Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Flock of Dimes - Head of Roses (2021)

3,5
1
geplaatst: 2 april 2021, 18:31 uur
Na een mooie leerzame periode van ruim tien jaar keihard werken en vijf groepsalbums op het publiek loslatend is de tijd aangebroken om misschien wel definitief buiten de voetsporen van Wye Oak te treden. Heel eventjes uitblazen, en de ideeën in het hoofd lucht geven. Multi-instrumentalist Jenn Wasner heeft samen met de even veelzijdige Andy Stack, die ondertussen het project Joyero heeft opgestart, een prachtig ontwikkelingsproces achter de rug. Als indie gitaarpopband maakten ze al de nodige indruk met de in shoegazer ondergedoopte invloeden op hun debuut If Children.
De verfijning van de sound volgt in het sfeervolle The Knot. Steeds gaat die band op zoek naar een afwijkend patroon in de vernieuwing, waardoor de dance zeer duidelijk zijn intrede doet op Shriek. Voorafgaande aan het drukke volgestopte The Louder I Call, The Faster It Runs brengt Jenn Wasner als Flock Of Dimes haar eerste soloplaat If You See Me, Say Yes uit. Een vrij toegankelijk popalbum, waarmee ze duidelijk een commerciële richting opgaat. Bij Head of Roses zoekt ze de inspiratie juist weer bij Wye Oak, waarbij The Knot de uitgangspositie lijkt te zijn. De winst zit hem vooral in het feit dat de vocalen en de muziek nog dichter bij elkaar komen, en niet meer los van elkaar te plaatsen zijn.
Wat zet ze zichzelf direct al gruwelijk goed op de kaart. 2 Heads is een voorbeeldig visitekaartje waarbij pop en folk samenkomen met een prachtig elektronisch geluidsveld. Haar handtekening zet ze toch echt onder het stevig rockende Price of Blue, waarbij onder andere gitarist Meg Duffy als extra joker wordt ingezet. Wat is dit toch een klasse song, waarbij ze nogmaals benadrukt dat ze een voortreffelijke in balans zijnde artiest is met een mooi eigen geluid. Sterker nog, ze roept zowaar herinneringen op die naar de hoogtijdagen van de identieke indie rock uit de jaren negentig verwijzen. De slepende zang is hierbij een passende toegevoegde waarde, welke Jenn Wasner nog krachtiger laat overkomen. De gitaar eist gepast ook die hoofdrol op in en het nachtelijke Walking.
Van een totaal ander kaliber is het gedurfde No Question, een afwijkende pianoballad waarbij de normale gangbare songstructuren als een kaartspel flink door elkaar geschud zijn. Two leunt meer tegen de elektronica aan en is al eerder vooruitgeschoven als single, en heeft diezelfde donkere glans als de overige startnummers van Head of Roses. Sfeervol, maar dan met een intimiteit die zo naadloos aansluit op het gevoel van 2021, zonder die binding met het catchy popgeluid te verliezen. Head of Roses laat horen dat Jenn Wasner behalve haar beeldschone hoge uithalen ook die verhalende rustige country singer-songwriter kant beheerst, en dat ze gemakkelijk kan concurreren met het overschot aan begaafde hedendaagse zangeressen. Juist omdat ze zelf grotendeels voor het muzikale pallet zorgt is het nog eenvoudiger om de luisteraar te overtuigen.
Je zou bijna vergeten dat de plaat voornamelijk de inspiratie haalt uit het verwerkingsproces van hartzeer en het spiritueel met zichzelf in het reine komen, plus de daarbij horende onvermijdelijke fouten die gemaakt worden. Helemaal alleen staat ze er niet voor. De van Bon Iver afkomstige bevriende getalenteerde Matthew McCaughan vervult een mooie bijrol. Ook haar omvangrijke bandmaatje Andy Stack laat Jenn Wasner niet in de steek en beseft des te meer dat Head Of Roses de plaat is die zijn collega Jenn Wasner moet maken om haar persoonlijke demonen te bestrijden of om deze juist een prominente goedkeurende rol in haar bestaan te gunnen. Het leven gaat niet over rozen, geef deze echter wel een eervol leerzaam plekje in je achterhoofd. Soms pijnlijk stekend, dan weer volledig in bloei. Een prachtige plaat, waarbij ze zeker met de eerste drie tracks ver boven zichzelf uitstijgt.
Flock of Dimes - Head of Roses | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
De verfijning van de sound volgt in het sfeervolle The Knot. Steeds gaat die band op zoek naar een afwijkend patroon in de vernieuwing, waardoor de dance zeer duidelijk zijn intrede doet op Shriek. Voorafgaande aan het drukke volgestopte The Louder I Call, The Faster It Runs brengt Jenn Wasner als Flock Of Dimes haar eerste soloplaat If You See Me, Say Yes uit. Een vrij toegankelijk popalbum, waarmee ze duidelijk een commerciële richting opgaat. Bij Head of Roses zoekt ze de inspiratie juist weer bij Wye Oak, waarbij The Knot de uitgangspositie lijkt te zijn. De winst zit hem vooral in het feit dat de vocalen en de muziek nog dichter bij elkaar komen, en niet meer los van elkaar te plaatsen zijn.
Wat zet ze zichzelf direct al gruwelijk goed op de kaart. 2 Heads is een voorbeeldig visitekaartje waarbij pop en folk samenkomen met een prachtig elektronisch geluidsveld. Haar handtekening zet ze toch echt onder het stevig rockende Price of Blue, waarbij onder andere gitarist Meg Duffy als extra joker wordt ingezet. Wat is dit toch een klasse song, waarbij ze nogmaals benadrukt dat ze een voortreffelijke in balans zijnde artiest is met een mooi eigen geluid. Sterker nog, ze roept zowaar herinneringen op die naar de hoogtijdagen van de identieke indie rock uit de jaren negentig verwijzen. De slepende zang is hierbij een passende toegevoegde waarde, welke Jenn Wasner nog krachtiger laat overkomen. De gitaar eist gepast ook die hoofdrol op in en het nachtelijke Walking.
Van een totaal ander kaliber is het gedurfde No Question, een afwijkende pianoballad waarbij de normale gangbare songstructuren als een kaartspel flink door elkaar geschud zijn. Two leunt meer tegen de elektronica aan en is al eerder vooruitgeschoven als single, en heeft diezelfde donkere glans als de overige startnummers van Head of Roses. Sfeervol, maar dan met een intimiteit die zo naadloos aansluit op het gevoel van 2021, zonder die binding met het catchy popgeluid te verliezen. Head of Roses laat horen dat Jenn Wasner behalve haar beeldschone hoge uithalen ook die verhalende rustige country singer-songwriter kant beheerst, en dat ze gemakkelijk kan concurreren met het overschot aan begaafde hedendaagse zangeressen. Juist omdat ze zelf grotendeels voor het muzikale pallet zorgt is het nog eenvoudiger om de luisteraar te overtuigen.
Je zou bijna vergeten dat de plaat voornamelijk de inspiratie haalt uit het verwerkingsproces van hartzeer en het spiritueel met zichzelf in het reine komen, plus de daarbij horende onvermijdelijke fouten die gemaakt worden. Helemaal alleen staat ze er niet voor. De van Bon Iver afkomstige bevriende getalenteerde Matthew McCaughan vervult een mooie bijrol. Ook haar omvangrijke bandmaatje Andy Stack laat Jenn Wasner niet in de steek en beseft des te meer dat Head Of Roses de plaat is die zijn collega Jenn Wasner moet maken om haar persoonlijke demonen te bestrijden of om deze juist een prominente goedkeurende rol in haar bestaan te gunnen. Het leven gaat niet over rozen, geef deze echter wel een eervol leerzaam plekje in je achterhoofd. Soms pijnlijk stekend, dan weer volledig in bloei. Een prachtige plaat, waarbij ze zeker met de eerste drie tracks ver boven zichzelf uitstijgt.
Flock of Dimes - Head of Roses | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Floodlights - Underneath (2025)

5,0
3
geplaatst: 20 juni 2025, 02:23 uur
Dat Australië in de jaren tachtig hofleverancier van een aantal postpunkiconen is, kan niemand ontkennen. Toch bereiken tijdens de hedendaagse revival slechts een paar namen Nederland. Zelf zie ik belofte RVG in het kleine Merleyn te Nijmegen. Een heerlijke avond lekker wegdromen en daar kan het melancholische Floodlights zich nu bij voegen. Floodlights treedt later dit jaar in september in diezelfde zaal op.
Worden voorgangers From a View en Painting of My Time nog in eigen beheer of op het kleine Woo Me! label uitgebracht. Underneath richt zich op een breder Europees publiek en het is dus terecht dat PIAS ze onder hun hoede neemt. De impact is niet meer zo groot als in de eighties, de nostalgische meerwaarde echter wel, want wat is Underneath toch een heerlijke plaat. De rocksound van weleer wordt door een sfeervol trompet intro versterkt waarmee ze met Alive (I Want to Feel) aftrappen. Bassist Joe Draffen telt in de duisternis af, en de rumoerige drum van Archie Shannon wacht gedempt op de achtergrond af om toe te slaan.
Het is tevens de introductie van trompettist Sarah Hellyer, die weerstand tegen het gitaargeweld biedt. Daarom is het ook zo bijzonder dat ze Alive (I Want to Feel) mag openen. De emotionele klaagzang van romanticus Louis Parsons is al een waar instrument, en juist haar aandeel versterkt dit alleen maar. Zijn gedragen dramatiek is gemeend en eerlijk, hij legt exact de juiste passie in de tracks, waarmee Floodlights het eerdere werk ruimschoots overstijgt. De oude wijze ziel in het jonge lichaam.
Dat Underneath meer elektronisch klinkt is trouwens ook een verrijking welke Sarah Hellyer op haar conto mag bijschrijven. Ze neemt tevens de keyboardpartijen en voor haar rekening. Samen met gitarist en achtergrondzangeres Ashlee Kehoe, die de prettige herinnering aan Julianne Regan van All About Eve oproept, staat ze garant voor het meer in evenwicht zijnde vrouwelijke aandeel.
We overwinnen onze angsten door deze te omarmen en ze in het leven toe te laten. We vieren juist het leven door van deze beperking onze kracht te maken. Wat is de onderliggende gedachte van deze bezorgdheid die zoveel invloed op het dagelijks functioneren uitoefent. Alive (I Want to Feel) gaat naar die kern terug. Elk geluid moet tastbaar zijn, het is de stilte voor het daadwerkelijke ervaren. De voorbereiding om je vervolgens voor de volle honderd procent te geven. Daarvoor ben je bij Floodlights bij het juiste adres. Underneath komt tijdens een uitgebreide wereldtour tot stand. Het is de verslaglegging van een maatschappelijke somberheid welke helaas overal gedragen wordt.
Underneath is een plaat met alleen maar postpunk hoogtepunten. Ik pik er een aantal uit. De speelse mondharmonica in de Suburbia white soul blues staat bij de onbevangen jeugdjaren stil, waar gevaar nog geen issue is. De treurig geblazen folky Buoyant en de gedempte trieste Horses Will Run pianoballad staan bij de externe factoren stil die een gezin uit elkaar trekken. Of dit nu het beklemmende van een geïsoleerd bestaan of de onvermijdelijke dood is, de impact blijft hetzelfde.
In In Horses Will Run zitten al de nodige verwijzingen naar muziekstad Dublin verwerkt, het prachtige Melancholy Cave eert de onbegrepen jong overleden Sinead O’Connor en is een waardige ode aan de vernieuwende andersdenkenden.mHet is misschien wel cliché, maar Underneath straalt vooral hoop uit. De plaat komt dan wel onder persoonlijke tegenslagen tot stand. Floodlights is hier heel duidelijk in, zonder progressie kan groei zich nooit ontplooien, zonder rouw heeft geluk amper betekenis.
A Blue Sky’s Just A Cloud Away And Lessons Live In Yesterday, beter dan deze kernzin van prijsnummer Cloud Away kan je het niet samenvatten. Vergeet de geschiedenislessen en richt je op de toekomst. Het ironische daarvan is wel dat Floodlights hiervoor juist aan een retro geluid vasthoudt.
Een band als Floodlights is in zijn korte bestaan eigenlijk al de poppodia ontgroeit, en komt in een ouderwetste intieme theaterzaal live het beste tot zijn recht. Eigenlijk kan je na het luisteren van Underneath slechts tot de conclusie komen hoe invloedrijk de jaren tachtig waren en hoeveel moois het gebracht heeft. Underneath is het weggestopte besef en zet Australië weer op de postpunk kaart.
Floodlights - Underneath | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Worden voorgangers From a View en Painting of My Time nog in eigen beheer of op het kleine Woo Me! label uitgebracht. Underneath richt zich op een breder Europees publiek en het is dus terecht dat PIAS ze onder hun hoede neemt. De impact is niet meer zo groot als in de eighties, de nostalgische meerwaarde echter wel, want wat is Underneath toch een heerlijke plaat. De rocksound van weleer wordt door een sfeervol trompet intro versterkt waarmee ze met Alive (I Want to Feel) aftrappen. Bassist Joe Draffen telt in de duisternis af, en de rumoerige drum van Archie Shannon wacht gedempt op de achtergrond af om toe te slaan.
Het is tevens de introductie van trompettist Sarah Hellyer, die weerstand tegen het gitaargeweld biedt. Daarom is het ook zo bijzonder dat ze Alive (I Want to Feel) mag openen. De emotionele klaagzang van romanticus Louis Parsons is al een waar instrument, en juist haar aandeel versterkt dit alleen maar. Zijn gedragen dramatiek is gemeend en eerlijk, hij legt exact de juiste passie in de tracks, waarmee Floodlights het eerdere werk ruimschoots overstijgt. De oude wijze ziel in het jonge lichaam.
Dat Underneath meer elektronisch klinkt is trouwens ook een verrijking welke Sarah Hellyer op haar conto mag bijschrijven. Ze neemt tevens de keyboardpartijen en voor haar rekening. Samen met gitarist en achtergrondzangeres Ashlee Kehoe, die de prettige herinnering aan Julianne Regan van All About Eve oproept, staat ze garant voor het meer in evenwicht zijnde vrouwelijke aandeel.
We overwinnen onze angsten door deze te omarmen en ze in het leven toe te laten. We vieren juist het leven door van deze beperking onze kracht te maken. Wat is de onderliggende gedachte van deze bezorgdheid die zoveel invloed op het dagelijks functioneren uitoefent. Alive (I Want to Feel) gaat naar die kern terug. Elk geluid moet tastbaar zijn, het is de stilte voor het daadwerkelijke ervaren. De voorbereiding om je vervolgens voor de volle honderd procent te geven. Daarvoor ben je bij Floodlights bij het juiste adres. Underneath komt tijdens een uitgebreide wereldtour tot stand. Het is de verslaglegging van een maatschappelijke somberheid welke helaas overal gedragen wordt.
Underneath is een plaat met alleen maar postpunk hoogtepunten. Ik pik er een aantal uit. De speelse mondharmonica in de Suburbia white soul blues staat bij de onbevangen jeugdjaren stil, waar gevaar nog geen issue is. De treurig geblazen folky Buoyant en de gedempte trieste Horses Will Run pianoballad staan bij de externe factoren stil die een gezin uit elkaar trekken. Of dit nu het beklemmende van een geïsoleerd bestaan of de onvermijdelijke dood is, de impact blijft hetzelfde.
In In Horses Will Run zitten al de nodige verwijzingen naar muziekstad Dublin verwerkt, het prachtige Melancholy Cave eert de onbegrepen jong overleden Sinead O’Connor en is een waardige ode aan de vernieuwende andersdenkenden.mHet is misschien wel cliché, maar Underneath straalt vooral hoop uit. De plaat komt dan wel onder persoonlijke tegenslagen tot stand. Floodlights is hier heel duidelijk in, zonder progressie kan groei zich nooit ontplooien, zonder rouw heeft geluk amper betekenis.
A Blue Sky’s Just A Cloud Away And Lessons Live In Yesterday, beter dan deze kernzin van prijsnummer Cloud Away kan je het niet samenvatten. Vergeet de geschiedenislessen en richt je op de toekomst. Het ironische daarvan is wel dat Floodlights hiervoor juist aan een retro geluid vasthoudt.
Een band als Floodlights is in zijn korte bestaan eigenlijk al de poppodia ontgroeit, en komt in een ouderwetste intieme theaterzaal live het beste tot zijn recht. Eigenlijk kan je na het luisteren van Underneath slechts tot de conclusie komen hoe invloedrijk de jaren tachtig waren en hoeveel moois het gebracht heeft. Underneath is het weggestopte besef en zet Australië weer op de postpunk kaart.
Floodlights - Underneath | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Florence + the Machine - Dance Fever (2022)

4,5
1
geplaatst: 18 juni 2022, 19:18 uur
Het is een vaststaand feit dat Florence Welch met haar bluessoul stem een overweldigende indruk achterlaat, maar live weet ze pas echt hele volksstammen tot extase in beweging te brengen. Een ceremoniale hogepriester die betovert, overwint, hypnotiseert en haar persoonlijkheid met een indigo paarse auraglans boven het podium laat zweven. Ze bekeert, overtuigt en is dan bijna een hemelse verschijnsel welke de kerkelijke gospel overstijgt. Florence Welch heeft iets magisch, theatraals, liefs, onschuldigs en kinderlijks. Met de eerste klanken van You’ve Got the Love raakt ze mij telkens weer diep in de ziel, zoveel emoties, zoveel liefde en zoveel overtuigingskracht zit er in die track verborgen.
Lungs is het droomdebuut, Ceremonials heeft diezelfde gedrevenheid en staat op gelijke hoogte. Met How Big, How Blue, How Beautiful bewijst ze dat ze met gemak een rockplaat kan afleveren, al mist deze wel die magie van de voorgangers. High as Hope is zwaar, intiem en lichtelijk sober. Een volwassen clubplaat waarmee ze zich niet op de grote podia richt, maar juist klein vertrouwd de aandacht opvraagt.
Op 21 februari ontvangen fans thuis een soort van stijlvolle tarot kaart met daarop een in middeleeuws kostuum poserende Florence Welch, gesigneerd met het woord King. Dezelfde foto verschijnt op de Billboards en sociale media, gevolgd door de gelijknamige single welke een dag later het licht ziet. Een uitgekiende marketingtruc, waarmee de band zichzelf weer op de voorgrond plaatst. Florence & the Machine is terug, na een vierjaarlijkse bezinningsperiode verschijnt op 13 mei 2022 Dance Fever, de vijfde studioplaat.
De albumhoes heeft iets evangelisch maagdelijks, maar ook iets duisters onheilspellends. Exorcistische waanhandelingen en religieuze bezetenheid. Rituele duiveluitdrijving in comateuze hypnose. Dansen om te genezen, dansen om te bevrijden. De dansbare My Love chemie. Doorbreek de geketende pandemie denkbeelden door de oplossing op het persoonlijke vlak te zoeken. De ongestelde vragen worden fragmentarische zinsdelen welke zich uiteindelijk in compacte songs herenigen. Spiritueel? Jazeker! Sentimentele zielenknijperij? Absoluut! Maar vooral openhartig, soms confronterend, soms dagdromend, altijd inspirerend. Realistisch verhalend in kindvriendelijke sprookjesverpakking.
King, sterrenstatus opoffering voor de onvermijdelijke kinderwens. Wikken en wegen, argumenteren en nog meer argumenteren. Vrouwelijk verlangen in een overdosering aan rammelende eierstokken dramatiek. Florence Welch huilt, smeekt, treurt en valt aan haar eigen dierlijke kwetsbaarheid ten prooi. Loeizware nadreunende ritmes hameren op haar emoties in, wat is een paradijselijk koninkrijk zonder opvolgende nazaten. En je komt tot de ontdekking dat Florence Welch gewoon een menselijk wezen is. King is het startpunt van de bedetocht welke uiteindelijk naar Graceland zal leiden om in de ingetogen slidegitaarkalmte Morning Elvis de ware koning te verwelkomen.
Vluchten om de depressies te baas te blijven. Vluchten om die vrijheid in muziek om te zetten. De vrijheid om sentimentele diepgang aan de buitenwereld te showen. Florence Welch haast zich in Free door het leven heen, op de hielen gezeten door elektrobeats, treurviolen en folky gitaarakkoorden. Overgave en acceptatie. En dan maakt de eerste lockdown een einde aan die vrijheid, de angst regeert. Onbeheerste Choreomania danswoede, door de pandemie ingekapseld. Manische bewegingsdrang, het ontvlambare gevecht. Florence Welch eist haar gewonnen terrein terug, de danskoorts is sterker dan het bijtende virus.
Na de grote explosie volgt de christelijke Back In Town stilte van eenzame verlate steden. The Big Apple in het rottingsproces. Puinruimende wederopbouw in The Bomb. En opeens valt alles op zijn plek. De toewijding, de berusting en het vermogen om met God in discussie te gaan, een compromis afsluitend. Gotische Prayer Factory. Zelfreflectie in Girls Against God. Uiteindelijk is de vrouw drager van het nieuwe leven en machtiger dan God. De vrouwenstem als het krachtigste wapen, in alle facetten aanwezig. De akoestische gitaren houden het klein en overzichtelijk.
Dream Girl Evil overbluft het #metoo gebeuren. Deze moedersoul is bloedeerlijk aardedonker. Pure dominantie, het goede in het kwade, het kwade in het goede. De eeuwige lijdensweg van de ondergeschikte vrouw. Klaar om het predicerende verzet te activeren. Grillige engelenzang en samenspannende gospelkoren. De wanhopige Heaven Is Here vreugdekreten, een adembenemende strop. Overwoekerde narcissen, het hardnekkige mineurstemmende toeschreeuwende Daffodil onkruid. Cassandra, het regerende geweten, leugens ontmaskerend, verbannen van de mensheid. Zichzelf blindelings voor het gelijk opofferend. Woorddoof en sprakeloos. Mythologie welke de analyserende kern van de waarheid openbaart. Florence Welch heeft zich jarenlang schuil gehouden, om dit meesterwerk te laten pruttelen en tot een kookpunt te laten komen. Amen.
Florence & the Machine - Dance Fever | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Lungs is het droomdebuut, Ceremonials heeft diezelfde gedrevenheid en staat op gelijke hoogte. Met How Big, How Blue, How Beautiful bewijst ze dat ze met gemak een rockplaat kan afleveren, al mist deze wel die magie van de voorgangers. High as Hope is zwaar, intiem en lichtelijk sober. Een volwassen clubplaat waarmee ze zich niet op de grote podia richt, maar juist klein vertrouwd de aandacht opvraagt.
Op 21 februari ontvangen fans thuis een soort van stijlvolle tarot kaart met daarop een in middeleeuws kostuum poserende Florence Welch, gesigneerd met het woord King. Dezelfde foto verschijnt op de Billboards en sociale media, gevolgd door de gelijknamige single welke een dag later het licht ziet. Een uitgekiende marketingtruc, waarmee de band zichzelf weer op de voorgrond plaatst. Florence & the Machine is terug, na een vierjaarlijkse bezinningsperiode verschijnt op 13 mei 2022 Dance Fever, de vijfde studioplaat.
De albumhoes heeft iets evangelisch maagdelijks, maar ook iets duisters onheilspellends. Exorcistische waanhandelingen en religieuze bezetenheid. Rituele duiveluitdrijving in comateuze hypnose. Dansen om te genezen, dansen om te bevrijden. De dansbare My Love chemie. Doorbreek de geketende pandemie denkbeelden door de oplossing op het persoonlijke vlak te zoeken. De ongestelde vragen worden fragmentarische zinsdelen welke zich uiteindelijk in compacte songs herenigen. Spiritueel? Jazeker! Sentimentele zielenknijperij? Absoluut! Maar vooral openhartig, soms confronterend, soms dagdromend, altijd inspirerend. Realistisch verhalend in kindvriendelijke sprookjesverpakking.
King, sterrenstatus opoffering voor de onvermijdelijke kinderwens. Wikken en wegen, argumenteren en nog meer argumenteren. Vrouwelijk verlangen in een overdosering aan rammelende eierstokken dramatiek. Florence Welch huilt, smeekt, treurt en valt aan haar eigen dierlijke kwetsbaarheid ten prooi. Loeizware nadreunende ritmes hameren op haar emoties in, wat is een paradijselijk koninkrijk zonder opvolgende nazaten. En je komt tot de ontdekking dat Florence Welch gewoon een menselijk wezen is. King is het startpunt van de bedetocht welke uiteindelijk naar Graceland zal leiden om in de ingetogen slidegitaarkalmte Morning Elvis de ware koning te verwelkomen.
Vluchten om de depressies te baas te blijven. Vluchten om die vrijheid in muziek om te zetten. De vrijheid om sentimentele diepgang aan de buitenwereld te showen. Florence Welch haast zich in Free door het leven heen, op de hielen gezeten door elektrobeats, treurviolen en folky gitaarakkoorden. Overgave en acceptatie. En dan maakt de eerste lockdown een einde aan die vrijheid, de angst regeert. Onbeheerste Choreomania danswoede, door de pandemie ingekapseld. Manische bewegingsdrang, het ontvlambare gevecht. Florence Welch eist haar gewonnen terrein terug, de danskoorts is sterker dan het bijtende virus.
Na de grote explosie volgt de christelijke Back In Town stilte van eenzame verlate steden. The Big Apple in het rottingsproces. Puinruimende wederopbouw in The Bomb. En opeens valt alles op zijn plek. De toewijding, de berusting en het vermogen om met God in discussie te gaan, een compromis afsluitend. Gotische Prayer Factory. Zelfreflectie in Girls Against God. Uiteindelijk is de vrouw drager van het nieuwe leven en machtiger dan God. De vrouwenstem als het krachtigste wapen, in alle facetten aanwezig. De akoestische gitaren houden het klein en overzichtelijk.
Dream Girl Evil overbluft het #metoo gebeuren. Deze moedersoul is bloedeerlijk aardedonker. Pure dominantie, het goede in het kwade, het kwade in het goede. De eeuwige lijdensweg van de ondergeschikte vrouw. Klaar om het predicerende verzet te activeren. Grillige engelenzang en samenspannende gospelkoren. De wanhopige Heaven Is Here vreugdekreten, een adembenemende strop. Overwoekerde narcissen, het hardnekkige mineurstemmende toeschreeuwende Daffodil onkruid. Cassandra, het regerende geweten, leugens ontmaskerend, verbannen van de mensheid. Zichzelf blindelings voor het gelijk opofferend. Woorddoof en sprakeloos. Mythologie welke de analyserende kern van de waarheid openbaart. Florence Welch heeft zich jarenlang schuil gehouden, om dit meesterwerk te laten pruttelen en tot een kookpunt te laten komen. Amen.
Florence & the Machine - Dance Fever | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Flowers - Icehouse (1980)

4,0
0
geplaatst: 2 oktober 2009, 00:37 uur
Vergeet hun latere successen; verwacht geen Hey Little Girl of Crazy.
Dit is postpunk die qua sound duidelijk linkt aan een band als Ultravox, en ik hoor in de opener ook Gary Numan terug. Hier hebben de keyboardpartijen duidelijk een hoofdrol.
Nog uit gebracht onder de naam Flowers; die al snel in Icehouse zou veranderen.
Rond deze periode had je duidelijk een opleving in Australië. Ook The Church en Midnight Oil lieten van zich horen.
Dit album ooit zien liggen; helaas toen niet gekocht.
Gelukkig staat de helft ook op de verzamelaar Masterfile.
Dit is postpunk die qua sound duidelijk linkt aan een band als Ultravox, en ik hoor in de opener ook Gary Numan terug. Hier hebben de keyboardpartijen duidelijk een hoofdrol.
Nog uit gebracht onder de naam Flowers; die al snel in Icehouse zou veranderen.
Rond deze periode had je duidelijk een opleving in Australië. Ook The Church en Midnight Oil lieten van zich horen.
Dit album ooit zien liggen; helaas toen niet gekocht.
Gelukkig staat de helft ook op de verzamelaar Masterfile.
Fluct - All the World Is Green (2018)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 16:06 uur
Van Tom Waits moet je af blijven. Zijn songs passen nu eenmaal bij die rauwe diepe stem, en verdienen geen andere benadering. Fluct heeft echter het geluk dat ik deze informatie niet bezat toen ik mijzelf aan de eerste luisterbeurt van All the World Is Green onderwierp. Er was wel herkenning, maar het duurde een tijdje voordat de link gelegd was. Dit Italiaanse duo kiest dan gelukkig ook niet voor het bekendere werk van de grootmeester. Zangeres Elena Tavernini en bassist Giacomo Papetti hebben een jazz achtergrond, die goed terug te horen is op de plaat. De benadering is meer pop gericht, maar dit verklaard in ieder geval waarom er voor Waits gekozen is. Hij weet jazz ook met pop en avant garde te combineren. Iets wat Fluct ook in een lichtere variant doet.
Met het dromerige Kiss Me wagen ze zich op glad ijs. Als een ware gothic koningin brengt Elena haar geschoolde stem ten gehore. Als je zo overtuigd bent van je eigen kunnen, dan mag je dit ook volledig uitbuiten. Het zit net op de grens van triphop, maar dan met minder nadruk op de beats. De meer zomerse aanpak van Rain Dogs is verfrissend. Mooi gebruik gemaakt van niet gangbare instrumenten, en als een ware overtuigende diva loopt de zangeres op een uitgesponnen toonladder het podium op. De vocalen prettig vervormd, wat een gruizig effect aan het geheel geeft. Qua sfeer probeert ze daardoor dicht bij het origineel te blijven. Het rauwe eigenzinnige van Waits wordt niet overtroffen, maar wel benaderd. Door de bas hoor je duidelijk de jazz invloeden terug, de percussie maakt er een dansbaar Zuid Amerikaans voorjaarscarnaval van.
Flowers Grave ondergaat als startpunt een psychedelische behandeling. Oosterse klanken die uit de gitaar getoverd worden, om in alle rust verder te gaan in een toegankelijk akoestisch poppy geheel, een prachtig zuiver zingende Tavernini zorgt voor de glans. Met volledige overgave ondergaan we de duisternis van het zwaardere Take It With Me. Het gitaarspel laat ontsnappende vluchtige akkoorden op ons los, die zich vervolgens aangenaam settelen in de warme sound. Het zijn de vocalen die er een luchtigheid aan toe voegen. Anywhere I Lay My Head ondergaat een stijlvolle gospelbehandeling inclusief de aangeslagen toetsen van een kerkorgel. Met wat boogie woogie accenten krijgt het de extra muzikale inkleuring. Alleen dat einde met die onlogische tempo versnellingen had achterwege moeten blijven.
Mooi hoe vervolgens Trampled Rose als dreampop aftrapt om vervolgens wat steviger met een vleugje postpunk uit te pakken. Al blijf ik hopen op een geweldige uitbarsting die helaas niet komt. Het had zich krachtiger kunnen ontwikkelen, alle elementen daarvoor zijn hier aanwezig. De ruimtelijkheid van titelstuk All The World Is Green laat weer nieuwe elementen horen. Het is een stuk deprimerender en slepender. De electronika weet dit goed naar zich toe te trekken. Wel moet ik concluderen dat de tracks aan de lange kant zijn, het volledig uitwerken komt niet altijd op een geslaagde manier over. Hier zou een meer compacte aanpak meer op zijn plek zijn. Little Trip To Heaven balanceert ergens tussen een slaapliedje voor jonge kinderen en een sfeervol klein trippend jazzliedje. Er wordt grootst uitgepakt bij Just The Right Bullets, en hier wil het wel werken. Schreeuwende begeleiding die de zang steeds verder de duisternis weten in te trekken. Hierdoor wagen ze zich net aan het grensgebied van noise en industrial, zonder er volledig aan over te geven. De gitaar is afgestemd op de lage akkoorden, en hier krijg je wel tegen het einde de gehoopte explosies. Beter hadden ze niet kunnen eindigen.
Fluct - All the World Is Green | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Met het dromerige Kiss Me wagen ze zich op glad ijs. Als een ware gothic koningin brengt Elena haar geschoolde stem ten gehore. Als je zo overtuigd bent van je eigen kunnen, dan mag je dit ook volledig uitbuiten. Het zit net op de grens van triphop, maar dan met minder nadruk op de beats. De meer zomerse aanpak van Rain Dogs is verfrissend. Mooi gebruik gemaakt van niet gangbare instrumenten, en als een ware overtuigende diva loopt de zangeres op een uitgesponnen toonladder het podium op. De vocalen prettig vervormd, wat een gruizig effect aan het geheel geeft. Qua sfeer probeert ze daardoor dicht bij het origineel te blijven. Het rauwe eigenzinnige van Waits wordt niet overtroffen, maar wel benaderd. Door de bas hoor je duidelijk de jazz invloeden terug, de percussie maakt er een dansbaar Zuid Amerikaans voorjaarscarnaval van.
Flowers Grave ondergaat als startpunt een psychedelische behandeling. Oosterse klanken die uit de gitaar getoverd worden, om in alle rust verder te gaan in een toegankelijk akoestisch poppy geheel, een prachtig zuiver zingende Tavernini zorgt voor de glans. Met volledige overgave ondergaan we de duisternis van het zwaardere Take It With Me. Het gitaarspel laat ontsnappende vluchtige akkoorden op ons los, die zich vervolgens aangenaam settelen in de warme sound. Het zijn de vocalen die er een luchtigheid aan toe voegen. Anywhere I Lay My Head ondergaat een stijlvolle gospelbehandeling inclusief de aangeslagen toetsen van een kerkorgel. Met wat boogie woogie accenten krijgt het de extra muzikale inkleuring. Alleen dat einde met die onlogische tempo versnellingen had achterwege moeten blijven.
Mooi hoe vervolgens Trampled Rose als dreampop aftrapt om vervolgens wat steviger met een vleugje postpunk uit te pakken. Al blijf ik hopen op een geweldige uitbarsting die helaas niet komt. Het had zich krachtiger kunnen ontwikkelen, alle elementen daarvoor zijn hier aanwezig. De ruimtelijkheid van titelstuk All The World Is Green laat weer nieuwe elementen horen. Het is een stuk deprimerender en slepender. De electronika weet dit goed naar zich toe te trekken. Wel moet ik concluderen dat de tracks aan de lange kant zijn, het volledig uitwerken komt niet altijd op een geslaagde manier over. Hier zou een meer compacte aanpak meer op zijn plek zijn. Little Trip To Heaven balanceert ergens tussen een slaapliedje voor jonge kinderen en een sfeervol klein trippend jazzliedje. Er wordt grootst uitgepakt bij Just The Right Bullets, en hier wil het wel werken. Schreeuwende begeleiding die de zang steeds verder de duisternis weten in te trekken. Hierdoor wagen ze zich net aan het grensgebied van noise en industrial, zonder er volledig aan over te geven. De gitaar is afgestemd op de lage akkoorden, en hier krijg je wel tegen het einde de gehoopte explosies. Beter hadden ze niet kunnen eindigen.
Fluct - All the World Is Green | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 1 (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 08:20 uur
De periode dat het uit universiteitsstad Oxford afkomstige Foals zich als strak gekapte emo nerds presenteerde ligt alweer een tijdje achter ons. Yannis Philippakis heeft al lang niet meer het uiterlijk van een schriel verlegen mannetje, maar is volgroeid tot brede zelfverzekerde gast. Toch blijkt het muzikaal gezien allemaal een stuk stabieler. Het is allemaal niet meer zo zenuwachtig en strak dicht gemetseld. Nog meer dan voorheen staat de ruimtelijke sfeer centraal. Dat ze dit moesten voltooien zonder bassist Walter Gervers blijkt voor de luisteraar niet eens zo’n groot gemis. Met meer dan genoeg materiaal wordt Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1 afgerond. Uiteindelijk wordt het geen dubbelaar, maar twee enkele albums, die waarschijnlijk in elkaars verlengde zullen liggen. Sinds kort ligt het overtuigende eerste deel op de markt, in het najaar gevolgd door Part 2. Een nieuw hoofdstuk in de carrière van de band die ons al zo aangenaam wist te verassen met Holy Fire en What Went Down.
Foals is net zo maatschappij kritisch als de artiesten uit de jaren tachtig. Bijna cryptisch wordt er verwezen naar het einde van de wereld. De actuele vijanden die bestreden worden zijn Trump, Brexit en Social Media. Met het strijdbaar gezongen Moonlight vraagt de zanger om vergiffenis voor alle ellende. Een lichtgewicht plastic deeltje zwerft als stille getuige door het luchtruim van de aarde. In de kilte die tracks als Exits doen verstenen wordt tevens terug gegrepen naar dat vroegere tijdperk. Veel Oosterse klanken, en hard getimmer op metalen voorwerpen. De boodschap wordt niet over gedragen in korte slogans, maar vanuit een intelligente zijde benadrukt. Doordat de mogelijkheid ontbreekt om gebruik te maken van een bassist, gaat Foals misschien wel noodgedwongen de meer synthpop kant op. De geweldige uitloop naar het einde toe wil dit nogmaals krachtig bevestigen.
Door de versnelde beats in White Onions voorkomen ze dat het weg zakt in een deprimerend zwaar postpunk geheel. De gejaagdheid geeft op een andere manier de boosheid en wanhoop aan. Lang blijft Foals hierin niet hangen. In Degrees heeft de drang om vooruit te sprinten. Met meer hedendaagse klanken streven we een idealer toekomstbeeld na, al wordt het verleden niet vergeten. De leegte van Syrups wordt aangenaam opgevuld door een huppelende diepe bas, waardoor het aangenaam als een hervonden vriend de gitaarsound kan omarmen. Yannis mag het dan met de gerichtheid van een sluipschutter vocaal afmaken. Weer net zo eenvoudig wordt er in On The Luna omgeschakeld naar de dromerige eighties. Waar hoog gewaardeerde gitaarneuzelaars zich in allerlei bochten wringen om dit op te roepen, gaat het Foals ogenschijnlijk gemakkelijk af.
Dat de Oosterse percussie probleemloos aansluiting vind met versnellende jungle breaks, blijkt een briljante vondst. Welkom in Cafe D’Athens, waar elke cultuur zich thuis hoort te voelen. De zon dreigt onder te gaan, maar binnen wordt in alle warmte en licht gepoogd om hem nog heerlijk mee te laten stuiteren als een kleurrijke strandbal. De afwisseling van het maanlicht geeft hem een aangename verschijning van een natuurlijke discobol. Het druilerige Sunday eist de leadzang op, natuurlijk weer prachtig. Het vervelende is dat ze hiermee zichzelf wel heel erg in de midden hoede opstellen. Vrijwel elke Britse band heeft dezelfde inruilwaarde. Weg met het eigen karakter, en swingend de polonaise in, verdwijnend in de hossende menigte. Het sentimentele I’m Done with the World (& It’s Done with Me is hard, en treffend. Groot Brittannië leeft in een alles vernietigende herfst, en het is de vraag of er ooit een nieuwe Britse lente zal volgen.
Foals heeft het steeds minder nodig om de hardere kant van zichzelf te laten zien. Hierdoor lopen ze wel het gevaar een risicoloze act te worden. Gelukkig is het hier nog niet het geval, maar ik hou mijn hart vast voor Part 2.
Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 1 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Foals is net zo maatschappij kritisch als de artiesten uit de jaren tachtig. Bijna cryptisch wordt er verwezen naar het einde van de wereld. De actuele vijanden die bestreden worden zijn Trump, Brexit en Social Media. Met het strijdbaar gezongen Moonlight vraagt de zanger om vergiffenis voor alle ellende. Een lichtgewicht plastic deeltje zwerft als stille getuige door het luchtruim van de aarde. In de kilte die tracks als Exits doen verstenen wordt tevens terug gegrepen naar dat vroegere tijdperk. Veel Oosterse klanken, en hard getimmer op metalen voorwerpen. De boodschap wordt niet over gedragen in korte slogans, maar vanuit een intelligente zijde benadrukt. Doordat de mogelijkheid ontbreekt om gebruik te maken van een bassist, gaat Foals misschien wel noodgedwongen de meer synthpop kant op. De geweldige uitloop naar het einde toe wil dit nogmaals krachtig bevestigen.
Door de versnelde beats in White Onions voorkomen ze dat het weg zakt in een deprimerend zwaar postpunk geheel. De gejaagdheid geeft op een andere manier de boosheid en wanhoop aan. Lang blijft Foals hierin niet hangen. In Degrees heeft de drang om vooruit te sprinten. Met meer hedendaagse klanken streven we een idealer toekomstbeeld na, al wordt het verleden niet vergeten. De leegte van Syrups wordt aangenaam opgevuld door een huppelende diepe bas, waardoor het aangenaam als een hervonden vriend de gitaarsound kan omarmen. Yannis mag het dan met de gerichtheid van een sluipschutter vocaal afmaken. Weer net zo eenvoudig wordt er in On The Luna omgeschakeld naar de dromerige eighties. Waar hoog gewaardeerde gitaarneuzelaars zich in allerlei bochten wringen om dit op te roepen, gaat het Foals ogenschijnlijk gemakkelijk af.
Dat de Oosterse percussie probleemloos aansluiting vind met versnellende jungle breaks, blijkt een briljante vondst. Welkom in Cafe D’Athens, waar elke cultuur zich thuis hoort te voelen. De zon dreigt onder te gaan, maar binnen wordt in alle warmte en licht gepoogd om hem nog heerlijk mee te laten stuiteren als een kleurrijke strandbal. De afwisseling van het maanlicht geeft hem een aangename verschijning van een natuurlijke discobol. Het druilerige Sunday eist de leadzang op, natuurlijk weer prachtig. Het vervelende is dat ze hiermee zichzelf wel heel erg in de midden hoede opstellen. Vrijwel elke Britse band heeft dezelfde inruilwaarde. Weg met het eigen karakter, en swingend de polonaise in, verdwijnend in de hossende menigte. Het sentimentele I’m Done with the World (& It’s Done with Me is hard, en treffend. Groot Brittannië leeft in een alles vernietigende herfst, en het is de vraag of er ooit een nieuwe Britse lente zal volgen.
Foals heeft het steeds minder nodig om de hardere kant van zichzelf te laten zien. Hierdoor lopen ze wel het gevaar een risicoloze act te worden. Gelukkig is het hier nog niet het geval, maar ik hou mijn hart vast voor Part 2.
Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 1 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 2 (2019)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 15:38 uur
Al vanaf de releasedatum van Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1 in maart jongsleden werd er uitgekeken naar het tweede deel. Hierbij zou een stuk minder het accent liggen op de new wave synthpop. Een stevige gitaarplaat werd beloofd aldus boegbeeld Yannis Philippakis. De prachtige al eerder vrijgegeven hoes schept de verwachtingen van een deprimerend, maar tevens kleurrijk geheel. Onbewust spelen die gedachtes in mijn achterhoofd bij de eerste luisterbeurt van Everything Not Saved Will Be Lost – Part 2. Foals is echter een allemansvriend geworden. Wie hoopt op een minder toegankelijk geluid zal flink teleurgesteld zijn. Met een echte tourmovie genaamd Rip Up the Road die samen met de plaat het licht zal zien, is het direct duidelijk. De band wil zo snel mogelijk de wereld veroveren en richt zich hierbij allang niet meer op het clubcircuit.
Na het verwachtingsvolle kerkelijke intro met als titel Red Desert wordt er ritmisch hard geopend met The Runner. Natuurlijk blijft Yannis een geweldige zanger, daar twijfelt niemand aan. Toch dreigen ze in de valkuil te stappen welke het grote Warner Records door zijn regime volgende werknemers heeft laten graven. Hiermee lopen ze sterk de kans om opgeslokt te worden door de menigte, die van het nieuwe album van Foals hun plaat maken. Wil je als band zijnde dat het publiek luidkeels alles meezingt, en zonder enige bezieling het iets eigens maakt? De zeggingskracht is genivelleerd tot een gemiddeld niveau.
Mag je ze het kwalijk nemen? Natuurlijk niet, de mainstream zal het allemaal geweldig vinden, en er vallen genoeg nieuwe zieltjes mee te winnen. Foals is altijd al een hardwerkende band geweest die de potentie heeft om groot te worden. Ze leveren een goed, maar risicoloos product af, waarmee ze geheel aan de verwachtingen van de platenmaatschappij voldoen. Respect dat ze gewoon in een jaar tijd twee platen op de markt brengen, en zich niks aantrekken van de moeilijkdoenerij van andere artiesten. Ook in deze periode is dat blijkbaar mogelijk.
Pas tegen het einde is daar het hoopvolle Into the Surf. Ze hebben het nog steeds in zich om prachtige hemelse songs te maken. Door de sfeervolle keyboardbegeleiding die de gitaren naar de achtergrond dwingen is er ruimte gecreëerd voor bezinning. Daarom kan ik mij waarschijnlijk veel beter vinden in het geluid van het eerder dit jaar verschenen Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1. Hoe verwachtingsvol ik ook uitkeek naar het meer rockgerichte vervolg. Het lijkt dat ze zich met het slotakkoord gehergroepeerd hebben door het prima functionerende Neptune te presenteren. Zonder het koortje en echo’s zou deze zelfs nog beter tot zijn recht komen. Al zal de nieuwe lichting volgers het verder allemaal geweldig vinden, en de laatste track vanwege de lengte schaamteloos skippen.
Na het verwachtingsvolle kerkelijke intro met als titel Red Desert wordt er ritmisch hard geopend met The Runner. Natuurlijk blijft Yannis een geweldige zanger, daar twijfelt niemand aan. Toch dreigen ze in de valkuil te stappen welke het grote Warner Records door zijn regime volgende werknemers heeft laten graven. Hiermee lopen ze sterk de kans om opgeslokt te worden door de menigte, die van het nieuwe album van Foals hun plaat maken. Wil je als band zijnde dat het publiek luidkeels alles meezingt, en zonder enige bezieling het iets eigens maakt? De zeggingskracht is genivelleerd tot een gemiddeld niveau.
Mag je ze het kwalijk nemen? Natuurlijk niet, de mainstream zal het allemaal geweldig vinden, en er vallen genoeg nieuwe zieltjes mee te winnen. Foals is altijd al een hardwerkende band geweest die de potentie heeft om groot te worden. Ze leveren een goed, maar risicoloos product af, waarmee ze geheel aan de verwachtingen van de platenmaatschappij voldoen. Respect dat ze gewoon in een jaar tijd twee platen op de markt brengen, en zich niks aantrekken van de moeilijkdoenerij van andere artiesten. Ook in deze periode is dat blijkbaar mogelijk.
Pas tegen het einde is daar het hoopvolle Into the Surf. Ze hebben het nog steeds in zich om prachtige hemelse songs te maken. Door de sfeervolle keyboardbegeleiding die de gitaren naar de achtergrond dwingen is er ruimte gecreëerd voor bezinning. Daarom kan ik mij waarschijnlijk veel beter vinden in het geluid van het eerder dit jaar verschenen Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1. Hoe verwachtingsvol ik ook uitkeek naar het meer rockgerichte vervolg. Het lijkt dat ze zich met het slotakkoord gehergroepeerd hebben door het prima functionerende Neptune te presenteren. Zonder het koortje en echo’s zou deze zelfs nog beter tot zijn recht komen. Al zal de nieuwe lichting volgers het verder allemaal geweldig vinden, en de laatste track vanwege de lengte schaamteloos skippen.
Föllakzoid - I (2019)

3,5
2
geplaatst: 6 oktober 2020, 15:15 uur
In een wereld waarin men overspoeld dreigt te worden met spirituele mindfullness ambient stukken om in reine te komen met het lichaam, gooien de Chilenen van Föllakzoid het over een andere boeg. Ook hier gaat men uit van een ambient basis, maar wordt het spirituele vervangen door de harde werkelijkheid. Dit resulteert in een stampend geheel. Is het hoofd helemaal leeg van de invloeden van buitenaf, dan is voor I er een unieke kans ontstaan om zich in het brein binnen te dringen. Deze Deep House is van hetzelfde kaliber als de fase dat de Krautrock zich ontwikkelde tot het meer agressievere Electric Body Music. Onwaarschijnlijke muziek met een onverwacht hoog dance gehalte. Met terugwerkende kracht gezien als een belangrijk evolutieproces welke te herleiden valt tot de hedendaagse techno en house.
Föllakzoid wil je in trance brengen, maar dan zonder de zweverige impact. Een bewuste keuze om juist met beide voeten geaard te blijven. De basis is de elektronica, maar daar binnen is er genoeg ruimte voor ware drumpartijen en serieus gitaarspel. Hiermee bewijzen ze telkens weer niet identiek te zijn aan andere dance pioniers. De kracht zit hem er in dat de gitaar niet gewelddadig dominant alles vermorzeld, maar samensmelt in het geluid. Voor een buitenstaander weerklinkt het als een eentonige dreun, waar geen einde aan lijkt te komen. Het luisterend oor verdiept zich in de lagen en hoort wel de veelzijdige dreigende toevoegingen.
En daarmee raak je de kern van het geheel. Een opbouwend spanningsveld met aparte psychedelische uitbarstingen die vreemd genoeg zich netjes binnen de lijntjes houden. Oververhit als nachtelijke illegale party’s met beats en drones die de ruimte als terugkerende nachtvlinders bewonen. Dit is zwemmen in het donker, met in het achterhoofd de angst om betrapt te worden. De frisse uithalen die op III nog aanwezig waren en er iets futuristisch aan toevoegden zijn geëlimineerd tot een minimum. Hier in het koninkrijk der duisternis heerst de monotonie. Sporadisch mag daar de eighties New Wave er wat ritmische begeleiding droppen om vervolgens weer een flinke stap terug te doen.
De dreigende gong waarmee het startsein gegeven wordt laat je onderdompelen in het intrigerende zwaar psychedelisch werkveld welke voortgebracht wordt door passerende geluidscollages. Deze trip is een gedurfde nieuwe stap voor Föllakzoid die zich blijkbaar helemaal niet meer bezig houdt met het begrip rockmuziek. In het universum van de Chilenen vervalt ook definitief het begrip songtitels, en beperken ze zich tot nummering.
Met het veelvuldig gebruik van weerkaatsende echo’s voegen ze een nieuwe kunstvorm in hun sound toe. Dat deze het beste tot zijn recht komt in een druggy omgeving is goed voor te stellen. In dienst staande van herhalende lichteffecten en hallucinerende diavoorstellingen zal het erg goed werken. Om dit gevoel zonder deze middelen op te roepen blijft een lastig gegeven. Het laatste gedeelte wijkt hier nog enigszins van af en roept beelden op van overbevolkt luchtverkeer, maar ook deze track zal het beste tot zijn recht komen bij clubbezoekers.
Föllakzoid - I | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Föllakzoid wil je in trance brengen, maar dan zonder de zweverige impact. Een bewuste keuze om juist met beide voeten geaard te blijven. De basis is de elektronica, maar daar binnen is er genoeg ruimte voor ware drumpartijen en serieus gitaarspel. Hiermee bewijzen ze telkens weer niet identiek te zijn aan andere dance pioniers. De kracht zit hem er in dat de gitaar niet gewelddadig dominant alles vermorzeld, maar samensmelt in het geluid. Voor een buitenstaander weerklinkt het als een eentonige dreun, waar geen einde aan lijkt te komen. Het luisterend oor verdiept zich in de lagen en hoort wel de veelzijdige dreigende toevoegingen.
En daarmee raak je de kern van het geheel. Een opbouwend spanningsveld met aparte psychedelische uitbarstingen die vreemd genoeg zich netjes binnen de lijntjes houden. Oververhit als nachtelijke illegale party’s met beats en drones die de ruimte als terugkerende nachtvlinders bewonen. Dit is zwemmen in het donker, met in het achterhoofd de angst om betrapt te worden. De frisse uithalen die op III nog aanwezig waren en er iets futuristisch aan toevoegden zijn geëlimineerd tot een minimum. Hier in het koninkrijk der duisternis heerst de monotonie. Sporadisch mag daar de eighties New Wave er wat ritmische begeleiding droppen om vervolgens weer een flinke stap terug te doen.
De dreigende gong waarmee het startsein gegeven wordt laat je onderdompelen in het intrigerende zwaar psychedelisch werkveld welke voortgebracht wordt door passerende geluidscollages. Deze trip is een gedurfde nieuwe stap voor Föllakzoid die zich blijkbaar helemaal niet meer bezig houdt met het begrip rockmuziek. In het universum van de Chilenen vervalt ook definitief het begrip songtitels, en beperken ze zich tot nummering.
Met het veelvuldig gebruik van weerkaatsende echo’s voegen ze een nieuwe kunstvorm in hun sound toe. Dat deze het beste tot zijn recht komt in een druggy omgeving is goed voor te stellen. In dienst staande van herhalende lichteffecten en hallucinerende diavoorstellingen zal het erg goed werken. Om dit gevoel zonder deze middelen op te roepen blijft een lastig gegeven. Het laatste gedeelte wijkt hier nog enigszins van af en roept beelden op van overbevolkt luchtverkeer, maar ook deze track zal het beste tot zijn recht komen bij clubbezoekers.
Föllakzoid - I | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Folly Group - Down There! (2024)

4,5
1
geplaatst: 23 januari 2024, 22:56 uur
London Calling! Laten we ondertussen maar definitief vaststellen dat het touwtrek krachtpatserij tussen Dublin en London tegenwoordig genoeg boeiende namen oplevert welke zich met de postpunk hoogtijdagen van eind jaren zeventig kunnen meten. Sterker nog, de scene leeft nu meer dan ooit eerder, en van het elkaar aftroeven is ondertussen geen sprake meer van. Iedere beginnende band geeft een unieke eigen twist aan het geluid, en overstijgt de massaproductiebrij waarin het muziekklimaat na de eeuwwisseling in belandt is. Joe Talbot van IDLES roemt de in 2021 verschenen Sandfight funkwave van Folly Group en etiketteert deze als zijn favoriete song van dat jaar. Zo hoort het dus ook, mooi nieuw talent een kans geven om zich in the picture te spelen, dankjewel! Dan hebben ze tevens het geluk dat het sterk in ontwikkeling zijnde prille So Young ze direct oppakt. Hou dat platenlabel in de gaten!
Vanwege het gebrek aan een oefenruimte start Folly Group ergens in een klein slaapkamertje met matrassen tegen de muur om het geluid te dempen. Down There! Wakker worden! Ondanks deze maatregel zullen ze zeker de nachtrust van de buren verstoren en de nodige wallen onder de ogen veroorzaken. Natuurlijk grijpt Folly Group naar het verleden terug en geven ze er dus een eerder aangehaalde funky new wave draai aan, ze zijn het zoveelste bewijs dat de behoefte aan vernieuwingsdrang met een retrorandje nog steeds heerst. Het is geen noodzaak om het wiel opnieuw uit te vinden, het is de opzet om deze draaiende te houden. Voeg daarbij het nonchalante doordachte geniale van een Damon Albarn aan toe en je komt een heel eind bij drummend zingend boegbeeld Sean Harper van Folly Group in de buurt.
Tegenwoordig is het niet zo bijzonder dat een slagwerker de drijvende kracht in een collectief vormt en voornamelijk de lijnen uitzet. Hij plaatst zich met zijn complexe tempowisselingen tussen de steeds maar groeiende freejazz muzikanten die zich vanuit de underground al jaren omhoog werken. Het is slechts een kwestie van tijd tot de vergelijkbare punk mentaliteit tot een broeierig geheel samensmelt en hier een veelzeggend subgenre uit voortkomt. Op debuutplaat Down There! ontbreekt Sandfight en de tevens van diezelfde EP afkomstige donkere Awake and Hungry breakbeat wave en worden ook de overige eerdere singles genegeerd. Het vertrouwen in de tien tracks is blijkbaar zo groot dat ze het oudere werk niet nodig hebben om op terug te vallen.
Big Ground verwoordt de tienerangsten van het bestaan in een doorgedraaide Brexit metropool. Een oppeppende wederopstanding van de ingeslapen jongeren, een actie-reactie proces. De zuigkracht van het onzichtbare ondergrondse escapisme, een noodkreet op de vooravond van de grote verandering. Hier smeult iets diep van binnen en de alarmerende gitaarexplosies van Louis Milburn geven daar gehoor aan. Folly Group schuwt het avontuur niet, maar laat zich nergens overhalen om zichzelf in het experiment te verliezen. Het ritmische repeterende Big Ground ademt op een natuurlijke wijze en het is duidelijk hoorbaar dat de exotische afro beats niet uit een kastje afkomstig zijn. Een fraai samenspel tussen Sean Harper en tribal percussionist Kai Akinde-Hummel.
De zwaarmoedige gothic I’ll Do What I Can zielsbeleving legt nog meer beslag op die duisternis. Heeft Big Ground nog iets hoopvols in de dampende combinatie tussen hoekige funk en ritmische exotica, hier regeert de wanhoop. Sean Harper zoekt antwoorden in het onverklaarbare handelen van gelijkgezinden en komt tot de conclusie dat vriendschappen niet het eeuwige leven hebben, en ook industrial computerbliepjes track Nest keert zich tegen die amicale vervlakking. Een pijnlijke constatering waarmee iedereen wel eens moet dealen. Freeze vraagt tevens om elektronische kille krautrock invalshoeken en dof metaal slagwerk geweld, al nemen hier al snel de dromerige herhalende gitaarakkoorden het over.
De winterse Bright Night depressie maakt de leegte van de nacht tot bondgenoot. De dagen duren korter, het uitzichtloze gevoel rekt zich echter langer uit. Hier is het Tom Doherty die met zijn loeizware bas aanslagen bewust het tempo eruit haalt en daarmee die loden last accentueert. Een gedragen spoken word wandeling door de gekwelde gedachtegang van Sean Harper. Deze pratende voordracht gebruikt hij ook in Strange Neighbour waar men van de pandemie vervreemding een normalisatie gewoonte maakt en op die isolerende afzondering van het sociale netwerk teert. Frame misbruikt de telefonie chaos in samplevorm. De kakofonische fastlane snelheid vertroebelt ons geheugen in een onoverzichtelijke samensmelting aan emoties. New Feature gaat de verloren strijd met het egocentrisme aan, delft het onderspit en belandt uiteindelijk ook in het herziende normen en waarden valkuil.
De boodschap achter East Flat Crows is simpel, maar wel doeltreffend. Je kan voor altijd in het verleden blijven hangen, gedane zaken zijn niet terug te draaien. Met de positieve toekomstblik kom je verder. Doorstappen en niet omkijken, ontspannen en opladen. De vocalist pakt in I’ll Do What I Can verbaal het verbitterende emo punkrandje op, en zo eist elke Down There! track om een andere zienswijze. Een perfecte plaat dus? Nou, dat weer net niet. Het fragmentarische Pressure Pad bouwt zich tot een gigantisch ongrijpbaar gedrocht op. Je struikelt over de onnavolgbare zinsdelen en in dit geval past hier beter een song als Sandfight tussen. De Pressure Pad dynamiek is een onbegrijpelijke singlekeuze, al denkt Folly Group daar dus duidelijk anders over. Down There! is uiteraard een droomdebuut om van te smullen, en getuigt nogmaals dat er nog lang geen einde aan het veelbelovende postpunk aanbod in zicht is. 2024 is amper begonnen, dat belooft wat voor de rest van het jaar.
Folly Group - Down There! | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Vanwege het gebrek aan een oefenruimte start Folly Group ergens in een klein slaapkamertje met matrassen tegen de muur om het geluid te dempen. Down There! Wakker worden! Ondanks deze maatregel zullen ze zeker de nachtrust van de buren verstoren en de nodige wallen onder de ogen veroorzaken. Natuurlijk grijpt Folly Group naar het verleden terug en geven ze er dus een eerder aangehaalde funky new wave draai aan, ze zijn het zoveelste bewijs dat de behoefte aan vernieuwingsdrang met een retrorandje nog steeds heerst. Het is geen noodzaak om het wiel opnieuw uit te vinden, het is de opzet om deze draaiende te houden. Voeg daarbij het nonchalante doordachte geniale van een Damon Albarn aan toe en je komt een heel eind bij drummend zingend boegbeeld Sean Harper van Folly Group in de buurt.
Tegenwoordig is het niet zo bijzonder dat een slagwerker de drijvende kracht in een collectief vormt en voornamelijk de lijnen uitzet. Hij plaatst zich met zijn complexe tempowisselingen tussen de steeds maar groeiende freejazz muzikanten die zich vanuit de underground al jaren omhoog werken. Het is slechts een kwestie van tijd tot de vergelijkbare punk mentaliteit tot een broeierig geheel samensmelt en hier een veelzeggend subgenre uit voortkomt. Op debuutplaat Down There! ontbreekt Sandfight en de tevens van diezelfde EP afkomstige donkere Awake and Hungry breakbeat wave en worden ook de overige eerdere singles genegeerd. Het vertrouwen in de tien tracks is blijkbaar zo groot dat ze het oudere werk niet nodig hebben om op terug te vallen.
Big Ground verwoordt de tienerangsten van het bestaan in een doorgedraaide Brexit metropool. Een oppeppende wederopstanding van de ingeslapen jongeren, een actie-reactie proces. De zuigkracht van het onzichtbare ondergrondse escapisme, een noodkreet op de vooravond van de grote verandering. Hier smeult iets diep van binnen en de alarmerende gitaarexplosies van Louis Milburn geven daar gehoor aan. Folly Group schuwt het avontuur niet, maar laat zich nergens overhalen om zichzelf in het experiment te verliezen. Het ritmische repeterende Big Ground ademt op een natuurlijke wijze en het is duidelijk hoorbaar dat de exotische afro beats niet uit een kastje afkomstig zijn. Een fraai samenspel tussen Sean Harper en tribal percussionist Kai Akinde-Hummel.
De zwaarmoedige gothic I’ll Do What I Can zielsbeleving legt nog meer beslag op die duisternis. Heeft Big Ground nog iets hoopvols in de dampende combinatie tussen hoekige funk en ritmische exotica, hier regeert de wanhoop. Sean Harper zoekt antwoorden in het onverklaarbare handelen van gelijkgezinden en komt tot de conclusie dat vriendschappen niet het eeuwige leven hebben, en ook industrial computerbliepjes track Nest keert zich tegen die amicale vervlakking. Een pijnlijke constatering waarmee iedereen wel eens moet dealen. Freeze vraagt tevens om elektronische kille krautrock invalshoeken en dof metaal slagwerk geweld, al nemen hier al snel de dromerige herhalende gitaarakkoorden het over.
De winterse Bright Night depressie maakt de leegte van de nacht tot bondgenoot. De dagen duren korter, het uitzichtloze gevoel rekt zich echter langer uit. Hier is het Tom Doherty die met zijn loeizware bas aanslagen bewust het tempo eruit haalt en daarmee die loden last accentueert. Een gedragen spoken word wandeling door de gekwelde gedachtegang van Sean Harper. Deze pratende voordracht gebruikt hij ook in Strange Neighbour waar men van de pandemie vervreemding een normalisatie gewoonte maakt en op die isolerende afzondering van het sociale netwerk teert. Frame misbruikt de telefonie chaos in samplevorm. De kakofonische fastlane snelheid vertroebelt ons geheugen in een onoverzichtelijke samensmelting aan emoties. New Feature gaat de verloren strijd met het egocentrisme aan, delft het onderspit en belandt uiteindelijk ook in het herziende normen en waarden valkuil.
De boodschap achter East Flat Crows is simpel, maar wel doeltreffend. Je kan voor altijd in het verleden blijven hangen, gedane zaken zijn niet terug te draaien. Met de positieve toekomstblik kom je verder. Doorstappen en niet omkijken, ontspannen en opladen. De vocalist pakt in I’ll Do What I Can verbaal het verbitterende emo punkrandje op, en zo eist elke Down There! track om een andere zienswijze. Een perfecte plaat dus? Nou, dat weer net niet. Het fragmentarische Pressure Pad bouwt zich tot een gigantisch ongrijpbaar gedrocht op. Je struikelt over de onnavolgbare zinsdelen en in dit geval past hier beter een song als Sandfight tussen. De Pressure Pad dynamiek is een onbegrijpelijke singlekeuze, al denkt Folly Group daar dus duidelijk anders over. Down There! is uiteraard een droomdebuut om van te smullen, en getuigt nogmaals dat er nog lang geen einde aan het veelbelovende postpunk aanbod in zicht is. 2024 is amper begonnen, dat belooft wat voor de rest van het jaar.
Folly Group - Down There! | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Fontaines D.C. - A Hero's Death (2020)

4,5
6
geplaatst: 2 augustus 2020, 15:09 uur
Tussen het legioen aan nieuwe postpunkbands met indrukwekkende albums is er vorig jaar eentje verschenen die overduidelijk bijna militant de positie van vaandeldrager opeist. Fontaines DC belichaamt het gedachtengoed van de jeugdige jong volwassenen, die in Dogrel hun gelijke vinden. Een droomdebuut waarmee ze niet alleen de lat voor andere beginnende bands gigantisch hoog leggen, maar zichzelf ook de onmogelijke opdracht meegeven om hier met de opvolger maar enigszins in de buurt te komen. De verwachting was er dan ook niet dat deze een jaar later al zal verschijnen, laat staan dat ze schrikbarend dicht bij het niveau van hun eersteling zitten.
Wat weten ze weer indrukwekkend te openen met I Don’t Belong. Heerlijke mistige jaren tachtig postpunk wordt doordrenkt met een overvloed aan doordringende dreampop en een rafelig stukje noise. Als in een ingewikkeld wiskundig schaakspel wordt er hier serieus een aantal stappen vooruit gedacht. Het is allemaal net weer een stuk verfijnder, een duidelijke verbreding van het geluid waarbij de hongerige vernieuwingsdrang van Fontaines D.C. zich nog steeds laat gelden. Als de zomer nog eventjes op zich laat wachten, dan grijp ik graag terug naar deze treurige herfstklanken die de kilte van een naderende koude regenbui zo perfect weten op te roepen. De volgroeide zanger geeft aan zich niet in hokjes te laten plaatsen. Een deprimerend zelfbewustzijnsbeleving die schijnbaar opgeroepen is door het overdonderende succes van Dogrel.
Het is heerlijk hoe die dromerigheid zich voortzet in het opgejaagde ritmische zeer sterke Love Is the Main Thing. De echo’s op de krassende rauwe gitaarsound geven datzelfde overdonderende oergevoel. Na de holle primitieve basakkoorden van Televised Mind is daar ook dat venijnige in de voordracht van Grian Chatten weer waarmee hij zichzelf een jaar geleden zo treffend introduceerde. Het duellerende gitaarspel laat hem nog steeds met een voet stevig in de postpunk staan, terwijl zijn vocalen al meegezogen worden door de punk. Thematisch ligt het echter gevaarlijk dicht bij Television Screens van Dogrel in de buurt, maar dat is dan ook een van de minimale smetplekjes op de plaat.
Wat knalt zijn stem weer heerlijk uit de speakers in het felle A Lucid Dream. Het breekpunt van de plaat zit halverwege de track, als al hakkend en oorverdovend de gitaren er die agressieve lawaai explosies aan toe voegen. Het shoegazer randje in het heldere You Said past geweldig bij de potige semi arrogantie waarmee Grian Chatten erg diep in de Britpop lijkt te graven en aansluiting zoekt bij het jaren negentig geluid. Hiermee maakt hij wel een schavende knieval door die kenmerkende Ierse kwajongensmentaliteit steeds meer te verloochenen. Anderzijds getuigt deze bredere oriëntatie op de drang om te blijven ontwikkelen. Het aansluitende slaap wiegende On Such A Spring is van hetzelfde kaliber, en hiermee blijft Fontaines D.C. steken in de bloeiperiode van de Britpop.
De ondertussen zeer bekende single A Hero’s Death heeft dat opgefokte, recht in je gezicht gevoel van het debuut. Rauwe punk mixt zich met de voortdenderende woordenschat van Grian Chatten, die op cynische wijze een wat positievere blik op het leven werpt. Die heerlijke treffende sneer is er weer, alleen wordt er nu stukken subtieler tegen de in slow motion verkerende maatschappij aangeschopt. Het pessimisme dat zich als een ziekmakende gedachtegang als een parasiet de hersens binnendringt wordt bestreden. Sta stil bij de wereld om je heen, en laat je niet teveel leiden door negativiteit. Een korte pakkende boodschap die als een mantra slogan steevast herhaald wordt.
Het is een verademing hoe er door gepakt wordt naar het donkere Living in America. Natuurlijk is de tijd zo sterk veranderd, dat deze Ieren niet de behoefte hebben om af te reizen naar het Beloofde Land. Dat Amerika aan de rand van de afgrond balanceert druipt in alles door het duistere fundament van de track heen. Met donderende baspartijen op de achtergrond doorkruizen de gitaren als aanvallende zwaarden de hedendaagse verdoemenis, waarmee er nog eventjes gesymboliseerd wordt aan de verstikkende gothic uit de zwartgallige jaren tachtig.
Met de psychedelica in de rockende dromerige gitaren in I Was Not Born roepen ze herinneringen op aan The Feelies en zijn uiteraard ook The Velvet Underground op de horizon zichtbaar. Wat weten ze de snaarinstrumenten beheerst te laten rammelen om er vervolgens die droge menselijke verslindende drummachine op los te laten. Dat er vervolgens nog een schemerig avondlicht sfeertje in het zonsondergangsnummer Sunny wordt toegevoegd verwacht je ook niet, en zelfs die kakofonische meerstemmigheid stoort voor geen moment. Dat het voortkabbelt in standje windstil, is ze vergeven, al is het wel de minst overtuigende track op de plaat.
Met de serene rust van No wordt er smaakvol afgesloten. Toch moet ik tot de conclusie komen dat hierbij ook op de voorspelbaarheid gespeeld wordt met de veiligheidsriemen flink strak aangesnoerd. Er staat echter geen slecht nummer op A Hero’s Death, maar die brutale drang om de boel flink wakker te schudden waarmee ze met Dogrel weten te overrompelen is hier niet meer aanwezig. Het is een waardig vervolg, waarmee ze wel hun veelzijdigheid tonen.
Fontaines D.C. - A Hero's Death | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Wat weten ze weer indrukwekkend te openen met I Don’t Belong. Heerlijke mistige jaren tachtig postpunk wordt doordrenkt met een overvloed aan doordringende dreampop en een rafelig stukje noise. Als in een ingewikkeld wiskundig schaakspel wordt er hier serieus een aantal stappen vooruit gedacht. Het is allemaal net weer een stuk verfijnder, een duidelijke verbreding van het geluid waarbij de hongerige vernieuwingsdrang van Fontaines D.C. zich nog steeds laat gelden. Als de zomer nog eventjes op zich laat wachten, dan grijp ik graag terug naar deze treurige herfstklanken die de kilte van een naderende koude regenbui zo perfect weten op te roepen. De volgroeide zanger geeft aan zich niet in hokjes te laten plaatsen. Een deprimerend zelfbewustzijnsbeleving die schijnbaar opgeroepen is door het overdonderende succes van Dogrel.
Het is heerlijk hoe die dromerigheid zich voortzet in het opgejaagde ritmische zeer sterke Love Is the Main Thing. De echo’s op de krassende rauwe gitaarsound geven datzelfde overdonderende oergevoel. Na de holle primitieve basakkoorden van Televised Mind is daar ook dat venijnige in de voordracht van Grian Chatten weer waarmee hij zichzelf een jaar geleden zo treffend introduceerde. Het duellerende gitaarspel laat hem nog steeds met een voet stevig in de postpunk staan, terwijl zijn vocalen al meegezogen worden door de punk. Thematisch ligt het echter gevaarlijk dicht bij Television Screens van Dogrel in de buurt, maar dat is dan ook een van de minimale smetplekjes op de plaat.
Wat knalt zijn stem weer heerlijk uit de speakers in het felle A Lucid Dream. Het breekpunt van de plaat zit halverwege de track, als al hakkend en oorverdovend de gitaren er die agressieve lawaai explosies aan toe voegen. Het shoegazer randje in het heldere You Said past geweldig bij de potige semi arrogantie waarmee Grian Chatten erg diep in de Britpop lijkt te graven en aansluiting zoekt bij het jaren negentig geluid. Hiermee maakt hij wel een schavende knieval door die kenmerkende Ierse kwajongensmentaliteit steeds meer te verloochenen. Anderzijds getuigt deze bredere oriëntatie op de drang om te blijven ontwikkelen. Het aansluitende slaap wiegende On Such A Spring is van hetzelfde kaliber, en hiermee blijft Fontaines D.C. steken in de bloeiperiode van de Britpop.
De ondertussen zeer bekende single A Hero’s Death heeft dat opgefokte, recht in je gezicht gevoel van het debuut. Rauwe punk mixt zich met de voortdenderende woordenschat van Grian Chatten, die op cynische wijze een wat positievere blik op het leven werpt. Die heerlijke treffende sneer is er weer, alleen wordt er nu stukken subtieler tegen de in slow motion verkerende maatschappij aangeschopt. Het pessimisme dat zich als een ziekmakende gedachtegang als een parasiet de hersens binnendringt wordt bestreden. Sta stil bij de wereld om je heen, en laat je niet teveel leiden door negativiteit. Een korte pakkende boodschap die als een mantra slogan steevast herhaald wordt.
Het is een verademing hoe er door gepakt wordt naar het donkere Living in America. Natuurlijk is de tijd zo sterk veranderd, dat deze Ieren niet de behoefte hebben om af te reizen naar het Beloofde Land. Dat Amerika aan de rand van de afgrond balanceert druipt in alles door het duistere fundament van de track heen. Met donderende baspartijen op de achtergrond doorkruizen de gitaren als aanvallende zwaarden de hedendaagse verdoemenis, waarmee er nog eventjes gesymboliseerd wordt aan de verstikkende gothic uit de zwartgallige jaren tachtig.
Met de psychedelica in de rockende dromerige gitaren in I Was Not Born roepen ze herinneringen op aan The Feelies en zijn uiteraard ook The Velvet Underground op de horizon zichtbaar. Wat weten ze de snaarinstrumenten beheerst te laten rammelen om er vervolgens die droge menselijke verslindende drummachine op los te laten. Dat er vervolgens nog een schemerig avondlicht sfeertje in het zonsondergangsnummer Sunny wordt toegevoegd verwacht je ook niet, en zelfs die kakofonische meerstemmigheid stoort voor geen moment. Dat het voortkabbelt in standje windstil, is ze vergeven, al is het wel de minst overtuigende track op de plaat.
Met de serene rust van No wordt er smaakvol afgesloten. Toch moet ik tot de conclusie komen dat hierbij ook op de voorspelbaarheid gespeeld wordt met de veiligheidsriemen flink strak aangesnoerd. Er staat echter geen slecht nummer op A Hero’s Death, maar die brutale drang om de boel flink wakker te schudden waarmee ze met Dogrel weten te overrompelen is hier niet meer aanwezig. Het is een waardig vervolg, waarmee ze wel hun veelzijdigheid tonen.
Fontaines D.C. - A Hero's Death | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Fontaines D.C. - Dogrel (2019)

4,5
2
geplaatst: 7 augustus 2020, 21:00 uur
Dat Dublin gevormd is door de harde levenslessen, werkt verder door op de nieuwe generatie jongeren die al loerend vanaf de zijlijn de wereld in de gaten houden. Een groepering die niet in U2 hun grote voorbeeld zien, maar wel net als deze invloedrijke band op dezelfde plek de inspiratie vandaan haalt; de punk, en het daarvan afgeleide postpunk. Fontaines D.C. weet de opgefokte vooruitstrevende jeugdigheid te mengen met het dromerige romantische toekomstbeeld waarbij escapisme de enige uitweg lijkt.
Het gaat bij frontman Grian Chatten meer om de overschreeuwende kracht in zijn uitspattingen, dan om het netjes afgerond binnen de lijntjes balanceren. Dogrel is een spannende bokswedstrijd, waarbij de sympathie uitgaat naar de underdog, en waarbij het niet van belang is of hij er als winnaar uit voort komt. De aandacht gaat naar het gehavende incasseren van klappen die recht in je gezicht belanden. Een toebijtende pitbull vechtersmentaliteit. Het bloed, het zweet en de tranen zijn terug te vinden in de puntige krachtexplosies waar Fontaines D.C. het publiek mee opscheept.
Een droomstart waarbij de Do It Yourself houding centraal staat. Er wordt niet met alle macht geforceerd geprobeerd om het beeld van grote inspirerende idolen op te roepen. Natuurlijk haakt het feitelijk van alle kanten in op het zware uitzichtloze tijdsbeeld van de wachtkamer van de jaren tachtig, waarbij het No Future gevoel genoeg inspiratie vormt om zich hier tegen te bewapenen. De wereld staat in brand en Fontaines D.C. gooit er nog een jerrycan aan benzine overheen om het vuur nog meer op te stoken. Maar het is wel hun wereld, en niet die van hun ouders.
Wat zou de punk er anders uit hebben gezien als er zoveel aandacht werd besteed aan een sterk ritme duo zoals bij Fontaines D.C. Zo strak als hoe bassist Conor Deegan III en drummer Tom Coll hier de basis afleveren aan Grian Chatten is wonderbaarlijk te noemen. Hij hoeft alleen maar in te stappen met het tekstueel sterk opende Big. Hoe hij hier de problematiek van het opgroeien in het godsdienstelijk verdeelde Ierland al direct bij de kern benoemd, is een statement waarmee je vol trots van je mag laten horen. Dit is de onvrede waarmee zijn familie jaren geleden mee dienden te leven. Nu die zich ondertussen maatschappelijk aangepast hebben, zijn het juist de jongeren die zich hier frontaal tegen verzetten, door gedocumenteerde idealen opnieuw af te stoffen.
Dogrel is veel meer dan een ogenschijnlijk goed debuut. Het is een waardevolle monument, waarbij de hang naar verandering centraal staat. Wel de historische waardes overeind laten, het niet meer presenteren als stabiele basis, maar als startpunt. De korte stampende punksongs beademen de realistische kijk op het heden uit, terwijl de zweverige new wave staat voor hoe de toekomst het meest leefbaar in te vullen is. Grain Chatten is niet zozeer een gebroken poëet, maar eerder een nachtelijke pamfletschrijver, die in het geniep werkt aan pakkende slogans. Deze blijven eenvoudig gezien, gewoon veel langer in het brein hangen.
Het onderscheid met het arbeidersklasse Londen van de jaren zeventig wordt gemaakt met het afsluitende Dublin City Sky. Hierbij staan de chauvinistische roots van Ierland centraal. Dit is een traditional in opbouw, waarbij ze herinneringen oproepen aan de rauwe folkrock, zonder daarbij teveel de nadruk te leggen op oeroude muziekinstrumenten. De jong doorleefde mannen van Fontaines D.C. staan met beide voeten wijdbeens in het nu van 2019. Of Dogrel zich zal ontwikkelen tot een klassieker moet nog blijken. Het is in ieder geval wel de plaat die noodzakelijk is om de jeugd in beweging te zetten. Gian Chatten is niet de nieuwe spreekbuis, hij is alleen het verwrongen geweten. Vertolkers verdwijnen namelijk, maar het binnenste van een ziel zal altijd overleven.
Fontaines D.C. - Dogrel | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het gaat bij frontman Grian Chatten meer om de overschreeuwende kracht in zijn uitspattingen, dan om het netjes afgerond binnen de lijntjes balanceren. Dogrel is een spannende bokswedstrijd, waarbij de sympathie uitgaat naar de underdog, en waarbij het niet van belang is of hij er als winnaar uit voort komt. De aandacht gaat naar het gehavende incasseren van klappen die recht in je gezicht belanden. Een toebijtende pitbull vechtersmentaliteit. Het bloed, het zweet en de tranen zijn terug te vinden in de puntige krachtexplosies waar Fontaines D.C. het publiek mee opscheept.
Een droomstart waarbij de Do It Yourself houding centraal staat. Er wordt niet met alle macht geforceerd geprobeerd om het beeld van grote inspirerende idolen op te roepen. Natuurlijk haakt het feitelijk van alle kanten in op het zware uitzichtloze tijdsbeeld van de wachtkamer van de jaren tachtig, waarbij het No Future gevoel genoeg inspiratie vormt om zich hier tegen te bewapenen. De wereld staat in brand en Fontaines D.C. gooit er nog een jerrycan aan benzine overheen om het vuur nog meer op te stoken. Maar het is wel hun wereld, en niet die van hun ouders.
Wat zou de punk er anders uit hebben gezien als er zoveel aandacht werd besteed aan een sterk ritme duo zoals bij Fontaines D.C. Zo strak als hoe bassist Conor Deegan III en drummer Tom Coll hier de basis afleveren aan Grian Chatten is wonderbaarlijk te noemen. Hij hoeft alleen maar in te stappen met het tekstueel sterk opende Big. Hoe hij hier de problematiek van het opgroeien in het godsdienstelijk verdeelde Ierland al direct bij de kern benoemd, is een statement waarmee je vol trots van je mag laten horen. Dit is de onvrede waarmee zijn familie jaren geleden mee dienden te leven. Nu die zich ondertussen maatschappelijk aangepast hebben, zijn het juist de jongeren die zich hier frontaal tegen verzetten, door gedocumenteerde idealen opnieuw af te stoffen.
Dogrel is veel meer dan een ogenschijnlijk goed debuut. Het is een waardevolle monument, waarbij de hang naar verandering centraal staat. Wel de historische waardes overeind laten, het niet meer presenteren als stabiele basis, maar als startpunt. De korte stampende punksongs beademen de realistische kijk op het heden uit, terwijl de zweverige new wave staat voor hoe de toekomst het meest leefbaar in te vullen is. Grain Chatten is niet zozeer een gebroken poëet, maar eerder een nachtelijke pamfletschrijver, die in het geniep werkt aan pakkende slogans. Deze blijven eenvoudig gezien, gewoon veel langer in het brein hangen.
Het onderscheid met het arbeidersklasse Londen van de jaren zeventig wordt gemaakt met het afsluitende Dublin City Sky. Hierbij staan de chauvinistische roots van Ierland centraal. Dit is een traditional in opbouw, waarbij ze herinneringen oproepen aan de rauwe folkrock, zonder daarbij teveel de nadruk te leggen op oeroude muziekinstrumenten. De jong doorleefde mannen van Fontaines D.C. staan met beide voeten wijdbeens in het nu van 2019. Of Dogrel zich zal ontwikkelen tot een klassieker moet nog blijken. Het is in ieder geval wel de plaat die noodzakelijk is om de jeugd in beweging te zetten. Gian Chatten is niet de nieuwe spreekbuis, hij is alleen het verwrongen geweten. Vertolkers verdwijnen namelijk, maar het binnenste van een ziel zal altijd overleven.
Fontaines D.C. - Dogrel | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Fontaines D.C. - Romance (2024)

5,0
9
geplaatst: 21 augustus 2024, 15:24 uur
Grian Chatten behoort tot de grootste songwriters van zijn generatie en hoe succesvoller Fontaines D.C. wordt, hoe meer hij zichzelf dreigt kwijt te raken en definitief te verliezen. Joe Talbot van IDLES bewapent zich met de nodige zelfspot tegen zijn hunkering naar drugs en sterallures. Charlie Steen van Shame mijdt het podium zoveel mogelijk om niet in zijn patroon van angststoornissen te vervallen en Grian Chatten verhuist tijdelijk naar een kustplaats dicht bij zijn roots om gedane zaken te relativeren. Ook zijn uitvlucht naar de verlokkingen van Los Angeles werken juist averechts. Het biedt hem echter geen rust, en als hij dan op het St. Pancras-station in Londen een heftige naar adem snakkende paniekaanval krijgt, begrijpt de Ierse zanger dat hij het echt anders moet aanpakken. Het therapeutisch van zich afschrijven biedt geen oplossingen, maar het helpt wel.
De verknipte paranoïde videoclip van Starburster geeft de worsteling met zijn identiteitscrisis perfect weer. Het confronterende schizofrene karakter van het hoofdpersonage past precies binnen het vastgelegde kader. Wie ben ik? Waarom handel ik zo? Wat verlangt men van mij? Moet ik de rol van idool volledig uitspelen, uitbuiten, uitbenen? Wat is de zin van het bestaan, de onzin van het leven, de waanzin van de maatschappij? De alarmerende track overstijgt het postpunk verleden van Fontaines D.C., dit is een geval next level. De zoektocht van Grian Chatten levert in ieder geval op, dat hij zich nog meer bewust wordt van zijn genialiteit. Sterker nog, schijnbaar neemt hij het stokje van creatieveling Damon Albarn (Blur, Gorillaz) over. Dat Fontaines D.C. in een recent verleden nog met de triphop grootheden van Massive Attack samenwerken en de politieke Ceasefire EP in elkaar zetten, hoor je overduidelijk in de broeierigheid terug. Fontaines D.C. denkt vooruit, en legt het gitaargeweld naast zich neer om meer hiphop, dance en zelfs orkestrale strijkers in hun sound toe te laten. Ze overstijgen het bandgebeuren en stellen zich ondergeschikt aan de song op.
Zolang Grian Chatten maar beseft dat hij de mogelijkheid bezit om zijn roem te misbruiken, weet je dat het goed zit. In Starburster ergert hij zich aan de misselijkmakende gedragingen van collega’s die al feestend zichzelf minachtend in drugs verliezen. Hij heeft de verlokkingen al in Skinty Fia overwonnen, al geldt voor hem net zo goed de eens verslaafd, altijd verslaafd principes. Die hartkloppingen in het hartje van Londen waren een wake-up call, om de levensstijl drastisch te veranderen. Romance is volwassener dan het eerdere werk en blijft nog dichter bij de belevingswereld van de uit Dublin afkomstige romanticus. Natuurlijk ligt de focus nog steeds op Ierland, gelukkig staat die chauvinistische trots ze niet in de weg en richten ze zich niet op het grote Amerika.
De omschakeling is weer niet zo drastisch dat ze de postpunk achtergrond totaal negeren. Sterker nog; het nostalgische Favourite hunkert naar de jaren tachtig. Ze zijn schatplichtig aan die sound verbonden en gooien er de nodige aan The Cure refererende melodielijnen tussendoor. Ook hier het besef, dat je het met alleen maar zware songs niet redt, en dat luchtigheid meer dan slechts een noodzakelijke afwisseling is. Favourite is zomers vrolijk, opbeurend hoopvol, van een dagdromerige schoonheid. Ook nu weer een indrukwekkende clip, maar dan met persoonlijke familiekiekjes van vroeger, waar elk bandlid een stukje vrijheid blootgeeft. Twee singles als een kop en munt spelletje, twee Yin en Yang tegenstellingen, die onmiskenbaar aan elkaar verbonden zijn, de veelzijdigheid van Fontaines D.C. Met James Ford als producer moet het wel goed komen. In het verleden werkte hij al met Arctic Monkeys, Blur en Foals samen, recentelijk was hij mede verantwoordelijk voor de comeback van Depeche Mode en de soloplaat van Portishead zangeres Beth Gibbons.
De romanticus Grian Chatten, die tevens voor het zware industriële Romance titelstuk de eindverantwoording draagt. De liefde als eeuwige trouw. Aan zijn geboortegrond, zijn naasten, zijn band. De haat/liefde relatie, een scheefhouding die als een op hol geslagen weegschaal op de afgrond balanceert. Soms op het randje, soms eroverheen. De menigte staat klaar om hem dat laatste duwtje te geven. Grian Chatten is zich sinds zijn Chaos for the Fly solodebuut bewust van de brekende vocale zachtheid, en misbruikt deze hier om zich tegen een muur van bombastische noise te bewapenen. James Ford stopt er de nodige van Depeche Mode afgekeken elektronica tussendoor en bewijst hier overduidelijk nadrukkelijk de keuze van Fontaines D.C. om met hem in zee te gaan.
De Here’s the Thing mindsetting deelt Grian Chatten zijn pijnen en ongemakken. Door de emotionele diepgang waan je jezelf in de derde Britpop golf die begin jaren negentig over de wereld heen dendert. Het enige minpunt is dat de gitaristen Carlos O’Connell en Conor Curley zich wat ondergeschikt aan de frontman opstellen. Zouden deze zich op gelijke hoogte plaatsen, dan komt hun spel nog wat meer tot zijn recht. Doordat het vaderschap zich bij Carlos O’Connell aandient, verkeert Fontaines D.C. in een andere fase. Het met breekbare kopstem gezongen Desire is de behoefte om het nageslacht van leugenaars te bevrijden. Carlos O’Connell laat zijn instrument zacht meewiegend mijmeren, en zorgt hier voor de diepgang welke je bij Here’s the Thing net een fractie mist.
Bij In the Modern World heeft Grian Chatten vrede met zijn terugkerende ongemakken. Zelfs de leegte kan ontroering opwekken. Zelfs de eenzaamheid kan je bewustzijn versterken. De steden staan voor vooruitgang, maar tevens voor verloedering, heropbouw en stabiliseren. Het heeft geen zin om de hoekstenen van de maatschappij af te breken, en deze naar de schuldige van het verval te werpen. Wat heb je aan een fundament, als het cement weggeslagen wordt? De steden staan voor de chaos in het hoofd, de verdovende wanorde, de depressies en het alsmaar aanwezige kutgevoel.
Bug ontsnapt net aan de noodlottige club van 27. Nu de leeftijd van dertig bereikt is, kan hij opgelucht ademhalen. Hij reflecteert zichzelf niet langer in anderen en gebruikt de passerende jaren om zijn eigen visie te volgen. Is het een volwassen houding of juist de conclusie dat rebellie een tegendraads naar effect oproept? Hoe bevalt het om de opruiende sloganzinnen in een poëtisch verhaal te mengen? Romance staat tevens voor de kracht van het woord, een liefdevolle invulling, bijna teder. De zoete Motorcycle Boy dreampop staat standvastig op het kruispunt waar de jaren tachtig door het naderende decennium voorbij gesneld worden. De drums slaan als vluchtige regendruppels neer, eventjes nog de verloren tijd inhalen, en daarna het nieuwe Nu omarmen. Zelfs in de Sundowner schoonheid blijft de verslavende hunkering naar de duisternis intact. Als de realiteit je niet tegemoet treedt, dan kun je het beste in je dromen blijven geloven.
Horseness Is the Whatness, de boze wereld geeft je een overvolle rugzak aan onbruikbare bagage mee. Is het mogelijk om deze ondraaglijke ellende te filteren, en als lichtgewicht het pad te vervolgen? Of is het een eerste levensbehoefte, een energieverrijkende voedingstof die je maakt wie je bent? Death Kink is de belofte om er toch voor te gaan. Het heeft de urgentie van de venijnige Pixies songs, het kenmerkende geflirt met hard en zacht, welke het muziekklimaat begin jaren negentig domineert. Het zoveelste bewijs dat Fontaines D.C. hun blik verruimt, en niet star navelstarend conservatief naar beneden staart. Zelf ben ik niet helemaal gelukkig met Chaos for the Fly, maar die ondernemende expeditie staat wel aan de basis van Romance. De puristen missen het typerende Ierse gepassioneerde temperament, de nonchalante egocentrische houding. Het ambitieuze Romance staat voor verbroedering, niet zozeer met je omgeving, maar met de innerlijke kwelgeesten. Fontaines D.C. zit midden in een overgangsfase, waar de postpunk nog slechts een van de vele facetten van het geluid bepaalt.
Fontaines D.C. - Romance | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De verknipte paranoïde videoclip van Starburster geeft de worsteling met zijn identiteitscrisis perfect weer. Het confronterende schizofrene karakter van het hoofdpersonage past precies binnen het vastgelegde kader. Wie ben ik? Waarom handel ik zo? Wat verlangt men van mij? Moet ik de rol van idool volledig uitspelen, uitbuiten, uitbenen? Wat is de zin van het bestaan, de onzin van het leven, de waanzin van de maatschappij? De alarmerende track overstijgt het postpunk verleden van Fontaines D.C., dit is een geval next level. De zoektocht van Grian Chatten levert in ieder geval op, dat hij zich nog meer bewust wordt van zijn genialiteit. Sterker nog, schijnbaar neemt hij het stokje van creatieveling Damon Albarn (Blur, Gorillaz) over. Dat Fontaines D.C. in een recent verleden nog met de triphop grootheden van Massive Attack samenwerken en de politieke Ceasefire EP in elkaar zetten, hoor je overduidelijk in de broeierigheid terug. Fontaines D.C. denkt vooruit, en legt het gitaargeweld naast zich neer om meer hiphop, dance en zelfs orkestrale strijkers in hun sound toe te laten. Ze overstijgen het bandgebeuren en stellen zich ondergeschikt aan de song op.
Zolang Grian Chatten maar beseft dat hij de mogelijkheid bezit om zijn roem te misbruiken, weet je dat het goed zit. In Starburster ergert hij zich aan de misselijkmakende gedragingen van collega’s die al feestend zichzelf minachtend in drugs verliezen. Hij heeft de verlokkingen al in Skinty Fia overwonnen, al geldt voor hem net zo goed de eens verslaafd, altijd verslaafd principes. Die hartkloppingen in het hartje van Londen waren een wake-up call, om de levensstijl drastisch te veranderen. Romance is volwassener dan het eerdere werk en blijft nog dichter bij de belevingswereld van de uit Dublin afkomstige romanticus. Natuurlijk ligt de focus nog steeds op Ierland, gelukkig staat die chauvinistische trots ze niet in de weg en richten ze zich niet op het grote Amerika.
De omschakeling is weer niet zo drastisch dat ze de postpunk achtergrond totaal negeren. Sterker nog; het nostalgische Favourite hunkert naar de jaren tachtig. Ze zijn schatplichtig aan die sound verbonden en gooien er de nodige aan The Cure refererende melodielijnen tussendoor. Ook hier het besef, dat je het met alleen maar zware songs niet redt, en dat luchtigheid meer dan slechts een noodzakelijke afwisseling is. Favourite is zomers vrolijk, opbeurend hoopvol, van een dagdromerige schoonheid. Ook nu weer een indrukwekkende clip, maar dan met persoonlijke familiekiekjes van vroeger, waar elk bandlid een stukje vrijheid blootgeeft. Twee singles als een kop en munt spelletje, twee Yin en Yang tegenstellingen, die onmiskenbaar aan elkaar verbonden zijn, de veelzijdigheid van Fontaines D.C. Met James Ford als producer moet het wel goed komen. In het verleden werkte hij al met Arctic Monkeys, Blur en Foals samen, recentelijk was hij mede verantwoordelijk voor de comeback van Depeche Mode en de soloplaat van Portishead zangeres Beth Gibbons.
De romanticus Grian Chatten, die tevens voor het zware industriële Romance titelstuk de eindverantwoording draagt. De liefde als eeuwige trouw. Aan zijn geboortegrond, zijn naasten, zijn band. De haat/liefde relatie, een scheefhouding die als een op hol geslagen weegschaal op de afgrond balanceert. Soms op het randje, soms eroverheen. De menigte staat klaar om hem dat laatste duwtje te geven. Grian Chatten is zich sinds zijn Chaos for the Fly solodebuut bewust van de brekende vocale zachtheid, en misbruikt deze hier om zich tegen een muur van bombastische noise te bewapenen. James Ford stopt er de nodige van Depeche Mode afgekeken elektronica tussendoor en bewijst hier overduidelijk nadrukkelijk de keuze van Fontaines D.C. om met hem in zee te gaan.
De Here’s the Thing mindsetting deelt Grian Chatten zijn pijnen en ongemakken. Door de emotionele diepgang waan je jezelf in de derde Britpop golf die begin jaren negentig over de wereld heen dendert. Het enige minpunt is dat de gitaristen Carlos O’Connell en Conor Curley zich wat ondergeschikt aan de frontman opstellen. Zouden deze zich op gelijke hoogte plaatsen, dan komt hun spel nog wat meer tot zijn recht. Doordat het vaderschap zich bij Carlos O’Connell aandient, verkeert Fontaines D.C. in een andere fase. Het met breekbare kopstem gezongen Desire is de behoefte om het nageslacht van leugenaars te bevrijden. Carlos O’Connell laat zijn instrument zacht meewiegend mijmeren, en zorgt hier voor de diepgang welke je bij Here’s the Thing net een fractie mist.
Bij In the Modern World heeft Grian Chatten vrede met zijn terugkerende ongemakken. Zelfs de leegte kan ontroering opwekken. Zelfs de eenzaamheid kan je bewustzijn versterken. De steden staan voor vooruitgang, maar tevens voor verloedering, heropbouw en stabiliseren. Het heeft geen zin om de hoekstenen van de maatschappij af te breken, en deze naar de schuldige van het verval te werpen. Wat heb je aan een fundament, als het cement weggeslagen wordt? De steden staan voor de chaos in het hoofd, de verdovende wanorde, de depressies en het alsmaar aanwezige kutgevoel.
Bug ontsnapt net aan de noodlottige club van 27. Nu de leeftijd van dertig bereikt is, kan hij opgelucht ademhalen. Hij reflecteert zichzelf niet langer in anderen en gebruikt de passerende jaren om zijn eigen visie te volgen. Is het een volwassen houding of juist de conclusie dat rebellie een tegendraads naar effect oproept? Hoe bevalt het om de opruiende sloganzinnen in een poëtisch verhaal te mengen? Romance staat tevens voor de kracht van het woord, een liefdevolle invulling, bijna teder. De zoete Motorcycle Boy dreampop staat standvastig op het kruispunt waar de jaren tachtig door het naderende decennium voorbij gesneld worden. De drums slaan als vluchtige regendruppels neer, eventjes nog de verloren tijd inhalen, en daarna het nieuwe Nu omarmen. Zelfs in de Sundowner schoonheid blijft de verslavende hunkering naar de duisternis intact. Als de realiteit je niet tegemoet treedt, dan kun je het beste in je dromen blijven geloven.
Horseness Is the Whatness, de boze wereld geeft je een overvolle rugzak aan onbruikbare bagage mee. Is het mogelijk om deze ondraaglijke ellende te filteren, en als lichtgewicht het pad te vervolgen? Of is het een eerste levensbehoefte, een energieverrijkende voedingstof die je maakt wie je bent? Death Kink is de belofte om er toch voor te gaan. Het heeft de urgentie van de venijnige Pixies songs, het kenmerkende geflirt met hard en zacht, welke het muziekklimaat begin jaren negentig domineert. Het zoveelste bewijs dat Fontaines D.C. hun blik verruimt, en niet star navelstarend conservatief naar beneden staart. Zelf ben ik niet helemaal gelukkig met Chaos for the Fly, maar die ondernemende expeditie staat wel aan de basis van Romance. De puristen missen het typerende Ierse gepassioneerde temperament, de nonchalante egocentrische houding. Het ambitieuze Romance staat voor verbroedering, niet zozeer met je omgeving, maar met de innerlijke kwelgeesten. Fontaines D.C. zit midden in een overgangsfase, waar de postpunk nog slechts een van de vele facetten van het geluid bepaalt.
Fontaines D.C. - Romance | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Fontaines D.C. - Skinty Fia (2022)

5,0
10
geplaatst: 22 april 2022, 02:36 uur
Skinty Fia, de verdoemenis van het hert, zichzelf staande houdende in het bloedrode licht van een christelijke kelder. Hulpeloos voor de buitenwereld verborgen gehouden. De neergaande relatie spiraal overgoten in drugs, alcohol en de nachtelijke drang om te feesten. De opkomst en ondergang van het fragmentarisch verscheurende rock & roll bestaan, de Ierse roots, de keerzijde van de roem en de angst op stagnatie. Big Shot, al struikelend de eigen identiteit kwijtraken. Jezelf verliezende in onwaar makende grootheidswanen.
Het titelnummer Skinty Fia overstijgt de noodzakelijke Dogrel Sturm und Drang, de dromerige mistige A Hero’s Death moerasgolven, maar houdt wel die opgewekte twijfel vast. Bassist Conor Deegan III rammelt chirurgisch de songstructuren los, waarna drummer Tom Coll er operatief het nodige snij en hakwerk op los laat. Fontaines D.C. koppelt Summer Of love paranoia aan gitzwarte postpunk. De vervloekte erfenis van het hele Madchester gebeuren. Dans om te overleven, overleef door te dansen. Realiteitswaanzin overtroeft de opgefokte op de kaart zettende vechtersmentaliteit van Fontaines D.C. Het egocentrisme versterkt door de cocaïne arrogantie, corona isolatie en de verharde terugval van een vereenzaamde maatschappij. How Cold Love Is, de tweestrijd met de onoverwinnelijke verslavingen. Je naaste bedriegen om maar te scoren. Niks is zo sterk als eeuwige trouw totdat die eerste duistere levensbehoefte om de hoek komt kijken, dan is alles omkoopbaar en verkoopbaar, zelfs liefde.
Eerder werden we al door het politieke standpunt I Love You verrast, waar de verbijsterende gruwelheden van het Tuam Mother and Baby Home kraamhuis voor ongehuwde moeders aan bod komen. Een doofpot affaire, weggestopt door de Katholieke kerk. Illegale adopties, verwaarlozing en ondervoeding, een diepzwarte geschiedenispagina waarvan steeds meer ongelofelijke feiten naar buiten treden. Ieren zijn over het algemeen een trots eerlijk volk, en schamen zich diep voor deze trieste jaren durende gebeurtenis. Grian Chatten confronteert de luisteraar met de verharde waarheid, een nachtmerrie welke niet door dromerige postpunkklanken weggespoeld kan worden. De verbitterende wrange nasmaak blijft brandend zijn sporen tot littekens stigmatiseren.
Dan is Jackie Down the Line stukken luchtiger. Heerlijke warhoofden postpunk met losgeslagen gitaarakkoorden, brutaal ontembaar en lekker met beide voeten in het jaren tachtig tijdperk staande. Kortom drie overtuigende singles die nu bijstand krijgen van een zevental overige songs. Zou het Fontaines D.C. dan lukken om het derde meesterwerk uit te schrijven? Tijdens de eerder deze maand gehouden clubtour werden hooguit de pas uitgebrachte singles gespeeld, de afgesloten kluis aan overig gloednieuw materiaal zal zich pas op 22 april tonen.
In ár gCroíthe Go Deo, voor altijd in ons hart. Een waardig grafschrift, volgens de eeuwenoude Ierse tradities. Mooie woorden die de sterke familiebanden weergeven, worden weggezet als een provocerende heldendaad, gelinkt aan een politiek statement. Onacceptabel voor de hedendaagse conservatieve kerken in Engeland. Christelijke schijnheilige koorzang, de dagen sterven weg, de nachten houden afschermend de ogen gesloten. Welkom in de duisternis van de dagelijkse neergang. Die onmacht maakt een verontwaardigde Grian Chatten woedend, laat het verleden rusten, open je blik op het heden.
Het triest grijze Bloomsday, het definitieve afscheid van de drinkenbroers verbroedering die Dublin zo siert. Schepen verbranden, uitvarende schepen, met vlaggenschip Fontaines D.C. voorop. Roestbruin kletterend gitaarspel en melancholische slidebogen, zich voor de overtocht klaarmakend. De tragiek van oeroude puurheden en geschiedenislessen voor een mistig onwaarschijnlijk toekomstbeeld opofferend. Roman Holiday, voor de laatste keer thuiskomen, het laatste avondmaal met je vrienden, om vervolgens als verrader stilletjes de aftocht blazend. Een gemeend, goedbedoeld vaarwel. The Couple Across the Way, de aftakeling van het ouder worden. Liefde wordt houden van, houden van wordt afgunst, afgunst wordt vervolgens weer liefde. Uiteindelijk heeft het fictieve filmbeeld niks meer met de waarheid scheppende realiteit te maken. Een empathische gevoelskwestie gevloerd door een berustende accordeon.
Normaal komt dan de bezinning, maar in het geval van Fontaines D.C. is het sussende Nabokov een frustrerende nagalmende energieboots. Er zitten nog zoveel tegensputterende gitaarakkoorden in de band verscholen, die hier de kans pakken om het agressieve tegenwoord te geven. Fontaines D.C. gebruikt hiervoor de naam van Vladimir Nabokov, de spraakmakende schrijver van Lolita. Toen onbegrepen, en met afschuw betiteld, ondertussen als een van de briljantste literaire schrijvers en grootste vernieuwers van de moderne letterkunde gezien. Skinty Fia is nog maar het derde Fontaines D.C. essay, waarin hun standpunten steeds meer vorm krijgen, al gaat dit wel ten koste van de puntigheid van het vorige werk. Nog steeds geniaal, maar in essentie blijft Fontaines D.C. een rockband, hopelijk vergeten ze dat nooit.
Fontaines D.C. - Skinty Fia | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Het titelnummer Skinty Fia overstijgt de noodzakelijke Dogrel Sturm und Drang, de dromerige mistige A Hero’s Death moerasgolven, maar houdt wel die opgewekte twijfel vast. Bassist Conor Deegan III rammelt chirurgisch de songstructuren los, waarna drummer Tom Coll er operatief het nodige snij en hakwerk op los laat. Fontaines D.C. koppelt Summer Of love paranoia aan gitzwarte postpunk. De vervloekte erfenis van het hele Madchester gebeuren. Dans om te overleven, overleef door te dansen. Realiteitswaanzin overtroeft de opgefokte op de kaart zettende vechtersmentaliteit van Fontaines D.C. Het egocentrisme versterkt door de cocaïne arrogantie, corona isolatie en de verharde terugval van een vereenzaamde maatschappij. How Cold Love Is, de tweestrijd met de onoverwinnelijke verslavingen. Je naaste bedriegen om maar te scoren. Niks is zo sterk als eeuwige trouw totdat die eerste duistere levensbehoefte om de hoek komt kijken, dan is alles omkoopbaar en verkoopbaar, zelfs liefde.
Eerder werden we al door het politieke standpunt I Love You verrast, waar de verbijsterende gruwelheden van het Tuam Mother and Baby Home kraamhuis voor ongehuwde moeders aan bod komen. Een doofpot affaire, weggestopt door de Katholieke kerk. Illegale adopties, verwaarlozing en ondervoeding, een diepzwarte geschiedenispagina waarvan steeds meer ongelofelijke feiten naar buiten treden. Ieren zijn over het algemeen een trots eerlijk volk, en schamen zich diep voor deze trieste jaren durende gebeurtenis. Grian Chatten confronteert de luisteraar met de verharde waarheid, een nachtmerrie welke niet door dromerige postpunkklanken weggespoeld kan worden. De verbitterende wrange nasmaak blijft brandend zijn sporen tot littekens stigmatiseren.
Dan is Jackie Down the Line stukken luchtiger. Heerlijke warhoofden postpunk met losgeslagen gitaarakkoorden, brutaal ontembaar en lekker met beide voeten in het jaren tachtig tijdperk staande. Kortom drie overtuigende singles die nu bijstand krijgen van een zevental overige songs. Zou het Fontaines D.C. dan lukken om het derde meesterwerk uit te schrijven? Tijdens de eerder deze maand gehouden clubtour werden hooguit de pas uitgebrachte singles gespeeld, de afgesloten kluis aan overig gloednieuw materiaal zal zich pas op 22 april tonen.
In ár gCroíthe Go Deo, voor altijd in ons hart. Een waardig grafschrift, volgens de eeuwenoude Ierse tradities. Mooie woorden die de sterke familiebanden weergeven, worden weggezet als een provocerende heldendaad, gelinkt aan een politiek statement. Onacceptabel voor de hedendaagse conservatieve kerken in Engeland. Christelijke schijnheilige koorzang, de dagen sterven weg, de nachten houden afschermend de ogen gesloten. Welkom in de duisternis van de dagelijkse neergang. Die onmacht maakt een verontwaardigde Grian Chatten woedend, laat het verleden rusten, open je blik op het heden.
Het triest grijze Bloomsday, het definitieve afscheid van de drinkenbroers verbroedering die Dublin zo siert. Schepen verbranden, uitvarende schepen, met vlaggenschip Fontaines D.C. voorop. Roestbruin kletterend gitaarspel en melancholische slidebogen, zich voor de overtocht klaarmakend. De tragiek van oeroude puurheden en geschiedenislessen voor een mistig onwaarschijnlijk toekomstbeeld opofferend. Roman Holiday, voor de laatste keer thuiskomen, het laatste avondmaal met je vrienden, om vervolgens als verrader stilletjes de aftocht blazend. Een gemeend, goedbedoeld vaarwel. The Couple Across the Way, de aftakeling van het ouder worden. Liefde wordt houden van, houden van wordt afgunst, afgunst wordt vervolgens weer liefde. Uiteindelijk heeft het fictieve filmbeeld niks meer met de waarheid scheppende realiteit te maken. Een empathische gevoelskwestie gevloerd door een berustende accordeon.
Normaal komt dan de bezinning, maar in het geval van Fontaines D.C. is het sussende Nabokov een frustrerende nagalmende energieboots. Er zitten nog zoveel tegensputterende gitaarakkoorden in de band verscholen, die hier de kans pakken om het agressieve tegenwoord te geven. Fontaines D.C. gebruikt hiervoor de naam van Vladimir Nabokov, de spraakmakende schrijver van Lolita. Toen onbegrepen, en met afschuw betiteld, ondertussen als een van de briljantste literaire schrijvers en grootste vernieuwers van de moderne letterkunde gezien. Skinty Fia is nog maar het derde Fontaines D.C. essay, waarin hun standpunten steeds meer vorm krijgen, al gaat dit wel ten koste van de puntigheid van het vorige werk. Nog steeds geniaal, maar in essentie blijft Fontaines D.C. een rockband, hopelijk vergeten ze dat nooit.
Fontaines D.C. - Skinty Fia | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Foo Fighters - Sonic Highways (2014)

3,5
0
geplaatst: 29 augustus 2015, 18:06 uur
De opzet is natuurlijk geweldig, elk nummer opgenomen in een andere staat.
Maar er had natuurlijk veel meer in gezeten.
Nu klinkt elke song gewoon als een Foo Fighters lied.
Had in elke studio artiesten erbij gezet, die schijt aan Foo Fighters hebben, en gewoon hun eigen ding doen, en Dave Grohl samen met zijn band de rol vervullen als strakke begeleidingsband.
Henry Rollins (Black Flag), The Bad Brains, Pixies, Hüsker Dü, Kyuss, The Screaming Trees en The Replacements zouden geschikte voorbeelden zijn.
Ik denk dat een David Grohl genoeg respect heeft bij zijn collega’s, dat het hem wel moet lukken om deze bands voor dit project eenmalig bij elkaar te krijgen.
De positieve verrassing van dit album vind ik toch wel het meer REM klinkende Outside, waarbij de oud Eagles gitarist Joe Walsh een gastrol vervuld, en die haalde ik er dan weer niet uit.
Maar er had natuurlijk veel meer in gezeten.
Nu klinkt elke song gewoon als een Foo Fighters lied.
Had in elke studio artiesten erbij gezet, die schijt aan Foo Fighters hebben, en gewoon hun eigen ding doen, en Dave Grohl samen met zijn band de rol vervullen als strakke begeleidingsband.
Henry Rollins (Black Flag), The Bad Brains, Pixies, Hüsker Dü, Kyuss, The Screaming Trees en The Replacements zouden geschikte voorbeelden zijn.
Ik denk dat een David Grohl genoeg respect heeft bij zijn collega’s, dat het hem wel moet lukken om deze bands voor dit project eenmalig bij elkaar te krijgen.
De positieve verrassing van dit album vind ik toch wel het meer REM klinkende Outside, waarbij de oud Eagles gitarist Joe Walsh een gastrol vervuld, en die haalde ik er dan weer niet uit.
Forth Wanderers - The Longer This Goes On (2025)

0
geplaatst: 18 september 2025, 16:15 uur
Niks is zo belangrijk als je eigen gezondheid. Met die gedachte in haar achterhoofd maakte Ava Trilling in 2018 de dappere keuze om Forth Wanderers op een zijspoor te zetten. Jammer want hun gelijknamige tweede album was een sprankelende indiepop plaat. Achter de nummers van de zoektocht naar tienergeluk verwachte je geen grote mentale problemen. Toch zat de zangeres zodanig met haarzelf in de knoop dat ze daar eerst aan moet werken. Totaal onverwachts verschijnt dan ook To Know Me / To Love Me na een afwezigheid van zeven jaar in mei op single en kondigt de band een dag later de release van volwaardige The Longer This Goes On opvolger aan.
Is er verder veel veranderd? Welnee, Ava Trilling klampt nog steeds met een onzeker zelfbeeld. Er is eerder sprake van acceptatie, daar ligt de winst. De To Know Me / To Love Me powerpop is zelfs zo duister als de grunge uit de jaren negentig. Het getuigd nogmaals dat Sub Pop de meest geschikte platenmaatschappij voor deze uit New Jersey afkomstige band is. Het is muzikaal een stuk interessanter dan het debuut, en de single is een mooi visitekaartje. Het geeft perfect aan waar Forth Wanderers, en vooral Ava Trilling, op dit moment in het leven staat.
The Longer This Goes On heeft echter een lange aanloop. Gitarist Ben Guterl trekt Ava Trilling in 2021 al uit het diepe dal en leert haar als het ware opnieuw lopen. Stapje voor stapje de tijd gunnen, niet geforceerd, niks overhaast. Prachtig hoe producer Dan Howard op The Longer This Goes On die krachten bundelt en samen met Forth Wanderers de welverdiende opvolger maakt.
Dat Call You Back tijdens een van de slechte deprimerende dagen van de vocalist geschreven is, hoor je niet direct terug. Het overstuurde Call You Back is een op hol geslagen speeldoosje song. Een hyperactieve Zach Lorelli telt net te snel af, waarna de rest de drummer in hoog tempo volgt. Stel je eens voor dat The Longer This Goes On de bovengrens van 30 minuten haalt. Het enthousiaste ritmische 7 Months is van hetzelfde kaliber, heerlijk uptempo met gedurfde jazz percussie.
Het is allemaal zo compact mogelijk volgens het punkrockprincipe en daar passen geen lange nummers bij. Het door bassist Noah Schifrin gedragen Springboard is een uitzondering op deze regel, maar laat wel een avontuurlijke vintage zwarte postpunk kant van Forth Wanderers zien en horen. Het sluit perfect op de dromerige bordeauxrode film noir van Make Me aan. Dat Ava Trilling als een snipverkouden vocalist klinkt die verdwaast hulpeloos te lang door de beregende Twin Peaks bossen zwerft, nemen we voor lief.
Ze verschuilt zich achter Honey bubblegum romantiek, maar pakt net zo gemakkelijk stevig in de door Ben Guterl aangedreven Barnard punkrocker uit. Ze pakt het rustiger aan, en hoopt dat men niet te diep in de teksten gaat graven. Het afsluitende Don’t Go Looking is een klagende smeekbede om haar verder met rust te laten, en dat moeten we respecteren.
Forth Wanderers - The Longer This Goes On | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Is er verder veel veranderd? Welnee, Ava Trilling klampt nog steeds met een onzeker zelfbeeld. Er is eerder sprake van acceptatie, daar ligt de winst. De To Know Me / To Love Me powerpop is zelfs zo duister als de grunge uit de jaren negentig. Het getuigd nogmaals dat Sub Pop de meest geschikte platenmaatschappij voor deze uit New Jersey afkomstige band is. Het is muzikaal een stuk interessanter dan het debuut, en de single is een mooi visitekaartje. Het geeft perfect aan waar Forth Wanderers, en vooral Ava Trilling, op dit moment in het leven staat.
The Longer This Goes On heeft echter een lange aanloop. Gitarist Ben Guterl trekt Ava Trilling in 2021 al uit het diepe dal en leert haar als het ware opnieuw lopen. Stapje voor stapje de tijd gunnen, niet geforceerd, niks overhaast. Prachtig hoe producer Dan Howard op The Longer This Goes On die krachten bundelt en samen met Forth Wanderers de welverdiende opvolger maakt.
Dat Call You Back tijdens een van de slechte deprimerende dagen van de vocalist geschreven is, hoor je niet direct terug. Het overstuurde Call You Back is een op hol geslagen speeldoosje song. Een hyperactieve Zach Lorelli telt net te snel af, waarna de rest de drummer in hoog tempo volgt. Stel je eens voor dat The Longer This Goes On de bovengrens van 30 minuten haalt. Het enthousiaste ritmische 7 Months is van hetzelfde kaliber, heerlijk uptempo met gedurfde jazz percussie.
Het is allemaal zo compact mogelijk volgens het punkrockprincipe en daar passen geen lange nummers bij. Het door bassist Noah Schifrin gedragen Springboard is een uitzondering op deze regel, maar laat wel een avontuurlijke vintage zwarte postpunk kant van Forth Wanderers zien en horen. Het sluit perfect op de dromerige bordeauxrode film noir van Make Me aan. Dat Ava Trilling als een snipverkouden vocalist klinkt die verdwaast hulpeloos te lang door de beregende Twin Peaks bossen zwerft, nemen we voor lief.
Ze verschuilt zich achter Honey bubblegum romantiek, maar pakt net zo gemakkelijk stevig in de door Ben Guterl aangedreven Barnard punkrocker uit. Ze pakt het rustiger aan, en hoopt dat men niet te diep in de teksten gaat graven. Het afsluitende Don’t Go Looking is een klagende smeekbede om haar verder met rust te laten, en dat moeten we respecteren.
Forth Wanderers - The Longer This Goes On | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Foxygen - Seeing Other People (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 07:51 uur
Foxygen weet zichzelf al vijf albums te presenteren als een eigenzinnige band die schaamteloos shopt uit het repertoire van andere artiesten en dit weet te verwerken tot een eigen geheel vol aangename songs. Vergelijkbaar met een in de supermarkt gekochte groentemix waar thuis nog wat extra peper, zout en andere specerijen aan toegevoegd worden. Bij Seeing Other People hoort de getrainde luisteraar de invloed van Bruce Springsteen, Elvis Costello en Orange Juice terug. Maar wat dit zo’n leuke plaat maakt is het feestvierende party gevoel wat er als regenboog boven hangt. Sam France en Jonathan Rado zijn een vreemd duo. Al verschillende malen hebben ze aangegeven te stoppen met dit project, maar als ze dan de volgende dag ontwaken uit hun druggy roes, zijn ze dit alweer vergeten. De discussie of deze uit Californië afkomstige Would Be popsterren een gimmick zijn, of zichzelf als serieuze muzikanten beschouwen, wil ik hier niet aanzwengelen. Daarvoor is hun ontgrondbare karakter met speelse eigenschappen te amusant. Vergeet niet dat Seeing Other People gewoon weer een geweldige bloemlezing uit de popgeschiedenis is.
Al vanaf de kenmerkende ritmische jaren tachtig samplers van Work zit je al direct in het fluorescerende kleurige tijdperk van goedkope haarlak en ozonlaagaantasting. Inhoudelijk net zoveel te bieden als een luchtige zomerse aardbeientaart, maar wat wordt je hier vrolijk van. Geweldig hoe Sam hier in de tekst een sneer uitdeelt naar zijn collega Jonathan. Het conflict dat aanzet tot songwriting wordt hier volledig satirisch uitgewerkt. Met Mono begeven ze zich op het veld van afgekeurde retro soundtracks. Niemandalletjes die dienst doen om clichématige b-films op te leuken. Met de diepere vocalen imiteren ze de white soul uit vergaande glorie tijden. Sensueel werkt Sam zich door Seeing Other People heen, je gaat bijna geloven dat het een aangenaam liefdesliedje betreft. De humorvolle lyrics gaan in principe weer nergens over, heerlijk dat dit gewoon mogelijk is. De funkende discostamper Face The Facts laat weer een andere schizofrene uiting zien van deze vroegrijpe pubers, die als een Siamese tweeling met een vreemde hersenenkronkel aan elkaar verbonden lijken te zijn. Vaak heb je het gevoel dat er vooral naar woorden en zinsdelen gezocht worden die voor de vorm prima op elkaar aansluiten. Het quasi intellectueel klinkende Livin’ a Lie inclusief sentimenteel intermezzo is daar een duidelijk voorbeeld van.
Het potige The Thing Is laat de mouwen flink opstropen om de spierballen te laten zien. Deze arbeidersrocker wil chauvinistisch Amerika vol trots laten paraderen met hun Stars and Stripes. Met een lekkere flow bluft Sam France zich door de foute synthesizerbegeleiding van News heen, al kan ik niet ontkennen dat de vette bas en solerende gitaar er wel heel strak doorheen klinken. Met de gospel betuiging van Flag at Half-Mast raken ze de juiste snaar, al is die wel heel losjes aangespannen. Ergens tegen het einde lijken er onbewust nog wat vrijgekomen melodietjes tussen gestopt te worden, vanwege het ontbreken van een passend einde. Opgepompte funk mag op een Funkadelic wijze het stoere The Conclusion swingend laten afsluiten. Een gewaagd nummer om de te verwachten reünietournee over twee jaar mee te starten. Zoals te verwachten is Seeing Other People alles behalve origineel, maar slecht wordt het nergens. Foxygen is zo’n band waarvan men verwacht dat ze tot veel meer in staat horen te zijn. Volgens mij weten ze juist hun beperktheid te camoufleren door de komische invulling van de songs.
Foxygen - Seeing Other People | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Al vanaf de kenmerkende ritmische jaren tachtig samplers van Work zit je al direct in het fluorescerende kleurige tijdperk van goedkope haarlak en ozonlaagaantasting. Inhoudelijk net zoveel te bieden als een luchtige zomerse aardbeientaart, maar wat wordt je hier vrolijk van. Geweldig hoe Sam hier in de tekst een sneer uitdeelt naar zijn collega Jonathan. Het conflict dat aanzet tot songwriting wordt hier volledig satirisch uitgewerkt. Met Mono begeven ze zich op het veld van afgekeurde retro soundtracks. Niemandalletjes die dienst doen om clichématige b-films op te leuken. Met de diepere vocalen imiteren ze de white soul uit vergaande glorie tijden. Sensueel werkt Sam zich door Seeing Other People heen, je gaat bijna geloven dat het een aangenaam liefdesliedje betreft. De humorvolle lyrics gaan in principe weer nergens over, heerlijk dat dit gewoon mogelijk is. De funkende discostamper Face The Facts laat weer een andere schizofrene uiting zien van deze vroegrijpe pubers, die als een Siamese tweeling met een vreemde hersenenkronkel aan elkaar verbonden lijken te zijn. Vaak heb je het gevoel dat er vooral naar woorden en zinsdelen gezocht worden die voor de vorm prima op elkaar aansluiten. Het quasi intellectueel klinkende Livin’ a Lie inclusief sentimenteel intermezzo is daar een duidelijk voorbeeld van.
Het potige The Thing Is laat de mouwen flink opstropen om de spierballen te laten zien. Deze arbeidersrocker wil chauvinistisch Amerika vol trots laten paraderen met hun Stars and Stripes. Met een lekkere flow bluft Sam France zich door de foute synthesizerbegeleiding van News heen, al kan ik niet ontkennen dat de vette bas en solerende gitaar er wel heel strak doorheen klinken. Met de gospel betuiging van Flag at Half-Mast raken ze de juiste snaar, al is die wel heel losjes aangespannen. Ergens tegen het einde lijken er onbewust nog wat vrijgekomen melodietjes tussen gestopt te worden, vanwege het ontbreken van een passend einde. Opgepompte funk mag op een Funkadelic wijze het stoere The Conclusion swingend laten afsluiten. Een gewaagd nummer om de te verwachten reünietournee over twee jaar mee te starten. Zoals te verwachten is Seeing Other People alles behalve origineel, maar slecht wordt het nergens. Foxygen is zo’n band waarvan men verwacht dat ze tot veel meer in staat horen te zijn. Volgens mij weten ze juist hun beperktheid te camoufleren door de komische invulling van de songs.
Foxygen - Seeing Other People | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Francesca De Fazi - Craft Songs (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 16:34 uur
Als vrouwen zich aan het typische mannelijke fenomeen de blues wagen, dan wordt er veelal over het verrotte bestaan gezongen. Doorleefd en vaak met de nodige huiselijke geweld dwingen ze respect af bij collega’s. In de rauwe imago schuilt nog ergens de gevoeligheid van een klein hartje wat verborgen zit achter het gecreëerde pantserschild. De uit Rome afkomstige Francesca De Fazi is zo’n stoer topwijf. Achter haar goedlachse glimlach verschuilt de nodige ellende. Deze zangeres is vooral boos op de onrechtvaardige wereld, heel boos zelfs. Met haar blonde lokken in vlechtjes gevlochten presenteert ze zichzelf als een jeugdige strijdster. Het stoere uiterlijk vind hiermee aansluiting bij die van de hedendaagse beoefenaars van vechtsporten. De twintig jaar aan ervaring in de muziekscene verbleken bij haar tijdloze verschijning.
Vanaf Craft Songs laat ze het achterste van de tong zien, zodat ook haar ruwe strot zichtbaar is, waar ze met de nodige heesheid het scheermes geluid uit tevoorschijn tovert. Making Miracles is een cadeautje van haar begeleidingsband. Gedoopt in een overvloed van funkende drumpartijen geeft Simone Pozzi de muzikanten genoeg ruimte om te volgen. Een grote rol hierin is weg gelegd voor bassist Manuel Volpe en saxofonist Simone Carino. Francesca De Fazi mag zich warm lopen om opgepompt de eerste ronde in te stappen met het bluesy Message in the Bottleneck. Gecoacht door de mondharmonica van Tom Newton begeleid ze zichzelf op slide gitaar.
Met de speelse dribbels in Emergency gooit ze een hoop kwetsbaarheid in de ring. Sensueel weet ze haar tegenstander in verwarring te brengen. De aandacht gaat volledig naar de gedragen slepende voordracht. De eerste klap wordt uitgedeeld door het drillende Pacific Trash Vortex. Met heerlijke dansbare klanken veranderd ze de boksring in een retro discovloer. De eerste time out volgt met het opladende Danubio Blues. Voor de eerste keer pakt ze de gitaar stevig vast om de jankende blues akkoorden eruit te persen. Door de opzwepende funk wil het net wat meer naar lucht happen.
In slow motion zijn de moves tot in de puntjes te volgen in het heerlijk voort tikkende pianospel van Post Partum Blues. Haar roots willen steeds sterker domineren in deze relaxte track. Totaal opgepept benut ze de vrijgekomen ruimtes in de typische blues song At Bottom Of A Glass. Met die lege fles weet ze weer de meest aangename slide sound op te roepen. Dat ze hier het uiterste van haar stemcapaciteiten opzoekt is een prachtige toevoeging. Heaven Pie gooit er een persoonlijk stuk sentiment tussen. Een beetje teveel misschien, maar deze openheid is voornamelijk vrouw eigen. Het donkere, schreeuwerige gitaarspel duid op meer volgende duisternis.
De vloer wordt aangeveegd met de funkende krachtpatserij van Heart In Mind. Ondanks dat ze duidelijk geen keuze tussen blues en funk weet te maken, wil dit nergens storen. Sterker nog, ze voegt een nieuwe dimensie toe aan de cross-over uit de jaren negentig. Blues weet zich net zo gemakkelijk als metal te koppelen aan funk. Na eventjes een stapje terug te doen in het soulvolle White Lies slaat ze definitief toe met Barbecue Blues. Als geheime wapen wordt het twistende boogie woogie pianospel van Dom Pinkin ingezet, om uiteindelijk een knock out uit te delen. Bam! 1-0 voor Francesca De Fazi.
Francesca De Fazi - Craft Songs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Vanaf Craft Songs laat ze het achterste van de tong zien, zodat ook haar ruwe strot zichtbaar is, waar ze met de nodige heesheid het scheermes geluid uit tevoorschijn tovert. Making Miracles is een cadeautje van haar begeleidingsband. Gedoopt in een overvloed van funkende drumpartijen geeft Simone Pozzi de muzikanten genoeg ruimte om te volgen. Een grote rol hierin is weg gelegd voor bassist Manuel Volpe en saxofonist Simone Carino. Francesca De Fazi mag zich warm lopen om opgepompt de eerste ronde in te stappen met het bluesy Message in the Bottleneck. Gecoacht door de mondharmonica van Tom Newton begeleid ze zichzelf op slide gitaar.
Met de speelse dribbels in Emergency gooit ze een hoop kwetsbaarheid in de ring. Sensueel weet ze haar tegenstander in verwarring te brengen. De aandacht gaat volledig naar de gedragen slepende voordracht. De eerste klap wordt uitgedeeld door het drillende Pacific Trash Vortex. Met heerlijke dansbare klanken veranderd ze de boksring in een retro discovloer. De eerste time out volgt met het opladende Danubio Blues. Voor de eerste keer pakt ze de gitaar stevig vast om de jankende blues akkoorden eruit te persen. Door de opzwepende funk wil het net wat meer naar lucht happen.
In slow motion zijn de moves tot in de puntjes te volgen in het heerlijk voort tikkende pianospel van Post Partum Blues. Haar roots willen steeds sterker domineren in deze relaxte track. Totaal opgepept benut ze de vrijgekomen ruimtes in de typische blues song At Bottom Of A Glass. Met die lege fles weet ze weer de meest aangename slide sound op te roepen. Dat ze hier het uiterste van haar stemcapaciteiten opzoekt is een prachtige toevoeging. Heaven Pie gooit er een persoonlijk stuk sentiment tussen. Een beetje teveel misschien, maar deze openheid is voornamelijk vrouw eigen. Het donkere, schreeuwerige gitaarspel duid op meer volgende duisternis.
De vloer wordt aangeveegd met de funkende krachtpatserij van Heart In Mind. Ondanks dat ze duidelijk geen keuze tussen blues en funk weet te maken, wil dit nergens storen. Sterker nog, ze voegt een nieuwe dimensie toe aan de cross-over uit de jaren negentig. Blues weet zich net zo gemakkelijk als metal te koppelen aan funk. Na eventjes een stapje terug te doen in het soulvolle White Lies slaat ze definitief toe met Barbecue Blues. Als geheime wapen wordt het twistende boogie woogie pianospel van Dom Pinkin ingezet, om uiteindelijk een knock out uit te delen. Bam! 1-0 voor Francesca De Fazi.
Francesca De Fazi - Craft Songs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Fránçois & The Atlas Mountains - Banane Bleue (2021)

3,5
1
geplaatst: 26 februari 2021, 18:17 uur
Het gros van de muzikale hedendaagse artiesten bewandelen dezelfde muzikale snelweg om mee te liften op de nieuwste hypes om vervolgens weer net zo gemakkelijk over te stappen op een ander transportmiddel. Buitenbeentje François Marry is een zwervende backpacker die de vertrouwde hobbelige landpaden bewandeld. Oude wegen die allang belopen zijn, maar waarbij wel nog steeds de geuren en kleuren van vroeger die zintuigelijke herinneringen oproepen. The Foreigner is het toepasselijke beginpunt van dit reisverslag waarbij de amicale collega’s als Bremer stadsmuzikanten aansluiten en deze gezamenlijke ontdekkingstocht vervolgen.
François Marry is de wereldreiziger die heen en weer pendelt tussen thuisland Frankrijk, en het Verenigd Koninkrijk, waarbij hij in de bijrol als tournee muzikant regelmatig met de Schotse indie poppers van Camera Obscura op het podium te vinden is. Frànçois & The Atlas Mountains mengt de Franse jaren zeventig retro softpop met een vleugje aan dansbare tripdisco. Een stukje erfenis die ze hebben overgehouden aan hun zesjarige verblijf in het inspirerende Bristol. De vijfde studioplaat Banane Bleue van het gezelschap staat vooral vol met zweverige licht elektronisch georiënteerde wereldmuziek, maar dan in de breedste zin van het woord. Een universele taalbeleving, waarbij het Frans bijna onmerkbaar wordt afgewisseld met het Engels.
Eigenlijk is het in deze tijd ook wel heerlijk om een ouderwetse niks aan de hand plaat te horen. Eventjes helemaal weg van het vermoeiende verwarrende gebeuren om je heen. Banane Bleue is een ontspannen sfeermiddel om die gedachten eventjes niet te laten beïnvloeden door die drukkende omgeving en de onzekere toekomstverwachtingen. De Finse Jaakko Eino Kalevi verpakt dat lome gevoel in zijn betrokken rol als producer van het totaalplaatje. Hoe multicultureel wil je het hebben? Het ruimtelijke multinationale Blauwe Banaan concept dus; die verbondenheid tussen metropolen om als krachtige eenheid te profiteren van elkaars inzichten en kwaliteiten.
Zomerse Europese luisterpop die net wat verder afwijkt van de gemiddelde folky singer-songwriter neuzelaar of hippe indiepop act. De culinaire ingrediënten worden verder aangevuld met smaakmakende steden als het historische Athene, het theatrale Berlijn en het kunstzinnige Parijs, bijzondere culturele en modieuze ontmoetingsplaatsen van waaruit tijdelijk gewerkt is om tot een bruisend, maar voornamelijk zonnig resultaat te komen. Dagdromen met de verwarmende klanken van Par le Passé en swingend pootje baden met het aansluitende Holly Go Lightly.
Toch mag er in het vervolg nog wat meer gebruik gemaakt worden van lef en durf door die specifieke karakteriserende elementen van de verschillende stedentrippen een plek te geven zoals ze dat voortreffelijk doen in het organische met echte instrumenten bespeelde Gold & Lips en de door dreigende donderwolken openbrekende Krautrock invloeden in het afsluitende Dans un Taxi. De zomerse horizon is in ieder geval in zicht.
Fránçois & The Atlas Mountains - Banane Bleue | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
François Marry is de wereldreiziger die heen en weer pendelt tussen thuisland Frankrijk, en het Verenigd Koninkrijk, waarbij hij in de bijrol als tournee muzikant regelmatig met de Schotse indie poppers van Camera Obscura op het podium te vinden is. Frànçois & The Atlas Mountains mengt de Franse jaren zeventig retro softpop met een vleugje aan dansbare tripdisco. Een stukje erfenis die ze hebben overgehouden aan hun zesjarige verblijf in het inspirerende Bristol. De vijfde studioplaat Banane Bleue van het gezelschap staat vooral vol met zweverige licht elektronisch georiënteerde wereldmuziek, maar dan in de breedste zin van het woord. Een universele taalbeleving, waarbij het Frans bijna onmerkbaar wordt afgewisseld met het Engels.
Eigenlijk is het in deze tijd ook wel heerlijk om een ouderwetse niks aan de hand plaat te horen. Eventjes helemaal weg van het vermoeiende verwarrende gebeuren om je heen. Banane Bleue is een ontspannen sfeermiddel om die gedachten eventjes niet te laten beïnvloeden door die drukkende omgeving en de onzekere toekomstverwachtingen. De Finse Jaakko Eino Kalevi verpakt dat lome gevoel in zijn betrokken rol als producer van het totaalplaatje. Hoe multicultureel wil je het hebben? Het ruimtelijke multinationale Blauwe Banaan concept dus; die verbondenheid tussen metropolen om als krachtige eenheid te profiteren van elkaars inzichten en kwaliteiten.
Zomerse Europese luisterpop die net wat verder afwijkt van de gemiddelde folky singer-songwriter neuzelaar of hippe indiepop act. De culinaire ingrediënten worden verder aangevuld met smaakmakende steden als het historische Athene, het theatrale Berlijn en het kunstzinnige Parijs, bijzondere culturele en modieuze ontmoetingsplaatsen van waaruit tijdelijk gewerkt is om tot een bruisend, maar voornamelijk zonnig resultaat te komen. Dagdromen met de verwarmende klanken van Par le Passé en swingend pootje baden met het aansluitende Holly Go Lightly.
Toch mag er in het vervolg nog wat meer gebruik gemaakt worden van lef en durf door die specifieke karakteriserende elementen van de verschillende stedentrippen een plek te geven zoals ze dat voortreffelijk doen in het organische met echte instrumenten bespeelde Gold & Lips en de door dreigende donderwolken openbrekende Krautrock invloeden in het afsluitende Dans un Taxi. De zomerse horizon is in ieder geval in zicht.
Fránçois & The Atlas Mountains - Banane Bleue | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Frank Black - Fast Man Raider Man (2006)

3,0
2
geplaatst: 24 juni 2012, 00:08 uur
Bij dit album krijg ik een ander beeld dan dat van die bekende frontman van Pixies.
Hierbij zet ik hem eerder neer in de rol van vrachtwagenchauffeur.
Met zo’n lichtgevend kerstboompje op de dashboard.
Twee fout gespelde kindernamen die nummerborden versieren.
Djeniffer en Djoelie.
Een grote sticker met de tekst; De Mijne Is 18 Meter.
Radio afgestemd op een lokale country zender.
Elke dag hetzelfde ritueel.
Pit stop bij de dichtstbijzijnde McDonalds.
Big Mac menu met extra fritessaus.
De eenzaamheid van een trucker.
Ergens afgelegen een slaapplek opzoeken.
Langs de snelweg op een lugubere parkeerplaats.
Sterren aan de hemel als enige trouwe metgezel.
Verlangend naar zijn gezin thuis.
Eenmaal daar weer verlangen naar het leven On The Road.
Geen romantiek op Route 66.
Route 66 is gewoon een verbindingsstuk.
Misschien wel het leven wat beter bij Frank Black past dan de opgelegde cultstatus.
Fast Man Raider Man geeft mijn meer inzicht in de persoon Charles Michael Kitridge Thompson IV
Ook al kan hij niet tippen aan de albums van Pixies.
Hierbij zet ik hem eerder neer in de rol van vrachtwagenchauffeur.
Met zo’n lichtgevend kerstboompje op de dashboard.
Twee fout gespelde kindernamen die nummerborden versieren.
Djeniffer en Djoelie.
Een grote sticker met de tekst; De Mijne Is 18 Meter.
Radio afgestemd op een lokale country zender.
Elke dag hetzelfde ritueel.
Pit stop bij de dichtstbijzijnde McDonalds.
Big Mac menu met extra fritessaus.
De eenzaamheid van een trucker.
Ergens afgelegen een slaapplek opzoeken.
Langs de snelweg op een lugubere parkeerplaats.
Sterren aan de hemel als enige trouwe metgezel.
Verlangend naar zijn gezin thuis.
Eenmaal daar weer verlangen naar het leven On The Road.
Geen romantiek op Route 66.
Route 66 is gewoon een verbindingsstuk.
Misschien wel het leven wat beter bij Frank Black past dan de opgelegde cultstatus.
Fast Man Raider Man geeft mijn meer inzicht in de persoon Charles Michael Kitridge Thompson IV
Ook al kan hij niet tippen aan de albums van Pixies.
Frank Black - Frank Black (1993)

3,5
0
geplaatst: 3 mei 2017, 02:03 uur
Pixies stoppen er mee, en Frank Black probeert het solo, terwijl hij qua succes vervolgens wordt ingehaald door het commercieel goed scorende Breeders van Kim Deal.
Zijn eerste album opent met gelijk zijn beste solo nummer.
Los Angeles is gewoon een steengoed Pixies nummer; denk je eens in als de hoge zangpartijen op het laatst door Kim Deal gezongen zouden zijn.
Vervolgens het feel good gevoel van de latere Pixies albums in I Heard Ramona Sing, wat voor mijn gevoel meer een ode aan The Beach Boys is, dan aan Ramones.
Maar dat is misschien ook wel zijn vorm van de toch wel afwijkende humor.
Hang On To Your Ego is vervolgens dus inderdaad een nummer van The Beach Boys, maar meer in het tempo van Ramones gespeeld; misschien is dit wel de hele vette knipoog naar het hele gebeuren.
Vervolgens gaat het tempo wel omlaag, maar over de hele linie gezien komt dit album aardig in de buurt van The Pixies.
Places Named After Numbers heeft een musical achtig begin, maar gaat vervolgens wel richting Pixies, al hoor ik ook wat van The Smiths terug, zeker in het gitaarstuk wat volgt.
Ook bij Old Man Dawning moet ik aan die band denken.
Ten Percenter is weer echt Pixies.
Vervolgens wordt het wel wat minder, maar slecht wordt het niet, Tossed is een leuk instrumentaal nummer met halverwege wat Madness invloeden, zoals die ook hoorbaar zijn op Adda Lee; met het Doe Maar achtige intro (Liever Dan Lief).
Ik zag hem een aantal jaren geleden in Doornroosje (2007 of 2008), en toen had hij er volgens mij totaal geen zin in; maakte zelfs een verveelde indruk.
Wat was ik blij dat hij vervolgens een doorstart maakte met Pixies, maar als ik heel reëel ben dan zijn die laatste twee albums toch wel minder dan deze plaat.
Hier zit meer frisheid in, en geloofde hij er nog in, net zoals hij in buitenaards leven geloofd.
Zijn eerste album opent met gelijk zijn beste solo nummer.
Los Angeles is gewoon een steengoed Pixies nummer; denk je eens in als de hoge zangpartijen op het laatst door Kim Deal gezongen zouden zijn.
Vervolgens het feel good gevoel van de latere Pixies albums in I Heard Ramona Sing, wat voor mijn gevoel meer een ode aan The Beach Boys is, dan aan Ramones.
Maar dat is misschien ook wel zijn vorm van de toch wel afwijkende humor.
Hang On To Your Ego is vervolgens dus inderdaad een nummer van The Beach Boys, maar meer in het tempo van Ramones gespeeld; misschien is dit wel de hele vette knipoog naar het hele gebeuren.
Vervolgens gaat het tempo wel omlaag, maar over de hele linie gezien komt dit album aardig in de buurt van The Pixies.
Places Named After Numbers heeft een musical achtig begin, maar gaat vervolgens wel richting Pixies, al hoor ik ook wat van The Smiths terug, zeker in het gitaarstuk wat volgt.
Ook bij Old Man Dawning moet ik aan die band denken.
Ten Percenter is weer echt Pixies.
Vervolgens wordt het wel wat minder, maar slecht wordt het niet, Tossed is een leuk instrumentaal nummer met halverwege wat Madness invloeden, zoals die ook hoorbaar zijn op Adda Lee; met het Doe Maar achtige intro (Liever Dan Lief).
Ik zag hem een aantal jaren geleden in Doornroosje (2007 of 2008), en toen had hij er volgens mij totaal geen zin in; maakte zelfs een verveelde indruk.
Wat was ik blij dat hij vervolgens een doorstart maakte met Pixies, maar als ik heel reëel ben dan zijn die laatste twee albums toch wel minder dan deze plaat.
Hier zit meer frisheid in, en geloofde hij er nog in, net zoals hij in buitenaards leven geloofd.
Frank Boeijen Groep - Kontakt (1984)

3,5
0
geplaatst: 27 augustus 2018, 16:32 uur
Voor mij het beste album van Frank Boeijen Groep.
Kontakt is een terugkomend thema, eigenlijk draait het hele album over het gevoel van een wereld waarin tolerantie en eenheid centraal staan.
De teksten zijn minder cryptisch dan bij eerdere en ook latere nummers, en ook meer maatschappelijk gericht.
Natuurlijk is niet alles even sterk, maar Kontakt, Zwart Wit, Vallen en Opstaan, 1.000.000 Sterren en Doe Iets steken er boven uit.
Japan werd al eerder genoemd, en Vallen en Opstaan doet mij muzikaal absoluut aan David Sylvian denken.
Opvolger Foto van een Mooie Dag klinkt weer totaal anders, intiemer, ik denk dat de rol van Maarten Peters daar ook in mee speelde.
Door de sfeer op die plaat is Frank Boeijen wel minder goed te verstaan.
Nog steeds een groter liefhebber van het groepsverband, dan het solowerk van Frank Boeijen.
Kontakt is een terugkomend thema, eigenlijk draait het hele album over het gevoel van een wereld waarin tolerantie en eenheid centraal staan.
De teksten zijn minder cryptisch dan bij eerdere en ook latere nummers, en ook meer maatschappelijk gericht.
Natuurlijk is niet alles even sterk, maar Kontakt, Zwart Wit, Vallen en Opstaan, 1.000.000 Sterren en Doe Iets steken er boven uit.
Japan werd al eerder genoemd, en Vallen en Opstaan doet mij muzikaal absoluut aan David Sylvian denken.
Opvolger Foto van een Mooie Dag klinkt weer totaal anders, intiemer, ik denk dat de rol van Maarten Peters daar ook in mee speelde.
Door de sfeer op die plaat is Frank Boeijen wel minder goed te verstaan.
Nog steeds een groter liefhebber van het groepsverband, dan het solowerk van Frank Boeijen.
Frank Carter & The Rattlesnakes - Dark Rainbow (2024)

3,0
0
geplaatst: 31 januari 2024, 17:55 uur
Misschien is het een bewuste keuze van zelfbescherming dat Frank Carter het na het de longen uit zijn lijf schreeuwende Blossom steeds rustiger aan doet. Met dit geweld houden de stembanden het namelijk geen eeuwigheid vol, zeker niet met een overvolle concertagenda. Zonder de nu metal screams klinkt de punkzanger op End Of Suffering een stuk minder overtuigend, zeker als ook zijn The Rattlesnakes voor een meer toegankelijk cross-over geluid kiezen. Lockdown plaat Sticky identificeert zich met het mentale verval van een maatschappij die zijn eigen graf aan het delven is. Zoekt het duistere Dark Rainbow al een grafsteen met het “Hier rusten Frank Carter & The Rattlesnakes”- opschrift uit, of worstelen ze vanuit die valkuil een weg naar boven, en is er hier van een wederopstanding sprake?
In het zelf reflecterende Honey verontschuldigt Frank Carter zich voor het feit dat hij nu zelfs mierzoete liefdesliedjes maakt. Ik vraag mij af of deze uitleg relevant is. The Rattlesnakes zorgen nog steeds voor dat stekende rockrandje, waardoor het een kolkende moshpit menigte zeker in beweging brengt. Al druipen die vervolgens bij het hitgevoelige Man Of The Hour definitief af, en bedenken zich dat een biertje aan de bar stukken lekkerder smaakt. Tussen de strijkers en pianoballad toetsenwerk vraagt Frank Carter zich hulpeloos af waar die rocker in hem gebleven is. Hij valt voor de Can I Take You Home soulliefde, een breed contrast met het tenger gespierde getatoeëerde uiterlijk van een raddraaier die voorheen de concurrentie gemakkelijk met zijn indrukwekkende performance wegblies.
Het sensuele American Spirit ligt hem beter, hier heerst een opgewonden woestijn glamrockende zwoelheid, al is Frank Carter de zwakke factor in het geheel. Het blijft vreemd om een steeds beter zingende bijna croonende vocalist zo af te vallen, normaal is van het tegenovergestelde sprake. Gitarist Dean Richardson houdt het punk idealisme enigszins staande. Moet ik voorzichtig concluderen dat het tweetal uit elkaar gegroeid is en een scheiding slechts een kwestie van tijd is? Of ben ik een conservatieve oude zeur met een “vroeger was alles beter” mentaliteit die een band afzeikt als vernieuwingsdrang ontbreekt, terwijl ik misschien net zo gemakkelijk tot de aanval overga als die vernieuwingsdrang er wel is? Het komt bij mij al een aantal platen niet meer binnen. Was ik bij de vorige recensies nog enigszins schappelijk en hoopvol, daar moet ik nu toch van afwijken.
Waar raakt Frank Carter zichzelf kwijt? Het deprimerende Happier Days is een hulpvraag om die liefde, het geluk te hervinden. De Blossom frustraties bieden geen antwoord, maar deze primal scream therapie geeft wel ruimte in het overspannen hoofd. Liefdesverdriet en mislukte vastlopende relaties vormen een uitputtende inspiratiebron, het voelt wat puberaal aan. De kilte van een gevuld leeg zielloos bed is in het verleden vaak beter bezongen. Het is allemaal gemeend en persoonlijk, het sombere Queen of Hearts en het ouderwetse emotioneel beladen Superstar maken weldegelijk indruk. Natuurlijk zit er genoeg echtheid in de songs, natuurlijk moet je het verdriet en daaruit voortkomend pijnlijk leed niet onderschatten. Waarschijnlijk is het eenvoudiger om je achter een rockende gitaar te verschuilen dan met de gevoeligheid van een piano en een treursaxofoon te werk te gaan. Die kwetsbare gedurfdheid kan ik zeker appreciëren. Dieper kan deze vocalist niet gaan, maar toch mis ik iets. Neem die tijd om tot bezinning te komen en te revancheren, zo niet, rust dan in vrede.
Frank Carter & The Rattlesnakes - Dark Rainbow | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
In het zelf reflecterende Honey verontschuldigt Frank Carter zich voor het feit dat hij nu zelfs mierzoete liefdesliedjes maakt. Ik vraag mij af of deze uitleg relevant is. The Rattlesnakes zorgen nog steeds voor dat stekende rockrandje, waardoor het een kolkende moshpit menigte zeker in beweging brengt. Al druipen die vervolgens bij het hitgevoelige Man Of The Hour definitief af, en bedenken zich dat een biertje aan de bar stukken lekkerder smaakt. Tussen de strijkers en pianoballad toetsenwerk vraagt Frank Carter zich hulpeloos af waar die rocker in hem gebleven is. Hij valt voor de Can I Take You Home soulliefde, een breed contrast met het tenger gespierde getatoeëerde uiterlijk van een raddraaier die voorheen de concurrentie gemakkelijk met zijn indrukwekkende performance wegblies.
Het sensuele American Spirit ligt hem beter, hier heerst een opgewonden woestijn glamrockende zwoelheid, al is Frank Carter de zwakke factor in het geheel. Het blijft vreemd om een steeds beter zingende bijna croonende vocalist zo af te vallen, normaal is van het tegenovergestelde sprake. Gitarist Dean Richardson houdt het punk idealisme enigszins staande. Moet ik voorzichtig concluderen dat het tweetal uit elkaar gegroeid is en een scheiding slechts een kwestie van tijd is? Of ben ik een conservatieve oude zeur met een “vroeger was alles beter” mentaliteit die een band afzeikt als vernieuwingsdrang ontbreekt, terwijl ik misschien net zo gemakkelijk tot de aanval overga als die vernieuwingsdrang er wel is? Het komt bij mij al een aantal platen niet meer binnen. Was ik bij de vorige recensies nog enigszins schappelijk en hoopvol, daar moet ik nu toch van afwijken.
Waar raakt Frank Carter zichzelf kwijt? Het deprimerende Happier Days is een hulpvraag om die liefde, het geluk te hervinden. De Blossom frustraties bieden geen antwoord, maar deze primal scream therapie geeft wel ruimte in het overspannen hoofd. Liefdesverdriet en mislukte vastlopende relaties vormen een uitputtende inspiratiebron, het voelt wat puberaal aan. De kilte van een gevuld leeg zielloos bed is in het verleden vaak beter bezongen. Het is allemaal gemeend en persoonlijk, het sombere Queen of Hearts en het ouderwetse emotioneel beladen Superstar maken weldegelijk indruk. Natuurlijk zit er genoeg echtheid in de songs, natuurlijk moet je het verdriet en daaruit voortkomend pijnlijk leed niet onderschatten. Waarschijnlijk is het eenvoudiger om je achter een rockende gitaar te verschuilen dan met de gevoeligheid van een piano en een treursaxofoon te werk te gaan. Die kwetsbare gedurfdheid kan ik zeker appreciëren. Dieper kan deze vocalist niet gaan, maar toch mis ik iets. Neem die tijd om tot bezinning te komen en te revancheren, zo niet, rust dan in vrede.
Frank Carter & The Rattlesnakes - Dark Rainbow | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Frank Carter & The Rattlesnakes - End of Suffering (2019)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 08:01 uur
De Britse Frank Carter lijkt zich muzikaal steeds sterker van zijn hardcore punk verleden te distantiëren. De voormalige frontman van Gallows houdt zich ondanks zijn kleine gestalte en vrijwel volledige getatoeëerde lijf prima staande met dit meer toegankelijke geluid. De powerrock heeft eerder raakvlakken met Manic Street Preachers, zoals het snelle punk rockende Heartbreaker en het latere exploderende Supervillain. Uit de tijd dat die nog in hun provocerende slogans en idealen geloofden. Er is zelfs ruimte voor sfeervolle toetsenbegeleiding in het sterk door de postgrunge beïnvloedde titelstuk End of Suffering. Samen met zijn begeleidingsband The Rattlesnakes zet hij de op voorgangers Blossom en Modern Ruin ingezette lijn voort. Dat hij nog steeds zijn stembanden weet te smeren met een buitensporig volume laat hij minder vaak horen, verleerd is hij het zeker niet.
Natuurlijk houdt hij zichzelf in bij Why a Butterfly Can’t Love a Spider, zelfs als de gitaren de geluidsmuren trotseren blijft hij gecontroleerd achter. De fans van voorheen zijn al lang afgehaakt, tenzij ze de status van burgerlijke volwassenwording behaald hebben. Door het afspelen van deze plaat veroorzaak je geen burenruzie. Tyrant Lizard King is wel een stuk zwaarder maar dat Tom Morello van Rage Against The Machine hier zoveel aan toe weet te voegen, betwijfel ik. Als vaste gastgitarist bij Bruce Springsteens E Street Band zijn de scherpe kantjes er ondertussen wel afgeslepen. Op het einde mag hij de effectenpedalen flink indrukken, maar dit zal live niet zo’n aardbeving als op Pinkpop 1994 veroorzaken. Met Crowbar willen ze vriendjes worden met een band als Muse, al ontbreken hier gelukkig wel de hoge uithalen. Nog toegankelijker zetten ze een stap richting het grote publiek met het soulvolle Love Games.
De tienerproblematiek in het tekstueel erg zwakke Anxiety gaat niet verder dan puistendepressies, welke het beste met Clearasil bestreden kunnen worden. Heel herkenbaar voor emo pubers die zoekende zijn naar hun eigen ik. Soms komt het allemaal schrikbarend dicht bij Linkin Park zoals hoorbaar in Angel Wings. Van verre afstand zou Meneer Carter ook door kunnen gaan als vervanger van Chester Bennington. Niet alleen zijn uiterlijk maar zeker ook vocaal komt hij wel erg dicht in zijn eeuwige op de festivalvelden dolende aura. Als hij zijn verleden bezingt in Kitty Sucker, verliest hij de geloofwaardigheid. Punk wordt hier als lichtvoetige cyberdisco weg gezet. End of Suffering is een prima rockalbum. Al zal het bij zijn oude volgelingen eerder aanzetten om bij de plaatselijke drogist Loperamide of een andere diarreeremmer te gaan kopen.
Frank Carter & The Rattlesnakes - End of Suffering | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Natuurlijk houdt hij zichzelf in bij Why a Butterfly Can’t Love a Spider, zelfs als de gitaren de geluidsmuren trotseren blijft hij gecontroleerd achter. De fans van voorheen zijn al lang afgehaakt, tenzij ze de status van burgerlijke volwassenwording behaald hebben. Door het afspelen van deze plaat veroorzaak je geen burenruzie. Tyrant Lizard King is wel een stuk zwaarder maar dat Tom Morello van Rage Against The Machine hier zoveel aan toe weet te voegen, betwijfel ik. Als vaste gastgitarist bij Bruce Springsteens E Street Band zijn de scherpe kantjes er ondertussen wel afgeslepen. Op het einde mag hij de effectenpedalen flink indrukken, maar dit zal live niet zo’n aardbeving als op Pinkpop 1994 veroorzaken. Met Crowbar willen ze vriendjes worden met een band als Muse, al ontbreken hier gelukkig wel de hoge uithalen. Nog toegankelijker zetten ze een stap richting het grote publiek met het soulvolle Love Games.
De tienerproblematiek in het tekstueel erg zwakke Anxiety gaat niet verder dan puistendepressies, welke het beste met Clearasil bestreden kunnen worden. Heel herkenbaar voor emo pubers die zoekende zijn naar hun eigen ik. Soms komt het allemaal schrikbarend dicht bij Linkin Park zoals hoorbaar in Angel Wings. Van verre afstand zou Meneer Carter ook door kunnen gaan als vervanger van Chester Bennington. Niet alleen zijn uiterlijk maar zeker ook vocaal komt hij wel erg dicht in zijn eeuwige op de festivalvelden dolende aura. Als hij zijn verleden bezingt in Kitty Sucker, verliest hij de geloofwaardigheid. Punk wordt hier als lichtvoetige cyberdisco weg gezet. End of Suffering is een prima rockalbum. Al zal het bij zijn oude volgelingen eerder aanzetten om bij de plaatselijke drogist Loperamide of een andere diarreeremmer te gaan kopen.
Frank Carter & The Rattlesnakes - End of Suffering | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Frank Carter & The Rattlesnakes - Sticky (2021)

3,5
0
geplaatst: 26 oktober 2021, 13:44 uur
Zo dwars mogelijk zwemt de tengere gespierde Frank Carter met zijn hardcore maatjes van Gallows tegen de stroming in. Een zestal jaren schreeuwt hij zijn stem de verrotting in, en herpakt zichzelf vervolgens in het vocalen besparende Pure Love project. De keuze om melodieuze zanglijnen aan de sound toe te voegen levert het punkrock lijflied album Anthems op. Ondanks de lovende reviews en positieve reacties leeft deze roodharige volledig getatoeëerde energiebom nog steeds in onvrede en werkt met The Rattlesnakes aan een verfijning van het geluid en gaat met Blossom terug naar die Gallows basis. Een therapeutische primal scream die de getergde ziel bloot legt en laat exploderen in een huiveringwekkende pijnbestrijding.
Het twee jaar geleden verschenen End of Suffering is bijna een verraderlijke rockalbum geworden met heuse tienerpop invloeden. Vreemd genoeg accepteren de die hard fans deze overstap, al plaatsen ze uiteraard bij het eindresultaat wel de nodige vraagtekens. Sticky gaat door het leven als de vierde Frank Carter & The Rattlesnakes plaat. De overwinnaars vechterslust, het arrogant betreden van de ring, de knock-out, het vallen en de wederopstanding tot het schaamteloos toelaten van een flinke dosis aan elektronica. Dit alles is te herleiden tot die gewaagde overstap op Sticky. En levert het uiteindelijk het gewenste resultaat op? Die vraag kan ik helaas niet overtuigend met een yes! beantwoorden.
Nu stijlgenoten als IDLES met hun nieuw verworven sterrenstatus, keihard effectief doorpakken en zelfs lompe elektrobeats toelaten, geeft ook Frank Carter zijn begeleidingsband The Rattlesnakes de opdracht om vette cyberpunk riffs te reproduceren. Die switch roept de kwaadaardige boosheid en de venijnige kick ass mentaliteit van The Prodigy op en laat op een gedenkwaardige wijze de Keith Flint spirit herleven. Wat zou dit excentrieke boegbeeld zich vereerd hebben gevoeld om zijn opruiende nalatenschap en weerspiegelde schijt aan de wereld houding te reflecteren in deze warrige corona periode. Frank Carter neemt die bloed spugende rol op zich, vaak zelfs tweedimensionaal versterkt door de aanwezige gastzangers.
De van IDLES bekende arbeidersvolksheld Joe Talbot offert bij snelheidsduivel My Town daarvoor zijn aan gort gezongen stembanden op. Een retestrakke identificerende pandemiesong, maar ook commercieel gezien een catchy hoogstandje. Helemaal bevredigend is het echter niet. Je verwacht dat juist deze twee iconische grootheden die duellerende uitnodiging zwaar bewapend zouden oppakken. Hier is het kinderlijk soldaatje spelen op een van de toegankelijkste tracks van Sticky. Dit eindresultaat wordt nog lichtelijk overtroffen door het vrolijke magere boyband meezingrefreintje in Cobra Queen.
Titeltrack Sticky is het zinloos in verwarde toestand zich identificeren met de demonische stadswezens van de nacht, die de kwetsbaarheid opzoeken en innerlijke bloedzuigende kwelgeesten vrij spel geven. Het is een risicovolle straatrace, confronterend en uitwijkend. Het startpunt van een gedigitaliseerde Playstation game, die zich in de voltooide tegenwoordige tijd afspeelt. Rusteloos, binnen de beperking van vier blinde muren, die steeds dichterbij komen.
Door krachtig de vernietigende duisternis te misbruiken komt het verrassend clean gezongen Cupid’s Arrow behoorlijk heftig binnen. Je krijgt op je netvlies het huiveringwekkende filmbeeld van een genadeloos toeslaande psychopaat gebrand die via onschuldige datingsites de verveling tegen gaat en daar zorgvuldig zijn slachtoffers bij uitkiest. Jack the Ripper in hedendaagse cyberpunk vermomming, getransformeerd naar het nachtelijke Londen, inclusief alarmerende sirenes en oncontroleerbare waanzin. Die gekte neemt alleen maar toe als het geheimzinnige Sigue Sigue Sputnik prototype neefje Lynks met zijn losgeslagen elektroshock gestoordheid de retro Bang Bang amfetamine glamrock kick en de psychobilly Go Get a Tattoo Batmantune de vernieling in helpt.
Helaas lukt het Nu Metal schreeuwlelijk Cassyette niet om met de emo uithalen Off with His Head naar haar toe te trekken. Puur een kwestie van de zangeres verkeerd in de eindmix plaatsen. Het blijft een raar haantjesgedrag mannenwereldje, en het levert door die smorende wurggreep een gemiste kans op. Och, het kan nog erger, Bobby Gillespie is helemaal onzichtbaar in Original Sin. Blijkbaar is zijn heilig verklarende status voldoende om mee af te sluiten. Frank Carter maakt met Sticky absoluut nieuwe vrienden, al zullen oude fans argwanend en vijandig vanaf de zijlijn toekijken. Het beest is getemd, gromt nog een beetje na, maar bijt niet meer.
Frank Carter & The Rattlesnakes - Sticky | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het twee jaar geleden verschenen End of Suffering is bijna een verraderlijke rockalbum geworden met heuse tienerpop invloeden. Vreemd genoeg accepteren de die hard fans deze overstap, al plaatsen ze uiteraard bij het eindresultaat wel de nodige vraagtekens. Sticky gaat door het leven als de vierde Frank Carter & The Rattlesnakes plaat. De overwinnaars vechterslust, het arrogant betreden van de ring, de knock-out, het vallen en de wederopstanding tot het schaamteloos toelaten van een flinke dosis aan elektronica. Dit alles is te herleiden tot die gewaagde overstap op Sticky. En levert het uiteindelijk het gewenste resultaat op? Die vraag kan ik helaas niet overtuigend met een yes! beantwoorden.
Nu stijlgenoten als IDLES met hun nieuw verworven sterrenstatus, keihard effectief doorpakken en zelfs lompe elektrobeats toelaten, geeft ook Frank Carter zijn begeleidingsband The Rattlesnakes de opdracht om vette cyberpunk riffs te reproduceren. Die switch roept de kwaadaardige boosheid en de venijnige kick ass mentaliteit van The Prodigy op en laat op een gedenkwaardige wijze de Keith Flint spirit herleven. Wat zou dit excentrieke boegbeeld zich vereerd hebben gevoeld om zijn opruiende nalatenschap en weerspiegelde schijt aan de wereld houding te reflecteren in deze warrige corona periode. Frank Carter neemt die bloed spugende rol op zich, vaak zelfs tweedimensionaal versterkt door de aanwezige gastzangers.
De van IDLES bekende arbeidersvolksheld Joe Talbot offert bij snelheidsduivel My Town daarvoor zijn aan gort gezongen stembanden op. Een retestrakke identificerende pandemiesong, maar ook commercieel gezien een catchy hoogstandje. Helemaal bevredigend is het echter niet. Je verwacht dat juist deze twee iconische grootheden die duellerende uitnodiging zwaar bewapend zouden oppakken. Hier is het kinderlijk soldaatje spelen op een van de toegankelijkste tracks van Sticky. Dit eindresultaat wordt nog lichtelijk overtroffen door het vrolijke magere boyband meezingrefreintje in Cobra Queen.
Titeltrack Sticky is het zinloos in verwarde toestand zich identificeren met de demonische stadswezens van de nacht, die de kwetsbaarheid opzoeken en innerlijke bloedzuigende kwelgeesten vrij spel geven. Het is een risicovolle straatrace, confronterend en uitwijkend. Het startpunt van een gedigitaliseerde Playstation game, die zich in de voltooide tegenwoordige tijd afspeelt. Rusteloos, binnen de beperking van vier blinde muren, die steeds dichterbij komen.
Door krachtig de vernietigende duisternis te misbruiken komt het verrassend clean gezongen Cupid’s Arrow behoorlijk heftig binnen. Je krijgt op je netvlies het huiveringwekkende filmbeeld van een genadeloos toeslaande psychopaat gebrand die via onschuldige datingsites de verveling tegen gaat en daar zorgvuldig zijn slachtoffers bij uitkiest. Jack the Ripper in hedendaagse cyberpunk vermomming, getransformeerd naar het nachtelijke Londen, inclusief alarmerende sirenes en oncontroleerbare waanzin. Die gekte neemt alleen maar toe als het geheimzinnige Sigue Sigue Sputnik prototype neefje Lynks met zijn losgeslagen elektroshock gestoordheid de retro Bang Bang amfetamine glamrock kick en de psychobilly Go Get a Tattoo Batmantune de vernieling in helpt.
Helaas lukt het Nu Metal schreeuwlelijk Cassyette niet om met de emo uithalen Off with His Head naar haar toe te trekken. Puur een kwestie van de zangeres verkeerd in de eindmix plaatsen. Het blijft een raar haantjesgedrag mannenwereldje, en het levert door die smorende wurggreep een gemiste kans op. Och, het kan nog erger, Bobby Gillespie is helemaal onzichtbaar in Original Sin. Blijkbaar is zijn heilig verklarende status voldoende om mee af te sluiten. Frank Carter maakt met Sticky absoluut nieuwe vrienden, al zullen oude fans argwanend en vijandig vanaf de zijlijn toekijken. Het beest is getemd, gromt nog een beetje na, maar bijt niet meer.
Frank Carter & The Rattlesnakes - Sticky | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Frank Sinatra - Watertown (1970)

3,5
0
geplaatst: 30 december 2015, 00:09 uur
Vanavond bij de Top 2000 werd er opeens over een vrij onbekend Frank Sinatra album gepraat; Watertown.
Leo Blokhuis was gepassioneerd, emotioneel en overtuigend.
Na een waardeloos optreden van hem in De Nacht van de Popmuziek zag ik hier weer de twinkeling in zijn ogen.
Niet het vermoeide, uitgebluste, opnoeming van feitjes, aangevuld met zelf verzonnen ergernissen.
Nee, dit was duidelijk zijn avond, nog meer dan die van Sinatra.
Nu voelde ik weer waarom ik hem vroeger zo kon waarderen.
Het enthousiasme was weer aanwezig.
Niet de schoolmeester Blokhuis, maar het leerlingetje, die stiekem tijdens de les een cassettebandje aan zijn klasgenootje laat horen.
En hij heeft gelijk, die singer songwriter kant ligt Sinatra ook prima.
Inderdaad een totaal andere, zelfs wat gevoeligere kant van hem.
De sfeer doet mij zelfs wat aan The Carpenters denken; dat melancholische, maar toch weer enigszins gemoedelijke.
Ja, sinds tijden was het vanavond weer eens een mooie ouderwetse muziekles.
Leo Blokhuis was gepassioneerd, emotioneel en overtuigend.
Na een waardeloos optreden van hem in De Nacht van de Popmuziek zag ik hier weer de twinkeling in zijn ogen.
Niet het vermoeide, uitgebluste, opnoeming van feitjes, aangevuld met zelf verzonnen ergernissen.
Nee, dit was duidelijk zijn avond, nog meer dan die van Sinatra.
Nu voelde ik weer waarom ik hem vroeger zo kon waarderen.
Het enthousiasme was weer aanwezig.
Niet de schoolmeester Blokhuis, maar het leerlingetje, die stiekem tijdens de les een cassettebandje aan zijn klasgenootje laat horen.
En hij heeft gelijk, die singer songwriter kant ligt Sinatra ook prima.
Inderdaad een totaal andere, zelfs wat gevoeligere kant van hem.
De sfeer doet mij zelfs wat aan The Carpenters denken; dat melancholische, maar toch weer enigszins gemoedelijke.
Ja, sinds tijden was het vanavond weer eens een mooie ouderwetse muziekles.
Frankie Cosmos - Inner World Peace (2022)

3,5
0
geplaatst: 1 november 2022, 01:47 uur
Het leven is een grote droom, een saaie lange speelfilm waarin je zelf de hoofdrol vertolkt. Greta Kline heeft een naïef mijmerend kinderstemmetje en werkt zich traag zuchtend voorbeeldig door haar lieve indierock nummers heen. Als verwende dochter van het acteurskoppel Kevin Kline en Phoebe Cates is ze gewend om in onbevangen luxe in de naamloze straten van New York op te groeien, en weerlegt ze deze veilige opvoeding in veilige niets aan de hand slacker popdeuntjes. Onder haar Frankie Cosmos alter ego brengt ze vanaf 2014 albums uit, Inner World Peace is ondertussen alweer haar vijfde studioplaat.
Niet ontsnappen aan die sleur, maar deze juist accepteren en daar een amicale deelgenoot van maken. Verander de wereld, bewaak die innerlijke vrede en begin bij jezelf. De twintiger heeft meer dan genoeg aan dit gegeven, waardoor ze zorgeloos in het leven staat. Wereldproblematiek? Is niet haar probleem, en dat wil ze graag zo houden. Egoïsme? Een opgedrongen vorm van zelfredzaamheid of gewoon zelfs wereldvreemd gedrag? Greta Kline doet geen moeite om haar hoofd boven water te houden, en klopt bij haar ouders aan die haar vervolgens weer in huis nemen. Prolonging Babyhood, heel eventjes de kindertijd verlengen.
Misschien vindt ze het wel heerlijk dat de maatschappij voor een onbepaalde periode op slot gaat, hierdoor kan ze in alle gemak gegijzeld geïsoleerd van de buitenwereld aan haar klein gehouden lo-fi liedjes werken. Of is dit maar schijn? Street View schets een verlaten Google Maps beeld van de onzekere huidige situatie, het toppunt van de gedeelde eenzaamheid. A Work Call, de liedjes kloppen aan haar deur, klaar om binnen gelaten te worden. En als de in snooze stand verkerende aarde dan weer uit haar sluimerende winterslaap ontwaakt is Greta Kline 100 songs rijker. De uiteindelijk gekozen vijftien albumtracks zijn dus maar fragmentarische momenten, en geven maar een fractie van de persoon Greta Kline bloot.
Genoeg materiaal dus om met producers Katie Von Schleicher en Nate Mendelsohn in de studio verder te puzzelen en te sleutelen. Het belang van hun inbreng laat wel degelijk de nodige sporen achter. Met behulp van psychedelische retro kleurendia’s raakt het gezelschap in een soort van euforische creatieve trance en krijgen de nummers steeds meer vorm en zeggenschap. Het grimmige down to earth Magnetic Personality wijkt sterk van de vertrouwde Frankie Cosmos universum formule af en is een regelrechte punkrockstamper, en de typerende Sub Pop lichtgewicht grungetrack Fragments is tevens een aangename verademing. Dit is ook pas het moment dat drummer Luke Pyenson, bassist Alex Bailey en toetsenist Lauren Martin daadwerkelijk een rol in het geheel spelen. Sterker nog, Inner World Peace roept dat bezielende verlangen op om weer samen te werken.
Toch is er nog een ander soort begeerte wat hier sterk bovenuit steekt. De heimelijke hunkering naar liefde vormt het thematische fundament van Inner World Peace. Onder die stellige onbevangenheid zit in het realistisch dagdromerige Abigail wel degelijk een stukje bewustzijn van haar sterfelijkheid en volwassenwording. Ben je tevreden met de huidige gang van zaken? Het verleden is een gepasseerd station waarna je niet meer wil terugkeren. Ergens zit daar nog een stukje onderliggende ontevredenheid in verborgen, welke nog een passend plekje moet krijgen.
Inner World Peace bezit een bepaalde gewaarborgde luiheid die eigenlijk best wel lekker is. Waarom haasten als we zeeën van tijd hebben om ons te onthaasten. Waarom vandaag de zaakjes op orde hebben als er morgen weer een nieuwe dag is. Heerlijk de boel voor je uitschuiven en zelfs uitstellen, genieten van de complex loze eenvoud van het moment. Het schrijverstalent zit hem dus in die schetsende compactheid van dagelijkse situaties. De Empty Head vrijheid, de berustende keuze om te genieten van de leegte van het niets. Veel meer heeft Frankie Cosmos niet nodig.
Frankie Cosmos - Inner World Peace | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Niet ontsnappen aan die sleur, maar deze juist accepteren en daar een amicale deelgenoot van maken. Verander de wereld, bewaak die innerlijke vrede en begin bij jezelf. De twintiger heeft meer dan genoeg aan dit gegeven, waardoor ze zorgeloos in het leven staat. Wereldproblematiek? Is niet haar probleem, en dat wil ze graag zo houden. Egoïsme? Een opgedrongen vorm van zelfredzaamheid of gewoon zelfs wereldvreemd gedrag? Greta Kline doet geen moeite om haar hoofd boven water te houden, en klopt bij haar ouders aan die haar vervolgens weer in huis nemen. Prolonging Babyhood, heel eventjes de kindertijd verlengen.
Misschien vindt ze het wel heerlijk dat de maatschappij voor een onbepaalde periode op slot gaat, hierdoor kan ze in alle gemak gegijzeld geïsoleerd van de buitenwereld aan haar klein gehouden lo-fi liedjes werken. Of is dit maar schijn? Street View schets een verlaten Google Maps beeld van de onzekere huidige situatie, het toppunt van de gedeelde eenzaamheid. A Work Call, de liedjes kloppen aan haar deur, klaar om binnen gelaten te worden. En als de in snooze stand verkerende aarde dan weer uit haar sluimerende winterslaap ontwaakt is Greta Kline 100 songs rijker. De uiteindelijk gekozen vijftien albumtracks zijn dus maar fragmentarische momenten, en geven maar een fractie van de persoon Greta Kline bloot.
Genoeg materiaal dus om met producers Katie Von Schleicher en Nate Mendelsohn in de studio verder te puzzelen en te sleutelen. Het belang van hun inbreng laat wel degelijk de nodige sporen achter. Met behulp van psychedelische retro kleurendia’s raakt het gezelschap in een soort van euforische creatieve trance en krijgen de nummers steeds meer vorm en zeggenschap. Het grimmige down to earth Magnetic Personality wijkt sterk van de vertrouwde Frankie Cosmos universum formule af en is een regelrechte punkrockstamper, en de typerende Sub Pop lichtgewicht grungetrack Fragments is tevens een aangename verademing. Dit is ook pas het moment dat drummer Luke Pyenson, bassist Alex Bailey en toetsenist Lauren Martin daadwerkelijk een rol in het geheel spelen. Sterker nog, Inner World Peace roept dat bezielende verlangen op om weer samen te werken.
Toch is er nog een ander soort begeerte wat hier sterk bovenuit steekt. De heimelijke hunkering naar liefde vormt het thematische fundament van Inner World Peace. Onder die stellige onbevangenheid zit in het realistisch dagdromerige Abigail wel degelijk een stukje bewustzijn van haar sterfelijkheid en volwassenwording. Ben je tevreden met de huidige gang van zaken? Het verleden is een gepasseerd station waarna je niet meer wil terugkeren. Ergens zit daar nog een stukje onderliggende ontevredenheid in verborgen, welke nog een passend plekje moet krijgen.
Inner World Peace bezit een bepaalde gewaarborgde luiheid die eigenlijk best wel lekker is. Waarom haasten als we zeeën van tijd hebben om ons te onthaasten. Waarom vandaag de zaakjes op orde hebben als er morgen weer een nieuwe dag is. Heerlijk de boel voor je uitschuiven en zelfs uitstellen, genieten van de complex loze eenvoud van het moment. Het schrijverstalent zit hem dus in die schetsende compactheid van dagelijkse situaties. De Empty Head vrijheid, de berustende keuze om te genieten van de leegte van het niets. Veel meer heeft Frankie Cosmos niet nodig.
Frankie Cosmos - Inner World Peace | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Frankie Goes to Hollywood - Liverpool (1986)

3,5
1
geplaatst: 18 mei 2010, 00:18 uur
Vrijdagavond ergens in 1986.
Extra snel na schooltijd een TDK-SA 90 cassettebandje gekocht.
Vandaag zou het gaan gebeuren.
Vorige keer werd het al bekend gemaakt.
Hilversum 3 had de primeur.
De tape met een balpen al tot het begin van de zwarte gedeelte gespoeld.
2x gecheckt of hij niet verkeerd om zat.
Dan was alles voor niks.
Er werd verzekerd dat er niet doorheen gepraat werd.
Hij zou zo' n 10 minuten duren.
Om precies kwart over acht zou het moment plaats vinden.
Een hele week naar uit gekeken.
Pauze + Rec.
Het Pauze knopje werd los gelaten.
Frankie Goes To Hollywood - Rage Hard (Young Persons Guide To The 12 inch).
Tijd voor een sigaretje, en ontspannen maar.
De verwachtingen waren hoog naar hun eerste album.
Verwacht werd dat het succes zou aanhouden.
Misschien zelfs overtreffen.
Ik had geen besef van de druk die deze jongens op hun schouders voelden.
Voor mij voelde het als een logische volgende stap.
Alles wat ze aanraakten werd immers goud.
Liverpool werd pootje gehaakt.
Een verloren thuiswedstrijd.
Kampioenschap verspeeld.
Trainer Trevor Horn maakte een inschattingsfout.
Europa was er niet klaar voor.
Zelfs hun aanzien bij het thuisfront wankelde.
De ondergang van een hechte club.
Het veld kaal gespeeld.
Einde der krijgers van de woestijn.
Sterspelers verkocht.
Frankie vertrok naar Hollywood.
Maar kwam daar ook niet meer aan de bak.
En toch blijf ik verlangen die bewuste vrijdagavond.
Extra snel na schooltijd een TDK-SA 90 cassettebandje gekocht.
Vandaag zou het gaan gebeuren.
Vorige keer werd het al bekend gemaakt.
Hilversum 3 had de primeur.
De tape met een balpen al tot het begin van de zwarte gedeelte gespoeld.
2x gecheckt of hij niet verkeerd om zat.
Dan was alles voor niks.
Er werd verzekerd dat er niet doorheen gepraat werd.
Hij zou zo' n 10 minuten duren.
Om precies kwart over acht zou het moment plaats vinden.
Een hele week naar uit gekeken.
Pauze + Rec.
Het Pauze knopje werd los gelaten.
Frankie Goes To Hollywood - Rage Hard (Young Persons Guide To The 12 inch).
Tijd voor een sigaretje, en ontspannen maar.
De verwachtingen waren hoog naar hun eerste album.
Verwacht werd dat het succes zou aanhouden.
Misschien zelfs overtreffen.
Ik had geen besef van de druk die deze jongens op hun schouders voelden.
Voor mij voelde het als een logische volgende stap.
Alles wat ze aanraakten werd immers goud.
Liverpool werd pootje gehaakt.
Een verloren thuiswedstrijd.
Kampioenschap verspeeld.
Trainer Trevor Horn maakte een inschattingsfout.
Europa was er niet klaar voor.
Zelfs hun aanzien bij het thuisfront wankelde.
De ondergang van een hechte club.
Het veld kaal gespeeld.
Einde der krijgers van de woestijn.
Sterspelers verkocht.
Frankie vertrok naar Hollywood.
Maar kwam daar ook niet meer aan de bak.
En toch blijf ik verlangen die bewuste vrijdagavond.
Frankie Goes to Hollywood - Welcome to the Pleasuredome (1984)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2010, 14:58 uur
Na de sterke singles had ik grote verwachtingen.
Het opent allemaal zeer groots met die operazangeres.
Vervolgens krijg je een zeer uitgerekte versie van Welcome To The Pleasuredome.
Ik vond de single pakkend, maar dit is teveel van het goede.
Wat Alex Sadkin in dezelfde periode met Seven & The Ragged Tiger van Duran Duran deed, gebeurd hier ook.
Trevor Horn doet aan overproductie.
Het bouwt allemaal om de vier singles.
Aangevuld met een Bruce Springsteen, Burt Bacharach en Edwin Starr cover.
War verscheen ook al als B-kant van Two Tribes.
Frankie Goes To Hollywood zette zichzelf op kaart met het sterke Relax.
De flirt met SM gecombineerd met het bombastische geheel sloeg in met een Bang.
Hoge verwachtingen die zeker waar werden gemaakt met opvolger Two Tribes.
Allebei controversieel vanwege de clips.
De eerste vanwege het hoge seks gehalte.
De tweede vanwege de uitbeelding van de koude oorlog in een boksring.
Welcome To The Pleasuredome sloot hier op aan, al was het single succes minder.
Een geheel ander geluid is hoorbaar bij The Power Of Love.
Dit gevoelige nummer doet het goed tijdens de kerstdagen.
Ook hier weten ze de combi tussen muziek en video perfect uit te buiten.
De geboorte van Christus met Holly Johnson als engel.
Het totaal tot een geheel smeden is echter niet gelukt.
Trevor Horn slaagde daar echter bij Propaganda, Yes en The Art Of Noise wel in.
Misschien had men te hoge verwachtingen.
Of waren de muzikanten niet kundig genoeg.
Ik weet niet waar het probleem ligt.
Het zou ook kunnen dat de opzet van het totaalplaatje is om het samen te laten smelten tot een concept.
Iets wat een onmogelijke taak blijkt.
Het jaren tachtig gevoel ligt wel in de nummers.
Tijdsdruk is denk ik bepalend geweest voor het onsamenhangend geheel.
Vluchtig er een album bij in elkaar zetten.
Het opent allemaal zeer groots met die operazangeres.
Vervolgens krijg je een zeer uitgerekte versie van Welcome To The Pleasuredome.
Ik vond de single pakkend, maar dit is teveel van het goede.
Wat Alex Sadkin in dezelfde periode met Seven & The Ragged Tiger van Duran Duran deed, gebeurd hier ook.
Trevor Horn doet aan overproductie.
Het bouwt allemaal om de vier singles.
Aangevuld met een Bruce Springsteen, Burt Bacharach en Edwin Starr cover.
War verscheen ook al als B-kant van Two Tribes.
Frankie Goes To Hollywood zette zichzelf op kaart met het sterke Relax.
De flirt met SM gecombineerd met het bombastische geheel sloeg in met een Bang.
Hoge verwachtingen die zeker waar werden gemaakt met opvolger Two Tribes.
Allebei controversieel vanwege de clips.
De eerste vanwege het hoge seks gehalte.
De tweede vanwege de uitbeelding van de koude oorlog in een boksring.
Welcome To The Pleasuredome sloot hier op aan, al was het single succes minder.
Een geheel ander geluid is hoorbaar bij The Power Of Love.
Dit gevoelige nummer doet het goed tijdens de kerstdagen.
Ook hier weten ze de combi tussen muziek en video perfect uit te buiten.
De geboorte van Christus met Holly Johnson als engel.
Het totaal tot een geheel smeden is echter niet gelukt.
Trevor Horn slaagde daar echter bij Propaganda, Yes en The Art Of Noise wel in.
Misschien had men te hoge verwachtingen.
Of waren de muzikanten niet kundig genoeg.
Ik weet niet waar het probleem ligt.
Het zou ook kunnen dat de opzet van het totaalplaatje is om het samen te laten smelten tot een concept.
Iets wat een onmogelijke taak blijkt.
Het jaren tachtig gevoel ligt wel in de nummers.
Tijdsdruk is denk ik bepalend geweest voor het onsamenhangend geheel.
Vluchtig er een album bij in elkaar zetten.
Franz Ferdinand - Franz Ferdinand (2004)

4,0
1
geplaatst: 21 februari 2012, 21:06 uur
Combineer het stuwende basgeluid van Gang of Four met de zang van The Strokes en zorg ervoor dat het allemaal binnen de lijntjes blijft.
Gooi er vervolgens een flinke dosis Blur doorheen.
Stop het allemaal in de mixer en laat het uitdruipen op een cakeplaat.
Eventjes de boel goed laten opwarmen.
Drumpartijen die als slagroom het nog flink opkloppen.
Bij het eindproduct de scherpe kantjes eraf snijden en je komt een heel eind.
Het debuut van Franz Ferdinand is er een om je vingers mee af te likken.
Vaak wordt de link met Talking Heads gelegd, maar die hoor ik voornamelijk terug in het geschoolde en doordachte.
Beetje het hoog opgeleide gevoel wat ook een band als Weezer heeft.
Over elk loopje en koortje is duidelijk nagedacht.
Geen geflirt met de Schotse Hooglanden zoals een Big Country of Simple Minds tijdens Life In A Day.
Dit is geen muziek voor de gespierde stoere arbeider.
De link met Sean Connery en Braveheart ontbreekt.
Het is allemaal een stuk gejaagder.
Er wordt terug gegrepen naar persoonlijke favorieten.
Die duidelijk eind jaren 70 liggen.
Buiten de sound ligt de kracht in de duurzaamheid van het geheel.
Op de een of andere manier klinkt het tijdloos en blijft het hele album boeien.
Vaak heb ik de neiging om halverwege een plaat de keuze op een andere band te laten vallen.
Deze heeft gewoon nog de ideale elpee lengte.
Om vervolgens net als U2 op War af te sluiten met een nummer genaamd ’40.
En dan wordt weer een invloed me duidelijk.
Alex Kapranos heeft qua zangsnelheid zeker wat weg van een jeugdige opstandige Bono.
Ook hij was ooit de stem voor de jonge alternatief gerichte muziekliefhebber.
Voordat hij zichzelf op een slinkse manier bij elk modaal gezinssamenstelling de platenkast inwerkte.
Franz Ferdinand die de muziekpers op de knieën kreeg.
Een nieuwe belofte was geboren.
Alleen bleek de grote muziekwereld niet Het Beloofde Land.
De twee opvolgers deden al snel mijn aandacht verslappen.
Gooi er vervolgens een flinke dosis Blur doorheen.
Stop het allemaal in de mixer en laat het uitdruipen op een cakeplaat.
Eventjes de boel goed laten opwarmen.
Drumpartijen die als slagroom het nog flink opkloppen.
Bij het eindproduct de scherpe kantjes eraf snijden en je komt een heel eind.
Het debuut van Franz Ferdinand is er een om je vingers mee af te likken.
Vaak wordt de link met Talking Heads gelegd, maar die hoor ik voornamelijk terug in het geschoolde en doordachte.
Beetje het hoog opgeleide gevoel wat ook een band als Weezer heeft.
Over elk loopje en koortje is duidelijk nagedacht.
Geen geflirt met de Schotse Hooglanden zoals een Big Country of Simple Minds tijdens Life In A Day.
Dit is geen muziek voor de gespierde stoere arbeider.
De link met Sean Connery en Braveheart ontbreekt.
Het is allemaal een stuk gejaagder.
Er wordt terug gegrepen naar persoonlijke favorieten.
Die duidelijk eind jaren 70 liggen.
Buiten de sound ligt de kracht in de duurzaamheid van het geheel.
Op de een of andere manier klinkt het tijdloos en blijft het hele album boeien.
Vaak heb ik de neiging om halverwege een plaat de keuze op een andere band te laten vallen.
Deze heeft gewoon nog de ideale elpee lengte.
Om vervolgens net als U2 op War af te sluiten met een nummer genaamd ’40.
En dan wordt weer een invloed me duidelijk.
Alex Kapranos heeft qua zangsnelheid zeker wat weg van een jeugdige opstandige Bono.
Ook hij was ooit de stem voor de jonge alternatief gerichte muziekliefhebber.
Voordat hij zichzelf op een slinkse manier bij elk modaal gezinssamenstelling de platenkast inwerkte.
Franz Ferdinand die de muziekpers op de knieën kreeg.
Een nieuwe belofte was geboren.
Alleen bleek de grote muziekwereld niet Het Beloofde Land.
De twee opvolgers deden al snel mijn aandacht verslappen.
Fratsen - Caspar (2014)

3,5
0
geplaatst: 24 november 2014, 23:16 uur
Fratsen is natuurlijk de band van Andre Manuel.
En mijn eerste ontdekking met hem was het nummer Kraaien, staande op zijn eerste solo album, en tevens min of meer het startschot van Krang.
Ja, Krang vanaf de wieg gevolgd.
Voor de uitvaart van Fratsen was ik helaas te laat.
Al voelde ik mij een van zijn vrienden, aanwezig bij het uitgesproken testament Kraaien genaamd.
Vervolgens de heer Manuel regelmatig live gezien en gesproken.
Stille getuige van al zijn projecten.
Via Johan van Popeye Hengelo na jaren in bezit gekomen van albums van Fratsen.
Maar ja, nooit de spanning van een nieuwe release van afstand mee kunnen maken.
En dan is hij er nu opeens.
Als een te laat geboren baby wordt Caspar de wereld in geslingerd.
Een door vogelgriep geteisterde ooievaar uit het Oosten dropt deze nakomeling de wereld in.
Zou het een lief kind, of een mooi kind zijn?
Dit is volgens de maatstaven van Herman Finkers de eerste.
Caspar kronkelt zich via je gehoorgang als een gemuteerde oorwurm naar binnen.
Nestelt zich daar ergens op het kruispunt der hersenbanen.
Fratsen is terug.
Meer dorper dan Krang en De Ketterse Fanfare.
Al blijft Manuel de eeuwige, dwarse puber.
Hier bijgestaan door zijn grotere wijzere plaatsgenoten.
Laat dit een mooi begin zijn van een nieuw hoofdstuk.
En mijn eerste ontdekking met hem was het nummer Kraaien, staande op zijn eerste solo album, en tevens min of meer het startschot van Krang.
Ja, Krang vanaf de wieg gevolgd.
Voor de uitvaart van Fratsen was ik helaas te laat.
Al voelde ik mij een van zijn vrienden, aanwezig bij het uitgesproken testament Kraaien genaamd.
Vervolgens de heer Manuel regelmatig live gezien en gesproken.
Stille getuige van al zijn projecten.
Via Johan van Popeye Hengelo na jaren in bezit gekomen van albums van Fratsen.
Maar ja, nooit de spanning van een nieuwe release van afstand mee kunnen maken.
En dan is hij er nu opeens.
Als een te laat geboren baby wordt Caspar de wereld in geslingerd.
Een door vogelgriep geteisterde ooievaar uit het Oosten dropt deze nakomeling de wereld in.
Zou het een lief kind, of een mooi kind zijn?
Dit is volgens de maatstaven van Herman Finkers de eerste.
Caspar kronkelt zich via je gehoorgang als een gemuteerde oorwurm naar binnen.
Nestelt zich daar ergens op het kruispunt der hersenbanen.
Fratsen is terug.
Meer dorper dan Krang en De Ketterse Fanfare.
Al blijft Manuel de eeuwige, dwarse puber.
Hier bijgestaan door zijn grotere wijzere plaatsgenoten.
Laat dit een mooi begin zijn van een nieuw hoofdstuk.
