MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Neil Young + Promise of the Real - The Monsanto Years (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young & Promise Of The Real - The Monsanto Years - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Wanneer het gaat om Neil Young ben ik over het algemeen zeer vergevingsgezind. Natuurlijk heeft de muzikant, die later dit jaar overigens zijn zeventigste verjaardag hoopt te vieren, het afgelopen decennium een aantal draken van platen gemaakt, maar op al deze platen hoor ik af en toe ook wel iets dat me weet te raken.

Wanneer ik thuis de akoestische bonus-disc bij Neil Young’s laatste plaat Storytone uit de speakers laat komen, hangt de kat direct in de gordijnen en zijn de overige gezinsleden niet veel enthousiaster, maar zelf hoor ik tussen alle gebreken door ook wel iets puurs en dat raakt me.

Van vergevingsgezindheid was echter weinig sprake toen de nieuwe plaat van Neil Young voor het eerst uit de speakers kwam. The Monsanto Years klonk op het eerste gehoor als de zoveelste hele slechte plaat die Neil Young heeft gemaakt en het leek er even één die kon concurreren met de grootste zeperds uit de inmiddels lange carrière van de Canadees.

Bij eerste beluistering van The Monsanto Years hoorde ik muzikanten die heel veel steken laten vallen, een matig en dof geluid, songs met een hoog kampvuur gehalte, politiek activisme dat wat in de jaren 60 is blijven hangen en zang die nog wat onvaster is dan ik al van Neil Young gewend was.

Een eerste tocht langs de diverse muziekfora bevestigde mij in mijn mening. The Monsanto Years werd genadeloos neergesabeld; ook door muziekliefhebbers die de muziek van Neil Young over het algemeen wel een warm hart toedragen.

The Monsanto Years leek dan ook afgeschreven voor deze BLOG, tot ik een aantal andere recensies las, waarin de plaat voorzichtig de hemel in werd geprezen (met als uitschieter de vijf sterren die het door mij hoog geachte The Guardian uittelde voor de plaat).

Deze recensies stapten vrij makkelijk heen over het matige geluid, het hoge rammelgehalte en de soms bijna valse zang, maar prezen de energie en urgentie van de plaat. Nadat ik de plaat met andere oren begon te beluisteren, groeide mijn waardering voor The Monsanto Years en inmiddels hoor ik toch weer heel wat dat me wel weet te raken.

Op The Monsanto Years laat Neil Young zich begeleiden door de band Promise Of The Real. Daar had ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, wat ook niet zo gek is, want buiten het feit dat de band wordt aangevoerd door een zoon van Willie Nelson heeft de Promise Of The Real nog niet zo gek veel gepresteerd.

Dat doet de band ook lang niet altijd op The Monsanto Years, waarop overigens nog een zoon van Willie Nelson aanschuift. Heel af en toe maakt Promise Of The Real muziek die herinnert aan de hoogtijdagen van Crazy Horse, maar in muzikaal opzicht is het heel wat minder. Ook wanneer de band wat minder stevig mag uitpakken, rammelt het aan alle kanten, al moet ik zeggen dat het na verloop van tijd wel gaat wennen.

Dat geldt eigenlijk voor alles op The Monsanto Years. In eerste instantie verbaasde me ik over de zwakke zang van Neil Young, maar na enige gewenning klinkt The Monsanto Years toch vooral als vintage Neil Young, waarbij naast het stevigere werk ook het akoestische en meer ingetogen werk niet wordt vergeten.

Over de urgentie en energie heb ik het nog niet gehad, maar deze bepalen inderdaad in belangrijke mate de kracht van The Monsanto Years. Van de politieke teksten ben ik nog niet zo heel erg onder de indruk (al is de strijd van Neil Young tegen gemodificeerd en gemanipuleerd voedsel natuurlijk een terechte strijd), maar de energie en de urgentie die uiteindelijk van The Monsanto Years afspatten trekt de plaat uiteindelijk op het droge.

Waar Neil Young op zijn vorige plaat te vaak klonk als een zielige en gefrustreerde oude man, horen we nu weer de muzikant die vol vuur muziek maakt en niet bang is om af en toe van de weg af te raken in vocaal of muzikaal opzicht.

Luister vooringenomen en overdreven kritisch naar The Monsanto Years en je hoort een draak van een plaat. Met een net wat andere houding is het echter net zo makkelijk een aangenaam en bij vlagen zeer bevlogen plaat van één van de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek. Heeft Neil Young me toch weer te pakken. Erwin Zijleman

Neil Young + Stray Gators - Tuscaloosa (2019)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young - Tuscaloosa - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neil Young - Tuscaloosa
Zeker niet het meest memorabele live-album van Neil Young, maar wel een uit een wat doodgezwegen periode en hierdoor zeker interessant

Neil Young wilde zelf lange tijd niets meer weten over de tour die volgde op het album Harvest. Het was een tour die werd getekend door het trieste overlijden van zijn kompaan Danny Whitten en het was een tour met een band die niet in de schaduw kon staan van die van The Crazy Horse. Toch is het nu verschenen live-album interessant en, toch wel verrassend, een stuk beter dan het reguliere live-album Time Fades Away, dat na de tour in 1973 verscheen. De setlist is prachtig, de band rammelt maar is niet zo slecht als in de geschiedschrijving is terecht gekomen en Neil Young slaat zich er in een voor hem zware periode goed doorheen. Al met al zeker de moeite waard.

Er is in theorie bijna niets fascinerender dan de archieven van de iconen uit de geschiedenis van de popmuziek. Het zijn archieven waarover de wildste verhalen de ronde doen (zo zouden de roemruchte kluizen van Prince in de Paisley Park Studios nog talloze klassiekers bevatten), maar in de praktijk blijken deze archieven vaak griezelig leeg (uit de archieven van Prince komen vooralsnog alleen restjes die de fans al lang hadden).

Uitzonderingen zijn de archieven van Bob Dylan en Neil Young. Het zijn archieven die al een flinke stapel geweldige live-albums hebben opgeleverd en het einde is hopelijk nog lang niet in zicht.

De laatste greep uit het archief van Neil Young is een bijzondere. Tuscaloosa doet verslag van de tour die aan het begin van 1973 volgde op de release van het zeer succesvolle Harvest. Het is ook de tour die volgde op de trieste dood van Crazy Horse gitarist Danny Whitten. De dood van zijn vriend en bandlid greep Neil Young zeer aan en zou lang impact hebben op het leven van de Canadese singer-songwriter.

Toch ging Neil Young aan het begin van 1973 op tournee. Hij deed dit logischerwijs niet met zijn vertrouwde band The Crazy Horse maar met de band The Stray Gators. Dit was volgens de overlevering een dik betaalde, maar niet al te beste band. De tour van 1973 zou uiteindelijk worden gevangen op het live-album Time Fades Away, waar Neil Young tot op de dag van vandaag slechte herinneringen aan heeft en dat mede daarom fysiek nauwelijks verkrijgbaar is.

Tuscaloosa doet verslag van dezelfde tour, maar klinkt toch anders dan het donkere en voornamelijk elektronische Time Fades Away. De setlist is ook totaal anders, zodat het nieuwe album een mooie aanvulling is op het zo verguisde live-album uit 1973. Op Tuscaloosa hoor je Neil Young eerst solo en akoestisch, waarna The Stray Gators aanschuiven voor een akoestische set, die uiteindelijk weer overgaat in een elektrische set. Je hoort nog altijd dat The Stray Gators geen geweldige band is, maar het gaat ze een stuk beter af dan op Time Fades Away.

De setlist is een stuk beter en interessanter dan die op het officiële live-album uit 1974 en Tuscaloosa was daarom op voorhand goed voor hoge verwachtingen. Die verwachtingen maakt het album niet helemaal waar. Neil Young bracht de afgelopen jaren een aantal zeer memorabele live-registraties uit, die nu al klassiekers mogen worden genoemd. Tuscaloosa is dat niet. De setlist is prachtig, maar veel songs klinken wat houterig of zelfs ongeïnspireerd, terwijl Neil Young in vocaal opzicht ook betere tijden heeft gekend en hoorbaar wordt getekend door de trieste dood van zijn kompaan Danny Whitten.

Toch valt er op Tuscaloosa flink wat te genieten en is het nog altijd een stuk interessanter dan alles dat Neil Young in recente jaren heeft gemaakt. Als start zou ik zeker niet beginnen met Tuscaloosa (kies dan bijvoorbeeld voor Fillmore East 1970 of voor het vorig jaar uitgebrachte ROXY: Tonight’s The Night Live), maar iedereen die al flink wat Neil Young in huis heeft moet zich zeker niet af laten schrikken door de negatieve verhalen die over dit album worden verteld. Ook wanneer Neil Young niet in zijn beste vorm is maakt hij interessante muziek, blijkt maar weer eens. Erwin Zijleman

Neil Young with Crazy Horse - Way Down in the Rust Bucket (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neil Young & Crazy Horse - Way Down In The Rust Bucket - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neil Young & Crazy Horse - Way Down In The Rust Bucket
Een half jaar na de release van het prachtige Ragged Glory uit 1990 spelen Neil Young en Crazy Horse tweeënhalf uur de sterren van de hemel op het wonderschone Way Down In The Rust Bucket

Vorig jaar was Return To Greendale een verrassend aardige greep uit de archieven van Neil Young, maar het deze week verschenen Way Down In The Rust Bucket is een paar klassen beter. Een half jaar na de release van Ragged Glory, een van de beste albums die Neil Young maakte met Crazy Horse, stonden Neil Young en zijn band op het podium voor een zeer geïnspireerd klinkende set. Zoals het Neil Young en Crazy Horse betaamt is er alle ruimte voor geweldig gitaarwerk, maar ook in vocaal opzicht stelt Neil Young niet teleur. De setlist is ook nog eens prachtig, zodat Way Down In The Rust Bucket je tweeënhalf uur lang vastgrijpt en pas los laat wanneer de laatste gitaarnoten wegsterven. Wederom een prachtige worp uit de archieven van Neil Young.

Binnen het rijke oeuvre van Neil Young heb ik een voorkeur voor de albums die hij maakte met zijn band Crazy Horse. Op deze albums krijgt de gitarist Neil Young alle ruimte en wanneer het gaat om het gitaarwerk van de Canadese muzikant bestaat er wat mij betreft niet zoiets al teveel ruimte. Neil Young is technisch misschien niet de beste gitarist in de rockhistorie, maar de eindeloze solo’s die hij er uit gooit wanneer hij speelt met Crazy Horse vind ik keer op keer van een bijzondere en bijna hypnotiserende schoonheid.

De samenwerking tussen Neil Young en Crazy Horse piekte in de jaren 70 met Everybody Knows This Is Nowhere, Zuma en Rust Never Sleeps, bereikte diepe dalen in de jaren 80 met albums als Re-ac-tor en Life, maar keerde terug naar de grootse vorm met het in 1990 verschenen Ragged Glory, dat ik misschien wel het beste album vind dat Neil Young maakte met Crazy Horse en dat na 1990 ook niet meer werd benaderd.

Materiaal van de tour die volgde op dit album kwam terecht op het prima live-album Weld uit 1991, maar is nu ook te horen op Way Down In The Rust Bucket, dat tot voor kort de status van bootleg had. Way Down In The Rust Bucket werd opgenomen aan het eind van 1990, een half jaar na de release van Ragged Glory.

Neil Young en Crazy Horse openen geweldig met Country Home, ook de openingstrack van Ragged Glory, dat werkelijk uit de speakers knalt. Neil Young mag direct 9 minuten lang strooien met vlammend gitaarwerk en de ene solo na de andere en eerlijk gezegd was ik na deze openingstrack al verkocht.

Way Down In The Rust Bucket bevat in totaal bijna tweeënhalf uur muziek en in die tweeënhalf uur komen 19 songs voorbij. De setlist werd op de avond in het najaar van 1990 gedomineerd door songs van Ragged Glory, maar Neil Young en Crazy Horse duiken ook in de eigen archieven en in die van het solowerk van Neil Young.

Er zijn Neil Young live-albums waarop de Canadese muzikant de oren van je kop kletst, wat niet altijd een genoegen is, maar op Way Down In The Rust Bucket wordt vooral muziek gemaakt, wat de hypnotiserende werking van het gitaarwerk versterkt.

Crazy Horse speelt zoals altijd rauw en solide en dat haalt ook dit keer het beste in Neil Young naar boven. Mijn ouders zouden het vroeger kattengejank genoemd hebben, maar wat is het genieten van de gitaarsolo’s die maar voortduren. Het is muziek zoals die tegenwoordig nauwelijks meer gemaakt wordt en wat is dat jammer.

Het gitaarwerk is top, maar ook in vocaal opzicht stelt Neil Young op dit live-album niet teleur en dat is ook wel eens anders. Natuurlijk hadden we Weld uit 1991 al, maar de setlist van Way Down In The Rust Bucket vind ik persoonlijk net wat aansprekender en bovendien waait het allemaal wat minder breed uit.

Tweeënhalf uur is lang, maar Neil Young en zijn band verslappen nauwelijks (zelfs het materiaal van Re-ac-tor valt niet tegen) en hebben aan het eind nog een fraaie eindsprint in huis met publieksfavorieten als Like A Hurricane en Cortez The Killer.

Wanneer de archieven van grote muzikanten worden geopend valt het resultaat toch meestal wat tegen, maar de archieven van Neil Young staan keer op keer garant voor geweldige live-albums. Het vorig jaar verschenen Return To Greendale, ook met Crazy Horse overigens, viel me vorig jaar best mee, maar Way Down In The Rust Bucket is een paar klassen beter. Het is een aanrader voor liefhebbers van de muziek van Neil Young en een must-have voor een ieder die net als ik smult van het rauwere werk met Crazy Horse. Erwin Zijleman

Neive Strang - Find Me in the Rabbit Hole (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Neive Strang - Find Me In The Rabbit Hole - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Neive Strang - Find Me In The Rabbit Hole
De nieuwsbrief van Flying Out geeft deze week hoog op over Find Me In The Rabbit Hole van singer-songwriter Neive Strang en dat doet de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel ook dit keer weer niet voor niets

De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Neive Strang nam de tijd voor haar derde album in een periode waarin de wereld en haar wereld op zijn kop stonden. Het levert een zeer sfeervol en bijna rustgevend album op. Het is een album waarop de bijzonder mooie stem van Neive Strang de meeste aandacht trekt. Het is een stem die zich als een warme deken om je heen slaat en dat doet ook de muziek op het bijzonder mooi geproduceerde album. Heel af en toe moet ik denken aan Heather Nova, maar Neive Strang laat toch vooral een eigen geluid horen, wat in het overvolle genre waarin ze opereert een bijzondere prestatie is. Find Me In The Rabbit Hole is weer een fraai voorbeeld van “wat je van ver haalt is lekkerder”.

Find Me In The Rabbit Hole van Neive Strang kwam ik tegen in de op deze website al vaker uitvoerig geprezen nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out. De muziekwinkel uit Auckland heeft me inmiddels al een enorme stapel geweldige albums opgeleverd en ook het album van Neive Strang is er voor mij weer een.

Neive Strang is een singer-songwriter uit het Nieuw-Zeelandse Dunedin (Ōtepoti), die met Find Me In The Rabbit Hole al haar derde album heeft afgeleverd. Het is een album dat verschijnt na een stilte van bijna vijf jaar, waarin de Nieuw-Zeelandse muzikante overigens wel een EP en een paar singles maakte en bovendien speelde in de band van de mij onbekende Shayne P. Carter.

Ik kwam de naam van Neive Strang pas de afgelopen week voor het eerst tegen, maar had onmiddellijk een zwak voor het prachtige Find Me In The Rabbit Hole. Bij beluistering van het album viel in eerste instantie vooral de stem van Neive Strang me op. Ze beschikt over een opvallend mooi maar ook zeer aangenaam stemgeluid en de zang op Find Me In The Rabbit Hole is ook heerlijk laidback.

Het zorgt ervoor dat een gevoel van rust zich meester van je maakt wanneer je naar het album luistert en dat is een gevoel dat zeer van pas komt op de mooie lentedagen van het moment. Neive Strang heeft een stem die anders klinkt dan die van de meeste andere vrouwelijke singer-songwriter van het moment en dat maakt van haar nieuwe album een bijzonder album.

De mooie en bijzondere stem van Neive Strang wordt gecombineerd met een al even laidback en eveneens prachtig geluid, wat het aangenaam rustgevende karakter van het album verder versterkt. Neive Strang maakte haar derde album voor een substantieel deel samen met producer Sean James Donnelly (SJD), die Find Me In The Rabbit Hole heeft voorzien van een zeer sfeervol geluid, dat bestaat uit meerdere subtiele lagen.

Het nieuwe album van Neive Strang is een album waarop het etiket folkpop redelijk goed past, al doe je haar muziek met alleen dit etiket wat mij betreft onvoldoende recht. De Nieuw-Zeelandse muzikante heeft de tijd genomen voor haar derde album en schreef de songs voor het album gedurende een langere periode, die midden in de coronapandemie begint. Een aantal teksten lijken te verwijzen naar deze periode, al geeft Neive Strang zelf aan dat de meeste teksten betrekking hebben op haarzelf en op een periode waarin ze zowel pieken als dalen doormaakte.

Bij eerste beluistering vond ik het nieuwe album van Neive Strang vooral een bijzonder aangenaam album, maar bij herhaalde beluistering van het album werden de songs me steeds dierbaarder en bij beluistering met de koptelefoon begon ik ook steeds meer bijzondere details te ontdekken in de songs van de muzikante uit Dunedin.

Find Me In The Rabbit Hole is elf songs lang een bijzonder mooi album, waarop Neive Strang naarmate het album vordert ook steeds meer varieert met het tempo en de muziek, wat het album ondanks de dromerige vibes ook levendig houdt. Zonder de nieuwsbrief van Flying Out zou ik waarschijnlijk nooit in aanraking zijn gekomen met dit album, maar het is een album dat het absoluut verdient om gehoord te worden en dat ook zeker in de smaak gaat vallen. Erwin Zijleman

Neko Case - Hell-On (2018)

poster
4,5
Geen country dit keer inderdaad, maar ik hou ook van pop. Ik vind het echt een leuke plaat.

Neko Case - Neon Grey Midnight Green (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Neko Case - Neon Grey Midnight Green - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Neko Case - Neon Grey Midnight Green
Dat de Amerikaanse muzikante Neko Case een geweldige zangeres is weten we al heel lang, maar toch weet ze indruk te maken met haar fantastische stem op het opvallend ingekleurde en zeer veelzijdige Neon Grey Midnight Green

Ik heb al drie decennia een enorm zwak voor de stem van Neko Case, maar toch was ik nog niet eerder zo onder de indruk van haar stem als bij beluistering van het deze week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Het heeft te maken met de bijzondere instrumentatie op het album en de net wat andere genres waarin Neko Case zich beweegt, maar haar stem klinkt op Neon Grey Midnight Green ook nog wat mooier en doorleefder, wat ongetwijfeld te maken heeft met het zeer persoonlijke karakter van het nieuwe album. Ik dacht bij Neko Case wel te weten waar ik aan toe was, maar ik vind Neon Grey Midnight Green echt een enorme verrassing.

De Amerikaanse muzikante Neko Case heeft inmiddels een indrukwekkend stapeltje albums op haar naam staan. Het deze week verschenen Neon Grey Midnight Green is als ik goed geteld heb al haar achtste studioalbum naast twee live-albums en de Neko Case maakt ook al heel wat jaren deel uit van de Canadese ‘supergroep’ The New Pornographers, inmiddels ook al goed voor een tiental albums. En dan was er ook nog de samenwerking met k.d. lang en Laura Veirs (case/lang/veirs) en de samenwerking met Carolyn Mark (The Corn Sisters), die ook allebei nog een prima album opleverden.

Blacklisted uit 2002 en Fox Confessor Brings The Flood uit 2006 zijn mijn favoriete Neko Case albums, maar de andere soloalbums doen hier echt nauwelijks voor onder. Ook het deze week verschenen Neon Grey Midnight Green bevalt me weer uitstekend, want Neko Case heeft ruim dertig jaar na de start van haar muzikale carrière nog altijd heel veel te bieden.

Het werd zo langzamerhand ook wel weer eens tijd voor een nieuw album van de muzikante uit Seattle, Washington, want wanneer ik de verzamelaar Wild Creatures uit 2022 niet mee tel, is haar vorige album (Hell-On) inmiddels al ruim zeven jaar oud. De terugkeer van Neko Case is daarom welkom en valt zeker niet tegen.

Dat is allereerst de verdienste van de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante en het is een stem die nog zeker geen last heeft van de tand des tijds. Op Neon Grey Midnight Green staat de stem van Neko Case zelfs nog wat meer centraal dan op haar vorige albums. Het is een album dat, zeker wanneer strijkers worden ingezet, klinkt als een crooner album en Neko Case laat horen dat ze een zeer verdienstelijk crooner is.

Neko Case debuteerde in 1997 als een getalenteerde maar ook enigszins doorsnee countryzangeres, maar heeft zich als zangeres enorm ontwikkeld. Op Neon Grey Midnight Green laat ze horen dat ze beschikt over een krachtige strot, maar ze kan ook echt prachtig doseren en betoveren met fraai ingehouden vocalen, die in ieder geval bij mij met grote regelmaat goed zijn voor kippenvel.

Alleen de zang maakt van Neon Grey Midnight Green al een mooi en bijzonder album, maar ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Neko Case indrukwekkend. De Amerikaanse muzikante heeft de country die ze ooit zo intens omarmde deels los gelaten en overtuigt met een veelzijdig geluid dat niet zomaar in een hokje is te duwen.

Het gekke is dat ik bij beluistering van het nieuwe album van Neko Case vooral associaties heb met de latere albums van de Schotse muzikante Kirsty MacColl, die flink wat Keltische invloeden in haar muziek verwerkte. De associaties zullen daarom vooral te maken hebben met de zang, maar ik kan er de vinger niet goed opleggen.

Neon Grey Midnight Green is ook een album van tegenstrijdigheden. Het is een album dat aan de ene kant behoorlijk vol klinkt, zeker wanneer wordt gekozen voor stevig aangezette orkestraties, maar aan de andere kant is het in de eigen studio van Neko Case in St. Johnsbury, Vermont, opgenomen album ook een zeer intiem en persoonlijk album, waarop de Amerikaanse muzikante de touwtjes voor een groot deel zelf in handen had.

Neon Grey Midnight Green slingert je daarom heen en weer toen grootse klanken en emotievolle en intense zang, maar eigenlijk is alles op het nieuwe album van Neko Case prachtig en dat is een prestatie van formaat. Een daverende verrassing dit album. Erwin Zijleman

Nell & The Flaming Lips - Where the Viaduct Looms (2021)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nell & The Flaming Lips - Where The Viaduct Looms - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nell & The Flaming Lips - Where The Viaduct Looms
De pas veertien jaar oude Nell gaat samen met The Flaming Lips op bijzondere wijze aan de haal met songs van Nick Cave, wat een album oplevert dat je verafschuwt of dat stiekem toch charmeert

Het is een wonderlijke combinatie: een piepjonge zangeres die samen met de Amerikaanse band The Flaming Lips aan de haal gaat met de zwaar melancholische songs van Nick Cave, waarvan Nell een tijdje geleden nog nooit had gehoord. Het is hier en daar een bijna absurde combinatie, die ongetwijfeld heftige reacties zal oproepen bij de bewonderaars van Nick Cave, maar ik hoor wel wat in de versies van Nell, zeker wanneer ik ze niet probeer te vergelijken met de originele versies van de Australische muzikant. De loodzware songs van Nick Cave worden in handen van Nell en haar begeleidingsband The Flaming Lips opeens licht en dromerig, wat op zijn tijd best lekker is.

Het woord heiligschennis ligt waarschijnlijk op menigeens lippen, maar persoonlijk was ik wel benieuwd naar Where The Viaduct Looms van de piepjonge en van oorsprong Britse muzikante Nell (Smith). Dat deze Nell op haar debuutalbum aan de haal gaat met de songs van Nick Cave doet de wenkbrauwen al stevig fronsen vrees ik en het wordt alleen maar erger als je weet dat Nell Smith pas 14 jaar oud is en voor het opnemen van haar debuutalbum nog nooit van Nick Cave muzikant had gehoord.

Nell woont in Canada en kwam op zeer jonge leeftijd in aanraking met de muziek van de Amerikaanse band The Flaming Lips. Ze trok de aandacht van de band door bij optredens van de band steevast in een papegaaien kostuum te verschijnen en uiteindelijk was er contact. The Flaming Lips voorman Wayne Coyne zag het talent van de jonge fan en van het een kwam het ander. Op haar debuutalbum heeft Nell daarom niemand minder dan The Flaming Lips als begeleidingsband en hoeveel veertienjarigen kunnen dat zeggen?

Fans van de muziek van Nick Cave hebben waarschijnlijk al meer dan genoeg gelezen om definitief af te haken, maar ik was zelf zoals gezegd wel nieuwsgierig naar het eerste album van Nell. Ik kan er persoonlijk niet wakker van liggen dat Nell op haar debuut aan de haal gaat met de songs van Nick Cave, al is het een wonderlijke combinatie om de vaak toch wat zware en soms zwaar melancholische of duistere teksten te horen uit de mond van een veertienjarige.

Ook de muziek op Where The Viaduct Looms is ver verwijderd van de originelen van Nick Cave en in vocaal opzicht is het verschil natuurlijk nog veel groter. Toch is Where The Viaduct Looms onmiskenbaar een verzameling Nick Cave songs en ik kan me voorstellen dat de versies van Nell je als bewonderaar van Nick Cave vreselijk in de weg kunnen zitten.

Persoonlijk ben ik voorzichtig gecharmeerd van het debuutalbum van Nell, al is dat ook voor een deel de verdienste van The Flaming Lips, die het album zeer smaakvol hebben ingekleurd. Nell beschikt over een mooi helder stemgeluid, maar het is een nog niet erg volwassen stemgeluid, wat flink contrasteert met de zware teksten van Nick Cave en de indringende voordracht die we van hem kennen.

The Flaming Lips doken een paar jaar geleden al eens op een soloalbum van Miley Cyrus op, het krankzinnige Miley Cyrus & Her Dead Petz uit 2015, en ook op Where The Viaduct Looms van Nell leveren ze wat mij betreft fraai en bijzonder werk. De songs van Nick Cave zijn zonder uitzondering voorzien van een nogal dromerig geluid met flink wat invloeden uit de neo-psychedelica.

Het is een geluid waarin zowel gitaren als elektronica opduiken en het past op een of andere manier goed bij de jonge stem van Nell, die zich er niet makkelijk van af maakt en diep in de songs van Nick Cave duikt en zeker in de wat spaarzamer ingekleurde songs relatief dicht bij de originelen blijft.

Omdat ik niet zo’n heel groot fan van Nick Cave ben, hoor ik niet in alle tracks bijna automatische de donkere stem van de Australische muzikant naast de piepstem van Nell en dat helpt. De piepjonge zangeres uit Leeds maakt op bijzondere wijze haar eigen songs van de songs van Nick Cave en wordt hierbij geholpen door het voorzichtige bombast van The Flaming Lips. Het is zonder enige twijfel een bijzonder of zelfs absurd experiment, maar na een paar keer horen vind ik het een geslaagd experiment en laat ik dit album toch steeds weer uit de speakers komen. Erwin Zijleman

Nell Smith - Anxious (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nell Smith - Anxious - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Nell Smith - Anxious
Het noodloot sloeg helaas toe voordat de pas 17 jaar oude Nell Smith haar debuutalbum kon uitbrengen, maar met Anxious laat ze ons een leuk, fris, avontuurlijk en verrassend goed popalbum na

Nell Smith maakte op haar veertiende een bijzonder album, waarop ze samen met The Flaming Lips aan de haal ging met een aantal songs van Nick Cave. Het bood haar de mogelijkheid om te gaan werken aan haar debuutalbum, dat vorig jaar werd opgenomen in het Verenigd Koninkrijk met de van Penelope Isles bekende Jack en Lily Wolter als producers. Het is een ijzersterk debuutalbum geworden met frisse en eigenzinnig maar ook aangename en aanstekelijke popsongs. Het had de start moeten zijn van een mooie carrière in de popmuziek, maar die was helaas niet weggelegd voor de talentvolle Nell Smith, die eind vorig jaar om het leven kwam bij een auto-ongeluk. Het voorziet het zo leuke Anxious van een hele donkere lading.

De van oorsprong Britse maar in Canada opgegroeide Nell Smith was al op hele jonge leeftijd een groot fan van de Amerikaanse band The Flaming Lips. Ze wist de aandacht van de band te trekken door in een opvallend papegaaienkostuum op te duiken bij de kleurrijke optredens van The Flaming Lips en kwam uiteindelijk in contact met de band.

The Flaming Lips voorman Wayne Coyne zag het talent van de jonge muzikante in de dop en kwam tijdens de coronapandemie met het idee om samen een album te maken. Dit album verscheen aan het eind van 2021 en baarde flink wat opzien. De combinatie van een pas 14 jaar oude zangeres en de eigenzinnige band The Flaming Lips was al bijzonder, maar op Where The Viaduct Looms vertolkte Nell Smith ook nog eens uitsluitend de indringende songs van Nick Cave. Het leek me op voorhand een kansloze missie, maar op een of andere manier werkte het en uiteindelijk was ik best gecharmeerd van de opvallende samenwerking.

Toen de coronapandemie was uitgedoofd begon Nell Smith na te denken over een eerste soloalbum, dat ze uiteindelijk in het Verenigd Koninkrijk opnam. Ze werd hierbij geholpen door de Britse broer en zus Jack en Lily Wolter, beter bekend als het duo Penelope Isles, die het album produceerden.

De release van het album had het afgelopen najaar de start moeten zijn van de solocarrière van de inmiddels 17 jaar oude Nell Smith, maar het noodlot sloeg toe. Nell Smith kwam in Canada om het leven bij een auto-ongeluk, waardoor het deze week verschenen Anxious niet alleen het eerste maar ook direct het laatste album is van de Brits-Canadese muzikante.

Het is een hartverscheurend verhaal en ik vond het dan ook niet makkelijk om naar Anxious te luisteren. Het is immers een album vol mooie tienerdromen en het is bovendien een album vol belofte, maar beiden werden ruw verstoord door een fataal ongeluk.

Op Anxious laat Nell Smith horen dat haar zo onverwachte album met The Flaming Lips geen toevalstreffer was. Het debuutalbum en de zwanenzang van de veel te jong overleden muzikante is een fris en origineel popalbum, dat zich vrij makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere popalbums van dit moment. Nell Smith klonk op Where The Viaduct Looms nog wel heel erg jong, maar op Anxious heeft haar stem zich mooi ontwikkeld en hoor je een prima zangeres, die ouder klinkt dan de 17 jaren jaren die ze telde toen ze haar album opnam.

De keuze voor Jack en Lily Wolter blijkt een verstandige, want de twee hebben Anxious voorzien van een aangenaam maar ook interessant geluid. Het is een geluid dat is te karakteriseren als indiepop, maar Nell Smith verwerkt ook invloeden uit de indierock, psychedelica en R&B op haar album.

In tekstueel opzicht is Anxious een typisch ‘coming of age’ album dat past bij de leeftijd van Nell Smith, maar in muzikaal en vocaal opzicht klinkt ze een stuk volwassener en ook de songs op het album zijn van een niveau dat je niet verwacht van een meisje van 17. Anxious is een popalbum waar ik normaal gesproken enorm vrolijk van zou worden, maar de trieste dood van Nell Smith voorziet het album helaas van een donkere lading. Ik had graag nog veel meer gehoord van de Brits-Canadese muzikante, maar we zullen het helaas moeten doen met het uitstekende Anxious. Erwin Zijleman

Neneh Cherry - Broken Politics (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neneh Cherry - Broken Politics - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Haar meest verkochte plaat maakte Neneh Cherry bijna 30 jaar gelden, haar (voorlopig) beste plaat maakt ze nu
Het is al weer bijna 30 jaar geleden dat Neneh Cherry een handvol hits scoorde met haar debuut Raw Like Sushi, maar in artistiek opzicht verkeert ze met name het afgelopen decennium in topvorm. Het komt allemaal samen op Broken Politics dat ingrediënten bevat van alle platen die de Zweedse muzikante tot dusver maakte. Het levert een geheel op dat in eerste instantie soms behoorlijk ongrijpbaar en experimenteel is, maar als de schoonheid en de kracht van de songs eenmaal aan de oppervlakte komt, ben je direct verkocht. Jaarlijstjesplaat!



Bij de naam Neneh Cherry denk ook ik in eerste instantie aan de serie hits die ze scoorde met haar debuutalbum Raw Like Sushi, dat komende lente al weer dertig jaar oud is.

De in Zweden geboren Neneh Mariann Karlssson, die later de achternaam van haar stiefvader en jazz trompettist Don Cherry zou overnemen, heeft echter meer wapenfeiten op haar inmiddels zeer indrukwekkende CV staan.

Ze maakte deel uit van de postpunk/funk band Rip Rig + Panic, maakte een briljante plaat met haar band cirKus en maakte natuurlijk ook meer soloplaten dan het in commercieel opzicht waarschijnlijk voor altijd onaantastbare Raw Like Sushi.

Neneh Cherry is al lang niet meer de popprinses die ze ooit was en maakt met name het afgelopen decennium indruk met platen waarop ze nadrukkelijk het experiment zoekt. Dat resulteerde in 2012 in het verrassende The Cherry Thing, waarop Neneh Cherry samen met de avontuurlijk Zweedse jazz band The Thing in de voetsporen van stiefvader Don trad. De plaat werd in 2014 gevolgd door Blank Project, waarop Neneh Cherry samenwerkte met Kieran Hebden, aka Four Tet, die de bij vlagen behoorlijk experimentele plaat voorzag van een spannend klankentapijt.

Deze week verscheen de opvolger van Blank Project en ook op Broken Politics werkt Neneh Cherry samen met Kieran Hebden. Ik heb Broken Politics inmiddels een aantal weken in mijn bezit en vind het een fascinerende plaat, die steeds weer nieuwe dingen laat horen. Het is een plaat waarop alles uit het verleden van Neneh Cherry samen komt. In haar zang hoor je af en toe nog de jeugdige onbezonnenheid en de aanstekelijkheid van Raw Like Sushi, maar Broken Politics is ook een experimentele plaat die aansluit bij zowel The Cherry Thing als Blank Project.

Het is een plaat die in eerste instantie aanvoelt als een vat vol tegenstrijdigheden. De instrumentatie bestaat uit subtiele en zweverige elektronica, bijzondere en vaak wat jazzy ritmes en organisch aandoende klanken (feitelijk loops van harp samples) die zo lijken weggelopen uit de New Age. Het zijn drie lagen die in eerste instantie ieder hun eigen weg lijken te gaan, wat zorgt voor iets ongrijpbaars.

Het wordt versterkt door de vocalen van Neneh Cherry, die zich zeker bij eerste beluistering niets aan lijken te trekken van de instrumentatie en hun eigen ding doen. Wanneer je vaker naar Broken Politics luistert, grijpen alle lagen echter steeds fascinerender in elkaar en openbaren zich songs van grote schoonheid.

Neneh Cherry zoekt op Broken Politics nadrukkelijk het experiment, maar verrast toch ook weer met passages die je onmiddellijk wilt omarmen en nooit meer wilt vergeten. Faster Than The Truth schaar ik nu alvast onder mijn favoriete tracks van het jaar en zo staan er nog veel meer op de nieuwe plaat van Neneh Cherry. De een is net wat tegendraadser en ongrijpbaarder dan de ander, maar uiteindelijk grijpen ze je allemaal bij de strot.

Als een verrassing komt het natuurlijk niet na prachtplaten als The Cherry Thing en Blank Project, maar Broken Politics schat ik persoonlijk nog een stuk hoger in en is wat mij betreft de voorlopige kroon op het werk van Neneh Cherry. Broken Politics gaat aan de haal met zeer uiteenlopende genres en integreert het allemaal in een geluid dat fascineert, maar dat ook genadeloos kan verleiden.

In de lente van 2019 mag Neneh Cherry de dertigste verjaardag vieren van het debuut dat haar een zorgeloze oude dag garandeerde, maar haar creatieve piek is op dat moment pas een half jaar oud. Wat een wereldplaat is Broken Politics. Erwin Zijleman

Neneh Cherry - Raw Like Sushi (1989)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neneh Cherry - Raw Like Sushi, 30th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neneh Cherry - Raw Like Sushi, 30th Anniversary Edition
Neneh Cherry’s Raw Like Sushi is alweer ruim dertig jaar oud, maar het debuut van de Zweedse muzikante klinkt nog net zo fris als op de dag van de release

Het is lastig te geloven dat het debuut van Neneh Cherry al meer dan dertig jaar oud is. Destijds was het een album vol wereldhits, maar het is ook een album dat de popmuziek tot op de dag van vandaag heeft beïnvloed. Neneh Cherry vermengde op haar debuut meerdere genres en goot er een aanstekelijk popsausje overheen. Het is bij dit soort albums altijd even afwachten hoe ze de tand des tijds hebben doorstaan, maar Raw Like Sushi doorstaat de test glansrijk. De popsongs op het album klinken nog net zo fris en energiek als 30 jaar geleden en leverden een debuut op dat net zo interessant is als de experimentelere albums die Neneh Cherry decennia later zou maken.

Neneh Cherry werd geboren in Zweden en groeide op met de fameuze jazzmuzikant Don Cherry als stiefvader. Ze wist al op zeer jonge leeftijd dat het schoolbestaan niets voor haar was en verruilde Stockholm op haar 16e voor de wereldstad Londen, waar ze al snel opdook in de postpunk scene.

Ze maakte kort deel uit van The Slits en wat langer van de cultband Rip Ric + Panic, maar had al snel meer ambities dan een rol op de achtergrond. In het najaar van 1988 dook Neneh Cherry op met haar eerste solosingle en in de zomer van 1989 volgde haar debuutalbum, Raw Like Sushi.

Het debuut van Neneh Cherry was uitermate succesvol en maakte van de jonge Zweedse muzikante direct een wereldster. Neneh Cherry verraste met een fris eigen geluid vol invloeden en verpakte deze invloeden ook nog eens in bijzonder aanstekelijke songs, die haar een imposante rij wereldhits opleverde.

Iets meer dan 30 jaar na de release van het debuut van Neneh Cherry wordt de 30e verjaardag van Raw Like Sushi gevierd met een heruitgave, die naast het originele album vooral remixes bevat. Ik ben geen groot liefhebber van remixes, maar ben verrast door de mate waarin de originele tracks van Raw Like Sushi de tand des tijds hebben doorstaan.

De mix van onder andere pop, R&B, rap, dub, hiphop, jazz, wereldmuziek, soul en triphop (een genre dat destijds nog niet officieel was uitgevonden) liet in 1989 een nieuw geluid horen en het is een geluid dat tot op de dag van vandaag invloedrijk is. Neneh Cherry maakte aan het eind van de jaren 80 een blauwdruk voor de hedendaagse popmuziek, maar het is ook popmuziek die in artistiek opzicht zeer interessant is. Raw Like Sushi klinkt nog net zo fris, sprankelend en eigentijds als ruim 30 jaar geleden en bewijst het ongelijk van een ieder die haar in 1989 in het hokje kleurloze popmuziek duwde.

Neneh Cherry was sinds haar debuut niet overdreven productief, maar alles dat ze sindsdien heeft uitgebracht is van hoog niveau. De laatste paar albums van de Zweedse muzikante waren experimenteler en jazzier, maar ook de aanstekelijke songs van Raw Like Sushi gaan er na al die jaren nog in als koek. Het album valt direct vanaf de openingstrack Buffalo Stance op door een enorme hoeveelheid passie en energie, waarna in sneltreinvaart alle singles van het album voorbij komen. Ook de songs die het destijds niet tot single schopten zijn zeer de moeite waard en doen niet onder voor de songs die zich dertig jaar geleden al in het geheugen nestelden.

Ik had Raw Like Sushi echt al vele jaren niet meer beluisterd, maar wat is het nog altijd een sterk album. De extra’s zijn alleen interessant als je een zwak hebt voor remixes, wat wel in het tijdsbeeld van het album past, maar met alleen het originele album heb je wat mij betreft het beste wel in handen. Hernieuwde beluistering van Raw Like Sushi bevestigt niet alleen de invloed die het album heeft gehad, maar rechtvaardigt wat mij betreft ook de conclusie dat Neneh Cherry met haar debuut een ware klassieker afleverde. Erwin Zijleman

néomi - After (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: néomí - After - dekrentenuitdepop.blogspot.com

néomí - After
Op het verrassend sterke minialbum After laat de Surinaams-Nederlandse néomí indrukwekkende groei horen en schaart ze zich in één klap onder de grootste talenten in het genre

Het is momenteel flink dringen in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriters, ook in Nederland, waar de ene na de andere fraaie release opduikt. De Surinaams-Nederlandse muzikante Neomi Speelman trok vorig jaar als néomí de aandacht met de prima EP Before, die vooral een uitstekende zangeres liet horen. Op het deze week verschenen After maakt néomí nog veel meer indruk. Ze zingt mooier en met meer emotie, haar songs zijn overtuigender en persoonlijker en deze songs zijn ook nog eens fraai ingekleurd en geproduceerd. Ruim twintig minuten houdt néomí je op het puntje van de stoel en hierna wil je alleen maar meer. Hopelijk gaan we nog veel van haar horen.

De Surinaams-Nederlandse muzikante néomí debuteerde in de zomer van vorig jaar met de EP Before. Het was een EP die wat mij betreft vijf songs en zeventien minuten lang overliep van de belofte. Het alter ego van de uit Den Haag afkomstige jonge singer-songwriter Neomi Speelman maakte indruk met mooie persoonlijke songs en vooral met een bijzonder mooie stem, die haar debuut EP flink optilde.

We zijn inmiddels een klein jaar verder en néomí keert terug met After. After bevat zes tracks en ruim twintig minuten muziek en mag daarom ook best een minialbum worden genoemd. Met de titels van haar eerste twee releases refereert néomí aan een aantal vervelende gebeurtenissen in haar leven die op de vorig jaar verschenen EP nog onbekend waren, maar inmiddels achter haar liggen. De songs op After werden overigens al in 2020 geschreven en hebben kunnen rijpen, wat de kwaliteit ten goede is gekomen.

After klinkt door de thematiek als een ‘coming of age’ album en als een onaangenaam ruwe kennismaking met het volwassen worden. Het zorgt er voor dat After toch net wat anders klinkt dan het nog geen jaar oude Before. De onbevangen en dromerige sfeer van de EP van vorig jaar is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een donkerder en emotievoller geluid.

Persoonlijke misère is wel vaker een voedingsbodem voor creatieve groei, maar de groei die néomí in artistiek opzicht heeft doorgemaakt in nog geen jaar tijd is ongekend. Before was een jaar geleden een EP vol belofte, maar op After is de jonge Surinaams-Nederlandse muzikante de belofte ver voorbij.

After is in alle opzichten klassen beter dan zijn voorganger. Zo zingt néomí met veel meer gevoel en expressie en klinkt haar stem ook warmer en voller. Ook in muzikaal opzicht is After een stuk interessanter dan Before. Het album is voorzien van een smaakvol indiegeluid en het is een geluid dat zich als een warme deken om de stem van néomí heen slaat. Het is bovendien een geluid dat steeds subtiel van kleur verandert en een fraaie balans heeft gevonden tussen sobere en uitbundigere klanken.

After is fraai geproduceerd door de Britse producer Will Knox, waardoor de fraaie klanken prachtig door de speakers komen, maar de bijzonder mooie stem van néomí nergens in de weg zitten. After doet me heel af en toe denken aan de muziek van de briljante Naaz, maar het heeft ook wel wat van de volwassen Birdy. Op haar bandcamp pagina (waarop helaas nog geen muziek is te vinden) noemt néomí zelf Bon Iver als inspiratiebron en ook dat is duidelijk hoorbaar.

Prijsnummer op After is wat mij betreft het wonderschone oh my darling, dat ingetogen begint, maar langzaam maar zeker steeds verder wordt uitgebouwd. De track is in muzikaal opzicht prachtig, maar de zang van néomí is nog een stuk indrukwekkender, zeker wanneer ze ingetogen en net wat lager zingt.

2023 is tot dusver een prachtig jaar voor de Nederlandse popmuziek met de topalbums van onder andere Naaz, Robin Kester, Someone en NinaLynn, maar ook het fraaie minialbum After van néomí schaar ik onder de dit jaar verschenen parels binnen de Nederlandse popmuziek. Het is ook in Nederland dringen in de hoek van de jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar dat néomí binnen dit genre gaat uitgroeien tot een van de de smaakmakers lijkt me na beluistering van After zeker. Erwin Zijleman

néomi - Another Year Will Pass (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: néomí - Another Year Will Pass - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: néomí - Another Year Will Pass
néomí maakte vorig jaar indruk met haar debuutalbum, dat terecht ook in het buitenland werd opgepikt, maar zet nu een reuzenstap met haar EP (of mini-album) Another Year Will Pass, dat zes wonderschone nieuwe songs bevat

Na twee bijzonder mooie EP’s kwam het ijzersterke debuutalbum van néomí vorig jaar niet uit de lucht vallen. Ik was na somebody’s daughter erg benieuwd welke kant de Nederlands-Surinaamse muzikante op zou gaan en die vraag wordt deze week beantwoord met de zes songs op de nieuwe EP (ik vind het zelf meer een mini-album) van néomí. De vooruitgang die de muzikante uit Den Haag in haar nieuwe songs heeft geboekt zijn wat mij betreft een reuzenstap. néomí doet op Another Year Will Pass echt alles beter dan op al haar zo goede debuutalbum en levert songs af van een niveau waarvan ook de buitenlandse concurrentie alleen maar kan dromen. Wat een mooie verrassing.

De Nederlands-Surinaamse muzikante Neomi Speelman, inmiddels beter bekend als néomí, leverde vorig jaar met somebody’s daughter een uitstekend debuutalbum af. Dat was op zich geen verrassing, want met de EP’s Before en After maakte ze ook al behoorlijk wat indruk. Ik noemde néomí in mijn recensie van somebody’s daughter niet alleen een van de grootste talenten binnen de Nederlandse popmuziek van het moment, maar noemde haar debuutalbum ook een album vol internationale allure.

In het buitenland dachten ze er kennelijk net zo over, want néomí tekende eerder dit jaar een platencontract bij het prestigieuze platenlabel Nettwerk. Volgende week staat de muzikante uit Den Haag samen met een strijkersensemble in het Amsterdamse Concertgebouw en deze week is een nieuwe EP verschenen. Ik laat EP’s normaal gesproken links liggen, want er zijn al meer dan genoeg albums waar ik uit moet kiezen, maar ik maak graag een uitzondering voor Another Year Will Pass van néomí.

Het is een EP met zes songs en 22 minuten muziek, waardoor het wat mij betreft ook best een mini-album mag worden genoemd, maar dat is niet de belangrijkste reden om stil te staan bij het nieuwe werk van néomí. De belangrijkste reden om stil te staan bij het nieuwe werk van de Nederlands-Surinaamse muzikante is het enorm hoge niveau van Another Year Will Pass . Haar debuutalbum somebody’s daughter is pas anderhalf jaar oud, maar het verschil met de songs op de EP is wat mij betreft groot. Another Year Will Pass laat eigenlijk in alle opzichten substantiële groei horen en dat is knap.

Ik vond de zang van néomí al erg mooi op haar eerdere EP’s en op haar debuutalbum, maar in haar nieuwe songs vind ik haar stem nog wat mooier. néomí zingt op haar nieuwe mini-album met veel rust en ontspanning, maar ook met veel precisie en met veel gevoel. De zang op Another Year Will Pass is echt heel erg mooi, maar néomí weet me ook te raken met haar stem. De songs op Another Year Will Pass zijn geïnspireerd door een aantal ingrijpende gebeurtenissen in néomí ’s leven en dat hoor je in de intieme en emotionele zang op het album.

Another Year Will Pass maakt ook in muzikaal opzicht makkelijk indruk. De songs op het mini-album zijn subtiel en keer op keer bijzonder mooi ingekleurd. Er wordt flink gevarieerd in de songs op Another Year Will Pass, maar de aangename, subtiele en zeer smaakvolle muziek staat altijd in dienst van de zang van néomí.

Another Year Will Pass vind ik niet alleen in muzikaal en in vocaal opzicht nog wat interessanter dan het vorige werk van de muzikante uit Den Haag, want ook de songs zijn wat mij betreft aansprekender en interessanter. Het zijn ook nog eens songs die zich in meerdere richtingen kunnen bewegen.

Soms is het net wat meer indiepop en vaak net wat meer indiefolk, maar néomí heeft zich ook laten beïnvloeden door singer-songwriter muziek uit het verleden en heeft met het prachtige Sit Back Baby ook nog eens een song geschreven die niet had misstaan op Rumours van Fleetwood Mac, een groter compliment kan ik een singer-songwriter niet maken. Ik voorspelde néomí vorig jaar al een mooie toekomst, maar na beluistering van Another Year Will Pass is dat wat mij betreft een gegeven. Erwin Zijleman

néomi - Somebody's Daughter (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: néomí - somebody's daughter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

néomí - somebody's daughter
De lat lag na de uitstekende EP’s Before en After erg hoog, maar néomí gaat er op haar uitstekende debuutalbum somebody’s daughter verrassend makkelijk overheen en levert een album af vol internationale allure

De Nederlands-Surinaamse muzikante Neomi Speelman werd een paar jaar geleden néomí en liet met twee uitstekende EP’s horen dat ze veel in haar mars heeft. De belofte van deze EP’s wordt meer dan waar gemaakt op het debuutalbum van néomí, somebody’s daughter. Het is een album waarop ze wederom samenwerkt met de Britse producer Will Knox, die tekent voor een gloedvol geluid. Het is een geluid waarin de prachtige stem van néomí uitstekend tot zijn recht komt. Het is een stem die al indruk maakte op de eerder verschenen EP’s, maar de zang op somebody’s daughter is nog veel mooier. Het levert in combinatie met de persoonlijke songs een uitstekend debuutalbum op.

néomí, het alter ego van de Nederlands-Surinaamse muzikante Neomi Speelman, debuteerde in de zomer van 2022 met de EP Before. De vijf songs op deze EP liepen wat mij betreft over van de belofte, want néomí liet op Before niet alleen horen dat ze beschikt over een bijzonder mooie stem, maar liet ook horen dat ze aantrekkelijke en persoonlijke songs kan schrijven. De songs op Before bewogen zich op het snijvlak van indiefolk en indiepop en lagen niet alleen lekker in het gehoor, maar lieten ook de enorme muzikaliteit van néomí horen.

De zes songs op de in het voorjaar van 2023 verschenen EP After maakten nog wat makkelijk indruk en lieten horen dat néomí zowel in vocaal als in muzikaal opzicht flink was gegroeid. After deed niet onder voor het allerbeste dat in 2023 in de indiefolk en indiepop werd gemaakt en maakte niet alleen indruk door de prachtige stem en de persoonlijke teksten van néomí, maar ook door de fraaie klanken van de Britse producer Will Knox (die overigens ook op Before al van de partij was).

Met name After heeft er voor gezorgd dat ik met bijzonder hooggespannen verwachtingen begon aan de beluistering van het debuutalbum van néomí en dat album is deze week verschenen. Ook somebody’s daughter is weer geproduceerd door Will Knox, die het album heeft voorzien van een mooi en warm geluid. Het is een geluid dat uitstekend past bij de stem van néomí, die de meeste zangeressen in de indiefolk en indiepop van het moment makkelijk de baas is.

De Nederlandse muzikante beschikt over een aangenaam warme stem, maar het is ook een stem met veel gevoel en een stem die zich soepel beweegt door haar veelzijdige songs. Het zijn songs die, zeker op het eerste deel van het album, wat meer invloeden uit de pop dan uit de folk laten horen en net wat lichtvoetiger klinken, maar op de tweede helft van het album laat néomí een intiemer geluid horen.

De muziek van néomí past nog altijd in het hokje indie, maar vergeleken met de meeste indiefolk en indiepop albums van het moment klinken de songs van de Nederlandse muzikante tijdlozer. Wanneer néomí haar stem slechts omringt met piano en strijkers klinkt ze als een singer-songwriter van lang geleden, maar wanneer de elektronica zijn intrede doet in haar muziek vind ze makkelijk aansluiting bij de indiepop van het moment.

Dat is een genre waarin het momenteel stevig dringen is, maar somebody’s daughter doet echt niet onder voor de muziek die momenteel in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt gemaakt. De stem van néomí is wat mij betreft veel mooier dan die van de meeste grote popsterren van het moment en ook de productie van Will Knox kan zich meten met die van de grote producers van het moment, die kunnen beschikken over aanzienlijk ruimere budgetten.

De songs van néomí liggen zoals gezegd lekker in het gehoor, maar naarmate het album vordert stopt ze ook steeds meer bijzondere accenten in haar songs en durft ze ook steeds meer gas terug te nemen. In de meer ingetogen songs op het tweede deel van het album, die wat melancholischer klinken dan de openingstracks, vind ik de stem van néomí nog veel mooier dan in de wat meer uptempo en met invloeden uit de pop ingekleurde songs en ook het persoonlijke karakter van haar songs komt in de meer ingetogen songs beter uit de verf.

Het zorgt ervoor dat somebody’s daughter, dat net als de EP’s de bijzondere wegen van de liefde en ‘coming of age’ als centrale thema's heeft, nog mooier eindigt dan het album begon en naarmate ik het album vaker hoor steeds meer imponeert. De bijna als een demo klinkende slottrack is overigens van een bijna pijn doende schoonheid. Dat néomí moet worden gerekend tot de grootste talenten binnen de Nederlandse popmuziek en ver daarbuiten zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Nerina Pallot - I Don't Know What I'm Doing (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nerina Pallot - I Don't Know What I'm Doing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nerina Pallot - I Don't Know What I'm Doing
De Britse singer-songwriter Nerina Pallot is met I Don’t Know What I’m Doing toe aan haar zevende album en het is er wat mij betreft een die kwaliteit ademt, zeker als je van goed gemaakte pop houdt

Ik verlies Nerina Pallot gedurende haar inmiddels ruim twintig jaar durende carrière wel eens uit het oog, maar na het geweldige Stay Lucky uit 2017 kon ik niet om het deze week verschenen I Don’t Know What I’m Doing heen. De muzikante uit Londen stelt zeker niet teleur met haar nieuwe album, want het is een knap gemaakt album, dat zowel in muzikaal en productioneel als in vocaal opzicht overtuigt. Nerina Pallot beweegt soepel tussen tijdloze 70s singer-songwriter pop en eigentijdse popmuziek met een vleugje soul en R&B en verleidt makkelijk met knap in elkaar stekende en perfect uitgevoerde popliedjes. Hoogste tijd dat Nerina Pallot de erkenning krijgt die ze al veel langer verdient.

Ik pik niet alle albums van de Britse singer-songwriter Nerina Pallot op, maar over het algemeen genomen ben ik wel te spreken over het niveau van haar albums, met het in 2017 verschenen Stay Lucky als positieve uitschieter. Het deze week verschenen I Don’t Know What I’m Doing is de opvolger van Stay Lucky en volgt op een stilte van bijna vijf jaar, die deels werd gevuld door de coronapandemie.

Nerina Pallot staat op de cover van haar nieuwe album met haar rug naar ons toe gekeerd en heeft haar nieuwe album bovendien een wat onzekere titel meegegeven, maar I Don’t Know What I’m Doing is een zelfverzekerd klinkend album, waarmee de Britse muzikante haar plekje in de spotlights met overtuiging afdwingt.

Nerina Pallot schreef zelf alle songs voor het album en produceerde het album bovendien zelf. Direct in de openingstrack hoor je dat de Britse muzikante alle tijd die ze had voor het zetten van de puntjes op de i (en dat was een behoorlijk lange tijd) goed heeft gebruikt, want wat klinkt het album mooi.

Cold Places opent met een kabbelende harp en de mooie stem van Nerina Pallot, die je na anderhalve minuut de dansvloer op sleept, waarna de strijkers stevig aanzwellen en de openingstrack naar grote hoogten sturen met hier en daar een subtiel piano intermezzo. Het is pure pop die Nerina Pallot maakt, dus enige liefde voor dit genre is nodig om van I Don’t Know What I’m Doing te houden, maar als je er van houdt valt er veel te genieten op het nieuwe album van de Britse muzikante.

Ik ben zelf niet altijd gek op pure pop, maar de openingstrack van het nieuwe album van Nerina Pallot is van het hoge niveau dat ik van haar gewend ben. Op het hele album hoor je dat de zee van tijd die werd geboden door de coronapandemie is gebruikt om het geluid op I Don’t Know What I’m Doing te perfectioneren en vol te stoppen met mooie accenten. Dat was overigens niet eens zo makkelijk, want ook Nerina Pallot werd gedwongen om de van overal en nergens aangeleverde bijdragen van muzikanten aan elkaar te knopen. Dat is uitstekend gelukt, want het album klinkt niet alleen prachtig, maar ook als een geheel.

Nerina Pallot heeft op haar zevende album een voorkeur voor warmbloedige en rijk ingekleurde popsongs. Het zijn de popsongs die goed passen bij haar uitstekende stem, die ook op I Don’t Know What I’m Doing weer makkelijk overtuigt en die nog wat mooier klinkt dan op haar vorige albums. Het is een stem die goed uit de voeten kan met tijdloze singer-songwriter muziek, maar ook met soulvolle pop met een vleugje R&B weet de Britse muzikante wel raad.

I Don’t Know What I’m Doing valt niet alleen op door een prachtige instrumentatie en productie, door tijdloze songs en door een mooie en krachtige stem, maar ook door een verrassend veelzijdig geluid, dat je het ene moment mee terug neemt naar de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar het volgende moment weer met twee benen in het heden staat.

Ik heb persoonlijk een voorkeur voor de singer-songwriter Nerina Pallot, maar ook de popprinses Nerina Pallot maakt op I Don’t Know What I’m Doing makkelijk indruk. Blijft de wat wonderlijke titel van het album, want de twaalf songs op het nieuwe album van Nerina Pallot laten wat mij betreft horen dat ze juist precies weet waar ze mee bezig is en dit ook nog eens geweldig doet. Erwin Zijleman

Nerina Pallot - Stay Lucky (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nerina Pallot - Stay Lucky - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Stay Lucky is al weer het zesde album van de uit Londen afkomstige Nerina Pallot.

Met haar vorige vijf platen is de Britse singer-songwriter zeker niet wereldberoemd geworden, maar ik heb tot dusver absoluut een zwak voor de platen van Nerina Pallot, al heb ik er ook wel wat gemist.

Stay Lucky is wat mij betreft nog wat beter dan zijn voorgangers en verdient de aandacht van een breder publiek dan Nerina Pallot tot dusver heeft weten te veroveren.

Op haar zesde plaat betovert de singer-songwriter vrij makkelijk met een serie mooie en volstrekt tijdloze popliedjes. Het zijn popliedjes die zijn geworteld in de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar Nerina Pallot flirt ook opzichtig met de hedendaagse popmuziek en met jazzy en soulvolle pop.

Stay Lucky is zo’n plaat die het uitstekend doet op een lome zondagochtend of regenachtige avond en dan vermaakt zonder dat je er heel aandachtig naar hoeft te luisteren. Daar is op zich niets mis mee, maar de songs van Nerina Pallot verdienen de aandachtige beluistering wel degelijk.

De Britse singer-songwriter sluit ook op Stay Lucky weer aan bij de aanstekelijke songs van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar is ook een fan van Joni Mitchell, wat ook op Stay Lucky weer zorgt voor een aantal songs die net wat complexer in elkaar steken. Ook het wat soulvollere werk van Laura Nyro heeft zeker invloed gehad op de muziek van Nerina Pallot, maar de singer-songwriter uit Londen vindt haar inspiratie ook in het meer recente verleden of in het heden.

Stay Lucky klinkt aangenaam en overtuigt makkelijk met een vol en warm organisch geluid, dat vervolgens flink is versierd met strijkers. Heel spannend is het misschien niet, maar het voelt wel bijzonder aangenaam aan en is knap en smaakvol in elkaar gesleuteld.

Het is een geluid dat ook prachtig past bij de stem van Nerina Pallot, die al even warm en verleidelijk klinkt. De Britse muzikante kan goed overweg met folky popsongs, maar als wordt gekozen voor wat meer beats of een soul- of jazzinjectie, laat ze horen dat ze ook in de soul en de jazz uitstekend uit de voeten kan.

Voor Stay Lucky geldt wat eigenlijk voor alle platen van Nerina Pallot geldt. Ze maakt muziek die diep is geworteld in de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar schuwt ook invloeden uit de hedendaagse pop niet. Puristen aan beide zijden zullen ook de plaat van Nerina Pallot weer ervaren als vlees noch vis, maar de twee gaan wat mij betreft soms prima samen, zoals in paella, op de barbecue en op de platen van Nerina Pallot.

Persoonlijk vind ik de muziek van Nerina Pallot juist erg mooi door de balans tussen oude en nieuwe invloeden en door de keuze voor makkelijk in het gehoor liggende popliedjes met hier en daar een verrassende wending. Stay Lucky is hoorbaar met veel liefde gemaakt en is ook een plaat die kwaliteit ademt. Dat het hier en daar net wat meer gepolijst is dan mijn voorkeur heeft neem ik graag voor lief, want Stay Lucky is een plaat die de temperatuur doet stijgen en het humeur een boost geeft.

En als Nerina Pallot steeds aangenamer in je oor fluistert, hoor je hoe goed deze Britse vrouwelijke singer-songwriter is. Genoeg redenen om het fraaie en warmbloedige Stay Lucky van Nerina Pallot eens een kans te geven. Erwin Zijleman

Nessi Gomes - Diamonds & Demons (2016)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nessi Gomes - Diamonds & Demons - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het aantal interessante nieuwe releases is op het moment vrijwel gelijk aan nul en omdat ik in de jaarlijstjes van anderen tot dusver niet zo heel veel platen tegenkom die ik heb gemist maar niet had mogen missen en zelf nog pieker over mijn jaarlijstje, ben ik de stapel van de 'afvallers' van de laatste maanden nog maar eens aan het doorlopen.

Op deze stapel kom ik vooral platen tegen die ik net niet goed genoeg vind, maar zo af en toe zit er ook een plaat tussen die ik absoluut niet had moeten laten liggen. Diamonds & Demons van Nessi Gomes is zo’n plaat.

Dat had ik kunnen weten, want meerdere lezers van deze BLOG hebben de plaat uitgebreid gepromoot (ik heb het fraaie hoesje maanden geleden dan ook al eens in de banner op mijn BLOG gezet), maar wellicht heb ik me af laten schrikken door het label “progressive fado folk” of was ik gewoon eigenwijs. Gelukkig heb ik mijn weerstand of eigenwijsheid net op tijd overwonnen, want Diamonds & Demons van Nessi Gomes is er absoluut een voor de jaarlijstjes.

Nessi Gomes werd geboren op het Britse kanaaleiland Guernsey als kind van Portugese immigranten. Ze voelde zich als kind een buitenbeentje en was vooral diep ongelukkig, maar tijdens een lang verblijf in Midden-Amerika ontdekte ze haar enorme muzikale talent.

Om dit talent te kunnen delen met anderen was een flinke crowdfunding campagne nodig, maar deze slaagde glansrijk. Uiteindelijk werd iedere cent goed besteed, want wat is het debuut van Nessi Gomes een indrukwekkende plaat geworden.

Dat ligt voor een deel aan de geweldige muzikanten die ze voor haar debuut wist te strikken. Het zijn muzikanten die in zeer uiteenlopende genres actief zijn, waardoor Diamonds & Demons totaal anders klinkt dat de meeste andere platen van het moment.

Ondanks haar ongelukkige jeugd op een Brits Kanaaleiland heeft Nessi Gomes zich stevig laten inspireren door de Britse folk. Ze geeft vervolgens wel een compleet eigen draai aan de invloeden uit de traditionele Britse folk en vermengt deze met invloeden uit de fado, de klassieke muziek, de wereldmuziek, de jazz en de pop.

Het levert een bijzonder geluid op, dat me misschien nog wel het meest doet denken aan het geluid van de jonge Kate Bush (al komen Joanna Newsom, Björk, talloze oude folkies en een nieuwe folkie als Ane Brun ook af en toe voorbij).

Invloeden uit de muziek van Kate Bush hoor je vooral in de bijzondere instrumentatie, maar ook de manier van zingen van Nessi Gomes doet wel wat denken aan Kate Bush, als heeft de Brits-Portugese muzikante een warmere en ook lagere stem, die ook raakt aan die van de fado zangeressen uit het land waarin haar ouders werden geboren.

De wonderschone instrumentatie op Diamonds & Demons en de prachtige stem van Nessi Gomes tillen de plaat al ruim boven de middenmoot uit, waarna de emotie in de muziek van Nessi Gomes en haar veelkleurige en nooit voor de makkelijkste weg kiezende songs de plaat nog wat verder omhoog stuwen.

Bij eerste beluistering heb ik me vooral verbaasd over het unieke geluid van Nessi Gomes, maar inmiddels zijn de songs me stuk voor stuk zeer dierbaar en schaar ik Diamonds & Demons niet alleen onder de meest fascinerende debuten van 2016, maar ook onder de mooiste platen van het zo bewogen muziekjaar.

Iedereen die, net als ik, nog met enige regelmaat Never For Ever van Kate Bush uit de kast trekt en het idee had dat zulke bijzondere platen niet meer gemaakt worden, moet echt eens luisteren naar Diamonds & Demons van Nessi Gomes. Briljante plaat durf ik inmiddels wel te zeggen. Erwin Zijleman

Neutral Milk Hotel - In the Aeroplane over the Sea (1998)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Neutral Milk Hotel - In The Aeroplane Over The Sea (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Neutral Milk Hotel - In The Aeroplane Over The Sea (1998)
Neutral Milk Hotel maakte met haar tweede album, het in 1998 verschenen In The Aeroplane Over The Sea, haar meesterwerk en direct ook haar zwanenzang en het is 25 jaar later nog altijd een intrigerend album

In mijn beleving werd In The Aeroplane Over The Sea van Neutral Milk Hotel in 1998 wat lauwtjes ontvangen, maar 25 jaar later wordt het album geschaard onder de beste en meest invloedrijke albums van de jaren 90. Of Neutral Milk Hotel echt veel nieuwe bands heeft geïnspireerd weet ik niet, maar over de kwaliteit van In The Aeroplane Over The Sea heb ik geen twijfels, al blijft het een krankzinnig album. Het is een album dat met één been in de jaren 60 en met één been in de jaren 90 staat en dat wat mij betreft klinkt als geen enkel ander album. 60s psychedelica en folk worden gecombineerd met gruizige 90s indierock en een beetje lo-fi, maar onlogisch klinkt het geen moment. Uniek album.

Sinds deze week ligt de box-set The Collected Works Of Neutral Milk Hotel in de winkel. Het is een box-set die een jaar of twintig geleden al kon worden aangeschaft via de website van de band en het is een opvallend lijvige en hierdoor dure box-set voor een band die gedurende haar bestaan eigenlijk maar twee albums maakte. Neutral Milk Hotel werd opgericht in 1989 en werd pas in 2015 officieel ontbonden, maar de teller van de discografie van de band bleef vanaf 1998 op twee albums steken.

Neutral Milk Hotel was een van de eerste bands op het roemruchte Elephant 6 label en debuteerde in 1996 met On Avery Island. Het is een album dat op mij destijds zeker geen onuitwisbare indruk maakte. Neutral Milk Hotel maakte op haar debuutalbum wat psychedelisch aandoende muziek met zowel invloeden uit het verre verleden als invloeden van dat moment. Veel songs op het album herinneren in de basis aan de psychedelische popmuziek uit de jaren 60, maar door het opvallend gruizige gitaargeluid en het randje lo-fi in de muziek van de band, was het ook een typisch jaren 90 album.

Met de kennis van nu schat ik On Avery Island inmiddels een stuk hoger in dan destijds, maar het echte meesterwerk van Neutral Milk Hotel is wat mij betreft toch het in 1998 verschenen In The Aeroplane Over The Sea. Ik kan me niet herinneren dat het album in 1998 direct wist op te vallen, maar de afgelopen 25 jaar is In The Aeroplane Over The Sea uitgegroeid tot een cultalbum en is het bovendien een veelgenoemde inspiratiebron in recensies van nieuwe albums.

In The Aeroplane Over The Sea is inmiddels 25 jaar oud en het blijft wat mij betreft een buitengewoon fascinerend album. Het is ook een album dat je verafschuwt of liefhebt, want op zich begrijp ik de muziekliefhebbers die zich verbazen over alle lof voor het album. Zelf vind ik het nog altijd een geweldig album en een album dat nog niets van zijn glans heeft verloren.

Net als op haar debuutalbum vermengt Neutral Milk Hotel op In The Aeroplane Over The Sea, dat naar verluidt werd geïnspireerd door het dagboek van Anne Frank, invloeden uit de jaren 60 en 70 met invloeden uit de jaren 90. Uit de eerste twee decennia komen de invloeden uit de psychedelica en zeker ook de folk, terwijl de jaren 90 met name invloeden uit de gruizige indierock, de lo-fi en de neo-psychedelica aandragen.

Neutral Milk Hotel voegt daar nog wat bijzondere ingrediënten aan toe, waaronder de zeer expressieve en emotionele zang en de bijzonder klinkende blazers. Het klinkt niet meer zo rommelig als het debuutalbum van de band, maar ook op In The Aeroplane Over The Sea is het geluid van Neutral Milk Hotel op zijn minst bijzonder.

Over de vraag of het tweede album van Neutral Milk Hotel uiteindelijk invloedrijk is geweest zijn de meningen wat mij betreft terecht verdeeld, maar In The Aeroplane Over The Sea blijft wel een uniek album, waar ik zelf nog graag naar luister en dat ik zelf schaar onder de kroonjuwelen van de popmuziek van de jaren 90.

AllMusic.com omschrijft het album als ‘a marching band on an acid trip’ en dat is geen gekke omschrijving, al is het album een stuk toegankelijker dan de omschrijving suggereert. In The Aeroplane Over The Sea klinkt ook als Bob Dylan die in de vroege jaren 60 niet in New York is blijven hangen, maar naar San Francisco is vertrokken en daar een psychedelische garagerockband heeft gerekruteerd. De prijzige box-set van Neutral Milk Hotel laat ik graag aan me voorbij gaan, maar wat blijft In The Aeroplane Over The Sea een pareltje. Erwin Zijleman

New Madrid - Sunswimmer (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: New Madrid - Sunswimmer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

New Madrid is een band uit Athens, Georgia, die in de Verenigde Staten de afgelopen weken zeer warm is onthaald met haar tweede plaat Sunswimmer.

Daar is ook alle reden toe, want met Sunswimmer heeft de Amerikaanse band een heerlijke, maar ook bijzonder intrigerende plaat afgeleverd.

Het is een plaat die zich nadrukkelijk heeft laten inspireren door de psychedelische rockmuziek uit de jaren 60.

Sunswimmer opent behoorlijk ingetogen met een dromerig gitaarloopje en benevelde vocalen, maar naarmate de ruim zes minuten durende openingstrack vordert gaan alle remmen los. De gitaristen van de band vechten een steeds feller duel uit, terwijl de vocalen steeds intenser worden. Het geeft de muziek van New Madrid iets bezwerends en uiteindelijk ook iets bijna beangstigends. Op hetzelfde moment valt er veel te genieten van opzwepende klanken en werkelijk weergaloos gitaarspel.

Na de imposante openingstrack zijn de songs van New Madrid in eerste instantie redelijk compact, maar de band sluit de plaat uiteindelijk af met twee songs die beiden ruim boven de tien minuten klokken.

In de wat kortere songs verkent New Madrid naast invloeden uit de psychedelische rock ook zeker invloeden uit de Southern rock, maar met name het betoverende gitaarwerk en de bijzonder opgenomen vocalen duwen het geluid van de band toch steeds weer in de richting van de psychedelica uit de jaren 60.

Het geluid van New Madrid klinkt door al het gitaargeweld, de stevige aangezette ritmesectie, de geestdriftige vocalen en impulsen van synths overvol, maar de van Drive-By Truckers bekende producer David Barbe is er in geslaagd om Sunswimmer te voorzien van een productie die al het geweld op fraaie wijze in goede banen leidt.

New Madrid overtuigt na de openingstrack met een aantal puntige rocksongs waarin de dreiging van ontsporen altijd aanwezig is, maar dit ontsporen vaak even wordt uitgesteld of zelfs geheel achterwege blijft. New Madrid kan stevig uithalen met overweldigend gitaarwerk, maar de band kan ook uitstekend gas terugnemen en maakt dan muziek die kan worden omschreven als donker en dromerig. Dit is met name het geval in het midden van de plaat, dat moet worden gezien als de spreekwoordelijke stilte voor de storm.

In de laatste twee tracks op de plaat mag New Madrid weer los gaan, al doet de band dit op subtiele uiterst wijze. In de twee lange en bezwerende tracks domineren in eerste instantie dromerige klanken en wordt langzaam naar meerdere climaxen toegewerkt. Het zijn climaxen waarin de gitaren aan alle kanten uit de bocht mogen vliegen, maar wanneer ze weer in het gareel moeten zijn ze dit ook onmiddellijk.

Het levert songs vol dynamiek en vol avontuur op. Het zijn songs die ook in de jaren 60 gemaakt hadden kunnen worden, al heeft de muziek van New Madrid ook invloeden uit de rockmuziek van de afgelopen decennia opgenomen in haar intrigerende geluid.

New Madrid maakt op Sunswimmer ontegenzeggelijk muziek voor de liefhebber, maar deze liefhebber wordt zwaar verwend met muzikaal vuurwerk dat continu schakelt tussen uitersten, maar uiteindelijk alleen maar schoonheid laat zien. Erwin Zijleman

New Order - Music Complete (2015)

Alternatieve titel: Complete Music

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: New Order - Music Complete - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een nieuw album van New Order leek me op voorhand vooral overbodig. De band maakte na het trieste einde van Joy Division in de jaren 80 een aantal verrassend goede albums en wist ook in de jaren 90 en de jaren 00 nog één keer te verrassen met een prima album. Voor het laatste goede album van New Order moesten we inmiddels echter zo’n 14 jaar terug in de tijd en bovendien moet New Order het tegenwoordig doen zonder de zo kenmerkende baslijnen van Peter Hook.

Geen hoge verwachtingen kortom, maar Music Complete valt me zeker niet tegen. Tegenover het vertrek van Peter Hook staat de terugkeer van toetsenist Gillian Gilbert en deze drukt nadrukkelijk zijn stempel op de eerste New Order plaat in 10 jaar tijd, want het is lang geleden dat New Order zo elektronisch klonk.

New Order heeft dit keer niets aan het toeval overgelaten. Het koos voor drie producers (Tom Rowlands, Richard X en Stuart Price) die weten hoe een moderne dance plaat moet klinken en trok bovendien een blik gasten van naam en faam (La Roux, Brandon Flowers, Iggy Pop) open.

Music Complete laat dankzij de impulsen uit de hedendaagse dance een wat moderner New Order geluid horen, maar de band grijpt ook nadrukkelijk terug op de elektronische muziek uit de jaren 70 (variërend van Kraftwerk tot synths die onmiddellijk herinneren aan de muziek van Giorgio Moroder).

Hiernaast klinkt Music Complete ook verrassend vaak als 'vintage New Order'. De nieuwe bassist klinkt af en toe als Peter Hook en ook de toetsen, gitaarlijnen en wat onvaste zang van Bernard Summer herinneren aan de vroege platen van de band.

De mix van oude en nieuwe invloeden klinkt uiteindelijk zeker niet overbodig, maar is opvallend fris en meer dan eens vrijwel onweerstaanbaar. Verrassend sterke plaat dus van een band die door menigeen (en ook door mij) al lang was afgeschreven. Erwin Zijleman

New Pagans - The Seed, the Vessel, the Roots and All (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: New Pagans - The Seed, The Vessel, The Roots And All - dekrentenuitdepop.blogspot.com

New Pagans - The Seed, The Vessel, The Roots And All
Na alle geweldige bands die de afgelopen jaren opdoken uit het Ierse Dublin, komt het Noord-Ierse Belfast deze week op de proppen met het debuut van New Pagans, dat bol staat van de potentie

Ik had een publiciteitsstorm verwacht rond het debuut van de Noord-Ierse band New Pagans, maar het is vooralsnog redelijk stil rond het debuutalbum van de band. Het is echter een debuutalbum dat veel te bieden heeft. De mix van indierock, new wave en een beetje postpunk is aanstekelijk, het gitaarwerk op het album is prachtig en New Pagans beschikt ook nog eens over een aansprekende frontvrouw die zowel in vocaal als in tekstueel opzicht makkelijk overtuigt. Ook het niveau van de songs is heel behoorlijk, zeker als je je bedenkt dat het gaat om een debuutalbum. Luister naar het debuut van New Pagans en je hoort een band die zomaar heel groot kan worden.

Het is tot dusver, zeker in Nederland, verrassend stil rond het debuut van de Noord-Ierse band New Pagans. Dat is bijzonder want The Seed, The Vessel, The Roots And All beschikt absoluut over de potentie om stevig te scoren dit jaar en is in het beperkte aantal recensies dat is verschenen onthaald met mooie woorden.

New Pagans wordt hier en daar vergeleken met al die geweldige postpunk bands die de afgelopen jaren opdoken vanuit het Ierse Dublin, maar de band uit het Noord-Ierse Belfast klinkt wat mij betreft toch net wat anders. Dat net was anders is samen te vatten als minder postpunk, meer new wave en meer indierock.

Het voor mij belangrijkste vergelijkingsmateriaal komt echter wel uit Ierland, al moet ik daar wel wat verder voor terug in de tijd. Zo herinnert het gitaarwerk op het album me vaak aan dat van U2’s The Edge in zijn jonge jaren, maar de meeste associaties heb ik toch met de muziek van de inmiddels vergeten Ierse band In Tua Nua.

Deze Ierse band beschikte in de persoon van Leslie Dowdall over een charismatische frontvrouw en die heeft New Pagans ook. Lyndsey McDougall koos tot voor kort uitsluitend voor een carrière in de wetenschap, maar haar eerste stappen in de muziek zijn zeer overtuigend.

De Noord-Ierse muzikante houdt zich uitstekend staande in het volle en soms zelfs wat bombastische geluid van New Pagans en voorziet dit geluid van een eigen smoel. Ze maakt bovendien geen geheim van haar geletterdheid, wat fraaie beschouwingen oplevert in de teksten, die onder andere gaan over de positie van de kerk in Noord-Ierland en de positie van vrouwen.

Het gitaarwerk doet zoals gezegd zo nu en dan denken aan het geluid van U2 in haar jongere jaren, maar waar de muziek van U2 nooit echt ontspoorde, klinkt de muziek van New Pagans wel iets rauwer. Hier en daar duiken wat flarden van bands als de Pixies op, maar The Seed, The Vessel, The Roots And All kiest over het algemeen toch weer snel voor breed uitwaaiende gitaarwolken, wat een serie aanstekelijke songs oplevert.

Door het aanstekelijke karakter van de songs en het verruilen voor invloeden van de pioniers van de postpunk voor het stadiongeluid van een band als U2, zal New Pagans in bredere kring niet op de superlatieven kunnen rekenen die de Ierse postpunk bands van het moment over zich uitgestort kregen, maar New Pagans verdient absoluut meer aandacht dan de band tot dusver in Nederland heeft gekregen.

Het gaat misschien wat ver om New Pagans te bombarderen tot “the next big thing”, maar dat geldt natuurlijk ook voor al die postpunkbands die momenteel aan de weg timmeren zonder een geheim te maken van hun belangrijkste inspiratiebronnen. New Pagans verdient dezelfde status als een band als Wolf Alice, die de afgelopen jaren wel omarmd is door de critici en zich deels op hetzelfde terrein beweegt.

Als ik luister naar The Seed, The Vessel, The Roots And All hoor ik vooral potentie. Ik ben zeer gecharmeerd van het gitaarwerk op het album en van de zang van Lyndsey McDougall. De songs zijn zeker niet allemaal even goed, maar vrijwel alle songs op het album scoren een dikke voldoende en er zijn wel wat uitschieters naar boven. Ik vind New Pagans al met al een leuk bandje met een knap debuut. Erwin Zijleman

NewDad - Madra (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: NewDad - MADRA - dekrentenuitdepop.blogspot.com

NewDad - MADRA
Met name de Britse muziekpers heeft deze week veel aandacht voor de gruizige maar ook verrassend lichtvoetige rockmuziek op het debuutalbum van de Ierse band NewDad en dat is echt volkomen terecht

Net als zoveel andere bands zoekt en vindt het uit het Ierse Galway afkomstige NewDad haar inspiratie in de jaren 90 en dan afwisselend in de shoegaze, dreampop, indierock en postpunk. De band doet echter meer dan het fantasieloos reproduceren van deze invloeden en combineert alle donkere wolken uit de genoemde genres met een lichtvoetig laagje pop. NewDad maakt op haar debuutalbum niet alleen indruk met een serie sterke songs, maar ook met prima gitaarwerk en met de mooie stem van zangeres Julia Dawson. De Britse muziekpers denkt dat NewDad het wel eens heel ver kan gaan schoppen en ik heb het idee dat ze wel eens gelijk kunnen hebben.

Op voorhand had ik geen hele hoge verwachtingen van MADRA, het debuutalbum van de Ierse band NewDad. Ik heb immers al stapels albums waarop invloeden uit de dreampop, shoegaze, postpunk en indierock uit de jaren 90 worden verwerkt en ook al flink wat albums waarop donkere klanken en de nodige melancholie worden gecombineerd met een mooie en vaak fluisterzachte vrouwenstem. Het zijn albums die ik over het algemeen makkelijk oppik, maar over het algemeen grijp ik hierna weer snel naar de persoonlijke favorieten uit het verleden.

NewDad gebruikt alle bovenstaande ingrediënten op haar debuutalbum, maar desondanks was ik direct bij eerste beluistering van MADRA verkocht. Het is deels de verdienste van de bijzonder aangename stem van frontvrouw Julia Dawson, maar het debuutalbum van de band uit Galway ontleent de meeste kracht aan de songs op het album. Het zijn stuk voor stuk sterke songs, maar de songs van de Ierse band zijn ook verrassend aanstekelijk en aangenaam divers.

NewDad is zeker niet blijven steken in de dreampop, shoegaze, postpunk en de indierock van de jaren 90. De muziek van de band klinkt ondanks de vele echo’s uit het verleden fris en eigentijds, zoals ook de muziek van Wolf Alice dit doet en zoals de muziek van Garbage dit ooit deed. Wat verder opvalt is dat de muziek van NewDad ondanks alle donkere wolken die overdrijven op een of andere manier lichtvoetig klinkt, zoals Mazzy Star en Lush dat soms ook voor elkaar kregen.

The Irish Times vat het samen in een fraaie oneliner: “Galway shoegaze revivalists are soft as silk yet have the crunch of a bear trap”. De postpunk achtige bassen op MADRA zijn net wat minder zwaar en de gitaarmuren op het album zijn een fractie minder hoog en gruizig dan gebruikelijk. Het lichtvoetige in de songs op MADRA schuift het album ook wat op richting pop, wat het onderscheidend vermogen van het debuutalbum van de Ierse band nog wat vergroot.

Het is overigens niet zonder risico, want muziek van rockbands die neigen naar pop is al snel vlees noch vis, maar NewDad is niet in deze valkuil gestapt en blijft aan de goede kant van de streep, in dit geval de kant van de rock. De band blijft zeker niet steken in het idioom van de gruizige rocksong, want op MADRA wordt ook een enkele keer flink gas terug genomen, wat weer hele andere associaties uit de jaren 80 en 90 oproept.

Ik heb het album inmiddels veel vaker beluisterd en ben steeds meer onder de indruk van de wijze waarop NewDad zich laat inspireren door muzikale helden uit het verleden zonder te klinken als een overbodige kopie, iets waar veel bands in het genre last van hebben. De songs zijn zoals gezegd sterk en ook de stem van Julia Dawson heb ik al genoemd, maar ook in muzikaal opzicht zit het allemaal goed in elkaar, met hier en daar subtiele en minder verwijzingen naar de kroonjuwelen uit de verschillende genres.

De band uit Galway beschikt absoluut over de potentie om uit te groeien tot een hele grote band, waarbij de mooie stem van Julia Dawson zeker gaat helpen, maar ook de fraai in balans zijnde cocktail van The Breeders, Slowdive, My Bloody Valentine, Lush, Garbage en Wolf Alice (om maar een mooi rijtje relevante namen te noemen) moet NewDad verder kunnen helpen. Erwin Zijleman

Niamh Bury - Yellow Roses (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Niamh Bury - Yellow Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Niamh Bury - Yellow Roses
Niamh Bury is een jonge Ierse singer-songwriter die met Yellow Roses een fascinerend debuutalbum heeft afgeleverd, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht van een bijna onwerkelijke schoonheid is

Albums die het etiket ‘traditionele Ierse folk’ opgeplakt krijgen laat ik meestal links liggen, maar gelukkig heb ik het debuutalbum van de Ierse muzikante Niamh Bury wel opgepikt. De jonge Ierse muzikante beschikt immers over een stem die zomaar kan uitgroeien tot een van de mooiste stemmen in het genre. Yellow Roses is bovendien een album dat op prachtige wijze is ingekleurd met flink wat instrumenten, die elkaar nooit in de weg zitten, maar elkaar wel continu versterken. Het komt allemaal samen in songs die zich genadeloos opdringen en die alleen maar mooier worden. Het label van Niamh Bury leverde vorig jaar een jaarlijstjesalbum af met het debuut van ØXN en doet dat nu opnieuw.

Het Ierse label Claddagh Records leverde vorig jaar met CYRM van ØXN een van de meest bijzondere en indrukwekkende albums van 2023 af. Het label dat zich specialiseert in traditionele Ierse volksmuziek komt deze week met een volgend debuutalbum op de proppen en ook Yellow Roses van Niamh Bury is een bijzonder mooi en interessant album.

Het is een album dat is geworteld in de traditionele Ierse folk en dat is een genre waar ik meestal niet zo heel gek op ben. Het bijzondere van Yellow Roses van Niamh Bury is dat het een album is dat flink wat ingrediënten uit de Ierse folk van weleer bevat, maar desondanks niet klinkt als een heel traditioneel Iers folkalbum.

De jonge Ierse muzikante heeft een album gemaakt dat in meerdere opzichten indruk maakt. Laat ik eens beginnen bij de muziek op het album. Niamh Bury heeft haar debuutalbum ingekleurd met voornamelijk akoestische klanken en heeft dit op zeer smaakvolle wijze gedaan. De meeste songs op het album hebben een akoestische gitaar of piano als basis, waarna onder andere strijkers, harp en bas zorgen voor extra inkleuring van de songs van de Ierse muzikante, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten.

Alle instrumenten op het album worden op subtiele wijze ingezet, waardoor Yellow Roses een behoorlijk ingetogen album is, maar geen moment Spartaans klinkt. Door te variëren met de inzet van verschillende instrumenten klinken de songs op Yellow Roses zeker niet eenvormig en word je steeds weer verrast door bijzonder mooie klanken. Het zijn klanken die de muziek van Niamh Bury vooral de kant van de folk op duwen, maar het debuutalbum van de Ierse muzikanten laat ook zeker invloeden uit de jazz horen, terwijl de arrangementen van de strijkers de muziek van de Ierse muzikante een klassiek tintje geven.

De folky songs van Niamh Bury herinneren aan de ene kant aan folkmuziek uit het verleden, maar ik vind Yellow Roses ook een eigentijds folkalbum. De songs van Niamh Bury vallen niet alleen op door de prachtige klanken en de trefzekere productie van Brían MacGloinn van de mij onbekende band Ye Vagabonds, maar ook door de poëtische teksten van de Ierse muzikante die, zoals het in het genre betaamd, mooie verhalen vertelt. Dat doet Niamh Bury met een bijzonder aansprekende stem.

De stem van de Ierse muzikante herinnert aan de ene kant aan de heldere stemmen van folkzangeressen uit het verleden, maar de zang van Niamh Bury heeft ook een wat ruwere kant, die de zeggingskracht van haar songs nog wat verder vergroot. Ik hoor iets van Laura Marling en heel af en toe een randje Natalie Merchant, maar de zang op Yellow Roses heeft ook een uniek karakter.

Folkalbums en zeker wat traditioneel aandoende folkalbums staan bij mij meestal niet vooraan in de playlist, maar Yellow Roses van Niamh Bury is een album van een betoverende schoonheid. Song na song slaagt Niamh Bury er in om prachtige klanken te laten samenvloeien met haar bijzonder mooie zang, die ook opvalt door het gevoel dat ze in haar stem legt en de precisie waarmee ze zingt. Zeker aan de randen van de dag heeft Yellow Roses een ontspannende werking, maar Yellow Roses is nog veel mooier wanneer je alle subtiele accenten op het album op je in laat werken. Erwin Zijleman

Nichole Wagner - And the Sky Caught Fire (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nichole Wagner - And The Sky Caught Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Amerikaanse singer-songwriter Nichole Wagner bracht vorig jaar de zeer veelbelovende EP Plotting The Constellations uit, waarop onder andere een zeer geslaagde cover van Springsteen’s Tougher Than The Rest was te vinden.

Vooral door deze cover heb ik de naam Nichole Wagner onthouden en was ik direct nieuwsgierig toen ik haar naam tegen kwam tussen de nieuwe releases van deze week. And The Sky Caught Fire is het debuut van de singer-songwriter uit Austin, Texas, en het is een verrassend sterk debuut geworden.

Nichole Wagner werkte op haar eerste EP samen met de gelouterde producer Justin Douglas, die ook het na een geslaagde crowdfunding campagne gerealiseerde And The Sky Caught Fire produceerde. De Texaanse producer haalde een aantal prima muzikanten naar zijn studio in Austin, onder wie de ervaren gitarist Will Sexton (de broer van Bob Dylan gitarist Charlie Sexton).

Je hoort goed dat Nichole Wagner uit Austin komt en haar debuut heeft opgenomen in de Texaanse muziekstad. And The Sky Caught Fire klinkt wat rauwer dan de meeste platen die in Nashville worden gemaakt en biedt met name de gitaren wat meer kans om te schitteren. Ik hou er wel van.

Nichole Wagner heeft een stem die het prima doet in de wat stevigere tracks, maar ook in de wat meer ingetogen tracks maakt de Texaanse singer-songwriter indruk. Met name in de wat meer ingetogen tracks lijkt de stem van Nichole Wagner wel wat op die van Kacey Musgraves, die eerder dit jaar de plaat maakte die ik het meest heb beluisterd de laatste maanden.

Het is een stem die in staat is om de songs op de plaat een flink stuk omhoog te trekken en dat ook doet. Nichole Wagner timmert nog niet zo lang aan de weg als muzikant, maar ze maakt op haar debuut een gelouterde indruk. And The Sky Caught Fire kan hierdoor makkelijk concurreren met al die andere platen die momenteel in Austin en in Nashville worden gemaakt, wat een prestatie van formaat is.

Dat het debuut van Nichole Wagner zoveel indruk maakt ligt niet alleen aan de fraaie productie, aan de topmuzikanten op de plaat (met een glansrol voor het gitaarspel van Will Sexton dat prachtig ingetogen of heerlijk rauw kan klinken) of aan de mooie en bijzondere stem van Nichole Wagner. Ook de songs van de muzikante uit Austin zijn van een bijzonder hoog niveau en durven ook nog eens flink te variëren, waardoor suikerzoete countrypop kan worden afgewisseld met stevige rootsrock.

And The Sky Caught Fire klinkt vaak als de plaat die Kacey Musgraves zou hebben gemaakt wanneer ze niet in Nashville maar in Austin zou zijn beland. Het is wat mij betreft een groot compliment voor het met bescheiden middelen in elkaar gesleutelde debuut van Nichole Wagner.

De singer-songwriter wist me vorig jaar zoals gezegd te overtuigen met een prima EP, maar hetgeen dat ze op haar debuutalbum laat horen is nog een paar klassen beter. Het is momenteel dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor country, maar op basis van haar prima debuut durf ik Nichole Wagner wel uit te roepen tot de beloften in het genre. Deze plaat zal in Nederland waarschijnlijk niet heel veel aandacht krijgen, maar Nichole Wagner verdient deze aandacht absoluut met dit uitstekende debuut. Erwin Zijleman

Nichole Wagner - Dance Songs for the Apocalypse (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nichole Wagner - Dance Songs For The Apocalypse - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nichole Wagner - Dance Songs For The Apocalypse
Nichole Wagner komt na een ijzersterk debuut op de proppen met een zeer verrassende EP, die laat horen dat ze alle kanten op kan met haar talenten

Nichole Wagner liet op haar twee jaar geleden verschenen debuut horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan. Dat ze ook daarbuiten uit de voeten kan laat ze horen op Dance Songs For The Apocalypse waarop ze soms binnen en soms uitbundig buiten de lijntjes van het genre kleurt, zoals in de sterke vertolking van Life During Wartime van Talking Heads. Ook de andere vier tracks zijn prachtig ingekleurd en heel mooi gezongen. Zie het als een tussendoortje, maar het is wel een heel fraai tussendoortje, dat zeer doet uitzien naar de volgende verrichtingen van de talentvolle singer-songwriter uit Austin, Texas.

De Amerikaanse singer-songwriter Nichole Wagner maakte alweer bijna twee jaar geleden flink wat indruk met haar debuutalbum And The Sky Caught Fire, dat ook in Nederland goed werd ontvangen, zij het in bescheiden kring.

Voor haar debuut wist de singer-songwriter uit Austin, Texas, de ervaren producer Justin Douglas en een aantal uitstekende muzikanten te strikken en dat hoorde je. Het debuut van Nichole Wagner was weliswaar gemaakt met bescheiden middelen, maar het was een album vol allure. And The Sky Caught Fire wist zich te onderscheiden van de albums van de meeste soortgenoten met net wat rauwere Amerikaanse rootsmuziek. Je komt nu eenmaal uit Texas of niet.

Het debuut van Nichole Wagner klonk uitstekend, maar de meeste aandacht werd toch opgeëist door haar uitstekende stem. Ik beschreef And The Sky Caught Fire uiteindelijk als de plaat die Kacey Musgraves zou hebben gemaakt wanneer ze niet in Nashville maar in Austin zou zijn beland en dat moet worden gelezen als een groot compliment.

Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar nieuw werk van Nichole Wagner en dat verscheen deze week. Dance Songs For The Apocalypse is helaas slechts een EP, maar het is wel een hele interessante EP, die me nu al nieuwsgierig maakt naar de volgende stap die Nichole Wagner gaat zetten.

Dance Songs For The Apocalypse is gevuld met uitsluitend covers en ik wist op voorhand al dat het vertolken van songs van anderen een kunstje is dat de singer-songwriter uit Austin uitstekend beheerst. Een jaar voor haar debuutalbum verscheen immers al de EP Plotting The Constellations, waarop een zeer geslaagde cover van Springsteen’s Tougher Than The Rest was te vinden.

Op haar eerste twee releases beperkte Nichole Wagner zich nog vooral tot de Amerikaanse rootsmuziek, al gaf ze hier wel een eigen invulling aan. Op Dance Songs For The Apocalypse slaat Nichole Wagner haar vleugels nadrukkelijk uit. Dat hoor je het best in de openingstrack waarin de Texaanse muzikante op indrukwekkende wijze aan de haal gaat met Life During Wartime van Talking Haeds. Nichole Wagner verruilt de zuidelijke Americana tijdelijk voor funky basloopjes, bezwerende synths, huilende sirenes en een scheurende saxofoon, maar het klinkt geen moment onnatuurlijk.

Ook in vocaal opzicht staat het als een huis en is duidelijk dat Nichole Wagner ook buiten de Amerikaanse rootsmuziek uitstekend uit de voeten kan. Life During Wartime is de meest opvallende track op de EP, maar Dance Songs For The Apocalypse overtuigt vijf songs en 23 minuten vrij makkelijk.

Bird Set Free van Sia wordt een mooi intiem popliedje dat meer aan Natalie Merchant dan aan Sia doet denken. Rilo Kiley’s Better Son wordt niet alleen prachtig gezongen (met wederom associaties met Natalie Merchant), maar valt ook op door een speelse wat tropisch aandoende instrumentatie.

Prijsnummer is wat mij betreft de bijzonder mooie versie van Heartbeats Accelerating van Kate & Anna McGarrigle, waarin Nichole Wagner prachtig ingetogen begint, maar de spanning prachtig wordt opgebouwd met steeds wat rauwer gitaarwerk, waarna stemmig wordt afgesloten met het fraaie Ambulance Blues van Neil Young. Het is 23 minuten genieten. Keer op keer. Dat Nichole Wagner de belofte van haar debuut waarmaakt is wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman

Nick Cave - Idiot Prayer (2020)

Alternatieve titel: Alone at Alexandra Palace

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nick Cave - Idiot Prayer: Nick Cave Alone At Alexandra Palace - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nick Cave - Idiot Prayer: Nick Cave Alone At Alexandra Palace
Nick Cave heeft in een leeg Alexandra Palace in Londen genoeg aan zijn piano en zijn stem om je anderhalf uur bij de strot te grijpen met buitengewoon indringende songs vol weemoed

De 2020 tour van Nick Cave en The Bad Seeds zat er op voor hij begonnen was, maar in juli zat Nick Cave in zijn uppie in een leeg en desolaat Alexandra Palace in Londen. Anderhalf uur lang vertolkt hij een fraaie selectie songs uit zijn buitengewoon indrukwekkende oeuvre en heeft hij genoeg aan zijn indringende stem en fraai pianospel. Geen muziek om vrolijk van te worden, maar een regenachtige herfstdag wordt fraai ingekleurd met aardedonkere klanken vol weemoed. De bijna beangstigende leegte van het Alexandra Palace maakt de sobere vertolkingen van de songs van Nick Cave alleen maar indringender en indrukwekkender.

Nick Cave en zijn band The Bad Seeds hadden voor 2020 een uitgebreide Europese en Amerikaanse tournee in de agenda staan, maar de corona pandemie gooide roet in het eten. De tour werd uiteindelijk volledig geannuleerd, maar in juli was er één concert in het Londense Alexandra Palace.

Het is de zaal die rond de jaarwisseling uitpuilt van schreeuwende en bier drinkende dart fans, maar in juli was er in de immense zaal slechts ruimte voor Nick Cave, zijn piano en een cameraman. Het concert werd in juli gestreamd voor iedereen die een kaartje voor een van de oorspronkelijk geplande concerten had gekocht, maar de live-registratie is nu ook fysiek verkrijgbaar. Idiot Prayer: Nick Cave Alone At Alexandra Palace komt in de boeken als live-album, maar het is zeker geen alledaags live-album.

Het is niet nieuw dat Nick Cave in zijn eentje achter de piano zijn songs vertolkt, want tijdens de Conversations Tour van 2019 deed hij dit ook al. Idiot Prayer is hiermee deels een logisch vervolg op de tour van vorig jaar, al ontbreken de verhalen en de gesprekken met het publiek. Idiot Prayer bevat een fraaie selectie uit het oeuvre van Nick Cave & The Bad Seeds en hiernaast een song van gelegenheidsband Grinderman en een gloednieuwe song (Euthanasia).

Nick Cave heeft na de trieste dood van zijn zoon Arthur in 2015 twee aardedonkere albums gemaakt die in het teken stonden van verlies en rouw. Skeleton Tree (2016) en Ghosteen (2019) waren zelfs voor Nick Cave begrippen opvallend donkere albums, maar de Britse muzikant maakte ook voor het voor hem zo dramatische jaar 2015 al aardedonkere albums. Het is goed te horen op Idiot Prayer, dat zoals gezegd een dwarsdoorsnede biedt van het werk van Nick Cave en zijn band.

Het is niet veel muzikanten gegeven om anderhalf uur lang te imponeren met slechts een piano en een stem, maar Nick Cave slaagt er op Idiot Prayer moeiteloos in. Het pianospel is altijd stemmig maar ook veelzijdig, terwijl de indringende stem van Nick Cave de vertolkte songs voorziet van emotie, drama en urgentie.

Idiot Prayer is door het ontbreken van publiek en interactie geen doorsnee live-album, maar het live vertolken en opnemen van de songs heeft zeker meerwaarde. Idiot Prayer is ruw en direct en komt hier en daar aan als een mokerslag. Alle songs blijven makkelijk overeind in de sobere muzikale setting waarin The Bad Seeds werkloos toekijken. Het stemmige pianospel past uitstekend bij de donkere songs op het album en ook de donkere stem van Nick Cave gedijt uitstekend bij de uiterst sobere klanken.

Hier en daar hoor je goed dat het album live is opgenomen in een enorme ruimte. Je hoort Nick Cave zo nu en dan zijn papieren omslaan, hier en daar hoor je wat ruis en galm uit de lege ruimte en ook schoonheidsfoutjes ontbreken niet. De enorme leegte om Nick Cave heen heeft iets onheilspellends en voorziet het album van nog wat meer lading.

Net als Skeleton Tree en Ghosteen, maar eerlijk gezegd ook vrijwel alle andere albums van de in Australië geboren muzikant, is Idiot Prayer geen album om heel vrolijk van te worden, maar wat is het een intens en indringend album. Idiot Prayer is een album om ademloos naar te luisteren. Niet geschikt voor alle momenten en gemoedstoestanden, maar op het juiste moment is het goed voor anderhalf uur kippenvel. Erwin Zijleman

Nick Cave & The Bad Seeds - Ghosteen (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nick Cave & The Bad Seeds - Ghosteen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nick Cave & The Bad Seeds - Ghosteen
Nick Cave is opeens terug met een nieuw album vol werkelijk aardedonkere songs, maar ook songs van een bijzondere schoonheid en intensiteit

Nick Cave bekeek het leven nooit door een roze bril op zijn albums, maar op Ghosteen zijn zelfs de grijstinten vervangen door gitzwart. Ghosteen is een zich langzaam voortslepend album zonder de karakteristieke uitbarstingen die we van Nick Cave kennen. Donkere pianoklanken en de emotievolle stem van de Australische muzikant worden begeleid door atmosferische elektronische klanken die vaak het karakter van soundscapes hebben. Het levert een betoverend mooi maar ook loodzwaar album op. Het is een album dat 70 minuten lang donkere wolken voor de zon drijft. Makkelijk is het allemaal niet. Mooi en indrukwekkend wel. Bijzonder indrukwekkend zelfs.

Nog geen twee weken gelden werd, bijna uit het niets, een nieuw album van Nick Cave & The Bad Seeds aangekondigd. Op de fysieke versie moeten we nog ruim een maand wachten, maar de digitale versie is inmiddels beschikbaar via de diverse streaming media diensten.

De herfst is inmiddels begonnen en dat merken we niet alleen buiten, maar ook in de muziek. Binnen de nieuwe releases van deze week domineren de stemmige en donkere albums en het nieuwe album van Nick Cave & The Bad Seeds is waarschijnlijk de donkerste van het stel.

Skeleton Tree, dat drie jaar geleden werd uitgebracht en volgde op de trieste dood van Nick Cave’s 15 jaar oude zoon in 2015, was al een behoorlijk donker album, maar op Ghosteen zijn de grijstinten vervangen door diep zwart.

Ghosteen is een dubbelalbum en bevat bijna 70 minuten muziek in elf songs. Het tweede deel van het album bestaat uit slechts drie songs, maar twee hiervan klokken ruim boven de tien minuten. Lichte kost is het zeker niet.

Ghosteen werd gemaakt met The Bad Seeds, maar alleen Warren Ellis had het druk. Veel songs op het album worden gedragen door pianoklanken en de emotievolle stem van Nick Cave, maar Warren Ellis heeft ook een elektronische en atmosferische onderlaag toegevoegd aan het album. De ongrijpbare elektronische klanken op het album herinneren aan de ambient albums van Brian Eno, maar Warren Ellis voegt ook analoge synths en hiermee een dun laagje prog toe aan het aardedonkere geluid op Ghosteen of maakt het geheel nog wat stemmiger met zijn viool.

Het tempo op Ghosteen ligt uiterst laag. Liefhebbers van het stevigere werk van Nick Cave zullen tevergeefs zoeken naar de van hem bekende uitbarstingen, maar Ghosteen is zeker geen gezapig album. De bijzondere instrumentatie op het album laat continu donkere wolken overwaaien en dat past perfect bij de zang van Nick Cave, die zijn periode van rouw nog niet heeft afgesloten. Zelfs een ijskonijn zal geraakt worden door de emotievolle zang op het album en door de donkere teksten over verlies en verwerking.

Op het eerste gehoor klinkt Ghosteen misschien wat eenvormig, maar de fraaie details in de instrumentatie kleuren de songs steeds net wat anders in. Ook de zang van Nick Cave voegt bijzondere accenten toe aan de zo indringende songs op het album. In een aantal tracks laat Nick Cave horen dat hij inmiddels een volleerd crooner is, maar hij experimenteert ook met zijn falset stem.

Ghosteen is een album dat volledige aandacht vraagt. Het is een album waaraan je je moet onderwerpen om er van te kunnen genieten en het is een album dat de meesten van ons in delen zullen willen beluisteren. Bij aandachtige beluistering vallen steeds meer details in de beklemmende en soms spookachtige instrumentatie op en dringt de stem van Nick Cave zich steeds meer op.

Wanneer vrouwenstemmen invallen begeeft de geboren Australiër zich bijna op het terrein van Leonard Cohen en wanneer atmosferische soundscapes het geluid domineren hoor ik iets van David Sylvian, maar Nick Cave blijft natuurlijk een totaal ander en uniek soort zanger.

Ghosteen is direct vanaf de start geen heel toegankelijk album, maar wordt donkerder en zwaarder naarmate het album vordert. Zeker de lange tracks aan het einde van het album vergen nog wat meer van de luisteraar en slepen je diep de donkere wereld van Nick Cave in. Warren Ellis gooit er in deze tracks nog eens schepje bovenop en tekent voor beeldende klanken die herinneren aan de Berlijnse periode van Bowie.

Muziekliefhebbers met een gevoeligheid voor herfstdepressies durf ik Ghosteen niet zomaar aan te raden, maar verder raad ik iedereen aan om dit loodzware maar ook wonderschone en bijzondere album te ondergaan en te genieten van de bijzondere schoonheid van Ghosteen. Erwin Zijleman

Nick Cave & The Bad Seeds - Skeleton Tree (2016)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nick Cave & The Bad Seeds - Skeleton Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Eind 2014 begonnen Nick Cave en zijn band The Bad Seeds aan de opnames voor de opvolger van het in 2013 verschenen Push The Sky Away.

De opnames waren net een half jaar onderweg toen Nick Cave’s 15 jarige zoon overleed na een bijzonder tragisch ongeval.

Het moet een enorme impact hebben gehad op de sessies die enkele maanden na het ongeval werden hervat en nu hebben geleid tot Skeleton Tree.

Dat Skeleton Tree een hele donkere plaat is geworden zal dan ook niemand verbazen, al moet gezegd worden dat de muziek van Nick Cave altijd al moeilijk overweg kon met het daglicht.

Skeleton Tree opent met de beklemmende klanken van Jesus Alone, waarin Nick Cave zijn teksten in eerste instantie voordraagt als een gedicht, terwijl The Bad Seeds spookachtige klanken produceren.

De openingstrack zorgt direct voor een beklemmend en wat unheimisch gevoel en het is een gevoel dat je tijdens de beluistering van de rest van de plaat niet meer gaat los laten. Skeleton Tree werd direct na de release door The Guardian vergeleken met een gapende open wond en dat is het.

Nick Cave worstelt hoorbaar met het verwerken van het onverwachte noodlot en maakt de luisteraar deelgenoot van zijn gevoelens. Experts zijn het er niet over eens of een noodlottige gebeurtenis een kunstenaar verlamt of juist inspireert, maar in het geval van Nick Cave is er geen enkele twijfel. Skeleton Tree is een intieme en aardedonkere plaat, maar het is ook een plaat vol songs van een enorme schoonheid. Het zijn bovendien songs met een enorme impact.

The Bad Seeds kiezen vrijwel zonder uitzondering voor een ingetogen en stemmig geluid. Het is een geluid waarin de piano zorgt voor de melancholie en de synths voor de beklemming. Door het vrij ingetogen geluid sneeuwen de emotionele vocalen van Nick Cave nergens onder en wat komen deze vocalen hard aan.

Skeleton Tree staat vol met prachtige songs, maar het zijn ook songs die pijn doen. De tragische dood van zijn zoon heeft Nick Cave geïnspireerd tot intieme teksten die het verdienen om ontrafelt te worden maar het zijn ook teksten die een donkere deken over de plaat leggen. De instrumentatie en de vocalen sluiten hier prachtig bij aan.

Skeleton Tree is een plaat die je op je in moet laten werken. De meeste recensies van de plaat zullen dan ook te vroeg komen om de plaat goed te kunnen duiden, maar op basis van de eerste paar keren luisteren durf ik Skeleton Tree al wel een van de meest indrukwekkende platen van het jaar te noemen, uiteraard naast Bowie’s Blackstar dat ook al op zo'n indrukwekkende, ontroerende en beklemmende wijze werd getekend door de dood. Erwin Zijleman

Nickel Creek - Celebrants (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nickel Creek - Celebrants - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nickel Creek - Celebrants
Nickel Creek maakte tussen 2000 en 2005 drie baanbrekende albums, keerde pas weer terug in 2014 en keert negen jaar later weer terug met een bijzonder fascinerend en razend knap gemaakt album

Ik was de naam Nickel Creek eerlijk gezegd al lang weer vergeten, al is het maar omdat de drie leden van de band solo en met andere bands geweldige albums hebben afgeleverd de afgelopen tien jaar. Een reünie van Nickel Creek leek dan ook wat overbodig, maar Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile laten vanaf de eerste noten horen dat dat een zeer voorbarige conclusie was. Celebrants is een album vol muzikaal en vocaal vuurwerk, een album waarop invloeden uit meerdere genres worden verwerkt en een album waarop zoveel gebeurt dat het je een uur lang duizelt. Er kan vervolgens maar één conclusie zijn: Nickel Creek heeft een geweldig comeback album afgeleverd.

De afgelopen negen jaar was het stil rond de band Nickel Creek, die aan het begin van het huidige millennium opdook als een van de vaandeldragers van het nieuwe genre ‘progressive bluegrass’. Deze week komt de band uit California echter met een opvolger van het uit 2014 stammende A Dotted Line, dat overigens ook verscheen na een stilte van negen jaar.

De beperkte productiviteit van Nickel Creek betekent overigens niet dat de leden van de band stil hebben gezeten de afgelopen twintig jaar. Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile hebben alle drie flink wat soloalbums afgeleverd en hiernaast waren er projecten als Punch Brothers, Mutual Admiration Society en natuurlijk Watkins Family Hour, dat vorig jaar nog het uitstekende Watkins Family Hour, Vol. 2 afleverde.

Met name alles dat Sara Watkins de afgelopen jaren heeft gemaakt is erg goed. Alle reden dus om uit te zien naar het nieuwe album van Nickel Creek, dat de band samen maakte met bassist Mike Elizondo, die eerder werkte met onder andere Fiona Apple en Madison Cunningham en met producer Eric Valentine, die ook in het verleden met de band werkte.

De drie leden van de band zijn het label ‘progressive bluegrass’ inmiddels al lang ontgroeid en ook Nickel Creek maakt op Celebrants muziek die het ooit bedachte hokje op alle fronten ontstijgt. Het betekent overigens niet dat invloeden uit de bluegrass geen rol van betekenis spelen op het album. Bluegrass was de eerste liefde van Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile en daar maken ze geen geheim van op Celebrants.

Je hoort dit vooral wanneer de drie muzikanten tekenen voor muzikaal vuurwerk op respectievelijk de viool, gitaar en mandoline, maar ook in de zang hoor je hier en daar flink wat invloeden uit de al dan niet progressieve bluegrass. Nickel Creek verwerkt op haar nieuwe album echter ook uiteenlopende andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor ik ook prima kan leven met het label Americana of Amerikaanse rootsmuziek.

Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile zijn sinds de eerste stappen van Nickel Creek enorm gegroeid als muzikant en dat hoor je op Celebrants, wat een ambitieus en in kwalitatief en artistiek opzicht een hoogstaand album is. Ook in kwantitatief opzicht is er overigens niets te klagen, want het nieuwe album van Nickel Creek bevat maar liefst achttien tracks en op een paar seconden na een uur muziek.

Het zijn songs die zowel in muzikaal als in vocaal opzicht behoorlijk complex in elkaar zitten, maar van overbodig spierballenvertoon is nergens sprake. Ik veer persoonlijk vooral op wanneer Sara Watkins tekent voor de zang, maar ook op de zang van Chris Thile en Sean Watkins heb ik niets aan te merken en de hier en daar toegevoegde harmonieën zijn prachtig.

Celebrants is echter vooral in muzikaal opzicht een fascinerend album. De songs van de band schieten echt alle kanten op, de arrangementen zijn keer op keer weergaloos en het muzikale vuurwerk houdt maar niet op. Een uur lang zit je op het puntje van je stoel en hoe vaker je het album hoort, hoe interessanter het wordt.

Ik had door het uitstekende solowerk van met name Sara Watkins en een interessant project als Watkins Family Hour op zich geen heimwee naar de muziek van Nickel Creek, maar Celebrants is een verrassend sterk album en bovendien een album dat iets toevoegt aan het oeuvre van de band en de andere bezigheden van de drie leden. Knap. Erwin Zijleman

Nicki Bluhm - Rancho Deluxe (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nicki Bluhm - Rancho Deluxe - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Nicki Bluhm - Rancho Deluxe
Nicki Bluhm heeft inmiddels al een aantal albums op haar naam staan, maar is nog niet zo bekend als de kwaliteit van haar muziek rechtvaardigt, wat maar eens moet gaan veranderen met het uitstekende Rancho Deluxe

Natuurlijk is het al tijden dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en zijn er wekelijks meerder interessante nieuwe albums van vrouwelijke rootsmuzikanten, maar dat rechtvaardigt niet dat de albums van Nicki Bluhm tot dusver wat tussen wal en schip vallen. De Amerikaanse muzikante laat ook op haar nieuwe album weer horen dat ze als zangeres met de besten mee kan en ook in muzikaal opzicht is Rancho Deluxe een uitstekend album. Het is bovendien een veelzijdig album met een serie zeer aansprekende songs. Er waren redelijk wat releases in het genre de afgelopen week, maar het ijzersterke Rancho Deluxe van Nicki Bluhm is wat mij betreft de beste.

Het is er kennelijk het seizoen voor, want een andere verklaring heb ik niet voor het feit dat ik na het maken van een eerste selectie uit de nieuwe albums van de afgelopen week maar liefst zes albums had liggen met een vrouw met een cowboyhoed op de cover. De mannen met cowboyhoeden waren overigens ook ruim vertegenwoordigd, maar die heb ik maar even laten liggen.

Er zaten een aantal aardige albums tussen, maar met afstand de mooiste van het stel kwam van de Amerikaanse muzikante Nicki Bluhm. Dat is op zich geen verrassing, want de Amerikaanse zangeres draait inmiddels al heel wat jaren mee en heeft een stapeltje mooie albums op haar naam staan.

Zelf ken ik Nicki Bluhm sinds ze opdook als gastzangeres op de albums van de Amerikaanse bluegrass band The Infamous Stringdusters, waarna ik de albums die ze eerder maakte onder de naam Nicki Bluhm & The Gramblers ontdekte. Laatstgenoemde band vormde ze overigens met haar toenmalige echtgenoot Tim Bluhm, die we ook kennen van The Mother Hips.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing heb ik op deze site tot dusver alleen aandacht besteed aan het in 2018 verschenen To Rise You Gotta Fall, maar ik zie nog minstens twee andere albums van de Amerikaanse muzikante die ik meerdere malen met veel plezier heb beluisterd.

Dat plezier was er ook weer onmiddellijk bij beluistering van het deze week verschenen Rancho Deluxe, dat goed laat horen wat Nicki Bluhm te bieden heeft. Dat is om te beginnen een zeer aansprekende stem. Het is een stem die goed past bij het soort Amerikaanse rootsmuziek dat Nicki Bluhm maakt, maar vergeleken met de gemiddelde countryzangeres beschikt de Amerikaanse muzikante over een onderscheidende stem.

De zang van Nicki Bluhm is vooral ingetogen en laidback, wat van Rancho Deluxe een ontspannen klinkend album maakt. De zang van de muzikante Nashville is niet alleen onderscheidend maar ook heel mooi, wat haar songs net dat beetje extra geeft om zich te kunnen onderscheiden.

Ik heb niet heel veel informatie over het nieuwe album van Nicki Bluhm, maar naar verluidt is het haar meest persoonlijke album tot dusver. Het is een album dat is gemaakt met een beperkt aantal muzikanten, die vooral snareninstrumenten toevoegen aan het sfeervolle geluid op Rancho Deluxe.

De muzikante uit Nashville, Tennessee, laat op haar nieuwe album horen dat ze in meerder genres uit de voeten kan, al ligt de nadruk op country met uitstapjes richting rock of juist bluegrass. Het is country die een brug slaat tussen de meer traditionele variant van het genre en de wat moderne countrypop, waardoor Rancho Deluxe zowel authentiek als eigentijds klinkt.

Rancho Deluxe is een album dat zich door de aangename songs en de mooie stem van Nicki Bluhm makkelijk opdringt, maar het is ook een album vol groeipotentie, wat iets belooft voor de toekomst. Nicki Bluhm behoorde voor mij tot dusver tot de rootsmuzikanten die ik waardeer maar niet altijd oppik, maar met Rancho Deluxe heeft ze een album gemaakt waarmee ze zich schaart onder mijn persoonlijke favorieten in het genre.

Het is bovendien een album dat me nieuwsgierig maakt naar de rest van het oeuvre van de Amerikaanse muzikante, want ze staat al langer garant voor kwaliteit. Extra jammer dus dat ook Rancho Deluxe weer een wat anonieme release is binnen het enorme aanbod van deze week. Erwin Zijleman

Nicki Bluhm - To Rise You Gotta Fall (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Nicki Bluhm - To Rise You Gotta Fall - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nicki Bluhm maakte de afgelopen jaren met haar band The Gramblers twee hele aardige platen, die ik overigens pas kort geleden heb opgepikt. Het zijn platen die in de Verenigde Staten heel positief zijn besproken, maar die in Nederland helaas nauwelijks werden opgepikt en lange tijd zelfs niet op de streaming media diensten te vinden waren.

Nicki Bluhm opereerde lange tijd vanuit San Francisco, maar verhuisde vorig jaar naar Nashville. In het nabij gelegen Memphis nam ze haar nieuwe plaat op en op deze plaat doet Nicki Bluhm het zonder haar band The Gramblers.

De door haar man geformeerde band raakte op een zijspoor nadat het huwelijk van Nicki Bluhm op de klippen was gelopen. De stevige liefdescrisis vormde vervolgens de basis voor een heuse breakup plaat en zoals zo vaak blijkt persoonlijke misère een sterke basis voor een prima plaat.

Voor To Rise You Gotta Fall deed Nicki Bluhm een beroep op Matt Ross-Spang, die de plaat produceerde, en op niemand minder dan Ryan Adams, die meeschreef aan twee songs. Het einde van het huwelijk van Nicki Bluhm staat centraal op haar nieuwe plaat en To Rise You Gotta Fall is daarom zeker geen vrolijke plaat.

Hoewel ik Nicki Bluhm natuurlijk haar liefdesgeluk gun, ben ik zelf wel blij met het stemmige en melancholische geluid op de plaat. Het is een geluid dat wat ouderwets aan doet, wat ongetwijfeld de verdienste is van producer Matt Ross-Spang, die eerder Margo Price een aantal decennia terug in de tijd wierp.

Op To Rise You Gotta Fall hoor ik wat minder country dan ik van Nicki Bluhm gewend ben en hebben invloeden uit de soul aan terrein gewonnen. Het geluid op de plaat is stemmig en hier en daar zelfs broeierig en ademt de sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten. Hier en daar gaat het de kant op van de plaat die Dusty Springfield ooit in hetzelfde Memphis opnam, maar Nicki Bluhm blijft ook de country trouw.

Zeker in de songs waarin de invloeden uit de country domineren, kun je het leed van de songs van Nicki Bluhm afscheppen, maar ook als de Amerikaanse singer-songwriter kiest voor wat meer soul, komt de persoonlijke ellende uit haar tenen.

Ik vond Nicki Bluhm ook op haar vorige platen geen typische countryzangeres, maar ze kan het genre absoluut aan. Het wordt wat mij betreft nog overtuigender wanneer invloeden uit de soul en blues aan terrein winnen en Nicki Bluhm het verdriet over haar gebroken hart op gepassioneerde en soulvolle wijze over de luisteraar uitstort.

Het levert een in vocaal opzicht grootse plaat op, maar ook in muzikaal opzicht maakt To Rise You Gotta Fall indruk, al is het maar vanwege de subtiel spelende ritmesectie, het sfeervolle gitaarspel en het heerlijk zuigende orgeltje.

Nicki Bluhm is in Nederland vooralsnog geen bekende, maar met haar nieuwe plaat moet ze liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek toch kunnen veroveren lijkt me. Zelf laat ik de plaat nog maar eens uit de speakers komen en To Rise You Gotta Fall groeit maar door. Ik heb het steeds meer te doen met de tegen haar verdriet vechtende singer-songwriter uit Nashville, maar wat levert de misère een goede plaat op. Erwin Zijleman