MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Vera Ellen - Ideal Home Noise (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vera Ellen - Ideal Home Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vera Ellen - Ideal Home Noise
De uit het Nieuw-Zeelandse Wellington afkomstige muzikante Vera Ellen laat op het uitstekende Ideal Home Noise horen dat het zeker interessant is om de Nieuw-Zeelandse popmuziek op de voet te volgen

Ideal Home Noise, het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante Vera Ellen, is op het eerste gehoor misschien geen heel opvallend of onderscheidend album, maar het is zo’n album met songs die langzaam maar zeker onder de huid kruipen. De muzikante uit Wellington heeft haar songs betrekkelijk sober ingekleurd, maar heeft veel variatie aangebracht. De songs zijn soms ruw, maar kunnen ook verzorgder klinken. Het zijn stuk voor stuk songs vol emotie, al heeft Vera Ellen zeker geen deprimerend album gemaakt. Het is een album dat begint bij het vroege werk van PJ Harvey, maar vervolgens kan het echt alle kanten op. Fraai album

Tussen het Nieuw-Zeelandse aanbod aan nieuwe muziek zat deze week niet alleen het uitstekende debuutalbum van de band Soft Plastics, maar ook het tweede album van de mij onbekende Vera Ellen. De singer-songwriter uit Wellington timmerde in eigen land al aardig aan de weg met haar in 2019 verschenen debuutalbum It’s Your Birthday, maar met het deze week verschenen Ideal Home Noise, dat is uitgebracht door het fameuze label Flying Nun Records, moet ze normaal gesproken ook buiten de eigen landsgrenzen de aandacht weten te trekken.

Ideal Home Noise is een album dat mij in eerste instantie deed denken aan de muziek van een jonge PJ Harvey. Vera Ellen heeft haar muziek betrekkelijk sober ingekleurd met vooral gitaren en hier en daar wat piano, synths en drums en verwerkt naast invloeden uit de indierock ook invloeden uit de postpunk in haar muziek.

De Nieuw-Zeelandse muzikante maakte het album in een voor haar donkere periode, maar Ideal Home Noise was bedoeld om wat licht te brengen in alle duisternis. Het tweede album van Vera Ellen is dan ook geen heel donker album, al is het wel een album vol ruwe emotie, waarop de persoonlijke ellende zo nu en dan tastbaar is, wat van Ideal Home Noise een intens album maakt. De instrumentatie is over het algemeen betrekkelijk eenvoudig, maar ook smaakvol, zeker wanneer wordt gekozen voor mooie gitaarlijnen. Het is bovendien een instrumentatie die rijker is en knapper in elkaar zit dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden.

Qua geluid doet Ideal Home Noise me vooral denken aan muziek uit de jaren 90, met zoals gezegd PJ Harvey als voor de hand liggend vergelijkingsmateriaal. Dat heeft alles te maken met de instrumentatie, maar ook met de zang van Vera Ellen, die ook niet heel ver verwijderd is van die van de Britse muzikante in haar jonge jaren. De vergelijking gaat vooral op voor de wat ruwere songs op het album, maar Ideal Home Noise bevat ook een aantal wat meer ingetogen en wat lichter ingekleurde songs.

Het zijn de songs op Ideal Home Noise waarmee Vera Ellen zich wat mij betreft weet te onderscheiden van haar talloze concurrenten, al vind ik ook de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante steeds mooier worden. Het zijn songs die ondanks de sobere klanken duidelijk verschillend klinken en het zijn bovendien songs die makkelijk blijven hangen. Zeker in de wat meer ingetogen songs maakt Vera Ellen van haar hart geen moordkuil en vertolkt ze haar songs met heel veel emotie, waardoor met name deze songs veel impact hebben.

Natuurlijk zijn er momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters die, net als Vera Ellen, donker getinte indierock songs maken, maar de muzikante uit Wellington kan niet zomaar op een hoop gegooid worden met alle andere indierock zangeressen van het moment, al is het maar omdat Ideal Home Noise zich meer heeft laten beïnvloeden door muziek uit de jaren 80 en 90 en bovendien toch wat eigenzinniger en veelzijdiger klinkt dan de meeste andere albums in het genre, bijvoorbeeld door invloeden uit de postpunk te verwerken of bijzonder klinkende synths toe te voegen.

Alle reden dus om het voor de afwisseling weer eens wat verder weg te zoeken, want ook Vera Ellen laat horen dat er in Nieuw-Zeeland hele interessante en onderscheidende muziek wordt gemaakt. Zeker niet alles dat je van ver haalt is lekkerder, maar dit uitstekende album had ik niet graag gemist. Erwin Zijleman

Vera Sola - Peacemaker (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vera Sola - Peacemaker - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vera Sola - Peacemaker
Vera Sola debuteerde in 2018 met een aardedonker en grotendeels onbegrepen album en keert nu terug met het net wat toegankelijkere, maar nog altijd eigenzinnige en zeer stemmige en fraaie Peacemaker

Luister naar Peacemaker van Vera Sola, het alter ego van Danielle Aykroyd, en je hoort muziek die uit een ver verleden lijkt te komen. Dat heeft deels te maken met de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook zeker met de uitbundige inkleuring van het album en met de genres die invloed hebben gehad op Peacemaker. Het tweede album van Vera Sola is nog altijd aan de donkere kant, maar is zeker niet zo aardedonker als haar debuutalbum. De vollere klanken maken de songs van Vera Sola net wat toegankelijker, maar voorzien deze songs ook van een bijzondere sfeer, die zich bij herhaalde beluistering van dit bijzonder mooie album steeds genadelozer opdringt.

Aan het eind van 2018 verscheen Shades, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Vera Sola. Het is een album dat op mij onmiddellijk een onuitwisbare en diepe indruk maakte, al wist ik niet direct of ik het album nu mooi vond of niet. Shades leek af en toe weggelopen uit een heel ver verleden, liet zich beïnvloeden door zeer uiteenlopende genres en stijlen, viel op door bijzondere zang en was ook nog eens zo donker dat je er af en toe bang van werd. Ik weet inmiddels wel wat ik van Shades vind en schaar het album nu onder de mooiste en meest bijzondere albums van 2018. Alle reden dus om uit te kijken naar het nieuwe album van Vera Sola en dat album is deze week eindelijk verschenen.

Vera Sola is overigens het alter ego van Danielle Aykroyd, die in 1989 in Los Angeles werd geboren als dochter van acteur Dan Aykroyd en actrice Donna Dixon. Na een carrière als actrice en dichter, stortte ze zich in 2018 op de muziek en dat krijgt nu een vervolg met Peacemaker. Vera Sola maakte Shades voor een belangrijk deel in haar eentje, maar werkt op haar tweede album samen met co-producer Kenneth Pattengale, die flink wat muzikanten naar de studio in Nashville haalde. Peacemaker was eigenlijk al zo goed als klaar toen de coronapandemie de muziekwereld aan het begin van 2020 stil legde, wat Vera Sola de tijd gaf om nog flink te sleutelen aan de songs. Het resultaat mag er zijn, want ik vind Peacemaker nog een stuk indrukwekkender dan het prachtige Shades.

Peacemaker ligt voor een deel in het verlengde van zijn voorganger. Ook op haar tweede album kan Vera Sola uit de voeten in meerdere genres en ook dit keer lijkt haar muziek zo af en toe afkomstig uit de jaren 50 en 60. Peacemaker citeert nadrukkelijk uit de rock ’n roll uit de jaren 50 en kan ook uit de voeten met invloeden uit jazz, folk-noir en country-noir uit de jaren 50 en 60. Ook de stem van de Amerikaanse muzikante lijkt afkomstig uit een andere tijd. Het is een stem met hier en daar een vleugje Nico, maar het is ook een stem die makkelijk kan betoveren en die nog meer indruk maakt dan op het debuutalbum. Net als Shades is ook Peacemaker een vooral donker album, maar zo beangstigend donker als het debuutalbum van Vera Sola klinkt het nieuwe album niet en hier en daar is zelfs een lichtpuntje te zien.

De belangrijkste verschillen tussen beide albums hoor je in de instrumentatie en de productie. Vera Sola en Kenneth Pattengale hebben het album voorzien van een wat voller, warmer en sfeervoller geluid dan was te horen op Shades. Er wordt bijzonder knap gemusiceerd op het nieuwe album van Vera Sola, met een hoofdrol voor prachtig gitaarwerk en bijzondere percussie, en dat tilt de songs op Peacemaker een flink stuk op. Het warme en gloedvolle geluid past uitstekend bij de stem van de Amerikaanse muzikante, die je meesleept in een fascinerende luistertrip.

Het met zeer persoonlijke songs gevulde Peacemaker is hier en daar wat theatraal, maar minstens even vaak filmisch. David Lynch hoeft de beelden er alleen maar bij te verzinnen, waarbij beelden uit de nacht en rokerige nachtclubs voor de hand liggen. In muzikaal opzicht heb ik bij beluistering van Peacemaker hier en daar associaties met de muziek van Tom Waits, maar ook Leonard Cohen komt af en toe voorbij in de sfeer van de bijzondere songs op het album. Peacemaker is wat minder zwaar dan Shades, wat Vera Sola hopelijk de aandacht op gaat leveren van een breed publiek. Erwin Zijleman

Vera Sola - Shades (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vera Sola - Shades - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Shades van Vera Sola is zo donker dat je er bang van wordt, maar hoe je ook tegenstribbelt, uiteindelijk grijpt deze plaat je bij de strot

Ik kan nog steeds niet goed omschrijven hoe Shades, het debuut van Vera Sola, klinkt. De plaat is een vat vol tegenstrijdigheden, dat op onnavolgbare wijze door de tijd, door genres en door emoties heen schiet. Het ene moment pastoraal, het volgende moment aardedonker en daarna weer lieflijk. Het geldt voor de songs, het geldt voor de bijzondere instrumentatie en het geldt voor de fascinerende stem van de nog jonge Amerikaanse singer-songwriter, die je als een oude ziel bij de strot grijpt. Het vreet energie, het doet soms pijn en je wordt er bang van, maar Shades is ook een plaat met een unieke schoonheid. Heel bijzonder.

Het antwoord op de vraag wie er schuil gaat achter Vera Sola vind je niet direct op haar website. “A family of spiritualists, writers and performers generations deep; a home haunted by legends of literature and music; personal upheaval and a sense of being unseated in time: these are the origins of singer, songwriter and multi-instrumentalist Vera Sola”. Het riep bij mij alleen maar meer vragen op.

Heel lang hoef je overigens niet te zoeken naar antwoorden op deze vragen, want het Internet geeft al vrij snel prijs dat achter Vera Sola ene Danielle Aykroyd schuil gaat. Danielle is de dochter van acteur Dan Aykroyd en speelde als kind enkele rollen in films waarin ook haar vader te zien was, waaronder Coneheads, dat behoort tot de slechtste films die ik ooit geien heb. Het siert Danielle Aykroyd dat ze niet probeert mee te liften op haar beroemde achternaam en dat hoeft ook niet, want de jonge singer-songwriter, multi-instrumentalist en dichter Vera Sola bulkt van het talent.

Shades is het debuut van Vera Sola en het is een buitengewoon fascinerende plaat. Het is een plaat die zich lastig laat omschrijven, maar ook biedt haar website uitkomst: “With an ethereal voice providing the foundation for a haunting body of song, her timeless sound and enthralling stage presence draws an unlikely connection between Vera Lynn and Vera Hall; the grande dame of British music hall and the Depression-era Alabamian singer of work-songs and spirituals”. Ik zou het zelf niet verzonnen hebben en het valt niet direct mee om het beter te doen.

Shades klinkt af en toe stokoud, is bij vlagen aardedonker en doet af en toe denken aan bezwerende folkies uit de jaren 60, maar hiermee heb je de muziek van de Amerikaanse muzikante nog lang niet getypeerd. Shades is een vat vol tegenstrijdigheden. In de openingstrack klinkt het nog als pastorale folk-noir uit de jaren 60, maar in de tracks die volgen kan Vera Sola ook klinken als Mazzy Star die de onderkoeling heeft verruild voor emotie, als Enya die de roze bril eens niet heeft opgezet, als een gitzwarte postpunk prinses of als een ontspoorde exponent van de girlpop van Phil Spector. Het doet me af en toe wel wat denken aan Come Down, het meesterwerk en direct ook de enige plaat van Tara Angell uit 2005, al is de muziek van Vera Sola duidelijk minder rauw en tegendraads.

Al het bovenstaande maakt al wel duidelijk dat de muziek van Vera Sola moeilijk is te vangen, maar het is natuurlijk wel te ontleden. Vera Sola kan op flink wat instrumenten uit de voeten en creëert met deze instrumenten een uniek eigen geluid. Het is een geluid dat soms klassiek aandoet, soms kiest voor bijna minimalistische klanken, soms bezweert en benevelt, soms nadrukkelijk kiest voor het experiment, maar je ook soms meeneemt naar een duistere nachtclub in het Zuiden van de Verenigde Staten, waar een bijzondere zangeres de nacht nog wat donkerder maakt en die zomaar het decor zou kunnen vormen voor een nieuwe film van David Lynch.

Vera Sola is pas 28 jaar oud, maar in haar stem hoor je een oude ziel, die je mee wil slepen naar vergeten plaatsen en tijden. Ik kan misschien maar moeilijk beschrijven hoe Shades van Vera Sola klinkt, maar ik kan wel enorm genieten of diep onder de indruk raken van deze plaat.

Sinds de eerste noten uit de speakers kwamen ben ik in de ban van deze plaat en sindsdien kruipt Shades van Vera Sola alleen maar dieper onder de huid. Tegenover honingzoete koortjes (ergens tussen Phil Spector en Twin Peaks) staan vocalen die van alles en nog wat met je doen en die perfect passen bij het even mooie als mysterieuze instrumentarium op het debuut van de singer-songwriter, die New York inmiddels heeft verruild voor Los Angeles. En beluister de plaat met de koptelefoon en alles wordt nog net wat intenser en indringender.

Tien songs in 38 minuten en na die 38 minuten heeft Shades alle energie uit je lichaam gezogen. Vera Sola maakt het je nergens makkelijk, maar wat is dit mooi en bijzonder. Erwin Zijleman

Veruca Salt - American Thighs (1994)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Veruca Salt - American Thighs (1994) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Veruca Salt - American Thighs (1994)
De carrière van de Amerikaanse band Veruca Salt ging langs pieken en vooral dalen, waardoor de band nooit heel groot werd, maar het in 1994 verschenen debuutalbum American Thighs blijft een geweldig album

In een lijstje met de beste indierock albums van 1994, wat overigens een uitstekend jaar was voor het genre, kwam ik American Thighs van Veruca Salt tegen. Het is een album dat me destijds heel dierbaar was, maar waar ik al heel lang niet meer naar had geluisterd. Toen ik dat weer eens deed was ik direct weer onder de indruk van het behoorlijk stevige gitaarwerk, de melodieuze songs en de stemmen van frontvrouwen Nina Gordon en Louise Post, die mij altijd wel wisten te bekoren met hun zang. American Thighs van Veruca Salt is een typisch jaren 90 album, maar het album doet het ook dertig jaar later nog uitstekend. Veruca Salt is een wat vergeten band en dat is jammer.

Vorig jaar verscheen het album Sleepwalkers van Louise Post. Het is volgens mij het enige soloalbum van de muzikante die aan het begin van de jaren 90 aan de basis stond van een inmiddels grotendeels vergeten band. Die band formeerde ze samen met Nina Gordon, die tot twee soloalbums kwam.

Het eerste soloalbum van Nina Gordon is zeker de moeite waard, maar haar tweede album was er een om snel te vergeten. Het soloalbum van Louise Post heeft zijn momenten, maar kan ook niet in de schaduw staan van de albums die Nina Gordon en Louise Post samen maakten met hun band, al was Nina Gordon niet op alle albums van de band te horen.

Ik heb het natuurlijk over Veruca Salt, vernoemd naar een karakter in Charlie And The Chocolate Factory van Roald Dahl, dat tussen 1994 en 2015 kwam tot slechts vijf albums. Van die albums is alleen het debuutalbum me echt dierbaar. American Thighs werd gemaakt in een tijd waarin de indierock bloeide en rockbands met een vrouwelijk boegbeeld stevig aan de weg timmerden.

Veruca Salt beschikte met Nina Gordon en Louise Post over twee boegbeelden, waardoor de band in vocaal opzicht net wat anders klonk dan de meeste soortgenoten. De band kreeg aan het begin van de jaren 90 een platencontract bij het grote Geffen label, dat hoge verwachtingen had van de band uit Chicago.

Veruca Salt kon daarom een beroep doen op producer Brad Wood, die een jaar eerder het fantastische Exile In Guyville van Liz Phair had geproduceerd (en later achter de knoppen zou zitten voor het debuut van Placebo en Adore van Smashing Pumpkins) en die tekent voor een hele mooie productie met veel dynamiek.

Veruca Salt zou nooit zo groot worden als bands als Pixies en The Breeders, waarmee het vaak werd vergeleken, maar ik vond en vind American Thighs een uitstekend album. Het is een album waarop hoge en gruizige gitaarmuren worden opgebouwd, die vervolgens worden gecombineerd met de engelachtige zang van Nina Gordon en Louise Post.

Het is een truc die in de jaren 90 veelvuldig werd ingezet, maar dit werkte wat mij betreft het best bij Juliana Hatfield, Belly en Veruca Salt. American Thighs is absoluut een rockalbum en bij vlagen een erg stevig rockalbum met uitstekend gitaarwerk, maar de rocksongs van Veruca Salt klinken ook als popsongs. Dat heeft deels te maken met de meisjesachtige stemmen van de twee zangeressen van de band en de fraaie koortjes, maar de songs van de Amerikaanse band zijn ook verrassend melodieus. Het zorgt voor mooie contrasten in de muziek van Veruca Salt, die afwisselend honingzoet en bijzonder ruw kan klinken.

Ik had al een flinke tijd niet meer naar American Thighs geluisterd, maar ik was toch weer onder de indruk van het album, dat me direct mee terug nam naar 1994. Ik had op voorhand verwacht dat het album dertig jaar na de releasedatum wel wat gedateerd zou klinken, maar dat valt me alleszins mee. Een popsong als Seether blijkt ook nu nog een frisse popsongs en ik vind zowel het gitaarwerk als de zang en de koortjes op American Thighs na al die jaren nog uitstekend klinken.

Mede door het contract bij het grote en mainstream Geffen label hadden de critici niet zoveel met Veruca Salt, maar luister onbevangen naar American Thighs en je hoort een album met een aantal prima popsongs, die niet onder doen voor al het andere dat in de jaren 90 in dit genre werd gemaakt. Ik heb American Thighs er min of meer bij toeval weer eens bij gepakt, maar heb daar zeker geen spijt van. Erwin Zijleman

Veruca Salt - Ghost Notes (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Veruca Salt - Ghost Notes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse band Veruca Salt combineerde op haar debuut American Thighs uit 1994 op even knappe als aanstekelijke wijze invloeden uit de grunge en de indie-rock met pure bubblegum-pop. Het leverde een eigenwijze mix van The Pixies, The Breeders, Nirvana, The Go-Go’s en Liz Phair op en dat smaakte naar meer.

In het leveren van dat meer ging Veruca Salt niet altijd even voortvarend te werk. De in 1997 en 2000 verschenen tweede en derde plaat waren lang niet zo sterk als het debuut, terwijl het in 2006 verschenen Veruca Salt IV wel sterk was maar helaas nauwelijks werd opgemerkt.

Inmiddels zijn we weer negen jaar verder en bijna uit het niets verscheen onlangs Ghost Notes. Veruca Salt veranderde de afgelopen twintig jaar regelmatig van samenstelling, maar op Ghost Notes treedt de band aan in de originele line-up.

Er zijn inmiddels 21 jaren verstreken sinds het debuut van de band, maar op Ghost Notes klinkt Veruca Salt opvallend fris en gedreven. De band combineert nog altijd een stevig en grungy rockgeluid met onweerstaanbare hooks en refreinen en is hier op Ghost Notes minstens net zo bedreven in als op het debuut.

De nieuwe plaat van Veruca Salt laat hiernaast ontwikkeling horen. Het instrumentarium is rijker, de songs zijn veelzijdiger en er wordt veel beter gemusiceerd. Veruca Salt neemt op Ghost Notes veel vaker gas terug en dat komt de kwaliteit en de dynamiek van haar muziek zeer ten goede. Ook de af en toe aan The Bangles herinnerende harmonieën en vleugjes psychedelica en West-Coast pop geven het geluid van Veruca Salt een nieuwe impuls.

Veruca Salt staat bij veel muziekliefhebbers op het netvlies als een eendagsvlieg uit de jaren 90, maar het uitstekende bijna een uur durende en niet verslappende Ghost Notes laat horen dat de band echt veel meer is dan dat. Ik heb een van mijn favorieten uit de jaren 90 in ieder geval weer vol liefde omarmd. Erwin Zijleman

Vicky Emerson - Wake Me When the Wind Dies Down (2016)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vicky Emerson - Wake Me When The Wind Dies Down / Sarah Morris - Ordinary Things - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Van het grote aantal nieuwe platen dat ik krijg toegestuurd past een aanzienlijk deel in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, waardoor het voor ‘nieuw talent’ in dit genre niet meevalt om op te vallen. De Amerikaanse muzikante Vicky Emerson stuurde me een tijdje geleden niet alleen haar eigen plaat, maar ook die van collega Sarah Morris. De dubbele dosis muziek trok net wat makkelijker mijn aandacht en wat ben ik daar blij mee. Zowel Vicky Emerson als Sarah Morris heeft immers een plaat gemaakt die flink boven het maaiveld uitsteekt.



Laat ik beginnen met Wake Me When The Wind Dies Down van de uit Minneapolis, Minnesota, afkomstige Vicky Emerson.

Deze Vicky Emerson heeft al een aardig stapeltje platen op haar naam staan en als deze allemaal zo goed zijn als haar laatste, heb ik flink wat gemist.

Wake Me When The Wind Dies Down is een gloedvolle plaat waarop een breed palet aan stijlen binnen de Amerikaanse rootsmuziek wordt bestreken.

Vicky Emerson gaat op haar nieuwe plaat aan de haal met invloeden uit de country, de folk en de bluegrass en sleept er ook nog wat invloeden uit de jazz en de blues bij.

Wake Me When The Wind Dies Down werd opgenomen in Montana, waar Vicky Emerson werd bijgestaan door producer Matt Patrick en een aantal getalenteerde muzikanten. De plaat trekt de aandacht met de heldere productie en de zeer smaakvolle en afwisselende instrumentatie, maar het sterkste wapen van Vicky Emerson is haar prachtige stem.

Het is een stem die in de wat meer country georiënteerde songs raakt aan die van grootheden als Emmylou Harris en Patty Griffin, maar de singer-songwriter uit Minneapolis heeft een stem die meerdere kleuren bevat. In de ingetogen songs met invloeden uit de bluegrass schuurt Vicky Emerson voorzichtig tegen Alison Krauss aan, terwijl de broeierige songs met een vleugje jazz vocalen laten horen die me voorzichtig doen denken aan Norah Jones.

Het zijn allemaal songs die zich makkelijk opdringen en vervolgens blijven boeien. Vicky Emerson beschikt niet alleen over een bijzonder aangenaam stemgeluid, maar het is ook een stemgeluid dat je diep kan raken.

Met de prachtige instrumentatie en de al even fraaie productie van Wake Me When The Wind Dies Down en de hoogstaande vocalen heb je al een prima plaat, maar Vicky Emerson maakt ook nog eens indruk met uitstekende songs, die variëren van uiterst ingetogen tot meer uptempo. Het maakt van Wake Me When The Wind Dies Down een bescheiden parel in het rootsaanbod van het moment. Erwin Zijleman

Victoria Bailey - A Cowgirl Rides On (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Victoria Bailey - A Cowgirl Rides On - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Victoria Bailey - A Cowgirl Rides On
Victoria Bailey kiest na het jaren 70 countrygeluid van Jesus, Red Wine & Patsy Cline op haar nieuwe album voor nog wat oudere country en bluegrass, maar ze weet wederom te overtuigen met haar songs en haar stem

Ik hoor countrymuziek en bluegrass liever wat moderner, maar ik ging drie jaar geleden genadeloos voor de bijl toek ik Jesus, Red Wine & Patsy Cline van Victoria Bailey hoorde. Het was niet anders bij eerste beluistering van A Cowgirl Rides On, dat nog wat traditioneler klinkt. De Amerikaanse muzikante laat zich dit keer beïnvloeden door jaren 50 country en bluegrass, wat een sober maar mooi ingekleurd album oplevert. Victoria Bailey heeft ook dit keer een sterke serie songs geschreven en vertolkt ze, net als op Jesus, Red Wine & Patsy Cline, gloedvol en met emotie. Binnenkort kies ik weer voor de modern klinkende countrypop, maar nu even niet.

De Californische muzikante Victoria Bailey maakte al eens twee in eigen beheer uitgebrachte albums, maar het in de herfst van 2020 verschenen Jesus, Red Wine & Patsy Cline moet gezien worden als haar officiële debuutalbum. Het is een album dat het in de Verenigde Staten behoorlijk goed deed, maar voor onze Nederlandse oren klonk Jesus, Red Wine & Patsy Cline misschien net wat te traditioneel. Ik ben normaal gesproken zelf ook niet zo gek op hele traditionele country en bluegrass, maar het album van Victoria Bailey beviel me uitstekend.

De muzikante uit Huntington Beach, California, slaagde er op Jesus, Red Wine & Patsy Cline niet alleen in om het vintage countrygeluid uit de jaren 70 fraai te reproduceren, maar bleek ook te beschikken over een stem die gemaakt is voor dit soort countrymuziek. De Amerikaanse muzikante zong met veel overtuiging, een fraaie snik en een vleugje Patsy Cline en Emmylou Harris en had mij vrijwel onmiddellijk te pakken.

De deze week verschenen opvolger A Cowgirl Rides On was daarom een van de eerste albums die ik opschreef voor een recensie deze week en ook met haar nieuwe album heeft Victoria Bailey me niet teleurgesteld. Net als zijn voorganger is A Cowgirl Rides On een behoorlijk traditioneel klinkend album, maar het is een album met een ander geluid dan zijn voorganger.

Op Jesus, Red Wine & Patsy Cline liet Victoria Bailey zich vooral inspireren door de countrymuziek uit de jaren 70, maar op A Cowgirl Rides On gaat ze nog wat verder terug in de tijd. De Amerikaanse muzikante laat zich dit keer vooral beïnvloeden door countrymuziek uit de jaren 50 en pakt er bovendien wat bluegrass van nog vroegere datum bij. Daar ben ik over het algemeen genomen nog minder gek op dan traditionele jaren 70 country, maar ook dit keer wist Victoria Bailey me vrij makkelijk te overtuigen.

Ze heeft de songs op A Cowgirl Rides On nog wat soberder ingekleurd dan op haar vorige album, want veel meer dan bas, banjo, mandoline, akoestische gitaar en viool is er niet te horen in de meeste tracks op het album. Het voorziet de songs op het album van een bijzondere sfeer, die ook herinneringen oproept aan de Appalachen folk en bluegrass revival die aan het begin van dit millennium zo populair was.

Victoria Bailey heeft de instrumentatie op haar nieuwe album teruggebracht tot de essentie, maar toch klinkt het album warm en sfeervol. Het is de verdienste van de muzikanten op het album, die elkaar prachtig aanvullen, maar het is vooral de stem van Victoria Bailey die er voor zorgt dat A Cowgirl Rides On geen moment kaal of saai klinkt. De Amerikaanse muzikante beschikt zoals eerder gezegd over een stem die gemaakt is voor dit soort muziek, maar ze biedt op haar nieuwe album net dat beetje extra dat nodig is om van een gewoon album een bijzonder album te maken.

Dat doet Victoria Bailey met haar stem, die ze af en toe subtiel maar bijzonder mooi laat ondersteunen, maar ze doet het ook met de tijdloze songs en met de mooie verhalen die ze vertelt. Ik laat dit behoorlijk traditioneel klinkende country- en bluegrassalbums als deze bijna altijd liggen, maar Victoria Bailey weet me ook met A Cowgirl Rides On weer te raken, waardoor dit album me steeds dierbaarder wordt. Er was de vorige keer in Nederland weinig aandacht voor de Amerikaanse muzikante, maar A Cowgirl Rides On verdient echt meer. Erwin Zijleman

Victoria Bailey - Jesus, Red Wine & Patsy Cline (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Victoria Bailey - Jesus, Red Wine & Patsy Cline - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Victoria Bailey - Jesus, Red Wine & Patsy Cline
De Californische Victoria Bailey debuteert met een fraai getiteld album dat niets moet hebben van moderne countrypop, maar de country uit vervlogen tijden omarmt

Luister naar Jesus, Red Wine & Patsy Cline van de Californische muzikante Victoria Bailey en je hoort de countrymuziek die een aantal decennia geleden werd gemaakt. De jonge Amerikaanse singer-songwriter kiest voor een warm en authentiek countrygeluid waarin geen plaats is voor invloeden uit de pop. Ook in haar stem klinkt het verleden door, zeker wanneer Victoria Bailey zingt met een fraaie snik. In de Verenigde Staten kan Jesus, Red Wine & Patsy Cline rekenen op positieve recensies. Of we ook in Nederland vallen voor de charmes van de Californische muzikante zal de tijd leren, maar het zou zeker niet onterecht zijn. Prima countryalbum.

Mijn aandacht werd in eerste instantie getrokken door de bijzondere titel, vervolgens door de al even bijzondere cover art en tenslotte door een aantal hele positieve recensies in de Verenigde Staten. Het was allemaal voordat ik ook maar een noot had gehoord van het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Victoria Bailey, waardoor mijn verwachtingen toch wel enigszins hooggespannen waren. Jesus, Red Wine & Patsy Cline heeft echter moeiteloos aan deze verwachtingen voldaan.

Victoria Bailey komt voor de afwisseling eens niet uit Nashville, maar opereert vanuit Huntington Beach, California, waar ze geboren en getogen is. Jesus, Red Wine & Patsy Cline heeft zich daarom niet in het keurslijf van de Nashville countrypop hoeven persen, waardoor Victoria Bailey zich weet te onderscheiden van heel veel leeftijdsgenoten in het genre.

De jonge Amerikaanse singer-songwriter blijft op haar fraai getitelde debuutalbum ver verwijderd van de countrypop van dit moment, maar dompelt zich volledig onder in de country uit vervlogen tijden. Jesus, Red Wine & Patsy Cline herinnert aan de countrymuziek die in de jaren 70 werd gemaakt, ook in de thuisstaat van Victoria Bailey. De jonge Amerikaanse muzikante kreeg de countrymuziek thuis met de paplepel ingegoten en kent haar klassiekers. Invloeden van alles tussen (natuurlijk) Patsy Cline en Emmylou Harris zijn hoorbaar op een album dat klinkt als de countryalbums van weleer.

Victoria Bailey kiest op haar debuut voor een even warm als authentiek geluid waarin de snareninstrumenten domineren, met een hoofdrol voor gitaren en de pedal steel, maar waarin ook fraaie orgels, strijkers en een mondharmonica opduiken. Het is een geluid dat herinnert aan vervlogen tijden en dat doet ook de stem van Victoria Bailey. De singer-songwriter uit California beschikt over een stem die gemaakt is voor traditionele countrymuziek en die niet bang is om de in de countrymuziek ooit zo gewaardeerde snik van stal te halen.

Het bovenstaande suggereert misschien dat Jesus, Red Wine & Patsy Cline een wat oubollig klinkend album is, maar dat is zeker niet het geval. Het debuut van Victoria Bailey is vooral een tijdloos klinkend album, dat de flirts met pop, die in Nashville tegenwoordig gemeengoed zijn, niet nodig heeft. Liefhebbers van wat modernere of alternatievere country zullen het waarschijnlijk wat te traditioneel en wat te braaf vinden, maar ik hou er zo op zijn tijd wel van.

Jesus, Red Wine & Patsy Cline is in muzikaal opzicht een bijzonder aangenaam en vakkundig in elkaar gesleuteld album met een rijk en veelkleurig geluid, waaraan Victoria Bailey niet alleen prima vocalen maar ook uitstekende songs toevoegt. De singer-songwriter uit Huntington Beach vertelt op haar debuut mooie verhalen, maar ze kan ook uit de voeten met de songs van anderen, wat ze op overtuigende wijze laat horen in haar vertolking van Tennessee van Johnny Cash.

Victoria Bailey begeeft zich met haar veelbelovende debuut onder andere op het terrein van een singer-songwriter als Margo Price, maar persoonlijk vind ik Jesus, Red Wine & Patsy Cline aangenamer en overtuigender dan het laatste album van Margo Price. Ik betwijfel of het in Nederland wat gaat worden met Victoria Bailey, maar dit prima debuut mag ook hier best gehoord worden. Erwin Zijleman

Victoria Canal - Slowly, It Dawns (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Victoria Canal - Slowly, It Dawns - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Victoria Canal - Slowly, It Dawns
In de overvolle vijver met jonge vrouwelijke popmuzikanten duikt deze week de vanuit Londen opererende Victoria Canal op en haar prima debuutalbum Slowly, It Dawns zou ik er zeker uit vissen

Victoria Canal laat in de eerste tracks van haar debuutalbum Slowly, It Dawns horen dat ze mooie en lekker in het gehoor liggende popsongs kan schrijven, maar haar songs worden wat mij betreft interessanter naarmate het album vordert. Met name in de meer ingetogen songs op de tweede helft van het album weet de Spaans-Amerikaanse muzikante zich te onderscheiden van alles dat er al is en laat ze horen dat met name de Britse muziekpers niet voor niets heel lovend is over haar muzikale verrichtingen. Het is dringen in het genre waarbinnen Victoria Canal zich beweegt, maar haar debuutalbum is er wat mij betreft een die je beter niet kunt laten liggen.

Victoria Canal is een protegee van Coldplay zanger Chris Martin. Dat is voor mij nog niet direct een overtuigende aanbeveling, maar toen de Britse kwaliteitskrant The Guardian haar muziek vergeleek met zowel Billie Eilish als Phoebe Bridgers had haar deze week verschenen debuutalbum mijn volledige aandacht.

Victoria Canal is een echte wereldburger. Ze werd geboren in München, woonde overal en nergens en heeft zowel Cubaanse als Amerikaanse wortels. Ze identificeert zichzelf als Spaans-Amerikaans, als biseksueel en bovendien als gehandicapt omdat ze een onderarm mist. Ondanks deze handicap kon ze al op jonge leeftijd uitstekend uit de voeten op de piano en wist ze als kind al dat ze een carrière in de muziek ambieerde.

Het is een hoop achtergrondinformatie, maar uiteindelijk gaat het wat mij betreft om de muziek. Slowly, It Dawns moet concurreren met stapels albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een zwak voor indie en pop, die ook in de eerste weken van 2025 alweer opduiken. Ik moet keuzes maken in dit overvolle genre, maar het debuutalbum van Victoria Canal wist mij eigenlijk direct te overtuigen. Slowly, It Dawns heeft inderdaad wel wat van de muziek van Billie Eilish en Phoebe Bridgers, maar de overeenkomsten tussen de drie moeten ook zeker niet worden overdreven.

Met name de Britse muziekpers is behoorlijk enthousiast over het debuutalbum van Victoria Canal, dat er niet zonder slag of stoot kwam. De Spaans-Amerikaanse muzikante werkte meerdere jaren aan haar debuutalbum, waarbij de coronapandemie af en toe flink in de weg zat. Het zorgt ervoor dat Slowly, It Dawns niet alleen laat horen wat Victoria Canal te bieden heeft, maar ook hoe ze zich de afgelopen jaren ontwikkeld heeft.

Het album opent met lekker in het gehoor liggende pop, die vanwege de fluisterzang niet heel ver verwijderd is van de momenteel populaire indiepop, maar wanneer in de derde track wat Cubaanse invloeden opduiken is duidelijk dat je Victoria Canal niet te makkelijk in een hokje moet duwen. Haar popsongs liggen lekker in het gehoor, maar er is ook altijd wel iets dat je nieuwsgierig maakt, waardoor Slowly, It Dawns de aandacht makkelijk vast houdt.

Dat is maar goed ook, want na een aantal aanstekelijke indie popsongs schuift de Spaans-Amerikaanse op richting wat meer ingetogen en wat intiemere songs. Het zijn songs die dankzij de fraaie orkestraties in muzikaal opzicht net wat interessanter zijn en die ook qua zang nog makkelijker indruk maken. Met name de door piano en fraaie orkestraties gedomineerde klanken waarmee het album afsluiten zijn bijzonder mooi en combineren tijdloze singer-songwriter muziek met een vleugje indie, waardoor het ook wel wat aan Clairo doet denken.

Omdat Victoria Canal zo lang aan haar debuutalbum heeft gewerkt bevat het album een aantal songs die zich op een weg bevinden die ze inmiddels vermoedelijk al weer achter zich heeft gelaten en die net wat minder zijn dan de nieuwere songs, maar overall vind ik Slowly, It Dawns van Victoria Canal een album dat wat mij betreft voldoende boven het maaiveld uitsteekt. Het is een album dat me nieuwsgierig maakt naar haar toekomstige muzikale verrichtingen, maar het bevat ook een aantal songs die me inmiddels dierbaar zijn geworden. Erwin Zijleman

Victoria Monét - JAGUAR II (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Victoria Monét - JAGUAR II - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Victoria Monét - JAGUAR II
JAGUAR II van de Amerikaanse muzikante Victoria Monét staat hoog in een aantal aansprekende R&B jaarlijstjes en daarin hoort het album in muzikaal, vocaal en productioneel opzicht zeker thuis

Er viel het afgelopen jaar weer veel te kiezen binnen de R&B, al sloeg de balans in 2023 wel erg door richting de wat gladde R&B pop. Victoria Monét kiest op haar debuutalbum JAGUAR II voor een wat veelzijdiger geluid, dat af en toe flirt met R&B pop, maar ook uit de voeten kan met dub en nog veel vaker vertrouwt op invloeden uit de soul van de jaren 70 of de alternatieve R&B van het moment. Dat laatste doet Victoria Monét nog niet zo nadrukkelijk als de uitblinkers in dit genre, maar op JAGUAR II laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze ook deze kant van de R&B uitstekend beheerst. Het levert hoge waarderingen op voor het album en dat begrijp ik inmiddels wel.

In de jaarlijstjes met R&B albums doet de Amerikaanse muzikante Victoria Monét momenteel hele goede zaken met haar album JAGUAR II, dat in de meeste van deze lijstjes opduikt in de hogere regionen. Het is een album dat ik eerder dit jaar heb laten liggen, want ik vind R&B albums normaal gesproken alleen interessant als de grenzen van het genre nadrukkelijk worden opgezocht. Bij vluchtige beluistering van JAGUAR II concludeerde ik eerder dit jaar dat Victoria Monét dat niet of onvoldoende deed, waarna het album op de stapel terecht kwam.

Daar heb ik het album na het bestuderen van de genoemde jaarlijstjes toch weer van afgehaald en inmiddels moet ik toch terug komen op mijn eerdere conclusie. JAGUAR II bevat misschien een flink aantal ingrediënten van een standaard R&B album, inclusief bijdragen van mij onbekende en wat mij betreft overbodige rappers, maar Victoria Monét kleurt ook zeker buiten de lijntjes van de standaard R&B pop.

Ik was de naam Victoria Monét nog niet eerder tegen gekomen, maar ze is zeker geen nieuwkomer. Ze schreef de afgelopen jaren flink wat songs voor anderen en vooral voor Ariane Grande, maar op JAGUAR II laat ze horen dat ze die songs veel beter zelf kan vertolken. Op de opvolger van het vrij korte JAGUAR uit 2020, dat feitelijk een EP of minialbum was, maakt Victoria Monét muziek waar tot dusver vooral het etiket R&B wordt opgeplakt, maar de Amerikaanse muzikante laat zich minstens net zo vaak beïnvloeden door andere genres.De invloeden uit deze genres voorziet ze van een modern laagje, maar de songs van Victoria Monét zijn een stuk interessanter dan de wat eendimensionale R&B pop die momenteel in grote hoeveelheden wordt gemaakt.

Ik ben niet zo gek op rap, dus wanneer de Amerikaanse muzikante vertrouwt op de gastbijdragen van rappers, onder wie Buju Banton, haak ik vrij snel af, maar die bijdragen zijn gelukkig slechts in zeer beperkte mate aanwezig op het album. De Amerikaanse muzikante vertrouwt veel vaker op aangenaam broeierige soulmuziek en hiermee kan ze uitstekend uit de voeten. Earth, Wind & Fire wordt genoemd in de openingstrack en de band (of wat daar van over is) duikt aan het slot van het album zelfs op voor een bijdrage. Het is relevant vergelijkingsmateriaal, maar Victoria Monét blijft zeker niet steken in het verleden en voorziet de invloeden uit de soul van weleer van een nieuw laagje polijst.

Naast invloeden uit de soul experimenteert de Amerikaanse muzikante hier en daar met een randje dub, waardoor JAGUAR II uiteindelijk toch flink anders klinkt dan het gemiddelde R&B album van het moment. Het is een album dat ik persoonlijk het interessantst vind wanneer de Amerikaanse muzikante kiest voor echo’s uit de soul van de jaren 70 of juist voor de alternatieve R&B uit het heden. Dat laatste doet ze met een aantal songs die bijna minimalistisch zijn voorzien van elektronica en beats, waardoor er veel aan komt op de erg mooie stem van Victoria Monét, die in de fraaie productie van het album glashelder uit de speakers komt.

Op basis van JAGUAR II sla ik de Amerikaanse muzikante nog niet zo hoog aan als de smaakmakers binnen de alternatieve R&B, van wie Kelela er voor mij uit sprong dit jaar, maar het album is een stuk beter dan ik eerder dit jaar dacht en mag wat mij betreft zeker een album vol belofte worden genoemd. Erwin Zijleman

Victory Hall - Someday Herald (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Victory Hall - The Someday Herald - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Victory Hall - The Someday Herald
De Franse muzikant Julien Pras maakte dit jaar al een jaarlijstjesalbum met zijn band Queen Of The Meadow, maar ook het debuutalbum van zijn andere band Victory Hall mag er zeker zijn

Of de muziekscene van Bordeaux een hele interessante is durf ik niet te zeggen, maar de Franse stad levert na Queen Of The Meadow nu ook Victory Hall af. In beide bands staat de Franse muzikant Julien Pras aan het roer, maar hiermee hebben we de belangrijkste overeenkomst tussen de twee bands ook direct genoemd. In muzikaal en vocaal opzicht tapt Victory Hall vooral uit een ander vaartje. We moeten het dit keer bijna helemaal zonder de prachtige stem van Queen Of The Meadow boegbeeld Helen Ferguson doen, terwijl het in muzikaal opzicht bij Victory Hall alle kanten op kan. Van 60s psychedelica tot 90s indierock en lo-fi, maar altijd gegoten in songs waarvan de zon maar blijft schijnen. Onweerstaanbaar.

Victory Hall is een band rond de Franse muzikant Julien Pras. Die naam zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar ik ken hem al enkele jaren als de helft van het duo Queen Of The Meadow, dat dit jaar met Survival Of The Unfittest een onbetwist jaarlijstjesalbum afleverde.

Victory Hall bestaat al heel wat jaren, maar de band uit Bordeaux schoof een debuutalbum steeds voor zich uit. Dat debuutalbum is er op de valreep van 2022 alsnog gekomen en heeft de titel The Someday Herald meegekregen. Ik ben al enkele jaren een groot fan van Queen Of The Meadow, dat niet alleen dit jaar mijn jaarlijstje wist te bereiken, en was daarom heel nieuwsgierig naar het debuutalbum van de andere band van Julien Pras.

Het debuut van Victory Hall is ver verwijderd van de albums van Queen Of The Meadow, maar ook dit keer heeft de muzikant uit Bordeaux me niet teleurgesteld. Waar bij Queen Of The Meadow alles draait om de sprookjesachtig mooie zang van Helen Ferguson, tekent Julien Pras op The Someday Herald voor het merendeel van de vocalen. Helen Ferguson schuift aan voor een duet en Emily Jane White doet hetzelfde, maar verder horen we vooral Julien Pras en dat klinkt prima.

Ook in muzikaal opzicht ligt het debuutalbum van Victory Hall zeker niet in het verlengde van de albums van Queen Of The Meadow. Waar Julien Pras samen met Helen Ferguson grossiert in sprookjesachtige folk en rijk georkestreerde pop, past de muziek van Victory Hall afwisselend in hokjes als lo-fi, psychedelica, indierock en wat barokke pop.

Het is goed te horen dat The Someday Herald is opgenomen met bescheiden middelen, maar het lo-fi karakter van het album draagt zeker bij aan de charmes van het debuut van de Franse band. Het lo-fi karakter van het album zie je overigens ook terug in de songs, die in lengte variëren van maar net iets meer dan een minuut tot maximaal een kleine drieënhalve minuut.

Victory Hall propt uiteindelijk maar liefst 18 songs in ruim 38 muziek en het is 18 keer leuk. In die 18 songs laat de Franse band zich door van alles en nog wat beïnvloeden. Een aantal songs op het album lijkt zo weggelopen uit de jaren 60 en citeert uit de archieven van de psychedelische Westcoast pop, inclusief onweerstaanbare koortjes, maar Victory Hall kruipt hier en daar ook dicht tegen lo-fi pioniers uit de jaren 90 als Guided-By Voices en Pavement aan.

Zeker in de wat meer tegen 60s psychedelica aanleunende songs komen de Californische zonnestralen in grote aantallen uit de speakers, wat van The Someday Herald een eersteklas feelgood-plaat maakt. Wanneer de band nauwgezet uit de jaren 60 lijkt te citeren zijn er altijd invloeden die toch weer uit een decennium komen en hetzelfde hoor je in de songs die opschuiven richting de 90s lo-fi en indierock.

Ik ben benieuwd of het de band uit Bordeaux gaat lukken om aandacht te trekken met dit in december uitgebrachte album, maar het zou absoluut verdiend zijn. Zelf ben ik inmiddels al enkele weken zeer gelukkig met een album dat als wel meer albums uit 2021 klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het is in het geval van Victory Hall wel een hele originele en leuke. Julien Pras dook vorige week hoog op in mijn jaarlijstje met het nieuwe album van Queen Of The Meadow, maar hij kan dus nog veel meer. Erwin Zijleman

Vieux Farka Touré - Les Racines (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vieux Farka Touré - Les Racines - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vieux Farka Touré - Les Racines
Vieux Farka Touré koos na de dood van zijn vader Ali Farka Touré zijn eigen weg, maar op Les Racines omarmt de Malinese muzikant met veel gevoel en met fantastisch gitaarspel de woestijnblues van zijn vader
Ik had tot dusver niet heel veel met de albums van Vieux Farka Touré, maar de zoon van de legendarische Malinese muzikant Ali Farka Touré, maakt wat mij betreft heel veel indruk met zijn nieuwe album Les Racines, waarop hij toch nog in de voetsporen van zijn legendarische vader treedt. Op zijn nieuwe album omarmt Vieux Farka Touré de traditionele Malinese woestijnblues dat gaat hem goed af. Les Racines, dat roept om vrede in Mali, bevat alle ingrediënten van het genre en bezweert zoals dat hoort, maar de meeste indruk maakt het fenomenale gitaarspel van de Malinese muzikant, die niet voor niets de Jimi Hendrix van de Sahara wordt genoemd.

Jaren voordat bands als Tinariwen en Tamikrest met hun woestijnblues aan de weg timmerden in Europa, maakte de Malinese muzikant Ali Farka Touré al een aantal geweldige albums in het genre, waaronder het samen met Ry Cooder gemaakte Talking Timbuktu uit 1994 en het nog veel betere The Source uit 1991.

Na het overlijden van Ali Farka Touré in 2006, nam zijn zoon Vieux Farka Touré het stokje over, maar de Malinese muzikant trad niet vanzelfsprekend in de muzikale voetsporen van zijn vader. Invloeden uit de traditionele Malinese muziek, waaronder de Malinese woestijnblues, hebben wel altijd een rol gespeeld in de muziek van Vieux Farka Touré, maar de Afrikaanse muzikant probeerde ook altijd een brug te slaan naar de Westerse popmuziek en naar genres als de reggae. To nu dan, want op Les Racines eert Vieux Farka Touré nadrukkelijk de muziek waarmee zijn vader opgroeide.

Les Racines werd vrijwel live opgenomen in een studio in het Malinese Bamako en dat voorziet de muziek op het album van veel energie. Vieux Farka Touré laat zich in de meeste tracks op het album vooral begeleiden door een bassist en een percussionist, maar hier en daar zijn ook andere traditionele Afrikaanse instrumenten en vrouwenstemmen toegevoegd aan het bezwerende geluid op het album.

Vieux Farka Touré tekent zelf voor het gitaarspel en de zang op Les Racines en met name het gitaarspel op het album is van hoge kwaliteit en van een bijzondere schoonheid. Vieux Farka Touré verdiende op basis van zijn eerdere albums de eretitel ‘Jimi Hendrix van de Sahara’ en op Les Racines laat hij nog maar eens horen waarom hij deze bijnaam heeft gekregen. Het gitaarspel op Les Racines is hier en daar onnavolgbaar, maar het is ook gitaarspel dat een bijna hypnotiserende uitwerking heeft op de luisteraar.

Dat bezwerende of zelfs hypnotiserende karakter is een inmiddels bekende eigenschap van de woestijnblues, maar Vieux Farka Touré voorziet het op Les Racines van een nieuwe dimensie. De meeste recente albums in het genre moeten het voor een belangrijk deel hebben van de bijzondere herhalende zangpartijen, maar op het nieuwe album van Vieux Farka Touré staan vooral de gitaar in de spotlights, al is de Afrikaanse muzikant ook een zeer verdienstelijk zanger.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik in het genre nog onvoldoende goed de nuances herken, waardoor vrijwel alle woestijnblues albums voor mij erg op elkaar lijken, maar Les Racines van Vieux Farka Touré klinkt duidelijk anders dan de andere albums in het genre die ik het afgelopen jaar heb opgepikt.

Van deze albums trok Afrique Victime van Mdou Moctar vorige jaar de meeste aandacht en het album eindigde bovendien in heel veel jaarlijstjes. Les Racines van Vieux Farka Touré doet in kwalitatief opzicht zeker niet onder voor het album van Mdou Moctar en zou op basis van de kwaliteit van onder andere het gitaarspel dit jaar hoge ogen moeten gooien.

Vieux Farka Touré wilde niet onmiddellijk doorgaan op de weg die zijn vader zo lang had betreden, maar op zijn zesde album laat hij horen dat hij absoluut de juiste genen heeft meegekregen van zijn legendarische vader Ali Farka Touré. Ik neem woestijnblues gedoseerd tot me, maar het nieuwe album van Vieux Farka Touré, overigens ook een lange roep om vrede in zijn vaderland Mali, is een verplichte aanschaf in het genre. Erwin Zijleman

Villagers - Fever Dreams (2021)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Villager - Fever Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Villager - Fever Dreams
Villagers begon ooit met behoorlijk ingetogen folky songs, maar de band rond Conor J. O’Brien pakt op haar nieuwe album flink uit met een opvallend bont klankentapijt en songs vol bijzondere wendingen

Conor J. O’Brien heeft twee jaar gewerkt aan het nieuwe album van Villagers en het is een buitengewoon ambitieus album geworden. De instrumentatie is overvol maar bijzonder smaakvol, terwijl de songs alle kanten op schieten, maar toch een eenheid vormen. Fever Dreams klinkt vaak als een psychedelisch soul en jazz meesterwerk uit de jaren 60, tot de Ierse band je toch weer het heden in sleurt. Het is een album dat bol staat van de ambitie, waaraan Villagers zich makkelijk had kunnen vertillen, maar na een paar keer horen valt alles op zijn plek en is duidelijk dat de Ierse band haar niet misselijke vorige albums nog maar eens heeft overtroffen. Wat een album.

De Ierse muzikant Conor J. O’Brien heeft de afgelopen elf jaar met zijn band Villagers gebouwd aan een fascinerend oeuvre. Het begon allemaal in 2010 met het wonderschone Becoming A Jackal dat betoverde met ingetogen maar ook prachtig ingekleurde folky songs. De lijn van het debuut werd twee albums (en een live-album doorgetrokken), maar net toen de klad er wat in leek te komen, keerde Villagers in 2018 terug met het ijzersterke en een stuk avontuurlijkere The Art of Pretending To Swim.

Dat laatste album heeft de lat hoog gelegd voor het deze week verschenen Fever Dreams, maar dit blijkt al heel snel een sensationeel goed album. Conor J. O’Brien levert met Fever Dreams een ambitieus album af, dat zich breder laat beïnvloeden dan zijn voorgangers en dat ook nadrukkelijker het avontuur opzoekt.

Folk is altijd een belangrijk bestanddeel van de muziek van Villagers geweest en dat is op het nieuwe album van de Ierse band niet anders, maar Conor J. O’Brien sleept er dit keer van alles bij, waardoor het album flink anders klinkt dan zijn voorgangers. Fever Dreams flirt intens met psychedelica en nog veel steviger met jazz en oude soul. Het is slechts het topje van de ijsberg.

De Ierse muzikant kleurde zijn muziek op The Art Of Pretending To Swim al voller in, maar Fever Dreams is werkelijk volgestopt met instrumenten. In de meeste songs zijn flink wat strijkers en blazers toegevoegd en om het nog wat voller te laten klinken wemelt het ook van de koortjes en elektronische soundscapes.

Het is soms teveel om in een keer te bevatten, maar wanneer de vocalen ook nog eens worden vervormd en de verrassende wendingen elkaar in razend tempo opvolgen, is Fever Dreams, zeker bij de eerste keer horen, een album dat je compleet overrompelt.

Qua invloeden schiet het alle kanten op, maar Fever Dreams stapt ook nog eens met zevenmijlslaarzen door de muziekgeschiedenis. Het ene moment ben je bij de grote albums van Curtis Mayfield en Marvin Gaye uit de laten jaren 70, niet veel later bij de psychedelische albums van de Beatles, maar er zijn ook passages die op een psychedelisch album van Prince niet hadden misstaan en dan zijn er ook nog de Burt Bacharach achtige arrangementen en de associaties met Bowie’s Blackstar, zeker wanneer een saxofoon opduikt.

Fever Dreams klinkt hier en daar zo ingetogen en lieflijk als Villagers in haar jonge jaren klonk, maar de muziek van de band is veel spannender en minder voorspelbaar geworden. De instrumentatie is prachtig, maar ook de net wat gevarieerdere zang van Conor J. O’Brien spreekt wat mij betreft meer tot de verbeelding dan in het verleden, met hier en daar vrouwenstemmen als smaakvolle accenten.

Het album staat vol met songs die het oor zachtjes strelen, maar die op hetzelfde moment de fantasie intens prikkelen . Het levert een fascinerende luistertrip op, die misschien begint in de tweede helft van de jaren 60, maar die song na song in het heden eindigt. Een aantal songs klinkt betrekkelijk ingetogen, maar Fever To Dream heeft ook volop eclectische momenten.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je uit hoeveel lagen het rijke geluid op het album bestaat en hoe mooi alle afzonderlijke onderdelen zijn. Ik blijf het nieuwe album van Villagers maar verder ontrafelen, maar het geheel wordt ook steeds krachtiger. Wat een geweldig album van deze Ierse band. Erwin Zijleman

Villagers - That Golden Time (2024)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Villagers - That Golden Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Villagers - That Golden Time
Villagers, de band rond de Ierse muzikant Conor J. O'Brien, kiest op That Golden Time voor een meer ingetogen geluid, maar er is veel mooist verstopt in de op het eerste gehoor subtiele lagen van het album

Conor J. O'Brien heeft met zijn band Villagers inmiddels een fraai oeuvre opgebouwd en de meeste van zijn albums zijn van uitstekende kwaliteit. Na twee behoorlijk uitbundig klinkende albums neemt de muzikant uit Dublin flink gas terug op het vooral stemmig klinkende That Golden Time. De instrumentatie is over het algemeen genomen redelijk sober, al zijn er ook wel wat voller klinkende passages. Het past uitstekend bij de zang van Conor J. O'Brien, die zingt met veel gevoel. Het is weer even wennen na de vorige twee albums, maar nu ik That Golden Time een paar keer heb gehoord is het album me zeer dierbaar aan het worden en het wordt vooralsnog alleen maar mooier.

That Golden Time is het zevende album van Villagers, de band rond de Ierse singer-songwriter Conor J. O'Brien. Het begon in de zomer van 2010 met het sfeervolle Becoming A Jackall, waarop de muzikant uit Dublin een aangenaam maar ook verrassend geluid liet horen. Becoming A Jackall sloot aan bij de folkies van dat moment, maar citeerde ook uit de archieven van de grote singer-songwriters uit de jaren 70. Een vleugje van het Genesis met Peter Gabriel hoorde ik er destijds niet in, maar de constatering van AllMusic.com is zeker niet onzinnig.

Villagers maakte de belofte van het debuutalbum waar op het in 2013 verschenen {Awayland}, dat niet kon kiezen tussen ingetogen folk en wat voller ingekleurde folkpop, maar zeker overtuigde. Conor J. O'Brien koos vervolgens voor wat meer ingetogen folk op Darling Arithmetic uit 2015, maar op een of andere manier pakte het album me niet en ook het met herbewerkingen gevulde en live in de studio opgenomen Where Have You Been All My Life? uit 2016 deed me niet veel.

De revanche kwam in 2018 met het uitstekende The Art Of Pretending To Swim, waarop de muziek van de band uit Dublin weer dynamisch, veelzijdig en spannend klonk. Het is een lijn die werd doorgetrokken op het bij vlagen zeer psychedelisch klinkende Fever Dreams uit 2021, dat de fantasie uitvoerig prikkelde. Na twee uitbundig klinkende albums keert Conor J. O'Brien deze week terug met een verrassend ingetogen album.

That Golden Time opent uiterst sober met stemmige pianoakkoorden, een simpel ritme, atmosferische synths en vooral de stem van de muzikant uit Dublin. Het kabbelt op het eerste gehoor misschien wat voort, maar bij beluistering met de koptelefoon hoor je dat er fraaie spanningsbogen zijn verstopt in de openingstrack van That Golden Time.

Na de bezwerende klanken van de eerste track keert Villagers in de tweede track terug naar de meer ingetogen en toegankelijke folk die het in het verleden ook met enige regelmaat maakte, maar het zijn zeker geen doorsnee folksongs die Conor J. O'Brien maakt op het nieuwe album van de band. Het zijn songs die zomaar andere wegen in kunnen slaan en dat soms ook doen en die opvallen door een bijzondere schoonheid.

De schoonheid komt voor een belangrijk deel van de ingetogen en kwetsbaar klinkende zang van Conor J. O'Brien, maar ook de muziek is prachtig. Het doet qua sfeer af en toe wel wat denken aan de albums die Cat Stevens aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 maakte, maar Villagers kan ook klinken als Pink Floyd in de jaren 60, zoals in de titeltrack en voegt verder hier en daar Beatlesque strijkers of juist een pedal steel toe.

Zeker wanneer het tempo laag is, de instrumentatie vooral stemmig en de zang van Conor J. O'Brien intiem en kwetsbaar heeft That Golden Time een loom, dromerig of zelfs slaperig karakter, maar wanneer je de songs op het album wat vaker hebt gehoord merk je dat ze aangenaam blijven hangen en ook nog wel even beter en interessanter worden. Al snel zit je op het puntje van de stoel.

Villagers heeft haar veelkleurige en spannende geluid in het verleden eerder verruild voor meer ingetogen klanken. Dat was destijds geen groot succes, maar de koerswijziging op That Golden Time bevalt me uitstekend, al is het maar omdat er wel degelijk heel veel moois en bijzonders is verstopt in de op het eerste gehoor sober ingekleurde songs. Aan de randen van de dag is het echt prachtig, maar ook de rest van de dag gaat zeker vallen voor de charmes van dit album. Erwin Zijleman

Villagers - The Art of Pretending to Swim (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Villagers - The Art Of Pretending To Swim - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Villagers revancheert zich na twee wat zwakkere platen met misschien wel de beste plaat tot dusver
Ondanks mijn liefde voor de eerste twee platen van Villagers, was ik na plaat drie en vier helemaal uitgekeken op de muziek van de Ierse band. Ik had niet verwacht dat Conor J. O'Brien zich nog zou revancheren, maar met The Art Of Pretending To Swim heeft hij een prachtplaat afgeleverd. Er gebeurt zoveel dat het je soms duizelt, maar ondertussen strooit de Ier ook driftig met geweldige popliedjes, met prachtige muziek en met heel veel avontuur en melancholie. Villagers maakt popliedjes die je na één keer horen dierbaar zijn, maar die je vervolgens volledig wilt ontrafelen. Prachtige plaat.


Na twee werkelijk geweldige platen, Becoming A Jackal uit 2010 en {Awayland} uit 2013, viel de derde plaat van Villagers, het in 2015 verschenen Darling Arithmetic, me behoorlijk tegen. Hetzelfde gold voor de een jaar later verschenen remake van oud materiaal (Where Have You Been All My Life?).

Beide platen waren zeker niet slecht, maar ik had het op een of andere manier wel gehoord en vond het een stuk minder spannend en ook een stuk minder mooi en bijzonder.

Ik was de Ierse band, of eigenlijk het alter ego van de uit Dublin afkomstige Conor J. O'Brien, daarom al min of meer vergeten, maar toen een paar dagen geleden een nieuwe plaat van Villagers op de mat viel, was ik toch weer nieuwsgierig.

Laat ik maar met de deur in huis vallen. Met The Art Of Pretending To Swim heeft Villagers de oude vorm weer hervonden of zelfs overtroffen. Conor J. O'Brien heeft de touwtjes nog wat steviger in handen dan in het verleden en heeft een heel bijzonder geluid in elkaar geknutseld. Naar verluid verloor de Ier zich in eerste instantie volledig in de techniek, maar gelukkig is hij uiteindelijk ook de popliedjes niet vergeten.

De nieuwe plaat van Villagers val op door een geluid dat bestaat uit vele lagen, vele instrumenten en het is een geluid waarin elektronische en organische klanken bijzonder fraai samen vloeien. Het is een geluid dat bovendien weer wat spannender en dynamischer is dan dat op de vorige twee platen van Villagers. Conor J. O’Brien smeedt op The Art Of Pretending To Swim ook nog eens meerdere genres aan elkaar en schakelt bovendien makkelijk tussen ingetogen en wat meer uptempo klanken en tussen uiterst ingetogen songs en rijk georkestreerde songs.

Openingstrack Again laat goed horen wat Villagers momenteel te bieden heeft. Het duurt even voor je de vele lagen in de instrumentatie weet te ontrafelen en dan zijn er ook nog flink wat samples toegevoegd. Hierop liggen de mooi verzorgde zanglijnen en alles is verpakt in een song waarvan je alleen maar kunt houden.

Villagers manoeuvreerde op haar vorige platen tussen folk, pop en rock en dat zijn genres die ook op The Art Of Pretending To Swim terugkeren. Conor J. O’Brien beperkt zich echter zeker niet tot de gebaande Villagers paden en flirt ook met 80s pop (ik hoor geregeld wat van Aztec Camera), jazz en zelfs R&B en soul. Het levert een serie heerlijk melodieuze songs op en het zijn songs die zowel lekker in het gehoor liggen als de fantasie prikkelen.

Veel songs op The Art Of Pretending To Swim klinken loom en dromerig, maar de plaat heeft ook een wat melancholische ondertoon. Zeker als de zon onder is komt de muziek van Villagers uitstekend tot zijn recht en verwarmt en verlicht het de avond en de nacht.

De plaat verdient het ook zeker om met de koptelefoon beluisterd te worden, want dan hoor je pas echt hoe uitvoerig Conor J. O’Brien heeft gesleuteld aan zijn nieuwe songs en hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Nieuwe geluiden duiken op en verdwijnen weer en elektronische klanken kunnen zomaar evolueren in echte strijkers of andersom.

Ik was echt goed uitgekeken op de muziek van Villagers, maar The Art Of Pretending To Swim is in alle opzichten een prachtplaat en misschien zelfs wel de beste die Conor J. O’Brien tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman

Virginia Wing - Private Life (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Virginia Wing - private LIFE - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Virginia Wing - private LIFE
Het nieuwe album van Virginia Wing schiet alle kanten op en zet je steeds op het verkeerde been, waar je tegen moet kunnen, maar als dat zo is valt er veel te genieten op private LIFE

Het vijfde album van Virginia Wing is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse band en ik ken eenvoudigere kennismakingen. Zeker bij eerste beluistering schiet de muziek van Virginia Wing alle kanten op en hoor je een aantal lagen die soms bijna tegenstrijdig lijken. Het lijkt op van alles en nog wat, maar tegelijkertijd ook op helemaal niets. Het kost even wat tijd om de muziek van de Britse band te doorgronden, maar alle energie die je er in steekt betaalt zichzelf terug. Het nieuwe album van Virginia Wing is geen album voor alle momenten, maar zo op zijn tijd prikkelt private LIFE op fraaie en fascinerende wijze de fantasie.

Deze week verscheen private LIFE van de Britse band Virginia Wing. Het is al het vijfde album van Alice Merida Richards en Sam Pillay, die dit keer gezelschap hebben gekregen van Christopher Duffin, maar ik had eerlijk gezegd nog nooit van Virginia Wing gehoord.

De muziek van de band uit Manchester is in het verleden vergeleken met de muziek van bands als Broadcast en Stereolab, maar Alice Merida Richards en Sam Pillay waren op hun vorige albums naar verluidt ook niet vies van flink wat experiment en uitstapjes buiten de gebaande paden, waaronder uitstapjes richting jazz en wereldmuziek. Ik moet de vorige albums van Virginia Wing nog eens beluisteren, maar experiment en uitstapjes buiten de gebaande paden spelen ook op private LIFE een belangrijke rol.

Het nieuwe album van de band is naar eigen zeggen geïnspireerd door Prince, Timbaland, producer Scott Storch en bands als Kleenex en The Slits. Dat is voor mij met uitzondering van de eerst en laatstgenoemde onontgonnen terrein, maar ik heb bij beluistering van private LIFE wel associaties met de muziek van The Raincoats en Laurie Anderson, om maar eens twee namen te noemen.

Heel lang gaan vergelijkingen sowieso niet mee, want de muziek van Virginia Wing schiet alle kanten op. Wanneer je de muziek van de Britse band uit elkaar rafelt hoor je flarden synthpop, springerige ritmes, een aaneenschakeling van vreemde geluidjes, een saxofoon die jazzy en funky accenten toevoegt en de onmiskenbaar Britse zang van Alice Merida Richards, die met haar stem, al dan niet vervormd door elektronica, ook weer alle kanten op kan.

Nu hou ik persoonlijk wel van makkelijk in het gehoor liggende popliedjes, maar hiervoor ben je bij Virginia Wing echt aan het verkeerde adres. Veel songs van de band uit Manchester zijn nogal ongrijpbaar en moet je echt een paar keer horen voor je er plezier aan kunt beleven. Dat plezier komt uiteindelijk wel, want private LIFE heeft veel interessants te bieden.

Veel ingrediënten van de songs van Virginia Wing zijn mooi of in ieder geval spannend en wanneer je vaker naar de songs van de Britse band luistert, grijpen deze ingrediënten langzaam maar zeker steeds meer in elkaar. Het is geen moment in een hokje te duwen, want bij herhaalde beluistering van private LIFE komen er alleen maar hokjes bij.

Na een paar keer beluisteren hoorde ik eindelijk hoe Virginia Wing zich heeft laten beïnvloeden door Prince en hoorde ik ook weer wat meer van Stereolab, maar ondertussen sleutelt Virginia Wing op private LIFE ook continu aan een uniek geluid. Het is een geluid dat afwisselend het oor streelt en stevig tegen de haren instrijkt, wat van private LIFE een bijzonder fascinerende luistertrip maakt.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon valt op hoe vol de Britse band haar geluid heeft gestopt. Zoveel dat het je zo af en toe duizelt, maar beluistering met de koptelefoon laat ook horen hoe mooi de verschillende lagen van de muziek van de band uit Manchester zijn. Muziekliefhebbers die niet houden van moeilijkdoenerij moeten hier echt met een grote boog omheen lopen, maar als de hoeveelheid avontuur in muziek je niet groot genoeg kan zijn, zal private LIFE van Virginia Wing er mogelijk in gaan als koek. Fascinerend album, dat is zeker. Erwin Zijleman

Viv & Riley - Imaginary People (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Viv & Riley - Imaginary People - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Viv & Riley - Imaginary People
Vivian Leva en Riley Calcagno maakten indruk met de vorige twee albums die ze samen maakten en doen dit wederom met het soms net wat moderner en lichtvoetiger klinkende Imaginary People van Viv & Riley

Vivian Leva kreeg de Appalachen folk thuis met de paplepel ingegoten en dat was te horen op haar solodebuut en op het album dat ze maakte met Riley Calcagno. Vivian Leva en Riley Calcagno noemen zich nu Viv & Riley en slaan ook in muzikaal opzicht een net wat andere weg in. Imaginary People leunt wat minder zwaar op de Appalachen folk uit het verleden en is een bij vlagen eigentijdser klinkend Americana album met zowel traditionele als moderne invloeden. Het album klinkt weer prachtig en wordt ook dit keer opgetild door de prachtige stem van Vivian Leva. Ik was zeer gecharmeerd van het wat traditionelere geluid van het Amerikaanse tweetal, maar ook deze deels nieuwe weg bevalt me zeer.

Bij de naam Viv & Riley had ik in eerste instantie associaties met een punk of new wave duo uit de late jaren 70 of vroege jaren 80, maar met punk of new wave heeft het deze week verschenen Imaginary People niets te maken. Gelukkig ben ik ondanks de associatie wel gaan luisteren naar het album, want Viv & Riley bleken al snel oude bekenden.

Viv staat immers voor Vivian Leva, die in 2018 debuteerde met het prachtige Time Is Everything. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikante stokoude folk uit de Appalachen vermengde met bluegrass en country van latere datum en indruk maakte met een bijzonder mooie stem. Ik vergeleek Time Is Everything vijf jaar geleden met de muziek van Gillian Welch en dat is vergelijkingsmateriaal waar je mee thuis kunt komen als debuterende muzikante.

Op haar solodebuut werkte Vivian Leva intensief samen met de eveneens Amerikaanse muzikant Riley Calcagno en dit is de Riley van Viv & Reilly. Het solodebuut van Vivian Leva werd in het voorjaar van 2021 gevolgd door het titelloze album van Vivian Leva & Riley Calcagno, dat zeker niet onder deed voor Time Is Everything. Ook het album van Vivian Leva en Riley Calcagno leunde zwaar op de folk uit de Appalachen, die Vivian Leva thuis in Virginia met de paplepel kreeg ingegoten, en deed me meer dan eens denken aan de muziek van Gillian Welch en haar partner Dave Rawlings.

Het derde album van Vivian Leva en Riley Calcagno is uitgebracht onder de naam Viv & Riley, wat uit oogpunt van continuïteit misschien geen hele handige keuze is, maar het klinkt wel wat vlotter. Dat geldt overigens ook voor de muziek die Vivian Leva en Riley Calcagno maken op hun derde album. Imaginary People leunt veel minder zwaar op de folk zoals die in de vorige eeuw in de Appalachen werd gemaakt, maar klinkt als een eigentijds Americana album dat soms wat traditioneler klinkt en soms een randje pop bevat.

Viv & Riley hebben het door bosbranden geteisterde Oregon achter zich gelaten en hebben zich gevestigd in Durham, North Carolina, aan de voet van de Appalachen. Invloeden uit de Appalachen spelen zoals gezegd een minder prominente rol op Imaginary People, maar zijn zeker niet helemaal verdwenen. In de wat traditioneler klinkende songs op het album hoor ik nog altijd flarden Gillian Welch, maar Viv & Riley hebben ook gewerkt aan een meer eigen geluid.

Het is een geluid dat zo nu en dan een stuk lichtvoetiger klinkt dan het geluid op de vorige twee albums, maar het door snareninstrumenten gedomineerde geluid is wel zeer smaakvol en fraai geproduceerd door de van Hiss Golden Messenger bekende Alex Bingham. Vivian Leva tekent ook dit keer voor het merendeel van de zang en dat is een wijs besluit, want ze beschikt over een bijzonder mooie stem, die de songs van Viv & Riley ver boven het maaiveld uittilt.

Liefhebbers van hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek zullen Imaginary People hier en daar misschien iets te frivool vinden klinken, maar de meeste liefhebbers van het genre zullen prima uit de voeten kunnen met de fraai ingekleurde en prachtig gezongen songs, die door de teksten ook nog eens zijn voorzien van een fraai laagje melancholie. Aan de kwaliteiten van Vivian Leva en Riley Calcagno twijfelde ik na de vorige twee albums al niet meer, maar het Amerikaanse tweetal heeft me absoluut verrast met dit frisse album. Erwin Zijleman

Vivian Girls - Memory (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vivian Girls - Memory - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vivian Girls - Memory
Vivian Girls leek lang een mooie herinnering uit een ver verleden, maar keert terug met een album dat veel beter is dan alle albums van de volgelingen van de band

Vivian Girls maakte tussen 2008 en 2011 drie albums die talloze bands inspireerden tot het maken van muziek, overigens zonder het niveau van Vivian Girls te halen. Het naar Los Angeles verhuisde drietal keert na een afwezigheid van acht jaar terug met een fantastisch album. Het is een album dat aan de ene kant rauw en gruizig klinkt, maar de songs van Vivian Girls zijn ook honingzoet. De mix van flink wat invloeden blijkt al snel bijzonder verslavend, zeker wanneer de band de gitaarmuren contrasteert met zonnige koortjes. Het maken van een goed comeback album is maar weinig bands gegeven, maar Vivian Girls doet het. En hoe!

Vivian Girls werd twaalf jaar gelden geformeerd in Brooklyn, New York, en schaarde zich met haar in 2008 verschenen titelloze debuut direct onder de smaakmakers van de zoveelste revival van dreampop, shoegaze en noisepop.

De band leunde in tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten wat zwaarder op de noisepop en overrompelde met een geluid waarin naast invloeden uit de shoegaze en dreampop vooral flarden Sonic Youth en Bikini Kill opdoken.

Cassie Ramone, Kickball Katy (Goodman) en Ali Koehler (later vervangen door Fiona Campbell) maakten al snel een tweede album (Everything Goes Wrong) dat minstens net zo goed was, namen hierna een break en keerden in 2011 nog één keer terug met het wederom uitstekende Share The Joy. Hierna werd het helaas stil rond Vivian Girls en werd de band ingehaald door volgelingen als Dum Dum Girls, Best Coast en Joanna Gruesome, om er maar eens drie te noemen.

Vivian Girls leek lange tijd een mooie herinnering uit een inmiddels alweer redelijk ver verleden, maar opeens is de band terug met een nieuw album. Cassie Ramone, Kickball Katy (Goodman) en de op het oude nest teruggekeerde Ali Koehler werkten de afgelopen acht jaar aan andere projecten en kregen kinderen, maar kiezen nu weer vol voor Vivian Girls.

Bands die na lange afwezigheid terugkeren hebben het meestal moeilijk en zijn in veel gevallen geen schim meer van de band uit het verleden, maar dit gaat gelukkig niet op voor Vivian Girls. De tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende band levert met Memory haar beste album tot dusver af en is al haar volgelingen uit het afgelopen decennium direct weer een paar stappen voor.

De songs op Memory volgen allemaal ongeveer hetzelfde recept. Het tempo ligt hoog, de gitaren zijn stevig en gruizig, de zang van Cassie Ramone is bijzonder trefzeker, de koortjes zijn suikerzoet en de melodieën zijn stuk voor stuk onweerstaanbaar. Vivian Girls had altijd al een eigen geluid en is nog steeds niet in één hokje te duwen. Shoegaze, dreampop, post-punk, noisepop, punk, garagerock, indie-rock, indie-pop en 60s girl pop vloeien allemaal samen in een geluid dat vanaf de eerste noten de aandacht trekt en deze aandacht moeiteloos twaalf songs en 33 minuten vasthoudt.

Producer Rob Barbato (Kevin Morby, The Fall) heeft Memory voorzien van een lekker rauw geluid, maar het is ook een open geluid waarin alle facetten van de muziek van Vivian Girls goed worden belicht. Vivian Girls bouwt hier en daar hoge gitaarmuren op, maar tekent ook voor mooie heldere gitaarlijnen, wat het album voorziet van veel dynamiek.

De band heeft New York zoals gezegd inmiddels verruild voor Los Angeles en ook dat hoor je in de muziek van de band. Memory klinkt wat zonniger dan de vorige albums van het drietal, terwijl de geweldige koortjes op het album herinneren aan de hoogtijdagen van zowel de Phil Spector girlpop als de Californische Westcoast pop.

Ik had altijd al een zwak voor de muziek van Vivian Girls, maar Memory kan ik geen seconde weerstaan. De band imponeert op haar niet meer verwachte comeback album met een dozijn songs vol verleiding, energie en kracht. Het zijn songs die zijn te omschrijven als rauw, stekelig, maar ook honingzoet en verleidelijk en dat is een combinatie die maar weinig bands beheersen. Memory komt aan als een mokerslag, maar ach wat is het lekker. Erwin Zijleman

Vivian Leva - Time Is Everything (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vivian Leva - Time Is Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Vivian Leva groeide op als kind van twee zeer muzikale ouders en kreeg met name de oude folk uit de Appalachen met de paplepel ingegoten.

Het zijn invloeden die een belangrijke rol spelen op Time Is Everything, het debuut van de singer-songwriter uit Lexington, Virginia.

Vivian Leva sluit met haar debuut nadrukkelijk aan op de folk zoals die aan het begin van de vorige eeuw in de Appalachen werd gemaakt, maar ook invloeden uit de modernere folk, country en bluegrass hebben hun weg gevonden naar de muziek van de jonge Amerikaanse singer-songwriter.

Vivian Leva heeft zich tijdens de opnamen van Time Is Everything omringd met een aantal prima muzikanten, onder wie Riley Calcagno, die haar motiveerde tot het opnemen van haar eigen songs. De instrumentatie op het debuut van Vivian Leva doet wat traditioneel aan en laat mooie bijdragen van onder andere gitaar, banjo, pedal steel, viool en piano horen.

Het is een instrumentatie waaraan hoorbaar zorg en aandacht is besteed en waarin steeds weer iets andere accenten worden gelegd, waardoor het debuut van Vivian Leva zeker niet eenvormig is. Het is een instrumentatie die op het eerste gehoor misschien wat traditioneel aan doet, maar die ook zeker laat horen dat Vivian Leva een kind van deze tijd is.

Met de mooie en stemmige instrumentatie overtuigt Time Is Everything zeker, maar baart de plaat nog geen opzien. Dat doet Vivian Leva wat mij betreft wel met haar stem, die op indrukwekkende en gelouterde wijze een extra dimensie toevoegt aan de muziek van de singer-songwriter uit Lexington, Virginia.

Vivian Leva kan goed uit de voeten in de net wat meer uptempo songs op de plaat, maar maakt voor mij de meeste indruk in de uiterst ingetogen songs, waarin ze haar mooie stem voorziet van flink wat gevoel.

Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen in welke mate en hoe Time Is Everything zich weet te onderscheiden van de rest van het behoorlijk grote aanbod in dit genre. Vivian Lee sluit immers aan bij de muzikale tradities waarmee ze opgroeide en doet nergens een poging om tegen de haren in te strijken.

Net als met name Gillian Welch beschikt ze echter over het vermogen om de luisteraar te grijpen met haar muziek en deelgenoot te maken van haar muzikale universum. Wanneer ik naar de platen van Gillian Welch luister kan ik daar nauwelijks mee stoppen en bij beluistering van Time Is Everything van Vivian Leva heb ik hetzelfde.

Zeker zolang Gillian Welch zo weinig productief blijft als de laatste vijftien jaar het geval is, is de muziek van Vivian Leva zeer welkom en ik heb het idee dat we van Vivian Leva nog veel meer kunnen verwachten.

Kinderen willen zich nog wel eens afzetten tegen de invloeden van hun ouders, maar de muzikale opvoeding die Vivian Leva heeft genoten heeft de basis gevormd voor een hele mooie, aangename en voornamelijk traditionele rootsplaat. Ik ben nu al benieuwd naar het vervolg. Erwin Zijleman

Vivian Leva & Riley Calcagno - Vivian Leva & Riley Calcagno (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vivian Leva & Riley Calcagno - Vivian Leva & Riley Calcagno - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vivian Leva & Riley Calcagno - Vivian Leva & Riley Calcagno
Vivian Leva debuteerde drie jaar geleden zeer verdienstelijk en heeft nu samen met Riley Calcagno een prachtig album vol traditionele maar ook tijdloze Amerikaanse rootsmuziek gemaakt

De Amerikaanse muzikante Vivian Leva viel me drie jaar geleden vooral op vanwege haar prachtige stem, maar ook de traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met een zwak voor Appalachen folk smaakte naar meer. Dat meer is er nu, want samen met Riley Calcagno, die ook al van de partij was op het debuut, heeft Vivian Leva wederom een wonderschoon album gemaakt. Ook dit album klinkt traditioneel, maar de akoestische instrumentatie is zeer smaakvol, de songs zijn uitstekend en dan is er ook nog eens de prachtige stem van de jonge Amerikaanse muzikante, die zich met dit albums definitief onder de smaakmakers in het genre schaart, samen met metgezel Riley Calcagno.

De Amerikaanse singer-songwriter Vivian Leva debuteerde precies drie jaar geleden met het prachtige Time Is Everything. Op haar debuutalbum maakte Vivian Leva nogal traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, wat ook niet zo gek is voor iemand die de stokoude folk uit de Appalachen thuis in Lexington, Virginia, met de paplepel kreeg ingegoten.

Ik noemde de muziek van Vivian Leva drie jaar geleden een zeer waardig alternatief voor de muziek van Gillian Welch, die op dat moment al een tijd geen muziek meer had uitgebracht. Liefhebbers van de muziek van Gillian Welch kwamen het afgelopen jaar ruimschoots aan hun trekken, maar het nieuwe album van Vivian Leva zou ik toch niet laten liggen.

De Amerikaanse muzikante werkte op haar debuut al samen met Riley Calcagno, maar destijds stond zijn naam nog niet op de cover, wat dit keer anders is. De twee opereren tegenwoordig vanuit Portland, Oregon, en namen hun titelloze album op met producer Joel Savoy.

Vergeleken met het debuut van drie jaar geleden is er niet zo gek veel veranderd. Vivian Leva en Riley Calcagno maken nog altijd traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, die sterk is beïnvloed door de folk zoals die een eeuw geleden al werd gemaakt in de Amerikaanse Appalachen.

Het album van de twee muzikanten uit Portland is subtiel en akoestisch ingekleurd, maar de instrumentatie op het album is ook zeer smaakvol. In muzikaal opzicht is de vergelijking met de muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings ook dit keer maar lastig te onderdrukken, al kiezen Vivian Leva en Riley Calcagno wel voor een net wat voller en veelzijdiger geluid en worden invloeden uit de countrymuziek net wat nadrukkelijker omarmd.

In vocaal opzicht is Vivian Leva minder goed te vergelijken met Gillian Welch. Ze beschikt immers over een prachtig helder stemgeluid, dat de kwaliteit van het album voor een belangrijk deel bepaalt. Riley Calcagno zingt overigens ook prima, maar als ik mag kiezen, kies ik toch voor de stem van zijn muzikale partner.

Het album van Vivian Leva en Riley Calcagno werd gemaakt in zeer roerige tijden. In politiek opzicht stond het land op zijn kop en hier en daar zelfs in brand en dan was er ook nog de coronapandemie die het tweetal aan huis kluisterde. Het zijn onderwerpen die hier en daar terugkeren in de teksten, maar in muzikaal en vocaal opzicht is het album van Vivian Leva en Riley Calcagno een oase van rust.

Enige liefde voor behoorlijk traditionele Amerikaanse rootsmuziek is een voorwaarde om te kunnen houden van dit album, maar als aan deze voorwaarde is voldaan, valt er veel te genieten. Ik heb Amerikaanse rootsmuziek persoonlijk normaal gesproken liever wat moderner, maar zeker de ingetogen songs op het album zijn wonderschoon, al is het maar vanwege de bijzonder mooie stem van Vivian Leva.

Ik was drie jaar geleden zeer gecharmeerd van het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter, maar in muzikaal en vocaal opzicht is het nieuwe album net wat overtuigender, iets dat overigens ook geldt voor de songs. Een heerlijk album om even te vergeten in welke tijd we momenteel leven en hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat deze twee nog piepjonge muzikanten een enorme aanwinst zijn voor het genre. Erwin Zijleman

Vyva Melinkolya - Unbecoming (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Vyva Melinkolya - Unbecoming - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vyva Melinkolya - Unbecoming
De Amerikaanse muzikante Angel Diaz maakt als Vyva Melinkolya aardedonkere muziek vol invloeden uit de slowcore, maar hoe vaker je naar dit zich langzaam voortslepende album luistert, hoe mooier het wordt

Er is absoluut een relatie tussen muziek en de seizoenen. Lentealbums zijn vaak fris en lichtvoetig, zomeralbums zonnig en broeierig, terwijl de in de herfst en winter uitgebrachte albums vaak zwaar en donker zijn. In de laatste categorie kan ik momenteel geen beter voorbeeld bedenken dan Unbecoming van Vyva Melinkolya. De muzikante uit Louisville, Kentucky, kiest op haar nieuwe album voor een bijzonder laag tempo, bouwt hoge gitaarmuren op en zingt wat onderkoeld. Het voorziet Unbecoming van een ijzige en bij vlagen aardedonkere sfeer. Dat ligt in eerste instantie wat zwaar op de maag, maar langzaam maar zeker ontdek je steeds meer moois op dit fascinerende album.

Er verschenen de afgelopen week meerdere albums met een behoorlijk donkere afbeelding op de cover. Het past uitstekend bij het huidige en aankomende jaargetijde, maar een donker getinte cover betekent natuurlijk nog niet dat de muziek ook donker is. In het geval van Unbecoming van Vyva Melinkolya zijn de cover en de muziek overigens wel congruent, want Unbecoming is een donker of zelfs aardedonker album.

Vyva Melinkolya is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Angel Diaz, die eerder dit jaar ook al een mini-album uitbracht met collega muzikant Madeline Johnston, beter bekend als Midwife. Dat album heb ik afgelopen voorjaar niet opgemerkt en ook de vorige twee albums van Vyva Melinkolya kende ik tot voor kort niet. Het zijn albums die zich flink hebben laten beïnvloeden door de shoegaze uit de jaren 90, al ligt het tempo op de eerste twee albums van het alter ego van Angel Diaz wel wat lager.

De muzikante uit Louisville, Kentucky, schreef de songs voor haar nieuwe album Unbecoming volgens haar bandcamp pagina al in 2020 en nam ze gedurende een periode van twee jaar op. Het is een periode die samenviel met het grootste deel van de coronapandemie en met meerdere Amerikaanse lockdowns. Het heeft vast bijgedragen aan de wat desolate sfeer op het album, want vrolijk word je niet van de muziek op Unbecoming.

Het is muziek die net wat anders klinkt dan die op de eerdere albums van Vyva Melinkolya, want invloeden uit de shoegaze hebben wat aan terrein verloren. Het tempo ligt op Unbecoming nog een stuk lager dan op de eerdere albums van de Amerikaanse muzikante en ook hier zal de coronapandemie waarschijnlijk een rol hebben gespeeld. Omdat het tempo zo laag ligt wordt Unbecoming vooral in het hokje slowcore geduwd en daar is wel wat voor te zeggen.

Angel Diaz nam haar nieuwe album op in diverse studio’s in Louisville en nam zelf gitaar, piano, lapsteel, samples en zang voor haar rekening. Een muzikant genaamd Chyype tekende voor bas en drums, waarna alleen nog wat backing vocals van onder andere Ethel Cain en Midwife en spoken word werden toegevoegd. Naast de loodzware bas en drums hoor ik overigens vooral gitaren en ook die zijn behoorlijk zwaar aangezet. Angel Diaz bouwt hoge en gruizige gitaarmuren en drones, wat de donkere sfeer in haar songs nog wat duisterder maakt.

Ook het bijzonder lage tempo en de wat naar de achtergrond gemixte en onderkoeld klinkende zang voorzien de muziek van Vyva Melinkolya van een bijna desolate en wat beklemmende sfeer. Ik zou er op een mooie zomeravond niets van moeten hebben, maar op een donkere herfstavond waarop de regen voor de zoveelste keer met bakken uit de hemel komt en het wereldnieuws minstens net zo donker is, doet Unbecoming wat met me.

Het is misschien even wennen aan het zwaar aangezette geluid, de wat eenvormige klanken, de monotone zang, het bijzonder lage tempo en de duistere sfeer, maar wanneer je eenmaal gegrepen wordt door de muziek van Melinkolya ontvouwt zich een intrigerende en uiteindelijk wonderschone luistertrip, waarin steeds meer mooie details opvallen. Unbecoming is zeker geen album dat ik dagelijks zal opzetten, maar op zijn tijd is de donkere muziek van Vyva Melinkolya wonderschoon. Erwin Zijleman