MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Ronald5150 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ian Siegal - Broadside (2009)

poster
4,0
Ian Siegal is een van mijn favoriete hedendaagse bluesartiesten. Hij is een geweldige zanger met een strot als die van Howlin' Wolf en hij speelt de slide gitaar op een meesterlijke wijze; broeierig, donker, dreigend, soms zelfs opgejaagd. Live is hij een sensatie. Ik heb hem een paar keer live gezien en ik kijk dan ook al weer uit naar november om hem samen met The Mississippi Mudbloods (met o.a. de gebroeders Dickinson van North Mississippi Allstars) aan het werk te zien. Ook op "Broadside" doet Siegal waar hij goed in is. Hij schuurt weer met zijn stem en scheurt met zijn gitaar. Dit album verkent een beetje de grenzen van de blues en er zijn duidelijke invloeden van country, soul en gospel en hier en daar een vleugje funk. Dit alles maakt "Broadside" een gevarieerde plaat die afwijkt van de geëffende bluespaden. De plaat is overigens geproduceerd door Matt Schofield, ook al zo'n geweldige Britse bluesgitarist. Hij speelt op een aantal nummers zelfs mee, net als Jonny Henderson op de Hammond B3. Klasse bluesplaat van een klasse artiest. Ian Siegal speelt niet de blues, hij is de blues!

Ian Siegal - Man & Guitar (2014)

poster
4,0
Ian Siegal’s eerste soloalbum is gelijk een gewaagde. Het betreft een solo-optreden voor de BBC, waar Siegal in zijn eentje met zijn akoestische gitaar eigen liedjes speelt, afgewisseld met traditionals en obscure lang vergeten bluesliedjes. De titel ”Man & Guitar” zegt wat dat betreft genoeg. In deze opzet is het lastig om de aandacht de volledige set vast te houden. Maar Ian Siegal flikt dat moeiteloos. Niet alleen in muzikaal opzicht blijft het boeiend met zijn lekkere rauwe maar soulvolle stem. Ook zijn gitaarspel vind ik fantastisch, heerlijk authentiek en met een scherp randje en veel akoestische slide. Maar ook Siegal’s persoonlijkheid, interactie met het publiek en zijn humor doen een duit in het zakje. De interludes zijn ontzettend grappig en Siegal bespeelt het publiek goed met de nodige zelfspot. Maar uiteindelijk zijn het de liedjes die het hem doen. Ian Siegal is een echte troubadour die de blues met gemak naar deze tijd weet te brengen, maar die met zeker een been diep in het bluesverleden staat geworteld. Mooi album!

Ian Siegal - Meat & Potatoes (2005)

poster
5,0
Blues gaat om gevoel, echtheid en authenticiteit. Al is de muziek nog zo goed, als ik niet geloof in hetgeen er wordt verkondigd, dan heb ik er geen "feeling" (om maar eens een populaire term te gebruiken) mee. Dit zal me bij Ian Siegal niet snel gebeuren. Deze Britse blueszanger en gitarist (1971) verkondigt blues diep geworteld in de rootsmuziek en met een flinke donder soul in zijn stem. De als Ian Berry geboren Siegal zou je kunnen typeren als doorleeft en echt.

Siegal haalt zijn inspiratie bij legendes als Muddy Waters, Howlin' Wolf, Bo Diddley, Son House, Junior Kimbrough en Tom Waits. En dit hoor je. Echter Siegal is in staat om er zijn eigen draai en invulling aan te geven. Siegal's broeierige muziek is verhalend en geeft je het gevoel dat je onderdeel uitmaakt van zijn teksten. Dit komt met name live goed tot zijn recht. Ik heb het voorrecht gehad een aantal van zijn concerten mee te maken en dat is een echte beleving. Siegal is niet alleen een fantastische zanger en(slide)gitarist maar ook een charismatische verhalenverteller en showman.

Op deze plaat uit 2005 wordt Siegal, naast zijn stuwende ritmesectie (Andy Graham op bas en Nicolaj Bjerre op drums), ondersteund door twee topmuzikanten, namelijk Matt Schofield op gitaar en Jonny Henderson op de hammond orgel. Schofield is een van mijn favoriete gitaristen en samen met de warme klanken van de toetsen van Henderson is dit de perfecte aanvulling op Siegal's stem en (slide)gitaarpartijen.

Hoogtepunt van de plaat is wat mij betreft het religieus getinte "Revelator (John the Apostle)". Siegal beschrijft op een indringende en intrigerende manier het einde der tijden. Het gitaarwerk (zowel solo als ritme) is ronduit fantastisch, om over de tekst nog maar te zwijgen.

When the first seal is broken, the sword of God on a white charger
With the second seal the horse is red, the sword of violence and fever
The third horse will be black, toil and greed consume the nations
And then will come the fourth horse, apocalypse and starvation
With five and six will come destruction, and when the seventh seal is broken
There will be silence up above while all below is devastation

Van deze plaat is ook een deluxe editie op de markt getiteld "A Bigger Plate of Meat & Potatoes". Aan deze editie is een bonus DVD toegevoegd met daarop de registratie van het concert dat Ian Siegal en band (inclusief Schofield en Henderson!) gaf op het North Sea Jazz Festival van 2005. Een werkelijke fenomenale show met veel werk van "Meat & Potatoes" en een aantal eigenzinnige uitvoeringen van bluesklassiekers.

Ian Siegal - Standing in the Morning (2004)

poster
3,5
Na zijn vertrek bij de Lee Sankey Group en voor zijn definitieve doorbraak in de blues & roots scene, komt Ian Siegal met zijn band met het album ”Standing in the Morning”. Siegal’s kenmerkende raspende stem doet geregeld aan Tom Waits denken, net als de muziek op dit album. Ook krijg ik associaties met bijvoorbeeld 16 Horsepower. Siegal lijkt nog wat zoekende te zijn. Ik hoor rock, blues, soul, folk en ook wat Keltische invloeden. Waar Ian Siegal zich meer richt op blues en roots, is ”Standing in the Morning” nog een allegaartje. Wel een lekker allegaartje overigens. Persoonlijk vind ik toch de bluesliedjes het meest overtuigend, zoals ”Monday Saw” en ”Life Too Short”. Het nummer ”Early Grace” zou Siegal later nog eens over doen op het album ”Candy Store Kid” maar dan onder de titel ”Earlie Grace Jnr”. Siegal gaat eigenzinnig te werk en dat levert een niet standaard bluesalbum op. Maar ”Standing in the Morning” is vooral de opmaat naar een imposant oeuvre.

Ian Siegal - Swagger (2007)

poster
4,5
Na het geweldige ”Meat & Potatoes” komt Ian Siegal net zo makkelijk met het even zo geweldige ”Swagger”. Siegal klinkt weer grommend, rauw en doorleeft. De associatie met de stem van Tom Waits is nooit ver weg, maar persoonlijk vind ik de stem van Siegal melodieuzer. Daarnaast is de blues van Siegal net zo gruizig als zijn stem. Het klinkt smerig en vuig, zonder de harmonie te verliezen. Dan het gitaarspel: heerlijk slidespel, veel gebruik van lage tonen met als gevolg een heerlijk rauw, maar swingend/groovend randje aan de mooie en authentiek klinkende riffs, licks en solo’s. In alles wat Siegal doet straalt hij blues uit. Het begint al in het openingsnummer ”Swagger”. Siegal zingt: 'I don’t walk, I swagger”. Die uitstraling en houding, de nonchalance, heerlijk gewoon. ”Groundhog Blues” ademt John Lee Hooker uit van begin tot eind, 100% boogie. ”Swagger” kent vele hoogtepunten. Eentje daarvan is zeker ”Mortal Coil Shuffle”. Van dit nummer gaat een ongekende dreiging uit, een donkere sfeer, alsof je opgejaagd wordt. Hetzelfde geldt voor ”Curses”. Siegal zingt niet, hij preekt, hij praat op je in, omringd door die dreigende klanken. Voodoo blues van de bovenste plank. Op andere liedjes klinkt Siegal als The Rolling Stones, zonder dat het overigens jatwerk wordt. ”I Can’t Believe You Wanna Leave” en ”I Don’t Know What You Got (But It’s Got Me)” zijn liedjes die Jagger en Richards vandaag de dag maar al te graag hadden willen schrijven/componeren. ”Meat & Potatoes” blijft voor mij Siegal’s ultieme album tot zover (al levert Siegal keer op keer topalbums af), maar ”Swagger” komt er erg dicht bij in de buurt. Prachtplaat!

Ian Siegal - The Dust (2008)

poster
4,5
Eigenlijk is "The Dust" een tussendoortje van Ian Siegal. Maar gezien de kwaliteit die Siegal hier wederom ten gehore brengt vind ik dat eigenlijk geen goede term. Wat mij betreft is "The Dust" gewoon een volwaardig album waarop Ian Siegal de blues terugbrengt naar de meest elementaire vorm. Gewoon een man met zijn gitaar op een kruk, die met zijn met whiskey en sigaretten doordrenkte stem traditionele blues songs ten gehore brengt. De stem wekt bij mij nog het meest associaties op met Howlin' Wolf. Op sommige tracks wordt Siegal ondersteund door Sam Hare op gitaar en enkele tweede zangpartijen of door BJ Cole op de pedal steel gitaar. Verder is het terug naar de basis. "The Dust" bestaat grotendeels uit covers. Dit idee kwam voort het uit feit dat Siegal tijdens zijn live concerten altijd met bijzondere bewerkingen van blues, country en americana songs op de proppen komt. Als toetje zijn nog een viertal live tracks toegevoegd, waar het gitaarspel en de zang nog intenser klinken dan de studio opnamen. "The Dust" gaat terug naar de essentie van de blues en Ian Siegal is de best denkbare vertolker hiervan. Ian Siegal speelt niet de blues, hij is de blues!

Ian Siegal & The Mississippi Mudbloods - Candy Store Kid (2012)

poster
4,5
Net als op zijn vorige plaat "The Skinny" heeft Ian Siegal op "Candy Store Kid" weer een aantal Amerikaanse bluesmuzikanten om zich heen verzameld. De samenstelling is echter net even anders. Cody Dickinson en Alvin Youngblood Hart zijn weer van de partij, net als op "The Skinny", maar de belangrijkste toevoeging is toch wel die van gitarist Luther Dickinson (broer van Cody). Op "The Skinny" heeft Siegal zijn band gedoopt tot The Youngest Sons, op "Candy Store Kid" gaan ze door het leven als The Mississippi Mudbloods.

Luther Dickinson laat zich direct gelden op het openingsnummer "Bayou Country". Tijdens de eerste tonen is zijn gitaargeluid direct herkenbaar; diep, warm, donker en ontzettend bluesy. Daarnaast is zijn slidetechniek en fingerpicking stijl ongeëvenaard als je het mij vraagt. De eerste vijf nummers van "Candy Store Kid" klinken als vertrouwd, die typische broeierige en zompige blues waar we Ian Siegal van kennen. Op "I Am the Train" komt volgens mij een ongeschreven bluesregel voorbij. Die luidt: elk bluesnummer met train in de titel, dient ook te klinken als een trein. Nou en dat doet "I Am the Train" hoor. Gedurende de hele song heb je het gevoel alsof je op een denderende trein zit. Op een aantal tracks horen we achtergrondzangeressen (bijvoorbeeld op "So Much Trouble"). En deze toevoeging versterkt het soulgevoel op deze plaat. "Kingfish" klinkt heel authentiek en je waart je op een veranda ergens diep in Mississippi, uitkijkend op de delta.

Op de tweede helft van de plaat verkent Ian Siegal de grenzen van de blues. Invloeden uit de country en Americana worden duidelijk hoorbaar. Met name op het dreigende "The Fear" hoor je die Americana sound. Het nummer wordt gedragen door Siegal's diepe donkere stem en mooie persoonlijke teksten. Ook het naar country neigende "Rodeo" is een tekstueel prachtig liedjes waarbij de titel van het nummer als een mooie metafoor wordt gebruikt. Het afsluitende "Hard Pressed (What da Fuzz?)" is een bewerking van het nummer "Hard Pressed" dat al eerder op een Ian Siegal plaat ("Broadside) verscheen. Zoals de subtitel al aangeeft is dit een met fuzz doorgoten versie, die lekker funkt. Luther Dickinson mag zich nog even flink uitleven op dit nummer.

Op 13 november jl. heb ik Ian Siegal & The Mississippi Mudbloods live gezien in De Boerderij in Zoetermeer. Niet alle muzikanten van de plaat waren aanwezig, maar Cody en Luther Dickinson waren wel van de partij. Net als op deze plaat stal Luther de show. Ik heb met openstaande mond naar zijn gitaarspel staan kijken. Ik had hem al twee keer live gezien bij The Black Crowes, waar hij sinds 2008 lead gitaar speelt, maar nu stond ik heel dichtbij. Ook mag het gitaarspel van Siegal zelf niet worden vergeten. Op de plaat speelt hij met name rhythm, maar live schudt hij met het grootste gemak slidepartijen en gitaarsolo's uit zijn mouw. Hij heeft een heerlijke delay op zijn gitaar, waardoor zijn spel nog dreigender overkomt. Live klinken de nummers van deze plaat overigens net even iets rauwer en vuiger. Fantastisch concert!

"Candy Store Kid" staat voorlopig bovenaan in mijn jaarlijstje van 2012. Het jaar is nog niet om, maar je moet van hele goede huize komen wil je deze plaat van de troon stoten!

Ian Siegal and The Youngest Sons - The Skinny (2011)

poster
4,5
Voor ”The Skinny” laat Ian Siegal zijn vaste begeleidingsband voor wat het is en reist hij af naar het noorden van Mississippi om te gaan samenwerken met Cody Dickinson, oprichter, bandlid en producer van North Mississippi Allstars. Al snel verzameld Siegal een groep muzikanten om zich heen die omgedoopt worden tot The Youngest Sons. Die naam is een verwijzing naar de beroemde vaders van de muzikanten in kwestie, want tjonge dat zijn een paar blueslegendes zeg. Op ”The Skinny” is te horen: Garry Burnside (gitaar/bas), zoon van R.L. Burnside, Robert Kimbrough (gitaar), zoon van Junior Kimbrough, Rodd Bland (drums), zoon van Bobby Blue Band en de eerder genoemde Cody Dickinson (drums, bass, woogie board), zoon van Jim Dickinson. Een allstar line up als je het mij vraagt. Maar wat krijg je als je de broeierige Britse blues van Siegal mengt met de blues van deze heren: een heerlijke set aan groovende, swingende en opvallend authentiek aandoende blues uit de North Mississippi Hill Country. Het kenmerkende broeierige karakter van Siegal’s blues blijft gehandhaaft, net zoals zijn heerlijke raspende en soulvolle stem. Siegal laat de lead gitaar veelal over aan Richard Kimbrough, maar hij verzorgt regelmatig zelf de ritmepartijen, waarbij zijn opvallende slide gitaarspel een mooie stuwende basis biedt voor The Youngest Sons. Hoogtepunten zijn het dreigende ”Hound Dog in the Manger”, de meeste authentieke song van het album ”Natch’l Low (Coolin’ Board)”, het swingende ”Moonshine Minnie” en het eerbetoon aan Dennis Hopper ”Hopper (Blues for Dennis)”, dat net zo bad ass klinkt als Hopper zelf. Ian Siegal laat met ”The Skinny” wederom horen dat hij een van de beste hedendaagse bluesartiesten is, een geweldige zanger, zeer goede gitarist en net als de North Mississippi Allstars een wervelende combinatie biedt van authentieke en tegelijkertijd frisse modern klinkende blues. Hulde!

Incubus - A Crow Left of the Murder (2004)

poster
2,5
Ik vind allemaal nogal geforceerd overkomen. Weinig spontaniteit naar mijn mening, er is een bepaalde drang om urgent te klinken. Dit komt het geheel mijn inziens niet ten goede. Het is niet slecht, maar het pakt me niet. Leuk om een paar keer gehoord te hebben, maar wat mij betreft niet voor herhaling vatbaar. Ieder zijn smaak zo te zeggen.

Incubus - Light Grenades (2006)

poster
2,5
Luisterend naar "Light Grenades" bekruipt me hetzelfde gevoel als bij "A Crow Left of the Murder", hun vorige plaat. Het klinkt allemaal te geforceerd om urgent te klinken. Het pakt me totaal niet. Daarnaast vind ik dat "Light Grenades" veel te overgeproduceerd klinkt. Ik hoor geluidseffecten, overgangen en elektronica die niets toevoegen aan het liedje of aan het totaalgeluid. Ik zal ook direct toegeven dat het een kwestie van smaak is, maar "Light Grenades" maakt op mij geen overweldigende indruk.

Interpol - Our Love to Admire (2007)

poster
3,0
De parallellen met Joy Division zijn direct overduidelijk na het luisteren naar "Our Love to Admire" Toch vind ik Interpol geen goedkope kloon van Joy Division. Hoewel de dynamiek vergelijkbaar is laat Interpol wel degelijk een eigen geluid horen. Ik hou wel van die donkere melancholische klanken. Je zou het kunnen interpreteren als saai en toegegeven de zang is redelijk aan de vlakke kant. Maar ik beleef het toch vooral als hypnotiserend en meeslepend als ik die donkere repeterende klanken hoor. Ik zal ook direct toegeven dat dit niet mijn favoriete genre is, maar als het goed wordt uitgevoerd ben ik er best gevoelig voor. Opener "Pioneer to the Falls" grijpt direct mijn aandacht met die dreigende gitaar. Ik ben direct geboeid. Dat gevoel weet Interpol redelijk goed vast te houden, al dreig ik soms even weg te slippen. "Rest My Chemistry" vind ik ook weer een erg sterk nummer, het ritme heeft iets verslavend en catchy. Ik zal geen groot fan worden van Interpol. Daarvoor ligt mijn muzikale smaak te ver af van dit genre, maar "Our Love to Admire" vind ik behoorlijk genietbaar en ben ik dus best positief verrast.

Intwine - Intwine (2003)

poster
2,5
Sympathiek debuut van deze Nederlandse band. Zanger Roger werd bekend door zijn deelname aan Idols en oogstte respect door er eigenhandig uit te stappen omwille van artistieke vrijheid. Door gebruik te maken van Caribische invloeden geeft Intwine een eigen twist aan het hardrock genre. De single "Happy?" werd een grote hit, en is mijn inziens ook het beste nummer van de plaat. De andere nummers beginnen wel een beetje op elkaar te lijken en zijn uiteindelijk toch te inwisselbaar. Sympathieke poging maar niet consistent genoeg om boven uit het maaiveld uit te blijven steken.

Intwine - Perfect (2004)

poster
2,5
Net als bij het debuut is ook deze tweede plaat van Intwine een sympathiek en zeker geen slecht album. Van alle Idols kandidaten verdient Roger Peters wat mij betreft het meeste respect. "Perfect" is dan ook zeker geen straf om naar te luisteren. Ik betrap me er wel op dat ik er gewoon bijna nooit meer naar luister. In die zin is het onderscheidende vermogen gewoon te laag en zijn er in het genre bands waar ik liever naar luister. De houdbaarheid van "Perfect" is voor mij persoonlijk dus te beperkt, het blijft een leuk bandje, maar ook niet meer dan dat.

Iommi - Fused (2005)

poster
3,5
Op "Fused" laat Tommi Iommi horen waarom hij de meester is van de hardrock riff. Zijn riffs klinken, net als bij Black Sabbath, zwaar, log, maar tegelijk erg ritmisch en aanstekelijk. Maar op de een of andere manier klinkt zijn gitaar stukken beter met een echt goede zanger aan boord. Op "Fused" neemt Glenn Hughes de vocalen voor zijn rekening en dat klinkt toch echt een stuk beter dan Ozzy Osbourne. Iommi's spel komt nog beter tot zijn recht. Onder die zware logge riffs zit toch ook behoorlijk wat melodieus gitaarspel verborgen. Iommi laat een mooie gelaagdheid aan gitaarspel horen. Hoogtepunt is het afsluitende "Go Insane" dat opent met een blues intro en zich ontwikkelt tot een stevige hard rock song met stuwende riffs, mooie refreinen en een fantastische blues georiënteerde solo. "Fused" is een sterke plaat en doet me in ieder geval terugverlangen naar het debuut van Black Sabbath. En dat bedoel ik als compliment.

Iron Maiden - The Number of the Beast (1982)

poster
3,5
"The Number of the Beast" is het eerste album van Iron Maiden met Bruce Dickinson als zanger. Alleen daarom al is "The Number of the Beast" van grote waarde. Of het daarmee een legendarisch album is zou ik zelf niet durven zeggen. Maar dat is uiteindelijk ook een kwestie van smaak. Ik hou wel van een stevige pot gitaren en wat dat betreft past "The Number of the Beast" wel in mijn straatje. Ik ben echter geen uitgesproken metalfan. Desalniettemin vind ik "The Number of the Beast" een zeer lekker klinkend album met goed en vlammend gitaarwerk van Dave Murray en Adrian Smith. Het geheel klinkt behoorlijk meeslepend en ik heb dan ook nergens het gevoel dat ik nummers wil skippen, of dat ik moeite heb om de rit uit te zitten. Ik vind "The Number of the Beast" gewoon een lekker stevig en meeslepend album. Ik zal het geen klassieker noemen, dat laat ik aan de metalpuristen (of anderen) over.

Is Ook Schitterend - Hemel & Aarde (1997)

poster
3,0
"Voltooid Verleden Tijd" vind ik een van de mooiste Nederlandstalige liedjes. Het is ook direct de uitschieter op "Hemel & Aarde" van Is Ook Schitterend. De rest van de liedjes zijn niet hoogdravend, maar zijn op zichzelf niet onaardig. Meer valt hier eigenlijk niet over te zeggen. Gewoon een aardige genietbare plaat met een hoogvlieger in de vorm van "Voltooid Verleden Tijd".