MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jon Spencer & The Hitmakers - Spencer Gets Lit (2022)

poster
4,5
Bijna niks is zo onvoorspelbaar, chaotisch, lomp en uitgebeend gespeeld als de eerste Pussy Galore albums. Garagerock, maar dan wel smerig vanuit de afgesloten New Yorkse achterstandswijken bergboxen welke zelfs het gemeenste straattuig het liefste links laat liggen. Outlaw randfiguren met Jon Spencer als rioolrattenkoning. En daar tussen anarchistische smerige druggy rock and roll uitwerpselen ligt de link met die primitieve blues sound voor het oprapen. Wankelend, op de destructieve zelfkant van het bestaan opzoekende maakt Jon Spencer met zijn echtgenote Cristina Martinez de overstap naar het net zo onbegrepen explosieve punkende Boss Hog. Cristina Martinez groeit uit tot alternatief sekssymbool, en cultheld Jon Spencer maakt de succesvolle doorstart met het net zo legendarische Jon Spencer Blues Explosion.

Het begin van de jaren negentig, jonge gasten als Albert Hammond jr. en Julian Casablancas van The Strokes, Dan Auerbach en Patrick Carney van The Black Keys en uiteraard ook Jack White van The White Stripes raken geïnspireerd door deze onorthodoxe effectieve aanpak en richten hun eigen rockbandjes op. Als rond de eeuwwisseling die garagerock revival zijn hoogtijdagen beleeft, vervlakt de baanbrekende Jon Spencer interesse. Een nieuwe veelbelovende generatie eist alle aandacht op, en de voorwerkende oudgedienden mogen vanaf de zijlijn toekijken.

Ondertussen zijn we alweer zo’n twintig jaar verder en duikt Jon Spencer met voormalig Sonic Youth drummer Bob Bert de studio in. Vergeet niet dat deze muzikanten samen een Pussy Galore verleden delen en elkaar dus al jaren kennen. Keyboardspeler Sam Coomes heeft een uiteenlopende sessiemuzikant achtergrond, maar maakt vooral samen met zijn vrouw, en tevens Sleater-Kinney slagwerker Janet Weiss naamsbekendheid als het indierock duo Quasi. Met Mike Gard aka M. SORD achter het drumstel is Jon Spencer & The Hitmakers een feit.

Maar goed, de Big Fish binnen dit gezelschap blijft de geroutineerde Jon Spencer, die ook hier weer zijn vetgedrukte muzikale handtekening achterlaat en wiens naam groots de albumhoes siert, als herboren vampier kwaadaardig de camera inkijkend. De sluwe kater met de negen uitgespeelde levens. Excentriek, dwars en veelzijdig. Nog steeds een indrukwekkende persoonlijkheid, zijn jarenlange geleefde vernietigingsdrang is overduidelijk in de groeven van zijn gezicht af te lezen, en nog steeds is hij verantwoordelijk voor de meest zieke gitaarakkoorden. Inpluggen, het verstand op nul en spelen maar.

Junk Man, foute vrouwelijke B-films horror screams, afgestofte kerkorgeldramatiek, zwaar psychedelische drugsmoerassen en gelikte catchy dansritmes. Hoe smeer je toch tweeëneenhalve minuut aan vuiligheid in een albumtrack, Jon Spencer flikt het weer. En dan heb ik nog niet eens de verrast sterke goed bij stem zijnde zangkwaliteiten genoemd. En het vervloekende spacende effectengedraai dan, de American Dream dromerigheid op het einde van de track en die treffende Californication Hollywood Hill teksten? Shit, ook nog vergeten! Ja, want daar draait het uiteindelijk toch om, decennia lang voortdurend kansloos verval en verslavend genotsmiddelen vergrijp. Duidelijke taal, ik weet het, maar het is weer zo ouderwets overdonderend, waardoor het gemeende enthousiasme het rationele denken naar de achtergrond verdrukt. Een bevooroordeelde meesteraftrap of juist een verder niet waar te maken valse start?

Dat laatste dus zeker niet! Enjoy The Silence? Nee, kom op zeg! Vervolgens met Batmobiel snelheid keihard toeslaan. Get It Right Now, precies juist nu! Oorverdovend harkend en hakkend werkt Mike Gard zich door voorbijrazende rampentreinwagons aan ronkend psychobilly gitaargeweld heen. Dat de energieprijs de pan uit rijst, is hier niet merkbaar, vet geolied en op volle koerssnelheid davert het viertal door. Death Ray zou zich prima voor de soundtrack van een opgefokte Playstation snelheidsgame kunnen lenen. Cyberpunkers? Een lachertje, dit is het echte werk. Personal Jesus gitaarriffs met John Spencer als demonische oppergod. Woestijnrock, weggebrande speeluurblaren op de handen, oververhit en dorstig. Zullen we een dansje wagen? Prima, maar dan wel met het ingehuurde vrouwelijk schoon in de achterkamer van het nooduitgang geëlimineerde Hotel California. The Hills Have Eyes en die bloeddorstige wezens loeren aasgierig om zich heen.

Het verhalende The Worst Facts roept die overige kwelgeesten op. Het slechtste van de mensheid staat centraal, de duivel verkoopt zijn ziel aan Jon Spencer en krijgt een toegangsbewijs voor dit helse feestje cadeau. Het afzettende Primary Baby gaat tegen alle regels in. Schijt aan het hele feministische gebeuren. Verwijzingen naar recht toe recht aan seks, wellustige ordinaire lustobjecten en het dierlijke oerinstinct. Voor foute vrouwen die op foute mannen vallen en daar vrede mee hebben. Uitgebluste afgebrande aarde realiteitswaanzin in het misselijk makende Strike 3.

Het lichtvoetige funkende komische Worm Town eist het donkere ondergrondse leventje op. Hardwerkende puinruimende wezentjes, die zich op vergaande resten uitleven en de flora en fauna in stand houden. Niks lugubers aan, gewoon een natuurlijk proces. Frank Zappa achtige Does Humor Belong in Music? ongein. Devo absurdisme en boogiewoogie pianotoetsen in Get Up & Do It, en waarom ook niet eigenlijk? Bruise heeft daarentegen heerlijke manische noiserock uitspattingen, Pixies gekte en een stukje Bob Bert Sonic Youth erfenis. Tegendraads croonend gaat Layabout Trap de hedendaagse jazzy postpunk uitdaging aan. Jon Spencer heeft dan wel de zojuist ontwaakte graaf Dracula uitstraling, maar leeft echt niet onder een steen. Een beetje flirten met de hedendaagse muziekscene anno 2022, het hoort er allemaal bij.

Het griezelig filmische Push Comes to Shove graaft muzikaal nog dieper in het destructieve artiesten verleden, en vormt toch wel de rode Spencer Gets Lit draad. De Peg Entwistle Hollywood Sign dodensprong in 1932, de mystieke zelfvernietigende 27 club leefwijze, de New Yorkse The Factory 15 Minutes of Fame Andy Warhol ideologie in het glamrock kunststukje My Hit Parade en het koortsige kapitalistische Rotting Money labelbazen smeergeld. Bewust of onbewust? Jon Spencer zal zich er niet druk over maken, hij heeft het sterrenwereldje geobserveerd en zelf midden in Luilekkerland geleefd. Spencer Gets Lit is een tikkeltje duisterder dan zijn eerdere werk. Een meesterwerk? Welnee, daar doet Jon Spencer niet aan mee. Dat is toch helemaal geen ware rock and roll houding? Lekker belangrijk zeg, het moet vooral leuk blijven. En die 1 april releasedatum is misschien nog wel de grootste grap.

Jon Spencer & The Hitmakers - Spencer Gets Lit | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Jonathan Jeremiah - Horsepower for the Streets (2022)

poster
4,0
Zou het nu dan eindelijk goed komen met Jonathan Jeremiah? Het Nederlandse publiek loopt vanaf het belachelijk sterke A Solitary Man debuut terecht al jaren met hem weg, maar het Britse thuisfront wil maar niet overtuigd raken. De donkerbruine geoliede soulmachine van Michael Kiwanuka sleept daar de een na de andere hooggewaardeerde prijs binnen. Jonathan Jeremiah maakt vrijwel succesloos treurend vijf platen lang gebruik van dezelfde soort filmische orkestrale arrangementen, dezelfde soulpijn achtergrondkoortjes en dezelfde retro seventies roodoranje bloemetjesbehang benadering. Het blijft zijn kenmerkende geluid, maar hij voegt ook nu de nodige verfijning van stem en begeleiding toe.

Och, misschien is hij wel tevreden met die best bewaarde geheim status, er is hem zeker meer gegund. Waar menigeen artiest van droomt weet hij al met zijn tweede plaat Gold Dust waar te maken. Die samenwerking met het Metropole orkest neemt niemand hem meer af. Leg het in de weegschaal, en ga je dan voor kwaliteit of kwantiteit. Deze Londense singer-songwriter kiest overduidelijk voor die eerste optie, en toch moet het hem ooit toch lukken om het selling the drama succesverhaal in het Verenigde Koninkrijk voort te zetten.

Nederland is in ieder geval heilig, en dan is het nog maar een kleine weg naar de Amsterdamse Bethlehemkerk waar hij samen met het Sinfonietta strijkorkest het deftige Horsepower for the Streets opneemt. Een soulpriester die preekt voor een buitenlandse parochie, al staat het zijn overtuigingskracht hierbij nergens in de weg. Een noodgedwongen wereldreiziger, een forens die de overtocht naar het Europese vasteland afdwingt, de rust van Bordeaux opzoekt om zich tot nieuw materiaal te laten inspireren. Herboren in de zoveelste reïncarnatie, waarmee hij zijn naakte ziel voor de zoveelste keer bloot geeft. Hoe meer nog kan hij geven, hoe diep nog kan hij tot het uiterste gaan. Nou heel diep dus.

Bestrijdt de verwilderde wereld met liefde, geef angst geen naam. Of het echt zo simpel is betwijfel ik, maar iets meer hippie ideologie zou niet verkeerd zijn. De zachtheid van het Horsepower for the Streets titelstuk vermengt zich met krachtdadige woorden. De granieten hartenkreet als een melodieus antwoord, waarachter de zwartdiamanten schittering zich schuil houdt versterkt door het berustende achtergrondsoulkoor van Hannah Nicholson, Phoenix Dawson en Rosario Dawson.

Jonathan Jeremiah vaart op de geluidsgolven van de weg wijzende violen en zijn eigen koers en ademt het krakende nostalgische gevoel uit. De hartgrondige tragiek van het pandemieleven, de voordelen van het loslaten overstemmen vreugdevol de twijfel. Hartgrondige tragiek van het observerende stille pandemieleven waar luidruchtige sirenes het tempo van het bestaan bepalen. Opoffering van het intense houden van het leven, voor die kleine genotmomenten die voorheen door haastige vluchtigheid in de verdringing raakten.

Grauwgrijze buien spoelen vast geklonterde problemen weg om de zonneschijn vrij spel te geven. Hoopvol, met een positieve alles komt goed houding. De knieval voor de genade, welke als een mokersteen de zware zak aan bagage vormt van deze hedendaagse rondtrekkende minstreelnomade, waaraan de magnetische aantrekkingskracht van de aardse zielenleed kwesties kleeft. Jonathan Jeremiah kijkt het spiegelbeeld van zijn binnenste gedeelde smart recht in de ogen aan. Dit ben ik, hier sta ik, hier wil ik naar toe. Nooit eerder klonk deze singer-songwriter zo kwetsbaar zelfverzekerd. Je kan de herfst niet beter beginnen dan met deze verfijnde kastanjebruine najaar amuse.

Jonathan Jeremiah - Horsepower for the Streets | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Joni Void - Mise en Abyme (2019)

poster
3,0
Wanneer noem je iets eigenlijk muziek? Wat de één muziek noemt, vind de ander een opsomming van klanken, die nergens naar toe leiden. Het blijft een interessant gegeven. Zo ook het begrip avant-garde. Wanneer is het nog experimentele muziek, en waar zit de grens? Stromingen ontstaan ook uit het feit dat iemand juist buiten de lijntjes durft te kleuren. Ideeën worden ook door anderen opgepakt, die hier weer op een eigen manier mee aan de slag gaan. Wat in een ver verleden ontoegankelijk werd genoemd, zou met terug werkende kracht als vooruitstrevend en baanbrekend worden beschouwd. Vaak hebben dit soort projecten een boodschap die ze willen uitdragen, welke nog belangrijker is dan de muziek. In dit schemergebied opereert ook Joni Void. Het misleidende is dat het hier niet om een vrouw gaat, iets wat je met zo’n naam zou verwachten. Dit is echter het alter ego van de Franse producer Jean Cousin. Door zijn studie richtte hij zich in eerste instantie op de filmwereld, maar blijkbaar vind hij de sfeer die het oproept een grotere inspiratiebron. Met dit gegeven gaat hij op zijn kamer aan het knutselen, gebruik makend van verschillende muziekstijlen, om te komen tot iets nieuws en unieks. In eigen beheer leverde dit vanaf 2011 al de nodige remixen en kleine releases op. Twee jaar geleden bracht hij voor het eerst via een platenmaatschappij een album uit; genaamd Selfless, nu is er de opvolger Mise en Abyme.

Ondanks het gebrek aan echte songs kan de plaat als een conceptalbum gezien worden. Paradox laat ons binnen stappen in een hedendaagse wereld. Er is bewust niet gekozen om de geluiden uit de omgeving te filteren, maar ze worden zelfs versterkt meer op de voorgrond geplaatst. De Oosterse jazzstem van Ayuko Goto wordt in Dysfunctional Helper benut als een waar instrument. Op de achtergrond meer afleidend geroesemoes, waardoor er hier een beeld ontstaat van een multiculturele gemeenschap. Een overbevolkt flatgebouw? geopende ramen in een drukke straat in een grote stad? De nieuwsgierigheid weet te intrigeren. Flarden aan jeugdherinneringen in de hiphop beats. Opstart moeilijkheden in de triphop van Lov-Ender, waarbij het geheugen steeds meer moeite moet doen om gedachtes te herervaren. Bij Abusers ontwikkelt zich zowaar een liedje. Nadat de vrouwelijke vocalen een plek hebben gecreëerd, worden ze versterkt door een man die daar met een zwaardere basstem tegenwicht geeft. Ritmes en refreinen van vroeger eisen ergens nog een plek op. Vanaf Non-Dit krijgt de vervreemding en het claustrofobische de overhand. De enige constante factor hier is de ritmische beat.

Een niet beantwoorde telefoonsignaal is de basis van No Reply. Het zou zo in een overvolle tram opgenomen kunnen zijn. Het beeld van personen, die allemaal druk zich afzonderen met hun smartphone, de omgeving totaal negerend. Een zeer realistisch beeld van de hedendaagse maatschappij. De stagnatie staat centraal in het bewust vast lopende Safe House. Cinetrauma gaat de strijd aan tegen de verandering. Onbekoorlijke industriële geluiden worden op een onbehaaglijke manier tot stopstand gedwongen. Het oorverdovende gezoem in Voix sans Issue gaat zelfs een stapje verder, nog dreigender weerklinkt de vervreemding van de omgeving, welke te snel aan het veranderen is. Een klok vecht tegen de toekomst, maar wordt ontvoerd door het paniekerige witte konijn uit Alice in Wonderland. Het verslag van een alles verslindende leefgemeenschap staat centraal in Deep Impression, waar er een toekomstig beeld wordt geschetst van een computer die uiteindelijk de stem van de verteller over neemt, Jean Cousin offert zijn eigen vocalen hiervoor op. Met het cineastische Persistence zoekt hij een rustpunt. Alle chaos die nog kenmerkend aanwezig waren in de overige tracks zijn vervlakt tot bijna een nulpunt. Uiteindelijk volgt in Resolve de overgave in het hedendaagse bestaan. Joni Void mengt zich tussen de menigte tot er in de verte nog zijn aanwezigheid te horen is, overkoepelend door andere gegalm. Mise en Abyme laat zich niet eenvoudig weg luisteren. Een niet geheel gelukte plaat, of een mooi eigenzinnig werkstuk. De keuze ligt bij de luisteraar.

Joni Void - Mise en Abyme | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com

JoosTVD - Doesn't Ring a Bell (2020)

poster
3,0
Te vaak wordt de Do It Yourself houding gekoppeld aan krakkemikkige lo-fi opnames, waarbij erg goed hoorbaar is dat deze ergens op een zolderkamertje zijn opgenomen. De albums van JoosTVD klinken professioneel genoeg om zich hiervan te distantiëren. Joost van Dinther is alweer 40 jaar actief in de muziekwereld en brengt vanaf 2005 vrijwel elk jaar een nieuwe plaat uit. Geen poespas, maar gewoon lekkere uptempo songs. Dat deed hij al op zijn debuut Gift Shot, en ook op het gloednieuwe Doesn’t Ring A Bell is dit het geval.

Het is overduidelijk merkbaar dat deze Vanished Dutchman zijn muzikale roots in de jaren tachtig heeft. Zijn gelikte funky sound heeft dat gentlemen achtige van de zoete white soul welke zich vanuit het Britse continent ging richten op de Europese markt. De jazzy ondertoon is hierbij een meerwaarde, en laat goed horen waar deze rasartiest toe in staat is. Als multi-instrument en singer songwriter houdt hij alles in eigen hand. Zijn eigen studio in IJsselstein is nog steeds de thuisbasis, waar vanuit hij de muzikale kindjes het levenslicht laat zien.

Juist die relaxte, humorvolle sfeer is een pre. Er wordt niet aan moeilijkdoenerij gedaan, en zo hou je jezelf ook het beste staande in deze bikkelharde business. Het is een heerlijk homemade werkproces om de eigen voortduwende baspartijen, sprankelende percussie, sturende slaggitaar en springerige keyboardakkoorden aan elkaar te mixen. Het heeft wel iets knus, zeker nu je in de zonovergoten dagen dicht bij huis aan het doorbrengen bent, past het perfect bij een klein swingend intiem gezinsfeestje.

Het dansbare zomerse Zuid Amerikaanse getinte snoepje The Heavy Donut Discount Blues, bezorgt je een zorgeloze glimlach op je gezicht. En dit gevoel houdt hij de hele plaat vast, daar wijkt hij geen milimeter van af. Bij Smart weet Joost eventjes de effectenpedaal goed te raken, maar verder valt vooral het coole slappende baswerk van deze van oorsprong drummende muzikant op. Hij maakt het verschil met het dromerige in lichte fusionklanken badende instrumentale Midnight Cowgirl en het met schemerige rookdampen omgeven ballad Cold.

De warme stem van Joost voelt aan als een vertrouwde warme oude deken, waar je heerlijk in wegkruipt. Maar ook net dat vertrouwde is een struikelblok, hierdoor dreigt het net een tikkeltje te veilig over komt. Een muzikant die zich zo bewust is van zijn eigen kwaliteiten mag best wel eens geprikkeld worden door bevriende muzikanten. Een toekomstig samenwerkingsproject kan zijn horizon verbreden.

JoosTVD - Doesn't Ring a Bell | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Josephine Foster - Faithful Fairy Harmony (2018)

poster
3,5
Josephine Foster’s nieuwe album Faithful Fairy Harmony heeft vrijwel geen raakvlakken met de huidige tijd, op Challenger na waarschijnlijk, alsof je ergens een oude tape terugvind, van voor zelfs de Eerste Wereldoorlog. Folk van vervlogen tijden, zelfs de opnametechniek doet oud aan. Ook de keuze van de instrumentatie is anders dan gemiddeld. Tja, wat hoor je dan precies? Moeilijk te zeggen, maar laten we het beschrijven als een trektocht door verschillende Amerikaanse staten, waar op zoek wordt gegaan naar vergeten cultuurelementen van wel bekende muzikale stromingen. Een eigenaardige mix tussen Folk, Country en zelfs Musical achtige stukken, waar de dromerige stem van Josephine Foster een hoofdrol vertolkt.

Terug naar de realiteit, de zangeres is zelfs een jaar jonger dan schrijvende, maar lijkt een volle gewichtige rugzak met levenservaringen mee te dragen. Een oude geest in een relatief gezien jong lichaam. Deze Amerikaanse singer-songwriter is geboren in Colorado, de staat bekend om de vele bergen en uitgestrekte vlaktes. De vertelster is op zoek gegaan naar de juiste muzikale klanken die bij haar eigenzinnige stem passen. Voor een vrouw heeft ze een stem die zich onderscheid van anderen. Ondanks de veelal hoge uithalen, zit er ook een aparte, niet te plaatsen diepte in haar geluid. De muzikale basis wordt gevormd door gitarist Victor Herrero, pedal steel gitarist Chris Scruggs, bassist Jon Estes en Gyða Valtýsdóttir op cello. Zelf is Foster verantwoordelijk voor de overige gitaarpartijen, harp, piano (de hoofdrol op The Peak Of Paradise), en orgel. Hoor je dan nog instrumenten terug die niet genoemd zijn, dan worden deze ingespeeld door leden van de folky rockband The Cherry Blossoms, waarmee ze in 2007 zelf een album opnam.

Het basisuitgangspunt is folk, maar daaraan koppelt ze meerdere muzikale stijlen, en stelt ze haar eigen Songbook samen. Waarom de traditionals tot aan het bot afkluiven en reproduceren? Als je een goed gerecht in een sterrenrestaurant hebt geconsumeerd, breng je de resten toch ook niet naar de keuken, met het verzoek aan de kok om hier een nieuw gerecht van te maken. Dit is allemaal een stuk gedurfder, en uiteraard valt niet alles even geslaagd uit, maar er staat meer dan genoeg genietbaars tussen.

Soothsayer Song heeft iets van een klassieke Disney song. De harp geeft het een kindvriendelijke dimensie, en zou prima passen op een soundtrack van een oudere tekenfilm of aan het einde van een musical. Het laatste stuk is bijna vrolijk te noemen, al klinkt de zang ook wat angst aanjagend. Niet alle sprookjes lopen goed af. Met A Little Song gaat ze meer de diepte in, gericht voor in een rokerige (al weet ik niet of deze in de huidige tijd nog bestaan) chique nachtclub, uitgevoerd door een onopvallende jazz pianiste. Inderdaad klein en kwetsbaar. Bij Pearl In Oyster overheerst het gevoel op bezoek te zijn, ergens in een lege kathedraal, waar ooit de deuren wijd open stonden, en waar je nu alleen op afspraak binnen mag komen. Force Divine en is country, maar dan op een folky way gespeeld, wat nog beter later tot zijn recht komt bij Indian Burn, al zit Foster vocaal wel over het randje.

De warme tracks met orgel begeleiding springen er voor mij wel boven uit. Met een paar vingeraanrakingen heb je het vermogen om een hele ruimte sfeervol te vullen, door de lucht die zich door de pijpen vermengt met het spaarzame zuurstofgehalte, en min of meer een wordt. Shepherd Moon of Starry Height en het prachtige grimmig opbouwende Lord Of Love zijn de beste voorbeelden, je hoort het instrument gewoon ademen. Deze en ook All Pales Next to You met de spookachtige begeleiding, die een soortgelijk heerlijk gevoel geeft, zijn de muzikale krachtpatsers hier.

Faithful Fairy Harmony is qua speelduur met ruim 75 minuten, en maar liefst 18 tracks wel aan de lange kant. Niet alles weet even sterk te overtuigen, een amputatie van de minder geslaagde songs zou een sterker geheel vormen. Ook omdat Foster stemtechnisch erg vaak de hoogte opzoekt, roept dat af en toe ook wat irritaties op.

Josephine Foster - Faithful Fairy Harmony | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Josephine Foster - No Harm Done (2020)

poster
3,5
Na het erg lange Faithful Fairy Harmony van ruim 75 minuten komt de uit Colorado afkomstige Josephine Foster nu met een compacter geheel, waarvoor ze net iets meer dan de helft van die tijd voor nodig heeft. Mede hierdoor komt No Harm Done veel meer tot zijn recht dan de voorganger. Er staan geen mindere nummers op, en het kenmerkende geluid blijft volledig in tact, al zijn er waarschijnlijk net zoveel liefhebbers als tegenstanders hiervoor te vinden. Heb je niks met deze bijzondere Amerikaanse singer-songwriter, dan heb je na een tweetal songs wel genoeg gehoord. Ik behoor tot die andere doelgroep, waar ik mij dan ook voornamelijk op richt.

De jonge geest van een veertiger in een oud lichaam dus. Nog steeds komt het bij mij allemaal vooroorlogs over, alsof we honderd jaar terug in de tijd zijn geplaatst. Een beetje evangelisch kerkelijk met hier en daar wat rituele New Orleans begrafenis blues. Dan weer wat ouderwets landelijk, omgeven door Tennessee country folk maar dan niet zozeer maatschappelijk kritisch.

Semi-romantisch, de dromerige ballade klaagzang van een vrouw die alleen achterblijft als haar man er op uit trekt. Of om ver van huis te gaan werken, of om te strijden voor het een of andere goede doel. Schrijnende fragiele vocalen fladderen er als een ontstemde zingende zaag doorheen.

Dit maal kiest Josephine Foster ervoor om de overige omlijsting over te laten aan gitarist Matthew Schneider. Samen sluiten ze zichzelf op in een studio in Nashville om met minimale middelen op zoek te gaan naar een maximaal effect. Al wordt er nu veel minder gepoogd om met ouderwetse opnametechnieken een krakkemikkig roots sfeertje te creëren.

De pianobar begeleiding van is met gemak te herplaatsen in een Ennio Morricone spaghettiwestern achtergrond decor. Gedateerd en wat stoffig door het opwaaiende woestijnzand, met die kenmerkende werkloze zondagmiddag drinkebroers kroeg beleving. Druilerig, gezapig en lichtelijk lamlendig. Je mist alleen nog de in mineur afgestemde mondharmonica en de meehuilende prairiehonden nog die zich als natuurlijk achtergrondkoortje bij haar voegen.

Het avondrood van de ondergaande zon schijnt door de aansluitende desert country van The Wheel Of Fortune heen, waarbij Matthew Schneider zijn meerwaarde bewijst door de cowboy eenzaamheid die in zijn pedal steel gitaarspel langzaam de weg naar die flatline horizon vervolgt. De spookachtige backing vocals staan Josephine Foster bij als jammerende geesten uit het verleden, wijs, geleefd en vol ervaring.

How Come Honeycomb waait met die deprimerende gemoedstoestand mee van uitgerangeerde sjokkende paarden welke als oude versleten viervoeters steeds datzelfde rondje lopen in een bejaardenhuis van afgeschreven dieren. Waarna de plaatselijke slager ze uiteindelijk uit hun leiden verlost, en een taai stukje vlees voorschotelt. Dat is het soms wel, een beetje taai en afgeserveerd.

Ze mag er in het vervolg wel wat meer variatie en een andere saus aan toevoegen. Hierdoor komt het in het vervolg minder over als een oubollige bereidwijze volgens grootmoeders recept. Uitgekauwde prak van gisteren, welke we opnieuw opgewarmd voorgeschoteld krijgen. Deze kant van Josephine Foster kennen we ondertussen wel.

Josephine Foster verstaat de kunst om haar songs een conventioneel randje mee te geven, waardoor ze de indruk opwekt dat het allemaal traditionele klassiekers zijn die ze in een eigentijds jasje heeft gestoken. Luie schommelstoel tracks, die onbewust op het ritme van de steeds maar op de grond afzettende voeten beweeglijk aangenaam heen en weer meewiegen.

Josephine Foster - No Harm Done | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Josy & Pony - Eponyme (2019)

poster
4,0
Als je de grijze arbeidersstad Charleroi als basis hebt, dan verwacht je vooral leegte en wanhoop in de uitvoering terug te horen. Al wil de haastig gespeelde muziek van Josh & Pony wel de drang tot escapisme oproepen. Zichzelf presenterende met paardenmaskers en Zorro ooglapje weet deze band met de nodige gekte het publiek nieuwsgierig te maken. Wie of wat verschuilt zich onder deze vreemde uitdossing. Hebben we te maken met een geniale maffe act of juist serieuze hardwerkende artiesten. In tegenstrijd met de grauwe woonplaats klinken deze Walen juist opgewerkt, vrolijk en vooral erg kleurrijk. Het heeft het cabareteske van het Parijse Moulin Rouge. Sensualiteit weg gestopt in boa’s en pauwenveren. Een hoog showgehalte waaronder de triestheid van de zelfkant voor de buitenwereld verborgen wordt gehouden.

Het samenwerkingsverband tussen de aantrekkelijke mysterieuze frontvrouw Josette Ponette en de rockers van The Ponymen wordt gemakshalve voor de eerste plaat Hippodrome Club ingekort tot Josy & Pony. Onder deze naam verschijnt nu hun tweede album Eponyme. De van oorsprong surf pop basis van de begeleidingsband heeft zich samen met de rijpere zuchtmeisje chansons van de zangeres ontwikkeld tot een unieke eigen sound. Hierbij is meer dan genoeg ruimte voor allerlei invloeden die het etiketje retro opgeplakt krijgen. Na een wazig intro wordt er op zoek gegaan naar een zender met opzwepende vakantiemuziek welke gevonden wordt in het springerige Secte Equestre. We reizen af naar plaatsen als het door de jetset bezochte Cannes, waar opzoek wordt gegaan naar nieuwe allesbepalende modeverschijnselen. Josy & Pony zetten zichzelf neer als zelfverzekerde trendsetters. Schaamteloos wordt er geparadeerd met eigen gemaakte kunstvormen.

Met schreeuwerige punkie discozang wordt er in de seventies geshopt met La Criniere. De nalatenschap van Les Rita Mitsouko lijkt de basis te vormen voor het nonchalante Sullivan. Het typerende avontuurlijke buiten de hokjes denken van de Belgische muziekscene wil zich hier ook opdringen. De Amerikaanse gitaarsound die eind jaren tachtig de soundtrack van het komende decennia vormt mag het vervolgens inkoppen. Al trippend in misvormde stemcollages en herhalende basakkoorden wordt Anon Petit Con aangekondigd. Met de nodige krautrock ingrediënten wordt het eigen gemaakt. Dat Duitsland de basis voor dit genre vormt wordt cynisch weggewuifd met overtuigende Franstalige vocalen. Nog explosiever en geladen wordt er op standje tilt geflipperd in het heen en weer stuiterende Indecent Pur-Sang.

Chemical beats en waarschijnlijk ook genotsmiddelen bestaande uit datzelfde goedje geven het psychedelische Deux Chevaux Mustang nog meer glans. Het is allemaal voorbereidend werk voor het afsluitende Epilogue: Manege A3. Een kwartier lang wordt je blootgesteld aan herhalende mantra samplers, vervreemdend gezoem en andere eigenaardigheden. Alle credit die ze hiervoor opgebouwd hebben gooien ze te grabbel. Nee, we krijgen nog steeds geen inzicht in wat er in de kopjes van Josy & Pony omgaat. Eigenlijk interesseert het mij steeds minder of het een doordachte slimmigheidje is, of een verlegen vorm van plankenkoorts. Het past gewoon perfect bij de mystiek die ze uitstralen.

Josy & Pony - Eponyme | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Joy Division - Closer (1980)

poster
5,0
Verdwaald in emoties.
Grimmigheid vanaf de eerste tonen.
Holle drumbeats en overstuurs klinkende keyboard.
Wil ik hier getuige van zijn.
Onbewust mee gezogen in het laatste klaaglied.
Wetende dat binnen een uur zwarte wolken aan de horizon zullen verschijnen.
Elk stukje zonlicht weg gedrongen.
Alsof hij nooit heeft bestaan.

Het laatste avondmaal.
Nog 24 uur.
Wij als stille getuigen.
Apostelen die de handen wassen in onschuld.
Ian is klaar voor zijn kruisweg.
Zondes op zijn rug dragend.
Bedrog vanwege een onmogelijke liefde.
Vrouw en kind achter latend.
Zichzelf definitief geïsoleerd van de buitenwereld.

Onze adem inhoudend.
De b-kant op de platenspeler.
Naald in de groeven.
Hart en ziel smelten zich samen.
Een ijsklomp veranderd in bittere tranen.
Samen kijken we terug.
Leven in een zwart wit film.
Volwassenheid die te snel is toe getreden.
Voor eenmaal nog op zoek naar de eeuwige jeugd.
Ten koste van de sterfelijkheid.

Joy Division - Unknown Pleasures (1979)

poster
5,0
Aan sommige albums durf je je bijna niet aan te wagen.
Als iemand zijn ziel helemaal bloot legt, moet je daar eigenlijk van af blijven.
Na lang overwegen heb ik besloten om het toch te proberen.
Alleen maar omdat Unknown Pleasure het verdient.
Mijn recensie.

Disorder; wanorde veroorzaakt door verwarring.
Warsaw liet een punk georiënteerd geluid horen.
Op Unknown Pleasures is dat grotendeels verdwenen.
Dit is het duidelijkst hoorbaar in Shadowplay.
Leg de twee versies maar eens langs elkaar.
Door de vertragende zang van Ian Curtis krijgt het veel meer diepgang.
Ian is een poëet, en de teksten hebben meer inhoud dan de Fuck You houding van punk.
Daar ging het vooral om het verwoorden van gevoelens in korte zinnen of kreten.
Het shockeffect stond voor op.

Ian Curtis is juist op zoek naar een gids die zich helpt in het weer geven van emoties; gezongen in Disorder.
Hij weet deze niet te uiten.
Ironisch genoeg ken ik niemand die dat zo doeltreffend kon als hij.
Day Of The Lords, nachten vervuld met pijn, waar zal het eindigen?
Liever had ik het antwoord op die vraag niet geweten.
In Candidate geeft hij al aan dat de druk zijn laatste dodelijke uren zullen veroorzaken.
Het leefplezier is al lang weg genomen.
Ian is al vroeg verworden tot een oude man, niet bang voor het aanvaarden van het eind.
De Heer wacht op hem in Insight
Het hiernamaals, de beloning voor zijn gemaakte fouten.
In New Dawn Fades al genoeg verwijzingen naar zelfdoding.
A Loaded Gun; We'll share a drink and step outside.
She's Lost Control; hij werd bij de hand gegrepen voor steun.
Maar wie komt er om hem te helpen?
De echo's in het nummer geven de stemmen in zijn hoofd weer.
In het schaduwspel, handelt uit je eigen dood.
Shadowplay is de verantwoording.
Treur niet; het is maar een triest spel.
Wilderness is de vergelijking met het gevoelde lijden met Christus.
Deze tot zijn vriend te mogen rekenen in Interzone.
Vreemden van elkaar, te lang naar elkaar gezocht.
Allebei in een andere wereld.
Hopend tot elkaar te komen.
Verwoord in I Remember Nothing
Het geloof als smeekbede tot verlossing.

Mijn visie op Unknown Pleasures.
Het dagboek van een gekwelde ziel.

Joyero - Release the Dogs (2019)

poster
3,0
Nadat het muzikale duo Wye Oak uit Noord-Carolina in 2014 hun sfeervolle prachtige indiefolk gitaaralbums verruilen voor de hedendaagse scherpe elektronica van Shriek is dit eventjes flink wennen. Schijnbaar ook voor het tweetal. Vier jaar lang wordt er gesleuteld aan het meer overtuigende The Louder I Call, the Faster It Runs. Voorzichtig is daar de gitaar weer aanwezig, wat zorgt voor een coherent geslaagd experiment. In die tussenliggende periode heeft Andy Stack zeker niet stil gezeten. Zonder zijn lieftallige partner Jenn Wasner wordt hij ingehuurd door frontman Matt Beringer van The National. Om zijn geslaagde EL-VY project live te vertolken, mag de muzikant achter het drumstel plaats nemen.

Deze ervaringen vormen het geraamte voor het solo uitstapje Release The Dogs. Zichzelf de mooie naam Joyero aanmetend, wat in het Spaans juwelier betekent. Niet dat men hier direct goud in handen heeft, zeker niet. Daarvoor vallen er wel de nodige aantekeningen te plaatsen, maar bruikbaar koper is ook genoeg waard. Dwars tegen de verwachtingen in laat hij zijn drumsticks thuis en kiest voor de mogelijkheden van een computer gestuurd programma. De smaakvol voorgeprogrammeerde beats camoufleren zijn hogere meer fragiele androgene stemgeluid. Deze combinatie en de dreampop begeleiding zorgen ervoor dat het gemakshalve snel in de New Wave kant wordt onder verdeeld.

Hoe bewonderenswaardig probeert hij van zijn zwakte hierdoor juist zijn kracht te maken. Vocaal kan Andy echter niet tippen aan zijn vrouwelijke collega, en die gedachte lijkt ook in zijn hoofd niet te verdwijnen. De ervaring om de schoonheid van haar kenschetsende stem te benadrukken wordt niet misbruikt om nu juist zichzelf verbaal te onderdrukken. Het kwetsbaar opstellen krijgt een diepere lading in de rustgevende nummers. Al snel raak je gewend aan de bijna kerkelijk klinkende openbaringen. Want wat komt het allemaal aardig en vreugdevol over. De spannende opbouw van Alight gaat te snel over in een veilige modus, waarin vervolgens geopereerd wordt. Geen gewaagde toevoegingen of vervreemdende effecten die voor afwisseling zorgen. Zo steriel als met een desinfecterend schoonmaakmiddel worden alle oneffenheden weg gepoetst.

Joyero wil zichzelf uitnodigen. Als verlegen bescheiden gast trots zijn plaatje presenteren aan een oude bevriende kameraad. Diep in zichzelf verzonken en met gebogen hoofd laat hij de nummers passeren. Want wat voelt het eenzaam en geamputeerd zonder zijn zelfverzekerd evenbeeld. Het goedkeurend schouderklopje is de grootste beloning die gevraagd wordt, en die heeft hij absoluut verdiend. Release the Dogs is een poging om het alleen aan te pakken. Zijn kwaliteiten liggen duidelijk op het componerende vlak, met fraai uitgevoerde instrumentatie. Doordat de interactie met een metgezel ontbreekt, wordt hij net niet genoeg geprikkeld.

Joyero - Release the Dogs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

JR JR - Invocations / Conversations (2019)

poster
3,0
Als band zijnde ben je verheugd als een grote platenmaatschappij jou al in vroeg stadium wil inpalmen. Dat zo’n contract tevens een grote druk met zich mee brengt door de verplichtingen en beperkingen ervaren ook zanger Joshua Epstein en gitarist Daniel Zott van het uit Detroit afkomstige Jr Jr. Deze band opereerde voorheen onder de naam Dale Earnhardt Jr. Jr. Genoemd naar een bekende Amerikaanse autocoureur. Door de hele rompslomp rond de switch naar het in eigen beheer uitbrengen van materiaal duurde het vier jaar voordat ze zich totaal onafhankelijk van Warner Bros konden opstellen, om met het kleinere meer bij de band passende eigen label Love Is EZ een doorstart te maken. Invocations / Conversations is gewoon op CD verkrijgbaar, maar moet gezien worden als een dubbel LP. Twee verschillende albums die beide een ander verhaal vertellen. Invocations is de afgekeurde plaat die oorspronkelijk nog bedoeld was om door Warner Bros op de markt gebracht te worden, maar werd waarschijnlijk door de aanwezige strubbelingen tussen beide partijen afgekeurd. Conversations is het eerste echte eigen resultaat waar ze vanaf track NYC vol trots mee naar buiten treden. Het tweetal wordt ondersteund door Mike Higgins op drum, keyboardspeler Jon Visger en Bryan Pope voor de overige muzikale invulling.

Invocations is een aangename verzameling songs geworden met de heerlijke ontspannen zang van Joshua Epstein. Vreemd dat er voor deze titel is gekozen, normaal wil je juist dat de aandacht gaat naar het in eigen beheer uitgebrachte eindproduct. Anderzijds is het zonde om niks te doen met de volwaardige songs, dus genoeg begrip op te brengen voor deze te vervolgen stap. Met Day In, Day Out wordt de liefde voor het ultieme popdeuntje bezongen, zo’n lied wat maar in je hoofd blijft hangen. Het aanstekelijke refrein vervuld prima deze functie, dus daarin zijn ze geslaagd. Ook in Pull You Close en het donkere basgitaar stuk Won’t Last Long zitten hints verwerkt die zich richten op het uitbrengen van een klassieker. In de vorm van prettige liefdesliedjes wordt stil gestaan bij de loskoppeling van het gigantische mediaconcern. All Around You verwijst naar het durven los laten en een nieuwe start maken. Een directe link naar de ingeslagen weg van JR JR. Wat de band hierin uniek maakt is dat er niet met bittere gevoelens allemaal verweten worden geuit. Een professionele afronding van de samenwerking met een werkgever. Schijn bedriegt. Conversations wil wel gelijk in de eerste twee tracks NYC en Low flinke sneren uitdelen naar het kapitalisme. Een maatschappij waarbij het voornamelijk om het geld draait, en minder om de eigen creativiteit. Blijkbaar zit diep van binnen de pijn er wel degelijk.

De toegankelijke popsongs zitten allemaal aan de gepolijste kant. Met de elektronica wordt wel variatie in de indie soul aangebracht, de uitspattingen ontbreken in de vlekkeloze presentatie. Daardoor is het nergens slecht, maar ook nergens memorabel genoeg. Wild Child heeft een lekkere zomer feeling met een Zuid Afrikaans tropisch Paul Simon sausje. Het springerige meerstemmige karakter draagt een jeugdige onbevangenheid uit, die dus in de lyrics wordt tegengesproken. De hoop is gevestigd op Conversations, waar dan de artistieke ontwikkeling in terug te horen moet zijn. De vocoder in NYC zorgt voor een verrassend warmer stemgeluid. Bijzonder, omdat dit apparaat over het algemeen een klinische kilte oproept. Was op Invocations de soul nog ondergeschikt aan het popliedje, hier is hij de genetische dominante factor. De groei is merkbaar, maar openbloeien wil het te sporadisch. Net iets te vaak is er gekozen voor de veilige omlijsting. Op het einde gooien ze er met volle overtuiging in de vorm van Rip RnR nog een hitgevoelige song tegenaan. Toch ervaar ik te weinig verschillen om te spreken van een gewaagde omschakeling. Neemt niet weg dat er in de toekomst genoeg kansen liggen voor deze indie poppers.

JR JR - Invocations / Conversations | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Julia Kent - Temporal (2019)

poster
4,0
Met het hoge kenmerkende falset stemgeluid van Antony Hegarty zet de transgender Antony and the Johnsons op de kaart. Wat men vaak vergeet is dat deze veel besproken persoonlijkheid uiteraard niet alleen verantwoordelijk is voor de omlijstende sferische sound. Hij wordt bijgestaan door hoog gewaardeerde muzikanten welke de eigenzinnige muzikale visies en gedachtegang op een aangename manier vorm geven. In de begeleidingsband van het met gastartiesten ondersteunde groot opgezette I am a Bird Now is Julia Kent een van de smaakmakende drijvende krachten. Deze uit Vancouver afkomstige cellist wist eerder al naam te maken in de gothic band Rasputina. Als een van de kernleden van het vervolgens steeds van samenstelling wisselende cello ensemble maakten ze al indruk met het duistere Thanks For The Ether. Dat dit mijlenver verwijdert staat van haar negende plaat is niet eens zo verrassend te noemen. Hiertussen staan ook haar gecomponeerde soundtracks voor The Boxing Girls of Kabul, A Short History of Decay, Birthplace en Oasis. Vooral deze invloeden zijn terug te horen op het pas verschenen Temporal. Totaal onafhankelijk van anderen levert ze een indrukwekkend geheel af, waarmee ze zich prima staande houdt als neoklassiek gerichte artiest.

The Last Hour is een sterk uitgebouwd filmisch instrumentaal epos. Vanuit een mistig schemergebied betrekt Julia Kent je in een muzikale reis. De rust vormt de basis van dit dreigende drone achtig landschap. Deze liefkozing van het instrument vertaalt zich in tederheid en buitengewone hardere passages. Het verleden van Rasputina heeft haar getekende sporen na gelaten. Door meer te minimaliseren komt het net een stuk doeltreffender over. Waar artiesten er vaak voor kiezen om hiermee af te sluiten plaatst Julia Kent deze frontaal vooraan op haar album. Met deze gewaagde, gevaarlijke zet weet ze gelijk al het kamp der luisteraars te splitsen. Of je bent nieuwsgierig geraakt door haar spraakmakende vakkundigheid, of je bent ondertussen halverwege de track al afgehaakt.

Zo grootst presenteert ze zichzelf vervolgens niet meer. Het dromerige Imbalance heeft een sterk ritmische ondersteuning, welke zich als een pulserende hartspier gedreven en grimmig manifesteert in een nog donkerdere schuilwereld. Kwaadaardig als verontrustende openbarende donderwolken leid het tot een imponerende krachtexplosie, welke zich net staande houdt aan de toegankelijke zijde van de geluidsbarrières. De cellist laat daar horen dat ze ook prima zou functioneren als invaller bij het rockende Finse Apocalyptica. Er is bij Conditional Futures duidelijk gebruik wordt gemaakt van verloren gewaande postpunk invloeden. Hard confronterend met verdwalende prijstinten. Dat hier gekozen wordt voor een weg geplamuurde rol voor de cello is verrassend te noemen.

Deze is wel weer aanwezig in de met softpop elementen versierde Floating City, welke zich zelfs voorzichtig aan de ambient dance durft te wagen. Na het veerkrachtige begin van Sheared wil het zich steeds meer ontwikkelen met spookachtige solerende uithalen. De electrobeat leent zich prima als begeleidingsbron. Het meer georkestreerde Through the Window leunt op een aangename herhalende melodie. Mistroostend sleept ze je steeds dieper de melancholische kant op. Door regen beslaande ruiten die je beletten om door zelfgevormde tranen naar buiten te staren. De treurnis blijft op de achtergrond aanwezig in het prachtige Crepuscolo, waar meer klassieke klanken het tot een waardige afsluiter maken. Temporal is een mooi album voor ieder die wat verder wil kijken dan de populaire muziek.

Julia Kent - Temporal | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com

Julia Shapiro - Perfect Version (2019)

poster
4,5
Het uit Seattle afkomstige Chastity Belt liet op hun prachtige magnum opus I Used to Spend So Much Time Alone al een meer ingetogen geluid horen. Waarschijnlijk waren ze het gewoon zat om telkens weer in de Riot Grrrl hoek geplaatst te worden. De groei vanaf het debuut No Regerts is immens, het schreeuwerige karakter is totaal verdwenen. Ondanks de aanstekelijke gitaarliedjes besluit frontvrouw Julia Shapiro om een andere kant van haar te laten horen. Totaal uitgeput en gebroken kiest ze ervoor om halverwege de laatste tournee van Chastity Belt te kappen. De impact van het rondreizen vergt lichamelijk en psychisch teveel energie, wat gezondheidsklachten en een stuk gelopen relatie tot gevolg heeft. Op haar solo album Perfect Version horen we een herboren vrouw, die het verwerkingsproces op plaat heeft gezet, en dit openbaar deelt.

Met meer bescheiden songs zoekt ze de grenzen van de dreampop op, welke tot ontwikkeling komt in het broeinest van het 4AD label, en vanaf de jaren tachtig tot diep in de jaren negentig zoveel schitterende resultaten opleverde. Dat is het gevoel wat Perfect Version op weet te roepen. Gezang welke zich schuchter tussen de prominente shoegazer klanken voortbeweegt, omgeven door rustgevende ambachtelijke gitaarlijnen. Door de sobere benadering is het een door en door triest geheel geworden. Het uitgebluste gevoel komt indringend naar voren, maar weet zich perfect te binden aan de ruimtelijke klanken die de nummers opsieren. Zelf blijft ze trouw aan het Hardly Art label, welke ook het laatste bravourestuk van Chastity Belt onder hun hoede had.

De serene oase van rust die over Natural heen hangt roept de volgende vraag in mij op. Hoe zou Julia Shapiro zo’n eerste persoonlijke luisterbeurt ervaren. Zou ze breken? Alle opgekropte emoties de vrije loop laten? Of zou ze berustend het over zich heen laten komen? Een gemeende nieuwsgierig naar het verhaal achter het opnameproces. How can somebody be so blindly confident? I wanna know that trick. Die eerste zin weerspiegelt haar kwetsbaarheid en onzekerheden. Ze maakt zich zo klein mogelijk, waardoor direct de aandacht naar haar getrokken wordt. Met de gitaar en keyboard als enige remedie tegen haar troosteloosheid. De neerslachtigheid overmeesterd je en grijpt de strot dicht.

De zang van Julia Shapiro verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Het is bijna een geestverschijning welke haar beklag doet. Maar de puurheid hiervan is zo wonderschoon. Terwijl de begeleidende instrumenten zich als een ijzeren maliënkolder om haar heen vlechten. Het schild om zich te beschermen tegen de pijnlijke buitenwereld. Het is overduidelijk dat ze nog niet klaar is in het verwerkingsproces, maar het levert zo’n ontiegelijke mooie muziek op.

Sporadisch wel het nog heerlijk ontvlammen. Harder To Do is het tegenstrijdige antwoord op haar trieste bewoordingen. Hier zuigt de noise de vocalist leeg, die niet eens moeite lijkt te doen om het geluid te overstemmen. Al wil er vanaf Around The Block meer hoop in de voordracht weerklinken.

Bij de titelsong Perfect Version krijgt een aangenaam hoog stemgeluid de overmacht. Niet dat het hierdoor een positieve draai aan gegeven wordt, nog steeds beheerst depressiviteit de plaat. De klaagzang wil in ieder geval niet je adem ontnemen. I Lied ligt meer in het nu met langgerekte gitaargolven die in de hedendaagse indie scene een plek opeisen. Perfect Version is een ellendige kijk op het leven, waar je bijna beschamend van aan het genieten bent.

Julia Shapiro - Perfect Version | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Jungle - Volcano (2023)

poster
3,5
The Prodigy staat alweer een eeuwigheid geleden met hun No Good (Start the Dance) video voor het doorbreken van dichtgemetselde muren. Een opgejaagde anarchistische generatie die zich tegen het hedendaagse regiem verzet. De zoveelste zomer van de liefde met gebarricadeerde illegale raves waar strijdlustige jongeren de politie weghouden. Hier heerst hun eigen wetgeving met eigen regels, normen en waardes. Een ministaat in een grote boze explosieve maatschappij.

Us Against the World, Jungle is niet verantwoordelijk voor de brandhaarden die zich in het Verenigde Koninkrijk verspreiden. De schuld ligt bij de Brexit, het mismanagement en het verkeerd optreden van de regering tijdens de pandemie beperkingen. De beruchte Boris Johnson verjaardag met feestende volgelingen. Waarom hebben zij het alleenrecht om te feesten? Volcano, de vloer is lava, we dansen tot we erbij neervallen. Ondanks die kritische ondertoon blijft Jungle hofleverancier van dat zonnige feelgood gevoel van de Brexit afterparty. Uiteindelijk willen ze je niet met een rottig gevoel achterlaten. Volcano staat voor acceptatie van het verleden, zonder die dierbare herinneringen kun je niet aan een toekomst bouwen.

Hoe toepasselijk kunnen de Londense dj ceremoniemeesters Josh Lloyd-Watson en Tom McFarland zich presenteren. Jungle refereert uiteraard naar de wakker schuddende hardcore breakbeats, een verharde sub stroming die begin jaren negentig fel op de mellow Madchester sound reageert. Toch is Volcano vooral snoezig seventies retro funk, met wijde pijpen R&B soul en glimmende discoballen nostalgie en een flinke injectie aan elektro swingbeat. Soul is eerlijk, soul is puur, soul is cool, soul verenigd, is stoer en soul is het liefdescodewoord. Misschien is het daadkrachtiger om je boodschap juist in een donkerbruine soul basis te verpakken.

Volcano verschijnt amper twee jaar na het onbevangen gevoelige vrolijke Loving In Stereo. Muzikaal is er niet eens zoveel verandert, met als grote verschil dat we ons tegenwoordig zeer bewust van die Every Night clubavonden urgentie zijn. Een gemeenschappelijk goed om elkaar weer opnieuw te ontmoeten, te dansen en tegen de ochtend samen de liefde te bedrijven. Volcano pakt die vergeten zomers weer op, en sluit alleen daarom al zo treffend op die releasedatum van voorganger Loving In Stereo in het zomerse augustus van 2021 aan.

Het universele Holding On is niet zozeer voor Volcano gemaakt, maar juist eerder als amuse bedoeld om het publiek tijdens concerten mee op te warmen. Een bedankje dat ze Jungle trouw blijven en ze niet in de steek laten. Door deze herziende invalshoek past de track echter prima op de plaat. De Candle Flame natural high krijgt door de bijdrage van rapper Erick the Architect een heerlijke down to earth flow. Het zijn de gastmuzikanten die de sprankeling levendig houden. Dominoes maakt slim van de Love is a Hurtin’ Thing sampler gebruik waarmee de helaas overleden Gloria Ann Taylor haar naam verzilvert. Een macho Channel Tres toont tevens zijn intense gevoeligheid in de zwoel zonnige I’ve Been in Love rapballad. In de verhalende vertellersrol sluit Bas later met het sterk rappende heimwee naar vroeger track Pretty Little Thing Volcano af.

Het met kopstem gezongen Back on 74 memoreert naar de onbevangen jeugdjaren, met autoloze straten als je imperium zekerheid, het achterbuurt speelgebied waar iedereen gelijk is, meningsverschillen uitgevochten worden om bloedbroederschappen niet in de weg te staan. Stiekem blowen met je buurjongens, vriendschappen en meisjes delend. Die gelijkwaardigheid vormt tevens het thema in de anti diva gedrag track You Ain’t No Celebrity waar de veelgevraagde Roots Manuva grootheid aanschuift. Heerlijke overstuurde floppy noise met een donker doorzeurende bas beat en inhakende funkgitaren. Met het nonchalante straffe Coming Back geeft Jungle die aversie tegen die gespeelde beroemdheid houding extra kracht en benadrukt het sociaal ingestelde duo nogmaals dat ze een gruwelijke hekel aan klasse differentiatie hebben.

Het vrolijk gefloten jaren zeventig futuristische Problemz verzet zich juist met die luie Latijns-Amerikaanse vibe tegen de overal een issue van maken houding. Het leven is al kort genoeg statement, waarom deze met langdradige discussies lastig vallen. De trieste Don’t Play scheidingssong gaat terug naar de gemeende geloofwaardige gospelbekering. Jungle geeft er uiteraard een eigen Daft Punk achtige seventies discodraai aan (man, wat missen we die Franse iconen toch in het hedendaagse dance klimaat), waardoor ze Don’t Play tot een op zichzelf staande track reformeren. De mierzoete Good at Breaking Hearts R&B soulballad overstijgt het al zeer zomerse I’ve Been in Love. Je moet er van houden, dat kabbelende karakter maakt mij echter een beetje zeeziek en misselijk. Gelukkig verwelkomt het kleurrijke verlokkende Palm Trees het jaren tachtig Miami Vice tijdperk. Zet Jungle voor de volgende plaat hun zinnen op dat frisse synthpop geluid? Zou mooi zijn, ik ben wel benieuwd hoe dit uit zal pakken.

Jungle - Volcano | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Just Mustard - We Were Just Here (2025)

poster
3,0
Het is de herfst van 1992 als Cranes op indrukwekkende wijze voor The Cure in Ahoy opent. Robert Smith is een groot liefhebber van deze mix van dromerige heliumballonnen vrouwenzang, moordende noise terreur, bulkende drums, troebele shoegazer golven en zwartgallige postpunk. Dit alles gevangen in mistige gothic dampen. Ruim 33 jaar later gebeurt iets soortgelijks bij de laatste ontdekking van Robert Smith; het Ierse Just Mustard.

Alleen is leadzangeres Katie Ball geen Alison Shaw. Waar deze er een emotionele lading inlegt, blijft Katie Ball in irritante kinderlijkheid hangen. Cranes is statig monumentaal, terwijl Just Mustard meer met dance experimenteert. Katie Ball heeft een schel stemgeluid, en komt net te overdreven over. Op papier klopt het allemaal en moet de derde Just Mustard plaat We Were Just Here mij zeker aanspreken.

Pollyanna staat voor onbevangen naïviteit, en daar lenen de vocale kunsten van Katie Ball zich perfect voor. Het is alleen niet voor mij weggelegd. Dan maakt het gepijnigde samenspel van de gitaristen David Noonan en Mete Kalyon die hun instrument laten huilen, veel goed. Ook met de opzwepende jazzy triphop ritmes van Shane Maguire is niks mis mee. Endless Deathless is van hetzelfde laken een pak, al voegt bassist Rob Clarke er verder nog de nodige aardedonkere dreiging in.

Het We Were Just Here titelstuk teert schaamteloos op het discothema van de Queen klassieker Radio Ga Ga. Dit is exact dezelfde valkuil waar veelbelovende alternatieve jaren tachtig bands in vallen als ze zo nodig op de dance hype willen meeliften. Er zit een hoog Russisch t.A.T.u. gehalte in de Silver zangpartijen, pas als David Noonan zich er verbaal in mengt wordt het interessanter.

Zijn rol is hier nog bescheiden, maar dat maakt hij in het hemelse Somewhere helemaal goed, het absolute hoogtepunt van de plaat. Daar komt de vrouwelijke kant van Katie Ball veel beter tot haar recht en zorgt ze een mooi evenwicht met de gedempte deprimerende zware ondertoon van David Noonan. In het prachtige That I Might Not See houdt Katie Ball zich prima staande. Juist op de momenten dat ze zich ondergeschikt opstelt en de shoegazer noise niet probeert te overschreeuwen, komt het allemaal perfect samen.

The Steps klinkt alsof het in een middeleeuws kapel is opgenomen, hol galmend pastoraal. Hier creëert Just Mustard een moment om tot bezinning te komen, alles los te laten. Bij Out of Heaven sluit David Noonan zich met zijn gekwelde monnikenzang weer aan, en herenigen de krachten zich. Dit soort aard verschuivende belevenissen tillen We Were Just Here net boven de middenmoot uit.
Just Mustard - We Were Just Here | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Justin Adams & Mauro Durante - Still Moving (2021)

poster
4,0
Nadat Jimmy Page en Robert Plant hun bekoelde vriendschappelijke relatie met het Arabisch gekleurde No Quarter collectief opnieuw opstarten, levert dit een korte voedzame periode op. Geïnspireerd gaat Robert Plant opzoek naar de juiste muzikanten om op de befaamde Kashmir sound voort te borduren. Met leden van de liveband rondom triphop sensatie Portishead, voormalige The Cure gitarist Porl Thompson, en roots gitarist Justin Adams maken ze een als Strange Sensation een droomstart met Dreamland en Mighty ReArranger.

Voor Justin Adams vormt deze samenwerking een mooie gelegenheid om dicht bij een van de hemelrijkende wegverbreders van Led Zeppelin te komen. Hij sleept in zijn muzikale doorreis die koffer met de mix van wereldse folk en stevige bluesrock als handbagage met zich mee. Zijn ontdekkingstocht brengt hem in 2011 als producer bij de Italiaanse percussionist en violist Mauro Durante die op dat moment actief is in het familiare Canzoniere Grecanico Salentino orkest van zijn ouders die door middel van hallucinerende trance de grenzen van het onderbewuste in de pizzicato volksdans opzoeken. Net als Justin Adams geniet Mauro Durante hij van de culturele veelzijdigheid en zweert tevens bij die traditionele Oosterse invloeden.

Emotioneel geschokt door het vluchtelingenvraagstuk werken ze aan de basis van Still Moving, een prachtige poging om de verdeelde wereld weer samen te brengen. Still Moving, niet zozeer gebonden aan een specifiek genre, maar stukken universeler van aard. Stil Moving, aardse krachten brengen de natuur in beweging, en ondersteunen tevens wanhopige immigranten in de risicovolle reis naar een veilig bestaan. Toch is het de corona pandemie die dit proces versneld. De verslavende drang om die bezielende wereldreis te vervolgen speelt zich genoodzaakt in de hoofden van het tweetal af. Beperktheid dwingt tot andere inspiratiewegen waarbij er juist er in die geschoolde achtergronden van Justin Adams en Mauro Durante geput wordt. Het is verbazend dat het sterke eindproduct Stil Moving na een enkele opnamesessie tot stand komt.

Stil Moving is een nomadenverslag die de dessert eenzaamheid en broeierige zonnesteekgekte wegspoelt met de dorstige liefde voor de muziek. Stoffige woestijn blues akkoorden blazen zich in het verkwikkend groovende Dark Road Down een uitweg naar andere geestdriftige dimensies. De korrelige zandhappende gruisvocalen van Justin Adams worden bedwelmd door de warme mystieke stem van de meer melodieus gerichte tegenpool Mauro Durante. Het duo kiest niet voor de harmonische samenzang, maar daagt elkaar uit tot een spannend avontuurlijk duel. Ze verkennen dat psychedelische grondgebied verder met de in bevlogen treurnis gevangen Amara Terra Mia vioolspel van Mauro Durante. Als het tweetal elkaar gevonden heeft laten ze niet meer los, het stemmige Talassa huilt en schuurt van alle kanten en werkt gepassioneerd stotend naar die hypnotiserende climax toe.

De intieme bedevaartstocht van de bezwerende gospel Still Moving roept tot spirituele verbroedering op. Hoe diep moet je gaan om tot die gelukzalige kern te komen? Het mystieke klassieke Djinn Pulse is een regendans in wording. Dreigende onstoffelijke Cupa Cupa wolken hitsen elkander op, bewust zoekende naar die zwakke doorzichtige plek om genadeloos toe te slaan. De songs cirkelen net zo lang rond totdat ze de verzwakt gespeelde doorgang vinden. Mississippi blues country kruist in Red Earth het degen met Ierse Riverdance folk. Het beste van twee werelden die als een hartslag samen het ritme aangeven.

De duivel is het uitdagende geflirt meer dan zat en neemt in het stevige Calling Up die koppositie over. De rauwheid van het verval in afvallende brokstukken die de verdeeldheid nogmaals symboliseren, met daardoorheen de strijdende moraalridders die net wat dieper gaan. Een groot contrast met het hemelse Damme la Manu waar Moeder Aarde haar hand reikt en in Little Moses betovering de serene berusting oproept. Still Moving in slow motion, de hoekige golven trotserend.

Justin Adams & Mauro Durante - Still Moving | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Justin Sullivan - Surrounded (2021)

poster
4,0
De rebelse kritische activist Justin Sullivan heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een romantische ontroostbare activist. Nog steeds staat het leed van de aarde en mensheid op de voorgrond, al is de boodschap allang niet meer verpakt in puntige kritische punkrock songs, maar veel meer in sfeervolle landschapsbeschrijvingen. Surrounded is na het achttien jaar oude door de aanslagen van 9 september 2001 geïnspireerde Navigating by the Stars de tweede soloplaat welke het 65 jarig boegbeeld van de anarchistische tegenbeweging New Model Army uitbrengt.

Al vrij snel tijdens de eerste lockdown in 2020 beseft Justin Sullivan in Coming with Me dat de muren op hem afkomen, woorden zinloos in zijn hoofd blijven ronddwalen en dat deze vorm van beangstigende isolatie hem niks oplevert. Als alternatieve verhalenverteller die zijn kwaliteiten etaleert in het gedragen Sao Paulo heeft hij mensen om zich heen nodig, die hem helpen om deze afzonderende periode te overwinnen of in ieder geval nuttig te besteden.

In (therapeutische) thuissessies werken ze aan een groot aantal tracks welke uiteindelijk omgedoopt worden tot Surrounded, inderdaad omgeven door vrienden zoals de titel al aangeeft. Vanuit het New Model Army kamp zijn dat de gitaristen Marshall Gill die Stone and Heather onderdompelt in prachtige drones en Dean White die spookachtige effecten aan Clear Skies toevoegt. Het lijkt een bewuste keuze om de plaat op 28 mei uit te brengen, een jaar nadat de teksten van 28th May uit zijn pen vloeien.

Ondanks zijn grijze lokken blijft de zanger die jeugdige uitstraling houden. Ergens diep van binnen zit daar nog steeds de opgekropte woede. Deze openbaart zich kleiner en kwetsbaar in een slagveld gevuld met dromerige instrumentatie. Alleen het afwijkende energieke Unforgiven zou zonder de viool van Henning Nugel prima op een New Model Army plaat passen. De rol van folky singer-songwriter past goed bij Justin Sullivan, die door zijn leeftijd in staat is om er een mooie doorleefde aura omheen te vormen.

Met een magische mythische gothic jaren tachtig omkadering die zo treffend in Clean Horizon zijn weg vind is de binding met die idealistische fundering nog steeds aanwezig. Er ontstaat meer ruimte voor de innerlijke zachtheid die ook zeker in Justin Sullivan schuilt. Doordat het geschreeuw geëlimineerd is, blijft de kaalheid van zijn zang over en blijkt dat hij in bezit is van een prachtig warm stemgeluid.

Zwaar zoemende a capella samenzang opent het pastorale treurlied Dirge. Er hangt een weemoedige kerstsfeer omheen, maar in het geval van Justin Sullivan is het eenvoudig te herleiden naar een zoektocht naar het licht in deze duistere periode. De minimalistische percussie van New Model Army drummer Michael Dean dreunt daar als een oeroude alarmklok doorheen. Er wordt prachtig gebruik gemaakt van kinderlijke slaapliedjeswijsjes. De verlossing ligt in de toekomst, als jeugdige onschuldige nieuwe wereldleiders de aarde hervormen. Justin Sullivan schuift zichzelf vervolgens naar voren, zonder de kenmerkende innerlijke woede maar met vlammende hoopsprankjes. Krachtig, als een stille tocht.

De eerste single Amundsen is een song over volkshelden en geschiedenisschrijvers en handelt over de avontuurlijke zeereis naar Antarctica van de gelijknamige ontdekkingsreiziger. Het woeste gitaarspel klotst tegen de voortvarende contrabaslijnen van Jon Thorne aan en trotseren de koude verleidende harpklanken van Tom Moth en het grimmige vioolpartijen van Henning Nugel.

Dat de zee tevens als vriend kan functioneren bewijst Sea Again, waarbij de viool en harp in een berustende sfeersetting een tegengestelde rol opeisen. Heel mooi hoe in de natuur belevende songs gekozen wordt voor een ander soort instrumentatie. Tom Moth is ook meesterlijk begeleidend aanwezig in het gehoor strelende Daughter of the Sun.

Nu Justin Sullivan de pensioenleeftijd bereikt heeft kunnen deze persoonlijke overpeinzingen ertoe leiden dat de opstandige songsmit het in de toekomst rustiger aan gaat doen. Natuurlijk mogen er meerdere prachtparels volgen als dit overtuigende Surrounded, maar de urgentie om hem live met New Model Army te beleven is nog net wat groter.

Justin Sullivan - Surrounded | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com