Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
B Boys - Dudu (2019)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 17:08 uur
Wat is het gaaf om als buitenstaander een battle tussen twee b-boys groepen mee te mogen maken. Met wederzijds respect probeert de een de ander af te troeven. Wetende dat de band B Boys uit New York komt, nog steeds een van de hiphop hoofdsteden van de wereld, dan verwacht je een vette East Coast plaat gevuld met de nodige breaks. Hoe verrassend is het dan om rauwe funkende gitaarrock te horen, gesigneerd met een afgeragd punkrandje. De B staat hier voor Brooklyn, thuisbasis van het trio Andrew Kerr, Brendon Avalos en Britton Walker. Gewapend met de kerninstrumenten gitaar, bas en drums slaan ze hun slag in het geruïneerde postpunk slagveld.
Met Dudu gaan ze verder op de ingeslagen weg van het debuut Dada. Het zou niet eens zo vreemd zijn als ze het volgende album Dee Dee zouden noemen, naar de eerste Ramones bassist. De snelheid en compactheid van de songs heeft nog enigszins raakvlakken met deze baanbrekende culthelden uit New York. Toch staan de cartoonachtige figuren die allen hun Stairway To Heaven bewandeld hebben verder niet centraal, maar wagen de B Boys muzikaal de overtocht naar de bruisende jaren zeventig van het Verenigde Koninkrijk.
De kapot gezongen hese zang komt nergens te agressief en boos over, maar is een middel om overtollige energie kwijt te raken. Dat ze hiermee in staat zijn om iets moois te creëren lijkt het voornaamste belang. Goed doordacht voegen ze daar de rommelige goedkope gitaarsound aan toe. De kunst is om vervolgens niet met opgeheven vingertje het highschool gevoel op te roepen. Hiermee voorkomen ze dat ze ten onder gaan aan pretentieuze bullshit. Wijdbeens en geaard staan ze voor sympathie bij de ouderwetse hardcore scene, maar tevens respecteren de gitaar georiënteerde indiepop liefhebbers deze eerste klas punksprinters. Met het New Wave achtige On Repeat als duidelijk voorbeeld hoe ze ook een breder publiek kunnen overtuigen.
De oerknal die de punk halverwege de seventies veroorzaakte dendert nog steeds voort. Nog steeds schreeuwen raddraaiende jongeren hun onvrede van zich af in gemakkelijk mee te brullen slogans die als een mantra het straatbeeld bevuilen. Zo lang die behoefte sterk aanwezig is, weet je dat er nog steeds geen stabiliteit heerst in de wereld. De working class mentaliteit van B Boys is hier het zoveelste voorbeeld van. Wel is de verpakking een stuk aanstekelijker en klantvriendelijker dan vroeger.
Jongeren van nu hebben vaak geen geleerde psychologen nodig om de lastige overstap naar de hedendaagse maatschappij te maken. Ook daar domineren de regeltjes, waarden en normen. Eensgezindheid met gefrustreerde leeftijdsgenoten is regelmatig een betere therapeutische basis. Nog steeds staan er generaties op en boegbeelden die het verzet oproepen. Het grote nadeel blijft dat deze verfrissende jeugdigheid in vrijwel alle gevallen zal leiden tot het serieuze volwassenheid. Maar dan is er wel weer een nieuwe band die de barricades trotseert. Nu prijzen we onszelf gelukkig met deze veelbelovende gasten uit Brooklyn.
B Boys - Dudu | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Met Dudu gaan ze verder op de ingeslagen weg van het debuut Dada. Het zou niet eens zo vreemd zijn als ze het volgende album Dee Dee zouden noemen, naar de eerste Ramones bassist. De snelheid en compactheid van de songs heeft nog enigszins raakvlakken met deze baanbrekende culthelden uit New York. Toch staan de cartoonachtige figuren die allen hun Stairway To Heaven bewandeld hebben verder niet centraal, maar wagen de B Boys muzikaal de overtocht naar de bruisende jaren zeventig van het Verenigde Koninkrijk.
De kapot gezongen hese zang komt nergens te agressief en boos over, maar is een middel om overtollige energie kwijt te raken. Dat ze hiermee in staat zijn om iets moois te creëren lijkt het voornaamste belang. Goed doordacht voegen ze daar de rommelige goedkope gitaarsound aan toe. De kunst is om vervolgens niet met opgeheven vingertje het highschool gevoel op te roepen. Hiermee voorkomen ze dat ze ten onder gaan aan pretentieuze bullshit. Wijdbeens en geaard staan ze voor sympathie bij de ouderwetse hardcore scene, maar tevens respecteren de gitaar georiënteerde indiepop liefhebbers deze eerste klas punksprinters. Met het New Wave achtige On Repeat als duidelijk voorbeeld hoe ze ook een breder publiek kunnen overtuigen.
De oerknal die de punk halverwege de seventies veroorzaakte dendert nog steeds voort. Nog steeds schreeuwen raddraaiende jongeren hun onvrede van zich af in gemakkelijk mee te brullen slogans die als een mantra het straatbeeld bevuilen. Zo lang die behoefte sterk aanwezig is, weet je dat er nog steeds geen stabiliteit heerst in de wereld. De working class mentaliteit van B Boys is hier het zoveelste voorbeeld van. Wel is de verpakking een stuk aanstekelijker en klantvriendelijker dan vroeger.
Jongeren van nu hebben vaak geen geleerde psychologen nodig om de lastige overstap naar de hedendaagse maatschappij te maken. Ook daar domineren de regeltjes, waarden en normen. Eensgezindheid met gefrustreerde leeftijdsgenoten is regelmatig een betere therapeutische basis. Nog steeds staan er generaties op en boegbeelden die het verzet oproepen. Het grote nadeel blijft dat deze verfrissende jeugdigheid in vrijwel alle gevallen zal leiden tot het serieuze volwassenheid. Maar dan is er wel weer een nieuwe band die de barricades trotseert. Nu prijzen we onszelf gelukkig met deze veelbelovende gasten uit Brooklyn.
B Boys - Dudu | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Baby Fire - Grace (2022)

4,0
0
geplaatst: 28 mei 2022, 01:30 uur
Duistere postpunk depressies staan aan de oorsprong van de theatrale zwartgallige stiefzuster, de gothic rock. Na een korte succesvolle periode sterft deze sub stroming langzaam af. Voordat de zonwerende doodskisten zich definitief sluiten, reanimeert de metal deze doemdenkers, en geeft er een sprookjesachtige twist aan. Ze verwerken klassieke horrorlijnen met vrouwelijke hoge zangpartijen en geschoolde opera tragiek, en voegen daar de nodige darkwave elementen aan toe. Het Brusselse Baby Fire filtert dit eindproduct van alle onnodige bijzaken, waarna er een pure substantie overblijft.
Binnen dit damestrio is het Dominique Van Cappellen-Waldock die als zingend boegbeeld al een aantal jaren in de Belgische underground scene rondfladdert. Haar broeinest bevindt zich echter in de omgeving van de Londense Marquee Club, waar de postpunk haar vorm krijgt, maar waar ook de New Wave of British Heavy Metal tot bloei komt. Het belang en invloed van dit punkhol is vergelijkbaar met het New Yorkse CBGB, geen verkeerde basis dus. Op jeugdige leeftijd raakt ze met rockicoon Ronnie James Dio in gesprek, die haar demo’s beluisterd, en haar aanmoedigt om haar muzikale pad te vervolgen. Als ware liefhebber van de loeizware doemsound kleeft ze aan bij het trage slopende rockgeluid en de tevens zeer verwante nachtbeminnende uitstulpingen.
Zorgvuldig werkt Dominique Van Cappellen-Waldock haar schaakspel uit, bewust gekozen om op meerdere dark horses in te zetten. Zo verspreidt ze haar winstkansen door de aandacht over meerdere bandgroeperingen te verdelen. Von Stroheim, Fleur de Feu, Veda, Keiki en Baby Fire hebben allemaal hun roots in de illustratieve rockscene rondom deze bijzonder veelzijdige artiest. Met haar occulte, satanische stemkunsten en doordringende feministische boosaardige uitstraling eist ze binnen dit geheel haar eigen plek op. De sporadisch menselijke trekjes zijn op de albumhoes van Grace terug te vinden, het artwork van Alice Smith is een röntgenfoto bewerking van de gebroken schouder van Dominique Van Cappellen-Waldock.
Deze hooggewaardeerde artiest komt buiten de hokjes denkende collega’s in het vizier. Omdenkers, zoals de experimentele Swans noiserockers, de vernieuwende postpunk godenzonen van Godspeed You! Black Emperor en de anarchistische punkverbreders die een indrukwekkend verleden bij Crass en The Ex opbouwen. Amicale muzikanten die tevens bereid zijn om een bijdrage aan Grace, de vijfde studioplaat van het damestrio Baby Fire te leveren. De ervaringsrijke Franse Lucile Beauvais heeft in het verleden haar eigen soloplaten geproduceerd en is binnen Baby Fire als gitarist en keyboardspeler actief, bassist en tevens treurnisviolist Cécile Gonay heeft een veelzijdig verleden, waarvan de oorsprong al in jaren negentig haar startpunt heeft.
Dominique Van Cappellen-Waldock kruipt in haar spookachtige felle Diabolita ijskoningin personage. een mysterieuze verschijnsel wier stemgeluid in dezelfde hoek als Siouxsie Sioux en de latere Nico valt te categoriseren. De zwarte weduwe spint met ragdraden haar spinnenweb netwerk om haar heen. Met als gastpioniers Crass punkdichteres Eve Libertine en The Ex oerknal G.W. Sok krijgt Love een memorabele eighties behandeling. Het idealisme verwrongen door vertwijfeld realisme. Rebels tegenstrijdigheid door wijze levenservaringen hervormt.
Grace is een dreigende verslaglegging van demonische spirituele wierrookstokjes beneveling met een ode aan de grens brekende tripfilosofie van William Blake. Theatrale ijzige stemcollages sieren het spookhuis beklemmende A Spell op. Beangstigende doodskreten voortgestuwd door grafruimende gitaarriffs, doffe baslijnen en holle Neanderthaler drumslagen. Een exorcistische headcleaner machine die de psychedelische ruimte voor Fleur de Feu vrijmaakt, de titel afgeleid van het andere gelijknamige Dominique Van Cappellen-Waldock hobbyproject. Toortsfakkel dramatiek, as verbrandend met de eeuwige leegte als doodlopende eindbestemming.
Mike Moya laat het Baby Fire titelstuk Grace langzaam in ruim zeven minuten aan landschap cremerende Godspeed You! Black Emperor geluidsbelevingen creperen. Wespensteken kakofonie lanceert een verdovend drones aura rondom de smeekzang van Prayer heen. Huiveringwekkende hoorspel passages en pijnigende vluchtige gitaarakkoorden schalen de Sing in Brightness dramatiek op. Laetitia Sheriff fragmenteert Eternal tot een splintergroepering aan helse vocalen, die als valse wachters de hemelpoorten bewaken. Grace intrigeert, zalft en strooit vakkundig zout in de wonden.
Baby Fire - Grace | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Binnen dit damestrio is het Dominique Van Cappellen-Waldock die als zingend boegbeeld al een aantal jaren in de Belgische underground scene rondfladdert. Haar broeinest bevindt zich echter in de omgeving van de Londense Marquee Club, waar de postpunk haar vorm krijgt, maar waar ook de New Wave of British Heavy Metal tot bloei komt. Het belang en invloed van dit punkhol is vergelijkbaar met het New Yorkse CBGB, geen verkeerde basis dus. Op jeugdige leeftijd raakt ze met rockicoon Ronnie James Dio in gesprek, die haar demo’s beluisterd, en haar aanmoedigt om haar muzikale pad te vervolgen. Als ware liefhebber van de loeizware doemsound kleeft ze aan bij het trage slopende rockgeluid en de tevens zeer verwante nachtbeminnende uitstulpingen.
Zorgvuldig werkt Dominique Van Cappellen-Waldock haar schaakspel uit, bewust gekozen om op meerdere dark horses in te zetten. Zo verspreidt ze haar winstkansen door de aandacht over meerdere bandgroeperingen te verdelen. Von Stroheim, Fleur de Feu, Veda, Keiki en Baby Fire hebben allemaal hun roots in de illustratieve rockscene rondom deze bijzonder veelzijdige artiest. Met haar occulte, satanische stemkunsten en doordringende feministische boosaardige uitstraling eist ze binnen dit geheel haar eigen plek op. De sporadisch menselijke trekjes zijn op de albumhoes van Grace terug te vinden, het artwork van Alice Smith is een röntgenfoto bewerking van de gebroken schouder van Dominique Van Cappellen-Waldock.
Deze hooggewaardeerde artiest komt buiten de hokjes denkende collega’s in het vizier. Omdenkers, zoals de experimentele Swans noiserockers, de vernieuwende postpunk godenzonen van Godspeed You! Black Emperor en de anarchistische punkverbreders die een indrukwekkend verleden bij Crass en The Ex opbouwen. Amicale muzikanten die tevens bereid zijn om een bijdrage aan Grace, de vijfde studioplaat van het damestrio Baby Fire te leveren. De ervaringsrijke Franse Lucile Beauvais heeft in het verleden haar eigen soloplaten geproduceerd en is binnen Baby Fire als gitarist en keyboardspeler actief, bassist en tevens treurnisviolist Cécile Gonay heeft een veelzijdig verleden, waarvan de oorsprong al in jaren negentig haar startpunt heeft.
Dominique Van Cappellen-Waldock kruipt in haar spookachtige felle Diabolita ijskoningin personage. een mysterieuze verschijnsel wier stemgeluid in dezelfde hoek als Siouxsie Sioux en de latere Nico valt te categoriseren. De zwarte weduwe spint met ragdraden haar spinnenweb netwerk om haar heen. Met als gastpioniers Crass punkdichteres Eve Libertine en The Ex oerknal G.W. Sok krijgt Love een memorabele eighties behandeling. Het idealisme verwrongen door vertwijfeld realisme. Rebels tegenstrijdigheid door wijze levenservaringen hervormt.
Grace is een dreigende verslaglegging van demonische spirituele wierrookstokjes beneveling met een ode aan de grens brekende tripfilosofie van William Blake. Theatrale ijzige stemcollages sieren het spookhuis beklemmende A Spell op. Beangstigende doodskreten voortgestuwd door grafruimende gitaarriffs, doffe baslijnen en holle Neanderthaler drumslagen. Een exorcistische headcleaner machine die de psychedelische ruimte voor Fleur de Feu vrijmaakt, de titel afgeleid van het andere gelijknamige Dominique Van Cappellen-Waldock hobbyproject. Toortsfakkel dramatiek, as verbrandend met de eeuwige leegte als doodlopende eindbestemming.
Mike Moya laat het Baby Fire titelstuk Grace langzaam in ruim zeven minuten aan landschap cremerende Godspeed You! Black Emperor geluidsbelevingen creperen. Wespensteken kakofonie lanceert een verdovend drones aura rondom de smeekzang van Prayer heen. Huiveringwekkende hoorspel passages en pijnigende vluchtige gitaarakkoorden schalen de Sing in Brightness dramatiek op. Laetitia Sheriff fragmenteert Eternal tot een splintergroepering aan helse vocalen, die als valse wachters de hemelpoorten bewaken. Grace intrigeert, zalft en strooit vakkundig zout in de wonden.
Baby Fire - Grace | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Back to the 80's: The Long Versions (2002)
Alternatieve titel: De Hits Uit de Jaren '80

3,5
0
geplaatst: 25 december 2010, 10:07 uur
In de jaren 80 had je een vreemd fenomeen.
Terwijl men nu juist zoveel muziek in een korte tijd wilde horen, kon het toen niet lang genoeg duren.
Veel artiesten brachten remixen uit van hun singles.
Van Depeche Mode waren vaak verschillende versies te koop.
Ook artiesten als New Order, Frankie Goes To Hollywood en Duran Duran besteden de nodige tijd aan dit product.
The Reflex was zelfs een geslaagde bewerking van een mindere albumtrack.
Kon je als artiest zelf je creativiteit niet kwijt, dan had je altijd nog iemand als Ben Liebrand.
Die stond bekend om het leveren van hoge kwaliteit.
Helaas werd er ook regelmatig wat gekunsteld plakwerk op de markt gebracht.
Gewoon het succesnummer met daar aan een los instrumentaal stukje.
Uitbuiten van het kortstondige succes.
Vanwege mijn beperkte budget had ik vaak de keuze uit drie singles of een maxi.
Dan maar met een cassettebandje naar de oudere buurjongen.
Al was zijn smaak wel niet hemelsbreed.
Verder dan Madonna en Wham kwam het veelal niet.
Dit is dus echt jeugdsentiment.
Al ben ik niet helemaal tevreden over het aanbod.
Er staan teveel originele nummers op die vanwege hun lengte dit album gehaald hebben.
Geen toevoegende waarde. Vooral bij het eerste gedeelte is dit het geval.
Het ontbreken van artiesten als Depeche Mode, Madonna en Human League is een te groot gemis.
Zo ook de remix van Frankie Goes To Hollywood (Relax) met die van Propaganda (P-Machinery).
Terwijl men nu juist zoveel muziek in een korte tijd wilde horen, kon het toen niet lang genoeg duren.
Veel artiesten brachten remixen uit van hun singles.
Van Depeche Mode waren vaak verschillende versies te koop.
Ook artiesten als New Order, Frankie Goes To Hollywood en Duran Duran besteden de nodige tijd aan dit product.
The Reflex was zelfs een geslaagde bewerking van een mindere albumtrack.
Kon je als artiest zelf je creativiteit niet kwijt, dan had je altijd nog iemand als Ben Liebrand.
Die stond bekend om het leveren van hoge kwaliteit.
Helaas werd er ook regelmatig wat gekunsteld plakwerk op de markt gebracht.
Gewoon het succesnummer met daar aan een los instrumentaal stukje.
Uitbuiten van het kortstondige succes.
Vanwege mijn beperkte budget had ik vaak de keuze uit drie singles of een maxi.
Dan maar met een cassettebandje naar de oudere buurjongen.
Al was zijn smaak wel niet hemelsbreed.
Verder dan Madonna en Wham kwam het veelal niet.
Dit is dus echt jeugdsentiment.
Al ben ik niet helemaal tevreden over het aanbod.
Er staan teveel originele nummers op die vanwege hun lengte dit album gehaald hebben.
Geen toevoegende waarde. Vooral bij het eerste gedeelte is dit het geval.
Het ontbreken van artiesten als Depeche Mode, Madonna en Human League is een te groot gemis.
Zo ook de remix van Frankie Goes To Hollywood (Relax) met die van Propaganda (P-Machinery).
Balthazar - Fever (2019)

4,5
1
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:32 uur
Het dwarse karakter van de Belgische muziekscene blijft boeiend. Sinds ze zichzelf halverwege de jaren negentig op de kaart hebben gezet, hebben ze zich vervolgens op een passende manier weten los te koppelen van wat er verder in de wereld gebeurt. Niet meer afhankelijk van het Verenigd Koninkrijk of wat er in de Verenigde Staten plaats vindt. België heeft iets bruisends, en avontuurlijks. Het is niet eens vreemd dat er in eenzelfde song ruimte is voor disco naast jazz. Daar gebeurt dat gewoon. Ondertussen heeft Brussel zich ontwikkeld tot multiculturele hoofdstad van Europa, en ook de verschillende gebruiken en tradities hebben zich ondertussen duidelijk vermengd in het straatbeeld van onze zuiderburen. Het uit Kortdijk en Gent afkomstige Balthazar wist in 2010 met het debuut Applause al gelijk het grote publiek voor zich te winnen, maar het succes kwam niet zo maar uit de lucht vallen. Na als jong volwassenen in 2004 de Kunstbende te winnen en twee jaar later een soortgelijke prijs te behalen bij Humo’s Rock Rally, duurde het toch nog vier jaar voordat er een volwaardige plaat verscheen. Na deze muzikale handtekening werd er vervolgens een flinke mooie krul aan toegevoegd met opvolger Rats . Ook Thin Walls weet het hoge niveau gemakkelijk te vervolgen, en het nu verschenen vierde album Fever heeft nog steeds die lekkere jeugdige onbevangenheid, waar ze al vanaf 2010 indruk mee weten te maken.
Met een langzaam gespeelde funky baspartij weet Fever naam te maken. Stroperig en slepend wordt een koortsige hitte gecreëerd. De temperatuur overstijgt de koele junglegeluiden om stapvoets te vervolgen in een discobeat. Hierbij zou een warme zachte stem het beste tot zijn recht komen. Maarten Devoldere heeft het geluk dit in huis te hebben, en met het typerende jaren tachtig backing koortje krijgt hij de beste ondersteuning die deze track verdient. We zijn bevoorrecht dit in meerdere nummers op de plaat terug te horen. Dat er niet voor de gemakkelijkste weg gekozen wordt blijkt uit de overige onverwachte wendingen die vervolgens onderweg nog toegevoegd worden. De aandacht is alweer opgeroepen. Bij Changes is er absoluut sprake van een verandering van het geluid. Bij vrouwen weet je dat ze het vermogen hebben om sensueel te zingen, ook Devoldere kan dit bijna croonend bereiken. Een aanstekelijke popsong met de nodige exotische tribal begeleiding. Zo opzwepend hoort een klasse commercieel deuntje te klinken. Een lastige opgave, maar wel uitnodigend om te bewegen.
Nog dominerender en meer op de voorgrond geeft de bas van Simon Casier aan dat er met Wrong Faces nog dieper in de popgeschiedenis wordt gewroet met een jaren zeventig getint zwoel filmisch stuk. Vergelijkbaar met de basis waarmee menigeen Franse jaren negentig house act mee ging experimenteren. Alleen ontbreekt hier het gedateerde, simpelweg omdat alles zelf ingespeeld wordt. Dat is niet helemaal het geval bij Whatchu Doin’. De elektronische beat lijkt daar als een dub bewerkt te zijn. De kwaliteit van veel Belgische acts, zorgvuldig bekijken welke aanpak een track nodig heeft, en dit dan schaamteloos toe passen. Slome vocalen roepen het zomerse gevoel op van onverschillige Britse zangers uit de nineties, waar houding en uitstraling belangrijker hoort te zijn dan het bereiken van het publiek. Balthazar brengt het zonder arrogantie, het is puur feitelijk de benadering.
Phone Number sluit hier goed op aan, het is de soul van de achtergrondzang, welke het net weer een andere wending heeft. Maar om er op de voorgrond een Devoldere te hebben staan die de aandacht volledig tot zich kan trekken, is uiteraard een pre. De Madchester sound waarmee eind jaren tachtig de dansvloer veroverd werd van de door producers opgeëiste kunstmatig opgezette hitmachines geeft een flow aan het swingende Entertainment. Vermaken doen we ons zeker, en of ze nog gedoe krijgen met het van Sympathy For The Devil geleende woo-woo kan hier niet boeien. Muziek bestaat als basis uit goed gejatte ideeën waar zorgvuldig een eigen draai aan wordt gegeven. Dat was vroeger al zo, en dit zal ook in de toekomst niet veranderen. De jazzy blazers heb ik ook zeker eerder al gehoord, hier geven ze de vocalist tijd om op adem te komen. Heel eventjes lijkt zich een klein dipje te openbaren bij het zwakkere zoete begin van I’m Never Gonna Let You Down Again. De sterke ritmische percussie trekt het een heel stuk op, maar ondanks het zwoele prachtige gitaarspel van Jinte Deprez moet het hier als minste nummer van Fever beschouwd worden.
Meer dan ooit hoor je de strakke disco terug in Grapefruit. Flink wordt er vastgebeten in de sappige chique elitaire dancesound zonder platvloers over te komen. Twijfel je nog enigszins, dan heb je als smaakmaker nog wat oosterse invloeden als extra ingrediënten. Tijd om te rocken is er in Wrong Vibration, wat alles in zich heeft wat een heerlijke single hoort te hebben. Pakkend refrein, goede beat, eenvoudige woordloze backing en een overtuigende zanglijn. Verwikkeld in kleurig muzikaal inpakpapier. Dat Simon Casier te weinig van zijn kunnen heeft laten zien kan vervolgens wel geconcludeerd worden. Wat is hij een meester in het bespelen van zijn instrument. De bas kronkelt zich al slappend en plukkend een vluchtweg door het hitsige opgejaagde Roller Coaster. Ruimtelijk wordt het recht getrokken door het sfeervolle Aziatisch vervolg waar de grens tussen China en Arabië lijkt te vervagen. You’re So Real heeft iets achterhaald futuristisch. New Romantics die met glamrock-invloeden een mooiere toekomst proberen neer te zetten in een door kilte omgeven steeds kleiner wordende westerse wereld. Zelfs de saxofonist die als sollicitant vaak werd binnen gehaald mag niet ontbreken.
Balthazar weet het weer te flikken. Weinige acts houden vier albums lang het constante hoogwaardige niveau vast, zonder de neiging te hebben om op de automatische piloot te spelen. Blijkbaar is er nog genoeg kneedbaarheid en rek om te blijven overtuigen.
Balthazar - Fever | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Met een langzaam gespeelde funky baspartij weet Fever naam te maken. Stroperig en slepend wordt een koortsige hitte gecreëerd. De temperatuur overstijgt de koele junglegeluiden om stapvoets te vervolgen in een discobeat. Hierbij zou een warme zachte stem het beste tot zijn recht komen. Maarten Devoldere heeft het geluk dit in huis te hebben, en met het typerende jaren tachtig backing koortje krijgt hij de beste ondersteuning die deze track verdient. We zijn bevoorrecht dit in meerdere nummers op de plaat terug te horen. Dat er niet voor de gemakkelijkste weg gekozen wordt blijkt uit de overige onverwachte wendingen die vervolgens onderweg nog toegevoegd worden. De aandacht is alweer opgeroepen. Bij Changes is er absoluut sprake van een verandering van het geluid. Bij vrouwen weet je dat ze het vermogen hebben om sensueel te zingen, ook Devoldere kan dit bijna croonend bereiken. Een aanstekelijke popsong met de nodige exotische tribal begeleiding. Zo opzwepend hoort een klasse commercieel deuntje te klinken. Een lastige opgave, maar wel uitnodigend om te bewegen.
Nog dominerender en meer op de voorgrond geeft de bas van Simon Casier aan dat er met Wrong Faces nog dieper in de popgeschiedenis wordt gewroet met een jaren zeventig getint zwoel filmisch stuk. Vergelijkbaar met de basis waarmee menigeen Franse jaren negentig house act mee ging experimenteren. Alleen ontbreekt hier het gedateerde, simpelweg omdat alles zelf ingespeeld wordt. Dat is niet helemaal het geval bij Whatchu Doin’. De elektronische beat lijkt daar als een dub bewerkt te zijn. De kwaliteit van veel Belgische acts, zorgvuldig bekijken welke aanpak een track nodig heeft, en dit dan schaamteloos toe passen. Slome vocalen roepen het zomerse gevoel op van onverschillige Britse zangers uit de nineties, waar houding en uitstraling belangrijker hoort te zijn dan het bereiken van het publiek. Balthazar brengt het zonder arrogantie, het is puur feitelijk de benadering.
Phone Number sluit hier goed op aan, het is de soul van de achtergrondzang, welke het net weer een andere wending heeft. Maar om er op de voorgrond een Devoldere te hebben staan die de aandacht volledig tot zich kan trekken, is uiteraard een pre. De Madchester sound waarmee eind jaren tachtig de dansvloer veroverd werd van de door producers opgeëiste kunstmatig opgezette hitmachines geeft een flow aan het swingende Entertainment. Vermaken doen we ons zeker, en of ze nog gedoe krijgen met het van Sympathy For The Devil geleende woo-woo kan hier niet boeien. Muziek bestaat als basis uit goed gejatte ideeën waar zorgvuldig een eigen draai aan wordt gegeven. Dat was vroeger al zo, en dit zal ook in de toekomst niet veranderen. De jazzy blazers heb ik ook zeker eerder al gehoord, hier geven ze de vocalist tijd om op adem te komen. Heel eventjes lijkt zich een klein dipje te openbaren bij het zwakkere zoete begin van I’m Never Gonna Let You Down Again. De sterke ritmische percussie trekt het een heel stuk op, maar ondanks het zwoele prachtige gitaarspel van Jinte Deprez moet het hier als minste nummer van Fever beschouwd worden.
Meer dan ooit hoor je de strakke disco terug in Grapefruit. Flink wordt er vastgebeten in de sappige chique elitaire dancesound zonder platvloers over te komen. Twijfel je nog enigszins, dan heb je als smaakmaker nog wat oosterse invloeden als extra ingrediënten. Tijd om te rocken is er in Wrong Vibration, wat alles in zich heeft wat een heerlijke single hoort te hebben. Pakkend refrein, goede beat, eenvoudige woordloze backing en een overtuigende zanglijn. Verwikkeld in kleurig muzikaal inpakpapier. Dat Simon Casier te weinig van zijn kunnen heeft laten zien kan vervolgens wel geconcludeerd worden. Wat is hij een meester in het bespelen van zijn instrument. De bas kronkelt zich al slappend en plukkend een vluchtweg door het hitsige opgejaagde Roller Coaster. Ruimtelijk wordt het recht getrokken door het sfeervolle Aziatisch vervolg waar de grens tussen China en Arabië lijkt te vervagen. You’re So Real heeft iets achterhaald futuristisch. New Romantics die met glamrock-invloeden een mooiere toekomst proberen neer te zetten in een door kilte omgeven steeds kleiner wordende westerse wereld. Zelfs de saxofonist die als sollicitant vaak werd binnen gehaald mag niet ontbreken.
Balthazar weet het weer te flikken. Weinige acts houden vier albums lang het constante hoogwaardige niveau vast, zonder de neiging te hebben om op de automatische piloot te spelen. Blijkbaar is er nog genoeg kneedbaarheid en rek om te blijven overtuigen.
Balthazar - Fever | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Balthazar - Sand (2021)

4,0
4
geplaatst: 25 februari 2021, 15:05 uur
De zandloper staat symbool voor de verstrijkende levensuren, en ondanks dat de tijd nu dreigt vast te lopen, stagneren de grove korrels niet en zoeken ze een kleine doorgang in het verstopt rakende 2021. Sand is tevens een nieuwe fase in het verhaal rondom de Gentse band Balthazar die de film noir discogroove van het broeierige Fever verruilen voor de rood pluche gevoeligheid van het bijna vrouwelijke Sand.
Ook hier speelt de naam die tot ruim een jaar terug voornamelijk aan een Mexicaans biertje gekoppeld was een grote rol. Corona, de vervelende spelbreker die vraagt naar nieuwe uitputtende creatieve invalshoeken. De onbewuste keuze die noodgedwongen ontstaat omdat men niet de gelegenheid heeft om gezamenlijk de studio te bezoeken, waardoor de muzikale thuisstudie voor innoverende impulsen moet zorgen. Een positie waarin Balthazar zich prima doorheen weet te worstelen. We hebben hier dus te maken met een band die altijd vooruit aan het kijken is, en de volgende zet al uitgebreid ingecalculeerd heeft.
Zand, als enkel fundamenteel bestanddeel technisch ongeschikt. In combinatie met andere bouwkundige elementen zo sterk en krachtig als beton, maar in vergelijkbare samenstellingen zo breekbaar en doorzichtig als glas. Zand, door Klaas Vaak gebruikt als slaapmiddel, een dromerige roes waarin je heerlijk kan wegglijden. Maar ook bedrieglijk en verraderlijk als drijfzand, terwijl aan de oppervlak nergens het gevaar toe lijkt te loeren. Het zou te kort door de bocht zijn om Sand hiermee samen te vatten, de kern wordt echter zeker naar boven gehaald.
Moment wekt nog de illusie op dat er heerlijk doorgetript wordt volgens het Fever recept. Maar als de blazers eenmaal ontsnapt zijn bedekt Sand de intelligente koortsige freakfunk van de voorganger met een flinke laag aan duistere adult nachtclubsoul. De dwarse gekte heeft plaats gemaakt voor een overvloed aan falsetzang en swingende seventies soulkoortjes die aangestuurd worden door droge afro-beat ritmes en doordringende elektronica. Zwoel sensueel ontsnappen we aan de werkelijkheid door op zoek te gaan naar het eeuwig voortdurende nachtleven. De pauzestand staat roodgloeiend af te wachten tot de juiste gelegenheid dat de playknop weer ingedrukt wordt met zomerse zonlicht percussieklanken van Hourglass als ultiem startsein.
Losers laat de gitaar verwelkomend rollen in het verwarmend synthesizer bad, om die kilte der stilstand weg te spoelen. De trage, voorzichtige donkere new wave baspartijen van On A Roll krijgen versterking van de treurende blazers, die zich amper staande houden tegen het opdringende gitaarspel. Het lompe I Want You gaat met volle overtuiging die drempel over en begeeft zich met de saxofoon op het balancerende randgebied van de jazz. De slaapkamer sensualiteit van You Won’t Come Around is voor de after-party op de zondagochtend die zich beperkt tot een avontuurlijk onderonsje tussen de lakens.
Sand is dus veel meer dan een simpele clubplaat, maar bestaat uit elitaire uitgewerkte retro seventies dansvloer disco en strenge sensuele vintage eighties white men soul welke harmonieus samensmelten in het cineastische Passing Through. Het is een aanklacht tegen de huidige leegstand in het uitgaansnetwerk. Het belang om het bijtende geweten al bewegend te vergeten is voornamer dan het experimentele karakter van de voorgangers. Sand is in alle opzichten een gelaagd nostalgisch tussenfase album, dat met beperkte middelen gemaakt is, maar wel die essentiële urgentie bezit waarmee Balthazar zich onderscheidt van andere bands.
Balthazar - Sand | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Ook hier speelt de naam die tot ruim een jaar terug voornamelijk aan een Mexicaans biertje gekoppeld was een grote rol. Corona, de vervelende spelbreker die vraagt naar nieuwe uitputtende creatieve invalshoeken. De onbewuste keuze die noodgedwongen ontstaat omdat men niet de gelegenheid heeft om gezamenlijk de studio te bezoeken, waardoor de muzikale thuisstudie voor innoverende impulsen moet zorgen. Een positie waarin Balthazar zich prima doorheen weet te worstelen. We hebben hier dus te maken met een band die altijd vooruit aan het kijken is, en de volgende zet al uitgebreid ingecalculeerd heeft.
Zand, als enkel fundamenteel bestanddeel technisch ongeschikt. In combinatie met andere bouwkundige elementen zo sterk en krachtig als beton, maar in vergelijkbare samenstellingen zo breekbaar en doorzichtig als glas. Zand, door Klaas Vaak gebruikt als slaapmiddel, een dromerige roes waarin je heerlijk kan wegglijden. Maar ook bedrieglijk en verraderlijk als drijfzand, terwijl aan de oppervlak nergens het gevaar toe lijkt te loeren. Het zou te kort door de bocht zijn om Sand hiermee samen te vatten, de kern wordt echter zeker naar boven gehaald.
Moment wekt nog de illusie op dat er heerlijk doorgetript wordt volgens het Fever recept. Maar als de blazers eenmaal ontsnapt zijn bedekt Sand de intelligente koortsige freakfunk van de voorganger met een flinke laag aan duistere adult nachtclubsoul. De dwarse gekte heeft plaats gemaakt voor een overvloed aan falsetzang en swingende seventies soulkoortjes die aangestuurd worden door droge afro-beat ritmes en doordringende elektronica. Zwoel sensueel ontsnappen we aan de werkelijkheid door op zoek te gaan naar het eeuwig voortdurende nachtleven. De pauzestand staat roodgloeiend af te wachten tot de juiste gelegenheid dat de playknop weer ingedrukt wordt met zomerse zonlicht percussieklanken van Hourglass als ultiem startsein.
Losers laat de gitaar verwelkomend rollen in het verwarmend synthesizer bad, om die kilte der stilstand weg te spoelen. De trage, voorzichtige donkere new wave baspartijen van On A Roll krijgen versterking van de treurende blazers, die zich amper staande houden tegen het opdringende gitaarspel. Het lompe I Want You gaat met volle overtuiging die drempel over en begeeft zich met de saxofoon op het balancerende randgebied van de jazz. De slaapkamer sensualiteit van You Won’t Come Around is voor de after-party op de zondagochtend die zich beperkt tot een avontuurlijk onderonsje tussen de lakens.
Sand is dus veel meer dan een simpele clubplaat, maar bestaat uit elitaire uitgewerkte retro seventies dansvloer disco en strenge sensuele vintage eighties white men soul welke harmonieus samensmelten in het cineastische Passing Through. Het is een aanklacht tegen de huidige leegstand in het uitgaansnetwerk. Het belang om het bijtende geweten al bewegend te vergeten is voornamer dan het experimentele karakter van de voorgangers. Sand is in alle opzichten een gelaagd nostalgisch tussenfase album, dat met beperkte middelen gemaakt is, maar wel die essentiële urgentie bezit waarmee Balthazar zich onderscheidt van andere bands.
Balthazar - Sand | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Balthazar - Thin Walls (2015)

3,0
0
geplaatst: 2 april 2015, 19:04 uur
Hier ben ik wel erg nieuwsgierig naar, en natuurlijk ga ik niet roepen dat dit de nieuwe dEUS is, want er is maar een dEUS, en de rest komt niet eens in de buurt.
Hoeft bij Thin Walls ook absoluut niet, want opener Decency sluit meer aan bij de laatste van Arctic Monkeys, en wil ik die juist niet zo geweldig vinden, op een paar nummers na dan.
Decency zou dan bij die betere nummers horen.
Toch hoor je vervolgens bij Then What jaren 80 invloeden terug, The Waterboys en zelfs het zeurige van The Fall.
Het dansbare van New Order met een stukje Bring On The Dancing Horses van Echo & the Bunnymen.
Nightclub klinkt als een ode aan Iggy’s Pops Nightclubbing, bijna hetzelfde deuntje; de titel zal dan ook een zeer vette knipoog naar dit nummer zijn; kan bijna niet anders.
Bunker geeft inderdaad de triestheid weer, van iemand die zich voor de buitenwereld afsluit.
Lichamelijk aanwezig; geestelijk leeg.
Mooi met die passende achtergrondzang.
Een vleugje Indie rock als in Foster The People in Wait Any Longer, al wordt er hierbij een stukje minder hoog gesprongen, iets waar de huppelpop van Foster The People wel voor uitnodigt.
We blijven in die Indie hoek hangen bij het Oosterse, druggy Dirty Love.
The Waterboys noemde ik al eerder, en die hoor ik ook terug bij Last Call, al lijkt de zang ook wel op Oasis en The Charlatans.
Het prettige Tom Waits rommeltje I Looked For You past meer achter Nightclub, al heeft het dezelfde soort backings als de laatste Arctic Monkeys, dus had het ook na Decency gepast; ik hou hier wel van.
Wat is So Easy dan weer een luchtig vervolg; eventjes stoom afblazen.
De zang lijkt hier weer op die van konijnenman Ian McCulloch.
True Love is een stijlvolle afsluiter van een album waar je trots op mag zijn.
Slepend en verdovend.
Waarom telkens weer dEUS genoemd wordt bij een band uit België die een goed album neer zet; ik zou het niet weten.
Het lijkt wel dat ze daar met het Swiebertje syndroom kampen; genaamd dEUS.
Stop daar toch mee, er is muzikaal zoveel meer te bieden.
Hoeft bij Thin Walls ook absoluut niet, want opener Decency sluit meer aan bij de laatste van Arctic Monkeys, en wil ik die juist niet zo geweldig vinden, op een paar nummers na dan.
Decency zou dan bij die betere nummers horen.
Toch hoor je vervolgens bij Then What jaren 80 invloeden terug, The Waterboys en zelfs het zeurige van The Fall.
Het dansbare van New Order met een stukje Bring On The Dancing Horses van Echo & the Bunnymen.
Nightclub klinkt als een ode aan Iggy’s Pops Nightclubbing, bijna hetzelfde deuntje; de titel zal dan ook een zeer vette knipoog naar dit nummer zijn; kan bijna niet anders.
Bunker geeft inderdaad de triestheid weer, van iemand die zich voor de buitenwereld afsluit.
Lichamelijk aanwezig; geestelijk leeg.
Mooi met die passende achtergrondzang.
Een vleugje Indie rock als in Foster The People in Wait Any Longer, al wordt er hierbij een stukje minder hoog gesprongen, iets waar de huppelpop van Foster The People wel voor uitnodigt.
We blijven in die Indie hoek hangen bij het Oosterse, druggy Dirty Love.
The Waterboys noemde ik al eerder, en die hoor ik ook terug bij Last Call, al lijkt de zang ook wel op Oasis en The Charlatans.
Het prettige Tom Waits rommeltje I Looked For You past meer achter Nightclub, al heeft het dezelfde soort backings als de laatste Arctic Monkeys, dus had het ook na Decency gepast; ik hou hier wel van.
Wat is So Easy dan weer een luchtig vervolg; eventjes stoom afblazen.
De zang lijkt hier weer op die van konijnenman Ian McCulloch.
True Love is een stijlvolle afsluiter van een album waar je trots op mag zijn.
Slepend en verdovend.
Waarom telkens weer dEUS genoemd wordt bij een band uit België die een goed album neer zet; ik zou het niet weten.
Het lijkt wel dat ze daar met het Swiebertje syndroom kampen; genaamd dEUS.
Stop daar toch mee, er is muzikaal zoveel meer te bieden.
Bambara - Birthmarks (2025)

4,5
3
geplaatst: 16 maart 2025, 19:32 uur
Dat het New Yorkse duistere nachtleven model staat voor het fictieve Gotham City is een algemeen bekend feit. Als je een hongerige hap uit de Big Apple neemt krijgen de wormen vrij spel. Niet vreemd dus dat de tweelingbroers Reid Bateh en Blaze Bateh samen met hun bassende schoolvriend William Brookshire vanuit Athens naar Brooklyn uitwijken om de postpunkband Bambara op te starten. Vanuit die underground scene bouwen ze een beperkte naamsbekendheid op.
Maar als hun vierde album Stray breder wordt opgepakt en Joe Talbot van IDLES zijn lof uitspreekt, raakt het Bella Union label van Simon Raymonde zodanig geïnteresseerd dat ze niks liever doen dat dit trio aan hun stal toe te voegen. Bambara blijft trouw aan Wharf Cat en met toestemming van Bella Union is deze deal snel rond. Bella Union richt zich vooral op het Europese continent in Amerika blijven ze aan Wharf Cat gebonden.
Dit contract biedt ze de mogelijk om met een heuse producent aan de slag te gaan. En dan komt Graham Sutton van het lichtgewicht postrock gezelschap Bark Psychosis in beeld. Vooral het veelvoudig gebruik van strijkers en blazers in doorbraakalbum Hex spreekt Bambara aan en met deze toevoeging in het achterhoofd schetsen ze langzaam het vleesarme geraamte van wat uiteindelijk tot Birthmarks zal leiden. Deze samenwerking werpt zijn vruchten af en wat voelt het toch goed aan. Niet dat de macabere The Birthday Party verwijzingen geëlimineerd zijn, ze staan niet meer zo frontaal confronterend op de voorgrond opgesteld.
Het stemgeluid van Reid Bateh neigt op openingstrack Hiss meer naar Justin Sullivan van New Model Army en stukken minder naar Nick Cave. Graham Sutton orkestreert de chaos tot een overzichtelijk toegankelijk industrieel geluid. Hiss verwoordt de anonimiteit van vluchtige liefde. Vluchtige liefde die leidt tot de drang om het uitzichtloze bestaan te ontvluchten. Hiss is overduidelijk afgeleid van de David Lynch klassieker Blue Velvet en laat genoeg mysterieuze vage hiaten open die de luisteraar zelf mag invullen.
Madeline Johnston van Midwife kruipt in de huid van hoofdpersonage Elena en je kan gerust concluderen dat Birthmarks een conceptalbum is. Door de schizofrene karaktertrekken deelt ze de zangpartijen met Emma Acs van Crack Cloud en Bria Salmena. Elena staat hierbij voor de kansloze vrouwen die in de prostitutie belanden, veelal verslaafd en afhankelijk van anderen. De oorsprong ligt veelal in het familiare verleden, de erfenis van ouders die uit een soortgelijke uitzichtloze situatie voortkomen. Elena doorbreekt deze ketting en gaat hierin zo ver dat geweld en moord niet geschuwd wordt. Hiss is slechts de aanloop tot het lugubere vervolg.
De Letters from Sing Sing postpunk is namelijk nog zieker. Hier schrijft een moordenaar een brief aan zijn toekomstige slachtoffer. Het voelt bijna als de bekentenis van de ter dood veroordeelde hoofdpersoon in Nick Cave’s The Mercy Seat aan. Hij eist niet alleen zijn geliefde op, maar maakt tevens een einde aan zijn leven. En dan zit je opeens weer in die paranoïde hersenspinsels van tekstschrijver Reid Bateh, en besef je dan niemand anders deze rol zo kan vertolken als hij. De romantiek van een Bonnie en Clyde achtig roadmovie verhaal, eerder mooi uitgewerkt in de cultfilm Natural Born Killers van Oliver Stone. Het duo heeft het Gotham City decor verlaten en laat sporen van vernieling achter. Ze zaaien paniek en voeden de bevolking met angst. Een ideaal horrorscenario waar Bambara zich heerlijk in uitleeft.
Het klassieke aangezette Face of Love ligt stilistisch erg in het verlengde van Hex. Dit is veel meer dan het werkveld van nachtburgemeester Reid Bateh. Dit is de eerste keer op Birthmarks dat de meerwaarde van Graham Sutton zich overduidelijk laat gelden. Deze nachtelijke strooptocht is een parende swingende dodendans, met een overduidelijke sprookjesachtige gotische invalshoek. Pray to Me begint met de elektronische pompende hartslag van de Suicide klassieker Frankie Teardrop, waarna Blaze Bateh als een bezetene op zijn drumstel tekeer gaat. Ondanks de tekstuele country verwijzingen is dit een stevige postpunk rocker die muzikaal verder nergens dit genre aanhaalt.
Met de jaren tachtig electric body music van Holy Bones waagt Bambara zich zelfs aan commerciële hitgevoeligheid. Zo kijkt de band dus tegen Valentijnsdag aan. Eerst liefdevol om het vervolgens genadeloos de kop in te slaan. De zoete roze snoepjesgeur maakt ze misselijk. De twee hoofdpersonages hebben een dopamine allergie en laten geen gelukzaligheid toe. De sensuele Elena’s Dream nachtmerrie visioen bezit nog iets menselijks. Als een maagdelijke Eva laat Elena zich door slangen verleiden. De basis wordt door avantgardistische freejazz en ambient triphop gelegd, en ook hier is ziener Graham Sutton van onschatbare waarde.
Het deprimerende Because You Asked maakt de dood tastbaar en is overduidelijk door een rouwende Nick Cave beïnvloedt. Ondanks dat dit waardig is uitgevoerd liggen de vergelijkingen er te dik bovenop. Op het moment dat Graham Sutton de grip op de gekte verliest ontstaat er een verwrongen demonische ritmische Dive Shrine bastaardtrack. De vergaande glorie van een spookkroeg, met de lege flessen als stille getuige waarin een doorgeslagen alcoholist zijn doodgeslagen slachtoffers verbergt.
Het bedrieglijke bittere Smoke is de terugkeer naar New York, de stad die nooit slaapt en altijd in beweging blijft. We beloven eeuwige trouw aan elkaar, al weet je diep van binnen dat ook Elena niet aan het moordlustige gedrag van haar partner zal ontsnappen. Loretta staat voor het verliezen van de maagdelijke onschuld. Nu wordt niet alleen de ziel aan de duivel verkocht, hij eist tevens haar lichaam op. Het is een pervers eerbetoon aan het vrouwelijke geslacht, waarbij de verteller haar als lustobject etaleert. Verwacht geen vredig einde, daarvoor is Bambara te extreem en te eigenzinnig.
Birthmarks is zeker niet op alle vlakken origineel, maar als het zo’n overdonderend resultaat oplevert, stoort het mij niet. Lijf Graham Sutton als vierde bandlid in, en laat hem niet meer los.
Bambara - Birthmarks | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Maar als hun vierde album Stray breder wordt opgepakt en Joe Talbot van IDLES zijn lof uitspreekt, raakt het Bella Union label van Simon Raymonde zodanig geïnteresseerd dat ze niks liever doen dat dit trio aan hun stal toe te voegen. Bambara blijft trouw aan Wharf Cat en met toestemming van Bella Union is deze deal snel rond. Bella Union richt zich vooral op het Europese continent in Amerika blijven ze aan Wharf Cat gebonden.
Dit contract biedt ze de mogelijk om met een heuse producent aan de slag te gaan. En dan komt Graham Sutton van het lichtgewicht postrock gezelschap Bark Psychosis in beeld. Vooral het veelvoudig gebruik van strijkers en blazers in doorbraakalbum Hex spreekt Bambara aan en met deze toevoeging in het achterhoofd schetsen ze langzaam het vleesarme geraamte van wat uiteindelijk tot Birthmarks zal leiden. Deze samenwerking werpt zijn vruchten af en wat voelt het toch goed aan. Niet dat de macabere The Birthday Party verwijzingen geëlimineerd zijn, ze staan niet meer zo frontaal confronterend op de voorgrond opgesteld.
Het stemgeluid van Reid Bateh neigt op openingstrack Hiss meer naar Justin Sullivan van New Model Army en stukken minder naar Nick Cave. Graham Sutton orkestreert de chaos tot een overzichtelijk toegankelijk industrieel geluid. Hiss verwoordt de anonimiteit van vluchtige liefde. Vluchtige liefde die leidt tot de drang om het uitzichtloze bestaan te ontvluchten. Hiss is overduidelijk afgeleid van de David Lynch klassieker Blue Velvet en laat genoeg mysterieuze vage hiaten open die de luisteraar zelf mag invullen.
Madeline Johnston van Midwife kruipt in de huid van hoofdpersonage Elena en je kan gerust concluderen dat Birthmarks een conceptalbum is. Door de schizofrene karaktertrekken deelt ze de zangpartijen met Emma Acs van Crack Cloud en Bria Salmena. Elena staat hierbij voor de kansloze vrouwen die in de prostitutie belanden, veelal verslaafd en afhankelijk van anderen. De oorsprong ligt veelal in het familiare verleden, de erfenis van ouders die uit een soortgelijke uitzichtloze situatie voortkomen. Elena doorbreekt deze ketting en gaat hierin zo ver dat geweld en moord niet geschuwd wordt. Hiss is slechts de aanloop tot het lugubere vervolg.
De Letters from Sing Sing postpunk is namelijk nog zieker. Hier schrijft een moordenaar een brief aan zijn toekomstige slachtoffer. Het voelt bijna als de bekentenis van de ter dood veroordeelde hoofdpersoon in Nick Cave’s The Mercy Seat aan. Hij eist niet alleen zijn geliefde op, maar maakt tevens een einde aan zijn leven. En dan zit je opeens weer in die paranoïde hersenspinsels van tekstschrijver Reid Bateh, en besef je dan niemand anders deze rol zo kan vertolken als hij. De romantiek van een Bonnie en Clyde achtig roadmovie verhaal, eerder mooi uitgewerkt in de cultfilm Natural Born Killers van Oliver Stone. Het duo heeft het Gotham City decor verlaten en laat sporen van vernieling achter. Ze zaaien paniek en voeden de bevolking met angst. Een ideaal horrorscenario waar Bambara zich heerlijk in uitleeft.
Het klassieke aangezette Face of Love ligt stilistisch erg in het verlengde van Hex. Dit is veel meer dan het werkveld van nachtburgemeester Reid Bateh. Dit is de eerste keer op Birthmarks dat de meerwaarde van Graham Sutton zich overduidelijk laat gelden. Deze nachtelijke strooptocht is een parende swingende dodendans, met een overduidelijke sprookjesachtige gotische invalshoek. Pray to Me begint met de elektronische pompende hartslag van de Suicide klassieker Frankie Teardrop, waarna Blaze Bateh als een bezetene op zijn drumstel tekeer gaat. Ondanks de tekstuele country verwijzingen is dit een stevige postpunk rocker die muzikaal verder nergens dit genre aanhaalt.
Met de jaren tachtig electric body music van Holy Bones waagt Bambara zich zelfs aan commerciële hitgevoeligheid. Zo kijkt de band dus tegen Valentijnsdag aan. Eerst liefdevol om het vervolgens genadeloos de kop in te slaan. De zoete roze snoepjesgeur maakt ze misselijk. De twee hoofdpersonages hebben een dopamine allergie en laten geen gelukzaligheid toe. De sensuele Elena’s Dream nachtmerrie visioen bezit nog iets menselijks. Als een maagdelijke Eva laat Elena zich door slangen verleiden. De basis wordt door avantgardistische freejazz en ambient triphop gelegd, en ook hier is ziener Graham Sutton van onschatbare waarde.
Het deprimerende Because You Asked maakt de dood tastbaar en is overduidelijk door een rouwende Nick Cave beïnvloedt. Ondanks dat dit waardig is uitgevoerd liggen de vergelijkingen er te dik bovenop. Op het moment dat Graham Sutton de grip op de gekte verliest ontstaat er een verwrongen demonische ritmische Dive Shrine bastaardtrack. De vergaande glorie van een spookkroeg, met de lege flessen als stille getuige waarin een doorgeslagen alcoholist zijn doodgeslagen slachtoffers verbergt.
Het bedrieglijke bittere Smoke is de terugkeer naar New York, de stad die nooit slaapt en altijd in beweging blijft. We beloven eeuwige trouw aan elkaar, al weet je diep van binnen dat ook Elena niet aan het moordlustige gedrag van haar partner zal ontsnappen. Loretta staat voor het verliezen van de maagdelijke onschuld. Nu wordt niet alleen de ziel aan de duivel verkocht, hij eist tevens haar lichaam op. Het is een pervers eerbetoon aan het vrouwelijke geslacht, waarbij de verteller haar als lustobject etaleert. Verwacht geen vredig einde, daarvoor is Bambara te extreem en te eigenzinnig.
Birthmarks is zeker niet op alle vlakken origineel, maar als het zo’n overdonderend resultaat oplevert, stoort het mij niet. Lijf Graham Sutton als vierde bandlid in, en laat hem niet meer los.
Bambara - Birthmarks | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Bambara - Stray (2020)

4,0
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 18:09 uur
Al vier albums lang pijnigt het zwaarmoedige illustratieve donkere drietal ons als anti helden uit het hedendaagse Gotham City, New York genaamd. Bambara openbaart zich vanuit de krochten van de zielenpijn, en die zit heel diep verborgen. Veel verder weg gestopt waar een geschoolde therapeut binnen kan dringen. De litteken gevormde wonden die na het duistere postpunk gothic tijdperk zijn geheeld worden vakkundig opnieuw open gereten.
De spaarzame glimpjes zonnestralen die op het twee jaar geleden verschenen Shadow On Everything met veel moeite sporadisch door de modderige brei de oppervlakte nog enigszins weten te verwarmen, ketteren nu hard in het ontstoken hellevuur. Het blijft lastig om dit soort duistere figuren serieus te beoordelen, omdat ze zo overduidelijk gevoed worden door theatrale zwartgalligheid.
Met een sound die zo smerig als stroperige substanties de bloedrode aderen van het zuurstofrijke gedeelte van het verbindingskanaal naar de hersenen laten stagneren hergroepeert Bambara oude vervloekte periodes. Opeens is daar die koortsige hang naar dood en vernietiging weer. Met treurende verhalende songs die zich als suïcidale zelfverminking opdringen.
Ze gaan hierin veel verder dan de oneven wegen die de romantische vleermuismannen bewandelen. Door de verwijzingen naar snelle auto’s in een desolate vervreemdende omgeving mag Stray gezien worden als een keiharde lompe vluchtplaat. Met wanhoop die zich ziekelijk tot escapisme laat leiden.
We leven in een post David Lynch apocalyptische illusierijke wereld waar het kapitalisme als een overkoepelende poppenspeler aan de touwtjes trekt. Steeds strakker wordt deze als een beklemmende strop aangetrokken. Als uitgerangeerde marionetten worden we geprogrammeerd de duisternis in gezogen. De aarde staat in vuur en vlam en Stray nodigt niet echt uit om troost uit te halen. Het zijn vertellingen uit een afgebladderd sprookjesboek, aangetast door het verterende pek wat een verrottingsproces in werking heeft gesteld.
Wat wil je anders verwachten als een kwelgeest zich zo gemakkelijk weet te vermenigvuldigen door de aanwezigheid van de tweeling Bateh met dezelfde morbide hersenspinsels. Bassist William Brookshire helpt drumbeest Blaze in het creëren in een fundamentele ondergrond, waar flarden verdwalende gitaarakkoorden van Reid zijn rauwe ondergrondse zang een spreekveld geven.
De grafstemming wordt al direct ingezet met het klagende Miracle. Het prachtig gevormde muzikale landschap veranderd al snel in een geruïneerd slagveld, waar Brookshire zijn instrument als een gepantserde tank al ronkend op een kale rokende vlakte achter laat. Viool en trompet weerkaatsen tegen de opgebouwde geluidsmuur om het nog een luguber onderbuik gevoel mee te geven.
Dan pas kan het gas er op in het rockende snelheidsmonster Heat Lightning en vanaf dan scheurt het van alle kanten open. Waanzin wekkende teksten worden afgewisseld met engelachtige backing vocalen, verstikkende gitaarecho’s en verketterende duivelse ritme aandrijvingen. Met Stray laat Bambara de van het daglicht afgesloten ingeslapen demonen uit de jaren tachtig ontwaken. Het shockeffect is dan minder hevig als voorheen, de intentie is net zo verrot en zwaarmoedig als een aantal decennia geleden. Een prachtige plaat om je geliefde op Valentijnsdag cadeau te geven.
Bambara - Stray | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De spaarzame glimpjes zonnestralen die op het twee jaar geleden verschenen Shadow On Everything met veel moeite sporadisch door de modderige brei de oppervlakte nog enigszins weten te verwarmen, ketteren nu hard in het ontstoken hellevuur. Het blijft lastig om dit soort duistere figuren serieus te beoordelen, omdat ze zo overduidelijk gevoed worden door theatrale zwartgalligheid.
Met een sound die zo smerig als stroperige substanties de bloedrode aderen van het zuurstofrijke gedeelte van het verbindingskanaal naar de hersenen laten stagneren hergroepeert Bambara oude vervloekte periodes. Opeens is daar die koortsige hang naar dood en vernietiging weer. Met treurende verhalende songs die zich als suïcidale zelfverminking opdringen.
Ze gaan hierin veel verder dan de oneven wegen die de romantische vleermuismannen bewandelen. Door de verwijzingen naar snelle auto’s in een desolate vervreemdende omgeving mag Stray gezien worden als een keiharde lompe vluchtplaat. Met wanhoop die zich ziekelijk tot escapisme laat leiden.
We leven in een post David Lynch apocalyptische illusierijke wereld waar het kapitalisme als een overkoepelende poppenspeler aan de touwtjes trekt. Steeds strakker wordt deze als een beklemmende strop aangetrokken. Als uitgerangeerde marionetten worden we geprogrammeerd de duisternis in gezogen. De aarde staat in vuur en vlam en Stray nodigt niet echt uit om troost uit te halen. Het zijn vertellingen uit een afgebladderd sprookjesboek, aangetast door het verterende pek wat een verrottingsproces in werking heeft gesteld.
Wat wil je anders verwachten als een kwelgeest zich zo gemakkelijk weet te vermenigvuldigen door de aanwezigheid van de tweeling Bateh met dezelfde morbide hersenspinsels. Bassist William Brookshire helpt drumbeest Blaze in het creëren in een fundamentele ondergrond, waar flarden verdwalende gitaarakkoorden van Reid zijn rauwe ondergrondse zang een spreekveld geven.
De grafstemming wordt al direct ingezet met het klagende Miracle. Het prachtig gevormde muzikale landschap veranderd al snel in een geruïneerd slagveld, waar Brookshire zijn instrument als een gepantserde tank al ronkend op een kale rokende vlakte achter laat. Viool en trompet weerkaatsen tegen de opgebouwde geluidsmuur om het nog een luguber onderbuik gevoel mee te geven.
Dan pas kan het gas er op in het rockende snelheidsmonster Heat Lightning en vanaf dan scheurt het van alle kanten open. Waanzin wekkende teksten worden afgewisseld met engelachtige backing vocalen, verstikkende gitaarecho’s en verketterende duivelse ritme aandrijvingen. Met Stray laat Bambara de van het daglicht afgesloten ingeslapen demonen uit de jaren tachtig ontwaken. Het shockeffect is dan minder hevig als voorheen, de intentie is net zo verrot en zwaarmoedig als een aantal decennia geleden. Een prachtige plaat om je geliefde op Valentijnsdag cadeau te geven.
Bambara - Stray | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Bananagun - The True Story of Bananagun (2020)

4,0
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 14:43 uur
Het retro gezelschap Bananagun neemt je mee op een opwindende ontdekkingsreis om de zompige binnenlanden van Australië te ontdekken. Door de bruisende aanstekelijke afrobeat waan je jezelf in de inspirerende broeierige jaren zeventig, waar de druggy wah wah gitaarklanken uit de fuzzpedalen klinken en harmonieuze zweverige samenzang van Bang Go the Bongos je in extase weten te brengen. De inleidende dierengeluiden vormen het hart van deze spirituele plaat. Een heerlijke verbroedering aan tropische stijlen die een universeel karakter symboliseren waarin juist in deze egocentrische maatschappij zoveel behoefte aan is. Love, Peace and a lot of Happiness.
De hypnotiserende zomerse geluiden dwingen af om in beweging te komen en als een koortsige ophitsende sjamaan de vriendschappelijke natuurgoden op te roepen. The True Story of Bananagun is een freakende jamsessie waarbij er uitgebreid geshopt wordt in de exotische ritmes en onderdompelende funk om hieromheen een aangenaam flowerpower feestje te creëren en waar het levendige groen van de natuur een centrale rol in heeft.
Het verdienstelijke rockende gitaarspel van Nick van Bakel komt het beste tot zijn recht in het improviserende People Talk Too Much, waar hij een Zuid Amerikaanse helder oranje zonsondergangsglansje over de song heen gooit. De opwindende percussie zorgt voor de rest. Bij Freak Machine mag je concluderen dat de Madchester uit de jaren negentig ook het Australische continent heeft bereikt. Al heeft deze uiteraard ook zijn oorsprong in de dansbare psychedelica uit de jaren zestig.
Een hippie achtig commune gevoel domineert waarbij er genoeg ruimte is voor de nodige hallucinerende herhalende grooves. Met gemak kan er ook gelinkt worden naar de geestverruimende middelen waarmee men de vredelievende sixties op een hoger level willen herbeleven. Het bruine vintage sepia gevoel wordt op het einde van het met Indiase pasteltinten ingekleurde Modern Day Problems nogmaals versterkt als daar opeens de openingstonen van de James Bond filmreeks voorbij komen. Een mooi ingecalculeerd grapje welke nogmaals benadrukt dat je het leven niet te serieus moet nemen.
Er gebeurt zoveel bijzonder moois in de inheemse landelijke fantasiewereld van Bananagun, dat het bijna niet te bevatten is dat Nick Van Bakel van die gepeperde ingrediënten hier zo’n prachtig gestroomlijnd geheel van weet te bakken. Het debuut The True Story of Bananagun is een zelfreflectie van de ideale wereld die de landelijk georiënteerde oppergoeroe Nick Van Bakel vanuit Melbourne oproept door gebruik te maken van een groot cultureel scala aan inheemse muziekinstrumenten.
De kleurrijke verhaallijnen van Jungle Book staan hierbij centraal en vormen ook voor zijn neef en percussionist Jimi Gregg een invloedrijke inspiratiebron. Samen vormen ze de kern van dit continu in beweging zijnde gezelschap Bananagun die hiermee lijken te ontsnappen aan de overheersende hectiek van het vastgeschroefde dagelijkse bestaan. De oncontroleerbare rommeligheid veroorzaakt een relaxt ontspannen sfeertje waaroverheen heerlijk getript wordt met fluit en djembé.
Bananagun - The True Story of Bananagun | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
De hypnotiserende zomerse geluiden dwingen af om in beweging te komen en als een koortsige ophitsende sjamaan de vriendschappelijke natuurgoden op te roepen. The True Story of Bananagun is een freakende jamsessie waarbij er uitgebreid geshopt wordt in de exotische ritmes en onderdompelende funk om hieromheen een aangenaam flowerpower feestje te creëren en waar het levendige groen van de natuur een centrale rol in heeft.
Het verdienstelijke rockende gitaarspel van Nick van Bakel komt het beste tot zijn recht in het improviserende People Talk Too Much, waar hij een Zuid Amerikaanse helder oranje zonsondergangsglansje over de song heen gooit. De opwindende percussie zorgt voor de rest. Bij Freak Machine mag je concluderen dat de Madchester uit de jaren negentig ook het Australische continent heeft bereikt. Al heeft deze uiteraard ook zijn oorsprong in de dansbare psychedelica uit de jaren zestig.
Een hippie achtig commune gevoel domineert waarbij er genoeg ruimte is voor de nodige hallucinerende herhalende grooves. Met gemak kan er ook gelinkt worden naar de geestverruimende middelen waarmee men de vredelievende sixties op een hoger level willen herbeleven. Het bruine vintage sepia gevoel wordt op het einde van het met Indiase pasteltinten ingekleurde Modern Day Problems nogmaals versterkt als daar opeens de openingstonen van de James Bond filmreeks voorbij komen. Een mooi ingecalculeerd grapje welke nogmaals benadrukt dat je het leven niet te serieus moet nemen.
Er gebeurt zoveel bijzonder moois in de inheemse landelijke fantasiewereld van Bananagun, dat het bijna niet te bevatten is dat Nick Van Bakel van die gepeperde ingrediënten hier zo’n prachtig gestroomlijnd geheel van weet te bakken. Het debuut The True Story of Bananagun is een zelfreflectie van de ideale wereld die de landelijk georiënteerde oppergoeroe Nick Van Bakel vanuit Melbourne oproept door gebruik te maken van een groot cultureel scala aan inheemse muziekinstrumenten.
De kleurrijke verhaallijnen van Jungle Book staan hierbij centraal en vormen ook voor zijn neef en percussionist Jimi Gregg een invloedrijke inspiratiebron. Samen vormen ze de kern van dit continu in beweging zijnde gezelschap Bananagun die hiermee lijken te ontsnappen aan de overheersende hectiek van het vastgeschroefde dagelijkse bestaan. De oncontroleerbare rommeligheid veroorzaakt een relaxt ontspannen sfeertje waaroverheen heerlijk getript wordt met fluit en djembé.
Bananagun - The True Story of Bananagun | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Bananarama - Bananarama (1984)

3,0
0
geplaatst: 10 juni 2015, 00:37 uur
Cruel Summer is nog steeds een heerlijk zomers nummer.
1984 is wel de tijd van de Italodisco, en daar past dit nummer prima tussen.
Rough Justice is wat sensueler en dromeriger.
Robert de Niro’s Waiting was natuurlijk ook bijzonder, vooral ook omdat Robert de Niro figureerde in de clip.
Ik kan mij dan ook moeilijk voorstellen dat die nee kon zeggen tegen deze dames.
Volgens mij is Bananarama tot de opkomst van de Spice Girls de populairste girl band in Groot Brittannië geweest, en ik denk wel dat dit terecht was.
Als koortje bij het uitstapje van The Specials zanger Terry Hall in Fun Boy Three scoorde ze gelijk al een gigantische hit met It Ain't What You Do (It's The Way That You Do It).
Vervolgens verzorgde Fun Boy Three dezelfde rol in Really Saying Something.
Dat ze als zo’n succesvolle groep zouden uitgroeien hadden denk ik maar weinigen verwacht.
Bananarama had natuurlijk het uiterlijk en de overige looks mee.
Mooie wave/punk meisjes met een sexy uitstraling.
Hun 2e album Bananarama vind ik persoonlijk wel hun beste; natuurlijk zit de zang regelmatig op het randje; vooral hoorbaar bij Dream Baby, maar dat maakt verder niks uit.
Voor de meisjes had je Wham!, voor de jongens Bananarama.
Toevallig zouden uit beide bands een stelletje gevormd worden.
Bananarama wist mooi aansluiting te vinden bij de heersende Top 40 muziek, maar vanaf het volgende album zou het minder worden; ik ben niet zo’n liefhebber van de Stock, Aitken & Waterman productie, maar bleven ze wel scoren.
Ach, wij hadden de Dolly Dots met daarin ook drie knappe vrouwen, al konden die wel minder goed zingen dan die andere drie.
1984 is wel de tijd van de Italodisco, en daar past dit nummer prima tussen.
Rough Justice is wat sensueler en dromeriger.
Robert de Niro’s Waiting was natuurlijk ook bijzonder, vooral ook omdat Robert de Niro figureerde in de clip.
Ik kan mij dan ook moeilijk voorstellen dat die nee kon zeggen tegen deze dames.
Volgens mij is Bananarama tot de opkomst van de Spice Girls de populairste girl band in Groot Brittannië geweest, en ik denk wel dat dit terecht was.
Als koortje bij het uitstapje van The Specials zanger Terry Hall in Fun Boy Three scoorde ze gelijk al een gigantische hit met It Ain't What You Do (It's The Way That You Do It).
Vervolgens verzorgde Fun Boy Three dezelfde rol in Really Saying Something.
Dat ze als zo’n succesvolle groep zouden uitgroeien hadden denk ik maar weinigen verwacht.
Bananarama had natuurlijk het uiterlijk en de overige looks mee.
Mooie wave/punk meisjes met een sexy uitstraling.
Hun 2e album Bananarama vind ik persoonlijk wel hun beste; natuurlijk zit de zang regelmatig op het randje; vooral hoorbaar bij Dream Baby, maar dat maakt verder niks uit.
Voor de meisjes had je Wham!, voor de jongens Bananarama.
Toevallig zouden uit beide bands een stelletje gevormd worden.
Bananarama wist mooi aansluiting te vinden bij de heersende Top 40 muziek, maar vanaf het volgende album zou het minder worden; ik ben niet zo’n liefhebber van de Stock, Aitken & Waterman productie, maar bleven ze wel scoren.
Ach, wij hadden de Dolly Dots met daarin ook drie knappe vrouwen, al konden die wel minder goed zingen dan die andere drie.
Band of Horses - Everything All the Time (2006)

4,0
2
geplaatst: 29 december 2011, 22:08 uur
Als je bijna 40 jaar bent, besef je des te meer dat de kans steeds groter is dat je al de helft van het leven hebt afgerond.
Hoeveel mensen halen de 80 jaar niet.
Ergens diep in je wil je hier niet te veel bij stil staan, maar zo af en toe komt die gedachte onbewust boven drijven.
De dood hoort bij het leven, en komt altijd onverwacht.
Gelukkig nog niet veel dierbaren verloren.
Bij het horen van The Funeral moet ik toch wel slikken.
Ben Bridwel was nog geen 30 jaar toen hij dit nummer op de plaat zette.
Zo jong, en blijkbaar al veel in zijn bestaan mee gemaakt.
Met die leeftijd hoor je geen berusting te hebben.
Hier hoor je een man die altijd in het zwart gekleed gaat.
Zodat hij met de hoed in zijn hand een kerkdienst kan binnen lopen.
Totaal voorbereid.
Het ademt een triestheid uit, om vervolgens door de kracht van de gitaar over te gaan naar iets hoopvol.
Alweer een flinke tijd geleden dat een breekbare stem mij zo kan pakken.
Die ervaring volgens mij voor het laatst gehad bij Jason Molina van Songs: Ohia.
Natuurlijk luister je vervolgens naar Everything All The Time.
Zou hij het nog vaker flikken?
Helaas niet op deze manier.
Opener The First Song is mooi zweverig.
Vervolgens moet ik wisselend aan verschillende bands denken.
Dan weer Pixies, maar ook Great Lake Swimmers en Arcade Fire komen voorbij.
Weed Party opent zelfs met een cowboy yell.
Monsters is helemaal in die stijl.
Sterk debuut, om gelijk al alle troeven op tafel te leggen.
Niet wetend of je met de laatste kaart alles verspeeld hebt.
Ik durf eigenlijk niet eens goed naar de opvolgers te luisteren.
Bang dat dit euforisch gevoel dan zal verdwijnen.
Hoeveel mensen halen de 80 jaar niet.
Ergens diep in je wil je hier niet te veel bij stil staan, maar zo af en toe komt die gedachte onbewust boven drijven.
De dood hoort bij het leven, en komt altijd onverwacht.
Gelukkig nog niet veel dierbaren verloren.
Bij het horen van The Funeral moet ik toch wel slikken.
Ben Bridwel was nog geen 30 jaar toen hij dit nummer op de plaat zette.
Zo jong, en blijkbaar al veel in zijn bestaan mee gemaakt.
Met die leeftijd hoor je geen berusting te hebben.
Hier hoor je een man die altijd in het zwart gekleed gaat.
Zodat hij met de hoed in zijn hand een kerkdienst kan binnen lopen.
Totaal voorbereid.
Het ademt een triestheid uit, om vervolgens door de kracht van de gitaar over te gaan naar iets hoopvol.
Alweer een flinke tijd geleden dat een breekbare stem mij zo kan pakken.
Die ervaring volgens mij voor het laatst gehad bij Jason Molina van Songs: Ohia.
Natuurlijk luister je vervolgens naar Everything All The Time.
Zou hij het nog vaker flikken?
Helaas niet op deze manier.
Opener The First Song is mooi zweverig.
Vervolgens moet ik wisselend aan verschillende bands denken.
Dan weer Pixies, maar ook Great Lake Swimmers en Arcade Fire komen voorbij.
Weed Party opent zelfs met een cowboy yell.
Monsters is helemaal in die stijl.
Sterk debuut, om gelijk al alle troeven op tafel te leggen.
Niet wetend of je met de laatste kaart alles verspeeld hebt.
Ik durf eigenlijk niet eens goed naar de opvolgers te luisteren.
Bang dat dit euforisch gevoel dan zal verdwijnen.
Band of Horses - Why Are You OK (2016)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2016, 00:56 uur
Wel echt een zomerplaat, Dull Times / The Moon heeft dat zonnige gevoel; warm en broeierig, met halverwege die omslag; alsof dan het besef komt dat je net te lang in de zon hebt gelegen, en het pijnlijk aanvoelt.
Waarbij ik het meeste nog aan een band als Jane’s Addiction moet denken; dromerig, slepend begin, en halverwege komt die onverwachte uptempo omme draai; heerlijke opener.
Dan is Solemn Oath een stuk vrolijker, bijna hand in hand huppelend stuk.
Laat die blijheid en vrijheid maar achterwege.
Band Of Horses laat de country invloeden steeds verder achter zich, en gaat voor mijn gevoel meer richting het geluid van een band als Death Cab For Cutie.
Al klinkt Casual Party alsof Bring On The Dancing Horses van Echo & the Bunnymen wordt gezongen door Jon Anderson van Yes.
Zit ik daar op te wachten?
Nee, dat niet.
Is het daarom minder?
Minder is het ook niet.
Dit wordt nergens meer echt spannend.
Ik vind het zelfs met regelmaat klinken als de laatste van de broertjes van Tangarine.
Blijkbaar hoop ik nog steeds op het magische moment wat ik ervaarde bij The Funeral van hun debuutalbum.
De titel van dat laatste nummer zou zonder de laatste letter ook zo de titel van een Bløf nummer kunnen zijn.
Waarbij ik het meeste nog aan een band als Jane’s Addiction moet denken; dromerig, slepend begin, en halverwege komt die onverwachte uptempo omme draai; heerlijke opener.
Dan is Solemn Oath een stuk vrolijker, bijna hand in hand huppelend stuk.
Laat die blijheid en vrijheid maar achterwege.
Band Of Horses laat de country invloeden steeds verder achter zich, en gaat voor mijn gevoel meer richting het geluid van een band als Death Cab For Cutie.
Al klinkt Casual Party alsof Bring On The Dancing Horses van Echo & the Bunnymen wordt gezongen door Jon Anderson van Yes.
Zit ik daar op te wachten?
Nee, dat niet.
Is het daarom minder?
Minder is het ook niet.
Dit wordt nergens meer echt spannend.
Ik vind het zelfs met regelmaat klinken als de laatste van de broertjes van Tangarine.
Blijkbaar hoop ik nog steeds op het magische moment wat ik ervaarde bij The Funeral van hun debuutalbum.
De titel van dat laatste nummer zou zonder de laatste letter ook zo de titel van een Bløf nummer kunnen zijn.
Band of Skulls - Love Is All You Love (2019)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 08:09 uur
Met hun vijfde langspeelplaat slaan de rockers uit Southampton nieuwe wegen in, wat ze zeker niet door iedereen in dank zal worden afgenomen. Love Is All You Love is een halfslachtige geslaagde poging van Band Of Skulls om af te wijken van hun retro seventies rocksound. Waarschijnlijk is men na het vertrek van drummer Matt Hayward verder gaan kijken naar de muzikale mogelijkheden. Dat men daarbij de elektronica niet schuwt is hedendaags minder verrassend te noemen. Maar met een stoere naam die meer past bij een gemiddelde motorclub verwacht je wel een harder geluid. Prima dat ze er voor kiezen om hun grenzen te verleggen, dit maakt het opnameproces een stuk aantrekkelijker. Bij opener Carnivorous krijg je een sterk Second Love reclame gevoel. Ik ben gelukkig getrouwd, maar toe aan wat meer uitdaging. Schaamteloos wordt er geëxperimenteerd met Industrial. Deze flirt met dance levert een heftige track op. De nieuwe van Eagles Of Death Metal overgenomen drummer Julian Dorio heeft er duidelijk veel zin in en hakt er aangenaam op los. Voor het eerst worden de deuren naar de gothic metal geopend, en daar past uiteraard ook de huilende wolf bij welke als gastzanger halverwege zijn zuiver klinkende rol mag vervullen. Hier wil het zeer aangenaam werken.
Al pakt die formule bij tracks als het catchy Cool Your Battles totaal anders uit. Door de tweestemmigheid en disco flow wanen we ons nog steeds in de jaren zeventig, al zitten ze hier eerder in het campy vaarwater van ABBA dan de soortgelijke artiesten als The Raconteurs en The Black Keys waar ze voorheen mee vergeleken werden. En dan is dit nou net de enige keer waarbij het positief uitvalt. Vanaf het dromerige trippende Sounds Of You vervallen ze in een toegankelijk dance geluid. Of het de juiste keuze is om met producer Richard X samen te werken roept vanaf hier de nodige vraagtekens op. Dat hij verantwoordelijk is voor de hit Freak Like Me van Sugababes is duidelijk hoorbaar. Perfect passend bij dit commerciële vrouwentrio, maar zijn bijdrage op Love Is All You Love valt duidelijk anders uit. De jaren tachtig synthpop van Thanks A Lot valt ook onder de categorie Top 40 meuk, en We’re Alive doet daar nog een schepje bovenop. Speed Of Light is ook een geslaagde poging om zich van de status rockband te verlossen. Die twijfel wordt nu helemaal weg genomen, ondanks de prima lang uitgerekte gitaarsound halverwege. Het funky Gold wil nog aardig wat goed maken, maar daar kiezen ze uiteindelijk ook voor een toegankelijke benadering.
En toch is de plaat niet helemaal verkeerd. Het vet aangezette That’s My Trouble wil meer aansluiten bij wat ze al vier albums lang laten horen, krachtig en met de precisie van een mitrailleur . De verborgen soul invloeden geven het net dat extra pit wat de song verdiend. Blijkbaar is het nog steeds helemaal hip om te croonen. Het duistere geluid van Love Is All You Love heeft meer het verhalende, waarmee vooral charmeur Russell Marsden de nodige indruk wil maken. Het gaat hem prima af, maar dit kunstje is al in een recent verleden door collega’s beter uitgevoerd. Met het punky Not the Kind of Nothing I Know laat rockdiva Emma Richardson aangenaam van zich horen. Wat wordt haar brutale stem gemist op de plaat. Lekker fel weet ze de song zich helemaal toe te eigenen. Haar onverschillige houding kickt heerlijk tegen de rest van het materiaal aan. Hierdoor weten ze met ongeveer de helft van de plaat voldoende te overtuigen, al liet het ijzersterke begin mij hopen op een prachtige voortzetting. De schedels klinken hier net wat minder gevuld met frisse ideeën die in hun hersenen meer vorm hadden moeten krijgen.
Band of Skulls - Love Is All You Love | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Al pakt die formule bij tracks als het catchy Cool Your Battles totaal anders uit. Door de tweestemmigheid en disco flow wanen we ons nog steeds in de jaren zeventig, al zitten ze hier eerder in het campy vaarwater van ABBA dan de soortgelijke artiesten als The Raconteurs en The Black Keys waar ze voorheen mee vergeleken werden. En dan is dit nou net de enige keer waarbij het positief uitvalt. Vanaf het dromerige trippende Sounds Of You vervallen ze in een toegankelijk dance geluid. Of het de juiste keuze is om met producer Richard X samen te werken roept vanaf hier de nodige vraagtekens op. Dat hij verantwoordelijk is voor de hit Freak Like Me van Sugababes is duidelijk hoorbaar. Perfect passend bij dit commerciële vrouwentrio, maar zijn bijdrage op Love Is All You Love valt duidelijk anders uit. De jaren tachtig synthpop van Thanks A Lot valt ook onder de categorie Top 40 meuk, en We’re Alive doet daar nog een schepje bovenop. Speed Of Light is ook een geslaagde poging om zich van de status rockband te verlossen. Die twijfel wordt nu helemaal weg genomen, ondanks de prima lang uitgerekte gitaarsound halverwege. Het funky Gold wil nog aardig wat goed maken, maar daar kiezen ze uiteindelijk ook voor een toegankelijke benadering.
En toch is de plaat niet helemaal verkeerd. Het vet aangezette That’s My Trouble wil meer aansluiten bij wat ze al vier albums lang laten horen, krachtig en met de precisie van een mitrailleur . De verborgen soul invloeden geven het net dat extra pit wat de song verdiend. Blijkbaar is het nog steeds helemaal hip om te croonen. Het duistere geluid van Love Is All You Love heeft meer het verhalende, waarmee vooral charmeur Russell Marsden de nodige indruk wil maken. Het gaat hem prima af, maar dit kunstje is al in een recent verleden door collega’s beter uitgevoerd. Met het punky Not the Kind of Nothing I Know laat rockdiva Emma Richardson aangenaam van zich horen. Wat wordt haar brutale stem gemist op de plaat. Lekker fel weet ze de song zich helemaal toe te eigenen. Haar onverschillige houding kickt heerlijk tegen de rest van het materiaal aan. Hierdoor weten ze met ongeveer de helft van de plaat voldoende te overtuigen, al liet het ijzersterke begin mij hopen op een prachtige voortzetting. De schedels klinken hier net wat minder gevuld met frisse ideeën die in hun hersenen meer vorm hadden moeten krijgen.
Band of Skulls - Love Is All You Love | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Bangles - All over the Place (1984)

3,5
0
geplaatst: 29 augustus 2018, 16:37 uur
Persoonlijk spreekt mij het beginwerk van The Bangles het meeste aan; Hero Takes A Fall heeft nog een meer wave gericht geluid; ik moet muzikaal zelfs aan een band als The Mission denken.
Het is een stuk rauwer, en voor mij nog meer sprake van een band; later werd het voor mijn gevoel steeds meer Susanna Hoffs en haar vriendinnen.
Wat men vaak vergeet is dat Hoffs niet alleen verantwoordelijk is voor de zang; in principe kunnen alle vier de leden zingen.
Hoffs heeft natuurlijk wel de looks, en dan wordt je al snel het boegbeeld, en ik moet ook wel toegeven dat ze ook voor mij de meest aantrekkelijke zangeres uit de jaren 80 is geweest.
De Paisley Underground invloeden overheersen op de plaat, hier hoor je zeker het jaren 60 geluid van The Byrds in terug.
Bij More Than Meets the Eye moet ik aan The Beach Boys denken, persoonlijk niet helemaal mijn ding, ben dan ook geen liefhebber van die band.
De koortjes doen mij zelfs wat aan R.E.M. denken, samen met The Bangles de band die commercieel het beste wist te scoren met soortgelijke sound, al bouwden beide het uit tot iets eigens.
Een luchtige plaat in de lijn van Go-Go’s met Belinda Carlisle, die waarschijnlijk ook als voorbeeld gediend hebben.
Restless is net wat smeriger en ruiger gespeeld, en vormt een uitzondering.
Het hoogtepunt blijft voor mij Going Down To Liverpool met Debbi Peterson op leadzang, deze hebben ze vervolgens ook nooit meer geëvenaard.
Maar als je de versie van Katrina and The Waves er naast legt, dan valt die ook absoluut niet tegen; die spelen het net wat harder en agressiever, en is misschien net een tikkeltje minder sensueel, maar ook absoluut een aanrader; veel beter dan Walking On Sunshine en het tenenkrommende Shine A Light.
Het is een stuk rauwer, en voor mij nog meer sprake van een band; later werd het voor mijn gevoel steeds meer Susanna Hoffs en haar vriendinnen.
Wat men vaak vergeet is dat Hoffs niet alleen verantwoordelijk is voor de zang; in principe kunnen alle vier de leden zingen.
Hoffs heeft natuurlijk wel de looks, en dan wordt je al snel het boegbeeld, en ik moet ook wel toegeven dat ze ook voor mij de meest aantrekkelijke zangeres uit de jaren 80 is geweest.
De Paisley Underground invloeden overheersen op de plaat, hier hoor je zeker het jaren 60 geluid van The Byrds in terug.
Bij More Than Meets the Eye moet ik aan The Beach Boys denken, persoonlijk niet helemaal mijn ding, ben dan ook geen liefhebber van die band.
De koortjes doen mij zelfs wat aan R.E.M. denken, samen met The Bangles de band die commercieel het beste wist te scoren met soortgelijke sound, al bouwden beide het uit tot iets eigens.
Een luchtige plaat in de lijn van Go-Go’s met Belinda Carlisle, die waarschijnlijk ook als voorbeeld gediend hebben.
Restless is net wat smeriger en ruiger gespeeld, en vormt een uitzondering.
Het hoogtepunt blijft voor mij Going Down To Liverpool met Debbi Peterson op leadzang, deze hebben ze vervolgens ook nooit meer geëvenaard.
Maar als je de versie van Katrina and The Waves er naast legt, dan valt die ook absoluut niet tegen; die spelen het net wat harder en agressiever, en is misschien net een tikkeltje minder sensueel, maar ook absoluut een aanrader; veel beter dan Walking On Sunshine en het tenenkrommende Shine A Light.
Bangles - Greatest Hits (1990)

3,5
0
geplaatst: 23 augustus 2012, 20:24 uur
Altijd Be With You het beste nummer van The Bangles gevonden, maar luisterde laatst deze verzamelaar eens goed, en het blijkt toch wel dat deze niet kan tippen aan Going Down To Liverpool.
Die dromerige samenzang in combinatie met het sterke gitaarwerk maken het geheel af.
Susanna Hoffs past beter in de rol van achtergrondzangeres, al was ze al bij de clip de duidelijke blikvanger.
Blijkbaar vind ik Debbi Peterson (die drumvrouw) een betere zangeres, ook haar stem klinkt krachtiger.
Met de grote hits Eternal Flame en Walk Like The Egyptian heb ik minder, en Manic Monday is geen nummer van The Bangles, maar 100% Prince.
Hazy Shades Of Winter is dan wel weer beter dan de oorspronkelijke versie van Simon & Garfunkel.
Die dromerige samenzang in combinatie met het sterke gitaarwerk maken het geheel af.
Susanna Hoffs past beter in de rol van achtergrondzangeres, al was ze al bij de clip de duidelijke blikvanger.
Blijkbaar vind ik Debbi Peterson (die drumvrouw) een betere zangeres, ook haar stem klinkt krachtiger.
Met de grote hits Eternal Flame en Walk Like The Egyptian heb ik minder, en Manic Monday is geen nummer van The Bangles, maar 100% Prince.
Hazy Shades Of Winter is dan wel weer beter dan de oorspronkelijke versie van Simon & Garfunkel.
Baptiste W. Hamon - Country (2024)

4,0
0
geplaatst: 4 januari 2025, 12:34 uur
De succesjaren van The Judds, de pas overleden Kris Kristofferson en Townes van Zandt liggen al een tijd achter ons. Langzaamaan dringt de country impact vanuit de Verenigde Staten ook in Europa door. Americana wordt al langer gedragen, maar sinds hedendaagse wereldsterren als Lana Del Rey, Beyoncé en zelfs Snoop Dog zich aan dit country genre wagen, wordt het veel breder gedeeld. Ook een Taylor Swift heeft haar roots in de country en die liefde hoor je ook in haar latere werk terug. Een positieve herwaardering van die sound dus, waardoor het genre ook jongeren aanspreekt. In Nederland kennen we natuurlijk het succes van Ilse DeLange, Waylon, hun samenwerking in The Common Linnets en haar steeds bekendere Tuckerville festival. Binnen het veelzijdige Written In Music team pakt Cis van Looy de belangrijkste releases op.
De weg dat de country ook in Frankrijk aanslaat ligt binnen bereik, zeker met artiesten als Baptiste W. Hamon. Daar staat de ontwikkeling van de country nog in de kinderschoenen. Binnen de tradities van chansons hoort ook zeker Baptiste W. Hamon thuis, die daar zijn liefde voor de country aan toevoegt. Na zijn optreden bij het showcase festival Eurosonic gaat het balletje in Nederland aan het rollen en volgen er optredens bij De 2 Meter Sessies, Vrije Geluiden, Into The Great Wide Open, TakeRoot en Ramblin’ Roots. Juist door die Franse achtergrond legt hij meer dan genoeg eigenheid in de tracks, en presenteert hij met zijn 4e plaat Country een album dat volledig in zijn moederstaal gezongen wordt.
Het valt mij op dat de Franse zanger op Country zijn grenzen verlegt en er zelfs een stuk sixties psychedelica aan toevoegt. Sterker nog, de invloed van The Beatles is hoorbaar, er zit nog meer Europa in de liedjes verwerkt. Zo stopt hij er veel eigenheid in en geeft hij een nieuw stukje van zijn inspiratie vrij. Het concert in het Muziekgebouw te Eindhoven op 22 december is slechts een voorproefje van de geplande tour volgend jaar door ons land. Er volgen nog genoeg data om hem live te mogen ervaren.
Fièvre Honky Tonk vertelt op begrijpbare wijze hoe Baptiste W. Hamon door de countrykoorts gegrepen wordt. Het is een eenvoudig gehouden traditioneel pedal steel nummer, waarvoor hij de basis uit zijn optredens in Austin haalt. Het is de opzet om een stukje van die countrybar beleving te ervaren, en daarin is hij absoluut geslaagd. Hij predikt die liefde tevens in het meer gelaagde Oh Que J’aime la Musique Country. Sommige passages doen hierbij denken aan Norwegian Wood van The Beatles. Dat het orgeltje niet helemaal zuiver afgesteld staat, stoort een beetje, maar is hem vergeven. Het is een zwijmelende ode aan grootheden als Waylon Jennings, Willie Nelson, Loretta Lynn en Dolly Parton, die hier gepassioneerd toegezongen worden. Stewball is een herkenbare folk traditional. John Lennon gebruikt de melodielijnen voor de Happy Xmas (War Is Over) kerstklassieker. Baptiste blijft dichter bij het origineel en zijn versie ligt meer in de lijn van de Peter, Paul en Mary folk herbewerking.
Baptiste W. Hamon eert meerdere helden. Het toegankelijke Je Ne Deviendrai Jamais une Super Star is een cover van Eddie Mitchells (Claude Moine). Een Franse zanger die tevens als filmster naamsbekendheid opbouwt. Georges Moustaki is een voorvechter waar de multiculturele verbintenis hoog in het vaandel staat. Baptiste W. Hamon durft zich niet met dit persoonlijke idool te meten, maar draagt op gepaste wijze het sentimentele Je Ne Suis Pas Georges Moustaki hammondorgel nummer aan hem op. Het gejodelde eindstuk geeft aan dat je het allemaal niet te serieus moet opvatten, die komische tint is dan ook typisch Baptiste W. Hamon.
J’connais des Gens komt mede door de samenwerking met Stew Crookes tot stand. De Canadese pedal steel gitarist heeft een verleden in de alternatieve uit Toronto afkomstige countryband One Hundred Dollars opgebouwd. Het is bijzonder dat ook Vincent Pedretti van de partij is. Deze drummer speelt in het duidelijk door The Cure beïnvloedde new wave gezelschap Aline en geeft op Country zijn veelzijdigheid bloot. In het vrolijke beeldende Mes Envies de Ne Rien Faire zit het Franse chanson verleden genoeg verweven en echoot de country vooral op de achtergrond voort.
Bij het duistere Pour Exprimer Ce Qu’est L’amour is dit ook het geval. Een avondwandeling door de verlaten straten van de achterstandswijken van Parijs, waar op gedempte toon muziek uit de lege cafés weerklinkt. De gevoelde trots voor de Franse keuken vormt het belangrijkste ingrediënt voor de psychedelische in jazz doordrenkte Rabbit Pâté sfeerschets, met heerlijke donkere triphop gitaaruitbarstingen. Baptiste W. Hamon strijdt tevens voor gelijke rechten en emancipatie. Arrêter de Faire Semblant is hier een duidelijk bewijs van waar hij nogmaals benadrukt dat het voor iedereen haalbaar moet zijn om deze unieke talenten te tonen. Cultuur is door het rechtse rechtssysteem een ondergeschoven kindje, iets dat zeker ook in Frankrijk het geval is.
Baptiste W. Hamon - Country | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
De weg dat de country ook in Frankrijk aanslaat ligt binnen bereik, zeker met artiesten als Baptiste W. Hamon. Daar staat de ontwikkeling van de country nog in de kinderschoenen. Binnen de tradities van chansons hoort ook zeker Baptiste W. Hamon thuis, die daar zijn liefde voor de country aan toevoegt. Na zijn optreden bij het showcase festival Eurosonic gaat het balletje in Nederland aan het rollen en volgen er optredens bij De 2 Meter Sessies, Vrije Geluiden, Into The Great Wide Open, TakeRoot en Ramblin’ Roots. Juist door die Franse achtergrond legt hij meer dan genoeg eigenheid in de tracks, en presenteert hij met zijn 4e plaat Country een album dat volledig in zijn moederstaal gezongen wordt.
Het valt mij op dat de Franse zanger op Country zijn grenzen verlegt en er zelfs een stuk sixties psychedelica aan toevoegt. Sterker nog, de invloed van The Beatles is hoorbaar, er zit nog meer Europa in de liedjes verwerkt. Zo stopt hij er veel eigenheid in en geeft hij een nieuw stukje van zijn inspiratie vrij. Het concert in het Muziekgebouw te Eindhoven op 22 december is slechts een voorproefje van de geplande tour volgend jaar door ons land. Er volgen nog genoeg data om hem live te mogen ervaren.
Fièvre Honky Tonk vertelt op begrijpbare wijze hoe Baptiste W. Hamon door de countrykoorts gegrepen wordt. Het is een eenvoudig gehouden traditioneel pedal steel nummer, waarvoor hij de basis uit zijn optredens in Austin haalt. Het is de opzet om een stukje van die countrybar beleving te ervaren, en daarin is hij absoluut geslaagd. Hij predikt die liefde tevens in het meer gelaagde Oh Que J’aime la Musique Country. Sommige passages doen hierbij denken aan Norwegian Wood van The Beatles. Dat het orgeltje niet helemaal zuiver afgesteld staat, stoort een beetje, maar is hem vergeven. Het is een zwijmelende ode aan grootheden als Waylon Jennings, Willie Nelson, Loretta Lynn en Dolly Parton, die hier gepassioneerd toegezongen worden. Stewball is een herkenbare folk traditional. John Lennon gebruikt de melodielijnen voor de Happy Xmas (War Is Over) kerstklassieker. Baptiste blijft dichter bij het origineel en zijn versie ligt meer in de lijn van de Peter, Paul en Mary folk herbewerking.
Baptiste W. Hamon eert meerdere helden. Het toegankelijke Je Ne Deviendrai Jamais une Super Star is een cover van Eddie Mitchells (Claude Moine). Een Franse zanger die tevens als filmster naamsbekendheid opbouwt. Georges Moustaki is een voorvechter waar de multiculturele verbintenis hoog in het vaandel staat. Baptiste W. Hamon durft zich niet met dit persoonlijke idool te meten, maar draagt op gepaste wijze het sentimentele Je Ne Suis Pas Georges Moustaki hammondorgel nummer aan hem op. Het gejodelde eindstuk geeft aan dat je het allemaal niet te serieus moet opvatten, die komische tint is dan ook typisch Baptiste W. Hamon.
J’connais des Gens komt mede door de samenwerking met Stew Crookes tot stand. De Canadese pedal steel gitarist heeft een verleden in de alternatieve uit Toronto afkomstige countryband One Hundred Dollars opgebouwd. Het is bijzonder dat ook Vincent Pedretti van de partij is. Deze drummer speelt in het duidelijk door The Cure beïnvloedde new wave gezelschap Aline en geeft op Country zijn veelzijdigheid bloot. In het vrolijke beeldende Mes Envies de Ne Rien Faire zit het Franse chanson verleden genoeg verweven en echoot de country vooral op de achtergrond voort.
Bij het duistere Pour Exprimer Ce Qu’est L’amour is dit ook het geval. Een avondwandeling door de verlaten straten van de achterstandswijken van Parijs, waar op gedempte toon muziek uit de lege cafés weerklinkt. De gevoelde trots voor de Franse keuken vormt het belangrijkste ingrediënt voor de psychedelische in jazz doordrenkte Rabbit Pâté sfeerschets, met heerlijke donkere triphop gitaaruitbarstingen. Baptiste W. Hamon strijdt tevens voor gelijke rechten en emancipatie. Arrêter de Faire Semblant is hier een duidelijk bewijs van waar hij nogmaals benadrukt dat het voor iedereen haalbaar moet zijn om deze unieke talenten te tonen. Cultuur is door het rechtse rechtssysteem een ondergeschoven kindje, iets dat zeker ook in Frankrijk het geval is.
Baptiste W. Hamon - Country | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
bar italia - The Twits (2023)

4,0
1
geplaatst: 10 november 2023, 22:15 uur
Na drie jaar ploeteren, aftasten en bijslijpen verschijnt in mei 2023 dan eindelijk Tracey Denim, de eersteling van bar italia. Met hun mix van psychedelische slaapkamer grunge, Sonic Youth noise en vooruit de nodige gruizige sound effecten, overstijgt dit drietal al snel hun underground positie. Zelf zijn ze niet zo gelukkig met die overdaad aan aandacht. Dat mysterieuze aura welke om het drietal hangt spreekt tevens boekdelen. In interviews wuiven ze de vergelijking met de gelijknamige Pulp song weg. Het is puur toeval dat de band exact dezelfde naam draagt. Het voelt wat ongemakkelijk om daar continu de aandacht op te richten. Laten we het vooral over de muziek hebben, die is bijzonder genoeg.
Het is amper te vatten dat bar italia in een half jaar tijd al zo’n gigantische groeispurt maakt. Het fictieve Tracey Denim personage heeft zich net aan het publiek voorgesteld en nu wordt er al bijna bespottend mee afgerekend. The Twits staat klaar om gelanceerd te worden. Ondanks dat het verlegen schuchtere trio de zangpartijen op het debuut zo gelijk mogelijk verdelen schuiven ze Nina Cristante steeds meer die voortrekkers positierol toe. Met haar verveelde slacker sensualiteit onderscheidt ze zich van haar twee mannelijke collega’s. Hierdoor kunnen Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton zich meer op de gitaarpartijen richten, waardoor hun sound nog breder wordt.
Voor de opnames van The Twits wijken ze twee maanden lang naar het Mallorca vakantieparadijs uit. Als de toeristen zich op de overvolle stranden bevinden nemen ze hun toevlucht in een gehuurd pand. Lekker anoniem, zonder de aandacht van buitenaf jammen en maar kijken waar het schip strandt. Eigenlijk is alleen de druggy feel good hit the summer Hi Fiver shoegazer noise, de groovende Brush w Faith funksessie en de licht psychedelische Madchester kampvuurtrack Jelsy tot dit feesteiland te herleiden. Het verknipte My Little Tony rekent met het verknipte dromerige Tracey Demin karakter af. My Little Tony staat voor vervreemding van de maatschappij. De zelfkant van het bestaan slaat toe en vermorzeld zijn nietige slachtoffers. Het grimmige My Little Tony is het kansloze eindstadium, daarna kan het alleen maar beter worden. De broeierige avondzon schroeit de littekens dicht, en drenkt de track in lugubere songstructuren.
Real House Wibes (Desperate House Vibes) is een soort van coke marriage in heaven. De beklemmende delirium zwaarte als je eigen huis niet meer vertrouwd aanvoelt. Je krijgt het idee dat het gezelschap nog steeds in een eigen pandemie isolement bubbel leeft en niet beseft dat de wereld ondertussen al met een nieuw zelfredzaamheidsprogramma aan de slag gaat. Nina Cristante is de goede fee in dit tweede bar italia nachtsprookje. Twist laat zich als een sensueel liedje voor het slapen gaan lezen. De ziel van Nina Cristante zwerft machteloos smekend als een spookverschijning rond. De Italiaanse zangeres huilt in Twist haar emotionele tranen, zinkt verder verloren in het verdriet weg, laat zich door de gitaren in slaap wiegen, maar houdt de tekst structuur nauwlettend in de gaten. De verhaallijnen wikkelen zich wurgend om haar heen, persen dat laatste beetje aan kracht eruit. Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton verorberen als hongerige bloedzuigers de woorden en spelen hun eigen spel.
Worlds Greatest Emoter bevecht de strijd met de gemene deler in het hoofd. Rammelende surfrock trotseert balancerend de golven, en gaat vervolgens in de indiepop vloed kopje ten onder. Het spannende Shoo schuifelt als een spannende door Nick Cave gedirigeerde jazzdance voorbij. Ook de verzachtende Sounds Like You Had to Be There underground romantiek is tot zijn vroegere The Boys Next Door werk te herleiden. Met het sterk aan The XX gelinkte Glory Hunter maken ze het verschil. Door de gecentraliseerde rust ontstaat er meer diepgang, al ontkracht de klaagzang van de mannelijke tegenhanger dit idee. Het zijn dus niet alleen maar energie vretende zware brokstukken.
Er zit een onverklaarbare donkere gekte in de wisselende vocalisten verscholen. Dronken postpunk waanbeelden wisselen zich met dromerig schitterende vrouwelijkheid af. Deze vijandige driehoeksverhouding zonder huwelijkse voorwaarden wordt door chaotische rommelige tegenstrijdigheden instant gehouden. Afstraffend hard interrumperen ze in elkaars liedjes in, en maken eerder gevormde zinnen monddood. Het zijn die chaotische rommelige tegenstrijdigheden waarmee ze in conflict gaan. Het verstopte rioolputje waar de slijmerige smerigheid als residu achterblijft en de intense schoonheid zich doorheen filtert. Toch verraad deze tweede plaat dus wel de zwaktes. Zonder Nina Cristante vallen de heren verbaal als lelijke emo postpunk rip offs door de mand. Alleen redt de bibberende labiele zangeres het ook niet, dus hebben ze elkaar weldegelijk nodig. The Twits is een impulsieve snelle actie zonder al teveel voorbereidingen. De chemie van de tegengesteldheid.
bar italia - The Twits | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het is amper te vatten dat bar italia in een half jaar tijd al zo’n gigantische groeispurt maakt. Het fictieve Tracey Denim personage heeft zich net aan het publiek voorgesteld en nu wordt er al bijna bespottend mee afgerekend. The Twits staat klaar om gelanceerd te worden. Ondanks dat het verlegen schuchtere trio de zangpartijen op het debuut zo gelijk mogelijk verdelen schuiven ze Nina Cristante steeds meer die voortrekkers positierol toe. Met haar verveelde slacker sensualiteit onderscheidt ze zich van haar twee mannelijke collega’s. Hierdoor kunnen Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton zich meer op de gitaarpartijen richten, waardoor hun sound nog breder wordt.
Voor de opnames van The Twits wijken ze twee maanden lang naar het Mallorca vakantieparadijs uit. Als de toeristen zich op de overvolle stranden bevinden nemen ze hun toevlucht in een gehuurd pand. Lekker anoniem, zonder de aandacht van buitenaf jammen en maar kijken waar het schip strandt. Eigenlijk is alleen de druggy feel good hit the summer Hi Fiver shoegazer noise, de groovende Brush w Faith funksessie en de licht psychedelische Madchester kampvuurtrack Jelsy tot dit feesteiland te herleiden. Het verknipte My Little Tony rekent met het verknipte dromerige Tracey Demin karakter af. My Little Tony staat voor vervreemding van de maatschappij. De zelfkant van het bestaan slaat toe en vermorzeld zijn nietige slachtoffers. Het grimmige My Little Tony is het kansloze eindstadium, daarna kan het alleen maar beter worden. De broeierige avondzon schroeit de littekens dicht, en drenkt de track in lugubere songstructuren.
Real House Wibes (Desperate House Vibes) is een soort van coke marriage in heaven. De beklemmende delirium zwaarte als je eigen huis niet meer vertrouwd aanvoelt. Je krijgt het idee dat het gezelschap nog steeds in een eigen pandemie isolement bubbel leeft en niet beseft dat de wereld ondertussen al met een nieuw zelfredzaamheidsprogramma aan de slag gaat. Nina Cristante is de goede fee in dit tweede bar italia nachtsprookje. Twist laat zich als een sensueel liedje voor het slapen gaan lezen. De ziel van Nina Cristante zwerft machteloos smekend als een spookverschijning rond. De Italiaanse zangeres huilt in Twist haar emotionele tranen, zinkt verder verloren in het verdriet weg, laat zich door de gitaren in slaap wiegen, maar houdt de tekst structuur nauwlettend in de gaten. De verhaallijnen wikkelen zich wurgend om haar heen, persen dat laatste beetje aan kracht eruit. Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton verorberen als hongerige bloedzuigers de woorden en spelen hun eigen spel.
Worlds Greatest Emoter bevecht de strijd met de gemene deler in het hoofd. Rammelende surfrock trotseert balancerend de golven, en gaat vervolgens in de indiepop vloed kopje ten onder. Het spannende Shoo schuifelt als een spannende door Nick Cave gedirigeerde jazzdance voorbij. Ook de verzachtende Sounds Like You Had to Be There underground romantiek is tot zijn vroegere The Boys Next Door werk te herleiden. Met het sterk aan The XX gelinkte Glory Hunter maken ze het verschil. Door de gecentraliseerde rust ontstaat er meer diepgang, al ontkracht de klaagzang van de mannelijke tegenhanger dit idee. Het zijn dus niet alleen maar energie vretende zware brokstukken.
Er zit een onverklaarbare donkere gekte in de wisselende vocalisten verscholen. Dronken postpunk waanbeelden wisselen zich met dromerig schitterende vrouwelijkheid af. Deze vijandige driehoeksverhouding zonder huwelijkse voorwaarden wordt door chaotische rommelige tegenstrijdigheden instant gehouden. Afstraffend hard interrumperen ze in elkaars liedjes in, en maken eerder gevormde zinnen monddood. Het zijn die chaotische rommelige tegenstrijdigheden waarmee ze in conflict gaan. Het verstopte rioolputje waar de slijmerige smerigheid als residu achterblijft en de intense schoonheid zich doorheen filtert. Toch verraad deze tweede plaat dus wel de zwaktes. Zonder Nina Cristante vallen de heren verbaal als lelijke emo postpunk rip offs door de mand. Alleen redt de bibberende labiele zangeres het ook niet, dus hebben ze elkaar weldegelijk nodig. The Twits is een impulsieve snelle actie zonder al teveel voorbereidingen. De chemie van de tegengesteldheid.
bar italia - The Twits | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
bar italia - Tracey Denim (2023)

4,0
5
geplaatst: 17 mei 2023, 15:02 uur
Ondanks dat Bar Italia hun bandnaam aan de gelijknamige song van Pulps internationale doorbraakalbum Different Class te danken heeft, klinken deze Londenaren op hun Quarrel debuutplaat zeker niet standaard Brits. De muziek heeft meer raakvlakken met een dromerige slaapkamer grunge variant. Het is bijzonder dat ze hiermee juist in Groot Brittannië een platencontract bemachtigen, maar zelfs een excentrieke persoonlijkheid als Dean Blunt weet eigenlijk niet goed wat hij met dit gezelschap aan moet. Toch volgen er met het lo-fi Quarrel en het psychedelische Bedhead twee misleidende releases op zijn World Music label, als vervolgens het Amerikaanse Matador interesse toont. Een geschikte kandidaat om volledig tot ontplooiing te komen.
Het gaat ook wel heel erg snel, vergeet niet dat Bar Italia amper drie jaar bestaat, en de gitaristen Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton hun tijd nog eens opsplitsen, omdat ze ook in het Double Virgo project actief zijn. De Italiaanse Nina Cristante is tevens onder het alter ego NINA present en brengt in 2017 Complications uit. Deze release haalt ze alweer snel van Bandcamp, maar met een beetje puzzelwerk zijn de experimentele instrumentale synthpop pianoliedjes wel op internet te vinden. Allemaal interessant voorbereidend werk, waarvan je het belang zeker duidelijk op de nieuwste Tracey Denim aanwinst opmerkt. Ondanks dat ze zelf het podium met gitaar en zang bewonen, ligt de nadruk bij het grimmig melancholische Tracey Denim veel sterker op de ritmische aftellende avondklok begeleiding en zeur brommende baspartijen. Live wordt het fuzzy indierock drietal met een anonieme drummer en dito bassist aangevuld, de oerknal bestaat dus uit Nina Cristante, Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton.
Bar Italia is een novelty act die oude vergaande glorie oppoetst, en op de verjaarde succesjaren van veelzeggende uitgerangeerde collega’s teert. Het stoeiende Guard heeft een heerlijke verkwikkende Madchester beat, waaroverheen Nina Cristante haar geschoolde verknipte NINA pianobasis legt. Guard is dus in alle opzichten een hallucinerende Nina Cristante track. Eigenlijk is die ontwikkeling al op de funkende noisy Nurse single hoorbaar, waar de subtiel geplaatste toetsen voor de intieme nachtelijke straatschemering zorgen. Ook de donkerzweverige Punkt track ziet al eerder het licht. Scharnierpunt Bar Italia brengt de donkere grunge dichter bij de Britpop en schuwt hierbij ook het voorbereidende duistere postpunk pionierswerk en de hallucinerende Spacemen 3 oerknal niet. Het fictieve Tracey Denim figuur weigert om kleur te bekennen, sterker nog, ze elimineert uit de grijze massa alle frisse tinten tot er alleen maar diepzwarte duisternis overblijft. Het is de kunst om daar de schoonheid uit te filteren, deze met vuilsmerig gitaarspel op te schalen en met het publiek te delen. De erfenis van het jaren tachtig voorwerk, en het opbloeien als de jaren negentig zijn deuren opent. Mooier krijg je het niet in je schoot geworpen.
De cynische Yes I Have Eaten So Many Lemons Yes I am So Bitte songtitel geeft treffend de speelse zuurheidsgraad van de tracks weer. Soms moet je het allemaal niet te serieus opvatten en er niet letterlijk teveel achter zoeken. Het zijn allemaal heerlijke cryptische vage teksten in een insomnia drugroes. Moet het dan allemaal kloppend zijn? We hebben hier met muziekbeleving te maken, niet met een steriel chirurgisch werkveld. Gewoon op die spacende sneltrein roadtrip stappen, en maar afwachten waar de weg naartoe leidt. Het heeft haar charme dat Nina Cristante vocaal soms met kromme bogen ruim buiten de lijntjes kleurt, terwijl de klagende mannelijke tegenspelers steeds dieper in de duistere moerasvelden van Robert Smith verdwalen. Gedurfd om hierbij de stemmendifferentiatie te confronteren, de aantrekkingskracht van het afstotingsproces. Tracey Denim belichaamt de dolende romantische zielen van de nacht en kruipt in een vijftiental zoekende personages die we voor het gemak maar met de liedjes aanduiding identificeren. Een veelbelovende voortzetting van een twijfelachtige start.
Bar Italia - Tracey Denim | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het gaat ook wel heel erg snel, vergeet niet dat Bar Italia amper drie jaar bestaat, en de gitaristen Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton hun tijd nog eens opsplitsen, omdat ze ook in het Double Virgo project actief zijn. De Italiaanse Nina Cristante is tevens onder het alter ego NINA present en brengt in 2017 Complications uit. Deze release haalt ze alweer snel van Bandcamp, maar met een beetje puzzelwerk zijn de experimentele instrumentale synthpop pianoliedjes wel op internet te vinden. Allemaal interessant voorbereidend werk, waarvan je het belang zeker duidelijk op de nieuwste Tracey Denim aanwinst opmerkt. Ondanks dat ze zelf het podium met gitaar en zang bewonen, ligt de nadruk bij het grimmig melancholische Tracey Denim veel sterker op de ritmische aftellende avondklok begeleiding en zeur brommende baspartijen. Live wordt het fuzzy indierock drietal met een anonieme drummer en dito bassist aangevuld, de oerknal bestaat dus uit Nina Cristante, Jezmi Tarik Fehmi en Sam Fenton.
Bar Italia is een novelty act die oude vergaande glorie oppoetst, en op de verjaarde succesjaren van veelzeggende uitgerangeerde collega’s teert. Het stoeiende Guard heeft een heerlijke verkwikkende Madchester beat, waaroverheen Nina Cristante haar geschoolde verknipte NINA pianobasis legt. Guard is dus in alle opzichten een hallucinerende Nina Cristante track. Eigenlijk is die ontwikkeling al op de funkende noisy Nurse single hoorbaar, waar de subtiel geplaatste toetsen voor de intieme nachtelijke straatschemering zorgen. Ook de donkerzweverige Punkt track ziet al eerder het licht. Scharnierpunt Bar Italia brengt de donkere grunge dichter bij de Britpop en schuwt hierbij ook het voorbereidende duistere postpunk pionierswerk en de hallucinerende Spacemen 3 oerknal niet. Het fictieve Tracey Denim figuur weigert om kleur te bekennen, sterker nog, ze elimineert uit de grijze massa alle frisse tinten tot er alleen maar diepzwarte duisternis overblijft. Het is de kunst om daar de schoonheid uit te filteren, deze met vuilsmerig gitaarspel op te schalen en met het publiek te delen. De erfenis van het jaren tachtig voorwerk, en het opbloeien als de jaren negentig zijn deuren opent. Mooier krijg je het niet in je schoot geworpen.
De cynische Yes I Have Eaten So Many Lemons Yes I am So Bitte songtitel geeft treffend de speelse zuurheidsgraad van de tracks weer. Soms moet je het allemaal niet te serieus opvatten en er niet letterlijk teveel achter zoeken. Het zijn allemaal heerlijke cryptische vage teksten in een insomnia drugroes. Moet het dan allemaal kloppend zijn? We hebben hier met muziekbeleving te maken, niet met een steriel chirurgisch werkveld. Gewoon op die spacende sneltrein roadtrip stappen, en maar afwachten waar de weg naartoe leidt. Het heeft haar charme dat Nina Cristante vocaal soms met kromme bogen ruim buiten de lijntjes kleurt, terwijl de klagende mannelijke tegenspelers steeds dieper in de duistere moerasvelden van Robert Smith verdwalen. Gedurfd om hierbij de stemmendifferentiatie te confronteren, de aantrekkingskracht van het afstotingsproces. Tracey Denim belichaamt de dolende romantische zielen van de nacht en kruipt in een vijftiental zoekende personages die we voor het gemak maar met de liedjes aanduiding identificeren. Een veelbelovende voortzetting van een twijfelachtige start.
Bar Italia - Tracey Denim | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Barely Autumn - Day Trip to the Petting Zoo (2020)

4,0
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 18:38 uur
Brusselaren Barely Autumn produceren op hun gelijk genaamde debuut nog sfeervolle herfststukjes, en sieren de tracks op met kastanjebruine tinten. Op hun tweede album Day Trip to the Petting Zoo kijken ze heel wat breder naar de wereld. Om te voorkomen dat ze geëtiketteerd worden als dromerige licht deprimerende navelstaarders, stoppen ze er direct de nodige verfrissing in. Deze is het beste terug te horen in de meer elektronische invalshoek. En geloof mij, dit is absoluut geen aanval op hun eersteling. Daarmee wisten ze terecht al iedereen te overrompelen. Dit is een staande ovatie voor een act die besluit om niet te profiteren van hun aangewoekerde succes, en een grote stap in een nieuwe richting durft te zetten.
Om de vergelijkingen met andere bands tegen te gaan, ruimt Nico Kennes al direct in opener Alix flink op en gooit er de retro stofzuiger doorheen. Het krijgt hierdoor een aangenaam shoegazer tintje. Om alle twijfel weg te nemen en nog meer te overtuigen laat hij de gitaar ook nog eens flink uit de bocht soleren. Zo, schoon schip gemaakt! Barely Autumn bevestigd met hun gloednieuwe tweede plaat dat ze wel degelijk een eigen geluid bezitten, en tot de top van de hedendaagse Belgische indie scene behoren.
Met een drumcomputer als basis zetten ze een klein gehouden intiem sfeertje neer met Crucified. Heerlijk hoe ze zich weten uit te leven met een stemvervormer en voorgeprogrammeerde blikkerige elektronische instrumenten. Werden deze lang geleden gebruikt vanwege het gebrek aan echte muzikanten, nu is het voornamelijk het nostalgische gevoel wat overheerst. En eigenlijk maakt het hierbij ook niks uit of de xylofoon uit een kastje komt, of dat Dirk Timmermans met zijn trompet daadwerkelijk in de studio staat. Er zit iets dreigends in verwerkt, wat het geheel alleen maar ten goede komt, langzaam kruipt het als een indringer steeds meer onder je huid. De doodse zang weet dit perfect te accentueren.
Grown weet de postpunk te mengen met meer toegankelijke vocalen, waardoor de kille grauwheid van de omlijsting toch iets levendigs krijgt, al zorgt het dynamische gitaargeweld van Robbe Malschaert daar ook wel voor. Die extra gitarist zorgt hoe dan ook voor een meer stevigere sound, ook in Abortion Coffee mag hij zich volledig uitleven, waardoor ze meer aansluiting lijken te zoeken met de gitaar gerichte indie sound uit de jaren negentig. Deze basis hoor je zeker ook terug in de zang van Tinder, al sluit die muzikale omlijsting weer sterk op de zware retro wave van Crucified aan.
Ingetogen wordt er met All There Is toegewerkt naar een hemelse krachtexplosie die zijn vervolg krijgt in het instrumentale Out Of Love And Out Of Shape waar juist de serene rust wordt opgezocht. Zelf ben ik geen voorstander van kinderkoortjes, maar hoe die hier door de samplermachine als gemalen vleesworst een soortgelijk beangstigend geluid oproepen heeft wel een mooie mysterieuze toevoegende waarde. Barely Autumn heeft het basispakket met Day Trip to the Petting Zoo flink uitgebreid, en vervolgt zijn kruistocht om meer zieltjes te winnen. Bijna herfst? In ieder geval nog lang geen zomer.
Barely Autumn - Day Trip to the Petting Zoo | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Om de vergelijkingen met andere bands tegen te gaan, ruimt Nico Kennes al direct in opener Alix flink op en gooit er de retro stofzuiger doorheen. Het krijgt hierdoor een aangenaam shoegazer tintje. Om alle twijfel weg te nemen en nog meer te overtuigen laat hij de gitaar ook nog eens flink uit de bocht soleren. Zo, schoon schip gemaakt! Barely Autumn bevestigd met hun gloednieuwe tweede plaat dat ze wel degelijk een eigen geluid bezitten, en tot de top van de hedendaagse Belgische indie scene behoren.
Met een drumcomputer als basis zetten ze een klein gehouden intiem sfeertje neer met Crucified. Heerlijk hoe ze zich weten uit te leven met een stemvervormer en voorgeprogrammeerde blikkerige elektronische instrumenten. Werden deze lang geleden gebruikt vanwege het gebrek aan echte muzikanten, nu is het voornamelijk het nostalgische gevoel wat overheerst. En eigenlijk maakt het hierbij ook niks uit of de xylofoon uit een kastje komt, of dat Dirk Timmermans met zijn trompet daadwerkelijk in de studio staat. Er zit iets dreigends in verwerkt, wat het geheel alleen maar ten goede komt, langzaam kruipt het als een indringer steeds meer onder je huid. De doodse zang weet dit perfect te accentueren.
Grown weet de postpunk te mengen met meer toegankelijke vocalen, waardoor de kille grauwheid van de omlijsting toch iets levendigs krijgt, al zorgt het dynamische gitaargeweld van Robbe Malschaert daar ook wel voor. Die extra gitarist zorgt hoe dan ook voor een meer stevigere sound, ook in Abortion Coffee mag hij zich volledig uitleven, waardoor ze meer aansluiting lijken te zoeken met de gitaar gerichte indie sound uit de jaren negentig. Deze basis hoor je zeker ook terug in de zang van Tinder, al sluit die muzikale omlijsting weer sterk op de zware retro wave van Crucified aan.
Ingetogen wordt er met All There Is toegewerkt naar een hemelse krachtexplosie die zijn vervolg krijgt in het instrumentale Out Of Love And Out Of Shape waar juist de serene rust wordt opgezocht. Zelf ben ik geen voorstander van kinderkoortjes, maar hoe die hier door de samplermachine als gemalen vleesworst een soortgelijk beangstigend geluid oproepen heeft wel een mooie mysterieuze toevoegende waarde. Barely Autumn heeft het basispakket met Day Trip to the Petting Zoo flink uitgebreid, en vervolgt zijn kruistocht om meer zieltjes te winnen. Bijna herfst? In ieder geval nog lang geen zomer.
Barely Autumn - Day Trip to the Petting Zoo | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Barrie - Barbara (2022)

3,0
0
geplaatst: 22 april 2022, 02:37 uur
Dat het ontiegelijk spannend en lastig is om helemaal alleen de eerste stappen in de muziek business te zetten beseft singer-songwriter Barrie Lindsay maar al te goed. Samen met vier muziekvrienden gaat ze met een tiental tracks aan de slag om deze op Happy To Be Here samen te brengen. Dromerige zachte vocalen vormen het achtergrond decor en het lijkt erop dat Barrie Lindsay verwacht dat de muzikale omlijstingen haar wel in dit proces zullen redden. Al snel komt de zelfreflecterende softpopzangeres op pijnlijke wijze tot de conclusie dat het goedkoop klinkende arty-farty studentengeneuzel hier niet werkt. Een te hoog new age folky dreampop gehalte, de ultieme Barrie Lindsay droom gruwelijk dwars liggend.
De smoezelige heteluchtballonliedjes hebben slechts een kleine speldenprik nodig om uiteen te spatten. Het waardige afscheid is dan ook geen doordringende oerknal, maar een klein nasissend einde. Noah Prebish gaat met zijn Psymon Spine project verder, Sabine Holler voegt zich bij het gezelschap en brengen al snel Charismatic Megafauna uit waarin Barrie Lindsay een secundaire rol vervult. Barrie is een eenzaam eenmansproject geworden van een bezinnende zangeres, verdiepende in de te nemen vervolgstappen. En dan klopt de liefde aan de deur, vervaagd de deprimerende stemming tot een minimum, geneest Barrie Lindsay van de neerslachtigheid en geeft ze daar al het gehoopte wereldgeluk voor terug.
Het triggerpunt, Gaby Smith genaamd, is als zangeres van Gabby’s World bekend met het artiestenbestaan. Als kersverse echtgenoot overtuigt ze haar partner om de introverte dreampop te vervangen door levendige indierock songs. Barbara is nog net zo lief en onschuldig als de eersteling, met het grote verschil dat de schattige Barrie Lindsay nu met een meer extrovert jaren tachtig synthpopgeluid scoort. De zangeres heeft in de tussenliggende drie jaar geleerd dat ze haar stem als een waar instrument kan gebruiken, de emoties van meerdere lagen te voorzien en vooral waar ze spanning en diepgang toevoegt. En dan schrijft een plaat zich eigenlijk vanzelf.
Hoe sprankelend kan een herstart wel niet klinken? Jersey neemt afscheid van het dromerige verleden. Weg met die intieme zwoele slaapkamerliedjes, juich het nieuwe leven toe! De donkere kenmerkende bas-uithoeken vertikken het om zich buiten te laten sluiten, maar worden uiteindelijk overspoeld door een vloedgolf aan luie postpunk hangmat gitaarakkoorden. Dat is toch wel het eindeloze zomergevoel van Barbara, later nog versterkt in het vreugdige Dig geluid. Het rijkelijk met instrumenten vullende Harp 2 symboliseert het nieuwe leven, de lente, de wederopstanding. Prehistorische aerobics eighties new wave van Frankie eigent nog meer warme licht doorlatende zonnestralen toe. Op deze nieuwe speelplaats is ruimte voor staalpercussie en uitgerekte synthesizer sfeervelden, die het nostalgische gevoel alleen maar versterken.
Het ingetogen Jenny heeft wel die Happy to Be Here intimiteit, alleen dan in de volgroeide fase. Een prachtige volwassen performance met Gaby Smith als melodieuze compagnon. Blijkbaar passen niet alleen de karakters bij elkaar, maar vloeien ook de stemmen mooi in elkaar over. Het persoonlijke Concrete bespreekt de toekomstangsten, met de dood als natuurlijke vijand welke haar vader met zich mee die eeuwige duisternis intrekt. Het avontuurlijke elektrobommetje Basketball wijkt af van het risicoloze patroon en laat een prachtige huiveringwekkende mooie intense kille kant van haar zien. Toch mis ik de echte uitdagende songs ook op Barbara, waardoor Barrie amper de middenmoot overstijgt.
Barrie - Barbara | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
De smoezelige heteluchtballonliedjes hebben slechts een kleine speldenprik nodig om uiteen te spatten. Het waardige afscheid is dan ook geen doordringende oerknal, maar een klein nasissend einde. Noah Prebish gaat met zijn Psymon Spine project verder, Sabine Holler voegt zich bij het gezelschap en brengen al snel Charismatic Megafauna uit waarin Barrie Lindsay een secundaire rol vervult. Barrie is een eenzaam eenmansproject geworden van een bezinnende zangeres, verdiepende in de te nemen vervolgstappen. En dan klopt de liefde aan de deur, vervaagd de deprimerende stemming tot een minimum, geneest Barrie Lindsay van de neerslachtigheid en geeft ze daar al het gehoopte wereldgeluk voor terug.
Het triggerpunt, Gaby Smith genaamd, is als zangeres van Gabby’s World bekend met het artiestenbestaan. Als kersverse echtgenoot overtuigt ze haar partner om de introverte dreampop te vervangen door levendige indierock songs. Barbara is nog net zo lief en onschuldig als de eersteling, met het grote verschil dat de schattige Barrie Lindsay nu met een meer extrovert jaren tachtig synthpopgeluid scoort. De zangeres heeft in de tussenliggende drie jaar geleerd dat ze haar stem als een waar instrument kan gebruiken, de emoties van meerdere lagen te voorzien en vooral waar ze spanning en diepgang toevoegt. En dan schrijft een plaat zich eigenlijk vanzelf.
Hoe sprankelend kan een herstart wel niet klinken? Jersey neemt afscheid van het dromerige verleden. Weg met die intieme zwoele slaapkamerliedjes, juich het nieuwe leven toe! De donkere kenmerkende bas-uithoeken vertikken het om zich buiten te laten sluiten, maar worden uiteindelijk overspoeld door een vloedgolf aan luie postpunk hangmat gitaarakkoorden. Dat is toch wel het eindeloze zomergevoel van Barbara, later nog versterkt in het vreugdige Dig geluid. Het rijkelijk met instrumenten vullende Harp 2 symboliseert het nieuwe leven, de lente, de wederopstanding. Prehistorische aerobics eighties new wave van Frankie eigent nog meer warme licht doorlatende zonnestralen toe. Op deze nieuwe speelplaats is ruimte voor staalpercussie en uitgerekte synthesizer sfeervelden, die het nostalgische gevoel alleen maar versterken.
Het ingetogen Jenny heeft wel die Happy to Be Here intimiteit, alleen dan in de volgroeide fase. Een prachtige volwassen performance met Gaby Smith als melodieuze compagnon. Blijkbaar passen niet alleen de karakters bij elkaar, maar vloeien ook de stemmen mooi in elkaar over. Het persoonlijke Concrete bespreekt de toekomstangsten, met de dood als natuurlijke vijand welke haar vader met zich mee die eeuwige duisternis intrekt. Het avontuurlijke elektrobommetje Basketball wijkt af van het risicoloze patroon en laat een prachtige huiveringwekkende mooie intense kille kant van haar zien. Toch mis ik de echte uitdagende songs ook op Barbara, waardoor Barrie amper de middenmoot overstijgt.
Barrie - Barbara | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Barrie - Happy To Be Here (2019)

3,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 08:00 uur
Dat de zomer niet meer zo lang op zich laat wachten is steeds meer op te merken in de aankomende releases. Het is duidelijk tijd voor de luchtigere albums. Barrie weet op een prettige manier hun dreampop te vermengen met een factor 50 aan zonsgevoeligheid. Doseer dit met mate om tot een aangenaam resultaat te komen. Happy To Be Here is meer dan een uit de hand gelopen soloproject van de uit Brooklyn afkomstige Barrie Lindsay. Dit jeugdig ogende vijfmans project verblijd de muziekliefhebber met popliedjes die overheerst worden door zweverige jaren tachtig invloeden, verpakt in een hedendaags kleurig zomerjasje. Hierin is tevens ruimte voor lichte funky gitaareffecten uit dezelfde periode, wat zich duidelijk laat terug horen in opener Darjeeling. Jazzy gepingel wil Clovers verfrissing toedienen. Het is allemaal behoorlijk snoezelig en pluche verpakt in toverballen songs. Met af en toe een muzikaal kleurtje welke je op dat moment niet verwacht; zoals de synthgitaar in Chinatown.
Hun softpop mixt prettig op de gemoedstoestand. Dat het allemaal flinterdun klinkt is niet storend. Het is nostalgie wat overheerst. Walkman aan, repeatfunctie, zonnebril op, met op de verre achtergrond kinderen spelend op het strand. Ogen dicht, en genieten maar. Een knipoog naar ouderwetse Italodisco. New Age dominantie in het ambient opgeleukte Casino Run. Radiovriendelijke nietszeggendheid waarbij de diepgang bewust lijkt geëlimineerd. En het werkt allemaal prima. Na een drukke werkdag wil je geen schreeuwerige diskjockeys horen die je door de files heen werken. Er is meer behoefte aan rust in je hoofd, om ontspannen thuis te komen. Fijn om dan die voordeur weer te openen; Happy To Be Here. Barrie heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Nergens springt de plaat er bovenuit, waardoor het allemaal behoorlijk vlak blijft. Het is mij allemaal te blij. Vergelijkbaar met het ontwaken uit een prettige droom, en die na vijf minuten alweer vergeten zijn.
Barrie - Happy To Be Here | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Hun softpop mixt prettig op de gemoedstoestand. Dat het allemaal flinterdun klinkt is niet storend. Het is nostalgie wat overheerst. Walkman aan, repeatfunctie, zonnebril op, met op de verre achtergrond kinderen spelend op het strand. Ogen dicht, en genieten maar. Een knipoog naar ouderwetse Italodisco. New Age dominantie in het ambient opgeleukte Casino Run. Radiovriendelijke nietszeggendheid waarbij de diepgang bewust lijkt geëlimineerd. En het werkt allemaal prima. Na een drukke werkdag wil je geen schreeuwerige diskjockeys horen die je door de files heen werken. Er is meer behoefte aan rust in je hoofd, om ontspannen thuis te komen. Fijn om dan die voordeur weer te openen; Happy To Be Here. Barrie heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Nergens springt de plaat er bovenuit, waardoor het allemaal behoorlijk vlak blijft. Het is mij allemaal te blij. Vergelijkbaar met het ontwaken uit een prettige droom, en die na vijf minuten alweer vergeten zijn.
Barrie - Happy To Be Here | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Basia Bulat - The Garden (2022)

4,0
0
geplaatst: 24 februari 2022, 16:53 uur
Liedjes komen niet alleen in de studio tot ontplooiing, daar wordt dan wel de basis gelegd, maar de muzikale ontwikkeling is veelal een later traject. De luisteraar omhelst vervolgens de songs, etiketteert deze en geeft er een persoonlijk waardeoordeel aan. Ook artiesten blijven alsmaar in beweging en ontwikkeling, en zo kan een tekst een aantal jaar later een totaal andere betekenis hebben, zelfs intenser binnenkomen.
The Garden is de zesde studioplaat van de Canadese uit Toronto afkomstige singer-songwriter Basia Bulat. Het titelnummer The Garden verschijnt al zes jaar eerder op Good Advice en staat voor een nieuwe start, het verleden afsluiten en verder vooruit kijken. De bloemen hebben zich gehuisvest, het is nu zaak om deze voor het overwoekerende onkruid te behoeden. Het hoge gras is gemaaid, en het oude hek is ondertussen aan vervanging toe. Die nieuwe aanpak laat een volwassen zangeres horen, de gerijptheid overstemd de onschuld. Teruggesnoeid en kaler. De mijmerende toekomstdroom is vertrouwde realiteit geworden.
Basia Bulat wandelt overzichtelijk door haar nummers heen, consumeert ze hier en daar met de nodige extra liefde en rijke voedingsstoffen. Het is de kunst om de juiste tracks aan elkaar voor te stellen en te koppelen zodat er een overstemmend geheel ontstaat. De strijkers geven er een aangename herfsttint aan, ze laten het geheel in de dirigerende geluidsgolven van Mark Lawson zweven en meevoeren, een ervaringsdeskundige die in het verleden ook al de producerrol van Good Advice en Tall Tall Shadow op zich nam. Toch geeft het tevens een voltooid eindreis gevoel mee, als de melodieën aarden, vluchtig vervagen en uiteindelijk afsterven. Klaar voor een opkomende lente, waar de vertakkingen alsmaar in beweging blijven. Loslaten en opnieuw omarmen. Oud bruin en herboren groen. De folky vertellingen worden in een klassiek boekwerk gebundeld.
Het Infamous verwachtingspatroon is bijgesteld, natuurlijk ga je voor die 15 minuten van roem, de keuze om voor een dag de held te willen zijn. Tevredenstellende berusting vervangt het enthousiaste streven en verbreed de realiteitsvisie. Subjectieve jonge honden mentaliteit is opgeofferd voor wijze afstandige objectiviteit, levenservaringen rijker. De folky country van On My Own is dreigender qua opzet, de lege botten en omhullende vioolschaduwen vormen hier nu een griezelig afbreekbaar fundament; door de tijdsgeest aangetast. Opeens staat ze midden in de opkomende The Shore storm, en behoort het veilig gepast toekijken tot vastgelegde momentopnames.
The Garden blijft in beweging, seizoenen komen en verdwijnen weer. Een nieuw jaargetijde, een nieuwe periode. Een jaar wijzer en het herfstverval is bedekt door een koud opruimend winterlaagje. Oud zeer begraaft zichzelf om plaats te maken voor pril onwetendheid. De nachtelijke geheimen laten de langere dagen ontwaken. Deze levenscyclus herhaalt zichzelf in natuurlijke jaarringen en ouderdomsrimpels. Het groene gras aan de overkant is gemarkeerd door verwilderde gewassen, waar doorheen paddenstoelen hun sporen nalaten. Gevestigde songs werken aan een vertrouwd nageslacht. De woorden van Basia Bulat krijgen alleen maar meer betekenis door de warme, bijna moederlijke benadering, een erfenis die ze onbewust hier al haar dochter schenkt. The Garden is daardoor veel meer dan een bloemlezing uit eerder werk, en overstijgt het verzamelalbum begrip.
Basia Bulat - The Garden | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
The Garden is de zesde studioplaat van de Canadese uit Toronto afkomstige singer-songwriter Basia Bulat. Het titelnummer The Garden verschijnt al zes jaar eerder op Good Advice en staat voor een nieuwe start, het verleden afsluiten en verder vooruit kijken. De bloemen hebben zich gehuisvest, het is nu zaak om deze voor het overwoekerende onkruid te behoeden. Het hoge gras is gemaaid, en het oude hek is ondertussen aan vervanging toe. Die nieuwe aanpak laat een volwassen zangeres horen, de gerijptheid overstemd de onschuld. Teruggesnoeid en kaler. De mijmerende toekomstdroom is vertrouwde realiteit geworden.
Basia Bulat wandelt overzichtelijk door haar nummers heen, consumeert ze hier en daar met de nodige extra liefde en rijke voedingsstoffen. Het is de kunst om de juiste tracks aan elkaar voor te stellen en te koppelen zodat er een overstemmend geheel ontstaat. De strijkers geven er een aangename herfsttint aan, ze laten het geheel in de dirigerende geluidsgolven van Mark Lawson zweven en meevoeren, een ervaringsdeskundige die in het verleden ook al de producerrol van Good Advice en Tall Tall Shadow op zich nam. Toch geeft het tevens een voltooid eindreis gevoel mee, als de melodieën aarden, vluchtig vervagen en uiteindelijk afsterven. Klaar voor een opkomende lente, waar de vertakkingen alsmaar in beweging blijven. Loslaten en opnieuw omarmen. Oud bruin en herboren groen. De folky vertellingen worden in een klassiek boekwerk gebundeld.
Het Infamous verwachtingspatroon is bijgesteld, natuurlijk ga je voor die 15 minuten van roem, de keuze om voor een dag de held te willen zijn. Tevredenstellende berusting vervangt het enthousiaste streven en verbreed de realiteitsvisie. Subjectieve jonge honden mentaliteit is opgeofferd voor wijze afstandige objectiviteit, levenservaringen rijker. De folky country van On My Own is dreigender qua opzet, de lege botten en omhullende vioolschaduwen vormen hier nu een griezelig afbreekbaar fundament; door de tijdsgeest aangetast. Opeens staat ze midden in de opkomende The Shore storm, en behoort het veilig gepast toekijken tot vastgelegde momentopnames.
The Garden blijft in beweging, seizoenen komen en verdwijnen weer. Een nieuw jaargetijde, een nieuwe periode. Een jaar wijzer en het herfstverval is bedekt door een koud opruimend winterlaagje. Oud zeer begraaft zichzelf om plaats te maken voor pril onwetendheid. De nachtelijke geheimen laten de langere dagen ontwaken. Deze levenscyclus herhaalt zichzelf in natuurlijke jaarringen en ouderdomsrimpels. Het groene gras aan de overkant is gemarkeerd door verwilderde gewassen, waar doorheen paddenstoelen hun sporen nalaten. Gevestigde songs werken aan een vertrouwd nageslacht. De woorden van Basia Bulat krijgen alleen maar meer betekenis door de warme, bijna moederlijke benadering, een erfenis die ze onbewust hier al haar dochter schenkt. The Garden is daardoor veel meer dan een bloemlezing uit eerder werk, en overstijgt het verzamelalbum begrip.
Basia Bulat - The Garden | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Bat for Lashes - The Dream of Delphi (2024)

3,5
0
geplaatst: 18 juni 2024, 16:21 uur
De carrière van Bat For Lashes, het muzikale alias van Natasha Kahn, heeft een mooi voorspoedig verloop. Al vanaf het Fur and Gold debuut wordt ze door collega’s bejubeld en mag ze zelfs Scott Walker onder haar fans scharen waarmee ze voor Two Suns het theatrale The Big Sleep duet opneemt. Voor The Haunted Man schakelt ze de hulp van PJ Harvey producent Rob Ellis in. Lost Girls sluit haar zo lang mogelijk uitgestelde tienertijd af, en als bijna veertiger bereidt ze zich in Los Angeles dus op haar aanstaande moederschap voor.
Dat het leven vanaf de geboorte van je eerste kind totaal verandert kunnen alle ouders beamen. Alles dat voorheen relevant was vervaagt en daar komen nieuwe belangrijke normen en waardes voor in de plaats. De emotionele hormoonhuishouding raakt vooral bij vrouwen verstoord. Midden in de eerste pandemiezomer bevalt Natasha Khan van haar dochter Delphi. Deze gebeurtenis vormt de leidraad op de zesde Bat for Lashes plaat The Dream of Delphi.
Ze schenkt haar dochter een onzeker toekomstperspectief. De wereld rouwt om de gewelddadige dood van George Floyd, Donald Trump maakt het verschil tussen rijk en arm alleen maar groter, en daar komt dus ook nog die vervelende corona spelbreker bij. Hierdoor draait het op Bat for Lashes vooral om tegenstrijdigheden. De dood staat haaks op de geboorte. Het geluk kijkt het verdriet in de ogen. Onzekerheid verstoort de gehoopte zekerheden. Is Delphi klaar voor deze maatschappij die zichzelf verder de vernieling in helpt? Natasha Khan zingt haar vredig elke avond in slaap met lieve liedjes over zoete dromen; The Dream of Delphi.
Het The Dream of Delphi triphop titelstuk bezit een speels kindvriendelijke opbouw met repeterende synths en de vertederende vocale kracht van Natasha Khan. Het is de kwetsbaarheid van een moeder die een deel van zichzelf aan een nieuw bestaan opoffert. The Dream of Delphi heeft ook iets beangstigend, de geborgen vrijheid is verbroken, de navelstreng doorgeknipt. Nadreunende beats nemen de hartslag over. Welkom in de wereld van Bat for Lashes 2.0. Het is onwennig, maar tegelijkertijd zo vanzelfsprekend. Twee harten kloppen als één, eerst nog aan elkaar verbonden, vervolgens begint het loslaten.
Christmas Day, het cadeautje aan de mensheid. Een folky ontdekkingstocht waar de piano aan de basis staat. Waarschijnlijk geeft dit instrument die zachtheid wel het beste weer. Bijzonder hoe Natasha Khan in haar kraambed al haar testament aan het nageslacht schrijft. Letter to My Daughter is klein, intiem en ontroerend. Zo lang mogelijk die kosmische energie vasthouden. De onbreekbare moeder en kind relatie. De track springt lichtvoetig op en neer. Zoveel nieuwe indrukken, een veelvoud aan bewogenheid. Letter to My Daughter is kanaliseren en aarden. Her First Morning zijn de adembenemende eerste stappen in de buitenwereld, waar woordbegrip en zinsbesef nog ontbreken. Onbevlekte pure schoonheid.
Het klassieke At Your Feet vindt zijn oorsprong in het hallucinerende effect van de slapeloze nachten en het meezingende engelengeduld waar Delphi alle aandacht claimt. Slaapwandelend wiegend genietend in de new age bewustwording van Delphi Dancing. De hemelse sprookjesachtige The Midwives Have Left leegte eist een onherkenbaar stukje aan verantwoordelijkheidsgevoel op. Alles is veranderd, niks zal meer hetzelfde zijn. Het onvermijdelijke zet zich in de trieste Breaking Up en Waking Up scheidingssongs voort. In het jaren tachtig gekleurde Breaking Up neemt de sensueel kronkelende saxofoon van Logan Hone de zangpartijen voor zijn rekening. Soms komen woorden te hard rakend binnen, en dan is dit de ideale uitweg. Het complexe Waking Up is de letterlijke klap in het gezicht, de reorganisatie van het gedeelde co-ouderschap. Jammer dat Natasha Khan die verbale confrontatie niet aangaat en dit aan de instrumentatie uitleent.
Niet alles is even beladen. Home is een bewerking van een vrolijke Baauer compositie waar dochterlief enthousiast op reageert. Natasha Khan voegt er slechts wat diepgang aan toe. The Dream of Delphi voelt echter niet als een vanzelfsprekend Lost Girls vervolg aan. Door het grote aandeel aan instrumentale stukken heeft het vooral iets van spirituele bezinning. Het gezinsgeluk staat op de voorgrond, en als dat niet haalbaar is, zet Natasha Khan haar zinnen vooral op de afgeschermde intimiteit van de relatie met haar dochter. Zoals ik al eerder aangeef is het verleden niet relevant meer, in de wereld van Bat for Lashes 2.0 is de spanning veelal geëlimineerd en staat de vertroetelende schoonheid centraal. Hopelijk breekt die roze wolk in de toekomst in tweeën, het is nu een tikkeltje te veilig.
Bat for Lashes - The Dream of Delphi | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Dat het leven vanaf de geboorte van je eerste kind totaal verandert kunnen alle ouders beamen. Alles dat voorheen relevant was vervaagt en daar komen nieuwe belangrijke normen en waardes voor in de plaats. De emotionele hormoonhuishouding raakt vooral bij vrouwen verstoord. Midden in de eerste pandemiezomer bevalt Natasha Khan van haar dochter Delphi. Deze gebeurtenis vormt de leidraad op de zesde Bat for Lashes plaat The Dream of Delphi.
Ze schenkt haar dochter een onzeker toekomstperspectief. De wereld rouwt om de gewelddadige dood van George Floyd, Donald Trump maakt het verschil tussen rijk en arm alleen maar groter, en daar komt dus ook nog die vervelende corona spelbreker bij. Hierdoor draait het op Bat for Lashes vooral om tegenstrijdigheden. De dood staat haaks op de geboorte. Het geluk kijkt het verdriet in de ogen. Onzekerheid verstoort de gehoopte zekerheden. Is Delphi klaar voor deze maatschappij die zichzelf verder de vernieling in helpt? Natasha Khan zingt haar vredig elke avond in slaap met lieve liedjes over zoete dromen; The Dream of Delphi.
Het The Dream of Delphi triphop titelstuk bezit een speels kindvriendelijke opbouw met repeterende synths en de vertederende vocale kracht van Natasha Khan. Het is de kwetsbaarheid van een moeder die een deel van zichzelf aan een nieuw bestaan opoffert. The Dream of Delphi heeft ook iets beangstigend, de geborgen vrijheid is verbroken, de navelstreng doorgeknipt. Nadreunende beats nemen de hartslag over. Welkom in de wereld van Bat for Lashes 2.0. Het is onwennig, maar tegelijkertijd zo vanzelfsprekend. Twee harten kloppen als één, eerst nog aan elkaar verbonden, vervolgens begint het loslaten.
Christmas Day, het cadeautje aan de mensheid. Een folky ontdekkingstocht waar de piano aan de basis staat. Waarschijnlijk geeft dit instrument die zachtheid wel het beste weer. Bijzonder hoe Natasha Khan in haar kraambed al haar testament aan het nageslacht schrijft. Letter to My Daughter is klein, intiem en ontroerend. Zo lang mogelijk die kosmische energie vasthouden. De onbreekbare moeder en kind relatie. De track springt lichtvoetig op en neer. Zoveel nieuwe indrukken, een veelvoud aan bewogenheid. Letter to My Daughter is kanaliseren en aarden. Her First Morning zijn de adembenemende eerste stappen in de buitenwereld, waar woordbegrip en zinsbesef nog ontbreken. Onbevlekte pure schoonheid.
Het klassieke At Your Feet vindt zijn oorsprong in het hallucinerende effect van de slapeloze nachten en het meezingende engelengeduld waar Delphi alle aandacht claimt. Slaapwandelend wiegend genietend in de new age bewustwording van Delphi Dancing. De hemelse sprookjesachtige The Midwives Have Left leegte eist een onherkenbaar stukje aan verantwoordelijkheidsgevoel op. Alles is veranderd, niks zal meer hetzelfde zijn. Het onvermijdelijke zet zich in de trieste Breaking Up en Waking Up scheidingssongs voort. In het jaren tachtig gekleurde Breaking Up neemt de sensueel kronkelende saxofoon van Logan Hone de zangpartijen voor zijn rekening. Soms komen woorden te hard rakend binnen, en dan is dit de ideale uitweg. Het complexe Waking Up is de letterlijke klap in het gezicht, de reorganisatie van het gedeelde co-ouderschap. Jammer dat Natasha Khan die verbale confrontatie niet aangaat en dit aan de instrumentatie uitleent.
Niet alles is even beladen. Home is een bewerking van een vrolijke Baauer compositie waar dochterlief enthousiast op reageert. Natasha Khan voegt er slechts wat diepgang aan toe. The Dream of Delphi voelt echter niet als een vanzelfsprekend Lost Girls vervolg aan. Door het grote aandeel aan instrumentale stukken heeft het vooral iets van spirituele bezinning. Het gezinsgeluk staat op de voorgrond, en als dat niet haalbaar is, zet Natasha Khan haar zinnen vooral op de afgeschermde intimiteit van de relatie met haar dochter. Zoals ik al eerder aangeef is het verleden niet relevant meer, in de wereld van Bat for Lashes 2.0 is de spanning veelal geëlimineerd en staat de vertroetelende schoonheid centraal. Hopelijk breekt die roze wolk in de toekomst in tweeën, het is nu een tikkeltje te veilig.
Bat for Lashes - The Dream of Delphi | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Bauhaus - In the Flat Field (1980)

4,0
2
geplaatst: 6 april 2012, 16:08 uur
Als ik de muziek van Double Dare hoor moet ik eerder aan The Birthday Party denken.
Vies, smerig en slepend.
Blijkbaar is Nick Cave niet de enige holbewoner.
In zijn nachtelijke onrust wordt hij regelmatig gestoord door de rondvliegende vleermuizen van Bauhaus.
Als demonische bloedzuigers vreten ze een weg naar binnen.
Om vervolgens een weg te creëren naar het brein.
In The Flat Field verwelkomt mijn naarste dromen.
Minder Bowie dan in mijn verbeelding.
Meer een eigen sound and vision.
Hoe zouden ze geklonken hebben met een andere zanger?
Want daar zit nu net de zwakte.
Peter Murphy haalt regelmatig de kwaliteit wat omlaag.
Als vertolker van de boodschap hadden ze beter voor een overtuigendere aartsengel kunnen kiezen.
Murphy maakt er teveel een toneelstukje van.
Het theatrale komt door zijn toedoen wat amateuristisch over.
Dracula met neptandjes van de plaatselijke carnavalswinkel.
Absoluut een klassieker in de meer Gothic kant van de postpunk.
Maar hier had nog meer in gezeten.
Vies, smerig en slepend.
Blijkbaar is Nick Cave niet de enige holbewoner.
In zijn nachtelijke onrust wordt hij regelmatig gestoord door de rondvliegende vleermuizen van Bauhaus.
Als demonische bloedzuigers vreten ze een weg naar binnen.
Om vervolgens een weg te creëren naar het brein.
In The Flat Field verwelkomt mijn naarste dromen.
Minder Bowie dan in mijn verbeelding.
Meer een eigen sound and vision.
Hoe zouden ze geklonken hebben met een andere zanger?
Want daar zit nu net de zwakte.
Peter Murphy haalt regelmatig de kwaliteit wat omlaag.
Als vertolker van de boodschap hadden ze beter voor een overtuigendere aartsengel kunnen kiezen.
Murphy maakt er teveel een toneelstukje van.
Het theatrale komt door zijn toedoen wat amateuristisch over.
Dracula met neptandjes van de plaatselijke carnavalswinkel.
Absoluut een klassieker in de meer Gothic kant van de postpunk.
Maar hier had nog meer in gezeten.
Baxter Dury - I Thought I Was Better Than You (2023)

3,5
0
geplaatst: 9 juni 2023, 21:33 uur
Getraumatiseerde weggestopte teleurstellingen uit het verleden krijgen een plek als je deze opnieuw oproept en herbeleeft. Sincere is een vastlopend kinderliedje, welke vertraagd het einde haalt. Ondanks dat deze pas halverwege I Thought I Was Better Than You passeert, ligt hierin de kern van de nieuwste Baxter Dury plaat verborgen. Deze Londense levensgenieter is letterlijk een Sex & Drugs & Rock & Roll product, en komt nooit van dat stigma af. Hij bezit datzelfde gevatte gevoel voor humor als zijn vader en heeft tevens een identiek Cockney accent. Ian Dury dweept gedurende zijn leven met zijn lichamelijke ongemakken en slechte gezondheid.
Bohemien Baxter Dury groeit in de nodige luxe op, maar ook bij hem trekt de zelfkant van het bestaan. De erfenis van de meesterlijke leermeester, die zelf het maximale uit zijn leven haalt. Vergeet niet dat Ian Dury weldegelijk besefte dat elke nieuwe dag de laatste kon zijn. Baxter Dury leest zijn eigen levensverhaal in de roddelbladen. Als vijftiger komt hij tot de pijnlijke conclusie dat hij eigenlijk geen idee heeft wie hij daadwerkelijk is. Naamsbekendheid is een mooi gegeven, uiteindelijk moet je voor jezelf opkomen, geld verdienen en een gezin onderhouden. Zijn nageslacht biedt hem de speld aan om zijn eigen dromen kapot te prikken. Meer dan gebakken lucht stelt het niet voor, zeker als er een naar egocentrisch geurtje aan hangt.
Hey mummy, hey daddy, who am I? Baxter Dury dus, 51 jaar oud, geboren op 18 december 1971. Als zesjarige poseert hij trots naast zijn vader op de New Boots and Panties!! albumhoes. Dus op zeer jeugdige leeftijd is hij al collectief Brits erfgoed. De triest gestemde saxofoon versterkt bij So Much Money de wanhoop van zijn hulpvraag, en opeens besef je dat Baxter het ondergeschoven kind van het roemverhaal is. Jarenlang verzet hij zich tegen de sterrenstatus van buitenbeentje Ian Dury (zo zou die zijn polio verlamming zelf ook omschrijven), geeft in interviews aan dat hijzelf ook muzikant is, en dat hij geen behoefte heeft om over zijn pa te praten. Nu is die drang er blijkbaar wel, alleen om in het reine met zijn eigen persoonlijkheid te komen.
Die verklaring ligt uiteraard op het familiare vlak. De pandemie brengt Baxter dichter bij zijn zoon Kosmo, en samen werken ze aan de The Night Chancers opvolger. Hij compenseert zijn eigen jeugdige gebrek aan aandacht door hier heel eerlijk met Kosmo over te praten. Toch levert het de nodige hiaten in het schrijfproces op, waardoor I Thought I Was Better Than You therapeutisch aanvoelt. De opnames lopen parallel met zijn Chaise Longue memoires, welke twee jaar geleden in boekvorm verschijnen. Moet je jezelf nog steeds tegenover iemand die al ruim twintig jaar geleden overleden is bewijzen, of is het tijd om zelf eens volwassen te worden. I Thought I Was Better Than You is hierdoor een eerlijke pure plaat, de kenmerkende dwarse sarcastische zelfspot uitspattingen zijn gelukkig niet verdwenen. Een ouderwets geluid met de hippe Paul White producer.
So Much Money heeft een stuwende seventies funksoul twist, laten we het bewuste 1971 geboortejaar als startpunt nemen. In Shadow zitten verwijzingen naar vooroorlogse damestrio samenzang. Waarschijnlijk muziek waar zijn vader mee opgroeit, en welke hem inspireert om muzikant te worden. Verder grijpt Baxter Dury vooral naar zijn eigen muziekbeleving terug. Door zijn eerlijke intensiteit krijgt de seventies funk uit zijn lagere schooltijd een duister triphop randje. De karakters zijn allemaal schizofrene afstammelingen van zijn hersenspinsels. In zijn hoofd geboren, maar wel identificerend aan zijn eigen persoonlijkheid. Baxter Dury, in de rol van een aan lager wal geraakte jazzmuzikant in de gestoorde So Much Money. Baxter toont zijn zwakte, of juist zijn sterke kant door de zangpartijen met Madeline Hart te delen. De droog verhalende mannelijk stem scheurt verleidelijk tegen de vrouwelijke sensualiteit aan.
Het zwaar slackende Aylesbury Boy bekroont zijn singer-songwriter talent en behandelt het rebels verzet tegen opgelegde regels. Een slordig nonchalante track, geheel volgens zijn eigen spoken words tradities. Diep van binnen blijft Baxter Dury die teleurgestelde puber welke maar niet volwassen wil worden. I Thought I Was Better Than You is working class blues. De dagelijkse generatiestrijd om jezelf tegenover je ouders te bewijzen. De zwijgzame gesprekken aan de ontbijttafel, de dodelijke ontevreden blikken. Leon flirt met eighties discobeats en synthpop gefröbel. De hoofdpersoon hunkert naar een normale behandeling, van een normale scholier, volgens de normale gang van zaken. Die hooggeplaatste uitgangspositie belemmert zijn functioneren en beperkt zijn manier van denken. Baxter Dury distantieert zich van een zwaar liggende last door zijn achtergrond te accepteren. I Thought I Was Better Than You is in deze fase de meest oprechte plaat die hij kan maken. Een klein half uur is voldoende om deze sessie tot een einde te brengen.
Baxter Dury - I Thought I Was Better Than You | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Bohemien Baxter Dury groeit in de nodige luxe op, maar ook bij hem trekt de zelfkant van het bestaan. De erfenis van de meesterlijke leermeester, die zelf het maximale uit zijn leven haalt. Vergeet niet dat Ian Dury weldegelijk besefte dat elke nieuwe dag de laatste kon zijn. Baxter Dury leest zijn eigen levensverhaal in de roddelbladen. Als vijftiger komt hij tot de pijnlijke conclusie dat hij eigenlijk geen idee heeft wie hij daadwerkelijk is. Naamsbekendheid is een mooi gegeven, uiteindelijk moet je voor jezelf opkomen, geld verdienen en een gezin onderhouden. Zijn nageslacht biedt hem de speld aan om zijn eigen dromen kapot te prikken. Meer dan gebakken lucht stelt het niet voor, zeker als er een naar egocentrisch geurtje aan hangt.
Hey mummy, hey daddy, who am I? Baxter Dury dus, 51 jaar oud, geboren op 18 december 1971. Als zesjarige poseert hij trots naast zijn vader op de New Boots and Panties!! albumhoes. Dus op zeer jeugdige leeftijd is hij al collectief Brits erfgoed. De triest gestemde saxofoon versterkt bij So Much Money de wanhoop van zijn hulpvraag, en opeens besef je dat Baxter het ondergeschoven kind van het roemverhaal is. Jarenlang verzet hij zich tegen de sterrenstatus van buitenbeentje Ian Dury (zo zou die zijn polio verlamming zelf ook omschrijven), geeft in interviews aan dat hijzelf ook muzikant is, en dat hij geen behoefte heeft om over zijn pa te praten. Nu is die drang er blijkbaar wel, alleen om in het reine met zijn eigen persoonlijkheid te komen.
Die verklaring ligt uiteraard op het familiare vlak. De pandemie brengt Baxter dichter bij zijn zoon Kosmo, en samen werken ze aan de The Night Chancers opvolger. Hij compenseert zijn eigen jeugdige gebrek aan aandacht door hier heel eerlijk met Kosmo over te praten. Toch levert het de nodige hiaten in het schrijfproces op, waardoor I Thought I Was Better Than You therapeutisch aanvoelt. De opnames lopen parallel met zijn Chaise Longue memoires, welke twee jaar geleden in boekvorm verschijnen. Moet je jezelf nog steeds tegenover iemand die al ruim twintig jaar geleden overleden is bewijzen, of is het tijd om zelf eens volwassen te worden. I Thought I Was Better Than You is hierdoor een eerlijke pure plaat, de kenmerkende dwarse sarcastische zelfspot uitspattingen zijn gelukkig niet verdwenen. Een ouderwets geluid met de hippe Paul White producer.
So Much Money heeft een stuwende seventies funksoul twist, laten we het bewuste 1971 geboortejaar als startpunt nemen. In Shadow zitten verwijzingen naar vooroorlogse damestrio samenzang. Waarschijnlijk muziek waar zijn vader mee opgroeit, en welke hem inspireert om muzikant te worden. Verder grijpt Baxter Dury vooral naar zijn eigen muziekbeleving terug. Door zijn eerlijke intensiteit krijgt de seventies funk uit zijn lagere schooltijd een duister triphop randje. De karakters zijn allemaal schizofrene afstammelingen van zijn hersenspinsels. In zijn hoofd geboren, maar wel identificerend aan zijn eigen persoonlijkheid. Baxter Dury, in de rol van een aan lager wal geraakte jazzmuzikant in de gestoorde So Much Money. Baxter toont zijn zwakte, of juist zijn sterke kant door de zangpartijen met Madeline Hart te delen. De droog verhalende mannelijk stem scheurt verleidelijk tegen de vrouwelijke sensualiteit aan.
Het zwaar slackende Aylesbury Boy bekroont zijn singer-songwriter talent en behandelt het rebels verzet tegen opgelegde regels. Een slordig nonchalante track, geheel volgens zijn eigen spoken words tradities. Diep van binnen blijft Baxter Dury die teleurgestelde puber welke maar niet volwassen wil worden. I Thought I Was Better Than You is working class blues. De dagelijkse generatiestrijd om jezelf tegenover je ouders te bewijzen. De zwijgzame gesprekken aan de ontbijttafel, de dodelijke ontevreden blikken. Leon flirt met eighties discobeats en synthpop gefröbel. De hoofdpersoon hunkert naar een normale behandeling, van een normale scholier, volgens de normale gang van zaken. Die hooggeplaatste uitgangspositie belemmert zijn functioneren en beperkt zijn manier van denken. Baxter Dury distantieert zich van een zwaar liggende last door zijn achtergrond te accepteren. I Thought I Was Better Than You is in deze fase de meest oprechte plaat die hij kan maken. Een klein half uur is voldoende om deze sessie tot een einde te brengen.
Baxter Dury - I Thought I Was Better Than You | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
BC Camplight - The Last Rotation of Earth (2023)

3,5
0
geplaatst: 11 mei 2023, 02:40 uur
Het leven van een man alleen is niet altijd even gemakkelijk. Zeker als je dan ook nog eens verslavingsgevoelig bent, is het zeer pijnlijk als je verloofde je na een relatie van negen jaar verlaat. Brian ‘BC Camplight’ Christinzio schrijft zijn verdriet van zich af, maar valt helaas ook in zijn oude gewoontes terug. The Last Rotation of Earth is zeker geen excuusalbum, maar wel een bittere gemeende verslaglegging van de zwarte dagen uit het leven van BC Camplight. Een eerlijke pure plaat, met veel ontroerende gedeelde momenten.
Het The Last Rotation of Earth titelstuk spiegelt met het verleden, het heden en waarschijnlijk zelfs ook nog de toekomst. De singer-songwriter verdrinkt zijn verdriet, en bestrijdt de depressies die daaruit voortkomen door opnieuw de drank te bezoeken. Een neergaande spiraal, welke hem troost, genot en inspiratie biedt. De wereld komt verdoofd tot stilstand, nadat deze hem hij eerst in duizelingwekkende vaart laat rondtollen. Beladen treurpiano toetsen ontfermen zich over het verval en geven de woorden meer betekenis. Verknipte fragmentarische uitbarstingen houden zich amper staande, waarnaar de stuurloze gitaar er als een roekeloze kamikazepiloot doorheen dendert. Het wankelend soulkoor deelt het geestelijk leiden, de tranen en de zwartheid van de ziel.
Glas rinkelt in het confronterende The Movie, we proosten op de real life soapopera, en als beloning trekken we nog een andere fles aan alcoholistische versnaperingen open. BC Camplight viert de verjaardag van de tragiek, de genodigden zijn de spoken die hem in de nacht wakker houden, de verlokkende geesten die als binnendringende gasten de voorraad plunderen, en zijn eigen zelf reflecterende weerkaatsing als zwijgende muurschaduw. Een manische fanfare in jubelstemming walst door de puinhoop heen, de rusteloze kakofonie tot bedaren dwingend. In het sobere zware smoothy It Never Rains in Manchester verhaal heeft de trage mineurpiano melancholiek de boventoon. Stroperige hartslagenritmes krijgen in het zalvend geweten van de kopstem een weerwoord, waarna de duivel op de rechterschouder het geheel de afrond in manoeuvreert.
De synthesizers in de Kicking Up a Fuss postpunk ontstijgen het zwaarmoedige negativisme, en is letterlijk een schop onder de kont om zich te rentabiliseren. Ironie als medicijn, al heeft een overdosering aan zelfverheerlijking uiteraard ook een verslavende werking. Humor is een immens schild waarachter je geen verantwoording aflegt. Droef strijkers egaliseren She’s Gone Cold, filmische blazers versterken de atmosferische kilte van lege kamers, een leeg hart en de leegte van het bestaan. De wederopstanding wordt door de marcherende aftellende percussie opgewekt. Een hoopvolle bombastische wedergeboorte, je vergeet bijna hoe prachtig warm BC Camplight zijn stemgeluid deelt.
Het nachtelijke jazzy Fear: Life in a Dozen Years bewandeld de verlate straten van de ziel, de weggestopte hoekjes met de vastgelopen gedachtenkronkels, en de afgestorven schemerwereld van de hersencellen. Going Out on a Low Note opent een nieuw persoonlijk musical hoofdstuk en heeft een open cliffhanger einde. I’m Ugly, de Creep of Smells Like Teen Spirit van de plaat, maar dan zonder de gefrustreerde woede-uitbarstingen, maar wel met die onvoorspelbare gekte. Beavis and Butt-Head losers verenig je, en neem de wereld over. Het griezelige The Mourning maakt je voor de dagelijkse herstart klaar, wanneer het The Last Rotation of Earth titelstuk verhaal weer van voorafgaan begint.
Door de innerlijke verscheurdheid is The Last Rotation of Earth een leuke schizofrene plaat, waarbij elke gemoedsstemming een andere zienswijze oplevert, en een veelvoud aan muzikale stromingen verwelkomt. Ondanks zijn labiele toestand heeft BC Camplight controle over de uitvoering van de albumtracks, en levert hij met The Last Rotation of Earth weer prima overtuigend werk af.
BC Camplight - The Last Rotation of Earth | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Het The Last Rotation of Earth titelstuk spiegelt met het verleden, het heden en waarschijnlijk zelfs ook nog de toekomst. De singer-songwriter verdrinkt zijn verdriet, en bestrijdt de depressies die daaruit voortkomen door opnieuw de drank te bezoeken. Een neergaande spiraal, welke hem troost, genot en inspiratie biedt. De wereld komt verdoofd tot stilstand, nadat deze hem hij eerst in duizelingwekkende vaart laat rondtollen. Beladen treurpiano toetsen ontfermen zich over het verval en geven de woorden meer betekenis. Verknipte fragmentarische uitbarstingen houden zich amper staande, waarnaar de stuurloze gitaar er als een roekeloze kamikazepiloot doorheen dendert. Het wankelend soulkoor deelt het geestelijk leiden, de tranen en de zwartheid van de ziel.
Glas rinkelt in het confronterende The Movie, we proosten op de real life soapopera, en als beloning trekken we nog een andere fles aan alcoholistische versnaperingen open. BC Camplight viert de verjaardag van de tragiek, de genodigden zijn de spoken die hem in de nacht wakker houden, de verlokkende geesten die als binnendringende gasten de voorraad plunderen, en zijn eigen zelf reflecterende weerkaatsing als zwijgende muurschaduw. Een manische fanfare in jubelstemming walst door de puinhoop heen, de rusteloze kakofonie tot bedaren dwingend. In het sobere zware smoothy It Never Rains in Manchester verhaal heeft de trage mineurpiano melancholiek de boventoon. Stroperige hartslagenritmes krijgen in het zalvend geweten van de kopstem een weerwoord, waarna de duivel op de rechterschouder het geheel de afrond in manoeuvreert.
De synthesizers in de Kicking Up a Fuss postpunk ontstijgen het zwaarmoedige negativisme, en is letterlijk een schop onder de kont om zich te rentabiliseren. Ironie als medicijn, al heeft een overdosering aan zelfverheerlijking uiteraard ook een verslavende werking. Humor is een immens schild waarachter je geen verantwoording aflegt. Droef strijkers egaliseren She’s Gone Cold, filmische blazers versterken de atmosferische kilte van lege kamers, een leeg hart en de leegte van het bestaan. De wederopstanding wordt door de marcherende aftellende percussie opgewekt. Een hoopvolle bombastische wedergeboorte, je vergeet bijna hoe prachtig warm BC Camplight zijn stemgeluid deelt.
Het nachtelijke jazzy Fear: Life in a Dozen Years bewandeld de verlate straten van de ziel, de weggestopte hoekjes met de vastgelopen gedachtenkronkels, en de afgestorven schemerwereld van de hersencellen. Going Out on a Low Note opent een nieuw persoonlijk musical hoofdstuk en heeft een open cliffhanger einde. I’m Ugly, de Creep of Smells Like Teen Spirit van de plaat, maar dan zonder de gefrustreerde woede-uitbarstingen, maar wel met die onvoorspelbare gekte. Beavis and Butt-Head losers verenig je, en neem de wereld over. Het griezelige The Mourning maakt je voor de dagelijkse herstart klaar, wanneer het The Last Rotation of Earth titelstuk verhaal weer van voorafgaan begint.
Door de innerlijke verscheurdheid is The Last Rotation of Earth een leuke schizofrene plaat, waarbij elke gemoedsstemming een andere zienswijze oplevert, en een veelvoud aan muzikale stromingen verwelkomt. Ondanks zijn labiele toestand heeft BC Camplight controle over de uitvoering van de albumtracks, en levert hij met The Last Rotation of Earth weer prima overtuigend werk af.
BC Camplight - The Last Rotation of Earth | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
BCMC - Foreign Smokes (2023)

3,5
0
geplaatst: 8 oktober 2023, 17:23 uur
De veelzijdige uit Chicago afkomstige gitarist Bill MacKay heeft moeite met stilzitten en blijft het liefste muzikaal in beweging. Zo verrast hij mij een paar maanden geleden nog met het gelegenheidstrio Black Duck, waar ook bassist Doug McCombs en jazzdrummer Charles Rumback hun kunsten tentoon stellen. Nu ligt de volgende release alweer klaar. BCMC is het samen met Cooper Crain opgezette project, waarvan Foreign Smokes het eindresultaat is. Ondanks de bejubelende woorden op het internet over de vooruitgeschoven eerste The Swarm single blijkt dat ze in de zomer van 2021 al onder hun eigen naam Ripple in High Tide in een beperkte oplage van honderd stuks op de markt brengen. Dit tweetal tracks wordt nu door titelstuk Foreign Smokes en Sunset Saturn aangevuld.
Cooper Crain is behalve het CAVE en Bitchin Bajas bandlid een muzikale alleskunner die bij het grote publiek vooral vanwege zijn rol als producer en engineer bij albums van Bonnie “Prince” Billy, Josephine Foster en Ty Segall bekend is. In die hoedanigheid komt hij in 2019 al bij Bill MacKay terecht, waarvan hij Fountain Fire onder handen neemt. Op Foreign Smokes speelt de sfeermaker alle toetsenpartijen in en visualiseert hij het soundklimaat met berustende drones. Want daar draait het voornamelijk om, met betoverende improvisaties de luisteraar binden, veroveren en ontroeren. Dat ze bij de afronding daarvan soms zichzelf voorbij lopen getuigt het vreemde abrupte einde van Ripple in High Tide wel. Bij een soundgoeroe als Cooper Crain verwacht je dat hij hier meer aandacht aan besteedt, maar goed dit is dan ook het enige smetplekje op Foreign Smokes, maar het blijft jammer.
Dat het tweetal weet hoe ze spanning moeten opbouwen bewijzen ze wel in het psychedelische seventies getinte Foreign Smokes progrock begin. Het creatieve muzikale gezichtsveld van Bill MacKay rijkt veel verder dan de gemiddelde gitarist. Zijn vingers bewandelen avontuurlijk de snaren en leggen er een dwarse droogstoffige savanne filmische lading overheen. Het is prachtig hoe Bill MacKay het niets laat leven, een nieuwsgierige ontdekkingstocht waarbij lagen zich als mistflarden opstapelen. Cooper Crain is hierbij de wegdromende katalysator, die met zijn verwaaiende drones Foreign Smokes in beweging zet. The Swarm ontwaakt, geeft kleur aan de leegte en ontaardt al snel in een drukkende laag liggende wolkendepressie. Het magisch trippende langzaam bezwerende The Swarm heeft het profetische van een dreigende Bijbelse sprinkhanenplaag welke vanuit de stilte het moment afwacht om toe te slaan.
Het glinsterende Ripple in High Tide slaapliedje veroorzaakt kleine aardschokjes die bruut door hard dreunende Jungle Book olifantenstappen van de voorbij lopende bas verstoord worden. Voor mij de minste passage van het viertal waarbij ze teveel van echo feedbacks gebruik maken. Slordig, rommelig, met het eerder aangegeven plotselinge einde waar ze pardoes de stekker eruit trekken. Van deze twee ervaringsdeskundigen verwacht je dus meer subtiliteit, deze botte afronding past niet in het geheel. Waarschijnlijk staat vooral de spontaniteit van de hallucinerende jamsessie op de voorgrond en is het eindresultaat minder van belang. Gelukkig herstelt het fabelachtige diep spacende Sunset Saturn melodielijnen enigszins de eer en dekt het de schade. Hypnotiserende retro krautrock klanken en dromerige hypnotiserende orgel riedeltjes welke vooral de herinnering aan Ray Manzarek van The Doors opwekken. Deze hemelse sterrenweg track sluit bij de vormgeving van de Foreign Smokes titelstuk beleving aan. Hier komen de krachten mooi samen en voor mijn gevoel hadden ze daar op voort moeten borduren. BCMC is een bijzondere samenwerking waaruit eigenlijk meer winst te behalen valt.
BCMC - Foreign Smokes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Cooper Crain is behalve het CAVE en Bitchin Bajas bandlid een muzikale alleskunner die bij het grote publiek vooral vanwege zijn rol als producer en engineer bij albums van Bonnie “Prince” Billy, Josephine Foster en Ty Segall bekend is. In die hoedanigheid komt hij in 2019 al bij Bill MacKay terecht, waarvan hij Fountain Fire onder handen neemt. Op Foreign Smokes speelt de sfeermaker alle toetsenpartijen in en visualiseert hij het soundklimaat met berustende drones. Want daar draait het voornamelijk om, met betoverende improvisaties de luisteraar binden, veroveren en ontroeren. Dat ze bij de afronding daarvan soms zichzelf voorbij lopen getuigt het vreemde abrupte einde van Ripple in High Tide wel. Bij een soundgoeroe als Cooper Crain verwacht je dat hij hier meer aandacht aan besteedt, maar goed dit is dan ook het enige smetplekje op Foreign Smokes, maar het blijft jammer.
Dat het tweetal weet hoe ze spanning moeten opbouwen bewijzen ze wel in het psychedelische seventies getinte Foreign Smokes progrock begin. Het creatieve muzikale gezichtsveld van Bill MacKay rijkt veel verder dan de gemiddelde gitarist. Zijn vingers bewandelen avontuurlijk de snaren en leggen er een dwarse droogstoffige savanne filmische lading overheen. Het is prachtig hoe Bill MacKay het niets laat leven, een nieuwsgierige ontdekkingstocht waarbij lagen zich als mistflarden opstapelen. Cooper Crain is hierbij de wegdromende katalysator, die met zijn verwaaiende drones Foreign Smokes in beweging zet. The Swarm ontwaakt, geeft kleur aan de leegte en ontaardt al snel in een drukkende laag liggende wolkendepressie. Het magisch trippende langzaam bezwerende The Swarm heeft het profetische van een dreigende Bijbelse sprinkhanenplaag welke vanuit de stilte het moment afwacht om toe te slaan.
Het glinsterende Ripple in High Tide slaapliedje veroorzaakt kleine aardschokjes die bruut door hard dreunende Jungle Book olifantenstappen van de voorbij lopende bas verstoord worden. Voor mij de minste passage van het viertal waarbij ze teveel van echo feedbacks gebruik maken. Slordig, rommelig, met het eerder aangegeven plotselinge einde waar ze pardoes de stekker eruit trekken. Van deze twee ervaringsdeskundigen verwacht je dus meer subtiliteit, deze botte afronding past niet in het geheel. Waarschijnlijk staat vooral de spontaniteit van de hallucinerende jamsessie op de voorgrond en is het eindresultaat minder van belang. Gelukkig herstelt het fabelachtige diep spacende Sunset Saturn melodielijnen enigszins de eer en dekt het de schade. Hypnotiserende retro krautrock klanken en dromerige hypnotiserende orgel riedeltjes welke vooral de herinnering aan Ray Manzarek van The Doors opwekken. Deze hemelse sterrenweg track sluit bij de vormgeving van de Foreign Smokes titelstuk beleving aan. Hier komen de krachten mooi samen en voor mijn gevoel hadden ze daar op voort moeten borduren. BCMC is een bijzondere samenwerking waaruit eigenlijk meer winst te behalen valt.
BCMC - Foreign Smokes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
bdrmm - I Don't Know (2023)

4,0
2
geplaatst: 13 december 2023, 16:59 uur
Wordt het uit Hull afkomstige bdrmm rond de release van hun Bedroom eersteling nog als een nieuwe lichting shoegazer band weggezet, op hun I Don’t Know opvolger overstijgen ze dit opgelegde criterium. Alleen Pulling Stitches beantwoordt hooguit aan dat vraag en aanbod spel. Het is nu slechts een element van hun veelzijdige sound waarmee ze bewust die verbreding opzoeken. Hoe zou Underworld klinken als ze dichter bij hun Freur new wave geluid gebleven waren, nou waarschijnlijk ligt het in het verlengde van de Alps slaapkamertrance. Een futuristisch ritmisch feestje welke zich in de schaduw van de postpunk afspeelt, en waarop zeker gedanst mag worden. Ryan Smith is een bezielde hedendaagse soulzanger, die dat overwinnaarsgevoel van het onbereikbare van de Zwitserse Alpen hoogtes in de essentie van een song terugbrengt. Waarom klein beginnen als je ook groot kan uitpakken?
Het statige gotische Be Carefull zet die evolutie voort. Het is letterlijk de transformatie die achter gesloten studiodeuren plaatsvindt en welke ze zo lang mogelijk voor de buitenwereld verborgen houden. Het overstijgt het shoegazer gebeuren en duikt nog dieper de muzikale geschiedenisboeken in. Ze fileren de dreampop verstilling totdat er een triphop basis overblijft. De drijvende kracht hierachter is een zeer sterk opererende drummer Conor Murray, die met zijn kernachtige beats de uitwaaiende gitaargolven vrij spel geven. Het is de dankbare taak van bassist Jordan Smith om hem hierin te volgen, de donkere darkwave synths maken het verder af.
Be Carefull staat tevens bij de claustrofobische pandemie benauwdheid en de mogelijkheid om anoniem deze angsten weg te drinken stil. We Fall Apart benadrukt slechts die vervreemding van jezelf kwijt raken. De It’s Just a Bit of Blood rust wordt door de fors uitpakkende gitaarakkoorden van Joe Vickers overstemd. Een geweldige anticlimax met een overheersend heroïsche sensibiliteit voor terugvallende verslavingsdrang. Gevoelloos verdovend met een onverwachte explosieve adrenaline kick. Vanuit een zalvende klassieke pianobasis bouwt het hypnotiserende instrumentale Advertisement One zich tot een mindfulness ontspanningsoefening op. Hoe dicht kan je die standvastige kern weer benaderen door eerst alle zweverige facetten van het zelfbewustzijn te doorstaan.
Hidden Cinema verwoordt enkel de paniek voor de herziende normalisatie. De omgang met de gebreken die zich juist nu openbaren. De twijfel van de tegenstrijdigheden, het opgeven van kansen die voorheen nog binnen handbereik lagen. Ryan Smith trekt het martelaarsboetekleed aan en legt de schuld vooral bij zichzelf. De zorgvuldigheid waarmee ze het epische A Final Movement afronden, bevestigt nogmaals dat er aan hun ambities geen einde komt. Vanuit de treurnisdepressies onderzoeken ze de mogelijkheden om het licht te verwelkomen. De afronding van een tijdperk, de doorstart in het vooruitzicht. Houdt bdrmm zich in de toekomst staande? I Don’t Know.
bdrmm - I Don't Know | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het statige gotische Be Carefull zet die evolutie voort. Het is letterlijk de transformatie die achter gesloten studiodeuren plaatsvindt en welke ze zo lang mogelijk voor de buitenwereld verborgen houden. Het overstijgt het shoegazer gebeuren en duikt nog dieper de muzikale geschiedenisboeken in. Ze fileren de dreampop verstilling totdat er een triphop basis overblijft. De drijvende kracht hierachter is een zeer sterk opererende drummer Conor Murray, die met zijn kernachtige beats de uitwaaiende gitaargolven vrij spel geven. Het is de dankbare taak van bassist Jordan Smith om hem hierin te volgen, de donkere darkwave synths maken het verder af.
Be Carefull staat tevens bij de claustrofobische pandemie benauwdheid en de mogelijkheid om anoniem deze angsten weg te drinken stil. We Fall Apart benadrukt slechts die vervreemding van jezelf kwijt raken. De It’s Just a Bit of Blood rust wordt door de fors uitpakkende gitaarakkoorden van Joe Vickers overstemd. Een geweldige anticlimax met een overheersend heroïsche sensibiliteit voor terugvallende verslavingsdrang. Gevoelloos verdovend met een onverwachte explosieve adrenaline kick. Vanuit een zalvende klassieke pianobasis bouwt het hypnotiserende instrumentale Advertisement One zich tot een mindfulness ontspanningsoefening op. Hoe dicht kan je die standvastige kern weer benaderen door eerst alle zweverige facetten van het zelfbewustzijn te doorstaan.
Hidden Cinema verwoordt enkel de paniek voor de herziende normalisatie. De omgang met de gebreken die zich juist nu openbaren. De twijfel van de tegenstrijdigheden, het opgeven van kansen die voorheen nog binnen handbereik lagen. Ryan Smith trekt het martelaarsboetekleed aan en legt de schuld vooral bij zichzelf. De zorgvuldigheid waarmee ze het epische A Final Movement afronden, bevestigt nogmaals dat er aan hun ambities geen einde komt. Vanuit de treurnisdepressies onderzoeken ze de mogelijkheden om het licht te verwelkomen. De afronding van een tijdperk, de doorstart in het vooruitzicht. Houdt bdrmm zich in de toekomst staande? I Don’t Know.
bdrmm - I Don't Know | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
beabadoobee - Beatopia (2022)

4,0
0
geplaatst: 5 oktober 2022, 00:16 uur
Of het in het onbewuste een grote rol speelt valt te betwisten, maar de ontwikkeling van jonge muzikanten hangt veelal samen met het aanbod vanuit de ouderlijke thuissituatie. De in 2000 geboren Filipijnse Beatrice Kristi Laus is een zangeres die haar inspiratie uit de krachtige jaren negentig indiepop haalt en daar tevens op dat moment populaire sensueel slacker girlpower bandbeleving aan toevoegt. Liedjes uit haar ouders puberteit, gedoseerd een tikkeltje rebels maar vooral zeer melodieus.
Net als iedere gemiddelde tiener worstelt ze tijdens de jeugdjaren met haar ontplooiende persoonlijkheid, het wankelende zelfbeeld en verliest ze de grip op de realiteit door zich intens in haar schijnwereld te storten. Beatopia ontstaat in die fantasie, en is voor een periode haar enige vastigheid. Als de pandemie alle zekerheden onder controle krijgt en deze voor onzekerheden inruilt ontstaat die behoefte om zich opnieuw te identificeren met dat veilige verleden. De confrontatie met de in de loop der jaren ontstaande slijtage, oneffenheden en de nodige valkuilen maakt dit pad echter stukken minder bewandelbaar dan verwacht.
Beatopia gaat verder waar Fake It Flowers ophoudt, dezelfde lichtvoetige donkere schoenpoets glans, zonder de gitaargrunge abstractheid maar wel met dat dromerige dansbare toekomstperspectief. Vluchten in het ontvluchten, onthaasten in het haastige. Als de aarde stilstaat biedt het de mogelijkheid om al het aanwezige te observeren, te herstructureren en steen voor steen opnieuw te reconstrueren. Beatrice Kristi Laus verkeerd in die onwennige fase en zet haar alter ego beabadoobee aan het werk om haar tweede plaat Beatopia te voltooien.
Antiheld Beatrice Kristi Laus flirt met haar vrouwelijkheid en klinkt dan weer vertrouwd volwassen dan weer kinderlijk speels. In het zelf gecreëerde Beatopia krijgt de geaarde complexiteit van het echte leven steeds meer de overhand. Illusies lopen synchroon met de realiteitswaanzin van het Is it me or recently time is moving slowly? bestaan, overtuigend bekrachtigd in het rommelige dagdromerige Beatopia Cultsong waarin de hedendaagse geluidsbrij het muzikale platvorm vormt. Ontwaak uit de herhalingen, bereidt je voor op de doorstart. 10:36 is een net zo grote charmante gestructureerde puinhoop, maar is dit niet simpelweg een smetteloze beeldvorming van het dagelijkse leven? De glans die er aan gegeven wordt komt voort uit onze hunkering naar perfectionisme, terugkerende zekerheden en idealisme en staat mijlenver van die feitelijkheid verwijderd.
Ritmisch jazzy ondergaat The Perfect Pair een gedurfde haakse bijna wiskundige hersenspoelende behandeling om in alle rust dat evenwicht te hervinden. Beeldende folky tragiek in het kwetsbare wonderschone Ripples. De vreemde gedachtekronkels van beabadoobee misbruikt de liefdespartner als een vervangbaar gebruiksvoorwerk. Therapeutisch verdoofd zonder empathievermogen, zonder sensitiviteit en zonder enig besef van houden van. Het experimentele geluk in boventallig drugsgebruik zoeken, om vervolgens met die achterliggende overbevolkte leegte geconfronteerd te worden. Een workaholic verslaafde, de kick uit het niets binnenhalende. Contactgestoord het gesprek vermijden, maar wel een spervuur aan ontembare woorden op de luisteraar loslaten.
Ze staat er niet alleen voor, de bevriende violiste Georgia Ellery ondergaat diezelfde onzekerheid nu de toekomst van haar prijswinnende broodwinners band Black Country, New Road slapjes aan een wankelend koorddraadje hangt en ze grote ogen gooit met de zekerheid van Jockstrap. Haar spaarzame vrijgekomen tijd verdeelt ze onder andere in dit beabadoobee project waarop ook Bombay Bicycle Club vocalist Jack Steadman en tevens The 1975 voorman Matty Healy en zijn drummende, maar hier achter de synthesizers gekropen bandmaatje George Daniel hun aandeel leveren in een tijd dat vriendschappen alleen maar hechter lijken te worden.
Dat blijkt wel als Matty Healy zijn persoonlijke tekst van Pictures of Us opoffert om die jeugdherinneringen te transformeren in die geschiedachtergrond van Beatrice Kristi Laus, die er een geheel eigen track van maakt. Al zorgt zijn fluisterende geweten wel de leidraad van de song. Toch is het vooral de R&B samenzang met de prachtige verschijning PinkPantheress in de harmonieuze zusterzang van het vreemd onvatbare Tinkerbell Is Overrated waarmee ze zichzelf in een overstijgende dimensie plaatst. Misschien is het besef er niet alleen voor te staan wel de onderliggende boodschap van Beatopia. Steeds meer nieuwe inwoners zoeken hun heil in die aardse sprookjeswereld van beabadoobee.
beabadoobee - Beatopia | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Net als iedere gemiddelde tiener worstelt ze tijdens de jeugdjaren met haar ontplooiende persoonlijkheid, het wankelende zelfbeeld en verliest ze de grip op de realiteit door zich intens in haar schijnwereld te storten. Beatopia ontstaat in die fantasie, en is voor een periode haar enige vastigheid. Als de pandemie alle zekerheden onder controle krijgt en deze voor onzekerheden inruilt ontstaat die behoefte om zich opnieuw te identificeren met dat veilige verleden. De confrontatie met de in de loop der jaren ontstaande slijtage, oneffenheden en de nodige valkuilen maakt dit pad echter stukken minder bewandelbaar dan verwacht.
Beatopia gaat verder waar Fake It Flowers ophoudt, dezelfde lichtvoetige donkere schoenpoets glans, zonder de gitaargrunge abstractheid maar wel met dat dromerige dansbare toekomstperspectief. Vluchten in het ontvluchten, onthaasten in het haastige. Als de aarde stilstaat biedt het de mogelijkheid om al het aanwezige te observeren, te herstructureren en steen voor steen opnieuw te reconstrueren. Beatrice Kristi Laus verkeerd in die onwennige fase en zet haar alter ego beabadoobee aan het werk om haar tweede plaat Beatopia te voltooien.
Antiheld Beatrice Kristi Laus flirt met haar vrouwelijkheid en klinkt dan weer vertrouwd volwassen dan weer kinderlijk speels. In het zelf gecreëerde Beatopia krijgt de geaarde complexiteit van het echte leven steeds meer de overhand. Illusies lopen synchroon met de realiteitswaanzin van het Is it me or recently time is moving slowly? bestaan, overtuigend bekrachtigd in het rommelige dagdromerige Beatopia Cultsong waarin de hedendaagse geluidsbrij het muzikale platvorm vormt. Ontwaak uit de herhalingen, bereidt je voor op de doorstart. 10:36 is een net zo grote charmante gestructureerde puinhoop, maar is dit niet simpelweg een smetteloze beeldvorming van het dagelijkse leven? De glans die er aan gegeven wordt komt voort uit onze hunkering naar perfectionisme, terugkerende zekerheden en idealisme en staat mijlenver van die feitelijkheid verwijderd.
Ritmisch jazzy ondergaat The Perfect Pair een gedurfde haakse bijna wiskundige hersenspoelende behandeling om in alle rust dat evenwicht te hervinden. Beeldende folky tragiek in het kwetsbare wonderschone Ripples. De vreemde gedachtekronkels van beabadoobee misbruikt de liefdespartner als een vervangbaar gebruiksvoorwerk. Therapeutisch verdoofd zonder empathievermogen, zonder sensitiviteit en zonder enig besef van houden van. Het experimentele geluk in boventallig drugsgebruik zoeken, om vervolgens met die achterliggende overbevolkte leegte geconfronteerd te worden. Een workaholic verslaafde, de kick uit het niets binnenhalende. Contactgestoord het gesprek vermijden, maar wel een spervuur aan ontembare woorden op de luisteraar loslaten.
Ze staat er niet alleen voor, de bevriende violiste Georgia Ellery ondergaat diezelfde onzekerheid nu de toekomst van haar prijswinnende broodwinners band Black Country, New Road slapjes aan een wankelend koorddraadje hangt en ze grote ogen gooit met de zekerheid van Jockstrap. Haar spaarzame vrijgekomen tijd verdeelt ze onder andere in dit beabadoobee project waarop ook Bombay Bicycle Club vocalist Jack Steadman en tevens The 1975 voorman Matty Healy en zijn drummende, maar hier achter de synthesizers gekropen bandmaatje George Daniel hun aandeel leveren in een tijd dat vriendschappen alleen maar hechter lijken te worden.
Dat blijkt wel als Matty Healy zijn persoonlijke tekst van Pictures of Us opoffert om die jeugdherinneringen te transformeren in die geschiedachtergrond van Beatrice Kristi Laus, die er een geheel eigen track van maakt. Al zorgt zijn fluisterende geweten wel de leidraad van de song. Toch is het vooral de R&B samenzang met de prachtige verschijning PinkPantheress in de harmonieuze zusterzang van het vreemd onvatbare Tinkerbell Is Overrated waarmee ze zichzelf in een overstijgende dimensie plaatst. Misschien is het besef er niet alleen voor te staan wel de onderliggende boodschap van Beatopia. Steeds meer nieuwe inwoners zoeken hun heil in die aardse sprookjeswereld van beabadoobee.
beabadoobee - Beatopia | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Beach Fossils - The Other Side of Life: Piano Ballads (2021)

3,0
0
geplaatst: 17 januari 2022, 17:11 uur
Ondanks dat Beach Fossils nergens de respectvolle grens overtreedt, blijft aan This Year wel het overduidelijke jatwerk van de Peter Hook (New Order/Joy Division) baslijnen kleven. Hoe zou de track klinken als deze door jazzy pianoklanken en een sfeervolle staande bas vervangen worden. Nou, waarschijnlijk een heel eind als de vernieuwde kennismaking op The Other Side of Life: Piano Ballads, al moet je die albumtitel een stuk breder zien. De toegevoegde saxofoon benadrukt misschien nog wel meer die zon ondergaande avondwandeling sfeer. Op het vijf jaar eerder verschenen Somersault is in een track als Rise wel al de saxofoon aanwezig, maar vreemd genoeg ontbreekt dat nummer op The Other Side of Life. De mogelijkheid bestaat dat dit scharnierpunt de reden van de loskoppeling van Tommy Gardner is die vervolgens een andere weg inslaat.
Eeuwige vriendschap staat gelijk aan die onbezorgde kindertijd, en het is dan ook vooral voormalige drummer en teven multi-instrumentalist Tommy Gardner die hier de hoofdrol toegeëigend krijgt. Door het opnieuw opgebouwde contact is Beach Fossils oprichter Dustin Payseur zich bewust van het talent wat ze vier jaar geleden hebben laten lopen, om zijn zoektocht naar de ultieme kern van bezinning in Shanghai als boeddhistische monnik te voltooien. Buiten zijn opgebouwde levenservaringen voegt hij met de nodige saxofoonpartijen en geschoold pianospel, serene kalmte aan het inspirerende geluid toe. De nieuwe insteek van de nummers tast de oorspronkelijke postpunk dreampop benadering niet aan. Integendeel, bij deze gerestaureerde aanpak is voornamelijk die berustende meerstemmigheid intact gebleven. Zonder de marcherende Sleep Apnea roffel ritme ontstaat er een net zo rusteloos zuigend geheel, alleen waakt de bemoederde controlerende saxofoon hier over de korte slaapstiltes.
De uit Brooklyn afkomstige indierockers maken een Coney Island Beach uitstapje, waarmee ze die nostalgische verlaten pretpark sfeer een nieuw leven inblazen. Jeugdherinneringen die het jaarlijkse onbezorgde uitstapje met hun ouders oproepen. Dolgelukkig als een kind daar alle attracties uitproberen totdat de aanbrekende koelte van de overheersende schaduwen een einde aan de dag maken. The Other Side of Life: Piano Ballads is dus overduidelijk een Tommy Gardner/Dustin Payseur project, de overige bandleden zijn hierbij op een zijspoor gezet. Het belang van die eerder aangegeven jeugdigheid wordt overstemd door de volwassen voltooiing van de nummers, die daardoor zekerder klinken maar wel die sprankeling van de kenmerkende subtiele indie gitaarpartijen missen.
Ik ervaar vooral het gelukzalige gebrek van die opzwepende jaren tachtig postpunk benaderingswijze. Het blijft een gevalletje wikken en wegen. De wat timide zang van Dustin Payseur stuwt daar nog heerlijk voort, maar past misschien uiteindelijk zelfs wel beter bij de pianosessies van The Other Side of Life. Op den duur gaat de jazzclub oppervlakkigheid toch wel enigszins vervelen en blijf je geneigd om terug te grijpen naar het oudere werk. Viva zomerse frisheid, exit winterse wolligheid.
Beach Fossils - The Other Side of Life: Piano Ballads | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Eeuwige vriendschap staat gelijk aan die onbezorgde kindertijd, en het is dan ook vooral voormalige drummer en teven multi-instrumentalist Tommy Gardner die hier de hoofdrol toegeëigend krijgt. Door het opnieuw opgebouwde contact is Beach Fossils oprichter Dustin Payseur zich bewust van het talent wat ze vier jaar geleden hebben laten lopen, om zijn zoektocht naar de ultieme kern van bezinning in Shanghai als boeddhistische monnik te voltooien. Buiten zijn opgebouwde levenservaringen voegt hij met de nodige saxofoonpartijen en geschoold pianospel, serene kalmte aan het inspirerende geluid toe. De nieuwe insteek van de nummers tast de oorspronkelijke postpunk dreampop benadering niet aan. Integendeel, bij deze gerestaureerde aanpak is voornamelijk die berustende meerstemmigheid intact gebleven. Zonder de marcherende Sleep Apnea roffel ritme ontstaat er een net zo rusteloos zuigend geheel, alleen waakt de bemoederde controlerende saxofoon hier over de korte slaapstiltes.
De uit Brooklyn afkomstige indierockers maken een Coney Island Beach uitstapje, waarmee ze die nostalgische verlaten pretpark sfeer een nieuw leven inblazen. Jeugdherinneringen die het jaarlijkse onbezorgde uitstapje met hun ouders oproepen. Dolgelukkig als een kind daar alle attracties uitproberen totdat de aanbrekende koelte van de overheersende schaduwen een einde aan de dag maken. The Other Side of Life: Piano Ballads is dus overduidelijk een Tommy Gardner/Dustin Payseur project, de overige bandleden zijn hierbij op een zijspoor gezet. Het belang van die eerder aangegeven jeugdigheid wordt overstemd door de volwassen voltooiing van de nummers, die daardoor zekerder klinken maar wel die sprankeling van de kenmerkende subtiele indie gitaarpartijen missen.
Ik ervaar vooral het gelukzalige gebrek van die opzwepende jaren tachtig postpunk benaderingswijze. Het blijft een gevalletje wikken en wegen. De wat timide zang van Dustin Payseur stuwt daar nog heerlijk voort, maar past misschien uiteindelijk zelfs wel beter bij de pianosessies van The Other Side of Life. Op den duur gaat de jazzclub oppervlakkigheid toch wel enigszins vervelen en blijf je geneigd om terug te grijpen naar het oudere werk. Viva zomerse frisheid, exit winterse wolligheid.
Beach Fossils - The Other Side of Life: Piano Ballads | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
