voeten in tracks die wat opschuiven richting hiphop en die me vooral herinneren aan het debuutalbum van de helaas snel uit beeld verdwenen Lauryn Hill. When Everything Is Better, I'll Let You Know kan overigens ook uitstekend uit de voeten met songs die opschuiven richting soul en pop, die laten horen dat Pip Millett ook in de voetsporen zou kunnen treden van landgenoten als Adele en Amy Winehouse.
Ik ben overigens blij dat ze dit niet al te vaak doet, want ik vind When Everything Is Better, I'll Let You Know het sterkst wanneer invloeden uit de R&B domineren. Het debuutalbum van Pip Millett is al even uit en krijgt nog niet heel veel aandacht, maar When Everything Is Better, I'll Let You Know hoort absoluut thuis tussen de beste R&B albums die tot dusver zijn verschenen dit jaar. Pip Millett, onthouden die naam. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pip Millett - When Everything Is Better, I'll Let You Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pip Millett - When Everything Is Better, I'll Let You Know
Het Verenigd Koninkrijk doet dit jaar goed mee binnen de R&B en levert met het aangenaam broeierige When Everything Is Better, I'll Let You Know van Pip Millett een van de betere albums in het genre af
De in Manchester geboren maar tegenwoordig vanuit Londen opererende Pip Millett debuteerde een aantal weken geleden met een album dat een plekje in de spotlights verdient. When Everything Is Better, I'll Let You Know is in de eerste plaats een heerlijk zwoel en dromerig R&B album, maar het is ook een album dat veel knapper in elkaar zit dan op het eerste gehoor het geval lijkt. Het debuutalbum van Pip Millett is een mooi geproduceerd en zeer aangenaam klinkend album en het is bovendien een album waarop de Britse muzikante excelleert met haar zang. When Everything Is Better, I'll Let You Know is een album dat je makkelijk omarmt, maar dat vervolgens pas begint te groeien.
In het R&B genre ben ik nogal selectief, waardoor ik op de krenten uit de pop niet al te vaak een album in dit genre bespreek. Dit jaar is daarom hooguit een handjevol R&B albums voorbij gekomen, waarvan ik die van Amber Mark tot voor kort de beste vond. Dat album heeft deze week serieuze concurrentie gekregen van When Everything Is Better, I'll Let You Know, het debuutalbum van de Britse muzikante Pip Millett, dat een aantal weken geleden is verschenen.
Binnen de R&B heb ik over het algemeen een voorkeur voor albums die stevig durven te experimenteren en die zich ook fanatiek buiten de kaders van de R&B durven te bewegen. Het debuutalbum van Pip Millett bevindt zich wat buiten mijn R&B comfort zone, want de Britse muzikante maakt, zeker op het eerste gehoor, vooral lekker in het gehoor liggende en lome en dromerige R&B. When Everything Is Better, I'll Let You Know is daarom niet zo spannend als de meeste R&B albums die ik de afgelopen jaren heb besproken op deze BLOG, maar het is wat mij betreft wel een erg goed R&B album.
Het debuutalbum van Pip Millett bevat maar liefst 17 songs, die in net iets meer dan drie kwartier voorbij te komen. Door gebruik te maken van intermezzo’s laten de songs op het album zich als een eenheid beluisteren en het is een eenheid die makkelijk vermaakt. De Britse muzikante creëert op haar debuutalbum een wat zwoele en broeierige sfeer. De instrumentatie op het album is vooral laid-back, maar klinkt zeer smaakvol met mooie gitaarloopjes en warm klinkende synths. Door de subtiele ritmes klinkt When Everything Is Better, I'll Let You Know ook zeker dynamisch.
Het debuutalbum van Pip Millett is vooral een R&B album, maar de Britse muzikante verwerkt ook invloeden uit de (neo-)soul, pop en hiphop in haar muziek. Pip Millett maakt muziek die bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar het is ook muziek die het absoluut verdient om met aandacht te worden beluisterd.
In muzikaal en productioneel opzicht weet When Everything Is Better, I'll Let You Know zich wat mij betreft immers makkelijk te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre, maar Pip Millett onderscheidt zich het makkelijkst in vocaal opzicht. De muzikante uit Londen beschikt over een aangename maar ook veelzijdige stem.
Het is een stem die het uitstekend doet in de dromerige en zwoele R&B die op het album ruim vertegenwoordigd is, maar Pip Millett kan ook uit de voeten in tracks die wat opschuiven richting hiphop en die me vooral herinneren aan het debuutalbum van de helaas snel uit beeld verdwenen Lauryn Hill. When Everything Is Better, I'll Let You Know kan overigens ook uitstekend uit de voeten met songs die opschuiven richting soul en pop, die laten horen dat Pip Millett ook in de voetsporen zou kunnen treden van landgenoten als Adele en Amy Winehouse.
Ik ben overigens blij dat ze dit niet al te vaak doet, want ik vind When Everything Is Better, I'll Let You Know het sterkst wanneer invloeden uit de R&B domineren. Het debuutalbum van Pip Millett is al even uit en krijgt nog niet heel veel aandacht, maar When Everything Is Better, I'll Let You Know hoort absoluut thuis tussen de beste R&B albums die tot dusver zijn verschenen dit jaar. Pip Millett, onthouden die naam. Erwin Zijleman
Piroshka - Brickbat (2019)

4,0
1
geplaatst: 18 februari 2019, 16:26 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Piroshka - Brickbat - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Piroshka - Brickbat
Piroshka kan met enige fantasie een supergroep worden genoemd, maar die maken vaak slechte platen en dat doet deze Britse band nou net niet
Piroshka ontstond nadat de reünie tour van Lush er op zat en heeft Lush frontvrouw Miki Berenyi als belangrijkste lid. Nu waren er de afgelopen jaren talloze bands die voortborduurden op de muzikale erfenis van Lush en klonken als Lush, maar dat valt bij Piroshka best mee. De Britse band die bestaat uit muzikanten met een verleden in de Britse popmuziek, voegt absoluut shoegaze en dreampop toe aan haar muziek, maar put net zo makkelijk uit de new wave, de postpunk of de Krautrock. Op het eerste gehoor klinkt het misschien wat overdadig, maar op een gegeven moment valt alles op zijn plek.
Ik noem de band Lush op deze BLOG vaak een belangrijke inspiratiebron, zeker voor bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van de shoegaze en de dreampop.
Veel van de bands die boven kwamen drijven op de tweede of derde dreampop en shoegaze golf hebben inmiddels meer platen op hun naam staan dan Lush zelf, want de band uit Londen maakte er maar drie.
Lush kwam een paar jaar geleden weer bij elkaar voor een tour en ik had eerlijk gezegd gehoopt op een nieuwe plaat van de dreampop pioniers. Verder dan een EP kwam Lush helaas niet, maar nadat de reünie tour er op zat, bloeide er in muzikaal opzicht wel iets moois op tussen Lush frontvrouw Miki Berenyi, Elastica's Justin Welch, K.J. McKillop van de band Moose en Mick Conroy van Modern English (de laatste twee stonden Lush bij op het podium tijdens de tour).
Van deze muzikanten en hun voormalige bands heb ik Miki Berenyi en Lush met afstand het hoogst zitten en het is voor mij dan ook goed nieuws dat Mike Berenyi in Piroshka de meeste kaarten in handen heeft en haar stempel drukt op het geluid van de band.
Nu zijn er de afgelopen jaren nogal wat bands geweest die aan de haal zijn gegaan met de muzikale erfenis van Lush, zodat hier zo langzamerhand weinig eer meer aan te behalen is. Het knappe van de nieuwe band van Miki Berenyi is dat Piroshka minder als Lush klinkt dan flink wat bands die de afgelopen jaren de aandacht trokken met opgewarmde shoegaze en dreampop.
Invloeden uit de shoegaze en dreampop hebben absoluut hun weg gevonden naar de muziek van de nieuwe band, maar Piroshka verwerkt deze invloeden in een geluid dat minder zwaar leunt op de klassiekers in beide genres. Piroshka bereikt dit door te kiezen voor een net wat minder gruizig en dromerig geluid, door wat zwaarder te leunen op elektronica, door een enkele keer blazers en strijkers in te zetten en door ook wat vaker het experiment op te zoeken met invloeden uit de new wave, postpunk en de Krautrock, om maar eens drie hoorbare genres te noemen.
Net als Lush leunt ook Piroshka zwaar op breed uitwaaiend gitaarwerk en op de uit duizenden herkenbare stem van Miki Berenyi, maar waar veel van de Lush klonen van de afgelopen jaren met beide benen in het verleden stonden, staat Brickbat met minstens één been in het heden. Bovendien klinkt het allemaal wat rauwer en directer en dat is na al het dromen ook wel eens lekker.
De leden van de band zijn inmiddels stuk voor stuk veteranen, maar Piroshka klinkt opvallend fris en energiek. Ook in tekstueel opzicht valt er flink wat te genieten, zeker wanneer de Britten hun visie geven op de aankomende Brexit.
Het gekke is dat ik de meeste songs op Brickbat bij eerste beluistering best aardig vond, maar een onuitwisbare indruk maakte de plaat, een enkele instant klassieker daargelaten (zoals het fraaie Everlastingly Yours dat wel zo van Lush had kunnen zijn), zeker niet. Hier en daar vond ik het zelfs wat over the top, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar naarmate ik de plaat vaker beluisterde, viel er steeds meer op zijn plek.
Het blijft jammer dat Lush na de reünie tour geen nieuwe plaat heeft toegevoegd aan haar zo kleine oeuvre, maar ik vraag me ook af of deze plaat net zo goed was geworden als het debuut van Piroshka. Ik denk het eigenlijk niet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Piroshka - Brickbat - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Piroshka - Brickbat
Piroshka kan met enige fantasie een supergroep worden genoemd, maar die maken vaak slechte platen en dat doet deze Britse band nou net niet
Piroshka ontstond nadat de reünie tour van Lush er op zat en heeft Lush frontvrouw Miki Berenyi als belangrijkste lid. Nu waren er de afgelopen jaren talloze bands die voortborduurden op de muzikale erfenis van Lush en klonken als Lush, maar dat valt bij Piroshka best mee. De Britse band die bestaat uit muzikanten met een verleden in de Britse popmuziek, voegt absoluut shoegaze en dreampop toe aan haar muziek, maar put net zo makkelijk uit de new wave, de postpunk of de Krautrock. Op het eerste gehoor klinkt het misschien wat overdadig, maar op een gegeven moment valt alles op zijn plek.
Ik noem de band Lush op deze BLOG vaak een belangrijke inspiratiebron, zeker voor bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van de shoegaze en de dreampop.
Veel van de bands die boven kwamen drijven op de tweede of derde dreampop en shoegaze golf hebben inmiddels meer platen op hun naam staan dan Lush zelf, want de band uit Londen maakte er maar drie.
Lush kwam een paar jaar geleden weer bij elkaar voor een tour en ik had eerlijk gezegd gehoopt op een nieuwe plaat van de dreampop pioniers. Verder dan een EP kwam Lush helaas niet, maar nadat de reünie tour er op zat, bloeide er in muzikaal opzicht wel iets moois op tussen Lush frontvrouw Miki Berenyi, Elastica's Justin Welch, K.J. McKillop van de band Moose en Mick Conroy van Modern English (de laatste twee stonden Lush bij op het podium tijdens de tour).
Van deze muzikanten en hun voormalige bands heb ik Miki Berenyi en Lush met afstand het hoogst zitten en het is voor mij dan ook goed nieuws dat Mike Berenyi in Piroshka de meeste kaarten in handen heeft en haar stempel drukt op het geluid van de band.
Nu zijn er de afgelopen jaren nogal wat bands geweest die aan de haal zijn gegaan met de muzikale erfenis van Lush, zodat hier zo langzamerhand weinig eer meer aan te behalen is. Het knappe van de nieuwe band van Miki Berenyi is dat Piroshka minder als Lush klinkt dan flink wat bands die de afgelopen jaren de aandacht trokken met opgewarmde shoegaze en dreampop.
Invloeden uit de shoegaze en dreampop hebben absoluut hun weg gevonden naar de muziek van de nieuwe band, maar Piroshka verwerkt deze invloeden in een geluid dat minder zwaar leunt op de klassiekers in beide genres. Piroshka bereikt dit door te kiezen voor een net wat minder gruizig en dromerig geluid, door wat zwaarder te leunen op elektronica, door een enkele keer blazers en strijkers in te zetten en door ook wat vaker het experiment op te zoeken met invloeden uit de new wave, postpunk en de Krautrock, om maar eens drie hoorbare genres te noemen.
Net als Lush leunt ook Piroshka zwaar op breed uitwaaiend gitaarwerk en op de uit duizenden herkenbare stem van Miki Berenyi, maar waar veel van de Lush klonen van de afgelopen jaren met beide benen in het verleden stonden, staat Brickbat met minstens één been in het heden. Bovendien klinkt het allemaal wat rauwer en directer en dat is na al het dromen ook wel eens lekker.
De leden van de band zijn inmiddels stuk voor stuk veteranen, maar Piroshka klinkt opvallend fris en energiek. Ook in tekstueel opzicht valt er flink wat te genieten, zeker wanneer de Britten hun visie geven op de aankomende Brexit.
Het gekke is dat ik de meeste songs op Brickbat bij eerste beluistering best aardig vond, maar een onuitwisbare indruk maakte de plaat, een enkele instant klassieker daargelaten (zoals het fraaie Everlastingly Yours dat wel zo van Lush had kunnen zijn), zeker niet. Hier en daar vond ik het zelfs wat over the top, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar naarmate ik de plaat vaker beluisterde, viel er steeds meer op zijn plek.
Het blijft jammer dat Lush na de reünie tour geen nieuwe plaat heeft toegevoegd aan haar zo kleine oeuvre, maar ik vraag me ook af of deze plaat net zo goed was geworden als het debuut van Piroshka. Ik denk het eigenlijk niet. Erwin Zijleman
Pistol Annies - Interstate Gospel (2018)

4,0
0
geplaatst: 5 november 2018, 15:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pistol Annies - Interstate Gospel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
1+1+1 is in de muziek lang niet altijd 3, maar ook bij The Pistol Annies is het totaal veel meer dan de som der delen
Toen The Pistol Annies werden geformeerd was alleen Miranda Lambert een grote ster. Inmiddels hebben alle drie de leden van het trio geweldige albums op hun naam staan, maar het is niet alleen rozengeur en maneschijn in het leven van Angaleena Presley, Ashley Monroe en Miranda Lambert. De drie kregen te maken met persoonlijke tegenslagen en ook de carrières van de drie gingen niet alleen over rozen. Het is een voedingsbodem voor een plaat waarop alles op zijn plek valt. Geweldige songs, prima muzikanten, fantastische zangeressen en harmonieën om van te watertanden.
Het gelegenheidstrio Pistol Annies werd in 2011 geformeerd in Nashville, Tennessee. De carrière van Angaleena Presley moest destijds nog van de grond komen, terwijl die van Ashley Monroe nog in de kinderschoenen stond. De grote naam binnen Pistol Annies was die van Miranda Lambert, die in 2011 al vier goed ontvangen en goed verkopende platen op haar naam had staan en moest worden geschaard onder de groten binnen de Amerikaanse countrymuziek van dat moment.
Het debuut van Pistol Annies, Hell on Heels, leek dan ook vooral een poging van Miranda Lambert om haar twee jonge en relatief onbekende collega’s in de spotlights te zetten en dat is gelukt. Toen in 2013 Annie’s Up, de tweede plaat van Pistol Annies, verscheen had ook Ashley Monroe haar plekje in de spotlights verdiend en na een stilte van vijf jaar is inmiddels ook plaat nummer drie verschenen. Ook Angaleena Presley heeft inmiddels twee uitstekende platen op haar naam staan, waardoor Pistol Annies best een ‘supergroep’ mag worden genoemd.
De vorige platen van Pistol Annies deden in Nederland ondanks deze status niet zo gek veel en ik moet toegeven dat ik er zelf ook niet veel mee heb gedaan. Het is ook wel te verklaren, want Pistol Annies kleurden misschien net wat te nadrukkelijk binnen de lijntjes van de Nashville countrymuziek, waardoor de platen in Nederland onmiddellijk van de radar verdwenen.
Wanneer ik nu naar de eerste twee platen van het gelegenheidstrio luister bevalt de muziek van Pistol Annies me echter wel. Ik heb een zwak voor de stemmen van Angaleena Presley, Ashley Monroe en Miranda Lambert en waardeer hun solowerk zeer. Wanneer de dames de krachten bundelen krijgen we de harmonieën als bonus en deze zijn wonderschoon.
Wanneer ik de eerste twee platen van Pistol Annies vergelijk met het deze week verschenen Interstate Gospel, bevalt de laatste me met afstand het beste. Na Miranda Lambert zijn inmiddels ook Ashley Monroe en Angaleena Presley gerijpt en gelouterd, waardoor Interstate Gospel over de hele linie gloedvol en volwassen klinkt. Country staat centraal op de derde plaat van Pistol Annies, maar de dames zijn ook eigenzinnig genoeg om wat rauwe randjes toe te voegen aan de plaat.
Interstate Gospel wordt getekend door persoonlijke misère. De carrières van de drie singer-songwriters kwamen tot stilstand en ook in de liefde kwamen de nodige hobbels voorbij, waarvan de scheiding van Miranda Lambert en countryster Blake Shelton breed werd uitgemeten in de Amerikaanse (roddel)pers.
Het heeft Angaleena Presley, Ashley Monroe en Miranda Lambert alleen maar sterker gemaakt. Samen met een aantal uitstekende muzikanten, met name het gitaarwerk op de plaat is geweldig, en topproducer Frank Lidell hebben de Pistol Annies een plaat gemaakt die zich zomaar kan scharen onder de beste countryplaten van 2018.
De songs graven dieper dan op de vorige twee platen, de emotie ligt er dik bovenop, de productie en instrumentatie zijn prachtig en de drie zingen keer op keer de stemmen van de hemel en zorgen voor heel veel kippenvel in alle harmonieën op de plaat.
Interstate Gospel is zowel interessant voor liefhebbers van alternatievere Amerikaanse rootsmuziek als voor liefhebbers van countrypop. Ik hou van beiden en smelt steeds makkelijker voor de vocale verleidingen van Pistol Annies en val hiermee na Boygenius wederom voor een gelegenheidstrio annex supergroep. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pistol Annies - Interstate Gospel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
1+1+1 is in de muziek lang niet altijd 3, maar ook bij The Pistol Annies is het totaal veel meer dan de som der delen
Toen The Pistol Annies werden geformeerd was alleen Miranda Lambert een grote ster. Inmiddels hebben alle drie de leden van het trio geweldige albums op hun naam staan, maar het is niet alleen rozengeur en maneschijn in het leven van Angaleena Presley, Ashley Monroe en Miranda Lambert. De drie kregen te maken met persoonlijke tegenslagen en ook de carrières van de drie gingen niet alleen over rozen. Het is een voedingsbodem voor een plaat waarop alles op zijn plek valt. Geweldige songs, prima muzikanten, fantastische zangeressen en harmonieën om van te watertanden.
Het gelegenheidstrio Pistol Annies werd in 2011 geformeerd in Nashville, Tennessee. De carrière van Angaleena Presley moest destijds nog van de grond komen, terwijl die van Ashley Monroe nog in de kinderschoenen stond. De grote naam binnen Pistol Annies was die van Miranda Lambert, die in 2011 al vier goed ontvangen en goed verkopende platen op haar naam had staan en moest worden geschaard onder de groten binnen de Amerikaanse countrymuziek van dat moment.
Het debuut van Pistol Annies, Hell on Heels, leek dan ook vooral een poging van Miranda Lambert om haar twee jonge en relatief onbekende collega’s in de spotlights te zetten en dat is gelukt. Toen in 2013 Annie’s Up, de tweede plaat van Pistol Annies, verscheen had ook Ashley Monroe haar plekje in de spotlights verdiend en na een stilte van vijf jaar is inmiddels ook plaat nummer drie verschenen. Ook Angaleena Presley heeft inmiddels twee uitstekende platen op haar naam staan, waardoor Pistol Annies best een ‘supergroep’ mag worden genoemd.
De vorige platen van Pistol Annies deden in Nederland ondanks deze status niet zo gek veel en ik moet toegeven dat ik er zelf ook niet veel mee heb gedaan. Het is ook wel te verklaren, want Pistol Annies kleurden misschien net wat te nadrukkelijk binnen de lijntjes van de Nashville countrymuziek, waardoor de platen in Nederland onmiddellijk van de radar verdwenen.
Wanneer ik nu naar de eerste twee platen van het gelegenheidstrio luister bevalt de muziek van Pistol Annies me echter wel. Ik heb een zwak voor de stemmen van Angaleena Presley, Ashley Monroe en Miranda Lambert en waardeer hun solowerk zeer. Wanneer de dames de krachten bundelen krijgen we de harmonieën als bonus en deze zijn wonderschoon.
Wanneer ik de eerste twee platen van Pistol Annies vergelijk met het deze week verschenen Interstate Gospel, bevalt de laatste me met afstand het beste. Na Miranda Lambert zijn inmiddels ook Ashley Monroe en Angaleena Presley gerijpt en gelouterd, waardoor Interstate Gospel over de hele linie gloedvol en volwassen klinkt. Country staat centraal op de derde plaat van Pistol Annies, maar de dames zijn ook eigenzinnig genoeg om wat rauwe randjes toe te voegen aan de plaat.
Interstate Gospel wordt getekend door persoonlijke misère. De carrières van de drie singer-songwriters kwamen tot stilstand en ook in de liefde kwamen de nodige hobbels voorbij, waarvan de scheiding van Miranda Lambert en countryster Blake Shelton breed werd uitgemeten in de Amerikaanse (roddel)pers.
Het heeft Angaleena Presley, Ashley Monroe en Miranda Lambert alleen maar sterker gemaakt. Samen met een aantal uitstekende muzikanten, met name het gitaarwerk op de plaat is geweldig, en topproducer Frank Lidell hebben de Pistol Annies een plaat gemaakt die zich zomaar kan scharen onder de beste countryplaten van 2018.
De songs graven dieper dan op de vorige twee platen, de emotie ligt er dik bovenop, de productie en instrumentatie zijn prachtig en de drie zingen keer op keer de stemmen van de hemel en zorgen voor heel veel kippenvel in alle harmonieën op de plaat.
Interstate Gospel is zowel interessant voor liefhebbers van alternatievere Amerikaanse rootsmuziek als voor liefhebbers van countrypop. Ik hou van beiden en smelt steeds makkelijker voor de vocale verleidingen van Pistol Annies en val hiermee na Boygenius wederom voor een gelegenheidstrio annex supergroep. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman
Pitou - Big Tear (2023)

4,0
5
geplaatst: 27 maart 2023, 16:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pitou - Big Tear - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pitou - Big Tear
Bijna vijf jaar na haar tweede EP komt de Nederlandse muzikante Pitou op de proppen met haar debuutalbum, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzien baart en Pitou op de kaart zet als een groot talent
De Nederlandse muzikante Pitou liet op de EP’s die ze in 2016 en 2018 uitbracht al horen dat ze beschikt over flink wat talent, maar op haar debuutalbum Big Tear laat ze horen dat ze nog veel meer kan. Big Tear laat horen dat Pitou een geweldige zangeres is, die niet alleen veel kan met haar stem, maar bovendien flink wat emotie in haar zang stopt. Ook in muzikaal opzicht is Big Tear een mooi en fascinerend album. Pitou heeft haar muziek rijk en veelzijdig ingekleurd, maar Big Tear is ook een ruimtelijk klinkend album dat ademt. Het is een album met mooie en bijzonder aangenaam klinkende songs, maar het zijn ook songs die durven te experimenteren en te verrassen. Bijzonder knap debuutalbum.
Pitou (Nicolaes) wordt inmiddels al flink wat jaren een van de grote beloften van de Nederlandse popmuziek genoemd. De van oorsprong Amsterdamse muzikante heeft zich niet laten opjagen door alle verwachtingen, maar heeft de tijd genomen voor het maken van haar debuutalbum. Het deze week verschenen Big Tear volgt op een titelloze EP uit 2016 en de EP I Fall Asleep So Fast uit 2018. Beide EP’s kunnen met zeven songs en meer dan twintig minuten muziek overigens net zo goed mini-albums worden genoemd.
Pitou liet in eerste instantie behoorlijk ingetogen en sober ingekleurde folksongs horen, maar op I Fall Asleep So Fast zocht de Amsterdamse muzikante met enige regelmaat het experiment en was een avontuurlijker geluid te horen. Beide EP’s lieten een getalenteerd songwriter horen, maar boven alles een geweldige zangeres met een stem die meerdere kanten op kan en ook nog eens vol gevoel zit.
Na I Fall Asleep So Fast hebben we bijna vijf jaar op het debuutalbum van Pitou moeten wachten, waardoor de verwachtingen op zijn minst hooggespannen waren. Het zijn verwachtingen die Pitou onmiddellijk waar maakt. De openingstrack en titeltrack van Big Tear laat horen dat de muzikante, die tegenwoordig in Antwerpen woont. haar muziek nog wat voller en avontuurlijker heeft ingekleurd en laat bovendien horen dat Pitou als zangeres en songwriter is gegroeid.
Big Tear is in muzikaal opzicht een fascinerend album. Pitou heeft voor haar debuutalbum flink wat instrumenten uit de kast getrokken, wat een bijzonder geluid oplevert. Pitou heeft de akoestische gitaar van haar vroege werk grotendeels verruild voor piano en keyboards en heeft hiernaast onder andere harp, blazers en strijkers toegevoegd aan haar muziek. Ondanks de veelheid aan instrumenten en de inzet van flink wat muzikanten is Big Tear een subtiel ingekleurd album, waarop de details prachtig aan de oppervlakte komen.
De muziek van Pitou kreeg lange tijd het etiket folk opgeplakt en dat is een etiket dat slechts ten dele van toepassing is op haar muziek. Big Tear bevat ook flink wat invloeden uit de klassieke muziek, de chamber pop en de jazz, waardoor de muziek van Pitou zich lastig in een hokje laat duwen. De songs van de Amsterdamse muzikante zitten over het algemeen complex in elkaar en doen continu dingen die je niet verwacht, maar Big Tear is desondanks een zeer aangenaam klinkend album, dat zich makkelijk opdringt.
Wat voor de instrumentatie en de songs op het debuutalbum van Pitou geldt, geldt ook zeker voor haar zang. De Nederlandse muzikante liet op haar EP’s al horen dat ze een geweldige zangeres is, maar op Big Tear klinkt de stem van Pitou nog wat mooier en overtuigender. Ook de stem van Pitou doet vaak dingen die je niet verwacht en klinkt net zo veelzijdig als de instrumentatie, maar ondanks de vele wendingen, klinkt de zang op het debuutalbum van Pitou geen moment gekunsteld.
Pitou heeft zoals gezegd de tijd genomen voor haar eerste album en dat hoor je. Big Tear overstijgt het niveau van een gemiddeld debuutalbum op alle fronten en klinkt als een album van een gelouterde muzikante. Ondanks een lang muzikaal verleden, dat naar verluidt begon bij Kinderen voor Kinderen, is Pitou Nicolaes pas 29 jaar oud, maar wat bereikt ze op Big Tear al een hoog niveau. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pitou - Big Tear - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pitou - Big Tear
Bijna vijf jaar na haar tweede EP komt de Nederlandse muzikante Pitou op de proppen met haar debuutalbum, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzien baart en Pitou op de kaart zet als een groot talent
De Nederlandse muzikante Pitou liet op de EP’s die ze in 2016 en 2018 uitbracht al horen dat ze beschikt over flink wat talent, maar op haar debuutalbum Big Tear laat ze horen dat ze nog veel meer kan. Big Tear laat horen dat Pitou een geweldige zangeres is, die niet alleen veel kan met haar stem, maar bovendien flink wat emotie in haar zang stopt. Ook in muzikaal opzicht is Big Tear een mooi en fascinerend album. Pitou heeft haar muziek rijk en veelzijdig ingekleurd, maar Big Tear is ook een ruimtelijk klinkend album dat ademt. Het is een album met mooie en bijzonder aangenaam klinkende songs, maar het zijn ook songs die durven te experimenteren en te verrassen. Bijzonder knap debuutalbum.
Pitou (Nicolaes) wordt inmiddels al flink wat jaren een van de grote beloften van de Nederlandse popmuziek genoemd. De van oorsprong Amsterdamse muzikante heeft zich niet laten opjagen door alle verwachtingen, maar heeft de tijd genomen voor het maken van haar debuutalbum. Het deze week verschenen Big Tear volgt op een titelloze EP uit 2016 en de EP I Fall Asleep So Fast uit 2018. Beide EP’s kunnen met zeven songs en meer dan twintig minuten muziek overigens net zo goed mini-albums worden genoemd.
Pitou liet in eerste instantie behoorlijk ingetogen en sober ingekleurde folksongs horen, maar op I Fall Asleep So Fast zocht de Amsterdamse muzikante met enige regelmaat het experiment en was een avontuurlijker geluid te horen. Beide EP’s lieten een getalenteerd songwriter horen, maar boven alles een geweldige zangeres met een stem die meerdere kanten op kan en ook nog eens vol gevoel zit.
Na I Fall Asleep So Fast hebben we bijna vijf jaar op het debuutalbum van Pitou moeten wachten, waardoor de verwachtingen op zijn minst hooggespannen waren. Het zijn verwachtingen die Pitou onmiddellijk waar maakt. De openingstrack en titeltrack van Big Tear laat horen dat de muzikante, die tegenwoordig in Antwerpen woont. haar muziek nog wat voller en avontuurlijker heeft ingekleurd en laat bovendien horen dat Pitou als zangeres en songwriter is gegroeid.
Big Tear is in muzikaal opzicht een fascinerend album. Pitou heeft voor haar debuutalbum flink wat instrumenten uit de kast getrokken, wat een bijzonder geluid oplevert. Pitou heeft de akoestische gitaar van haar vroege werk grotendeels verruild voor piano en keyboards en heeft hiernaast onder andere harp, blazers en strijkers toegevoegd aan haar muziek. Ondanks de veelheid aan instrumenten en de inzet van flink wat muzikanten is Big Tear een subtiel ingekleurd album, waarop de details prachtig aan de oppervlakte komen.
De muziek van Pitou kreeg lange tijd het etiket folk opgeplakt en dat is een etiket dat slechts ten dele van toepassing is op haar muziek. Big Tear bevat ook flink wat invloeden uit de klassieke muziek, de chamber pop en de jazz, waardoor de muziek van Pitou zich lastig in een hokje laat duwen. De songs van de Amsterdamse muzikante zitten over het algemeen complex in elkaar en doen continu dingen die je niet verwacht, maar Big Tear is desondanks een zeer aangenaam klinkend album, dat zich makkelijk opdringt.
Wat voor de instrumentatie en de songs op het debuutalbum van Pitou geldt, geldt ook zeker voor haar zang. De Nederlandse muzikante liet op haar EP’s al horen dat ze een geweldige zangeres is, maar op Big Tear klinkt de stem van Pitou nog wat mooier en overtuigender. Ook de stem van Pitou doet vaak dingen die je niet verwacht en klinkt net zo veelzijdig als de instrumentatie, maar ondanks de vele wendingen, klinkt de zang op het debuutalbum van Pitou geen moment gekunsteld.
Pitou heeft zoals gezegd de tijd genomen voor haar eerste album en dat hoor je. Big Tear overstijgt het niveau van een gemiddeld debuutalbum op alle fronten en klinkt als een album van een gelouterde muzikante. Ondanks een lang muzikaal verleden, dat naar verluidt begon bij Kinderen voor Kinderen, is Pitou Nicolaes pas 29 jaar oud, maar wat bereikt ze op Big Tear al een hoog niveau. Erwin Zijleman
Pitou - I Fall Asleep So Fast (2018)

4,5
1
geplaatst: 15 mei 2018, 19:52 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pitou - I Fall Asleep So Fast - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er komt iedere week zoveel nieuwe muziek uit dat ik onmogelijk alles dat ik krijg of tegen kom kan beluisteren. Om het aanbod wat te beperken laat ik in deze drukke weken EP’s links liggen en concentreer ik me op volledige albums, maar de nieuwe EP van Pitou kon ik echt niet laten liggen.
Pitou (Nicolaes) is een in Amsterdam geboren en getogen singer-songwriter, die twee jaar geleden debuteerde met een titelloze EP. Op haar debuut EP verraste Pitou met uiterst ingetogen folksongs.
De sobere en intieme folksongs van Pitou hadden genoeg aan een paar gitaarakkoorden en moesten het verder doen met de geweldige stem van de Amsterdamse singer-songwriter. Pitou maakte op haar debuut geen geheim van haar liefde voor authentiek aandoende folk, maar liet ook horen van klassieke muziek te houden en bleek bovendien klassiek geschoold. De conservatorium studente gebruikte op haar debuut bescheiden middelen, maar maakte diepe indruk, al was het maar omdat haar stem er een van een bijzondere kwaliteit en schoonheid is.
Twee jaar na de bijzonder fraaie EP is Pitou terug met 7 nieuwe songs. Ook op I Fall Asleep So Fast maakt Pitou indruk met intieme en wonderschone folksongs. Vergeleken met haar debuut kiest de Amsterdamse singer-songwriter op haar tweede EP voor en net wat voller geluid, maar ook I Fall Asleep So Fast klinkt over het algemeen genomen uiterst subtiel en ingetogen.
Ook op haar tweede EP vertrouwt Pitou voor een belangrijk deel op haar prachtige stem. Het is een stem die de afgelopen twee jaar aan kracht, expressie, schoonheid en emotie heeft gewonnen en die zich makkelijk staande houdt in het net wat vollere geluid. Het is een geluid waarin net wat meer instrumenten zijn te horen, maar waarop vooral de achtergrondvocalisten een belangrijkere plaats hebben ingenomen, wat de bijzondere stem van Pitou alleen maar van meer kleur voorziet.
Ook in muzikaal opzicht is Pitou op I Fall Asleep So Fast verder dan twee jaar geleden op haar debuut. Waar op dit debuut de pastorale folk nog centraal stond, heeft Pitou op de nieuwe plaat gekozen voor een wat moderner klinkend geluid. Het is een geluid dat onmiddellijk imponeert en dat bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en aansprekender wordt.
Ook op I Fall Asleep So Fast is de prachtige stem van Pitou haar sterkste wapen, maar ook de instrumentatie, de achtergrondzang en de songs zijn van een niveau dat zeker niet gewoon is. Pitou heeft inmiddels ruim 40 minuten muziek op haar naam staan en het is muziek die alle aandacht verdient. EP’s zijn meestal geschikt om een singer-songwriter als belofte op de kaart te zetten, maar als ik naar I Fall Asleep So Fast luister, kan ik alleen maar concluderen dat Pitou de belofte al lang voorbij is. Wat een talent, wat een mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pitou - I Fall Asleep So Fast - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er komt iedere week zoveel nieuwe muziek uit dat ik onmogelijk alles dat ik krijg of tegen kom kan beluisteren. Om het aanbod wat te beperken laat ik in deze drukke weken EP’s links liggen en concentreer ik me op volledige albums, maar de nieuwe EP van Pitou kon ik echt niet laten liggen.
Pitou (Nicolaes) is een in Amsterdam geboren en getogen singer-songwriter, die twee jaar geleden debuteerde met een titelloze EP. Op haar debuut EP verraste Pitou met uiterst ingetogen folksongs.
De sobere en intieme folksongs van Pitou hadden genoeg aan een paar gitaarakkoorden en moesten het verder doen met de geweldige stem van de Amsterdamse singer-songwriter. Pitou maakte op haar debuut geen geheim van haar liefde voor authentiek aandoende folk, maar liet ook horen van klassieke muziek te houden en bleek bovendien klassiek geschoold. De conservatorium studente gebruikte op haar debuut bescheiden middelen, maar maakte diepe indruk, al was het maar omdat haar stem er een van een bijzondere kwaliteit en schoonheid is.
Twee jaar na de bijzonder fraaie EP is Pitou terug met 7 nieuwe songs. Ook op I Fall Asleep So Fast maakt Pitou indruk met intieme en wonderschone folksongs. Vergeleken met haar debuut kiest de Amsterdamse singer-songwriter op haar tweede EP voor en net wat voller geluid, maar ook I Fall Asleep So Fast klinkt over het algemeen genomen uiterst subtiel en ingetogen.
Ook op haar tweede EP vertrouwt Pitou voor een belangrijk deel op haar prachtige stem. Het is een stem die de afgelopen twee jaar aan kracht, expressie, schoonheid en emotie heeft gewonnen en die zich makkelijk staande houdt in het net wat vollere geluid. Het is een geluid waarin net wat meer instrumenten zijn te horen, maar waarop vooral de achtergrondvocalisten een belangrijkere plaats hebben ingenomen, wat de bijzondere stem van Pitou alleen maar van meer kleur voorziet.
Ook in muzikaal opzicht is Pitou op I Fall Asleep So Fast verder dan twee jaar geleden op haar debuut. Waar op dit debuut de pastorale folk nog centraal stond, heeft Pitou op de nieuwe plaat gekozen voor een wat moderner klinkend geluid. Het is een geluid dat onmiddellijk imponeert en dat bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en aansprekender wordt.
Ook op I Fall Asleep So Fast is de prachtige stem van Pitou haar sterkste wapen, maar ook de instrumentatie, de achtergrondzang en de songs zijn van een niveau dat zeker niet gewoon is. Pitou heeft inmiddels ruim 40 minuten muziek op haar naam staan en het is muziek die alle aandacht verdient. EP’s zijn meestal geschikt om een singer-songwriter als belofte op de kaart te zetten, maar als ik naar I Fall Asleep So Fast luister, kan ik alleen maar concluderen dat Pitou de belofte al lang voorbij is. Wat een talent, wat een mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Pixie Geldof - I'm Yours (2016)

4,0
0
geplaatst: 4 januari 2017, 14:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pixie Geldof - I'm Yours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
(Little) Pixie Geldof groeide op in de schijnwerpers. De dochter van popster en weldoener Bob Geldof werd als kleuter al geconfronteerd met paparazzi in de tuin en dat werd alleen maar erger toen haar moeder Paula Yates overleed door een overdosis heroïne toen Pixie pas tien jaar oud was.
Het verlies van haar moeder heeft er ingehakt bij Pixie en ook de dood van haar oudere zus Peaches twee jaar geleden (ook al door een overdosis heroïne) is haar niet in de koude kleren gaan zitten. Het voorziet haar debuut I’m Yours van flink wat meer doorleving dan je mag verwachten van een twintiger die in luxe is opgegroeid.
Het debuut van Pixie Geldof heeft in Nederland nauwelijks aandacht gekregen eerder dit jaar (en is volgens mij ook genegeerd in de serieuze Britse muziekpers) en daarom hoorde ik I’m Yours pas een aantal dagen geleden. Het is een plaat die me aangenaam verrast heeft.
Samen met producer Tony Hoffer heeft Pixie Geldof een plaat gemaakt die meerdere kanten op schiet. In de meest toegankelijke momenten schuurt Pixie Geldof tegen de aanstekelijke maar ook interessante pop van Lily Allen aan of raakt ze aan de stemmige en melancholische pop van Lana Del Rey, maar de derde dochter van Bob Geldof grossiert op haar debuut ook in donkere en fraai georkestreerde muziek die uiteindelijk kan opschuiven in de richting van Portishead, Mazzy Star, Siouxsie Sioux en nog wat andere interessante richtingen.
Kinderen van beroemde muzikanten worden altijd met de nodige argwaan bekeken en wanneer het een telg van de behoorlijk publiciteitsgeile Geldofs betreft gaan er onmiddellijk alarmbellen rinkelen, maar ik geef Pixie absoluut het voordeel van de twijfel.
Ze beschikt over een bijzonder aangenaam stemgeluid, slaagt er in om haar donker gekleurde songs te voorzien van voldoende doorleving en heeft op haar debuut flink wat songs staan die blijven hangen of zelfs intrigeren. Het zijn bovendien songs met een eigen smoel en dat is op deze leeftijd niet vanzelfsprekend.
In muzikaal opzicht schiet het misschien nog net wat teveel kanten op of is zo af en toe wel erg duidelijk waar Pixie de mosterd heeft gehaald, maar de jonge Geldof telg is er ook in geslaagd om voldoende van zichzelf in haar muziek te stoppen.
I’m Yours is een aardedonkere plaat en dat komt niet altijd goed uit de verf bij twintigers die nog niet al teveel tegenslagen in het leven zijn tegengekomen, maar Pixie Geldof heeft haar portie leed wel gehad en dat hoor je. Het voorziet I’m Yours van de emotie die een plaat als deze nodig heeft om op te vallen en te overtuigen.
Door allerlei vooroordelen heeft Pixie Geldof helaas niet de waardering gekregen die dit debuut verdient, maar ach wat is het af en toe mooi en wat is dit een groeiplaat. Prachtig gedaan Pixie, ik ben overtuigd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pixie Geldof - I'm Yours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
(Little) Pixie Geldof groeide op in de schijnwerpers. De dochter van popster en weldoener Bob Geldof werd als kleuter al geconfronteerd met paparazzi in de tuin en dat werd alleen maar erger toen haar moeder Paula Yates overleed door een overdosis heroïne toen Pixie pas tien jaar oud was.
Het verlies van haar moeder heeft er ingehakt bij Pixie en ook de dood van haar oudere zus Peaches twee jaar geleden (ook al door een overdosis heroïne) is haar niet in de koude kleren gaan zitten. Het voorziet haar debuut I’m Yours van flink wat meer doorleving dan je mag verwachten van een twintiger die in luxe is opgegroeid.
Het debuut van Pixie Geldof heeft in Nederland nauwelijks aandacht gekregen eerder dit jaar (en is volgens mij ook genegeerd in de serieuze Britse muziekpers) en daarom hoorde ik I’m Yours pas een aantal dagen geleden. Het is een plaat die me aangenaam verrast heeft.
Samen met producer Tony Hoffer heeft Pixie Geldof een plaat gemaakt die meerdere kanten op schiet. In de meest toegankelijke momenten schuurt Pixie Geldof tegen de aanstekelijke maar ook interessante pop van Lily Allen aan of raakt ze aan de stemmige en melancholische pop van Lana Del Rey, maar de derde dochter van Bob Geldof grossiert op haar debuut ook in donkere en fraai georkestreerde muziek die uiteindelijk kan opschuiven in de richting van Portishead, Mazzy Star, Siouxsie Sioux en nog wat andere interessante richtingen.
Kinderen van beroemde muzikanten worden altijd met de nodige argwaan bekeken en wanneer het een telg van de behoorlijk publiciteitsgeile Geldofs betreft gaan er onmiddellijk alarmbellen rinkelen, maar ik geef Pixie absoluut het voordeel van de twijfel.
Ze beschikt over een bijzonder aangenaam stemgeluid, slaagt er in om haar donker gekleurde songs te voorzien van voldoende doorleving en heeft op haar debuut flink wat songs staan die blijven hangen of zelfs intrigeren. Het zijn bovendien songs met een eigen smoel en dat is op deze leeftijd niet vanzelfsprekend.
In muzikaal opzicht schiet het misschien nog net wat teveel kanten op of is zo af en toe wel erg duidelijk waar Pixie de mosterd heeft gehaald, maar de jonge Geldof telg is er ook in geslaagd om voldoende van zichzelf in haar muziek te stoppen.
I’m Yours is een aardedonkere plaat en dat komt niet altijd goed uit de verf bij twintigers die nog niet al teveel tegenslagen in het leven zijn tegengekomen, maar Pixie Geldof heeft haar portie leed wel gehad en dat hoor je. Het voorziet I’m Yours van de emotie die een plaat als deze nodig heeft om op te vallen en te overtuigen.
Door allerlei vooroordelen heeft Pixie Geldof helaas niet de waardering gekregen die dit debuut verdient, maar ach wat is het af en toe mooi en wat is dit een groeiplaat. Prachtig gedaan Pixie, ik ben overtuigd. Erwin Zijleman
PJ Harvey - Dry (1992)

4,5
1
geplaatst: 5 november 2023, 21:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Dry (1992) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Dry (1992)
PJ Harvey heeft inmiddels tien reguliere albums op haar naam staan en ze zijn allemaal even bijzonder, maar als ik moet kiezen, kies ik voor het ruwe, intense en zeer persoonlijke Dry, haar debuutalbum uit 1992
Polly Jean Harvey dook in 1992 op als PJ Harvey en imponeerde onmiddellijk met het prachtige Dry. Het is een ruw en intens album zonder poespas. De Britse muzikante heeft in de meeste tracks genoeg aan gitaar, bas en drums en kiest voor het indie rockgeluid dat gemeengoed was in de jaren 90. Dry werd een bijzonder album door de bijzonder intense en emotievolle zang van de Britse muzikante en haar persoonlijke en vaak wat donkere teksten. Dry is een ruw en ongepolijst album, maar de talenten van PJ Harvey komen keer op keer aan de oppervlakte. In kwalitatief opzicht is het misschien niet het beste PJ Harvey album, maar wat komt het hard aan. Ook na al die jaren nog keer op keer.
PJ Harvey gaf vorige maand twee bijzonder indrukwekkende concerten in het Amsterdamse Paradiso. Tijdens deze concerten speelde ze haar eerder dit jaar verschenen album I Inside The Old Year Dying van kop tot staart, waarna een fraaie dwarsdoorsnede uit haar oeuvre volgde. Het is een prachtig en bovendien zeer veelzijdig oeuvre met meerdere albums die het predicaat klassieker inmiddels ruimschoots verdienen.
Door deze veelzijdigheid en de hoge kwaliteit van de albums is het lastig kiezen binnen het oeuvre van de Britse muzikante, al springen Bring You My Love uit 1995, Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000 en Let England Shake uit 2011 er voor mij net wat uit. Mijn favoriete PJ Harvey is echter nog altijd Dry uit 1992. Het is het album waarmee Polly Jean Harvey op 22-jarige leeftijd opdook en waarop de Britse muzikante direct imponeerde. Het album zou hoog eindigen in de jaarlijstjes over 1992 en scoorde ook hoog toen aan het einde van de jaren 90 werd teruggekeken op het decennium. PJ Harvey is altijd bijzonder intense muziek blijven maken, maar Dry is wat mij betreft het meest intense album dat ze heeft gemaakt.
Dry is in muzikaal opzicht een betrekkelijk rechttoe rechtaan album. De meeste tracks op het album hebben genoeg aan gitaar, bas en drums en kiezen voor een rockgeluid dat in de meeste tracks aansluit bij het gangbare indierock geluid aan het begin van de jaren 90. Ook de productie van Mark Vernon, PJ Harvey en Rob Ellis is er een zonder poespas, al is de ruwe basis van gitaar, bas en drums hier en daar verrijkt met cello en viool. Dry klinkt rauw en direct, maar ik vind het in al zijn eenvoud nog altijd een prachtig klinkend album. Het gitaarwerk op het album klinkt op het eerste gehoor vooral elementair, maar bij herhaalde beluistering valt ook dit gitaarwerk in positieve zin op.
Het intense karakter van de muziek van PJ Harvey op Dry komt vooral van de zang van PJ Harvey, die in de meeste songs op het album zingt of haar leven er van af hangt. Het voorziet het album van ongelooflijk veel energie en vaart, maar ook van veel emotie. De persoonlijke teksten geven een inkijkje in de psyche van de jonge Polly Jean Harvey, die destijds een behoorlijk donkere kant had. Het voorziet de songs op Dry van flink wat lading en urgentie, waardoor Dry ook meer dan dertig jaar later nog goed is voor een indrukwekkende luisterervaring.
De songs op het album gebruiken een vergelijkbaar stramien, hebben bijna allemaal de rauwe en directe instrumentatie en de intense zang van PJ Harvey, maar Dry is zeker geen eentonig album. Polly Jean Harvey gooit haar hart en ziel in de persoonlijke teksten, maar heeft ook tijd gestoken in haar songs, die steeds weer een net wat andere invalshoeken kiezen en 31 jaar na de release nog net zo essentieel en fris klinken als in 1992.
Op de albums die zouden volgen zou PJ Harvey zowel in muzikaal en vocaal opzicht en als songwriter groeien, maar haar debuutalbum heeft iets bijzonders. Dry was in 1992 mijn favoriete album en volgde op Nirvana’s Nevermind uit 1991, dat zeker invloed heeft gehad op het debuutalbum van PJ Harvey, wat je goed hoort in een track als Sheela-Na-Gig, die ook niet had misstaan op Nevermind. Ik luister nog vaak naar Dry en iedere keer dat ik naar het album luister grijpt het me weer bij de strot. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Dry (1992) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Dry (1992)
PJ Harvey heeft inmiddels tien reguliere albums op haar naam staan en ze zijn allemaal even bijzonder, maar als ik moet kiezen, kies ik voor het ruwe, intense en zeer persoonlijke Dry, haar debuutalbum uit 1992
Polly Jean Harvey dook in 1992 op als PJ Harvey en imponeerde onmiddellijk met het prachtige Dry. Het is een ruw en intens album zonder poespas. De Britse muzikante heeft in de meeste tracks genoeg aan gitaar, bas en drums en kiest voor het indie rockgeluid dat gemeengoed was in de jaren 90. Dry werd een bijzonder album door de bijzonder intense en emotievolle zang van de Britse muzikante en haar persoonlijke en vaak wat donkere teksten. Dry is een ruw en ongepolijst album, maar de talenten van PJ Harvey komen keer op keer aan de oppervlakte. In kwalitatief opzicht is het misschien niet het beste PJ Harvey album, maar wat komt het hard aan. Ook na al die jaren nog keer op keer.
PJ Harvey gaf vorige maand twee bijzonder indrukwekkende concerten in het Amsterdamse Paradiso. Tijdens deze concerten speelde ze haar eerder dit jaar verschenen album I Inside The Old Year Dying van kop tot staart, waarna een fraaie dwarsdoorsnede uit haar oeuvre volgde. Het is een prachtig en bovendien zeer veelzijdig oeuvre met meerdere albums die het predicaat klassieker inmiddels ruimschoots verdienen.
Door deze veelzijdigheid en de hoge kwaliteit van de albums is het lastig kiezen binnen het oeuvre van de Britse muzikante, al springen Bring You My Love uit 1995, Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000 en Let England Shake uit 2011 er voor mij net wat uit. Mijn favoriete PJ Harvey is echter nog altijd Dry uit 1992. Het is het album waarmee Polly Jean Harvey op 22-jarige leeftijd opdook en waarop de Britse muzikante direct imponeerde. Het album zou hoog eindigen in de jaarlijstjes over 1992 en scoorde ook hoog toen aan het einde van de jaren 90 werd teruggekeken op het decennium. PJ Harvey is altijd bijzonder intense muziek blijven maken, maar Dry is wat mij betreft het meest intense album dat ze heeft gemaakt.
Dry is in muzikaal opzicht een betrekkelijk rechttoe rechtaan album. De meeste tracks op het album hebben genoeg aan gitaar, bas en drums en kiezen voor een rockgeluid dat in de meeste tracks aansluit bij het gangbare indierock geluid aan het begin van de jaren 90. Ook de productie van Mark Vernon, PJ Harvey en Rob Ellis is er een zonder poespas, al is de ruwe basis van gitaar, bas en drums hier en daar verrijkt met cello en viool. Dry klinkt rauw en direct, maar ik vind het in al zijn eenvoud nog altijd een prachtig klinkend album. Het gitaarwerk op het album klinkt op het eerste gehoor vooral elementair, maar bij herhaalde beluistering valt ook dit gitaarwerk in positieve zin op.
Het intense karakter van de muziek van PJ Harvey op Dry komt vooral van de zang van PJ Harvey, die in de meeste songs op het album zingt of haar leven er van af hangt. Het voorziet het album van ongelooflijk veel energie en vaart, maar ook van veel emotie. De persoonlijke teksten geven een inkijkje in de psyche van de jonge Polly Jean Harvey, die destijds een behoorlijk donkere kant had. Het voorziet de songs op Dry van flink wat lading en urgentie, waardoor Dry ook meer dan dertig jaar later nog goed is voor een indrukwekkende luisterervaring.
De songs op het album gebruiken een vergelijkbaar stramien, hebben bijna allemaal de rauwe en directe instrumentatie en de intense zang van PJ Harvey, maar Dry is zeker geen eentonig album. Polly Jean Harvey gooit haar hart en ziel in de persoonlijke teksten, maar heeft ook tijd gestoken in haar songs, die steeds weer een net wat andere invalshoeken kiezen en 31 jaar na de release nog net zo essentieel en fris klinken als in 1992.
Op de albums die zouden volgen zou PJ Harvey zowel in muzikaal en vocaal opzicht en als songwriter groeien, maar haar debuutalbum heeft iets bijzonders. Dry was in 1992 mijn favoriete album en volgde op Nirvana’s Nevermind uit 1991, dat zeker invloed heeft gehad op het debuutalbum van PJ Harvey, wat je goed hoort in een track als Sheela-Na-Gig, die ook niet had misstaan op Nevermind. Ik luister nog vaak naar Dry en iedere keer dat ik naar het album luister grijpt het me weer bij de strot. Erwin Zijleman
PJ Harvey - Dry - Demos (2020)

4,0
1
geplaatst: 30 juli 2020, 16:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Dry / Dry - Demos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Dry / Dry - Demos
De reissue van Dry van PJ Harvey laat nog maar eens horen hoe goed haar debuut was, maar de ook deze week uitgebrachte verzameling demo’s is zeker net zo bijzonder en indrukwekkend
PJ Harvey heeft inmiddels een prachtig oeuvre op haar naam staan, maar het begon allemaal in 1992 met Dry. Het album is nu op vinyl verkrijgbaar en klinkt nog net zo urgent als 28 jaar geleden. Samen met de reissue van Dry verscheen ook Dry - Demos. Het bevat dezelfde tracks als Dry maar dan in de vorm van ruwe demo’s. Het is een stuk minder stevig dan het debuut van PJ Harvey, maar het klinkt minstens net zo rauwe en oorspronkelijk. Door de schoonheidsfoutjes in de instrumentatie en de zang komen de demo’s minstens net zo hard aan als de meer uitgewerkte versies van de songs, waardoor Dry - Demos absoluut iets toevoegt aan het oeuvre van PJ Harvey.
Dry werd in 1992 bejubeld door de critici en terecht. PJ Harvey heeft sinds Dry een rijk en veelkleurig oeuvre opgebouwd, maar ik heb persoonlijk nog altijd vooral een zwak voor het album waarmee ze 28 jaar geleden voor het eerst opdook.
Dry werd is deze week opnieuw uitgebracht en heeft nog niets van zijn glans verloren. Het is nog altijd een recht voor zijn raap album zonder opsmuk, maar het is ook een album dat in muzikaal en vocaal opzicht indruk maakt en waar de urgentie nog altijd van af spat. Met name het gitaarwerk en de zang van PJ Harvey klinken heerlijk, maar ook de ritmesectie speelt vol vuur, terwijl producer Rob Ellis alles heeft gevangen in een overweldigend geluid met flarden punk, postpunk en indie-rock.
PJ Harvey nam op haar debuut ook zeker gas terug en dat leverde wat mij betreft songs met nog meer zeggingskracht op. Dry is ruw, donker en indringend, maar het is ook een album vol geweldige songs, waardoor het ook geen verbazing wekt dat PJ Harvey in de jaren die volgden uitgroeide tot de smaakmakers binnen de Britse rockmuziek.
De nieuwe uitgave van Dry klinkt net zo lekker als het origineel uit 1992, maar het is een andere nieuwe release van PJ Harvey die ik net wat interessanter vind, Dry had ik immers al. Dry - Demos bevat dezelfde songs als het debuut van PJ Harvey, maar dan in een veel ruwere vorm.
Dry - Demos, bevat, zoals de titel van het album al doet vermoeden, de demo’s die de jonge PJ Harvey maakte voor ze haar debuut opnam. De instrumentatie is uiterst sober met vooral een akoestische gitaar en hier en daar uithalen op de elektrische gitaar, aangevuld met een krassende cello of wat belletjes. Hier en daar hoor je meerdere lagen van de stem van PJ Harvey, maar meestal zijn ook de vocalen rauw en puur.
Het rammelt hier en daar aan alle kanten, zowel in de instrumentatie als in de zang, maar de songs van Dry blijven ook in deze demo vorm makkelijk overeind. Een aantal songs op deze verzameling demo’s klinkt zelfs nog wat indringender en urgenter dan de uitvoeringen op het officiële debuut.
Ik vind ruwe demo’s meestal overbodig, maar van de ruwe versies van de songs op Dry ben ik zeer gecharmeerd. Dry - Demos is een ruwe diamant die je zelf nog mag slijpen, maar ook zonder verder slijpwerk is het een indrukwekkend album. Ondanks de sobere instrumentatie hoor je de ruwe energie die Dry kenmerkt en in de zang doet de piepjonge Polly Jean Harvey er hier en daar zelfs nog een schepje bovenop. Hier en daar mist ze een noot, maar het meeste komt toch trefzeker en meedogenloos uit de speakers.
Door het grotendeels akoestische karakter van Dry - Demos is het echt een ander album dan het officiële debuut van PJ Harvey, maar het is een album dat absoluut meerwaarde heeft naast het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Dry. Behoorlijk indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Dry / Dry - Demos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Dry / Dry - Demos
De reissue van Dry van PJ Harvey laat nog maar eens horen hoe goed haar debuut was, maar de ook deze week uitgebrachte verzameling demo’s is zeker net zo bijzonder en indrukwekkend
PJ Harvey heeft inmiddels een prachtig oeuvre op haar naam staan, maar het begon allemaal in 1992 met Dry. Het album is nu op vinyl verkrijgbaar en klinkt nog net zo urgent als 28 jaar geleden. Samen met de reissue van Dry verscheen ook Dry - Demos. Het bevat dezelfde tracks als Dry maar dan in de vorm van ruwe demo’s. Het is een stuk minder stevig dan het debuut van PJ Harvey, maar het klinkt minstens net zo rauwe en oorspronkelijk. Door de schoonheidsfoutjes in de instrumentatie en de zang komen de demo’s minstens net zo hard aan als de meer uitgewerkte versies van de songs, waardoor Dry - Demos absoluut iets toevoegt aan het oeuvre van PJ Harvey.
Dry werd in 1992 bejubeld door de critici en terecht. PJ Harvey heeft sinds Dry een rijk en veelkleurig oeuvre opgebouwd, maar ik heb persoonlijk nog altijd vooral een zwak voor het album waarmee ze 28 jaar geleden voor het eerst opdook.
Dry werd is deze week opnieuw uitgebracht en heeft nog niets van zijn glans verloren. Het is nog altijd een recht voor zijn raap album zonder opsmuk, maar het is ook een album dat in muzikaal en vocaal opzicht indruk maakt en waar de urgentie nog altijd van af spat. Met name het gitaarwerk en de zang van PJ Harvey klinken heerlijk, maar ook de ritmesectie speelt vol vuur, terwijl producer Rob Ellis alles heeft gevangen in een overweldigend geluid met flarden punk, postpunk en indie-rock.
PJ Harvey nam op haar debuut ook zeker gas terug en dat leverde wat mij betreft songs met nog meer zeggingskracht op. Dry is ruw, donker en indringend, maar het is ook een album vol geweldige songs, waardoor het ook geen verbazing wekt dat PJ Harvey in de jaren die volgden uitgroeide tot de smaakmakers binnen de Britse rockmuziek.
De nieuwe uitgave van Dry klinkt net zo lekker als het origineel uit 1992, maar het is een andere nieuwe release van PJ Harvey die ik net wat interessanter vind, Dry had ik immers al. Dry - Demos bevat dezelfde songs als het debuut van PJ Harvey, maar dan in een veel ruwere vorm.
Dry - Demos, bevat, zoals de titel van het album al doet vermoeden, de demo’s die de jonge PJ Harvey maakte voor ze haar debuut opnam. De instrumentatie is uiterst sober met vooral een akoestische gitaar en hier en daar uithalen op de elektrische gitaar, aangevuld met een krassende cello of wat belletjes. Hier en daar hoor je meerdere lagen van de stem van PJ Harvey, maar meestal zijn ook de vocalen rauw en puur.
Het rammelt hier en daar aan alle kanten, zowel in de instrumentatie als in de zang, maar de songs van Dry blijven ook in deze demo vorm makkelijk overeind. Een aantal songs op deze verzameling demo’s klinkt zelfs nog wat indringender en urgenter dan de uitvoeringen op het officiële debuut.
Ik vind ruwe demo’s meestal overbodig, maar van de ruwe versies van de songs op Dry ben ik zeer gecharmeerd. Dry - Demos is een ruwe diamant die je zelf nog mag slijpen, maar ook zonder verder slijpwerk is het een indrukwekkend album. Ondanks de sobere instrumentatie hoor je de ruwe energie die Dry kenmerkt en in de zang doet de piepjonge Polly Jean Harvey er hier en daar zelfs nog een schepje bovenop. Hier en daar mist ze een noot, maar het meeste komt toch trefzeker en meedogenloos uit de speakers.
Door het grotendeels akoestische karakter van Dry - Demos is het echt een ander album dan het officiële debuut van PJ Harvey, maar het is een album dat absoluut meerwaarde heeft naast het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Dry. Behoorlijk indrukwekkend. Erwin Zijleman
PJ Harvey - I Inside the Old Year Dying (2023)

4,0
2
geplaatst: 10 juli 2023, 15:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PJ Harvey - I Inside The Old Year Dying - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - I Inside The Old Year Dying
PJ Harvey richtte zich de afgelopen jaren op het schrijven van haar eerste boek (Orlam), maar met I Inside The Old Year Dying levert ze toch ook weer een album af, dat uiteraard weer flink anders klinkt dan zijn voorgangers
I Inside The Old Year Dying is het tiende studioalbum van PJ Harvey en onderdeel van een bijzonder en verrassend veelkleurig oeuvre. Vergeleken met zijn voorgangers is het een behoorlijk ingetogen album, maar het is ook een complex album dat tijd vraagt van de luisteraar. In muzikaal en productioneel opzicht zit ook dit PJ Harvey album weer knap in elkaar en in vocaal opzicht doet de Britse muzikante er een schepje bovenop met wat expressievere vocalen. I Inside The Old Year Dying sluit aan op het vorig jaar verschenen boek en is hier en daar even onnavolgbaar. We hebben er lang op moeten wachten, maar het is een fraaie aanvulling op haar unieke oeuvre.
De Britse muzikante PJ Harvey bracht de afgelopen jaren zo ongelooflijk veel muziek uit, dat het nauwelijks is opgevallen dat haar laatste reguliere album inmiddels al meer dan zeven jaar oud is. Het in 2016 verschenen The Hope Six Demolition Project was tot voor kort immers het laatste reguliere wapenfeit van de Britse muzikante, die vervolgens nog wel een filmsoundtrack en een enorme stapel albums met demo’s uitbracht.
Even leek het er overigens op dat met het uitbrengen van het restmateriaal van al haar eerdere albums de cirkel rond was voor Polly Jean Harvey. Ze gaf immers zelf aan dat ze niet veel inspiratie meer had voor het schrijven van muziek en zich ging storten op een dichtbundel c.q. roman. Het eerste boek van PJ Harvey, Orlam, verscheen vorig jaar en kon rekenen op positieve recensies, al was het door het gebruik van het dialect van de regio Dorset, waarin PJ Harvey is opgegroeid, zeker geen lichte kost.
PJ Harvey was na het voltooien van haar eerste boek van plan om Orlam naar het toneel te brengen, maar uiteindelijk kroop het bloed toch waar het niet gaan kan en begon de Britse muzikante maar weer aan een nieuw album. Het deze week verschenen I Inside The Old Year Dying werd gemaakt met vaste producers en muzikale kompanen John Parish en Flood en gaat verder waar het boek van PJ Harvey vorig jaar ophield.
Na albums over oude oorlogen in het Verenigd Koninkrijk (Let England Shake) en nieuwere oorlogen wereldwijd (The Hope Six Demolition Project) richt PJ Harvey zich nu op Dorset, de Britse regio waar ze opgroeide en die ook centraal stond in haar boek. Qua thematiek is I Inside The Old Year Dying een totaal ander album dan zijn twee voorgangers en ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van PJ Harvey niet te vergelijken met de twee albums die er aan vooraf gingen.
De meeste songs op het nieuwe album van de Britse muzikante zijn ingetogen, maar hier en daar wordt wat meer elektronica ingezet om de songs van PJ Harvey in te kleuren en aan het eind volgt er toch ook nog een uitbarsting. I Inside The Old Year Dying klinkt, ondanks de aanwezigheid van de inmiddels vertrouwde John Parish en Flood en de flarden van een jonge PJ Harvey die met enige regelmaat opduiken, weer anders dan alle voorgaande albums van Polly Jean Harvey, maar ik hoor de grootste verschillen in de zang.
PJ Harvey zingt op I Inside The Old Year Dying hoger en expressiever dan we van haar gewend zijn en ze gebruikt haar stem bovendien meer als een instrument dan in het verleden. Het is misschien even wennen, maar ook het nieuwe album van PJ Harvey is weer een album waarop steeds meer op zijn plek valt. Het album heeft hier wel tijd voor nodig, want I Inside The Old Year Dying is zeker niet het makkelijkste album van de Britse muzikante.
De instrumentatie is misschien betrekkelijk ingetogen en vaak wat folky, maar de nieuwe songs van PJ Harvey zitten vrij complex in elkaar, zeker wanneer lagen gitaren worden gecombineerd met lagen elektronica. De complexiteit wordt versterkt door de bijzondere zang op het album en door de soms onnavolgbare teksten, waarin ook zo nu en dan het Dorset dialect wordt ingezet.
Waar de vorige albums van PJ Harvey wat ruwer en aardser waren, is I Inside The Old Year Dying voorzien van een bijzondere en vaak wat mysterieuze sfeer, die er aan de ene kant voor zorgt dat het album zich slechts langzaam opdringt, maar er op hetzelfde moment voor zorgt dat ook dit PJ Harvey album weer hopeloos intrigeert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: PJ Harvey - I Inside The Old Year Dying - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - I Inside The Old Year Dying
PJ Harvey richtte zich de afgelopen jaren op het schrijven van haar eerste boek (Orlam), maar met I Inside The Old Year Dying levert ze toch ook weer een album af, dat uiteraard weer flink anders klinkt dan zijn voorgangers
I Inside The Old Year Dying is het tiende studioalbum van PJ Harvey en onderdeel van een bijzonder en verrassend veelkleurig oeuvre. Vergeleken met zijn voorgangers is het een behoorlijk ingetogen album, maar het is ook een complex album dat tijd vraagt van de luisteraar. In muzikaal en productioneel opzicht zit ook dit PJ Harvey album weer knap in elkaar en in vocaal opzicht doet de Britse muzikante er een schepje bovenop met wat expressievere vocalen. I Inside The Old Year Dying sluit aan op het vorig jaar verschenen boek en is hier en daar even onnavolgbaar. We hebben er lang op moeten wachten, maar het is een fraaie aanvulling op haar unieke oeuvre.
De Britse muzikante PJ Harvey bracht de afgelopen jaren zo ongelooflijk veel muziek uit, dat het nauwelijks is opgevallen dat haar laatste reguliere album inmiddels al meer dan zeven jaar oud is. Het in 2016 verschenen The Hope Six Demolition Project was tot voor kort immers het laatste reguliere wapenfeit van de Britse muzikante, die vervolgens nog wel een filmsoundtrack en een enorme stapel albums met demo’s uitbracht.
Even leek het er overigens op dat met het uitbrengen van het restmateriaal van al haar eerdere albums de cirkel rond was voor Polly Jean Harvey. Ze gaf immers zelf aan dat ze niet veel inspiratie meer had voor het schrijven van muziek en zich ging storten op een dichtbundel c.q. roman. Het eerste boek van PJ Harvey, Orlam, verscheen vorig jaar en kon rekenen op positieve recensies, al was het door het gebruik van het dialect van de regio Dorset, waarin PJ Harvey is opgegroeid, zeker geen lichte kost.
PJ Harvey was na het voltooien van haar eerste boek van plan om Orlam naar het toneel te brengen, maar uiteindelijk kroop het bloed toch waar het niet gaan kan en begon de Britse muzikante maar weer aan een nieuw album. Het deze week verschenen I Inside The Old Year Dying werd gemaakt met vaste producers en muzikale kompanen John Parish en Flood en gaat verder waar het boek van PJ Harvey vorig jaar ophield.
Na albums over oude oorlogen in het Verenigd Koninkrijk (Let England Shake) en nieuwere oorlogen wereldwijd (The Hope Six Demolition Project) richt PJ Harvey zich nu op Dorset, de Britse regio waar ze opgroeide en die ook centraal stond in haar boek. Qua thematiek is I Inside The Old Year Dying een totaal ander album dan zijn twee voorgangers en ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van PJ Harvey niet te vergelijken met de twee albums die er aan vooraf gingen.
De meeste songs op het nieuwe album van de Britse muzikante zijn ingetogen, maar hier en daar wordt wat meer elektronica ingezet om de songs van PJ Harvey in te kleuren en aan het eind volgt er toch ook nog een uitbarsting. I Inside The Old Year Dying klinkt, ondanks de aanwezigheid van de inmiddels vertrouwde John Parish en Flood en de flarden van een jonge PJ Harvey die met enige regelmaat opduiken, weer anders dan alle voorgaande albums van Polly Jean Harvey, maar ik hoor de grootste verschillen in de zang.
PJ Harvey zingt op I Inside The Old Year Dying hoger en expressiever dan we van haar gewend zijn en ze gebruikt haar stem bovendien meer als een instrument dan in het verleden. Het is misschien even wennen, maar ook het nieuwe album van PJ Harvey is weer een album waarop steeds meer op zijn plek valt. Het album heeft hier wel tijd voor nodig, want I Inside The Old Year Dying is zeker niet het makkelijkste album van de Britse muzikante.
De instrumentatie is misschien betrekkelijk ingetogen en vaak wat folky, maar de nieuwe songs van PJ Harvey zitten vrij complex in elkaar, zeker wanneer lagen gitaren worden gecombineerd met lagen elektronica. De complexiteit wordt versterkt door de bijzondere zang op het album en door de soms onnavolgbare teksten, waarin ook zo nu en dan het Dorset dialect wordt ingezet.
Waar de vorige albums van PJ Harvey wat ruwer en aardser waren, is I Inside The Old Year Dying voorzien van een bijzondere en vaak wat mysterieuze sfeer, die er aan de ene kant voor zorgt dat het album zich slechts langzaam opdringt, maar er op hetzelfde moment voor zorgt dat ook dit PJ Harvey album weer hopeloos intrigeert. Erwin Zijleman
PJ Harvey - Is This Desire? - Demos (2021)

4,0
0
geplaatst: 5 februari 2021, 12:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Is This Desire - Demos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Is This Desire - Demos
Het kunstje is na de vorige releases bekend, maar ook de demo’s van PJ Harvey’s Is This Desire? grijpen je weer makkelijk bij de strot met uiterst sobere en prachtig ruwe klanken en vocalen
PJ Harvey mag van mij weer eens een echt nieuw album uitbrengen, maar ook haar albums met demo’s van haar oude albums zijn zeer de moeite waard. Ze begon vorig jaar bij haar debuut en is inmiddels aangeland bij album nummer vier. Is This Desire? leek in 1998 wat tegen te vallen, maar doet inmiddels niet onder voor de andere albums van de Britse muzikante. Ook de demoversies van de songs op het album spreken weer zeer tot de verbeelding. Rauw en puur, ontdaan van alle opsmuk en voorzien van flink wat extra lading. Geen alternatief voor de originele versies van de songs, wel een mooie aanvulling. En er komen nog wat bijzondere series demo’s aan.
The Hope Six Demolition Project uit 2016 is het laatste reguliere studioalbum van de Britse muzikante PJ Harvey en inmiddels dus bijna vijf jaar oud. In 2019 verscheen nog wel de soundtrack bij de film All About Eve, die ik eerlijk gezegd nooit heb beluisterd, en verder is PJ Harvey het afgelopen jaar druk bezig geweest met het uitgeven van albums met demoversies van de songs van haar eerste albums.
De Britse muzikante houdt hierbij grotendeels vast aan de volgorde waarin de originele albums zijn verschenen, want vorig jaar verschenen de demo’s van Dry uit 1992 en To Bring You My Love uit 1995. Rid Of Me uit 1993 werd vorig jaar overgeslagen, maar de demo’s van dat album werden ruim 15 jaar geleden al eens uitgebracht als 4-Track Demos.
Dit jaar gaat PJ Harvey vrolijk verder met het uitbrengen van albums met demoversies van de songs van haar reguliere albums, waardoor het later deze maand tijd is voor de ruwe versies van de songs van mijn favoriete PJ Harvey album, Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000. Twee jaar voor dit album verscheen Is This Desire? en dat album is deze week aan de beurt.
Nu is het uitbrengen van demo’s wat mij betreft meestal een wat overbodige exercitie. Leuk op een luxe of superdeluxe editie van een album, maar ook niet meer dan dat. Het los uitbrengen van albums met demoversies van songs leek me op voorhand totaal overbodig, maar de albums die PJ Harvey vorig jaar uitbracht waren absoluut de moeite waard, al had ik het chiquer gevonden als de Britse muzikante ze had toegevoegd aan een gunstig geprijsde reissue van het originele album.
Ook de reissue van de reguliere versie van Is This Desire? is deze week verschenen, maar iedereen die ook de demoversies van de songs wil horen zal nogmaals in de buidel moeten tasten, of genoegen moeten nemen met de versie die op de streaming media diensten is te horen.
Is This Desire? was in 1998 het vierde reguliere album van PJ Harvey en verscheen na het in 1986 uitgebrachte Dance Hall at Louse Point dat de Britse muzikante samen met producer John Parish maakte. Is This Desire? kreeg wat minder positieve recensies dan zijn drie voorgangers, maar heeft zich langzaam maar zeker ontwikkeld tot een uitstekend album.
Het is betrekkelijk rauw en sober album, maar dat het nog een stuk rauwer en soberder kan is te horen op Is This Desire? - Demos. De demoversies van de songs die uiteindelijk op het album terecht kwamen zijn tot op het bot uitgekleed en zeer ruw. Alle versiersels zijn verdwenen en alleen de essentie is overgebleven.
Het pakte vorig jaar verrassend goed uit op de albums met de demo’s van Dry en To Bring You My Love en het pakt ook op de nu verschenen demo’s van Is This Desire? geweldig uit. De sobere versies van de songs zijn voorzien van een bijzondere lading en intimiteit, waardoor de imperfecties er al snel niet meer toe doen en je je zelfs verheugt op schoonheidsfoutjes in de instrumentatie en een ruwe uithaal in de vocalen.
Het is zeker niet zo dat het originele album overbodig wordt door de demoversies van de songs, maar deze ruwe demo’s vormen zeker een mooie aanvulling op de originelen. Zo mooi dat je bijna kunt begrijpen dat PJ Harvey ze als apart album uitbrengt. Op naar Stories From The City, Stories From The Sea - Demos. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Is This Desire - Demos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Is This Desire - Demos
Het kunstje is na de vorige releases bekend, maar ook de demo’s van PJ Harvey’s Is This Desire? grijpen je weer makkelijk bij de strot met uiterst sobere en prachtig ruwe klanken en vocalen
PJ Harvey mag van mij weer eens een echt nieuw album uitbrengen, maar ook haar albums met demo’s van haar oude albums zijn zeer de moeite waard. Ze begon vorig jaar bij haar debuut en is inmiddels aangeland bij album nummer vier. Is This Desire? leek in 1998 wat tegen te vallen, maar doet inmiddels niet onder voor de andere albums van de Britse muzikante. Ook de demoversies van de songs op het album spreken weer zeer tot de verbeelding. Rauw en puur, ontdaan van alle opsmuk en voorzien van flink wat extra lading. Geen alternatief voor de originele versies van de songs, wel een mooie aanvulling. En er komen nog wat bijzondere series demo’s aan.
The Hope Six Demolition Project uit 2016 is het laatste reguliere studioalbum van de Britse muzikante PJ Harvey en inmiddels dus bijna vijf jaar oud. In 2019 verscheen nog wel de soundtrack bij de film All About Eve, die ik eerlijk gezegd nooit heb beluisterd, en verder is PJ Harvey het afgelopen jaar druk bezig geweest met het uitgeven van albums met demoversies van de songs van haar eerste albums.
De Britse muzikante houdt hierbij grotendeels vast aan de volgorde waarin de originele albums zijn verschenen, want vorig jaar verschenen de demo’s van Dry uit 1992 en To Bring You My Love uit 1995. Rid Of Me uit 1993 werd vorig jaar overgeslagen, maar de demo’s van dat album werden ruim 15 jaar geleden al eens uitgebracht als 4-Track Demos.
Dit jaar gaat PJ Harvey vrolijk verder met het uitbrengen van albums met demoversies van de songs van haar reguliere albums, waardoor het later deze maand tijd is voor de ruwe versies van de songs van mijn favoriete PJ Harvey album, Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000. Twee jaar voor dit album verscheen Is This Desire? en dat album is deze week aan de beurt.
Nu is het uitbrengen van demo’s wat mij betreft meestal een wat overbodige exercitie. Leuk op een luxe of superdeluxe editie van een album, maar ook niet meer dan dat. Het los uitbrengen van albums met demoversies van songs leek me op voorhand totaal overbodig, maar de albums die PJ Harvey vorig jaar uitbracht waren absoluut de moeite waard, al had ik het chiquer gevonden als de Britse muzikante ze had toegevoegd aan een gunstig geprijsde reissue van het originele album.
Ook de reissue van de reguliere versie van Is This Desire? is deze week verschenen, maar iedereen die ook de demoversies van de songs wil horen zal nogmaals in de buidel moeten tasten, of genoegen moeten nemen met de versie die op de streaming media diensten is te horen.
Is This Desire? was in 1998 het vierde reguliere album van PJ Harvey en verscheen na het in 1986 uitgebrachte Dance Hall at Louse Point dat de Britse muzikante samen met producer John Parish maakte. Is This Desire? kreeg wat minder positieve recensies dan zijn drie voorgangers, maar heeft zich langzaam maar zeker ontwikkeld tot een uitstekend album.
Het is betrekkelijk rauw en sober album, maar dat het nog een stuk rauwer en soberder kan is te horen op Is This Desire? - Demos. De demoversies van de songs die uiteindelijk op het album terecht kwamen zijn tot op het bot uitgekleed en zeer ruw. Alle versiersels zijn verdwenen en alleen de essentie is overgebleven.
Het pakte vorig jaar verrassend goed uit op de albums met de demo’s van Dry en To Bring You My Love en het pakt ook op de nu verschenen demo’s van Is This Desire? geweldig uit. De sobere versies van de songs zijn voorzien van een bijzondere lading en intimiteit, waardoor de imperfecties er al snel niet meer toe doen en je je zelfs verheugt op schoonheidsfoutjes in de instrumentatie en een ruwe uithaal in de vocalen.
Het is zeker niet zo dat het originele album overbodig wordt door de demoversies van de songs, maar deze ruwe demo’s vormen zeker een mooie aanvulling op de originelen. Zo mooi dat je bijna kunt begrijpen dat PJ Harvey ze als apart album uitbrengt. Op naar Stories From The City, Stories From The Sea - Demos. Erwin Zijleman
PJ Harvey - Stories from the City, Stories from the Sea - Demos (2021)

4,0
0
geplaatst: 5 maart 2021, 13:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Stories From The City, Stories From The Sea - Demos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Stories From The City, Stories From The Sea - Demos
PJ Harvey strooit het afgelopen jaar driftig met demo’s en ook de demo’s van haar album Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000 klinken weer ruw, urgent en interessant
Er zijn niet veel albums met demo’s die ik echt interessant vind, maar die van PJ Harvey weten me keer op keer te verrassen. We zijn inmiddels aanbeland bij Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000 en dat is mijn favoriete PJ Harvey album. Het is een album waarop de Britse muzikante koos voor een wat verzorgder of zelfs gepolijster geluid, maar dat hoor je niet in de demo versies die net als de vorige keren ruw en elementair zijn. Het vraagt heel wat van de muzikant en de songs om ook in deze ruwe vorm interessant en relevant te blijven, maar PJ Harvey slaagt daar ook met deze serie demo’s weer glansrijk in.
De releases met demo’s van de albums van PJ Harvey volgen elkaar in rap tempo op, waardoor het punt van verzadiging wat mij betreft dichtbij komt. Zover is het echter nog niet, al is het maar omdat deze week de demo’s van mijn favoriete PJ Harvey album zijn verschenen.
Stories From The City, Stories From The Sea verscheen in 2000, volgde op het wat mij betreft net wat zwakkere Is This Desire? en zou gevolgd worden door een stilte van bijna vier jaar. Stories From The City, Stories From The Sea liet zich inspireren door een verblijf in New York en het huis van PJ Harvey op het Britse platteland en wordt wel het meest gepolijste album van de Britse muzikante genoemd of het album waarmee ze de sprong naar een groot publiek wilde wagen.
Dat zijn beweringen met een wat negatieve ondertoon, maar ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de stappen die PJ Harvey zette op haar vijfde studioalbum (het album met John Parish niet meegerekend).
Voor een ieder die het album ruim 20 jaar geleden wat te gepolijst vond klinken zijn de deze week verschenen demo’s mogelijk interessant. In deze demo’s is er immers niet veel over van het voor PJ Harvey begrippen gepolijste geluid op het originele album.
Net als op veel van de vorige albums met demo’s horen we op Stories From The City, Stories From The Sea - Demos vooral de stem van de Britse muzikante en gitaren, al zijn er ook wat anders maar nog altijd Spartaans ingekleurde songs. De gitaren klinken dit keer net wat verzorgder dan op de eerder verschenen demo’s, maar de zang is nog altijd heerlijk rauw.
Stories From The City, Stories From The Sea - Demos laat een aantal dingen horen. Allereerst valt op dat de ruwe demo’s van het album uit 2000 niet al teveel afwijken van de eerder uitgebrachte demo’s, wat fraai illustreert hoe belangrijk de instrumentatie en de productie zijn voor de wijze waarop een album wordt ervaren. Hiernaast laat ook deze serie demo’s weer horen hoe goed de songs van PJ Harvey zijn, wat ook de kwaliteit van de demo’s ten goede komt.
Verzameling demo’s vind ik over het algemeen genomen niet zo heel interessant, maar die van PJ Harvey knallen ook dit keer weer uit de speakers en komen keihard aan. De release van Stories From The City, Stories From The Sea - Demos heeft er bij mij bovendien voor gezorgd dat het originele album weer wat vaker uit de kast is gekomen en wat blijft het een goed album, zeker als ook Radiohead’s Thom Yorke aanschuift.
Net als de vorige keren zijn echter ook de demo’s zeer de moeite waard. Het zijn demo’s die urgent klinken en die absoluut iets toevoegen aan de versies die uiteindelijk op het album terecht kwamen. Ik ga er van uit dat de serie demo’s wordt vervolgd met de demo’s van Uh Huh Her uit 2004, al heb ik er nog geen datum voor gezien. Ook een ijzersterk album, al bereikte PJ Harvey wat mij betreft haar creatieve piek met Stories From The City, Stories From The Sea. Kan voor de demo’s weer helemaal anders liggen natuurlijk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: PJ Harvey - Stories From The City, Stories From The Sea - Demos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
PJ Harvey - Stories From The City, Stories From The Sea - Demos
PJ Harvey strooit het afgelopen jaar driftig met demo’s en ook de demo’s van haar album Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000 klinken weer ruw, urgent en interessant
Er zijn niet veel albums met demo’s die ik echt interessant vind, maar die van PJ Harvey weten me keer op keer te verrassen. We zijn inmiddels aanbeland bij Stories From The City, Stories From The Sea uit 2000 en dat is mijn favoriete PJ Harvey album. Het is een album waarop de Britse muzikante koos voor een wat verzorgder of zelfs gepolijster geluid, maar dat hoor je niet in de demo versies die net als de vorige keren ruw en elementair zijn. Het vraagt heel wat van de muzikant en de songs om ook in deze ruwe vorm interessant en relevant te blijven, maar PJ Harvey slaagt daar ook met deze serie demo’s weer glansrijk in.
De releases met demo’s van de albums van PJ Harvey volgen elkaar in rap tempo op, waardoor het punt van verzadiging wat mij betreft dichtbij komt. Zover is het echter nog niet, al is het maar omdat deze week de demo’s van mijn favoriete PJ Harvey album zijn verschenen.
Stories From The City, Stories From The Sea verscheen in 2000, volgde op het wat mij betreft net wat zwakkere Is This Desire? en zou gevolgd worden door een stilte van bijna vier jaar. Stories From The City, Stories From The Sea liet zich inspireren door een verblijf in New York en het huis van PJ Harvey op het Britse platteland en wordt wel het meest gepolijste album van de Britse muzikante genoemd of het album waarmee ze de sprong naar een groot publiek wilde wagen.
Dat zijn beweringen met een wat negatieve ondertoon, maar ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de stappen die PJ Harvey zette op haar vijfde studioalbum (het album met John Parish niet meegerekend).
Voor een ieder die het album ruim 20 jaar geleden wat te gepolijst vond klinken zijn de deze week verschenen demo’s mogelijk interessant. In deze demo’s is er immers niet veel over van het voor PJ Harvey begrippen gepolijste geluid op het originele album.
Net als op veel van de vorige albums met demo’s horen we op Stories From The City, Stories From The Sea - Demos vooral de stem van de Britse muzikante en gitaren, al zijn er ook wat anders maar nog altijd Spartaans ingekleurde songs. De gitaren klinken dit keer net wat verzorgder dan op de eerder verschenen demo’s, maar de zang is nog altijd heerlijk rauw.
Stories From The City, Stories From The Sea - Demos laat een aantal dingen horen. Allereerst valt op dat de ruwe demo’s van het album uit 2000 niet al teveel afwijken van de eerder uitgebrachte demo’s, wat fraai illustreert hoe belangrijk de instrumentatie en de productie zijn voor de wijze waarop een album wordt ervaren. Hiernaast laat ook deze serie demo’s weer horen hoe goed de songs van PJ Harvey zijn, wat ook de kwaliteit van de demo’s ten goede komt.
Verzameling demo’s vind ik over het algemeen genomen niet zo heel interessant, maar die van PJ Harvey knallen ook dit keer weer uit de speakers en komen keihard aan. De release van Stories From The City, Stories From The Sea - Demos heeft er bij mij bovendien voor gezorgd dat het originele album weer wat vaker uit de kast is gekomen en wat blijft het een goed album, zeker als ook Radiohead’s Thom Yorke aanschuift.
Net als de vorige keren zijn echter ook de demo’s zeer de moeite waard. Het zijn demo’s die urgent klinken en die absoluut iets toevoegen aan de versies die uiteindelijk op het album terecht kwamen. Ik ga er van uit dat de serie demo’s wordt vervolgd met de demo’s van Uh Huh Her uit 2004, al heb ik er nog geen datum voor gezien. Ook een ijzersterk album, al bereikte PJ Harvey wat mij betreft haar creatieve piek met Stories From The City, Stories From The Sea. Kan voor de demo’s weer helemaal anders liggen natuurlijk. Erwin Zijleman
PJ Harvey - The Hope Six Demolition Project (2016)

4,5
0
geplaatst: 19 april 2016, 16:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PJ Harvey - The Hope Six Demolition Project - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is zo langzamerhand een bijzonder indrukwekkend stapeltje platen dat Polly Jean Harvey op haar naam heeft staan.
De Britse muzikante debuteerde in 1992 met het imponerende Dry en weet het hoge niveau van haar debuut op vrijwel alle sindsdien verschenen platen te benaderen of zelfs te overtreffen.
Het is razend knap dat PJ Harvey inmiddels bijna 25 jaar platen maakt die er toe doen, maar het zijn ook nog eens platen die bijna allemaal anders klinken.
Dat geldt voor een belangrijk deel ook weer voor het onlangs verschenen The Hope Six Demolition Project, dat de opvolger is van het uitstekende Let England Shake, dat in 2011 de meeste jaarlijstjes wist te halen.
Op Let England Shake vond PJ Harvey haar inspiratie in het oorlogsverleden van haar vaderland. Dit keer liet de Britse muzikante zich inspireren door de oorlogsgebieden of achterstandsgebieden uit het heden. PJ Harvey trok voor het maken van een documentaire naar Kosovo, Afghanistan en een achterstandswijk in Washington D.C. en verwerkte alle beelden in een indrukwekkende serie songs.
De thematiek is anders dan op zijn voorganger, maar in muzikaal opzicht is The Hope Six Demolition Project niet eens zo heel ver verwijderd van deze zo bejubelde voorganger. PJ Harvey is er de afgelopen 25 jaar in geslaagd om een geluid te ontwikkelen dat eigenlijk niet in een hokje is te duwen. Zeer uiteenlopende invloeden zijn samengesmeed in een geluid dat rauw kan rocken, maar ook bijna pastoraal kan klinken. Er is sinds Dry eigenlijk maar één ding gebleven en dat is de enorme urgentie die de muziek van PJ Harvey uitstraalt en soms uitschreeuwt.
Vergeleken met zijn voorganger bevat The Hope Six Demolition Project wat meer invloeden uit de Amerikaanse muziek. Nog steeds duidelijk hoorbare invloeden uit de Britse folk worden gecombineerd met rauwe (potten en pannen) blues, die af en toe de kant op schiet van Tom Waits, al klinkt PJ Harvey (gelukkig) totaal anders.
The Hope Six Demolition Project is wel een plaat waar je de tijd voor moet nemen en die je zeer intensief moet beluisteren. Toen ik de plaat voor het eerst uit de speakers liet komen vond ik het allemaal wat vlak, maar zeker met de koptelefoon openbaart zich een plaat die steeds harder aankomt en ook steeds meer moois laat horen.
PJ Harvey laat zich ook dit keer bijstaan door gelouterde krachten als John Parish, Mick Harvey en Flood en ze hebben er weer een kunststukje van gemaakt. The Hope Six Demolition Project is door de thematiek een aardedonkere plaat, maar het is ook een plaat vol wonderschone songs. Als de saxofoon mag ronken krijgt ook David Bowie een bedoeld of onbedoeld eerbetoon en is duidelijk dat PJ Harvey haar oeuvre wederom heeft verrijkt met een plaat van een niveau dat voor de meeste muzikanten onbereikbaar zal blijven. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: PJ Harvey - The Hope Six Demolition Project - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is zo langzamerhand een bijzonder indrukwekkend stapeltje platen dat Polly Jean Harvey op haar naam heeft staan.
De Britse muzikante debuteerde in 1992 met het imponerende Dry en weet het hoge niveau van haar debuut op vrijwel alle sindsdien verschenen platen te benaderen of zelfs te overtreffen.
Het is razend knap dat PJ Harvey inmiddels bijna 25 jaar platen maakt die er toe doen, maar het zijn ook nog eens platen die bijna allemaal anders klinken.
Dat geldt voor een belangrijk deel ook weer voor het onlangs verschenen The Hope Six Demolition Project, dat de opvolger is van het uitstekende Let England Shake, dat in 2011 de meeste jaarlijstjes wist te halen.
Op Let England Shake vond PJ Harvey haar inspiratie in het oorlogsverleden van haar vaderland. Dit keer liet de Britse muzikante zich inspireren door de oorlogsgebieden of achterstandsgebieden uit het heden. PJ Harvey trok voor het maken van een documentaire naar Kosovo, Afghanistan en een achterstandswijk in Washington D.C. en verwerkte alle beelden in een indrukwekkende serie songs.
De thematiek is anders dan op zijn voorganger, maar in muzikaal opzicht is The Hope Six Demolition Project niet eens zo heel ver verwijderd van deze zo bejubelde voorganger. PJ Harvey is er de afgelopen 25 jaar in geslaagd om een geluid te ontwikkelen dat eigenlijk niet in een hokje is te duwen. Zeer uiteenlopende invloeden zijn samengesmeed in een geluid dat rauw kan rocken, maar ook bijna pastoraal kan klinken. Er is sinds Dry eigenlijk maar één ding gebleven en dat is de enorme urgentie die de muziek van PJ Harvey uitstraalt en soms uitschreeuwt.
Vergeleken met zijn voorganger bevat The Hope Six Demolition Project wat meer invloeden uit de Amerikaanse muziek. Nog steeds duidelijk hoorbare invloeden uit de Britse folk worden gecombineerd met rauwe (potten en pannen) blues, die af en toe de kant op schiet van Tom Waits, al klinkt PJ Harvey (gelukkig) totaal anders.
The Hope Six Demolition Project is wel een plaat waar je de tijd voor moet nemen en die je zeer intensief moet beluisteren. Toen ik de plaat voor het eerst uit de speakers liet komen vond ik het allemaal wat vlak, maar zeker met de koptelefoon openbaart zich een plaat die steeds harder aankomt en ook steeds meer moois laat horen.
PJ Harvey laat zich ook dit keer bijstaan door gelouterde krachten als John Parish, Mick Harvey en Flood en ze hebben er weer een kunststukje van gemaakt. The Hope Six Demolition Project is door de thematiek een aardedonkere plaat, maar het is ook een plaat vol wonderschone songs. Als de saxofoon mag ronken krijgt ook David Bowie een bedoeld of onbedoeld eerbetoon en is duidelijk dat PJ Harvey haar oeuvre wederom heeft verrijkt met een plaat van een niveau dat voor de meeste muzikanten onbereikbaar zal blijven. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
PJ Morton - Gumbo (2017)

4,0
0
geplaatst: 19 december 2017, 13:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PJ Morton - Gumbo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Sinds enige tijd kiest Spotify na het afspelen van een album automatisch voor een volgend album. Ik heb begrepen dat dit door velen als irritant wordt ervaren, maar zelf vind ik het wel grappig en soms zelfs handig.
Vaak kiest Spotify overigens voor een ander album van de uitgekozen artiest of voor iets dat ik al eerder heb beluisterd en dat in de buurt ligt van de plaat die ik net heb beluisterd, maar af en toe tovert Spotify een echte verrassing uit de hoge hoed.
Gumbo van PJ Morton is zo’n echte verrassing. PJ Morton maakt deel uit van de band Maroon 5 waarin hij de keyboards bespeelt, maar heeft ook al een respectabel soloplaten op zijn naam staan. Gumbo is mijn eerste kennismaking met de muziek van PJ Morton en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt.
PJ Morton maakt op Gumbo geen geheim van zijn inspiratiebronnen. Met name Stevie Wonder heeft heel veel invloed gehad op de muziek van de Amerikaanse muzikant, maar Gumbo is ook zeker beïnvloed door het funky werk van Prince, heeft raakvlakken met de moderne soulmuziek van John Legend en al zijn soortgenoten en is bovendien voorzien van een stevige jazz injectie.
PJ Morton voegt ook nog een eigen draai toe aan alle genoemde invloeden en heeft Gumbo voorzien van bijzondere elektronische klanken, smaakvolle arrangementen, spannende ritmes en vele verrassende wendingen.
Invloeden uit het rijke oeuvre van Stevie Wonder hoor je terug in de knap in elkaar stekende songs, maar PJ Morton beschikt ook nog eens over een stem die dicht tegen die van Stevie Wonder aan zit. Met Prince heeft PJ Morton niet alleen het goede gevoel voor broeierige en lekker in het gehoor liggende popsongs gemeen, maar ook het vermogen om buiten de lijntjes te kleuren en steeds weer net wat andere kanten op te schieten.
Het maakt van de beluistering van Gumbo een even aangename als fascinerende luistertrip. Op Gumbo bouwt PJ Morton een feestje, maar prikkelt hij ook constant de fantasie met songs die een niet alledaagse invulling geven aan soul, jazz, R&B, hiphop en funk.
Het leverde PJ Morton in de Verenigde Staten een Grammy nominatie op, maar in Nederland heeft Gumbo helaas maar weinig gedaan. Zeker nu Prince niet meer onder ons is, is de muziek van PJ Morton echter een zeer welkome aanvulling op de standaard soul en R&B die tot ons komt.
Dat PJ Morton volledig overeind blijft wanneer hij zich aan het eind van de plaat vergrijpt aan How Deep Is Your Love van de Bee Gees (en de track slim voorziet van een vleugje hiphop) is veelzeggend. Zonder Spotify was ik waarschijnlijk nooit bij Gumbo van PJ Morton uit gekomen, maar dit is absoluut een plaat die aandacht verdient en die bovendien over de potentie beschikt om nog een flinke tijd door te groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: PJ Morton - Gumbo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Sinds enige tijd kiest Spotify na het afspelen van een album automatisch voor een volgend album. Ik heb begrepen dat dit door velen als irritant wordt ervaren, maar zelf vind ik het wel grappig en soms zelfs handig.
Vaak kiest Spotify overigens voor een ander album van de uitgekozen artiest of voor iets dat ik al eerder heb beluisterd en dat in de buurt ligt van de plaat die ik net heb beluisterd, maar af en toe tovert Spotify een echte verrassing uit de hoge hoed.
Gumbo van PJ Morton is zo’n echte verrassing. PJ Morton maakt deel uit van de band Maroon 5 waarin hij de keyboards bespeelt, maar heeft ook al een respectabel soloplaten op zijn naam staan. Gumbo is mijn eerste kennismaking met de muziek van PJ Morton en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt.
PJ Morton maakt op Gumbo geen geheim van zijn inspiratiebronnen. Met name Stevie Wonder heeft heel veel invloed gehad op de muziek van de Amerikaanse muzikant, maar Gumbo is ook zeker beïnvloed door het funky werk van Prince, heeft raakvlakken met de moderne soulmuziek van John Legend en al zijn soortgenoten en is bovendien voorzien van een stevige jazz injectie.
PJ Morton voegt ook nog een eigen draai toe aan alle genoemde invloeden en heeft Gumbo voorzien van bijzondere elektronische klanken, smaakvolle arrangementen, spannende ritmes en vele verrassende wendingen.
Invloeden uit het rijke oeuvre van Stevie Wonder hoor je terug in de knap in elkaar stekende songs, maar PJ Morton beschikt ook nog eens over een stem die dicht tegen die van Stevie Wonder aan zit. Met Prince heeft PJ Morton niet alleen het goede gevoel voor broeierige en lekker in het gehoor liggende popsongs gemeen, maar ook het vermogen om buiten de lijntjes te kleuren en steeds weer net wat andere kanten op te schieten.
Het maakt van de beluistering van Gumbo een even aangename als fascinerende luistertrip. Op Gumbo bouwt PJ Morton een feestje, maar prikkelt hij ook constant de fantasie met songs die een niet alledaagse invulling geven aan soul, jazz, R&B, hiphop en funk.
Het leverde PJ Morton in de Verenigde Staten een Grammy nominatie op, maar in Nederland heeft Gumbo helaas maar weinig gedaan. Zeker nu Prince niet meer onder ons is, is de muziek van PJ Morton echter een zeer welkome aanvulling op de standaard soul en R&B die tot ons komt.
Dat PJ Morton volledig overeind blijft wanneer hij zich aan het eind van de plaat vergrijpt aan How Deep Is Your Love van de Bee Gees (en de track slim voorziet van een vleugje hiphop) is veelzeggend. Zonder Spotify was ik waarschijnlijk nooit bij Gumbo van PJ Morton uit gekomen, maar dit is absoluut een plaat die aandacht verdient en die bovendien over de potentie beschikt om nog een flinke tijd door te groeien. Erwin Zijleman
Plains - I Walked with You a Ways (2022)

4,5
1
geplaatst: 15 oktober 2022, 10:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Plains - I Walked With You A Ways - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Plains - I Walked With You A Ways
Touren zat er door de coronapandemie even niet in voor Katie Crutchfield en Jess Williamson, die daarom als het gelegenheidsduo Plains maar een bijzonder fraai countryalbum vol geweldige harmonieën maakten
Ik heb zowel Katie Crutchfield, beter bekend als Waxahatchee, als Jess Williamson hoog zitten, maar I Walked With You A Ways, het debuutalbum van Plains, heeft mijn toch hoge verwachtingen makkelijk overtroffen. Beide singer-songwriters zijn als solomuzikant behoorlijk veelzijdig, maar als Plains omarmen Katie Crutchfield en Jess Williamson vooral de countrymuziek. Producer Brad Cook heeft samen met een aantal gelouterde muzikanten gezorgd voor een mooi en intiem rootsgeluid, waarna de twee singer-songwriters uit het diepe zuiden van de VS alleen maar de sterren van de hemel hoefden te zingen. En dat doen ze. En hoe. Verrassend sterk album.
Plains is een gelegenheidsduo dat bestaat uit de Amerikaanse singer-songwriters Katie Crutchfield uit Alabama en Jess Williamson uit Texas. Katie Crutchfield maakte als Waxahatchee vijf uitstekende albums, waarvan het in 2020 verschenen Saint Cloud wat mij betreft de beste is. Het album haalde uiteindelijk zelfs de top vijf van mijn jaarlijstje over 2020 en is sindsdien nog wat plaatsen gestegen ook. Jess Williamson bracht in hetzelfde jaar het uitstekende Sorceress uit, al sla ik Cosmic Wink uit 2018, ook al een album dat mijn jaarlijstje haalde, nog net wat hoger aan.
Beide singer-songwriters hadden na de release van hun laatste albums in de lente van 2020 grootse plannen om op tournee te gaan, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Een gedeelde liefde voor countrymuziek bracht Katie Crutchfield en Jess Williamson bij elkaar en heeft uiteindelijk geleid tot het debuutalbum van Plains.
De muziek van Plains omarmt de door beiden geliefde countrymuziek stevig en klinkt duidelijk anders dan de muziek die Katie Crutchfield en Jess Williamson in hun uppie maken. Het veelzijdige geluid van zowel Waxahatchee als Jess Williamson is op I Walked With You A Ways verruild voor een wat eenvormiger geluid dat inderdaad vooral invloeden uit de countrymuziek bevat.
Het debuutalbum van Plains werd gemaakt met multi-instrumentalist en producer Brad Cook, die overigens ook het prachtige Saint Cloud van Waxahatchee produceerde. Brad Cook haalde zijn broer en eveneens multi-instrumentalist Phil Cook naar de studio en deed verder een beroep op prima muzikanten als drummer Spencer Tweedy, violist Libby Rodenbough en gitarist Alex Farrar in zijn studio in Durham, North Carolina.
Katie Crutchfield en Jess Williamson zijn met hun akoestische gitaar te horen op het album, maar mogen vooral schitteren als zangeres. I Walked With You A Ways heeft zich zoals gezegd vooral laten beïnvloeden door oude countrymuziek, maar het debuutalbum van Plains klinkt naast authentiek ook zeker eigentijds. Brad Cook heeft het debuutalbum van het gelegenheidsduo sfeervol en betrekkelijk ingetogen ingekleurd, met een hoofdrol voor vaak fraai en meestal subtiel snarenwerk.
Het meeste vuurwerk komt echter van de stemmen van Katie Crutchfield en Jess Williamson, die individueel prachtig klinken, maar elkaar ook op bijzonder fraaie maar ook eigenzinnige wijze versterken. Het vooral door country beïnvloede geluid is de twee op het lijf geschreven, waardoor I Walked With You A Ways me onmiddellijk te pakken had.
Het is een album dat vervolgens alleen maar mooier wordt, want zowel de zeer sfeervolle instrumentatie als de prachtige zang op het album winnen nog lang aan kracht, met de wonderschone harmonieën van Katie Crutchfield en Jess Williamson als kers op de taart. We zijn wanneer het gaat om harmonieën natuurlijk behoorlijk verwend in dit genre, maar de harmonieën van Plains zijn niet alleen met grote regelmaat goed voor kippenvel, maar klinken ook bijzonder.
Ik ga er van uit dat Katie Crutchfield en Jess Williamson na het debuutalbum van Plains weer gewoon aan de slag gaan met hun eigen carrières en dat is ook iets om naar uit te kijken, maar I Walked With You A Ways is echt veel meer dan een tussendoortje en schreeuwt wat mij betreft om een vervolg. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Plains - I Walked With You A Ways - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Plains - I Walked With You A Ways
Touren zat er door de coronapandemie even niet in voor Katie Crutchfield en Jess Williamson, die daarom als het gelegenheidsduo Plains maar een bijzonder fraai countryalbum vol geweldige harmonieën maakten
Ik heb zowel Katie Crutchfield, beter bekend als Waxahatchee, als Jess Williamson hoog zitten, maar I Walked With You A Ways, het debuutalbum van Plains, heeft mijn toch hoge verwachtingen makkelijk overtroffen. Beide singer-songwriters zijn als solomuzikant behoorlijk veelzijdig, maar als Plains omarmen Katie Crutchfield en Jess Williamson vooral de countrymuziek. Producer Brad Cook heeft samen met een aantal gelouterde muzikanten gezorgd voor een mooi en intiem rootsgeluid, waarna de twee singer-songwriters uit het diepe zuiden van de VS alleen maar de sterren van de hemel hoefden te zingen. En dat doen ze. En hoe. Verrassend sterk album.
Plains is een gelegenheidsduo dat bestaat uit de Amerikaanse singer-songwriters Katie Crutchfield uit Alabama en Jess Williamson uit Texas. Katie Crutchfield maakte als Waxahatchee vijf uitstekende albums, waarvan het in 2020 verschenen Saint Cloud wat mij betreft de beste is. Het album haalde uiteindelijk zelfs de top vijf van mijn jaarlijstje over 2020 en is sindsdien nog wat plaatsen gestegen ook. Jess Williamson bracht in hetzelfde jaar het uitstekende Sorceress uit, al sla ik Cosmic Wink uit 2018, ook al een album dat mijn jaarlijstje haalde, nog net wat hoger aan.
Beide singer-songwriters hadden na de release van hun laatste albums in de lente van 2020 grootse plannen om op tournee te gaan, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Een gedeelde liefde voor countrymuziek bracht Katie Crutchfield en Jess Williamson bij elkaar en heeft uiteindelijk geleid tot het debuutalbum van Plains.
De muziek van Plains omarmt de door beiden geliefde countrymuziek stevig en klinkt duidelijk anders dan de muziek die Katie Crutchfield en Jess Williamson in hun uppie maken. Het veelzijdige geluid van zowel Waxahatchee als Jess Williamson is op I Walked With You A Ways verruild voor een wat eenvormiger geluid dat inderdaad vooral invloeden uit de countrymuziek bevat.
Het debuutalbum van Plains werd gemaakt met multi-instrumentalist en producer Brad Cook, die overigens ook het prachtige Saint Cloud van Waxahatchee produceerde. Brad Cook haalde zijn broer en eveneens multi-instrumentalist Phil Cook naar de studio en deed verder een beroep op prima muzikanten als drummer Spencer Tweedy, violist Libby Rodenbough en gitarist Alex Farrar in zijn studio in Durham, North Carolina.
Katie Crutchfield en Jess Williamson zijn met hun akoestische gitaar te horen op het album, maar mogen vooral schitteren als zangeres. I Walked With You A Ways heeft zich zoals gezegd vooral laten beïnvloeden door oude countrymuziek, maar het debuutalbum van Plains klinkt naast authentiek ook zeker eigentijds. Brad Cook heeft het debuutalbum van het gelegenheidsduo sfeervol en betrekkelijk ingetogen ingekleurd, met een hoofdrol voor vaak fraai en meestal subtiel snarenwerk.
Het meeste vuurwerk komt echter van de stemmen van Katie Crutchfield en Jess Williamson, die individueel prachtig klinken, maar elkaar ook op bijzonder fraaie maar ook eigenzinnige wijze versterken. Het vooral door country beïnvloede geluid is de twee op het lijf geschreven, waardoor I Walked With You A Ways me onmiddellijk te pakken had.
Het is een album dat vervolgens alleen maar mooier wordt, want zowel de zeer sfeervolle instrumentatie als de prachtige zang op het album winnen nog lang aan kracht, met de wonderschone harmonieën van Katie Crutchfield en Jess Williamson als kers op de taart. We zijn wanneer het gaat om harmonieën natuurlijk behoorlijk verwend in dit genre, maar de harmonieën van Plains zijn niet alleen met grote regelmaat goed voor kippenvel, maar klinken ook bijzonder.
Ik ga er van uit dat Katie Crutchfield en Jess Williamson na het debuutalbum van Plains weer gewoon aan de slag gaan met hun eigen carrières en dat is ook iets om naar uit te kijken, maar I Walked With You A Ways is echt veel meer dan een tussendoortje en schreeuwt wat mij betreft om een vervolg. Erwin Zijleman
Pocket Knife Army - Forever Counting Sheep (2018)

4,0
0
geplaatst: 17 maart 2018, 15:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pocket Knife Army - Forever Counting Sheep - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan het eind van 2015 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Pocket Knife Army. Het Utrechtse duo intrigeerde op haar debuut met ongrijpbare muziek vol invloeden en vol experiment.
Desirée Coumans en Erwin Tuijl kozen op hun debuut met grote regelmatig voor zwaar aangezette elektronica, maar verrasten ook met intieme passages en met overtuigende zang van eerstgenoemde, die af en toe wel wat deed denken aan Beth Gibbons van Portishead.
Op haar tweede plaat gaat Pocket Knife Army verder waar This Time I’ll Come Out Unharmed ruim twee jaar geleden ophield, maar het duo heeft het de extremen van het debuut nog wat verder uitvergroot.
De batterij elektronica die het duo inzet is op Forever Counting Sheep nog wat imposanter, wat het contrast met de meer ingetogen en organische passages heeft vergroot en de verbindende rol van de vocalen van Desirée Coumans nog belangrijker heeft gemaakt.
Pocket Knife Army kiest ook op haar tweede plaat nadrukkelijk voor het experiment, maar het bijzondere van Forever Counting Sheep is dat experiment en memorabele popsongs elkaar nergens in de weg zitten.
Ik ben niet altijd gek op platen waarop elektronica zo’n belangrijke rol speelt als op Forever Counting Sheep van Pocket Knife Army, maar ben ook dit keer onder de indruk van het geluid van de Nederlandse band. Het is een geluid dat kil en meedogenloos kan klinken, maar de inzet van analoge synths voegt ook warmte toe aan het elektronische geluid.
Het voornamelijk elektronische geluid wordt verder opgewarmd door de inzet van organische klanken en natuurlijk door de bijzondere stem van Desirée Coumans, die ook op de nieuwe plaat van Pocket Knife Army weer laat horen dat ze van vele markten thuis is.
De zang op de plaat heeft ook dit keer raakvlakken met de rokerige en doorleefde vocalen van Portishead’s Beth Gibbons, maar Desirée Coumans verrast ook met aan Kate Bush denkende uithalen, heeft hier en daar wat van het onderkoelde van Amy Lee (die veel te goed was voor Evanescence) en slaagt er verder in om kille elektronica te combineren met een warm en bij vlagen zelfs soulvol geluid, net als Alison Moyet dat ooit deed op het briljante debuut van Yazoo.
Forever Counting Sheep is een conceptplaat en heeft slaapverlamming als centraal thema. Het is een redelijk zeldzame aandoening waarbij de spieren in het lichaam vlak voor het in slaap vallen verlamd raken, wat vaak samen gaat met angsten of hallucinaties. De aandoening die mensen gevangen houdt in de fase tussen slapen en wakker worden, wordt perfect gevangen door de bijzondere sfeer op Forever Counting Sheep.
De plaat heeft een donkere en soms zelfs wat dreigende ondertoon en is absoluut een plaat van de nacht. Het voorziet de toch al zo bijzondere muziek van het Utrechtse duo van een extra dimensie, die de muziek van Pocket Knife Army beeldender maar ook intenser maakt.
Forever Counting Sheep is hierdoor nog wat mooier dan het al zo goede This Time I’ll Come Out Unharmed en is bovendien een plaat die zich bij herhaalde beluistering steeds wat nadrukkelijker opdringt en je gevangen houdt in een bijzonder muzikaal universum, waarin niets vanzelfsprekend is.
Het is een universum waarin je kunt worden verleid door prachtig melodieuze klanken, maar Pocket Knife Army schudt je keer op keer ruw wakker met muziek om bang van te worden.
Hier en daar doet het wel wat denken aan de prachtlaat van Sevdaliza van vorig jaar en dat is een plaat die nogal wat jaarlijstjes haalde. Of Pocket Knife Army het zover gaat schoppen durf ik niet te voorspellen, maar het zou wel terecht zijn. Forever Counting Sheep is immers een prachtplaat die maar aan kracht en verbeelding blijft winnen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pocket Knife Army - Forever Counting Sheep - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aan het eind van 2015 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Pocket Knife Army. Het Utrechtse duo intrigeerde op haar debuut met ongrijpbare muziek vol invloeden en vol experiment.
Desirée Coumans en Erwin Tuijl kozen op hun debuut met grote regelmatig voor zwaar aangezette elektronica, maar verrasten ook met intieme passages en met overtuigende zang van eerstgenoemde, die af en toe wel wat deed denken aan Beth Gibbons van Portishead.
Op haar tweede plaat gaat Pocket Knife Army verder waar This Time I’ll Come Out Unharmed ruim twee jaar geleden ophield, maar het duo heeft het de extremen van het debuut nog wat verder uitvergroot.
De batterij elektronica die het duo inzet is op Forever Counting Sheep nog wat imposanter, wat het contrast met de meer ingetogen en organische passages heeft vergroot en de verbindende rol van de vocalen van Desirée Coumans nog belangrijker heeft gemaakt.
Pocket Knife Army kiest ook op haar tweede plaat nadrukkelijk voor het experiment, maar het bijzondere van Forever Counting Sheep is dat experiment en memorabele popsongs elkaar nergens in de weg zitten.
Ik ben niet altijd gek op platen waarop elektronica zo’n belangrijke rol speelt als op Forever Counting Sheep van Pocket Knife Army, maar ben ook dit keer onder de indruk van het geluid van de Nederlandse band. Het is een geluid dat kil en meedogenloos kan klinken, maar de inzet van analoge synths voegt ook warmte toe aan het elektronische geluid.
Het voornamelijk elektronische geluid wordt verder opgewarmd door de inzet van organische klanken en natuurlijk door de bijzondere stem van Desirée Coumans, die ook op de nieuwe plaat van Pocket Knife Army weer laat horen dat ze van vele markten thuis is.
De zang op de plaat heeft ook dit keer raakvlakken met de rokerige en doorleefde vocalen van Portishead’s Beth Gibbons, maar Desirée Coumans verrast ook met aan Kate Bush denkende uithalen, heeft hier en daar wat van het onderkoelde van Amy Lee (die veel te goed was voor Evanescence) en slaagt er verder in om kille elektronica te combineren met een warm en bij vlagen zelfs soulvol geluid, net als Alison Moyet dat ooit deed op het briljante debuut van Yazoo.
Forever Counting Sheep is een conceptplaat en heeft slaapverlamming als centraal thema. Het is een redelijk zeldzame aandoening waarbij de spieren in het lichaam vlak voor het in slaap vallen verlamd raken, wat vaak samen gaat met angsten of hallucinaties. De aandoening die mensen gevangen houdt in de fase tussen slapen en wakker worden, wordt perfect gevangen door de bijzondere sfeer op Forever Counting Sheep.
De plaat heeft een donkere en soms zelfs wat dreigende ondertoon en is absoluut een plaat van de nacht. Het voorziet de toch al zo bijzondere muziek van het Utrechtse duo van een extra dimensie, die de muziek van Pocket Knife Army beeldender maar ook intenser maakt.
Forever Counting Sheep is hierdoor nog wat mooier dan het al zo goede This Time I’ll Come Out Unharmed en is bovendien een plaat die zich bij herhaalde beluistering steeds wat nadrukkelijker opdringt en je gevangen houdt in een bijzonder muzikaal universum, waarin niets vanzelfsprekend is.
Het is een universum waarin je kunt worden verleid door prachtig melodieuze klanken, maar Pocket Knife Army schudt je keer op keer ruw wakker met muziek om bang van te worden.
Hier en daar doet het wel wat denken aan de prachtlaat van Sevdaliza van vorig jaar en dat is een plaat die nogal wat jaarlijstjes haalde. Of Pocket Knife Army het zover gaat schoppen durf ik niet te voorspellen, maar het zou wel terecht zijn. Forever Counting Sheep is immers een prachtplaat die maar aan kracht en verbeelding blijft winnen. Erwin Zijleman
Pocket Knife Army - Midnight Masquerade (2025)

4,0
0
geplaatst: 24 februari 2025, 20:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Pocket Knife Army - Midnight Masquerade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pocket Knife Army - Midnight Masquerade
Desirée Coumans en Erwin Tuijl hebben de tijd genomen voor het derde album van hun project Pocket Knife Army, maar het onlangs verschenen Midnight Masquerade klinkt weer vertrouwd en erg goed
Een stilte van zeven jaar is lang, zeker in het muzikale landschap van het moment, maar gelukkig keert het Nederlandse duo Pocket Knife Army na lang wachten terug met haar derde album. Het is een album dat deels voortborduurt op de uitstekende eerste twee albums, maar Midnight Masquerade klink ook wat elektronischer en is af en toe wat meer gericht op dance. Op hetzelfde moment zijn de dynamiek en de variatie gebleven in het geluid van het Nederlandse duo, klinkt de elektronica weer geweldig en laat Desirée Coumans wederom horen dat ze een uitstekende zangeres is. Ik had in het verleden wel wat met Pocket Knife Army en dat is na beluistering van Midnight Masquerade niet veranderd.
Het Nederlandse duo Pocket Knife Army debuteerde aan het eind van 2015 zeer indrukwekkend met het opvallende This Time I'll Come Out Unharmed. Het tweetal bestaande uit Desirée Coumans en Erwin Tuijl fascineerde op dit album met muziek die verder ging waar Portishead ooit gestopt was. Organische klanken werden gecombineerd met een flinke bak elektronica en de krachtige stem van Desirée Coumans en leverden een album van hoog niveau op.
De songs van Pocket Knife Army waren op This Time I'll Come Out Unharmed aanstekelijk, maar het Nederlandse tweetal zette je ook continu op het verkeerde been met spannende klanken, waarbij met name de avontuurlijke en zeer eigentijds klinkende elektronica opviel. Het goed ontvangen debuutalbum van Pocket Knife Army werd in het voorjaar van 2018 gevolgd door het minstens even goede Forever Counting Sheep, waarop het geluid van het debuutalbum verder werd geperfectioneerd.
De afgelopen zeven jaar hoorde ik helaas niets meer van Pocket Knife Army. Het betekent niet dat Desirée Coumans en Erwin Tuijl stil hebben gezeten, want de twee organiseerden de afgelopen jaren naar verluidt extravagante nachtfeesten onder de naam Midnight Masquerade, onder andere in Utrecht en mijn eigen Leiden. Ik heb daar verder niets van mee gekregen, maar gelukkig heeft het Nederlandse duo ook weer muziek opgenomen en uitgebracht.
Het derde album van Pocket Knife Army, Midnight Masquerade, verscheen vorige week en laat horen hoe de muziek van Desirée Coumans en Erwin Tuijl zich de afgelopen zeven jaar heeft geëvolueerd. Het derde album van Pocket Knife Army ligt deels in het verlengde van de eerste twee albums van het duo, maar slaat ook andere wegen in. De meer organisch klinkende passages die op de eerste twee albums nog wel eens voorbij kwamen zijn dit keer minder prominent aanwezig.
Op Midnight Masquerade domineert de elektronica, maar dit betekent niet dat de muziek van Pocket Knife Army eenvormiger klinkt dan in het verleden. Het Nederlandse duo flirt in een aantal tracks wat opzichtiger met de dansvloer, maar Midnight Masquerade bevat ook flink wat meer ingehouden tracks. Het zijn tracks die verrassend soulvol klinken en die af en toe ook een jaren 70 of 80 vibe hebben, met een aantal bijna letterlijke citaten uit deze decennia, wat weer fraai contrasteert met de eigentijdse klanken in de muziek van Pocket Knife Army.
Ook op het derde album weten Desirée Coumans en Erwin Tuijl een balans te vinden tussen lekker in het gehoor liggende popsongs en songs die de fantasie prikkelen, waardoor je ook bij beluistering van Midnight Masquerade weer op het puntje van de stoel zit om maar niets te missen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal weer fantastisch, maar ook de zang van Desirée Coumans is weer uitstekend en tilt de songs van het tweetal nog wat verder op.
De eerste twee albums van Pocket Knife Army hadden wat mij betreft een veel groter publiek verdiend, zowel nationaal als internationaal, en ook Midnight Masquerade verdient meer aandacht dan Desirée Coumans en Erwin Tuijl tot dusver krijgen met hun nieuwe album. Ik was Pocket Knife Army zelf eerlijk ook uit het oog verloren door de lange stilte na het tweede album, maar nu Midnight Masquerade flink wat keren voorbij is gekomen ben ik wederom onder de indruk van de muziek van dit bijzondere tweetal. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Pocket Knife Army - Midnight Masquerade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pocket Knife Army - Midnight Masquerade
Desirée Coumans en Erwin Tuijl hebben de tijd genomen voor het derde album van hun project Pocket Knife Army, maar het onlangs verschenen Midnight Masquerade klinkt weer vertrouwd en erg goed
Een stilte van zeven jaar is lang, zeker in het muzikale landschap van het moment, maar gelukkig keert het Nederlandse duo Pocket Knife Army na lang wachten terug met haar derde album. Het is een album dat deels voortborduurt op de uitstekende eerste twee albums, maar Midnight Masquerade klink ook wat elektronischer en is af en toe wat meer gericht op dance. Op hetzelfde moment zijn de dynamiek en de variatie gebleven in het geluid van het Nederlandse duo, klinkt de elektronica weer geweldig en laat Desirée Coumans wederom horen dat ze een uitstekende zangeres is. Ik had in het verleden wel wat met Pocket Knife Army en dat is na beluistering van Midnight Masquerade niet veranderd.
Het Nederlandse duo Pocket Knife Army debuteerde aan het eind van 2015 zeer indrukwekkend met het opvallende This Time I'll Come Out Unharmed. Het tweetal bestaande uit Desirée Coumans en Erwin Tuijl fascineerde op dit album met muziek die verder ging waar Portishead ooit gestopt was. Organische klanken werden gecombineerd met een flinke bak elektronica en de krachtige stem van Desirée Coumans en leverden een album van hoog niveau op.
De songs van Pocket Knife Army waren op This Time I'll Come Out Unharmed aanstekelijk, maar het Nederlandse tweetal zette je ook continu op het verkeerde been met spannende klanken, waarbij met name de avontuurlijke en zeer eigentijds klinkende elektronica opviel. Het goed ontvangen debuutalbum van Pocket Knife Army werd in het voorjaar van 2018 gevolgd door het minstens even goede Forever Counting Sheep, waarop het geluid van het debuutalbum verder werd geperfectioneerd.
De afgelopen zeven jaar hoorde ik helaas niets meer van Pocket Knife Army. Het betekent niet dat Desirée Coumans en Erwin Tuijl stil hebben gezeten, want de twee organiseerden de afgelopen jaren naar verluidt extravagante nachtfeesten onder de naam Midnight Masquerade, onder andere in Utrecht en mijn eigen Leiden. Ik heb daar verder niets van mee gekregen, maar gelukkig heeft het Nederlandse duo ook weer muziek opgenomen en uitgebracht.
Het derde album van Pocket Knife Army, Midnight Masquerade, verscheen vorige week en laat horen hoe de muziek van Desirée Coumans en Erwin Tuijl zich de afgelopen zeven jaar heeft geëvolueerd. Het derde album van Pocket Knife Army ligt deels in het verlengde van de eerste twee albums van het duo, maar slaat ook andere wegen in. De meer organisch klinkende passages die op de eerste twee albums nog wel eens voorbij kwamen zijn dit keer minder prominent aanwezig.
Op Midnight Masquerade domineert de elektronica, maar dit betekent niet dat de muziek van Pocket Knife Army eenvormiger klinkt dan in het verleden. Het Nederlandse duo flirt in een aantal tracks wat opzichtiger met de dansvloer, maar Midnight Masquerade bevat ook flink wat meer ingehouden tracks. Het zijn tracks die verrassend soulvol klinken en die af en toe ook een jaren 70 of 80 vibe hebben, met een aantal bijna letterlijke citaten uit deze decennia, wat weer fraai contrasteert met de eigentijdse klanken in de muziek van Pocket Knife Army.
Ook op het derde album weten Desirée Coumans en Erwin Tuijl een balans te vinden tussen lekker in het gehoor liggende popsongs en songs die de fantasie prikkelen, waardoor je ook bij beluistering van Midnight Masquerade weer op het puntje van de stoel zit om maar niets te missen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal weer fantastisch, maar ook de zang van Desirée Coumans is weer uitstekend en tilt de songs van het tweetal nog wat verder op.
De eerste twee albums van Pocket Knife Army hadden wat mij betreft een veel groter publiek verdiend, zowel nationaal als internationaal, en ook Midnight Masquerade verdient meer aandacht dan Desirée Coumans en Erwin Tuijl tot dusver krijgen met hun nieuwe album. Ik was Pocket Knife Army zelf eerlijk ook uit het oog verloren door de lange stilte na het tweede album, maar nu Midnight Masquerade flink wat keren voorbij is gekomen ben ik wederom onder de indruk van de muziek van dit bijzondere tweetal. Erwin Zijleman
Pocket Knife Army - This Time I'll Come Out Unharmed (2015)

4,5
0
geplaatst: 15 december 2015, 10:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pocket Knife Army - This Time I'll Come Out Unharmed - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een paar weken geleden besprak ik het buitengewoon intrigerende debuut van het Nederlandse duo NNENN, dat op geheel eigen wijze Portishead naar de kroon steekt op het prachtige Snapshots Of Eterniet.
Het eveneens uit Nederland afkomstige duo Pocket Knife Army doet nu hetzelfde, al doet het dit wel op andere wijze dan NNENN.
Pocket Knife Army bestaat uit zangeres Desirée Coumans en gitarist/toetsenist Erwin Tuijl.
Desirée Coumans neemt je met haar krachtige vocalen mee in de songs van Pocket Knife Army, waarbij ze net zo makkelijk raakt aan de intieme en rokerige vocalen van Portishead’s Beth Gibbons als aan de emotievolle zang van Amy Lee (die ooit kort furore maakte met Evanescence). Hier kan ik nog heel wat andere namen aan toevoegen, want Desirée Coumans kan op vele terreinen uit de voeten.
This Time I’ll Come Out Unharmed opent met behoorlijk zwaar aangezette synths en dit is een terrein waarop Pocket Knife Army uitstekend uit de voeten kan. De bijzondere klanken refereren zowel aan 80s synthpop als aan 90s triphop of hedendaagse elektronische muziek, maar kiezen nergens voor de makkelijkste weg. Pocket Knife Army maakt hierdoor muziek die je wat vaker moet horen, maar hierdoor ook wat langer aan kracht blijft winnen.
Het bovenstaande suggereert misschien dat Pocket Knife Army kiest voor een groots geluid en niet voor subtiliteit, maar dat is zeker niet het geval. In de meeste tracks op de plaat domineren ingetogen klanken (en hier en daar zelfs een akoestische gitaar) en ook in de wat zwaarder aangezette elektronische passages zijn in ruime mate rustpunten en spanningsbogen ingebouwd.
This Time I’ll Come Out Unharmed zet je daarom keer op keer op het verkeerde been, maar wat is het een genoegen. Pocket Knife Army maakt geen muziek die aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar maakt muziek die je de speakers in trekt. Het Utrechtse duo zoekt hierbij veelvuldig het experiment, maar maakt ook popsongs met een kop en een staart.
Het knappe van This Time I’ll Come Out Unharmed is dat de plaat weliswaar put uit de rijke muzikale historie, maar nergens blijft hangen, waardoor Pocket Knife Army een geheel eigen geluid weet neer te zetten. Het is een donker en dreigend geluid van een meer dan eens bijna onwaarschijnlijke schoonheid. Wat een debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pocket Knife Army - This Time I'll Come Out Unharmed - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een paar weken geleden besprak ik het buitengewoon intrigerende debuut van het Nederlandse duo NNENN, dat op geheel eigen wijze Portishead naar de kroon steekt op het prachtige Snapshots Of Eterniet.
Het eveneens uit Nederland afkomstige duo Pocket Knife Army doet nu hetzelfde, al doet het dit wel op andere wijze dan NNENN.
Pocket Knife Army bestaat uit zangeres Desirée Coumans en gitarist/toetsenist Erwin Tuijl.
Desirée Coumans neemt je met haar krachtige vocalen mee in de songs van Pocket Knife Army, waarbij ze net zo makkelijk raakt aan de intieme en rokerige vocalen van Portishead’s Beth Gibbons als aan de emotievolle zang van Amy Lee (die ooit kort furore maakte met Evanescence). Hier kan ik nog heel wat andere namen aan toevoegen, want Desirée Coumans kan op vele terreinen uit de voeten.
This Time I’ll Come Out Unharmed opent met behoorlijk zwaar aangezette synths en dit is een terrein waarop Pocket Knife Army uitstekend uit de voeten kan. De bijzondere klanken refereren zowel aan 80s synthpop als aan 90s triphop of hedendaagse elektronische muziek, maar kiezen nergens voor de makkelijkste weg. Pocket Knife Army maakt hierdoor muziek die je wat vaker moet horen, maar hierdoor ook wat langer aan kracht blijft winnen.
Het bovenstaande suggereert misschien dat Pocket Knife Army kiest voor een groots geluid en niet voor subtiliteit, maar dat is zeker niet het geval. In de meeste tracks op de plaat domineren ingetogen klanken (en hier en daar zelfs een akoestische gitaar) en ook in de wat zwaarder aangezette elektronische passages zijn in ruime mate rustpunten en spanningsbogen ingebouwd.
This Time I’ll Come Out Unharmed zet je daarom keer op keer op het verkeerde been, maar wat is het een genoegen. Pocket Knife Army maakt geen muziek die aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar maakt muziek die je de speakers in trekt. Het Utrechtse duo zoekt hierbij veelvuldig het experiment, maar maakt ook popsongs met een kop en een staart.
Het knappe van This Time I’ll Come Out Unharmed is dat de plaat weliswaar put uit de rijke muzikale historie, maar nergens blijft hangen, waardoor Pocket Knife Army een geheel eigen geluid weet neer te zetten. Het is een donker en dreigend geluid van een meer dan eens bijna onwaarschijnlijke schoonheid. Wat een debuut. Erwin Zijleman
Point Quiet - Walking in the Wild (2019)

4,0
0
geplaatst: 25 april 2019, 15:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Point Quiet - Walking In The Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Point Quiet - Walking In The Wild
Het was een aantal jaren stil rond Point Quiet, maar gelukkig is de band terug met een rootsalbum dat nog een stuk beter is dan de twee al zo goede voorgangers
De Nederlandse band Point Quiet leek op haar vorige album Den Haag te hebben verruild voor de woestijn in Arizona. Het smaakte naar veel en veel meer, maar helaas was het de afgelopen jaren stil. Point Quiet keert nu terug en blijkt grote stappen te hebben gezet. Het geluid is nog wat verder uitgekleed, maar op hetzelfde moment voorzien van een heleboel fraaie accenten, de stem van Pascal Hallibert klinkt nog wat mooier en doorleefder en de songs van de band zijn nog wat beter en laten bovendien een meer eigen geluid horen. Er zijn maar weinig rootsbands die hieraan kunnen tippen en dat blijft zeker niet beperkt tot Nederland.
De Haagse muzikant Pascal Hallibert startte een jaar of 15 geleden een aantal bands, waarvan Templo Diez waarschijnlijk de bekendste is. Het was een periode waarin Den Haag de Americana met veel liefde omarmde en een klassieker als Lawnmower Mind van Smutfish werd geboren.
White Sands, een andere band van Pascal Hallibert, ging ook aan de haal met invloeden uit de Americana en evolueerde uiteindelijk in de band Point Quiet.
Deze band debuteerde in 2010 met een uitstekend titelloos debuut (dat mij destijds overigens ontging) en keerde iets meer dan vier jaar geleden terug met het nog veel betere Ways And Needs Of A Night Horse, dat me zeker niet ontging.
Net als het op dat moment net weer opgeleefde Smutfish vond Point Quiet haar belangrijkste inspiratie in de Americana, waarbij Point Quiet de focus richtte op de woestijnen in het Zuiden van de Verenigde Staten, waardoor het leek of we met een band uit Tucson, Arizona, te maken hadden. Ways And Needs Of A Night Horse riep volop associaties op met de muziek van met name Calexico en wist ook het niveau van deze band te halen.
De afgelopen jaren was het helaas stil rond Point Quiet, maar bijna uit het niets dook de band een maand geleden weer op met een gloednieuw album, dat ik deze week bij toeval tegen kwam. Walking In The Wild gaat verder waar Ways And Needs Of A Night Horse ruim vier jaar geleden ophield, maar laat ook horen dat de band rond Pascal Hallibert zich verder heeft ontwikkeld.
Ook Walking In The Wild past weer uitstekend in het hokje Americana. Zeker wanneer de trompetten aanzwellen laat de muziek van de Nederlandse band zich nog altijd vergelijken met een band als Calexico, maar het is een vergelijking die zeker niet voor het hele album op gaat.
Vergeleken met het vorige album klinkt Walking In The Wild nog wat intenser en doorleefder. In veel songs op het album, dat grote thema’s als verlies en liefde niet schuwt, speelt de band uiterst ingetogen en komt alles aan op de stem van Pascal Hallibert, die nog wat ruwer en doorleefder klinkt dan op het vorige album van Point Quiet.
Het is een stem die vrij makkelijk ontroert, waardoor de songs van Point Quiet zich makkelijk weten te onderscheiden in het enorme aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Point Quiet houdt het op haar derde album betrekkelijk sober en simpel, maar de impact is er niet minder om. Integendeel. Walking In The Wild is een album dat je vrij makkelijk bij de strot grijpt, waarna je alleen maar meer kunt genieten van de subtiele, maar bijzonder trefzekere instrumentatie en de geweldige zang op het album.
Ondanks de vaak sobere instrumentatie is Walking In The Wild een gevarieerd album. Point Quiet legt in de instrumentatie steeds net wat andere accenten, onder andere van blazers, viool, dobro, pedal steel, keyboards en accordeon, en voegt bovendien hier en daar een vrouwenstem toe aan haar muziek, wat zorgt voor mooie verschillen in klankkleur.
Het levert een album op dat de betere bands binnen de Americana waarschijnlijk graag gemaakt zouden hebben, maar het is een Nederlandse band die het doet. Point Quiet stond bij de release van het vorige album nog wat in de schaduw van het grote Smutfish, maar laat zich met dit nieuwe album gelden als een van de smaakmakers in de Nederlandse (en internationale) rootsscene van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Point Quiet - Walking In The Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Point Quiet - Walking In The Wild
Het was een aantal jaren stil rond Point Quiet, maar gelukkig is de band terug met een rootsalbum dat nog een stuk beter is dan de twee al zo goede voorgangers
De Nederlandse band Point Quiet leek op haar vorige album Den Haag te hebben verruild voor de woestijn in Arizona. Het smaakte naar veel en veel meer, maar helaas was het de afgelopen jaren stil. Point Quiet keert nu terug en blijkt grote stappen te hebben gezet. Het geluid is nog wat verder uitgekleed, maar op hetzelfde moment voorzien van een heleboel fraaie accenten, de stem van Pascal Hallibert klinkt nog wat mooier en doorleefder en de songs van de band zijn nog wat beter en laten bovendien een meer eigen geluid horen. Er zijn maar weinig rootsbands die hieraan kunnen tippen en dat blijft zeker niet beperkt tot Nederland.
De Haagse muzikant Pascal Hallibert startte een jaar of 15 geleden een aantal bands, waarvan Templo Diez waarschijnlijk de bekendste is. Het was een periode waarin Den Haag de Americana met veel liefde omarmde en een klassieker als Lawnmower Mind van Smutfish werd geboren.
White Sands, een andere band van Pascal Hallibert, ging ook aan de haal met invloeden uit de Americana en evolueerde uiteindelijk in de band Point Quiet.
Deze band debuteerde in 2010 met een uitstekend titelloos debuut (dat mij destijds overigens ontging) en keerde iets meer dan vier jaar geleden terug met het nog veel betere Ways And Needs Of A Night Horse, dat me zeker niet ontging.
Net als het op dat moment net weer opgeleefde Smutfish vond Point Quiet haar belangrijkste inspiratie in de Americana, waarbij Point Quiet de focus richtte op de woestijnen in het Zuiden van de Verenigde Staten, waardoor het leek of we met een band uit Tucson, Arizona, te maken hadden. Ways And Needs Of A Night Horse riep volop associaties op met de muziek van met name Calexico en wist ook het niveau van deze band te halen.
De afgelopen jaren was het helaas stil rond Point Quiet, maar bijna uit het niets dook de band een maand geleden weer op met een gloednieuw album, dat ik deze week bij toeval tegen kwam. Walking In The Wild gaat verder waar Ways And Needs Of A Night Horse ruim vier jaar geleden ophield, maar laat ook horen dat de band rond Pascal Hallibert zich verder heeft ontwikkeld.
Ook Walking In The Wild past weer uitstekend in het hokje Americana. Zeker wanneer de trompetten aanzwellen laat de muziek van de Nederlandse band zich nog altijd vergelijken met een band als Calexico, maar het is een vergelijking die zeker niet voor het hele album op gaat.
Vergeleken met het vorige album klinkt Walking In The Wild nog wat intenser en doorleefder. In veel songs op het album, dat grote thema’s als verlies en liefde niet schuwt, speelt de band uiterst ingetogen en komt alles aan op de stem van Pascal Hallibert, die nog wat ruwer en doorleefder klinkt dan op het vorige album van Point Quiet.
Het is een stem die vrij makkelijk ontroert, waardoor de songs van Point Quiet zich makkelijk weten te onderscheiden in het enorme aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Point Quiet houdt het op haar derde album betrekkelijk sober en simpel, maar de impact is er niet minder om. Integendeel. Walking In The Wild is een album dat je vrij makkelijk bij de strot grijpt, waarna je alleen maar meer kunt genieten van de subtiele, maar bijzonder trefzekere instrumentatie en de geweldige zang op het album.
Ondanks de vaak sobere instrumentatie is Walking In The Wild een gevarieerd album. Point Quiet legt in de instrumentatie steeds net wat andere accenten, onder andere van blazers, viool, dobro, pedal steel, keyboards en accordeon, en voegt bovendien hier en daar een vrouwenstem toe aan haar muziek, wat zorgt voor mooie verschillen in klankkleur.
Het levert een album op dat de betere bands binnen de Americana waarschijnlijk graag gemaakt zouden hebben, maar het is een Nederlandse band die het doet. Point Quiet stond bij de release van het vorige album nog wat in de schaduw van het grote Smutfish, maar laat zich met dit nieuwe album gelden als een van de smaakmakers in de Nederlandse (en internationale) rootsscene van het moment. Erwin Zijleman
Point Quiet - Ways and Needs of a Night Horse (2015)

4,0
0
geplaatst: 28 februari 2015, 10:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Point Quiet - Ways And Needs Of A Night Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de categorie minder bekend talent in het rootssegment zoek ik het deze week heel dicht bij huis. Point Quiet is een Nederlandse band, maar klinkt op haar nieuwe plaat eigenlijk geen noot Nederlands.
Op Ways And Needs Of A Night Horse sleept de band je de woestijnen van het Zuiden van de Verenigde Staten in, zoals tot voor kort alleen bands uit de muziek scene van Tucson, Arizona, dat konden.
In de openingstrack en titeltrack van Ways And Needs Of A Night Horse verrast Point Quiet met donkere en intieme klanken die via uiteenlopende instrumenten associaties oproepen met donkere Americana, Tex Mex en Mexicaanse muziek en dan zijn er ook nog eens de strijkers die Ways And Needs Of A Night Horse een weer net wat andere kant op sleuren.
Het is een buitengewoon indrukwekkende openingstrack van een plaat die vervolgens maar blijft imponeren. Point Quiet maakt donkere en bijna verstilde muziek die vooral leunt op mooie donkere vocalen, maar kleurt deze muziek vervolgens op bijzonder fraaie wijze in. Point Quiet gebruikt hiervoor strijkers en blazers, maar zet ook veelvuldig de pedal steel, mandoline en accordeon in. Het doet allemaal wel wat denken aan het veelkleurige geluid van Calexico, maar Point Quiet klinkt toch net wat anders en wanneer hebben we Calexico voor het laatst zo goed gehoord als Point Quiet op Ways And Needs Of A Night Horse? Dat is behoorlijk lang geleden als je het mij vraagt.
Net als stadgenoten Smutfish slaagt Point Quiet er in om Amerikaanse rootsmuziek te maken die compleet is ontdaan van Nederlandse spruitjesgeur, maar toch maakt het wel degelijk Amerikaanse rootsmuziek met een eigen gezicht. Het is muziek die haar kracht voor een belangrijk deel ontleend aan de prachtige instrumentatie, maar ook de zang op de plaat is van een bijzonder hoog niveau.
Zanger Pascal Hallibert, die naast Haagse overigens ook Franse roots heeft, klinkt meer dan eens als Chris Rea en dat is een groot compliment. Door de mooie en warme vocalen kan Point Quiet met enige regelmaat ontsnappen aan de Americana Noir die het maakt en begeeft het zich zo nu en dan op het terrein van een band als Tindersticks. Hiernaast vindt de band zoals gezegd aansluiting bij bands als Calexico en Giant Sand en doet het wat mij betreft niet onder voor deze bands.
De zich over het algemeen langzaam voortslepende songs op Ways And Needs Of A Night Horse klinken steeds net weer iets anders en zijn zonder uitzondering wonderschoon. Het zijn songs die zich in de meeste gevallen langzaam opdringen, maar als de muziek van Point Quiet onder je huid kruipt is de impact ook maximaal.
Een beetje bijzonder is het natuurlijk wel. Twee van de beste zwaar Amerikaans klinkende rootsplaten van het moment komen gewoon uit Den Haag. Het zal er voor zorgen dat beide platen in rootskringen niet zo breed omarmd worden als ze verdienen, maar ze zijn er niet minder mooi om. Trouble van Smutfish beschouw ik inmiddels al meerdere weken als één van de beste rootsplaten van het moment, maar Ways And Needs Of A Night Horse van Point Quiet mag er absoluut naast staan. Prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Point Quiet - Ways And Needs Of A Night Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de categorie minder bekend talent in het rootssegment zoek ik het deze week heel dicht bij huis. Point Quiet is een Nederlandse band, maar klinkt op haar nieuwe plaat eigenlijk geen noot Nederlands.
Op Ways And Needs Of A Night Horse sleept de band je de woestijnen van het Zuiden van de Verenigde Staten in, zoals tot voor kort alleen bands uit de muziek scene van Tucson, Arizona, dat konden.
In de openingstrack en titeltrack van Ways And Needs Of A Night Horse verrast Point Quiet met donkere en intieme klanken die via uiteenlopende instrumenten associaties oproepen met donkere Americana, Tex Mex en Mexicaanse muziek en dan zijn er ook nog eens de strijkers die Ways And Needs Of A Night Horse een weer net wat andere kant op sleuren.
Het is een buitengewoon indrukwekkende openingstrack van een plaat die vervolgens maar blijft imponeren. Point Quiet maakt donkere en bijna verstilde muziek die vooral leunt op mooie donkere vocalen, maar kleurt deze muziek vervolgens op bijzonder fraaie wijze in. Point Quiet gebruikt hiervoor strijkers en blazers, maar zet ook veelvuldig de pedal steel, mandoline en accordeon in. Het doet allemaal wel wat denken aan het veelkleurige geluid van Calexico, maar Point Quiet klinkt toch net wat anders en wanneer hebben we Calexico voor het laatst zo goed gehoord als Point Quiet op Ways And Needs Of A Night Horse? Dat is behoorlijk lang geleden als je het mij vraagt.
Net als stadgenoten Smutfish slaagt Point Quiet er in om Amerikaanse rootsmuziek te maken die compleet is ontdaan van Nederlandse spruitjesgeur, maar toch maakt het wel degelijk Amerikaanse rootsmuziek met een eigen gezicht. Het is muziek die haar kracht voor een belangrijk deel ontleend aan de prachtige instrumentatie, maar ook de zang op de plaat is van een bijzonder hoog niveau.
Zanger Pascal Hallibert, die naast Haagse overigens ook Franse roots heeft, klinkt meer dan eens als Chris Rea en dat is een groot compliment. Door de mooie en warme vocalen kan Point Quiet met enige regelmaat ontsnappen aan de Americana Noir die het maakt en begeeft het zich zo nu en dan op het terrein van een band als Tindersticks. Hiernaast vindt de band zoals gezegd aansluiting bij bands als Calexico en Giant Sand en doet het wat mij betreft niet onder voor deze bands.
De zich over het algemeen langzaam voortslepende songs op Ways And Needs Of A Night Horse klinken steeds net weer iets anders en zijn zonder uitzondering wonderschoon. Het zijn songs die zich in de meeste gevallen langzaam opdringen, maar als de muziek van Point Quiet onder je huid kruipt is de impact ook maximaal.
Een beetje bijzonder is het natuurlijk wel. Twee van de beste zwaar Amerikaans klinkende rootsplaten van het moment komen gewoon uit Den Haag. Het zal er voor zorgen dat beide platen in rootskringen niet zo breed omarmd worden als ze verdienen, maar ze zijn er niet minder mooi om. Trouble van Smutfish beschouw ik inmiddels al meerdere weken als één van de beste rootsplaten van het moment, maar Ways And Needs Of A Night Horse van Point Quiet mag er absoluut naast staan. Prachtplaat. Erwin Zijleman
POLIÇA - Dreams Go (2025)

4,0
0
geplaatst: 23 oktober 2025, 17:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: POLIÇA - Dreams Go - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: POLIÇA - Dreams Go
De aandacht voor de muziek van POLIÇA is de afgelopen jaren helaas wat weggeëbd, maar de band rond zangeres Channy Leanagh laat ook op Dreams Go weer horen dat het mooie, interessante en avontuurlijke muziek maakt
Ik herinner me nog goed dat ik het debuutalbum van POLIÇA op pikte uit een aantal jaarlijstjes. We zijn inmiddels zo’n dertien jaar verder en de Amerikaanse band is deze week alweer toe aan haar zesde album. Het is een album dat voortborduurt op de vorige albums van de band, maar POLIÇA legt ook net wat andere accenten. In een deel van de tracks wordt de dansvloer wat uitbundiger opgezocht, terwijl een aantal andere tracks juist subtieler klinken dan voorheen. Gebleven zijn de spannende elektronica en de aansprekende stem van zangeres Channy Leanagh, die over de jaren alleen maar beter is gaan zingen. De muziek van POLIÇA is objectief bezien niets voor mij, maar ik vind ook Dreams Go weer geweldig.
De Amerikaanse band POLIÇA (oorspronkelijk geschreven als Poliça) debuteerde aan het eind van 2011 met het album Give You The Ghost, dat overigens in Nederland pas in 2012 de aandacht trok. Het is een album dat destijds totaal niet in mijn straatje paste, want de muziek van de Amerikaanse band wordt gedomineerd door elektronica en flirt bovendien opzichtig met de dansvloer en dat is niet het soort muziek waar ik normaal gesproken warm voor loop.
Op het album wordt bovendien veelvuldig gebruik gemaakt van de auto-tune en als ik ergens een hekel aan heb is dat het wel. Toch had ik aan het eind van 2012 toch opeens een zwak voor het op dat moment al een jaar oude album. Dat lag vooral en ondanks de auto-tune aan de stem van zangeres Channy Leanagh, maar ook de invloeden van vooral Portishead en Grimes trokken me over de streep.
POLIÇA is sinds 2012 een band die zich constant wat buiten mijn muzikale comfort zone beweegt, maar op een of andere manier weet de band uit Minneapolis, Minnesota, me vrijwel altijd te verleiden. Ik was op deze site dan ook positief over Shulamith (2013), United Crushers (2016) en Madness (2022) en besprak alleen When We Stay Alive uit 2020 niet, maar dat had niet zoveel te maken met de kwaliteit van het album.
Deze week is het zesde album van POLIÇA verschenen en ook Dreams Go kan weer op mijn sympathie rekenen. In muzikaal opzicht is er in al die jaren niet zo heel veel of eigenlijk bijna niets veranderd. De band rond Channy Leanagh maakt nog altijd door elektronica gedomineerde muziek en de dansvloer is op de albums van POLIÇA nooit ver weg. Ik hoor ook nog steeds wat van Portishead in de muziek van POLIÇA, al is het wel Portishead dat de dansvloer op is getrokken. Channy Leanagh maakt geen gebruik meer van de auto-tune, maar dat deed ze op de vorige albums van haar band ook al niet.
Kortom, niet veel nieuws onder de zon en op papier niets voor mij, maar ik heb wel wat met het album. De flirts met de dansvloer zijn het hevigst in de tracks die zijn geproduceerd door de Zweedse techno producer Peder Mannerfelt en dat zijn niet mijn favoriete tracks op het album. Ik vind Dreams Go het mooist wanneer de elektronica wat subtieler maar niet minder avontuurlijk wordt ingezet, wanneer het tempo net wat lager ligt en wanneer Channy Leanagh echt prachtig zingt. De Amerikaanse zangeres mag van mij best een keer een nog wat meer ingetogen folkalbum maken, maar haar stem gedijt ook uitstekend in de fraaie elektronische klankentapijten van POLIÇA.
De Amerikaanse band maakt inmiddels al een kleine veertien jaar duidelijk herkenbare muziek, maar het is muziek die op Dreams Go ook weer kleine stapjes zet in andere richtingen, wat op het nieuwe album kan betekenen dat de band nog wat duidelijker kiest voor de dansvloer of juist opschuift richting subtielere maar ook spannende elektronische pop.
Ik vind de muziek van POLIÇA ondanks de zware inzet van elektronica over het algemeen muziek die het verrassend goed doet op de achtergrond en op een of andere manier is dat ook bij Dreams Go weer het geval. Het is ook zonde om het album te laten voortkabbelen, want in muzikaal opzicht is Dreams Go meer dan eens een prachtig album en ook de stem van Channy Leanagh verdient het om met volledige aandacht te worden beluisterd. Er is inmiddels flink wat minder aandacht voor de muziek van POLIÇA dan in de begindagen van de band, maar dat is echt volkomen onterecht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: POLIÇA - Dreams Go - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: POLIÇA - Dreams Go
De aandacht voor de muziek van POLIÇA is de afgelopen jaren helaas wat weggeëbd, maar de band rond zangeres Channy Leanagh laat ook op Dreams Go weer horen dat het mooie, interessante en avontuurlijke muziek maakt
Ik herinner me nog goed dat ik het debuutalbum van POLIÇA op pikte uit een aantal jaarlijstjes. We zijn inmiddels zo’n dertien jaar verder en de Amerikaanse band is deze week alweer toe aan haar zesde album. Het is een album dat voortborduurt op de vorige albums van de band, maar POLIÇA legt ook net wat andere accenten. In een deel van de tracks wordt de dansvloer wat uitbundiger opgezocht, terwijl een aantal andere tracks juist subtieler klinken dan voorheen. Gebleven zijn de spannende elektronica en de aansprekende stem van zangeres Channy Leanagh, die over de jaren alleen maar beter is gaan zingen. De muziek van POLIÇA is objectief bezien niets voor mij, maar ik vind ook Dreams Go weer geweldig.
De Amerikaanse band POLIÇA (oorspronkelijk geschreven als Poliça) debuteerde aan het eind van 2011 met het album Give You The Ghost, dat overigens in Nederland pas in 2012 de aandacht trok. Het is een album dat destijds totaal niet in mijn straatje paste, want de muziek van de Amerikaanse band wordt gedomineerd door elektronica en flirt bovendien opzichtig met de dansvloer en dat is niet het soort muziek waar ik normaal gesproken warm voor loop.
Op het album wordt bovendien veelvuldig gebruik gemaakt van de auto-tune en als ik ergens een hekel aan heb is dat het wel. Toch had ik aan het eind van 2012 toch opeens een zwak voor het op dat moment al een jaar oude album. Dat lag vooral en ondanks de auto-tune aan de stem van zangeres Channy Leanagh, maar ook de invloeden van vooral Portishead en Grimes trokken me over de streep.
POLIÇA is sinds 2012 een band die zich constant wat buiten mijn muzikale comfort zone beweegt, maar op een of andere manier weet de band uit Minneapolis, Minnesota, me vrijwel altijd te verleiden. Ik was op deze site dan ook positief over Shulamith (2013), United Crushers (2016) en Madness (2022) en besprak alleen When We Stay Alive uit 2020 niet, maar dat had niet zoveel te maken met de kwaliteit van het album.
Deze week is het zesde album van POLIÇA verschenen en ook Dreams Go kan weer op mijn sympathie rekenen. In muzikaal opzicht is er in al die jaren niet zo heel veel of eigenlijk bijna niets veranderd. De band rond Channy Leanagh maakt nog altijd door elektronica gedomineerde muziek en de dansvloer is op de albums van POLIÇA nooit ver weg. Ik hoor ook nog steeds wat van Portishead in de muziek van POLIÇA, al is het wel Portishead dat de dansvloer op is getrokken. Channy Leanagh maakt geen gebruik meer van de auto-tune, maar dat deed ze op de vorige albums van haar band ook al niet.
Kortom, niet veel nieuws onder de zon en op papier niets voor mij, maar ik heb wel wat met het album. De flirts met de dansvloer zijn het hevigst in de tracks die zijn geproduceerd door de Zweedse techno producer Peder Mannerfelt en dat zijn niet mijn favoriete tracks op het album. Ik vind Dreams Go het mooist wanneer de elektronica wat subtieler maar niet minder avontuurlijk wordt ingezet, wanneer het tempo net wat lager ligt en wanneer Channy Leanagh echt prachtig zingt. De Amerikaanse zangeres mag van mij best een keer een nog wat meer ingetogen folkalbum maken, maar haar stem gedijt ook uitstekend in de fraaie elektronische klankentapijten van POLIÇA.
De Amerikaanse band maakt inmiddels al een kleine veertien jaar duidelijk herkenbare muziek, maar het is muziek die op Dreams Go ook weer kleine stapjes zet in andere richtingen, wat op het nieuwe album kan betekenen dat de band nog wat duidelijker kiest voor de dansvloer of juist opschuift richting subtielere maar ook spannende elektronische pop.
Ik vind de muziek van POLIÇA ondanks de zware inzet van elektronica over het algemeen muziek die het verrassend goed doet op de achtergrond en op een of andere manier is dat ook bij Dreams Go weer het geval. Het is ook zonde om het album te laten voortkabbelen, want in muzikaal opzicht is Dreams Go meer dan eens een prachtig album en ook de stem van Channy Leanagh verdient het om met volledige aandacht te worden beluisterd. Er is inmiddels flink wat minder aandacht voor de muziek van POLIÇA dan in de begindagen van de band, maar dat is echt volkomen onterecht. Erwin Zijleman
POLIÇA - Madness (2022)

4,0
1
geplaatst: 17 juni 2022, 16:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: POLIÇA - Madness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
POLIÇA - Madness
De Amerikaanse band POLIÇA is alweer toe aan haar vijfde album en ook Madness is weer een album dat een uniek en betoverend mooi geluid laat horen, waaraan de band weer wat dimensies heeft toegevoegd
Give Up The Ghost van POLIÇA maakte elf jaar geleden een onuitwisbare indruk en sindsdien slaagt de band uit Minneapolis er in om haar geluid iedere keer weer te voorzien van net wat andere ingrediënten, zonder dat het uit duizenden herkenbare POLIÇA geluid verloren gaat. Het deze week verschenen Madness is de opvolger van en aanvulling op het twee jaar geleden verschenen When We Stay Alive, maar klinkt toch net weer wat anders dan deze voorganger. Madness is een helaas wat korte, maar zeker fascinerende luistertrip met bijzondere klankentapijten en de mooie vocalen van Channy Leaneagh, die je meesleuren in het bijzondere muzikale universum van POLIÇA.
De Amerikaanse band POLIÇA dook in 2011 voor het eerst op met het prachtige Give Up The Ghost. De band uit Minneapolis, Minnesota, maakte op haar debuutalbum indruk met een bijzondere mix van synthpop, triphop, atmosferische pop en een vleugje dance en vooral door het creëren van een bijzondere sfeer, die afwisselend associaties opriep met de muziek van Portishead, Cocteau Twins, Grimes en The Xx, om maar een paar namen te noemen.
Give Up The Ghost werd in 2013 gevolgd door Shulamith, dat een wat toegankelijker en ook wat moderner geluid liet horen. Dat toegankelijkere geluid werd weer overboord gezet op het wat mij betreft interessantere United Crushers uit 2016, mijn persoonlijke favoriet binnen het oeuvre van POLIÇA.
Hierna sloeg het noodlot toe voor zangeres Channy Leaneagh, die bij het sneeuwruimen op haar dak (!) ernstig gewond raakte na een val. POLIÇA keerde pas in 2020 weer terug met When We Stay Alive, dat me in eerste instantie vooral tegen viel, maar dat uiteindelijk toch weer van het niveau bleek dat we inmiddels van POLIÇA gewend zijn.
Het album krijgt deze week een opvolger met Madness en hoewel de echte verrassing er inmiddels misschien wat af is, ben ik toch weer zeer onder de indruk van het nieuwe album van de Amerikaanse band. Madness is gemaakt als een aanvulling op When We Stay Alive (in het Engels zo mooi een ‘companion piece’ genoemd), wat overigens niet betekent dat het in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn voorganger ligt.
Op Madness maakt POLIÇA gebruik van een nieuwe productietechniek die is ontwikkeld door POLIÇA producers Ryan Olson en Seth Rosetter. Het is een techniek die de naam Allovers heeft gekregen en die naar verluidt is gebaseerd op Antropomorfisme, het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet menselijke zaken.
Het moet er voor zorgen, als ik het goed heb begrepen tenminste, dat de elektronische klankentapijten van de band organischer klinken. Of dat gelukt is durf ik niet direct te zeggen, maar Madness klinkt wat mij betreft prachtig en bovendien als een eenheid waarin organische en elektronische klanken op zijn minst mooi samenvloeien. De muziek klinkt wat warmer dan op het vorige album van de band, terwijl de vocalen juist wat killer klinken.
Door het toch duidelijk andere geluid is Madness wat mij betreft meer dan een aanvulling op het vorige album. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op Madness er na net iets meer dan een half uur al weer op zit. In dat half uur maakt de band uit Minneapolis muziek zoals alleen POLIÇA die kan maken.
Ik noemde hierboven een divers rijtje namen als vergelijkingsmateriaal voor het debuutalbum van de band en hoewel ze niet allemaal meer even relevant zijn, heeft de muziek van de Amerikaanse band nog altijd een uniek karakter. Ook op Madness slaagt POLIÇA er weer in om een unieke sfeer te creëren. De elektronische klankentapijten zorgen voor een wat onheilspellende sfeer en die wordt nog wat versterkt door de hier en daar vervormde zang van Channy Leaneagh.
De muziek van POLIÇA is vooral donker, maar het is ook muziek van een bijzondere schoonheid en wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang op het album. Na een half uurtje zit het er al weer op, maar Madness is wel een half uur genieten en voegt weer een nieuwe dimensie toe aan het fascinerende oeuvre van POLIÇA. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: POLIÇA - Madness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
POLIÇA - Madness
De Amerikaanse band POLIÇA is alweer toe aan haar vijfde album en ook Madness is weer een album dat een uniek en betoverend mooi geluid laat horen, waaraan de band weer wat dimensies heeft toegevoegd
Give Up The Ghost van POLIÇA maakte elf jaar geleden een onuitwisbare indruk en sindsdien slaagt de band uit Minneapolis er in om haar geluid iedere keer weer te voorzien van net wat andere ingrediënten, zonder dat het uit duizenden herkenbare POLIÇA geluid verloren gaat. Het deze week verschenen Madness is de opvolger van en aanvulling op het twee jaar geleden verschenen When We Stay Alive, maar klinkt toch net weer wat anders dan deze voorganger. Madness is een helaas wat korte, maar zeker fascinerende luistertrip met bijzondere klankentapijten en de mooie vocalen van Channy Leaneagh, die je meesleuren in het bijzondere muzikale universum van POLIÇA.
De Amerikaanse band POLIÇA dook in 2011 voor het eerst op met het prachtige Give Up The Ghost. De band uit Minneapolis, Minnesota, maakte op haar debuutalbum indruk met een bijzondere mix van synthpop, triphop, atmosferische pop en een vleugje dance en vooral door het creëren van een bijzondere sfeer, die afwisselend associaties opriep met de muziek van Portishead, Cocteau Twins, Grimes en The Xx, om maar een paar namen te noemen.
Give Up The Ghost werd in 2013 gevolgd door Shulamith, dat een wat toegankelijker en ook wat moderner geluid liet horen. Dat toegankelijkere geluid werd weer overboord gezet op het wat mij betreft interessantere United Crushers uit 2016, mijn persoonlijke favoriet binnen het oeuvre van POLIÇA.
Hierna sloeg het noodlot toe voor zangeres Channy Leaneagh, die bij het sneeuwruimen op haar dak (!) ernstig gewond raakte na een val. POLIÇA keerde pas in 2020 weer terug met When We Stay Alive, dat me in eerste instantie vooral tegen viel, maar dat uiteindelijk toch weer van het niveau bleek dat we inmiddels van POLIÇA gewend zijn.
Het album krijgt deze week een opvolger met Madness en hoewel de echte verrassing er inmiddels misschien wat af is, ben ik toch weer zeer onder de indruk van het nieuwe album van de Amerikaanse band. Madness is gemaakt als een aanvulling op When We Stay Alive (in het Engels zo mooi een ‘companion piece’ genoemd), wat overigens niet betekent dat het in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn voorganger ligt.
Op Madness maakt POLIÇA gebruik van een nieuwe productietechniek die is ontwikkeld door POLIÇA producers Ryan Olson en Seth Rosetter. Het is een techniek die de naam Allovers heeft gekregen en die naar verluidt is gebaseerd op Antropomorfisme, het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet menselijke zaken.
Het moet er voor zorgen, als ik het goed heb begrepen tenminste, dat de elektronische klankentapijten van de band organischer klinken. Of dat gelukt is durf ik niet direct te zeggen, maar Madness klinkt wat mij betreft prachtig en bovendien als een eenheid waarin organische en elektronische klanken op zijn minst mooi samenvloeien. De muziek klinkt wat warmer dan op het vorige album van de band, terwijl de vocalen juist wat killer klinken.
Door het toch duidelijk andere geluid is Madness wat mij betreft meer dan een aanvulling op het vorige album. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op Madness er na net iets meer dan een half uur al weer op zit. In dat half uur maakt de band uit Minneapolis muziek zoals alleen POLIÇA die kan maken.
Ik noemde hierboven een divers rijtje namen als vergelijkingsmateriaal voor het debuutalbum van de band en hoewel ze niet allemaal meer even relevant zijn, heeft de muziek van de Amerikaanse band nog altijd een uniek karakter. Ook op Madness slaagt POLIÇA er weer in om een unieke sfeer te creëren. De elektronische klankentapijten zorgen voor een wat onheilspellende sfeer en die wordt nog wat versterkt door de hier en daar vervormde zang van Channy Leaneagh.
De muziek van POLIÇA is vooral donker, maar het is ook muziek van een bijzondere schoonheid en wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang op het album. Na een half uurtje zit het er al weer op, maar Madness is wel een half uur genieten en voegt weer een nieuwe dimensie toe aan het fascinerende oeuvre van POLIÇA. Erwin Zijleman
Poliça - United Crushers (2016)

4,0
1
geplaatst: 8 maart 2016, 12:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Poliça - United Crushers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit Minneapolis afkomstige duo Poliça wist me aan het eind van 2012 genadeloos te verleiden met het prachtige Give You The Ghost, dat ik destijds omschreef als een mix van Cocteau Twins, Portishead, The Xx en Grimes, maar dan verrijkt met meer invloeden uit de moderne elektronische en dansmuziek.
Give You The Ghost werd binnen een jaar opgevolgd door het net wat toegankelijkere Shulamith en nu zijn zangeres Channy Leanagh en producer Ryan Olson terug met hun derde plaat, United Crushers.
United Crushers borduurt voort op de vorige twee platen van het duo, maar is weer wat minder toegankelijk dan zijn voorganger. Poliça leek op haar vorige plaat op te schuiven in de richting van een breed publiek, maar kiest nu toch weer voor muziek die niet heel makkelijk overtuigt maar uiteindelijk van grote schoonheid blijkt.
United Crushers is voorzien van en vol en vaak behoorlijk overweldigend elektronisch klankentapijt, maar op een of andere manier biedt het ook alle ruimte aan de vocalen van Channy Leanagh, die steeds beter is gaan zingen, maar nog steeds vertrouwt op een flinke bak elektronische hulpmiddelen.
Het geeft de muziek van Poliça nog altijd een wat unheimisch geluid, maar eenmaal gewend aan de zwaar aangezette klanken en de gemanipuleerde vocalen op United Crushers blijkt het een schatkist vol geheimen.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op dit soort elektronische popmuziek, maar waar de meeste soortgenoten van Poliça vooral aan de oppervlakte blijven gaat United Crushers flink de diepte in. Dat hoor je in de instrumentatie die uit zoveel lagen bestaat dat het je soms duizelt, dat hoor je in de gedreven vocalen en dat hoor je in de teksten die zich lang niet alleen met de bloemetjes en de bijtjes bezig houden.
De derde van Poliça opent nogal zwaar, maar naarmate de plaat vordert winnen de popsongs van het duo uit Minneapolis aan kracht en diepgang. Bij eerste beluistering was ik nog heel even bang dat ik uitgekeken was op Poliça, maar inmiddels geniet ik meer en meer van het bijzondere United Crushers. Bijzondere plaat weer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Poliça - United Crushers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit Minneapolis afkomstige duo Poliça wist me aan het eind van 2012 genadeloos te verleiden met het prachtige Give You The Ghost, dat ik destijds omschreef als een mix van Cocteau Twins, Portishead, The Xx en Grimes, maar dan verrijkt met meer invloeden uit de moderne elektronische en dansmuziek.
Give You The Ghost werd binnen een jaar opgevolgd door het net wat toegankelijkere Shulamith en nu zijn zangeres Channy Leanagh en producer Ryan Olson terug met hun derde plaat, United Crushers.
United Crushers borduurt voort op de vorige twee platen van het duo, maar is weer wat minder toegankelijk dan zijn voorganger. Poliça leek op haar vorige plaat op te schuiven in de richting van een breed publiek, maar kiest nu toch weer voor muziek die niet heel makkelijk overtuigt maar uiteindelijk van grote schoonheid blijkt.
United Crushers is voorzien van en vol en vaak behoorlijk overweldigend elektronisch klankentapijt, maar op een of andere manier biedt het ook alle ruimte aan de vocalen van Channy Leanagh, die steeds beter is gaan zingen, maar nog steeds vertrouwt op een flinke bak elektronische hulpmiddelen.
Het geeft de muziek van Poliça nog altijd een wat unheimisch geluid, maar eenmaal gewend aan de zwaar aangezette klanken en de gemanipuleerde vocalen op United Crushers blijkt het een schatkist vol geheimen.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op dit soort elektronische popmuziek, maar waar de meeste soortgenoten van Poliça vooral aan de oppervlakte blijven gaat United Crushers flink de diepte in. Dat hoor je in de instrumentatie die uit zoveel lagen bestaat dat het je soms duizelt, dat hoor je in de gedreven vocalen en dat hoor je in de teksten die zich lang niet alleen met de bloemetjes en de bijtjes bezig houden.
De derde van Poliça opent nogal zwaar, maar naarmate de plaat vordert winnen de popsongs van het duo uit Minneapolis aan kracht en diepgang. Bij eerste beluistering was ik nog heel even bang dat ik uitgekeken was op Poliça, maar inmiddels geniet ik meer en meer van het bijzondere United Crushers. Bijzondere plaat weer. Erwin Zijleman
Polly Scattergood - In This Moment (2020)

4,5
0
geplaatst: 9 juli 2020, 17:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Polly Scattergood - In This Moment - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Polly Scattergood - In This Moment
Polly Scattergood is toe aan haar derde album en het is een bijzonder indrukwekkend album met een opvallend vol en veelkleurig geluid en zang die overloopt van emotie en urgentie
De naam Polly Scattergood vergeet je niet snel, maar haar muziek was ik eerlijk gezegd alweer uit het oog verloren. Het zal niet snel gebeuren met haar nieuwe album, want In This Moment is een indrukwekkend album met een groots aangezette instrumentatie vol dynamiek, met indringende zang en met songs die zowel ruimte bieden aan donkere wolken als aan zonnestralen. Het is een album dat in eerste instantie overweldigend over zal komen, maar dat ook vol subtiele wendingen zit. Polly Scattergood associeerde ik altijd al met talent en belofte en met In This Moment maakt ze dit meer dan waar.
In This Moment is het derde album van de Britse singer-songwriter Polly Scattergood. Haar vorige twee albums, het in 2009 verschenen titelloze debuut en de in 2013 verschenen opvolger Arrows, heb ik destijds absoluut beluisterd, maar de albums zijn me eerlijk gezegd niet bijgebleven. Aan de andere kant is de naam Polly Scattergood voor mij verbonden met talent en belofte, waardoor ik direct nieuwsgierig was naar haar nieuwe album, dat deze week is verschenen.
Ik heb niet meer de moeite genomen om de eerste twee albums van de Britse muzikante nog eens te beluisteren, maar was eigenlijk onmiddellijk onder de indruk van In This Moment. Het album opent direct zeer ambitieus met het ruim zeven minuten durende Red, dat opent met piano en zang, maar vervolgens steeds verder wordt opgetuigd met percussie, strijkers en elektronica. Het heeft direct wat beklemmends en bezwerends, wat nog eens wordt versterkt door de indringende zang van Polly Scattergood, die qua voordracht wel wat heeft van Tori Amos en Kate Bush, maar is voorzien van een toegankelijker en donkerder stemgeluid.
De openingstrack van het derde album van de Britse muzikante is prachtig opgebouwd. Polly Scattergood creëert onmiddellijk een donkere sfeer, die prachtig wordt uitgebouwd met de aanzwellende instrumentatie. Het is een track die zeker niet alleen vertrouwt op de kracht van donkere wolken, want de door piano en strijkers gedomineerde intermezzo’s zorgen voor veel dynamiek.
De ruim zeven minuten durende openingstrack geeft een goed beeld van het nieuwe geluid van Polly Scattergood. Het is een geluid dat keer op keer prachtig is ingekleurd, waarbij dramatiek en bombast geen moment uit de weg worden gegaan. Het vraagt wat van de zang van Polly Scattergood, maar de Britse singer-songwriter houdt zich verrassend makkelijk staande en voegt nog wat extra drama en bezwering toe aan het bij vlagen zeer rijk georkestreerde en overweldigende geluid.
Red is de langste en meest ambitieuze track op het album, maar het recept van de track komt telkens terug en wordt steeds weer verfijnd. In de tweede track speelt percussie een wat belangrijkere rol en worden de bijdragen van strijkers en elektronica in de vorm van soundscapes gegoten, waarna Polly Scattergood als een duistere middeleeuwse priesteres haar teksten prevelt. Andere tracks worden gedomineerd door donkere elektronische klanken en een wat beklemmende sfeer, maar Polly Scattergood vertrouwt ook regelmatig op haar piano voor fraaie ballads met subtiele elektronische versiersels.
Het is ver verwijderd van de veel lichtvoetigere muziek die Polly Scattergood in mijn herinnering in het verleden maakte, maar het is keer op keer prachtig en indrukwekkend. Steeds weer staan zwaar aangezette en meer subtiele klanken tegenover elkaar en steeds weten ze elkaar te versterken.
In This Moment zou zomaar de soundtrack kunnen zijn van een film of serie kunnen zijn, want de nieuwe muziek van Polly Scattergood beschikt absoluut over beeldende kracht, waarbij zowel donkere als kleurigere tinten aan bod komen. Het is het resultaat van pieken en dalen in het leven van Polly Scattergood, die de hectiek van de Britse samenleving verruilde voor de rust van de woestijn van Fuerteventura, maar die ook voor het eerst moeder werd. Het komt allemaal samen op een album dat bijna 50 minuten indruk maakt met songs die je heen en weer sleuren tussen diverse emoties en bijbehorende klanken. Al met al een zeer indrukwekkend album van Polly Scattergood. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Polly Scattergood - In This Moment - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Polly Scattergood - In This Moment
Polly Scattergood is toe aan haar derde album en het is een bijzonder indrukwekkend album met een opvallend vol en veelkleurig geluid en zang die overloopt van emotie en urgentie
De naam Polly Scattergood vergeet je niet snel, maar haar muziek was ik eerlijk gezegd alweer uit het oog verloren. Het zal niet snel gebeuren met haar nieuwe album, want In This Moment is een indrukwekkend album met een groots aangezette instrumentatie vol dynamiek, met indringende zang en met songs die zowel ruimte bieden aan donkere wolken als aan zonnestralen. Het is een album dat in eerste instantie overweldigend over zal komen, maar dat ook vol subtiele wendingen zit. Polly Scattergood associeerde ik altijd al met talent en belofte en met In This Moment maakt ze dit meer dan waar.
In This Moment is het derde album van de Britse singer-songwriter Polly Scattergood. Haar vorige twee albums, het in 2009 verschenen titelloze debuut en de in 2013 verschenen opvolger Arrows, heb ik destijds absoluut beluisterd, maar de albums zijn me eerlijk gezegd niet bijgebleven. Aan de andere kant is de naam Polly Scattergood voor mij verbonden met talent en belofte, waardoor ik direct nieuwsgierig was naar haar nieuwe album, dat deze week is verschenen.
Ik heb niet meer de moeite genomen om de eerste twee albums van de Britse muzikante nog eens te beluisteren, maar was eigenlijk onmiddellijk onder de indruk van In This Moment. Het album opent direct zeer ambitieus met het ruim zeven minuten durende Red, dat opent met piano en zang, maar vervolgens steeds verder wordt opgetuigd met percussie, strijkers en elektronica. Het heeft direct wat beklemmends en bezwerends, wat nog eens wordt versterkt door de indringende zang van Polly Scattergood, die qua voordracht wel wat heeft van Tori Amos en Kate Bush, maar is voorzien van een toegankelijker en donkerder stemgeluid.
De openingstrack van het derde album van de Britse muzikante is prachtig opgebouwd. Polly Scattergood creëert onmiddellijk een donkere sfeer, die prachtig wordt uitgebouwd met de aanzwellende instrumentatie. Het is een track die zeker niet alleen vertrouwt op de kracht van donkere wolken, want de door piano en strijkers gedomineerde intermezzo’s zorgen voor veel dynamiek.
De ruim zeven minuten durende openingstrack geeft een goed beeld van het nieuwe geluid van Polly Scattergood. Het is een geluid dat keer op keer prachtig is ingekleurd, waarbij dramatiek en bombast geen moment uit de weg worden gegaan. Het vraagt wat van de zang van Polly Scattergood, maar de Britse singer-songwriter houdt zich verrassend makkelijk staande en voegt nog wat extra drama en bezwering toe aan het bij vlagen zeer rijk georkestreerde en overweldigende geluid.
Red is de langste en meest ambitieuze track op het album, maar het recept van de track komt telkens terug en wordt steeds weer verfijnd. In de tweede track speelt percussie een wat belangrijkere rol en worden de bijdragen van strijkers en elektronica in de vorm van soundscapes gegoten, waarna Polly Scattergood als een duistere middeleeuwse priesteres haar teksten prevelt. Andere tracks worden gedomineerd door donkere elektronische klanken en een wat beklemmende sfeer, maar Polly Scattergood vertrouwt ook regelmatig op haar piano voor fraaie ballads met subtiele elektronische versiersels.
Het is ver verwijderd van de veel lichtvoetigere muziek die Polly Scattergood in mijn herinnering in het verleden maakte, maar het is keer op keer prachtig en indrukwekkend. Steeds weer staan zwaar aangezette en meer subtiele klanken tegenover elkaar en steeds weten ze elkaar te versterken.
In This Moment zou zomaar de soundtrack kunnen zijn van een film of serie kunnen zijn, want de nieuwe muziek van Polly Scattergood beschikt absoluut over beeldende kracht, waarbij zowel donkere als kleurigere tinten aan bod komen. Het is het resultaat van pieken en dalen in het leven van Polly Scattergood, die de hectiek van de Britse samenleving verruilde voor de rust van de woestijn van Fuerteventura, maar die ook voor het eerst moeder werd. Het komt allemaal samen op een album dat bijna 50 minuten indruk maakt met songs die je heen en weer sleuren tussen diverse emoties en bijbehorende klanken. Al met al een zeer indrukwekkend album van Polly Scattergood. Erwin Zijleman
Pom Pom Squad - Death of a Cheerleader (2021)

3,5
1
geplaatst: 2 juli 2021, 11:15 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pom Pom Squad - Death Of A CHeerleader - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pom Pom Squad - Death Of A CHeerleader
Pom Pom Squad probeert op haar debuutalbum Death Of A Cheerleader werkelijk van alles, slaat de plank soms echt volledig mis, maar weet ook in positieve zin te verrassen
Ik weet nog steeds niet goed wat ik aan moet met het debuut van de Amerikaanse band Pom Pom Squad. Death Of A Cheerleader is soms aangenaam en soms helemaal niks, maar ik hoor ook wel degelijk het talent van de band en het talent van frontvrouw Mia Birrin in het bijzonder. De muzikante uit New York schrijft zo nu en dan prima songs, staat open voor uiteenlopende invloeden en prefereert op Death Of A Cheerleader een eigen geluid boven eenheidsworst. Het is af en toe verrassend goed, soms verbazend slecht, maar uiteindelijk scoort dit album wat mij betreft een behoorlijke voldoende. Pom Pom Squad propt veertien songs in een half uurtje en het is een half uurtje dat doet uitzien naar een vervolg.
Pom Pom Squad begon ruim vijf jaar geleden als een soloproject van de Amerikaanse muzikante Mia Birrin, maar is inmiddels uitgegroeid tot een echte band. Na twee EP’s is het deze week verschenen Death Of A Cheerleader het eerste album van de band uit Brooklyn, New York. Het is een album dat ik na een vluchtige eerste beluistering opzij schoof als ‘leuk maar niets bijzonders’, maar dat laatste moet ik inmiddels toch wat nuanceren.
Death Of A Cheerleader van Pom Pom Squad wordt hier en daar in het hokje punk geduwd, maar daar hoort het album wat mij betreft niet thuis. Hier en daar klinkt de muziek van de band uit New York weliswaar ruw en is er ruimte voor punky gitaarriffs, maar met de punk uit de tweede helft van de jaren 70 heeft het echt helemaal niets te maken. Heel af en toe is het etiket punkpop misschien treffend, maar over het algemeen genomen hoor ik op Death Of A Cheerleader vooral pop of rock met hier en daar een punky attitude.
Death Of A Cheerleader is geproduceerd door Sarah Tudzin, ook de vrouw achter de uit Los Angeles afkomstige band Illuminati Hotties. Ik twijfel nog steeds of ik die band nu serieus moet nemen of niet en eigenlijk geldt dat ook voor Pom Pom Squad. Death Of A Cheerleader bevat een aantal lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar de band rond Mia Birrin slaat de plank ook wel eens mis.
Ik heb dan ook lang getwijfeld of ik dit album zou recenseren, maar uiteindelijk hoor ik toch voldoende goede ideeën op het album en ook ruim voldoende goede popliedjes. In muzikaal opzicht is het allemaal niet heel bijzonder, maar het is ook zeker niet slecht. De belangrijkste kracht komt van de frontvrouw van de band, die tekent voor een aantal prima songs en deze bovendien met veel vuur vertolkt.
Het manoeuvreert telkens op het snijvlak van pop en rock, waarbij flink wat clichés uit de hoge hoed komen, maar Pom Pom Squad strijkt wat mij betreft ook voldoende tegen de haren in, zeker wanneer Mia Birrin kirt of haar teksten juist met veel venijn uitspuugt. Het zorgt uiteindelijk voor een album dat eerder eigenzinnig dan mainstream is.
Death Of A Cheerleader flirt met 90s indierock en met een klein beetje punkpop, maar wanneer de band uit New York de klassieker Crimson + Clover nog eens afstoft hoor je stiekem ook de liefde voor de 50s en 60s girlpop van Phil Spector en die liefde komt nog een paar keer terug.
Death Of A Cheerleader springt af en toe wel erg van de hak op de tak, wat zorgt voor een wat fragmentarisch album, maar het zorgt er op hetzelfde moment voor dat het debuut van Pom Pom Squad net wat interessanter is dan vergelijkbare albums, waar ik meestal met een grote boog omheen loop.
Of het debuut van de band rond Mia Birrin een krent uit de pop is durf ik nog niet te beweren, maar ik hoor wel potentie op dit album. Ik sluit zeker niet uit dat Pom Pom Squad de volgende keer met een draak van een album op de proppen komt, maar er is ook een kleine kans op een album dat iedereen gaat verrassen.
In de tussentijd lijkt Mia Birrin vooral op zoek naar een eigen geluid om de wereld mee te veroveren. Dat heeft ze misschien nog niet gevonden, maar een deel van de ingrediënten is interessant. Persoonlijk lijkt de eigentijdse variant op de Phil Spector girlpop me interessanter dan de flirts met punkpop en 90s indierock, maar ik ben vooral benieuwd waar Pom Pom Squad ons nog mee gaat verrassen. Tot die tijd is het vooral een 'guilty pleasure' en daar is niks mis mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pom Pom Squad - Death Of A CHeerleader - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pom Pom Squad - Death Of A CHeerleader
Pom Pom Squad probeert op haar debuutalbum Death Of A Cheerleader werkelijk van alles, slaat de plank soms echt volledig mis, maar weet ook in positieve zin te verrassen
Ik weet nog steeds niet goed wat ik aan moet met het debuut van de Amerikaanse band Pom Pom Squad. Death Of A Cheerleader is soms aangenaam en soms helemaal niks, maar ik hoor ook wel degelijk het talent van de band en het talent van frontvrouw Mia Birrin in het bijzonder. De muzikante uit New York schrijft zo nu en dan prima songs, staat open voor uiteenlopende invloeden en prefereert op Death Of A Cheerleader een eigen geluid boven eenheidsworst. Het is af en toe verrassend goed, soms verbazend slecht, maar uiteindelijk scoort dit album wat mij betreft een behoorlijke voldoende. Pom Pom Squad propt veertien songs in een half uurtje en het is een half uurtje dat doet uitzien naar een vervolg.
Pom Pom Squad begon ruim vijf jaar geleden als een soloproject van de Amerikaanse muzikante Mia Birrin, maar is inmiddels uitgegroeid tot een echte band. Na twee EP’s is het deze week verschenen Death Of A Cheerleader het eerste album van de band uit Brooklyn, New York. Het is een album dat ik na een vluchtige eerste beluistering opzij schoof als ‘leuk maar niets bijzonders’, maar dat laatste moet ik inmiddels toch wat nuanceren.
Death Of A Cheerleader van Pom Pom Squad wordt hier en daar in het hokje punk geduwd, maar daar hoort het album wat mij betreft niet thuis. Hier en daar klinkt de muziek van de band uit New York weliswaar ruw en is er ruimte voor punky gitaarriffs, maar met de punk uit de tweede helft van de jaren 70 heeft het echt helemaal niets te maken. Heel af en toe is het etiket punkpop misschien treffend, maar over het algemeen genomen hoor ik op Death Of A Cheerleader vooral pop of rock met hier en daar een punky attitude.
Death Of A Cheerleader is geproduceerd door Sarah Tudzin, ook de vrouw achter de uit Los Angeles afkomstige band Illuminati Hotties. Ik twijfel nog steeds of ik die band nu serieus moet nemen of niet en eigenlijk geldt dat ook voor Pom Pom Squad. Death Of A Cheerleader bevat een aantal lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar de band rond Mia Birrin slaat de plank ook wel eens mis.
Ik heb dan ook lang getwijfeld of ik dit album zou recenseren, maar uiteindelijk hoor ik toch voldoende goede ideeën op het album en ook ruim voldoende goede popliedjes. In muzikaal opzicht is het allemaal niet heel bijzonder, maar het is ook zeker niet slecht. De belangrijkste kracht komt van de frontvrouw van de band, die tekent voor een aantal prima songs en deze bovendien met veel vuur vertolkt.
Het manoeuvreert telkens op het snijvlak van pop en rock, waarbij flink wat clichés uit de hoge hoed komen, maar Pom Pom Squad strijkt wat mij betreft ook voldoende tegen de haren in, zeker wanneer Mia Birrin kirt of haar teksten juist met veel venijn uitspuugt. Het zorgt uiteindelijk voor een album dat eerder eigenzinnig dan mainstream is.
Death Of A Cheerleader flirt met 90s indierock en met een klein beetje punkpop, maar wanneer de band uit New York de klassieker Crimson + Clover nog eens afstoft hoor je stiekem ook de liefde voor de 50s en 60s girlpop van Phil Spector en die liefde komt nog een paar keer terug.
Death Of A Cheerleader springt af en toe wel erg van de hak op de tak, wat zorgt voor een wat fragmentarisch album, maar het zorgt er op hetzelfde moment voor dat het debuut van Pom Pom Squad net wat interessanter is dan vergelijkbare albums, waar ik meestal met een grote boog omheen loop.
Of het debuut van de band rond Mia Birrin een krent uit de pop is durf ik nog niet te beweren, maar ik hoor wel potentie op dit album. Ik sluit zeker niet uit dat Pom Pom Squad de volgende keer met een draak van een album op de proppen komt, maar er is ook een kleine kans op een album dat iedereen gaat verrassen.
In de tussentijd lijkt Mia Birrin vooral op zoek naar een eigen geluid om de wereld mee te veroveren. Dat heeft ze misschien nog niet gevonden, maar een deel van de ingrediënten is interessant. Persoonlijk lijkt de eigentijdse variant op de Phil Spector girlpop me interessanter dan de flirts met punkpop en 90s indierock, maar ik ben vooral benieuwd waar Pom Pom Squad ons nog mee gaat verrassen. Tot die tijd is het vooral een 'guilty pleasure' en daar is niks mis mee. Erwin Zijleman
Pom Pom Squad - Mirror Starts Moving Without Me (2024)

4,0
0
geplaatst: 14 november 2024, 21:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pom Pom Squad - Mirror Starts Moving Without Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pom Pom Squad - Mirror Starts Moving Without Me
Na het toch wat wispelturige debuutalbum kon het alle kanten op met Pom Pom Squad, maar een geweldig popalbum als Mirror Starts Moving Without Me had ik toch niet verwacht van het project van Mia Birrin
Ik begon met bescheiden verwachtingen aan het tweede album van Pom Pom Squad, maar Mirror Starts Moving Without Me heeft mijn verwachtingen makkelijk overtroffen. Het project van de Amerikaanse muzikante Mia Birrin was nogal wisselvallig op het wel interessante debuutalbum Death Of A Cheerleader, maar weet op het nieuwe album een hoog niveau vast te houden. Pom Pom Squad had drie jaar geleden een voorkeur voor rock, maar kiest deze keer toch vooral voor de pop. Het is pop die raakt aan de muziek van een aantal smaakmakers in het genre, maar Mia Birrin is gelukkig ook zichzelf gebleven en maakt lekker eigenwijze popmuziek op haar uitstekende nieuwe album.
Pom Pom Squad, het project van de Amerikaanse muzikante Mia Birrin, debuteerde in 2021 met het album Death Of A Cheerleader. Het is een album dat ik bij eerste beluistering karakteriseerde als niets bijzonders, maar het bleek uiteindelijk een album met verrassend hoge pieken en verrassend diepe dalen. Nadat ik de pieken en dalen tegen elkaar had weggestreept bleef een voorzichtig positief oordeel over, maar Death Of A Cheerleader rechtvaardige wat mij betreft vooral het in de gaten blijven houden van de muzikale verrichtingen van Pom Pom Squad, want die vond ik zeker interessant.
Mia Birrin keert deze week terug met het nieuwe album van haar project en laat op Mirror Starts Moving Without Me horen dat ze is gegroeid. Mirror Starts Moving Without Me lijkt in een beperkt aantal opzichten op zijn voorganger, maar klinkt in de meeste opzichten echt anders. Op haar debuutalbum propte Mia Birrin veertien songs in net iets meer dan een half uur muziek. Haar nieuwe album klokt net iets onder het half uur en bevat elf songs. De muzikante uit New York heeft haar songs op Mirror Starts Moving Without Me wat beter uitgewerkt en weet bovendien een wat constanter en ook hoger niveau vast te houden. Het is hierdoor veel minder een album van pieken en dalen, maar Pom Pom Squad springt (gelukkig) nog steeds van de hak op de tak.
Ook in muzikaal opzicht laat het nieuwe album van Pom Pom Squad een verschuiving horen. Death Of A Cheerleader bevatte vooral rocksongs met een punky attitude, terwijl op Mirror Starts Moving Without Me vooral popsongs zijn te horen. Het zijn popsongs met hier en daar nog altijd een punky attitude, maar Pom Pom Squad schuift ook op richting wat gepolijstere pop. Ook in die wat gepolijster klinkende pop is de Amerikaanse muzikante gelukkig lekker eigenzinnig gebleven.
Death Of A Cheerleader werd drie jaar geleden geproduceerd door Mia Birrin en Sarah Tudzin, de vrouw achter de band Illuminati Hotties, die ik hoog heb zitten. Mia Birrin produceerde haar nieuwe album weer deels zelf en deed hiernaast een beroep op Cody Fitzgerald van de band Stolen Jars. De twee hebben zich in de productie duidelijk laten inspireren door een aantal grote popsterren van het moment.
Bij beluistering van Mirror Starts Moving Without Me hoor ik met enige regelmaat iets van Olivia Rodrigo, van Chappell Roan en een enkele keer ook iets van Billie Eilish en zo komen er nog wat bekende geluiden voorbij, maar er is gelukkig ook nog genoeg ruimte voor Mia Birrin, die van haar nieuwe album ook een fraai ‘coming of age’ album heeft gemaakt. Vergeleken met Death Of A Cheerleader mis ik eerlijk gezegd wel de ruwe uitbarstingen en de uitspattingen van het ongeleide projectiel Mia Birrin, maar met een goed popalbum is wat mij betreft ook niets mis.
Bij beluistering van het debuutalbum van Pom Pom Squad werd het contrast tussen de pieken en de dalen op het album steeds duidelijker, maar de songs op Mirror Starts Moving Without Me trekken elkaar stuk voor stuk verder omhoog. Mijn conclusie dat Mia Birrin een geweldig popalbum heeft gemaakt wordt voor mij steeds duidelijker en Mirror Starts Moving Without Me wordt alleen maar verslavender. Drie jaar geleden twijfelde ik vooral over Pom Pom Squad, maar inmiddels heeft Mia Birrin me volledig overtuigd van haar talent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pom Pom Squad - Mirror Starts Moving Without Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pom Pom Squad - Mirror Starts Moving Without Me
Na het toch wat wispelturige debuutalbum kon het alle kanten op met Pom Pom Squad, maar een geweldig popalbum als Mirror Starts Moving Without Me had ik toch niet verwacht van het project van Mia Birrin
Ik begon met bescheiden verwachtingen aan het tweede album van Pom Pom Squad, maar Mirror Starts Moving Without Me heeft mijn verwachtingen makkelijk overtroffen. Het project van de Amerikaanse muzikante Mia Birrin was nogal wisselvallig op het wel interessante debuutalbum Death Of A Cheerleader, maar weet op het nieuwe album een hoog niveau vast te houden. Pom Pom Squad had drie jaar geleden een voorkeur voor rock, maar kiest deze keer toch vooral voor de pop. Het is pop die raakt aan de muziek van een aantal smaakmakers in het genre, maar Mia Birrin is gelukkig ook zichzelf gebleven en maakt lekker eigenwijze popmuziek op haar uitstekende nieuwe album.
Pom Pom Squad, het project van de Amerikaanse muzikante Mia Birrin, debuteerde in 2021 met het album Death Of A Cheerleader. Het is een album dat ik bij eerste beluistering karakteriseerde als niets bijzonders, maar het bleek uiteindelijk een album met verrassend hoge pieken en verrassend diepe dalen. Nadat ik de pieken en dalen tegen elkaar had weggestreept bleef een voorzichtig positief oordeel over, maar Death Of A Cheerleader rechtvaardige wat mij betreft vooral het in de gaten blijven houden van de muzikale verrichtingen van Pom Pom Squad, want die vond ik zeker interessant.
Mia Birrin keert deze week terug met het nieuwe album van haar project en laat op Mirror Starts Moving Without Me horen dat ze is gegroeid. Mirror Starts Moving Without Me lijkt in een beperkt aantal opzichten op zijn voorganger, maar klinkt in de meeste opzichten echt anders. Op haar debuutalbum propte Mia Birrin veertien songs in net iets meer dan een half uur muziek. Haar nieuwe album klokt net iets onder het half uur en bevat elf songs. De muzikante uit New York heeft haar songs op Mirror Starts Moving Without Me wat beter uitgewerkt en weet bovendien een wat constanter en ook hoger niveau vast te houden. Het is hierdoor veel minder een album van pieken en dalen, maar Pom Pom Squad springt (gelukkig) nog steeds van de hak op de tak.
Ook in muzikaal opzicht laat het nieuwe album van Pom Pom Squad een verschuiving horen. Death Of A Cheerleader bevatte vooral rocksongs met een punky attitude, terwijl op Mirror Starts Moving Without Me vooral popsongs zijn te horen. Het zijn popsongs met hier en daar nog altijd een punky attitude, maar Pom Pom Squad schuift ook op richting wat gepolijstere pop. Ook in die wat gepolijster klinkende pop is de Amerikaanse muzikante gelukkig lekker eigenzinnig gebleven.
Death Of A Cheerleader werd drie jaar geleden geproduceerd door Mia Birrin en Sarah Tudzin, de vrouw achter de band Illuminati Hotties, die ik hoog heb zitten. Mia Birrin produceerde haar nieuwe album weer deels zelf en deed hiernaast een beroep op Cody Fitzgerald van de band Stolen Jars. De twee hebben zich in de productie duidelijk laten inspireren door een aantal grote popsterren van het moment.
Bij beluistering van Mirror Starts Moving Without Me hoor ik met enige regelmaat iets van Olivia Rodrigo, van Chappell Roan en een enkele keer ook iets van Billie Eilish en zo komen er nog wat bekende geluiden voorbij, maar er is gelukkig ook nog genoeg ruimte voor Mia Birrin, die van haar nieuwe album ook een fraai ‘coming of age’ album heeft gemaakt. Vergeleken met Death Of A Cheerleader mis ik eerlijk gezegd wel de ruwe uitbarstingen en de uitspattingen van het ongeleide projectiel Mia Birrin, maar met een goed popalbum is wat mij betreft ook niets mis.
Bij beluistering van het debuutalbum van Pom Pom Squad werd het contrast tussen de pieken en de dalen op het album steeds duidelijker, maar de songs op Mirror Starts Moving Without Me trekken elkaar stuk voor stuk verder omhoog. Mijn conclusie dat Mia Birrin een geweldig popalbum heeft gemaakt wordt voor mij steeds duidelijker en Mirror Starts Moving Without Me wordt alleen maar verslavender. Drie jaar geleden twijfelde ik vooral over Pom Pom Squad, maar inmiddels heeft Mia Birrin me volledig overtuigd van haar talent. Erwin Zijleman
Pomme - À Peu Près (2017)

4,5
0
geplaatst: 4 november 2017, 10:47 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pomme - À Peu Près - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was laatst in Parijs en zag tot mijn vreugde dat ook in de Lichtstad de platenzaken weer als paddenstoelen uit de grond schieten.
In deze platenzaken puilden de bakken uit met obscuur vinyl uit vervlogen tijden, maar was het nieuwe jonge Franse talent helaas nauwelijks vertegenwoordigd.
Ik kwam daarom vooral thuis met stokoude platen, maar natuurlijk is Frankrijk ook nog altijd een kweekvijver voor geweldige jonge (vrouwelijke) singer-songwriters.
Hiervoor moet je kennelijk niet in de hippe platenzaken van Parijs zijn, maar wel bij de Nederlandse BLOG Het Chanson Offensief (http://chansonoffensief.nl). Deze BLOG kwam eerder deze week met een flink aantal geweldige tips op de proppen en ik weet nu al dat deze de maand november voor mij gaan inkleuren met de klanken die ik in Parijs niet direct tegen kwam.
Mijn eerste liefde uit het lijstje van het Chanson Offensief is Pomme. Pomme is een pas 21 jaar oude singer-songwriter uit Parijs, die met À Peu Près een razend knap debuut heeft afgeleverd.
Pomme is misschien pas 21, maar ze bulkt van het talent. De singer-songwriter uit Parijs kan uit de voeten met een heel arsenaal aan instrumenten, is voorzien van een bijzonder aangenaam, veelzijdig en expressief stemgeluid, schrijft songs die alle kanten op schieten en heeft tenslotte een muzikale bagage die je niet verwacht bij iemand van haar leeftijd.
À Peu Près bevat 13 voornamelijk Franstalige songs (slechts in één song kiest Pomme voor het Engels) en ze zijn allemaal even mooi. Het zijn songs waarin Pomme laat horen dat ze de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 70 kent, maar de Parijse muzikante kent ook de muzikale tradities van haar vaderland in het algemeen en het Franse chanson in het bijzonder. Hiernaast is Pomme een kind van deze tijd en kan ze genadeloos verleiden met Franse zuchtmeisjespop of met de zomerhit waar je in november zo intens naar verlangt.
À Peu Près is heel af en toe zwoel en lichtvoetig, maar op het grootste deel van haar debuut laat Pomme een enorme diepgang horen en overtuigt ze met songs die nog heel lang door groeien en nieuwe dingen laten horen.
À Peu Près is voorzien van een opvallend stemmige en subtiele instrumentatie vol mooie accenten. Het klinkt allemaal wat melancholischer dan je van een muzikante van de leeftijd van Pomme zou verwachten, maar het geeft de songs van de Française ook een bijzondere sfeer en lading. Die krijgt nog wat extra kracht door de mooie stem van Pomme, die rijker en volwassener klinkt dan die van gemiddelde 21 jarige en de songs op À Peu Près voorziet van veel gevoel en intensiteit.
Pomme is naar verluid groot geworden met de muziek van Joni Mitchell en dat hoor je af en toe nadrukkelijk op À Peu Près, maar het debuut van Pomme staat ook met minstens één been in het heden en wisselt duidelijke invloeden uit het verleden af met fris klinkende en sprankelende songs. Veel songs zijn behoorlijk ingetogen, maar Pomme heeft soms ook een meer theatrale kant, maar slaat gelukkig nergens door richting bombast.
Door de teksten in het Frans zal À Peu Près van Pomme voor de gemiddelde Nederlandse muziekliefhebber waarschijnlijk een wat hogere drempel opwerpen dan de gemiddelde Engelstalige singer-songwriter plaat, maar zet je over eventuele barrières heen en je hoort een plaat van hoog niveau vol prachtsongs.
Ik heb zelf een zwak voor de verleidelijke Franse popmuziek, maar de knappe muziek van Pomme doet veel meer dan verleiden met zoete klanken en blijft maar verbazen en verrassen. Pomme staat in Frankrijk bekend als een grote belofte en een al even groot talent en laat op À Peu Près horen dat dit volkomen terecht is. À Peu Près van Pomme is een plaat om direct te koesteren en uiteindelijk intens van te houden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pomme - À Peu Près - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was laatst in Parijs en zag tot mijn vreugde dat ook in de Lichtstad de platenzaken weer als paddenstoelen uit de grond schieten.
In deze platenzaken puilden de bakken uit met obscuur vinyl uit vervlogen tijden, maar was het nieuwe jonge Franse talent helaas nauwelijks vertegenwoordigd.
Ik kwam daarom vooral thuis met stokoude platen, maar natuurlijk is Frankrijk ook nog altijd een kweekvijver voor geweldige jonge (vrouwelijke) singer-songwriters.
Hiervoor moet je kennelijk niet in de hippe platenzaken van Parijs zijn, maar wel bij de Nederlandse BLOG Het Chanson Offensief (http://chansonoffensief.nl). Deze BLOG kwam eerder deze week met een flink aantal geweldige tips op de proppen en ik weet nu al dat deze de maand november voor mij gaan inkleuren met de klanken die ik in Parijs niet direct tegen kwam.
Mijn eerste liefde uit het lijstje van het Chanson Offensief is Pomme. Pomme is een pas 21 jaar oude singer-songwriter uit Parijs, die met À Peu Près een razend knap debuut heeft afgeleverd.
Pomme is misschien pas 21, maar ze bulkt van het talent. De singer-songwriter uit Parijs kan uit de voeten met een heel arsenaal aan instrumenten, is voorzien van een bijzonder aangenaam, veelzijdig en expressief stemgeluid, schrijft songs die alle kanten op schieten en heeft tenslotte een muzikale bagage die je niet verwacht bij iemand van haar leeftijd.
À Peu Près bevat 13 voornamelijk Franstalige songs (slechts in één song kiest Pomme voor het Engels) en ze zijn allemaal even mooi. Het zijn songs waarin Pomme laat horen dat ze de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 70 kent, maar de Parijse muzikante kent ook de muzikale tradities van haar vaderland in het algemeen en het Franse chanson in het bijzonder. Hiernaast is Pomme een kind van deze tijd en kan ze genadeloos verleiden met Franse zuchtmeisjespop of met de zomerhit waar je in november zo intens naar verlangt.
À Peu Près is heel af en toe zwoel en lichtvoetig, maar op het grootste deel van haar debuut laat Pomme een enorme diepgang horen en overtuigt ze met songs die nog heel lang door groeien en nieuwe dingen laten horen.
À Peu Près is voorzien van een opvallend stemmige en subtiele instrumentatie vol mooie accenten. Het klinkt allemaal wat melancholischer dan je van een muzikante van de leeftijd van Pomme zou verwachten, maar het geeft de songs van de Française ook een bijzondere sfeer en lading. Die krijgt nog wat extra kracht door de mooie stem van Pomme, die rijker en volwassener klinkt dan die van gemiddelde 21 jarige en de songs op À Peu Près voorziet van veel gevoel en intensiteit.
Pomme is naar verluid groot geworden met de muziek van Joni Mitchell en dat hoor je af en toe nadrukkelijk op À Peu Près, maar het debuut van Pomme staat ook met minstens één been in het heden en wisselt duidelijke invloeden uit het verleden af met fris klinkende en sprankelende songs. Veel songs zijn behoorlijk ingetogen, maar Pomme heeft soms ook een meer theatrale kant, maar slaat gelukkig nergens door richting bombast.
Door de teksten in het Frans zal À Peu Près van Pomme voor de gemiddelde Nederlandse muziekliefhebber waarschijnlijk een wat hogere drempel opwerpen dan de gemiddelde Engelstalige singer-songwriter plaat, maar zet je over eventuele barrières heen en je hoort een plaat van hoog niveau vol prachtsongs.
Ik heb zelf een zwak voor de verleidelijke Franse popmuziek, maar de knappe muziek van Pomme doet veel meer dan verleiden met zoete klanken en blijft maar verbazen en verrassen. Pomme staat in Frankrijk bekend als een grote belofte en een al even groot talent en laat op À Peu Près horen dat dit volkomen terecht is. À Peu Près van Pomme is een plaat om direct te koesteren en uiteindelijk intens van te houden. Erwin Zijleman
Pomme - consolation (2022)

4,5
2
geplaatst: 29 augustus 2022, 15:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pomme - Consolation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pomme - Consolation
Na het veelbelovende debuut À Peu Près en de ijzersterke opvolger Les Failles, maakt Pomme nog wat meer indruk op haar derde album Consolation, waarmee ze zich schaart onder het beste dat de Franse popmuziek momenteel te bieden heeft
Pomme is nog altijd pas 26, maar dat hoor je geen moment op het prachtige Consolation, dat nog wat meer indruk maakt dan de twee uitstekende voorgangers. Pomme verwerkt in muzikaal opzicht zeer uiteenlopende invloeden en schuurt zowel tegen het stokoude Franse chanson als tegen de hedendaagse Franse popmuziek aan. De instrumentatie is dit keer verrassend sober en bevat veel ingrediënten uit de klassieke muziek, wat prachtig kleurt bij de licht doorleefde stem van Pomme, die alle ruimte krijgt om te excelleren. Zaz stond jarenlang op eenzame hoogte binnen de Franse popmuziek, maar met Pomme heeft ze er nu een zeer serieuze concurrent bij.
Meestal als ik in Frankrijk ben loop ik ook even binnen bij de lokale platenzaken, maar ik ben er in Normandië de afgelopen zomer echt niet een tegengekomen (zelfs geen FNAC). De meest interessante Franse release van 2022 had ik daar sowieso niet op kunnen pikken afgelopen zomer, want het nieuwe album van Pomme is pas deze week verschenen.
Pomme debuteerde in 2017 knap met À Peu Près, dat onmiddellijk liet horen dat we hier niet te maken hadden met het zoveelste lichtvoetige zuchtmeisje. Pomme maakte op haar debuutalbum muziek met inhoud en liet bovendien horen dat ze een uitstekende zangeres is. À Peu Près stond bol van de belofte, maar die kwam er pas echt uit op het eind 2019 uitgebrachte Les Failles, waarmee Pomme zich definitief schaarde onder de grote talenten binnen de Franse popmuziek. Les Failles was zelfs zo goed dat ik mijn recensie van het album inschatte dat Pomme alleen nog de bijna onaantastbare Zaz voor zich moest dulden.
Deze Zaz liet vorig jaar horen dat ze nog altijd prima albums maakt, maar dit jaar is het de beurt aan Pomme. Pomme, het alter ego van Claire Pommet, is nog altijd pas 26, maar ze heeft met Consolation een zeer indrukwekkend album afgeleverd dat nauwelijks is te rijmen met haar leeftijd. Consolation ligt deels in het verlengde van voorgangers À Peu Près en Les Failles, maar klinkt nog wat eigenzinniger dan deze voorgangers. Pomme laat zich ook dit keer inspireren door de tradities van het Franse chanson, maar ze heeft ook een zwak voor Britse en Amerikaanse folk.
De Franse muzikante verwerkt hiernaast invloeden uit de Franse popmuziek van het moment in haar muziek, wat van Consolation een bijzonder klinkend album maakt. De eigenzinnigheid van het nieuwe album van Pomme wordt versterkt door de fraaie arrangementen en instrumentatie op het album. Het is een instrumentatie die hier en daar aansluit bij die van het traditionele Franse chanson, maar Pomme heeft zich op haar nieuwe album ook absoluut laat beïnvloeden door Franse filmmuziek en put bovendien stevig uit de archieven van de klassieke muziek. Door de subtiele inzet van moderne elektronica in een aantal songs heeft de muziek van Pomme ook nog eens een eigentijds tintje.
Consolation is mooi en veelzijdig ingekleurd, maar het is ook een betrekkelijk sober ingekleurd album. Door alle open ruimte krijgt de stem van de Française alle ruimte om te schitteren en dat doet de stem van Pomme uitbundig. De stem van de muzikante uit Lyon klinkt over het algemeen zacht en hoog, maar Pomme heeft ook een aangenaam ruw randje op haar stembanden, waardoor ze ouder klinkt dan ze is. In muzikaal en vocaal opzicht overtuigt Pomme makkelijk op haar derde album, maar Consolation ontleent een groot deel van zijn kracht aan de avontuurlijke songs die lak hebben aan genres en de tijd.
Zeker wanneer wat traditioneel aandoende songs worden afgewisseld met hedendaagse elektronica, springt Pomme wat van de hak op de tak, maar het zit mij niet in de weg, Ook als Pomme in een van de songs op het album overschakelt naar het Engels haak ik niet direct af, al heb ik zelf een duidelijke voorkeur voor de Franstalige songs, die het geluid op Consolation bepalen. Na het prima debuut en het ijzersterke Les Failles, zet de Franse muzikante wederom een flinke stap op haar derde album, waarmee ze Zaz nu echt op de hielen zit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pomme - Consolation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pomme - Consolation
Na het veelbelovende debuut À Peu Près en de ijzersterke opvolger Les Failles, maakt Pomme nog wat meer indruk op haar derde album Consolation, waarmee ze zich schaart onder het beste dat de Franse popmuziek momenteel te bieden heeft
Pomme is nog altijd pas 26, maar dat hoor je geen moment op het prachtige Consolation, dat nog wat meer indruk maakt dan de twee uitstekende voorgangers. Pomme verwerkt in muzikaal opzicht zeer uiteenlopende invloeden en schuurt zowel tegen het stokoude Franse chanson als tegen de hedendaagse Franse popmuziek aan. De instrumentatie is dit keer verrassend sober en bevat veel ingrediënten uit de klassieke muziek, wat prachtig kleurt bij de licht doorleefde stem van Pomme, die alle ruimte krijgt om te excelleren. Zaz stond jarenlang op eenzame hoogte binnen de Franse popmuziek, maar met Pomme heeft ze er nu een zeer serieuze concurrent bij.
Meestal als ik in Frankrijk ben loop ik ook even binnen bij de lokale platenzaken, maar ik ben er in Normandië de afgelopen zomer echt niet een tegengekomen (zelfs geen FNAC). De meest interessante Franse release van 2022 had ik daar sowieso niet op kunnen pikken afgelopen zomer, want het nieuwe album van Pomme is pas deze week verschenen.
Pomme debuteerde in 2017 knap met À Peu Près, dat onmiddellijk liet horen dat we hier niet te maken hadden met het zoveelste lichtvoetige zuchtmeisje. Pomme maakte op haar debuutalbum muziek met inhoud en liet bovendien horen dat ze een uitstekende zangeres is. À Peu Près stond bol van de belofte, maar die kwam er pas echt uit op het eind 2019 uitgebrachte Les Failles, waarmee Pomme zich definitief schaarde onder de grote talenten binnen de Franse popmuziek. Les Failles was zelfs zo goed dat ik mijn recensie van het album inschatte dat Pomme alleen nog de bijna onaantastbare Zaz voor zich moest dulden.
Deze Zaz liet vorig jaar horen dat ze nog altijd prima albums maakt, maar dit jaar is het de beurt aan Pomme. Pomme, het alter ego van Claire Pommet, is nog altijd pas 26, maar ze heeft met Consolation een zeer indrukwekkend album afgeleverd dat nauwelijks is te rijmen met haar leeftijd. Consolation ligt deels in het verlengde van voorgangers À Peu Près en Les Failles, maar klinkt nog wat eigenzinniger dan deze voorgangers. Pomme laat zich ook dit keer inspireren door de tradities van het Franse chanson, maar ze heeft ook een zwak voor Britse en Amerikaanse folk.
De Franse muzikante verwerkt hiernaast invloeden uit de Franse popmuziek van het moment in haar muziek, wat van Consolation een bijzonder klinkend album maakt. De eigenzinnigheid van het nieuwe album van Pomme wordt versterkt door de fraaie arrangementen en instrumentatie op het album. Het is een instrumentatie die hier en daar aansluit bij die van het traditionele Franse chanson, maar Pomme heeft zich op haar nieuwe album ook absoluut laat beïnvloeden door Franse filmmuziek en put bovendien stevig uit de archieven van de klassieke muziek. Door de subtiele inzet van moderne elektronica in een aantal songs heeft de muziek van Pomme ook nog eens een eigentijds tintje.
Consolation is mooi en veelzijdig ingekleurd, maar het is ook een betrekkelijk sober ingekleurd album. Door alle open ruimte krijgt de stem van de Française alle ruimte om te schitteren en dat doet de stem van Pomme uitbundig. De stem van de muzikante uit Lyon klinkt over het algemeen zacht en hoog, maar Pomme heeft ook een aangenaam ruw randje op haar stembanden, waardoor ze ouder klinkt dan ze is. In muzikaal en vocaal opzicht overtuigt Pomme makkelijk op haar derde album, maar Consolation ontleent een groot deel van zijn kracht aan de avontuurlijke songs die lak hebben aan genres en de tijd.
Zeker wanneer wat traditioneel aandoende songs worden afgewisseld met hedendaagse elektronica, springt Pomme wat van de hak op de tak, maar het zit mij niet in de weg, Ook als Pomme in een van de songs op het album overschakelt naar het Engels haak ik niet direct af, al heb ik zelf een duidelijke voorkeur voor de Franstalige songs, die het geluid op Consolation bepalen. Na het prima debuut en het ijzersterke Les Failles, zet de Franse muzikante wederom een flinke stap op haar derde album, waarmee ze Zaz nu echt op de hielen zit. Erwin Zijleman
Pomme - Les Failles (2019)

4,5
0
geplaatst: 29 december 2019, 10:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pomme - Les Failles - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pomme - Les Failles
Twee jaar na haar charmante debuut zet de jonge Française Pomme een reuzenstap en zaagt ze aan de poten van de troon van de bijna onaantastbaar geachte Zaz
Laat Les Failles van Pomme uit de speakers komen en de ruimte vult zich met subtiele, maar wonderschone en warme klanken. Het past allemaal prachtig bij de mooie stem van Pomme, die jeugdigheid combineert met een randje doorleving. Pomme liet op haar debuut al horen dat ze uit de voeten kan als zuchtmeisje en als chansonnière en dat ze bovendien invloeden uit de folk verwerkt in haar muziek. Op Les Failles tilt ze al deze invloeden naar een wat hoger niveau. De songs op het tweede album van Pomme zijn stuk voor stuk prachtig ingekleurd en vervolgens naar grote hoogten getild door de geweldige stem van de jonge singer-songwriter uit Parijs.
Vorige maand verscheen, zonder al teveel Nederlandse aandacht, een nieuw album van de Franse zangeres Pomme. Diezelfde Pomme tekende twee jaar geleden voor 40 minuten onweerstaanbare verleiding met haar debuut À Peu Près. Met haar debuut kon de op dat moment pas 21 jaar oude Pomme direct met de besten mee in de Franse muziekscene en die status bevestigt de muzikante uit Parijs nu met haar tweede album.
Les Failles is net als het debuut van Pomme een veelzijdig album. Pomme is een geweldig Frans zuchtmeisje, maar ze kent ook de klassiekers binnen de Franse chansons en heeft een zwak voor Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 70.
De zang van de jonge Française klinkt het ene moment zoet en lichtvoetig, maar snijdt het volgende moment door de ziel, terwijl de instrumentatie op Les Failles varieert van speels en eigentijds tot traditioneel en licht dramatisch.
Vergeleken met haar debuut heeft de muziek van Pomme absoluut aan diepgang gewonnen. Waar ik de Parijse singer-songwriter twee jaar geleden nog niet durfde te vergelijken met de grote Zaz, is deze vergelijking dit keer wel op zijn plaats. Zeker wanneer Pomme opschuift richting het Franse chanson doet Les Failles erg denken aan de muziek van Zaz, maar net als Zaz schiet Pomme als een kameleon door de Franse popmuziek en door de tijd. In de sober gearrangeerde songs met flarden uit de Franse chansons van weleer klinkt Pomme opeens verrassend doorleefd, maar in de wat meer pop georiënteerde songs is de jonge Franse singer-songwriter ook nog steeds goed voor vlinders en zonnestralen.
In beide typen songs maakt Pomme indruk met haar stem, die van een bijzonder aangenaam rauw randje is voorzien. Die stem staat er vaak grotendeels alleen voor, want Les Failles is over het algemeen subtiel ingekleurd. Het is geen probleem voor Pomme, want de zang op haar nieuwe album is van een hoog niveau.
Datzelfde geldt overigens voor de subtiele, maar ook bijzonder mooie instrumentatie, die de mooie vocalen prachtig ondersteunt. In de instrumentatie hoor je aan de ene kant de liefde voor Britse en Amerikaanse folk en wordt aan de andere kant de Franse popmuziek uit heden en verleden geëerd.
Ook als songwriter maakt Pomme indruk op Les Failles. Waar de jonge Française op haar debuut nog vooral koos voor zwoele popliedjes, graaft ze dit keer dieper en domineren stemmige en vaak wat melancholisch klinkende songs, die prachtig kleuren bij het seizoen. Les Failles is een intiem en ingetogen album, maar het is ook een album dat de ruimte verwarmt met mooie klanken en met de heerlijke stem van Pomme. Zaz was de afgelopen jaren onaantastbaar binnen de Franse popmuziek, maar met Les Failles zaagt de jonge Pomme voorzichtig aan de poten van haar troon.
À Peu Près kreeg twee jaar geleden niet al teveel aandacht in Nederland en dat is helaas niet anders voor Les Failles. Pomme is echter veel meer dan het zoveelste zwoele Franse zuchtmeisje. Met het bijzonder knappe Les Failles, dat iedere keer weer nieuwe dingen laat horen, heeft Pomme een album afgeleverd dat het verdient om gehoord en gekoesterd te worden. Het album was mij ook bijna ontgaan, maar maakt momenteel overuren en wordt alleen maar mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pomme - Les Failles - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Pomme - Les Failles
Twee jaar na haar charmante debuut zet de jonge Française Pomme een reuzenstap en zaagt ze aan de poten van de troon van de bijna onaantastbaar geachte Zaz
Laat Les Failles van Pomme uit de speakers komen en de ruimte vult zich met subtiele, maar wonderschone en warme klanken. Het past allemaal prachtig bij de mooie stem van Pomme, die jeugdigheid combineert met een randje doorleving. Pomme liet op haar debuut al horen dat ze uit de voeten kan als zuchtmeisje en als chansonnière en dat ze bovendien invloeden uit de folk verwerkt in haar muziek. Op Les Failles tilt ze al deze invloeden naar een wat hoger niveau. De songs op het tweede album van Pomme zijn stuk voor stuk prachtig ingekleurd en vervolgens naar grote hoogten getild door de geweldige stem van de jonge singer-songwriter uit Parijs.
Vorige maand verscheen, zonder al teveel Nederlandse aandacht, een nieuw album van de Franse zangeres Pomme. Diezelfde Pomme tekende twee jaar geleden voor 40 minuten onweerstaanbare verleiding met haar debuut À Peu Près. Met haar debuut kon de op dat moment pas 21 jaar oude Pomme direct met de besten mee in de Franse muziekscene en die status bevestigt de muzikante uit Parijs nu met haar tweede album.
Les Failles is net als het debuut van Pomme een veelzijdig album. Pomme is een geweldig Frans zuchtmeisje, maar ze kent ook de klassiekers binnen de Franse chansons en heeft een zwak voor Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 70.
De zang van de jonge Française klinkt het ene moment zoet en lichtvoetig, maar snijdt het volgende moment door de ziel, terwijl de instrumentatie op Les Failles varieert van speels en eigentijds tot traditioneel en licht dramatisch.
Vergeleken met haar debuut heeft de muziek van Pomme absoluut aan diepgang gewonnen. Waar ik de Parijse singer-songwriter twee jaar geleden nog niet durfde te vergelijken met de grote Zaz, is deze vergelijking dit keer wel op zijn plaats. Zeker wanneer Pomme opschuift richting het Franse chanson doet Les Failles erg denken aan de muziek van Zaz, maar net als Zaz schiet Pomme als een kameleon door de Franse popmuziek en door de tijd. In de sober gearrangeerde songs met flarden uit de Franse chansons van weleer klinkt Pomme opeens verrassend doorleefd, maar in de wat meer pop georiënteerde songs is de jonge Franse singer-songwriter ook nog steeds goed voor vlinders en zonnestralen.
In beide typen songs maakt Pomme indruk met haar stem, die van een bijzonder aangenaam rauw randje is voorzien. Die stem staat er vaak grotendeels alleen voor, want Les Failles is over het algemeen subtiel ingekleurd. Het is geen probleem voor Pomme, want de zang op haar nieuwe album is van een hoog niveau.
Datzelfde geldt overigens voor de subtiele, maar ook bijzonder mooie instrumentatie, die de mooie vocalen prachtig ondersteunt. In de instrumentatie hoor je aan de ene kant de liefde voor Britse en Amerikaanse folk en wordt aan de andere kant de Franse popmuziek uit heden en verleden geëerd.
Ook als songwriter maakt Pomme indruk op Les Failles. Waar de jonge Française op haar debuut nog vooral koos voor zwoele popliedjes, graaft ze dit keer dieper en domineren stemmige en vaak wat melancholisch klinkende songs, die prachtig kleuren bij het seizoen. Les Failles is een intiem en ingetogen album, maar het is ook een album dat de ruimte verwarmt met mooie klanken en met de heerlijke stem van Pomme. Zaz was de afgelopen jaren onaantastbaar binnen de Franse popmuziek, maar met Les Failles zaagt de jonge Pomme voorzichtig aan de poten van haar troon.
À Peu Près kreeg twee jaar geleden niet al teveel aandacht in Nederland en dat is helaas niet anders voor Les Failles. Pomme is echter veel meer dan het zoveelste zwoele Franse zuchtmeisje. Met het bijzonder knappe Les Failles, dat iedere keer weer nieuwe dingen laat horen, heeft Pomme een album afgeleverd dat het verdient om gehoord en gekoesterd te worden. Het album was mij ook bijna ontgaan, maar maakt momenteel overuren en wordt alleen maar mooier. Erwin Zijleman
Pond - Man It Feels Like Space Again (2015)

4,0
0
geplaatst: 28 januari 2015, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pond - Man It Feels Like Space Again - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische band Pond (niet te verwarren met de Amerikaanse band uit de jaren 90) werd een paar jaar geleden geformeerd door muzikanten die de eveneens Australische neo-psych band Tame Impala op het podium bijstonden.
Het leverde tot dusver een aantal platen op, die ik net niet goed genoeg vond voor een plekje op deze BLOG (al was Hobo Rocket uit 2013 een twijfelgeval).
De nieuwe plaat van de Australische band, Man It Feels Like Space Again, is wat mij betreft wel goed genoeg om als krent uit de pop aangemerkt te worden. Vergeleken met Hobo Rocket klinkt de nieuwe plaat van Pond immers minder fragmentarisch en net wat minder experimenteel, waardoor de songs dit keer wel blijven hangen.
Pond heeft zich zeker laten beïnvloeden door de muziek van Tame Impala, maar zit net wat dichter tegen de muziek van The Flaming Lips aan. Psychedelica is absoluut een belangrijk bestanddeel van de muziek van Pond, maar het is zeker niet het enige ingrediënt waarmee Man It Feels Like Space Again op smaak is gebracht.
Pond is ook niet vies van een flinke dosis space-rock en Krautrock en sluit hiernaast aan op de muziek van al die bands die zijn verzameld in het hokje indie-rock. Invloeden uitje glamrock en het rijke oeuvre van Todd Rundgren maken de veelkleurige muziek van Pond compleet.
Op de vorige platen van Pond herkende ik wat te weinig popsongs met een kop en een staart, maar deze zijn ruim vertegenwoordigd op Man It Feels Like Space Again. De nieuwe plaat van Pond grossiert in heerlijk zweverige popliedjes met breed uitwaaiende gitaren, atmosferisch klinkende toetsenpartijen en lekker luie zang. Het klinkt zeker niet alleen als de hierboven genoemde voorbeelden, maar raakt af en toe ook aan het meer psychedelische werk van Pink Floyd, wat absoluut een compliment is.
De muziek van Pond kan nog altijd makkelijk omslaan. Net als je heerlijk wegdroomt bij de psychedelische klanken op de plaat wordt je ruw wakker geschud door een stekelige song die je weer met beide benen op de grond zet. Dat is even jammer, maar het geeft Pond uiteindelijk wel een eigen gezicht.
Persoonlijk ben ik vooral onder de indruk van de wijze waarop Pond gitaren en elektronica combineert, waarbij de elektronica zo nu en dan de kant van Duitse Krautrock of zelfs de helden van Kraftwerk op schiet.
Waar Pond me in het verleden snel verveelde zit ik dit keer negen tracks en 45 minuten lang op het puntje van mijn stoel. Makkelijk is het zeker niet en echt in een hokje te duwen is het ook niet, maar geef je over aan de bijzondere klanken van Pond en je wordt meegevoerd langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren.
Pond stond tot dusver duidelijk in de schaduw van Tame Impala, maar met Man It Feels Like Space Again stapt de band definitief uit deze schaduw met een plaat die de grenzen van de neo-psychedelica aan alle kanten overschrijdt maar toch niet uit de bocht vliegt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Pond - Man It Feels Like Space Again - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische band Pond (niet te verwarren met de Amerikaanse band uit de jaren 90) werd een paar jaar geleden geformeerd door muzikanten die de eveneens Australische neo-psych band Tame Impala op het podium bijstonden.
Het leverde tot dusver een aantal platen op, die ik net niet goed genoeg vond voor een plekje op deze BLOG (al was Hobo Rocket uit 2013 een twijfelgeval).
De nieuwe plaat van de Australische band, Man It Feels Like Space Again, is wat mij betreft wel goed genoeg om als krent uit de pop aangemerkt te worden. Vergeleken met Hobo Rocket klinkt de nieuwe plaat van Pond immers minder fragmentarisch en net wat minder experimenteel, waardoor de songs dit keer wel blijven hangen.
Pond heeft zich zeker laten beïnvloeden door de muziek van Tame Impala, maar zit net wat dichter tegen de muziek van The Flaming Lips aan. Psychedelica is absoluut een belangrijk bestanddeel van de muziek van Pond, maar het is zeker niet het enige ingrediënt waarmee Man It Feels Like Space Again op smaak is gebracht.
Pond is ook niet vies van een flinke dosis space-rock en Krautrock en sluit hiernaast aan op de muziek van al die bands die zijn verzameld in het hokje indie-rock. Invloeden uitje glamrock en het rijke oeuvre van Todd Rundgren maken de veelkleurige muziek van Pond compleet.
Op de vorige platen van Pond herkende ik wat te weinig popsongs met een kop en een staart, maar deze zijn ruim vertegenwoordigd op Man It Feels Like Space Again. De nieuwe plaat van Pond grossiert in heerlijk zweverige popliedjes met breed uitwaaiende gitaren, atmosferisch klinkende toetsenpartijen en lekker luie zang. Het klinkt zeker niet alleen als de hierboven genoemde voorbeelden, maar raakt af en toe ook aan het meer psychedelische werk van Pink Floyd, wat absoluut een compliment is.
De muziek van Pond kan nog altijd makkelijk omslaan. Net als je heerlijk wegdroomt bij de psychedelische klanken op de plaat wordt je ruw wakker geschud door een stekelige song die je weer met beide benen op de grond zet. Dat is even jammer, maar het geeft Pond uiteindelijk wel een eigen gezicht.
Persoonlijk ben ik vooral onder de indruk van de wijze waarop Pond gitaren en elektronica combineert, waarbij de elektronica zo nu en dan de kant van Duitse Krautrock of zelfs de helden van Kraftwerk op schiet.
Waar Pond me in het verleden snel verveelde zit ik dit keer negen tracks en 45 minuten lang op het puntje van mijn stoel. Makkelijk is het zeker niet en echt in een hokje te duwen is het ook niet, maar geef je over aan de bijzondere klanken van Pond en je wordt meegevoerd langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren.
Pond stond tot dusver duidelijk in de schaduw van Tame Impala, maar met Man It Feels Like Space Again stapt de band definitief uit deze schaduw met een plaat die de grenzen van de neo-psychedelica aan alle kanten overschrijdt maar toch niet uit de bocht vliegt. Erwin Zijleman
