MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Faces - A Nod Is as Good as a Wink... to a Blind Horse (1971)

poster
3,5
Faces werd bij The Black Crowes genoemd als een van hun voorbeelden, en inderdaad, zeker de stem van Chris Robinson lijkt wel heel erg veel op die van Rod Stewart.
Muzikaal gezien rockt The Black Crowes wat meer, en ik had eigenlijk bij Faces ook een wat harder geluid verwacht.
Stay With Me blijft natuurlijk een prachtig nummer, en steekt ook ver boven de rest uit.
Ron Wood kan zeker aardig gitaar spelen, maar hij heeft niet het memorabele van Keith Richard of Mick Taylor.
Met het opdoeken van Faces en het aansluiten bij Rolling Stones heeft hij de beste zet gedaan, die hij kon doen.
Ook Rod Stewart heeft solo zijn succes door kunnen zetten, al werd het allemaal steeds zoeter.
Toch past zijn rauwe stem wel goed bij Faces, later zou te vaak blijken dat hij toch wel een beperkte zanger is.

Faith No More - Angel Dust (1992)

poster
4,0
Mike Patton zet hier schaak.
Op de vorige twee albums was hij nog een pion in het netwerk Faith No More genaamd.
Hier is hij duidelijk de koning.
Koning Midas.
Terwijl de gekte nu de overhand heeft, veranderd wel alles in goud.
Welkom in de gestoorde wereld van een overspannen jukebox, die allerlei ziekelijke plaatjes uitbraakt.
Patton is Heino, Lionel Richie, Anthony Kiedis en Tom Araya.
Hannibal Lecter die je uit nodigt voor een etentje.
Een schizofreen waarbij verschillende persoonlijkheden zich openbaren.
Faith No More op zijn best.

Faith No More - Sol Invictus (2015)

poster
3,0
Och, alweer zo’n band uit de jaren 90 die het probeert om een comeback te maken.
Na Pixies, Smashing Pumpkins, Afghan Whigs en soundgarden hebben we nu een nieuwe Faith No More.
Toch hoor je bij Faith No More wel terug dat de band de laatste jaren al de nodige ervaring met het spelen er op heeft zitten.
De band klinkt gewoon weer strak en op elkaar ingespeeld.
Sol Invictus is geen The Real Thing of Angel Dust.
Toch ligt het allemaal wel dicht in die periode.
De piano heeft weer een grotere rol in het geheel gekregen, zonder dat het ten koste gaat aan het geluid.
Sol Invictus is hard, duister en smerig.
Eigenlijk sluit het meer aan op de wereld waarin wij nu leven.
Het onbevangen, vrolijke, huppelen door de jaren 90 is wel totaal verdwenen.
Je hoort het trage, slepende terug van de Nu Metal.
Korn en Slipknot hebben hun sporen achter gelaten.
Weg is de Red Hot Chili Peppers of Primus achtige funk met de nodige dosis aan humor.
En misschien is dat het enige minpunt van dit album.
Faith No More bezat de Rembo en Rembo gekte.
Theatrale chaos van frontman Mike Patton.
Verder helemaal niks aan te merken aan dit album.

Faith No More - The Real Thing (1989)

poster
4,0
Mijn eerste kennismaking met Faith No More was de videoclip van Epic.
Geloof me, die kwam over als een grote grap.
Mike Patton; zanger met zijn slecht ingestudeerde New Kids On The Block pasjes.
Om maar te zwijgen over de meest foute trui aller tijden.
Een stemgeluid wat net iets te snel en te hoog is.
Donald Duck van de Metal.
Rasta Mike Bordin achter het drumstel.
Gitarist Jim Martin die zich het verkeerde decennia heeft in geblowd.
Zonder Faith No More zou Beavis & Butthead geen bestaansrecht hebben.

Toch bleef Epic steeds ergens ver in mijn achterhoofd hangen.
Van een buurjongen kreeg ik een cassettebandje met The Real Thing.
Telkens als hij vroeg hoe ik het vond, moest ik hetzelfde antwoorden.
Nog niet aan toe gekomen.
Dus dan maar bij hem thuis uiteindelijk een luisterbeurt.
Al bleef vanaf From Out Of Nowhere de gekte overheersen.
Is dit nu echt of een gimmick?
Muzikaal klinkt het meer dan oké.
Deze demente kruising tussen Red Hot Chili Peppers en Metallica.

Sterker nog, Faith No More zou ik blijven volgen.
Zelfs ooit nog een live optreden van mee gemaakt.
The Final Countdown van Europe in een Euro House mix.
Opkomst met aerobics oefeningen.
Mijn eerste echte stagedive.
Waarbij ik door mijn lichte gewicht een kwartier lang werd rond gestuiterd.
Als een strandbal tijdens een beach volleybal toernooi.
Aangemoedigd door de frontman himself.

Misschien is de zelfspot mede oorzaak voor het succes.
De jaren 80 brachten veelal serieuze bands voor.
Humor in muziek kenden we alleen nog maar van Frank Zappa.
Maar misschien heb ik het altijd verkeerd begrepen.
En was Faith No More diepe ernst.

Fanfara Station - Boussadia (2022)

poster
3,5
Een masker biedt verschuiling, schakelt emoties uit, is bedreigend en beschermt het verborgen personage. De in zwart gehulde Boussadia camoufleert zijn gezicht met een leren masker en een hoge hoed, raakt in een opzwepende seance trance en communiceert al woest bewegend met de Afrikaanse goden. Geen vreugdedans dus, maar een noodzakelijk cultureel goed. De rondzwervende Boussadia nomade is de schakelfiguur op de nieuwe Fanfara Station plaat, wij reizen aan de hand van deze wereldreiziger mee en bezoeken hierbij de afkomst van het muzikale trio. De Tunesische multi-instrumentalist Marzouk Mejri eist het grootste aandeel op, al blijft de Amerikaanse blazer Charles Ferris de grote sfeermaker en vormt de Italiaanse DJ Marco Dalmasso aka Ghiaccioli e Branzini het ontbrekende puzzelstuk.

Boussadia vermengt de wereldse folk trance van het swingende Tebourba met nog meer Afrikaanse roots maar blijft wel trouw aan die Balkan brassband basiskern. De gevaarlijk klinkende vreugdekreet van het kokende Nagran introduceert het herziende feestende gezelschap. De house extase belevenis van de voorganger hebben ze overboord gegooid, ze laten er hier een funkende new wave echo op los. Boussadia is nog puurder, nog levendig en nog dichter bij dat originele geluid. Een Radio Bemba Sound System album volgens de Fanfara Station principes.

Marzouk Mejri laat de jaren zeventig herleven en legt een primitieve Afrobeat drumbasis neer waar de Amerikaanse postpunk beweging van zouden smullen. Hoe exotisch tribal wil je klinken? Dat de muzikant tot de top van de Italiaanse percussie muzikanten behoort, sterker nog, die positie op eenzame hoogte bekleedt mag duidelijk zijn. Geliefd bij zijn collega’s die graag van zijn kwaliteiten gebruik maken. Het Arabisch getinte slangen bezwerende Madinafrika heeft duistere verbale uitspattingen waar de elektropioniers van The Chemical Brothers misschien wel om zullen smeken om deze in samplervorm in hun werk terug te laten komen. Een doordachte uitgewerkte keuze van wonderkind Marco Dalmasso, die hiermee zijn belang veilig stelt, al zorgt zijn geraffineerdheid verder nog voor de nodige uitdagende draaikronkels.

De teder gespeelde soulzwoelheid waarmee trompettist Charles Ferris het jazzy sensuele Sabra opent, heeft diezelfde identieke meesterlijke klasse van het andere tweetal. Dit is zijn moment, zijn bescheidenheid in groots functioneren. Het is puur goud wat de koperblazer tevoorschijn tovert. De Boussadia knikt goedkeurend toe om zich vervolgens weer op zijn bedreven exorcistische rituelen te storten. De James Bond spanningsbogen van Balai voegen de inheemse mystiek samen met de Westerse nuchterheid. Een tikkeltje Brits, met de gentlemen beleefdheid die Charles Ferris trouw laat passeren. Zou The Man With The Golden Gun film om een moderne soundtrack vragen om die lugubere Jamaicaanse voodoo begrafenissfeer op te roepen dan zou het Fanfara Station dixieland treurorkest de geschikte kandidaat zijn.

Het culturele respect en de universele verbroedering tussen verschillende muziekopvattingen en denkwijzen straalt er vanaf. Adra zou met gemak voor een remake van een ophitsende traditional door kunnen gaan, waar de weergoden in een regendans aanbeden worden, al hopende op een goede vruchtbare oogst. Wat is Ya Baba toch een prachtige afsluiter. De wijze Charles Ferris blaast symbolisch zijn laatste adem uit, waarna het herboren nieuwe leven het vierend overneemt. Fanfara Station overtreft zichzelf in een spannend, diep groovend geheel, vol passie en liefde waarmee ze de Afrikaanse in trance dansende Boussadia zeker tevreden zullen stellen.

Fanfara Station - Boussadia | World | Written in Music - writteninmusic.com

Far from Saints - Far from Saints (2023)

poster
4,0
Met singles als Mr. Writer, Have A Nice Day en Dakota plaatsen de uit Wales afkomstige Britpop rockers van Stereophonics zich in het vizier van de Nederlandse muziekliefhebbers. Het succes staat echter in schril contrast tot de verdiende status die ze in het Verenigde Koninkrijk opeisen, waar zowat elke plaat de toppositie van de hitlijsten bereikt. Het Amerikaanse The Wind and the Wave kennen de concertgangers daar wel van naam, vooral omdat deze als begeleidingsband van Stereophonics vocalist Kelly Jones met hem mee op tournee gaan. Op die avonden trakteert hij het aanwezige publiek samen met de The Wind and the Wave afkomstige zangeres Patricia Lynn altijd op een cover van het Stevie Nicks en Tom Petty Stop Draggin’ My Heart Around duet.

En dan kom je tot de conclusie dat die twee stemmen wel heel mooi in een Americana country setting kleuren, en werkt het tweetal met het The Wind and the Wave maatje Dwight A. Baker de plannen voor een gezamenlijk project uit. Met die Far from Saints chemie wijkt het drietal van hun kenmerkende geluidbasis af, het voelt echter allemaal zo vertrouwd en puur, en is stiekem een stuk geïnspireerder en interessanter dan de latere Stereophonics platen, al dwalen op Oochya! de nodige stevige ZZ Top invloeden rond . Die uitgekauwde formule kennen we ondertussen wel, het is tijd voor iets nieuws. Gelukkig denkt Kelly Jones daar exact hetzelfde over. The Wind and the Wave speelt in 2013 hun eerste liveshow in Austin, de hoofdstad van olierijke cowboystaat Texas, en kiezen op Far from Saints ook min of meer voor dat identieke muzikale uitgangspunt.

Het onder de huid kruipende Far from Saints is meer folk georiënteerd dan de puurheid van de Nashville country, en heeft niet dat psychedelische van de Philadelphia Americana scene. Wat vooral opvalt is dat de nuchtere Welshmen roots van vocalist Kelly Jones amper hoorbaar zijn, en dat hij zich geheel aan het overige tweetal overgeeft. Met het volste vertrouwen laat hij zich volledig ontspannen leiden. Het klinkt allemaal zo natuurlijk en eerlijk, en het geeft vooral veel lucht. De Far from Saints plaat is vier jaar geleden in slechts negen dagen tijd opgenomen, en heeft de tussenliggende tijd benut om te rijpen. Wat eenmaal in het vat zit verzuurd niet, blijkbaar is nu het passende moment om deze te releasen. Het is des te verrassend dat de eerder verschenen Black Beatles en Elegant & Gang promotiesingles niet op het debuutalbum staan.

De pijnlijke Far from Saints scheidingsplaat verwelkomt je met het warme Screaming Hallelujah, deze ademt nog wel dat Nashville poriëngevoel uit. A Death and Reborn, afsluiten en opnieuw doorstarten. Het trio hervindt hun geloof in een avontuurlijke semi-akoestische natuurbelevingswereld. Ze ontdekken hun gezamenlijke draagkracht, en plukken hier de vruchten van. Kelly Jones heeft dat toepasselijke kastanjebruine vocale randje van een bijna vijftiger. Wat moet dat heerlijk voor hem zijn om die jeugdige tieneridoolstatus eventjes vaarwel te zeggen. Ondanks dat het instinctief duistere Faded Black Tattoo zich in een spokende ondergrond voedt, straalt het vooral iets verlossend bevrijdend uit. Een murder ballad in wording, waarbij een vastlopende relatie tot een achtervolgende geestverschijning vervaagd. Soms is het zinvoller om het licht te doven, dan elkander in de schijnwerpers te plaatsen. Hoe hard ze ook proberen, zonder We Won’t Get Out Alive kleerscheuren halen ze het einde niet.

De But I’m Still Alive And I Gonna Find What’s Killing Me gospel kernzin in de Gonna Find What’s Killing Me zelfkastijding zegt meer dan genoeg, het is een kwestie van overleven. En dan besef je in het opkwikkende Take It Through the Night dat je eigenlijk juist zonder elkaar amper bestaansrecht hebt. Daar zit hem de tendens van de Far from Saints plaat. Afstoten en aantrekken, en in het geval van Kelly Jones en Patricia Lynn draait het vooral om die ontsluierende gedeelde passie te ontdekken. Te zwaar om lichtjes over te oordelen, maar weer niet zo vernietigend om in de moordende vernietigingsdrang te verdrinken.

Het is een mooi uitgespeeld rollenspel met het kans berekende onhoudbare houden van als inzet. Soms lichtvoetig romantisch in het verlangende Let’s Turn This Back Around heimweelied, wijs doordacht in de No Fool Like an Old Fool zielsbezinning, dan weer optimistisch vooruitdenkend en het verlossende The Ride countryrocker, waarin ze duivelse gedachtes trotseren om de zinloosheid te bestrijden. Parkeer het verleden op die doodlopende weg vluchtstrook en laat je door het christelijke Let The Light Shine Over You de juiste kant op navigeren. Het afsluitende Own It teert verbaal op die rauwe Stereophonics kracht, en is het drietal klaar om weer die andere afslag te nemen. Stiekem hoop je op een vervolg, wat voelt dit toch heerlijk zeker aan. Far from Saints is de plaat die Lindsey Buckingham en Stevie Nicks feitelijk na Rumours moeten maken, en dat is voor dit drietal een groot waardig compliment.

Far from Saints - Far from Saints | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Fat Dog - Woof. (2024)

poster
4,0
De luisteraar op een dwaalspoor brengen met een mix van hitsige Eurohouse, demonische soulpop, new wave trance, industrial noise en hier en daar de nodige Oosterse elementen, en dit alles in één nummer? De door Written in Music eerder geïnterviewde jonge hondenband Fat Dog krijgt het voor elkaar. Alsof je bij Vigilante getuige bent van een geheim Zweeds verbond, waar Viagra Boys de uitgerangeerde zanger van Army of Lovers uit de goot plukt en bij het gezelschap voegt, hem een handvol aan pillen toestopt en vraagt of hij een door Trent Reznor van Nine Inch Nails geproduceerd gangsterrap nummer wil inzingen. Alleen komen Joe Love en zijn kameraden gewoon uit Zuid Londen, al hebben ze wel verschillende keren voor Viagra Boys geopend.

De gekte startte, hoe toepasselijk ook, ergens in de waanzin van corona toen men strooide met complottheorieën om verwarring te veroorzaken en vervolgens die verwarring in een nieuw soort van denkwijze omzette. Woof is kitsch, fout, provocerend, geniaal, flauw, achterhaald, vooruitstrevend, vreemd, maar wel heel erg lekker. Juist het hokjes denken wordt hier flink met een korrel zout genomen. Een rebelse antireactie met een hoog schlager kermis kroegentocht gehalte. The Tubes noemden het ooit ergens in 1975, ja echt, al voor de punk revival, White Punks On Dope, en dat gevoel roept Fat Dog ergens ook wel op. Compromisloos, tegendraads eigenwijs.

Het begon allemaal een jaar geleden met het nerveuze zeven minuten durende King of the Slugs. Feestende Old school gothic wave met oppeppende beats. Theatraal uitpakkend en die randverschijnselen met de nodige tierelantijntjes versierend. Fat Dog bevond zich op verboden gebied toen ze daar vervolgens traditionele Russische hoempa volksdeuntjes met gabber ska inmengden. Ze zetten zich in ieder geval op indrukwekkende wijze op de kaart en het leverde genoeg geroezemoes en mond tot mond reclame in het rockklimaat op. Voeg daarbij de spraakmakende intensieve wilde liveshows toe waar de massa in een kolkende menigte verandert en de hype was geboren.

De brutale All the Same Electric Body Music volgde in de winter rond de jaarwisseling. We waanden ons letterlijk in 1989, waar de Britpop opgedroogd op een doorstart wachtte en ze in eerste instantie door het Amerikaanse gitaargeweld overrompeld werd. De verrassing zat hem in het met new age kinderkoor opgestuwde I Am the King dat zich naar een overweldigende climax toewerkte. De overwinnaarskracht van een drugsroes, het strijdlied der hooligans die ook dat saamhorigheidsbesef uitstralen.

Mijn schoonzus zou het geinige muziek noemen, en dan weet je al dat het op muzikaal vlak niet veel voorstelt. Geinig is tegenwoordig gelijk aan niet zo bijzonder, grappig en leuk. Leuk is net zo’n jeukend begrip. Van Fat Dog krijg je jeukende allergische vlekken, en dan is het stiekem erg fijn om onbeschaamd aan die korsten te krabben, gewoon omdat het zo prettig aanvoelt. In het land dat ons ooit de Spitting Image, The Young Ones en Monty Python satire schonk, is er ook plek voor Fat Dog. Wither jat schaamteloos de Breakthru baslijnen van Queen, Freddie Mercury zou hier de humor wel van inzien. Door de Brexit leven we in een Spinal Tap circus, waar we telkens in dezelfde valkuil duikelen. We dissen het rechtssysteem en verlaten als tevreden verliezer de arena.

Het serieuze Running en het zelfdestructieve Closer to God voeden zich beide met haakse freejazz en opera uitbarstingen. Maatschappelijke onvrede, en vooral met heel veel angst. Deze tracks misstaan tekstueel niet tussen het recente Fontaines D.C. en Idles werk. Clowns laat zich publiekelijk door de vocoder aanranden, en het wordt allemaal geaccepteerd. Zo laag zijn we ondertussen weggezakt, zo laag zelfs dat de piano er een lachwekkend boyband ballad einde aanbreit. And So It Came to Pass, de nare droom komt tot een einde. De mensheid sterft, maar de trouwe overvoede viervoeter blijft ons vrolijk toelachen. Woof is meer dan een geinige plaat.

Fat Dog - Woof | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Faten Kanaan - Afterpoem (2023)

poster
4,0
Het modern minimalisme van de neoklassiek semi-geschoolde Faten Kanaan overstijgt het tastbare woordengebruik. Sterker nog, ze dicht puur met haar emoties, zonder hier verbale uitingen aan te verbinden. Het verloren taalbegrip vervaagt en heeft geen gesproken waardeoordeel meer. Ondanks dat je klanken wel kunt vastleggen, klinken deze nooit exact hetzelfde, ook hierbij speelt expressie en impressie een bepalende rol. Een indrukwekkende poëet laat de luisteraar imaginaire beelden bij de voordracht schetsen, en haalt de kracht uit de soberheid van de vertolkingen. De uit Brooklyn afkomstige componist wekt dezelfde bezieling op. Het vertrouwde gestudeerde absorptievermogen van Faten Kanaan is een unieke kwaliteit. Er zit zoveel herkenning in haar werk, maar het valt echter totaal niet te herplaatsen.

De kamervullende Afterpoem klankbekleding is daarom net wat luchtiger, dromeriger, misschien zelfs wel tastbaarder. Stadse straattaal van de verlegen binnenvetters, die hun emoties niet te koop aanbieden, maar deze liever voor zichzelf verborgen houden. De puurheid van het toetsenwerk haalt men veelal uit een traditioneel instrument als de piano. Faten Kanaan dwingt daarnaast juist synthesizers en keyboards af om die diepste gevoelens van het menselijke karakter bloot te geven. Een geschenk welke zich in een dertiental gevarieerde korte verfijnde muziekstukken openbaart. Het filmisch sacrale Fin Août, Début Septembre heeft dezelfde titel als de gelijknamige rolprent. Het definitieve afscheid van een personage die in de herfst van zijn leven sterft. Het oude barokke overlijdt en de verstilde treurnis gaat langzaam in een nieuw bestaan over. Eigenlijk sluit het winterse Snowing hier nog het mooiste op aan.

Toch zijn er weldegelijk de nodige invloeden hoorbaar. In Trenchcoat zoekt het minimaal geschoolde klassieke talent het grijze popgrensgebied op, een verwarrende overgangsfase die op Afterpoem een aangenaam aromatisch sensitief vervolg krijgt. De muzikale omlijsting heeft raakvlakken met de duistere jaren tachtig illustraties. Ze verkent de herstructurerende kneedbare wereld van Anne Clark in de treurende tienerromantiek van Ebla, de neerslachtige Enya triestheid in het dromerige Domari’s Lamp en haar transformatie naar de mediterende folky Votive ambient, en een soort van ingetogen Brian Eno en Daniel Lanois demo versie van Where The Streets Have No Name in het bevlogen Florian Court. Ambitieuze spelbrekers die zich voornamelijk op sfeerbepaling oriënteren, maar die in de kleurrijke jaren tachtig zich verbeten aan die diepzwarte zekerheid vastklampen.

Scheppend muziekarchitect Faten Kanaan speelt met de elementen en verslechtert dus die scheidingslijn. Afterpoem werpt een gothic lijntje uit, waarachter beladen depressies zich vragend schuilhouden. De missing link tussen postpunk en neoklassiek, minder tijdsgebonden, maar weer wel universeel. Elegant statig als een eeuwenoude kathedraal, maar ook breekbaar eenzaam. Kleine twinkelende nachtmelodietjes voor het slapen gaan. Insomnia wangedrochten als het bevreemdende Cascando welke je juist rusteloos wakker houden. Geïllustreerde schemergebied gevalletjes, hypnotiserend doorzagend, bijna snurkend, dromerig bevredigend. Het minder complexe Afterpoem is een artistieke volgbare kunstervaring, die nergens die intensieve muziekbeleving afdwingt.

Faten Kanaan - Afterpoem | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com

Faust - Momentaufnahme I (2023)

poster
4,0
We vergeten vaak te vermelden hoe groot de invloed van Krautrock op het muzikale vervolg is geweest. Zonder deze Duitse stroming zou stoner, ambient, trance, synthpop en zelfs postpunk niet het bestaansrecht in de huidige vorm hebben. Dat David Bowie naar Berlijn uitwijkt heeft zeker met zijn interesse in deze belangrijke subcultuur te maken. Noem je krautrock dan drijven vanzelf namen als Tangerine Dream, Faust, Can, Neu! en Kraftwerk boven. Bijzonder eigenlijk omdat deze bands allen een totaal eigen geluid hebben en zich lang niet altijd met de overige pioniers identificeren. Net als de Britse postpunk van eind jaren zeventig hebben we hier met unieke talenten te maken die hun krachten bundelen om tot iets moois te komen. Tegenwoordig klinkt het grote gros toch wel identiek en inwisselbaar.

Zo goed als op de eerste gelijknamige Faust plaat zal het gezelschap nooit meer worden. Technisch zit het latere werk misschien wel sterker in elkaar, daar doel ik niet op. Het verknipte Why Don’t You Eat Carrots? rariteiten cabaret gaat terug naar de roemzuchtige Berlijnse gloriedagen, maar luidt tevens het artistieke verval in. Faust is trots op het muzikale verleden en verloochend die afkomst niet. Faust is Faust, Faust is typisch Duits, Faust is kunst en artistieke vrijheid. Natuurlijk zijn ze niet honderd procent origineel, de jazzy Meadow Meal freakpower grijpt overduidelijk naar het eerder opererende The Mothers of Invention terug en zelfs de vroeg psychedelische Pink Floyd progrock staat hier niet ver van verwijdert. Miss Fortune is nog onnavolgbaarder en nog vreemder. Faust schept een nieuwe gedurfde Melkweg dimensie met de meest onwaarschijnlijke uitvluchten en uitspattingen.

Het mag duidelijk zijn dat dit drietal tracks niet zo uit de lucht komt vallen, maar dat daar een hoop ingenieus studiewerk achter schuilgaat. Deze probeersels en ook latere bruikbare collages vinden geconserveerd in de studio schappen onderdak en blijken tevens een uitpuilende bron aan inspiratie voor de experimentele drift van de muzikale volgelingen te zijn. Eigenlijk is Bureau B de meest geschikte kandidaat om dit ruwe fragmentarische schetsmateriaal te etaleren. Momentaufnahme I is het eerste schijfje aan niet geheel uniek, maar wel zeer bijzondere momentopnames die men op tape heeft vastgelegd.

Na de korte Naja introductie gaat het met het stevige Flaflas gitaargeweld helemaal los. Mistige flarden aan destructieve noise passeren de revue waaroverheen Werner Diermaier zich als een beestachtige drummer uitleeft. Verplicht vruchten afwerpend lesmateriaal voor hedendaagse doommetal duisternis, industrial drones en apocalyptische postrock bands. Hier in die verrotte kern ligt het puisterige basisgezwel verborgen wiens nazaatkiemen zich als voedende parasieten over de rockgeschiedenis verspreiden. Vergeet het zweverige krautrock futurisme, hier zetten ze een genoodzaakte noodlanding in, alarmfase eerste stadium. De SOS Es Ist Wieder Da ruis krijgt een diep groovend funkend fretloos basgitaar vervolg. Simple Minds, Japan en ook zeker Duran Duran zijn schatplichtig aan de vaardigheden van anarchistische onrustzaaier Jean-Hervé Peron.

Vanuit het bombastische Mechanika volgt de elektronische Weird Sounds Sound Bizarre vervreemding, waarbij ze een jungle hutspot gevuld met mechanische dierenklanken creëren. Leg dit langs het schreeuwerig huilerig Such A Shame intro van Talk Talk, en je ervaart direct waar die hun klankenpallet vandaan halen. Hoe komisch is het dat een van de bandleden aangeeft dat hij zich buitengesloten voelt, omdat hij niet mee mag spelen. De herkenbaar te plaatsen Rémaj7 folk bewijst tevens dat Faust weldegelijk uit humane schepsels bestaat, die met indianen rituelen flirten en daardoor het gevoel voor humor intact houden. In het sfeerbepalende Fin de Face maakt Faust van echo feedbacks gebruik en staat nog overduidelijk in de pril expressieve kinderschoenenfase.

Vergeet niet dat de Momentaufnahme I stukken slechts tot het voorwerk gerekend wordt. Funksmeltkroes Vorsatz bevindt zich net wat verder in de evolutie en zou men tegenwoordig onder de freejazz en shoegazer noise noemer plaatsen. Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space. Geluidstoring Acouphènes mist de connectie met eindstation aarde en ook de overstuurde complexe Bonne Soupe Au Fromage emergency call moet het nodige krachtwerk verrichten om die aansluiting te vinden. De doelstelling van de hypnotiserende Rückwärts Durch Die Drehtür percussie jamsessie is om dat verlichtende trance ijkpunt te bereiken. Een mooi gegeven om het eerste plaatje aan veelbelovend restmateriaal mee af te sluiten.

Faust - Momentaufnahme I | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Faust - Momentaufnahme II (2023)

poster
4,0
Net als Momentaufnahme I verschijnt het tweede gedeelte al eerder op de unieke 1971-1974 Faust box samenstelling uit 2021 waarop tevens Punkt. te vinden is. Ook nu betreft het een boeiende muzikale presentatielezing van hun belangrijkste bandjaren en is het een waardige The Faust Tapes aanvulling. Vervolgens stopt de band er voor een twintigjarige periode mee, om in 1994 een doorstart te maken. Rudolf Sosna is er dan niet meer bij, dit genie welke veelal verantwoordelijk is voor de complexe structuur melodieën overlijdt twee jaar later. Hiermee komt dan tevens een einde aan de Faust magie. Vanwege de nodige onderlinge onvrede splitst de band zich af waardoor er twee Faust samenstellingen bestaan. Een heel vervelend zwartmakerij gedoe, dus laten we de aandacht maar gewoon op Momentaufnahme II richten.

Het migraine opwekkende Danach gedreun getuigt opnieuw van die nieuwsgierige antiwerkwijze van het eigenzinnige Faust. Heerlijk dwars een restverzamelaar openen. Ondanks dat de basis van Gegensprechanlage uit Oosters elektronica bestaat, grijpt het rammelende gitaarspel naar de latere punkstroming terug. Met minimalistische klanken het maximale effect oproepen. Het Gegensprechanlage knoppengedraai wekt een dierlijke geluidsmix op, maar heeft als track amper meerwaarde. Een ontdekkingstocht naar de eigen onbeperkte territorium mogelijkheden, en daar later een vervolg aan geven. Lampe An, Tür Zu, Leute Rein! speelt op het unheimische verdovende angsttrauma in. De nachten dat nachtmerries als ongewenste gasten aankloppen en dromen terroriseren. Krautrock duisternis, zwevend zonder veilig vangnet. Naargeestig harmonium gezoem in een verlichtende bedje van elektro futurisme. Een instrumentaal filmische hoorspel welke de toekomstige leegte op verantwoordelijke wijze een naam geeft.

Het ophitsende sterke retro Tête-À-Tête im Schredder tribaldance is vuige garagerock volgens de Faust principes en wordt door een viertal fragmentarische gestoorde geluidscollages opgevolgd waarvan de dromerige I Am… an Artist liefdesverklaring voor het muzikantenvakmanschap het meest indrukwekkende is. De rest krijst, schreeuwt en gilt zich er als overspannen machinerie doorheen. Arrampicarsi Sul Vesuvio heeft een heerlijke ophitsende freejazz freakpower twist en vindt tegenwoordig zijn vervolg in de uitgedokterde experimenteerdrift van de Radiohead afsplitsing The Smile en het nog minder abstracte Squid. Met als grote verschil dat Faust zich zelfs meer van compromissen afsluiten distantieert, en de hele rockstructuur wakker schudde en in vervreemding achterlaat. Vergeet niet dat de muziekstukken alweer vijftig jaar oud zijn, en dat dit de oorspronkelijke reden is om dat bestaan te vieren. Faust is de schoonheid, maar ook tevens de weggestopte lelijke kant van het Duitse geweten. Alles komt hier samen.

De …Und Alles Durcheinander exotische glamrock sjamaandans bewijst nogmaals dat Faust zonder het percussiegeweld van Werner Diermaier en Arnulf Meifert amper bestaansrecht heeft. Subtiel mengt de rest zich sissend, blazend en jankend bij het tweetal om na de explosieve noise drones zich in de hartslagen van Faust te herenigen. Het zware The Fear of Missing Out exorcisme begrenst het benauwende controle verlies. Hoe ver ga je in die artistieke vrijheid en plaats je jezelf dan wel onder het vastgelegde muziekbegrip. Heuse popmelodielijnen wringen zich binnen om het gelijk te halen. Gelukkig laat Faust die definities vervagen en trappen ze de heilige huisjes de grond in. Stel je eens voor dat we als een eeuwigdurende psychedelische trip nog steeds in de jaren zestig blijven hangen. Het afrondende As-Tu Vu Mon Ombre? is een versnippering van het Faust imperium in kleinere verwilderende aftakkingen. De Franse voertaal staat voor het universele collectieve. Faust beperkt zich niet tot Duitsland en verovert de landsgrenzen.

Faust - Momentaufnahme II | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Faust - Punkt (2022)

poster
4,5
Elk subgenre heeft zijn oorsprong. Zo is de Krautrock beweging het Duitse antwoord op de ontwikkeling van de psychedelische progrock monsterbandsound welke eind jaren zestig hun stempel op het muzikale landschap drukken. Het decadente Berlijn, met de theatrale cabaret achtergrond, de Keulse en Hamburgse handelshavenplekken, en vooral de grijze industriële omgeving van het Ruhrgebied met Düsseldorf als belangrijkste broedplaats. Kraut is een verzamelnaam, de onderlinge verschillen zijn gigantisch groot. Het computergestuurde Kraftwerk staat overduidelijk aan de basis van het latere new wave synthpop geluid. Het dromerige Tangerine Dream levert onder andere het basismateriaal voor de latere ambient af, en het buitenbeentje Faust wordt door de New Yorkse no wave scene in de armen gesloten.

Het Hamburgse Faust introduceert op hun vierde studioplaat IV het Krautrock begrip, genoemd naar de fraaie openingstrack. Deze mijlpaal pakt alles samen; acclimatiserende futuristische elektronica, mijlenlange psychedelica en free jazz gekte in een metropool van voorgeprogrammeerde digitale snelweg knooppunten. Faust staat op het punt om te exploderen, de benaming valt vrijwel gelijk met de ondergang van dit eigenzinnige gezelschap samen. De opvolger zal nooit het daglicht zien, maar verdwijnt in de keldermagazijn schappen van het Giorgio Moroder’s Musicland Studio pakhuis.

De hernieuwde Bureau B label aandacht voor de elektropioniers leverde in het verleden al mooie releases van Kreidler, Der Plan en Cluster op, nu is het de beurt aan die bijzondere vijfde nooit verschenen Faust plaat. Punkt is tevens een onderdeel van de 1971-74 boxset. Een perfect gekozen titel welke het dwarse punkende karakter weergeeft, maar welke tevens een afgesloten periode definieert. Is Punkt nog relevant of voornamelijk voor de Faust liefhebbers een leuk hebbedingetje? Dat eerste is zeker het geval, dat laatste is tevens een feit.

De fascinerend bezwerende Morning Land spooktrip huilt, verpulvert, verdoofd en laat overduidelijk nogmaals het belang van Faust gelden. We staan hier ruimschoots aan de vooravond van de postpunk, en zijn getuige van duistere doomgitaren en intrigerende grimmige industrial noise, gegoten in een betonsterke mal aan strenge ritmische genadeslagen. Ruim negen minuten aan ouderwetse ruwe Krautrock rots stukken die slopend passeren en een vernietigende indruk achterlaten.

Het beklemmende Crapolino is zo zwartgeblakerd als het oneindigende zwarte gat, een onzichtbare sterrenpoort, de helse portierfunctie. Zo onvoorspelbaar als het latere avondduistere Musick to Play in the Dark Coil werk. Treurend piepende straatjazztrompetten hechten zich in de intercityreis Knochentanz aan de pompende percussie tijdsklok van het Westerse hypnotiserend voodoo ritueel. Een heerlijke freakshow jamsessie welke zelfs bijna de twaalf minuten aantikt.

Het alarmfase rood negerende Fernlicht zwalkt als een tegemoetkomende postpunkende Back To The Future spookrijder, onheilspellend eindbestemming zuigend. Bestaat er in het universum van Faust ook nog zoiets als een echt liedje? Natuurlijk! Het stevig rockende Juggernaut heeft heuse blues patroon songstructuren en swingt gruwelijk de oververhitte snelkookpan uit. Een soort van Lou Reed on speed in een driedimensionale hallucinerende ontdekkingswereld, afgerafeld, hard en smerig.

Het ruim uitgewerkte Schön Rund epos tikt net niet de tien minuten aan. Krater scheurende droneverschrikkingen en bloedmooie klassiek geschoolde liftmuziek pianopartijen dwarrelen in tegenovergestelde richting neder. Fersehen stoorzender reclameblokken romantiek, beauty and the beast grensvervagingen die deze scheidslijn aftasten en openbreken. Oorverdovende stiltes, swinging freejazz vervreemding en hulpeloos verdrinkende onderwaterecho’s.

Met een flinke doodssmak wordt de aardlanding van Prends Ton Temps ingezet. Kastijdende exorcistische geestuitdrijvingen met mediterende zelfvernietigingsdrang. Pijnlijk confronterend zwaar, dierlijk bijna. Misschien is het maar goed ook dat Punkt als een wegrottende schimmelkaas zolang het zonlicht niet heeft mogen aanschouwen, de wereld was er toen schijnbaar nog niet klaar voor.

Faust - Punkt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Faye Webster - Atlanta Millionaires Club (2019)

poster
3,0
Faye Webster maakt muziek om de opgelopen lichte kater bij weg te drinken. Lome schommelstoel songs om op de veranda bij weg te dromen, of juist in alle wazigheid te ontwaken. Voor de dagen dat je geniet van de warme ondergaande zon, en met een knippering van de ogen de eerste zonnestralen zich alweer aandienen. Met op de achtergrond dicht begroeide bossen en het overstijgende Appalachen gebergtes, en voor haar de skyline van blokkendoos Atlanta, de hoofdstad van Georgia. De folk georiënteerde singer-songwriter weet door haar fotografische verleden al gebeurtenissen vast te leggen. Deze eigenschap weet ze om te buigen tot volmaakte breekbare songs. Want in principe zijn ook dat gewoon momentopnames. Atlanta Millionaires Club laat zich lezen als een groot plaatjesboek met de liedjes als omgeslagen pagina’s. Met een breed arsenaal aan muzikanten brengt ze Atlanta een stap dichter naar je toe.

Met de nodige knipogen naar het stadsleven in het broeierige Come To Atlanta verraad ze haar straat gebonden hiphop roots. Niet dat ze er direct op los rapt, integendeel, maar de flow is wel degelijk aanwezig, dan wel in een Burt Bacharach vintage smoking. In Flowers wordt ze daadwerkelijk ondersteund door rasartiest Father, die zijn rhymes er op los laat gaan en enig spanningsveld weet te creëren. Verder weet ze zich vooral te binden aan de Country met een licht Americana accentje. Faye Webster weerspiegelt een conservatieve kijk op haar zorgeloze leven. Met een mentaliteit van een arrogante dame die verwacht dat alles haar komt aanwaaien. En misschien is dit ook wel zo. Als een souldiva weet ze Jonny te verleiden tot in haar slaapkamer, zonder er enige moeite voor te doen. De kracht ligt verborgen in haar trage sensuele stem, waar in de reprise nog eventjes een zwoele saxofoon wordt toegevoegd.

Het zijn kampvuur juweeltjes, songs die zo gemakkelijk je naar ze toe laten trekken. Gevangen in een droomwereld laten ze iemand hypnotiseren, terwijl de vlammen een heuse bosbrand veroorzaken. Ondertussen laat je jezelf in trance meevoeren, zonder enig besef van wat er rondom gaande is. Ondanks het persoonlijke karakter lijkt Faye het als een buitenstaander te ervaren. Veel meer dan vervaagde retro Polaroid kiekjes zijn het eigenlijk niet. Wonderbaarlijk dat haar iets wat verkouden dicht geknepen neus stem hier fier overeind blijft staan. Met haar derde soloplaat lijkt ze hierdoor te verzanden tot een ingestort zandkasteel, waarvan de eb de laatste resten wegspoelt en er de volgende dag niet eens meer een herinnering aan zal zijn.

Faye Webster - Atlanta Millionaires Club | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Faye Webster - I Know I'm Funny Haha (2021)

poster
3,5
Atlanta Millionaires Club opende treffend met het verkwikkende Room Temperature. Nou, met die klimaat beheersende kamertemperatuur zit het ook wel weer goed bij opvolger I Know I’m Funny Haha. Licht drogerende Pina Colada popdeuntjes om in alle rust de dag mee af te sluiten. Het decor van de ondergaande zon als natuurlijke achtergrond. Ergens in Atlanta op de veranda in een schommelstoel aan het loungen, terwijl de gedachtes een uitstapje maken naar het zonnige Hawaï. Folky, loom, maar vooral zomers. Faye Webster flikt het weer, en wijkt met haar vierde album op wat uitzonderlijke layback jazz uitspattingen en het wat steviger rockende Cheers niet sterk af van haar eerdere uitgeschreven succesformule.

Dat Barack Obama haar gespot heeft en de song Better Distractions tot zijn persoonlijke nationale cultuurgoed heeft uitgeroepen en welke vorig jaar een plek op zijn playlist heeft opgeëist, werkt uiteraard in het voordeel. Deze voormalige president is een groot liefhebber van tedere romantische soul, en in die hoek valt de singer-songwriter dan ook onder te brengen. Een geweldige promotiestunt die absoluut in het voordeel van Faye Webster uitvalt, maar natuurlijk ook hoge druk en veeleisende verwachtingen oproept. Het is van groot belang om die opgebouwde stabiliteit van Atlanta Millionaires Club voort te zetten op I Know I’m Funny Haha.

Op muzikaal gebied is er dus niet zoveel veranderd, de sound schuift wel steeds verder weg van de country, al zijn die heerlijke luie pedal steel gitaar sfeerpartijen van Matt Stoessel gelukkig nog steeds aanwezig. Deze veel gevraagde sessiemuzikant heeft het gevoelsmens Faye Webster al overtuigd op haar vorige plaat, waardoor het bijna vanzelfsprekend lijkt dat hij ook nu weer aanwezig is. Het vintage klinkende strijkerscollectief van Annie Leeth vervult hier een prominente rol op A Stranger, en ook bassist Bryan J. Howard is weer van de partij. The usual suspects dus. Nog steeds is de zangeres zoekende naar een geschikte drummer binnen het gezelschap, en vind er een afwisselende stoelendans plaats, zonder duidelijke winnaar.

Tekstueel zit ze wel in een andere belevingswereld. Vriendinnen bouwen aan een stabiele relatie en werken al aan gezinsuitbreiding. Andere levensdoelen, waardoor het contact verwaterd, en Faye Webster met haar partner de eenzaamheid verveeld achterblijft. De realiteit waarmee ze heeft te dealen en wat zeker in de onzekere coronatijd niet eenvoudig is. Better Distractions vat dit perfect samen in de onderbouwende zinnen die ondanks de luchtige ondertoon wel direct tot de confronterende kern komen.

I tried to eat, I tried to sleep
But everything seems boring to me
I don’t know what to do
Got two friends that I could see
But they got two jobs and a baby
I just wanna see you
Dependin’ on our time apart
The better the distractions are
And there isn’t a lot
Only took a couple times without you here to realize
But I figured it out

Het liefdesverdriet van Sometimes wordt gecompenseerd door het verlangend fantaseren naar onbereikbare sportidolen in het soft jazzy A Dream with a Baseball Player. Faye Webster is ook gewoon een doorsnee meisje next door geweest met een poster van honkbalspeler Ronald Acuña Jr. op haar slaapkamerdeur. Niks triest aan, al benadrukt dit wel die veilige droomwereld waarin gevlucht wordt. Een plek waarin reikhalzend wordt uitgekeken naar het leven als een rockster in het treffende titelstuk I Know I’m Funny Haha. Weinig ruimte voor zelfrelativering dus, maar met een klein stukje cynisme wel een eerlijk beeld van de somber klinkende vocalist. De humor ontbreekt op I Know I’m Funny Haha. Het is een dagelijks zwaar gevecht tegen de tranen en de depressies, een mooi verpakte hulpkreet van een hoog sensitieve zangeres die hunkert naar liefde en geborgenheid. Schijnbaar heeft ze dat geluk ondertussen gevonden, dus genoeg inspiratie om verder mee aan de slag te gaan.

Faye Webster - I Know I’m Funny Haha | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

FEET - What's Inside Is More Than Just Ham (2019)

poster
3,0
De Britten hebben een gevoel van humor waarin de nodige zelfspot verborgen zit. Vaak staat hierin het leven van de gewone man centraal, en weten ze het op een gentlemen achtige manier te verpakken. Veel minder plat dan hun Amerikaanse variant, met goed doordachte grappen. Zelfs bij de als maar voortdurende Brexit klucht is er in het parlement ruimte voor een lolletje. Juist de typische zelfspot getuigd van een hardheid die te relativeren is in het dagelijkse leven.

Ook in de muziek zijn er tig voorbeelden te vinden die dit op een aangename manier weten te combineren, zo waren de heren van The Kinks, Madness, Pulp, Kaizer Chiefs en Blur daar meester in. Het uit Coventry afkomstige FEET bezit die kwaliteit (nog) niet, ondanks de geslaagde parodie op het kenmerkende Engelse ontbijt, welke centraal staat op de albumhoes van What’s Inside Is More Than Just Ham. De hamvraag is (om maar in het flauwe thema te blijven) of FEET een goede plaat heeft afgeleverd?

Natuurlijk hebben ze dat! Al is deze op geen enkel vlak origineel te noemen. Zelf gun ik elke band de kans om hun eigenheid te bewijzen. Iedereen is beïnvloed door andere acts, het mooie is om hiermee aan de slag te gaan om te komen tot een eigen sound. FEET heeft op dat vlak totaal geen moeite genomen. Nogmaals, ik vermijd het liever, maar ik kan niet anders dan concluderen dat dit wel een behoorlijke rip-off van Blur is. We gaan terug naar 1995, en we draaien de albums Parklife en The Great Escape helemaal grijs.

Wat is het hilarisch om Blur niet te noemen bij de grote voorbeelden en interesses. Frontman Jeep ademt in alles Damon Albarn uit. Ik verwacht zelfs dat hun voeten hetzelfde zullen ruiken. Ook de achtergrondkoortjes zijn letterlijk en figuurlijk geknipt en geplakt. Met moeite kan ik dit gegeven los laten. En toch staat er dus geen slechte song op de plaat. Het is allemaal zo strak, catchy en punky, en het luistert heerlijk weg. Met net een tikkeltje steviger rockwerk wordt een poging ondernomen om er een eigen draai aan te geven, maar ze raken hierdoor alleen meer verstrikt in hun eigen camouflagenet.

Laten we reëel zijn, er is buiten de Britpop wel wat ruimte voor retro dansinvloeden in de discosong Ad Blue. De veelzijdigheid die op de plaat vrijwel ontbreekt, is er dus wel. Zo sterk zijn bassist Oli en drummer Hookings op elkaar ingespeeld. Die basis staat hier absoluut als een huis. English Weather heeft het dromerige van de Madchester rage, en bij Axe Man is ergens de funkende postpunk uit de jaren tachtig terug te vinden. Het zal in het thuisland met gemak de nieuwe hype kunnen worden, maar hier ligt What’s Inside Is More Than Just Ham wat zwaar en ongezouten op de maag. Geef de peper even door alstublieft.

FEET - What's Inside Is More Than Just Ham | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Fenne Lily - On Hold (2018)

poster
4,0
Singer-songwriter Fenne Lily wist op zestienjarige leeftijd al via YouTube een miljoenenpubliek te betoveren met haar performance van een zeer breekbaar gezongen Top To Toe. Enkel zichzelf begeleidend door een semi versterkte gitaar had ze alles in zich om gelijk al een kansrijke carrière te starten. Hoe gedurfd, of juist misschien wel hoe dom is het dan om hier niet voor te kiezen. Rustig zichzelf een paar jaar zonder de media verder ontwikkelen, en verdiepen in eigen kwaliteiten en mogelijkheden. Het risico is groot dat men je dan uit het gezichtsveld verliest. Anderzijds geeft het jezelf de mogelijkheid om te behoeden voor gevaren. Geldbeluste platenbazen die je trakteren op contracten met onleesbare kleine lettertjes. Niet de zoveelste Idols of The Voice vooruitgeschoven jong talent welke al snel weer vergeten is.

John Parish bleef in haar geloven en gaf de ruimte om zichzelf te ontdekken. Zelf had hij al de nodige ervaring opgedaan om PJ Harvey van ruwe diamant te vormen tot dezelfde ruwe diamant, maar dan juist met meer scherpe kantjes. Of hij nu in staat is om deze nuchtere plattelandsmeid als Assepoester te transformeren tot een diva, laat de tijd ons leren. Vier jaar na de kennismaking met de grote buitenwereld is nu het debuut On Hold van Fenne Lily verschenen. Laten we dat bewuste Top To Toe optreden eind oktober in 2015 als ijkpunt nemen en dit langs de versie leggen welke het album gehaald heeft. In eerste instantie lijkt er weinig veranderd; maar de subtiele meerstemmigheid en de minimale sfeervolle tonen geven het letterlijk en figuurlijk een extra dimensie. Het kale karakter blijft behouden, wat absoluut te danken is aan het inzicht van producer Parish.

Uitgaande van een paar jaar geleden verwacht je niet een sterk gerijpte stem te horen welke de dreampop van Car Park inzingt. Het kinderlijke heeft de transformatie naar volwassenheid volbracht. Parish heeft gekozen om het opnameproces te voltooien in Bristol. Dat daar de oorsprong ligt van de triphop hoor je in de warmte terug. Fenne heeft ook dat wat van de sound die Beth Gibbons van Portishead bekend maakte, inclusief de sigaretten. Three Oh Nine straalt uit van zelfverzekerdheid. Meerdere lagen geven de mogelijkheid om haar eigen stem in verschillende invalshoeken door elkaar te mixen. Hierdoor lijkt het alsof Lily begeleiding krijgt van backing vocalen. De toevoeging van drums en toetsen maken de omschakeling naar een meer Indie geluid compleet. Want hoe independent kun je zijn als je als grote belofte de album release in eigen hand houdt. Geen inmenging van een bekende platenmaatschappij.

The Hand You Deal ligt nog bij de basis welke vier jaar geleden werden ingezet. Maar op de momenten dat je denkt dat ze alleen voor jou aan het optreden is, vallen de drum en het gitaarspel in. Toch blijft het mooi klein en intiem. Het sprookjesachtige engelen geluid is verdwenen, en heeft plaats gemaakt voor volgroeide zachte tederheid. Nog beter hoorbaar bij More Than You Know. Het is mooie luistermuziek en blinkt uit in zijn eenvoud ; het liefst te ervaren in een kleine sfeervolle setting. Parish heeft prima werk afgeleverd, maar zo revolutionair als bij PJ Harvey weet Fenne Lily bij lange na niet te klinken.

Fenne Lily - On Hold | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fields of the Nephilim - Dawnrazor (1987)

poster
3,5
Dit is zo’n band waar je niet goed weet wat je er mee aan moet. Deze Broertjes van Genade klinken net niet zo sterk als hun zusjes. Maar als je ze langs de latere Darkwave legt, dan scoren ze weer een heel stuk hoger dan het merendeel van die acts.
Ook ik moet glimlachen als ze op komen met hun in meel besmeurde leren outfit, maar toch past het er helemaal bij. Live spelen ze hoe dan ook overtuigend; Earth Inferno is zeker een aanrader.
Maar goed, laten we het nu bij Dawnrazor houden.

Sterk begin natuurlijk met The Harmonica Man van Ennio Morricone.
Geeft dit album gelijk een soort van live sfeertje mee. Past natuurlijk ook perfect bij het stoffige cowboy imago van de band. Zo mag je andermans muziek gebruiken om jezelf te introduceren.
Slow Kill is alles behalve langzaam. Wel moet ik bij de muziek erg sterk aan The Mission denken, de stem heeft meer gelijkenissen met die van Andrew Eldritch.
Laura II is al een stuk krachtiger, al lijkt de muziek wel erg veel op Slow Kill. Duidelijk hoorbaar dat de band nog in ontwikkeling is. Halverwege wordt het allemaal een stuk minder benauwend, en zo had het van mij ook het hele nummer mogen zijn.
Met Preacher Man hoor ik wel degelijk een eigen geluid, mij overtuigd het in ieder geval meer dan voldoende. Toch wel een van hun sterkere songs. Alleen had de muziek meer op de voorgrond gemogen. De verhouding met de zang is niet evenredig.
Bij Volcane voel je de lava stromen. Inderdaad krachtig, stroperig, maar ook rekbaar.
Voor het eerst hoor ik een grotere rol van de basparijen. Tot nu toe was die duidelijk ondergeschikt aan het gitaarwerk.
Vet For The Insane is sprookjesachtig, en hier hoor ik zelfs de latere Gathering ( periode Mandylion ) in terug. De opbouw is mooi gemaakt. Eerst akoestisch, en vervolgens een versterkt geluid er door heen. De kinderstemmen op het eind doen me denken aan het album Children van The Mission.
Secrets ik vind dit ook wel een mooi nummer, beetje in de stijl van Echo & The Bunnymen.
Vervolgens gaan we rocken met Dust, het begint twijfelachtig, alsof dit een demo is, die per ongeluk op Dawnrazor terecht is gekomen. Al ontwikkeld het zich later wel als een echte song.
Bij Reanimator moet ik aan Billy Idol denken; te veel macho. Al heeft de muziek inderdaad iets hoopvols. Het mag wel iets meer scheuren.
Power is echter het meest verrassende nummer. Hier hoor ik dus duidelijk Country, Garage en Rockabilly geluiden in terug, en past eigenlijk het meeste bij de kleding van de bandleden. Kan zich meten met het betere werk van the Cramps en Claw Boys Claw.
The Tower, ook dit is vrij sterk. Misschien iets aan de lange kant. Die saxofoon op het einde is helaas erg slecht hoorbaar.
En dan komt het titelnummer Dawnrazor. Wat moet ik hier over zeggen. Het betere gitaarspel, en ondanks de ruim 7 minuten verveeld dit geen seconde. Horen hier meer mensen de sound van Johnny Marr van The Smiths in terug?
De afsluiter The Sequel had beter halverwege gepast, ik vind het als einde gewoon wat minder. Het outro is natuurlijk wel weer schitterend.

Fil Bo Riva - Beautiful Sadness (2019)

poster
3,5
Toen halverwege de jaren zeventig de wereld werd wakker geschud door de punk en de al snel daarop volgende postpunk veranderde het muzikale klimaat volledig. Londen en Manchester vormden de bakermat voor de jonge werkeloze arbeiders die een kans zagen om te overleven. Door eenvoudig een band te beginnen, waarin je de onvrede kan uiten aan de volgelingen die in het zelfde schuitje zitten. Een overvloed aan boosheid, frustraties, pessimisme en angst. Tegelijkertijd gebeurde er iets soortgelijks in Schotland en Ierland. Toch staat daar de trots centraal, het wantrouwende is veel minder op de voorgrond. Ook hier grote werkeloosheid, maar wel gevoel voor chauvinisme, en de beleving van de prachtige omgeving. Sterke familiebanden zorgden ervoor dat ze zich staande hielden, en er vloeide de nodige liters w(h)iskey. Dat men hierdoor spraakzamer werd zal zeker een rol mee gespeeld hebben, de volkeren daar zijn hoe dan ook temperamentvoller. Schotland en Ierland telden duidelijk mee in de alternatieve hitlijsten, en waren ook bij een groter publiek succesvol. Nadat de paradepaardjes Simple Minds en U2 hun aandacht op de Verenigde Staten gingen richten, leken de overige bands te leiden onder het verraad. Vanuit Ierland lukte het in de jaren negentig nog door The Cranberries om dit gevoel op te roepen, verder kregen ze weinig navolging.

En nu is er dan het gedeeltelijke fraaie melancholische folky debuut van Fil Bo Riva. Is het nostalgie wat Beautiful Sadness weet op te roepen? Filippo Bonamici is geen typerende Ierse naam, met een beetje cultuurkennis is al snel af te leiden dat dit Italiaans is. Geboren in Rome, maar verruilde die hoofdstad al snel voor een andere. In Dublin bracht zijn puberteit hem tot de uiteindelijke volwassen ontwikkeling. Ondertussen is Filippo woonachtig in Berlijn, waar hij uiteindelijk de aandacht wist te trekken met de EP If You’re Right, It’s Alright, nu ligt er drie jaar later eindelijk het debuut op de planken. Het kerngevoel wat het oproept is wel de zich open stellende jaren tachtig beleving vanuit Ierland. De passie van romanticus Bonamici krijgt ook een flinke dosering vanuit Italië mee. Dit uit zich in het meeslepende en uitrekkende met veel lalala versierde kitscherige dramatiek in songs als Is It Love?, hier is het einde net teveel over de top. Maar verder is het een stuk minder storend.

Met de akkoorden van een slide gitaar beginnen we in alle treurnis de reis aan de rand van cultureel Ierland. Sadness [Intro] is een onbedoeld afscheid, een compromis welke is afgesloten om tot persoonlijke groei te komen. De eenzaamheid die deze opoffering teweeg brengt, krijgt zijn eeuwige klankkleur in een sfeervolle opener. De tijdsdruk om iets van het leven te maken drukt als een geladen pistoolloop tegen zijn slaap aan. Het Russische roulette wordt hier in Time Is Your Gun gespeeld met twaalf mislukkingen en een enkele kans om zijn toekomst als singer-songwriter veilig te stellen. De wanhoop, maar ook de verstikkende drang om hier een geslaagde draai aan te geven krijgen hun kracht in de roffel die blijft terug komen. De gitaren geven het een extra lading met fraaie dromerige gotische uithalen, meer jaren tachtig kan je niet klinken. Bij Radio Fire wil de song het overnemen van de zanger, maar die roept hem tot bedaren, spaarzaam weet deze zich vervolgens pittig te openbaren. De sprookjesachtige sound krijgt vocaal impulsen van de klaagzang uit de jaren negentig. Dat opgroeien met verschillende culturen jezelf tot ontwikkeling kan dwingen bewijst Go Rilla. Nog steeds zit het hart in Ierland, maar weet de Italiaanse stamboom meer de wortels van voedsel te voorzien.

Baby Behave is een treurlied om zichzelf los koppelen. Het zou net zo gemakkelijk synoniem voor familie als geliefde kunnen staan. De totale overgave laat lang op zich wachten, eerst moet de emotionele diepgang in de vorm van pijnprikkels een passend plekje krijgen. Het soulvolle Head Sonata (Love Control) gaat vervolgens gejaagd van start. Laat het centraal staan voor de afleggende reis naar het vaste land van Europa. Door de zekerheid en het krachtige komt het allemaal een stuk minder sensitief over. De hardheid van de wereld wil het bestaan doen vervagen in gevoelloosheid. Heftig krijgt het vorm door het overstuurde spel van gitaar, bas en keyboard. Het theater van de sentiment wordt aangewakkerd door het al eerder genoemde Is It Love? Fil Bo Riva is definitief gevallen voor zijn oorspronkelijke geboorteland. Hier komt het direct een stuk zwakker over. De blues zitten verstopt in L’over, die weet te verrassen met de harde schreeuwen die tegenwicht geven aan de hoog ingezette kopstem. Toch komt er een gevoel van buikpijn opzetten als hier een liefdesachtig vervolg aan gegeven wordt. Nep als de gemiddelde soapserie. Ja, en het Middellandse Zee gebied leeft deze fake good feel beleving meer dan in het nuchtere Nederland. Eventjes genoeg tralala en lalala gehad.

Blindmaker heeft iets luchtigs en zomers, en mag zich hiermee voegen bij bands als Muse en Coldplay die op een bepaald moment in hun carrière ook de knieval maakten voor een meer commercieel geluid. Blijkbaar heeft ook deze act het nodig om gebruik te maken van de auto- tune. Je kan er tegenwoordig niet meer omheen, wat de meerwaarde hiervan is, blijft een groot vraagteken. De aandacht wordt bij L’impossibile op een verkeerde manier naar de song getrokken. Zonde, want onder die kunstige laag zit een aangenaam liedje verstopt. De kille sfeer op het einde komt als een smeltende sneeuwbal verfrissend binnen rollen. Het epische Different but One gaat terug naar de eerste helft van de plaat. Nachtelijke rust en opkomende dromen die op gedragen wolken terug vliegen naar mooie jeugdherinneringen. Al snel komt het met de akoestische gitaren de aandrift naar Ierse saamhorigheid en verbroedering terug. Leidend door hemelse engelenzang stap je binnen in iets wat nog het meeste wat van een compacte rockopera lijkt weg te hebben.

Vrijwel elke plaat heeft wel een totaal nutteloos liedje er op staan, hier heet dat kleine stukje ellende A Happy Song. Ondanks de Ierse folk invloeden moet je dit maar snel vergeten. Het bewust vals afgespeelde Beautiful [Outro] is vervelend, en wil al snel tegen staan, gelukkig is de lengte net als bij de voorganger beperkt gebleven. Zonde hoe Beautiful Sadness het aangename begin niet verder weet uit te bouwen. Wat een mooie ode aan het Ierland van de jaren tachtig had kunnen worden, ontwikkelt zich tot een chaotische puinhoop met een hoog kermis gehalte. De albumtitel weet het nog het beste te verwoorden; na een Beautiful begin volgt een hoop Sadness.

Fil Bo Riva - Beautiful Sadness | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Find Hope in Darkness - Darkness Overwhelms (2013)

poster
3,0
Cliff opent rustgevend.
In eerste instantie heb ik het beeld van iemand die boven op een hoge berg over de rimpelende zee kijkt, zoekend naar bezinning.
Al snel vervaagd dat idee.
Dit is paniek, iemand die letterlijk en figuurlijk de rand van het leven op zoekt.
Springen, en je mee laten voeren door de golven?
De toon is gezet.
Dit belooft een zwaar uurtje te worden.

Stay Here and See How the Rain Erases Our Problems begint met een stem welke je tot hem roept.
Ga niet mee, want de tonen van The End van The Doors voorspellen niet veel goeds.
“The killer awoke before dawn”, gevolgd door dat serene gevoel.
Nog steeds die twijfel, maar ik laat mij uiteindelijk overhalen, volgend in de trip.
Gewoon eventjes helemaal weg.

Maar in de Ghost Town heb ik alweer spijt.
Vervreemde geluiden alsof ik in een hedendaagse Hotel California ben beland.
Welcome To The Pleasuredome.
Hear The Drummer Get Wicked.
Elementen Tripgoth passeren mijn reis.

Are We Gonna Die klinkt als een hedendaagse remix van Aphex Twin - Come to Daddy
Ik denk dat de grote meester Richard David James dit zelf ook wel gaaf zou vinden.
Mij pakt het wel in ieder geval.

Found Her (Death In The Snow) is het onverwachte einde van een zoektocht, als passant bekijk ik het tafereel, en loop snel door, niet omkijken, door lopen, niet omkijken, door lopen.

Het lopen wordt rennen; als een pulserende symfonie hoor ik mijn overstuurde hartslag het ritme aanduiden in Live As A Monster Or Die As A Good Man zoals ook een Massive Attack het verwerkt in Mezzanine.

Escape is verraderlijk.
Je kunt nog terug, de pauzeknop onder mijn vinger.
Ik besluit verder te gaan.

Meer ellende, ik zit totaal gevangen in de wereld van Glenn Dick
Als een stuiterbal wordt ik in Dying in the Rain alle kanten op gestuurd, met hem sturend achter de knoppen.

Dit alles is een toeloop naar een hallucinerend eindstuk.
Een comateuze patiënt in een te wit ziekenhuis met te witte muren, kunstmatig beademd.
Miss You
Gevangen in zijn eigen lichaam.

Ondanks ik normaal mij niet echt verdiep in dit soort muziek, ben ik door het album van Find Hope In Darkness aangenaam verrast.
Blijkbaar zijn er nog genoeg muzikale deuren die ik nog niet geopend heb.
Een sterk debuut.

Fink - Beauty in Your Wake (2024)

poster
4,0
De duisternis achter zich gelaten zoekt Fink op Bloom Innocent al voorzichtig het licht op. Door de kieren van het bestaan mengen de zonnestralen zich, en geven deze een optimistische glans aan het prachtige speelveld. Als de pandemie onze aandacht opeist houdt Fin Greenall met het akoestische Bloom Innocent Acoustic contact met de buitenwereld. Nog steeds hoopvol, en zelfs als de vooruitzichten nog niet goed zijn, trakteert hij in 2021 de trouwe luisteraar op het samen met zijn vaste medespelers drummer/gitarist Tim Thornton en bassist Guy Whittaker en met producer Sumit Bothra opgenomen IIUII (It Isnt’t Until It Is). De luisteraar centraal, in het midden. Geen nieuw materiaal, maar een heroverweging van oudere bestaande nummers.

Als dan nu eindelijk de langverwachte opvolger Beauty in Your Wake verschijnt, zijn Tim Thornton en Guy Whittaker uiteraard weer van de partij. Sam Okell neemt het stokje van Sumit Bothra over. Als technicus bij de Abbey Road studio’s zit Sam Okell het dichtste bij het heilige vuur, het is dan ook een voorrecht dat hij alweer ruim vijf jaar geleden voor de vijftigjarige release Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles onder handen mag nemen. Het is de bedoeling om die kenmerkende Fink folk-intimiteit van een groter geluid te voorzien, maar hiervoor niet de kracht van de singer-songwriter op te offeren. Het gezelschap vertrekt naar de geboortegrond van Fin Greenall in de meest uiterste zuidwestelijke laarspunt van Engeland. Daar in Cornwall vindt in een kapel te Zennor het hele opnameproces plaatst. Om zich in de avonden te ontspannen wijken ze naar de plaatselijke pub The Tinners uit. Er is dus weldegelijk sprake van een werkweek, en daar wordt in de nacht geen arbeid verricht.

Bijzonder, want in een nummer als het jazzy ritmische Be Forever Like a Curse is overduidelijk die nachtelijke sfeer tastbaar. Deze track is dan ook al eerder in 2022 voor de immigratie documentaire All You See geschreven. Toch past deze onmiskenbaar op de Beauty in Your Wake plaat. Een indrukwekkende song over de stigmatiserende vloek die vluchtelingen met zich meedragen. Je ontvlucht je eigen land omdat dit geen veilig grondgebied meer is, maar men verwelkomt je ook weer niet echt vriendelijk in de nieuwe woonplaats. In het filosofische kwetsbare What Would You Call Yourself zoekt Fin Greenall naar zijn eigen identiteit in een wereld die hij als fantasierijk kind al schiep. Hij stelt zichzelf de vraag of hij tevreden met zichzelf is. Als je dit naar behoren kan beantwoorden beseft iemand pas waar hij in het leven staat. Wees trots op de overwonnen duisternis, twijfel en tranen en geef die positie een naam. Gedurfd om hiermee te openen, alles wat volgt is dan namelijk niet relevant meer.

De The Only Thing That Matter countryrock is het logische vervolg, de kaalheid als startpunt. Fink voldoet hiermee aan de behoefte van de luisteraar en gebruikt zijn woorden om andermans ziel te raken. Eenvoudig met eenvoudige simpele akkoorden, meer heeft een song soms niet nodig. Nou ja, die violen en mandoline maken het wel af; de Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band erfenis van Sam Okell. It’s Like You Ain’t Mine No More is het loslaten van al het vertrouwde omdat dit in deze fase geen deel meer van het bestaan uitmaakt. Een andere zintuigelijke beleving, verfijnd gedetailleerd. In het psychedelische Follow You Down is Fink zelf de immigrant die als toerist naar India uitwijkt en een stukje cultuurbeleving steelt. Hij camoufleert een geleende Oosterse riff in zijn kenmerkende spel, waardoor de oorsprong lastig te achterhalen valt.

I Don’t See You As The Others Do opent de tweede kant van de plaat en ligt in het verlengde van What Would You Call Yourself. Het is de uitdaging om die herontdekte identiteit in spiritualiteit te ontleden en het gewijzigde pad te volgen. I Don’t See You As The Others Do heeft de kracht van een liefdesliedje, en misschien is liefde wel de meest pure emotie, dus dit is een groot compliment aan de liedjesschrijver. Het One Last Gift leerproces is een eerbetoon aan de muziek. Fin Greenall verloochent hier zijn techno achtergrond niet en bewijst dat folk best door house bas grooves begeleid mag worden. Dit is het universele geschenk waarin alle liefdes op subtiele wijze samenkomen. De kern geschild en gefileerd. De Don’t Forget to Leave Well folk-gospel benadrukt onbewust op een eenvoudige manier dat er zonder verleden geen toekomst is. De teksten bestaan al langer, maar hechtten zich voorheen niet aan de muziek. Het verwijst naar restmateriaal van de Resurgam plaat waar toeval een track met titel Not Everything Was Better in the Past op staat. Nu klopt het dus allemaal. Bijzonder dat er zoveel zelfverzekerdheid van uitstraalt.

So We Find Ourselves laat zich voorzichtig laagje na laagje uitpakken. Het is zo kwetsbaar, zo persoonlijk, waarbij Fin Greenall de woorden bijna fluistert om ze niet te laten breken. Een geschenk aan het nageslacht, met de zachtheid van kindvriendelijke piano-aanrakingen. De rock van de zelfverzekerdheid in de herziene oplossingen. When I Turn This Corner sluit letterlijk de opnamesessies af. Fink bedankt de inwoners van Cornwall voor de gastvrijheid. Dat elk afscheid zwaar valt is merkbaar in de weemoedige stemming die de song uitstraalt. Het mysterieuze karakter staat voor de heilige status van de kapel, het is bijzonder dat je in Gods huis grenzeloos je grenzen kan verkennen. De schoonheid van Beauty in Your Wake is niet zo zichtbaar aanwezig als op Bloom Innocent, maar bevindt zich in de diepere onderlagen.

Fink - Beauty in Your Wake | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fink - Bloom Innocent (2019)

poster
4,5
Binnen de Britse popscene heeft Fin Greenall zijn naamsbekendheid al lang opgebouwd bij collega muzikanten. Als een van de eerste producers ging hij aan de slag met Amy Winehouse, gevolgd door soortgelijke acties met John Legend en Professor Green. Tevens verzorgde Fin bij verschillende televisieseries en filmsoundtracks de muziek. De lijst zou nog veel langer kunnen zijn, ware het niet dat er de nodige tijd en aandacht gestopt wordt in het soloproject Fink.

Deze creatieve uitbarsting staat mijlenver verwijderd van zijn samenwerkingsverbanden en laat juist een meer ingetogen geluid horen. Het is wonderbaarlijk dat hij hiervoor niet zelf plaats neemt achter de knoppen, maar die stoel uitbesteed aan Flood. De rauwe, met elektronica doordringende aanpak wierp zijn vruchten af bij Resurgam, begrijpelijk dus dat zijn plekje in de studio vrij wordt gehouden voor opvolger Bloom Innocent.

Werd er bij zijn vorige plaat nog enigszins afgeweken van zijn sobere aanpak, waardoor het allemaal een stuk luchtiger en springerig klinkt, zoekt het duo het nu weer dichter bij de behouden kern. Met lang gerekte sfeervolle passages wil Bloom Innocent nog sterker overtuigen. Het ligt allemaal meer in de lijn waarvoor je juist een persoonlijkheid als Flood zou inhuren.

Veel doeltreffender wordt er gespeeld met opbouw en instrumenten, en wat weten ze een aangenaam sound neer te zetten, zonder dat er doorgeslagen wordt naar deprimerende verstilling. Nog steeds is daar de ritmische wending, alleen wil het minder hard op de voorgrond treden. Duisternis en licht omarmen elkaar als gestrengelde yin yang symbolen.

Vanaf titelstuk Bloom Innocent laten ze hun persoonlijke ontwikkeling als duo weerklinken in de prachtige structuur welke vanuit subtiel kalm pianospel opgewerkt wordt tot jazzy hiphop beats. Daartussen zweeft de identieke kenmerkende soulstem van Fin Greenall met zijn ingehouden voordracht. Niet alleen voor Fink is dit een geweldig groeiproces, maar ook Flood laat zich van een kant horen die we niet van hem gewend zijn. Een subliem verbond waar beide iets nieuws bij elkaar naar boven halen.

Hoe geweldig is het als die twee aan de slag gaan met een identieke achtergrond. Het neerzetten van krachtige uitgekristalliseerde tracks met een eigen stempel. Dit gegeven laten ze totaal los om iets unieks te creëren; alsof studenten een coherent eindwerkstuk afleveren om hiermee indruk te maken. Hoe gewaagd is het om het risico te lopen om een anticlimax op te roepen door zich van de standaard popsong formule te distantiëren. En hoe treffend wordt dit in het resultaat vermeden.

Hierdoor weet Flood ook wanneer hij gepast meer afstand moet nemen en Fink zijn leidersrol laat opeisen. Juist die spookachtige minimalisme laat zijn kwaliteiten zo duidelijk horen. Alleen Rocking Chair heeft die kenmerkende zwaarheid waarvoor hij de laatste jaren door veelbelovende postpunkers voor gevraagd wordt. Wel vraagt het van de luisteraar een inlevingsvermogen om de trage songs op je in te laten werken. Met die openheid in je achterhoofd valt er telkens weer zoveel nieuws te ontdekken.

Bloom Innocent is een gepassioneerd stilleven, welke uit de verlaten duisternis tevoorschijn wordt gehaald. De weggestopte elementen krijgen een liefdevolle oppoetsbeurt, waarbij de schoonheid zich steeds duidelijker openbaart. Wat een genot om deze intensiteit te mogen ervaren en te beleven. Zoals de albumhoes al uitbeeld is Bloom Innocent een herfstplaat, waar de eenzaamheid verwarmd wordt door heldere luchtigheid.

Fink - Bloom Innocent | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fink - Bloom Innocent - Accoustic (2020)

poster
4,0
Soms zijn platen van opzet al zo mooi kaal, dat er vrijwel niks meer van het geluid af te snoepen is. Zo verraste Fin Greenall ons vorig jaar al met het adembenemende prachtige Bloom Innocent. Nu de eenzaamheid op hoog tempo ons leven binnen holt is er een gezamenlijke behoefte aan een soundtrack welke dit gevoel versterkt, zonder het te laten verzanden in kille depressiviteit. Juist als het gebrek aan warmte een grote rol speelt, mag dit opgeroepen worden in deze mooie geïllustreerde concertregistratie. Op het podium wordt hij bijgestaan door de jazzmuzikant Tim Thornton en multi talent Guy Whittaker, zijn vaste begeleiders bij Fink.

Door het zo eenvoudig mogelijk te maken met alleen een akoestische gitaar klinkt het een stuk gevulder. Het titelstuk Bloom Innocent is compacter gehouden, en heeft in deze setting maar de helft van de originele tijd nodig om te overtuigen. De krachtige stem wordt gelijkwaardig met het instrument naar voren gebracht, waardoor het volle soulgeluid van Fin Greenall nog meer opvalt. Ook de lange opbouw van We Watch The Stars wordt volledig geschrapt om direct frontaal bij de kern te belanden. Waar hij op That’s How I See You Now nog vocaal op de achtergrond geplaatst werd, eist hij hier in de uitgewerkte nieuwe versie voortreffelijk alle aandacht op.

Met I Just Want A Yes overtroeft hij zichzelf. Kan dit wel mooier gebracht worden zonder die strijkers in het begin? Die alles vervullende sferische uitloop naar de song heeft plaats gemaakt voor de gejaagdheid waarmee hij al direct een andere sfeer neerzet. Zelfs zonder die spanning wil dit getuigen van een onverwachte doeltreffendheid. De kern is onherkenbaar weg gezet in een vluchtig duister geheel.

De hoofdrol bij Rocking Chair is echter weggelegd voor de holle percussie die net dat opzwepende toevoegt wat bij de studioversie ontbreekt. Zo heeft het afsluitende My Love’s Already There een heerlijk ondersteunend ritmisch gitaarspel, welke er een swingend tintje aan geeft. Out Loud is nog het meeste met rust gelaten, de versies zijn totaal inwisselbaar voor elkaar.

Het gevoel overheerst dat Fink geprobeerd heeft om zich te herplaatsen in het basisproces. Met dit achttal aan tracks is hij de studio ingegaan, waarna Flood het zo bewerkt heeft dat het gelaagde Bloom Innocent is ontstaan. Hierdoor is het duidelijk een resultaat geworden van de zanger en de producer. De consequenties zijn dat er weinig overblijft van het idee waarmee de singer-songwriter in zijn hoofd heeft rondgelopen. De innoverende aanpak is geen afrekening, of een ontevreden aanval op het werk van Flood. Fink buit alleen de kennis en zijn eigen producerend verleden uit om zichzelf te herontdekken.

Ondanks de hartige open benadering heeft het ook iets donkers. Fin Greenall is ook opgegroeid met de bekende Unplugged sessies die in eerste instantie het muziekklimaat in de jaren negentig kleurden. Door het grote succes van deze formule en de daarop volgende massale overdosering vervuilden ze al snel het televisiescherm. Als de grote namen zich aandienen wordt akoestisch al snel vervangen door minimaal versterkt. Juist in deze lastige tijd overheerst het verlangen naar nostalgie, en probeert men al stapsgewijs te wennen aan de intieme setting.

Een aanschaf waard, zelfs als je toe bent aan een heel andere plaat als Bloom Innocent. Het is een verschil van dag en nacht, wat perfect terug te vinden is in beide albumhoezen.

Fink - Bloom Innocent Acoustic | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Fink - IIUII (2021)

Alternatieve titel: It Isn't Until It Is

poster
4,0
Wat missen we die concerten toch. Als de wereld het langzaamaan weer steeds meer toelaat dat er toeschouwers bij sportwedstrijden aanwezig mogen zijn blijft de culturele sector eenzaam achter. Unmute Us, geef de muzikanten de mogelijkheid om met optredens en festivals hun publiek te bereiken. Bevrijd ons van de opgelegde sancties om vervolgens creatief aan de slag te gaan. Wat heeft het voor nut om nieuw werk uit te brengen als er geen toeschouwers zijn die de nummers live kunnen voelen en beleven.

Fink brengt na het geslaagde Bloom Innocent – Accoustic opnieuw een met minimaal versterkte middelen opgenomen album uit. IIUII ( It Isnt’t Until It Is) is een luidruchtig protest van een zanger die de liefhebbers van zijn sound trakteert op een soort van Best Of plaat. Geen recent materiaal, dat kunnen we op het vroegst pas in 2023 verwachten, maar slechts een greep uit het bestaande aanbod.

De stille getuigen van het opnameproces zijn de koude muren van de in Berlijn gelegen JRS-studio’s waar Fin Greenall met zijn vaste medespelers Tim Thornton, Guy Whittaker en producer/manager Sumit Bothra de soberheid van het concertloze 2021 voor eeuwig vastlegt. Ik beschouw IIUII dus niet als een commerciële uitverkoop, maar als een liefkozing van zijn kindjes. In de loop van tijd zijn deze volgroeid en volwassen geworden en toe aan andere kleding.

Fin Greenall geeft ze een passende nieuwe jas, de oude krijgt een nostalgische plaats in de hangkast. Ook de titel IIUII heeft een bepaalde symboliek, de luisteraar staat centraal in het midden, omgeven door de viereenheid van Fink welke als bewakende pionnen aan de zijkant staan opgesteld. Elke levensfase werkt door op de stemming van een artiest. Het gelukzalige gevoel van euforie levert luchtige songs op, in de herfst van het bestaan staat melancholica centraal.

Bij Fin Greenall werkt het niet anders. Natuurlijk is zijn blik als zelfverzekerde bijna vijftiger minder vertroebeld dan die van een onzekere dertiger. IIUII is koortsiger en directer dan het eerdere werk, het COVID-19 virus wordt bestreden door een doeltreffende injectie aan zenuwachtige gitaarlijnen en de gitzwarte doem die uit de bas van Guy Whittaker ontsnappen. De toon is stukken serieuzer, doordat folky troubadour Fin Greenall de zoektocht naar het perfecte geluid alreeds afgerond heeft.

Lastige goed uitvallende keuzes wisselen pijnlijke misstappen af. Soms zijn het kleine accentverschillen, dan weer radicale veranderingen. Het intieme IIUII bewijst dat Fink naadloos vloeiend de tracks in elkaar over kan laten lopen, al gaat dit wel ten koste van de kenmerkende spanning die op de studioplaten wel aanwezig is. Tegenwoordig is het geflirt met opzwepende danceritmes, dubbende baspartijen en sensuele hakkende akkoorden minimaal. Er wordt minder gespeeld met de natuurlijke elementen waardoor er geen ruimte meer is voor harde neerkletterende gitaarregen en subtiel druppelende drumslagen.

De reggaesound van Biscuits behoort tot het verleden. Het weglaten van de soulzangeressen in Walking In The Sun en het elimineren van het overtuigende krachtspel van bassist Guy Whittaker in de machtige postpunkduisternis van Blueberry Pancakes hebben hun negatieve neerslag op het geheel. Ook het dramatische Berlin Sunrise mist die Klaagmuur aan emotionele diepgang en komt nu wat afgevlakt over.

Gelukkig is de wervelstorm aan strijkers in het dreigende Looking Too Closely niet tot stilstand bedwongen. Fink revancheert zichzelf voortreffelijk in de doorleefde blues van Maker, waarbij de verruiling van de experimentele elektronica niet als een gemis ervaren wordt. Het verhalende Pills in My Pocket is echter helemaal herschreven waardoor het een nieuw interessant toegevoegd hoofdstuk aan het brede muzikale register is geworden. IIUII is een leuk tussendoortje, maar ik had liever de opvolger van het onovertroffen Bloom Innocent gehoord.

Fink - IIUII | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Finn Andrews - One Piece at a Time (2019)

poster
4,0
Met The Runaway Found maakte de wereld kennis met de vanuit Londen ontstaande The Veils. Finn Andrews wist het door groots uit te pakken juist klein te houden. Naast de viermansband waren er ook verschillende violisten als personeel aangesteld. Als zwanenzang werd de prachtige single Lavinia uitgebracht, en toen was het klaar. Althans voor drie bandleden. Vanwege heimwee naar het thuisfront vertrok Andrews al snel na de releasedatum van het album naar zijn veilige basis in Nieuw Zeeland. Daar zocht hij zijn schoolvrienden Liam Gerrard en Sophia Burn op om een doorstart te maken met zijn band.

Na de luchtig klinkende single Advice For Young Mothers To Be kwam vervolgens het veel zwaardere Nux Vomica uit. Een beklemmende prachtige duistere plaat, waarbij sfeer heel bepalend was. Door deze geuite spanning leverde dat memorabele concerten op; in positieve zin, maar zeker ook in negatieve zin. Na twee albums in deze stijl vervolgde in 2016 het meer elektronische hoogtepunt Total Depravity. Zo donker als daar hadden ze nog niet geklonken, en hoe er hier een vervolg op moet komen lijkt een onmogelijke opgave. Zijn vader Barry Andrews had uiteraard ervaren hoe het was om boven jezelf uit te groeien, een beter voorbeeld is er waarschijnlijk niet. Bij XTC was podiumangst van een van de kernleden de hoofdreden dat er al snel gestopt werd met optreden.

Niet geheel onlogisch dat de overgevoelige Finn Andrews in deze fase een flinke stap terug neemt. Meer naar de basis die hem ooit aanzette tot het maken van The Runaway Found. Bij One Piece At A Time staat zijn breekbare stem centraal. Met nieuw aangetrokken begeleiders lijkt hij op zoek te gaan naar zichzelf. Hij stelt zich letterlijk en figuurlijk erg open en bloot op. De mysterieuze kind figuur op de albumhoes, die schuchter opzij kijkt, is Finn op 9 jarige leeftijd. Weer lijkt hij Londen te ontvluchten, net als in de fase na het debuutalbum, en weer vormt hij nu ook een band met nieuwe muzikanten om hem heen. De geschiedenis lijkt zich te herhalen, hopelijk komt het bestaan van The Veils niet in het gedring.

Zelf beschouwt hij zijn soloplaat als een geheel van tracks die hij niet geschikt acht voor The Veils, al is die ervaring hier anders. Maar wie ben ik om tegen de mening van de artiest in te gaan. Oké, What Strange Things Lovers Do en Al Pacino / Rise And Fall laat een meer croonende kant van hem zien, waar we nog niet bekend mee zijn. Behangen met de nodige orkestrale kitch versierseltjes. De piano track Hollywood Forever heeft een wat tegendraadse drum, die storend over komt, maar de puurheid en het hese breekbare in de kwetsbare zang en ondersteunende cello maken veel goed. De ruimte op titelstuk One Piece At A Time wordt ook benut door de toetsen, al is de aanzet hier nog minimaler. De gospel spirit die hier op volgt, zal heus bij hem hogere krachten oproepen, ik voel ze niet zo.

Toch lijkt Finn Andrews net als bij de andere platen flink beïnvloed te zijn door Nick Cave. Het dreigende is ingeruild voor de meer rustige fase van deze grootheid, gelijk te horen in de opbouw van Love, What Can I Do en One By The Venom. Afsluiter Don’t Close Your Eyes zou zich ook prima settelen tussen de nummers van Caves laatste twee meer singer songwriter gerichte albums.

Uiteraard blijven raakvlakken met The Veils overduidelijk aanwezig. Stairs To The Roof gaat terug naar de periode van voordat de band de eerste keer uit de as van een feniks reïncarneerde. The Spirit In The Flame kan zich prima staande houden tussen de kampvuursongs die er verborgen op het toegankelijke Time Stays, We Go staan. De vrouwelijke backing vocals op A Shot Through the Heart (Then Down in Flames) zouden zo door Sophia Burn verzorgd kunnen zijn, zo identiek klinkt de stem.

Finn Andrews laat horen dat hij het alleen onder zijn eigen naam ook kan redden. Om hier te spreken van een solo plaat, lijkt mij te voorbaardig. Net als bij The Veils trekt hij wel aan de touwtjes, al is er nu net wat minder elastische veerkracht. Het eigenzinnige ontbreekt hierdoor, waardoor het allemaal erg safe over komt. De verwachting is wel dat er voor deze sound evenveel liefhebbers zullen zijn als voor het avontuurlijke van The Veils. Aan de composities zal het niet liggen, die zijn in ieder geval weer van hoog niveau.

Finn Andrews - One Piece at a Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fish - Vigil in a Wilderness of Mirrors (1990)

poster
3,5
Ik ben een groot liefhebber van Fish bij Marillion, en dat hij besloot de band te verlaten heb ik lang ervaren als verraad.
Alsof hij de overige leden, en ook de fans niet nodig had.
De verzamelaar Yang kon ik niet hoog waarderen, en ondanks dat ik Marillion zonder Fish al lang een plek heb gegeven, heb ik eerlijk gezegd nooit een hele soloplaat van Fish geluisterd.
Misplaced Childhood beschouw ik nog steeds als het hoogtepunt, omdat ik daarbij ook de indruk had dat vooral Fish daar zijn ziel volledig bloot legde, en de rest van Marillion wist hem volledig te ondersteunen door de muzikale invulling.
Hoe kan een eenheid die zo’n geweldige plaat afleverde drie jaar later zo totaal op elkaar uitgekeken zijn.
Zo voelde het toen, en zo voelt het nog steeds, misschien zijn hierin de feiten wel anders, en liggen er andere oorzaken aan ten grondslag, in mijn hoofd blijf ik het nog steeds zo ervaren.
Dan toch maar vandaag besloten om een heel solo album van Fish goed te beluisteren, en dan leek het mij het meest logisch om met zijn eerste soloplaat te beginnen; Vigil in a Wilderness of Mirrors.

Zou Fish op een morgen wakker zijn geworden, en eindelijk in een spiegel durven te kijken, en de conversatie met zichzelf aan gaan.
Wil je verder gaan, dan moet je de demonen niet wegkijken, maar ze bestrijden.
Vigil in a Wilderness of Mirrors opent wanhopig, bijna Nine Inch Nails achtig; pas als de schreeuw er na een paar minuten uit is gekomen, lijkt er ruimte te zijn gemaakt voor een vervolg.
Het komt over als therapeutische opluchting, en vervolgens hoor je Fish die weer eens waanzinnig goed bij stem is.
Al gelijk in de opener is er ruimte voor zijn Schotse roots, wat het een soort van Braveheart gevoel geeft.
Ik weet niet wat het is met die Schotse artiesten, ze hebben het ruige van de Ieren, maar zijn over het algemeen een stuk minder stug; erg open, romantischer misschien?
En al na het eerste nummer heb ik spijt dat ik nooit eerder dit album heb gehoord.
Big Wedge is dan misschien een stuk minder indrukwekkend, maar het bevalt mij wel.
De symfonische invloeden zijn hier minimaal aanwezig, dit is gewoon een pakkende popsong, bijna Simple Minds achtig.
Komen die toevallig ook niet uit…..
Toch hoop ik dat de rest meer aansluit bij de opener.
State Of Mind klinkt echter ook behoorlijk toegankelijk, met dat huppelende basmelodietje, en het gemis van zijn vroegere muzikale begeleiders is nu wel duidelijk aanwezig.
Niet echt het gevoel van chemie.
Maar er valt vervolgens weer genoeg te genieten, The Company heeft weer een opbouw die je min of meer bij Marillion kon verwachten, en Fish laat vocaal horen waar hij toe in staat is; het Mike Oldfield achtige tussenstuk is ook de moeite waard, en hoe zou het zijn geweest als deze twee grootheden samen om de tafel hadden gezeten, met een plaat als resultaat.
Fish zou een Shadow On The Wall ook prima kunnen dragen; maar ik dwaal in mijn enthousiasme af.
Gelukkig zet het prachtige A Gentleman's Excuse Me mij weer met beide voeten op aarde, zo hoor ik Fish toch wel het liefste; net zo krachtig als Kayleigh en Lavender, al blijf ik daarbij de muziek net wat beter vinden, maar dat is persoonlijke voorkeur.
Fish is in ieder geval even goed in vorm.
Dan is het Higher Ground (Stevie Wonder) achtige begin van The Voyeur (I Like to Watch) een flinke stap terug, hier heb ik niks mee.
Family Business is mysterieus, en weer zeker een hoogtepunt; rustige opbouw, gaat zelfs qua sfeer richting Kate Bush (Hounds Of Love album), en ik krijg meer het gevoel dat Fish twijfelde om een persoonlijke plaat af te leveren; de nummers die een kijk in zijn ziel geven, worden afgewisseld door gemiddelde popsongs; aan totale openheid als op Misplaced Childhood durft hij zich net niet helemaal te wagen.
View From The Hill heeft iets white souls achtig, hij gaat hiermee de kant van Spandau Ballet op, al hoor je gelukkig al snel het venijnige terug in zijn stem.
Cliche is absoluut niet cliche, gevoelig en sterk, hier is de muziek en zang weer volledig in balans; gelijk ben ik weer totaal gefocust op de plaat.
Het Gilmour achtige gitaarspel past er heel mooi in, en ook hier moet ik weer aan Kate Bush denken (Hounds Of Love).
Geen verkeerd debuut, al wisselen hoogtepunten zich net te vaak af met mindere songs.

Fit - Miracles Might Happen (2025)

poster
3,5
Fit werd vorig jaar (2024) als winnaar van het Utrechtse Clash of the Titans door de jury geprezen vanwege hun onuitputbare energie. Het had in ieder geval tot gevolg dat ze later in 2025 naar de Popronde doorstoten, de support act van The Prodigy tijdens het Tilburgse Spoorpark Live mogen verzorgen en in oktober op het Eindhovense Come As You Are geprogrammeerd staan. Niet verkeerd voor een crossover band met een voorliefde voor hiphop, shoegaze, postpunk en ouderwetse new wave, die nu tevens hun eerste Miracles Might Happen EP uitbrengen.

Dat ze hier ruim de tijd voor nemen, staak haaks op de daadkrachtige ‘living in the fastlane” mentaliteit. Fit is zich ervan bewust dat een goede voorbereiding vruchten afwerpt. Die volledige plaat komt er heus wel, eerst speeluren draaien en zieltjes winnen. De voormalige Herman Brood Academie studenten krijgen daar in ieder geval genoeg begeleiding om met het dreigende succes om te gaan. Het balletje kan namelijk snel gaan rollen. Op 30 mei werd deze Miracles Might Happen EP op het zelf samengestelde FitFest festival in De Helling gepresenteerd, waar bevriende bands de avond verder aanvullen.

Het dansbare Cash laat een goed op elkaar ingespeeld gezelschap horen. Er gebeurt zoveel in die drieënhalve minuut. Heerlijk complex funkend hoekig baswerk en een opzwepend ska ritme delen direct al een knock-out uit. De basis is dan wel vroeg jaren tachtig, de zang heeft die brutale jonge honden attitude van de hedendaagse alternatieve scene. De haperende openingsbreaks van July komen wat onwennig over, live zal dit heus overvloeiend meer tot zijn recht komen. De melodieuze retro postpunk gitaar houdt het aardig in evenwicht. Het uitbundig uit de band springen is een deel van het visitekaartje, en daar houden ze trouw aan vast. Of July een zorgeloze romantische zomer is, of juist een harde You Lie woordgrap is laat ik in het midden. Beide interpretaties zijn mogelijk.

Life So Nice staat synoniem voor de vitaliteit van Fit. Lekker dwars met spacend toetsenwerk en agressieve punkakkoorden. Dit wil je live ervaren, dit is de reden waarom beginnende bandjes zo leuk zijn. Heerlijk onbevangen en puur. Het rockende Be Gone Now houdt de naam van de Herman Brood Academie in ere. Fijn dat dit soort tevens in Utrecht gevestigde muzikantenopleidingen nog steeds bestaansrecht hebben en zoveel afgestudeerd talent oplevert. Bij het dromerige donkere Miracles Might Happen titelstuk gaat het tempo wat omlaag, en fantaseert Fit over een lonend prestatiegericht vervolg, het is ze gegund.

Fit - Miracles Might Happen | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Flamingods - Head of Pomegranate (2023)

poster
4,0
Met hun Oosters getinte psychedelische rock brengt Flamingods het post sixties acid genot weer onder de aandacht. We wanen ons in de jaren negentig waarin raves jongeren bijeenbrengt en een universeel gevoel van saamhorigheid oproept. Natuurlijk speelt het een rol dat de leden Perzische roots hebben en die culturele achtergrond in hun sound mengen. Op het exotische Levitation komen alle natuurkrachten samen en verzilveren ze hun status. De veelzijdigheid van het gezelschap delen ze op het podium waarbij ze met gemak van instrumenten wisselen en het publiek telkens een daverende liveshow voorschotelen. Het is een onrealistische hallucinerende trip, waarin je als publiek zijnde meegezogen wordt. Na afloop kost het de nodige tijd om opnieuw te aarden.

Na hun wereldtournee en goed bezochte concerten door de Verenigde Staten blijven ze in Los Angeles hangen. Waar de zonnige stranden en het veelvoudig aanwezig zijn van hallucinerende middelen ze niet direct inspireren om met nieuw werk aan de slag te gaan. De uit Atlanta afkomstige producer Ben H. Allen werkt in het verleden al succesvol met gevarieerde Britse acts als Kaiser Chiefs, Maxïmo Park en Erasure samen en stort zich nu dus op het Flamingods avontuur. Na het afronden van Levitation ontstaat een leegte welke Flamingods bijna het bestaansrecht kost, blijkbaar is een wake up call pure noodzaak om zich te herpakken. Het roze wolk opnameproces wordt echter bruut verstoord als de vader van frontman Kamal Rasool aan het coronavirus overlijdt. Head of Pomegranate draagt de vertaling van de naam van het Bahreinse dorp رأس الرمان, waar zijn vader opgroeit. Door zijn spirituele aanwezigheid zweeft zijn geest door de hele plaat heen, en pakt hij na de dood de plek als overkoepelend bandlid in. Mooi om zo dit eerbetoon vorm te geven.

Verandert het verder veel aan de sound? Zeker wel, het leef de dagen alsof het je laatste zijn, staat op de voorgrond. Stel niks uit, pak je kansen voordat het te laat is. Head of Pomegranate stuitert nog net wat sterker heen en weer. De Gutterball beats neigen zelfs naar de typische Nederlandse gabberhouse toe. Het universum is een oneindigende inspiratiebron waar Flamingods gretig gebruik van maakt. Dreams (On the Strip), het paradijs ligt binnen handbereik. Elektrobeats navigeren je over de krautrock snelwegen. Het tot beweging oproepende Adana neemt de postpunk afslag om vervolgens eventjes een tussenstop in de glamrock The Dip discotheek te maken waar The Chemical Brothers met het The Beatles geluid experimenteren. En dan zijn we nog maar net onderweg, en ligt er nog zoveel moois in het verschiet.

Het maatschappijkritische Dirty Money jaagt verder over de krautrock postpunk velden waar ze het vroegere Magazine en Simple Minds werk zijdelings passeren. Flamingods voegt er genoeg Oosterse mystiek aan toe waardoor het toch nog eigen blijft. Futuristische cyberpunks eigenen zich het hitgevoelige Volta Rocket toe, waarbij de gitaren zich weer ouderwets aan het synthpop geweld hechten. Het filmische Born Lucky reikt aan de horizon. Met een bijna visuele seventies vibe ondergaan we de voortgang van de ruimtetrip welke eeuwig lijkt te duren. Het is de terugkeer naar de jeugd. Het vertrouwde thuisfront met al zijn herkenbare geuren en kleuren, maar dan in een albumtrack gegoten. Perfumed Garden, bloemetjes en bijtjes nostalgie, veilig terug in de moederschoot. Wegdromen in insomnia dagdromen. Hier in het heden, met het oog op de toekomst gericht en het oor nog wakende in het verleden. De vaart en de rek is er wat uit, het sterrenstelsel brokkelt langzaam wat uit elkaar. Hierdoor wordt het net allemaal wat concreter en vatbaarder.

Flamingods, het blijven wereldreizigers, rondtrekkende Eastern Cowboys nomaden die de uithoeken van het culturele bestaan opzoeken en daar een groovende swing aan geven. De Head of Pomegranate cooling down landing plaatst je weer met beide voeten terug op aarde. De vader van Kamal Rasool zal vanuit het hiernamaals trots op zijn zoon neerkijken. Het werk is weer geklaard, de opdracht is voltooit. Head of Pomegranate is een groeisprint de hoogte in, waarbij ze zichzelf overstijgen. Is alles dan perfect? Nee, de enige misstap die ze begaan is met het funkende Tall Glass swingbeat welke net te ver van de kenbare Flamingods sound afstaat.

Flamingods - Head of Pomegranate | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Flamingods - Levitation (2019)

poster
4,0
Flamingods, een muzikaal gezelschap afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk en Perzië, hield het heen en weer reizen drie albums lang vol, maar zijn dat nu schijnbaar helemaal zat. Als thuisbasis is bij de opnames en afronding van Levitation definitief gekozen voor Londen. Niet dat dit veel aan hun werkwijze veranderd. Nog steeds is het een fijne samenloop van psychedelische Britpop met een aardig vleugje Oosterse exotica. Paradise Drive wil nog flink wat Electro clash laten fuseren met vrij toegankelijke Britpop. De snelle jongens in maatpakken baslijnen geven het een yuppie flow. Dit is niet geschikt voor het bier drinkend arbeidersvolk, maar meer voor de trendy dure cocktails verorberende hogere klasse. Stijlvolle disco vermengt met hypnotiserende strak gewoven oriëntaalse klanktapijten, waarbij de kleuren zich als een drugtrip mengen tot een hemels geheel. Dan is de overgang naar het retro Madchester geluid van Koray een kleine stap. Wat was deze sound een verademing toen er na de deprimerende jaren tachtig werd overgedragen naar de snellere jaren negentig. Door het gebruik van inheemse instrumenten kan de wah-wah gitaar hier vervolgens een aangename draai aan maken. Dit had zo nog wel een paar minuten door mogen gaan, de totale staat van extase wordt net niet bereikt.

Het brutale Marigold met zijn coke achtige arrogantie doet net iets te zelfverzekerd aan. Energiek en lazy weten de rijk gevulde orgelpartijen een rusteloze stemming op te roepen. De junglepercussie maakt het identiek aan de experimentele vooruitstrevende bands uit de bloeiperiode. Ze maken hier onderscheid vanwege inmenging van eigen culturele waardes. Door het tempo op te schroeven in Astral Plane krijgt het meer een doorsnee beladenheid, waarbij de gitaarvervormer wordt ingezet als geheime wapen. Dat er hierdoor zelfs wat progrock invloeden kans maken om er de perfecte swing in te brengen lijkt wonderbaarlijk ogenschijnlijk, maar is tot in perfectie uitgevoerd. Peaches weet het mysterieuze gepingel te vermengen met een zwaar zoemende repeterende in herhaling terug komende bas, waar de nodige elektronische effecten aan toe zijn gevoegd. De trance veroorzakende climax weten te hier wel te behalen. De slidegitaar in Moonshine On Water geeft het een gospelinslag, met ruimte voor lang gerekte uithalen. Olympia weet de boel op een minder prettige storende manier te ontregelen. De overdosering aan bliepjes en huppelende beats maakt het te chaotisch. Ondanks dat het vlekkeloos gespeeld wordt, wil het niet overtuigen.

Met net zoveel vaart zet Club Coco in. Dat het hier wel wil werken komt hoofdzakelijk door de sixties orgeltoetsen en de relaxte, wat slome zang. Maar net als voorgaande track niet behorende tot de hoogtepunten van Levitation. Veel beter en stukken avontuurlijker is het gedragen Mantra East. Er is meer zorg besteed aan de trage, maar passende opbouw. Er lijkt weer flink gegraaid te zijn in de snoeptrommel van de plaatselijke apotheek. Vanaf stand twee wordt er halverwege probleemloos over geschakeld naar de vijfde versnelling. Deze natuurlijke roes racet aan het zichtveld voorbij, en is een regelrechte uitnodiging om je op de dansvloer te bevinden. Al wordt het geluksmoment door het vage einde al snel weer afgeremd. We vergeten bijna dat Flamingods ook een traditionele Perzische achtergrond heeft, maar die cultuur wil Nizwa sterk domineren. Met goed gebruik van echo’s en klappende percussie waan je jezelf in de sprookjeswereld van 1001 nachten. Als in een gebedsvoering worden we opgeroepen om in stilte te luisteren naar de mantra achtige woorden van titelstuk Levitation. We worden daadwerkelijk naar boven getrokken om ergens te zweven in een zwaartekracht loos schemergebied, waar er haast sprake lijkt te zijn van een samensmelting van alle bestaande geloofsovertuigingen, universeel samen gesmolten tot een ultiem geheel. Mooi om met deze gedachtegang af te sluiten.

Flamingods - Levitation | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fleetwood Mac - Rumours (1977)

poster
5,0
Crisis? What Crisis?

Elke band kent het wel.
Periodes waarbij het niet lekker loopt.
Drummer uit band gestapt.
Gitarist ontslagen.
Vanwege meningsverschil en koerswijziging gaat zanger solo.
Of de tijdelijke wanorde overwinnen.
Uiteindelijk gaan voor een mooi resultaat.
Maar wat doe je als er relaties op het spel staan.
ABBA is een mooi voorbeeld.
Problemen bezongen in The Visitors.
Vervolgens al snel het verwachte einde.

Fleetwood Mac kende ook zo’n periode.
Ten tijden van Rumours was het een grote puinhoop.
Niet alleen de dreigende scheidingen.
Ook grote drugsproblematiek speelde een rol.
Gold Dust Woman is volgens mij een coke snuivende Stevie Nicks.
Dat dit gerucht de wereld in ging was ook bij de band een feit.
Al klinkt er hier regelmatig een luchtige toon.
Gemaakte onverschilligheid in Second Hand News.
Wat vandaag de krant haalt was gisteren al bekend.
Morgen ligt het alweer klaar op de grote stapel.
Oud papier opgehaald door de plaatselijke voetbalvereniging.

Maar dit werd een tijdloos document.
Nu nog de hoge waardering.
Mee genieten door de worstelingen.
Hoopvol verlangen.
Dreams, Don’t Stop en Go Your Own Way.
Steeds weer een andere componist.
De boodschap is wel hetzelfde.
Laat deze nare droom niet verzanden in een nachtmerrie.
Zoektocht naar troost en liefde.
Bezongen vanuit verschillende invalshoeken.

Dit is het gelukkig ogende gezin.
Waarbij buren de ruzies in de avond kunnen volgen.
Hun oor tegen de muur gedrukt.
Ondanks gesloten gordijnen.
Is alles te volgen.
Woord voor woord.

The Chain is voor mij het sleutelnummer.
Het gevoel van saamhorigheid.
De lijm op de Polaroid foto’s.
Om momenten van geluk vast te leggen.
Gebonden in een tijdloos album.
Iedereen kent het verhaal over de kwaliteit van Polaroid in de jaren 70.
Kleuren die snel vervagen.
Loslatende plaatjes.
Zo ook bij Fleetwood Mac.
De ketting blijkt minder sterk.
Juist zeer breekbaar.

Pas bij Tango In The Night kwam de bezinning.
Oude geliefden die in de nacht een dansje wagen.
Waarbij de littekens uit het verleden werden uitgewist.
Met een schone lei beginnen.
Verleden afsluitend.

Rumours is net iets sterker.
Puurheid in de vorm van liefdesverdriet.
Uitgedrukt in tekst zang en muziek.
Maar wat mij het meeste bij blijft is het instrumentale tussenstuk van The Chain.
Het letterlijke breekpunt.
Dat valt niet te overtreffen.

Fleetwood Mac - Tango in the Night (1987)

poster
4,0
Tango In The Night zal ik altijd blijven zien als de logische waardige opvolger van Rumours.
Ondanks de twee tussen liggende studio albums.
Leven een decennia later.
Eenmalige bijeenkomst van oude geliefden.
Drugs grotendeels afgezworen.
Ruzies die uitgepraat worden.
Huisje, boompje, beestje.
Verworden tot familie mensen.

Schijn bedriegt.
Christine McVie blijft de hoopvolle romanticus.
Weerzien leid tot onbeantwoorde liefde.
Verlangens die bezongen worden in Everywhere.
Nog steeds blijven hangen in het verleden.
John McVie heeft het leven al lang opgepakt.
Ondanks onmogelijke pogingen van zijn ex.
Met trots zal ze zijn achternaam blijven houden.
Het vreemd gaan van voorheen afdoen als kleine leugentjes.

Stevie Nicks en Lindsey Buckingham die stilletjes het gezelschap eerder verlaten.
Ergens een goedkoop motelletje opzoeken.
Gewoon omdat de sex in het verleden zo goed was.
Onovertroffen.
One Night Stand.
Het gekreun in Big Love.
Op zoek naar dat ultieme moment.
Herbeleven.
De dag daarop weer terug naar de vernieuwde thuissituatie.
Doen alsof er niks is gebeurt.

Eigenlijk was de cirkel rond.
Beloftes zijn weer ingelost.
Nerver Break The Chain.
Deze ketting heeft zich weer gesloten.
Lindsey Buckingham begreep het.
Hij verliet vervolgens de band.
Want alles was klaar.
Er werden pogingen ondernomen met andere leden.
Maar het succes zou uit blijven.
Pas tijdens de reünietournee was de chemie weer aanwezig.

Tango In The Night blijft een geweldig album.
Mooie structuur in de hitgevoelige nummers.
Hoofdrol voor het prachtige gitaarwerk.
Niet te vergelijken met hun oude bluesalbums.
Ik blijf een groot liefhebber van deze bezetting.

Fleetwood Mac - Tusk (1979)

poster
3,5
Totaal andere verwachtingen van dit album.
Vroeger dacht ik altijd dat Tusk een nummer van Pink Floyd was.
Het album komt ook uit dezelfde periode als The Wall, en het titelnummer en Another Brick In The Wall waren voor mij de afwijkende songs uit de Top 40.
Ik was een jaar of 6, dus een logische verklaring, lijkt mij.
De song Tusk vind ik ook wel het hoogtepunt van de plaat, vooral door die drums, van mij had Mick Fleetwood meer invloed op de hele plaat mogen hebben; ook die vreemde bizarre clip bleef mij bij.
Stevie Nicks domineerde voor mijn gevoel hier verder, Sara en het voor mij onbekende Sisters Of The Moon (nog beter dan Sara!!) zijn de hoogtepunten.
Verder vind ik het een op safe gespeelde plaat, en zou Sisters Of The Moon in plaats van Tusk op single zijn uitgebracht, dan zou de plaat volgens mij bij een groter publiek succesvol zijn geweest, al is het natuurlijk stukken minder dan Fleetwood Mac, Rumours en het latere Tango In The Night.