MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

C Duncan - It's Only a Love Song (2025)

poster
3,5
Als geen ander lukt het in de jaren zeventig artiesten als om een gouden glans laag over hun perfecte popliedjes te draperen. Georkestreerde songs die je met fluwelen handschoenen voorzichtig mag aanraken. Te mooi om ze door een platenspeler naald te beroeren. Het randgebied tussen kunst en kitsch. Geschikt voor hoog gewaardeerde filmhuizen, maar tevens materiaal voor achterafzaaltjes waar ze lo-fi B-films vertonen. Een hoog love it or hate it gehalte, een tussenweg is simpelweg niet mogelijk.

De uit Schotland afkomstige C Duncan is meer dan een singer-songwriter. Hij is een componist die zijn nummers volledig uitwerkt en volgens bovenstaande principe te werk gaat. Hij versterkt dat nostalgische beeld door het volledig voor je in te kleuren, waardoor je hersenen lui worden en weinig aan de fantasie overlaten. Soms is het gewoon erg prettig als de artiest het al van te voren kloppend maakt. In een vier sterren restaurant prak je de voorgezette maaltijd ook niet door elkaar en geniet je juist van die finenesse waarmee het geserveerd wordt.

En dan heeft C Duncan ook nog het geluk dat zijn ouders gerenommeerde gepensioneerde strijkers zijn die hun sporen allang verdiend hebben en hem hierin graag ondersteunen. Mark en Janine Duncan verzorgen respectievelijk de viool en altviool partijen. Als trio beantwoorden ze een diep verlangen naar onbevlektheid. Een soort van kinderlijke puurheid wat we gedurende de jaren steeds meer kwijtraken. Zijn vijfde It’s Only A Love Song studioplaat is een verlengstuk van zijn zachte karakter.

It’s Only A Love Song, soms moet je er niet meer achter zoeken. It’s Only A Love Song, of is het leven juist een grote droom, waar je zelf als showmaster het uitgeschreven scenario dirigeert. In het geval van C Duncan is het meer dan dat. Het is een liefdesverklaring aan zijn geliefde, waarbij ze de mooie dagen koesteren en zolang mogelijk aan dat verleden vasthouden. Loslaten is namelijk een stukje verliezen. Een schitterend piano intro opent de wereld van C Duncan waarin nostalgie heerst en hij van gepaste observerende afstand in Lucky Today zijn blik over het rijke paradijs werpt. Liefde heelt de pijn en schroeit de wonden dicht. Zorgeloos, intiem klein gehouden, zo dicht mogelijk bij zichzelf.

Stel je bij het filmische Triste Clair de Lune het Starry Night schilderij van Vincent van Gogh voor. De trieste aanblik van veel stemmig blauw en continu in beweging zijnde wolken. Het is bijna poëtisch, niet vreemd dus dat Don McLean hier een heel nummer aan wijdt en ook Triste Clair de Lune is daartoe te herleiden. Alleen hangt C Duncan hier de romanticus en niet de realist uit. Als C Duncan bij Worry weer achter de piano plaatsneemt wekt het de indruk dat zijn ouders goedkeurend over zijn schouder meekijken. Dan ben je weer dat natuurtalent met de familiare muzikale erfenis. Worry is zwaarder qua aanzet en brengt de liedjesschrijver terug naar het heden. Wat gebeurt er als de zon niet meer schijnt, en er alleen maar duisternis is. Scott Walker vraagt het zichzelf al jaren geleden af, en levert in zijn latere periode duistere meesterwerken als Tilt en The Drift af. Ook dit is een held die geëerd wordt.

De The Space Between Us afstand is niet alleen fysiek, het is tevens de tijd die je afstandig maakt. Ook verlies moet je delen. Dit bereikt het inlevende meeslepende Sadeness dieptepunt als een goede vriend tijdens de lockdown aan de gevolgen van corona overlijdt. Hoe wreed kan de dood zijn als je niet eens waardig afscheid kan nemen. Dan kan je niet meer in het fantasieklimaat wegvluchten. Het uptempo Think About It maakt een einde aan die roekeloze doldwaze rit. Na die wildemans tocht besef je in het twinkelende Delirium dat je er uiteindelijk helemaal alleen voor staat.

Dan laat de Surface of a Fantasy opwinding je ontwaken en alle negativiteit wegspoelen. Laat onvoorspelbare kansberekeningen jouw idealen niet in de weg liggen, maar geniet van elk moment. Na het hemelse Reprise mag Time and Again het uitluiden. De winter is voorbij, de zomer is in aantocht. Deze cirkel zal zich tot in de eeuwigheid blijven herhalen. Niet elk sprookje heeft een gelukkig slotakkoord. It’s Only a Love Song is de soundtrack van het leven, een musical waarin je zelf de hoofdrol vertolkt.

C Duncan - It's Only a Love Song | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Cabaret Voltaire - Red Mecca (1981)

poster
3,0
Alsof Public Image Ltd samen met Joy Division voor 24 uur lang wordt opgesloten in een ruimte, als een soort van experiment, om te kijken wat hier uit voort komt.
Geen Wilfried de Jong die de boel nog enigszins probeert te sturen, puur op hunzelf aangewezen.
Het klinkt op een beklemmende manier claustrofobisch beklemmend, alsof men nergens heen kan.
Geluid welke weerkaatst op de muren, en aanvallend een weg terug probeert te vinden, op een kwaadaardige manier gericht naar de veroorzaker van deze vaag demonische sound.
Op geen enkele manier toegankelijk te noemen, tegendraads bijna.
Deprimerende bijna dansbare postpunk, met vage disco invloeden, en als je jezelf er voor open stelt, bijna briljant te noemen is.

Cable Ties - Far Enough (2020)

poster
4,0
Het Australische Cable Ties was drie jaar geleden al een van de grote verrassingen uit Melbourne. Een nieuwe lichting gitaarbands plavuiste eerder wegen gangbaar voor deze brok aan onbestuurbare energie die er al snel een waardige eersteling uitperste. Zo heet gloeiend als ze zich presenteerden vervolgen ze strak het uitgezette pad met Far Enough. De onmogelijke opgave om nog doeltreffender te werk te gaan wordt met beide werkhanden aangegrepen. Nog meer dan op het debuut schalt de rauwheid van de postpunk hierin door.

Jenny McKechnie heeft dat pittige van de powervrouwen uit de jaren negentig vermengt met het opgefokte van de verfrissende punkbeweging van ruim tien jaar eerder. Een jeugdige rockchick 2.0, klaar om verbaal eens flink van zich te laten horen. Veel meer heeft ze niet nodig, maar met het ritmische tweetal Nick Brown en Shauna Boyle krijgt haar smerige gitaarspel en ophitsend stemgeluid nog extra volume. Nick Brown heeft het vermogen om zijn bas laag gestemd duister te laten klinken, terwijl Shauna Boyle slagvaardig met haar gedempte stokken te werk gaat.

Och wat is Jenny nog lief en zoet als ze als een in twijfel verkerende singer-songwriter Hope introduceert. De dromerige inleiding spat al snel uiteen als die opgekropte sneer het overneemt. Als ze dan vervolgens in het refrein haar scheur wijd open zet is het definitief voorbij met de rust. De volumeknop is ondertussen al gelijkwaardig opgevoerd tot standje noise en gaat samen met haar de uitgetekende strijd aan. And It Might Be Hopeless But I Lose Hope But I Bring On That Ending weerklinkt er krachtig. Precies, het moet maar eens afgelopen zijn met die wanhoop! De start is gemaakt. Man, wat kan ik hiervan genieten!

Waarom korte schetsen produceren als je de mogelijkheid hebt om het geheel helemaal vol te kalken. Qua tracklengte wordt er nergens rekening gemaakt met het opgelegde punkprincipe. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de opmaak van de nummers, die zich langzaamaan ontwikkelen tot potige spierbundels; venijnig en doeltreffend. Voedingsrijk krachtvoer om te overleven in deze onzekere maatschappij.

De feministische houding van Jenny McKechnie wordt gesteund door de overige twee bandleden, die haar begrijpende boodschap mede uitdragen. Het is tijd voor een verandering; niet zeuren, maar aanpakken. Far Enough heeft net die afwisseling in zich waardoor het niet dreigt te verzanden in een onoverzichtelijke brei. Er wordt gespeeld met snelheidswisselingen, al zit er geen terugkoppelende versnelling op de vocalen van Jenny. Laat haar maar heerlijk doordraven, de rest van de band volgt wel.

Het tegen de hardrock aanleunende Lani is loeizwaar, bijna een duivelsuitdrijving. Het escapisme van een jong adolescent die ten onder gaat van de psychische spanning die het leven met zich meebrengt. Zwaar gebukt gaande onder de druk van buitenaf en tegen een burn-out aanlopend wordt de smeekbede niet beantwoord. Een teenage riot waarbij de enige vijand haar spiegelbeeld is.

Anger’s Not Enough is heerlijk opgebouwd met die holle prehistorische drumpartijen van Shauna Boyle. Het is mooi dat Cable Ties het verleden eert zonder over te schakelen naar vervlakking. Far Enough is by far een waardige opvolger van het naar de band genoemde debuut.

Cable Ties - Far Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Caleb Landry Jones - Gadzooks Vol. 1 (2021)

poster
3,5
Caleb Landry Jones is een in Garland geboren jonge kunstenaar die zijn zwaar gelovige Texaanse geboortegrond ontvlucht om te verhuizen naar het alsmaar in beweging zijnde Los Angeles. De aantrekkingskracht van het eeuwige sterrenstatus lonkt en dicht bij Hollywood probeert hij de aandacht te trekken van regisseurs en producers. Daar ontwikkelt de acteur zich tot een getalenteerde filmster. Het is niet niks als je dan op het filmfestival in Cannes een award binnenhaalt voor beste acteur. Het eerder dit jaar verschenen Nitram is het heftige autobiografische verhaal van Martin Bryant, die een bloedbad aanricht en 35 willekeurige slachtoffers vermoord. Caleb Landry Jones vertolkt op indrukwekkende wijze het personage van de ernstig labiele moordenaar en zet op zeer geloofwaardig wijze dit emotieloze individu neer.

Caleb Landry Jones heeft echter meerdere kwaliteiten en met de opbrengsten van zijn rollen financiert hij grotendeels zijn eerste album The Mother Stone waarmee hij teruggrijpt naar de seventies glamrock van David Bowie, de orkestrale The Beatles periode, en het psychedelische Pink Floyd werk. Hij zou zich vroeger prima kunnen scharen in The Factory. Het hippe Andy Warhols kunstenaarscollectief, waar men onder invloed van verdovende middelen leeft voor die 15 Minutes of Fame en de mogelijkheid creëert om daar pakweg een aantal succesjaren aan vast te plakken. Caleb Landry Jones is zo’n eigenzinnig buitenbeentje die zich niet zozeer afzet tegen de b(r)oze buitenwereld maar hier wel zijn eigen draai aangeeft. Een jaar naar zijn debuutplaat maakt hij tijd vrij om aan de slag te gaan met de opvolger van The Mother Stone en brengt hij nu het muzikale scrapbook Gadzooks Vol. 1 uit. Gestoord verknipt maatknipwerk met dezelfde chaotische manische gekte. Compromisloos en onbeheersbaar in een door de filmwereld fictief scheppende live fast die young maatschappij.

Schizofrene meervoudige gestoorde persoonlijkheden vastgelegd in een negental albumtracks. Yesterday Will Come zou met gemak kunnen doorgaan als een zwart geblakerd dagboekverslag van het verloren in drugs consumerende The Lost Weekend periode van John Lennon. Caleb Landry Jones kruipt bangelijk overtuigend in de huid van deze grootheid en het is beangstigend hoe dicht hij de stem van deze unieke vocalist benadert. California stigmatiseert zichzelf met de treurnis van een Ennio Morricone spaghettiwestern mondharmonica. De ondersteunende clip van The Loon is waar slachtveld aan hallucinerende ambities. Een realistische karaktermoord van The Joker in zwaar vervormde kleurrijke dwaasheden.

Het verval van kermisattractie Hollywood in mythologische Titanic wrakstukken waar film en muziek als muterende bastaardbroeders aan elkander verstrengeld raken. De finale is het caleidoscoop labyrint van doorzichtige weerspiegeling in het onnavolgbare eindwerkstuk This Won’t Come Back. Een twintig minuten durende geluidscollage van opgespaard restmateriaal. Goedkoop vermaak versus verborgen genialiteit. Indrukwekkend onnavolgbaar. Een rariteiten kabinet van uitgestoten psychoten en aan lager wal rakende filmsterren die ten onder gaan aan de verlokkingen van de parallel lopende vernietigingsdrang van de stad der (doods) engelen. Gadzooks Vol. 1 is de vastlopende soundtrack van het afbrokkelende gemarkeerde Hollywood Sign die spookachtig de decadente jaren zeventig inluiden en welke door een digitale 3D printer in het heden geplaatst worden.

Caleb Landry Jones - Gadzooks Vol. 1 | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Caleb Nichols - Ramon (2022)

poster
3,0
Bassist Caleb Nichols staat aan de basis van de folky indierock schreeuwers van Port O’Brien, het verfijnde Release the Sunbird jaren tachtig geluid, het weidse emo rockende Grand Lake en beleefde een kleine doorbraak met het ook hier positief opgepakte Tinderstick achtige Soft People. “I Love The Beatles”. Deze uitdrukking is bij Caleb Nichols heel ver doorgevoerd, en vertoont zelfs licht homo-erotische trekjes. De Californische singer-songwriter fantaseert er schaamteloos op los en probeert die onuitputbare perfectie te hertalen naar zijn eigen Ramon album. De naam Ramon staat voor wijsheid en beschermer, en is hier de hoofdpersoon in het fictieve liefdesverhaal van Ramon en Jerome Custard, de schoonheid van een intieme mannenrelatie.

Ik heb er vorig jaar met Kloot Per W nog uitgebreid over gesproken. Wil je een band beginnen, luister dan naar The Beatles. Ze zijn de heilige graal. Volgens zijn visie is alles te herleiden tot The Beatles, want die maakten nooit vergelijkbare stukken, bleven vernieuwen en de tracks hebben al bijna zestig jaar lang een hoog herkenbaar meezinggehalte en eeuwigheidswaarde. Als afgestuurd muziekdocent zijnde zal Caleb Nichols zijn leerlingen hetzelfde advies meegeven. Listen to the Beatles is de basis van elke muzikale reis, een beter startpunt kan Caleb Nichols ons niet toewensen. Listen to the Beatles met de herkenbare houthakkerskoortjes, stuwend eigenzinnig en dus al jaren eerder door The Beatles gedaan.

Uiteraard is de albumtitel tevens een Paul McCartney track Ram On verwijzing, en met wat inlevingsvermogen staan de getekende hoesfiguren voor een zoenende Ringo Star en John Lennon. “All You Need Is Love, Love Is All You Need”. Met een klein beetje puzzelwerk kom je erachter dat Ramon al in 2015 is uitgebracht, maar dan onder de Double Mantasy titel, te herleiden tot de laatste officiële John Lennon Double Fantasy release. Het verdere uitpluizen van The Beatles connecties laat ik over aan de fanatieke fanboys, mijn aandeel zit hem in het verder uitschetsen van Ramon. Deze plaat vertoont tevens veel vergelijkingen met de harmonieuze Finn broers samenzang op de Crowded House albums en het jaren tachtig werk van XTC. Klein gehouden uitgewerkte kop en staart popsongs, met die geniale drang tot volmaaktheid.

Op het moment dat ik dit schrijf zitten we in de Dogs Days van 2022, de temperatuur stijgt tot ruim boven de 35 graden, om moedeloos van te worden. Door de veelzijdigheid van Caleb Nichols is dit bijna een Midnight Oil getinte protestsong geworden, De aarde is een oververhitte planeet, niet alleen milieutechnisch, maar tevens op het sociale vlak. De tijdsdruk vastgelegd door het witte overhaaste Run Rabbit Run Alice In Wonderland konijntje, de song sjokt er in vertraagde schildpaddendraf achteraan. De bluesy gitaarrock van Mustard’s Blues richt zich (on)bewust op onderschatte mannenkwaaltjes, met het snor dragen leggen ze in movember de aandacht op de gezondheid van de man, het vroegtijdig ontdekken van prostaatkanker en het steeds positiever gedragen initiatief tot fondsenwerving.

Ramon, de zachte naïeve dromerige romanticus, over de oren verliefd op de avontuurlijk ingestelde Jerome Custard, een stoere geharde kapitein. Net als John Lennon en Paul McCartney yin en yang tegenpolen, verkennend uitdagend in een onmogelijke meester en dienaar romance. Het heimelijke verlangende Ramon personage schept de basis, waarna de nog in een ontkenningsfase verkerende Jerome bij het stevig rockende She’s the Beard inhaakt. Romeo en Julia, maar dan net wat anders. Nou ja, eigenlijk dus niet anders, dezelfde dramatiek, intriges, maar hier met een minder bloederige afloop en vooruit uitgaande van een seksuele man-man liefdesverhouding.

Verknipte Bon Iver elektronica brengen het verder prima From a Hole in the Road aan het wankelen. Spookachtig, afgeraffeld en vooral heel erg vreemd. De missie om een hedendaagse rockopera te maken is niet helemaal geslaagd, Ramon is een leuke popopera popplaat, met hier en daar wat verbluffende psychedelische elementen zoals die onverwachte gitaar rockende tempoversnelling bij Jerome. Door de duidelijke verhaallijnen krijgt Caleb Nichols het voor elkaar om de indruk te wekken dat er twee koers bepalende kapiteins op het schip zijn, in deze opzet is hij treffend geslaagd.

Caleb Nichols - Ramon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Caleb Nichols - Stone Age Is Back (2025)

poster
4,0
Na een lange periode van stilte brengen twee voormalige Port O’Brien collega’s bijna gelijktijdig nieuw werk uit. Joshua Barnhart slaat genadeloos sterk toe met zijn project Strange Pilgrim. Caleb Nichols laat ik in eerste instantie links liggen; zijn homo-erotische poprockplaat Ramon is niet echt voor mij weggelegd. Totdat ik de eerste Awooo! klanken van zijn laatste werkstuk Stone Age Is Back hoor. Dit stevig retro-glamrocknummer nodigt mij meer dan voldoende uit om mij in Stone Age Is Back te verdiepen, veel meer dan voldoende zelfs! Dit soort tracks maken mij heel gelukkig.

Die glamrock is niet zozeer het uitgangspunt. De titelsong Stone Age Is Back teert vooral op het eind jaren tachtig indierock-gevoel. De Pixies zijn niet ver weg en dan kan ik mij helemaal in deze songbenaming vinden. Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat deze baanbrekers vooral anderen op de kaart zetten. Een mooi eerbetoon aan het ‘voorprogramma van de jaren negentig’, waarna vervolgens gitaarbands en grunge het stokje over zouden nemen.

De tijd staat niet stil en vormt het hoofdthema. Die tijd heelt geen wonden maar woekert ook bij Caleb Nichols het collectief gedragen negativisme juist aan. De tijd is onderdeel van de maatschappij, van een angstcultuur en legt het schuldgevoel en woede juist bij zichzelf. Juist deze kijk maakt het mogelijk om zich empathisch op te stellen.

Die zachtheid zit diep van binnen en is absoluut op Stone Age Is Back nog hoorbaar. De Quartz Age countryfolk mijmert lekker weg en is net als het wat saaie Stone Age Is Now enigszins naar Ramon te herleiden. Het psychedelische, door avondrood gekleurde Love Lies laat de slidegitaar spreken. Dit instrument staat gelijk aan die innerlijke onrust; de triestheid van het bedrog. De liefde is universeler, en in Slate Age legt Caleb Nichols de nadruk niet meer op de gayscene. De pijn en het houden van zijn in elke relatie exact hetzelfde, ongeacht geslacht en geaardheid.

Stone Age Is Back rockt meer dan wat we van Caleb Nichols gewend zijn. Zo sterk als opener Awooo! en Stone Age Is Back wordt het vervolgens niet meer, al steken tracks als het Paisley Underground getinte Call Me If, de krassende ingetogen Big Soul surfrock en het prachtige opbouwende Car Park er wel ver bovenuit. En toch geloof ik dat Caleb Nichols tot zoveel meer in staat is dan wat hij tot nu toe laat horen.

Caleb Nichols - Stone Age Is Back | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Califone - Villagers (2023)

poster
4,0
De Tim Ruti levensweg bewandelt als een gemarkeerde bloedlijn de nodige hobbelige obstakels die van hem een verknipte persoonlijkheid maken. Het begint allemaal zo mooi als zijn psychedelische blues grunge band Red Red Meat begin jaren negentig een groot platencontract bij Sub Pop binnenhaalt. Toch heeft het dan al een naargeestig donker randje. Zijn eerder gestopte relatie met bassist Glynis Johnson heeft een wrange afloop, als ze vrij snel na het beëindigen daarvan aan AIDS overlijdt. Tim Ruti stort zich geheel op zijn muzikale loopbaan. Vooral de prachtige gevarieerde derde Bunny Gets Paid plaat wordt erg goed ontvangen. De balans tussen stevig van zich afbijtend rockwerk en sobere treurjuweeltjes is volledig in evenwicht. Toch volgt er met de There’s a Star Above the Manger Tonight country blues al snel een eindigend afscheid.

Vrijgevochten van Sub Pop start Tim Ruti Califone op, waar uiteindelijk alle Red Red Meat leden min of meer aan verbonden zijn. Drummend maatje Ben Massarella is daarvan de enige vaste zekerheid. Tim Ruti houdt het allemaal klein en overzichtelijk, maar verbreed zijn werkveld door er de nodige folk en elektronica aan te koppelen. Ook hier volgen er met de Quicksand/Cradlesnakes, Heron King Blues en All My Friends Are Funeral Singers albums gouden tijden. Ook deze band is gedoemd om een stille dood te sterven. Na Stitches volgt een hiaat van zeven jaar wanneer in 2020 Echo Mine verschijnt. Drie jaar later volgt Villagers. De aandacht is ondertussen aardig weggeëbd, onterecht want ook hier staan prachtige schetsvertellingen op.

Het nostalgische Villagers met lagere school blokfluit partijen. Momenten koesterend vastnieten in de herinneringen die een teruggevonden Roxy Music tape oproepen. Villagers, de bijzondere dorpelingen, de kansloze excentriekelingen, het uitschot, en de vastgeroeste conservatieven. De gothic creeps, welke zich met de maanduistere Halloween nacht op excentrieke wijze volledig in morbide geweldplegingen uitleven. Lugubere personages die uit verveling hun overige tijd in spirituele Skunkish geestoproepingen verspillen. Puur uit verveling. Maar ook de teleurgestelde dromende gelukzoekers die na de veelbelovende overstap naar de grote steden van een koude kermis de kleingehouden veilige thuisbasis weer opzoeken. Tim Ruti kiest ook voor deze zekerheid.

Villagers heeft een amicaal softrock karakter. Onder die weerspiegelende gemoedzuchtige oppervlakte liggen dieper de tragiekverhalen verborgen. Califone gaat respectvol met de personages om, schenkt ze een naam en een waardig leven. Villagers heeft dus verrassend veel gelijkenissen met The Village verfilming van M. Night Shyamalan. Ook hier betreft het een beschermende community met zijn zelfgecreëerde eigenaardigheden en normen en waarden. Het is geen rooskleurige wereld, maar het is wel de wereld van Tim Ruti. Sweetly, de herkenbare verslavende liefde voor de zelfkant. Zonder die problematiek identificeert de verhalenverteller zich niet met zijn geboortegrond.

Wat er binnen de muren gebeurt mag niet altijd het daglicht aanschouwen. De The Habsburg Jaw verkniptheid handelt over inteelt, de gestoorde visie om de familiare macht te behouden. Krampachtig piepende instrumentatie zoekt een uitvlucht naar buiten, maar worden strak gedirigeerd ingekapseld. Ox-eye, de liefde als een lustmachine. Een dood in het gezin, versterkt de betrokkenheid. Het benadrukt in Eyelash dat die verbintenis een magnetische aantrekkingskracht heeft. Uiteindelijk schenkt die berustende song de zekerheid en geeft het stukje weggestopte verlies terug. Tim Ruti stelt zijn vertrouwde gemeenschap samen en biedt oudgedienden Brian Deck, Michael Krassner, Rachel Blumberg en Ben Massarella in zijn songs onderdak. Ook deze Villagers leveren als vriendendienst dus bouwstenen af.

Villagers is ook afscheid nemen. Een emotioneel zalvend Mcmansions betoog. Het afsterven van een drugsverslaafde vriend, en beseffen dat dit lege hulsel niet meer te redden valt. De grijsheid zuigt dat beetje wilskracht weg. Een strijdbare gitaar gaat voor de laatste keer het gevecht aan, waarna vervagende pianotoetsen de schimmen laten verbleken. Comedy blues zwaarte, het wantrouwen in die bindende geloofsovertuiging. En als zelfs die zekerheid een groot marionettentoneelstuk is, wat blijft er dan nog over? Villagers troost de romantici, die realiseren dat vroeger niet alles beter was. Zonder een verleden ontstaat er ook geen toekomst.

Califone - Villagers | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Camera - Prosthuman (2021)

poster
4,0
Stevig en met volle overtuiging laat het Berlijnse Camera de eerste keer van zich horen met de openingstrack E-Go van Radiate!. Dit zwaar zuigend stuk aan psychedelica staat met beide voeten grondig in de Krautrock, maar raast als een dreigende storm ook de postrock gitaar noise binnen. De band onderscheid zich juist door niet de elektronica op de voorgrond op te stellen, en heeft evenveel raakvlakken met de geestverruimende sixties als met die voorbij racende sneltrein sound uit de jaren zeventig.

Nadat ze bijna kopje onder dreigen te gaan in het muzikale drijfzand van Phantom of Liberty laten ze voorzichtig al de nodige dance invloeden toe in het meer down to earth spacende Emotional Detox. Het rondreizende retro ruimteschip is definitief geland op Kartoffelstampf van Prosthuman. Ground control to Captain Future, welkom op de gekleurde Saturday Night Fever dansvloer van het nieuwe danstijdperk.

Prosthuman duidt overduidelijk een andere periode in waarbij de Duitsers op zoek gaan naar de basis van de new wave. Welke zeker terug te vinden is in de ruimtelijke synthpop aftakking van de Krautrock, maar waarbij de rioolpunk van de straat net zoveel invloed op uitoefent. Kartoffelstampf ligt in de lijn van de verruimende death disco punk klanken van de pioniers van Public Image Ltd. Deze anti-beweging haakt brutaal aan bij het Amerikaanse No Wave geluid, maar roept juist wel op om te bewegen.

Met een slagwerker die zich toepasselijk Michael Drummer noemt wordt er feilloos overgeschakeld naar de skanking spookstad dubsound van Alar Alar. Heel aangenaam hoe die underground scene hier zijn intrede doet en als een anarchistische kraakbeweging zich een belangrijk stukje muziekgeschiedenis toegeëigend.

Al snel zijn we de kenmerkende achtergrond van Camera vergeten. Bij Prosthuman / Apptime krijgt de Krautrock een klassieke geschoolde impulsie waardoor de reggae baslijnen naadloos overgaan in hemelse mechanische orgelpartijen en Zuid Amerikaanse gitaargolven die zelfs in een aantrekkelijk volks hoempapa tempo eindigen.

De starre Krautrock wordt vergiftigd door andere bijtende liquide zijstromingen. Er is zelfs ruimte voor wanhopige zangpartijen in het krassende Schmwarf, waarbij de herhalende beats aansluiting zoeken bij de freakende death disco van Kartoffelstampf.

De volgende stap in deze historische muziekles wordt gegeven in het duistere na echoënde Freundschaft waarin de dreampop postpunk klanken vrij spel hebben. Het bleke Chords4 / Kurz Vor galmt heerlijk zolderkamertje triest. Sfeerbepalende romantische depressieve navelstaarders die op het punt staan om zich over te geven aan het gitzwarte gothic verbond. Nog eventjes wordt er in het jammende Harmonite vriendelijk geknipoogd naar de shoegazer, waarna er een einde komt aan deze waanzinnige trip.

Eigenlijk gaat het alleen een beetje mis bij het zenuwachtige overvol geproduceerde Überall Teilchen / Teilchen Überall. De geluidsbrij woekert zich als exotisch onkruid om de basistonen heen, waarbij de percussie zichzelf er hulpeloos doorheen probeert te slaan. Gedurfd, maar te onsamenhangend. En daardoor wat vervreemdend tegenover de goed uitgewerkte ideeën waarmee Camera op Prosthuman gigantisch sterk opent.

Het prima uitgewerkte El Ley blijft prima staande als klassieke Krautrock track, maar is tussen al dit elektronisch geweld een tikkeltje te eenvoudig van opzet, wat genoeg zegt over het verdere hoogstaande niveau.

Camera - Prosthuman | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Camilla Sparksss - ICU RUN (2025)

poster
3,5
Het leven van de in Zwitserland woonachtige Barbara Lehnhoff verandert drastisch als haar vader het laatste jaar van zijn bestaan opgesloten in een ziekenhuisbed doorbrengt. Machteloos kijkt de muzikant toe hoe hij de strijd stukje na stukje verliest. De dood is een onuitgenodigde gast welke je het liefste buiten de deur houdt. Als deze alsnog binnendringt besef je dat ontsnappen onmogelijk is. Om haar woede te kanaliseren kruipt Barbara Lehnhoff in de gedaante van haar alter-ego Camilla Sparksss.

ICU RUN geeft haar emoties in deze traumatisch fase een plek, en is niet zozeer harder en confronterender dan wat we van haar gewend zijn. Het is vooral persoonlijker en directer. Bij de singles zijn reeds videoclips verschenen. Het is echter de opmaak naar iets groters. Later dit jaar verschijnt er een korte gelijknamige ICU RUN speelfilm, met Camilla Sparksss in de hoofdrol. Ook dit is een onderdeel van het rouwproces om het verleden af te sluiten en weer grip op de realiteit te krijgen.

Het leven kan zo gemeen en vals zijn. Die energie legt ze in het dwarse op hol geslagen manisch hysterische Holy Shit vast. De hartslag van de song transformeert zichzelf in de doodsklok, dreigend en onverwachts. Camilla Sparksss haat de stilte en voedt zich met de geluiden om haar heen. De Electric Body Music van I Like The Noise is meer dan dat, het is een aanklacht tegen het perfecte georganiseerde leven. Met de moddervette gothic Stranger rave begeeft ze zich op de nachtelijke clubdansvloer. Muziek is afreageren, vergeten en opnieuw waarnemen. Anoniem, omringt door zwijgende andersdenkenden in de donkere schijnwerpers.

Het zijn de schizofrene demonen in haar hoofd die de kunstenaar in Damage sturen. Deze stemmen bepalen de muzikale richting die ze inslaat. Damage is een heerlijke uptempo stoorzender met Camilla Sparksss die er vocaal bijna een heuse popsong van maakt. Gelukkig volgt er al snel een switch naar het futuristische cyberpunk rock gedeelte. De retro Stormseeker postpunk coldwave ontdooit als ze een ander verleidt. Dan is de industriële Backflip gekte stukken zwaarder en onvoorspelbaar. Vanuit een onderdanige positie stelt Camilla Sparksss zich steeds dominanter op, om vervolgens hard toe te slaan.

Francesco Bianconi van de mainstream Toscaanse indierock band Baustelle verleent zijn medewerking aan het Italiaanse liefdeslied Amami Tu. Een vreemde extase opwekkende trance danstrack. De stemmen botsen hard tegen elkaar, en deze combinatie valt bij mij niet helemaal goed. De ingrediënten zijn er, maar tot een kookpunt komt het niet. Het klots als een hapklare halfgare magnetronmaaltijd onprettig in mijn buik. De gedurfde free run benadering van Fatherless maakt veel goed. Barbara Lehnhoff is zich bewust van het feit dat ze half wees is, en meer eigen verantwoordelijkheden moet dragen. Ondanks het heftige thema is ICU RUN best toegankelijk en licht. Een lekkere plaat voor dansvloer beminnende zwarte raven.

Camilla Sparksss - ICU RUN | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Camille Camille - Could You Lend Me Your Eyes (2021)

poster
4,5
De aardbeienmaan welke op 28 juni 2018 met zijn diepgele glans de hemel verlicht is het voorprogramma van de bloedmaan die een maand later een zwoele zomernacht inluid. Een korte periode daarna verschijnt het schitterende hemellichaam Strawberry Moon, de debuutsingle van de Belgische Camille Camille, waarmee ze zich in de finale van De Nieuwe Lichting van Studio Brussel brengt. Het voorprogramma van het twee jaar later op het kleine On The Level platenlabel uitkomende Could You Lend Me Your Eyes. Het zaadje is alreeds eerder gepland, het is nu tijd om te oogsten.

Strawberry Moon is het ontsteken van een nachtkaars die vervolgens langzaamaan steeds feller gaat branden. De moedertrack welke zich ontfermt over de overige fluisterende babysongs die ontstaan in het duistere ronddansende schaduwspel. Een symbolische verbindingspoort tussen hemel en aarde. Het bijzondere stemgeluid van deze indrukwekkende singer-songwriter die landelijke countrytrekjes koppelt aan adembenemend fragiele gitaarjuweeltjes. Rondspokende verhaaltjes voor het slapen gaan, om de verstilling van het corona tijdperk een plek te geven. Het berustende Golden doopt je onder in die uitdelende mediterende geluksmomenten. Klein in zijn eenvoud, groot in de kamervullende sferen.

De elementaire echte stapjes worden met behulp van de Zweedse producer Anders Lagerfors gezet, die de weidse natuurlijke reisomgeving van zijn habitat al fluitend en met integere backing vocalen in To and Fro als extra werkbagage toevoegt. Het eerste wapenfeit van hun voedbare samenwerking is echter het door gitaar en bas ingeleide White Skies Waltz. Warme ingrediënten waarmee Camille Camille als toerist begeleid door engelachtige mythische sprookjeszang de bergtoppen van haar zangvermogen trotseert om vervolgens in het diepe folklore dal van het filmische Let me In te verdwalen. Krachtig als de onverwinnelijke natuur in het dreigende strijkersonweer van Atlas, kwetsbaar in de verregende harpdruppels van You Are Not Alone.

Halverwege deze creativiteit veroorzaakt COVID-19 een gapende scheur in het opnameproces, die pijnlijk voelbaar is in de onbereikbare afbrokkelende atmosfeer die als ijzige dampkringetjes de verbintenis opzoekt. Hulpeloos in de kern van het thuis opgestelde isolement voedt ze noodgedwongen alleen in alle eenzaamheid van de afgesloten buitenwereld wiegend haar vredige slaapkamerkindjes op. Volgroeid in de vervreemding van een onrealistische aardse maatschappij, die soberheid en intimiteit afdwingt. Klassiek geschoold in de instrumentatie, emotioneel breekbaar in de zachtheid van de gedragen zang.

Het moment om de prille liedjes onder toeziend oog van de schepper los te laten in de sterk veranderde buitenwereld is aangebroken. Op zaterdag 27 november krijg je de unieke kans om in het Utrechtse Tivoli/Vredenburg de Nederlandse albumpresentatie van Could You Lend Me Your Eyes bij te wonen. Bekijk het door de alles opnemende ogen van Camille Camille en kruip zelf als uitgenodigde bezoeker binnen in haar opengestelde ziel. Het enige puntje van kritiek is dat ik Be Kind een betere afsluiter vind dan Flying Leaves, maar dat is dan puur gebaseerd op mijn eigen gevoel.

Camille Camille - Could You Lend Me Your Eyes | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Camouflage - Bodega Bohemia (1993)

poster
3,0
Het Duitse Camouflage drietal Heiko Maile, Marcus Meyn en Oliver Kreyssig scoort in 1987 een novelty hit met het van Voices & Images afkomstige The Great Commandment. Het nummer is een regelrechte kopie van het jaren tachtig geluid waar Depeche Mode halverwege de jaren tachtig succes mee heeft. Op zich niet eens zo bijzondere track, Camouflage trekt hiermee wel de aandacht naar de opkomende darkwave beweging, waar vervolgens acts als Deine Lakaien, Das Ich, Wolfsheim en Diary of Dreams van profiteren. De Methods Of Silence opvolger piekt net niet in de top 10 van de Duitse albumlijsten, de daaraan gekoppelde Love is a Shield single bivakkeert ruim een half jaar in de charts.

Bodega Bohemia is een ander, minder rooskleurig verhaal. Na de tegenvallende verkoop van Meanwhile krijgt Camouflage de volgende tegenslag te verduren als hun platenmaatschappij Metronome zich vooral op paradepaardje Ace of Base richt en Bodega Bohemia amper promoot. De eerste Suspicious Love single komt nog wel op MTV voorbij, opvolgers Close (We Stroke the Flames) en Jealousy worden enkel in Duitsland uitgebracht. Des te bijzonder is het dat deze bittere pil nu via Bureau B volledig in the picture staat. Sterker nog, zelfs als 3 cd set op de markt verschijnt.

Eigenlijk is er niks verkeerds over Bodega Bohemia te vermelden, producer Dan Lacksman zet een prima resultaat neer. Op Pedestrian’s Adventures verschuift het synthpop accent meer naar het Pet Shop Boys geluid en de gesamplede zangeres geeft er een exotische Enigma glans aan. Camouflage klinkt Duitser dan ooit en zelfs de nieuw ingeslagen weg van Snap! is hoorbaar. Toch moet Camouflage het vooral nog steeds van die Depeche Mode vergelijking hebben. Crime balanceert tekstueel ergens tussen Little 15 en The World In Your Eyes in, en bekijkt de wereld door de ogen van de jeugdige onschuld. Het uptempo Jealousy verpakt een gelijkwaardige Personal Jesus melodie in een swingend Orchestral Manoeuvres in the Dark popjasje.

Het ironische Time Is Over geeft al aan dat niemand op nieuw Camouflage werk zit te wachten. Juist door dit los te laten komt de song verrassend sterk uit de hoek. Time Is Over is een dromerige mijmerende track waar de samenzang tussen Heiko Maile en Marcus Meyn heerlijk op elkaar inwerkt. Helaas wordt dit nummer op de bonusalbums totaal genegeerd, blijkbaar is het prima om er niks aan toe te voegen. In het filmische theatrale Falling ademt het cabaretverleden van Berlijn door. Het gebruik van saxofoonsamplers geeft er een jaren tachtig Miles Davis tintje aan. Het Falling observatieverslag is een ingeplande noodlanding, aarden en de situatie overzien, ook hier verkeert Camouflage in vorm.

Het Suspicious Love verraad is geen verkeerde singlekeuze. Hierbij is de zeitgeist de bepalende factor die ervoor zorgt dat deze minder dan gehoopt opgepakt wordt. Postpunk, new wave en synthpop zijn door de Britpop gekte ingehaald en alleen het vernieuwende Depeche Mode houdt zich in een gospelrock tenue goed staande. De overige kaarten zijn gespeeld en bands richten verder vooral hun aandacht op de Amerikaanse markt. Het kritische Bondage People is een aanklacht tegen het monddood maken en is net zo gemakkelijk vanuit de allesbepalende platenbazen naar de grootheersers van de maatschappij te herleiden. Die frustraties krijgen een antwoord in de strenge blikkerige beats, de rockgitaaruitbarstingen en de onheilspellende ondertoon van de song.

Door de Neue Deutsche Welle uitspattingen voelt het confronterende Close (We Stroke the Flames) vertrouwd aan. We bewapenen ons met fakkels en zetten strijdend de aanval in. Het is een hevig verzet tegen het opkomende neonazisme. Door de geromantiseerde melancholische sfeer komt de boodschap niet helemaal over. Hier hadden ze wat industrial noise op los moeten laten. Veilig afgeschermd kijkt de heerser vanuit zijn schuilplaats In Your Ivory Tower toe. Dit beeld breekt met de beloftes, er volgen nog vele tranen, veel verdriet en nog meer onmacht. Bodega Bohemia is een gemiddelde lichte darkwave plaat met een paar uitschieters naar boven.

Dan moet het bonusmateriaal het grote verschil maken. Suspicious Love wordt volledig uitgebeend en komt maar liefs negen keer voorbij. De op single uitgebrachte Radio Version is de beste uitvoering, kort, krachtig, minder zwaar met net wat meer dance accenten. De G.R.D. Mix legt de nadruk op de house en is een zweveriger versie voor in de nachtelijke uurtjes. Voor deze uitgerekte versies kocht je vroeger een maxisingle. In de jaren tachtig keek niemand er vreemd van op als er meerdere schijfjes werden uitgebracht. De Suspicious Riff Mix van Stephan Fischer galmt in Moby techno echo’s en past prima bij het opkomende The Prodigy rave geluid, maar staat iets te ver van het origineel af. Al rauw stuiterend werken ze zich door de Hatemix heen. De futuristische Slow Motion Mix heeft een lekker opzwepend dubrandje en halverwege raast er een koortsige ambient trein voorbij. De geharde clubganger komt met de Rave-Riff-Edit aan zijn trekken, en dan passeert op het einde als toegift nog de uptempo deephouse Kick The Love Mix.

Het is allemaal teveel van het goede. De rest is gelukkig stukken compacter en boeiender. De Close (We Stroke The Flames) (Remix) is net wat ritmischer en warmer bombastisch dan het origineel en het instrumentale Watch Out! is de oorspronkelijke B-kant van Close (We Stroke The Flames). Bij de Crime (Blind Mix) zijn de vergelijkingen met Depeche Mode geminimaliseerd en deze uitvoering heeft dan ook meer soul en pit. Het instrumentale In Cold Blood is een spannend donker hoorspel met machinale robot kilheid en futuristische wave verwijzingen. Crime (Ray & Ito Version) is geschikt voor het alternatieve feestende vakantiepubliek dat op plaatsen als Ibiza voor de minder gangbare uitgaansgelegenheden kiest.

Het derde schijfje is wel een waardige aanvulling. De instrumentale versies van Close, Crime en In Your Ivory Tower voegen nog niet zoveel toe, daarna wordt het stukken interessanter. Werktitel Close stamt blijkbaar al uit de Meanwhile sessies en is melodieuzer en swingender dan de latere versie. De basis wordt overduidelijk achter de piano geschreven en dat soepele toetsenwerk is hoorbaar. De Close (“Four On The Floor” 1991 Guitar-Demo) experimenteert met een bescheiden rockgitaar, en het is inderdaad beter dat ze hier niet op voort experimenteren.

Verder gaan ze met een aantal tracks aan de slag die de plaat niet halen. Dolby (A Place In China is een prachtig muzikaal instrumentaal speelveld met breed uitreikende mogelijkheden. De aarzelende hapering in het intro van Heaven Is A Miracle komt gedurende de song terug, daaromheen borduurt het drietal op een synthpop beat voort. Een song in opbouw, al ontbreekt er iets aan. Ook duidelijk waarom deze in de prullenbak terecht is gekomen. Symmetry (Falling) is een soortgelijk geval, waar men rondom elektronische ritmes iets probeert op te bouwen. Op Alien Nation klooien ze wat met bliepjes, bij bands als Kraftwerk en Propaganda werkt dit perfect, bij Camouflage blijft het bij een kortstondig eureka moment. Florian’s Trigger plaatst de beats net wat meer op de voorgrond en hier zijn vooral de pauzes een stoorzender. Eenmaal uitgewerkt kan deze prima als dansvloerkraker functioneren.

In Brussel werken ze vervolgens met de in België woonachtige Duitse producer Dan Lacksman aan de opzet van Bodega Bohemia. Dolby (A Place In China) is een toegankelijk probeersel dat uiteindelijk afvalt en uit de twee vlakke onzuivere Division versies komt uiteindelijk Suspicious Love voort. Aan The Bounce valt weinig te verbeteren, schijnbaar liggen de Depeche Mode vergelijkingen er te dik bovenop. Dat stigma draagt Camouflage eeuwig met zich mee, het is hierdoor wel een onnodige track. Echt overtuigend zijn de live tracks ook weer niet. Met Suspicious Love zijn we ondertussen doodgegooid en Falling krijgt een chaotische behandeling toebedeeld die verder weinig toevoegt en waarbij ik over het live gehalte mijn twijfels heb. Het is een pijnlijke constatering dat je niet al het huisvuil moet recyclen, soms hoort het afval daar gewoon thuis. Voor mij is het niet meer als een herwaardering van Bodega Bohemia, die ik altijd net wat lager ingeschat heb.

Camouflage - Bodega Bohemia (Limited 30th Anniversary Edition) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Camper Van Beethoven - Telephone Free Landslide Victory (1985)

poster
3,0
Dit voelt aan als een grote pan soep, waar iedereen hun eigen ingrediënten in gooit, en waardoor het geheel steeds wat pittiger wordt. En het eindresultaat smaakt ook nog prima.
Een beetje vreemd, maar wel lekker.
Door de veelzijdigheid verveelt het niet, en de nummers zijn behoorlijk compact.
Een prettig zooitje ongeregeld.
Meer geschikt voor in de zomer, maar met de verwarming hoog, is er nu ook goed naar te luisteren.

Can - Future Days (1973)

poster
4,0
1973 is mijn geboortejaar en vreemd genoeg moet ik bij Future Days ook denken aan een bevalling.
Eerst het geluid van water en vervolgens allemaal vreemde geluiden, die voor de eerste keer ervaren worden.
Welkom in de wereld, bereid je voor op jouw Future Days.
Een trip puur gericht op de waarneming van het eerste essentiële zintuig; het gehoor.
Vaak roept experimentele muziek een gevoel van angst en onbegrip bij mij op, dit werkt juist heel bevredigend.
Ik ervaar bijna hippie achtige vreugde.
Helaas gaat Spray wel met meer tempo door, waarbij ik het vergelijk met On the Run van Pink Floyds Dark Side Of The Moon, toevallig ook uit 1973.
Ondanks, of misschien wel juist door de invallende snelle percussie gaat het gejaagde wat weg, maar het prettige gevoel van opener Future Days is veel minder aanwezig.
Moonshake klinkt wel heerlijk, een soort van korte jamsessie, waarbij ik zelfs aan het geflirt met stijlen van dEUS in hun beginperiode moet denken.
Misschien wel een van de grootste complimenten die ik een band mee kan geven.
En ik zal de puristen voor zijn; ja Can was jaren eerder al actief, maar dEUS wist het voor mij wel beter tot een geheel te laten smelten.
Op het moment dat Bel Air gaat vervelen, red de drummer de boel, vervolgens krijg je na die adempauze de bas er nog zoemend doorheen, en wordt het allemaal een stuk interessanter.
Voor mij is de hoofdrol weg gelegd voor drummer Jaki Liebezeit, als zijn bijdrage minder wordt, dan is het gelijk een stuk minder sterker.
De zang heeft het dromerige van Smashing Pumpkins op hun eerste albums, al klinkt Corgan uiteraard een stuk opgefokter en harder dan Damo Suzuki, die zijn achternaam daarmee geen eer aan doet, maar het trage en slome van zijn zangkwaliteiten maken het geheel wel af.

Car Seat Headrest - Faces from the Masquerade (2023)

Alternatieve titel: Live at Brooklyn Steel

poster
4,5
Als verlegenheid je in de dagelijkse omgang zodanig belemmerd, waardoor omgang met de medemens een ware kwelling is, dan heb je als zanger een groot probleem. Dit ondervind ook Will Toledo van Car Seat Headrest. En als je verder ook nog zo onzeker bent en bijna aan perfectionisme ten onder gaat, probeer je dan maar in deze maatschappij staande te houden. Zo krijgt doorbraakalbum Twin Fantasy later een remake en verschijnen er van Making a Door Less Open oorspronkelijk twee verschillende versies, een rockalbum en een meer op de synthpop van de new wave gericht resultaat. Uiteindelijk kiest de band er net op tijd voor om de songs door elkaar te husselen en ontstaat er een coherent geheel.

Will Toledo bestrijdt zijn podiumangsten en verschijnt genoodzaakt vanwege de virus gekte met een gasmasker met LED-ogen op het toneel. Een schild om de aanwezigen niet direct met zijn persoon te confronteren, en in het geval van Will Toledo werkt dit perfect. Dan slaat het noodlot toe en wordt de vocalist door de verschijnselen van Long COVID geveld. Alle opgebouwde zekerheden veranderen weer in onzekerheden en het ziet er voor langere tijd naar uit dat Making a Door Less Open het laatste wapenfeit blijft. Dan komt op 8 december de Faces from the Masquerade liveplaat uit. Het betreft opnames van een drietal concerten die op de vooravond van de pandemie ellende in muziekcentrum Brooklyn Steel opgenomen zijn. Je hoort hier een zelfverzekerde, goed op elkaar ingespeelde band, die er duidelijk veel zin in heeft. Presteren de uit Seattle afkomstige indierockers hier op de toppen van hun kunnen? Zeker, al is de zang soms nog wat wankelend, maar het geeft wel goed aan dat ze in een langere tournee zeker meer in vorm raken.

Zelfs hier twijfelt Will Toledo in de kracht van openersnummer Crows, welke een bescheiden rol op de Nervous Young Man verzamelaar toegediend krijgt. Crows laat de schuchtere nachtbrakers ontwaken, de duisternis is hun leefgebied, anoniem in het donker. Na een uitgebreide sober gesproken aankondiging in een zwart klankendecor buigt Will Toledo voor de muziek en neemt de dreiging het van hem over. Crows is een ouderwetse postpunk track, geheel volgens de illustratieve donkere principes opgebouwd, met een prominente voortrekkersrol van de baspartijen van Seth Dalby. Een hoog gothic The Sisters Of Mercy gehalte, maar wel verdomd lekker.

Weightlifters is de aftrap van de laatste studioplaat Making a Door Less Open, maar deze zoemende elektro noise staat nu dus een plek later opgesteld. Weightlifters is de verbintenis tussen stevige gitaarrock en funkende new wave. Het verstarde beeld van een bevroren maatschappij. Doorbreek deze kilte en laat de emoties weer spreken. Weightlifters nodigt uit om te bewegen, te dansen en het gesprek draaiende te houden. Droom je dromen, leef je gedachtes. De Fill in the Blank postpunk worstelt met depressies en geeft de negatieve gedachtegang een podium. Het moment dat de leegte in het hoofd zich met de ingehouden adem vult. Het moment dat die opgekropte frustraties tot een muzikale uitbarsting komen. Het is een bevrijding, die je vooral in de verbale voordracht van Will Toledo terugvindt, een overwinning met macho punkrockakkoorden. Ook hier betreft het een openingstrack, maar nu van definitieve doorbraakplaat Teens of Denial.

Het loflied van Making a Door Less Open, de psychedelische Hymn is de oprechte onzekerheid over het onduidelijke toekomstperspectief. Geloof in jezelf, en volg in alles je hart. Laat je niet door externe factoren afschrikken, maar blijf dicht bij dat oergevoel. Ook Hollywood stamt van die laatste fraaie plaat. De keerzijde van de onbegrensde ziekmakende fantasieën van grote bindende producenten. Het Utopia voor drugsverslaafden, mediaverslaafden, afgekeurde filmsterren en platencontractarme muzikanten in wording. Verspeelde kanskaarten en verspilde idealisme. Het observerende lijflied met de rappende crossover schreeuwzang van drummer Andrew Katz welke hier het duel met Will Toledo aangaat. De euforische Bodies eighties wave stamt uit een gelukzalige periode waar het voor Will Toledo nog mogelijk is om de problemen van zich af te dansen. De druk ligt nog niet zozeer op zijn schrijverschap, en dat hoor je wel in deze van Twin Fantasy afkomstige song terug. Lekker onbevangen, lekker puur, een tikkeltje naïef, maar oh zo eerlijk. Dance to the Radio! Radio Live Transmission!

Het van My Back Is Killing Me Baby afkomstige Something Soon is de verdovende toestand van het nutteloze. Het beklemmende als escapisme niet tot de mogelijkheden behoort om aan het leven te ontsnappen. Something Soon krijgt in het vrijheid belemmerende corona een passende betekenis. Het deelt de kracht om weer samen te zijn, al moet Will Toledo het vervolgens snel met zijn gezondheid bekopen. Het stevige 1937 State Park betreurt de generatie nix teleurgang, zonder idealen, zonder kansen, werk of sociale zekerheden. Een gitzwarte rocker uit het Teens of Denial tijdsdeel met een berustende orgel uitloop. Sober to Death van Twin Fantasy benadrukt dat het bijna onmogelijk is om een relatie met een persoon met een heftige burn-out te hebben. De geschetste agressie drukt de schoonheid aan de kant en bouwt torenhoge muren. De Sober to Death klaagzang is het bewuste isolement, de angst op het terugvallen in oude afwijkende aangeleerde patronen.

Het roekeloze gevaar om het op Teens of Denial verschenen Drunk Drivers / Killer Whales te trotseren. Een risicovolle onderneming waarbij zelfkennis centraal staat. Laat je niet door anderen leiden, maar vervolg die gemarkeerde rechte lijn. Live ontwikkelt deze zich tot zustersong van Sober to Death. De nachtelijke rit, dronken van drank, vermoeidheid en lastig te plaatsen emoties. Het duistere It’s My Child (I’ll Do What I Like) heeft een grijze grunge vibe, al zorgen de keyboardpartijen voor het postpunk evenwicht. Het is niet vreemd dat het nummer van het overige materiaal afwijkt, omdat deze van oorsprong op het sideproject Toy Bastard van gitarist Ethan Ives verschijnt. Dit is zijn kindje, waarin hij helemaal losgaat. Een typische If You Tolerate This Your Children Will Be Next song welke het nut van het vaccineren in twijfel trekt. Een zeer gevoelig onderwerp, zeker in het begin van 2022, en daardoor een waardige plek toegedeeld.

Het epische van Twin Fantasy afkomstige mijmerende Beach Life-in-Death rockopera blikt op de jeugdjaren van Will Toledo terug. Een uitgeschreven hoofdstuk uit een jongensboek, voor de ene een waar genot, voor de ander een langdradig verslag. Voor mij is het een kwartier lang genieten. De liefde voor een vroegere geliefde, de liefde voor vrienden. Maar ook de ongepaste schaamte voor het anders zijn, de vreemde hersenkronkels, en de sadistische trekjes. En dan sluit je vervolgens met het dromerige Deadlines van Making a Door Less Open af en concludeer je dat dit daadwerkelijk nog steeds het laatste hoofdstuk in het Car Seat Headrest verhaal is. Je hebt dat einddoel bereikt, en wat volgt er dan nog? Lukt het Will Toledo om kracht uit de blijvende randverschijnselen van Long COVID te halen? Is zijn stem en longinhoud gespaard gebleven of werpt het revalidatieproces voldoende vruchten af om die gehoopte doorstart te maken? Eigenlijk besef ik nu pas wat voor een bijzondere aangename band Car Seat Headrest is. Faces from the Masquerade vat het allemaal mooi samen en vreemd genoeg loopt er een rode verbindende ondersteunende draad door de songkeuzes.

Car Seat Headrest - Faces from the Masquerade | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Car Seat Headrest - Making a Door Less Open (2020)

poster
4,0
Het vanuit Seattle opererende Car Seat Headrest is zo onnavolgbaar als een gemiddelde verkiezingspartij. Hun handbagage bestaat uit probeersels die min of meer als albums door het leven gaan, een paar volgens verwachting voltooide platen en een remake. Vanwege ontevredenheid over het uiteindelijke eindresultaat wordt Twin Fantasy (Face to Face) zeven jaar na verschijnsdatum in 2018 opnieuw onder handen genomen.

Making a Door Less Open is daar weer het vervolg op. Het is dus overduidelijk dat Car Seat Headrest niet voor de gemakkelijkste weg kiest, waardoor ze scherp getriggerd blijven. Zolang het genoeg moois oplevert, en Will Toledo niet eindigt als een wereldvreemde Brian Wilson, is er niks verkeerds aan deze bijzondere werkwijze. Maar wat is het een apart stelletje muzikanten.

Meesterbrein Will Toledo gaat samen met drummer Andrew Katz aan de slag met een nieuw project 1 Trait Danger genaamd. Een op de elektronica gerichte samenwerking, waarbij het fictieve Trait een gecreëerd alter-ego is die zich verschuilt achter een masker om zijn creatie zo goed mogelijk verborgen te houden, aldus frontman Will Toledo. Feitelijk benoemd hij hiermee gewoon zichzelf. Een kameleon met een minderwaardigheidscomplex die als een gespleten persoonlijkheid met een sterk gevoel voor perfectie zich juist opener durft op te stellen in deze bewonderenswaardige zoektocht naar de ultieme sound.

Making a Door Less Open is een plaat die volgens het 1 Trait Danger concept principe in twee verschillende gedaantes is opgenomen. Een versie waarbij de synthesizers en mechanische geluiden de basis vormen, en eentje waarbij het live gevoel overheerst door de versterkte gitaren. Vervolgens wordt er door de band flink geklust om dit te mixen tot een geheel, en daar zijn ze verdomd goed in geslaagd!

Weightlifters galmt onweerstaanbaar strak de speakers uit. Heerlijke geluidsgolven die al snel overstemd raken door een hard rakende beat. Het huwelijk van de twee totaal verschillende invalshoeken treft elkander al gelijk precies in het midden. Zachte elektronica wordt gevoed door een fikse dosis aan militair slaggeweld en ruisende noise. Met een geweldig goed in vorm zijnde Will Toledo achter de microfoon leggen ze hier een overtuigend ondertekend visitekaartje neer. Een fikse knock-out in de eerste vijf minuten.

De nadruk ligt vervolgens sterk op dat eighties geluid. Hymn heeft in de wanhopige klaagzang een Oosters klinkende metgezel, die voortgezet wordt door de kilte in Deadlines. Standaard voorgeprogrammeerde drumcomputers worden vervolgd door goedkope retro speelgoedsynthesizers, die wisselend effectief de onschuld van de kindertijd aanduiden. Harde stampende disco wordt eenvoudigweg onderbroken door grimmige keyboards en desperate zang.

De ouderwets heerlijk klinkende puntige gitaarsong Martin krijgt professionele hulp van blazers die het accent nog dikker op de new wave leggen. In het sfeervolle hierop aansluitende What’s with You Lately zijn het dezelfde typerende gitaarakkoorden die het vintage open haard gevoel weten op te roepen.

Hollywood hakt er frontaal in, een industriële aanpak met een rauwe benadering van de door glitter en glamour onderdompelende drugstad. De track heeft het allemaal; de roemruchtige gitaren van de jaren negentig, maar ook de huidige ondergrondse steeds groter groeiende retro postpunk beweging, samengevat in deze City of Angels adoratie.

Met het euforische Life Worth Missing en ironische Famous richten ze zich verrassend sterk op de massale concertbezoekers, al zijn de uitspattingen bij laatstgenoemde song een stuk minder toegankelijk. Making a Door Less Open is ondanks de doordachte opnametechnieken minder vernieuwend dan verwacht, maar de gedurfde aanpak werpt wel degelijk zijn vruchten af.

Car Seat Headrest - Making a Door Less Open | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Car Seat Headrest - The Scholars (2025)

poster
4,0
Gekweld door heftige Long covid legt Will Toledo zich erbij neer dat een toekomst er voor Car Seat Headrest waarschijnlijk niet meer inzit. Zeker als hij daarbij de nodige allergische reacties ontwikkelt, en dit zijn labiele mentale toestand zeker niet ten goede komt. Het had allemaal zo mooi kunnen zijn. Making a Door Less Open werd erg positief ontvangen, maar door deze vervelende omstandigheden besluit de band om er halverwege de tour een punt achter te zetten. In eerste instantie enkel voor de concertreeks, vervolgens komt dus het bestaansrecht van Car Seat Headrest in het geding.

Gelukkig loopt het allemaal anders. Will Toledo gebruikt zijn koortsdromen in het ziekbed om nieuwe plannen te maken en deze te realiseren. In het geval van de frontman levert dit die kenmerkende complexiteit op. De gedachtegang van Will Toledo blijft onnavolgbaar. In zijn hoofd komt het idee van een conceptalbum tot stand, een rockopera met de nodige plotwendingen. Het decor is een fictieve universiteit; Parnassus University genaamd.

Er zitten de nodige verwijzingen naar de superhelden uit de Marvel en Harry Potter boekverfilmingen in verwerkt. Will Toledo grijpt tevens terug naar de Bijbelse geschiedenis en klassieke Shakespeare vertellingen. Uiteraard is The Scholars ook te herleiden tot Tommy van The Who, The Wall van Pink Floyd en The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars van David Bowie. Zang technisch ligt het weer in de lijn van het Sting en Peter Gabriel werk uit de jaren tachtig. Lekker ingewikkeld dus.

En zo krijgt The Scholars vorm. De geleerden, in het geval van Will Toledo, de andersdenkenden, waar hij zichzelf ook onder schaart. En misschien is dit wel het autobiografische element wat hem zo aanspreekt. Het hergroeperen van de outsiders tot een sterke eenheid. In CCF (I’m Gonna Stay with You) wordt er ritmische exotica op een herhalend pianofundament losgelaten, waarna de universele mondiale zangpartijen en experimenteel gitaargepingel het hemels inkleuren.

Een ware afrobeat new wave regenboogsong die oproept om te herenigen en alle kleuren tot een geheel samen te laten smelten. Anno 2025 is er een grote behoefte aan dit soort vredelievende liedjes. Het licht mag weer over het pad schijnen en laat alle neuzen in dezelfde richting wijzen. Er zit zoveel diepgang in, welke zich laag na laag openbaart.

Spirituele gospel volgens de Car Seat Headrest principes. Met Will Toledo als rockende ceremoniemeester moet het allemaal goed komen. Zijn bewustwording is intenser dan voorheen, een nasleep van de pandemie, prettiger en hoopvoller. Een hoera stemming die hem perfect ligt. Car Seat Headrest krijgt in één nummer klaar waar Arcade Fire het hele WE album naar toewerkt, en daar niet geheel in slaagt. Car Seat Headrest legt de lat dus immens hoog.

Devereaux trotseert de gevaren van het leven en besluit om zich te verbreden en het heil ergens anders te zoeken. Deze bagage aan kennis schept hem in eerste instantie vooral twijfel. Devereaux is zwaarder, meer down to earth. De nadruk ligt vooral op de stemkwaliteiten van Will Toledo. Als hij deze op CCF (I’m Gonna Stay with You) nog deelt, dan staat hij er bij Devereaux alleen voor. Will Toledo zoekt het geluk en vindt deze door zijn verleden te accepteren. Het is het einde van de strijd met zijn seksualiteit, geluk dwing je dus niet af, het is vooral gebaseerd op tolerantie van je zelfbeeld. Ook weer zo persoonlijk en direct.

In het sobere bijna suïcidale Lady Gay Approximately folk keert de verloren zoon terug naar huis. Geen vreugdevol ontvangst, er is eerder sprake van bekoelde afkeer. Voor de buitenwereld dood en begraven, de familiebanden afgestorven. God wenkt, en biedt troost en verlossing, het hoofdpersonage is slechts een stap van zijn paradijs verwijdert. De Radiohead Creeps en Nirvana Weirdo’s ontfermen zich als een uitgerangeerd engelen rariteitenkabinet over de uitgestotene in de vreugdevolle swingende glam punkrocker The Catastrophe (Good Luck with That, Man).

In het over de cancelcultuur handelende drukkende Equals zitten de nodige verwijten verwerkt. Handel je vanuit het rationele veilige conservatieve denken of ga je er dwars tegenin en durf je het avontuurlijke vrijheidsidealisme te erkennen. Vrienden worden vijanden, zekerheden worden onzekerheden.

Vervolgens flikt Car Seat Headrest het onmogelijke. In plaats om met een episch eindspel af te sluiten gooien ze er maar liefst drie tracks met een lengte van boven de tien minuten tegenaan. Zelfs in het paradijselijke Gethsemane loert het verraad. Het is een droomvlucht waarmee ze de meer jaren tachtig getinte passages achter zich laten en de driedimensionale wereld van de seventies binnentreden. Nog meer lagen, nog meer wendingen, nog meer experimenteerdrift.

Het Motorpsycho-achtige met vintage orgelpartijen opgesierde Gethsemane omarmt het math jazz freestyle genre en het is jammer dat de zang dit avontuur verstoord. Uptempo ritmes kondigen het gevaar aan, waarna dreigende gitaren het overnemen en progrock donderwolken een aanslag op de track plegen. Ze creëren hun eigen Frankenstein gedrocht, en verwijzen hier bijna letterlijk naar. Schoonheid zit diep van binnen, het is de kunst om deze naar buiten te laten treden. In deze missie slagen ze zeker. Bijzonder dat zo’n lang nummer als eerste single gepresenteerd wordt, Car Seat Headrest is dan ook een bijzondere band.

Ethan Ives neemt de leadzang van Will Toledo in het toegankelijke nachtelijke Reality over, zodat laatstgenoemde zich vooral met die muzikale sfeeromlijsting kan bezig houden. Car Seat Headrest richt de aandacht op de kluizenaars die het daglicht vermijden en het liefste in de veiligheid van de duisternis opereren. Een ode aan de verdwalende zieners die steeds verder van de realiteit afdrijven. Denk aan muzikale genieën als Brian Wilson en Syd Barrett, die zichzelf halverwege onder invloed van drugs het naar perfectie strevende werkproces in de waanzin kwijtraken.

Het dynamische kosmische Planet Desperation start bij de beginselen van het denken, het reptielenbrein. Wat hebben we nodig om te leven, te overleven. Het impulsief handelen. Hoe bouwen we vanuit het niets iets op. Het koninkrijk is gevallen, de duivel heeft zojuist schaakmat gezet. Dit is de Black Star die David Bowie in vervallen staat achterlaat.

Men smeekt Ziggy Stardust om hulp, hij kan enkel alleen maar van een afstand rockend toekijken. Sterren schijnen dan wel voor een eeuwigheid, het hemelrijk kan je niet met het blote oog waarnemen. Prachtig hoe hier aan Pixies memorerende noise explosies het overnemen. Andere helden die je tot inkeer dwingen. Al betaal je hier wel de prijs van vier nummers in één. Een miniatuur rockopera in een grotere setting.

In de afsluitende beat stamper True / False Lover Motown lacht een minachtende Jezus toe. Hij heeft zijn hele dood in scene gezet. De Wederopstanding is een grote misplaatste grap om de mensheid te ontwrichten, reddeloos aarzelend in twijfel achter te laten. Car Seat Headrest is weer helemaal terug, al zal niet iedereen deze plotwendingen prefereren. Hoe vaak kan een band zichzelf uitvinden? Car Seat Headrest is een kat met negen levens. We zijn getuige van de zoveelste geboorte.

Car Seat Headrest - The Scholars | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Carmen Sea - Sorry (2023)

poster
4,0
Trauma’s verwerken door deze te herbeleven. Het therapeutische effect van die laatste momenten voor het ongeval te relativeren. Het uit Parijs afkomstige noiserock-gezelschap Carmen Sea kan er over meepraten. Sorry draagt niet zozeer een boodschap uit, maar verlicht wel de pijn. Die bewuste nacht op 21 mei 2022 had zo voor de band een fatale afloop kunnen krijgen. Sterker nog, het is een wonder dat ze het overleefd hebben.

De euforische gemoedstoestand na een geslaagd optreden. Moe en voldaan naar huis terugkeren. Het slopende artiestenbestaan met een net zo oververmoeide chauffeur die het rijgedrag alleen maar opvoert om zijn gevecht tegen de slaap te winnen. Natuurlijk valt het allemaal niet goed te praten, we zijn allemaal mensen, die menselijk handelen en waarvoor de gevolgen praktisch nooit terug te draaien zijn. En zo crash je met een snelheid van 130 km/u in een greppel, en kom je uiteindelijk met enkel wat kleerscheuren met de schrik vrij. Je kijkt de dood recht in de ogen aan en beseft dat het leven te mooi is om daarvoor te sterven. Op de Sorry EP hoes is het verongelukte tourbusje zichtbaar.

Speed is de voorafgaande adrenalinekick. Het gevoel dat je de hele wereld aankan. Je weet hier nog niet dat dit beeld zeer snel drastisch verstoord wordt. Een moordende beukmachine houdt het tempo bewust hoog, waarna de destructieve gitaarakkoorden er een oorverdovende lading aan noise en gillende interrupties overheen snellen. Het energieke Speed handelt over het grenzen verleggen, totdat je net over die opgelegde limiet tuimelt en in de afgrond terecht komt. Het gevaar ontvluchten nadat je dit eerst getrotseerd hebt. Bij het toegankelijke Sorry titelstuk vervult een met emotionele overdracht zingende Tetha de rol van het wringende geweten van de chauffeur. Sorry is het ogenblik dat je het controlerend overzicht kwijtraakt. Een fractie van een seconde met een dramatisch Exit einde.

Past de Sorry shoegazer wel tussen de overige tracks? Crash haakt namelijk op die gewelddadige sound van Speed in. Sorry is de relativerende verdoofde droombeleving waarna de beladen diepgang van Crash alleen maar harder raakt. In de industrial folk van het aardse Feel Alive treedt de viool weer meer op de voorgrond. Een brok aan onderhuidse spanning waarin de overlevingsdrang en bewustwording van het bestaan centraal staat. Sorry is de onvermijdelijke EP die Carmen Sea moest maken. Het haalt pijnlijke herinneringen boven water, ebt schuldgevoelens weg totdat er slechts vriendschap en begrip overblijft.

Carmen Sea - Sorry | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Carolina Lee - It's Still Now (2024)

poster
3,0
De grote golf van albumreleases ligt alweer een tijdje achter ons. Soms is er een band die er bewust voor kiest om die drukte te omzeilen waardoor er op een later tijdstip meer aandacht voor ze is. Bij het uit Berlijn afkomstige Carolina Lee werkt dit in ieder geval in het voordeel. Juist tegen het einde van het jaar maak je de balans op en kom je tot de conclusie dat het beter is om die goede voornemens nog maar een jaar uit te stellen. In het geval van Nadja Carolina zit ze te midden tussen de puinhoop van een gesneuvelde relatie en sorteert ze de momenten in haar hoofd. Herbruikbaar, tijdelijk in de ijskast en ongeschikt. Er ligt een flinke stoflaag op de drumpartijen van Letting Go, waar ze zichzelf doorheen moet werken. Nadja Carolina acteert een beter bestaan, zonder de kartelrandjes, juist die kartelrandjes maken het zo persoonlijk.

It’s Still Now bezit dezelfde soort mislukkingen die zo pijnlijk op het Haunted Houses debuut aan bod komen. Kleine poppenhuis verhaaltjes met een trieste afloop of een verlangend open einde. Er zit zoveel broeierige jaren zestig folk in It’s Still Now, maar ook net zoveel kunstmatige Burt Bacharach keyboardprullaria kitsch. Er zit zoveel verbitterde fragiliteit in de stem van Nadja Carolina, tegelijkertijd zoveel dromerige hoop en zoveel onderliggende wanhoop. Ze is een romanticus zonder romance, een beminnende minnaar zonder liefde in haar leven. Het is een noodzaak om gebroken hartenliedjes te schrijven, omdat het geluk zich simpelweg nog niet aandient.

Het is echter geen storende factor. Nadja Carolina heeft een mijmerende verzachtende voordracht en de overige drie Carolina Lee bandleden cijferen zichzelf zodanig weg dat ze amper genoemd worden. Het zijn slechts schaduwen die zich over de zangeres ontfermen; ze kleuren de muziek verder sprookjesachtig in. Het filmische Change of Mind wiegt je slaapwandelend door de twijfel heen. Faalangst overheerst en maakt een herstart vrijwel onmogelijk. Pogingen om er Portishead triphop tussen te stoppen worden abrupt onderbroken. De gitaar krijgt net als de frontvrouw niet de kans om te shinen, alsof ze een hoogtepunt bewust vermijden.

Savvy Heart stelt veranderingen uit en haalt de uitdaging uit de dagelijkse sleur. De gitarist heeft er genoeg van om het geplaveide pad te vervolgen en geeft er een psychedelische twist aan. En dan komt er eindelijk beweging in de stroperige stroeve voordracht. De duisternis neemt het over, de nacht waakt over het mysterieuze jazzy A Walk in the Park, waar spookachtige engelenstemmen vanuit de sterrenhemel nederdalen. Die fantasierijke bezieling verdwijnt als de ochtendglorie het realisme schenkt en er voor dromen geen plek meer is. Het aan Velvet Underground herinnerende If I Try breekt door dat winterse pantser heen en laat het licht toe. En dan ontdek je bij toeval de kenmerkende gebrekkige Engelse vocale raakvlakken tussen Nico en Nadja Carolina, die beiden een Duitse achtergrond hebben.

Onder die geharde leemlaag wacht de lente geduldig af om zich te openbaren. Vers groen dringt zich op en bereikt in het ontdooiende One More Day de bovengrond. Het lange wachten laat zich lonen en verzilvert de bedekkende zonnestralen. Maar dan slaat alsnog de vrieskou toe. Het zelfbewuste Seven gunt zichzelf maar een sprankje geluk, net genoeg om zich te voeden. Het is een hele klim om de top te bereiken, en soms is het prima om je met een beetje zekerheid te prijzen. Nadja Carolina accepteert dat ze de eeuwige verliezer is. Ahead of Me stelt die rol nogmaals veilig. Carolina Lee zal nooit een optimistische plaat maken, dat past gewoon niet bij dit sobere gezelschap. Carolina Lee proost niet op het nieuwe jaar, maar proost op het gegeven dat ze weer een jaar overleven.

Carolina Lee - It's Still Now | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Carter the Unstoppable Sex Machine - 30 Something (1991)

poster
5,0
Carter USM is groots, krachtig, veel jatwerk, de lange lok van Jim Bob, live een sensatie, over the top, humor, een feestje.
De band van de statements; wat Manic Street Preachers niet lukt , lukt Carter wel.

Wat moet je er van zeggen. Surfin' USM klinkt als Trevor Horn, die een remix maakt van David Bowie, maar hem vergeet; op dat ene zinnetje na. Een van de leukste instrumentale nummers van de jaren 90.

My Second to Last Will and Test is een parodie op het opstellen van een testament.
Anytime Anyplace Anywhere is volgens mij een nummer over zwevers die met drank proberen te overleven. En laat de serieuze kant zien.

A Prince in a Pauper's Grave is een van de mooiste nummers ooit, het lukt me steeds weer om me te ontroeren als de keyboardpartijen halverwege in gezet worden.
Ook dit nummer gaat over iemand die zichzelf behoorlijk de vernieling in geholpen heeft.
Bij dit soort nummers van Carter USM moet ik vaak aan de politiek gerichtte teksten van Levellers en The Smiths denken.
Wonderschoon.

Shoppers' Paradise is lekker vrolijk; geweldige titel trouwens.
In de periode van The Summer Of Love zingen over The Summer Of Hate. Weer zo mooi gevonden. Wel een echte Carter song; want wat zijn ze herkenbaar (gelukkig wel).

Probeer de teksten maar te begrijpen; blijft toch wel moeilijk; zo ook bij Billy's Smart Circus.
Wat lijkt die muziek toch op Nena (Irgendwie, Irgendwo, Irgenwann). Maakt allemaal niks uit.

Bloodsport for All
Weer zo'n nummer wat heerlijk groots in elkaar zit, wat is nu zo geweldig aan de muziek?
Ik weet het gewoon niet te vertellen.
Misschien omdat het zo lekker mee schreeuwt.

Sealed with a Glasgow Kiss is een geweldadig, komisch, liefdesliedje.

Say It with Flowers is een duidelijk statement tegen het nutteloze van soldaatje spelen.

Ook Falling on a Bruise is zo'n nummer dat over iemand gaat, die niet echt positief in het leven staat. De nasleep van de werkeloosheid en armoede uit de jaren 80, waar vooral Groot-Brittannië onder te lijden had.

De afsluiter The Final Comedown klinkt als een over the top musical nummer. Maar ook als een ode aan Elvis in zijn Las Vegas periode toen hij afzakte naar zijn einde.

Ik weet het niet bij dit album, maar het blijven 42 heerlijke minuten om naar te luisteren.

Casper Clausen - Better Way (2021)

poster
4,0
De intense Deense sensatie Efterklang bereikt in 2010 mijn gehoor als ik getuige ben van een indrukwekkend optreden in het Nijmeegse Doornroosje. De caleidoscopische gekleurde klankenpartij aan tastbare geluidszeepbelletjes spatten daar voor het ademloze publiek uiteen, waarna ze via de lucht de gehele verstilde zaal vullen. Hun derde album Magic Chair is dan net verschenen, en ondanks pas met de perfecte opvolgers Piramida en Altid Sammen het grote publiek bereikt wordt, is het wel een voorrecht en genot om op de vooravond van hun succes aanwezig te zijn.

De kernachtige soundcollages worden vervolgens steeds meer overstemd door sfeervolle postpunk rookgordijnen, waarachter de strijkers, toeters en een veelvoud aan rinkelende rammelvoorwerpen zich verder terugtrekken om plaats te maken voor hedendaagse sobere elektronica. Vocalist Casper Clausen stelt zich bij Efterklang vrijwel altijd ondergeschikt aan de songstructuren op, waardoor hij zijn bijzondere hoge falset stem voornamelijk als toevoegend instrument benut. Op zijn soloplaat Better Way gaat hij samen met de van Spaceman 3 bekende Sonic Boom (Peter Kember) op onderzoek naar de juiste balans tussen zang en muziek. Een ontdekkingstocht welke acht prachtkristalletjes oplevert.

Peter Kember zoekt dat spanningsveld op in de Krautrock en de beginselen van de techno. Een spannende voedingsbodem die bij Casper Clausen een meer aardse, popgerichte aanpak vraagt. Opener Used To Think heeft een pakkende zwevende seventies opbouw, waardoor de vocalist zich uitgebreid kan voorbereiden om pas na drieënhalve minuut van zich te laten horen. Het zit heerlijk op dat goed bewerkbare randje eighties new wave synthpop, waardoor er met luchtige experimenteerdrift gestoeid kan worden. Genoeg mogelijkheden dus om de lange track verder uit te bouwen. De zanger wil de luisteraar laten meedelen in het euforische gevoel. Durf je hart open te stellen en te vullen met liefde. Profetische spirituele woorden die wel direct de kern treffen. Het is een verslavende trip, gewichtloos in het universum van transparante muziekdeeltjes.

Dat Casper Clausen de bij Efterklang ontwikkelde kunst om te hypnotiseren nog steeds bezit bewijst hij wel in het dansbare Feel It Coming. De kracht van verbondenheid staat hierbij centraal. Samen de ellende overwinnen, mentaal klaar om de hoopvolle toekomst binnen te treden. Een magische song, met mooie opbouwende percussie, welke herinneringen oproept naar die bewuste avond in Doornroosje. Dark Heart zit heel erg in het heden. Treinen die tot stilstand komen in een vertraagde slow motion wereld die zichzelf door middel van flashbacks zich achterwaarts dreigt te vervolgen. De vocoder is hierbij een geschikte aanvulling op de betoverende stem van de zanger en is passende in het automatisering klimaat van 2021.

Snow White mag op het conto van Sonic Boom bijgeschreven worden, en ligt geheel in de lijn van het vorig jaar verschenen All Things Being Equal. Casper Clausen heeft een mooie bijna hemelse gastrol in de zich continu herhalende dreigende industriële omlijsting. Een engel die zijn vleugels opoffert aan de slopende ontregelde machinerie. Falling Apart Like You memoreert aan de in een vernietigende storm verkerende Aarde die als een minuscuul stofdeeltje speels door het heelal laat vervoeren. De vraag of deze planeet nog te redden gered valt, wordt als een mantra herhaald in Little Words.

Call out to the future
Do you wanna heal the world?

De vintage synthesizers in 8 Bit Human zetten het geheel weer in de juiste vooruitstrevende versnelling. Opgepompte nonchalante Britpop zangpartijen roepen op tot overwinning, met daar doorheen de ronddolende bas en de nodige overtuigende samplers. Een kritische vooruitstrevende track die zich opruiend en rebels richt tegen de wereldleiders. De grote steden dienen gereanimeerd te worden. Weg met de levenloze uitzichtloze situatie, wakker worden allemaal en met zelfverzekerde blik vooruit.

Eigenlijk is dit een betere afsluiter dan Ocean Wave, waarbij de treurnis juist op het einde de boel een beetje ontkracht. Natuurlijk is het een wonderschone track, en zeker een meerwaarde op de plaat, maar hier wordt hij wat ruw uit de context getrokken. Of is Casper Clausen er op het einde op uit om de mensheid nogmaals aan te zetten om goed na te denken over de keuzes die gemaakt moeten worden. Het klokgetik op de achtergrond geeft aan dat ook de tijd aan het afsterven is.

Het milieuvraagstuk loopt als een rode lijn door Better Way heen, waarbij Casper Clausen regelmatig klinkt als de barmachtige wereldverbeteraar Bono van U2. Niet alleen door de hoge verbale uithalen, maar ook zeker in zijn doeltreffende teksten. Better Way is een digitalisering van tot de puntjes uitgewerkte harmonieuze ideeën waarbij Peter Kember zijn psychedelische zweverige achtergrond gebruikt om de abstracte uitgewerkte songlijnen van Casper Clausen in vloeiende bewegingen over te laten lopen in een kunstmatig, maar tevens organisch futuristisch droomlandschap.

Casper Clausen - Better Way | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Catbug - Musjemeesje (2024)

poster
4,0
Nadat Paulien Rondou haar kleinkunststudie aan het Antwerpse Conservatorium afrondde, vertrok ze naar haar moeder en stiefvader in Westmalle. Daar op hun boerderij werkte ze in alle stilte aan haar debuut Universe, waarbij ze het omgevingsklimaat een prominente rol toekende. Vervolgens verscheen het Nederlandstalige Slapen onder een hunebed en nam ze met haar toenmalige partner de boerderij over. De Paardebloemhoeve ontwikkelt zich tot een kleinschalige zelfoogstboerderij, waar de natuur centraal staat. Diezelfde natuurbeleving hoor je ook op Musjemeesje terug; Catbug, het alter ego van Paulien Rondou raakt geïnspireerd door de vogels die hier in dit woongebied gesetteld zijn.

Thibault Vander Donckt ontfermt zich over haar en biedt haar onderdak in zijn On The Level stal. Vanuit Japan is er ook serieuze interesse en daar verzorgt Think!Records de distributie van haar derde album. Catbug onderscheidt zich van de hedendaagse singer-songwriters door de puurheid van de folk op te zoeken. Door haar prachtige stemgeluid is het gebruik van elektronica om misstappen te camoufleren geen noodzaak en biedt ze ons een tiental pure intieme songcollages aan. Stillevens aangedreven door een vroeg lentegevoel, waarbij ik al mijmerend terugdenk aan mei, de maand dat vogels nieuw leven schenken. Ook haar liedjes zijn kleine bevallingen, die in deze nazomer het licht aanschouwen.

Dan is Kievit de meest geschikte openingstrack. Kievitseieren zoeken en rapen is een oude gewoonte in Nederland. Het eerste kievitsei wordt opgevat als een startpunt voor het begin van het voorjaar, de liefde, het nieuwe leven. Of Paulien Rondou bekend is met deze traditie betwijfel ik. In het geval van Catbug staat Kievit voor het ochtendontwaken, het afscheid van de nacht. De zon komt op en de Kievit vliegt gebroederlijk met de kraaien mee. Kievit symboliseert hiermee ook de saamhorigheid, er is geen sprake van onderscheid maken. Het bespiedende Torenvalkje draagt het observerende karakter van dit kleine roofdier uit. Als Kievit tot de liefde te herleiden is dan staat het door dwarsfluit begeleide Torenvalkje voor de onbegrensde vrijheid.

Reiger kondigt de winter aan, de dagen worden kouder, korter. De zomerse hartstocht verdwijnt en wordt vervangen door een berustend gevoel van zekerheid. De warmte van het houden van, dichtbij. Hier is het de piano die aanschuift en als toeschouwer toekijkt. De anonieme Braamsluiper houdt zich het liefste klein en afzijdig. Het is de grijze mus onder de vogels, een tikkeltje saai en verlegen. Een liedje met een pompende bas, die de weg vrijmaakt en zoete vruchtbare achtergrondzang. Juist die bas geeft er een opbeurende twist aan en ook hier staat het winterseizoen nog centraal. Een fraai samenspel met een akoestische gitaar die het vervolgens overneemt, en een kwetsbare Paulien Rondou die verbaal eenmalig bijna onzichtbaar buiten de lijntjes kleurt.

Bij het opbeurende Winterkoninkje tokkelt een banjo vrolijk mee. De instrumenten zijn net als de vogels passanten die aanhaken en vervolgens weer afhaken. Ondanks dat de naam anders doet vermoeden, heeft het winterkoninkje een hekel aan de kou en roept deze juist de heimwee naar de lente op. Musje verlangt juist naar het menselijke contact, het huiselijke, de dagelijkse gang van zaken. Mees is veelzijdig, kleurrijk, een ware kameleon in het vogelrijk. Door het twinkelend toetsenwerk, baad je in de oevergolven mee, waarop de woorden zich langzaam voortbewegen. Paulien Rondou heeft een verbale trilling, die de nachtelijke onrust aankondigt. Mees is lui jazzy, rillerig, een avondgebedje voor het slapen gaan. Maanlief is het afrondend geheel. Een tikkeltje gedurfd en afwijkend, met licht krassend snarenwerk.

Toch denkt Catbug hier anders over en schenkt ze ons vervolgens nog twee aanvullende liedjes. De eerste single Bob staat een beetje buiten de overige Musjemeesje thema’s. Het is een herbewerking van een track die Paulien Rondou enkele jaren geleden voor een podcast van Audiocollectief Schik schreef. Het fragiele Bob handelt over een zoektocht naar het onmogelijke, in dit geval naar iemand waarvan het niet eens zeker is of hij bestaat. Qua sfeer past deze vreemde eend, om maar binnen de vogeltermen te blijven, prima tussen de overige liedjes. Het doet echter afbreuk aan de oorspronkelijke opzet en ook het Engelstalige Mountainsong wijkt van dit concept af. Het zal zeker een bewuste overweging zijn geweest, aan de kwaliteit ligt het niet, want die is net als bij de rest van Musjemeesje van hoog niveau. Juist omdat de klanken zo vertrouwd aanvoelen en Paulien Rondou zoveel meer beladen emotie in haar overdracht legt, beschouw ik dit nummer als mijn persoonlijke favoriet. Musjemeesje is een prachtige plaat, van een veelbelovende jonge artiest, die met drie albums al een overtuigende indruk achterlaat.

Catbug - Musjemeesje | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Catherine Graindorge - Eldorado (2021)

poster
4,0
Gelukzoekers, zijn we dat allemaal niet een beetje? Voor de Ieren is Amerika het beloofde land met toekomstperspectieven, volgens de mythologie heeft Eldorado, de stad van goud deze status. Politieke vluchtelingen verlangen vooral naar huisvesting en veiligheid. Eldorado staat daarbij symbool voor nieuwe kansen.

De sociaal bewuste Belgische violiste Catherine Graindorge is tevens actief om als vrijwilliger deze persona non grata onderdak te verlenen. Geraakt door de persoonlijke verhalen van twee jonge Eritreeërs en een Rwandese vrouw voelt ze zich verplicht om deze geschiedvertelling een muzikaal vervolg te geven.

Rosalie is de Rwandese vrouw die na een vijfentwintig jarig verblijf terugkeert naar haar geboortegrond om haar vermoorde familie een waardige herbegrafenis te schenken. Drie dagen naar haar terugkeer in België houdt haar hart er plotseling mee op. De missie is volbracht, de rust is gevonden. Maar niet voor Catherine Graindorge, die juist dit uitgangspunt gebruikt om haar tweede soloplaat mee te beginnen.

Catherine Graindorge heeft een vergelijkbaar donker vioolspel als de onder Nick Cave zijn vleugels componerende Warren Ellis. Deze twee strijker grootheden ontmoeten elkaar tijdens het Jeffrey Lee Pierce project Axels and Sockets, waar op indrukwekkende wijze oude songs en onklaar materiaal van The Gun Club voorman uitgewerkt en herwerkt worden. De leermeester kijkt goedkeurend toe hoe de volgeling haar passie in het spel legt.

Parallel hieraan loopt de samenwerking met Chris Eckman van The Walkabouts en het voormalige The Bad Seeds bandlid Hugo Race in Dirtmusic. De grijsnevelige, voornamelijk instrumentale tracks op Eldorado krijgen nog meer kracht door de aanwezigheid van producer John Parish, die een indrukwekkend verleden met PJ Harvey heeft opgebouwd. Inderdaad, niet volledig instrumentaal, maar daarover later meer.

Rosalie, met haar tragisch klagende opbouw, wordt onderschept door een woest voortdrijvend strijkersarrangement. De treurnis van het verdriet welke uiteindelijk een definitieve plek opeist. Het is prachtig hoe er vanuit traditionele waardes tot een filmisch folklore effect gewerkt wordt. Catherine Graindorge dirigeert en laat de instrumenten hun eigen wegen vervolgen, totdat ze uiteindelijk tot rust komen.

Dit kippenvelmoment neemt je mee op de lange eeuwigdurende reis van Rosalie, die haar spirit in haar thuisland heeft achtergelaten en het lege omhulsel in België laat sterven. Het doordringende Lockdown is nog zwaarder en herkenbaarder. Het isolement met de dramatiek van claustrofobie en het langzaam in stilte doordraaien. De opgebouwde muren komen steeds dichterbij, waarbij de scheurende toppen buigen om elkander aan te raken. Veel zwarte klanken en nog meer opslokkende duisternis.

John Parish laat een slagveld aan futuristisch postrock gitaargeweld en hardnekkige drumslagen achter in het beangstigend titelstuk Eldorado. Een bedrieglijke fata morgana, waarbij de bloedhete ondergrond transformeert in een draaikolk aan wegzinkende moerasvlaktes en waaroverheen de Franstalige stem van Catherine Graindorge de aanhoudende drones tot bedaren dwingt. We zijn allemaal passagiers van de verknipte Ghost Train; eindbestemming onbekend. John Parish heeft daar de onzichtbare spokende zangkwaliteiten van Catherine Graindorge ontdekt, en buit deze dan ook volledig uit. Het onmogelijke opeisen door het maximale effect op te roepen.

De overgang naar het meer milieubewuste gedeelte van Eldorado wordt ingezet met het klassiek spacende Sailing in the Air. Huilende krassende instrumentatie legt de laatste fauna stuiptrekkingen vast in tentoongestelde Butterfly in a Frame museumlijsten. Vastgespijkerd stervend als een gekruisigde Messias op een kale witte muur. Before the Flood neemt mij mee naar de indrukwekkende The Last Wave film uit 1977, waar Aboriginals de apocalyptische ondergang van Australia voorspellen.

Dat werelddeel wordt de laatste jaren zwaar getroffen door heftige natuurrampen. Kangaroos in Fire, verstikkende rookwolken en verstikkende treurnis in het samenspel der klimaten. Een re-interpretatie van Vivaldi’s Le Quattro Stagioni met een vernietigende afloop. Het geheel mondt als zurig braaksel uit in de Eno, een in North Carolina gelegen rivier, die het menselijke bloedvergieten wegspoelt in stuwmeer Falls Lake. Eldorado, de mythische verdwenen stad sluit zich in stilzwijgen. Soms zijn er woorden voor nodig, maar vaak spreekt de muziek al voor zich. Catherine Graindorge is zich daar verdomd goed bewust van.

Catherine Graindorge - Eldorado | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com

Catherine Graindorge - Songs for the Dead (2024)

poster
4,0
Op 6 september 1951 vermoordt William S. Burroughs zijn toenmalige vrouw Joan Vollmer door een kogel door haar hoofd te schieten. De daadwerkelijke achtergrond blijft een grijs gebied. Drijft de alcoholverslaving hem tot waanzin of is het juist een vooropgezet plan van Joan Vollmer om bewust haar leven te laten beëindigen? Is het de woede dat de scheiding op alle fronten wordt tegengewerkt, of is het inderdaad een uit de hand gelopen spel met dodelijke afloop? Het houdt de gemoederen flink bezig en het inspireert de bevriende dichter Allen Ginsberg tot het schrijven van A Dream Record.

De Belgische Catherine Graindorge is een groot liefhebber van het werk van Allen Ginsberg, maar is niet bekend met de trieste omstandigheden waaronder Joan Vollmer komt te overlijden. Het is slechts toeval dat ze met A Dream Record in aanraking komt. De woorden raken haar echter zo diep dat ze de woorden op muziek zet. Simon Huw Jones is de meest geschikte persoon om dit gedicht voor te dragen. Het And Also The Trees boegbeeld heeft nog steeds diezelfde postpunk dramatiek in zijn voordracht als halverwege de hoogtijperiode in de jaren tachtig met als grote verschil dat zijn stem nu stukken zwaarder, donkerder en geleefd klinkt.

Is het een eerbetoon, een onverwerkt trauma van het laatste beeld van een overleden Joan Vollmer dat Allen Ginsberg voor eeuwig bijblijft en achtervolgt? Catherine Graindorge kruipt zelf in het Joan karakter. Haar deprimerende zachte verbale voordracht zorgt voor een nostalgisch poëtisch postpunk randje. De dood laat het bloed stollen, de aders bevriezen en de emoties voor de laatste keer spreken. Beats dreunen hard na en de schizofrene altviool personages krijgen hierbij vrij spel. Dan weer liefkozend, dan weer kreunend, dan weer moordzuchtig gemeen, maar continu aanwezig.

Het verhalende This Is a Dream is in alle opzichte het prijsnummer van de plaat. Het is een luguber realistisch gothic sprookje waarbij fictie en non-fictie door elkaar heen lopen. Catherine Graindorge heeft de oorspronkelijke opzet van Allen Ginsberg perfect begrepen. Ze past de A Dream Record titel aan en geeft de uitvoering met haar indrukwekkende strijkerspartijen net dat extra beetje kracht mee. Haar donkere treurviool past perfect bij de trieste geschiedvertelling en geeft deze een duistere randje. Er zit een beeldende postrock dreiging in die Catherine Graindorge met de nodige folkloristische elementen en nadreunende drones vermengt.

Vanuit This Is a Dream en Joan is het niet eens zo’n grote stap naar de mythische geschiedvertelling van Orpheus en Eurydice. Eurydice sterft door een dodelijke adderbeet, maar krijgt de mogelijkheid om naar het mensenrijk weder te keren. Ze is gedoemd om haar man als een schaduw te volgen, slechts een aanblik van Orpheus zal haar opnieuw laten sterven. Het onvermijdelijke gebeurt en in een dronken bui vermoorden vervolgens Bacchus aanhangers Orpheus. Zijn hoofd vindt gebonden aan zijn lier een laatste rustplaats in de Hebrus rivier, waar het instrument vanzelf begint te spelen, en uit de mond van Orpheus gezang weerklinkt.

In het openende Eurydice kruist de slang het pad van Orpheus en Eurydice. De track schuurt van alle kanten en verschuilt zich in een dikke laag aan echo’s. Het voormalige 16 Horsepower-lid Pascal Humbert zorgt met zijn dieplage contrabas akkoorden voor vertolking van de achtervolgingswaanzin die Catherine Graindorge met haar krijsende viool te lijf gaat. Engelenzang scheurt de hemel uit elkaar waarna het harmonium van Simon Ho dat kerkelijke gevoel net wat meer diepgang geeft. De woorden van Simon Huw Jones rijgen zich melodieus aaneen, verbinden de lusjes van het los improviserend raamwerk. Een gepland huwelijk ontaardt in een ware tragedie en transformeert het paradijs tot hel en verdoemenis. Catherine Graindorge misbruikt hierbij haar klassieke achtergrond door een intens beeldend sfeerveld te creëren.

De stille Small Trees getuigen buigen eerbiedig voor de zwaarte van het instrumentale vervolg. Als bijtende beschermende doornenstruiken vlechten ze zich ineen tot een verend licht verteerbaar instrumentenpalet totdat de stilte de klanken volledig opslokt. De ziel verlaat Orpheus’ Head, zinnen blijven zich brutaal vanuit zijn mond verspreiden. Een kroegpiano kleurt de song herfstbruin. Als slachtoffer van de liefde blijft hij voor eeuwig aan Eurydice verbonden. Niet alleen de vocale overdracht van Simon Huw Jones toont gelijkenissen met Nick Cave, ook de stoffige jazzy drumslagen en intrigerende zwartwit toetsen doen denken aan het betere The Bad Seeds werk. De viool van Catherine Graindorge wandelt er als een spookachtige geestverschijning doorheen. Het is de erfenis van haar samenwerking met arrangeur en bandleider Warren Ellis, waarvan ze hier gretig gebruik van maakt.

Bij The Unvisited Garden openbaart zich een imaginaire wonderlijke sluierwereld. Door de herhalingen kom je in een hypnotiserende trance terecht, waar de viool bijna zoemend doorheen vliegt. De track voelt wat onwennig aan en is hier niet geheel op zijn plek. In het Oosterse Where the Buzzards Fly spanningsveld is er weer plaats voor mystiek. De jager aast op zijn prooi en slaat in duikvlucht toe. Zo hoor ik Catherine Graindorge het liefste: doelbewust afwachtend om vervolgens tot actie over te gaan. Vervolgens loopt de verbitterende muzikant in Time Is Broken door haar niet geheel bevredigende verleden. Het geweten neemt haar bij de hand, het is de zwaarte in de stem van Simon Huw Jones die haar verleidt om de duisternis te aanvaarden.

Omdat de samenhang soms ontbreekt raak je het overzicht kwijt. Het zijn fragmentarische nachtmerries, door het vroegtijdige ontwaken mis je iets, ervaar je hiaten. Catherine Graindorge probeert de brokstukken niet te lijmen, maar laat deze in de leegte ronddwalen. De duistere Songs for the Dead romantiek eert de vergeten overledenen en geeft hen betekenis. Een naargeestig spektakel dat je in verwarring achter laat. Het raakt mij misschien hierdoor wel net wat minder dan voorganger Eldorado.

Catherine Graindorge - Songs for the Dead | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

CAW CAW - Well, Enough About Me. What About You? (2024)

poster
3,5
Als vertegenwoordigers van de Groningse muziekscene besluiten Eva Waterbolk, Bas Sligter, Anne Caesar van Wieren en Harmen Ridderbos vorig jaar het onafhankelijke kleine platenlabel Zeevonk Records te starten. De doelstelling is simpel en duidelijk, Groningen verdient het om zichzelf weer op de kaart te zetten. Met dit gegeven bieden ze alternatief minded artiesten de mogelijkheid om zich aan het publiek te presenteren. Alles volgens het Do It Yourself principe, dus geen onnodige lange opnametijden, dit alles om die puurheid te bewaren. Een ander groot voordeel is dat door deze opzet de songs live kunnen doorgroeien en ontwikkelen en minder afhankelijk zijn van de technische bijschaving. De initiatiefnemers bundelen hun muzikale achtergronden en al snel is het indierock gezelschap Caw Caw een feit.

Anne Caesar van Wieren pakt zijn rol als beeldend kunstenaar, vocalist en zanger weer op en Harmen Ridderbos van het funkende commerciële folkwave gezelschap Town of Saints vergezelt hem op basgitaar. De volgeboekte drummer Marcel Wolthof heeft de mogelijkheid om wat tijd te spenderen en zo staat het drietal twee dagen lang in de No Pussy Blues Studio in Groningen. Onder toeziend oog van studiotechnicus Klaas Pot komt vervolgens debuutalbum Well, Enough About Me. What About You? tot stand. Anne Caesar van Wieren heeft als bandlid van de LPG folkrockers en het meer dromerige sixties gerichte Karawane de nodige connecties met het grotere Excelsior, dat de distributie van de plaat op zich neemt.

Caw Caw heeft weinig raakvlakken met de vroegere werkgevers en zet een uniek eigen nieuw geluid neer. Waarom in herhaling vallen als je jezelf ook kan blijven uitdagen, vernieuwen zelfs? Wel shopt het trio uitgebreid in de alles omvattende poprock catalogus en staat vooral de ontwikkeling net na de eeuwwisseling centraal, al echoot de binnenlandse indiepop erfenis van midden jaren negentig ook na. De werkwijze is nog het beste te vergelijken met die van Guided By Voices, The Bevis Frond en Pavement, compromisloze korte songs met brede muzikale invloeden.

Laten we stellen dat de hele Do It Yourself houding zijn oorsprong heeft binnen de jaren zestig garagerock met vaandeldragers als The Stooges en MC5 en dat de New Yorkse revival scene daar omstreeks het jaar 2000 met voorop The Strokes gretig gebruik van maakt. Ook Caw Caw eert deze grootheden en bij het rauwe Reason en het uptempo Jacob gieten ze daar nog een flinke lading aan zelf gebrouwen vroege punkrock overheen. Reason gooit goed bedoelende planningen aan de kant en benadrukt dat juist spontaniteit die oprechtheid versterkt.

Caw Caw kiest dus voor een minder gepolijste kant dan de eerdere projecten van dit tweetal, het is net wat experimenteler, gedurfder en gevarieerder. Archer is een sexy krachtrocker die zich met het betere Arctic Monkeys werk kan meten. Het volgens primair dierlijk instinct handelende Animals benadrukt de schoonheid van het dagelijkse handelen. Animals heeft nog enigszins overlappingen met het folkrock verleden, al is dat vooral in de emotionele vocale uithalen van Anne Caesar van Wieren hoorbaar. Het is toch net weer anders en harder en dus meer met die gemeende oprechtheid welke je vooral in de oefenruimte jamsessie manier van werken bemerkt.

Well, Enough About Me. What About You? is meer dan een introductie, het is de som der delen. Jaren aan kennis en ervaringen die in gedeelde maar ook individuele liefdes samenkomen. In het beklemmende ritmische Heaven is Marcel Wolthof de sturende inleidende factor waarna er een flinke dosis aan vintage punk overheen dendert. De opruiende Fire noise hectiek schroeit de wonden dicht, heeft theatrale uitspattingen en vervolgt daarna weer trouw de kans berekenende snelwegkoers. De bevrijdende Freya postpunk staat bij het altijd voortdurende generatieconflict stil. Leren we van eerder gemaakte fouten of zijn we ons bewust dat we in diezelfde kuil belanden?

Goodbye is geen afscheid, maar slechts een aankondiging dat er veranderingen op komst zijn. Het is aan de luisteraar hoe hij deze interpreteert. Leg je deze dicht bij jezelf of plaats je deze in een breder perspectief? De reflecterende Everything Is A Lie powerpop stelt je nogmaals de keuze om voor de verzet modus te gaan of de toekomst te verbreden. Caw Caw grijpt de kans met beide handen aan om niet te verstarren maar vooruit te denken. Well, Enough About Me. What About You?

CAW CAW - Well, Enough About Me. What About You? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

CHAI - WINK (2021)

poster
3,5
Het Japanse gevoel voor humor en amusement is voor een simpele westerling onnavolgbaar, vreemd en bizar. En misschien moeten we er niet te veel achter zoeken, en het maar gewoon over ons heen laten komen. Och, jaren geleden vonden we het ook wonderbaarlijk wat voor een vreemde bliepjes en piepjes er uit een Yamaha drumcomputer, Casio synthesizer, Roland keyboard en zelfs een Nintendo gamecomputer tevoorschijn getoverd werden.

De synthpop kwam wel voornamelijk tot bloei in het Verenigde Koninkrijk waardoor we al snel vergeten dat deze Japanse fabrikanten het veelzijdige speelmateriaal afleverden. Ping Pong! heeft dezelfde geluidjes als het klassieke Atari arcadespel. De eenvoud van het balkje en stipje spel teruggebracht in een heerlijke ritmische old school elektro stamper. Mede door het kleurige kindvriendelijke karakter blijft het de uitstraling van veredeld prullaria houden. Gadgets met een breed scala aan snufjes.

Het vierkoppige op een roze wolk levende vrouwengezelschap CHAI laat ons die tijd herbeleven. Japan heeft eind jaren zeventig aan het Europese vasteland de zielloze elektronica afgeleverd, en neemt deze vol voorgeprogrammeerde instrumenten vervolgens weer mee terug naar huis. Dat we ondertussen te maken hebben met gedateerde achterhaalde ontwikkelingen boeit ze niks. Voor CHAI begint de ontdekkingstocht ergens in de jaren tachtig, toen die blikkerige haperingen nog futuristisch en hip waren.

En toch is die zielloosheid en dat voorgeprogrammeerde eenvoudig te herplaatsen in 2021. Juist nu leven we in een egocentrische maatschappij waar de smartphones bepalen met wie je het beste een relatie kan beginnen, hoe je daginvulling eruit ziet, en wordt je populariteit afgemeten in likes. Karaage symboliseert de liefde tot een vijf minuten durende activiteit waarbij de telefoon aangesloten op de oplader tot rust komt.

De tweeling Mana en Kana en de overige bandleden Yuuki en Yuna kennen elkaar al van de middelbare school en brengen eerder al de platen Pink en Punk op de markt. Ga uit van de meest geinige stompzinnigheid die je je kan indenken en stap binnen in de kleurrijke digitale billboard wereld van CHAI. De sfeer van flitsende voorbij schietende neonreclames in een overvol straatbeeld. Een doldwaze mix van zwoele R&B, catchy elektropunk, Pac-Man disco en opwindende bigbeats.

CHAI is vrijgevochten kinderlijk rebels, dwars punkie maar ook zeer commercieel ingesteld. Speels worden vrouwenonderwerpen als de verleiding van zoetigheid in het dromerige seventies getinte Donuts Mind If I Do, het perfecte schoonheidsideaal in het sexy Maybe Chocolate Chips, energieke soulfood in het funkende It’s Vitamin C behandeld. Dit alles afgewisseld met een duidelijk statement over het toenemende politiegeweld in het rumoerige dansbare Action.

CHAI heeft een hoog knuffelgehalte, al twijfelen de jong ogende meisjes er in Nobody Knows We Are Fun aan of hun schattigheid wel opgemerkt wordt. Zeker wel! Zelfs het grote Sup Pop gelooft er wel in, die staan blijkbaar open voor een eighties revival. Ook Gorillaz, het monsterlijk grote hobbyproject van Damon Albarn heeft er de volste vertrouwen in en laat het uit Nagoya afkomstige kunstenaarscollectief een track bewerken voor de laatste Gorillaz album Song Machine, Season One: Strange Timez.

De zingende Pokémon achtige karakters zouden in cartoonvorm prima kunnen functioneren en perfect in het plaatje passen. Eigenlijk vat dat laatste WINK het beste samen. Het is bijna een ongeloofbare zoete opgeblazen kauwgumballenballon gimmick, maar stiekem wel heel leuk.

CHAI - WINK | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Chain Wallet - No Ritual (2019)

poster
4,0
Chain Wallet maakt explosieve up-tempo dreampop met de nodige postpunk elementen. Het hoeft allemaal niet meer zo zwaar en treurig te zijn. Alsof men in Noorwegen zich niet wil mengen in de negatieve stemming die er in de rest van de wereld heerst. Deze band lijkt op een positieve manier vooruit te denken. Het is net een stukje lichter dan hun soortgenoten. Brede uitsluierende keyboardlandschappen die bewoond worden door vriendelijke groetende gitaren. Soms komt er nog een wat norse bas voorbij, die weer ingehaald wordt door een voorbij sprintende drum. Stian Iversen is de zelfverzekerde alles kunnende gids die vol passie zijn verslag doet, waarbij hij bij de lastige passages wordt bij gestaan door Chiara Victoria Cavallari.

Het Noorse Bergen in voornamelijk bekend geworden door de vele black metal bands die daar vandaan komen. Ook daarbij wordt met regelmaat terug gegrepen op sages en legendes, maar dan de duistere kant. Chain Wallet heeft tevens iets sprookjesachtigs, hier roept het vooral de wereld van feeën en elfjes op. Eigenlijk vergelijkbaar met wat zich halverwege de jaren tachtig wist te ontwikkelen. Door de dreampop die zich vanuit de gothic ingegroeide was er in de kleding ook steeds meer ruimte voor variatie. Zwart werd gekoppeld aan langere gewaden, wit en paars zag je meer terug, met zelfs bloemenmotieven. Dracula werd verdreven door Peter Pan. Deze inleiding is noodzakelijk om No Ritual te kunnen plaatsen. Met trots wordt vermeld dat er door Frode Bakken gebruik wordt gemaakt van de Yamaha DX7, Ronald Juno 60 en Korg Polysix synthesizers. Zeer bepalend voor de New Wave bandjes, en veelvuldig halverwege de jaren tachtig bespeeld. Blijkbaar hechten ze hier veel waarde aan, met welke gitaren, bas en drum er in de studio gewerkt is, wordt verder geen aandacht aan besteed.

Op deze plaat, welke net het half uur aantikt staan allemaal korte sfeerschetsen van nabij de drie minuten. Lost Somewhere verwelkomt je met een dominante pompende diepe elektronische bas, heldere backing vocals en een opzwepende drum, die op het juiste moment ruimte geeft aan de keyboards. De bas van Stian Iversen staat ook als basisspeler opgesteld bij Final Testament met ver weg in de mix de dromerige koortjes, die best wat meer op de voorgrond hadden mogen treden. Ride laat ons kennismaken met het totaalplaatje, de instrumenten zijn hier geheel in evenwicht, en vullen elkaars positie in om tot een sterke kern te komen. Dit levert een zeer toegankelijke popsong op. Is er dan helemaal geen plek voor een wat slepender bombastisch geluid? Toch wel, met Closer lijkt men in te spelen op de emotie, en gaat meer diepgang van uit. Maar echt de gevoelige kant laten zien dat niet, Closer had net zo goed closed kunnen heten. De afwisseling wordt wel degelijk gezocht met What Everybody Else Could Find, al sluit de track erg aan op de eerste tracks, met het wezenlijke verschil dat de frontrol van de bas hier is over genomen door de keyboard, verder scheelt het bar weinig in de opbouw. Hierdoor is het net een tikkeltje frisser.

In ieder geval dreigender komt het korte instrumentale Liminality over, helaas wordt er geen energie gestoken in een mooie overgang naar het springerige Knowing Eyes, waar er flink wat effecten zijn los gelaten om de echoënde gitaar. No Ritual laat slagwerker Marius Erster Bergesen de nodige tribal elementen toevoegen in zijn uitvoering. Fijn om een echte vakman aan het werk te horen, het geeft een warmere invulling dan wat jaren geleden zijn oudere voorgangers lieten horen met de mechanische drumcomputer. De zang bij World I Used to Call Mine is aangenaam vervormd om het meer in het opgeroepen tijdsbeeld van de postpunk periode te plaatsen. Een grote rol is hierbij weg gelegd voor producer Matias Teller, die dit feilloos lijkt aan te voelen. Inner Space is net wat rauwer en gedurfder dan de rest van de plaat, en vat de hoorbare ontwikkeling hier mooi samen. Een album welke inspeelt op verlangen. Altijd bewonderingswaardig hoe bandleden die schijnbaar niet eens in de rumoerige jaren tachtig geboren waren, het weten te verwoorden tot zoiets geslaagds.

Chain Wallet - No Ritual | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Chameleons - Where Are You? (2024)

poster
3,0
Na een paar halfslachtige The Chameleons reünies onder de ChameleonsVox noemer en het overlijden van oer bandlid John Lever, krabbelt bassend boegbeeld Mark Burgess langzaam overeind. Hij pakt zijn vriendschap met de oorspronkelijke gitarist Reg Smithies weer op en met drummer Todd Demma als vervanger van John Lever, Danny Ashberry voor het toetsenwerk en bonusgitarist Stephen Rice staat er weer een stabiel fundament.

Mark Burgess blijft net als de sociale geuzenvechter Justin Sullivan van New Model Army het boegbeeld van een vergeten generatie. Een idealist in hart en nieren. De terecht hooggewaardeerde Script of the Bridge plaat krijgt gelukkig al jaren die befaamde cultstatus toegedeeld, en eindelijk verschijnt er nu weer ouderwets nieuw werk.

Later dit jaar komt de volledige Arctic Moon plaat uit, nu worden we met de Where Are You? EP verblijd. Slechts drie nummers, en in een vreemde ietwat vrouwonvriendelijke hoes gestoken. Jammer dat Reg Smithies niet meer met tekenpotlood tekeer gaat, zijn ontwerpen voor de oudere platen blijven indrukwekkend. Maar goed, het draait dus vooral om de muziek. Houden ze aan die loeiharde gitaarsound van de laatste tournee vast of zit er nog genoeg aanstekelijke romantische nostalgische postpunk soep ingrediënten in verwerkt.

Where Are You? is vooral een cadeautje voor de groeiende groep aan liefhebbers. Leeftijdsgenoten, maar ook een nieuwe jongere aanwas die niet met The Chameleons zijn opgegroeid. Mark Burgess twijfelt in eerste instantie. Is zijn mening nog relevant, bezit hij nog dat creatieve vermogen, of hervalt de zanger in een herhaling van zetten. Reg Smithies zorgt ervoor dat hij die onzekerheid overwint, haalt het vertrouwen naar boven, en is mede verantwoordelijk voor de composities.

Where Are You? is ouderwets puntig, al neigt het meer naar een Amerikaanse rocksound toe. Niet helemaal vreemd trouwens, daar worden ze twee jaar geleden met een gezamenlijke trio tournee met The Mission en Theatre of Hate al massaal omarmd. Het is toch even slikken, in de jaren tachtig ging deze overstap bij bands als U2, Simple Minds en The Cult ten koste van hun puurheid en geloofwaardigheid. Die bevlogen spirit van weleer hoor ik nog niet helemaal terug, al blijft Mark Burgess geweldig goed bij stem. Er zitten genoeg tekstuele verwijzingen naar Het Beloofde Land in, dus het is wel degelijk een bewuste keuze.

Hij benadrukt het spelplezier, de liefde voor de muziek en het feit dat hij nog steeds meetelt, die bevlogenheid is nog steeds aanwezig. Och, als ze zich zo krachtig presenteren, mag ik wat milder met mijn kritiek zijn. Des te verrassend is het dat juist Danny Ashberry het grote verschil maakt. Zijn galmende duistere keyboardpartijen plaatsen je weer midden in de jaren tachtig, en het tweede gedeelte van de track heeft wel die overtuiging. Het is even wennen, maar al snel voelt het vertrouwd aan.

De valse Endlessly Falling koortjes zitten erg op het randje. Dat Mark Burgess weinig stemverlies heeft geldt niet voor de overige bandleden. Onwennig onzeker worstelen ze zich er doorheen. Laten we hopen dat dit nummer in de uiteindelijke eind mix nog flink onder handen genomen wordt, of dat dit slechts restmateriaal van de sessie betreft. Er zit potentie in, dus helemaal afschrijven doe ik Endlessly Falling niet, maar eigenlijk is dit toch wel een tegenvaller. Jammer dat de band hier goedkoop scorend van een oude opgepoetste The Fan And The Bellows song gebruik maakt, en daar niks aan toevoegt.

Dan is het aan Forever de taak om dit recht te zetten. Het is een prachtige dromerige folkrock ballad met subtiele gitaarakkoorden. Ook niet echt old school The Chameleons werk, al laat dit voortkabbelend nummer wel een meer positieve indruk achter. Nee, echt enthousiast ben ik nog niet, van Mark Burgess en zijn mannen had ik net wat meer verwacht. Hopelijk haalt enkel de Where Are You? titeltrack de Arctic Moon release en is het daarop een van de mindere songs.

The Chameleons - Where Are You? EP | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Chantal Acda - PŪWAWAU (2019)

poster
4,5
Nadat de wegen van het voormalige The Walkabouts koppel Chris Eckman en Carla Torgerson zich gemoedwillig na de geslaagde comeback plaat Travels in the Dustland definitief scheiden, kiest Eckman ervoor om zich op verschillende andere projecten te richten. Hij sluit zich aan bij het echtpaar Eric Thielemans en Chantal Acda, gedrieën brengen ze onder de naam Distance, Light & Sky twee sfeervolle platen uit.

Chris Eckman is de grote afwezige op PŪWAWAU, de vierde soloplaat van Chantal Acda. Deze Nederlandse zangeres uit Helmond heeft alweer jaren België als thuisbasis, en liet voor het eerst opvallend van zich horen als bassist bij het melancholische Isbells van Gaëtan Vandewoude. Naast de jazzdrummer Thielemans schuift er nog een elftal aan prominente muzikanten aan die juist het sobere kleine karakter van de lang gerekte songs tot iets groots weten uit te rekken.

Was er op de prachtige voorganger Bounce Back nog ruimte voor sfeervolle popsongs, is er nu niet meer echt sprake van compacte popliedjes. Chantal Acda is door gegroeid tot iets wat alles overstijgt, een adembenemende overkoepelende prachtplaat aflevert, waarbij ze aan de slag gaat met een drietal producers. Martijn Groeneveld, die zijn sporen verdiend heeft in de Nederlandse alternatieve popscene, Joris Caluwaerts van het baanbrekende door avant-garde jazz gevormde veelbelovende STUFF, en het ambitieuze sleutelfiguur Stef Kamil Carlens. Die altijd een overschot aan vernieuwingsdrang bezit om er genoeg sublieme lagen aan toe te voegen.

De kunst is om niet in elkaars gezichtsveld te zitten. Maar juist om er in deze overvolle grabbelton aan met ideeën gevulde persoonlijkheden er de juiste waardes uit te vissen en die bij elkaar te puzzelen. Dat er zelfs nog voor veel geprogrammeerde geluidskunstjes is gekozen is wonderbaarlijk te noemen. Met zoveel mogelijkheden aan professionele ervaring in de studio zou je verwachten dat daar genoeg inspiratie uit te halen is. Toch wil het allemaal harmonieus en geniaal in elkaar over lopen. Hierdoor put ze diep genoeg in andermans kwaliteiten, en weet ze te voorkomen dat ze het etiket minimalistische muziek krijgt opgeplakt.

Chantal Acda laat zich nergens onderbrengen. Dat ze zich hiermee vaak in hetzelfde vaarwater als Björk het organische opzoekt is niet zo vreemd. Valgeir Sigurdsson staat haar bij in de arrangementen, en hij heeft bij deze IJslandse artiest al zoveel moois mogen toevoegen. Een verbond welke ontstaan is tijdens het componeren van Selmasongs de score bij de film Dancer in the Dark. Dezelfde eigenzinnigheid bezit deze Helmondse zangeres, een prikkeling die voor deze duizendpoot de nodige stimulans weet op te wekken.

PŪWAWAU staat voor universele taalkoppeling. Terug naar het zwaartepunt waarbij klanken de oorsprong vormen tot de hedendaagse spraakontwikkeling. De kern ligt in de natuur waarbij geluiden uit de omgeving de basis vormen. Tuhinga weet klassiek geschoolde operazang te hechten aan de folkse zachtheid in de vocalen van Acda. Vergezeld door een in alle stilte opbouwende triphop beat laat de zangeres al direct haar meest pure hemelse kant horen. Zelfverzekerdheid en breekbaarheid omhelzen elkander in een gestrengelde krachtig liefdeskoppel. Nu al weet ze al haar vorige werk te overstijgen, en dit is nog maar de opening van de plaat.

Maakt ze het zichzelf hiermee lastig, of weet ze het niveau te continueren? Marama is een stuk aardser, toch weet ze je op vragende toon mee te trekken in haar overdracht, welke overheerst wordt door een schizofrene kakofonie aan zangstemmen om onverwachts grootst te eindigen met de tegendraadse drumpartijen van manlief Eric Thielemans en een overdonderend opera epiloog. Dat een stemvocoder niet tot vervlakking hoeft te leiden bewijst ze in het avant-gardistische Taranga. De gastvocalen zorgen voor het natuurlijke tegenwicht waar op subtiele wijze sfeermakers als het cellospel van Katelijne Van Kerckhoven en de marimba van Jeroen Stevens het mogen afmaken.

Bij het uitgebalanceerde kunstwerkje Waiata Tamariki is het de eenvoud in de verstillende emotioneel geladen voordracht van Acda die het zich totaal toe-eigent. Dat ze hiermee laat horen dat ze tot de grootste vocalisten van deze tijd behoord mag duidelijk zijn. Juist tussen al de drukte komt deze warmte het beste tot zijn recht. Met Puoro weet ze fragmentarische oosterse inheemse samplers te koppelen aan elektronica in het lichtere industriële genre. Een klein minpuntje is dat ze dit niet geheel vloeiend bij elkaar komt, waarbij het in de overgangen net wat minder wil overtuigen. Dit is het enige smetvlekje op de verder uiterst geraffineerde plaat.

Ook Tumanako bezit alle waardigheid om zich in perfectie bij de overige vijf tracks te voegen. Op dromerige wijze wordt alle rust terug gebracht tot de simpliciteit van compactheid. De zoektocht is volbracht, en ze beloont de luisteraar in dit adembenemend eindspel waar alles samen lijkt te vallen. PŪWAWAU is een volbrachte studie naar de mogelijkheden van de stem in samenhang met wereldse invloeden, waarmee ze behoorlijk dicht bij de problematiek blijft van het niet accepteren van andere culturen en gewoontes, en nog eventjes een verbindende brug aanlegt die de bouwsteen tot verbroedering vormt.

Chantal Acda - PŪWAWAU | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Chantal Acda - Saturday Moon (2021)

poster
4,0
Het begin en het einde van het leven valt onder normale omstandigheden niet te plannen. Het is tragisch als de geboorte van iets moois samenvalt met het overlijden van een dierbare persoon. Dat overkomt Chantal Acda als ze haar dochter ter wereld brengt en vrijwel tegelijkertijd afscheid moet nemen van haar lievelingsoma. Figuurlijk neemt deze als een goedkeurende schaduw uit het verleden de rol op zich om als metgezel en met wijze raad Chantal Acda bij te staan in het indrukwekkende opwekkende eerbetoon Wolfmother.

We leven nu allemaal in een achtbaan gevuld met ingehouden emoties. Chantal Acda toont zich kwetsbaar en lichtelijk gebroken maar ook warm, zelfverzekerd en vooral moederlijk. Gevoelens die in haar stem samenkomen, en waarmee ze de ziel van de wereld laat breken. Het is allemaal stukken toegankelijker dan het avontuurlijke meesterwerk PŪWAWAU en zoekt meer die aansluiting op met het aardse Bounce Back. Het neemt niet weg dat de uit Helmond afkomstige zangeres vanuit haar woonplaats in Antwerpen met Saturday Moon weer een overtuigende prachtplaat heeft afgeleverd.

Het ontroerende titelnummer Saturday Moon wordt bewust als single vooruitgeschoven, waarna Chantal Acda nu het gelijknamige album presenteert. De melancholische track vormt de sleutel op de plaat waar de zangeres misschien wel haar meest persoonlijke kant laat zien. Nostalgische herinneringen die teruggaan naar haar jeugd en waarbij ze stevig de hand van haar grootmoeder vasthoudt terwijl die haar kennis laat maken met de schoonheden van de natuur. Het beeld van een klein jong meisje dat trots met een veldboeket thuiskomt.

Als je noodgedwongen binnen zit op het moment dat de wereld stilvalt, komt er tijd vrij voor zaken die lang zijn blijven liggen. Oude fotoalbums worden geordend en vallen samen met dierbare herinneringen die ergens ver weggestopt in het geheugen hun plekje hebben gevonden. Hoe ouder je wordt hoe meer je jezelf gaat identificeren met belangrijke personen uit het leven. In haar moederrol zullen er vast wel vergelijkingen zijn met de krachtige oude vrouw die onbewust haar visie op het leven meegeeft aan haar kleindochter. Tussen die plaatjes uit het verleden zitten ook oude jeugdliefdes verborgen, die wanhopig op een antwoord wachten in het liefdevolle aandoenlijke door violiste Beatrijs De Klerck ondersteunende The Letter.

Conflict of Minds geeft voortreffelijk het verstikkende gevoel aan van het continu op elkaars lip zitten. De vrijheidsbeperking die Covid-19 oplegt heeft zijn vernietigende weerslag op lange stabiele relaties. Een pijnlijke verslaglegging die direct confronterend binnenkomt. De schoonheid zit hem vooral in de neerslachtige uitvoering waarmee Chantal Acda zich direct naast de breekbare van Portishead bekende triphopzangeres Beth Gibbons lijkt te plaatsen. Thematisch komt het ook nog terug in het afsluitende Waiting, waarbij het langdurige geduld opraakt, en de grip met de liefde dreigt te vervagen. De trilling in de stem is weer terug, alleen is de voordracht juist hoopvol en zijn het de aanwezige overige vocalisten die haar zoveel steun lijken te geven.

Dat Chantal Acda een geliefde muzikant is blijkt ook nu weer aan het grote aantal gastartiesten die prominent op de achterkant van de plaat worden vernoemd. Hun bijdrage is blijkbaar van even grote waarde als het achttal nummers die daarlangs vermeld worden. Zoals te verwachten is haar partner en tevens jazzdrummer Eric Thielemans aanwezig, die tevens samen met Chantal Acda Saturday Moon produceert. Ook de bassist Alan Gevaert van het op dit moment minder actieve dEUS heeft in het verleden al vaker met de vocalist samengewerkt en neemt hier een groot gedeelte van de basakkoorden voor zijn rekening. De IJslandse Borgar Magnason verzorgt met zijn staande bas de overige partijen.

Trompettist Gerd van Mulders is Chantals vroegere Isbells maatje en is tegenwoordig met de tevens presente pianist Pieter Van Dessel actief in de postrockband Marble Sounds. Niels van Heertum is een aan het conservatorium afgestudeerde tenortuba blazer. Bill Frisell is een legendarische gitaarheld die een gigantische lijst aan gastoptredens bij blues- en funkgrootheden op zijn naam heeft staan. Een bont veelzijdig gezelschap dus welke nog wordt aangevuld met een zestal vocalisten en de veelzijdige gitaristen Rodriguez Vangama en Shahzad Ismaily.

Het prijsnummer Disappear is een grimmig duet met de van Low bekende Mimi Parker. Samen met haar partner Alan Sparhawk vormen ze de boegbeelden van deze invloedrijke Amerikaanse soft indie popband, en deze gitarist voegt hier een imposante donkere chaos aan het geheel toe. Back Against the Wall combineert het singer-songwriter talent Chantal Acda met de liefde voor haar kudde IJslandse paarden, die centraal lijken te staan in het voort sjokkende luie country ritme. De dromerige folk kant van haar collega’s in Isbells hoor je nog enigszins terug in Time Frames.

Het is wonderbaarlijk hoe het Chantal Acda lukt om juist die intieme sfeer neer te zetten en zich niet laat verleiden door het overschot aan kwaliteiten van de overige sterspelers. Wat moet dit een bijzondere ervaring zijn om dit muzikale collectief in de toekomst op het podium te mogen aanschouwen. Haar oma zou trots op haar zijn geweest, de voorbeeldfunctie van deze krachtige persoonlijkheid reflecteert zich in volle overgave op deze sterke kleindochter.

Chantal Acda - Saturday Moon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Charlie Risso - Alive (2024)

poster
4,0
Met hoge verwachtingen kijk ik reikhalzend uit naar de Alive plaat van Charlie Risso. Dit moet het waardige vervolg op de The Light EP zijn, een tussenfase in haar zoektocht naar een definitief volwassen geluid. Stiekem onthult ze dan al dat ze met Hugo Race aan deze opvolger werkt. Ik ben benieuwd hoe dat rauwe theatrale van de voormalige Bad Seeds gitarist zich aan de dromerige elektronische triphop van Charlie Risso hecht.

Nou, erg goed dus, The Wolf is een spannend veelbelovend murder ballad duet. Met zijn drukkende in echo’s badende gitaarecho’s en diepzwarte grafstem drukt Hugo Race zijn stempel op de nachtelijke vampiertrack. De viool geeft een duister zigeunereffect aan het geheel. Prachtig uitgespeeld, de Australische dienaar van de nacht schrijft nog aan het melancholische By The Lake mee, daarna stopt echter abrupt zijn aandeel. Hugo Race zet zijn zinnen op de heroprichting van zijn oude The Wreckery band die hij vers leven inblaast.

Zonde, want op Fake Is Forever mist hij een stukje overtuiging die op The Wolf en het speelse openende met opgesierde gitaarakkoorden By The Lake wel aanwezig zijn. Sterker nog, op The Wolf overtroeft hij Charlie Risso die te gepolijst netjes zingt. Een gevalletje The Beauty and the Beast, Hugo Race ziekelijk hongerig, Charlie Risso lief als een naïef prinsesje. En dan moet je voorzichtig concluderen dat deze twee tracks van zulke hoge meesterlijke klasse zijn, dat ze bij het overige Alive materiaal de lat wel erg hoog leggen. Kortom, op een paar uitzonderingen na wordt dit niveau niet behaald.

Toch is Alive zeker geen slechte plaat: er staan genoeg nummers op die ruimschoots aan mijn verwachtingen voldoen. In de beste momenten herschrijft Charlie Risso de filmische jaren negentig Twin Peaks soundtrack, een groter compliment kan ik haar niet geven. Robin Manzini krijgt de lastige taak om de rest van Alive in te kleuren. Er wordt ook wel veel van hem verwacht: buiten het gitaarspel verdiept hij zich in de baspartijen en schrijft hij mee aan de nummers.

In Good Track werkt dit perfect, hier dwaalt Charlie Risso als een geestverschijning in rond en blijkt net als bij The Wolf de viool de bindende factor. Ook in het afsluitende Time is dit instrument weer prominent aanwezig. Je hoort daarin ook de opzet van The Light terug. Geheimzinnig, avondschemerig met subtiele ritmische elektronica. Het Alive titelstuk stoeit met disco, singer-songwriter dramatiek en geeft de strijkers het voorrecht om er een klassieke tint aan toe te voegen. Bijzonder, laat ik het daar maar op houden.

In de opbouwende Bring Me To Life pianoballad ligt de kracht vooral in het intro en is het refrein vocaal de zwakkere zuster. Prima in de hoogte gezongen, maar net te theatraal hoogdravend en te lang uitwaaierend. The Bench is kinderlijke onschuld, mijmerend zelfs. Charlie Risso ligt uitgeteld op de bank en kiest ervoor om de dag geruisloos te laten passeren. Ze laat het maar gebeuren en geeft de scherpte geen kans om het af te maken.

Het prachtige donkere sfeervolle Railroad intro sluit mooi bij de doortikkende bas aan. Nostalgisch in vleermuizengewaad zwierig navelstarend dansen. Stemtechnisch grijpt Charlie Risso net als in haar beginfase naar het geluid van Dolores O’Riordan terug, alleen past die The Cranberries vergelijking beter bij de Railroad postpunk dan bij de Ruins Of Memories folkcountry.

Het uptempo Burning The Ashes plaatst zich probleemloos tussen het opbeurende postpunk werk van de vroegrijpe Editors en White Lies songs die begin deze eeuw het beeld bepalen. In Keep The Distance komt alles samen, de akoestische warme basisprincipes en de overgang naar de kille elektronica en een vleugje Zuid Amerikaanse exotica. Alive is eventjes wennen, vooral omdat je een voortzetting van de The Light triphop verwacht, en dat is zeker niet het geval. The Light is bewustwording, Alive is vervolgens overleven.

Charlie Risso - Alive | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com