Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
L.A. Salami - The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith (2020)

3,5
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 19:36 uur
De uit London afkomstige L.A. Salami is geen kwakzalvende gebedsgenezer, al zou je dat bij deze naam zowat wel geloven. Hij weet een heerlijke soort van spiritualiteit op te roepen. In het zwaar psychedelische titelstuk laat hij je als een hogepriester onderdompelen in een veelvoud aan hallucinerende mediterende klanken. Door het rommelige lo-fi karakter wordt je prettig verstoord door de geestverruimende achtergrondgeluiden. Het denkbeeldige gevoel wat je krijgt als je daadwerkelijk in het licht van de ondergaande zon gedoopt wordt in de Nijl. L.A. Salami laat je als een hersenloze goudvis in een grote ketel gevuld met muzikale druggy toverdrank zweverig rondjes zwemmen, en zoekt hiermee aansluiting bij de prehistorische hippiecultuur.
Al drie albums lang ontvlucht hij de conservatieve hokjesdenkers die hem onder folk, soul en blues proberen te plaatsen. Door zijn eigenzinnigheid laat hij zich niet vangen en kiest ook op The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith voor een afwijkende wispelturige te vervolgen weg. De connectie met de compacte folky gitaar songs is direct al afgestompt door het vervreemdende maar oh zo geweldige lange openingstrack. Alle bindingen met het toegankelijke licht orkestrale jaren zestig retro geluid van de vorige platen zijn vervangen door invloeden die veel meer bij de geheimzinnige naam van de zanger passen.
De dromerige klanken in het nummer The Cause of Doubt & a Reason to Have Faith vervagen door het warme basgeluid waarmee de zomer wordt verwelkomt. Na de scherpe gitaarexplosies is er eventjes ruimte voor rappende lyrics om vervolgens met poeslieve hoge vocalen die onvoorspelbare diepte in te duiken, waar ook nog ergens een mondharmonica voorbij komt dobberen. Zo suddert When You Play God nog voort op datzelfde vliegende tapijt, maar zorgen het country gitaartje en de jazzy percussie voor meer evenwicht. De teksten zijn weer lekker vaag filosoferend politiek gericht en het oude vertrouwde geluid sijpelt er weer langzaam doorheen.
Het western café pianootje in het primitieve Thinking of Emiley is een aardig tussendoortje, maar we gaan gelukkig niet voor de snelle hap. Dan lijkt het erop dat we met Dear Jessica Rabbit het eerste echte nummer te pakken hebben. De drums zijn heerlijk groezelig alsof een mondhygiëniste liefkozend met een tandsteenvergruizer aan de slag gaat. De zwart-witte toetsen huppelen er als een uitdagend vlooienspel dwars overheen om ondeugend tegen de regels in te eindigen.
De stevige countryrocker Things Ain’t Changed vind zijn reisgenoot in de voort timmerende soulvolle pianoklanken. Hoe bijzonder is het dat er naar een met dub gevulde trippende werkstuk toegewerkt wordt in het dragende voortslepende The Cage, waarbij de veelzijdigheid in de flows van dit muzikale genie met gemak de hiphop regels trotseert en laat horen dat er bij een hedendaagse taaltovenaar afgeweken mag worden van de voorgekauwde eenheidsworst. De mix tussen donkere triphop en desolate country-and-western lijkt te werken in het sfeervolle The Talis-Man on the Age of Glass , waarbij de hoge in reggae sausje gedipte vocalen het heerlijk smoothy relaxt afronden.
Het rumoerige gedraai aan de knoppen tussendoor waardoor het lijkt alsof er gezocht wordt naar een andere radiozender is niet nieuw, maar het werkt wel. De variatie in de tracks is hierdoor veel minder storend. The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith is een gedurfde koerswijziging waarbij elke koers ontbreekt en er juist totaal tegen de stroming in gevaren wordt. Wat opvalt is het zonnige karakter welke zich als een rode draad door de plaat heen weeft.
L.A. Salami - The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Al drie albums lang ontvlucht hij de conservatieve hokjesdenkers die hem onder folk, soul en blues proberen te plaatsen. Door zijn eigenzinnigheid laat hij zich niet vangen en kiest ook op The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith voor een afwijkende wispelturige te vervolgen weg. De connectie met de compacte folky gitaar songs is direct al afgestompt door het vervreemdende maar oh zo geweldige lange openingstrack. Alle bindingen met het toegankelijke licht orkestrale jaren zestig retro geluid van de vorige platen zijn vervangen door invloeden die veel meer bij de geheimzinnige naam van de zanger passen.
De dromerige klanken in het nummer The Cause of Doubt & a Reason to Have Faith vervagen door het warme basgeluid waarmee de zomer wordt verwelkomt. Na de scherpe gitaarexplosies is er eventjes ruimte voor rappende lyrics om vervolgens met poeslieve hoge vocalen die onvoorspelbare diepte in te duiken, waar ook nog ergens een mondharmonica voorbij komt dobberen. Zo suddert When You Play God nog voort op datzelfde vliegende tapijt, maar zorgen het country gitaartje en de jazzy percussie voor meer evenwicht. De teksten zijn weer lekker vaag filosoferend politiek gericht en het oude vertrouwde geluid sijpelt er weer langzaam doorheen.
Het western café pianootje in het primitieve Thinking of Emiley is een aardig tussendoortje, maar we gaan gelukkig niet voor de snelle hap. Dan lijkt het erop dat we met Dear Jessica Rabbit het eerste echte nummer te pakken hebben. De drums zijn heerlijk groezelig alsof een mondhygiëniste liefkozend met een tandsteenvergruizer aan de slag gaat. De zwart-witte toetsen huppelen er als een uitdagend vlooienspel dwars overheen om ondeugend tegen de regels in te eindigen.
De stevige countryrocker Things Ain’t Changed vind zijn reisgenoot in de voort timmerende soulvolle pianoklanken. Hoe bijzonder is het dat er naar een met dub gevulde trippende werkstuk toegewerkt wordt in het dragende voortslepende The Cage, waarbij de veelzijdigheid in de flows van dit muzikale genie met gemak de hiphop regels trotseert en laat horen dat er bij een hedendaagse taaltovenaar afgeweken mag worden van de voorgekauwde eenheidsworst. De mix tussen donkere triphop en desolate country-and-western lijkt te werken in het sfeervolle The Talis-Man on the Age of Glass , waarbij de hoge in reggae sausje gedipte vocalen het heerlijk smoothy relaxt afronden.
Het rumoerige gedraai aan de knoppen tussendoor waardoor het lijkt alsof er gezocht wordt naar een andere radiozender is niet nieuw, maar het werkt wel. De variatie in de tracks is hierdoor veel minder storend. The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith is een gedurfde koerswijziging waarbij elke koers ontbreekt en er juist totaal tegen de stroming in gevaren wordt. Wat opvalt is het zonnige karakter welke zich als een rode draad door de plaat heen weeft.
L.A. Salami - The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
L.A. Witch - DOGGOD (2025)

4,0
1
geplaatst: 14 april 2025, 21:53 uur
Het blijft een onuitgesproken discussie of vroeger alles beter was, maar soms verlang je er wel naar om een muzikale tijdreis te maken. L.A. Witch laat oude tijden herleven en roept het mystieke van de cowboy gothics van Fields Of The Nephilim en het gejaagde van Ministry op.
Dit gezelschap heeft zijn roots in de underground scene van Los Angeles en schakelt net zo gemakkelijk van psychobilly country naar stadse garage rock en een soort van shoegazer blues over. Zelf noemen ze een band als The Gun Club als grote voorbeeld, al hoor je er net zoveel Hole en The Jesus and Mary Chain in terug. Een ding kan je in ieder geval niet ontkennen, ze beademen dezelfde mistige wierrookwolken en drugsdampen uit.
De L.A. Witch riot grrrls brengen een flinke portie aan big city dramatiek en escapisme. De hang naar decadentie, overleven in een roeswereld, waar realiteitsbeleving een vaag begrip is. Voor hun derde studioalbum DOGGOD wijken ze naar Europa uit en vinden hun heil in de Motorbass studio te Parijs. Best vreemd eigenlijk dat ze dit continent vervolgens tijdens hun tournee totaal negeren en zich volledig op de Amerikaanse markt richten.
DOGGOD staat vol met melodieuze vintage postpunk, en zeker in openingstrack Icicle is het agressieve gitaarspel in de stijl van Robert Smith van The Cure tastbaar. Verder is Icicle vooral vrouwelijke bewustwording, met hints naar maagdelijkheid, het ontdekken van het eigen lichaam en verboden sensualiteit. Alsof de drugs afgezworen zijn, en er een ander soort intens genot voor in de plaats komt.
Sade Sanchez verkeert dus in bloedvorm. De balans tussen haar teksten en gitaarakkoorden zijn geheel in evenwicht. De in duisternis gehulde baspartijen van Irita Pai geven nog steeds een claustrofobisch gevoel mee en de genadeslagen van drummer Ellie Engels verlossen je uit deze lijdensweg. Love Kills; de rammelende Kiss Me Deep indierocker is de doodskus die al het leven uit je wegzuigt. De zwarte weduwe die Robert Smith in zijn Lullaby nachtmerrie wakker houdt en hem slapeloze nachten bezorgt. L.A. Witch in de gedaante van het sterke geslacht. Niet eerder heeft het drietal uit Californië zo zelfverzekerd geklonken.
De uptempo 777 single mengt vroeg jaren new wave met een dichtgemetselde massa aan shoegazer noise golven. 777 staat voor het vrouwelijke onbegrip dat mannen hun frustraties in een machtsstrijd uitvechten. De zinloosheid van oorlogen en verscheurde gezinnen. Het is slechts voorwerk welke gevolgd wordt door het meer dan geslaagde I Hunt You Pray. Hoe diep moet je gaan om die eeuwige jacht in het donker te trotseren. Het einde der tijden schitterend aan de horizon, waarachter de dood zijn moment afwacht om in de duisternis te heersen. Sterven voor de liefde, de liefde voor het onbekende.
De meelzakken roffel van Eyes of Love is lichter van aard. Liefde staat hier gelijk aan onkruid, een overwoekerend gewas dat soms steekt, soms gigantisch pijn doet. The Line ligt in het verlengde van de 777 single. Een jaren tachtig klassieker die toen juist nooit geschreven is. The Line is een opgewekte song voor alle zwartkijkers onder ons. Een natuurlijke antidepressiva waarvoor we eerst door een hel moeten gaan. Gothic, toen gothic meer dan een aangemeten modeverschijnsel was. Gothic, toen gothic nog een serieuze aangelegenheid was, een levensstijl met de nodige doemdenkers.
In Lost at the Sea zijn de zomerse kust roots net onder het oppervlakte zichtbaar. Niet alle dagen kleuren grijs, het is de hitte van de zonnestralen welke hier voor dat verwarmde ozonlaag defect zorgen. Snelheidsduivel Doggod jaagt door de straten van Los Angeles waar hij zijn slachtoffers als trouwe dienaren met zich mee de vernieling in trekt. Dit is de bedorven zelfkant van een gemeenschap waar lugubere filmregisseurs, oplichtende platenbazen en invloedrijke sekteleiders vrij spel hebben. De SOS noodkreet vraagt om verandering, een verandering die er nooit zal komen.
L.A. Witch - DOGGOD | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Dit gezelschap heeft zijn roots in de underground scene van Los Angeles en schakelt net zo gemakkelijk van psychobilly country naar stadse garage rock en een soort van shoegazer blues over. Zelf noemen ze een band als The Gun Club als grote voorbeeld, al hoor je er net zoveel Hole en The Jesus and Mary Chain in terug. Een ding kan je in ieder geval niet ontkennen, ze beademen dezelfde mistige wierrookwolken en drugsdampen uit.
De L.A. Witch riot grrrls brengen een flinke portie aan big city dramatiek en escapisme. De hang naar decadentie, overleven in een roeswereld, waar realiteitsbeleving een vaag begrip is. Voor hun derde studioalbum DOGGOD wijken ze naar Europa uit en vinden hun heil in de Motorbass studio te Parijs. Best vreemd eigenlijk dat ze dit continent vervolgens tijdens hun tournee totaal negeren en zich volledig op de Amerikaanse markt richten.
DOGGOD staat vol met melodieuze vintage postpunk, en zeker in openingstrack Icicle is het agressieve gitaarspel in de stijl van Robert Smith van The Cure tastbaar. Verder is Icicle vooral vrouwelijke bewustwording, met hints naar maagdelijkheid, het ontdekken van het eigen lichaam en verboden sensualiteit. Alsof de drugs afgezworen zijn, en er een ander soort intens genot voor in de plaats komt.
Sade Sanchez verkeert dus in bloedvorm. De balans tussen haar teksten en gitaarakkoorden zijn geheel in evenwicht. De in duisternis gehulde baspartijen van Irita Pai geven nog steeds een claustrofobisch gevoel mee en de genadeslagen van drummer Ellie Engels verlossen je uit deze lijdensweg. Love Kills; de rammelende Kiss Me Deep indierocker is de doodskus die al het leven uit je wegzuigt. De zwarte weduwe die Robert Smith in zijn Lullaby nachtmerrie wakker houdt en hem slapeloze nachten bezorgt. L.A. Witch in de gedaante van het sterke geslacht. Niet eerder heeft het drietal uit Californië zo zelfverzekerd geklonken.
De uptempo 777 single mengt vroeg jaren new wave met een dichtgemetselde massa aan shoegazer noise golven. 777 staat voor het vrouwelijke onbegrip dat mannen hun frustraties in een machtsstrijd uitvechten. De zinloosheid van oorlogen en verscheurde gezinnen. Het is slechts voorwerk welke gevolgd wordt door het meer dan geslaagde I Hunt You Pray. Hoe diep moet je gaan om die eeuwige jacht in het donker te trotseren. Het einde der tijden schitterend aan de horizon, waarachter de dood zijn moment afwacht om in de duisternis te heersen. Sterven voor de liefde, de liefde voor het onbekende.
De meelzakken roffel van Eyes of Love is lichter van aard. Liefde staat hier gelijk aan onkruid, een overwoekerend gewas dat soms steekt, soms gigantisch pijn doet. The Line ligt in het verlengde van de 777 single. Een jaren tachtig klassieker die toen juist nooit geschreven is. The Line is een opgewekte song voor alle zwartkijkers onder ons. Een natuurlijke antidepressiva waarvoor we eerst door een hel moeten gaan. Gothic, toen gothic meer dan een aangemeten modeverschijnsel was. Gothic, toen gothic nog een serieuze aangelegenheid was, een levensstijl met de nodige doemdenkers.
In Lost at the Sea zijn de zomerse kust roots net onder het oppervlakte zichtbaar. Niet alle dagen kleuren grijs, het is de hitte van de zonnestralen welke hier voor dat verwarmde ozonlaag defect zorgen. Snelheidsduivel Doggod jaagt door de straten van Los Angeles waar hij zijn slachtoffers als trouwe dienaren met zich mee de vernieling in trekt. Dit is de bedorven zelfkant van een gemeenschap waar lugubere filmregisseurs, oplichtende platenbazen en invloedrijke sekteleiders vrij spel hebben. De SOS noodkreet vraagt om verandering, een verandering die er nooit zal komen.
L.A. Witch - DOGGOD | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
L'Épée - Diabolique (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 15:04 uur
Marie en Lionel Limiñana vormen als The Limiñanas een Franse experimentele rockband die erg goed naar de sixties psychedelica en garage hebben geluisterd. Ze weten zich het sterkste te onderscheiden als ze in hun moerstaal zingen en niet direct gelinkt worden aan de Amerikaanse White Stripes, die met identieke werkverdeling hun arbeid verrichtte.
Dit nieuwe project is een logisch vervolg op het laatste The Limiñanas album Shadow People. Daar werd voor het titelnummer actrice Emmanuelle Seigner aan het duo gekoppeld. Wat is dat toch met die filmsterren die zo nodig moeten bijbeunen op een tweede artistiek vlak. Gewoon doen waar je goed in bent, en je daarbuiten zo ver mogelijk afzijdig houden van elke andere kunstvorm. Ondanks haar goed gespeelde filmrollen zal ze voornamelijk de geschiedenisboeken ingaan als de vrouw van Roman PolaĆski.
Op het geslaagde Shadow People was ook al Anton Newcombe aanwezig. Het onvoorspelbare The Brian Jonestown Massacre opperhoofd welke bij het project L’Épée als vierde bandlid is binnen gehaald. Op Diabolique zal hij zijn veelzijdige instrumentenbeheersing combineren met de rol als producer. Samen met Lionel werkt hij de flarden teksten en andere probeerseltjes uit tot een stabiel sterk eindproduct. Met een hoes waarop het zwaard van Damocles symbolisch staat afgebeeld. De voorbede tot dreigend onheil, met in de hoek het Franse woord voor duivels weg gestopt.
L’Épée is The Limiñanas 2.0. Duister gitaarspel met Oosterse invalshoek weerklinkt in Une Lune Étrange om er vervolgens door de drums van Marie een heerlijke beat onder te droppen. De verwachtingen zijn hoog gespannen, maar worden vervolgens door de filmster wel degelijk waar gemaakt. Natuurlijk is ze niet een wereldzangeres, maar haar flinterdunne stemgeluid wordt wel perfect in de mix gestopt. Het zou de ultieme natte droom van Andy Warhol kunnen zijn. Een in het verlengde van Velvet Underground opererend groepsgeluid met een prachtige acterende femme fatale als frontvrouw.
Het mag overduidelijk zijn wie de inspiratiebron vormde voor Lou, maar volgens Emmanuelle Seigner staat hierbij een jeugdliefde van haar centraal. Het zal allemaal wel, mij houdt ze niet voor de gek. Als dan vervolgens het smerige gitaarwerk het afmaakt, gaan mijn gedachtes toch direct naar de roerige Coney Island periode van meneer Reed. Die heerlijke retro psychedelica komt ook terug in het zo in de sixties te plaatsen Dreams, waar die Franse tongval er een sensueel tintje aan toevoegt. Alsof stiekem door Warhol een kant en klaar song is geconserveerd in een van zijn Campbell’s Soup Cans blikken, welke ver over de datum geopend wordt.
Het accent wordt op La Brigade des Maléfices voorzichtig verlegd richting de Krautrock. De gejaagde duisternis vormt het ideale speelveld voor de overtuigende Emmanuelle Seigner, die zich verhalend door de track heen werkt. Bij het mysterieuze Oosterse On Dansait Avec Elle sjokken we op kamelendraf zwaar onder geestverruimende invloed op een Fata Morgana af. Zanger Bertrand Belin mag hierbij met zijn typerende stem een geslaagde gastrol vervullen en gaat een koortsig duet aan met Seigner.
De holle galmende postpunk van het krassende Ghost Rider laat je het rumoerige voorgerecht van de jaren tachtig herbeleven. De angst en paranoia van het komende decennia laat zich vanuit de schreeuwerige voordracht grimmig vol ironie toelachen. Dwars tegen de stromingen in vervolgt een gedesillusioneerd zwartkijker zijn weg. Samen met de perfect getimede blikken percussie die Grande inluid, zweef je weg op het vliegend klankentapijt van Aziatische mystiek om vervolgens down to earth te landen in de kerstbelletjes Wall of Sound van Springfield 61.
Un Rituel Inhabituel stapt binnen in het Britpop tijdperk, waar de chemical beats azen op een plek in de popgeschiedenis. Last Picture Show maakt daarentegen gebruik van een totaal ander ritme. Een stevige bubblegum song met een strenge Emmanuelle Seigner die haar definitieve vorm gevonden lijkt te hebben. Laat Diabolique een mooie start zijn van meerdere vruchtbare albums van dit kwartet.
L'Épée - Diabolique | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Dit nieuwe project is een logisch vervolg op het laatste The Limiñanas album Shadow People. Daar werd voor het titelnummer actrice Emmanuelle Seigner aan het duo gekoppeld. Wat is dat toch met die filmsterren die zo nodig moeten bijbeunen op een tweede artistiek vlak. Gewoon doen waar je goed in bent, en je daarbuiten zo ver mogelijk afzijdig houden van elke andere kunstvorm. Ondanks haar goed gespeelde filmrollen zal ze voornamelijk de geschiedenisboeken ingaan als de vrouw van Roman PolaĆski.
Op het geslaagde Shadow People was ook al Anton Newcombe aanwezig. Het onvoorspelbare The Brian Jonestown Massacre opperhoofd welke bij het project L’Épée als vierde bandlid is binnen gehaald. Op Diabolique zal hij zijn veelzijdige instrumentenbeheersing combineren met de rol als producer. Samen met Lionel werkt hij de flarden teksten en andere probeerseltjes uit tot een stabiel sterk eindproduct. Met een hoes waarop het zwaard van Damocles symbolisch staat afgebeeld. De voorbede tot dreigend onheil, met in de hoek het Franse woord voor duivels weg gestopt.
L’Épée is The Limiñanas 2.0. Duister gitaarspel met Oosterse invalshoek weerklinkt in Une Lune Étrange om er vervolgens door de drums van Marie een heerlijke beat onder te droppen. De verwachtingen zijn hoog gespannen, maar worden vervolgens door de filmster wel degelijk waar gemaakt. Natuurlijk is ze niet een wereldzangeres, maar haar flinterdunne stemgeluid wordt wel perfect in de mix gestopt. Het zou de ultieme natte droom van Andy Warhol kunnen zijn. Een in het verlengde van Velvet Underground opererend groepsgeluid met een prachtige acterende femme fatale als frontvrouw.
Het mag overduidelijk zijn wie de inspiratiebron vormde voor Lou, maar volgens Emmanuelle Seigner staat hierbij een jeugdliefde van haar centraal. Het zal allemaal wel, mij houdt ze niet voor de gek. Als dan vervolgens het smerige gitaarwerk het afmaakt, gaan mijn gedachtes toch direct naar de roerige Coney Island periode van meneer Reed. Die heerlijke retro psychedelica komt ook terug in het zo in de sixties te plaatsen Dreams, waar die Franse tongval er een sensueel tintje aan toevoegt. Alsof stiekem door Warhol een kant en klaar song is geconserveerd in een van zijn Campbell’s Soup Cans blikken, welke ver over de datum geopend wordt.
Het accent wordt op La Brigade des Maléfices voorzichtig verlegd richting de Krautrock. De gejaagde duisternis vormt het ideale speelveld voor de overtuigende Emmanuelle Seigner, die zich verhalend door de track heen werkt. Bij het mysterieuze Oosterse On Dansait Avec Elle sjokken we op kamelendraf zwaar onder geestverruimende invloed op een Fata Morgana af. Zanger Bertrand Belin mag hierbij met zijn typerende stem een geslaagde gastrol vervullen en gaat een koortsig duet aan met Seigner.
De holle galmende postpunk van het krassende Ghost Rider laat je het rumoerige voorgerecht van de jaren tachtig herbeleven. De angst en paranoia van het komende decennia laat zich vanuit de schreeuwerige voordracht grimmig vol ironie toelachen. Dwars tegen de stromingen in vervolgt een gedesillusioneerd zwartkijker zijn weg. Samen met de perfect getimede blikken percussie die Grande inluid, zweef je weg op het vliegend klankentapijt van Aziatische mystiek om vervolgens down to earth te landen in de kerstbelletjes Wall of Sound van Springfield 61.
Un Rituel Inhabituel stapt binnen in het Britpop tijdperk, waar de chemical beats azen op een plek in de popgeschiedenis. Last Picture Show maakt daarentegen gebruik van een totaal ander ritme. Een stevige bubblegum song met een strenge Emmanuelle Seigner die haar definitieve vorm gevonden lijkt te hebben. Laat Diabolique een mooie start zijn van meerdere vruchtbare albums van dit kwartet.
L'Épée - Diabolique | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
L7 - Smell the Magic (1991)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 18:44 uur
Het zou een mooie herfstavond moeten worden. Faith No More spelende in De Rijnhal te Arnhem met L7 in het voorprogramma. Helaas kwamen de dames op het laatste moment niet opdagen, waardoor Napalm Death op 21 november 1992 hun plek in zou nemen. Ongelofelijk dat dit alweer bijna dertig jaar geleden is. Net twee jaar eerder kwam Smell the Magic op de markt, wat nu gevierd wordt met de 30th Anniversary Editie van deze underground rock klassieker.
Smell the Magic is geen Nevermind, Ten of Siamese Dream. Die zitten hoe dan ook stukken sterker in elkaar. Toch mag L7 niet onderschat worden. Ze staan aan de basis van de Riot grrrl movement en ze zijn tevens de organisatoren voor de Rock for Choice concerten waarbij het abortusrechten vraagstuk centraal staat.
Geen bonustracks, gewoon de negen nummers in een strakkere mix. Niks meer, en niks minder. L7 staat net als hun mannelijke collega’s aan de oorsprong van de grungebeweging, alleen werd er toen nog onderscheid gemaakt door ze apart in een hokje onder te brengen. Door de gemeende boosheid en schreeuwerige agressiviteit werden ze ook nog betiteld als lastige feministen.
Zo’n kromme beredenering waarvan men gelukkig nu steeds meer van terugkomt, al was daar wel #MeToo voor nodig. Een goedmakertje tegenover de gitaarbands die in dezelfde periode in de spotlight gezet worden. Na het loeiharde punkdebuut L7 wordt er op Smells the Magic overgeschakeld naar een meer melodieus geluid.
Met Shove wordt nogmaals de onderdrukte positie in de muziek business benadrukt. Een vies smerig wereldje met konten knijpende platenbazen. Uiteraard wordt deze direct al als eerste single gelanceerd, waarmee ze gelijk al respect afdwingen bij andere gelijkgezinde muzikanten en de alsmaar doorgroeiende vrouwelijke volgelingen.
Shove staat voor verandering en bewustwording, en valt hierdoor in dezelfde categorie als Smells Like Teen Spirit. Door met een Jimi Hendrix-achtig intro om zich heen te schoppen, wordt er gemakkelijk gelinkt naar de opschudding die zijn protestversie van Star-Spangled Banner opriep. Ook hier vormde onderdrukking de leidraad.
L7 bewandelt steeds meer de psychedelische hardrock kant, waardoor de boodschap nog dreigender overkomt. Death Wish is keihard met de destructieve teksten, en het voortijdige verlangen naar de dood. Een uitzichtloos toekomstbeeld waaraan later verschillende rockiconen uit dezelfde (drugs)generatie aan ten onder gaan. Een vooruitziende realistische blik die frontaal uit de strot van Donita Sparks een weg naar buiten vind.
Het demonische Broomstick gaat nog een duistere stap verder en is met de nodige zelfspot tegen het duivelse occultisme aan. De haastige basakkoorden in Packin’ a Rod geven het een opgefokte lading mee, waarmee Jennifer Finch zich in het rijtje mag scharen tussen de dominante vrouwelijke bassisten, die zo overheersend in de jaren negentig aanwezig waren. Het muzikale orgasme wordt echter tot het einde bewaard. American Society is een kritische verzet song die zich richt tegen de opgelegde Amerikaanse Droom.
Smell the Magic zou vanwege de kijk op onderdrukte groeperingen en de machtspositie van de man zonder problemen zo in 2020 uitgebracht kunnen worden. Terecht dus dat er nu zoveel aandacht aan besteed wordt.
L7 - Smell the Magic (30th Anniversary edition) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Smell the Magic is geen Nevermind, Ten of Siamese Dream. Die zitten hoe dan ook stukken sterker in elkaar. Toch mag L7 niet onderschat worden. Ze staan aan de basis van de Riot grrrl movement en ze zijn tevens de organisatoren voor de Rock for Choice concerten waarbij het abortusrechten vraagstuk centraal staat.
Geen bonustracks, gewoon de negen nummers in een strakkere mix. Niks meer, en niks minder. L7 staat net als hun mannelijke collega’s aan de oorsprong van de grungebeweging, alleen werd er toen nog onderscheid gemaakt door ze apart in een hokje onder te brengen. Door de gemeende boosheid en schreeuwerige agressiviteit werden ze ook nog betiteld als lastige feministen.
Zo’n kromme beredenering waarvan men gelukkig nu steeds meer van terugkomt, al was daar wel #MeToo voor nodig. Een goedmakertje tegenover de gitaarbands die in dezelfde periode in de spotlight gezet worden. Na het loeiharde punkdebuut L7 wordt er op Smells the Magic overgeschakeld naar een meer melodieus geluid.
Met Shove wordt nogmaals de onderdrukte positie in de muziek business benadrukt. Een vies smerig wereldje met konten knijpende platenbazen. Uiteraard wordt deze direct al als eerste single gelanceerd, waarmee ze gelijk al respect afdwingen bij andere gelijkgezinde muzikanten en de alsmaar doorgroeiende vrouwelijke volgelingen.
Shove staat voor verandering en bewustwording, en valt hierdoor in dezelfde categorie als Smells Like Teen Spirit. Door met een Jimi Hendrix-achtig intro om zich heen te schoppen, wordt er gemakkelijk gelinkt naar de opschudding die zijn protestversie van Star-Spangled Banner opriep. Ook hier vormde onderdrukking de leidraad.
L7 bewandelt steeds meer de psychedelische hardrock kant, waardoor de boodschap nog dreigender overkomt. Death Wish is keihard met de destructieve teksten, en het voortijdige verlangen naar de dood. Een uitzichtloos toekomstbeeld waaraan later verschillende rockiconen uit dezelfde (drugs)generatie aan ten onder gaan. Een vooruitziende realistische blik die frontaal uit de strot van Donita Sparks een weg naar buiten vind.
Het demonische Broomstick gaat nog een duistere stap verder en is met de nodige zelfspot tegen het duivelse occultisme aan. De haastige basakkoorden in Packin’ a Rod geven het een opgefokte lading mee, waarmee Jennifer Finch zich in het rijtje mag scharen tussen de dominante vrouwelijke bassisten, die zo overheersend in de jaren negentig aanwezig waren. Het muzikale orgasme wordt echter tot het einde bewaard. American Society is een kritische verzet song die zich richt tegen de opgelegde Amerikaanse Droom.
Smell the Magic zou vanwege de kijk op onderdrukte groeperingen en de machtspositie van de man zonder problemen zo in 2020 uitgebracht kunnen worden. Terecht dus dat er nu zoveel aandacht aan besteed wordt.
L7 - Smell the Magic (30th Anniversary edition) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Lady Besery's Garden - Experiment Experience Explosion (1998)

3,0
0
geplaatst: 3 september 2011, 00:53 uur
Als je de Gothic scene in Duitsland volgt, dan lijkt het net alsof de Berlijnse Muur nooit is gevallen. Ondanks een aardig opgekrabbelde economie blijven ze daarin steken in de jaren 80. Het ademt allemaal de inktzwarte no future mentaliteit uit, terwijl je eigenlijk een meer hoopvoller geheel verwacht. Of zou men daar echt in een gehuurd doodgraverpak een winterslaap houden in een eiken kist. Dicht getimmerd en geluidsarm gemaakt. Lady Besery’s Garden is het zoveelste geval van een hongerige vampier die aan bloedarmoede leidt. Het is allemaal te leeg, nergens wordt ik meegezogen in een trip die tot extase reikt. Sinds Bauhaus Ziggy Stardust van David Bowie onder handen nam, lijkt men min of meer verplicht om deze veelzijdige kameleon te eren. Hier is een poging gedaan met de coverversie van het nummer Andy Warhol, die dus zwaar aan kracht verliest. Voor mij mogen deze nachtbrakers best van wat minder daglicht genieten, het brand langzaam op als een dovende kaars.
Lady Lamb - Even in the Tremor (2019)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 18:47 uur
Aly Spaltro is al een tijdje actief onder de artiestennaam Lady Lamb. Voorheen stond daar nog netjes the Beekeeper achter vermeld, maar op de laatste plaat heeft ze zich losgekoppeld van de bezige bijtjes. De uit het Amerikaanse Maine afkomstige singer-songwriter trakteert de muziekliefhebber op een elftal aan prima popliedjes. Ondanks dat Aly het merendeel van de muzikale omlijsting zelf verzorgd met gitaar, keyboard en percussie heeft ze de hulp ingeroepen van andere muzikanten. Met de veelzijdige Benjamin Lazar Davis op bas, piano en meletron, drummer Jeremy Gustin, Emily Hope Price op cello, Emily Jane Price op viool en de pedal steel gitaar van Ben Lester staat er een volwaardige band achter haar, welke wel degelijk veel weet toe te voegen. Even in the Tremor is haar vierde plaat, en laat weer een ander geluid horen dan op het smaakvolle als EP uitgebrachte Tender Warriors Club.
Lady Lamp is een verhalenverteller die je meeneemt het leven in. Dat ze al langer actief is merk je duidelijk in haar teksten. Deze gaan een stuk verder dan het puberale liefdesverdriet en de strijd met het ongewild volwassen worden. Liedjes die niet letterlijk zijn overgenomen uit een gesloten dagboek. De aangename kronkelende vocalen praten zich al half croonend door het eighties gerichte synthesizer klankbord Little Flaws dat een verslag opsomt van een gesetteld stel dat onbewust in de sleur van een standaard relatie is beland. Tussen de romantiek door is het een gepland leventje geworden. Met lichte paniek vervolg ik aarzelend de luisterbeurt. De teksten doorbladerend concludeer ik dat Aly Spaltro haar levensvreugde heeft gevonden in het geloof. Zou de Heer het toestaan dat de gitaar explosief gaat knallen, en dat hier overheen de hysterische zang van Lady Lamb weet te domineren?
Die toestemming lijkt ze te krijgen in het souluitstapje Untitled Soul. Deze openbaring is bijna hemels, het vertrouwen is gelukkig terug. Muzikaal wil ze nog steeds vlammen, met gemak gooit ze er een flinke dosis cyberpunk doorheen bij Strange Maneuvers. Die invloed hoor je tevens terug in de mix van soul en seventies retro kitsch van Oh My Violence. Hierin heeft ze nog steeds genoeg uitdaging gevonden. De luistersongs kunnen ook genoeg boeien. Het volume gaat fors omhoog in het orkestrale Without a Name, wat een soortgelijk krachtigheid oproept als in haar oudere gitaarliedjes. Ook als ze vocaal los gaat op het hardere Prayer of Love is een genot. Even in the Tremor getuigd weer volgens verwachtingen. Nu alleen nog in de toekomst wat gemeende drama inbrengen, dit beheerst ze namelijk wel, hoorbaar in de melancholische triphop van July Was Mundane.
Lady Lamb - Even in the Tremor | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Lady Lamp is een verhalenverteller die je meeneemt het leven in. Dat ze al langer actief is merk je duidelijk in haar teksten. Deze gaan een stuk verder dan het puberale liefdesverdriet en de strijd met het ongewild volwassen worden. Liedjes die niet letterlijk zijn overgenomen uit een gesloten dagboek. De aangename kronkelende vocalen praten zich al half croonend door het eighties gerichte synthesizer klankbord Little Flaws dat een verslag opsomt van een gesetteld stel dat onbewust in de sleur van een standaard relatie is beland. Tussen de romantiek door is het een gepland leventje geworden. Met lichte paniek vervolg ik aarzelend de luisterbeurt. De teksten doorbladerend concludeer ik dat Aly Spaltro haar levensvreugde heeft gevonden in het geloof. Zou de Heer het toestaan dat de gitaar explosief gaat knallen, en dat hier overheen de hysterische zang van Lady Lamb weet te domineren?
Die toestemming lijkt ze te krijgen in het souluitstapje Untitled Soul. Deze openbaring is bijna hemels, het vertrouwen is gelukkig terug. Muzikaal wil ze nog steeds vlammen, met gemak gooit ze er een flinke dosis cyberpunk doorheen bij Strange Maneuvers. Die invloed hoor je tevens terug in de mix van soul en seventies retro kitsch van Oh My Violence. Hierin heeft ze nog steeds genoeg uitdaging gevonden. De luistersongs kunnen ook genoeg boeien. Het volume gaat fors omhoog in het orkestrale Without a Name, wat een soortgelijk krachtigheid oproept als in haar oudere gitaarliedjes. Ook als ze vocaal los gaat op het hardere Prayer of Love is een genot. Even in the Tremor getuigd weer volgens verwachtingen. Nu alleen nog in de toekomst wat gemeende drama inbrengen, dit beheerst ze namelijk wel, hoorbaar in de melancholische triphop van July Was Mundane.
Lady Lamb - Even in the Tremor | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ladytron - Time's Arrow (2023)

4,0
0
geplaatst: 24 januari 2023, 02:06 uur
De wereld staat in brand, we trotseren het gevaar en rennen deze blindelings tegenmoed. De Under A Blood Red Sky albumhoes van het in 2019 verschenen Ladytron toont al de aankomende verschrikkingen. Een profetische voorspellende kijk op de wereld waarin klimaat verschuivende natuurrampen en een boosaardig pandemie het voor het zeggen hebben. De naargeestige sombere The Dreamers staan machteloos recht tegenover de verkoolde steden, wassen de handen in onschuld, en sluiten de deuren om de veiligheid te garanderen.
De Liverpoolse elektropioniers introduceren zich op Time’s Arrow in een goed gestemd kleurenscala. Time’s Arrow, de tijd stroomt net als de bloedaders altijd dezelfde kant op, eenrichtingsverkeer in een digitaal cyberpunk netwerk. Natuurlijk werkt het in de realiteit anders, gedane fouten zijn niet omkeerbaar, het heden is amper beïnvloedbaar. Het is gemakkelijk om niet terug te kijken, maar met vooruitziende kamikazeblik de toekomst te trotseren. De futuristische Ladytron sound is definitief door de tijd ingehaald, na de dreigende duisternis van de voorganger zijn ze verplicht om met een antwoord te komen. Het krachtige We Never Went Away benadrukt nogmaals de wederopstanding van dit elektropop viertal. Time’s Arrow wordt in ballingschap opgenomen, de gemeenschap sluit zich noodgedwongen van de buitenwereld af. De vooruitgeschoven City of Angels krautrock single is niks meer dan een herhaling van zetten en vormt samen met California een ode aan het verlokkende Los Angeles.
All the tricks you know
De huidige maatschappij is het zat om voorgelogen te worden. We herpakken ons en laten een vracht aan onbruikbare bagage achter. De leegte vormt het nieuwe nu, de basis van het niets. We verlangen naar herkenning, vooruitstreven is niet meer het hoofddoel. We luiden dansend met de The Night fluister erotiek de vooravond van de eenentwintigste eeuw opnieuw in, So tonight, I’m gonna party like it’s 1999, het jaar dat Ladytron bestaansrecht verleent. Dansen tot je erbij neervalt. Het is te kortzichtig om te beweren dat er in de tussentijd niks verandert is. Het 604 debuut profiteert nog van die disco revival nasleep, de sound heeft zich in de tussentijd aardig verhard. Ladytron smokkelt grimmige industrial binnen, via de achterdeurtjes doet verbitterende postpunk zijn intrede. De dromerige jeugdige zangnaïviteit van het Helen Marnie en Mira Aroyo vrouwen duo is ondertussen zelfverzekerd tot volwassenheid volgroeid. Het kindvriendelijke Ladytron is tot een log zwaar monster getransformeerd. Time’s Arrow eist die onschuldige puurheid terug, geeft ervaringsdeskundigheid cadeau, en voegt er een stukje kansenperspectief aan toe.
Alle emoties zijn in je mimiek af te lezen. Blijdschap, verdriet, onzekerheid en pijn. Zelfs als iemand verstijfd star voor zich uitkijkt, is dit in zijn gezicht zichtbaar. Faces bevecht de bewuste vergeetbaarheid, de camouflerende bespeelbaarheid, de egocentrische bespiegeling met ouderwetse synthpop melodieën en vergrijpt zich aan de kilte van de Eyes Without A Face generatie. Het licht aan het einde van de tunnel is in een tromboseverstopping terechtgekomen. Misery Remember Me sterft langzaam af, en begraaft zichzelf in een imaginair dreampop kerkhof. Ontwaak uit die verterende insomnia slapeloosheid. De tragisch melancholische Flight from Angkor vervreemding is het besef dat control freak gedrag onherstelbare angsten in onbetrouwbare achterdocht classificeert.
Helen Marnie en Mira Aroyo presenteren halverwege Time’s Arrow steeds meer als zelfverzekerde popdiva’s. Pas bij de laatste twee tracks verleggen ze de zwaarte en horen we twee koele strenge postpunk ijskoninginnen terug. Flarden aan shoegazer benevelen de hypnotiserende alternatieve California dreampop en het gothic glamrock Time’s Arrow vervolgt de zwarte ondergrond van de verdwalende doolhofwegen. Zandloperkorrels aan verdriet en pijn laten Time’s Arrow in een gitzwarte modderpoel vastlopen. Heerlijk deprimerend en zwaarmoedig, wat blijft Ladytron toch een fijne band.
Ladytron - Time's Arrow | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
De Liverpoolse elektropioniers introduceren zich op Time’s Arrow in een goed gestemd kleurenscala. Time’s Arrow, de tijd stroomt net als de bloedaders altijd dezelfde kant op, eenrichtingsverkeer in een digitaal cyberpunk netwerk. Natuurlijk werkt het in de realiteit anders, gedane fouten zijn niet omkeerbaar, het heden is amper beïnvloedbaar. Het is gemakkelijk om niet terug te kijken, maar met vooruitziende kamikazeblik de toekomst te trotseren. De futuristische Ladytron sound is definitief door de tijd ingehaald, na de dreigende duisternis van de voorganger zijn ze verplicht om met een antwoord te komen. Het krachtige We Never Went Away benadrukt nogmaals de wederopstanding van dit elektropop viertal. Time’s Arrow wordt in ballingschap opgenomen, de gemeenschap sluit zich noodgedwongen van de buitenwereld af. De vooruitgeschoven City of Angels krautrock single is niks meer dan een herhaling van zetten en vormt samen met California een ode aan het verlokkende Los Angeles.
All the tricks you know
De huidige maatschappij is het zat om voorgelogen te worden. We herpakken ons en laten een vracht aan onbruikbare bagage achter. De leegte vormt het nieuwe nu, de basis van het niets. We verlangen naar herkenning, vooruitstreven is niet meer het hoofddoel. We luiden dansend met de The Night fluister erotiek de vooravond van de eenentwintigste eeuw opnieuw in, So tonight, I’m gonna party like it’s 1999, het jaar dat Ladytron bestaansrecht verleent. Dansen tot je erbij neervalt. Het is te kortzichtig om te beweren dat er in de tussentijd niks verandert is. Het 604 debuut profiteert nog van die disco revival nasleep, de sound heeft zich in de tussentijd aardig verhard. Ladytron smokkelt grimmige industrial binnen, via de achterdeurtjes doet verbitterende postpunk zijn intrede. De dromerige jeugdige zangnaïviteit van het Helen Marnie en Mira Aroyo vrouwen duo is ondertussen zelfverzekerd tot volwassenheid volgroeid. Het kindvriendelijke Ladytron is tot een log zwaar monster getransformeerd. Time’s Arrow eist die onschuldige puurheid terug, geeft ervaringsdeskundigheid cadeau, en voegt er een stukje kansenperspectief aan toe.
Alle emoties zijn in je mimiek af te lezen. Blijdschap, verdriet, onzekerheid en pijn. Zelfs als iemand verstijfd star voor zich uitkijkt, is dit in zijn gezicht zichtbaar. Faces bevecht de bewuste vergeetbaarheid, de camouflerende bespeelbaarheid, de egocentrische bespiegeling met ouderwetse synthpop melodieën en vergrijpt zich aan de kilte van de Eyes Without A Face generatie. Het licht aan het einde van de tunnel is in een tromboseverstopping terechtgekomen. Misery Remember Me sterft langzaam af, en begraaft zichzelf in een imaginair dreampop kerkhof. Ontwaak uit die verterende insomnia slapeloosheid. De tragisch melancholische Flight from Angkor vervreemding is het besef dat control freak gedrag onherstelbare angsten in onbetrouwbare achterdocht classificeert.
Helen Marnie en Mira Aroyo presenteren halverwege Time’s Arrow steeds meer als zelfverzekerde popdiva’s. Pas bij de laatste twee tracks verleggen ze de zwaarte en horen we twee koele strenge postpunk ijskoninginnen terug. Flarden aan shoegazer benevelen de hypnotiserende alternatieve California dreampop en het gothic glamrock Time’s Arrow vervolgt de zwarte ondergrond van de verdwalende doolhofwegen. Zandloperkorrels aan verdriet en pijn laten Time’s Arrow in een gitzwarte modderpoel vastlopen. Heerlijk deprimerend en zwaarmoedig, wat blijft Ladytron toch een fijne band.
Ladytron - Time's Arrow | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Lael Neale - Star Eaters Delight (2023)

3,5
1
geplaatst: 26 april 2023, 22:08 uur
Lael Neale ziet het nut er niet van in om tijdens de pandemie in het overbevolkte Los Angeles de vrijheid beperkende maatregelen af te wachten. Gewapend met haar speelgoed keyboards en gitaar ontvlucht ze de dreigende rumoerige tijd en klopt ze bij haar ouders op het platteland van Virginia aan. Nou die rustieke goegemeente krijgt een verschrikte dreun te verwerken als de muzikant daar haar prullaria weer inplugt en veel sneller dan gepland aan de Acquainted with Night opvolger werkt. Sterker nog, deze plaat heeft dan nog niet eens het licht gezien, en wacht geduldig op de schappen af, totdat de corona crisis achter de rug is. Thank God I’m a Country Girl.
En dan heb je opeens twee kant en klaar albums, die nog niemand gehoord heeft, en loop je jezelf te hard voorbij. Vooruit het in 2019 afgeronde Acquainted with Night verschijnt dus in februari 2021. Heel veel is er dus niet aan de hand, Star Eaters Delight komt pas twee jaar later uit. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Lael Neale bezit nu in ieder geval meer dan genoeg materiaal om zich live te presenteren. Zeker als je daar het in 2015 verschenen I’ll Be Your Man debuut bij optelt, al is Lael Neale daar nog een echte country folky en ligt haar interesse nog niet zozeer in de meer elektronische hoek. Ik betwijfel of ze nog zin heeft om die roots songs te spelen. Kijk anderzijds eens hoe Taylor Swift en Angel Olsen schaamteloos van de hak op de tak springen, daar stoort zich verder toch ook niemand aan?
Star Eaters Delight, daar hebben we het nu dus over. Lael Neale wil in ieder geval een identiek oud geluid oproepen. Technisch slaagt ze hier echter gedeeltelijk in, en dat licht niet zozeer aan de muzikale omlijsting, daar is niks mis mee. Alleen klinkt haar zang schel en veel te hard op de voorgrond. Bij een sensuele warme stem pakt dit mooi uit, maar Lael Neale is in die kinderlijke voordracht net te beperkt. Daar valt in de toekomst in ieder geval genoeg winst uit te behalen. Het geslaagde lo-fi principe gaat niet altijd op. Soms zit ze maar een fractie bij Lana Del Rey vandaan, maar die fractie maakt wel het wezenlijke verschil. Na de nodige name dropping nu maar weer terecht aandacht voor Lael Neale, want dat verdient ze zeker, toch kan ik het niet laten om mij hier verder schuldig aan te maken. Ze is in ieder geval een prachtige beeldende verschijnsel, met de identieke jaren zestig zuchtmeisje looks, gecombineerd met de girl next door attitude.
I Am the River combineert rebelse Patti Smith brutaliteit met rommelige The Strokes punkgitaarakkoorden, Duitse futuristische digitale snelwegen krautrock en verstikkende Joy Division doem, en toch geeft Lael Neale hier een verfrissende eigen draai aan. Nee, een eigen geluid heeft ze dus nog niet volledig ontwikkelt, en daar mag ze ondertussen wel wat meer in investeren. Ik heb dan ook nog steeds mijn twijfel of Sub Pop wel het geschikte platenlabel voor haar is, maar goed dat is mijn mening. I Am the River, zeker, maar wel eentje die ver buiten de oevers treedt. Het kerkelijke gospel intro van If I Had No Wings is net te gemaakt, en werkt niet echt ergens naar toe. Een high school musical song met een licht twinkelende gitaar wending. Faster Than the Medicine grijpt weer naar die postpunk terug, en ondanks dat deze muzikale omlijsting mij het meeste aanspreekt, past de lichtgewicht stem van Lael Neale hier het minste bij.
Het psychedelische trippende In Verona heeft een heerlijke laat sixties vibe, al wekt het bij mij wel de indruk dat ze Vaticaanstad met Verona verward. Och, voor veel Amerikanen liggen Amsterdam en Brussel in Denemarken, en hoe ver rijkt onze kennis van de Verenigde Staten? Ik denk dat ik er niet veel beter vanaf kom, maar een beetje voorbereidend werk is als singer-songwriter dan niet zo verkeerd. Must Be Tears maakt voorzichtig van orkestrale depri strijkers gebruik, en begint als een prachtige ode aan de muziekbeleving. Vervolgens verliest Lael Neale zich in haar emoties wat een onnavolgbare voortzetting oplevert.
In het schattige No Holds Barred ligt nog ergens de country bezieling van haar I’ll Be Your Man eersteling verborgen, al krijgt deze wel een integere postpunk metamorfose en getuigt nogmaals dat Lael Neale weldegelijk in staat is om pakkende popdeuntjes te schrijven. Nogmaals, daar ligt het dus niet aan. Stiekem is Return to Me Now een prachtsong, met de nodige liefdesverdriet perikelen, heeft pianoballad Lead Me Blind de vertroetelende lo-fi intimiteit en toch heeft Star Eaters Delight ondanks genoeg schoonheden ook iets wat mij niet helemaal bevalt. Het voelt net niet oprecht genoeg aan.
Lael Neale - Star Eaters Delight | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
En dan heb je opeens twee kant en klaar albums, die nog niemand gehoord heeft, en loop je jezelf te hard voorbij. Vooruit het in 2019 afgeronde Acquainted with Night verschijnt dus in februari 2021. Heel veel is er dus niet aan de hand, Star Eaters Delight komt pas twee jaar later uit. Elk nadeel heeft zijn voordeel. Lael Neale bezit nu in ieder geval meer dan genoeg materiaal om zich live te presenteren. Zeker als je daar het in 2015 verschenen I’ll Be Your Man debuut bij optelt, al is Lael Neale daar nog een echte country folky en ligt haar interesse nog niet zozeer in de meer elektronische hoek. Ik betwijfel of ze nog zin heeft om die roots songs te spelen. Kijk anderzijds eens hoe Taylor Swift en Angel Olsen schaamteloos van de hak op de tak springen, daar stoort zich verder toch ook niemand aan?
Star Eaters Delight, daar hebben we het nu dus over. Lael Neale wil in ieder geval een identiek oud geluid oproepen. Technisch slaagt ze hier echter gedeeltelijk in, en dat licht niet zozeer aan de muzikale omlijsting, daar is niks mis mee. Alleen klinkt haar zang schel en veel te hard op de voorgrond. Bij een sensuele warme stem pakt dit mooi uit, maar Lael Neale is in die kinderlijke voordracht net te beperkt. Daar valt in de toekomst in ieder geval genoeg winst uit te behalen. Het geslaagde lo-fi principe gaat niet altijd op. Soms zit ze maar een fractie bij Lana Del Rey vandaan, maar die fractie maakt wel het wezenlijke verschil. Na de nodige name dropping nu maar weer terecht aandacht voor Lael Neale, want dat verdient ze zeker, toch kan ik het niet laten om mij hier verder schuldig aan te maken. Ze is in ieder geval een prachtige beeldende verschijnsel, met de identieke jaren zestig zuchtmeisje looks, gecombineerd met de girl next door attitude.
I Am the River combineert rebelse Patti Smith brutaliteit met rommelige The Strokes punkgitaarakkoorden, Duitse futuristische digitale snelwegen krautrock en verstikkende Joy Division doem, en toch geeft Lael Neale hier een verfrissende eigen draai aan. Nee, een eigen geluid heeft ze dus nog niet volledig ontwikkelt, en daar mag ze ondertussen wel wat meer in investeren. Ik heb dan ook nog steeds mijn twijfel of Sub Pop wel het geschikte platenlabel voor haar is, maar goed dat is mijn mening. I Am the River, zeker, maar wel eentje die ver buiten de oevers treedt. Het kerkelijke gospel intro van If I Had No Wings is net te gemaakt, en werkt niet echt ergens naar toe. Een high school musical song met een licht twinkelende gitaar wending. Faster Than the Medicine grijpt weer naar die postpunk terug, en ondanks dat deze muzikale omlijsting mij het meeste aanspreekt, past de lichtgewicht stem van Lael Neale hier het minste bij.
Het psychedelische trippende In Verona heeft een heerlijke laat sixties vibe, al wekt het bij mij wel de indruk dat ze Vaticaanstad met Verona verward. Och, voor veel Amerikanen liggen Amsterdam en Brussel in Denemarken, en hoe ver rijkt onze kennis van de Verenigde Staten? Ik denk dat ik er niet veel beter vanaf kom, maar een beetje voorbereidend werk is als singer-songwriter dan niet zo verkeerd. Must Be Tears maakt voorzichtig van orkestrale depri strijkers gebruik, en begint als een prachtige ode aan de muziekbeleving. Vervolgens verliest Lael Neale zich in haar emoties wat een onnavolgbare voortzetting oplevert.
In het schattige No Holds Barred ligt nog ergens de country bezieling van haar I’ll Be Your Man eersteling verborgen, al krijgt deze wel een integere postpunk metamorfose en getuigt nogmaals dat Lael Neale weldegelijk in staat is om pakkende popdeuntjes te schrijven. Nogmaals, daar ligt het dus niet aan. Stiekem is Return to Me Now een prachtsong, met de nodige liefdesverdriet perikelen, heeft pianoballad Lead Me Blind de vertroetelende lo-fi intimiteit en toch heeft Star Eaters Delight ondanks genoeg schoonheden ook iets wat mij niet helemaal bevalt. Het voelt net niet oprecht genoeg aan.
Lael Neale - Star Eaters Delight | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Laguerre/Noetinger - DnT (2020)

3,0
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 11:01 uur
Met Myotis liet Anthony Laguerre ons vorig jaar al kennis maken met zijn onvoorspelbare staaltjes geluidsterreur. Onheilspellend wordt die ingeslagen weg vervolgd met het brok aan ellende DnT wat net zo lastig te schikken valt. Het is allemaal nog gestoorder, nu zijn metgezel Jerome Noetinger er nog onverklaarbare klanken aan toevoegt. Twee maniakale genieën die zichzelf tot het uiterste drijven. Als 48 uur eenzame opsluiting al zoveel waanzin oplevert, mag je van geluk spreken dat ze er geen maand voor uitgetrokken hebben.
Laguerre leeft zichzelf helemaal uit in met slagvuurwerk welke zo in een uit de hand lopende Nieuwjaarsnacht te plaatsen is. Noetinger balanceert ergens op het schemerige grensgebied van Industrial en avant-garde. Met de mix van dreigende rust en ingecalculeerde noise zetten ze een unieke sound neer. De eerste luisterbeurt is een ware marteling en stelt het gehoor op de proef, terwijl je vervolgens meegezogen wordt in de spannende abstracte verhaallijnen van een letterlijk sprakeloos geheel.
Bij het opbouwende kat en muis spel Vespertilion jaagt Laguerre met logge slagen en roffels Noetinger uit zijn schuilplaats. Een introductie gevolgt door de ontlading van een geluidsgoeroe die er de meest onnavolgbare klankenbrij aan toevoegt. Al piepend, jankend en blaffend ontwaakt het mechanische beest in de elektronica welke zich verzet tegen de ophitsende drumpartijen. Als een opgevoerde sirene werkt Éveil naar een migraine toe.
De schijnkalmte van Étage en Panne werkt ondergronds door om bij Frisson Furtif tot uitbarsting te komen. Steeds kwaadaardiger neemt de duivelse ambient je mee in een diep onaards krachtspel tussen de twee grootheden waarbij er niks gespaard blijft.
Le Lendemain de la Veille à l’Ouest heeft nog enigszins te ordenen passages in het geheel. In de verte klinkt nog iets door wat te herleiden is tot monnikenzang en de slopende beats zouden de basis kunnen vormen voor een drillende hiphop track. Maar al snel is het totale overzicht vervlakt tot een doorzeurende drone die doorbroken wordt met afstraffende weergaloze dreunen.
Zonder woorden is het een kakofonie aan verbannen geluiden met het tegen exorcisme aan liggende Masse Le Fer Du Son als indrukwekkend hoogtepunt. Reveil is de genadeklap, de afslachting van het lawaai als een hulpeloos wezen. Ik heb mijzelf nog nooit zo triomfantelijk door een slapeloze nachtmerrie heen gewerkt. Een unieke belevenis.
Laguerre/Noetinger – DnT | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Laguerre leeft zichzelf helemaal uit in met slagvuurwerk welke zo in een uit de hand lopende Nieuwjaarsnacht te plaatsen is. Noetinger balanceert ergens op het schemerige grensgebied van Industrial en avant-garde. Met de mix van dreigende rust en ingecalculeerde noise zetten ze een unieke sound neer. De eerste luisterbeurt is een ware marteling en stelt het gehoor op de proef, terwijl je vervolgens meegezogen wordt in de spannende abstracte verhaallijnen van een letterlijk sprakeloos geheel.
Bij het opbouwende kat en muis spel Vespertilion jaagt Laguerre met logge slagen en roffels Noetinger uit zijn schuilplaats. Een introductie gevolgt door de ontlading van een geluidsgoeroe die er de meest onnavolgbare klankenbrij aan toevoegt. Al piepend, jankend en blaffend ontwaakt het mechanische beest in de elektronica welke zich verzet tegen de ophitsende drumpartijen. Als een opgevoerde sirene werkt Éveil naar een migraine toe.
De schijnkalmte van Étage en Panne werkt ondergronds door om bij Frisson Furtif tot uitbarsting te komen. Steeds kwaadaardiger neemt de duivelse ambient je mee in een diep onaards krachtspel tussen de twee grootheden waarbij er niks gespaard blijft.
Le Lendemain de la Veille à l’Ouest heeft nog enigszins te ordenen passages in het geheel. In de verte klinkt nog iets door wat te herleiden is tot monnikenzang en de slopende beats zouden de basis kunnen vormen voor een drillende hiphop track. Maar al snel is het totale overzicht vervlakt tot een doorzeurende drone die doorbroken wordt met afstraffende weergaloze dreunen.
Zonder woorden is het een kakofonie aan verbannen geluiden met het tegen exorcisme aan liggende Masse Le Fer Du Son als indrukwekkend hoogtepunt. Reveil is de genadeklap, de afslachting van het lawaai als een hulpeloos wezen. Ik heb mijzelf nog nooit zo triomfantelijk door een slapeloze nachtmerrie heen gewerkt. Een unieke belevenis.
Laguerre/Noetinger – DnT | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Laibach - The Sound of Music (2018)

4,0
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 18:27 uur
Laibach heeft geen verdere introductie nodig. Wil je er meer over lezen, dan raad ik de recensies van Frank Gesink aan, geschreven bij Spectre en Also Sprach Zarathustra. Daar gaat hij dieper in op de achtergrond en oorsprong van deze band. Werden al eerder Let It Be van The Beatles op een geslaagde manier en Sympathy For The Devil, minder geslaagd, onder handen genomen. Nu is de musical ofwel film The Sound Of Music van Richard Rodgers & Oscar Hammerstein II aan de beurt. Hier geen huppelende Julie Andrews die over de velden zweeft, maar de Sloveen Milan Fras die de arme jonge Edelweiss plantjes onder zijn zware legerkistjes verpletterd. Mooi net voor de feestdagen uitgebracht, waardoor je de mogelijkheid hebt om bij de schoonouders deze The Sound Of Music met de kerstdagen in de cd speler te stoppen, hopend dat we niet massaal naar de Duitse televisie overschakelen naar de nagesynchroniseerde filmversie, gevolgd door het even zoete Sisi.
Toch is het luide industriële kenmerkende karakter van Laibach hier helemaal niet meer aanwezig, en hebben we te maken met een behoorlijk toegankelijke plaat. Zelfs een, die wel bij je schoonouders in de smaak kan vallen. Helaas hier geen zang van Mina Špiler, die met haar stem veel toevoegde, maar wel een komische rol voor Boris Benko van de Sloveense synthpopband Silence als jodelende schaapherder in The Lonely Goatherd. Met Benko werd op Volk ook al mee gewerkt, en die samenwerking zet zich hier voort op meerdere albumtracks.
Het titelnummer begint als een piano ballad, een evergreen die zo zou kunnen passen op een verzamelplaat om het oude jaar te eindigen, en het nieuwe te vieren, inclusief vuurwerk, champagne en confetti. Is dit Laibach? Voorheen zouden de niet liefhebbers van hun sound snel naar de winkel terug rennen als de verkoper per ongeluk een verkeerde Let It Be in het hoesje had gestopt, nu gaan juist de grote fans twijfelen bij de eerste minuut van The Sound Of Music, pas als Milan Fran mee gaat brommen, hoor je weer iets van het vertrouwde geluid terug. Een aangename verwelkoming, voor mij staat hij symbool voor Laibach. We schakelen via een storende radiozender met slecht ontvangst vervolgens over op Climb Ev’ry Mountain die is wel wat zwaarder en meer elektronisch qua aanzet. Toch is de toon verder best luchtig met de licht verteerbare keyboardklanken. Eigenlijk is dit heel mooi in opbouw, op het einde gaan we voorzichtig wat de noise kant op inclusief dreigende samplers.
Nooit eerder heeft het huppelende Do-Re-Mi zo sfeervol geklonken. Wat heb ik normaal een grote hekel aan dit kinderliedje, welke je verplicht werd om op de lagere school als canon te zingen, en wat keek die muzieklerares dan weer gelukkig. Maar ook hier moet het verplichte koortje weer komen opdraven. Ondertussen besef je wel wat er door die jonge hoofdjes heen moet gaan, zeker met dat woeste, ongemakkelijke hoofd van Fran voor je, die waarschijnlijk net zoveel moeite heeft met de situatie als de jonge scholieren.Edelweiss klinkt best erg fout; alle kitscherige elementen uit de jaren 80 hitlijsten waar men zich nu voor schaamt zijn terug te vinden. Een bijna erotisch kreunend door Benko gezongen intro, gevolgd door een mechanisch, sterk aangezette bas lijn, met drums die waarschijnlijk uit datzelfde kastje komen; ergens op de achtergrond klinkt nog eventjes een weg gefrommelde vrouwenstem. Het gevoelige aangezette My Favorite Things is sterk door de aanwezigheid van het koor, en de bijna orkestrale begeleiding. Het kost de nodige moeite om kinderen met meer diepgang en emotie te laten zingen, hier heerst nog de onbevangen vrolijkheid. Wonderbaarlijk lukt het Laibach hier wel, zonder als een parodie over te komen; natuurlijk doet die piano ook veel goeds.
Bij The Lonely Goatherd moet je glimlachen, niet de beste track, maar hier blijft het refrein wel in je hoofd hangen, uiteraard ook door het gejodel. Nam ik het vorige nummer nog serieus, hier is dat niet mogelijk. Het pingelend geluid wat je op de achtergrond hoort versterkt het Good Feeling stuiterbal gevoel. Dan gaan we meer de diepte in met Sixteen Going on Seventeen, een beetje electronic cyberpunk geheel, inclusief jonge triphop minded vrouwenzang van Marina Mårtensson, en ook hier domineert het jaren 80 gevoel met die tweede mannelijke zangstem, net iets te gladjes, maar daardoor wel lekker, en natuurlijk mompelt Fras ook nog een gedeelte mee. Met So Long, Farewell hadden ze prima kunnen afsluiten; ook hier zijn de Von Trappjes weer aanwezig. Maar Laibach is schijnbaar nog niet van plan om er het bijltje bij neer te gooien, dus krijgen we nog een reprise in Maria / Korea, waar toch nog wordt terug gegrepen op het bezoek in Noord Korea. De Noord Koreaanse invloeden komen op het einde meer terug. Laibach heeft als eerste Westerse rockband daar opgetreden, al is Laibach van oorsprong zeker niet Westers. De goede documentaire Liberation Day geeft hier een open en duidelijk verslag van weer, een aanrader om eens te kijken.
Maria lijkt zich uiteindelijk in het echt te verbinden met een kleine Koreaanse kerel, waar als nageslacht nog twee geboortes uit voort komen. Eerst het traditionele Koreaanse folksong Arirang, welke hier als Oosters stuk muziek gemakkelijk wordt omgezet tot een Westers geheel. Heel duidelijk bedoeld als eerbetoon aan de ongemakkelijke gastvrijheid van het land. Vervolgens volgt The Sound of Gayageum, een typisch Koreaans twaalf snarig instrument, welke je hier in een disco variant terug hoort, heb hier sterk een Monte Carlo circus gevoel bij. De Welcome Speech is op het randje, eigenlijk wordt de band hier tot aan de grond afgemaakt. Laibach humor om deze juist niet verwelkomende speech juist te gebruiken.
The Sound of Music is een goede plaat geworden, al zijn de industriële invloeden van voorheen ver te zoeken. Toch hadden ze beter kunnen stoppen na Maria, de Noord Koreaanse nummers sluiten niet echt mooi aan. Blijkbaar heeft hun bezoek daar niet genoeg inspiratie opgeleverd om een hele plaat te vullen, maar voelt het nu als een verplichting om iets terug te doen voor dat land. Een mooi vriendelijk gebaar, maar verder niet echt passend op het album.
Laibach - The Sound Of Music | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Toch is het luide industriële kenmerkende karakter van Laibach hier helemaal niet meer aanwezig, en hebben we te maken met een behoorlijk toegankelijke plaat. Zelfs een, die wel bij je schoonouders in de smaak kan vallen. Helaas hier geen zang van Mina Špiler, die met haar stem veel toevoegde, maar wel een komische rol voor Boris Benko van de Sloveense synthpopband Silence als jodelende schaapherder in The Lonely Goatherd. Met Benko werd op Volk ook al mee gewerkt, en die samenwerking zet zich hier voort op meerdere albumtracks.
Het titelnummer begint als een piano ballad, een evergreen die zo zou kunnen passen op een verzamelplaat om het oude jaar te eindigen, en het nieuwe te vieren, inclusief vuurwerk, champagne en confetti. Is dit Laibach? Voorheen zouden de niet liefhebbers van hun sound snel naar de winkel terug rennen als de verkoper per ongeluk een verkeerde Let It Be in het hoesje had gestopt, nu gaan juist de grote fans twijfelen bij de eerste minuut van The Sound Of Music, pas als Milan Fran mee gaat brommen, hoor je weer iets van het vertrouwde geluid terug. Een aangename verwelkoming, voor mij staat hij symbool voor Laibach. We schakelen via een storende radiozender met slecht ontvangst vervolgens over op Climb Ev’ry Mountain die is wel wat zwaarder en meer elektronisch qua aanzet. Toch is de toon verder best luchtig met de licht verteerbare keyboardklanken. Eigenlijk is dit heel mooi in opbouw, op het einde gaan we voorzichtig wat de noise kant op inclusief dreigende samplers.
Nooit eerder heeft het huppelende Do-Re-Mi zo sfeervol geklonken. Wat heb ik normaal een grote hekel aan dit kinderliedje, welke je verplicht werd om op de lagere school als canon te zingen, en wat keek die muzieklerares dan weer gelukkig. Maar ook hier moet het verplichte koortje weer komen opdraven. Ondertussen besef je wel wat er door die jonge hoofdjes heen moet gaan, zeker met dat woeste, ongemakkelijke hoofd van Fran voor je, die waarschijnlijk net zoveel moeite heeft met de situatie als de jonge scholieren.Edelweiss klinkt best erg fout; alle kitscherige elementen uit de jaren 80 hitlijsten waar men zich nu voor schaamt zijn terug te vinden. Een bijna erotisch kreunend door Benko gezongen intro, gevolgd door een mechanisch, sterk aangezette bas lijn, met drums die waarschijnlijk uit datzelfde kastje komen; ergens op de achtergrond klinkt nog eventjes een weg gefrommelde vrouwenstem. Het gevoelige aangezette My Favorite Things is sterk door de aanwezigheid van het koor, en de bijna orkestrale begeleiding. Het kost de nodige moeite om kinderen met meer diepgang en emotie te laten zingen, hier heerst nog de onbevangen vrolijkheid. Wonderbaarlijk lukt het Laibach hier wel, zonder als een parodie over te komen; natuurlijk doet die piano ook veel goeds.
Bij The Lonely Goatherd moet je glimlachen, niet de beste track, maar hier blijft het refrein wel in je hoofd hangen, uiteraard ook door het gejodel. Nam ik het vorige nummer nog serieus, hier is dat niet mogelijk. Het pingelend geluid wat je op de achtergrond hoort versterkt het Good Feeling stuiterbal gevoel. Dan gaan we meer de diepte in met Sixteen Going on Seventeen, een beetje electronic cyberpunk geheel, inclusief jonge triphop minded vrouwenzang van Marina Mårtensson, en ook hier domineert het jaren 80 gevoel met die tweede mannelijke zangstem, net iets te gladjes, maar daardoor wel lekker, en natuurlijk mompelt Fras ook nog een gedeelte mee. Met So Long, Farewell hadden ze prima kunnen afsluiten; ook hier zijn de Von Trappjes weer aanwezig. Maar Laibach is schijnbaar nog niet van plan om er het bijltje bij neer te gooien, dus krijgen we nog een reprise in Maria / Korea, waar toch nog wordt terug gegrepen op het bezoek in Noord Korea. De Noord Koreaanse invloeden komen op het einde meer terug. Laibach heeft als eerste Westerse rockband daar opgetreden, al is Laibach van oorsprong zeker niet Westers. De goede documentaire Liberation Day geeft hier een open en duidelijk verslag van weer, een aanrader om eens te kijken.
Maria lijkt zich uiteindelijk in het echt te verbinden met een kleine Koreaanse kerel, waar als nageslacht nog twee geboortes uit voort komen. Eerst het traditionele Koreaanse folksong Arirang, welke hier als Oosters stuk muziek gemakkelijk wordt omgezet tot een Westers geheel. Heel duidelijk bedoeld als eerbetoon aan de ongemakkelijke gastvrijheid van het land. Vervolgens volgt The Sound of Gayageum, een typisch Koreaans twaalf snarig instrument, welke je hier in een disco variant terug hoort, heb hier sterk een Monte Carlo circus gevoel bij. De Welcome Speech is op het randje, eigenlijk wordt de band hier tot aan de grond afgemaakt. Laibach humor om deze juist niet verwelkomende speech juist te gebruiken.
The Sound of Music is een goede plaat geworden, al zijn de industriële invloeden van voorheen ver te zoeken. Toch hadden ze beter kunnen stoppen na Maria, de Noord Koreaanse nummers sluiten niet echt mooi aan. Blijkbaar heeft hun bezoek daar niet genoeg inspiratie opgeleverd om een hele plaat te vullen, maar voelt het nu als een verplichting om iets terug te doen voor dat land. Een mooi vriendelijk gebaar, maar verder niet echt passend op het album.
Laibach - The Sound Of Music | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Lamb - The Secret of Letting Go (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:02 uur
Al vanaf de eerste klanken van The Secret Of Letting Go krijg je de indruk dat Lamb de kant op gaat waarmee Louise Rhodes zichzelf solo op de kaart zette. Niks is minder waar. Een fractie lang gaat de gedachte door je heen dat je bij Phosphorous naar een Ierse traditionele folk band aan het luisteren bent. Dan mag Andy Barlow de duisternis oproepen met aangename keyboard akkoorden. De gespannen sfeer binnen de band was het startpunt van de plaat. Sterker nog, met de titeltrack zouden ze eigenlijk een dikke punt zetten achter hun creatieve relatie. Blijkbaar leverde het juist genoeg inspiratie op om verder te gaan. Het klinkt allemaal een stuk grimmiger. Het poeslieve stemgeluid van Rhodes heeft zich ontwikkeld tot een meer volwassene benadering. De aansluiting met de donkere beats is meer dan treffend te noemen, en ze geeft haar muzikale evenbeeld ook meer mogelijkheden om zich uit te leven.
Phosphorous mixt de Clannad achtige ambient perfect met de kerkelijke gotische strakke jaren tachtig sound. Het belooft gelijk al veel goeds. Hier hoor je nog wat terug in de toegankelijke vocalen, vervolgens wordt het verder stap voor stap verder afgebroken. Vervreemding staat centraal in Moonshine. Rhodes kronkelt nog alle kanten op, waarbij ze de hoge regionen ook treffend weet te raken. Het geflirt met het rapgedeelte levert een aangename break op, waardoor het net die push krijgt waardoor het boven zichzelf uit stijgt. Op deze manier blijven ze schatplichtig aan hun triphop verleden. Dat ze Armageddon Waits dropten als eerste single is een juiste keuze. Hiermee leveren ze een visitekaartje af, en laten ze horen welk ontwikkelingsproces ze zijn ondergaan. Naar eerst wat van de basis terug te laten horen, gaan ze halverwege helemaal los. Nog steeds is het filmische dominant aanwezig, maar er wordt gekozen voor zwaarder werk, zonder de geloofwaardigheid te verliezen. Absoluut representatief voor het totaalplaatje. Ideaal voor een James Bond score, waar de hoofdpersoon het niet overleeft.
Drum-‘n-bass beats staan centraal bij Bulletproof, al gaan die al snel hun eigen onverschillige weg. Met de nodige bliepjes en getingel worden ze tot halt geroepen. Strak in het regiem marcheren ze door de elektronica heen. Dat de titeltrack The Secret Of Letting Go de basis vormde hoor je niet duidelijk terug. Om eerlijk te zijn komt het eerder over als een probeersel welke nog niet geheel is uitgewerkt. Er zitten prachtige elementen in verwerkt, zeker met de orkestrale instrumentatie, maar het begin past er niet treffend bij. Door deze dwarsheid is er ruimte gecreëerd om verder aan de slag te gaan. Dat ze het verleden niet helemaal kunnen laten rustig beluister je in het gevoelige Imperial Measures. Het zou zich weer prima staande houden op het debuut. Hier is het mij net teveel down to earth. De onvoorspelbaarheid van The Other Shore gaat meer de diepte in. Het vraagt meer aandacht, juist vanwege het onheilspellende. Terwijl Rhodes in principe weinig verandering in haar voordracht brengt, mag de waarde van Barlow niet onderschat worden. Gevoelens krijgen in de juiste ambiance meer kleur. De triestheid van de blazers moet je gesteldheid nog verder naar beneden trekken, maar wil het ook extra glans geven.
In Deep Delirium gaat de dance van de jaren negentig een verbond aan met de uitspattingen van tien jaar eerder. Met veel bombastisch getoeter richten ze zich met deze clubtrack op het feestende publiek. Wat zouden house producenten hier graag mee aan de slag willen gaan. Dat Rhodes hier rustig haar kopje thee mag benutten, heb ik totaal geen moeite mee. De energie die dit oproept weet Barlow heerlijk extravert naar buiten te brengen. Absoluut het hoogtepunt van dit album. De rol eist de zangeres wel weer terug in Illumina,ook hier zijn het de noise fragmenten en harde drumslagen die de opbouw bepalen.
De vocalist laat de song ademen, maar het is wel degelijk haar partner die de zuurstof aan levert. The Silence in Between overstijgt nogmaals alles wat er tot nu toe gebracht werd. Een bloedmooie ballad waarbij Rhodes zichzelf naast Kate Bush en Tori Amos een podiumplek weet te benutten. Muzikaal gezien heeft het veel weg van traditionele Schots of Iers materiaal. De stilte van het zilvergrijze landschap wordt wijselijk ingevuld. Dat we hierna ook nog getrakteerd worden op het gelijkwaardige One Hand Clapping is mooi mee genomen. Vaak wordt er reikhalzend uitgekeken naar nieuw werk als een act voor langere tijd uit de running is. Hier kan terecht gezegd worden dat ze helemaal terug zijn. Waar een crisis toe kan leiden.
Lamb - The Secret of Letting Go | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Phosphorous mixt de Clannad achtige ambient perfect met de kerkelijke gotische strakke jaren tachtig sound. Het belooft gelijk al veel goeds. Hier hoor je nog wat terug in de toegankelijke vocalen, vervolgens wordt het verder stap voor stap verder afgebroken. Vervreemding staat centraal in Moonshine. Rhodes kronkelt nog alle kanten op, waarbij ze de hoge regionen ook treffend weet te raken. Het geflirt met het rapgedeelte levert een aangename break op, waardoor het net die push krijgt waardoor het boven zichzelf uit stijgt. Op deze manier blijven ze schatplichtig aan hun triphop verleden. Dat ze Armageddon Waits dropten als eerste single is een juiste keuze. Hiermee leveren ze een visitekaartje af, en laten ze horen welk ontwikkelingsproces ze zijn ondergaan. Naar eerst wat van de basis terug te laten horen, gaan ze halverwege helemaal los. Nog steeds is het filmische dominant aanwezig, maar er wordt gekozen voor zwaarder werk, zonder de geloofwaardigheid te verliezen. Absoluut representatief voor het totaalplaatje. Ideaal voor een James Bond score, waar de hoofdpersoon het niet overleeft.
Drum-‘n-bass beats staan centraal bij Bulletproof, al gaan die al snel hun eigen onverschillige weg. Met de nodige bliepjes en getingel worden ze tot halt geroepen. Strak in het regiem marcheren ze door de elektronica heen. Dat de titeltrack The Secret Of Letting Go de basis vormde hoor je niet duidelijk terug. Om eerlijk te zijn komt het eerder over als een probeersel welke nog niet geheel is uitgewerkt. Er zitten prachtige elementen in verwerkt, zeker met de orkestrale instrumentatie, maar het begin past er niet treffend bij. Door deze dwarsheid is er ruimte gecreëerd om verder aan de slag te gaan. Dat ze het verleden niet helemaal kunnen laten rustig beluister je in het gevoelige Imperial Measures. Het zou zich weer prima staande houden op het debuut. Hier is het mij net teveel down to earth. De onvoorspelbaarheid van The Other Shore gaat meer de diepte in. Het vraagt meer aandacht, juist vanwege het onheilspellende. Terwijl Rhodes in principe weinig verandering in haar voordracht brengt, mag de waarde van Barlow niet onderschat worden. Gevoelens krijgen in de juiste ambiance meer kleur. De triestheid van de blazers moet je gesteldheid nog verder naar beneden trekken, maar wil het ook extra glans geven.
In Deep Delirium gaat de dance van de jaren negentig een verbond aan met de uitspattingen van tien jaar eerder. Met veel bombastisch getoeter richten ze zich met deze clubtrack op het feestende publiek. Wat zouden house producenten hier graag mee aan de slag willen gaan. Dat Rhodes hier rustig haar kopje thee mag benutten, heb ik totaal geen moeite mee. De energie die dit oproept weet Barlow heerlijk extravert naar buiten te brengen. Absoluut het hoogtepunt van dit album. De rol eist de zangeres wel weer terug in Illumina,ook hier zijn het de noise fragmenten en harde drumslagen die de opbouw bepalen.
De vocalist laat de song ademen, maar het is wel degelijk haar partner die de zuurstof aan levert. The Silence in Between overstijgt nogmaals alles wat er tot nu toe gebracht werd. Een bloedmooie ballad waarbij Rhodes zichzelf naast Kate Bush en Tori Amos een podiumplek weet te benutten. Muzikaal gezien heeft het veel weg van traditionele Schots of Iers materiaal. De stilte van het zilvergrijze landschap wordt wijselijk ingevuld. Dat we hierna ook nog getrakteerd worden op het gelijkwaardige One Hand Clapping is mooi mee genomen. Vaak wordt er reikhalzend uitgekeken naar nieuw werk als een act voor langere tijd uit de running is. Hier kan terecht gezegd worden dat ze helemaal terug zijn. Waar een crisis toe kan leiden.
Lamb - The Secret of Letting Go | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Lambchop - Showtunes (2021)

3,5
1
geplaatst: 22 mei 2021, 13:32 uur
Ondanks de gedurfde koersverandering is het toch behoorlijk pijnlijk dat een gesettelde grootheid als Kurt Wagner het publiek verrast met het afstandige This (Is What I Wanted to Tell You). Waar zijn die prachtige mistroostige emoties gebleven, de warmte en die gemeende oprechtheid waarmee ze een plekje opeisten in de harten van het singer-songwriter aanhangers? Lambchop vindt zichzelf opnieuw uit, en lijkt aansluiting te zoeken bij het jongere publiek door een vocoder aan het geluid toe te voegen.
De kenmerkende beeldende stem is grotendeels weg gefilterd, waardoor de emoties vlak en afstandig overkomen. Een forse hiaat in de carrière van Lambchop die eigenlijk al is ingezet met het teleurstellende elektronische Flotus en waarbij het vorig jaar verschenen coveralbum Trip eindelijk mondjesmaat die gehoopte stap vooruit is. Lambchop werkt hierop weer samen als een band, en niet meer zozeer als het eenmansproject van Kurt Wagner.
Redelijk overtuigend herpakken ze zichzelf aardig op het half uur durende Showtunes, wat mede door zijn korte lengte nog wat onwennig aanvoelt. De keuze om zo snel al nieuw materiaal te presenteren is misschien wat voorbarig. Het geniale croonende A Chef’s Kiss heeft die gedroomde meesterlijke schoonheid van het oudere werk, en mag absoluut tot het ouderwetse topniveau van het Lambchop materiaal gerekend worden.
Gelukkig is daar die overtuigende verhalende aarzeling in de breekbare stem van Kurt Wagner weer aanwezig, en wordt zijn kwetsbaarheid niet meer gecamoufleerd door technische snufjes maar opgepoetst door de puurheid van aards toetsenwerk en het subtiele blazersarrangement van CJ Camerieri. Samen met de van Yo La Tengo bekende bassist James McNew zijn ze verantwoordelijk voor de tracks die teruggaan naar het warme geluid van vergeten tijden.
Ondanks dat de dance invloeden op Drop C absoluut beter tot het recht komen dan bij de vorige platen, zorgen ze ook hier weer voor de nodige verwarring. Echt een gevalletje van less is more, zeker nu de singer-songwriter zo in topvorm verkeert. Breed theatraal en met de nodige dreiging wordt er doorgepakt in het deprimerend geblazen instrumentale Papa Was a Rolling Stone Journalist, een (te)kort intermezzo waar de hoofdrol is vergeven aan CJ Camerieri.
Wat een aanwinst is deze melancholische trompettist en hoornblazer toch, zijn aanwezigheid is van even groot belang als de vocale treurnis van Kurt Wagner. Ze zoeken elkander op en vullen elkaar aan in Unknown Man. Het tweede hoogtepunt van Showtunes waarbij toch de vocoder nog eventjes als vervelende stoorzender optreedt. Het krachtige instrumentale Impossible Meatballs is tevens zo’n hemelse samenwerking, het bewijs dat die sobere aanpak het beste resultaat oplevert.
Onnodige toegepaste effecten brengen het beginstuk van de huiskamerjazz in het soulvolle Fuku aan het wankelen. Het zou veel doeltreffender zijn om sneller over te schakelen naar de daadwerkelijke song, waardoor het een tikkeltje minder fragmentarisch overkomt. Een misstap welke vervolgens niet meer te herstellen is, hoe sterk verstillend de song zich verder ook ontwikkelt.
Dat het wel degelijk kan werken merk je in het revancherende The Last Benedict. De klassieke vrouwelijke operastem heeft een ander soort treurnis als de gedragen voordracht van Kurt Wagner die hier heerlijk oud en geleefd klinkt. De basis voor een overtuigende comeback is gelegd, nu alleen nog snel die elektronica op zolder opbergen.
Lambchop - Showtunes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De kenmerkende beeldende stem is grotendeels weg gefilterd, waardoor de emoties vlak en afstandig overkomen. Een forse hiaat in de carrière van Lambchop die eigenlijk al is ingezet met het teleurstellende elektronische Flotus en waarbij het vorig jaar verschenen coveralbum Trip eindelijk mondjesmaat die gehoopte stap vooruit is. Lambchop werkt hierop weer samen als een band, en niet meer zozeer als het eenmansproject van Kurt Wagner.
Redelijk overtuigend herpakken ze zichzelf aardig op het half uur durende Showtunes, wat mede door zijn korte lengte nog wat onwennig aanvoelt. De keuze om zo snel al nieuw materiaal te presenteren is misschien wat voorbarig. Het geniale croonende A Chef’s Kiss heeft die gedroomde meesterlijke schoonheid van het oudere werk, en mag absoluut tot het ouderwetse topniveau van het Lambchop materiaal gerekend worden.
Gelukkig is daar die overtuigende verhalende aarzeling in de breekbare stem van Kurt Wagner weer aanwezig, en wordt zijn kwetsbaarheid niet meer gecamoufleerd door technische snufjes maar opgepoetst door de puurheid van aards toetsenwerk en het subtiele blazersarrangement van CJ Camerieri. Samen met de van Yo La Tengo bekende bassist James McNew zijn ze verantwoordelijk voor de tracks die teruggaan naar het warme geluid van vergeten tijden.
Ondanks dat de dance invloeden op Drop C absoluut beter tot het recht komen dan bij de vorige platen, zorgen ze ook hier weer voor de nodige verwarring. Echt een gevalletje van less is more, zeker nu de singer-songwriter zo in topvorm verkeert. Breed theatraal en met de nodige dreiging wordt er doorgepakt in het deprimerend geblazen instrumentale Papa Was a Rolling Stone Journalist, een (te)kort intermezzo waar de hoofdrol is vergeven aan CJ Camerieri.
Wat een aanwinst is deze melancholische trompettist en hoornblazer toch, zijn aanwezigheid is van even groot belang als de vocale treurnis van Kurt Wagner. Ze zoeken elkander op en vullen elkaar aan in Unknown Man. Het tweede hoogtepunt van Showtunes waarbij toch de vocoder nog eventjes als vervelende stoorzender optreedt. Het krachtige instrumentale Impossible Meatballs is tevens zo’n hemelse samenwerking, het bewijs dat die sobere aanpak het beste resultaat oplevert.
Onnodige toegepaste effecten brengen het beginstuk van de huiskamerjazz in het soulvolle Fuku aan het wankelen. Het zou veel doeltreffender zijn om sneller over te schakelen naar de daadwerkelijke song, waardoor het een tikkeltje minder fragmentarisch overkomt. Een misstap welke vervolgens niet meer te herstellen is, hoe sterk verstillend de song zich verder ook ontwikkelt.
Dat het wel degelijk kan werken merk je in het revancherende The Last Benedict. De klassieke vrouwelijke operastem heeft een ander soort treurnis als de gedragen voordracht van Kurt Wagner die hier heerlijk oud en geleefd klinkt. De basis voor een overtuigende comeback is gelegd, nu alleen nog snel die elektronica op zolder opbergen.
Lambchop - Showtunes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Lambchop - The Bible (2022)

4,0
1
geplaatst: 21 oktober 2022, 15:06 uur
Kurt Wagner heeft niet het vermogen om de energiekosten de kop in te drukken, maar zijn reflecterende warmte maakt het wel stukken draagbaarder. The room is warmer than it should be, The light in there was barely there, Slip on past it to the office, To find you slumped down in your chair. De laatste ademstrijd His Song Is Sung geeft inzicht in het privéverlies van Kurt Wagner, de nadagen van het leven van zijn vader en het eindproces daar naartoe. Er zijn weinig artiesten die dat zo mooi als Kurt Wagner kunnen verwoorden en muzikaal mogen uitdragen. Ondanks dat The Bible de kilte van de altijddurende eenzaamheid als beginsel neemt, weet hij dit dus wel in die genoemde warmte te reflecteren.
Kurt Wagner nodigt tijdens die onmogelijke corona tijdsperiode dus wel een breed scala aan gastmuzikanten uit om in teamverband die persoonlijke geloofsovertuiging verder uit te werken. Geloof in jezelf, je eigen kunnen en functioneren, de onderliggende gedachte van The Bible. En misschien heeft hij zijn liederen al zo vaak gezongen, dat men het ondertussen wel allemaal gelooft. En misschien teerde hij op This (Is What I Wanted to Tell You) wel teveel op die effectenpedalen van de vocoder. De uitdaging zit hem om in die mechanische vervlakking de emotie te hervinden, en daarin is Kurt Wagner nog steeds zoekende. The Bible is weer een grote stap dichterbij die eindbestemming. Zijn eigen heilige boeklezing, waar ieder weer zijn eigen verhaalbelevingen uithaalt, en die bij elke verdieping weer nieuwe schijnbaar niet eerder opgevallen openbaringen prijsgeeft.
Is Kurt Wagner nu in de Heere? Nou, zo zwaar zou ik er niet de nadruk op leggen, hij is in ieder geval dus weer een stuk dichter bij zichzelf gekomen. His Song Is Sung behoort tot de beste Lambchop momenten, hoe waardig kan je je vader in een prachtige openingstrack eren. Toch handelt His Song Is Sung vooral over het afstand nemen van de sterfelijkheid. Tijdens het waakproces van een dierbare komen de mooie momenten vanzelf boven drijven. Vol liefde worden deze dan in een In Memoriam al op papier geschetst, terwijl je in de laatste wegtikkende uren die verbondenheid kracht bij zet door de hand van de stervende stevig vast te houden, totdat daar uiteindelijk al het leven uit wegstroomt. De dood van zijn vader levert voor Kurt Wagner waarschijnlijk de meest persoonlijke plaat op. Het aangekondigd rouwproces als startpunt, met de weg naar de intieme familiaire erfenis als emotioneel uitgangspunt.
De kamer is leeg, het lichamelijke hulsel verlaten, de blijvende herinneringen bewaken als een verlichtend aura de treurende troostende ruimte. De grijsheid van de gesloten gordijnen, met daarachter de gedempte lampen. De gemeende angst voor de ouderdom vindt hierin zijn definitieve rust. His Song Is Sung is een prachtig herfstig samenspel tussen omlaag dwarrelende piano toetsen, neerstemmig buigende mineurblazers, filmische orkestratie en een geleefd klinkende Kurt Wagner, die noodgedwongen de rol van oude wijze gezinsdrager op zich neemt. So There als de berusting van het afscheid, uit de afgestorven tak van de familiestamboom zal zich pril jong groen geluk ontwikkelen. Een nieuwe hoopvolle lente met nieuw leven. We absorberen de geleerde wijsheden en geven deze aan de onbezorgdheid van de jeugd door. De liefde overwint de pijn. De pijn is wel het triggerpunt om die liefde te herbeleven. Reformerend de stilstand van het leven doorbreken en langzaam weer een worden met de alsmaar doordraaiende wereld.
De op zijn stem dragende pianoballad Daisy wordt overschaduwd door de eenvoudsubtiliteit van kleine onverwachte dwalingen en ontaardt bij Whatever, Mortal in een koortsig broeinest aan Zuid Amerikaanse jazzy trompettergeschal exotica en beantwoordende vergevingsgezinde gospelwanhoop. Prachtig hoe hij daar op het einde die ironische Kiss Of Death angst voor besmettende pandemieverkoudheid in verwerkt, ernst vermengd met typerende morbide Lambchop humor. Het draagbaar maken van het ondraagbare. De vervlakkende ziel verlaat het vocoder vervormende A Major Minor Drag. Vervreemdend afbrekend elimineert het machinale het humane karakter, waardoor er een afzijdige observatorrol van Kurt Wagner ontstaat. Hierin keert de dood terug als overkoepelend orgaan, een uitgeknepen spons ontdaan van alle menselijkheden, zielloos gereedgemaakt voor de toereikende opende hemelpoortharpen.
Little Black Boxes is een inkijk in dat ontsnappende uitgaansleven. Kurt Wagner grijpt hierbij terug naar de donkere discojaren uit zijn jeugd. Hoe groot kan het contrast zijn. Escapisme in het nadreunen van het dagelijkse bestaan. Zo simpel hard is het leven, vergeten en doorpakken. Zelf ben ik geen voorstander van deze drastische koerswijziging, het doet afbreuk aan de ontroerende beladenheid van de openingstrack. Verder niks mis mee, heerlijke funk neuriënde baspartijen, bewogen gitaarsolo’s, retro feeling backings en opzwepende beats, de setting is gewoon een beetje gênant misplaatst.
Als het vertrouwen in de mensheid wantrouwend wordt, is de hond als trouwe viervoeter het enige betrouwbare geweten. Zo mooi hoe Kurt Wagner de amicale functie van dit dier zo in Police Dog Blues op de voorgrond plaatst. Zware donkerbruine seventies Isaac Hayes soul, die normaal geen kans tot slagen zou hebben, maar hier wel het juist gewenste effect oproept. Helemaal nieuw is deze track niet, de oorsprong is te herleiden tot de Blind Blake original, stammende uit 1929. De Lambchop benadering stelt ook het nog steeds dominerende politiegeweld aan de kaak, welke tot de trieste moord op George Floyd heeft geleidt. Kurt Wagner zet voortreffelijk een beeldende Blaxploitation sfeer neer, bijna in kinderlijke stripverhalen vertelwijze, om de triestheid van de maatschappelijke problematiek te illustreren.
Staat die blues niet aan de oorsprong van al het muzikale leed? Is een rebelse Bob Dylan niet schatplichtig verbonden aan dat inlevingvermogen en is de folk niet meer van een veelal blanke voortzetting van de eeuwenlange onderdrukking van de donkere medemens? Een schijnbeweging die hier in de verstillende countryfolk van het voorbij glijdende slidegitaar hoogtepunt Dylan at the Mousetrap een gedenkwaardig memorabel vervolg opvraagt. Het is een tikkeltje luguber hoe Kurt Wagner in Every Child Begins the World Again die andere glorieuze volksheld Hank Williams opgraaft en zichtbaar tentoon stelt. That’s Music, muziek geeft en muziek neemt. The Bible, het ontroerende testament, het geschenk dat deze nog steeds voortreffelijk functionerende zanger met zijn breed georiënteerde singer-songwriterschap aan de luisteraar schenkt.
Lambchop - The Bible | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Kurt Wagner nodigt tijdens die onmogelijke corona tijdsperiode dus wel een breed scala aan gastmuzikanten uit om in teamverband die persoonlijke geloofsovertuiging verder uit te werken. Geloof in jezelf, je eigen kunnen en functioneren, de onderliggende gedachte van The Bible. En misschien heeft hij zijn liederen al zo vaak gezongen, dat men het ondertussen wel allemaal gelooft. En misschien teerde hij op This (Is What I Wanted to Tell You) wel teveel op die effectenpedalen van de vocoder. De uitdaging zit hem om in die mechanische vervlakking de emotie te hervinden, en daarin is Kurt Wagner nog steeds zoekende. The Bible is weer een grote stap dichterbij die eindbestemming. Zijn eigen heilige boeklezing, waar ieder weer zijn eigen verhaalbelevingen uithaalt, en die bij elke verdieping weer nieuwe schijnbaar niet eerder opgevallen openbaringen prijsgeeft.
Is Kurt Wagner nu in de Heere? Nou, zo zwaar zou ik er niet de nadruk op leggen, hij is in ieder geval dus weer een stuk dichter bij zichzelf gekomen. His Song Is Sung behoort tot de beste Lambchop momenten, hoe waardig kan je je vader in een prachtige openingstrack eren. Toch handelt His Song Is Sung vooral over het afstand nemen van de sterfelijkheid. Tijdens het waakproces van een dierbare komen de mooie momenten vanzelf boven drijven. Vol liefde worden deze dan in een In Memoriam al op papier geschetst, terwijl je in de laatste wegtikkende uren die verbondenheid kracht bij zet door de hand van de stervende stevig vast te houden, totdat daar uiteindelijk al het leven uit wegstroomt. De dood van zijn vader levert voor Kurt Wagner waarschijnlijk de meest persoonlijke plaat op. Het aangekondigd rouwproces als startpunt, met de weg naar de intieme familiaire erfenis als emotioneel uitgangspunt.
De kamer is leeg, het lichamelijke hulsel verlaten, de blijvende herinneringen bewaken als een verlichtend aura de treurende troostende ruimte. De grijsheid van de gesloten gordijnen, met daarachter de gedempte lampen. De gemeende angst voor de ouderdom vindt hierin zijn definitieve rust. His Song Is Sung is een prachtig herfstig samenspel tussen omlaag dwarrelende piano toetsen, neerstemmig buigende mineurblazers, filmische orkestratie en een geleefd klinkende Kurt Wagner, die noodgedwongen de rol van oude wijze gezinsdrager op zich neemt. So There als de berusting van het afscheid, uit de afgestorven tak van de familiestamboom zal zich pril jong groen geluk ontwikkelen. Een nieuwe hoopvolle lente met nieuw leven. We absorberen de geleerde wijsheden en geven deze aan de onbezorgdheid van de jeugd door. De liefde overwint de pijn. De pijn is wel het triggerpunt om die liefde te herbeleven. Reformerend de stilstand van het leven doorbreken en langzaam weer een worden met de alsmaar doordraaiende wereld.
De op zijn stem dragende pianoballad Daisy wordt overschaduwd door de eenvoudsubtiliteit van kleine onverwachte dwalingen en ontaardt bij Whatever, Mortal in een koortsig broeinest aan Zuid Amerikaanse jazzy trompettergeschal exotica en beantwoordende vergevingsgezinde gospelwanhoop. Prachtig hoe hij daar op het einde die ironische Kiss Of Death angst voor besmettende pandemieverkoudheid in verwerkt, ernst vermengd met typerende morbide Lambchop humor. Het draagbaar maken van het ondraagbare. De vervlakkende ziel verlaat het vocoder vervormende A Major Minor Drag. Vervreemdend afbrekend elimineert het machinale het humane karakter, waardoor er een afzijdige observatorrol van Kurt Wagner ontstaat. Hierin keert de dood terug als overkoepelend orgaan, een uitgeknepen spons ontdaan van alle menselijkheden, zielloos gereedgemaakt voor de toereikende opende hemelpoortharpen.
Little Black Boxes is een inkijk in dat ontsnappende uitgaansleven. Kurt Wagner grijpt hierbij terug naar de donkere discojaren uit zijn jeugd. Hoe groot kan het contrast zijn. Escapisme in het nadreunen van het dagelijkse bestaan. Zo simpel hard is het leven, vergeten en doorpakken. Zelf ben ik geen voorstander van deze drastische koerswijziging, het doet afbreuk aan de ontroerende beladenheid van de openingstrack. Verder niks mis mee, heerlijke funk neuriënde baspartijen, bewogen gitaarsolo’s, retro feeling backings en opzwepende beats, de setting is gewoon een beetje gênant misplaatst.
Als het vertrouwen in de mensheid wantrouwend wordt, is de hond als trouwe viervoeter het enige betrouwbare geweten. Zo mooi hoe Kurt Wagner de amicale functie van dit dier zo in Police Dog Blues op de voorgrond plaatst. Zware donkerbruine seventies Isaac Hayes soul, die normaal geen kans tot slagen zou hebben, maar hier wel het juist gewenste effect oproept. Helemaal nieuw is deze track niet, de oorsprong is te herleiden tot de Blind Blake original, stammende uit 1929. De Lambchop benadering stelt ook het nog steeds dominerende politiegeweld aan de kaak, welke tot de trieste moord op George Floyd heeft geleidt. Kurt Wagner zet voortreffelijk een beeldende Blaxploitation sfeer neer, bijna in kinderlijke stripverhalen vertelwijze, om de triestheid van de maatschappelijke problematiek te illustreren.
Staat die blues niet aan de oorsprong van al het muzikale leed? Is een rebelse Bob Dylan niet schatplichtig verbonden aan dat inlevingvermogen en is de folk niet meer van een veelal blanke voortzetting van de eeuwenlange onderdrukking van de donkere medemens? Een schijnbeweging die hier in de verstillende countryfolk van het voorbij glijdende slidegitaar hoogtepunt Dylan at the Mousetrap een gedenkwaardig memorabel vervolg opvraagt. Het is een tikkeltje luguber hoe Kurt Wagner in Every Child Begins the World Again die andere glorieuze volksheld Hank Williams opgraaft en zichtbaar tentoon stelt. That’s Music, muziek geeft en muziek neemt. The Bible, het ontroerende testament, het geschenk dat deze nog steeds voortreffelijk functionerende zanger met zijn breed georiënteerde singer-songwriterschap aan de luisteraar schenkt.
Lambchop - The Bible | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Lambchop - This (Is What I Wanted to Tell You) (2019)

3,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 17:29 uur
Het gebruik van autotune en vocoder vervlakt iemands vocale mogelijkheden. Ben je niet in bezit van een mooie stem, dan is dit een aanwinst. Eenvoudiger kan je jezelf dan verschuilen achter het apparaat. Hierdoor is het in principe voor iedereen mogelijk om zanger te worden. Heb je die kwaliteiten wel dan is het een vreemde keuze hiervan gebruik te maken. Mijn eerste reactie op de laatste plaat van Lambchop is die van verbazing en onbegrip. De angst voor een verbijsterende ontwikkeling werd bij Flotus al genoemd. Wat wil de frontman van Lambchop hier mee bereiken? De songs van This (Is What I Wanted to Tell You) gaan hieraan ten onder. Emoties van Kurt Wagner zijn totaal vervormd tot een kunstmatig geheel. Hopend dat dit beperkt zou zijn tot een enkele track, blijkt in de praktijk helaas anders uit te vallen. Toch vraagt het direct al om de nodige verdieping. Op een indringende manier wil je weten wat er in hem om gaat. Je moet er dus extra veel moeite voor doen om de plaat te plaatsen. De vraag is alleen, ben je bereid om hier de nodige energie in te stoppen? Als je keuze positief uitvalt dan hoor je iemand die gevangen zit in zijn gevoel.
The New Isn’t So You Anymore lijkt hierdoor nog meer te gaan over vervreemding van een persoon. Alsof Wagner zichzelf observeert door de ogen van iemand anders. Prostaatkanker heeft een aantal jaar geleden zijn leven op de kop gezet. Dat de behandeling hiervoor ook andere cellen aantast is feitelijk een juiste reactie, de vervlakking kan gesymboliseerd worden door een meer monotoon geluid. Deze intense gebeurtenis heeft waarschijnlijk zoveel impact gehad, dat hij hier totaal door is veranderd. Medicatie om het te bestrijden hebben een soortgelijk effect als drugs. De waarneming van de omgeving ondergaat hierdoor een verandering, waar weinig invloed op uit te oefenen is. Buiten dit feit bereikt hij de leeftijd van zestig, en misschien ervaart hij het als bewonderingswaardig dat hij dit gehaald heeft. Het blijft speculeren, zichzelf helemaal bloot geven doet de zanger hier niet. Genoeg beargumenteerd om het te beschouwen als een experimentele ontwikkeling, en met dit gegeven stap je er een heel stuk gemakkelijker in. Breekbaarheid komt nu intensiever binnen, en het is vooral de treurnis die hier in terug te horen is. Juist door de hedendaagse effecten komt zijn stem ouder en geleefder over. Het verlangen naar rust krijgt hierdoor meer een plek.
Doordat bijna elke track, en ook de titel eindigt met het woord you lijkt het ook een liefdesverklaring aan een beminde persoon. Elk klein stukje geluk moet worden omgezet tot iets grootst en tijdloos. De teksten blijven visueel en inlevend. Lambchop leert om op een andere manier naar de hedendaagse muzikale ontwikkeling van het geluid te kijken. Concluderend gezien een mooi gegeven, al neemt het niet de irritatie weg welke autotunes weten op te roepen. Er zijn betere methodes om gevoeligheid op de plaat vast te leggen. Overige instrumentatie is overwegend sfeer bepalend, en sober gehouden. Van mij mag hij in het vervolg weer meer de alternatieve country kant op. Zou hij dit live kaler ten gehore brengen, dan komt het een stuk intiemer over. Oprechtheid zou ook de bepalende factor kunnen zijn om dit juist niet te doen. Of wil hij gewoon niet zijn ziel geheel openbaar stellen. Jammer, want het niveau van Mr.M wordt al twee albums lang ruimschoots niet meer gehaald.
Lambchop - This (Is What I Wanted to Tell You) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
The New Isn’t So You Anymore lijkt hierdoor nog meer te gaan over vervreemding van een persoon. Alsof Wagner zichzelf observeert door de ogen van iemand anders. Prostaatkanker heeft een aantal jaar geleden zijn leven op de kop gezet. Dat de behandeling hiervoor ook andere cellen aantast is feitelijk een juiste reactie, de vervlakking kan gesymboliseerd worden door een meer monotoon geluid. Deze intense gebeurtenis heeft waarschijnlijk zoveel impact gehad, dat hij hier totaal door is veranderd. Medicatie om het te bestrijden hebben een soortgelijk effect als drugs. De waarneming van de omgeving ondergaat hierdoor een verandering, waar weinig invloed op uit te oefenen is. Buiten dit feit bereikt hij de leeftijd van zestig, en misschien ervaart hij het als bewonderingswaardig dat hij dit gehaald heeft. Het blijft speculeren, zichzelf helemaal bloot geven doet de zanger hier niet. Genoeg beargumenteerd om het te beschouwen als een experimentele ontwikkeling, en met dit gegeven stap je er een heel stuk gemakkelijker in. Breekbaarheid komt nu intensiever binnen, en het is vooral de treurnis die hier in terug te horen is. Juist door de hedendaagse effecten komt zijn stem ouder en geleefder over. Het verlangen naar rust krijgt hierdoor meer een plek.
Doordat bijna elke track, en ook de titel eindigt met het woord you lijkt het ook een liefdesverklaring aan een beminde persoon. Elk klein stukje geluk moet worden omgezet tot iets grootst en tijdloos. De teksten blijven visueel en inlevend. Lambchop leert om op een andere manier naar de hedendaagse muzikale ontwikkeling van het geluid te kijken. Concluderend gezien een mooi gegeven, al neemt het niet de irritatie weg welke autotunes weten op te roepen. Er zijn betere methodes om gevoeligheid op de plaat vast te leggen. Overige instrumentatie is overwegend sfeer bepalend, en sober gehouden. Van mij mag hij in het vervolg weer meer de alternatieve country kant op. Zou hij dit live kaler ten gehore brengen, dan komt het een stuk intiemer over. Oprechtheid zou ook de bepalende factor kunnen zijn om dit juist niet te doen. Of wil hij gewoon niet zijn ziel geheel openbaar stellen. Jammer, want het niveau van Mr.M wordt al twee albums lang ruimschoots niet meer gehaald.
Lambchop - This (Is What I Wanted to Tell You) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Lana Del Rey - Born to Die (2012)
Alternatieve titel: Born to Die [The Paradise Edition]

4,0
2
geplaatst: 31 januari 2012, 19:54 uur
Het blijft een geweldige prestatie.
Totaal onopgemerkt blijven met een debuut.
Vervolgens muzikaal en qua uiterlijk een gehele make-over.
Aan de hand van een geweldige single heeft de hele wereld een oordeel over je.
Verdeeld over liefhebbers en haters.
Discussie over iets te volle fake lippen.
Terwijl er niemand moeilijk doet over een would be superster.
Die het podium bewandeld met lappen vlees bewerkt in een jurkje.
Telefoontjes verweven in een uitgetekende haardracht.
Navolging van de kindsterretjes van de Mickey Mouse Club.
Tien jaar eerder.
Lana Del Rey is geen grootse zangeres die trots is op haar overgewicht.
Geen junk die vroegtijdig aan haar eind komt.
Lana huppelt vanuit een Twin Peaks soundtrack net zo gemakkelijk een Friends sitcom binnen.
Pepsi en Coca Cola gaan hand in hand.
Product van de massamaatschappij de Verenigde Staten genaamd.
Ze duizelt me.
Op de een of andere manier is ze nergens onder te brengen.
Alsof je op een versleten autoradio op zoek bent naar een geschikte zender.
Overal klinkt goede muziek, waardoor het lastig is om een keuze te maken.
Met de eerste twee singles doet ze mij vooral aan Stevie Nicks denken.
Ook zij heeft iets afstotends en tevens aantrekkelijks in haar stem en uiterlijk.
Een lief buurmeisje dat in het weekend op stap gaat met foute oudere mannen.
Het mysterieuze blijft een aantrekkingskracht uitoefenen.
Maar ze flikt het wel.
Ondanks dat ik bang was verveeld te raken draai ik het album al verschillende dagen.
Al snel zing ik alle nummers mee.
Geen moeilijke plaat met diepe lagen.
Gewoon een blijvertje.
Prima voor op een koude wintermaand.
Tevens heerlijk om in de zomer mee naar het strand te rijden.
Lana Del Rey heeft haar American Dream waar gemaakt.
Totaal onopgemerkt blijven met een debuut.
Vervolgens muzikaal en qua uiterlijk een gehele make-over.
Aan de hand van een geweldige single heeft de hele wereld een oordeel over je.
Verdeeld over liefhebbers en haters.
Discussie over iets te volle fake lippen.
Terwijl er niemand moeilijk doet over een would be superster.
Die het podium bewandeld met lappen vlees bewerkt in een jurkje.
Telefoontjes verweven in een uitgetekende haardracht.
Navolging van de kindsterretjes van de Mickey Mouse Club.
Tien jaar eerder.
Lana Del Rey is geen grootse zangeres die trots is op haar overgewicht.
Geen junk die vroegtijdig aan haar eind komt.
Lana huppelt vanuit een Twin Peaks soundtrack net zo gemakkelijk een Friends sitcom binnen.
Pepsi en Coca Cola gaan hand in hand.
Product van de massamaatschappij de Verenigde Staten genaamd.
Ze duizelt me.
Op de een of andere manier is ze nergens onder te brengen.
Alsof je op een versleten autoradio op zoek bent naar een geschikte zender.
Overal klinkt goede muziek, waardoor het lastig is om een keuze te maken.
Met de eerste twee singles doet ze mij vooral aan Stevie Nicks denken.
Ook zij heeft iets afstotends en tevens aantrekkelijks in haar stem en uiterlijk.
Een lief buurmeisje dat in het weekend op stap gaat met foute oudere mannen.
Het mysterieuze blijft een aantrekkingskracht uitoefenen.
Maar ze flikt het wel.
Ondanks dat ik bang was verveeld te raken draai ik het album al verschillende dagen.
Al snel zing ik alle nummers mee.
Geen moeilijke plaat met diepe lagen.
Gewoon een blijvertje.
Prima voor op een koude wintermaand.
Tevens heerlijk om in de zomer mee naar het strand te rijden.
Lana Del Rey heeft haar American Dream waar gemaakt.
Lana Del Rey - Chemtrails over the Country Club (2021)

4,0
8
geplaatst: 23 maart 2021, 16:02 uur
Wie had verwacht dat dit schuchtere meisje zou uitgroeien tot een van de smaakmakers van de laatste jaren. Na een valse start gemaakt te hebben als Lizzy Grant scoorde ze geheel onverwachts een wereldhit met Video Games. Net iets meer dan een eendagsvlieg, getuige het succes met Born To Die, het titelstuk van haar tweede album. Ze leek doodsangsten uit te stralen. Niet geheel stem zuiver worstelde ze zich door de optredens heen. Haar datingsafspraken met bad guy Axl Rose werkten ook niet in het voordeel, maar ze bleek een blijvertje. Stabiel naast de grote spelers van het spel totdat ze anderhalf jaar geleden met Norman Fucking Rockwell! de een na de andere award binnen haalde. Was het allemaal zo anders dan het geluid op Honeymoon en Lust For Life? Integendeel, maar blijkbaar past ze juist nu perfect tussen al die andere succesvolle zangeressen.
Chemtrails over the Country Club is de zevende studioplaat van Lana Del Rey. Totaal in balans staat ze bijna onherkenbaar tussen haar vriendinnen op de albumhoes. One of the guys, maar dan de damesvariant. Ontspannen goedlachse vrouwen die kracht en zelfverzekerdheid uitstralen. Schijt aan het #Me Too vraagstuk. Door de Joni Mitchell song For Free te coveren is het duidelijk wat Lana Del Rey als volgende doel wil bereiken. In een adem genoemd worden met de toonaangevende singer-songwriters die het muziekklimaat voor altijd hebben veranderd, en eerlijk gezegd de lyrics van Joni Mitchell passen voortreffelijk tussen de overige teksten. De uitvoering van Lana Del Rey heeft het verleidelijke van een Tori Amos pianoballad, waarbij ze wordt bijgestaan door Zella Day en Weyes Blood. Het valt op dat dit instrument haar steeds meer ligt, wat ook blijkt uit die prachtige ochtendglorie opener White Dress.
Grote verwachtingen dus. Niet alleen voor de nieuwsgierige luisteraar, maar vooral ook voor haarzelf. Een onmogelijke opgave waarmee ze zichzelf wel erg waardig inschat. Zou haar verlegenheid dan toch een ingecalculeerd opgezet plan zijn om nu daadwerkelijk die uitgezette lijn van Norman Fucking Rockwell! te vervolgen. Logisch dus dat ze weer met Jack Antonoff aan de slag gaat die ondertussen bekend staat als de vrouwenproducer van dit moment. Op eenzame hoogte kijkt ze glimlachend toe hoe de wereld voor altijd al kruipend diva Lana Del Rey bemind en op een voetstuk plaatst. Met haar beeldige uitstraling lijkt dit gewoon een haalbaar streven, maar hoe komt Chemtrails over the Country Club nou eigenlijk daadwerkelijk over?
Het zal niet geheel toevallig zijn dat een van de nummers de titel Wild at Heart draagt. Het is overduidelijk dat ze ook nu weer een surrealistisch David Lynch film noir sfeertje wil oproepen. Vrijgevochten als het duo Thelma & Louise in een enkele persoon. De femme fatale die nog steeds voor de verkeerde mannen valt en hier de nodige inspiratie uit put. Ze leeft in die romantische zwartwit wereld van James Dean en Marilyn Monroe. Decadente idolen die noodlottig aan een einde komen met het karakteriserende Hollywood Sign als enige betrouwbare vriend. Op commercieel gebied sluit het aan op True Blue van Madonna, die op deze plaat voor de eerste keer die status als tieneridool lijkt te ontvluchten om de serieuze kant van zichzelf te etaleren. Die drang naar het jaren vijftig sterrendom waarbij de verwijzingen zichtbaar zijn in het imago, teksten, songtitels en videoclips.
Dat de jaren van roem opbreken blijkt wel uit het verlangen naar het leven van een hardwerkend serveerster wat ze zichzelf inbeeldt op White Dress. Jong en aantrekkelijk, de klanten verleidend. Hunkerend naar een stabiele doodnormale gezinssituatie. Ergens blijft ze dat jonge naïeve meisje die tot de conclusie komt dat ze het ultieme geluk nog steeds niet gevonden heeft. Liefdesverdriet, De Amerikaanse Droom, met hier en daar een verwijzing naar de Bijbel. Nog steeds overheerst die melancholische inslag, desperate wanhoop, de onvrede en het verdriet. De Lana Del Rey popfolk komt ondertussen over als een uitgekauwde formule, maar het het zijn daadwerkelijk de trieste emoties waarmee ze nog steeds worstelt. De instrumentatie houdt ze steeds intiem en klein, omdat ze het verbaal voortreffelijk aankan. Subtiele voorbij marcherende drums luiden het titelstuk Chemtrails over the Country Club uit. Laag gestemd kampvuurgitaarspel en soulvolle elektrische akkoorden geven tegengas aan die verbale hoge uithalen bij Not All Who Wander Are Lost.
Chemtrails over the Country Club is een verdomd goede popplaat. Net wat romantischer weer als eerder werk en Lana Del Rey gaat inderdaad op elke aansluitende plaat beter zingen. Die kwetsbaarheid die haar in het begin van haar carrière zo uniek maakte is verdwenen. Deze kunststof marketingtruc is ondertussen allang uitgewerkt, waardoor ze het volledig op eigen kracht moet doen. Ze flikt het gewoon, en daarom hou ik zo veel van Lana Del Rey. Vergeet niet dat die druk zo enorm zwaar weegt, want er is een gigantisch verschil tussen een doordacht plan in je hoofd hebben en deze tot uitvoering brengen. Nergens betrap je haar meer op een misstap, het zijn allemaal liedjes om verliefd op te worden.
Lana Del Rey - Chemtrails over the Country Club | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Chemtrails over the Country Club is de zevende studioplaat van Lana Del Rey. Totaal in balans staat ze bijna onherkenbaar tussen haar vriendinnen op de albumhoes. One of the guys, maar dan de damesvariant. Ontspannen goedlachse vrouwen die kracht en zelfverzekerdheid uitstralen. Schijt aan het #Me Too vraagstuk. Door de Joni Mitchell song For Free te coveren is het duidelijk wat Lana Del Rey als volgende doel wil bereiken. In een adem genoemd worden met de toonaangevende singer-songwriters die het muziekklimaat voor altijd hebben veranderd, en eerlijk gezegd de lyrics van Joni Mitchell passen voortreffelijk tussen de overige teksten. De uitvoering van Lana Del Rey heeft het verleidelijke van een Tori Amos pianoballad, waarbij ze wordt bijgestaan door Zella Day en Weyes Blood. Het valt op dat dit instrument haar steeds meer ligt, wat ook blijkt uit die prachtige ochtendglorie opener White Dress.
Grote verwachtingen dus. Niet alleen voor de nieuwsgierige luisteraar, maar vooral ook voor haarzelf. Een onmogelijke opgave waarmee ze zichzelf wel erg waardig inschat. Zou haar verlegenheid dan toch een ingecalculeerd opgezet plan zijn om nu daadwerkelijk die uitgezette lijn van Norman Fucking Rockwell! te vervolgen. Logisch dus dat ze weer met Jack Antonoff aan de slag gaat die ondertussen bekend staat als de vrouwenproducer van dit moment. Op eenzame hoogte kijkt ze glimlachend toe hoe de wereld voor altijd al kruipend diva Lana Del Rey bemind en op een voetstuk plaatst. Met haar beeldige uitstraling lijkt dit gewoon een haalbaar streven, maar hoe komt Chemtrails over the Country Club nou eigenlijk daadwerkelijk over?
Het zal niet geheel toevallig zijn dat een van de nummers de titel Wild at Heart draagt. Het is overduidelijk dat ze ook nu weer een surrealistisch David Lynch film noir sfeertje wil oproepen. Vrijgevochten als het duo Thelma & Louise in een enkele persoon. De femme fatale die nog steeds voor de verkeerde mannen valt en hier de nodige inspiratie uit put. Ze leeft in die romantische zwartwit wereld van James Dean en Marilyn Monroe. Decadente idolen die noodlottig aan een einde komen met het karakteriserende Hollywood Sign als enige betrouwbare vriend. Op commercieel gebied sluit het aan op True Blue van Madonna, die op deze plaat voor de eerste keer die status als tieneridool lijkt te ontvluchten om de serieuze kant van zichzelf te etaleren. Die drang naar het jaren vijftig sterrendom waarbij de verwijzingen zichtbaar zijn in het imago, teksten, songtitels en videoclips.
Dat de jaren van roem opbreken blijkt wel uit het verlangen naar het leven van een hardwerkend serveerster wat ze zichzelf inbeeldt op White Dress. Jong en aantrekkelijk, de klanten verleidend. Hunkerend naar een stabiele doodnormale gezinssituatie. Ergens blijft ze dat jonge naïeve meisje die tot de conclusie komt dat ze het ultieme geluk nog steeds niet gevonden heeft. Liefdesverdriet, De Amerikaanse Droom, met hier en daar een verwijzing naar de Bijbel. Nog steeds overheerst die melancholische inslag, desperate wanhoop, de onvrede en het verdriet. De Lana Del Rey popfolk komt ondertussen over als een uitgekauwde formule, maar het het zijn daadwerkelijk de trieste emoties waarmee ze nog steeds worstelt. De instrumentatie houdt ze steeds intiem en klein, omdat ze het verbaal voortreffelijk aankan. Subtiele voorbij marcherende drums luiden het titelstuk Chemtrails over the Country Club uit. Laag gestemd kampvuurgitaarspel en soulvolle elektrische akkoorden geven tegengas aan die verbale hoge uithalen bij Not All Who Wander Are Lost.
Chemtrails over the Country Club is een verdomd goede popplaat. Net wat romantischer weer als eerder werk en Lana Del Rey gaat inderdaad op elke aansluitende plaat beter zingen. Die kwetsbaarheid die haar in het begin van haar carrière zo uniek maakte is verdwenen. Deze kunststof marketingtruc is ondertussen allang uitgewerkt, waardoor ze het volledig op eigen kracht moet doen. Ze flikt het gewoon, en daarom hou ik zo veel van Lana Del Rey. Vergeet niet dat die druk zo enorm zwaar weegt, want er is een gigantisch verschil tussen een doordacht plan in je hoofd hebben en deze tot uitvoering brengen. Nergens betrap je haar meer op een misstap, het zijn allemaal liedjes om verliefd op te worden.
Lana Del Rey - Chemtrails over the Country Club | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Lana Del Rey - Did you know that there's a tunnel under Ocean Blvd (2023)

4,0
6
geplaatst: 11 december 2023, 16:51 uur
Is het een noodzaak om in zoveel mogelijk uitdagende pin-up houdingen te poseren? Moet je aan dat ideaalbeeld van de mannelijke luisteraar voldoen? Did you know that there’s a tunnel under Ocean Blvd komt in verschillende vintage uitvoeringen op de markt. Internet bedekt de zichtbare borst met een verhullende sticker. Lana Del Rey zorgt er in ieder geval voor dat er weer genoeg over haar gesproken wordt. Maar heeft de zangeres dit wel nodig, de muziek spreekt toch voor zichzelf? Na haar Norman Fucking Rockwell! meesterwerk neemt haar onzekerheid niet af. Nog steeds gaat ze gebukt onder haar succes en laat fans te lang voor optredens wachten. Het is een veldslag welke ze telkens opnieuw moet overwinnen, maar als ze dan eindelijk op het podium staat, dan staat ze er ook echt. Niet dat ze zo’n geweldige zangeres is, ze buit haar breekbare vrouwelijkheid volledig uit, daar ligt haar kracht.
De TikTok generatie omarmt haar, zingt alle nummers luidkeels mee, overstemt de nerveuse zangeres die het allemaal maar laat gebeuren. Lana Del Rey, de bewuste selfmade antiheld graaft nog dieper in het verleden. Het vintage The Grants slaat de eerste bladzijde van haar familie fotoalbum open. Lana Del Rey, geboren als Elizabeth Woolridge Grant, verlangt naar die onbezorgde vroegere periode. Het moment voordat ze in Fingertips dat laatste stukje aan tastbaar houvast verliest en de dood herinneringen laat verstenen. De keerzijde van haar vrijgevochten succes. Lana Del Rey is nog steeds een naar liefde hunkerende Grease karakter, Hopelessly Devoted to You. Het onzichtbare muurbloempje op het high school eindejaarsfeest, mijmerend over de onbereikbare koningin van het bal status. Lana Del Rey, het Stephen King Carrie romanfiguur, een Assepoester waarbij dromen om middernacht uiteen spatten. De ongelukkige melancholische tragiek van een volwassen tienermeisje.
Och, ik val ook als een blok voor die vertederende ontroerende vrouwelijke dramatiek in haar stem. In gedachte bewandel ik met haar de ondergrondse geheimen van het verhalende Ocean Blvd. Ze betoverd me, neemt me aan haar hand mee in een romantisch satijnzacht avontuur. Ik volg elke stap, voel elke ademhaling. Verlangen we in deze haastige wereld niet allemaal naar die onbezorgde jaren vijftig rust terug. Disney musical sprookjes van een verdwaalde Alice in Wonderland die via het evenbeeld in haar spiegel het bedrieglijke gemanipuleerde Wizard of Oz landschap betreedt. In de overwinnende Thelma & Louise fantasiewereld die ze met rapper Tommy Genesis in Peppers schept is alles mogelijk. Een vrijgevochten sterrenbestaan met het stoere Laura Croft personage van Angelina Jolie als het grote voorbeeld. Taco Truck x VB is het vervolg op Venice Bitch en maakt gretig dankbaar gebruik van die samplers. In principe is het allemaal te herleiden tot de uitzichtloze scheve relationele man-vrouw verhouding van Video Games. Na al die jaren draait Lana Del Rey nog steeds datzelfde rondje in deze vicieuze cirkel.
De soundtrack van een onbeschreven filmscript met Paris, Texas als beeldend voorbeeld, waar Jon Batiste, Father John Misty en de van Bleachers bekende Jack Antonoff en Brian Fennell aka SYML voor liefdevolle aanvullingen zorgen. Doordachte kansberekeningen waarbij ze in Father John Misty haar meerdere erkent en het toelaat dat hij als zelfverzekerde huurkracht het seventies georkestreerde Let the Light In draagt. Hoe mooi kan een tweede stem een track inkleuren. Jack Antonoff benut alle vrijheid om in Margaret de liefde voor zijn vrouw te etaleren. Eeuwige oude vrijster Lana Del Rey gunt anderen het huwelijksgeluk, de trieste keerzijde van het alsmaar aan verplichtingen voldoen. Lana Del Rey blijft zoekende, zoekende naar haar definitieve stijl, zoekende naar haar gelukzalige identiteit, zoekende naar het moment waarin dit alles samenvalt. En wij speuren op gepaste afstand met haar mee.
De omlijsting is sober intiem en laat genoeg aan de verbeeldingskracht over. Het avond kerende sensueel hijgende A&W hoogtepunt bezoekt voorzichtig het inspirerende filmische triphop spanningsveld op en meet zich qua instrumentatie met het betere Björk werk. Uptempo popliedjes, mislukte relatieliedjes, zoete liefdesliedjes maar ook het theatrale tot de verbeelding sprekende Judah Smith Interlude, waar Lana Del Rey de visie van de geharde prediker op het anti-abortus gebied en anti-LGBTQIA+ beleid hoorbaar weglacht. Did you know that there’s a tunnel under Ocean Blvd is de gedetailleerde verfijning van het eerder afgeleverde werk.
Lana Del Rey - Did you know that there's a tunnel under Ocean Blvd | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
De TikTok generatie omarmt haar, zingt alle nummers luidkeels mee, overstemt de nerveuse zangeres die het allemaal maar laat gebeuren. Lana Del Rey, de bewuste selfmade antiheld graaft nog dieper in het verleden. Het vintage The Grants slaat de eerste bladzijde van haar familie fotoalbum open. Lana Del Rey, geboren als Elizabeth Woolridge Grant, verlangt naar die onbezorgde vroegere periode. Het moment voordat ze in Fingertips dat laatste stukje aan tastbaar houvast verliest en de dood herinneringen laat verstenen. De keerzijde van haar vrijgevochten succes. Lana Del Rey is nog steeds een naar liefde hunkerende Grease karakter, Hopelessly Devoted to You. Het onzichtbare muurbloempje op het high school eindejaarsfeest, mijmerend over de onbereikbare koningin van het bal status. Lana Del Rey, het Stephen King Carrie romanfiguur, een Assepoester waarbij dromen om middernacht uiteen spatten. De ongelukkige melancholische tragiek van een volwassen tienermeisje.
Och, ik val ook als een blok voor die vertederende ontroerende vrouwelijke dramatiek in haar stem. In gedachte bewandel ik met haar de ondergrondse geheimen van het verhalende Ocean Blvd. Ze betoverd me, neemt me aan haar hand mee in een romantisch satijnzacht avontuur. Ik volg elke stap, voel elke ademhaling. Verlangen we in deze haastige wereld niet allemaal naar die onbezorgde jaren vijftig rust terug. Disney musical sprookjes van een verdwaalde Alice in Wonderland die via het evenbeeld in haar spiegel het bedrieglijke gemanipuleerde Wizard of Oz landschap betreedt. In de overwinnende Thelma & Louise fantasiewereld die ze met rapper Tommy Genesis in Peppers schept is alles mogelijk. Een vrijgevochten sterrenbestaan met het stoere Laura Croft personage van Angelina Jolie als het grote voorbeeld. Taco Truck x VB is het vervolg op Venice Bitch en maakt gretig dankbaar gebruik van die samplers. In principe is het allemaal te herleiden tot de uitzichtloze scheve relationele man-vrouw verhouding van Video Games. Na al die jaren draait Lana Del Rey nog steeds datzelfde rondje in deze vicieuze cirkel.
De soundtrack van een onbeschreven filmscript met Paris, Texas als beeldend voorbeeld, waar Jon Batiste, Father John Misty en de van Bleachers bekende Jack Antonoff en Brian Fennell aka SYML voor liefdevolle aanvullingen zorgen. Doordachte kansberekeningen waarbij ze in Father John Misty haar meerdere erkent en het toelaat dat hij als zelfverzekerde huurkracht het seventies georkestreerde Let the Light In draagt. Hoe mooi kan een tweede stem een track inkleuren. Jack Antonoff benut alle vrijheid om in Margaret de liefde voor zijn vrouw te etaleren. Eeuwige oude vrijster Lana Del Rey gunt anderen het huwelijksgeluk, de trieste keerzijde van het alsmaar aan verplichtingen voldoen. Lana Del Rey blijft zoekende, zoekende naar haar definitieve stijl, zoekende naar haar gelukzalige identiteit, zoekende naar het moment waarin dit alles samenvalt. En wij speuren op gepaste afstand met haar mee.
De omlijsting is sober intiem en laat genoeg aan de verbeeldingskracht over. Het avond kerende sensueel hijgende A&W hoogtepunt bezoekt voorzichtig het inspirerende filmische triphop spanningsveld op en meet zich qua instrumentatie met het betere Björk werk. Uptempo popliedjes, mislukte relatieliedjes, zoete liefdesliedjes maar ook het theatrale tot de verbeelding sprekende Judah Smith Interlude, waar Lana Del Rey de visie van de geharde prediker op het anti-abortus gebied en anti-LGBTQIA+ beleid hoorbaar weglacht. Did you know that there’s a tunnel under Ocean Blvd is de gedetailleerde verfijning van het eerder afgeleverde werk.
Lana Del Rey - Did you know that there's a tunnel under Ocean Blvd | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Lana Del Rey - Ultraviolence (2014)

3,0
1
geplaatst: 16 juni 2014, 17:54 uur
Wat begint dit album mooi.
Lana Del Rey is een blijvertje, mooi de Oosterse invloeden bij Cruel World.
Een beetje in de stijl van Siouxsie & the Banshees.
Misschien is ze zelfs enigszins te vergelijken met een Hope Sandoval.
Niet de meest zuivere zangstem, maar wel een sensualiteit, waarmee ze iedereen inpakt.
Ultraviolence ligt erg in dezelfde lijn als Videogames, Born to Die en Bluejeans, duidelijk een single keuze.
Al staat deze helaas wel in de schaduw van die andere drie.
Shades of Cool heeft het jaren 60 sfeertje.
Eigenlijk vind ik deze zwak openen, zou geschikt zijn voor de James Bond film On Her Majesty’s Secret Service met George Lazenby; die kent niemand meer, en hiermee bewijst Lana dat ze toch wel in de schaduw van Adele staat qua zang. De mooie gitaaruitbarsting maakt het nummer wel af, want die is prachtig.
Brooklyn Baby heeft echter weer iets eigens, en weer valt het mij op dat het muzikaal weer allemaal dik in orde is.
Madonna moet het over het algemeen ook van de productie en uitstraling hebben, en ondanks dat Lana een mooie verschijning is, mist ze toch de commerciële uitbuiting van Madonna.
Soms heb ik ook teveel het idee dat ik naar een album van een Chinees zangeresje aan het luisteren in restaurant Hong Kong.
In West Coast klinkt ze een beetje als Tori Amos en Kate Bush, op een andere manier sensueel als op het debuut.
Daar was het onschuldig sensueel, hier volwassen sensueel.
Tot nu toe het enige nummer dat er positief van het begin tot einde uitspringt.
Want hier zingt ze gewoon erg goed.
Gelukkig kakt het vervolgens niet in bij Sad Girl, en het valt mij ook op dat de R&B uitstapjes van het vorige album hier niet aanwezig zijn, of ze moeten nog komen.
Waarschijnlijk een stuk minder gevarieerd, maar wel meer vast houdend aan een stijl.
Pretty When You Cry is absoluut niet helemaal zuiver, bijna op een huilerige manier gezongen.
Niet echt prettig om Lana Del Rey op zo’n manier te horen zingen.
Prima dat ze het leuk vind om haar vriendje te zien huilen, maar ik wil het bij haar niet huilen.
Het tweede hoogtepunt na West Coast is Money, Power, Glory, weer een beetje Tori Amos in haar stem, en weer die volwassen wording in het geluid.
Die uithaal op het einde verknalt het echter; jammer.
Fucked My Way Up to the Top zoekt weer aansluiting bij de singles van het vorige album, maar doordat haar stem in een soort van galm verdwijnt, wordt het er niet helemaal beter op.
Blue Velvet van de H & M reclame en het tussendoortje Ride zijn allebei beter dan alles wat op dit album is beland.
Bij Old Money lijkt het begin een beetje op de coverversie van Strange Fruit van Billie Holiday, maar dan in de uitvoering van Siouxsie Sioux, al is die wel stukken beter Siouxsie and the Banshees - Strange Fruit - YouTube.
The Other Woman is gewoon saai, er gebeurd echt helemaal niks in dat nummer, zo klinkt ze dus in een kale zetting.
Nee, Amercican Recordings in de stijl van Johnny Cash zijn niet voor haar weg gelegd; de zang is hoe wrang het ook klinkt, niet om aan te horen.
Ik heb hier beelden bij van een Idols auditie met een Sharon Osbourne, die niet bij komt van het lachen. The X Factor - Sharon can't stop laughing. - YouTube
Het bonusnummer Black Beauty behoort samen met West Coast tot de twee beste songs, raar dat dit niet het gewone album heeft gehaald.
Born To Die had dat ook met de Paradise toevoeging; ook daar stonden betere liedjes op dan meer dan de helft van het studioalbum.
Ook Guns and Roses is helemaal niet slecht, wel minder dan Black Beauty, maar toch een van de betere nummers.
Zal wel over haar kortstondige relatie gaan over Axl Rose, die waarschijnlijk ook maar 4 minuut 30 stand hield.
Het lijkt wel bijna dat we hier te maken hebben met een EP, maar dan met 11 bonusnummers, want ook een Florida Kilos is van prima niveau.
Ze kan het dus wel degelijk.
Flipside heeft een spannend intro, welke gelijk mijn aandacht trekt, en ook deze behoort tot de hoogtepunten.
Dreampop ligt haar in ieder geval prima.
Bij het vorige album was ik een stuk enthousiaster, en viel ik als een blok voor de charmes van deze diva, nu klinkt ze helaas te vaak als het buurmeisje die met een haarborstel in de hand voor de spiegel aan het oefenen is, en waarvan voornamelijk haar ouders vinden dat ze mee kan doen aan The Voice.
De hoofdrol is op Ultraviolence toch echt weg gelegd voor de muzikanten die het geheel aardig proberen te redden.
Dit album zou ik hooguit voor een paar Euro uit een aanbiedingsbak vissen, maar er dan wel duidelijk op letten of de bonustracks zijn toegevoegd.
Lana Del Rey is een blijvertje, mooi de Oosterse invloeden bij Cruel World.
Een beetje in de stijl van Siouxsie & the Banshees.
Misschien is ze zelfs enigszins te vergelijken met een Hope Sandoval.
Niet de meest zuivere zangstem, maar wel een sensualiteit, waarmee ze iedereen inpakt.
Ultraviolence ligt erg in dezelfde lijn als Videogames, Born to Die en Bluejeans, duidelijk een single keuze.
Al staat deze helaas wel in de schaduw van die andere drie.
Shades of Cool heeft het jaren 60 sfeertje.
Eigenlijk vind ik deze zwak openen, zou geschikt zijn voor de James Bond film On Her Majesty’s Secret Service met George Lazenby; die kent niemand meer, en hiermee bewijst Lana dat ze toch wel in de schaduw van Adele staat qua zang. De mooie gitaaruitbarsting maakt het nummer wel af, want die is prachtig.
Brooklyn Baby heeft echter weer iets eigens, en weer valt het mij op dat het muzikaal weer allemaal dik in orde is.
Madonna moet het over het algemeen ook van de productie en uitstraling hebben, en ondanks dat Lana een mooie verschijning is, mist ze toch de commerciële uitbuiting van Madonna.
Soms heb ik ook teveel het idee dat ik naar een album van een Chinees zangeresje aan het luisteren in restaurant Hong Kong.
In West Coast klinkt ze een beetje als Tori Amos en Kate Bush, op een andere manier sensueel als op het debuut.
Daar was het onschuldig sensueel, hier volwassen sensueel.
Tot nu toe het enige nummer dat er positief van het begin tot einde uitspringt.
Want hier zingt ze gewoon erg goed.
Gelukkig kakt het vervolgens niet in bij Sad Girl, en het valt mij ook op dat de R&B uitstapjes van het vorige album hier niet aanwezig zijn, of ze moeten nog komen.
Waarschijnlijk een stuk minder gevarieerd, maar wel meer vast houdend aan een stijl.
Pretty When You Cry is absoluut niet helemaal zuiver, bijna op een huilerige manier gezongen.
Niet echt prettig om Lana Del Rey op zo’n manier te horen zingen.
Prima dat ze het leuk vind om haar vriendje te zien huilen, maar ik wil het bij haar niet huilen.
Het tweede hoogtepunt na West Coast is Money, Power, Glory, weer een beetje Tori Amos in haar stem, en weer die volwassen wording in het geluid.
Die uithaal op het einde verknalt het echter; jammer.
Fucked My Way Up to the Top zoekt weer aansluiting bij de singles van het vorige album, maar doordat haar stem in een soort van galm verdwijnt, wordt het er niet helemaal beter op.
Blue Velvet van de H & M reclame en het tussendoortje Ride zijn allebei beter dan alles wat op dit album is beland.
Bij Old Money lijkt het begin een beetje op de coverversie van Strange Fruit van Billie Holiday, maar dan in de uitvoering van Siouxsie Sioux, al is die wel stukken beter Siouxsie and the Banshees - Strange Fruit - YouTube.
The Other Woman is gewoon saai, er gebeurd echt helemaal niks in dat nummer, zo klinkt ze dus in een kale zetting.
Nee, Amercican Recordings in de stijl van Johnny Cash zijn niet voor haar weg gelegd; de zang is hoe wrang het ook klinkt, niet om aan te horen.
Ik heb hier beelden bij van een Idols auditie met een Sharon Osbourne, die niet bij komt van het lachen. The X Factor - Sharon can't stop laughing. - YouTube
Het bonusnummer Black Beauty behoort samen met West Coast tot de twee beste songs, raar dat dit niet het gewone album heeft gehaald.
Born To Die had dat ook met de Paradise toevoeging; ook daar stonden betere liedjes op dan meer dan de helft van het studioalbum.
Ook Guns and Roses is helemaal niet slecht, wel minder dan Black Beauty, maar toch een van de betere nummers.
Zal wel over haar kortstondige relatie gaan over Axl Rose, die waarschijnlijk ook maar 4 minuut 30 stand hield.
Het lijkt wel bijna dat we hier te maken hebben met een EP, maar dan met 11 bonusnummers, want ook een Florida Kilos is van prima niveau.
Ze kan het dus wel degelijk.
Flipside heeft een spannend intro, welke gelijk mijn aandacht trekt, en ook deze behoort tot de hoogtepunten.
Dreampop ligt haar in ieder geval prima.
Bij het vorige album was ik een stuk enthousiaster, en viel ik als een blok voor de charmes van deze diva, nu klinkt ze helaas te vaak als het buurmeisje die met een haarborstel in de hand voor de spiegel aan het oefenen is, en waarvan voornamelijk haar ouders vinden dat ze mee kan doen aan The Voice.
De hoofdrol is op Ultraviolence toch echt weg gelegd voor de muzikanten die het geheel aardig proberen te redden.
Dit album zou ik hooguit voor een paar Euro uit een aanbiedingsbak vissen, maar er dan wel duidelijk op letten of de bonustracks zijn toegevoegd.
Lankum - False Lankum (2023)

5,0
4
geplaatst: 21 maart 2023, 15:01 uur
De oorsprong van de traditionele The Wild Rover folksong is een vaag schemerig gebied. Zo eisen, de Britten, Schotten, Ieren en zelfs de Noord-Amerikaanse gemeenschap deze klassieker op. Ondanks dat The Wild Rover onderhand doodgeknuffeld is, herdefinieert het uit Dublin afkomstige Lankum de traditional volgens hun eigen maatstaven. In een alles wegvagende rondzwervende versie opent deze hun derde The Livelong Day studioalbum, tenminste als je het onder de Lynched naam uitgebrachte Cold Old Fire meetelt. Gedurfd om de luisteraar al direct met ruim 10 minuten aan vernietigend dronegeweld te hersenspoelen. En ondanks dat er vervolgens nog drie kwartier aan een zevental prachtige muziekstukken volgen, blijft die openende oerknal maar doordenderen. Prachtig, indrukwekkend, beangstigend, spookachtig, kortom een nooit eerder ervaren ervaring, uniek binnen de folk gemeenschap, uniek zelfs op muzikaal gebied. Alhoewel dat muziekminnend Nederland met The Livelong Day wegloopt, vullen ze op indrukwekkende wijze de kleine clubzaal in het Nijmeegse Merleyn. Amper 200 bezoekers zijn getuige van die gedragen verstillende intimiteit, en beleven daar een memorabele avond.
Vanwege de pandemie gaat het gewone leven tussen de Ierse gemeenschap vervolgens sober door. Zangeres Radie Peat kiest voor het moederschap en bevalt in 2022 van Rúna. De corona stilte biedt haar alle mogelijkheden en rust om van dit prille wonder te genieten. Op False Lankum klinkt ze warmer, moederlijker en zachter dan op de eerdere albums, al neemt de grimmigheid nog steeds een groot aandeel in beslag. Eind januari verschijnt daarvan de eerste single Go Dig My Grave. En ondanks dat ik de False Lankum plaat vervolgens al rond diezelfde periode gehoord heb, kost het mij veel moeite om het enthousiasme te bedwingen, maar wat een wereldplaat is dit toch. Nu deze eind deze week in de winkel ligt, mag ik dat genot eindelijk delen. Vreemd eigenlijk dat je een album al voor de releasedatum kan dromen. Vanwege het dansbare, verstikkende treurrouwende karakter voelt False Lankum met regelmaat als een orthodoxe Ierse Día de Muertos interpretatie aan. Herdenk de doden, vier de sterfelijkheid, haal het uit de taboesfeer en maak er feestje van. De albumtitel is net als de Lankum bandnaam van een kindermoordenaar afgeleid, welke ook al bij de Between The Earth And The Sky review aangehaald wordt.
Lankum flikt hetzelfde kunstje weer en opent dus met het al eerder vrijgegeven magistrale Go Dig My Grave gothic folk opus. Ruim 8 minuten vanuit het niks tot een episch verwoestend einde opbouwen, en daaronder ook nog eens met een prachtige indrukwekkende rouwende videoclip dit verzilverende moment vastleggen. Er zit geen spatje vrolijkheid in deze dieptrieste vertelling verborgen. Als loeizware alarmerende sirenes dwalen de verloren zielen van overleden dierbaren rond. Een gitzwarte song over een wanhopige vader die thuiskomt, en zijn suïcidale dochter levenloos hangend aan een touw aantreft. Confronterend, hard, zwartduister. Het door Jean Ritchie bewerkte Go Dig My Grave is een Song for the Dead, met Radie Peat in de slachtofferrol, berustend van haar kwellende demonen verlost. Als je eenmaal die donkere Wuthering Heights wereld van Lankum binnenstapt, is er geen weg meer terug. In de ingetogen vredigheid van het 17-eeuwse Newcastle speelt onvrede binnen de familiebanden een grote bepalende rol. Het generatieconflict verzet van een jongere jeugdigheid die het conservatisme van de oudere garde tracht te doorbreken. De deprimerende mineurstemming van een niet geaccepteerde relatie. De traditionele song welke juist het traditionele denken bestrijdt. Het verplaatsen in de visie van Lankum die juist zo treffend oud en nieuw als een sterke onbreekbare ketting invlecht.
Radie Peat, ik kan haar naam niet vaak genoeg noemen, is op dit moment toch wel de mooiste stem in dit genre, treedt in de voetsporen van de helaas vorig jaar overleden Mimi Parker van Low. Haar nalatenschap verweeft zich prachtig in de Gordon Bok Clear Away in the Morning compositie. Je voelt haar adem, de berustende goedkeurende aanraking op de schouder. Ook hier staat het eeuwige afscheid centraal, een laatste vaarwelgroet. Huilende melancholische spookengelen, en de instrumentatie die op gepaste afstand bijna starend gedempt die stilte een plek geven. Bijzonder dat Radie Peat niet overal de leadzang verzorgd, en zich op de krachtige The New York Trader spookschip legende bewerking van Luke Cheevers afzijdig opstelt, welke om een mannelijke verhalen vertellende minstreel vraagt, en ook in de imponerende maandagochtend On a Monday Morning depressie van singer-songwriter Jim Kelly bijna onzichtbaar in de schaduw verdwijnt is het Ian Lynch die zijn draagvlak aangenaam verkent. Zo eigent Cormac Mac Diarmada zich de familiare diep diep trieste Lord Abore and Mary Flynn murder ballad somberheid toe. De huiveringwekkende doodsklokken intermezzo’s tussen de albumtracks kondigen passend het apocalyptische onheil aan, en bereiden je op de dreigende droefenis voor. Het instrumentale Master Crowley’s heeft het bezwerende rituele van het vroegere 16 Horsepower werk, al blijven ze in alles zo dicht mogelijk bij hun eigen Ierse stepdance roots.
Ondanks dat het merendeel covers zijn, is Netta Perseus weldegelijk door Darragh Lynch geschreven. Bijzonder omdat je juist hierbij zo geneigd bent om de song aan het vroegere Leonard Cohen werk te linken. Dezelfde mannelijke zachtheid, dezelfde intimiteit, dezelfde soberheid, dezelfde zwaarte, grimmigheid, beeldende, kortom een ware traditional in spe, waarmee Lankum bewijst dat ze zelf ook in staat zijn om memorabele klassiekers te componeren. De tragische stervende drums kondigen een verbreking met het traditionele geluid aan, waarna een welvelwind aan huilende instrumentatie het spokende verval aankondigt. Ook het epische mijlenlange symfonisch rockende The Turn welke False Lankum beëindigt, is van zijn hand. Bijzonder, dat je hier juist het gevoel krijgt dat Swans voorman Michael Gira hier over de schouders goedkeurend meekijkt. Deze geweldenaar heeft tevens een voorliefde voor de folk, al sluiten de vernietigende The Turn drones weer meer bij zijn My Father Will Guide Me Up a Rope to the Sky periode aan. Het getuigt nogmaals dat Lankum in alles de Ierse folk overstijgt, en zeker niet wereldvreemd tegen andere externe invloeden aankijkt.
Lankum - False Lankum | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Vanwege de pandemie gaat het gewone leven tussen de Ierse gemeenschap vervolgens sober door. Zangeres Radie Peat kiest voor het moederschap en bevalt in 2022 van Rúna. De corona stilte biedt haar alle mogelijkheden en rust om van dit prille wonder te genieten. Op False Lankum klinkt ze warmer, moederlijker en zachter dan op de eerdere albums, al neemt de grimmigheid nog steeds een groot aandeel in beslag. Eind januari verschijnt daarvan de eerste single Go Dig My Grave. En ondanks dat ik de False Lankum plaat vervolgens al rond diezelfde periode gehoord heb, kost het mij veel moeite om het enthousiasme te bedwingen, maar wat een wereldplaat is dit toch. Nu deze eind deze week in de winkel ligt, mag ik dat genot eindelijk delen. Vreemd eigenlijk dat je een album al voor de releasedatum kan dromen. Vanwege het dansbare, verstikkende treurrouwende karakter voelt False Lankum met regelmaat als een orthodoxe Ierse Día de Muertos interpretatie aan. Herdenk de doden, vier de sterfelijkheid, haal het uit de taboesfeer en maak er feestje van. De albumtitel is net als de Lankum bandnaam van een kindermoordenaar afgeleid, welke ook al bij de Between The Earth And The Sky review aangehaald wordt.
Lankum flikt hetzelfde kunstje weer en opent dus met het al eerder vrijgegeven magistrale Go Dig My Grave gothic folk opus. Ruim 8 minuten vanuit het niks tot een episch verwoestend einde opbouwen, en daaronder ook nog eens met een prachtige indrukwekkende rouwende videoclip dit verzilverende moment vastleggen. Er zit geen spatje vrolijkheid in deze dieptrieste vertelling verborgen. Als loeizware alarmerende sirenes dwalen de verloren zielen van overleden dierbaren rond. Een gitzwarte song over een wanhopige vader die thuiskomt, en zijn suïcidale dochter levenloos hangend aan een touw aantreft. Confronterend, hard, zwartduister. Het door Jean Ritchie bewerkte Go Dig My Grave is een Song for the Dead, met Radie Peat in de slachtofferrol, berustend van haar kwellende demonen verlost. Als je eenmaal die donkere Wuthering Heights wereld van Lankum binnenstapt, is er geen weg meer terug. In de ingetogen vredigheid van het 17-eeuwse Newcastle speelt onvrede binnen de familiebanden een grote bepalende rol. Het generatieconflict verzet van een jongere jeugdigheid die het conservatisme van de oudere garde tracht te doorbreken. De deprimerende mineurstemming van een niet geaccepteerde relatie. De traditionele song welke juist het traditionele denken bestrijdt. Het verplaatsen in de visie van Lankum die juist zo treffend oud en nieuw als een sterke onbreekbare ketting invlecht.
Radie Peat, ik kan haar naam niet vaak genoeg noemen, is op dit moment toch wel de mooiste stem in dit genre, treedt in de voetsporen van de helaas vorig jaar overleden Mimi Parker van Low. Haar nalatenschap verweeft zich prachtig in de Gordon Bok Clear Away in the Morning compositie. Je voelt haar adem, de berustende goedkeurende aanraking op de schouder. Ook hier staat het eeuwige afscheid centraal, een laatste vaarwelgroet. Huilende melancholische spookengelen, en de instrumentatie die op gepaste afstand bijna starend gedempt die stilte een plek geven. Bijzonder dat Radie Peat niet overal de leadzang verzorgd, en zich op de krachtige The New York Trader spookschip legende bewerking van Luke Cheevers afzijdig opstelt, welke om een mannelijke verhalen vertellende minstreel vraagt, en ook in de imponerende maandagochtend On a Monday Morning depressie van singer-songwriter Jim Kelly bijna onzichtbaar in de schaduw verdwijnt is het Ian Lynch die zijn draagvlak aangenaam verkent. Zo eigent Cormac Mac Diarmada zich de familiare diep diep trieste Lord Abore and Mary Flynn murder ballad somberheid toe. De huiveringwekkende doodsklokken intermezzo’s tussen de albumtracks kondigen passend het apocalyptische onheil aan, en bereiden je op de dreigende droefenis voor. Het instrumentale Master Crowley’s heeft het bezwerende rituele van het vroegere 16 Horsepower werk, al blijven ze in alles zo dicht mogelijk bij hun eigen Ierse stepdance roots.
Ondanks dat het merendeel covers zijn, is Netta Perseus weldegelijk door Darragh Lynch geschreven. Bijzonder omdat je juist hierbij zo geneigd bent om de song aan het vroegere Leonard Cohen werk te linken. Dezelfde mannelijke zachtheid, dezelfde intimiteit, dezelfde soberheid, dezelfde zwaarte, grimmigheid, beeldende, kortom een ware traditional in spe, waarmee Lankum bewijst dat ze zelf ook in staat zijn om memorabele klassiekers te componeren. De tragische stervende drums kondigen een verbreking met het traditionele geluid aan, waarna een welvelwind aan huilende instrumentatie het spokende verval aankondigt. Ook het epische mijlenlange symfonisch rockende The Turn welke False Lankum beëindigt, is van zijn hand. Bijzonder, dat je hier juist het gevoel krijgt dat Swans voorman Michael Gira hier over de schouders goedkeurend meekijkt. Deze geweldenaar heeft tevens een voorliefde voor de folk, al sluiten de vernietigende The Turn drones weer meer bij zijn My Father Will Guide Me Up a Rope to the Sky periode aan. Het getuigt nogmaals dat Lankum in alles de Ierse folk overstijgt, en zeker niet wereldvreemd tegen andere externe invloeden aankijkt.
Lankum - False Lankum | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Lankum - The Livelong Day (2019)

4,5
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 15:30 uur
Doordat artiesten als The Dubliners en The Pogues traditionele Ierse folkmuziek aan de man brengen met als doelgroep de hossende whiskey drinkende feestvierders, bestaat al snel het idee dat het leven zich in Dublin voornamelijk in de kroeg afspeelt. De gebroeders Ian en Daragh Lynch bewijzen het tegendeel. Ze waren al eerder actief onder de naam Lynched, maar besloten deze te veranderen in Lankum, een wat vriendelijkere en niet luguber klinkende bandsnaam. Met Between The Earth And The Sky wisten ze al de nodige indruk te maken, maar de nieuwe plaat The Livelong Day overstijgt alle verwachtingen.
Hoe passend is het om de eeuwenoude instrumenten als de fluit, Ierse doedelzak en viool weer op te poetsen. Voor menigeen beginnen de eerste muzieklessen met het bespelen van de blokfluit. Na het beheersen van de beginselen verdwijnt deze al snel ergens achter in de kast. Natuurlijk zijn de basissongs gigantisch saai en vervelend, en maak je weinig sier met zo’n eenvoudig inspiratieloos stukje hout. Alleen met familiegelegenheden waarbij de gordijnen wijselijk gesloten zijn, wil het aanwezige publiek luidkeels meelallen. Het goed bespelen van een viool vergt zoveel tijd, dat het merendeel zich hier al helemaal niet aan waagt, ondanks de hoge algemene waardering van het instrument. Ook het kostenplaatje van de aanschaf werkt niet in het voordeel.
Deze twee Ieren weten aangevuld met Cormac MacDiarmada en Radie Peat wel de nodige passie op te wekken. In deze samenstelling klinken de nummers een stuk duisterder en onheilspellender. In de sfeer van een heuse Murder Ballad wordt er verbazend sterk afgetrapt met een lange uitgewerkte sensationele versie van het eeuwenoude The Wild Rover. Hierbij vervagen alle eerdere uitvoeringen, en voegen ze een nieuwe dimensie toe aan deze klassieker.
Het decadente verloop en levensgeschiedenis van deze eenzame zwerver wordt vanuit de zelfkant verhaalt. Een triest figuur die ten onder gaat aan de verlokkingen van alcohol, en tegen wil en dank als cultfiguur wordt neer gezet. Hoe treffend is het dat deze wanhoop bezongen wordt door Radie Peat, die hiermee onbewust in de positie van verdrietig vrouwelijke metgezel lijkt te kruipen. Vanuit de zijlijn doet ze verslag van deze hulpeloze persoon, die niet meer te redden is.
De prachtige klaagzang wordt ondersteund door rustig opbouwende Ierse instrumentatie. Het roept een eerlijk chauvinistische ontroering op, doordringt van gemeende trots op het vaderland. Vaak wordt dit in een negatief daglicht gezet, maar hierbij overheerst juist het thuiskomen en de sterke familiebanden. Het is allemaal grootser van opzet, met een denkbeeldige blik over het uitstrekkende landschap.
De wending komt als de hardheid van het stugge ruwe volk met de heftige geschiedenisachtergronden de blijvende littekens openbaart in het stevige eindstuk. Met deze filmische sfeer wordt het einde ingeluid van dit onovertrefbare hoogtepunt. Sterker nog, vanaf nu zijn alle andere uitvoeringen verbleekt tot kneuterig kinderspel.
Dan is de rust van The Young People een mooi eerbetoon aan de jeugd en kindertijd. Gepassioneerd wil de Ierse doedelzak alle generaties aan elkander verbinden. Dit is emotie welke jong en oud weet te raken. Zelfs al heb je niks met het Ierse land, dan nog komen vanzelf de tranen in de ogen. Zo mooi allemaal, en eigenlijk niet te verwoorden, dit moet je ondergaan.
Het beangstigende Ode To Lullaby is weggestopte bedroefdheid. Het slaapliedje voor de jonge onschuldige nazaat, die nog kennis moet maken met de ellende om zich heen. Zonder woorden maar met onrustige overdracht vecht de warmte een weg terug om te verzanden in starheid.
Moeiteloos gaat dit over in de kalmte van Bear Creek, waarbij het verlangen naar het Beloofde Land Amerika terug te horen is. Dansende arbeiders die onder het dek van het schip zichzelf vermaken, en alle ellende van zich afdrinken. Het is stoer en lomp, maar oh zo eigen.
Het benevelde mistige Katie Cruel is het derde hoogtepunt op The Livelong Day. Weer is daar de weemoedige zangeres die het moedergevoel weet op te roepen. De twijfel in haar vocalen krijgt verzachtende tegenspraak van de mannelijke tweede stem. De dieptes krijgen nog meer vorm door de treurnis welke zich verschuild het rijkelijk gevulde arsenaal aan instrumenten.
Ook bij The Dark Eyed Gypsy wordt er stil gestaan bij de Ierse collega’s. En ook hier is vrijwel niet het ontstaan van de song te achterhalen. Zoals veel muziek is het onbewust in de aderen gekropen om zich standvastig te nestelen in het bloed, om daar het nooit meer te verlaten. Voor eeuwig zullen de melodieën en lyrics een weg bewandelen, met steeds nieuwe volgelingen.
The Pride of Petravore wijkt sterk af van de ingezette formule. Met een duistere sound lijken we de wereld van sages en legendes binnen te stappen. Met donkere zagende strijkers stappen we de sprookjeswereld van Midden Aarde binnen. Deze tegen de rock aanleunende track vormt het lelijke eendje binnen het geheel, waardoor de plaat het net een stukje ontneemt van de totale perfectie. Het is donkere folklore die je eerder bij Scandinavische Metal freaks zou verwachten. Al laat de afwisseling wel een aanstekelijke drang tot vernieuwing horen.
Ook het open haard lied Hunting The Wren heeft met zijn droge percussie iets verrassends, al past de rest wel geheel in het totaalplaatje. Het einde is zo op en top Iers met het magnifieke kerstavond oproepende slotakkoord. De grote doorleefde oude eiken staan in statische buiging voor de winterse sneeuwval die de afronding verzorgen.
Lankum maakt een van de mooiste platen van het jaar. Eentje die de verbondenheid van het broederschap en de liefde voor het oude Ierland zo treffend weet te verwoorden. Een geschiedenisles met al zijn facetten. Laat al die hippe folky singer-songwriters maar lekker neuzelen achter hun gitaar, dit is het echte machtige werk.
Lankum - The Livelong Day | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Hoe passend is het om de eeuwenoude instrumenten als de fluit, Ierse doedelzak en viool weer op te poetsen. Voor menigeen beginnen de eerste muzieklessen met het bespelen van de blokfluit. Na het beheersen van de beginselen verdwijnt deze al snel ergens achter in de kast. Natuurlijk zijn de basissongs gigantisch saai en vervelend, en maak je weinig sier met zo’n eenvoudig inspiratieloos stukje hout. Alleen met familiegelegenheden waarbij de gordijnen wijselijk gesloten zijn, wil het aanwezige publiek luidkeels meelallen. Het goed bespelen van een viool vergt zoveel tijd, dat het merendeel zich hier al helemaal niet aan waagt, ondanks de hoge algemene waardering van het instrument. Ook het kostenplaatje van de aanschaf werkt niet in het voordeel.
Deze twee Ieren weten aangevuld met Cormac MacDiarmada en Radie Peat wel de nodige passie op te wekken. In deze samenstelling klinken de nummers een stuk duisterder en onheilspellender. In de sfeer van een heuse Murder Ballad wordt er verbazend sterk afgetrapt met een lange uitgewerkte sensationele versie van het eeuwenoude The Wild Rover. Hierbij vervagen alle eerdere uitvoeringen, en voegen ze een nieuwe dimensie toe aan deze klassieker.
Het decadente verloop en levensgeschiedenis van deze eenzame zwerver wordt vanuit de zelfkant verhaalt. Een triest figuur die ten onder gaat aan de verlokkingen van alcohol, en tegen wil en dank als cultfiguur wordt neer gezet. Hoe treffend is het dat deze wanhoop bezongen wordt door Radie Peat, die hiermee onbewust in de positie van verdrietig vrouwelijke metgezel lijkt te kruipen. Vanuit de zijlijn doet ze verslag van deze hulpeloze persoon, die niet meer te redden is.
De prachtige klaagzang wordt ondersteund door rustig opbouwende Ierse instrumentatie. Het roept een eerlijk chauvinistische ontroering op, doordringt van gemeende trots op het vaderland. Vaak wordt dit in een negatief daglicht gezet, maar hierbij overheerst juist het thuiskomen en de sterke familiebanden. Het is allemaal grootser van opzet, met een denkbeeldige blik over het uitstrekkende landschap.
De wending komt als de hardheid van het stugge ruwe volk met de heftige geschiedenisachtergronden de blijvende littekens openbaart in het stevige eindstuk. Met deze filmische sfeer wordt het einde ingeluid van dit onovertrefbare hoogtepunt. Sterker nog, vanaf nu zijn alle andere uitvoeringen verbleekt tot kneuterig kinderspel.
Dan is de rust van The Young People een mooi eerbetoon aan de jeugd en kindertijd. Gepassioneerd wil de Ierse doedelzak alle generaties aan elkander verbinden. Dit is emotie welke jong en oud weet te raken. Zelfs al heb je niks met het Ierse land, dan nog komen vanzelf de tranen in de ogen. Zo mooi allemaal, en eigenlijk niet te verwoorden, dit moet je ondergaan.
Het beangstigende Ode To Lullaby is weggestopte bedroefdheid. Het slaapliedje voor de jonge onschuldige nazaat, die nog kennis moet maken met de ellende om zich heen. Zonder woorden maar met onrustige overdracht vecht de warmte een weg terug om te verzanden in starheid.
Moeiteloos gaat dit over in de kalmte van Bear Creek, waarbij het verlangen naar het Beloofde Land Amerika terug te horen is. Dansende arbeiders die onder het dek van het schip zichzelf vermaken, en alle ellende van zich afdrinken. Het is stoer en lomp, maar oh zo eigen.
Het benevelde mistige Katie Cruel is het derde hoogtepunt op The Livelong Day. Weer is daar de weemoedige zangeres die het moedergevoel weet op te roepen. De twijfel in haar vocalen krijgt verzachtende tegenspraak van de mannelijke tweede stem. De dieptes krijgen nog meer vorm door de treurnis welke zich verschuild het rijkelijk gevulde arsenaal aan instrumenten.
Ook bij The Dark Eyed Gypsy wordt er stil gestaan bij de Ierse collega’s. En ook hier is vrijwel niet het ontstaan van de song te achterhalen. Zoals veel muziek is het onbewust in de aderen gekropen om zich standvastig te nestelen in het bloed, om daar het nooit meer te verlaten. Voor eeuwig zullen de melodieën en lyrics een weg bewandelen, met steeds nieuwe volgelingen.
The Pride of Petravore wijkt sterk af van de ingezette formule. Met een duistere sound lijken we de wereld van sages en legendes binnen te stappen. Met donkere zagende strijkers stappen we de sprookjeswereld van Midden Aarde binnen. Deze tegen de rock aanleunende track vormt het lelijke eendje binnen het geheel, waardoor de plaat het net een stukje ontneemt van de totale perfectie. Het is donkere folklore die je eerder bij Scandinavische Metal freaks zou verwachten. Al laat de afwisseling wel een aanstekelijke drang tot vernieuwing horen.
Ook het open haard lied Hunting The Wren heeft met zijn droge percussie iets verrassends, al past de rest wel geheel in het totaalplaatje. Het einde is zo op en top Iers met het magnifieke kerstavond oproepende slotakkoord. De grote doorleefde oude eiken staan in statische buiging voor de winterse sneeuwval die de afronding verzorgen.
Lankum maakt een van de mooiste platen van het jaar. Eentje die de verbondenheid van het broederschap en de liefde voor het oude Ierland zo treffend weet te verwoorden. Een geschiedenisles met al zijn facetten. Laat al die hippe folky singer-songwriters maar lekker neuzelen achter hun gitaar, dit is het echte machtige werk.
Lankum - The Livelong Day | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Last Days of April - Even the Good Days Are Bad (2021)

4,0
0
geplaatst: 7 mei 2021, 14:05 uur
Het is vanaf de gelijknamige debuutplaat van het Zweedse Last Days of April al overduidelijk dat we hier niet te maken hebben met de zoveelste opgefokte jeugdige emo hardcore punkband, die zich tekstueel verschuilt achter een brok aan gefrustreerde onzekerheid. Daarvoor zijn de catchy liedjes teveel volgestopt met geniale melodieuze uitspattingen. Ondanks dat het tempo vanaf Angel Youth steeds verder naar beneden gedraaid wordt, blijft de primitieve ruwheid behouden en zoeken ze de aansluiting met het indie publiek op. Het worden steeds kleinere intieme omarmbare popliedjes die een plekje in je hart opeisen.
Een verbreding die uiteindelijk zal leiden tot het alt-country geluid van het in 2015 verschenen magnum opus Sea of Clouds, waarbij er heerlijk volgens het Neil Young songbook principe gesoleerd wordt. Karl Larsson heeft zich ontwikkelt tot een talentvolle singer-songwriter inclusief het langharige country hippie uiterlijk. Daarmee is de cirkel rond. De plaat ademt het afscheidsgevoel uit, er hangt een voldane sfeer van rust overheen. Last Days of April bewandeld tegenwoordig wegen die zelfs in de verre verte geen gelijkenis vertonen met de opruiende punk attitude waarmee ze in het grijze verleden schitterden. Het collectief is volledig tot ontplooiing gekomen, en toen was het wel klaar. Er verschijnt geen nieuw werk meer, en ze laten een fraaie verzameling aan albums achter. De band en het publiek lijken er vrede mee te hebben. Beter kan het niet meer worden, of toch wel?
En dan komt zes jaar later onverwachts het meesterlijke Even the Good Days Are Bad uit. Een tweedaagse opnamesessie vanuit de bekende punkrock Gröndahl studio in Stockholm heeft geleid tot een droomplaat die sterk in het verlengde ligt van The MGMT psychedelica, The Flaming Lips gekte, het Radiohead experimentele in Had Enough en zelfs het gevoelige Americana countryrock randje van Ryan Adams. Het titelstuk Even the Good Days Are Bad is filmisch orkestraal. Een tikkeltje weemoedig en desperaat zelfs, waarbij de kijk op de wereld van Karl Larsson nog steeds deprimerend zwart is. Alleen heeft hij geen harde muzikale uithalen nodig om zijn gevoel te accentueren. En dan kom je op het punt dat het zelfvertrouwen in de lyrics zoveel meer zeggingskracht heeft. Een waardeoordeel wat alleen maar toegejuicht kan worden.
Voor de zoveelste keer weer heeft Karl Larsson zichzelf opnieuw uitgevonden. Er staan gelukkig ook nog prachtige schoonheidsfoutjes op, waarbij het geluid lekker dwars is afgesteld en de instrumenten niet geheel zuiver tegen de studiomuren weerkaatsen. Er is bewust gestreefd om die perfectie van de voorganger niet te evenaren, want eigenlijk is het stiekem veel leuker om die breekbaarheid te versterken. Dit alles neemt niet weg dat er nog steeds adembenemend krachtig gitaar gespeeld wordt op Turbulence, om vervolgens heerlijk tegendraads lo-fi rommelig verder te gaan op het rauwe Alone. En na een tevreden luisterbeurt van de eerste zeven tracks krijg je ook nog die waanzinnige afsluiter voorgeschoteld. Het bijna negen minuten durende melancholische countryrock van Downer is een eerbetoon aan al dat baanbrekende jaren zeventig werk. Met de ondergaande zon in het vooruitzicht krijg je de behoefte om Even the Good Days Are Bad opnieuw te draaien.
Last Days of April - Even The Good Days Are Bad | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Een verbreding die uiteindelijk zal leiden tot het alt-country geluid van het in 2015 verschenen magnum opus Sea of Clouds, waarbij er heerlijk volgens het Neil Young songbook principe gesoleerd wordt. Karl Larsson heeft zich ontwikkelt tot een talentvolle singer-songwriter inclusief het langharige country hippie uiterlijk. Daarmee is de cirkel rond. De plaat ademt het afscheidsgevoel uit, er hangt een voldane sfeer van rust overheen. Last Days of April bewandeld tegenwoordig wegen die zelfs in de verre verte geen gelijkenis vertonen met de opruiende punk attitude waarmee ze in het grijze verleden schitterden. Het collectief is volledig tot ontplooiing gekomen, en toen was het wel klaar. Er verschijnt geen nieuw werk meer, en ze laten een fraaie verzameling aan albums achter. De band en het publiek lijken er vrede mee te hebben. Beter kan het niet meer worden, of toch wel?
En dan komt zes jaar later onverwachts het meesterlijke Even the Good Days Are Bad uit. Een tweedaagse opnamesessie vanuit de bekende punkrock Gröndahl studio in Stockholm heeft geleid tot een droomplaat die sterk in het verlengde ligt van The MGMT psychedelica, The Flaming Lips gekte, het Radiohead experimentele in Had Enough en zelfs het gevoelige Americana countryrock randje van Ryan Adams. Het titelstuk Even the Good Days Are Bad is filmisch orkestraal. Een tikkeltje weemoedig en desperaat zelfs, waarbij de kijk op de wereld van Karl Larsson nog steeds deprimerend zwart is. Alleen heeft hij geen harde muzikale uithalen nodig om zijn gevoel te accentueren. En dan kom je op het punt dat het zelfvertrouwen in de lyrics zoveel meer zeggingskracht heeft. Een waardeoordeel wat alleen maar toegejuicht kan worden.
Voor de zoveelste keer weer heeft Karl Larsson zichzelf opnieuw uitgevonden. Er staan gelukkig ook nog prachtige schoonheidsfoutjes op, waarbij het geluid lekker dwars is afgesteld en de instrumenten niet geheel zuiver tegen de studiomuren weerkaatsen. Er is bewust gestreefd om die perfectie van de voorganger niet te evenaren, want eigenlijk is het stiekem veel leuker om die breekbaarheid te versterken. Dit alles neemt niet weg dat er nog steeds adembenemend krachtig gitaar gespeeld wordt op Turbulence, om vervolgens heerlijk tegendraads lo-fi rommelig verder te gaan op het rauwe Alone. En na een tevreden luisterbeurt van de eerste zeven tracks krijg je ook nog die waanzinnige afsluiter voorgeschoteld. Het bijna negen minuten durende melancholische countryrock van Downer is een eerbetoon aan al dat baanbrekende jaren zeventig werk. Met de ondergaande zon in het vooruitzicht krijg je de behoefte om Even the Good Days Are Bad opnieuw te draaien.
Last Days of April - Even The Good Days Are Bad | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Last Train - III (2025)

3,0
0
geplaatst: 12 februari 2025, 16:24 uur
Het in de Franse Oostelijke grensstreek gelegen Mulhouse heeft een eigenzinnige Amerikaanse naam welke je zo kan identificeren als een mysterieuze stad waar een surrealistische David Lynch verfilming zich afspeelt. En als je als band zijnde ook nog erg dicht bij het Trent Reznor geluid in de buurt komt, valt het niet te ontkennen dat je door zijn soundtracks beïnvloedt bent. In het huis van zanger Jean-Noël Scherrer draait The Downward Spiral overuren. Sterker nog, in How Does It Feel? citeert hij letterlijk zinnen uit Hurt, al maakt hij met zijn kopstem gezongen passages hierbij wel het verschil. Iets wat hij vervolgens bij All to Blame vergooid, want dan klinkt hij weer exact hetzelfde als het Nine Inch Nails brein.
Last Train is nooit bijster origineel geweest. Op hun Weathering debuut tappen ze nog uit het thrashy bluesgarage vaatje, en ligt de nadruk op de herhalende stevige riffs. Bij het psychedelische The Big Picture gooien ze hier een flinke middelvinger aan melodieuze Britpop arrogantie tussen, welke ze op III weer volledig loslaten. Hier ligt de nadruk op de industrial noise, met soms een heftige grunge uitspatting. Ze verlaten het jaren negentig geluid niet, ze verbreden het alleen maar.
Last Train doet dus niks anders dan The Downward Spiral herinterpreteren. Home bouwt van klein afwachtend naar groots destructief op. Home dealt met een angststoornis en een outsider positie. De drugsverslaving is hier vervangen door afhankelijkheid van medicijnen. De grunge hysterie van The Plan is net zo’n paniekzaaierij als het lompe Home. Jean-Noël Scherrer heeft een negatief zelfbeeld, en dat mag iedereen weten. Het deprimerende This Is Me Trying laat horen dat de Fransen weldegelijk in staat zijn om een eigen ijzingwekkende sound te ontwikkelen, waar drumbeest Antoine Baschung met complexe driekwartsmaten zich volledig uitleeft. Hier maken ze het verschil, hier klinkt Last Train als een heuse bandeenheid met een stevig melodieus rockend geluid.
De blinde woede van Revenge wordt op een bekoelde doordachte wijze gedragen. Het is nutteloos om met gestrekt been op de aanval over te gaan. Wil je boven jezelf uitstijgen dan is het belangrijk om die controle te bewaken. One by One, de antireactie als die sturing wegvalt en je niet vanuit je verstand, maar vanuit je hart handelt. Roekeloos, snel en gevaarlijk. Het menselijke I Hate You haalt de inspiratie uit het relatiebedrog, een regelrechte break up song met een duister hysterisch randje. Ergens bezit Last Train genoeg overtuigingskracht om een album naar hun eigen hand te zetten, al kiezen ze gemakshalve voor een veilige tussenweg.
Last Train - III | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Last Train is nooit bijster origineel geweest. Op hun Weathering debuut tappen ze nog uit het thrashy bluesgarage vaatje, en ligt de nadruk op de herhalende stevige riffs. Bij het psychedelische The Big Picture gooien ze hier een flinke middelvinger aan melodieuze Britpop arrogantie tussen, welke ze op III weer volledig loslaten. Hier ligt de nadruk op de industrial noise, met soms een heftige grunge uitspatting. Ze verlaten het jaren negentig geluid niet, ze verbreden het alleen maar.
Last Train doet dus niks anders dan The Downward Spiral herinterpreteren. Home bouwt van klein afwachtend naar groots destructief op. Home dealt met een angststoornis en een outsider positie. De drugsverslaving is hier vervangen door afhankelijkheid van medicijnen. De grunge hysterie van The Plan is net zo’n paniekzaaierij als het lompe Home. Jean-Noël Scherrer heeft een negatief zelfbeeld, en dat mag iedereen weten. Het deprimerende This Is Me Trying laat horen dat de Fransen weldegelijk in staat zijn om een eigen ijzingwekkende sound te ontwikkelen, waar drumbeest Antoine Baschung met complexe driekwartsmaten zich volledig uitleeft. Hier maken ze het verschil, hier klinkt Last Train als een heuse bandeenheid met een stevig melodieus rockend geluid.
De blinde woede van Revenge wordt op een bekoelde doordachte wijze gedragen. Het is nutteloos om met gestrekt been op de aanval over te gaan. Wil je boven jezelf uitstijgen dan is het belangrijk om die controle te bewaken. One by One, de antireactie als die sturing wegvalt en je niet vanuit je verstand, maar vanuit je hart handelt. Roekeloos, snel en gevaarlijk. Het menselijke I Hate You haalt de inspiratie uit het relatiebedrog, een regelrechte break up song met een duister hysterisch randje. Ergens bezit Last Train genoeg overtuigingskracht om een album naar hun eigen hand te zetten, al kiezen ze gemakshalve voor een veilige tussenweg.
Last Train - III | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Laura Marling - Song for Our Daughter (2020)

4,5
1
geplaatst: 5 oktober 2020, 11:22 uur
Nu de wereld dreigt stil te staan, schuiven artiesten hun releases ver vooruit naar een veiligere periode, waarbij er meer zekerheid is en weer mogelijkheden bestaan om het publiek te ontmoeten. Het is een doordachte keuze van Laura Marling om hier bewust niet aan mee te doen, nu is er behoefte aan platen waar gedacht wordt aan het belang van een stabiele thuissituatie. De waardering voor het gezinsleven vormt de rode draad op Song for Our Daughter. Juist in deze periode is het verlangen naar intieme luisterliedjes zo groot. Als je dan toch aan huis gebonden bent, kun je de tijd beter zo goed mogelijk invullen.
De nog minderjarige Laura Marling stond aan de basis van de folkband Noah and the Whale die debuteerde met het fraaie Peaceful, The World Lays Me Down. Nadat ze haar vriendje zanger Charlie Fink met een overdosis aan hartzeer verlaat slaat zijn band sterk terug met het prachtige melancholische The First Days of Spring. Een adembenemende sobere doorstart welke live ook weet te ontroeren.
Het blijft een gemis dat de samenwerking niet doorgezet wordt, maar het levert ook nieuwe mogelijkheden op. Het groeiende talent van Marling komt volledig tot wasdom en start een indrukwekkende solocarrière op. Haar achtste album Song for Our Daughter is gericht aan een fictief kind persoon, maar is nog meer het gevoel van thuiskomen.
Nadat Laura Marling de het zuidkustgebied van de Verenigde Staten vaarwel heeft gezegd, vestigt ze zich weer in het vertrouwde Londen. Gewoon vlak bij haar familie, met dagelijks contact met haar zussen en nichtje. Door zich in een moederrol te plaatsen kiest ze nog voor een veilige verpakking van de songs. Het staat symbool voor een krachtige vrouw, maar is door haar kijk op de wereldproblematiek ook gemakkelijk te herleiden tot Moeder Aarde.
Zo kaal als ze genoodzaakt is om zich zonder platenlabel te presenteren zet ze ook haar nummers neer. Ze filosofeert en debatteert voornamelijk met haarzelf over de zin van het bestaan om haar eigen verantwoordelijkheden en onzekerheden af te vlakken. De tussenliggende ruimte benut ze om samen met Mike Lindsay te werken aan een tweede album van Lump. Deze afwisseling is nodig om rust en balans te creëren.
Het observatievermogen van deze zangeres rijkt weer tot ongekende hoogtes. Het is verbazingwekkend hoe ze zich in het ouderschap weet te plaatsen en dit om zet tot verbeeldende verhaaltjes. Het pittige meisjesachtige van eerder werk is vervangen door de warmte in een nog voller geluid. Vol overgave laat ze die volwassen kant toe, en beschouwt ze deze als een bloedverwant, en niet als een ongewenste vreemdeling.
De muzikale omlijsting op Song for Our Daughter is misschien wel wat stabieler en kleiner, maar de meerstemmige begeleiding weet dat prima in te vullen. Ook daarin zit genoeg veerkracht en liefde gestopt, en benadrukt nogmaals het verlangen naar een gesetteld leven. Een country getinte erfenis welke ze meegesmokkeld heeft uit de Verenigde Staten. Ze kan het kennelijk nog niet helemaal van zich afschudden. Het gitaarwonder Rob Moose is op zijn best in Hope That We Meet Again waar hij het akoestische werk afwisselt met het prairie slide akkoorden.
Nogmaals, het is een goede keuze geweest om de release 4 maanden naar voren te schuiven. Song for Our Daughter kan risicoloos nu al gepresenteerd worden. Sterker nog, hij komt meer tot zijn recht in deze onzekere verwarrende tijd.
Laura Marling - Song for Our Daughter | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De nog minderjarige Laura Marling stond aan de basis van de folkband Noah and the Whale die debuteerde met het fraaie Peaceful, The World Lays Me Down. Nadat ze haar vriendje zanger Charlie Fink met een overdosis aan hartzeer verlaat slaat zijn band sterk terug met het prachtige melancholische The First Days of Spring. Een adembenemende sobere doorstart welke live ook weet te ontroeren.
Het blijft een gemis dat de samenwerking niet doorgezet wordt, maar het levert ook nieuwe mogelijkheden op. Het groeiende talent van Marling komt volledig tot wasdom en start een indrukwekkende solocarrière op. Haar achtste album Song for Our Daughter is gericht aan een fictief kind persoon, maar is nog meer het gevoel van thuiskomen.
Nadat Laura Marling de het zuidkustgebied van de Verenigde Staten vaarwel heeft gezegd, vestigt ze zich weer in het vertrouwde Londen. Gewoon vlak bij haar familie, met dagelijks contact met haar zussen en nichtje. Door zich in een moederrol te plaatsen kiest ze nog voor een veilige verpakking van de songs. Het staat symbool voor een krachtige vrouw, maar is door haar kijk op de wereldproblematiek ook gemakkelijk te herleiden tot Moeder Aarde.
Zo kaal als ze genoodzaakt is om zich zonder platenlabel te presenteren zet ze ook haar nummers neer. Ze filosofeert en debatteert voornamelijk met haarzelf over de zin van het bestaan om haar eigen verantwoordelijkheden en onzekerheden af te vlakken. De tussenliggende ruimte benut ze om samen met Mike Lindsay te werken aan een tweede album van Lump. Deze afwisseling is nodig om rust en balans te creëren.
Het observatievermogen van deze zangeres rijkt weer tot ongekende hoogtes. Het is verbazingwekkend hoe ze zich in het ouderschap weet te plaatsen en dit om zet tot verbeeldende verhaaltjes. Het pittige meisjesachtige van eerder werk is vervangen door de warmte in een nog voller geluid. Vol overgave laat ze die volwassen kant toe, en beschouwt ze deze als een bloedverwant, en niet als een ongewenste vreemdeling.
De muzikale omlijsting op Song for Our Daughter is misschien wel wat stabieler en kleiner, maar de meerstemmige begeleiding weet dat prima in te vullen. Ook daarin zit genoeg veerkracht en liefde gestopt, en benadrukt nogmaals het verlangen naar een gesetteld leven. Een country getinte erfenis welke ze meegesmokkeld heeft uit de Verenigde Staten. Ze kan het kennelijk nog niet helemaal van zich afschudden. Het gitaarwonder Rob Moose is op zijn best in Hope That We Meet Again waar hij het akoestische werk afwisselt met het prairie slide akkoorden.
Nogmaals, het is een goede keuze geweest om de release 4 maanden naar voren te schuiven. Song for Our Daughter kan risicoloos nu al gepresenteerd worden. Sterker nog, hij komt meer tot zijn recht in deze onzekere verwarrende tijd.
Laura Marling - Song for Our Daughter | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Laurie Anderson - Big Science (1982)

3,5
0
geplaatst: 28 juli 2017, 22:18 uur
Bij Laurie Anderson moet ik qua persoon, uiterlijk en uitstraling denken aan Palmen; beide stonden trouwens een tijd in de schaduw van een dominante partner, die alle aandacht opzoog; bij de een heette die Ischa Meijer, bij de ander Lou Reed.
O Superman kende ik van de radio, volgens mij stond deze zelfs ooit in de Top 100 Aller Tijden; een stomvervelend lang gedreun, meer kon ik er niet van maken.
Nu kan ik het een stuk beter waarderen, maar vind het absoluut niet het sterkste nummer op Big Science.
From The Air doet mij aan een ander nummer denken, de pompende blazers hoorde ik ook bij Nick The Stripper van The Birthday Party, maar ik dacht dat Big Science ouder zou zijn, blijkt dus niet het geval te zijn, maar in deze periode werd de saxofoon regelmatig in de wave muziek gebruikt, dus dit hoeft niet afgeleid te zijn geweest van de band van Nick Cave; hier ademt het wel meer, en neigt het zelfs naar popmuziek.
Het titelnummer gaat meer de diepte in, en is grimmiger; duister bijna.
Qua sfeer komt de plaat dicht in de buurt van popdichter Anne Clark, maar het depressieve geluid zit aardig in de lijn van Patti Smith.
Waarschijnlijk komen beide namen ook in mij op vanwege het verhalende element.
Zelfs raakvlakken met Kate Bush zijn hoorbaar, maar Kate kleurt meer binnen de lijntjes, en Laurie zet zelf de lijnen uit; met dikke onuitwisbare viltstift.
She Paint It Black, niet zo maniakaal als Nico in haar heroïne periode, maar meer op een kunstacademie methode.
Bijna abstract, maar dan weer niet zoals David Byrne bij Talking Heads te werk ging, al denk ik dat de artiesten elkaar wel kunnen begrijpen en waarderen.
De eerste luisterbeurt maakte Big Science al veel indruk, nu wordt hij elke keer beter, ik ontdek er steeds meer lagen in.
Ik ga mij toch in meer werk van haar verdiepen, deze bevalt al erg goed.
Zelfs liefhebbers van de latere Radiohead kan ik deze aanraden.
O Superman kende ik van de radio, volgens mij stond deze zelfs ooit in de Top 100 Aller Tijden; een stomvervelend lang gedreun, meer kon ik er niet van maken.
Nu kan ik het een stuk beter waarderen, maar vind het absoluut niet het sterkste nummer op Big Science.
From The Air doet mij aan een ander nummer denken, de pompende blazers hoorde ik ook bij Nick The Stripper van The Birthday Party, maar ik dacht dat Big Science ouder zou zijn, blijkt dus niet het geval te zijn, maar in deze periode werd de saxofoon regelmatig in de wave muziek gebruikt, dus dit hoeft niet afgeleid te zijn geweest van de band van Nick Cave; hier ademt het wel meer, en neigt het zelfs naar popmuziek.
Het titelnummer gaat meer de diepte in, en is grimmiger; duister bijna.
Qua sfeer komt de plaat dicht in de buurt van popdichter Anne Clark, maar het depressieve geluid zit aardig in de lijn van Patti Smith.
Waarschijnlijk komen beide namen ook in mij op vanwege het verhalende element.
Zelfs raakvlakken met Kate Bush zijn hoorbaar, maar Kate kleurt meer binnen de lijntjes, en Laurie zet zelf de lijnen uit; met dikke onuitwisbare viltstift.
She Paint It Black, niet zo maniakaal als Nico in haar heroïne periode, maar meer op een kunstacademie methode.
Bijna abstract, maar dan weer niet zoals David Byrne bij Talking Heads te werk ging, al denk ik dat de artiesten elkaar wel kunnen begrijpen en waarderen.
De eerste luisterbeurt maakte Big Science al veel indruk, nu wordt hij elke keer beter, ik ontdek er steeds meer lagen in.
Ik ga mij toch in meer werk van haar verdiepen, deze bevalt al erg goed.
Zelfs liefhebbers van de latere Radiohead kan ik deze aanraden.
LCD Soundsystem - American Dream (2017)

4,0
0
geplaatst: 3 januari 2018, 00:56 uur
Oh Baby geeft mij het The Silence Of The Lamb gevoel; ik moet aan de seriemoordenaar Buffalo Bill denken, die zich aan het opmaken is.
Geeft American Dream het hedendaagse verknipte Verenigde Staten weer?
Misschien wel.
Daardoor is het jaren 80 gevoel weer terug.
Een dreigende koude oorlog, terwijl we al intrigerend kijken naar Miami Vice.
Kleurrijke likeurtjes, kleurrijke kleding, met een kleurloze achtergrond.
Probeert James Murphy ons een boodschap mee te geven?
Het is een beetje Jerooms Dierenbos met zijn onschuldig ogende knuffelbeesten; die zich al dansend door de meest gruwelijke grappen heen werken.
Murphy heeft nog steeds dat maniakale in zijn zang, in combinatie met zijn muziek geeft dit een fascinerend effect.
Een duidelijk voorbeeld is Change Yr Mind; alsof Talking Heads een eigen versie van Bowies Fashion opgenomen hebben.
How Do You Sleep heeft een hypnotiserend Such A Shame (Talk Talk) achtige beat als basis.
Minder manisch dan zijn sterke debuut, maar de gekte in zijn voordracht is gelukkig nog steeds aanwezig.
Geeft American Dream het hedendaagse verknipte Verenigde Staten weer?
Misschien wel.
Daardoor is het jaren 80 gevoel weer terug.
Een dreigende koude oorlog, terwijl we al intrigerend kijken naar Miami Vice.
Kleurrijke likeurtjes, kleurrijke kleding, met een kleurloze achtergrond.
Probeert James Murphy ons een boodschap mee te geven?
Het is een beetje Jerooms Dierenbos met zijn onschuldig ogende knuffelbeesten; die zich al dansend door de meest gruwelijke grappen heen werken.
Murphy heeft nog steeds dat maniakale in zijn zang, in combinatie met zijn muziek geeft dit een fascinerend effect.
Een duidelijk voorbeeld is Change Yr Mind; alsof Talking Heads een eigen versie van Bowies Fashion opgenomen hebben.
How Do You Sleep heeft een hypnotiserend Such A Shame (Talk Talk) achtige beat als basis.
Minder manisch dan zijn sterke debuut, maar de gekte in zijn voordracht is gelukkig nog steeds aanwezig.
Le Grand Sbam - Vaisseau Monde (2019)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 14:29 uur
Le Grand Sbam is met Vaisseau Monde de gekte voorbij. Met een overschot aan geschoold talent gaat men over de grenzen van de gangbare muziekbeleving heen. Dit is totale wanorde in een structuurloze gedachtegang, waarbij elk muzikale laatje tot voorbij het schroevende keerpunt wordt open getrokken, en geforceerd terug geplaatst wordt. Desnoods met veel duw en wringwerk om het weer passend te krijgen, en lukt dat niet, dan is dat ook prima.
De band is in principe het kunstenaarscollectief Poil, gemuteerd met vrouwelijke aanhang in het nog vervreemdende Le Grand Sbam. De Yin Yang kant van de mensheid met zware schizofrene denk ideeën. Het gehele proces waardoor het uiteindelijk zelfs nog soms melodieus opgediend wordt. Waar elke poging tot iets wat op een song lijkt monddood gemaakt wordt tot kakofonische tegenspartelende collages. Met twee geschoolde vrouwelijke sopraanstemmen die wonderbaarlijk genoeg een soort van harmonische samenzang weten over te brengen en de neurotische vibrafoon speelster als spannende aanvulling.
Hierdoor is het allemaal wel heel interessant te noemen. Meer dan gewoon maar heen klooien, en kijken waar dit alles naar toe leidt. Compromisloos je mede bandleden gruwelijk in de weg zitten, en hun dwarse pogingen tot componeren vermoeilijken door onnavolgbare dwaasheid. Dit is het lang verwachtte antwoord van deze Fransen op de No Wave beweging, die eind jaren zeventig vanuit New York de boel op kleine schaal wist te ontwrichten. Maar dit is net zo goed een op free jazz gebaseerde anti reactie op de muzikale verloedering en eenzijdigheid. Met Zappa en Gong als logische inspiratiebronnen van deze avantgardistische smeltkroes.
Dins O Sbam gooit opera en punk in een pepermolen, waardoor er een pittig, lastig te verteren product uit rolt. Een resultaat wat niet verkoopt, maar waar wel van geproefd wordt. De omlijsting is wat stroever en zwaarder. Er wordt niet netjes aangeklopt bij de metal, die deur wordt keihard open gedreund. Het respect van deze stoere groepering wordt overruled en opgeëist. Ze zitten met hun totaal eigen sound in niemands werkveld, waardoor het wel geaccepteerd zal worden.
Les Lotus Ont Fleuris, Je Suis Assis à Côté D’un éléphant Aux Oreilles Usées heeft een psychedelische naam, waarbij er alleen maar aan een cocktail van geestverruimende middelen gedacht kan worden. Terwijl het ene bandlid heerlijk high mellow aan het worden is, zit de andere in een dreigende bad trip. En onderweg komen ze elkaar als toevallige passanten ergens tegen. De opbouw is sprookjesachtig, avontuurlijk en bevreemdend. Sneeuwwitje en de boze heks in een, beangstigend te noemen.
Kouïa is zo onwaarschijnlijk duister, dat ze zich zowat weten te presenteren als duivelse vrouwelijke aanhangers van de blackmetal. De in zwart geklede woeste heren zouden bij het luisteren hiervan bescherming zoeken in de schoot van moederlief. Als een waar slachtveld voor het gehoor worden demonische vocalen afgewisseld met logge harde klanken. Verboden voor tere zieltjes. De onvoorspelbaarheid maakt het allemaal ongelofelijk boeiend.
Met Woubit splijten ze de geluidsgolven uiteen. Als geraffelde gescheurde donderwolken overschrijden ze de volgende grens. Waar Poil nog ongecontroleerd klonk, weten ze nu wel de balans te vinden, en daadwerkelijk iets toe te voegen. Hoe minimalistischer de opbouw, hoe effectiever het wil uitpakken. Met het afrondende Vishnu Foutrôline stoppen ze er de nodige funkende fusion in, met als basis iets wat in de verte wat van een dromerig slaapliedje weg heeft. Poil is betiteld als lastig en moeilijk te behappen, het vervolg in Le Grand Sbam is een stuk kleurrijker en net zo apart vooruitstrevend. Rare mensen, die Fransen.
Le Grand Sbam - Vaisseau Monde | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De band is in principe het kunstenaarscollectief Poil, gemuteerd met vrouwelijke aanhang in het nog vervreemdende Le Grand Sbam. De Yin Yang kant van de mensheid met zware schizofrene denk ideeën. Het gehele proces waardoor het uiteindelijk zelfs nog soms melodieus opgediend wordt. Waar elke poging tot iets wat op een song lijkt monddood gemaakt wordt tot kakofonische tegenspartelende collages. Met twee geschoolde vrouwelijke sopraanstemmen die wonderbaarlijk genoeg een soort van harmonische samenzang weten over te brengen en de neurotische vibrafoon speelster als spannende aanvulling.
Hierdoor is het allemaal wel heel interessant te noemen. Meer dan gewoon maar heen klooien, en kijken waar dit alles naar toe leidt. Compromisloos je mede bandleden gruwelijk in de weg zitten, en hun dwarse pogingen tot componeren vermoeilijken door onnavolgbare dwaasheid. Dit is het lang verwachtte antwoord van deze Fransen op de No Wave beweging, die eind jaren zeventig vanuit New York de boel op kleine schaal wist te ontwrichten. Maar dit is net zo goed een op free jazz gebaseerde anti reactie op de muzikale verloedering en eenzijdigheid. Met Zappa en Gong als logische inspiratiebronnen van deze avantgardistische smeltkroes.
Dins O Sbam gooit opera en punk in een pepermolen, waardoor er een pittig, lastig te verteren product uit rolt. Een resultaat wat niet verkoopt, maar waar wel van geproefd wordt. De omlijsting is wat stroever en zwaarder. Er wordt niet netjes aangeklopt bij de metal, die deur wordt keihard open gedreund. Het respect van deze stoere groepering wordt overruled en opgeëist. Ze zitten met hun totaal eigen sound in niemands werkveld, waardoor het wel geaccepteerd zal worden.
Les Lotus Ont Fleuris, Je Suis Assis à Côté D’un éléphant Aux Oreilles Usées heeft een psychedelische naam, waarbij er alleen maar aan een cocktail van geestverruimende middelen gedacht kan worden. Terwijl het ene bandlid heerlijk high mellow aan het worden is, zit de andere in een dreigende bad trip. En onderweg komen ze elkaar als toevallige passanten ergens tegen. De opbouw is sprookjesachtig, avontuurlijk en bevreemdend. Sneeuwwitje en de boze heks in een, beangstigend te noemen.
Kouïa is zo onwaarschijnlijk duister, dat ze zich zowat weten te presenteren als duivelse vrouwelijke aanhangers van de blackmetal. De in zwart geklede woeste heren zouden bij het luisteren hiervan bescherming zoeken in de schoot van moederlief. Als een waar slachtveld voor het gehoor worden demonische vocalen afgewisseld met logge harde klanken. Verboden voor tere zieltjes. De onvoorspelbaarheid maakt het allemaal ongelofelijk boeiend.
Met Woubit splijten ze de geluidsgolven uiteen. Als geraffelde gescheurde donderwolken overschrijden ze de volgende grens. Waar Poil nog ongecontroleerd klonk, weten ze nu wel de balans te vinden, en daadwerkelijk iets toe te voegen. Hoe minimalistischer de opbouw, hoe effectiever het wil uitpakken. Met het afrondende Vishnu Foutrôline stoppen ze er de nodige funkende fusion in, met als basis iets wat in de verte wat van een dromerig slaapliedje weg heeft. Poil is betiteld als lastig en moeilijk te behappen, het vervolg in Le Grand Sbam is een stuk kleurrijker en net zo apart vooruitstrevend. Rare mensen, die Fransen.
Le Grand Sbam - Vaisseau Monde | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Lebanon Hanover - Let Them Be Alien (2018)

4,0
2
geplaatst: 5 oktober 2020, 16:53 uur
Eigenlijk is de Darkwave en Coldwave uit de jaren 90 een voortvloeisel van de postpunk van tien jaar eerder. Deze soort van revival was razend populair in Duitsland, waar acts zich als vleermuizen vanuit grotten openbaarden, het daglicht trotseren, en zich in het stadsbeeld settelen. Nadat deze stroming langzaam aan uitsterft, komt er een paar jaar geleden plotseling weer meer aandacht voor deze subcultuur. De invloed van de postpunk van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig lijkt als de leeg gezogen uiers van een koe helemaal uitgemolken, en als vampiers wordt er nu vastgebeten in de navolgers.
Sterker nog; het Britse Lebanon Hanover zou eerder voor een Germaanse band kunnen door gaan, zelfs de tongval klinkt Duits. Du Scrollst en Gravity Sucks zijn gedeeltelijk in die taal gezongen, en Ebenholz zelfs volledig. Om ze veel mogelijk inspiratie op te doen vestigen de van oorsprong Zwitserse Larissa Iceglass en William Maybelline zich op de koude oergrond van het Ruhrgebied. Waar de nevelachtige mistige sfeer vooral wordt geschept door de rokende schoorstenen van de plaatselijke fabrieken, die als reuzen de horizon bederven. De rollen zijn goed verdeeld, en ze wisselen elkaar af in de zang, hierdoor komt het minder eentonig over. Als je hun eenmalige samenwerking met La Fete Triste uit 2011 niet meetelt is Let Them Be Alien het vijfde album van de band, waarbij de platen echter wel voor elkaar inwisselbaar zijn. Voor grote veranderingen hoef je hun laatste worp niet aan te schaffen. Als je het nostalgische jaren 90 gevoel opnieuw wil ervaren, dan is het een prima aankoop.
De aftrap vind plaats op het kerkhof, waar Maybelline eenzaam en in gedachte ronddwaalt, en in het tweede gezongen gedeelte van Alien is daar ook Iceglass. Als buitenstaanders wandelen ze daar gezellig onder het nachtelijke licht van de volle maan rond. Hoe cliché kun je jezelf uitdrukken. Het is moeilijk om dit serieus te beoordelen, maar de muzikale omlijsting staat mij nog steeds erg aan. Dus op gepaste afstand huppel je achter dit tweetal aan. De door een snelle drumcomputer en dromerig gitaargepingel aangestuurde Gravity Sucks wordt tweetalig gezongen. Het Duits komt krachtiger over dan de Engelstalige stukken. Gelukkig beheersen ze beide talen genoeg, waardoor het niet een komisch Arnold Schwarzenegger effect oproept. Het naar knoflook ruikende Kiss Me Until My Lips Fall Off is een stuk statischer en hierdoor eentoniger qua stem, maar de zweverige gitaarloopjes van Larissa Iceglass maken veel goed.
Het grillige industriële karakter van My Favorite Black Cat voegt zeker wat toe. Stop met treuren, er mag gedanst worden. De tijd van het navelstaren is aangebroken. De drumcomputer wordt volledig benut, en Iceglass (hoe verzin je die naam) geeft hier een licht mysterieuze draai aan met haar druggy zang. Lavendel Fields laat ons ook de voetjes flink bewegen. De depressieve gevoelens verdwijnen steeds meer naar de achtergrond. Zonder gedachtes laten de stereotiepe moves je dwangmatig naar de vloer staren. De sound gaat hier steeds meer richting de rockmuziek met wat verdwaalde metal invloeden. Dan gaat Du Scrollst weer meer de statische kant op. Minimalistischer en voort bordurend op de eentonige slagen van de drums. We bevinden ons in het spinsel van de krochtige kelders, diep verborgen in de dolende ziel van Iceglass.
True Romantics weet de positieve wave sound te koppelen aan het vocaal gezien prima stuk Darkwave. Juist omdat Maybelline echt moeite doet om goed te zingen, is deze ode aan de New Romantics een stuk luchtiger dan de overige tracks. The Silent Choir gaat terug naar de kern waar de oorsprong van de darkwave haar bestaansrecht aan dankt. Duistere gothic met een sterk herhalende dancebeat. Bij Ebenholz lijkt het zelfs alsof de disco omarmt wordt. Zo toegankelijk hebben ze zich nog niet laten horen, en wordt ondersteund door een heus Top 40 melodietje. Het meest opvallende moment van alle songs. Petals bouwt zich op met de bas als basissteen. Op de achtergrond een mechanisch koor van zusters van genade, welke er prettig tussen gesampeld worden. Zelfs deze donkere figuren lijken tastbaar voor een straaltje zonlicht. Meer vreugde moet je echter niet verwachten.
Het is allemaal al eerder en beter gedaan. Nergens merk je de drang om te vernieuwen terug. Maar als groot liefhebber van gothic en Darkwave moet dit wel goed beoordeeld worden. Al is er groot begrip voor de muziek liefhebbers die hier niks mee hebben.
Lebanon Hanover - Let Them Be Alien | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sterker nog; het Britse Lebanon Hanover zou eerder voor een Germaanse band kunnen door gaan, zelfs de tongval klinkt Duits. Du Scrollst en Gravity Sucks zijn gedeeltelijk in die taal gezongen, en Ebenholz zelfs volledig. Om ze veel mogelijk inspiratie op te doen vestigen de van oorsprong Zwitserse Larissa Iceglass en William Maybelline zich op de koude oergrond van het Ruhrgebied. Waar de nevelachtige mistige sfeer vooral wordt geschept door de rokende schoorstenen van de plaatselijke fabrieken, die als reuzen de horizon bederven. De rollen zijn goed verdeeld, en ze wisselen elkaar af in de zang, hierdoor komt het minder eentonig over. Als je hun eenmalige samenwerking met La Fete Triste uit 2011 niet meetelt is Let Them Be Alien het vijfde album van de band, waarbij de platen echter wel voor elkaar inwisselbaar zijn. Voor grote veranderingen hoef je hun laatste worp niet aan te schaffen. Als je het nostalgische jaren 90 gevoel opnieuw wil ervaren, dan is het een prima aankoop.
De aftrap vind plaats op het kerkhof, waar Maybelline eenzaam en in gedachte ronddwaalt, en in het tweede gezongen gedeelte van Alien is daar ook Iceglass. Als buitenstaanders wandelen ze daar gezellig onder het nachtelijke licht van de volle maan rond. Hoe cliché kun je jezelf uitdrukken. Het is moeilijk om dit serieus te beoordelen, maar de muzikale omlijsting staat mij nog steeds erg aan. Dus op gepaste afstand huppel je achter dit tweetal aan. De door een snelle drumcomputer en dromerig gitaargepingel aangestuurde Gravity Sucks wordt tweetalig gezongen. Het Duits komt krachtiger over dan de Engelstalige stukken. Gelukkig beheersen ze beide talen genoeg, waardoor het niet een komisch Arnold Schwarzenegger effect oproept. Het naar knoflook ruikende Kiss Me Until My Lips Fall Off is een stuk statischer en hierdoor eentoniger qua stem, maar de zweverige gitaarloopjes van Larissa Iceglass maken veel goed.
Het grillige industriële karakter van My Favorite Black Cat voegt zeker wat toe. Stop met treuren, er mag gedanst worden. De tijd van het navelstaren is aangebroken. De drumcomputer wordt volledig benut, en Iceglass (hoe verzin je die naam) geeft hier een licht mysterieuze draai aan met haar druggy zang. Lavendel Fields laat ons ook de voetjes flink bewegen. De depressieve gevoelens verdwijnen steeds meer naar de achtergrond. Zonder gedachtes laten de stereotiepe moves je dwangmatig naar de vloer staren. De sound gaat hier steeds meer richting de rockmuziek met wat verdwaalde metal invloeden. Dan gaat Du Scrollst weer meer de statische kant op. Minimalistischer en voort bordurend op de eentonige slagen van de drums. We bevinden ons in het spinsel van de krochtige kelders, diep verborgen in de dolende ziel van Iceglass.
True Romantics weet de positieve wave sound te koppelen aan het vocaal gezien prima stuk Darkwave. Juist omdat Maybelline echt moeite doet om goed te zingen, is deze ode aan de New Romantics een stuk luchtiger dan de overige tracks. The Silent Choir gaat terug naar de kern waar de oorsprong van de darkwave haar bestaansrecht aan dankt. Duistere gothic met een sterk herhalende dancebeat. Bij Ebenholz lijkt het zelfs alsof de disco omarmt wordt. Zo toegankelijk hebben ze zich nog niet laten horen, en wordt ondersteund door een heus Top 40 melodietje. Het meest opvallende moment van alle songs. Petals bouwt zich op met de bas als basissteen. Op de achtergrond een mechanisch koor van zusters van genade, welke er prettig tussen gesampeld worden. Zelfs deze donkere figuren lijken tastbaar voor een straaltje zonlicht. Meer vreugde moet je echter niet verwachten.
Het is allemaal al eerder en beter gedaan. Nergens merk je de drang om te vernieuwen terug. Maar als groot liefhebber van gothic en Darkwave moet dit wel goed beoordeeld worden. Al is er groot begrip voor de muziek liefhebbers die hier niks mee hebben.
Lebanon Hanover - Let Them Be Alien | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Led Zeppelin - Led Zeppelin (1969)

4,0
0
geplaatst: 14 juni 2015, 19:23 uur
Jimmy Page had al de nodige ervaring opgedaan in de band The Yardbirds, welke samen met de John Mayall & The Bluesbreakers uit die tijd wel gezien kan worden als de school voor beginnende blanke bluesgitaristen.
Uit John Mayall & The Bluesbreakers ontstond ook als het ware Fleetwood Mac.
Behalve Jimmy Page deden ook Eric Clapton en Jeff Beck de nodige ervaringen op bij The Yardbirds.
Jimmy Page was wel al op televisie te zien als 13 jarig jochie, en de muziek is niet vergelijkbaar met wat hij later zou maken. Jimmy Page 1957 - YouTube
Led Zeppelin.
Als kind zijnde dacht ik altijd dat de ontploffende zeppelin op de albumhoes een reusachtige laars was.
En achteraf gezien zou dat beeld ook prima bij Led Zeppelin passen.
Een grote allesvernietigende stap in de muziekwereld.
De vermorzelende reus Led Zeppelin was geboren.
Maar vergeet even Jimmy Page.
Led Zeppelin is de som der delen.
De synergie tussen de vier leden.
Vier elementen.
De krijs van Robert Plant welke je als water in ijs doet verstillen.
De pompende bas welke als energiebaan je weer terug op aarde waant; bespeeld door John Paul Jones.
De donderslagen van John Bonham welke een dreigend noodweer vormen.
En natuurlijk nog het pittige gitaarspel van Jimmy Page uiteraard; welke de songs definitief doet ontvlammen.
Het beste voorbeeld hiervan is denk ik wel Babe I'm Gonna Leave You.
Niet hun beste nummer uiteraard, maar wel voor mij het duidelijkste voorbeeld.
Het debuut is duidelijk een gevormd huwelijk tussen rock en blues.
Elkaar nog aftastend.
Maar dan komt vervolgens de minnaar folk in beeld.
Een driehoeksrelatie tot gevolg, welke hier al hoorbaar is op Black Mountain Side.
Deze femme fatale zal op de komende albums steeds meer invloed uit oefenen.
Uit John Mayall & The Bluesbreakers ontstond ook als het ware Fleetwood Mac.
Behalve Jimmy Page deden ook Eric Clapton en Jeff Beck de nodige ervaringen op bij The Yardbirds.
Jimmy Page was wel al op televisie te zien als 13 jarig jochie, en de muziek is niet vergelijkbaar met wat hij later zou maken. Jimmy Page 1957 - YouTube
Led Zeppelin.
Als kind zijnde dacht ik altijd dat de ontploffende zeppelin op de albumhoes een reusachtige laars was.
En achteraf gezien zou dat beeld ook prima bij Led Zeppelin passen.
Een grote allesvernietigende stap in de muziekwereld.
De vermorzelende reus Led Zeppelin was geboren.
Maar vergeet even Jimmy Page.
Led Zeppelin is de som der delen.
De synergie tussen de vier leden.
Vier elementen.
De krijs van Robert Plant welke je als water in ijs doet verstillen.
De pompende bas welke als energiebaan je weer terug op aarde waant; bespeeld door John Paul Jones.
De donderslagen van John Bonham welke een dreigend noodweer vormen.
En natuurlijk nog het pittige gitaarspel van Jimmy Page uiteraard; welke de songs definitief doet ontvlammen.
Het beste voorbeeld hiervan is denk ik wel Babe I'm Gonna Leave You.
Niet hun beste nummer uiteraard, maar wel voor mij het duidelijkste voorbeeld.
Het debuut is duidelijk een gevormd huwelijk tussen rock en blues.
Elkaar nog aftastend.
Maar dan komt vervolgens de minnaar folk in beeld.
Een driehoeksrelatie tot gevolg, welke hier al hoorbaar is op Black Mountain Side.
Deze femme fatale zal op de komende albums steeds meer invloed uit oefenen.
Led Zeppelin - Led Zeppelin IV (1971)

4,0
0
geplaatst: 10 augustus 2010, 00:54 uur
Elk jaar met Goede Vrijdag werd de wekker op tijd ingesteld.
Tegen 7 uur gelijk de radio aan.
Om maar niks te missen van de Top 100 aller tijden.
De eerste platen waren er om heerlijk te ontwaken.
Vervolgens de lange weg naar de Top 10.
Zouden ze het nu dan eindelijk redden?
Altijd die strijd tussen Queen, Deep Purple en Led Zeppelin.
In 1986 was het dan eindelijk zo ver.
Stairway To Heaven op de eerste plaats.
Hoe mooi kan een aankondiging zijn.
Gevolgd door de rustige opbouw naar een climax.
Voortaan zou de kruisiging van Christus worden toegezongen.
Robert Plant en Jimmy Page begeleiden Hem met zijn weg naar de hemel.
Vanaf dat jaar zou hij de eeuwige rust vinden.
Neder kijken, en zien dat het goed was.
Al zou snel een nieuwe koningin de macht overnemen.
Deze vervolgens niet meer los maken.
Folk en Hard Rock omarmen elkaar.
Na Woodstock bleek het mogelijk.
Led Zeppelin overleefde de flower power.
Al hadden de jaren zestig veel invloed op hun 4e album.
Robert Plant mysterieuze uiterlijk was ook een combinatie tussen een hippie en rocker.
Zijn voorliefde voor muziek was dan ook groot.
Natuurlijk werden oude fans niet teleurgesteld.
Sterk openen met recht toe recht aan nummers.
Vervolgens kwam die omslag.
Sandy Denny die samen met Robert Plant een geweldig duet neerzette.
Al zou The Battle Of Everymore altijd overschaduwd worden door Stairway To Heaven.
Het stemgeluid van Plant sloot ook perfect aan bij de grootste rockzangeres uit die tijd.
Helaas besloot Pearl Janis Joplin een jaar eerder dat het genoeg was geweest.
Waardoor een samenwerking tussen deze twee grootheden er niet zou komen.
Nooit eerder 2 stemmen zo mooi bij elkaar zien passen.
Zonder Led Zeppelin geen Guns 'n' Roses.
Zonder Led Zeppelin IV geen Out Of Time van REM.
Tegen 7 uur gelijk de radio aan.
Om maar niks te missen van de Top 100 aller tijden.
De eerste platen waren er om heerlijk te ontwaken.
Vervolgens de lange weg naar de Top 10.
Zouden ze het nu dan eindelijk redden?
Altijd die strijd tussen Queen, Deep Purple en Led Zeppelin.
In 1986 was het dan eindelijk zo ver.
Stairway To Heaven op de eerste plaats.
Hoe mooi kan een aankondiging zijn.
Gevolgd door de rustige opbouw naar een climax.
Voortaan zou de kruisiging van Christus worden toegezongen.
Robert Plant en Jimmy Page begeleiden Hem met zijn weg naar de hemel.
Vanaf dat jaar zou hij de eeuwige rust vinden.
Neder kijken, en zien dat het goed was.
Al zou snel een nieuwe koningin de macht overnemen.
Deze vervolgens niet meer los maken.
Folk en Hard Rock omarmen elkaar.
Na Woodstock bleek het mogelijk.
Led Zeppelin overleefde de flower power.
Al hadden de jaren zestig veel invloed op hun 4e album.
Robert Plant mysterieuze uiterlijk was ook een combinatie tussen een hippie en rocker.
Zijn voorliefde voor muziek was dan ook groot.
Natuurlijk werden oude fans niet teleurgesteld.
Sterk openen met recht toe recht aan nummers.
Vervolgens kwam die omslag.
Sandy Denny die samen met Robert Plant een geweldig duet neerzette.
Al zou The Battle Of Everymore altijd overschaduwd worden door Stairway To Heaven.
Het stemgeluid van Plant sloot ook perfect aan bij de grootste rockzangeres uit die tijd.
Helaas besloot Pearl Janis Joplin een jaar eerder dat het genoeg was geweest.
Waardoor een samenwerking tussen deze twee grootheden er niet zou komen.
Nooit eerder 2 stemmen zo mooi bij elkaar zien passen.
Zonder Led Zeppelin geen Guns 'n' Roses.
Zonder Led Zeppelin IV geen Out Of Time van REM.
Lemonheads - It's a Shame About Ray (1992)

4,0
0
geplaatst: 20 april 2007, 20:32 uur
Heerlijk album. Confetti, It's a Shame About Ray, My Drug Buddy en Mrs. Robinson werden ook veel op de radio gedraaid. Ik verwachte dat Nederland klaar was voor Lemonheads, maar het leverde niet het grote succes op. Toch blijft dit album mij nu nog steeds boeien. Met Evan Dando ging het vervolgens niet echt super; maar blijkbaar hoorde dat bij de jaren 90; hij was niet de enige popartiest met wie het slecht ging.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik dit kocht. Bij de Waaghals in Nijmegen draaiden ze het toen ik binnen kwam. Gelijk een exemplaar gekocht; ook op vriendelijk aandringen (en terecht) van de verkoper.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik dit kocht. Bij de Waaghals in Nijmegen draaiden ze het toen ik binnen kwam. Gelijk een exemplaar gekocht; ook op vriendelijk aandringen (en terecht) van de verkoper.
