MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Oasis - (What's the Story) Morning Glory? (1995)

poster
3,5
De nieuwe Beatles werden ze genoemd.
Hoezo nieuwe Beatles, waren de oude niet goed genoeg?
Was er eigenlijk behoefte aan, men was nog steeds zeer gelukkig met Revolver, Abbey Road en Sgt. Pepper.
Oasis heeft bijna niks meer met The Beatles te maken, laat ze gewoon toe geven dat ze heerlijk weg droomden bij de gitaarsound van Johnny Marr van The Smiths en vervolgens van hun schoolbanken werden geblazen toen het debuut van The Stone Roses iedereen gek maakten in Groot Brittannië.
Madchester. Nadat ruim 10 jaar eerder Sex Pistols en Joy Division een soortgelijke kettingreactie veroorzaakten, plukten nu ook puberende jochies de versleten gitaar van hun vader van zolder om zich muzikaal te ontwikkelen.
John Lennon was allang dood, men moest het doen met sporadisch uitgezonden televisiebeelden, meestal begin december om zijn overlijden te herdenken.
De broertjes Gallagher waren raddraaiers, die zich verzetten tegen het regiem van hun ouders.
Dan ga je toch geen oude elpees draaien van een generatie waar je tegenaan het pissen bent?

Definitely Maybe, hun eerstgeborene werd een grote hype, en door de pers werden ze vergeleken met The Beatles, terwijl dit gewoon een sterke popplaat was.
Met handen in het haar klopte Liam bij zijn broer Noel aan.
Liams stem had totaal geen raakvlakken met Lennon, en zeker niet met het vriendelijke zachte geluid van McCartney, maar de vraag was er, en hoe op het aanbod in te spelen?
Geen probleem dacht Noel, die zich voorheen aardig op de achtergrond opstelde, hier lag een prominente rol voor hem weg gelegd.
Hij besloot zijn positie veilig te stellen en Don’t Look Back In Anger was een feit.
Vanwege het te verwachtte succes werd hij steeds vaker uitgenodigd in talkshows. Met hem viel een gesprek te voeren, terwijl broerlief meestal apestoned naast hem op de bank hing.
Zo nu en dan proberen te shockeren met een foute opmerking over Damon Albam van Blur.
Onbewust en onbedoeld nam de wat meer verlegen Noel de leidersrol over.
Grote ruzies waren een feit, verknalde optredens vanwege wangedrag bandleden werden ontslagen, gevolg van de strijd tussen twee groeiende ego’s.
Scheuren bie tot de verwachtte breuk zouden leiden.

( What’s The Story) Morning Glory werd gezien als de definitieve doorbraak.
Het album wat de sterpositie inluidde.
Achteraf gezien blijft dit juist de moeilijke tweede.
Natuurlijk waren de verkoopcijfers enorm, natuurlijk zaten de songs gewoon sterk in elkaar.
Dat Cast No Shadow qua structuur hetzelfde in elkaar stak als Wonderwall werd hun vergeven, want het klinkt zo heerlijk.
Nogmaals moest de lat hoger gelegd worden, maar D'You Know What I Mean? Was al Over The Top, en met Be Here Now begon The Downward Spiral.
Morning Glory verwoord de dreigende nachtmerrie.
Nu nog bemind, morgen wellicht gehaat.
Was het voorheen nog Liam die verbaal en non-verbaal van alles het publiek in smeet, nu werd hij juist verwelkomt door boe geroep en rotte appels.
De ommekeer werd steeds meer publiekelijk zichtbaar.
Maar ondanks dit alles wordt ik op het einde van het album weer gegrepen.
Champagne Supernova geeft mij het beeld van Liam als superster in een door hem vernielde kamer.
De kater nog bonkend in zijn hoofd.
Alleen en in tranen omdat hij zich weer eens niets van de vorige avond kan herinneren.
Verontschuldigend sorry zeggend overhandigd hij twee gesneuvelde champagneglazen aan een boze, teleurgestelde hotelmanager.
Opeens voel je de ontroerende kinderlijke blik in zijn ogen.

Oasis - Definitely Maybe (1994)

poster
5,0
We waren wel weer eens toe aan een echt rockend album uit het Verenigde Koninkrijk.
Na het terecht hoog gewaardeerde eerste album van The Stone Roses dat strak staat van de psychedelica, de Madchaster rage en het shoegazer geluid zijn we weer terug bij de roots.
Ondanks dat de coke in overvloed aanwezig is, zit er verder een duidelijke lijn in Definitely Maybe.
Met het drugsgebruik heb ik wat minder moeite; weinig Britse bands die zonder kunnen.
De broertjes Gallagher waren hier al grote ego’s, maar moesten zich nog bewijzen.
Het ontbrak nog van de sterallures en het geruzie.
Ik hoor ook liever de venijnige stem van Liam, die het Fuck You uitstraalt, dan het zoetere geluid van Noel.
Gelukkig verscheen Liam hier nog gewoon in de studio om de nummers van zijn broer in te zingen. Die dus wel het talent van songwriting heeft, maar duidelijk minder uitstraling.
Als een Live Forever en Supersonic door hem ingezongen zouden zijn, dan had ik deze band waarschijnlijk links laten liggen.
Hij moet zich gewoon houden bij de backing vocals zoals hij het voortreffelijk doet op Columbia. Wat volgens mij over het gevoel van een gezamenlijke trip gaat.
Ik heb dan ook niks met het geprezen Don't Look Back in Anger van opvolger (What's the Story) Morning Glory?
De vete die toen met Blur uitbrak heb ik nooit begrepen.
Twee totaal verschillende bands.
Ondanks dat Oasis sterke nummers bleef maken, waren voor mij de volgende albums wisselvallig.
Het debuut blijf ik met regelmaat draaien.
De bonustrack Whatever, die later als cdsingle erbij geleverd werd, past hier niet tussen.
Duidelijk een track die aansluit op hun tweede album.
Had hem daar voor bewaard.
Enige minpunt verder is Cigarettes and Alcohol. Klinkt mij teveel als Get It On van T. Rex.

Oasis - Knebworth 1996 (2021)

poster
4,5
Als Oasis in de lente van 1994 hun debuutsingle Supersonic uitbrengt gaat het heel snel met de band. Ondanks dat het een prima middenmoter in de charts blijkt te zijn, begint het vuurtje steeds harder te branden. Zo hard zelfs dat hun debuutplaat al direct na de release op die felbegeerde toppositie terecht komt, en in de eerste week al meer dan 100.00 keer over de toonbank heen gaat. Definitely Maybe is brutaal jongensachtig met de energie van de punk die Noel Gallagher in zijn door Johnny Marr (The Smiths) beïnvloede gitaarspel legt. Zijn broer Liam heeft dezelfde nonchalante houding als de boegbeelden van de Madchester scene, en weet dit door goed uitgekiend gebruik van zijn ego volledig uit te buiten. Definitely Maybe is pure rock & roll, gevormd in pakkende catchy popliedjes met het buitensporige van de jaren zeventig glamrock. Bijna perfect…

Dat punt van perfectionisme wordt vervolgens met (What’s The Story) Morning Glory? bereikt. De rol van Noel is hierop nog groter, en zijn voorliefde voor The Beatles straalt van de plaat af. Het accent ligt veel meer op de sixties, het geluid is rustiger en meer onder controle. De stevige gitaarexplosies zijn veelal vervangen door een sober intiemer akoestisch geluid, met hier en daar wat klassieke strijkers. Het meest opvallende echter is dat Noel zich ook steeds meer met de zang bezighoudt.

En daar begint het al wat te schuren en te scheuren. Liam deelt zijn sterrenstatus nu met zijn broer, en is duidelijk not amused. De door de pers breed uitgezette vete met Blur doet de verstandhouding in het popklimaat ook weinig goeds, zeker niet als deze agressieve houding versterkt wordt door het buitensporig consumeren van drugs. En het publiek? Het publiek geniet ervan. Vergeet niet dat Oasis in die periode echt wel de grootse Britse band was (sorry Blur), en hofleverancier is van geniale kop en staart songs.

En dan breekt het weekend van 10 en 11 augustus 1996 aan. De band speelt voor 250 duizend toeschouwers op het Knebworth Festival. Een memorabel concert welke door de critici uitgeroepen wordt tot een, dan wel, het beste optreden van de vorige eeuw. Het is tevens de vooravond van het grote verval. De relatie tussen de twee bloedbroeders is dan zodanig verziekt, dat ze met regelmaat niet meer samen op het podium te vinden zijn. De ruzies breiden zich steeds verder uit, en ook de publiekelijke houding is er eentje van minachting en door de verslavingen versterkte grootheidswanen. Het niveau van dat bewuste weekend in augustus 1996 zouden ze nooit meer halen, en opvolger Be Here Now verkocht nog waanzinnig, maar echte klassiekers zijn daarop niet meer te vinden.

Maar wat maakt Knebworth 1996 nou zo geweldig? Eigenlijk alles! Het dolenthousiaste publiek, waardoor het als een ware thuiswedstrijd aanvoelt. De straatschoffie vechtershouding van een behoorlijk op dreef zijnde Liam Gallagher en het uitmuntende livespel van zijn broer Noel. Natuurlijk verkeren drummer Alan White, bassist Paul “Guigsy” McGuigan en tweede gitarist Paul “Bonehead” Arthurs ook in topvorm, maar de aandacht gaat (terecht) uit naar de broertjes Gallagher.

De film begint met de herkenbare spanning of het de overenthousiaste fans lukt om aan concerttickets te komen. Bellen, opnieuw proberen, de voelbare frustratie dat vrienden wel kaartjes hebben. De opgeklopte waanzin dat Oasis zichzelf populairder dan God neerzet, de relaxte houding van de bandleden tijdens de voorbereiding van de gig. De zichtbare spanning op de gezichten van de bandleden tijdens de helikoptervlucht naar het festivalterrein, en dan is het wachten tot het moment dat ze zichzelf daadwerkelijk overtreffen; de aftrap van het Knebworth concert.

En uiteraard verkeren ze in topvorm, niks staat die nonchalante egotrippende houding nog in de weg. En zo hoort het ook, we hebben het hier wel over fucking Oasis. Het Oasis verhaal start met de eerste door Noel Gallagher geschreven song Columbia, dus de show begint begrijpelijk ook met deze zwaar psychedelische druggy track en overtreft direct al alle gedroomde verwachtingen met dit strak geoliede gezelschap. Ze onderstrepen die schijt aan de wereld houding door hier vervolgens Acquiesce de B-kant van Some Might Say achter te droppen. Het publiek gaat helemaal los, misschien juist wel door deze gedurfde keuze. Het is ook lastig als je in zo’n creatieve hoogwaardige periode verkeert om onderscheid te maken tussen de nummers, ze behoren allemaal tot dat toch al niet misselijke topniveau. Het prachtig georkestreerde Cast No Shadow hoort in het rijtje thuis tussen Whatever en Wonderwall. Geschreven voor Richard Ashcroft van The Verve, en het bewijst dat Oasis niet met al hun collega’s op oorlogsgebied leeft. Een prachtig, veelzeggend eerbetoon.

Het donkere Supersonic is een van mijn persoonlijke favorieten en het is geduldig wachten tot het moment dat Noel zijn gitaar aangenaam heerlijk laat gillen. Dan weet je gewoon dat een memorabele avond als deze niet meer stuk kan gaan. De filmvolgorde wijkt overigens af van de later te verschijnen cd versie en wordt aangenaam vervolgd door een andere Definitely Maybe klassieker, Cigarettes & Alcohol. Later nog gevolgd door het venijnig nasaal gezongen hoogtepunt Live Forever, met op de achtergrond een immense foto van John Lennon. Je mag dan wel beweren dat je groter dan God bent, maar deze held staat nog een trede hoger dan Oasis. Een veelzeggend beeld van Liam en Noel die zich van het publiek afwenden en zichtbaar hun idool aanbidden. Tot zover het verslag van de eerste geslaagde avond op zaterdag 10 augustus 1996. Vervolgens begint het hevig te regenen…..

Gelukkig begint de tweede dag als de fans arriveren droog en belooft het weer zo’n geweldige avond te worden. Het publiek is nog uitbundiger dan op de eerste dag, maar de chaos blijft beperkt tot rondvliegend toiletpapier. Noel, die zich ervan bewust is dat ze geschiedenis schrijven en dit voor aanvang van het concert nog eventjes publiekelijk deelt. We horen een bevlogen met giftig wah-wah gitaarspel rockende Hello, een hemel doorbrekende Some Might Say en het rock & roll lijflied Roll With It. De broers zijn zichtbaar meer onder invloed van drugs dan de eerste avond, maar daar leidt de show verder niet onder, het heeft zelfs een positieve werking op het speelplezier.

Slide Away, Morning Glory en Round Are Way, het zijn allemaal publieksfavorieten. Je kan Oasis in deze tijd gewoon niet betrappen op mindere nummers. Het zogenoemde restmateriaal verschijnt vervolgens op de verzamelaar The Masterplan, en verkoopt ook nog gigantisch goed. Don’t Look Back in Anger is weer een Noel momentje, die zich er duidelijk van bewust is dat hij zijn losbandige overschreeuwende broer aan het overstijgen is. Hier is het evenwicht er nog, maar de aftakeling zal helaas snel volgen. Het autobiografische verslag van het rock & roll leven met zijn ups and downs. Zijn ultieme moment is echter de emotioneel rakende uitvoering van The Masterplan hier schitterend ingeleid door de mondharmonica van Mark Feltham.

Liam wijst broederlief vervolgens nogmaals op zijn plek door die voortreffelijke uitvoering van Champagne Supernova met de van The Stone Roses afkomstige gitarist John Squire als meesterlijk ondersteunende in bloedvorm verkerende gastmuzikant. Voor mij verreweg de beste song die ze ooit gemaakt hebben. John Squire mag ook de The Beatles klassieker I Am The Walrus mede opsieren. Och ze treden hiermee eventjes uit de schaduw van hun muzikale helden. Jammer dan voor al die tribute coverbandjes, maar zo zet je dus een voortreffelijke uitvoering neer. Verplicht studiemateriaal. Liam smijt weer rebels die microfoonstandaard op de grond, en duikt met een confronterende houding het publiek in om daar goedlachs het contact op te zoeken. De toegift Wonderwall is wereldwijd waarschijnlijk wel het meest bekende nummer van Oasis, in de Britse charts haalt deze dus onbegrijpelijk niet die eerste plek positie. Dit is Oasis zonder de opgepoetste rock & roll glamour, puur in zijn eenvoud, groots in de uitwerking van Liam Gallagher, zijn ultieme moment.

Een klein puntje van kritiek. Als men de voorbereidende periode zou inkorten zou er ruimte zijn voor volledige uitvoeringen van de gespeelde tracks. Al heeft het ook wel iets om die sfeer van die bewuste concertreeks te proeven. Het angstzweet van de wanhopige fans die met gestrande auto’s hun droomweekend zien stranden, het platgelopen festivalgras, het moment dat Oasis het podium betreedt. Dit alles draagt mee aan die fantastische beleving. Oasis – Knebworth 1996 draaide 23 en 26 september in de bioscoop. De albumversie verschijnt op 19 november.

Oasis - Knebworth 1996 | Written in Music - writteninmusic.com

Of Monsters and Men - All Is Love and Pain in the Mouse Parade (2025)

poster
4,0
Het is alweer een lange tijd geleden dat het IJslandse Of Monsters and Men met hun debuutsingle Little Talks een mega-succes scoorde. Het uptempo springerige folkdeuntje paste perfect tussen de toen heersende trend die een band als Mumford & Sons had ingezet en waar ook het Amerikaanse The Lumineers flink van profiteerde. Toch overtuigde het gemeende enthousiasme van de twee IJslandse zangers Nanna Bryndís Hilmarsdóttir en Ragnar Þórhallsson mij stukken meer en lag debuutalbum My Head Is an Animal zeker in de lijn der verwachtingen.

Die perfecte mix tussen pop en folk continueerden ze vervolgens op het net wat zwaardere, naar postpunk neigende Beneath the Skin. Ondanks deze positieve groei verzwakte de aandacht en volgde er na hun derde studioalbum Fever Dream uit 2019 een akelig lange stilte. Nanna Bryndís Hilmarsdóttir concentreerde zich op een solocarrière en bracht het ingetogen How to Start a Garden uit. Prachtige sobere klein gehouden juweeltjes van een gerijpte zangeres in de bloei van haar leven en die als singer-songwriter alleen de wereld trotseerde.

Het is echter de vertrouwde warme stem van Ragnar Þórhallsson die met Television Love het nieuwe album aftrapt. Nanna Bryndís Hilmarsdóttir wacht haar moment af en valt halverwege in. Een nummer dat sterk in het verlengde van het Beneath the Skin werk ligt. Dezelfde postpunkbenadering en dezelfde trage opbouw. En vanaf dat moment besef je dat het weer helemaal goed zit met Of Monsters and Men. Elimineer die folk-achtergrond, postpunk is het huidige codewoord.

Television Love is de liefde tussen twee mensen, die elkaar na een lange tijd opnieuw treffen en dan pas beseffen wat ze gemist hebben. Gevormd door het leven sleuren ze beiden bagage met persoonlijk leed mee. The Towering Skyscraper at the End of the Road symboliseert de droefheid van deze intieme ontmoeting en geeft er een positieve wending aan.

Het zijn vooral de stiltes op All Is Love and Pain in the Mouse Parade waar Of Monsters and Men de kracht vandaan haalt. Vergeet het volgepropte frisse debuut, ga rustig zitten en ervaar vooral het nieuwe werk. Het ligt in het verlengde van de new wave waar Schotland zich in de jaren tachtig mee op de kaart zette. Zo ver ligt die rootsgerichte natuurbeleving van IJsland en Schotland niet uit elkaar. Natuurlijke sfeercollages met verfijnde penseelstreken tot in de puntjes uitgewerkt.

Nanna Bryndís Hilmarsdóttir laat in The Actor versneld de wintertijd ingaan. Breekbaar fragiel als ijs kleurt ze verbaal de hoofdlijnen in, Ragnar Þórhallsson nuanceert enkel de accenten. Zo diep kan die eerder genoemde liefde gaan, elkaar iets gunnen en elkaar niet overschreeuwen. En dan begrijp je wat ik met die stiltes bedoel, al gebeurt er op muzikaal vlak meer dan genoeg. De samenzang op Barefoot in Snow herinnert mij aan de hoogtijdagen van The XX, al speelden die net wat meer met mystiek en spanning.

Ragnar Þórhallsson neemt het naar het licht verlangende trage Dream Team onder zijn hoede. Dat droomteam staat tevens voor de interactie binnen de band. Drummer Arnar Rósenkranz Hilmarsson overhandigt hierbij de door hem zorgeloos ingespeelde pianopartijen, waar de rest vervolgens op inhaakt. Arnar Rósenkranz Hilmarsson benut dat schrijverstalent tevens in Fruit Bat, al zorgt het toeziend oog van Josh Kaufman (Bonny Light Horseman) voor de kristalheldere fijnheid. Er wordt dus wel degelijk in de productie geïnvesteerd en dan levert het dus een ruim acht minuten durend hoogtepunt op.

Niet alles is even sterk, er zitten wel degelijk een paar zwakkere broeders tussen. De verassing schuilt in het van de albumtitel afgeleide Mouse Parade. De piano laat klanken als sneeuwvlokken landen en dirigeert deze naar de juiste bestemming. De hemelse engelenzang van Nanna Bryndís Hilmarsdóttir maakt het af. Juist de onrustige achtergrondruis doorbreekt de stilte. Het nummer heeft een kerstsfeer zonder de sentimentele kitsch. Het traditionele The End mag het album met samenzang uitluiden, al is het bijna overbodig. Of Monsters and Men heeft hun terugkeer reeds verzilverd.

Of Monsters and Men - All Is Love and Pain in the Mouse Parade | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Office Dog - Spiel (2024)

poster
3,5
Het Nieuw-Zeelandse Office Dog is zoveel meer dan de nieuwste gruizige indiepop belofte welke het mogelijk maakt om de jaren negentig te herbeleven. Office Dog krijgt al zeker tien jaar geleden in het brein van Kane Strang vorm, die in eerste instantie kleurrijke jaren tachtig georiënteerde new wave platen met een ritmisch psychedelisch sixties randje maakt. Toegankelijke luisterliedjes waarbij hij zich tekstueel behoorlijk behouden opstelt. De vrolijk gestemde songsmit transformeert langzaam in een grimmige beroepspessimist. Kane Strang groeit met de klimaat uitputting en pandemie twijfel op, welke een grijszilveren filteraura over zijn hedendaags werk legt. Deze grauwheid vraagt net iets teveel van de fragiele songwriter die dit verdriet niet meer alleen kan dragen.

Het samenstellen van een begeleidingsband is dan de juiste optie en door die gedeelde verantwoordelijkheid veranderd er zodanig veel dat het herziende bandsamenstelling zich tot Office Dog omdoopt. Met drummer Mitchell Innes en bassist Rassani Tolovaa aan zijn zijde vormt hij een stabiel supertrio. Niet dat hij hierdoor de wereld beter begrijpt, het helpt in ieder geval wel. Spiel verschijnt ruim zes jaar na het goed ontvangen Two Hearts and No Brain welke al in vroeg stadium door Written in Music wordt opgemerkt. Op die plaat is Rassani Tolovaa al present, Mitchell Innes is voornamelijk als tourmaatje aanwezig.

Office Dog, de bureaucratie van de volgzame individuen, de vastgeroeste kantoornerds welke heimelijk in hun dagdromen opgesloten zitten. Spiel plaatst zich prima tussen de herdefiniëring van de postpunk, grunge druilerigheid en de indierock tekortkomingen welke door gitaarnoise weggespoeld worden. Ze verleggen het accent dus naar de jaren negentig en voegen daar nog een dik besmeerde laag aan hedendaagse fuzz melancholica overheen. Het is dus bijzonder dat ze al voor het debuut het inspirerende tourverleden gebruiken om de nummers verder uit te werken. Spiel ademt ook iets van een reisverslag uit, een ontdekkingstocht langs onbekende plaatsen, onbekende jetlag stemmingen en onbekende invloeden die ze nog eigen moeten maken. De ziekmakende Tightropes plankenkoorts welke als een strop alle adem ontneemt, het opladen van een leeg gespeelde accu, elke avond opnieuw. Incasseren, en nog eens incasseren.

Wat geniet ik toch van het Kane Strang schrijverstalent. Heerlijk, dit is om te smullen! Ik ben net als de zanger een groot liefhebber van het veelvoudig gebruik van analyserende metaforen. Ze leggen de ziel van de song cryptisch poëtisch bloot, maar laten net genoeg ruimte open om deze verder in te vullen. We komen onszelf in het Shade spiegeldoolhof tegen en botsen hard tegen de werkelijkheid aan. Zoek je naar een bevrijdende uitgang of kies je juist voor die verdwalende rustgevende zekerheid. Aanvaarden we de toekomst of blijven we schaduwen van het verleden, onzichtbare vastklevende muurbloempjes.

Paradoxen, tegenstellingen afwegen. Zo ook in Antidote, waar die vergiftigende roes net zo gemakkelijk een zaligmakend effect oproept. Wegglijden in het niets, of juist van het niets iets maken. Diezelfde tegenstellende tegenstrijdigheden verwerkt Office Dog in de songs. In the Red, waar ligt de grens en wie bepaald die grens. Explosieve verstilling en geharde zachtheden. Methodisch werken volgens de baanbrekende alternatieve gitaar(punk)rock filosofie welke begin jaren negentig een ware cultuurschok veroorzaakt. Een laatste na dreunende aardverschuiving, de laatste heftige stuiptrekkingen om de eeuw mee uit te luiden. Het Gleam dynamietbommetje poetst alle twijfel en oneffenheden weg totdat er enkel een glanzende krachtbron overblijft.

Het stralende Warmer bijt zich stevig in het speelgenot vast, voedt zich door de transparantie van de aanwezigen, en schenkt die zielsverwanten een opwarmende suspensie terug. Het is de wederzijdse vreugde van het optreden als uitvoerder en ontvanger samen komen, zich mengen en tot een eenheid verenigen. Een unieke ervaring, gedocumenteerd in dat vastgestelde moment. Benevelde laaghangende Big Air smog romantiek met de nodige dreunende hedendaagse postpunk gekte. We surfen over euforische Pixies vloedgolven, liften mee met het Idles succes en lachen minachtend de The Strokes erfenis weg. Uiteindelijk teren deze allen op het geluk dat ze het winnende lot van de loterij zijn. Die status heeft Office Dog nog zeker niet, maar ze doen hard hun best.

Pas tegen het einde wordt de overwinnaarsmentaliteit zichtbaar. Cut the Ribbon ontketent zich als een navelstreng van die moederzekerheden. Loslaten en doorgroeien. Het optimisme ligt binnen handbereik. Een reddingsboei tegen het in de geluidsgolven wegzinken. In Hand in Hand de verenigde vasthoudendheid van het nieuwe nu toelaten. Zolang we in die The Crater leerkuil gevangen zitten ligt de winst net buiten handbereik. Spiel overstijgt nergens de gitaarrock hoogtepunten van eind vorige eeuw, maar is wel een aangename aanvulling.

Office Dog - Spiel | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Oliver Spalding - Novemberism (2019)

poster
3,0
Oliver Spanding wil met moderne middelen en retro instrumentatie een brug slaan tussen het heden en het verleden. Al blijf ik de mogelijkheden van de autotune beschouwen als een stuk elektronica zonder ziel, welke op alle manieren de onzuiverheden en spanning uit de menselijke stem weg weet te filteren. Een gevoelloos hulpmiddel om voorgeprogrammeerde muziek klinisch dood te verklaren. Het voelt allemaal zo vlak en emotieloos aan. Als je al gezegend bent met een hoge kopstem, dan heb je die kunstjes helemaal niet nodig.

Toch wil het bij Oliver Spanding niet zo erg storen. Deze uit de Britse badplaats Brighton afkomstige singer-songwriter wil het gevoel van de maand november oproepen. Zichzelf presenterend als gastheer De Herfst. Een overkoepelende macht die op natuurlijke wijze het spel met dit seizoen aangaat. Hij controleert het jaargetijde en dirigeert hierbij de dreigende storm. Blaadjes vallen in speelse windvlagen van de bomen, en zoeken rust in de dempende synthesizerklanken, om voor eeuwig een te worden met de aarde.

Verzachtend gevormde sneeuwvlokjes die de computer voorzichtig verlaten bij het openende Athamé. Op de hielen gezeten door dreigende beats die als een opruiende storm het wispelturige onvoorspelbare van Novemberism verwoorden. Dwarrelende muziekpassages die in de ochtendmist de schemering laten doorbreken, gevolgd door de warmte die Oliver Spanding zo treffend in zijn werk weet te leggen. De liefde voor het componeren staat centraal in deze voorzichtige poging om het publiek kennis te laten maken met het debuut van dit multi talent. Door zijn hart te volgen komt hij met dit persoonlijke resultaat, waar voornamelijk zijn eigenheid in schuil gaat.

Juist die dynamische vintage drumsound geeft het hier iets levendigs, en herenigt het oude met het nieuwe. Zoals de herfst ook de afsluitende functie bezit, om zich langzaamaan voor te bereiden tot een kersverse lente. Overal willen die magische geluidsvelden het geheel overstemmen. Het zeeklimaat van Brighton benadrukt nog sterker de weersomstandigheden, het is duidelijk dat deze bewust of juist onbewust bepalend is geweest voor de klankkeuze.

Stilistisch gezien weet deze folkzanger aangename bijna klassiek geschoolde ambient te herenigen met meer eighties gerichte new wave. Bij Bow Creek komt deze combinatie het beste tot zijn recht. Hij bevind zich hier op het werkveld van de meer postrock gerichte artiesten uit dit tijdsbeeld, die de overstap waagden naar een meer verstild geluid. De openingen worden echter opgevuld met strakke hardere geluidscollages die het geheel al coherent tot leven brengen. Die prachtige verfrissing zit hem vooral in de staart van Novemberism, met het aansluitende Everglades als krachtig eindstatement.

Oliver Spalding - Novemberism | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Olympia - Flamingo (2019)

poster
3,5
De in de hoogtijdagen van de new wave geboren Olivia Jayne Bartley staat met beide voeten in deze vruchtbare voedingsgrond. Met punkie catchy liedjes brengt de Australische zangeres vanuit Melbourne haar tweede album Flamingo uit. Net als haar debuutplaat Self Talk onder de artiestennaam Olympia. De stekelige popdeuntjes worden met een handvol aan singles aan het publiek gepresenteerd, en piekte in het thuisland rond de 25e plek in de album charts. Het opgewekte vertrouwen bij mega platenconcern EMI is zo groot dat ze ook nu weer met haar aan de slag gaan. In de afgelopen drie jaar heeft de singer-songwriter gewapend met haar gitaar, piano en percussie de nodige speelervaring opgedaan in de festivalweides. Live mocht ze haar stem en gitaarspel warm houden tijdens de tour van de van Something for Kate afkomstige zanger Paul Dempsey.

Dynamische elektronica en statig gitaargeweld doet dienst om de overslaande stemgymnastiek van Olympia te onderscheppen. Met een hoog enthousiasme weet deze zangeres het stoere rockchick geluid van de vorige eeuw op te roepen. Natuurlijk past de stijlvolle coupe en zwoele uitstraling van Olivia Jayne Bartley perfect bij dit tijdsbeeld. Alles wijst er op dat de talentvolle muzikant smeekt om verder dan haar uiterlijk te kijken. Krachtig weet ze zichzelf in duizelingwekkend tempo te begeleiden op Flamingo. De verwachtingen zijn dan ook hoog door het in de zomer van vorig jaar uitgebrachte Star City, de single die de plaat mag openen.

Het zwaardere Easy Pleasure wordt gedragen door een bonkig postpunk ritme, en de bijna hese klaagzang van Bartley. Met de nodige grimmigheid wordt aansluiting gezocht bij de depressieve navelstaarders. Wel een absoluut hoogtepunt op Flamingo, zeker als ze ook nog de gitaar aardedonker laat janken. De in dit voorjaar uitgebrachte Hounds zou zich moeiteloos tussen de springerige Britpop kunnen plaatsen, en is net als Star City gericht op het rusteloze vakantiegevoel. Hier is nog het beste hoorbaar dat ze tijdens het opnameproces met producer Burke Reid in Manchester heeft vertoefd. Voor Two Hands zou Debbie Harry een moord willen doen. Een Blondie song gekneed in de creatieve handen van Olympia.

Flamingo is een volwassen verwerkingsplaat. De tragiek van verlies en de pijnlijke sporen die littekens in de ziel branden staan hierbij centraal. De evenwichtigheid van deze dame leert je in te zien hoe ze met haar verdriet weet om te gaan. Soms bijtend, dan juist hulpeloos emotioneel. Ze weet er genoeg luchtigheid in te stoppen, waardoor het geen zielige uiting van wanhoop is geworden. Olympia bewandelt een weg af die haar kaarsrecht over de scheidingslijn tussen alternatief en pop laat lopen. Top 40 muziek met een rafelend randje waar de ultraviolette jaren tachtig kleuren de beginselen vormen.

Olympia - Flamingo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

OMD - Bauhaus Staircase (2023)

poster
4,0
Na drie grijze platen, de onverwachte Maid of Orleans wereldhit en de totaal onbegrepen Dazzle Ships ode aan de krautrock, bekent Orchestral Manoeuvres in the Dark kleur. Het profetische 1984 George Orwell jaar waarbij ook bij OMD alles verandert. Er volgen commerciële hitsuccessen, de zwijmelende romanticus Paul Humphreys scoort met zijn zang beter dan Andy McCluskey en de onvermijdelijke breuk is een feit. Andy McCluskey beent de formule tot aan het bot uit, er volgt een bloedeloze periode totdat het duo elkaar weer in het behoorlijk geslaagde History of Modern hervindt. De fans smeken om het oude geluid en met English Electric komt OMD ze aardig tegemoet. Het meer maatschappij kritische The Punishment of Luxury sluit hier naadloos op aan. Toch vraagt het publiek tijdens concerten om herkenning, waardoor ze steevast vooral dat bekende werk blijven spelen.

Tijdens het corona isolement zondert een verveelde Andy McCluskey zich van de buitenwereld af. Hij heeft hoe dan ook geen andere keuze, alles staat op dat moment stil. Zonder tijdsdruk en bemoeienis van anderen pakt hij het ambacht waar de liedjesschrijver zo goed in is, weer op. Dit is een pure noodzaak, Andy McCluskey merkt op dat Bauhaus Staircase waarschijnlijk echt het laatste Orchestral Manoeuvres in the Dark album is. Hoe geweldig zou het zijn om de carrière met een bigger bang te eindigen. Er schuilt echter een addertje onder het gras. Partner in crime Paul Humphreys is heel eerlijk over het concept van de plaat. Het betreft veelal onafgewerkte ideeën, welke opnieuw belicht worden en welke een tweede kans verdienen. De huidige tijd heeft met de dreigende oorlogen, angst voor pandemieën en de verslechterde milieusituatie veel raakvlakken met de vroegere jaren tachtig en daar past een Bauhaus Staircase soundtrack feilloos tussen.

Wat word ik toch gelukkig van de eerste gelijknamige Bauhaus Staircase single. Dit is het geluid waarmee ze zichzelf ooit introduceerden. Heel veel elektro computerbliepjes, een analoog klankenpakket, Andy McCluskey in de leadzangerrol en gezongen artistieke verwijzingen naar abstracte kunst en fascisme. Zelfs het zeer vooruitstrevende Modern Dance nummer van Pere Ubu wordt aangehaald. Laat ik het zo stellen, voor mij is dit de beste OMD single van de afgelopen veertig jaar. Het prachtige minimalistische kleurgebruik in de clip, ik wordt hier zo blij van. Restmateriaal? Fijn dat deze een herkansing krijgt toegediend. Het is trouwens vreemd dat toetsenist Martin Cooper nergens genoemd wordt. Als kernlid is hij meer dan een toevallige figurant. Drummer Stuart Kershaw is sinds de reünie present, en ondertussen niet zomaar een ingehuurde sessiemuzikant. Het draait dus nog steeds om het kibbelende Andy McCluskey en Paul Humphreys stel.

Het sensuele Slow Train is een heerlijke glamdisco stamper, en ondanks dat de impact net wat minder groot is krijg ik hier een zalig Mechanical Animals gevoel bij. Inderdaad, Marilyn Manson industrial noise in een goed passend Orchestral Manoeuvres in the Dark jasje. Stoeit Andy McCluskey na de Universal release met dit geluid om vervolgens tot de conclusie te komen dat het OMD verhaal wel klaar is? Er volgt dan namelijk een veertienjarige hiaat waar hij zich vooral als producer op zijn Atomic Kitten troetelkindje richt. Helaas overtuigen de flauwe lyrics minder, dus dat er kwaliteitsarmoede optreedt is goed mogelijk. De knipoog naar de Franse pioniers van Daft Punk in de video is mooi uitgevoerd, Homework stampt uit dezelfde periode als Mechanical Animals, dus wie weet?

Ik ben geen liefhebber van de ballads, maar als je daar toch voor kiest, dan bevalt het dromerige donkere Veruschka prima. Weer die prachtige visuele vormgeving, weer die ijzige eeuwigdurende koude winter beleving en weer die tekstuele angst voor de eeuwigheid. Ook het vrijgegeven Don’t Go is een heerlijke liefdesverklaring synthpop track. Omdat bij Andy McCluskey ondertussen de pensioenleeftijd in zicht komt, is de intensiteit van de song van ander belang dan pakweg ruim veertig jaar geleden. Vrienden vallen weg, naasten komen te overlijden, het houden van heeft een veel breder gedragen aspect. Van mijn kant dus vooral veel lof en respect. Bijna de helft van de Bauhaus Staircase plaat is hier bekend als ik aan de eerste luisterbeurt begin, aan mij de hoofdtaak om te beoordelen hoe de overige puzzelstukken in dit kunstzinnige geheel passen.

Anthropocene, de mensheid beheerst de aarde, dwingt de planeet de afgrond in. Het broeikaseffect, de bedreigde flora en fauna, de oceanen worden warmer. The New Stone Age herleidt tot het nu. We maken ons klaar voor een onvermijdelijke reorganisatie. Een kille dansbare computergestuurde track, welke later nog in het zeer aangename Evolution of Species een Eurorave vervolg krijgt. Het vastgelegde verslag van de totale vernietiging. Achterhaald futuristisch, maar ook weer zo in het heden. Je hoort de echo van het Onetwo project terug, welke Paul Humphreys tijdens zijn OMD reformatie periode gelijktijdig met zijn toenmalige partner en Propaganda zangeres Claudia Brücken opstart. De geloofwaardigheid zwakt echter met het veilige Look at You Now behoorlijk af. Een nietszeggende zoete glazuurknaller waarmee ze inhoudelijk niks toevoegen. De geschiedenis herhaalt zich, bij tracks als deze ging het in het verleden fout. De G.E.M. elektro swinger herstelt deze misstap enigszins, zo kan het dus ook. Het heilige vuur is echter tot een klein waakvlammetje gedoofd.

Her harmonieuze Where We Started roept tot verbroedering op. Het wordt pijnlijk duidelijk dat Andy McCluskey nog steeds heer en meester is. De track begeeft zich nog steeds in de afrondende fase, de vluchtige fade out bevestigt dat dit inderdaad een rommelige, niet juist afgewerkte demo betreft. Het nostalgische politieke Kleptocracy haalt daarentegen het beste in de band naar boven en kan zich met de Electricity klassieker meten. Aphrodite’s Favourite Child houdt dit niveau vast, en ze bewijzen nogmaals dat die chemie er nog steeds is. Twee tracks waarbij je overtuigd bent dat Andy McCluskey en Paul Humphreys hier de rollen gelijkwaardig verdelen. Healing voelt als een waardige afsluiter aan. Een zware bevalling, dankbaar en vol trots presenteren we met blijdschap ons nakomelingetje. OMD mag in hun nadagen zeker een aantal klassiekers bijschrijven, daarin is de missie geslaagd. In het totaalplaatje staan echter teveel missers om van een volledig geslaagde comeback te spreken. Zelfs de dromerige Veruschka ballad valt dan minder op en transformeert zich tot een onzichtbare grijze mus.


OMD - Bauhaus Staircase | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

OMD - Dazzle Ships (1983)

poster
3,0
Via internet bereik je de hele wereld.
Binnen een minuut reactie uit Nieuw Zeeland.
Kraftwerk kwam in 1975 met Radio-Activity.
Pas 8 jaar later een teken van OMD.
Dazzle Ships is een feit.

De opener Radio Prague brengt me terug naar het voormalige Oostblok.
Illegale propaganda via radiogolven.
Verbinding zoekend in het Westen.
Genetic Engineering is het ontvangen van de boodschap.
Positief klinkende zang.
Contact is gelegd.
Vervolgens een soort van morse code.

Het hele album gaat over communiceren.
Universele klanken.
Hereniging van volkeren.
Door middel van muziek.
Iemand die op een brief wacht.
Valentijnsdag 14 februari 1983.
Postbode is geweest.
Brief van een bekende onbekende.
I Got A Telegraph.

Het duurde bij mij ook een langere periode.
Beschouwde Dazzle Ships als een miskoop.
Maar er zit meer achter.
Muziek om de geluidskwaliteit van je TDK cassettebandjes te testen.
Aangekondigd bij This Is Helena.
Komen de geluiden tot zijn recht?

Tussendoor toegankelijkere nummers.
Genetic Engineering, Telegraph, Silent Running, Of All the Things We've Made en International liggen gemakkelijk in het gehoor.
Sluiten hierdoor juist meer aan op het eerdere werk.
Juist de opvolger Junk Culture is een onlogische stap.
Meer gericht op het halen van hitsuccessen.
Weg IJzeren Gordijn.
Het doek is definitief gevallen.

Dazzle Ships is een ode aan de techniek.
Alexander Graham Bell en Nikola Tesla.
Grappig dat OMD een nummer heeft dat juist Tesla Girls heet.
Vanaf nu blijf ik deze song zien als de seksuele uitspattingen van de uitvinder van de radio.

OMD - The Punishment of Luxury (2017)

poster
2,5
Voor mij klinkt het echt als OMD, maar dan gericht op het scoren van een hit.
Best fris allemaal, en op dat gebied ben ik aangenaam verrast.
Zeker geen verkeerd resultaat, en als je op zoek bent naar een album zonder vernieuwingsdrang, en die niet experimenteel is, maar wel lekker in het gehoor ligt, dan is The Punishment of Luxury een prima plaat.
De sfeer roept vergelijkingen op met Ultravox en de latere Duran Duran en Depeche Mode; welke twee acts ook krampachtig probeerde om succesvol te zijn.
Kraftwerk hoor ik niet terug, wel Vince Clarke in zijn Yazoo periode.
Op dit moment kom ik het album nog tegen voor een pittige prijs, maar als hij goedkoper wordt, dan zal ik hem zeker mee nemen.

Omni - Souvenir (2024)

poster
3,5
Met hun doordachte teksten, geschoold gitaarspel en funkende tegendraadsheid vormen bands als Wire, Gang Of Four en Television een allergische antireactie op het negativisme van de postpunk. De No Future mentaliteit staat minder op de voorgrond en ze distantiëren zich tegen de grijsheid en doemgedachtes. Wat is er mis met disco en funk, waarom zijn complexe gitaarakkoorden opeens een verboden gebied? Devo en Talking Heads gaan weer een stapje verder en schudden het serieuze karakter van zich af en laten meer humor en cynische zelfspot in hun sound toe. Bij het hyperactieve Omni komt dit allemaal samen. De postpunk soep is door de nodige gepeperde ingrediënten net wat stroperiger aangedikt, maar smaakt exact hetzelfde.

Het is duidelijk dat Philip Frobos de complexiteit en freakgekte van Les Claypool bewonderd. De inspiratie van de Primus bassist vormt een groot deel van de basis van zijn spel. Gitarist Frankie Broyles heeft meer met de frisheid van de new wave sound en Chris Yonker houdt roffelend en met logge ritmes de band bij elkaar. De dromerige rommelige beginnersfase van het spontane Deluxe debuut zijn ze al lang ontgroeid. Sinds de release van hun vorige Networker plaat zitten ze bij het grotere Sub Pop, en dan wordt er wel wat meer professionaliteit van je verwacht. Dit gaat wel ten koste van de dwarse uitstapjes, al probeert het drietal dit duidelijk te verbergen. Het gestuurde robotgeluid is nog steeds geen lopende bandwerk.

Omni is een op elkaar ingespeeld supertrio, strak en gecontroleerd. De uit Atlanta afkomstige band zet zich tegen de heersende hardheid af, en bewandeld hierdoor in principe hetzelfde pad als de eerder genoemde grootheden. Sterker nog, Omni is het identieke schoolvoorbeeld van de militante staccato onverschilligheid en speelt uitdagend met uitgebalanceerde tegendraadse structuurlijnen. Het abstracte Exacto verraadt hun werkwijze. Met een hoop creatief denk en plakwerk wordt er in de nachtelijke uren aan nummers gewerkt, net zolang gekneed totdat ze kant en klaar de studio mogen verlaten. Het spottende Plastic Pyramid benadrukt de houdbaarheid van de tracks. Het zijn voor de massa gemaakte wegwerpproducten. Door deze wijze van relativeren houdt Omni de controle over zichzelf en overwinnen ze het jazzy intermezzo. Izzy Glaudini van Automatic zorgt hierbij voor het vrouwelijke evenwicht.

Ontwikkelen is fouten incalculeren, perfectie leidt tot stilstand. Common Mistakes is bewustwording met afremmende gitaargolven. Bij het overprikkelende INTL Waters milieuvraagstuk stapelen de ideeën zich net teveel op elkaar waardoor het bijna uit zijn voegen barst. To Be Rude benadrukt dat de leegte toekijkt om de creativiteit op te eisen. Met alleen dat besef kom je er dus nog niet, Omni verkeerd nog steeds in een groeiproces. Ze revancheren zich met het geoliede Double Negative. Om met de tijd mee te gaan sluit de band compromissen af, het is een stukje geven, een stukje nemen, maar vooral veel afstaan. De afhankelijkheid van Sub Pop is tevens in PG het heikel punt. Tot hoever ga je om je eigen identiteit op te offeren. Ze bieden je wel de vrijheid om dit te delen, de zoveelste paradox van het leven.

Het broeierige gejaagde Granite Kiss staat bij de voordelen van die overgave stil. We marcheren allemaal eensgezind in diezelfde lijn, de blik op de nabije toekomst gericht. Verslaafd en verliefd op de normalisatie, de zekerheden, de ondergeschiktheid. In het puntige Verdict leent Joe Jackson zijn ochtendkrant aan de postpunkers uit en kijkt met verbazing toe hoe Omni daar het bruikbare materie uit knipt. Ze etaleren hun zwaktes in het volgzame Compliment en vergooien hiermee een eventueel F1 masterclass succesverhaal. Met deze eerlijkheid maak je geen nieuwe vrienden. Souvenir is het cadeautje wat je dankbaar aanneemt, maar waarvan je diep in je hart niet blij van wordt. Wat hou ik toch van dat dwars denken!

Omni - Souvenir | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Ona - Full Moon, Heavy Light (2019)

poster
3,0
De uit het bergrijke West Virginia afkomstige Ona mag met hun tweede album Full Moon, Heavy Light zich voegen in de stal van het kleine onafhankelijke Hickman Holler label van Tyler Childers. Deze singer songwriter die de roots heeft in de folk en country weet hoe lastig het is om zonder platencontract je aan het publiek te presenteren. Ona is zijn eerste binnengehaalde aanwinst, die na het in eigen beheer verschenen American Fiction, heerlijk heeft kunnen sleutelen aan hun geluid. Wie droomt er nou niet van om samen met een groep jeugdvrienden een band te beginnen. In negen van de tien gevallen blijft het daarbij, maar Ona werkt zijn plannen daadwerkelijk uit. Er wordt natuurlijk een sterke basis gevormd als je elkaar al van kinds af aan kent. Je weet elkaars talenten te benutten, bent op de hoogte van de eigenaardigheden en karaktertrekken van de overige bandleden. Wat misschien wel het kenmerkendste is van Ona is het gevoel van rust wat ze uitstralen. Er is totaal geen spanning te bespeuren op het lazy Full Moon, Heavy Light.

En dat wil nu net de grootste valkuil zijn; het ontbreken van spanning. Gitarist Bradley Jenkins wil met zijn dunne vocalen een prima aangename sfeer creëren, waarbij mede gitarist Zack Owens, bassist Zach Johnston, keyboardspeler Brad Goodall en drummer Max Nolte het vijftal voltooien. Als de zachtheid van een pakje boter versmelten de songs zich tot een stabiel geheel. Met wat verdwaald saxofoon geblaas werken ze zich door de bewust voor de zomer uitgebrachte single Summer Candy heen. De gitaar die tegen het einde los barst bewijst dat er muzikaal gezien genoeg mogelijkheden zijn. De goed bedoelde soul van True Emotion zit ergens aan de oppervlakte, maar komt maar niet tot bloei. Zo blijft Full Moon, Heavy Light veilig aan de popkant. Het gevolg is dat het allemaal prima deuntjes zijn, zonder echte uitschieters naar boven, of naar beneden. Het lijkt wel alsof iedereen een gelijkwaardig aandeel opeist, waarbij teveel rekening met elkaar wordt gehouden.

Als sessiemuzikanten zouden ze een perfecte aanvulling kunnen vormen bij een artiest van naam, al moet deze ze dan wel de juiste kant op buigen. Vooral de kwaliteiten van een Zack Owens moeten hierbij niet onderschat worden. De momenten die hij zichzelf toegeëigend weet hij aangenaam te vervullen, maar in zijn totaliteit blijft hij geheel onzichtbaar op de achtergrond aanwezig. Het lijkt net alsof ze bang zijn om labelbaas Tyler Childers en producer Drew Vandenburg teleur te stellen. Het bezitten van een volwaardig platencontract is van meer belang dan om hun eigen sound volledig tot zijn recht te laten komen. De tracks die daarbij nog het beste in de buurt komt is het moderne Americana van Golden Highway Deserter , het bijna op een jam uitlopende Quito gevolgd door de psychedelica van With You All Along. Een luisterplaat voor een lui publiek, welke weinig energie wil stoppen om dit groepsverband te doorgronden. Eigenlijk zijn alle elementen aanwezig, maar wil het grootst opgezette kampvuur net nog niet vlammen.

Ona - Full Moon, Heavy Light | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

One True Pairing - Endless Rain (2024)

poster
4,0
Het Britse Wild Beasts voegt de nodige barokke theatrale invloeden aan hun indiepop sound toe waarmee ze de luisteraar op een bijzondere wijze overrompelen. Er is geen tussenweg, of je houdt van de androgene stem van Hayden Thorpe of je hebt er helemaal niks mee. Door de komst van bassist Tom Fleming veranderd er gaandeweg behoorlijk wat in de opzet van de nummers. Tom Flemming bemoeit zich steeds meer met de opbouw van de tracks. In eerste instantie gaat dit prima samen, uiteindelijk leidt de gedeelde genialiteit tot een breuk en komt er in 2018 een einde aan het Wild Beasts verhaal.

Als hoofdreden benoemt het tweetal het feit dat ze beide totaal andere wegen willen verkennen. Hayden Thorpe brengt de meer klassiek getinte pianoplaat Diviner uit, Tom Flemming gaat onder het alter-ego One True Pairing verder en kiest voor een meer pop gericht new wave geluid. Helaas wordt de gelijknamige One True Pairing plaat minimaal opgepakt. Aan de kwaliteit ligt het niet, daar is niks mis mee. Toch zorgt dit voor de nodige twijfel, welke uiteindelijk door John ‘Spud’ Murphy wordt weggenomen. Als producer van Black Midi en Lankum zet hij zichzelf op de kaart, en als lid van het aan Lankum gelinkte ØXN folkrockers zorgt hij eind 2023 voor de grote verrassing in onze eindjaarlijst. Nu krijgt hij de opgave om zijn muzikale achtergrond bij One True Pairing toe te passen. Als midden dertiger wijkt Tom Flemming nu naar de folk kant uit, en dat sluit ook beter bij zijn leeftijd aan dan de hippe discodeuntjes van de eersteling. Juist dat bewust ouder worden vormt de rode draad op Endless Rain, een verwarmende verwelkomende stemming welke je vooral in het gedragen titelstuk terug hoort.

Wat maakt Endless Rain dan zo bijzonder? Natuurlijk is dit grotendeels aan John ‘Spud’ Murphy te danken. Hij elimineert het manische van Black Midi, waarna er een jazzy basis overblijft en voegt hier een soort van murder ballad folk omlijsting aan toe. Het vaste begeleidingsmaatje Josh Taylor-Moon motiveert Tom Flemming tevens om het maximale uit zijn kunnen te halen, en denkt mee over hoe de nummers het beste vorm krijgen. Hierdoor ontwikkelt het talent van Tom Flemming zich alleen maar verder. En onderschat de belangrijke bijrollen van violist Cormac MacDiarmada (Lankum) en drummer Eleanor Myler (Percolator) niet. Logisch dus dat de plaat door deze muzikanten behoorlijk Iers klinkt.

Dit overduidelijk op elkaar ingespeelde John ‘Spud’ Murphy, Cormac MacDiarmada en Eleanor Myler drietal drukt direct al hun stempel op de ritmische As Fast as I Can Go regenval. Het is dezelfde spanning welke ØXN zo bijzonder maakt. Dreigend opbouwend met klaterende drumslagen en donkere zoemende baspartijen. Laten we de eersteling snel vergeten, want dit is toch echt wel een geval next level. De jaren tachtig pop invloeden zijn totaal verdwenen. Tom Flemming presenteert zich tegenwoordig als een beeldende verhalenverteller, zonder hoge uithalen, maar door juist meer lage dieptes in zijn vocalen te leggen. Een prachtige ontwikkeling welke meer eigen aanvoelt. Als dit de reden is waarom er voor Wild Beasts geen voortzetting mogelijk was, kan ik hem goed volgen. Met Endless Rain overstijgt hij zelfs de niet verkeerde Wild Beasts platen.

Door het knarsende vioolsnarenwerk van Cormac MacDiarmada in Tunnelling krijgt het iets sprookjesachtig spokend. Het brengt Tom Flemming dichter bij de kern, sterker nog, als het gevoel goed is, dan klopt de rest ook. Tunnelling laat je verlangen naar het latere duistere Scott Walker werk, en ook stemming creators als Mark Hollis en David Sylvian zijn namen waar ik aan moet denken. Het is een soortgelijk sfeermuziek, maar dan toch weer net anders. Melancholisch, maar weer niet zweverig. Human Frailty is net wat lichter, en enigszins tot Wild Beasts te herleiden. Toch is het weer net wat voller, overtuigender en puurder. Human Frailty handelt over de angst om aan je menselijke zwaktes toe te geven. Terwijl je die zwakte ook in kracht kan omzetten.

Het dromerige Prince of Darkness verrast je door de voort dravende woordenwaterval, de engelenharp en het onverwachte acute harde einde. Doubt staat bij de twijfel na de afronding van de eersteling stil. Een onzekerheid welke overwonnen dient te worden, en welke hier dus een adembenemende voortzetting oplevert. Eleanor Myler begrijpt de opzet, en geeft de song een opgejaagde, bijna overspannen hartslag mee. Tom Flemming moet door dit proces heen om het I Don’t Want to Do This Anymore rustpunt te bereiken. Hij verzekerd de luisteraar dat hij zich niet meer door anderen laat leiden. De ironie hiervan is dus dat juist de medemuzikanten het perfect voor hem op Endless Rain inkleuren. Het zal dan wel zijn plan van aanpak zijn, alleen redt Tom Flemming het niet. Een bewuste overwogen keuze, en in dit geval ook de juiste keuze.

Het dramatisch semi-paniekerige Mid-Life Crisis behandeld de overlevingsdrang. Hoe sta ik in het leven, en hoe ziet het vervolg daarvan eruit. John ‘Spud’ Murphy geeft het geheel een noise drone folk trap na, net dat ene tikje wat Tom Flemming nodig heeft om dichter bij zichzelf te komen. A Landlord’s Death is als single naar voren geschoven. In eerste instantie klinkt het ook als een toegankelijk popliedje, totdat de amper te dirigeren viool van Cormac MacDiarmada het overneemt, en als een wervelwind de opkomende storm trotseert. Met het dromerige licht symfonische Ruthless Streak bezoekt Tom Flemming de jaren zeventig, een aangenaam rustmoment na het overweldigende A Landlord’s Death.

Het is allemaal slechts voorwerk, welke zijn climax uiteindelijk in Frozen Food Centre vind. Dat John ‘Spud’ Murphy in staat is om wat magie in de opbouw van de uitgerekte stukken toe te voegen, heeft hij in het verleden al bij Lankum en ØXN bewezen. Hier blijft hij netjes binnen de lijntjes en laat hij de ruimte vooral door de verhalende stem van Tom Flemming invullen. Frozen Food Centre bezit een vintage musical sfeertje, schemerig filmisch, maar wel met een bevredigende afloop. Met het afsluitende tweeluik Be Strong en The World Said No bewijst Tom Flemming dat hij zich zonder de hulp van de overige gastmuzikanten ook aardig kan redden. Aardig ja, want de spanning ebt ook met dat gebrek aan winst weg. Be Strong geeft aan dat je met eeuwige verbondenheid in staat bent om alle tegenslagen te overwinnen, en het bijna akoestische The World Said No volgt de track veilig op. Toch is het de juiste bewuste keuze van One True Pairing om het theatrale van Wild Beasts vaarwel te zeggen in niet de ingeslagen synthpop weg van het debuut te vervolgen. De folky inslag van Endless Rain ligt hem gewoon stukken beter.

One True Pairing - Endless Rain | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Opeth - Blackwater Park (2001)

poster
3,5
Na Riverside, Amorphis, Paradise Lost en Dream Theatre mij ook opnieuw in Opeth verdiept.
Vreemd genoeg zakt bij het meer toegankelijke Dream Theatre juist mijn waardering, terwijl de overige bands wel prima aanslaan.
Vroeger begreep ik helemaal niks van grunt, nu ook nog niet heel erg veel, maar de toevoegende waarde in death metal ervaar ik in ieder geval wel.
Het gejaagde tempo wordt juist door die trage oerkreet even afgeremd, waardoor de gejaagde muziek net wat meer diepgang krijgt.
Voorheen klonk het voor mij voornamelijk angst aanjagend, nu ervaar ik het meer als klagende pijn.
Emoties die juist extra kracht krijgen.
Opeth is niet de eerste band in dit genre waarbij ik kennis maak met grunten, mijn oorsprong ligt meer in de eerste albums van Paradise Lost en Within Temptation.
Daar kwam het vaak wat sprookjesachtig over; een beetje het Beauty and the Beast verhaal, op Blackwater Park klinkt het alsof het in de diepe wouden van Zweden een communicatiemiddel is, welke al eeuwen eerder is ontstaan.
Echt terug naar de tijd van de Vikingen.
Natuurlijk is dit onzin, maar op de een of andere manier klinkt het natuurlijk, een traditioneel cultuurverschijnsel.
Muzikaal is het een verrijking dus.
Bij Opeth is genoeg variatie in tempo, rustmomenten gevolgd door een stuk steviger werk.
Toen ik een aantal jaren geleden dit album kocht, kon ik het moeilijk in een keer af luisteren.
Had ik dat maar wel gedaan, dan was ik al lang verder gekomen dan het etiketje Death Metal.
Nu ervaar ik het geheel totaal anders, en hoor ik wel de kracht in de songs.
Voor mijn gevoel overheerste het gejaagde tempo, nu weet ik dat dit maar een fractie van het geheel is.

Opeth - Pale Communion (2014)

poster
3,5
In ieder geval de beste die ik van Opeth ken.
Mij bevalt die jaren 70 sound wel.
Hoogtepunt voor mij is wel het Soundgarden achtige Cusp Of Eternity, wat is dat een tof nummer.

Opposition - Intimacy (1982)

poster
3,0
Opposition is duidelijk verdwaald in hetzelfde bos als The Cure, al hebben die ondertussen met behulp van kiezelsteentjes de uitgang gevonden.
En toch hou ik hiervan!

Orbel - Lur Hezea (2022)

poster
4,5
Met een postrock en dark metal verleden met zich meedragende, trotseert het Franse Orbel de uithoeken van de tripgoth en geeft deze een mystiek etnisch tintje mee. De Baskische voertaal en de occulte tekst verwijzingen plaatsen het uit Bayonne afkomstige viertal in een van de meest duistere varianten van de wereldmuziek. Dat ze geloofssymbolen met duivelse rituelen vermengen, accentueert Lur Hezea in een bloedrode doemglans. De plaat volgt het drie jaar geleden verschenen Hegan en het een jaar eerder opgenomen Beyond There op.

Gitarist Txomin Urriza is als vertaler nauw met de Baskische volkeren betrokken, maar levert bij Orbel niet de songteksten af. Deze rol heeft vooral zangeres Kamille Dizabo, die net als medevocalist Annelise Arnaud de keyboardpartijen voor haar rekening neemt. De veelzijdige Alan Billi verzorgd hier voornamelijk het elektronisch ritmische krachtveld, ontwerpt de albumhoezen, en heeft als muziekproducent de nodige uren meegedraaid. Toch is het hier Amaury Sauve die als vijfde persoon met een drummersbasis als achtergrond de ideeën in de studio verder uitwerkt en vorm geeft. Was Hegan nog een geruststellende vitale droomplaat, dan is Lur Hezea de verontrustende nachtmerrie die hier op volgt.

Het Orbain Irekiak opofferingsritueel is doordrenkt door bloed, splijt eerder gevormde littekens open en baadt in diepzwarte zielenpijn. Door het lugubere naargeestige sfeertje vormen duistere beelden vanzelf een denkbeeldige voorstelling op het netvlies. Vreemd genoeg is de hoofdzang behoorlijk toegankelijk, het is vooral de rondspokende hypnotiserende tweede stem die de koortjes tot striemen toe strakker om je keel grijpt. Hierin vullen Kamille Dizabo en Annelise Arnaud als twee genadeloze zusters elkaar in perfectie aan. De industrial noise in Ufada is een rondscheurende boetedoening, waarin Txomin Urriza zijn gitaar mishandeld en met effectenpedaal de snaren misvormend tot het uiterste eist te gaan.

De theatrale klassieke verregende pianotoetsen staan in het nachtelijke Heriozko Giltza maanlicht centraal en vormen de sleutel tot het hiernamaals. Het is samen met de harp het meest traditionele instrument om de hemelpoort te openen, al heeft die monumentale status ook dat gemene overstijgende opzwellende in zich. Het verdriet zit ook hier weer in die klagende tweede stem verborgen. Het liefdesspel tussen prooi en jager neemt de ambient darkwave Irentsi vleermuisromantiek in bezit, en foltert deze met sado machistische tribal beats en elektronische toegediende hartritmestoornissen. Metaal op metaal, het heeft iets sensueels verleidends.

De eeuwige rust bezorgt Lo de nodige onrust en overstijgt het menselijke. Een spirituele beangstigende geestverschijning die het rationele denken in bezitneemt, leegzuigt en gevoelloos achterlaat. Okerra laat de laatste werelddagen machteloos in oorverdovende noise wegzakken. Verdwalen in ontregelende deprimerende waarnemingen met de zelfverzekerde fado klaagzang als enige lichtpuntje. Een macabere dodendans voedt zich in het voortslepende Hitzordua met elektronisch toegediende impulsen.

Het uptempo Gau Batez bereidt zich voor op de wederopbouw van de aarde, en geeft er toch nog enigszins een positieve twist aan. Traditionele ademende harmonica instrumentatie vermengen zich met de kilte van het voorgeprogrammeerde werk en completeren het geheel met een aardse cultuurbeleving. De bas is rechtstreeks uit de diepgroene bossen van The Cure weggeplukt en bezorgen het een passend gotisch einde. Lur Hezea is een griezelige satanische ceremonie welke het dynamische huwelijk tussen postpunk en postrock inluidt. Music To Play In The Dark.

Orbel - Lur Hezea | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Orchestral Manœuvres in the Dark - Architecture & Morality (1981)

poster
4,0
Elke vrijdagavond naar de plaatselijke muziekzaak.
Samen met een buurtjongetje.
Blind starend bij de Yamaha KX-88 keyboard.
Want daarmee kon je echt alles spelen.
Niet wetend dat enige muzikaliteit ook een vereiste was.

De verkoper had er uiteindelijk genoeg van.
Dus mochten we alleen terug komen als er voor hem iets te verdienen viel.
Zakgeld, kermisgeld en de inkomsten van een verjaardag werden op geofferd.
Nogmaals vaker bij opa en oma op visite.
Genoeg bij elkaar voor een Yamaha PSS 480.

Dat Japanners over het algemeen klein waren, was mij bekend.
Nooit stil gestaan bij het volgende feit.
Ook hun vingers hadden een andere formaat.
Waardoor het onmogelijk leek om dit apparaat te bedienen.
Grote miskoop.

Totdat er twee klasgenoten op bezoek kwamen.
Nieuwsgierig naar mijn nieuwe aanwinst.
De eerste nam plaats achter mijn bureau.
Speelde probleemloos Maid Of Orleans van O.M.D.
Vervolgens herhaalde de andere het probleemloos.
Terwijl ik met veel geworstel het intro van I Just Can’t Get Enough van Depeche Mode kon spelen.
Ja, en Vader Jacob.
Wat een afgang.
Dus hier stopte voor langere tijd met liefde voor Orchestral Manoeuvres In The Dark.

En als je nu Architecture & Morality terug hoort.
Waan ik me weer in die winkel van vroeger.
Het gedateerde geluid klinkt prettig in het gehoor.
De jaren 80 lijken een eeuwigheid ver weg.
Terug naar het nieuwe stenen tijdperk.
Waar een verwende jongetje samen met een rijke pappa het welkomstbelletje laten rinkelen.
Vader haalt een aantal flappen uit zijn portemonnee.
Zonder blikken en blozen wordt de Yamaha KX-88 verkocht.
Terwijl ik mijn spaarpotje met inhoud nog een na tel.
Net genoeg voor hun ingeruilde tweedehandse Yamaha PSS 480.
Afgedankt als een vergeten souvenir.
Net als het echte daadwerkelijke zelfgetitelde hoogtepunt van dit album.

Orchestral Manœuvres in the Dark - Crush (1985)

poster
3,0
So In Love heeft een Talk Talk achtig begin, maar gaat vervolgens erg vrolijk verder, de hoge samenzang tussendoor doet mij wat aan Tears For Fears denken, en natuurlijk zijn er raakvlakken met Depeche Mode.
Op het laatste wil ik even verder ingaan.
OMD en Depeche Mode wisten beide met singles redelijk tot goed te scoren; OMD uiteraard met de nummer 1 hit Maid of Orleans, samen op tournee door de Verengde Staten.
Maar Depeche Mode begon vrij commercieel, en werd steeds zwaarder; OMD zocht na Dazzle Ships steeds meer de luchtige kant op.
Bij Depeche Mode kreeg dit een vervolg met de succesvolle 101 tour, volgens mij scoorde OMD een stuk minder.
Secrets heeft meer de sound waar Pet Shop Boys een jaar later meer zou scoren, en Bloc Bloc Bloc heeft Yazoo invloeden , eigenlijk verwacht je dat Crush helemaal deze richting op zou gaan, maar ik kende voornamelijk de singles; het betere La Femme Accident heb ik zelfs ooit uit de uitverkoopbakken gevist.
De betere songs zijn juist de nummers die niet op single zijn uitgebracht, door het mysterieuze sfeertje bij Women III werd ik al enigszins verrast, maar wat volgt spreekt mij nog meer aan.
Bij Crush klinkt Andy McCluskey bijna als Dave Gahan van Depeche Mode; de muzikale omlijsting met die vreemde stemmetjes had voor mij achterwege mogen blijven; het had wat soberder gemogen.
88 Seconds in Greensboro sprinkt er positief bovenuit, het Radio GaGa (Queen) achtige begin wordt opgevolgd door een New Order achtige vervolg.
Wat had ik graag een hele plaat in deze lijn gehoord; dit is voor mij OMD op zijn best, het Bring On The Dancing Horses (Echo & the Bunnymen)koortje sluit het perfect af.
The Native Daughters of the Golden West is zelfs nog wat zwaarder; Joy Division is de naam die in het begin in mij op komt, mooi hoe de wat meer Oosterse invloeden er in verwerkt worden, en die gitaar maakt het toch wel af.
La Femme Accident zou ik als afsluiter op de A kant hebben gezet, en dan zou ik de B kant openen met Crush, deze past niet mooi achter The Native Daughters of the Golden West, al is het duidelijk de beste single van Crush.
Bij Hold You komt de hoge zang beter over, maar deze heeft wel een hoog Jamin gehalte; mooi verpakt, maar net wat te zoet.
The Lights Are Going Out is een donkere afsluiter, en behoort met 88 Seconds in Greensboro en The Native Daughters of the Golden West tot de drie hoogtepunten, maar is kwalitatief gezien net iets minder; als totaal een voor mij te wisselvallig geheel.

Orchestral Manoeuvres in the Dark - Organisation (1980)

poster
3,5
Ikzelf blijf een voorstander van het geluid van de compact disc.
Terwijl iedereen terug grijpt op de elpee, blijft bij mij de verzameling van die kleine schijfjes groeien.
Wel blijft er een grotere aantrekkingskracht op de grotere elpeehoezen.
Waarschijnlijk heeft dit een grote rol gespeeld bij mijn liefde voor Depeche Mode; prachtige kunstwerken.
Closer van Joy Division heeft die kracht ook.
Een vroegere buurman van mij had de eerste vier albums van Orchestral Manoeuvres in the Dark, maar Organisation bleef mijn aandacht trekken.
Dat grauwe sprak mij wel aan, verwachte dan ook een duister, triest herfstalbum.
Organisation is dus ook inderdaad een herfstalbum, maar zeker niet triest.
Organisation is met de laarzen aan stampen in de plassen water.
Met het gezin het bos in, op zoek naar de mooist gekleurde bladeren.
Kastanjes pellen, en voor de zoveelste keer tot de conclusie komen, dat die dingen niet te vreten zijn.
Organisation is een oude kast vol plakken met van die anti kernenergie stickers uit de jaren 80.
Niet vanwege een politiek, maatschappelijk geladen mening.
Maar gewoon omdat je het als kind zijnde zo’n leuke, vrolijke plaatjes vond.

Orville Peck - Pony (2019)

poster
4,5
Als gecamoufleerde cowboy presenteert Orville Peck zich als een soort van hedendaagse Zorro aan het publiek. Vaak is de schrikreactie groter als je de artiesten zonder make-up of maskers ziet, en dat verklaard een hoop. Bij Orville Peck past het allemaal wel. Hier is niet zozeer de behoefte om het ware individu achter het kostuum te ontdekken. De muziek is al krachtig genoeg. Mooi hoe hij die duistere country invloeden weet te koppelen aan zijn wat tegen het lichte croonende stemgeluid. Met regelmaat wordt er terug gegrepen naar de New Wave sound, zonder zichzelf als een kopie te presenteren. Over de artiest is verder weinig bekend, behalve dat hij uit Noord Amerika komt. Laat het mysterie Orville Peck maar een groot vraagteken blijven, dat past ook het beste bij de muziek. Vanuit deze zijde geen koortsige zoektocht naar het personage, Pony heeft al genoeg aan de indrukwekkende geluid. Sub Pop oriënteert zich steeds breder, waardoor kansloze liedjesschrijvers via dit label de mogelijkheid hebben om een groter publiek aan zich te koppelen.

Spaarzaam komen de akkoorden tot zijn recht die de gitaar ontvluchten in het desolate Dead Of Night. Dat hier vervolgens een vintage shoegazer tintje aan toe wordt gevoegd werkt erg in het voordeel. Outlaw Orville Peck klinkt net niet stoer genoeg, en dat maakt zijn wat androgene zang mooi fragiel en kwetsbaar. Zijn openbaarheid van spreken zou zich perfect lenen voor een Brokeback Mountain achtige soundtrack. Muziek passend bij een niet alledaags liefdesverhaal. Ongelofelijk hoe lekker het allemaal in elkaar overloopt. Gelijk al voel je mee met de eenzaamheid en het verborgen leven van dit uitschot van de Amerikaanse maatschappij. Na deze introductie kan Pony alleen maar mooier worden. Met treurnis in het spel vervolgen we de weg door de woestijn, waar heerlijke countryklanken een opgejaagde begeleiding krijgen in het refrein van Winds Change. De momenten waarbij de nostalgie van de jaren tachtig samen met de vocalist de salondeuren opent van een spokende verlaten drankhol, waar oude postpunkhits uit een alsmaar door spelende jukebox weerklinken.

Het nergens bij horen en de strijd die dit hem oplevert staat centraal in het prachtige, melancholische Turn to Hate. Cowboy zijnde tegen wil en dank. Het verlangen om zich te nestelen, werkt tegen het gevoel van bindingsangst in. Deze stoornis is bepalende voor het verdere verloop, maar levert wel een mooi persoonlijk monument op. De hoed die niet van zijn hoofd verdwijnt staat symbool voor het zich nergens thuis voelen. Peck heeft een eigen kenmerkende manier van gitaar spelen, welke zich aangenaam bij tracks als deze laat ontplooien. Bij Buffalo Run laat hij meer psychedelische invloeden de song leiden. Het destructieve karakter van Velvet Underground lijkt hier te dienen als verrijkende voedingsbodem. Om vervolgens met totale overgave de gitaarnoise als afsluitend element toe te laten. Met de doffe drumslagen ploffen we weer relaxt het shoegazer tijdperk binnen met het straffe Queen of the Rodeo. Kilte die aangenaam wordt afgewisseld door warmte, terwijl een overspannen thermostaat probeert een passend klimaat hierbij te creëren.

De liefde voor het thuisland wordt aangenaam bezongen in het meer croonende Kansas (Remembers Me Now), een voorbode van de twist die volgt. Langzaamaan komt de jaren vijftig gerichte country binnen sijpelen, die zich voortzet in het korte Old River. In de tijd dat Johnny Cash het podium verlaat mag Orville Peck in zijn dromen het intermezzo opvullen. Terwijl Elvis Presley de laatste peppillen naar binnen werkt om hem af te lossen, zo eenvoudig lijkt hij te switchen tussen verschillende stijlen. Natuurlijk gaat het duistere Big Sky verder, waarmee hij zich in het gezichtsveld van filmproducer David Lynch wil opdringen. Helaas is deze grootheid al een tijdje van zijn pensioen aan het genieten, en wordt die plek nog niet opgevuld. De Europese benadering van de eerste helft van de plaat zijn nu definitief verruilt voor het Amerikaanse schemergebied. Nog meer als er een aangenaam huwelijk volgt tussen de zomerse surf met toegankelijke country in Roses Are Falling, en zich na Cash die andere Man In Black laat zien als inspiratiebron. Roy Orbison zal zich niet omdraaien in zijn graf, maar glimlachend met gevouwen handen zijn eeuwige slaap vervolgen.

De luchtigheid wordt opgezocht in het Folsom Prison bajeslied Take You Back (The Iron Hoof Cattle Call), waarbij de gevangenen al fluitend en met hun boots stampend als ritmesectie kunnen dienen. Het is bijna vanzelfsprekend te noemen dat Peck hier meer Rock and Roll in zijn vocalen weet te stoppen, om zich een stuk zwaarder te presenteren. Eigenlijk komt alles mooi samen in de ballad Hope to Die. Vocaal wisselt diep laag zich met hemels hoog af, croonend als een vergeten eighties idool, met ruimte voor de treurnis van de postpunk, ingekapseld door kitscherige country. Dat kermisgevoel zit ook verborgen in het afsluitende Nothing Fades Like the Light, maar wil niet storend over komen. In afzondering vervolgt de karaktiserende hoofdrolspeler zijn weg, zijn onzekere toekomst tegenmoed tredend. Hopelijk met mooie concerten op zijn weg.

Orville Peck - Pony | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Other Houses - Didactic Debt Collectors (2023)

poster
3,0
De kracht van de ouderwetse EP ligt bij de catchy hoofdsong, aangevuld met mooi passend bijwerk. Door de kost van de cd-single krijgt dit medium de nodige hernieuwde aandacht. Dit is toch wel de charme van de jaren negentig, met ruwe parels welke uiteindelijk de plaat niet halen. Didactic Debt Collectors van Other Houses heeft een hoog do it yourself indierock gehalte. Heel basic, heel primitief, niet volledig afgerond rommelig, en net niet geheel lekker in de mix liggend. Geeft dat verder iets? In het geval van Morgan Enos heeft deze dit in ieder geval geen meerwaarde. Deze werkwijze levert eerder al een zestal niet geheel juist afgeronde EP’s af. En misschien komt dat volwaardige album er wel nooit en richt Other Houses zich met zijn vermakelijk komisch thuisgeknutsel bewust op een kleinere knusse afzetmarkt. Want zijn de teksten nou juist geniaal of durven we stiekem niet toe te geven dat deze wat onsamenhangend vastknoop dradig over komen.

De romantische Captive Audience onbevangenheid is de vluchtige mijmering naar een zorgeloos plattelandsbestaan. Versuft naar het plafond staren en tot de conclusie komen dat het luierende studentenleven geen salaris oplevert. Een eentonige verander de wereld begin bij jezelf slacker visie. Zelfs torenhoge luchtkastelen hebben een gefinancierde architect nodig om deze te ontwerpen. De eenvoud van het ingetogen singer-songwriterschap, maar dan met krachtige elektrische rockgitaren en stevig invallend drumwerk en oncontroleerbare echo’s. Het Jacket’s Creed intro loopt vanuit de Sonic Youth Daydream Nation noisegolven onverschillig het Pixies werkgebied binnen. En dan kom je direct bij die invloedrijke pre grunge kern jatwerk uit.

Het melodieuze Drab Vocabulary memoreert naar de jaren zeventig country glamrock en heeft de nodige Guided By Voices powerpop verwijzingen. Want zijn de teksten nou juist geniaal of durven we stiekem niet toe te geven dat deze wat korrelig onsamenhangend over komen. Ook al zingt Morgan Enos over een beperkte woordenschat, daar ligt het probleem dus niet. Die beperking komt juist sterk in de copycat houding naar voren. Arc of the Arrow flirt zelfs publiekelijk met symfonische rock en daar komt hij grandioos mee weg. De charme van het niet helemaal zuivere Swine Among the Relics zit hem in dat geforceerde onbeholpenheid maar dat is hem vergeven.

Didactic Debt Collectors is dus daadwerkelijk een leerproces waarbij Morgan Enos overduidelijk dat gebrek aan eigenheid camoufleert door zo identiek mogelijk als zijn grote voorbeelden te klinken. Hierdoor blijft hij een beetje op dat zangtalentenscout u vraagt wij spelen principe niveau functioneren. Muzikaal helemaal prima, nu nog de emotie en de creativiteit tot zijn recht laten komen, dit hebben we namelijk vaker en beter bij collega artiesten gehoord. Gooi Morgan Enos zonder steun, hulpmiddelen en een overdosering aan fysiek nineties lesmateriaal (albums, geen linkjes) in het diepe en kijk maar waar het schip strand, daar heeft hij namelijk het meeste aan.

Other Houses - Didactic Debt Collectors | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Otis Redding - Otis Blue / Otis Redding Sings Soul (1965)

poster
3,5
Mijn oom; die net zo’n groot muziekliefhebber is als ik, heeft dit album.
Toch heb ik als kind vrij lang gedacht dat Otis Redding een vrouw was, en dat komt waarschijnlijk door de hoes.
Pas later kwam ik er achter dat ik blijkbaar in de war was met Dusty Springfield.
Het album had ik verder nooit gehoord, en Otis leerde ik kennen via het nummer The Dock of the Bay, welke op een verzamelalbum van mijn ouders stond.
Soul ligt voor mij dicht bij Blues.
Het woord zegt het al, muziek met een ziel.
Die ziel staat ook voorop bij Blues, al wordt Soul op een meer swingende manier gebracht, en ik heb bij beide wel het gevoel van muziek uit de kerk; gebracht door predikanten; maar dat is puur het gevoel wat ik er bij heb.
Een goede vriend van mijn vader was een groot Soul liefhebber, en als er in de buurt ergens een kermistent stond, dan was hij altijd aan het swingen.
De soulkikker van de vriendengroep.
Voor mijn gevoel vroeg hij altijd Rock Your Baby van George McCrae; absoluut een dansklassieker.
Nu werd ik laatst door een hokjesman hier op MusicMeter in een bepaalde hoek geduwd; ik zou geen liefhebber van Soul zijn.
Ik ben voornamelijk een muziekliefhebber, zoals iedereen hier.
Ik ben geen Leo Blokhuis die in de jaren 70 is blijven hangen; ik ben meer zo’n zwartgallig jaren 80 type, die in de jaren 90 een periode in een houthakkersblouse rond liep.
Als kind uit de jaren 70 heb ik nu eenmaal minder met Soul, schijnbaar omdat ik daar te jong voor ben, en thuis voornamelijk Rolling Stones, Deep Purple en De Arbeidsvitamine voorbij kwam.
Otis Blue leek mij een geschikt album om mee te beginnen.
Veel nummers zijn bij mij bekend in de uitvoering van andere artiesten; dus een stukje herkenbaarheid zal er zeker zijn.

Ole Man Trouble doet mij denken aan Piece of My Heart van Janis Joplin; niet alleen muzikaal, maar ook het rauwe in de zang; en ja, het komt direct binnen in mijn ziel.
Respect is een stuk vrolijker, en heeft zeker de klasse van Aretha Franklin.
Dat ik haar versie toch een tikkeltje beter vind, heeft blijkbaar te maken met die hoge uithalen van haar.
Gewoon een kwestie van smaak.
Change Is Gonna Come ken ik ook nog maar een paar jaar, en deze is voor mij vergelijkbaar met die van Sam Cook; al schreeuwt hij het nog meer van zich af.
Down in the Valley is voor mij totaal onbekend, maar die schreeuw die ik in Change Is Gonna Come miste, is hier wel aanwezig.
Otis klinkt als een oude doorleefde man, met een verrookte stem, blazers en piano stuwen hem naar een andere dimensie.
Eigenlijk schrik ik wel een beetje; als ik tot het besef kom dat hij hier nog niet eens de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt.
Ook die gegevens zetten het album in een ander daglicht.
Hoe zou hij zich ontwikkeld hebben als hij niet op 26 jarige leeftijd zou zijn overleden?
Zou hij een nog grotere legende zijn geworden; of net als Marvin Gaye en James Brown vervallen in een leven vol drugs en schandalen.
We zullen het nooit weten.
Het liefdesverhaal I've Been Loving You Too Long is mij ook niet eerder verteld; net als het uptempo Shake, welke ik eerlijk gezegd niet zo heel bijzonder vind.
Zou dit nummer de basis gevormd hebben voor Shake Your Thang van Salt-N-Pepa?
Een ding is mij wel duidelijk; de versie van My Girl die hierop staat is absoluut de beste versie die ik van dit nummer ken.
Wonderful World is volgens mij de tweede Sam Cook cover op het album.
Ook bekend bij mij; vanwege de Levi’s reclame en een Terence Trent D’Arby die ook een mooie live versie van het heeft opgenomen.
De stem van Terence Trent D’Arby ligt trouwens dichter bij die van Otis Redding dan bij die van Sam Cooke.
Misschien heeft hij de uitvoering van Otis Blue in zijn achterhoofd gehad, toen hij deze op nam.
Rock Me Baby heeft een Blues achtige begeleiding, en bevestigd voor mij nogmaals mijn opmerking in het begin, die ik maakte over Blues en Soul.
Dit doet mij trouwens ook denken aan de podium act waarbij James Brown zich telkens uitgeput op de grond laat vallen.
(I Can't Get No) Satisfaction vind ik er eigenlijk niet tussen passen, leuk wat er van de Rolling Stones klassieker wordt gemaakt, maar dit is stukken minder dan hun versie, maar wel hoor ik hier weer Terence Trent D’Arby terug; die coverde trouwens ook Stones nummers (Under My Thumb en Jumping Jack Flash).
Ik had dan liever gehoord dat hij bijvoorbeeld een Soul versie van Heartbreak Hotel van Elvis Presley zou uitvoeren; volgens mij leent dat nummer er zich prima voor.
You Don't Miss Your Water kende ik ook niet, maar past qua sfeer perfect op Otis Blue.

Al met al een prima kennismaking met Otis Redding, waarbij ik tot de conclusie ben gekomen dat je voor het zingen van mooie liefdesliedjes geen zachte, lieve stem hoeft te hebben, maar dat je met een rauwere, geleefde stem niet zoveel, of misschien wel meer vrouwenharten sneller kan laten kloppen.
Mijn muzikale kennis op het gebied van Soul is beperkt, maar hopelijk leest men daar doorheen.
Verwacht bij het noemen van voorbeelden dan ook geen breed scala aan artiesten, ik beperk mij tot de voor mij bekende namen.

Otzeki - Now Is a Long Time (2021)

poster
4,5
Hoe zou triphop geklonken hebben als niet het Bristol van de jaren negentig de broedplaats van dit genre was, maar als deze stroming zich twintig jaar eerder gelijktijdig met de hiphop had ontwikkeld? Als Londen de Europese afspiegeling zou zijn op wat zich toen in The Bronx afspeelde? Stel dat een band als Gorillaz dan actief zou zijn geweest, en niet dat verleden van Blur met zich mee hoeft te dragen? Lukt het je om hiervan een voorstelling te maken, dan zou daar zeker een soundtrack aan te koppelen zijn? Eentje, waarbij dit alles samenkomt en welke deze vragen beantwoord? Oh, is die al gemaakt? Echt? Jazeker! Het duo Mike Sharp en Joel Roberts hebben deze zojuist afgeleverd. Now Is a Long Time is het tweede album van Otzeki, welke bangelijk dichtbij bovenstaande beschrijving in de buurt komt.

Het is een bijzondere familie aangelegenheid, waarbij twee neven hun krachten bundelen. Mike Sharp in de rol van nachtelijke verhalenverteller die met zijn hoge kopstem juist het hypnotiserende fundering vormt, waaroverheen Joel Roberts de sterke ritmische typemachine geluidseffecten op loslaat. Net als de hiphop zijn de invloeden terug te voeren naar de disco en funk, en ook hier speelt die oorspronkelijke stadse ervaring een gigantische rol. Een eigen taal met eigen gewoontes en waardes en normen, welke voor een buitenstaander lastig te doorgronden zijn. Dat zal ook absoluut niet de opzet zijn geweest.

Was de vorige plaat Binary Childhood nog een zonnige stadswandeling op een zorgeloze zondagmiddag door Hyde Park, op Now Is a Long Time wordt diezelfde plek in de nachtelijke uren bezocht. In de schaduwen is niet alles zichtbaar, of wordt het zo vergroot dat het een beangstigend resultaat heeft. De donkere omgeving is die ideale bondgenoot van de Max Wells-Demon, een manipulerende waarneming die speelt met de temperatuurervaring. Door de versnelde hartslag breekt het zweet uit, terwijl van binnen juist die kilte de overhand heeft. De retro Daft Funk disco is bedrieglijk en verzand in pulserende slow motion beats die je wezenloos vallend laten zweven terwijl je in paniek op zoek gaat naar de vaste ondergrond.

We gaan nog heel even terug naar het begin. Shy Sooo Shy heeft nog die warmte van de soul. Een ideaal startpunt om vervolgens steeds dieper te verdwalen in die doordringende dreiging welke Joel Roberts als wijze van experiment laat ontsnappen uit de opgestelde elektronica. Juist de klein gehouden falsetstem van Mike Sharp geeft die openbare kwetsbaarheid bloot, waar vervolgens genadeloos op ingespeeld wordt. Sweet Sunshine is daarentegen juist aardedonker, waarbij de mediterende klanken juist het effect van een bad trip oproepen. Toch wordt er stiekem op de hoek van de straat gedanst tussen de dealers, zwervers, prostituees en hoerenlopers. Een beetje bevreemdend maar wel lekker. Triphop volgens het boekje.

Unthunk speelt zich af binnen de muren van de club, waar gelijkgezinden samen komen en al zwijgend elkaar aanstaren terwijl de bewegende lichamen de behoefte naar liefde en geborgenheid uitstralen. Eyes Without A Face, naamloos en anoniem. Druggy en stoer trekt Use To Wonder de aandacht naar zich toe, opgewekte zelfverzekerdheid welke in poedervorm vanuit de neus de hersenen binnendringt. De anticlimax. Familair Feeling is een terugblik op de jaren tachtig, met bijna feestelijke new wave en gedateerde Italodisco klanken die de nostalgie van de jeugdjaren opzoeken. Er wordt uitgebreid gebruik gemaakt van samplers uit het verleden die het gezinsgevoel versterken.

De gekte zit hem vooral in tracks als het avontuurlijke Emotional Retail waarbij de drumcomputer niet lijkt te matchen met de slaande harde geluiden, de afstompende breakbeat samplers en de beladen souluitbarsting van Mike Sharp. De flexibiliteit van het noisy Leave Yourself Alone gaat nog een stap verder, al wil het maar niet exploderen tot die ingehouden ejaculatie die zich al kloppend opdringt. Remember komt dicht bij de genialiteit en onvoorspelbaarheid van Aphex Twin in de buurt, die met zijn voorbeeldfunctie de definitie van de toch al tegendraadse Intelligent Dance Music aardig in de war schopte.

Now Is a Long Time geeft de hedendaagse angstcultuur een welsprekend platform, waar die onvrede in vraagvorm aan de maatschappij teruggegeven wordt. Is het tijd voor een revolutie of moet je in alle rust geduldig afwachten op wat de toekomst brengt? Nu al een van de electronic hoogtepunten van het jaar. Alleen die eenvoudig ogende albumhoes is al een rebels verzet tegen het nieuwe normaal, waarbij het anarchistenteken vervangen is door een doeltreffende slogan. Now Is a Long Time.

Otzeki - Now Is a Long Time | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Overmono - Good Lies (2023)

poster
4,0
Tom Russel heeft het als ervaringsdeskundige allemaal bewust meegemaakt. De anarchistische tegenreactie van de illegale raves, de opkomst van de drum and bass, de jungle hoogtijdagen, de techno feesten en de succesjaren van de stadion vullende house acts. Gouden tijden voor het jaren negentig dancecircuit. Zijn tien jaar jongere broertje Ed kent vooral de spannende verhalen over de uitputtende weekenden. Toch vinden ze elkaar in deze gezamenlijke interesse en gaan ze afzonderlijk van elkaar als DJ aan de slag. Bij toeval ontstaat bij een familiebezoek aan hun moeder het wijze besluit om als duo aan een project te werken. Het begint allemaal vrij onschuldig, en ze brengen de eerste TR/ER release in 2012 op het Brothers label uit. Hiermee trekken ze de aandacht van het grote XL Recordings welke het tweetal onder hun hoede neemt. Niet de minste dus, die in het verleden al revolutionair werk van The Prodigy en Basement Jaxx op de markt brengen. Hogepriesters van de nineties dance die de bloedbroeders hoorbaar inspireren.

Toch is het uit Zuid-Wales afkomstige Overmono spaarzaam in het lanceren van nieuw werk, en richten ze zich voornamelijk op EP’s. Totdat ze na het vorig jaar verschenen Cash Romantic eindelijk de overstap naar een volwaardige plaat aankondigen. Zelden kijkt men zo naar een dance release als bij Good Lies uit. Maar voldoet Good lies aan deze torenhoge verwachtingen, daar kan ik nog geen zinnig antwoord op geven. Good Lies is de voltooiing van het voorbereidende werk, Overmono next level. Niet te vergelijken met de mellow techno, de afterparty ambient house en stevige drum and bass van de Arla EP’s of de Whities 019 jungle. De latere dobermann albumhoezen worden hun kenmerk, en deze amicale waakzame viervoeters sieren ook de Good Lies schijf. Good Lies is doordachter, perfecter, volwassener zelfs. De tracks hebben een duistere ondertoon, en zijn soms iets te serieus om het feestende publiek te vermaken.

De zomerse Feelings Plain R&B song beschrijft het adembenemende Need Help Breathin gevoel van verliefdheid. Een sterke berustende zalvende opener, die oorspronkelijk als afsluiter bedoelt is. Achteraf gezien is deze track dus de juiste aftrap van het vernieuwde Overmono. Door die ademnood hangt er ook een gevaarlijk naargeestig randje aan, onbewust herinnert het Need Help Breathin zinnetje ook aan de laatste noodlottige Eric Garner woorden. De verontrustende Arla Fearn dubstep is de overtreffende trap van de Arla EP’s voorwerk, waarmee ze definitief een periode afsluiten. De basis van het Good Lies titelstuk ontstaat tijdens de samenwerking met Smerz, en heeft inderdaad iets van dat duistere sprookjesachtige van het Noorweegse dames koppel. Toch suddert dit startpunt het gehele opnameproces voort, en komt het pas tijdens de afrondingsfase tot voltooiing.

St. Panther draagt het laag op laag opbouwende Walk Thru Water, en benadrukt nogmaals hoe fijn het uitvalt als je met gastmuzikanten in zee gaan. Dat omgevingsfactoren een grote invloed op het ontstaan van nummers uitoefenen bewijzen ze hier wel. De track komt tot stand wanneer ze zichzelf noodgedwongen in de studio opsluiten, terwijl de allesvernietigende Eunice storm ongeduldig afwachtend tegen de deur klopt. Het geeft een beklemmend claustrofobisch effect wat vervolgens in de Cold Blooded postpunk duisternis overgaat. Ongelofelijk, als je beseft dat het fundament juist een typisch jaren negentig breakdance beat betreft. Allemaal prachtig sereen uitgebalanceerd, toch ontbreekt er iets essentieels. De Skulled trance maakt dit helemaal goed. Het is opzwepend, hallucinerend, en dus vooral erg speels en dansbaar. Dit zijn de momenten waar het plezier van afstraalt.

Waarschijnlijk leggen de Russell broertjes de lat voor zichzelf te hoog door vaak die afkomst te verloochenen. Ze hebben juist bestaansrecht vanwege hun eigenzinnige kijk op de clubcultuur, en de invulling daarvan. Fatboy Slim roept het jaren geleden al; Everybody Needs a 303, en ook Overmono maakt in de dromerige Sugarushhh techno hartslagen gretig van deze bas synthesizer gebruik. Het pompende Calon is letterlijk het Good Lies hart. Het veelvoud aan toegangspaden naar deze kern lopen vast, en aan de horizon is de stagnerende stilstand zichtbaar. Overmono dreigt ten onder te gaan aan goedbedoelde ideeën, die ze in het speelplezier belemmeren. Gelukkig herpakken ze zich in het uptempo vooruitgeschoven Is U single, waar krautrock snelwegen de file problematiek van Calon oplossen.

De misplaatste Vermonly cooling down wordt te vroeg opgestart, en ontaardt in een niet bevredigende cold turkey nachtmerrie trip, want eigenlijk zijn we nog niet uit uitgefeest. Op het retro So U Kno lonken de massale clubavonden weer, en ondanks dat de beats verraderlijk duister zijn, is dit toch wel een prettig staaltje genieten. Wat hebben we die dansvloervreugde toch gemist. Dat Calling Out ook aan deze verwachtingen voldoet, is al langer duidelijk. Deze single ligt in het verlengde van het Faithless werk (wat mis ik deze pioniers toch) en opent opnieuw de clubdeuren. Good Lies is een geslaagde, maar ook een verantwoorde veilige plaat. Die uitstellende pandemie amputatie van de uitgaansgelegenheden geven het een grimmige donkere glans mee. Een leugentje om bestwil mag, maar hier weegt de waarheid een stuk zwaarder.

Overmono - Good Lies | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Ozzy Osbourne - No More Tears (1991)

poster
4,0
Deze Ozzy klinkt voor mij wel wat anders dan de jaren 80 albums.
Waarschijnlijk speelt het succes van Guns N' Roses en voor mij vooral Alice Cooper hierin ook wel een grote rol.
De titelsong No More Tears vond ik voor lange tijd wel zijn versie van Poison van Alice Cooper.
Nu denk ik er wel anders over, en dat komt absoluut niet door Ozzy.
Ozzy blijft Ozzy, en zal ook altijd als Ozzy blijven klinken.
Het is duidelijk Zakk Wylde die dit nummer naar een andere hoogte tilt.
Verder weet hij zijn gitaar natuurlijk te laten gillen, maar ook in ballads als Mama I'm Coming Home laat hij zichzelf overtuigend horen, maar dat is natuurlijk niet te vergelijken met wat hij laat horen in No More Tears.
Ditmaal geen soortgelijk November Rain achtig geval, waardoor het als rockfan eenvoudiger wordt om met je geliefde naar een concert te gaan.
In No More Tears klinkt hij als een Viking op stroperstocht.
Het varen over woeste wateren, de trofees en de veroverde vrouwen.
No More Tears is liefhebbend, troostend en beminnend, maar tevens gemeen, vals en gevaarlijk.
Vreemd genoeg vind ik de adempauze net voor de uiteindelijke gitaar uitbarsting het mooiste.
Een soort van muzikaal klaar komen; of iets dergelijks.
Vaak kondigt dit het einde van een nummer aan, maar hier gaan we vervolgens weer gewoon verder.
De energie is nog niet geheel verspeeld.
Het mooie van Zakk Wylde is dat hij hier laat horen dat hij de waardige opvolger van Randy Rhoads is, juist door niet zijn stijl te kopiëren.
Jake E. Lee liet voor mij op Shot In The Dark ook wel veel gaafs horen, maar heeft nooit zo de stempel op het geluid weten te drukken als Zakk en Randy.
Vooral in die periode was hij wel inwisselbaar voor de gemiddelde metal gitarist.

Ozzy Osbourne - The Ultimate Sin (1986)

poster
3,5
Toch wel een sterk album, deze voornamelijk gekocht vanwege Shot In The Dark, maar ook de rest is niet verkeerd.
Past wel duidelijk in deze tijd, en misschien daardoor wat meer gedateerd dan het latere No More Tears.
In deze periode was het normaal dat de gitaristen hun gitaar regelmatig lieten gillen, en er aardig wat solo’s doorheen gooiden.
Mötley Crüe en Poison passen voor mij hier ook wel tussen.
Het heeft op dat gebied veel raakvlakken met 1987 van Whitesnake; welke een jaar later zou verschijnen.
Still Of The Night zou ook prima op The Ultimate Sin passen.
Ik denk zelfs dat bijvoorbeeld een Adje Vandenberg ongeveer een zelfde soort gitarist is als Jake E Lee.
Voor mij is na Shot In The Dark ook Killer of Giants een van zijn betere nummers.