MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Pete Townshend - Empty Glass (1980)

poster
4,0
het 2e solo album van rock-icoon Pete Townshend. ben nooit een Who fan geweest, dus voor mij is dit het beste Who album, dat de Who nooit gemaakt heeft (no offense Who fans). was geen liefhebber van "Tommy", maar heb wel altijd een zwak gehad voor hun live album "Live at Leeds".

ten tijde van dit album, werkte Pete Townshend eveneens aan de songs van het Who album "Face Dances". Roger Daltrey had achteraf graag een aantal tracks van dit solo album, o.a. Rough Boys en de titeltrack met The Who willen opnemen.

op dit album 10 sterke songs van de man zelf met een flink aantal rockers, maar ook rustigere, melodieuze songs als "I Am an Animal", "And I Moved" inderdaad met die heerlijke piano BoyOnHeavenHill, "Keep On Working"en "Let My Love Open The Door", een radiovriendelijk nummer dat met zijn pakkende melodie een Top 10 hit werd in de U.S.

van de rocksongs bevallen "Rough Boys", "A Little is Enough" en "Empty Glass" mij het beste, hoewel "Cats in the Cupboard" en "Gonna Get Ya" er nauwelijks voor onder doen. "Jools and Jim" heb ik altijd een mindere track gevonden.

op "Empty Glass" speelden o.a. de bekende sessiemuzikant John "Rabbit" Bundrick mee, Peter Hope-Evans die lid was van het duo Medicine Head die ooit een grote hit scoorden met het nummer "One and One is One", en bassist Tony Butler en drummer Mark Brzezicki, die een paar jaar later de ritme sectie zouden vormen van de Schotse band "Big Country" die in 1983 geweldig debuteerden met het album "The Crossing". de overige drumpartijen werden o.a. ingespeeld door Kenney Jones (ex Small Faces, Faces, Who) en Simon Phillips, die lange tijd de vaste drummer was van de groep Toto.

jammer dat die typische eighties synthesizers dit album enigszins ontsieren. anders had dit album een 4,5 gescoord. vandaar een 4.

het toeval wil dat "living legend" Pete Townshend vandaag 79 is geworden dus "Happy Birthday Pete". de man schijnt inmiddels steeds dover te worden en aan tinnitus te lijden. dat lijkt mij een spookbeeld voor iedere muzikant.

Album werd geproduceerd door de vermaarde Chris Thomas
Recorded at Wessex Studios, London
Additional recording at Eel Pie Studios and Air Studios

Pete Townshend: guitars, synths, vocals
John "Rabbit" Bundrick: keyboards
Tony Butler: bass (except tracks 3 & 6)
Kenney Jones, Simon Phillips, Mark Brzezicki, James Asher: drums
Pete Hope-Evans: harmonica

Peter Bruntnell - Ends of the Earth (2002)

poster
4,0
vanwege de post van Tonio bij zijn album "King of Madrid", viste ik onlangs dit album ergens uit de uitverkoopbakken. de inmiddels 61-jarige Peter Bruntnell is een Britse singer/songwriter, geboren in Wellington, Nieuw Zeeland. de man maakte inmiddels 13 reguliere albums, waarvan dit de vierde is. zijn 11e album "Life in the Firth" (2017) ontbreekt hier op MuMe. op mijn versie van "Ends of the Earth" met een ander hoesje (cd Loose 2003) staan 10 nummers. de hierboven genoemde tracks 6) Intermission en 12) Lonesome Charlie staan er niet op. het album "Retrospective" is een overzichtsalbum.

ben aangenaam verrast door de muziek die deze man maakt, wiens muziek ook wel Britse Americana wordt genoemd. de mid-tempo nummers "Here Come the Swells" en "City Star" zijn ronduit sterke songs voorzien van fraaie melodieën die mij vaag aan het werk van Jackson Browne deden denken. dat niveau houdt hij niet op het hele album vast, maar er blijft genoeg te genieten over. zoals in de door piano gedragen ballad "Downtown", het ingetogen, sfeervolle "Laredo Kent", de rustige honky tonk van "One Drink Away" en de prachtige afsluiter de ballad "Murder in the Afternoon" met een fraaie bijdrage van gitarist Eric Heywood van de band Son Volt op pedal steel en high string guitar. ook de sterke melodie van het titelnummer "Ends of the Earth" blijft hangen.

op de robuuste up-tempo tracks "Tabloid Reporter", "Rio Tinto" en "Black Aces" gaat het met gierende gitaren beschaafd los. dit zijn doorsnee rockers die mij minder kunnen bekoren.

Peter Bruntnell opereert vermoedelijk in de marge. de man heeft het wiel niet opnieuw uitgevonden, maar maakt lekkere, gedegen muziek met veelal ongecompliceerde teksten. dit album maakt nieuwsgierig naar meer werk uit zijn oeuvre.

Album werd geproduceerd door Pete Smith
Recorded at Shepherd's Bush, London, England
7 tracks schreef Peter Bruntnell zelf, track 3,9 & 10 co-written met Bill Richie

de muzikanten:
Peter Bruntnell: vocals & guitars
James Walbourne: vocals, guitars & piano
Peter Noone: bass guitar
Mick Clews: drums
Eric Heywood: pedal steel guitar & high strung guitar ( Murder in the Afternoon)

"a hidden gem of the music industry" volgens Music Week

"Bruntnell's aim is true, his honesty is admirable and his records should be taught in schools" volgens NME

"a sharp eye for detail coupled with an enviable ear for melody makes Peter Bruntnell one of the recent
past's best kept secrets and one of the future's most intriguing prospects' volgens Uncut

Peter Bruntnell - Normal for Bridgwater (2000)

poster
4,0
het derde album van de inmiddels 62-jarige Peter Bruntnell, afkomstig uit Nieuw Zeeland maar al vele jaren woonachtig in Engeland. vond zijn vierde album "Ends of the Earth" dermate goed, dat ik ook dit album een kans wilde geven.

heb er gemengde gevoelens bij, want het album vind ik nogal wisselvallig qua stijl. noem het Engelse op folk gebaseerde "roots/americana" met helaas w.m.b. een minder "up-tempo rockend" gedeelte. het album hinkt hierdoor voor mij althans op 2 gedachten.

het album opent sterk met de melodieuze mid-tempo nummers "Handful of Stars" en "You Won't Find Me", gevolgd door het met een fraaie pedal steel partij opgesierde "N.F.B", 1 van de prijsnummers van dit album.
ook de meer ingetogen op folk gebaseerde tracks als "Played Out", "Cosmea" en "Jurassic Parking Lot" beide met fraaie fiddle partijen, kennen fijne melodieën en liggen goed in het gehoor. het korte, folky "How You Are" met banjo en mandoline en "Outlaw" met fraaie, meerstemmige zang zijn prachtige afsluiters van dit album.

helaas kunnen de vrij heftig rockende nummers als "Forgiven", "By the Time My Head Gets to Phoenix", "Lay Down This Curse" en "Shot from a Spring" mij een stuk minder bekoren. het zal een kwestie van smaak zijn, maar deze nummers willen niet echt beklijven. als ik rockende americana wil horen, geef ik toch de voorkeur aan bands als Drive By Truckers of Slobberbone, die dit kunstje naar mijn idee beter beheersen.

dat de man in staat is goede, melodieuze, memorabele songs te schrijven, staat buiten kijf. mocht hij dit ooit verpakken in een wat meer stijlvaste vorm, dan zou dat zomaar een "fiver" kunnen worden.

Album werd geproduceerd door George Howard
Recorded at Zippah Studios, Brookline, Massachusetts, U.S.A.

All songs written by Peter Bruntnell
(except tracks 1,6,7,8,9 & 10 co-written Bill Richie, track 12 co-written Randy Bachman)

de muzikanten op dit album:
Michael Clews: drums, tambourine
Peter Noone: bass guitar, backing vocals
James Walbourne: guitars, banjo guitar, hammond organ, backing vocals
Peter Bruntnell: guitars, banjo guitar, vocals

gastmuzikanten:
Eric Heywood: pedal steel
Dave Boquist: fiddle
George Howard: banjo & mandolin
Tim Obetz: dobro
Betsy Nichols: backing vocals
Peter Linnane: piano

Peter Bruntnell - Played Out (2004)

poster
4,0
een fraai, ingetogen live album met Engelse americana van de inmiddels 62-jarige Engelse singer/songwriter Peter Bruntnell. ook zo'n man die in de marge opereert en het soort artiesten waar ik een zwak voor heb. de kwalificatie pop/rock zoals hierboven vermeld, is niet van toepassing op dit album, dat voornamelijk akoestische, folky "unplugged" versies betreft van 10 nummers die eerder op 3 van zijn op dat moment 4 solo albums verschenen. Peter Bruntnell schrijft bovengemiddeld goede songs die hij op dit album met minimale begeleiding van zijn muzikale kompaan James Walbourne akoestisch uitvoert.

een zestal nummers (tracks 1,3,4,7,8 en 10) is afkomstig van zijn album "Normal for Bridgwater", 3 tracks (2,6 en 9) verschenen op "Ends of the Earth" en 1 track ( "I Want You") stond op zijn debuutalbum "Cannibal"

het zijn in de regel goede songs met fraai akoestisch gitaarspel van de man zelf, aangevuld met spel op de gitaar, mandoline en piano van James Walbourne. de songs worden verder in een aantal gevallen met bescheiden, ingehouden harmoniezang van deze 2 heren ingevuld, wat voorkomt dat deze te eenvormig gaan klinken. "I Want You" en "Played Out" zijn, althans voor mij, wat mindere tracks.

Album werd geproduceerd door Peter Bruntnell & Jim Lowe
Recorded on 28th November, 2003 at the Stone Room, Shepherds Bush, London

Peter Bruntnell: guitar, vocals
James Walbourne: guitar, piano, mandolin, vocals

All songs written by Peter Bruntnell
except tracks 6,7,8 & 10 (co-written Bill Ritchie)

Peter C. Johnson - 1978-1981 (2008)

poster
deze verzamelaar bestaat uit nummers van beide gelijknamige Peter C. Johnson albums uit 1978 en 1980. van het album uit 1978 ontbreken helaas 3 nummers (2, 4 en , en van het album uit 1980 ontbreken eveneens 3 nummers (4, 5 en . was erg blij dat ik deze verzamelaar ooit op cd op de kop kon tikken, want de originele albums zijn bij mijn weten nooit op cd uitgekomen, maar goed het ontbreekt hier dan aan 6 nummers wat ik als een gemis ervaar. deze verscheen op Hi-N-Dry en de opbrengsten waren bestemd voor het Mark Sandman Music Project. hoewel deze albums bij verschijnen in 1978/80 niet veel airplay hadden en bij veel popliefhebbers de aandacht voorbijging, vind ik de muziek persoonlijk geweldig. nummers zoals Try A Little Kindness en Snowblind vind ik van ongekende schoonheid, maar vrijwel alle nummers zijn het beluisteren waard. Nils Lofgren speelt gitaar op tracks 3 en 5, accordion op 1) Bonnie Raitt gitaar op track 4, piano & synths Andy Pratt (10, 11), Freebo bas 3,5,10 en 15). bij zijn latere albums ben ik afgehaakt, voor mij te avant gardistisch en te "weird". de muziek raakte mij niet meer, maar de muziek van zijn 1e 2 albums en dan met name zijn 1e uit 1978 mag ik nog graag in de cd-lade stoppen.

Peter C. Johnson - Peter C. Johnson (1978)

poster
4,5
bij het verschijnen van dit album in 1978 was ik snel verkocht. de muziek laat zich moeilijk plaatsen. inderdaad een mengelmoesje van verschillende stijlen, maar de muziek die destijds wel wat buiten de gebruikelijke kaders viel, sprak mij onmiddellijk aan. Bonnie Raitt hielp Peter C. Johnson een beetje in het zadel. zij speelt hier gitaar op nr. 4 en haar bassist uit die tijd Freebo speelt mee op 1, 3 en 7. er speelt verder een keur aan muzikanten mee. nummers als Sandman, Snowblind (hoogtepunt op dit album), Try a Little KIndness en Valerie kunnen ook 45 jaar later bij mij niet stuk. de overige nummers doen er niet veel voor onder. zijn 2e album eveneens gelijknamig is iets minder. 6 nummers van dit 1e album verschenen op de verzamelaar 1978-1981. nummers 2, 4 en 8 staan hier niet op. later raakte hij muzikaal het spoor bijster getuige albums zoals Yaka Yaka. geen idee wat hij hiermee voor ogen had.

Peter C. Johnson - Peter C. Johnson (1980)

poster
4,0
vind deze ook iets minder goed dan zijn debuut, maar zeker de moeite van het beluisteren waard. de prijsnummers op dit album zijn 2. I Can"t Paint For You 3. 9:00 o' clock en 7. Pale Blue Eyes (cover Lou Reed) uitgezonderd de nummers 4, 5 en 8 staan alle overige nummers op de verzamelaar "Peter C. Johnson 1978-1981" waar in de liner notes staat "The masters of these songs are spread around in various vaults. Companies have merged and ceased to exist. Rather than trying to hunt them down, I've assembled this collection from old tapes, vinyl transfers and cassetttes. It"s really about the music anyway" (tekst van PCJ). dit album en het 1e album uit 1978 zijn individueel op cd niet leverbaar. wellicht kan de liefhebber met een beetje geluk de verzamelaar nog ergens scoren, maar sluit niet uit dat ook deze een "collector's item" is geworden.

Peter Case - Flying Saucer Blues (2000)

poster
4,0
weliswaar een wat onevenwichtig album, maar toch een aangename verrassing dit zevende solo album van de Amerikaanse singer/songwriter Peter Case, dat mij bij een flink aantal nummers de hoogtijdagen van zijn eerste 2 albums in herinnering bracht. er staan 9 "originals" van de man zelf op dit album, 2 nummers (tracks 5 en 7) schreef hij samen met anderen.

album opent sterk met het fingerpicking gitaarspel en de prachtige melodie van het folky "Paradise", zoals ik de man het liefste hoor. helaas wordt dit gevolgd door het matige, up-tempo nummer "Cool Drink O'Water" met een schelle, lelijke blazerssectie. ook de simpele doorsnee rock van "Coulda Shoulda Woulda" en de zwakke melodie van "Lost in Your Eyes" bekoren een stuk minder.

gelukkig staan hier een aantal prachtige folky ballads tegenover, zoals "Something Happens" en de stompin' folkblues van "Two Heroes". de 3 sterkste composities van dit album staan alle op het eind, de fraaie melodie van het mid tempo nummer"Black, Dirt & Clay", en wederom een 2-tal prachtige ballads "Cold Trail Blues" en "This Could Be the One". overigens brengt de inmiddels 69 jarige Peter Case nog steeds albums uit. in 2023 verscheen zijn laatste album "Doctor Moan".

Album werd geproduceerd door Andrew Williams
Recorded at TMOP Studio & Andrew's Octagon

de muzikanten op dit album:

Peter Case: vocals, 6 & 12 string guitar acoustic guitar, harmonica
Sandy Chila: drums
David Jackson: upright bass
Greg Leisz: mandolin, dobro, lap & pedal steel, telecaster, gut-string guitar, banjo
Andrew Williams: acoustic guitar, harmonium, harmony vocals, banjo, glockenspiel
Don Heffington: percussion
David Perales: violin
Gabe Witcher: fiddle (track 5)
Joe Sublette/Darrell Leonard: horns

Peter Case - Peter Case (1986)

poster
4,5
na al die jaren nog steeds een heel fraai debuut album van de inmiddels 69-jarige Peter Case. een ondergewaardeerde Amerikaanse singer/songwriter oorspronkelijk afkomstig uit Buffalo, New York. de man was eind jarig 70/begin jaren 80 actief geweest in punkband The Nerves en later de rockband The Plimsouls, bands die vooral lokale faam met name in Californië vergaarden.

op dit album tapt Peter Case uit een ander vaatje, hoewel je de invloed van deze muziek nog enigszins terug kan horen in de doorsnee folkrock van nummers als "Three Days Straight", "I Shook His Hand" en "Satellite Beach" met Mike Campbell van de Tom Petty band op gitaar. wat mij betreft middelmatige composities en de mindere tracks op dit album, maar daar staat veel moois tegenover.

mooi, ingehouden folky tracks als "Small Town Spree" met accenten van cello en viool, "Walk in the Woods" met alleen Peter Case op gitaar en harmonica en het melodieuze "Horse & Crow" met een harmony vocal van John Hiatt, zijn sterke composities die wonderschoon worden uitgevoerd. ook het in "juke joint" stijl met een lekker scheurende mondharmonica partij gespeelde "Old Blue Car" en de folk/blues van "Icewater" (tekst Peter Case, muziek Lightnin' Hopkins) zijn nummers die blijven hangen. dat geldt ook voor de afsluiter "Pair of Brown Eyes", een klassieker van Shane MacGowan. overigens laat de versie van The Pogues zich niet overtreffen, maar dat terzijde.

zoals Peter Case het in de liner notes beschrijft "These songs are about sin and salvation"

dat de man, die reeds op 11 jarige leeftijd zijn eerste song schreef, als songwriter in hoog aanzien staat bij zijn collega singer/songwriters, blijkt uit het eerbetoon dat in 2006 verscheen met het album "A Case for a Case" ( a Tribute to the Songs of Peter Case) met liefst 48 nummers, waaronder bijdragen van Sam Baker, John Prine en Tom Russell maar ook met bijdragen van "mindere goden" als Chris Gaffney, Jackie Greene en Mark Mulcahy.

Album werd geproduceerd door J. Henry (T-Bone) Burnett
(behalve tracks 1,2,4 & 7 geproduceerd samen met Mitchell Froom)
Recorded at Oceanway, Sunset Sound Factory, Los Angeles & Eagle Audio, Fort Worth, Texas

de muzikanten op dit album:

Peter Case: vocal, acoustic guitar, guitar, harmonica
T-Bone Burnett: guitar, electric drums, national electric guitar, background vocal
Mitchell Froom: hammond organ, keyboards
Jorge Bermudez: percussion
David Miner: bass
Jerry Marotta: trap set, electric drums, percussion
Gurf Morlix: harmony vocal (track 2)
Victoria Williams: harmony vocal (track 3)
John Hiatt: harmony vocal (track 9)
Warren Klein: tamboura
Rusty Anderson, Tim Pierce, Fred Tackett: electric guitar
Richard Green, Margaret Wooten: violin
Armon Rsadjikian: cello
Van Dyke Parks: string arrangement (track 6), keyboards
Jerry Scheff: bass (track 7)
Jim Keltner: drums (track 7)
Mike Campbell: electric guitar (track 11)
Roger McGuinn: 12-string guitars (track 12)

Peter Case - The Man with the Blue Postmodern Fragmented Neo-Traditionalist Guitar (1989)

poster
4,5
een zeer fraai, consistent album. dit tweede album van de begenadigde singer/songwriter Peter Case. wellicht net niet van het niveau als collega's Steve Earle of wijlen John Prine, maar de man schuurt er dicht tegen aan. wat mij betreft niet minder dat zijn destijds bejubelde, gelijknamige debuut, want er staan wederom prachtige composities op. een sterke collectie aan songs, waar weinig op af valt te dingen.

Peter Case schreef alle songs zelf, uitgezonderd 3 tracks, t.w. de fraaie opener, de traditional folky ballad 1) "Charlie James", 4) "Travellin' Light" co-written met collega singer/songwriter wijlen Bob Neuwirth (die een aantal prima albums op zijn naam heeft staan), krijgt hier een aanstekelijke Tex-Mex versie, die aan de muziek van Texas Tornados doet denken (in gedachten hoor je bij wijze van spreken Doug Sahm dit nummer zingen), en 7) "Rise and Shine" de enige iets mindere track, dat hij samen schreef met zijn ex vrouw singer/songwriter Victoria Williams.

de sterke melodie van "Put Down the Gun" met David Lindley op bouzouki, een klassieker uit zijn song oeuvre, is een kraker. het weemoedige "Entella Hotel" is een ander hoogtepunt met een kenmerkende gitaarpartij van grootmeester Ry Cooder. "Poor Old Tom" is een ingetogen, klein gehouden pareltje met David Hidalgo (Los Lobos) op viool, accordeon en ukulele.

"Old Part of Town" een lekker up tempo nummer met fraai mandoline spel van de vermaarde sessiegitarist/producer wijlen Stephen Bruton. het beschaafd rockende"This Town's a Riot" klinkt niet zo rellerig als de titel doet vermoeden.

de 2 mooiste nummers bevinden zich, althans voor mij, op het eind van dit album. "Two Angels" is een wonderschone ballad met een heerlijke accordeon partij van wederom David Hidalgo, waar de prachtige folky afsluiter "Hidden Love" niet voor onder doet.

Album werd geproduceerd door Steven Soles, Larry Hirsch en Peter Case
Recorded at Ocean Way Recording, Sunset Sound Factory, Hollywood, California

de muzikanten op dit album:

Peter Case: 6 & 12-string guitar, harmonica, vocals
David Hidalgo: electric guitar, 6-string bass, hidalguerra, violin, accordion, ukulele
David McKelvey: harmonica
Jerry Scheff, David Miner: upright bass, bass
Michael Bannister, David Kemper: drums
Jim Keltner: drums, percussion
David Lindley: electric bouzouki, violin, bouzouki
Jack Sherman: electric guitar
Mitchell Froom: organ, piano
Danny Timms: electric piano, organ, keyboards
Steven Soles: vocal harmony, percussion guitar, maracas
Jorge Bermudez: tambourine
Ry Cooder: stereo electric guitar (track 3)
Stephen Bruton: mandolin (track 6)
Benmont Tench: organ (track
John Berry Jr., Dennis Farlas, Nick Lane: horns (track 9)

Peter Hammill - Fireships (1992)

poster
4,0
waarschijnlijk valt dit album minder goed in de smaak van de die-hard VDGG fans, waar ik mezelf niet toe reken, maar dit toegankelijke "rustige" album van Peter Hammill bevalt mij goed, hoewel ik de compilatie "The Love Songs" vanwege over de hele linie iets betere composities net iets beter vind.

geen complexe songstructuren op dit "Fireships" maar 9 voornamelijk goede songs, waarbij met name de eerste 4 tracks "I Will Find You" t/m "Oasis" en het atmosferische "Gaia" prettig weg luisteren, gezongen met de gedistingeerde "gentleman's English voice" van Peter Hammill. de 4 nummers die daar tussen zitten beklijven iets minder.

Album werd geproduceerd door Peter Hammill & David Lord
Recorded at Terra Incognita, Bath, England

All songs by Peter Hammill
except "Reprise" by Hammill/Lord

Peter Hammill - The Love Songs (1984)

poster
4,0
fraaie compilatie van de inmiddels 76-jarige "living legend" Peter Hammill. 9 nummers van de man zelf plus 1 nummer "Been Alone So Long" van (Chris) Judge Smith, mede oprichter van Van Der Graaf Generator.

zoals hierboven al eerder aangehaald stuk voor stuk goede songs met sterke melodieen, muzikaal vrij minimaal omlijst en prachtig gezongen met die typisch Engelse onderkoelde "gentleman's voice" van Peter Hammill.

ben geen VDGG adept en de echte fan van zijn meer complexe werk met die band, zal deze muziek vermoedelijk minder waarderen. in die zin begrijp ik de opmerking hierboven van thyson over de "omschakeling van K3 naar Opeth". voor mij persoonlijk is het genieten geblazen van toegankelijke liedjes als "Just Good Friends", "My Favourite", "Ophelia" en "The Birds", hoewel een aantal nummers zoals o.a. "If I Could" ,"Don't Tell Me" of "The Looking Glass" ook die creatieve, eigenwijze Peter Hammill touch bevatten.

beschouw dit feitelijk als een prima singer/songwriter album, waarmee ook de doorsnee (pop) liefhebber goed mee uit de voeten kan.

opvallend dat het live album "Been Alone So Long" (The Naked Songs) dat in 2024 verscheen met een registratie van een optreden in Bremen (1985), vernoemd naar het derde nummer van deze compilatie, hier op MuMe geen enkele post of stem kreeg. kan me indenken dat de muziek daarvan in het verlengde ligt van deze "The Love Songs".

Peter Rowan - Awake Me in the New World (1993)

poster
4,0
een fraaie verzameling songs van de inmiddels 83 jarige Peter Rowan. een singer/songwriter met een enorme staat van dienst. de songs vertellen het verhaal vanuit Pulcinella de "cabin boy" (= a boy who waits on the officers and passengers of a ship; especially running errands for the captain), die Christopher Columbus vergezelde tijdens zijn rondtochten/reizen naar de Nieuwe Wereld. de teksten ("Shaman's Vision") beschrijven zowel de melancholie van het verdwijnen van inheemse volkeren die het land eerder bewoonden voordat de "witte man" kwam, als wel het nieuwe, net ontdekte Amerika. Peter Rowan schreef sterk songmateriaal voor dit album en beschikt over een warme, aangename stem. een fijn luisteralbum voor in de kleine uurtjes. de veelal ingetogen, folky muziek heeft speelse Afrikaanse en Spaanse invloeden.

aangezien de Wiki pagina hier ontbreekt hierbij wat info over de man:
Peter Rowan een multi-instrumentalist is sinds 1956 actief in de muziek. hij speelde vanaf 1964 t/m 1967 in de "Blue Grass Boys" de band van bluegrass legende Bill Monroe. hij schreef samen met hem de blue grass standard "Walls of Time". daarna speelde hij in de band Earth Opera die vaak voor The Doors opende, de blue grass band Muleskinner (met o.a. Clarence White), de band Seatrain, de formatie met zijn broers The Rowans een vervolg op The Rowan Brothers. in 1973 vormde hij met David Grisman de band Old & In The Way met Richard Greene, Jerry Garcia en John Kahn. deze band werd in 1974 ontbonden. hij schreef o.a. songs zoals "Panama Red" voor de country rock band New Riders of the Purple Sage en maakte duo albums met Flaco Jimenez en Tony Rice. hij leverde een belangrijke bijdrage aan het Steve Earle album "Train A Comin" en speelde ook mee op de DVD Townes Van Zandt Tribute (live opname Austin uit 1997) met o.a. Guy Clark, Steve Earle, Lyle Lovett, Emmylou Harris en Nanci Griffith). de lijst van solo albums van de man en samenwerkingen is vrijwel oneindig.

"Awake Me in the New World" werd geproduceerd door Peter Rowan en opgenomen in Sausalito, Californië
in de liner notes bedankt hij de muzikanten en zijn vrienden "who have helped me on this journey to the New World"

de muzikanten op dit album:
Peter Rowan: steel string guitar, flamenco guitar, mandola, lead vocals, fretless banjo, shakaree
Tish Hinojosa: harmony vocals
Richard Greene: violins
Carlos Lomas: Benido flamenco guitarra
Lorin Rowan: Shanti 12 string guitar, harmony vocals
Kester Smith: congas & percussion
John Kahn: acoustic bass
Michael Love: accordion
Brian Akipa: Dakota cedar flute

Peter Rowan - Crucial Country (2006)

poster
3,5
een live album met folk/country/blue grass muziek van singer/songwriter, sessiemuzikant, multi-instrumentalist Peter Rowan, een blue grass pionier uit de 80's en o.a. bekend geworden als lead zanger van The Blue Grass Boys, de band van de legendarische blue grass muzikant Bill Monroe.

op dit album staan voornamelijk eigen songs van Peter Rowan, plus een aantal co-written nummers als "The Walls of Time" (Bill Monroe) 1 van de betere tracks, samen met zijn eigen "Howlin' at the Moon" en "Panama Red" en "Tumbleweed" (Bill Miller).

de lang uitgesponnen "country/reggae" versie van de Bob Marley klassieker "No Woman, No Cry", een nummer van Vincent Ford, past niet binnen de context van de andere liedjes en doet de "flow" van dit album geen goed.

weliswaar een onderhoudend, sfeervol album, echter de dynamiek van het live spelen komt niet helemaal over. er wordt razendknap gemusiceerd, maar de ietwat anonieme liedjes willen niet allemaal beklijven. in combinatie met de niet erg aansprekende stem van Peter Rowan blijf ik steken op een 3,5.

Peter Rowan maakte een hele reeks solo albums, staat bekend om zijn vele samenwerkingen en bijdragen aan albums van collega muzikanten en leverde o.a. een prominente bijdrage aan het Steve Earle album "Train A Comin".

Peter Rowan: lead vocal & guitar
Larry Atamanuik: drum kit
Sam Bush: mandolin, fiddle, vocal harmony
Jerry Douglas: dobro, vocal harmony
Victor Krauss: acoustic upright bass
Kester Smith: congas, percussion

een citaat over deze muzikanten uit de liner notes van PR:

"Sam went on from Newgrass Revival to play with Emmy Lou Harris as did my old Sea Train buddy, drummer Larry Atamanuik. Jerry produced several of my solo projects for Sugar Hill and we made "Yonder" together (a duet album of the oldest songs we could find!). Jerry and Larry both now play with Alison Krauss & Union Station. Victor Krauss has been with Lyle Lovett for a number of years, Sam continues his solo career and Kester Smith still plays drums with Taj Mahal.

Luckily the tape was running when we hit the stage at Telluride in 1994!"

Pharis & Jason Romero - Sweet Old Religion (2018)

poster
3,5
het vierde album van dit sympathieke Canadese echtpaar/folk duo. gezien de lovende woorden bij hun albums "A Passing Glimpse" en "A Wanderer I'll Stay" en met de gedachte dat deze muziek wel eens goed in mijn straatje zou kunnen passen, besloot ik dit album voor weinig aan te schaffen.

i.t.t. hun eerdere albums waar ook traditionals op stonden, staan er op "Sweet Old Religion" 11 eigen songs van Pharis & Jason Romero. wellicht wringt daar de schoen, want helaas staan er niet veel memorabele nummers op dit album.

het album opent sterk met het titelnummer en "Stitch in Time", waarna er nog 3 bovengemiddeld goede songs volgen maar dan is de koek een beetje op. vanaf 6) "The Salesman" zakt het niveau van de songs flink in, uitgezonderd het iets meer up-tempo, vrolijk stemmende "Come on Love".

het ligt niet aan de uitvoering van deze "old time music" of de fraaie harmoniezang, want beide klinken uitermate verzorgd, maar ik ervaar een gebrek aan pit op de veelal "brave" anoniem klinkende liedjes. een beetje te vergelijken met een flauw smakende maaltijd, waar wel "bite" in zit maar waar een pittige smaakmaker aan ontbreekt.

"Sweet Old Religion" is een fijn luisteralbum, maar niet de prachtplaat waar ik stiekem op had gehoopt en zal niet vaak in de speler belanden. hun muziek is te vergelijken met die van het Amerikaanse folk duo Ordinary Elephant, die dit jaar hun gelijknamige album uitbrachten en die ik net iets hoger aansla, maar beide duo's staan mijns horens/inziens in de schaduw van het werk van Gillian Welch & David Rawlings.


Album werd geproduceerd door Marc Jenkins
Recorded at Afterlife Studios, Vancouver, British Columbia

Jason Romero: banjo, guitar, vocals
Pharis Romero: guitar, vocals
Patrick Metzger: bass & baritone guitar
Marc Jenkins: pedal steel
John Raham: drums
John Reischman: mandolin

Phil Coulter - Sea of Tranquility (1984)

poster
4,0
een volledig instrumentaal album van de inmiddels 82-jarige muzikant (pianist), songwriter en producer Phil Coulter, geboren in Noord-Ierland. de man wordt in Noord-Ierland en Ierland beschouwd als een "living legend" en kreeg talrijke prijzen voor zijn werk. hij schreef samen met Bill Martin klassiekers als "Puppet on a String" van Sandie Shaw en "Congratulations" van Cliff Richard. zijn bekendste song is "The Town I Loved So Well", dat o.a. gecoverd werd door Paddy Reilly en op het door hem geproduceerde album "Plain & Simple" van The Dubliners verscheen.

op dit album staan voornamelijk traditionals als "Cliffs of Dooneen", "The Fields of Athenry" en "She Moved Through the Fair" plus eigen composities.

welhaast meditatieve muziek waarbij het prettig "onthaasten" is. overigens staat er slechts een fractie van zijn meer dan 30 albums hier op MuMe.

Album werd geproduceerd door Phil Coulter
Recorded at Livingstone Studios, London

over de voorganger van dit album "Classic Tranquility" (1983) vermelden de liner notes bij dit album het volgende:

"The release of "Classic Tranquility" was another milestone in the work of Phil Coulter. His first-ever album as a pianist, combining all his skill and experience as a composer, arranger and record-producer, was a runaway success in Ireland and marked the beginning of yet another chapter in his remarkable career.

Listeners were captivated by his haunting arrangements of some of our best-loved melodies and the whole country seemed to fall under the spell. A host of T.V. appearances and a sell-out concert tour followed, while the magic of "Classic Tranquility" was spreading internationally with the album's release arround the world.

Now Phil Coulter invites you on another unforgettable journey into a musical world of peace and harmony. Relax and recapture that special magic once again as you sail the calm waters of the beautiful "Sea of Tranquility".

Planxty - Planxty (1973)

poster
5,0
magistraal debuut album van de Ierse folkband Planxty. een "must have, must hear" voor de liefhebber van in dit geval Ierse folk muziek. vanwege de donkere cover ook wel "the black album" genoemd. Liam O'Flynn, Andy Irvine, Donal Lunny en Christy Moore speelden al eerder samen op het solo album "Prosperous" van Christy Moore en besloten deze samenwerking in de vorm van Planxty voort te zetten. alle 4 heren zijn Ierse folk iconen en kun je gerust "living legends" noemen. zij werden vanwege hun verdiensten voor de Ierse volksmuziek/cultuur diverse malen onderscheiden.

alle nummers op dit album betreft door Planxty bewerkte traditionals, uitgezonderd 4) Sweet Thames Flow Softly een nummer van Ewan McColl, track 6) een nummer van Andy Irvine en een nummer van Michael MacConnell. track 9) "Si Bheag, Si Mhor" verscheen in een eerdere versie als b-side op hun debuutsingle "Three Drunken Maidens", een nummer dat niet op dit debuut staat.

tracks 1,8 en 10 zijn met lead vocalen van Christy Moore
tracks 2, 4, 6, 7 en 12 zijn met lead vocalen van Andy Irvine
tracks 3, 5,9 en 11 zijn instrumentale nummers

beide heren zijn gezegend met prachtige stemmen, zowel Christy Moore als Andy Irvine excelleren op de vocale tracks, af en toe met prachtig invallende samenzang zoals op "Follow Me Up to Carlow".
"Raggle Taggle Gypsy" is een eeuwenoude "Scottish border ballad", een zeer populair nummer onder van oorsprong Anglicaanse mensen. deze traditional staat ook in een versie van The Waterboys op hun album "Room to Roam". de instrumentale nummers ofwel reels, worden o.a. met het onnavolgbare spel van de virtuoos Liam O'Flynn op Uileann pipes ingevuld en passen goed binnen de context van het album. het door Christy Moore gezongen nummer "Raggle Taggle Gypsy" gaat over in het instrumentale "Tabhair Dom Do Lamh" (Give Me Your Hand) volgens de liner notes "an old harp tune composed by the 17th century Derry harper, Rory Dall O' Cathain".

de weemoedige ballad "West Coast of Clare" geschreven en gezongen door Andy Irvine is een regelrecht "goosebumps" nummer. een klassieker van de man. "Only Our Rivers" is eveneens een prachtige ballad gezongen door Christy Moore. de love song "Sweet Thames Flow Softly" van Ewan MacColl staat eveneens in een andere cover versie op het prachtalbum "Kind Providence" van de Ierse singer/songwriter John Faulkner, maar dat terzijde.

Album werd geproduceerd door Philip Coulter (een Ierse muzikant, componist, producer die diverse albums op zijn naam heeft staan met voornamelijk instrumentale muziek)
Recorded at Command Studios, London, U.K.

Planxty bestond ten tijde van dit album uit:

Christy Moore: vocals, guitar, bodhran
Andy Irvine: vocals, mandolin, bouzouki, harmonica, hurdy-gurdy
Donal Lunny: synthesizer, bouzouki, vocals
Liam O'Flynn: uileann pipes, tin whistle

Planxty - The Well Below the Valley (1973)

poster
5,0
het 2e album van de legendarische Ierse folkband Planxty is net als het debuutalbum een feestje voor de oren van de folkliefhebber. het verscheen eveneens in 1973 kort na hun eerste album. alle titels betreft traditionals, uitgezonderd track 12) "Time Will Cure Me" een nummer van Andy Irvine, de man die in Londen werd geboren en een Ierse moeder en een Schotse vader had. de re-issue uit 1988 op het Shanachie label klinkt geweldig.

er staan 7 songs met vocalen op (tracks 1,2,4,6,8, 10 en 12) en 5 instrumentale nummers (track 3 (slip jigs a) The Kid on the Mountain) b) An Phis Fhliuch), 5 (reels) a) The Dogs among the Bushes b) Jenny's Wedding, 7 Hewlett (an old harp tune/waltz) 9 (hornpipes) en 11 (solo jig).

de vocalen op dit album zijn als volgt verdeeld:
1) "Cunha", 6) "The Well of the Valley" en 10) As I Roved Out (een lied met dezelfde titel als 4) maar een totaal andere song) lead vocal Christy Moore
2) "Pat Reilly", 4) "As I Roved Out", 12) "Time Will Cure Me" lead vocal Andy Irvine
"Bean Phaidin" lead vocal Donal Lunny

de ballads zijn wonderschoon en worden op schitterende wijze vertolkt door Andy Irvine en Christy Moore, maar ook de instrumentale nummers met het fabelachtige spel van uileann pipes specialist Liam O'Flynn zijn een lust voor het oor.

Album werd opnieuw geproduceerd door Phil Coulter
Recorded at Escape Studios, Kent, England

de band Planxty:
Christy Moore: vocals, guitar, bodhran
Andy Irvine: vocals, mandolin, bouzouki, harmonica
Donal Lunny: bouzouki, vocals
Liam O'Flynn: uileann pipes, tin whistle

uit de liner notes over het titelnummer "The Well Below the Valley":

quote
"The Well Below the Valley" had never been collected from oral tradition in Britain or Ireland until Tom Munnelly heard John Reilly of Boyle, County Roscommon sing it. Other versions of the song appear in Child's Collection (No. 21), From these it is apparent that the song is based on the story of Jesus at the Well. Tom Munnelly tells us that many older singers refuse to sing the song because of its sinister, incestuous overtones"
unquote

Planxty - The Woman I Loved So Well (1980)

poster
4,0
het 5e album van het samenwerkingsverband van de Ierse folkiconen Christy Moore, Liam O'Flynn, Andy Irvine en Donal Lunny, die alle ruimschoots hun sporen in de Ierse folkmuziekwereld hebben verdiend, heeft niet meer dezelfde magie van hun 1e 2 albums "Planxty" en "The Well Below the Valley".
er wordt wederom razendknap op gemusiceerd en het maken van fraaie arrangementen van de aloude traditionals kun je wel aan de heren overlaten. wellicht ligt het aan het iets mindere songmateriaal, waardoor dit album als geheel minder wil beklijven. klassiekers als "West Coast of Clare", "Only Our Rivers" of "As I Roved Out" ontbreken.

er staan 7 traditionals op en 1 nummer "True Love Knows No Season" van Norman Blake.
3 nummers, te weten 2) double jigs, 4) hornpipes en 7) reels zijn volledig instrumentaal, waarop behalve de uileann pipes en tin whistle van Liam O'Flynn, ook het fiddle spel van Tony Linnane nadrukkelijk aanwezig is.

mijn voorkeur gaat uit naar de door Andy Irvine gezongen liederen, "Roger O'Hehir", "Kellswater" en "Johnny of Brady's Lea". de zang van Christy Moore op de overige 2 songs het titelnummer "True Love Knows No Season" en "Little Musgrave" doet er weinig voor onder. het laatste nummer stond eerder in een veel kortere versie op Christy Moore's gelijknamige debuutalbum uit 1976.

de hidden track 9) het instrumentale "Paddy Fahy's Reel" (1:48 min) met Matt Molloy op fluit en Bill Whelan op keyboards, voegt weinig toe

van Planxty verscheen vele jaren later het geweldige live reünie album "Live 2004", dat mijns horens een gouden trio vormt met hun 1e 2 albums

Album werd geproduceerd door Donal Lunny en Brian Masterson
Recorded at Windmill Lane Studios, Dublin, Ireland

de basis van de band is hetzelfde als op de 1e 2 albums:
Christy Moore: guitar, bodhran, vocals
Liam O' Flynn: uileann pipes, whistle
Andy Irvine: bouzouki, mandolin, harmonica, vocals
Donal Lunny: 10-string bouzouki, guitar, synthesizer

met gastmuzikanten:
Matt Molloy: flute
Noel Hill: concertina
Tony Linnane: fiddle
Bill Whelan: keyboards

over het nummer "Johnny of Brady's Lea" citeert Andy Irvine het volgende in de liner notes:

Quote
"This is a famous traditional ballad from Scotland that I've known for years. Johnny is evidently an outlaw or at least a man who pays little regard to game-laws. Despite his mother's warning, he sets out one day to "bring the dun deer down". His dogs and himself feast on the deer to such an extent that they all fall asleep. The foresters are tipped off by an interfering old codger and wound Johnny mortally as he sleeps. Johnny wakes in a rage and kills six of them. The seventh one suffers multiple injuries and is put on his horse to ride out of the forest and tell the news"
Unquote

Poco - A Good Feelin' to Know (1972)

poster
4,0
het vierde reguliere album van Poco. de band werd na het uiteenvallen van de groep Buffalo Springfield in 1968 geformeerd door het gezicht van de band Richie Furay. Poco wordt gerekend tot de grondleggers van de country-rock.

dit album met meer rock is een lichte stijlbreuk ten opzichte van hun vorige meer country-rock georiënteerde albums. 3 nummers van Richie Furay "And Settlin' Down", het sterke titelnummer en de ballad "Sweet Lovin", 3 van Paul Cotton "Ride the Country", "Keeper of the Fire" en "Early Times" plus 2 nummers van Timothy B. Schmit "I Can See Everything" en "Restrain" en een re-make van "Go and Say Goodbye" (Stephen Stills).

waar ik vroeger meer gecharmeerd was van de wat stevigere nummers, zoals "And Settlin Down" en "Keeper of the Fire" i.p.v. de ballads is dat vele jaren later juist omgekeerd. "I Can See Everything" en "Sweet Lovin" zijn favoriet samen met de sterke melodie van het up-tempo nummer "A Good Feelin' to Know".

het licht bluesy "Early Times" (Paul Cotton) en de rammelende rock van het matige "Restrain" (Timothy B. Schmit) ervaar ik nu als "skip" waardige composities. dit wat onevenwichtige album, dat niet de fraaie "flow" heeft van hun debuut "Pickin' Up the Pieces" doorstaat n.m.m. de tand des tijds wat minder goed.

Poco - Legacy (1989)

poster
3,5
als je geen album van de kwaliteit uit hun hoogtijdagen zoals Pickin' Up the Pieces, 1969 of A Good Feelin' to Know, 1972 verwacht, dan valt dit reünie album met de oer bezetting van George Grantham, Rusty Young, Jimmy Messina, Richie Furay en Randy Meisner best wel mee.

de country-rock sound van die albums is op "Legacy" redelijk ver weg en vervangen door een merendeels pop/rock geluid dat destijds eind jaren 80 in zwang was. meerdere keren schiet dat door naar matige mainstream liedjes als "The Nature of Love", "What Do People Know", "Rough Edges" en "Lovin' You Every Minute" (Poco does Toto) en een MOR ballad als "If It Wasn't for You".

gelukkig is het niet alleen kommer en kwel, want nummers als "When It All Began", "Call It Love", "Look Within" (J. Messina), "Who Else" (R. Young/M. Noble) en het hoogtepunt van dit album "Follow Your Dreams" (J. Messina) luisteren lekker weg.

de solo zang en harmoniezang klinkt overigens fraai als vanouds, waarbij de lead vocalen worden afgewisseld door 4 leden van de band uitgezonderd drummer George Grantham.

zoals hierboven al eerder opgemerkt door Madjack71 een redelijk album, waarbij je je verwachtingen als liefhebber van hun vroege werk uit de seventies wat dient bij te stellen.

Album werd geproduceerd door David Cole
Recorded at Ocean Way Recording Studios, Capitol Recording Studios & Studio 55

citaat uit de liner notes:

"Twenty years ago "Pickin' Up the Pieces", the very first Poco album was recorded. It has been both challenging and fun for us, as the original Poco, to record another album for our friends and fans. As you listen to "Legacy", you'll find different philosophies and attitudes of life reflected by each of us as songwriters, showing the different paths our lives have taken"

Special thanks to our musical friends:
Gary Mallaber, Leland Sklar, Billy Payne, Paulinho Da Costa, Frank Morocco, Jeffery Vanston, Joe Chemay, Richard Marx, Jeff Porcaro

Poet (2001)

Alternatieve titel: A Tribute to Townes Van Zandt

poster
4,0
vraag me niet waarom, maar volgens de berichten hebben de voorbereidingen op dit album 5 jaar gekost. het is een mooi eerbetoon geworden aan het werk van de legendarische singer/songwriter Townes Van Zandt. niet alle tribute albums zijn altijd even geslaagd en de moeite waard, maar deze mag er zijn. de bijdragen van Guy Clark, Nanci Griffith met "Tower Song", countryzanger Ray Benson met een prachtig gezongen, intieme versie van 1 van 's mans bekendste nummers "If I Needed You", John Prine met zijn schitterende cover van "Loretta", "HIghway KInd" van the Cowboy Junkies en "My Proud Mountains" ontroerend mooi gezongen door zijn zoon John T. van Zandt (zijn stem doet sterk aan die van Townes denken) springen er uit. dat zijn wat mij betreft de 6 pareltjes op dit album. de bijdragen van Emmylou Harris, Lucinda Williams, The Flatlanders (joe Ely, Jimmie Dale Gilmore en Butch Hancock), Steve Earle met een bluesy, rockende versie van het relatief onbekende "Two Girls"en Willie Nelson "Marie" (van zijn laatste reguliere album "No Deeper Blue") zijn iets minder, maar raken eveneens aan de ziel van de songs van Townes. de bijdragen van Billy Joe Shaver, Delbert McClinton en Pat Haney stellen teleur, maar maken relatief gezien van dit eerbetoon geen slecht album.

citeer deels uit de liner notes van Susanna Clark (vrouw van Guy Clark)
"Every single morning at 8:30 hours for years Townes called me for our "morning call". Guy would usually bring me a cup of coffee, because he knew we'd be on the phone for at least an hour. "He'd say hey babe. Townes was the only man I let call me babe. We talked about art and artists and history, especially Texas history, and Hank Williams and Lightnin' Hopkins and Vincent van Gogh and Indians. We talked about the Bible and European ways and the sky that day and angels and ghosts and demons, and Dylan Thomas and the birds and his dog. We talked about all the different kinds of love, and he'd describe them in detail. We talked about the language and words and poetry and songs. More often than not he'd read me his new poem of the day. Songs always had to work as a poem on paper first. Townes' rule.
He let me in his soul and I let him in mine. I had the honor and privilege of having this noble wild soul in my life. He called me his best friend and god-sister. I called him my best friend and god-mother. We always said I love you before we hung up.
"This morning 8:30 came and the phone didn't ring"

Poi Dog Pondering - Poi Dog Pondering (1989)

poster
4,0
Poi Dog Pondering is het geesteskind van de uit Austin, Texas afkomstige zanger/gitarist Frank Orrall. de band werd in 1984 in Hawaï door hem geformeerd samen met zangeres Abra Moore die kort daarna een solo carrière begon, verhuisde naar Texas en werd daar deelgenoot van de destijds heersende hippie cultuur en belandde uiteindelijk in Chicago. het merendeel van de muzikanten is afkomstig uit Texas en de band had in de loop van de jaren verschillende bezettingen met als constante factor Frank Orrall, die 8 van de 10 nummers van dit debuutalbum schreef.

de muziek is een merkwaardige kruisbestuiving van o.a. country, folk en rock. er speelden 16 muzikanten op dit debuut met een zeer divers instrumentarium, los van gitaar en een ritmesectie o.a. accordeon, banjo, fluit, mandoline, steel gitaar en trombone/trompet. hun muziek laat zich moeilijk in een hokje stoppen en wordt ook wel als alt.rock of indie.rock bestempeld, maar op dit album overheersen de akoestische, folk/rock klanken die vaak verrassende wendingen nemen met naar mijn mening 8 bovengemiddeld goede songs.

er staan een flink aantal onweerstaanbare, aanstekelijke, melodieuze liedjes op als de opener "Living with the Dreaming Body" dat in potentie de komende zomerhit van 2025 zou kunnen zijn, het heerlijk ritmische "Pulling Touch", het wat mystieke met fluitspel omlijste "Sound of Water", de vrolijke met een reggae ritme en trompet klanken omlijste nummers "Fact of Life" en "Circle Around the Sun" of de Hawaï/ragtime vibes van "Aloha Honolulu".

het stevige, punky, psychedelische 9) "Wood Guitar" met "distorted" gitaarpartijen is een wat vreemde eend in de bijt, waarna 10) "Falling" met wat "weirde" vocalen en prachtig vioolspel van Susan Voelz het album alsnog fraai afsluit.

Poi Dog Pondering maakte sinds dit debuut rond de 20 albums en zou hun muziek op latere albums vermengen met dance, electronic en house invloeden. de groep is nog steeds actief.

Album werd geproduceerd door PDP en Mike Stewart
Recorded at Arlyn Studios, Austin, Texas

Prince Far I - Black Man Land (1990)

poster
4,0
een prima verzamelaar van de reggae "toaster" Prince Far I met 7 tracks (1,2,4,7,8,10 en 12) van zijn seventies klassieker "Message From The King" (1977) en alle overige tracks van het album "Livity" (1981).

roots reggae van de bovenste plank met stevige beats en dubs gezongen met die donkere, gruizige stem van Prince Far I, met een sound zoals die destijds ook te horen was op albums van collega toasters als o.a. Big Youth, U-Roy en Tapper Zukie.

het heerlijke "Reggae Music Moving" is een klassieker uit zijn oeuvre.

Albums werden geproduceerd door Prince Far I (inspired by Jah Almighty)

Musicians Prince Far I & The Arabs:

Eric Clarke, Sly Dunbar, Leroy Wallace, Santa: drums
Theophilus Beckford, Dennis Brown, Bo Pee: piano
Tarzan: organ
Earl "Chinna" Smith, Royal Soul: lead guitar
Errol Holt, M. Williams: vocals
Sticky, Eric Clarke: percussion

uit de liner notes van Trevor Herman (1990)

"With a deep smokey voice like rolling thunder, Prince Far I came to prominence as a top toaster in the mid 70's with his brand of Rasta philosophizing and muscular rhythms. On "Message From The King" he is joined on vocals by Culture's Joseph Hill. Sadly in the mid 80's he fell victim to the gunman's bullet, like so many others, but his music lives on"

Pure Prairie League - Bustin' Out (1972)

poster
4,0
zeker een country rock of cult klassieker of hoe je het maar noemen wil. vroeger grijs gedraaid en ik vind em na 50 jaar nog steeds zeer genietbaar. de opener van dit album Jazzman (Honey I'm a Jazzman) knalt uit de speakers. echte klassieke country is dit niet. de 1e 2 albums van de band zijn de moeite van het beluisteren waard. Jazzman, Early Morning Riser en Amie vind ik de beste tracks maar de rest doet er niet veel voor onder. na het vertrek van Craig Fuller de drijvende kracht achter deze band ging het bergafwaarts met deze band. een beetje vergelijkbaar met het verhaal van The Ozark Mountain Daredevils.

Pure Prairie League - If the Shoe Fits (1976)

poster
3,5
Pure Prairie League maakte 2 prima country rock albums, t.w. het gelijknamige album en "Bustin' Out", beide uit 1972. de belangrijkste songwriter van de groep Craig Fuller verliet de band na deze albums en werd vervangen door gitarist, zanger/songwriter Larry Goshorn.

Craig Fuller was later actief met de band American Flyer (met o.a. Doug Yule en Eric Kaz) waarmee hij 2 albums maakte en was eveneens vanaf 1987 t/m 1993 bandlid van Little Feat.

op de BGO reissue (2023) van hun vierde album staan de originele 10 songs plus slechts 1 bonus track, een niet bijzondere cover van het nummer "She Darked the Sun" (B. Leadon/G. Clark) bekend in de versie van Dillard & Clark.

alle overige nummers werden door diverse leden van de groep geschreven, uitgezonderd de cover van "That'll Be the Day", waarmee de band een verzoek van hun RCA label inwilligde om een radiovriendelijke song op het album op te nemen, echter kort na de opname van dit nummer verscheen een single versie van Linda Ronstadt die er een grote hit mee scoorde.

helaas is het country rock geluid van hun eerste 2 albums grotendeels verdwenen en heeft die plaats gemaakt voor een mix van pop, rock en country, met zelfs uitstapjes naar Western swing en jazz "Out In the Street" of het bluesy/funky met een blazerssectie voorziene "Gimme Another Chance".

country ballads als "Sun Shone Lightly", "Long Cold Winter", "You Are So Near to Me" en "Goin' Home" met mooie harmonievocalen en het fraaie pedal steel werk van John David Call zijn de sterkhouders, waarbij de kwaliteit van de overige songs achterblijft. het gemis van de prima songwriter Craig Fuller doet zich voelen.

de groep heeft inmiddels heel wat personele wisselingen meegemaakt, en werd met name met de komst van Vince Gill, die vanaf het album "Can't Hold Back" en de 2 daaropvolgende albums meespeelde, commercieel succesvol en blijkt nog steeds te bestaan met als drijvende kracht bassist Mike Reilly.

Album werd geproduceerd door John Boylan

de bezetting ten tijde van dit album:

George Ed Powell: guitar
Larry Goshorn: lead guitar
John David Call: steel guitar, banjo, dobro
Michael Connor: keyboards
Mike Reilly: bass
Billy Hinds: drums

uit de liner notes:

"Contrary to their association with the West Coast country rock scene and musical style, Pure Prairie League's origins lay not in the expected state of California but in the Midwest, as they were founded in the Columbus, Ohio area and the adjoining town of Waverly. They were formed in 1965 when singer and guitarist Craig Fuller, drummer Tom McGrail and guitarist/drummer Jim Caughlan started playing together and were joined by pedal steel guitarist John David Call. Craig Fuller started the band properly in 1970 and Tom McGrail named it after a fictional 19th century temperance union featured in the 1939 Errol Flynn cowboy film "Dodge City".