Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Wallis Bird - Hands (2022)

3,0
0
geplaatst: 13 juli 2022, 16:23 uur
Letterlijk uit een handicap jouw unieke kracht halen. Hoe anders zou het leven van de Ierse Wallis Bird zich ontwikkelen als niet door een verschrikkelijk grasmaaierongeluk op anderhalf jarige leeftijd de linkerhandvingers van haar hand geamputeerd worden. Wonder boven wonder lukt het de chirurg om deze op de pink na weer functionerend aan haar hand te hechten. Genoodzaakt leert ze tijdens het trauma verwerkende revalidatieproces om de verfijning en versoepeling van haar vingers opnieuw te ontdekken en te hergebruiken. Door het aangeleerd gitaarspel maakt ze haar pezen krachtiger, haar vingers minder krampachtig en levert haar doorzettingsvermogen nieuwe kansen op.
Vanwege deze achtergrond is het niet vreemd dat het geluid van deze veelzeggende singer-songwriter veel gelijkenissen met de overheersende girlpower vrouwenbeweging vertoont welke zich met volle overtuiging vanaf eind jaren tachtig presenteert om vervolgens de jaren negentig te saboteren. De eerste Wallis Bird platen hebben een rauw bluesrock geluid, jazzy wentelingen en een mooi samenspel tussen de hese doorleefde kant van haar stem en sprookjesachtige fluweelzachte hoogtes. Op het gedurfde maar tevens wat wisselvallige Architect flirt ze met dance en elektronica en het drie jaar geleden verschenen Woman is een regelrechte prima soulplaat. Niks mis mee, maar mij weet ze hiermee niet te raken.
Met Hands revancheert ze zich en voegt ze al die invloeden uit het verleden samen tot een overtuigend eindresultaat. Singer-songwriters folk, zwoele R&B soul, Trevor Horn bombast, futuristische eighties synthpop, electroclash gekte, luie zaterdagavond jazz, rockchick brutaliteit en vooral haar volledig tot bloei gekomen spraakmakende vurige identiteit. Op Go beseft ze dat ze haar nachtelijke kameraad de maan niet als een sober hemellichaam moet beschouwen, maar juist als een energieke vriendschappelijke lichtbron. Hiermee treedt Wallis Bird uit de duisternis en laat ze tevens haar destructieve levenswijze ver achter zich.
Verander de wereld, begin bij jezelf, maar neem die wereld wel mee in je oordeel. De oneerlijke strijd tegen een maatschappij waar rassenhaat en homofobie onderdrukte gemeenschappen kleineert en klein houdt. What’s Wrong with Changing? Een onbeantwoorde vraag die naar de What’s Going On noodkreet van Marvin Gaye teruggrijpt, een boodschap tegen alle onrecht. Wallis Bird slaat met zuigende noise, ontregelde beats en ingehouden boosheid hard van zich af. Pittig, confronterend, een spiegel voorhoudend totdat de barsten de afwendende ziel binnendringen.
Pretty Lies, wat is het toch heerlijk om je tijdelijk nietsvermoedend achter leugens te verschuilen, totdat deze gaan bijten, schuren en het panische angstbesef versterken. The Power of a Word, het voorliegen en bedriegen afgesloten. De energieke aerobic Flashdance I Lose Myself Completely eighties veerkracht waarmee ze met haar jarenlange drankverslaving afrekent. Herboren, schoon van al het vergif, schoon van alle negativiteit, de toekomst tegemoet dansend. Spirituele folky I’ll Never Hide My Love Away balans. Hands is intiemer dan haar eerdere platen. Persoonlijk geaccepteerde zwaktes krijgen een naam, een achtergrond en een eervol vooruitzicht.
Wallis Bird - Hands | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Vanwege deze achtergrond is het niet vreemd dat het geluid van deze veelzeggende singer-songwriter veel gelijkenissen met de overheersende girlpower vrouwenbeweging vertoont welke zich met volle overtuiging vanaf eind jaren tachtig presenteert om vervolgens de jaren negentig te saboteren. De eerste Wallis Bird platen hebben een rauw bluesrock geluid, jazzy wentelingen en een mooi samenspel tussen de hese doorleefde kant van haar stem en sprookjesachtige fluweelzachte hoogtes. Op het gedurfde maar tevens wat wisselvallige Architect flirt ze met dance en elektronica en het drie jaar geleden verschenen Woman is een regelrechte prima soulplaat. Niks mis mee, maar mij weet ze hiermee niet te raken.
Met Hands revancheert ze zich en voegt ze al die invloeden uit het verleden samen tot een overtuigend eindresultaat. Singer-songwriters folk, zwoele R&B soul, Trevor Horn bombast, futuristische eighties synthpop, electroclash gekte, luie zaterdagavond jazz, rockchick brutaliteit en vooral haar volledig tot bloei gekomen spraakmakende vurige identiteit. Op Go beseft ze dat ze haar nachtelijke kameraad de maan niet als een sober hemellichaam moet beschouwen, maar juist als een energieke vriendschappelijke lichtbron. Hiermee treedt Wallis Bird uit de duisternis en laat ze tevens haar destructieve levenswijze ver achter zich.
Verander de wereld, begin bij jezelf, maar neem die wereld wel mee in je oordeel. De oneerlijke strijd tegen een maatschappij waar rassenhaat en homofobie onderdrukte gemeenschappen kleineert en klein houdt. What’s Wrong with Changing? Een onbeantwoorde vraag die naar de What’s Going On noodkreet van Marvin Gaye teruggrijpt, een boodschap tegen alle onrecht. Wallis Bird slaat met zuigende noise, ontregelde beats en ingehouden boosheid hard van zich af. Pittig, confronterend, een spiegel voorhoudend totdat de barsten de afwendende ziel binnendringen.
Pretty Lies, wat is het toch heerlijk om je tijdelijk nietsvermoedend achter leugens te verschuilen, totdat deze gaan bijten, schuren en het panische angstbesef versterken. The Power of a Word, het voorliegen en bedriegen afgesloten. De energieke aerobic Flashdance I Lose Myself Completely eighties veerkracht waarmee ze met haar jarenlange drankverslaving afrekent. Herboren, schoon van al het vergif, schoon van alle negativiteit, de toekomst tegemoet dansend. Spirituele folky I’ll Never Hide My Love Away balans. Hands is intiemer dan haar eerdere platen. Persoonlijk geaccepteerde zwaktes krijgen een naam, een achtergrond en een eervol vooruitzicht.
Wallis Bird - Hands | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Walt Disco - The Warping (2024)

4,5
1
geplaatst: 20 september 2024, 15:52 uur
Laten we stellen dat James Potter de erfenis van zijn Schotse landgenoot Billy Mackenzie in zijn bloed met zich meedraagt. Deze frontman was uiteindelijk niet tegen zijn geromantiseerde leed bestand en waarschijnlijk was de maatschappij er ook nog niet klaar voor. Wat is het prachtig dat Walt Disco zijn visie zo in ere houdt. Behalve het stemgeluid van James Potter heeft hij tevens invloed op het androgyne uiterlijk van de zanger. Binnen de hedendaagse LGBTQ+ gemeenschap past zijn boodschap perfect en heeft hij alleen maar medestanders. Het is zo spijtig dat Billy Mackenzie dit nooit heeft mogen meemaken, maar zo prettig dat er tegenwoordig bands als Walt Disco zijn. Andersdenkenden, bakens verzettend, wegverbreders, en vooral honderd procent zichzelf.
Natuurlijk verbergt James Potter zich nog steeds onder een dikke laag make-up, al hoort dit tevens bij de theatrale voordracht. Op het podium is de zanger volledig in zijn element. De worsteling met zijn zelfbeeld is er nog steeds, maar als volgelingen zich met je identificeren, moet je de vervolgstap zetten. En dan kom je bij het punt van geborgenheid en veiligheid. Op Unlearning stelt hij de vraag of je wel cool moet zijn, en met de menigte moet meelopen. Bij The Warping komt hij hier op terug, en benadrukt James Potter vooral dat je jouw eigen leven moet leiden. Unlearning is het leerproces om al het geleerde af te leren. The Warping is de metamorfose, de gevolgen van de verandering dragen en in het geval van James Potter deze ook uitdragen. Die verandering zet zich ook in James Potter voor, tegenwoordig wordt de zanger het liefste als Jocelyn Si aangesproken.
In Gnomes vraagt James zich af hoe zijn leven zich ontwikkeld heeft. Is het allemaal goed, of was het onecht? Net als op Braodway bespiegelt hij, waar het voetlicht je spoor volgt. Gebeurde dat niet ook buiten de aandacht, buiten de bühne en kon je dus wel je leven gewoon leiden? Seed is slechts de openbaring, het directe gevolg volgt daarna. Seed is de verplichte schoolmusical, waar de andersdenkenden een onzichtbare bijrol krijgen, juist vanwege het anders denken. The Warping is de ontplooiing van het bij personage welke leert om opnieuw van zichzelf te houden, en als dan het Before the Walls slotakkoord klinkt, roept men hem vanuit sentimenteel oogpunt als held van de avond uit.
Het is een hedendaags sprookje, waar Walt Disney verwijzingen loodrecht tegenover het Pink Floyd isolement van The Wall staan. Houtblazers en strijkers walsen lomp marcherend door Gnomes heen. De orkestleider laat een keyboard rondslingeren welke vervolgens enthousiast aansluit. Het kan allemaal, het mag allemaal. The Warping is meer seventies glamrock en minder jaren tachtig new romantics, al blijven deze sub stromingen in alles met elkaar verbonden. Een band als Roxy Music maakt die ontwikkeling van dichtbij mee. Hoe fijn is het dan dat je de plaat in de studio van gitarist Phil Manzanera verder mag uitwerken. Zo vormt funk en de Fame roem van David Bowie ook de poort naar de Come Undone disco. 24 Hour Party People, fashiondrug cocaïne naast feestdrug XTC. Smerige achterkamerromantiek in het rode spotlicht. Het Studio 54 gevoel op Ibiza. Trippend een seksuele revolutie aanwakkeren.
Leuk zo’n hoera stemming, Jocelyn Si beseft in het The Warping titelstuk dat er veel meer tegenstand is. Om acceptatie te bereiken volgt een lange weg van jaloezie, minachting en het ziekelijke misselijke verlangen naar perfectie. Ben je anders als je juist als man een vrouw wil zijn. Uiteindelijk wil je namelijk juist precies hetzelfde zijn. Ontstaat de identiteitscrisis in je hoofd, of schrijven boeken het als een mentale afwijking voor? Innerlijke schoonheid is een mooi gegeven, uiteindelijk draait het toch om de uiterlijke presentatie welke alleen van de buitenkant zichtbaar is. You Make Me Feel So Dumb, na veel tegenstand lichamelijk toegeven. De overgave, de anticlimax na de climax. De track baadt in zomerse Orange Juice gitaargolven rond. Nog een vergeten Schotse trots welke in de jaren tachtig naam maakt.
Pearl is sensuele bossanova. Is bossanova niet letterlijk tot new wave te herleiden? In principe betekent het exact hetzelfde. Black Chocolate staat voor het rassenverschil, verpakt in een trieste sprookjesverpakking. De industriële onderlaag verdrijft exorcistisch de dromerige opzet en gooit er een flinke lading aan realiteitswaanzin doorheen. Wakker worden! Jocelyn staat voor erkenning, het vrouwelijke alter ego van het boegbeeld. We kruipen in het nieuwe personage, en nemen afscheid van het verleden. Jocelyn is zacht vrouwelijk, maar ook feministisch zelfbewust.
De Schotse muziekscene heeft de oorsprong niet in de jaren tachtig, maar gaat veel verder in de tijd terug. Het met Keltische elementen vermengde The Captain staat voor trots en vaderlandsliefde. Hier maakt Walt Disco het verschil. Het is dezelfde insteek welke jaren geleden bij bands als Big Country en The Waterboys en zelfs Simple Minds tastbaar is. Stoer en traditioneel. The Willow waakt als een oude treurende reus over de liedjes. Getuige van de uitgeschreven geschiedenis, getuige van het onzekere toekomstperspectief. Jocelyn Si groeit als tekstschrijver, en aan die groei komt nog lang geen einde. Ook dit trieste nummer ademt het oude Schotland uit, ook hier zijn de folk verwijzingen overduidelijk aanwezig.
In het sterk aan de latere Scott Walker memorerende I Will Travel eert de band de dwalende zielen, de wijze voorouders, de gestigmatiseerde slachtoffers, de vergeten helden, maar ook de hardwerkende burger die zich letterlijk de dood in werkt. Een heldentocht naar het hiernamaals, inclusief de angst voor het definitieve einde. De schreeuwende noodkreet, in de dood zijn we allemaal gelijk. Ook in het afsluitende Before the Walls bemerk je de transformatie naar het Scott Walker evenbeeld, luguber en vreemd. Walt Disco is zich aan het ontpoppen, en maakt zich klaar om zich als een nachtvlinder te presenteren. Bizar toch?
Walt Disco - The Warping | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Natuurlijk verbergt James Potter zich nog steeds onder een dikke laag make-up, al hoort dit tevens bij de theatrale voordracht. Op het podium is de zanger volledig in zijn element. De worsteling met zijn zelfbeeld is er nog steeds, maar als volgelingen zich met je identificeren, moet je de vervolgstap zetten. En dan kom je bij het punt van geborgenheid en veiligheid. Op Unlearning stelt hij de vraag of je wel cool moet zijn, en met de menigte moet meelopen. Bij The Warping komt hij hier op terug, en benadrukt James Potter vooral dat je jouw eigen leven moet leiden. Unlearning is het leerproces om al het geleerde af te leren. The Warping is de metamorfose, de gevolgen van de verandering dragen en in het geval van James Potter deze ook uitdragen. Die verandering zet zich ook in James Potter voor, tegenwoordig wordt de zanger het liefste als Jocelyn Si aangesproken.
In Gnomes vraagt James zich af hoe zijn leven zich ontwikkeld heeft. Is het allemaal goed, of was het onecht? Net als op Braodway bespiegelt hij, waar het voetlicht je spoor volgt. Gebeurde dat niet ook buiten de aandacht, buiten de bühne en kon je dus wel je leven gewoon leiden? Seed is slechts de openbaring, het directe gevolg volgt daarna. Seed is de verplichte schoolmusical, waar de andersdenkenden een onzichtbare bijrol krijgen, juist vanwege het anders denken. The Warping is de ontplooiing van het bij personage welke leert om opnieuw van zichzelf te houden, en als dan het Before the Walls slotakkoord klinkt, roept men hem vanuit sentimenteel oogpunt als held van de avond uit.
Het is een hedendaags sprookje, waar Walt Disney verwijzingen loodrecht tegenover het Pink Floyd isolement van The Wall staan. Houtblazers en strijkers walsen lomp marcherend door Gnomes heen. De orkestleider laat een keyboard rondslingeren welke vervolgens enthousiast aansluit. Het kan allemaal, het mag allemaal. The Warping is meer seventies glamrock en minder jaren tachtig new romantics, al blijven deze sub stromingen in alles met elkaar verbonden. Een band als Roxy Music maakt die ontwikkeling van dichtbij mee. Hoe fijn is het dan dat je de plaat in de studio van gitarist Phil Manzanera verder mag uitwerken. Zo vormt funk en de Fame roem van David Bowie ook de poort naar de Come Undone disco. 24 Hour Party People, fashiondrug cocaïne naast feestdrug XTC. Smerige achterkamerromantiek in het rode spotlicht. Het Studio 54 gevoel op Ibiza. Trippend een seksuele revolutie aanwakkeren.
Leuk zo’n hoera stemming, Jocelyn Si beseft in het The Warping titelstuk dat er veel meer tegenstand is. Om acceptatie te bereiken volgt een lange weg van jaloezie, minachting en het ziekelijke misselijke verlangen naar perfectie. Ben je anders als je juist als man een vrouw wil zijn. Uiteindelijk wil je namelijk juist precies hetzelfde zijn. Ontstaat de identiteitscrisis in je hoofd, of schrijven boeken het als een mentale afwijking voor? Innerlijke schoonheid is een mooi gegeven, uiteindelijk draait het toch om de uiterlijke presentatie welke alleen van de buitenkant zichtbaar is. You Make Me Feel So Dumb, na veel tegenstand lichamelijk toegeven. De overgave, de anticlimax na de climax. De track baadt in zomerse Orange Juice gitaargolven rond. Nog een vergeten Schotse trots welke in de jaren tachtig naam maakt.
Pearl is sensuele bossanova. Is bossanova niet letterlijk tot new wave te herleiden? In principe betekent het exact hetzelfde. Black Chocolate staat voor het rassenverschil, verpakt in een trieste sprookjesverpakking. De industriële onderlaag verdrijft exorcistisch de dromerige opzet en gooit er een flinke lading aan realiteitswaanzin doorheen. Wakker worden! Jocelyn staat voor erkenning, het vrouwelijke alter ego van het boegbeeld. We kruipen in het nieuwe personage, en nemen afscheid van het verleden. Jocelyn is zacht vrouwelijk, maar ook feministisch zelfbewust.
De Schotse muziekscene heeft de oorsprong niet in de jaren tachtig, maar gaat veel verder in de tijd terug. Het met Keltische elementen vermengde The Captain staat voor trots en vaderlandsliefde. Hier maakt Walt Disco het verschil. Het is dezelfde insteek welke jaren geleden bij bands als Big Country en The Waterboys en zelfs Simple Minds tastbaar is. Stoer en traditioneel. The Willow waakt als een oude treurende reus over de liedjes. Getuige van de uitgeschreven geschiedenis, getuige van het onzekere toekomstperspectief. Jocelyn Si groeit als tekstschrijver, en aan die groei komt nog lang geen einde. Ook dit trieste nummer ademt het oude Schotland uit, ook hier zijn de folk verwijzingen overduidelijk aanwezig.
In het sterk aan de latere Scott Walker memorerende I Will Travel eert de band de dwalende zielen, de wijze voorouders, de gestigmatiseerde slachtoffers, de vergeten helden, maar ook de hardwerkende burger die zich letterlijk de dood in werkt. Een heldentocht naar het hiernamaals, inclusief de angst voor het definitieve einde. De schreeuwende noodkreet, in de dood zijn we allemaal gelijk. Ook in het afsluitende Before the Walls bemerk je de transformatie naar het Scott Walker evenbeeld, luguber en vreemd. Walt Disco is zich aan het ontpoppen, en maakt zich klaar om zich als een nachtvlinder te presenteren. Bizar toch?
Walt Disco - The Warping | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Walt Disco - Unlearning (2022)

4,0
0
geplaatst: 23 augustus 2022, 21:53 uur
Met het nodige androgene verwijzingen belichaamt het het zwaar opgemaakte flamboyante Walt Disco zestal de retro New Romantics look en voegt daar een smerige hoeveelheid vuige New York Dolls glamrock accenten aan toe. Lekker theatraal confronterend grijpt dit Schotse gezelschap terug naar de kenmerkende klimaatsverandering die eind jaren zeventig in gang gezet wordt en welke de muterende bastaarduitloop van het decennia daarna modelleert.
Er is tegenwoordig zoveel ophef over het hele LGBTQ+ (Lesbian, Gay, Transgender, Queer) gebeuren, maar de prachtig uitgedoste Boy George van Culture Club, de invloedrijke kameleon David Bowie, het Visage boegbeeld Steve Strange en zelfs het androgene Two Face man/vrouw kapsel van Human Leagues Philip Oakey geven hun excentrieke performance jaren geleden al veel meer kleur. Het beperkt toegankelijke nachtleven in Eric’s Club, Billy’s en The Blitz was toen the places to be. Het draait niet alleen om spraakmakend uiterlijk vertoon, maar het werkt wel in het voordeel om een sterk provocerend statement neer te zetten.
Bij deze schitterende presentatie hoort uiteraard de juiste muzikale omlijsting, maar dat komt in het geval van de retro uitgedoste Walt Disco modepoppetjes wel goed. For All Of My Life I Was In The Dark. De met een identiteitscrisis worstelende James Potter kruipt uit een afgesloten cocon om zijn ware ik aan de buitenwereld te showen. Lazarus ontwaakt uit de dood, en met zijn stomdronken donkere wankele vocalen stapt hij de grimmige dansbare Weightless aerobicwereld binnen. Een verward caleidoscoop spiegeldoolhof van de ziel, bewoond door meervoudige schizofrene persoonlijkheden. Speelt de zanger een spelletje, of is er daadwerkelijk sprake van een complexiteit aan diversiteit. Hij weet het in ieder geval mooi neer te zetten.
Beangstigend croonend is hij aanwezig in het verder luchtig toegankelijke met fluisterende mantra’s gezegende backings Those Kept Close, innig kwetsbaar tentoonstellend in het persoonlijke My Dear. Walt Disco bestaat verder uit de spaarzaam opererende gitaristen Finlay McCarthy en Lewis Carmichael, de ritmisch door het verstrengelde Be an Actor oerwoud heen slaande drummer Jack Martin, funkbassist Charlie Lock en de spacende toetsenist David Morgan. Allemaal marionettenfiguranten in deze hedendaagse The Rocky Horror Picture Show performance, afspelende in een onvatbaar duistere A Clockwork Orange decor.
Verknipte verhaallijnen over net zo verknipte personages, waarbij de zeven hoofdzonden in een nieuw excentriek breed passend jasje gegoten worden. Unlearning handelt over persoonlijke decadentieverval in het gedurfd funkende Kraut spacende Cut Your Hair.De egocentrische glamourmaatschappij staat centraal in het catchy Selfish Lover, de Facebook likes koorts thematiseert de afgedwongen vrolijke typische Britse gemodelleerde How Cool Are You? Blur gekte. Uitzichtloze grungerock verharding tiranniseert het onheilspellende gitaarhuilende tranendal Macilent en verbitterende elektro boksende zelfreflectie beheerst de omgevallen If I Had a Perfect Life speelkaartentoren.
Een schroothoop aan gereanimeerde industriële beats bewapenen zich om met geforceerde vernietigingsdrang de onheilspellende synthpop poort van The Costume Change te openen. Toegankelijke basdeuntjes en melodieuze keyboardwendingen krijgen hierdoor een wazige artrock omkadering die tevens speelruimte geeft aan eighties Italodisco en nineties Eurodance. De deprimerende regen grijze Glasgow beleving die in de vergaande muzikale geschiedenislessen zoveel melancholische tragiek heeft opgeleverd hangt als een afdekkende deken over het camouflerende Unlearning heen. Walt Disco mag zich in de toekomst nog meer losweken van het historische verleden, om zich opnieuw te etiketteren.
Walt Disco - Unlearning | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Er is tegenwoordig zoveel ophef over het hele LGBTQ+ (Lesbian, Gay, Transgender, Queer) gebeuren, maar de prachtig uitgedoste Boy George van Culture Club, de invloedrijke kameleon David Bowie, het Visage boegbeeld Steve Strange en zelfs het androgene Two Face man/vrouw kapsel van Human Leagues Philip Oakey geven hun excentrieke performance jaren geleden al veel meer kleur. Het beperkt toegankelijke nachtleven in Eric’s Club, Billy’s en The Blitz was toen the places to be. Het draait niet alleen om spraakmakend uiterlijk vertoon, maar het werkt wel in het voordeel om een sterk provocerend statement neer te zetten.
Bij deze schitterende presentatie hoort uiteraard de juiste muzikale omlijsting, maar dat komt in het geval van de retro uitgedoste Walt Disco modepoppetjes wel goed. For All Of My Life I Was In The Dark. De met een identiteitscrisis worstelende James Potter kruipt uit een afgesloten cocon om zijn ware ik aan de buitenwereld te showen. Lazarus ontwaakt uit de dood, en met zijn stomdronken donkere wankele vocalen stapt hij de grimmige dansbare Weightless aerobicwereld binnen. Een verward caleidoscoop spiegeldoolhof van de ziel, bewoond door meervoudige schizofrene persoonlijkheden. Speelt de zanger een spelletje, of is er daadwerkelijk sprake van een complexiteit aan diversiteit. Hij weet het in ieder geval mooi neer te zetten.
Beangstigend croonend is hij aanwezig in het verder luchtig toegankelijke met fluisterende mantra’s gezegende backings Those Kept Close, innig kwetsbaar tentoonstellend in het persoonlijke My Dear. Walt Disco bestaat verder uit de spaarzaam opererende gitaristen Finlay McCarthy en Lewis Carmichael, de ritmisch door het verstrengelde Be an Actor oerwoud heen slaande drummer Jack Martin, funkbassist Charlie Lock en de spacende toetsenist David Morgan. Allemaal marionettenfiguranten in deze hedendaagse The Rocky Horror Picture Show performance, afspelende in een onvatbaar duistere A Clockwork Orange decor.
Verknipte verhaallijnen over net zo verknipte personages, waarbij de zeven hoofdzonden in een nieuw excentriek breed passend jasje gegoten worden. Unlearning handelt over persoonlijke decadentieverval in het gedurfd funkende Kraut spacende Cut Your Hair.De egocentrische glamourmaatschappij staat centraal in het catchy Selfish Lover, de Facebook likes koorts thematiseert de afgedwongen vrolijke typische Britse gemodelleerde How Cool Are You? Blur gekte. Uitzichtloze grungerock verharding tiranniseert het onheilspellende gitaarhuilende tranendal Macilent en verbitterende elektro boksende zelfreflectie beheerst de omgevallen If I Had a Perfect Life speelkaartentoren.
Een schroothoop aan gereanimeerde industriële beats bewapenen zich om met geforceerde vernietigingsdrang de onheilspellende synthpop poort van The Costume Change te openen. Toegankelijke basdeuntjes en melodieuze keyboardwendingen krijgen hierdoor een wazige artrock omkadering die tevens speelruimte geeft aan eighties Italodisco en nineties Eurodance. De deprimerende regen grijze Glasgow beleving die in de vergaande muzikale geschiedenislessen zoveel melancholische tragiek heeft opgeleverd hangt als een afdekkende deken over het camouflerende Unlearning heen. Walt Disco mag zich in de toekomst nog meer losweken van het historische verleden, om zich opnieuw te etiketteren.
Walt Disco - Unlearning | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Wand - Spiders in the Rain (2022)

4,0
1
geplaatst: 18 november 2022, 17:17 uur
Wat gebeurt er als je bij een stoffige woestijn stoner rockband het korrelige zandgruis met old-school Merseybeat gitaar twinkelingen wegspoelt? Ontstaat er dan een modderige poel aan stroeve stroperige riffs of geeft het juist een verhelderend, bijna doorzichtig berustend eindeffect? Bij het uit Los Angeles afkomstige Wand is er van dat laatste sprake. Wand heeft iets sprookjesachtigs, en zou een prima soundtrack voor een Lord Of The Rings achtig Tolkien verhaal zijn, goed functionerend als achtergrond bij een grote groep Magic: The Gathering kaartspelers. Doordacht, wat nerdy zelfs, maar aan de andere kant ook ingenieus stoer. Ik durf zelfs te beweren dat ze dit studiogevoel live perfect kunnen overbrengen. Natuurlijk is er op YouTube genoeg waanzinnig materiaal terug te vinden, maar een echte liveplaat, die was er tot nu toe nog niet.
Nou brengen ze daar eindelijk verandering in. De Spiders in the Rain plaat heeft gewoon de gemiddelde concertlengte, maar wordt niet door het ruisende gejuich van doorsnee enthousiaste concertgangers ondersneeuwd en overschreeuwd. Dat is allemaal in de verte afgemixt terug te horen, en daar ligt nou net het gemis in deze concertregistratie. Wand functioneert op de toppen van zijn kunnen, is heerlijk gedurfd complex en eigenzinnig maar mist vreemd genoeg juist net die studio ruwheid. Het tot in perfectie gespeelde Spiders in the Rain is een thuiswedstrijd, met de sluimerende pandemie als enige tegenstander, opgenomen in de eerste wintermaand van 2020.
Licht neurotisch mijmerende kopzanger gitarist Cory Hanson is al lang genoeg in de rockscene werkzaam voordat hij in 2013 met Wand aan de slag gaat. Samen met drummer Evan Burrows en bassist Lee Landey vormt hij de basis van Wand. Als gitarist Robert Cody en keyboardspeler Sofia Arreguin drie jaar later aansluiten, heeft de band al eerder in twee jaar tijd Ganglion Reef, Golem en 1000 Days uitgebracht. Eventjes rustig inspelen is er voor de kersverse bandleden niet bij, Plum (2017) de EP Perfume (2018) en Laughing Matter (2019) volgen, waarna corona het werktempo gaat bepalen. En dan grijp je nog net die minimale kans om op te treden mee, documenteer je de opnames om ze twee jaar later te delen.
Hare is nog dromeriger, nog meer ingetogen en mist helaas wel die keiharde schrikeffecten welke de Laughing Matter versie zo dreigend maakt. Natuurlijk speelt de keuze om hier live mee te beginnen daarin een grote rol. Omdat de track op Laughing Matter veilig in het midden staat opgesteld, werken ze daar naar die climax toe. Nu krijgt de instrumental de lastige taak om Spiders in the Rain te introduceren. Een totaal andere rolpositie. Maar werkt het ook? Nou en of! Het zou zelfs een betere opener dan het ritmische Scarecrow kunnen zijn. Een kwestie van spelen met de mogelijkheden, het materiaal afwegen en met herziende blik daarmee aan de slag gaan.
Wonder sluit op Laughing Matter ook op Hare aan, en daar werkt het perfect, dus waarom hier verder mee experimenteren. De stoere mannen baspartijen hebben dat grimmige duistere van het vroegere Smashing Pumpkins werk. Als er dan ook nog ontembare overstembare straaljager noisegitaren aan toegevoegd worden, kom je helemaal niet meer om die invloed heen. Wijselijk komt de verrijking vervolgens in die overstromende waterval aan verkwikkende gitaarlijnen. Een tikkeltje Paisley Underground neo-psychedelica met de nodige sixties verwijzingen. Vergeet niet dat deze uit de jaren tachtig afkomstige muziekstroming in Los Angeles het grootste afzetgebied heeft, nog voordat die tsunami aan rusteloze jaren negentig gitaargolven het drastisch overneemt. Listen to this panic attack, it’s screaming in your head, I’ve heard several other ones and they all sound just like this. Bijna beangstigend profetisch aan de vooravond van de grote wereldverschuiving, waarna pandemie en milieuproblematiek de regie in handen nemen.
Het titelstuk Plum van hun vierde plaat haakt hier met die voorziende sound ernstig op in. Op de achtergrond patrouilleren zoemende sirenes die het aankomende gevaar met defensieve verdedigingsdrones en overstijgende bewakende drones afkopen. Tijdmachinemuziek, de uitvlucht naar het lichtgewicht seventies poprockgitaar tussenstuk waarna al snel die freakende gekte het weer genadeloos overneemt. See an image of this song burn like a coat, And other useless dreams, What will the world become? Toen nog een vraag, ondertussen pijnlijk beantwoordt. Het blijft een bijzondere band die met gemak de gestructureerde bijna orkestrale sound met zwaar symfonisch gitaargeweld confronteert. Het is de kunst om net buiten de lijntjes te kleuren, waardoor het net geen warboel aan probeersels wordt. Plum laat horen dat dit haalbaar is, maar zoekt wel net dat randje op.
Toe maar, gewoon vervolgens het ruim twintig minuten durende White Cat inzetten! Het mag van mij allemaal, al loop je bij die langere epische stukken al snel het risico dat de aandacht gaat verslappen of het geheel in een eindeloze jamsessie uitloopt, waarin uiteindelijk het einde ver te zoeken valt. Wand is zich hier van goed bewust, waar andere bands kiezen voor een overvloed aan orgel examentoetsenwerk gooit Wand er de nodige vergelijkbare sonische gitaaruitspattingen tussendoor. En toch dramt het nu ook net te lang door, mag het in het vervolg een onsje minder zijn. Het origineel haalt amper de vier minuten, en om hier met het nodige plamuurwerk 16 minuten aan vast te plakken, lijkt mij wat overbodig. Maar dan zou je wel die magistrale gitaarexplosie missen welke op het einde in gang wordt gezet, en dat wil je toch ook weer niet?
Het haperend stotterende Evening Star begin blijft ook live behouden. De gitaren janken op de achtergrond nog heerlijk door, de stilte breekt in om uiteindelijk die heerlijke zachte zangpartijen een kans te geven om de song naar zich toe te trekken. Voor mij had de zang wat sterker op de voorgrond geplaatst mogen worden. Die rauwe tempowisselingen en het warme toetsenspel doorbreken die wolk van stilte, om vervolgens weer in die mistige grijsheid te verdwijnen.
Blue Cloud is funky, bijna sexy zelfs, al kleuren Cory Hansons lyrics de song donkerblauw. Look in the blue cloud, spirit of the sky, No one’s gonna find you till the morning comes, Stand on a frozen language terrified by light, Beauty will surround you, you’ll be free at last. De angst van de berusting, de angst door het triomferend slagveld aan positivisme bestrijden. Wat geven die gitaren toch een heerlijk evenwicht, altijd fijn om de band in deze bloedvorm te horen. Sprankelend, met de geschoolde Riders On The Storm gekleurde toetsenberoering van Sofia Arreguin, wat een aanwinst is deze muzikant toch. Ze graven hiermee diep in het muzikale psychedelische sixties verleden, terwijl de belettende tijdsklok in de verte maar blijft doortikken. Het werkt hier dus wel, het bijna 12 minuten lange Blue Cloud is geen seconde te lang.
Lee Landey is toch wel bij The Gift de drijvende kracht. Droog zomers met opkomende donderwolken en zijn bijna mee neuriënde basakkoorden. Het verlangen naar vroegere liefdes, in de vorm van beeldige (ex)vriendinnen, maar ook in de vorm van vergeten rockklassiekers, die nooit meer op de radio voorbij komen. Toegankelijk hitgevoelig met futuristisch maatwerk van Sofia Arreguin en de twee gitaristen. Wand memoreert hier met het gitaarduelisme overduidelijk naar het tevens uit de omgeving van Hollywood afkomstige Jane’s Addiction en Red Hot Chili Peppers. Vergeet nooit je muzikale helden, die je aanzetten om zelf muziek te maken.
Voor de afronding gebruikt Wand twee Golem tracks; Self Hypnosis en Melted Rope. Het stevige hardrockwerk van Self Hypnosis staat mijlenver van de misleidende songtitel verwijdert. This world is old and broken, freakend rondcirculerend luchtdeeltjes plukkend gitaarkrachtwerk om vervolgens abrupt tussen de zwevende toonhoogtes tot stilstand te komen. Wat volgt is epische dreiging, en als er een track is die het vraagt om live lang uitgesmeerd te worden is dat Self Hypnosis wel. Voor mij absoluut by far het Spiders in the Rain hoogtepunt. Beschouw het oorverdovende prachtige Melted Rope dan als een meesterlijke passende toegift. Wat een geweldige band is Wand toch, uniek in zijn veelzijdigheid. Zoveel energie, zoveel schoonheid.
Wand - Spiders in the Rain | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Nou brengen ze daar eindelijk verandering in. De Spiders in the Rain plaat heeft gewoon de gemiddelde concertlengte, maar wordt niet door het ruisende gejuich van doorsnee enthousiaste concertgangers ondersneeuwd en overschreeuwd. Dat is allemaal in de verte afgemixt terug te horen, en daar ligt nou net het gemis in deze concertregistratie. Wand functioneert op de toppen van zijn kunnen, is heerlijk gedurfd complex en eigenzinnig maar mist vreemd genoeg juist net die studio ruwheid. Het tot in perfectie gespeelde Spiders in the Rain is een thuiswedstrijd, met de sluimerende pandemie als enige tegenstander, opgenomen in de eerste wintermaand van 2020.
Licht neurotisch mijmerende kopzanger gitarist Cory Hanson is al lang genoeg in de rockscene werkzaam voordat hij in 2013 met Wand aan de slag gaat. Samen met drummer Evan Burrows en bassist Lee Landey vormt hij de basis van Wand. Als gitarist Robert Cody en keyboardspeler Sofia Arreguin drie jaar later aansluiten, heeft de band al eerder in twee jaar tijd Ganglion Reef, Golem en 1000 Days uitgebracht. Eventjes rustig inspelen is er voor de kersverse bandleden niet bij, Plum (2017) de EP Perfume (2018) en Laughing Matter (2019) volgen, waarna corona het werktempo gaat bepalen. En dan grijp je nog net die minimale kans om op te treden mee, documenteer je de opnames om ze twee jaar later te delen.
Hare is nog dromeriger, nog meer ingetogen en mist helaas wel die keiharde schrikeffecten welke de Laughing Matter versie zo dreigend maakt. Natuurlijk speelt de keuze om hier live mee te beginnen daarin een grote rol. Omdat de track op Laughing Matter veilig in het midden staat opgesteld, werken ze daar naar die climax toe. Nu krijgt de instrumental de lastige taak om Spiders in the Rain te introduceren. Een totaal andere rolpositie. Maar werkt het ook? Nou en of! Het zou zelfs een betere opener dan het ritmische Scarecrow kunnen zijn. Een kwestie van spelen met de mogelijkheden, het materiaal afwegen en met herziende blik daarmee aan de slag gaan.
Wonder sluit op Laughing Matter ook op Hare aan, en daar werkt het perfect, dus waarom hier verder mee experimenteren. De stoere mannen baspartijen hebben dat grimmige duistere van het vroegere Smashing Pumpkins werk. Als er dan ook nog ontembare overstembare straaljager noisegitaren aan toegevoegd worden, kom je helemaal niet meer om die invloed heen. Wijselijk komt de verrijking vervolgens in die overstromende waterval aan verkwikkende gitaarlijnen. Een tikkeltje Paisley Underground neo-psychedelica met de nodige sixties verwijzingen. Vergeet niet dat deze uit de jaren tachtig afkomstige muziekstroming in Los Angeles het grootste afzetgebied heeft, nog voordat die tsunami aan rusteloze jaren negentig gitaargolven het drastisch overneemt. Listen to this panic attack, it’s screaming in your head, I’ve heard several other ones and they all sound just like this. Bijna beangstigend profetisch aan de vooravond van de grote wereldverschuiving, waarna pandemie en milieuproblematiek de regie in handen nemen.
Het titelstuk Plum van hun vierde plaat haakt hier met die voorziende sound ernstig op in. Op de achtergrond patrouilleren zoemende sirenes die het aankomende gevaar met defensieve verdedigingsdrones en overstijgende bewakende drones afkopen. Tijdmachinemuziek, de uitvlucht naar het lichtgewicht seventies poprockgitaar tussenstuk waarna al snel die freakende gekte het weer genadeloos overneemt. See an image of this song burn like a coat, And other useless dreams, What will the world become? Toen nog een vraag, ondertussen pijnlijk beantwoordt. Het blijft een bijzondere band die met gemak de gestructureerde bijna orkestrale sound met zwaar symfonisch gitaargeweld confronteert. Het is de kunst om net buiten de lijntjes te kleuren, waardoor het net geen warboel aan probeersels wordt. Plum laat horen dat dit haalbaar is, maar zoekt wel net dat randje op.
Toe maar, gewoon vervolgens het ruim twintig minuten durende White Cat inzetten! Het mag van mij allemaal, al loop je bij die langere epische stukken al snel het risico dat de aandacht gaat verslappen of het geheel in een eindeloze jamsessie uitloopt, waarin uiteindelijk het einde ver te zoeken valt. Wand is zich hier van goed bewust, waar andere bands kiezen voor een overvloed aan orgel examentoetsenwerk gooit Wand er de nodige vergelijkbare sonische gitaaruitspattingen tussendoor. En toch dramt het nu ook net te lang door, mag het in het vervolg een onsje minder zijn. Het origineel haalt amper de vier minuten, en om hier met het nodige plamuurwerk 16 minuten aan vast te plakken, lijkt mij wat overbodig. Maar dan zou je wel die magistrale gitaarexplosie missen welke op het einde in gang wordt gezet, en dat wil je toch ook weer niet?
Het haperend stotterende Evening Star begin blijft ook live behouden. De gitaren janken op de achtergrond nog heerlijk door, de stilte breekt in om uiteindelijk die heerlijke zachte zangpartijen een kans te geven om de song naar zich toe te trekken. Voor mij had de zang wat sterker op de voorgrond geplaatst mogen worden. Die rauwe tempowisselingen en het warme toetsenspel doorbreken die wolk van stilte, om vervolgens weer in die mistige grijsheid te verdwijnen.
Blue Cloud is funky, bijna sexy zelfs, al kleuren Cory Hansons lyrics de song donkerblauw. Look in the blue cloud, spirit of the sky, No one’s gonna find you till the morning comes, Stand on a frozen language terrified by light, Beauty will surround you, you’ll be free at last. De angst van de berusting, de angst door het triomferend slagveld aan positivisme bestrijden. Wat geven die gitaren toch een heerlijk evenwicht, altijd fijn om de band in deze bloedvorm te horen. Sprankelend, met de geschoolde Riders On The Storm gekleurde toetsenberoering van Sofia Arreguin, wat een aanwinst is deze muzikant toch. Ze graven hiermee diep in het muzikale psychedelische sixties verleden, terwijl de belettende tijdsklok in de verte maar blijft doortikken. Het werkt hier dus wel, het bijna 12 minuten lange Blue Cloud is geen seconde te lang.
Lee Landey is toch wel bij The Gift de drijvende kracht. Droog zomers met opkomende donderwolken en zijn bijna mee neuriënde basakkoorden. Het verlangen naar vroegere liefdes, in de vorm van beeldige (ex)vriendinnen, maar ook in de vorm van vergeten rockklassiekers, die nooit meer op de radio voorbij komen. Toegankelijk hitgevoelig met futuristisch maatwerk van Sofia Arreguin en de twee gitaristen. Wand memoreert hier met het gitaarduelisme overduidelijk naar het tevens uit de omgeving van Hollywood afkomstige Jane’s Addiction en Red Hot Chili Peppers. Vergeet nooit je muzikale helden, die je aanzetten om zelf muziek te maken.
Voor de afronding gebruikt Wand twee Golem tracks; Self Hypnosis en Melted Rope. Het stevige hardrockwerk van Self Hypnosis staat mijlenver van de misleidende songtitel verwijdert. This world is old and broken, freakend rondcirculerend luchtdeeltjes plukkend gitaarkrachtwerk om vervolgens abrupt tussen de zwevende toonhoogtes tot stilstand te komen. Wat volgt is epische dreiging, en als er een track is die het vraagt om live lang uitgesmeerd te worden is dat Self Hypnosis wel. Voor mij absoluut by far het Spiders in the Rain hoogtepunt. Beschouw het oorverdovende prachtige Melted Rope dan als een meesterlijke passende toegift. Wat een geweldige band is Wand toch, uniek in zijn veelzijdigheid. Zoveel energie, zoveel schoonheid.
Wand - Spiders in the Rain | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Wand - Vertigo (2024)

4,5
3
geplaatst: 21 augustus 2024, 15:28 uur
Door de succesvolle solocarrière van Cory Hanson loop je het risico dat hij het werk van Wand maar voor zich uit schuift. Zeker als hij zich live samen met zijn broer Casey Hanson helemaal in zijn element voelt, en ze met het nodige speelplezier en soleergekte de een na de andere gitaarvete uitvechten. De alweer bijna twee jaar oude liveregistratie Spiders in the Rain is een leuk presentje voor de fans, al hopen die uiteraard al jaren op een waardige opvolger van Laughing Matter. Nou, Vertigo is veel meer dan dat.
Of Cory Hanson door het The Smile project getriggerd wordt laat ik in het midden, feit is wel dat zijn over-sensitieve stemgeluid sterk naar het neurotische onnavolgbare van Thom Yorke neigt. Natuurlijk is Wand veel meer dan dat, ze verbreden hun vanuit Los Angeles opererende psychedelische stoner geluid opnieuw met de nodige onverwachte wendingen. Dit broeinest zorgt nog steeds voor veelzijdige broeierige uitwassen die elk hun zaadje in de dorre woestijngronden planten. Met een brede glimlach gaan we terug naar de eerste week van mei, als de single Smile het licht ziet, de langverwachte aankondiging van Vertigo.
Smile gaat terug naar het instapmoment van de Amerikaanse gitaarrock van begin jaren negentig. Kijk Billy Corgan, zo kan het dus ook, verbreden en niet in herhaling vallen. De straaljagersalvo’s die Robert Cody en Cory Hanson vanuit hun gitaren lanceren ademen die nostalgische hunkering naar vergaande tijden uit. Ze compenseren het gemis met uitwaaiende akkoordlijnen waar geen einde aan dreigt te komen. Het eindeloze zomergevoel, al moet die zomer zich in deze uitloop van de lente nog bewijzen. Smile, soms moet je liegen om een relatie spannend te houden, soms moet je liegen om een relatie te redden.
De zwaarte van de ontrouw bekommert zich tevens over Hangman. In deze opener haakt Wand in op de progressieve rock van Pink Floyd klassieker Time en gebruikt de overstuurde vluchtende hartslag als basis. Hangman is een uitweg, een genadeloze poging om zich van het verleden te distantiëren. Een nieuwe start met een om vergeving vragende zingende Cory Hanson, die met zijn hoge kopstem de maagdelijke onschuld opzoekt. De noise is prettig, dierlijk aaibaar en dwarrelt zorgeloos neder. De hoofdpersonage van de song twijfelt of het beter is om onzichtbaar te verdwijnen. Wand kiest in deze fase voor de wederopstanding, en overwint.
Vanuit deze feniks reïncarnatie ontstaat het net zo hallucinerende Curtain Call. De asresten lenen zich er perfect voor om een bastaardsong te creëren. Ergens komt de zelfverzekerdheid tot leven, ergens zet deze bewustwording de schaamte op een zijspoor. Stilletjes voegt het strijkersarrangement van Evan Backer zich bij het gezelschap. Mooi hoe de bassist hier de lijnen verder uitzet, en nogmaals bewijst dat iedereen van het viertal onmisbaar is. Een waardige vervanger van Lee Landey die ook het toetsenwerk van de eveneens opgestapte Sofia Arreguin voor zijn rekening neemt.
Drummer Evan Burrows is dan niet de kaptein van het schip, hij bepaalt wel de koers, al dreigt hij bij het swingende Mistletoe de afgrond in te varen. Een gedurfde filmische track met een kakofonie aan klanken, waar ik Wand eventjes dreig kwijt te raken. Toch heeft het aanstekelijke hypnotiserende een vreemd soort van geniale aantrekkingskracht die mij naar intensief luisteren meer aanspreekt. Ook hier overduidelijk die Thom Yorke invloed, het onberekende van een nachtmerrie in een dagdroom. Hoe ironisch is het dat later het zwaar psychedelische Lifeboat nog volgt, waar een bezwerende Cory Hanson de drenkelingen gerust stelt.
JJ bewandelt de jazzy triphopvelden. Een ontdekkingstocht die naar een bezinnend slotstuk toewerkt. Op dit punt bevinden The Doors zich als ze Riders On A Storm afronden. Het is misschien niet zozeer een eerbetoon, toch voelt het wel zo aan. Juist die subtiele koortjes geven er een onverwachte twist aan, die je alleen maar bij een band als Wand kan verwachten. Verwacht het onverwachte dus, ik kan het bij een band als Wand niet vaak genoeg herhalen.
Het slopende High Time knarst en piept van alle kanten. Hoe fraai kan je onberekende noise in de schoonheid van serene ambient mengen? Hier staat het experiment overduidelijk op de voorgrond, hier maken ze het verschil en onderscheiden ze zich van de volgende meute. Dit soort gekte hunkert naar de invloedrijke sixties, waar bands elkaar overtroeven en vergeten om kop en staart songs af te leveren. Bij Wand is dit vreemd genoeg wel het geval, het klopt van alle kanten, High Time is overduidelijk het hoogtepunt van Vertigo. Met dit soort tracks leven ze zich live het beste uit, en kunnen ze er jammend onbeperkt op voortborduren.
Dan is het mystieke Seaweed Head eigenlijk een perfecte introductie voor bassist Lee Landey die zich hier op de voorgrond opstelt. Zijn bijdrage is soms nog wat voorzichtig, op de momenten dat hij zich laat gelden, drukt hij de stempel op de songs. Als de muzikant goed is warm gelopen kan hij in de toekomst alleen maar in het bandproces groeien. Vertigo is bewust wat onwennig, en zo hoort het na een lange afwezigheid ook. Wand kiest niet voor de gemakkelijkste weg, ze presenteren zich vrijwel als een nieuwe band. Laat dat op de automatische piloot spelen maar aan anderen over.
Wand - Vertigo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Of Cory Hanson door het The Smile project getriggerd wordt laat ik in het midden, feit is wel dat zijn over-sensitieve stemgeluid sterk naar het neurotische onnavolgbare van Thom Yorke neigt. Natuurlijk is Wand veel meer dan dat, ze verbreden hun vanuit Los Angeles opererende psychedelische stoner geluid opnieuw met de nodige onverwachte wendingen. Dit broeinest zorgt nog steeds voor veelzijdige broeierige uitwassen die elk hun zaadje in de dorre woestijngronden planten. Met een brede glimlach gaan we terug naar de eerste week van mei, als de single Smile het licht ziet, de langverwachte aankondiging van Vertigo.
Smile gaat terug naar het instapmoment van de Amerikaanse gitaarrock van begin jaren negentig. Kijk Billy Corgan, zo kan het dus ook, verbreden en niet in herhaling vallen. De straaljagersalvo’s die Robert Cody en Cory Hanson vanuit hun gitaren lanceren ademen die nostalgische hunkering naar vergaande tijden uit. Ze compenseren het gemis met uitwaaiende akkoordlijnen waar geen einde aan dreigt te komen. Het eindeloze zomergevoel, al moet die zomer zich in deze uitloop van de lente nog bewijzen. Smile, soms moet je liegen om een relatie spannend te houden, soms moet je liegen om een relatie te redden.
De zwaarte van de ontrouw bekommert zich tevens over Hangman. In deze opener haakt Wand in op de progressieve rock van Pink Floyd klassieker Time en gebruikt de overstuurde vluchtende hartslag als basis. Hangman is een uitweg, een genadeloze poging om zich van het verleden te distantiëren. Een nieuwe start met een om vergeving vragende zingende Cory Hanson, die met zijn hoge kopstem de maagdelijke onschuld opzoekt. De noise is prettig, dierlijk aaibaar en dwarrelt zorgeloos neder. De hoofdpersonage van de song twijfelt of het beter is om onzichtbaar te verdwijnen. Wand kiest in deze fase voor de wederopstanding, en overwint.
Vanuit deze feniks reïncarnatie ontstaat het net zo hallucinerende Curtain Call. De asresten lenen zich er perfect voor om een bastaardsong te creëren. Ergens komt de zelfverzekerdheid tot leven, ergens zet deze bewustwording de schaamte op een zijspoor. Stilletjes voegt het strijkersarrangement van Evan Backer zich bij het gezelschap. Mooi hoe de bassist hier de lijnen verder uitzet, en nogmaals bewijst dat iedereen van het viertal onmisbaar is. Een waardige vervanger van Lee Landey die ook het toetsenwerk van de eveneens opgestapte Sofia Arreguin voor zijn rekening neemt.
Drummer Evan Burrows is dan niet de kaptein van het schip, hij bepaalt wel de koers, al dreigt hij bij het swingende Mistletoe de afgrond in te varen. Een gedurfde filmische track met een kakofonie aan klanken, waar ik Wand eventjes dreig kwijt te raken. Toch heeft het aanstekelijke hypnotiserende een vreemd soort van geniale aantrekkingskracht die mij naar intensief luisteren meer aanspreekt. Ook hier overduidelijk die Thom Yorke invloed, het onberekende van een nachtmerrie in een dagdroom. Hoe ironisch is het dat later het zwaar psychedelische Lifeboat nog volgt, waar een bezwerende Cory Hanson de drenkelingen gerust stelt.
JJ bewandelt de jazzy triphopvelden. Een ontdekkingstocht die naar een bezinnend slotstuk toewerkt. Op dit punt bevinden The Doors zich als ze Riders On A Storm afronden. Het is misschien niet zozeer een eerbetoon, toch voelt het wel zo aan. Juist die subtiele koortjes geven er een onverwachte twist aan, die je alleen maar bij een band als Wand kan verwachten. Verwacht het onverwachte dus, ik kan het bij een band als Wand niet vaak genoeg herhalen.
Het slopende High Time knarst en piept van alle kanten. Hoe fraai kan je onberekende noise in de schoonheid van serene ambient mengen? Hier staat het experiment overduidelijk op de voorgrond, hier maken ze het verschil en onderscheiden ze zich van de volgende meute. Dit soort gekte hunkert naar de invloedrijke sixties, waar bands elkaar overtroeven en vergeten om kop en staart songs af te leveren. Bij Wand is dit vreemd genoeg wel het geval, het klopt van alle kanten, High Time is overduidelijk het hoogtepunt van Vertigo. Met dit soort tracks leven ze zich live het beste uit, en kunnen ze er jammend onbeperkt op voortborduren.
Dan is het mystieke Seaweed Head eigenlijk een perfecte introductie voor bassist Lee Landey die zich hier op de voorgrond opstelt. Zijn bijdrage is soms nog wat voorzichtig, op de momenten dat hij zich laat gelden, drukt hij de stempel op de songs. Als de muzikant goed is warm gelopen kan hij in de toekomst alleen maar in het bandproces groeien. Vertigo is bewust wat onwennig, en zo hoort het na een lange afwezigheid ook. Wand kiest niet voor de gemakkelijkste weg, ze presenteren zich vrijwel als een nieuwe band. Laat dat op de automatische piloot spelen maar aan anderen over.
Wand - Vertigo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Warhaus - Ha Ha Heartbreak (2022)

4,5
5
geplaatst: 10 december 2022, 00:38 uur
Terwijl de ene band zich voor een eeuwigheid in de studio opsluit en uiteindelijk met een verspild mager eindresultaat naar buiten treedt, benut de andere juist alle vrije tijd om zich verder te ontplooien en te verbeteren. Speeluren maken, ervaringen delen, nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan en door deze groeispurt vervolgens alert blijven en je vooral creatief ontwikkelen. Als je in het bezit bent van zoveel talent is het asociaal om dit tot een enkele band te beperken. Niet bloedeloos aan stagnerende muzikale bloedarmoede ten onder gaan, maar continu in beweging blijven. Stilstand leidt nou eenmaal tot een niet meer in te halen achterstand. In België nemen Tom Barman (dEUS, TaxiWars), Bert Dockx (Dans Dans, Flying Horseman) en Maarten Devoldere (Balthazar, Warhaus) het voortouw, zonder deze eigenzinnige geniale breinen zou de scene er totaal anders uitzien, sterker nog, misschien zelfs helemaal dood bloeden.
Met Balthazar verlaat Maarten Devoldere op Fever de rokerige jazzclubs en opent hij de meer toegankelijke discodeuren. Sand is een objectief tijdsmonument, waarbij Maarten Devoldere het geheel dirigeert, controleert en juist met beperkte middelen het maximale resultaat bereikt. Vervolgens ontstaat er privé en op het muzikale vlak een leegte die opnieuw tot bloei moet komen. Het oververhitte broeierige Balthazar komt in die rustmodus terecht. De singer-songwriter hervindt zichzelf in het in de ijskast geplaatste Warhaus, zijn veredelde solo project. Ha Ha Heartbreak is fris en cool, en volgt na het We Fucked a Flame Into Being debuut met gemak het meesterlijke onbevangen gelijknamige tweede album Warhaus op. Warhaus staat los van Balthazar, het is geen nieuw hoofdstuk, maar gewoon een totaal ander verhaal. Het moment om een vervolgboek te schrijven is reeds aangebroken.
Ho, wacht even, je zei toch solo project? Is het niet iets te oneerbiedig om zijn vriendin Sylvie Kreusch te vergeten? Nou die relatie is dus op de klippen gelopen. Deze achtergrond dropt een op springen staande tijdbom op de Warhaus verslaglegging en vormt in principe de rode draad op de emotionele Ha Ha Heartbreak scheidingsplaat. Hoe je het ook wendt of keert, het is blijkbaar een onmogelijke opgave om een Warhaus plaat zonder de invloed van Sylvie Kreusch te maken. De verbittering op het wrange Ha Ha Heartbreak is verraderlijk liefdesverdriet met een hard gelag, de pijnlijke treurnis van het brekende gemis omvatrijk samengevat in een tiental beeldschone songs. Nog steeds filmisch, al zijn het nu juist de autobiografische levenstekenen die beeldend in tegenovergestelde richting teruggedraaid passeren, vastlopen of juist open hiaten achterlaten. De romanticus zonder romance. Dagdromen totdat de avondduisternis zich in de gedaante van een opslokkende nachtmerrie openbaart. Normaal zoekt een muzikant in deze fase een studio op, Maarten Devoldere zondert zich in het Siciliaanse Palermo af, een drie weken lang geboekte hotelkamer als tijdelijk toevluchtsoord.
Girl, it’s in the future we belong, I know it’s in the future we belong. Een smeekbede om de relatie weer op te pakken, of het gezonde verstand dat een goede verstandhouding een toekomstige samenwerking niet in de weg hoeft te staan. Met de vintage sexy Open Window soulsingle laat Maarten Devoldere alle opties open. Een sensueel croonende player, die met zijn betoverd bruinwarme stemgeluid het uitdagende liefdesspel bespeelt. Licht kitscherige Leonard Cohen tragiek, zwoel overtuigend met een hoog orkestraal film noir sentimenteel drama gevoel. Een ieder herkent die behoefte wel om na een uitzichtloze relatie alle materiële en geestelijke rotzooi uit het raam te kieperen. Eventjes die ingehouden woede vrij spel geven, om vervolgens opgeruimd het leven te herpakken. Maarten Devoldere opent zijn hart en geeft direct al toegang tot zijn ziel. When I Am with You en I’ll Miss You Baby zijn het hulpeloze heimelijke verlangen naar een onbeantwoorde zorgvraag. Tekstueel draagt When I Am with You dezelfde wanhoop met zich mee als dat ultieme tragische Lovesong liefdesnummer van The Cure. Een soortgelijke kwetsbaarheid, een soortgelijke hang naar betere tijden. De singer-songwriter geeft de jacht nog niet op, maar bespiedt zijn prooi van een afstand, afwachtend om op het juiste moment opnieuw toe te slaan. Het kat en muis spelletje, liefde genaamd.
It Had To Be You baant zich door het jungle oerwoud aan dierlijke behoeftes een weg. Balthazar teammaatje Simon Casier geeft met zijn doordouwende dwarsduistere baslijnen deze complexiteit net dat extra duwtje in de juiste richting. Heel eventjes dat overspel gevoel en die soepele Balthazar aders blootleggen, de maniakale gekte binnenlaten om vervolgens weer die Warhaus schakeling te maken. Donkere Timebomb nachtcafe jazzfunk, met verleidende achtergrondvocalen. De vervloekende verschrikkingen van de passionele loerende hoofdzondes in het begerende Desire. The Crime Of The Century, een wellustige privédetective op oorlogspad. Het bluesy Americana gitaarintermezzo Mondello’s Melody is het moment om tot jezelf te komen, conclusies te trekken en gedempt de loeizware deprimerende Batteries & Toys reis te vervolgen. Soms is het beter om afstand van het verleden te nemen, hoe dierbaar dit ook is. Weggooien en opgeschoond opnieuw beginnen.
En dan verwacht je een hoopvolle kijk op de toekomst. Integendeel, het doordenderende Shadow Play heeft een groenzwarte niet afpoetsbare beslagen koperaanslag. Ziekmakende tegendraadse triphop met de sprankeling van dat onvatbare Belgische muzikale klimaatbeheersingsgevoel. Afkicken van de druggy verslavingen, afkicken van de ontembare liefdesescapades, afkicken van de voorspelbaarheid van het leven. Best I Ever Had laat zich als een zwart gebrande Nick Cave passage lezen. Best I Ever Had? Nee, ik hoop het niet. In het hoofd van Maarten Devoldere spelen zich zeker nog wel nieuwe verhalen af.
Warhaus - Ha Ha Heartbreak | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Met Balthazar verlaat Maarten Devoldere op Fever de rokerige jazzclubs en opent hij de meer toegankelijke discodeuren. Sand is een objectief tijdsmonument, waarbij Maarten Devoldere het geheel dirigeert, controleert en juist met beperkte middelen het maximale resultaat bereikt. Vervolgens ontstaat er privé en op het muzikale vlak een leegte die opnieuw tot bloei moet komen. Het oververhitte broeierige Balthazar komt in die rustmodus terecht. De singer-songwriter hervindt zichzelf in het in de ijskast geplaatste Warhaus, zijn veredelde solo project. Ha Ha Heartbreak is fris en cool, en volgt na het We Fucked a Flame Into Being debuut met gemak het meesterlijke onbevangen gelijknamige tweede album Warhaus op. Warhaus staat los van Balthazar, het is geen nieuw hoofdstuk, maar gewoon een totaal ander verhaal. Het moment om een vervolgboek te schrijven is reeds aangebroken.
Ho, wacht even, je zei toch solo project? Is het niet iets te oneerbiedig om zijn vriendin Sylvie Kreusch te vergeten? Nou die relatie is dus op de klippen gelopen. Deze achtergrond dropt een op springen staande tijdbom op de Warhaus verslaglegging en vormt in principe de rode draad op de emotionele Ha Ha Heartbreak scheidingsplaat. Hoe je het ook wendt of keert, het is blijkbaar een onmogelijke opgave om een Warhaus plaat zonder de invloed van Sylvie Kreusch te maken. De verbittering op het wrange Ha Ha Heartbreak is verraderlijk liefdesverdriet met een hard gelag, de pijnlijke treurnis van het brekende gemis omvatrijk samengevat in een tiental beeldschone songs. Nog steeds filmisch, al zijn het nu juist de autobiografische levenstekenen die beeldend in tegenovergestelde richting teruggedraaid passeren, vastlopen of juist open hiaten achterlaten. De romanticus zonder romance. Dagdromen totdat de avondduisternis zich in de gedaante van een opslokkende nachtmerrie openbaart. Normaal zoekt een muzikant in deze fase een studio op, Maarten Devoldere zondert zich in het Siciliaanse Palermo af, een drie weken lang geboekte hotelkamer als tijdelijk toevluchtsoord.
Girl, it’s in the future we belong, I know it’s in the future we belong. Een smeekbede om de relatie weer op te pakken, of het gezonde verstand dat een goede verstandhouding een toekomstige samenwerking niet in de weg hoeft te staan. Met de vintage sexy Open Window soulsingle laat Maarten Devoldere alle opties open. Een sensueel croonende player, die met zijn betoverd bruinwarme stemgeluid het uitdagende liefdesspel bespeelt. Licht kitscherige Leonard Cohen tragiek, zwoel overtuigend met een hoog orkestraal film noir sentimenteel drama gevoel. Een ieder herkent die behoefte wel om na een uitzichtloze relatie alle materiële en geestelijke rotzooi uit het raam te kieperen. Eventjes die ingehouden woede vrij spel geven, om vervolgens opgeruimd het leven te herpakken. Maarten Devoldere opent zijn hart en geeft direct al toegang tot zijn ziel. When I Am with You en I’ll Miss You Baby zijn het hulpeloze heimelijke verlangen naar een onbeantwoorde zorgvraag. Tekstueel draagt When I Am with You dezelfde wanhoop met zich mee als dat ultieme tragische Lovesong liefdesnummer van The Cure. Een soortgelijke kwetsbaarheid, een soortgelijke hang naar betere tijden. De singer-songwriter geeft de jacht nog niet op, maar bespiedt zijn prooi van een afstand, afwachtend om op het juiste moment opnieuw toe te slaan. Het kat en muis spelletje, liefde genaamd.
It Had To Be You baant zich door het jungle oerwoud aan dierlijke behoeftes een weg. Balthazar teammaatje Simon Casier geeft met zijn doordouwende dwarsduistere baslijnen deze complexiteit net dat extra duwtje in de juiste richting. Heel eventjes dat overspel gevoel en die soepele Balthazar aders blootleggen, de maniakale gekte binnenlaten om vervolgens weer die Warhaus schakeling te maken. Donkere Timebomb nachtcafe jazzfunk, met verleidende achtergrondvocalen. De vervloekende verschrikkingen van de passionele loerende hoofdzondes in het begerende Desire. The Crime Of The Century, een wellustige privédetective op oorlogspad. Het bluesy Americana gitaarintermezzo Mondello’s Melody is het moment om tot jezelf te komen, conclusies te trekken en gedempt de loeizware deprimerende Batteries & Toys reis te vervolgen. Soms is het beter om afstand van het verleden te nemen, hoe dierbaar dit ook is. Weggooien en opgeschoond opnieuw beginnen.
En dan verwacht je een hoopvolle kijk op de toekomst. Integendeel, het doordenderende Shadow Play heeft een groenzwarte niet afpoetsbare beslagen koperaanslag. Ziekmakende tegendraadse triphop met de sprankeling van dat onvatbare Belgische muzikale klimaatbeheersingsgevoel. Afkicken van de druggy verslavingen, afkicken van de ontembare liefdesescapades, afkicken van de voorspelbaarheid van het leven. Best I Ever Had laat zich als een zwart gebrande Nick Cave passage lezen. Best I Ever Had? Nee, ik hoop het niet. In het hoofd van Maarten Devoldere spelen zich zeker nog wel nieuwe verhalen af.
Warhaus - Ha Ha Heartbreak | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Warhaus - Karaoke Moon (2024)

4,0
0
geplaatst: 1 december 2024, 12:10 uur
Slechts een paar weken zitten er tussen de releasedatums van het opgewekte Comic Trip van Sylvie Kreusch en het melodramatische Karaoke Moon van Warhaus. De twee voormalige geliefden staan overduidelijk haaks tegenover elkaar in het leven. Sylvie Kreusch heeft de liefde weer toegelaten, Maarten Devoldere zit nog midden in het verwerkingsproces en scharrelt de waardevolle momenten uit het verleden bij elkaar. De prille liefde verkeert bij hem nog in een verkenningsfase, voorzichtig leert hij weer om gelukkig te zijn.
Zorgt de zangeres voor de nodige verfrissing, Maarten Devoldere warmt het kliekje van gisteren opnieuw op, en schotelt ons kost voor die op Ha Ha Heartbreak nog smakelijk geserveerd werd. Bij Karaoke Moon stagneert hij en pakt hij een herhalingsrecept uit de kast. Hoe bijzonder is het dat Sylvie Kreusch de nummers weer ouderwets opleukt, alsof er niks gebeurd is, terwijl er in de tussentijd juist heel veel veranderd is.
Nog steeds zijn het prachtige nummers, maar ze vallen nu wel heel zwaar. In Where the Names Are Real haalt de muzikant telkens weer de fotoboeken tevoorschijn. Kan je herinneringen herbeleven als de ander ontbreekt? Dit ziekelijk verslaafde gedrag boekt geen voorruitgang, maar wekt de indruk dat Maarten Devoldere de kwelling adoreert en dan streef je het doel voorbij. Het ligt er net te dik bovenop, waardoor de swing ontbreekt. Laat die swing nou juist Warhaus zo bijzonder maken. Warhaus was het kindje van Sylvie Kreusch en Maarten Devoldere, waarbij die laatste het voordeel van de scheiding won, maar een paar jaar later toch de grote verliezer blijkt ze zijn.
Maarten Devoldere, de romanticus functioneert het beste zonder romance. Hij weet donders goed hoe het in elkaar steekt. Exotische No Surprise soulwave, zonder verwachtingen er open instappen, de liedjes schrijven zichzelf toch wel. Alleen wordt de inboedel nu verdeeld en krijgt Sylvie Kreusch de geluksmomenten in haar schoot geworpen. Warhaus is zoekende, de verrassing is er een beetje vanaf. No Surprise heeft iets triests, de verplichting van Sylvie Kreusch om hulp te bieden. In deze fase kan je juist het beste elkaar loslaten, dat is gewoon stukken gezonder. Het duistere What Goes Up, de film is afgelopen, de aftiteling rondt het proces definitief af.
Jim Morrison haalde het maximale uit zijn leven, de seks, het genot en vooral het leven zelf. Met zijn 35 jaar speelt het bestaan bij Maarten Devoldere in gematigd langspeelplaat tempo af. Het is jaloezie in het kwadraat en op het moment dat Maarten Devoldere bijna doordraait, is hij met zijn wraak croonende overdracht op zijn best. Het is de jazzy staande bas die er geduldig de nodige coolness in stopt. De zelfverzekerde factor, de onstuimige jeugdigheid, maar ook de geleerde oude heer. Het sfeerbepalende Jacky N benut de woordeloze stilte, een berustend piano intermezzo om tot inkeer te komen. Het zit tegen een boetedoening aan, de zondes wegspoelend.
In het dreigende Zero One Code staat het voormalige koppel loodrecht tegenover elkaar. Het slaande klokkenspel overstijgt het uptempo ritme en de gejaagde bas. Met wiskundige formules de liefde beantwoorden. De chemie van het onverwachte. Zero One Code is echter net iets te avontuurlijk experimenteel, net te doordacht, maar wel geniaal doordacht. De filmische Hooverphonic triphop van Hands of a Clock is buitencategorie en leunt tegen perfectie aan, al is het juist op het moment dat Maarten Devoldere de imperfectie omarmt.
The Winning Numbers, het leven is een dramatisch roulettespel, een misstap en je ligt eruit. Het sleutelnummer tussen heden en verleden, veilig en gemakkelijk. Dan valt het egocentrische I Want More hard op je dak. Control freak Maarten Devoldere smacht naar een stukje spanning, maar is te vermoeid voor de strijd. Soms wil je teveel, soms eis je teveel van jezelf. Emely benut de zekerheden, maar hunkert naar de schoonheidsfoutjes. Karaoke Moon, kunstmatig vermaak, tot midden in de nacht.
Warhaus - Karaoke Moon | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Zorgt de zangeres voor de nodige verfrissing, Maarten Devoldere warmt het kliekje van gisteren opnieuw op, en schotelt ons kost voor die op Ha Ha Heartbreak nog smakelijk geserveerd werd. Bij Karaoke Moon stagneert hij en pakt hij een herhalingsrecept uit de kast. Hoe bijzonder is het dat Sylvie Kreusch de nummers weer ouderwets opleukt, alsof er niks gebeurd is, terwijl er in de tussentijd juist heel veel veranderd is.
Nog steeds zijn het prachtige nummers, maar ze vallen nu wel heel zwaar. In Where the Names Are Real haalt de muzikant telkens weer de fotoboeken tevoorschijn. Kan je herinneringen herbeleven als de ander ontbreekt? Dit ziekelijk verslaafde gedrag boekt geen voorruitgang, maar wekt de indruk dat Maarten Devoldere de kwelling adoreert en dan streef je het doel voorbij. Het ligt er net te dik bovenop, waardoor de swing ontbreekt. Laat die swing nou juist Warhaus zo bijzonder maken. Warhaus was het kindje van Sylvie Kreusch en Maarten Devoldere, waarbij die laatste het voordeel van de scheiding won, maar een paar jaar later toch de grote verliezer blijkt ze zijn.
Maarten Devoldere, de romanticus functioneert het beste zonder romance. Hij weet donders goed hoe het in elkaar steekt. Exotische No Surprise soulwave, zonder verwachtingen er open instappen, de liedjes schrijven zichzelf toch wel. Alleen wordt de inboedel nu verdeeld en krijgt Sylvie Kreusch de geluksmomenten in haar schoot geworpen. Warhaus is zoekende, de verrassing is er een beetje vanaf. No Surprise heeft iets triests, de verplichting van Sylvie Kreusch om hulp te bieden. In deze fase kan je juist het beste elkaar loslaten, dat is gewoon stukken gezonder. Het duistere What Goes Up, de film is afgelopen, de aftiteling rondt het proces definitief af.
Jim Morrison haalde het maximale uit zijn leven, de seks, het genot en vooral het leven zelf. Met zijn 35 jaar speelt het bestaan bij Maarten Devoldere in gematigd langspeelplaat tempo af. Het is jaloezie in het kwadraat en op het moment dat Maarten Devoldere bijna doordraait, is hij met zijn wraak croonende overdracht op zijn best. Het is de jazzy staande bas die er geduldig de nodige coolness in stopt. De zelfverzekerde factor, de onstuimige jeugdigheid, maar ook de geleerde oude heer. Het sfeerbepalende Jacky N benut de woordeloze stilte, een berustend piano intermezzo om tot inkeer te komen. Het zit tegen een boetedoening aan, de zondes wegspoelend.
In het dreigende Zero One Code staat het voormalige koppel loodrecht tegenover elkaar. Het slaande klokkenspel overstijgt het uptempo ritme en de gejaagde bas. Met wiskundige formules de liefde beantwoorden. De chemie van het onverwachte. Zero One Code is echter net iets te avontuurlijk experimenteel, net te doordacht, maar wel geniaal doordacht. De filmische Hooverphonic triphop van Hands of a Clock is buitencategorie en leunt tegen perfectie aan, al is het juist op het moment dat Maarten Devoldere de imperfectie omarmt.
The Winning Numbers, het leven is een dramatisch roulettespel, een misstap en je ligt eruit. Het sleutelnummer tussen heden en verleden, veilig en gemakkelijk. Dan valt het egocentrische I Want More hard op je dak. Control freak Maarten Devoldere smacht naar een stukje spanning, maar is te vermoeid voor de strijd. Soms wil je teveel, soms eis je teveel van jezelf. Emely benut de zekerheden, maar hunkert naar de schoonheidsfoutjes. Karaoke Moon, kunstmatig vermaak, tot midden in de nacht.
Warhaus - Karaoke Moon | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Warhaus - We Fucked a Flame Into Being (2016)

3,5
0
geplaatst: 11 september 2016, 15:53 uur
We Fucked A Flame Into Being van Warhaus straalt het Zomergasten gevoel uit van vroeger.
In een tijd dat men gericht ging zoeken naar mooie opnames en fragmenten zonder YouTube.
Waar men nog niet vergiftigd werd aan een overvloed aan filmpjes, en dat de gasten nog kunstenaars waren, en geen ministers op verkiezingscampagne, of presentators die het gebruiken om een minder goed lopend eigen format te promoten.
Dat je nog sloom en verhit op de bank elke minuut volgde, terwijl de buren na een warme zomerdag aan het nagenieten zijn van een barbecue met alleen maar worstjes en speklappen.
Geen elektronisch geval, maar nog gewoon met kolen die na smeulden.
En dan komt het grote moment; de keuzefilm.
De een of andere vage Franse film noir, waar nog nooit iemand van gehoord had, en de soundtrack te vergelijken valt met dit album.
Leonard Cohen, dEUS en Tuxedomoon zijn namen die mij te binnen schieten.
Wat is 2016 toch een mooi muzikaal jaar.
In een tijd dat men gericht ging zoeken naar mooie opnames en fragmenten zonder YouTube.
Waar men nog niet vergiftigd werd aan een overvloed aan filmpjes, en dat de gasten nog kunstenaars waren, en geen ministers op verkiezingscampagne, of presentators die het gebruiken om een minder goed lopend eigen format te promoten.
Dat je nog sloom en verhit op de bank elke minuut volgde, terwijl de buren na een warme zomerdag aan het nagenieten zijn van een barbecue met alleen maar worstjes en speklappen.
Geen elektronisch geval, maar nog gewoon met kolen die na smeulden.
En dan komt het grote moment; de keuzefilm.
De een of andere vage Franse film noir, waar nog nooit iemand van gehoord had, en de soundtrack te vergelijken valt met dit album.
Leonard Cohen, dEUS en Tuxedomoon zijn namen die mij te binnen schieten.
Wat is 2016 toch een mooi muzikaal jaar.
Warpaint - Radiate Like This (2022)

3,5
0
geplaatst: 7 mei 2022, 19:08 uur
Los Angeles, the city of Angels, woonplaats van het met engelensamenzang gezegende Warpaint. Het indiepop kwartet dat jaren negentig girlpower met hallucinerende gitaarkalmte vervoegt. Een zwevende laaghangende regenboog trip aura omgeven door pasteltinten poederdoos oorlogskleuren. Op hun zesde studioplaat Radiate Like This verkennen ze het elektronische ambientfolk-veld, waardoor er nog meer een therapeutische mindfullness vloedgolf over de licht meditatieve albumtracks heen hangt. Sluit je ogen, concentreer je op de ademhaling, en bereid je voor op een ruim veertig minuten durende genotservaring aan zielsbewustwording. Herkenbare zwoele kriebelende blotevoetenliedjes, in extase zwetend broeierig, volgens de Californication principes. Zanderig exotisch, doelbewust verleidend.
De acclimatiserende bubbel pauze tussen voorganger Heads Up en Radiate Like This, krijgt de bekende pandemieverlenging toegedeeld en trapt na zes langwachtende jaren veelbelovend met de overwinnaarsmentaliteit van het harmonisch evenwichtige tegen de deephouse aanleunende Champion trance af. Spiritueel met natuur en geest verbonden, de oerkracht van de vrouwelijke stem, sensueel, trouw, liefdevol en verleidend. Flirtend uitdagend gooien ze er een overdosis aan bezwerende beats doorheen. Jenny Lee Lindberg trekt het toegankelijke Champion volledig naar zich toe, zich fier boven de elektronica staande houdend. Haar droge, luie baspartijen inclusief aardse gebondenheid geven Emily Kokal genoeg speelruimte om de aan de verbeelding overlatende sprekende teksten op je los te laten.
Breathe in and breathe it out
And here it is
I’ve got you
And here it is
I’ll talk to you
I hope you’ll figure it out
Everything you know about
Het koortsige Warpaint virus slaat genadeloos toe. Binnen een paar minuten verlies je de zekerheid en realiteitsgrip, en val je keihard voor die meisjesachtige aantrekkingskracht.
Warpaint verruilt het groene festivalgras voor de duisternis van de postpunk danceclub. Een tikkeltje anoniemer, beleefd schuchter volgens het koude egocentrisme stramien. De gedurfde Hips floorkiller houdt je in een omstrengelde wurggreep. Mooi hoe ze die kwetsbare troebele zachtheid loslaten om met grimmige dominante zelfverzekerdheid onder de huid kruipen. Een openlijke gastzangeressollicitatie voor de grijze verregende tripgoth verduisteringsgordijnen waarachter een act als Massive Attack opereert.
Flarden aan druilerige eighties mistigheid verdrijven het verlichtende Heads Up optimisme. Emily Kokals groeiende volwassen stemkwaliteiten raken met hitgevoelig gemak de hogere regionen. Slepende baspartijen, afgewogen drums, regen druppelende pianotoetsen en stemmig afgestelde strijkers zorgen ervoor dat Warpaint net niet in de R&B kweekvijver kopje onder gaat. Door het veelvoudige spelen rafelen de stekende tandwielen af, waardoor er een gepolijst afgeslepen geluid ontstaat. De gesloten versteende cocon opent zich, en een prachtige eendagsvlinder stelt stralend zijn veelzijdige kleuren beschikbaar. Daarin loert het gevaar, het is allemaal zo perfect luchtig als goedkope snel vervagende parfumgeuren. Het dringt binnen, neemt de ruimte in beslag om vervolgens in stilte weer te verdwijnen.
De geoliede soepelheid heeft een fluweel boterzacht laagje ontwikkeld. Voor de spiegel aangebrachte Warpaint gevechtstinten camoufleren de onderliggende diepgang. Voorzichtig herpakt dit damesgezelschap zich in het oppompende boksring betredende Proof. Het ontdooiende verbrandingspunt bereiken ze met de experimenteerdrift van het temperamentvolle Melting waar voorgeprogrammeerde Bossa Nova keyboarddeuntjes de hypnotiserende postpunk spookzang kilte afwisselt. Het overtuigende Send Nudes leeft door de jazzy kwinkslagen van een behoudend doeltreffend meppende Stella Mozgawa helemaal op, en mag zich gerust een waardige albumafsluiter noemen. Radiate Like This heeft zeker zijn indrukwekkende momenten, maar Warpaint kiest te vaak voor het breder scorende gemak.
Warpaint - Radiate Like This | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
De acclimatiserende bubbel pauze tussen voorganger Heads Up en Radiate Like This, krijgt de bekende pandemieverlenging toegedeeld en trapt na zes langwachtende jaren veelbelovend met de overwinnaarsmentaliteit van het harmonisch evenwichtige tegen de deephouse aanleunende Champion trance af. Spiritueel met natuur en geest verbonden, de oerkracht van de vrouwelijke stem, sensueel, trouw, liefdevol en verleidend. Flirtend uitdagend gooien ze er een overdosis aan bezwerende beats doorheen. Jenny Lee Lindberg trekt het toegankelijke Champion volledig naar zich toe, zich fier boven de elektronica staande houdend. Haar droge, luie baspartijen inclusief aardse gebondenheid geven Emily Kokal genoeg speelruimte om de aan de verbeelding overlatende sprekende teksten op je los te laten.
Breathe in and breathe it out
And here it is
I’ve got you
And here it is
I’ll talk to you
I hope you’ll figure it out
Everything you know about
Het koortsige Warpaint virus slaat genadeloos toe. Binnen een paar minuten verlies je de zekerheid en realiteitsgrip, en val je keihard voor die meisjesachtige aantrekkingskracht.
Warpaint verruilt het groene festivalgras voor de duisternis van de postpunk danceclub. Een tikkeltje anoniemer, beleefd schuchter volgens het koude egocentrisme stramien. De gedurfde Hips floorkiller houdt je in een omstrengelde wurggreep. Mooi hoe ze die kwetsbare troebele zachtheid loslaten om met grimmige dominante zelfverzekerdheid onder de huid kruipen. Een openlijke gastzangeressollicitatie voor de grijze verregende tripgoth verduisteringsgordijnen waarachter een act als Massive Attack opereert.
Flarden aan druilerige eighties mistigheid verdrijven het verlichtende Heads Up optimisme. Emily Kokals groeiende volwassen stemkwaliteiten raken met hitgevoelig gemak de hogere regionen. Slepende baspartijen, afgewogen drums, regen druppelende pianotoetsen en stemmig afgestelde strijkers zorgen ervoor dat Warpaint net niet in de R&B kweekvijver kopje onder gaat. Door het veelvoudige spelen rafelen de stekende tandwielen af, waardoor er een gepolijst afgeslepen geluid ontstaat. De gesloten versteende cocon opent zich, en een prachtige eendagsvlinder stelt stralend zijn veelzijdige kleuren beschikbaar. Daarin loert het gevaar, het is allemaal zo perfect luchtig als goedkope snel vervagende parfumgeuren. Het dringt binnen, neemt de ruimte in beslag om vervolgens in stilte weer te verdwijnen.
De geoliede soepelheid heeft een fluweel boterzacht laagje ontwikkeld. Voor de spiegel aangebrachte Warpaint gevechtstinten camoufleren de onderliggende diepgang. Voorzichtig herpakt dit damesgezelschap zich in het oppompende boksring betredende Proof. Het ontdooiende verbrandingspunt bereiken ze met de experimenteerdrift van het temperamentvolle Melting waar voorgeprogrammeerde Bossa Nova keyboarddeuntjes de hypnotiserende postpunk spookzang kilte afwisselt. Het overtuigende Send Nudes leeft door de jazzy kwinkslagen van een behoudend doeltreffend meppende Stella Mozgawa helemaal op, en mag zich gerust een waardige albumafsluiter noemen. Radiate Like This heeft zeker zijn indrukwekkende momenten, maar Warpaint kiest te vaak voor het breder scorende gemak.
Warpaint - Radiate Like This | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Warpaint - The Fool (2010)

4,0
0
geplaatst: 2 september 2011, 13:52 uur
Geslaagd debuut van 4 dames die bijna ten onder gaan in een indie grabbelton.
Moeilijk onder te brengen, de ene keer hoor ik Bjork, dan weer The XX, Bananarama, The Cranes en in het titelnummer zelfs Nirvana.
Muzikaal grijpt het terug naar eind jaren 80, begin jaren 90.
The Fool zou prima op het label 4AD gepast hebben in plaats van op Rough Trade.
Daar kwamen in de hoogtijdagen zoveel variatie vandaan, allemaal acts die niet onder een noemer te groeperen vallen.
Shoegaze en dreampop werden toen langzaamaan een begrip.
Warpaint opereert 20 jaar te laat, maar daardoor vallen ze nu juist meer op.
Verwacht geen Red Hot Chili Peppers achtige funk, John Frusciante heeft zijn geliefde de vrije loop gelaten.
Ook zijn ze niet onder te brengen tussen L7, Babes In Toyland of Hole, geen geschreeuw, maar subtiele zang.
Ondanks dat het duidelijk een band in ontwikkeling is, mogen ze trots zijn op dit album.
Verwacht hier in de toekomst nog veel van te horen.
Moeilijk onder te brengen, de ene keer hoor ik Bjork, dan weer The XX, Bananarama, The Cranes en in het titelnummer zelfs Nirvana.
Muzikaal grijpt het terug naar eind jaren 80, begin jaren 90.
The Fool zou prima op het label 4AD gepast hebben in plaats van op Rough Trade.
Daar kwamen in de hoogtijdagen zoveel variatie vandaan, allemaal acts die niet onder een noemer te groeperen vallen.
Shoegaze en dreampop werden toen langzaamaan een begrip.
Warpaint opereert 20 jaar te laat, maar daardoor vallen ze nu juist meer op.
Verwacht geen Red Hot Chili Peppers achtige funk, John Frusciante heeft zijn geliefde de vrije loop gelaten.
Ook zijn ze niet onder te brengen tussen L7, Babes In Toyland of Hole, geen geschreeuw, maar subtiele zang.
Ondanks dat het duidelijk een band in ontwikkeling is, mogen ze trots zijn op dit album.
Verwacht hier in de toekomst nog veel van te horen.
Washed Out - Notes from a Quiet Life (2024)

3,0
0
geplaatst: 7 juli 2024, 19:17 uur
Voor sommige mensen is de saaie dagelijkse gang van zaken al spannend genoeg. Elke dag hetzelfde opstarten, de terugkerende files naar het werk, eenzijdige nutteloze kantoorgesprekken en in de avond tijdens het eten met je partner de dag doornemen. Stel je eens voor dat je iets bijzonders te vermelden hebt, dan loopt het hele patroon door de war. Laten we het simpel houden en de moeilijkdoenerij vermijden. Dat is precies wat Notes from a Quiet Life al aangeeft en waar Washed Out exact voor staat.
Het is echter een bewuste keuze van Ernest Greene om de hectiek in Atlanta te ontvluchten en zich op het platteland terug te trekken. Als je doodmoe van de chaos om je heen wordt is dit de beste oplossing. Het is een moedige stap om juist trouw aan die puurheid te blijven. Washed Out is geen avontuurlijke band en zal dat ook nooit worden. Voorganger Purple Noon noem ik nog een ontgoochelende veilige niets aan de hand plaat, maar als die veiligheid dreigt weg te vallen, wat blijft er dan nog over?
Waking Up is de ontwaking van de stilstand, om tot leven te komen moet je stappen verzetten. Het controleverlies zit hem in de verdovende retro Krautrock benadering, de toekomst in de pulserende discobeat welke deze basis voorzichtig overstemd en er een dansbaar geheel van maakt. Dansen is een primitieve vorm van bewegen, dansen laat het wegzweven vervagen, een noodzakelijke eerste levensbehoefte. De mechanische robotstem geeft er een voorgeprogrammeerde calculatie aan. Verbreekt Ernest Greene die gewaarborgde stabiele zone of blijft hij in het verleden hangen.
In Say Goodbye onderneemt de muzikant een poging om zijn alter-ego af te schudden. Het is de natuurlijke overgang naar een iets donkere sound die je in eerste instantie amper opvalt. De vertrouwde liedjes moeten het nu zonder hem redden. Op papier klopt het allemaal, in de praktijk is er een lange weg te bewandelen. Got You Back verschuilt zich nog achter die zekerheid en stiekem is het best lekker als hij afwijkend de vocale soulhoogtes opzoekt. Een klein winstmomentje welke zich definitief in het naar de synthpop neigende The Hardest Part kerststemming doorzet. Het is eventjes doorbijten, daarna volgt de euforische verlichting.
A Sign is de toevallige ontmoeting met zijn innerlijke zelfbeeld. Een vreemdeling die zich plotseling aandient en welke overstuurde beats op Ernest Greene loslaat. Moet de liedjesschrijver zichzelf kanaliseren, of juist die normalisatie ontwijken? Inzicht, daar draait het om. Bij Second Sight liggen de kansen voor het oprapen, al is het net zo gemakkelijk om deze onder een laag strooizand te bedelven. De vocoder grijpt naar de Waking Up zekerheden terug. De cirkel is rond en biedt geen doorgang. Moet je dan voor jezelf wegrennen? Het opgeluchte Running Away benadrukt nogmaals dat dit nutteloos is.
Wait on You is het verloren weekend met de herhalende werkweek in het vooruitzicht. Wees blij met wat je hebt en misschien is de samenvattende Wondrous Life boodschap wel net zo eenvoudig. Het met lichte postpunk elektronica verwijzende Letting Go laat het toekomstperspectief los. Je sluit de deur, maar houdt de sleutel krampachtig vast. Washed Out hoort zich niet verder te ontwikkelen, daarvoor is het vermogen van Ernest Greene te beperkt. Het is prima zo, want er zijn meer dan genoeg liefhebbers voor zijn herkenbare sound. En Ernest Greene, heb je nog iets bijzonders gedaan vandaag? Eigenlijk niet, maar het voelt gelukkig wel bevredigend.
Washed Out - Notes from a Quiet Life | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Het is echter een bewuste keuze van Ernest Greene om de hectiek in Atlanta te ontvluchten en zich op het platteland terug te trekken. Als je doodmoe van de chaos om je heen wordt is dit de beste oplossing. Het is een moedige stap om juist trouw aan die puurheid te blijven. Washed Out is geen avontuurlijke band en zal dat ook nooit worden. Voorganger Purple Noon noem ik nog een ontgoochelende veilige niets aan de hand plaat, maar als die veiligheid dreigt weg te vallen, wat blijft er dan nog over?
Waking Up is de ontwaking van de stilstand, om tot leven te komen moet je stappen verzetten. Het controleverlies zit hem in de verdovende retro Krautrock benadering, de toekomst in de pulserende discobeat welke deze basis voorzichtig overstemd en er een dansbaar geheel van maakt. Dansen is een primitieve vorm van bewegen, dansen laat het wegzweven vervagen, een noodzakelijke eerste levensbehoefte. De mechanische robotstem geeft er een voorgeprogrammeerde calculatie aan. Verbreekt Ernest Greene die gewaarborgde stabiele zone of blijft hij in het verleden hangen.
In Say Goodbye onderneemt de muzikant een poging om zijn alter-ego af te schudden. Het is de natuurlijke overgang naar een iets donkere sound die je in eerste instantie amper opvalt. De vertrouwde liedjes moeten het nu zonder hem redden. Op papier klopt het allemaal, in de praktijk is er een lange weg te bewandelen. Got You Back verschuilt zich nog achter die zekerheid en stiekem is het best lekker als hij afwijkend de vocale soulhoogtes opzoekt. Een klein winstmomentje welke zich definitief in het naar de synthpop neigende The Hardest Part kerststemming doorzet. Het is eventjes doorbijten, daarna volgt de euforische verlichting.
A Sign is de toevallige ontmoeting met zijn innerlijke zelfbeeld. Een vreemdeling die zich plotseling aandient en welke overstuurde beats op Ernest Greene loslaat. Moet de liedjesschrijver zichzelf kanaliseren, of juist die normalisatie ontwijken? Inzicht, daar draait het om. Bij Second Sight liggen de kansen voor het oprapen, al is het net zo gemakkelijk om deze onder een laag strooizand te bedelven. De vocoder grijpt naar de Waking Up zekerheden terug. De cirkel is rond en biedt geen doorgang. Moet je dan voor jezelf wegrennen? Het opgeluchte Running Away benadrukt nogmaals dat dit nutteloos is.
Wait on You is het verloren weekend met de herhalende werkweek in het vooruitzicht. Wees blij met wat je hebt en misschien is de samenvattende Wondrous Life boodschap wel net zo eenvoudig. Het met lichte postpunk elektronica verwijzende Letting Go laat het toekomstperspectief los. Je sluit de deur, maar houdt de sleutel krampachtig vast. Washed Out hoort zich niet verder te ontwikkelen, daarvoor is het vermogen van Ernest Greene te beperkt. Het is prima zo, want er zijn meer dan genoeg liefhebbers voor zijn herkenbare sound. En Ernest Greene, heb je nog iets bijzonders gedaan vandaag? Eigenlijk niet, maar het voelt gelukkig wel bevredigend.
Washed Out - Notes from a Quiet Life | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Washed Out - Purple Noon (2020)

3,0
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 19:14 uur
Ernest Greene zit al vanaf hij onder de naam Washed Out platen uitbrengt gevangen in een gigantische opgeblazen veelkleurige strandbal gemoedstoestand. Deze uit Georgia afkomstige singer-songwriter leeft vanaf zijn eerste EP High Times in een eeuwig voortdurende zomervakantie bubbel, waarbij soul en eighties wave elkaar omarmen in een broeierige warme sensuele sound. School’s out for summer, School’s out forever. Het leven bestaat uit een overdosis aan zonnestralen en frisse verkoelende cocktails.
Purple Noon voegt dan ook niet veel toe aan de vorige drie albums, maar is gewoon weer de perfecte soundtrack voor vluchtige relaties die gevoed worden door de kriebels in de buik die de liefde in dit seizoen zo treffend weet op te roepen. Hypnotiserende wegdromende chillwave met een hoog retro gehalte. Ernest Greene maakt dus niks aan de hand muziek. Alsof de tijd op een onbewoond Bounty reclame eiland heeft stil gestaan. De zwoelheid ademt door de oververhitte poriën heen. Het beweegt zich voort in dezelfde vlakke levenloze kunstmatig gecreëerde waterplassen. Ingericht met een aangelegd strand om de consument te plezieren.
Passend in de tijd dat Corona alleen nog een met limoen te drinken biermerk was welke in de jaren tachtig genoot van een steeds grotere opmars in de Verenigde Staten. In de wereld van Ernest Greene lijkt er geen plaats te zijn voor het gelijknamige virus, welke de aarde in de ban houdt. Schijn bedriegt, want er was namelijk voor Italië gekozen om inspiratie voor de videoclips op te doen toen daar de doemscenario’s zich aandienden. Toch is er blijkbaar bewust besloten om er op Purple Noon verder geen aandacht aan te besteden.
Misschien maar goed ook, men is toe aan een stuk minder angst en meer aan de eerder genoemde liefde. Liefde zal uiteindelijk alles overwinnen. Op Purple Noon is echter zweterige seks wat de ondertoon voert en er licht sensueel doorheen ademt. Romantiek met een hoog knuffelgehalte. Het is allemaal zo mellow dat er weinig onderscheid in de verschillende nummers terug te horen is. Eigenlijk zijn er geen positieve, maar ook geen negatieve uitschieters te noemen.
Ergens op de achtergrond probeert een akoestisch gitaartje er in Game of Chance subtiel wat variatie in te brengen, al vallen deze klanken minimaal op. Alleen het tegen de dreamhouse aanleunende Leave You Behind en de aanstekelijke beats van Hide proberen wat opschudding te veroorzaken. Purple Noon zou vroeger betiteld worden als een Yuppie plaat. Ideaal voor de hoog opgeleide community die buiten hun baan volledig wil genieten van de luxe, en niet gewezen wil worden op de milieuproblematiek. Een niks aan de hand album.
Washed Out - Purple Noon | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Purple Noon voegt dan ook niet veel toe aan de vorige drie albums, maar is gewoon weer de perfecte soundtrack voor vluchtige relaties die gevoed worden door de kriebels in de buik die de liefde in dit seizoen zo treffend weet op te roepen. Hypnotiserende wegdromende chillwave met een hoog retro gehalte. Ernest Greene maakt dus niks aan de hand muziek. Alsof de tijd op een onbewoond Bounty reclame eiland heeft stil gestaan. De zwoelheid ademt door de oververhitte poriën heen. Het beweegt zich voort in dezelfde vlakke levenloze kunstmatig gecreëerde waterplassen. Ingericht met een aangelegd strand om de consument te plezieren.
Passend in de tijd dat Corona alleen nog een met limoen te drinken biermerk was welke in de jaren tachtig genoot van een steeds grotere opmars in de Verenigde Staten. In de wereld van Ernest Greene lijkt er geen plaats te zijn voor het gelijknamige virus, welke de aarde in de ban houdt. Schijn bedriegt, want er was namelijk voor Italië gekozen om inspiratie voor de videoclips op te doen toen daar de doemscenario’s zich aandienden. Toch is er blijkbaar bewust besloten om er op Purple Noon verder geen aandacht aan te besteden.
Misschien maar goed ook, men is toe aan een stuk minder angst en meer aan de eerder genoemde liefde. Liefde zal uiteindelijk alles overwinnen. Op Purple Noon is echter zweterige seks wat de ondertoon voert en er licht sensueel doorheen ademt. Romantiek met een hoog knuffelgehalte. Het is allemaal zo mellow dat er weinig onderscheid in de verschillende nummers terug te horen is. Eigenlijk zijn er geen positieve, maar ook geen negatieve uitschieters te noemen.
Ergens op de achtergrond probeert een akoestisch gitaartje er in Game of Chance subtiel wat variatie in te brengen, al vallen deze klanken minimaal op. Alleen het tegen de dreamhouse aanleunende Leave You Behind en de aanstekelijke beats van Hide proberen wat opschudding te veroorzaken. Purple Noon zou vroeger betiteld worden als een Yuppie plaat. Ideaal voor de hoog opgeleide community die buiten hun baan volledig wil genieten van de luxe, en niet gewezen wil worden op de milieuproblematiek. Een niks aan de hand album.
Washed Out - Purple Noon | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Wavves - Hideaway (2021)

3,5
0
geplaatst: 14 juli 2021, 18:29 uur
De uit San Diego afkomstige skatende surfpunkers van Wavves hebben een muzikaal verleden welke gekenmerkt wordt door primitieve psychobilly-noise met een zwaar accent op de retro galm. Het mysterie van het nachtleven staat centraal. De dagelijkse vrijheid en blijheid mentaliteit is van minder groot belang. Het gaat er vooral om wat er aan die duistere zelfkant van het bestaan gebeurt. Tegenwoordig richt Wavves zich muzikaal gezien steeds meer op die vlakkere lichtere variant, al scheppen de teksten juist een persoonlijker verhard beeld.
Wavves kiest op Hideaway voor een risicoloze klantvriendelijke Pina Colada aanpak. Een vleugje verdovende rum, veel verfrissende kokosmelk en een eigenwijs ananasschijfje op de rand om het af te maken. Op Hideaway ontbreekt dat avontuurlijke van het vroegere werk, de uitdagende golfen worden niet meer gevaarlijk getrotseerd. Geen nachtelijke Hollywood horrorpunk meer, maar flitsende Las Vegas kermisrock. Hideaway is de Californication van Wavves. Luchtige vrolijke songs waarachter het decadente zelfvernietigende artiestenleven schuil gaat. De grote mensenwereld wordt afgebakend tot een overzichtelijk geheel. Niet meer de feestende drugs gebruikende rockster uithangen, maar zoekende naar zelf reflecterende volwassen bewustwording.
Nathan Williams haalt zijn inspiratie letterlijk uit zijn jeugd, en trekt zich in alle veiligheid terug in een schuurtje achter zijn ouderlijke huis. De betrouwbare moederschoot op een steenworp afstand, met het beeld voor ogen van zijn ouders die hem een kopje thee en wat boterhammen komen brengen. Zorg ervoor dat de buren niet gaan klagen over geluidsoverlast en maak het niet te laat. Totaal geïsoleerd gaat de tekstschrijver zijn strijd aan met de deprimerende innerlijke demonen. Een soort van cold-turkey die hem definitief loskoppelt van het verleidelijke sterrenstatus. Doordat Nathan Williams de keuze maakt om in zijn eentje aan de basis van een nieuwe plaat te werken en de rest van de band pas later inschakelt mist Hideaway de urgentie van een waar groepsalbum.
In een verlate studio voegen bassist Stephen Pope en gitarist Alex Gates zich bij hem. De van TV On The Radio bekende muzikant Dave Sitek neemt de rol van producer op zich en sleutelt verder met Nathan Williams aan de tracks. Veelvoudige luistersessies volgen waarbij er teruggegrepen wordt naar vroegere helden. Begrijpelijk dus dat er over Hideaway een Replacements schaduw hangt, en dat de Johnny Cash countrygalm doordendert op The Blame. Tegendraads therapeutisch trapt hij af met kwajongens gevalletje Thru Hell. Een stevige gitaarrocker, alsof Ramones in hun snikhete leren jasjes een beachparty mogen openen.
De liedjes zijn onwennige buitenbeentjes waar ze een ander soort publiek mee opzoeken. Beatles-​esque sixties getinte popsongs waar een punkrock etiket aan opgehangen wordt. Nathan Williams heeft nu vrij baan om zich over de toekomst te bezinnen. Hopelijk pakt hij tijdens een volgende opname zijn eigen oude Wavves platen als inspiratiebron, het ontbreken van die geestdrift is een groot gemis op Hideaway.
Wavves - Hideaway | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Wavves kiest op Hideaway voor een risicoloze klantvriendelijke Pina Colada aanpak. Een vleugje verdovende rum, veel verfrissende kokosmelk en een eigenwijs ananasschijfje op de rand om het af te maken. Op Hideaway ontbreekt dat avontuurlijke van het vroegere werk, de uitdagende golfen worden niet meer gevaarlijk getrotseerd. Geen nachtelijke Hollywood horrorpunk meer, maar flitsende Las Vegas kermisrock. Hideaway is de Californication van Wavves. Luchtige vrolijke songs waarachter het decadente zelfvernietigende artiestenleven schuil gaat. De grote mensenwereld wordt afgebakend tot een overzichtelijk geheel. Niet meer de feestende drugs gebruikende rockster uithangen, maar zoekende naar zelf reflecterende volwassen bewustwording.
Nathan Williams haalt zijn inspiratie letterlijk uit zijn jeugd, en trekt zich in alle veiligheid terug in een schuurtje achter zijn ouderlijke huis. De betrouwbare moederschoot op een steenworp afstand, met het beeld voor ogen van zijn ouders die hem een kopje thee en wat boterhammen komen brengen. Zorg ervoor dat de buren niet gaan klagen over geluidsoverlast en maak het niet te laat. Totaal geïsoleerd gaat de tekstschrijver zijn strijd aan met de deprimerende innerlijke demonen. Een soort van cold-turkey die hem definitief loskoppelt van het verleidelijke sterrenstatus. Doordat Nathan Williams de keuze maakt om in zijn eentje aan de basis van een nieuwe plaat te werken en de rest van de band pas later inschakelt mist Hideaway de urgentie van een waar groepsalbum.
In een verlate studio voegen bassist Stephen Pope en gitarist Alex Gates zich bij hem. De van TV On The Radio bekende muzikant Dave Sitek neemt de rol van producer op zich en sleutelt verder met Nathan Williams aan de tracks. Veelvoudige luistersessies volgen waarbij er teruggegrepen wordt naar vroegere helden. Begrijpelijk dus dat er over Hideaway een Replacements schaduw hangt, en dat de Johnny Cash countrygalm doordendert op The Blame. Tegendraads therapeutisch trapt hij af met kwajongens gevalletje Thru Hell. Een stevige gitaarrocker, alsof Ramones in hun snikhete leren jasjes een beachparty mogen openen.
De liedjes zijn onwennige buitenbeentjes waar ze een ander soort publiek mee opzoeken. Beatles-​esque sixties getinte popsongs waar een punkrock etiket aan opgehangen wordt. Nathan Williams heeft nu vrij baan om zich over de toekomst te bezinnen. Hopelijk pakt hij tijdens een volgende opname zijn eigen oude Wavves platen als inspiratiebron, het ontbreken van die geestdrift is een groot gemis op Hideaway.
Wavves - Hideaway | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Ween - Chocolate and Cheese (1994)

3,5
0
geplaatst: 2 april 2017, 16:07 uur
Ween deed al jaren geleden wat Jett Rebel nu doet.
Ze beheersen alle stijlen, en bij hun muziek denk je; waar heb ik dit eerder gehoord?
Blijkt dat ze toch wel degelijk zelf de nummers geschreven hebben.
Alleen bij Jett Rebel ontbreekt vaak de opbouw en structuur; hier zijn het wel degelijk kant en klare songs.
Eigenlijk doet Beck ook zoiets, maar die vermengt meer elektronica in het geheel, bij Ween overheersen de gitaren.
Alleen weet ik niet of je Ween serieus moet nemen, of ze moet beschouwen als een grote grap.
Het Lenny Kravitz achtige Freedom of '76 had de zomerhit van 1994 moeten worden in plaats van dat Marco Borsato geval.
Ze beheersen alle stijlen, en bij hun muziek denk je; waar heb ik dit eerder gehoord?
Blijkt dat ze toch wel degelijk zelf de nummers geschreven hebben.
Alleen bij Jett Rebel ontbreekt vaak de opbouw en structuur; hier zijn het wel degelijk kant en klare songs.
Eigenlijk doet Beck ook zoiets, maar die vermengt meer elektronica in het geheel, bij Ween overheersen de gitaren.
Alleen weet ik niet of je Ween serieus moet nemen, of ze moet beschouwen als een grote grap.
Het Lenny Kravitz achtige Freedom of '76 had de zomerhit van 1994 moeten worden in plaats van dat Marco Borsato geval.
Weezer - Weezer (1994)
Alternatieve titel: The Blue Album

4,0
0
geplaatst: 17 februari 2010, 20:53 uur
Bij Weezer weet ik nooit helemaal wat hun bedoeling is.
Zanger Rivers Cuomo lijkt op Kees Van Kooten, en of de uitstraling van nerds nu gemeend is, of puur een soort van publiciteitsstunt.
Het blijft mij onduidelijk.
Ik zie hem ook wel als de David Byrne van de jaren 90.
Net zoals Rivers iemand die de uitstraling van de eeuwige student heeft, en ook erg kunstzinnig is in gesteld.
Green Day en The Offspring waren net aan het door breken, en hun muziek past er prima tussen. Helaas ben ik bang dat deze band vaak gezien wordt als, de band met die Happy Days clip.
Wat Nada Surf heeft met Popular, heeft Weezer met Buddy Holly.
Ook hier heeft de band meer in zijn mars, en ook betere nummers op het blauwe album staan.
Zo vind ik Undone – The Sweater Song en zeker Say It Ain’t So van een hogere klasse.
Toch heeft het geluid van Weezer zeker invloed op latere bandjes.
Bij Lit en Blink-182 hoor ik het in terug.
Zanger Rivers Cuomo lijkt op Kees Van Kooten, en of de uitstraling van nerds nu gemeend is, of puur een soort van publiciteitsstunt.
Het blijft mij onduidelijk.
Ik zie hem ook wel als de David Byrne van de jaren 90.
Net zoals Rivers iemand die de uitstraling van de eeuwige student heeft, en ook erg kunstzinnig is in gesteld.
Green Day en The Offspring waren net aan het door breken, en hun muziek past er prima tussen. Helaas ben ik bang dat deze band vaak gezien wordt als, de band met die Happy Days clip.
Wat Nada Surf heeft met Popular, heeft Weezer met Buddy Holly.
Ook hier heeft de band meer in zijn mars, en ook betere nummers op het blauwe album staan.
Zo vind ik Undone – The Sweater Song en zeker Say It Ain’t So van een hogere klasse.
Toch heeft het geluid van Weezer zeker invloed op latere bandjes.
Bij Lit en Blink-182 hoor ik het in terug.
Wet Leg - Wet Leg (2022)

4,0
4
geplaatst: 12 april 2022, 17:51 uur
Ondanks het stoere image heeft het ook iets liefs, onschuldigs en schattigs als tijdens de jaren negentig gitaarrock en indie opleving vrouwen steeds prominenter op de voorgrond treden. Bloemetjesjurken met daaronder legerkistjes, ranke handen die zich lomp en snel over de basgitaarsnaren voortbewegen. Bovenaardse samenzang, met hier en daar wat drammerige soms zelfs gillende vocale uithalen. Ook radiogevoelige All Saint samenzang domineert dan volop in de hitparadelijstjes. Wet Leg haalt het mooiste uit die invloedrijke periode naar boven, voegt verder bar weinig nieuws toe, maar wordt door de Britse journalistiek als nieuwste hype naar voren geschoven. Ze zijn er daar dol op, bejubelend de hemel inschrijvend, een vijfsterren lofwoord veelal gebaseerd op een enkele single. Het ene moment the next big thing, de volgende dag vaak weer vergeten. Wij zijn hier stukken nuchterder in, de keerzijde, regelmatig achter de feiten aanhobbelend.
Alle ogen zijn in de zomer van 2021 op het uit Isle of Wight afkomstige fakkel dragende dames duo Wet Leg gericht als de springerige postpunk van het bank hangende Chaise Longue viraal gaat. Mummy, daddy, look at me, I went to school and I got a degree. All my friends call it the big D, I went to school and I got the big D. Met een diploma op zak, de toekomst veilig gesteld worden alle loze beloftes de deur uit geschopt om de aandacht op het vrijmoedige rock & roll leventje te richten. Heel veel feesten met nog meer drugs, destructief volgens de elke dag kan de laatste zijn principes. Haastig, stronteigenwijs, en inderdaad veelbelovend. Het komt allemaal samen in Chaise Longue, toch wel een van de pakkendste debuutsingles van 2021.
Catchy disco opvolger Wet Dream red het niet in de lijstjes, de kritische puristen zijn echter wel overtuigd. Als er vervolgens nog een handvol aan prima songs verschijnen, en de helft van het gelijknamige debuutalbum Wet Leg publiekelijk bekend is, lopen ze het risico om als vroeg piekende op knappen staande opgeblazen heteluchtballon kamikaze te plegen. Gelukkig is die kolossale spanning nergens voelbaar. Wet Leg is in alle opzichten een onverschillige, tikkeltje naïeve meisjesplaat. Nu het clubcircuit weer vrij toegankelijk is, de ideale band om festivalweides mee op te vrolijken, of de kille, mag het een energiebewust goedkoper graadje lager, concertzalen te verwarmen.
En dan vergeet je bijna in alle enthousiasme de bandleden te introduceren. De voormalige eeuwige muziekstudenten Rhian Teasdale en Hester Chambers spelen beiden gitaar, en kunnen beiden zingen, al is het Rhian Teasdale die de leadzang verzorgt. Gezegend door de opleiding gerichte connecties met het gretige jonge honden gezelschap bassist Ellis Durand, keyboardspeler en tevens gitarist Joshua Omead Mobarak aangevuld met drummer Henry Holmes vormt dit trio de meest schikkende begeleidingsband, welke de onnavolgbare hyperactieve karaktertrekken van het bevriende tweetal aardig kunnen bijbenen.
Wat heeft Wet Leg inhoudelijk te bieden? Een overdosis aan aanstekelijkheid, minder complexe teksten en vooral heel veel lol, en daar is juist op dit moment zoveel behoefte aan. Aaibare kattenstreken liedjes. Eigenwijs puberaal tegen de ouders verzettend in het kinderachtig schreeuwerige U Mum. De belevingswereld van op pizza’s en cola levende dagvervullende verspilling. Gedachten verdovende Being In Love dagboekgeluk en inhoudelijk niet meer dan speels kinderlijk middelbare school romantiek. Chewing bubblegum plakkend zoet in Loving You, het loeizware dromerige punktrashende Too Late Now als memorabele tegenhanger.
De tegen de dertig jaar aanlopende Rhian Teasdale en Hester Chambers beseffen des te meer in het door David Bowies The Man Who Sold The World en Pixies spookkoortjes opgeleukte I Don’t Wanna Go Out dat de houdbaarheidsdatum van nachten doorhalende party animals reeds verlopen is. De enige vraag die Wet Leg oproept is of de hevig trippende psychedelische Angelica LSD in haar lasagnemaaltijd een feestje binnengesmokkeld heeft. De humor op Wet Leg schept een melancholisch eenzijdig beeld, normaal gesproken blinken Britten uit in ironie en zelfspot, hier is het bijna een smekende hulpvraag naar een klein beetje sprankje liefde. De wekelijkse supermarkttocht als ultiem hoogtepunt in het lockdown tijdperk. Voordat je het weet ben je weer een weggegooid jaar verder. Zo zielig eigenlijk, maar wel de trieste waarheid. Wet Leg overtuigt, maar moet in de toekomst nog waarmaken een blijvertje te zijn.
Wet Leg - Wet Leg | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Alle ogen zijn in de zomer van 2021 op het uit Isle of Wight afkomstige fakkel dragende dames duo Wet Leg gericht als de springerige postpunk van het bank hangende Chaise Longue viraal gaat. Mummy, daddy, look at me, I went to school and I got a degree. All my friends call it the big D, I went to school and I got the big D. Met een diploma op zak, de toekomst veilig gesteld worden alle loze beloftes de deur uit geschopt om de aandacht op het vrijmoedige rock & roll leventje te richten. Heel veel feesten met nog meer drugs, destructief volgens de elke dag kan de laatste zijn principes. Haastig, stronteigenwijs, en inderdaad veelbelovend. Het komt allemaal samen in Chaise Longue, toch wel een van de pakkendste debuutsingles van 2021.
Catchy disco opvolger Wet Dream red het niet in de lijstjes, de kritische puristen zijn echter wel overtuigd. Als er vervolgens nog een handvol aan prima songs verschijnen, en de helft van het gelijknamige debuutalbum Wet Leg publiekelijk bekend is, lopen ze het risico om als vroeg piekende op knappen staande opgeblazen heteluchtballon kamikaze te plegen. Gelukkig is die kolossale spanning nergens voelbaar. Wet Leg is in alle opzichten een onverschillige, tikkeltje naïeve meisjesplaat. Nu het clubcircuit weer vrij toegankelijk is, de ideale band om festivalweides mee op te vrolijken, of de kille, mag het een energiebewust goedkoper graadje lager, concertzalen te verwarmen.
En dan vergeet je bijna in alle enthousiasme de bandleden te introduceren. De voormalige eeuwige muziekstudenten Rhian Teasdale en Hester Chambers spelen beiden gitaar, en kunnen beiden zingen, al is het Rhian Teasdale die de leadzang verzorgt. Gezegend door de opleiding gerichte connecties met het gretige jonge honden gezelschap bassist Ellis Durand, keyboardspeler en tevens gitarist Joshua Omead Mobarak aangevuld met drummer Henry Holmes vormt dit trio de meest schikkende begeleidingsband, welke de onnavolgbare hyperactieve karaktertrekken van het bevriende tweetal aardig kunnen bijbenen.
Wat heeft Wet Leg inhoudelijk te bieden? Een overdosis aan aanstekelijkheid, minder complexe teksten en vooral heel veel lol, en daar is juist op dit moment zoveel behoefte aan. Aaibare kattenstreken liedjes. Eigenwijs puberaal tegen de ouders verzettend in het kinderachtig schreeuwerige U Mum. De belevingswereld van op pizza’s en cola levende dagvervullende verspilling. Gedachten verdovende Being In Love dagboekgeluk en inhoudelijk niet meer dan speels kinderlijk middelbare school romantiek. Chewing bubblegum plakkend zoet in Loving You, het loeizware dromerige punktrashende Too Late Now als memorabele tegenhanger.
De tegen de dertig jaar aanlopende Rhian Teasdale en Hester Chambers beseffen des te meer in het door David Bowies The Man Who Sold The World en Pixies spookkoortjes opgeleukte I Don’t Wanna Go Out dat de houdbaarheidsdatum van nachten doorhalende party animals reeds verlopen is. De enige vraag die Wet Leg oproept is of de hevig trippende psychedelische Angelica LSD in haar lasagnemaaltijd een feestje binnengesmokkeld heeft. De humor op Wet Leg schept een melancholisch eenzijdig beeld, normaal gesproken blinken Britten uit in ironie en zelfspot, hier is het bijna een smekende hulpvraag naar een klein beetje sprankje liefde. De wekelijkse supermarkttocht als ultiem hoogtepunt in het lockdown tijdperk. Voordat je het weet ben je weer een weggegooid jaar verder. Zo zielig eigenlijk, maar wel de trieste waarheid. Wet Leg overtuigt, maar moet in de toekomst nog waarmaken een blijvertje te zijn.
Wet Leg - Wet Leg | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Wet Wet Wet - Popped in Souled Out (1987)

3,0
1
geplaatst: 27 februari 2017, 11:34 uur
In de jaren 80 stond er veel White Soul in de Britse hitlijsten.
Eigenlijk begonnen bands als Spandau Ballet, Simply Red en Curiosity Killed the Cat lang niet zo commercieel, maar werden ze steeds zoeter.
George Michael ging solo ook steeds meer de Soul kant op, maar juist steeds minder op het grote publiek gericht.
En daar ergens tussen in zat een band als Wet Wet Wet.
Sweet Little Mystery had nog wat weg van Club Tropica van Wham!
Gewoon een lekker zomers nummer.
Net als Spandau Ballet kon deze band ook gewoon prima spelen, allemaal goede muzikanten, wat vaak wordt vergeten.
De zang van Marti Pellow vind ik wat richting die van Paul King (van de band King; niet te verwarren met Mark King; die is van Level 42) gaan.
Wishing I Was Lucky was ook gewoon een lekkere single, maar vervolgens kwam met Angel Eyes het eerste echte grote succes, later nog overtroffen door Love Is All Around van de Four Weddings and a Funeral film.
Marti Pellow ging vervolgens bijna ten onder aan een heroïneverslaving.
Toch leverden ze met Popped in Souled Out een mooi debuut af.
In Nederland scoorden ze eerst met Angel Eyes, vervolgens met Wishing I Was Lucky en Sweet Little Mystery; deze singles werden in de UK echter al voor Angel Eyes uitgebracht.
Temptation was de vierde single van het album, maar wist in Nederland alleen de tipparade te halen.
Eigenlijk begonnen bands als Spandau Ballet, Simply Red en Curiosity Killed the Cat lang niet zo commercieel, maar werden ze steeds zoeter.
George Michael ging solo ook steeds meer de Soul kant op, maar juist steeds minder op het grote publiek gericht.
En daar ergens tussen in zat een band als Wet Wet Wet.
Sweet Little Mystery had nog wat weg van Club Tropica van Wham!
Gewoon een lekker zomers nummer.
Net als Spandau Ballet kon deze band ook gewoon prima spelen, allemaal goede muzikanten, wat vaak wordt vergeten.
De zang van Marti Pellow vind ik wat richting die van Paul King (van de band King; niet te verwarren met Mark King; die is van Level 42) gaan.
Wishing I Was Lucky was ook gewoon een lekkere single, maar vervolgens kwam met Angel Eyes het eerste echte grote succes, later nog overtroffen door Love Is All Around van de Four Weddings and a Funeral film.
Marti Pellow ging vervolgens bijna ten onder aan een heroïneverslaving.
Toch leverden ze met Popped in Souled Out een mooi debuut af.
In Nederland scoorden ze eerst met Angel Eyes, vervolgens met Wishing I Was Lucky en Sweet Little Mystery; deze singles werden in de UK echter al voor Angel Eyes uitgebracht.
Temptation was de vierde single van het album, maar wist in Nederland alleen de tipparade te halen.
Weyes Blood - And in the Darkness, Hearts Aglow (2022)

4,5
3
geplaatst: 18 november 2022, 17:18 uur
Je kan er feitelijk niet omheen, maar de stem van Natalie Mering zit op het folky And in the Darkness, Hearts Aglow wel bangelijk dicht bij die van Karen Carpenter in de buurt. Weyes Blood, want daar heb ik het hier over, heeft vrijwel dezelfde hartbrekende klankkleur, dezelfde treurende melodielijnen en straalt ondanks alles die moederlijke berusting uit van een volwassen vrouw die al zingend haar kind in slaap wiegt. Leg daar dan ook nog eens die nostalgische weemoedige jaren zeventig gloed overheen en concludeer dat het bijna identiek klinkt. Het is tevens een bewustwording dat er tegenwoordig weinig zangeressen zijn die zoveel melodieuze eigenheid in de zang leggen, en daarbij zo dicht bij zichzelf blijven en het vertikken om buiten die lijntjes te kleuren. Weyes Blood wordt vocaal ook regelmatig met Joni Mitchell vergeleken, niet de minste helden dus.
And in the Darkness, Hearts Aglow bevindt zich in een totaal andere wereld dan haar obscure onaardse noisy Weyes Bluhd platen, maar vervolgt wel die honingzoete perfectie welke met Titanic Rising een waar hoogtepunt bereikte. Al is het wel inwisselbare perfectie, in principe blijft ze met And in the Darkness, Hearts Aglow vocaal gezien wel in die euforische roze wolk hangen. Begrijp mij goed, Weyes Blood overstijgt met haar hemelse uithalen in alles het hedendaagse aanbod, maar door die herkenbaarheid loopt ze het risico dat het wat vlak en saai overkomt. Pas op, die diepere bodem zit er weldegelijk, het is een verraderlijke valkuil om hier gemakkelijk overheen te stappen. Titanic Rising, de omsluitende aarde zakt alleen wat verder weg.
Dan is de winst vooral uit de teksten te halen. Weyes Blood bewandeld met de piano aan haar zijde de serene stilte van It’s Not Just Me, It’s Everybody. Samen met deze vertrouwde metgezel verkent ze de vervreemding om haar heen. Iedereen juicht omdat de wereld stapsgewijs weer in beweging komt, het is echter niet haar feestje. De levenloze schimmen om haar heen dragen dan wel een uitbundig schild, van binnen zitten ze nog steeds in onzekere eenzaamheid gevangen. Het gevoel dat je wel uitgenodigd bent, dat je onzichtbaar aanwezig bent en niemand je opmerkt. Die zelfidentificatie is nodig om te ontwaken, al laat Weyes Blood ons nog eventjes in die onthaastende droomtoestand om ons heen staren, en dat is eigenlijk best wel fijn.
Hebben we jarenlang hard gewerkt om onze kinderen zo’n gigantische puinhoop te schenken. De erfenis van een verharde kapitalistische maatschappij waarbij egocentrisme regeert. Children of the Empire heeft dan wel een winterse kerstomlijsting, het blijft dof namaak leedvermaak. Het is allemaal zo goed bedoeld, maar moeten we niet gewoon naar die essentiële kernbegrippen terugkeren, inclusief het houden van elkaar, maken we dan niet de juiste winststappen? En ook hier blijkt dus nogmaals dat Natalie Mering het juiste vermogen bezit om de song te dragen. Na het mijmerende begin komt daar toch het standvastige vervolg. Kleine tempowisselingen, een tikkeltje meer duisternis. Het zijn minimale accenten, die zich pas later openbaren.
Met futuristische Kraut zweverigheid neemt Grapevine je als bijrijder mee naar het nachtelijke Hollywood, waar dolende zielen en gebroken harten elkander treffen. Afsterven en het herboren nieuwe leven een herziende kans geven. Dan gaat Natalie Mering wel heel diep, het kerkelijk hemelse God Turn Me Into a Flower bezoekt de vastigheid en de antwoorden in haar Pinkstergemeente verleden. Deze wanhopige paniekreactie is een natuurlijk proces, in angstige tijden zoekt met vastigheid in de zekerheden van de jeugd, in het geval van de singer-songwriter is dat toch wel het geloof. Een narcistische weerspiegeling van het innerlijke ego, leer opnieuw om van jezelf te houden.
Spirituele Hearts Aglow New Age en optimistische jaren vijftig nostalgie, een klein beetje houvast aan de rand van de afgrond met de Hollywood Sign als levensgroot achtergronddecor. De triestheid van de zelfvernietigende James Dean romantiek, waaraan Weyes Blood al eerder in Grapevine memoreert. De elektronische ritmische synthpop van Twin Flame fragmentariseert haar eigen jeugd in een hapklare popsong. Een kansrijke maar wel sterk afwijkende fraaie single kandidaat. Deze koppelt de vrijwel identieke jaren tachtig situering aan de hedendaagse milieuproblematiek, dreigende oorlogen en het individualisme van 2022. Het is hetzelfde vuur welke de ontvlambare passie verdringt. We ontwaken langzaam uit de winterslaapnachtmerrie en beseffen dat we de verloren tijd achterstand nooit meer in kunnen halen. Een boze droom met veel onomkeerbare veranderingen.
The Worst Is Done klinkt in eerste instantie dan wel gemeend optimistisch, Weyes Blood is echter nog niet geheel overtuigt. A Given Thing, de liefde zal uiteindelijk wel weer overwinnen, maar hoelang dit proces duurt, dat blijft de vraag. Met And in the Darkness, Hearts Aglow als tweede plaat van een drieluik relativeert de zangeres de veranderingen om haar heen die ook voor ons allemaal dezelfde gevolgen hebben. Titanic Rising, de profetische angst voor de toekomst, And in the Darkness, Hearts Aglow, het doemscenario van het heden, dan zal de verlossing schijnbaar in het laatste gedeelte liggen.
Weyes Blood - And in the Darkness, Hearts Aglow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
And in the Darkness, Hearts Aglow bevindt zich in een totaal andere wereld dan haar obscure onaardse noisy Weyes Bluhd platen, maar vervolgt wel die honingzoete perfectie welke met Titanic Rising een waar hoogtepunt bereikte. Al is het wel inwisselbare perfectie, in principe blijft ze met And in the Darkness, Hearts Aglow vocaal gezien wel in die euforische roze wolk hangen. Begrijp mij goed, Weyes Blood overstijgt met haar hemelse uithalen in alles het hedendaagse aanbod, maar door die herkenbaarheid loopt ze het risico dat het wat vlak en saai overkomt. Pas op, die diepere bodem zit er weldegelijk, het is een verraderlijke valkuil om hier gemakkelijk overheen te stappen. Titanic Rising, de omsluitende aarde zakt alleen wat verder weg.
Dan is de winst vooral uit de teksten te halen. Weyes Blood bewandeld met de piano aan haar zijde de serene stilte van It’s Not Just Me, It’s Everybody. Samen met deze vertrouwde metgezel verkent ze de vervreemding om haar heen. Iedereen juicht omdat de wereld stapsgewijs weer in beweging komt, het is echter niet haar feestje. De levenloze schimmen om haar heen dragen dan wel een uitbundig schild, van binnen zitten ze nog steeds in onzekere eenzaamheid gevangen. Het gevoel dat je wel uitgenodigd bent, dat je onzichtbaar aanwezig bent en niemand je opmerkt. Die zelfidentificatie is nodig om te ontwaken, al laat Weyes Blood ons nog eventjes in die onthaastende droomtoestand om ons heen staren, en dat is eigenlijk best wel fijn.
Hebben we jarenlang hard gewerkt om onze kinderen zo’n gigantische puinhoop te schenken. De erfenis van een verharde kapitalistische maatschappij waarbij egocentrisme regeert. Children of the Empire heeft dan wel een winterse kerstomlijsting, het blijft dof namaak leedvermaak. Het is allemaal zo goed bedoeld, maar moeten we niet gewoon naar die essentiële kernbegrippen terugkeren, inclusief het houden van elkaar, maken we dan niet de juiste winststappen? En ook hier blijkt dus nogmaals dat Natalie Mering het juiste vermogen bezit om de song te dragen. Na het mijmerende begin komt daar toch het standvastige vervolg. Kleine tempowisselingen, een tikkeltje meer duisternis. Het zijn minimale accenten, die zich pas later openbaren.
Met futuristische Kraut zweverigheid neemt Grapevine je als bijrijder mee naar het nachtelijke Hollywood, waar dolende zielen en gebroken harten elkander treffen. Afsterven en het herboren nieuwe leven een herziende kans geven. Dan gaat Natalie Mering wel heel diep, het kerkelijk hemelse God Turn Me Into a Flower bezoekt de vastigheid en de antwoorden in haar Pinkstergemeente verleden. Deze wanhopige paniekreactie is een natuurlijk proces, in angstige tijden zoekt met vastigheid in de zekerheden van de jeugd, in het geval van de singer-songwriter is dat toch wel het geloof. Een narcistische weerspiegeling van het innerlijke ego, leer opnieuw om van jezelf te houden.
Spirituele Hearts Aglow New Age en optimistische jaren vijftig nostalgie, een klein beetje houvast aan de rand van de afgrond met de Hollywood Sign als levensgroot achtergronddecor. De triestheid van de zelfvernietigende James Dean romantiek, waaraan Weyes Blood al eerder in Grapevine memoreert. De elektronische ritmische synthpop van Twin Flame fragmentariseert haar eigen jeugd in een hapklare popsong. Een kansrijke maar wel sterk afwijkende fraaie single kandidaat. Deze koppelt de vrijwel identieke jaren tachtig situering aan de hedendaagse milieuproblematiek, dreigende oorlogen en het individualisme van 2022. Het is hetzelfde vuur welke de ontvlambare passie verdringt. We ontwaken langzaam uit de winterslaapnachtmerrie en beseffen dat we de verloren tijd achterstand nooit meer in kunnen halen. Een boze droom met veel onomkeerbare veranderingen.
The Worst Is Done klinkt in eerste instantie dan wel gemeend optimistisch, Weyes Blood is echter nog niet geheel overtuigt. A Given Thing, de liefde zal uiteindelijk wel weer overwinnen, maar hoelang dit proces duurt, dat blijft de vraag. Met And in the Darkness, Hearts Aglow als tweede plaat van een drieluik relativeert de zangeres de veranderingen om haar heen die ook voor ons allemaal dezelfde gevolgen hebben. Titanic Rising, de profetische angst voor de toekomst, And in the Darkness, Hearts Aglow, het doemscenario van het heden, dan zal de verlossing schijnbaar in het laatste gedeelte liggen.
Weyes Blood - And in the Darkness, Hearts Aglow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Weyes Blood - Titanic Rising (2019)

4,0
2
geplaatst: 7 oktober 2020, 17:15 uur
Weyes Blood is Natalie Mering, een veelzijdige liedjesschrijver uit Californië, die tevens de nodige ervaring heeft in het bespelen van meerdere instrumenten. Vocaal ondersteunde ze Father John Misty in de titeltrack van God’s Favorite Customer, en werkte ze samen met Ariel Pink en Perfume Genius. Als startsein heeft ze niet voor de gemakkelijkste weg gekozen. Haar eerste album The Outside Room is een prachtige, combinatie van folk met daarin statische doemgothic verwerkt, welke in de jaren 80 de kwalificatie ruimdenkend en veelbelovend zou krijgen. Totaal niet te vergelijken met haar nieuwe project Titanic Rising, alweer haar vierde plaat. Niet zozeer de ramp zelf staat hier centraal, maar meer de inspiratiebron die dit vormde voor de films waar dit thema centraal staat. Veel ultra white tandpasta kitch, een vleugje James Bond, ABBA riedeltjes, Carpenters dramatiek en foute seventies romantiek. Als basis werd de geflopte film Raise the Titanic genomen. Duidelijk dus dat de sfeer uit 1980 hoorbaar is. Dit jaar zal er in de zomer een sequel onder de naam Titanic Rising in de bioscoop verschijnen, al roept de muziek meer om een prequel. Het doet net een tikkeltje ouder aan. John Barry verzorgde voor de eerste film de muziek, en ik kan het niet anders zien als een ode aan zijn werk. Bewonderenswaardig is er dus niet gekozen voor Ian Flemmings beroemde karakter of ander hoog gewaardeerd werk, maar juist voor deze gigantische flop, waar de auteur Clive Cussler niet meer aan herinnerd wil worden.
A Lot’s Gonna Change heeft nog een heerlijk galmend oer postpunk intro, al is dat de enige referentie met haar debuut. Nadat de eerste piano klanken de lieve vocalen van Natalie Mering introduceren, is die vergelijking direct verdwenen, en zal ook niet meer terug komen. Daarvoor in de plaats komt een mooi singer songwriter basis geluid terug. Fabelachtige luistermuziek van een zangeres die onbescheiden durft uit te pakken. Heerlijke hoge koortjes geleend uit de jaren waarin we nog knus in de leefkuil, zittend op een poef Mens Erger Je Niet speelden. Het zijn de iets wat vreemde klanken die verraden dat het allemaal een stuk hedendaagser is, daar houden de vergelijkingen op. Het verlangen naar dit sentiment overheerst en is net zo levendig als de vintage Brabantia koffieblikken waar je nu bij een tweedehandszaak de hoofdprijs voor moet betalen. Soms hoor je het duistere verleden terug zoals bij het begin en einde van Everyday, om vervolgens over te schakelen naar de retro seventies. Hier en daar wat subtiele veranderingen in het stemmen van de instrumenten.
Het titelstuk Titanic Rising spreekt in anderhalve minuut op een symfonische manier de waardering uit voor synthesizer grootheden die vervolgens navolging kregen in de popmuziek. In die lijn vervolgt Movies het geheel. Ondanks de oproepende kilte, heeft het iets dromerigs en zweverigs. Zo dacht men jaren geleden dat futuristische muziek zou klinken. Vreemd dat dit juist nu zo gedateerd aanvoelt. Hoe verder het vordert, hoe groter het allemaal aanzet, met de uitbarsting als absolute hoogtepunt. Het ziet er naar uit dat het een lastige taak wordt om dit te evenaren, dus gaan we een rustige stap terug om het door engelenzang gevormde Mirror Forever te aanschouwen. Het niveau van de voorganger wordt wonderbaarlijk behaald met deze mix tussen folk, Efteling rock en commerciële jaren 80 Mike Oldfield songs. Vanaf Wild Time wordt weer aansluiting gezocht bij de eerste nummers. Een stuk minder avontuurlijker, maar wel stukken die moeiteloos blijven staan. Vergeet dat hele soundtrack idee, zoveel meerwaarde heeft dat namelijk niet, en er blijft een prima plaat staan, met halverwege twee geweldige uitblinkers.
Weyes Blood – Titanic Rising | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
A Lot’s Gonna Change heeft nog een heerlijk galmend oer postpunk intro, al is dat de enige referentie met haar debuut. Nadat de eerste piano klanken de lieve vocalen van Natalie Mering introduceren, is die vergelijking direct verdwenen, en zal ook niet meer terug komen. Daarvoor in de plaats komt een mooi singer songwriter basis geluid terug. Fabelachtige luistermuziek van een zangeres die onbescheiden durft uit te pakken. Heerlijke hoge koortjes geleend uit de jaren waarin we nog knus in de leefkuil, zittend op een poef Mens Erger Je Niet speelden. Het zijn de iets wat vreemde klanken die verraden dat het allemaal een stuk hedendaagser is, daar houden de vergelijkingen op. Het verlangen naar dit sentiment overheerst en is net zo levendig als de vintage Brabantia koffieblikken waar je nu bij een tweedehandszaak de hoofdprijs voor moet betalen. Soms hoor je het duistere verleden terug zoals bij het begin en einde van Everyday, om vervolgens over te schakelen naar de retro seventies. Hier en daar wat subtiele veranderingen in het stemmen van de instrumenten.
Het titelstuk Titanic Rising spreekt in anderhalve minuut op een symfonische manier de waardering uit voor synthesizer grootheden die vervolgens navolging kregen in de popmuziek. In die lijn vervolgt Movies het geheel. Ondanks de oproepende kilte, heeft het iets dromerigs en zweverigs. Zo dacht men jaren geleden dat futuristische muziek zou klinken. Vreemd dat dit juist nu zo gedateerd aanvoelt. Hoe verder het vordert, hoe groter het allemaal aanzet, met de uitbarsting als absolute hoogtepunt. Het ziet er naar uit dat het een lastige taak wordt om dit te evenaren, dus gaan we een rustige stap terug om het door engelenzang gevormde Mirror Forever te aanschouwen. Het niveau van de voorganger wordt wonderbaarlijk behaald met deze mix tussen folk, Efteling rock en commerciële jaren 80 Mike Oldfield songs. Vanaf Wild Time wordt weer aansluiting gezocht bij de eerste nummers. Een stuk minder avontuurlijker, maar wel stukken die moeiteloos blijven staan. Vergeet dat hele soundtrack idee, zoveel meerwaarde heeft dat namelijk niet, en er blijft een prima plaat staan, met halverwege twee geweldige uitblinkers.
Weyes Blood – Titanic Rising | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Wham! - Fantastic (1983)

3,0
0
geplaatst: 12 juni 2010, 23:41 uur
Eigenlijk klinkt dit niet eens zo verkeerd.
Het verlangen van de zomer.
Onschuldige tieners die zich langzaam opwerpen tot idolen.
Gewoon twee vrienden die een bandje beginnen.
Talent is nog niet belangrijk.
Voornamelijk uiterlijk wat een rol speelt.
Achtergrondzangeressen Pepsi & Shirlie bezitten meer zangkwaliteiten dan Andrew Ridgeley.
Helaas werd het onverwacht een groot succes.
Andrew werd tijdens concerten maar een gitaar in de handen geduwd.
Zodat hij niet verloren op het podium stond.
Gelukkig dat zijn vriend George Michael wel kon zingen.
Anders hadden we hier de voorlopers van Milli Vanilli gehad.
Om vervolgens onder eigen naam verder te gaan was niet zo vreemd.
Eigenlijk was dit al een verkapte solo carrière.
Laat ik nu maar niet Andrew Ridgeley verder afkraken.
Blijkt dat die aardig kan auto rijden.
Maar even terug naar Fantastic!
De veelzijdigheid van George Michael.
Rappen gaat hem niet slecht af.
Wham Rap! Is een club klassieker.
Met eenvoudige danspasjes kunnen scoren.
Tempo is zelfs voor een kleuter te volgen.
Het geeft allemaal niks.
Good Feeling muziek.
Young Guns is vergelijkbaar.
Prima nummer om de cha-cha-cha op te leren.
Als vijftienjarige met fout blouseje met stropdas.
Meisjes versieren op de plaatselijke dansschool.
Zo blijft ook Club Tropicana heerlijk zomers.
Weinig inhoud, maar toch het ultieme vakantiegevoel.
Mooie jongens en meisjes in de clip.
George Michael die voor de eerste keer zijn zang laat gelden.
Misschien hadden we toen kunnen horen waartoe hij in staat is.
Die gedachte ging nog niet in mij op.
Later heeft hij dat aardig recht gezet.
Het verlangen van de zomer.
Onschuldige tieners die zich langzaam opwerpen tot idolen.
Gewoon twee vrienden die een bandje beginnen.
Talent is nog niet belangrijk.
Voornamelijk uiterlijk wat een rol speelt.
Achtergrondzangeressen Pepsi & Shirlie bezitten meer zangkwaliteiten dan Andrew Ridgeley.
Helaas werd het onverwacht een groot succes.
Andrew werd tijdens concerten maar een gitaar in de handen geduwd.
Zodat hij niet verloren op het podium stond.
Gelukkig dat zijn vriend George Michael wel kon zingen.
Anders hadden we hier de voorlopers van Milli Vanilli gehad.
Om vervolgens onder eigen naam verder te gaan was niet zo vreemd.
Eigenlijk was dit al een verkapte solo carrière.
Laat ik nu maar niet Andrew Ridgeley verder afkraken.
Blijkt dat die aardig kan auto rijden.
Maar even terug naar Fantastic!
De veelzijdigheid van George Michael.
Rappen gaat hem niet slecht af.
Wham Rap! Is een club klassieker.
Met eenvoudige danspasjes kunnen scoren.
Tempo is zelfs voor een kleuter te volgen.
Het geeft allemaal niks.
Good Feeling muziek.
Young Guns is vergelijkbaar.
Prima nummer om de cha-cha-cha op te leren.
Als vijftienjarige met fout blouseje met stropdas.
Meisjes versieren op de plaatselijke dansschool.
Zo blijft ook Club Tropicana heerlijk zomers.
Weinig inhoud, maar toch het ultieme vakantiegevoel.
Mooie jongens en meisjes in de clip.
George Michael die voor de eerste keer zijn zang laat gelden.
Misschien hadden we toen kunnen horen waartoe hij in staat is.
Die gedachte ging nog niet in mij op.
Later heeft hij dat aardig recht gezet.
What's Up? (1993)
Alternatieve titel: The Greatest Rock Hits of the 90's

3,5
0
geplaatst: 18 augustus 2016, 16:10 uur
4 Non Blondes wisten flink te scoren met What’s Up, en natuurlijk was het logisch om hier door een platenlabel op in te springen.
Van 4 Non Blondes hoorde je vervolgens niks meer, maar Linda Perry wist later wel hits te schrijven voor Pink en Christina Aguilera.
Had dit nog iets te doen met de grunge uit de jaren 90; natuurlijk niet, maar het leverde financieel genoeg op.
Nirvana zal wel niet mee willen werken aan deze verzamelaar, vandaar dat de versie die Tori Amos van Smells Like Teen Spirit maakte hier op staat.
Wordt uitgeverij Magnum niet alleen genaaid voor de rechten van Nirvana door Courtney love, maar kan ze gelijk Tori Amos een hak zetten.
Tori, die achter haar piano regelmatig laat zien een echte rockbitch te zijn, en de drugs niet nodig heeft.
Toch wel een lekkere verzamelaar, die iedereen die met gitaarmuziek in de jaren 90 is opgegroeid wel in huis moet hebben, tenzij je in bezit bent van de studio albums van deze artiesten.
Van 4 Non Blondes hoorde je vervolgens niks meer, maar Linda Perry wist later wel hits te schrijven voor Pink en Christina Aguilera.
Had dit nog iets te doen met de grunge uit de jaren 90; natuurlijk niet, maar het leverde financieel genoeg op.
Nirvana zal wel niet mee willen werken aan deze verzamelaar, vandaar dat de versie die Tori Amos van Smells Like Teen Spirit maakte hier op staat.
Wordt uitgeverij Magnum niet alleen genaaid voor de rechten van Nirvana door Courtney love, maar kan ze gelijk Tori Amos een hak zetten.
Tori, die achter haar piano regelmatig laat zien een echte rockbitch te zijn, en de drugs niet nodig heeft.
Toch wel een lekkere verzamelaar, die iedereen die met gitaarmuziek in de jaren 90 is opgegroeid wel in huis moet hebben, tenzij je in bezit bent van de studio albums van deze artiesten.
Whispering Sons - Image (2018)

3,5
2
geplaatst: 3 oktober 2020, 18:27 uur
Het uit Brussel afkomstige Whispering Sons won bijna twee jaar geleden de 20ste editie van de Humo’s Rock Rally. Een gedroomde start, maar ook met de terechte zware druk om aan het verwachtingspatroon van het publiek te voldoen met een overrompelend debuut.
De band bracht reeds 2 indrukwekkende EP’s uit (Whispering Sons en Endless Party) maar voor het debuutalbum is gekozen voor allemaal gloednieuwe songs. Er wordt dus duidelijk vooruit gekeken, de drang om zich verder te ontwikkelen is groter dan het vasthouden aan al gecreëerde kleine successen.
Veel raakvlakken met de post-punk uit begin jaren 80, maar ook vooral invloeden van de Darkwave zijn aanwezigen. Hierdoor passen ze wel tussen acts als Deine Lakaien en Pink Turns Blue, al ontbreekt gelukkig de Duitse kenmerkende tongval, wat toen zijn charme had, maar wat hedendaags wat gebrekkig over komt. Voegt Image nog iets nieuws toe, of is het vooral een mooie aanvulling op het voornamelijk eind vorige eeuw ontstaande repertoire? Helaas neigt mijn gevoel net iets teveel naar het laatste.
Vernieuwend is het dus niet te noemen, het onderscheid zit zich voornamelijk in het meer uptempo gerichte karakter van Whispering Sons. Werd er voorheen voornamelijk gebruik gemaakt van een drumcomputer, hier is het wel de echte slagwerker Sander Pelsmaekers die je hoort, in Got A Light opgefokt en versneld, bij Alone in een old school U2 achtige roffel. Niet voor niets gekozen als single; inclusief hete shocking clip.
Gitarist Kobe Lijnen klinkt als Robert Smith, maar dan niet zoals bij The Cure, maar juist zoals hij speelde in de te hulp schietende rol bij Siouxsie and the Banshees. Ook is er een prominente rol weg gelegd voor bassist Tuur Vandeborne, door dit klinkt het net wat minder klinisch, hij grijpt wel duidelijk terug naar de post-punk van Joy Division. De synths van Sander Hermans kleuren het geheel net wat minder grijs in, weids opgezet waken ze over de soundscapes, niet overheersend, maar eerder in ondersteunende rol.
Wat mij heel erg bevalt bij Whispering Sons is de zang van Fenne Kuppens, het heeft iets lugubers, wat ook terug te horen is bij de jaren 90 albums van Scott Walker, ze zou een kleindochter van hem kunnen zijn, maar echt angstaanjagend komt Fenne niet over. De grootste verrassing is waarschijnlijk wel dat we hier te maken hebben met een zangeres, en dat hoor je niet terug in het diepere geluid. Ondertussen verschillende live opnames gehoord, en dan verraad ze zichzelf wel in de gespeelde kwaadheid.
Whispering Sons is binnen het genre een prettige aanvulling, maar of dit een blijvertje zal zijn, moeten we nog afwachten. De release valt mooi net in de Halloween periode, dus de stoffige vleermuisjurkjes mogen weer van zolder worden gehaald.
Whispering Sons - Image | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De band bracht reeds 2 indrukwekkende EP’s uit (Whispering Sons en Endless Party) maar voor het debuutalbum is gekozen voor allemaal gloednieuwe songs. Er wordt dus duidelijk vooruit gekeken, de drang om zich verder te ontwikkelen is groter dan het vasthouden aan al gecreëerde kleine successen.
Veel raakvlakken met de post-punk uit begin jaren 80, maar ook vooral invloeden van de Darkwave zijn aanwezigen. Hierdoor passen ze wel tussen acts als Deine Lakaien en Pink Turns Blue, al ontbreekt gelukkig de Duitse kenmerkende tongval, wat toen zijn charme had, maar wat hedendaags wat gebrekkig over komt. Voegt Image nog iets nieuws toe, of is het vooral een mooie aanvulling op het voornamelijk eind vorige eeuw ontstaande repertoire? Helaas neigt mijn gevoel net iets teveel naar het laatste.
Vernieuwend is het dus niet te noemen, het onderscheid zit zich voornamelijk in het meer uptempo gerichte karakter van Whispering Sons. Werd er voorheen voornamelijk gebruik gemaakt van een drumcomputer, hier is het wel de echte slagwerker Sander Pelsmaekers die je hoort, in Got A Light opgefokt en versneld, bij Alone in een old school U2 achtige roffel. Niet voor niets gekozen als single; inclusief hete shocking clip.
Gitarist Kobe Lijnen klinkt als Robert Smith, maar dan niet zoals bij The Cure, maar juist zoals hij speelde in de te hulp schietende rol bij Siouxsie and the Banshees. Ook is er een prominente rol weg gelegd voor bassist Tuur Vandeborne, door dit klinkt het net wat minder klinisch, hij grijpt wel duidelijk terug naar de post-punk van Joy Division. De synths van Sander Hermans kleuren het geheel net wat minder grijs in, weids opgezet waken ze over de soundscapes, niet overheersend, maar eerder in ondersteunende rol.
Wat mij heel erg bevalt bij Whispering Sons is de zang van Fenne Kuppens, het heeft iets lugubers, wat ook terug te horen is bij de jaren 90 albums van Scott Walker, ze zou een kleindochter van hem kunnen zijn, maar echt angstaanjagend komt Fenne niet over. De grootste verrassing is waarschijnlijk wel dat we hier te maken hebben met een zangeres, en dat hoor je niet terug in het diepere geluid. Ondertussen verschillende live opnames gehoord, en dan verraad ze zichzelf wel in de gespeelde kwaadheid.
Whispering Sons is binnen het genre een prettige aanvulling, maar of dit een blijvertje zal zijn, moeten we nog afwachten. De release valt mooi net in de Halloween periode, dus de stoffige vleermuisjurkjes mogen weer van zolder worden gehaald.
Whispering Sons - Image | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
White Denim - 12 (2024)

4,0
1
geplaatst: 6 december 2024, 19:36 uur
James Petralli verkeert in een euforische creatieve winning mood als White Denim in de lente van 2019 Side Effects uitbrengt. Optimistisch kondigt hij vrijwel een jaar later aan dat de band op zeer kort termijn de studio induikt om het vervolg te voltooien. Ook bij dit uit Texas afkomstige gezelschap loopt het allemaal anders als de pandemie er een winterse aanslag op pleegt, en James Petralli genoodzaakt het werk stillegt. Het gezin van Petralli verlaat de dorre woestijngronden van Texas om in het altijd zonnige Los Angeles te gaan wonen. Vanwege de terminale zorg voor zijn vader onderbreken ze tijdelijk dit proces, maar na diens overlijden in het voorjaar van 2021 vestigen ze zich definitief aan de westkust van Californië.
Een andere omgeving zorgt voor een gezonde heroverweging. James Petralli pakt het do it yourself principe breed op. Vanwege de wereldwijde ontwikkelingsstilstand benut hij de vrijgekomen tijd om zijn kinderen thuis met zelfstudie te onderwijzen. En eigenlijk leidt dit creatieve proces uiteindelijk weer tot winst, winst die hij vervolgens gemotiveerd benut om aan de doorstart van White Denim te werken. De freakende experimentele stoner invloeden van de voorgangers verdwijnen naar de achtergrond, 12 ligt dichter bij hem zelf, bij het hart van White Denim. Daar past dus een hoog feestend funkgehalte bij, maar White Denim zou White Denim niet zijn om ook nu weer de inspiratie uit een veelvoud van stijlen te putten.
Een onuitputtelijke inspiratiebron die 12 prachtige meesterwerkjes oplevert. Toch staat 12 niet alleen voor het aantal liedjes op het album, het is ook de twaalfde White Denim plaat. Hoe eenvoudig kort en krachtig kan je het formuleren. Zo barst Light On in solerend gitaargekrijs en rondfladderend retro fluitspel los, waarna driekwarts jazzmaten het evenwicht al snel terugbrengen. Niks nieuws onder de zon, maar weer net zo heerlijk eigenzinnig zoals we van James Petralli gewend zijn. En James Petralli? Die wandelt gewoon ontspannen door zijn liedjes heen, als een makelaar die zijn huis op de markt zet. Elk nummer is een andere kamertje, met een ander deurtje en een ander sleuteltje om deze te openen. Light On is een donker zolderkamertje, waar door de spleten van het krakkemikkige verval zonlicht naar binnendringt.
De vrolijke Econolining folkrock is een natuurgroene ruimte met een veelvoud aan planten en bloemen. Een beetje hippie ideologie en vooral vredelievend gewoon. De eenvoud van het klein houden. Ondertussen is er een ondeugende Flash Bare Ass jamsessie in de kelder gaande en bereidt dochterlief zich in de badkamer voor op een Look Good stapavondje. Het heeft de erfenis van Prince, zwoel en met rauwe kopstem gezongen. Een tikkeltje retrodisco met een hoog funkgehalte. Singer-songwriter Jessie Payo laat haar sexappeal spreken en de eveneens uit Texas afkomstige soulzangeres Tameca Jones biedt haar ervaringen aan. James Petralli is gelukkig met White Denim 2.0. Het net zo heerlijk funkende Second Dimension heeft een gospel ondertoon. De zoektocht naar het geloof, en vooral het hervonden geloof in zichzelf.
I Still Exist, de wederopstanding, maar dan wel de zoete toverballenautomaat variant. Uiteindelijk smaken de snoepjes allemaal hetzelfde, het verschil zit hem in de kleurrijke lagen. Your Future As God speelt met avontuurlijke jazzy tempowisselingen, haaks bochtwerk en de gedreven roffelende drumpartijen van Matt Young. In een reiskoffer smokkelen ze de Texaanse psychedelica de grens over. Dit goedje wordt in Swinging Door geconsumeerd. Ze geven de hasjpijp aan Sima Cunningham en Macie Stewart van Finom door, die vervolgens flink aan hun trekken komen. Het donkere We Can Move Along verwijst tevens naar vintage White Denim, al heeft James Petralli veel van de vroegere gekte met zijn jeugdigheid begraven. De COVID nasleep hakt er wel degelijk in, het is net wat zelfbewuster.
Het sentiment druipt van het melancholische Hand Out Giving af. Matt Young geeft tijdelijk het drumstokje aan Eric Slick door. Kerstsoul voor de winterse koude maanden en het is passend om vervolgens de plaat om te keren en Light On weer te draaien. Dan vergeet je echter het warm geblazen Precious Child eindspel, het gezinsgeluk dicht bij huis. Het gaat White Denim net te gemakkelijk af. Is het daardoor minder dan zijn voorgangers? Ja inderdaad. Het zijn gelijk al gesettelde tracks, te vanzelfsprekend waardoor het avontuur soms wat lastiger te vinden is.
White Denim - 12 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Een andere omgeving zorgt voor een gezonde heroverweging. James Petralli pakt het do it yourself principe breed op. Vanwege de wereldwijde ontwikkelingsstilstand benut hij de vrijgekomen tijd om zijn kinderen thuis met zelfstudie te onderwijzen. En eigenlijk leidt dit creatieve proces uiteindelijk weer tot winst, winst die hij vervolgens gemotiveerd benut om aan de doorstart van White Denim te werken. De freakende experimentele stoner invloeden van de voorgangers verdwijnen naar de achtergrond, 12 ligt dichter bij hem zelf, bij het hart van White Denim. Daar past dus een hoog feestend funkgehalte bij, maar White Denim zou White Denim niet zijn om ook nu weer de inspiratie uit een veelvoud van stijlen te putten.
Een onuitputtelijke inspiratiebron die 12 prachtige meesterwerkjes oplevert. Toch staat 12 niet alleen voor het aantal liedjes op het album, het is ook de twaalfde White Denim plaat. Hoe eenvoudig kort en krachtig kan je het formuleren. Zo barst Light On in solerend gitaargekrijs en rondfladderend retro fluitspel los, waarna driekwarts jazzmaten het evenwicht al snel terugbrengen. Niks nieuws onder de zon, maar weer net zo heerlijk eigenzinnig zoals we van James Petralli gewend zijn. En James Petralli? Die wandelt gewoon ontspannen door zijn liedjes heen, als een makelaar die zijn huis op de markt zet. Elk nummer is een andere kamertje, met een ander deurtje en een ander sleuteltje om deze te openen. Light On is een donker zolderkamertje, waar door de spleten van het krakkemikkige verval zonlicht naar binnendringt.
De vrolijke Econolining folkrock is een natuurgroene ruimte met een veelvoud aan planten en bloemen. Een beetje hippie ideologie en vooral vredelievend gewoon. De eenvoud van het klein houden. Ondertussen is er een ondeugende Flash Bare Ass jamsessie in de kelder gaande en bereidt dochterlief zich in de badkamer voor op een Look Good stapavondje. Het heeft de erfenis van Prince, zwoel en met rauwe kopstem gezongen. Een tikkeltje retrodisco met een hoog funkgehalte. Singer-songwriter Jessie Payo laat haar sexappeal spreken en de eveneens uit Texas afkomstige soulzangeres Tameca Jones biedt haar ervaringen aan. James Petralli is gelukkig met White Denim 2.0. Het net zo heerlijk funkende Second Dimension heeft een gospel ondertoon. De zoektocht naar het geloof, en vooral het hervonden geloof in zichzelf.
I Still Exist, de wederopstanding, maar dan wel de zoete toverballenautomaat variant. Uiteindelijk smaken de snoepjes allemaal hetzelfde, het verschil zit hem in de kleurrijke lagen. Your Future As God speelt met avontuurlijke jazzy tempowisselingen, haaks bochtwerk en de gedreven roffelende drumpartijen van Matt Young. In een reiskoffer smokkelen ze de Texaanse psychedelica de grens over. Dit goedje wordt in Swinging Door geconsumeerd. Ze geven de hasjpijp aan Sima Cunningham en Macie Stewart van Finom door, die vervolgens flink aan hun trekken komen. Het donkere We Can Move Along verwijst tevens naar vintage White Denim, al heeft James Petralli veel van de vroegere gekte met zijn jeugdigheid begraven. De COVID nasleep hakt er wel degelijk in, het is net wat zelfbewuster.
Het sentiment druipt van het melancholische Hand Out Giving af. Matt Young geeft tijdelijk het drumstokje aan Eric Slick door. Kerstsoul voor de winterse koude maanden en het is passend om vervolgens de plaat om te keren en Light On weer te draaien. Dan vergeet je echter het warm geblazen Precious Child eindspel, het gezinsgeluk dicht bij huis. Het gaat White Denim net te gemakkelijk af. Is het daardoor minder dan zijn voorgangers? Ja inderdaad. Het zijn gelijk al gesettelde tracks, te vanzelfsprekend waardoor het avontuur soms wat lastiger te vinden is.
White Denim - 12 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
White Denim - Side Effects (2019)

4,5
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 19:39 uur
Wat blijft het uit Austin, Teaxs afkomstige White Demin toch een energieke band. Tegen het therapeutische aan gaan deze hyperactieve jongens eindeloos door. Hun vette mix van funkrock, fusion, psychedelica en zelfs country openbaart zich alsof er nooit iets anders heeft bestaan. De onvoorspelbare breaks zetten je schaakmat voordat je over hun volgende zet hebt nagedacht. Nog steeds sluiten ze geen compromis om een meer toegankelijke sound neer te zetten. De dynamiek draaft onverschrokken door met het in precisie uitgevoerde slagwerk van Greg Clifford. Met zijn hypnotiserende percussie vormt hij een speelveld waar de overige muzikanten eindeloos op mogen improviseren. De invloed van deze meesterlijke drummer is net zo van belang als zijn ondertussen grotendeels naar de eeuwigheid verbannen voorgangers uit de rockende jaren zeventig.
Door de korte duur van Side Effects is het in principe een veredelde mini album. Neemt niet weg dat er genoeg spannends staat te gebeuren. Het retestrakke Small Talk (Feeling Control) is het rond slingerende visitekaartje en sluit feilloos aan op het vorig jaar verschenen Performance. Door de effecten op de pedalen van James Petralli ontstaat een gitaarsound welke in de seventies de benaming futuristisch zou mee krijgen. Anno 2019 kwalificeren we dit als een nostalgische retro geluid. Met Afrikaanse elementen weet Clifford er een aangename draai aan te geven. De opgestapelde en aangekoekte stofdeeltjes in de versterkers hebben hun weg naar de verstikkende buitenwereld al snel gevonden.
Het herhalende zompige fullspeed Hallelujah Strike Gold is een opzwepende woestijnrocker waar de funky lijnen een weg uitstippelen voor de te volgen smerige gitaarakkoorden. Shanala heeft een clichématiger weinig afwijkend verloop. Lomp en dreigend komt het frontaal op je af, om dwars door je heen te gaan. Is het vervolgens verwarring of nagenieten? Weinig tijd om hierbij stil te staan, de overspannen orgelklanken van NY Money dringen zich alweer op. Bijna zeven minuten lang krijgt de track de mogelijkheid om zich op te bouwen, en neemt hier een vertraagd tempo voor. Toch bijzonder dat het zonder een duidelijke climax de hele tijd blijft boeien. Natuurlijk krijgt de gitaar vrij spel, maar gooit er geen complexe solo’s tussendoor. Meer in de vorm van sfeerbepaling krijgen we de nodige jaren tachtig verwijzingen te horen.
Het country tussendoortje Out of Doors vormt de aanzet tot het bluesy Reversed Mirror. Dat de blues aan de basis staat van de rock wordt hier muzikaal benadrukt. Met de switch naar de dromerige softporn kitsch weten ze er net een onverwachte wending aan te geven om vervolgens in stijl af te sluiten. Dat er in James Petralli een groot zanger schuilt mag hij in het warme So Emotional nogmaals benadrukken. De song wentelt zich vooral om zijn zwoele zelfverzekerde vocalen die op een totaal andere wijze gebruikt worden in de garagepunk van het opgefokte Head Spinning. De soul van het met dub echo geplaatste Introduce Me laat de vervreemding met de muzikale tradities nogmaals aangeven. White Denim laat zich niet in hokjes plaatsen. Dat lieten ze al horen tijdens het voortreffelijke Corsican Lemonade en daarvan wijken ze ook nu geen seconde van af.
White Denim - Side Effects | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Door de korte duur van Side Effects is het in principe een veredelde mini album. Neemt niet weg dat er genoeg spannends staat te gebeuren. Het retestrakke Small Talk (Feeling Control) is het rond slingerende visitekaartje en sluit feilloos aan op het vorig jaar verschenen Performance. Door de effecten op de pedalen van James Petralli ontstaat een gitaarsound welke in de seventies de benaming futuristisch zou mee krijgen. Anno 2019 kwalificeren we dit als een nostalgische retro geluid. Met Afrikaanse elementen weet Clifford er een aangename draai aan te geven. De opgestapelde en aangekoekte stofdeeltjes in de versterkers hebben hun weg naar de verstikkende buitenwereld al snel gevonden.
Het herhalende zompige fullspeed Hallelujah Strike Gold is een opzwepende woestijnrocker waar de funky lijnen een weg uitstippelen voor de te volgen smerige gitaarakkoorden. Shanala heeft een clichématiger weinig afwijkend verloop. Lomp en dreigend komt het frontaal op je af, om dwars door je heen te gaan. Is het vervolgens verwarring of nagenieten? Weinig tijd om hierbij stil te staan, de overspannen orgelklanken van NY Money dringen zich alweer op. Bijna zeven minuten lang krijgt de track de mogelijkheid om zich op te bouwen, en neemt hier een vertraagd tempo voor. Toch bijzonder dat het zonder een duidelijke climax de hele tijd blijft boeien. Natuurlijk krijgt de gitaar vrij spel, maar gooit er geen complexe solo’s tussendoor. Meer in de vorm van sfeerbepaling krijgen we de nodige jaren tachtig verwijzingen te horen.
Het country tussendoortje Out of Doors vormt de aanzet tot het bluesy Reversed Mirror. Dat de blues aan de basis staat van de rock wordt hier muzikaal benadrukt. Met de switch naar de dromerige softporn kitsch weten ze er net een onverwachte wending aan te geven om vervolgens in stijl af te sluiten. Dat er in James Petralli een groot zanger schuilt mag hij in het warme So Emotional nogmaals benadrukken. De song wentelt zich vooral om zijn zwoele zelfverzekerde vocalen die op een totaal andere wijze gebruikt worden in de garagepunk van het opgefokte Head Spinning. De soul van het met dub echo geplaatste Introduce Me laat de vervreemding met de muzikale tradities nogmaals aangeven. White Denim laat zich niet in hokjes plaatsen. Dat lieten ze al horen tijdens het voortreffelijke Corsican Lemonade en daarvan wijken ze ook nu geen seconde van af.
White Denim - Side Effects | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
White Lies - As I Try Not to Fall Apart (2022)

4,0
0
geplaatst: 24 februari 2022, 17:02 uur
De grijstinten van 2022 sluiten meer aan bij het grauwe To Lose My Life… debuut. Op As I Try Not to Fall Apart bekennen de Britse postpunkers neonkleur en herpakken ze de ingeslagen Five weg. Het is een feest van herkenning en aangenaam opveren bij de kerkelijke orgeltoetsen van het grimmige The End en het zichzelf overwinnende There Is No Cure for It die zeker niet op die vijf sterren eersteling zouden misstaan. Verder dus heel veel catchy new wave bas funk, wijd uitwaaiende synths en een typisch jaren tachtig zanggeluid. De reeds eerder uitgebrachte straaljager gitaarsound van single I Don’t Want to Go to Mars is een veilige vlucht, maar wat kan je anders verwachtingen bij een band die zich oorspronkelijk Fear of Flying doopt, en ondertussen alweer vijftien jaar lang onder de toepasselijke hedendaagse noemer White Lies naam maakt.
De futuristische retrosound van I Don’t Want to Go to Mars dus, een track die duidelijk aangeeft waar de band zich op dit moment bevindt. Geen kapitalistische uitweg opzoekend, tevreden stellend met de positie waarin ze verkeren. Down to Earth, de underdogplek, zichzelf reddende met de middelen die voorhanden liggen. Geen Living in the Fastlane dus, het vergaanbare materialisme afremmen en daar een tikkeltje standvastige zelfbewustwording aan schenken. Een grens die ze later dan toch nog geslaagd en gewaagd overtreden als ze bijna kopje ondergaan in de opslokkende zwarte gat leegte van het donkere stevig rockende Roll December.
White Lies is geen vernieuwende band met een nieuw geluid, in alles hoor je de eighties postpunk door. Dat kunnen we kort en bondig concluderen. Maar het is heerlijk herkenbaar en het nodigt vervolgens zo uit om die prachtige klassiekers uit de kast te trekken, gewoon omdat ze er naadloos op aansluiten. Sporadisch afzwakkend, het wel erg hitgevoelige Step Outside huppelt er te overenthousiast onthaast en vooral zorgeloos doorheen. Blue Drift leent letterlijk de Black Or White gitaarstructuren van de wereld verbindende Michael Jackson hymne, maar herpakt zich vervolgens prima.
Kwetsbaarheid overheerst, Harry McVeigh vraagt zich in titelstuk As I Try Not to Fall Apart af of hij het in zijn hoofd nog allemaal geordend en georganiseerd krijgt. Information overloaded, de deletetoets hard ingedrukt om zich wederom te herenteren. Am I Really Going to Die. Natuurlijk heerst er hier ook die corona angst, de dagelijkse herinnering aan de sterfelijkheid. Heerlijke gelikte synthpop versterkt met futuristische krautrock lijnen, onderdrukt door de hyperactieve baspartijen van Charles Cave. Op het haastige internet is alle informatie over ziektes en behandelmethodes terug te vinden. Deze zelfredzaamheidscursus wordt bruut onderbroken door een met het blote oog onzichtbaar virus, welke als een sluipmoordenaar in precisie zijn onschuldige slachtoffers opeist. Nep nieuws, voor en tegenstanders, misleidende cijfers, en jij daar alleen verdwalende op die social media snelweg netwerk.
Het precisiemaatwerk van meesterslagwerker Jack Lawrence-Brown krijgt de mogelijkheid om in het toepasselijke met swingende Madchester akkoorden introducerende Breathe te laten ademen. Al is het toch de opvallende aanwezigheid van Charles Cave die hier de basgitaar aangenaam controlerend overheen pompt en viert, neurotisch herstructurerend en in opgewekte stemmigheid zijn ding laat doen. Dit Londense drietal verkeerd wederom tekstueel en muzikaal in topvorm, het zijn hooguit Harry McVeighs zwalkende vocalen die soms hulpeloos in een vrije val een minder geslaagde noodlanding maken. White Lies bouwt in Ragworm aan hun eigen Utopia, maar doet dat dan wel volgens de Metropolis principes. Keyboards als kloppend hart met elke denkbare mechanische draadverbinding om het heden aan het verleden te bundelen.
White Lies - As I Try Not to Fall Apart | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De futuristische retrosound van I Don’t Want to Go to Mars dus, een track die duidelijk aangeeft waar de band zich op dit moment bevindt. Geen kapitalistische uitweg opzoekend, tevreden stellend met de positie waarin ze verkeren. Down to Earth, de underdogplek, zichzelf reddende met de middelen die voorhanden liggen. Geen Living in the Fastlane dus, het vergaanbare materialisme afremmen en daar een tikkeltje standvastige zelfbewustwording aan schenken. Een grens die ze later dan toch nog geslaagd en gewaagd overtreden als ze bijna kopje ondergaan in de opslokkende zwarte gat leegte van het donkere stevig rockende Roll December.
White Lies is geen vernieuwende band met een nieuw geluid, in alles hoor je de eighties postpunk door. Dat kunnen we kort en bondig concluderen. Maar het is heerlijk herkenbaar en het nodigt vervolgens zo uit om die prachtige klassiekers uit de kast te trekken, gewoon omdat ze er naadloos op aansluiten. Sporadisch afzwakkend, het wel erg hitgevoelige Step Outside huppelt er te overenthousiast onthaast en vooral zorgeloos doorheen. Blue Drift leent letterlijk de Black Or White gitaarstructuren van de wereld verbindende Michael Jackson hymne, maar herpakt zich vervolgens prima.
Kwetsbaarheid overheerst, Harry McVeigh vraagt zich in titelstuk As I Try Not to Fall Apart af of hij het in zijn hoofd nog allemaal geordend en georganiseerd krijgt. Information overloaded, de deletetoets hard ingedrukt om zich wederom te herenteren. Am I Really Going to Die. Natuurlijk heerst er hier ook die corona angst, de dagelijkse herinnering aan de sterfelijkheid. Heerlijke gelikte synthpop versterkt met futuristische krautrock lijnen, onderdrukt door de hyperactieve baspartijen van Charles Cave. Op het haastige internet is alle informatie over ziektes en behandelmethodes terug te vinden. Deze zelfredzaamheidscursus wordt bruut onderbroken door een met het blote oog onzichtbaar virus, welke als een sluipmoordenaar in precisie zijn onschuldige slachtoffers opeist. Nep nieuws, voor en tegenstanders, misleidende cijfers, en jij daar alleen verdwalende op die social media snelweg netwerk.
Het precisiemaatwerk van meesterslagwerker Jack Lawrence-Brown krijgt de mogelijkheid om in het toepasselijke met swingende Madchester akkoorden introducerende Breathe te laten ademen. Al is het toch de opvallende aanwezigheid van Charles Cave die hier de basgitaar aangenaam controlerend overheen pompt en viert, neurotisch herstructurerend en in opgewekte stemmigheid zijn ding laat doen. Dit Londense drietal verkeerd wederom tekstueel en muzikaal in topvorm, het zijn hooguit Harry McVeighs zwalkende vocalen die soms hulpeloos in een vrije val een minder geslaagde noodlanding maken. White Lies bouwt in Ragworm aan hun eigen Utopia, maar doet dat dan wel volgens de Metropolis principes. Keyboards als kloppend hart met elke denkbare mechanische draadverbinding om het heden aan het verleden te bundelen.
White Lies - As I Try Not to Fall Apart | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
White Lies - Five (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:29 uur
Om nou direct een album te beginnen met zo’n hele lange track is wel erg pretentieus. Toch komt het uit West Londen afkomstige White Lies er goed mee weg. Time To Give laat horen dat ze zeker nog niet afgeschreven zijn. Na een van de mooiste debuten van deze eeuw afgeleverd te hebben met To Lose My Live… kwamen opvolgers Ritual, Big TV en Friends daar fragmentarisch in de buurt. Five laat een ander geluid horen dan hun eerste plaat, maar wel met een verfijnder volgroeid resultaat. Nog steeds overduidelijk een rockband met hun roots in de postpunk. Kwam voorheen de knallende drums in de mix sterk naar buiten, nu staat meer de harde gitaar op de voorgrond. White Lies werd in het verleden met regelmaat verweten een commerciële hitmachine te zijn. Op Five staan geen songs zoals Death, Farewell to the Fairground en To Lose My Life welke schaamteloos op een Eighties Revival Party gedraaid zullen worden. Zelf zien ze de plaat als een mijlpaal, het cadeautje voor de fans om hun tienjarige bestaan te vieren.
Des te verrassend is het dat ze in september al de single Time to Give propten. Ruim zeven minuten durend! En dat die dan nog vrijwel gelijk zo massaal wordt opgepakt, had het trio van White Lies waarschijnlijk ook niet verwacht. Wat maakt deze herfstplaat die de winter aankondigt dan zo bijzonder? De combinatie van de heldere keyboardklanken en het nostalgische? Is het gewoon simpelweg, de juiste single op het juiste moment, niet teveel bij nadenken. Een samenloop van onverklaarbare omstandigheden. Als hier een formule voor is, dan wil elke band die wel in bezit hebben. Maar om hier van het hoogtepunt te spreken; oh nee. Daar komen andere tracks eerder voor in aanmerking. Met een energieke discobeat laten ze zich van hun meest dansbare kant horen in het krachtige staaltje postpunk plezier Never Alone. Pianoakkoorden gaan gebroederlijk samen met de basgitaar van Charles Cave alsof het een uniek instrument is. Die toetsen komen op het einde van Kick Me op een meer genuanceerde manier als gastinstrument terug, al klinkt het nog net te voorzichtig. Zonde, want hierdoor gaat de hele opbouw een beetje de mist in; niet voor het zingen de kerk uit gaande, maar in een anti climax het hele gebouw vermijden. Reëel gezien had hier daadwerkelijk meer tijd in gestopt moeten worden, het is gewoon niet af, ondanks de aanwezigheid van doordachte sfeerschetsen. Finish Line wil pas echt op gang komen als de gitaar zijn intrede doet, eerst voorzichtig en nieuwsgierig, maar al snel meer aanwezig. Maar zo overrompelen als bij de eerste twee nummers wil het niet.
Revengeren doen ze gelukkig wel in Tokyo. Met de gedetailleerde electroclash gaan ze terug naar de bombastische campy synthpop van de jaren tachtig. Bijna fout genoeg om indruk te maken bij het Eurovisie Songfestival, zo catchy weet het je te raken. Het bullseye moment komt vervolgens in het spontane Jo? welke een stuk geraffineerde in elkaar blijkt te zitten. Stukken synthpop worden gekoppeld aan melodieuze gitaarexplosies, met zelfs neigend naar een stuk symfonische rock. Hoe groot kan je jezelf opblazen zonder tot ontploffing te komen, die scheidingslijn wordt net niet gehaald. De ingetogen ballad Denial weet op het juiste moment de hoogte in te gaan. Wist drummer Jack Lawrence-Brown op het debuut voornamelijk als een motor het tempo op te voeren, hier komt een meer afwisselende benadering naar boven. Door de ruimte die hij schept kan Harry McVeigh laten horen dat zijn kwaliteiten als gitarist tevens zijn toegenomen. Eventjes de vocalen in de pauze stand, om zo genadeloos toe te kunnen slaan. Believe It was de teleurstellende tweede single, teveel gericht op het gemiddelde platen kopende publiek. Wat gebracht had moeten worden als geslaagde marketing zet, blijkt in de praktijk terecht minder succesvol. Het duistere Fire and Wings blijkt het ultieme hoogtepunt van Five te zijn. De ingedutte vleermuizen worden in een seance tot ontwaken gedwongen. Log manoeuvreert de track zich tot een te voorspoedig einde. Hier hadden ze met gemak nog drie minuten aan vast kunnen koppelen. Five wil bij lange na niet zo overweldigen als hun intrigerende eerst geborene. Ze hebben met Time to Give de aandacht weer op zich weten te richten. Of Five een blijvertje zal zijn, durf ik hier niet met overtuiging uit te spreken.
White Lies - Five | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Des te verrassend is het dat ze in september al de single Time to Give propten. Ruim zeven minuten durend! En dat die dan nog vrijwel gelijk zo massaal wordt opgepakt, had het trio van White Lies waarschijnlijk ook niet verwacht. Wat maakt deze herfstplaat die de winter aankondigt dan zo bijzonder? De combinatie van de heldere keyboardklanken en het nostalgische? Is het gewoon simpelweg, de juiste single op het juiste moment, niet teveel bij nadenken. Een samenloop van onverklaarbare omstandigheden. Als hier een formule voor is, dan wil elke band die wel in bezit hebben. Maar om hier van het hoogtepunt te spreken; oh nee. Daar komen andere tracks eerder voor in aanmerking. Met een energieke discobeat laten ze zich van hun meest dansbare kant horen in het krachtige staaltje postpunk plezier Never Alone. Pianoakkoorden gaan gebroederlijk samen met de basgitaar van Charles Cave alsof het een uniek instrument is. Die toetsen komen op het einde van Kick Me op een meer genuanceerde manier als gastinstrument terug, al klinkt het nog net te voorzichtig. Zonde, want hierdoor gaat de hele opbouw een beetje de mist in; niet voor het zingen de kerk uit gaande, maar in een anti climax het hele gebouw vermijden. Reëel gezien had hier daadwerkelijk meer tijd in gestopt moeten worden, het is gewoon niet af, ondanks de aanwezigheid van doordachte sfeerschetsen. Finish Line wil pas echt op gang komen als de gitaar zijn intrede doet, eerst voorzichtig en nieuwsgierig, maar al snel meer aanwezig. Maar zo overrompelen als bij de eerste twee nummers wil het niet.
Revengeren doen ze gelukkig wel in Tokyo. Met de gedetailleerde electroclash gaan ze terug naar de bombastische campy synthpop van de jaren tachtig. Bijna fout genoeg om indruk te maken bij het Eurovisie Songfestival, zo catchy weet het je te raken. Het bullseye moment komt vervolgens in het spontane Jo? welke een stuk geraffineerde in elkaar blijkt te zitten. Stukken synthpop worden gekoppeld aan melodieuze gitaarexplosies, met zelfs neigend naar een stuk symfonische rock. Hoe groot kan je jezelf opblazen zonder tot ontploffing te komen, die scheidingslijn wordt net niet gehaald. De ingetogen ballad Denial weet op het juiste moment de hoogte in te gaan. Wist drummer Jack Lawrence-Brown op het debuut voornamelijk als een motor het tempo op te voeren, hier komt een meer afwisselende benadering naar boven. Door de ruimte die hij schept kan Harry McVeigh laten horen dat zijn kwaliteiten als gitarist tevens zijn toegenomen. Eventjes de vocalen in de pauze stand, om zo genadeloos toe te kunnen slaan. Believe It was de teleurstellende tweede single, teveel gericht op het gemiddelde platen kopende publiek. Wat gebracht had moeten worden als geslaagde marketing zet, blijkt in de praktijk terecht minder succesvol. Het duistere Fire and Wings blijkt het ultieme hoogtepunt van Five te zijn. De ingedutte vleermuizen worden in een seance tot ontwaken gedwongen. Log manoeuvreert de track zich tot een te voorspoedig einde. Hier hadden ze met gemak nog drie minuten aan vast kunnen koppelen. Five wil bij lange na niet zo overweldigen als hun intrigerende eerst geborene. Ze hebben met Time to Give de aandacht weer op zich weten te richten. Of Five een blijvertje zal zijn, durf ik hier niet met overtuiging uit te spreken.
White Lies - Five | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
White Lies - Night Light (2025)

3,0
0
geplaatst: 7 december 2025, 15:58 uur
White Lies overblufte mij met het voortreffelijke vintage postpunk debuut To Lose My Life…, maar hoe lang kan je op deze gunfactor teren? Bij elke volgende release zette ik vervolgens de eersteling op, en werd ik met een frisheid geconfronteerd die ik later niet meer terug hoorde. Het lange visitekaartje Time to Give, van Five, liet mij opveren en groeide gestaag tot een persoonlijke favoriet uit. Tokyo van dezelfde plaat riep tevens hoge verwachtingen op. Zouden ze het dan toch nog kunnen? Helaas was Five verder minder memorabel dan gehoopt en ook As I Try Not To Fall Apart had zijn momenten, om vervolgens echter in de kast te verdwijnen.
Kritisch buig ik mij over Night Light en laat het rationele verstand spreken. Wat heeft White Lies in 2025 nog te bieden? De post-pandemie krautrock van Nothing on Me is een prima opener. White Lies bewandelt futuristische sterrenstelsels en koppelt deze aan hun vintage postpunkgeluid. Vaag, experimenteel en geheimzinnig. Het mist echter het puntige van de klassieker Death, opener van debuut To Lose My Life… een album dat je in zijn greep houdt. Night Light is echter geen eenheid, maar een mengelmoes aan stijlen.
All the Best is een rustig opbouwende popsong. De strijd met de duisternis is gestreden, we hebben bemiddeld en leggen ons bij het resultaat neer. Winst behalen is er niet meer bij. De soulvolle saxofoon staat hier voor die commerciële knieval voor het grote succes. De ommezwaai van donkere postpunk naar neon glitterpakkenwave. Daar raken ze mij kwijt en is die titel van toen, To Lose My Life…, van toepassing. Dit geeft het angstige ‘Don’t block my rhythm again’ in de song Keep Up betekenis. Het is een reminder dat de magie verdwenen is, en dat je deze niet kan faken.
De prachtige rockgitaar solo op Juice verwacht je eerder bij het jaren tachtig werk van Pink Floyd. Harry McVeigh is in de loop der tijd een betere gitarist geworden, zijn zwalkende zang ontwikkelt zich minder positief. Bij de tekstueel goedkoop scorende Everything Is OK elektrosoul mis ik aansluiting, samenhang. De connectie bestaat uit twee losse draden in het universum die elkaar niet vinden. Bassist Charles Cave redt het verder nietszeggende Going Nowhere. Een hoog Duran Duran gehalte dat uiteindelijk nergens tot bloei komt.
Night Light is een kaars die langzaam dooft. Het ritmische titelstuk is een poging om een verlate dansvloer te reanimeren. De lampen staan al gedempt in standje ‘laatste ronde’ afgesteld, de bar sluit bijna. Het veilige aan de krautrock van het aan Nothing on Me gelinkte, afsluitende In the Middle is de pijnlijke constatering dat deze eens zo grote belofte naar de middenmoot is afgezakt. Night Light bezit geen songs die zich met To Lose My Life… of zelfs Time To Give kunnen meten. De lat ligt nu een stuk lager.
White Lies - Night Light | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Kritisch buig ik mij over Night Light en laat het rationele verstand spreken. Wat heeft White Lies in 2025 nog te bieden? De post-pandemie krautrock van Nothing on Me is een prima opener. White Lies bewandelt futuristische sterrenstelsels en koppelt deze aan hun vintage postpunkgeluid. Vaag, experimenteel en geheimzinnig. Het mist echter het puntige van de klassieker Death, opener van debuut To Lose My Life… een album dat je in zijn greep houdt. Night Light is echter geen eenheid, maar een mengelmoes aan stijlen.
All the Best is een rustig opbouwende popsong. De strijd met de duisternis is gestreden, we hebben bemiddeld en leggen ons bij het resultaat neer. Winst behalen is er niet meer bij. De soulvolle saxofoon staat hier voor die commerciële knieval voor het grote succes. De ommezwaai van donkere postpunk naar neon glitterpakkenwave. Daar raken ze mij kwijt en is die titel van toen, To Lose My Life…, van toepassing. Dit geeft het angstige ‘Don’t block my rhythm again’ in de song Keep Up betekenis. Het is een reminder dat de magie verdwenen is, en dat je deze niet kan faken.
De prachtige rockgitaar solo op Juice verwacht je eerder bij het jaren tachtig werk van Pink Floyd. Harry McVeigh is in de loop der tijd een betere gitarist geworden, zijn zwalkende zang ontwikkelt zich minder positief. Bij de tekstueel goedkoop scorende Everything Is OK elektrosoul mis ik aansluiting, samenhang. De connectie bestaat uit twee losse draden in het universum die elkaar niet vinden. Bassist Charles Cave redt het verder nietszeggende Going Nowhere. Een hoog Duran Duran gehalte dat uiteindelijk nergens tot bloei komt.
Night Light is een kaars die langzaam dooft. Het ritmische titelstuk is een poging om een verlate dansvloer te reanimeren. De lampen staan al gedempt in standje ‘laatste ronde’ afgesteld, de bar sluit bijna. Het veilige aan de krautrock van het aan Nothing on Me gelinkte, afsluitende In the Middle is de pijnlijke constatering dat deze eens zo grote belofte naar de middenmoot is afgezakt. Night Light bezit geen songs die zich met To Lose My Life… of zelfs Time To Give kunnen meten. De lat ligt nu een stuk lager.
White Lies - Night Light | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
White Lies - Ritual (2011)

3,5
0
geplaatst: 31 januari 2011, 19:51 uur
Opener Is Love heeft duidelijk Madchester invloeden.
Beats die passen bij The Stone Roses en Happy Mondays.
Verder doet het mij denken aan het Zooropa avontuur van U2.
Verfrissend geluid waardoor je gaat denken dat White Lies een andere richting in slaat.
Wat is dat orgeltje heerlijk.
Sloffen door het opwaaiende festivalzand.
Het gevoel dat ik ook kreeg bij de eerste keer The Only One I Know van The Charlatans.
Sluiten ze hier dan de jaren 80 af.
Openen ze de deur naar de jaren 90.
Het antwoord is simpelweg nee.
We gaan op dezelfde voet door als To Lose My Life…
Velen grootheden uit de jaren 80 willen terug grijpen naar dat geluid.
Waarin Depeche Mode, Simple Minds, U2 en Duran Duran in faalden.
Hier is het bewijs dat het wel degelijk haalbaar is.
Denk aan albums als Vienna van Ultravox en The Hurting van Tears For Fears.
Kille oefenruimtes waar adem veranderd in ijs.
Mark Hollis van Talk Talk die zijn warme gebreide muts aanbied.
De melancholie van Joy Division vermengt met het hoopvolle van de oude U2.
Oké, de zang is niet altijd even zuiver.
Maar het gemeende gevoel wat hij er in legt is wel puur.
Harry McVeigh is niet werelds beste tekstschrijver.
Meezinggehalte en het vermogen om de lyrics te onthouden zijn hier belangrijker.
Liever een eenvoudig nummer wat zich heerlijk in je hoofd nestelt.
Dan een moeilijk hoofdpijn veroorzakend hoogstandje.
Eigenlijk ben ik opgelucht.
Gewoon een bandje wat mij het gevoel van vroeger wil terug geven.
Net te jong voor de hoogtepunten uit die periode.
Nu krijg ik de kans om ze alsnog te beleven.
Dankbaar buig ik mijn hoofd voor White Lies.
Maar de schijnbare grote kracht ligt bij producer Alan Moulder.
In het verleden tilde hij bands als Depeche Mode, Smashing Pumpkins en Nine Inch Nails naar een hoger level.
Hier levert hij nogmaals het bewijs van zijn vakmanschap.
Beats die passen bij The Stone Roses en Happy Mondays.
Verder doet het mij denken aan het Zooropa avontuur van U2.
Verfrissend geluid waardoor je gaat denken dat White Lies een andere richting in slaat.
Wat is dat orgeltje heerlijk.
Sloffen door het opwaaiende festivalzand.
Het gevoel dat ik ook kreeg bij de eerste keer The Only One I Know van The Charlatans.
Sluiten ze hier dan de jaren 80 af.
Openen ze de deur naar de jaren 90.
Het antwoord is simpelweg nee.
We gaan op dezelfde voet door als To Lose My Life…
Velen grootheden uit de jaren 80 willen terug grijpen naar dat geluid.
Waarin Depeche Mode, Simple Minds, U2 en Duran Duran in faalden.
Hier is het bewijs dat het wel degelijk haalbaar is.
Denk aan albums als Vienna van Ultravox en The Hurting van Tears For Fears.
Kille oefenruimtes waar adem veranderd in ijs.
Mark Hollis van Talk Talk die zijn warme gebreide muts aanbied.
De melancholie van Joy Division vermengt met het hoopvolle van de oude U2.
Oké, de zang is niet altijd even zuiver.
Maar het gemeende gevoel wat hij er in legt is wel puur.
Harry McVeigh is niet werelds beste tekstschrijver.
Meezinggehalte en het vermogen om de lyrics te onthouden zijn hier belangrijker.
Liever een eenvoudig nummer wat zich heerlijk in je hoofd nestelt.
Dan een moeilijk hoofdpijn veroorzakend hoogstandje.
Eigenlijk ben ik opgelucht.
Gewoon een bandje wat mij het gevoel van vroeger wil terug geven.
Net te jong voor de hoogtepunten uit die periode.
Nu krijg ik de kans om ze alsnog te beleven.
Dankbaar buig ik mijn hoofd voor White Lies.
Maar de schijnbare grote kracht ligt bij producer Alan Moulder.
In het verleden tilde hij bands als Depeche Mode, Smashing Pumpkins en Nine Inch Nails naar een hoger level.
Hier levert hij nogmaals het bewijs van zijn vakmanschap.
White Lies - To Lose My Life... (2009)
Alternatieve titel: To Lose My Life or Lose My Love

5,0
0
geplaatst: 27 februari 2009, 19:25 uur
Het begin van Death doet mij wat denken aan Candy van Iggy pop. Verder heeft het nummer dus ook veel raakvlakken met Pretty In Pink van Psychedelic Furs. Het heeft een mooie opbouw, en is wel de mooiste single die ik sinds Spiralling van Keane gehoord heb.
To Lose My Life is ook erg sterk. Het stemgeluid doet regelmatig denken aan Midge Ure van Ultravox. Iets wat ik vaker terug zal horen.
Oke, A Place To Hide lijkt inderdaad op Editors. Maakt verder toch niet zoveel uit?
9 van de 10 postpunk bandjes rond 1980 leken op David Bowie, daar valt toch ook niemand meer over?
Weer hoor ik duidelijk Midge Ure, en die man heeft een mooi stem geluid, en mag best als voorbeeld genoemd worden.
Fifty On Our Foreheads begint heerlijk ingetogen. En heeft muzikaal raakvlakken met The Cure uit hun Wish periode.
Het lage zanggedeelte leunt tegen Echo & The Bunnymen.
Unfinished Business gaat via Editors richting Tears For Fears.
E.S.T. neigt dus ook weer naar Tears For Fears en Ultravox (vreemd dat die invloeden hier vrijwel niet genoemd worden).
Een Joy Division hoor ik trouwens helemaal niet terug op dit album. Die vergelijking snap ik dus ook niet; of het moeten de drumpartijen van Death zijn.
Bij From The Stars snap ik wel dat men The Killers op dit album terug hoort.
Dit klinkt inderdaad wel gladjes, maar ik vind die snellere versie van Forbidden Colours van David Sylvian (die viooltjes) er wel bij passen.
Farewell To The Fairground wijkt wat af van de rest. Het rockt een stuk meer, waardoor ik met vlagen moet denken aan Big Country.
De vreemde eend in de bijt, zullen we maar zeggen.
Nothing To Give is heerlijk dromerig, en doet me dus weer aan een Roland Orzabal van Tears For Fears denken. Eigenlijk had dit de afsluiter moeten zijn.
Dat is het dus niet, want The Price Of Love sluit dus af. Mooie opbouw met synth en gitaar.
Ik vind White Lies dus wel degelijk een mooie toevoeging in het postpunk tijdperk.
We zullen afwachten of ze dit nivo verder kunnen ontwikkelen, en niet afknappen op het moeilijke tweede album. Hopelijk hebben we hier te maken met een blijvertje.
P.S. Mijn overhemden hangen ook gestreken in de kast. Ik hou niet zo van kreukels.
To Lose My Life is ook erg sterk. Het stemgeluid doet regelmatig denken aan Midge Ure van Ultravox. Iets wat ik vaker terug zal horen.
Oke, A Place To Hide lijkt inderdaad op Editors. Maakt verder toch niet zoveel uit?
9 van de 10 postpunk bandjes rond 1980 leken op David Bowie, daar valt toch ook niemand meer over?
Weer hoor ik duidelijk Midge Ure, en die man heeft een mooi stem geluid, en mag best als voorbeeld genoemd worden.
Fifty On Our Foreheads begint heerlijk ingetogen. En heeft muzikaal raakvlakken met The Cure uit hun Wish periode.
Het lage zanggedeelte leunt tegen Echo & The Bunnymen.
Unfinished Business gaat via Editors richting Tears For Fears.
E.S.T. neigt dus ook weer naar Tears For Fears en Ultravox (vreemd dat die invloeden hier vrijwel niet genoemd worden).
Een Joy Division hoor ik trouwens helemaal niet terug op dit album. Die vergelijking snap ik dus ook niet; of het moeten de drumpartijen van Death zijn.
Bij From The Stars snap ik wel dat men The Killers op dit album terug hoort.
Dit klinkt inderdaad wel gladjes, maar ik vind die snellere versie van Forbidden Colours van David Sylvian (die viooltjes) er wel bij passen.
Farewell To The Fairground wijkt wat af van de rest. Het rockt een stuk meer, waardoor ik met vlagen moet denken aan Big Country.
De vreemde eend in de bijt, zullen we maar zeggen.
Nothing To Give is heerlijk dromerig, en doet me dus weer aan een Roland Orzabal van Tears For Fears denken. Eigenlijk had dit de afsluiter moeten zijn.
Dat is het dus niet, want The Price Of Love sluit dus af. Mooie opbouw met synth en gitaar.
Ik vind White Lies dus wel degelijk een mooie toevoeging in het postpunk tijdperk.
We zullen afwachten of ze dit nivo verder kunnen ontwikkelen, en niet afknappen op het moeilijke tweede album. Hopelijk hebben we hier te maken met een blijvertje.
P.S. Mijn overhemden hangen ook gestreken in de kast. Ik hou niet zo van kreukels.
White Owl Red - Afterglow (2020)

3,0
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 09:57 uur
Als je blijft boenen op nummers dan glanst het misschien wel mooier, maar verdwijnt tevens de ruwheid die er net dat gekartelde randje aan meegeeft. Al gauw komt de dofheid weer aan de oppervlakte en blijkt dat de puurheid niet meer te reproduceren valt. Bij Afterglow is dat ook een beetje het geval.
Lukt het de uit San Francisco afkomstige alt country rockers van White Owl Red op Existential Frontiers nog om wat stekelige uitbarstingen aan toe te voegen, een jaar later komen ze al met een nieuwe plaat aanzetten. Waarschijnlijk net iets te snel op elkaar volgend, waardoor het overkomt als een veilige haastklus. Een tikkeltje te slap en te zoutloos.
Op het debuut Americana Ash waren de zwaarmoedige grunge invloeden nog sterk aanwezig, die prachtige druilerige sound is ondertussen vervaagd tot een gepasseerd verleden. De levendige inbeeldende prairie ervaring van de country moet daarvoor in de plaats komen, en dat blijkt uiteindelijk een behoorlijk lastige opgave.
Het titelstuk Afterglow heeft een swingend retro eighties geluid, en is inderdaad het nagloeien van de ooit aanwezige vurigheid waarmee White Owl Red zich eerder op de kaart zette. Dat het wel degelijk op deze manier kan werken, wordt wel bewezen in het tevens in dit tijdsbeeld te plaatsen Tip Top Bobs. Als Gawain Mathews de nodige vuiligheid uit zijn gitaar tevoorschijn haalt, pakt ook Josef McManus gelijk een stuk smeriger en doorleefder uit.
Dit soort interacties met gespeelde heerlijke felheid zijn er sporadisch aanwezig. Al tegenpruttelend gooit Gawain Mathews er op het einde van Working Class Heroes nog een aangename jankende solo overheen, die feitelijk lijkt te ontsnappen aan zijn ingeboete frustraties.
De rustgevende slidegitaar die als een rond dobberend bootje over de muziekgolven van Hold On heen vaart in kondigt de overheersende stabiele gemoedstoestand aan. Die onderscheidende accenten zijn er absoluut, maar ook het aangename mondharmonica spel van Hell and the Blues staat zo op de achtergrond opgesteld, waardoor je de indruk krijgt dat deze een studioruimte verderop is opgenomen.
Het ligt er net te dik bovenop dat I Walk the Line (For You) een eerbetoon is aan Johnny Cash, maar mist wel degelijk de magie van de altijd in zwart geklede meester. Hier murmelt Josef McManus zich wat ongemakkelijk met een aangeleerd accent door de song heen. Dat is ook de valkuil in Out on the Waters, waar krampachtig gepoogd wordt om een weinig stemvaste met nog minder aanwezig maatgevoel Would Be Bob Dylan te presenteren.
Het verhalende gedeelte wordt boeiend voorgedragen in het vol overtuiging gebrachte Wake Up. Hierbij functioneren de illustrerende instrumenten als vriendschappelijke schaduwen die gebroederlijk de eenzaamheid bestrijden. Het opbrekende gebrek bij Afterglow is dat dit soort prachtige momenten vaak gemist worden.
White Owl Red - Afterglow | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Lukt het de uit San Francisco afkomstige alt country rockers van White Owl Red op Existential Frontiers nog om wat stekelige uitbarstingen aan toe te voegen, een jaar later komen ze al met een nieuwe plaat aanzetten. Waarschijnlijk net iets te snel op elkaar volgend, waardoor het overkomt als een veilige haastklus. Een tikkeltje te slap en te zoutloos.
Op het debuut Americana Ash waren de zwaarmoedige grunge invloeden nog sterk aanwezig, die prachtige druilerige sound is ondertussen vervaagd tot een gepasseerd verleden. De levendige inbeeldende prairie ervaring van de country moet daarvoor in de plaats komen, en dat blijkt uiteindelijk een behoorlijk lastige opgave.
Het titelstuk Afterglow heeft een swingend retro eighties geluid, en is inderdaad het nagloeien van de ooit aanwezige vurigheid waarmee White Owl Red zich eerder op de kaart zette. Dat het wel degelijk op deze manier kan werken, wordt wel bewezen in het tevens in dit tijdsbeeld te plaatsen Tip Top Bobs. Als Gawain Mathews de nodige vuiligheid uit zijn gitaar tevoorschijn haalt, pakt ook Josef McManus gelijk een stuk smeriger en doorleefder uit.
Dit soort interacties met gespeelde heerlijke felheid zijn er sporadisch aanwezig. Al tegenpruttelend gooit Gawain Mathews er op het einde van Working Class Heroes nog een aangename jankende solo overheen, die feitelijk lijkt te ontsnappen aan zijn ingeboete frustraties.
De rustgevende slidegitaar die als een rond dobberend bootje over de muziekgolven van Hold On heen vaart in kondigt de overheersende stabiele gemoedstoestand aan. Die onderscheidende accenten zijn er absoluut, maar ook het aangename mondharmonica spel van Hell and the Blues staat zo op de achtergrond opgesteld, waardoor je de indruk krijgt dat deze een studioruimte verderop is opgenomen.
Het ligt er net te dik bovenop dat I Walk the Line (For You) een eerbetoon is aan Johnny Cash, maar mist wel degelijk de magie van de altijd in zwart geklede meester. Hier murmelt Josef McManus zich wat ongemakkelijk met een aangeleerd accent door de song heen. Dat is ook de valkuil in Out on the Waters, waar krampachtig gepoogd wordt om een weinig stemvaste met nog minder aanwezig maatgevoel Would Be Bob Dylan te presenteren.
Het verhalende gedeelte wordt boeiend voorgedragen in het vol overtuiging gebrachte Wake Up. Hierbij functioneren de illustrerende instrumenten als vriendschappelijke schaduwen die gebroederlijk de eenzaamheid bestrijden. Het opbrekende gebrek bij Afterglow is dat dit soort prachtige momenten vaak gemist worden.
White Owl Red - Afterglow | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
