MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Natalie Hemby - Pins and Needles (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Hemby - Pins And Needles - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Natalie Hemby - Pins And Needles
De Amerikaanse muzikante Natalie Hemby debuteerde vier jaar geleden nog wat schuchter met het traditioneel klinkende Puxico, maar eist nu haar plek in de spotlights op met het ambitieuze Pins And Needles

Zeker na haar deelname aan de zeer succesvolle ‘supergroep’ The Highwomen behoort Natalie Hemby tot de grote namen in de Nashville scene, waar ze overigens al langer aan de weg timmerde als songwriter. Na haar behoorlijk traditioneel en authentiek klinkende debuutalbum Puxico uit 2017, kiest Natalie Hemby op het deze week verschenen Pins And Needles voor een veel voller en geproduceerder klinkend geluid, waarin invloeden uit de Americana hand in hand gaan met invloeden uit de pop en rock. Het album is volgespeeld door uitstekende muzikanten, de kwaliteit van de songs is hoog en Natalie Hemby is een uitstekend zangeres. Bijzonder sterk album.

Natalie Hemby timmerde al heel wat jaren aan de weg als songwriter, voor ze in 2017 haar solodebuut Puxico uitbracht. De in Nashville, Tennessee, geboren en getogen muzikante schreef songs voor onder andere Miranda Lambert, Kacey Musgraves, Carly Pearce, Mandy Moore en Toby Keith, maar op Puxico liet ze horen dat ze haar songs ook zelf uitstekend kan vertolken.

Sindsdien gaat het Natalie Hemby voor de wind. Puxico werd uitstekend ontvangen, waarna ze ook nog eens toetrad tot de zeer succesvolle gelegenheidsband The Highwomen, dat met name door de drie andere leden van de band, Brandi Carlile, Maren Morris en Amanda Shires, werd onthaald als een ‘supergroep’.

Na de Grammy’s voor het debuut van The Highwomen en de bijdrage aan de A Star Is Born soundtrack, kan Natalie Hemby gaan voor eigen succes met haar tweede soloalbum. Pins And Needles is deze week verschenen en het is een ambitieus album geworden. Na Puxico, dat zich toch vooral liet beluisteren als een wat traditioneel aandoend Americana album, is Pins And Needles een album dat zich niet beperkt tot de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek.

Natalie Hemby keek op Puxico vooral naar haar voorouders en het verleden, maar kijkt op haar nieuwe album naar zichzelf en vooruit. Pins And Needles heeft zich onder andere laten beïnvloeden door de Amerikaanse rockmuziek van Tom Petty en de rootsvolle pop van Sheryl Crow, twee namen die Natalie Humby zelf noemt, maar Natalie Hemby is ook een kind van Nashville, waar ze al haar hele leven woont.

Bij beluistering van Pins And Needles hoef je je geen moment zorgen te maken over de kwaliteit van de songs. Natalie Hemby heeft de afgelopen twintig jaar al meerdere malen bewezen dat ze hitgevoelige maar ook kwalitatief hoogstaande songs kan schrijven en ook Pins And Needles staat er vol mee. Een deel van de songs schreef ze overigens met muzikale vrienden als Miranda Lambert en Maren Morris en met gelouterde Nashville songwriters als Daniel Tashian en Barry Dean, wat het niveau van de songs op het album nog wat verder opkrikt.

Voor iemand die de wegen in Nashville kent, is het ook niet zo gek dat Natalie Hemby in de studio gezelschap kreeg van een aantal topkrachten, waarna haar echtgenoot Mike Wrucke, die ook werkte met Miranda Lambert en Pistol Annies, het album produceerde en er een gloedvol klinkend album van heeft gemaakt.

Ik was zeer gecharmeerd van het debuutalbum van Natalie Hemby, maar het wat moderner en gevarieerder klinkende Pins And Needles bevalt me ook uitstekend. Het is een album dat zich op het snijvlak van Americana en pop/rock bevindt, maar nooit al te ver uit de bocht schiet. Het album kan daarom liefhebbers van beide genres aanspreken en is een topalbum voor een ieder die ook overweg kan met de combinatie van de twee. Ik reken mezelf absoluut tot de laatste groep.

Pins And Needles is een album vol geweldige songs, het is een album dat fantastisch klinkt en het is een album dat alle genres dat het bestrijkt recht doet en puur en oprecht klinkt. Zoals we ook al op Puxico konden horen is Natalie Hemby ook nog eens een prima zangeres, die haar songs met veel warmte en gevoel vertolkt, waarbij het niets uitmaakt of ze je meeneemt naar de blinkende lichten van Los Angeles of naar de eindeloze landschappen van het platteland in het zuiden van de Verenigde Staten. Voor de een wat te veelzijdig, voor de ander misschien te glad, maar ik vind het echt prachtig. Erwin Zijleman

Natalie Hemby - Puxico (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Hemby - Puxico - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Natalie Hemby zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de afgelopen tien jaar was ze in Nashville een veelgevraagd en buitengewoon succesvol songwriter.

Ze schreef de afgelopen jaren onder andere songs voor Miranda Lambert, Maren Morris, Jana Kramer en Kacey Musgraves en dat zijn countryzangeressen die ik stuk voor stuk reken tot mijn favorieten van het moment.

Na tien jaar in de schaduw te hebben gestaan van anderen vindt Natalie Hemby het tijd om zelf in de spotlights te staan en levert ze met Puxico een van de eerste interessante releases van 2017 af.

Gezien de staat van dienst van Natalie Hemby ging ik er van uit dat het met de songwriting wel goed zit op haar debuut en dat blijkt te kloppen. Op Puxico eert de singer-songwriter uit Nashville de geboortegrond van haar grootvader in Puxico, Missouri. Het levert een plaat op vol mooie verhalen en deze verhalen zijn verpakt in bijzonder lekker in het gehoor liggende songs.

Folk en country staan centraal op Puxico en net als bij de zangeressen voor wie Natalie Hemby de afgelopen jaren songs schreef zijn deze invloeden verpakt in songs die een mooi evenwicht hebben gevonden tussen traditionele en moderne invloeden en waarin bovendien lekker in het gehoor liggende klanken en in artistiek opzicht wat interessantere klanken in balans zijn.

Omdat Natalie Hemby in Nashville al flink wat jaren een gerespecteerd songwriter was, was het geen probleem om voor haar debuut gelouterde muzikanten te vinden en deze zorgen voor een mooi en afwisselend geluid, waarin de ene keer de traditionele folk en country doorklinkt en de andere keer wordt gekozen voor een lichtvoetiger geluid.

Liefhebbers van traditionele rootsmuziek horen misschien teveel Nashville pop terug in de muziek van Natalie Hemby, maar wat mij betreft blijft de Amerikaanse in alle negen songs op de plaat aan de goede kant van de streep.

Goede songs en goede muzikanten zijn natuurlijk nog geen garantie voor een goede plaat, maar ook de stem van Natalie Hemby bevalt me zeer. Het is een stem die het moet doen zonder de in Nashville zo geliefde snik, maar net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves heeft Natalie Hemby een stem die warmte uitstraalt en die niet snel gaat vervelen. Het is bovendien een stem met meerdere klankkleuren, want waar ik in de openingstrack vooral iets van Gillian Welch hoorde, kwam ik via de andere succesvolle Nashville countryzangeressen van het moment zelfs uit bij Alison Krauss.

De tweede week van januari levert traditiegetrouw een flinke stapel interessante nieuwe releases af, waaronder releases waar al een tijd naar wordt uitgekeken. Na eerste beluistering springt Puxico van Natalie Hemby er echter voor mij uit en dat is best verrassend. Erwin Zijleman

Natalie Merchant - Keep Your Courage (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Merchant - Keep Your Courage - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Natalie Merchant - Keep Your Courage
Natalie Merchant keert na een stilte van negen jaar dan eindelijk terug met een nieuw album en presteert op het werkelijk wonderschone Keep Your Courage continu op de toppen van haar kunnen

Keep Your Courage, het nieuwe album van Natalie Merchant, heeft maar een paar noten nodig om je te overtuigen. Wanneer de stem van de Amerikaanse muzikante na die paar noten invalt hoor je dat haar stem nog net zo mooi is als in het verleden en misschien zelfs wel mooier. Natalie Merchant zingt op Keep Your Courage vol gevoel en doorleving en omringt haar mooie stem bovendien met prachtige klanken, waarin de bijdragen van strijkers en blazers opvallen. De Amerikaanse muzikante zet een song van de Ierse band Lankum op bijzondere wijze naar haar hand, maar haar eigen songs zijn minstens even mooi. Keep Your Courage is een groots album van een geweldige zangeres en een uitstekende songwriter.

Na een lange stilte verschijnt deze week dan eindelijk een nieuw album van Natalie Merchant. Wanneer ik de remake van haar debuutalbum Tigerlily uit 2015 en het in 2017 verschenen restmateriaal, waaronder de overigens prima albums Butterfly en Rarities, niet meetel, is Keep Your Courage de opvolger van het titelloze album dat bijna negen jaar geleden verscheen.

Ondanks de jaren die zijn verstreken voelt Keep Your Courage direct vanaf de eerste noten vertrouwd. Natalie Merchant heeft op de soloalbums die ze vanaf 1995 uitbrengt, maar voor een belangrijk deel ook al op de albums die ze maakte als zangeres van de Amerikaanse band 10,000 Maniacs, immers een uit duizenden herkenbaar geluid.

Het is een geluid dat vooral wordt bepaald door haar bijzondere stem, die er voor zorgt dat ook Keep Your Courage vanaf de eerste noten aanvoelt als een warm bad. Na een paar stemmige pianoakkoorden valt de stem van Natalie Merchant in, wat bij mij goed was voor kippenvel. Natalie Merchant viert later dit jaar haar zestigste verjaardag, maar haar stem is nog net zo mooi als in haar jonge jaren en misschien zelfs nog wel mooier door het dunne laagje gruis en het de wat dikkere laag doorleving op haar stembanden.

Natalie Merchant krijgt in de eerste twee tracks van haar nieuwe album gezelschap van Abena Koomson-Davis, wiens krachtige en soulvolle stem verrassend fraai kleurt bij de stem van Natalie Merchant. Op de rest van het album staat Natalie Merchant er alleen voor, maar dat gaat haar makkelijk af. De Amerikaanse muzikante is op haar nieuwe album echt uitstekend bij stem en zingt niet alleen prachtig, maar ook vol gevoel.

In vocaal opzicht doet Keep Your Courage zeker niet onder voor de andere albums van de Amerikaanse muzikante, maar ook in muzikaal opzicht is het smullen. Keep Your Courage is bijzonder warm en smaakvol ingekleurd met vooral organische klanken en een bijzondere rol voor blazers en strijkers. Zeker wat later op de avond klinkt het nieuwe album van Natalie Merchant echt fantastisch en valt op hoe mooi de instrumentatie en de zang in evenwicht zijn, ook als ze allebei flink uitpakken.

Natalie Merchant is nog altijd een fantastische zangeres, maar ook met haar songwriting skills is niets mis. Keep Your Courage staat vol met mooie en zeer aansprekende songs, die ook dit keer zijn voorzien van bijzondere teksten. Natalie Merchant bezingt ook dit keer vooral de liefde, maar ze schuwt de politieke thema’s zeker niet en heeft haar boodschap ook dit keer verpakt in literaire teksten vol beeldspraak.

Naast eigen songs bevat Keep Your Courage ook een bijzonder fraaie cover van Hunting The Wren van de Ierse band Lankum. Ook in deze track vallen zowel de zeer mooie en sfeervolle instrumentatie als de geweldige zang van Natalie Merchant op, waardoor de Amerikaanse muzikante haar eigen song maakt van het origineel van Lankum.

Keep Your Courage laat bijna 55 minuten lang Natalie Merchant in topvorm horen en dat is, zeker na negen jaar stilte, een zeer aangename verrassing. Ik heb het album inmiddels meerdere keren gehoord en schaar Keep Your Courage inmiddels onder de beste albums van Natalie Merchant, die de afgelopen 28 jaar misschien niet overdreven productief is, maar wel altijd hoogstaande albums aflevert, waaronder het echt prachtige Keep Your Courage. Erwin Zijleman

Natalie Merchant - Natalie Merchant (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Merchant - Natalie Merchant - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Mijn favoriete plaat van het moment is al vele weken mijn favoriete plaat van het moment, maar ontbreekt desondanks nog steeds op deze BLOG. Eerst wilde ik de plaat nog wat langer op me in laten werken om de superlatieven die ik voor ogen had wat meer onderbouwing te kunnen geven en vervolgens wilde ik even wachten tot de plaat ook op de streaming media te beluisteren was. Het laatste blijft helaas nog altijd beperkt tot slechts één track, maar ik kan en wil niet langer wachten met het bespreken van mijn favoriete plaat van het moment.

Ik heb het (natuurlijk) over de titelloze plaat die Natalie Merchant inmiddels al weer een week of vijf geleden uitbracht.

Natalie Merchant dook aan het begin van de jaren 80 op als de charismatische frontvrouw van 10,000 Maniacs, maar maakt inmiddels ook al bijna 20 jaar soloplaten. Dit millennium is Natalie Merchant helaas nog niet al te productief, mede omdat ze het moederschap even belangrijker vond dan haar muzikale carrière. Na het geweldige Motherland uit 2001 moesten we het doen met twee platen zonder eigen songs van Natalie Merchant. Zo bood The House Carpenter’s Daughter uit 2003 plaats aan traditionals, terwijl op Leave Your Sleep uit 2010 gedichten werden verwerkt tot songs.

Zowel The House Carpenter’s Daughter als Leave Your Sleep vind ik prima platen (Leave Your Sleep vind ik zelfs geweldig), maar er gaat uiteindelijk toch niets boven de eigen songs van Natalie Merchant. Hiervan staan er elf op haar nieuwe plaat, die in het verlengde ligt van Tigerlily, Ophelia en Motherland.

In het verleden koos Natalie Merchant nog wel eens sporadisch voor uptempo songs, maar op haar nieuwe plaat domineren de zich langzaam voortslepende en voornamelijk ingetogen songs. Het zijn songs die allemaal worden gedragen door de prachtige stem van Natalie Merchant. Het is een stem die zeker niet onomstreden is, maar persoonlijk vind ik het nog altijd een van de mooiste en meest expressieve stemmen in de popmuziek. In tegenstelling tot vroeger is de stem van de Amerikaanse vaster en warmer (en bij vlagen zelfs soulvol), waardoor het ongemak van de voormalige criticasters van Natalie Merchant inmiddels toch grotendeels moet zijn weggenomen.

Het was even geleden dat Natalie Merchant haar eigen songs aan de plaat toevertrouwde, maar het zijn nog altijd songs van een bijzonder hoog niveau. Ook de instrumentatie en de productie van de plaat zijn van grote klasse, zodat op de nieuwe plaat van Natalie Merchant eigenlijk niets aan het toeval wordt overgelaten.

Voor de instrumentatie zijn flink wat muzikanten met nogal uiteenlopende instrumenten ingeschakeld, waardoor iedere song weer net wat anders klinkt, al is de muziek op de nieuwe plaat van Natalie Merchant altijd stemmig en sfeervol, zeker als de strijkers aan mogen zwellen. De productie van Natalie Merchant zelf is intiem en warmbloedig, waardoor de plaat aanvoelt als het bekende warme bad, zeker voor de liefhebbers van haar muziek. De geweldige vocalen doen de rest.

Ik was zelf direct bij eerste beluistering diep onder de indruk van de nieuwe plaat van Natalie Merchant, maar sindsdien is de plaat zeker niet minder geworden. Sterker nog, ook de nieuwe plaat van Natalie Merchant heeft inmiddels het monumentale van de genoemde drie eerdere soloplaten en het grootste deel van het werk van 10,000 Maniacs en doet voor geen van deze platen onder.

Natalie Merchant was de afgelopen jaren al door menigeen afgeschreven, maar laat met deze nieuwe en titelloze plaat horen dat ze er nog altijd toe doet. Natalie Merchant is de 50 inmiddels gepasseerd, maar lijkt met haar nieuwe plaat begonnen aan haar tweede jeugd. Voor mij een serieuze kandidaat voor de jaarlijstjes, al zit de eerste helft van het jaar er nog niet eens op. Erwin Zijleman

Natalie Merchant - Tigerlily (1995)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Merchant - Tigerlily - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Natalie Merchant - Tigerlily
Natalie Merchant verliet in 1994 de Amerikaanse band 10,000 Maniacs en dook in 1995 op met haar debuutalbum Tigerlily, dat inmiddels in alle opzichten een klassieker mag worden genoemd

De vraag welke 10 albums je mee zou nemen bij verbanning naar een onbewoond eiland is gelukkig een hypothetische, maar negen van de tien keer maakt Tigerlily van Natalie Merchant onderdeel uit van mijn selectie. Het eerste soloalbum van Natalie Merchant uit 1995 is een album waarop echt alles klopt. Tigerlily is zeer sfeervol en smaakvol ingekleurd en staat vol met songs die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren. Het album wordt een meesterwerk door de geweldige stem van Natalie Merchant en haar unieke manier van zingen. Ik ken het album inmiddels noot voor noot, maar het is nog altijd goed voor kippenvel. Luister naar het briljante River en je begrijpt wat ik bedoel.

Natalie Merchant kondigde de afgelopen week een nieuw album aan, dat in het voorjaar van 2023 zal verschijnen. Het werd zo langzamerhand ook wel weer eens tijd voor een nieuw album van de Amerikaanse muzikante, want haar laatste album stamt feitelijk uit de zomer van 2014, toen het uitstekende Natalie Merchant verscheen.

De afgelopen jaren moesten we het doen met een zeer uitgebreide verzamelaar, waarop ook een aantal nieuwe songs stonden, en met een wat mij betreft overbodige remake van Tigerlily, het debuutalbum van Natalie Merchant uit 1995. Het maken van een remake van een album is bijna nooit een goed idee, maar het wordt al snel een kansloze missie als het een remake van een klassieker betreft. De originele versie van Tigerlily is voor mij een klassieker, waarbij de remake wat bleekjes af stak.

Natalie Merchant bouwde vanaf 1995 aan een prachtig oeuvre, dat helaas bescheiden van omvang is, maar nauwelijks zwakke momenten kent. Het is een oeuvre waarin Tigerlily er wat mij betreft nog altijd uitspringt. Natalie Merchant was al op haar zeventiende toegetreden tot de Amerikaanse band 10,000 Maniacs en had de band getransformeerd van een cultband in een van de meest succesvolle alternatieve bands van de late jaren 80 en vroege jaren 90.

Na het prachtige Our Time In Eden uit 1992 begon Natalie Merchant na te denken over een solocarrière en die kwam er na het succesvolle (maar wat mij betreft tegenvallende) MTV Unplugged album uit 1994. In de zomer van 1995 verscheen Tigerlily en direct vanaf de eerste noten was duidelijk dat Natalie Merchant een juiste beslissing had genomen.

Op haar debuutalbum bouwde de Amerikaanse muzikante deels voort op de muziek die ze maakte met 10,000 Maniacs, maar Tigerlily was ook een stap in een andere richting. Vergeleken met de albums die zouden volgen op het debuutalbum is Tigerlily een behoorlijk toegankelijk album met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop.

Natalie Merchant had zich in 1995 al lang bewezen als songwriter en zangeres, waardoor Tigerlily geen moment klinkt als een debuut. Het album klinkt direct vanaf de openingstrack als een album van een gelouterde muzikante en het is een muzikante in topvorm. Het door Natalie Merchant zelf geproduceerde album klinkt vanaf de eerste noten laid-back en zwoel en verleidt in muzikaal opzicht makkelijk met tijdloze klanken en vooral fantastisch gitaarwerk.

De meeste verleiding komt echter van de stem van Natalie Merchant. Het is de stem die de muziek van 10,000 Maniacs een uniek karakter had gegeven, maar die op Tigerlily nog indrukwekkender tot bloei kwam. In vocaal opzicht vind ik Tigerlily een van de allermooiste albums die ik in de kast heb staan, maar ook de songs op het album zijn van een indrukwekkend hoog niveau.

Natalie Merchant zou op haar volgende albums meer ingetogen muziek gaan maken, maar Tigerlily is lekker uitbundig en klinkt als een bevrijding. Ik heb geen idee hoe vaak ik inmiddels naar het album heb geluisterd, maar het moeten honderden keren zijn geweest. Desondanks is Tigerlily een album dat nooit verveelt. Natalie Merchant deed in de jaren 90 prachtige dingen met 10,000 Maniacs, maar haar mooiste songs bewaarde ze voor haar eerste soloalbum, dat het predicaat meesterwerk in alle opzichten verdient. Erwin Zijleman

Natalie Prass - Natalie Prass (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Prass - Natalie Prass - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In december verschijnen er over het algemeen weinig interessante nieuwe platen, waardoor de internationale muziekpers zich volledig kan focussen op het samenstellen van de jaarlijstjes en het vooruit blikken op het nieuwe jaar.

De glazen bol van de diverse muziekjournalisten gaven in december zeker geen eenduidig toekomstbeeld, maar één naam kwam met zeer grote regelmaat terug: Natalie Prass.

Op basis van de uitstekende single Why Don’t You Believe In Me werd Natalie Prass eind vorig jaar alvast vergeleken met Joni Mitchell en haar betere volgelingen en dat is een vergelijking waar je als jonge en debuterende singer-songwriter zeker mee thuis kunt komen.

Na beluistering van het volledige album van Natalie Prass moet ik concluderen dat de vergelijking met Joni Mitchell uiteindelijk geen hout snijdt. Natalie Prass begeeft zich op haar debuut immers slechts incidenteel op het terrein van de melancholische folk, maar kiest vooral voor een opvallend soulvol geluid.

Het is ook nog eens een heel bijzonder geluid dat steeds wisselt tussen uiterst ingetogen klanken en een zeer rijk georkestreerd geluid vol strijkers en blazers. Het laatste is de verdienste van de eigenzinnige Matthew E. White die de plaat produceerde.

Het titelloze debuut van Natalie Prass doet me misschien niet heel vaak denken aan Joni Mitchell, maar het heeft wel volop raakvlakken met de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, waarbij dan vooral moet worden gedacht aan net wat soulvollere iconen als Laura Nyro en Carole King.

Het debuut van Natalie Prass klinkt echter ook verrassend modern. Zeker in de songs waarin invloeden uit de soul domineren en Natalie Prass op een bedje van strijkers en blazers zwoel mag verleiden met ingetogen maar absoluut soulvolle vocalen, blijft de Amerikaanse singer-songwriter haar jonge collega’s in het neo-soul en R&B segment mijlenver voor met betere vocalen, mooiere muziek en veel betere songs.

Wat me bij de meeste soulzangeressen van het moment zo enorm tegen staat is het constant op vol volume uithalen en het maken van meer bochtjes dan een slalom skiër, maar Natalie Prass doet beiden gelukkig niet en wat is dat een verademing.

Soulvolle muziek met invloeden uit de afgelopen decennia domineren op het debuut van de singer-songwriter uit Cleveland, Ohio, maar Natalie Prass is zeker geen one-trick-pony. Incidenteel verlaat Natalie Prass de soul en kiest ze voor meer folky songs, al zijn het soms folky songs die dankzij de rijk ingezette strijkers en de hoge vocalen ook terug gaan naar filmmuziek uit vervlogen tijden (denk aan The Wizard of Oz uit 1939).

Heel af en toe zou je willen dat Natalie Prass Matthew E. White met al zijn strijkers en blazers een flinke schop onder zijn kont geeft om vervolgens te kiezen voor een wat meer roots-georiënteerd instrumentarium, maar aan de andere kant klinkt het nu allemaal wel heel zwoel en verleidelijk en druipt het talent er werkelijk van af.

Er valt aan het eind van het jaar ongetwijfeld flink wat af te dingen op de voorspellingen van de verschillende muziekjournalisten in december 2014, maar met Natalie Prass had men het volledig bij het juiste eind. Erwin Zijleman

Natalie Prass - The Future and the Past (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Prass - The Future And The Past - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ik was drieënhalf jaar geleden zeer te bespreken over het debuut van de Amerikaanse Natalie Prass. De in Cleveland, Ohio, geboren singer-songwriter putte op haar debuut uit de archieven van de jaren 70, met een voorliefde voor soulvolle voorbeelden als Carole King en Laura Nyro.

Met een zwak voor deze vaak gebruikte voorbeelden wist Natalie Prass zich nog niet te onderscheiden van haar talloze concurrenten, maar dat deed ze wel met de productie van haar titelloze eerste plaat. Voor deze productie deed ze een beroep op haar oude schoolvriend Matthew White, die het geluid van Natalie Prass afwisselend voorzag van ingetogen klanken en van een rijk georkestreerd geluid vol strijkers en blazers.

Vorige week verscheen eindelijk de tweede plaat van Natalie Prass, maar ik heb hem zelf al wat langer in huis. Bij eerste beluisteringen was ik wat teleurgesteld. Natalie Prass kiest op haar tweede plaat voor een geluid dat wat dichter tegen de pop en R&B aan ligt en dat openlijk lijkt te flirten met een breed publiek.

Eerder deze week wilde ik de tweede van Natalie Prass definitief terzijde schuiven, maar ik besloot het nog een keer te proberen. De combinatie van een wat hoger volume, broeierige temperaturen en het nieuwe geluid van de Amerikaanse muzikante bleek opeens geweldig te werken. Opeens werd ik wel gegrepen door de soulvolle klanken en lekker in het gehoor liggende songs op de tweede plaat van Natalie Prass, had ze me weer te pakken met haar bijzonder aangename stem en hoorde ik bovendien veel meer bijzondere invloeden en accenten.

Ook voor haar tweede plaat deed Natalie Prass een beroep op de productionele vaardigheden van Matthew E. White, die inmiddels een zeer herkenbaar geluid in elkaar weet te smeden. Waar Natalie Prass op haar debuut nog koos voor singer-songwriter muziek met een dosis soul, kiest ze op The Future And The Past voor een geluid met meer invloeden uit de pop en R&B. Hier en daar duiken flarden uit de jaren 80 en 90 op en hoor ik wat van Janet Jackson en Wendy & Lisa, maar de Amerikaanse muzikante sluit ook aan bij het moderne soulgeluid van haar producer.

Bij vluchtige beluistering klinkt The Future And The Past aangenaam, maar ook redelijk doorsnee, maar luister net wat beter en je hoort dat Natalie Prass samen met Matthew E. White een bijzonder geluid in elkaar heeft geknutseld. Het is een geluid dat voor een belangrijk deel bestaat uit pop, R&B en soul, maar ook invloeden uit de jazz en de funk zoals Prince en zijn protegees die maakten hebben hun weg gevonden naar het geluid op de tweede plaat van Natalie Prass.

Het doet het geweldig bij de zomerse temperaturen van het moment, maar zeker wanneer je wat beter luistert naar de geweldige productie en de bijzondere stem van Natalie Prass is The Future And The Past een plaat voor alle momenten en temperaturen en blijkt de plaat ook in tekstueel opzicht nog eens interessant (met volop haakjes naar de verkiezing van Trump en #MeToo).

Mijn advies: probeer de nieuwe plaat van Natalie Prass eerst als soundtrack voor de zomerse dagen van het moment. Ik ben er van overtuigd dat na enige gewenning de kwaliteit van de plaat boven komt drijven. Erwin Zijleman

Natalie Prauser - 'Til the Sun Comes Up (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Prauser - ‘Til The Sun Comes Up - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Natalie Prauser - ‘Til The Sun Comes Up
‘Til The Sun Comes Up van de Amerikaanse muzikante Natalie Prauser is een verbluffend goed rootsalbum, wat het extra schrijnend maakt dat het debuutalbum van de muzikante uit Kansas City vooralsnog niet veel aandacht krijgt

Ik kwam bij toeval op het spoor van Natalie Prauser, die de afgelopen zomer ook al een duoalbum uitbracht, maar pas echt indruk maakt met haar soloalbum ‘Til The Sun Comes Up. Het is een album waarop Natalie Prauser voornamelijk invloeden uit de country en de folk verwerkt en vooral traditioneel klinkende muziek maakt. Het is muziek die prachtig is ingekleurd met gitaren en de onmisbare pedal steel en het is bovendien muziek die prachtig kleurt bij de mooie stem van Natalie Prauser. Het is het soort stem dat je verwacht in de genres die op ‘Til The Sun Comes Up domineren, maar de Amerikaanse muzikante heeft ook een duidelijk eigen geluid. Een bijzonder mooi geluid wat mij betreft. Aanrader dit album.

Op de streaming media diensten was ‘Til The Sun Comes Up van Natalie Prauser tot vandaag (!) helaas niet te vinden en ook in de Nederlandse platenzaken zul je tevergeefs zoeken naar het album, maar gelukkig is bandcamp er ook nog. Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante (en filmmaker) is het album inmiddels een kleine twee weken te beluisteren en ook te koop. Het is een album dat ik min of meer bij toeval tegen kwam, maar het is een album dat ik inmiddels schaar onder de betere rootsalbums van het moment.

Het is overigens al het tweede album waarop in 2022 de naam van Natalie Prauser prijkt, want afgelopen zomer verscheen het samen met de eveneens Amerikaanse muzikant Marty Bush opgenomen Cabin Sessions Volume One. Het in het voorjaar opgenomen album stond in een vloek en een zucht op de band en laat vooral behoorlijk traditionele folk en country horen. Cabin Sessions Volume One is me afgelopen zomer niet opgevallen, maar het album heeft wel wat. Het eerste soloalbum van Natalie Prauser vind ik echter nog een stuk beter.

De muzikante uit Kansas City maakte het album samen met de al eerder genoemde Marty Bush, die op op ‘Til The Sun Comes Up in vocaal opzicht echter aanzienlijk minder dominant aanwezig is. Natalie Prauser tekent op haar solodebuut voor akoestische gitaren en de leadzang, terwijl Marty Bush de elektrische gitaren, bas en drums en de over het algemeen subtiele achtergrondvocalen voor zijn rekening neemt. Natalie Prauser schreef alle songs voor het album, maar liet de productie van het album aan Marty Bush, waardoor deze ook dit keer een flinke vinger in de pap heeft. Voor wat extra inkleuring werd verder alleen de pedal steel van Devon Teran toegevoegd.

De combinatie van akoestische gitaren, elektrische gitaren en de pedal steel levert een aangenaam en warm klinkend geluid op. Het is een geluid dat wat traditioneel aan doet, al klinkt ‘Til The Sun Comes Up minder traditioneel dan Cabin Sessions Volume One. Natalie Prauser verwerkt ook dit keer vooral invloeden uit de folk en de country. De wat meer folky songs bevatten hier en daar een vleugje Laurel Canyon folk, maar de muzikante uit Kansas City kan ook uit de voeten met de outlaw country uit de jaren 70.

De mooie klanken van de gitaren en de pedal steel zorgen voor een warm en gloedvol klankentapijt waarop de stem van Natalie Prauser uitstekend gedijt. De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die het perfect doet in het country getinte repertoire, maar het is ook een stem met een eigen geluid. Het is wat mij betreft een zeer aangenaam geluid, want met name door de zang van Natalie Prauser dringt ‘Til The Sun Comes Up zich makkelijk op. Zeker in de songs die zich in een wat lager tempo voortslepen is de stem van Natalie Prauser, die vaak wordt omgeven door wolken pedal steel, bijzonder mooi.

Ik vind echt maar heel weinig informatie over het album, maar tussen alle andere rootsalbums van deze week sprong ‘Til The Sun Comes Up er voor mij bijzonder makkelijk uit. Zeker in de sterkste songs laat Natalie Prauser horen dat ze met de allerbesten mee kan en heb ik bovendien het idee dat ze nog veel meer kan. Hoogste tijd dus dat dit album meer aandacht krijgt en de harten van veel meer liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek verovert. Erwin Zijleman

Natalie Ramsay - Fly to Home (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Natalie Ramsay - Fly To Home - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Natalie Ramsay is een jonge en nog vrij onbekende Canadese singer-songwriter. Het is zo’n singer-songwriter voor wie je eigenlijk al sympathie hebt voor je ook maar een noot van haar muziek hebt gehoord.

Natalie Ramsay kreeg de muziek ruim 20 jaar geleden met de paplepel ingegoten. Haar vader speelde banjo en nam de jonge Natalie vaak mee naar optredens en bluegrass festivals. Dat Natalie Ramsay zelf muziek wilde gaan maken lag dan ook al op jonge leeftijd vast, maar hiervoor moest ze wel haar verlegenheid overwinnen.

Op haar 17e bracht ze haar eerste plaat uit, die op een of andere manier de aandacht wist te trekken op de Filippijnen. Natalie Ramsay wist vanaf dat moment zeker dat ze als muzikant door het leefde wilde, maar constateerde ook dat voor het schrijven van songs met inhoud enige levenservaring onmisbaar is.

Die levenservaring deed ze op door alle uithoeken van de VS en Canada te verkennen en uiteindelijk zelfs naar India te reizen, waar ze zich bekwaamde in yoga en het tekenen met henna. Het is bagage die allemaal bijdraagt aan de pure schoonheid van het eerder dit jaar verschenen Fly To Home.

Fly To Home werd gemaakt met een aantal bevriende muzikanten en laat een puur en wat traditioneel aandoend geluid horen. Natalie Ramsay maakt ouderwets, of beter gezegd authentiek, klinkende singer-songwriter muziek met vooral invloeden uit de folk. Ze beschikt over een mooie heldere en warme stem en vertolkt hiermee op eigenzinnige wijze haar songs.

Bij Natalie Ramsay ben je niet aan het juiste adres voor makkelijk in het gehoor liggende popliedjes, maar liefhebbers van gloedvolle singer-songwriter muziek met inhoud zullen deze Canadese singer-songwriter waarschijnlijk onmiddellijk omarmen. Fly To Home valt op door een mooie, vaak bijzonder stemmige, instrumentatie. Natalie Ramsay speelt zelf akoestische gitaar, piano, banjo, mondharmonica en ukele en heeft hiernaast een gitarist, cellist en (staande) bassist om zich heen verzameld. De vocale harmonieën van Ainlsey Borus (helaas maar in een beperkt aantal van de tracks prominent aanwezig) en het virtuoze banjospel van vader Brian maken het mooie en sfeervolle geluid op Fly To Home compleet.

Het is een sober en ingetogen geluid dat vaak complex is opgebouwd en bovendien is voorzien van dynamiek. Natalie Ramsay voorziet de mooie, stemmige en wat mij betreft ook bijzondere klanken van vocalen die zijn voorzien van flink wat emotie en beleving. Hierdoor neemt de impact van de songs van Natalie Ramsay nog lange tijd toe en worden haar bijzondere songs uiteindelijk één voor één dierbaar of zelfs onmisbaar.

Het aanbod in het genre der vrouwelijke singer-songwriters is momenteel enorm groot, maar singer-songwriters als Natalie Ramsay zijn er niet zoveel. De inmiddels 25-jarige Canadese muzikante heeft immers een plaat afgeleverd die voortborduurt op de rijke tradities van het genre (die vaak beginnen bij landgenote Joni Mitchell), maar ook eigenzinnig durft te zijn.

Het is een plaat waarvoor de Engelse uitdrukking ‘it grows on you’ is bedacht, want dit is een plaat die zich snel opdringt en je vervolgens bedwelmt en verovert. Ik werd pas een week geleden voor het eerst getipt over deze plaat (Theo bedankt), maar ben nu al fan van Natalie Ramsay. En dat terwijl ik nog lang niet klaar ben met het ontdekken van al het moois op het zo indrukwekkende Fly To Home, dat wat mij betreft geschaard kan worden onder de ontdekkingen van 2014. Erwin Zijleman

Nathaniel Rateliff - And It's Still Alright (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nathaniel Rateliff - And It's Still Alright - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nathaniel Rateliff - And It's Still Alright
Zonder The Night Sweats kiest Nathaniel Rateliff voor een meer folky geluid en voor persoonlijke songs vol weemoed over een scheiding en het verlies van een dierbare

Nathaniel Rateliff beloofde producer Richard Swift ooit om de Harry Nilsson in zichzelf te ontdekken en daar moet hij zich na de trieste dood van de producer natuurlijk aan houden. Het levert een introspectief en ingetogen album op dat volop herinnert aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en niet of nauwelijks aan het moddervette soulgeluid van The Night Sweats. De persoonlijke songs lijken soms wat ruw en schetsmatig, maar winnen snel aan kracht, zeker als je gevoelig bent voor de folkie in Nathaniel Rateliff. Niet iedereen zal het kunnen waarderen, maar ik vind het een verrassend sterk album.

Nathaniel Rateliff timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg met zijn band The Night Sweats en won zowel met de albums als met de liveoptredens van zijn band heel wat zieltjes.

Op het zonder The Night Sweats gemaakte And It’s Still Alright is het tijd voor introspectie. Nathaniel Rateliff zag zijn huwelijk op de klippen lopen en werd bovendien diep geraakt door het overlijden van vriend en producer Richard Swift, die het geluid van Nathaniel Rateliff & The Night Sweats zo fraai vormgaf.

And It’s Still Alright laat door het introspectieve karakter van het album en door het ontbreken van zijn band een flink ander geluid horen dan we gewend zijn van de twee albums die vooraf gingen aan het nieuwe album van de muzikant uit Hermann, Missouri. And It’s Still Alright is overigens niet het eerste soloalbum van Nathaniel Rateliff, want voor het formeren van The Night Sweats maakte hij er ook al twee, waarvan met name Falling Faster Than You Can Run zeer de moeite waard is.

Met zijn nieuwe album grijpt Nathaniel Rateliff terug op zijn eerste soloalbums. And It’s Still Alright moet het doen zonder het moddervette soulgeluid van de vorige twee albums en klinkt met grote regelmaat als een singer-songwriter album uit de jaren 70. Bij meerdere songs op het album moest ik denken aan de albums van Harry Nilsson en dat is een mooi compliment.

Helemaal uit de lucht vallen komt de vergelijking met Harry Nilsson overigens niet. Richard Swift vroeg Nathaniel Rateliff een paar jaar geleden om toch vooral die Harry Nilsson deuntjes te blijven schrijven, waarop de Amerikaanse beloofde uit te zoeken hoeveel Harry Nilsson er in hem zat. Het is een belofte die door de trieste dood van Richard Swift meer lading kreeg.

Op zijn nieuwe soloalbum klinkt de muziek van Nathaniel Rateliff een stuk meer ingetogen dan die van zijn band, maar er is hoorbaar veel aandacht en zorg besteed aan de instrumentatie. Voor And It’s Still Alright werd een heel legioen aan muzikanten opgetrommeld, onder wie flink wat snarenwonders en de nodige strijkers. De instrumentatie op het album zit hierdoor vol mooie details, maar And It’s Still Alright klinkt op hetzelfde moment als een album dat deels genoegen neemt met ruwe schetsen van songs.

Liefhebbers van het soulvolle geluid van de albums van Nathaniel Rateliff en The Night Sweats zullen flink moeten wennen aan dit album, dat vooral invloeden uit de folk bevat en dat niet alleen refereert naar de catalogus van Harry Nilsson, maar ook naar die van een jonge Leonard Cohen.

Ik ben persoonlijk niet zo’n heel groot liefhebber van de dampende soul van Nathaniel Rateliff en zijn band, maar dit introspectieve soloalbum bevalt me verrassend goed. Niet alle songs zijn even sterk of even goed uitgewerkt, maar het zijn wel songs vol emotie, die geen moment leunen op de twee zo succesvolle albums die aan And It’s Still Alright vooraf gingen. Het maakt van dit soloalbum van Nathaniel Rateliff een moedig album, maar het is ook een album dat nog lang aan kracht wint en dat uiteindelijk veel meer is dan een trip down Memory Lane. Ik had het niet direct verwacht, maar ik vind dit persoonlijke album van de Amerikaanse muzikant erg mooi. Erwin Zijleman

Nathaniel Rateliff & The Night Sweats - Tearing at the Seams (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nathaniel Rateliff & The Night Sweats - Tearing At The Seams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Nathaniel Rateliff debuteerde een jaar of zeven geleden met het bij vlagen indrukwekkende In Memory Of Loss. Op zijn debuut maakte de muzikant uit Denver, Colorado, voornamelijk songs met invloeden uit de folk, al hoorde je in zijn uit de tenen komende zang ook een nog voorzichtige dosis soul.

Die soul is volledig aan de oppervlakte gekomen sinds de Amerikaanse muzikant in 2015 voor het eerst opdook met zijn band The Night Sweats.

Sinds het titelloze debuut van Nathaniel Rateliff en zijn band is een zeer indrukwekkende live-reputatie opgebouwd, maar de tweede studioplaat moest er natuurlijk ook nog eens gaan komen.

Op het deze week verschenen Tearing At The Seams doen Nathaniel Rateliff en The Night Sweats precies waar ze goed in zijn. Direct in de openingstrack worden we getrakteerd op een moddervet soulgeluid. Het is een geluid dat herinnert aan de hoogtijdagen van Stax en alles dat in de fameuze studio in Muscle Shoals werd gemaakt. Het is een vol geluid waarin de blazers hier en daar flink mogen uitpakken en waarin de ene na de andere schitterende gitaarlijn uit de speakers komt, maar het is ook een geluid waarin een onweerstaanbaar orgeltje verrassend vaak de hoofdrol opeist.

Het is een hoofdrol die uiteraard moet worden gedeeld met de soulvolle strot van Nathaniel Rateliff, die ook op de tweede plaat met The Night Sweats weer laat horen dat hij kan zingen zoals de grote soulzangers uit het verleden dat ooit deden. The Night Sweats citeert stevig uit de archieven van het fameuze Stax label, maar is ook niet vies van een beetje Motown en een flinke dosis Rhythm & Blues, wat Nathaniel Rateliff op zijn vorige plaat de vergelijking met Van Morrison opleverde.

Hier blijft het niet bij, want de Amerikaanse zanger en zijn band kunnen ook uit de voeten met countryrock en bluesrock waarvan de Rolling Stones op leeftijd alleen maar kunnen dromen of met soulvolle rock 'n roll zoals Elvis die in Memphis maakte.

Ik heb absoluut last van vooroordelen wanneer het gaat om blanke soulzangers, maar Nathaniel Rateliff maakt op Tearing At The Seams weer indruk met zang die in elke noot soul ademt, maar ook kan doseren.

Het levert muziek op die op het podium geweldig tot zijn recht zal komen volgende maand (wanneer de band twee avonden in Paradiso staat), maar ook op de plaat is de muziek van Nathaniel Rateliff en The Night Sweats interessanter dan die van de meeste soortgenoten in het genre.

Producer Richard Swift heeft het soulgeluid voor de afwisseling eens niet helemaal dichtgesmeerd, maar laat alle instrumenten afzonderlijk uit de speakers komen, wat er voor zorgt dat de soul van Nathaniel Rateliff en zijn band niet zo overweldigend klinkt als gebruikelijk is in het genre.

Ook in vocaal opzicht kleurt de Amerikaan zeker niet alleen binnen de lijntjes van de soul, al is hij hier een meester in, en voor verdere variatie zijn er ook nog eens de fascinerende vocale bijdragen van het Amerikaanse tweetal Lucius.

Tearing At The Seams is hierdoor een plaat met twee gezichten. Aan de ene kant is het de broeierige en zweterige soulplaat die goed is voor een feestje, maar hiernaast laat de band uit Denver, Colorado, ook het nodige avontuur horen, waardoor de plaat veel interessanter is dan ik op voorhand had verwacht. Verrassend sterke plaat dus van een band die ik drie jaar geleden nog totaal heb genegeerd. Erwin Zijleman

Nation of Language - Strange Disciple (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nation Of Language - Strange Disciple - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nation Of Language - Strange Disciple
Er verschenen in 2023 flink wat synthpop albums, maar Strange Disciple van het Amerikaanse drietal Nation Of Language springt er voor mij uit vanwege het aangename retro geluid uit de jaren 80 en vooral de prima songs

Strange Disciple, het derde album van de uit Brooklyn afkomstige band Nation Of Language, kwam ik tegen in meerdere jaarlijstjes. Ik begrijp inmiddels waarom, want betere vintage synthpop werd er in 2023 niet gemaakt. Luister naar Strange Disciple en je bent terug in de jaren 80, met het beste werk van Orchestral Manoeuvres In The Dark als ijkpunt. Nation Of Language is gek op kille elektronische klanken met zowel invloeden van Kraftwerk als uit de 80s synthpop en postpunk, maar de songs van de band klinken op een of andere manier ook warm. Het zijn uitstekende songs, waarmee het drietal uit New York zich makkelijk weet te onderscheiden van de concurrentie.

Ik luister niet heel veel naar synthpop, maar de synthpop albums die ik het afgelopen jaar wel heb beluisterd vielen me vrijwel zonder uitzondering wat tegen, ook als ze afkomstig waren van oude helden uit het genre. Grote uitzondering is Memento Mori van Depeche Mode, al vind ik dat persoonlijk veel meer dan een synthpop album.

Wanneer ik kijk naar de jaarlijstjes lijkt het er op dat ik het beste echte synthpop album van het jaar heb gemist, want ik heb afgelopen herfst niet geluisterd naar Strange Disciple van Nation Of Language. Het is het derde album van het drietal uit Brooklyn, New York, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van Nation Of Language.

Het is muziek die het etiket synthpop absoluut verdiend, want wanneer Strange Disciple uit de speakers komt ben je direct terug in de eerste helft van de jaren 80. Nation Of Language maakt op haar derde album geen geheim van haar bewondering voor de muziek die aan het begin van de jaren 80 werd gemaakt door onder andere Depeche Mode, Human League, Yazoo, New Order en vooral Orchestral Manoeuvres In The Dark.

Het is de laatste band die Nation Of Language voorman Ian Devaney inspireerde tot een bestaan als muzikant en hij is zijn jeugdhelden absoluut trouw gebleven. Strange Disciple klinkt zelfs meer als O.M.D. dan het recent verschenen nieuwe album van het Britse duo, dat ik een stuk minder vind dan het album van het Amerikaanse drietal.

Net als O.M.D. in haar beginjaren laat Nation Of Language zich op Strange Disciple stevig beïnvloeden door het pionierswerk van Kraftwerk uit de jaren 70, maar verwerkt het de wat kille elektronische klanken in warmbloedige popsongs. Alles op het album doet denken aan de synthpop uit de jaren 80, want zowel de batterij synths als de zang hebben een aangenaam vintage 80s karakter. Het is synthpop van het donkere en onderkoelde soort, met hier en daar een vleugje postpunk, maar dat vind ik persoonlijk de meest interessante en aangename synthpop variant.

Ian Devaney, Alex MacKay en Aidan Noell vertrouwen op het derde album van Nation Of Language vrijwel volledig op een batterij synths, maar hier en daar werd wel een echte ritmesectie toegevoegd. Het synthesizer geluid van het drietal uit New York klinkt heerlijk vintage, maar is wel een stuk gevarieerder dan op het gemiddelde synthpop album, waardoor ik de songs op Strange Disciple zeker niet eenvormig vind.

Het is een fraai klinkend album dat mijn aandacht in ieder geval makkelijk weet vast te houden, wat bij synthpop albums wel eens anders is. Het heeft deels te maken met het nostalgische jaren 80 tintje, dat goed is voor veel mooie herinneringen, maar Nation Of Language maakt misschien nog wel meer indruk met haar songs. Het zijn met name die songs die me tegen vielen op veel synthpop albums uit 2023, maar de songs van de band uit Brooklyn zijn verrassend sterk.

Nation Of Language is niet vies van lekker in het gehoor liggende popsongs, maar verstopt ook altijd wel wat muzikaal avontuur in de tracks op Strange Disciple. Het derde album van de band uit New York had ook best in de jaren 80 gemaakt kunnen worden en was dan absoluut uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums van het decennium. Mijn muzieksmaak is sindsdien wel flink veranderd, maar Strange Disciple gaat er bij mij echt in als koek. Erwin Zijleman

Native Harrow - Closeness (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Native Harrow - Closeness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Native Harrow - Closeness
Native Harrow maakt wederom indruk met een beetje Britse folk, een beetje Laurel Canyon folk, prachtige klanken, bijzonder aangename songs en de prachtstem van Devin Tuel

Happier Now, het derde album van Native Harrow, haalde vorig jaar mijn jaarlijstje en met Closeness doet het Amerikaanse duo ook dit jaar een gooi naar een hoge notering. Native Harrow maakt muziek die in het hokje folk past en het is folk met zowel Britse als Amerikaanse (Laurel Canyon) invloeden. Closeness wordt gedragen door de geweldige stem van Devin Tuel, maar ook de veelkleurige instrumentatie op het album maakt keer op keer indruk, net als de songs die hier en daar ook wat buiten de lijntjes van de folk durven te kleuren. Happier Now was me vorig jaar zeer dierbaar, maar na een paar keer horen komt Closeness al aardig in de buurt.

Closeness is het vierde album van het Amerikaanse duo Native Harrow en mijn tweede kennismaking met de muziek van Devin Tuel en Stephen Harms. Happier Now, het derde album van Native Harrow, was net iets meer dan een jaar geleden mijn eerste kennismaking met het tweetal uit Lyndell, Pennsylvania, en het was een kennismaking die me uitstekend beviel.

Op Happier Now werd vorig jaar het etiket folk-rock geplakt, maar ik hoorde in de muziek van Native Harrow toch vooral invloeden uit de folk, waarbij echo’s van de Britse folk uit de jaren 70 hand in hand gingen met die van de Laurel Canyon folk uit dezelfde periode. Native Harrow beschrijft ook Closeness als folk-rock, maar ook dit keer hoor ik vooral invloeden uit de folk.

Devin Tuel en Stephen Harms putten ook dit keer zowel uit de archieven van de Britse folk als die van de Laurel Canyon folk, waardoor Closeness in het verlengde ligt van de voorganger die me vorig jaar zo goed beviel. Closeness bevalt me minstens even goed.

Native Harrow beschikt met Devin Tuel en Stephen Harms twee muzikanten die prima uit de voeten kunnen op uiteenlopende gitaren, waardoor Closeness is voorzien van een warm geluid. Stephen Harms tekent bovendien voor de nodige toetsen. bassen en strijkers, waardoor het tweetal alleen een drummer in hoefde te huren voor het nieuwe album.

Net als zijn voorganger is ook Closeness voorzien van een geluid dat vaak associaties oproept met muziek uit een ver verleden, waarbij invloeden uit de Britse en Laurel Canyon folk domineren, maar het tweetal uit Pennsylvania durft ook te experimenteren met een eigentijdser geluid, zoals in het fraaie Same Every Time, dat een sprong in de tijd maakt van een aantal decennia of in de slottrack die rijkelijk is versierd met strijkers.

Gitaren domineren zoals gezegd op Closeness, maar door af en toe over te schakelen op piano, orgels en keyboards (waaronder een antieke mellotron), brengt Native Harrow voldoende variatie aan in haar muziek. Het geluid van het Amerikaanse duo is mooi en verzorgd en in de meeste songs betrekkelijk ingetogen, al mag het af en toe net wat steviger en komt de folk-rock toch nog even binnen bereik.

Het betrekkelijk ingetogen geluid geeft de stem van Devin Tuel alle ruimte en dat is een wijs besluit. De stem van Devin Tuel was wat mij betreft immers het sterkste wapen op het vorige album van Native Harrow en dat is op Closeness niet anders. Devin Tuel heeft een stem die gemaakt is voor de genres waarin het duo zich vooral beweegt, maar haar stem kan ook verrassend soulvol klinken, wat in Carry On fraai wordt onderstreept door ook nog een gospel koortje toe te voegen aan het warme geluid van de band.

De muziek van Native Harrow werd vorig jaar vooral als mooi maar hier en daar ook wel als wat saai bestempeld. Ik vond het zelf overigens geen moment saai, maar juich de voorzichtige uitstapjes buiten de gebaande paden op het album zeker toe. Ook met deze uitstapjes blijft Closeness vaak hangen in de jaren 70, overigens zonder ook maar een moment retro te klinken.

Als het allemaal net wat eigentijdser klinkt hoor ik wat flarden Cowboy Junkies in het geluid van de band, wat mijn oordeel over Closeness nog wat positiever maakt. Ik vond Happier Now vorig jaar goed genoeg voor mijn jaarlijstje en ook Closeness zal hierin ook zeker niet misstaan, al is het maar omdat de inkleuring nog net wat mooier is en Devin Tuel nog net wat zelfverzekerder zingt. Erwin Zijleman

Native Harrow - Divided Kind (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Native Harrow - Divided Kind - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Native Harrow - Divided Kind
Het Amerikaanse duo Native Harrow maakt inmiddels al bijna tien jaar prachtige albums en doet er op het nog wat veelzijdigere en vooral verrassend soulvolle Divided Kind nog een schepje bovenop

Ik ontdekte de muziek van Devin Tuel en Stephen Harms een jaar of vijf geleden en sindsdien ben ik fan van Native Harrow. Met name de laatste paar albums van het tweetal uit Philadelphia zijn erg goed en met het deze week verschenen Divided Kind zetten Devin Tuel en Stephen Harms de voorlopige kroon op hun werk. De muziek van het duo bevat nog steeds invloeden uit de (Laurel Canyon) folk, maar daar komen dit keer invloeden uit de country en vooral flink wat invloeden uit de soul bij. De songs zijn sterk, de instrumentatie is fraai en de zang van Devin Tuel is ook dit keer geweldig en nog wat indrukwekkender dan op de vorige albums. Heel bekend is Native Harrow nog niet, waar wat is het weer goed.

Ik ben de afgelopen jaren zeer gesteld geraakt op de muziek van het Amerikaanse duo Native Harrow. Devin Tuel en Stephen Harms debuteerden in 2015 met het mooie maar helaas nauwelijks opgemerkte Ghost, waarop het tweetal vooral invloeden uit de folk verwerkte, maar ook invloeden uit omliggende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek een plekje kregen. Het album viel vooral op door de bijzonder mooie stem van Devin Tuel, maar ook in muzikaal opzicht verdiende het album een mooi rapportcijfer.

Ghost werd in 2017 gevolgd door het dubbelalbum Sorores, waarop het geluid van Native Harrow nog wat voller en veelzijdiger klonk. De eerste twee albums van het duo uit Philadelphia, Pennsylvania, ontdekte ik overigens zelf pas in 2019 nadat het derde album van Native Harrow was verschenen. Happier Now was een nog wat beter album en het is het eerste album van het duo dat meer aandacht kreeg.

Happier Now haalde in 2019 met overtuiging mijn jaarlijstje en deed dit in eerste instantie vanwege de stem van Devin Tuel, maar ook de mix van Laurel Canyon folk en Britse folk maakte indruk. Het in 2020 verschenen Closeness was misschien wat minder verrassend dan zijn voorganger, maar het was wederom een mooi album. Op het in 2022 uitgebrachte Old Kind Of Magic werd het geluid van het Amerikaanse tweetal nog wat verder verrijkt met een vleugje psychedelica en was het wederom de stem van Devin Tuel die genadeloos wist te verleiden.

Native Harrow opereerde de afgelopen jaren vanuit het Verenigd Koninkrijk, maar is inmiddels weer teruggekeerd naar de oude thuisbasis Philadelphia. Daar namen Devin Tuel en Stephen Harms in hun thuisstudio het zesde album van Native Harrow op. Op Divided Kind deden de twee zo ongeveer alles zelf, want alleen de drums en de pedal steel zijn niet van de hand van Devin Tuel en Stephen Harms.

Het geluid van Native Harrow varieert wat over de jaren en ook Divided Kind klinkt weer net wat anders. Invloeden uit de Laurel Canyon folk spelen ook dit keer een rol, maar Divided Kind citeert ook uit de archieven van de 70s singer-songwriter muziek, neigt wat naar country door het fraaie gitaarwerk en de ruimtelijke klanken van de pedal steel, maar klinkt vooral een stuk soulvoller.

In al deze genres kan Devin Tuel uitstekend uit de voeten. De zang op de vorige albums van Native Harrow was al prachtig, maar de stem van Devin Tuel maakt op Divided Kind dankzij wat extra soul en emotie nog net wat meer indruk. De zang staat dan ook terecht centraal in de mix, maar ook de instrumentatie op het nieuwe album van Native Harrow is bijzonder mooi laat horen dat de twee muzikanten uit Philadelphia ook in productioneel opzicht een knappe prestatie hebben geleverd.

Het is jammer dat het zesde album van Native Harrow verschijnt in een week met heel veel releases, waardoor ook Divided Kind wel eens onder zou kunnen sneeuwen. Het zou zonde zijn, want Devin Tuel en Stephen Harms zijn op hun nieuwe album nog net wat beter geworden en maken Amerikaanse rootsmuziek die kwaliteit ademt en is verpakt in zeer aansprekende songs. Het is lastig kiezen tussen met name de laatste vier albums van het tweetal, maar na meerdere keren horen vind ik Divided Kind nog net wat beter dan de vorige drie albums. Erwin Zijleman

Native Harrow - Happier Now (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Native Harrow - Happier Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Native Harrow - Happier Now
Native Harrow laat Laurel Canyon folk en Britse folk herleven met tijdloze klanken en een stem waarvan je alleen maar intens kunt houden

Happier Now is het derde album van het Amerikaanse duo Native Harrow en het is een bijzonder indrukwekkend album. Stephen Harms en Devin Tuel laten zich op hun nieuwe album nadrukkelijk inspireren door de Laurel Canyon folk zoals die aan het eind van de jaren 60 werd gemaakt en imponeren met een warm en volstrekt tijdloos geluid. Ook de songs van het tweetal zijn ijzersterk en worden gedragen door de prachtige stem van Devin Tuel. Het is een stem die zich genadeloos opdringt en waarvoor je alleen maar kunt smelten. Het zorgt ervoor dat het derde album van Native Harrow stijgt tot grote hoogten. Bijzonder indrukwekkend album dat echt alle aandacht verdient.

Heel even dacht ik dat er een vergeten klassieker uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk uit de speakers kwam, maar even later dacht ik toch meer aan Britse folk uit dezelfde periode. Het is tweemaal fout, want Happier Now van Native Harrow is gloednieuw.

Native Harrow is een duo uit Lyndell, Pennsylvania, dat bestaat uit multi-instrumentalist Stephen Harms en boegbeeld Devin Tuel. De eerste tekent voor gitaar, bas, drums en keyboards, de tweede voor gitaar en zang.

Ik had nog nooit van Native Harrow gehoord en ging er daarom van uit dat Happier Now het debuut van het Amerikaanse duo was, maar het blijkt alweer het derde album van Stephen Harms en Devin Tuel.

Voordat Devin Tuel haar geluk zocht in de popmuziek leek voor haar een glanzende carrière weggelegd in de theaters van Broadway in New York. Haar voorkeur ging echter niet uit naar ballet of toneel, maar naar popmuziek met een hang naar het verleden. Het is wat mij betreft een verstandige keuze, want het nieuwe album van Native Harrow is van hoge kwaliteit en van een bijzondere schoonheid.

Stephen Harms zorgt op Happier Now voor een warm en zwoel klinkende instrumentatie en het is een instrumentatie die je op een of andere manier onmiddellijk een aantal decennia mee terug neemt in de tijd. De warme en voornamelijk akoestische klanken herinneren aan de muziek die een aantal decennia geleden in de canyons rond Los Angeles werd gemaakt, maar verwerken ook op subtiele wijze invloeden uit de Britse folk.

Hier blijft het niet bij, want Happier Now van Native Harrow doet me ook meer dan eens denken aan het solowerk van Natalie Merchant en haar band 10,000m Maniacs en heeft in muzikaal opzicht soms ook wel wat van Mazzy Star. Happier Now werd opgenomen in een studio met uitsluitend analoge apparatuur, wat nog wat warme toevoegt aan de stemmige klanken op het album.

Het kleurt allemaal prachtig bij de mooie en bijzondere stem van Devin Tuel. De New Yorkse zangeres beschikt over een geschoold stemgeluid, maar het is ook een stemgeluid dat je vrijwel onmiddellijk weet te raken. Het doet me af en toe denken aan de intensiteit van Joni Mitchell, maar ook Natalie Merchant draagt zoals gezegd zinvol vergelijkingsmateriaal aan. Direct toen Devin Tuel begon te zingen was ik verkocht en sindsdien hebben de prachtige vocalen op Happier Now alleen maar aan kracht gewonnen.

Het derde album van Native Harrow is een album dat net zo goed in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen worden, maar het klinkt een paar decennia later geen moment gedateerd. Happier Now slaat zich dankzij de tijdloze klanken direct als een warme deken om je heen, waarna de prachtige stem van Devin Tuel zorgt voor de definitieve betovering.

Happier Now van Native Harrow was de afgelopen weken een zeer aangename metgezel onder de aangename zon op mijn vakantieadres, maar het is inmiddels ook een album dat ik schaar onder het allerbeste dat tot dusver in 2019 is verschenen. Midden in de zomer een album uitbrengen is geen hele handige zet, maar Happier Now van Native Harrow moet dit jaar nog eindeloos veel kansen krijgen. Wat een geweldige zangeres, wat een geweldige muzikant, wat een sterke songs, wat een prachtig album! Erwin Zijleman

Native Harrow - Old Kind of Magic (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Native Harrow - Old Kind Of Magic - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Native Harrow - Old Kind Of Magic
Het Amerikaanse duo Native Harrow maakte op haar vorige twee albums indruk met een mix van Laurel Canyon folk, Britse folk en de geweldige stem van Devin Tuel en voegt er nu nog een vleugje psychedelica aan toe

Happier Now, het derde album van het Amerikaanse duo Native Harrow, was voor mij een van de grote verrassingen van 2019 en was al snel een zekerheid voor mijn jaarlijstje. Het in 2020 verschenen Closeness was misschien wat minder verrassend, maar zeker niet minder mooi. Het inmiddels naar Engeland uitgeweken duo zet op haar nieuwe album wel weer flinke stappen. Ook Old Kind Of Magic imponeert weer met de geweldige stem van Devin Tuel en is in muzikaal opzicht net wat spannender dan de vorige albums van Native Harrow. Old Kind Of Magic lijkt weggelopen uit de jaren 60 of 70 en was in deze decennia absoluut uitgegroeid tot een klassieker.

Het deze week verschenen Old Kind Of Magic is al het vijfde album van het Amerikaanse duo Native Harrow. Ik kwam de muziek van Devin Tuel en Stephen Harms zelf voor het eerst tegen in de zomer van 2019, toen Happier Now, het derde album van Native Harrow, werd uitgebracht. Het was een album dat wat mij betreft behoorlijk wat indruk maakte en uiteindelijk met overtuiging mijn jaarlijstje haalde.

Native Harrow deed dit met muziek die zo leek weggelopen uit de jaren 60 en 70 en die de inspiratie vond bij zowel de Amerikaanse Laurel Canyon folk als de traditionele Britse folk. Native Harrow raakte in muzikaal opzicht de juiste snaar, maar met name de zang van Devin Tuel maakte van Happier Now een prachtalbum. Het album werd in de herfst van 2020 gevolgd door Closeness, dat voortborduurde op zijn voorganger en minstens net zo mooi was.

Devin Tuel en Stephen Harms gebruikten 2021 om hun vertrouwde thuisbasis in Pennsylvania te verruilen voor het Verenigd Koninkrijk en hebben zich via Brighton inmiddels gevestigd op het platteland in Sussex. Native Harrow is door de verhuizing naar het Britse platteland wat dichter bij de oorsprong van de Britse folk terecht gekomen, maar de muziek van het tweetal blijft een mooie mix van de Amerikaanse folk zoals die in de jaren 60 en 70 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt en de Britse folk uit dezelfde periode.

Old Kind Of Magic werd gemaakt met een beperkt aantal gastmuzikanten die percussie en incidenteel pedal steel en viool toevoegen, maar het merendeel van de instrumenten werd ook dit keer door Devin Tuel en Stephen Harms zelf bespeeld. Ook Old Kind Of Magic is weer een album dat je vrijwel onmiddellijk een aantal decennia terugwerpt in de tijd. Native Harrow maakt nog altijd muziek die zo uit de jaren 60 of 70 had kunnen komen, maar ook het nieuwe album van het Amerikaanse tweetal klinkt geen moment gedateerd.

Devin Tuel en Stephen Harms maken ook dit keer tijdloze muziek die heerlijk aangenaam voortkabbelt, maar die ook prachtig in elkaar zit. De warme klanken op het album doen het vooral goed als de zon eenmaal onder is en het zijn ook dit keer klanken die prachtig passen bij de weergaloze stem van Devin Tuel.

De stem van de Amerikaanse muzikante beweegt zich ook op Old Kind Of Magic buitengewoon soepel door de mooie klanken op het album en door de zowel Britse als Amerikaanse invloeden. Het is een stem die echt geen moment tegen de haren instrijkt, maar Devin Tuel vertolkt de songs van Native Harrow wel degelijk met veel gevoel en expressie.

Old Kind Of Magic ligt grotendeels in het verlengde van de twee geweldige voorgangers, maar Native Harrow slaat ook af en toe nieuwe wegen in, bijvoorbeeld door de Laurel Canyon folk te overgieten met een heerlijk psychedelisch sausje, dat ook prima past bij de mooie stem van Devin Tuel.

Native Harrow heeft relatief lang gewerkt aan haar vijfde album en dat is te horen. Hoewel ik het jaarlijstjesalbum Happier Now nog altijd hoog heb zitten, vind ik Old Kind Of Magic inmiddels net wat beter en het nieuwe album kan nog wel even groeien. Heel bekend is Native Harrow helaas nog niet, maar ook het vijfde album van het Amerikaanse duo is weer beeldschoon. Erwin Zijleman

Nedelle Torrisi - Nedelle Torrisi (2013)

Alternatieve titel: Advice from Paradise

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nedelle Torrisi - Advice From Paradise, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bijna drie jaar geleden ontdekte ik bij toeval het titelloze debuut van Nedelle Torrisi, die eerder samen met Thom Moore muziek maakte als Nedelle & Thom en ook nog een aantal platen maakte als Nedelle.

Het debuut onder haar volledige naam werd een paar jaar geleden opgenomen met Kenny Gilmore (Ariel Pink's Haunted Graffiti), was vervolgens een tijd zoek toen haar laptop verdween, werd medio 2013 toch nog uitgebracht zonder titel, dook vorig jaar weer op als Advice From Paradise en werd deze zomer nogmaals opnieuw uitgebracht als Deluxe editie van Advice From Paradise.

Het is nogal wat aandacht voor een plaat die slechts in zeer kleine kring is opgepikt, maar het is aandacht waarop echt helemaal niets valt af te dingen. Het debuut van Nedelle Torrisi is immers een buitengewoon fascinerende en ook nog eens wonderschone plaat.

Omdat ik de plaat bijna drie jaar geleden al eens besprak en ik nog steeds achter de destijds opgeschreven woorden sta, kan ik deels volstaan met herhaling. Nedelle Torrisi maakt op Advice From Paradise muziek die zich aan de ene kant laat beluisteren als een klassieke singer-songwriter plaat, maar het is ook een singer-songwriter plaat die je nog niet eerder gehoord hebt.

Zoals zo vaak wist Allmusic.com het weer prachtig te beschrijven: "Drawing from soft rock and Laurel Canyon influences, subtle electronics, and sweet indie pop, sometimes the record has the feel of Steely Dan doing trip-hop; sometimes it sounds like Carole King recording the songs she wrote in 1972 with slightly clunky but expertly operated 2013 technology". Het is allemaal waar.

Nedelle Torrisi schrijft prachtige tijdloze popliedjes, maar verpakt deze vervolgens in muziek die alleen maar uit het heden kan komen. Het is betoverende muziek waarin stokoude invloeden doorklinken, maar waarin ook flink wordt geëxperimenteerd met elektronica. Het is elektronica die warm en sfeervol klinkt en die warmte kunnen we momenteel wel gebruiken.

De plaat van Nedelle Torrisi is behoorlijk veelzijdig door het instrumentarium op de plaat, maar ook qua stijlen wordt er flink gevarieerd. Het ene moment gaat Nedelle Torrisi aan de haal met 70s singer-songwriter pop of zwoele soulpop, maar ook voor stekelige indiepop of moderne elektronische muziek draait de Amerikaanse singer-songwriter haar hand niet om.

In instrumentaal en vocaal opzicht is het allemaal prima, maar het zijn de songs die me vooral van deze plaat doen houden. De songs van Nedelle Torrisi voelen meer dan eens aan als een warm bad, maar eigenlijk laten ze zich geen van allen goed voorspellen en wordt je steeds weer op het verkeerde been gezet. Heel af en toe moet ik zelfs aan Fiona Apple denken, maar het is wel Fiona Apple die haar depressies heeft verruild voor een roze bril.

Omdat Nedelle Torrisi zich op deze plaat vooral buiten de gebaande paden begeeft duurt het even voordat je deze plaat op de juiste waarde kunt schatten, maar vervolgens is het een plaat die constant verleidt met popliedjes waarvan je alleen maar heel intens kunt houden.

Alle reden dus oom ook deze nieuwe gedaante van de inmiddels al weer een paar jaar oude plaat onder de aandacht te brengen. De Deluxe editie voegt overigens prachtige, relatief sobere, alternatieve versies van de songs toe, waarin pianoklanken en de fraaie stem van Nedelle Torrisi domineren en de prachtsongs weer ander, maar minstens net zo mooi klinken.

Een ‘cult classic’ noemt haar label het inmiddels. Waar, maar er zit echt veel meer in. Briljante plaat. Erwin Zijleman

Neev - Katherine (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neev - Katherine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neev - Katherine
Katherine is het debuutalbum van de jonge Schotse muzikante Neev en het is een album dat overtuigt met een mooie en interessante instrumentatie, prikkelende songs en echt geweldige zang

Het is de laatste weken dringen binnen de Britse folk en ook over albums die de grenzen opzoeken van de traditionele Britse folk hebben we niet te klagen. Toch zou ik het debuutalbum van de van oorsprong Schotse muzikante Neev niet laten liggen. Op haar debuutalbum Katherine laat Neev horen dat ze een uitstekende zangeres is en bovendien beschikt over een karakteristiek stemgeluid. Het is al genoeg om het debuutalbum van Neev boven het maaiveld uit te tillen, maar het is ook nog eens een album dat veelzijdig en fantasierijk is ingekleurd en dat bovendien indruk maakt met aansprekende songs, die de tradities van de folk eren, maar die ook zeker buiten de lijntjes durven te kleuren.

Ik ben lang niet altijd gek op Britse folk, maar ik heb de afgelopen weken echt een enorm zwak voor folky zangeressen. Het zijn wel stuk voor stuk folky zangeressen die zich hebben ontworsteld aan het strakke keurslijf van de traditionele Britse folk. Ook Neev heeft dit gedaan op haar uitstekende debuutalbum Katherine.

Neev is het alter ego van de van oorsprong Schotse muzikante Niamh Katherine Downes, die inmiddels een aantal jaren Londen als thuisbasis heeft. Neev is haar fonetisch uitgesproken Ierse voornaam Niamh, terwijl Katherine haar tweede voornaam is, wat zowel haar alter ego als de titel van haar debuutalbum verklaart.

Het is een album waarop Neev in een aantal tracks redelijk dicht bij de traditionele Britse folk blijft, maar ze neemt er ook met enige regelmaat flink afstand van. Dat doet ze door in de instrumentatie hier en daar te kiezen voor wat steviger aangezette klanken, door op opvallende wijze strijkers in te zetten, door subtiel gebruik van elektronica en door haar stem soms in meerdere lagen op te nemen.

Ook wanneer Neev redelijk dicht bij de wat traditionelere Britse folk blijft, maakt ze wat mij betreft makkelijk indruk. Katherine is dan subtiel maar mooi ingekleurd, waarna Neev flink wat indruk maakt met haar stem. Het is een stem die uitstekend past bij het folky repertoire op het debuutalbum van de Schotse muzikante, maar Neev beschikt ook over een zeer karakteristiek stemgeluid en zingt bovendien met veel expressie en emotie.

Ook wanneer de instrumentatie wat uitbundiger is en wat minder netjes binnen de lijnen kleurt, valt vooral de stem van Neev in positieve zin op. Het is een stem waarmee Neev zich wat mij betreft weet te onderscheiden van de meeste van haar concurrenten, maar de Schotse muzikante is meer dan een uitstekende zangeres.

Neev schreef de songs voor haar debuutalbum tijdens de eindeloze corona lockdowns en je hoort goed dat ze de tijd heeft genomen voor het perfectioneren van haar songs. Dat streven naar perfectie hoor je ook in de inkleuring van de songs op Katherine, die steeds weer in positieve zin weet te verrassen. De songs op het debuutalbum van Neev spreken makkelijk tot de verbeelding, maar het zijn ook songs die de fantasie uitvoerig prikkelen en songs die iedere keer dat je ze hoort weer net wat beter zijn.

Ik heb de afgelopen weken flink wat uitstekende albums van Britse folkies gehoord, waaronder die van Josienne Clarke en Lucy Farrell, wat twee gevestigde namen zijn binnen de Britse folk. Nieuwkomer Neev doet met haar debuutalbum echter zeker niet onder door de gevestigde namen. Katherine is in muzikaal opzicht net zo goed als de albums van Josienne Clarke en Lucy Farrell, die zich in muzikaal opzicht ook knap ontworstelden aan het strakke keurslijf van de Britse folk, maar de songs van Neev vind ik misschien wel spannender en ook met haar zang levert de Schotse muzikante een bijzonder indrukwekkende prestatie.

Het is de laatste weken wel flink dringen in het genre, waardoor een debuterende muzikante als Neev makkelijk tussen wal en schip valt, maar het geweldige Katherine verdient absoluut een beter lot. Grote kans dat liefhebbers van eigenzinnige Britse folk direct vallen voor de muzikale en vocale charmes van Neev, maar beluister het album nog een keer en je bent definitief verkocht. Erwin Zijleman

Neil Diamond - Melody Road (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Diamond - Melody Road - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De muziek van Neil Diamond kreeg ik thuis met de paplepel ingegoten. Dat was niet altijd een genoegen.

Het werk van de Amerikaanse singer-songwriter uit de vroege jaren 70 was en is best te pruimen (de live-plaat Hot August Night is een klassieker), maar ergens aan het eind van de jaren 70 raakte Neil Diamond het spoor bijster en goed ook.

Er zijn niet veel, ooit eens heel serieus begonnen, muzikanten met zoveel slechte platen als Neil Diamond. De goede man hield het maken van hele slechte platen immers vol van de late jaren 70 tot een jaar of tien geleden en dat zijn heel wat jaren.

In 2005 verraste Neil Diamond echter vriend en vijand door met het geweldige 12 Songs op de proppen te komen. Aan de hand van de briljante Rick Rubin kwam Neil Diamond al weer bijna tien jaar geleden tot twaalf goudeerlijke songs, ontdaan van alle franje en met zijn nog altijd uitstekende stem in de hoofdrol. Rubin en Diamond deden het in 2008 nog eens over met het misschien net wat minder verrassende maar wat mij betreft minstens net zo goede Home Before Dark, maar sindsdien leek Neil Diamond het spoor weer wat bijster. Dat was nog moeilijk te horen op een kerstplaat (want die zijn in principe altijd slecht) en een wat overbodige live-plaat, maar op het in 2010 verschenen Dreams leek Neil Diamond toch weer wat te vervallen in zijn oude fouten.

Dat herstelt de inmiddels 73-jarige singer-songwriter op zijn nieuwe plaat Melody Road. Melody Road werd gemaakt met de ervaren producers Don Was en Jacknife Lee en topmuzikanten als Greg Leisz (op hoeveel platen speelt die wel niet?) en Benmont Tench.

Waar Rick Rubin Neil Diamond verbood om zijn liefde voor overdadige arrangementen te etaleren, heeft Neil Diamond op zijn nieuwe plaat hier en daar de vrije ruimte gekregen, waardoor een aantal songs verzuipt in strijkers. Dat is even doorbijten, zeker wanneer Neil Diamond de grens tussen kunst en kitsch wel erg dicht nadert, maar gelukkig komt Neil Diamond wat mij betreft niet verder dan het af en toe bewandelen van het spreekwoordelijke randje (waar hij op zijn slechte platen vooral overheen ging).

Melody Road bevat gelukkig ook een aantal songs met een smaakvolle en veel soberdere instrumentatie en productie en in deze songs maakt Neil Diamond indruk. Indruk met songs die blijven hangen en een goed gevoel geven, maar vooral indruk met vocalen die je niet verwacht van een 73-jarige.

Waar zijn meeste leeftijdgenoten inmiddels aardig versleten klinken, klinkt Neil Diamond nog net zo warm en krachtig als in zijn beste jaren en valt er zelfs iets te zeggen voor de bewering dat het dunne randje extra doorleving zijn stem alleen maar mooier heeft gemaakt. Het zijn vocalen die inmiddels ook de songs met een wat mij betreft wat overdadige productie en instrumentatie naar de goede kant van de streep hebben getrokken.

Door de wat gelikte productie zal Melody Road niet bij iedere liefhebber van singer-songwriter muziek in de smaak vallen, maar iedereen die hier met een open mind naar wil luisteren of een ieder die vooral valt voor mooie vocalen, zal toch moeten concluderen dat Neil Diamond op zijn oude dag weer een goede plaat heeft gemaakt.

Misschien niet zo goed als de platen met Rick Rubin, maar veel beter dan het merendeel van de andere platen die op het moment verschijnen en zeker in vocaal opzicht beter dan vrijwel alle andere platen die op het moment verschijnen.

Het is, zeker aan het begin van de plaat, even doorbijten, maar uiteindelijk word je er rijkelijk voor beloond. Muzikanten die ver na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een uitstekende plaat maken. Ik heb er dit jaar al heel wat voorbij zien komen, maar ook dit is er absoluut een. Erwin Zijleman

Neil Finn - Out of Silence (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Finn - Out Of Silence - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Neil Finn stond in de jaren 70 nog wat in de schaduw van zijn oudere broer Tim, die met zijn band Split Enz al stevig aan de weg timmerde toen Neil zijn eerste stapjes in de muziek nog moest zetten.

Neil trad uiteindelijk toe tot Split Enz (dat overigens een aantal geweldige platen op haar naam heeft staan) en ontworstelde zich definitief aan de schaduw van broer Tim toen hij halverwege de jaren 80 Crowded House formeerde. Crowded House maakte een stapeltje prachtplaten en scoorde bovendien een indrukwekkend aantal wereldhits.

Vervolgens maakte Neil ook nog een aantal prima platen met broer Tim (als The Finn Brothers) en een handvol uitstekende soloplaten. Ik had daarom geen enkele reden om te twijfelen aan Neil Finn’s meest recente soloplaat, maar Out Of Silence heeft verassend veel tijd nodig gehad om me te overtuigen.

Dat heeft dit keer niets te maken met de experimenteerdrang die Neil Finn op zijn soloplaten wel vaker laat horen. Integendeel. Out Of Silence vond ik bij de eerste beluisteringen vooral wat te gewoontjes klinken.

De plaat werd live in de studio opgenomen en stond in een uur of vier op de band. Neil Finn zorgt voor de gitaar en zijn inmiddels zo herkenbare zang, waarna met name piano, strijkers en een koor zijn toegevoegd. Dat koor zat me in eerste instantie het meest in de weg, al klinkt het in aanloop naar de kerstdagen best feestelijk.

Ook de rest van de instrumentatie is stemmig, maar weinig avontuurlijk. Out Of Silence wijkt daarom flink af van de vorige soloplaten van Neil Finn, waarop de Nieuw-Zeelandse muzikant steeds zijn grenzen wist te verleggen.

Mijn eerste teleurstelling leek te worden bevestigd door een aantal minder positieve recensies, waarin meerdere synoniemen van het begrip ‘gewoontjes’ werden gebruikt. De laatste weken las ik echter ook een aantal recensies waarin de nieuwe plaat van Neil Finn de hemel in werd geprezen en daarom heb ik Out Of Silence nog maar eens een kans gegeven.

Mogelijk ligt het aan de temperaturen die het vriespunt momenteel naderen, maar waarschijnlijk ben ik inmiddels wat gewend geraakt aan het geluid dat ik een paar weken geleden nog vooral als kitscherig bestempelde. Out Of Silence is nog steeds een plaat met een instrumentatie en versiersels die het goed doen bij de kerstboom, maar toch is mijn luisterervaring inmiddels een hele andere.

Wanneer ik nu luister naar de nieuwe plaat van Neil Finn hoor ik vooral de schoonheid van de songs van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter. Dat Neil Finn volstrekt tijdloze popliedjes van wereldklasse kan schrijven heeft hij de afgelopen decennia al vele malen bewezen en ook op Out Of Silence komen er weer een aantal voorbij.

Neil Finn wordt volgend jaar 60, maar zingt op zijn nieuwe plaat geweldig (waarbij de vocale ondersteuning door het koor vast ook wel wat doet). Het levert een plaat op die Paul McCartney zomaar had kunnen maken, maar niet gemaakt heeft.

Er zijn niet veel platen waarop zoveel tijdloze en uiteindelijk onweerstaanbare popliedjes staan als op Out Of Silence van Neil Finn. Ik zou ze graag nog eens horen in een wat minder overdadige productie, maar ook met de glanzende toplaag die de songs op Out Of Silence hebben gekregen blijven de prachtsongs van Neil Finn uiteindelijk makkelijk overeind. Ik ben vast niet de enige die de plaat vanwege een teveel aan versiering of zelfs wat overdaad terzijde heeft gelegd, maar ik zou de plaat er zeker weer eens bij pakken. Bij mij is het kwartje inmiddels hard gevallen. Erwin Zijleman

Neil Finn + Paul Kelly - Goin' Your Way (2013)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Finn + Paul Kelly - Going' Your Way - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Neil Finn kennen we van Split Enz, Crowded House en van een toch wat ondergewaardeerde solocarrière (die vorig jaar nog het prachtige Dizzy Heights opleverde).

Paul Kelly is een Australische muzikant die in eigen land wordt geschaard onder de allergrootsten, maar buiten de eigen landsgrenzen nooit veel verder is gekomen dan de cultstatus en misschien nog wel het bekendst is als voorman van de ook buiten Australië populaire band The Messengers.

Neil Finn en Paul Kelly stonden in 2013 samen op het podium in Australië en dit resulteert nu alsnog in de live-registratie Goin’ Your Way.

Samen vertolken de twee gelouterde muzikanten zowel songs uit de rijke catalogus van Neil Finn als songs uit het even rijke maar veel minder bekende oeuvre van Paul Kelly. De twee zingen hierbij vooral hun eigen songs, maar ondersteunen ook de songs van de ander vocaal.

Bijgestaan door een competent spelende band werken de twee zich in bijna twee uur door bijna 30 prachtsongs heen. De songs van Neil Finn zijn voor een belangrijk deel bekend (ook de grootste hits worden niet vergeten), maar de songs van Paul Kelly doen er zeker niet voor onder. Een aangename verrassing.

Een live-registratie van een duo dat haar optredens beperkte tot Australië leek me op voorhand niet zo interessant, maar Goin’ Your Way blijkt een bijzonder aangename plaat vol muzikaal vuurwerk. De live-registratie is voorzien van een gloedvol klinkend live-geluid, dat gelukkig niet is opgepoetst en hierdoor ook rauw mag klinken.

Neil Finn en Paul Kelly spelen hoorbaar met veel plezier en maken in vocaal opzicht indruk. Goin’ Your Way staat tenslotte ook nog eens vol met vijfsterren songs. Dat Neil Finn tijdloze perfecte (en vaak Beatlesque) popliedjes kan schrijven wist ik al, maar ook de songs van Paul Kelly zijn van het type dat na één keer horen voorgoed in het geheugen is opgeslagen.

Goin’ Your Way leek op voorhand misschien vooral interessant voor de gelukkigen die er bij waren, maar het blijkt een plaat met twee uur popmuziek van wereldklasse. Heerlijk voor op de achtergrond, maar ook bij volledige aandacht blijft dit met gemak overeind. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman

Neil Young - Chrome Dreams (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young - Chrome Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neil Young - Chrome Dreams
Neil Young presteerde in de jaren 70 op de toppen van zijn kunnen en was zo productief dat hij veel werk op de plank kon laten liggen, maar het tussen 1974 en 1977 opgenomen Chrome Dreams had destijds niet misstaan

Neil Young is de afgelopen jaren behoorlijk productief en ondanks heel veel releases zijn de archieven van de Canadese muzikant nog altijd niet leeg. Uit deze archieven komt nu het album Chrome Dreams, dat in 1977 de opvolger had moeten worden van albums als After The Gold Rush, Harvest, Time Fades Away, On The Beach, Tonight's The Night en Zuma, maar dat uiteindelijk op de plank terecht kwam. Veel tracks kwamen later op andere albums of verzamelaars terecht, maar Chrome Dreams is nu dan eindelijk als compleet album te beluisteren. Het is een sterk album met veel akoestisch en ook wat elektrisch werk en een aantal uitstekende songs. Een waardevolle release al met al.

Neil Young gaat al aardig richting de 80 (hij wordt dit jaar 78), maar blijft verrassend productief. In het huidige millennium bracht hij al meer dan twintig albums uit en dan waren er ook nog eens de talloze releases uit de zeer goed gevulde archieven van de Canadese muzikant. Het is heel veel muziek en het is lang niet allemaal even goed, maar bij Neil Young weet je het nooit. Het ene moment kan de Canadese muzikant een draak van een album of een totaal overbodige greep uit zijn archieven uitbrengen, maar het andere moment kan er zomaar een prachtalbum of een parel uit deze archieven verschijnen.

Deze week worden we verrast met de release van Chrome Dreams. Het is een album dat tussen 1974 en 1977 werd opgenomen, maar nooit zou worden uitgebracht, al kwam een aantal songs van het album in 1977 wel terecht op American Stars ’N Bars, dat wordt gerekend tot de zwakkere albums uit het jaren 70 oeuvre van Neil Young, en in 1979 op Rust Never Sleeps, dat juist bekend staat als een Neil Young klassieker.

Nu leren ervaringen uit het verleden dat het niet uitbrengen van een album vaak een juist besluit was, maar dit ligt bij Neil Young toch anders. Dit bleek bijvoorbeeld in 2020 bij de release van Homegrown, dat in 1975 niet goed genoeg werd bevonden, maar wel degelijk een prima album bleek. Het geldt ook weer voor Chrome Dreams, dat halverwege de jaren 70 makkelijk uit had kunnen groeien tot een klassieker en echt niet minder is dan de albums die wel verschenen.

Neil Young bracht in 2007 overigens met Chrome Dreams II al wel een vervolg op Chrome Dreams uit, maar op de release van het originele album hebben we lang moeten wachten. Voor de echte Neil Young fan is het allemaal niet zo heel spannend, want er circuleren al lange tijd goed klinkende bootlegs van het album en bovendien kwamen veel songs uiteindelijk, soms in een net wat andere versie, terecht op andere reguliere albums of op releases uit de archieven van de Canadese muzikant, waardoor er weinig echt nieuws is te horen op Chrome Dreams. Voor de wat minder fanatieke Neil Young fan is de release van Chrome Dreams, dat overigens is gestoken in een door Rolling Stones gitarist Ron Wood getekende cover, echter goed nieuws, want eindelijk is de verzameling songs nu te horen als en op een officieel album.

Het album, dat overigens niet is te vinden op Spotify, is ook voor de minder fanatiek fan een feest van herkenning. Het album bevat immers Neil Young klassiekers als Pocahontas, Star Of Bethlehem, Will To Love, Powderfinger en Like A Huricane , die eerder hun weg vonden naar de reguliere albums van Neil Young. Het album bevat vooral akoestische tracks, maar ook een aantal tracks met elektrische gitaren, waaronder het prachtige Like A Hurricane, waarin de Canadese muzikant los gaat op zijn elektrische gitaar.

Neil Young kan nog altijd prima albums maken, maar het niveau van zijn jaren 70 werk is lastig te evenaren, waardoor Chrome Dreams de competitie met recent verschenen albums met nieuw materiaal makkelijk aan kan. Chrome Dreams herschrijft de geschiedenis van het vroege oeuvre van Neil Young, maar zet dit oeuvre door de flinke overlap met albums als American Stars ’N Bars en Rust Never Sleeps zeker niet op zijn kop. Alles bij elkaar genomen ben ik echter blij met de release van het decennia lang verloren gewaande album. Erwin Zijleman

Neil Young - Homegrown (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young - Homegrown - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neil Young - Homegrown
Homegrown werd in 1975 niet uitgebracht, maar 45 jaar later blijkt dat het album zeker niet had misstaan in het imposante jaren 70 oeuvre van Neil Young

Neil Young was in de jaren 70 zo productief dat hij kon kiezen welk album hij uit zou brengen en welk album niet. De Canadese muzikant koos in 1975 voor Tonight’s The Night en niet voor Homegrown. Een aantal tracks van het niet uitgebrachte album dook op latere albums op, maar 45 jaar later ziet Homegrown alsnog het daglicht. Het album is misschien net wat wisselvalliger dan de echte klassiekers uit het oeuvre van Neil Young, maar er staat meer dan genoeg moois op het album, wat van de release van Homegrown een interessante release maakt. Het recentere werk van Neil Young is lang niet altijd even goed, maar uit zijn archieven blijven maar mooie dingen komen.

Naast Bob Dylan komt ook zeventiger Neil Young (hij wordt later dit jaar 75) deze week op de proppen met nieuw werk. Waar het bij Bob Dylan gaat om echt nieuw werk, moeten we het bij Neil Young doen met niet eerder uitgebrachte muziek.

Dat is gezien het niveau van het merendeel van zijn recentere werk misschien niet eens zo heel erg, zeker niet als je je bedenkt dat het deze week verschenen Homegrown stamt uit zijn meest productieve en waarschijnlijk ook beste jaren.

Neil Young nam Homegrown op in 1974 en 1975, maar het album zou het daglicht niet zien. De Canadese muzikant had immers nog een album op de plank liggen (Tonight’s The Night) en gaf hier de voorkeur aan, mede omdat hij de songs op Homegrown na het op de klippen lopen van zijn huwelijk te confronterend of te pijnlijk vond.

Nu ik Homegrown meerdere keren heb beluisterd begrijp ik de keuze voor Tonight’s The Night eerlijk gezegd wel, maar dat betekent niet dat Homegrown een overbodig album is. Homegrown past immers uitstekend in het indrukwekkende rijtje albums dat Neil Young in de jaren 70 maakte en had inmiddels zomaar de status van klassieker gehad kunnen hebben.

Waar Neil Young op Tonight’s The Night andere wegen in sloeg, zit Homegrown wat dichter tegen een album als Harvest aan. Homegrown werd gemaakt met een aantal muzikale vrienden, onder wie Levon Helm, Emmylou Harris en Robbie Robertson, om een paar namen te noemen. Op het album hoor je vooral songs met invloeden uit de countryrock en wordt gekozen voor een grotendeels akoestisch geluid, al staan er ook wel wat elektrische songs op het album.

Het klinkt net wat minder baanbrekend dan albums als Tonight’s The Night en On The Beach, die in dezelfde periode werden opgenomen, maar ik zou heel wat wel officieel uitgebrachte Neil Young albums graag inruilen voor Homegrown.

Helemaal onbekend is het materiaal van Homegrown overigens niet. Een aantal van de songs op het album kwam terecht op reguliere albums die Neil Young later in de jaren 70 en vroeg in de jaren 80 zou maken en ook de goed gevulde archieven van Neil Young gaven al wel wat songs van het album prijs. Voor een ieder die wat minder goed thuis is in de archieven van de Canadese muzikant valt er veel te genieten op het album dat in 1975 niet bijzonder genoeg werd geacht.

Je hoort Neil Young aan het werk in zijn beste jaren. Tijdens de Homegrown sessies was hij misschien wat minder gefocust dan op zijn allerbeste albums, maar het blijft goed. De songs op Homegrown zijn vrijwel zonder uitzondering kort en zoals gezegd niet allemaal even goed, maar de beste tracks doen niet onder voor de beste tracks van Neil Young. Het gesproken Florida had best achterwege gelaten kunnen worden en zo zijn er nog wel wat tracks die niet goed genoeg zijn voor een echte Neil Young klassieker, maar de pieken compenseren ruimschoots voor de dalen.

Homegrown bevat een aantal geweldige en vaak zwaar melancholische songs, die zeker niet hadden misstaan op een van de klassiekers uit de jaren 70. Door deze songs heeft de release van Homegrown zeker meerwaarde en is het toch weer genieten van een van de groten uit de geschiedenis van de popmuziek. Wat de status van Homegrown was geworden wanneer het album in 1975 zou zijn uitgebracht zullen we nooit weten, maar dat het album te goed is om op de plank te blijven liggen is zeker. Erwin Zijleman

Neil Young - Peace Trail (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young - Peace Trail - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ouwe rotten die goede platen afleveren. Het is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering. Het is een regel die echter niet op gaat voor de platen van Neil Young, want de Canadees levert de afgelopen jaren behoorlijk wisselvallige platen af.

Nu heeft Neil Young dat eigenlijk gedurende zijn hele carrière gedaan (al was het in zijn beste jaren echt een uitzondering), waardoor de kans op een verrassing van de inmiddels 71 jaar oude muzikant nog altijd aanwezig is.

Als ik de recensies van Peace Trail moet geloven blijft die verrassing deze keer echter uit en slaat Neil Young de plank met zijn nieuwe plaat volledig mis, waardoor ik hem eigenlijk aan me voorbij had willen laten gaan.

Omdat Neil Young zijn principes ten opzichte van streaming media dit keer kennelijk heeft laten varen, kwam ik de plaat gewoon tegen op Spotify en als het me zo makkelijk wordt gemaakt laat ik een nieuwe plaat van Neil Young natuurlijk niet staan.

Bij beluistering van de openingstrack begreep ik niet zoveel van alle shit die momenteel over Peace Trail wordt uitgestort, want het klinkt gewoon lekker. Erg lekker zelf. Typisch gruizig Neil Young gitaarwerk, een song met een kop en een staart, een prima melodie en zang die misschien wat onvaster klinkt dan in zijn beste jaren maar zeker acceptabel is. Het niveau van de openingstrack weet Neil Young niet vast te houden, maar een slechte plaat vind ik Peace Trail toch zeker niet.

Neil Young laat zich op Peace Trail bijstaan door meesterdrummer Jim Keltner en bassist Paul Bushnell en die kunnen een aardig potje spelen. Neil Young doet de rest en dat doet hij vaak verdienstelijk. Zeker als hij incidenteel naar de elektrische gitaar of de mondharmonica grijpt klinkt het lekker rauw, maar ook de akoestische songs hebben wel wat, al moet je zeker bij eerste beluistering wel wat moeite doen om de aandacht vast te houden.

Peace Trail klinkt vaak of Neil Young de songs ter plekke verzint, maar dat geeft de plaat ook wel een bepaalde charme. Zeker in muzikaal opzicht zijn er af en toe aardige dingen te horen, al rammelt het minstens even vaak behoorlijk. In vocaal opzicht slaat Neil Young de plank wel eens flink mis, maar dat is niet nieuw en stoort me daarom ook niet.

Voor een echt goede plaat hadden Neil Young en zijn kompanen wat langer moeten oefenen en wat strenger moeten zijn bij de selectie van de songs, maar een draak van een plaat is het zeker niet.

Zie het maar als de volgende lo-fi plaat van Neil Young en dat is een genre waarin de ouwe rot nog altijd prima mee kan en waarin een foutje geen groot probleem is. Als hij wat meer tijd neemt voor zijn volgende plaat is een vijfsterrenplaat zeker niet uit te sluiten. Dat is Peace Trail zeker niet, maar wanneer ik ruim de helft van de tijd zeer geboeid ben en ik ook een flink aantal keren enthousiast opveer, ben ik tevreden. Peace Trail is al met al veel beter dan hier en daar wordt gesuggereerd. Ik zou zeker zelf luisteren. Erwin Zijleman

Neil Young - Roxy: Tonight's the Night Live (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young - Roxy: Tonight's The Night Live - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Neil Young bracht een week of twee geleden met zijn huidige band Promise Of The Real een nieuwe plaat uit. Paradox is een filmsoundtrack met af en toe aardige momenten, maar ik heb heel wat veel betere platen van Neil Young gehoord.

Op Record Store Day dook Neil Young wederom op en dit keer met Roxy: Tonight's The Night Live. Ik heb heel wat live-platen van Neil Young in de kast staan, maar er zijn er niet veel zo goed of bijzonder als Roxy: Tonight's The Night Live.

De plaat werd eind september 1973 opgenomen in de openingsweek van de Roxy club in Los Angeles, die later zou uitgroeien tot een roemrucht concertpodium.

De concerten in de Roxy volgden op de opnames van Tonight’s The Night; de Neil Young klassieker die overigens pas in 1975 zou verschijnen omdat de platenmaatschappij er geen brood in zag. Neil Young had in de jaren voor de opnames te maken gekregen met de dood van Crazy Horse gitarist Danny Whitten en een roadie van de band en voelde zich verantwoordelijk voor de dood van beide vrienden (die allebei aan een overdosis overleden).

Hij formeerde daarom een nieuwe band, The Santa Monica Flyers, bestaande uit Ben Keith (pedal steel en slide gitaar), Nils Lofgren (piano, gitaar) en de Crazy Horse ritmesectie bestaande uit Billy Talbot (bas) en Ralph Molina (drums). De band kwam net uit de opname sessies van de latere Neil Young klassieker en besloot om de nieuwe plaat integraal te spelen in de nieuwe club aan de Sunset Boulevard.

Het is goed te horen dat Neil Young wat beneveld op het podium staat. Niet eens vanwege de vele verwijzingen naar Miami Beach, waar hij duizenden kilometers van was verwijderd maar die refereerden aan het wat kitscherige podium, maar vooral vanwege de wat onvaste zang; overigens ook het handelsmerk van de Canadese muzikant. De band speelt lekker los, maar het klinkt allemaal fantastisch. Met name Nils Lofgren en Ben Keith spelen fantastisch, maar Neil Young kan er zelf natuurlijk ook wat van. Overigens rammelt het ook aan alle kanten, maar dat heeft dit keer alleen maar zijn charme.

Roxy: Tonight's The Night Live is een prachtig document dat je mee terug neemt naar de beste jaren van Neil Young en naar vervlogen tijden. Tonight’s The Night is een van mijn favoriete Neil Young platen en deze bijzondere live-registratie voegt absoluut een dimensie toe aan de songs die bijna twee jaar na de optredens in de Roxy op de plaat zouden verschijnen.

Natuurlijk is de zang af en toe beroerd, maar het hoort wat mij betreft bij Neil Young en het voorziet de songs op deze live-registratie van een bijzondere intensiteit, net als de vele verhalen die een zeer spraakzame Neil Young vertelt tussen de songs. Helaas ontbreken de eindeloze gitaarsolo's, maar daarvoor heb ik nog wat andere Neil Young live-platen in de kast staan.

Ik heb heel wat live-platen van Neil Young in de kast staan, maar ik weet zeker dat ik Roxy: Tonight's The Night Live nog vaak ga beluisteren, al is het maar omdat het een van de weinige Neil Young live-platen is die ik op vinyl heb. Erwin Zijleman

Neil Young - Storytone (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young - Storytone, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
(Alleen Deluxe Edition)

Neil Young kan inmiddels wel tegen een stootje, maar 2014 zal toch ook in zijn beleving een opvallend zwaar jaar zijn geweest.

Zijn audiosysteem Pono wordt inmiddels door bijna iedereen als een flop gezien, zijn eerder dit jaar verschenen plaat A Letter Home viel vies tegen en als klap op de vuurpijl liep ook zijn huwelijk met Peggy na bijna vier decennia op de klippen. Een stevige ruzie met David Crosby kon er vervolgens nog wel bij.

Kan het dan nog erger? Ja, want ik ging er tot voor kort van uit dat Neil Young met Storytone dit jaar nog een draak van een plaat had afgeleverd. Tot voor kort, want dankzij de luxe editie van de plaat ben ik toch nog van Storytone gaan houden.

Laat ik beginnen met de reguliere editie van Storytone. Op deze editie laat Neil Young zich op flink wat tracks begeleiden door een uit de kluiten gewassen orkest en verzuipt zijn stem in een overdaad aan strijkers, die tot Disney achtige proporties aanzwellen. Neil Young is geen groot zanger en dit wordt pijnlijk duidelijk wanneer de strijkers zich om zijn stem heen bewegen. Als Neil Young dan ook nog eens oproept tot het redden van de wereld en zich omringt met een compleet koor heb ik genoeg gehad en gaat de plaat onmiddellijk uit.

Niet helemaal terecht want de plaat is niet over de hele linie zo zoetsappig als het bovenstaande suggereert en bevat ook nog een aantal tracks met een bigband; overigens ook geen succes als je het mij vraagt en ook al eerder met weinig succes gedaan door Neil Young.

Storytone was dan ook niet aan mij besteed, tot iemand mij wees op de luxe editie van de plaat. Deze bevat een bonus-disc met alle songs nog eens, maar dan door Neil Young solo uitgevoerd met piano, gitaar of een ander snaarinstrument.

Wat niet lukt met de zwaar georkestreerde versies lukt wel onmiddellijk met de sobere akoestische versies. Neil Young weet je opeens te raken met al het leed dat hij over je uit stort. Wat in combinatie met strijkers of blazers nog klinkt als behoorlijk valse zang, wordt opeens zang die je hard raakt of zelfs door de ziel snijdt. Wat in combinatie met strijkers of blazers nog klinkt als een muzikant die heel ver op zijn retour is, klinkt rauw en puur opeens weer als een muzikant die er nog steeds toe doet.

Dezelfde songs, dezelfde stem, alleen een andere instrumentatie, maar wat maakt het een verschil. Natuurlijk behoort ook de kale versie van Storytone niet tot het beste werk van Neil Young, maar het is als je het mij vraagt wel werk dat er toe doet. Het is bovendien werk dat redelijk aansluit op de platen die Neil Young in de jaren 70 maakte en dat was even geleden. En bij vlagen is het om te janken zo mooi, bijvoorbeeld als Neil Young zijn mondharmonica zachtjes laat snikken of indringend zingt over alles wat hem is overkomen het afgelopen jaar.

Kortom, Storytone verdient uiteindelijk toch een kans. Koop alleen niet de reguliere editie van Storytone want dan koop je echt een kat in de zak. Erwin Zijleman

Neil Young / Crazy Horse - Colorado (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young & Crazy Horse - Colorado - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neil Young & Crazy Horse - Colorado
Neil Young probeert het maar weer eens met zijn oude liefde Crazy Horse en het pakt geweldig uit

De combinatie van Neil Young en Crazy Horse staat lang niet altijd garant voor goede albums, maar vaak is er die bijzondere chemie die je ook weer hoort op Colorado. Neil Young en zijn band trokken naar een oud goudzoekersdorp op ruim 2000 meter hoogte, maar klinken net zo loom en gruizig als in de Californische woestijn een aantal decennia geleden. Crazy Horse heeft een impuls gekregen door het toetreden van jonkie Nils Lofgren (geboortejaar 1951) en het geweldige gitaargeluid van de band inspireert Neil Young tot een aantal prima songs, waarin de muzikant op leeftijd zich ouderwets boos maakt om alles dat we doen om de aarde ten gronde te richten. Zomaar één van de beste Neil Young albums in vele, vele jaren.

Ruim 50 jaar geleden maakte Neil Young voor het eerst een album met zijn band Crazy Horse. Het in 1969 verschenen Everybody Knows This Is Nowhere was ook meteen één van de beste albums van Neil Young en zijn inmiddels legendarische band en werd wat mij betreft alleen voorbij gestreefd door het tien jaar later verschenen Rust Never Sleeps, dat behoort tot de klassiekers in het oeuvre van de Canadese muzikant.

De combinatie van Neil Young en Crazy Horse stond zeker lang niet altijd garant voor goede albums. Het afgelopen decennium maakten Neil Young en Crazy Horse er tot dusver twee, waarvan Americana één van de slechtste Neil Young albums van de afgelopen tien jaar was en Psychedelic Pill één van de beste.

Beide in 2012 verschenen albums worden nu gevolgd door Colorado, dat volgt op een aantal soloalbums en op een aantal albums met Promise Of The Real, de band rond de zonen van Willie Nelson. Neil Young is de 70 inmiddels dik gepasseerd en hetzelfde geldt voor de meeste leden van Crazy Horse (leden van het eerste uur Billy Talbot en Ralph Molina zijn nog steeds van de partij), die dit jaar zestiger Nils Lofgren verwelkomden als nieuw lid van de band. Het is de terugkeer van een oude bekende, want de huidige gitarist van Springsteen’s E-Street Band speelde aan het begin van de jaren 70 als jonkie ook al een paar keer in de band van Neil Young en is te horen op de man’s beste platen.

Of het aan Nils Lofgren ligt weet ik niet, maar op Colorado klinken Neil en Crazy Horse weer verrassend geïnspireerd. Colorado werd opgenomen in de gelijknamige Amerikaanse staat in een dorp op hoogte dat in het verleden vooral goudzoekers aantrok. Het album klinkt echter of het in de Californische woestijn is opgenomen. Het tempo op het album ligt laag, het geluid is broeierig en het gitaarwerk zo ruw en gruizig als je van een Neil Young album met Crazy Horse mag verwachten.

Er is de afgelopen tien jaar veel gemopperd over de zang van Neil Young, maar in de ijle lucht van Colorado klonk het prima en raakt hij af en toe ook een verrassend zuivere noot. Neil Young is nooit een heel groot zanger geweest en klinkt op Colorado hier en daar ook weer behoorlijk onvast, maar de rocker op leeftijd klinkt ook gedreven, net als zijn band, die er wederom in slaagt om het uit duizenden herkenbare en zo geliefde Crazy Horse geluid te produceren.

50 jaar na Everybody Knows This Is Nowhere, 40 jaar na Rust Never Sleeps en 28 jaar na het ook uitstekende Weld mag je van Neil Young en Crazy Horse geen onbetwiste klassieker meer verwachten, maar Colorado is zeker niet minder dan het zeven jaar oude Psychedelic Pill en is daarom wat mij betreft het beste Neil Young album in heel wat jaren.

Neil Young & Crazy Horse laten op Colorado horen dat ze hun wilde haren nog niet kwijt zijn. Dat hoor je uiteraard in het schurende en gruizige gitaarwerk op het album, maar je hoort het ook in de teksten, waarin Neil Young zich ouderwets kwaad maakt over alles dat er fout gaat in de wereld in het algemeen en met het klimaat in het bijzonder.

Zeker als de band de tijd neemt voor soleren is het gitaarwerk van Crazy Horse onweerstaanbaar, maar ook de songs met een kop en staart spreken me meer aan dan ik op voorhand had verwacht. Gewoon weer een prima album van Neil Young en de band waarmee ik hem het liefst hoor. Het mag best een prestatie van formaat worden genoemd. Erwin Zijleman

Neil Young / Crazy Horse - Return to Greendale (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young & Crazy Horse - Return To Greendale (Live) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neil Young & Crazy Horse - Return To Greendale (Live)
Neil Young gooit er nog maar eens een live-album tegenaan en laat horen dat het in 2003 verschenen en met Crazy Horse gemaakte Greendale een stuk sterker was dan in mijn beleving

Aan live-albums van Neil Young geen gebrek. Er wordt al jaren geput uit de archieven van de Canadese muzikant, maar deze archieven zijn zeer goed gevuld. Van de integrale live-versie van het album Greendale had ik geen hoge verwachtingen, maar het valt me zeker niet tegen. Samen met zijn band Crazy Horse zet Neil Young een lekker zompig geluid neer met flink wat gitaarwerk en ook de songs van Greendale blijken veel beter dan in mijn herinnering. Ik heb het studioalbum ook intensief beluisterd inmiddels, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de net wat rauwere live-versie, die goed laat horen hoe Neil Young en Crazy Horse in goede vorm klinken.

Bij Neil Young weet je het maar nooit. In de jaren 60 en 70 was zijn oeuvre van een hoge en redelijk constante kwaliteit, maar sinds de jaren 80 levert de Canadese muzikant net zo makkelijk draken van albums af als albums die niet al teveel onder doen voor zijn in brede kring erkende meesterwerken.

Over de albums die Neil Young heeft gemaakt met zijn band Crazy Horse ben ik meestal wel te spreken, maar over het in 2003 verschenen Greendale was ik destijds niet zo enthousiast, waardoor het album al snel in de kast verdween. Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van het deze week verschenen live-album Return To Greendale, maar kennelijk heb ik Greendale in 2003 onderschat. Dit live-album bevalt me immers zeer.

Ik ging er door de titel van uit dat Return To Greendale van recentere datum was dan het originele album, maar dat is niet het geval. De live-opnamen stammen net als het originele album uit 2003 en liggen in muzikaal opzicht dan ook dicht bij elkaar. Door het live-geluid klinkt Return To Greendale wel wat rauwer dan het origineel, maar zeker voor de muziek die Neil Young met Crazy Horse maakt, geldt wat mij betreft dat het niet rauw genoeg kan zijn.

Greendale was in 2003 een behoorlijk ambitieus conceptalbum en ook de tour was ambitieus van opzet door onder andere de bijdragen van acteurs. Ik heb me beperkt tot de muziek en die laat vooral het zo herkenbare geluid van Neil Young en zijn band horen. Neil Young en zijn kompanen Ralph Molina, Billy Talbot en Frank "Poncho" Sampedro zijn op Return To Greendale in uitstekende vorm en laten een heerlijk zompig geluid horen, waarin uiteraard veel ruimte is voor lekker stevig gitaarwerk. Het is een geluid dat is te omschrijven als “vintage Crazy Horse”.

De afgelopen jaren klinkt de stem van Neil Young vaak wat iel en onvast, maar op Return To Greendale is hij nog prima bij stem, al zijn de meningen over de zang van de Canadese muzikant altijd verdeeld. Zelf vind ik de vocalen van Neil Young weer geweldig.

Ik had zelf geen duidelijke herinneringen aan Greendale, zodat Return To Greendale voor mij bijna klinkt als een nieuw album van Neil Young. Of dat voor de trouwe fans ook geldt durf ik niet te voorspellen. Neil Young en zijn band spelen het album integraal en hierna houdt het ook op, waardoor Return To Greendale geen interessante extra’s bevat.

Dat Greendale een conceptalbum was hoor je overigens ook wel op de live-versie, want in muzikaal opzicht bestrijkt Neil Young een wat breder palet dan gebruikelijk, onder andere door flink wat achtergrondvocalisten (The Mountainettes) in te schakelen, en de songs hebben bovendien een verhalend karakter.

Het publiek onthaald de songs met veel enthousiasme, waardoor Return To Greendale de sfeer heeft van een live-album zoals die tegenwoordig nauwelijks meer gemaakt worden. Ik heb natuurlijk ook het originele album uit 2003 nog een paar keer goed beluisterd, maar persoonlijk vind ik de net wat ruwere en stevigere live-versie net wat aansprekender.

Return To Greendale zal zich uiteindelijk waarschijnlijk niet scharen onder de echt memorabele live-albums van Neil Young, maar het is, zeker voor een ieder die Greendale in 2003 liet liggen, wel een live-album waarop veel bijzonders te ontdekken valt. Erwin Zijleman

Neil Young & Crazy Horse - Barn (2021)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young & Crazy Horse - Barn - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neil Young & Crazy Horse - Barn
Neil Young haalde zijn oude maten van Crazy Horse naar een oude schuur in de Rocky Mountains en slaagt er wederom in om een album af te leveren dat regelmatig wat met je doet

Natuurlijk gaat Neil Young geen albums meer maken die net zo goed zijn als zijn klassiekers uit de jaren 60 en 70, maar zo af en toe zit er nog een album in dat absoluut de moeite waard is. Het geldt voor de meeste albums die Neil Young de afgelopen twee decennia maakte met Crazy Horse en het geldt zeker voor het deze week verschenen Barn. Neil Young en zijn band klinken af en toe nog net zo rauw en gruizig als in hun jonge jaren, maar er is dit keer ook veel ruimte voor meer ingetogen songs. De stem van Neil Young is inmiddels oud en versleten en ook in muzikaal opzicht laten de ouwe rotten wel eens een steekje vallen, maar het maakt de beluistering van het vaak wat nostalgische Barn zeker niet minder aangenaam.

Het oeuvre van Neil Young is al sinds het begin van de jaren 80 wisselvallig, maar als de Canadese muzikant de samenwerking met zijn band Crazy Horse zoekt, pakt het vooralsnog meestal goed uit (een enkele stevige misser daargelaten). Neil Young duikt deze week voor de vijfde keer dit millennium op met zijn legendarische band.

Greendale uit 2003 was heel aardig, Americana uit 2012 ronduit slecht, maar Psychedelic Pill uit 2012 en Colorado uit 2019 vond ik uitstekende albums en veel beter dan het meeste dat Neil Young in deze periode zonder Crazy Horse maakte. Deze week verscheen weer een nieuw album van het stel, Barn.

Op voorhand weet je 100% zeker dat Neil Young en zijn band geen nieuwe Everybody Knows This Is Nowhere, Zuma of Rust Never Sleeps meer gaan maken en zelfs geen nieuwe Ragged Glory of Weld. Het doortrekken van het niveau van Psychedelic Pill en Colorado is met dit gegeven een prima prestatie en dat is precies wat Neil Young en Crazy Horse doen op Barn.

Ook op Barn geniet Crazy Horse gitarist Frank "Poncho" Sampedro, die op Zuma uit 1975 debuteerde, nog van zijn pensioen, maar E-Street Band gitarist Nils Lofgren, die natuurlijk ook een Crazy Horse verleden heeft, is net als op Colorado een waardig vervanger. De ritmesectie van Crazy Horse bestaat nog altijd uit bassist Billy Talbot en drummer Ralph Molina, die ook op Everybody Knows This Is Nowhere uit 1969 al van de partij waren.

Barn, dat werd opgenomen in een oude schuur bij het huis van Neil Young in de Rocky Mountains, ligt in het verlengde van het inmiddels twee jaar oude Colorado. Het album bevat een aantal ingetogen songs en een aantal songs met lekker schurend gitaarwerk. Wanneer Neil Young muziek maakt met Crazy Horse heb ik een duidelijke voorkeur voor het wat stevigere werk, maar op Barn domineren (helaas) de meer ingetogen songs, al ontspoort het incidenteel weer heerlijk.

Ook Barn kan natuurlijk weer niet tippen aan de klassiekers uit het verleden, maar ik vind het niveau ook dit keer heel behoorlijk. Barn klinkt als een album van een stel oude vrienden die ongedwongen muziek maken en mooie herinneringen ophalen. Het album klinkt losjes en ontspannen en over het algemeen genomen wordt er prima gemusiceerd door de ouwe rotten.

Ook in vocaal opzicht stelt het album me zeker niet teleur. Ik heb Neil Young de afgelopen twee decennia wel eens onvaster gehoord dan op Barn, al klinkt het allemaal wel wat kwetsbaar, wat gezien zijn leeftijd (Neil Young vierde vorige maand zijn 76e verjaardag) ook niet zo gek is.

Hoogtepunten zijn voor mij toch weer de songs waarin het gitaarwerk steviger en onmiskenbaar als Crazy Horse klinkt, maar ook de wat meer ingetogen songs hebben iets. Neil Young is inmiddels flink op leeftijd, maar hij klinkt in zijn teksten nog net zo strijdvaardig als in zijn jonge jaren, wat zijn muziek nog altijd voorziet van urgentie.

Het enige echte smetje op Barn vind ik het incidentele gebruik van de fade-out, die niet meer van deze tijd is en ons bovendien twee keer een prachtig ontsporende jamsessie ontzegt. Verder is het vooral degelijk. Barn voegt niets toe aan de klassiekers uit het verleden en weinig aan de albums die hij in het recentere verleden maakte, maar ik luister er toch weer graag naar. Erwin Zijleman

Neil Young + Crazy Horse - Ragged Glory (1990)

Alternatieve titel: Smell the Horse

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Neil Young & Crazy Horse - Ragged Glory (1990) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Neil Young & Crazy Horse - Ragged Glory (1990)
Neil Young bracht niet heel veel bijzonders uit in de jaren 80, maar revancheerde zich in 1989 nog net op tijd met Freedom, dat een jaar later werd gevolgd door wat mij betreft een van zijn allerbeste albums

Min of meer bij toeval kwam ik onlangs Ragged Glory van Neil Young en Crazy Horse weer eens tegen. Het is een album waar ik in 1990 zeer van gecharmeerd was, want ik hou erg van het stevigere gitaarwerk van de Canadese muzikant. Voor dit gitaarwerk ben je op Ragged Glory aan het juiste adres, want Neil Young en Crazy Horse spelen op dit album de pannen van het dak. Je hoort tegenwoordig niet veel lange gitaarsolo’s meer, maar op Ragged Glory volgen ze elkaar in rap tempo op, waardoor het album als een stoomwals over je heen dendert. Ik vond het in 1990 fantastisch, maar 35 jaar later heeft het album nog niets van zijn glans verloren. Voor mij een van de beste Neil Young albums.

In heel veel jaarlijstje uit 1989 kom ik Freedom van Neil Young in de hogere regionen tegen en het album voert zelfs een aantal lijstjes aan. Het is met afstand het beste album van Neil Young uit de jaren 80 en op een notering in de jaarlijstjes valt wat mij betreft niets af te dingen. Het is echter niet mijn favoriete Neil Young album uit deze periode, want dat is het album dat bijna precies een jaar na Freedom verscheen.

Ik was in 1989 gecharmeerd van Freedom vanwege het geweldige gitaarwerk van Neil Young, maar dat is nog veel prominenter aanwezig op het in 1990 verschenen Ragged Glory. Waar Neil Young op Freedom meerdere kanten op gaat, is het met zijn band Crazy Horse gemaakte Ragged Glory een stuk eenvormiger, maar het is wel het Neil Young geluid dat ik persoonlijk het allerliefst hoor.

Openingstrack Country Home zet direct de toon. Het is een track die stamt uit de jaren 70, maar destijds de albums van Neil Young & Crazy Horse niet wist te halen. Crazy Horse gitarist Frank "Poncho" Sampedro, bassist Billy Talbot, drummer Ralph Molina en natuurlijk Neil Young zelf draaien het gas zeven minuten volledig open met spetterend gitaarwerk en eindeloze solo’s vol vervorming. Het wordt gecombineerd met de uit duizenden herkenbare stem van Neil Young en de fraaie harmonieën van Crazy Horse.

Ik werd er in 1990 door verpletterd en Ragged Glory verplettert mij nog steeds. Het album borduurt voort op de muziek van Neil Young en Crazy Horse uit de jaren 70, maar klinkt nog net wat rauwer en gruiziger. De muziek op Ragged Glory heeft de energie van een live optreden en dat heeft alles te maken met de wijze waarop het album werd opgenomen. Neil Young en Crazy Horse speelden gedurende een aantal weken tweemaal per dag live een set met songs, die steeds van samenstelling veranderde. Uiteindelijk kwamen de beste versies van de songs terecht op het album dat dan ook uit de speakers knalt.

De meeste aandacht gaat uit naar het fantastische gitaarwerk, maar ook de solide basis van de ritmesectie draagt bij aan de muzikale stoomwals die Ragged Glory is. Ragged Glory verscheen in 1990 en dus ruim voor de hoogtijdagen van de gruizige indierock en de grunge, maar hetgeen dat Neil Young en Crazy Horse op het album laten horen klinkt meer dan eens als een blauwdruk voor de rockmuziek die later in de jaren 90 zou worden gemaakt.

Ragged Glory werd in 1990 niet zo geprezen als Freedom een jaar eerder, maar het album werd terecht goed ontvangen. Ik heb Ragged Glory destijds zelf grijs gedraaid en hoewel ik al decennia niet meer naar het album had geluisterd, bleek ik de geweldige gitaarsolo’s op het album nog noot voor noot te kennen.

De archieven van Neil Young zijn inmiddels berucht en ik moet eerlijk toegeven dat ik de releases uit deze archieven de laatste jaren niet echt meer volg. Hierdoor heb ik ook gemist dat er in 2018 nog een extra half uur van de Ragged Glory sessies werd ontdekt. Deze zijn uiteindelijk uitgebracht onder de naam Ragged Glory – Smell The Horse, dat anderhalf uur geweldige muziek bevat.

Neil Young hoopt later dit jaar zijn 80e verjaardag te vieren en heeft maar weer eens een tour aangekondigd. Zelf vind ik de oude baas inmiddels wat te fragiel en hou ik daarom voorlopig op het fantastische album dat hij alweer 35 jaar geleden maakte. Erwin Zijleman