MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Free - Fire and Water (1970)

poster
4,0
Titelnummer Fire and Water is het bewijs dat goede bluesrock ook funky kan klinken.
Stoer en sensualiteit zit hier best dicht bij elkaar, en wat kon Paul Kossoff meesterlijk gitaar spelen.
Eigenlijk weet ik helemaal niks van deze muzikant, die andere Paul (Rodgers) is mij wel bekend, mede natuurlijk vanwege zijn samenwerking met Queen.
Triest is het dan ook om te lezen dat Kossoff indirect is overleden aan de gevolgen van een heroïne verslaving.
Als 25 jarige hoor je niet bij de 27 Club, en wordt je helaas al snel vergeten.
Onterecht, want wat drukt hij een stempel op dit album.
Oh I Wept is lekker rauw, met hier in de hoofdrol Paul Rodgers, die het nummer helemaal naar zich toe weet te trekken.
Iets wat jaren later een Lenny Kravitz ook goed lukt.
Het begin van Remember lijkt op dat van Sometimes Salvation van The Black Crowes en tevens op Dissident van Pearl Jam.
Verder heeft het vooral een lekkere flow, maar behoord op de gitaarsolo na, niet echt tot de hoogtepunten hier.
Bij Heavy Load moet ik aan Deep Purple’s When a Blind Man Cries denken (een van de hoogtepunten van Machine Head, welke 2 jaar later verschijnt, en eigenlijk gewoon een bonustrack is), niet een kopie, of iets dergelijks, maar wel een soortgelijk gevoel.
Prima ballad, met een The Doors achtige piano partij.
Ik heb al eerder aangegeven dat ik bij een nummer als Mr. Big duidelijk Pearl Jam, en dan vooral Alive in terug hoor.
Zeker op het moment dat die gitaarsolo ingezet wordt, een prachtig moment.
Maar natuurlijk heeft die bijna neuriënde bas ook een grote rol in het geheel.
De eerste keer stoorde ik mij hier nog aan, nu vind ik het steeds mooier worden.
Nu hoor ik zelfs dat de opbouw hiervan ook wat verwerkt zit in de rustige passages van Henry Rollins Liar.
Wat lijkt Paul Kossoff op de voorkant van de albumhoes veel op Rich Robinson van The Black Crowes.
Toevallig ook nog beide gitarist.
Ik dacht altijd dat The Black Crowes voornamelijk beïnvloed was door The Rolling Stones, maar hoor er nu veel meer Free in terug.
Natuurlijk is Free ook niet geheel origineel te noemen, want bij hun zit veel van de Led Zeppelin sound verweven.
Don't Say You Love Me is het ultieme rustmoment, haal een biertje, en ga buiten een beetje naar de maan staren, op het moment dat het wat kouder begint te worden.
Zal ik een vest halen?
Laat ik dat maar doen.
Eenmaal weer buiten is het moment van magie alweer verdwenen.
Wat wil je, als vervolgens het bekendste lied van Fire and Water wordt ingezet.
All Right Now is waarschijnlijk wel de meezinger van Fire and Water, wat ik wel kan begrijpen.
Het bezit de muzikale kracht van een AC/DC vermengd met de blues van Janis Joplin.
Paul Rodgers klinkt als haar muzikale broer.
De albumversie is nog een stuk sterker dan de wat ingekorte single, welke als bonus op mijn cd staat.
De jaren 70 revival eind jaren 80; begin jaren 90, waardoor Pearl Jam, Lenny Kravitz, The Black Crowes en gedeeltelijk Primal Scream (Rocks) hun hits wisten te scoren, is een heel eind terug te brengen tot Fire and Water.
Voor mij is Free vanaf vandaag niet meer de band van Paul Rodgers, maar van Paul Kossoff.
Hulde voor deze geweldige gitarist.

Frenship - Vacation (2019)

poster
3,0
Als je al een paar op muzikaal vlak wat aan het heen rommelen bent, en dan plotseling een aardige hit weet te scoren, dan liggen de verwachtingen opeens een stuk hoger. Dit overkwam drie jaar geleden het uit Los Angeles afkomstige Electro pop duo Frenship. James Sunderland en Brett Hite lukten het vrij onverwacht met de single Capsize alle aandacht op zich te richten. Deze song die mede geschreven is door singer songwriter Emily Warren bereikt via Spotify een miljoenen publiek. Blijkbaar is de behoefte groot naar deze warme zomerse klanken met een heus jaren tachtig ritmisch tintje. Het geeft de muzikanten in ieder geval de mogelijkheid om op hun debuut Vacation samen te werken met de popsensatie Bastille. Verder bieden ze op de plaat de nog onbekende Yoke Lore een platform om zich aan een groter publiek te presenteren.

Na de harde op zichzelf staande beat van Breathe Deeper, See Brighter, Feel Better, Hear Now openen ze groots met vocalen die de hele wereld lijken te omarmen. Je moet er een liefhebber van zijn, ik heb minder met dit pompeuze gebaar. Door je direct al zo te presenteren, moet deze ingeslagen weg gedurende de plaat geclaimd worden, anders werkt dit niet. Met het aangenaam swingende nieuwe single Remind You weten ze dus wel degelijk die aandacht vast te houden. Ik moet eerlijk toegeven dat dit totaal niet mijn ding is, maar het lukt ze wel degelijk om goed van start te gaan. Inhoudelijk gebeurd er niet bijzonder veel, maar ze maken hiermee wel gebruik van de vrij gekomen kansen.

Won’t Let You Down is een mooi samenspel met Bastille, die hiervan juist niet een eigen song weten te maken met een beat er onder. Knap hoe ze het niet naar zich toe weten te trekken, maar zich juist bescheiden in de gastrol opstellen. Het zal er mee te maken hebben dat er daadwerkelijk een soort van vriendschap is ontstaan in de periode dat Frenship mocht optreden als voorprogramma. Yoke Lore pakt hier wel zijn minute of fame, Wanted A Name heeft een meer dominantere invloed van de jonge artiest, en geef hem eens ongelijk.

Onderschat de muzikaliteit van dit tweetal niet. Productioneel zit het allemaal heel lekker in elkaar, en daar is James Sunderland zelf verantwoordelijk voor. Het zou niet vreemd zijn als hij in de toekomst met dit talent ook andere artiesten wil laten mee profiteren. Met de steriele sound haken ze in op de vraag van het publiek. De massale downloaders van Capsize kunnen probleemloos Vacation aanschaffen, en voelen zich zeker niet bekocht.

Frenship - Vacation | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Front Line Assembly - Wake Up the Coma (2019)

poster
3,5
Front Line Assembly heeft een sterk in your face karakter. Niet afwachten, maar direct als in een militaire precisie toeslaan. Doel bereikt, mission complete. Zo ook weer in Eye On You. Nog meer dan voorheen lijken er Eurodisco invloeden als een bondgenoot zich hebben binnen gedrongen in het industriële kamp. Samen met de strijdlustige Electric Body Music wordt strategisch weer een muzikaal slagveld bestreden. Met Robert Görl van Deutsch Amerikanische Freundschaft als gezagvoerder wil dit klakkeloos slagen. Wat zullen deze elektro rockers Bill Leeb en Michael Balch uit het Canadese Vancouver blij zijn geweest met zijn bijdrage, toch wel een pionier die aan de basis staat van de sound.

Dat zijn moedertaal later op Wake Up the Coma nogmaals geëerd wordt in de Falco cover van Rock Me Amadeus, blijkt een pijnlijke misstap. Muzikaal komen ze er nog prima bij weg, en in Canada zal het gebrekkige Duits niet eens zo erg opvallen. Maar met een klein beetje achtergrond, is het niet beheersen hiervan, vooral in het refrein een vervelende constatering. Had een personele switch gemaakt tussen de gastvocalisten met Jimmy Urine in de opener, en Görl op zijn plek in deze eighties klassieker. Oneerbiedig gezegd, slaan ze de plank nu zelfs zo erg mis dat het bijna over wil komen als een Milli Vanilli bewerking van deze track. Er kan voor gekozen worden om dit brutaal te negeren, en alleen de aandacht te besteden aan de overige tracks. Bij een zichzelf serieus nemende act die dweept met zo’n wanproduct, welke zich prima leent voor de Oktoberfest feesten, moet je hier wel je conclusies stellen.

Laten we gelijk stil staan bij de overige gastmuzikanten, want daar zitten nog wel interessante keuzes tussen. Paradise Lost frontman Nick Holmes is bekend met deze industriële sound. Hij wist dit prima een plek te geven op de meer toegankelijke platen One Second en Host, al zijn de fans dolgelukkig dat er al snel werd terug gegrepen naar de donkere metal gothic sound. Ook hier heerst de teleurstelling. Ondanks dat de aanpak hem prima moet liggen, missen de vocalen zijn krachtige geluid, en wordt wat er enigszins blijft staan, ver naar de achtergrond gedrukt. Nee, de titeltrack Wake Up The Coma is niet bepaald het visite kaartje van de plaat te noemen. Wat over blijft is Chris Connelly, een van de drijvende krachten van Ministry tijdens hun doorbraakperiode met albums als The Land of Rape and Honey, The Mind Is a Terrible Thing to Taste en Psalm 69: The Way to Succeed & the Way to Suck Eggs. Natuurlijk niet te vergelijken met stadscowboy en bourgondisch ambassadeur van de zelfkant Al Jourgensen, maar wel een binnengehaalde naam om trots op te zijn. De dreiging van Spitting Wind is mooi, maar de gezapige Bowieaanse zang wil ook hier geen indruk maken. Kortom van de gastmuzikanten houdt alleen Robert Görl zich ruim voldoende staande.

Hoe valt Wake Up The Coma verder in de smaak? Arbeit is een heerlijke elektro stamper, waarbij de Duitse dictionaire wel op de juiste manier benut wordt, het zijn dan ook maar een paar woorden. De zang is wat minder dominant op de voorgrond, Front Line Assembly stelt zich meestal minder hard en confronterend op dan collega’s, met een minder afstraffende stereotype sound. Meer de ruimte zoekend in de gangbare deuntjes. Zo laat de band zich vaak horen, waardoor de geloofwaardigheid richting een doordachte klucht neigt. Grimmige noise werpt een donkere deken over het sterke Tilt, diep van binnen worden de vocalen opgeroepen, die zich hier in al hun onheilspellende duisternis openbaren. Mooie gelaagde overgangen, en treffender dan de door met andere vocalisten ondersteunende nummers.

De stuurloze lompe bulldozer Hateful gaat recht door alle songstructuren heen, en laat zich niet van de wijs brengen door invloeden van buitenaf, zo hoort deze eigenzinnige band vanuit de beginselen te klinken. Muzikaal gezien is Proximity een knieval voor de Europese jaren negentig benadering. Zeker niet slecht, al blijft het vreemd dat Front Line Assembly gezien wordt als een van de eersten die in de Electric Body Music golf doken, en niet bij de later volgende groepering hoorden. Een gevalletje van voor de finish ingehaald worden door volgelingen, en zich niets wetend weer daaraan koppelen. De sterke basis breekt af, tot lijmloze brokstukken. Het meer experimentele dansbare Living a Lie laat het geluid horen van tot de bot geripte tracks, die vervolgens tot een remix worden her geproduceerd. De meerwaarde van de maxi singles, die de betere synth acts in de jaren tachtig uitbrachten. Deze werkwijze lijkt hier centraal te staan.

Mesmerized weet het smerige onderbuik gevoel op te roepen, als brijerige diarree inclusief de bedorven ziektekiemen verspreid het zich vanuit de luidsprekers. Langzaam slopend met een verticale flatline als mechanische horizon. Vanuit het ontstaande niks komt dan tragisch de new born van de anti god in het bedrieglijke opslokkende Negative Territory. Zo komen de tracks wel als motorslagen oorverdovend binnen. Zelfs het onbezonnen melodieuze tussenstuk doet hier geen afbreuk aan. Het ambient gerichte Structures sluit het geslaagde drieluik af, zonder op enig moment maar zweverig over te komen. Eerder moet er hierbij aan de stugge statische coldwave gedacht worden. Hiermee distantieert de industriële groepering zich van de rest van de plaat, en weten ze nog een ruime voldoende te scoren. Ze hebben het nog steeds in zich, maar beperken zich helaas maar tot een paar aangename uitschieters.

Front Line Assembly - Wake Up the Coma | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fruit Bats - Baby Man (2025)

poster
4,0
Met drie succesvolle Bonny Light Horseman albums op zak en de daaruit voortkomende lang gehoopte internationale erkenning loopt het leven van Eric D. Johnson op rolletjes. Toch blijft hij trouw aan zijn uit de klauwen gelopen eenmansband Fruit Bats. Voor dit project offert hij eerder al zijn deelname in The Shins op. Bijzonder, want na een droomstart bij het Sub Pop label trekt hij in 2013 de stekker uit Fruit Bats om deze twee jaar later weer te reanimeren. Op het Merge label brengt hij vervolgens het geluk zoekende, heerlijke goed in het gehoor liggende Gold Past Life uit, gevolgd door het in jeugdherinneringen bladerende licht melancholische The Pet Parade.

Kort daarna volgt het spontane Siamese Dream coveralbum, waar hij de Smashing Pumpkins nummers in een nieuw jasje steekt. Baby Man is de plaat die eigenlijk geen bestaansrecht heeft. Na het twee jaar oude uptempo A River Running to Your Heart is het de oorspronkelijke opzet om een aantal toekomstige B-kant nummers op te nemen. Eric D. Johnson prikkelt het enthousiasme van producer Thom Monahan. Deze weerhoudt hem ervan om de overige Fruit Bats leden op te trommelen. Het moet vooral persoonlijk zijn, zo dicht mogelijk bij hemzelf. Je volgt als het ware een week lang Eric D. Johnson, met de gedachtes welke in zijn hoofd ronddwalen. Puur en oprecht.

Let You People Down is zijn ark van Noach. Een zinkend schip met Eric D. Johnson als enige overlevende. Het is zijn kijk op een stuurloze wereld. Soms moet je beloftes breken om verder te komen. Hoe mooi het in dromen in elkaar steekt, de realiteit is hard en soms bijna ondraaglijk. Die boot krijgt tegen het einde van de plaat in het uitnodigende Building a Cathedral zijn Evangelische bestemming weer terug. Hij droomt door in Stuck in My Head Again waar de zanger naar een evenwichtige gelijkwaardige maatschappij verlangt. Wat verschuilt zich achter de duisternis. Het is een optimistische twist aan een triest verhaal waar geen einde aankomt. Een positief lied wat overuren in het hoofd van de vocalist draait.

De Let You People Down eenzaamheid hoor je in de folk instrumentatie terug, meer dan slechts begeleidend gitaarspel vraagt het nummer niet. De warme Two Thousand Four soul nomadetocht gaat ruim twintig jaar terug in de tijd. De zanger verruilt de gitaar voor de piano en schreeuwt zijn emotionele beklag van zich af. Het klein gehouden Puddle Jumper handelt over diezelfde zoektocht welke hem telkens weer het pad kruist.

Dan is het Creature from the Wild hondenliedje een fijne afwisseling. Geen enkel wezen is zo trouw als een hond, zelfs trouwer dan een mens. Met de onschuld van het Baby Man titelstuk plaatst Eric D. Johnson zich in de resetstand, kaal met minimale ondersteuning. Het afscheid van die jeugd vindt zijn plek in het First Girl I Loved liefdesliedje, een gospelbiecht om keuzes te verantwoorden. In het afsluitende Year of the Crow komt het besef dat het niet om antwoorden draait. Het geschreven verhaal vormt slechts de handleiding, je vult het verder zelf in.

Baby Man is geen perfecte plaat. Zo laat de vocalist de verkeerde aftrap van het nachtelijke Moon’s Too Bright intact en poetst hij het foutje niet weg. Eric D. Johnson maakt slechts een grote fout. Hij noemt Baby Man een Fruit Bats plaat, en dat is het niet. Het is een solo album welke qua opzet teveel van het Fruit Bats werk afwijkt. Het is wel een prachtige overtuigende diepgaande plaat.

Fruit Bats - Baby Man | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fruit Bats - Gold Past Life (2019)

poster
3,5
Als je midden tussen het muzikale talent staat, en zelf ook aardig goed vocaal en met instrumenten uit de voeten kan, dan heb je uiteraard een groot voordeel. Eric D. Johnson hield als instructeur op de Old Town School of Folk Music in Chicago zijn ogen, en vooral zijn oren wijd open. Niet alleen voor de leerlingen ontstaat er een mogelijkheid om hun talent te ontwikkelen, ook hijzelf zal hier veel geleerd hebben. Via het experimentele Califone, bestaande uit folky rockers raakt hij bevriend met de indie band The Shins. Daar vervult hij een prominente rol op het elektrisch getinte popalbum Wincing the Night Away. Ondertussen is hij al een tijdje actief in het uit Califone voortkomende Fruit Bats. Dit project staat vanwege verplichtingen met The Shins even op een zijspoor, maar heeft dan in de scene al vier indrukwekkende albums afgeleverd. Na een stilte van drie jaar verschijnt net op tijd zijn soundtrack voor een voortreffelijke zomer, genaamd Gold Past Life. Een plaat die tevens zijn geschoolde achtergrond uitstraalt in elf eenvoudige, maar oh zo treffende popliedjes.

Na de soulbiecht The Bottom of It vervolgt de oprechtheid van de zanger, die de problematiek van een dreigende midlife crisis omzeilt. Het geluk om met weinig problemen schijnbaar terug te kijken op de eerste fase van zijn voltooide leven. Die opbeurendheid staat zoals de titel al aangeeft centraal op Gold Past Life. Een positieve beleving van het verleden, gewaardeerd met een gouden randje. De zorgeloosheid kan het positivisme oproepen, maar ook net zo gemakkelijk beschouwd worden als een tegenstaande eigenschap. Het is allemaal wel erg blij en vrolijk. Ikzelf sta er wat sceptisch tegenover, ben zelfs wat wantrouwig over de geloofwaardigheid hiervan. Het bekende schoolmusicalverhaal met een happy ending. Maar voor wie er gebrainwasht wil worden door de mooie woorden van Eric D. Johnson, is dit een heerlijke warme douche. De eerste tracks gaan terug naar het kind in de zanger, met hoge disco uithalen gevolgd door een glamrock koortje.

Wat ben ik blij dat het geluk verstoord wordt in Drawn Away. Hierbij wordt stil gestaan bij de afbraak van het ziekenhuis waar hij het levenslicht ziet. De basis is weg, waardoor er ruimte is voor het verwerken van een stukje verlies. Met op de achtergrond kenmerkende new wave keyboardklanken. Ook de gitaarsound plaatst zich meer in de jaren tachtig. Het kind staat aan de vooravond van de pubertijd en moet zich klaar maken om de volwassen wereld in te stappen. De daarbij horende twijfels vormen de voedingsbodem voor het licht gedirigeerde Cazadera. In het folky Ocean weerklinken de woorden van een man die pas rond zijn vierentwintigste levensjaar zijn beschermde geboortegrond vaarwel durft te zeggen. De oude man staat synoniem aan wijsheden en goede raad. Doordat zijn grootvader reeds is overleden ontstaan er hiaten in het bestaan, waarvan de oorzaak niet meer te achterhalen valt. Het uptempo Your Dead Grandfather wordt omringt door mistige droomklanken met een vleugje country. Wil dat nou net de stroming zijn die het beeld oproept van op leeftijd zijnde bebaarde opa’s met hun opgebouwde kennis. A Lingering Love is de uiteindelijke grote stap om het verleden te laten rusten.

Barely Living Room weerspiegelt de confronterende eenzaamheid. Zichzelf afsluiten en na het ontwaken beseffen dat de vervelende terugkerende nachtmerrie de realiteit is, de dagdroom het vluchtgedrag. Omgeven door treurigheid vormt dit muzikaal en tekstueel het hoogtepunt van Gold Past Life. Grappig dat de eerste echte liefde Mandy from Mohawk (Wherever You May Be) woonachtig is in Nederland. Een mooi excuus om deze vrolijke gitaarsong daar ooit tot uitvoering te brengen. De heavy metal muziek die ze in haar flatje draaide heeft helaas geen invloed gehad op Gold Past Life. Het is allemaal vrij rustig met de slide gitaar die deze track mag begeleiden. Eventjes een lichte irritatie; het is The Netherlands, niet The Nether lands, maar het is ze vergeven. Gesetteld met zijn uiteindelijke geliefde omzeilen ze alle passie in het vruchteloze Dream Would Breathe. Nee die Two Babies in Michigan zijn niet het prille kindergeluk, maar een gesetteld stelletje op ontdekkingsreis in hun nieuwe woonplaats. De uitvoering is net zo zoetsappig als de uitleg, al wil de soulgitaar het aardig tot een einde brengen. Uiteindelijk is Gold Past Life een typerend Amerikaanse feelgood story, met een paar prachtige uitstapjes.

Fruit Bats - Gold Past Life | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Fruit Bats - The Pet Parade (2021)

poster
3,5
Eindelijk lijkt de veelzijdige componist en multi-instrumentalist Eric D. Johnson die muzikale persoonlijke balans in zijn leven gevonden te hebben. De frontman van het veredeld eenmansproject Fruit Bats heeft de juiste mensen om zich heen verzameld die de gehoopte diepgang en kleur toevoegen aan The Pet Parade, de achtste studioplaat van de uit Chicago afkomstige gevormde topformatie.

Joe Russo heeft als sessiemuzikant bij verschillende bands aardig wat hand- en spandiensten verricht, en deelt zijn plek achter de drumkit met de van Muzz geleende Matt Barrick. Johanna Samuels brengt binnenkort haar solo album Excelsior uit, maar deze singer-songwriter zoekt ook regelmatig tijdens haar duurzame opnameproces Eric D. Johnson op om haar prachtige vocalen aan hem uit te lenen.

De van Sufjan Stevens bekende sfeermaker Thomas Bartlett neemt plaats achter de piano en de ook al niet misselijke voormalige Califone collega Jim Becker neemt de vioolpartijen voor zijn rekening. Dit alles wordt zorgvuldig uitgewerkt en samen met zijn Bonny Light Horsemanmaatje Josh Kaufman op tape gezet.

Openingstrack The Pet Parade verpakt de Indian Summer van voorganger Gold Past Life in de melancholische folk herfst van Bonny Light Horseman. Het warme vest wat je aantrekt als op een heerlijke dag de afzwakkende zon afscheid neemt van de dag, en de zachte temperatuur en avondschemer het toelaat om nog eventjes buiten na te genieten.

Het uptempo seventies Americana countryrock van Cub Pilot heeft dat vleugje eighties nostalgiek maar dan zonder die eindeloze lange wegzwijmelingen, waardoor het net wat aanstekelijker gepresenteerd wordt. De songs hebben net wat meer pit, en daaraan hebben zeker ook die verdienstelijke opzwepende drumpartijen op de pakkende single The Balcony aan bijgedragen.

Je krijgt steeds meer de indruk dat Eric D. Johnson zich ondergeschikt aan die gastmuzikanten opstelt, waardoor Fruit Bats zich als een ware band weet te presenteren. Dat groepsgevoel geeft die knusse huiselijke sfeer neer, waardoor het totaal niet geforceerd, maar eerder aangenaam speels overkomt.

Alleen al de albumtitel The Pet Parade heeft dat vertroetelende heimwee gevoel naar vroeger. Die veelbelovende tocht naar de plaatselijke kinderboerderij, met aan de ene hand een zakje met broodkorstjes om uit te delen, de andere hand gevuld met gesmeerde boterhammen met kaas. Een klein uitstapje wat een bijzonder groot geluksmoment oplevert.

Laten we terug gaan naar die onbevangen kinderjaren, waarbij alles nog nieuw is, en waarbij de herinneringen onverslijtbare indrukken achter laten, die jaren later nog gedetailleerd te herproduceren zijn. Huisdieren die al aangekleed een bijdrage in het fantasierijke rollenspel van een jong schooljochie vervullen.

The Pet Parade zijn in liedjes gevormde jeugdherinneringen, welke soms eenvoudig klein en puur uit de schrijverspen ontsnappen en als ware personages tot leven gewekt worden. Precies zoals het in het hoofd van Eric D. Johnson afspeelt. De andere keer is het net wat groter en bombastischer vorm gegeven, om het net wat krachtiger en levendig geaccentueerd over te laten komen.

Met Holy Rose grijpt hij nog wat verder terug in de tijd. Deze song zou letterlijk uit de jaren vijftig platenkast van zijn ouders gevallen kunnen zijn. Men was toen nog tevreden met de wereld om zich heen die zich beperkte tot de figuurlijke westkust landsgrenzen van California. Met Complete sluit hij dat verhalende prentenboek, de luisteraar maar ook zeker zichzelf in alle tevredenheid achter latend.

Fruit Bats - The Pet Parade | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fucked Up - One Day (2023)

poster
4,0
Vanaf de start in 2001 brengt het overactieve band Fucked Up een veelvoud aan singles en EP’s uit, en veroorzaken ze in 2007 de nodige chaos in een veelbesproken MTV optreden. De fans slopen de studio en ook boegbeeld Damian Abraham eindigt behoorlijk gehavend het optreden. Natuurlijk volgt er een verbod, maar de muziekzender houdt wel van sensatie en nodigt Fucked Up een jaar later gewoon weer opnieuw uit. Dezelfde taferelen, alleen is de veiligheid van Fucked Up nu niet meer gegarandeerd, zelfs een angstige Damian Abraham geeft aan dat het allemaal behoorlijk uit de hand loopt. Uiteindelijk draait het allemaal om de muziek, en dit soort van vervelende bijzaken heeft een band als Fucked Up niet nodig.

One Day is de zevende officiële albumrelease. Als je als eendagsvlieg maar een dag te leven hebt, dan haal je daar het maximale uit. De Canadese hardcore formatie Fucked Up daagt zichzelf uit om in een dag tijd een plaat op te nemen. Sterker nog ze beperken zich niet alleen tot het opnameproces, maar schrijven in dat 24-uurs tijdsbestek ook het tiental nummers welke het toepasselijke One Day vormt. Fucked Up wijkt hoe dan ook af van de beperkte punk ideologie. Wie bepaald er dat nummers kort en bondig moeten zijn, dat er geen ruimte voor breed uitgewerkte conceptalbums is en dat de die hards niet buiten de lijntjes mogen kleuren. Als er iets kortzichtig en gestructureerd is, dan zijn het wel bijna opgelegde urgente straight edge principes. Regels zijn er toch om mee te breken, en van af te wijken. Juist dat grensverleggende spreekt mij hier zo aan.

Found heeft een heerlijke hardcore oerschreeuw, en bull terriër Damian Abraham blaft weer overtuigend hard van zich af. Found is een ouderwetse bijtende punkknaller, maar de melodieuze vertakkingen verraden al dat deze krachtige opener niet representatief voor de rest van One Day is. Staat een band als Midnight Oil voor de rechten van de Aboriginals, de oorspronkelijke inwoners van Australië, Fucked Up doet iets soortgelijks op Found, al betreft het hier uiteraard de Canadese kolonisatie. De excuses van de genocide en het slavernijverleden heeft mondiaal zijn uitwerking bereikt, en beperken zich gelukkig niet alleen tot Nederland. Die geesten uit het isolerende reservatenverleden laten ook hun sporen in Lords of Kensington achter, waarbij de trieste gentrificatie ondertoon het van Damian Abrahams dynamiekexplosie wint.

De slagvaardige I Think I Might Be Weird powerpop krachtzeeën benadrukken die narcistische landveroveringsgekte. Die eigenzinnigheid zit hem hier vooral in de georkestreerde strijkers en de glamrock popkoortjes. Hoe punk is het om juist Nothing’s Immortal een sfeervol piano intro en xylofoon gepingel te gunnen. Is Fucked Up daadwerkelijk Fucked Up? In verzachtende wellness spiritualiteit opent het vervolgens sterk van zich afslaande doodknuffelende Huge New Her. Nadat Damian Abraham zijn oorverdovende onvrede geuit heeft wordt hij door medebandlid en gitarist Mike Haliechuk verrast die lang niet zo Fucked Up als de leadzanger is en hem zelfs in Cicada verbaal overtroeft. Geheel volgens de indie rockende softpunk principes van grootheden als Sebadoh en Hüsker Dü eigent hij zich dit moment toe. Het is zonde dat zijn vocale aandeel tot Cicada beperkt blijft, verder houdt Damian Abraham namelijk de touwtjes strak in een moordende wurggreep.

One Day is een aanklacht tegen de stilstand. Elke geleefde dag is niet meer terug te halen. Damian Abraham ketent zich in het titelnummer aan de wijzerplaat van de tijdsklok vast en dwingt zichzelf om het maximale uit zijn bestaan te halen. One Day is de weg naar de eeuwigheid in fragmentarische eenmalige geluksmomenten, met zelfs een verkapt liefdesliedje, de antireactie op conservatieve stabilisatie. Wat is de meerwaarde van wekenlange opnamestudio afzondering, als je dit resultaat in een dag tijd kan bewerkstelligen.

Fucked Up - One Day | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fufanu - The Dialogue Series (2018)

poster
3,5
Het IJslandse Fufanu bracht al twee volwaardige albums uit, en The Dialogue Series moet gezien worden als de samenvoeging van drie eerder verschenen EP’s. Vreemd genoeg is er niet voor gekozen om ze in chronologische volgorde te plaatsen, maar worden ze voor het album nog flink door elkaar gehusseld. De ideeën voor het project ontstonden tijdens het touren, en werden toen al min of meer gevormd, om later in de studio een definitief gestalte te krijgen. Wat volgde was een veelzijdig geheel, de muzikanten hadden alle drie al een andere achtergrond als basis genomen voor dit dance album. Deze werd nog versterkt door de rol van DJ en producer Alap Momin die de techno wizards hier ondersteund.

Labels is erg rauw en de basis ligt duidelijk in de Electric Body Music die vanuit België jaren geleden Europa overspoelde. Enigszins misvormde zang geeft het een heftig, spookachtig sfeertje, versterkt door een met geluidseffecten gemaakte praatstem, die je als een vreemd buitenaards wezen toespreekt. Die donkere sfeer zet zich voort in Listen to Me, al is het wel heel wat dansbaarder. Hourglass is nog een stuk toegankelijker, meer in het Nu, en sluit hierdoor niet lekker op de vorige tracks aan. Dat ze als support act van Blur hebben opgetreden, is wel duidelijk te horen in het stukje zang op het einde van de track. Het dromerige Chop Chop als trance opwekkend Deep House geheel, gaat zich meer richten op de clubs. In de pompende bas hoor je duidelijk de invloeden terug van jaren 80 synthesizer acts. Heel wat minimalistischer , maar net zo zweverig trippen we verder op de klanken van Pick It Up, maar zodra de race geluiden van voorbij scheurende auto’s invallen wordt de sfeer weer dreigender, waardoor we weer terug zijn bij de sound die in het begin werd ingezet. De zang had zelfs een grotere rol mogen hebben op The Dialogue Series, wat ligt die lekker in het gehoor. Alsof een chagrijnige Dracula op een podium ontwaakt midden in een feest omgeven door veel lasers en lichteffecten, en dit moeilijk kan verdragen.

De hartslag van Typical Critical krijgt vorm door spacey geluidjes, en zeer gelikte vocalen, wat een contrast met wat je hiervoor hoorde. Jammer dat er teveel heen en weer geswitcht wordt. Er was natuurlijk ook een mogelijkheid geweest om het bij de uitgebrachte EP’s te laten, en deze ieder op hun eigen naam uit te brengen. Nu mis je een geheel. Beats komen versneld op je af in One Too Many, terwijl de zang weer lekker mellow over komt. Wel goed dansbaar, en als de drums over gaan in de loggere tribal sound wordt het nog beter. Vervolgens wordt er nog geëxperimenteerd met de vocalen, die in herhalende functie blijven terug komen. Crystal & Gold gaat weer naar de club, het tijdperk dat de House zich via Ibiza op het Westerse Europese halfrond ontwikkeld. Geweldig hoe vervolgens het zwaardere industriële geluid hier zich een weg in baant, en wat had ik graag een album gehoord welke zich op deze manier manoeuvreert. Hier komen de kwaliteiten het mooiste samen.

Nine Twelve gaat van start met een prettige zeurende bas, om vervolgens ruimtelijk navolging te krijgen in old school synth begeleiding. Toch zitten er veel jaren 90 invloeden in verwerkt, en komt het over als een harde triphop sound, welke zich prima staande zou houden tussen de Bristol klassiekers. Het dolgedraaide kinderspeeltje halverwege achterwege latend, maar wel het stuk spannendere einde meer op de voorgrond tredend. My New Trigger is een echte cyberpunk afsluiter, vol met dromerige lang gerekte uitgewerkte beats. Halverwege krijg je de indruk dat je in per ongeluk in een ander nummer bent binnen gestapt, de overgang daar naar toe is mooi gemaakt, en zo hebben we tegen het einde nog eventjes een mix tussen Drum & Bass en Jungle.

Zeker geen verkeerde plaat, al komen de verschillende stijlen maar sporadisch tot hun recht. Soms klopt het helemaal zoals het geval is bij Crystal & Gold. Over de hele linie blijf ik ervan overtuigd dat Fufanu het hier het beste bij de 3 EP’s had kunnen houden, en daar vanuit moeten investeren in een richting. Nu is het een kruispunt geworden met drie doodlopende wegen.

Fufanu - The Dialogue Series | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Future Islands - As Long as You Are (2020)

poster
4,0
De uit de kluiten gewassen knuffelbeer Samuel T. Haring van Future Islands wekt in het verleden al veel indruk op te met zijn enthousiaste danspassen die vergelijkbaar zijn met de bewegingen van een professionele shorttrack schaatser die in winning mood de finishlijn afstormt. Triomfantelijk schrijft publiekslieveling Future Islands geschiedenis met de vierde plaat Singles waar ook Seasons (Waiting on You) opstaat, de single die in 2014 steevast bovenaan de lijstjes eindigt als song van het jaar.

Het springerige For Sure roept nog beelden op van een fanatiek bewegende frontman die zichzelf met een hoge aaibaarheidsfactor bij het massapubliek introduceert. Van datzelfde kaliber zijn tracks als de dansbare eighties disco van Plastic Beach en Born in a War. Nummers waar opvallend genoeg heel even die oerschreeuw van Samuel T. Haring weer aanwezig is. Niet te vatten dat dit dezelfde persoon is als de soulvolle doorleefde oude geest in Thrill. Het opbeurende ritme van Waking zoekt de diepgang op met de neerslachtige afgeschermde teksten die voor het sociale evenwicht zorgen.

En toch is het de stille kracht van William Cashion die zijn basgitaar bijna liefkozend een vergelijkbare rol toekent als van een melodieuze leadgitaar. Hoe hij Moonlight naar zichzelf toetrekt is van zulke ongelofelijke klasse. In combinatie met de hemelse keyboardlandschappen van Gerrit Welmers, de hartslagdrum van voormalige livekracht Michael Lowry en de zware vocalen van een bewust zuinig met woorden strooiende Samuel T. Haring kun je alleen maar concluderen dat ze je hier wel heel treffend in de ziel weten te raken.

Uiteraard is As Long As You Are veel meer dan alleen dat prachtige hoogtepunt. Samuel neemt je bijna aan de hand mee in het met een emotionele krakende snik gedragen Glada. Een nachtportier die laat in de duisternis het slot van de deur voor je opendraait in hotel Nostalgia, waar ook zijn jeugdige herinneringen steeds bepalender worden dan de onvoorspelbare toekomstverwachtingen. I Know You als het afgesloten verleden, City’s Face als het realistische beangstigende heden waar je als vreemdeling in binnen stapt.

Het retro new wave viertal uit Baltimore wijkt op hun zesde plaat As Long As You Are nergens af van de uitgewerkte synthpop formule, al is de toon een stuk ingetogener te noemen, breekbaar zelfs. De grunt geintjes van de zanger zijn vrijwel achterwege gebleven, waardoor Future Islands zich meer dan ooit naar voren schuift als serieuze muzikanten. Waar anderen sterk voor het pathetische gaan, wordt het hier stukken kleiner gehouden. As Long As You Are is het verlangen naar het ontastbare. De kinderlijke onschuldige onsterfelijkheid naast het volwassen besef van sterfelijkheid. Nu Samuel T. Haring ruim de dertig jaar gepasseerd is kijkt hij tegen de herfst van het leven aan. Diezelfde warme kilte vormt de schilderachtige basisachtergrond van de bladerbruin gekleurde plaat.

Future Islands - As Long as You Are | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Future Islands - People Who Aren't There Anymore (2024)

poster
3,5
Samuel T. Herring documenteert op As Long as You Are zijn jeugdherinneringen, maar heeft dan nog niet het besef dat zijn ruimdenkende blik een indrukwekkend vervolg krijgt. Op People Who Aren’t There Anymore neemt hij zelfs van zijn meest kostbare bezittingen afscheid, een partner die concludeert dat een onoverbrugbare liefdesverbintenis geen bestaansrecht heeft. Maar de plaat is net zo eenvoudig naar het reorganiseren van vriendschappen, het pandemie isolement en het wegvallen van dierbare naasten in het sterfelijke Iris en Peach te herleiden. Het uptempo opbeurende Give Me the Ghost Back, het verdriet van miljoenen als die optimistische spirit slechts een leef omhulsel bewoont. Gelukkig houdt Future Islands wel dat kenmerkende synthpop enthousiasme vast, al is het net weer wat serieuzer, volwassener zelfs.

Bij King of Sweden staat de kracht maar ook de keerzijde van de liefde centraal, geluk en verlies. Tijdens het gelukzalige schrijfproces komt er abrupt een einde aan de relatie van Samuel T. Herring en de Zweedse Julia Ragnarsson. Mooi hoe dit proces in de diepte van zijn stem hoorbaar is. Het is juist die melancholische tragiek waarmee Future Islands zich nog sterker met de jaren tachtig identificeert. Samuel T. Herring heeft een keurige deftige correctheid in zijn stem waardoor hij nog meer naar gentlemen als Bryan Ferry (Roxy Music) en Iva Davies (Icehouse) neigt. Romantici die het tevens bij de vrouwen goed doen, deze betoveren, maar die wel de binding met de serieuze muziekliefhebber houden.

Opeens krijgt die beweeglijke vrolijkheid een andere betekenis. Samuel T. Herring heeft het voorrecht om live die demonen van zich af te dansen, dansen om te vergeten, dansen om te overleven, en eigenlijk moeten we hier allemaal meer gebruik van maken. De stukgelopen langeafstandsrelatie van een langeafstandssprinter die net voor de finish ingehaald wordt. Ook hier is de tekstuele bezieling en de lichamelijke overdracht volledig in evenwicht. Daar draait het dan ook om, muziek als communicatiemiddel, verbaal en non-verbaal. Message In A Bottle boodschappen met het onoverbrugbare tijdsverschil waarbij de een ontwaakt als de ander gaat slapen. Een onmogelijk liefdesverhaal met een trieste afloop. We zijn allemaal slechts kleine Future Islands in een grote oceaan. Individuen die hunkeren naar gebondenheid en vastigheid. The Fight; vasthouden en strijdend verliezen.

Het is de uitschreeuwende Corner of My Eye soul, het herkenbare verdriet wat zoveel empathie oproept. Je raakt de grip op het leven kwijt, het overzicht vervaagt. Het is de donkere blues, verpakt in hitgevoelige new wave discodeuntjes. Niet vreemd dus dat er tussen de live uitvoering van King of Sweden bij Stephen Colbert in 2022 en de People Who Aren’t There Anymore release twee jaar verschil zit. Het is allemaal zo persoonlijk, zo intiem, tegen het introverte aan. Waarschijnlijk twijfelt Samuel T. Herring voor langere tijd om zich zo bloot op te stellen. Een gedurfde koerswijziging, al is het voor mij net te sentimenteel, daar verandert de New Order schaduw in het afsluitende The Garden Wheel niks aan.

Future Islands - People Who Aren't There Anymore | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Fuzz - III (2020)

poster
4,5
Het Californische goudhaantje Ty Segall heeft uiteraard geen verdere introductie nodig. Als muzikale wonderkind is hij met zijn hippe retro indie sound alweer ruim tien jaar een van de boegbeelden in het muzikale landschap. Dit multi talent kun je probleemloos een instrument in zijn handen stoppen, hij weet zich overal wel mee te redden. Het mag duidelijk zijn dat hij de inspiratie in de jaren zeventig opzoekt. Het bezwerende Manipulator is een aangename mix van sentimentele teardropsongs, groovende rock, hypnotiserende stoner en een fikse overdosering aan vintage glamrock. Er valt niet te ontkennen dat Emotional Mugger in zijn diversiteit hier vrijwel niet van afwijkt, waardoor je bijna vergeet dat het eindresultaat weer van onaardse klasse is.

En toch staat dit nog vrij ver verwijdert van zijn Fuzz project. Wat moet het heerlijk zijn dat de meesterlijke stergitarist Charles Moothart de smerige gitaarriffs tevoorschijn tovert en hier de bandleider niet mee lastig valt, Chad Ubovich van Meatbodies de aarde opensplijt met zijn krachtige dreunende baspartijen en Ty Segall heerlijk heen mag klooien achter het drumstel. De gedroomde drie-eenheid van een supergroep, zoals er velen in de jaren zeventig zich presenteerden. Gitaar, bas en drum, de kracht bij acts als The Jimi Hendrix Experience en Cream.

Tijdens zijn destructieve door alcohol verdoofde tienerjaren krijgt Ty Segall de nalatenschap van een verhuist buurmeisje in handen. Een muziekverzameling waar hij al snel stuit op het baanbrekende werk van Black Sabbath, die aan de basis staat van de doom metal, de hardrock en later ook de grunge beweging en de woestijn stoner stroming.

Dit vormt toch wel de basis van Fuzz, waarbij hij zich laat inspireren door die eerste daadwerkelijke kennismaking met stevige rockmuziek. Na het debuut in 2013 waarbij nog Roland Cosio verantwoordelijk is voor de bas volgt twee jaar later de in de huidige setting opgenomen II. Door de volgeplande schema’s, de tijdsdruk en het vele touren is er pas in het optredens arme 2020 de mogelijkheid om aan het vervolg te werken.

De toevoegende kunstjes worden zoveel mogelijk geëlimineerd waardoor er sprake is van een nog puurder en energieker geheel, waarbij er niet meer met het gaspedaal gespeeld wordt, maar waar men de hele tijd voluit gaat. Geen ruimte meer voor melodieuze dromerige psychedelische passages met ouderwetse Britpop getinte samenzang. De kern ligt nu volledig bij die eerste invloed Black Sabbath, en de daaraan gekoppelde metal, hardrock, grunge en stoner, welke ik al eerder genoemd heb. Een mooi eerbetoon aan dat bevriende tienermeisje, die gemakkelijk de credits kan opeisen.

Fuzz is het door versterkers sadomasochistisch mishandelen van de gitaarsound, en deze al smekend tot een orgasme te laten komen. Het voorlopige hoogtepunt wordt bereikt in het gruwelijke III. Niet Misselijk straft Charles Moothart direct zijn instrument al af, waarna deze jankend als een dolle doorgedraaide hond van zich afbijt in Returning. De bloedstollende waas wordt vergezeld door meerstemmige zang en de muzikale landschapsvernietiging van de net zo strak opererende ritmesectie die geen enkele ruimte onbenut laat. Zo hoort er gespeeld te worden, met spraakmakend gesoleer in het duistere Nothing People en snoeiharde akkoorden in het macho Spit.

Grensverleggende psychedelica en pijnlijk gevoede zangpartijen maken van Time Collapse een hoogstandje, waarbij de felheid in de snijdende vocalen van Ty Segall afgewisseld worden met het opzwepend gefreak van een in optimale vorm verkerende frontman, die nogmaals benadrukt dat hij meer is dan een verdienstelijke gitarist. Man, wat weet hij die drumvellen aangenaam te raken. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar hij mag in een adem genoemd worden met de geweldenaren die als voorgangers uit de jaren zeventig hem hierin inspireerden. Zijn creepy stemgeluid in Mirror sluit aan bij de horrorelementen die grote voorbeelden als Alice Cooper en Ozzy Osbourne zo berucht maakten.

Close Your Eyes is qua productie eventjes een forse stap terug. Het lijkt wel alsof er een mok koffie over de mengpanelen is gevallen, die het geluid als zuur vergif heeft aangetast. Het zit niet helemaal goed in de mix, terwijl er aan het spel verder niks mankeert. Blues rules in het rockende Blind To Vines, die verder wat stagneert in zijn stroeve opbouw. Maar als het dan later volledig explodeert, valt wel weer alles op zijn plek. De indrukwekkende zeurende bas van Chad Ubovich staat aan de basis van het epische vol verrassingen gevulde eindstuk End Returning, die bijna thrashend van zich afslaat.

Het roept de maniakale duivelse kant van Steve Albini op, die als producer zijn mengpaneel bedwingt, maar ook tevens het uiterste daarvan vraagt. Zijn visie heeft in het verleden al zoveel moois opgeleverd, en ook deze ruwe ongepolijste plaat mag daar aan toegevoegd worden. Door het schoonheidsfoutje in Close Your Eyes en het wat ongemakkelijke Blind To Vines kan niet de volle mep uitgedeeld worden. En dan stuit je toch wel op het feit dat Steve Albini vooral op zijn best is als de sound smerig en guur moet klinken. Er valt voor Ty Segall en zijn bevriende duo nog zoveel winst te halen om voor het vervolg de hulp in te schakelen van een producer die zijn sporen in de jaren zeventig verdiend heeft, al zal dat nog een flinke zoektocht opleveren.

Fuzz - III | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com