Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
S. Carey - Break Me Open (2022)

4,0
1
geplaatst: 28 mei 2022, 01:33 uur
Terwijl Justin Vernon met Bon Iver steeds verder de experimentele elektrofolk uitpluist, blijft Sean Carey met het solowerk dichter bij de oorsprong. Zijn kristalheldere stem heeft die afwijkende bokkensprongen ook niet nodig. Dark is een schijnbaar onschuldig liefdesliedje, maar gaat tekstueel wel stukken dieper. Het verlies beantwoorden door de eeuwigheid op te zoeken. Onbeantwoorde liefde en onbeantwoord verlies met de dood als enige uitweg. Sterfelijkheid en de paranoïde angst om je kind te verliezen. Misschien bewust zwaar aftrappen om vervolgens de ontdekkingsreis naar hoop en vertrouwen in te zetten. De intieme puurheid van Break Me Open laat een krachtige kwetsbare singer-songwriter horen, breek mij open om dicht bij die ziel, de kern, het gevoel te komen.
Natuurlijk werken de persoonlijke omstandigheden behoorlijk tegen en nodigen deze ook niet echt uit om ze in groepsverband te delen. Het explosieve einde van een op springen staande huwelijk, het overlijden van zijn vader, en de niet te onderschatte pandemiebeperkingen welke tezamen een deprimerend effect oproepen. De beperkte verlichting van het huisje op de albumhoes symboliseert de lege kamers van een gebroken gezinssamenstelling, de eenzaamheid en het verlate toekomstperspectief. Ongelukkige situaties, maar wel voedingsbodems van onuitputbare indrukwekkende inspiratiebronnen. Elkaar in flarden mist verliezen, Paralyzed, desperaat wanhopig, vervreemding, slap, futloos en moegestreden.
Dark opent dromerig zacht, en daardoor juist confronterend sterk. De tijdsklok wankelt met prachtige stilstaande momenten, orkestraal klein gehouden, tijd pakken, tijd delen, tijd afsluiten. Breed delend met die uitbundige climax, zwaar pompende percussie en de uitwaaiende vredig zoemende geluidscollages, subtiel plaatsen van strijkersarrangementen. Veelbelovend, prachtig, verstillend. Starless, de oneindigende lege hemel, waar sterren zich achter zwarte wolkenvelden schuil houden. Aardedonkere beklemmende onzekerheden, subtiel de Bon Iver werkwijze toepassend. Het elektronica palet, met vermengbare duistere kleuren.
Het beschilderbare Sunshower canvas, leeg om opgevuld te worden. Flinterdunne piano penseellijnen, verfijnde jazzdrummer kwastjes en dikke stroperige bas krijtstrepen. Dichter bij jezelf, de kennismaking met het weggestopte ego. And the moon hung on a wire. Je kan de maan niet voor altijd aan een touwtje bij je houden. Schoonheid verlangt naar vrijheid en onafhankelijkheid. Island is het loslaten, hoe moeilijk dit soms ook is. Vaarwel verleden, vaarwel dierbare momenten, welkom in de toekomst. Met zijn drumervaringen maakt hij er een opzwepend vervolg aan, tribal ritmes echo’s in flonkerende keyboard toetsenwerk.
De gedateerde sigaretbruine Desolate Polaroid nostalgie krijgt een glanzend dekkend vernislaag toegediend. Spaarzaam energiezuinige pianoklanken, met een kloppend openbrekend dansbaar hart. Sean Carey ademt vloeibare woorden uit en laat deze aan het muzikale klankbord hechten, een universeel geheel, ruimte vullend. Ondanks de prachtige woordkeuze staat Crestfallen gelijk aan een bedroefde mineurstemming. Misschien is het de opzet om er iets moois aan te koppelen, misschien vervaagd het juist die somberheid. Crestfallen is eerlijk direct, dichtbij maar ook juist de onbereikbare glimp in de verte. Escapisme in drummende razernij.
Waking Up, herboren ontdooiende zonnestralen, de gemiste lentewarmte van een vernieuwde levenssituatie. Hoopvol, opwekkend, en weer die indrukwekkende vocalen van Sean Carey. Melancholische soberheid ligt bij hem in dezelfde lijn als de prille geluk belevenis. Een fractie van elkander verwijdert. Bijzonder dat de fragiele zanger die pure zachtheid zo behouden mogelijk de aanwezige factorrol toekent. Objectief als een vreemdeling het eigen leven binnendringen en deze toe-eigenen. Het harpintro van de voltooide zoektocht in Where I Was, eindbestemming bereikt.
S. Carey - Break Me Open | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Natuurlijk werken de persoonlijke omstandigheden behoorlijk tegen en nodigen deze ook niet echt uit om ze in groepsverband te delen. Het explosieve einde van een op springen staande huwelijk, het overlijden van zijn vader, en de niet te onderschatte pandemiebeperkingen welke tezamen een deprimerend effect oproepen. De beperkte verlichting van het huisje op de albumhoes symboliseert de lege kamers van een gebroken gezinssamenstelling, de eenzaamheid en het verlate toekomstperspectief. Ongelukkige situaties, maar wel voedingsbodems van onuitputbare indrukwekkende inspiratiebronnen. Elkaar in flarden mist verliezen, Paralyzed, desperaat wanhopig, vervreemding, slap, futloos en moegestreden.
Dark opent dromerig zacht, en daardoor juist confronterend sterk. De tijdsklok wankelt met prachtige stilstaande momenten, orkestraal klein gehouden, tijd pakken, tijd delen, tijd afsluiten. Breed delend met die uitbundige climax, zwaar pompende percussie en de uitwaaiende vredig zoemende geluidscollages, subtiel plaatsen van strijkersarrangementen. Veelbelovend, prachtig, verstillend. Starless, de oneindigende lege hemel, waar sterren zich achter zwarte wolkenvelden schuil houden. Aardedonkere beklemmende onzekerheden, subtiel de Bon Iver werkwijze toepassend. Het elektronica palet, met vermengbare duistere kleuren.
Het beschilderbare Sunshower canvas, leeg om opgevuld te worden. Flinterdunne piano penseellijnen, verfijnde jazzdrummer kwastjes en dikke stroperige bas krijtstrepen. Dichter bij jezelf, de kennismaking met het weggestopte ego. And the moon hung on a wire. Je kan de maan niet voor altijd aan een touwtje bij je houden. Schoonheid verlangt naar vrijheid en onafhankelijkheid. Island is het loslaten, hoe moeilijk dit soms ook is. Vaarwel verleden, vaarwel dierbare momenten, welkom in de toekomst. Met zijn drumervaringen maakt hij er een opzwepend vervolg aan, tribal ritmes echo’s in flonkerende keyboard toetsenwerk.
De gedateerde sigaretbruine Desolate Polaroid nostalgie krijgt een glanzend dekkend vernislaag toegediend. Spaarzaam energiezuinige pianoklanken, met een kloppend openbrekend dansbaar hart. Sean Carey ademt vloeibare woorden uit en laat deze aan het muzikale klankbord hechten, een universeel geheel, ruimte vullend. Ondanks de prachtige woordkeuze staat Crestfallen gelijk aan een bedroefde mineurstemming. Misschien is het de opzet om er iets moois aan te koppelen, misschien vervaagd het juist die somberheid. Crestfallen is eerlijk direct, dichtbij maar ook juist de onbereikbare glimp in de verte. Escapisme in drummende razernij.
Waking Up, herboren ontdooiende zonnestralen, de gemiste lentewarmte van een vernieuwde levenssituatie. Hoopvol, opwekkend, en weer die indrukwekkende vocalen van Sean Carey. Melancholische soberheid ligt bij hem in dezelfde lijn als de prille geluk belevenis. Een fractie van elkander verwijdert. Bijzonder dat de fragiele zanger die pure zachtheid zo behouden mogelijk de aanwezige factorrol toekent. Objectief als een vreemdeling het eigen leven binnendringen en deze toe-eigenen. Het harpintro van de voltooide zoektocht in Where I Was, eindbestemming bereikt.
S. Carey - Break Me Open | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Sad Boys Club - Lullabies from the Lightning Tree (2023)

3,5
0
geplaatst: 17 mei 2023, 14:59 uur
Soms lopen avonden anders als gepland, ga je met goed bedoelde verwachtingen een bandje live bekijken en valt het uiteindelijk toch wat tegen. De indiepoppers van Sad Boys Club wordt al een paar jaar in Groot Brittannië een aardige hype en moeten het nu daadwerkelijk waarmaken. De naam is overduidelijk van Boys Don’t Cry van The Cure afgeleid, en Jacob Wheldon heeft ook nog eens exact dezelfde manier van zingen als Robert Smith. En dan maak je het jezelf behoorlijk lastig, dit stigma is een zwaar dragende last.
De schreeuwerige naar voor geschoven kopstem Lumoflove pianoballad eenzaamheidssentiment laat een meer toegankelijk geluid horen. Jacob Wheldon kijkt in het Nijmeegse Merleyn wat onwennig bangelijk de zaal in, gebruikt telkens dezelfde quasi nonchalante danspasjes, en wil hij mij maar niet bereiken. Toch bezit hij wel genoeg charisma, maar buit dit nog niet volledig uit. Zijn uitstraling heeft iets indringends, een kracht die Jaz Coleman van Killing Joke ook bezit. Bijzonder eigenlijk, een artiest in wording. Achteraf gezien is het geen verkeerde avond en maal je een beetje na. Als dan een paar weken later op 5 mei daadwerkelijk het bevrijdende Lullabies from the Lightning Tree verschijnt, ben ik gezond nieuwsgierig naar het eindresultaat. Sad Boys Club maakt dus postpunk met een zwart emocore randje. Er volgt een eerste luisterbeurt, dan een tweede, een derde…
Het dreigende Peak is een voortzetting van die schijn therapeutische momenten, dat Jacob Wheldon op het podium in zijn angstzweet dreigt te verdrinken. Peak heeft de nodige tekstuele verwijzingen naar de starende A Forest blik van het onbekende maar dan met Arctic Monkeys nuchterheid. Peak is de ontbrekende sleutelsong confrontatie tijdens die bewuste concertavond, de perfecte opener. Zouden ze het afgewogen hebben, en op het laatste moment kiezen om deze alsnog te schrappen. Peak intrigeert, en ondanks dat het niet bijster origineel is, delen ze hiermee nou juist wel die gemiste kopstoot uit. Peak benadrukt die twijfel om innerlijke demonen met de zaal te delen. Driedimensionale toneelkoorts, ongeloofwaardig gespeeld of gemeend oprecht?
Het springerige aanstekelijke Delicious is een stevige overwinnende voortzetting waarbij alle aarzeling verdwenen is. Zo hitgevoelig als maar zijn kan. Sad Boys Club bekent geen kleur, ze filteren alleen de grijsheid uit de singlekandidaten. De treurdonkere The Cracking Song postpunk duikt weer die aarde duistere diepte in, en wat zetten ze dan weer een uitdagende overtuigende performance neer. Hebben ze deze die bewuste avond gespeeld? Wat denk je zelf? Een gemiste kans. Op het lawaaierige To Heal Without a Scar (Is a Waste of a Good Wound) leeft drummer Tom MacColl zich volledig uit. Soms moet je jezelf pijnigen om te beseffen dat je nog leeft. Triest, maar hier zit weldegelijk een treffende kern van waarheid in. De maatschappelijke leegte vult zich sneller dan verwacht, de bodemloze spreekwoordelijke emmer raakt door de ingehouden emoties overvol, en bereikt het explosieve breekpunt. Jacob Wheldon als nerveuze stalker van het hoopvolle leven, tot waanzin gedreven.
De Coffee Shop punk ongein scoort mij iets te gemakkelijk en parodieert de college rock van Weezer en Nada Surf. Normaal kan ik dat prima hebben, maar bij een band die zich al een aantal jaren als een The Cure kopie presenteert, ligt dit gevoeliger. Beseffen ze zelf wel dat het serieus bedoelde Something Else in diezelfde highschool vijver vist? Het volwassen gesettelde 2bites2it sluit de afgelopen periode af, maar komt ondanks de hemelse dreampop synths wat gezapig over. De country zit prachtig in Cemetery Song verwerkt. Hoe bijzonder is het dat op het moment van het eeuwige afscheid, zonnestralen goedkeurend instemmen. Het definitieve einde is tevens een vernieuwde doorstart. Het is tevens weer een nummer die ze in Merleyn vergeten om op de setlist te zetten. Is de afsluitende (You’re) All I Wanna Ever Do rocker weer een uit de hand gelopen grap, of moeten we deze toch serieus nemen? Het kost Sad Boys Club net teveel moeite om zich als zelfverzekerde band te presenteren. In die afronding slaan ze de plank behoorlijk mis, verder is Lullabies from the Lightning Tree stiekem best een leuke plaat.
Sad Boys Club - Lullabies from the Lightning Tree | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De schreeuwerige naar voor geschoven kopstem Lumoflove pianoballad eenzaamheidssentiment laat een meer toegankelijk geluid horen. Jacob Wheldon kijkt in het Nijmeegse Merleyn wat onwennig bangelijk de zaal in, gebruikt telkens dezelfde quasi nonchalante danspasjes, en wil hij mij maar niet bereiken. Toch bezit hij wel genoeg charisma, maar buit dit nog niet volledig uit. Zijn uitstraling heeft iets indringends, een kracht die Jaz Coleman van Killing Joke ook bezit. Bijzonder eigenlijk, een artiest in wording. Achteraf gezien is het geen verkeerde avond en maal je een beetje na. Als dan een paar weken later op 5 mei daadwerkelijk het bevrijdende Lullabies from the Lightning Tree verschijnt, ben ik gezond nieuwsgierig naar het eindresultaat. Sad Boys Club maakt dus postpunk met een zwart emocore randje. Er volgt een eerste luisterbeurt, dan een tweede, een derde…
Het dreigende Peak is een voortzetting van die schijn therapeutische momenten, dat Jacob Wheldon op het podium in zijn angstzweet dreigt te verdrinken. Peak heeft de nodige tekstuele verwijzingen naar de starende A Forest blik van het onbekende maar dan met Arctic Monkeys nuchterheid. Peak is de ontbrekende sleutelsong confrontatie tijdens die bewuste concertavond, de perfecte opener. Zouden ze het afgewogen hebben, en op het laatste moment kiezen om deze alsnog te schrappen. Peak intrigeert, en ondanks dat het niet bijster origineel is, delen ze hiermee nou juist wel die gemiste kopstoot uit. Peak benadrukt die twijfel om innerlijke demonen met de zaal te delen. Driedimensionale toneelkoorts, ongeloofwaardig gespeeld of gemeend oprecht?
Het springerige aanstekelijke Delicious is een stevige overwinnende voortzetting waarbij alle aarzeling verdwenen is. Zo hitgevoelig als maar zijn kan. Sad Boys Club bekent geen kleur, ze filteren alleen de grijsheid uit de singlekandidaten. De treurdonkere The Cracking Song postpunk duikt weer die aarde duistere diepte in, en wat zetten ze dan weer een uitdagende overtuigende performance neer. Hebben ze deze die bewuste avond gespeeld? Wat denk je zelf? Een gemiste kans. Op het lawaaierige To Heal Without a Scar (Is a Waste of a Good Wound) leeft drummer Tom MacColl zich volledig uit. Soms moet je jezelf pijnigen om te beseffen dat je nog leeft. Triest, maar hier zit weldegelijk een treffende kern van waarheid in. De maatschappelijke leegte vult zich sneller dan verwacht, de bodemloze spreekwoordelijke emmer raakt door de ingehouden emoties overvol, en bereikt het explosieve breekpunt. Jacob Wheldon als nerveuze stalker van het hoopvolle leven, tot waanzin gedreven.
De Coffee Shop punk ongein scoort mij iets te gemakkelijk en parodieert de college rock van Weezer en Nada Surf. Normaal kan ik dat prima hebben, maar bij een band die zich al een aantal jaren als een The Cure kopie presenteert, ligt dit gevoeliger. Beseffen ze zelf wel dat het serieus bedoelde Something Else in diezelfde highschool vijver vist? Het volwassen gesettelde 2bites2it sluit de afgelopen periode af, maar komt ondanks de hemelse dreampop synths wat gezapig over. De country zit prachtig in Cemetery Song verwerkt. Hoe bijzonder is het dat op het moment van het eeuwige afscheid, zonnestralen goedkeurend instemmen. Het definitieve einde is tevens een vernieuwde doorstart. Het is tevens weer een nummer die ze in Merleyn vergeten om op de setlist te zetten. Is de afsluitende (You’re) All I Wanna Ever Do rocker weer een uit de hand gelopen grap, of moeten we deze toch serieus nemen? Het kost Sad Boys Club net teveel moeite om zich als zelfverzekerde band te presenteren. In die afronding slaan ze de plank behoorlijk mis, verder is Lullabies from the Lightning Tree stiekem best een leuke plaat.
Sad Boys Club - Lullabies from the Lightning Tree | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sadgirl - Water (2019)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 19:02 uur
Misha Lindes is de zoon van Hal Lindes, een naam die weinigen bekend in de oren zal klinken. Deze gitarist heeft het begin van de grote doorbraak van Dire Straits mogen ervaren. Na een prominente rol vervuld te hebben op Love Over Gold verdwijnt hij vervolgens van het toneel en gaat zich richten op het maken van soundtracks. Inspiratie hiervoor ontstond tijdens de opnames van Local Hero, waar hij Mark Knopfler beroepsmatig mocht ondersteunen. Zijn zoon heeft net als zijn vader als gitarist ook voor het muzikale vak gekozen. Na het publiek voorzichtig kennis te laten maken met aangename singles brengt hij nu als lid van het surftrio Sadgirl uit Los Angeles het eerste volwaardige album Water uit. Sadgirl bestaat verder uit bassist Dakota Peterson en drummer David Ruiz.
Sadgirl opent met het The Honeydrippers achtige The Ocean, een aangename ode aan de surfmuziek uit de periode dat de bikini het badpak verving als blikvanger op de zomerse stranden. Verkoeling zoekende akkoorden voor na een inspannende dag met een hoog rustgevend amusementswaarde. Het tempo blijft vervolgens laag in het door kerkelijke pianoklanken gevormde Chlorine. De soulvolle toevoeging van blazers is een voortreffelijke meerwaarde, waardoor er meer warmte wordt gecreëerd. Bij het ultra light swingende instrumentale Hazelnut Coffee wordt er een xylofoon uit de kast gehaald die er als in een espresso koffie er een klein beetje verfijning aan toe voegt. Het croonende Miss You is een ouderwetse tearjerker, welke prima zou passen op de bubblegum soundtrack van het tienersucces Grease.
Met de rhythm-and-blues die bij Breakfast For 2 uit de slaggitaar getoverd worden, vertoeft Sadgirl zich op het denkbeeldige strand, omgeven door de kenmerkende palmbomen van LA. Het tokkelwerk dient als passerende geluidsgolven waarop de zang als standvastige surfer balanceert. Uiteraard is er een plek voor de retro ontstemde orgel, die het identieke jaren vijftig gevoel oproept. Dit instrument mag ook aangenaam de vrij gekomen ruimte invullen in de eerbiedige soul van Little Queenie, waar op de achtergrond de seventies funk verraad dat het een nieuwere track is. Met een vleugje aan psychedelica wil Muholland net wat avontuurlijker over komen, de coole bas en opzwepende drum zorgt net voor genoeg variatie, al had de subtiliteit wel minder op de voorgrond mogen staan. Het risico om als saai betiteld te worden dringt wel steeds meer op.
Daar brengt de volgroeide soul van Strange Love gelukkig genoeg verandering in. Sterker dan de overige nummers wil deze in de lijn van de jaren negentig Britpop zich presenteren. Door meer swing in de ritmische drums benadrukt de track nogmaals waarom deze stroming het jaren geleden zo goed deed. Het is net allemaal een stuk brutaler en nonchalanter, iets wat op het overwegende veilige Water teveel ontbreekt. Met de vrolijkheid van de jeukende Hawaii bloemenkrans oproepende Avalon heb ik minder. Om in slaap te vallen is blijkbaar geen wiegende hangmat nodig. Ook het afsluitende Water wil het zouttekort van de plaat niet aanvullen. Er wordt te krampachtig geprobeerd om een zomerse Lennon compositie te produceren. Al met al is Water geen slechte plaat, maar hopelijk wil het aankomende zomerklimaat meer verbazen.
Sadgirl - Water | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Sadgirl opent met het The Honeydrippers achtige The Ocean, een aangename ode aan de surfmuziek uit de periode dat de bikini het badpak verving als blikvanger op de zomerse stranden. Verkoeling zoekende akkoorden voor na een inspannende dag met een hoog rustgevend amusementswaarde. Het tempo blijft vervolgens laag in het door kerkelijke pianoklanken gevormde Chlorine. De soulvolle toevoeging van blazers is een voortreffelijke meerwaarde, waardoor er meer warmte wordt gecreëerd. Bij het ultra light swingende instrumentale Hazelnut Coffee wordt er een xylofoon uit de kast gehaald die er als in een espresso koffie er een klein beetje verfijning aan toe voegt. Het croonende Miss You is een ouderwetse tearjerker, welke prima zou passen op de bubblegum soundtrack van het tienersucces Grease.
Met de rhythm-and-blues die bij Breakfast For 2 uit de slaggitaar getoverd worden, vertoeft Sadgirl zich op het denkbeeldige strand, omgeven door de kenmerkende palmbomen van LA. Het tokkelwerk dient als passerende geluidsgolven waarop de zang als standvastige surfer balanceert. Uiteraard is er een plek voor de retro ontstemde orgel, die het identieke jaren vijftig gevoel oproept. Dit instrument mag ook aangenaam de vrij gekomen ruimte invullen in de eerbiedige soul van Little Queenie, waar op de achtergrond de seventies funk verraad dat het een nieuwere track is. Met een vleugje aan psychedelica wil Muholland net wat avontuurlijker over komen, de coole bas en opzwepende drum zorgt net voor genoeg variatie, al had de subtiliteit wel minder op de voorgrond mogen staan. Het risico om als saai betiteld te worden dringt wel steeds meer op.
Daar brengt de volgroeide soul van Strange Love gelukkig genoeg verandering in. Sterker dan de overige nummers wil deze in de lijn van de jaren negentig Britpop zich presenteren. Door meer swing in de ritmische drums benadrukt de track nogmaals waarom deze stroming het jaren geleden zo goed deed. Het is net allemaal een stuk brutaler en nonchalanter, iets wat op het overwegende veilige Water teveel ontbreekt. Met de vrolijkheid van de jeukende Hawaii bloemenkrans oproepende Avalon heb ik minder. Om in slaap te vallen is blijkbaar geen wiegende hangmat nodig. Ook het afsluitende Water wil het zouttekort van de plaat niet aanvullen. Er wordt te krampachtig geprobeerd om een zomerse Lennon compositie te produceren. Al met al is Water geen slechte plaat, maar hopelijk wil het aankomende zomerklimaat meer verbazen.
Sadgirl - Water | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Saeko Killy - Morphing Polaroids (2023)

3,5
0
geplaatst: 21 augustus 2023, 22:22 uur
Een overrompelende Saeko Okuchi weet niet wat haar overkomt als ze Japan voor Duitsland verruilt. Er gaat een totaal nieuwe ontdekkingswereld vol snufjestoepassingen voor haar open. Bijzonder eigenlijk omdat vooral de elektronische scene zoveel indruk maakt, terwijl de oorsprong van dat speelmateriaal veelal in de haastig vooruitstrevende naast elkaar levende Japanse en Chinese mierennestmaatschappij te vinden is. Natuurlijk zorgen de excentrieke Yellow Magic Orchestra synthpop pioniers voor de nodige roering, in Berlijn leeft die oldschool beleving nog steeds. Vanuit het clubgebeuren maakt Saeko Okuchi als het net wat gemakkelijk bekkende Saeko Killy platendraaier naam. Haar dj ervaringen vallen ook het Bureau B label op, welke haar de mogelijkheid aanbiedt om daar het Morphing Polaroids debuut te publiceren.
Helemaal nieuw is deze muzikale interesse voor Saeko Okuchi echter niet. Als kleuter volgt ze al verplichte pianolessen en rond haar middelbare schoolleeftijd verbreedt ze haar kunsten met het zichzelf aanleren van basis gitaarakkoorden. Zoals vrijwel elke eigenwijze puber leeft ze in het uitgaanscircuit pas echt op, en ambieert ze in dat diverse dancenetwerk een carrière. Deze werkzaamheden brengen haar in Brazilië bij het underground kunstenaarscollectief VOODOOHOP, welke nogmaals benadrukken dat je idealen moet volgen en naleven. Als er een bereikbare kans in het verschiet ligt, pak je deze op, zo simpel werkt het. Dit brengt je verder, geduldig afwachten is hierbij de doodsteek. Door die jeugdige leerervaringen ontgroeit ze al snel het hele clubhouse gebeuren en maakt ze met het avantgardistische Morphing Polaroids een volwassen elektroplaat. Hierin mengt ze tevens de Duitse culturele krautrock achtergrond met haar eigen roots.
Toch mist ze nog die ervaringen om de tracks afrondend te voltooien, waardoor het debuut wat langer op zich laat wachten. Als ze dan tijdens het vele ervaringsrijke touren haar Belgische collega soFa ontmoet, valt alles op zijn juiste plek. In de thuisstudio van deze dj producent knutselen ze aan zijn albumtrack The Dream, waarmee ze ook haar eigen droom verwezenlijkt. Aan deze gezamenlijke creativiteit lijkt geen einde te komen. Audiofiel soFa maakt het geluid net wat schappelijker en gemakkelijker vatbaar. Morphing Polaroids staat nog onderaan de ladder, Saeko Killy bezit het vermogen om flinke treden te bestijgen. Juist die onbevangen zelfverzekerdheid in combinatie met soFa’s gehoorgevoeligheid maakt van Morphing Polaroids een unieke luisterervaring.
De chemisch alchemistische Confusion and Friction ontdekkingstocht schuurt aarzelend magnetisch om tot een connectie te komen. Verleidster Saeko Killy pakt de grondbeginselen van de postpunk wave op en injecteert deze met een zelf samengesteld klankenbrouwsel. Door haar aangeleerde muzikale inlevingsvermogen benut ze die steady baslijnen overmacht tot in een perfecte duistere ruststemmigheid en lijmen deze ook de ruwere Vitamin D brokstukken tot een energiek verloop samen. Of Vitamin D een eerbetoon aan de iconische Vitamin C Can single is laat ik in het midden. Het is een totaal andere invalshoek, maar net zo aanstekelijk dansbaar en met dezelfde krautrock zweef psychedelica als oorsprong, met het grote verschil dat de godenzonen van Can die futuristische sterrenhemel grotendeels zelf geschapen en ingekleurd hebben.
Het trippende Belgium is een terugblik naar de vele benutte studio uren waar twee individuen elkaars gedachten bewonen, uitwonen en er een heerlijke dubsound overeen mengen. Een lekkere snelkookpan track, de hele dag langzaam heen laten pruttelen om deze dan in de nacht af te gieten. Het residu is lekker ritmisch duister en ligt dichtbij nog het dichtste bij de baanbrekers klankkleur van Yello in de buurt. Mars Rocks heeft het speelse van de geanimeerde Japanse science fiction Manga cultuur. Dreigend experimenteel volgens kindvriendelijke toegankelijkheid. Dat Saeko Killy weldegelijk een duistere kant bezit bewijst ze met Lullaby for Nightmare. Daar hechten rond dwarrelende coldwave elementen zich aan haar expressieve fluisterende stem. Na het komische Beatlesque Strawberry Flips intermezzo volgt het straffe swingende Alt! Heerlijke geestverruimende krautrock met een brutaal zingende Saeko Killy, monnikenkoor samplers, postpunk gitaargefröbel en een afdwingende beat.
De verdiensten van soFa openbaren zich in het toegankelijk licht fluorescerende ritmische Sun Shower. Een zonsverduisterende zomerhitte track welke die nostalgische jaren tachtig beleving oproept. Als basis gebruiken ze echter een Jefferson Airplane White Rabbit baslijn, een fraaie toegepaste knipoog naar sixties psychedelica. In het verslavend sensuele Red Moon Zuid Amerikaanse Latin bewijst Saeko Killy voor de zoveelste keer tevens haar vocale veelzijdigheid. Niet alleen de instrumentatie draagt Morphing Polaroids, haar gedetailleerde spraakvermogen is net zo essentieel. Bij het uitdagende Intimate Flame voegt ze doorleefde humane klanken aan de vocoder toe, die deze dan tot een bijna geblazen sound hervormen. Met de trippende Insecure Drive dreampop dub landen we geaard op het eindstation. Wezenlijk voegt het weinig toe, maar het is verder een nette afsluiter. Saeko Killy laat op Morphing Polaroids horen dat culturele elektronica aftakkingen prima met die oude kern samengaan. Ze schaaft de kilte wat weg en geeft er de nodige warmte voor terug. Leuke plaat!
Saeko Killy - Morphing Polaroids | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Helemaal nieuw is deze muzikale interesse voor Saeko Okuchi echter niet. Als kleuter volgt ze al verplichte pianolessen en rond haar middelbare schoolleeftijd verbreedt ze haar kunsten met het zichzelf aanleren van basis gitaarakkoorden. Zoals vrijwel elke eigenwijze puber leeft ze in het uitgaanscircuit pas echt op, en ambieert ze in dat diverse dancenetwerk een carrière. Deze werkzaamheden brengen haar in Brazilië bij het underground kunstenaarscollectief VOODOOHOP, welke nogmaals benadrukken dat je idealen moet volgen en naleven. Als er een bereikbare kans in het verschiet ligt, pak je deze op, zo simpel werkt het. Dit brengt je verder, geduldig afwachten is hierbij de doodsteek. Door die jeugdige leerervaringen ontgroeit ze al snel het hele clubhouse gebeuren en maakt ze met het avantgardistische Morphing Polaroids een volwassen elektroplaat. Hierin mengt ze tevens de Duitse culturele krautrock achtergrond met haar eigen roots.
Toch mist ze nog die ervaringen om de tracks afrondend te voltooien, waardoor het debuut wat langer op zich laat wachten. Als ze dan tijdens het vele ervaringsrijke touren haar Belgische collega soFa ontmoet, valt alles op zijn juiste plek. In de thuisstudio van deze dj producent knutselen ze aan zijn albumtrack The Dream, waarmee ze ook haar eigen droom verwezenlijkt. Aan deze gezamenlijke creativiteit lijkt geen einde te komen. Audiofiel soFa maakt het geluid net wat schappelijker en gemakkelijker vatbaar. Morphing Polaroids staat nog onderaan de ladder, Saeko Killy bezit het vermogen om flinke treden te bestijgen. Juist die onbevangen zelfverzekerdheid in combinatie met soFa’s gehoorgevoeligheid maakt van Morphing Polaroids een unieke luisterervaring.
De chemisch alchemistische Confusion and Friction ontdekkingstocht schuurt aarzelend magnetisch om tot een connectie te komen. Verleidster Saeko Killy pakt de grondbeginselen van de postpunk wave op en injecteert deze met een zelf samengesteld klankenbrouwsel. Door haar aangeleerde muzikale inlevingsvermogen benut ze die steady baslijnen overmacht tot in een perfecte duistere ruststemmigheid en lijmen deze ook de ruwere Vitamin D brokstukken tot een energiek verloop samen. Of Vitamin D een eerbetoon aan de iconische Vitamin C Can single is laat ik in het midden. Het is een totaal andere invalshoek, maar net zo aanstekelijk dansbaar en met dezelfde krautrock zweef psychedelica als oorsprong, met het grote verschil dat de godenzonen van Can die futuristische sterrenhemel grotendeels zelf geschapen en ingekleurd hebben.
Het trippende Belgium is een terugblik naar de vele benutte studio uren waar twee individuen elkaars gedachten bewonen, uitwonen en er een heerlijke dubsound overeen mengen. Een lekkere snelkookpan track, de hele dag langzaam heen laten pruttelen om deze dan in de nacht af te gieten. Het residu is lekker ritmisch duister en ligt dichtbij nog het dichtste bij de baanbrekers klankkleur van Yello in de buurt. Mars Rocks heeft het speelse van de geanimeerde Japanse science fiction Manga cultuur. Dreigend experimenteel volgens kindvriendelijke toegankelijkheid. Dat Saeko Killy weldegelijk een duistere kant bezit bewijst ze met Lullaby for Nightmare. Daar hechten rond dwarrelende coldwave elementen zich aan haar expressieve fluisterende stem. Na het komische Beatlesque Strawberry Flips intermezzo volgt het straffe swingende Alt! Heerlijke geestverruimende krautrock met een brutaal zingende Saeko Killy, monnikenkoor samplers, postpunk gitaargefröbel en een afdwingende beat.
De verdiensten van soFa openbaren zich in het toegankelijk licht fluorescerende ritmische Sun Shower. Een zonsverduisterende zomerhitte track welke die nostalgische jaren tachtig beleving oproept. Als basis gebruiken ze echter een Jefferson Airplane White Rabbit baslijn, een fraaie toegepaste knipoog naar sixties psychedelica. In het verslavend sensuele Red Moon Zuid Amerikaanse Latin bewijst Saeko Killy voor de zoveelste keer tevens haar vocale veelzijdigheid. Niet alleen de instrumentatie draagt Morphing Polaroids, haar gedetailleerde spraakvermogen is net zo essentieel. Bij het uitdagende Intimate Flame voegt ze doorleefde humane klanken aan de vocoder toe, die deze dan tot een bijna geblazen sound hervormen. Met de trippende Insecure Drive dreampop dub landen we geaard op het eindstation. Wezenlijk voegt het weinig toe, maar het is verder een nette afsluiter. Saeko Killy laat op Morphing Polaroids horen dat culturele elektronica aftakkingen prima met die oude kern samengaan. Ze schaaft de kilte wat weg en geeft er de nodige warmte voor terug. Leuke plaat!
Saeko Killy - Morphing Polaroids | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Saint Etienne - I've Been Trying to Tell You (2021)

3,5
1
geplaatst: 27 september 2021, 15:55 uur
De tweede helft van de economische voorbeeldige jaren negentig verloopt soepeltjes en probleemloos. De uitdagende verticale radioprogrammering is feitelijk ingehaald door de vervlakking van de horizontale flatline uitzendingen. Een bloedeloze wereld verkeert in een eindeloze zomer modus en er kan helemaal niks meer mis gaan, totdat daar ruw een einde komt door die beruchte 9/11 verstoring. Een rondrazende tornado aan vernietigingen die de opgedrongen stilte verbreekt en zelfs openbreekt. Opeens verkeert iedereen weer in die oplettende staat van alertheid.
Saint Etienne pakt die datum als eindpunt en beschrijft achterstevoren de gemoedsarmoede van de voorliggende vijf jaren op I’ve Been Trying to Tell You. Saint Etienne vernieuwt niet, maar durft zichzelf wel op hun 10e album uit te dagen. Het Londense drietal legt samen met producer Augustin Bousfield deze monumentale periode vast in een tijdsgebonden capsule, een kunstmatig voedingssupplement die de honger naar het verleden op consumerende wijze voedt.
Een bijzonder project waarbij teruggegrepen wordt naar fragmentarische uitgezochte samplers versterkt met verkoelende beelden van fotograaf en filmmaker Alasdair McLellan. Een muzikale driedimensionale panorama film waarbij kindvriendelijke zorgeloosheid afgewisseld wordt door een dreigende vernietigende regenbui. Terug naar die zomer van je leven dus.
Muzikale ansichtkaarten die het pre-COVID-19 tijdperk opzoeken. Music Again is onbezorgd en lui. Bevredigend maar ook ongemakkelijk ontevreden, verlangend bijna. Een hittegolf aan kabbelende en knabbelende gitaargolven, zonnebrand gunfactor 50 met kans op het verslavende effect door de dorstige en zanderige beats. Eeuwig gebrandmerkt door markerende zonnestralen. Berustende Triphop ingeleid door die beeldschone vocalen van Sarah Cracknell. Never Had A Way To Go….. gevolgd door de gelukzalige woorden Here It Comes Again, Cannot Outrun My Desire van Natalie Imbruglia in Pond House. Afstoten en aantrekken.
Saint Etienne werkt vanuit hun eigen doorzichtige olievlek coronabubbel. kleurrijk, maar wel zo pompeus opgeblazen dat deze op het punt van knappen staat. We zoeken ons geluk in mediterende mindfulness zuivering en spoelen elk sprankje van ellende met verdovende klanken weg om de gedachtes schoon in repeat stand de leegte te laten trotseren. I’ve Been Trying to Tell You is prettig voorgeprogrammeerd, veilig en zonder gevaar.
Little K is een new age ambient cadeautje, bewustwording en vervaging van de vertrouwde omgeving ineen om vervolgens geheel op te gaan in de Blue Kite onzichtbaarheid. I Remember It Well gaat zelfs nog verder terug en wordt gevormd door de holle echo’s van de postpunk, de zelf gecreëerde dreampop die halverwege de jaren tachtig een vredige cyclus van escapisme inluiden.
Het is bijzonder hoe Saint Etienne die inspiratieloze hiaten van leegte om weet te zetten in inspirerende tracks. I’ve Been Trying to Tell You is de hunkering naar een denkbeeldige vakantiebestemming in silent disco digitalisering. Zo levendig voorgesteld waardoor het een deel vormt van de surrealistische mindsetting van het collectieve geheugen.
Saint Etienne - I've Been Trying to Tell You | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Saint Etienne pakt die datum als eindpunt en beschrijft achterstevoren de gemoedsarmoede van de voorliggende vijf jaren op I’ve Been Trying to Tell You. Saint Etienne vernieuwt niet, maar durft zichzelf wel op hun 10e album uit te dagen. Het Londense drietal legt samen met producer Augustin Bousfield deze monumentale periode vast in een tijdsgebonden capsule, een kunstmatig voedingssupplement die de honger naar het verleden op consumerende wijze voedt.
Een bijzonder project waarbij teruggegrepen wordt naar fragmentarische uitgezochte samplers versterkt met verkoelende beelden van fotograaf en filmmaker Alasdair McLellan. Een muzikale driedimensionale panorama film waarbij kindvriendelijke zorgeloosheid afgewisseld wordt door een dreigende vernietigende regenbui. Terug naar die zomer van je leven dus.
Muzikale ansichtkaarten die het pre-COVID-19 tijdperk opzoeken. Music Again is onbezorgd en lui. Bevredigend maar ook ongemakkelijk ontevreden, verlangend bijna. Een hittegolf aan kabbelende en knabbelende gitaargolven, zonnebrand gunfactor 50 met kans op het verslavende effect door de dorstige en zanderige beats. Eeuwig gebrandmerkt door markerende zonnestralen. Berustende Triphop ingeleid door die beeldschone vocalen van Sarah Cracknell. Never Had A Way To Go….. gevolgd door de gelukzalige woorden Here It Comes Again, Cannot Outrun My Desire van Natalie Imbruglia in Pond House. Afstoten en aantrekken.
Saint Etienne werkt vanuit hun eigen doorzichtige olievlek coronabubbel. kleurrijk, maar wel zo pompeus opgeblazen dat deze op het punt van knappen staat. We zoeken ons geluk in mediterende mindfulness zuivering en spoelen elk sprankje van ellende met verdovende klanken weg om de gedachtes schoon in repeat stand de leegte te laten trotseren. I’ve Been Trying to Tell You is prettig voorgeprogrammeerd, veilig en zonder gevaar.
Little K is een new age ambient cadeautje, bewustwording en vervaging van de vertrouwde omgeving ineen om vervolgens geheel op te gaan in de Blue Kite onzichtbaarheid. I Remember It Well gaat zelfs nog verder terug en wordt gevormd door de holle echo’s van de postpunk, de zelf gecreëerde dreampop die halverwege de jaren tachtig een vredige cyclus van escapisme inluiden.
Het is bijzonder hoe Saint Etienne die inspiratieloze hiaten van leegte om weet te zetten in inspirerende tracks. I’ve Been Trying to Tell You is de hunkering naar een denkbeeldige vakantiebestemming in silent disco digitalisering. Zo levendig voorgesteld waardoor het een deel vormt van de surrealistische mindsetting van het collectieve geheugen.
Saint Etienne - I've Been Trying to Tell You | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Salad - Drink Me (1995)

3,0
0
geplaatst: 7 februari 2011, 00:10 uur
MTV veejays moeten niet buiten hun carrière zich muzikaal presenteren.
Fabienne de Vries als duidelijke voorbeeld.
Komt net zo over als Goede Tijden, Slechte Tijden acteurs die denken dat ze vervolgens een film kunnen dragen.
Als je vader dan ook nog Sinterklaas is.
Waar sta je dan met je geloofwaardigheid.
Marijne van der Vlugt is een groot vooroordeel.
Salad klinkt als een prettige mix tussen Elastica en Melissa Auf Der Maur.
Gitaarro(c)k uit de jaren negentig.
Mooie dromerige zangpartijen.
Marijne zou een toevoegende waarde zijn geweest bij Smashing Pumpkins.
Fijner in het gehoor liggend dan D'arcy Wretzky.
Qua gitaarsound is het allemaal niet zo bijzonder.
Juist de zangeres die de stempel op het geheel drukt.
Rockbitch als een PJ Harvey of Kim Gordon.
Juist hieraan was behoefte in deze periode.
Want wees eerlijk, de jaren 90 was het stoere mannen tijdperk.
Weinig ruimte voor vrouwen.
Tenzij ze zich verschuilen achter een piano.
Zittend op een skippybal.
Zou MTV hier in het voordeel gewerkt hebben?
Ik ben bang van niet.
Marijne als de lieve presentatrice die zo nodig een album moet maken.
15 Minutes Of Fame uitbuiten.
Er snel 60 secondes aan plakken.
Wij Nederlanders houden er niet van.
Die over het paard getilde dametjes die het eventjes in het buitenland gaan maken.
Eigenlijk best jammer.
De gunfactor is aan mijn kant aardig hoog.
Ook al is het muzikaal minder aantrekkelijk.
Daarvoor klinkt het te clean en voorzichtig.
Maar een beetje meer nationale trots is niet altijd verkeerd.
Fabienne de Vries als duidelijke voorbeeld.
Komt net zo over als Goede Tijden, Slechte Tijden acteurs die denken dat ze vervolgens een film kunnen dragen.
Als je vader dan ook nog Sinterklaas is.
Waar sta je dan met je geloofwaardigheid.
Marijne van der Vlugt is een groot vooroordeel.
Salad klinkt als een prettige mix tussen Elastica en Melissa Auf Der Maur.
Gitaarro(c)k uit de jaren negentig.
Mooie dromerige zangpartijen.
Marijne zou een toevoegende waarde zijn geweest bij Smashing Pumpkins.
Fijner in het gehoor liggend dan D'arcy Wretzky.
Qua gitaarsound is het allemaal niet zo bijzonder.
Juist de zangeres die de stempel op het geheel drukt.
Rockbitch als een PJ Harvey of Kim Gordon.
Juist hieraan was behoefte in deze periode.
Want wees eerlijk, de jaren 90 was het stoere mannen tijdperk.
Weinig ruimte voor vrouwen.
Tenzij ze zich verschuilen achter een piano.
Zittend op een skippybal.
Zou MTV hier in het voordeel gewerkt hebben?
Ik ben bang van niet.
Marijne als de lieve presentatrice die zo nodig een album moet maken.
15 Minutes Of Fame uitbuiten.
Er snel 60 secondes aan plakken.
Wij Nederlanders houden er niet van.
Die over het paard getilde dametjes die het eventjes in het buitenland gaan maken.
Eigenlijk best jammer.
De gunfactor is aan mijn kant aardig hoog.
Ook al is het muzikaal minder aantrekkelijk.
Daarvoor klinkt het te clean en voorzichtig.
Maar een beetje meer nationale trots is niet altijd verkeerd.
Saloli - The Deep End (2018)

3,0
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 21:43 uur
Saloli is het eenmansproject van Mary Sutton uit Portland, Oregon, welke hier met The Deep End haar eerste project uitbrengt. Een synthesizerplaat met een erg hoog New Age gehalte. Blijkbaar heeft ze haar muziek live te gehore gebracht in een sauna. Dit is goed voor te stellen. Het rustgevende geheel werkt effectief door op de geest. Ontspannen in een entourage waar Wellness centraal staat, komt het totaalbeeld schijnbaar het beste tot zijn recht. Gedragen wordend door het zoute water, starend naar de steriele, bijna serene prikkelarme omgeving, waar het lichtend wit de weerkaatsing van het zonlicht opvangt. Een met body en mind. Voor Saloli de ideale werkplek, ze kan het een stuk beroerder treffen, zullen we maar zeggen. Voegt The Deep End ook buiten deze locatie nog wat toe, of net zo vluchtig als de beïnvloedbare gedachtegang van deze spirituele bezoekers, veredelde liftmuzak die verder vrijwel functieloos is. Leuk om helemaal zen te zijn, met een hete mok Yogi thee die op je wacht?
Barcarolle is net een tikkeltje te luidruchtig door het vervreemdende soundscape wat hier wordt gecreëerd. Het gaat qua oorsprong wel helemaal terug naar de basis, al voelt het aan als zwevend voortbewegen in de Stille Oceaan, met onder je een wereld van gekleurde nieuwe wezens te ontdekken, waar je het bestaan niet van wist. Een kakofonie van onherkenbare geluiden, die zich dan weer vriendelijk, dan weer geheimzinnig je vriendelijk tegenmoet zwemmen; omgeven door onherkenbare kleuren. Want dat is het eigenlijk. De muziek is een samenvoeging van waterverf, welke zich vermengt op een palet tot iets nieuws. De eerste tonen van Umbrellas zijn een heel stuk statischer, en meer jaren 80 synthpop gerelativeerd. De New Gold Dream die zich openbaart aan de horizon, welke nu nog wordt gevormd door rokerige, grijze fabrieken. Hoop en wanhoop. Zich beschermend tegen de zure regen met een paraplu in felle O’Neill achtige motieven. Revolver is dichte mist, verraad en crime passionel, zoete klanken die zich murwen in een dreigende deprimerende basis. De onmogelijke, verboden liefde.
Bij Hey Ahh overheerst het Miami Vice gevoel uit de tachtiger jaren. Eigenlijk staat het centraal voor alle nostalgische gevoelens die het oproept. De onschuldige kindertijd en de kennismaking met de vernietiging van De Amerikaanse Droom door het beeld dat geschetst wordt op televisie. Coke en Coca Cola. Het typerende emotionele geluid welke in de serie een romance aankondigt, met een bombastisch kathedraal vullende orgelsound. Ice World past het beste bij de winter. Breekbare klanken die zich staande houden tegen de barsten die zich vormen in het spiegelende ijs. Gemaakt voor het ballet, stervende zwanen die zich als kamikaze piloten te pletter vliegen tegen de bedrieglijke harde ondergrond. Anthem is de weer zwaarder aangezette hymne, de keyboard is grimmig, maar verder gaat het door in de lijn welke gegeven werd door startschot Barcarolle. Dit is de meer duistere variant.
Het groots en stemmige Nocturne wiegt zich voort op een bedje van warme klanken, terwijl de hardere tonen zich onrustig voortbewegen. De eenzaamheid van de nacht, als enige metgezel de maan in zijn bespiedende en wakende positie. Slapeloosheid heeft tot gevolg het dagdromen in Reverie. De synths dwingen je de strijd tegen innerlijke onrust te bevechten, meer gejaagd dan op eerste gehoor merkbaar is, door de tempoversnelling van de toetsen. Lullaby, het einde van de tunnel. Het licht komt je tegenmoed. Een baby die bij de bevalling kennis maakt met het leven, of een stervende die dit juist afsluit met het licht welke hem begeleid naar de eeuwigheid. Rust en geborgenheid.
The Deep End is ook prima te luisteren in een minder zwetende warme omgeving als de sauna. De essientie zal niet direct binnen komen, maar vergt meerdere luisterbeurten. In eerste instantie een wat eentonige ambient beleving, pas later komt de diepgang meer boven drijven, daar is geen Dode Zee voor nodig. Toch gebeurd er over de hele linie te weinig om van een boeiende plaat te spreken.
Saloli - The Deep End | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Barcarolle is net een tikkeltje te luidruchtig door het vervreemdende soundscape wat hier wordt gecreëerd. Het gaat qua oorsprong wel helemaal terug naar de basis, al voelt het aan als zwevend voortbewegen in de Stille Oceaan, met onder je een wereld van gekleurde nieuwe wezens te ontdekken, waar je het bestaan niet van wist. Een kakofonie van onherkenbare geluiden, die zich dan weer vriendelijk, dan weer geheimzinnig je vriendelijk tegenmoet zwemmen; omgeven door onherkenbare kleuren. Want dat is het eigenlijk. De muziek is een samenvoeging van waterverf, welke zich vermengt op een palet tot iets nieuws. De eerste tonen van Umbrellas zijn een heel stuk statischer, en meer jaren 80 synthpop gerelativeerd. De New Gold Dream die zich openbaart aan de horizon, welke nu nog wordt gevormd door rokerige, grijze fabrieken. Hoop en wanhoop. Zich beschermend tegen de zure regen met een paraplu in felle O’Neill achtige motieven. Revolver is dichte mist, verraad en crime passionel, zoete klanken die zich murwen in een dreigende deprimerende basis. De onmogelijke, verboden liefde.
Bij Hey Ahh overheerst het Miami Vice gevoel uit de tachtiger jaren. Eigenlijk staat het centraal voor alle nostalgische gevoelens die het oproept. De onschuldige kindertijd en de kennismaking met de vernietiging van De Amerikaanse Droom door het beeld dat geschetst wordt op televisie. Coke en Coca Cola. Het typerende emotionele geluid welke in de serie een romance aankondigt, met een bombastisch kathedraal vullende orgelsound. Ice World past het beste bij de winter. Breekbare klanken die zich staande houden tegen de barsten die zich vormen in het spiegelende ijs. Gemaakt voor het ballet, stervende zwanen die zich als kamikaze piloten te pletter vliegen tegen de bedrieglijke harde ondergrond. Anthem is de weer zwaarder aangezette hymne, de keyboard is grimmig, maar verder gaat het door in de lijn welke gegeven werd door startschot Barcarolle. Dit is de meer duistere variant.
Het groots en stemmige Nocturne wiegt zich voort op een bedje van warme klanken, terwijl de hardere tonen zich onrustig voortbewegen. De eenzaamheid van de nacht, als enige metgezel de maan in zijn bespiedende en wakende positie. Slapeloosheid heeft tot gevolg het dagdromen in Reverie. De synths dwingen je de strijd tegen innerlijke onrust te bevechten, meer gejaagd dan op eerste gehoor merkbaar is, door de tempoversnelling van de toetsen. Lullaby, het einde van de tunnel. Het licht komt je tegenmoed. Een baby die bij de bevalling kennis maakt met het leven, of een stervende die dit juist afsluit met het licht welke hem begeleid naar de eeuwigheid. Rust en geborgenheid.
The Deep End is ook prima te luisteren in een minder zwetende warme omgeving als de sauna. De essientie zal niet direct binnen komen, maar vergt meerdere luisterbeurten. In eerste instantie een wat eentonige ambient beleving, pas later komt de diepgang meer boven drijven, daar is geen Dode Zee voor nodig. Toch gebeurd er over de hele linie te weinig om van een boeiende plaat te spreken.
Saloli - The Deep End | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Sam Burton - Dear Departed (2023)

4,0
2
geplaatst: 26 juli 2023, 01:46 uur
Liedjes schrijven is net als schilderen een aangeleerde kunstvorm, waar je de basisbeginselen voor moet beheersen en feeling voor moet hebben, anders kan je er beter niet aan beginnen. Neem als fundament bijvoorbeeld een kaal natuurlandschap. Door penseelverfijning ademen zuurstofrijke blaadjes door de voedselrijke nerven. Subtiel krijgen verlegen wezentjes een plekje tussen de bosrijke omgeving, en avondrode verf mengt zich met nachtduister blauw. Op papier is het allemaal zo eenvoudig, het gaat uiteindelijk om die perfecte driedimensionale droomweergave. De werkwijze van Sam Burton is exact hetzelfde. De ontplooiende tracks werven in de rondzwervende expedities door het landelijke noorden van Californië een naam, de betekenis krijgt pas vorm als de korte verhaaltjes een eigen identiteit scheppen en zich in de luisteraar nestelen. Een langdurig ontdekkingsproces welke in het geval van de ingetogen zanger tot sobere folk juweeltjes leidt.
De songs moeten vervolgens rijpen, waarna deze in dat prille stadium naar de studio van producent Jonathan Wilson meegenomen worden. Daar ondergaan ze een oppoetsbeurt en worden ze in retro jaren zeventig strijkersarrangementen gebalsemd. Een bewuste keuze van verhalenverteller Sam Burton die net zo emotioneel breekbaar en goed bij stem als zijn vrouwelijke evenbeeld Angel Olsen is, en waarvan Jonathan Wilson al eerder Big Time onder handen neemt. De melancholische Dear Departed tragiek vangt dat country verlangen van thuiskomen in het bevrijdende rugzaktoerisme gevoel. De collectieve saamhorigheid van de gelovige Mormonengemeenschap in Utah zorgt voor voldoende inspiratie om een doorstart te maken. Dear Departed is de voortreffelijke opvolger van het I Can Go Without You heimweedebuut.
Thematisch kiest Sam Burton niet voor de lichtste variant. Scheidingsplaat Dear Departed is het definitief troostende afscheidswoord voor een uit het zicht geraakte naaste, maar wel met die gerespecteerde weloverwogen liefdesverklaring. Een vaarwel, een laatste groet naar de oude Sam Burton die zijn onbevangen eeuwige jeugdigheid voor treurende zelfverzekerdheid verruilt. Een transformatie welke gemoeid gaat met de nodige geestelijke groeipijnen, rouwend zelfbeklag maar ook sociaal verdriet. Eigenlijk staat het schemerige evenmens simpelweg voor zijn vervagende schaduw, een duistere schim op de muur. Het vastgelegde testament in een tiental intieme schetsmomenten. Zijn leven is een grote onoverzichtelijke puinzooi zonder permanente verblijfplaats, zonder relatie stabiliteit en zonder contractuele zekerheden met alleen maar die nostalgische Empty Handed leegte als enige anker vaste reddingsboei.
Dan is die eerste treffende glasscherpe breekbare I Kiss Your Face Goodbye zin uit Pale Blue Night tot een lichte vorm van zelfhaat en zelfreflectie te herleiden. Verbitterende walging, een aversie tegen maatschappelijke onheilsmomenten verpakt in honingmierzoetigheid. Pale Blue Night folk triphop, als de eenzame stilte invalt, sta je er helemaal alleen voor. Sam Burton kiest juist om vanuit de duisternis naar het licht te werken en legt de illustratieve nachtclub piano en sierlijke straatviolen hierbij zeker geen spreekverbod op. In het door koortjes ondersteunende I Don’t Blame You trekt hij nogmaals stilletjes het boetekleed aan en betrekt die schuld der mislukkingen volledig tot zichzelf. Bijzonder dat hij juist in die tekstuele gevoelloosheid zoveel diepte legt. Met het My Love sentiment zet Sam Burton het egocentrisme op een zijspoor, door eerst liefde te geven, om deze vervolgens opnieuw te ontvangen.
Het luchtig gedirigeerde Long Way Around en de heimelijke Coming Down on Me liefdesverlangen werken zich vanuit het diepe dal langzaam ophoog. Vallen en opstaan, en nog dieper terugvallen. Het vergevingsgezinde Maria roept tot genade en begrip op. Langzaamaan worden de opklimmende treden minder zwaar, minder hoog. Herpakken in het prachtig melancholische vormgegeven I Go to Sleep. Moe, kapot gestreden. Verdiende rust en de volgende ochtend vervolgstappen zetten. En dan kom je op het punt dat je in het relativerende Looking Back Again durft terug te kijken. Het is allemaal zo cliché, zo waar, zo puur. De voorzichtig ingezette A Place to Stay seventies countryrock als eindbestemming van de reis. Het is allemaal zo vanzelfsprekend als een feel good woensdagavond film. Typisch Amerikaans, Sam Burton is dan ook zo’n typische Amerikaanse volksheld. Dear Departed biedt steun, begrip en vertrouwen.
Sam Burton - Dear Departed | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
De songs moeten vervolgens rijpen, waarna deze in dat prille stadium naar de studio van producent Jonathan Wilson meegenomen worden. Daar ondergaan ze een oppoetsbeurt en worden ze in retro jaren zeventig strijkersarrangementen gebalsemd. Een bewuste keuze van verhalenverteller Sam Burton die net zo emotioneel breekbaar en goed bij stem als zijn vrouwelijke evenbeeld Angel Olsen is, en waarvan Jonathan Wilson al eerder Big Time onder handen neemt. De melancholische Dear Departed tragiek vangt dat country verlangen van thuiskomen in het bevrijdende rugzaktoerisme gevoel. De collectieve saamhorigheid van de gelovige Mormonengemeenschap in Utah zorgt voor voldoende inspiratie om een doorstart te maken. Dear Departed is de voortreffelijke opvolger van het I Can Go Without You heimweedebuut.
Thematisch kiest Sam Burton niet voor de lichtste variant. Scheidingsplaat Dear Departed is het definitief troostende afscheidswoord voor een uit het zicht geraakte naaste, maar wel met die gerespecteerde weloverwogen liefdesverklaring. Een vaarwel, een laatste groet naar de oude Sam Burton die zijn onbevangen eeuwige jeugdigheid voor treurende zelfverzekerdheid verruilt. Een transformatie welke gemoeid gaat met de nodige geestelijke groeipijnen, rouwend zelfbeklag maar ook sociaal verdriet. Eigenlijk staat het schemerige evenmens simpelweg voor zijn vervagende schaduw, een duistere schim op de muur. Het vastgelegde testament in een tiental intieme schetsmomenten. Zijn leven is een grote onoverzichtelijke puinzooi zonder permanente verblijfplaats, zonder relatie stabiliteit en zonder contractuele zekerheden met alleen maar die nostalgische Empty Handed leegte als enige anker vaste reddingsboei.
Dan is die eerste treffende glasscherpe breekbare I Kiss Your Face Goodbye zin uit Pale Blue Night tot een lichte vorm van zelfhaat en zelfreflectie te herleiden. Verbitterende walging, een aversie tegen maatschappelijke onheilsmomenten verpakt in honingmierzoetigheid. Pale Blue Night folk triphop, als de eenzame stilte invalt, sta je er helemaal alleen voor. Sam Burton kiest juist om vanuit de duisternis naar het licht te werken en legt de illustratieve nachtclub piano en sierlijke straatviolen hierbij zeker geen spreekverbod op. In het door koortjes ondersteunende I Don’t Blame You trekt hij nogmaals stilletjes het boetekleed aan en betrekt die schuld der mislukkingen volledig tot zichzelf. Bijzonder dat hij juist in die tekstuele gevoelloosheid zoveel diepte legt. Met het My Love sentiment zet Sam Burton het egocentrisme op een zijspoor, door eerst liefde te geven, om deze vervolgens opnieuw te ontvangen.
Het luchtig gedirigeerde Long Way Around en de heimelijke Coming Down on Me liefdesverlangen werken zich vanuit het diepe dal langzaam ophoog. Vallen en opstaan, en nog dieper terugvallen. Het vergevingsgezinde Maria roept tot genade en begrip op. Langzaamaan worden de opklimmende treden minder zwaar, minder hoog. Herpakken in het prachtig melancholische vormgegeven I Go to Sleep. Moe, kapot gestreden. Verdiende rust en de volgende ochtend vervolgstappen zetten. En dan kom je op het punt dat je in het relativerende Looking Back Again durft terug te kijken. Het is allemaal zo cliché, zo waar, zo puur. De voorzichtig ingezette A Place to Stay seventies countryrock als eindbestemming van de reis. Het is allemaal zo vanzelfsprekend als een feel good woensdagavond film. Typisch Amerikaans, Sam Burton is dan ook zo’n typische Amerikaanse volksheld. Dear Departed biedt steun, begrip en vertrouwen.
Sam Burton - Dear Departed | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Sam Morton - Daffodils & Dirt (2024)

4,0
1
geplaatst: 18 juni 2024, 16:30 uur
De Britse actrice Sam Morton is bij mij vooral bekend als het koppen snellende Alpha personage in de The Walking Dead serie. Een rol waarin ze lelijk durft te zijn, en een groot gedeelte van haar vrouwelijkheid opoffert door haar hoofd kaal te scheren. Hiernaast is ze blijkbaar als songwriter actief en met Daffodils & Dirt zet ze een verbluffend overtuigend debuut neer. Sam Morton verbreedt het geheimzinnige spannende van haar Alpha karakter in haar muzikale overdracht. Daffodils & Dirt komt ook uit de koker van het Britse wonderkind Richard Russell. Deze producer is tevens eigenaar van het XL Recordings label, welke zich vanuit de rave scene met namen als SL2 en The Prodigy op de kaart zet. Vervolgens verkent XL het alternatieve circuit en sluiten bands als Radiohead, Sigur Rós en alleskunner Jack White zich aan. Daffodils & Dirt gaat grotendeels naar de hoogtijdagen van de uit Bristol afkomstige triphop terug.
De trieste achtergrond van Sam Morton is tastbaar in de songs. Als kind van verslaafde gewelddadige ouders belandt ze al op jonge leeftijd in de gevangenis, en brengt ze een groot gedeelte van haar jeugd op straat door. Richard Russell schept een surrealistisch beklemmend beeld rondom de naargeestige sprookjesvertellingen. In het rondspokende Highwood House presenteert Sam Morton zich als een poëtische geestverschijning die naar haar roots op zoek gaat en in een wereld van valse namen en valse beloftes terecht komt. Een deprimerende schets waar vooral leegte vanaf straalt. Leegte die ze in de overige tracks van Daffodils & Dirt opnieuw aankleedt. Hungerhill Road recyclet de When Doves Cry beats van het beroemde Prince nummer en voegt hier een duistere zwaarte aan toe. Old school tripgoth volgens de humeurige Massive Attrack principes met het verleidende hypnotiserende kinderlijk stemgeluid van Sam Morton. Haar melodieuze voordracht verraad haar method acting verleden. Ze is dan duidelijk geen zangeres maar kruipt wel op overtuigende wijze in dat personage. Ze omhelst de duisternis, wurgt het daglicht.
De verknipte Purple Yellow breakbeat pianoballad verzachten de omstandigheden. Het meisjesachtige verschuilt zich in het volgroeide vrouwelijke. Ze identificeert zich met haar trieste verleden, sluit vrede met haar trieste verleden en accepteert de schoonheid van de betere dagen. The Little White Cloud That Cried verwoordt de maagdelijke beschadiging. Ze maakt van de Johnny Ray cover een persoonlijk rakend verhaal waar het hemels tintelend new wave toetsenwerk haar slopende zwerversbestaan camoufleert. The Little White Cloud That Cried balanceert op de rand van kerstkitsch en wil mij niet geheel ontroeren. Ze herpakt zich in de in sensuele R&B doordrenkte Kaleidoscope psychtrance softpop. De stoere rap lines versterken de song en geven het net genoeg evenwicht.
Alabaster Deplume sluit bij het Cry Without End, Broxtowe Girl en Let’s Walk in the Night drietal aan. Cry Without End is een ouderwetse sentimentele tranentrekker met strelend snarenwerk over de toegankelijkheid van het definitieve afscheid. In het jazzy Indian summer gekleurde Let’s Walk in the Night laat Alabaster Deplume zijn saxofoon spreken. De UB40 verwijzingen in de luie Broxtowe Girl reggaetrack zijn een grappige vondst, zeker omdat Ali Campbell een gedeelte van de zangpartijen voor zijn rekening neemt. Massive Attack kiest voor het reggae icoon Horace Andy, die de tracks volledig naar zichzelf toetrekt. Ali Campbell bezit deze capaciteit niet en zonder zijn bandleden blijft er een mager stemgeluid over. Ik begrijp deze keuze, de uitvoering spreekt echter boekdelen. Het is de dromerige prima performance van de goed zingende Sam Morton die Broxtowe Girl boven het gemiddelde uittilt.
Greenstone bezit het dreigende van de postpunk met een donkere basomlijning en katachtige lenige voetstappen over de zwartwit toetsen. In de deephouse beginselen van Double Dip Neon is het ritmische jungledance en breakbeat verleden van Richard Russell hoorbaar. De producer gaat als een gek achter de knoppen tekeer. Double Dip Neon is een potentiële afterparty clubhouse klassieker, een heerlijke down to earth cooling down track. The Shadow bezit onderhuidse Nine Inch Nails dreiging, klassieke akkoorden en de fluisterende voordracht van Sam Morton. De elektronische gospelsoul van Loved by God haalt het beste van het Soulsavers duo naar boven. Alabaster Deplume mag op dit door Unchained Melody geïnspireerd slotakkoord de plaat uitluiden. De laatste zuchtende ademstoot en de laatste profetische woorden van Sam Morton. Daffodils & Dirt overtreft al mijn verwachtingen. Ik ben in ieder geval aangenaam verrast door de veelzijdigheid van deze alleskunner.
Sam Morton - Daffodils & Dirt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De trieste achtergrond van Sam Morton is tastbaar in de songs. Als kind van verslaafde gewelddadige ouders belandt ze al op jonge leeftijd in de gevangenis, en brengt ze een groot gedeelte van haar jeugd op straat door. Richard Russell schept een surrealistisch beklemmend beeld rondom de naargeestige sprookjesvertellingen. In het rondspokende Highwood House presenteert Sam Morton zich als een poëtische geestverschijning die naar haar roots op zoek gaat en in een wereld van valse namen en valse beloftes terecht komt. Een deprimerende schets waar vooral leegte vanaf straalt. Leegte die ze in de overige tracks van Daffodils & Dirt opnieuw aankleedt. Hungerhill Road recyclet de When Doves Cry beats van het beroemde Prince nummer en voegt hier een duistere zwaarte aan toe. Old school tripgoth volgens de humeurige Massive Attrack principes met het verleidende hypnotiserende kinderlijk stemgeluid van Sam Morton. Haar melodieuze voordracht verraad haar method acting verleden. Ze is dan duidelijk geen zangeres maar kruipt wel op overtuigende wijze in dat personage. Ze omhelst de duisternis, wurgt het daglicht.
De verknipte Purple Yellow breakbeat pianoballad verzachten de omstandigheden. Het meisjesachtige verschuilt zich in het volgroeide vrouwelijke. Ze identificeert zich met haar trieste verleden, sluit vrede met haar trieste verleden en accepteert de schoonheid van de betere dagen. The Little White Cloud That Cried verwoordt de maagdelijke beschadiging. Ze maakt van de Johnny Ray cover een persoonlijk rakend verhaal waar het hemels tintelend new wave toetsenwerk haar slopende zwerversbestaan camoufleert. The Little White Cloud That Cried balanceert op de rand van kerstkitsch en wil mij niet geheel ontroeren. Ze herpakt zich in de in sensuele R&B doordrenkte Kaleidoscope psychtrance softpop. De stoere rap lines versterken de song en geven het net genoeg evenwicht.
Alabaster Deplume sluit bij het Cry Without End, Broxtowe Girl en Let’s Walk in the Night drietal aan. Cry Without End is een ouderwetse sentimentele tranentrekker met strelend snarenwerk over de toegankelijkheid van het definitieve afscheid. In het jazzy Indian summer gekleurde Let’s Walk in the Night laat Alabaster Deplume zijn saxofoon spreken. De UB40 verwijzingen in de luie Broxtowe Girl reggaetrack zijn een grappige vondst, zeker omdat Ali Campbell een gedeelte van de zangpartijen voor zijn rekening neemt. Massive Attack kiest voor het reggae icoon Horace Andy, die de tracks volledig naar zichzelf toetrekt. Ali Campbell bezit deze capaciteit niet en zonder zijn bandleden blijft er een mager stemgeluid over. Ik begrijp deze keuze, de uitvoering spreekt echter boekdelen. Het is de dromerige prima performance van de goed zingende Sam Morton die Broxtowe Girl boven het gemiddelde uittilt.
Greenstone bezit het dreigende van de postpunk met een donkere basomlijning en katachtige lenige voetstappen over de zwartwit toetsen. In de deephouse beginselen van Double Dip Neon is het ritmische jungledance en breakbeat verleden van Richard Russell hoorbaar. De producer gaat als een gek achter de knoppen tekeer. Double Dip Neon is een potentiële afterparty clubhouse klassieker, een heerlijke down to earth cooling down track. The Shadow bezit onderhuidse Nine Inch Nails dreiging, klassieke akkoorden en de fluisterende voordracht van Sam Morton. De elektronische gospelsoul van Loved by God haalt het beste van het Soulsavers duo naar boven. Alabaster Deplume mag op dit door Unchained Melody geïnspireerd slotakkoord de plaat uitluiden. De laatste zuchtende ademstoot en de laatste profetische woorden van Sam Morton. Daffodils & Dirt overtreft al mijn verwachtingen. Ik ben in ieder geval aangenaam verrast door de veelzijdigheid van deze alleskunner.
Sam Morton - Daffodils & Dirt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Davachi - Gave in Rest (2018)

3,5
1
geplaatst: 5 oktober 2020, 00:19 uur
De uit Calgary, Canada afkomstige filosoof Sarah Davachi, is erg productief. Voor haar kost het weinig moeite om meer albums in een jaar uit te brengen; na Let Night Come on Bells End the Day volgt een klein half jaar later in september Gave in Rest. De hoes doet wat denken aan het 4AD werk, en ook de sfeervolle invulling zou daar prima passen, hier is gekozen voor het kleinere Ba Da Bing label. In het verleden werkte ze onder andere al samen met componisten Ariel Kalma en Arnold Dreyblatt en synthesizer pionier Don Buchla, maar tevens met de stevigere industrial minded artiesten Alessandro Cortini; bekend om zijn rol in Nine Inch Nails en Oren Ambarchi, die zijn bijdrage leverde op Black One van zwaargewicht Sunn O))). Gave In Rest is een vrij rustige, maar wel duistere instrumentale plaat geworden.
De zee van geluid, Auster genaamd, neemt je mee naar ongekende dieptes. Het resultaat is een collage van korte stukken klanken, waar telkens een pauze tussen valt. De afremming die hier uit volgt maakt het lastiger om er naar te luisteren. Een moeilijk te bevatten start. Of dit het geluid van het militaire vliegtuig is zou goed mogelijk kunnen zijn, geen prettig geheel om aan te horen. Vooral leuk voor de spotters onder ons. Het rustgevende Third Hour streelt wel het gehoor, deze drone doet traditioneel aan, en nodigt uit tot zelfbewustwording als in een aangename meditatie. Ambient, maar dan zowat folky, alsof hier een bezoek aan de Schotse Hooglanden wordt gebracht. Dat dromerige vormt tevens de basis van Evensong, al zet zich hier een trieste ondertoon in. Het verlangen van Third Hour zet zich om in het besef vast te zitten in het eeuwige, en daardoor beangstigend dit Evensong meer. Treurend engelachtig gezang weerkaatst tegen geluidsmuren, gevangen in het voortdurende moment.
Matins pijnigt en steekt met de hoge tonen, om vervolgens na het ruisende gezoem zich te ontwikkelen tot een sfeervolle soundscape. Hoe dicht schoonheid en afschuw bij elkaar kunnen komen. Het contrast leidt uiteindelijk tot een geslaagd tegendraads geheel, al is de weg daar naar toe zeker niet de eenvoudigste. Gloaming heeft wat weg van luidende klokken die je uitnodigen om de kerkdienst van een uitvaart bij te wonen. Gastvrij, maar de toon doet wat ongemakkelijk aan; een gedwongen volgen. Een eindeloze orgelachtige uitademing tot de volledige wegsterfing. De opbouw van Gilded begint weer vanuit het niets, en blijft daar ook hangen. Zwevende muziek die uitnodigt tot het vangen en vast leggen van momenten. Al lijkt het alsof het als röntgenstralen overal dwars doorheen gaat. Waking heeft dat pastorale in de zuigende orgel. Hierdoor past het beter na Gloaming, de soundtrack voor bij de miskraam van een kleine onafhankelijke ongeboren film.
Gave In Rest is geen toegankelijke plaat. Wel lukt het Sarah Davachi om de aandacht volledig op te eisen, dan weer op een positieve manier, maar net zo vaak met het tegenover gestelde effect. Breekbaar, maar ook woest gebroken. Muziek die dwingt tot nadenken, dat zal de filosofische gedachte hierachter wel zijn geweest.
https://writteninmusic.com/albumrecensie/sarah-davachi-gave-in-rest/
De zee van geluid, Auster genaamd, neemt je mee naar ongekende dieptes. Het resultaat is een collage van korte stukken klanken, waar telkens een pauze tussen valt. De afremming die hier uit volgt maakt het lastiger om er naar te luisteren. Een moeilijk te bevatten start. Of dit het geluid van het militaire vliegtuig is zou goed mogelijk kunnen zijn, geen prettig geheel om aan te horen. Vooral leuk voor de spotters onder ons. Het rustgevende Third Hour streelt wel het gehoor, deze drone doet traditioneel aan, en nodigt uit tot zelfbewustwording als in een aangename meditatie. Ambient, maar dan zowat folky, alsof hier een bezoek aan de Schotse Hooglanden wordt gebracht. Dat dromerige vormt tevens de basis van Evensong, al zet zich hier een trieste ondertoon in. Het verlangen van Third Hour zet zich om in het besef vast te zitten in het eeuwige, en daardoor beangstigend dit Evensong meer. Treurend engelachtig gezang weerkaatst tegen geluidsmuren, gevangen in het voortdurende moment.
Matins pijnigt en steekt met de hoge tonen, om vervolgens na het ruisende gezoem zich te ontwikkelen tot een sfeervolle soundscape. Hoe dicht schoonheid en afschuw bij elkaar kunnen komen. Het contrast leidt uiteindelijk tot een geslaagd tegendraads geheel, al is de weg daar naar toe zeker niet de eenvoudigste. Gloaming heeft wat weg van luidende klokken die je uitnodigen om de kerkdienst van een uitvaart bij te wonen. Gastvrij, maar de toon doet wat ongemakkelijk aan; een gedwongen volgen. Een eindeloze orgelachtige uitademing tot de volledige wegsterfing. De opbouw van Gilded begint weer vanuit het niets, en blijft daar ook hangen. Zwevende muziek die uitnodigt tot het vangen en vast leggen van momenten. Al lijkt het alsof het als röntgenstralen overal dwars doorheen gaat. Waking heeft dat pastorale in de zuigende orgel. Hierdoor past het beter na Gloaming, de soundtrack voor bij de miskraam van een kleine onafhankelijke ongeboren film.
Gave In Rest is geen toegankelijke plaat. Wel lukt het Sarah Davachi om de aandacht volledig op te eisen, dan weer op een positieve manier, maar net zo vaak met het tegenover gestelde effect. Breekbaar, maar ook woest gebroken. Muziek die dwingt tot nadenken, dat zal de filosofische gedachte hierachter wel zijn geweest.
https://writteninmusic.com/albumrecensie/sarah-davachi-gave-in-rest/
Sarah Louise - Nighttime Birds and Morning Stars (2019)

3,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:41 uur
Wow, wat past die zang van Daybreak eigenlijk zo mooi bij de sfeer die Sarah Louise hier op Nighttime Birds and Morning Stars probeert neer te zetten. Jammer dat het alleen bij de eerste track blijft. Sterker nog, bij het duo House and Land, samen met Sally Anne Morgan verzorgt ze wel grotendeels de vocalen. Die komen daar een stuk minder sterk over. Natuurlijk wordt de nadruk gelegd op het gitaarspel van deze uit Asheville, Noord Carolina afkomstige vingervlugge muzikant. Met dit talent wist ze hiervoor al op Field Guide en Deeper Woods indruk te maken. Nu maakt ze ook meer gebruik van de keyboard. Als er genoeg ideeën in je hoofd zitten, dan is het prettig als je deze zelf tot uitvoering weet te brengen.
Net als bij de albumhoes weet R Mountain het verlangen naar heldere warme zomernachten op te roepen. De sterren tellend totdat je duizelig van vermoeidheid in slaap dreigt te vallen. Door haar tokkelende gitaar te vervormen en de over gebleven ruimte in te vullen met een muzikaal mechanisch speelveld wordt er een kosmisch, bijna futuristische atmosfeer opgeroepen. De wereldvreemde tonen als een onverstaanbare buitenaardse taal van wezens welke vanuit de ruimte ons vriendelijk toe kijken. Bij Ancient Intelligence wordt zelfs nog meer gebruik gemaakt van verdwaalde aparte geluidseffecten. Langzaam bouwt ze op totdat er Spaanse flamenco achtige akkoorden op een dromerige manier ogenschijnlijk moeiteloos uit de gitaar getoverd worden. De kracht om het juist zo eenvoudig te laten klinken siert Sarah Louise. Als een laag overvliegende vliegtuig zoemen orgelklanken van Rime over mij heen, met de bijna sederende kalmte tot uitwerking. Het repeterende met de nodige dreiging opbouwende karakter van Swarming at the Threshold gaat over in een oorverdovend rommelig, maar toch nog aangenaam geheel. Al weet ze hier soms wel het randje op te zoeken. De mooie uitlopende soundscape maakt het af.
We dwalen af, van boven zijn de contouren van de Chinese Muur zichtbaar. De denkbeeldige kolossale grens scheidende trappen wordt betreden. Een Oosterse wereld weerklinkt in Late Night Healing Choir. Woordloze zang in een soort van mediterende rol drukt de muziek naar de achtergrond, al neemt die op het einde als een lange krachtige ademhaling het over van de vocalen. Een kakofonie aan versnelde klanken roept een averechts effect op. Alsof een overspannen sitar speler aan het werk is bij Chitin Flight. De als rustgevende mantra bedoelde klanken overtuigen niet. Dat de kwaliteiten van Sarah Louise niet altijd resulteren tot een goede song is pijnlijk duidelijk. Eentonig gepingel als slagen van een klok die verschrikt stil blijft staan. De zang bereikt een opera achtige hoogte om dan langzaam met een paar stoere gitaar akkoorden af te sterven. Het traag opbouwende titelstuk Nighttime Birds and Morning Stars gaat helaas verder op deze lijn. Krampachtig wordt de gitaar bespeeld alsof er een Aziatische fanfare rammelend aan het werk is, al zijn de blaasinstrumenten vervangen door slaginstrumenten. De vredige New Age drone die volgt wil mij niet bekoren. Wat doelloos vervuld deze de ruimte als een uitgetrokken elastiek waar de rek er helemaal uit is. Sarah Louise probeert een nieuwe invulling aan haar geluid te geven, wat zeker lukt, al wordt het resultaat er niet mooier op.
Sarah Louise - Nighttime Birds and Morning Stars | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Net als bij de albumhoes weet R Mountain het verlangen naar heldere warme zomernachten op te roepen. De sterren tellend totdat je duizelig van vermoeidheid in slaap dreigt te vallen. Door haar tokkelende gitaar te vervormen en de over gebleven ruimte in te vullen met een muzikaal mechanisch speelveld wordt er een kosmisch, bijna futuristische atmosfeer opgeroepen. De wereldvreemde tonen als een onverstaanbare buitenaardse taal van wezens welke vanuit de ruimte ons vriendelijk toe kijken. Bij Ancient Intelligence wordt zelfs nog meer gebruik gemaakt van verdwaalde aparte geluidseffecten. Langzaam bouwt ze op totdat er Spaanse flamenco achtige akkoorden op een dromerige manier ogenschijnlijk moeiteloos uit de gitaar getoverd worden. De kracht om het juist zo eenvoudig te laten klinken siert Sarah Louise. Als een laag overvliegende vliegtuig zoemen orgelklanken van Rime over mij heen, met de bijna sederende kalmte tot uitwerking. Het repeterende met de nodige dreiging opbouwende karakter van Swarming at the Threshold gaat over in een oorverdovend rommelig, maar toch nog aangenaam geheel. Al weet ze hier soms wel het randje op te zoeken. De mooie uitlopende soundscape maakt het af.
We dwalen af, van boven zijn de contouren van de Chinese Muur zichtbaar. De denkbeeldige kolossale grens scheidende trappen wordt betreden. Een Oosterse wereld weerklinkt in Late Night Healing Choir. Woordloze zang in een soort van mediterende rol drukt de muziek naar de achtergrond, al neemt die op het einde als een lange krachtige ademhaling het over van de vocalen. Een kakofonie aan versnelde klanken roept een averechts effect op. Alsof een overspannen sitar speler aan het werk is bij Chitin Flight. De als rustgevende mantra bedoelde klanken overtuigen niet. Dat de kwaliteiten van Sarah Louise niet altijd resulteren tot een goede song is pijnlijk duidelijk. Eentonig gepingel als slagen van een klok die verschrikt stil blijft staan. De zang bereikt een opera achtige hoogte om dan langzaam met een paar stoere gitaar akkoorden af te sterven. Het traag opbouwende titelstuk Nighttime Birds and Morning Stars gaat helaas verder op deze lijn. Krampachtig wordt de gitaar bespeeld alsof er een Aziatische fanfare rammelend aan het werk is, al zijn de blaasinstrumenten vervangen door slaginstrumenten. De vredige New Age drone die volgt wil mij niet bekoren. Wat doelloos vervuld deze de ruimte als een uitgetrokken elastiek waar de rek er helemaal uit is. Sarah Louise probeert een nieuwe invulling aan haar geluid te geven, wat zeker lukt, al wordt het resultaat er niet mooier op.
Sarah Louise - Nighttime Birds and Morning Stars | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Mary Chadwick - Messages to God (2023)

4,5
0
geplaatst: 8 oktober 2023, 17:21 uur
Levensvragen, vrijwel iedereen loopt er tegen aan of ze de juiste keuzes maken. Sarah Mary Chadwick zoekt op de Please Daddy plaat haar antwoorden in haar moeilijke stroeve relatie met haar vader. Ergens ligt de oorsprong van haar depressies, haar zwaarmoedige karakter welke zo’n schat aan persoonlijk leed oplevert. Die opgekropte woede vind de weg naar haar schrijverspen. Als deze haar niet het gewenste resultaat bezorgen legt ze de schuldvraag bij een hogere kracht. God biedt haar troost, maar stiekem is ze zichzelf zeker wel bewust dat die voor haar nog onbereikbaarder is. God is echter niet meer dan een surrogaat ouder. Het is een vorm van therapeutische ontroering welke haar verder in het bestaan brengt. De tracks bieden troost aan de zoekende onder ons, de hulpeloze dromers, de trauma slachtoffers. Juist door dat gebruik van de nodige zelfspot zet ze zichzelf zo sterk en zo zelfverzekerd neer.
Sarah Mary Chadwick speelt net als Amanda Palmer van The Dresden Dolls met dat theatrale cabareteske door er een piano rockopera beladenheid overheen te leggen. Maar misschien is ze nog meer met het destructieve white soul Afghan Whigs boegbeeld Greg Dulli te vergelijken, die in het geleefde verleden zijn leven ernstig verkloot heeft. Door haar autobiografische zielenpijn te delen voelen de nummers als sentimentele tranentrekkers aan. Het is de kunst om niet in dat kitscherige levenslied vaarwater kopje onder te gaan. De emoties zijn puur. Sarah Mary Chadwick zoekt dat manische verlangen van stabiliteit op, smeekt erom, barst in tranen uit en vergeet hierbij dat wij als stille getuige met een brok in de keel haar ellende volgen. Natuurlijk verdrink je dan het verdriet met liters alcohol, waardoor je nog labieler in het leven staat. Natuurlijk draai je langzaam helemaal door, en verlang je naar eeuwige rust. Natuurlijk zit je als een kluizenaar in je eigen lichaam gevangen, te bang om deze aan de buitenwereld te tonen. De nachten duren te lang en eisen de kostbare te bestede uren op, waardoor je overdag als een wrak amper vooruit te branden bent.
Wat treft ze het toch met Hank Clifton-Williamson, die met zijn goedwillige fluitpartijen steun en berusting geeft. Is hij dan die gemiste vaderfiguur of enkel een onbekende passant die zijn schouder aanbiedt om op uit te huilen. Het is in ieder geval deze interactie welke Messages to God zo adembenemend mooi inkleurt. De aangever, de voorzetter en de smaakmaker. Het blijft jammer dat we de twee jaar geleden verschenen Me and Ennui Are Friends, Baby scheidingsplaat niet opgepakt hebben. Vergeten, of gewoon niet opgemerkt, het blijft een open hiaat. Eigenlijk verdient elke Sarah Mary Chadwick release deze aandacht, maar goed, soms loopt het dus anders. Ondertussen stapelen frustraties zich op, privé zakt ze dus alleen maar verder weg. Messages to God is geen hulplijn plaat, Sarah Mary Chadwick is ervaringsdeskundige geen psycholoog, daarvoor zijn andere geschikte instanties beschikbaar. Na haar serieuze zelfmoordpoging zijn dit slechts voorzichtige kleine stapjes vooruit, opnieuw met vallen en opstaan leren lopen. Haar kenmerkende ironie is nu bittere ernst. Looked Just Like Jesus is een grote grap, een klucht zonder einde die deze angst nergens verzacht.
In I Felt Things in New Zealand ontvlucht ze zelf het ouderlijk huis. Deze veilige zekerheid biedt haar juist net niet die gehoopte veilige zekerheid, Shitty Town demonen wenken haar vriendelijk dieper de afgrond in. Soms moet je accepteren dat niet iedereen te helpen is. Don’t Tell Me I’m a Good Friend is daar een treurige verslaglegging van. Sarah Mary Chadwick is dwingend smekend terwijl op de achtergrond de pianotoetsen als dorren levenloze blaadjes neervallen. Dat een dierbare vriend in de laatste uitzichtloze herfst van zijn leven verkeerd is een triest gegeven. Jouw liefde kan hem helaas niet redden. Drinken om te vergeten, eerst geniepig in het weekend, vervolgens schaamteloos door de week. Een problematische Drinkin’ on a Tuesday alcoholist. Drank is met een slopende liefdespartner een beetje vreemdgaan. Proost, het onvermijdelijke Only Bad Memories Last sentiment, en we vieren dit door nog een fles open te trekken. Er is niemand die het haar kwalijk neemt, niemand die haar hierin afremt, omdat er simpelweg niemand is. De eenzame drinker, de intense liedjesschrijver, de gekwetste minnares. Messages to God is een mineurstemmige plaat, gevoed door boosheid en onmacht. En toch verzacht de piano het leed, soms huppelt deze zelfs glimlachend door een song heen.
Sarah Mary Chadwick - Messages to God | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Mary Chadwick speelt net als Amanda Palmer van The Dresden Dolls met dat theatrale cabareteske door er een piano rockopera beladenheid overheen te leggen. Maar misschien is ze nog meer met het destructieve white soul Afghan Whigs boegbeeld Greg Dulli te vergelijken, die in het geleefde verleden zijn leven ernstig verkloot heeft. Door haar autobiografische zielenpijn te delen voelen de nummers als sentimentele tranentrekkers aan. Het is de kunst om niet in dat kitscherige levenslied vaarwater kopje onder te gaan. De emoties zijn puur. Sarah Mary Chadwick zoekt dat manische verlangen van stabiliteit op, smeekt erom, barst in tranen uit en vergeet hierbij dat wij als stille getuige met een brok in de keel haar ellende volgen. Natuurlijk verdrink je dan het verdriet met liters alcohol, waardoor je nog labieler in het leven staat. Natuurlijk draai je langzaam helemaal door, en verlang je naar eeuwige rust. Natuurlijk zit je als een kluizenaar in je eigen lichaam gevangen, te bang om deze aan de buitenwereld te tonen. De nachten duren te lang en eisen de kostbare te bestede uren op, waardoor je overdag als een wrak amper vooruit te branden bent.
Wat treft ze het toch met Hank Clifton-Williamson, die met zijn goedwillige fluitpartijen steun en berusting geeft. Is hij dan die gemiste vaderfiguur of enkel een onbekende passant die zijn schouder aanbiedt om op uit te huilen. Het is in ieder geval deze interactie welke Messages to God zo adembenemend mooi inkleurt. De aangever, de voorzetter en de smaakmaker. Het blijft jammer dat we de twee jaar geleden verschenen Me and Ennui Are Friends, Baby scheidingsplaat niet opgepakt hebben. Vergeten, of gewoon niet opgemerkt, het blijft een open hiaat. Eigenlijk verdient elke Sarah Mary Chadwick release deze aandacht, maar goed, soms loopt het dus anders. Ondertussen stapelen frustraties zich op, privé zakt ze dus alleen maar verder weg. Messages to God is geen hulplijn plaat, Sarah Mary Chadwick is ervaringsdeskundige geen psycholoog, daarvoor zijn andere geschikte instanties beschikbaar. Na haar serieuze zelfmoordpoging zijn dit slechts voorzichtige kleine stapjes vooruit, opnieuw met vallen en opstaan leren lopen. Haar kenmerkende ironie is nu bittere ernst. Looked Just Like Jesus is een grote grap, een klucht zonder einde die deze angst nergens verzacht.
In I Felt Things in New Zealand ontvlucht ze zelf het ouderlijk huis. Deze veilige zekerheid biedt haar juist net niet die gehoopte veilige zekerheid, Shitty Town demonen wenken haar vriendelijk dieper de afgrond in. Soms moet je accepteren dat niet iedereen te helpen is. Don’t Tell Me I’m a Good Friend is daar een treurige verslaglegging van. Sarah Mary Chadwick is dwingend smekend terwijl op de achtergrond de pianotoetsen als dorren levenloze blaadjes neervallen. Dat een dierbare vriend in de laatste uitzichtloze herfst van zijn leven verkeerd is een triest gegeven. Jouw liefde kan hem helaas niet redden. Drinken om te vergeten, eerst geniepig in het weekend, vervolgens schaamteloos door de week. Een problematische Drinkin’ on a Tuesday alcoholist. Drank is met een slopende liefdespartner een beetje vreemdgaan. Proost, het onvermijdelijke Only Bad Memories Last sentiment, en we vieren dit door nog een fles open te trekken. Er is niemand die het haar kwalijk neemt, niemand die haar hierin afremt, omdat er simpelweg niemand is. De eenzame drinker, de intense liedjesschrijver, de gekwetste minnares. Messages to God is een mineurstemmige plaat, gevoed door boosheid en onmacht. En toch verzacht de piano het leed, soms huppelt deze zelfs glimlachend door een song heen.
Sarah Mary Chadwick - Messages to God | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy (2020)

4,5
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 19:05 uur
Als je jezelf een beetje verdiept in de persoon Sarah Mary Chadwick is het niet zo lastig te verklaren waar ze haar trieste voordracht vandaan haalt. Als lievelingetje van de postgrunge doemband Batrider weet ze al de nodige indruk te maken met het negatief geschepte zelfbeeld. Nu ze de band niet meer naast zich heeft staan durft ze zichzelf al zes albums lang kwetsbaarder en naakter op te stellen. Het beschermende oorverdovende schild is als een last van haar afgevallen, en daaronder openbaart zich een mottige nachtvlinder die schuchter als het daglicht verdwenen is haar cocon verlaat.
Deze uit Melbourne afkomstige zangeres is een pessimist, maar wel eentje die de nodige ironie aan haar tragiek weet toe te voegen. Gehard door het leven verwoord ze zichzelf in zwartgallige smartlappen waar de innerlijke pijn van af druipt. Please Daddy laat zich luisteren als een persoonlijk dagboek waarbij de tranen de bladzijdes bedekken tot een inktzwarte waas. Haar verhalende betoog heeft iets van een sentimentele crooner in zich. Door deze slepende wijze weet ze je in haar pijn mee te trekken.
Het werkt therapeutisch en bevrijdend. De zangeres heeft zoveel breekbare lading in haar stem, waardoor ze de hele tijd het randje van draagbaarheid opzoekt. Hoe ver wil ze de luisteraar mee laten voeren in de diepte van haar verdriet. Als je het toe laat dan ben je getuige van een prachtig beklag van een gekwelde geest die adembenemend mooi haar woorden kracht bijzet. Ze gaat hiermee terug naar de oorsprong van een jammerend klaaglied. Zo rauw, oprecht en puur hoor je een vocaliste zelden.
Ook de muzikale begeleiding is zo klein mogelijk gehouden. Hank Clifton-Williamson weet sierlijk met zijn dwarsfluit de meest melodieuze tonen tevoorschijn te toveren in het melodramatische muziekstukken When Will Death Come en I’m Not Allowed in Heaven. Het is bijna uitvaart waardig wat zich hier afspeelt. Dat de keuze voor het instrument de tracks een vintage seventies gevoel meegeeft wordt versterkt door de emotionele snik in de galmende zang.
Het trompetgeschal van Joel Robertson in combinatie met de pianotoetsen in Please Daddy komen dan een stuk luchtiger over. Mevrouw Chadwick laat zich hierdoor niet afleiden en van de wijs brengen. Nog steeds laat ze geen sprankje hoop toe in haar bijna rouwende overgave. Het dromerige The Heart and Its Double komt wat surrealistisch over waardoor ze zich meer in de rol van observator lijkt te plaatsen.
Ook het shoegazer rockende Let’s Fight mag je gerust een stuk minder serieus nemen. Hierdoor ervaar je wel gelijk dat de zang wat op het randje balanceert. Make Hey is tevens onder deze categorie te plaatsen, al heeft deze veel meer pastorale soul in zich, wat wel weet te overtuigen. Nothing Sticks verraad haar roots, en is zelfs nog zwaarder dan het vergelijkbare werk met Batrider. De onversterkte gitaarakkoorden willen er een kaal stemmig nineties unplugged tintje aan toevoegen.
Bij If I Squint weet ze de soul van Make Hey als in een tranenval samen te smelten met het desolate oproepende gevoel van de eerste twee tracks. De trompet omarmt de treurnis van de dwarsfluit om er gezamenlijk de nodige dimensie aan te koppelen. En Sarah Mary Chadwick doet gewoon voor de zoveelste keer haar ding. Als een geloofsverkondiger wint ze ook nu weer genoeg tere zieltjes.
My Mouth My Cunt is tekstueel een stuk heftiger en shockerender. De begeleiding houdt zich bewust wat afzijdig, al blijft de toon grimmig en zwaarmoedig. Onopgemerkt gaat dit over in het door de trompet opgezette eindconclusie, toepasselijk All Lies genaamd, waar ook die fraaie dwarsfluit weer om de hoek komt kijken. Sarah Mary Chadwick legt met Please Daddy al vroeg in het jaar de lat hoog voor haar vrouwelijke collega’s. Kom hier nog maar eens overheen.
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Deze uit Melbourne afkomstige zangeres is een pessimist, maar wel eentje die de nodige ironie aan haar tragiek weet toe te voegen. Gehard door het leven verwoord ze zichzelf in zwartgallige smartlappen waar de innerlijke pijn van af druipt. Please Daddy laat zich luisteren als een persoonlijk dagboek waarbij de tranen de bladzijdes bedekken tot een inktzwarte waas. Haar verhalende betoog heeft iets van een sentimentele crooner in zich. Door deze slepende wijze weet ze je in haar pijn mee te trekken.
Het werkt therapeutisch en bevrijdend. De zangeres heeft zoveel breekbare lading in haar stem, waardoor ze de hele tijd het randje van draagbaarheid opzoekt. Hoe ver wil ze de luisteraar mee laten voeren in de diepte van haar verdriet. Als je het toe laat dan ben je getuige van een prachtig beklag van een gekwelde geest die adembenemend mooi haar woorden kracht bijzet. Ze gaat hiermee terug naar de oorsprong van een jammerend klaaglied. Zo rauw, oprecht en puur hoor je een vocaliste zelden.
Ook de muzikale begeleiding is zo klein mogelijk gehouden. Hank Clifton-Williamson weet sierlijk met zijn dwarsfluit de meest melodieuze tonen tevoorschijn te toveren in het melodramatische muziekstukken When Will Death Come en I’m Not Allowed in Heaven. Het is bijna uitvaart waardig wat zich hier afspeelt. Dat de keuze voor het instrument de tracks een vintage seventies gevoel meegeeft wordt versterkt door de emotionele snik in de galmende zang.
Het trompetgeschal van Joel Robertson in combinatie met de pianotoetsen in Please Daddy komen dan een stuk luchtiger over. Mevrouw Chadwick laat zich hierdoor niet afleiden en van de wijs brengen. Nog steeds laat ze geen sprankje hoop toe in haar bijna rouwende overgave. Het dromerige The Heart and Its Double komt wat surrealistisch over waardoor ze zich meer in de rol van observator lijkt te plaatsen.
Ook het shoegazer rockende Let’s Fight mag je gerust een stuk minder serieus nemen. Hierdoor ervaar je wel gelijk dat de zang wat op het randje balanceert. Make Hey is tevens onder deze categorie te plaatsen, al heeft deze veel meer pastorale soul in zich, wat wel weet te overtuigen. Nothing Sticks verraad haar roots, en is zelfs nog zwaarder dan het vergelijkbare werk met Batrider. De onversterkte gitaarakkoorden willen er een kaal stemmig nineties unplugged tintje aan toevoegen.
Bij If I Squint weet ze de soul van Make Hey als in een tranenval samen te smelten met het desolate oproepende gevoel van de eerste twee tracks. De trompet omarmt de treurnis van de dwarsfluit om er gezamenlijk de nodige dimensie aan te koppelen. En Sarah Mary Chadwick doet gewoon voor de zoveelste keer haar ding. Als een geloofsverkondiger wint ze ook nu weer genoeg tere zieltjes.
My Mouth My Cunt is tekstueel een stuk heftiger en shockerender. De begeleiding houdt zich bewust wat afzijdig, al blijft de toon grimmig en zwaarmoedig. Onopgemerkt gaat dit over in het door de trompet opgezette eindconclusie, toepasselijk All Lies genaamd, waar ook die fraaie dwarsfluit weer om de hoek komt kijken. Sarah Mary Chadwick legt met Please Daddy al vroeg in het jaar de lat hoog voor haar vrouwelijke collega’s. Kom hier nog maar eens overheen.
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Neufeld - Detritus (2021)

4,0
3
geplaatst: 18 mei 2021, 15:36 uur
Als Arcade Fire in de herfst van 2004 de wereld verrast met het memorabele The Funeral valt vooral die aangename mix tussen pop en folk op. Een belangrijke rol binnen het begeleidende strijkerscollectief is weggelegd voor Sarah Neufeld, die vanaf Neon Bible als volwaardig Arcade Fire bandlid genoemd wordt. Net als Will Butler benut ze de vrijgekomen pauzemomenten om zich bezig te houden met haar eigen muziekstukken.
Rond dezelfde periode dat het zwaardere Reflektor verschijnt ziet ook haar debuut Hello Brother het daglicht. De Duitse pianist Nils Frahm vervult de rol van producer en weet die klassieke geschooldheid van Sarah Neufeld net die avontuurlijke finesses mee te geven waardoor haar persoonlijke identiteit gewaarborgd wordt. Inspiratie wordt er gezocht in de traditionele folkmuziek, waar net een eigen spannend experimenteel randje aan toegevoegd wordt.
In 2015 bundelt ze haar krachten om samen met de tevens van Arcade Fire afkomstige saxofonist Colin Stetson zich te richten op Never Were the Way She Was, het officiële vervolg van de soundtrack van de heftige waargebeurde terreurthriller Blue Caprice. Toch verlegt Sarah Neufeld pas overduidelijk haar grenzen in de loeizware The Ridge, waarbij ze dance en postpunk samenvoegt met haar engelzang en meesterlijke vioolpartijen.
Die vocalen zijn sterk naar de achtergrond verdrongen op Detritus waar ze nog sterker de functie als aanvullend instrument op zich nemen. De plaat heeft zijn oorsprong eigenlijk al in 2015, als ze door choreografe Peggy Baker gevraagd wordt om muziek bij een uitvoering te componeren en deze live in een voorstelling te gehore te brengen. Hieruit ontstaat het energieke The Top; het beginsel van Detritus. Die samenwerking vormt uiteindelijk het grondbeginsel voor de live belevenis Who We Are In The Dark, een modern dance spektakel met een belangrijke bijrol voor het vioolspel van Sarah Neufeld. Een andere grote rol op dat podium is weggelegd voor de tevens van Arcade Fire afkomstige collega Jeremy Gara. De drummer staat haar ook gedurende het hele proces rondom Detritus bij om er subtiel verlichtende drones en ruimte vullende synths aan toe te voegen
Op Detritus staat voornamelijk het herfstseizoen centraal. Het natuurlijk proces waarbij organismes vergaan om vervolgens in de grond een voedingsbodem te vormen voor micro-organismes om vervolgens weer opnieuw deel te nemen in de eeuwigdurende wereld van flora en fauna. In de doortastende tracks wordt het verdriet van het afsterven opgevolgd door het opbloeiende nieuwe leven, al gaat de meeste aandacht uit naar die eerste fase. Met deze gedachte in het achterhoofd is het geheel net wat beter te bevatten.
Het filmische Stories trapt af op de aarde, maar stijgt al snel door naar de hemel. Ook daarbij wordt gelinkt aan het vergaanbare van het bestaan. Het valt direct op hoeveel aandacht er aan het kristalheldere geluid is besteed. Met haar betoverende stem legt Sarah Neufeld een woordeloos feeërieke onderlaag mee, waarmee ze de luisteraar verleidt om haar dieper te volgen in deze eighties dreampop belevenis. De taal is hierbij vervangen tot de meerzeggende emoties die vanuit hart, longen en stembanden de innerlijke ziel overdragen.
Het onheilspellende donkere Tumble Down the Undecided vormt het hoogtepunt op Detritus. De dreigende drumslagen van Jeremy Gara kondigen een vernietigende wervelwind van aardse elementen aan die stormachtig toeslaan op het lieflijke spel van Sarah Neufeld welke zich herplaatst in de angstige wezens die koortsig op zoek gaan naar een schuilplaats om zich te verdedigen tegen het overheersende natuurgeweld. Een oneerlijke strijd welke uiteindelijk door de dood wordt afgekocht. Op de achtergrond van het berustende Shed Your Dear Heart blijft het gevaar doorsudderen om uiteindelijk overwonnen te worden door de stilte. Het opbloeiende titelstuk Detritus is de voltooiing van de terugkerende cirkelvormige cyclus, welke weer perfect aansluit bij het startpunt Stories.
Sarah Neufeld - Detritus | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
Rond dezelfde periode dat het zwaardere Reflektor verschijnt ziet ook haar debuut Hello Brother het daglicht. De Duitse pianist Nils Frahm vervult de rol van producer en weet die klassieke geschooldheid van Sarah Neufeld net die avontuurlijke finesses mee te geven waardoor haar persoonlijke identiteit gewaarborgd wordt. Inspiratie wordt er gezocht in de traditionele folkmuziek, waar net een eigen spannend experimenteel randje aan toegevoegd wordt.
In 2015 bundelt ze haar krachten om samen met de tevens van Arcade Fire afkomstige saxofonist Colin Stetson zich te richten op Never Were the Way She Was, het officiële vervolg van de soundtrack van de heftige waargebeurde terreurthriller Blue Caprice. Toch verlegt Sarah Neufeld pas overduidelijk haar grenzen in de loeizware The Ridge, waarbij ze dance en postpunk samenvoegt met haar engelzang en meesterlijke vioolpartijen.
Die vocalen zijn sterk naar de achtergrond verdrongen op Detritus waar ze nog sterker de functie als aanvullend instrument op zich nemen. De plaat heeft zijn oorsprong eigenlijk al in 2015, als ze door choreografe Peggy Baker gevraagd wordt om muziek bij een uitvoering te componeren en deze live in een voorstelling te gehore te brengen. Hieruit ontstaat het energieke The Top; het beginsel van Detritus. Die samenwerking vormt uiteindelijk het grondbeginsel voor de live belevenis Who We Are In The Dark, een modern dance spektakel met een belangrijke bijrol voor het vioolspel van Sarah Neufeld. Een andere grote rol op dat podium is weggelegd voor de tevens van Arcade Fire afkomstige collega Jeremy Gara. De drummer staat haar ook gedurende het hele proces rondom Detritus bij om er subtiel verlichtende drones en ruimte vullende synths aan toe te voegen
Op Detritus staat voornamelijk het herfstseizoen centraal. Het natuurlijk proces waarbij organismes vergaan om vervolgens in de grond een voedingsbodem te vormen voor micro-organismes om vervolgens weer opnieuw deel te nemen in de eeuwigdurende wereld van flora en fauna. In de doortastende tracks wordt het verdriet van het afsterven opgevolgd door het opbloeiende nieuwe leven, al gaat de meeste aandacht uit naar die eerste fase. Met deze gedachte in het achterhoofd is het geheel net wat beter te bevatten.
Het filmische Stories trapt af op de aarde, maar stijgt al snel door naar de hemel. Ook daarbij wordt gelinkt aan het vergaanbare van het bestaan. Het valt direct op hoeveel aandacht er aan het kristalheldere geluid is besteed. Met haar betoverende stem legt Sarah Neufeld een woordeloos feeërieke onderlaag mee, waarmee ze de luisteraar verleidt om haar dieper te volgen in deze eighties dreampop belevenis. De taal is hierbij vervangen tot de meerzeggende emoties die vanuit hart, longen en stembanden de innerlijke ziel overdragen.
Het onheilspellende donkere Tumble Down the Undecided vormt het hoogtepunt op Detritus. De dreigende drumslagen van Jeremy Gara kondigen een vernietigende wervelwind van aardse elementen aan die stormachtig toeslaan op het lieflijke spel van Sarah Neufeld welke zich herplaatst in de angstige wezens die koortsig op zoek gaan naar een schuilplaats om zich te verdedigen tegen het overheersende natuurgeweld. Een oneerlijke strijd welke uiteindelijk door de dood wordt afgekocht. Op de achtergrond van het berustende Shed Your Dear Heart blijft het gevaar doorsudderen om uiteindelijk overwonnen te worden door de stilte. Het opbloeiende titelstuk Detritus is de voltooiing van de terugkerende cirkelvormige cyclus, welke weer perfect aansluit bij het startpunt Stories.
Sarah Neufeld - Detritus | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer (2022)

3,0
0
geplaatst: 24 februari 2022, 17:01 uur
Diep ongelukkig, en voor haar hele leven getekend groeit Sarah Shook op in het met religies overwoekerde Rochester deelgemeente van New York. Haar zeer gelovige ouders scharen zich onder de Christelijke fundamentalisten, waarin voor de vrijgevochten seksuele verbreding van de opstandige jonge singer-songwriter minimaal ruimte is. Een lastige onbegrepen worstelende positie waarbij troostmiddel alcohol de bitterheid van haar tranen wegpinkt en die verslavende verdoving de outlaw country blues versterkt. Gebroken en met een meedragende vertillende hernia brok aan zware levenservaringen herpakt ze zichzelf in het toepasselijke Sarah Shook and the Devil, welke in de tussentijd alweer drie albums lang als Sarah Shook & the Disarmers tot volle wasdom gekomen is.
Haar feministische punk attitude en woeste geleefde uiterlijk maakt van haar een apart buitenbeentje in de scene. Nightroamer heeft dan wel de oorsprong in de country roots, maar met een zangeres die een gruwelijke bloedhekel aan het hokjes denken heeft is het niet vreemd dat er flink naar de veelzijdige muziek biedende onkruidvertakkingen uitgeweken wordt. Producer Pete Anderson bezorgt al eerder Dwight Yoakam naamsbekendheid, schoonde oud Roy Orbison werk op en ging met het materiaal van de psychedelische countryrockers Meat Puppets aan de slag. Die rammelende rauwheid van laatstgenoemde band overheerst in het jagende experimentele donkere bossen mystiek van Been Lovin’ You Too Long.
The Disarmers viereenheid bestaat op dit moment uit gitarist Eric Peterson, bassist Aaron Oliva en drummer Jack Foster aangevuld met de van American Aquarium afkomstige pedal steel gitarist Adam Kurtz. Met het completerende spel van Pete Anderson en Sarah Shook is Nightroamer een gevarieerde gitaarplaat geworden. Netjes houdt ze de opgekropte woede in het gareel bij de uitweidende eenzame slide gitaarakkoorden van het sombere Somebody Else. Hierin cijfert ze haar slachtofferrol weg om met de nodige innemendheid in de gedachtegang van de bedriegende minnaar te kruipen. Het is triest dat haar bindingsangst trainrails dikke sporen aan pijn heeft achtergelaten. Please Be A Stranger verhult de zuur bijtende littekens en doopt deze onder in een zalvend weerwoord.
Met een vleugje doowop lullaby manoeuvreert Sarah Shook zich door If It’s Poison heen om haar vervolgens vol overgave in de armen van leidend gitarist Eric Peterson te werpen. Het hitgevoelige met hoge uithalen I Got This is een optimistische opgewekte aanstekelijke single kandidaat. Het strakke wurgende Believer navelstrengnummer verbindt Sarah Shook aan haar strenge opvoedende verleden. De lichtvoetige verhalende No Mistakes country blues bedelt om een laatste kans, en in het sentimentele titelstuk Nightroamer zwerft ze camouflerend als een dolende nachtelijke ziel in het verduisterende maanlicht rond. Met trillende overslaande snik gaat ze kapot aan haar onvolledige liefdesleven.
Met de vurige openingstracks heeft Nightroamer alles in zich om de nodige indruk te maken, het gebrek aan pit vloert uiteindelijk een meer in haar mars hebbende Sarah Shook. Zoals ze het in haar belerende levenslessen van It Doesn’t Change Anything zelf al nadrukkelijk aangeeft. Hoe hard je het ook probeert, uiteindelijk is het toch die duivel op je schouder die de koers aangeeft, en deze dirigeert Sarah Shook veilig de thuishaven binnen. Ze toont te weinig lef, eigenlijk moet de singer-songwriter stevig op die gecentraliseerde innerlijke onvrede van een tegen de maatschappij afzettende feministische angry riot grrrl doorpakken. De meer georiënteerde jaren zeventig countryrock van Talkin’ to Myself roept wel die dynamiek op, deze geslaagde afsluiter mist voldoende draagkracht om Nightroamer naar een hoger level te tillen.
Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Haar feministische punk attitude en woeste geleefde uiterlijk maakt van haar een apart buitenbeentje in de scene. Nightroamer heeft dan wel de oorsprong in de country roots, maar met een zangeres die een gruwelijke bloedhekel aan het hokjes denken heeft is het niet vreemd dat er flink naar de veelzijdige muziek biedende onkruidvertakkingen uitgeweken wordt. Producer Pete Anderson bezorgt al eerder Dwight Yoakam naamsbekendheid, schoonde oud Roy Orbison werk op en ging met het materiaal van de psychedelische countryrockers Meat Puppets aan de slag. Die rammelende rauwheid van laatstgenoemde band overheerst in het jagende experimentele donkere bossen mystiek van Been Lovin’ You Too Long.
The Disarmers viereenheid bestaat op dit moment uit gitarist Eric Peterson, bassist Aaron Oliva en drummer Jack Foster aangevuld met de van American Aquarium afkomstige pedal steel gitarist Adam Kurtz. Met het completerende spel van Pete Anderson en Sarah Shook is Nightroamer een gevarieerde gitaarplaat geworden. Netjes houdt ze de opgekropte woede in het gareel bij de uitweidende eenzame slide gitaarakkoorden van het sombere Somebody Else. Hierin cijfert ze haar slachtofferrol weg om met de nodige innemendheid in de gedachtegang van de bedriegende minnaar te kruipen. Het is triest dat haar bindingsangst trainrails dikke sporen aan pijn heeft achtergelaten. Please Be A Stranger verhult de zuur bijtende littekens en doopt deze onder in een zalvend weerwoord.
Met een vleugje doowop lullaby manoeuvreert Sarah Shook zich door If It’s Poison heen om haar vervolgens vol overgave in de armen van leidend gitarist Eric Peterson te werpen. Het hitgevoelige met hoge uithalen I Got This is een optimistische opgewekte aanstekelijke single kandidaat. Het strakke wurgende Believer navelstrengnummer verbindt Sarah Shook aan haar strenge opvoedende verleden. De lichtvoetige verhalende No Mistakes country blues bedelt om een laatste kans, en in het sentimentele titelstuk Nightroamer zwerft ze camouflerend als een dolende nachtelijke ziel in het verduisterende maanlicht rond. Met trillende overslaande snik gaat ze kapot aan haar onvolledige liefdesleven.
Met de vurige openingstracks heeft Nightroamer alles in zich om de nodige indruk te maken, het gebrek aan pit vloert uiteindelijk een meer in haar mars hebbende Sarah Shook. Zoals ze het in haar belerende levenslessen van It Doesn’t Change Anything zelf al nadrukkelijk aangeeft. Hoe hard je het ook probeert, uiteindelijk is het toch die duivel op je schouder die de koers aangeeft, en deze dirigeert Sarah Shook veilig de thuishaven binnen. Ze toont te weinig lef, eigenlijk moet de singer-songwriter stevig op die gecentraliseerde innerlijke onvrede van een tegen de maatschappij afzettende feministische angry riot grrrl doorpakken. De meer georiënteerde jaren zeventig countryrock van Talkin’ to Myself roept wel die dynamiek op, deze geslaagde afsluiter mist voldoende draagkracht om Nightroamer naar een hoger level te tillen.
Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Shook & The Disarmers - Revelations (2024)

3,5
0
geplaatst: 11 april 2024, 15:57 uur
Het kost countrypunker Sarah Shook een veelvoud aan ervaringsjaren om het leven weer op de rails te krijgen. Nightroamer bewaakt de spoken uit het verleden, gunt haar nachtmerries een plekje in dat bestaan en staat vooral bij bewustwording stil. Wil ze nog wel als Sarah Shook aangesproken worden? Ze identificeert zichzelf ondertussen met een totaal andere persoonlijkheid en distantieert zich van haar vroegere gewelddadige keuzes om het verdriet in troost te verdringen en te verdrinken. Doordat de alcohol en drugs afgezworen zijn en het geloof definitief op een zijspoor geplaatst wordt, ontstaat er ruimte en lucht in het hoofd van Sarah Shook.
Ze geeft al langer aan dat geslacht niet echt relevant is en dat ze als een non-binaire persoon gezien wil worden. Daar past een andere naam bij, ze herdoopt zich tot het meer passende River Shook. Een verandering die zich ook in begeleidingsband The Disarmers doorzet. Het alt-country gezelschap bestaat tegenwoordig uit gitarist Blake Tallent, bassist Andrew Lambie, Jack Foster en Nick Larimore als extra pedal steel gitarist.
Bij een naam als River Shook moet ik automatisch aan de vroeg overleden rebelse River Phoenix denken. Een dromerige romanticus, hartenveroveraar met een uitgesproken karakter. River Shook bezit deze mooie eigenschappen dus ook en verder valt River Shook naar onstuimigheid te herleiden, een in beweging zijnde waterweg die zich een eigen weg baant. Het zal wel te omslachtig zijn om de hele bandnaam aan te passen, al ontstaat er nu wel meer verwarring en onduidelijkheid. Spreek je het boegbeeld van Sarah Shook & The Disarmers nu aan als Sarah Shook of als het recent verworven alter ego River Shook? Om de eerder aangegeven redenen gaat mijn voorkeur dus ook naar River Shook uit.
Revelations staat voor de betrekkelijkheid van het korte bestaan en richt zich vooral op de nabije toekomst. De milieu kritische Dogbane indiepop country gumt gedane zaken uit en kleurt deze opnieuw in. River Shook heeft het zware verleden achter zich gelaten en ademt tegenwoordig gelukzaligheid. Dat hier een minder geleefde country kant bij past en juist een meer luchtige popzijde op aansluit is begrijpelijk, en dat hoor je op alle fronten terug. Het Revelations titelstuk zit nog in de pijnlijke litteken depressies gevangen, en benadrukt hoe lastig het is om de dag te starten. Het is een kwestie van aangeleerde futloze gewoontes doorbreken, het licht trotseren en de duisternis verlaten.
Niemand heeft het recht om te bepalen hoe jij je hoort te gedragen, hoe jij je moet voelen. Met het vrijgevochten You Don’t Get to Tell Me verzet River Shook zich tegen het etiketteren, het kortzichtige hokjes denken. Het heeft een typerende jaren negentig rauwheid. Eventjes is daar die veelzeggende aansluiting met feministische krachtvrouwen die dit tijdsbeeld domineren, singer-songwriters die wel degelijk iets te zeggen hebben, een verhaal vertellen. River Shook draagt dit ook in de werkwijze uit, logisch dat ze in deze fase geen bemoeienis tolereert en geen producer in de studio toelaat. Alles volgens het do it yourself principe. De actuele emanciperende Motherfucker countryrocker verzet zich tegen het uitbuiten in de muziekbranche. Op financieel gebied, het vervlakken van ideeën, het monddood maken van inspiraties, maar ook de vrouwelijke afhankelijkheid wordt aan de kaak gesteld.
Het traag opbouwende bluesy Nightingale benadrukt nogmaals dat die vermoeiende vlucht uit de duisternis niet vanzelf gaat. Het primaire doel is om die vrijheid tegemoet te vliegen, maar je moet dan wel de nodige tegenslagen verwerken. Schimmige Backsliders muurschaduwen uit het verleden verleiden de vocalist en blijven River Shook achtervolgen. De terugval naar het foutieve zelfvertrouwen en het afscheid van het negatieve zelfbeeld dat je te lang als trouwe vriend beschouwt. Nick Larimore presenteert zich hier met zijn pedal steel gitaar als plaatsvervangende kameraad. Hij houdt die aandacht ook in de country klassieker Stone Door vast, al is het mij net te gewoontjes en te standaard.
Jane Doe koppelt anonimiteit aan een persoon en is in principe voor iedereen te herleiden die zich hierin herkent en kansloos aan de zijlijn staat. In de stevige oprechte Give You All My Love bubblegum Americana hervindt de vocalist de liefde, al dreunt de luie Criminals countryfolk rock dan gemeen na. Accepteert de maatschappij deze wijze van houden wel, of zet de buitenwereld haar juist als een misdadiger neer. River Shook moet zich genoodzaakt onder het uitschot scharen, een getekende einzelgänger zonder duidelijk toekomstperspectief. Revelations is de doorstart naar nog te ontdekken zekerheden, al zal de weg daar heen nog de nodige tegenslagen kruisen.
Sarah Shook & The Disarmers - Revelations | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Ze geeft al langer aan dat geslacht niet echt relevant is en dat ze als een non-binaire persoon gezien wil worden. Daar past een andere naam bij, ze herdoopt zich tot het meer passende River Shook. Een verandering die zich ook in begeleidingsband The Disarmers doorzet. Het alt-country gezelschap bestaat tegenwoordig uit gitarist Blake Tallent, bassist Andrew Lambie, Jack Foster en Nick Larimore als extra pedal steel gitarist.
Bij een naam als River Shook moet ik automatisch aan de vroeg overleden rebelse River Phoenix denken. Een dromerige romanticus, hartenveroveraar met een uitgesproken karakter. River Shook bezit deze mooie eigenschappen dus ook en verder valt River Shook naar onstuimigheid te herleiden, een in beweging zijnde waterweg die zich een eigen weg baant. Het zal wel te omslachtig zijn om de hele bandnaam aan te passen, al ontstaat er nu wel meer verwarring en onduidelijkheid. Spreek je het boegbeeld van Sarah Shook & The Disarmers nu aan als Sarah Shook of als het recent verworven alter ego River Shook? Om de eerder aangegeven redenen gaat mijn voorkeur dus ook naar River Shook uit.
Revelations staat voor de betrekkelijkheid van het korte bestaan en richt zich vooral op de nabije toekomst. De milieu kritische Dogbane indiepop country gumt gedane zaken uit en kleurt deze opnieuw in. River Shook heeft het zware verleden achter zich gelaten en ademt tegenwoordig gelukzaligheid. Dat hier een minder geleefde country kant bij past en juist een meer luchtige popzijde op aansluit is begrijpelijk, en dat hoor je op alle fronten terug. Het Revelations titelstuk zit nog in de pijnlijke litteken depressies gevangen, en benadrukt hoe lastig het is om de dag te starten. Het is een kwestie van aangeleerde futloze gewoontes doorbreken, het licht trotseren en de duisternis verlaten.
Niemand heeft het recht om te bepalen hoe jij je hoort te gedragen, hoe jij je moet voelen. Met het vrijgevochten You Don’t Get to Tell Me verzet River Shook zich tegen het etiketteren, het kortzichtige hokjes denken. Het heeft een typerende jaren negentig rauwheid. Eventjes is daar die veelzeggende aansluiting met feministische krachtvrouwen die dit tijdsbeeld domineren, singer-songwriters die wel degelijk iets te zeggen hebben, een verhaal vertellen. River Shook draagt dit ook in de werkwijze uit, logisch dat ze in deze fase geen bemoeienis tolereert en geen producer in de studio toelaat. Alles volgens het do it yourself principe. De actuele emanciperende Motherfucker countryrocker verzet zich tegen het uitbuiten in de muziekbranche. Op financieel gebied, het vervlakken van ideeën, het monddood maken van inspiraties, maar ook de vrouwelijke afhankelijkheid wordt aan de kaak gesteld.
Het traag opbouwende bluesy Nightingale benadrukt nogmaals dat die vermoeiende vlucht uit de duisternis niet vanzelf gaat. Het primaire doel is om die vrijheid tegemoet te vliegen, maar je moet dan wel de nodige tegenslagen verwerken. Schimmige Backsliders muurschaduwen uit het verleden verleiden de vocalist en blijven River Shook achtervolgen. De terugval naar het foutieve zelfvertrouwen en het afscheid van het negatieve zelfbeeld dat je te lang als trouwe vriend beschouwt. Nick Larimore presenteert zich hier met zijn pedal steel gitaar als plaatsvervangende kameraad. Hij houdt die aandacht ook in de country klassieker Stone Door vast, al is het mij net te gewoontjes en te standaard.
Jane Doe koppelt anonimiteit aan een persoon en is in principe voor iedereen te herleiden die zich hierin herkent en kansloos aan de zijlijn staat. In de stevige oprechte Give You All My Love bubblegum Americana hervindt de vocalist de liefde, al dreunt de luie Criminals countryfolk rock dan gemeen na. Accepteert de maatschappij deze wijze van houden wel, of zet de buitenwereld haar juist als een misdadiger neer. River Shook moet zich genoodzaakt onder het uitschot scharen, een getekende einzelgänger zonder duidelijk toekomstperspectief. Revelations is de doorstart naar nog te ontdekken zekerheden, al zal de weg daar heen nog de nodige tegenslagen kruisen.
Sarah Shook & The Disarmers - Revelations | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Sarah Walk - Another Me (2020)

4,0
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 17:38 uur
Another Me is veel meer dan het verwachte vervolg op het drie jaar eerder verschenen Little Black Book van de uit Los Angeles afkomstige singer-songwriter Sarah Walk. Stonden daar nog de zwarte uitgescheurde pagina’s van haar turbulente lesbische liefdesleven centraal, nu uit de krachtige vrouw haar innerlijke frustraties, die gericht zijn op het eenzijdige mannenmaatschappij, waarbij de vrouw een onderschikte rol vervuld. Speelt dit dan nog steeds in 2020, nadat men gevochten heeft voor gelijkheid en emancipatie, en met het #MeToo vraagstuk de wereld lijkt wakker te schudden? Jazeker, dit speelt nog steeds, juist sterker dan ooit in 2020.
Ondanks de felheid op haar debuut, overheersen daar toch wel de gevoelige liefdesnummers. De liefde blijft nu eenmaal een onuitputbare bron voor inspiraties, en zonder liefde is er ook geen ruimte voor haat en teleurstelling. Deze tegenstellingen zijn voor eeuwig aan elkaar verbonden. Nu de ongelijke kijk op de wereld bij Sarah Walk een gedempte kilheid oproept, kiest ze ervoor om de agressieve gitaar minder voor zich te laten spreken. Dit instrument was op Little Black Book nog uitermate geschikt om de boosheid al schreeuwend tot uiting te laten komen. Elektronica en pianospel roept veel sterker die wanhoop en verdriet op, welke domineert op Another Me. Dat The Key met die gewaagde gitaaruithalen hierin het sleutelnummer vormt, lijkt mij meer dan logisch, al is deze nu iets wat misplaatst tussen de berustende overige tracks.
Another Me is niet zozeer een andere onbelichte kant van de zangeres, het is meer een volwassener bredere kijk op het gelijkwaardigheidsproces en stukken minder egocentrisch gericht. Met lichte symfonische elementen in de sfeerinvulling creëert ze een aardser geluid, die je afdwingt om gerichter naar de prachtig uitgevoerde composities te luisteren. Het is een voorzichtige benadering om de schuil gehouden verdrongen zon te verleiden om het duistere grijze wolkenveld te trotseren, en er een tintje kleur aan toe te voegen. In principe lijkt het er op dat de donkere wolken gelijk staan aan de overheersende mannenwereld, en is het normaal dat het weggestopte hemellichaam dan het symbool is voor de onderdrukte vrouwelijkheid.
Wat is het toch mooi om samen met deze veelbelovende artiest een heerlijke wandeling te maken in haar melancholische uitgestippelde geluidslandschap, waar ze op gepaste wijze de rol als reisleidster vervuld. De bekritiserende wijzende vinger is minder sterk op de voorgrond. De bewustwording om meer te relativeren zorgt voor een neerslachtigheid in het wantrouwen en de gehardheid die de gemeenschap aanneemt om te overleven. Juist door die typerende breekbare vrouwenzang bewapend ze zich tegen de onaanvechtbare ongelijkheid die kenmerkend is voor de grimmige tijd waarin we nu leven.
Another Me is van een indrukwekkende milde schoonheid die juist haar kwaadheid camoufleert. Met gemak wordt je het muzikale gedeelte ingezogen, waardoor de boodschap wat lijkt te verwateren. Het is echter de uitgewerkte diepgang, die elke luisterbeurt aan kracht lijkt te winnen. Another Me moet je op je in laten werken, door je in eerste instantie enkel op de teksten dan wel de muziek te focussen. Hiermee levert Sarah Walk een meer dan waardige opvolger af, die schijnbaar nog meer op de emotie inspeelt dan het tevens geslaagde Little Black Book.
Sarah Walk - Another Me | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ondanks de felheid op haar debuut, overheersen daar toch wel de gevoelige liefdesnummers. De liefde blijft nu eenmaal een onuitputbare bron voor inspiraties, en zonder liefde is er ook geen ruimte voor haat en teleurstelling. Deze tegenstellingen zijn voor eeuwig aan elkaar verbonden. Nu de ongelijke kijk op de wereld bij Sarah Walk een gedempte kilheid oproept, kiest ze ervoor om de agressieve gitaar minder voor zich te laten spreken. Dit instrument was op Little Black Book nog uitermate geschikt om de boosheid al schreeuwend tot uiting te laten komen. Elektronica en pianospel roept veel sterker die wanhoop en verdriet op, welke domineert op Another Me. Dat The Key met die gewaagde gitaaruithalen hierin het sleutelnummer vormt, lijkt mij meer dan logisch, al is deze nu iets wat misplaatst tussen de berustende overige tracks.
Another Me is niet zozeer een andere onbelichte kant van de zangeres, het is meer een volwassener bredere kijk op het gelijkwaardigheidsproces en stukken minder egocentrisch gericht. Met lichte symfonische elementen in de sfeerinvulling creëert ze een aardser geluid, die je afdwingt om gerichter naar de prachtig uitgevoerde composities te luisteren. Het is een voorzichtige benadering om de schuil gehouden verdrongen zon te verleiden om het duistere grijze wolkenveld te trotseren, en er een tintje kleur aan toe te voegen. In principe lijkt het er op dat de donkere wolken gelijk staan aan de overheersende mannenwereld, en is het normaal dat het weggestopte hemellichaam dan het symbool is voor de onderdrukte vrouwelijkheid.
Wat is het toch mooi om samen met deze veelbelovende artiest een heerlijke wandeling te maken in haar melancholische uitgestippelde geluidslandschap, waar ze op gepaste wijze de rol als reisleidster vervuld. De bekritiserende wijzende vinger is minder sterk op de voorgrond. De bewustwording om meer te relativeren zorgt voor een neerslachtigheid in het wantrouwen en de gehardheid die de gemeenschap aanneemt om te overleven. Juist door die typerende breekbare vrouwenzang bewapend ze zich tegen de onaanvechtbare ongelijkheid die kenmerkend is voor de grimmige tijd waarin we nu leven.
Another Me is van een indrukwekkende milde schoonheid die juist haar kwaadheid camoufleert. Met gemak wordt je het muzikale gedeelte ingezogen, waardoor de boodschap wat lijkt te verwateren. Het is echter de uitgewerkte diepgang, die elke luisterbeurt aan kracht lijkt te winnen. Another Me moet je op je in laten werken, door je in eerste instantie enkel op de teksten dan wel de muziek te focussen. Hiermee levert Sarah Walk een meer dan waardige opvolger af, die schijnbaar nog meer op de emotie inspeelt dan het tevens geslaagde Little Black Book.
Sarah Walk - Another Me | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sarasara - Orgone (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 17:43 uur
Als je op de albumhoes jezelf neer zet als een in mist gehulde R&B zangeres, dan is de kans groot dat je hier niet snel wordt opgepakt. Dit beeld roept de mij zwoel toelachende Sarasara op. Zo’n plaat welke niet snel een luisterbeurt wordt gegund. Hoe spijtig is het dat Orgone pas vrij laat de kans krijgt om mijn gehoor te strelen. Je doet deze zangeres flink te kort om haar daarbij onder te verdelen. Het is beter om haar weg te zetten in de triphop hoek, al is ze zelfs nog een stuk veelzijdiger te noemen. De in Fourmies geboren Française Sarah Filleur wist met haar cover van David Bowies Heroes de nodige aandacht te trekken. Met als gevolg dat ze uit Frankrijk emigreerde om haar geluk te beproeven in het Verenigde Koninkrijk.
Dat geluk had ze wel nodig, haar leven bestaat uit de tragiek van trieste familieaangelegenheden. Sara’s ouders kwamen om toen ze veertien jaar oud was bij een dodelijk auto ongeluk . Opgevangen door haar grootouders bleef de ellende haar achtervolgen. Op achttienjarige leeftijd waren al haar dierbaren overleden. Via Björks One Little Indian platenlabel bracht ze haar debuut Amor Fati uit. Met vier goed ontvangen singles is ze klaar om nu tweeëneenhalf jaar later haar tweede plaat uit te brengen; Orgone, wat staat voor spirituele levensenergie.
Met deze pijnlijke achtergrondinformatie wil een titel als Flatline hard binnen komen. Toch heeft deze prachtig gezongen track met de inleidende hartmassage beats iets geruststellends en zalvends. Dat ze zo pakkend opent heeft als voordeel dat ze direct alle aandacht weet op te eisen. Het gevolg hiervan is wel dat ze een gigantisch verwachtingspatroon oproept. De vraag is dan als volgt, weet ze die gedurende Orgene waar te maken?
Blood Brothers knalt er nog harder in, en door haar vocalen ingehouden te vervolgen roept het een aangenaam mystiek gevoel op. De Franstalige achtergrond geeft het een prettig vervreemdend karakteriserend geluid mee. Nog meer zet ze haar handtekening neer. Hier staat ze voor, en daar moeten we mee dealen. Producer Liam Howe kan Sarasara volledig volgen, en stopt haar zwoele vocalen de nodige instrumentatie toe. Dan weer meer uptempo, met haar stem uitgesmeerd in meerdere echoënde lagen. Dan weer zo kaal mogelijk, om schijnbaar eenvoudig bij de kern van haar kunnen blijvend.
De enige smet die er valt op te merken is gevormd bij Tinkertoy. Sara zelf is hier niet verantwoordelijk voor. In de vorm van een duet durft ze het aan om met het enfant terrible Pete Doherty aan de slag te gaan. Gewaagde keuze, zijn wispelturigheid sijpelt hier ook doorheen. Het gebrek aan stemvastigheid wekt de indruk dat er een track is opgebouwd waar zijn onder invloed zijnde gemurmel het basisgegeven is. Hier omheen is met de nodige plakwerk iets van een net niet passende song gedrapeerd. Het wil net niet geheel schikken. Jammer, want verder valt er totaal niks op Orgone aan te merken. Misschien is er naast pionier Tricky nog een huis te koop, dan wel te huur. Beter dan met een verlopen gastzanger in zee te gaan.
Sarasara - Orgone | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Dat geluk had ze wel nodig, haar leven bestaat uit de tragiek van trieste familieaangelegenheden. Sara’s ouders kwamen om toen ze veertien jaar oud was bij een dodelijk auto ongeluk . Opgevangen door haar grootouders bleef de ellende haar achtervolgen. Op achttienjarige leeftijd waren al haar dierbaren overleden. Via Björks One Little Indian platenlabel bracht ze haar debuut Amor Fati uit. Met vier goed ontvangen singles is ze klaar om nu tweeëneenhalf jaar later haar tweede plaat uit te brengen; Orgone, wat staat voor spirituele levensenergie.
Met deze pijnlijke achtergrondinformatie wil een titel als Flatline hard binnen komen. Toch heeft deze prachtig gezongen track met de inleidende hartmassage beats iets geruststellends en zalvends. Dat ze zo pakkend opent heeft als voordeel dat ze direct alle aandacht weet op te eisen. Het gevolg hiervan is wel dat ze een gigantisch verwachtingspatroon oproept. De vraag is dan als volgt, weet ze die gedurende Orgene waar te maken?
Blood Brothers knalt er nog harder in, en door haar vocalen ingehouden te vervolgen roept het een aangenaam mystiek gevoel op. De Franstalige achtergrond geeft het een prettig vervreemdend karakteriserend geluid mee. Nog meer zet ze haar handtekening neer. Hier staat ze voor, en daar moeten we mee dealen. Producer Liam Howe kan Sarasara volledig volgen, en stopt haar zwoele vocalen de nodige instrumentatie toe. Dan weer meer uptempo, met haar stem uitgesmeerd in meerdere echoënde lagen. Dan weer zo kaal mogelijk, om schijnbaar eenvoudig bij de kern van haar kunnen blijvend.
De enige smet die er valt op te merken is gevormd bij Tinkertoy. Sara zelf is hier niet verantwoordelijk voor. In de vorm van een duet durft ze het aan om met het enfant terrible Pete Doherty aan de slag te gaan. Gewaagde keuze, zijn wispelturigheid sijpelt hier ook doorheen. Het gebrek aan stemvastigheid wekt de indruk dat er een track is opgebouwd waar zijn onder invloed zijnde gemurmel het basisgegeven is. Hier omheen is met de nodige plakwerk iets van een net niet passende song gedrapeerd. Het wil net niet geheel schikken. Jammer, want verder valt er totaal niks op Orgone aan te merken. Misschien is er naast pionier Tricky nog een huis te koop, dan wel te huur. Beter dan met een verlopen gastzanger in zee te gaan.
Sarasara - Orgone | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
SASAMI - Blood on the Silver Screen (2025)

3,5
0
geplaatst: 8 april 2025, 18:07 uur
Met het binnenhalen van Sasami Ashworth koos Cherry Glazerr ervoor om meer synthpop lagen toe te laten aan haar band. Ondanks dat het tweede album Apocalipstick lovende recensies krijgt toegedeeld, koos de band vervolgens voor een steviger postpunk geluid. Een sound waar geen ruimte voor Sasami Ashworth meer was. Dat bood de multi-instrumentalist de mogelijkheid om voor zichzelf aan de slag te gaan. En daarbij blijkt nu ook nog eens dat ze een prima vocaliste is.
Het gelijknamige SASAMI debuut opent met een bescheiden fragiel singer-songwriter song, waarna ze met gemak naar de dreampop noise overschakelt om vervolgens de duistere postpunk kant of de zweverige krautrock velden te bezoeken. Haar klassiek geschoolde achtergrond is hierbij een kracht die ze volledig uitbuit. Haar muziek is niet zomaar in te delen of te categoriseren en dat maakt haar een interessante persoonlijkheid. Na de experimentele noise metal van Squeeze is het toegankelijke Blood On the Silver Screen haar derde wapenfeit.
Haar liedjes zijn in principe korte Netflix verhaaltjes en bij elke song laat ze zich door een film(genre) inspireren en dat levert een veelzijdig beeld op. Een hoog Tik Tok gehalte, waar de concentratieboog niet altijd even gespannen is. Toch lukt het Sasami Ashworth prima om hierbij die eigenheid te bewaken. In een wereld waar zangeressen als Lana Del Rey en Taylor Swift de nieuwe volkshelden zijn is een plaat als Blood On the Silver Screen zeker een aanwinst.
Al dat voorwerk heeft de juiste balans opgeleverd. Het hitgevoelige Slugger heeft een duister alternatief randje en ook de zang is volledig in evenwicht. Ze geeft aan dat ze als oudere jongere nog steeds meetelt en het maximale uit haar bestaan haalt. Het leven stopt niet bij als je dertig wordt en het heeft zoveel meer te bieden dan alleen maar hard werken. Niet vreemd dus dat ze met deze vooruitgeschoven single in 2024 al hoge ogen gooit. Er zit zoveel zwoele sensuele vrouwelijkheid in de track en met de highschool baseball verwijzingen in de videoclip is het overduidelijk dat Sasami Ashworth hiermee een jonger publiek wil aanspreken: een bewuste keuze om die popcultuur te verkennen.
In Just Be Friends benadrukt ze dat soms een vriendschappelijke relatie beter werkt dan een seksuele voortzetting ervan. Wat is het waard om die kameraadschap op te offeren voor iets wat geen bestaansrecht heeft? Het is de bewustwording dat je jezelf niet onwillig moet aanbieden. Een wijze raad, waarmee ze op een natuurlijke manier advies geeft. Sasami Ashworth heeft goed door dat countryfolk erg onder de jeugdige doelgroep leeft en buit dit dan ook volledig uit. Het is allemaal heel doordacht, zeer gericht op de moeder-dochter verhouding; met als beeld dat die gezamenlijk haar concerten bezoeken.
De oudere muziekliefhebber kan de herkenbare op Nirvana’s Come As You Are gebaseerde gitaarriff van The Seed ook goed plaatsen. Met haar geschoolde achtergrond slecht Sasami Ashworth de gapende generatiekloof. Het is de kunst om hier een bevredigend geheel van te maken. Zo zit er heel veel jaren tachtig liefde in de Love Makes You Do Crazy Things rockballad, genoeg donkere new wave tussen de avontuurlijke Possessed breakbeats en teert het zwoele In Love with a Memory op Franse seventies synthpop dramatiek.
Ondanks ik niet tot de doelgroep hoor, voel ik Blood on the Silver Screen wel. De rebelse uitdagende albumhoes past precies in het plaatje dat de zangeres wil uitdragen. Een tikkeltje sexy sensueel, maar door de gewelddadige elementen straalt het ook iets stoers feministisch uit.
SASAMI - Blood on the Silver Screen | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Het gelijknamige SASAMI debuut opent met een bescheiden fragiel singer-songwriter song, waarna ze met gemak naar de dreampop noise overschakelt om vervolgens de duistere postpunk kant of de zweverige krautrock velden te bezoeken. Haar klassiek geschoolde achtergrond is hierbij een kracht die ze volledig uitbuit. Haar muziek is niet zomaar in te delen of te categoriseren en dat maakt haar een interessante persoonlijkheid. Na de experimentele noise metal van Squeeze is het toegankelijke Blood On the Silver Screen haar derde wapenfeit.
Haar liedjes zijn in principe korte Netflix verhaaltjes en bij elke song laat ze zich door een film(genre) inspireren en dat levert een veelzijdig beeld op. Een hoog Tik Tok gehalte, waar de concentratieboog niet altijd even gespannen is. Toch lukt het Sasami Ashworth prima om hierbij die eigenheid te bewaken. In een wereld waar zangeressen als Lana Del Rey en Taylor Swift de nieuwe volkshelden zijn is een plaat als Blood On the Silver Screen zeker een aanwinst.
Al dat voorwerk heeft de juiste balans opgeleverd. Het hitgevoelige Slugger heeft een duister alternatief randje en ook de zang is volledig in evenwicht. Ze geeft aan dat ze als oudere jongere nog steeds meetelt en het maximale uit haar bestaan haalt. Het leven stopt niet bij als je dertig wordt en het heeft zoveel meer te bieden dan alleen maar hard werken. Niet vreemd dus dat ze met deze vooruitgeschoven single in 2024 al hoge ogen gooit. Er zit zoveel zwoele sensuele vrouwelijkheid in de track en met de highschool baseball verwijzingen in de videoclip is het overduidelijk dat Sasami Ashworth hiermee een jonger publiek wil aanspreken: een bewuste keuze om die popcultuur te verkennen.
In Just Be Friends benadrukt ze dat soms een vriendschappelijke relatie beter werkt dan een seksuele voortzetting ervan. Wat is het waard om die kameraadschap op te offeren voor iets wat geen bestaansrecht heeft? Het is de bewustwording dat je jezelf niet onwillig moet aanbieden. Een wijze raad, waarmee ze op een natuurlijke manier advies geeft. Sasami Ashworth heeft goed door dat countryfolk erg onder de jeugdige doelgroep leeft en buit dit dan ook volledig uit. Het is allemaal heel doordacht, zeer gericht op de moeder-dochter verhouding; met als beeld dat die gezamenlijk haar concerten bezoeken.
De oudere muziekliefhebber kan de herkenbare op Nirvana’s Come As You Are gebaseerde gitaarriff van The Seed ook goed plaatsen. Met haar geschoolde achtergrond slecht Sasami Ashworth de gapende generatiekloof. Het is de kunst om hier een bevredigend geheel van te maken. Zo zit er heel veel jaren tachtig liefde in de Love Makes You Do Crazy Things rockballad, genoeg donkere new wave tussen de avontuurlijke Possessed breakbeats en teert het zwoele In Love with a Memory op Franse seventies synthpop dramatiek.
Ondanks ik niet tot de doelgroep hoor, voel ik Blood on the Silver Screen wel. De rebelse uitdagende albumhoes past precies in het plaatje dat de zangeres wil uitdragen. Een tikkeltje sexy sensueel, maar door de gewelddadige elementen straalt het ook iets stoers feministisch uit.
SASAMI - Blood on the Silver Screen | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Saturday Night Fever (1977)

4,0
0
geplaatst: 8 juli 2010, 23:33 uur
Als kind zijnde dacht ik dat Bee Gees de Engelse smurfen waren.
Vader Abraham werd op de radio regelmatig afgewisseld met nummers uit de Saturday Night Fever film.
De hoge snelle zang overtuigde mij.
Maar als je Stayin' Alive op 33 toeren draaide, kreeg je geen normale stemmen te horen.
Iets wat ik bij het smurfenlied wel ontdekte.
Mijn moeder probeerde mij nog te overtuigen.
Niks te beginnen tegen zo'n vierjarige kleuter.
Dit waren ook blauwe mannetjes met en kous op hun hoofd.
Een jaar later zou ik trouwens mijn eerste echte elpee krijgen.
Grease met John Travolta.
Mijn eerste echte idool.
Dat hij tevens een link had met dit album, ontdekte ik pas jaren later.
Natuurlijk is dit een document.
Deze soundtrack was de voorloper van volgende muziekfilms.
Vandaar de snelle opvolger Grease.
Een aantal jaar later Purple Rain en Dirty Dancing.
Hoe toepasselijk is de dansvloer op de voorkant.
Als een overspannen stoplicht trekt het mijn aandacht.
Wie heeft er niet op zo’n foute vloer zijn kunstje vertoond.
Uitgebreid met die rookmachines.
Waardoor je de rest van de avond hoestend en half brakend probeerde te scoren.
Gebroeders Gibb die als Vader, Zoon en Heilige Geest op de jonge Messias Travolta neer kijken.
En zagen dat het goed was.
Beethoven die in zijn graf ontwaakt.
Met een glimlach zijn ogen weer sluit.
Vrede met deze versie van The 5th Of Beethoven.
The Trammps die zorgen voor een grote finale.
Samen met de live versie van Can You Feel It van The Jacksons is Disco Inferno het gevoel.
Waarbij vroeger het jasje uit mocht.
Opeens was het hip om als man te kunnen dansen.
Daar mogen volgende stromingen als New Wave en Hiphop hun nog steeds dankbaar voor zijn.
Ik ben het in ieder geval wel.
Vader Abraham werd op de radio regelmatig afgewisseld met nummers uit de Saturday Night Fever film.
De hoge snelle zang overtuigde mij.
Maar als je Stayin' Alive op 33 toeren draaide, kreeg je geen normale stemmen te horen.
Iets wat ik bij het smurfenlied wel ontdekte.
Mijn moeder probeerde mij nog te overtuigen.
Niks te beginnen tegen zo'n vierjarige kleuter.
Dit waren ook blauwe mannetjes met en kous op hun hoofd.
Een jaar later zou ik trouwens mijn eerste echte elpee krijgen.
Grease met John Travolta.
Mijn eerste echte idool.
Dat hij tevens een link had met dit album, ontdekte ik pas jaren later.
Natuurlijk is dit een document.
Deze soundtrack was de voorloper van volgende muziekfilms.
Vandaar de snelle opvolger Grease.
Een aantal jaar later Purple Rain en Dirty Dancing.
Hoe toepasselijk is de dansvloer op de voorkant.
Als een overspannen stoplicht trekt het mijn aandacht.
Wie heeft er niet op zo’n foute vloer zijn kunstje vertoond.
Uitgebreid met die rookmachines.
Waardoor je de rest van de avond hoestend en half brakend probeerde te scoren.
Gebroeders Gibb die als Vader, Zoon en Heilige Geest op de jonge Messias Travolta neer kijken.
En zagen dat het goed was.
Beethoven die in zijn graf ontwaakt.
Met een glimlach zijn ogen weer sluit.
Vrede met deze versie van The 5th Of Beethoven.
The Trammps die zorgen voor een grote finale.
Samen met de live versie van Can You Feel It van The Jacksons is Disco Inferno het gevoel.
Waarbij vroeger het jasje uit mocht.
Opeens was het hip om als man te kunnen dansen.
Daar mogen volgende stromingen als New Wave en Hiphop hun nog steeds dankbaar voor zijn.
Ik ben het in ieder geval wel.
Savage Republic - Live in Wrocław January 7, 2023 (2024)

4,0
0
geplaatst: 19 januari 2024, 16:42 uur
De uit Los Angeles afkomstige Savage Republic postpunkers leiden een grimmig onnavolgbaar bestaan. Ondanks dat ze in 2022 de oprichting van veertig jaar geleden vieren, hangt de voortgang voor langere tijd aan een zijden draadje. Sterker nog als Bruce Licher in 2002 na een 12 jarige wapenstilstand de band reformeert, verbindt hij zijn naam maar voor een korte tijd aan het gezelschap, waarna al snel alleen de tweede lichting muzikanten Thom Fuhrmann en Ethan Port overblijven, aangevuld met drummer Alan Waddington en bassist Kerry Dowling. Gitarist Thom Fuhrmann blijft voor de teksten verantwoordelijk die veelal door Ethan Port gedragen worden. Zijn aandeel beperkt zich niet enkel tot de zang, als fundamentbouwer neemt hij ook een veelvoud aan gitaarpartijen en tribal percussie voor zijn rekening.
In deze hoedanigheid nemen ze eind 2021 Meteora op. Er volgt een korte clubtour door Europa, waarbij ze op 7 januari 2023 in het Stary Klasztor klooster in Wrocław te Polen te bezichtigen zijn. Een kleine locatie, en het gevoel van vergaande glorie overheerst. Het heeft iets treurigs ongemakkelijks om zo’n band van naam voor een handvol aan publiek te zien optreden. Een armoedige trieste vertoning van een gezelschap welke zeker meer verdient. Vergeet niet dat er vanwege de pandemie geen uitgebreide mogelijkheden waren om zichzelf en Meteora te promoten. Desondanks speelt Savage Republic een overtuigende set, welke nu in limited edition op compact disc en vinyl verschijnt.
Ik raad de vinylpuristen ook zeker aan om de cd versie te luisteren. Op vinyl is slechts een gedeelte van het optreden terug te vinden, terwijl op compact disc het volledige concert hoorbaar is. Met de beperkte uitgave kun je gerust van een collectors item spreken, een unieke Savage Republic discografie aanvulling. De militante overwinnende 1938 openingstrack en het verderop terugkomende Siam staan voor de warme verwelkoming van Alan Waddington, zijn eerste bijdrages waarmee hij zichzelf alweer ruim vijftien jaar geleden op de kaart zet. Een vintage geluid met stuwende logge drumbeats. Ze grijpen met het indrukwekkende 1938 naar het duistere tijdsbeeld van net voor de Tweede Wereldoorlog terug. De aarde balanceert op de rand van de afgrond en zeker in Polen laat dit diepe onheelbare wonden achter.
De nadruk ligt niet zozeer op de Meteora release, al volgen vervolgens wel de ritmische bezeten Stingray new wave funk en het daarop aansluitende Newport ’86. Twee instrumentale tracks die hier naadloos in elkaar overlopen, maar die op de studioplaat verder van elkaar verspreidt een plek bewonen. Het is nu slechts het intro van 27 Days, welke op het latere Aegean staat. Ook het van Varvakios afkomstige sfeervolle Hippodrome stamt uit de wederopstandingsperiode. Savage Republic kiest voor zekerheid en zet in de openingsfase dus vooral het nieuwe werk op de voorgrond. Later passeert het tevens van Meteora afkomstige demonische Bizerte Rolls psychorocker de revue, maar daar blijft het dan ook bij.
Het is dus wachten op de woeste Mobilization tribaldance, Savage Republic op oorlogssterkte. Hierbij is het vooral duidelijk dat de Amerikanen zich in de prille opstart door Killing Joke laten beïnvloeden. Het nummer stamt nog uit het pre-stadium dat ze nog naamloos in de studio bivakkeren. Een stevig aangezette koude oorlog track uit begin jaren tachtig. De Oosters getinte sabre dance Siege met emo oerschreeuw en het luguber spookachtige Trek exorcisme vinden zijn weg naar de Trudge EP, maar worden net als de overige songs op de Ceremonial release uit 1985 totaal genegeerd. Het fragmentarisch shoppen in de Savage Republic catalogus is vergelijkbaar met het onvoorspelbare verloop van de postpunkers, met het grote verschil dat het hier zeker geen afbreuk aan het totaalplaatje doet.
Het veelal live gespeelde traag opbouwende epische Spice Fields schopt het al tot cultklassieker voordat deze daadwerkelijk op het derde Jamahiriya Democratique et Populaire de Sauvage wapenfeit verschijnt. Daarop staat ook de gedreven Viva la Rock and Roll cover van de Alternative TV punkers welke hier Live in Wrocław January 7, 2023 uitluidt. Marcherend kondigt O Adonis het indrukwekkende muzikaal explosieve Year of Exile mijnenveld aan. Ruim tien minuten aan postrock en postpunk genot, waarmee Savage Republic mijlenver boven zichzelf uitstijgt. De Ivory Coast speedway track is een van de prijsnummers van het officiële Tragic Figures debuut en wordt net als op die release door de strakke Next to Nothing baspartijen opgevolgd. Hier verkeert Savage Republic in topvorm, het zijn toch echt de harde rauwe Ethan Port stemuitbarstingen die het verschil maken. Live in Wrocław January 7, 2023 is vooral een monumentale aanwinst voor de puristen welke hun verzameling willen completeren.
Savage Republic - Live in Wrocław January 7, 2023 | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
In deze hoedanigheid nemen ze eind 2021 Meteora op. Er volgt een korte clubtour door Europa, waarbij ze op 7 januari 2023 in het Stary Klasztor klooster in Wrocław te Polen te bezichtigen zijn. Een kleine locatie, en het gevoel van vergaande glorie overheerst. Het heeft iets treurigs ongemakkelijks om zo’n band van naam voor een handvol aan publiek te zien optreden. Een armoedige trieste vertoning van een gezelschap welke zeker meer verdient. Vergeet niet dat er vanwege de pandemie geen uitgebreide mogelijkheden waren om zichzelf en Meteora te promoten. Desondanks speelt Savage Republic een overtuigende set, welke nu in limited edition op compact disc en vinyl verschijnt.
Ik raad de vinylpuristen ook zeker aan om de cd versie te luisteren. Op vinyl is slechts een gedeelte van het optreden terug te vinden, terwijl op compact disc het volledige concert hoorbaar is. Met de beperkte uitgave kun je gerust van een collectors item spreken, een unieke Savage Republic discografie aanvulling. De militante overwinnende 1938 openingstrack en het verderop terugkomende Siam staan voor de warme verwelkoming van Alan Waddington, zijn eerste bijdrages waarmee hij zichzelf alweer ruim vijftien jaar geleden op de kaart zet. Een vintage geluid met stuwende logge drumbeats. Ze grijpen met het indrukwekkende 1938 naar het duistere tijdsbeeld van net voor de Tweede Wereldoorlog terug. De aarde balanceert op de rand van de afgrond en zeker in Polen laat dit diepe onheelbare wonden achter.
De nadruk ligt niet zozeer op de Meteora release, al volgen vervolgens wel de ritmische bezeten Stingray new wave funk en het daarop aansluitende Newport ’86. Twee instrumentale tracks die hier naadloos in elkaar overlopen, maar die op de studioplaat verder van elkaar verspreidt een plek bewonen. Het is nu slechts het intro van 27 Days, welke op het latere Aegean staat. Ook het van Varvakios afkomstige sfeervolle Hippodrome stamt uit de wederopstandingsperiode. Savage Republic kiest voor zekerheid en zet in de openingsfase dus vooral het nieuwe werk op de voorgrond. Later passeert het tevens van Meteora afkomstige demonische Bizerte Rolls psychorocker de revue, maar daar blijft het dan ook bij.
Het is dus wachten op de woeste Mobilization tribaldance, Savage Republic op oorlogssterkte. Hierbij is het vooral duidelijk dat de Amerikanen zich in de prille opstart door Killing Joke laten beïnvloeden. Het nummer stamt nog uit het pre-stadium dat ze nog naamloos in de studio bivakkeren. Een stevig aangezette koude oorlog track uit begin jaren tachtig. De Oosters getinte sabre dance Siege met emo oerschreeuw en het luguber spookachtige Trek exorcisme vinden zijn weg naar de Trudge EP, maar worden net als de overige songs op de Ceremonial release uit 1985 totaal genegeerd. Het fragmentarisch shoppen in de Savage Republic catalogus is vergelijkbaar met het onvoorspelbare verloop van de postpunkers, met het grote verschil dat het hier zeker geen afbreuk aan het totaalplaatje doet.
Het veelal live gespeelde traag opbouwende epische Spice Fields schopt het al tot cultklassieker voordat deze daadwerkelijk op het derde Jamahiriya Democratique et Populaire de Sauvage wapenfeit verschijnt. Daarop staat ook de gedreven Viva la Rock and Roll cover van de Alternative TV punkers welke hier Live in Wrocław January 7, 2023 uitluidt. Marcherend kondigt O Adonis het indrukwekkende muzikaal explosieve Year of Exile mijnenveld aan. Ruim tien minuten aan postrock en postpunk genot, waarmee Savage Republic mijlenver boven zichzelf uitstijgt. De Ivory Coast speedway track is een van de prijsnummers van het officiële Tragic Figures debuut en wordt net als op die release door de strakke Next to Nothing baspartijen opgevolgd. Hier verkeert Savage Republic in topvorm, het zijn toch echt de harde rauwe Ethan Port stemuitbarstingen die het verschil maken. Live in Wrocław January 7, 2023 is vooral een monumentale aanwinst voor de puristen welke hun verzameling willen completeren.
Savage Republic - Live in Wrocław January 7, 2023 | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Savage Republic - Meteora (2021)

4,0
1
geplaatst: 17 januari 2022, 17:05 uur
Luctor et Emergo, worstel en kom boven. Tussen al dat hedendaagse postpunk geweld is er nog steeds ruimte voor de tegen de stroom in zwemmende gothic wavers van het uit Los Angeles afkomstige Savage Republic. Kernpioniers die vanaf 1982 een forse dosering aan overschaduwende vernietigende industrial duisternis op de mensheid loslaat. De kletterende gitaren, in doem ondergedompelde bas en de stortvloed aan verregende drumslagen hebben een veelvoud aan littekens achtergelaten als een kapot gespeelde band er voor de release van de tweede album Jedda by the Sea het bijltje erbij neerlegt, al zal deze plaat later onder projectnaam 17 Pygmies alsnog het publiek bereiken. Vrij snel volgt er toch onverwachts de doorstart met Ceremonial waarna nog Jamahiriya Democratique et Populaire de Sauvage en Customs verschijnen.
Na een wapenstilte van ruim tien jaar worden er in 2002 geheime plannen gesmeed om dit verbond een nieuw leven te gunnen. Met militaire precisie lanceren ze vijf jaar later 1938. Savage Republic blijft in alle stilte werkzaam aan nieuw materiaal, en brengt tussendoor verschillende volwaardige albums uit. Meteora wordt eind 2021 uitgebracht, ondertussen alweer de negende studioplaat van dit daglicht vermijdende gezelschap. Het potige Savage Republic heeft een museum vullende galerij aan oud-leden, van de oorspronkelijke lichting functioneert Bruce Licher het langste als volwaardig lid, maar ook zijn aandeel is ondertussen gesneuveld. Gelukkig blijven ze wel schatplichtig aan het woeste kenmerkende gitzwarte postpunk geluid, en klinken ze op Meteora hecht en gestabiliseerd.
De doorleefde wrange voorgeschiedenis kleeft als druiperig pek aan de albumtracks, en werpen je veertig jaar terug in de tijd. Newport’86, het wormgat welke de verbindingspoort tussen het heden en verleden vormt. De nasleep van het in 1985 verschenen Ceremonial. De opzwepende demonische rockabilly van Bizerte Rolls laat de navel starende vleermuizen ontwaken om deel te nemen aan deze macabere nachtelijke ophitsende dodendans. Día de Muertos, Mexico By Night. Met ochtendglorie toelatende gitaarklanken en opzwepende drumbeats kondigt het heroïsche Unprecedented zichzelf aan. Spaarzaam leent het gezelschap woorden, veelal zijn de instrumenten genoeg om het dreigende fundament neer te zetten.
Op Meteora werpen de Goden vanuit hun torenhoge hemelse kloosters een minachtige blik op een wereld toe welke zichzelf zonder aarzeling de vernieling in helpt. Destructieve bliksemstralen dalen op de in verval rakende aarde neer om deze tot het bastaardzusje van de hel te muteren. Savage Republic verft een muzikaal schilderij bestaande uit moordend bloedrood, vermengt met aardedonker zwart en nachtelijk blauw, waar de natuurelementen aarde, water, vuur en lucht tegenstrijdig botsend in conflict gaan om een plekje in dit schemergebied op te eisen. Een ontstopbare oerknal die de Armageddon aankondigt om uiteindelijk tot uitbarsting te komen in het instrumentale Ghostlight.
Savage Republic trekt het boetekleed aan en geselt met slagvaardige percussie zichzelf in Nothing at All. De bezeten grafstem van Ethan Port gooit hier de nodige onheilspellende inferno verdoemenis in. Er is geen weg terug, de duisternis gaapt als een wellustig vrouwelijk geslachtsorgaan verleidelijk toe en sleurt je samen met de kreupel gespeelde Boca del Vaca piano mee de diepte in. Een veldslag van positieve gitaarexplosies houdt zich staande tussen het ronkende bas beulenspel en de funky drummer die in Stingray zijn ziel van de duivel terugkoopt. God and Guns, de verloren New Gold Dream als monumentaal museumstuk, overwoekerd door de tentakels van de herhalende vervloeking. Nostalgie? Nee, eerder het krampachtig vastklampen aan het zekere verleden.
Savage Republic - Meteora | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Na een wapenstilte van ruim tien jaar worden er in 2002 geheime plannen gesmeed om dit verbond een nieuw leven te gunnen. Met militaire precisie lanceren ze vijf jaar later 1938. Savage Republic blijft in alle stilte werkzaam aan nieuw materiaal, en brengt tussendoor verschillende volwaardige albums uit. Meteora wordt eind 2021 uitgebracht, ondertussen alweer de negende studioplaat van dit daglicht vermijdende gezelschap. Het potige Savage Republic heeft een museum vullende galerij aan oud-leden, van de oorspronkelijke lichting functioneert Bruce Licher het langste als volwaardig lid, maar ook zijn aandeel is ondertussen gesneuveld. Gelukkig blijven ze wel schatplichtig aan het woeste kenmerkende gitzwarte postpunk geluid, en klinken ze op Meteora hecht en gestabiliseerd.
De doorleefde wrange voorgeschiedenis kleeft als druiperig pek aan de albumtracks, en werpen je veertig jaar terug in de tijd. Newport’86, het wormgat welke de verbindingspoort tussen het heden en verleden vormt. De nasleep van het in 1985 verschenen Ceremonial. De opzwepende demonische rockabilly van Bizerte Rolls laat de navel starende vleermuizen ontwaken om deel te nemen aan deze macabere nachtelijke ophitsende dodendans. Día de Muertos, Mexico By Night. Met ochtendglorie toelatende gitaarklanken en opzwepende drumbeats kondigt het heroïsche Unprecedented zichzelf aan. Spaarzaam leent het gezelschap woorden, veelal zijn de instrumenten genoeg om het dreigende fundament neer te zetten.
Op Meteora werpen de Goden vanuit hun torenhoge hemelse kloosters een minachtige blik op een wereld toe welke zichzelf zonder aarzeling de vernieling in helpt. Destructieve bliksemstralen dalen op de in verval rakende aarde neer om deze tot het bastaardzusje van de hel te muteren. Savage Republic verft een muzikaal schilderij bestaande uit moordend bloedrood, vermengt met aardedonker zwart en nachtelijk blauw, waar de natuurelementen aarde, water, vuur en lucht tegenstrijdig botsend in conflict gaan om een plekje in dit schemergebied op te eisen. Een ontstopbare oerknal die de Armageddon aankondigt om uiteindelijk tot uitbarsting te komen in het instrumentale Ghostlight.
Savage Republic trekt het boetekleed aan en geselt met slagvaardige percussie zichzelf in Nothing at All. De bezeten grafstem van Ethan Port gooit hier de nodige onheilspellende inferno verdoemenis in. Er is geen weg terug, de duisternis gaapt als een wellustig vrouwelijk geslachtsorgaan verleidelijk toe en sleurt je samen met de kreupel gespeelde Boca del Vaca piano mee de diepte in. Een veldslag van positieve gitaarexplosies houdt zich staande tussen het ronkende bas beulenspel en de funky drummer die in Stingray zijn ziel van de duivel terugkoopt. God and Guns, de verloren New Gold Dream als monumentaal museumstuk, overwoekerd door de tentakels van de herhalende vervloeking. Nostalgie? Nee, eerder het krampachtig vastklampen aan het zekere verleden.
Savage Republic - Meteora | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Savages - Silence Yourself (2013)

3,5
1
geplaatst: 26 juni 2016, 15:46 uur
Een album welke duidelijk in de lijn ligt van de eerste Siouxsie & the Banshees albums.
Totaal geen eigen geluid, maar wel lekker.
Totaal geen eigen geluid, maar wel lekker.
Saybia - No Sound from the Outside (2015)

3,5
1
geplaatst: 6 oktober 2015, 20:57 uur
Nog steeds vind ik Saybia raakvlakken hebben met Arcade Fire en Death Cab For Cutie, maar op de vorige albums klonk Søren Huss stem lichter en zekerder.
Nu hoor je juist door de oneffenheden het verdriet doorheen.
De klank is triester, en hij gaat hier rechtstreeks het hart binnen.
Nee, het verlies is nog steeds niet verwerkt.
Als je de achtergrond niet kent, dan zou je bijna denken dat No Sound from the Outside over verliefdheid gaat.
Natuurlijk gaat het over de liefde, maar meer over de leegte die het achter laat.
Dit is de dagelijkse herinnering aan de grootste nachtmerrie in iemands leven.
Bijna niet voor te stellen dat Saybia weer aan het toeren is.
Hoe moeilijk moet het nog steeds zijn om je voor het publiek zo open te kunnen stellen.
Hopelijk gaat men er dan niet doorheen lullen, over welk biertje het lekkerste is, of welke meisjes ze afgelopen weekend hebben gescoord.
De intimiteit van een ruw verbroken eeuwigheid.
Mooi sfeervol vervolg op de vorige albums, dat wel.
Nu hoor je juist door de oneffenheden het verdriet doorheen.
De klank is triester, en hij gaat hier rechtstreeks het hart binnen.
Nee, het verlies is nog steeds niet verwerkt.
Als je de achtergrond niet kent, dan zou je bijna denken dat No Sound from the Outside over verliefdheid gaat.
Natuurlijk gaat het over de liefde, maar meer over de leegte die het achter laat.
Dit is de dagelijkse herinnering aan de grootste nachtmerrie in iemands leven.
Bijna niet voor te stellen dat Saybia weer aan het toeren is.
Hoe moeilijk moet het nog steeds zijn om je voor het publiek zo open te kunnen stellen.
Hopelijk gaat men er dan niet doorheen lullen, over welk biertje het lekkerste is, of welke meisjes ze afgelopen weekend hebben gescoord.
De intimiteit van een ruw verbroken eeuwigheid.
Mooi sfeervol vervolg op de vorige albums, dat wel.
Saybia - These Are the Days (2004)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2015, 18:58 uur
Bij Brilliant Sky moet ik gelijk aan bands als Arcade Fire, Stereophonics en Death Cab For Cutie, ja en zelfs Radiohead ten tijden van The Bends denken, maar dan net wat overtuigender.
Saybia was voor mij vooral het bandje van I Surrender, en Eyes on the Highway ligt hier wel in de kast, maar komt er eigenlijk nooit uit.
Gisteren These Are the Days voor 50 cent kunnen scoren bij een tweedehandszaak, maar in de auto kwam ik er al achter dat het een kopie betrof.
Jammer dan, maar dat risico kan ik wel lopen, wat vervelender was, is dat het na het derde nummer vast liep, en ik er toch voor gekozen heb om het schijfje symbolisch een laatste rustplaats te geven, namelijk in de vuilnisbak.
Maar via de bekende internetkanalen These Are the Days helemaal geluisterd.
De genoemde invloeden blijven vaak terug komen, en I Surrender wijkt wel wat af van het overige materiaal.
Het dreigende intro doet bijna vermoeden dat het hier om een ballad gaat van de een of andere stevige rockband.
Ik moet vooral aan Bother van Stone Sour denken.
Later hoor ik op het album ook Muse invloeden terug, en bij Matthew Bellamy kan ik mij nog wel eens storen aan de astmatische uithalen, welke hier dus gelukkig niet aanwezig zijn.
Toch wel een album welke ik in mijn bezit moet krijgen, daarvoor ben ik de miskoop van gisteren wel dankbaar voor.
Saybia was voor mij vooral het bandje van I Surrender, en Eyes on the Highway ligt hier wel in de kast, maar komt er eigenlijk nooit uit.
Gisteren These Are the Days voor 50 cent kunnen scoren bij een tweedehandszaak, maar in de auto kwam ik er al achter dat het een kopie betrof.
Jammer dan, maar dat risico kan ik wel lopen, wat vervelender was, is dat het na het derde nummer vast liep, en ik er toch voor gekozen heb om het schijfje symbolisch een laatste rustplaats te geven, namelijk in de vuilnisbak.
Maar via de bekende internetkanalen These Are the Days helemaal geluisterd.
De genoemde invloeden blijven vaak terug komen, en I Surrender wijkt wel wat af van het overige materiaal.
Het dreigende intro doet bijna vermoeden dat het hier om een ballad gaat van de een of andere stevige rockband.
Ik moet vooral aan Bother van Stone Sour denken.
Later hoor ik op het album ook Muse invloeden terug, en bij Matthew Bellamy kan ik mij nog wel eens storen aan de astmatische uithalen, welke hier dus gelukkig niet aanwezig zijn.
Toch wel een album welke ik in mijn bezit moet krijgen, daarvoor ben ik de miskoop van gisteren wel dankbaar voor.
Schlammpeitziger - Ein Weltleck in der Echokammer (2020)

3,5
0
geplaatst: 27 november 2020, 11:51 uur
Jo Zimmermann is gezegend met een beroemde achternaam, maar heeft verder geen connecties met werelds beroemdste songwriter Bob Dylan. Deze Duitse elektronisch georiënteerde muzikant timmert al tien albums lang aan de weg onder zijn pseudoniem Schlammpeitziger. Ein Weltleck In Der Echokammer is na Damenbartblick auf Pregnant Hill zijn tweede album op het in Hamburg gevestigde Bureau B label.
In dezelfde periode dat het abstracte zweverige Krautrock zich eind jaren zestig vanuit het koude Europa zich ontplooide om vervolgens een baanbrekende rol te spelen in de daardoor beïnvloedde kille synthpop, kwam er vanuit Jamaica een strijdbare tegenreactie met de door zon overgoten veelal politieke gerichte reggae stroming. Twee ver van elkaar verwijderende werelden die een fusie aangaan met de funkende afrobeat, en grote invloed uitoefenen op de Amerikaanse tak van de postpunkbeweging. Een basis die Jo Zimmermann inspireerde om die nieuwe invalshoeken te gebruiken op een herboren Schlammpeitziger in het luchtige, bijna exotische Ein Weltleck in der Echokammer.
Schlammpeitziger herdefinieert zichzelf met een rijkelijk palet gevuld met verfrissende zomerse jaren tachtig kleuren, waarbij hij zijn Krautrock achtergrond zeker niet verloochend. De reggae expert Bettina Lattak speelt hierin een grote rol. Ze hoort in zijn eerdere werk al die onbewuste dub invloeden terug, en motiveert Schlammpeitziger om deze verder uit te werken. Ondanks dat het een eenmansproject betreft is ook de rol van zijn partner Ulrike Göken zeer bepalend in het geheel. Deze videokunstenaar drukt zijn stempel op de artistieke effectieve clips en is verantwoordelijk voor de visualisatie bij live registraties. Op dit nieuwe werk van Schlammpeitziger, wil hij de luisteraar triggeren door zelf een beeldvorming op te roepen bij zijn breed georiënteerde zomerse schetsen.
Ein Weltleck In Der Echokammer is stukken gedurfder en spannender dan zijn voorganger Damenbartblick auf Pregnant Hill. De blikkerige speelgoed Casio keyboards en afstompende disco zijn grotendeels vervangen door exotische ritmische dub en relaxte reggae. Voorgeprogrammeerde robotstemmen zijn naar de achtergrond verdwenen, waarbij Jo Zimmermann zich al vanaf de eerste zangregels van het verrassende sterke Weltleck veel meer op de Neue Deutsche Welle richt. Door het beperkte vocale bereik van de elektroman kiest hij voor een veilige voorzichtige praatzang methode, die hem duidelijk het beste ligt.
De nadruk ligt niet alleen veel meer op de percussie. Wohlwegewerk introduceert een zachte macho funkgitaar, die vervolgens zijn opgeëiste plek niet meer afstaat en gedurende de plaat er een mooie gelikte sound aan toevoegt. Hierdoor staat het artistieke statische belang niet meer frontaal op de voorgrond en wordt de gecreëerde ruimte ingevuld door warme organische levendigheid. Nog steeds zweeft het allemaal op een vliegend tapijt aan geëvolueerde elektro avant-garde klanken rond waaraan de nodige Oosterse psychedelica is toegevoegd.
Soms vliegt hij nog wel wat uit de bocht. Bij het wel heel vrolijke overenthousiaste carnavaleske Hüftgoldpolka en het flauwe inspiratieloze Rappelvolle Leere werkt het allemaal net niet. Het is allemaal net te kermis kitscherig en kinderlijk. Gelukkig revancheert hij zichzelf vervolgens op het doorleefde Every Dayhey, waarbij hij vocaal onder de huid van een oudere rastafari aanhanger kruipt en het met stemsamplers opgepimpte ultra light jazzy Wurfhalm Wiggo. De gelaagdheid komt dus niet de hele tijd tot zijn recht, daarvoor is het een tikkeltje te speels. maar het siert de vijftiger ook dat hij gebruik maakt van een heerlijk gevoel van onvolwassen jeugdigheid.
Schlammpeitziger - Ein Weltleck in der Echokammer | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
In dezelfde periode dat het abstracte zweverige Krautrock zich eind jaren zestig vanuit het koude Europa zich ontplooide om vervolgens een baanbrekende rol te spelen in de daardoor beïnvloedde kille synthpop, kwam er vanuit Jamaica een strijdbare tegenreactie met de door zon overgoten veelal politieke gerichte reggae stroming. Twee ver van elkaar verwijderende werelden die een fusie aangaan met de funkende afrobeat, en grote invloed uitoefenen op de Amerikaanse tak van de postpunkbeweging. Een basis die Jo Zimmermann inspireerde om die nieuwe invalshoeken te gebruiken op een herboren Schlammpeitziger in het luchtige, bijna exotische Ein Weltleck in der Echokammer.
Schlammpeitziger herdefinieert zichzelf met een rijkelijk palet gevuld met verfrissende zomerse jaren tachtig kleuren, waarbij hij zijn Krautrock achtergrond zeker niet verloochend. De reggae expert Bettina Lattak speelt hierin een grote rol. Ze hoort in zijn eerdere werk al die onbewuste dub invloeden terug, en motiveert Schlammpeitziger om deze verder uit te werken. Ondanks dat het een eenmansproject betreft is ook de rol van zijn partner Ulrike Göken zeer bepalend in het geheel. Deze videokunstenaar drukt zijn stempel op de artistieke effectieve clips en is verantwoordelijk voor de visualisatie bij live registraties. Op dit nieuwe werk van Schlammpeitziger, wil hij de luisteraar triggeren door zelf een beeldvorming op te roepen bij zijn breed georiënteerde zomerse schetsen.
Ein Weltleck In Der Echokammer is stukken gedurfder en spannender dan zijn voorganger Damenbartblick auf Pregnant Hill. De blikkerige speelgoed Casio keyboards en afstompende disco zijn grotendeels vervangen door exotische ritmische dub en relaxte reggae. Voorgeprogrammeerde robotstemmen zijn naar de achtergrond verdwenen, waarbij Jo Zimmermann zich al vanaf de eerste zangregels van het verrassende sterke Weltleck veel meer op de Neue Deutsche Welle richt. Door het beperkte vocale bereik van de elektroman kiest hij voor een veilige voorzichtige praatzang methode, die hem duidelijk het beste ligt.
De nadruk ligt niet alleen veel meer op de percussie. Wohlwegewerk introduceert een zachte macho funkgitaar, die vervolgens zijn opgeëiste plek niet meer afstaat en gedurende de plaat er een mooie gelikte sound aan toevoegt. Hierdoor staat het artistieke statische belang niet meer frontaal op de voorgrond en wordt de gecreëerde ruimte ingevuld door warme organische levendigheid. Nog steeds zweeft het allemaal op een vliegend tapijt aan geëvolueerde elektro avant-garde klanken rond waaraan de nodige Oosterse psychedelica is toegevoegd.
Soms vliegt hij nog wel wat uit de bocht. Bij het wel heel vrolijke overenthousiaste carnavaleske Hüftgoldpolka en het flauwe inspiratieloze Rappelvolle Leere werkt het allemaal net niet. Het is allemaal net te kermis kitscherig en kinderlijk. Gelukkig revancheert hij zichzelf vervolgens op het doorleefde Every Dayhey, waarbij hij vocaal onder de huid van een oudere rastafari aanhanger kruipt en het met stemsamplers opgepimpte ultra light jazzy Wurfhalm Wiggo. De gelaagdheid komt dus niet de hele tijd tot zijn recht, daarvoor is het een tikkeltje te speels. maar het siert de vijftiger ook dat hij gebruik maakt van een heerlijk gevoel van onvolwassen jeugdigheid.
Schlammpeitziger - Ein Weltleck in der Echokammer | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Scott Hepple and The Sun Band - Ashes to Wildflowers (2023)

4,0
0
geplaatst: 8 oktober 2023, 17:26 uur
Mijn mooiste dierbare muziekherinneringen worden in de festivalzomer van 1991 vastgelegd. Gitaarbands overspoelen de door bier gevoede weides. Pearl Jam bouwt de jams rond Free grooves op en eert grootheid Neil Young. The Black Crowes staan bij hun The Faces idolen stil. Lenny Kravitz nodigt Slash in de studio uit, die zich van zijn funkende crossoverkant laat horen. The Jayhawks laten ons de Gram Parsons countryrock dagen herbeleven en zo kan ik nog wel eventjes doorgaan. De concerten waren er voor de muziekliefhebbers, een enkel podium was genoeg om je een mooie dag te bezorgen. Vervolgens draait het om de happening, de totaalbelevenis met het hele kermis er omheen. Nou, voor die totaalbelevenis ga ik niet naar een optreden toe. Concerten zijn tegenwoordig nog maar bijzaak, het is zeer spijtig dat dit de kern verdringt.
Een band als Scott Hepple and the Sun Band heeft het dus wel goed begrepen. Deze uit Newcastle afkomstige psychedelische rockers halen de inspiratie uit de jaren zeventig blues, folk, rock en country. Ze klinken net zo Amerikaans als hun The Rolling Stones, Wishbone Ash en Black Sabbath landgenoten die zich vanaf deze vruchtbare periode steeds meer op de Verenigde Staten gaan richten. Droomdebuut Ashes to Wildflowers verschijnt echter een paar maanden te laat. De festivalzomer ligt reeds achter ons, waardoor Scott Hepple and the Sun Band de komende tijd in het clubcircuit mag warmdraaien om volgend jaar wel die festivalweides te betreden. Een beter voorbeeld voor een hedendaagse festivalband kan ik op dit moment niet noemen. Scott Hepple and the Sun Band ademt dus die zomer van 1991 uit. Lekker luieren in het gras, nieuwsgierig opveren om ademloos dit gevoel te herbeleven en met de terugweg in de trein vol lof over deze veelbelovende band discussiëren en napraten.
Scott Hepple is een hedendaagse langharige hippie. Voor zijn kledingstijl schaamt zelfs een hedendaagse secondhandstore zich en zal deze het aanbod minachtend afwijzen. Het past echter wel helemaal binnen de ideologie, de visie van de niet altijd glaszuiver zingende frontman. Duncan Lloyd en Carl Saff van Maximo Park stoffen oud opnameapparatuur af om dat identieke geluid te creëren. Geen haastklus dus, waarin ze de nodige werkuren stoppen. Verder vervullen bassist Stevie Ziolowski, drummer Tom Waterworth, pianist Charlie Isaac en achtergrondzangeressen Sophie Keith en Jennifer MacDermot een grote rol als The Sun Band in het geheel, maar het is vooral het project van het geestdriftige boegbeeld Scott Hepple, het is namelijk zijn kindje.
Scott Hepple speelt ook het merendeel van de gitaarpartijen in. Die heerlijke warme uitlopen introduceren het lome hypnotiserende bewierookte Letting Go, een fraai psychedelisch klankentapijt over het loslaten van het leven om in een volgende dimensie te belanden. Hij gelooft in reïncarnatie, de dood is slechts een voortzetting van het bestaan. De door drugswalmen gevoede sound verheerlijkt dit beeld, en het sluit allemaal perfect op dat tijdsbeeld aan. Die genuanceerde doodswens legt er een luguber eng donker sfeertje overheen. De gespeelde vrolijkheid overstijgt de angstige ondertoon van de song. Hoeveel idolen die experimenteren met de levensgrenzen zijn hem al voorgegaan. Letting Go is lo-fi rommelig, maar wel van een hoog niveau lo-fi rommelig.
Levensmoe? Zeker niet! De mondharmonica blaast genoeg verse ademlucht in het bezielde Warm Night. Een stevige bluesrocker welke mij nog meer naar die zomerfestivals laat verlangen. In zijn gemeende enthousiasme overschreeuwt Scott Hepple de backing vocals, maar dat geeft niks, ik word hier zo blij van. Er is zelfs ruimte voor een ouderwetse Nobody Else (Is Gonna Do It For You) boogiewoogie swing, uiteindelijk moet je zelf het feestje bouwen. De afgeknepen folky kopstem is het vreemde lelijke eendje binnen de stoere historische Caligula heldentocht. Toch kan de semi akoestische gitaartrack het prima hebben en stoort het eigenlijk voor geen moment. Leisure Cruise heeft daarentegen een zware droge hardrockbasis, stiekem kan ik hier hoofdschuddend net wat meer van genieten.
De ritmische sjamaan Spirit Animal tribal trancedans met luie slide gitaarakkoorden maakt je klaar voor de overtocht naar het folky singer-songwriter Hair of the Dog werkstuk waar die voortreffelijke geblazen mondharmonica passages weer aanwezig zijn. A change is gonna come, nou we zijn wel aan een grootschalige verandering in het droge kale muziekklimaat toe. Een oase aan rust, maar je voelt dat er iets broeierigs gaande is. Zijn we nog niet genoeg verwend? Blijkbaar niet! Het zwaar psychedelische Wildfires verjaagd de goed gehumeurde kampvuur vertellingen naar de achtergrond en legt er een gevaarlijk avontuurlijk wolkendek overheen. Wildfires is sluimerend verstikkend, een tikkeltje gemeen, maar weer een verademing. Ergens in de verte neemt een rockende gitaarsolo het over om het vervolgens harmonieus geniaal af te ronden. Met een big bang groots eindigen.
Scott Hepple begrijpt dus heel goed hoe het allemaal werkt. Chosen is een meer dan waardige afsluiter. Tom Waterworth gaat voor de laatste keer achter zijn drumstel helemaal los, een toegift, een bedankje, daarna is het klaar. Ashes to Wildflowers is een neopsychedelische rockopera, welke zijn oorsprong in de retro jaren zeventig heeft, maar die deze naar de bevlogen nineties transporteert. Ook dat tijdperk ligt ondertussen allang achter ons. Het roept in ieder geval een gezond nostalgisch gevoel van verlangen op. Het verlangen naar ouderwetse festivalzomers.
Scott Hepple and The Sun Band - Ashes to Wildflowers | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Een band als Scott Hepple and the Sun Band heeft het dus wel goed begrepen. Deze uit Newcastle afkomstige psychedelische rockers halen de inspiratie uit de jaren zeventig blues, folk, rock en country. Ze klinken net zo Amerikaans als hun The Rolling Stones, Wishbone Ash en Black Sabbath landgenoten die zich vanaf deze vruchtbare periode steeds meer op de Verenigde Staten gaan richten. Droomdebuut Ashes to Wildflowers verschijnt echter een paar maanden te laat. De festivalzomer ligt reeds achter ons, waardoor Scott Hepple and the Sun Band de komende tijd in het clubcircuit mag warmdraaien om volgend jaar wel die festivalweides te betreden. Een beter voorbeeld voor een hedendaagse festivalband kan ik op dit moment niet noemen. Scott Hepple and the Sun Band ademt dus die zomer van 1991 uit. Lekker luieren in het gras, nieuwsgierig opveren om ademloos dit gevoel te herbeleven en met de terugweg in de trein vol lof over deze veelbelovende band discussiëren en napraten.
Scott Hepple is een hedendaagse langharige hippie. Voor zijn kledingstijl schaamt zelfs een hedendaagse secondhandstore zich en zal deze het aanbod minachtend afwijzen. Het past echter wel helemaal binnen de ideologie, de visie van de niet altijd glaszuiver zingende frontman. Duncan Lloyd en Carl Saff van Maximo Park stoffen oud opnameapparatuur af om dat identieke geluid te creëren. Geen haastklus dus, waarin ze de nodige werkuren stoppen. Verder vervullen bassist Stevie Ziolowski, drummer Tom Waterworth, pianist Charlie Isaac en achtergrondzangeressen Sophie Keith en Jennifer MacDermot een grote rol als The Sun Band in het geheel, maar het is vooral het project van het geestdriftige boegbeeld Scott Hepple, het is namelijk zijn kindje.
Scott Hepple speelt ook het merendeel van de gitaarpartijen in. Die heerlijke warme uitlopen introduceren het lome hypnotiserende bewierookte Letting Go, een fraai psychedelisch klankentapijt over het loslaten van het leven om in een volgende dimensie te belanden. Hij gelooft in reïncarnatie, de dood is slechts een voortzetting van het bestaan. De door drugswalmen gevoede sound verheerlijkt dit beeld, en het sluit allemaal perfect op dat tijdsbeeld aan. Die genuanceerde doodswens legt er een luguber eng donker sfeertje overheen. De gespeelde vrolijkheid overstijgt de angstige ondertoon van de song. Hoeveel idolen die experimenteren met de levensgrenzen zijn hem al voorgegaan. Letting Go is lo-fi rommelig, maar wel van een hoog niveau lo-fi rommelig.
Levensmoe? Zeker niet! De mondharmonica blaast genoeg verse ademlucht in het bezielde Warm Night. Een stevige bluesrocker welke mij nog meer naar die zomerfestivals laat verlangen. In zijn gemeende enthousiasme overschreeuwt Scott Hepple de backing vocals, maar dat geeft niks, ik word hier zo blij van. Er is zelfs ruimte voor een ouderwetse Nobody Else (Is Gonna Do It For You) boogiewoogie swing, uiteindelijk moet je zelf het feestje bouwen. De afgeknepen folky kopstem is het vreemde lelijke eendje binnen de stoere historische Caligula heldentocht. Toch kan de semi akoestische gitaartrack het prima hebben en stoort het eigenlijk voor geen moment. Leisure Cruise heeft daarentegen een zware droge hardrockbasis, stiekem kan ik hier hoofdschuddend net wat meer van genieten.
De ritmische sjamaan Spirit Animal tribal trancedans met luie slide gitaarakkoorden maakt je klaar voor de overtocht naar het folky singer-songwriter Hair of the Dog werkstuk waar die voortreffelijke geblazen mondharmonica passages weer aanwezig zijn. A change is gonna come, nou we zijn wel aan een grootschalige verandering in het droge kale muziekklimaat toe. Een oase aan rust, maar je voelt dat er iets broeierigs gaande is. Zijn we nog niet genoeg verwend? Blijkbaar niet! Het zwaar psychedelische Wildfires verjaagd de goed gehumeurde kampvuur vertellingen naar de achtergrond en legt er een gevaarlijk avontuurlijk wolkendek overheen. Wildfires is sluimerend verstikkend, een tikkeltje gemeen, maar weer een verademing. Ergens in de verte neemt een rockende gitaarsolo het over om het vervolgens harmonieus geniaal af te ronden. Met een big bang groots eindigen.
Scott Hepple begrijpt dus heel goed hoe het allemaal werkt. Chosen is een meer dan waardige afsluiter. Tom Waterworth gaat voor de laatste keer achter zijn drumstel helemaal los, een toegift, een bedankje, daarna is het klaar. Ashes to Wildflowers is een neopsychedelische rockopera, welke zijn oorsprong in de retro jaren zeventig heeft, maar die deze naar de bevlogen nineties transporteert. Ook dat tijdperk ligt ondertussen allang achter ons. Het roept in ieder geval een gezond nostalgisch gevoel van verlangen op. Het verlangen naar ouderwetse festivalzomers.
Scott Hepple and The Sun Band - Ashes to Wildflowers | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Scott Kelly - The Wake (2008)

3,0
0
geplaatst: 4 mei 2012, 00:43 uur
Ik ben op een prettige manier verslaafd geraakt aan Mark Lanegan.
Nog steeds geen behoefte om hiervan af te kicken.
Dus als ergens een link met zijn stemgeluid wordt gelegd, voel ik mijn aders zichzelf meer openen.
Beginnende embolie wordt weg gespoeld door de zee aan van de door drank aangetast verdund bloed.
Een beginnende hoofdpijn zet zich op; gevolgd door duizeligheid omdat de coördinatie in het lichaam ontbreekt.
Ziekelijk verlangen.
Iets in je achterhoofd zegt je dat het onmogelijk zal zijn om enigszins in de buurt van dit unieke stemgeluid te komen.
Echter; Scott Kelly slaagt hier verrassend goed in.
Twee frontmannen met een vergelijkbare achtergrond.
Screaming Trees en Neurosis hebben beide hun oorsprong in 1985.
Dus duidelijk al bestaansrecht voor de hype rond de gitaarbands van begin jaren 90.
Stemmen die een pijnlijk geleefd verleden verraden.
Scott Kelly lijkt zelfs wat dieper te gaan, waardoor het soms net wat te gemaakt over komt.
Bij Mark Lanegan hoor je de nicotine er doorheen, hier meer een verstikkende brandlucht.
De muzikale omlijsting begint wat sober, om vervolgens halverwege Saturn’s Eye helemaal los te gaan.
Dat is ook het moment dat mijn twijfel ingekapseld wordt en een pantser vormt tegen het eerder gevormde oordeel.
Wat is dit een prachtig nummer.
Vanaf dat moment heeft de duisternis in het akoestische spel de overmacht.
The Searcher neigt zelfs naar de gotische fabelachtige sferen van The Mission.
Afsluiter Remember Me heeft die magische begeleiding van Saturn’s Eye weer.
Als de laatste tonen weg ebben ontwaak ik uit de roes.
The Wake is een aangename verrassing.
Het komt bij mij over als een verslag van een geliefde die de laatste levensuren bij zijn stervende partner door brengt.
Verdriet, pijn en verlossing volgen elkaar zijdelings op.
Het zelfde effect als The Lights Will Stay On van The Walkabouts.
Requiem als eerbetoon.
Om vervolgens de mis af te sluiten met The Gravedigger’s Song van de meester Lanegan zelf.
Gewoon om weer even met beide voeten op de grond terecht te komen.
Nog steeds geen behoefte om hiervan af te kicken.
Dus als ergens een link met zijn stemgeluid wordt gelegd, voel ik mijn aders zichzelf meer openen.
Beginnende embolie wordt weg gespoeld door de zee aan van de door drank aangetast verdund bloed.
Een beginnende hoofdpijn zet zich op; gevolgd door duizeligheid omdat de coördinatie in het lichaam ontbreekt.
Ziekelijk verlangen.
Iets in je achterhoofd zegt je dat het onmogelijk zal zijn om enigszins in de buurt van dit unieke stemgeluid te komen.
Echter; Scott Kelly slaagt hier verrassend goed in.
Twee frontmannen met een vergelijkbare achtergrond.
Screaming Trees en Neurosis hebben beide hun oorsprong in 1985.
Dus duidelijk al bestaansrecht voor de hype rond de gitaarbands van begin jaren 90.
Stemmen die een pijnlijk geleefd verleden verraden.
Scott Kelly lijkt zelfs wat dieper te gaan, waardoor het soms net wat te gemaakt over komt.
Bij Mark Lanegan hoor je de nicotine er doorheen, hier meer een verstikkende brandlucht.
De muzikale omlijsting begint wat sober, om vervolgens halverwege Saturn’s Eye helemaal los te gaan.
Dat is ook het moment dat mijn twijfel ingekapseld wordt en een pantser vormt tegen het eerder gevormde oordeel.
Wat is dit een prachtig nummer.
Vanaf dat moment heeft de duisternis in het akoestische spel de overmacht.
The Searcher neigt zelfs naar de gotische fabelachtige sferen van The Mission.
Afsluiter Remember Me heeft die magische begeleiding van Saturn’s Eye weer.
Als de laatste tonen weg ebben ontwaak ik uit de roes.
The Wake is een aangename verrassing.
Het komt bij mij over als een verslag van een geliefde die de laatste levensuren bij zijn stervende partner door brengt.
Verdriet, pijn en verlossing volgen elkaar zijdelings op.
Het zelfde effect als The Lights Will Stay On van The Walkabouts.
Requiem als eerbetoon.
Om vervolgens de mis af te sluiten met The Gravedigger’s Song van de meester Lanegan zelf.
Gewoon om weer even met beide voeten op de grond terecht te komen.
Scott Walker - The Drift (2006)

4,0
1
geplaatst: 22 augustus 2015, 13:11 uur
The sun ain't gonna shine anymore.
Ja, dat geloof je gelijk bij de eerste tonen van The Drift.
Alsof Nick Cave probeert om meer in de hoogte te zingen, en daarbij begeleid wordt door een band als Swans.
Ik weet nog precies wanneer ik dit album hoorde.
We hadden met nog twee andere muziekliefhebbers een gezellige avond, waarbij persoonlijke favorieten voorbij kwamen.
Iemand liet toen Clara horen, en kwam met het lugubere verhaal dat de drumslagen hier werden uitgevoerd op dode dieren.
Of dit waar is, weet ik niet, maar het gaf het lied nog extra kracht, wat eigenlijk niet eens nodig was.
Rond drie uur in de nacht reed ik naar huis, en in een bocht op de snelweg stak plotseling een schijnbaar jong hertje over.
Deze kon ik niet meer ontwijken, en ondanks dat ik deze zeker geraakt had, schrok deze zo, dat het nog lukte om aan de kant te komen.
Een harde klap, en shakend verder naar huis gereden.
Daar bleek de schade aan de auto mee te vallen, een koplamp was gesneuveld, en voor de verzekering was het wel prettig dat er nog dierenharen op het beschadigend deel zaten.
Voor mij wel een reden om het album links te laten liggen, tot vandaag.
En nog steeds vind ik Clara, samen met Frankie Teardrop van Suicide het meest vervreemdende, verdwaasde, lugubere stuk muziek wat ik ooit gehoord heb.
Bij sommige momenten moet ik aan de derde van Portishead denken, maar die is dan nog een stuk toegankelijker te noemen.
En volgens mij wordt het middenstuk van Jolson and Jones gebruikt bij de openingstheme van de serie The Walking Dead.
Dit is Twin Peaks voor gevorderden.
Horror Animal Farm.
Ja, dat geloof je gelijk bij de eerste tonen van The Drift.
Alsof Nick Cave probeert om meer in de hoogte te zingen, en daarbij begeleid wordt door een band als Swans.
Ik weet nog precies wanneer ik dit album hoorde.
We hadden met nog twee andere muziekliefhebbers een gezellige avond, waarbij persoonlijke favorieten voorbij kwamen.
Iemand liet toen Clara horen, en kwam met het lugubere verhaal dat de drumslagen hier werden uitgevoerd op dode dieren.
Of dit waar is, weet ik niet, maar het gaf het lied nog extra kracht, wat eigenlijk niet eens nodig was.
Rond drie uur in de nacht reed ik naar huis, en in een bocht op de snelweg stak plotseling een schijnbaar jong hertje over.
Deze kon ik niet meer ontwijken, en ondanks dat ik deze zeker geraakt had, schrok deze zo, dat het nog lukte om aan de kant te komen.
Een harde klap, en shakend verder naar huis gereden.
Daar bleek de schade aan de auto mee te vallen, een koplamp was gesneuveld, en voor de verzekering was het wel prettig dat er nog dierenharen op het beschadigend deel zaten.
Voor mij wel een reden om het album links te laten liggen, tot vandaag.
En nog steeds vind ik Clara, samen met Frankie Teardrop van Suicide het meest vervreemdende, verdwaasde, lugubere stuk muziek wat ik ooit gehoord heb.
Bij sommige momenten moet ik aan de derde van Portishead denken, maar die is dan nog een stuk toegankelijker te noemen.
En volgens mij wordt het middenstuk van Jolson and Jones gebruikt bij de openingstheme van de serie The Walking Dead.
Dit is Twin Peaks voor gevorderden.
Horror Animal Farm.
Scott Walker - Tilt (1995)

4,0
0
geplaatst: 2 september 2018, 21:57 uur
Ik heb The Drift overleefd, dus durf ik mij ook wel aan deze te wagen.
Het klinkt een stuk toegankelijker, maar is zeker niet voor iedereen weg gelegd.
De klassiek klinkende hoge stem van Scott Walker neemt je mij op reis.
Wat in eerste instantie er uit ziet als een sprookjeslandschap blijkt allemaal een stuk minder rooskleurig.
Zeg maar zoals de sprookjes van Andersen, maar dan zonder de romantisering; waardoor de dood centraal blijft staan.
Farmer In The City is de uitnodiging, aan de hand stap je zijn wereld binnen, maar al snel voel je bij The Cockfighter dat je misbruikt bent; als de dreiging al snel invalt, weet je dat er geen weg terug is.
Dood en verderf, Las Vegas met zijn verslavende gokkasten; het lawaai van rinkelend geld, en op het podium staat de crooner Walker die dit alles heeft veroorzaakt.
Wat volgt is een nachtmerrie, bij The Drift kon je nog vluchten, maar Tilt komt nog heftiger over.
De wendingen zijn nog onverwachter, luguber en donker.
Als een vriendelijk ogende hogepriester van het kwaad leidt hij zijn eigen duistere mis, met massieve kerkdeuren die van binnenuit niet te openen zijn.
Zalvende tussenstukken zijn schijnbedrog, een lokroep om je te hypnotiseren.
Opschudding, de wereld van Scott Walker slaat op Tilt, en na een rust van een aantal jaren zal deze nacht beminnende vampier opnieuw toeslaan met als resultaat The Drift.
Misschien nog het meest vergelijkbaar met het donkere werk van Nico, die net als hij in de jaren 60 nog lief klonk, maar waarbij in de loop der jaren een soortgelijke duistere ontwikkeling doormaakt.
Een stuk moeilijker te verteren dan wat ik verwacht had, maar wel een indrukwekkend geheel.
Het klinkt een stuk toegankelijker, maar is zeker niet voor iedereen weg gelegd.
De klassiek klinkende hoge stem van Scott Walker neemt je mij op reis.
Wat in eerste instantie er uit ziet als een sprookjeslandschap blijkt allemaal een stuk minder rooskleurig.
Zeg maar zoals de sprookjes van Andersen, maar dan zonder de romantisering; waardoor de dood centraal blijft staan.
Farmer In The City is de uitnodiging, aan de hand stap je zijn wereld binnen, maar al snel voel je bij The Cockfighter dat je misbruikt bent; als de dreiging al snel invalt, weet je dat er geen weg terug is.
Dood en verderf, Las Vegas met zijn verslavende gokkasten; het lawaai van rinkelend geld, en op het podium staat de crooner Walker die dit alles heeft veroorzaakt.
Wat volgt is een nachtmerrie, bij The Drift kon je nog vluchten, maar Tilt komt nog heftiger over.
De wendingen zijn nog onverwachter, luguber en donker.
Als een vriendelijk ogende hogepriester van het kwaad leidt hij zijn eigen duistere mis, met massieve kerkdeuren die van binnenuit niet te openen zijn.
Zalvende tussenstukken zijn schijnbedrog, een lokroep om je te hypnotiseren.
Opschudding, de wereld van Scott Walker slaat op Tilt, en na een rust van een aantal jaren zal deze nacht beminnende vampier opnieuw toeslaan met als resultaat The Drift.
Misschien nog het meest vergelijkbaar met het donkere werk van Nico, die net als hij in de jaren 60 nog lief klonk, maar waarbij in de loop der jaren een soortgelijke duistere ontwikkeling doormaakt.
Een stuk moeilijker te verteren dan wat ik verwacht had, maar wel een indrukwekkend geheel.
