MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

!!! - Let It Be Blue (2022)

poster
4,0
Normal People, het saaie voorspelbare leven, hokjes denken, en met Once In A Lifetime amber alert gedachtegang concluderen dat werk, huis en echtgenoot niet binnen het ideale perfecte plaatje passen. Verbittering en in rewind stand vastlopen. De deprimerende folky boosheid in Normal People is oprecht en goudeerlijk. Lefgozer Nic Offer pent hier direct een statement neer. Laat je niet door massahysterie leiden, bewandel je eigen weg en volg niet een uitgetekend patroon. Durf te veranderen, wees (h)eerlijk tegendraads.

Na het verrassend sobere Normal People is het al snel zonnesteek gekte tijd. New Yorkse clubhouse mengt zich met de Latino Un Puente jazzroots van Angelica Garcia, Franse catwalk modemoves, Britse straatvechters bravoure en chemical beat geweld. !!! (chk chk chk) stuitert op groovy baslijnen en zware doorratelende samplers. Crazy Talk bemiddeld de Big Audio Dynamite uitgeleende punkdrive met dance energie. De clubs zijn weer open en algemeen toegankelijk. Steeds een beetje meer, en dat zullen we weten ook!

De oldschool A Little Bit (More) scratchmachine schuurt en laat de hyper jaren negentig ADHD rave cultuur herleven. Dol gebeukt door de snoeiharde beats, de XTC paranoia en het ontstekende macho firestarter hedonisme. Let It Be Blue is zeker niet vernieuwend, maar laat het heet gebakken Duracell batterijen It’s Grey, It’s Grey (It’s Grey) cyberpunk geluid vergiftigend op strandtemperatuur oxideren en gooit er een flinke dosis aan funkend ritmegenot doorheen.

De New Yorkse suburbia voorsteden bruisen en leven weer. Voorzichtig observerend neemt Nic Offer de omgeving in zich op, ondersteboven gelopen door de unfinished sympathy symphony praatraps die in het van Sink Ya Teeth afkomstige Maria Uzors hoofd maar blijven doordraven. Een ontoombare onuitroeibare wervelwind aan emoties welke het beginnende Storm Around the World briesje aanwakkert, en laat ontvlammen. Een ware single kandidaat met een breed scala aan meeslepende jaren tachtig Pet Shop Boys synthpop gewichtigheid en heerlijke diepe soulgolven.

Het beklemmende Here’s What I Need To Know danst de Winter In July koudefronten weg. Een break up song, waarbij de uitroeptekens in de bandnaam door vraagtekens zijn vervangen. De verbale Meah Pace powerinjectie, aan Prince memorerende gospelfunkkoortjes, en lichtelijk gestoorde electroclash dwarsheid doorkruizen het schots en scheve Panama Canal. Net als de grijs verregende hyperactieve This Is Pop 2 postpunk melancholica een jaren tachtig boetekleed, door zure regen en kunstmatige zoetigheid gemarkeerd.

De R.E.M. Man On The Moon klassieker wordt van alle weemoed ontkleedt en net als het doldwaze bordeauxrode nachtclub Let It Be Blue titelstuk tot een ware P-funk discoknaller omgedoopt. Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space. Die verzachtende maanlanding is nog niet ingezet. !!! herschrijft in hun eigen bewoordingen een stukje muziekgeschiedenis en voegt daar een sterk staaltje nonchalant weerspiegelende zonwerende blufpoker aan toe.

!!! - Let It Be Blue | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

( r ) - Titan Arum (2021)

poster
4,0
De Titan Arum is een gigantische grote reuzenaronskelk waar de bloem er als een triomfantelijke kloppende fallus recht boven uitsteekt. Het toppunt van mannelijkheid. Helaas heeft de plant ook als nadeel dat deze een verschrikkelijke stinkende geur verspreidt, alsof er een lijk in een verregaande staat van ontbinding ligt weg te rotten en in inktzwarte pek gedoopte tentakels van het kwaad hulpeloos om zich heen grijpt. Een mooi uitgangspunt voor de excentriek uitziende Fabrizio Modonese Palumbo. Een veelgevraagde Turijnse gitarist die op de meer experimentele werken van Xiu Xiu, Einstürzende Neubauten, Paolo Spaccamonti, Father Murphy en Julia Kent een ondersteunende bijdrage levert.

Het zijn niet de meest toegankelijkste artiesten die nu hier met hun persoonlijke signalement het territorium afbakenen door er een druipend spoor aan muzikale uitwerpsels achter te laten. Titan Arum is de vijfde plaat die de Italiaan onder het alias (r) heeft uitgebracht. In principe een soloproject, maar door de aanwezigheid van eerder genoemde artiesten is het een veelzijdig collectief geworden. Een bijzonder samenspel van een veelvoud aan gelijkgezinde muzikanten, die hun duistere schaduwen werpen over de helse gedachtenkronkels van Fabrizio Modonese Palumbo.

De schoonheid aan de zichtbare oppervlakte welke van binnenuit door kwaadaardige cellen wordt aangetast. Al zal de misselijke ontoegankelijkheid veel potentiele luisteraars weghouden. Laten we uitgaan van een therapeutische muziekbeleving die niet voor iedereen is weggelegd. Zelfs de zwartgallige Leonard Cohen cover Lullaby roept een soort van oer gevoelens op die zijn onder te brengen in de begrippen angst, onwetendheid, lust, machteloosheid en de overige aspecten van de donkere zelfkant. De laatste aardse nacht als het definitieve aftellen is begonnen en de secondes tikken slopend voorbij.

De occulte psychedelica van het huiveringwekkende Botox is volgepompt met onheilspellende field recordings, welke Vanija van het industrial gezelschap NCN CNC CCC ertussen heeft gestopt. De jammerende angstkreet van het Father Murphy duo Freddie Murphy en Chiara Lee die gesmoord worden door een zwerm aan allesvernietigende drones, stoffige kerkorgels en zware luidende doodsklokken. Botox, het verval plamuren en de bloedende littekens verstikken onder een flinke laag camouflageplastic.

Gitarist Jochen Arbeit van Einstürzende Neubauten sluit aan bij de bijna fluisterende gereanimeerde death disco sound van The Side Effects of Self Indulgence, die nog sterker overtuigt in de lekkere dansbare Hard Ton Rmx. De waanzin van Jamie Stewart (Xiu Xiu) openbaart zich in Oblivion waar hemelbestormende beats bevochten worden door kerkelijke Moog paranoia. De poort naar de deprimerende postpunk wereld wordt geopend met het illustratieve voorspel van Vacant Stares en de demonische Zen ervaring The Llama and the Rabbit. Genadeloos worden we een smerige achterkamer binnen gelokt waar de sado machistische discobeats van het verwarrende The Sssophisssticated Sssofa Sssnakesss keihard toeslaan.

Titan Arum is de eeuwig durende strijd tegen het lichamelijke verval, waar de grijsheid van de ouderdom de gerimpelde huid laat scheuren, en hompen taai vlees de breekbare fragiele botten als een afgedankte Red Coat enigszins bescherming bieden. Een kwartier lang pakt Fabrizio Modonese Palumbo zijn momenten door die eenzaamheid van het afsterven te beantwoorden in desperate slide gitaarspel, een ronddolende mellotron en een adembenemend spoken word schouwspel. De hel bevindt zich net om de hoek met een grijnzende Fabrizio Modonese Palumbo als uitnodigende gastheer.

( r ) - Titan Arum | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

10,000 Maniacs - In My Tribe (1987)

poster
4,0
Ik dacht altijd dat dit album nieuwer zou zijn.
10,000 Maniacs passen namelijk prima tussen de Alanis Morrisettes, Cranberries, Mazzy Stars, en Tori Amossen van de jaren 90.
Girlpower Rules!
Maar 10,000 Maniacs is net als Cowboy Junkies een stukje ouder.
De invloeden die ik terug hoor bij In My Tribe zitten denk ik meer in de hoek van Stevie Nicks.
Niet Patti Smith of Blondie is de oermoeder van de rockmuziek, maar ik denk dat de zangeres van Fleetwood Mac niet onderschat mag worden.
Natuurlijk heeft Natalie Merchant een eigen geluid, maar een soortgelijke sensualiteit als Nicks hoor je terug.
Toch gaat mijn voorkeur meer uit naar het Unplugged album, en het zwaar onderschatte Our Time in Eden, welke wel moest concurreren met de opkomende genoemde dames uit de jaren 90.

16 Horsepower - Low Estate (1997)

poster
5,0
Ik heb dit album altijd op het eerste werk van The Waterboys vinden lijken. Als ze ervoor gekozen hadden om de country kant op te gaan, dan hadden ze zo geklonken. Helaas gingen ze de Folk kant op.
Gelukkig was daar opeens halverwege de jaren 90 Sixteen Horsepower.
De perfecte combinatie tussen Country, Roots en Rock. Live zeker een sensatie.
Low Estate dan ook gekocht vanwege de geweldige live versie van For Heaven’s Sake in de Effenaar in Eindhoven die op de cd single van Coal Black Horses staat. De studio versie is helaas een stuk minder spannend. Als dit hele album als live album uit gevoerd zou worden, dan was dit een 5 sterren album geweest.
David Eugene Edwards vraagt dan namelijk het uiterste van zichzelf. En ik ervaarde het dan ook als een soort van rituele duiveluitdrijving. Het assortiment van instrumenten waarvan gebruik wordt gemaakt is meer dan indrukwekkend te noemen.
Verdere hoogtepunten zijn wel de opener Brimstone rock ( die dus ook beter klinkt op de cd single), en het slepende Low Estate.
De cover van Leonard Cohens The Partisan had voor mij achterwege mogen blijven.

16 Horsepower - Secret South (2000)

poster
4,0
Het geheime Zuiden.
Dorpjes zonder internet en televisie.
Telefoonverkeer bestaat er niet.
De enige transport is met paard en wagen.
Zanger David Eugene Edwards is in zijn thuisland tevens sheriff.
Zo’n beeld heb ik voor ogen.
Alsof de tijd daar honderd jaar heeft stil gestaan.
Geen binding met het heden.

Bij Wayfaring Stranger denk ik aan geketende gevangenen.
Werkend aan onaangelegde spoorwegen.
Ongeschoren en verbrand gelaat.
Gravend met gebroken ruggen.
Niet het Wilden Westen van Italiaan Ennio Morricone.
Ondanks de geweldige soundtracks.
Het Denver van Sixteen Horsepower.

De violen in Cinder Alley staan symbool voor Ierland.
Het vermaak tijdens de lange overtocht.
Whisky en gedans om het thuisfront te vergeten.
Immigranten op weg naar het Beloofde Land.
Hopend op een beter toekomstperspectief.

De voordracht van Dave Eugene Edwards is zekerder.
Demonen van Low Estate zijn overwonnen.
Het spannende en gejaagde is verdwenen.
Gekozen voor een veelzijdiger breder geluid.
Tradities en Roots blijven gehandhaafd.
Genoeg te genieten.

Helaas bestaan ze niet meer.
Gelukkig ooit live mogen aanschouwen.
Bedrevenheid van Sixteen Horsepower.
Eenmaal American Wheeze van Sackcloth 'N' Ashes ervaren.
Gespeeld op een Chemnitzer Concertina.
Een soort van trekzak.
En ik was verkocht.

3 Doors Down - The Better Life (2000)

poster
2,5
3 Doors Down was voor mij zo’n bandje met een prima single, maar welke je achteraf niet zo bijzonder zou vinden.
Vergelijkbaar met 4 Non Blondes, Creed en Nickelback
Kryptonite was de geslaagde single, Here Without You de draak.
Net zoals de superhelden in de clip artiesten die al snel vergeten zouden worden, zelfs niet eens echt naamsbekendheid zouden opbouwen.
Toch hoorde ik laats Kryptonite weer eens, en het viel mij op dat de radio harder gezet werd en het van begin tot einde werd meegezongen.
Na ruim 10 jaar vastgezeten te hebben in de roestende jukebox, viel het kwartje nu wel.
The Better Life heeft raakvlakken met de grunge, en het wat commerciëlere geluid van Paradise Lost, en inderdaad, ze zijn minder dan de bekende grootheden.
Toch laat het gitaarspel een mooi verfrissend geluid horen, zonder dat er teveel gejat wordt van andere bands.
Hier hoor je 3 Doors Down wel degelijk met spelplezier, de opvolgers zijn helaas wel meer van een Nickelback nivo.

50 Foot Wave - Black Pearl (2022)

poster
4,0
Amper vijftien jaar oud sluiten twee stiefzusters een idealistisch muzikaal verbond. We laten ons niet misleiden door de buitenwereld maar volgen ons eigen instinct en beginnen een rockband. Niet wetende dat Kristin Hersh en Tanya Donelly met Throwing Muses zullen uitgroeien tot toch wel een van de smaakmakende indierock bands uit de jaren negentig. Tanya Donelly verlaat Throwing Muses om vervolgens bij The Breeders aan de slag te gaan en speelt een voorname rol in het tevens succesvolle Belly. Kristin Hersh gaat verder met Throwing Muses, scoort een monsterhit met Michael Stipe van R.E.M. (Your Ghost) en start een indrukwekkende solocarrière.

Kristin Hersh, met haar ontroerende stemgeluid, engeltjesfluweel zacht dromerig, verbitterend treurig, maar ook vlijmscherp kattig. Met 50 Foot Wave keert ze terug naar die basis, het jeugdige gevoel van het in een band willen spelen. Relatief onbekend, waardoor ze vrijwel anoniem dat rebels idealisme in haar sound terugbrengt. Minder indierock gericht, maar stevig tegen het fatalisme van de grunge schurende. In 2005 brengt Kristin Hersh samen met de tevens in Throwing Muses dubbellerende bassist Bernard Georges en drummer Rob Ahlers het powerrockalbum Golden Ocean uit. Ondanks dat er in de komende jaren verschillende EP’s en live opnames verschijnen is Black Pearl na zeventien jaar pas de waardige opvolger van het debuut.

Gevaarlijk bezeten laat 50 Foot Wave met het energievretende zuigende Staring Into the Sun van zich horen, randje explosief. De zinloze verveling met een maniakaal Natural Born Killers sfeertje. Luguber, donker grimmig. En misschien past Black Pearl ook gewoon het beste in dat tijdsbeeld. De grunge delft na de dood van Kurt Cobain zijn graf. Totale zonsverduistering waarachter de naargeestige sound van Soundgarden zich schuil houdt. Het is een lege hiaat in het leven van Kristin Hersh, die op dat moment zelf met de sterrendom status heeft te dealen.

Een ijzingwekkende opener, waarbij de zangeres nogmaals bewijst dat ze niet afgeschreven en uitgerangeerd is. Sterker nog, totaal uit de bocht crashend zet ze hier vitaal krachtig een statement neer. Het rockleven eindigt niet boven de vijftig. De levensjaren eisen dan wel hun tol op, de rimpels worden zichtbare scheuren, de impact is heftiger en doorleefder dan ooit daarvoor. Pure rauwe slijtageranden en persoonlijke diepgang, Kristin Hersh in bloedvorm.

Door haar bipolaire stoornis heeft het therapeutisch van zich afschrijven een opluchtende zorgvraag beantwoordende werking. Manische hysterie en zwartgallige depressies wisselen elkander af. Er is op Black Pearl geen sprake van evenwichtigheid, geen sprake van zielsrust, geen sprake van normalisatie maar juist van abstract afwijkende complexiteit. Het is voor een buitenstaander al een onmogelijke opgave om zich in die gehandicapte gedachtegang en grillige Kristin Hersh karaktertrekken te verplaatsen. Hoe lastig moet het dan wel niet voor haar zelf zijn, alle houvast en zekerheden van het leven missende.

De demonische inleidende tribaldance van het verwarrende Broken Sugar komt misschien nog wel het dichtste bij die kern in de buurt. Hoe speelt ze het telkens weer klaar om het podium te betreden, de veilige oververhitte warmte van de leegzuigende Blush geborgen thuissituatie achterlatende. Elk optreden is een onoverwinbare lijdensweg, een stukje doodgaan. De kwelling en de verslavende roeping, in disbalans functionerend. Double Barrel, op de eenzaamheid proostend in een verlaten hotelkamer de angst verzuipen. Verdrinken in het drinken.

Hog Child, nog inktzwarter, nog pekstroperiger. Een neergaande tranendal aan kermende creperende gitaarakkoorden. Het magnetische spanningsveld trekt je dieper de diepte in. Zwaar suïcidaal, uitzichtloosheid en met het heimelijke verlangen naar de dood gemarkeerd. Soms vergeet je dat Kristin Hersh ook meesterlijk gitaar kan spelen. Wat voegt ze toch de nodige diepgang toe, de pijn jankt zich vanuit het instrument een vluchtweg naar buiten. Het onbeantwoorde Fly Down South liefdesdrama is een spervuur aan losgeslagen roekeloze emoties. Gepassioneerde ronkende motorrock met gemeende gedreven vurigheid, eindigend in een uitputtende adempauze en wegzwevende instrumentale Black Pearl titelstuk psychedelica. Black Pearl is een griezelige goede plaat, spokend griezelig zelfs.

50 Foot Wave - Black Pearl | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

61 Cygni - Binaural Beatings (2003)

poster
2,5
Dankzij Reptile 71 kennis gemaakt met deze duidelijk Engels klinkende band uit Amerika.

Het eerste nummer Medication Nation klinkt zelfs als Courtney Love van Hole die op de Shoegazerstour gaat, maar toch ook wel The Cure tijdens Wish.
Vervolgens Annie Lennox achtige zang in Thanks for Nothing op weer een zweverig geluidstapijt, ook hoor ik hier het geluid van Medicine in terug.
Evil Mindgames klinkt wat dreigender, en neigt zelfs naar The Gathering qua zang.
The One opent heerlijk, lekker alsof je op het strand de golven hoort, klinkt allemaal wat luchtiger, en de zang klinkt nu weer als Patti Smith meets Stevie Nicks.
Met Books Of Secrets en Lost gaat het geluid weer richting Annie Lennox en zoals Paul al vermeldde naar Cocteau Twins.
Prayer heeft zelfs wat weg van Alice In Chains album Jar Of Flies, eigenlijk het meest dreigende nummer, maar dat hoor je pas naar een paar keer draaien. Voor mij wel het hoogtepunt van dit album.
Het begin van Run lijkt op Vienna van Ultravox, maar gaat weer de dromerige kant op, het gitaarwerk lijkt wel veel op dat van Robert Smith.
Cygnus klinkt een beetje als de electronische variant van het intro van A Forest van The Cure.
In Sacrifice Through a Living Suicide hoor je weer heel duidelijk de invloeden van Annie Lennox.


Deze band past inderdaad prima op het 4AD label; en had dus ook zo mee kunnen werken aan de This Mortal Coil projecten.

Ásgeir - Time on My Hands (2022)

poster
4,0
Retro sfeercollages, onaardse verstilling en prachtige rondcirculerende New Age droompakketlijnen. Met de Time on My Hands titeltrack van zijn vierde album legt de IJslandse Ásgeir Trausti de nadruk op de sobere guurheid, en bedekt deze met vergelijkbare Daniel Lanois jaren tachtig herfstkleuren. Time on My Hands is geen blauwdruk van zijn eerdere werk, hij strijkt met verfijnde penselen een nieuw muzikaal landschap, waarmee hij ook buiten de landsgrenzen kleurt. Zijn keuze valt in eerste instantie op een Engelstalige plaat, al is het niet geheel ondenkbaar dat hij ons vervolgens nog op het traditionele IJslandse geluid trakteert zoals hij dat al eerder bij eindejaar lijst topper In The Silence (Dýrð í Dauðaþögn) en Bury the Moon (Sátt) gedaan heeft.

Mooie dierbare herinneringen vervagen in het krachtig heroïsche Giantess. De Time on My Hands track handelt over zijn jeugdjaren als paragnostische autodidacte handlezers hem verzekeren dat zijn levensloop maar van korte duur zal zijn. Tienerangsten die hem erop aanzetten om het maximale uit zijn bestaan te halen. Die spirituele somberheid koppelt het gedocumenteerde verleden aan het beschrijvende heden, slechts overstemd door die hoog hemelse klaagstem van Ásgeir Trausti. De orkestrale treurblazers nemen het een beetje onwennig over, en spreiden er voorzichtig een zacht overwinnaarstintje overheen. En als de tijd voorbij snelt, wil je daaruit het maximale genot, maximale bezinning en het maximale deelvermogen halen. De IJslandse muzikant schenkt ons weer een prachtig tiental aan schetsmomenten, persoonlijk, eerlijk en ontroerend.

Met de scherpere experimentele Snowblind single begeeft Ásgeir zich op donker glad ijs. Zelden heeft hij zo openlijk de grenzen van de discosound opgezocht. Snowblind staat voor de zoektocht naar het hoger gelegen geluk. Het eeuwige Noorderlichtgevoel geeft ook nu zijn songs een verlichtende glans mee. Het eindeloze lange proces van griezelige verlate spookhuisdiscotheken is uiteindelijk afgesloten. De herkenbare kwetsbare kopstem is het evenbeeld van die gedeelde eenzaamheid. Ásgeir als leidend dan wel lijdend medium. De vocale veelzijdigheid in Blue springt van diepblauw laag naar lichtgewicht hoog en plaatst de singer-songwriter nogmaals in die befaamde buitencategorie zangers.

Reanimerende masserende beats en Vibrating Walls verdringen de regerende schaduwen. Opgepoetste dansvloeren en de twijfelende onwennigheid deformeert zich langzaamaan weer tot een gemiste zekerheid. Het grenzeloze internet als anoniem communicatiemiddel. Maar als men de overbevolkte straten opnieuw bewandeld blijkt het dat die eerlijke spontaniteit is vervangen door Limitless terughoudendheid. Ondanks dat zijn reisbestemming een ander einddoel aangeeft, navigeert de insomnia bries van het verdovend zalvende Borderland slaapliedje Ásgeirs gedachtes terug naar huis. Het heimelijke vaderland verlangen van een rondtrekkende troubadour. Roffelende ritmes en voorzichtig geplaatste elektrobeats verbreden hierbij het speelveld, al blijft het allemaal pluchezacht en van lieflijke schoonheden voorzien.

Volledig op zichzelf aangewezen ondergaat Ásgeir de pandemieperiode. Het contactgemis geeft hem in Like I Am de mogelijkheid om zichzelf te herontdekken en te concluderen dat deze verspilde tijd hem alleen maar sterker en zelfverzekerder maakt. De aarde breekt open en vanuit die pijnlijke verwrongen littekens ontplooit zich een nieuwe voedzame wereld. Ook hier sluit de zwevende New Age een bindende werkovereenkomst met de aardse folk aan. Waiting Room is de keerzijde, het intieme verlies waar je ook mee moet dealen. Tegenpolen die afstoten en aantrekken en welke uiteindelijk die persoonlijke groei bepalen.

Ásgeir - Time on My Hands | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Équipe de Foot - Geranium (2022)

poster
4,0
Geraniums zijn niet sexy, hip of modern. Geraniums staan voor uitgerangeerd, nutteloos en een leegte die ontstaat als je in de maatschappij niet meer meetelt. Langzaam wegteren in vergetelheid, verscholen achter de flora en fauna van een gepasseerd bestaan. Het uit Bordeaux afkomstige Équipe de Foot heeft niks met voetballen te maken, al poseren Alexandre Cabanac en Michaël Martin tijdens fotosessies wel vaak in het tenue van Les Bleus.

Geranium is minder kaal destructief en minder primair lo-fi noise als de Marilou en Chantal zusters en teert niet zo sterk meer op het schreeuwerige overstuurde grunge punk geluid. De klassieke pianobasis van An Empty Space Is Not Filled With Air intrigeert, inspireert en weet die zuigende sluimering in transparante industrial om te smeden. An Empty Space Is Not Filled With Air verwelkomt het geweten, de stille getuige welke een benauwende nevelsfeer oproept. Het camouflerend rookgordijn met mistige vragen en laaghangende schaduwantwoorden. Het psychedelische griezelig profetische 15 Octobre kondigt het einde der dagen aan, de Apocalyps.

Cosy Nothing, Moving Coffin, bijrijder van het tijdsbesef. Een onbetrouwbare gids, voorgeprogrammeerd als een ingestelde TomTom navigatiesysteem. De verlenging van de toekomst staat vast in een uitgestippelde reisplanning, met de sober gefloten onschuld van retro jaren zeventig bevliegingen. Puur en naïef als een breekbaar kinderhartje. De overgang naar het heldhaftige emocore krijgersspel, inclusief fucked up punktribals en zenuwslopende gitaar golven die in staaljagersgang crashend te pletter vallen. Episch groot uitwaaiend in SLVOTE, de opruiende Teenage Kicks cyberpunk van Think, Blink, Breathe, Blink, Speak, Blink, Breathe. Lome plakkerige Quatre -Vingt-Quatorze depressies spelen met hardzachte uitgekookte passages, en herplaatsen zich in de gewelddadige ronkende gitaarescalaties uit de jaren negentig.

A Silly Seal, Asleep, Rolling Down a Hill, een niet grappige killing joke. De ernst van het leven, de triestheid van het bestaan gesnoerd in een strak getrokken swingende muzikale rollade. Verslavende druggy Drunk at Best alcohol escapisme, de zondagochtend katerachtige Love, Beers, and a Queen Size Bed druilerigheid. Melancholy Eyes, het observerende uitschot, het gepijnigd vermaak van uitkrijsende instrumenten. Producer Johannes Buff heeft in het verleden al met Sonic Youth kopstukken Thurston Moore en Lee Ranaldo gewerkt, en perfectioneert hier de gedachtegang van het eigenzinnige Franse duo.

Ook Équipe de Foot probeert het ontrafelende geheim van de oor suizende wall of sound te doorbreken, openbreken, een doorgangsdeur te beitelen welke de nooduitgang naar de harmonie tussen de schoonheid van herrie en de duisternis van de popkant vormt. Geranium verlangt naar vroeger, de veilige vrijheid. Laten we als uitgangspunt het jaar 1994 nemen, de Britpop, triphop en vooral de Amerikaanse gitaarrock. Geranium voelt als na een lange afwezigheid het ouderlijke huis opruimen, maar is tevens de angst van het loslaten, de onzekerheid en het huidige gedeelde wereldverdriet.

Équipe de Foot - Geranium | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

ĠENN - Unum (2023)

poster
4,0
Malta is een ideale vakantiebestemming, met eeuwenoude tempels en een heerlijke zomerse temperatuur. Maar voor muzikanten heeft het weinig te bieden. Begrijpelijk dat een band als ĠENN naar Bristol uitwijkt, in de hoop dat hun muziek daar wel aanslaat. Ze laten hun Cryptic Street verleden met debuutplaat Titty Monster achter zich en herdopen zich dus tot ĠENN. Verder verandert er behalve de inmenging van drummer Sofia Rosa Cooper in principe niet zoveel, het is hooguit net wat gestroomlijnder en minder hardrock gericht dan de Liminal EP. Leona Farrugia legt meer de nadruk op haar vrouwelijke zangpartijen. Het traumatisch van zich afschreeuwen heeft ze niet nodig om haar overtuiging in de songs te leggen. Oh ja, en niet vergeten, ze nemen een forse bagage aan mediterrane volkse cultuurbeleving uit het thuisland mee. ĠENN staat letterlijk in het Maltees voor genot, en dat genot is absoluut op de unieke Unum eenheid van toepassing. Doordat ze zelf de regie in handen houden straalt het album zeer die live belevenis uit. Onder de eigen Liminal Collective platenlabel vlag brengen ze de plaat op de markt.

Deze exotische aanpak overheerst in het speelse Oosterse Rohmeresse, waarin tevens een stukje traditionele fado zang te horen is. Deze van de Franse new wave-regisseur Éric Rohmer geleende titel staat in de dagelijkse verlokkingen van het leven centraal. Met de echo’s op de gitaren krijgt de postpunk een surfrock glans mee en waan je jezelf in de kleurrijke jaren tachtig. De verhalende manische gedachtegang van Leona Farrugia wordt door het I Wanna Stay In All Day, I Wanna Sleep In All Day, All Day! refrein getemperd. Het is beter om jezelf niet voorbij te lopen, al verlangt de fast lane maatschappij wel het tegenovergestelde van je. De hysterische It All Loped Ahead Of Me uitbarsting is de mentale zenuwinzinking als alles boven het hoofd groeit. De erfenis van het egocentrisme, de vreemdelingenproblematiek, de Brexit en de pandemie ellende. Ondanks de boosheid in de maatschappelijke teksten is ĠENN zeker geen boos feministisch damescollectief. Deze onvrede wordt op het sociale vlak veel breder gedragen. Rohmeresse verschijnt al een jaar geleden op single en is daardoor letterlijk de aftrap van Unum.

Na een stilte van een half jaar komt vervolgens de paniekerige fragiele A Reprise (That Girl) shoegazer leegte op plaat uit. De zelfverzekerde Leanne Zammit remt met haar bas het enthousiasme van de Britse percussioniste Sofia Rosa Cooper af. Met haar spokende ska gitaar van Janelle Borg krijgt het een multiculturele The Clash injectie. Leona Farrugia stoeit met kwetsbare triphop zangpartijen om vervolgens stevig tegen de grunge noise stroom in te gaan. Hier komen alle kwaliteiten samen, de groeispurt van die zes tussenliggende maanden werpt hun verrotte losgeweekte vruchten af. Het dromerige jazzy ritmische Days and Nights volgt al snel. Doordat Leona Farrugia hier haar melodieuze Siouxsie Sioux hypnosekant opwekt ligt deze meer in de lijn van Rohmeresse, al zorgen de vrouwelijke kwelgeesten grunts voor een naargeestig exorcisme sfeertje. Het beangstigende verwaaide The Cure bos met de starende gezichten is dichterbij dan ooit. Ben je dan nog niet overtuigt dan moet de wanhopige zoekende Calypso freejazz swing daar wel verandering in brengen. Het is mooi hoe ze saxofonist Oli Genn-Bash in de spotlights plaatsen, en dat hij het verschil mag maken. De vier singles zijn in ieder geval een fraaie introductie tot het volwaardige Unum.

Het opgefokte A Muse (In Limbo) bezit een laag gestemde mysterieuze nu-metal zwaarte. Malta is hoe dan ook minder gevoelig voor de wereldwijde hypes en sprokkelt gewoon het beste van de rocktradities uit de afgelopen vijftig jaar bij elkaar. Met de complexe freakende mathrock ritmes eist Sofia Rosa Cooper de aandacht van Heloise op. Leona Farrugia stelt zich hierin als een volleerde blueszangeres op, wat bezit die zangeres toch een breed assortiment aan stemlagen. Dan opent de dansbare Le Saut du Pigeon punknoise weer een ander deurtje van de schizofrene meerdere persoonlijkheden van ĠENN. Al ben ik blij dat ze geen gedragstherapeut op deze sound loslaten. Apparition No.7 metselt de nodige droomstapelmelodieën op elkaar om in een sterk fundament te eindigen. De luchtige Wild West jamsessie staat voor de verharde maatschappij waarbij de overstuurde saxofoon van Oli Genn-Bash voor een sterk staaltje aan moedige tegenspraak zorgt.

Het introverte The Sister Of heeft het poëtische van doemdenker Anne Clark. Zachtaardige tiener zolderkamer romantiek achter beslagen verregende ramen. Soms verlang je gewoon terug naar die tussenperiode in je leven waar volwassenheid wenkt, maar waar je achteraf gezien daar nog niet klaar voor bent. Het woest duistere The Merchant Of is zo onvoorspelbaar als het Britse klimaat, ondanks dat de zoetzachte vocale kant van Leona Farrugia die hier het verschil maakt, blijkt weer eens dat Oli Genn-Bash de onmisbare kracht is. Gun die saxofonist een basisopstelling in het geheel. Door het improviserende concertgevoel ontbreekt de strakke eindregie om van een meesterwerk te spreken, maar wat levert ĠENN hier een indrukwekkende plaat af.

ĠENN - Unum | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

ØXN - Cyrm (2023)

poster
5,0
Met de folkdoom drones van Go Dig My Grave leveren de neofolkers van Lankum in januari een schitterende ruim acht minuten durende single af, later dit jaar gevolgd door de net zo fraaie False Lankum album release. De band groeit in aanzien, kleine zaaltjes veranderen in grote podiums en Lankum overstijgt de moordende concurrentie. Totdat eind september de Cruel Mother single van ØXN verschijnt. Nog langer, nog dreigender en ook weer met de prachtige oh zo herkenbare stem van Radie Peat. Niet vreemd trouwens, ook hier is het John ‘Spud’ Murphy die als producer die duistere kille Ierse sfeer oproept, sterker nog als multi-instrumentalist reikt zijn aandeel hier nog stukken verder en mag hij zich terecht bandlid noemen.

John Murphy die eerder al met het rebelse Cavalcade van black midi naam maakt en het hier amper opgepakte Percolator van hun mix van shoegazer, noise en krautrock voorziet. Het is zijn kindje waarin ook drummer Eleanor Myler een prominente rol vervuld. Hij is tevens de ontdekker van vocalist, gitarist en toetsenist Katie Kim, waarmee hij in 2008 al haar debuutalbum Twelve opneemt. ØXN is dus een hedendaagse supergroep met twee voortreffelijke weergaloze goede zangeressen, al is het net als bij Lankum toch wel Radie Peat die haar stempel op eindlijstjesmateriaal Cyrm drukt. De vrouwelijke kracht wordt echter netjes eerlijk verdeeld gedragen, Katie Kim bezit net zo goed het vermogen om een hele plaat te boeien. En als de opnameplek dan ook nog eens de Hellfire Studios draagt, weet je al wat je kan verwachten. Dit beloven geen vrolijke 45 minuten te worden.

ØXN gaat net als Lankum de typerende Ierse taboes niet uit de weg. Het heftige gedragen Keltische Cruel Mother is het schrijnende verslag van een moeder die haar net geboren tweeling vermoord, omdat deze uit een buitenechtelijke relatie met een getrouwde man voortkomt. Om het nog luguberder te maken eist ze zichzelf een aantal jaren later twee spelende kinderen toe. Een naargeestig sprookje met een griezelige wending. Met haar nasale stoer stemgeluid hoort Radie Peat tot de mooiste vrouwenstemmen van dit moment. Het is haar vorig jaar verworven moederschap die zoveel verbitterende inlevingskracht aan Cruel Mother toevoegt. Cruel Mother is folk next level, waar elektronica het traditionele werkveld betreedt. Subtiele doodse donderslagen en vintage jaren tachtig postpunk in de vorm van moerasdonkere gitaarakkoorden. Opwindende tempoversnellingen en de serene rust die de song uitluidt, en dit is slechts het begin.

Het oude Ierland met de groene voorjaarsbomen. Kolossale natuurlijke monumenten die tot de toppen van de hemel reiken, en elk jaar verder doorgroeien. The Trees They Do Grow High is de teloorgang van de liefde en de daaropvolgende dood. De jeugdigheid voor eeuwig vastgelegd. Het bos bewaakt het graf van een jongeling, gestorven voordat deze daadwerkelijk ontwaakt en van het leven proeft. De somberheid van de piano kleurt de dwarrelende bladeren herfstbruin. De kromgetrokken cello, gebukt onder de levensjaren. Het marcherende ritme, als hoogstaande begraafplaats bezoekers. De treurviolen in dirigerende setting en Katie Kim in een klassieke vertellende rol. Hoe mooi wil je het hebben, nou zo mooi dus.

De traditionele Love Henry murder ballad heeft exact dezelfde oorsprong en lyrics als het Henry Lee liefdesdrama van Nick Cave. Is het daar het relationele spanningsveld tussen de voormalige geliefdes Nick Cave en P.J. Harvey die elkaar in de song, maar ook privé in drugs en liefde kwijtraken. Hier is het de wenende weduwe die je in alle eenzaamheid haar daad toezingt. ØXN voegt een loodzware dimensie aan de track toe, en geeft Love Henry een behandeling welke nog het beste met Lankums versie van The Wild Rover van de The Livelong Day plaat te vergelijken is. Van sommige nummers moet je afblijven, tenzij je Radie Peat in de gelederen hebt. Zelden klinkt haat zo intens, zelden krijgt berouw zoveel begrip en sympathie toegediend.

De laatste heldentocht over het water. Het ketterse The Feast begeleidt een geliefde naar het hiernamaals. Een mythische bijna heidense vertolking van het afscheid. Ook hier is de invloed van gevoelsmens Nick Cave tastbaar. The Feast is geen eeuwenoude sage, maar juist lichtjes op zijn And The Ass Saw The Angel roman geïnspireerd. Deze vertelling komt in gekortwiekte geest verschijnende spookvorm in 2012 al op het Cover & Flood album van Katie Kim terecht. De Cyrm versie elimineert de dromerige zuchtmeisje romantiek, totdat er alleen maar kaalheid overblijft. Vanuit die basis kruipen angstaanjagende wezens uit hun schuilplaatsen en nemen de song in beslag. We vieren de dood, het leven is slechts een fractie van de eeuwigheid.

De The Wife of Michael Cleary Maija Sofia cover met zijn verstillende Joy Division Atmosphere baslijnen. De jacht en de rituele crime passionnel moord. Het ligt allemaal zo dicht bij elkaar. Als Radie Peat begint te zingen geloof je in haar onschuld, al moet het hoofdpersonage deze met de dood bekopen. Het moedershart met het beschermende instinct welke alles in werking stelt om haar kinderen te beschermen. Ook hier maakt de zangeres dankbaar van haar eigen huidige situatie gebruik of juist slim misbruik. Ze offert zichzelf op nadat ze eerst de demonen en nare dromen verjaagd. Ze wiegt haar nageslacht geruststellend in slaap waarna ze strijdend ten onder gaat.

Farmer In The City is de beangstigende onder de huid kruipende Scott Walker erfenis en is de openingstrack van zijn meesterwerk Tilt. ØXN geeft de beklemmende theatrale ‘opera’ uitvoering van Scott Walker over de gruwelijke moord op Pier Paolo Pasolini een nieuwe ziel, een nieuw geweten mee. Ook hierbij geldt de stelling dat je in principe met je vingers van een meesterwerk moet afblijven, tenzij je er iets van een overstijgende eigenheid en emotie aan toevoegt.

De elektro gothic folkversie van ØXN is grimmig, noisy ook en geeft een eigen impact aan het geheel. Het onbegrip, de ingehouden woede, de neerslachtigheid en de terugkerende nachtmerries. Dit alles zit in de stem van kille ijskoningin Katie Kim verborgen. Scott Walker zal vanuit zijn troon hierboven tevreden toekijken. Farmer In The City is de genadeslag welke Cyrm uit het lijden verlost. Wat een belevenis! De Hellfire Studio sluit zijn deuren, het is klaar. Een magische plaat? Dan eerder een zwarte magie plaat, maar net zo indrukwekkend.

ØXN - Cyrm | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Σtella - Up and Away (2022)

poster
3,5
Er hangt altijd al een vlaag van mystiek over Griekenland heen. De oudtijdse filosofie met vooruitdenkers als Socrates, Plato en Aristoteles, de prachtige antieke beeldhouwkunst, de openlucht theaters en de rijkelijk gevulde musea. Tegenwoordig heeft Griekenland nog maar weinig culturele waarde en is het vooral een zeer geliefd toeristenland. Na de zegetocht van het progressieve Aphrodite’s Child in de jaren zeventig blijft het op muzikaal vlak behoorlijk stil aan het oostelijke deel van de Middellandse zee.

Niet dat Σtella daar veel verandering in brengt, maar de uit Athene afkomstige Stella Chronopoulou mengt haar geschiedkundige verleden in een vleugje zomerse jaren tachtig romantiek. Geïnspireerd door de muziekverzameling van haar ouders, waar tussen het overschot van traditionele Griekse volksmuziek uit de jaren zestig en een veelvoud aan bouzouki snaarinstrument albums misschien wel een verdwaalde stoffige Sade plaat ligt. Σtella heeft namelijk exact diezelfde zwoel exotische soulvoordracht, onbewust gekleurd door de twinkelende hedendaagse indiesound en het historische besef van haar thuisfront. De sprankeling in Charmed heeft dat speelse van de verknipte new wave Tom Tom Club sensatie. Lief, speels met uitdagende hooks en droogzanderige drumslagen.

De Londense Tom Calvert (Redinho) is spaarzaam in zijn werkzaamheden als producer, de klik tussen hem en Stella Chronopoulou was er echter gelijk al vanaf de eerste kennismaking aanwezig. Als toevallige vakantiepassant is Tom getuige van Stella’s optreden, en deze toevallige ontmoeting leidt tot een vruchtbare voortzetting van twee zielen die praktisch dezelfde gedachtegang delen. De vierde Σtella plaat Up and Away is het bevredigende gevolg van deze samenwerking. Christos Skondras is de aanvullende drijvende kracht in een vijftal tracks, heeft als geschoold bouzouki speler de nodige praktijkervaring en brengt dat kinderlijke verlangen weer terug. Hij freakt er op los in het hypnotiserende instrumentale Manéros. Een ware dancesensatie, ritmisch kloppend en perfect tot het kookpunt in balans gebracht.

De eenvoud van effectiviteit, met het Up and Away titelstuk als treffend voorbeeld. Simpele door de bas aangestuurde opzwepende beats, herhalende keyboardtoetsenwerk en de sensualiteit van een opjagende Σtella die voor de verandering op minnaarsstrooptocht gaat. De saamhorigheid van het ultieme vakantiegevoel, zingend, feestend de straten van Athene onveilig makend. De keerzijde van die losbandigheid, druipt in genotssappen door het verslavend wulpsverleidende Another Nation heen. Het berustende Nomad is ook alles behalve vredelievend. Een zwerftocht door verstikkende jeugdtrauma’s, los zand vastigheid en inpalmend fata morgana bedrog. De gitaar spreekt, de emoties zwijgen over de ware toedracht.

Up and Away is dan wel Σtella’s verleden, het staat gelijk aan onze zomers uit vroegere vervlogen tijden, inclusief vluchtige romances en verdovend stimulerende Ouzo drankjes. Het Griekland van Σtella is ook het heden, de vluchtelingendrama’s met als triest dieptepunt de shockerende foto van een overleden jonge peuter. Het vrolijk gefloten Titanic, het reisverslag van de onwetendheid, gezien door onschuldige kinderogen. In a bottle we all fell, de SOS hulpvraag, de nachtmerrie die een profetische Sting al nachten wakker hield tijdens het Message in a Bottle schrijfproces, pijnlijk beantwoord in het onverschillig deprimerende Who Cares. Gemeende vaderlandsliefdes, hopeloze vakantieliefdes, en de liefde voor een betere wereld. Σtella geeft ze in Up and Away allemaal woonruimte en geborgenheid.

Σtella - Up and Away | Pop | Written in Music - writteninmusic.com