MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Noah Gundersen - A Pillar of Salt (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Noah Gundersen - A Pillar Of Salt - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Noah Gundersen - A Pillar Of Salt
Noah Gundersen sloeg na twee geweldige Americana albums een andere weg in en dat doet de Amerikaanse muzikant weer op het veelzijdige en vooral mooie A Pillar Of Salt

Zijn eerste twee albums waren imponerend, de volgende twee voor mij moeilijk. Het nieuwe album van Noah Gundersen schakelt tussen deze twee uitersten, maar imponeert toch vooral. In het prachtige duet met Phoebe Bridgers schiet Noah Gundersen weer nieuwe wegen in, maar A Pillar Of Salt bevat ook flarden van de vol ingekleurde rock van zijn twee vorige albums en de meer ingetogen songs van zijn eerste twee albums. Na versie 1.0 en versie 2.0 is dit Noah Gundersen 3.0. Een paar songs klinken wat doorsnee, maar in de meeste songs betovert de muzikant uit Seattle met een bijzondere instrumentatie, verrassende wendingen en prachtige zang. Muziek van de nacht.

De Amerikaanse muzikant Noah Gundersen zorgde in 2014 voor een flinke verrassing door met zijn debuutalbum Ledges een van de betere rootsalbums van het jaar af te leveren. De verrassing werd alleen maar groter toen hij een jaar later met het nog veel betere Carry The Ghost de hoogste regionen van mijn jaarlijstje bereikte.

Na het terecht wereldwijd bewierookte Carry The Ghost, koos Noah Gundersen voor totaal andere wegen. De zwaar aangezette rockplaat White Noise uit 2017 beviel me totaal niet en ook over het in 2019 verschenen Lover heb ik lang getwijfeld, al was dit album veel interessanter dan zijn voorganger, mede omdat de invloeden uit de Americana weer iets aan terrein hadden gewonnen.

Deze week keert Noah Gundersen terug met een nieuw album, A Pillar Of Salt. Door de twee toch wat zwakkere of in ieder geval andere albums van de Amerikaanse muzikant, waren mijn verwachtingen niet meer zo hooggespannen als na het briljante Carry The Ghost, maar het nieuwe album van de singer-songwriter uit Seattle, Washington, bevalt me na enige gewenning uitstekend.

A Pillar Of Salt opent met stemmige pianoklanken en de prachtig klinkende stem van Noah Gundersen, die pas later in de track gezelschap krijgen van bijzonder sfeervol snarenwerk. De piano, keyboards en de stem van de Amerikaanse muzikant spelen in vrijwel alle songs op het album een voorname rol, terwijl de snareninstrumenten vooral mogen zorgen voor bijzondere accenten.

Zeker in het snarenwerk hoor je de af en toe nog de invloeden die Noah Gundersen verwerkte op zijn eerste albums, zoals in het prachtige Sleepless In Seattle, maar ook A Pillar Of Salt is zeker geen typisch Americana album of zelfs helemaal geen Americana album. Dat was op White Noise nog vooral jammer, maar na het veel betere Lover laat ook A Pillar Of Salt weer groei horen.

Noah Gundersen kiest steeds weer voor een net wat andere instrumentatie, die varieert van redelijk ingetogen tot flink vol of zelfs bombastisch, maar in de meeste tracks kiest hij voor lome klanken, die je vooral associeert met de nacht. Deze instrumentatie valt niet alleen op door een laag tempo, maar ook met wat donkere en broeierige klanken, die het album voorzien van een bijzondere sfeer. Het doet me af en toe wel wat denken aan de indierock van Phoebe Bridgers, die na een paar tracks opduikt voor een fraai duet.

Ook in de wat vollere tracks blijft A Pillar Of Salt gelukkig ver verwijderd van de bombast van White Noise en benevelt Noah Gundersen met bijzonder sfeervolle klanken en uitstekende zang. A Pillar Of Salt leunt hier en daar net wat te dicht tegen radiovriendelijke Amerikaanse rockmuziek aan, maar weet het toch interessant te houden door de bijzondere ingrediënten in de instrumentatie. De meeste songs op het album zijn gelukkig een stuk avontuurlijker en overtuigen een stuk makkelijker.

Ook A Pillar of Salt maakt op mij niet de onuitwisbare indruk die zijn eerste twee albums direct bij eerste beluistering maakten, maar het is een groeiplaat waarop steeds meer tracks overtuigen en het talent van de nog altijd jonge muzikant steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte komt.

Aan de ene kant is het jammer dat Noah Gundersen zich niet heeft ontwikkeld tot een van de smaakmakers binnen de Americana, maar aan de andere kant hebben we er een bijzondere muzikant voor terug gekregen, die je steeds weer weet te verrassen, soms onaangenaam, maar meestal toch aangenaam tot zeer aangenaam. Erwin Zijleman

Noah Gundersen - Carry the Ghost (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Noah Gundersen - Carry The Ghost - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Noah Gundersen maakte vorig jaar flink wat indruk met zijn officiële debuut Ledges, dat uiteindelijk kon worden geschaard onder de beste rootsplaten van het afgelopen jaar.

Ledges, dat me meer dan eens deed denken aan de betere platen van Ryan Adams, bleek een vrij traditionele rootsplaat zonder al te veel tierelantijntjes, al gaven de invloeden uit de gospel en het buitengewoon fraaie vioolspel van zus Abby het officiële debuut van Noah Gundersen absoluut een eigen geluid.

Voor opvolger Carry The Ghost kon Noah Gundersen beschikken over een ruimer budget en dat is te horen. Carry The Ghost klinkt bij vlagen voller en rijker dan Ledges en pakt af en toe uit met een bijna groots klinkend geluid, waarin gelukkig nog steeds een plekje is ingeruimd voor de viool en cello van Abby Gundersen.

Tegenover de wat grootser aandoende songs staan nog altijd volop uiterst intieme rootssongs waarin de bijzondere vocalen van Noah Gundersen de meeste aandacht krijgen. Vorig jaar was lang niet iedereen overtuigd van de vocale kwaliteiten van de Amerikaan, maar persoonlijk vind ik zijn emotievolle en soms fluisterzachte vocalen prachtig.

Invloeden uit de gospel zijn nauwelijks te horen op Carry The Ghost en zijn vervangen door een breed spectrum aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek (met een hoofdrol voor de countryrock uit de jaren 70) en daarbuiten.

Ook in de wat meer ingetogen tracks kan de muziek van Noah Gundersen overigens behoorlijk uit de bocht vliegen, maar veel songs op de plaat hebben gelukkig de beklemmende intimiteit van het zo bewierookte debuut. Carry The Ghost is hierdoor een plaat die je makkelijk bij de strot grijpt, maar het is ook een plaat die door alle dynamiek nog lang blijft verrassen.

Ook bij beluistering van Carry The Ghost moet ik met enige regelmaat denken aan de platen van Ryan Adams, maar zo goed als Noah Gundersen op zijn nieuwe plaat is Ryan Adams al heel lang niet meer geweest.

Carry The Ghost is een aardedonkere plaat van een enorme schoonheid, die uiteindelijk nog stukken beter is dan het al zo goede debuut. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman

Noah Gundersen - Lover (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Noah Gundersen - Lover - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Noah Gundersen - Lover
Het is nog steeds wennen aan het nieuwe geluid van Noah Gundersen, maar de geweldige songs trekken je uiteindelijk toch over de streep

Noah Gundersen zei de Amerikaanse rootsmuziek vaarwel op het in 2017 verschenen White Noise en trekt deze lijn door op het nu verschenen Lover. Weinig herinnert nog aan de muzikant die een paar jaar geleden Ryan Adams naar de kroon stak. Op Lover domineert een groots aangezet en bij vlagen zelfs pompeus geluid waarin flink wat elektronica wordt ingezet. De songs, de teksten en de zang van de Amerikaanse muzikant blijven echter van hoog niveau. De nieuwe weg van Noah Gundersen zal niet iedereen kunnen waarderen, maar dwingt wel respect af, zeker wanneer de songs op dit prima album beginnen te groeien.

Noah Gundersen imponeerde in de lente van 2014 met het werkelijk prachtige Ledges. Het officiële debuut van De Amerikaan (die eerder al een aantal albums in eigen beheer uitbracht) was een album dat bij mij herinneringen opriep aan het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide debuut van Ryan Adams, Heartbreaker.

Op Ledges maakte Noah Gundersen diepe indruk met ingetogen Americana, persoonlijke teksten, een flinke dosis melancholie en hier en daar een gospelinjectie. Ledges werd een jaar later overtroffen door het nog net wat betere Carry The Ghost, dat wederom herinnerde aan de betere platen van Ryan Adams en vergeleken met het debuut een wat veelzijdiger rootsgeluid liet horen.

Noah Gundersen leek zich met deze twee albums te scharen onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar het liep anders. Op het in 2017 verschenen White Noise schitterden invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek door afwezigheid en kwam de Amerikaanse muzikant op de proppen met een wat pompeus aandoend rockgeluid. White Noise vond ik bij eerste beluisteringen echt helemaal niets, waardoor het album niet is te vinden op deze BLOG, maar ik ben het album maanden later wel meer gaan waarderen.

Deze week verscheen het nieuwe album van een voor de gelegenheid van een compleet ander uiterlijk voorziene Noah Gundersen, Lover. Ik had dit keer niet op een puur rootsalbum gerekend, wat de acceptatie van het nieuwe album van de singer-songwriter uit Seattle, Washington, een stuk makkelijker maakt.

Lover opent fraai met een nog behoorlijk rootsy klinkend eerbetoon aan acteur en komiek Robin Williams. Het is een openingstrack die naar veel meer smaakt, maar in de tweede track van het album duikt flink wat elektronica op en flirt Noah Gundersen met pop en zelfs met R&B.

Elektronica speelt in veel tracks op het album een belangrijke rol en het is elektronica die vrij stevig wordt aangezet, wat vaak een wat bombastisch geluid oplevert. Het is een geluid dat fraai wordt gecontrasteerd met meer organische klanken, maar van de ingetogen klanken die Noah Gundersen op zijn eerste albums produceerde is niets meer over.

Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek kunnen daarom maar beter met een hele grote boog om dit album heen lopen, maar zelf heb ik wel wat met het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant. Noah Gundersen heeft een aantal uitstekende en zeer persoonlijke songs geschreven en vertolkt deze met hart en ziel.

Ook in vocaal opzicht is Lover behoorlijk stevig aangezet, maar wat mij betreft blijft de zang vrijwel altijd aan de goede kant van de streep. Het past verder prima bij het volle geluid op het album, dat niet alleen opvalt door opvallend volle klanken, maar ook door bijzondere accenten. Bovendien weet Noah Gundersen op Lover te doseren. Tegenover de zwaar aangezette songs staan een aantal meer ingetogen ballads, waarin akoestische gitaar en piano slechts gezelschap krijgen van elektronische percussie. In deze meer ingetogen tracks hoor je dat Noah Gundersen een uitstekend zanger is en bovendien een zanger die kan tekenen voor uitstekende rootsalbums, maar wat mij betreft siert het de Amerikaan dat hij zijn eigen weg kiest.

Lover bevalt me een stuk beter dan zijn directe voorganger en het is bovendien een album dat nog lange tijd mooier wordt. Maak niet de fout om Lover te beoordelen als een rootsalbum, want dat is het niet. Lover is meer David Gray of Ben Howard dan Ryan Adams of Neil Youg. Beoordeel het album als een vol geproduceerd popalbum en Noah Gundersen scoort een stuk beter. Langzaam maar zeker begin ik deze nieuwe kant van de singer-songwriter uit Seattle wel te waarderen. Erwin Zijleman

Noam Weinstein - On Waves (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Noam Weinstein - On Waves - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Noam Weinstein trok in 1999 van Boston naar New York en sloot zich aan bij de Greenwich Village songwriting community van dat moment (die heel wat minder bekend is geworden dan de legendarische groep singer-songwriters die gedurende de jaren 60 opereerde vanuit deze inmiddels zeer hippe wijk).

17 jaar later heeft hij een handvol platen op zijn naam staan, maar het eerder dit jaar verschenen On Waves is mijn eerste kennismaking met het werk van Noam Weinstein.

On Waves werd gemaakt in een periode vol heftige emoties, waarin Noam Weinstein’s moeder overleed, maar waarin hij ook vader werd. Het zijn emoties die aan bod komen op de bijna 55 minuten durende en maar liefst 15 tracks tellende plaat.

On Waves is zeker geen verstilde singer-songwriter plaat vol leed, maar een verrassend vol en ook verrassend tijdloos klinkende plaat vol memorabele popsongs. Noam Weinstein heeft niet beknibbeld op de muzikanten die mochten bijdragen aan zijn plaat, waardoor zelfs een blazerssectie mocht aanschuiven.

Deze blazerssectie geeft de songs van de Amerikaan iets zwoels, lichtvoetigs en toegankelijks, maar dat is zeker niet de enige kant van Noam Weinstein. Waar de muziek op On Waves af en toe opschuift richting het beste van Hall & Oates, herinneren de vocalen en de songs aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 (ik hoor op een of andere manier van John Lennon).

In een deel van de songs op On Waves domineert de singer-songwriter pop van weleer, maar Noam Weinstein kan ook uitstekend uit de voeten in meer ingetogen en direct ook meer roots georiënteerde songs. Hier en daar doet het me denken aan Elvis Costello, maar dan wel een Elvis Costello die de punky attitude aan zich voorbij heeft laten gaan en vasthoudt aan de overvloed van de vroege jaren 70.

Het zijn de vol klinkende songs die direct overtuigen, maar de ingetogen en over het algemeen melancholische songs maken uiteindelijk de meeste indruk. Het is knap hoe Noam Weinstein muziek maakt die herinnert aan het verleden, zonder dat je makkelijk kunt aanwijzen wat nu precies is geïnspireerd door muziek van weleer.

On Waves zal liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek vrij makkelijk verleiden, maar het is ook een plaat waarvan je moet leren houden. Ik vond het direct bij eerste beluistering een aangename plaat, maar vond het ook een plaat die redelijk snel vervloog. Pas na herhaalde beluistering bleven de mooie popliedjes van Noam Weinstein hangen, waarna ze een voor een dierbaar werden.

Noam Weinstein opereerde bijna twee decennia in de anonimiteit, maar mag daar met deze uitstekende plaat best eens uit komen. Erwin Zijleman

Noel Gallagher's High Flying Birds - Chasing Yesterday (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Noel Gallagher's High Flying Birds - Chasing Yesterday - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Laat ik eens beginnen met een statement. Oasis hoort wat mij betreft thuis in het rijtje The Beatles, The Rolling Stones, The Who en The Kinks. Het is een rijtje waar je wat mij betreft niet zomaar aan wordt toegevoegd. Het maken van slechts één klassieker (The Stone Roses, The La’s, The Libertines) is over het algemeen niet voldoende (alleen The Sex Pistols komen in aanmerking voor een uitzondering), maar ook een handvol prima platen (Suede, Blur, Pulp, The Cure) is voor mij niet per definitie toereikend.

Om te worden toegevoegd aan het bovenstaande rijtje moet je toch minstens twee echte klassiekers, een aantal briljante singles en een aantal prima platen op je naam hebben staan en aan die criteria voldoet, naast bijvoorbeeld The Jam, The Clash, The Undertones, Echo & The Bunnymen, The Smiths, Roxy Music, Radiohead, Led Zeppelin en XTC, ook Oasis.

Definitely Maybe uit 1994 en (What's the Story) Morning Glory? uit 1995 zijn onbetwiste klassiekers, maar ook later zou Oasis nog een aantal uitstekende platen maken, met de zwanenzang van de band, Dig Out Your Soul uit 2008, als onverwachte uitschieter. Verder heeft de band een aantal singles op haar naam staan die zijn uitgegroeid tot de soundtrack van een decennium.

Na het onvermijdelijke uit elkaar vallen van Oasis gingen de broertjes Gallagher hun eigen weg. Omdat ik Noel Gallagher op vrijwel alle fronten (hooguit de zang is een uitzondering) hoger had zitten dan broer Liam, had ik vooral hoge verwachtingen van Noel Gallagher's High Flying Birds, maar het debuut van de band uit 2011 viel me vies tegen. Zeker geen slechte plaat, maar de echt memorabele songs ontbraken, net als de magie en de urgentie. Hetzelfde gold overigens voor het in hetzelfde jaar verschenen debuut van Liam Gallagher’s Beady Eye, maar die band revancheerde zich in 2013 knap met het uitstekende Be.

Het antwoord van Noel liet even op zich wachten, maar inmiddels is de langverwachte tweede plaat van Noel Gallagher's High Flying Birds dan eindelijk verschenen. En Chasing Yesterday is een hele goede plaat.

Dat weet je eigenlijk al wanneer de openingstrack even onderweg is. Noel Gallagher haakt op Chasing Yesterday aan bij de hoogtijdagen van Oasis en laat horen dat hij nog altijd popsongs kan schrijven die direct memorabel zijn.

Natuurlijk is niet alles op Chasing Yesterday van het hoge niveau dat Noel Gallagher in de beste jaren van Oasis een hele plaat wist vast te houden, maar Chasing Yesterday doet zeker niet onder voor de meeste andere Oasis platen en, ook niet onbelangrijk, overtreft de tweede plaat van Beady Eye met speels gemak.

Chasing Yesterday laat zich een paar keer nadrukkelijk inspireren door de klassiekers van Oasis en natuurlijk alle bekende inspiratiebronnen van Oasis, maar Noel Gallagher slaat op zijn nieuwe plaat ook andere wegen in, bijvoorbeeld in de richting van een licht psychedelisch of voorzichtig jazzy geluid.

De jazzy saxofoon, de soulvolle achtergrondvocalen, de atmosferische synths en de gastbijdrage van gitaarheld Johnny Marr zijn absoluut geslaagd, maar binnen Noel Gallagher's High Flying Birds draait natuurlijk alles om Noel Gallagher. Die strooit als vanouds met popliedjes die je na één keer horen mee wilt zingen en het zijn ook nog eens popliedjes die nog heel lang beter worden.

Op Chasing Yesterday doet Noel Gallagher waar hij al heel lang goed in is, maar hij vindt zichzelf ook nog eens opnieuw uit en dat is knap. Ook in 2015 zal er weer volop gespeculeerd worden over een Oasis reünie, maar van mij hoeft het niet. Met Chasing Yesterday laat Noel Gallagher immers voor het eerst horen dat er leven is na Oasis. Het is goed zo. Erwin Zijleman

Noel Gallagher's High Flying Birds - Who Built the Moon? (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Noel Gallagher's High Flying Birds - Who Built The Moon? - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Na het uiteenvallen van Oasis gingen de ruziënde broers Liam en Noel Gallagher (gelukkig) elk hun eigen weg. Het heeft een serie platen opgeleverd die het niveau van het beste van Oasis misschien niet benaderen, maar die de grauwe middelmaat ruimschoots overstijgen.

Van de soloplaten van de broers Gallagher vind ik de tweede plaat die Liam maakte met zijn band Beady Eye (Be uit 2013) tot dusver met afstand de beste en dat had ik op voorhand echt niet verwacht.

Liam Gallagher bracht een paar weken geleden zijn eerste echte soloplaat uit, As You Were. Ik vond het bij eerste beluistering best een aardige plaat, maar ik vond het uiteindelijk toch niet bijzonder genoeg, al is het maar omdat Liam wel erg dicht tegen het geluid van Oasis aanschurkt en de songs op de plaat nauwelijks groeien wanneer je ze vaker hoort.

De broers Gallagher kunnen elkaars bloed nog steeds drinken, dus als Liam met een nieuwe plaat op de proppen komt, laat een nieuwe plaat van Noel Gallagher meestal niet lang op zich wachten. Who Built The Moon? is de derde plaat van Noel Gallagher's High Flying Birds en ik vind het een verrassend sterke plaat.

Het eerste dat opvalt bij beluistering van de nieuwe plaat van Noel Gallagher en zijn band is het geluid. Who Built The Moon? is geproduceerd door David Holmes, die zich in het verleden meer met dance dan met rock heeft bezig gehouden. De Britse producer heeft de plaat voorzien van een opvallend vol en vaak overweldigend en dichtgesmeerd geluid. Het is een geluid dat uit de speakers knalt en dat als de spreekwoordelijke stoomwals over je heen komt. Daar moet je voor in de stemming zijn, maar als dat het geval is hakken de nieuwe songs van Noel Gallagher er lekker in.

Waar broer Liam op zijn nieuwe plaat dicht tegen de sound van Oasis uit de jaren 90 zit, gaat Noel wat verder terug in de tijd. Who Built The Moon? laat flink wat invloeden uit de 60s psychedelica horen en maakt ook geen geheim van een flinke liefde voor glamrock uit de jaren 70.

Producer David Holmes heeft het gitaar georiënteerde geluid van de band van Noel Gallagher vervolgens nog eens overgoten met een flinke bak elektronica en een nog grotere bak invloeden. Who Built The Moon? heeft af en toe wat van New Order, maar klinkt ook als een moderne versie van E.L.O, of als de wederopstanding van afwisselend The Stone Roses en Kula Shaker. Het klinkt zo anders dan ik van Noel Gallagher gewend ben dat ik zelfs even twijfelde of ik de juiste plaat had opgezet, maar natuurlijk is er de zo herkenbare stem van de muzikant uit Manchester.

Het nadeel van het grootse, volle en meeslepende geluid op de derde plaat van Noel Gallagher's High Flying Birds is dat de songs in eerste instantie wat naar de achtergrond verdwijnen, maar naarmate je Who Built The Moon? vaker hoort neemt de nuance toe en winnen de songs op de nieuwe plaat van Noel Gallagher snel aan kracht, waardoor de plaat steeds meer afstand neemt van die van broer Liam.

Dat Noel Gallagher een groot muzikant en een nog groter songwriter is hoeft hij al lang niet meer te bewijzen, maar de kritiek dat de Brit wel erg binnen één hokje kleurde bleef nog wat hangen. Het is kritiek die overboord kan naar het zeer verrassend klinkende en wat mij betreft zeer geslaagde Who Built The Moon? Erwin Zijleman

Noeline Hofmann - Purple Gas (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Noeline Hofmann - Purple Gas - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Noeline Hofmann - Purple Gas
De Canadese muzikante Noeline Hofmann kreeg een flinke zet in de rug door de steun van de Amerikaanse countrymuzikant Zach Bryan, die haar enorme talent zeker op de juiste waarde heeft geschat

Noeline Hofmann is een startende muzikante met een eerste EP of hooguit mini-album, maar wat is Purple Gas goed. De titeltrack van het album was ook al te vinden op het vorig jaar terecht geprezen album van Zach Bryan (The Great Anerican Bar Scene), maar de andere songs op het mini-album, inclusief een soloversie van Purple Gas, doen er niet voor onder. Noeline Hofmann schrijft geweldige songs, heeft ze fraai ingekleurd met flink wat snareninstrumenten en dan is er ook nog eens de geweldige stem van de Canadese muzikante. Het is een stem die het perfect doet in de countrysongs en het is een stem die schoonheid koppelt aan gevoel. Purple Gas is een mini-album waar de belofte van af spat.

Ik bespreek normaal gesproken geen EP’s op de krenten uit de pop, want er zijn al meer dan genoeg albums om uit te kiezen. Soms smokkel ik wat met een EP die ook best een mini-album kan worden genoemd en in deze categorie valt wat mij betreft ook Purple Gas van Noeline Hofmann. Het is een mini-album met zeven tracks en iets meer dan 27 minuten muziek, al moet ik nog wel vermelden dat de titeltrack in twee versies voorbij komt, maar daarover later meer.

Noeline Hofmann werd geboren en grootgebracht op het Canadese platteland, maar heeft alles dat nodig is om uit te groeien tot een van de groten binnen de Amerikaanse countryscene van het moment. Die status dankt ze deels aan collega muzikant Zach Bryan die zo onder de indruk was van het door Noeline Hofmann geschreven Purple Gas dat hij een eigen versie van de track opnam. Purple Gas kwam uiteindelijk ook als duet terecht op het vorig jaar verschenen The Great American Bar Scene van Zach Bryan, wat de carrière van de Canadese muzikante een enorme boost gaf.

Het duet met Zach Bryan is ook te vinden op het gelijknamige mini-album van Noeline Hofmann, die ook laat horen hoe de song klinkt wanneer ze Purple Gas in haar eentje vertolkt. Het is een track die laat horen dat Noeline Hofmann een getalenteerd songwriter is en dat hoor je ook in de andere songs op het mini-album. Purple Gas klinkt zeven songs lang als een album van een gelouterde muzikante, maar het is echt pas de eerste release van de Canadese muzikante, die al wel een paar jaar op de planken staat met haar songs.

De muziek van Noeline Hofmann is te omschrijven als countrymuziek met af en toe een beetje folk. Invloeden uit de pop spelen een bescheiden rol op het album, waardoor Purple Gas eerder klinkt als een traditioneel countryalbum dan als een Nashville countrypop album.

De zeven songs op Purple Gas zijn voorzien van een aantrekkelijk geluid met gitaren en andere snareninstrumenten, die er voor zorgen dat de muziek van Noeline Hofmann zich makkelijk opdringt. De songs op Purple Gas zijn stuk voor stuk aansprekend en ook in muzikaal opzicht maakt het album makkelijk indruk, maar ik ben uiteindelijk toch het meest onder de indruk van de stem van Noeline Hofmann. Het is een stem die zomaar kan uitgroeien tot een van de mooiere stemmen in het genre en die zachte en heldere klanken combineert met een subtiel rauw randje.

Purple Gas verscheen eind vorig jaar en is in de Verenigde Staten niet onopgemerkt gebleven. Noeline Hoffman is op meerdere plekken onder de beloften van de countrymuziek van het moment geschaard en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen.

Ik heb het album vorig jaar niet eens beluisterd vanwege mijn voorkeur voor volwaardige albums, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan de zeven tracks op Purple Gas. Ik acht Noeline Hofmann op basis van dit mini-album in staat om een debuutalbum te maken dat de concurrentie met mijn favoriete albums in een jaar aan kan en hoop dan ook dat Purple Gas binnen afzienbare tijd een vervolg krijgt. Dat zal nog best even duren, maar tot het zover is kan ik uitstekend uit de voeten met de 27 minuten van Purple Gas, dat echt geen moment verslapt en iedere keer dat ik er naar luister weer wat mooier en indrukwekkender is. Erwin Zijleman

Nona - Nona (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nona - Nona - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nona - Nona
Nona imponeert op haar titelloze debuut met een rauw en soulvol geluid dat steeds weer net wat anders klinkt

Nona is een jonge Nederlandse zangeres die imponeert met een verrassend sterk debuut. De vijver met jonge soulzangeressen is overvol, maar Nona zou ik er zeker uit vissen. De Brabantse zangeres beschikt over een heerlijke soulstem, die rauw en doorleefd, maar ook zwoel en gloedvol klinkt. Ze kan met deze stem uitstekend in de voeten in authentiek klinkende soul, maar draait haar hand niet om voor uitstapjes richting andere genres. In vocaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar ook de band van Nona maakt indruk op dit titelloze debuut. Het levert een album op dat ook internationaal met de besten mee kan.

Ik had voor deze week eerlijk gezegd nog nooit van Nona gehoord, maar haar naam schijnt al een tijdje rond te zingen in de Nederlandse muziekwereld, waarbij de superlatieven niet van de lucht zijn. Dat is nog geen garantie voor een goed debuutalbum, maar het titelloze debuut van Nona heeft me enorm verrast.

Nona werd 24 jaar geleden geboren in Brabant en had geen makkelijke jeugd. De jonge Nona vond zo ongeveer alles leuker dan naar school gaan en ontspoorde flink toen haar vader overleed in haar jonge puberjaren. Er volgde een periode van 12 ambachten en 13 ongelukken, maar uiteindelijk maakte Nona toch een opleiding af en stortte ze zich vol energie op haar grootste passie, de muziek.

Nona maakt inmiddels al een aantal jaren muziek en is nu klaar voor het grote werk. Haar deze week verschenen titelloze debuut is een verrassend volwassen klinkend en verrassend veelzijdig album, dat in brede kring waardering zal oogsten.

Direct in de openingstrack is duidelijk wat het sterkste wapen van Nona is. In deze openingstrack zal niemand de associatie met Amy Winehouse kunnen onderdrukken en dat blijft een lastige associatie. Amy Winehouse was tussen alle jonge soulzangeressen van de afgelopen decennia immers een klasse apart. Nona houdt zich echter prima staande en klinkt bijna net zo rauw en doorleefd als haar Britse voorbeeld.

De rauwe en soulvolle strot is zeker niet het enige sterke wapen van Nona in de openingstrack van haar debuut. De zangeres uit Eindhoven heeft weliswaar niet The Dap Kings kunnen strikken als begeleidingsband, maar ook de Amerikaanse muzikanten die Nona vergezelden in de studio in New York weten hoe een goede soulplaat moet klinken. Het debuut van Nona klinkt lekker authentiek en zoals het hoort moddervet.

In de tweede track van het album laat Nona horen dat ze een stuk veelzijdiger is dan de meest van haar soortgenoten. Het is een track die wel wat doet denken aan haar stadgenote Kovacs, die zich vorig jaar flink stuk beet op haar tweede album. Ook in deze tweede track laat de band een prima geluid horen met een heerlijke ritmesectie en subtiele gitaarlijnen. Het is een geluid dat zich als een warme deken om de geweldige stem van Nona heen slaat.

Nona moet concurreren met tientallen jonge zangeressen met een liefde voor oude soul, maar na twee tracks is al duidelijk dat de Nederlandse zangeres beter is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat hoor je goed in de derde track, waarin de instrumentatie jazzy, sober en stemmig is de stem van Nona overeind moet blijven tussen fraaie gitaarlijnen en wat strijkers. Het lukt Nona opvallend makkelijk.

En zo heeft iedere track op het titelloze debuut weer iets anders te bieden. De ene keer rauw en soulvol, de volgende keer ingetogen en jazzy, dan weer gloedvol en poppy. Het zijn tracks die me meer dan eens aan Amy Winehouse doen denken, maar de vergelijking met de veel te jong overleden grootheid zit Nona nergens in de weg. Nona doet uiteindelijk haar eigen ding op haar debuut en maakt de hier en daar wel erg hoog opgelopen verwachtingen vrij makkelijk waar.

Het debuut van Nona bevat 13 songs en gaat door de variatie niet snel vervelen. Niet alle songs op het album zijn even goed, maar Nona houdt op haar debuut een niveau vast dat niet veel debuterende zangeressen gegeven is. Omdat het album ook een flink aantal positieve uitschieters bevat, mag best worden gesproken van een in het genre belangrijk debuut dit jaar en dat geldt zowel nationaal als internationaal. Erwin Zijleman

Norah Jones - Begin Again (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Norah Jones - Begin Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Norah Jones - Begin Again
Norah Jones komt op de proppen met slechts zeven songs, maar het zijn wel zeven songs van een bijzondere schoonheid en vol experiment

Norah Jones heeft een prachtig oeuvre op haar naam staan. Het is een oeuvre dat in commercieel opzicht wat in de schaduw staat van haar droomdebuut Come Away With Me, maar in muzikaal opzicht is het werk van Norah Jones sinds dit debuut alleen maar interessanter geworden. Begin Again bevat maar zeven songs en het zijn songs die het afgelopen jaar bijna allemaal als single zijn verschenen, maar het is veel meer dan een tussendoortje. Samen met topmuzikanten als Jeff Tweedy en Thomas Bartlett zoekt Norah Jones de grenzen weer eens op en laat ze horen hoe veelzijdig en hoe goed ze is.

Bij de naam Norah Jones zullen de meeste muziekliefhebbers waarschijnlijk onmiddellijk denken aan haar debuut Come Away With Me uit 2002. Het is zonder enige twijfel het bekendste album van Norah Jones en ook met afstand het meest succesvolle.

Het is een album waar ik graag naar grijp als ik behoefte heb aan lome en zwoele jazzy klanken, maar ik hou ook van alle andere kanten die Norah Jones de afgelopen 17 jaar van zichzelf heeft laten zien en dat zijn er heel wat.

Op haar soloalbums liet Norah Jones horen dat ze niet alleen uit de voeten kan met jazz, maar ook met country, folk, pop en zelfs met veel elektronica verrijkte pop (op het bijzondere breakup album Little Broken Hearts uit 2012) en dan waren er ook nog de uitstapjes met projecten als The Little Willies, dat de inspiratie vooral zocht in een ver verleden, en Puss N Boots, dat een opvallend stevig rockgeluid liet horen. Tenslotte verraste Norah Jones in 2013 met het met songs van The Everly Brothers gevulde Foreverly, dat ze maakte met Green Day zanger Billie Joe Armstrong.

Het heeft inmiddels een prachtig stapeltje albums opgeleverd. Als ik er één mag kiezen, zou ik waarschijnlijk kiezen voor het helaas wat onderschatte The Fall uit 2009, maar uiteindelijk zijn alle albums van Norah Jones me zeer dierbaar.

Sinds het in 2016 verschenen Day Breaks, dat in muzikaal opzicht misschien nog wel het dichts in de buurt komt van haar zo succesvolle debuut van alweer 17 jaar geleden, was het voor mij stil rond Norah Jones, maar stilzitten deed ze zeker niet. De singer-songwriter uit New York maakte het afgelopen jaar een aantal singles, waarop ze samenwerkte met gerenommeerde muzikanten als Jeff Tweedy, Thomas Bartlett en Brian Blade.

Het is me eerlijk gezegd ontgaan, want singles negeer ik over het algemeen, maar gelukkig zijn de singles nu gebundeld en uitgebracht als Begin Again. Begin Again zit met zeven songs en een speelduur van 28 minuten tussen een EP en een album in, maar interessant is het zeker.

Omdat Norah Jones voor de tracks samenwerkte met meerdere en nogal verschillende muzikanten, schiet Begin Again alle kanten op. Een aantal songs is jazzy en soulvol, een aantal andere songs schuift wat meer op richting folk, terwijl een aantal andere tracks flink durft te experimenteren met elektronica.

De met Thomas Bartlett (The National) gemaakte openingstrack My Heart Is Full laat een experimentele kant van Norah Jones horen die we nog niet kenden, maar Begin Again vervolgt met een jazzy track met stevig aangezette pianoklanken, subtiel drumwerk en geweldige vocalen. Het album schuift vervolgens op richting rijkelijk versierde soul, waarna Jeff Tweedy Norah Jones omtovert tot een lome folkzangeres. Aan de hand van Thomas Bartlett schuift de singer-songwriter uit New York vervolgens op richting stemmige triphop, om in de laatste twee tracks toch weer jazzy te eindigen. Het is Begin Again in vogelvlucht, maar met alleen woorden doe je dit album tekort.

Het zijn misschien maar zeven songs en 28 minuten, maar er gebeurt zoveel op Begin Again dat het voor mij aanvoelt als een volwaardig album. En als een uitstekend volwaardig album, dat ook nog eens in een vloek en een zucht werd opgenomen. Norah Jones laat nog maar eens horen dat ze meer veel is dan de zwoele en verleidelijke jazzzangeres van Come Away With Me en dat ze niet bang is voor experiment. Verder blijft het natuurlijk een geweldige zangeres, die er in slaagt om het bonte kleurenpalet van Begin Again smaakvol en consistent te laten klinken. Prachtig album en een volgend hoogtepunt in het zo bijzondere oeuvre van Norah Jones. Erwin Zijleman

Norah Jones - Day Breaks (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Norah Jones - Day Breaks - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Norah Jones krijgt sinds haar debuut Come Away With Me, dat over een paar maanden al weer zijn vijftiende verjaardag viert, het label jazz opgeplakt, maar iedereen die het oeuvre van de New Yorkse singer-songwriter kent, weet dat Norah Jones de jazz sinds haar debuut maar zelden trouw is gebleven.

Op de platen die volgden op het zo succesvolle debuut flirtte Norah Jones flink met soul, blues en country, terwijl ze op haar laatste twee platen meer de kant van de pop op ging.

Nu vond ik The Fall uit 2009 en met name Little Broken Hearts uit 2012 echt geweldige platen vol frisse en hoogstaande popmuziek. De laatste haalde zelfs mijn jaarlijstje en is sindsdien echt alleen maar beter geworden.

In 2013 verscheen nog het samen met Billie Joe Armstrong (Green Day) gemaakte eerbetoon aan The Everly Brothers (Foreverly), maar sindsdien was het redelijk stil rond Norah Jones. Tot nu dan, want onlangs verscheen Day Breaks.

Het is van alle platen die Norah Jones sinds haar debuut heeft gemaakt de plaat die het dichtst bij dit debuut in de buurt komt. Op Day Breaks heeft Norah Jones de jazz immers weer omarmd en keert ze verder terug naar een mix van eigen songs en covers.

Day Breaks ligt absoluut in het verlengde van Come Away With Me, maar het is veel meer dan Come Away With Me 2.0. Norah Jones kan zich tegenwoordig met topmuzikanten omringen en dat hoor je op Day Breaks, dat veel intenser en dynamischer klinkt dan het debuut van Norah Jones en bovendien minder pop toevoegt aan de invloeden uit de jazz.

Ook in vocaal opzicht is Norah Jones flink gegroeid sinds ze 15 jaar geleden doorbrak. De warme vocalen op Day Breaks zijn afwisselender, beter gedoseerd en laten bovendien meer gevoel horen. Verder zijn haar eigen songs sterker dan in het verleden en zijn de covers in minstens één geval (Neil Young’s Don't Be Denied) weer verrassend gekozen.

De lome jazz van Norah Jones doet het uitstekend op lome zondagen of regenachtige avonden, maar de plaat is interessant genoeg om ook op andere momenten uit te pluizen. Van mij mag Norah Jones de volgende keer weer nieuwe wegen in slaan, maar met dit jazzy uitstapje is echt helemaal niets mis. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman

Norah Jones - Pick Me Up Off the Floor (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Norah Jones - Pick Me Up Off The Floor - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Norah Jones - Pick Me Up Off The Floor
Norah Jones verleidt op Pick Me Up Off The Floor met lome ‘late night jazz’, die is verrijkt met flink wat vocaal en muzikaal vuurwerk en een flinke dosis avontuur

Er zijn heel wat mensen die Norah Jones alleen kennen van Come Away With Me, waarvan er wereldwijd meer dan 25 miljoen over de toonbank gingen. Ik vind vrijwel al haar andere albums in muzikaal opzicht een stuk interessanter en dat geldt ook weer voor Pick Me Up Off The Floor, dat op het eerste gehoor vooral lome jazz voor de kleine uurtjes laat horen, maar dat in muzikaal en vocaal opzicht bijzonder knap in elkaar steekt en dat net als het mini-album Begin Again durft te experimenteren. Bij eerste beluistering is het aangenaam, maar het album wint bij iedere keer horen aan kracht.

Norah Jones brak ruim 18 jaar geleden door met haar debuutalbum Come Away With Me, dat nog altijd met afstand haar meest succesvolle album is. Op het in 2016 verschenen Day Breaks bleef de Amerikaanse singer-songwriter relatief dicht bij het geluid van haar zo succesvolle debuutalbum, maar verder is haar oeuvre verrassend veelkleurig.

Vorig jaar verraste Norah Jones met het uitstekende mini-album Begin Again, dat voor een mini-album ruim gevuld was met 29 minuten muziek en dat bovendien opviel door de avontuurlijke keuzes en door de samenwerking met onder andere Thomas Bartlett (Doveman) en Jeff Tweedy (Wilco).

Laatstgenoemde is ook van de partij op het deze week verschenen Pick Me Up Off The Floor, dat deels in het verlengde ligt van Begin Again. De meeste songs op het album zijn afkomstig uit de sessies die Begin Again opleverden en naast Jeff Tweedy is ook topdrummer Brian Blade weer van de partij.

In muzikaal opzicht is Pick Me Up Off The Floor wat verder verwijderd van de avontuurlijke voorganger. Waar Norah Jones op Begin Again meerdere kanten op ging, kiest ze op Pick Me Up Off The Floor voor een consistent geluid waarin invloeden uit de jazz domineren. Het album is voor een belangrijk deel gevuld met wat lome jazz die het goed zal doen tijdens de kleine uurtjes, maar het is zeker niet het soort jazz dat is te vinden op Come Away With Me.

Pick Me Up Off The Floor opent prachtig met How I Weep, dat in eerste instantie genoeg heeft aan een subtiel basloopje, even subtiel pianospel en de uit duizenden herkenbare stem van Norah Jones, die later gezelschap krijgt van fraai gearrangeerde strijkers. Het is een relatief sober ingekleurde openingstrack, maar het is ook een track waarin op fraaie wijze de spanning wordt opgebouwd.

De jazzy pianoklanken en de mooie warme stem van Norah Jones zijn de belangrijkste ingrediënten van alle songs op het album, maar de inkleuring van de songs varieert. Hier en daar duikt even bijzonder als trefzeker drumwerk van Brian Blade op, een aantal songs is rijkelijk versiert met een orgel en verder zijn er incidenteel fraaie gitaarbijdragen, een ruimtelijke pedal steel en ingetogen blazers te horen op het album.

Het klinkt op het eerste gehoor misschien als ‘late night jazz’, maar ook op Pick Me Up Off The Floor is de muziek van Norah Jones weer avontuurlijk en veelzijdig. Het avontuur is over het algemeen wel subtiel. De jazzy klanken op Pick Me Up Off The Floor verwarmen de late avond prachtig en zijn misschien niet zo toegankelijk als de jazzy pop van Come Away With Me, maar zijn ook zeker niet als ontoegankelijk te bestempelen.

Het avontuur hoor je ook in de stem van Norah Jones die met veel dynamiek zingt en het gevecht met de hier en daar opeens veel uitbundigere instrumentatie steeds weer met veel succes aan gaat, om vervolgens weer zo loom en dromerig te zingen zoals de muzikante uit Brooklyn, New York, als geen ander kan.

In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, met hier en daar een uitstapje richting blues en soul, en ook in vocaal opzicht valt er helemaal niets te klagen en dan zijn er ook nog eens de songs die steeds weer een net wat andere invalshoek kiezen en die laten horen dat Norah Jones een zeer getalenteerd songwriter is. Ik was vier jaar geleden best gecharmeerd van Day Breaks, maar Pick Me Up Off The Floor is echt veel interessanter. Erwin Zijleman

Norah Jones - Visions (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Norah Jones - Visions - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Norah Jones - Visions
Norah Jones slaat op Visions nieuwe wegen in en laat een wat ruwer, energieker en soulvoller geluid horen dan we van haar gewend zijn, wat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht verrassend goed uitpakt

Ik was zelf best te spreken over het vorige album van Norah Jones, maar de lome jazz van Pick Me Up Off The Floor werd ook wel als wat slaperig ervaren. Op Visions is Norah Jones weer klaarwakker, want het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante sprankelt van begin tot eind. De keuze voor producer Leon Michels levert een veel soulvoller geluid op dan we van haar gewend zijn en het is een geluid met ruwe randjes en scherpe kantjes. Het voorziet de nieuwe songs van Norah Jones van energie en urgentie. Visions is op hetzelfde moment een wat nostalgisch aandoend album, dat stevig put uit de soulmuziek zoals die in de jaren 60 werd gemaakt. Je wist bij Norah Jones zo langzamerhand wel waar je aan toe was, maar met Visions heeft ze een verrassend album afgeleverd.

De naam van Norah Jones is nog altijd stevig verbonden met haar inmiddels ruim twintig jaar oude debuutalbum Come Away With Me. Het album uit 2002 is verreweg het bekendste album van de Amerikaanse singer-songwriter, maar ik vind het persoonlijk niet haar beste album. Dat is wat mij betreft het indringende breakup album The Fall uit 2009, waarop Norah Jones wat afstand nam van haar jazzy geluid en nieuwe wegen verkende.

Wanneer ik het wat overbodige kerstalbum I Dream Of Christmas van eind 2022 niet mee tel, was het in de zomer van 2020 verschenen Pick Me Up Off The Floor tot voor kort het laatste wapenfeit van de muzikante uit New York, die de afgelopen twintig jaar een imposant oeuvre heeft opgebouwd met flink wat hele goede albums.

Pick Me Up Off The Floor volgde op het uitstekende mini-album Begin Again en op beide albums werkte Norah Jones samen met topmuzikanten als Jeff Tweedy, Thomas Bartlett en Brian Blade. Het zijn albums waarop Norah Jones wat opschoof richting ‘late night jazz’, maar slaapverwekkend was het wat mij betreft zeker niet, al werden de albums hier en daar ook omschreven als de mid-life crisis van Norah Jones.

Op het deze week verschenen Visions werkt Norah Jones, net als op haar kerstalbum, samen met producer en multi-instrumentalist Leon Michels, die vooral bekend is van zijn werk met Sharon Jones & The Dap-Kings, Lee Fields & The Expressions en Charles Bradley. Het zijn allemaal namen die verbonden zijn met de soulmuziek en die soulmuziek hoor je ook nadrukkelijk terug op Visions.

De openingstrack van het nieuwe album van Norah Jones klinkt nog enigszins jazzy, maar met name in de koortjes klinkt de Amerikaanse muzikante soulvoller dan op haar vorige albums. Norah Jones verwerkte eerder invloeden uit de soul in haar muziek, maar op Visions omarmt ze het genre een stuk steviger. Het pakt uitstekend uit want haar warme stem gedijt uitstekend in de warmbloedige tracks op het album.

Norah Jones laat zich op Visions ook beïnvloeden door andere genres, wat een verrassend veelzijdig album oplevert. Het is ook een verrassend gedreven en opgewekt klinkend album, dat veel meer pit laat horen dan zijn directe voorgangers. Het is mede de verdienste van de productie van Leon Michels, die Visions heeft voorzien van een soms wat nostalgisch aandoend, maar ook lekker dynamisch en rauw geluid, met hier en daar heerlijk ruw gitaarwerk.

Het is een geluid met meer scherpe randjes dan we van Norah Jones gewend zijn, wat ook vraagt om net wat ruwere vocalen. Die laat de Amerikaanse muzikante met veel overtuiging horen, waardoor Visions een in vocaal opzicht indrukwekkend album is. Het nieuwe geluid en de wat minder gepolijste zang zorgen er voor dat Visions duidelijk anders klinkt dan de vorige albums van de muzikante uit New York en het nieuwe geluid bevalt me uitstekend.

Norah Jones neemt je in een aantal tracks op haar nieuwe album mee terug naar de soulmuziek van Motown uit de jaren 60, maar de songs op Visions hebben ook een wat psychedelisch karakter. In muzikaal opzicht sprankelt Visions meer dan welk Norah Jones album dan ook, wat grotendeels de verdienste is van producer en multi-instrumentalist Leon Michels, die het album heeft voorzien van een veelkleurig geluid, maar ook de andere muzikanten op het album, onder wie topdrummer Brian Blade, kunnen er wat van.

Omdat ook de songs op Visions zeer aansprekend zijn en zich veel meer opdringen dan de songs op de vorige albums, durf ik na een paar keer horen al wel te beweren dat Norah Jones met Visions een van haar beste albums tot dusver heeft afgeleverd en misschien zelfs wel haar beste. Het is een knappe prestatie en een zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman

NoSo - Stay Proud of Me (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: NoSo - Stay Proud Of Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

NoSo - Stay Proud Of Me
NoSo debuteert met het fraaie Stay Proud Of Me, dat zich op allerlei manieren weet te onderscheiden van de muziek die momenteel in overvloed wordt gemaakt en alleen maar mooier wordt

Stay Proud Of Me van de Koreaans-Amerikaanse NoSo is een album dat zich langzaam opdringt, maar vervolgens een schatkist vol mooie geheimen blijkt. Het debuutalbum van NoSo is op het eerste gehoor de zoveelste exponent van de indiepop van jonge (vrouwelijke) singer-songwriters uit Los Angeles, maar met name de mooie stem van NoSo en het bijzonder fraaie gitaarspel tillen het album al snel een flink stuk op. Dat is ook zeker de verdienste van de songs op het album, die aan de ene kant aanstekelijk of zelfs hitgevoelig kunnen zijn, maar die op hetzelfde moment de fantasie vrijwel continu prikkelen. Het is overvol in het genre waarin NoSo opereert, maar Stay Proud Of Me is een album waar de klasse van af spat.

NoSo is het alter ego van de Koreaans-Amerikaanse muzikant Abby Hwong, die deze week debuteert met het bijzonder fraaie Stay Proud Of Me. NoSo is een afkorting van North/South, wat weer refereert naar de vraag die Koreanen in de Verenigde Staten meestal als eerste gesteld wordt: kom je uit Noord-Korea of uit Zuid-Korea?

Abby Hwong opereert al enige tijd vanuit Los Angeles en ervaart dagelijks dat Amerikaanse met een Aziatische afkomst helaas steeds vaker gediscrimineerd worden, iets wat overigens nog veel sterker het geval in de voormalige thuisbasis Chicago. De muzikant uit Los Angeles, die zichzelf overigens ziet als non-binair persoon, verwerkt deze ervaringen in de teksten van de songs op het album, waardoor Stay Proud Of Me een persoonlijk ‘coming of age’ album is geworden.

In tekstueel opzicht legt NoSo misschien net wat andere accenten dan de meeste andere jonge (vrouwelijke) muzikanten in de indie hoek die momenteel opereren vanuit Los Angeles, maar in muzikaal opzicht sluit Stay Proud Of Me bij vluchtige beluistering aan in een lange rij. Ondanks mijn grote liefde voor het genre bekijk ik de nieuwe releases van jonge (vrouwelijke) muzikanten inmiddels met de nodige argwaan, want het begint allemaal wel wat eenvormig te klinken, waardoor verzadiging nadrukkelijk op de loer ligt.

Stay Proud Of Me van NoSo slaagde er echter vrij snel in om op te vallen. NoSo maakt op Stay Proud Of Me indruk met bijzonder mooi gitaarspel en met een minstens even mooie en heldere stem. De combinatie van de werkelijk prachtig klinkende en verrassend veelkleurige gitaarakkoorden en de stem van Abby Hwong zorgt er voor dat de muziek van NoSo anders klinkt dan die van de talloze concurrenten en deze muziek wordt nog mooier door de soms subtiele en soms rijke toevoegingen van elektronica.

Ook de songs van NoSo weten zich op een of andere manier makkelijk te onderscheiden, ook al roepen de songs meer dan eens associaties op met de muziek van alle jonge (vrouwelijke) singer-songwriters die de afgelopen jaren voor gingen. De songs van NoSo zijn soms intiem en breekbaar, maar ze kunnen ook verrassend vol worden ingekleurd en hier en daar flirt Stay Proud Of Me zelfs met de dansvloer met funky gitaarloopjes.

Zeker wanneer de synths aanzwellen kan de muziek van NoSo je zomaar een aantal decennia mee terug nemen in de tijd, maar de Koreaans-Amerikaanse muzikant is ook absoluut een kind van deze tijd. De songs van NoSo vallen hier en daar op door verrassende wendingen en abrupte eindes, maar Abby Hwong is ook een meester in het schrijven van bijzonder aanstekelijke maar ook kwalitatief hoogstaande popliedjes.

Stay Proud Of Me is zo’n album dat het bijzonder lekker doet in de zomerzon, maar het is ook een album dat je ook iedere keer weer verrast met bijzonder fraai gitaarwerk, met een stem die goed is voor kippenvel, met mooie melodieën, met aanstekelijke refreinen, met songs die met speels gemak in het geheugen nestelen of met een wending die je nu net niet had verwacht

NoSo brengt dit debuutalbum uit op een moment dat de muziekindustrie in slaap sukkelt en heeft ook nog eens hordes concurrenten, waardoor ik nog moet zien dat Stay Proud Of Me een succes gaat worden, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat het debuutalbum van NoSo deze aandacht en dit succes meer dan verdient. Erwin Zijleman

Nothing - Dance on the Blacktop (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nothing - Dance On The Blacktop - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De muziek van de Amerikaanse band Nothing is mij tot dusver volledig ontgaan, maar nadat ik hun nieuwe plaat Dance On The Blacktop had beluisterd en diep onder de indruk raakte van deze plaat, ben ik ook eens in het oudere werk van de band gedoken.

Op haar debuut Guilty Of Nothing uit 2014 maakt de band uit Philadelphia in kleine kring enorme indruk met donkere en indringende muziek. Het is muziek die zich vooral heeft laten inspireren door de shoegaze van bijvoorbeeld My Bloody Valentine, maar ook flarden metal en postpunk hebben hun weg gevonden naar het debuut van de band.

De in 2016 verschenen tweede plaat van de band, Tired Of Tomorrow, borduurde deels voort op het geweldige debuut, maar koos ook voor een wat gepolijster en meer grunge georiënteerd geluid, dat mij toch wat minder aanspreekt.

Het zijn zoals gezegd platen die ik destijds heb gemist, maar de nieuwe plaat van de band kwam direct hard aan en is sindsdien niet meer van de platenspeler te krijgen. Op Dance On The Blacktop trekt Nothing de lijn van met name de eerste plaat door, al zijn invloeden uit de shoegaze wat verder naar de achtergrond gedrongen, wat overigens zeker niet betekent dat ze verdwenen zijn.

Dance On The Blacktop klinkt veel lomer en dromeriger dan het debuut van de band, maar ook de derde plaat van Nothing is een aardedonkere plaat, waarop de gruizige gitaarwolken misschien iets minder prominent aanwezig zijn, maar nog steeds met enige regelmaat opduiken en van een betoverende schoonheid zijn.

Het zijn gitaarwolken die worden afgewisseld met meer ingetogen gitaarwerk, waardoor de nieuwe plaat van Nothing wel wat aan The Smashing Pumpkins doet denken. Ook invloeden uit de grunge, de noise-rock, de post-punk en de indie-rock hebben hun weg gevonden naar het geluid van Nothing, terwijl invloeden uit de metal zijn verdwenen. Dance On The Blacktop deelt hierdoor niet zo’n mokerslag uit als het debuut van de band, maar persoonlijk vind ik dat niet zo erg.

Zanger Domenic Palermo liep in het verleden de nodige klappen op en dat lijkt te hebben geresulteerd in een hersenbeschadiging die uiteindelijk flinke gevolgen kan hebben. Het is een plausibele verklaring voor de kwetsbare en vaak zeer melancholisch klinkende zang op de plaat, die prachtig is gevangen in de dynamische maar ook bezwerende productie van John Agnello (Dinosaur Jr., Sonic Youth, Madrugada).

Liefhebbers van het aardedonkere shoegaze geluid van de band zullen het nieuwe geluid van de band waarschijnlijk wat te gepolijst en veelkleurig vinden, maar ik had direct bij eerste beluistering iets met deze plaat. Nothing combineert gruizige gitaarwolken met opvallend melodieuze songs. Het zijn songs die zijn voorzien van een donkere en emotionele lading, maar het zijn ook opvallend lekker in het gehoor liggende songs.

Het is soms niet goed uit te leggen waarom een plaat iets met je doet, maar sinds ik Dance On The Blacktop voor het eerst hoorde ben ik verknocht aan deze plaat en word ik steeds weer van mijn sokken geblazen door het fascinerende geluid van de band.

Ook het toch flink anders klinkende debuut van de band heb ik inmiddels omarmd, maar de derde plaat van de band uit Philadelphia vind ik onderscheidender. Het is prachtig hoe Nothing er in slaagt om gruizige shoegaze wolken te combineren met meer ingetogen werk en het is knap hoe de band rockmuziek vol gevoel te maken zonder dat het zouteloze emo wordt. Geweldige plaat als je het mij vraagt. En ik zou ook zeker het debuut van de band nog even checken. Erwin Zijleman

Novella - Land (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Novella - Land - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het aanbod aan nieuwe muziek is momenteel zo groot dat ik onmogelijk alles dat ik voorbij zie komen kan beluisteren. Ik selecteer daarom vooral op basis van mijn persoonlijke smaak en de goede smaak van anderen, maar er zijn meer mogelijkheden om als nieuwe band op te vallen.

Zo trekt een opvallende verpakking eerder mijn aandacht dan een saai hoesje en dat vergroot de kans op beluistering, want als ik de cd eenmaal in mijn handen heb is het een kleine moeite om hem ook even in de cd speler te stoppen.

Het feit dat Land van de Britse band Novella uiteindelijk in de cd speler verdween bewijst dat een opvallende verpakking ook foeilelijk kan zijn, want veel lelijkere covers dan die van het debuut van de band uit Londen zijn redelijk zeldzaam. Het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek en die is in het geval van Novella prima.

Het debuut van de Britse band laat zich nadrukkelijk beïnvloeden door de shoegaze en dreampop uit de jaren 90. Dat is op zich geen aanbeveling, want het aantal bands dat dit op het moment doet is zo idioot groot, dat het vrijwel onmogelijk is om je als beginnende band nog te onderscheiden. Novella slaagt hier wel in en levert een plaat af die bij mij is aangekomen als de spreekwoordelijke mokerslag.

Nu hou ik natuurlijk wel van een opgewarmde prak shoegaze en dreampop, maar inmiddels wordt het zelfs mij wat teveel. Novella biedt gelukkig veel meer dan alleen maar invloeden uit de shoegaze en dreampop. Vergeleken met de meeste andere bands die aan de haal zijn gegaan met deze invloeden kiest Novella voor een hoger tempo, rauwer gitaarwerk en vooral heel veel invloeden uit de psychedelica.

Waar veel bands de afgelopen tijden een al dan niet geslaagde poging deden om het geluid van Lush (nog altijd een van mijn favoriete 90s bands) nauwgezet te reproduceren, neemt Novella genoegen met flarden Lush. Deze flarden Lush, bestaande uit mooie gitaarlijnen, aangename vrouwenstemmen en een goed gevoel voor perfecte popliedjes, worden vervolgens aangevuld met beukende drums, stuwende bassen, aan alle kanten uit de bocht vliegende gitaren en vooral een hoeveelheid psychedelica die je mee terug neemt naar de Amerikaanse westkust van de late jaren 60. Invloeden uit de Paisley Underground en een voorliefde voor de muziek van Black Sabbath brengen het unieke geluid van Novella verder op smaak.

Het is een combinatie van invloeden die uitstekend werkt. Novella voegt absoluut iets toe aan alles dat de shoegaze en dreampop al heeft voortgebracht en maakt bovendien muziek die al heel snel vrijwel onweerstaanbaar blijkt. Voor mij zelfs compleet onweerstaanbaar.

Land klinkt als Lush dat via een tijdmachine is afgeleverd in de ‘Summer Of Love’ of als The Bangles die zijn ingelijfd bij My Bloody Valentine. Primal Scream’s Bobby Gillespie omschreef de muziek van Novella als ‘psych dream pop in full overdrive’ en ook dat is een vlag die de lading dekt.

Novella maakt muziek die bij vlagen heerlijk dromerig klinkt, maar het is ook muziek die in een moordend tempo wordt afgewerkt. Het is een bijzondere combinatie die dwingt tot luisteren. Ik geniet vooral van de geweldige zang en van het briljante gitaarwerk op de plaat, maar ook de rol van de ritmesectie, die Land steeds weer naar grotere hoogten stuwt, moet niet onderschat worden.

Het blijft een spuuglelijk hoesje waarin Land van Novella is verpakt, maar het heeft me wel een wereldplaat opgeleverd. Een van de meest bijzondere en één van de beste debuten van 2015 en dat zal nog wel even zo blijven. Erwin Zijleman

Núria Graham - Cyclamen (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Núria Graham - Cyclamen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Núria Graham - Cyclamen
Núria Graham verrijkt haar folkpop met bijzondere accenten in de instrumentatie, in haar zang en in haar songs, waardoor Cyclamen een album is dat zowel aangenaam vermaakt als hopeloos intrigeert

Núria Graham is een muzikante uit Barcelona, die inmiddels een aantal jaren aan de weg timmert. Dat leverde haar nog niet heel veel aandacht op, maar dat zou zomaar kunnen veranderen. Met Cyclamen heeft de Iers-Catalaanse muzikante immers een interessant album gemaakt. Núria Graham kiest op haar vierde album voor een zeer smaakvolle instrumentatie, die meerdere kanten op gaat en flink buiten de lijntjes van de folkpop kleurt. Het levert een avontuurlijk geluid op, dat goed past bij de eigenzinnige songs. Núria Graham is ook nog eens een bijzondere zangeres, die met veel expressie zingt, maar ook keer op de keer de juiste noten raakt.

Ik vind de albums van de Iers-Catalaanse muzikante Núria Graham tot dusver bij eerste beluistering altijd wel interessant, maar uiteindelijk leg ik ze altijd weer aan de kant ten gunste van vergelijkbare albums. Het leek ook weer te gebeuren met het deze week verschenen Cyclamen, maar het vierde album van de muzikante uit Barcelona kon ik uiteindelijk toch niet los laten.

Cyclamen is een intrigerend album waarop Núria Graham vermaakt met lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar waarop ze ook net wat meer experimenteert dan op haar vorige albums. Dat experiment loont, want Cyclamen weet zich opeens te onderscheiden van veel andere albums in het overvolle genre. Experiment is overigens wel een groot woord voor het beschrijven van de songs van de Iers-Catalaanse muzikante, want Cyclamen is uiteindelijk toch vooral een album met aangenaam klinkende popsongs. Núria Graham kleurt op haar vierde album wel net wat meer buiten de lijntjes dan gebruikelijk en verrast met bijzondere klanken en eigenzinnige songstructuren.

De muziek van de muzikante uit Barcelona werd tot dusver vooral in het hokje folkpop geduwd en dat is een hokje dat ook voor Cyclamen nog deels relevant is. Het album bevat echter ook een aantal tracks met veel meer invloeden uit de jazz en de instrumentatie kan ook wat klassiek aandoen. Núria Graham kiest deels voor sprookjesachtige klanken met veel strijkers en piano, maar Cyclamen bevat ook songs waarin de akoestische gitaar domineert of waarin blazers de hoofdrol opeisen.

Het klinkt allemaal mooi en warm, maar ook licht eigenzinnig, bijvoorbeeld door het toevoegen van bijzondere elektronische accenten of ritmes, waardoor de songs op het album stuk voor stuk spannend klinken. Dat spannende effect wordt verder vergroot door de zang van Núria Graham. De muzikante uit Barcelona beschikt over een bijzonder mooie stem, die het goed doet in lome en dromerige songs, maar het is ook een stem met veel expressie, die de songs op Cyclamen voorziet van een bijzondere twist.

De vele lagen in de muziek van Núria Graham komen het best tot zijn recht wanneer Cyclamen wordt afgespeeld met een wat hoger volume of wanneer het album wordt beluisterd met de koptelefoon. In het laatste geval hoor je nog net wat meer details en het zijn vooral deze details die de muziek van Núria Graham bijzonder maken. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi en veelzijdig de stem van de Iers-Catalaanse muzikante is en hoor je bovendien hoe de instrumentatie keer op keer wordt verrijkt met wonderschone bijdragen.

De ene keer is Núria Graham een zwoele nachtclubzangeres die genoeg heeft aan een piano en een staande bas, de volgende keer is ze een sprookjesprinses die zich omringt met een rijk klankenpalet vol verrassingen, maar ook een wat ruwere gitaartrack zet ze makkelijk naar haar hand. Cyclamen schiet meerdere kanten op, maar de dertien songs op het album vormen ook een consistent geheel en zijn samen goed voor muziek die een kleine veertig minuten lang alle aandacht opeist. Met haar vorige albums heeft Núria Graham niet heel veel aandacht gekregen, maar op haar vierde album tilt ze haar muziek ruimschoots boven de middelmaat uit. Zeker eens proberen dit bijzondere album. Erwin Zijleman