Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
G. Love & Special Sauce - The Juice (2020)

4,0
2
geplaatst: 5 augustus 2020, 15:46 uur
G. Love & Special Sauce worden al direct vanaf hun start in 1992 omarmd door de scene uit Philadelphia, en het is dus niet zo verrassend dat ze na het uitbrengen van hun gelijknamige debuut G. Love & Special Sauce ook de mondiale erkenning krijgen. Frontman Garrett Dutton definieert het begrip coolness naar vernieuwende maatstaven en vindt de verwachte aansluiting bij de cross-over acts die de wereld veroverden. De mix van lazy slang hiphop met relaxte new school blues doet het vooral goed op de festivals, en wordt al snel opgevolgd door het nog constantere Coast to Coast Motel.
Ondanks het veelvuldig gebruik maken van andere invloeden wordt het steeds stiller rond het drietal, zo stil zelfs dat er vanaf Love Saves the Day niks meer van het trio vernomen wordt. Nu verschijnt er na vijf jaar uiteindelijk The Juice. G. Love & Special Sauce is terug, en krijgt daarbij hulp van niet misselijke gastmuzikanten. Een aanvulling die in alle opzichten in het voordeel uitvalt. De studio is weer veranderd in een muzikale speeltuin waarbij verschillende vrienden verwelkomd worden. G. Love & Special Sauce heeft dat heerlijke nonchalante behouden waarmee ze naam gemaakt hebben.
Nog steeds is daar Jeffrey Clemens die met zijn slacky drumstijl het ritme aanduidt, en Jim Prescott die lui achter zijn staande bas beheerst zijn spel te gehore brengt. Al direct in het titelstuk The Juice wordt bluesgitarist Marcus King geïntroduceerd, die het duel aan gaat met het alias van Garrett Dutton; G. Love. Deze richt zich vooral op de razendsnelle zangpartijen om tegengas te krijgen door de aangename vrouwelijke backing vocalen.
De indrukwekkende reusachtige verschijning van Roosevelt Collier overtroeft G. Love in zijn coole uitstraling. Hij neemt zittend plaats achter zijn speciaal voor hem ontworpen lap steel gitaar om tegen het einde van SoulBQue die indrukwekkende smerige schurende klanken tevoorschijn te toveren. G. Love laat ondertussen horen dat hij nog steeds een meester is in het blazen en gaat heerlijk los op zijn mondharmonica.
De hoofdrol wordt echter vervuld door Grammy winnaar Keb’ Mo’ , die samen met de band het muzikale fundament bij elkaar schrijft en de productie onder zijn hoede neemt. Daarbuiten zet hij zich bij drie tracks duidelijk in beeld met diepe bluesakkoorden met een funkstaartje. Die rol vervult hij al vrij snel funkend in het soulvolle Go Crazy waarmee hij de hedendaagse gitaarhelden gemakkelijk voorbij streeft. Als stand-in zou hij probleemloos ingezet kunnen worden bij elke van belang zijnde gelikte cross-over band. Een totaal andere geluid weet hij uit zijn gitaar tevoorschijn te halen bij de pure blues van Shine on Moon.
Door zijn samenwerking met de meer in de soulhoek functionerende lap steel gitarist Robert Randolph op Oklahoma is het maar een kleine moeite om deze vriendschap voort te zetten in Birmingham. Voor G. Love is dat uiteraard helemaal genieten als deze twee elkaar vinden, en hij geeft het duo dan ook alle ruimte in deze op de country gebaseerde stevige track.
De smeltkroes aan diversiteit is voornamelijk een feest der herkenning. Overheersend is daar die relaxte beleving van het bruisende stadse avondleven. G. Love eist zijn positie als straatkoning van Philadelphia op indrukwekkende wijze opnieuw op, en is nog steeds groeiende in zijn voordracht. Shake Your Hair is opgepoetste retro swingfunk in een nieuw passend glitterjasje en ook Diggin’ Roots mag niet onvermeld blijven. Ron Artis II is gespecialiseerd in het klein houden van gitaarliedjes, en hier is hij degene die Garrett Dutton op gepaste wijze afremt in deze steady Southern rock song. The Juice zou een mooie voorbede zijn voor een zalige festivalzomer. Helaas verloopt het allemaal anders dan gepland.
G. Love & Special Sauce - The Juice | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Ondanks het veelvuldig gebruik maken van andere invloeden wordt het steeds stiller rond het drietal, zo stil zelfs dat er vanaf Love Saves the Day niks meer van het trio vernomen wordt. Nu verschijnt er na vijf jaar uiteindelijk The Juice. G. Love & Special Sauce is terug, en krijgt daarbij hulp van niet misselijke gastmuzikanten. Een aanvulling die in alle opzichten in het voordeel uitvalt. De studio is weer veranderd in een muzikale speeltuin waarbij verschillende vrienden verwelkomd worden. G. Love & Special Sauce heeft dat heerlijke nonchalante behouden waarmee ze naam gemaakt hebben.
Nog steeds is daar Jeffrey Clemens die met zijn slacky drumstijl het ritme aanduidt, en Jim Prescott die lui achter zijn staande bas beheerst zijn spel te gehore brengt. Al direct in het titelstuk The Juice wordt bluesgitarist Marcus King geïntroduceerd, die het duel aan gaat met het alias van Garrett Dutton; G. Love. Deze richt zich vooral op de razendsnelle zangpartijen om tegengas te krijgen door de aangename vrouwelijke backing vocalen.
De indrukwekkende reusachtige verschijning van Roosevelt Collier overtroeft G. Love in zijn coole uitstraling. Hij neemt zittend plaats achter zijn speciaal voor hem ontworpen lap steel gitaar om tegen het einde van SoulBQue die indrukwekkende smerige schurende klanken tevoorschijn te toveren. G. Love laat ondertussen horen dat hij nog steeds een meester is in het blazen en gaat heerlijk los op zijn mondharmonica.
De hoofdrol wordt echter vervuld door Grammy winnaar Keb’ Mo’ , die samen met de band het muzikale fundament bij elkaar schrijft en de productie onder zijn hoede neemt. Daarbuiten zet hij zich bij drie tracks duidelijk in beeld met diepe bluesakkoorden met een funkstaartje. Die rol vervult hij al vrij snel funkend in het soulvolle Go Crazy waarmee hij de hedendaagse gitaarhelden gemakkelijk voorbij streeft. Als stand-in zou hij probleemloos ingezet kunnen worden bij elke van belang zijnde gelikte cross-over band. Een totaal andere geluid weet hij uit zijn gitaar tevoorschijn te halen bij de pure blues van Shine on Moon.
Door zijn samenwerking met de meer in de soulhoek functionerende lap steel gitarist Robert Randolph op Oklahoma is het maar een kleine moeite om deze vriendschap voort te zetten in Birmingham. Voor G. Love is dat uiteraard helemaal genieten als deze twee elkaar vinden, en hij geeft het duo dan ook alle ruimte in deze op de country gebaseerde stevige track.
De smeltkroes aan diversiteit is voornamelijk een feest der herkenning. Overheersend is daar die relaxte beleving van het bruisende stadse avondleven. G. Love eist zijn positie als straatkoning van Philadelphia op indrukwekkende wijze opnieuw op, en is nog steeds groeiende in zijn voordracht. Shake Your Hair is opgepoetste retro swingfunk in een nieuw passend glitterjasje en ook Diggin’ Roots mag niet onvermeld blijven. Ron Artis II is gespecialiseerd in het klein houden van gitaarliedjes, en hier is hij degene die Garrett Dutton op gepaste wijze afremt in deze steady Southern rock song. The Juice zou een mooie voorbede zijn voor een zalige festivalzomer. Helaas verloopt het allemaal anders dan gepland.
G. Love & Special Sauce - The Juice | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
GA-20 - Does Hound Dog Taylor (2021)
Alternatieve titel: Try It...You Might Like It!

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2021, 12:49 uur
Als in 2015 de laatste blues icoon B.B. King overlijdt, komt er een einde aan een indrukwekkende geschiedschrijving van de meesterlijke gitaristen die tevens de grondlegging vormen voor de latere rockontwikkeling. Die nalatenschap leeft gelukkig voort als oude rotten in het vak zoals The Rolling Stones de boegbeelden eren in Blue & Lonesome. Hedendaagse artiesten als Jack White en recentelijk The Black Keys met het schitterende Delta Kream grijpen terug naar die roots door oud werk te coveren. Daar kan nu GA-20 aan toegevoegd worden, die Theodore Roosevelt “Hound Dog” Taylor met een tiental songs prijzen. Een oer artiest die graaft in zijn persoonlijke ellendige wereld met tranentrekkende songs over bedrog, (liefdes)verdriet en het loslaten van puberende kinderen.
Deze uit Chicago afkomstige bluesman wordt pas op latere leeftijd ontdekt en draagt een ruw leven met drank, kroeggevechten, discriminatie en barre familieomstandigheden met zich mee. Hij is al ruimschoots de vijftig jaar gepasseerd als in 1971 zijn debuutalbum Hound Dog Taylor and the HouseRockers verschijnt. Helaas kan hij maar kort van dit succes genieten omdat hij vier jaar later op zestig jarige leeftijd overlijd aan de gevolgen van longkanker. Het trio GA-20, genoemd naar een Gibson versterker uit 1960 brengt drie jaar geleden al Lonely Soul uit en waagt zich met GA-20 Does Hound Dog Taylor Try It…You Might Like It! aan het baanbrekende werk van deze vergeten volksheld.
GA-20 bestaat uit de twee gitaristen Matt Stubbs en Pat Faherty, waarvan laatstgenoemde tevens de zangpartijen verzorgt en drummer Tim Carman, een ijzersterke solide basis die sterk leunt op het originele geluid en daar de nodige smerig uitgespeelde blues akkoorden aan toevoegt. Het is nergens helemaal perfect, maar die haperingen zijn wel puur. Het over een bedrogen echtgenoot handelende She’s Gone is een stoomlocomotief die stroperig aanzwengelt. Als die motor eenmaal loopt, dan openbaart zich een heerlijk duellerend samenspel tussen de beide gitaristen met Pat Faherty als uiteindelijke winnaar. Niet gek trouwens omdat hij een gigantische voorsprong opbouwt met zijn slide uithalen omdat Matt Stubb tevens de steady baslijnen voor zijn rekening moet houden.
De blues is van oorsprong een communicatiemiddel om je verhaal te vertellen en naar die basis grijpt het trage Sitting at Home Alone terug. Smekend dragend liefdesverdriet over een vader die zijn dochter los moet laten en toekijkt hoe ze het verleidelijke straatleven opzoekt. Het herkenbare It’s Alright en de plattelands blues van het oorspronkelijk door Tampa Red geschreven en vervolgens door Elmore James heropgevoede It Hurts Me Too hoort in het basispakket van de blues thuis. De zompige moerasrocker Sadie is bijna een letterlijk visitekaartje voor Alligator Records die het aandurfden om het werk van Hound Dog Taylor op de plaat te verenigen.
Met het op woeste golven surfende Phillips Goes Bananas, de early psychobilly van het bastaard neefje Hawaiian Boogie en de harde pure seventies rock and roll van Give Me Back My Wig wijken ze niet geheel risicoloos af van het vaste patroon en voegen ze er daarvoor de nodige vuiligheid aan toe. Op het beestachtig jankende Let’s Get Funky apporteert Pat Faherty zijn instrument tot aangeleerde dierlijke kunstjes. Al snel vervolgt de toehappende gitaar een eigen gekozen rockende weg waarbij het baasje hem met moeite bij kan houden en leentjebuur speelt met de klassieker Radar Love van Golden Earring. GA-20 – Does Hound Dog Taylor Try It...You Might Like It! is een vrij toegankelijk instapmodel om de liefde voor de blues mee op te bouwen, en een heerlijke trip down memory lane voor de ietwat oudere luisteraar.
GA-20 - Does Hound Dog Taylor Try It...You Might Like It! | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Deze uit Chicago afkomstige bluesman wordt pas op latere leeftijd ontdekt en draagt een ruw leven met drank, kroeggevechten, discriminatie en barre familieomstandigheden met zich mee. Hij is al ruimschoots de vijftig jaar gepasseerd als in 1971 zijn debuutalbum Hound Dog Taylor and the HouseRockers verschijnt. Helaas kan hij maar kort van dit succes genieten omdat hij vier jaar later op zestig jarige leeftijd overlijd aan de gevolgen van longkanker. Het trio GA-20, genoemd naar een Gibson versterker uit 1960 brengt drie jaar geleden al Lonely Soul uit en waagt zich met GA-20 Does Hound Dog Taylor Try It…You Might Like It! aan het baanbrekende werk van deze vergeten volksheld.
GA-20 bestaat uit de twee gitaristen Matt Stubbs en Pat Faherty, waarvan laatstgenoemde tevens de zangpartijen verzorgt en drummer Tim Carman, een ijzersterke solide basis die sterk leunt op het originele geluid en daar de nodige smerig uitgespeelde blues akkoorden aan toevoegt. Het is nergens helemaal perfect, maar die haperingen zijn wel puur. Het over een bedrogen echtgenoot handelende She’s Gone is een stoomlocomotief die stroperig aanzwengelt. Als die motor eenmaal loopt, dan openbaart zich een heerlijk duellerend samenspel tussen de beide gitaristen met Pat Faherty als uiteindelijke winnaar. Niet gek trouwens omdat hij een gigantische voorsprong opbouwt met zijn slide uithalen omdat Matt Stubb tevens de steady baslijnen voor zijn rekening moet houden.
De blues is van oorsprong een communicatiemiddel om je verhaal te vertellen en naar die basis grijpt het trage Sitting at Home Alone terug. Smekend dragend liefdesverdriet over een vader die zijn dochter los moet laten en toekijkt hoe ze het verleidelijke straatleven opzoekt. Het herkenbare It’s Alright en de plattelands blues van het oorspronkelijk door Tampa Red geschreven en vervolgens door Elmore James heropgevoede It Hurts Me Too hoort in het basispakket van de blues thuis. De zompige moerasrocker Sadie is bijna een letterlijk visitekaartje voor Alligator Records die het aandurfden om het werk van Hound Dog Taylor op de plaat te verenigen.
Met het op woeste golven surfende Phillips Goes Bananas, de early psychobilly van het bastaard neefje Hawaiian Boogie en de harde pure seventies rock and roll van Give Me Back My Wig wijken ze niet geheel risicoloos af van het vaste patroon en voegen ze er daarvoor de nodige vuiligheid aan toe. Op het beestachtig jankende Let’s Get Funky apporteert Pat Faherty zijn instrument tot aangeleerde dierlijke kunstjes. Al snel vervolgt de toehappende gitaar een eigen gekozen rockende weg waarbij het baasje hem met moeite bij kan houden en leentjebuur speelt met de klassieker Radar Love van Golden Earring. GA-20 – Does Hound Dog Taylor Try It...You Might Like It! is een vrij toegankelijk instapmodel om de liefde voor de blues mee op te bouwen, en een heerlijke trip down memory lane voor de ietwat oudere luisteraar.
GA-20 - Does Hound Dog Taylor Try It...You Might Like It! | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Gabriel Rios - Ghostboy (2004)

3,5
0
geplaatst: 14 juli 2008, 00:27 uur
Ik heb het concert in de Stevenskerk in Nijmegen zondag helaas gemist, maar had Gabriel Rios daar graag willen zien.
Mijn eerste kennismaking was niet door de Appelsientje reclame, maar bij een documentaire op de Belgische televisie (waar ik ook bij een soortgelijke docu Ozark Henry leerde kennen).
Heerlijke zomerse muziek; La Gran Siesta klinkt in ieder geval een stukje Zuiders dan België; zo ook Bones Bugalo. Blijkt dat hij van oorsprong een Puerto Ricaanse muzikant is, maar vanaf Let It Go klinken ook wel degelijk Belgische invloeden door (Zita Swoon), Unrock begint Ozark Henry-achtig, maar al snel wordt het heerlijk swingend.
Broad Daylights is het beste nummer van het album; heerlijk vrolijk. Wrang als je weet dat deze song op de begrafenis van Theo van Goch werd gespeeld, als persoonlijk favoriet (werd ook gebruikt in zijn film 06/05 over een andere moord; Pim Fortuyn).
Catastrofe is in combinatie met die rap wel leuk, maar toch trekt het me minder; ook tekstueel.
Bij Cincomanos komt het wel weer allemaal goed; het zomerse sfeertje is weer helemaal terug.
Ghostboy heeft hetzelfde sfeertje als Broad Daylights; tenminste voor mij wel. Het een na beste nummer op dit album, maar hier dus ook van die typische weirde Belgische (lees dEUS) geluidjes er door heen. Heeft een groot nadeel; het nummer had langer mogen duren, erg aan de korte kant.
Bij Carlito gaat de rap toch wel vervelen; een keer is leuk, maar zo geweldig is die combinatie nu ook weer niet.
Santera is een heerlijk romantisch dansnummer; nodigt uit om danslessen te nemen, maar omdat mijn vrouw weinig ritme gevoel heeft ontwaak ik maar weer uit die droom; dit had een goede afsluiter kunnen zijn.
Badman is dat dus niet, doet zijn naam wel eer aan; die vervelende rapper (sorry voor de liefhebbers) is echt bad, man.
Al met al een prima plaat, maar zonder rap had er een half punt meer in gezeten.
Mijn eerste kennismaking was niet door de Appelsientje reclame, maar bij een documentaire op de Belgische televisie (waar ik ook bij een soortgelijke docu Ozark Henry leerde kennen).
Heerlijke zomerse muziek; La Gran Siesta klinkt in ieder geval een stukje Zuiders dan België; zo ook Bones Bugalo. Blijkt dat hij van oorsprong een Puerto Ricaanse muzikant is, maar vanaf Let It Go klinken ook wel degelijk Belgische invloeden door (Zita Swoon), Unrock begint Ozark Henry-achtig, maar al snel wordt het heerlijk swingend.
Broad Daylights is het beste nummer van het album; heerlijk vrolijk. Wrang als je weet dat deze song op de begrafenis van Theo van Goch werd gespeeld, als persoonlijk favoriet (werd ook gebruikt in zijn film 06/05 over een andere moord; Pim Fortuyn).
Catastrofe is in combinatie met die rap wel leuk, maar toch trekt het me minder; ook tekstueel.
Bij Cincomanos komt het wel weer allemaal goed; het zomerse sfeertje is weer helemaal terug.
Ghostboy heeft hetzelfde sfeertje als Broad Daylights; tenminste voor mij wel. Het een na beste nummer op dit album, maar hier dus ook van die typische weirde Belgische (lees dEUS) geluidjes er door heen. Heeft een groot nadeel; het nummer had langer mogen duren, erg aan de korte kant.
Bij Carlito gaat de rap toch wel vervelen; een keer is leuk, maar zo geweldig is die combinatie nu ook weer niet.
Santera is een heerlijk romantisch dansnummer; nodigt uit om danslessen te nemen, maar omdat mijn vrouw weinig ritme gevoel heeft ontwaak ik maar weer uit die droom; dit had een goede afsluiter kunnen zijn.
Badman is dat dus niet, doet zijn naam wel eer aan; die vervelende rapper (sorry voor de liefhebbers) is echt bad, man.
Al met al een prima plaat, maar zonder rap had er een half punt meer in gezeten.
Gang of Four - Solid Gold (1981)

4,0
0
geplaatst: 10 oktober 2015, 01:48 uur
Wat kan er in twee jaar tijd veel gebeuren.
Klonk Entertainment! nog als militaire opgefokte funk, bij Solid Gold hoor je duidelijk de invloed van Joy Division terug.
Het tempo gaat een heel stuk omlaag, en zelfs bij bands met een toch wel eigen geluid is het hoorbaar.
Entertainment! was nog voornamelijk adrenaline, hier lijkt de hartslag onder controle gebracht door een mechanische pacemaker.
Nog steeds onder de huid gezeten, maar meer zichtbaar aan de oppervlakte.
Persoonlijk hou ik wel meer van die controle.
Net wat verantwoord dansbaarder, waarbij de funk zijn basisrol wel behoud, maar dan in meer commercieel belang.
Waarschijnlijk staan ze zelf geheel achter deze ontwikkeling, welke vervolgens wordt door gezet in Songs of the Free met het hitgevoelige Human League achtige I Love a Man in Uniform.
Als je dit album hoort, dan begrijp je ook wel waarom Red Hot Chili Peppers hun debuut door gitarist Andy Gill liet produceren.
Achteraf waren ze er niet blij mee, maar als je dat album naast Solid Gold legt, dan is zijn stempel duidelijk hoorbaar.
Klonk Entertainment! nog als militaire opgefokte funk, bij Solid Gold hoor je duidelijk de invloed van Joy Division terug.
Het tempo gaat een heel stuk omlaag, en zelfs bij bands met een toch wel eigen geluid is het hoorbaar.
Entertainment! was nog voornamelijk adrenaline, hier lijkt de hartslag onder controle gebracht door een mechanische pacemaker.
Nog steeds onder de huid gezeten, maar meer zichtbaar aan de oppervlakte.
Persoonlijk hou ik wel meer van die controle.
Net wat verantwoord dansbaarder, waarbij de funk zijn basisrol wel behoud, maar dan in meer commercieel belang.
Waarschijnlijk staan ze zelf geheel achter deze ontwikkeling, welke vervolgens wordt door gezet in Songs of the Free met het hitgevoelige Human League achtige I Love a Man in Uniform.
Als je dit album hoort, dan begrijp je ook wel waarom Red Hot Chili Peppers hun debuut door gitarist Andy Gill liet produceren.
Achteraf waren ze er niet blij mee, maar als je dat album naast Solid Gold legt, dan is zijn stempel duidelijk hoorbaar.
Garbage - Garbage (1995)

4,0
0
geplaatst: 20 april 2010, 16:04 uur
Leuk, een nieuwe Curve!
Mijn eerste gedachtes toen ik met Garbage kennis maakte.
Supervixen hoorde ik als eerste.
Dat nummer met die rare break er in.
Het stopt net iets te lang, waardoor de dansbaarheid af neemt.
Shirley Manson zag er toen uit als het knappere zusje van Marilyn Manson.
De arrogante onverschilligheid toonbaar in stem en uiterlijk.
Met op de achtergrond de oudere mannen met iets te hippe brillen.
Contrast in de bandsamenstelling.
Steriel rockgeluid.
Overgeproduceerd, waardoor ze nergens echt uit de bocht vliegen.
Drie kapiteinen die er voor zorgen dat het nergens stuurloos wordt.
En dat is nu net het grote probleem.
Het blijft de uitstraling houden van een hobbyproject.
Als geheel best pakkend, maar zonder een uitgebalanceerd geheel.
Vanwege de aanwezigheid van Butch Vig, Steve Marker en Duke Erikson als bandleden en producers, werd al snel de link met grunge genoemd.
Totaal onterecht, daar heeft het geen raakvlakken mee.
Wat ze met Nevermind van Nirvana en Gish van Smashing Pumpkins deden, was van een ander hoger nivo.
Het verkouden geluid van Shirley blijft echter wel boeien.
Ze is dan ook een prima zangeres.
En als persoonlijkheid staat ze er wel degelijk.
Maar wel in de schaduw van Billy Corgan en Kurt Cobain.
Er is dus meer nodig dan een strakke productie om je als artiest te presenteren.
Mijn eerste gedachtes toen ik met Garbage kennis maakte.
Supervixen hoorde ik als eerste.
Dat nummer met die rare break er in.
Het stopt net iets te lang, waardoor de dansbaarheid af neemt.
Shirley Manson zag er toen uit als het knappere zusje van Marilyn Manson.
De arrogante onverschilligheid toonbaar in stem en uiterlijk.
Met op de achtergrond de oudere mannen met iets te hippe brillen.
Contrast in de bandsamenstelling.
Steriel rockgeluid.
Overgeproduceerd, waardoor ze nergens echt uit de bocht vliegen.
Drie kapiteinen die er voor zorgen dat het nergens stuurloos wordt.
En dat is nu net het grote probleem.
Het blijft de uitstraling houden van een hobbyproject.
Als geheel best pakkend, maar zonder een uitgebalanceerd geheel.
Vanwege de aanwezigheid van Butch Vig, Steve Marker en Duke Erikson als bandleden en producers, werd al snel de link met grunge genoemd.
Totaal onterecht, daar heeft het geen raakvlakken mee.
Wat ze met Nevermind van Nirvana en Gish van Smashing Pumpkins deden, was van een ander hoger nivo.
Het verkouden geluid van Shirley blijft echter wel boeien.
Ze is dan ook een prima zangeres.
En als persoonlijkheid staat ze er wel degelijk.
Maar wel in de schaduw van Billy Corgan en Kurt Cobain.
Er is dus meer nodig dan een strakke productie om je als artiest te presenteren.
Gary Numan - The Pleasure Principle (1979)

3,5
2
geplaatst: 8 april 2017, 10:06 uur
Zo koud, futuristisch, maar al snel gedateerd als een space shuttle ijsje.
Nostalgisch, maar op zijn tijd wel heel erg lekker.
Gary Numan gaf net als, Steve Strange (Visage), Frank Tovey (Fad Gadget) een eigen impuls aan het synthesizer tijdperk.
Maar dit waren wat vreemde rare types, en net te vroeg, de extravagante figuren als Boy George en Nick Rhodes (Duran Duran) zouden later wel meer geaccepteerd worden.
Muzikaal gezien zit Numan nog het dichtste bij Bowie, die ironisch genoeg in de clip van Ashes to Ashes er uit zag als een samensmelting van deze figuren.
The Pleasure Principle zit regelmatig dicht bij zijn Station to Station plaat.
De sound zou in een ruwere vorm later een invloed op een act als Nine Inch Nails zijn; Numan zou ook steeds industrieler klinken.
Een pionier, maar dan zonder de grote erkenning.
Nostalgisch, maar op zijn tijd wel heel erg lekker.
Gary Numan gaf net als, Steve Strange (Visage), Frank Tovey (Fad Gadget) een eigen impuls aan het synthesizer tijdperk.
Maar dit waren wat vreemde rare types, en net te vroeg, de extravagante figuren als Boy George en Nick Rhodes (Duran Duran) zouden later wel meer geaccepteerd worden.
Muzikaal gezien zit Numan nog het dichtste bij Bowie, die ironisch genoeg in de clip van Ashes to Ashes er uit zag als een samensmelting van deze figuren.
The Pleasure Principle zit regelmatig dicht bij zijn Station to Station plaat.
De sound zou in een ruwere vorm later een invloed op een act als Nine Inch Nails zijn; Numan zou ook steeds industrieler klinken.
Een pionier, maar dan zonder de grote erkenning.
Gauche - A People's History of Gauche (2019)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 17:46 uur
Het uit Washington afkomstige Gauche weet luchtige punkrock te vermengen met zenuwachtige postpunk. Bewust is hier een flinke ruimte bewaard gebleven voor Adrienne CN Berry. Die mag met haar heldere saxofoonpartijen en de nodige frisheid in blazen. Door de retro sound vallen ze hierdoor al snel in de onderkant van de in de jaren tachtig opbloeiende ska beweging te plaatsen. Dit alles aangevuld met een dosis aan studentikoze hoekige gitaar riffs en heerlijk rond dolende baspartijen. In de juiste banen geleid door de springerige vocale hoogstandjes van bassist Mary Jane Regalado.
Met A People’s History of Gauche weten ze zich voor de tweede keer aan het publiek te presenteren na het eerder verschenen Get Away with Gauche. Het is allemaal een stuk minder stevig en meer controleerbaar dan het vlambare hitsige Downtown Boys van Mary Jane Regalado en de disco noise van Priests, waar alleskunner Daniele Yandel haar eerder ingeslagen muzikale loopbaan opstartte. Net als voorheen mag ze ook nu weer als roffelaar optreden achter het drumstel. Downtown Boys en Priests zijn dus de twee bands die de bouwstenen vormen van dit prettig gestoorde kleurrijke gezelschap dat verder aangevuld wordt door stergitarist Jason P. Barnett en Pearie Sol voor het orgel en keyboard vakmanschap.
Mary Jane Regalado weet zich op een fijne hysterische manier te presenteren. Nonchalant geeft ze een eigen draai aan haar eigenzinnige stemgeluid. De vrouwelijke vocalen passen perfect in de new wave van vroeger. Iets wat Gauche ook wel weet op te roepen door de keuze van flitsende kleding en felle make-up, die bijna pijn aan de ogen doet. Typisch zo’n sprankelende groep die vroeger als huisband had kunnen dienen tussen de absurde humor van de Britse The Young Ones komedieserie. Een gevalletje van komische kraakpanden lol en regenboogkleuren geverfde Dr. Martens.
Eigenlijk is er bar weinig op aan te merken. Het is gericht aan een jonge doelgroep, waarbij het plezier maken in het leven standvastig op de eerste plek van de bucketlist staat. Vervolgens een hele lange tijd niks, met ergens onderaan het lijstje gekrabbeld “Ooit een opleiding afronden”. Feesten en dansen in het gevormde web van roze suikerspinnen ragdraden, waarbij No Future hetzelfde betekend als jezelf niet druk maken over de toekomst.
A People’s History of Gauche gaat verder op de onverschillige weg van The B-52’s. Waar het bij hun vanwege het grote succes steeds gemaakter vrolijk werd, ademt Gauche wel nog het jeugdige huis, tuin en keuken knutselen gevoel uit. Dat we hier niet te maken hebben met beginnende muzikanten komt in het veelzijdig beheersen van verschillende stijlen komt echter wel boven drijven. Door het veelvuldig gebruik van koortjes belichamen ze de stoere meidenbands van weleer met vamps die wel een instrument kunnen bespelen.
Gauche - A People's History of Gauche | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Met A People’s History of Gauche weten ze zich voor de tweede keer aan het publiek te presenteren na het eerder verschenen Get Away with Gauche. Het is allemaal een stuk minder stevig en meer controleerbaar dan het vlambare hitsige Downtown Boys van Mary Jane Regalado en de disco noise van Priests, waar alleskunner Daniele Yandel haar eerder ingeslagen muzikale loopbaan opstartte. Net als voorheen mag ze ook nu weer als roffelaar optreden achter het drumstel. Downtown Boys en Priests zijn dus de twee bands die de bouwstenen vormen van dit prettig gestoorde kleurrijke gezelschap dat verder aangevuld wordt door stergitarist Jason P. Barnett en Pearie Sol voor het orgel en keyboard vakmanschap.
Mary Jane Regalado weet zich op een fijne hysterische manier te presenteren. Nonchalant geeft ze een eigen draai aan haar eigenzinnige stemgeluid. De vrouwelijke vocalen passen perfect in de new wave van vroeger. Iets wat Gauche ook wel weet op te roepen door de keuze van flitsende kleding en felle make-up, die bijna pijn aan de ogen doet. Typisch zo’n sprankelende groep die vroeger als huisband had kunnen dienen tussen de absurde humor van de Britse The Young Ones komedieserie. Een gevalletje van komische kraakpanden lol en regenboogkleuren geverfde Dr. Martens.
Eigenlijk is er bar weinig op aan te merken. Het is gericht aan een jonge doelgroep, waarbij het plezier maken in het leven standvastig op de eerste plek van de bucketlist staat. Vervolgens een hele lange tijd niks, met ergens onderaan het lijstje gekrabbeld “Ooit een opleiding afronden”. Feesten en dansen in het gevormde web van roze suikerspinnen ragdraden, waarbij No Future hetzelfde betekend als jezelf niet druk maken over de toekomst.
A People’s History of Gauche gaat verder op de onverschillige weg van The B-52’s. Waar het bij hun vanwege het grote succes steeds gemaakter vrolijk werd, ademt Gauche wel nog het jeugdige huis, tuin en keuken knutselen gevoel uit. Dat we hier niet te maken hebben met beginnende muzikanten komt in het veelzijdig beheersen van verschillende stijlen komt echter wel boven drijven. Door het veelvuldig gebruik van koortjes belichamen ze de stoere meidenbands van weleer met vamps die wel een instrument kunnen bespelen.
Gauche - A People's History of Gauche | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Gavin Friday - Ecce Homo (2024)

4,0
2
geplaatst: 1 december 2024, 12:05 uur
Met het verschijnen van Catholic in 2011 is het verhaal van Gavin Friday wel verteld. Als een Ierse paus ten ruste sluit hij definitief zijn ogen. Het is mooi zo, een laatste werkstuk na een afwezigheid van zestien jaar. Dan gebeuren er vervolgens de laatste jaren veel verontrustende gebeurtenissen die hem uit zijn slaap houden. De kraamhuis-schandalen in het Tuam Mother and Baby Home die de media bereiken, de trieste dood van Sinéad O’Connor en de onvrede onder de jongeren die hun postpunkidolen als nieuwe helden binnen halen. Een gehavende Gavin Friday ontwaakt en richt als een ziener zijn blik op het heden en toekomst. Het is een grote theatrale kermis en daar hoort een grote theatrale kermis-soundtrack bij.
Ecce Homo gaat verder waar het vreemde nummer Laugh, Clown, Laugh van de B-kant van I Want To Live uit 1991 eindigt. Een lugubere voorstelling van een muzikaal rariteitenkabinet. Toch wil Ecce Homo niet direct aarden. Het hoge kitschgehalte ligt er dik bovenop, en daar verandert de nachtclub-glamour van voormalig Soft Cell kopstuk David Ball niks aan. Als zijn samenwerking met Marc Almond stuk loopt, neemt hij als producer het onbegrepen Virgin Prunes meesterwerk The Moon Looked Down and Laughed onder handen. Nu vinden Gavin Friday en David Ball elkaar weer, en zetten ze de vruchtbare samenwerking voort.
Zo transformeert de geschoolde klarinetmelancholie van Lovesubzero probleemloos in een dansbaar trance house deuntje. Het ophitsende verlangen naar hervonden liefde, met een veelvoud aan beats en afgeschreven elektronica. En het werkt allemaal prima. Dit is de sound die U2 tijdens de opname van Zooropa voor ogen had. Gavin Friday verloochent deze vriendschap niet, When the World Was Young gaat terug naar die basis. U2 vervolgt een rechte koers, Virgin Prunes slaan links af, maar daar op het Cedarwood Road kruispunt treffen ze elkaar weer. Gavin Friday als serieuze dramaticus, Bono als zijn goedlachse evenbeeld. Hoe mooi kan je trouw bezingen, zo mooi dus. The Best Boys in Dublin gaat dus niet over het denkbeeldige Lypton Village, maar over Stan en de reeds overleden Ralfie de twee trouwe honden van de artiest. Een ander soort trouw, net zo dierbaar.
Gavin Friday als milieuactivist die het wereldse verval in het titelstuk Ecce Homo een flinke trap nageeft. De mensheid is in staat om het leven van alle kanten te vereenvoudigen en te rekken, maar kan zich in deze destructieve veranderingen niet staande houden. De Ier is zich bewust van de vernietigingsdrang, de natuur treurt, en de meetreurende Gavin Friday slaat hard terug. We kunnen over water lopen, terwijl de ondergrond onder ons wegzakt. De sensuele The Church of Love electronic gothic is een kanttekening bij het conservatieve Christelijke geloof, dat andersdenkenden en homoseksualiteit nog steeds niet accepteert. God maakt geen onderscheid, het zijn juist de bemiddelende priesters die het verschil maken.
En dan is het maar een kleine stap naar Stations of the Cross waarin het verdriet van Ierland centraal staat. Het verdriet van een gebroken Sinéad O’Connor die op 56-jarige leeftijd overlijdt. Geliefd onder haar Ierse collega’s, de Ierse muziekpers en een persoonlijke vriendin van Gavin Friday. Het fraaie samenspel tussen aarzelende kerkklokkengeluid en klassieke blaasinstrumenten geven er terecht een naargeestig sfeertje aan. Sinéad O’Connor mag nooit vergeten worden. Het was de bedoeling dat de zangeres deze track zou zingen, nu draagt Gavin Friday haar pijn.
Het hoogtepunt is echter het lichtelijk op de Gary Glitter glamrock van Rock ‘n Roll Part 2 gebaseerde Lady Esquire. Gavin Friday muteert deze tot een industrial gedrocht waar Marilyn Manson in zijn nachtmerries van wakker schrikt, en droomt dat hij ook nog eens zo’n pakkende song mag maken. De knarsende Blackstar-achtige saxofoon die het laatste David Bowie wapenfeit opsiert, draaft hier in de gedaante van Renaud Pion nog eens op, en geeft het een donker randje mee. Laten we stellen dat Lamento de schoonheid van de duisternis bezingt. Het naderende afscheid van zijn dementerende moeder die langzaamaan alle grip verliest. Hoe mooi kan het zijn om haar die laatste reis dan te gunnen, en haar hierbij te vergezellen. Gavin Friday overtuigt in die laatste minuten zodanig dat je ook Ecce Homo net als zijn eerdere platen gaat koesteren.
Gavin Friday - Ecce Homo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ecce Homo gaat verder waar het vreemde nummer Laugh, Clown, Laugh van de B-kant van I Want To Live uit 1991 eindigt. Een lugubere voorstelling van een muzikaal rariteitenkabinet. Toch wil Ecce Homo niet direct aarden. Het hoge kitschgehalte ligt er dik bovenop, en daar verandert de nachtclub-glamour van voormalig Soft Cell kopstuk David Ball niks aan. Als zijn samenwerking met Marc Almond stuk loopt, neemt hij als producer het onbegrepen Virgin Prunes meesterwerk The Moon Looked Down and Laughed onder handen. Nu vinden Gavin Friday en David Ball elkaar weer, en zetten ze de vruchtbare samenwerking voort.
Zo transformeert de geschoolde klarinetmelancholie van Lovesubzero probleemloos in een dansbaar trance house deuntje. Het ophitsende verlangen naar hervonden liefde, met een veelvoud aan beats en afgeschreven elektronica. En het werkt allemaal prima. Dit is de sound die U2 tijdens de opname van Zooropa voor ogen had. Gavin Friday verloochent deze vriendschap niet, When the World Was Young gaat terug naar die basis. U2 vervolgt een rechte koers, Virgin Prunes slaan links af, maar daar op het Cedarwood Road kruispunt treffen ze elkaar weer. Gavin Friday als serieuze dramaticus, Bono als zijn goedlachse evenbeeld. Hoe mooi kan je trouw bezingen, zo mooi dus. The Best Boys in Dublin gaat dus niet over het denkbeeldige Lypton Village, maar over Stan en de reeds overleden Ralfie de twee trouwe honden van de artiest. Een ander soort trouw, net zo dierbaar.
Gavin Friday als milieuactivist die het wereldse verval in het titelstuk Ecce Homo een flinke trap nageeft. De mensheid is in staat om het leven van alle kanten te vereenvoudigen en te rekken, maar kan zich in deze destructieve veranderingen niet staande houden. De Ier is zich bewust van de vernietigingsdrang, de natuur treurt, en de meetreurende Gavin Friday slaat hard terug. We kunnen over water lopen, terwijl de ondergrond onder ons wegzakt. De sensuele The Church of Love electronic gothic is een kanttekening bij het conservatieve Christelijke geloof, dat andersdenkenden en homoseksualiteit nog steeds niet accepteert. God maakt geen onderscheid, het zijn juist de bemiddelende priesters die het verschil maken.
En dan is het maar een kleine stap naar Stations of the Cross waarin het verdriet van Ierland centraal staat. Het verdriet van een gebroken Sinéad O’Connor die op 56-jarige leeftijd overlijdt. Geliefd onder haar Ierse collega’s, de Ierse muziekpers en een persoonlijke vriendin van Gavin Friday. Het fraaie samenspel tussen aarzelende kerkklokkengeluid en klassieke blaasinstrumenten geven er terecht een naargeestig sfeertje aan. Sinéad O’Connor mag nooit vergeten worden. Het was de bedoeling dat de zangeres deze track zou zingen, nu draagt Gavin Friday haar pijn.
Het hoogtepunt is echter het lichtelijk op de Gary Glitter glamrock van Rock ‘n Roll Part 2 gebaseerde Lady Esquire. Gavin Friday muteert deze tot een industrial gedrocht waar Marilyn Manson in zijn nachtmerries van wakker schrikt, en droomt dat hij ook nog eens zo’n pakkende song mag maken. De knarsende Blackstar-achtige saxofoon die het laatste David Bowie wapenfeit opsiert, draaft hier in de gedaante van Renaud Pion nog eens op, en geeft het een donker randje mee. Laten we stellen dat Lamento de schoonheid van de duisternis bezingt. Het naderende afscheid van zijn dementerende moeder die langzaamaan alle grip verliest. Hoe mooi kan het zijn om haar die laatste reis dan te gunnen, en haar hierbij te vergezellen. Gavin Friday overtuigt in die laatste minuten zodanig dat je ook Ecce Homo net als zijn eerdere platen gaat koesteren.
Gavin Friday - Ecce Homo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Geese - 3D Country (2023)

4,5
0
geplaatst: 29 juni 2023, 16:15 uur
Geese verrast ons anderhalf jaar geleden met de typische bijtende Britse Projector postpunkplaat. De grootste verwondering ontstaat echter dat deze amper de schoolbanken ontgroeide band uit het hartje van Brooklyn afkomstig is, waardoor je eerder raakvlakken met de rioolrockers van het CBGB punkhol verwacht. Het begint met een uit de hand gelopen geintje, de opzet is om zich vervolgens op een studie te richten, gelukkig loopt de praktijk anders. Projector vraagt om een catchy funky vervolg, maar het siert Geese dat ze hun onverschillige dwarsheid de vrije loop laten en een onverwachte carrier switch bewerkstelligen. Het bizarre 3D Country staat mijlenver van die postpunk basis verwijdert en heeft meer raakvlakken met het jaren zeventig werk van The Rolling Stones tijdens hun Let It Bleed periode, maar ook The Black Crowes en Give Out But Don’t Give Up van Primal Scream kan je hierbij als reverentiekader noemen.
Een hoog blues gehalte dus met de nodige psychedelische hardcore countryrock invloeden. Cameron Winter heeft het allemaal goed uitgedacht en werkt het onwaarschijnlijke aangedikte gegeven in een conceptverhaal over een verdwaalde trippende cowboyhippie uit. In 3D Country onderzoekt hij wat het leven hem te bieden heeft, en waar hij daarin anno 2023 precies in zijn bestaan staat. Deze ontdekkingstocht brengt hem bij het futuristische 2122 hardcore country metalpunk waarin hij dus naar die Amerikaanse plattelands roots teruggrijpt. Cameron Winter heeft het stemvermogen van een stoere doorgewinterde maniakale rocker, en maakt daar gretig gebruik van.
Zijn vaderlandsliefde wordt door de getransformeerde steady rockmachine beantwoordt welke nog steeds uit de gitaristen Gus Green en Foster Hudson, bassist Dom DiGesu en drummer Max Bassin bestaat. Het roept bij mij filmbeelden van druggy mediterende The Doors leden op, die in de Mojavewoestijn tot bezinning komen en geïnspireerd vervolgens de studio induiken. In de schreeuwerige emotionele uithalen komt Cameron Winter bangelijk dicht bij de spirituele Jim Morrison bevlogenheid in de buurt. Toch bezweren ze de bezwerende donkere sound nog steeds niet af, er komt alleen een ander soort uitbannende gekte voor in de plaats. De 2122 openingstrack eindigt met een voodoorituelen bestrijdend exorcisme, waarbij ze zelfs de traditionele koeienbellen aan de zonnegoden offeren.
Moet ik het hard aanpakkende 3D Country titelstuk wel serieus nemen, of zet Geese gewoon een goeddoordachte persiflage neer. Ze flirten met wapens en huiselijk geweld. Is het de opzet om de gestoorde Amerikaanse Droom in een lachwekkend gehard Little House on the Prairie sitcom parodie een weerwoord te geven. Dit staat namelijk in breed contrast met de New Yorkse achtergrond. Ze spotten met de rechtse wetgeving, alleen levert het wel een serieuze geslaagde plaat op. Ze bewijzen in ieder geval dat ze behoorlijk veelzijdige muzikanten zijn. Maar misschien ligt de kracht daar juist wel in het dames soulgospelkoor, welke er een flinke lading aan moederlijke hittedekens overheen drapeert. Merry Clayton is toch eigenlijk ook de sterspeler van Gimme Shelter van The Stones, en onderschat de waarde van de drie jaar geleden overleden Denise Johnson niet, die zoveel voor Primal Scream betekent heeft.
Nee, Geese heeft er goed over nagedacht, ondanks dat Cameron Winter bijna als een Britse gentleman entertaint zingt, blijft die basis erg Amerikaans. Of dweept hij er juist mee dat hij als New Yorker op het debuut een herkenbaar Engels geluid neerzet, en is het een reactie op bands als Simple Minds, U2 en The Cult die zich halverwege de jaren tachtig voornamelijk op de Verenigde Staten richten. Daar deed toen niemand moeilijk over, maar vreemd is het wel. Ook het basispakket sitar geklooi op het licht psychedelische Cowboy Nudes memoreert aan The Stones. Toch stelen de ophitsende bongo ritmes van Max Bassin hier echter de show. Hij pakt vervolgens later op de plaat tevens het uptempo The Beatles achtige Tomorrow’s Crusades volledig in.
Allemaal leuk en aardig, het is slechts afgepast voorwerk welke tot het zeven minuten durende geraffineerde omdenkende Undoer leidt. Het spannende jazzy middenstuk van deze in korte slogans weergevende anti oorlog nachtmerrie bouwt zich rond een hypnotiserende sabeldans riff op en memoreert wel naar het Black Midi rariteitenkabinet, de grootmeesters van de hernieuwde gedurfde postpunk krankzinnigheid. De religieuze Crusades heldentrack refereert muzikaal naar de bijna identieke David Bowie song en het betere Roxy Music werk, maar geeft er net een andere twist aan. Het is bijna een stads geluid, waarmee ze hun Big Apple achtergrond verraden.
Gravity Blues heeft iets sentimenteels gedragen en maakt van cliché rockkoortjes gebruik. Ze flirten met het bombastische symfonische Queen geluid en spugen op de voorgekauwde Top 2000 nummers. Cameron Winter verleidt de zwijmelende vrouwtjes met zijn sensuele I See Myself kopstem, die aantrekkingskracht draagt hij dus ook in alle eenvoud uit. De sensueel croonende Domoto tragiek gaat nog een stap verder en schettert alsof een al lichtelijke gestoorde Phil Spector Sweet Jane van Lou Reed aangenaam met in tegenovergestelde richting draaiende schroefduimen mishandelt. Met de St. Elmo saloon ongezelligheid betreden ze het 3D Country startpunt concept, waarbij de huiselijke ellende met seksuele escapades bestreden wordt. De voorgeprogrammeerde fade out getuigt van het nodige humorgevoel en geeft aan die eerdere complexiteit een lachwekkende wending.
Het alles overstijgende 3D Country is geen lastige tweede plaat, daar moet je niet zo moeilijk over doen. Geese doet gewoon waar ze zin in hebben, en de kans is vrij reëel dat de volgende schijf weer een ouderwetse postpunkalbum wordt. Bij Projector is het al duidelijk dat Geese een bijzondere band is, maar zo uniek veelzijdig als ze zich vervolgens op 3D Country presenteren rekent niemand op. En van die verdwaalde trippende cowboyhippie heeft iemand nooit meer iets vernomen, waarschijnlijk zwerft zijn verwarde geest nog ergens in die countryvelden rond. Kortom, Geese herdefinieert het crossover begrip naar hedendaagse maatstaven, en geeft een stukje rockgeschiedenis cadeau. Maar stiekem is 3D Country net zo’n vreemde plaat als Angel Dust van Faith No More, en heeft Cameron Winter ook wat van die geniale genen van de onnavolgbare Mike Patton, al richt de zonnige Mysterious Love single zich juist op de Jane’s Addiction surfpsychedelica.
Geese - 3D Country | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Een hoog blues gehalte dus met de nodige psychedelische hardcore countryrock invloeden. Cameron Winter heeft het allemaal goed uitgedacht en werkt het onwaarschijnlijke aangedikte gegeven in een conceptverhaal over een verdwaalde trippende cowboyhippie uit. In 3D Country onderzoekt hij wat het leven hem te bieden heeft, en waar hij daarin anno 2023 precies in zijn bestaan staat. Deze ontdekkingstocht brengt hem bij het futuristische 2122 hardcore country metalpunk waarin hij dus naar die Amerikaanse plattelands roots teruggrijpt. Cameron Winter heeft het stemvermogen van een stoere doorgewinterde maniakale rocker, en maakt daar gretig gebruik van.
Zijn vaderlandsliefde wordt door de getransformeerde steady rockmachine beantwoordt welke nog steeds uit de gitaristen Gus Green en Foster Hudson, bassist Dom DiGesu en drummer Max Bassin bestaat. Het roept bij mij filmbeelden van druggy mediterende The Doors leden op, die in de Mojavewoestijn tot bezinning komen en geïnspireerd vervolgens de studio induiken. In de schreeuwerige emotionele uithalen komt Cameron Winter bangelijk dicht bij de spirituele Jim Morrison bevlogenheid in de buurt. Toch bezweren ze de bezwerende donkere sound nog steeds niet af, er komt alleen een ander soort uitbannende gekte voor in de plaats. De 2122 openingstrack eindigt met een voodoorituelen bestrijdend exorcisme, waarbij ze zelfs de traditionele koeienbellen aan de zonnegoden offeren.
Moet ik het hard aanpakkende 3D Country titelstuk wel serieus nemen, of zet Geese gewoon een goeddoordachte persiflage neer. Ze flirten met wapens en huiselijk geweld. Is het de opzet om de gestoorde Amerikaanse Droom in een lachwekkend gehard Little House on the Prairie sitcom parodie een weerwoord te geven. Dit staat namelijk in breed contrast met de New Yorkse achtergrond. Ze spotten met de rechtse wetgeving, alleen levert het wel een serieuze geslaagde plaat op. Ze bewijzen in ieder geval dat ze behoorlijk veelzijdige muzikanten zijn. Maar misschien ligt de kracht daar juist wel in het dames soulgospelkoor, welke er een flinke lading aan moederlijke hittedekens overheen drapeert. Merry Clayton is toch eigenlijk ook de sterspeler van Gimme Shelter van The Stones, en onderschat de waarde van de drie jaar geleden overleden Denise Johnson niet, die zoveel voor Primal Scream betekent heeft.
Nee, Geese heeft er goed over nagedacht, ondanks dat Cameron Winter bijna als een Britse gentleman entertaint zingt, blijft die basis erg Amerikaans. Of dweept hij er juist mee dat hij als New Yorker op het debuut een herkenbaar Engels geluid neerzet, en is het een reactie op bands als Simple Minds, U2 en The Cult die zich halverwege de jaren tachtig voornamelijk op de Verenigde Staten richten. Daar deed toen niemand moeilijk over, maar vreemd is het wel. Ook het basispakket sitar geklooi op het licht psychedelische Cowboy Nudes memoreert aan The Stones. Toch stelen de ophitsende bongo ritmes van Max Bassin hier echter de show. Hij pakt vervolgens later op de plaat tevens het uptempo The Beatles achtige Tomorrow’s Crusades volledig in.
Allemaal leuk en aardig, het is slechts afgepast voorwerk welke tot het zeven minuten durende geraffineerde omdenkende Undoer leidt. Het spannende jazzy middenstuk van deze in korte slogans weergevende anti oorlog nachtmerrie bouwt zich rond een hypnotiserende sabeldans riff op en memoreert wel naar het Black Midi rariteitenkabinet, de grootmeesters van de hernieuwde gedurfde postpunk krankzinnigheid. De religieuze Crusades heldentrack refereert muzikaal naar de bijna identieke David Bowie song en het betere Roxy Music werk, maar geeft er net een andere twist aan. Het is bijna een stads geluid, waarmee ze hun Big Apple achtergrond verraden.
Gravity Blues heeft iets sentimenteels gedragen en maakt van cliché rockkoortjes gebruik. Ze flirten met het bombastische symfonische Queen geluid en spugen op de voorgekauwde Top 2000 nummers. Cameron Winter verleidt de zwijmelende vrouwtjes met zijn sensuele I See Myself kopstem, die aantrekkingskracht draagt hij dus ook in alle eenvoud uit. De sensueel croonende Domoto tragiek gaat nog een stap verder en schettert alsof een al lichtelijke gestoorde Phil Spector Sweet Jane van Lou Reed aangenaam met in tegenovergestelde richting draaiende schroefduimen mishandelt. Met de St. Elmo saloon ongezelligheid betreden ze het 3D Country startpunt concept, waarbij de huiselijke ellende met seksuele escapades bestreden wordt. De voorgeprogrammeerde fade out getuigt van het nodige humorgevoel en geeft aan die eerdere complexiteit een lachwekkende wending.
Het alles overstijgende 3D Country is geen lastige tweede plaat, daar moet je niet zo moeilijk over doen. Geese doet gewoon waar ze zin in hebben, en de kans is vrij reëel dat de volgende schijf weer een ouderwetse postpunkalbum wordt. Bij Projector is het al duidelijk dat Geese een bijzondere band is, maar zo uniek veelzijdig als ze zich vervolgens op 3D Country presenteren rekent niemand op. En van die verdwaalde trippende cowboyhippie heeft iemand nooit meer iets vernomen, waarschijnlijk zwerft zijn verwarde geest nog ergens in die countryvelden rond. Kortom, Geese herdefinieert het crossover begrip naar hedendaagse maatstaven, en geeft een stukje rockgeschiedenis cadeau. Maar stiekem is 3D Country net zo’n vreemde plaat als Angel Dust van Faith No More, en heeft Cameron Winter ook wat van die geniale genen van de onnavolgbare Mike Patton, al richt de zonnige Mysterious Love single zich juist op de Jane’s Addiction surfpsychedelica.
Geese - 3D Country | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Geese - Getting Killed (2025)

4,5
1
geplaatst: 6 oktober 2025, 01:18 uur
Na de veelbelovende puntige postpunkplaat Projector gooide Geese het in 2023 over een andere boeg. 3D Country was een vreemde, bijna ongrijpbare countryrockermusical, een rockopera-klucht, waar telkens een ander deurtje geopend werd. Vaak hebben veelzijdige bands als Geese het langste bestaansrecht, al duurt het even voordat alles op zijn plek valt.
Getting Killed trapt met Trinidad en de overrijpe bluesstem van de jonge twintiger Cameron Winter af. Het is een koortsige track, vergelijkbaar met de bizarre wereld die Jim Morrison bij het epische The End schiep. Licht dagdromend, druggy hallucinerend, een tikkeltje shockerend en vooral heel vreemd. Een rariteitenkabinet, trippend op verkeerde dope. Alsof een uit Louisiana afkomstige jazzy begrafenisstoet naar New York is uitgeweken en daar een tijdlang bivakkeert. Kan het nog gekker? Jazeker, dit is slechts het begin.
Al snel wordt duidelijk dat Geese op Getting Killed voor een meer open free jazz-benadering kiest. Eigenlijk is dit het minst vreemde wat je van Geese kan verwachten. Juist deze brutale jonge honden mentaliteit past het beste bij de band, al laten ze vooral een frisse injectie aan cross-over horen. Het is een mengelmoes aan stijlen, waarbij Cameron Winter net weer een andere afslag neemt. De schreeuwerige dronkenmanszang zit zo prominent vooraan in de mix, maar ergens klopt het ook wel. Hiphop producer Kenny Blume past dit trucje eerder al bij Joe Talbot van IDLES toe en weet verrekte goed waar hij mee bezig is.
De zon schijnt in de zomerse psychedelische soul van het niets aan de hand verleidende liefdesdeuntje Cobra. Donkere beats ontfermen zich over de gospelklaagzang van Husbands. Het is een kruistocht tegen de bergen op, met de nodige tegenslagen, bijna gebroederlijk houdt Geese zich fier staande. Dan is de hersenspoelende overgang naar het stevig rockende titelstuk Getting Killed een ware verademing. Al mijmerend en croonend trekt een egotrippende Cameron Winter alle aandacht naar zich toe. Met een breed scala aan huis-tuin-en-keuken-percussie instrumentatie neemt Max Bassin het van de zanger over.
Publieksliefhebber Islands of Men wordt al twee jaar lang live gespeeld en kan je gerust als het fundament van Getting Killed beschouwen. Deze hoeksteen staat voor de veelzijdigheid van Geese. Vanuit de rust opbouwen om in een helende lofzang te eindigen. Na een ongemakkelijke stilte gaat de track verder alsof er niks aan de hand is. Bijzonder dat er minimaal aan gesleuteld is en die jamsessie-belevenis volledig intact blijft. Een verdwaalde folkblazer sluit als ochtend ontwaker aan, niks is onmogelijk, we hebben hier met Geese te maken, daarbij gelden geen grenzen. Had ik Geese al een hedendaagse cross-over band genoemd?
Het samenspel tussen bassist Dominic DiGesu en gitarist Emily Green ontaardt in de geniale discofunk groove van het hemelse 100 Horses. Hippie-ideologie met een drang naar liefde en geluk. De achterliggende gedachte is dat oorlogvoeren een zinloze bezigheid is, zeker als je de tijd ook met dansen kan vervullen. Niks nieuws onder de zon, maar juist nu zo hard nodig. Slechts het countryrock-intro van Half Real verraadt de link met het voorgaande album 3D Country. Verder sluit de benevelde sixties-psychedelica van Half Real vooral aan op de liefdesverklaring 100 Horses. Alleen een hersenoperatie kan de mensheid redden, een chirurgische ingreep waar al het kwade vakkundig verwijderd wordt.
Bij Au Pays du Cocaine liggen de drugsverwijzingen er dik bovenop. Een mellow, filmische luilekkerlandtrack met toch weer die ongecontroleerde verbale uithalen van Cameron Winter. Het kakofonische einde kondigt de bruisende onheilsfunkrock van het evangelische Bow Down aan. Totaal de weg kwijt, totale overgave. Taxes wordt vervolgens door demonische jungle-ritmes en een zuiverend koor ondersteund. Hemel en hel smelten in deze muzikale oerknal samen om tot een helend vrolijk postpunk-eindstuk te komen. In het manische op hol geslagen Long Island City Here I Come staat de opkomst van deze New Yorkse wijk centraal. De schijnwereld van Het Beloofde Land in een notendop.
Op Getting Killed doet Geese dus precies wat we van dit New Yorkse gezelschap gewend zijn: verwarring zaaien. Niet te vergelijken met de vorige albums, je kan Getting Killed gerust het White Album van Geese noemen. Voorlopig lijkt er dan ook nog geen einde aan de gekte van Geese te komen.
Geese - Getting Killed | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Getting Killed trapt met Trinidad en de overrijpe bluesstem van de jonge twintiger Cameron Winter af. Het is een koortsige track, vergelijkbaar met de bizarre wereld die Jim Morrison bij het epische The End schiep. Licht dagdromend, druggy hallucinerend, een tikkeltje shockerend en vooral heel vreemd. Een rariteitenkabinet, trippend op verkeerde dope. Alsof een uit Louisiana afkomstige jazzy begrafenisstoet naar New York is uitgeweken en daar een tijdlang bivakkeert. Kan het nog gekker? Jazeker, dit is slechts het begin.
Al snel wordt duidelijk dat Geese op Getting Killed voor een meer open free jazz-benadering kiest. Eigenlijk is dit het minst vreemde wat je van Geese kan verwachten. Juist deze brutale jonge honden mentaliteit past het beste bij de band, al laten ze vooral een frisse injectie aan cross-over horen. Het is een mengelmoes aan stijlen, waarbij Cameron Winter net weer een andere afslag neemt. De schreeuwerige dronkenmanszang zit zo prominent vooraan in de mix, maar ergens klopt het ook wel. Hiphop producer Kenny Blume past dit trucje eerder al bij Joe Talbot van IDLES toe en weet verrekte goed waar hij mee bezig is.
De zon schijnt in de zomerse psychedelische soul van het niets aan de hand verleidende liefdesdeuntje Cobra. Donkere beats ontfermen zich over de gospelklaagzang van Husbands. Het is een kruistocht tegen de bergen op, met de nodige tegenslagen, bijna gebroederlijk houdt Geese zich fier staande. Dan is de hersenspoelende overgang naar het stevig rockende titelstuk Getting Killed een ware verademing. Al mijmerend en croonend trekt een egotrippende Cameron Winter alle aandacht naar zich toe. Met een breed scala aan huis-tuin-en-keuken-percussie instrumentatie neemt Max Bassin het van de zanger over.
Publieksliefhebber Islands of Men wordt al twee jaar lang live gespeeld en kan je gerust als het fundament van Getting Killed beschouwen. Deze hoeksteen staat voor de veelzijdigheid van Geese. Vanuit de rust opbouwen om in een helende lofzang te eindigen. Na een ongemakkelijke stilte gaat de track verder alsof er niks aan de hand is. Bijzonder dat er minimaal aan gesleuteld is en die jamsessie-belevenis volledig intact blijft. Een verdwaalde folkblazer sluit als ochtend ontwaker aan, niks is onmogelijk, we hebben hier met Geese te maken, daarbij gelden geen grenzen. Had ik Geese al een hedendaagse cross-over band genoemd?
Het samenspel tussen bassist Dominic DiGesu en gitarist Emily Green ontaardt in de geniale discofunk groove van het hemelse 100 Horses. Hippie-ideologie met een drang naar liefde en geluk. De achterliggende gedachte is dat oorlogvoeren een zinloze bezigheid is, zeker als je de tijd ook met dansen kan vervullen. Niks nieuws onder de zon, maar juist nu zo hard nodig. Slechts het countryrock-intro van Half Real verraadt de link met het voorgaande album 3D Country. Verder sluit de benevelde sixties-psychedelica van Half Real vooral aan op de liefdesverklaring 100 Horses. Alleen een hersenoperatie kan de mensheid redden, een chirurgische ingreep waar al het kwade vakkundig verwijderd wordt.
Bij Au Pays du Cocaine liggen de drugsverwijzingen er dik bovenop. Een mellow, filmische luilekkerlandtrack met toch weer die ongecontroleerde verbale uithalen van Cameron Winter. Het kakofonische einde kondigt de bruisende onheilsfunkrock van het evangelische Bow Down aan. Totaal de weg kwijt, totale overgave. Taxes wordt vervolgens door demonische jungle-ritmes en een zuiverend koor ondersteund. Hemel en hel smelten in deze muzikale oerknal samen om tot een helend vrolijk postpunk-eindstuk te komen. In het manische op hol geslagen Long Island City Here I Come staat de opkomst van deze New Yorkse wijk centraal. De schijnwereld van Het Beloofde Land in een notendop.
Op Getting Killed doet Geese dus precies wat we van dit New Yorkse gezelschap gewend zijn: verwarring zaaien. Niet te vergelijken met de vorige albums, je kan Getting Killed gerust het White Album van Geese noemen. Voorlopig lijkt er dan ook nog geen einde aan de gekte van Geese te komen.
Geese - Getting Killed | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Geese - Projector (2021)

4,5
2
geplaatst: 10 december 2021, 13:47 uur
I know I tried to raise you right
To tеach you what you need inside
So what are all my moments for?
The lessons of another life
I dance, I pray the rain away
It storms all night, it shakes all day
And I am in my final hour
So what were all those memories for?
Oh yeah
(Rain Dance)
Een oude geest gevangen in een jong kwetsbaar lichaam, we hebben dit al vaker gezien. De genialiteit van Adrian Borland (The Sound), Ian Curtis (Joy Division) en Nick Drake zijn het startpunt van eenrichtingsverkeer lijdenswegen die uiteindelijk tot de ondergang leiden. Here are the young men, the weight on their shoulders. De realistische dagdromer Cameron Winter bewaakt de onrustige visioenen en innerlijke kwelgeesten voor het definitieve slopende nachtmerrie verval. Geese is een anticonceptiemiddel om niet door het Britse postpunkvirus bezwangerd te raken. Het tegengif voor de allergische reactie welke in een beschimmelde Brooklynse studentenkelder tot ontplooiing komt.
Het veelbelovende Projector is een rechtstreeks emotioneel klaagverslag. Ongemanipuleerde puurheid, onaantastbaar gemaakt voor de doordachte brainwashende volwassenheid. Ja, het leven is zwaar, maar zeker niet uitzichtloos. Deze boodschap bereikt ook het onafhankelijke Partisan Records, die ze gekooid bij de vechtersmentaliteit van rivalen als Fontaines D.C. en IDLES onderbrengt. Het lukt Dan Carey niet om Geese bij zijn Speedy Wunderground label op te nemen, al zal deze dik tevreden zijn met de uitvoerende producerrol.
De geschoolde jeugdigheid haakt voordelig in op de kansloze No Future beweging. Geese introduceert zichzelf met het opruiende Disco, waarbij ze de onzekere corona crisis generatie confronteert met het onbereikbare verlangen van wat zich aan de andere kant van de spiegel afspeelt. Tegensprekende mindfulness wordt door First World Warrior afgedwongen. De ballade van het zelfredzaamheidspakket dat zichzelf vanuit het niets opbouwt tot een melancholisch tussenstation.
Onvoorspelbare hoekige drives saboteren Exploding Houses, die de opgeblazen wereld als een betrouwbaar familielid in een vijandige aartsrivaal transformeert. De opgedwongen Fantasies / Survival luiheid gaat nog een stapje verder en ontspoort in explosieve overlevingsdrang en afstompende geluidsterreur. Ondergrondse verzet zet zich voort in het controlerende Bottle waar Max Bassin zijn aanvallende oorlogsritmes op los laat. Het neurotisch dwangmatige Opportunity Is Knocking trekt als een uitgeraasde stervende hartspier samen om meegesleurd te worden door de nachtelijke leegte van het eeuwige zwarte gat.
Titelstuk Projector grijpt met freakende dronken hoogheidswanen en euforisch opwekkend koningsgevoel terug naar de glorieuze succesverhalen van het beruchte in Manhattan gevestigde CBGB punkhol. Het smerige verrotte afvoerputje van The Big Apple, waar de bittere uitgespuugde maatschappelijke zelfkant van New York in de jaren zeventig samenspant.
Met vers getapt gespreksstof vult Rain Dance de chaotische leeghoofdigheid van tijdsgenoten. Coming back to lifе. Een eindeloze stortvloed aan ophitsende drumslagen bevechten de raaskallende gitaarriffs die met moeite de dromerige horizon bereiken. Militaire gitaarprecisie beantwoorden de funkende Low Era discobeats welke de zinloosheid van het bestaan als nietszeggende pagina’s verscheuren. Projector is het jeukende verlangen om de ziekelijke koortsstuipen met een verdelgingsmiddel te bestrijden, een meesterdebuut!
Geese - Projector | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
To tеach you what you need inside
So what are all my moments for?
The lessons of another life
I dance, I pray the rain away
It storms all night, it shakes all day
And I am in my final hour
So what were all those memories for?
Oh yeah
(Rain Dance)
Een oude geest gevangen in een jong kwetsbaar lichaam, we hebben dit al vaker gezien. De genialiteit van Adrian Borland (The Sound), Ian Curtis (Joy Division) en Nick Drake zijn het startpunt van eenrichtingsverkeer lijdenswegen die uiteindelijk tot de ondergang leiden. Here are the young men, the weight on their shoulders. De realistische dagdromer Cameron Winter bewaakt de onrustige visioenen en innerlijke kwelgeesten voor het definitieve slopende nachtmerrie verval. Geese is een anticonceptiemiddel om niet door het Britse postpunkvirus bezwangerd te raken. Het tegengif voor de allergische reactie welke in een beschimmelde Brooklynse studentenkelder tot ontplooiing komt.
Het veelbelovende Projector is een rechtstreeks emotioneel klaagverslag. Ongemanipuleerde puurheid, onaantastbaar gemaakt voor de doordachte brainwashende volwassenheid. Ja, het leven is zwaar, maar zeker niet uitzichtloos. Deze boodschap bereikt ook het onafhankelijke Partisan Records, die ze gekooid bij de vechtersmentaliteit van rivalen als Fontaines D.C. en IDLES onderbrengt. Het lukt Dan Carey niet om Geese bij zijn Speedy Wunderground label op te nemen, al zal deze dik tevreden zijn met de uitvoerende producerrol.
De geschoolde jeugdigheid haakt voordelig in op de kansloze No Future beweging. Geese introduceert zichzelf met het opruiende Disco, waarbij ze de onzekere corona crisis generatie confronteert met het onbereikbare verlangen van wat zich aan de andere kant van de spiegel afspeelt. Tegensprekende mindfulness wordt door First World Warrior afgedwongen. De ballade van het zelfredzaamheidspakket dat zichzelf vanuit het niets opbouwt tot een melancholisch tussenstation.
Onvoorspelbare hoekige drives saboteren Exploding Houses, die de opgeblazen wereld als een betrouwbaar familielid in een vijandige aartsrivaal transformeert. De opgedwongen Fantasies / Survival luiheid gaat nog een stapje verder en ontspoort in explosieve overlevingsdrang en afstompende geluidsterreur. Ondergrondse verzet zet zich voort in het controlerende Bottle waar Max Bassin zijn aanvallende oorlogsritmes op los laat. Het neurotisch dwangmatige Opportunity Is Knocking trekt als een uitgeraasde stervende hartspier samen om meegesleurd te worden door de nachtelijke leegte van het eeuwige zwarte gat.
Titelstuk Projector grijpt met freakende dronken hoogheidswanen en euforisch opwekkend koningsgevoel terug naar de glorieuze succesverhalen van het beruchte in Manhattan gevestigde CBGB punkhol. Het smerige verrotte afvoerputje van The Big Apple, waar de bittere uitgespuugde maatschappelijke zelfkant van New York in de jaren zeventig samenspant.
Met vers getapt gespreksstof vult Rain Dance de chaotische leeghoofdigheid van tijdsgenoten. Coming back to lifе. Een eindeloze stortvloed aan ophitsende drumslagen bevechten de raaskallende gitaarriffs die met moeite de dromerige horizon bereiken. Militaire gitaarprecisie beantwoorden de funkende Low Era discobeats welke de zinloosheid van het bestaan als nietszeggende pagina’s verscheuren. Projector is het jeukende verlangen om de ziekelijke koortsstuipen met een verdelgingsmiddel te bestrijden, een meesterdebuut!
Geese - Projector | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Genesis - Genesis (1983)

3,5
0
geplaatst: 4 april 2017, 18:26 uur
Of het nu wel of niet een grap is dat het demonische lachje in Mama is afgeleid van het lachen van Grandmaster Flash in The Message weet ik niet; ritmisch gezien zou de beat van Mama weer prima onder een hiphop nummer passen.
Een sterke opener waarbij Phil Collins terecht de hoofdrol opeist.
Eigenlijk een mooi gegeven dat hij Genesis hier trouw bleef.
Solo was hij succesvoller dan bij zijn band, en Mama sluit dan ook meer aan bij Genesis, dan bij zijn solowerk, op de kenmerkende drums na.
That’s All past voor mijn gevoel meer op ...But Seriously.
Een stuk commerciëler dan Mama, maar vreemd genoeg geen hit.
Onder de naam Phil Collins had deze waarschijnlijk beter gescoord.
De gitaarsolo op het einde heeft wat raakvlakken met Big Love van Fleetwood Mac, en had wat prominenter aanwezig mogen zijn.
Home By The Sea is ook een echte single, maar deze werd nog minder opgepakt, hier is het symfonische element wel weer aanwezig.
De overgang naar Second Home by the Sea had ik mooier verwacht, dit is geen vervolg, maar meer een los staand nummer, alleen de tekst op het einde sluit er wel op aan.
Bij de sound moet ik meer aan de eerste twee albums van Tears For Fears denken, maar het geheel is mij net iets te langdradig.
Ook een naam als Jan Hammer is niet ver weg; een grappig feit is dat Phil Collins later een gastrol in Miami Vice zou vervullen.
Illegal Alien is blijkbaar ook op single verschenen, maar blijft totaal niet hangen, deze ook nooit op de radio voorbij horen komen.
Bij het einde zou een mooi Afrikaans ritme passen, maar blijkbaar had Collins het al te druk met zijn rol als frontman, waardoor hij vergeet om te drummen.
Taking It All Too Hard was de 5e single, dus blijkbaar was deze plaat wel degelijk gericht op een groter publiek; ik denk zelfs het Phil Collins publiek; welke ook Hello, I Must Be Going! en Face Value in de kast hebben staan.
Sterker nog; ik denk dat veel mannen deze bewust naast de Phil Collins platen hebben staan, zodat hun vrouwen deze ook eerder uit de kast zullen trekken.
Het lied is zelfs voor Phil Collins begrippen erg zoetsappig; dus zeker voor Genesis.
De laatste drie nummers Just a Job to Do, Silver Rainbow en It's Gonna Get Better hadden ook prima singles kunnen zijn, helaas net zo niets zeggend.
Niet helemaal geslaagd deze Genesis; ondanks het geweldige Mama.
Opvolger Invisible Touch bezat nog genoeg spannende momenten, maar We Can’t Dance blijf ik net als deze een veredeld solo album zien; maar goed, daar zullen de meningen verdeeld over zijn.
God Collins lag op de laatste dag van het scheppingsverhaal lui in zijn hangmat, en pakte af en toe nog wat stiften om zijn kleurenboek versie van de bijbel af te ronden.
Een sterke opener waarbij Phil Collins terecht de hoofdrol opeist.
Eigenlijk een mooi gegeven dat hij Genesis hier trouw bleef.
Solo was hij succesvoller dan bij zijn band, en Mama sluit dan ook meer aan bij Genesis, dan bij zijn solowerk, op de kenmerkende drums na.
That’s All past voor mijn gevoel meer op ...But Seriously.
Een stuk commerciëler dan Mama, maar vreemd genoeg geen hit.
Onder de naam Phil Collins had deze waarschijnlijk beter gescoord.
De gitaarsolo op het einde heeft wat raakvlakken met Big Love van Fleetwood Mac, en had wat prominenter aanwezig mogen zijn.
Home By The Sea is ook een echte single, maar deze werd nog minder opgepakt, hier is het symfonische element wel weer aanwezig.
De overgang naar Second Home by the Sea had ik mooier verwacht, dit is geen vervolg, maar meer een los staand nummer, alleen de tekst op het einde sluit er wel op aan.
Bij de sound moet ik meer aan de eerste twee albums van Tears For Fears denken, maar het geheel is mij net iets te langdradig.
Ook een naam als Jan Hammer is niet ver weg; een grappig feit is dat Phil Collins later een gastrol in Miami Vice zou vervullen.
Illegal Alien is blijkbaar ook op single verschenen, maar blijft totaal niet hangen, deze ook nooit op de radio voorbij horen komen.
Bij het einde zou een mooi Afrikaans ritme passen, maar blijkbaar had Collins het al te druk met zijn rol als frontman, waardoor hij vergeet om te drummen.
Taking It All Too Hard was de 5e single, dus blijkbaar was deze plaat wel degelijk gericht op een groter publiek; ik denk zelfs het Phil Collins publiek; welke ook Hello, I Must Be Going! en Face Value in de kast hebben staan.
Sterker nog; ik denk dat veel mannen deze bewust naast de Phil Collins platen hebben staan, zodat hun vrouwen deze ook eerder uit de kast zullen trekken.
Het lied is zelfs voor Phil Collins begrippen erg zoetsappig; dus zeker voor Genesis.
De laatste drie nummers Just a Job to Do, Silver Rainbow en It's Gonna Get Better hadden ook prima singles kunnen zijn, helaas net zo niets zeggend.
Niet helemaal geslaagd deze Genesis; ondanks het geweldige Mama.
Opvolger Invisible Touch bezat nog genoeg spannende momenten, maar We Can’t Dance blijf ik net als deze een veredeld solo album zien; maar goed, daar zullen de meningen verdeeld over zijn.
God Collins lag op de laatste dag van het scheppingsverhaal lui in zijn hangmat, en pakte af en toe nog wat stiften om zijn kleurenboek versie van de bijbel af te ronden.
Gengahr - Sanctuary (2020)

3,0
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 18:30 uur
Ergens in de schoolbanken van de Stoke Newington School in de wijk Hackney te Londen moet in 2013 het idee ontstaan zijn om een band te beginnen. Om je dan naar het paars opgezwollen Pokomon karakter Gengahr te vernoemen getuigd van het gegeven dat ze het allemaal niet zo serieus nemen.
Plezier is nog steeds de hoofdmoot, al heeft frontman Felix Bushe de nodige persoonlijke shit een passende plek in zijn leven moeten geven, die wrange nasmaak hoor je minimaal terug in Sanctuary. De kunst om een verwerkingsplaat vooral persoonlijk te houden, en de buitenwereld niet tot bemoeienis te dwingen.
Feit is dat ze met het funkende soulvolle A Dream Outside aardig wat indruk weten te maken en ook opvolger Where Wildness Grows gaat onverstoord door op die dromerige lijn. Sanctuary opent geen nieuwe deuren maar laat net iets meer lichte psychedelica toe, en heeft hierdoor meer raakvlakken met de Britpop uit de jaren negentig. Uiteraard vervangt het niet de disco invloeden, maar kan het voornamelijk gezien worden als een prettige voltooiing en glad strijken van het groepsgeluid.
Everything & More heeft een heerlijk zweverig new wave synthesizer intro welke opgezweept wordt door die pushende beat. Felix Bush laat met zijn hoge kopstemgeluid weer eens horen dat hij met gemak te plaatsen is in de sound van de laatste twee decennia‘s van de vorige eeuw. Dit in combinatie met de scherpe gitaaruithalen vat perfect samen waar Gengahr anno 2020 voor staat. Een betere introductie hadden ze niet kunnen maken.
Dat de band geen Nile Rodgers nodig heeft om een swingende baspartij te produceren bewijzen ze wel met Heavenly Maybe. Blijkbaar heeft de van Bombay Bicycle Club afkomstige Jack Steadman tijdens de afronding van hun laatste plaat Everything Else Has Gone Wrong genoeg tijd over om die geslaagde rol op zich te nemen. Heel passend weet hij te vermijden om er teveel zijn eigen stempel op te drukken, maar leidt hij het opnameproces in de juiste banen. Het is hem in ieder geval goed gelukt om dezelfde bruisende coolness over te brengen.
Het tempo wordt flink opgevoerd in het cyberpunk getinte You’re No Fun waar ook de studentikoze puntigheid van collegebands in verweven zit. Ze verloochenen gelukkig niet de dansbaarheid waarvoor ze ook op de vorige albums garant staan, al is er op Sanctuary meer plek gecreëerd voor stabiliteit en rust. Iets wat de zanger ook duidelijk opzoekt in zijn persoonlijke leven. Helaas lukt het ze simpelweg niet om de aandacht de hele tijd op te eisen.
Gengahr - Sanctuary | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Plezier is nog steeds de hoofdmoot, al heeft frontman Felix Bushe de nodige persoonlijke shit een passende plek in zijn leven moeten geven, die wrange nasmaak hoor je minimaal terug in Sanctuary. De kunst om een verwerkingsplaat vooral persoonlijk te houden, en de buitenwereld niet tot bemoeienis te dwingen.
Feit is dat ze met het funkende soulvolle A Dream Outside aardig wat indruk weten te maken en ook opvolger Where Wildness Grows gaat onverstoord door op die dromerige lijn. Sanctuary opent geen nieuwe deuren maar laat net iets meer lichte psychedelica toe, en heeft hierdoor meer raakvlakken met de Britpop uit de jaren negentig. Uiteraard vervangt het niet de disco invloeden, maar kan het voornamelijk gezien worden als een prettige voltooiing en glad strijken van het groepsgeluid.
Everything & More heeft een heerlijk zweverig new wave synthesizer intro welke opgezweept wordt door die pushende beat. Felix Bush laat met zijn hoge kopstemgeluid weer eens horen dat hij met gemak te plaatsen is in de sound van de laatste twee decennia‘s van de vorige eeuw. Dit in combinatie met de scherpe gitaaruithalen vat perfect samen waar Gengahr anno 2020 voor staat. Een betere introductie hadden ze niet kunnen maken.
Dat de band geen Nile Rodgers nodig heeft om een swingende baspartij te produceren bewijzen ze wel met Heavenly Maybe. Blijkbaar heeft de van Bombay Bicycle Club afkomstige Jack Steadman tijdens de afronding van hun laatste plaat Everything Else Has Gone Wrong genoeg tijd over om die geslaagde rol op zich te nemen. Heel passend weet hij te vermijden om er teveel zijn eigen stempel op te drukken, maar leidt hij het opnameproces in de juiste banen. Het is hem in ieder geval goed gelukt om dezelfde bruisende coolness over te brengen.
Het tempo wordt flink opgevoerd in het cyberpunk getinte You’re No Fun waar ook de studentikoze puntigheid van collegebands in verweven zit. Ze verloochenen gelukkig niet de dansbaarheid waarvoor ze ook op de vorige albums garant staan, al is er op Sanctuary meer plek gecreëerd voor stabiliteit en rust. Iets wat de zanger ook duidelijk opzoekt in zijn persoonlijke leven. Helaas lukt het ze simpelweg niet om de aandacht de hele tijd op te eisen.
Gengahr - Sanctuary | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Geordie Greep - The New Sound (2024)

4,5
2
geplaatst: 17 oktober 2024, 09:20 uur
Eigenlijk staat Geordie Greep al buiten Black Midi als Hellfire uitkomt. Ergens klopt het nog wel, maar het is duidelijk dat hij met zijn croonende stijl van zingen en verwijzingen naar Disney musicals ver boven zijn bandgenoten Cameron Picton en Morgan Simpson uitstijgt. Niet dat de Black Midi cross-over minder is, integendeel, zijn gedachtes dwalen af naar een totaal andere wereld. Een wereld die gevuld is met retro seventies glamour, nachtclub Copacabana en Big City romantiek.
Het muzikale brein van Black Midi volgt met The New Sound zijn hart. Het was dapper om op het hoogtepunt vaarwel te zeggen, net voordat het dreigende verval zou kunnen toeslaan. Officieel zit hij nog midden in Black Midi, in interviews hintte hij al duidelijk naar het einde van die band. Toen bleek dat Matt Kwasniewski-Kelvin na het overweldigende succes van Schlagenheim niet met die sterrenstatus kon omgaan, had dat ook zijn uitwerking op de gemoedstoestand van Geordie Greep. Het moest allemaal wel leuk blijven.
Als Black Midi na Hellfire dreigt vast te lopen, en amper aan vers materiaal toekomt, trekt hij schijnbaar zijn conclusies. Dan maar zonder het overige tweetal een andere koers bewandelen. Normaal heb ik weinig vertrouwen in een solo uitstapje van een zanger, bij Geordie Greep voelt het logisch aan. Zo logisch zelfs dat dit het uiteenvallen van Black Midi grotendeels verklaart. Het beest heeft gevochten, en is strijdend in het Hellfire ten onder gegaan. Uit die asresten herrijst The New Sound, het eerste hoofdstuk uit een nieuw boek. Met meer dan dertig sessiemuzikanten hergroepeert het beest zich nu tot een heel leger. Dat drummer Morgan Simpson bij openingstrack Blues deze krijgsmacht vergezeld zegt genoeg over de onderlinge Black Midi verhoudingen.
Geordie Greep heeft het niet zo op dat massale en is geen kroegtijger. Daar komt hij zichzelf echter wel in de verhalen van anderen tegen. Blues is doordrenkt van typisch machogedrag. De seksdrift en grootheidswaan van een arrogante eenzame huisman, die vervolgens weer naar huis terugkeert, en daar niks te zeggen heeft. Blues is het nachtleven in de huidige tijd, opgepompt sprookjesachtig, een beetje gangster, heel veel het uitzichtloze barfly gevoel. Blues is vluchtig, freakend gehaast, zenuwachtig, nerveus. Black Midi en de beginfase van de overgang naar The New Sound. Waarom poëzie gebruiken als je jezelf ook in eenvoudige straattaal kan uitdrukken? Het moet niet allemaal zo moeilijk zijn.
Terra start als eigenwaan. Al snel gaat dit in de dagelijkse vernietigingsdrang van de wereld over. Onderdrukking tentoongesteld in musea, daar worden we met de neus op de feiten gedrukt. Daar hoort de mensheid gekooid thuis, zodat er dan niet meer ellende kan worden aangericht. Terra is gebaseerd op Bossanova, dansbare jazzy swingbeats met een hoog zomers gehalte. Gewoon anoniem met de plaatselijke muzikale helden jammen die waarschijnlijk nog nooit van Black Midi of van postpunk hebben gehoord. Het opent de deuren naar de balzaal waar men het publiek met bigband en fusion opwarmt. Het is allemaal zo onschuldig, zo uitnodigend, de tegenpool van het complexe Black Midi geluid.
Het stuiterende Holy, Holy heeft die gedrevenheid dus wel. Het ziekelijke hoofdpersonage is een onbetrouwbare viezerik die zorgvuldig zijn vrouwelijke slachtoffers uitzoekt. De voortzetting van Blues, nu zet hij zijn smerige woorden dus wel in daden om. Een hoog vintage Studio 54 disco gehalte, waar men denkt dat alles kan, dat alle dromen uit kunnen komen. Niet alleen de zanger Geordie Greep verkeert in topvorm, de muzikant Geordie Greep mag er ook zijn. Hij laat zijn gitaar rocken, huilen en funken en vergeet hierbij de omlijsting met uitmuntende blazers, percussie exotica en gospel achtergrondzang niet. Een prachtig totaalplaatje waar hij na de climax halverwege vrolijk doorgaat. Door de retro invalshoeken klinkt The New Sound hoe dan ook als een heimelijk verlangen naar een welvarend Amerika, waar iedereen nog in dromen gelooft.
Het titelstuk is een langgerekt instrumentaal intermezzo, met een hoog Loveboat gehalte, een beetje overdreven, maar dan door goede seventies funksoul muzikanten ingespeeld. Over de top in het kwadraat en dan zelfs nog een beetje meer. Walk Up laat je in die filmische sfeer verdwalen. Isaac Hayes toont zijn imperium, blingbling voordat het begrip naam krijgt. Het is echter een wandeling door het ghetto, een realistisch beeld van de donkere kant van New York. Cold turkey ontwaken na het nachtelijk doorstappen in de Holy, Holy Studio 54. Through A War staat bij een van de zwartste pagina’s uit de geschiedenis van de Verenigde Staten stil. Het gaat over de zinloze afslachting van leden van de Dakota-stam tijdens de Burgeroorlog in 1862. Geordie Greep brengt het als een spannende vertelling en weet de tragiek met de muzikale aankleding absurdistisch neer te zetten.
Het rustgevende freakende Bongo Season vergelijkt een collectieve zelfmoord met een bevredigende zachte vorm van euthanasie. De schoonheid van het eeuwig samen voortleven. De Motorbike jazznoise is het escapisme van deze waanzin. Een boterbriefje om de terugreis te versnellen. Hier hoort Geordie Greep niet thuis, begrijpelijk dat producer Seth Evans hier de zangpartijen voor zijn rekening neemt, begrijpelijk dat Geordie Greep ervoor kiest om de plaat thuis te voltooien.
Gelukkig maar, een bezoek aan het Beloofde Land leidt veelal tot commercialisatie en levert daardoor geen artistieke voortzetting op. De As If Waltz glam musical stemming staat voor vluchtige seks. Een uur lang een prostituée afkopen die aan al je wensen voldoet. Betaalde one night stand romantiek, zonder inhoud, zonder gevoel. Fantaseren over een lonende toekomstrelatie om vervolgens weer te aarden. Het flitsende einde markeert nogmaals die jaren zeventig stempel, lekker funkend met uitbundig gitaar soleerwerk.
Met The Magician schrijft Geordie Greep zijn eigen folkrock opera. Tussen de regels door is het te herleiden tot het einde van Black Midi, de tragiek van het afscheid. Wat blijft er over als die uitdaging weg is, als de zin verdwenen is? Een uitgerekt epos dat best wat korter had mogen zijn. Oorspronkelijk voor Black Midi geschreven, waardoor het ook weer wrang aanvoelt. Met het prachtige eerbetoon aan de liefde sluit hij The New Sound af. If You Are but a Dream is een lekkere tegendraadse oude cover, die in handen van Frank Sinatra tot een klassieker uitgroeide. Benieuwd hoe ras performer Geordie Greep zich begin december op het Zeitgeist festival in Doornroosje presenteert.
Geordie Greep - The New Sound | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het muzikale brein van Black Midi volgt met The New Sound zijn hart. Het was dapper om op het hoogtepunt vaarwel te zeggen, net voordat het dreigende verval zou kunnen toeslaan. Officieel zit hij nog midden in Black Midi, in interviews hintte hij al duidelijk naar het einde van die band. Toen bleek dat Matt Kwasniewski-Kelvin na het overweldigende succes van Schlagenheim niet met die sterrenstatus kon omgaan, had dat ook zijn uitwerking op de gemoedstoestand van Geordie Greep. Het moest allemaal wel leuk blijven.
Als Black Midi na Hellfire dreigt vast te lopen, en amper aan vers materiaal toekomt, trekt hij schijnbaar zijn conclusies. Dan maar zonder het overige tweetal een andere koers bewandelen. Normaal heb ik weinig vertrouwen in een solo uitstapje van een zanger, bij Geordie Greep voelt het logisch aan. Zo logisch zelfs dat dit het uiteenvallen van Black Midi grotendeels verklaart. Het beest heeft gevochten, en is strijdend in het Hellfire ten onder gegaan. Uit die asresten herrijst The New Sound, het eerste hoofdstuk uit een nieuw boek. Met meer dan dertig sessiemuzikanten hergroepeert het beest zich nu tot een heel leger. Dat drummer Morgan Simpson bij openingstrack Blues deze krijgsmacht vergezeld zegt genoeg over de onderlinge Black Midi verhoudingen.
Geordie Greep heeft het niet zo op dat massale en is geen kroegtijger. Daar komt hij zichzelf echter wel in de verhalen van anderen tegen. Blues is doordrenkt van typisch machogedrag. De seksdrift en grootheidswaan van een arrogante eenzame huisman, die vervolgens weer naar huis terugkeert, en daar niks te zeggen heeft. Blues is het nachtleven in de huidige tijd, opgepompt sprookjesachtig, een beetje gangster, heel veel het uitzichtloze barfly gevoel. Blues is vluchtig, freakend gehaast, zenuwachtig, nerveus. Black Midi en de beginfase van de overgang naar The New Sound. Waarom poëzie gebruiken als je jezelf ook in eenvoudige straattaal kan uitdrukken? Het moet niet allemaal zo moeilijk zijn.
Terra start als eigenwaan. Al snel gaat dit in de dagelijkse vernietigingsdrang van de wereld over. Onderdrukking tentoongesteld in musea, daar worden we met de neus op de feiten gedrukt. Daar hoort de mensheid gekooid thuis, zodat er dan niet meer ellende kan worden aangericht. Terra is gebaseerd op Bossanova, dansbare jazzy swingbeats met een hoog zomers gehalte. Gewoon anoniem met de plaatselijke muzikale helden jammen die waarschijnlijk nog nooit van Black Midi of van postpunk hebben gehoord. Het opent de deuren naar de balzaal waar men het publiek met bigband en fusion opwarmt. Het is allemaal zo onschuldig, zo uitnodigend, de tegenpool van het complexe Black Midi geluid.
Het stuiterende Holy, Holy heeft die gedrevenheid dus wel. Het ziekelijke hoofdpersonage is een onbetrouwbare viezerik die zorgvuldig zijn vrouwelijke slachtoffers uitzoekt. De voortzetting van Blues, nu zet hij zijn smerige woorden dus wel in daden om. Een hoog vintage Studio 54 disco gehalte, waar men denkt dat alles kan, dat alle dromen uit kunnen komen. Niet alleen de zanger Geordie Greep verkeert in topvorm, de muzikant Geordie Greep mag er ook zijn. Hij laat zijn gitaar rocken, huilen en funken en vergeet hierbij de omlijsting met uitmuntende blazers, percussie exotica en gospel achtergrondzang niet. Een prachtig totaalplaatje waar hij na de climax halverwege vrolijk doorgaat. Door de retro invalshoeken klinkt The New Sound hoe dan ook als een heimelijk verlangen naar een welvarend Amerika, waar iedereen nog in dromen gelooft.
Het titelstuk is een langgerekt instrumentaal intermezzo, met een hoog Loveboat gehalte, een beetje overdreven, maar dan door goede seventies funksoul muzikanten ingespeeld. Over de top in het kwadraat en dan zelfs nog een beetje meer. Walk Up laat je in die filmische sfeer verdwalen. Isaac Hayes toont zijn imperium, blingbling voordat het begrip naam krijgt. Het is echter een wandeling door het ghetto, een realistisch beeld van de donkere kant van New York. Cold turkey ontwaken na het nachtelijk doorstappen in de Holy, Holy Studio 54. Through A War staat bij een van de zwartste pagina’s uit de geschiedenis van de Verenigde Staten stil. Het gaat over de zinloze afslachting van leden van de Dakota-stam tijdens de Burgeroorlog in 1862. Geordie Greep brengt het als een spannende vertelling en weet de tragiek met de muzikale aankleding absurdistisch neer te zetten.
Het rustgevende freakende Bongo Season vergelijkt een collectieve zelfmoord met een bevredigende zachte vorm van euthanasie. De schoonheid van het eeuwig samen voortleven. De Motorbike jazznoise is het escapisme van deze waanzin. Een boterbriefje om de terugreis te versnellen. Hier hoort Geordie Greep niet thuis, begrijpelijk dat producer Seth Evans hier de zangpartijen voor zijn rekening neemt, begrijpelijk dat Geordie Greep ervoor kiest om de plaat thuis te voltooien.
Gelukkig maar, een bezoek aan het Beloofde Land leidt veelal tot commercialisatie en levert daardoor geen artistieke voortzetting op. De As If Waltz glam musical stemming staat voor vluchtige seks. Een uur lang een prostituée afkopen die aan al je wensen voldoet. Betaalde one night stand romantiek, zonder inhoud, zonder gevoel. Fantaseren over een lonende toekomstrelatie om vervolgens weer te aarden. Het flitsende einde markeert nogmaals die jaren zeventig stempel, lekker funkend met uitbundig gitaar soleerwerk.
Met The Magician schrijft Geordie Greep zijn eigen folkrock opera. Tussen de regels door is het te herleiden tot het einde van Black Midi, de tragiek van het afscheid. Wat blijft er over als die uitdaging weg is, als de zin verdwenen is? Een uitgerekt epos dat best wat korter had mogen zijn. Oorspronkelijk voor Black Midi geschreven, waardoor het ook weer wrang aanvoelt. Met het prachtige eerbetoon aan de liefde sluit hij The New Sound af. If You Are but a Dream is een lekkere tegendraadse oude cover, die in handen van Frank Sinatra tot een klassieker uitgroeide. Benieuwd hoe ras performer Geordie Greep zich begin december op het Zeitgeist festival in Doornroosje presenteert.
Geordie Greep - The New Sound | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
George Michael - Faith (1987)

3,0
0
geplaatst: 2 april 2015, 20:23 uur
George Michael is natuurlijk een bekende naam in de popmuziek, en volgens mij ook algemeen geaccepteerd.
Toch moet het voor hem ook een moeilijke stap zijn geweest om Faith uit te brengen.
Wham! Had de status van tieneridolen, en de klap was ook groot bij de verliefde tienermeisjes toen daar de stekker uit werd getrokken.
George Michael wist gelukkig solo al aardig te scoren met Careless Whisper en A Different Corner, dus men wist wel dat hij het in zich moest hebben om ook een goed album te maken.
Toch wist hij met de eerste single I Want Your Sex aardig te shockeren.
Niet alleen de tekst was heftig voor de jonge pubers, ook de clip zorgde voor de nodige onrust, terwijl de vrouwelijke leden van Prince & the Revolution er al jaren bij liepen als de modellen.
Nee, er was meer aan de hand; I Want Your Sex was geen romantisch knuffelrock achtig nummer als eerder solowerk, en bepaalde Wham! singles.
Tevens was het geen vrolijk huppelnummer waarmee het tweetal ook aardig wist te scoren.
I Want Your Sex is vergelijkbaar met het latere nummer Outside, en eigenlijk geen geschikte eerste single als introductie van Faith.
Duidelijk dat George Michael een statement wilde neer zetten, en daar in slaagde, maar hij had beter voor het titelnummer kunnen kiezen.
Vervolgens zou de overgang naar de zwoele jazz en soul nummers prima scoren, want er staan genoeg hoogtepunten op.
Father Figure vind ik hem echt op zijn best, wat is dit een heerlijk nummer.
One More Try en Kissing A Fool zitten daar voor mij maar net onder.
Nog steeds vind ik het album Faith het sterkste wat George Michael solo of met Wham! heeft gemaakt.
Er werden 6 succesvolle singles uit gebracht, en men was uiteindelijk al snel Wham! vergeten, wel zielig voor die andere van dat stel, maar die had dan wel weer het geluk dat hij kon trouwen met een van die mooie dames van Bananarama.
Toch moet het voor hem ook een moeilijke stap zijn geweest om Faith uit te brengen.
Wham! Had de status van tieneridolen, en de klap was ook groot bij de verliefde tienermeisjes toen daar de stekker uit werd getrokken.
George Michael wist gelukkig solo al aardig te scoren met Careless Whisper en A Different Corner, dus men wist wel dat hij het in zich moest hebben om ook een goed album te maken.
Toch wist hij met de eerste single I Want Your Sex aardig te shockeren.
Niet alleen de tekst was heftig voor de jonge pubers, ook de clip zorgde voor de nodige onrust, terwijl de vrouwelijke leden van Prince & the Revolution er al jaren bij liepen als de modellen.
Nee, er was meer aan de hand; I Want Your Sex was geen romantisch knuffelrock achtig nummer als eerder solowerk, en bepaalde Wham! singles.
Tevens was het geen vrolijk huppelnummer waarmee het tweetal ook aardig wist te scoren.
I Want Your Sex is vergelijkbaar met het latere nummer Outside, en eigenlijk geen geschikte eerste single als introductie van Faith.
Duidelijk dat George Michael een statement wilde neer zetten, en daar in slaagde, maar hij had beter voor het titelnummer kunnen kiezen.
Vervolgens zou de overgang naar de zwoele jazz en soul nummers prima scoren, want er staan genoeg hoogtepunten op.
Father Figure vind ik hem echt op zijn best, wat is dit een heerlijk nummer.
One More Try en Kissing A Fool zitten daar voor mij maar net onder.
Nog steeds vind ik het album Faith het sterkste wat George Michael solo of met Wham! heeft gemaakt.
Er werden 6 succesvolle singles uit gebracht, en men was uiteindelijk al snel Wham! vergeten, wel zielig voor die andere van dat stel, maar die had dan wel weer het geluk dat hij kon trouwen met een van die mooie dames van Bananarama.
Geotic - Traversa (2018)

3,5
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 15:14 uur
Als kind zijnde altijd gefascineerd geweest door de mogelijkheden van elektronica, en dan ging mijn voorkeur voornamelijk uit naar de keyboard. Het idee om zelf drumpartijen, gitaarloopjes en andere melodieën toe te voegen maakte veel indruk. Tegenwoordig heb je via internet eenvoudig de mogelijkheid om dit alles vorm te geven, thuis te werken en een product wat zo goed als af is te presenteren. Deze creativiteit verwacht ik ook terug te horen bij Geotic.
Waarschijnlijk loopt het verhaal bij Will Wiesenfeld iets anders. Deze ook onder de naam Baths opererende artiest is eind jaren 80 geboren, en voor hem zijn bovenstaande feiten net zo gewoon, als voor mijn generatie het gebruik van een cassettedeck was, om je van nieuwe muziek te voorzien. In 2010 in woonplaats Los Angeles benoemd als de grote belofte op het gebied van elektronische muziek bij Southern California Public Radio, levert hij met Traversa al zijn derde album af in twee jaar tijd, na een periode van stilte vanaf 2014. Bevestigt Geotic hiermee de status die hem is toegediend, of hebben we stiekem toch wel te maken met een teleurstelling.
Knapsack roept het beeld op van een verfrissende ochtendwandeling; knapzak gevuld met gesmeerde broodjes, tafelkleed en pakjes appelsap. Het lijkt echter dat vervolgens bij Swiss Bicycle alle bagage wordt achter gelaten, en zonder inhoud de trektocht al huppelend door weides wordt voortgezet. Toch de volgende keer die paddenstoelen laten staan meneer Wiesenfeld. De strijkers maken het geheel minder kunstmatig en aangenamer.
Harbor Drive heeft een sterk veelbelovend duister begin wat aanspreekt, met pianoklanken die invallen als koele eigenwijze regendruppels. De beats in Aerostat zijn lekker vet in verhouding tot de rest, een aangename toevoeging, de stroom van lucht laat je weg glijden op een hologram van een wolkendek gemaakt van felle laserstralen, zoals gebruikt in een club.
Town Square gaat nog een stap verder richting Ambient met het prima fingerpicking synthesizerwerk. Bij Terraformer zijn de vocals gelukkig weer aanwezig, hier had op Traversa best wel meer gebruik van mogen gemaakt. Misschien twijfelt Geotic nog aan zijn zangkunsten, maar aangenaam is het zeker!
Gondolier is een geluidscollage, dobberend in rustig vaarwater met stroomversnellingen. Hoogtepunt is het op single verschenen sfeervolle afsluiter Maglev Deze opent als een eclips van de eerste zonnestralen die al strelend de dag verwelkomen. Meer geschikt om Traversa mee te beginnen, dan op de plek die deze toegeëigend krijgt.
Traversa lijkt in eerste instantie een luchtige, niets-aan-de-hand-plaat, als een grote skippybal stuitert hij rond, heel speels en onschuldig. Gewoon heel prettig en rustgevend. Baarmoeder elektronica, muziek voor ongeboren baby’s, die veilig in foetushouding liggen te wachten om zich te openbaren in een voor hun nieuwe wereld, gevuld vol geborgenheid en warmte. Een alternatief voor New Age aanhangers voor wie het in de winter te koud is om hun onvrede tegen zwijgende bomen te uiten. Mediterend en zweverig. Pas de derde luisterbeurt openbaarde Traversa zich op een rustgevende, vredige manier. Toch waren mijn verwachtingen een stuk hoger, zeker bij een artiest met zo’n hoog aanzien.
Geotic - Traversa | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Waarschijnlijk loopt het verhaal bij Will Wiesenfeld iets anders. Deze ook onder de naam Baths opererende artiest is eind jaren 80 geboren, en voor hem zijn bovenstaande feiten net zo gewoon, als voor mijn generatie het gebruik van een cassettedeck was, om je van nieuwe muziek te voorzien. In 2010 in woonplaats Los Angeles benoemd als de grote belofte op het gebied van elektronische muziek bij Southern California Public Radio, levert hij met Traversa al zijn derde album af in twee jaar tijd, na een periode van stilte vanaf 2014. Bevestigt Geotic hiermee de status die hem is toegediend, of hebben we stiekem toch wel te maken met een teleurstelling.
Knapsack roept het beeld op van een verfrissende ochtendwandeling; knapzak gevuld met gesmeerde broodjes, tafelkleed en pakjes appelsap. Het lijkt echter dat vervolgens bij Swiss Bicycle alle bagage wordt achter gelaten, en zonder inhoud de trektocht al huppelend door weides wordt voortgezet. Toch de volgende keer die paddenstoelen laten staan meneer Wiesenfeld. De strijkers maken het geheel minder kunstmatig en aangenamer.
Harbor Drive heeft een sterk veelbelovend duister begin wat aanspreekt, met pianoklanken die invallen als koele eigenwijze regendruppels. De beats in Aerostat zijn lekker vet in verhouding tot de rest, een aangename toevoeging, de stroom van lucht laat je weg glijden op een hologram van een wolkendek gemaakt van felle laserstralen, zoals gebruikt in een club.
Town Square gaat nog een stap verder richting Ambient met het prima fingerpicking synthesizerwerk. Bij Terraformer zijn de vocals gelukkig weer aanwezig, hier had op Traversa best wel meer gebruik van mogen gemaakt. Misschien twijfelt Geotic nog aan zijn zangkunsten, maar aangenaam is het zeker!
Gondolier is een geluidscollage, dobberend in rustig vaarwater met stroomversnellingen. Hoogtepunt is het op single verschenen sfeervolle afsluiter Maglev Deze opent als een eclips van de eerste zonnestralen die al strelend de dag verwelkomen. Meer geschikt om Traversa mee te beginnen, dan op de plek die deze toegeëigend krijgt.
Traversa lijkt in eerste instantie een luchtige, niets-aan-de-hand-plaat, als een grote skippybal stuitert hij rond, heel speels en onschuldig. Gewoon heel prettig en rustgevend. Baarmoeder elektronica, muziek voor ongeboren baby’s, die veilig in foetushouding liggen te wachten om zich te openbaren in een voor hun nieuwe wereld, gevuld vol geborgenheid en warmte. Een alternatief voor New Age aanhangers voor wie het in de winter te koud is om hun onvrede tegen zwijgende bomen te uiten. Mediterend en zweverig. Pas de derde luisterbeurt openbaarde Traversa zich op een rustgevende, vredige manier. Toch waren mijn verwachtingen een stuk hoger, zeker bij een artiest met zo’n hoog aanzien.
Geotic - Traversa | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Ghost - Meliora (2015)

4,0
0
geplaatst: 28 mei 2016, 18:12 uur
Een zeer toegankelijk metal album, hoor er Amorphis, Alice in Chains, Type O Negative en Alice Cooper in terug, maar Ghost klinkt gemakkelijker in het gehoor.
Voor mij liggen de roots hiervan meer in de jaren 90.
Met het uiterlijk vertoon verwacht je een meer Black metal gerichte band, maar dit is een stuk minder zwaar, wel een goed album.
Voor mij liggen de roots hiervan meer in de jaren 90.
Met het uiterlijk vertoon verwacht je een meer Black metal gerichte band, maar dit is een stuk minder zwaar, wel een goed album.
Ghost - Prequelle (2018)

3,5
2
geplaatst: 17 juni 2018, 17:28 uur
Bij Meliora klonk de zang van Ghost nog erg als die van Alice in Chains, bij opvolger Prequelle hoor ik er meer Megadeth doorheen.
Verder moet ik hoe dan ook meer aan de jaren 80 metal sound denken dan bij vorig werk, ook Alice Cooper (Poison) en Mötley Crüe dringen in mij op.
Eigenlijk wel grappig, de hairbands werden verdrongen door de grunge, hier hoor je beide terug.
Maar bij Ghost kun je dit soort acties verwachten.
Helaas is het nu bekend wie de grote man achter dit project is, wat wel een groot deel van het mysterieuze imago weg neemt, dat gevoel had ik ook bij KISS (bleken in het echt lelijke oude rockers te zijn), en Slipknot (die zagen er uit als de gemiddelde leraar van het voortgezet onderwijs) en Sinterklaas (die bleek gewoon de plaatselijke bakker te zijn).
En via Sinterklaas beland je al snel weer bij Ghost, de hoofdpersonen lijken wel familie van elkaar.
Anderzijds is het ook wel zo dat Ghost muzikaal sterk genoeg is om het theatrale achterwege te laten, maar het ziet er natuurlijk geweldig uit op het podium.
Dance Macabre was de eerste kennismaking met Prequelle, en die klonk wel erg toegankelijk, toch ben ik na een aantal luisterbeurten weer erg te spreken over het geheel, sterker nog, misschien is dit wel hun beste album tot nu toe.
Miasma als hoogtepunt, eerst krijg je een Ayreon achtig geheel (die ik trouwens hier wel vaker terug hoor), gevolgd met een instrumenteel middenstuk welke wat weg heeft van Metallica, om vervolgens onverwachts af te sluiten met die saxofoon.
Verder moet ik hoe dan ook meer aan de jaren 80 metal sound denken dan bij vorig werk, ook Alice Cooper (Poison) en Mötley Crüe dringen in mij op.
Eigenlijk wel grappig, de hairbands werden verdrongen door de grunge, hier hoor je beide terug.
Maar bij Ghost kun je dit soort acties verwachten.
Helaas is het nu bekend wie de grote man achter dit project is, wat wel een groot deel van het mysterieuze imago weg neemt, dat gevoel had ik ook bij KISS (bleken in het echt lelijke oude rockers te zijn), en Slipknot (die zagen er uit als de gemiddelde leraar van het voortgezet onderwijs) en Sinterklaas (die bleek gewoon de plaatselijke bakker te zijn).
En via Sinterklaas beland je al snel weer bij Ghost, de hoofdpersonen lijken wel familie van elkaar.
Anderzijds is het ook wel zo dat Ghost muzikaal sterk genoeg is om het theatrale achterwege te laten, maar het ziet er natuurlijk geweldig uit op het podium.
Dance Macabre was de eerste kennismaking met Prequelle, en die klonk wel erg toegankelijk, toch ben ik na een aantal luisterbeurten weer erg te spreken over het geheel, sterker nog, misschien is dit wel hun beste album tot nu toe.
Miasma als hoogtepunt, eerst krijg je een Ayreon achtig geheel (die ik trouwens hier wel vaker terug hoor), gevolgd met een instrumenteel middenstuk welke wat weg heeft van Metallica, om vervolgens onverwachts af te sluiten met die saxofoon.
Ghost Woman - Anne, If (2023)

4,0
1
geplaatst: 17 februari 2023, 00:26 uur
Do It Yourself linkt men vaak aan low fidelity. Onverschillig eigen beheer knutselwerk vanuit een in elkaar gezette studio ergens op de stoffige zolderkamer of in een uitgeleefde garage. Het heeft veelal zijn charme dat het wat goedkoop primitief aanvoelt. Lekker anarchistisch heen rommelen, zonder de bemoeienis van buitenaf. Regelmatig is het kwalitatief zo onder de maat dat het niet waardig is om buitenhuis te presenteren. Toch is het tekort door de bocht om de muziek als niet hoogwaardig te beschouwen, sterker nog er is meer dan genoeg materiaal wat terecht een groter publiek verdient.
De Canadese Evan Uschenko is zo’n alleskunner, een wonderkind die met het Ghost Woman debuut al heel snel veel zieltjes veroverd. En als je dan weer de mogelijkheid hebt om op te treden, is het een noodzakelijk goed om met de songs te stoeien. Hoe laat je op het podium een overtuigende indruk achter? Met Ille van Dessel achter het drumstel Nick Hay in de gitaristenrol komt dat wel in orde. Deze chemie heeft een positieve uitwerking. Evan Uschenko werkt vervolgens thuis met zijn betaalbare Tascam 388-bandrecorder mini thuisstudio de nodige probeersels uit, om daarna met zijn twee bevriende muzikanten aan de slag te gaan. En zo verschijnt er een half jaar na de eersteling al opvolger Anne, If. Waarom? Omdat het kan, het is dus gewoon mogelijk. Je moet wat, als de andere verveling bestrijdende optie het bekijken van oude VHS videobanden is. Heeft deze vluchtige voortzetting gevolgen voor de kwaliteit van de tracks? Zeker niet, Anne, If is net zo overtuigend als de vorige jaar zomer verschenen eerste plaat.
Ghost Woman haalt zijn inspiratie uit de psychedelische jaren zestig en de retro Paisley Underground stroming die zich begin jaren tachtig vanuit California ontwikkelt. Toch levert dit een spannend hedendaags geheel op, en komt het nergens gedateerd over. Laten we het voor het gemak maar gewoon op tijdloze muziek houden, dat leest ook stukken gemakkelijker en respectvoller. Man, man, man wat is Broke toch weer een geweldige aftrap. Evan Uschenko verloochend zijn rockachtergrond niet, en stopt er verslavende hypnotiserende Madchester zangpartijen tussen. Avontuurlijk zeker, maar hebben The Beatles vroeger al niet zo aangenaam met ritmes gestoeid en heeft een band als The Chemical Brothers daar niet wijselijk van geprofiteerd? Jazeker, maar het levert ook nu weer zo verdomd lekkere track op. Misschien moet ik daar niet teveel de nadruk opleggen, en gewoon simpelweg genieten, want ook met zijn smerig gitaarspel legt Evan Uschenko zijn troefkaarten open en bloot op tafel. Pokerface? Welnee, eerder een grijnzende big smile van mondhoek naar mondhoek.
Wat hou ik van dit geluid. 3 Weeks Straight is zeker niet drie weken afkicken. Het is een geslaagde voortzetting van de uitgezette lijnen. Losjes verend in een degelijk raamwerk, een feest der herkenning. En toch is het ook hier meer dan dat. Ondanks dat het muzikaal zelfverzekerd strak in elkaar steekt, zit de twijfel vooral in de onzekere bijna bevestiging vragende teksten. Evan Uschenko verschuilt zijn negatief zelfbeeld achter een dichtgemetselde muur van geluid. De liefde, de eenzaamheid. Anne, If is het onbeantwoorde verlangen, de smeekbede, het verdriet en de pijn. Die druggy luiheid sluit nog het beste bij dat ingecalculeerde vluchtgedrag aan, al staat dit in breed contrast met het perfectionisme in de uitvoering van de albumtracks. Als die behoefte om weg te zweven er dan toch is, dan ligt dat universele krautrock sterrenstelsel dichterbij dan je denkt. Het instrumentele Street Meet is een mooie muterende overgangsfase.
Helaas ontwaak je verschrikt bij de niet geheel juist gekozen The End of a Gun omschakeling. Er is verder niks mis mee, maar hij staat hier een beetje misplaatst halverwege Anne, If en komt wat contactgestoord met de voorgaande track over. De drums zijn echter droog en beschikken een heerlijke unplugged vibe. The End of a Gun heeft dat brutale jongensachtige. Met een paar woorden spoort Evan Uschenko verbaal de verbintenis met de krankzinnige buitenwereld op, helemaal terug in het nu. De rust herpakken in het sfeervolle laidback down to earth Lo Extraño. De aarde barst uit elkaar, het melancholische avondrood belicht het met een voorrode brandblaarglans. Gemeen stekend, maar wel voldaan. Creëer je dan een countrysong, stop er dan ook een steelgitaar tussen. En dan kom je al snel bij Ryan “Skinny” Dyck uit.
Evan Uschenko is zich echt wel van de maatschappelijke ellende en crisiscultuur bewust, maar verwacht van hem geen oplossingen of houvast. Dat benevelde zit hem in het herhalende I don’t know zinsdeel van Airline en de losse zandzakken percussie. De desperate neergaande spiraal song Down Again spookt doelloos rond. Soms heeft een nummer verder weinig nodig, soms kiest men er bewust ervoor om de grip te verliezen, soms is er gewoon niet meer dan dat. Het dromerige Tripped bezit een groezelige onvaste rauwheid in het stemgebruik. Eerlijk kwetsbaar, puur en diep rakend. Tripped vraagt om deze aanpak, een andere werkwijze zou niet passend zijn. Bij het So Long eindstuk ervaar je eigenlijk voor de eerste keer het Do It Yourself benadering, en besef je pas echt de genialiteit van duizendpoot Evan Uschenko. Het proces is genoeg gerijpt om definitief als band een vervolg te krijgen.
Ghost Woman - Anne, If | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De Canadese Evan Uschenko is zo’n alleskunner, een wonderkind die met het Ghost Woman debuut al heel snel veel zieltjes veroverd. En als je dan weer de mogelijkheid hebt om op te treden, is het een noodzakelijk goed om met de songs te stoeien. Hoe laat je op het podium een overtuigende indruk achter? Met Ille van Dessel achter het drumstel Nick Hay in de gitaristenrol komt dat wel in orde. Deze chemie heeft een positieve uitwerking. Evan Uschenko werkt vervolgens thuis met zijn betaalbare Tascam 388-bandrecorder mini thuisstudio de nodige probeersels uit, om daarna met zijn twee bevriende muzikanten aan de slag te gaan. En zo verschijnt er een half jaar na de eersteling al opvolger Anne, If. Waarom? Omdat het kan, het is dus gewoon mogelijk. Je moet wat, als de andere verveling bestrijdende optie het bekijken van oude VHS videobanden is. Heeft deze vluchtige voortzetting gevolgen voor de kwaliteit van de tracks? Zeker niet, Anne, If is net zo overtuigend als de vorige jaar zomer verschenen eerste plaat.
Ghost Woman haalt zijn inspiratie uit de psychedelische jaren zestig en de retro Paisley Underground stroming die zich begin jaren tachtig vanuit California ontwikkelt. Toch levert dit een spannend hedendaags geheel op, en komt het nergens gedateerd over. Laten we het voor het gemak maar gewoon op tijdloze muziek houden, dat leest ook stukken gemakkelijker en respectvoller. Man, man, man wat is Broke toch weer een geweldige aftrap. Evan Uschenko verloochend zijn rockachtergrond niet, en stopt er verslavende hypnotiserende Madchester zangpartijen tussen. Avontuurlijk zeker, maar hebben The Beatles vroeger al niet zo aangenaam met ritmes gestoeid en heeft een band als The Chemical Brothers daar niet wijselijk van geprofiteerd? Jazeker, maar het levert ook nu weer zo verdomd lekkere track op. Misschien moet ik daar niet teveel de nadruk opleggen, en gewoon simpelweg genieten, want ook met zijn smerig gitaarspel legt Evan Uschenko zijn troefkaarten open en bloot op tafel. Pokerface? Welnee, eerder een grijnzende big smile van mondhoek naar mondhoek.
Wat hou ik van dit geluid. 3 Weeks Straight is zeker niet drie weken afkicken. Het is een geslaagde voortzetting van de uitgezette lijnen. Losjes verend in een degelijk raamwerk, een feest der herkenning. En toch is het ook hier meer dan dat. Ondanks dat het muzikaal zelfverzekerd strak in elkaar steekt, zit de twijfel vooral in de onzekere bijna bevestiging vragende teksten. Evan Uschenko verschuilt zijn negatief zelfbeeld achter een dichtgemetselde muur van geluid. De liefde, de eenzaamheid. Anne, If is het onbeantwoorde verlangen, de smeekbede, het verdriet en de pijn. Die druggy luiheid sluit nog het beste bij dat ingecalculeerde vluchtgedrag aan, al staat dit in breed contrast met het perfectionisme in de uitvoering van de albumtracks. Als die behoefte om weg te zweven er dan toch is, dan ligt dat universele krautrock sterrenstelsel dichterbij dan je denkt. Het instrumentele Street Meet is een mooie muterende overgangsfase.
Helaas ontwaak je verschrikt bij de niet geheel juist gekozen The End of a Gun omschakeling. Er is verder niks mis mee, maar hij staat hier een beetje misplaatst halverwege Anne, If en komt wat contactgestoord met de voorgaande track over. De drums zijn echter droog en beschikken een heerlijke unplugged vibe. The End of a Gun heeft dat brutale jongensachtige. Met een paar woorden spoort Evan Uschenko verbaal de verbintenis met de krankzinnige buitenwereld op, helemaal terug in het nu. De rust herpakken in het sfeervolle laidback down to earth Lo Extraño. De aarde barst uit elkaar, het melancholische avondrood belicht het met een voorrode brandblaarglans. Gemeen stekend, maar wel voldaan. Creëer je dan een countrysong, stop er dan ook een steelgitaar tussen. En dan kom je al snel bij Ryan “Skinny” Dyck uit.
Evan Uschenko is zich echt wel van de maatschappelijke ellende en crisiscultuur bewust, maar verwacht van hem geen oplossingen of houvast. Dat benevelde zit hem in het herhalende I don’t know zinsdeel van Airline en de losse zandzakken percussie. De desperate neergaande spiraal song Down Again spookt doelloos rond. Soms heeft een nummer verder weinig nodig, soms kiest men er bewust ervoor om de grip te verliezen, soms is er gewoon niet meer dan dat. Het dromerige Tripped bezit een groezelige onvaste rauwheid in het stemgebruik. Eerlijk kwetsbaar, puur en diep rakend. Tripped vraagt om deze aanpak, een andere werkwijze zou niet passend zijn. Bij het So Long eindstuk ervaar je eigenlijk voor de eerste keer het Do It Yourself benadering, en besef je pas echt de genialiteit van duizendpoot Evan Uschenko. Het proces is genoeg gerijpt om definitief als band een vervolg te krijgen.
Ghost Woman - Anne, If | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Gilla Band - Most Normal (2022)

4,5
4
geplaatst: 14 oktober 2022, 16:08 uur
Almost Normal of accepteren we gewoon de huidige leefsituatie. Is het normaal dat de wereld in brand staat en de olieprijzen het vuurtje nog extra opstoken. Is het normaal dat we doodleuk doorleven terwijl de angst voor de volgende pandemie al beklemmend in het achterhoofd het dagelijkse bestaan bepaalt. Is het normaal dat een huisje, boompje, beestje bestaan steeds onbetaalbaarder is geworden. Dara Kiely worstelt al jaren met neurotische paniekaanvallen, waardoor het ondertussen gewoon een deel van het leven is geworden. Is het normaal dat je een bandnaam als Girl Band in Gilla Band moet veranderen om misverstanden te voorkomen in een tijdperk dat vrouwelijke kwesties hoe dan ook moeilijk liggen. Most Normal is dus gewoon het vervolg op het eerder in 2015 verschenen Holding Hands with Jamie en het in 2019 uitgebrachte The Talkies.
Gilla Band is dus het nieuwe normaal. Girl Band 2.0. Maar beschouw het niet als een totale koerswijziging. De Ieren presenteren zich nog steeds als dat uitgespuugd uitschot. Het bastaard buitenbeentje, plakkerig klevend meeliftend op de vernieuwde postpunk hype, en klinkt I Was Away als een dreigende echtscheiding tussen Killing Joke en Joy Division. Vertrapt, vies, gemeen rekbaar als The Gum, onverwoestbaar en gehaat. De schoonheid van reclamecampagnes. Het verrotte verknipte eindresultaat welke de vieze nasmaak heel eventjes laat verdwijnen om vervolgens weer herkauwd op te laten duiken. In het straatbeeld, de schoolbanken en net voor een belangrijke podiumpresentatie. The Gum als massaproduct, een aderverkalking verstopping van de rioolafvoeren van de maatschappij. Gilla Band overstijgt de kwaadheid van het postpunknoise kamp door het gedurfde no wave experiment aan te gaan. Muziek als geluidsterreur exorcisme. Afstotend tegenstrijdig schoppende tegen de normalisatie van de heftigheid van de toch al niet misselijke landgenoten die parasiterend in bands als The Murder Capital en Fontaines D.C. hun mening vormende boodschap verkondigen.
Het wantrouwende doofblinde Almost Soon Verenigde Koninkrijk verval in de gedaante van een oude licht dementerende stervende man, die krampachtig al het houvast verliest. Gilla Band is de bloedprop, de afsluitende trombose van het kapitalistische rechtssysteem. En die boosheid zit erg diep. Het kansloze verleden van Dara Kiely die op jeugdige leeftijd armoedig zijn kleding uit de uitverkoop schappen bij de Aldi en Lidl bij elkaar sprokkelt. Nooit geweten trouwens dat deze winkels een breder afzetgebied als Duitsland en Nederland hadden, maar dat even terzijde. De Eight Fivers sloophamer en het overstuurd ritmische met angstschreeuw eindigende Bin Liner Fashion geven perfect dat absurdisme van die uitzichtloze basisbronnen weer, het confronterende verdriet wat je op jeugdige leeftijd al anders dan de rest maakt. Gilla Band wil niet anders dan de rest klinken, Gilla band is altijd zo geweest. Gemeen verlangend plunderen ze de discount supermarkten leeg om er vervolgens een ontbrandbare Molotov bom onder te plaatsen. Dit is hun verweer en afgunst, hun antwoord op het ongelijk, de afkeer op het kapitalisme. Most Normal? Bij lange na niet!
Nee, de gedachtegang van Dara Kiely blijft ook in Backwash onnavolgbaar fragmentarisch. Weerspiegelende onechtheid in de gemaakte normalisatie animatie van een Big Brother boxset. De paranoia en claustrofobie van het noodgedwongen thuiszitten waar de muren op je af komen. Wordt de wereld steeds gekker, of is het toch een gevolg van de labiele geestelijke gesteldheid van de songwriter. Is zijn mentale Post Ryan zenuwinzinking het sluimerende effect van een overdosering aan het negatieve op springen staande automutilerende bolwerk waarin we verkeren. Gilla Band schudt de waanzin van het nieuwe nu met verschrikte lawaaierige industrial aanvallen en zoemende flatline doodseskaders wakker. Confronterend hard het uiterste grensgebied verleggen. De ingecalculeerde berekenbaarheid van het onberekende. Televisietestbeeldruis ondersneeuwen de gewelddadige grijsheid van het instrumentale Gushie. Die maniakale zelfverheerlijkende gestoordheid krijgt een heus eerbetoon in de ruim zes minuten durende zwartgallige begrafenisklokken nachtmerriedrones van The Weirds. Verander de wereld en begin destructief bij jezelf. Waarom de rook verwaaien als je ook het vlammetje kan laten ontsteken.
Gilla Band - Most Normal | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Gilla Band is dus het nieuwe normaal. Girl Band 2.0. Maar beschouw het niet als een totale koerswijziging. De Ieren presenteren zich nog steeds als dat uitgespuugd uitschot. Het bastaard buitenbeentje, plakkerig klevend meeliftend op de vernieuwde postpunk hype, en klinkt I Was Away als een dreigende echtscheiding tussen Killing Joke en Joy Division. Vertrapt, vies, gemeen rekbaar als The Gum, onverwoestbaar en gehaat. De schoonheid van reclamecampagnes. Het verrotte verknipte eindresultaat welke de vieze nasmaak heel eventjes laat verdwijnen om vervolgens weer herkauwd op te laten duiken. In het straatbeeld, de schoolbanken en net voor een belangrijke podiumpresentatie. The Gum als massaproduct, een aderverkalking verstopping van de rioolafvoeren van de maatschappij. Gilla Band overstijgt de kwaadheid van het postpunknoise kamp door het gedurfde no wave experiment aan te gaan. Muziek als geluidsterreur exorcisme. Afstotend tegenstrijdig schoppende tegen de normalisatie van de heftigheid van de toch al niet misselijke landgenoten die parasiterend in bands als The Murder Capital en Fontaines D.C. hun mening vormende boodschap verkondigen.
Het wantrouwende doofblinde Almost Soon Verenigde Koninkrijk verval in de gedaante van een oude licht dementerende stervende man, die krampachtig al het houvast verliest. Gilla Band is de bloedprop, de afsluitende trombose van het kapitalistische rechtssysteem. En die boosheid zit erg diep. Het kansloze verleden van Dara Kiely die op jeugdige leeftijd armoedig zijn kleding uit de uitverkoop schappen bij de Aldi en Lidl bij elkaar sprokkelt. Nooit geweten trouwens dat deze winkels een breder afzetgebied als Duitsland en Nederland hadden, maar dat even terzijde. De Eight Fivers sloophamer en het overstuurd ritmische met angstschreeuw eindigende Bin Liner Fashion geven perfect dat absurdisme van die uitzichtloze basisbronnen weer, het confronterende verdriet wat je op jeugdige leeftijd al anders dan de rest maakt. Gilla Band wil niet anders dan de rest klinken, Gilla band is altijd zo geweest. Gemeen verlangend plunderen ze de discount supermarkten leeg om er vervolgens een ontbrandbare Molotov bom onder te plaatsen. Dit is hun verweer en afgunst, hun antwoord op het ongelijk, de afkeer op het kapitalisme. Most Normal? Bij lange na niet!
Nee, de gedachtegang van Dara Kiely blijft ook in Backwash onnavolgbaar fragmentarisch. Weerspiegelende onechtheid in de gemaakte normalisatie animatie van een Big Brother boxset. De paranoia en claustrofobie van het noodgedwongen thuiszitten waar de muren op je af komen. Wordt de wereld steeds gekker, of is het toch een gevolg van de labiele geestelijke gesteldheid van de songwriter. Is zijn mentale Post Ryan zenuwinzinking het sluimerende effect van een overdosering aan het negatieve op springen staande automutilerende bolwerk waarin we verkeren. Gilla Band schudt de waanzin van het nieuwe nu met verschrikte lawaaierige industrial aanvallen en zoemende flatline doodseskaders wakker. Confronterend hard het uiterste grensgebied verleggen. De ingecalculeerde berekenbaarheid van het onberekende. Televisietestbeeldruis ondersneeuwen de gewelddadige grijsheid van het instrumentale Gushie. Die maniakale zelfverheerlijkende gestoordheid krijgt een heus eerbetoon in de ruim zes minuten durende zwartgallige begrafenisklokken nachtmerriedrones van The Weirds. Verander de wereld en begin destructief bij jezelf. Waarom de rook verwaaien als je ook het vlammetje kan laten ontsteken.
Gilla Band - Most Normal | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Gina Été - Erased by Thought (2021)

4,0
0
geplaatst: 22 mei 2021, 13:31 uur
Gina Été draagt op haar ranke schouders het leed van de wereld met zich mee. Oak Tree ademde al de nodige onrust en onvrede uit. In de videoclip van Windmill bekrachtigd ze op een speelse manier haar boodschap. Schattige pluche pinguïns worden op een kunstmatige ijsschots geplaatst, terwijl de omgeving vervuild is met plastic. De wegwerpmaatschappij, waartoe ook het vriendelijk ogende speelgoed toe behoort vormt hierbij de leidraad.
Het politieke verval baart haar zorgen in het tijdperk dat Trump dreigt om het Amerikaanse volk opnieuw te classificeren door een grensmuur (Mauern) tussen Mexico en de Verenigde Staten te plaatsen. Dit maatschappelijke ongenoegen heeft raakvlakken met de jaren tachtig, al zat het politieke gevaar toen meer in de ontketening van een derde (koude) wereldoorlog met atoomwapens en heette het vernietigende aardse milieu vraagstuk toen nog zure regen.
Met dit krachtige statement trekt ze de aandacht van John Vanderslice, die door zijn bijdrage aan Supermoon van de tevens uit Zwitserland afkomstige Sophie Hunger natuurlijk al een droomproducer is om mee samen te werken. Niet de minste naam trouwens, welke in het verleden al heeft samengewerkt met Grandaddy, The Mountain Goats en Spoon. Als solo artiest heeft hij tevens het voorprogramma verzorgt van Nada Surf en Death Cab For Cutie. Nu mag hij zich ontfermen over deze veelbelovende jonge singer-songwriter die met Erased By Thought haar eerste volwaardige debuutplaat presenteert.
Een album waarbij de verharde schil rondom de strijdlustige Gina Été langzaamaan begint te scheuren waardoor ze steeds meer van zichzelf bloot moet geven. De singer-songwriter heeft hierbij het geluk dat ze bij lastige persoonlijke kwesties eenvoudig kan wegvluchten in haar veilige moedertaal. Een afzondering die voor mooie intieme momenten zorgt. Het siert haar dat ze bewust weinig uitwijkt naar de Engelse taal, al belemmert het Gina Été wel om internationaal door te breken.
Haar muzikale Krautrock achtergrond zit sterk verweven in de kilheid van de ondersteunende triphop beats van Trauma, maar mist net een stukje soortgelijke spanning en organische broeierigheid die in de Bristol scene zo dominant aanwezig is. Op tekstueel vlak is de kritische singer-songwriter hier wel al gelijk in topvorm. De overheersende rusteloze dromen worden overmand door realistische nachtmerries waarbij ze met beschuldigende vinger wijst naar haar vaderland, die in het verleden het mogelijk maakten om het kwaad te laten ontkiemen.
Op deze manier wisselt ze grijze persoonlijke liefdesdrama’s af met strijdbare barricadesongs. Jeremie Revel legt met zijn regenachtig gitaarspel in Lach du Nur een licht doorzichtig condens laagje over het deprimerende aan de Neue Deutsche Welle herinnerende explosieve song heen. Toch wordt de inspiratie niet voornamelijk uit de Duitse postpunk gehaald, al zit die invloed zeker verweven in de verfrissende aanpak. Vocaal heeft ze de afgelopen twee jaar forse stappen vooruit gezet, al mist ze nog wel die geleefde voordracht in haar stem, en klinkt het nog allemaal wat pril en jeugdig.
Bewapend met de combinatie van fascinerende gitaarlagen en geschoolde pianopartijen werkt ze naar het Franstalige hoogtepunt Nulle Part toe, waarbij alle eerder genoemde facetten zo mooi samenvallen. Met het door violen begeleidende Am Tellerrand plaatst ze zich vocaal probleemloos met gemak naast de hedendaagse beroemde vrouwelijke namen binnen het alternatieve popgebied. Tired People is een afsluitende smeekbede. Vermoeid en breekbaar verlangt Gina Été naar een leefbaar leven, de eerder genoemde schil is verzacht en week geworden.
De klimaatbeheersing van haar omgeving en de toekomst heeft ze niet in de hand, al zou ze hier zo graag invloed op uit oefenen. Die controle heeft ze wel over de klimaatbeheersing van haar songs. Erased by Thought is daarmee de overtuigende opvolger van Oak Tree.
Gina Été - Erased by Thought | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het politieke verval baart haar zorgen in het tijdperk dat Trump dreigt om het Amerikaanse volk opnieuw te classificeren door een grensmuur (Mauern) tussen Mexico en de Verenigde Staten te plaatsen. Dit maatschappelijke ongenoegen heeft raakvlakken met de jaren tachtig, al zat het politieke gevaar toen meer in de ontketening van een derde (koude) wereldoorlog met atoomwapens en heette het vernietigende aardse milieu vraagstuk toen nog zure regen.
Met dit krachtige statement trekt ze de aandacht van John Vanderslice, die door zijn bijdrage aan Supermoon van de tevens uit Zwitserland afkomstige Sophie Hunger natuurlijk al een droomproducer is om mee samen te werken. Niet de minste naam trouwens, welke in het verleden al heeft samengewerkt met Grandaddy, The Mountain Goats en Spoon. Als solo artiest heeft hij tevens het voorprogramma verzorgt van Nada Surf en Death Cab For Cutie. Nu mag hij zich ontfermen over deze veelbelovende jonge singer-songwriter die met Erased By Thought haar eerste volwaardige debuutplaat presenteert.
Een album waarbij de verharde schil rondom de strijdlustige Gina Été langzaamaan begint te scheuren waardoor ze steeds meer van zichzelf bloot moet geven. De singer-songwriter heeft hierbij het geluk dat ze bij lastige persoonlijke kwesties eenvoudig kan wegvluchten in haar veilige moedertaal. Een afzondering die voor mooie intieme momenten zorgt. Het siert haar dat ze bewust weinig uitwijkt naar de Engelse taal, al belemmert het Gina Été wel om internationaal door te breken.
Haar muzikale Krautrock achtergrond zit sterk verweven in de kilheid van de ondersteunende triphop beats van Trauma, maar mist net een stukje soortgelijke spanning en organische broeierigheid die in de Bristol scene zo dominant aanwezig is. Op tekstueel vlak is de kritische singer-songwriter hier wel al gelijk in topvorm. De overheersende rusteloze dromen worden overmand door realistische nachtmerries waarbij ze met beschuldigende vinger wijst naar haar vaderland, die in het verleden het mogelijk maakten om het kwaad te laten ontkiemen.
Op deze manier wisselt ze grijze persoonlijke liefdesdrama’s af met strijdbare barricadesongs. Jeremie Revel legt met zijn regenachtig gitaarspel in Lach du Nur een licht doorzichtig condens laagje over het deprimerende aan de Neue Deutsche Welle herinnerende explosieve song heen. Toch wordt de inspiratie niet voornamelijk uit de Duitse postpunk gehaald, al zit die invloed zeker verweven in de verfrissende aanpak. Vocaal heeft ze de afgelopen twee jaar forse stappen vooruit gezet, al mist ze nog wel die geleefde voordracht in haar stem, en klinkt het nog allemaal wat pril en jeugdig.
Bewapend met de combinatie van fascinerende gitaarlagen en geschoolde pianopartijen werkt ze naar het Franstalige hoogtepunt Nulle Part toe, waarbij alle eerder genoemde facetten zo mooi samenvallen. Met het door violen begeleidende Am Tellerrand plaatst ze zich vocaal probleemloos met gemak naast de hedendaagse beroemde vrouwelijke namen binnen het alternatieve popgebied. Tired People is een afsluitende smeekbede. Vermoeid en breekbaar verlangt Gina Été naar een leefbaar leven, de eerder genoemde schil is verzacht en week geworden.
De klimaatbeheersing van haar omgeving en de toekomst heeft ze niet in de hand, al zou ze hier zo graag invloed op uit oefenen. Die controle heeft ze wel over de klimaatbeheersing van haar songs. Erased by Thought is daarmee de overtuigende opvolger van Oak Tree.
Gina Été - Erased by Thought | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Gina Été - Oak Tree (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 16:41 uur
Met haar niet geheel vlekkeloze Duitse accent weet de uit het Zwitserse Zürich afkomstige Gina Été veel indruk te maken. Haar tongval maakt van de EP Oak Tree een aangename wat cabareteske belevenis. Zo sterk zelfs dat de hedendaagse klanken wat aan de vergaande glorie van Berlijn doet denken. Het meertalige thuisland zorgt ervoor dat ze met gemak switcht ze tussen het Engels, Duits en Frans. Elke track vraagt om een andere eigenzinnige benadering, waardoor het alle kanten op springt. Door de compacte lengte van de plaat komt dit niet irritant over. Sterker nog, de veelzijdigheid heeft hier een uitgebalanceerde toevoegende waarde.
Vanaf de bezongen onvrede van een kleine eikenboom in het titelstuk Oak Tree, die verlangt naar een zonnige, treurloze omgeving weet ze de aandacht op te vragen. Logge trage percussie begeleid de gewortelde stappen van dit natuurverschijnsel in gepast tempo naar het Zuiden. Steeds meer valt de kilte van de track af, om plaats te maken voor dromerige klanken. De zon wil langzaam schijnen, al laat de dramatiek horen dat oude bomen niet verplant moeten worden, en vaak in korte tijd afsterven.
Het genoemde cabaret gevoel komt sterk terug in Mauern, wat heel duidelijk aan Donald Trump gericht is. De geplande muur tussen Mexico en de Verenigde Staten ligt uiteraard erg gevoelig in Europa. Hoe toepasselijk is het dat deze in het Duits gezongen track herinneringen oproept van een bruisend Berlijn van voor het verval. De boosheid in Gina’s stem wordt ondersteund door een in jazz gedoopte basgitaar en industriële gitaarlijnen die de afbreuk van brokken steen benadrukt. Als een sensueel katje laat ze de mogelijkheden van haar verbale bereik op je af sturen. Puur als overredingskracht, waarna gitaargeweld en een ritmisch tikkend klokwerk aankondigt dat het tijd is om in te grijpen.
Dan is de overgang naar het rustgevende Windmill wat vervreemdend. Dat het verhaal nog niet volledig verteld is, bewijst de remix aan het einde. Was de windmolen eerder op de plaat nog bestendigd tegen de klimaatsveranderingen, hier dreigt hij zijn wieken af te moeten staan aan het dreigende onweer. Im Rhy laat Gina gewichtsloos rond dwarrelen in een dromerig toekomstperspectief, waarbij ze het contact met de aarde dreigt kwijt te raken. Een realistische concluderende verslaglegging van een gevoelig persoon die verlangt naar een mooier bestaan. De wanhoop haalt het beste in haar stem naar boven. Philip Klawitter weet met zijn bas haar hierin perfect lijkt aan te voelen.
De slepende Franse zang van Appart Vide heeft een mooie opbouw naar een climax die de boel laat exploderen. Vooral de momenten dat Gina de hoogte in gaat zijn hemels. Deze taal laat haar met gemak vervolgens een stuk zwaarder en gepassioneerd klinken. Met de gewaagde spokende triphop van Hazel’s Hope weet ze nog de meeste indruk te maken. Als een desperate geestverschijning wacht ze op de terugkeer van haar man. Hiermee zou ze met gemak kunnen aanschuiven bij de Bristol scene uit de jaren negentig.
Gina Été kiest ervoor om zich voorzichtig aan het publiek te presenteren. Dat ze hiervoor de tijd genomen heeft, dwingt respect af. Vanaf 2014 sleutelt ze al aan songs, en dit is haar eerste publiek getoonde resultaat. Hopelijk gaat ze in het vervolg wat sneller te werk, en duurt het geen tien jaar voordat ze een volwaardige plaat af heeft. Wat zet ze zichzelf hiermee al voortreffelijk op de kaart.
Gina Été - Oak Tree | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Vanaf de bezongen onvrede van een kleine eikenboom in het titelstuk Oak Tree, die verlangt naar een zonnige, treurloze omgeving weet ze de aandacht op te vragen. Logge trage percussie begeleid de gewortelde stappen van dit natuurverschijnsel in gepast tempo naar het Zuiden. Steeds meer valt de kilte van de track af, om plaats te maken voor dromerige klanken. De zon wil langzaam schijnen, al laat de dramatiek horen dat oude bomen niet verplant moeten worden, en vaak in korte tijd afsterven.
Het genoemde cabaret gevoel komt sterk terug in Mauern, wat heel duidelijk aan Donald Trump gericht is. De geplande muur tussen Mexico en de Verenigde Staten ligt uiteraard erg gevoelig in Europa. Hoe toepasselijk is het dat deze in het Duits gezongen track herinneringen oproept van een bruisend Berlijn van voor het verval. De boosheid in Gina’s stem wordt ondersteund door een in jazz gedoopte basgitaar en industriële gitaarlijnen die de afbreuk van brokken steen benadrukt. Als een sensueel katje laat ze de mogelijkheden van haar verbale bereik op je af sturen. Puur als overredingskracht, waarna gitaargeweld en een ritmisch tikkend klokwerk aankondigt dat het tijd is om in te grijpen.
Dan is de overgang naar het rustgevende Windmill wat vervreemdend. Dat het verhaal nog niet volledig verteld is, bewijst de remix aan het einde. Was de windmolen eerder op de plaat nog bestendigd tegen de klimaatsveranderingen, hier dreigt hij zijn wieken af te moeten staan aan het dreigende onweer. Im Rhy laat Gina gewichtsloos rond dwarrelen in een dromerig toekomstperspectief, waarbij ze het contact met de aarde dreigt kwijt te raken. Een realistische concluderende verslaglegging van een gevoelig persoon die verlangt naar een mooier bestaan. De wanhoop haalt het beste in haar stem naar boven. Philip Klawitter weet met zijn bas haar hierin perfect lijkt aan te voelen.
De slepende Franse zang van Appart Vide heeft een mooie opbouw naar een climax die de boel laat exploderen. Vooral de momenten dat Gina de hoogte in gaat zijn hemels. Deze taal laat haar met gemak vervolgens een stuk zwaarder en gepassioneerd klinken. Met de gewaagde spokende triphop van Hazel’s Hope weet ze nog de meeste indruk te maken. Als een desperate geestverschijning wacht ze op de terugkeer van haar man. Hiermee zou ze met gemak kunnen aanschuiven bij de Bristol scene uit de jaren negentig.
Gina Été kiest ervoor om zich voorzichtig aan het publiek te presenteren. Dat ze hiervoor de tijd genomen heeft, dwingt respect af. Vanaf 2014 sleutelt ze al aan songs, en dit is haar eerste publiek getoonde resultaat. Hopelijk gaat ze in het vervolg wat sneller te werk, en duurt het geen tien jaar voordat ze een volwaardige plaat af heeft. Wat zet ze zichzelf hiermee al voortreffelijk op de kaart.
Gina Été - Oak Tree | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
girl in red - If I Could Make It Go Quiet (2021)

3,5
0
geplaatst: 7 mei 2021, 14:02 uur
Terwijl de buitenwereld zich druk maakt om de opgelegde bewegingsvrijheid die het COVID-19 virus ze oplegt, worstelt Marie Ulven al haar hele leven lang met het feit dat ze gevangen zit in haar eigen lichaam. Ze heeft te maken met een soort van defect in haar hersenen, waardoor de zangeres waarnemingen dreigt om te zetten tot destructief gedrag. Serotonine zorgt ervoor dat in het centrale zenuwstelsel het gevoel van innerlijke rust en tevredenheid wordt opgeroepen. Bij een tekort aan deze stof worden emoties als angst, verdriet en agressie juist versterkt worden, met zware depressies tot gevolg, iets wat voor Marie Ulven zeer herkenbaar is.
Met dit uitgangspunt gaat de Noorse indiepop vocalist aan de slag. Een therapeutisch gevecht, om zichzelf te leren kennen. Dat ze tevens het bijzondere talent bezit om juist die vreemde waarnemingen van tekst en muziek te voorzien werkt hierbij wel degelijk in het voordeel. If I Could Make It Go Quiet is dan wel de debuutplaat van Girl In Red, het zijn zeker niet haar eerste stappen in de business. Er verschenen eerder al een aantal EP’s, maar de corona crisis is de trigger geweest om haar meest negatieve periode op een zo positief mogelijke manier van zich af te schrijven.
De eerste single Serotonine is een samenwerkingsverband met Finneas O’Connell, de broer van Billie Eilish, die zichzelf als artiest en producer steeds verder losmaakt van die overheersende donkere schaduw van zijn wereldberoemde zus. De oppeppende single verhaalt over de paniekaanvallen van Marie Ulven, en hoe ze de geborgenheid en veiligheid bij haar medicijnen opzoekt als ze in een manische opwelling zichzelf voor altijd wil verminken. Een dwangmatigheid waarmee ze al vanaf haar jeugd mee moet handelen.
Doordat ze het dromerige begin afwisselt met stoere hiphop passages weet ze zich gruwelijk goed in te leven in de tienerproblematiek en zet ze zichzelf voor de onzekere jeugd neer als een zelfverzekerd sterk rolmodel. Zeker in deze tijd kan ze uitgroeien tot een belangrijk boegbeeld waarmee men zich gemakkelijk kan identificeren. Het is zo jammer dat Finneas O’Connell zich beperkt heeft tot die geslaagde openingstrack. De chemie is hier zo voelbaar, en ondanks dat If I Could Make It Go Quiet een voortreffelijk debuut is, wordt dit niveau vervolgens niet meer gehaald.
Tekstueel gebeurt er op If I Could Make It Go Quiet gelukkig nog meer dan genoeg moois. Het is tevens een zoektocht naar verlangen en liefde, waarbij Marie Ulven met haar seksuele geaardheid een groot aandeel in heeft, maar niet die bepalende factor is. Die beleving is voor iedere vrouw vergelijkbaar, al zal deze Girl In Red met haar liedjes zeker meehelpen om die stap te zetten om uit de kast te komen. Er wordt gestoeid met funk en sensualiteit in het volwassen Body and Mind, waar ze toegeeft dat de verlokkingen om je over te geven aan seks soms groter zijn dan de eeuwige liefde. Terwijl het aansluitende Hornylovesickmess juist hevig het gemis aan beiden versterkt.
Door het veelvoudige gebruik van donkere echo’s en galmende keyboards zet ze in Did You Come? een mooi duister new wave sfeertje neer. En eigenlijk past deze omlijsting ook het beste bij de stemming welke hiermee naar boven gehaald wordt. You Stupid Bitch lijkt ook regelrecht uit de postpunk kelder te komen. De aandacht gaat hier vooral uit naar de dromerige paspartijen en het vluchtige gitaarspel waar Marie Ulven als een ijskoningin op LSD opgewekt doorheen springt.
Met Rue ontvlucht ze die naargeestige persoonlijke nachtmerries door langzaam toe te werken tot een meer hedendaagse elektronische folkpop sound. Zo vervormt ze de pianoballad Apartment 402 tot een dansbare song, waarbij die nachtelijke eenzaamheid van het individualisme van het clubcircuit gecentraliseerd samenkomt met de geïsoleerde afzondering van een eenpersoonshotelkamer. En eigenlijk staat dit allemaal gelijk aan een gepijnigde ziel die diep in een getergd lichaam een bloedende weg naar buiten krabt.
If I Could Make It Go Quiet is een tevredenstellende plaat. Marie Ulven is op haar best is tijdens de nummers waarbij ze in conflict met zichzelf is en die persoonlijke demonen bedwingt. Al zorgt een verstilde instrumentale pianosong als het afsluitende It Would Feel Like This wel voor een mooi evenwicht. Ondanks dat ik voor deze Girl In Red zeker hoop dat ze uiteindelijk die rust en regelmaat gevonden heeft, zijn die zwaardere grimmige songs een stuk interessanter.
Girl In Red - If I Could Make It Go Quiet | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Met dit uitgangspunt gaat de Noorse indiepop vocalist aan de slag. Een therapeutisch gevecht, om zichzelf te leren kennen. Dat ze tevens het bijzondere talent bezit om juist die vreemde waarnemingen van tekst en muziek te voorzien werkt hierbij wel degelijk in het voordeel. If I Could Make It Go Quiet is dan wel de debuutplaat van Girl In Red, het zijn zeker niet haar eerste stappen in de business. Er verschenen eerder al een aantal EP’s, maar de corona crisis is de trigger geweest om haar meest negatieve periode op een zo positief mogelijke manier van zich af te schrijven.
De eerste single Serotonine is een samenwerkingsverband met Finneas O’Connell, de broer van Billie Eilish, die zichzelf als artiest en producer steeds verder losmaakt van die overheersende donkere schaduw van zijn wereldberoemde zus. De oppeppende single verhaalt over de paniekaanvallen van Marie Ulven, en hoe ze de geborgenheid en veiligheid bij haar medicijnen opzoekt als ze in een manische opwelling zichzelf voor altijd wil verminken. Een dwangmatigheid waarmee ze al vanaf haar jeugd mee moet handelen.
Doordat ze het dromerige begin afwisselt met stoere hiphop passages weet ze zich gruwelijk goed in te leven in de tienerproblematiek en zet ze zichzelf voor de onzekere jeugd neer als een zelfverzekerd sterk rolmodel. Zeker in deze tijd kan ze uitgroeien tot een belangrijk boegbeeld waarmee men zich gemakkelijk kan identificeren. Het is zo jammer dat Finneas O’Connell zich beperkt heeft tot die geslaagde openingstrack. De chemie is hier zo voelbaar, en ondanks dat If I Could Make It Go Quiet een voortreffelijk debuut is, wordt dit niveau vervolgens niet meer gehaald.
Tekstueel gebeurt er op If I Could Make It Go Quiet gelukkig nog meer dan genoeg moois. Het is tevens een zoektocht naar verlangen en liefde, waarbij Marie Ulven met haar seksuele geaardheid een groot aandeel in heeft, maar niet die bepalende factor is. Die beleving is voor iedere vrouw vergelijkbaar, al zal deze Girl In Red met haar liedjes zeker meehelpen om die stap te zetten om uit de kast te komen. Er wordt gestoeid met funk en sensualiteit in het volwassen Body and Mind, waar ze toegeeft dat de verlokkingen om je over te geven aan seks soms groter zijn dan de eeuwige liefde. Terwijl het aansluitende Hornylovesickmess juist hevig het gemis aan beiden versterkt.
Door het veelvoudige gebruik van donkere echo’s en galmende keyboards zet ze in Did You Come? een mooi duister new wave sfeertje neer. En eigenlijk past deze omlijsting ook het beste bij de stemming welke hiermee naar boven gehaald wordt. You Stupid Bitch lijkt ook regelrecht uit de postpunk kelder te komen. De aandacht gaat hier vooral uit naar de dromerige paspartijen en het vluchtige gitaarspel waar Marie Ulven als een ijskoningin op LSD opgewekt doorheen springt.
Met Rue ontvlucht ze die naargeestige persoonlijke nachtmerries door langzaam toe te werken tot een meer hedendaagse elektronische folkpop sound. Zo vervormt ze de pianoballad Apartment 402 tot een dansbare song, waarbij die nachtelijke eenzaamheid van het individualisme van het clubcircuit gecentraliseerd samenkomt met de geïsoleerde afzondering van een eenpersoonshotelkamer. En eigenlijk staat dit allemaal gelijk aan een gepijnigde ziel die diep in een getergd lichaam een bloedende weg naar buiten krabt.
If I Could Make It Go Quiet is een tevredenstellende plaat. Marie Ulven is op haar best is tijdens de nummers waarbij ze in conflict met zichzelf is en die persoonlijke demonen bedwingt. Al zorgt een verstilde instrumentale pianosong als het afsluitende It Would Feel Like This wel voor een mooi evenwicht. Ondanks dat ik voor deze Girl In Red zeker hoop dat ze uiteindelijk die rust en regelmaat gevonden heeft, zijn die zwaardere grimmige songs een stuk interessanter.
Girl In Red - If I Could Make It Go Quiet | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Girl Ray - Girl (2019)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 14:15 uur
Het Londense Girl Ray heeft dat sprankelende van een verkoelend blikje frisdrank dat je in de zomer open maakt. De vrijgekomen bubbels die al zwemmend een vrij gekomen weg naar het oppervlakte vervolgen, om zich op te dringen aan het smaakgenot. Het heeft echter ook een wrangere bittere kleurloze nasmaak van limonade die de hele dag in de brandende zon heeft gestaan. Waar de prik ondertussen al uit verdwenen is en de zuurgraad toeneemt.
Girl is het misleidende vervolg op het luchtige Earl Grey. Wilden ze daar nog de nadruk richten op prachtige gitaar edelsteentjes waarbij de niet altijd zuivere zang ze vergeven is. Het had gewoon iets liefs en bereikbaars. Dat charmante van een tegen de volwassenheid aanlopende vriendinnengroep. Iets wat schuchter, iets wat verlegen, maar wel oprecht gemeend. Tienermeisjes slaapkamer romantiek, waarbij onder het genot van een kopje thee de intiemste geheimen gedeeld worden.
Poppy Hankin heeft een lekkere diepe zwoele stem. De teksten blijven hier echter op het niveau van middelbare school romantiek steken, maar dat geeft verder niks. De muzikale omlijsting is verder prima, Sophie Moss beantwoordt met haar diepe baspartijen de sensuele voordracht van de zangeres. Iris McConell laat echter net te vaak de drummachine het werk doen, terwijl ze haar luiheid ook zou kunnen omzetten in transparante levendige percussie. Al past die lazy uitstraling wel perfect op Girl. Teveel op de automatische piloot gespeeld belanden ze in het eerste gedeelte in het dal der vergetelheid.
Het is wachten tot aan prijsnummer Takes Time, waar het rappende gedeelte van PSwuave wel degelijk iets toe weet te voegen. Het lijkt dat hierdoor de boel flink wakker geschud wordt. Met het heerlijke trippende Friend Like That lukt het ze om deze stuwende lijn door te zetten. Het samenspel van flitsende discobeats en lang gerekte orgelklanken geven de zang nou net die impuls die in de openingstracks zo gemist wordt.
Het door Biscuit A R Harris gefloten Go To The Top weet het accent te verleggen naar de leefkuil retro popsound uit de jaren zeventig. Een tijdelijke opleving die een vervolg krijgt in de Reggae tonen van Beautiful. Ook in het afsluitende Like The Stars is het de fluitist die met de prachtige toevoeging de boel nog enigszins kan redden.
Ze hebben er niet goed aan gedaan om op het tweede wapenfeit Girl het allemaal zo drastisch om te gooien. De kille elektronische aanpak wil vaak wel goed uitvallen, hier veroorzaakt het alleen in het tweede stuk van de plaat wat impulsieve levenstekenen. Een tekort aan kunst en een overschot aan vliegwerk.
Girl Ray - Girl | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Girl is het misleidende vervolg op het luchtige Earl Grey. Wilden ze daar nog de nadruk richten op prachtige gitaar edelsteentjes waarbij de niet altijd zuivere zang ze vergeven is. Het had gewoon iets liefs en bereikbaars. Dat charmante van een tegen de volwassenheid aanlopende vriendinnengroep. Iets wat schuchter, iets wat verlegen, maar wel oprecht gemeend. Tienermeisjes slaapkamer romantiek, waarbij onder het genot van een kopje thee de intiemste geheimen gedeeld worden.
Poppy Hankin heeft een lekkere diepe zwoele stem. De teksten blijven hier echter op het niveau van middelbare school romantiek steken, maar dat geeft verder niks. De muzikale omlijsting is verder prima, Sophie Moss beantwoordt met haar diepe baspartijen de sensuele voordracht van de zangeres. Iris McConell laat echter net te vaak de drummachine het werk doen, terwijl ze haar luiheid ook zou kunnen omzetten in transparante levendige percussie. Al past die lazy uitstraling wel perfect op Girl. Teveel op de automatische piloot gespeeld belanden ze in het eerste gedeelte in het dal der vergetelheid.
Het is wachten tot aan prijsnummer Takes Time, waar het rappende gedeelte van PSwuave wel degelijk iets toe weet te voegen. Het lijkt dat hierdoor de boel flink wakker geschud wordt. Met het heerlijke trippende Friend Like That lukt het ze om deze stuwende lijn door te zetten. Het samenspel van flitsende discobeats en lang gerekte orgelklanken geven de zang nou net die impuls die in de openingstracks zo gemist wordt.
Het door Biscuit A R Harris gefloten Go To The Top weet het accent te verleggen naar de leefkuil retro popsound uit de jaren zeventig. Een tijdelijke opleving die een vervolg krijgt in de Reggae tonen van Beautiful. Ook in het afsluitende Like The Stars is het de fluitist die met de prachtige toevoeging de boel nog enigszins kan redden.
Ze hebben er niet goed aan gedaan om op het tweede wapenfeit Girl het allemaal zo drastisch om te gooien. De kille elektronische aanpak wil vaak wel goed uitvallen, hier veroorzaakt het alleen in het tweede stuk van de plaat wat impulsieve levenstekenen. Een tekort aan kunst en een overschot aan vliegwerk.
Girl Ray - Girl | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Girlpool - What Chaos Is Imaginary (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 15:34 uur
Girlpool uit Los Angeles trakteerde ons in 2015 met de spontane lo-fi plaat Before the World Was Big. Onschuldige puberliedjes welke hun oorsprong leken te vinden op een snoezige meidenkamer, om vervolgens tot uitwerking gebracht te worden op een zoldertje. Heerlijk onbevangen terug verlangen naar de kindertijd. Met af en toe een beetje tegen de maatschappij aan kicken. Met Powerplant werd de switch gemaakt naar zwoele dreampop met explosieve uitspattingen, en nu is er dan What Chaos Is Imaginary. Het leven is geen roze wolk, en het tienergeluk was maar schijn. Hun derde plaat is veel stoerder en volwassener. In eerste opzicht misschien wat vreemd, zeker als je niet op de hoogte bent dat transgender Cleo Tucker ondertussen gekozen heeft voor een geslachtsverandering, waarbij de hormoonkuren zorgen voor vocaal gezien een ander geluid. Knap dat je hiermee ook muzikaal bent ontwikkeld; vergelijk het maar met een jongen die rond de middelbare schoolleeftijd de baard in de keel krijgt, en een andere stem krijgt. Hier is het absoluut een meerwaarde. Het speelse onschuldige vrouwelijke is geëvalueerd tot een volgroeide meer mannelijke benadering. Hoe mooi zelfverzekerd en vertrouwd het klinkt laat zich lastig omschrijven. Uiteraard hoor je soms nog de twijfel door in de manier van zingen, dat geeft het ook een eerlijk persoonlijk tintje. Voorheen smolten de stemmen meer samen, nu hoor je duidelijk verschillen in de benadering per song. Harmony Trividad is tevens gegroeid, het kinderlijke heeft plaats gemaakt voor sensuele volwassenheid.
Toch ben ik vooral een groot liefhebber voor de meer dan geweldige verandering van Cleo Tucker. Vocaal is het zo puur en natuurlijk, iets wat al direct opvalt in opener Lucy’s. Chapeau hoe hier een missing link gevormd wordt tussen het stofzuigende shoegazer naar de daaropvolgende mellow Madchester sound. Als Tucker zingt, dan gaat het al snel meer richting de Merseybeat en jaren zestig psychedelica zoals in Swamp and Bay en Hire, stoer en ruig. Dat in deze korte periode al zo’n rauw en hees stemgeluid is ontwikkeld mag bijzonder genoemd worden. Harmony Trividad roept met haar hoge engelachtige vocalen de regionen van het bijna onaardse op. Treffend tot het recht komend in Hoax and the Shrine en het zwoele Stale Device. Ook het klein gehouden Josephs Dad is een diamantje. Maar verder is het nog steeds de dynamiek tussen beiden die bepalend is. Bij de Dreampop van Where You Sink smelt de zang samen in het gedeelte waar Tucker zich beschaafd ondergeschikt opstelt ten opzichte van Trividad.
Pretty roept herinneringen op aan de poppy gitaar spelende frontvrouwen van dromerige zelfverzekerde Britse bands die redelijk succesvol daar de charts wisten te bereiken. Meer donker gekleurd en zwaarmoediger weerklinkt Chemical Freeze en het door een orgel vorm gegeven Minute in Your Mind, welke naadloos over gaat in het hemelse trippende What Chaos Is Imaginary. Dan is All Blacked Out daar tegenover een zoet opwarmend kampvuurliedje. Maar echt opbeurend wordt het pas bij het vrolijke Lucky Joke, kriebelend als de eerste grassprieten. Als toegift krijgen we het ruimtelijke Roses cadeau, om vervolgens bijna als een baby te willen weg kruipen in moeders schoot. De noisy uitbarstingen op What Chaos Is Imaginary zijn sensitiever en minder overrompelend en lomp dan wat er in de jaren negentig gebracht werd. Een logische benadering hiervoor lijkt mij het bespelen van de instrumenten. Het vrouwelijke aspect hoor je voornamelijk terug in de beheersing, slanke ranke vingers raken de snaren natuurlijk anders dan ruwe werkershanden. Girlpool is meer in evenwicht, het plaatje klopt nu helemaal, alsof het nooit anders is geweest.
Girlpool - What Chaos Is Imaginary | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Toch ben ik vooral een groot liefhebber voor de meer dan geweldige verandering van Cleo Tucker. Vocaal is het zo puur en natuurlijk, iets wat al direct opvalt in opener Lucy’s. Chapeau hoe hier een missing link gevormd wordt tussen het stofzuigende shoegazer naar de daaropvolgende mellow Madchester sound. Als Tucker zingt, dan gaat het al snel meer richting de Merseybeat en jaren zestig psychedelica zoals in Swamp and Bay en Hire, stoer en ruig. Dat in deze korte periode al zo’n rauw en hees stemgeluid is ontwikkeld mag bijzonder genoemd worden. Harmony Trividad roept met haar hoge engelachtige vocalen de regionen van het bijna onaardse op. Treffend tot het recht komend in Hoax and the Shrine en het zwoele Stale Device. Ook het klein gehouden Josephs Dad is een diamantje. Maar verder is het nog steeds de dynamiek tussen beiden die bepalend is. Bij de Dreampop van Where You Sink smelt de zang samen in het gedeelte waar Tucker zich beschaafd ondergeschikt opstelt ten opzichte van Trividad.
Pretty roept herinneringen op aan de poppy gitaar spelende frontvrouwen van dromerige zelfverzekerde Britse bands die redelijk succesvol daar de charts wisten te bereiken. Meer donker gekleurd en zwaarmoediger weerklinkt Chemical Freeze en het door een orgel vorm gegeven Minute in Your Mind, welke naadloos over gaat in het hemelse trippende What Chaos Is Imaginary. Dan is All Blacked Out daar tegenover een zoet opwarmend kampvuurliedje. Maar echt opbeurend wordt het pas bij het vrolijke Lucky Joke, kriebelend als de eerste grassprieten. Als toegift krijgen we het ruimtelijke Roses cadeau, om vervolgens bijna als een baby te willen weg kruipen in moeders schoot. De noisy uitbarstingen op What Chaos Is Imaginary zijn sensitiever en minder overrompelend en lomp dan wat er in de jaren negentig gebracht werd. Een logische benadering hiervoor lijkt mij het bespelen van de instrumenten. Het vrouwelijke aspect hoor je voornamelijk terug in de beheersing, slanke ranke vingers raken de snaren natuurlijk anders dan ruwe werkershanden. Girlpool is meer in evenwicht, het plaatje klopt nu helemaal, alsof het nooit anders is geweest.
Girlpool - What Chaos Is Imaginary | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Girls Under Glass - Backdraft (2023)

4,0
1
geplaatst: 5 augustus 2023, 17:22 uur
Retro gothic Girls Under Glass doemdenkers ontwaken, schudden het problematisch verledenverloop van zich af en bundelen hun gezamenlijke krachten voor een nieuw indrukwekkende episode in de toch niet al misselijke darkwave catalogus. We leven in 2023, een langdurige periode aan stilstand, achteruitgang en mentale anti socialisatie heeft het menselijke bestaan gepijnigd en gekleineerd. Onze aarde is een roodgloeiende tijdbom, waarbij klimaatstijgingen de mensheid destructief verhit tegenover elkaar plaatst. Net als in de jaren tachtig is er behoefte aan stekelige weerhaken. Die destructieve noise krijgt in de vorm van zwartgallige uit Hamburg afkomstige Girls Under Glass duisternis idealisten een treffend weerwoord. Nachtleven romantici, welke zich met wanhoop en verwarring voeden.
Na de achttienjarige stilte heerst die rusteloze behoefte om weer samen aan bruikbaar materiaal te werken. De duisternis overeenkomst is zelfs zo sterk dat er tevens op het podium ruimte voor oudgediende Tom Lücke is. Gebroederlijk splitst hij naast Volker Zacharias de zangpartijen in tweeën op. Een sympathieverbond welke zelfs in een volledig door Tom Lücke gezongen live bonus EP wat extra’s aan de trouwe volgelingen schenkt. Ik beperk mij tot de recente Backdraft plaat, zonder Tom Lücke en zonder mede oprichter en toetsenist Hauke Harms die de band eerder al in 2017 verlaat, maar wel met een glansrol voor de Noorse black metal vocalist Mortiis.
Darkwave Girls Under Glass pioniers maken waar wat het vergelijkbare stroef lopende The Sisters Of Mercy al jaren verzuimd. Ze houden die vurige gothic spirit brandende. Ze grijpen hiermee ook regelmatig naar het militante dansbare Front 242 Electric Body Music geluid terug, en staan op het podium voor een spetterend optreden garant. De Duitse darkwave is nog lang niet afgedankt, dood en begraven, maar leidt een sluierend bestaan in de schemerige achterkamer underground scene. Daar leeft het dus nog steeds. Een herenigd Duitsland wenkt aan de horizon als tijdsgenoten als Deine Lakaien, Diary of Dreams, Pink Turns Blue en Love Like Blood eind jaren tachtig die deprimerende kilte naar de kleurrijke nineties transformeren. Door die samensmelting breiden ze het werkgebied als een zwarte verspreidende inktvlek uit. Girls Under Glass hebben dan al een vijftal jaren aan arbeidservaring op hun naam staan.
Girls Under Glass hecht zich standvastig aan dat primaire zware geluid zonder veel essentiële compromissen met de hedendaagse postpunkveranderingen af te sluiten. Daarom klinkt de Backdraft brandhaarden zuurstofexplosie zo identiek mogelijk als hun oudere tracks. Gedateerd, dat zeker wel, maar in 2023 heerst de zekerheid van het afgesloten vergelijkbare conservatieve tijdperk. Leren van het verleden om sprongen vooruit te maken. Het her gemodelleerde Duitsland heeft Het IJzeren Gordijn problematiek toen overwonnen. In dat vooruitdenkende streven ligt zeker de kracht, al krijgt deze vooral op Backdraft tekstueel gehoor. De identiteitscrisis is een gemeenschappelijk goed, waardoor woorden juist op het maatschappelijk sociaal vlak de sombere Volker Zacharias gedachtegang met de buitenwereld delen. De mensheid staat hier evenredig centraal in, iedereen heeft exact datzelfde opstartpunt.
De alchemistische Backdraft (Prelude) armageddon oerknal katalyseert de ronkende verroeste Girls Under Glass motor en reactiveert vastgelopen slapende machineradartjes tot het vermogen om snoeihard toe te slaan. Die gemobiliseerde dreiging wordt in de openingstrack nog door controlerende drums afgeremd. Het futuristische krautrock verleden maakt zich startklaar, het is slechts een kwestie van tijd voordat deze definitief los gaat. Bevriezende dystopische Nightkiss passie lanceert stevige rockgitaarecho’s met een sombergrimmig gestemde Tom Lücke die toekijkt hoe de nachtelijke duisternis het pessimistische liefdeloze dagleven opslokt. Een energie slopende Endless Nights eindmissie, dansen totdat je erbij neervalt. Deze cyberpunk cowboys zetten hun roeping in de dodelijke geïnfecteerde Tainted psychotrance elektro floorkiller voort. Heerlijk navelstarend in het schemerige maanlicht voortbewegen. Mortiis, de nachtceremoniemeester dirigeert het geheel als een afgekeurde poppenspeler de afgrond in. De melodieuze verlichtende We Feel Allright darktechno sluit hier genadeloos op aan.
De gitzwart slepende No Hope No Fear muurschaduwdans is alles behalve stoer. Twijfel van een in toom gehouden angstcultuur. Girls Under Glass verdwijnt hier in het grijze mistsound escapisme, een sombere visie over dood, bedrog en het gebrek aan inlevend empathisch vermogen. Eigenlijk leent de Duitse taal zich het beste voor de minimalistische Eiskalt / Sunburst kilte en ook het retro Tanz im Neonlicht industrial postpunkbeats slagveld wordt gelukkig in die moederstaal bezongen. Emotioneel demonisch kretengeweld zorgt voor dat lugubere morbide sfeertje welke in de Everything Will Die Electric Body Music decadentie de nodige bevestiging toegediend krijgt. Het beklemmende Heart on Fire is een waardige licht oververhitte afsluiter. Backdraft is een sterk staaltje aan maan verduisterend darkwave genot. Die voortrekkersrol straalt de zeer geslaagde Girls Under Glass comeback in alle opzichten uit. Het enige puntje van kritiek is dat de overgang tussen de tracks niet altijd vlekkeloos verloopt, maar dat is ze vergeven. Fijn dat ze weer terug aan het front zijn.
Girls Under Glass - Backdraft | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Na de achttienjarige stilte heerst die rusteloze behoefte om weer samen aan bruikbaar materiaal te werken. De duisternis overeenkomst is zelfs zo sterk dat er tevens op het podium ruimte voor oudgediende Tom Lücke is. Gebroederlijk splitst hij naast Volker Zacharias de zangpartijen in tweeën op. Een sympathieverbond welke zelfs in een volledig door Tom Lücke gezongen live bonus EP wat extra’s aan de trouwe volgelingen schenkt. Ik beperk mij tot de recente Backdraft plaat, zonder Tom Lücke en zonder mede oprichter en toetsenist Hauke Harms die de band eerder al in 2017 verlaat, maar wel met een glansrol voor de Noorse black metal vocalist Mortiis.
Darkwave Girls Under Glass pioniers maken waar wat het vergelijkbare stroef lopende The Sisters Of Mercy al jaren verzuimd. Ze houden die vurige gothic spirit brandende. Ze grijpen hiermee ook regelmatig naar het militante dansbare Front 242 Electric Body Music geluid terug, en staan op het podium voor een spetterend optreden garant. De Duitse darkwave is nog lang niet afgedankt, dood en begraven, maar leidt een sluierend bestaan in de schemerige achterkamer underground scene. Daar leeft het dus nog steeds. Een herenigd Duitsland wenkt aan de horizon als tijdsgenoten als Deine Lakaien, Diary of Dreams, Pink Turns Blue en Love Like Blood eind jaren tachtig die deprimerende kilte naar de kleurrijke nineties transformeren. Door die samensmelting breiden ze het werkgebied als een zwarte verspreidende inktvlek uit. Girls Under Glass hebben dan al een vijftal jaren aan arbeidservaring op hun naam staan.
Girls Under Glass hecht zich standvastig aan dat primaire zware geluid zonder veel essentiële compromissen met de hedendaagse postpunkveranderingen af te sluiten. Daarom klinkt de Backdraft brandhaarden zuurstofexplosie zo identiek mogelijk als hun oudere tracks. Gedateerd, dat zeker wel, maar in 2023 heerst de zekerheid van het afgesloten vergelijkbare conservatieve tijdperk. Leren van het verleden om sprongen vooruit te maken. Het her gemodelleerde Duitsland heeft Het IJzeren Gordijn problematiek toen overwonnen. In dat vooruitdenkende streven ligt zeker de kracht, al krijgt deze vooral op Backdraft tekstueel gehoor. De identiteitscrisis is een gemeenschappelijk goed, waardoor woorden juist op het maatschappelijk sociaal vlak de sombere Volker Zacharias gedachtegang met de buitenwereld delen. De mensheid staat hier evenredig centraal in, iedereen heeft exact datzelfde opstartpunt.
De alchemistische Backdraft (Prelude) armageddon oerknal katalyseert de ronkende verroeste Girls Under Glass motor en reactiveert vastgelopen slapende machineradartjes tot het vermogen om snoeihard toe te slaan. Die gemobiliseerde dreiging wordt in de openingstrack nog door controlerende drums afgeremd. Het futuristische krautrock verleden maakt zich startklaar, het is slechts een kwestie van tijd voordat deze definitief los gaat. Bevriezende dystopische Nightkiss passie lanceert stevige rockgitaarecho’s met een sombergrimmig gestemde Tom Lücke die toekijkt hoe de nachtelijke duisternis het pessimistische liefdeloze dagleven opslokt. Een energie slopende Endless Nights eindmissie, dansen totdat je erbij neervalt. Deze cyberpunk cowboys zetten hun roeping in de dodelijke geïnfecteerde Tainted psychotrance elektro floorkiller voort. Heerlijk navelstarend in het schemerige maanlicht voortbewegen. Mortiis, de nachtceremoniemeester dirigeert het geheel als een afgekeurde poppenspeler de afgrond in. De melodieuze verlichtende We Feel Allright darktechno sluit hier genadeloos op aan.
De gitzwart slepende No Hope No Fear muurschaduwdans is alles behalve stoer. Twijfel van een in toom gehouden angstcultuur. Girls Under Glass verdwijnt hier in het grijze mistsound escapisme, een sombere visie over dood, bedrog en het gebrek aan inlevend empathisch vermogen. Eigenlijk leent de Duitse taal zich het beste voor de minimalistische Eiskalt / Sunburst kilte en ook het retro Tanz im Neonlicht industrial postpunkbeats slagveld wordt gelukkig in die moederstaal bezongen. Emotioneel demonisch kretengeweld zorgt voor dat lugubere morbide sfeertje welke in de Everything Will Die Electric Body Music decadentie de nodige bevestiging toegediend krijgt. Het beklemmende Heart on Fire is een waardige licht oververhitte afsluiter. Backdraft is een sterk staaltje aan maan verduisterend darkwave genot. Die voortrekkersrol straalt de zeer geslaagde Girls Under Glass comeback in alle opzichten uit. Het enige puntje van kritiek is dat de overgang tussen de tracks niet altijd vlekkeloos verloopt, maar dat is ze vergeven. Fijn dat ze weer terug aan het front zijn.
Girls Under Glass - Backdraft | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Glass Animals - Dreamland (2020)

3,5
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 15:34 uur
Als Joe Seaward in de zomer van 2018 door een tragisch ongeval een forse hersenbeschadiging oploopt, en in een zwaar revalidatietraject beland, gaat letterlijk en figuurlijk het licht uit bij de Glass Animals. Deze uit Oxford afkomstige popband die psychedelica mixt met zwoele hiphop beats herplaatst zich in de drummer die opnieuw moet leren communiceren en bewegen. Feitelijk begint hij bij het nulpunt en staat Joe Seaward net als een peuter onderaan de ontwikkelingsladder. Deze heftige achtergrond vormt de basis voor de derde plaat van de indrukwekkende band, die na verschillende ontvangen popprijzen voor How To Be A Human Being op het punt staat om door te stoten naar een toppositie in de muziekscene.
Tekstschrijver Dave Bayley herplaatst zich in zijn jeugdjaren die in Texas plaatsvinden. Met fragmentarische thuisopnames uit 1994 gaat hij terug naar zijn kindertijd in de Verenigde Staten. Doordat hij de afgelopen twee jaar veel met invloedrijke rappers heeft gewerkt, ademt Dreamland een mooi old-school sfeertje uit. Zijn verbintenis met de gemeenschap is zelfs zo sterk dat hij door het politieke Black Lives Matter terecht een dikke streep door de releasedatum zet, en deze verschuift naar de eerste week van augustus.
Met het titelstuk Dreamland lijken we te ontwaken uit een comateuze droomtoestand, waarbij herinneringen uit het verleden een grote rol spelen. Na de geruststellende klanken vervolgt al snel de harde realiteit als Dave Bayley een weggestopte geweldspleging op school beschrijft als hij oog in oog staat met een gewapende goede vriend. Op het einde van de openingstrack komt de zanger tot de conclusie dat er ook nu in 2020 niks veranderd is, en dat het tijd is geworden om daar wat aan te doen. Niet kort daarna explodeert de hele boel in de Verenigde Staten.
Deze gebeurtenis wordt later uitgewerkt in het slopende Space Ghost Coast to Coast, waarbij de link gelegd wordt naar de agressieve bloeddorstige computergames. Machobeats ondersteunen de pakkende rap lines die steeds meer vragen oproepen, en het breekpunt tussen fantasie en realiteit op een treffende manier weergeven. Een heerlijke verhalende track die geheel losgekoppeld is van het vredelievende begin.
Het bikkelharde straatleven van gastrapper Denzel Curry wordt uitgebuit in Tokyo Drifting, waarin de overlevingsdrang in een kansloos bestaan op spookachtige wijze wordt verwoord. Op gruwelijke geslaagde wijze groeien de verschillende culturen perfect naar elkaar toe. An Englishman In New York, waarbij hij zich als observator midden in de vuurlinie bevind. De broeierigheid wordt helaas te vaak afgewisseld met Britse arrogante onverschilligheid, wat de opbouwende spanning afremt. De flauwe woordgrapjes tussendoor willen ook niet helemaal meewerken.
Hierdoor is het geen gewonnen wedstrijd, maar moet er bij elke sterke pushende track weer gevochten worden voor de erkenning. Het catchy Your Love (Déjà Vu) mag door de pakkende ritmische ondersteuning nog net hiertoe gerekend worden, al komt het bijna over als een goed uitgewerkte boyband parodie van Eminem. De genadeklap komt echter met de in perfectie opbouwende dancetrack It’s All So Incredibly Loud, waarbij daadwerkelijk in een viertal minuten naar een clubgerichte climax wordt toegewerkt en de beat de hartslag van het nummer vormt.
Het concept had heel mooi uitgewerkt kunnen worden tot een overtuigende verhaallijn, maar hierin is Glass Animals net te voorzichtig geweest. Zolang ze geen keuze maken tussen popvriendelijkheid en serieuze diepgang blijft het lastig om ze te plaatsen. Dreamland is een geslaagde plaat, maar er had zoveel meer ingezeten.
Glass Animals - Dreamland | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Tekstschrijver Dave Bayley herplaatst zich in zijn jeugdjaren die in Texas plaatsvinden. Met fragmentarische thuisopnames uit 1994 gaat hij terug naar zijn kindertijd in de Verenigde Staten. Doordat hij de afgelopen twee jaar veel met invloedrijke rappers heeft gewerkt, ademt Dreamland een mooi old-school sfeertje uit. Zijn verbintenis met de gemeenschap is zelfs zo sterk dat hij door het politieke Black Lives Matter terecht een dikke streep door de releasedatum zet, en deze verschuift naar de eerste week van augustus.
Met het titelstuk Dreamland lijken we te ontwaken uit een comateuze droomtoestand, waarbij herinneringen uit het verleden een grote rol spelen. Na de geruststellende klanken vervolgt al snel de harde realiteit als Dave Bayley een weggestopte geweldspleging op school beschrijft als hij oog in oog staat met een gewapende goede vriend. Op het einde van de openingstrack komt de zanger tot de conclusie dat er ook nu in 2020 niks veranderd is, en dat het tijd is geworden om daar wat aan te doen. Niet kort daarna explodeert de hele boel in de Verenigde Staten.
Deze gebeurtenis wordt later uitgewerkt in het slopende Space Ghost Coast to Coast, waarbij de link gelegd wordt naar de agressieve bloeddorstige computergames. Machobeats ondersteunen de pakkende rap lines die steeds meer vragen oproepen, en het breekpunt tussen fantasie en realiteit op een treffende manier weergeven. Een heerlijke verhalende track die geheel losgekoppeld is van het vredelievende begin.
Het bikkelharde straatleven van gastrapper Denzel Curry wordt uitgebuit in Tokyo Drifting, waarin de overlevingsdrang in een kansloos bestaan op spookachtige wijze wordt verwoord. Op gruwelijke geslaagde wijze groeien de verschillende culturen perfect naar elkaar toe. An Englishman In New York, waarbij hij zich als observator midden in de vuurlinie bevind. De broeierigheid wordt helaas te vaak afgewisseld met Britse arrogante onverschilligheid, wat de opbouwende spanning afremt. De flauwe woordgrapjes tussendoor willen ook niet helemaal meewerken.
Hierdoor is het geen gewonnen wedstrijd, maar moet er bij elke sterke pushende track weer gevochten worden voor de erkenning. Het catchy Your Love (Déjà Vu) mag door de pakkende ritmische ondersteuning nog net hiertoe gerekend worden, al komt het bijna over als een goed uitgewerkte boyband parodie van Eminem. De genadeklap komt echter met de in perfectie opbouwende dancetrack It’s All So Incredibly Loud, waarbij daadwerkelijk in een viertal minuten naar een clubgerichte climax wordt toegewerkt en de beat de hartslag van het nummer vormt.
Het concept had heel mooi uitgewerkt kunnen worden tot een overtuigende verhaallijn, maar hierin is Glass Animals net te voorzichtig geweest. Zolang ze geen keuze maken tussen popvriendelijkheid en serieuze diepgang blijft het lastig om ze te plaatsen. Dreamland is een geslaagde plaat, maar er had zoveel meer ingezeten.
Glass Animals - Dreamland | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Glenn Jones - Vade Mecum (2022)

3,5
0
geplaatst: 11 september 2022, 22:05 uur
Glenn Jones is amper veertien jaar oud als The Jimi Hendrix Experience in 1967 het meesterwerk Axis: Bold as Love uitbrengen. Het puberale verzet maakt plaats voor een heuse doelstelling, al zullen zijn ouders niet echt gelukkig zijn geweest met de mededeling dat Glenn Jones de schoolboeken aan de kant schuift en zich op het akoestische gitaarspel richt. Toch gaat er nog de nodige tijd overheen voordat hij in 1990 Cul de Sac opricht.
Cul de Sac, duister, mysterieus, dreigend zelfs, ja zeker dreigend, maar ook nog eens instrumentaal. Klimaatsoundtrack muziek, dreigend als een alles meesleurende wervelstorm, scherp doeltreffend als druiperige ijspegels, die zich op het juiste moment met vol evenwicht op hun onschuldige slachtoffers laten vallen. Donkere psychedelische postpunk akkoorden en mistige slaande ritmes, zo passende in de verregende neerslachtigheid van de grunge. Het is niet zozeer het feit dat deze deprimerende zelfdestructieve bastaard van de rockmuziek een langzame dood sterft, het zijn eerder de frontfiguren die aan een vroegtijdig einde komen.
Bewapend met zijn geschoolde slidegitaar techniek gaat Glenn Jones op een avontuurlijke ontdekkingsreis. Zijn woeste gitaarspel rafelt steeds meer die stekende kantjes er vanaf en polijst zijn sound tot een toegankelijk geluid. Minder schurend, aangenaam pingelend de dromerigheid kruisend. Nadat hij de woestijnkorrels uit zijn instrument geklopt heeft zoekt hij zijn toevlucht steeds meer in die torenhoge zandkastelen mystiek. Mijmerende stapelwolken bouwend, het muzikale vluchtoord, woonplaats van de steeds zelfstandiger functionerende kleine voortkabbelende groei- en gloeijuweeltjes.
Op zijn laatste album Vade Mecum leiden de songs ieder hun eigen leven. De liedjes komen aanwaaien, en krijgen in de handen van Glenn Jones onderdak. Soepel kneedt en masseert hij de tracks totdat ze genoeg versterkt en gevoed in staat zijn om hun reis te vervolgen. De oudere gepensioneerde Amerikaan is uitgewandeld, zijn pelgrimstocht uitgelopen. Vade Mecum voegt weinig toe, zijn kristalheldere verfijning is tot in perfectie uitgevoerd. Door het speels mijmerend gebruik van tempowisselingen in het donkere Kathy Maltese pakt hij een stukje afgesloten jeugd terug. De eenzame weg krijgt aansluiting als de gitaar voor de banjo ingeruild wordt en de geschoolde Ruthie Dornfeld hem met haar viool vergezeld. Een kort wederzien, toepasselijk Ruthie’s Farewell genaamd. Een eerbetoon aan de vrouw die hem in het verleden een banjo schenkt, en nu een aanvulling op die leerlessen geeft.
Het zijn die fraaie toevalligheden die hier zo mooi samenkomen. De kracht van het onvoorspelbare, elke ontmoeting heeft zijn nut en zal ooit nog eens van pas komen. De spirituele geesten uit het verleden, wijze grijze voorouders en uitgeschreven bekwaamheden. Glenn Jones draagt een plunjezak aan bagage met zich mee, maar is niet te beroerd om deze te delen. Vade Mecum, kom met mij mee, trotseer de jaargetijden, reisgids sightseeing door het natuurlijke schoon van de Verenigde Staten. Het mediterend psychedelische Vade Mecum titelstuk roept de nodige filosofische vragen op, een ontwakende drugstrip op klaarlichte dag. Clean van de emoties, met opgeschoonde hersencellen. Each Crystal Pane of Glass is de dreigende keerzijde, dezelfde invalshoek, maar dan met het zonsverduisterende effect.
Het Cul de Sac verhaal lijkt nog steeds genoeg doorgangen te hebben. Tussen de nauwe kieren door ontsnapt het zwaar duistere Forsythia dat roemloze verleden, om die invloedrijke fase hier als woekerend onkruid een doorstart te geven. Dierlijke klanken en de kracht van het ruisende water voegen een stukje natuurbeleving aan het folky Bass Harbor Head toe. Herinneringen vervagen totdat er alleen maar zwarte, witte en grijze tinten overblijven. Het nostalgisch ouder worden, voor eeuwig vastgelegd in monumentale muziek, want daar draait het uiteindelijk toch allemaal om? Het zijn de verhalen die zich in het hoofd afspelen, door de keuze om hier geen woorden aan te verbinden, blijft het puur en identiek.
Glenn Jones - Vade Mecum | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Cul de Sac, duister, mysterieus, dreigend zelfs, ja zeker dreigend, maar ook nog eens instrumentaal. Klimaatsoundtrack muziek, dreigend als een alles meesleurende wervelstorm, scherp doeltreffend als druiperige ijspegels, die zich op het juiste moment met vol evenwicht op hun onschuldige slachtoffers laten vallen. Donkere psychedelische postpunk akkoorden en mistige slaande ritmes, zo passende in de verregende neerslachtigheid van de grunge. Het is niet zozeer het feit dat deze deprimerende zelfdestructieve bastaard van de rockmuziek een langzame dood sterft, het zijn eerder de frontfiguren die aan een vroegtijdig einde komen.
Bewapend met zijn geschoolde slidegitaar techniek gaat Glenn Jones op een avontuurlijke ontdekkingsreis. Zijn woeste gitaarspel rafelt steeds meer die stekende kantjes er vanaf en polijst zijn sound tot een toegankelijk geluid. Minder schurend, aangenaam pingelend de dromerigheid kruisend. Nadat hij de woestijnkorrels uit zijn instrument geklopt heeft zoekt hij zijn toevlucht steeds meer in die torenhoge zandkastelen mystiek. Mijmerende stapelwolken bouwend, het muzikale vluchtoord, woonplaats van de steeds zelfstandiger functionerende kleine voortkabbelende groei- en gloeijuweeltjes.
Op zijn laatste album Vade Mecum leiden de songs ieder hun eigen leven. De liedjes komen aanwaaien, en krijgen in de handen van Glenn Jones onderdak. Soepel kneedt en masseert hij de tracks totdat ze genoeg versterkt en gevoed in staat zijn om hun reis te vervolgen. De oudere gepensioneerde Amerikaan is uitgewandeld, zijn pelgrimstocht uitgelopen. Vade Mecum voegt weinig toe, zijn kristalheldere verfijning is tot in perfectie uitgevoerd. Door het speels mijmerend gebruik van tempowisselingen in het donkere Kathy Maltese pakt hij een stukje afgesloten jeugd terug. De eenzame weg krijgt aansluiting als de gitaar voor de banjo ingeruild wordt en de geschoolde Ruthie Dornfeld hem met haar viool vergezeld. Een kort wederzien, toepasselijk Ruthie’s Farewell genaamd. Een eerbetoon aan de vrouw die hem in het verleden een banjo schenkt, en nu een aanvulling op die leerlessen geeft.
Het zijn die fraaie toevalligheden die hier zo mooi samenkomen. De kracht van het onvoorspelbare, elke ontmoeting heeft zijn nut en zal ooit nog eens van pas komen. De spirituele geesten uit het verleden, wijze grijze voorouders en uitgeschreven bekwaamheden. Glenn Jones draagt een plunjezak aan bagage met zich mee, maar is niet te beroerd om deze te delen. Vade Mecum, kom met mij mee, trotseer de jaargetijden, reisgids sightseeing door het natuurlijke schoon van de Verenigde Staten. Het mediterend psychedelische Vade Mecum titelstuk roept de nodige filosofische vragen op, een ontwakende drugstrip op klaarlichte dag. Clean van de emoties, met opgeschoonde hersencellen. Each Crystal Pane of Glass is de dreigende keerzijde, dezelfde invalshoek, maar dan met het zonsverduisterende effect.
Het Cul de Sac verhaal lijkt nog steeds genoeg doorgangen te hebben. Tussen de nauwe kieren door ontsnapt het zwaar duistere Forsythia dat roemloze verleden, om die invloedrijke fase hier als woekerend onkruid een doorstart te geven. Dierlijke klanken en de kracht van het ruisende water voegen een stukje natuurbeleving aan het folky Bass Harbor Head toe. Herinneringen vervagen totdat er alleen maar zwarte, witte en grijze tinten overblijven. Het nostalgisch ouder worden, voor eeuwig vastgelegd in monumentale muziek, want daar draait het uiteindelijk toch allemaal om? Het zijn de verhalen die zich in het hoofd afspelen, door de keuze om hier geen woorden aan te verbinden, blijft het puur en identiek.
Glenn Jones - Vade Mecum | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Glenn Medeiros - Glenn Medeiros (1987)
Alternatieve titel: Nothing's Gonna Change My Love For You

2,5
0
geplaatst: 24 mei 2007, 21:32 uur
Voor deze man heb ik erg veel respect.
Dat hij het voor elkaar gekregen heeft om een heel album te kunnen vullen. Blijkt zelfs dat hij nog meer albums gemaakt heeft.
Dan moet Axl Rose toch zeker met een nieuw album kunnen komen; als het zo eenvoudig is.
Ooit vroeg een goede vriend van mij voor zijn verjaardag muziek van Glenn Medeiros. Ik was de enige die niet mee betaald had, maar heb hem een platenbon gegeven, waarvoor hij weer iets van Milli Vanilli voor kocht.
Maar van dit album raak ik ontroert. Alleen al als ik zijn naam hoor krijg ik tranen in mijn ogen, en kriebels in mijn buik (en darmen).
Glenn Medeiros; dat is toch gewoon een samensmelting van de heren van Modern Talking.
Wat zal er toch van deze jongen geworden zijn.
Dat hij het voor elkaar gekregen heeft om een heel album te kunnen vullen. Blijkt zelfs dat hij nog meer albums gemaakt heeft.
Dan moet Axl Rose toch zeker met een nieuw album kunnen komen; als het zo eenvoudig is.
Ooit vroeg een goede vriend van mij voor zijn verjaardag muziek van Glenn Medeiros. Ik was de enige die niet mee betaald had, maar heb hem een platenbon gegeven, waarvoor hij weer iets van Milli Vanilli voor kocht.
Maar van dit album raak ik ontroert. Alleen al als ik zijn naam hoor krijg ik tranen in mijn ogen, en kriebels in mijn buik (en darmen).
Glenn Medeiros; dat is toch gewoon een samensmelting van de heren van Modern Talking.
Wat zal er toch van deze jongen geworden zijn.
Glints - The Dark! (2023)

4,0
1
geplaatst: 11 mei 2023, 02:36 uur
Als Glints, het alter ego van Jan Lemmens in 2015 zijn eerste gelijknamige Glints EP uitbrengt, neemt hij je aan de hand door een verlaten Antwerpen, waar het nachtleven wel vanuit de zijkant alles coördineert, maar zich nog niet opdringt. Pas bij de laatste ongeduldige Divalent Diction eist de zelfkant zijn deel op. Burgundy is verknipter en bevindt zich meer in het schemergebied tussen dagdromen en nachtmerries. Van de duistere straathoek is de saxofoonblazer de stille getuige, het geweten van de stad. Zijn leger gelijkgezinde volgelingen groeit met hem mee, de andersdenkenden die overdag met de menigte mee roeien, en pas ontwaken als de stad langzaam indommelt.
Als dan in 2020 zijn volwaardige Choirboy plaat verschijnt, blijkt dat hij de straat soms vaarwel zegt om de club binnen te dringen. Glints beseft heel goed dat het hele opnameproces therapeutisch werkt, en dat elke dag in de studio een nieuw hoofdstuk oplevert. De tracks vormen het dagboek van deze verhalenverteller. Aan het eind van de regenboog staat geen pot met goud op hem te wachten. Het hiphop leven is hard en zwaar, elke dag voor erkenning werken. Er is niks romantisch aan dit beeld, wat vooral uit armoede en onzekerheid draait. Het is leuk dat je een paar afleveringen als publieke troetelbeer bij De Slimste Mens ter Wereld mag meedoen, uiteindelijk levert het die vijftien minuten van roem op, en dan is klaar. Na veelbelovende optredens binnen het clubcircuit en de festivalweides ligt in de zomer van 2022 de lat erg hoog.
Roma is de sleuteltrack en begint toepasselijk met een groots opgezette koorsound, waarmee hij overduidelijk naar de Choirboy albumtitel linkt. Roma is bijna industrial opera, Roma gooit alle deuren naar de complexiteit van zijn gespleten persoonlijkheden open, welke in paniek als ontsnapte duiven de bindende kronkels ontvluchten. De stuurloze blazers dirigeren zichzelf en houden de gastzangers enigszins in bedwang. Roma heeft het indringende bombastische van zijn held Stromae. Helden zijn er om te eren, dus waarom niet schaamteloos van dat talent gebruik maken.
Jan Lemmens observeert de buitenwereld niet langer meer, en wijst niet met een beschuldigende vinger naar de maatschappij. De oorzaak van de onmacht ligt grotendeels bij zichzelf. Op The Dark! gaat het licht uit. Glints slaat zichzelf knock-out, om kwetsbaar het gevecht aan te gaan. Het grootste struikelblok is zijn ongecontroleerde zelfbeeld, niet zozeer de gemeenschap om hem heen. The Dark! is een real life musical volgens de beginselen van Jan Lemmens. Het jazzy orkestrale A Crack Of Thunder staat met beide voeten in de funk van de jaren zeventig, zo oldschool heeft Glints nog niet eerder geklonken. Om problemen aan te pakken moet je terug naar de kern, hier identificeert hij zich met de oorsprong van de hiphop. Het is zijn EMDR trauma verwerking, het verleden herbeleven en een plekje geven. A Crack Of Thunder is een noodzakelijk startschot. Producer Yello Staelens verkeert in een soortgelijke zwarte periode, begrijpelijk dus dat hij zijn maatje hierin ondersteunt.
De stoere slowrap van mede compagnon Roméo Elvis brengt hem in de funky Just A Prick triphop down to earth. Bijzonder eigenlijk, omdat de vrouwelijke soulkopstem van Glints juist een verleidelijke antireactie oproept. Een van de vele duiveltjes die diep in hem verborgen zitten. De verzachtende Blu Samu zorgt voor het multiculturele karakter, het geweten van Antwerpen welke de So Sorry excuses ervaart. Je kan nog zo sensueel je shit in She Flew The Coop verantwoorden, de complexiteit van de beats gooien deze hard in je gezicht terug. Een verraad aan jezelf is een verraad aan je passie, in de muziek en in de liefde. All-in benadrukt nogmaals dat de roem niet komt aanwaaien, en dat Glints zich al vanaf zijn jeugd vanuit dat kansloze nulpunt omhoog werkt.
De levende legende DAAN (Stuyven) heeft geen introductie of sturing nodig. In het The Dark! titelstuk pakt hij probleemloos die demonische showmaster rol op. Het duivelse kwaad welke zelfs de neerbuigende monsters onder het bed vandaan houdt, het hoofdkussen opeist en zich met jouw angst voedt. Vervolgens verdwijnt de top van de ijsberg als sneeuw voor de zon in het koele bevredigende Rear Window. De Taurine Rider spook country accepteert het rusteloze karakter van Jan Lemmens, de eenzame cowboy die tegen de stilstaande pandemie windmolens te strijde trekt. The Dark! is een verbindingsbrug tussen hiphop en pop, maar nog meer een stukje intimiteit welke Glints hier publiekelijk deelt. The Dark! verschijnt 28 april, de daadwerkelijke live presentatie vindt echter 6 mei in een uitverkocht Ancienne Belgique te Brussel plaats.
Glints - The Dark! | Hiphop | Written in Music - writteninmusic.com
Als dan in 2020 zijn volwaardige Choirboy plaat verschijnt, blijkt dat hij de straat soms vaarwel zegt om de club binnen te dringen. Glints beseft heel goed dat het hele opnameproces therapeutisch werkt, en dat elke dag in de studio een nieuw hoofdstuk oplevert. De tracks vormen het dagboek van deze verhalenverteller. Aan het eind van de regenboog staat geen pot met goud op hem te wachten. Het hiphop leven is hard en zwaar, elke dag voor erkenning werken. Er is niks romantisch aan dit beeld, wat vooral uit armoede en onzekerheid draait. Het is leuk dat je een paar afleveringen als publieke troetelbeer bij De Slimste Mens ter Wereld mag meedoen, uiteindelijk levert het die vijftien minuten van roem op, en dan is klaar. Na veelbelovende optredens binnen het clubcircuit en de festivalweides ligt in de zomer van 2022 de lat erg hoog.
Roma is de sleuteltrack en begint toepasselijk met een groots opgezette koorsound, waarmee hij overduidelijk naar de Choirboy albumtitel linkt. Roma is bijna industrial opera, Roma gooit alle deuren naar de complexiteit van zijn gespleten persoonlijkheden open, welke in paniek als ontsnapte duiven de bindende kronkels ontvluchten. De stuurloze blazers dirigeren zichzelf en houden de gastzangers enigszins in bedwang. Roma heeft het indringende bombastische van zijn held Stromae. Helden zijn er om te eren, dus waarom niet schaamteloos van dat talent gebruik maken.
Jan Lemmens observeert de buitenwereld niet langer meer, en wijst niet met een beschuldigende vinger naar de maatschappij. De oorzaak van de onmacht ligt grotendeels bij zichzelf. Op The Dark! gaat het licht uit. Glints slaat zichzelf knock-out, om kwetsbaar het gevecht aan te gaan. Het grootste struikelblok is zijn ongecontroleerde zelfbeeld, niet zozeer de gemeenschap om hem heen. The Dark! is een real life musical volgens de beginselen van Jan Lemmens. Het jazzy orkestrale A Crack Of Thunder staat met beide voeten in de funk van de jaren zeventig, zo oldschool heeft Glints nog niet eerder geklonken. Om problemen aan te pakken moet je terug naar de kern, hier identificeert hij zich met de oorsprong van de hiphop. Het is zijn EMDR trauma verwerking, het verleden herbeleven en een plekje geven. A Crack Of Thunder is een noodzakelijk startschot. Producer Yello Staelens verkeert in een soortgelijke zwarte periode, begrijpelijk dus dat hij zijn maatje hierin ondersteunt.
De stoere slowrap van mede compagnon Roméo Elvis brengt hem in de funky Just A Prick triphop down to earth. Bijzonder eigenlijk, omdat de vrouwelijke soulkopstem van Glints juist een verleidelijke antireactie oproept. Een van de vele duiveltjes die diep in hem verborgen zitten. De verzachtende Blu Samu zorgt voor het multiculturele karakter, het geweten van Antwerpen welke de So Sorry excuses ervaart. Je kan nog zo sensueel je shit in She Flew The Coop verantwoorden, de complexiteit van de beats gooien deze hard in je gezicht terug. Een verraad aan jezelf is een verraad aan je passie, in de muziek en in de liefde. All-in benadrukt nogmaals dat de roem niet komt aanwaaien, en dat Glints zich al vanaf zijn jeugd vanuit dat kansloze nulpunt omhoog werkt.
De levende legende DAAN (Stuyven) heeft geen introductie of sturing nodig. In het The Dark! titelstuk pakt hij probleemloos die demonische showmaster rol op. Het duivelse kwaad welke zelfs de neerbuigende monsters onder het bed vandaan houdt, het hoofdkussen opeist en zich met jouw angst voedt. Vervolgens verdwijnt de top van de ijsberg als sneeuw voor de zon in het koele bevredigende Rear Window. De Taurine Rider spook country accepteert het rusteloze karakter van Jan Lemmens, de eenzame cowboy die tegen de stilstaande pandemie windmolens te strijde trekt. The Dark! is een verbindingsbrug tussen hiphop en pop, maar nog meer een stukje intimiteit welke Glints hier publiekelijk deelt. The Dark! verschijnt 28 april, de daadwerkelijke live presentatie vindt echter 6 mei in een uitverkocht Ancienne Belgique te Brussel plaats.
Glints - The Dark! | Hiphop | Written in Music - writteninmusic.com
