MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Nada Surf - Let Go (2002)

poster
3,0
Bij overweging om binnenkort naar een concert in Doornroosje van ze te gaan ter ere van het 15 jarige bestaan van Let Go, deze maar weer eens opgezet.
Eigenlijk ben ik vanaf het Right In Your Face nummer Popular deze band wel blijven volgen, en heb ook verschillende albums van ze in de kast staan; maar zo overtuigend als met hun doorbraaksingle hebben ze nooit meer geklonken.
Toch is Let It Go geen verkeerde plaat.
Een mooie afwisseling tussen hard en zacht, al zijn de zachtere stukken wel in overvloed aanwezig.
Nada Surf zit in dezelfde lijn als Weezer, Death Cab for Cutie en Daryll-Ann, net als bij laatstgenoemde soms net aan de saaie kant.
Happy Kid, Hi-Speed Soul en No Quick Fix springen er letterlijk en figuurlijk boven uit, maar om een heel concert te wachten op hoogtepunten zoals deze; ik weet het nog niet.
Lastige plaat, lastige keuze.

Nadieh - Land of Tá (1986)

poster
2,5
Helaas in 1996 overleden aan een longembolie.
Voor dit album ontving ze een Zilveren Harp en Edison. Zoals de hoes van dit album al laat zien is dit album een typisch jaren 80 product. Dit is ook wel aan de muziek terug te horen.

The Right To Change bereikte alleen maar de tipparade, maar werd wel regelmatig op de radio gedraaid. Persoonlijk vind ik dit het mooiste nummer van het album.

De volgende single deed het een stuk beter. Windforce 11 bereikte de 23ste plaats.
Helaas bereikte Lovers Eyes ook maar de tipparade. Persoonlijk vond ik deze single ook een stuk minder dan de vorige twee.

Hierna brengt ze nog 3 Engelstalige albums uit, en schrijft ze teksten voor onder andere Paul de Leeuw en Marco Borsato.

Na haar dood komt posthuum nog een album van haar uit met Nederlandstalige nummers.

Naima Bock - Giant Palm (2022)

poster
3,5
Zwaarmoedig, deprimerend uitzichtloos en met uitgebluste leegte presenteert het Londense viertallige vrouwengezelschap Goat Girl hun gelijknamige rockdebuut. Deze plaat ademt in trage, verslavende songs de druggy verregende grungegemeenschap uit. Uitputtende postpunkmentaliteit met licht masserende baspartijen, waarvoor Naima Bock de eindverantwoording draagt. Opvolger On All Fours maakt van Goat Girl een gevestigde Britse rockscene naam, al is Naima Bock dan reeds door Holly Hole vervangen.

Naima Bock beseft erg goed dat er geld op de plank moet komen, distantieert zich van het onstabiele muzikantenbestaan, richt een tuinbedrijf op en voltooid haar archeologiestudie. Deze zekere toekomstvoorziening geeft haar de rust om zich vervolgens weer in het artiestenwereldje te mengen. Rust, zekerheid en een veranderende leefstijlvisie verrijking dus, aangevuld met muzikale verruiming en de ontdekking van haar eigen fraaie zangkwaliteiten. De kernbasis van het dromerige retro Giant Palm, waarmee ze schaamteloos en verwachtingsvol een zeer aangenaam visitekaartje achterlaat.

Zonnige Braziliaanse zomer roots van haar vaderskant, Griekse mysterieuze beschavingskennis van moeders zijde en een gezonde interesse voor wereldse oudheidculturen vinden hun weg in een broeierige door synthesizers en energieke ritmecomputers aangestuurd drone klimaat waar jazz en folk de heersende goden zijn. Naima Bock ontwikkelt door middel van zelfstudielessen en gezonde leergierigheid haar muzikale inzicht, het assortiment met gitaar en viool verbredend. Tijdens het zorgvuldige fileerprecisieproces wekt ze de interesse van Speedy Wunderground platenlabeleigenaar Dan Carey op.

Giant Palm heeft de puurheid, het vernieuwende ontplooiende en het verfrissende van de landelijke leefomgeving. Die geïnteresseerde bewustwording gaat nog verder terug naar de traditionele folk, waar natuurlijke kernelementen een grote rol spelen. Het spirituele handboek van natural high zinsbeleving en mentale heling volgens de Naima Bock principes. De zin van het leven, het nut van het bestaan. Onderdompelend gedoopt, herboren van het verleden distantiërend. Heel bovenaards, heel psychedelisch en zeer jaren zeventig.

Na het liefde geven en nemen sixties tijdperk volgt die heimelijke drang om gezamenlijk daadwerkelijk iets van een bestaan op te bouwen. Een commune aan gelijkgezinden, en zo mag ook het door meer dan dertig gastmuzikanten ingespeelde Giant Palm gerust gezien worden. Er wordt met zwevende Moog en Krautrock elektronica gestoeid, pastorale landende Bon Iver dronelandschappen gecreëerd en een intense zoektocht ingezet om de hoge stemmogelijkheden van Naima Bock te ontdekken. Heerlijk aards bedwelmd op psychedelische tripwolken.

Onstuimige klarinet wervelwinden, vervagende saxofoon wrijvingen en traditionele Keltische viool liefkozing. Het zijn maar passerende alledaagse geluiden welke zich gehypnotiseerd bij het betoverende bedroefd als een gids leidende luchtige fluitspel voegen. Bevreemdende symfonische koorzang rockopera uitspattingen, triphop exotica, straattaal blazersjazz, Franse chanson liefde, de diepere melodieuze folk treurnis overstemmend. De schoonheid van een bijna spanningsloos werkveld, eenvoudig en teer, waar juist die kleine bijna onzichtbare subtiliteit het verschil afdwingt.

De lagen aan dichtgemetseld isolement schilferen elke luisterbeurt een stukje verder af, om de geheimen van het innerlijk steeds meer te openbaren. Het lijkt wel of de jaargetijden en het dag en nacht ritme er een Russisch roulettespel mee spelen. Flora en fauna gemoedstoestanden, folk zoals het van oorsprong bedoeld is. De fragiele zangpartijen van Naima Bock overstijgen nergens de middelmaat, de warme emotie doet dat wel. Met Instrumental wanen we ons eventjes in die menigte van de krioelende ondergrondse Londense metro mierennest jungle om vervolgens weer haar terugkeer naar de bevrijdende plattelandsstilte te bespoedigen.

Naima Bock - Giant Palm | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Nap Eyes - Snapshot of a Beginner (2020)

poster
3,5
Het Canadese, uit Halifax afkomstige, Nap Eyes werd tot nu toe neer gezet als een prima band, maar zonder een duidelijk eigen geluid. Een meer dan terechte constatering, welke zeker van invloed is geweest in het proces voorafgaande van hun vierde plaat Snapshot of a Beginner. Het ziet er daadwerkelijk naar uit dat Nigel Chapmans zijn eigen vocale communicatiemiddel heeft gevonden, en niet meer geforceerd te werk gaat om zich nog langer te richten op zijn grote voorbeelden.

Het is natuurlijk prachtig dat de muzikale idolen overduidelijk geëerd worden op het tikkeltje ontregelde Whine Of The Mystic en het meer rustig in balans zijnde Thought Rock Fish Scale. Bij I’m Bad Now wijkt Nap Eyes al iets van die formule af, al lijkt het er op dat ze nog steeds alleen de beroemde bananenelpee in de platenkast hebben staan. Ze wagen zich voorzichtig aan wat countryrock, maar verder overheerst de lichte psychedelica. Nu is er dan netjes na een terugkomende termijn van twee jaar Snapshot of a Beginner. Nigel Chapmans concentreert zich een stuk beter op zijn vocalen, en wil nog sporadisch omschakelen naar de praatzang van weleer.

De muzikale landschaprijke gitaarpartijen op So Tired waaien door de luidsprekers heen en laten een minder hoekig geluid horen. Prachtig psychedelisch vervolgd door het hemelse sixties gehuil uit datzelfde instrument. Niet alleen op muzikaal vlak een zoektocht, ook lijkt de zanger zichzelf in de spiritualiteit hervonden te hebben. Alleen al met deze mooie opener zetten ze al het vorige werk ver weg in een donkere schaduw. Zo vol in het zonlicht laten ze horen waartoe ze in staat zijn. Dit niveau hebben we eerder niet bij Nap Eyes gezien.

Het zomerse karakter straalt een en al luiheid uit, waardoor het allemaal best gemakkelijk over dreigt te komen. Waarom onnodig werk verrichten en de basis verloochenen tot een nulpunt. Dit is hoe Nap Eyes nu in het leven staat, en dat voelt verdomd lekker aan. Onderschat Brad Loughead niet, die de ruimte volledig benut. Hij heeft zoveel prachtige spanningsbogen ontdekt, welke hij aangenaam op zijn gitaar weet te herproduceren. Op volle kracht laat hij je wegglijden in het lang uitgerekte Real Thoughts. Het nineties gekleurde If You Were in Prison is een pakkende voltreffer, waarbij het volume flink omhoog geschroefd wordt.

En daarmee laat de band direct hun veranderingsproces gelden. De aandacht ligt veel meer op de dromerige gitaaraccenten die er een soepeler vervolg aan geven. De zang voelt zich hier prima op het gemak, wat nog het beste te ervaren is door het ontspannen sfeertje. Er hangt een vleugje saaiheid omheen die niet verveelt, maar juist goed bevalt. Alsof de band in relaxmodus liggende op sofa’s op zoek is gegaan naar inspiratie. In plaats van dit volledig uit te bouwen, brengen ze de tracks juist in die puurheid op de plaat.

Nap Eyes - Snapshot Of A Beginner | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Nas - Illmatic (1994)

poster
3,0
Een goed Hip-Hop album hoort de sfeer van de straat weer te geven.
Je moet het gevoel hebben dat je door een wijk loopt, en je niet helemaal op je gemak voelt.
Nagekeken worden door boze blikken van gangleden, terwijl aan de overkant een prostitué je juist goed keurend bekijkt.
Haar blik op kruishoogte.
Niet gericht op de dikte van je geslachtsdeel, maar op de dikte van je portemonnee.
Hier hoor je niet thuis.
New York is geen plek voor een blanke Europeaan om te wonen.
Hier lopen geen Alie B’s en Gers Pardoel rond.
Dit is geen plek waar je na de middelbare school de keuze maakt om in plaats van verder te leren voor architect fulltime Hip Hopper te worden.
Keuzes maak je om te overleven.
Tenminste als je de mogelijkheid hebt om te overleven.
Geld maak je in het drugscircuit.
Als je via de muziek carrière maakt dan ben je een van de gelukkigen.
Hoe dan ook, je hoort je afkomst niet te verloochenen.
Ondanks een grote auto en veel gouden kettingen.
Dat hoort voor mij een goed Hip Hop album uit te stralen.
Voldoet Illmatic hier aan?
Helemaal.

Natacha Atlas - Strange Days (2019)

poster
4,0
Wat is het ondertussen alweer lang geleden dat de wereld kennis maakte met de oriëntale global sound van Transglobal Underground. Ondersteund door vette beats paste deze perfect in het beeld van de opkomende dance en trance. Waarbij tijdsgenoten kozen voor de meer ambient gerichte aftakkingen, besluiten deze baanbrekers een meer avontuurlijke weg te bewandelen. Wie zou het toen geloven dat de buikdansende zangeres Natacha Atlas zich zou ontwikkelen tot een veelzijdige diva, zich steeds verder verwijderend van de basis die ze heeft gelegd in het bijna hitje Templehead.

Haar Arabische oorsprong krijgt een flinke injectie aan hedendaagse jazz toegevoegd op Strange Days, welke terecht mag worden bijgeschreven als een nieuw hoogtepunt in haar toch al niet misselijke repertoire. Deze in ontwikkeling zijnde nachtclubzangeres heeft nog steeds niks van haar sensuele geluid verloren. En ook de medemuzikanten verschuilen zich nederig achter hun instrumenten als ze begint te zingen. Verstrooid en rommelig geven ze invulling aan de gedragen woorden van deze ondergewaardeerde grootheid.

Alcyona Mick die haar vingers niet meer onder controle lijkt te hebben als deze haastig als een vurig liefdesspel de piano beroeren. Andy Hamill die met gepaste coolheid zijn contrabas de nodige uitdagende spanking tikjes toedient en het duo Asaf Sirkis en Laurie Lowe die elkaar afwisselen in het vluchtige drumwerk. Alleskunner en mede componist Samy Bishai neemt zijn rol als bendeleider serieus en introduceert in zijn gevolg blazer Idris Rahman, trompettist Hayden Powell en trombonist Robinson Khoury.

Van deze groep medewerkers is vooral Alcyona Mick een naam die in het verleden al vaker aan die van Natacha Atlas gekoppeld werd. Door haar huidige samenwerking met Samy Bishai is het eenvoudig om ook nu hiervoor tijd vrij te maken. Deze spelers met een breed curriculum vitae gevuld met een ontiegelijk groot overschot aan werkervaring, halen met gemak de andere muzikanten binnen. Hierdoor staan er artiesten in de studio te dringen die zich gezamenlijk tig keer bewezen hebben, variërend van jazzensembles, klassiek orkesten tot de invulling bij veelzeggende bekende popartiesten.

Als gastzangeressen zijn Tanya Wells en Sofiane Saidi met haar aardedonkere voordracht uitgenodigd. Aangevuld met de verrassing het ondertussen al lang volwassen geworden soulmeisje Joss Stone. Dat haar reikwijdte ondertussen een stuk wereldser georiënteerd is hoor je terug in Words of a King. Natuurlijk was bekend dat ze op blues gebied haar mannetje staat, maar met meer dieptes en rauwheid in haar vocalen past ze met gemak op deze jazzplaat. Doordat zich in totaal 25 artiesten op Strange Days zich inmengen vergeet je bijna de ster waaromheen het allemaal draait; Natacha Atlas.

Deze Belgische zangers is een multi culturele samenleving in een. Met een Marokkaans-Egyptische vader en een Britse moeder is ze de missing link tussen de Oosterse en Westerse gemeenschap. Invloeden die ze vol trots weet te verwerken in haar albums. De identiteitscrisis die hierdoor op jonge leeftijd haar wegen vervelend doorkruist heeft ze omgezet tot haar handelswapen. Ze laat zich nergens onderbrengen en geeft haar eigen invulling aan het begrip wereldmuziek. Dat deze zangeres zich ooit staande hield tussen kunstmatige beats en voorgeprogrammeerde samplers is haast niet meer voor te stellen.

De exotische blaaspartijen in Out of Time trappen hiermee af, met een Atlas die er als een hypnotiserende Kaa als Jungle Book karakter verleidend doorheen kronkelt. Ze weet het meeste te overtuigen met haar eigen tracks, al past de kapot gecoverde James Brown klassieker It’s A Man’s World er verder prima tussen. Haar triphop benadering wijkt af van de overige zelfgeschreven composities die een stuk meer puurder van structuur zijn. Deze is in hetzelfde rijtje te plaatsen als de zomerzon Bossanova van Sunshine Day.

Maktoub zou perfect in een Bollywood movie passen, al zit er in de backings ook genoeg raakvlakken met de Franse chansons verborgen. Feitelijk houdt ze hiermee de deur open voor andere uitdagingen. Powell bespeelt zijn trompet zo dat deze met gemak in een Twotone ska klassieker te plaatsen valt. Dan laat het meer georkestreerde Arabische Min Baad en het dromerige Lost Revolutions op een andere wijze de culturele achtergrond in de jazz samensmelten. Bij die laatste zijn het de viool en cello die de universele straattaal verwoorden. Al is de dreiging van Sofiane Saidi natuurlijk net zo belangrijk. Tanya Wells is echter vrijwel onzichtbaar aanwezig op het aansluitende Inherent Rhythm.

De jazz hoor je ook terug in het uptempo All the Madness, waarbij Alcyona Mick al haar vrijheid krijgt om de zwart-witte toetsen aan te slaan. Dat Natacha Atlas ons op het einde nogmaals trakteert op een prachtig staaltje stembeheersing is alleen al een genot. Geweldig hoe ze beheerst de plaat afsluit met Moonchild. Nog eventjes op een ijskoningin manier spelen met haar bereik, zo gecontroleerd en zelfverzekerd. Steeds meer krijg ik de indruk dat deze dame ons nog lang niet alles van haar kunsten heeft laten zien. Een zegening!

Natacha Atlas - Strange Days | World | Written in Music - writteninmusic.com

Nathan Bowles Trio - Are Possible (2024)

poster
3,5
Muziek, we voegen er vaak woorden aan toe om de diepgang te accentueren. Stel je echter een ochtendwandeling in de natuur voor. Alleen, zonder bemoeienis van buitenaf, dan kun je toch net zoveel, of zelfs meer nog, van de geluiden om je heen genieten? Het is de ontwakende stilte die zich van je meester maakt. Stilte welke zich laagje na laagje laat inkleuren tot een schilderij vullend geheel. Juist in de corona stilte ontstaat bij Nathan Bowles het idee om een vervolg op zijn laatste Plainly Mistaken soloplaat te maken. Het is eigenlijk een oneerlijke benaming, omdat hij hier al eerder met drummer Rex McMurray en contrabassist Casey Toll samenwerkt. Vanwege het feit dat Nathan Bowles de katalysator van het drietal is, kiest hij voor het toepasselijke Nathan Bowles Trio.

Are Possible, alles is mogelijk, en waarom deze mogelijkheden niet volledig uitbuiten. Door het banjo spel van Nathan Bowles verwacht je al snel dat hij je met Are Possible een landelijke countryfolk plaat voorschotelt. Dat landelijke is zeker het geval, onderschat echter niet dat Casey Toll een groot jazzliefhebber is, en dat deze invloed een net zo bepalende uitwerking heeft. Are Possible heeft tevens het duistere van de grunge. Vergeet niet dat Nathan Bowles in het verleden een belangrijke rol in het psychedelische noisedrone gezelschap Pelt vertolkte, en dat deze wispelturige erfenis ook in Are Possible zijn uitwerking heeft. In het soortgelijke Cave is Rex McMurray een belangrijke spil, Casey Toll speelt in een grijs verleden met Jake Xerxes Fussel samen die vrijwel gelijktijdig When I’m Called op de markt brengt.

Dappled ligt dus begrijpelijk in het verlengde van het vroegere Meat Puppets maatwerk welke ook door Kurt Cobain zo gewaardeerd werd. Een druilerige psychedelische acidrock track met die herkenbare banjo akkoorden van Nathan Bowles. In het doordachte The Ternions bepalen naar driekwartsritme neigende drumslagen van Rex McMurray de drive en het tempo van de song. The Ternions rockt hierdoor stevig en staat dicht bij de Amerikaanse roots van de muzikanten. Met complexe wendingen bedwelmen ze je, hypnotiseren ze je om in een sjamaanse helende trance te raken. Our Air, wat vinden we het lastig om onze adem te delen. Als deze tastbaar is betekent het dat je je in iemands comfortzone bevindt. Ongemakkelijk, aantrekkend en afstotend, bijzonder dat die chemie hier juist volledig tot zijn recht komt. Op het moment dat je het nummer denkt te begrijpen geeft het retro seventies fluitspel er juist een andere wending aan.

Het opzwepende Top Buttonlaat zich als een opwindende backpack song lezen. Een ontdekkingstocht door de verwilderde bergen, waar de hoogte synoniem staat aan de afgeleverde topprestatie. Een overwinnaarssong, een krijgerstrack, het ultieme einddoel in het verschiet, dan wel bereikt. Ook bij Gimme My Shit tikt Rex McMurray af, en wijkt hij met zijn berustende slowhand passie sterk bij de op dreef zijnde Nathan Bowles af welke zich kostelijk vermakelijk uitleeft en alle binding met de omgeving kwijtraakt. Juist deze tegenstrijdigheden houden stapeltrack Gimme My Shit in stand, zeker als Casey Toll zich er ook nog eens tussen mengt, al wordt hij al snel terug op zijn plek gewezen. Aims grijpt naar de countryfolk basis terug, en metselt de uitstulpingen glad. Dit ambacht vergt bijna tien minuten aan krachtarbeid, het eindresultaat mag er wezen. Are Possible, alles is mogelijk zolang je er in gelooft.

Nathan Bowles Trio - Are Possible | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Nation of Language - Dance Called Memory (2025)

poster
3,5
Je kunt je amper voorstellen dat men tegenwoordig naar de Koude Oorlog uit de jaren tachtig terugverlangt. Die tijd lijkt nu soms een aangenaam gevoel van veiligheid en saamhorigheid te bieden. Melancholische romantici die een hoopvol toekomstbeeld scheppen en daar veel kracht en winst uit halen. ‘I don’t wanna break my fall’, Ian Richard Devaney verwoordt het heel mooi in Can’t Face Another One, de openingstrack van Dance Called Memory, de vierde studioplaat van het New Yorkse Nation of Language.

Op voorganger Strange Disciple miste ik diepgang. Het was geen slechte plaat, het teerde alleen teveel op het wegverbredende werk van de synthpop-pioniers. Geen tijdmachine, maar liftmuziek die ergens halverwege blijft steken.

Ian Richard Devaney bezit een eentonig licht deprimerend stemgeluid, dat als het ware in de muzikale omlijsting vervaagt. De zanger cijfert zichzelf in de postpunk-leegte weg. Voorzichtig nemen de gitaren Can’t Face Another One voor hun rekening en dwingen ze de elektronica naar de achtergrond. Ian Richard Devaney omarmt een nieuwe dag, al is deze nog steeds regenachtig en grijs.

Het is de mind set achter Dance Called Memory: we dansen op het verleden, vieren het verleden, alleen dan met de hedendaagse inzichten. In Another Life bevestigt nogmaals dat je gedane zaken niet kan terugdraaien. Het is een leerzame geschiedenisles, zelfs foute beslissingen brengen je uiteindelijk verder. In die weerspiegelende schaduwdans uit het verleden, Silhouette, is daar ruimte voor. Een hoog donker postpunkgehalte dus, met het dromerige van Ian Richard Devaney die er een verhalende en diepere twist aan geeft. Het blijkt dat hij een betere zanger is dan wat hij tot nu toe heeft laten horen.

Nation Of Language wekt in het opzwepende Now That You’re Gone de indruk dat de drums echt ingespeeld en niet voorgeprogrammeerd zijn. I’m Not Ready for the Change opent de poort naar een lichte shoegazer noise variant. De veranderingen zijn nog voorzichtig en een beetje ontwenning, het is een prettig teken aan de wand dat Nation Of Language vooruitdenkt. I’m not ready for the change, maar het begin is er. Can You Reach Me leunt tegen de progrock en folk aan, en het afsluitende Nights of Weight is een meer dan fraaie ballad. Het lukt producer Nick Millhiser nog niet om het maximale uit het vat te halen. Nation Of Language heeft echter lang genoeg gerijpt, het daadwerkelijk consumeren mag beginnen.

Nation of Language - Dance Called Memory | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Nation of Language - Strange Disciple (2023)

poster
3,5
New Wave, de geuzenbenaming die we de kleurrijke tegenpool van het meer politiek correcte punk en het grijze daar uit voortkomende postpunk meegeven. New Romantics die veelal onder invloed van drugs en make-up de dagelijkse sleur ontvluchten. Flamboyante regenboog persoonlijkheden die tegenwoordig onder het LGBTQ vlaggenschip ondergebracht worden. Wat heeft veertig jaar aan revolutionaire vooruitgang ons uiteindelijk opgeleverd. We zijn weer helemaal terug bij het categoriseren, doordat elke groepering het anders zijn ook nog eens met een dikke markeerstift aandikt. Vergeet niet dat het in hokjes plaatsen het positieve klimatiseren van acceptatie en saamhorigheid versterkt. Natuurlijk zijn we allemaal individuen, maar we zijn ook volgzame kuddedieren. Opportunisten die het beste in gezelschap functioneren. We zetten een streep door het egocentrisme, en geven ons over aan de saamhorige clubnachten. Gewoon omdat daar zoveel behoefte aan is.

Het New Yorkse Nation of Language is een ouderwetse New Wave band, maar dan met veelzijdige dreampop herfstkleuren. Nation of Language belichaamt de jaren tachtig romantiek met een vleugje dramatiek en een flinke dosis aan melancholica. Tienerverdriet en het zichzelf ontdekken. Twijfel en trots, de fases van adolescentie. Maar tevens het gegeven dat ook de daarop aansluitende volwassenheid een vicieuze speurtocht is. Juist in deze verharde postpandemie maatschappij heerst het verlangen naar zachtheid en kwetsbaarheid. Nation of Language is warmer dan de gemiddelde kille synthpopband. Waar dat aan ligt? Waarom verschoof bij New Order het accent van de beklemmende Joy Division sound naar een speelsere lichtvoetige variant? Speelt de aanwezigheid van een vrouw hier een grote rol in? Bij New order vormen Stephen Morris en Gillian Gilbert een stel, bij Nation of Language is dat het geval bij Richard Devaney en Aidan Noell. Laten we het zo stellen, Nation of Language straalt net als New Order iets van ingetogen sensualiteit uit, flirt en stoeit meer met dancebeats. De partijen worden net wat gevoeliger gebracht, en daarmee maken ze het verschil.

We hebben hier dus met een stukje nostalgie te dealen. Hun derde studioplaat Strange Disciple richt zich op de vijftigers die in hun hart en ziel voor altijd jong blijven. Waarbij herkenbaarheid fijne herinneringen oproepen, en die zich met de sound identificeren welke hun jeugd gevormd heeft. Misschien moeten we elkaar gewoon zoals bij Weak in Your Light diep in de ogen kijken, alle ellende om ons heen vergeten, en voor dat ene moment gaan. Is liefde niet gewoon aan dat dierbare verleden vasthouden? Richard Devaney en Aidan Noell staan voor het geluid van Strange Disciple garant. Bassist Alex MacKay vervangt geruisloos zijn voorganger Michael Sue-Poi, en stelt zich ondergeschikt aan het koppel op. Sole Obsession is het futuristische verleden, een ideale droomwereld welke door het realistische heden op een zijspoor geplaatst wordt. Het moment dat liefde in houden van overgaat. Het loslaten om bevrijdend opnieuw de krachten te bundelen. De blinde vlek in een liefdesrelatie, waar er geen oog voor de buitenwereld is.

Het waarheidsgetrouwe Surely I Can’t Wait staat bij het moment stil dat de intieme gedichten aan je geliefde in werk veranderen. Je deelt het geluk met anderen, en schenkt je naaste er pijn voor terug. Spare Me the Decision bevestigt het feit dat je in principe elkaar niks meer te vertellen hebt, omdat alles op papier uitgeschreven is. De nachtelijke stiltes, de nachtelijke leegtes. Het is niet vreemd dat romances binnen een band vaak tot een scheiding uitlopen. Tourist, een bezoeker in andermans leven, die deze bevindingen documenteert. Biedt het geloof in Stumbling Still die gehoopte zekerheid of is dit slechts een surrogaatmiddel om die hunkering op te wekken. Het wakende A New Goodbye behoudt zich voor het dreigende conflict, een oorlog die zich binnenhuis afspeelt. Is Strange Disciple dan eigenlijk een zware plaat? Nee, met het afsluitende I Will Never Learn benadrukken ze dat de relationele liefde niets meer dan een struikelend leerproces is, waarbij je elke dag moet geven om winst te behalen. Juist die bewustwording maakt het luchtiger en verteerbaar.

Nation of Language - Strange Disciple | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Neil Hamburger - Presents Seasonal Depression Suite (2023)

poster
3,0
Stel je eens voor dat je met een groep collega muzikanten en b- acteurs rond de kerstdagen in een afgelegen Fawlty Towers achtig hotel ingesneeuwd raakt. Genoeg drank, eten en instrumenten binnen handbereik en een gastheer die als zenuwachtige entertainer optreedt en een spervuur aan flauwe woordgrappen op je los laat. Uiteindelijk val je voor deze meligheid en meng je jezelf met gemeend enthousiasme komisch nederig tussen het gezelschap op. Daar is Neil Hamburger’s Seasonal Depression Suite nog het beste mee te vergelijken. Een afgekeurd Disney sprookje om de feestdagen mee door te brengen. De grote ontbrekende is Chris Rea, die met zijn auto voor de zoveelste keer de verkeerde afslag heeft genomen.

Neil Hamburger is het alter ego van stand-upcomedian Gregg Turkington. Geliefd bij collega muzikanten, filmsterren en wildvreemde podiumbewoners. Alles wat cliché is en stiekem niet door de beugel kan passeert de revue. Vergeet de foute kersttruien, de terugkerende Top 2000 rommel en andere tot in herhaling vallende eindlijstjes. Seasonal Depression Suite is het echte werk, alles waar je eind van het jaar niet aan herinnert wil worden komt voorbij. Alsof de oorspronkelijke Monty Python leden tijdens een nostalgische jaren zeventig televisie-uitzending bij The Muppet Show worden uitgenodigd en onderweg aan lager wal geraakte collega’s oppikken. Gooi de goede voornemens in de prullenbak en onderga deze fantastische kerst glamrockopera trip.

Dit is Phil Spector kitsch, zonder de gekte en een overdosis aan theatrale bombast. Introduceer een The Polyphonic Spree achtige backing vocals koorgezelschap in bonte Barbapapa kleuren in de studio, die hier hun zingende geloofsovertuiging inmengen. Wees heel open minded, maar neem het vooral allemaal niet te serieus. Ga gemakkelijk zitten, You Have Arrived. Een nerveuse Neil Hamburger heeft zich bij My Calendar Lied in de tijd verrekent, en beseft dat zijn overnachtingsplek nog niet winterklaar is. Als een polkawervelwind neemt hij in Coming Apart at the Seams het huis onder handen. In de zomer zijn de gedachtes al bij het betoverende If This Long Season, maar als de tijd eenmaal aangebroken is, loopt hij flink achter de feiten aan. Een heerlijke lounge pianotrack met Toots Thielemans getinte sobere mondharmonica partijen.

Het is de kracht van Erik Paparozzi om dit alles in een doldwaze musical te arrangeren en daar komt deze producer verdomd goed mee weg. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om zijn vrouw en tevens kleindochter van Frank Sinatra, A.J. Lambert in het project te betrekken en schenkt haar Sleeping for Free. Om die familiare aangelegenheid te completeren wijst hij zijn dochter Miranda Paparozzi een Cats and Dogs musical pastiche bijrolletje toe. Het hoogtepunt van Neil Hamburger’s Seasonal Depression Suite vormt de door Erik Paparozzi gedragen countryfolk van de met strijkers opgesierde I Passed It By. Tussen het kunstmatige plastic hangen weldegelijk een aantal goed opgepoetste echte kerstballen.

De Four Seasons in One Day frisheid is in het melancholische Here Comes the Season Again ver weggestopt. Neil Finn verwarmt zich bij het dovende haardvuur en amuseert zich met vergeten platen die wiebelend hun rondjes draaien. Wie is die mysterieuze dame met die aftandse bontjas toch? Annabella Lwin heeft nog steeds die Bow Wow wow punkenergie en huppelt vrolijk door het uptempo It Felt Like a Dream heen. Alan Bishop van Sun City Girls mengt zich stilletjes vanuit de achterdeur binnen het gezelschap om in het theatrale jazzy Security Guard de boel flink te ontregelen.

Bonnie ‘Prince’ Billy verdrinkt eenzaam zijn verdriet in de balzaal. Bij de bijna beeldende The March triomf verkeert hij in ouderwetse topvorm. Het is zelfs zonde dat hij het geheel zo sterk de hoogte in tilt. Podiumclown Puddles Pity Party verschuilt zich achter zijn schrijnende Maids Can’t Mop Up Memories treurgeestige pierrot personage en zet een croonende Neil Diamond performance neer. Komiek JP Hasson kent Gregg Turkington net als Puddles Pity Party nog van de werkvloer, en krijgt in de uptempo Check Out Time Is 11 A.M. samen met actrice Natalie Peyser een vriendendienst toegewezen. Neil Hamburger’s Seasonal Depression Suite is een ontregelde licht dramatische klucht. Kerstmis zal nooit meer hetzelfde zijn.

Neil Hamburger - Seasonal Depression Suite | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Neil Young - Freedom (1989)

poster
4,0
Misschien is de akoestische versie van Neil Young van Rockin’ in the Free World de aanzet geweest voor de hele Unplugged rage die later op gang kwam.
In ieder geval een sterke opener van dit album. Voor mij was Freedom de come back van Neil Young.
Crime in the City sluit hier mooi op aan. Duidelijk dat The Walkabouts naar Neil Young geluisterd heeft. Deze song ligt wel in hun straatje. Alleen die break tussendoor met de slide gitaar vind ik minder er uit komen. Het duurt ook net niet te lang allemaal.
Vaak heb ik moeite met het stemgeluid van Meneer Young, maar op dit album stoor ik me er niet aan.
Bij Don’t Cry moet ik vreemd genoeg aan Pink Floyd denken tijdens de Watersloze periode. Gewelddadig mooie smerige gitaarsound tussendoor. Zo hoor ik Neil Young het liefste.
Als je dan vervolgens weer Hangin’ on a Limb hoort, merk je de veelzijdigheid op dit album. Het is een soort van Greatest Hits; alleen dan zonder de hits. De samenzang met Linda Ronstadt is zeer geslaagd, maar dit kan ook niet anders.
Helaas geen wederzijdse samenwerking op haar Cry Like a Rainstorm, Howl Like the Wind.
Aaron Neville past qua stem minder bij haar.
Eldorado is weer richting het werk van Walkabouts. En mensen die mij hier een beetje kennen, weten wat ik hier dus van vind. Misschien is het voor Mark Knopfler een goed idee om bij Neil Young in de leer te gaan. Leert die ook eens echt gitaar spelen.
The Ways of Love is weer met Linda Ronstadt; echter minder overtuigend dan Hangin’ on a Limb.
Someday is te zoetsappig. Had van mij weg gelaten mogen worden. Het zingen van dit soort nummers gaat ook niet super. Soms zelfs echt vals.
De lengte van Someday is dan ook 3 minuten te lang.
Zijn bewerking van On Broadway is weer zeer de moeite waard. Het tempo ligt iets lager, en de versterker een standje hoger.
Ik zie hem ook zo daar staan, met zijn mondharmonica, On Broadway.
Dat Neil Young ook nog verdienstelijk piano kan spelen, was voor mij onbekend.
Wrecking Ball is een mooie rustige ballade.
No More opent met het herkenbare gitaar geluid, al zou een leek zo denken dat hier David Gilmour aan het werk is. Hier vind ik de baspartijen net zo indrukwekkend; vooral in het begin. Na Eldorado en Rockin’ in the Free World het derde hoogtepunt van Freedom.
Het kampvuur nummer Too Far Gone was een waardige afsluiter geweest. De betere country sound.
Gelukkig heeft hij er voor gekozen om daar niet mee af te sluiten.
Want dan zouden we die geweldige rock versie van Rockin’ in the Free World missen.
Ik ben er nog steeds niet helemaal over uit welke versie ik nu het mooiste vind.
Ga dan toch voor de krachtige afsluiter.

Een kleine aantekening tot kort:
Freedom zou nog meer tot zijn recht komen als het eerste en laatste nummer om geruild werden. Beter om krachtig te beginnen, en rustig te eindigen.

Neil Young - Harvest (1972)

poster
4,0
Als kind zijnde heb ik ooit van een buurman een gitaar gekregen.
De hals zat niet helemaal goed vast, en omdat deze ooit gevallen was ontbrak er ook een van de stemmechanieken.
Ondanks deze mankementen wist een oom van mij toch elke verjaardag Heart Of Gold uit het instrument te toveren.
Vervolgens werd er door de helft van de aanwezige gasten mee gezongen.
Voor mij altijd weer het hoogtepunt van het feest.
Maar toen ik een keer bij die zelfde oom aan het logeren was, en hij mij de uitvoering van Neil Young liet horen, was ik toch wel teleur gesteld.
Wat jammer dat die meneer niet zo goed kon zingen.
Nog steeds heb ik wat moeite met de zang, en ik heb zelfs ooit Tonight's the Night voor mijn vader gekocht.
Hij was dol gelukkig, maar ik vond het over het algemeen niet om aan te horen.
Nog steeds kan ik daar moeilijk naar luisteren.
Eigenlijk kan ik de albums vanaf Freedom wel weer goed waarderen.
Ik heb het idee dat hij vooral in de jaren 90 beter is gaan zingen.
Maar ieder heeft natuurlijk zijn voorkeur.

Weer terug naar Harvest.
Omdat ik afgelopen week Harvest Moon gekocht heb, en die stiekem toch wel heel sterk vind, heb ik ook deze nogmaals gedraaid.
Harvest Moon wordt vaak genoemd als het jongere broertje van Harvest.
Ik kom uit een plaats waar regelmatig concerten worden gegeven.
Op Roepaen heb ik regelmatig acts gezien, die men onder de noemer Americana vallen.
Voor mij is dit nog steeds country, maar dan met meer variatie in de instrumenten.
Phosphorescent was een band die veel indruk maakte.
En als ik dan vervolgens Harvest draai, dan hoor ik veel van het geluid terug.
Terwijl in deze periode door verschillende acts werd gekozen om meer de rocksound in de country te verwerken, kiest Neil Young juist voor een kalere, misschien zelfs wat puurdere aanpak.
Zelfs in de grootst opgezette nummers als A Man Needs A Maid en There’s A World klinkt toch ook het intieme door.
Ook al heeft A Man Needs A Maid het orkestrale van een Nights In White Satin van The Moody Blues.
Het hoogtepunt blijft voor mij echter toch Heart Of Gold.
Muzikaal doet het mij aan The River van Bruce Springsteen denken.
Pakkende gitaarpartijen, ondersteund door prachtig harmonicaspel.
Verder is de tweede stem van Linda Ronstadt natuurlijk ook een mooie toevoegende waarde, juist misschien omdat deze niet overheersend aanwezig is, maar juist ondersteunend.
Ook haar geluid maakt een nummer als Old Man af.
Alabama laat wel kleine stukjes van het smerige, wat ruigere gitaarspel van Young horen, maar ondanks dit afwijkend geluid past het hier prima tussen.
Eigenlijk wel een verademing.
Zijn collega’s van Crosby, Stills, Nash & Young zijn ook subtiel aanwezig op het album, maar het is duidelijk Young die het geluid blijft bepalen.
The Needle And The Damage Done is wat ik begrijp, het uitgangspunt geweest voor het maken van Tonight’s The Night.
Hoe drugs je letterlijk kapot kunnen maken.
Maar als je dan opnames ziet van The Last Waltz van The Band; een aantal jaar later, met Neil Young die Helpless uitvoert, dan zie je toch ook een uitvoerend artiest waarbij de verslaving de overhand heeft op de wat beholpen uitvoering.
Afsluiter Words (Between the Lines of Age) klinkt inktzwart, een van de duisterste nummers die ik ooit van Neil Young hebt gehoord.
Ik ga Harvest steeds meer waarderen, en begrijp nu ook de schoonheid die men in dit album terug hoort.

Neil Young with Crazy Horse - Everybody Knows This Is Nowhere (1969)

poster
4,0
Zou Down By The River een inspiratiebron zijn geweest voor Nick Caves Where The Wild Roses Grow.
Beide nummers gaan over iemand die zijn vriendin vermoord aan de rand van een rivier.
Down By The River heeft wel een ander sfeertje.
Die hakkelende gitaar in het begin geeft voor mij het sloffen in een zandvlakte weer, met op de rug een vrouwpersoon; niet wetend of deze nog in leven is, of juist versuft door de brandende zon.
Vervolgens wordt het spel dreigender, gevolgd door een jammerende, slepende solo.
Waarna Neil de rol als zanger weer over neemt.
Geruststellend, maar vertrouwen doe ik hem niet.
Als ik nu weer hierna luister, dan moet ik bij het soleren denken aan een band als Pearl Jam, tijdens een live concert.
Eigenlijk dachten wij toen dat het improviseren was; uitend in een jamsessie, maar eigenlijk werd er een groot gedeelte van Down By The River na gespeeld.
Logisch dat ze ook Keep On Rockin’ In The Free World regelmatig speelden, en dat er bij Mirror Ball zelfs sprake was van een echte samenwerking.
Cinnamon Girl ken ik al eerder van Type O Negative, en zo heel veel hebben die niet aan de gitaarsound veranderd; wat al aangeeft, dat dit best wel een stevig stuk muziek is.
Voor mij ook een van de hoogtepunten op Everybody knows this is nowhere.
De solo op het einde hoorde ik weer terug bij Broken Hands van Mudhoney, alleen werd hij daar als intro gebruikt, nooit geweten dat deze ook van Neil Young af stamde.
Weer een tastbaar feit dat zijn invloed zeer groot is geweest op de grunge stroming.
Running Dry vind ik best wel op Where Did You Sleep Last Night lijken, en wie namen dat nummer op; precies Kurt Cobain en Mark Lanegan.
Het derde hoogtepunt is uiteraard Cowgirl In The Sand.
Deze lijkt behoorlijk veel op Down By The River; ook die hakkelende sound met de solo er door heen.
Maar het is hem vergeven, want juist hierdoor drukt hij zijn stempel op het geheel.
Vaak vergeet ik dat dit album uit 1969 komt, en dat men vervolgens moeite deed om dit te imiteren.
Young legde hier wel de basis van dit geluid.
Voor mij was de samenwerking met Crosby, Stills en Nash die volgde zelfs een stap terug, net wat te rustig allemaal.
Daarom vond ik het geen verkeerde stap dat hij al snel weer alleen verder ging, al zullen velen deze mening niet met mij delen.

Nell & The Flaming Lips - Where the Viaduct Looms (2021)

poster
3,5
Het onnavolgbare The Flaming Lips bewijst dat popsterren niet onbereikbaar zijn en zelfs menselijke trekjes vertonen. De spontane markante voorman Wayne Coyne komt in contact met Nell Smith, een veertien jarige bewonderaar die geïnspireerd raakt door de band en daardoor het wijselijke besluit neemt om gitaar te leren spelen. Het corona isolement beperkt The Flaming Lips in het optreden, maar biedt Wayne Coyne wel de mogelijkheid om met de bedrevenheid van deze jonge muzikant aan de slag te gaan. Het generatieverschil speelt zijn parten als hij voorstelt om een album met Nick Cave covers op te nemen.

Nell Smith heeft nog nooit van deze Australische grootheid gehoord, en stapt zo onbevlekt maagdelijk mogelijk in dit bijzondere project. Die jeugdige, bijna kinderlijke onschuld vormt een leidraad op het behoorlijk geslaagde Where the Viaduct Looms. Zelfs Nick Cave raakt ontroerd door haar versie van de sombere dromerige vooruitgeschoven single Girl In Amber. De interpretatie verschilt totaal van hoe het in zijn hoofd afspeelt, maar Nell Smith heeft het verhaal wel passend eigen gemaakt. Door deze goedkeuring van de meester valt er een last van het samenwerkingsverband af, al zijn de verwachtingen nu uiteraard wel stukken groter. Het is de vraag of Where the Viaduct Looms hieraan voldoet. De onvolgroeide onvolwassen speelsheid werkt echter niet altijd in het voordeel, al heeft dit verder niks te maken met de ontluikende prille talenten van de zangeres maar is het vooral een leeftijdskwestie.

We zijn getuige van de transformatie van een jonge adolescent, die zich ontwikkelt tot een meerderjarige vrouw. De eenzaamheid en gebrek aan liefde maakt van No More Shall We Part een triest meisje met de zwavelstokjes getint kerstliedje, overschaduwt door de vintage melancholiek die het Franse Air zo kenmerkt. Helaas gaat de opbouwende krediet ten onder aan het sentimentele naar Foreigner gelinkte I Want To Know What Love Is tussenstuk. Weeping Song verzuipt in de sterk zwevende echoënde effecten, waardoorheen Nell Smith als een onzichtbare kameleon in legergroen camouflagejasje manoeuvreert. Ook het ongemakkelijke Into My Arms heeft in de verboden tienerliefde uitvoering iets griezeligs onaangenaams.

Duistere countrygitaar akkoorden, nachtelijke triphop en rondspokende bewustwording construeren in O Children de ontsluierende volwassenheid die bij het te hoog ingezette The Ship Song zo gemist wordt. Op het aardedonkere Red Right Hand presenteert ze zichzelf als een jongere versie van PJ Harvey, The Flaming Lips vervult hierbij treffend de bluesy begeleidingsband rol. Het zuchtmeisje in The Kindness of Strangers ontdekt haar lichamelijke veranderingen als opspelende hormonen haar uiteindelijk in het deprimerende We Know Who You Are vervreemden van de voorheen zo betrouwbare veilige omgeving. Niemand weet wat de toekomst haar zal brengen, maar dat Wayne Coyne op deze manier zijn kennis en ervaring deelt en Nell Smith de kans geeft zich te ontplooien tot volwaardig vocalist is een mooi gegeven.

Nell & The Flaming Lips - Where the Viaduct Looms | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Nelly Furtado - Folklore (2003)

poster
4,0
Onder een heldere hemel de sterren tellen.
Windvlagen verkoelen de omgeving.
Warmte zoeken bij elkaar.
Haar hartslag langzaamaan horen versnellen.
Maanlicht maakt donkerbruine ogen zichtbaar.
Moment van stilte.
Gevolgd door de daad.
Explode is seks in de buitenlucht.
Jongen denkt aan scoren.
Meisje hoopt op romantiek.
Droom maar gerust verder.

Negen maanden later.
Nelly Furtado sluit een periode af.
Dagboeken worden bij het oud vuil gezet.
Krampachtig vasthouden aan pubertijd.
Volwassenheid is de volgende fase in het leven.
Niet meer het vogeltje dat geniet van de vrijheid.
Zelfbewustheid overheerst.
Proberen je toekomst te plannen.
Moederschap verandert alles.

Try is grote angst.
Onmogelijke taakvervulling.
Handboek der ouderschap.
Nergens staat het beschreven.
Probeer de juiste keuzes te maken.
Opeens is de verantwoordelijkheid verdubbeld.
Niemand die weet hoe te handelen.
Als je in de nacht weer eens ontwaakt.
Machteloos vanwege het gehuil.
Berusting in je armen.
Handjes die grip zoeken.
Zacht gesnurk.

Nelly Furtado - The Ride (2017)

poster
2,5
Nelly Furtado was voor mij wel de zangeres van na de eeuwwisseling.
Met Whoa, Nelly!, Folklore en Loose bezaten genoeg goede singles, en bleven als albums ook prima staande.
Het Spaanse Mi Plan was een gedurfde zet, maar boeide mij al minder, aan The Spirit Indestructible heb ik mij niet meer gewaagd.
Cold Hard Thruth heeft de swing van een Kelis, en is een prima opener; iets duisterder dan wat we van Nelly Furtado gewend zijn.
De donkere elektronica overheerst ook op Flatline, maar eigenlijk hoop ik toch op wat meer diepgang in de rest van The Ride.
Het emotionele aspect, waar Furtado vrij goed in is, mis ik wel een beetje.
Dit hoor ik wel al wat terug in Carnival Games.
Live is een stuk zwakker, en die lijn wordt door gezet in het irritante Paris Sun.
Ook Sticks and Stones heeft een vervelende muzikale omlijsting.
Hierbij moet ik zelfs aan een geflopte inzending van het Eurovisie Songfestival denken; Joan Franka met You and Me
Oké, ik leg mij er bij neer; dan maar minder diepgang.
Nelly Furtado wist verder vaak te overtuigen door het speelse, onschuldige aspect.
Dat is helemaal niet meer terug te horen.
Laat ik verder niet elk nummer ontleden, en alleen de hoogtepunten noemen.
Magic is lekker; beetje jaren 80 Yazoo achtig, en verder is het London Grammar achtige Phoenix de moeite waard.
The Ride is een krampachtige poging om met een volwassen plaat te komen.
Voor veel beginnende artiesten zou dit een prima resultaat zijn, maar van deze zangeres mogen we wat meer verwachten.
Helaas blijkt dat Nelly Furtado in deze tijd is ingehaald door artiesten als Adele, Lorde en zelfs Katy Perry.

Neneh Cherry - Raw Like Sushi (1989)

poster
3,5
Een zangeres die bekend werd door een paar Hip-Hop nummers, maar die vervolgens liet horen dat ze nog meer in haar mars had, wat ze later bij het Portishead achtige Woman liet horen.
Van dit album vind ik vooral Inna City Mamma erg sterk. Beter nog dan Manchild en het Bomb The Base nummer Buffalo Stance.

Het verloop van haar carriere heeft wel wat weg van die van haar broer Eagle Eye Cherry. Ook een artiest die eventjes helemaal de hemel in geschreven werd, en ook al erg snel vergeten werd.
Al blijf ik zelf wel een voorkeur houden van het werk van Neneh Cherry.

néomi - Somebody's Daughter (2024)

poster
4,0
Met haar adembenemende verstillende folkpopliedjes maakt de Surinaams-Nederlandse singer/songwriter Neomi Speelman al de nodige indruk. Onder het meer exotisch klinkende Néomí brengt ze twee prachtige klein gehouden intieme EP’s uit, Before en After, die begrijpelijk op elkaar aansluiten. Before is net wat avondschemeriger dan de After ochtendglorie. Twee prachtige eindproductresultaten waarmee ze zich in de kijker van de muziekliefhebber speelt.

Somebody’s Daughter, haar eerste volwaardige plaat,wordt net als haar eerdere werk door PIAS uitgebracht. Alleen is het accent wat meer naar de popsongs met een postpunk-raamwerk verschoven. Het indiefolk-verleden heeft ze niet helemaal afgesloten, in het broeierig voortkabbelende I’m Not Afraid of Dying zijn de naweeën nog tastbaar aanwezig. Het is net wat toegankelijker en meer op de mainstream radio luisteraar gericht. Als je gezegend bent met het talent van néomí is dit een logische ontwikkeling. De single Your Girl bereikt niet alleen de nationale zenders, maar wordt zelfs door het Britse BBC Radio 6 opgepakt.

Laten we dan maar gelijk met die albumtrack aftrappen. Your Girl is dromerig zweverig met een drukkende vroeg jaren tachtig postpunk gitaaromlijsting. In alles blijft het néomí’s liedje. De in Haarlem gevestigde Londense producer Will Knox groeit met de zangeres mee, en ook voor hem is het een logische vervolgstap nadat hij eerder medeverantwoordelijk voor de EP’s was. Onderschat deze bescheiden artiest niet, hij heeft al een wereldhit op zijn naam staan. Samen met Duncan Laurence zet hij de grote lijnen voor Arcade uit.

Openingstrack Somebody’s Daughter wordt door fabelachtige koortjes en een heerlijke eighties-galm omlijst. néomí heeft een warm randje ontwikkeld. Het is prachtig hoe ze hier bij de relatie met haar moeder stilstaat. Ze accepteren elkaars verscheidende wegen, maar ze hangt wel aan de telefoon om raad te vragen. In de bange dagen wil ze het liefste in haar schoot kruipen, veilig en vertrouwd. néomí is openhartig over haar therapie om de chaos in haar hoofd te ordenen, en dit is een rechtstreeks verslag van deze bewustwording. Een reactie op de pijn van het donkere Your Girl. Eigenlijk vatten deze twee songs het perfect samen, Somebody’s Daughter is een zoektocht met de nodige ups en downs.

Garden is tot het dementieproces te herleiden. Herinneringen vervagen, bekenden worden vreemdelingen. Een koude wintersong over liefde in de breedste zin van het woord. Warm, gevoelig met onrustige strijkers die staan te popelen om de piano te verdringen. Een nerveuze oncontroleerbare welvelwind in iemands gedachtes. De bedarende stem van néomí is het vertrouwde gevoel van thuiskomen, de puzzelstukjes vallen in elkaar. In de I Forgot to Tell You break-up song verdeel je niet alleen elkaars bezittingen, maar ook elkaars vriendschappen. En dan sta je er weer alleen voor, de rugzak aan bagage is in de vuilnisbak verdwenen, vanuit die leegte verzamel je nieuwe memorabele momenten. néomí haalt kracht in het opbeurende Could’ve Been Mine waar ze het verlies als een gemiste kans aan haar voormalige partner terugkoppelt.

Op het eerder uitgebrachte en helaas niet op dit album aanwezige If I Wasn’t Made for Love uptempo folksong staat de singer-songwriter bij haar biseksualiteit stil, in Someone New vervolgt ze haar innerlijke ontdekkingstocht. De complexe breakbeats staan synoniem aan de complexiteit in het hoofd van de zangeres. De postpunk-rockgitaar wakkert de storm aan, zet de track in beweging. Het mechanische met blikken percussie opgesierde So I Let You (15th of June – Evening) sluit hier op muzikaal vlak naadloos op aan. Ik hou van deze retro postpunk benadering, het geeft zoveel meer diepte. Het staat voor een afgesloten periode en wat is er dan mooier dan hier een vintage glans aan te geven. Momenten vasthouden, het lo-fi All You Do Is Leave (15th of June – Night) is een terugblik op deze bijzondere avond.

Talk Shit is een laatste lijmende poging om een relatie te redden. In Low sluit néomí vrede met haar melancholische tragische persoonlijkheid. Eens een zwartdenker, altijd een zwartdenker. Het levert in ieder geval prachtige verstillende liedjes op. Niks ten nadele van het meer folky Before en After, mij spreekt de overgang naar de postpunk invalshoeken meer aan. Somebody’s Daughter is een plaat om oprecht trots op te zijn.

néomí - Somebody's Daughter | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Neutral Milk Hotel - In the Aeroplane over the Sea (1998)

poster
2,5
En in de herberg van de stad
Zong hij een drinklied op het nat
Voor wie nog staan kon en wie zat
De troubadour
En nu begrijp ik ook waarom ze uitgestorven zijn

Neuzeitliche Bodenbeläge - Der Große Preis (2020)

poster
4,0
Ooit heel lang geleden konden we nog maar beperkt gebruik maken van twee Nederlandstalige televisiezenders. Met een beetje geluk ving de stormgevoelige antenne ook het signaal op van de concurrentie net over de landsgrenzen, waardoor het aanbod zich met een drietal kanalen vergrootte. Zo werd je op jonge leeftijd al wegwijs gemaakt met de Duitse taal. Krautrock is dan op zijn retour al overheerst de invloed overduidelijk in de Neue Deutsche Welle die zich begin jaren tachtig aandient. Als geen ander leent de voertaal zich ervoor om een verhaal te vertellen, iets wat het cabareteske DÖF al bewijst met hun novelty hit Codo… Düse Im Sauseschritt.

De hoorspelachtige opzet van het bevreemdende gesproken woord titelstuk Der Große Preis neemt je als tijdmachinepassagier mee de warme futuristische sprookjeswereld van Neuzeitliche Bodenbeläge in, welke gedomineerd wordt door krakende analoge synthesizers en gedateerde afgestofte drumcomputers. De theatrale achtergrond van hoofdstad Berlijn wordt door het daar woonachtige duo Niklas Wandt en Joshua Gottmanns versterkt met het industriële zakelijke handelspositie geluid van de uit Düsseldorf afkomstige kopstukken van Neu! en Kraftwerk. Kortom, echt een band die zeker op het Bureau B label thuishoort.

Als Neuzeitliche Bodenbeläge begin 2019 in een hotel liggende aan het Bodenmeer met een handvol aan basismateriaal aan de slag gaat zal niemand vermoeden dat dit gekozen uitgangspunt zo dichtbij de toekomstige waarheid zit. Totaal onverwachts stort de hele stabiele mensheid in een keer in elkaar, en wordt Der Große Preis noodgedwongen een soort van conceptalbum, waarbij de vergeten nostalgie als een identieke tweelingbroeder aanschuift bij het heden. Een stem uit het verleden spreekt je toe. Herinneringen aan het humane geweten die bijna op erotische wijze de samenvloeiing van mens en machine in lustgevoelens romantiseert.

Het beeld dat men zo’n vijftig jaar geleden had van de nieuwe eeuw, en waar het grote Big Brother oog het voor het zeggen heeft, staat centraal. Op de plaat is deze toepasselijk gesymboliseerd met de naam Marktplatz. Het medium wat zich richt op het invullen van het lege verlangen. Volkeren verbergen hun gevoelens achter een mimiek loze gezichtsuitdrukking in Maske en lopen hersenlam voorgeprogrammeerd achter de grote meute aan. Samen met de afhankelijkheid van overheidsinstanties past dit zo in 2021, dus op dat gebied heeft George Orwell met 1984 zijn punt nu wel gemaakt. Het jaartal is ondertussen gedateerd, al wordt er op muzikaal gebied ironisch genoeg juist wel aan die nostalgische tijd gememoreerd.

Gelb’s Groove is een traumatische déjà vu schets die teruggrijpt naar de ijle ziekelijke zure regen lucht waarvoor men in het ozonlaag aantastende haarlaktijdsvlak doodsbenauwd was. Dat men juist nu bescherming zoekt bij vrijheid beperkende mondkapjes is juist zo passende in die oude angstcultuur. Het klankenspel is opgesteld volgens het dansen om te vergeten principe, en geeft een luchtige twist aan dit zwaarmoedige onderwerp.

De echogalm op de praatzang van Haare maakt het geheel nog groter en krachtiger en wordt voortgestuwd door een heerlijke marcherende Electric Body Music beat. De luchtige new wave van Keramik & Konflikte camoufleert de zware over het eeuwige afscheid handelende teksten. Hoopvolle dromen zorgen voor kostsluiting in het wanhopige nachtelijke vluchtgedrag in Rausfahr’n en laten je met een onzeker open einde achter. Der Große Preis is energiek en veelbelovend. Neuzeitliche Bodenbeläge maakt goed gebruik van de naoorlogse cultuurwederopstanding, en levert een indrukwekkend debuut af.

Neuzeitliche Bodenbeläge - Der Große Preis | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

New Model Army - Carnival (Redux) (2020)

poster
4,5
Carnival mag achteraf gezien zeker beschouwd worden als een belangrijke sleutelplaat in de carrière van New Model Army, waarvan de basis eigenlijk al gelegd werd toen de band in 1998 Strange Brotherhood uitbracht. Justin Sullivan en Robert Heaton werkten toen met leden van de Levellers aan Rev Hammer’s Freeborn John – The Story Of John Lilburne – The Leader Of The Levellers. Het voor dit concept door Justin Sullivan geschreven Rumour and Rapture 1650 bleef toen op de plank liggen maar zal later in herziende vorm wel terugkomen op de 2020 versie van Carnival die nu het licht ziet.

De relatie tussen frontman Justin Sullivan en drummer Robert Heaton was na het verschijnen van Strange Brotherhood zodanig verziekt dat er besloten werd om elkaar voor een onbepaalde periode rust te gunnen en zich te richten op andere projecten. De band kreeg echter te maken met hun grootste tegenslag toen bij Robert Heaton een hersentumor geconstateerd werd. Hierdoor komt het dat geluidstechnicus Michael Dean in eerste instantie tijdelijk zijn rol op het fragmentarische wisselvallige Eight overneemt. Rond de tijd dat New Model Army besluit om aan de opnames van opvolger Carnival te beginnen komt het trieste bericht naar buiten dat Robert Heaton aan de gevolgen van alvleesklierkanker is overleden.

Michael Dean pakt hierdoor min of meer noodgedwongen definitief de plek achter het drumstel over, en blijkt ook een aanwinst te zijn in het schrijversproces. Samen met Justin Sullivan is hij grotendeels verantwoordelijk voor de tracks die uiteindelijk Carnival vormen. De stilte van vijf jaar heeft de band goed gedaan, en ondanks de trieste voorgaande ontwikkeling weerklinkt er een herboren frisse New Model Army, die juist zijn kracht uit de tegenslag lijkt te putten.

Zwarte pagina’s vervullen het notitieboek van Justin Sullivan en zijn voornamelijk terug te vinden in het bewust door zware drumslagen gejaagde Fireworks Night, waar hij zo eerlijk en respectvol mogelijk zijn relatie met Robert Heaton neerpent. Het eigenbelang van de twee voormalige bloedbroeders die een versnipperende werking op hun vriendschap heeft valt hierbij te herleiden tot de uiteindelijke breuk. Het verdovende verwijzende telefoontje op die deprimerende herfstdag die de negatieve afloop van de geleden strijd bevestigd wordt letterlijk benoemd. Justin Sullivan laat hier de meest oprechte pure persoonlijke kant van zichzelf zien, en beantwoordt daarmee de oproepende vragen die zijn fans hebben betreffende zijn houding in het hele (rouw)proces.

Die donkere drukkende sfeer is overduidelijk voelbaar op Carnival, waarbij alleen al op de albumhoes de dood letterlijk in de ogen wordt gekeken. In de rituele indianen regendanspunk van Water staat het leven en de dood centraal. Water is het transportmiddel van alle cellen en het bloed. Na het overlijden is het functieloos, en als we uiteindelijk tot stof overgaan, verdwijnt het ook uit het lichaam.

Toch is Carnival voornamelijk een publieke aanklacht tegen de uitzichtloze situatie waar de hardwerkende burgerlijke arbeidersklasse in verkeert. Justin Sullivan komt tot de conclusie dat er in de loop der jaren weinig is veranderd en dat hij nog steeds in zijn jeugdtijd van de jaren zestig leeft. Het geloof heeft alsmaar een overkoepelende bepalende factor in het geheel en drukt een dominante stempel op de conservatieve dorpsactiviteiten. Het sociale aspect staat nog steeds op de voorgrond in de anarchistische punkhouding van de hoofdleider van het nieuwe leger.

Zoals altijd weten ze het milieu ook een plek op de plaat te geven in het oververhitte Too Close to the Sun waarbij de opgewarmde aarde en de steeds dunnere ozonlaag centraal staat. De trippende tribal invloeden in het ontvlambare Red Earth en het boze wrange Another Imperial Day toont hun sympathie voor de donkere onderdrukte gemeenschap in Zuid Afrika die een flinke indruk op de zanger achterlaten als New Model Army dat land bezoeken.

Het keiharde ontvluchtende Island zal in de loop van tijd uitgroeien tot een live favoriet van band en publiek. In LS43 waagt New Model Army zich met de schemerige huilende blues akkoorden op een onbekend vruchtbaar ontginnend terrein. Een zeer geslaagde plaat dus waarbij voor mij hooguit het erg gemakzuchtige bij Stupid Questions aansluitende opgefokte Bluebeat als enige minder originele song gezien wordt. Al weten ze hiervan met die jankende mondharmonica, vette begeleidende bas en prachtig illustrerende strijkers ook nog iets indrukwekkends van te maken.

Op de Carnival Redux versie worden hier buiten het eerder genoemde Rumour and Rapture (1650) ook nog Caslen (Christmas), One Bullet en Stoned, Fired and Full of Grace toegevoegd. Rumour and Rapture (1650) is stukken steviger dan de folky songs van Rev Hammer, dus begrijpelijk dat deze toen uiteindelijk geschrapt werd. Op Carnival eist hij nu terecht een prima luisterrijke plek op. Caslen (Christmas) is oorspronkelijk een instrumentale Peter “Nelson” Nice compositie, maar wordt voor het album van woorden voorzien.

Het tekstuele confronterende One Bullet heeft mooie afwisselende passages waarbij akoestische gitaren verworpen worden door het hardere new wave rockgeluid. Deze is net als Stoned, Fired, and Full of Grace bij de trouwe fans al bekend in een unplugged setting, waarmee tijdens concerten de intimiteit wordt opgezocht. Mooie aanvullingen dus die het plaatje nog completer maken.

New Model Army - Carnival (Redux) | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

New Model Army - From Here (2019)

poster
4,5
Van de basis van anarcho rockers New Model Army uit Bradford is alleen frontman en doemdenker Justin Sullivan over. Na de glorietijden in de jaren tachtig krijgt de band een zware klap te verwerken als bij drummer Robert Heaton pancreaskanker wordt vastgesteld. In 2004 zal hij op de jonge leeftijd van 43 jaar bezwijken aan de oneerlijk gevoerde strijd. Deze impact heeft tot gevolg dat de band zich steeds wranger en slepender presenteert. New Model Army wisselt vervolgens regelmatig van bezetting, van de stabiele eenheid uit het begin is niets meer over. Het lijkt mij ook verdomd lastig om je opnieuw te binden aan bandleden, als zo’n bepalend lid is weg gevallen. Live staat het nog steeds als een huis, en ook de albums blijven van constant hoog niveau. Het bestaansrecht hebben ze nog steeds, getuige de trouwe volgelingen die ze concert na concert blijven volgen.

Na het optimistische Today Is A Good Day van tien jaar geleden volgt het lawaaierige Between Dog and Wolf met de dominante percussie. In 2016 komt het koude en kille Winter uit. Het veertiende volwaardige studioalbum From Here sluit daar nog het beste op aan. De krachtige stem van Justin Sullivan klinkt nog net zo sterk als 35 jaar geleden. Ondanks dat er wel wat van zijn rebelse houding is afgesleten, weet hij zich zoals altijd maatschappelijk kritisch op te stellen. Het milieu en de weersveranderingen door een opwarmende aarde blijven thematisch terug komen. Eigenlijk is er bar weinig veranderd sinds de angst voor de gevolgen van de zure regen, alleen wordt het gevaar tegenwoordig plasticsoep genoemd. Zijn gemeende oprechtheid treft je ook nu weer recht in je hart.

Het producersteam Lee Smith en Jamie Lockhart mag net als bij de vorige twee albums de omlijsting verzorgen van het schilderachtige From Here. Deze samenwerking heeft zijn bittere vruchten afgeworpen die treffend passen in de idealistische kijk van Sullivan op een betere wereld. Zo lang deze niet in evenwicht zijn, zal de protestzanger van zich laten horen. Terwijl er voorheen trouw werd gezworen aan de basisinstrumenten gitaar, drum en bas is er de laatste tijd veel meer een ommezwaai gemaakt naar een meer georkestreerde keyboardbegeleiding. Hierdoor druipen gitzwarte verterende klanken al vergiftigend druipend de zang tegenmoed. De wanhoop wordt hierdoor gesmoord, waardoor de scherpe dramatiek een bijna theatraal vervolg krijgt. De hulpeloze verbale uithalen in Passing Through worden keihard naar de achtergrond verdrongen. Na een prachtig akoestisch tussenstuk lanceren de drums en gitaren een mooi episch einde waar Sullivan zijn kenmerkende gevoeligheid een plek kan geven. Hoe mooi kan je een plaat openen.

From Here is een opgejaagd chaotisch geheel, waarmee nogmaals benadrukt wordt dat de tijd begint te dringen. Het is een apocalyptische race tegen de klok voordat de aarde uit zijn vernietigende voegen barst. De altijd welbespraakte frontman wil je met zijn lyrics tot denken aanzetten. In de kritische noten wordt de boodschap duidelijk verwerkt, zonder een te persoonlijke aanval op de wereldleiders en de gevolgen van de Brexit. Door de dynamische opbouw tussen harde en zachte passages ontstaat een harmonieus evenwicht in de songs. Met het verlopen crusty uiterlijk van het boegbeeld Sullivan roepen ze nog steeds genoeg strijdbaars op, al zal hij waarschijnlijk niet meer vooraan lopen in de demonstraties. Nog steeds durft hij de barricades te trotseren, gewapend met het woord.

Het grootste verschil met vroeger is dat er op From Here wel geloof is in een optimistischere toekomst. De dromen worden uitgesproken zonder met een beschuldigende vinger naar anderen te wijzen. De No Future slogan is verbrand, en de hoop is meer gericht op de nieuwe lichting jongeren, die met social media een veel grotere doelgroep weet te bereiken en het gesprek durft aan te gaan. Niet dat dit het moment is om het stokje over te dragen, daarvoor moet er nog veel te veel gebeuren in de spinsels die het hoofd en hersenen van de zanger als woonplaats hebben. Heb je geen zin in zijn gedachtegang, dan blijft er buiten dat gegeven gewoon een heerlijke rockplaat over.

New Model Army - From Here | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

New Model Army - The Ghost of Cain (1986)

poster
4,0
Eigenlijk is New Model Army wel te vergelijken met Killing Joke.
Beide bands hebben een frontman die gefrustreerd is over het wel en wee in de wereld.
Jaz Coleman gaat steeds meer de hardere confronterende kant op, terwijl er in Justin Sullivan meer een romantische idealist schuilt.
Altijd kritisch, maar net wat minder in de aanval.
Ten tijden van The Ghost of Cain was hij een stuk jonger, en geloofde er nog in dat hij met zijn muziek een bijdrage kon leveren in de bewustwording van de medemens.
Persoonlijk vond ik deze bandopstelling het sterkste Justin Sullivan (zang, gitaar), Jason Harris (bas) en Robert Heaton (drum).
Hun beste album Thunder and Consolation, welke hierna kwam is samen met The Ghost of Cain in deze samenstelling gemaakt.

New Model Army - Thunder and Consolation (1989)

poster
5,0
Geromantiseerde struikrovers.
Leven volgens de principes van de natuur.
Overleven in een verkeerde periode.
Justin Sullivan is een misplaatste Robin Hood.
Door een tijdmachine weg gerukt uit de Middeleeuwen.
Vechtend tegen de bureaucratie.
Kleur geven aan de grijze mensenmassa.
Warmte biedend in de kille jaren 80.

Vermomde Greenpeace activist.
Tegen de kernenergie.
Voorop in demonstraties.
Ongewild boegbeeld voor de arbeiders.
Working Class Hero.
Thatcher als Public Enemy.
Hopend dat met zijn muziek de boodschap wel over komt.
Songteksten als pamfletten.
Verborgen in de binnenhoes van een elpee.

Altijd in de schaduw blijven staan.
Te direct en te confronterend?
Zich niet willen aanpassen.
Gewoon hun eigen koers blijven varen.
New Model Army in de meest kritische periode.
Kwaadheid heeft plaats gemaakt voor subtiel denkvermogen.
De schreeuw wordt bestuurd door het hart.

De ideologie van I Love The World.
Terugkeer naar de hippies.
Die verworden zijn tot harde zakenlui.
Waarbij het milieu moet wijken voor consumptie.

White Coats.
De mannen in witte jassen.
Opruimdienst van de regering.
Al wat ze vinden verdwijnt in dossiers.
Achter gesloten deuren.
Ergens in de kluis.

Stupid Questions.
Verkiezingscampagne.
Achterban van alles beloven.
Om vervolgens die doelen weer te schrappen.
Blijven glimlachen met hagelwitte Prodent tanden.

Green and Grey.
Het mooie typische Britse platteland.
Weergegeven als in de Agatha Christie verfilmingen.
Ontroering in zijn zuiverste vorm.

New Model Army - Today Is a Good Day (2009)

poster
4,0
Today Is A Good Day.

14 september 2009 is de dag waarop de boze oudere broer van Levellers de wereld toe schreeuwt.
De juiste periode voor New Model Army om weer van zich te laten horen; en hoe!!
Everything is Beautiful, Because Everything is Dying.
De schoonheid van vergaande tijden.

Het geluid is een stuk harder dan vroeger, maar nog steeds schopt zanger Justin Sullivan tegen de maatschappij aan.
Echt veel is er niet veranderd.
We zijn weer teug in de jaren 80 van Margareth Thatcher.
Economische crisis; angst voor grote dreigende oorlogen.
Een Nieuwe Herfst voor Moeder Aarde.

Na ruim 15 jaar lukt het ze om een waardige opvolger te maken van The Love Of Hopeless Causes. Vergeet tussen liggende albums, want dit is toch wel het echte werk.
Het beest in Sullivan is ontwaakt.
Laat de kapitalistische ex punker Johnny Rotten kennis maken met dit album, en pierce hem door zijn neus dat er nog steeds idealisten zijn.

Bravo!!

New Model Army - Unbroken (2024)

poster
4,5
Het mede door Robert Heaton geschreven Green and Grey zal voor mij altijd het New Model Army keerpunt blijven. De machinale horizonvervuiling waardoor het natuurlijke groen steeds verder in het materialistische grijs vervaagt. Justin Sullivan houdt het nalatenschap van zijn vroeg overleden voormalige maatje in ere. Verzetten de Britse anarchisten zich voorheen vooral nog tegen het kapitalistische rechtse regiem, daarna plaatsen ze de aftakeling van het milieu steeds verder op de voorgrond. Elk jaar levert de band meer hoop en vertrouwen in en koopt daar verbittering en teleurstelling voor terug. De grijsheid is ondertussen zo verbleekt dat er enkel de sneeuwwitte schoonheid overblijft. Vanaf de grimmige Winter plaat zet de wederopbouw zich voort, From Here is het nieuwe nu, totdat de pandemie daar een stokje voor steekt.

Die afgedwongen stilte heeft ook de nodige nadelige gevolgen voor de New Model Army samenstelling. Omdat gitarist Marshall Gill weigert om zich tegen het COVID-19 virus te laten vaccineren, volgt er een resoluut besluit en wordt hij uit de band gezet. Na het meer dan geslaagde Sinfonia veertigjarige bestaan cadeautje aan de “The Family” fans, komt er nu dan eindelijk met Unbroken het From Here vervolg. Het gemis van Marshall Gill pakt New Model Army goed op. Sterker nog, ze klinken als eenheid net zo hecht als in hun jaren tachtig hoogtijdagen. Naast zanger/gitarist Justin Sullivan bestaat het gezelschap op dit moment uit toetsenist/gitarist Dean White, basgitarist Ceri Monger en drummer Michael Dean.

Klinkt Justin Sullivan op zijn Surrounded solo tussendoortje nog vermoeid, oud en kapot gestreden. Op Unbroken heerst de ernst, en daar hoort een boos krachtig stemgeluid bij, en dat bezit de realistische purist gelukkig nog steeds. Blijkbaar is de behoefte aan daadkrachtige wereldverbeteraars aanwezig. Toch benadrukt de songwriter op Legend overduidelijk dat hij het risico loopt om gebukt onder deze last ten onder te gaan. Het is natuurlijk gemakkelijk om anderen met problemen op te zadelen dan de zwaarte te delen. Bij het opgefokte Reload reminder haalt New Model Army het verleden aan en mengt dit met loodzware nu-metal gothic rock riffs en theatraal toetsenwerk. Het lomp opgezette Coming Or Going gaat nog net een stapje verder en misbruikt het deprimerende Seattle punkrock grunge decor om die eerder aangehaalde Green and Grey grijsheid te accentueren. De tribal drums staan op gevechtssterkte opgesteld, Here Comes The War! We hebben songs als Do You Really Want to Go There? nodig om dat verzet te hergroeperen.

First Summer After volgt het patroon van eind jaren tachtig, als postpunkbands publiekelijk met dancebeats experimenteren, min of meer het einde van een tijdperk inluiden en zich op een doorstart voorbereiden. Het is dus tevens die bewuste eerste zomer na een bevlogen energievretende periode met de Summer of Love overgang al schitterend op de horizonlijn. Dit doelgericht ijkpunt domineert de krachtige I Did Nothing Wrong sleutelsong. Kijken we voorheen nog afkeurend tegen deze overgangsfase aan, tegenwoordig kunnen we het allemaal beter plaatsen en in waarde beoordelen. First Summer After, schoon schip maken. De eerste single na de corona-terreur, de eerste single na het Brexit verval, de eerste single na de start van de oorlogsverklaring tussen Rusland en de Oekraïne, het alsmaar sluimerende Midden-Oosten conflict en de eerste single na het vertrek van Marshall Gill.

Language, we spreken dezelfde taal, gebruiken zelfs dezelfde woorden maar plaatsen deze echter wel in een verschillende context. Elk conflict ontstaat uit misbegrip, het gesproken woord als wapen. We articuleren de zinnen in alle heftigheid, en leggen de klemtoon net op die verkeerde zere plek. Justin Sullivan roept in die zwaar ritmische track enkel tot verbroedering op en gebruikt hier exact diezelfde woordenschat voor. Deserters, we weigeren om de opgelegde normen te volgen en klampen ons aan onze eigen waardes vast. In het I Did Nothing Wrong cynisme beloont Justin Sullivan het volgend kuddegedrag met afvinkende likes. Eindeloos naar het nietszeggende computerscherm staren en daarmee het geluk afdwingend afkopen. Dean White laat zijn gitaar huilend soleren en benadrukt nogmaals dat ze het Marshall Gill verlies prima kunnen verwerken. Het afwijkende If I am Still Me cyberpunk geweld stelt min of meer diezelfde vraag. Schuilt daar in die diepe ondergrond nog steeds dat idealistische kernbegrip, of is het ondertussen tot schijngedrag gemuteerd, een koud aangeleerd kunstje.

De roodgloeiende aarde in alarmfase, waarin het door New Model Army aangekondigde Green and Grey milieu aanslag zodanig zijn verrotte vruchten afwerpt, waardoor de mensheid genoodzaakt zijn I Did Nothing Wrong geweten filtert. Een melancholisch gedragen Cold Wind bewustwording, recht in het gezicht, fris herboren ontwaken. Een zuivering welke ooit tot een schone planeet moet leiden. Misschien komt dat gevoel nog het beste in de sentimenteel gedragen Idumea tribaldance tot zijn recht, waar culturele gospelkoren hun krachten tot een universeel strijdlied bundelen. Er is niet zozeer sprake van een wederopstanding, Unbroken markeert de eerder uitgeschreven bladzijdes enkel met een nieuwe herziende laag tot bewustwording.

New Model Army - Unbroken | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

New Model Army - Vengeance (1984)

Alternatieve titel: The Independent Story

poster
3,5
Van punk werd vaak gezegd dat ze zo maatschappij kritisch waren, maar vaak werd er gewoon tegen de heilige huisjes getrapt omdat het zeer deed.
Fuck This! Fuck That! Fuck The Government! Fuck The Police! Fuck Everybody!
Maar echt gemeende boosheid?
Ja, wel misschien bij bands als Crass en Conflict.
Eigenlijk hoor ik bij bands als Killing Joke en New Model Army dit sterk terug.
Nu is laatst genoemde band steeds milder geworden, maar is vooral Jaz Coleman van Killing Joke nog steeds kwaad op de wereld rond hem heen.
Misschien ligt de kracht van deze bands ook wel in het feit dat ze nooit echt zijn door gebroken tot het grote publiek; al kent iedereen Love Like Blood van Killing Joke.
New Model Army is op Vengeance gemeend opgefokt, waarbij de stuwende bas eeen extra zetje in de juiste richting geeft.
Dit is postpunk met de energie van punk, of misschien is het wel gewoon punk met een aangenaam wave randje.
Maakt eigenlijk niet zo veel uit.
Dit is New Model Army; een oude naam voor een nieuw gevoel.
In 1984 was U2 al groot zodat Bono de witte vlag van de live uitvoeringen van Sunday Bloody Sunday symbolisch kan overhandigen aan Justin Sullivan.
Als nieuwe vaandeldrager is hij strijdlustig genoeg om de barricades te betreden.
Voor mij zouden ze zich nog meer gaan ontwikkelen met Thunder and Consolation als persoonlijk hoogtepunt.
Maar met het sterke debuut Vengeance lieten ze voor het eerst van zich horen.

New Model Army - Winter (2016)

poster
4,0
De zang is wat zwakker geworden, maar als je jaren lang je longen uit je lijf hebt geschreeuwd tegen het onrecht in de wereld, dan is dit het gevolg.
De oprechtheid en het idealisme zijn nog steeds voelbaar.
Misschien is New Model Army wel de definitie van punk.

New Model Army and Sinfonia Leipzig - Sinfonia (2023)

poster
4,0
Zelden een band met zo’n trouwe aanhang als New Model Army meegemaakt. En dan deel je bijzondere momenten als het veertigjarig bestaan met elkaar. Het eerste officiële optreden is op 23 oktober 1980 te Bradford, de geboortegrond van de anarchistische crustypunkers. 2020 is echter een dood pandemie jaar, waardoor ze het feestje voor een bepaalde tijd uitstellen en vooruitschuiven. Het moet iets bijzonders worden, een belevenis waar fans nog jaren over napraten. Justin Sullivan neemt met violiste Shir-Ran Yinon contact op die tijdens de Between Wine and Blood tour al het podium deelt. Ze neemt de composities onder handen en voorziet deze van nieuwe arrangementen. Vervolgens zoekt ze Sinfonia Leipzig-dirigent Cornelius Daring op om die verder uit te werken. Voor de locatie kiezen ze voor het artistieke Tempodrom gebouw in Berlijn, welke toevallig ook de deuren in 1980 voor de eerste keer opent.

En zo deelt New Model Army het podium met een veertig koppig orkest. Nee, ze spelen die avond op 15 juli 2022 geen veertig nummers, maar beperken zich tot de helft daarvan. Sinfonia is een mooi overzicht waar New Model Army misschien wel bewust klassiekers als Here Comes the War, No Rest, Stupid Questions, Get Me Out en White Coat links laten liggen. Waarschijnlijk lenen die tracks zich niet voor een georkestreerde folkrock aanpak. New Model Army documenteert dit memorabel evenement in twee albumschijven en een DVD. Hierdoor krijgen afwezige liefhebbers de mogelijkheid om wat van die magie te ervaren, al is elke New Model Army show een intense unieke belevenis. Sinfonia overstijgt het commerciële uitgebeende Night Of The Proms gebeuren, en plaatst zelfs een S&M van Metallica in een schaduwpositie.

Wat maakt Sinfonia dan zo sterk? Eigenlijk pakt de samenwerking het publiek al met het mineurstemmende Overture intro volledig in, welke op het prachtige sprookjesachtige Green and Grey thema voortborduurt. Het is allemaal nog filmischer, nog beeldender en zeker soms zelfs indrukwekkender. Dreigend trommelgeroffel kondigt de ommekeer aan en nog steeds ontbreekt de band, die deze rust als bezinningsmoment gebruikt. Vergeet niet dat de meest donkere bladzijde van New Model Army het overlijden van drummer Robert Heaton is, en die het grootste Green and Grey aandeel aanlevert.

Zomerregen dreiging, anders kan ik het niet verwoorden. Devil’s Bargain is zwaar, met cello’s die de golven trotseren, oorlogstempo ritmes die aanvallend het strijdende Vikingschip begeleiden. Het woeste New Model Army heeft iets traditioneels heldhaftigs waardoor de idealistische straatpunkers zich ergens tussen Braveheart en Ragnar Lothbrok plaatsen. Ze laten die folk basis in ere en geven er een avontuurlijke twist aan. Justin Sullivan staat niet meer vooraan op de barricades, door de geleefde aangetaste vocalen heen weerklinkt een oude verhalenverteller, die nog steeds enkel het woord als wapen gebruikt. Het is de toevoegende waarde van het Sinfonia Leipzig orkest die de New Model Army muzikanten overstemmen, al doet het hier geen afbreuk aan het geheel, integendeel, het wordt alleen maar mooier en intenser.

Zelfs voor een geroutineerde oude rot als Justin Sullivan is het spannend en onzeker. Hij heeft geen idee wat de avond brengt en waar deze hem brengt, hoe de interactie zal zijn en laat het allemaal maar gebeuren. Het is in ieder geval een gewaagde samensmelting tussen twee werelden die normaal elkaar niet kruizen. In het zware metal gevaarte Devil neemt New Model Army die koppositie over al gaat het orkest tot het uiterste om die aansluiting op te pakken. De wereld wankelt, bomen schudden neerbuigend hun aangetaste verzuurde takken. Verwacht geen gemakkelijke zit, verwacht helemaal niks, maar laat je enkel meevoeren.

Het allereerste onverwachte schrikmoment komt bij Innocence waar de stilte door luide krachtexplosies onderbroken wordt. Hier bewijst Shir-Ran Yinon overduidelijk haar meerwaarde en vechten de vier Vivaldi jaargetijden een onderlinge oorlog uit. De wall of sound breekt denkbeeldig die Berlijnse Muur nogmaals af om vervolgens in het sneeuwlandschap Winter seizoen de schoonheid van de natuur te herpakken. Altijd blijft die binding met het milieu aanwezig, al sinds dat grijze fabrieken de groene omgevingsvelden bewonen en ons hun mistige giftige gassen schenken. Winter met het glamfunk intermezzo is het antwoord op Green And Grey, kan je eigenlijk van een antwoord spreken als er feitelijk niks verandert? Bassist Ceri Monger eist het toegankelijke March in September op. Begrijpelijk sinds de Between Dog and Wolf release is hij een vaste kracht bij de band en deze track dateert uit die periode.

Big Brother George Orwell Is Watching You, 1984 is actueler dan ooit, al betwijfel ik of in Duitsland dat Brexit gevoel zo leeft. Onder het publiek bevinden zich genoeg Britten die als volgende nomaden met de band meereizen. Het voelt goed om deze klassieker te horen. Door het Sinfonia Leipzig orkest hakt het einde er heerlijk in. Het stevig rockende Orange Tree Roads staat voor de onvoorziene veranderingen. Het pijnlijke moment dat New Model Army beseft dat ze in de nabije toekomst afscheid van Robert Heaton moeten nemen en het geluid voortaan altijd die loodzware verbittering met zich meedraagt. Een gemeend brok in de keel moment.

Het liefdromerige Marry the Sea is echt een cadeautje welke eigenlijk in een solo setting van Justin Sullivan beter tot zijn recht komt. Het blijft een avond gevuld met verrassingen, en dit experiment valt wat minder in de smaak, maar getuigt wel van die gedurfdheid om het uiterste op te zoeken, iets wat de zanger in het begin al aangeeft. Aan het orkest ligt het niet, die leggen er een naderende onvoorspelbare vloedlading overheen. Het opstuwende Ocean Rising zoekt aansluiting bij het water spelende Marry the Sea waar Justin Sullivan de profetische Mozes rol overneemt en de song krachtig in tweeën splijt. Aan de ene kant staan de New Model Army oerkrachten, daar recht tegenover het heersende Sinfonia Leipzig orkest waarvoor het meer als een thuiswedstrijd aanvoelt.

Het melancholische Ballad opent het tweede schijfje, een loflied voor de treurende aarde die de grond met zure regentranen vergiftigt. Oud maatschappijkritisch The Ghost of Cain werk, van een van de meest rakende platen. Dat er wezenlijk weinig verandert merk je wel als ze vervolgens het recentere slagvaardige Passing Through inzetten. Die urgentie druipt er doorheen en hoogst waarschijnlijk zijn Justin Sullivan en Mark Burgess van The Chameleons wel de enige overlevenden die deze verbitterende ernst zo serieus kunnen verwoorden en achter hun compromisarme idealen blijven staan. Het voelt allemaal zwaar beladen aan, daarom nodigt Justin Sullivan het publiek uit om bij Guessing te gaan staan, te bewegen, te dansen. Er is duidelijk behoefte aan wat meer luchtigheid, warmte en saamhorigheid. Guessing hoort dan wel bij de nieuwere nummers, het straalt in alles die jaren tachtig eensgezindheid uit.

Het is een momentopname, bij het verstillende Too Close to the Sun neemt de sobere instrumentatie het al snel over om in een dramatische heftige orkestrale climax te eindigen. Hier mis je dus de aansluiting van een Stupid Questions of een Vagabonds, maar die laatste volgt later nog. Het langdradige Lullaby zal voor altijd aan Sinfonia verbonden blijven. Er is niks mis met het Strange Brotherhood origineel, hier overtreffen ze overduidelijk de oorspronkelijke versie, en maak je van een zwakkere broeder een sterkere compagnon, al blijft het nog steeds wel bijna een skipmomentje. Nee dan hoor ik beter het overbezorgde met gastkoor ingezette Did You Make It Safe? waarmee New Model Army de gospelsoul grenzen opzoekt. Zenuwachtig kondigt Justin Sullivan het vijfendertig jaar lang niet gespeelde Shot 18 aan. Rommelig, chaotisch, ongecontroleerd, en dat siert ze ook wel. Met sommige presentjes ben je net wat minder blij, het is de kunst om dit dankbaar goedkeurend niet af te wijzen.

Kan je klassiekers als Purity, Vagabonds en Green and Grey nog fraaier inkleuren? Ik denk het niet, en toch ben je vooral nieuwsgierig naar deze herziende invulling. Purity is nog puurder, nog tragischer, gemeend doeltreffend met het herkenbare akoestische gitaarspel. Welke beelden flitsen er bij Justin Sullivan voorbij. Hier winnen de emoties het van de routine. Het meezingbare strijdlied, het bestaansrecht van New Model Army, de verenigde fanboys favoriet. Prachtig hoe deze door het vioolspel geïllustreerde track dicht bij de kern blijft en stiekem ook de basisstenen aan Sinfonia levert. Het gejuich werkt bevrijdend en is een mooie opmars naar Vagabonds, het geuzelied van het uitschot, de outsiders en de anders denkenden. Bijna onherkenbaar schenkt gastviolist Shir-Ran Yinon er een andere beginsel aan. Dit is haar moment of fame, welke ze gretig naar zich toetrekt.

Voor mij blijft Green and Grey het ultieme hoogtepunt van het niet misselijke New Model Army repertoire. Moet je hier nog aan sleutelen? Op dat gebied ben ik behoorlijk conservatief en kritisch. En toch weten de strijkers mij hier opnieuw te ontroeren. Och ik zit direct weer in die emotionele flow en blijf daar de komende zeven minuten in hangen. Eigenlijk ben ik maar een zacht gekookt sentimenteel eitje. Gelukkig blijft die potige krachtexplosie intact, al hoort deze gewoon keihard te knallen, dat blijft nu uit. Wonderful Way to Go is een heerlijk nagerecht, je zit al vol, maar er is nog een plekje vrij voor een toetje. Sinfonia is een geslaagd verjaardagsfeestje, zonder slingers en taart met enkel genodigde gasten.

New Model Army and Sinfonia Leipzig - Sinfonia | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

New Musik - From A to B (1980)

poster
3,0
New Musik; ik blijf ze vergelijken met A Flock Of Seagulls; ook zo’n band die het moet hebben van de nummers, en niet van de uitstraling, al hebben daar de songs een hoger nivo.

Straight Lines heeft wat van de commerciële OMD in zich.
In Sanctuary hoor ik Aztec Camera wel in door. Het doet allemaal wat onschuldig en zomers aan. Toch wel een beetje niks aan de hand muziek.

A Map Of Youvind ik muzikaal allemaal wel oke, maar toch is de zang hier wat aan de slappe kant, blijft niet echt hangen.
Bij Science heb ik ook niet echt het gevoel dat ik er warm of koud van wordt.
On Islands blijkt helaas ook zo geweldig te zijn; daar doet die pratende jongen met zijn gepreek ook niet echt veel aan.

Maar ik weet wel dat na deze 3 mindere nummers zo de twee hoogtepunten van dit album komen. Als eerste This World Of Water, dit swingt van alle kanten; zelfs de rare geluidjes tussen door zijn niet storend. Ik krijg echt zin om te gaan dansen. Hier krijg ik nu echt een Feel Good gevoel van. Eigenlijk heb ik ook vanwege dit nummer dit album gekocht. Op het moment dat het album dreigt in te kakken komt dus de redding.

Het tweede hoogtepunt is absoluut Living By Numbers, mooi vrolijk melodietje, en ondanks dat hij minder dansbaar is; is hij wel pakkend. Het refrein zing ik onbewust gelijk al mee (is dan ook wel een vrij eenvoudig refrein; maar och wat geeft het).

Het intro van Dead Fish (Don’t Swim Home) duurt me net een stuk te lang, en ik snap ook niet wat de toevoegende waarde daar van is. Doet afbreuk aan de rest van het nummer.
Adventures is helaas ook weer een stap terug, de drum is het gewoon net niet.
The Safe Side begint met een vals intro, en komt gewoon ook niet echt op gang.

Missing Persons is echt het dieptepunt van het album. Ik denk dat het slim is als je dit nummer schrijft, om je als vermist op te geven, en ergens onder te duiken. Blijkt het ook nog het langste nummer op From A To B te zijn. Die vreemde break halverwege het nummer snap ik al helemaal niet; lijkt onderhand op een misdruk; opeens wordt er een nieuw nummer in gestart.

She’s A Magazine opent veel belovend, en inderdaad, dit is een lekker nummer. De keyboard partijen komen hier goed tot zijn recht; een beetje het pianootje van Vienna van Ultravox er door heen. Leuk.
Met Sad Films wordt afgesloten, en dit nummer is ook helemaal niet verkeerd; maar echt bijzonder ook weer niet

Vanwege twee erg mooie nummer; waarvan een echt tot de top hoort van wat er aan singels in de jaren 80 is verschenen krijgt dit album van mij toch nog 3 sterren. Een album wat aardig begint, en aardig afsluit. Maar waar toch ook wel de nodige missers op staan.