Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Nicole Atkins - Goodnight Rhonda Lee (2017)

4,5
3
geplaatst: 11 augustus 2017, 14:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nicole Atkins - Goodnight Rhonda Lee - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Nicole Atkins bouwt sinds 2007 aan een werkelijk prachtig oeuvre.
Het is een oeuvre dat de meeste muziekliefhebbers vooralsnog helaas is ontgaan, maar iedereen die Neptune City uit 2007, Mondo Amore uit 2011 en Slow Phaser uit 2014 niet heeft laten liggen, weet dat Nicole Atkins een muzikante is om te koesteren.
Op het onlangs verschenen Goodnight Rhonda Lee zet de singer-songwriter uit Neptune, New Jersey, een volgende stap. De vierde van Nicole Atkins is wat mij betreft haar beste, wat overigens niet af doet aan de torenhoge kwaliteit van haar eerste drie platen.
Op deze eerste drie platen was Nicole Atkins niet erg stijlvast. Het ene moment koos ze voor pure pop en pop-noir, maar de platen van de Amerikaanse muzikante experimenteerden ook met invloeden uit onder andere de soul, psychedelica, blues en jazz.
Voor Goodnight Rhonda Lee toog Nicole Atkins samen met het producers collectief Niles City Sound naar een studio in Fort Worth, Texas, om daar een volstrekt tijdloze rootsplaat op te nemen. Goodnight Rhonda Lee staat bol van de invloeden uit de blues, country, gospel, jazz en funk, maar het zijn invloeden uit de soul die domineren op de vierde plaat van Nicole Atkins.
Goodnight Rhonda Lee is voorzien van een instrumentatie en productie die zo lijken weggelopen uit een ver verleden en hier en daar wel wat doen denken aan de platen die Phil Spector in zijn beste dagen produceerde. De plaat bevat flink wat echo’s uit de rootsmuziek zoals die in de jaren 50 en 60 werd gemaakt in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten en slaat zich direct bij eerste beluistering als een warme deken om je heen.
Het is een instrumentatie die vraagt om een heerlijk soulvolle strot en daarvoor ben je bij Nicole Atkins zeker aan het juiste adres. De singer-songwriter maakte op haar eerste drie platen al flink wat indruk met haar geweldige stem, maar op Goodnight Rhonda Lee trekt ze alle registers open.
Het is een stem die zo nu en dan raakt aan die van Neko Case, maar ook Maria McKee, k.d. lang en flink wat grote soul- en country-zangeressen uit een ver verleden dragen zinvol vergelijkingsmateriaal aan.
Goodnight Rhonda Lee laat zich in eerste instantie beluisteren als een vrijwel onweerstaanbare portie retro country-soul, maar wanneer je de plaat vaker hoort kruipen de songs van Nicole Atkins door haar fantastische zang een voor een onder de huid.
Goodnight Rhonda Lee is een verrassend veelzijdige plaat, die steeds kiest voor een net wat andere instrumentatie. Dat vraagt flink wat van de stem van Nicole Atkins, maar de Amerikaanse kan in alle genres die ze op haar vierde plaat aanraakt uit de voeten en levert bijna achteloos het ene na het andere vocale hoogstandje af.
Het levert een plaat op die Nicole Atkins eindelijk maar eens de aandacht en waardering op moet gaan leveren die ze inmiddels al tien jaar zo verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nicole Atkins - Goodnight Rhonda Lee - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Nicole Atkins bouwt sinds 2007 aan een werkelijk prachtig oeuvre.
Het is een oeuvre dat de meeste muziekliefhebbers vooralsnog helaas is ontgaan, maar iedereen die Neptune City uit 2007, Mondo Amore uit 2011 en Slow Phaser uit 2014 niet heeft laten liggen, weet dat Nicole Atkins een muzikante is om te koesteren.
Op het onlangs verschenen Goodnight Rhonda Lee zet de singer-songwriter uit Neptune, New Jersey, een volgende stap. De vierde van Nicole Atkins is wat mij betreft haar beste, wat overigens niet af doet aan de torenhoge kwaliteit van haar eerste drie platen.
Op deze eerste drie platen was Nicole Atkins niet erg stijlvast. Het ene moment koos ze voor pure pop en pop-noir, maar de platen van de Amerikaanse muzikante experimenteerden ook met invloeden uit onder andere de soul, psychedelica, blues en jazz.
Voor Goodnight Rhonda Lee toog Nicole Atkins samen met het producers collectief Niles City Sound naar een studio in Fort Worth, Texas, om daar een volstrekt tijdloze rootsplaat op te nemen. Goodnight Rhonda Lee staat bol van de invloeden uit de blues, country, gospel, jazz en funk, maar het zijn invloeden uit de soul die domineren op de vierde plaat van Nicole Atkins.
Goodnight Rhonda Lee is voorzien van een instrumentatie en productie die zo lijken weggelopen uit een ver verleden en hier en daar wel wat doen denken aan de platen die Phil Spector in zijn beste dagen produceerde. De plaat bevat flink wat echo’s uit de rootsmuziek zoals die in de jaren 50 en 60 werd gemaakt in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten en slaat zich direct bij eerste beluistering als een warme deken om je heen.
Het is een instrumentatie die vraagt om een heerlijk soulvolle strot en daarvoor ben je bij Nicole Atkins zeker aan het juiste adres. De singer-songwriter maakte op haar eerste drie platen al flink wat indruk met haar geweldige stem, maar op Goodnight Rhonda Lee trekt ze alle registers open.
Het is een stem die zo nu en dan raakt aan die van Neko Case, maar ook Maria McKee, k.d. lang en flink wat grote soul- en country-zangeressen uit een ver verleden dragen zinvol vergelijkingsmateriaal aan.
Goodnight Rhonda Lee laat zich in eerste instantie beluisteren als een vrijwel onweerstaanbare portie retro country-soul, maar wanneer je de plaat vaker hoort kruipen de songs van Nicole Atkins door haar fantastische zang een voor een onder de huid.
Goodnight Rhonda Lee is een verrassend veelzijdige plaat, die steeds kiest voor een net wat andere instrumentatie. Dat vraagt flink wat van de stem van Nicole Atkins, maar de Amerikaanse kan in alle genres die ze op haar vierde plaat aanraakt uit de voeten en levert bijna achteloos het ene na het andere vocale hoogstandje af.
Het levert een plaat op die Nicole Atkins eindelijk maar eens de aandacht en waardering op moet gaan leveren die ze inmiddels al tien jaar zo verdient. Erwin Zijleman
Nicole Atkins - Italian Ice (2020)

4,0
1
geplaatst: 3 juni 2020, 15:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nicole Atkins - Italian Ice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicole Atkins - Italian Ice
Nicole Atkins omarmt de soul op Italian Ice nog wat steviger dan op haar vorige album, maar geeft ook een prachtige eigen draai aan alle mooie invloeden uit het verleden
Nicole Atkins heeft inmiddels vijf prachtige albums op haar naam staan, maar is in Nederland nog niet heel bekend. Dat is jammer, want ook album nummer vijf is weer van hoog niveau. De Amerikaanse muzikante toog dit keer naar de fameuze Muscle Shoals Sound Studio, waar een leger aan topmuzikanten haar opwachtte. Italian Ice heeft zich natuurlijk laten beïnvloeden door de soul die decennia geleden in deze roemruchte studio werd gemaakt, maar Nicole Atkins doet op haar nieuwe album ook nadrukkelijk haar eigen ding. Het levert een soulplaat op die het verleden van het genre eert, maar die uiteindelijk toch vooral eigentijds klinkt. De beste album van Nicole Atkins tot dusver en dat zegt wat.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Amerikaanse muzikante Nicole Atkins. Neptune City (2007), Mondo Amore (2011), Slow Phaser (2014) en Goodnight Rhonda Lee (2017) zijn stuk voor stuk uitstekende albums en het zijn bovendien albums waarop de muzikante uit Nashville, Tennessee, steeds weer een net wat andere kant van zichzelf laat zien, waardoor geen enkel hokje precies past.
Nicole Atkins schakelde het afgelopen decennium tussen pop (noir) en Amerikaanse rootsmuziek, maar koos op het uitstekende Goodnight Rhonda Lee drie jaar geleden duidelijk voor de rootsmuziek. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Italian Ice.
Op Goodnight Rhonda Lee werkte Nicole Atkins samen met het producerscollectief Niles City Sound een wat retro klinkend rootsgeluid uit en het was een rootsgeluid met een voorkeur voor soul. Op Italian Ice omarmt Nicole Atkins de soul nog wat steviger en kiest ze bovendien voor een nog wat authentieker geluid.
Italian Ice werd opgenomen in de fameuze Muscle Shoals Sound Studio in Alabama, waar onder andere bassist David Hood en toetsenist Spooner Oldham aanschoven. Beiden maakten in een ver verleden deel uit van The Muscle Shoals Rhythm Section en werkten met de groten der aarde, onder wie Aretha Franklin. Hier bleef het niet bij, want met Britt Daniel (Spoon), John Paul White (The Civil Wars), Seth Avett (The Avett Brothers) en leden van The Dap-Kings en The Bad Seeds is de gastenlijst op zijn minst indrukwekkend te noemen. Om het nog wat indrukwekkender te maken schoof de van Alabama Shakes bekende Ben Tanner aan als producer.
Nicole Atkins beschikte hiermee over alle ingrediënten voor het bereiden van een portie vintage soul, maar ze koos ervoor om een eigen draai te geven aan het beproefde recept. In de openingstrack van Italian Ice neemt Nicole Atkins je nog even mee naar de hoogtijdagen van The Muscle Shoals Rhythm Section en laat ze horen dat ze uitstekend uit de voeten kan als soulzangeres. Italian Ice bevat meer songs die de hoogtijdagen van de Muscle Shoals Sound Studio laten herleven, maar kiest ook voor een wat eigentijdser geluid met een randje nostalgie.
Hier en daar hoor je flarden van de meer psychedelische soul van Curtis Mayfield, maar Italian Ice flirt ook met de disco die vanaf de jaren 70 opdook. Nicole Atkins stijgt door het geven van een eigen draai aan de invloeden uit het verleden ver uit boven de retro soul albums waarmee we de afgelopen jaren zijn overspoeld, waardoor Italian Ice geen moment als overbodig aanvoelt of verveelt.
Dankzij de imposante gastenlijst klinkt het album werkelijk geweldig, maar ook de zang van Nicole Atkins is dik in orde en draait trefzeker om het veelzijdige geluid op het album heen. Ook de songs op het album zijn van hoog niveau en nodigen niet alleen uit tot luieren, maar ook tot zeer aandachtig luisteren.
Het levert een rootsalbum op dat de groten uit het verleden op gepaste wijze eert, maar dat ook vooruit durft te kijken. Het is een zeldzame combinatie, maar het is ook een combinatie die bij Nicole Atkins inmiddels al heel wat jaren in goede handen is. Ik heb zoals gezegd al vanaf het begin een zwak voor haar albums, maar Italian Ice is weer net wat beter dan zijn voorgangers en dat is knap. Heel knap zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nicole Atkins - Italian Ice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicole Atkins - Italian Ice
Nicole Atkins omarmt de soul op Italian Ice nog wat steviger dan op haar vorige album, maar geeft ook een prachtige eigen draai aan alle mooie invloeden uit het verleden
Nicole Atkins heeft inmiddels vijf prachtige albums op haar naam staan, maar is in Nederland nog niet heel bekend. Dat is jammer, want ook album nummer vijf is weer van hoog niveau. De Amerikaanse muzikante toog dit keer naar de fameuze Muscle Shoals Sound Studio, waar een leger aan topmuzikanten haar opwachtte. Italian Ice heeft zich natuurlijk laten beïnvloeden door de soul die decennia geleden in deze roemruchte studio werd gemaakt, maar Nicole Atkins doet op haar nieuwe album ook nadrukkelijk haar eigen ding. Het levert een soulplaat op die het verleden van het genre eert, maar die uiteindelijk toch vooral eigentijds klinkt. De beste album van Nicole Atkins tot dusver en dat zegt wat.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Amerikaanse muzikante Nicole Atkins. Neptune City (2007), Mondo Amore (2011), Slow Phaser (2014) en Goodnight Rhonda Lee (2017) zijn stuk voor stuk uitstekende albums en het zijn bovendien albums waarop de muzikante uit Nashville, Tennessee, steeds weer een net wat andere kant van zichzelf laat zien, waardoor geen enkel hokje precies past.
Nicole Atkins schakelde het afgelopen decennium tussen pop (noir) en Amerikaanse rootsmuziek, maar koos op het uitstekende Goodnight Rhonda Lee drie jaar geleden duidelijk voor de rootsmuziek. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Italian Ice.
Op Goodnight Rhonda Lee werkte Nicole Atkins samen met het producerscollectief Niles City Sound een wat retro klinkend rootsgeluid uit en het was een rootsgeluid met een voorkeur voor soul. Op Italian Ice omarmt Nicole Atkins de soul nog wat steviger en kiest ze bovendien voor een nog wat authentieker geluid.
Italian Ice werd opgenomen in de fameuze Muscle Shoals Sound Studio in Alabama, waar onder andere bassist David Hood en toetsenist Spooner Oldham aanschoven. Beiden maakten in een ver verleden deel uit van The Muscle Shoals Rhythm Section en werkten met de groten der aarde, onder wie Aretha Franklin. Hier bleef het niet bij, want met Britt Daniel (Spoon), John Paul White (The Civil Wars), Seth Avett (The Avett Brothers) en leden van The Dap-Kings en The Bad Seeds is de gastenlijst op zijn minst indrukwekkend te noemen. Om het nog wat indrukwekkender te maken schoof de van Alabama Shakes bekende Ben Tanner aan als producer.
Nicole Atkins beschikte hiermee over alle ingrediënten voor het bereiden van een portie vintage soul, maar ze koos ervoor om een eigen draai te geven aan het beproefde recept. In de openingstrack van Italian Ice neemt Nicole Atkins je nog even mee naar de hoogtijdagen van The Muscle Shoals Rhythm Section en laat ze horen dat ze uitstekend uit de voeten kan als soulzangeres. Italian Ice bevat meer songs die de hoogtijdagen van de Muscle Shoals Sound Studio laten herleven, maar kiest ook voor een wat eigentijdser geluid met een randje nostalgie.
Hier en daar hoor je flarden van de meer psychedelische soul van Curtis Mayfield, maar Italian Ice flirt ook met de disco die vanaf de jaren 70 opdook. Nicole Atkins stijgt door het geven van een eigen draai aan de invloeden uit het verleden ver uit boven de retro soul albums waarmee we de afgelopen jaren zijn overspoeld, waardoor Italian Ice geen moment als overbodig aanvoelt of verveelt.
Dankzij de imposante gastenlijst klinkt het album werkelijk geweldig, maar ook de zang van Nicole Atkins is dik in orde en draait trefzeker om het veelzijdige geluid op het album heen. Ook de songs op het album zijn van hoog niveau en nodigen niet alleen uit tot luieren, maar ook tot zeer aandachtig luisteren.
Het levert een rootsalbum op dat de groten uit het verleden op gepaste wijze eert, maar dat ook vooruit durft te kijken. Het is een zeldzame combinatie, maar het is ook een combinatie die bij Nicole Atkins inmiddels al heel wat jaren in goede handen is. Ik heb zoals gezegd al vanaf het begin een zwak voor haar albums, maar Italian Ice is weer net wat beter dan zijn voorgangers en dat is knap. Heel knap zelfs. Erwin Zijleman
Nicole Atkins - Memphis Ice (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 december 2021, 15:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nicole Atkins - Memphis Ice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicole Atkins - Memphis Ice
Nicole Atkins doet op Memphis Ice een aantal songs van haar vorige album Italian Ice nog eens dunnetjes over, maar dan totaal anders, met flink wat imponerend muzikaal vuurwerk als resultaat
Nicole Atkins stond aan het begin van 2020 in de startblokken om te gaan touren met een forse soulband ter promotie van haar album Italian Ice. Door de coronapandemie liep het anders en zat ze in haar kelder voor een serie livestreams. De bijzondere vertolkingen van de songs van Italian Ice kwamen vervolgens in het theater terecht en in een studio in Memphis, waar Memphis Ice werd opgenomen. Dit keer niet met een broeierige soulband, maar met een pianist en twee strijkers. Het vraagt veel van de stem van Nicole Atkins, maar de wat klassiek aandoende vertolkingen van de songs van Italian Ice maken makkelijk indruk dankzij het vocale vuurwerk van de Amerikaanse muzikante.
In de tweede week van december een nieuw album uitbrengen is een wat vreemde zet, tenzij het een kerstalbum is natuurlijk. Memphis Ice van Nicole Atkins is echter geen kerstalbum maar de opvolger van het vorig jaar verschenen Italian Ice. Het is alweer het zesde album van de Amerikaanse muzikante en het is een heel bijzonder oeuvre dat Nicole Atkins in de afgelopen veertien jaar heeft opgebouwd.
Ze debuteerde in 2007 met het in Zweden opgenomen Neptune City, waarop ze niet alleen tijdloze popmuziek maakte, maar ook imponeerde met een aan Phil Spector herinnerende instrumentatie en productie en met een krachtige stem die werd vergeleken met alles tussen Chrissie Hynde, Neko Case en Siouxsie Sioux. Op het in 2011 verschenen Mondo Amore schoof ze vervolgens wat op richting Amerikaanse rootsmuziek, om op het in 2014 uitgebrachte Slow Phaser weer wat richting de pop-noir te bewegen.
Met het in 2017 verschenen Goodnight Rhonda Lee leverde Nicole Atkins een fantastische soulplaat af met flarden roots en Phil Spector, waarna ze dit soulgeluid verder perfectioneerde op Italian Ice uit 2020, waarvoor ze niet alleen naar de befaamde Muscle Shoals Sound Studio in Alabama toog, maar ook werkte met een aantal oud-leden van de legendarische huisband The Muscle Shoals Rhythm Section.
Deze week verscheen Memphis Ice, dat qua titel erg veel lijkt op zijn voorganger. Hoewel de twee albums in muzikaal opzicht flink van elkaar verschillen, is er inderdaad een link tussen Italian Ice en Memphis Ice. Nicole Atkins wilde na de release van Italian Ice uitvoerig gaan toeren met een uit de kluiten gewassen soulband, maar de coronapandemie gooide roet in het eten.
In plaats hiervan gaf de Amerikaanse muzikante online optredens vanuit haar huis in New Jersey en uiteindelijk vanuit het Paramount Theater in het fameuze Asbury Park. Van het een kwam het ander en uiteindelijk nam Nicole Atkins in een studio in Memphis een aantal songs van Italian Ice opnieuw op.
Dit keer liet ze zich niet bijstaan door een aantal ouwe rotten uit de soul en een aantal gastmuzikanten van naam en faam, maar slechts door een pianist, een violist en een cellist. Het klinkt echt totaal anders dan op Italian Ice. Nicole Atkins liet zich dit keer inspireren door de muziek van bijvoorbeeld Judy Garland, die eerder een belangrijke inspiratiebron was voor Rufus Wainwright.
De zwoele soul van Italian Ice heeft op Memphis Ice plaats gemaakt voor een klassiek of jazzy aandoend geluid. Het is een voornamelijk ingetogen geluid dat wordt gedomineerd door de piano, waarna de strijkers zorgen voor de fraaie versiersels. Het is een geluid dat heel veel vraagt van de stem van Nicole Atkins, want de zang van de Amerikaanse muzikante staat dit keer centraal.
De muzikante uit New Jersey imponeerde met haar stem op haar vorige albums en ook op Memphis Ice houdt ze zich makkelijk staande. Memphis Ice is een in vocaal opzicht indrukwekkend album, maar het is er wel een waar je van moet houden. Zelf hoor ik toch liever het broeierige soulgeluid van Italian Ice, maar Memphis Ice dwingt dankzij het vocale geweld minstens net zoveel respect af. Het album laat bovendien horen hoe goed de songs op het vorige album zijn. Indrukwekkend wat Nicole Atkins inmiddels veertien jaar laat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nicole Atkins - Memphis Ice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicole Atkins - Memphis Ice
Nicole Atkins doet op Memphis Ice een aantal songs van haar vorige album Italian Ice nog eens dunnetjes over, maar dan totaal anders, met flink wat imponerend muzikaal vuurwerk als resultaat
Nicole Atkins stond aan het begin van 2020 in de startblokken om te gaan touren met een forse soulband ter promotie van haar album Italian Ice. Door de coronapandemie liep het anders en zat ze in haar kelder voor een serie livestreams. De bijzondere vertolkingen van de songs van Italian Ice kwamen vervolgens in het theater terecht en in een studio in Memphis, waar Memphis Ice werd opgenomen. Dit keer niet met een broeierige soulband, maar met een pianist en twee strijkers. Het vraagt veel van de stem van Nicole Atkins, maar de wat klassiek aandoende vertolkingen van de songs van Italian Ice maken makkelijk indruk dankzij het vocale vuurwerk van de Amerikaanse muzikante.
In de tweede week van december een nieuw album uitbrengen is een wat vreemde zet, tenzij het een kerstalbum is natuurlijk. Memphis Ice van Nicole Atkins is echter geen kerstalbum maar de opvolger van het vorig jaar verschenen Italian Ice. Het is alweer het zesde album van de Amerikaanse muzikante en het is een heel bijzonder oeuvre dat Nicole Atkins in de afgelopen veertien jaar heeft opgebouwd.
Ze debuteerde in 2007 met het in Zweden opgenomen Neptune City, waarop ze niet alleen tijdloze popmuziek maakte, maar ook imponeerde met een aan Phil Spector herinnerende instrumentatie en productie en met een krachtige stem die werd vergeleken met alles tussen Chrissie Hynde, Neko Case en Siouxsie Sioux. Op het in 2011 verschenen Mondo Amore schoof ze vervolgens wat op richting Amerikaanse rootsmuziek, om op het in 2014 uitgebrachte Slow Phaser weer wat richting de pop-noir te bewegen.
Met het in 2017 verschenen Goodnight Rhonda Lee leverde Nicole Atkins een fantastische soulplaat af met flarden roots en Phil Spector, waarna ze dit soulgeluid verder perfectioneerde op Italian Ice uit 2020, waarvoor ze niet alleen naar de befaamde Muscle Shoals Sound Studio in Alabama toog, maar ook werkte met een aantal oud-leden van de legendarische huisband The Muscle Shoals Rhythm Section.
Deze week verscheen Memphis Ice, dat qua titel erg veel lijkt op zijn voorganger. Hoewel de twee albums in muzikaal opzicht flink van elkaar verschillen, is er inderdaad een link tussen Italian Ice en Memphis Ice. Nicole Atkins wilde na de release van Italian Ice uitvoerig gaan toeren met een uit de kluiten gewassen soulband, maar de coronapandemie gooide roet in het eten.
In plaats hiervan gaf de Amerikaanse muzikante online optredens vanuit haar huis in New Jersey en uiteindelijk vanuit het Paramount Theater in het fameuze Asbury Park. Van het een kwam het ander en uiteindelijk nam Nicole Atkins in een studio in Memphis een aantal songs van Italian Ice opnieuw op.
Dit keer liet ze zich niet bijstaan door een aantal ouwe rotten uit de soul en een aantal gastmuzikanten van naam en faam, maar slechts door een pianist, een violist en een cellist. Het klinkt echt totaal anders dan op Italian Ice. Nicole Atkins liet zich dit keer inspireren door de muziek van bijvoorbeeld Judy Garland, die eerder een belangrijke inspiratiebron was voor Rufus Wainwright.
De zwoele soul van Italian Ice heeft op Memphis Ice plaats gemaakt voor een klassiek of jazzy aandoend geluid. Het is een voornamelijk ingetogen geluid dat wordt gedomineerd door de piano, waarna de strijkers zorgen voor de fraaie versiersels. Het is een geluid dat heel veel vraagt van de stem van Nicole Atkins, want de zang van de Amerikaanse muzikante staat dit keer centraal.
De muzikante uit New Jersey imponeerde met haar stem op haar vorige albums en ook op Memphis Ice houdt ze zich makkelijk staande. Memphis Ice is een in vocaal opzicht indrukwekkend album, maar het is er wel een waar je van moet houden. Zelf hoor ik toch liever het broeierige soulgeluid van Italian Ice, maar Memphis Ice dwingt dankzij het vocale geweld minstens net zoveel respect af. Het album laat bovendien horen hoe goed de songs op het vorige album zijn. Indrukwekkend wat Nicole Atkins inmiddels veertien jaar laat horen. Erwin Zijleman
Nicole Dollanganger - Married in Mount Airy (2023)

4,0
0
geplaatst: 18 januari 2023, 12:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nicole Dollanganger - Married In Mount Airy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicole Dollanganger - Married In Mount Airy
De Canadese muzikante Nicole Dollanganger maakt op Married In Mount Airy bezwerende muziek met bijzondere zang, waaraan je even moet wennen, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek
De stem van de Canadese muzikante Nicole Bell a.k.a. Nicole Dollanganger joeg de kat in eerste instantie de gordijnen in, maar uiteindelijk lag ik toch in katzwijm van dit bijzondere album. Nicole Dollanganger is met Married In Mount Airy toe aan haar zevende album, waarop ze een bijzonder eigen geluid creëert. Het is een geluid dat bestaat uit meisjesachtige vocalen en een vaak betrekkelijk sobere maar ook bijna hypnotiserende instrumentatie. Married In Mount Airy is bij vlagen sprookjesachtig mooi, maar de muziek van Nicole Dollanganger kan ook duister of zelfs spookachtig klinken. Ik moest er echt flink aan wennen, maar inmiddels hoor ik alleen maar de schoonheid van dit album.
Ik geloof niet dat ik de naam Nicole Dollanganger eerder had gehoord, maar de Canadese muzikante blijkt al meer dan twintig jaar bijzonder actief. Aan het begin van dit millennium bracht ze haar muziek uit via het inmiddels bijna vergeten platform MySpace, maar het deze week verschenen Married In Mount Airy is ook al het zevende album dat is te vinden op de streaming media platforms.
Het is een album dat mij zeker niet direct wist te betoveren, want met name de zang stond mij in eerste instantie behoorlijk tegen. De zang van het alter ego van Nicole Bell klinkt nogal meisjesachtig of zelfs kinderlijk en is de openingstrack bovendien wat vervormd. De bijzondere stem van de Canadese muzikante wordt gecombineerd met uiterst ingetogen en soms ook wat vervormde klanken, waardoor Married In Mount Airy zeker bij eerste beluistering wat zweverig aan doet.
Married In Mount Airy is, in ieder geval voor mij, een album dat na enige gewenning veel beter tot zijn recht komt. De zang van Nicole Bell zou ik inmiddels eerder beschrijven als elfjesachtig, terwijl de meestal sobere klanken die haar stem begeleiden inmiddels een bezwerend karakter hebben, zeker als er af en toe een uitbarsting voorbij komt. De Canadese muzikante schept direct vanaf de eerste noten van Married In Mount Airy een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die door de lieflijke zang soms is te omschrijven als engelachtig, maar de muziek van Nicole Dollanganger is minstens net zo vaak spookachtig.
De songs van de Canadese muzikante slepen zich langzaam voort, maar beetje bij beetje wordt de spanning verder opgebouwd. De zang kan wat warmer klinken en de instrumentatie wat voller met hier en daar een voorzichtige uitbarsting, maar de songs van Nicole Dollanganger houden een uniek geluid. Het is een geluid waarin ondanks de zeer karakteristieke zang en de vaak uiterst sobere instrumentatie veel te ontdekken valt. De accenten die worden aangebracht in de instrumentatie en de variatie in de zang zijn over het algemeen subtiel, maar wel heel trefzeker.
Het duurt bij mij nog altijd een paar tracks voor ik echt gegrepen wordt door de muziek van Nicole Dollanganger, maar als ik er eenmaal goed in zit, houden de songs van de Canadese muzikante de aandacht moeiteloos vast. Ook de teksten van Nicole Bell verdienen overigens alle aandacht, want de Canadese muzikante heeft haar songs volgestopt met bijzondere verhalen.
Natuurlijk ben ik ook even in de rest van het oeuvre van Nicole Dollanganger gedoken, maar na snelle beluistering lijkt Married In Mount Airy me het beste album van de Canadese muzikante. Het blijft bijzonder hoe een album dat in eerste instantie zo tegen de haren instreek zich uiteindelijk zo opdringt. De zang van Nicole Bell vind ik inmiddels alleen maar mooi en emotievol, terwijl de klanken op het albums inmiddels de ruimte op aangename wijze vullen.
Married In Mount Airy is een album vol melancholie en bezwering en het is een album dat anders klinkt dan alle andere albums die ik de laatste tijd heb beluisterd. Married In Mount Airy kan nog steeds aardedonker of zelfs spookachtig klinken, maar het zit me geen moment in de weg. De Canadese muzikante ontgint op bijzondere wijze de grote leegte tussen aan de ene kant Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en Ethel Cain en aan de andere kant Lera Lynn en Lana Del Rey en maakt er echt iets heel moois van. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nicole Dollanganger - Married In Mount Airy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicole Dollanganger - Married In Mount Airy
De Canadese muzikante Nicole Dollanganger maakt op Married In Mount Airy bezwerende muziek met bijzondere zang, waaraan je even moet wennen, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek
De stem van de Canadese muzikante Nicole Bell a.k.a. Nicole Dollanganger joeg de kat in eerste instantie de gordijnen in, maar uiteindelijk lag ik toch in katzwijm van dit bijzondere album. Nicole Dollanganger is met Married In Mount Airy toe aan haar zevende album, waarop ze een bijzonder eigen geluid creëert. Het is een geluid dat bestaat uit meisjesachtige vocalen en een vaak betrekkelijk sobere maar ook bijna hypnotiserende instrumentatie. Married In Mount Airy is bij vlagen sprookjesachtig mooi, maar de muziek van Nicole Dollanganger kan ook duister of zelfs spookachtig klinken. Ik moest er echt flink aan wennen, maar inmiddels hoor ik alleen maar de schoonheid van dit album.
Ik geloof niet dat ik de naam Nicole Dollanganger eerder had gehoord, maar de Canadese muzikante blijkt al meer dan twintig jaar bijzonder actief. Aan het begin van dit millennium bracht ze haar muziek uit via het inmiddels bijna vergeten platform MySpace, maar het deze week verschenen Married In Mount Airy is ook al het zevende album dat is te vinden op de streaming media platforms.
Het is een album dat mij zeker niet direct wist te betoveren, want met name de zang stond mij in eerste instantie behoorlijk tegen. De zang van het alter ego van Nicole Bell klinkt nogal meisjesachtig of zelfs kinderlijk en is de openingstrack bovendien wat vervormd. De bijzondere stem van de Canadese muzikante wordt gecombineerd met uiterst ingetogen en soms ook wat vervormde klanken, waardoor Married In Mount Airy zeker bij eerste beluistering wat zweverig aan doet.
Married In Mount Airy is, in ieder geval voor mij, een album dat na enige gewenning veel beter tot zijn recht komt. De zang van Nicole Bell zou ik inmiddels eerder beschrijven als elfjesachtig, terwijl de meestal sobere klanken die haar stem begeleiden inmiddels een bezwerend karakter hebben, zeker als er af en toe een uitbarsting voorbij komt. De Canadese muzikante schept direct vanaf de eerste noten van Married In Mount Airy een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die door de lieflijke zang soms is te omschrijven als engelachtig, maar de muziek van Nicole Dollanganger is minstens net zo vaak spookachtig.
De songs van de Canadese muzikante slepen zich langzaam voort, maar beetje bij beetje wordt de spanning verder opgebouwd. De zang kan wat warmer klinken en de instrumentatie wat voller met hier en daar een voorzichtige uitbarsting, maar de songs van Nicole Dollanganger houden een uniek geluid. Het is een geluid waarin ondanks de zeer karakteristieke zang en de vaak uiterst sobere instrumentatie veel te ontdekken valt. De accenten die worden aangebracht in de instrumentatie en de variatie in de zang zijn over het algemeen subtiel, maar wel heel trefzeker.
Het duurt bij mij nog altijd een paar tracks voor ik echt gegrepen wordt door de muziek van Nicole Dollanganger, maar als ik er eenmaal goed in zit, houden de songs van de Canadese muzikante de aandacht moeiteloos vast. Ook de teksten van Nicole Bell verdienen overigens alle aandacht, want de Canadese muzikante heeft haar songs volgestopt met bijzondere verhalen.
Natuurlijk ben ik ook even in de rest van het oeuvre van Nicole Dollanganger gedoken, maar na snelle beluistering lijkt Married In Mount Airy me het beste album van de Canadese muzikante. Het blijft bijzonder hoe een album dat in eerste instantie zo tegen de haren instreek zich uiteindelijk zo opdringt. De zang van Nicole Bell vind ik inmiddels alleen maar mooi en emotievol, terwijl de klanken op het albums inmiddels de ruimte op aangename wijze vullen.
Married In Mount Airy is een album vol melancholie en bezwering en het is een album dat anders klinkt dan alle andere albums die ik de laatste tijd heb beluisterd. Married In Mount Airy kan nog steeds aardedonker of zelfs spookachtig klinken, maar het zit me geen moment in de weg. De Canadese muzikante ontgint op bijzondere wijze de grote leegte tussen aan de ene kant Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en Ethel Cain en aan de andere kant Lera Lynn en Lana Del Rey en maakt er echt iets heel moois van. Erwin Zijleman
Nicolle Galyon - Firstborn (2022)

4,0
1
geplaatst: 27 juli 2022, 17:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nicolle Galyon - firstborn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicolle Galyon - firstborn
Nicolle Galyon draait achter de schermen al heel wat jaren mee in Nashville, maar laat op haar eerste soloalbum firstborn horen dat ze ook als singer-songwriter binnen de countrypop uitstekend uit de voeten kan
Het is nog altijd flink dringen binnen de Nashville countrypop, waarin wekelijks vele nieuwkomers worden geïntroduceerd. Nicolle Galyon is in deze groep een wat vreemde eend in de bijt. Ze timmert immers al heel wat jaren aan de weg in de hoofdstad van de countrymuziek, maar nam genoegen met een rol achter de schermen. Met firstborn eist ze eindelijk haar plekje in de spotlights op en dat doet ze met heel veel overtuiging. Nicolle Galyon vertelt op haar debuutalbum mooie verhalen, vertolkt ze met veel gevoel en heeft ze verpakt in aansprekende songs. Het zijn mooi ingekleurde songs die voor de afwisseling eens niet te glad geproduceerd zijn. Mooi album.
Veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en zeker de liefhebbers van de traditionele of juist alternatieve Amerikaanse rootsmuziek moeten er niets van hebben, maar persoonlijk heb ik een zwak voor Nashville countrypop. Het is echter zeker niet zo dat ik alles dat momenteel in dit genre wordt gemaakt, en dat is de laatste jaren echt heel erg veel, kan waarderen, maar voor goed gemaakte countrypop ben ik altijd wel te porren.
Bij goed gemaakte countrypop denk ik aan albums waarop de country het makkelijk wint van de pop, waarop in muzikaal opzicht veel te genieten valt, waarop mooie en bij voorkeur persoonlijke verhalen worden verteld, waarop de songs lekker in het gehoor liggen maar niet te eenvormig zijn, waarop de zang uitblinkt en waarop de productie mooi verzorgd maar niet al te glad is.
Bovenstaande criteria reduceren het enorme aanbod in het genre stevig, maar ik kom iedere week nog wel een kleine handvol albums tegen die zich niet schamen voor het predicaat ‘Nashville countrypop’ en zo af en toe zit er een hele goede tussen. In de laatste categorie valt firstborn (geen hoofdletter) van de Amerikaanse muzikante Nicolle Galyon.
Deze Nicolle Galyon draait al een tijd mee in de muziekscene van Nashville, maar nam tot dusver genoegen met een rol achter de schermen. Met een eigen platenlabel en het nodige talent als songwriter besloot ze op haar 38e dat het tijd werd voor een eerste soloalbum, waarmee ze tussen alle jonkies in het genre een wat vreemde eend in de bijt is.
Nicolle Galyon maakte haar eerste album niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haar dochters, voor wie ze haar levensverhaal vertelt. In de openingstrack van het album vertelt de Amerikaanse muzikante hoe ze opgroeide in Winner, Kansas, en geeft ze zichzelf direct bloot. Het debuutalbum van Nicolle Galyon staat vol met persoonlijke verhalen, waardoor het album zich weet te onderscheiden van de bulk van de albums in het genre.
De Amerikaanse kent de weg in Nashville en het is dan ook niet verbazingwekkend dat firstborn bijzonder mooi klinkt. Het debuutalbum van Nicolle Galyon hoort onmiskenbaar thuis in het hokje Nashville countrypop, maar het album is gemaakt met veel respect voor de countrymuziek van weleer en in tegenstelling tot de meeste albums in het genre klinkt firstborn niet te glad.
Nicolle Galyon heeft hiermee al heel wat van de hierboven vereiste vinkjes binnen, maar maakt ook als zangeres en als songwriter makkelijk indruk. De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die is gemaakt voor het genre, maar waar deze stemmen in de countrypop wel eens zoetsappig kunnen klinken of een overdreven snik inzetten, overtuigt Nicolle Galyon makkelijk met mooie zang.
Dat overtuigen doet ze ook met haar songs, die ze in het verleden schreef voor anderen, maar die ze zelf met net wat meer overtuiging en gevoel vertolkt. Het levert een mooi countrypop album op, waarop de Amerikaanse muzikante hier en daar voorzichtig de grenzen opzoekt, waardoor firstborn wat mij betreft niet klinkt als een dertien in een dozijn countrypop album. Nicolle Galyon moet als bijna veertiger concurreren met een heel legioen aan jonge en veelbelovende countrypop zangeressen, maar het gaat er gemakkelijk af op een van de betere albums in het genre dit jaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nicolle Galyon - firstborn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nicolle Galyon - firstborn
Nicolle Galyon draait achter de schermen al heel wat jaren mee in Nashville, maar laat op haar eerste soloalbum firstborn horen dat ze ook als singer-songwriter binnen de countrypop uitstekend uit de voeten kan
Het is nog altijd flink dringen binnen de Nashville countrypop, waarin wekelijks vele nieuwkomers worden geïntroduceerd. Nicolle Galyon is in deze groep een wat vreemde eend in de bijt. Ze timmert immers al heel wat jaren aan de weg in de hoofdstad van de countrymuziek, maar nam genoegen met een rol achter de schermen. Met firstborn eist ze eindelijk haar plekje in de spotlights op en dat doet ze met heel veel overtuiging. Nicolle Galyon vertelt op haar debuutalbum mooie verhalen, vertolkt ze met veel gevoel en heeft ze verpakt in aansprekende songs. Het zijn mooi ingekleurde songs die voor de afwisseling eens niet te glad geproduceerd zijn. Mooi album.
Veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en zeker de liefhebbers van de traditionele of juist alternatieve Amerikaanse rootsmuziek moeten er niets van hebben, maar persoonlijk heb ik een zwak voor Nashville countrypop. Het is echter zeker niet zo dat ik alles dat momenteel in dit genre wordt gemaakt, en dat is de laatste jaren echt heel erg veel, kan waarderen, maar voor goed gemaakte countrypop ben ik altijd wel te porren.
Bij goed gemaakte countrypop denk ik aan albums waarop de country het makkelijk wint van de pop, waarop in muzikaal opzicht veel te genieten valt, waarop mooie en bij voorkeur persoonlijke verhalen worden verteld, waarop de songs lekker in het gehoor liggen maar niet te eenvormig zijn, waarop de zang uitblinkt en waarop de productie mooi verzorgd maar niet al te glad is.
Bovenstaande criteria reduceren het enorme aanbod in het genre stevig, maar ik kom iedere week nog wel een kleine handvol albums tegen die zich niet schamen voor het predicaat ‘Nashville countrypop’ en zo af en toe zit er een hele goede tussen. In de laatste categorie valt firstborn (geen hoofdletter) van de Amerikaanse muzikante Nicolle Galyon.
Deze Nicolle Galyon draait al een tijd mee in de muziekscene van Nashville, maar nam tot dusver genoegen met een rol achter de schermen. Met een eigen platenlabel en het nodige talent als songwriter besloot ze op haar 38e dat het tijd werd voor een eerste soloalbum, waarmee ze tussen alle jonkies in het genre een wat vreemde eend in de bijt is.
Nicolle Galyon maakte haar eerste album niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haar dochters, voor wie ze haar levensverhaal vertelt. In de openingstrack van het album vertelt de Amerikaanse muzikante hoe ze opgroeide in Winner, Kansas, en geeft ze zichzelf direct bloot. Het debuutalbum van Nicolle Galyon staat vol met persoonlijke verhalen, waardoor het album zich weet te onderscheiden van de bulk van de albums in het genre.
De Amerikaanse kent de weg in Nashville en het is dan ook niet verbazingwekkend dat firstborn bijzonder mooi klinkt. Het debuutalbum van Nicolle Galyon hoort onmiskenbaar thuis in het hokje Nashville countrypop, maar het album is gemaakt met veel respect voor de countrymuziek van weleer en in tegenstelling tot de meeste albums in het genre klinkt firstborn niet te glad.
Nicolle Galyon heeft hiermee al heel wat van de hierboven vereiste vinkjes binnen, maar maakt ook als zangeres en als songwriter makkelijk indruk. De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die is gemaakt voor het genre, maar waar deze stemmen in de countrypop wel eens zoetsappig kunnen klinken of een overdreven snik inzetten, overtuigt Nicolle Galyon makkelijk met mooie zang.
Dat overtuigen doet ze ook met haar songs, die ze in het verleden schreef voor anderen, maar die ze zelf met net wat meer overtuiging en gevoel vertolkt. Het levert een mooi countrypop album op, waarop de Amerikaanse muzikante hier en daar voorzichtig de grenzen opzoekt, waardoor firstborn wat mij betreft niet klinkt als een dertien in een dozijn countrypop album. Nicolle Galyon moet als bijna veertiger concurreren met een heel legioen aan jonge en veelbelovende countrypop zangeressen, maar het gaat er gemakkelijk af op een van de betere albums in het genre dit jaar. Erwin Zijleman
Niecy Blues - Exit Simulation (2023)

4,0
0
geplaatst: 16 november 2023, 17:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Niecy Blues - Exit Simulation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Niecy Blues - Exit Simulation
De Amerikaanse muzikante Niecy Blues levert met Exit Simulation een buitengewoon fascinerend debuutalbum af met zich langzaam voortslepende klanken, hypnotiserende zang en een ongrijpbare mix van invloeden
Ik verwachte een loom R&B album, maar dat is niet wat je krijgt als je luistert naar Exit Simulation van Niecy Blues. De muzikante uit South Carolina verwerkt wat subtiele invloeden uit de R&B, maar haar debuutalbum is geen moment een echt R&B album. Ook het predicaat loom doet geen recht aan het bijzonder lage tempo waarin zowel de muziek als de zang op Exit Simulation zich voortsleept. Het levert een serie behoorlijk ongrijpbare songs op, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan de bijzondere muziek van Niecy Blues vallen steeds meer fraaie details op en krijgt de muziek van de Amerikaanse muzikante een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking.
Exit Simulation van Niecy Blues wordt een R&B album genoemd, maar als het al een R&B album is, is het wel een heel bijzonder R&B album. Nu hou ik over het algemeen niet zo van gewone R&B albums, maar kom ik ieder jaar wel een of twee bijzondere R&B albums tegen, die het uiteindelijk vaak schoppen tot mijn jaarlijstje. Niecy Blues, het alter ego van Janise Robinson, zou dit jaar met haar debuutalbum zomaar mijn jaarlijstje kunnen halen, maar ik hoor maar heel weinig R&B op Exit Simulation.
Heel af en toe zijn er wat lome beats die het album voorzien van een vleugje R&B en ook in de zang hoor ik af en toe wel wat R&B invloeden, maar alles bij elkaar genomen vind ik Exit Simulation van Niecy Blues geen R&B album. Het is nog niet zo makkelijk om een beter etiket op dit album te plakken, want de muzikante uit Charleston, South Carolina, maakt behoorlijk ongrijpbare muziek.
Wat als eerste opvalt bij beluistering van het debuutalbum van Niecy Blues is het bijzonder lage tempo. Wanneer de Amerikaanse muzikante beats gebruikt halen deze een extreem lage beats per minute score en wanneer de beats ontbreken lijkt de muziek van Niecy Blues hier en daar zelfs bijna stil te staan.
Niecy Blues heeft haar songs bovendien op fascinerende wijze ingekleurd. De basis van de meeste songs op het album bestaat uit fraaie baslijnen en niet veel meer dan dat. De baslijnen worden af en toe verrijkt met keyboards en subtiele beats en nog wat incidenteler met sfeervolle bijdragen van gitaar, harp en fluit, maar heel uitbundig wordt de muziek op Exit Simulation nooit.
Wanneer de muzikante uit South Carolina haar muziek verrijkt met keyboards, vloeien subtiele pianoakkoorden samen met atmosferische klankentapijten en alles trekt zoals gezegd in een extreem laag tempo voorbij. Niecy Blues neemt de tijd voor het inkleuren van haar songs en voegt hier vervolgens haar stem aan toe. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie en soulvolle stem, die haar songs hier en daar een R&B tintje geeft, maar ook de zang op het debuutalbum van Niecy Blues valt op door een zeer laag tempo, zeker wanneer de stem van Niecy Blues in meerdere lagen uit de speakers komt.
Het maakt van Exit Simulation een wat broeierig en bezwerend album, dat door de diepe baslijnen en de atmosferische synths ook wat donker klinkt. Overdag vervliegen de ijle klanken op het debuutalbum van Niecy Blues makkelijk, maar in de avond komt de bijzondere muziek van de Amerikaanse muzikante op fraaie wijze tot leven. Exit Simulation is een album dat bij eerste beluistering vooral verbazing oproept, want de mix van een klein beetje R&B, wat elektronica, hier en daar wat jazz, hip-hop en gospel en een flinke dosis ambient is al niet alledaags en het tempo op het album is dat zeker niet.
Exit Simulation is het mooist wanneer je je aanpast aan het tempo van Exit Simulation en je meedrijft op de golven met subtiele klanken en dromerige zang. Ook beluistering met de koptelefoon verdient de voorkeur, want de Amerikaanse muzikante heeft haar songs subtiel, maar ook bijzonder mooi ingekleurd. De songs op Exit Simulation zijn zeker geen toegankelijke R&B songs met een kop en een staart, maar eerder experimentele maar zeker niet ontoegankelijke soundscapes. Het is absoluut wennen, maar het debuutalbum van Niecy Blues wordt steeds mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Niecy Blues - Exit Simulation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Niecy Blues - Exit Simulation
De Amerikaanse muzikante Niecy Blues levert met Exit Simulation een buitengewoon fascinerend debuutalbum af met zich langzaam voortslepende klanken, hypnotiserende zang en een ongrijpbare mix van invloeden
Ik verwachte een loom R&B album, maar dat is niet wat je krijgt als je luistert naar Exit Simulation van Niecy Blues. De muzikante uit South Carolina verwerkt wat subtiele invloeden uit de R&B, maar haar debuutalbum is geen moment een echt R&B album. Ook het predicaat loom doet geen recht aan het bijzonder lage tempo waarin zowel de muziek als de zang op Exit Simulation zich voortsleept. Het levert een serie behoorlijk ongrijpbare songs op, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan de bijzondere muziek van Niecy Blues vallen steeds meer fraaie details op en krijgt de muziek van de Amerikaanse muzikante een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking.
Exit Simulation van Niecy Blues wordt een R&B album genoemd, maar als het al een R&B album is, is het wel een heel bijzonder R&B album. Nu hou ik over het algemeen niet zo van gewone R&B albums, maar kom ik ieder jaar wel een of twee bijzondere R&B albums tegen, die het uiteindelijk vaak schoppen tot mijn jaarlijstje. Niecy Blues, het alter ego van Janise Robinson, zou dit jaar met haar debuutalbum zomaar mijn jaarlijstje kunnen halen, maar ik hoor maar heel weinig R&B op Exit Simulation.
Heel af en toe zijn er wat lome beats die het album voorzien van een vleugje R&B en ook in de zang hoor ik af en toe wel wat R&B invloeden, maar alles bij elkaar genomen vind ik Exit Simulation van Niecy Blues geen R&B album. Het is nog niet zo makkelijk om een beter etiket op dit album te plakken, want de muzikante uit Charleston, South Carolina, maakt behoorlijk ongrijpbare muziek.
Wat als eerste opvalt bij beluistering van het debuutalbum van Niecy Blues is het bijzonder lage tempo. Wanneer de Amerikaanse muzikante beats gebruikt halen deze een extreem lage beats per minute score en wanneer de beats ontbreken lijkt de muziek van Niecy Blues hier en daar zelfs bijna stil te staan.
Niecy Blues heeft haar songs bovendien op fascinerende wijze ingekleurd. De basis van de meeste songs op het album bestaat uit fraaie baslijnen en niet veel meer dan dat. De baslijnen worden af en toe verrijkt met keyboards en subtiele beats en nog wat incidenteler met sfeervolle bijdragen van gitaar, harp en fluit, maar heel uitbundig wordt de muziek op Exit Simulation nooit.
Wanneer de muzikante uit South Carolina haar muziek verrijkt met keyboards, vloeien subtiele pianoakkoorden samen met atmosferische klankentapijten en alles trekt zoals gezegd in een extreem laag tempo voorbij. Niecy Blues neemt de tijd voor het inkleuren van haar songs en voegt hier vervolgens haar stem aan toe. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie en soulvolle stem, die haar songs hier en daar een R&B tintje geeft, maar ook de zang op het debuutalbum van Niecy Blues valt op door een zeer laag tempo, zeker wanneer de stem van Niecy Blues in meerdere lagen uit de speakers komt.
Het maakt van Exit Simulation een wat broeierig en bezwerend album, dat door de diepe baslijnen en de atmosferische synths ook wat donker klinkt. Overdag vervliegen de ijle klanken op het debuutalbum van Niecy Blues makkelijk, maar in de avond komt de bijzondere muziek van de Amerikaanse muzikante op fraaie wijze tot leven. Exit Simulation is een album dat bij eerste beluistering vooral verbazing oproept, want de mix van een klein beetje R&B, wat elektronica, hier en daar wat jazz, hip-hop en gospel en een flinke dosis ambient is al niet alledaags en het tempo op het album is dat zeker niet.
Exit Simulation is het mooist wanneer je je aanpast aan het tempo van Exit Simulation en je meedrijft op de golven met subtiele klanken en dromerige zang. Ook beluistering met de koptelefoon verdient de voorkeur, want de Amerikaanse muzikante heeft haar songs subtiel, maar ook bijzonder mooi ingekleurd. De songs op Exit Simulation zijn zeker geen toegankelijke R&B songs met een kop en een staart, maar eerder experimentele maar zeker niet ontoegankelijke soundscapes. Het is absoluut wennen, maar het debuutalbum van Niecy Blues wordt steeds mooier. Erwin Zijleman
Nienke Dingemans - Ain't No Hollywood Girl (2024)

4,0
0
geplaatst: 18 maart 2024, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nienke Dingemans - Ain't No Hollywood Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nienke Dingemans - Ain't No Hollywood Girl
Nienke Dingemans is nog altijd pas negentien jaar oud, maar de Brabantse muzikante levert een album af waar heel wat gelouterde rootsmuzikanten zowel in vocaal als muzikaal opzicht stikjaloers op zullen zijn
Helemaal aan het eind van 2021 dook de Nederlandse muzikante Nienke Dingemans op met haar eerste EP. Het is een EP die behoorlijk wat indruk maakte, zeker als je je bedacht dat de Brabantse muzikante destijds pas 17 jaar oud was. Op het deze week verschenen debuutalbum Ain’t No Hollywood Girl laat Nienke Dingemans horen dat ze flinke stappen heeft gezet. De krachtige zang op het album is bijzonder indrukwekkend, terwijl het album in muzikaal opzicht niet onder doet voor het beste dat momenteel in de VS wordt gemaakt. De Nederlandse muzikante laat ook nog eens horen dat ze uitstekende en verrassend veelzijdige songs kan schrijven. Wat een talent deze Nienke Dingemans.
De Nederlandse muzikante Nienke Dingemans debuteerde aan het eind van 2021 op haar zeventiende met de EP Devil On My Shoulder. Met het kleine half uur muziek op deze EP maakte de jonge Brabantse muzikante flink wat indruk. Dat deed Nienke Dingemans niet alleen met haar voor haar leeftijd verbazingwekkend doorleefd klinkende stem, maar ook met prima songs die binnen de Amerikaanse rootsmuziek alle kanten op konden. De met een stel ouwe rotten gemaakte EP klonk bovendien in muzikaal opzicht fantastisch en deed niet onder voor het beste dat op dat moment in Nashville of Austin werd gemaakt.
Alle reden dus om de muzikale verrichtingen van Nienke Dingemans goed in de gaten te houden. Nienke Dingemans, die deze zomer pas haar twintigste jaar viert, brengt deze week met Ain’t No Hollywood Girl haar volwaardige debuutalbum uit en het is een album dat laat horen dat de jonge muzikante uit Ossendrecht de belofte van haar EP uit 2021 meer dan waar maakt.
Het album opent prachtig met Hollywood Girl, dat in muzikaal opzicht redelijk ingetogen is, waardoor alles neer komt op de zang van Nienke Dingemans. Bij beluistering van Hollywood Girl heb je geen moment het idee dat je naar een zangeres van 19 luistert, want wat klinkt de stem van Nienke Dingemans heerlijk ruw en doorleefd. Op Devil On My Shoulder maakte ze al indruk met haar zang, maar op Ain’t No Hollywood Girl is de stem van Nienke Dingemans nog een stuk krachtiger.
Ik hou persoonlijk wel van de fluisterzachte stemmen die domineren in de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, maar de krachtige zang op Ain’t No Hollywood Girl is ter afwisseling een verademing. Nienke Dingemans kan lekker krachtig uithalen met haar stem, maar ze kan ook met veel gevoel zingen, wat gezien haar leeftijd eveneens een prestatie van formaat is.
De Brabantse muzikante profiteerde op haar debuut EP stevig van de kunsten van producers en multi-instrumentalisten Joost Verbraak en Jan van Bijnen en die spelen ook een glansrol op het debuutalbum van Nienke Dingemans. Jan van Bijnen heeft een heel assortiment snareninstrumenten mee gesleept naar de studio en speelt track na track de sterren van de hemel, maar ook de bijdragen van blazers en strijkers tillen de songs op het album flink op en Nienke Dingemans levert zelf ook haar aandeel met onder andere fraai slide gitaarspel.
In muzikaal en vocaal opzicht knalt Ain’t No Hollywood Girl uit de speakers, luister bijvoorbeeld maar eens naar het geweldige Thelma & Louise, maar net als op haar eerste EP laat Nienke Dingemans op haar debuutalbum horen dat ze zich niet beperkt tot één genre. Ain’t No Hollywood Girl bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet dat varieert van ruwe blues tot lome folk en country en schakelt bovendien moeiteloos tussen wat stevigere uptempo tracks en meer ingetogen tracks, waarin de krachtige stem van Nienke Dingemans opeens een stuk intiemer en gevoeliger klinkt.
Devil On My Shoulder vergeleek ik ruim twee jaar geleden met de beste rootsalbums die op dat moment in de Verenigde Staten werden gemaakt en ook Ain’t No Hollywood Girl is wat mij betreft een album vol internationale allure. Het is ook nog eens een album dat zich niet in het Nashville keurslijf heeft laten persen, wat de prestatie van Nienke Dingemans en de topmuzikanten met wie ze zich heeft omringd alleen maar indrukwekkender maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nienke Dingemans - Ain't No Hollywood Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nienke Dingemans - Ain't No Hollywood Girl
Nienke Dingemans is nog altijd pas negentien jaar oud, maar de Brabantse muzikante levert een album af waar heel wat gelouterde rootsmuzikanten zowel in vocaal als muzikaal opzicht stikjaloers op zullen zijn
Helemaal aan het eind van 2021 dook de Nederlandse muzikante Nienke Dingemans op met haar eerste EP. Het is een EP die behoorlijk wat indruk maakte, zeker als je je bedacht dat de Brabantse muzikante destijds pas 17 jaar oud was. Op het deze week verschenen debuutalbum Ain’t No Hollywood Girl laat Nienke Dingemans horen dat ze flinke stappen heeft gezet. De krachtige zang op het album is bijzonder indrukwekkend, terwijl het album in muzikaal opzicht niet onder doet voor het beste dat momenteel in de VS wordt gemaakt. De Nederlandse muzikante laat ook nog eens horen dat ze uitstekende en verrassend veelzijdige songs kan schrijven. Wat een talent deze Nienke Dingemans.
De Nederlandse muzikante Nienke Dingemans debuteerde aan het eind van 2021 op haar zeventiende met de EP Devil On My Shoulder. Met het kleine half uur muziek op deze EP maakte de jonge Brabantse muzikante flink wat indruk. Dat deed Nienke Dingemans niet alleen met haar voor haar leeftijd verbazingwekkend doorleefd klinkende stem, maar ook met prima songs die binnen de Amerikaanse rootsmuziek alle kanten op konden. De met een stel ouwe rotten gemaakte EP klonk bovendien in muzikaal opzicht fantastisch en deed niet onder voor het beste dat op dat moment in Nashville of Austin werd gemaakt.
Alle reden dus om de muzikale verrichtingen van Nienke Dingemans goed in de gaten te houden. Nienke Dingemans, die deze zomer pas haar twintigste jaar viert, brengt deze week met Ain’t No Hollywood Girl haar volwaardige debuutalbum uit en het is een album dat laat horen dat de jonge muzikante uit Ossendrecht de belofte van haar EP uit 2021 meer dan waar maakt.
Het album opent prachtig met Hollywood Girl, dat in muzikaal opzicht redelijk ingetogen is, waardoor alles neer komt op de zang van Nienke Dingemans. Bij beluistering van Hollywood Girl heb je geen moment het idee dat je naar een zangeres van 19 luistert, want wat klinkt de stem van Nienke Dingemans heerlijk ruw en doorleefd. Op Devil On My Shoulder maakte ze al indruk met haar zang, maar op Ain’t No Hollywood Girl is de stem van Nienke Dingemans nog een stuk krachtiger.
Ik hou persoonlijk wel van de fluisterzachte stemmen die domineren in de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, maar de krachtige zang op Ain’t No Hollywood Girl is ter afwisseling een verademing. Nienke Dingemans kan lekker krachtig uithalen met haar stem, maar ze kan ook met veel gevoel zingen, wat gezien haar leeftijd eveneens een prestatie van formaat is.
De Brabantse muzikante profiteerde op haar debuut EP stevig van de kunsten van producers en multi-instrumentalisten Joost Verbraak en Jan van Bijnen en die spelen ook een glansrol op het debuutalbum van Nienke Dingemans. Jan van Bijnen heeft een heel assortiment snareninstrumenten mee gesleept naar de studio en speelt track na track de sterren van de hemel, maar ook de bijdragen van blazers en strijkers tillen de songs op het album flink op en Nienke Dingemans levert zelf ook haar aandeel met onder andere fraai slide gitaarspel.
In muzikaal en vocaal opzicht knalt Ain’t No Hollywood Girl uit de speakers, luister bijvoorbeeld maar eens naar het geweldige Thelma & Louise, maar net als op haar eerste EP laat Nienke Dingemans op haar debuutalbum horen dat ze zich niet beperkt tot één genre. Ain’t No Hollywood Girl bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet dat varieert van ruwe blues tot lome folk en country en schakelt bovendien moeiteloos tussen wat stevigere uptempo tracks en meer ingetogen tracks, waarin de krachtige stem van Nienke Dingemans opeens een stuk intiemer en gevoeliger klinkt.
Devil On My Shoulder vergeleek ik ruim twee jaar geleden met de beste rootsalbums die op dat moment in de Verenigde Staten werden gemaakt en ook Ain’t No Hollywood Girl is wat mij betreft een album vol internationale allure. Het is ook nog eens een album dat zich niet in het Nashville keurslijf heeft laten persen, wat de prestatie van Nienke Dingemans en de topmuzikanten met wie ze zich heeft omringd alleen maar indrukwekkender maakt. Erwin Zijleman
Nienke Dingemans - Devil on My Shoulder (2021)

4,0
1
geplaatst: 22 december 2021, 15:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nienke Dingemans - Devil On My Shoulder - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nienke Dingemans - Devil On My Shoulder
De Nederlandse muzikante Nienke Dingemans is pas 17 jaar oud, maar overtuigt op haar eerste EP met een geweldige stem, sterke songs en een prachtig en veelzijdig ingekleurd rootsgeluid
Nienke Dingemans is pas 17 jaar oud, maar timmert al even aan de weg als frontvrouw van een bluesband en als solomuzikant. Met haar eerste EP Devil On My Shoulder levert ze nu een zeer indrukwekkend visitekaartje af. De Brabantse muzikante beschikt over een geweldige stem, die de songs op haar eerste EP met veel gevoel en doorleving vertolkt. Het zijn songs die bijzonder fraai zijn ingekleurd en geproduceerd door een stel gelouterde Nederlandse muzikanten. Het zijn ook nog eens songs die een grote veelzijdigheid laten horen, waardoor deze EP niet onder doet voor hetgeen dat momenteel in Nashville wordt gemaakt door veelbelovende jonge talenten. Een grote belofte voor de toekomst.
Het in de tweede helft van december uitbrengen van nieuwe muziek lijkt niet heel handig, maar aan de andere kant is er in deze periode van het jaar maar heel weinig concurrentie. De afgelopen week was de lijst met nieuwe releases voor het eerst dit jaar vrijwel leeg, waardoor de debuut EP van Nienke Dingemans uit het Brabantse Ossendrecht vrijwel onmiddellijk mijn aandacht trok.
De naam Nienke Dingemans en de plaats Ossendrecht lopen niet direct over van internationale allure en mijn scepsis werd nog wat groter toen ik las dat Nienke Dingemans afgelopen zomer pas haar zeventiende verjaardag vierde. De jonge Nederlandse muzikante heeft echter slechts een paar noten nodig om de critici en sceptici de mond te snoeren. Nienke Dingemans beschikt namelijk over een geweldige stem en zingt met verrassend veel vertrouwen, kracht en doorleving.
De jonge Brabantse muzikante voert al een tijdje de bluesband Mindblow aan, maar op haar eerste EP Devil On My Shoulder laat ze horen dat ze nog veel meer kan. De zang op deze debuut EP van Nienke Dingemans is zes tracks en ruim 26 minuten van een indrukwekkend hoog niveau, maar het is zeker niet het enige dat opzien baart bij beluistering van deze EP.
Voor het opnemen van haar eerste EP verruilde de jonge Nederlandse muzikante Ossendrecht voor Roosendal, maar ik had het ook geloofd wanneer de credits hadden vermeld dat de muziek was opgenomen in Nashville of ergens in een roemruchte studio aan de oevers van de Mississippi.
Devil On My Shoulder klinkt niet alleen zeer oorspronkelijk, maar laat ook een aantal geweldige muzikanten horen. Het zouden zomaar wat giganten uit de Nashville kunnen zijn, maar het gaat om een stel Nederlandse muzikanten, onder wie Jan van Bijnen en Joost Verbeek, die het album ook produceerden.
Jan van Bijnen, die eerder dit jaar een prachtig album afleverde dat ik deze week pas heb ontdekt, en Joost Verbeek , die we onder andere kennen van de band van Ralph de Jong, tekenen op Devil On My Shoulder voor een heel arsenaal aan instrumenten en voor een spannende productie, waarvoor Daniel Lanois zich niet zou hebben geschaamd.
Jan van Bijnen laat horen dat hij op flink wat snareninstrumenten en keyboards uit de voeten kan, terwijl Joost Verbeek naast drums verschillende blaasinstrumenten toevoegt aan de werkelijk prachtig ingekleurde songs van Nienke Dingemans. Bijdragen van ervaren krachten als Reyer Zwart (Van Wyck, Danny Vera), Ad Bouwmeester, Sanne Verbogt en Joris Verbogt maken het fraaie geluid op deze debuut EP compleet.
In muzikaal, productioneel en vocaal opzicht staat het allemaal als een huis, maar Nienke Dingemans maakt ook nog eens indruk met het brede palet dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt. Invloeden uit onder andere de blues, folk, jazz, soul, country en swamprock worden knap aan elkaar gesmeed, terwijl het opvallende Love Labours Lost zomaar van de hand en stembanden van Fiona Apple had kunnen zijn.
Na 26 minuten zit het er helaas al weer op, maar hebben we op de valreep van het nieuwe jaar wat mij betreft zomaar een van de grootste muzikale beloften van het moment te pakken. Dat we nog heel veel moois van Nienke Dingemans gaan horen lijkt me zeker. Ik kijk er naar uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nienke Dingemans - Devil On My Shoulder - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nienke Dingemans - Devil On My Shoulder
De Nederlandse muzikante Nienke Dingemans is pas 17 jaar oud, maar overtuigt op haar eerste EP met een geweldige stem, sterke songs en een prachtig en veelzijdig ingekleurd rootsgeluid
Nienke Dingemans is pas 17 jaar oud, maar timmert al even aan de weg als frontvrouw van een bluesband en als solomuzikant. Met haar eerste EP Devil On My Shoulder levert ze nu een zeer indrukwekkend visitekaartje af. De Brabantse muzikante beschikt over een geweldige stem, die de songs op haar eerste EP met veel gevoel en doorleving vertolkt. Het zijn songs die bijzonder fraai zijn ingekleurd en geproduceerd door een stel gelouterde Nederlandse muzikanten. Het zijn ook nog eens songs die een grote veelzijdigheid laten horen, waardoor deze EP niet onder doet voor hetgeen dat momenteel in Nashville wordt gemaakt door veelbelovende jonge talenten. Een grote belofte voor de toekomst.
Het in de tweede helft van december uitbrengen van nieuwe muziek lijkt niet heel handig, maar aan de andere kant is er in deze periode van het jaar maar heel weinig concurrentie. De afgelopen week was de lijst met nieuwe releases voor het eerst dit jaar vrijwel leeg, waardoor de debuut EP van Nienke Dingemans uit het Brabantse Ossendrecht vrijwel onmiddellijk mijn aandacht trok.
De naam Nienke Dingemans en de plaats Ossendrecht lopen niet direct over van internationale allure en mijn scepsis werd nog wat groter toen ik las dat Nienke Dingemans afgelopen zomer pas haar zeventiende verjaardag vierde. De jonge Nederlandse muzikante heeft echter slechts een paar noten nodig om de critici en sceptici de mond te snoeren. Nienke Dingemans beschikt namelijk over een geweldige stem en zingt met verrassend veel vertrouwen, kracht en doorleving.
De jonge Brabantse muzikante voert al een tijdje de bluesband Mindblow aan, maar op haar eerste EP Devil On My Shoulder laat ze horen dat ze nog veel meer kan. De zang op deze debuut EP van Nienke Dingemans is zes tracks en ruim 26 minuten van een indrukwekkend hoog niveau, maar het is zeker niet het enige dat opzien baart bij beluistering van deze EP.
Voor het opnemen van haar eerste EP verruilde de jonge Nederlandse muzikante Ossendrecht voor Roosendal, maar ik had het ook geloofd wanneer de credits hadden vermeld dat de muziek was opgenomen in Nashville of ergens in een roemruchte studio aan de oevers van de Mississippi.
Devil On My Shoulder klinkt niet alleen zeer oorspronkelijk, maar laat ook een aantal geweldige muzikanten horen. Het zouden zomaar wat giganten uit de Nashville kunnen zijn, maar het gaat om een stel Nederlandse muzikanten, onder wie Jan van Bijnen en Joost Verbeek, die het album ook produceerden.
Jan van Bijnen, die eerder dit jaar een prachtig album afleverde dat ik deze week pas heb ontdekt, en Joost Verbeek , die we onder andere kennen van de band van Ralph de Jong, tekenen op Devil On My Shoulder voor een heel arsenaal aan instrumenten en voor een spannende productie, waarvoor Daniel Lanois zich niet zou hebben geschaamd.
Jan van Bijnen laat horen dat hij op flink wat snareninstrumenten en keyboards uit de voeten kan, terwijl Joost Verbeek naast drums verschillende blaasinstrumenten toevoegt aan de werkelijk prachtig ingekleurde songs van Nienke Dingemans. Bijdragen van ervaren krachten als Reyer Zwart (Van Wyck, Danny Vera), Ad Bouwmeester, Sanne Verbogt en Joris Verbogt maken het fraaie geluid op deze debuut EP compleet.
In muzikaal, productioneel en vocaal opzicht staat het allemaal als een huis, maar Nienke Dingemans maakt ook nog eens indruk met het brede palet dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt. Invloeden uit onder andere de blues, folk, jazz, soul, country en swamprock worden knap aan elkaar gesmeed, terwijl het opvallende Love Labours Lost zomaar van de hand en stembanden van Fiona Apple had kunnen zijn.
Na 26 minuten zit het er helaas al weer op, maar hebben we op de valreep van het nieuwe jaar wat mij betreft zomaar een van de grootste muzikale beloften van het moment te pakken. Dat we nog heel veel moois van Nienke Dingemans gaan horen lijkt me zeker. Ik kijk er naar uit. Erwin Zijleman
Night Palace - Diving Rings (2022)

4,0
0
geplaatst: 8 april 2022, 16:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Night Palace - Diving Rings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Night Palace - Diving Rings
Night Palace verbaast op Diving Rings met een enorm aantal instrumenten, maar toch ook een redelijk ingetogen geluid, dat verder wordt opgetild door mooie vocalen en bijzonder interessante songs
Ik had een week geleden nog nooit van Avery Leigh Draut of van Night Palace gehoord, maar inmiddels ben ik diep onder de indruk van de muzikale verrichtingen van de muzikante uit Athens, Georgia. Diving Rings past af en toe in het hokje dreampop en af en toe in het hokje champer pop, maar Night Palace kan ook uit de voeten met zeer ingetogen of juist met aangenaam rammelende songs. Op het debuutalbum van Night Palace gebeurt er van alles, maar het mooie popliedje verliest Avery Leigh Draut nergens uit het oog. Het is even wennen misschien, zeker aan de zeer vol klinkende songs, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek op dit bijzondere album.
Diving Rings, het debuutalbum van Night Palace, stond vorige week niet op mijn lijstje met albums die ik mogelijk zou willen bespreken op de krenten uit de pop. Het is een album dat me ook niet onmiddellijk wist te overtuigen, maar toen ik eenmaal was gevallen voor de charmes van het album, was de verleiding van Night Palace ook direct meedogenloos.
Night Palace is het project van de uit Athens, Georgia, afkomstige Avery Leigh Draut, die op Diving Rings een hele stevige vinger in de pap heeft. De Amerikaanse muzikante tekende niet alleen voor de songs en de teksten op het debuutalbum van Night Palace, maar droeg ook bij aan de productie, tekende voor de arrangementen voor het kamerorkest dat op het album is te horen en zorgde bovendien voor de vocalen en bijdragen van de klarinet en keyboards.
Avery Leigh Draut werkt op Diving Rings samen met een aantal muzikanten, die onder andere lap steel, gitaren, synths en drums toevoegen aan het geluid van Night Palace en een uit de kluiten gewassen kamerorkest, dat niet alleen kiest voor de gangbare en wat minder gangbare strijkers en blazers, maar ook voor instrumenten als de zaag, het klavecimbel, de celesta, de oed en de vibrafoon. Het is alles bij elkaar een heel arsenaal en instrumenten en dat hoor je, al zet Night Palace alle extra instrumenten niet continu in, want zorgt voor een bijzondere dynamiek.
Diving Rings opent met een sfeervol gitaarakkoord en de mooie heldere stem van Avery Leigh Draut en even lijkt het een mooie ingetogen track te worden, tot het kamerorkest losbarst. Die storm gaat vervolgens ook weer liggen, waarna de mooie vocalen vooral worden gecombineerd met een stevig aangezet basloopje en wolken synths, tot het kamerorkest voor de tweede keer mag losbarsten.
Zonder het kamerorkest maakt Night Palace vooral wonderschone en vaak verrassend ingetogen dreampop, maar met alle extra instrumenten gaat de muziek van de muzikante uit Athens, Georgia, meer de kant van de chamber pop op. Diving Rings klinkt in de openingstrack als Beach House dat zich laat begeleiden door Belle & Sebastian en flink wat tracks op het album roepen deze vergelijking op.
Het vertelt echter nog zeker niet het hele verhaal van het fascinerende Diving Rings. Hier en daar schuift Avery Leigh Draut op richting jaren 50 en 60 pop, maar ook invloeden uit de jangle pop, die in de jaren 90 floreerde in haar thuisbasis hebben hun weg gevonden naar het album, dat ook uiterst ingetogen kan klinken.
Door de invloed van zoveel instrumenten en de vaak wat zoet klinkende vocalen, vond ik het debuut van Night Palace, zeker bij eerste beluistering bij vlagen wel wat over de top, maar inmiddels kan ik de zoete verleiding van Diving Rings met geen mogelijkheid meer weerstaan, al is het maar omdat het album ook veel rustpunten bevat.
In muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het album en steeds als je denkt te weten wat er gaat komen, slaan Avery Leigh Draut en haar medemuzikanten toch weer andere wegen in. De klanken passen prachtig bij de dromerige en wat mij betreft prachtige vocalen, die de muziek van Night Palace een zorgeloos karakter geven.
Het is knap hoe de muzikante uit Athens er steeds weer in slaagt om alle instrumenten op het album steeds weer net wat anders in te zetten, waardoor het album spannend blijft en net zo goed overweldigend als minimalistisch kan klinken. Diving Rings is een zoete maar ook buitengewoon interessante verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Night Palace - Diving Rings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Night Palace - Diving Rings
Night Palace verbaast op Diving Rings met een enorm aantal instrumenten, maar toch ook een redelijk ingetogen geluid, dat verder wordt opgetild door mooie vocalen en bijzonder interessante songs
Ik had een week geleden nog nooit van Avery Leigh Draut of van Night Palace gehoord, maar inmiddels ben ik diep onder de indruk van de muzikale verrichtingen van de muzikante uit Athens, Georgia. Diving Rings past af en toe in het hokje dreampop en af en toe in het hokje champer pop, maar Night Palace kan ook uit de voeten met zeer ingetogen of juist met aangenaam rammelende songs. Op het debuutalbum van Night Palace gebeurt er van alles, maar het mooie popliedje verliest Avery Leigh Draut nergens uit het oog. Het is even wennen misschien, zeker aan de zeer vol klinkende songs, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek op dit bijzondere album.
Diving Rings, het debuutalbum van Night Palace, stond vorige week niet op mijn lijstje met albums die ik mogelijk zou willen bespreken op de krenten uit de pop. Het is een album dat me ook niet onmiddellijk wist te overtuigen, maar toen ik eenmaal was gevallen voor de charmes van het album, was de verleiding van Night Palace ook direct meedogenloos.
Night Palace is het project van de uit Athens, Georgia, afkomstige Avery Leigh Draut, die op Diving Rings een hele stevige vinger in de pap heeft. De Amerikaanse muzikante tekende niet alleen voor de songs en de teksten op het debuutalbum van Night Palace, maar droeg ook bij aan de productie, tekende voor de arrangementen voor het kamerorkest dat op het album is te horen en zorgde bovendien voor de vocalen en bijdragen van de klarinet en keyboards.
Avery Leigh Draut werkt op Diving Rings samen met een aantal muzikanten, die onder andere lap steel, gitaren, synths en drums toevoegen aan het geluid van Night Palace en een uit de kluiten gewassen kamerorkest, dat niet alleen kiest voor de gangbare en wat minder gangbare strijkers en blazers, maar ook voor instrumenten als de zaag, het klavecimbel, de celesta, de oed en de vibrafoon. Het is alles bij elkaar een heel arsenaal en instrumenten en dat hoor je, al zet Night Palace alle extra instrumenten niet continu in, want zorgt voor een bijzondere dynamiek.
Diving Rings opent met een sfeervol gitaarakkoord en de mooie heldere stem van Avery Leigh Draut en even lijkt het een mooie ingetogen track te worden, tot het kamerorkest losbarst. Die storm gaat vervolgens ook weer liggen, waarna de mooie vocalen vooral worden gecombineerd met een stevig aangezet basloopje en wolken synths, tot het kamerorkest voor de tweede keer mag losbarsten.
Zonder het kamerorkest maakt Night Palace vooral wonderschone en vaak verrassend ingetogen dreampop, maar met alle extra instrumenten gaat de muziek van de muzikante uit Athens, Georgia, meer de kant van de chamber pop op. Diving Rings klinkt in de openingstrack als Beach House dat zich laat begeleiden door Belle & Sebastian en flink wat tracks op het album roepen deze vergelijking op.
Het vertelt echter nog zeker niet het hele verhaal van het fascinerende Diving Rings. Hier en daar schuift Avery Leigh Draut op richting jaren 50 en 60 pop, maar ook invloeden uit de jangle pop, die in de jaren 90 floreerde in haar thuisbasis hebben hun weg gevonden naar het album, dat ook uiterst ingetogen kan klinken.
Door de invloed van zoveel instrumenten en de vaak wat zoet klinkende vocalen, vond ik het debuut van Night Palace, zeker bij eerste beluistering bij vlagen wel wat over de top, maar inmiddels kan ik de zoete verleiding van Diving Rings met geen mogelijkheid meer weerstaan, al is het maar omdat het album ook veel rustpunten bevat.
In muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het album en steeds als je denkt te weten wat er gaat komen, slaan Avery Leigh Draut en haar medemuzikanten toch weer andere wegen in. De klanken passen prachtig bij de dromerige en wat mij betreft prachtige vocalen, die de muziek van Night Palace een zorgeloos karakter geven.
Het is knap hoe de muzikante uit Athens er steeds weer in slaagt om alle instrumenten op het album steeds weer net wat anders in te zetten, waardoor het album spannend blijft en net zo goed overweldigend als minimalistisch kan klinken. Diving Rings is een zoete maar ook buitengewoon interessante verrassing. Erwin Zijleman
Niia - V (2025)

4,0
0
geplaatst: 9 januari, 20:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Niia - V - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Niia - V
De Amerikaans-Italiaanse muzikante Niia bouwt gestaag aan een interessant oeuvre waarop ze jazz combineert met allerlei andere invloeden, wat ook op het vorig jaar verschenen V weer zeer fraai uitpakt
Niia heeft over fans niet te klagen, maar haar vijfde album V is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is muziek waarin invloeden uit de jazz een zeer voorname rol spelen, maar Niia maakt zeker niet alleen maar jazz. Op haar nieuwe album zijn invloeden uit de jazz wel weer wat prominenter aanwezig, maar ook invloeden uit onder andere de R&B en de pop hebben hun weg gevonden naar het album. Het is een album waarop Niia makkelijk indruk maakt met haar mooie en veelzijdige stem, maar ook in muzikaal opzicht is het vijfde album van de muzikante uit Los Angeles een mooi en interessant album. Helaas wat genegeerd vorig jaar maar absoluut de moeite waard.
Ik kan me niet herinneren dat ik de naam Niia ooit eerder had gehoord en ik had zeker nog nooit naar haar muziek geluisterd. Het in oktober verschenen V werd me onlangs aangeraden en het is een album dat me uitstekend bevalt. Dat ik nog niet eerder van Niia had gehoord ligt alleen aan mij, want de Amerikaanse muzikante met ook Italiaanse wortels timmert inmiddels een kleine tien jaar aan de weg, is behoorlijk succesvol en kan bovendien rekenen op zeer lovende woorden van de critici.
Met V leverde Niia (Bertino) afgelopen herfst haar vijfde album af en het is een bijzonder album. Dat ik nog niet eerder op het spoor van Niia ben gekomen heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ze over het algemeen het etiket jazz krijgt opgeplakt. Dat is niet mijn favoriete genre, want vooral jazz van het nerveuze en van de hak op de tak springende soort kan ik maar moeilijk verdragen.
Dat soort jazz maakt Niia gelukkig niet. De Amerikaanse muzikante maakt vooral ingetogen en zich langzaam voortslepende jazz, die het uitstekend doet in de kleine uurtjes. Af en toe hoor ik raakvlakken met het soort muziek dat bijvoorbeeld Norah Jones en Madeleine Peyroux ook wel eens maken, maar Niia laat zich niet in een enkel hokje duwen en klinkt ook met enige regelmaat als Sade.
Op haar vorige albums liet de Amerikaanse muzikante ook invloeden uit de R&B, soul, elektronica en indie horen en ook V is een album dat vaak van kleur verschiet. V bevat een aantal songs die je meenemen naar een duistere nachtclub waar de jazz regeert, maar Niia kan ook uit de voeten met broeierige R&B of veelkleurige pop vol invloeden.
V is weer wat jazzier dan haar vorige album, dat overigens geproduceerd werd door Jonathan Wilson. Voor haar nieuwe album deed Niia een beroep op Spencer Zahn en Lawrence Rothman, die ook vooral buiten de jazz actief zijn. Het zorgt er voor dat de jazzimpulsen van Niia zelf worden verrijkt met allerlei andere invloeden, wat van V een spannend album maakt.
In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal zeer verzorgd. Zeker de wat meer jazzy stukken lopen over van muzikaliteit en met name wanneer wordt gekozen voor ingetogen en beeldende klanken is de muziek op V bijzonder mooi. Het wordt spannender wanneer de muzikante uit Los Angeles wat meer buiten de lijntjes van de jazz kleurt en vooral wanneer ze de grenzen tussen de verschillende genres laat vervagen.
Ook in vocaal opzicht maakt Niia makkelijk indruk en ook met haar stem schakelt ze makkelijk tussen genres. Ze is een uitstekende jazzzangeres, maar ook in het wat meer naar R&B en pop neigende repertoire maakt Niia makkelijk indruk als zangeres. V begeeft zich een redelijk deel van de tijd net wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar het album heeft zoveel moois te bieden dat ik er toch naar blijf luisteren.
Niia timmert vooral in de Verenigde Staten met flink wat succes aan de weg, maar in Nederland lees ik verrassend weinig over haar albums. Ook V heeft in Nederland niet veel aandacht gekregen, maar het is een album dat zowel binnen als buiten de jazzkringen aandacht verdient. Zelf heb ik me inmiddels nog wat meer verdiept en met name haar vierde album Bobby Deerfield vind ik nog wat interessanter dan het ook uitstekende V. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Niia - V - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Niia - V
De Amerikaans-Italiaanse muzikante Niia bouwt gestaag aan een interessant oeuvre waarop ze jazz combineert met allerlei andere invloeden, wat ook op het vorig jaar verschenen V weer zeer fraai uitpakt
Niia heeft over fans niet te klagen, maar haar vijfde album V is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is muziek waarin invloeden uit de jazz een zeer voorname rol spelen, maar Niia maakt zeker niet alleen maar jazz. Op haar nieuwe album zijn invloeden uit de jazz wel weer wat prominenter aanwezig, maar ook invloeden uit onder andere de R&B en de pop hebben hun weg gevonden naar het album. Het is een album waarop Niia makkelijk indruk maakt met haar mooie en veelzijdige stem, maar ook in muzikaal opzicht is het vijfde album van de muzikante uit Los Angeles een mooi en interessant album. Helaas wat genegeerd vorig jaar maar absoluut de moeite waard.
Ik kan me niet herinneren dat ik de naam Niia ooit eerder had gehoord en ik had zeker nog nooit naar haar muziek geluisterd. Het in oktober verschenen V werd me onlangs aangeraden en het is een album dat me uitstekend bevalt. Dat ik nog niet eerder van Niia had gehoord ligt alleen aan mij, want de Amerikaanse muzikante met ook Italiaanse wortels timmert inmiddels een kleine tien jaar aan de weg, is behoorlijk succesvol en kan bovendien rekenen op zeer lovende woorden van de critici.
Met V leverde Niia (Bertino) afgelopen herfst haar vijfde album af en het is een bijzonder album. Dat ik nog niet eerder op het spoor van Niia ben gekomen heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ze over het algemeen het etiket jazz krijgt opgeplakt. Dat is niet mijn favoriete genre, want vooral jazz van het nerveuze en van de hak op de tak springende soort kan ik maar moeilijk verdragen.
Dat soort jazz maakt Niia gelukkig niet. De Amerikaanse muzikante maakt vooral ingetogen en zich langzaam voortslepende jazz, die het uitstekend doet in de kleine uurtjes. Af en toe hoor ik raakvlakken met het soort muziek dat bijvoorbeeld Norah Jones en Madeleine Peyroux ook wel eens maken, maar Niia laat zich niet in een enkel hokje duwen en klinkt ook met enige regelmaat als Sade.
Op haar vorige albums liet de Amerikaanse muzikante ook invloeden uit de R&B, soul, elektronica en indie horen en ook V is een album dat vaak van kleur verschiet. V bevat een aantal songs die je meenemen naar een duistere nachtclub waar de jazz regeert, maar Niia kan ook uit de voeten met broeierige R&B of veelkleurige pop vol invloeden.
V is weer wat jazzier dan haar vorige album, dat overigens geproduceerd werd door Jonathan Wilson. Voor haar nieuwe album deed Niia een beroep op Spencer Zahn en Lawrence Rothman, die ook vooral buiten de jazz actief zijn. Het zorgt er voor dat de jazzimpulsen van Niia zelf worden verrijkt met allerlei andere invloeden, wat van V een spannend album maakt.
In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal zeer verzorgd. Zeker de wat meer jazzy stukken lopen over van muzikaliteit en met name wanneer wordt gekozen voor ingetogen en beeldende klanken is de muziek op V bijzonder mooi. Het wordt spannender wanneer de muzikante uit Los Angeles wat meer buiten de lijntjes van de jazz kleurt en vooral wanneer ze de grenzen tussen de verschillende genres laat vervagen.
Ook in vocaal opzicht maakt Niia makkelijk indruk en ook met haar stem schakelt ze makkelijk tussen genres. Ze is een uitstekende jazzzangeres, maar ook in het wat meer naar R&B en pop neigende repertoire maakt Niia makkelijk indruk als zangeres. V begeeft zich een redelijk deel van de tijd net wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar het album heeft zoveel moois te bieden dat ik er toch naar blijf luisteren.
Niia timmert vooral in de Verenigde Staten met flink wat succes aan de weg, maar in Nederland lees ik verrassend weinig over haar albums. Ook V heeft in Nederland niet veel aandacht gekregen, maar het is een album dat zowel binnen als buiten de jazzkringen aandacht verdient. Zelf heb ik me inmiddels nog wat meer verdiept en met name haar vierde album Bobby Deerfield vind ik nog wat interessanter dan het ook uitstekende V. Erwin Zijleman
Nikki Lane - All or Nothin' (2014)

4,0
1
geplaatst: 4 februari 2015, 15:21 uur
Toch wel wat gegroeid.
Nieuwe recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nikki Lane - All Or Nothin' - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vorig jaar stond ik al stil bij All Or Nothin’ van de Amerikaanse singer-songwriter Nikki Lane, maar omdat de plaat nu pas officieel in Nederland wordt uitgebracht, mag de tweede plaat van de singer-songwriter uit New York nog een keer in de herkansing.
All Or Nothin’ is een plaat die me vorig jaar nogal heen en weer slingerde en me afwisselend heel veel en vrij weinig deed. Ik sloot mijn recensie vorig jaar dan ook af met de opmerking dat All Or Nothin’ slechts een voorzichtige krent in de pop is, maar dat er echt veel meer in zit voor Nikki Lane.
Denk ik daar inmiddels anders over? Ja en nee. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat Nikki Lane nog veel beter kan, maar All Or Nothin’ is inmiddels toch wel meer dan een voorzichtige krent uit de pop.
Ik ben inmiddels redelijk verslaafd geraakt aan de stem van Nikki Lane. Het is een krachtige stem met een aangename snik die gemaakt lijkt voor countrymuziek en me vorig jaar al deed denken aan legendarische voorgangers als Loretta Lynn, Patsy Cline, Bobbie Gentry en Kitty Wells, maar ook aan tijdgenoten als Brandi Carlile, Neko Case en Lydia Loveless, met hier tussenin nog een vleugje Kirsty MacColl. Een stem om van te watertanden noemde ik het destijds en dat is het nog steeds. Meer dan vorig jaar valt me nu overigens op hoe makkelijk Nikki Lane zingt, waardoor All Or Nothin’ lekker ontspannen klinkt.
Ik was vorig jaar een stuk kritischer over de productie van Dan Auerbach. De Black Keys voorman heeft de tweede plaat van Nikki Lane voorzien van een vol en sfeervol geluid vol echo’s uit de jaren 60. Dit geluid heeft hij vervolgens verder opgevuld met geweldig snarenwerk vol haakjes naar de alt-country uit het heden en de glorieuze muziek uit de jaren 60.
Waar ik vorig jaar precies moeite mee had haal ik niet meer uit mijn recensie en weet ik ook niet meer. Ik weet wel dat ik bij de hernieuwde kennismaking met All Or Nothin’ helemaal geen moeite meer had met het geluid dat Dan Auerbach heeft bedacht voor de songs van Nikki Lane. All Or Nothin’ klinkt gloedvol en geïnspireerd en ook nog eens bijzonder veelzijdig en aangenaam.
Het zijn overigens ook de songs van Nikki Lane die me inmiddels veel meer bevallen dan een half jaar geleden. Nikki Lane heeft op haar tweede plaat het patent op tijdloze popliedjes die zich buiten de gebaande paden van de Amerikaanse rootsmuziek begeven, maar kan ook uit de voeten met rootsmuziek die keurig binnen de grenzen van deze paden blijft. Het zijn ook nog eens popliedjes die indringende verhalen vertellen, want het grootste deel van de plaat is gebaseerd op een nare liefdesbreuk die Nikki Lane inspireerde tot het schrijven van haar eerste eigen songs.
Het is waarschijnlijk de popinjectie van Auerbach die de vorige keer wat weerstand bij me opriep, maar All Or Nothin’ is uiteindelijk toch vooral een rootsplaat. En een hele goede rootsplaat.
Ik begrijp niet waarom in Nederland in deze steeds kleiner wordende wereld met enige regelmaat een half jaar moet wachten voordat een plaat wordt uitgebracht, maar het heeft All Or Nothin’ van Nikki Lane goed gedaan. De voorzichtige krent uit de pop verdween immers snel uit beeld, maar de inmiddels tot een echte krent uit de pop getransformeerde plaat kan voorlopig nog op mijn aandacht en warme sympathie rekenen. Erwin Zijleman
Nieuwe recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nikki Lane - All Or Nothin' - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vorig jaar stond ik al stil bij All Or Nothin’ van de Amerikaanse singer-songwriter Nikki Lane, maar omdat de plaat nu pas officieel in Nederland wordt uitgebracht, mag de tweede plaat van de singer-songwriter uit New York nog een keer in de herkansing.
All Or Nothin’ is een plaat die me vorig jaar nogal heen en weer slingerde en me afwisselend heel veel en vrij weinig deed. Ik sloot mijn recensie vorig jaar dan ook af met de opmerking dat All Or Nothin’ slechts een voorzichtige krent in de pop is, maar dat er echt veel meer in zit voor Nikki Lane.
Denk ik daar inmiddels anders over? Ja en nee. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat Nikki Lane nog veel beter kan, maar All Or Nothin’ is inmiddels toch wel meer dan een voorzichtige krent uit de pop.
Ik ben inmiddels redelijk verslaafd geraakt aan de stem van Nikki Lane. Het is een krachtige stem met een aangename snik die gemaakt lijkt voor countrymuziek en me vorig jaar al deed denken aan legendarische voorgangers als Loretta Lynn, Patsy Cline, Bobbie Gentry en Kitty Wells, maar ook aan tijdgenoten als Brandi Carlile, Neko Case en Lydia Loveless, met hier tussenin nog een vleugje Kirsty MacColl. Een stem om van te watertanden noemde ik het destijds en dat is het nog steeds. Meer dan vorig jaar valt me nu overigens op hoe makkelijk Nikki Lane zingt, waardoor All Or Nothin’ lekker ontspannen klinkt.
Ik was vorig jaar een stuk kritischer over de productie van Dan Auerbach. De Black Keys voorman heeft de tweede plaat van Nikki Lane voorzien van een vol en sfeervol geluid vol echo’s uit de jaren 60. Dit geluid heeft hij vervolgens verder opgevuld met geweldig snarenwerk vol haakjes naar de alt-country uit het heden en de glorieuze muziek uit de jaren 60.
Waar ik vorig jaar precies moeite mee had haal ik niet meer uit mijn recensie en weet ik ook niet meer. Ik weet wel dat ik bij de hernieuwde kennismaking met All Or Nothin’ helemaal geen moeite meer had met het geluid dat Dan Auerbach heeft bedacht voor de songs van Nikki Lane. All Or Nothin’ klinkt gloedvol en geïnspireerd en ook nog eens bijzonder veelzijdig en aangenaam.
Het zijn overigens ook de songs van Nikki Lane die me inmiddels veel meer bevallen dan een half jaar geleden. Nikki Lane heeft op haar tweede plaat het patent op tijdloze popliedjes die zich buiten de gebaande paden van de Amerikaanse rootsmuziek begeven, maar kan ook uit de voeten met rootsmuziek die keurig binnen de grenzen van deze paden blijft. Het zijn ook nog eens popliedjes die indringende verhalen vertellen, want het grootste deel van de plaat is gebaseerd op een nare liefdesbreuk die Nikki Lane inspireerde tot het schrijven van haar eerste eigen songs.
Het is waarschijnlijk de popinjectie van Auerbach die de vorige keer wat weerstand bij me opriep, maar All Or Nothin’ is uiteindelijk toch vooral een rootsplaat. En een hele goede rootsplaat.
Ik begrijp niet waarom in Nederland in deze steeds kleiner wordende wereld met enige regelmaat een half jaar moet wachten voordat een plaat wordt uitgebracht, maar het heeft All Or Nothin’ van Nikki Lane goed gedaan. De voorzichtige krent uit de pop verdween immers snel uit beeld, maar de inmiddels tot een echte krent uit de pop getransformeerde plaat kan voorlopig nog op mijn aandacht en warme sympathie rekenen. Erwin Zijleman
Nikki Lane - Denim & Diamonds (2022)

4,0
0
geplaatst: 27 september 2022, 16:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nikki Lane - Denim & Diamonds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nikki Lane - Denim & Diamonds
Het is veel te lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikante Nikki Lane, maar ze keert deze week terug met een door niemand minder dan Josh Homme geproduceerd album, dat lekker stevig klinkt
Bij Nikki Lane dacht ik tot voor kort aan authentiek klinkende countrymuziek, maar op haar nieuwe album Denim & Diamonds laat Nikki Lane ook een andere kant van zichzelf horen. Producer Josh Homme nam een aantal leden van zijn band Queens Of The Stone Age mee naar de studio en deze konden het niet laten om het nieuwe album van Nikki Lane te voorzien van een stevige rockinjectie. Ook bij flink wat gitaargeweld houdt de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante zich makkelijk staande en gelukkig heeft Nikki Lane de country niet volledig afgezworen op een album waarop we te lang hebben moeten wachten, maar dat zeker niet teleurstelt.
Denim & Diamonds, het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Nikki Lane, werd een tijd geleden al aangekondigd, maar is nu dan eindelijk verschenen. Dat werd wel tijd ook, want het vorige album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, verscheen helemaal aan het begin van 2017 en is dus inmiddels vijfenhalf jaar oud. Wat Nikki Lane de afgelopen jaren heeft gedaan weet ik niet precies, al was ze vorig jaar nog te horen op Chemtrails Over The Country Club van Lana Del Rey.
Nikki Lane brak een jaar of acht geleden door met het door Dan Auerbach geproduceerde All Or Nothin’, waarop ze klonk als de legendarische countryzangeressen uit het verre verleden en indruk maakte met een krachtige stem met een mooie en emotievolle snik. Het vijfenhalf jaar geleden verschenen Highway Queen werd door Nikki Lane en haar partner Jonathan Tyler geproduceerd en liet naast countryinvloeden uit het verleden ook een meer eigentijds countrygeluid horen.
Het zijn twee kanten van de Amerikaanse muzikante die terugkeren op het deze week verschenen Denim & Diamonds, maar Nikki Lane heeft ook een flinke verrassing in petto. Nikki Lane koos in de persoon van Josh Homme immers voor een zeer opvallende producer voor haar vierde album. De Queens Of The Stone Age voorman nam ook nog eens bandleden Dean Fertita, Alain Johannes en Michael Shuman mee naar de studio, waardoor het QOTSA-gehalte op Denim & Diamonds hoog is.
Je hoort het direct in de openingstrack, waarin de ritmesectie een stevige basis legt en de gitaren luider en rauwer klinken dan we in de countrymuziek gewend zijn. Invloeden uit de country zijn in deze openingstrack vrijwel afwezig, maar Nikki Lane blijft met haar krachtige stem makkelijk overeind.
Na twee vooral rock georiënteerde songs laten de door Josh Homme gerekruteerde muzikanten horen dat ze ook met countrymuziek uit de voeten kunnen en voelt Denim & Diamonds, mede dankzij de pedal steel en de snik in de stem van Nikki Lane, even aan als een warm bad.
De meningen over het nieuwe rockgeluid van Nikki Lane zullen ongetwijfeld verdeeld zijn, maar ik vind het persoonlijk bijzonder lekker klinken. De stem van Nikki Lane had ook op de vorige albums al wel wat van Kirsty MacColl, maar in de rocksongs op het album hoor ik nog veel meer raakvlakken met de veel te vroeg overleden Britse zangeres en dat is geen straf. Rockinvloeden spelen een belangrijke rol op Denim & Diamonds, maar wanneer Nikki Lane wat opschuift richting country, hoor je ook dit keer de flarden van de groten uit het verleden.
De verrassende samenwerking met Josh Homme levert een veelzijdig album op dat laat horen dat Nikki Lane in meerdere genres uit de voeten kan. In vocaal opzicht is het ook dit keer weer ijzersterk, maar ook het veelkleurige geluid met alles tussen zoete country en bijna stonerrock en de aanstekelijke songs dragen nadrukkelijk bij aan de kracht en kwaliteit van het nieuwe album van Nikki Lane. Na een stilte van vijfenhalf jaar waren de verwachtingen natuurlijk hooggespannen, maar mede door de nieuwe koers maakt Nikki Lane de verwachtingen wat mij betreft waar en behoort ze nog altijd tot de smaakmakers in het genre ... en daarbuiten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nikki Lane - Denim & Diamonds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nikki Lane - Denim & Diamonds
Het is veel te lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikante Nikki Lane, maar ze keert deze week terug met een door niemand minder dan Josh Homme geproduceerd album, dat lekker stevig klinkt
Bij Nikki Lane dacht ik tot voor kort aan authentiek klinkende countrymuziek, maar op haar nieuwe album Denim & Diamonds laat Nikki Lane ook een andere kant van zichzelf horen. Producer Josh Homme nam een aantal leden van zijn band Queens Of The Stone Age mee naar de studio en deze konden het niet laten om het nieuwe album van Nikki Lane te voorzien van een stevige rockinjectie. Ook bij flink wat gitaargeweld houdt de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante zich makkelijk staande en gelukkig heeft Nikki Lane de country niet volledig afgezworen op een album waarop we te lang hebben moeten wachten, maar dat zeker niet teleurstelt.
Denim & Diamonds, het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Nikki Lane, werd een tijd geleden al aangekondigd, maar is nu dan eindelijk verschenen. Dat werd wel tijd ook, want het vorige album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, verscheen helemaal aan het begin van 2017 en is dus inmiddels vijfenhalf jaar oud. Wat Nikki Lane de afgelopen jaren heeft gedaan weet ik niet precies, al was ze vorig jaar nog te horen op Chemtrails Over The Country Club van Lana Del Rey.
Nikki Lane brak een jaar of acht geleden door met het door Dan Auerbach geproduceerde All Or Nothin’, waarop ze klonk als de legendarische countryzangeressen uit het verre verleden en indruk maakte met een krachtige stem met een mooie en emotievolle snik. Het vijfenhalf jaar geleden verschenen Highway Queen werd door Nikki Lane en haar partner Jonathan Tyler geproduceerd en liet naast countryinvloeden uit het verleden ook een meer eigentijds countrygeluid horen.
Het zijn twee kanten van de Amerikaanse muzikante die terugkeren op het deze week verschenen Denim & Diamonds, maar Nikki Lane heeft ook een flinke verrassing in petto. Nikki Lane koos in de persoon van Josh Homme immers voor een zeer opvallende producer voor haar vierde album. De Queens Of The Stone Age voorman nam ook nog eens bandleden Dean Fertita, Alain Johannes en Michael Shuman mee naar de studio, waardoor het QOTSA-gehalte op Denim & Diamonds hoog is.
Je hoort het direct in de openingstrack, waarin de ritmesectie een stevige basis legt en de gitaren luider en rauwer klinken dan we in de countrymuziek gewend zijn. Invloeden uit de country zijn in deze openingstrack vrijwel afwezig, maar Nikki Lane blijft met haar krachtige stem makkelijk overeind.
Na twee vooral rock georiënteerde songs laten de door Josh Homme gerekruteerde muzikanten horen dat ze ook met countrymuziek uit de voeten kunnen en voelt Denim & Diamonds, mede dankzij de pedal steel en de snik in de stem van Nikki Lane, even aan als een warm bad.
De meningen over het nieuwe rockgeluid van Nikki Lane zullen ongetwijfeld verdeeld zijn, maar ik vind het persoonlijk bijzonder lekker klinken. De stem van Nikki Lane had ook op de vorige albums al wel wat van Kirsty MacColl, maar in de rocksongs op het album hoor ik nog veel meer raakvlakken met de veel te vroeg overleden Britse zangeres en dat is geen straf. Rockinvloeden spelen een belangrijke rol op Denim & Diamonds, maar wanneer Nikki Lane wat opschuift richting country, hoor je ook dit keer de flarden van de groten uit het verleden.
De verrassende samenwerking met Josh Homme levert een veelzijdig album op dat laat horen dat Nikki Lane in meerdere genres uit de voeten kan. In vocaal opzicht is het ook dit keer weer ijzersterk, maar ook het veelkleurige geluid met alles tussen zoete country en bijna stonerrock en de aanstekelijke songs dragen nadrukkelijk bij aan de kracht en kwaliteit van het nieuwe album van Nikki Lane. Na een stilte van vijfenhalf jaar waren de verwachtingen natuurlijk hooggespannen, maar mede door de nieuwe koers maakt Nikki Lane de verwachtingen wat mij betreft waar en behoort ze nog altijd tot de smaakmakers in het genre ... en daarbuiten. Erwin Zijleman
Nikki Lane - Highway Queen (2017)

4,5
2
geplaatst: 22 februari 2017, 18:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nikki Lane - Highway Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De in Greenville, South Carolina, geboren Nikki Lane trok met haar in 2011 verschenen debuut Walk Of Shame nog nauwelijks aandacht, maar schaarde zich met het drie jaar later uitgebrachte All Or Nothin’ direct tussen de grote beloften van de alt-country.
Nikki Lane deed dit aan de hand van topproducer Dan Auerbach en maakte indruk met muziek waarin een aantal decennia countrymuziek voorbij kwamen.
De tegenwoordig in Nashville woonachtige singer-songwriter maakte nog veel meer indruk met haar bijzonder krachtige stem, die alle songs op All Or Nothin’ voorzag van het beetje extra dat nodig is om op te vallen binnen het enorme aanbod in het genre.
Voor de opvolger van haar zo bejubelde tweede plaat koos Nikki Lane eens niet voor een producer van naam en faam, maar toonde ze lef. Highway Queen produceerde ze immers samen met haar partner, de nog relatief onbekende singer-songwriter Jonathan Tyler, die niet zo heel lang geleden debuteerde.
Het pakt geweldig uit, want Highway Queen knalt werkelijk uit de speakers. De plaat loopt hiernaast over van passie en plezier en dat doet iets met de luisteraar.
Zeker in de wat steviger aangezette rocksongs op de plaat treedt Nikki Lane nadrukkelijk in de voetsporen van zangeressen als Miranda Lambert, Gretchen Wilson en Aubrie Sellers, maar ook op Highway Queen komen weer een aantal decennia countrymuziek voorbij.
Nikki Lane roept ook dit keer herinneringen op aan legendarische countryzangeressen als Loretta Lynn, Patsy Cline, Bobbie Gentry en Kitty Wells, raakt aan de genoemde tijdgenoten en aan topzangeressen als Neko Case en Brandi Carlile en doet me, misschien nog wel meer dan op de vorige plaat, denken aan de op zo treurige wijze om het leven gekomen Kirsty MacColl.
In vocaal opzicht is het alleen maar smullen, maar ook in muzikaal opzicht is het genieten. Voor Highway Queen zijn een aantal geweldige muzikanten opgetrommeld en dat hoor je vooral terug in het geweldige snarenwerk op de plaat, dat alle kanten op schiet, maar altijd imponeert. De ritmesectie vond ik in eerste instantie net wat te zwaar aangezet, maar het voorziet de plaat wel van veel power.
Die power hoor je ook continu in de stem van Nikki Lane, die echter niet alleen als een orkaan kan uithalen, maar ook subtiel en gevoelig kan zingen en op indrukwekkende wijze een aantal uithoeken van de countrymuziek verkent.
Met haar vorige plaat All Or Nothin’ schaarde Nikki Lane zich zoals gezegd onder de beloften van de hedendaagse countrymuziek. Wat mij betreft maakt ze de belofte met deze gloedvolle en energieke plaat meer dan waar. Highway Queen is immers een plaat die je direct vanaf de eerste noten vastgrijpt en pas weer los laat wanneer de laatste noten van de tiende song op de plaat weg ebben.
Er zijn op het moment heel wat getalenteerde countryzangeressen die zagen aan de poten van de tronen van grootheden als Emmylou Harris en Lucinda Williams, maar deze Nikki Lane hoort met het uitstekende Highway Queen absoluut tot de beste van het stel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nikki Lane - Highway Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De in Greenville, South Carolina, geboren Nikki Lane trok met haar in 2011 verschenen debuut Walk Of Shame nog nauwelijks aandacht, maar schaarde zich met het drie jaar later uitgebrachte All Or Nothin’ direct tussen de grote beloften van de alt-country.
Nikki Lane deed dit aan de hand van topproducer Dan Auerbach en maakte indruk met muziek waarin een aantal decennia countrymuziek voorbij kwamen.
De tegenwoordig in Nashville woonachtige singer-songwriter maakte nog veel meer indruk met haar bijzonder krachtige stem, die alle songs op All Or Nothin’ voorzag van het beetje extra dat nodig is om op te vallen binnen het enorme aanbod in het genre.
Voor de opvolger van haar zo bejubelde tweede plaat koos Nikki Lane eens niet voor een producer van naam en faam, maar toonde ze lef. Highway Queen produceerde ze immers samen met haar partner, de nog relatief onbekende singer-songwriter Jonathan Tyler, die niet zo heel lang geleden debuteerde.
Het pakt geweldig uit, want Highway Queen knalt werkelijk uit de speakers. De plaat loopt hiernaast over van passie en plezier en dat doet iets met de luisteraar.
Zeker in de wat steviger aangezette rocksongs op de plaat treedt Nikki Lane nadrukkelijk in de voetsporen van zangeressen als Miranda Lambert, Gretchen Wilson en Aubrie Sellers, maar ook op Highway Queen komen weer een aantal decennia countrymuziek voorbij.
Nikki Lane roept ook dit keer herinneringen op aan legendarische countryzangeressen als Loretta Lynn, Patsy Cline, Bobbie Gentry en Kitty Wells, raakt aan de genoemde tijdgenoten en aan topzangeressen als Neko Case en Brandi Carlile en doet me, misschien nog wel meer dan op de vorige plaat, denken aan de op zo treurige wijze om het leven gekomen Kirsty MacColl.
In vocaal opzicht is het alleen maar smullen, maar ook in muzikaal opzicht is het genieten. Voor Highway Queen zijn een aantal geweldige muzikanten opgetrommeld en dat hoor je vooral terug in het geweldige snarenwerk op de plaat, dat alle kanten op schiet, maar altijd imponeert. De ritmesectie vond ik in eerste instantie net wat te zwaar aangezet, maar het voorziet de plaat wel van veel power.
Die power hoor je ook continu in de stem van Nikki Lane, die echter niet alleen als een orkaan kan uithalen, maar ook subtiel en gevoelig kan zingen en op indrukwekkende wijze een aantal uithoeken van de countrymuziek verkent.
Met haar vorige plaat All Or Nothin’ schaarde Nikki Lane zich zoals gezegd onder de beloften van de hedendaagse countrymuziek. Wat mij betreft maakt ze de belofte met deze gloedvolle en energieke plaat meer dan waar. Highway Queen is immers een plaat die je direct vanaf de eerste noten vastgrijpt en pas weer los laat wanneer de laatste noten van de tiende song op de plaat weg ebben.
Er zijn op het moment heel wat getalenteerde countryzangeressen die zagen aan de poten van de tronen van grootheden als Emmylou Harris en Lucinda Williams, maar deze Nikki Lane hoort met het uitstekende Highway Queen absoluut tot de beste van het stel. Erwin Zijleman
Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971)

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2023, 19:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Harry Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Harry Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971)
Harry Nilsson wordt inmiddels geschaard onder de meest invloedrijke singer-songwriters uit de jaren 70 en dat hoor je op het wat wisselvallige, maar bij vlagen echt geweldige Nilsson Schmilsson uit 1971
Hele hordes singer-songwriters hebben zich de afgelopen decennia laten beïnvloeden door het werk van de Amerikaanse singer-songwriter Harry Nilsson, die tijdens zijn leven zelf niet altijd de waardering kreeg die hij verdiende. Dat heeft hij deels te danken aan een wat wisselvallig oeuvre en ook op zijn beste albums sloeg hij de plank wel eens flink mis. Op Nilsson Schmilsson uit 1971 steekt de Amerikaanse muzikant misschien wel in zijn beste vorm en hoor je goed hoeveel Harry Nilsson te bieden had. Diep in het oeuvre van Harry Nilsson duiken is een hele opgave, maar op Nilsson Schmilsson valt, ook ruim 50 jaar na de release, nog heel veel op zijn plek.
Harry Nilsson wordt op de krenten uit de pop talloze malen genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal, maar het was lang geleden dat ik zelf naar de muziek van de Amerikaanse muzikant had geluisterd, tot ik een tijdje geleden begon met het herontdekken van zijn oeuvre, wat overigens best een hobbelige rit is geworden.
Harry Nilsson dook aan het begin van de jaren 60 op in de muziekscene van Los Angeles, maar wist in eerste instantie weinig aandacht te trekken. Dat veranderde toen het in 1967 verschenen album Pandemonium Shadow Show de aandacht trok van The Beatles, die de Amerikaanse muzikant omarmden. Tussen 1967en 1977 leverde Harry Nilsson ruim een dozijn albums af, waartussen een aantal al dan niet erkende meesterwerken, maar ook een aantal flinke miskleunen.
Mede door verslavingen ging de gezondheid van Harry Nilsson gedurende de jaren 70 snel achteruit en werd zijn stem blijvend aangetast. Toen zijn albums aan het eind van de jaren 70 nauwelijks aandacht meer trokken hield hij het voor gezien, al bleef hij tot aan zijn trieste dood in 1994 aan nieuwe muziek werken (die later postuum verscheen als het verassend goede Losst And Found).
Ik heb een flink stapeltje Harry Nilsson albums in huis, maar er zit er geen een tussen die me van begin tot eind volledig kan overtuigen. Als ik moet kiezen voor een album uit het uiteindelijk nog best imposante oeuvre van Harry Nilsson kies ik voor Nilsson Schmilsson uit 1971. Het is een van de meest toegankelijke albums van de Amerikaanse muzikant, maar ook Nilsson Schmilsson is een album met pieken en dalen, al zijn de pieken hoger dan de dalen diep zijn.
Met Nilsson Schmilsson wilde Harry Nilsson een mainstream popalbum maken, waarvoor hij een beroep deed op de van Barbra Streisand bekende producer Richard Perry. Nilsson Schmilsson werd gemaakt met een heel leger aan sessiemuzikanten en geluidstechnici en het klinkt na al die jaren nog altijd prachtig.
Nilsson Schmilsson is een album dat enorm veel invloed heeft gehad op een latere generatie singer-songwriters, onder wie zeker Rufus Wainwright, maar het is ook een album waarop Harry Nilsson laat horen dat hij songs kan schrijven waarvoor Paul McCartney zich in de jaren 70 niet zou hebben geschaamd. Ook Nilsson Schmilsson is echter een wat wispelturig album dat briljante popsongs kan afwisselen met niemendalletjes of naar mijn smaak net wat te theatraal klinkende popsongs of de onderbroekenlol van een song als Coconut.
De songs met flink wat blazers klinken lekker vet, maar ik hoor Harry Nilsson toch het liefst in de wat meer ingetogen en wat weemoedige popsongs. Nilsson Schmilsson bevat in die categorie met Without You misschien wel de bekendste song van zijn hand en de versie op Nilsson Schmilsson is talloze malen indringender en klinkt vele malen gekwelder dan de vele andere versies die van de song zijn opgenomen.
Omdat Nilsson Schmilsson een van de meest consistente en minst wispelturige albums van Harry Nilsson is, is het een prima kennismaking met de muziek van de gedurende zijn leven wat onderschatte muzikant, al doet een goede verzamelaar het misschien nog wel beter. Ik ben zelf de laatste tijd flink in het bijzondere oeuvre van Harry Nilsson gedoken en het is een oeuvre vol ruwe diamanten, maar ook flink wat minder waardevolle stenen. Met wat meer focus was Harry Nilsson absoluut een van de allergrootsten geworden, maar ook de albums die hij wel maakte mogen zeker niet onderschat worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Harry Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Harry Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971)
Harry Nilsson wordt inmiddels geschaard onder de meest invloedrijke singer-songwriters uit de jaren 70 en dat hoor je op het wat wisselvallige, maar bij vlagen echt geweldige Nilsson Schmilsson uit 1971
Hele hordes singer-songwriters hebben zich de afgelopen decennia laten beïnvloeden door het werk van de Amerikaanse singer-songwriter Harry Nilsson, die tijdens zijn leven zelf niet altijd de waardering kreeg die hij verdiende. Dat heeft hij deels te danken aan een wat wisselvallig oeuvre en ook op zijn beste albums sloeg hij de plank wel eens flink mis. Op Nilsson Schmilsson uit 1971 steekt de Amerikaanse muzikant misschien wel in zijn beste vorm en hoor je goed hoeveel Harry Nilsson te bieden had. Diep in het oeuvre van Harry Nilsson duiken is een hele opgave, maar op Nilsson Schmilsson valt, ook ruim 50 jaar na de release, nog heel veel op zijn plek.
Harry Nilsson wordt op de krenten uit de pop talloze malen genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal, maar het was lang geleden dat ik zelf naar de muziek van de Amerikaanse muzikant had geluisterd, tot ik een tijdje geleden begon met het herontdekken van zijn oeuvre, wat overigens best een hobbelige rit is geworden.
Harry Nilsson dook aan het begin van de jaren 60 op in de muziekscene van Los Angeles, maar wist in eerste instantie weinig aandacht te trekken. Dat veranderde toen het in 1967 verschenen album Pandemonium Shadow Show de aandacht trok van The Beatles, die de Amerikaanse muzikant omarmden. Tussen 1967en 1977 leverde Harry Nilsson ruim een dozijn albums af, waartussen een aantal al dan niet erkende meesterwerken, maar ook een aantal flinke miskleunen.
Mede door verslavingen ging de gezondheid van Harry Nilsson gedurende de jaren 70 snel achteruit en werd zijn stem blijvend aangetast. Toen zijn albums aan het eind van de jaren 70 nauwelijks aandacht meer trokken hield hij het voor gezien, al bleef hij tot aan zijn trieste dood in 1994 aan nieuwe muziek werken (die later postuum verscheen als het verassend goede Losst And Found).
Ik heb een flink stapeltje Harry Nilsson albums in huis, maar er zit er geen een tussen die me van begin tot eind volledig kan overtuigen. Als ik moet kiezen voor een album uit het uiteindelijk nog best imposante oeuvre van Harry Nilsson kies ik voor Nilsson Schmilsson uit 1971. Het is een van de meest toegankelijke albums van de Amerikaanse muzikant, maar ook Nilsson Schmilsson is een album met pieken en dalen, al zijn de pieken hoger dan de dalen diep zijn.
Met Nilsson Schmilsson wilde Harry Nilsson een mainstream popalbum maken, waarvoor hij een beroep deed op de van Barbra Streisand bekende producer Richard Perry. Nilsson Schmilsson werd gemaakt met een heel leger aan sessiemuzikanten en geluidstechnici en het klinkt na al die jaren nog altijd prachtig.
Nilsson Schmilsson is een album dat enorm veel invloed heeft gehad op een latere generatie singer-songwriters, onder wie zeker Rufus Wainwright, maar het is ook een album waarop Harry Nilsson laat horen dat hij songs kan schrijven waarvoor Paul McCartney zich in de jaren 70 niet zou hebben geschaamd. Ook Nilsson Schmilsson is echter een wat wispelturig album dat briljante popsongs kan afwisselen met niemendalletjes of naar mijn smaak net wat te theatraal klinkende popsongs of de onderbroekenlol van een song als Coconut.
De songs met flink wat blazers klinken lekker vet, maar ik hoor Harry Nilsson toch het liefst in de wat meer ingetogen en wat weemoedige popsongs. Nilsson Schmilsson bevat in die categorie met Without You misschien wel de bekendste song van zijn hand en de versie op Nilsson Schmilsson is talloze malen indringender en klinkt vele malen gekwelder dan de vele andere versies die van de song zijn opgenomen.
Omdat Nilsson Schmilsson een van de meest consistente en minst wispelturige albums van Harry Nilsson is, is het een prima kennismaking met de muziek van de gedurende zijn leven wat onderschatte muzikant, al doet een goede verzamelaar het misschien nog wel beter. Ik ben zelf de laatste tijd flink in het bijzondere oeuvre van Harry Nilsson gedoken en het is een oeuvre vol ruwe diamanten, maar ook flink wat minder waardevolle stenen. Met wat meer focus was Harry Nilsson absoluut een van de allergrootsten geworden, maar ook de albums die hij wel maakte mogen zeker niet onderschat worden. Erwin Zijleman
Nilüfer Yanya - Miss Universe (2019)

4,5
2
geplaatst: 27 maart 2019, 17:10 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nilüfer Yanya - Miss Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nilüfer Yanya - Miss Universe
Nilüfer Yanya oogst momenteel veel lof met haar veelkleurige debuut Miss Universe en daar valt echt helemaal niets op af te dingen
De BBC dacht dat ze vorig jaar al zou doorbreken, maar het is net wat later geworden. De vanuit Londen opererende Nilüfer Yanya krijgt uiteenlopende labels opgeplakt, maar op haar debuut laat ze horen dat ze echt met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Miss Universe staat vol met even lekker in het gehoor liggende als avontuurlijke popsongs, maar het zijn popsongs die alle kanten op schieten. Van loom en jazzy tot elektronisch en onderkoeld tot rauw en stekelig. Het ene moment doet ze je denken aan PJ Harvey, het volgende moment aan Sade, het volgende moment weer aan totaal iets anders. En het is echt allemaal even lekker. Knap debuut.
De BBC voorspelt aan het eind van ieder jaar welke muzikanten volgens de Britse staatsomroep in het nieuwe jaar hoge ogen gaan gooien.
Het heeft in het verleden een aantal zeer trefzekere voorspellingen opgeleverd (zo voorspelde de BBC een mooie toekomst voor onder andere Adele, Sam Smith, Ellie Goulding en HAIM), maar aan het eind van 2017 leek de glazen bol van de BBC niet helemaal goed gekalibreerd.
In de lijst met de “Sound for 2018” staan namen als Sigrid, Billie Eilish en Jade Bird en dat zijn allemaal jonge vrouwelijke muzikanten die pas aan het begin van 2019 hun debuut uitbrengen. Hetzelfde geldt voor Nilüfer Yanya, die ook op de lijst van de BBC voor 2018 stond en deze week debuteert met Miss Universe.
Nilüfer Yanya is een singer-songwriter uit Londen met onder andere Turkse roots. Daarvan is niets te horen in haar muziek, maar verder legt de jonge singer-songwriter zichzelf weinig beperkingen op. Miss Universe opent met een computerstem, die in meerdere intermezzo’s op het album terugkeert, maar laat hierna de gitaren ronken in een stevige rocksong. Het is een verrassende start van een album dat vooral in het hokje pop/R&B wordt geduwd.
Bij beluistering van Miss Universe wordt snel duidelijk dat Nilüfer Yanya zich niet in een hokje laat duwen. In de openingstrack klinkt de singer-songwriter nog als een jonge PJ Harvey, die een poging heeft gedaan om een hit te schrijven, maar Miss Universe schiet vervolgens meerdere kanten op. Na de stevige openingstrack kies de Britse singer-songwriter voor een wat meer pop-georiënteerd geluid met invloeden uit de pop, R&B en jazz, maar ook in deze tracks duiken zo nu en dan stevige gitaarriffs op, of flirt Nilüfer Yanya met invloeden uit de postpunk en de new wave.
Miss Universe van Nilüfer Yanya is een vat vol tegenstrijdigheden, maar het is wel een buitengewoon aangenaam vat vol tegenstrijdigheden. Nilüfer Yanya slaagt er op haar debuut in om buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes te combineren met allerlei verrassende wendingen.
Het vaak wat gruizige gitaarwerk op het debuut van Nilüfer Yanya is dik in orde, net als de elektronische accenten en de bijzondere ritmes. Het kleurt allemaal prachtig bij de stem van Nilüfer Yanya die ruw kan uithalen, maar ook ingetogen of soulvol klinken. Dat laatste doet ze vooral in de lome en wat jazzy aandoende tracks, die net als de stevigere tracks op een aangename manier buiten de lijntjes kleuren.
Het maakt van Miss Universe een even mooie als bijzondere plaat, die net zo goed aan PJ Harvey als aan Sade doet denken en die de balans weet te vinden tussen Prince en de Pixies. Hier kan ik nog talloze namen aan toevoegen, maar het noemen van namen doet de muziek van Nilüfer Yanya geen recht. Nilüfer Yanya klinkt uiteindelijk immers vooral als zichzelf.
De BBC voorspelde haar meer dan een jaar geleden al een hele mooie toekomst en die voorspelling kan wat mij betreft alleen maar uitkomen. Nilüfer Yanya heeft met Miss Universe niet alleen een plaat gemaakt met een bijzonder eigen geluid, maar het is er bovendien een die zeer doet uitzien naar alles wat deze bijzondere muzikante nog in haar mars heeft. “Hilariously talented” noemt The Guardian haar en dat is precies zoals het is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nilüfer Yanya - Miss Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nilüfer Yanya - Miss Universe
Nilüfer Yanya oogst momenteel veel lof met haar veelkleurige debuut Miss Universe en daar valt echt helemaal niets op af te dingen
De BBC dacht dat ze vorig jaar al zou doorbreken, maar het is net wat later geworden. De vanuit Londen opererende Nilüfer Yanya krijgt uiteenlopende labels opgeplakt, maar op haar debuut laat ze horen dat ze echt met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Miss Universe staat vol met even lekker in het gehoor liggende als avontuurlijke popsongs, maar het zijn popsongs die alle kanten op schieten. Van loom en jazzy tot elektronisch en onderkoeld tot rauw en stekelig. Het ene moment doet ze je denken aan PJ Harvey, het volgende moment aan Sade, het volgende moment weer aan totaal iets anders. En het is echt allemaal even lekker. Knap debuut.
De BBC voorspelt aan het eind van ieder jaar welke muzikanten volgens de Britse staatsomroep in het nieuwe jaar hoge ogen gaan gooien.
Het heeft in het verleden een aantal zeer trefzekere voorspellingen opgeleverd (zo voorspelde de BBC een mooie toekomst voor onder andere Adele, Sam Smith, Ellie Goulding en HAIM), maar aan het eind van 2017 leek de glazen bol van de BBC niet helemaal goed gekalibreerd.
In de lijst met de “Sound for 2018” staan namen als Sigrid, Billie Eilish en Jade Bird en dat zijn allemaal jonge vrouwelijke muzikanten die pas aan het begin van 2019 hun debuut uitbrengen. Hetzelfde geldt voor Nilüfer Yanya, die ook op de lijst van de BBC voor 2018 stond en deze week debuteert met Miss Universe.
Nilüfer Yanya is een singer-songwriter uit Londen met onder andere Turkse roots. Daarvan is niets te horen in haar muziek, maar verder legt de jonge singer-songwriter zichzelf weinig beperkingen op. Miss Universe opent met een computerstem, die in meerdere intermezzo’s op het album terugkeert, maar laat hierna de gitaren ronken in een stevige rocksong. Het is een verrassende start van een album dat vooral in het hokje pop/R&B wordt geduwd.
Bij beluistering van Miss Universe wordt snel duidelijk dat Nilüfer Yanya zich niet in een hokje laat duwen. In de openingstrack klinkt de singer-songwriter nog als een jonge PJ Harvey, die een poging heeft gedaan om een hit te schrijven, maar Miss Universe schiet vervolgens meerdere kanten op. Na de stevige openingstrack kies de Britse singer-songwriter voor een wat meer pop-georiënteerd geluid met invloeden uit de pop, R&B en jazz, maar ook in deze tracks duiken zo nu en dan stevige gitaarriffs op, of flirt Nilüfer Yanya met invloeden uit de postpunk en de new wave.
Miss Universe van Nilüfer Yanya is een vat vol tegenstrijdigheden, maar het is wel een buitengewoon aangenaam vat vol tegenstrijdigheden. Nilüfer Yanya slaagt er op haar debuut in om buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes te combineren met allerlei verrassende wendingen.
Het vaak wat gruizige gitaarwerk op het debuut van Nilüfer Yanya is dik in orde, net als de elektronische accenten en de bijzondere ritmes. Het kleurt allemaal prachtig bij de stem van Nilüfer Yanya die ruw kan uithalen, maar ook ingetogen of soulvol klinken. Dat laatste doet ze vooral in de lome en wat jazzy aandoende tracks, die net als de stevigere tracks op een aangename manier buiten de lijntjes kleuren.
Het maakt van Miss Universe een even mooie als bijzondere plaat, die net zo goed aan PJ Harvey als aan Sade doet denken en die de balans weet te vinden tussen Prince en de Pixies. Hier kan ik nog talloze namen aan toevoegen, maar het noemen van namen doet de muziek van Nilüfer Yanya geen recht. Nilüfer Yanya klinkt uiteindelijk immers vooral als zichzelf.
De BBC voorspelde haar meer dan een jaar geleden al een hele mooie toekomst en die voorspelling kan wat mij betreft alleen maar uitkomen. Nilüfer Yanya heeft met Miss Universe niet alleen een plaat gemaakt met een bijzonder eigen geluid, maar het is er bovendien een die zeer doet uitzien naar alles wat deze bijzondere muzikante nog in haar mars heeft. “Hilariously talented” noemt The Guardian haar en dat is precies zoals het is. Erwin Zijleman
Nilüfer Yanya - My Method Actor (2024)

4,5
0
geplaatst: 16 september 2024, 16:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nilüfer Yanya - My Method Actor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nilüfer Yanya - My Method Actor
Nilüfer Yanya maakte al twee geweldige albums, die terecht werden overladen met superlatieven, en ook haar nieuwe album My Method Actor laat weer horen hoe goed en eigenzinnig ze is
De muziek van Nilüfer Yanya laat zich tot nu toe niet in een hokje duwen. De muzikante uit Londen verwerkt uiteenlopende invloeden in haar muziek en schuwt hierbij de uitersten niet. Het wordt allemaal mooi gecombineerd in de trefzekere productie van Wilma Archer, die het geluid van Nilüfer Yanya steeds een andere kant op duwt. De ene keer is het duidelijk rock, de volgende keer meer pop met invloeden uit de R&B en jazz, maar een stempel duwen op de muziek van Nilüfer Yanya blijft lastig zo niet onmogelijk. My Method Actor klinkt weer net wat anders dan de vorige twee albums en laat horen dat de muzikante uit Londen zich nog steeds ontwikkelt. Wat een talent.
Miss Universe, het debuutalbum van de vanuit Londen opererende muzikante Nilüfer Yanya, is inmiddels al weer ruim vijf jaar oud. De muzikante met Ierse en Turkse roots werd al ruim voor de release van haar debuutalbum een hele mooie toekomst voorspeld, maar ze is vijf jaar later nog lang niet zo bekend als ze inmiddels zou moeten zijn.
Nilüfer Yanya leverde met Miss Universe een verbluffend goed debuutalbum af. Het is een album dat van de hak op de tak sprong en zich het beste liet omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden. Miss Universe bevatte een aantal lome en wat jazzy songs, maar ook een aantal wat ruwere rocksongs, wat verklaart dat de Britse muzikante het ene moment werd vergeleken met Sade en het volgende moment met PJ Harvey. Vergelijken was uiteindelijk zinloos, want Miss Universe versprong continu van kleur.
Dat deed de muziek van Nilüfer Yanya ook op het aan het begin van 2022 verschenen PAINLESS, dat nog wat diverser en ook nog wat beter was. Op PAINLESS sleepte Nilüfer Yanya er nog wat invloeden bij en bestreek ze het hele palet van lome R&B tot en met stekelige indierock met een postpunk vibe in songs die de fantasie stevig prikkelden.
Deze week is het derde album van Nilüfer Yanya verschenen en ook My Method Actor laat weer horen dat de muzikante uit Londen niet alleen zeer getalenteerd is, maar ook bijzonder eigenzinnig. Het geluid van Nilüfer Yanya is na twee albums weliswaar bekend, maar desondanks is ook My Method Actor weer vanaf de eerste noten verrassend.
De openingstrack van het album mixt uiteenlopende invloeden door elkaar, waarna de stem van de Britse muzikante het afmaakt. De muziek van Nilüfer Yanya is nog altijd lastig te omschrijven. Het is muziek die aan de ene kant is verankerd in de rockmuziek, maar het is ook muziek die tegen pop aan schuurt met uitstapjes richting R&B, hiphop en jazz.
De muzikante uit Londen werkt op haar nieuwe album wederom samen met producer Wilma Archer (ook bekend als Will Archer of Slime), die het geluid op My Method Actor heeft volgestopt met bijzondere ingrediënten en die tekent voor een groot deel van de instrumenten die op het album zijn te horen.
De gitaren klinken bij vlagen gruizig en worden vaak gecombineerd met bijzondere en zo nu en dan triphop achtige ritmes, stevig aangezette bassen en afwisselend subtiele en zwaar aangezette bijdragen van keyboards, pedal steel en strijkers. De instrumentatie op het album klinkt met name in de uptempo songs complex, wat songs van Nilüfer Yanya een duidelijk eigen karakter geeft.
Dat eigen karakter hoor je overigens ook in de meer ingetogen en de wat jazzier en soulvoller klinkende songs die domineren op het tweede deel van het album. Met name in deze songs vind ik de stem van Nilüfer Yanya persoonlijk op zijn mooist en ook mooier dan op haar eerste twee albums.
Door alle bijzondere ingrediënten en de vele wendingen in de songs op My Method Actor is het een album waarop je nog heel lang nieuwe dingen blijft horen en alles is even mooi. Vergeleken met de vorige twee albums is My Method Actor wat minder stevig of heftig, maar ook als Nilüfer Yanya kiest voor betrekkelijk sobere en behoorlijk toegankelijke popsongs heeft ze iets dat haar onderscheidt van de meeste andere muzikanten van het moment. Razendknap album weer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nilüfer Yanya - My Method Actor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nilüfer Yanya - My Method Actor
Nilüfer Yanya maakte al twee geweldige albums, die terecht werden overladen met superlatieven, en ook haar nieuwe album My Method Actor laat weer horen hoe goed en eigenzinnig ze is
De muziek van Nilüfer Yanya laat zich tot nu toe niet in een hokje duwen. De muzikante uit Londen verwerkt uiteenlopende invloeden in haar muziek en schuwt hierbij de uitersten niet. Het wordt allemaal mooi gecombineerd in de trefzekere productie van Wilma Archer, die het geluid van Nilüfer Yanya steeds een andere kant op duwt. De ene keer is het duidelijk rock, de volgende keer meer pop met invloeden uit de R&B en jazz, maar een stempel duwen op de muziek van Nilüfer Yanya blijft lastig zo niet onmogelijk. My Method Actor klinkt weer net wat anders dan de vorige twee albums en laat horen dat de muzikante uit Londen zich nog steeds ontwikkelt. Wat een talent.
Miss Universe, het debuutalbum van de vanuit Londen opererende muzikante Nilüfer Yanya, is inmiddels al weer ruim vijf jaar oud. De muzikante met Ierse en Turkse roots werd al ruim voor de release van haar debuutalbum een hele mooie toekomst voorspeld, maar ze is vijf jaar later nog lang niet zo bekend als ze inmiddels zou moeten zijn.
Nilüfer Yanya leverde met Miss Universe een verbluffend goed debuutalbum af. Het is een album dat van de hak op de tak sprong en zich het beste liet omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden. Miss Universe bevatte een aantal lome en wat jazzy songs, maar ook een aantal wat ruwere rocksongs, wat verklaart dat de Britse muzikante het ene moment werd vergeleken met Sade en het volgende moment met PJ Harvey. Vergelijken was uiteindelijk zinloos, want Miss Universe versprong continu van kleur.
Dat deed de muziek van Nilüfer Yanya ook op het aan het begin van 2022 verschenen PAINLESS, dat nog wat diverser en ook nog wat beter was. Op PAINLESS sleepte Nilüfer Yanya er nog wat invloeden bij en bestreek ze het hele palet van lome R&B tot en met stekelige indierock met een postpunk vibe in songs die de fantasie stevig prikkelden.
Deze week is het derde album van Nilüfer Yanya verschenen en ook My Method Actor laat weer horen dat de muzikante uit Londen niet alleen zeer getalenteerd is, maar ook bijzonder eigenzinnig. Het geluid van Nilüfer Yanya is na twee albums weliswaar bekend, maar desondanks is ook My Method Actor weer vanaf de eerste noten verrassend.
De openingstrack van het album mixt uiteenlopende invloeden door elkaar, waarna de stem van de Britse muzikante het afmaakt. De muziek van Nilüfer Yanya is nog altijd lastig te omschrijven. Het is muziek die aan de ene kant is verankerd in de rockmuziek, maar het is ook muziek die tegen pop aan schuurt met uitstapjes richting R&B, hiphop en jazz.
De muzikante uit Londen werkt op haar nieuwe album wederom samen met producer Wilma Archer (ook bekend als Will Archer of Slime), die het geluid op My Method Actor heeft volgestopt met bijzondere ingrediënten en die tekent voor een groot deel van de instrumenten die op het album zijn te horen.
De gitaren klinken bij vlagen gruizig en worden vaak gecombineerd met bijzondere en zo nu en dan triphop achtige ritmes, stevig aangezette bassen en afwisselend subtiele en zwaar aangezette bijdragen van keyboards, pedal steel en strijkers. De instrumentatie op het album klinkt met name in de uptempo songs complex, wat songs van Nilüfer Yanya een duidelijk eigen karakter geeft.
Dat eigen karakter hoor je overigens ook in de meer ingetogen en de wat jazzier en soulvoller klinkende songs die domineren op het tweede deel van het album. Met name in deze songs vind ik de stem van Nilüfer Yanya persoonlijk op zijn mooist en ook mooier dan op haar eerste twee albums.
Door alle bijzondere ingrediënten en de vele wendingen in de songs op My Method Actor is het een album waarop je nog heel lang nieuwe dingen blijft horen en alles is even mooi. Vergeleken met de vorige twee albums is My Method Actor wat minder stevig of heftig, maar ook als Nilüfer Yanya kiest voor betrekkelijk sobere en behoorlijk toegankelijke popsongs heeft ze iets dat haar onderscheidt van de meeste andere muzikanten van het moment. Razendknap album weer. Erwin Zijleman
Nilüfer Yanya - PAINLESS (2022)

4,5
4
geplaatst: 5 maart 2022, 10:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nilüfer Yanya - PAINLESS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nilüfer Yanya - PAINLESS
Nilüfer Yanya maakte bijna drie jaar geleden flink wat indruk met haar debuutalbum Miss Universe, waarop ze een uniek eigen geluid liet horen, dat ze op haar nieuwe album verder vervolmaakt
Als ik probeer om Painless van Nilüfer Yanya te vergelijken met de muziek van anderen, kom ik met een wat onsamenhangend lijstje namen op de proppen. De eigenzinnige muzikante uit Londen laat zich door van alles en nog wat beïnvloeden en smeedt alle inspiratie aan elkaar in een uniek eigen geluid. In muzikaal opzicht schiet het niet alleen alle kanten op, maar klinkt het allemaal ook nog eens fantastisch, wat ook geldt voor de soulvolle stem van de Britse muzikante. Met Miss Universe leverde Nilüfer Yanya een prachtdebuut af, maar Painless is op alle fronten beter en is bovendien wat toegankelijker, zonder dat er al te veel concessies worden gedaan. Het levert een fascinerend album op dat alleen maar spannender wordt.
De Britse muzikante Nilüfer Yanya, die overigens Ierse en Turkse roots heeft, werd al een paar jaar een grote belofte voor de toekomst genoemd toen ze drie jaar geleden haar debuutalbum Miss Universe uitbracht. Het album maakte de belofte wat mij betreft meer dan waar. Nilüfer Yanya maakte op Miss Universe indruk met eigenzinnige songs waarin ze een grote verscheidenheid aan invloeden verwerkte. Ik noemde zowel PJ Harvey als Sade als vergelijkingsmateriaal in mijn recensie van het album en dat zegt waarschijnlijk genoeg over de veelzijdigheid van de Britse muzikante.
Op het vorig jaar verschenen mini-album Inside Out liet Nilüfer Yanya horen dat ze ook op de drie EP’s die ze maakte voor Miss Universe interessant materiaal stond, maar deze week verschijnt, na bijna drie jaar wachten, nieuw materiaal van de eigenzinnige muzikante. PAINLESS (ik zal het één keer in de voorgeschreven hoofdletters typen) trekt de lijn van Miss Universe door, maar laat ook de ontwikkeling van de muzikante uit Londen horen.
Painless springt wat minder van de hak op de tak dan zijn voorganger en is ook van een wat consistentere kwaliteit. Het betekent zeker niet dat het tweede album van Nilüfer Yanya een eenvormig album is, want ook Painless schiet meerdere kanten op. De Britse muzikante laat zich nog altijd door van alles en nog wat beïnvloeden en schakelt op fascinerende wijze tussen pop en rock.
In de wat stekeligere songs op het album hoor ik nog steeds wel wat van PJ Harvey, maar op Painless hoor ik vooral Nilüfer Yanya. De twaalf songs op het album laten zich veelvuldig inspireren door invloeden uit de jaren 80 en 90, met een voorliefde voor new wave, indierock, postpunk, triphop en een vleugje Prince, maar uiteindelijk is Painless een album dat met beide benen in het heden staat en een uniek geluid laat horen.
Het is een album dat zeer verschillende invloeden verwerkt, maar dat als geheel niet in een hokje is te duwen. In veel songs op het album domineren gitaarlijnen met echo’s uit een aantal decennia Britse gitaarmuziek, maar Painless klinkt ook soulvol. Dat laatste is deels de verdienste van de warme en soulvolle stem van Nilüfer Yanya, maar ook in muzikaal opzicht schuift het album af en toe op richting soul en R&B, wat fraai contrasteert met het eerder uit de indierock afkomstige gitaarwerk.
De songs van de Britse muzikante zijn ook dit keer eigenzinnig en avontuurlijk. In een aantal songs hoor ik zoals gezegd flarden PJ Harvey, maar Nilüfer Yanya heeft zich ook absoluut laten beïnvloeden door Radiohead, om nog maar eens een naam te noemen, maar ze gooit er net zo makkelijk wat triphop beats tegenaan. Met het noemen van namen doe je de muziek van Nilüfer Yanya overigens alleen maar te kort, want vergelijkingsmateriaal verdwijnt over het algemeen net zo snel als het zich heeft aangediend.
Hoewel Painless deels in het verlengde ligt van zijn voorganger, is het uiteindelijk toch een totaal ander album geworden. De songs zijn wat minder staccato en ook wat melodieuzer en waar de zang en voordracht van Nilüfer Yanya op haar debuut vooral extravert was, klinkt ze op haar nieuwe album wat introverter en melancholischer.
Painless is een album dat je meerdere keren moet horen voordat alles op zijn plek valt, maar als dat eenmaal gebeurd is , zal duidelijk zijn dat Nilüfer Yanya een ontzettend knap en zeer interessant album heeft afgeleverd. Ik sla Painless inmiddels nog een stuk hoger aan dan het briljante Miss Universe. Het moet genoeg zeggen over de torenhoge kwaliteit van dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nilüfer Yanya - PAINLESS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nilüfer Yanya - PAINLESS
Nilüfer Yanya maakte bijna drie jaar geleden flink wat indruk met haar debuutalbum Miss Universe, waarop ze een uniek eigen geluid liet horen, dat ze op haar nieuwe album verder vervolmaakt
Als ik probeer om Painless van Nilüfer Yanya te vergelijken met de muziek van anderen, kom ik met een wat onsamenhangend lijstje namen op de proppen. De eigenzinnige muzikante uit Londen laat zich door van alles en nog wat beïnvloeden en smeedt alle inspiratie aan elkaar in een uniek eigen geluid. In muzikaal opzicht schiet het niet alleen alle kanten op, maar klinkt het allemaal ook nog eens fantastisch, wat ook geldt voor de soulvolle stem van de Britse muzikante. Met Miss Universe leverde Nilüfer Yanya een prachtdebuut af, maar Painless is op alle fronten beter en is bovendien wat toegankelijker, zonder dat er al te veel concessies worden gedaan. Het levert een fascinerend album op dat alleen maar spannender wordt.
De Britse muzikante Nilüfer Yanya, die overigens Ierse en Turkse roots heeft, werd al een paar jaar een grote belofte voor de toekomst genoemd toen ze drie jaar geleden haar debuutalbum Miss Universe uitbracht. Het album maakte de belofte wat mij betreft meer dan waar. Nilüfer Yanya maakte op Miss Universe indruk met eigenzinnige songs waarin ze een grote verscheidenheid aan invloeden verwerkte. Ik noemde zowel PJ Harvey als Sade als vergelijkingsmateriaal in mijn recensie van het album en dat zegt waarschijnlijk genoeg over de veelzijdigheid van de Britse muzikante.
Op het vorig jaar verschenen mini-album Inside Out liet Nilüfer Yanya horen dat ze ook op de drie EP’s die ze maakte voor Miss Universe interessant materiaal stond, maar deze week verschijnt, na bijna drie jaar wachten, nieuw materiaal van de eigenzinnige muzikante. PAINLESS (ik zal het één keer in de voorgeschreven hoofdletters typen) trekt de lijn van Miss Universe door, maar laat ook de ontwikkeling van de muzikante uit Londen horen.
Painless springt wat minder van de hak op de tak dan zijn voorganger en is ook van een wat consistentere kwaliteit. Het betekent zeker niet dat het tweede album van Nilüfer Yanya een eenvormig album is, want ook Painless schiet meerdere kanten op. De Britse muzikante laat zich nog altijd door van alles en nog wat beïnvloeden en schakelt op fascinerende wijze tussen pop en rock.
In de wat stekeligere songs op het album hoor ik nog steeds wel wat van PJ Harvey, maar op Painless hoor ik vooral Nilüfer Yanya. De twaalf songs op het album laten zich veelvuldig inspireren door invloeden uit de jaren 80 en 90, met een voorliefde voor new wave, indierock, postpunk, triphop en een vleugje Prince, maar uiteindelijk is Painless een album dat met beide benen in het heden staat en een uniek geluid laat horen.
Het is een album dat zeer verschillende invloeden verwerkt, maar dat als geheel niet in een hokje is te duwen. In veel songs op het album domineren gitaarlijnen met echo’s uit een aantal decennia Britse gitaarmuziek, maar Painless klinkt ook soulvol. Dat laatste is deels de verdienste van de warme en soulvolle stem van Nilüfer Yanya, maar ook in muzikaal opzicht schuift het album af en toe op richting soul en R&B, wat fraai contrasteert met het eerder uit de indierock afkomstige gitaarwerk.
De songs van de Britse muzikante zijn ook dit keer eigenzinnig en avontuurlijk. In een aantal songs hoor ik zoals gezegd flarden PJ Harvey, maar Nilüfer Yanya heeft zich ook absoluut laten beïnvloeden door Radiohead, om nog maar eens een naam te noemen, maar ze gooit er net zo makkelijk wat triphop beats tegenaan. Met het noemen van namen doe je de muziek van Nilüfer Yanya overigens alleen maar te kort, want vergelijkingsmateriaal verdwijnt over het algemeen net zo snel als het zich heeft aangediend.
Hoewel Painless deels in het verlengde ligt van zijn voorganger, is het uiteindelijk toch een totaal ander album geworden. De songs zijn wat minder staccato en ook wat melodieuzer en waar de zang en voordracht van Nilüfer Yanya op haar debuut vooral extravert was, klinkt ze op haar nieuwe album wat introverter en melancholischer.
Painless is een album dat je meerdere keren moet horen voordat alles op zijn plek valt, maar als dat eenmaal gebeurd is , zal duidelijk zijn dat Nilüfer Yanya een ontzettend knap en zeer interessant album heeft afgeleverd. Ik sla Painless inmiddels nog een stuk hoger aan dan het briljante Miss Universe. Het moet genoeg zeggen over de torenhoge kwaliteit van dit album. Erwin Zijleman
Nina June - Meet Me on the Edge of Our Ruin (2021)

4,5
1
geplaatst: 9 december 2021, 12:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nina June - Meet Me On The Edge Of Our Ruin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina June - Meet Me On The Edge Of Our Ruin
Nina June imponeert op haar vierde album als zangeres en levert met het ook nog eens prachtig ingekleurde Meet Me On The Edge Of Our Ruin een geweldig album vol internationale allure af
Ik had nog niet eerder kennis gemaakt met de muziek van de Nederlandse singer-songwriter Nina June, maar haar vierde album Meet Me On The Edge Of Our Ruin is in alle opzichten een voltreffer. De instrumentatie en arrangementen zijn sfeervol en trefzeker, de songs steken stuk voor stuk knap in elkaar, maar klinken ook aangenaam en tijdloos, de teksten gaan ergens over en Nina June is boven alles een zeer getalenteerd zangeres, die de concurrentie, nationaal en internationaal, met twee vingers in de neus aan kan. Het levert een sfeervol album op dat in deze donkere tijden wonderen kan verrichten, maar Meet Me On The Edge Of Our Ruin is er ook absoluut een voor de jaarlijstjes, al is hiervoor de releasedatum helaas wat ongelukkig.
De Nederlandse singer-songwriter Nina June (geboren als Nienke Paardekoper) bracht vorige week haar vierde album uit, maar Meet Me On The Edge Of Our Ruin is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een kennismaking die naar veel maar smaakt, want wat is het nieuwe album van de Nederlandse muzikante een aangenaam, mooi en in kwalitatief opzicht hoogstaand album.
Direct vanaf de openingstrack maakt Nina June indruk met een mooie en veelzijdige stem, met bijzonder fraai ingekleurde songs en bovendien met songs die niet alleen lekker in het gehoor liggen, maar ook knap in elkaar zitten, waardoor haar nieuwe album van alles met je doet en maar blijft verbazen.
Het klankentapijt op Meet Me On The Edge Of Our Ruin is lekker vol, maar de muziek van Nina June klinkt ook warm en is bovendien zeer sfeervol. Het is een organisch klinkend geluid, waarin hoorbaar flink wat instrumenten zijn gebruikt en waarin strijkers zorgen voor stemmige klanken. Het past allemaal prachtig bij de stem van Nina June, die haar vocalen hier en daar in een aantal lagen opstapelt.
Meet Me On The Edge Of Our Ruin ademt direct vanaf de eerste noten kwaliteit en deze kwaliteit houdt de Nederlandse singer-songwriter het hele album vast. Nina June heeft met Meet Me On The Edge Of Our Ruin een tijdloos singer-songwriter album gemaakt en het is er een van een soort die we tegenwoordig veel te weinig horen.
In een tijd waarin het mode is om het grootste deel van de tijd voluit te zingen, zijn de fraai gedoseerde vocalen van de Nederlandse muzikante een verademing. Nina June zingt met veel precisie en ook met veel gevoel, waardoor de songs op Meet Me On The Edge Of Our Ruin, in ieder geval voor mij, beschikken over een vrijwel onweerstaanbare hoeveelheid verleiding.
Door mijn onbekendheid met de muziek van Nina June, liet ik het album vorige week nog liggen, maar sinds de eerste beluistering van de songs op het album, ben ik verliefd op haar muziek en die liefde wordt alleen maar sterker, want wat dringt dit album zich genadeloos op.
Het geluid is bijzonder mooi, de zang is prachtig, maar ook de songs op Meet Me On The Edge Of Our Ruin zijn van een bijzondere schoonheid. Het zijn tijdloze songs die direct bij eerste beluistering bijzonder aangenaam in het gehoor liggen, maar hoe vaker ik de songs op het vierde album van Nina June hoor, hoe intenser ik ze wil koesteren.
Zeker door de warme vocalen en de stemmige strijkers, is dit een album dat het uitstekend doet in het huidige seizoen en nog wat beter in een koude decembermaand met een avond lockdown. Ik kan me echter zomaar voorstellen dat Meet Me On The Edge Of Our Ruin van Nina June ook de eerste lentedagen en zwoele zomeravonden van 2022 prachtig gaat inkleuren.
Vrijwel alle songs op het album klinken zwoel en zorgeloos, maar luister naar de teksten op het album en je hoort dat Nina June zich wel degelijk druk maakt om de grote wereldproblemen van het moment en bovendien persoonlijk wel het een en ander heeft meegemaakt. Het geeft haar geweldige zang nog wat extra lading.
Net als het album van de eveneens uit Nederland afkomstige Celine Cairo heeft Nina June een album gemaakt dat er niet alleen in nationaal maar ook in internationaal opzicht uitspringt. Ik denk niet dat ik dit jaar veel zangeressen heb gehoord die beter zijn dan Nina June en ik heb er echt heel veel gehoord. Ook het geluid op het album, de arrangementen en de songs op Meet Me On The Edge Of Our Ruin beschikken over volop internationale allure. Koesteren dit album dus, dat overigens wel schreeuwt om een release op vinyl! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nina June - Meet Me On The Edge Of Our Ruin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina June - Meet Me On The Edge Of Our Ruin
Nina June imponeert op haar vierde album als zangeres en levert met het ook nog eens prachtig ingekleurde Meet Me On The Edge Of Our Ruin een geweldig album vol internationale allure af
Ik had nog niet eerder kennis gemaakt met de muziek van de Nederlandse singer-songwriter Nina June, maar haar vierde album Meet Me On The Edge Of Our Ruin is in alle opzichten een voltreffer. De instrumentatie en arrangementen zijn sfeervol en trefzeker, de songs steken stuk voor stuk knap in elkaar, maar klinken ook aangenaam en tijdloos, de teksten gaan ergens over en Nina June is boven alles een zeer getalenteerd zangeres, die de concurrentie, nationaal en internationaal, met twee vingers in de neus aan kan. Het levert een sfeervol album op dat in deze donkere tijden wonderen kan verrichten, maar Meet Me On The Edge Of Our Ruin is er ook absoluut een voor de jaarlijstjes, al is hiervoor de releasedatum helaas wat ongelukkig.
De Nederlandse singer-songwriter Nina June (geboren als Nienke Paardekoper) bracht vorige week haar vierde album uit, maar Meet Me On The Edge Of Our Ruin is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een kennismaking die naar veel maar smaakt, want wat is het nieuwe album van de Nederlandse muzikante een aangenaam, mooi en in kwalitatief opzicht hoogstaand album.
Direct vanaf de openingstrack maakt Nina June indruk met een mooie en veelzijdige stem, met bijzonder fraai ingekleurde songs en bovendien met songs die niet alleen lekker in het gehoor liggen, maar ook knap in elkaar zitten, waardoor haar nieuwe album van alles met je doet en maar blijft verbazen.
Het klankentapijt op Meet Me On The Edge Of Our Ruin is lekker vol, maar de muziek van Nina June klinkt ook warm en is bovendien zeer sfeervol. Het is een organisch klinkend geluid, waarin hoorbaar flink wat instrumenten zijn gebruikt en waarin strijkers zorgen voor stemmige klanken. Het past allemaal prachtig bij de stem van Nina June, die haar vocalen hier en daar in een aantal lagen opstapelt.
Meet Me On The Edge Of Our Ruin ademt direct vanaf de eerste noten kwaliteit en deze kwaliteit houdt de Nederlandse singer-songwriter het hele album vast. Nina June heeft met Meet Me On The Edge Of Our Ruin een tijdloos singer-songwriter album gemaakt en het is er een van een soort die we tegenwoordig veel te weinig horen.
In een tijd waarin het mode is om het grootste deel van de tijd voluit te zingen, zijn de fraai gedoseerde vocalen van de Nederlandse muzikante een verademing. Nina June zingt met veel precisie en ook met veel gevoel, waardoor de songs op Meet Me On The Edge Of Our Ruin, in ieder geval voor mij, beschikken over een vrijwel onweerstaanbare hoeveelheid verleiding.
Door mijn onbekendheid met de muziek van Nina June, liet ik het album vorige week nog liggen, maar sinds de eerste beluistering van de songs op het album, ben ik verliefd op haar muziek en die liefde wordt alleen maar sterker, want wat dringt dit album zich genadeloos op.
Het geluid is bijzonder mooi, de zang is prachtig, maar ook de songs op Meet Me On The Edge Of Our Ruin zijn van een bijzondere schoonheid. Het zijn tijdloze songs die direct bij eerste beluistering bijzonder aangenaam in het gehoor liggen, maar hoe vaker ik de songs op het vierde album van Nina June hoor, hoe intenser ik ze wil koesteren.
Zeker door de warme vocalen en de stemmige strijkers, is dit een album dat het uitstekend doet in het huidige seizoen en nog wat beter in een koude decembermaand met een avond lockdown. Ik kan me echter zomaar voorstellen dat Meet Me On The Edge Of Our Ruin van Nina June ook de eerste lentedagen en zwoele zomeravonden van 2022 prachtig gaat inkleuren.
Vrijwel alle songs op het album klinken zwoel en zorgeloos, maar luister naar de teksten op het album en je hoort dat Nina June zich wel degelijk druk maakt om de grote wereldproblemen van het moment en bovendien persoonlijk wel het een en ander heeft meegemaakt. Het geeft haar geweldige zang nog wat extra lading.
Net als het album van de eveneens uit Nederland afkomstige Celine Cairo heeft Nina June een album gemaakt dat er niet alleen in nationaal maar ook in internationaal opzicht uitspringt. Ik denk niet dat ik dit jaar veel zangeressen heb gehoord die beter zijn dan Nina June en ik heb er echt heel veel gehoord. Ook het geluid op het album, de arrangementen en de songs op Meet Me On The Edge Of Our Ruin beschikken over volop internationale allure. Koesteren dit album dus, dat overigens wel schreeuwt om een release op vinyl! Erwin Zijleman
Nina Maia - INTEIRA (2024)

4,5
0
geplaatst: 15 november 2024, 20:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nina Maia - INTEIRA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina Maia - INTEIRA
De Braziliaanse muzikante Nina Maia is pas 21 jaar oud, maar heeft met INTEIRA een album gemaakt dat je van je sokken blaast met de fascinerende muziek vol bijzondere invloeden en haar betoverend mooie stem
INTEIRA, het debuutalbum van Nina Maia, had ik zonder een tipgever nooit ontdekt en wat ben ik blij met deze tip. Nina Maia komt uit het Braziliaanse São Paulo en dat hoor je in haar muziek, die subtiele invloeden uit de Braziliaanse muziek verwerkt, en in haar Portugese teksten. De jonge Braziliaanse muzikante blijft echter zeker niet hangen in de zonnige Braziliaanse klanken die we kennen uit het verleden en sleept er op haar debuutalbum van alles bij. INTEIRA is daarom niet in een hokje te duwen en is bovendien een album dat je blijft verassen. De muziek op het album is echt prachtig, maar de stem van Nina Maia is nog wat mooier. Het levert een heel bijzonder en werkelijk wonderschoon album op.
Journalist Guuz Hoogaerts, onder andere bekend van de website Filles Sourires, tipt me met enige regelmaat interessante albums van Franse of in ieder geval Franstalige zangeressen (later in de week besteed ik aandacht aan het album van de Zwitserse muzikante Meimuna). De tip van deze week gaat een andere kant op, want Nina Maia komt uit het Braziliaanse São Paulo en zingt in het Portugees.
Ik volg de Braziliaanse muziek nog een stuk minder intensief dan de Franse popmuziek en ben het afgelopen twee decennia vooral blijven hangen bij Bebel Gilberto (die New York als thuisbasis heeft) en Céu. Laatstgenoemde komt net als Nina Maia uit São Paulo en geeft op haar albums een eigen draai aan verschillende genres binnen de Braziliaanse muziek. Nina Maia doet dit op haar debuutalbum INTEIRA ook, maar blijft nog een stuk verder verwijderd van de traditionele Braziliaanse muziek.
Nina Maia, die niet alleen zangeres is maar ook muzikante en producer, maakt al sinds haar veertiende muziek en is inmiddels 21 jaar oud. Op INTEIRA maakt ze muziek die het zwoele, zonnige en verleidelijke heeft van de Braziliaanse muziek die we kennen, maar als je wat beter naar het album luistert hoor je dat ze vooral andere invloeden verwerkt.
INTEIRA klinkt met enige regelmaat aangenaam jazzy, maar Nina Maia experimenteert ook met elektronica en bijzondere ritmes en is ook niet bang voor accenten uit de neoklassieke muziek, wat haar muziek, samen met het subtiele laagje Braziliaanse muziek en de Portugese teksten, een uniek eigen karakter geeft.
In muzikaal opzicht is INTEIRA een bijzonder mooi klinkend album, maar het is ook een interessant album, dat steeds weer verrast met bijzondere klanken en onverwachte wendingen. Die klanken komen aan de ene kant van de piano van Nina Maia en van akoestische gitaren, maar worden ook verrijkt met bijdragen van zowel strijkers als elektronica en met percussie.
In een aantal tracks schuift Nina Maia zelfs wat op richting de eigenzinnige indiepop van het moment, maar dan wel overgoten met een subtiel Braziliaans sausje. De muziek op INTEIRA, die ook verrassend subtiel en akoestisch kan klinken, houdt je op het puntje van je stoel, maar in vocaal opzicht vind ik het debuutalbum van Nina Maia misschien nog wel indrukwekkender.
De jonge Braziliaanse muzikante beschikt over een heldere en zuivere stem en het is een stem die ouder klinkt dan de 21 lentes die Nina Maia telt. De Braziliaanse muzikante zingt met veel gevoel, maar kan haar stem ook atmosferischer en zweveriger laten klinken, want fraai combineert met de wonderschone muziek op INTEIRA.
Zeker als Nina Maia het experiment opzoekt in haar songs, en dat doet ze met grote regelmaat, is INTEIRA een razend spannend album, dat op hetzelfde moment ook uitnodigt tot wegdromen in de Braziliaanse zon. Ik volg de Braziliaanse popmuziek zoals gezegd niet op de voet, maar als er meer albums als het debuutalbum van Nina Maia worden gemaakt, missen we in Europa en de Verenigde Staten echt heel veel.
Het enige dat ik heb aan te merken op het album is dat INTEIRA met acht tracks en een klein half uur muziek eigenlijk meer een mini-album is. Het is er gelukkig wel een waarop zoveel gebeurt dat je niet het idee hebt dat je naar een kort album luistert, maar het is er ook zeker een een die echt naar heel veel meer smaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nina Maia - INTEIRA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina Maia - INTEIRA
De Braziliaanse muzikante Nina Maia is pas 21 jaar oud, maar heeft met INTEIRA een album gemaakt dat je van je sokken blaast met de fascinerende muziek vol bijzondere invloeden en haar betoverend mooie stem
INTEIRA, het debuutalbum van Nina Maia, had ik zonder een tipgever nooit ontdekt en wat ben ik blij met deze tip. Nina Maia komt uit het Braziliaanse São Paulo en dat hoor je in haar muziek, die subtiele invloeden uit de Braziliaanse muziek verwerkt, en in haar Portugese teksten. De jonge Braziliaanse muzikante blijft echter zeker niet hangen in de zonnige Braziliaanse klanken die we kennen uit het verleden en sleept er op haar debuutalbum van alles bij. INTEIRA is daarom niet in een hokje te duwen en is bovendien een album dat je blijft verassen. De muziek op het album is echt prachtig, maar de stem van Nina Maia is nog wat mooier. Het levert een heel bijzonder en werkelijk wonderschoon album op.
Journalist Guuz Hoogaerts, onder andere bekend van de website Filles Sourires, tipt me met enige regelmaat interessante albums van Franse of in ieder geval Franstalige zangeressen (later in de week besteed ik aandacht aan het album van de Zwitserse muzikante Meimuna). De tip van deze week gaat een andere kant op, want Nina Maia komt uit het Braziliaanse São Paulo en zingt in het Portugees.
Ik volg de Braziliaanse muziek nog een stuk minder intensief dan de Franse popmuziek en ben het afgelopen twee decennia vooral blijven hangen bij Bebel Gilberto (die New York als thuisbasis heeft) en Céu. Laatstgenoemde komt net als Nina Maia uit São Paulo en geeft op haar albums een eigen draai aan verschillende genres binnen de Braziliaanse muziek. Nina Maia doet dit op haar debuutalbum INTEIRA ook, maar blijft nog een stuk verder verwijderd van de traditionele Braziliaanse muziek.
Nina Maia, die niet alleen zangeres is maar ook muzikante en producer, maakt al sinds haar veertiende muziek en is inmiddels 21 jaar oud. Op INTEIRA maakt ze muziek die het zwoele, zonnige en verleidelijke heeft van de Braziliaanse muziek die we kennen, maar als je wat beter naar het album luistert hoor je dat ze vooral andere invloeden verwerkt.
INTEIRA klinkt met enige regelmaat aangenaam jazzy, maar Nina Maia experimenteert ook met elektronica en bijzondere ritmes en is ook niet bang voor accenten uit de neoklassieke muziek, wat haar muziek, samen met het subtiele laagje Braziliaanse muziek en de Portugese teksten, een uniek eigen karakter geeft.
In muzikaal opzicht is INTEIRA een bijzonder mooi klinkend album, maar het is ook een interessant album, dat steeds weer verrast met bijzondere klanken en onverwachte wendingen. Die klanken komen aan de ene kant van de piano van Nina Maia en van akoestische gitaren, maar worden ook verrijkt met bijdragen van zowel strijkers als elektronica en met percussie.
In een aantal tracks schuift Nina Maia zelfs wat op richting de eigenzinnige indiepop van het moment, maar dan wel overgoten met een subtiel Braziliaans sausje. De muziek op INTEIRA, die ook verrassend subtiel en akoestisch kan klinken, houdt je op het puntje van je stoel, maar in vocaal opzicht vind ik het debuutalbum van Nina Maia misschien nog wel indrukwekkender.
De jonge Braziliaanse muzikante beschikt over een heldere en zuivere stem en het is een stem die ouder klinkt dan de 21 lentes die Nina Maia telt. De Braziliaanse muzikante zingt met veel gevoel, maar kan haar stem ook atmosferischer en zweveriger laten klinken, want fraai combineert met de wonderschone muziek op INTEIRA.
Zeker als Nina Maia het experiment opzoekt in haar songs, en dat doet ze met grote regelmaat, is INTEIRA een razend spannend album, dat op hetzelfde moment ook uitnodigt tot wegdromen in de Braziliaanse zon. Ik volg de Braziliaanse popmuziek zoals gezegd niet op de voet, maar als er meer albums als het debuutalbum van Nina Maia worden gemaakt, missen we in Europa en de Verenigde Staten echt heel veel.
Het enige dat ik heb aan te merken op het album is dat INTEIRA met acht tracks en een klein half uur muziek eigenlijk meer een mini-album is. Het is er gelukkig wel een waarop zoveel gebeurt dat je niet het idee hebt dat je naar een kort album luistert, maar het is er ook zeker een een die echt naar heel veel meer smaakt. Erwin Zijleman
Nina Nastasia - Riderless Horse (2022)

4,0
1
geplaatst: 24 juli 2022, 10:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nina Nastasia - Riderless Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina Nastasia - Riderless Horse
Nina Nastasia keert na een afwezigheid van twaalf jaar terug met een uiterst sober, zeer persoonlijk en vaak donker album, dat laat horen dat de singer-songwriter uit New York nog altijd bijzondere muziek maakt
Bij Nina Nastasia denk ik vrijwel direct aan het briljante The Blackened Air, dat dit jaar alweer twintig jaar oud is. De afgelopen twaalf jaar was het stil rond de Amerikaanse muzikante, die vocht tegen diverse demonen en ook nog te maken kreeg met een traumatische gebeurtenis toen haar vaste muzikale kompaan en voormalig partner een einde maakte aan zijn leven. Het heeft zijn sporen nagelaten op het uiterst sober en vaak ook donkere The Riderless Horse, al laat Nina Nastasia ook horen dat ze haar leven weer op de rails heeft. Ik had niet verwacht dat er nog een zevende album van de muzikante uit New York zou komen, maar het is een welkome en zeer fraaie aanvulling op haar oeuvre.
Voor het laatste wapenfeit van de Amerikaanse singer-songwriter Nina Nastasia moesten we tot voor kort heel ver terug in de tijd. In 2010 verscheen immers haar zesde album Outlaster, waarna het stil werd rond de muzikante die werd geboren in Los Angeles, maar al sinds het begin van haar carrière vanuit New York opereert.
De door Nina Nastasia zelf verkozen stilte volgde naar eigen zeggen op een lange periode vol mentale problemen, ongeluk en chaos, deels veroorzaakt door haar complexe of zelfs disfunctionele relatie met Kennan Gudjonsson, die niet alleen haar partner was, maar ook haar producer en muzikale compagnon.
In 2020 besloot Nina Nastasia definitief te breken met Kennan Gudjonsson, die een dag later een einde maakte aan zijn leven. Het is een ingrijpende gebeurtenis, die uiteraard diepe sporen heeft nagelaten op het deze week verschenen Riderless Home, dat Nina Nastasia op haar bandcamp pagina haar eerste soloalbum noemt. Het is een album dat ze samen maakte met producer Steve Albini, die zich weer liet assisteren door Greg Norman.
Het is twaalf jaar stil geweest rond Nina Nastasia, maar voor mij duurde de stilte nog een paar jaar langer, want haar vijfde en zesde album ken ik eerlijk gezegd niet. Ik ken de muzikante uit New York van haar eerste vier albums, waarvan The Blackened Air uit 2002 met afstand de mooiste is.
Het is een aardedonker album, dat destijds opviel door de combinatie van sobere klanken en bijzondere accenten en door de heldere stem van Nina Nastasia die haar donkere teksten met veel gevoel vertolkte. Op Riderless Horse hoor ik hier en daar nog flarden van de vroege albums van Nina Nastasia, maar het is ook een duidelijk ander soort album.
Op haar zevende album horen we niet meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikante. Door het ontbreken van de bijzondere accenten klinkt Riderless Horse wat lichter en ook wat traditioneler dan de vroege albums van Nina Nastasia. De folksongs op het album zouden met gemak enkele decennia oud kunnen zijn, maar het zijn ook tijdloze songs, die makkelijk overtuigen.
Nina Nastasia zingt met nog wat meer gevoel dan op haar vorige albums en doet op Riderless Horse een poging om de dramatische gebeurtenis uit 2020 een plek te geven. De muziek van Nina Nastasia klonk in het verleden aardedonker en ook Riderless Horse is, alleen door de thematiek, een behoorlijk donker album.
Waar er op de vroege albums van de muzikante uit New York geen licht gloor aan het eind van de tunnel, is dat licht er nu wel. Riderless Horse staat deels in het teken van verlies en rouw, maar Nina Nastasia slaagt er ook in om haar leven weer op te pakken en met vertrouwen naar de toekomst te kijken.
Het maken van een album met alleen akoestische gitaar en zang is, zeker in deze tijd van blinkende producties en volle klankentapijten, geen gemakkelijke opgave en ik ken ook niet veel recente albums in het genre die me ook na meerdere keren horen blijven boeien, maar Nina Nastasia heeft met Riderless Horse een album gemaakt dat makkelijk indruk maakt en dat ook blijft overtuigen wanneer je het vaker hoort.
Het zorgt ervoor dat de verrassende terugkeer van Nina Nastasia na twaalf lange jaren anders klinkt dan verwacht of misschien zelfs gehoopt, maar uiteindelijk een wonderschoon album oplevert, dat toch ook onmiskenbaar klinkt als een Nina Nastasia album. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nina Nastasia - Riderless Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina Nastasia - Riderless Horse
Nina Nastasia keert na een afwezigheid van twaalf jaar terug met een uiterst sober, zeer persoonlijk en vaak donker album, dat laat horen dat de singer-songwriter uit New York nog altijd bijzondere muziek maakt
Bij Nina Nastasia denk ik vrijwel direct aan het briljante The Blackened Air, dat dit jaar alweer twintig jaar oud is. De afgelopen twaalf jaar was het stil rond de Amerikaanse muzikante, die vocht tegen diverse demonen en ook nog te maken kreeg met een traumatische gebeurtenis toen haar vaste muzikale kompaan en voormalig partner een einde maakte aan zijn leven. Het heeft zijn sporen nagelaten op het uiterst sober en vaak ook donkere The Riderless Horse, al laat Nina Nastasia ook horen dat ze haar leven weer op de rails heeft. Ik had niet verwacht dat er nog een zevende album van de muzikante uit New York zou komen, maar het is een welkome en zeer fraaie aanvulling op haar oeuvre.
Voor het laatste wapenfeit van de Amerikaanse singer-songwriter Nina Nastasia moesten we tot voor kort heel ver terug in de tijd. In 2010 verscheen immers haar zesde album Outlaster, waarna het stil werd rond de muzikante die werd geboren in Los Angeles, maar al sinds het begin van haar carrière vanuit New York opereert.
De door Nina Nastasia zelf verkozen stilte volgde naar eigen zeggen op een lange periode vol mentale problemen, ongeluk en chaos, deels veroorzaakt door haar complexe of zelfs disfunctionele relatie met Kennan Gudjonsson, die niet alleen haar partner was, maar ook haar producer en muzikale compagnon.
In 2020 besloot Nina Nastasia definitief te breken met Kennan Gudjonsson, die een dag later een einde maakte aan zijn leven. Het is een ingrijpende gebeurtenis, die uiteraard diepe sporen heeft nagelaten op het deze week verschenen Riderless Home, dat Nina Nastasia op haar bandcamp pagina haar eerste soloalbum noemt. Het is een album dat ze samen maakte met producer Steve Albini, die zich weer liet assisteren door Greg Norman.
Het is twaalf jaar stil geweest rond Nina Nastasia, maar voor mij duurde de stilte nog een paar jaar langer, want haar vijfde en zesde album ken ik eerlijk gezegd niet. Ik ken de muzikante uit New York van haar eerste vier albums, waarvan The Blackened Air uit 2002 met afstand de mooiste is.
Het is een aardedonker album, dat destijds opviel door de combinatie van sobere klanken en bijzondere accenten en door de heldere stem van Nina Nastasia die haar donkere teksten met veel gevoel vertolkte. Op Riderless Horse hoor ik hier en daar nog flarden van de vroege albums van Nina Nastasia, maar het is ook een duidelijk ander soort album.
Op haar zevende album horen we niet meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikante. Door het ontbreken van de bijzondere accenten klinkt Riderless Horse wat lichter en ook wat traditioneler dan de vroege albums van Nina Nastasia. De folksongs op het album zouden met gemak enkele decennia oud kunnen zijn, maar het zijn ook tijdloze songs, die makkelijk overtuigen.
Nina Nastasia zingt met nog wat meer gevoel dan op haar vorige albums en doet op Riderless Horse een poging om de dramatische gebeurtenis uit 2020 een plek te geven. De muziek van Nina Nastasia klonk in het verleden aardedonker en ook Riderless Horse is, alleen door de thematiek, een behoorlijk donker album.
Waar er op de vroege albums van de muzikante uit New York geen licht gloor aan het eind van de tunnel, is dat licht er nu wel. Riderless Horse staat deels in het teken van verlies en rouw, maar Nina Nastasia slaagt er ook in om haar leven weer op te pakken en met vertrouwen naar de toekomst te kijken.
Het maken van een album met alleen akoestische gitaar en zang is, zeker in deze tijd van blinkende producties en volle klankentapijten, geen gemakkelijke opgave en ik ken ook niet veel recente albums in het genre die me ook na meerdere keren horen blijven boeien, maar Nina Nastasia heeft met Riderless Horse een album gemaakt dat makkelijk indruk maakt en dat ook blijft overtuigen wanneer je het vaker hoort.
Het zorgt ervoor dat de verrassende terugkeer van Nina Nastasia na twaalf lange jaren anders klinkt dan verwacht of misschien zelfs gehoopt, maar uiteindelijk een wonderschoon album oplevert, dat toch ook onmiskenbaar klinkt als een Nina Nastasia album. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman
Nina Nesbitt - Mountain Music (2024)

4,0
1
geplaatst: 4 oktober 2024, 13:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nina Nesbitt - Mountain Music - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina Nesbitt - Mountain Music
De Schotse muzikante Nina Nesbitt debuteerde op jonge leeftijd veelbelovend, koos vervolgens vol voor de pop, maar laat op haar nieuwe album haar folky wortels weer horen, wat een interessant album oplevert
Ik begon met bijzonder lage verwachtingen aan het deze week verschenen vierde album van Nina Nesbitt, maar vind Mountain Music een aangename verrassing. Ik hoorde op het tweede en derde album van de Schotse muzikante persoonlijk niets meer van de belofte van haar debuutalbum, maar Mountain Music is een smaakvol album met flink wat invloeden uit de folk en aangename invloeden uit de Americana en de (indie)pop. Nina Nesbitt heeft zich ontwikkeld tot een uitstekende zangeres en getalenteerd songwriter en heeft een album afgeleverd waarmee ze een nieuw publiek kan aanboren. Ik had het niet meer verwacht, maar er is echt niets mis met Mountain Music.
Nina Nesbitt was pas 19 jaar oud toen in 2014 haar debuutalbum Peroxide verscheen. Het was misschien geen sensationeel goed debuutalbum, maar de Schotse muzikante liet wat mij betreft wel horen dat ze een belofte was voor de toekomst. Dat had haar platenmaatschappij al lang gehoord, want voor het debuutalbum van Nina Nesbitt schoven twee ervaren producers aan (Jake Gosling en Iain Archer), die het album voorzagen van een aantrekkelijk geluid.
De folky popsongs van Nina Nesbitt spraken absoluut tot de verbeelding, wat werd versterkt door haar charmante Schotse tongval. Het deed wel wat denken aan de muziek van landgenote Amy McDonald, al zat er wel wat meer pop in de songs van Nina Nesbitt. Wat meer pop werd veel te veel pop op het tweede album van Nina Nesbitt dat in 2019 verscheen. Op The Sun Will Come Up, The Seasons Will Change was het charmante geluid van het debuutalbum van Nina Nesbitt vervangen door een 13 in een dozijn popalbum waar smaak nog kraak aan zat.
Het in 2022 uitgebrachte Älskar was wel weer een stap in de goede richting, maar voegde wat mij betreft niets toe aan alles dat er al was. Dat hoorde een groot publiek anders, want Nina Nesbitt werd met Älskar definitief een wereldster. Na twee zwakke albums had ik Nina Nesbitt zelf al min of meer afgeschreven, maar ik ben toch wel gecharmeerd van haar vierde album, dat deze week is verschenen.
Op Mountain Music hoor ik eindelijk weer wat van de belofte van het debuutalbum van de Schotse muzikante. Invloeden uit de folk die nog dominant aanwezig waren op haar debuutalbum schitterden door afwezigheid op de twee popalbums die volgden, maar ik hoor ze gelukkig wel weer op Mountain Music.
Nina Nesbitt beperkt zich dit keer niet tot haar folky wortels, want de songs op haar vierde album sluiten ook goed aan bij de indiepop van het moment en bevatten ook een fraai vleugje Americana. Het zijn invloeden waarmee je je op het moment lastig kunt onderscheiden als jonge vrouwelijke singer-songwriter, maar waar ik de songs op de vorige twee albums van Nina Nesbitt vaak zouteloos vond klinken, heeft de Schotse muzikante een aantal aansprekende en in een aantal gevallen zeer aanstekelijke songs geschreven voor haar nieuwe album.
Een track als I’m Coming Home is een ‘instant hit’ en zo staan er meer op Mountain Music. Waar het geluid met name op het tweede album van Nina Nesbitt was dichtgesmeerd met een elektronische brei, is Mountain Music voorzien van een ruimtelijk geluid, waarin ruimte is voor ingetogen akoestische klanken en voor zang met veel gevoel.
De Schotse tongval van Nina Nesbitt is grotendeels verdwenen, maar ze heeft zich inmiddels wel ontwikkeld tot een uitstekende zangeres, wat je vooral hoort in de meer ingetogen en wat soberder ingekleurde songs. Als ik Mountain Music vergelijk met het inmiddels tien jaar oude Peroxide, hoor ik een veel volwassener en ook veel beter album.
Het is ook een gewaagd album, want Nina Nesbitt neemt op haar nieuwe album afstand van de pop die haar wereldberoemd maakte en probeert het publiek dat gecharmeerd was van haar debuutalbum weer te veroveren. Of dat gaat lukken is maar de vraag, maar iedereen die afhaakte bij het tweede album van de Schotse muzikante moet normaal gesproken concluderen dat Mountain Music een enorme stap in de goede richting is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nina Nesbitt - Mountain Music - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nina Nesbitt - Mountain Music
De Schotse muzikante Nina Nesbitt debuteerde op jonge leeftijd veelbelovend, koos vervolgens vol voor de pop, maar laat op haar nieuwe album haar folky wortels weer horen, wat een interessant album oplevert
Ik begon met bijzonder lage verwachtingen aan het deze week verschenen vierde album van Nina Nesbitt, maar vind Mountain Music een aangename verrassing. Ik hoorde op het tweede en derde album van de Schotse muzikante persoonlijk niets meer van de belofte van haar debuutalbum, maar Mountain Music is een smaakvol album met flink wat invloeden uit de folk en aangename invloeden uit de Americana en de (indie)pop. Nina Nesbitt heeft zich ontwikkeld tot een uitstekende zangeres en getalenteerd songwriter en heeft een album afgeleverd waarmee ze een nieuw publiek kan aanboren. Ik had het niet meer verwacht, maar er is echt niets mis met Mountain Music.
Nina Nesbitt was pas 19 jaar oud toen in 2014 haar debuutalbum Peroxide verscheen. Het was misschien geen sensationeel goed debuutalbum, maar de Schotse muzikante liet wat mij betreft wel horen dat ze een belofte was voor de toekomst. Dat had haar platenmaatschappij al lang gehoord, want voor het debuutalbum van Nina Nesbitt schoven twee ervaren producers aan (Jake Gosling en Iain Archer), die het album voorzagen van een aantrekkelijk geluid.
De folky popsongs van Nina Nesbitt spraken absoluut tot de verbeelding, wat werd versterkt door haar charmante Schotse tongval. Het deed wel wat denken aan de muziek van landgenote Amy McDonald, al zat er wel wat meer pop in de songs van Nina Nesbitt. Wat meer pop werd veel te veel pop op het tweede album van Nina Nesbitt dat in 2019 verscheen. Op The Sun Will Come Up, The Seasons Will Change was het charmante geluid van het debuutalbum van Nina Nesbitt vervangen door een 13 in een dozijn popalbum waar smaak nog kraak aan zat.
Het in 2022 uitgebrachte Älskar was wel weer een stap in de goede richting, maar voegde wat mij betreft niets toe aan alles dat er al was. Dat hoorde een groot publiek anders, want Nina Nesbitt werd met Älskar definitief een wereldster. Na twee zwakke albums had ik Nina Nesbitt zelf al min of meer afgeschreven, maar ik ben toch wel gecharmeerd van haar vierde album, dat deze week is verschenen.
Op Mountain Music hoor ik eindelijk weer wat van de belofte van het debuutalbum van de Schotse muzikante. Invloeden uit de folk die nog dominant aanwezig waren op haar debuutalbum schitterden door afwezigheid op de twee popalbums die volgden, maar ik hoor ze gelukkig wel weer op Mountain Music.
Nina Nesbitt beperkt zich dit keer niet tot haar folky wortels, want de songs op haar vierde album sluiten ook goed aan bij de indiepop van het moment en bevatten ook een fraai vleugje Americana. Het zijn invloeden waarmee je je op het moment lastig kunt onderscheiden als jonge vrouwelijke singer-songwriter, maar waar ik de songs op de vorige twee albums van Nina Nesbitt vaak zouteloos vond klinken, heeft de Schotse muzikante een aantal aansprekende en in een aantal gevallen zeer aanstekelijke songs geschreven voor haar nieuwe album.
Een track als I’m Coming Home is een ‘instant hit’ en zo staan er meer op Mountain Music. Waar het geluid met name op het tweede album van Nina Nesbitt was dichtgesmeerd met een elektronische brei, is Mountain Music voorzien van een ruimtelijk geluid, waarin ruimte is voor ingetogen akoestische klanken en voor zang met veel gevoel.
De Schotse tongval van Nina Nesbitt is grotendeels verdwenen, maar ze heeft zich inmiddels wel ontwikkeld tot een uitstekende zangeres, wat je vooral hoort in de meer ingetogen en wat soberder ingekleurde songs. Als ik Mountain Music vergelijk met het inmiddels tien jaar oude Peroxide, hoor ik een veel volwassener en ook veel beter album.
Het is ook een gewaagd album, want Nina Nesbitt neemt op haar nieuwe album afstand van de pop die haar wereldberoemd maakte en probeert het publiek dat gecharmeerd was van haar debuutalbum weer te veroveren. Of dat gaat lukken is maar de vraag, maar iedereen die afhaakte bij het tweede album van de Schotse muzikante moet normaal gesproken concluderen dat Mountain Music een enorme stap in de goede richting is. Erwin Zijleman
NinaLynn - A Taste of the Wild (2023)

4,5
1
geplaatst: 6 april 2023, 15:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: NinaLynn - A Taste Of The Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com
NinaLynn - A Taste Of The Wild
De Nederlandse singer-songwriter NinaLynn schaarde zich twee jaar geleden met veel overtuiging onder de smaakmakers van de Nederlandse rootsmuziek en laat op A Taste Of The Wild horen dat het nog beter kan
Met het uitstekende Hummingbird gaf Nina Woerden, oftewel NinaLynn, aan het begin van 2021 een fraai visitekaartje af. Het album klonk prachtig, stond vol met aansprekende songs en liet een zeer getalenteerde zangeres horen. Het deze week verschenen A Taste Of The Wild is een logisch vervolg op de terecht geprezen voorganger, maar bevalt me nog wat beter. In muzikaal opzicht is het ook dit keer smullen en ook de zang van Nina Woerden is weer prachtig, maar het zijn vooral de songs die groei laten horen. NinaLynn laat op A Taste Of The Wild horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en maakt wat mij betreft diepe indruk.
De Nederlandse singer-songwriter Nina Woerden dook net iets meer dan twee jaar geleden als NinaLynn op met het album Hummingbird. In plaats van een album stond eigenlijk een wereldreis in de planning, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Dat was slecht nieuws voor Nina Woerden, maar goed nieuws voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, want Hummingbird was echt een uitstekend album.
NinaLynn maakte haar, naar later bleek, tweede album met een aantal gelouterde Nederlandse muzikanten, wat een geluid opleverde dat niet onder deed voor dat op de betere albums uit Nashville. Hummingbird was een stuk indrukwekkender dan het in 2019 verschenen Imaginations en werd eind 2021 door menig liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek terecht geschaard onder de betere albums in het genre dat jaar.
Dat was deels de verdienste van de prima muzikanten die waren te horen op Hummingbird, maar Nina Woerden maakte ook zelf veel indruk met haar bijzonder mooie stem, die me af en toe wel wat aan Alison Krauss deed denken. Op Hummingbird liet de Nederlandse singer-songwriter bovendien een zeer gevarieerd geluid horen met vooral invloeden uit de folk, country en bluegrass, maar ook uitstapjes richting omliggende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek werden niet geschuwd.
Deze week keert NinaLynn terug met haar derde album en ook A Taste Of The Wild is weer een bijzonder goed album. NinaLynn maakte ook haar nieuwe album met producer en multi-instrumentalist Janos Koolen, die wederom een aantal uitstekende muzikanten naar de Nederlandse studio haalde. Ook A Taste Of The Wild sleurt je echter in sneltreinvaart het diepe zuiden van de Verenigde Staten in.
Direct in de openingstrack hoor je dat NinaLynn alleen maar is gegroeid. De openingstrack van haar nieuwe album maakt indruk met een veelkleurig geluid, dat de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek eert, maar dat ook buiten de lijntjes durft te kleuren, onder andere met zeer fraai accordeonspel. Dat buiten de lijntjes kleuren doet Nina Woerden ook met haar zang, die durft te variëren, maar ook uitermate trefzeker is, waarna Fay Lovsky het af maakt met bijzondere achtergrondzang.
NinaLynn schakelde op Hummingbird makkelijk tussen de verschillende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en dat doet ze nog wat nadrukkelijker op A Taste Of The Wild, dat het ene moment aangenaam authentiek klinkt en het volgend moment heerlijk lichtvoetig. De instrumentatie op A Taste Of The Wild vind ik nog wat mooier dan die op het vorige album van NinaLynn en ook in vocaal opzicht vind ik het nieuwe album nog net wat overtuigender.
De meeste groei hoor ik echter in de songs, die stuk voor stuk aansprekender zijn dan die op het vorige album. Nina Woerden schreef samen met een aantal collega songwriters een serie geweldige songs, die vervolgens met veel precisie en met veel gevoel worden uitgevoerd. Het zijn in de meeste gevallen songs waarvoor de smaakmakers in het genre zich niet zouden schamen.
A Taste Of The Wild zal in Nederland en zeker daarbuiten normaal gesproken minder aandacht krijgen dan de albums van de Amerikaanse collega’s van NinaLynn, maar het album doet echt niet onder voor de albums die momenteel in de Verenigde Staten worden gemaakt. Integendeel. NinaLynn was met Hummingbird nog vooral een grote belofte, maar die is ze absoluut voorbij met het uitstekende A Taste Of The Wild. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: NinaLynn - A Taste Of The Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com
NinaLynn - A Taste Of The Wild
De Nederlandse singer-songwriter NinaLynn schaarde zich twee jaar geleden met veel overtuiging onder de smaakmakers van de Nederlandse rootsmuziek en laat op A Taste Of The Wild horen dat het nog beter kan
Met het uitstekende Hummingbird gaf Nina Woerden, oftewel NinaLynn, aan het begin van 2021 een fraai visitekaartje af. Het album klonk prachtig, stond vol met aansprekende songs en liet een zeer getalenteerde zangeres horen. Het deze week verschenen A Taste Of The Wild is een logisch vervolg op de terecht geprezen voorganger, maar bevalt me nog wat beter. In muzikaal opzicht is het ook dit keer smullen en ook de zang van Nina Woerden is weer prachtig, maar het zijn vooral de songs die groei laten horen. NinaLynn laat op A Taste Of The Wild horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en maakt wat mij betreft diepe indruk.
De Nederlandse singer-songwriter Nina Woerden dook net iets meer dan twee jaar geleden als NinaLynn op met het album Hummingbird. In plaats van een album stond eigenlijk een wereldreis in de planning, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Dat was slecht nieuws voor Nina Woerden, maar goed nieuws voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, want Hummingbird was echt een uitstekend album.
NinaLynn maakte haar, naar later bleek, tweede album met een aantal gelouterde Nederlandse muzikanten, wat een geluid opleverde dat niet onder deed voor dat op de betere albums uit Nashville. Hummingbird was een stuk indrukwekkender dan het in 2019 verschenen Imaginations en werd eind 2021 door menig liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek terecht geschaard onder de betere albums in het genre dat jaar.
Dat was deels de verdienste van de prima muzikanten die waren te horen op Hummingbird, maar Nina Woerden maakte ook zelf veel indruk met haar bijzonder mooie stem, die me af en toe wel wat aan Alison Krauss deed denken. Op Hummingbird liet de Nederlandse singer-songwriter bovendien een zeer gevarieerd geluid horen met vooral invloeden uit de folk, country en bluegrass, maar ook uitstapjes richting omliggende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek werden niet geschuwd.
Deze week keert NinaLynn terug met haar derde album en ook A Taste Of The Wild is weer een bijzonder goed album. NinaLynn maakte ook haar nieuwe album met producer en multi-instrumentalist Janos Koolen, die wederom een aantal uitstekende muzikanten naar de Nederlandse studio haalde. Ook A Taste Of The Wild sleurt je echter in sneltreinvaart het diepe zuiden van de Verenigde Staten in.
Direct in de openingstrack hoor je dat NinaLynn alleen maar is gegroeid. De openingstrack van haar nieuwe album maakt indruk met een veelkleurig geluid, dat de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek eert, maar dat ook buiten de lijntjes durft te kleuren, onder andere met zeer fraai accordeonspel. Dat buiten de lijntjes kleuren doet Nina Woerden ook met haar zang, die durft te variëren, maar ook uitermate trefzeker is, waarna Fay Lovsky het af maakt met bijzondere achtergrondzang.
NinaLynn schakelde op Hummingbird makkelijk tussen de verschillende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en dat doet ze nog wat nadrukkelijker op A Taste Of The Wild, dat het ene moment aangenaam authentiek klinkt en het volgend moment heerlijk lichtvoetig. De instrumentatie op A Taste Of The Wild vind ik nog wat mooier dan die op het vorige album van NinaLynn en ook in vocaal opzicht vind ik het nieuwe album nog net wat overtuigender.
De meeste groei hoor ik echter in de songs, die stuk voor stuk aansprekender zijn dan die op het vorige album. Nina Woerden schreef samen met een aantal collega songwriters een serie geweldige songs, die vervolgens met veel precisie en met veel gevoel worden uitgevoerd. Het zijn in de meeste gevallen songs waarvoor de smaakmakers in het genre zich niet zouden schamen.
A Taste Of The Wild zal in Nederland en zeker daarbuiten normaal gesproken minder aandacht krijgen dan de albums van de Amerikaanse collega’s van NinaLynn, maar het album doet echt niet onder voor de albums die momenteel in de Verenigde Staten worden gemaakt. Integendeel. NinaLynn was met Hummingbird nog vooral een grote belofte, maar die is ze absoluut voorbij met het uitstekende A Taste Of The Wild. Erwin Zijleman
NinaLynn - Hummingbird (2021)

4,0
1
geplaatst: 21 februari 2021, 10:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: NinaLynn - Hummingbird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
NinaLynn - Hummingbird
In plaats van een wereldreis maakte de Nederlandse muzikante NinaLynn een prachtig rootsalbum, dat opvalt door een zeer fraaie instrumentatie, wonderschone zang en ijzersterke songs
Goede rootsalbums zijn al lang niet meer voorbehouden aan Amerikaanse muzikanten. Het wordt nog maar eens bewezen door het debuut van de Nederlandse singer-songwriter NinaLynn, die een album heeft afgeleverd dat een groot deel van de nationale en internationale concurrentie het nakijken geeft. Hummingbird werd gemaakt met Nederlandse muzikanten en ook die zetten een topprestatie neer, want wat klinkt dit album mooi en veelzijdig. Hummingbird krijgt nog wat extra glans door de bijzonder mooie stem van NinaLynn en de sterke songs die de Nederlandse muzikante heeft geschreven. Wat een aanwinst voor het genre.
Hummingbird is het debuut van de Nederlandse singer-songwriter NinaLynn. Het alter ego van Nina Woerden was al op hele jonge leeftijd bezig met muziek en ontwikkelde een serieus zwak voor Amerikaanse rootsmuziek, variërend van de grote countryzangeressen uit het verleden tot de smaakmakers binnen de huidige countrypop.
NinaLynn had na het afronden van haar studie eigenlijk hele andere plannen voor 2020, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. In plaats van het maken van een wereldreis nam ze daarom haar debuutalbum op. Het is natuurlijk vervelend voor NinaLynn dat de originele plannen moesten wijken voor het virus dat ons leven inmiddels al bijna een jaar bepaalt, maar voor muziekliefhebbers is het verschijnen van Hummingbird goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs.
NinaLynn heeft zoals gezegd al vele jaren een zwak voor Amerikaanse rootsmuziek, waardoor het niet verbazingwekkend is dat Hummingbird zich in dit genre beweegt. Bijgestaan door een aantal gelouterde Nederlandse muzikanten, onder wie multi-instrumentalist en producer Janos Koolen, heeft de Nederlandse muzikante een album gemaakt dat van de eerste tot de laatste noot de Amerikaanse rootsmuziek ademt. NinaLynn heeft zich vooral laten beïnvloeden door folk, country en bluegrass, maar schuwt ook uitstapjes richting omliggende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek niet.
Hummingbird valt bij eerste beluistering op door een zeer fraaie en veelzijdige instrumentatie en door de mooie stem van NinaLynn. Het is een instrumentatie die hier en daar zo lijkt weggelopen uit Nashville of een andere bakermat van de Amerikaanse rootsmuziek, zeker wanneer de diverse snareninstrumenten die zo kenmerkend zijn voor het genre het geluid bepalen. In deze instrumentatie wordt echter flink gevarieerd onder andere door blazers en strijkers in te zetten. Het maakt van Hummingbird een lekker gevarieerd rootsalbum.
Het is bovendien een rootsalbum dat een flinke zet omhoog krijgt door de soepele vocalen van NinaLynn. De Nederlandse singer-songwriter heeft een stem die gemaakt is voor Amerikaanse rootsmuziek en binnen dit genre op een breed terrein uit de voeten kan. NinaLynn kan een countrysong vol gevoel en met een lichte snik vertolken, maar kan ook soepel en jazzy klinken of zelfs bijna net zo zuiver en helder klinken als Alison Krauss in haar beste jaren wanneer Hummingbird wat meer de bluegrass kant op gaat.
Alleen al door de instrumentatie en de zang kan het debuut van NinaLynn zich meten met het beste dat momenteel in de Verenigde Staten in het genre verschijnt, maar de Nederlandse muzikante schrijft ook nog eens uitstekende songs. Het zijn songs waarvoor de meeste countrypop prinsessen van het moment een moord voor zouden doen, maar NinaLynn vertolkt ze met meer gevoel en met meer eerbied voor de tradities van het genre, waardoor Hummingbird kan klinken als een authentiek maar ook als een modern klinkend rootsalbum.
Het zijn bovendien songs die niet direct alle geheimen prijsgeven, maar nog een tijd aan kracht winnen, waarna alleen maar meer opvalt hoe smaakvol de instrumentatie en hoe mooi de stem van NinaLynn is op dit album. Een enorme aanwinst voor de rootsmuziek in Nederland en ver daarbuiten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: NinaLynn - Hummingbird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
NinaLynn - Hummingbird
In plaats van een wereldreis maakte de Nederlandse muzikante NinaLynn een prachtig rootsalbum, dat opvalt door een zeer fraaie instrumentatie, wonderschone zang en ijzersterke songs
Goede rootsalbums zijn al lang niet meer voorbehouden aan Amerikaanse muzikanten. Het wordt nog maar eens bewezen door het debuut van de Nederlandse singer-songwriter NinaLynn, die een album heeft afgeleverd dat een groot deel van de nationale en internationale concurrentie het nakijken geeft. Hummingbird werd gemaakt met Nederlandse muzikanten en ook die zetten een topprestatie neer, want wat klinkt dit album mooi en veelzijdig. Hummingbird krijgt nog wat extra glans door de bijzonder mooie stem van NinaLynn en de sterke songs die de Nederlandse muzikante heeft geschreven. Wat een aanwinst voor het genre.
Hummingbird is het debuut van de Nederlandse singer-songwriter NinaLynn. Het alter ego van Nina Woerden was al op hele jonge leeftijd bezig met muziek en ontwikkelde een serieus zwak voor Amerikaanse rootsmuziek, variërend van de grote countryzangeressen uit het verleden tot de smaakmakers binnen de huidige countrypop.
NinaLynn had na het afronden van haar studie eigenlijk hele andere plannen voor 2020, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. In plaats van het maken van een wereldreis nam ze daarom haar debuutalbum op. Het is natuurlijk vervelend voor NinaLynn dat de originele plannen moesten wijken voor het virus dat ons leven inmiddels al bijna een jaar bepaalt, maar voor muziekliefhebbers is het verschijnen van Hummingbird goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs.
NinaLynn heeft zoals gezegd al vele jaren een zwak voor Amerikaanse rootsmuziek, waardoor het niet verbazingwekkend is dat Hummingbird zich in dit genre beweegt. Bijgestaan door een aantal gelouterde Nederlandse muzikanten, onder wie multi-instrumentalist en producer Janos Koolen, heeft de Nederlandse muzikante een album gemaakt dat van de eerste tot de laatste noot de Amerikaanse rootsmuziek ademt. NinaLynn heeft zich vooral laten beïnvloeden door folk, country en bluegrass, maar schuwt ook uitstapjes richting omliggende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek niet.
Hummingbird valt bij eerste beluistering op door een zeer fraaie en veelzijdige instrumentatie en door de mooie stem van NinaLynn. Het is een instrumentatie die hier en daar zo lijkt weggelopen uit Nashville of een andere bakermat van de Amerikaanse rootsmuziek, zeker wanneer de diverse snareninstrumenten die zo kenmerkend zijn voor het genre het geluid bepalen. In deze instrumentatie wordt echter flink gevarieerd onder andere door blazers en strijkers in te zetten. Het maakt van Hummingbird een lekker gevarieerd rootsalbum.
Het is bovendien een rootsalbum dat een flinke zet omhoog krijgt door de soepele vocalen van NinaLynn. De Nederlandse singer-songwriter heeft een stem die gemaakt is voor Amerikaanse rootsmuziek en binnen dit genre op een breed terrein uit de voeten kan. NinaLynn kan een countrysong vol gevoel en met een lichte snik vertolken, maar kan ook soepel en jazzy klinken of zelfs bijna net zo zuiver en helder klinken als Alison Krauss in haar beste jaren wanneer Hummingbird wat meer de bluegrass kant op gaat.
Alleen al door de instrumentatie en de zang kan het debuut van NinaLynn zich meten met het beste dat momenteel in de Verenigde Staten in het genre verschijnt, maar de Nederlandse muzikante schrijft ook nog eens uitstekende songs. Het zijn songs waarvoor de meeste countrypop prinsessen van het moment een moord voor zouden doen, maar NinaLynn vertolkt ze met meer gevoel en met meer eerbied voor de tradities van het genre, waardoor Hummingbird kan klinken als een authentiek maar ook als een modern klinkend rootsalbum.
Het zijn bovendien songs die niet direct alle geheimen prijsgeven, maar nog een tijd aan kracht winnen, waarna alleen maar meer opvalt hoe smaakvol de instrumentatie en hoe mooi de stem van NinaLynn is op dit album. Een enorme aanwinst voor de rootsmuziek in Nederland en ver daarbuiten. Erwin Zijleman
Nite Jewel - No Sun (2021)

4,5
0
geplaatst: 5 september 2021, 10:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nite Jewel - No Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nite Jewel - No Sun
Nite Jewel levert met No Sun een intiem breakup album af, maar het is ook een experimenteel en avontuurlijk album met een bij vlagen bijna minimalistische elektronische instrumentatie
Nite Jewel was me nog niet eerder opgevallen, terwijl No Sun toch al het vijfde album is van het alter ego van de uit Los Angeles afkomstige Ramona Gonzalez. Op No Sun gooit deze Ramona Gonzalez het over een andere boeg dan op haar vorige albums. Het nieuwe album van Nite Jewel is een album dat opvalt door fluisterzachte zang en door een zeer subtiele instrumentatie. Het is een elektronische instrumentatie die uiterst sober, maar ook sfeervol is. No Sun van Nite Jewel valt direct op door een bijzondere sfeer en een uniek geluid en het album wordt alleen maar beter wanneer je het vaker hoort. Nite Jewel was me misschien nog niet eerder opgevallen, maar No Sun is een voltreffer.
De uit Los Angeles afkomstige muzikante en grafisch kunstenaar Ramona Gonzalez maakte tussen 2009 en 2017 vier albums als Nite Jewel. Het zijn albums die ik tot voor kort nog nooit had beluisterd en toen ik dat de afgelopen week wel deed, was ik geen moment echt onder de indruk. Op haar eerste albums maakte Ramona Gonzalez elektronische popmuziek vol invloeden uit de R&B en dat is over het algemeen niet mijn ding.
De reden dat ik naar de eerste albums van Nite Jewel ben gaan luisteren is het vorige maand verschenen vijfde album van Nite Jewel, No Sun. Het is een album dat ik in eerste instantie links liet liggen vanwege de op het album geplakte etiketten als elektronische pop en R&B. Het zijn overigens geen hele onzinnige etiketten, want Nite Jewel maakt op No Sun elektronische popmuziek met hier en daar een vleugje R&B, maar wat is een het spannend album.
Ik vond Ramona Gonzalez op haar vorige albums een verdienstelijk, maar geen hele bijzondere zangeres, maar op het nieuwe album van Nite Jewel is de zong prachtig. De muzikante uit Los Angeles zingt op No Sun vooral fluisterzacht, maar wanneer invloeden uit de R&B aan kracht winnen klinkt ze ook soulvol.
Ondanks de invloeden uit de R&B is No Sun zeker geen doorsnee R&B album en het is evenmin een doorsnee album met elektronische pop. Luister naar het nieuwe album van Nite Jewel en je hoort het grootste deel van de tijd buitengewoon fascinerende klanken, die zich steeds genadelozer opdringen.
De zang is zoals gezegd fluisterzacht, maar het is ook zang die zich geen moment teveel probeert op de dringen. Het is wat mij betreft een verademing na al die pop, soul en R&B zangeressen die alleen maar voluit kunnen zingen. De zang van Ramona Gonzalez heeft een rustgevende werking en het is een werking die nog eens wordt versterkt door de muziek op No Sun.
Die muziek is al even subtiel en zacht als de vocalen op het album. De muziek van Nite Jewel wordt gedomineerd door lome en vaak wat atmosferisch aandoende elektronische klankentapijten en bijzondere elektronische impulsen, die de muziek van Nite Jewel een experimenteel karakter geven. Hier en daar zijn jazzy of hiphop ritmes toegevoegd en tweemaal duikt een saxofoon op, maar over het algemeen genomen is instrumentatie op No Sun sober of zelfs minimalistisch.
Ik was op basis van het fraaie en eigenzinnige geluid benieuwd welke producer van naam en faam achter dit album zat, maar Ramona Gonzalez tekende zelf voor deze productie en sleutelde ook haar geluid voor een belangrijk deel in elkaar. Op hetzelfde moment is ze ook nog bezig met een proefschrift en doet ze op No Sun haar best om het einde van een liefdesrelatie te verwerken.
Zeker in de wat meer poppy tracks lijkt No Sun wel wat op de muziek van Janet Jackson uit de jaren 90 of duiken associaties met een aantal minder bekende Prince protegees op, maar het grootste deel van de tijd imponeert Ramona Gonzalez met een fascinerend eigen geluid.
Het is een geluid dat je meeneemt naar een sprookjesachtige wereld, maar het is ook een geluid dat het uitstekend zou doen als soundtrack bij een film of documentaire. Op hetzelfde moment tekent Nite Jewel naast sferische tracks ook voor aantrekkelijke popsongs met een kop en een staart. No Sun krijgt nauwelijks aandacht in Nederland, maar het is een buitengewoon interessant, meeslepend en werkelijk prachtig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Nite Jewel - No Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nite Jewel - No Sun
Nite Jewel levert met No Sun een intiem breakup album af, maar het is ook een experimenteel en avontuurlijk album met een bij vlagen bijna minimalistische elektronische instrumentatie
Nite Jewel was me nog niet eerder opgevallen, terwijl No Sun toch al het vijfde album is van het alter ego van de uit Los Angeles afkomstige Ramona Gonzalez. Op No Sun gooit deze Ramona Gonzalez het over een andere boeg dan op haar vorige albums. Het nieuwe album van Nite Jewel is een album dat opvalt door fluisterzachte zang en door een zeer subtiele instrumentatie. Het is een elektronische instrumentatie die uiterst sober, maar ook sfeervol is. No Sun van Nite Jewel valt direct op door een bijzondere sfeer en een uniek geluid en het album wordt alleen maar beter wanneer je het vaker hoort. Nite Jewel was me misschien nog niet eerder opgevallen, maar No Sun is een voltreffer.
De uit Los Angeles afkomstige muzikante en grafisch kunstenaar Ramona Gonzalez maakte tussen 2009 en 2017 vier albums als Nite Jewel. Het zijn albums die ik tot voor kort nog nooit had beluisterd en toen ik dat de afgelopen week wel deed, was ik geen moment echt onder de indruk. Op haar eerste albums maakte Ramona Gonzalez elektronische popmuziek vol invloeden uit de R&B en dat is over het algemeen niet mijn ding.
De reden dat ik naar de eerste albums van Nite Jewel ben gaan luisteren is het vorige maand verschenen vijfde album van Nite Jewel, No Sun. Het is een album dat ik in eerste instantie links liet liggen vanwege de op het album geplakte etiketten als elektronische pop en R&B. Het zijn overigens geen hele onzinnige etiketten, want Nite Jewel maakt op No Sun elektronische popmuziek met hier en daar een vleugje R&B, maar wat is een het spannend album.
Ik vond Ramona Gonzalez op haar vorige albums een verdienstelijk, maar geen hele bijzondere zangeres, maar op het nieuwe album van Nite Jewel is de zong prachtig. De muzikante uit Los Angeles zingt op No Sun vooral fluisterzacht, maar wanneer invloeden uit de R&B aan kracht winnen klinkt ze ook soulvol.
Ondanks de invloeden uit de R&B is No Sun zeker geen doorsnee R&B album en het is evenmin een doorsnee album met elektronische pop. Luister naar het nieuwe album van Nite Jewel en je hoort het grootste deel van de tijd buitengewoon fascinerende klanken, die zich steeds genadelozer opdringen.
De zang is zoals gezegd fluisterzacht, maar het is ook zang die zich geen moment teveel probeert op de dringen. Het is wat mij betreft een verademing na al die pop, soul en R&B zangeressen die alleen maar voluit kunnen zingen. De zang van Ramona Gonzalez heeft een rustgevende werking en het is een werking die nog eens wordt versterkt door de muziek op No Sun.
Die muziek is al even subtiel en zacht als de vocalen op het album. De muziek van Nite Jewel wordt gedomineerd door lome en vaak wat atmosferisch aandoende elektronische klankentapijten en bijzondere elektronische impulsen, die de muziek van Nite Jewel een experimenteel karakter geven. Hier en daar zijn jazzy of hiphop ritmes toegevoegd en tweemaal duikt een saxofoon op, maar over het algemeen genomen is instrumentatie op No Sun sober of zelfs minimalistisch.
Ik was op basis van het fraaie en eigenzinnige geluid benieuwd welke producer van naam en faam achter dit album zat, maar Ramona Gonzalez tekende zelf voor deze productie en sleutelde ook haar geluid voor een belangrijk deel in elkaar. Op hetzelfde moment is ze ook nog bezig met een proefschrift en doet ze op No Sun haar best om het einde van een liefdesrelatie te verwerken.
Zeker in de wat meer poppy tracks lijkt No Sun wel wat op de muziek van Janet Jackson uit de jaren 90 of duiken associaties met een aantal minder bekende Prince protegees op, maar het grootste deel van de tijd imponeert Ramona Gonzalez met een fascinerend eigen geluid.
Het is een geluid dat je meeneemt naar een sprookjesachtige wereld, maar het is ook een geluid dat het uitstekend zou doen als soundtrack bij een film of documentaire. Op hetzelfde moment tekent Nite Jewel naast sferische tracks ook voor aantrekkelijke popsongs met een kop en een staart. No Sun krijgt nauwelijks aandacht in Nederland, maar het is een buitengewoon interessant, meeslepend en werkelijk prachtig album. Erwin Zijleman
NNENN - Snapshots of Eternity (2015)

4,5
0
geplaatst: 20 november 2015, 07:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: NNENN - Snapshots Of Eternity - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
NNENN is de samenwerking tussen zangeres Johanneke ter Stege en producer Tonny Nobel. Beide namen deden bij mij geen belletje rinkelen, maar mijn aandacht werd direct getrokken door de fraaie wijze waarop het debuut van het tweetal is verpakt.
Snapshots Of Eternity ziet er niet alleen heel fraai uit, maar is ook een hele boeiende plaat.
Tonny Nobel heeft het debuut van NNENN voorzien van een sober maar bijzonder trefzeker elektronisch klankentapijt. Het is een klankentapijt vol avontuur, maar ook vol ruimte.
Deze ruimte wordt vervolgens benut door Johanneke ter Stege, die Snapshots Of Eternity heeft voorzien van hele bijzondere en opvallend veelzijdige vocalen. Het zijn vocalen die soms verleidelijk fluisteren, soms teksten voordragen alsof het gedichten zijn (wat het deels ook zijn), maar ook warm en soulvol kunnen klinken.
Het debuut van NNENN doet vanwege de instrumentatie soms wat denken aan het experimentelere werk van Lamb, maar sluit qua sfeer en vocalen meer aan bij de muziek van Portishead. Uiteindelijk is iedere vergelijking zinloos, want het geluid van NNENN vind ik uiteindelijk toch vooral uniek.
Snapshots Of Eternity houdt je constant op het puntje van je stoel door de spannende instrumentatie die overloopt van ingehouden spanning en overtuigt volop door de prima vocalen die steeds weer perfect lijken samen te vloeien met het intrigerende muzikale landschap.
Waar veel muziek in dit genre me na een tijdje gaat vervelen, kan ik inmiddels al weken geen genoeg krijgen van het debuut van NNENN, wat mede wordt veroorzaakt door het feit dat het duo de perfecte balans heeft gevonden tussen stevig experimenteren en een popliedje met een kop en een staart.
Snapshots Of Eternity blijft maar verrassen, verbazen en verleiden en lijkt bij iedere luisterbeurt alleen maar beter te worden. Hierbij maakt NNENN het je geen moment echt makkelijk, maar raakt het de luisteraar ook geen moment kwijt. Al met al een hele bijzondere plaat, die in zeer brede kring aandacht en respect verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: NNENN - Snapshots Of Eternity - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
NNENN is de samenwerking tussen zangeres Johanneke ter Stege en producer Tonny Nobel. Beide namen deden bij mij geen belletje rinkelen, maar mijn aandacht werd direct getrokken door de fraaie wijze waarop het debuut van het tweetal is verpakt.
Snapshots Of Eternity ziet er niet alleen heel fraai uit, maar is ook een hele boeiende plaat.
Tonny Nobel heeft het debuut van NNENN voorzien van een sober maar bijzonder trefzeker elektronisch klankentapijt. Het is een klankentapijt vol avontuur, maar ook vol ruimte.
Deze ruimte wordt vervolgens benut door Johanneke ter Stege, die Snapshots Of Eternity heeft voorzien van hele bijzondere en opvallend veelzijdige vocalen. Het zijn vocalen die soms verleidelijk fluisteren, soms teksten voordragen alsof het gedichten zijn (wat het deels ook zijn), maar ook warm en soulvol kunnen klinken.
Het debuut van NNENN doet vanwege de instrumentatie soms wat denken aan het experimentelere werk van Lamb, maar sluit qua sfeer en vocalen meer aan bij de muziek van Portishead. Uiteindelijk is iedere vergelijking zinloos, want het geluid van NNENN vind ik uiteindelijk toch vooral uniek.
Snapshots Of Eternity houdt je constant op het puntje van je stoel door de spannende instrumentatie die overloopt van ingehouden spanning en overtuigt volop door de prima vocalen die steeds weer perfect lijken samen te vloeien met het intrigerende muzikale landschap.
Waar veel muziek in dit genre me na een tijdje gaat vervelen, kan ik inmiddels al weken geen genoeg krijgen van het debuut van NNENN, wat mede wordt veroorzaakt door het feit dat het duo de perfecte balans heeft gevonden tussen stevig experimenteren en een popliedje met een kop en een staart.
Snapshots Of Eternity blijft maar verrassen, verbazen en verleiden en lijkt bij iedere luisterbeurt alleen maar beter te worden. Hierbij maakt NNENN het je geen moment echt makkelijk, maar raakt het de luisteraar ook geen moment kwijt. Al met al een hele bijzondere plaat, die in zeer brede kring aandacht en respect verdient. Erwin Zijleman
No Ninja Am I - Broken Dice (2014)

4,0
0
geplaatst: 22 december 2014, 11:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop (meerdere EP's):
De krenten uit de pop: No Ninja Am I - Hold Still & Watch / Broken Dice / Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder dit jaar werd ik aangenaam verrast door de EP Hold Still & Watch van No Ninja Am I. Het alter ego van de Nederlandse muzikant Sander van Munster maakte op deze EP indruk met ingetogen luisterliedjes die intimiteit van Nick Drake wisten te combineren met de songwriting skills van Paul McCartney, om maar direct twee hele grote namen te noemen.
Vanwege het grote aantal releases van dat moment, schoot een recensie van de EP Hold Still& Watch er bij in, maar ik was zeker van plan om de schade in te halen bij de release van het eerste volledige album van No Ninja Am I.
Dat hele album is er nog niet, want met Broken Dice brengt No Ninja Am I nog een volgende EP uit. Het is een EP die voortborduurt op zijn eerder dit jaar verschenen voorganger, maar ook zeker nieuwe wegen in slaat.
Laat ik eerst nog eens terugkeren naar Hold Still & Watch. Op deze EP schotelt Sander van Munster ons zes prachtsongs voor. Het zijn grotendeels akoestische songs met een hoofdrol voor piano of akoestische gitaar, aangevuld met subtiele accenten van andere instrumenten.
Hold Still & Watch doet zowel qua sfeer als qua geluid denken aan popmuziek ui de jaren 70, waarbij de plaat zich constant beweegt tussen aan de ene kant de weemoedige folkies en aan de andere kant de grote singer-songwriters, maar ook de vergelijking met het ingetogen werk van Beck of het werk van Elliott Smith dringt zich op.
Het levert een zestal tijdloze popliedjes op, die met enige fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn, maar ook in het hier en nu prima klinken. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de aangename stem van Sander van Munster, maar ook de kwaliteit van de instrumentatie en de songs is dik in orde.
Met de net wat experimentelere afsluiter neemt No Ninja Am I bedoeld of onbedoeld alvast een voorschot op het onlangs verschenen Broken Dice. Ook Broken Dice bevat zes songs en ook dit keer gaat het om zes betrekkelijk ingetogen songs met een hoofdrol voor de aangename stem van Sander van Munster.
Het zijn songs die dit keer echter niet teruggrijpen op de jaren 70, maar op de jaren 90. Dankzij een subtiele elektronica injectie en spannende ritmes herinnert Broken Dice aan de muziek van bijvoorbeeld The Postal Service, al klinkt de muziek van No Ninja Am I, bijvoorbeeld door de inzet van blazers, warmer en organischer.
Net als Hold Still & Watch bevat Broken Dice zes songs die smaken naar meer, al heeft No Ninja Am I met twee EP’s en in totaal twaalf tracks inmiddels natuurlijk ook gewoon een volwaardig debuut afgeleverd.
No Ninja Am I heeft nog meer te bieden, want Broken Dice is weer het vervolg op de vorig jaar verschenen EP Vegas, die ook al zes uitstekende songs bevat.
Het zijn songs die net wat uitbundiger zijn geïnstrumenteerd dan die op de andere twee EP's en ook wat toegankelijker zijn, waardoor Vegas wat toevoegt aan deze twee andere EPs’ en de jaarproductie van Sander van Munster in totaal uitkomt op 18 prima tracks. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt.
Ik denk persoonlijk nog altijd vooral in termen van EP’s en volwaardige debuten, maar als No Ninja Am I ook in de toekomst kiest voor het uitbrengen van EP’s van het niveau van deze drie EP’s is het natuurlijk ook prima. Groot talent, mooie en spannende muziek. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: No Ninja Am I - Hold Still & Watch / Broken Dice / Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder dit jaar werd ik aangenaam verrast door de EP Hold Still & Watch van No Ninja Am I. Het alter ego van de Nederlandse muzikant Sander van Munster maakte op deze EP indruk met ingetogen luisterliedjes die intimiteit van Nick Drake wisten te combineren met de songwriting skills van Paul McCartney, om maar direct twee hele grote namen te noemen.
Vanwege het grote aantal releases van dat moment, schoot een recensie van de EP Hold Still& Watch er bij in, maar ik was zeker van plan om de schade in te halen bij de release van het eerste volledige album van No Ninja Am I.
Dat hele album is er nog niet, want met Broken Dice brengt No Ninja Am I nog een volgende EP uit. Het is een EP die voortborduurt op zijn eerder dit jaar verschenen voorganger, maar ook zeker nieuwe wegen in slaat.
Laat ik eerst nog eens terugkeren naar Hold Still & Watch. Op deze EP schotelt Sander van Munster ons zes prachtsongs voor. Het zijn grotendeels akoestische songs met een hoofdrol voor piano of akoestische gitaar, aangevuld met subtiele accenten van andere instrumenten.
Hold Still & Watch doet zowel qua sfeer als qua geluid denken aan popmuziek ui de jaren 70, waarbij de plaat zich constant beweegt tussen aan de ene kant de weemoedige folkies en aan de andere kant de grote singer-songwriters, maar ook de vergelijking met het ingetogen werk van Beck of het werk van Elliott Smith dringt zich op.
Het levert een zestal tijdloze popliedjes op, die met enige fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn, maar ook in het hier en nu prima klinken. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de aangename stem van Sander van Munster, maar ook de kwaliteit van de instrumentatie en de songs is dik in orde.
Met de net wat experimentelere afsluiter neemt No Ninja Am I bedoeld of onbedoeld alvast een voorschot op het onlangs verschenen Broken Dice. Ook Broken Dice bevat zes songs en ook dit keer gaat het om zes betrekkelijk ingetogen songs met een hoofdrol voor de aangename stem van Sander van Munster.
Het zijn songs die dit keer echter niet teruggrijpen op de jaren 70, maar op de jaren 90. Dankzij een subtiele elektronica injectie en spannende ritmes herinnert Broken Dice aan de muziek van bijvoorbeeld The Postal Service, al klinkt de muziek van No Ninja Am I, bijvoorbeeld door de inzet van blazers, warmer en organischer.
Net als Hold Still & Watch bevat Broken Dice zes songs die smaken naar meer, al heeft No Ninja Am I met twee EP’s en in totaal twaalf tracks inmiddels natuurlijk ook gewoon een volwaardig debuut afgeleverd.
No Ninja Am I heeft nog meer te bieden, want Broken Dice is weer het vervolg op de vorig jaar verschenen EP Vegas, die ook al zes uitstekende songs bevat.
Het zijn songs die net wat uitbundiger zijn geïnstrumenteerd dan die op de andere twee EP's en ook wat toegankelijker zijn, waardoor Vegas wat toevoegt aan deze twee andere EPs’ en de jaarproductie van Sander van Munster in totaal uitkomt op 18 prima tracks. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt.
Ik denk persoonlijk nog altijd vooral in termen van EP’s en volwaardige debuten, maar als No Ninja Am I ook in de toekomst kiest voor het uitbrengen van EP’s van het niveau van deze drie EP’s is het natuurlijk ook prima. Groot talent, mooie en spannende muziek. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
No Ninja Am I - Hold Still & Watch (2014)

4,0
0
geplaatst: 22 december 2014, 11:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop (meerdere EP's):
De krenten uit de pop: No Ninja Am I - Hold Still & Watch / Broken Dice / Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder dit jaar werd ik aangenaam verrast door de EP Hold Still & Watch van No Ninja Am I. Het alter ego van de Nederlandse muzikant Sander van Munster maakte op deze EP indruk met ingetogen luisterliedjes die intimiteit van Nick Drake wisten te combineren met de songwriting skills van Paul McCartney, om maar direct twee hele grote namen te noemen.
Vanwege het grote aantal releases van dat moment, schoot een recensie van de EP Hold Still& Watch er bij in, maar ik was zeker van plan om de schade in te halen bij de release van het eerste volledige album van No Ninja Am I.
Dat hele album is er nog niet, want met Broken Dice brengt No Ninja Am I nog een volgende EP uit. Het is een EP die voortborduurt op zijn eerder dit jaar verschenen voorganger, maar ook zeker nieuwe wegen in slaat.
Laat ik eerst nog eens terugkeren naar Hold Still & Watch. Op deze EP schotelt Sander van Munster ons zes prachtsongs voor. Het zijn grotendeels akoestische songs met een hoofdrol voor piano of akoestische gitaar, aangevuld met subtiele accenten van andere instrumenten.
Hold Still & Watch doet zowel qua sfeer als qua geluid denken aan popmuziek ui de jaren 70, waarbij de plaat zich constant beweegt tussen aan de ene kant de weemoedige folkies en aan de andere kant de grote singer-songwriters, maar ook de vergelijking met het ingetogen werk van Beck of het werk van Elliott Smith dringt zich op.
Het levert een zestal tijdloze popliedjes op, die met enige fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn, maar ook in het hier en nu prima klinken. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de aangename stem van Sander van Munster, maar ook de kwaliteit van de instrumentatie en de songs is dik in orde.
Met de net wat experimentelere afsluiter neemt No Ninja Am I bedoeld of onbedoeld alvast een voorschot op het onlangs verschenen Broken Dice. Ook Broken Dice bevat zes songs en ook dit keer gaat het om zes betrekkelijk ingetogen songs met een hoofdrol voor de aangename stem van Sander van Munster.
Het zijn songs die dit keer echter niet teruggrijpen op de jaren 70, maar op de jaren 90. Dankzij een subtiele elektronica injectie en spannende ritmes herinnert Broken Dice aan de muziek van bijvoorbeeld The Postal Service, al klinkt de muziek van No Ninja Am I, bijvoorbeeld door de inzet van blazers, warmer en organischer.
Net als Hold Still & Watch bevat Broken Dice zes songs die smaken naar meer, al heeft No Ninja Am I met twee EP’s en in totaal twaalf tracks inmiddels natuurlijk ook gewoon een volwaardig debuut afgeleverd.
No Ninja Am I heeft nog meer te bieden, want Broken Dice is weer het vervolg op de vorig jaar verschenen EP Vegas, die ook al zes uitstekende songs bevat.
Het zijn songs die net wat uitbundiger zijn geïnstrumenteerd dan die op de andere twee EP's en ook wat toegankelijker zijn, waardoor Vegas wat toevoegt aan deze twee andere EPs’ en de jaarproductie van Sander van Munster in totaal uitkomt op 18 prima tracks. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt.
Ik denk persoonlijk nog altijd vooral in termen van EP’s en volwaardige debuten, maar als No Ninja Am I ook in de toekomst kiest voor het uitbrengen van EP’s van het niveau van deze drie EP’s is het natuurlijk ook prima. Groot talent, mooie en spannende muziek. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: No Ninja Am I - Hold Still & Watch / Broken Dice / Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder dit jaar werd ik aangenaam verrast door de EP Hold Still & Watch van No Ninja Am I. Het alter ego van de Nederlandse muzikant Sander van Munster maakte op deze EP indruk met ingetogen luisterliedjes die intimiteit van Nick Drake wisten te combineren met de songwriting skills van Paul McCartney, om maar direct twee hele grote namen te noemen.
Vanwege het grote aantal releases van dat moment, schoot een recensie van de EP Hold Still& Watch er bij in, maar ik was zeker van plan om de schade in te halen bij de release van het eerste volledige album van No Ninja Am I.
Dat hele album is er nog niet, want met Broken Dice brengt No Ninja Am I nog een volgende EP uit. Het is een EP die voortborduurt op zijn eerder dit jaar verschenen voorganger, maar ook zeker nieuwe wegen in slaat.
Laat ik eerst nog eens terugkeren naar Hold Still & Watch. Op deze EP schotelt Sander van Munster ons zes prachtsongs voor. Het zijn grotendeels akoestische songs met een hoofdrol voor piano of akoestische gitaar, aangevuld met subtiele accenten van andere instrumenten.
Hold Still & Watch doet zowel qua sfeer als qua geluid denken aan popmuziek ui de jaren 70, waarbij de plaat zich constant beweegt tussen aan de ene kant de weemoedige folkies en aan de andere kant de grote singer-songwriters, maar ook de vergelijking met het ingetogen werk van Beck of het werk van Elliott Smith dringt zich op.
Het levert een zestal tijdloze popliedjes op, die met enige fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn, maar ook in het hier en nu prima klinken. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de aangename stem van Sander van Munster, maar ook de kwaliteit van de instrumentatie en de songs is dik in orde.
Met de net wat experimentelere afsluiter neemt No Ninja Am I bedoeld of onbedoeld alvast een voorschot op het onlangs verschenen Broken Dice. Ook Broken Dice bevat zes songs en ook dit keer gaat het om zes betrekkelijk ingetogen songs met een hoofdrol voor de aangename stem van Sander van Munster.
Het zijn songs die dit keer echter niet teruggrijpen op de jaren 70, maar op de jaren 90. Dankzij een subtiele elektronica injectie en spannende ritmes herinnert Broken Dice aan de muziek van bijvoorbeeld The Postal Service, al klinkt de muziek van No Ninja Am I, bijvoorbeeld door de inzet van blazers, warmer en organischer.
Net als Hold Still & Watch bevat Broken Dice zes songs die smaken naar meer, al heeft No Ninja Am I met twee EP’s en in totaal twaalf tracks inmiddels natuurlijk ook gewoon een volwaardig debuut afgeleverd.
No Ninja Am I heeft nog meer te bieden, want Broken Dice is weer het vervolg op de vorig jaar verschenen EP Vegas, die ook al zes uitstekende songs bevat.
Het zijn songs die net wat uitbundiger zijn geïnstrumenteerd dan die op de andere twee EP's en ook wat toegankelijker zijn, waardoor Vegas wat toevoegt aan deze twee andere EPs’ en de jaarproductie van Sander van Munster in totaal uitkomt op 18 prima tracks. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt.
Ik denk persoonlijk nog altijd vooral in termen van EP’s en volwaardige debuten, maar als No Ninja Am I ook in de toekomst kiest voor het uitbrengen van EP’s van het niveau van deze drie EP’s is het natuurlijk ook prima. Groot talent, mooie en spannende muziek. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
No Ninja Am I - Vegas (2013)

4,0
0
geplaatst: 22 december 2014, 11:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop (meerdere EP's):
De krenten uit de pop: No Ninja Am I - Hold Still & Watch / Broken Dice / Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder dit jaar werd ik aangenaam verrast door de EP Hold Still & Watch van No Ninja Am I. Het alter ego van de Nederlandse muzikant Sander van Munster maakte op deze EP indruk met ingetogen luisterliedjes die intimiteit van Nick Drake wisten te combineren met de songwriting skills van Paul McCartney, om maar direct twee hele grote namen te noemen.
Vanwege het grote aantal releases van dat moment, schoot een recensie van de EP Hold Still& Watch er bij in, maar ik was zeker van plan om de schade in te halen bij de release van het eerste volledige album van No Ninja Am I.
Dat hele album is er nog niet, want met Broken Dice brengt No Ninja Am I nog een volgende EP uit. Het is een EP die voortborduurt op zijn eerder dit jaar verschenen voorganger, maar ook zeker nieuwe wegen in slaat.
Laat ik eerst nog eens terugkeren naar Hold Still & Watch. Op deze EP schotelt Sander van Munster ons zes prachtsongs voor. Het zijn grotendeels akoestische songs met een hoofdrol voor piano of akoestische gitaar, aangevuld met subtiele accenten van andere instrumenten.
Hold Still & Watch doet zowel qua sfeer als qua geluid denken aan popmuziek ui de jaren 70, waarbij de plaat zich constant beweegt tussen aan de ene kant de weemoedige folkies en aan de andere kant de grote singer-songwriters, maar ook de vergelijking met het ingetogen werk van Beck of het werk van Elliott Smith dringt zich op.
Het levert een zestal tijdloze popliedjes op, die met enige fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn, maar ook in het hier en nu prima klinken. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de aangename stem van Sander van Munster, maar ook de kwaliteit van de instrumentatie en de songs is dik in orde.
Met de net wat experimentelere afsluiter neemt No Ninja Am I bedoeld of onbedoeld alvast een voorschot op het onlangs verschenen Broken Dice. Ook Broken Dice bevat zes songs en ook dit keer gaat het om zes betrekkelijk ingetogen songs met een hoofdrol voor de aangename stem van Sander van Munster.
Het zijn songs die dit keer echter niet teruggrijpen op de jaren 70, maar op de jaren 90. Dankzij een subtiele elektronica injectie en spannende ritmes herinnert Broken Dice aan de muziek van bijvoorbeeld The Postal Service, al klinkt de muziek van No Ninja Am I, bijvoorbeeld door de inzet van blazers, warmer en organischer.
Net als Hold Still & Watch bevat Broken Dice zes songs die smaken naar meer, al heeft No Ninja Am I met twee EP’s en in totaal twaalf tracks inmiddels natuurlijk ook gewoon een volwaardig debuut afgeleverd.
No Ninja Am I heeft nog meer te bieden, want Broken Dice is weer het vervolg op de vorig jaar verschenen EP Vegas, die ook al zes uitstekende songs bevat.
Het zijn songs die net wat uitbundiger zijn geïnstrumenteerd dan die op de andere twee EP's en ook wat toegankelijker zijn, waardoor Vegas wat toevoegt aan deze twee andere EPs’ en de jaarproductie van Sander van Munster in totaal uitkomt op 18 prima tracks. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt.
Ik denk persoonlijk nog altijd vooral in termen van EP’s en volwaardige debuten, maar als No Ninja Am I ook in de toekomst kiest voor het uitbrengen van EP’s van het niveau van deze drie EP’s is het natuurlijk ook prima. Groot talent, mooie en spannende muziek. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: No Ninja Am I - Hold Still & Watch / Broken Dice / Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder dit jaar werd ik aangenaam verrast door de EP Hold Still & Watch van No Ninja Am I. Het alter ego van de Nederlandse muzikant Sander van Munster maakte op deze EP indruk met ingetogen luisterliedjes die intimiteit van Nick Drake wisten te combineren met de songwriting skills van Paul McCartney, om maar direct twee hele grote namen te noemen.
Vanwege het grote aantal releases van dat moment, schoot een recensie van de EP Hold Still& Watch er bij in, maar ik was zeker van plan om de schade in te halen bij de release van het eerste volledige album van No Ninja Am I.
Dat hele album is er nog niet, want met Broken Dice brengt No Ninja Am I nog een volgende EP uit. Het is een EP die voortborduurt op zijn eerder dit jaar verschenen voorganger, maar ook zeker nieuwe wegen in slaat.
Laat ik eerst nog eens terugkeren naar Hold Still & Watch. Op deze EP schotelt Sander van Munster ons zes prachtsongs voor. Het zijn grotendeels akoestische songs met een hoofdrol voor piano of akoestische gitaar, aangevuld met subtiele accenten van andere instrumenten.
Hold Still & Watch doet zowel qua sfeer als qua geluid denken aan popmuziek ui de jaren 70, waarbij de plaat zich constant beweegt tussen aan de ene kant de weemoedige folkies en aan de andere kant de grote singer-songwriters, maar ook de vergelijking met het ingetogen werk van Beck of het werk van Elliott Smith dringt zich op.
Het levert een zestal tijdloze popliedjes op, die met enige fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn, maar ook in het hier en nu prima klinken. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de aangename stem van Sander van Munster, maar ook de kwaliteit van de instrumentatie en de songs is dik in orde.
Met de net wat experimentelere afsluiter neemt No Ninja Am I bedoeld of onbedoeld alvast een voorschot op het onlangs verschenen Broken Dice. Ook Broken Dice bevat zes songs en ook dit keer gaat het om zes betrekkelijk ingetogen songs met een hoofdrol voor de aangename stem van Sander van Munster.
Het zijn songs die dit keer echter niet teruggrijpen op de jaren 70, maar op de jaren 90. Dankzij een subtiele elektronica injectie en spannende ritmes herinnert Broken Dice aan de muziek van bijvoorbeeld The Postal Service, al klinkt de muziek van No Ninja Am I, bijvoorbeeld door de inzet van blazers, warmer en organischer.
Net als Hold Still & Watch bevat Broken Dice zes songs die smaken naar meer, al heeft No Ninja Am I met twee EP’s en in totaal twaalf tracks inmiddels natuurlijk ook gewoon een volwaardig debuut afgeleverd.
No Ninja Am I heeft nog meer te bieden, want Broken Dice is weer het vervolg op de vorig jaar verschenen EP Vegas, die ook al zes uitstekende songs bevat.
Het zijn songs die net wat uitbundiger zijn geïnstrumenteerd dan die op de andere twee EP's en ook wat toegankelijker zijn, waardoor Vegas wat toevoegt aan deze twee andere EPs’ en de jaarproductie van Sander van Munster in totaal uitkomt op 18 prima tracks. Een prestatie van formaat als je het mij vraagt.
Ik denk persoonlijk nog altijd vooral in termen van EP’s en volwaardige debuten, maar als No Ninja Am I ook in de toekomst kiest voor het uitbrengen van EP’s van het niveau van deze drie EP’s is het natuurlijk ook prima. Groot talent, mooie en spannende muziek. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
Noah Cyrus - I Want My Loved Ones to Go with Me (2025)

4,0
0
geplaatst: 12 juli 2025, 11:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Noah Cyrus - I Want My Loved Ones To Go With Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Noah Cyrus - I Want My Loved Ones To Go With Me
Noah Cyrus zal altijd worden vergeleken met haar oudere en beroemdere zus Miley, maar met het eigenzinnige I Want My Loved Ones To Go With Me laat de jongere Cyrus telg horen dat ook zij bulkt van het talent
Ik was bijna drie jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van Noah Cyrus, maar het deze week verschenen I Want My Loved Ones To Go With Me is nog veel beter. Natuurlijk staat Noah Cyrus in de schaduw van haar zus, maar op haar tweede album kiest ze nog wat nadrukkelijker haar eigen weg. Noah Cyrus blijft ver weg van de aanstekelijke pop, maar kiest voor veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en een vleugje indie. Het levert een bijzonder klinkend album op, dat indruk maakt met een bijzondere sfeer, indringende songs en de mooie stem van Noah Cyrus, die is gegroeid als zangeres. Noah Cyrus gaat haar eigen weg en het is een prachtige weg.
Ik was ruim een maand geleden niet echt ondersteboven van het nieuwe album van Miley Cyrus. Van de grote popsterren van het moment is Miley Cyrus zeker een van de betere zangeressen en misschien zelfs wel de beste, maar de songs op Something Beautiful waren wat mij betreft te weinig onderscheidend, iets wat naar mijn mening ook gold voor de songs op het vorige album van de Amerikaanse superster.
Bij Miley Cyrus heb ik altijd het idee dat ze veel beter kan als ze haar eigen dingen zou kunnen of mogen doen. Wat dat betreft heeft haar jongere zus Noah Cyrus het een stuk makkelijker, al is het vast niet eenvoudig om als zus van een grote popster je weg te vinden in de muziek. Daar slaagde Noah Cyrus in de herfst van 2022 overigens heel aardig in, want met The Hardest Part leverde de jongere Cyrus telg een bijzonder mooi debuutalbum af. Het is een album dat uiteindelijk mijn jaarlijstje haalde, wat zus Miley in mijn jaarlijstjes nooit is gelukt.
In tegenstelling tot haar beroemde zus koos Noah Cyrus op haar debuutalbum niet voor grootse pop, maar voor Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje indie. Noah Cyrus had op haar debuutalbum niet de vocale power van haar zus, maar maakte absoluut indruk met mooie en vooral ingetogen vocalen, die haar songs voorzagen van een bijzondere en vaak wat donkere sfeer.
Noah Cyrus keert deze week terug met I Want My Loved Ones To Go With Me, eigenlijk volledig met hoofdletters geschreven, maar dat is wel erg schreeuwerig. Het is een album waarop Noah Cyrus verder gaat waar haar debuutalbum bijna drie jaar geleden ophield, want ook op haar nieuwe album omarmt de Amerikaanse muzikante vooral de Amerikaanse rootsmuziek.
Dat doet ze op I Want My Loved Ones To Go With Me in veel gevallen met verrassend ingetogen songs. Het zijn songs die laten horen dat Noah Cyrus zich als zangeres flink heeft ontwikkeld, want de zang op haar tweede album klinkt een stuk zelfverzekerder en krachtiger dan die op het debuutalbum.
Noah Cyrus wordt op I Want My Loved Ones To Go With Me onder andere bijgestaan door Bill Callahan, Fleet Foxes, Ella Langley en Blake Shelton en schuift hier en daar nog wat verder op richting de countrymuziek die ze thuis heeft meegekregen. Net als haar debuutalbum is I Want My Loved Ones To Go With Me echter geen puur rootsalbum, want Noah Cyrus heeft haar songs ook dit keer met enige regelmaat een indie vibe meegegeven.
In een Amerikaanse recensie wordt de muziek van de Amerikaanse muzikante geplaatst tussen Emmylou Harris en Mazzy Star. Daar kan ik me niet direct in vinden, maar dat Noah Cyrus zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de alternatieve pop en rock van het moment verwerkt onderschrijf ik zeker. Noah Cyrus is zeker niet de enige die dit doet, maar I Want My Loved Ones To Go With Me laat wat mij betreft een bijzonder geluid horen.
Waar ik bij beluistering van het laatste album van Miley Cyrus vooral hoorde dat ze kan zingen en vakkundig gemaakte popsongs kan produceren, wist zus Noah me direct bij eerste beluistering te raken met haar songs, die zowel uiterst ingetogen als behoorlijk uitbundig kunnen klinken, maar altijd iets puurs hebben. De wat donkere klanken op het album versterken de impact van haar songs nog wat meer.
Ik weet zeker dat Noah Cyrus ook met haar nieuwe album qua populariteit weer flink gaat achterblijven bij haar beroemde zus, maar in artistiek opzicht geeft ze haar met I Want My Loved Ones To Go With Me op indrukwekkende wijze het nakijken. Noah Cyrus heeft wat mij betreft wederom een jaarlijstjesalbum gemaakt en dat is knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Noah Cyrus - I Want My Loved Ones To Go With Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Noah Cyrus - I Want My Loved Ones To Go With Me
Noah Cyrus zal altijd worden vergeleken met haar oudere en beroemdere zus Miley, maar met het eigenzinnige I Want My Loved Ones To Go With Me laat de jongere Cyrus telg horen dat ook zij bulkt van het talent
Ik was bijna drie jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van Noah Cyrus, maar het deze week verschenen I Want My Loved Ones To Go With Me is nog veel beter. Natuurlijk staat Noah Cyrus in de schaduw van haar zus, maar op haar tweede album kiest ze nog wat nadrukkelijker haar eigen weg. Noah Cyrus blijft ver weg van de aanstekelijke pop, maar kiest voor veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en een vleugje indie. Het levert een bijzonder klinkend album op, dat indruk maakt met een bijzondere sfeer, indringende songs en de mooie stem van Noah Cyrus, die is gegroeid als zangeres. Noah Cyrus gaat haar eigen weg en het is een prachtige weg.
Ik was ruim een maand geleden niet echt ondersteboven van het nieuwe album van Miley Cyrus. Van de grote popsterren van het moment is Miley Cyrus zeker een van de betere zangeressen en misschien zelfs wel de beste, maar de songs op Something Beautiful waren wat mij betreft te weinig onderscheidend, iets wat naar mijn mening ook gold voor de songs op het vorige album van de Amerikaanse superster.
Bij Miley Cyrus heb ik altijd het idee dat ze veel beter kan als ze haar eigen dingen zou kunnen of mogen doen. Wat dat betreft heeft haar jongere zus Noah Cyrus het een stuk makkelijker, al is het vast niet eenvoudig om als zus van een grote popster je weg te vinden in de muziek. Daar slaagde Noah Cyrus in de herfst van 2022 overigens heel aardig in, want met The Hardest Part leverde de jongere Cyrus telg een bijzonder mooi debuutalbum af. Het is een album dat uiteindelijk mijn jaarlijstje haalde, wat zus Miley in mijn jaarlijstjes nooit is gelukt.
In tegenstelling tot haar beroemde zus koos Noah Cyrus op haar debuutalbum niet voor grootse pop, maar voor Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje indie. Noah Cyrus had op haar debuutalbum niet de vocale power van haar zus, maar maakte absoluut indruk met mooie en vooral ingetogen vocalen, die haar songs voorzagen van een bijzondere en vaak wat donkere sfeer.
Noah Cyrus keert deze week terug met I Want My Loved Ones To Go With Me, eigenlijk volledig met hoofdletters geschreven, maar dat is wel erg schreeuwerig. Het is een album waarop Noah Cyrus verder gaat waar haar debuutalbum bijna drie jaar geleden ophield, want ook op haar nieuwe album omarmt de Amerikaanse muzikante vooral de Amerikaanse rootsmuziek.
Dat doet ze op I Want My Loved Ones To Go With Me in veel gevallen met verrassend ingetogen songs. Het zijn songs die laten horen dat Noah Cyrus zich als zangeres flink heeft ontwikkeld, want de zang op haar tweede album klinkt een stuk zelfverzekerder en krachtiger dan die op het debuutalbum.
Noah Cyrus wordt op I Want My Loved Ones To Go With Me onder andere bijgestaan door Bill Callahan, Fleet Foxes, Ella Langley en Blake Shelton en schuift hier en daar nog wat verder op richting de countrymuziek die ze thuis heeft meegekregen. Net als haar debuutalbum is I Want My Loved Ones To Go With Me echter geen puur rootsalbum, want Noah Cyrus heeft haar songs ook dit keer met enige regelmaat een indie vibe meegegeven.
In een Amerikaanse recensie wordt de muziek van de Amerikaanse muzikante geplaatst tussen Emmylou Harris en Mazzy Star. Daar kan ik me niet direct in vinden, maar dat Noah Cyrus zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de alternatieve pop en rock van het moment verwerkt onderschrijf ik zeker. Noah Cyrus is zeker niet de enige die dit doet, maar I Want My Loved Ones To Go With Me laat wat mij betreft een bijzonder geluid horen.
Waar ik bij beluistering van het laatste album van Miley Cyrus vooral hoorde dat ze kan zingen en vakkundig gemaakte popsongs kan produceren, wist zus Noah me direct bij eerste beluistering te raken met haar songs, die zowel uiterst ingetogen als behoorlijk uitbundig kunnen klinken, maar altijd iets puurs hebben. De wat donkere klanken op het album versterken de impact van haar songs nog wat meer.
Ik weet zeker dat Noah Cyrus ook met haar nieuwe album qua populariteit weer flink gaat achterblijven bij haar beroemde zus, maar in artistiek opzicht geeft ze haar met I Want My Loved Ones To Go With Me op indrukwekkende wijze het nakijken. Noah Cyrus heeft wat mij betreft wederom een jaarlijstjesalbum gemaakt en dat is knap. Erwin Zijleman
Noah Cyrus - The Hardest Part (2022)

4,0
1
geplaatst: 31 oktober 2022, 19:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Noah Cyrus - The Hardest Part - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noah Cyrus - The Hardest Part
Het hebben van een beroemde achternaam is waarschijnlijk niet in het voordeel van Noah Cyrus, die met haar knappe debuutalbum The Hardest Part de critici echter op indrukwekkende wijze de mond snoert
Puur op basis van vooroordelen begon ik ruim een maand geleden niet aan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Noah Cyrus, maar de jonge zus van popprinses Miley Cyrus maakt maar weer eens duidelijk dat op basis van vooroordelen oordelen meestal niet de juiste conclusie oplevert. Met The Hardest Part heeft de pas 22 jaar oude Noah Cyrus immers een uitstekend album afgeleverd. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek en pop en rock fraai worden gecombineerd, waarop vooral sterke songs staan en waarop Noah Cyrus zeer overtuigt als zangeres. Dat The Hardest Part veel te mooi is om te laten liggen zal inmiddels duidelijk zijn.
The Hardest Part, het debuutalbum van Noah Cyrus, verscheen ruim een maand geleden al, maar ik heb het album in eerste instantie links laten liggen. Noah Cyrus is de jongere zus van popicoon Miley Cyrus en de jongste telg van een zeer muzikaal gezin. Nu ben ik absoluut overtuigd van het muzikale en vocale talent van Miley Cyrus, maar als ik kijk naar haar oeuvre, moet ik ook concluderen dat dit talent er vooralsnog helaas niet al te vaak of zelfs bedroevend weinig uit komt.
Ik had daarom geen hoge verwachtingen van het debuutalbum van Noah Cyrus, maar inmiddels moet ik concluderen dat de ene Cyrus de andere niet is. The Hardest Part van Noah Cyrus is immers een verrassend sterk album, dat de jonge Amerikaanse muzikante op de kaart zet als een belangrijke concurrent van haar oudere en beroemdere zus. In muzikaal opzicht zitten de zussen Cyrus overigens niet direct in elkaars vaarwater, want waar Miley Cyrus zich vooral focust op de pop, laat Noah Cyrus op haar debuutalbum een wat alternatiever geluid horen, waarin ook ruimte is voor flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.
Hiermee blijft Noah Cyrus wat dichter bij de muziek die haar vader en countryster Billy Ray Cyrus haar ongetwijfeld met de paplepel heeft ingegoten. Het gaat overigens te ver om The Hardest Part een rootsalbum te noemen, want de jongste Cyrus telg is op haar debuutalbum ook niet vies van pop en rock met hier en daar een vleugje indie.
Ik lees in een aantal recensies dat de stem van Noah Cyrus totaal niet lijkt op die van haar zus Miley, maar dat hoor ik zelf toch anders. De twee zussen gebruiken hun stem wel totaal anders. Waar Miley veel te weinig kiest voor meer ingetogen zang en in de valkuil van teveel power stapt, doet Noah Cyrus dit juist volop en dat is wat mij betreft een wijs besluit. Ik vind de zang op de Hardest Part niet alleen heel erg goed, maar ook veel volwassener klinken dan de tweeëntwintig lentes die Noah Cyrus oud is. Bovendien legt Noah Cyrus wat meer gevoel in haar songs dan ik hoor bij haar oudere zus, wat het album voorziet van doorleving.
The Hardest Part overtuigt in vocaal opzicht bijzonder makkelijk, maar het album heeft meer te bieden. De jongste Cyrus telg is er wat mij betreft in geslaagd om een opvallend eigen geluid te creëren, waarin Amerikaanse rootsmuziek, pop en rock op bijzondere wijze samenvloeien. Het is een geluid dat liefhebbers van pop niet tegen het hoofd zal stoten, maar ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek vinden op The Hardest Part genoeg van hun gading, zeker als de jonge Amerikaanse muzikante er een pure countrysong tegenaan gooit, zoals het prachtige Loretta’s Song.
Het is in dat licht bijzonder dat het album niet werd geproduceerd door een producer die de sporen binnen de rootsmuziek heeft verdiend, maar door de Noord-Ierse producer Mike Crossey, die ik vooral ken voor zijn werk voor Wolf Alice en Arctic Monkeys en die ook dit keer knap werk aflevert. Niet alle songs op het album zijn even sterk, maar echt zwakke songs ben ik niet tegen gekomen op The Hardest Part, terwijl het aantal echt sterke songs behoorlijk groot is. Het is pas het debuutalbum van Noah Cyrus, maar wat mij betreft is ze zus Miley in artistiek opzicht al voorbij met dit uitstekende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Noah Cyrus - The Hardest Part - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noah Cyrus - The Hardest Part
Het hebben van een beroemde achternaam is waarschijnlijk niet in het voordeel van Noah Cyrus, die met haar knappe debuutalbum The Hardest Part de critici echter op indrukwekkende wijze de mond snoert
Puur op basis van vooroordelen begon ik ruim een maand geleden niet aan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Noah Cyrus, maar de jonge zus van popprinses Miley Cyrus maakt maar weer eens duidelijk dat op basis van vooroordelen oordelen meestal niet de juiste conclusie oplevert. Met The Hardest Part heeft de pas 22 jaar oude Noah Cyrus immers een uitstekend album afgeleverd. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek en pop en rock fraai worden gecombineerd, waarop vooral sterke songs staan en waarop Noah Cyrus zeer overtuigt als zangeres. Dat The Hardest Part veel te mooi is om te laten liggen zal inmiddels duidelijk zijn.
The Hardest Part, het debuutalbum van Noah Cyrus, verscheen ruim een maand geleden al, maar ik heb het album in eerste instantie links laten liggen. Noah Cyrus is de jongere zus van popicoon Miley Cyrus en de jongste telg van een zeer muzikaal gezin. Nu ben ik absoluut overtuigd van het muzikale en vocale talent van Miley Cyrus, maar als ik kijk naar haar oeuvre, moet ik ook concluderen dat dit talent er vooralsnog helaas niet al te vaak of zelfs bedroevend weinig uit komt.
Ik had daarom geen hoge verwachtingen van het debuutalbum van Noah Cyrus, maar inmiddels moet ik concluderen dat de ene Cyrus de andere niet is. The Hardest Part van Noah Cyrus is immers een verrassend sterk album, dat de jonge Amerikaanse muzikante op de kaart zet als een belangrijke concurrent van haar oudere en beroemdere zus. In muzikaal opzicht zitten de zussen Cyrus overigens niet direct in elkaars vaarwater, want waar Miley Cyrus zich vooral focust op de pop, laat Noah Cyrus op haar debuutalbum een wat alternatiever geluid horen, waarin ook ruimte is voor flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.
Hiermee blijft Noah Cyrus wat dichter bij de muziek die haar vader en countryster Billy Ray Cyrus haar ongetwijfeld met de paplepel heeft ingegoten. Het gaat overigens te ver om The Hardest Part een rootsalbum te noemen, want de jongste Cyrus telg is op haar debuutalbum ook niet vies van pop en rock met hier en daar een vleugje indie.
Ik lees in een aantal recensies dat de stem van Noah Cyrus totaal niet lijkt op die van haar zus Miley, maar dat hoor ik zelf toch anders. De twee zussen gebruiken hun stem wel totaal anders. Waar Miley veel te weinig kiest voor meer ingetogen zang en in de valkuil van teveel power stapt, doet Noah Cyrus dit juist volop en dat is wat mij betreft een wijs besluit. Ik vind de zang op de Hardest Part niet alleen heel erg goed, maar ook veel volwassener klinken dan de tweeëntwintig lentes die Noah Cyrus oud is. Bovendien legt Noah Cyrus wat meer gevoel in haar songs dan ik hoor bij haar oudere zus, wat het album voorziet van doorleving.
The Hardest Part overtuigt in vocaal opzicht bijzonder makkelijk, maar het album heeft meer te bieden. De jongste Cyrus telg is er wat mij betreft in geslaagd om een opvallend eigen geluid te creëren, waarin Amerikaanse rootsmuziek, pop en rock op bijzondere wijze samenvloeien. Het is een geluid dat liefhebbers van pop niet tegen het hoofd zal stoten, maar ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek vinden op The Hardest Part genoeg van hun gading, zeker als de jonge Amerikaanse muzikante er een pure countrysong tegenaan gooit, zoals het prachtige Loretta’s Song.
Het is in dat licht bijzonder dat het album niet werd geproduceerd door een producer die de sporen binnen de rootsmuziek heeft verdiend, maar door de Noord-Ierse producer Mike Crossey, die ik vooral ken voor zijn werk voor Wolf Alice en Arctic Monkeys en die ook dit keer knap werk aflevert. Niet alle songs op het album zijn even sterk, maar echt zwakke songs ben ik niet tegen gekomen op The Hardest Part, terwijl het aantal echt sterke songs behoorlijk groot is. Het is pas het debuutalbum van Noah Cyrus, maar wat mij betreft is ze zus Miley in artistiek opzicht al voorbij met dit uitstekende album. Erwin Zijleman
