MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Dan Deacon - Mystic Familiar (2020)

poster
3,5
Electronica wizzkid Dan Deacon maakt na verschillende artistieke uitstapjes nu een behoorlijke toegankelijke plaat. Mystic Familiar is voor zijn begrippen een publieksvriendelijk geheel geworden, die voldoet aan zijn aan persoonlijke maatstaven met daarin voldoende gewaagdheid. Na het speelse Gliss Riffer van vijf jaar geleden is er een ontwikkeling gaande waarbij hij meer de diepgang lijkt op te zoeken.

Vanuit zijn thuishaven in Baltimore laat hij zijn opdrachten om aangename soundtracks bij films te voltooien eventjes links liggen. Bij de movie soundscapes van het klassiek ambient Rat Film en het duistere licht industriële Time Trial is gekozen voor een fragmentarische spannende aanpak, waar hij zijn zangpartijen thuis heeft gelaten. Waarschijnlijk heeft het een stimulerende wisselwerking, waarbij juist die afwisseling zorgt tot een veelzijdigere kijk op zijn definitieve afrondingen van zijn persoonlijke projecten.

Met een wervelwind aan klassiek geschoolde klanken verwelkomt Dan Deacon je op Mystic Familiar met Become a Mountain. Een voorbij jagende liefdevolle kakofonische geluidsstorm met daaroverheen zwevend de hoge ijle zang van de componist. Met deze single weet hij een paar weken geleden al op indrukwekkende wijze de aandacht op zich te richten. Weer durft hij verder te kijken op zijn elektronische werkveld om ruimte te maken voor nieuwe interessante invalshoeken.

Hypnagogic kenmerkt zich door zijn eigenzinnigheid. Vervormde bliepjes geven als een kunstmatige Schotse doedelzak een aanvulling bij de ruimtelijke atmosfeer die hierbij een meditatieve rust oproept. Gelukkig is de geluidskunstenaar niet helemaal zen met zichzelf, en zit ook Mystic Familair vol met buitengewone wendingen. De waanzinnige overgang naar het voort hakkende Sat by a Tree is geweldig. Ondanks de contrast met het inleidende vorige nummer wil dit op een vitale wijze een heerlijk euforisch gevoel oproepen.

Het vierdelige pittig gevarieerde Arp werkstuk bevat tracks die zich ook los van elkaar staande houden. Met de bombastische elektro noise van Arp I: Wide Eyed gooit hij er een stukje retro bombast doorheen die zo te herleiden valt naar het rond Trevor Horn werkende gezelschap die in de jaren tachtig voor aardig wat opschudding zorgden.

Met gemak schakelt hij over naar robot Krautrock invloeden in Arp II: Float Away. Sporadische klassieke klanken zijn hier het verrassingselement terwijl Arp III: Far from Shore het vooral van de overspannen geknepen saxofoonpartijen en spacende dreamhouse moet hebben. De climax zit hem zoals verwacht in het oorverdovende Arp IV: Any Moment, waar de grens van de geluidsbarrières bijna wordt overtreden.

Vreemd dat Dan Deacon er niet voor gekozen heeft om hiermee af te sluiten en de reis vervolgens voort te zetten met het zwaar overstuurde Weeping Birch wat als een prikkelende Paracetamol reclame een migraine aanval op roept. Veel overtuigende werken de diepe ritmes van Fell Into the Ocean waar zijn nasale psychedelische indiezang de vrije ruimtes perfect opvult.

Het vermogen om kant en klaar popliedjes te schrijven vervolgt hij in het prachtig door stemeffecten versierde My Friend. Zo kun je een vocoder dus ook gebruiken! Bumble Bee Crown King rijdt als een sneltrein over het kaleidoscope Krautrock kleurenpallet netwerk, waar hij in hoog tempo de Autobahn van Kraftwerk voorbij raast. Op Mystic Familiar ontleed Dan Deacon met biologische precisie de elektronica om er iets unieks mee te scheppen.

Dan Deacon - Mystic Familiar | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Dana Gavanski - When It Comes (2022)

poster
3,0
De Canadese singer-songwriter Dana Gavanski levert met Yesterday Is Gone een stijlvol debuut af, waarop haar overheersende Servische roots accent nadrukkelijk aanwezig is. Natuurlijk heeft het absoluut zijn charme, maar de hoekige vocalen botsen regelmatig met die fraaie dromerige ondertoon. Op When It Comes klinkt Dana Gavanski melodieuzer, al blijft het vaak wat oppervlakkig, en duikt ze te weinig die gehoopte diepte in.

De afgelopen twee jaren worstelt de zangeres ook nog eens met hardnekkige stemproblemen, waardoor ze zeker niet het maximale uit haar volume tevoorschijn kan halen. Ze herpakt zich met behulp van een op haalbare toonhoogte ingestelde Casiotone keyboard. Noodgedwongen geeft dit een wat elektronisch droef mineur gestemde werking op de albumtracks die hierdoor sterk naar de jaren tachtig synthpop neigen. When It Comes vertaalt het diep vallen en langzaam weer overeind krabbelen proces in een negental songs. Geduldig afwachten, en de spaarzame mogelijkheden zo effectief en therapeutisch mogelijk benutten. Het gevecht tegen een onzichtbare tegenkracht, indrukwekkend in de albumhoes gesymboliseerd.

Om het toetsenwerk perfect op de plaat te zetten schakelt ze producer James Howard in, die net als Dimitrios Ntontis een groot gedeelte daarvan inspeelt. Ursula Russell verzorgt de jazzy voorbij ruisende ritmes en verder levert violist Charlie Stock een verfijnde bijrol af. Melancholisch en kwetsbaar met een hoog woordloos stemtrainingsgehalte waarbij ze juist op die gelegenheden als het prachtig gezongen The Reaper wel de hoogtes weet te raken. Heel bijzonder, maar is het van belang om hier prominent dominerend de nadruk op te leggen? Misschien is het gewoon een onderdeel van het totale proces, en wil Dana Gavanski juist die boodschap uitdragen. Zoekende naar die When It Comes werkmomenten en deze in de studio vastleggen. Misschien ben ik te kritisch en val ik minder voor die subjectieve gunfactor.

Tekstueel trapt ze erg fraai in het folky Eine Kleine Nacht Musik I Kiss the Night melodietje af. Vanwege de verbale ongemakken is het een hele opgave om naar buiten te treden. Door de pandemie beperkingen leeft iedereen in een isolement, en valt het niet eens op dat de tegen een depressie aanleunende zangeres juist van deze eenzaamheid geniet. De nachten zijn veilig en kleurloos, de onzichtbare metgezel die ook wiegend, troostend over de schouders van Bend Away & Fall toekijkt. Uit zo’n diep dal heeft Dana Gavanski zich omhoog gewerkt, het daglicht tegemoet tredend.

Het pootjebadende jazzy Letting Go en de ritmische Under The Sky zustersong mijmeren over de eindigende Indian Summer dagen. Met het gure herfstseizoen in het vooruitzicht is het liefdevolle genegenheidsverlangen groter dan ooit. Het verleden bewandelend over weemoedige meedeinende treurzwarte pianotoetsen, niet krampachtig vastklampend aan gepasseerde nostalgie. Voorzichtig schijnt het schuchtere daglicht door de gordijnen heen. The Day Unfolds zich in kinderlijke speelsheid, nieuwsgierig en ontsluimerend met het Dan Leavers saxofoongekwetter als guitige blikvanger.

Brand new day vrolijkheid en hoera stemming spat van Indigo Highway af. Eerder opgebouwde bergen worden beklommen en voorbij geschoven. Een kleurige opmars naar het opkwikkende When It Comes vervolg. Momenten pakken en kanaliseren. De mysterieuze Lisa verschijning stoeit met haperende keyboardakkoorden, flirt met Zuid Amerikaanse sensualiteit, opbouwende stemlagen, en acclimatiseert de song tot een bewoonbare leefruimte. Knowing to Trust kruipt tevreden gewennend in haar veilige comfort zone terug. Lui, opgelucht en voldaan.

Dana Gavanski - When It Comes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Dana Gavanski - Yesterday Is Gone (2020)

poster
3,0
Taalaccenten leven generatie na generatie voort, dialecten zitten nu eenmaal in de genen opgeslagen. Het strenge Oostblok geluid is verbonden aan de persoon Dana Gavanski. Ondanks dat op haar paspoort het Canadese Vancouver als geboorteplaats staat vermeld kan ze haar Servische roots niet verbergen. Haar stem is rauwer, hoekiger zelfs dan de gemiddelde singer-songwriter, waardoor ze waarschijnlijk onbewust alle aandacht naar zich toe weet te trekken.

Yesterday Is Gone is een bovengemiddelde debuutplaat, die door de vocalen een decadent eighties wave randje meekrijgt, wat hier mooi in het voordeel uitvalt. De geharde achtergrond laten het dromerige aspect overgaan in een bewust realiteitsgevoel.

Door op zoek te gaan naar inspiratie in Servië herontdekte ze haar basis, welke zelfs ruim zestig jaar terug in de tijd gaat. Zwaar onder de indruk van de in het geheugen opgenomen traditionele kroegsongs, besluit ze om door middel van zanglessen die culturele achtergrond op te roepen, te begrijpen en te plaatsen.

Nog sterker komt de drang naar boven om hiermee bij thuiskomst aan de slag te gaan, waarbij ook de presentatie van hedendaagse Westerse artiesten een prominente rol vervullen. Helden die haar mede gevormd hebben en die ze op eigen wijze eert, zonder over te gaan in imitatiegedrag.

Mike Lindsay heeft in zijn producersrol uitgebreid nagedacht over hoe de vertellingen het beste vorm kunnen krijgen. Een mooi gegeven dat hij een jonge artiest zo netjes begeleidt, wetende dat er dit jaar nog nieuwe albums van Tunng en zijn andere project Lump gereleased worden en in de afrondfase verkeren.

De elektronische lagen die hij in het folk geluid van zijn bands weet te plaatsen, verwerkt hij ook nu op een plaat die verder ingekleurd wordt door de organische piano begeleiding van Aaron Hoffman, de soepelheid van het drumspel van Evan Cartwright en de losjes gespeelde baspartijen van Charles James.

Eigenlijk staat het in sterk contrast met de natuurlijke strakheid die Dana bezit. Vaak wil de fragiliteit van een zangeres gevoed worden door de directheid van de instrumentatie, hier werkt het juist andersom. Het grote voordeel daarvan is dat er nergens gepoogd wordt om oneffenheden weg te poetsen, waardoor het dichter bij de kern blijft. En toch als ze dit concept geheel los laat levert het interessante songs op.

Bij het in duisternis gedoopte Everything That Bleeds staat ze zelfverzekerd en fier overeind. Het meer door Velvet Underground geïnspireerde stevig rockende Trouble weerspiegelt de aarzeling in haar vocalen. Het is net wat onwennig en buiten haar comfortzone tredend. De versterkte experimenteerdrift van Lindsay wordt aangevuld met bevreemdende bliepjes en andere eigenaardigheden, maar maken het net te onzeker.

Het is duidelijk dat Dana zich meer op haar gemak voelt bij het daarop volgende seventies filmische titelnummer Yesterday Is Gone. De ontspannen studiohouding beademt een prettige ongedwongenheid die in elke track terug te horen is.

Toch moet ze het uiteindelijk wel hebben van de momenten dat de ervaring van de producer er een verrassende draai aan geeft. Voor hem is het een geslaagde missie, al onderschat hij net op een paar momenten de capaciteit van Dana Gavanski. Het is dat tikkeltje aan ervaring wat er aan schort, al hebben de nummers alles in zich om live nog verder door te ontwikkelen.

Dana Gavanski - Yesterday Is Gone | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Daniel Rossen - You Belong There (2022)

poster
4,5
Na tien jaar wachten is daar dan eindelijk de lang gehoopte opvolger van Silent Hour/Golden Mile. Als Daniel Rossen net voor de releasedatum van You Belong There aangeeft dat de Grizzly Bear indierockers definitief besluiten om zich op andere projecten te richten verbleekt die euforische hoera stemming. De angst welke al sinds de aankondiging van het afscheid van Ed Droste als een op knappen staande regenwolk boven Grizzly Bear hangt, is helaas de profetische waarheid geworden. Lukt het Daniel Rossen solo om die heerlijk verstillende magie over te brengen? Daar zullen we nu achter komen. Gelukkig staat hij er niet helemaal alleen voor en neemt zijn Grizzly Bear maatje Christopher Bear achter het drumstel plaats. Het is dat sfeerbepaler Chris Taylor ontbreekt, want anders zou een goedgelovige luisteraar daadwerkelijk op die Grizzly Bear doorstart hopen.

Maar goed, in het verleden leverde Daniel Rossen ook al het kansrijke Into The Wild stemmige Silent Hour/Golden Mile af. Een landschapsgevoelig akoestisch meesterwerk waarin een zestal blazers de nodige subtiliteit toevoegen, en waar de meer down to earth elementen voor dichtbeboste psychedelische sixties omlijsting zorgen. Die koperblazers zijn tevens van toevoegende waarde op de vooruitgeschoven heen en weer wandelende Shadow in the Frame single en ook het met klassiek gitaarspel versierde Unpeopled Space heeft dat prachtige stukje betoverende natuurbeleving, waardoor de verwachtingen zeer sterk in de doorgetrokken Silent Hour/Golden Mile lijn liggen.

Twee winter afsluitende tracks die de aankomende lente omarmen, het nieuwe leven seizoen. Hoe toepasselijk is het om de release op 8 april te plannen. Daniel Rossen verruilde het drukke New Yorkse mierennest voor het meer rustieke fladderende New Mexicaanse Santa Fe. De gesettelde familieman brengt meer rust in het geheel, al zijn die prachtige nukkige bokkensprongen zeker nog aanwezig. Zichzelf herontdekkend kersverse uitdagingen aangaande, en als componerend dirigent verbredend werkend nieuwe hoofdstukken rangschikken, uitschrijven om deze dus uiteindelijk te publiceren.

Doordat You Belong There geen viertal muzikanten rijke verknipte verhalenvertelling van is, voelt het net allemaal wat persoonlijker aan. Het is de ruimte scheppende inspiratiewereld van Daniel Rossen, zijn huiskameropnamestijl en zijn sensitiviteitsbeleving. It’s A Passage een indrukwekkende tijdspassage, heeft eigenlijk geen vocalen nodig om de klei vaste verdiepingsbodem van You Belong There te bevruchten. Hier is het een meer dan aangename bonus die de veelzijdigheid in een dimensionale ivoren gietvorm plaatst en de sudderende smaken samensmelt.

Het dreigende gruzelementen You Belong There titelstuk raakt versplinterd in opwindende freejazz uitspattingen en verwoestende percussie om vervolgens met dat prachtig aansluitende net zo gewaagd tegenstrijdige Unpeopled Space in het reine te komen. De fortuinzoekende reiziger Daniel Rossen hakt zich door de verstrengelde Unpeopled Space wildernis heen. De jazzy kletterende maat bestendigde spanningsbogen van Christopher Bear sluiten al vlechtend een bindende schikking met de staande bas, die met zijn geprepareerde esdoornvertakkingen die natuurlijke gevoelsrelatie terugeist.

Klassiek geschoold oerklankengitaarspel ontfermt zich over het persoonlijk intieme Celia, een historisch muzikaal slagveld in rustfase progressie. De gewaagde overgang naar het met onstuimige windvlagen spelende Tangle, is een gedurfde vernietigende onweerswolk welke de schoonheid van milieudifferentiatie in overlopende verregende geluidspaletten giet en waarbij de vredige afloop een geruststellende opluchting achterlaat.

Dat Daniel Rossen nog steeds een verdienstelijke zanger is bewijst hij in te totaal naar zich toetrekkende open lucht theatrale I’ll Wait for Your Visit. Het rusteloze beklemmende verlangen naar die stabiliteit in de euforische vertrouwde gezinseenheid. Een overvloed aan weggevende liefde, geperfectioneerd in gelukzaligheid. Het is bijna niet te vatten dat de voor zichzelf sprekende Keeper and Kin veldopnames gewoon in een geïmproviseerde thuisstudio tot stand komen. Aangename binnendringende flora en fauna prilheid hecht zich als een verwilderde muurstruik aan die kosmische toewenkende hemelpoorten, de universele diversiteit karakteriserend.

The Last One is puurheid, teruggebracht in adembenemende compactheid, waarbij de complexiteit in het sterk ritmische spel van Christopher Bear vrijwel niet opvalt, ook een gave natuurlijk. In Repeat the Pattern komt het allemaal samen, bombastische sixtiesfolk, teruggebracht tot die afsluitende kern. You Belong There is een pittige kruidenmix met bedwelmende aromageuren geherformuleerd in een tastbare bezielende zintuigelijke gehoor beleving.

Daniel Rossen - You Belong There | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Daniela Savoldi - Ragnatele (2019)

poster
4,0
Muziekinstrumenten beschouwend als verlengstuk van de ziel. Waar woorden tekort schieten wordt dit aangevuld met dynamiek en klanken die tevoorschijn komen bij het bespelen hiervan. Bij popmuziek gaat het vaak om opgekropte woede die zo verwoord kan worden, klassiek laat meer de gevoelige kant zien. Dan is er natuurlijk ook nog het verschil van stevige mannelijke werkershanden en kleinere tedere vrouwelijke vingers. Een cello wordt op een totaal andere manier behandeld door de rockers van Apocalyptica dan door de geschoolde Italiaanse Daniela Savoldi. Met haar Braziliaanse achtergrond laat deze dame vluchtige Zuid Amerikaanse invloeden toe die vooral terug te vinden zijn in het passievolle emotionele spel, met krachtige temperamentvolle accenten.

Bij Storia di un Attentato is dit het duidelijkste hoorbaar. Het strenge van de tango vermengt zich met de dromerigheid van klassiek. Alsof realiteit samen komt met idealisme in een evenwichtige wereld. Dit zijn de spaarzame momenten dat de celliste het verschil met haar compagnons weet op te roepen. Ragnatele staat voor spinnenweb. En juist als de draden een nieuwe structuur aanbrengen is het veel minder breekbaar en ontstaat een stevig fundament. Dit heeft ze nodig om het in haar hoofd afspelende tafereel van denkbeeldige impressie te voorzien.

Dada komt hier verder nog het dichtste in de buurt. Met het tempo van langzame danspassen openbaart de track zich om te ontwikkelen tot een voortslepend drama. Haar samenwerking met choreografe Marina Rossi is voelbaar in de uitvoering, welke een regelrechte uitnodiging is om er een prachtige vertolking van dans en muziek van te maken. De expressie en wanhoop zorgt voor meer dan genoeg inspiratie om tot iets moois en indrukwekkends te komen.

De rustige passage zijn wonderschoon gespeeld, maar willen niet of in ieder geval stukken minder dit effect oproepen. Hier lijkt meer de liefde voor de natuur en cultuur van Italië centraal te staan. Het is allemaal een stuk filmischer, met een traditioneel folk sfeertje. De liefde voor haar basisland wordt met een meisjesachtige onschuld vorm gegeven. Weg zijn de kritische aantekeningen die bij de twee genoemde nummers zo prominent naar voren komen. Haar aanpak blijft iets grimmigs en treurigs uitstralen, ondanks de warmte van de cello weet ze juist de kille kant op te roepen.

Was op haar debuut Transformazioni de drang om te experimenteren nog erg sterk aanwezig, hier is dat voornamelijk nog terug te horen op Improvviso. Door die sleutelrol kan het gezien worden als het overgangsnummer tussen de twee albums. Door deze omlijsting verder te beperken lijkt ze dichter bij de kern van haar innerlijk te komen, en deze publiekelijk open te stellen.

Daniela Savoldi - Ragnatele | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com

Dark Star - Twenty Twenty Sound (1999)

poster
4,0
De eerste keer Fools Gold van The Stone Roses, ik wist het 100% zeker.
Nooit meer zou je weggeblazen worden door de perfecte combinatie tussen beats en Britpop.
Stomme inschattingsfout.
Graceadelica heeft datzelfde hypnotiserende, al neigt de zang meer naar The Charlatans.
Het gevoel was er weer, al wordt het net niet geëvenaard.
Twenty Twenty Sound is het verlangen naar een futuristisch beeld van de ontwikkeling van de Britpop uitgaande van 20 jaar later.
Een band als Kasabian heeft de boodschap goed begrepen, hun debuut ligt in het verlengde van dit album.
Dark Star is het muzikale vervolg op Levitation, ook een band die helaas niet wat meer succesvol mocht zijn.

Darlyn - Was It a Dream (2020)

poster
3,5
Nadat het in Amsterdam gevestigde zestal van Darlyn het mini album Fallow Land in 2015 uitbrengt gaat het heel snel met de band, misschien wel iets te snel. Een geslaagde aanstekelijke vierde single Stepping Stone volgt, die de rauwheid weet te mengen met het juiste gevoel voor laidback hit potentie. Hun interpretatie van het heavy bluesy geluid wordt veelvoudig op de radio gedraaid, en ze worden even een veelgevraagde studio act. En terecht, die plek ligt Darlyn perfect, lekker klein intiem en met direct contact. Deze kracht zouden ze juist nu met veredelde huiskamersessies volledig kunnen uitbuiten.

Het blijft lastig om in deze onthaaste vreemde wereld die opgeëiste aandacht vast te houden. Dat lukt door op korte termijn nog de nodige goede nummers te droppen, of om al snel met een waardige eerste echte plaat te komen. Dat eerste gaat ze zeker goed af, het duurt echter nog een paar jaar voordat Was It A Dream verschijnt. Vreemd genoeg zonder Stepping Stone, wel met de prima Tommy James and the Shondells cover van I Think We’re Alone Now die men vooral kent in de Tiffany uitvoering, en de gloednieuwe single 10 Dollar Smile. Het is te hopen dat Wessel Herbschleb weer die kenmerkende harde slidegitaar sound tevoorschijn weet te toveren. Wees maar gerust, bij Make It Mine gaat hij heerlijk los.

Met de pompende bas van Guido Nederstigt op Love Me (Come Here) begeven ze zich op het terrein van de jaren negentig rockdames. Gevuld met nachtclub romantiek, sfeervol gitaarspel en mistige keyboardpartijen. De vocale krachtpatserij van diva Diwa Meijman is de sterkste troef op het al eerder uitgebrachte 10 Dollar Smile. Nadine Dekker, de andere vrouw in de band maakt het onderscheid door het donkere treurende vioolspel, hierdoor klinken ze net wat eigenzinniger dan hun collega’s.

Het is muziek die vraagt om een flinke dosis smerigheid, maar die ruwheid blijft wat achter. Door de voorzichtigheid spelen ze duidelijk in op de behoefte van de FM luisteraars. Darlyn is zo’n typische Top 40 band, waar verder niks mis mee is. Diwa Meijman zet een prachtige basis neer, die in de toekomst alleen maar overtroffen kan worden. Als zij maar duidelijk blijft aangeven welke richting ze op wil gaan, dan volgt de rest wel. Darlyn bezit genoeg kwaliteiten en groeimogelijkheden. Hoe verder de plaat vordert des te mooier komt de desolate achtergrond naar voren. Het orkestrale Wasteland zou de perfecte afsluiter zijn geweest.

De opzet was om Was It A Dream vorig jaar in september te lanceren, maar de datum werd uitgesteld tot 28 februari, de vooravond van de Corona crisis. Dat de muzikanten een flinke zak aan ervaringen meedragen zorgt voor de doordachte strakheid, maar levert wel een stukje spontaniteit mee in. Het zou nog wat losser mogen zijn. In ieder geval een waardige voortzetting van de droomstart. Achteraf begrijpelijk dat Stepping Stone de plaat niet gehaald heeft, deze luchtige popsong is ondanks het stevige geluid niet zo donker dan de uiteindelijk geplaatste tracks.

Darlyn - Was It a Dream | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Das Kinn - Ruinenkampf (2025)

poster
3,5
Platenlabel Bureau B richt zich de laatste jaren op de vergeten pareltjes uit het vroeg jaren tachtig Neue Deutsche Welle tijdperk. Das Kinn ademt in alles die sfeer uit, maar blijkt dus een hedendaags project van Toben Piel te zijn. Geboren in 1980 en in het dagelijks leven werkzaam als verpleegkundige in de ouderenzorg. Een jong hart dus met een oude ziel en de liefde voor alles wat op muzikaal gebied rond zijn geboorte in Duitsland gaande is.

Nadat hij in het verleden al verschillende soundscapes voor dansvoorstellingen en theaterproducties in elkaar gemonteerd heeft, is het nu tijd voor een heus album. Helemaal nieuw is het echter niet, op zijn eigen onafhankelijke MMODEMM cassettelabel werkt Toben Piel al samen met performer Charlotte Simons. Les Trucs is een onnavolgbare trip door het elektro landschap, zeker niet voor de grote markt geschikt, maar absoluut de moeite waard. Ruinenkampf van zijn alter ego Das Kinn is net wat toegankelijker. Een voorzichtige stap met acht indrukwekkende eindstukken, waarbij vooral zijn rebelse harde punkstem de verbindende factor is, verder schiet het echt letterlijk alle kanten op.

Het is een luguber idee dat Toben Piel begraafplaatsen bezoekt om inspiratie op te doen. De gedachte daarachter is minder vreemd, want daar vindt de geluidskunstenaar juist de rust om dichter bij zichzelf te komen. Deze plek symboliseert ook de afbrokkeling van de menselijke geest en het lichamelijke verval. Hij ontvlucht de dagelijkse hectiek om zijn eigen visie naam te geven en worstelt zich door de verwarring heen. Dat hij in eerste instantie voor cassettes kiest om zijn muziek op uit te brengen, heeft te maken naar zijn hang naar de ondergrondse zelfredzaamheidssystemen, waar anarchisten illegaal hun muziek produceren en aan de man brengen. Dit alles om dicht bij die scene van rond 1980 te komen, waar een verscheurd Duitsland nog de realiteit is.

Openingstrack Jamais Vu is een cover van het Oost- Berlijnse Teurer Denn Je en heeft zijn oorsprong nog net voor de val van de Berlijnse Muur. Dat er iets gaande is, voel je overduidelijk in de spanning van dat nummer. Er is slechts nog een duwtje nodig om het regiem te doorbreken en Duitsland opnieuw te herenigen. De versnellende beats geven de hartslag aan, waaroverheen Toben Piel de nodige gothic tragiek drapeert. Er zit veel theatrale cabaret in, met afstompende ritmes. Het is de verbitterende droom, verlangend naar een beter leven, niet wetende dat dit bijna binnen handsbereik ligt. Dat maakt het allemaal zo treurig.

Het industriële Oneironaut Sei Wachsam verwezenlijkt die droom tot een ware nachtmerrie. De val van het communisme veroorzaakt een oneerlijk grensgebied tussen arm en rijk, met veel werkeloosheid en onzekerheden. Het is juist de antireactie op de tachtig Neue Deutsche Welle van het avant-gardistische Einstürzende Neubauten die je hier terug hoort. Rauw, confronterend en direct. Ondanks dat ze in het welvarende West- Berlijn hun roots hebben, ademt het in alles die onvrede uit. Het is komisch dat juist Mark Chung van Einstürzende Neubauten Jamais Vu uitbrengt. Alles is doordacht en heeft blijkbaar een reden.

De Ruinenkampf synthpop coldwave staat dus voor de leegte van het bestaan. We zijn slechts omhulsels die met gespierde afgetrainde lichamen het strand trotseren. Veel buitenkant, weinig inhoud. We zitten vast in een tijdmachine met de Middeleeuwen als eindbestemming. De technologie maakt de mensheid lui en onwetend. De hersenen functioneren in een stand-by positie. Alle Rüsten Auf mengt de agressie van de punk met het beeldende van de hiphop. Beiden zijn vormen van stadse straattaal en het daaruit voortvloeiende verzet en eigenlijk spreken ze hetzelfde soort van opruiende ongenoegen uit. Kunstmatige perfectie is de maatstaf waaraan we in een kunstmatige maatschappij aan moeten voldoen. Alle echtheid en emoties zijn weg gefilterd.

In het dreigende Souterrain intermezzo vliegen laaghangende drones als aasgieren rond. Normaal geeft een intermezzo rust, hier versterkt het juist dat naargeestige verstikkende beklemmende. Door de Krautrock mistflarden heen klinkt de treurige saxofoon van Markus Krispel door. Het is slechts voorspel tot het uptempo stevig van zich afzettende Die Ratten. Het uitschot hergroepeert zich tot een ondergronds verzet. Ook Die Ratten versterkt in alles de laatste dagen voor de val van De Muur. Bijzonder hoe Toben Piel dit thematisch zo sterk uitwerkt, hij kent slechts de verhalen en is er nooit een directe getuige van geweest.

Het futuristische Tempel des Todes herenigt de kerkhof inspiratiebron met de definitieve ondergang van de mensheid. De ironie van Nichts staat voor het onnodig afhankelijk opstellen. Alles is vervangbaar, niets is relevant, alles is relevant, niets is vervangbaar. De paradox van het leven leidt tot niets. Ruinenkampf is een onverwerkt trauma wat we liever ver wegstoppen, Toben Piel graaft met Das Kinn die pijn weer op.

Das Kinn - Ruinenkampf | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Daughter - Stereo Mind Game (2023)

poster
4,0
Tijdens de sabbatical periode van Daughter schrijft Elena Tonra onbewust de profetische Ex:Re plaat, die in eerste instantie over verlatingsangst en liefdesverdriet handelt. Die sobere aanpak krijgt een vervolg in de pandemie leegte, waardoor die zich als soundtrack voor dit isolement ontwikkelt. Deze plaat zet ze extra kracht bij door de indrukwekkende 12 Ensemble orkest uitvoering. Gelukkig ligt die nare tijd achter ons en verschijnt er naar zes jaar eindelijk een Music from Before the Storm vervolg. Daughter is nog steeds springlevend en deze herboren band koppelt de kenmerkende sound vooral aan de solo ervaringen en de daaruit komende muzikale samenwerkingen van Elena Tonra.

De zangeres maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Nadat ze de ene relatie nog niet passend heeft afgesloten stort ze zich alweer in een nieuwe avontuurlijke romance. De niet te overbruggen afstand die zeker tijdens de corona periode nog zwaarder weegt, vindt hier de weg naar haar donker getreurde schrijfsels. Gevoelsmatig ligt het dus dicht bij haar persoonlijke eerste Ex:Re plaat, ondanks dat het verdriet hier op een andere manier opspeelt. Weer zorgt de onbeantwoorde liefde voor inspiratie, en weer is het dit hartzeer wat ze met ons deelt. Wish I Could Cross the Sea, je kan in gedachte wel regenbogen bouwen, realiseren blijft een lastig gegeven. In Californië ligt de kern van het albumthema, daar ontmoet ze tijdens het opnameproces een dierbare minnaar die haar dicht bij het hart ligt. Ook de twee overige Daughter leden hebben Londen verlaten, Igor Haefeli woont dan nog wel in Bristol, Remi Aguilella heeft zich ondertussen in Portland gevestigd. Daughter blijft een hechte band, maar dan zonder vaste thuisbasis, waardoor ze genoodzaakt zijn om in Bristol, Londen, San Diego, en Vancouver aan hun materiaal te werken.

Stereo Mind Game reist door het onafgesloten verdriet, een veelvoud aan woongebieden en hervonden contacten die zich opnieuw binden. Het persoonlijke succes van Elena Tonra drukt een grote stempel op het opnameproces en het is aan het overige tweetal of deze haar hierin willen volgen. In de veelzeggende video van de laagdrempelige Be On Your Way triphop bewandelen ze wel dezelfde metrotunnel, maar loopt Elena Tonra met een gelukkige wegdromerige blik juist de andere kant op. Het voelt in ieder geval niet echt plezierig meer, de afstand is daadwerkelijk verslechterd. Ook in de Party clip is er een duidelijke tweedeling gaande, en is de overige band helemaal niet zichtbaar meer. Zelfs Swim Back wijkt hier amper van af, het excuus hiervoor heeft dus daadwerkelijk met de pandemie isolatie en het forensische karakter te maken, ik ervaar vooral afstomping en dat men hiermee tevreden verder leeft.

Hopelijk verandert Stereo Mind Game dit beeld op een positieve manier en is de magie van het kwartet weer helemaal terug. Schuift Daughter juist bewust Elena Tonra naar voren om de gedeelde eenzaamheid te presenteren, alleen kwetsbaar in de frontlinie. Die magie is er dus inderdaad wel. Stereo Mind Game hunkert naar contact, en is een verbindingsplaat over het opnieuw oppakken van weggestopte kansen. Het drietal bevindt zich in dezelfde soortgelijke situatie en die soberheid heeft zijn weerslag op de plaat. Staan de gedroogde bloemen op de albumhoes voor mooie eeuwig vastgelegde herinneringen, of juist aan krampachtig aan het verleden vasthouden. Daughter gaat diep om zich te herpakken. Vaak geven teksten hierin meer duidelijkheden. In het pijnlijke Be on Your Way afscheid sijpelt hoop door. Het heeft tijd nodig, in de toekomst transformeren dromen zich tot een evenwichtige relatie.

De gedempte Party postpunk bevindt zich nog in de onoverzichtelijke twijfelfase, waarin Elena Tonra zichzelf herontdekt, en de stevige gitaren haar bij die negatieve gedachtegang weghouden. De stille donkere Dandelion nachten lenen zich ervoor om met teksten te stoeien, te schrappen, en te herschrijven. Het optimisme zit hem vooral in de tegendraadse opzwepende drumbeats die het fundament onder Dandelion opbouwen. De vriendschappelijke band met het 12 Ensemble orkest verzilvert het prachtige ingetogen Neptune, waarin Igor Haefeli zacht versterkt de tweede stem opeist, en er een licht gemoedelijk gospelsfeertje ontstaat. Eigenlijk komt het hier allemaal prachtig in alle eenvoud samen. Na de troostzoekende helende eerste helft van de plaat zorgen de opgewekte Swim Back baspartijen voor de kanteling van het geluid. Het is eenvoudiger om in het melancholische verdriet te verdrinken dan eigenwijs opstandig tegen de stroming in te zwemmen. Dit is het moment van bewustwording, het proces omkeren om er winst uit te halen.

Haastig springerige chaotische Junkmail ruimt de zwakheden in de ziel op, afsluiten en doorpakken. En dan reist de vraag op of de noodzakelijke muzikantenbestaan bijzaken weldegelijk bij je passen. Het gemaakt poseren voor de camera, de privacy offer je al met de diepgaande lyrics op, hoe ver ga je hier verder in mee? Met het gedurfde experimentele (Missed Calls) begeven ze zich op de no wave gronden, waarbij opnieuw de 12 Ensemble orkest hulplijn ingezet wordt om het passend te maken. Het emotionele intieme To Rage bevestigd nogmaals dat er genoeg opgekropte woede en twijfel in Elena Tonra schuilt om nog een album mee te vullen. Hier verkent ze de rekbaarheid van haar vocalen en gaat daarmee heerlijk de hoogte in. Die zekerheid van de voortzetting van Daughter blijkt hierdoor wel gewaarborgd.

Daughter - Stereo Mind Game | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Dave Gahan & Soulsavers - Angels & Ghosts (2015)

poster
3,5
Ik ben een groot liefhebber van Dave Gahan.
Zijn werk bij Depeche Mode vind ik geweldig, maar de albums na zijn afkicken doen mij gewoon een stuk minder.
Zijn stem klinkt moe en verslagen.
Ook zijn solo albums kunnen mij maar gedeeltelijk bekoren, en over zijn vorige samenwerking met Soulsavers ben ik niet helemaal tevreden.
Eigenlijk had ik hem al min of meer afgeschreven.
Maar hier klinkt hij weer sterk; zijn kanker overwonnen, en voor mijn gevoel is dit een solo album geworden met Soulsavers in de rol van begeleidingsband.
Op The Light the Dead See had Gahan nog echt een gastrol, maar dat is nu absoluut niet meer het geval.
Eigenlijk probeerde hij het al op Delta Machine met redelijk geslaagde nummers als Heaven en Angel, maar overtuigde hij mij nog niet helemaal.
Angels & Ghosts is voor mij het lang verwachtte volgende hoofdstuk, de waardige opvolger van Condemnation van Songs of Faith and Devotion.
Ruim twintig jaar hebben we er op moeten wachten, maar schijnbaar is hij er nu definitief klaar voor.
Het koorknaapje van Just Can’t Get Enough is eindelijk tot soulpriester gekroond.

Dave Rowntree - Radio Songs (2023)

poster
4,5
Na de succesvolle jaren negentig periode van Blur richt Damon Albarn zijn aandacht steeds meer op de Gorillaz carrière en de bijkomende soloprojecten. Geheel afgeschreven is de band niet, in 2003 komt nog Think Tank met de indrukwekkende Banksy hoes uit en in 2015 ziet The Magic Whip het licht. Gitarist Graham Coxon ontwikkelt zich als kunstschilder, bassist Alex James produceert als Country House boer kazen en de veelzijdige drummer Dave Rowntree heeft tal van bijbanen, en is als gemeenteraadslid een vijfjarige periode voor de Labour-partij in de Norfolk County Council actief. Zo wordt je opeens een welvarend Parklife personage, onzichtbaar in het popgebeuren, maar wel tevreden met de daaropvolgende keuzes. Als tijdens de pandemie onzekerheid de overige werkzaamheden stilliggen, besluit Dave Rowntree om de tijd nuttig in de studio te besteden. Net rond de periode dat Blur bekend maakt dat ze weer in het Wembley Stadium gaan optreden is zijn eerste soloplaat Radiosongs klaar om te verschijnen.

Radioliedjes vormen de basis voor je muzikale ontwikkeling, vervolgens ga je naar de platenboer om het desbetreffende album aan te schaffen. Radioliedjes laten je verliefdheid herbeleven. Radioliedjes verenigen een saamhorigheidsgevoel. Dave Rowntree is een jaar of dertien als de punkbeweging die beleving aardig in de war schudt. Waarschijnlijk luistert hij stiekem in de vroege nachturen naar de alternatieve zenders, en maakt Dave Rowntree met de propagandistische denkwijze achter de songs kennis. Radioliedjes beïnvloeden vanaf dan je culturele inzicht, je politieke voorkeuren en je sociale visie. Radioliedjes zijn een rebels medium, waarmee het zelfs mogelijk is om de wereld te veranderen.

Devil’s Island is het sleutelnummer van Radio Songs, en handelt over die onzekere periode. De dreigende werkeloosheidsarmoede verscheurt Groot Brittannië, die onvrede staat ook aan de oorsprong van het toenemende racisme. Direct bij de openingstrack gaat het dus al mis, en dit gegeven is bepalende voor de resterende toon van de plaat. De Blur drummer is te oud om zich met de nieuwe generatie te bemoeien, die boosheid heeft hij al lang achter zich gelaten. Dave Rowntree spiegelt het verleden aan het heden, en concludeert dat er wel heel veel raakvlakken zijn. De muzikant is de stille kracht binnen Blur en mist dat radicale opruiende karakter van bandmaatje Damon Albarn die zich wel publiekelijk maatschappelijk uitspreekt. De Devil’s Island triphop heeft het spokende van de The Specials klassieker Ghost Town. Dezelfde leegheid, dezelfde griezelige achtergrondvocalen en dezelfde naargeestige sfeer, alleen in een ander tijdsbeeld.

Het instrumentale HK staat voor het beklemmende claustrofobische Hong Kong, een overvol mierennest zonder leidende koningin. HK zoekt tevens de verklaring voor die hypnotiserende magnetiserende werking en inspirerende schoonheid van deze wereldstad op. Tape Measure heeft overduidelijke Bollywood elementen en benadrukt nogmaals de kracht van de muzikale vastgelegde boodschappen. 1000 Miles grijpt terug naar de kern van de radiosongs, de romantische liefdesliedjes. In het geval van Dave Rowntree bevestigen deze het heimweegevoel, en verklaren ze enigszins dat bij Blur een uitputtende tourneevermoeidheid optreedt.

Eenmaal gevestigd komen er andere zwaardere opwegende waardes in het leven. De soft dreamwave van Machines Like Me verslecht de vervagende synthpop grenzen en verlangt nog sterker naar die behoefte om het huiselijke bed niet te verlaten. Het gehoorzaamd de levenloze depressies en de tellende dagen welke in alle rust passeren. Het zware persoonlijke Black Sheep is een treurverslag van de afstandige verhouding met zijn vorig jaar overleden ouders. Familiegeheimen verdwijnen in het graf, zand erover en het is klaar. Een mogelijkheid om gedane zaken goed af te sluiten is er niet meer. Zelfs het vergevende Who’s Asking brengt daar geen verandering in.

Dave Rowntree experimenteert met elektronica en verdringt zijn levendige drumwerk naar de achtergrond. Het valt vooral op dat zijn stem bijna een identieke schaduwfunctie vervult, en dat hij bangelijk dicht bij die van Damon Albarn in de buurt komt. De geordende deprimerende Downtown chaos laat idealistische jeugddromen in zachte verminkende granaatscherven ontploffen. Vanuit het zwevende niets bouw je enkel illusies op, meer heeft het niet te bieden. De futuristische London Bridge krautrock duisternis heeft typische Blur koortjes en New Order postpunk elektronica en gaat samen met het machinale vervlakkende doodse Volcano de confrontatie met Everyday Robots van Damon Albarn aan. Blijkbaar zijn het allemaal puzzelstukjes die in bandvorm zo perfect in elkaar passen, maar welke los daarvan ook bestaansrecht hebben. Radio Songs is een verrassend sterk debuut, en beaamt met terugwerkende kracht de rol van de drummer binnen het Blur groepsgebeuren, welke blijkbaar een stuk groter dan gedacht is.

Dave Rowntree - Radio Songs | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Dave Simonett - Red Tail (2020)

poster
3,5
Och, was het leven elke dag maar zo mooi en rustgevend als Red Tail van Dave Simonett. In deze onzekere tijden is de behoefte groot om in al het gemak je gedachten te laten vervagen door die heerlijke klanken die hij op zijn soloplaat weet te produceren. Terwijl de wereld rondom je heen dreigt te exploderen, heb jij je persoonlijke moment van stilte. Heel eventjes onthaasten. Revoked is dat warme kopje muntthee, waardoorheen de zalige stroperige stem van Dave Simonett de verfrissende zoete honing vormt.

Zes jaar nadat Razor Pony het licht heeft mogen aanschouwen komt er van deze Trampled By Turtles voorman eindelijk een volwaardige solo album. De Minnesota roots worden sfeervol omgezet in acht tracks die heel sterk het country gevoel uitdragen van het door de Mississippi gevoede natuurgebied. Doordat zijn collega’s van Trampled By Turtles veelal afwezig zijn, ontbreken ook de typerende instrumenten als banjo, viool en mandoline.

Hiervoor in de plaats krijg je een aangename puurheid cadeau, die omgezet wordt in klein gehouden songs, waarbij de nadruk veel sterker op de piano en gitaar gelegd wordt. Al zou It Comes and Goes eenvoudigweg omgezet kunnen worden in een bij die band passende song. Maar het is overduidelijk dat Dave Simonett gekozen heeft voor een persoonlijke aanpak, waarbij hij het dichtste bij de ideeën kan blijven die zich in zijn hoofd gevormd hebben. Petje af voor de verbluffende klanken die hij uit zijn akoestische gitaar weet te toveren.

Nadat hij het verdriet van zijn scheiding al van zich af gezongen heeft op Furnace van zijn andere sideproject Dead Man Winter, is er nu een tijd van luchtigheid aangebroken. De gebroken liefde voor zijn voormalige echtgenoot is omgezet in een universele liefde voor zijn geboortegrond. Vanuit die kern neemt hij de luisteraar mee de bosrijke omgeving van Minnesota in waar ook de studio zich bevind, waar de basis uitgewerkt wordt tot een volwaardige plaat.

Red Tail is een heerlijke folkrock plaat, waar de nodige Americana en country invloeden doorheen sijpelen. Hoe sterk kun je het Amerikaanse plattelandsbestaan samen vatten in melodieuze songs. De mooie behouden vocalen van Dave Simonett geven het net dat extra dromerige laagje sentiment mee, wat zich prima tussen de sfeervolle begeleiding laat nestelen.

Als in een illustratief Bob Ross landschapschilderij voegt Dave Simonett in elk nummer een nieuw element toe, waardoor Red Tail steeds voller klinkt. Zo is het in Pisces, Queen of Hearts de prachtige open pedal steelgitaar die wat lichte getinte lente kleuren in het geheel geeft en de donkere lagen komen onder andere door het regenachtige pianospel in In the Western Wind and the Sunrise. Een slepend hoogtepunt wat je ruim zes minuten lang laat genieten.

Het niemendalletje By the Light of the Moon is hem vergeven en voordat Silhouette ontaard in een vrolijk voorthuppelend deuntje, is daar toch die sterk bepalende karakteriserende typische eighties gitaarsound van Simonett die er zwaar versterkt een rockende wending aan toevoegt. Een soortgelijke twist is tevens voelbaar in de stevige akkoorden die You Belong Right Here versieren.

Met het opgeluchte applaus en gelach bij There’s a Lifeline Deep in the Night Sky bedankt hij zijn vriendengroep, welke het mede mogelijk hebben gemaakt om Red Tail in de juiste banen te leiden. De onbevangen sfeer die met samenzang nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om je samen als eenheid ergens met volle overgave in te storten.

Dave Simonett - Red Tail | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

David Bowie - 'Hours...' (1999)

poster
4,0
David Bowie, in de jaren 70 op handen gedragen.
Zijn houding en de verschillende gedaantewisselingen; veelal ondergedompeld in een flinke laag roes veroorzakende middelen.
In de jaren daarop erg succesvol; scoorde hits aan de lopende band, en hielp verschillende artiesten weer terug the picture in.
Iggy Pop, Queen, Mick Jagger en Tina Turner; allen zijn hem dierbaar.
Onzin dat zijn albums toen zoveel minder waren. Ziggy Stardust klinkt net zo goed gedateerd.
Bowie die in 1990 een totaal inspiratieloos concert gaf op de Goffertweide, waabij de behoefte aan sigaretten groter was dan het contact met het publiek.
Terwijl hij een jaar eerder nog zo verraste met het fris klinkende Tin Machine, en zoveel energie uitstraalde.
Ik vergeef het hem.
En zo werd ik weer eens aangenaam verrast door 'Hours...'
Overgedoseerd door de zogenaamde nieuwe golf New Wavers die hooguit proberen om de zang van Ian Curtis, Andrew Eldritch of Bowie proberen te imiteren.
Het verlangen naar de echte grootheden wordt steeds sterker.
Meer dan ooit luister ik naar Bowie.
En dan is daar opeens Thursday’s Child.
Een volwassen soulvol stemgeluid, waarbij de kameleon definitief van zijn kleurrijk jasje afwijkt.
Zittend op een grauwe rots wordt alles een stuk grijzer, doorleefder.
Wijsheid van een oude leermeester.
De schubachtige huid doet pijn door een soort van artrose.
Ook in de clip wordt terug gekeken naar het jeugdige bestaan, waarbij de trots der jaren bewaard blijft.
Het doorleefde gezicht ademt verzoening met de sterfelijkheid uit.
Thursday’s Child is dan niet zijn beste song, maar nog nooit eerder wist Bowie mij meer te ontroeren.
Met voldoening luister ik verder, een nieuw mooi hoofdstuk openbaart zich aan mij.
Ingetogen.

David Bowie - "Heroes" (1977)

poster
4,0
Het lijkt alsof Bowie bij Beauty and the Beast zijn drugsgebruik probeert te verantwoorden.
Het verwoestende effect dat het heeft, maar tevens het zich toch over moeten geven aan de verslaving.
Muzikaal is het gelijk door het gitaarspel een stuk harder.
Misschien symboliseert de piano wel de schoonheid, en is de gitaar het beest.
Feit is natuurlijk wel dat het een persoonlijke opener is, waarbij Bowie weer langzaam aan meer terug is bij de realiteit.
In ieder geval, hij durft het hier wel duidelijk te benoemen, welk slopend effect het op hem heeft.
Heroes is misschien wel juist een steun in de rug.
Het dagboek van iemand die met het afkickproces is begonnen.
In de eerste twee nummers de waanzin van de cold turkey terug.
Het titelnummer klinkt dan als een overwinning.
Een hele dag clean.
We Could Be Heroes, Just For One Day.
De kleine overwinning.
Welke de volgende dag natuurlijk beloond moet worden, en hoe doet een junkie dat?
Precies, door weer terug te vallen in het oude patroon.
De trieste ondertoon bevestigd dit min of meer.
Het liefdesspel dat beschreven wordt, lijkt mij een metafoor voor het persoonlijke gevecht.
Bowies zang begint vrij rustig, maar de dramatiek gedurende de song weergeeft voor mij het weg glijden.
Ik denk dat velen dit zien als een optimistisch nummer, voor mij heeft het juist het tegenover gestelde effect.
De hulpvraag die niet beantwoord wordt.
Vervolgens gaat het allemaal over in een soort van verdovende roes in Sons of the Silent Age.
The Beast neemt het over om The Sleeping Beauty te laten ontwaken.
Welkom in de trip.
V-2 Schneider verwoord de innerlijke angst, emoties en gevoelens worden versterkt.
Op een bijna therapeutische werking worden nare herinneringen en boze dromen uit de kindertijd naar boven gehaald.
Het zou goed mogelijk kunnen zijn geweest dat Bowie in zijn jonge kinderjaren de verhalen van de Tweede Wereldoorlog heeft gehoord, en daar zijn eigen invulling aan heeft gegeven.
Dit omdat hij het juist net niet heeft mee gemaakt, maar wel opgroeit met de trauma’s van de mensen om hem heen.
Vervolgens zakken we steeds verder weg in een andere dimensie in Moss Garden en Neuköln.
De wereld van een weg glijdende verslaafde.
Het prettige gevoel wordt verwoord door de ambient klinkende geluidslandschappen.
De saxofoon als het willen ontwaken.
Op het laatst een soort van laatste adem die met veel moeite er uit geperst wordt.
Daardoor is het eigenlijk vreemd dat er vervolgens nog een nummer komt; namelijk The Secret Life of Arabia.
Deze past absoluut niet op deze plek, maar had veel beter ergens in het begin van het album gepast, maar als ik heel eerlijk ben, dan zou deze beter op Station to Station passen.
Ligt meer in de lijn van Golden Years.

David Bowie - ★ (2016)

Alternatieve titel: Blackstar

poster
4,0
Ten eerste; hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag David Bowie!!

Blackstar heeft een Radiohead achtig begin, nu pas valt het kwartje, maar hierbij moet ik dus aan Pyramid Song denken; zelfs de zang heeft er veel van weg.
En toch is het echt wel een Bowie nummer.
Laatst 1.Outside opnieuw ontdekt, en dan hoor je een soortgelijk sfeertje terug in A Small Plot of Land.
Halverwege komt dan die verdwaasde break met de pratende Bowie en de vervreemdende stemmen, ook hierbij weer Radiohead in mijn achterhoofd, maar dan juist Paranoid Android, en dan de tweede helft van dat nummer.
Zal het album Blackstar de OK Computer van David Bowie worden?
Een meesterwerk welke aan zal sluiten bij de status die veel van zijn jaren 70 albums hebben?

Wat volgt is een mix tussen dansbare beats met een experimentele ondertoon in Tis a Pity She Was a Whore.
Maar het piano gepingel gaat mij helaas wel al erg snel irriteren.
Bowie legt nu ook niet als extra element de spanningsboog in een wat gebroken geluid, en klinkt gewoon als een stemvaste Bowie.

Lazarus heeft weer die soberheid van het titelnummer, een zalvende werking.
Lazarus is het waken bij een dierbare; de laatste uren samen, hopend dat hij of zij zal ontwaken uit een rustgevende coma.
De nachtelijke uurtjes, waarbij geobserveerd wordt of de ademhaling het tikken van de klok nog kan bijbenen.
Niet zo sterk als Blackstar, maar die komt dan ook van een andere planeet, en legt de lat wel erg hoog, toch zeker een van de mooiere Bowie songs.
Een klassieker?
Nee, dat weer niet, maar als liefhebber van The Cure hou ik wel van dat sfeervolle gitaartje op het eind, alsof Robert Smith als Engel Des Doods binnen komt om de stervende verder te begeleiden.

Sue (Or in a Season of Crime) heeft wat prettig toegevoegde jungle elementen in zich, die het geheel wat verder pulseren tot een gejaagd geheel, en nu trek ik misschien weer te snel een conclusie, maar ik benoem het toch.
Hebben we hier te maken met een album met restmateriaal uit het Black Tie White Noise, 1.Outside en Earthling tijdperk?
Zo ja, dan heeft hij op een verrekt mooie manier deze nummers verder afgewerkt.

Girl Loves Me is sober, bijna breekbaar, maar da bas en drum marcheren er wel op los in de porseleinkast, waardoor het dreigender wordt.
Zijn stem klinkt een beetje als Peter Gabriel, en glimlachend kom ik tot de conclusie dat zo mijn single van Sledgehammer ook klonk, toen ik deze per ongeluk op 33 toeren draaide.

Dollar Days past bij de een of andere soundtrack van een jaren 70 Oscar winnende film.
Voor mij wel een buitenbeentje tussen de rest, en ik vraag mij af of dit een goede keuze is geweest om dit hier te plaatsen, bij de rest plaatst je jezelf toch wel 2 decennia later in de tijd.

Die overgang naar het meer aansluitende I Can't Give Everything Away is weer mooi gemaakt, waardoor je het hem al snel vergeeft.
Ik had dit nummer al eerder gehoord, en vond het ergens anders op lijken, en nu weet ik het ook.
Break It Down Again van Tears For Fears.

Geen klassieker, helaas, maar met de single Blackstar lukt het hem in ieder geval wel om eind 2015 nog de mooiste song van het jaar af te leveren.

David Bowie - 1.Outside (1995)

Alternatieve titel: Outside

poster
4,0
Ik zag Bowie vroeger als een van de vernieuwers in de popmuziek.
Vanwege mijn interesse in postpunk ben ik mij al snel in hem gaan verdiepen, dit omdat hij door veel bands als voorbeeld werd genoemd.
Hoe meer muziek ik van hem leerde kennen, des te kleiner vond ik zijn rol als trendsetter.
Hij wist juist op het goede moment aan te sluiten bij de heersende mode.
Fashion!
Bowie als Soulboy, folky en glamrocker.
Bowie als hits scorende tiener idool.
Bowie in zijn krautrock periode.
Ja, zelfs Bowie als een Eddie Vedder achtige frontman bij Tin Machine.
Eigenlijk wist hij net als Madonna met de hypes mee te liften, al neemt die over het algemeen een meer commerciëlere weg.
Na zijn waardeloze optreden in Nijmegen was ik eigenlijk wel klaar met Bowie.
1.Outside was voor mij dan ook een nieuw hoofdstuk van hem, nu in de rol van Trent Reznor van Nine Inch Nails, en die kende ik wel, en de behoefte aan een tweede Nine Inch Nails was voor mij niet aanwezig.
Nu hij eind dit jaar terug slaat met het verrassend sterke titelnummer Blackstar, en ik laatst een sterk optreden van hem samen met Trent Reznor heb gezien uit deze periode, waar een geweldige Hurt werd uitgevoerd, ben ik toch maar weer eens naar 1.Outside gaan luisteren.
En eigenlijk vallen de vergelijkingen met Nine Inch Nails wel mee, in A Small Plot Of Land hoor ik echter wel belachelijk veel Blackstar in terug.
Ben je een liefhebber van Blackstar, dan raad ik je aan om hier naar te luisteren.
Bij The Next Day had ik al het vermoeden dat het ging om materiaal welke al jaren op de plank was blijven liggen, en waarvoor hij nu de tijd nam om deze verder uit te werken, bij opvolger Blackstar verwacht ik eigenlijk min of meer hetzelfde.
Misschien is hij nu wat dieper de kast in gedoken, op zoek naar minder toegankelijke stukken.
Is dit zo verkeerd, als het daadwerkelijk om oud materiaal gaat?
Wel nee!
Bij een artiest als Prince hoop je ook dat hij meer openbaart van zijn meest creatieve periode, zo is het natuurlijk bij Bowie ook.
En nu kom ik bij het punt waar het eigenlijk allemaal om draait.
Bowie is niet de grote vernieuwer in de popmuziek, maar wel de kameleon, die misschien wel als beste weet hoe hij in elke periode de juiste elementen bij elkaar kan voegen tot meesterwerken.
1.Outside is een prettige herontdekking.
Minder Nine Inch Nails, meer jazz invloeden en een overtuigend klinkende Bowie.

David Bowie - Aladdin Sane (1973)

poster
4,0
Aladin Insane.
De geest in de fles was het snelle succes.
Niks drie wensen.
Alles wat Bowie aanraakte veranderde in goud.
Gek werd hij ervan.
Die stem in zijn hoofd werd zijn alter ego.
Ziggy Stardust nam de controle over.
De verslaafde rockster.
Niet David Bowie.
Die had de touwtjes in handen.
Cocaïne maakte de wereld overzichtelijk.
Alles was bereikbaar.
Ondertussen veranderend in een uitgeteerd wrak.
Muzikaal nog steeds een genie.

Watch That Man.
Zijn spiegelbeeld aanziend als een vreemd persoon.
Hij kon dat zielige hoopje toch niet zijn.
Al werd de bewustheid van sterfelijkheid groter.
Jaren tachtig waren onbereikbaar.
Aladdin Sane (1913-1938-197?)
Datum van overlijden stond al gedeeltelijk ingevuld.
Jachtigheid overheerst.
Alsof de tijd aan het opraken was.
Laatste meesterwerk uit zijn mouw schuddend.
Voor eeuwig het nalatenschap opgesteld.
Vluchtig testament.
Angstaanvallen in de avond.
Panic In Detroit.

Verdwenen was de uitstralende zekerheid.
The Spiders Of Mars kropen via het brein de ziel binnen.
Nestelen zich in de bloedbanen.
Verspreiden zich als een virus over het lichaam.
Enige medicijn is afkicken.
Al zou daar de tijd nog niet rijp voor zijn.
Glamrock maakte plaats voor iets nieuws.
Naamloos.
Later zou hier de beginselen van de postpunk genoemd worden.
Waardoor de sleutelrol van het album alleen maar groter zou worden.
Voor mij het keerpunt in de carrière.

Bowie coverde Let’s Spend The Night Together van The Rolling Stones.
In ruil kreeg Mick Jagger voor een nacht zijn vrouw Angie tot beschikking.
Soort van verbond.
Vervolgens bezongen in een groot hitsucces.
De cirkel was hiermee rond.

David Bowie - Let's Dance (1983)

poster
4,0
Waarom is men over het algemeen zo negatief over Let’s Dance.
Ik hoor hier juist een frisse herboren David Bowie.
Verslavingsdrang overwonnen.
Weer zin om te feesten.
Dit keer met een glaasje Sinas.
Omdat hij de BOB is.
Voetjes van de vloer.
Bewegen maar.

Een swingend eindproduct.
Wilde jaren achter zich gelaten.
Grijs aan het worden bij de slapen.
Geen onnodige camouflage.
Laat de rimpels zichtbaar.
Trots op de bereikte leeftijd.
Geef toe.
Qua uiterlijk heeft hij er nog niet zo goed er uit gezien.
De junk is een gentlemen geworden.
Dat straalt Let’s Dance uit.

Opnieuw vlinders in de buik bij Modern Love.
Omdat deze gevoelens het lichaam weer kunnen bereiken.
Weg is het gepantserde schild.
Waar de coke zich achter verschool.
Als een vluchtende veldheer.

Natuurlijk is de versie van China Girl minder dan die van Iggy Pop.
Gezongen vanuit een andere invalshoek.
De verboden clip.
Zichtbaar jeukende zandkorrels in een naakte bilnaad.
Bowie die er wel pap van lust.
Eindelijk weer aan het genieten van het leven.
Via geoorloofde natuurlijke genotsmiddelen.

Muzikaal zijn de volgende jaren dan minder bijzonder.
Duidelijk is dat hij het rustiger aan doet.
Ontbreken van drugs zal er invloed op hebben.
Het witte poeder wekte rusteloosheid op.
Genoeg energie om in de studio rond te hangen.
Terwijl het lichaam gesloopt werd.
Tijd nodig om te herstellen.

Hoe ironisch is het dan dat hij juist nu bleef scoren.
Stadions bleef vullen.
Ondanks een ongemotiveerde indruk.
18 augustus 1990 was ik er getuige van.
Zangpartijen zingen; vervolgens zittend een volgende Marlboro.
Geen contact met het publiek.
Voorprogramma Kim Wilde die alles goed maakte.
Die wilde namelijk wel.
Deed haar naam eer aan.

David Bowie - Never Let Me Down (1987)

poster
3,5
Never Let Me Down is eigenlijk best een zwaar album.
Bowie uit zijn angst over de onvrede in de wereld, waarbij hij zijn eigen misstappen ook niet vergeet.
Er zitten genoeg verwijzingen naar het drugs verleden, al wordt er veelal niet in de ik-persoon gesproken.
Het lijkt tot hem door te dringen dat hij vanwege zijn verslavingen een aantal jaren van zijn leven bewust gemist heeft.
Deze verloren tijd kun je ook nooit meer inhalen.
Zeroes lijkt mij een hint naar Heroes, dat hij in die periode wel een groot kunstenaar was, maar geestelijk en lichamelijk een afgetakeld wrak.
Glass Spider heeft voor mij raakvlakken met Ziggy Stardust.
Vanaf dat moment was hij zo succesvol, dat hij van alle kanten in de gaten werd gehouden, elke stap was in de media te volgen.
Gevangen in zijn eigen Glazen Huis, als een kermisattractie.
Op de albumhoes zie je Bowie ook rond springen als een circusclown, hij wordt van bovenaf in de gaten gehouden.
Een marionet, waarbij de muziekliefhebber aan de touwtjes trekt.
De een wil hem zien scoren met de dikke hits, de ander verlangt een artistiek hoogtepunt.
Commercieel gezien leverde de jaren 80 hem het meeste op, de ene nummer een volgde de andere op, maar was hij nog wel gelukkig?
Er werd flink geïnvesteerd in de Glass Spider Tour, met veel visuele effecten, maar daar zat men niet echt op te wachten.
In 1990 zag ik een uitgebluste Bowie in Nijmegen, waar hij zijn hits speelde tijden de Sound & Vision Tour.
Totaal inspiratieloos.
Het Tin Machine avontuur leverde ook niet de gehoopte erkenning van zijn oude fans, en het voelde dan ook als een definitief afscheid.
Luister je vervolgens Never Let Me Down, dan hoor ik een worstelend, misschien zelfs wel depressieve zanger, die steeds meer in de knoop raakt.
Laat Mij Alstublieft Niet Vallen, ik zal uiteindelijkweer mezelf terug vechten.

David Bowie - Pinups (1973)

poster
3,0
Vrij stevig coveralbum van Bowie, niet verkeerd.
Komt Bowie goed mee weg, ondanks de kritiek.
Hier staat toch echt wel een band, en dat is absoluut een meerwaarde te noemen.
Lekker rockgeluid.

David Bowie - Scary Monsters (1980)

Alternatieve titel: Scary Monsters... and Super Creeps

poster
4,0
Scary Monsters is een afsluiting van een muzikaal interessante periode, maar op persoonlijk vlak weer een zware periode met de nodige drugs.
It’s No Game opent bijna hetzelfde als Worst Case Scenario van dEUS jaren later.
Wat vaag gepraat van de een of andere dame, waarna het helemaal los gaat.
Overstemde gitaren, waarbij een structuur lijkt te ontbreken, maar waarover wel degelijk is na gedacht.
Bowie schreeuwt de demonen van zich af, op een bijna exorcist achtige wijze.
De junk Major Tom wordt symbolisch ten grave gedragen.
De nodige scheurtjes in de relatie met Iggy Pop zijn al zichtbaar, en na dit album zal hij ook vreemd gaan met Nile Rodgers.
Samen zullen ze Iggy Pop figuurlijk verkrachten in de bewerkingen van zijn China Girl en later ook Tonight, al zal Tina Turner dan de gangbang compleet maken.
Het nummer Scary Monsters heeft nog het sneltrein gevoel van de titelsong van Station to Station.
Fashion grijpt weer meer terug naar Fame en Golden Years van Station to Station.
The Thin White Duke, de link is op meerdere manieren goed te leggen.
Nog steeds is in de mode wereld cocaïne de meest populaire drug.
Ashes to Ashes heeft volgens mij ook daar ergens zijn oorsprong, maar klinkt ook wel duidelijk als een postpunk nummer, passend in 1980.
Het intro van Because You're Young lijkt veel op de sound van Japan in hun begin periode, hier is duidelijk naar geluisterd, maar Japan heeft ook zeker bij Bowie leentje buur gespeeld, dus de meester mag natuurlijk zelf ook iets terug stelen.
Bowie die al die bandjes een trap na geeft, nogmaals benadrukt dat hij niet voor niets regelmatig als inspiratie bron wordt genoemd.
En ondanks dat ik een liefhebber ben van Bowie, en zeker van dit album, is het niet Bowie die mij het meeste trekt.
Juist het niet te plaatsen, afwijkende, overstuurse, barbaarse, als een motorzaag inhakkende gitaarspel van Robert Fripp maakt het geheel af.
Zou dat ontbreken, dan had je helaas te maken met een minder album van Bowie, gelukkig is dat niet het geval.
Doordat Brian Eno hier ontbreekt, en niet samen met Fripp aanwezig is zoals op Heroes, krijgt hij waarschijnlijk meer ruimte.
Mij bevalt dat in ieder geval prima.
Eno wordt veelal genoemd bij het titelnummer Heroes, maar door Scary Monsters ben ik tot de conclusie gekomen dat mij dus vooral Fripp aanspreekt.
Bij het nummer Shivers van Boys Next Door hoor je Fripp ten tijden van Heroes ook terug.
Boys Next Door - Shivers - YouTube
En daar liggen de roots van Nick Cave.
Maar nu weer terug naar Scary Monsters.
Gewoon een goed album, al is mij steeds meer duidelijk dat Bowie anderen nodig heeft om zijn ideeën in zijn hooft te perfectioneren, of het nu Brian Eno, Iggy Pop,Queen, Nile Rodgers of in dit geval Robert Fripp is.

David Bowie - Station to Station (1976)

poster
4,0
David Bowie is The Passenger.
Rijdend van station naar station.
Eventjes een noodstop in Berlijn.
Snel scoren samen met de kids van Bahnhoff Zoo.
Niet koortsig vanwege reisziekte, maar vanwege de coke.
Steeds sneller passeren de steden.
Al wordt die snelheid bepaald door de opgefokte werking van de drug.
De sneltrein naar de aftakeling maakt geen noodstop meer.
Eenmaal ingestapt, op weg naar totale vernietiging.
Het geeft een verkeerde weerspiegeling van het leven.
Bowie voelt zich God op aarde, en daardoor klinkt Station To Station juist zo zelfverzekerd en krachtig.
Golden Years is soulvol.
Een verslaafde in zijn eigen Saturday Night Fever musical.
De discohype begint hier.
Pas een jaar later zal John Travolta de hoofdrol over nemen.
The Thin White Duke zal steeds meer vervagen, totdat hij vervreemd van de wereld in clownspak als een witte schaduw in het niets zal verdwijnen.
Een paar jaar later zal hij als hit scorende goed uitziende yuppie weer op het toneel verschijnen.
De kameleon, of juist een feniks.
Ashes to Ashes.
Herboren.

David Bowie - The Next Day (2013)

poster
4,0
Boys Keep Swinging, The Next Day opent niet als een kater, maar hakt er op een prettige manier gelijk in.
We Could Be Heroes, Just For One Day geld natuurlijk niet voor David Bowie, dat was allang bekend, maar om na een lange stilte zo terug te komen, kunnen niet veel artiesten.
De kameleon van de popmuziek heeft die gave wel in zich, en hij benut hem hier goed.
Bij Dirty Boys schakelt Bowie een versnelling terug, mooie saxofoonpartijen maken het af.
The Stars (Are Out Tonight) hoor ik Tin Machine in terug, een vleugje Prisoner of Love.
Wil ik dat net een van zijn betere songs vinden.
Love Is Lost is een nummer welke zo in de serie Miami Vice thuis zou horen.
Na vier nummers moet ik tot de conclusie komen dat het niet geheel aan mijn verwachtingen voldoet.
Ik lees bijna overal dat er terug wordt gegrepen naar de jaren 70, voor mij klinkt het tot nu toe eerder als een sterk jaren 80 album.
Alsof Bowie revanche wilt nemen op de over het algemeen minder gewaardeerde muzikale periode.
Het hoofdstuk dat nog goed moet worden af gesloten.
Where Are We Now? Heeft voor mij raakvlakken met het beste van zijn laatste creatieve periode Thursday’s Child. Ook moet ik aan de Roxy Music van de jaren 80 denken, maar die naam drong al eerder tot mij door.
Valentine’s Day zou geschikt voor een band als Suede kunnen zijn, en dat bedoel ik als compliment, je hoort goed dat Suede door een Bowie beïnvloed is.
If You Can See Me is mij te chaotisch; een op hol geslagen sneltrein; de eerste raakvlakken met Station to Station dringen zich aan. Funk op de overspannen manier.
Maar eigenlijk is dit pas het eerste mindere nummer, dus dat zegt genoeg over de kwaliteit van het album.
I'd Rather Be High heeft muzikaal wel wat weg van U2 tijdens Achtung Baby, maar is tevens 100% Bowie.
Boss of Me klinkt eenvoudig, maar volgens mij zijn hier elke luisterervaring meer lagen in te ontdekken; het heeft iets onderhuids dreigends. Opeens neemt die sax de overhand; sterkste troef van het nummer.
Dancing Out in Space is een vrolijk huppelnummer.
How Does the Grass Grow? Heeft een soortgelijk intro als Heroes, maar gaat onverwacht toch een andere kant op. Hoor er The Shadows met Apache door heen in het lalala koortje.
Na If You Can See Me het tweede nummer welke mij niet zo aanspreekt.
(You Will) Set the World on Fire rockt op een prettige manier, heerlijk dat ingehouden gitaartje, om vervolgens los te gaan. Ook dit doet enigszins Tin Machine achtig aan.
De overgang naar You Feel So Lonely You Could Die is dan wat vreemd, wel zo’n nummer wat hij over 10 jaar als crooner nog prima kan brengen.
Heat is de broeierige afsluiter; misschien wel het beste van deze geslaagde come-back.
Wel meer in de lijn van zijn vorige album.
Conclusie; Bowie is erg goed bij stem, en hij klinkt verfrissender dan op zijn laatste platen, minder uitgeblust, ondanks dat dat ook regelmatig mooie resultaten opleverde.
Bowie op de verjongingskuur.

David Bowie - The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972)

Alternatieve titel: Ziggy Stardust

poster
4,0
Is Ziggy Stardust autobiografisch?
Of is Bowie gewoon de observator, die in de huid van de rockartiest kruipt.
Ik kan mij namelijk goed voorstellen dat Bowie in deze periode een groot bewonderaar kon zijn van Marc Bolan, en dat het verhaal eigenlijk over hem gaat.
Bowie is net als Madonna een kameleon, die zich geheel kan transformeren tot een ander persoon.
Hij moet ergens de inspiratie vandaan halen.
Ook zie ik raakvlakken met het latere The Wall van Pink Floyd.
De muur is hier de make-up, maar ook hier ervaar ik twijfel met het zich openbaar stellen.
Muzikaal gezien, geeft het mij ook hetzelfde gevoel, theatraal, en bijna Over The Top.
Het lijkt alsof Bowie zichzelf helemaal open stelt aan de buitenwereld, maar misschien verschuild hij juist hier zijn ware identiteit nog het meest.
De latere onverschilligheid wordt toch grotendeels veroorzaakt door zijn gebruik van coke, of zie ik dat verkeerd?
Voor mij blijft Ziggy Stardust voornamelijk het verslag van een identiteitscrisis.
Groots neergezet, dat wel.

David Byrne - Who Is the Sky? (2025)

poster
4,0
Ik hoor hier vooral in openingstrack Everybody Laughs de creativiteit van het American Utopia project terug. Verder veel zomerse vintage Amerika invloeden, veel filmische gekte en heel veel drukte, maar vooral het herkenbare David Byrne geluid. Minder puntig dan Talking Heads, maar een prima solo plaat. Wat mis ik Talking Heads toch, die waren wel geniaal. Knap dat hij als zeventiger nog steeds dat energieke bezit, heel bijzonder en uniek.

Written in Music Jaarlijst 2025 Nummer 41
Written in Music Jaarlijst 2025 | Written in Music - writteninmusic.com

David Christian & The Pinecone Orchestra - For Those We Met on the Way (2021)

poster
3,5
Comet Gain maakt de straten van Londen onveilig met ophitsende punkrocksongs, en excuseert zichzelf vervolgens voor het opruiende gedrag met lieflijke northern soul popliedjes. Verhalenverteller David Feck is een tragikomische randfiguur die zich na dertig jaar heen ploeteren afvraagt of het in hem zit om ook solo een plaat af te leveren. Niet dus! De gelegenheidsband David Christian & The Pinecone Orchestra bestaat uit een vriendengroep met daarin onder andere leden van Comet Gain, The Clientele, Teenage Fan Club en Hanging Stars. Om net juist tijdens de corona pandemie naar Zuid Frankrijk uit te wijken maakt David Feck het zichzelf niet echt gemakkelijk, al vinden de collega muzikanten daar toch het pad naar het plattelandsboerderijtje waar de opnames van For Those We Met on the Way plaatsvinden.

David Feck neemt afstand van het druilerige vervloekte Britse Why Does It Always Rain on Me? stapelwolken klimaat, de helse stadsdrukte en de wanhopige ingeburgerde verlatingsangst mentaliteit om daadwerkelijk als gelukszoeker de gouden schat aan de andere kant van de regenboog te bezichtigen. In My Hermit Hours, de zelfredzame eenvoud van het toelachende boerenleven. Mentale genezing, de neurotische ondertoon van de melancholische singer-songwriter vervlakt als hij in gemeende weemoed terugdenkt aan de verspilde jeugdherinneringen. Het volgeschreven jongensboek slaat definitief die laatste pagina om.

Goodbye Teenage Blue, een warm oprecht afscheid, gericht aan de amicale achterblijvende losers, randfiguren en ander soortgelijk uitschot en de Holloway Sweethearts liefjes die zich als plakkerige klonten schooltafel bubblegumkauwgom vasthechten aan Londen. Lockets, Drop-Outs and Dragnets leunt op de Werewolves Of London melodielijnen van de overleden volksheld Warren Zevon. Opbeurende Merseybeat klanken en Paisley Underground dramatiek wagen de overtocht in het realistisch zoekende Dream A Better Me.

Met de uitgestippelde I Used to Make Drawings toekomstplannen het onzekere avontuur trotseren. Zichzelf moed indrinkend om in dronken staat van verwarring vrienden in het mijmerend gesproken Pay Me. Later, Coco + Dee vaarwel te zeggen. Het klein rockende When I Called Their Names They’d Faded Away en de avondvullende folk van On the Last Day (We Spend Together) bezitten de mineurstemming van het eeuwige afscheidsromantiek van de in bomen gekerfde namen, plaats makend voor de geplande nieuwbouw.

De hoogtepunten zijn zorgvuldig tot het einde bewaard. Krakkemikkige gitaar gebonden punkende new wave rammelt er heerlijk op los in het versneld raggende The Ballad for the Button-Downs. De treurnis van de eenzame ouderloze prairie country Mum’s and Dad’s and Other Ghosts bevrijdt zich van de familiare schaduwgeesten uit het verleden om alleen de ingeslagen weg te vervolgen. For Those We Met on the Way, de vriendelijke vreemdelingen met levenservaringen gevulde koffers als bagage, de afvallige zwervers die vergeten momenten als plastic vuilafval met zich meedragen. Ze zijn hier allemaal welkom.

David Christian & The Pinecone Orchestra - For Those We Met on the Way | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

David Keenan - "WHAT THEN?" (2021)

poster
4,0
Het in januari 2020 verschenen veelbelovende debuut A Beginner’s Guide to Bravery is een droomstart die David Keenan al snel buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk brengt. Wie is toch deze jonge coole gast die op voortreffelijke wijze de beleving van oude Ierse folk traditionals met jeugdig enthousiasme weet te presenteren? Nog net voordat corona zich mondiaal verspreid, geeft hij een voortreffelijk optreden in het Amsterdamse Paradiso, en worden er vervolgplannen op papier gezet. En dan valt alles stil… What Then?

David Keenan is een gepassioneerde persoonlijkheid, die zoveel liefde uitstraalt. Met die aantrekkingskracht weet hij de luisteraar te ontroeren en diep te raken. De emotionele schreeuw die de puurheid van de kleine liedjes zo mooi omlijst, heeft op What Then? plaats gemaakt voor een bredere universele benadering. Gaat dit ten koste van de kwaliteit van zijn nieuwe tracks? Nee, dat niet, die blijven dat hoge niveau aanhouden. Levert hij er wel wat persoonlijke diepgang voor in? Ja, dat wel, maar het gaat er nu vooral om wat hij hier voor terug geeft.

Songs als het uptempo Beggar to Beggar, de gelikte popsong Sentimental Dole en het treurende gedicht van zijn Schotse naamgenoot The Grave of Johnny Filth zouden zich prima kunnen socialiseren op het debuut. Het onschuldige jongensachtige in zijn stem heeft een volwassen warm randje gekregen. Natuurlijk, veroudert iedereen sneller door de impact van afgelopen periode, maar de metamorfose in het geluid van deze Ierse volkszanger is immens te noemen. Nog steeds zijn daar die hoge gillende sprongetjes waarmee hij de zinnen eindigt, hij weet de nummers ook doorleefder op vertellende wijze te dragen. Hij overtroeft zichzelf met beeldende woordentovenarij in het tekstueel zeer sterk observerende Peter O’Toole’s Drinking Stories, waar de spanning vijandig effectief toeslaat.

Op het moment dat de wereld dreigt weg te zakken in de grijstinten van de pandemie, grijpt David Keenan de kans aan om het verloren jaar te ontvluchten. Dit brengt hem in eerste instantie in Parijs, om vervolgens door te reizen naar het altijd warme en kleurrijke Barcelona. Hij offert daarmee wel een deel van zijn roots op, en verbreed zijn kennis om zich te verdiepen in invloedrijke schilders. Een ander leefklimaat en de zoektocht in de kunst levert nieuwe inspiratiebronnen op, die absoluut de weg gevonden hebben op What Then?. Maar ook in die bezielende locaties wordt de zanger getroffen door de trieste leegstand van verlaten galerijen, welke zijn plek opeist in het eenzame Hopeful Dystopia. Het nieuwe geluk overstemt ook niet die melancholische Me, Myself and Lunacy heimwee naar zijn vaderland.

De duisternis ontfermt zich over What Then Cried Jo Soap. De zelfverzekerde vreemdeling die verdoofd door de alcohol en liefde de eerste stappen zet in een omgeving die niet de zijne is. Uitheemse verleidelijke gewoontes, die uitnodigend op elke straathoek hem staan op te wachten. Hij neemt ze tot zich en transpireert ze uit als eigen gemaakte lichaamssappen. Broeierig, een tikkeltje ondeugend en vooral mysterieus. Zichzelf overgevende aan de zonlicht ontwijkende verlokkingen die zijn kwetsbare ziel binnendringen om zich daar definitief te nestelen. Het geloof in een hoopvolle toekomst brokkelt af en laat zijn sporen achter in het decadente gitzwarte Bark. Overeind krabbelen en keihard op je plek gewezen worden, strijdend tegen de demonische waanzin, geïllustreerd door bezwerende 1001 nachten orkestratie.

Ieren staan er om bekend dat de verbindende familiebanden erg hecht zijn, en uiteraard is dat bij David Keenan niet anders. Het brok in de keel moment Philomena is een prachtig en oh zo herkenbaar eerbetoon aan zijn grootmoeder. Een eigenwijze experimentele puber die zich verzet tegen de generatie van zijn ouders, maar wel voor de nodige wijze raad en levenslessen bij zijn oma aanklopt, en in vertrouwen zijn worstelingen en onzekerheden met haar deelt. Net als David Keenan was ze een poëtische verhalenverteller, die deze krachtige eigenschap aan hem overdraagt. Het ontkiemingsproces begint dus zeer dicht bij die huiselijke kern. Grogan’s Druid, de terugkeer op de geboortegronden van het mythische Dundalk. De verloren zoon die op vrijdagavond de plaatselijke kroeg binnen wandelt, omarmt wordt en vervolgens samen met zijn vrienden een katerrijk weekend inluidt. Zo mooi om met die thuiskomst te eindigen.

David Keenan - WHAT THEN? | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

David Keenan - A Beginner's Guide to Bravery (2020)

poster
4,5
Met zo’n albumhoes weet je natuurlijk wel direct de aandacht te pakken en vast te houden. Een eigenwijze kleuter die in Peaky Blinders tenue verscholen achter een grote pet je doordringend aankijkt. Gewapend met in de ene hand een zelfgemaakt houten kruis, en in de andere hand een zoetkleurende roze ballon. Kinderlijke onschuld, en het geloof wat later grotendeels het leven zal bepalen. Dit is Ierland!

Dublin is op dit moment de broeiplaats waar het nieuwe talent zich weet te ontwikkelen. Tussen deze hoofdstad en het net zo bekende Belfast ligt Dundalk verscholen, woonplaats van het veelbelovende jonge singer-songwriter talent David Keenan, die met A Beginner’s Guide To Bravery een verrassend sterk folk debuut aflevert. Met zijn vier eerder verschenen EP’s als handbagage trekt hij al een tijdje rond. Deze graag geziene gast weet de nodige aandacht te trekken bij verschillende festivals. Ook zijn positie als voorprogramma bij het grote voorbeeld Mick Flannery heeft zeker in het voordeel gewerkt.

Dan zijn de verwachtingen terecht erg hoog, maar dat kan deze zanger gemakkelijk aan. A Beginner’s Guide To Bravery voldoet hieraan op alle fronten. Met zijn muzikale familiare achtergrond als basis weet hij zijn vertellingen overtuigend in te pakken. Een folkzanger is van oorsprong een geleefde verhalenverteller, waarbij de traditionele instrumenten hem begeleiden. Tegenwoordig mag ieder die een banjo of viool oppakt zich zo noemen, maar de kern zit hem vooral in de verbale verslaglegging.

David Keenan weet zich te plaatsen in het druilerige zondagmiddag gevoel. De warmte wordt opgezocht in de plaatselijke pub, waar de kroeggasten stilzwijgend de kater van een dag eerder weg drinken. Hij klinkt ondanks zijn jonge leeftijd al doorleeft en overtuigend, en heeft de passionele hoge jankende snik in zijn stem die hier getolereerd wordt. Het is allemaal net mannelijk genoeg en passend bij zijn voordracht.

James Dean legt die puurheid direct stevig vast. Gewapend met spaarzame gitaarakkoorden ontroerd hij op een natuurlijke wijze. De kunst is om dit vervolgens vast te houden. Bij Unholy Ghost komen de zonnestralen voorzichtig door de donkere wolken heen kijken, en wiegen de norse regenveroorzakers eerbiedig aan de kant. Met overgave worden er strijkers aan het geheel toegevoegd, waardoor het een gezellige boel wordt. Gezellig ja, anders is het niet te verwoorden!

Het café is de ontmoetingsplek waar het leven gedeeld wordt. De bulkende lach is aanwezig, maar ook het verdriet en zelfs de tranen. Met deze basis wordt het vervolgens een stuk dieper en persoonlijker zoals het aan zijn demente grootmoeder gerichte Good Old Days waar de hoofdrol is weggelegd voor het fraaie stoere vioolspel. De ellende die voor een ieder herkenbaar is passeert ook in het vluchtende Altar Wine. En ik kan alleen maar goedkeurend knikken, elk huisje heeft zijn kruisje. De emotionele schreeuw op het einde laat je verdwaast en geraakt achter.

Na deze bijna therapeutische uiting is er in het hoofd meer ruimte gekomen voor relativering en rust. Nog verder wordt je meegezogen in het lange voortslepende Love In A Snug, en geloof me, er volgen nog meer van zo’n vergelijkbare prachtig opbouwende bijna eindeloze passages. Of hij zich op gitaar of net als bij Tin Pan Alley op piano laat begeleiden, maakt in principe niks uit. De kracht zit hem toch voornamelijk in zijn ziel verscholen, en die opent zich wel naar de buitenwereld toe.

Origin of the World heeft dat kenmerkende van Ierland. Als geen ander weten die muzikanten hun roots van het vaderland muzikaal een invulling te geven. Wat is dat toch, dat ze met gemak het met drank gevoede bloed laten doorstromen in de beleving van woeste rivieren, die door het landschap sijpelen. De Ieren staan er om bekend dat hun liefde voor het land onbeschrijflijk groot is, maar juist die Ieren kunnen dit dus wel in tekst en muziek omzetten. Netjes bewaart hij dit tot het einde om dit door te drukken in het sfeervolle Subliminal Dublinia.

Het is de kunst om klein te beginnen en om vervolgens groot uit te pakken, zonder dat het met je eigen identiteit aan de loop gaat en je een song niet meer onder controle hebt. Het al eerder verschenen Evidence of Living is een voorbeeld van hoe hij een wilde song weet te temperen tot een brok onder controle zijnde innerlijke spanning. Ook hoe hij de nacht weet te bezingen in het lichtschemerige Eastern Nights getuigt van zijn vakmanschap.

Er valt weinig op A Beginner’s Guide To Bravery aan te merken. Al is de ontwikkeling van het sentimentele beginstuk van The Healing naar het bijna rappende popsong verloop er eentje waarbij ik wel mijn vraagtekens heb. Je gunt iedereen een hit succes, en deze is duidelijk op die markt gericht.

David Keenan - A Beginner's Guide to Bravery | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

David Kushner - The Dichotomy (2024)

poster
3,0
David Kushner verblijdt de wereld in de lente van 2023 met de gospelsoul pianoballad Daylight. Een hemels geschenk waarmee hij zich in de hoogste regionen van de internationale singlelijsten nestelt. Soms biedt de duisternis bescherming en verschuilen we ons juist bewust om de confrontatie met het licht te vermijden. Als jongeling verhuist deze in New York geboren singer-songwriter met regelmaat om zich uiteindelijk in muziekhoofdstad Los Angeles te vestigen. Deze zoektocht loopt parallel met de Evangelische weg die hij bewandeld. Daylight is een verslaglegging, waarmee hij de vele harten van een mondiale gemeenschap veroverd welke tevens overeind krabbelt, en met hoop zichzelf hervindt.

Het zware baritongeluid sluit gelijkwaardig op de boodschap aan, en door de kwetsbare instelling en het gelijkgestemde sound is het lastig om David Kushner niet met weg verbredende voorgangers als Hozier en Rag’n’Bone Man te vergelijken. Het ligt allemaal in het verlengde van het sobere naar een hoogtepunt opwerkende Take Me to Church van Hozier. Je zou bijna zeggen dat Rob Kirwan, de producer van dit hit succes letterlijk de opdracht krijgt om een soortgelijk nummer te arrangeren. Zonde, want zijn veelzijdigheid haalt weldegelijk de soul bij artiesten als het bekende U2, Depeche Mode en Simple Minds naar boven en maakt hij in de alternatieve hoek ook veel moois met The Horrors, PJ Harvey en Soulsavers.

Als David Kushner vervolgens met de Belgische dj Lost Frequencies aan de slag gaat, My Bones als eindresultaat, denk je noodgedwongen aan de samenwerking van Rag’n’Bone Man met Calvin Harris welke Giant oplevert. Gelukkig haalt deze connectie de The Dichotomy albumrelease niet, mede omdat de track niet in het concept past, waar de poëtische christen een nomade tocht aflegt om uiteindelijk het definitieve eindpunt Daylight te bereiken. Alle wegen leiden dus naar zijn bekendste nummer, en alle wegen zijn bekleedt met hetzelfde plaveisel, hetzelfde cement en volgens hetzelfde bouwtechnisch plan aangelegd. Rotsvast, met amper variatie. Dan blijft enkel de tekst inhoud van de albumtracks over, en die steken ondanks de bovenliggende geloofsovertuiging prima in elkaar.

No High is de natuurlijke roes van een bovenaardse verslaving, het ziekelijke verlangen naar een hogere overkoepelende macht die de chaos filtert, maar niet wegneemt. Poison voedt zich met de zeven Bijbelse zonden, hoogmoed, jaloezie, boosheid, vraatzucht, wellust, hebzucht en lusteloosheid. Zonder het kwaad ligt er geen goedheid in het verschiet. De duivel is meer een realist dan God, en staat aan de basis van de ontwikkeling van de latere persoonlijkheid. Het is de menselijke Skin and Bones kant, onder dat bikkelharde pantser zijn we allemaal gelijk en even kwetsbaar. Hero, je bent een superheld als je met de duistere kant van het bestaan kan dealen, in het reine komt. Dan pas toon je jouw draagkracht.

Na de innerlijke expeditie volgt het functioneren in het bijzijn van anderen. You and Me plant het zaadje in de liefde, Love Is Going to Kill Us is de wegrottende zijtak, het onkruid wat zich door de dolende Dead Man countryrock heen woekert. Na de dood volgt de wederopstanding, dit verhaal is ons al jaren geleden verteld. Herboren en gezuiverd gaan we het zware Flesh x Blood gevecht aan. We offeren onze eigenheid op, om geplooid aan het ideaalbeeld te voldoen. Vervolgens dringen de verleidingen zich weer op, en belandt je in de vicieuze Sweet Oblivion cirkel, waar dit patroon zich opnieuw herhaalt. De donkere orkestrale Flesh x Blood triphop kondigt het keerpunt aan, Sweet Oblivion voegt er beeldende melancholische David Lynch tragiek aan toe.

Na deze lichte vrijwel onopvallende aardverschuiving splijt de hemel zich in Buried at Sea open. De eeuwige rust welke de donkere wolkenmassa verdrijft en het verlossende licht toelaat. Dan is het klaar, maar in het geval van The Dichotomy volgen er nog een zevental tracks die weinig toevoegen. Humankind plaatst zich letterlijk tussen Human van Rag’n’Bone Man en Take Me To Church van Hozier. De weigering in Gods Huis, en de zondagse preek die enkel onbegrip oproept. De Hollywood verlokkingen in Universum en California Nights aan de andere opportunistische kant van de heuvels. God als ziener die vanuit het Heaven Sees paradijs op de helse aardse verschrikkingen neerkijkt. Zwoele sexy Darkerside Arctic Monkeys verwijzingen en Saving Your Soul, ik geloof het allemaal wel. Zelf ben ik ongevoelig voor dit soort uitspattingen, in de Verenigde Staten leeft dit stukken meer. Als je daar je publiek bereikt en zieltjes wint, is de missie geslaagd. Voor de liefhebber is er tevens een instrumentale versie van The Dichotomy beschikbaar.

David Kushner - The Dichotomy | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

David Sylvian - Brilliant Trees (1984)

poster
3,5
Eigenlijk verwacht je na Tin Drum van Japan meer Oosters gericht solo werk van David Sylvian, ook minder toegankelijk, maar Pulling Punches gaat aardig richting de tribal funk van Talking Heads, de exotica van Bryan Ferry solo, met daarbij wat Talk Talk achtige geluiden. Redelijk toegankelijk.
Ook aan The Ink in the Well is weinig moeilijks aan te ontdekken, al moet ik wel toegeven dat hierbij wel al de sfeer van Secrets of the Beehive voelbaar is. Voor mij is dat album zijn absolute hoogtepunt. Eigenlijk is dit nog niet een stap vooruit te noemen na de laatste Japan, al blijf ik het idee houden dat Gentlemen Take Polaroids en Tin Drum veredelde solo projecten zijn van Sylvian.
Niet dat de invloed van de rest van de leden weg te cijferen is, maar voor mij blijft hij de dirigent op de latere albums.
Zou zijn opzet zijn geweest voor commercieel succes of is hij hier nog zoekende naar de juiste vorm?
Had hij contractuele verplichtingen met Virgin om te scoren?
Zoals velen niet weten had hij net een hitje gescoord met Forbidden Colours, welke pas een paar jaar later op Secrets of the Beehive zou verschijnen, en misschien waren de verwachtingen van de single Red Guitar wel aan de hoge kant. Vreemd genoeg niet op het album wel als B-kant voor de gekozen single.
Weathered Wall klinkt wel als een alternatief uitgewerkt idee waaruit ook Forbidden Colours is ontstaan, maar dan met minder bezieling.
Het album is geschikt voor de wintermaanden, maar ik blijf meer een liefhebber van de vallende herfstbladeren die Secrets of the Beehive versieren, of ik ben zonder dat ik daar weet van heb een groot liefhebber van Ryuichi Sakamoto, die daar mede verantwoordelijk is voor de prachtige composities.

Dan hier ook maar een soort van een gedichtje.

Het kraken van het ijs doet mij verlangen na de komende herfst.
Waarbij er gekozen is voor een nieuwe winterjas.
Niet dat de oude versleten is.
Gewoon een verkeerde aankoop.
Een waarbij de kilte geen ingang zal vinden.
Deze sluit beter aan.
Geen koude wind die zich naar binnen wurmt.
Hier zit de warmte veilig opgeborgen voor de buitenwereld.