Hier kun je zien welke berichten Metalhead99 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Taake - Kulde (2014)

3,0
0
geplaatst: 14 december 2014, 18:48 uur
Deze EP is een opwarmer voor het album "Stridens Hus" en begint met het geweldige, uitgesponnen "Det Fins Et Prins". Door hier en daar wat interessante tempowisselingen en de afwisseling tussen Hoest's van haat vervulde stemgeluid en enkel instrumentale stukken zorgen ervoor dat de aandacht erbij blijft. Met name het gitaarwerk vind ik erg goed in deze track.
In "Stridens Hus" gaat men naar mijn mening hier en daar te lang door in hetzelfde ritme. Hierdoor zwakt de aandacht hier en daar wat af.
"Cold" is maar liefst een cover van The Cure. Nu ben ik niet heel erg bekend met hun materiaal en moet ik eerlijk bekennen dat ik tot op heden het originele nummer nog nooit gehoord heb. De riffs klinken best goed. Lekker melodieus en voor de begrippen van deze artiest lekker luchtig. Over de vocalen in dit nummer ben ik dan weer helemaal niet te spreken. Het vage, vervormde stemgeluid klinkt maar raar en ik weet eerlijk gezegd niet goed wat ik ervan moet denken. Laten we zeggen dat het mijn ding niet is.
Met "Manndaudsvinter" gaat het gas erop in de eerste drie minuten. Lekker harde blastbeats in combinatie met Hoest's van haat vervulde grunts zorgen voor een fijn Black Metal nummer, waarbij men in de laatste minuut nog wat overhoud voor wat melodieus riffwerk.
Al met al nog een best aardige EP, al slaat hij met die cover van The Cure naar mijn mening de plank wel helemaal mis.
In "Stridens Hus" gaat men naar mijn mening hier en daar te lang door in hetzelfde ritme. Hierdoor zwakt de aandacht hier en daar wat af.
"Cold" is maar liefst een cover van The Cure. Nu ben ik niet heel erg bekend met hun materiaal en moet ik eerlijk bekennen dat ik tot op heden het originele nummer nog nooit gehoord heb. De riffs klinken best goed. Lekker melodieus en voor de begrippen van deze artiest lekker luchtig. Over de vocalen in dit nummer ben ik dan weer helemaal niet te spreken. Het vage, vervormde stemgeluid klinkt maar raar en ik weet eerlijk gezegd niet goed wat ik ervan moet denken. Laten we zeggen dat het mijn ding niet is.
Met "Manndaudsvinter" gaat het gas erop in de eerste drie minuten. Lekker harde blastbeats in combinatie met Hoest's van haat vervulde grunts zorgen voor een fijn Black Metal nummer, waarbij men in de laatste minuut nog wat overhoud voor wat melodieus riffwerk.
Al met al nog een best aardige EP, al slaat hij met die cover van The Cure naar mijn mening de plank wel helemaal mis.
Taake - Stridens Hus (2014)

4,0
0
geplaatst: 18 december 2014, 12:04 uur
"Stridens Hus" begint met krachtig riffwerk in "Gamle Norig". Hier voegt na een aantal seconden de rest van de instrumentatie (bas en drums) zich bij. Na een minuut begint Hoest met veel haat en venijn in zijn stem aan zijn haatzaaierij. Daarna weet "Orm" te boeien door de hier en daar originele tempowisselingen. "Det Fins en Prins" kende ik al van de Kulde EP, maar blijft een geweldig krachtig Black Metal nummer om te horen. In "Stank" speelt de instrumentatie een centrale rol en in deze track is goed te horen hoe veelzijdig Taake's muziek nog kan klinken. Erg sterk riffwerk en wederom een lekker krachtig geluid.
De 3 tracks die hierna volgen weten de kwaliteit goed vast te houden. De productie is ook noemenswaardig goed te noemen. Dit zorgt voor een misschien wat "clean" geluid voor Black Metal begrippen, maar Taake bewijst het goed te kunnen hebben.
Erg genietbaar voor de liefhebbers van het genre.
De 3 tracks die hierna volgen weten de kwaliteit goed vast te houden. De productie is ook noemenswaardig goed te noemen. Dit zorgt voor een misschien wat "clean" geluid voor Black Metal begrippen, maar Taake bewijst het goed te kunnen hebben.
Erg genietbaar voor de liefhebbers van het genre.
Talisman - Talisman (1990)

4,0
0
geplaatst: 15 mei 2014, 23:06 uur
Al door de knallende opener "Break Your Chains" word het duidelijk dat dit debuut van Talisman een erg gaaf album binnen het melodieuze rock genre is. De melodie is pakkend en Jeff Scott Soto (waar ik tot mijn schaamte nog niks van ken) laat horen een goed bereik te hebben.
Het album bevat geen slechte nummers, maar vooral lekkere rockers als "Dangerous" en "Lightning Strikes" weten nog boven het al hoge niveau van de plaat uit te schieten.
Ook ben ik zeer te spreken over de productie van deze plaat. Alles klinkt mooi en zuiver en de "balans" tussen de verschillende instrumenten en Soto's stemgeluid is gewoon erg goed.
Wederom een plaat uit het melodieuze rock genre die wel wat meer aandacht zou verdienen. Ik kan liefhebbers van het genre alleen maar adviseren om dit te gaan beluisteren.
Het album bevat geen slechte nummers, maar vooral lekkere rockers als "Dangerous" en "Lightning Strikes" weten nog boven het al hoge niveau van de plaat uit te schieten.
Ook ben ik zeer te spreken over de productie van deze plaat. Alles klinkt mooi en zuiver en de "balans" tussen de verschillende instrumenten en Soto's stemgeluid is gewoon erg goed.
Wederom een plaat uit het melodieuze rock genre die wel wat meer aandacht zou verdienen. Ik kan liefhebbers van het genre alleen maar adviseren om dit te gaan beluisteren.
Tangier - Four Winds (1989)

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2013, 21:05 uur
Zanger Bill Mattson laat gelijk al op de opener "Ripcord" horen dat hij een klasse zanger is. Het gitaarwerk van oprichter en liedjesschrijver Doug Gordon (het schijnt dat hij dit album alleen schreef tot op de laatste noot!) klinkt ook prima en word goed bijgestaan door Gari Saint. Bobby Bender laat wat strak drumwerk horen en Garry Nutt laat prachtig melodieus baswerk horen.
Bassisten worden vaak ondergewaardeerd, maar hier staat de bas goed centraal. Hij is door de uitstekende productie goed te horen naast de overige instrumenten en het klinkt gewoon heerlijk.
Ik weet niet wie de hammond bespeeld, maar het zorgt voor een heerlijke '80's sfeer. Laat dat nou één van de redenen zijn waarom ik juist zo verknocht ben geraakt aan deze muziek soort.
Een aanrader voor liefhebbers van o.a. Great White!
Bassisten worden vaak ondergewaardeerd, maar hier staat de bas goed centraal. Hij is door de uitstekende productie goed te horen naast de overige instrumenten en het klinkt gewoon heerlijk.
Ik weet niet wie de hammond bespeeld, maar het zorgt voor een heerlijke '80's sfeer. Laat dat nou één van de redenen zijn waarom ik juist zo verknocht ben geraakt aan deze muziek soort.
Een aanrader voor liefhebbers van o.a. Great White!
Tarja Turunen - Luna Park Ride (2015)

3,5
0
geplaatst: 5 september 2015, 20:51 uur
Tarja was inmiddels al een aantal jaren van mijn radar verdwenen toen ik deze live plaat voorgeschoteld kreeg. Aangezien verassend genoeg het aantal Nightwish nummers uit de set met volgens mij 2 vingers te tellen is (Stargazers en Wishmaster), denk ik dat haar liefhebbers inmiddels haar eigen materiaal genoeg kennen. Of ze kiest er zelf bewust voor om het Nightwish hoofdstuk achter haar te laten en zich volledig te richten op haar solo carrière. Ze doet ook wat meer haar eigen ding tegenwoordig, zo heeft ze laatst of brengt ze binnenkort een klassieke plaat uit. Ik heb echter ook alweer wat voorbij zien komen over haar werkzaamheden aan een meer metal gericht werk. Kortom, ze is dus voor 100% bezig met haar eigen carrière.
Ondanks dat is het toch nog altijd het Nightwish materiaal dat het beste ontvangen word door het publiek. Zowel Stargazers als Wishmaster worden met veel enthousiasme ontvangen. Verder zijn het voornamelijk de nummers van haar eerste soloplaat die bij mij nog een belletje doen rinkelen. Deze nummers komen live goed uit de verf, maar ik moet zeggen dat dit eigenlijk voor al het materiaal wel zo is. Aangename "nieuwkomers" vind ik het prachtige "Underneath" en het op de bonusschijf aanwezige 500 Letters. Deze bonusschijf voelt wat minder "live" aan doordat het om verschillende opnames gaat en bij sommigen, zoals bij de in Rusland opgenomen nummers, veel van het publieksgeluid weggefilterd lijkt te zijn (of de Russen zijn gewoon minder uitbundig dan de Argentijnen). Doordat er maar weinig overlapping is met de gekozen nummers (enkel In for a Kill, I Walk Alone en Die Alive zijn 2 keer te horen), vormt de bonusschijf een best welkome aanvulling op de eerste schijf. Zeker omdat In for a Kill en I Walk Alone door de toevoeging van het orkest en koor een stuk voller klinken dan de Luna Park versies.
Wat ze van mij dan wel achterwege had mogen laten is de jaren '80 medley in de Luna Park set. Dit scheen ze standaard bij alle optredens te doen tijdens deze tour, maar de composities van Ankie Bagger, Belinda Carlisle en Bon Jovi vormen een vreemd contrast met haar eigen werk.
Een mooie vastlegging van het stadium waarin Tarja (live) momenteel in zit.
Ondanks dat is het toch nog altijd het Nightwish materiaal dat het beste ontvangen word door het publiek. Zowel Stargazers als Wishmaster worden met veel enthousiasme ontvangen. Verder zijn het voornamelijk de nummers van haar eerste soloplaat die bij mij nog een belletje doen rinkelen. Deze nummers komen live goed uit de verf, maar ik moet zeggen dat dit eigenlijk voor al het materiaal wel zo is. Aangename "nieuwkomers" vind ik het prachtige "Underneath" en het op de bonusschijf aanwezige 500 Letters. Deze bonusschijf voelt wat minder "live" aan doordat het om verschillende opnames gaat en bij sommigen, zoals bij de in Rusland opgenomen nummers, veel van het publieksgeluid weggefilterd lijkt te zijn (of de Russen zijn gewoon minder uitbundig dan de Argentijnen). Doordat er maar weinig overlapping is met de gekozen nummers (enkel In for a Kill, I Walk Alone en Die Alive zijn 2 keer te horen), vormt de bonusschijf een best welkome aanvulling op de eerste schijf. Zeker omdat In for a Kill en I Walk Alone door de toevoeging van het orkest en koor een stuk voller klinken dan de Luna Park versies.
Wat ze van mij dan wel achterwege had mogen laten is de jaren '80 medley in de Luna Park set. Dit scheen ze standaard bij alle optredens te doen tijdens deze tour, maar de composities van Ankie Bagger, Belinda Carlisle en Bon Jovi vormen een vreemd contrast met haar eigen werk.
Een mooie vastlegging van het stadium waarin Tarja (live) momenteel in zit.
Tarja Turunen - The Brightest Void (2016)

3,5
0
geplaatst: 1 juni 2016, 23:13 uur
Een beetje vage release waarbij ik de indruk heb dat dit een aantal van de tracks zijn die ze wel graag wilde doen, maar niet goed op de nieuwe langspeler "The Shadow Self" passen.
Opener "No Bitter End" geeft echter toch al een blikje op de sound die ze wil aanhouden en ik moet zeggen dat dit zeker niet slecht klinkt. Ze weet nog redelijk te rocken op haar manier en weet haar stem ook prima om te buigen naar deze wat poppier/elektrischer klinkende geluid.
Hierna komt voor mij meteen het hoogtepunt van het album. Het duet met oudgediende Michael Monroe pakt uitstekend uit. De man weet een lekkere sleazy edge aan het nummer te geven met zijn stemgeluid. Daarnaast levert hij muzikaal met zijn mondharmonica en saxofoon gewoon zoveel meerwaarde aan dit nummer. Tanja weet daarnaast precies wanneer zij een stapje terug moet nemen om de man te laten schitteren. Zo klinkt het als een haast gemoedelijk duet tussen de twee landgenoten waar beiden wel met tevredenheid op terug kunnen kijken.
"Eagle Eye" keert een beetje terug naar de bombastische klank van haar eerste soloalbum en ook dit doet ze op een overtuigende wijze. Deze stijl past nog altijd perfect bij haar stemgeluid.
Opvolger "An Empty Dream" vind ik stilistisch meer richting iets gaan dat Evanescence zou kunnen afleveren. Persoonlijk vind ik het minder bij Tarja passen, maar haar engelachtige stemgeluid lijkt dit nog steeds voor een gedeelte goed te maken. Wat een zangeres is ze toch ook!
Persoonlijk vind ik "Witch Hunt" dan weer wat aan de saaie kant en maak je mij niet blij met dergelijke elektronisch klinkende drums.
"Shameless" is dan wel weer een wat vollere rocker om de boel wat wakker te schudden. Ook hier vind ik de instrumentatie en stem niet altijd even geslaagd bij elkaar passen, maar ze weten er nog een redelijk eindresultaat van te brijen.
Het prachtige "House of Wax" vind ik dan weer heerlijk meeslepend. Ik zweet als luisteraar mee op de wolk van haar stemgeluid. Interessante lyrische thematiek die mij vast wist te grijpen.
Ik vind "Goldfinger" wel leuk door de James Bond thematiek, maar het nummer is instrumentaal hier en daar gewoon lelijk afgewerkt als je het mij vraagt. Leuke thematiek, maar niet het beste nummer van het album.
Goed, en wat "Paradise (What About Us) hier nog eens op doet is mij dan weer een raadsel. Volgens de info een nieuwe mix, maar ik moet heel eerlijk toegeven dat ik de originele versie niet goed genoeg ken om dan precies te horen wat er nieuw is aan deze versie. Stilistisch duidelijk nog poppier dan Tarja's eigen werk en mede daardoor een beetje een vreemde eend in de bijt.
Een slecht nummer kan ik het echter niet noemen. Twee van de (naar mijn mening) beste stemmen uit het eens zo grootse "female fronted" genre is nooit mis, ook al dwalen ze qua stijl meer en meer af als je het mij vraagt.
Een aardig album waarop we een beetje te horen krijgen wat Tarja de laatste tijd zo bezig heeft gehouden. De opener is een veelbelovend visitekaartje voor het later dit jaar te verschijnen studioalbum. De rest is wisselend van kwaliteit, maar nog altijd wel boven gemiddeld als je het mij vraagt. Tarja kan nog altijd wel wat potjes bij mij breken.
Opener "No Bitter End" geeft echter toch al een blikje op de sound die ze wil aanhouden en ik moet zeggen dat dit zeker niet slecht klinkt. Ze weet nog redelijk te rocken op haar manier en weet haar stem ook prima om te buigen naar deze wat poppier/elektrischer klinkende geluid.
Hierna komt voor mij meteen het hoogtepunt van het album. Het duet met oudgediende Michael Monroe pakt uitstekend uit. De man weet een lekkere sleazy edge aan het nummer te geven met zijn stemgeluid. Daarnaast levert hij muzikaal met zijn mondharmonica en saxofoon gewoon zoveel meerwaarde aan dit nummer. Tanja weet daarnaast precies wanneer zij een stapje terug moet nemen om de man te laten schitteren. Zo klinkt het als een haast gemoedelijk duet tussen de twee landgenoten waar beiden wel met tevredenheid op terug kunnen kijken.
"Eagle Eye" keert een beetje terug naar de bombastische klank van haar eerste soloalbum en ook dit doet ze op een overtuigende wijze. Deze stijl past nog altijd perfect bij haar stemgeluid.
Opvolger "An Empty Dream" vind ik stilistisch meer richting iets gaan dat Evanescence zou kunnen afleveren. Persoonlijk vind ik het minder bij Tarja passen, maar haar engelachtige stemgeluid lijkt dit nog steeds voor een gedeelte goed te maken. Wat een zangeres is ze toch ook!
Persoonlijk vind ik "Witch Hunt" dan weer wat aan de saaie kant en maak je mij niet blij met dergelijke elektronisch klinkende drums.
"Shameless" is dan wel weer een wat vollere rocker om de boel wat wakker te schudden. Ook hier vind ik de instrumentatie en stem niet altijd even geslaagd bij elkaar passen, maar ze weten er nog een redelijk eindresultaat van te brijen.
Het prachtige "House of Wax" vind ik dan weer heerlijk meeslepend. Ik zweet als luisteraar mee op de wolk van haar stemgeluid. Interessante lyrische thematiek die mij vast wist te grijpen.
Ik vind "Goldfinger" wel leuk door de James Bond thematiek, maar het nummer is instrumentaal hier en daar gewoon lelijk afgewerkt als je het mij vraagt. Leuke thematiek, maar niet het beste nummer van het album.
Goed, en wat "Paradise (What About Us) hier nog eens op doet is mij dan weer een raadsel. Volgens de info een nieuwe mix, maar ik moet heel eerlijk toegeven dat ik de originele versie niet goed genoeg ken om dan precies te horen wat er nieuw is aan deze versie. Stilistisch duidelijk nog poppier dan Tarja's eigen werk en mede daardoor een beetje een vreemde eend in de bijt.
Een slecht nummer kan ik het echter niet noemen. Twee van de (naar mijn mening) beste stemmen uit het eens zo grootse "female fronted" genre is nooit mis, ook al dwalen ze qua stijl meer en meer af als je het mij vraagt.
Een aardig album waarop we een beetje te horen krijgen wat Tarja de laatste tijd zo bezig heeft gehouden. De opener is een veelbelovend visitekaartje voor het later dit jaar te verschijnen studioalbum. De rest is wisselend van kwaliteit, maar nog altijd wel boven gemiddeld als je het mij vraagt. Tarja kan nog altijd wel wat potjes bij mij breken.
Tarja Turunen - The Shadow Self (2016)

3,0
0
geplaatst: 19 februari 2017, 12:08 uur
Een minder pakkend album dan 'The Brightest Void' als je het mij vraagt.
Er staan wel een aantal lekkere nummers op, zoals 'Innocence' en het prachtige 'No Bitter End' en 'Diva', maar voor de rest staat er niet veel memorabel materiaal op.
Misschien dat mijn mening nog wat veranderd naarmate ik deze wat vaker beluisterd heb.
Niet slecht, lekkere muziek om op wakker te worden op een zondagmorgen als deze, maar meer dan dat ook niet.
Er staan wel een aantal lekkere nummers op, zoals 'Innocence' en het prachtige 'No Bitter End' en 'Diva', maar voor de rest staat er niet veel memorabel materiaal op.
Misschien dat mijn mening nog wat veranderd naarmate ik deze wat vaker beluisterd heb.
Niet slecht, lekkere muziek om op wakker te worden op een zondagmorgen als deze, maar meer dan dat ook niet.
Ted Nugent - Free for All (1976)

3,5
0
geplaatst: 16 juli 2014, 12:56 uur
Von Helsing schreef:
I Love You So I Told You a Lie (met volgens mij Meatloaf)
I Love You So I Told You a Lie (met volgens mij Meatloaf)
Dan hoorde ik het dus goed vanochtend. Ik dacht al bij mezelf "dit klinkt als Meat Loaf" en het is dus ook echt zo.
Wat een laag gemiddelde heeft dit album zeg! Terwijl ik de kwaliteit niet echt minder vind dan Ted's debuut. Vooral het ronkende gitaargeluid van "Dog Eat Dog" vind ik echt fantastisch. Ted zingt inderdaad wel wat minder als Derek maar echt storend word het nergens. Prima tweede plaat van Nugent.
Ted Nugent - Love Grenade (2007)

2,5
0
geplaatst: 9 januari 2016, 21:30 uur
Guinness1980 schreef:
Dit album heb ik gezien met een meisje met een granaat in d'r mond.
Dit album heb ik gezien met een meisje met een granaat in d'r mond.
Ik heb de uit 2007 stammende release van Eagle records en daar staat de genoemde dame aan de binnenkant van de hoes, maar word de bovenstaande afbeelding gebruikt als front. Het hoort dus wel beiden bij het artwork. Misschien dat ze een keer bij een heruitgave de afbeeldingen wisselden?
Maar nu over deze plaat: Ted Nugent laat menig maal horen dat hij nog altijd lekker kan scheuren met z'n gitaar. Geholpen door enkel bassist Barry Sparks en drummer Tommy Clufetos (ja, diezelfde die tegenwoordig bij Ozzy/Sabbath te horen is) is dit vooral de "grote Ted Nugent show". Het gitaargeweld van the Nuge is nog best goed, maar de stijl word hier en daar wat repetitief.
Waar ik alleen wat over struikel zijn de nogal schreeuwerige vocalen van hem.
Neem daar dan ook nog eens de abominabele tekstuele kwaliteit van nummers als "Funk U" en het pedoseksueel getinte "Girlscout Cookies" en we hebben al helemaal een verschrikkelijke combi.
Instrumentaal gezien niet slecht, maar de rest van Nugent's cockfest bevalt me een stuk minder.
Ted Nugent - Ted Nugent (1975)

4,0
0
geplaatst: 15 juli 2014, 19:18 uur
Ik doe er nog een halve ster bij. Deze plaat lijkt per luisterbeurt beter te worden. Een album waarbij het gitaargeweld lekker op de voorgrond staat, zoals het hoort bij Hard Rock. Verder is ook de zang van goede kwaliteit. Ik ben benieuwd naar de platen hierna (aangezien op die platen Nugent zelf de zang voor zijn rekening neemt zullen die wel wat anders klinken).
Ted Poley - Beyond the Fade (2016)

4,0
0
geplaatst: 13 juni 2016, 12:32 uur
Het is dit jaar druk met (ex-)Danger Danger zangers, want daar waar Paul Laine eerder dit jaar al een album uitbracht met The Defiants, is hier dus Ted Poley met zijn eerste soloalbum in bijna 10 jaar.
Hij brengt een melodische rockplaat volgens het boekje waarin hij nog redelijk weet te variëren. Zo brengt hij met afsluiter 'Beneath the Stars' een bombastische afsluiter waar iemand als Meat Loaf ook mee zou kunnen komen. Dit terwijl een nummer als 'Hands of Love' ook zo op een Danger Danger plaat zou kunnen staan. Weer zo'n lekker catchy nummer.
Op 'The Perfect Crime' zingt hij een duet met een mij onbekende zangeres en die samenzang klinkt prima. Verder gaat dit nummer qua stijl door de keyboards haast richting Foreigner.
Op een wat rockender nummer als 'Higher' laat Poley pas goed horen hoe goed zijn bereik nog is na al die jaren. Wat een zanger is hij nog zeg!
Neem daar nog eens een prachtige productie bij waarin alle instrumenten goed op elkaar afgesteld zijn en alles mooi, zuiver en evenwichtig uit de speakers komt en je hebt toch weer een kleine topper te pakken.
Niets nieuws onder de zon, maar gewoon weer genieten voor liefhebbers van dergelijke muziek.
Hij brengt een melodische rockplaat volgens het boekje waarin hij nog redelijk weet te variëren. Zo brengt hij met afsluiter 'Beneath the Stars' een bombastische afsluiter waar iemand als Meat Loaf ook mee zou kunnen komen. Dit terwijl een nummer als 'Hands of Love' ook zo op een Danger Danger plaat zou kunnen staan. Weer zo'n lekker catchy nummer.
Op 'The Perfect Crime' zingt hij een duet met een mij onbekende zangeres en die samenzang klinkt prima. Verder gaat dit nummer qua stijl door de keyboards haast richting Foreigner.
Op een wat rockender nummer als 'Higher' laat Poley pas goed horen hoe goed zijn bereik nog is na al die jaren. Wat een zanger is hij nog zeg!
Neem daar nog eens een prachtige productie bij waarin alle instrumenten goed op elkaar afgesteld zijn en alles mooi, zuiver en evenwichtig uit de speakers komt en je hebt toch weer een kleine topper te pakken.
Niets nieuws onder de zon, maar gewoon weer genieten voor liefhebbers van dergelijke muziek.
Temple of Baal - Mysterium (2015)

4,0
0
geplaatst: 1 november 2015, 11:40 uur
Terwijl een gedeelte van ons land de zondagmorgen doorbrengt in de kerk, gebruik ik de zondagmorgen om een paar keer naar deze plaat te luisteren. Verschil moet er zijn zullen we maar zeggen.
Temple of Baal brengt met "Mysterium" een sterke Black Metal plaat. De tracks klinken over het algemeen best hard. Doordat de productie best goed is mist het wel de rauwe edge die met name bij de Noorse genregenoten vaak terug te horen is.
De grunts zijn wel in het Engels en mede door de goede productie duidelijk te verstaan. Daarnaast laat het de kwaliteit van de zanger horen, want lang niet alle grunters kunnen ook daadwerkelijk verstaanbaar hun zegje doen. Engelse teksten, vaak over dood en verder, met hier en daar nog wat spreuken uit het Latijn er doorheen gemengd.
Daarnaast valt het gitaarwerk in positieve zin op, want het klinkt soms haast virtuoos en hier en daar voegt men toch wat melodieuze stukken toe.
De blastbeats van de ritmesectie zijn lekker strak ingespeeld en zorgen voor de eerder genoemde hardheid van deze muziek.
Duidelijk musici die weten waar ze mee bezig zijn. Een overtuigende Black Metal plaat.
Temple of Baal brengt met "Mysterium" een sterke Black Metal plaat. De tracks klinken over het algemeen best hard. Doordat de productie best goed is mist het wel de rauwe edge die met name bij de Noorse genregenoten vaak terug te horen is.
De grunts zijn wel in het Engels en mede door de goede productie duidelijk te verstaan. Daarnaast laat het de kwaliteit van de zanger horen, want lang niet alle grunters kunnen ook daadwerkelijk verstaanbaar hun zegje doen. Engelse teksten, vaak over dood en verder, met hier en daar nog wat spreuken uit het Latijn er doorheen gemengd.
Daarnaast valt het gitaarwerk in positieve zin op, want het klinkt soms haast virtuoos en hier en daar voegt men toch wat melodieuze stukken toe.
De blastbeats van de ritmesectie zijn lekker strak ingespeeld en zorgen voor de eerder genoemde hardheid van deze muziek.
Duidelijk musici die weten waar ze mee bezig zijn. Een overtuigende Black Metal plaat.
Ten - The Dragon and Saint George (2015)

2,5
0
geplaatst: 3 november 2015, 16:39 uur
Ik meen me te herinneren ooit naar "The Name of the Rose" te hebben geluisterd, maar er is me niet veel van bijgebleven.
Voor mij dus zo goed als een kennismaking met het de uit Manchester afkomstige Rock (AOR) groep Ten. Hun eerste EP sinds het in 1999 uitgebrachte "Fear the Force". De heren lijken productiever te zijn dan ooit (4 volledige albums in de afgelopen 5 jaar en nu dus nog eens deze EP).
De cover van dit werk is wederom ontworpen door Gaetano Di Falco (deed ook de covers van de 2 voorgaande albums). Zijn herkenbare, nogal cheape look is inderdaad wel weer terug te zien. Deze keer moeten we het alleen met een kruisridder doen in plaats van een dame.
Volgens de wiki zingt Gary Hughes op deze plaat. De man is er vanaf het begin van de band bij en dat verrast me toch wel. Ik vind namelijk dat zijn stem een beetje aan (overtuiging)kracht ontbreekt. Daardoor komt de melodieuze rocker "The Dragon and Saint George" wat minder krachtig over, maar ook de afsluitende ballad "We Can Be as One" (scheen een bonustrack te zijn voor de Europese editie van de laatste langspeler) komt wat gezapig over. Hughes heeft meer een stem voor een boyband of iets dergelijks.
Toch klinkt hij op "Is There Anyone With Sense" en "Albion Born" nog wel aardig.
Verder doen er op deze plaat maar liefst 3 gitaristen mee. Dann Rosingana en Steve Grocott delen de lead gitarist rol en John Halliwell doet nog mee als aanvulling op de ritmesectie. We worden dan ook regelmatig op melodieus gitaarwerk getrakteerd, maar het blijft mij allemaal wat aan de softe kant.
Voor mij dus zo goed als een kennismaking met het de uit Manchester afkomstige Rock (AOR) groep Ten. Hun eerste EP sinds het in 1999 uitgebrachte "Fear the Force". De heren lijken productiever te zijn dan ooit (4 volledige albums in de afgelopen 5 jaar en nu dus nog eens deze EP).
De cover van dit werk is wederom ontworpen door Gaetano Di Falco (deed ook de covers van de 2 voorgaande albums). Zijn herkenbare, nogal cheape look is inderdaad wel weer terug te zien. Deze keer moeten we het alleen met een kruisridder doen in plaats van een dame.
Volgens de wiki zingt Gary Hughes op deze plaat. De man is er vanaf het begin van de band bij en dat verrast me toch wel. Ik vind namelijk dat zijn stem een beetje aan (overtuiging)kracht ontbreekt. Daardoor komt de melodieuze rocker "The Dragon and Saint George" wat minder krachtig over, maar ook de afsluitende ballad "We Can Be as One" (scheen een bonustrack te zijn voor de Europese editie van de laatste langspeler) komt wat gezapig over. Hughes heeft meer een stem voor een boyband of iets dergelijks.
Toch klinkt hij op "Is There Anyone With Sense" en "Albion Born" nog wel aardig.
Verder doen er op deze plaat maar liefst 3 gitaristen mee. Dann Rosingana en Steve Grocott delen de lead gitarist rol en John Halliwell doet nog mee als aanvulling op de ritmesectie. We worden dan ook regelmatig op melodieus gitaarwerk getrakteerd, maar het blijft mij allemaal wat aan de softe kant.
Terra Nova - Break Away (1996)

3,5
0
geplaatst: 17 november 2013, 17:19 uur
Dat niemand bekend is met de Nederlandse melodieuze (prog) rockers van Terra Nova.
Opgericht door de broers Fred en Ron Hendrix. Fred verzorgt de vocalen en Ron de keyboards. Verder zijn op dit album gitarist Gesuino Derosas, bassist Lucien Matheeuwsen en drummer Lars Beuving te horen.
De composities zijn sterk en vooral de mooie keyboard partijen van Ron Hendrix en het gitaarwerk van Derosas vallen op. Ik moest een beetje wennen aan de stem van Fred. Op album opener "Break Away" vind ik hem nog niet direct overtuigend, maar op afsluiter "Not Here with Me" zingt hij de sterren toch wel van de hemel.
Een erg fijn melodieus rock album met prog rock invloeden die voor de liefhebbers weer genietenswaardig zal zijn. Een band die hier op mume zeker wat meer aandacht verdient. Vooral omdat het hier om een band van eigen bodem gaat.
Opgericht door de broers Fred en Ron Hendrix. Fred verzorgt de vocalen en Ron de keyboards. Verder zijn op dit album gitarist Gesuino Derosas, bassist Lucien Matheeuwsen en drummer Lars Beuving te horen.
De composities zijn sterk en vooral de mooie keyboard partijen van Ron Hendrix en het gitaarwerk van Derosas vallen op. Ik moest een beetje wennen aan de stem van Fred. Op album opener "Break Away" vind ik hem nog niet direct overtuigend, maar op afsluiter "Not Here with Me" zingt hij de sterren toch wel van de hemel.
Een erg fijn melodieus rock album met prog rock invloeden die voor de liefhebbers weer genietenswaardig zal zijn. Een band die hier op mume zeker wat meer aandacht verdient. Vooral omdat het hier om een band van eigen bodem gaat.
Terra Nova - Reinvent Yourself (2015)

2,5
0
geplaatst: 16 mei 2015, 16:49 uur
Ik heb deze inmiddels al een paar keer beluisterd en ik moet eerlijk toegeven dat ik hier warm noch koud van word. Fred Hendrix schreef het meeste al eind 2013 en ze begonnen in 2014 met de opnames. Er scheen echter een meningsverschil te zijn over welke weg ze op wilden met het album tussen de bandleden en de mensen van Frontiers records.
Daarom verbrak men het contract met dat label, waardoor deze plaat nu dus uitgebracht werd door MelodicRock.
"Reinvent Yourself" vind ik in dit geval een beetje een misleidende titel, want de heren doen daar op deze plaat niet zo veel aan. Met name de keyboards vind ik verschrikkelijk oubollig klinken. Nu ben ik normaal gesproken wel in voor een portie melodische rock, maar dit album weet me nergens te raken. Softe, midtempo rocknummertjes die mij niet wisten te boeien.
Anderen denken hier waarschijnlijk anders over (de enige andere stem op dit album was er een van 4*), maar op mij komt het niet over.
Daarom verbrak men het contract met dat label, waardoor deze plaat nu dus uitgebracht werd door MelodicRock.
"Reinvent Yourself" vind ik in dit geval een beetje een misleidende titel, want de heren doen daar op deze plaat niet zo veel aan. Met name de keyboards vind ik verschrikkelijk oubollig klinken. Nu ben ik normaal gesproken wel in voor een portie melodische rock, maar dit album weet me nergens te raken. Softe, midtempo rocknummertjes die mij niet wisten te boeien.
Anderen denken hier waarschijnlijk anders over (de enige andere stem op dit album was er een van 4*), maar op mij komt het niet over.
Texas Hippie Coalition - Ride On (2014)

3,0
0
geplaatst: 7 oktober 2014, 14:54 uur
Ik ontdekte THC een aantal jaren terug toen ik een aantal keren lovende recensies over hun live optredens had gelezen. Ik had nog nooit wat van ze beluisterd en besloot dit nieuwe album van ze eens te beluisteren. Muzikaal gezien staat het album als een huis. Strakke en catchy gitaarlijnen en een mooie volle productie. De zang gaat mij echter na een poosje wat vervelen. Wellicht komt dit live wat beter over.
The Banyans - For Better Days (2015)

3,5
0
geplaatst: 18 september 2015, 13:43 uur
Deze nog vrij jonge reggaeband grijpt qua sound terug op de roots reggae waar het allemaal mee begon. Klassieke instrumentatie: een rhythm gitaar, melodieuze bas, drums aangevuld met wat conga's en om het helemaal af te maken wat blazers (alt sax en trompet als ik het goed hoorde).
De productie is goed en de instrumentatie is mooi afgestemd op de zanger. Het toasten tijdens Judge I (door niemand minder dan Big Youth) hadden ze van mij achterwege mogen laten. Dat is ook meer omdat ik niet zoveel met deze "zangstijl" heb.
Verder is dit album puur genieten voor de liefhebbers van de klassieke jaren '70 reggae.
De productie is goed en de instrumentatie is mooi afgestemd op de zanger. Het toasten tijdens Judge I (door niemand minder dan Big Youth) hadden ze van mij achterwege mogen laten. Dat is ook meer omdat ik niet zoveel met deze "zangstijl" heb.
Verder is dit album puur genieten voor de liefhebbers van de klassieke jaren '70 reggae.
The Best Pessimist - The Half-World (2015)

3,5
0
geplaatst: 17 juni 2015, 18:04 uur
Sergey Lunev is in zijn eentje verantwoordelijk voor het geluid van The Best Pessimist. In "The Half-World" neemt hij ons mee in 50 minuten minimalistische melancholiek. Al moet ik zeggen dat het wel wat varieert over de plaat heen. Daar waar we bij "My Long Goodbye" een depressief pianoriedeltje te horen krijgen, zijn tracks als "Make a Wish" en "New Day" een stuk "vrolijker" te noemen.
Met die laatste track zorgt hij zelfs voor een haast filmisch geluid dat wat te vergelijken is met Lights & Motion. Lunev maakt alleen hier en daar wat abrupte veranderingen of stiltes daar waar de muziek van Lights & Motion vaak gewoon doorloopt. Lunev probeert er dus wel wat zijn eigen draai aan te geven.
Met die laatste track zorgt hij zelfs voor een haast filmisch geluid dat wat te vergelijken is met Lights & Motion. Lunev maakt alleen hier en daar wat abrupte veranderingen of stiltes daar waar de muziek van Lights & Motion vaak gewoon doorloopt. Lunev probeert er dus wel wat zijn eigen draai aan te geven.
The Byrds - Mr. Tambourine Man (1965)

3,5
1
geplaatst: 13 april 2015, 19:27 uur
Mijn interesse in jaren '60 muziek begint weer even zijn opleving te krijgen. Zojuist de 51 mono van deze plaat beluisterd via youtube en wat klinkt dit heerlijk!
De grootste uitspringers zijn voor mij toch wel het titelnummer (die ik een stuk beter vind dan Dylan's originele versie) en het prachtige Here Without You. Al bevat de hele plaat eigenlijk wel lekker in het gehoor liggende poppy (folk)rock nummers. Daarnaast krijgen de heren het voor elkaar om door de harmonie(samen)zang en het gitaargeluid een heel eigen smoel te krijgen binnen het genre in die tijd. Een plaat die gewoon lekker beluisterd en.mede door de korte speelduur ook lekker laagdrempelig is voor de beluisteraar.
De grootste uitspringers zijn voor mij toch wel het titelnummer (die ik een stuk beter vind dan Dylan's originele versie) en het prachtige Here Without You. Al bevat de hele plaat eigenlijk wel lekker in het gehoor liggende poppy (folk)rock nummers. Daarnaast krijgen de heren het voor elkaar om door de harmonie(samen)zang en het gitaargeluid een heel eigen smoel te krijgen binnen het genre in die tijd. Een plaat die gewoon lekker beluisterd en.mede door de korte speelduur ook lekker laagdrempelig is voor de beluisteraar.
The Charlie Daniels Band - Million Mile Reflections (1979)

4,0
1
geplaatst: 5 februari 2015, 15:24 uur
matthijs schreef:
Doet me denken aan de Outlaws.
Doet me denken aan de Outlaws.
Persoonlijk vind ik deze plaat meer naar de Prog Rock kant gaan, terwijl de Outlaws toch wel meer richting de Southern Rock zitten qua geluid.
Vandaag heb ik deze voor een prikkie kunnen kopen in een platenzaak en ik moet zeggen dat ik daar tot op heden geen seconde spijt van heb. Wat een lekker album is dit zeg! Deze plaat verscheen op 20 april 1979 en was vooral bekend vanwege de hit "The Devil Went Down to Georgia", maar de plaat heeft veel meer te bieden dan dat! Kant A bevat voornamelijk symfonische rockers. Vooral het lekker catchy "Blue Star" en de melancholische symfonische ballade "Reflections" vind ik erg tof.
Dan begint kant B gelijk met de kraker "The Devil Went Down to Georgia". Tjah, natuurlijk hét Charlie Daniels Band nummer en het klinkt nog steeds erg lekker. Grappig dat ze in dit nummer ineens meer de Southern Rock kant inschoten, terwijl de rest van het album dat een stuk minder heeft. Daniels laat hier horen dat hij een veelzijdig muzikant is wanneer hij zijn viool ter hand neemt.
Verder valt het uitgerekte prog rock nummer "Rainbow Ride" op. Hier word ook nog eens een heel arsenaal aan "nieuwe instrumenten" uit de kast getrokken als een xylofoon en een (dwars?)fluit.
Een veelzijdig en spannend album van deze band die hier op deze website wel wat meer aandacht zou mogen krijgen. Ik kan dit alleen maar aanraden.
The Common Linnets - The Common Linnets (2014)

3,5
0
geplaatst: 25 februari 2015, 21:56 uur
In de zin van Ilse DeLange met als backing band The Common Linets (waarmee ze eind vorig jaar ook tourde)? Samen met Waylon zie ik namelijk niet zo snel gebeuren.
Ik zag deze per toeval bij mijn ouders in de kast staan en besloot deze in de auto te draaien. Inmiddels heb ik hem een aantal keren beluisterd en ik moet zeggen dat hij me wel bevalt.
Ik kan country van tijd tot tijd wel waarderen en vooral Waylon's stem leent zich geweldig voor deze muziek stijl. Iets dat hij goed laat horen op het prachtige "Where Do I Go with me". Verder vind ik afsluiter "Love Goes On" ook een erg mooi nummer.
Een sterk album dat gewoon makkelijk in het gehoor ligt.
Ik zag deze per toeval bij mijn ouders in de kast staan en besloot deze in de auto te draaien. Inmiddels heb ik hem een aantal keren beluisterd en ik moet zeggen dat hij me wel bevalt.
Ik kan country van tijd tot tijd wel waarderen en vooral Waylon's stem leent zich geweldig voor deze muziek stijl. Iets dat hij goed laat horen op het prachtige "Where Do I Go with me". Verder vind ik afsluiter "Love Goes On" ook een erg mooi nummer.
Een sterk album dat gewoon makkelijk in het gehoor ligt.
The Crusaders - Royal Jam (1982)

4,0
0
geplaatst: 6 februari 2015, 01:03 uur
Iedere keer weer verbaasd het me hoe ondergesneeuwd deze band is op musicmeter.
The (Jazz) Crusaders hebben verschillende incarnaties gehad door de jaren heen. Tijdens dit concert waren er nog 3 originele leden aanwezig. Saxofonist Wilton Felder, keyboardspeler Joe Sample en de drummer Stix Hooper. Ze werden bijgestaan door de gitaristen Barry Finnerty en David T. Walker en bassist James Jamerson Jr.
Het orkest trapt af met een instrumentale opener. Daarna word de band erbij betrokken. Het orkest heeft een sterke toevoegende waarde. De muziek van de band schommelt tussen jazz, funk en soul. Tijdens dit optreden nemen ze zelfs een uitstapje naar de blues wanneer ze B.B. King uitnodigen om zijn "The Thrill is Gone" te komen zingen. Mede door het orkest is deze uitvoering toch ook wel uniek te noemen.
Daarnaast kent het album een goede opnamekwaliteit, zeker als je erbij stilstaat dat dit in september 1981 opgenomen werd. Even om verwarringen te voorkomen: de locatie was de Royal Festival Hall en dus niet de Royal Albert.
The (Jazz) Crusaders hebben verschillende incarnaties gehad door de jaren heen. Tijdens dit concert waren er nog 3 originele leden aanwezig. Saxofonist Wilton Felder, keyboardspeler Joe Sample en de drummer Stix Hooper. Ze werden bijgestaan door de gitaristen Barry Finnerty en David T. Walker en bassist James Jamerson Jr.
Het orkest trapt af met een instrumentale opener. Daarna word de band erbij betrokken. Het orkest heeft een sterke toevoegende waarde. De muziek van de band schommelt tussen jazz, funk en soul. Tijdens dit optreden nemen ze zelfs een uitstapje naar de blues wanneer ze B.B. King uitnodigen om zijn "The Thrill is Gone" te komen zingen. Mede door het orkest is deze uitvoering toch ook wel uniek te noemen.
Daarnaast kent het album een goede opnamekwaliteit, zeker als je erbij stilstaat dat dit in september 1981 opgenomen werd. Even om verwarringen te voorkomen: de locatie was de Royal Festival Hall en dus niet de Royal Albert.
The Darkness - Last of Our Kind (2015)

3,5
0
geplaatst: 12 juli 2015, 14:05 uur
Mijn kennismaking met deze band en ik had even een paar luisterbeurten nodig om "erin te komen". Met name het soms erg hoge stemgeluid van Justin Hawkins is even wennen, maar als je het eenmaal gewend bent, klinkt het nog best goed. Instrumentaal klinkt het best goed en ook de productie van deze plaat is zeer degelijk. Alle instrumenten komen goed tot hun recht en Hawkins' stemgeluid staat ook prima in de mix.
Grappig trouwens, volgens de wiki pagina hebben ze bij het titelnummer 236 fans voor de achtergrondzang gebruikt. Verder kan ik alleen maar zeggen dat ik dit een tof en energiek album vind. Het geeft een goede eerste indruk van deze band.
Grappig trouwens, volgens de wiki pagina hebben ze bij het titelnummer 236 fans voor de achtergrondzang gebruikt. Verder kan ik alleen maar zeggen dat ik dit een tof en energiek album vind. Het geeft een goede eerste indruk van deze band.
The Dublin Legends - An Evening with The Dublin Legends (2014)
Alternatieve titel: Live in Vienna

4,0
0
geplaatst: 2 oktober 2014, 13:24 uur
Deze mannen weten na al die jaren nog steeds kwalitatief sterke optredens te verzorgen. De instrumentatie klinkt prachtig helder en de vocalen van Sean Cannon en Patsy Watchorn klinken prachtig. De setlist is vooral een verzameling van Dubliners klassiekers, maar hier en daar weten ze nog op een fijne manier te verassen, zoals met inderdaad "Rare Old Mountain Dew", maar ook met het Ierse "Fáinne Geal An Lea", gezongen door Cannon. De melodielijn van dit nummer is hetzelfde als "Raglan Road", wat mij doet afvragen of dat de Engelstalige versie van dit nummer was.
Het optreden word hier en daar nog wat opgeleukt met Cannon's gortdroge grappen en dat maakt het voor mij helemaal af.
Voor de liefhebbers misschien een wat standaard set, maar de vertolkingen zijn wederom de moeite van het beluisteren waard.
Het optreden word hier en daar nog wat opgeleukt met Cannon's gortdroge grappen en dat maakt het voor mij helemaal af.
Voor de liefhebbers misschien een wat standaard set, maar de vertolkingen zijn wederom de moeite van het beluisteren waard.
The Dubliners - 20 Original Greatest Hits (1978)

4,0
0
geplaatst: 19 februari 2017, 18:25 uur
Een mooie verzamelaar met een goede verdeling tussen de wat bekendere meezingers en wat onbekender werk van ze.
Ik weet dat Ierse Folk nou niet bepaald bij mijn generatie past, maar dat kan mij niks schelen. Ik geniet er namelijk van en dat is nou juist waar muziek voor bedoeld is.
Favorieten op dit album zijn 'Finnegan's Wake', 'The Rebel', 'Lord of the Dance' (altijd zo'n heerlijke opsteker) en 'The Town I Loved So Well'.
Ik weet dat Ierse Folk nou niet bepaald bij mijn generatie past, maar dat kan mij niks schelen. Ik geniet er namelijk van en dat is nou juist waar muziek voor bedoeld is.
Favorieten op dit album zijn 'Finnegan's Wake', 'The Rebel', 'Lord of the Dance' (altijd zo'n heerlijke opsteker) en 'The Town I Loved So Well'.
The Dubliners - 40 Years (2002)

4,0
0
geplaatst: 17 februari 2016, 23:06 uur
In 2002 bestonden The Dubliners 40 jaar. Reden genoeg om met de toenmalige line-up (Paddy Reilly, Sean Cannon, John Sheahan en Eamonn Campbell) weer de studio in te duiken. (Ex-)zangers Jim McCann en Ronnie Drew voegden zich bij hen voor zowel de opname van dit album als de erbij horende tour waarvan ze ook nog een prachtige registratie van hebben.
Naast de (opnieuw) opgenomen nummers bevat dit album (opgepoetst) oud materiaal waarop de toen al overleden Luke Kelly, Ciarán Bourke en Bob Lynch ook te horen zijn. Inmiddels hebben spijtig genoeg Jim McCann en Ronnie Drew zich bij hen gevoegd en is Paddy Reilly niet meer actief binnen de muziek. Tegenwoordig gaan enkel Cannon en Campbell nog dapper door met The Dublin Legends.
Afijn, al met al dus een best historisch plaatje binnen de rijke geschiedenis van the Dubliners zou je kunnen zeggen. Ik ken deze CD al jaren, aangezien mijn vader deze in de kast heeft staan sinds hij de mannen op de betreffende tour was gaan zien. Ik kan dan ook wel zeggen dat deze toch al wel tientallen malen voorbij is gekomen.
Soms dan raak je als luisteraar van dergelijke muziek in een nostalgische bui en komt de drang weer om naar ze te luisteren. Zo geschiedde het bij mij en ben ik momenteel voor de vierde keer in deze afgelopen dagen naar deze plaat aan het luisteren.
Het album start gelijk met Drew's karakteristieke stemgeluid in "Don't Give Up 'Til It's Over". Mooi gezongen door de toen 67-jarige Drew en wijze woorden in de lyrics. Een mooie opener. Daarna komt Jim McCann aan bod met "Lord of the Dance". Ik heb dat altijd een leuk, aanstekelijk nummer gevonden. Ook altijd wel een vrolijk nummer, terwijl het tekstueel gezien niet altijd even vrolijk is. Vooral niet wanneer McCann op een vrij korte en bondige manier de lijdensweg van Jezus omschrijft. Ik hang geen geloof aan en heb hier dan ook geen moeite mee, maar ik heb het idee dat de meeste Christenen er toch wel mee kunnen leven (daar The Dubliners een wat ouder publiek trekt zullen daar (waarschijnlijk) nog wel wat meer Christelijke mensen tussen zitten). Ach, het is eigenlijk ook helemaal niet grof bedoelt en ik denk dat de meeste mensen dat ook wel kunnen inzien.
Op "Dancing at Whitsun" is Paddy Reilly (het nummer is tevens ook door hem geschreven) aan de beurt en ook hij zingt op een sterke wijze zijn eerste nummer op deze plaat. Wat ik zo leuk vind aan The Dubliners is dat iedere zanger echt een eigen geluid heeft. Ze proberen elkaar niet na te doen en ze zingen allemaal op hun eigen manier. Ze zijn goed te onderscheiden als je de stemmen en de bijpassende hoofden inmiddels kent.
Op "When the Boys Come Rolling Home" neemt Sean Cannon de lead vocalen voor zijn rekening. Tijdens het refrein krijgt hij bijval van de andere mannen waarbij Drew's stemgeluid het meest overheerst (lijkt gewoon te komen door de man zijn stemgeluid, niet door de mix o.i.d.). Het valt me namelijk uit dat ze een behoorlijk goede geluidskwaliteit hebben op deze plaat, waarbij de nummers in hun simplistische waarde worden gelaten. En laat dat nou juist de kracht van dergelijke Folk zijn.
Tijdens het makkelijk meezingbare "When the Boys..." krijg ik al moeite om stil te zitten. Wat een lekker aanstekelijk nummer is dit zeg. Een leuke toevoeging.
Daarna is het namelijk bijna weer een traantje wegpinken tijdens "Raglan Road", waarin we Luke Kelly dit nummer op een prachtige en gevoelige manier horen zingen. Prachtig begeleid door John Sheahan's viool en thin whistle. Het word al helemaal mooi als ze er ook nog een harp bij halen. Barney McKenna's banjo is ook subtiel op de achtergrond te horen, maar die lijkt meer de maat aan te geven. Ik heb het idee dat ze met dit nummer gewoon de best opgenomen versie van Luke hebben genomen, deze nog wat opgepoetst, en de instrumentatie er opnieuw op ingespeeld hebben.
"The Rocky Road to Dublin / Within a Mile of Dublin" is een instrumentaal nummer waarin Sheahan en McKenna de hoofdrol mogen spelen. In het "Rocky Road gedeelte" zijn enkel zij te horen met een begeleidende ritmegitaar (waarschijnlijk Campbell) en een slaginstrument dat weleens een bodhrán zou kunnen zijn. Bij "Within a Mile of" halen ze meer uit de kast, met een thin whistle, piano en wederom een bodhrán erbij. Beide tunes worden op een sterke wijze gespeeld en de instrumenten zijn allen goed te horen.
Op "The Last Thing On My Mind" mag Reilly zich weer laten horen. Persoonlijk vind ik dit het mooiste nummer van dit album met hem op zang. Een mooie tekst ook weer trouwens.
Jim McCann's versie van "Grace" is internationaal gezien wel de meest bekende versie denk ik (volgens mij ook nog een keer opgenomen door (The) Barleycorn). Welke opname met McCann ik ook hoor, hij slaagt er keer op keer weer in om zeer zoetgevooisd voor de dag te komen. Ook deze versie klinkt weer prachtig.
"Preab San Ól" is volgens mij het enige nummer van dit album waarin geen instrumentatie te horen is. Centraal staan de in het Engels gezongen lyrics van Luke Kelly en de in het Gaelic gezongen tekst van Ciarán Bourke. Geweldig hoe ze dit hebben doen klinken, want je zou haast denken dat de mannen even opgestaan waren uit het graf om het nog eens in de studio te komen zingen. Prachtig opgepoetst en gewoon een leuk lied. Ik heb het idee dat het wat satirisch bedoelt was, al weet ik dat niet 100% zeker daar ik geen Gaelic kan verstaan.
De eerste helft van "Plains of Boyle / Sheaf of Wheat" is ook lekker simplistisch met enkel McKenna's banjo en de begeleidende ritmegitaar van Campbell. Wederom is de kwaliteit van deze man als banjospeler goed te horen.
Daarna is het weer de beurt aan Ronnie Drew om hun klassieker "Seven Drunken Nights" te zingen. Dit was een van hun succesvolste nummers, ze hebben er indertijd mee op nummer 1 in Ierland gestaan en 7 in de U.K. (voordat het vanwege de lyrics verbannen werd van de U.K. radio). Haha, vooral tegenwoordig kunnen we ons daar niets meer bij voorstellen, maar dat was een andere tijd en de U.K. is wel in meer dingen vrij radicaal geweest met de censuur, enz.
Afijn, het blijft en leuk, humoristisch nummer dat het in deze versie ook nog steeds goed doet.
Op "The Kerry Recruit" horen we de "vergeten Dubliner" Bob Lynch. Wederom geweldig opgepoetst en met een nieuw ingespeelde instrumentatie. Hij is niet veel te horen geweest in de korte periode dat hij Dubliner was, maar ook hij heeft een goed en karakteristiek stemgeluid. Gezien het applaus op het einde kan het best weleens zijn dat ze deze opname hebben gebruikt.
Daarna horen we Luke Kelly een vrij lange versie van "The Town I Loved So Well zingen. Met name de piano vormt in deze versie een sterke toevoeging aan de instrumentatie.
"Gerry Cronin's Reel/Denis Langton's Reel" is vooral Sheahan's muzikale feestje met de begeleiding van Campbell's ritmegitaar. Hier ontpopt hij zich (weer) als een sterke violist. Een genot voor het oor.
Op Jim McCann's eigen "Carrickfergus" laat hij wederom horen hoe goed hij kan zingen. Stiekem vind ik hem misschien wel de beste zanger die The Dubliners hebben gehad. Wat een geweldig stemgeluid had hij toch. Jammer dat in zijn laatste levensjaren daar niet veel meer van over was (zijn stembanden waren beschadigd geraakt door een kankerbehandeling, je hoort het op
Live at Vicar Street waar hij de heren nog aankondigt aan het begin van het optreden).
Daarna brengt Ronnie Drew op een ernstige wijze "Viva la Quinta Brigada" (oorspronkelijk geschreven door Christy Moore). Nu moet ik ook wel zeggen dat de tekst ook niet bepaald om te lachen is. Het is een soort ode aan Ierse militairen die gingen meevechten in de Spaanse burgeroorlog (1936-1939).
Op "All for Me Grog" is Bourke voor het laatst op dit album te horen. Wederom prachtig opgepoetst en in uitstekende kwaliteit gepresenteerd.
Daarna horen we Sheahan's zijn bekende, naar de klassieke muziek neigende, compositie "Marino Casino" spelen. Ik blijf dat een prachtig stukje muziek vinden.
Op "Scorn Not His Simplicity" horen we Paddy Reilly voor het laatst. Er gaat wat mij betreft niets boven de versie met Luke Kelly, maar Reilly doet de klassieke track wel eer aan en weet het nummer ook wel op een mooie manier te brengen.
Na de twee voorgaande nummers is de afsluiter "The Irish Rover" (hun bekendste versie, samen met The Pogues) een beetje aparte omslag. Toch wel leuk om nog even met dit heerlijke "feestnummer" af te sluiten. Zoals altijd weer genieten. Sommige nummers kan je gewoon altijd blijven horen en voor mij is "The Irish Rover" zeker wel zo'n nummer.
Een album dat ik niet echt als een "Best of" zie, maar meer een mooi overzicht van alle verschillende zangers en stijlen die de groep door de jaren heen heeft laten horen. Daardoor is het een album geworden met hier en daar wat verassende nummers ("Dancing at Whitsun", "Viva La Quinte Brigada" en nog wel een aantal). Een leuk en mooi tijdsdocument, zelfs voor de al wat meer doorgewinterde liefhebbers.
Naast de (opnieuw) opgenomen nummers bevat dit album (opgepoetst) oud materiaal waarop de toen al overleden Luke Kelly, Ciarán Bourke en Bob Lynch ook te horen zijn. Inmiddels hebben spijtig genoeg Jim McCann en Ronnie Drew zich bij hen gevoegd en is Paddy Reilly niet meer actief binnen de muziek. Tegenwoordig gaan enkel Cannon en Campbell nog dapper door met The Dublin Legends.
Afijn, al met al dus een best historisch plaatje binnen de rijke geschiedenis van the Dubliners zou je kunnen zeggen. Ik ken deze CD al jaren, aangezien mijn vader deze in de kast heeft staan sinds hij de mannen op de betreffende tour was gaan zien. Ik kan dan ook wel zeggen dat deze toch al wel tientallen malen voorbij is gekomen.
Soms dan raak je als luisteraar van dergelijke muziek in een nostalgische bui en komt de drang weer om naar ze te luisteren. Zo geschiedde het bij mij en ben ik momenteel voor de vierde keer in deze afgelopen dagen naar deze plaat aan het luisteren.
Het album start gelijk met Drew's karakteristieke stemgeluid in "Don't Give Up 'Til It's Over". Mooi gezongen door de toen 67-jarige Drew en wijze woorden in de lyrics. Een mooie opener. Daarna komt Jim McCann aan bod met "Lord of the Dance". Ik heb dat altijd een leuk, aanstekelijk nummer gevonden. Ook altijd wel een vrolijk nummer, terwijl het tekstueel gezien niet altijd even vrolijk is. Vooral niet wanneer McCann op een vrij korte en bondige manier de lijdensweg van Jezus omschrijft. Ik hang geen geloof aan en heb hier dan ook geen moeite mee, maar ik heb het idee dat de meeste Christenen er toch wel mee kunnen leven (daar The Dubliners een wat ouder publiek trekt zullen daar (waarschijnlijk) nog wel wat meer Christelijke mensen tussen zitten). Ach, het is eigenlijk ook helemaal niet grof bedoelt en ik denk dat de meeste mensen dat ook wel kunnen inzien.
Op "Dancing at Whitsun" is Paddy Reilly (het nummer is tevens ook door hem geschreven) aan de beurt en ook hij zingt op een sterke wijze zijn eerste nummer op deze plaat. Wat ik zo leuk vind aan The Dubliners is dat iedere zanger echt een eigen geluid heeft. Ze proberen elkaar niet na te doen en ze zingen allemaal op hun eigen manier. Ze zijn goed te onderscheiden als je de stemmen en de bijpassende hoofden inmiddels kent.
Op "When the Boys Come Rolling Home" neemt Sean Cannon de lead vocalen voor zijn rekening. Tijdens het refrein krijgt hij bijval van de andere mannen waarbij Drew's stemgeluid het meest overheerst (lijkt gewoon te komen door de man zijn stemgeluid, niet door de mix o.i.d.). Het valt me namelijk uit dat ze een behoorlijk goede geluidskwaliteit hebben op deze plaat, waarbij de nummers in hun simplistische waarde worden gelaten. En laat dat nou juist de kracht van dergelijke Folk zijn.
Tijdens het makkelijk meezingbare "When the Boys..." krijg ik al moeite om stil te zitten. Wat een lekker aanstekelijk nummer is dit zeg. Een leuke toevoeging.
Daarna is het namelijk bijna weer een traantje wegpinken tijdens "Raglan Road", waarin we Luke Kelly dit nummer op een prachtige en gevoelige manier horen zingen. Prachtig begeleid door John Sheahan's viool en thin whistle. Het word al helemaal mooi als ze er ook nog een harp bij halen. Barney McKenna's banjo is ook subtiel op de achtergrond te horen, maar die lijkt meer de maat aan te geven. Ik heb het idee dat ze met dit nummer gewoon de best opgenomen versie van Luke hebben genomen, deze nog wat opgepoetst, en de instrumentatie er opnieuw op ingespeeld hebben.
"The Rocky Road to Dublin / Within a Mile of Dublin" is een instrumentaal nummer waarin Sheahan en McKenna de hoofdrol mogen spelen. In het "Rocky Road gedeelte" zijn enkel zij te horen met een begeleidende ritmegitaar (waarschijnlijk Campbell) en een slaginstrument dat weleens een bodhrán zou kunnen zijn. Bij "Within a Mile of" halen ze meer uit de kast, met een thin whistle, piano en wederom een bodhrán erbij. Beide tunes worden op een sterke wijze gespeeld en de instrumenten zijn allen goed te horen.
Op "The Last Thing On My Mind" mag Reilly zich weer laten horen. Persoonlijk vind ik dit het mooiste nummer van dit album met hem op zang. Een mooie tekst ook weer trouwens.
Jim McCann's versie van "Grace" is internationaal gezien wel de meest bekende versie denk ik (volgens mij ook nog een keer opgenomen door (The) Barleycorn). Welke opname met McCann ik ook hoor, hij slaagt er keer op keer weer in om zeer zoetgevooisd voor de dag te komen. Ook deze versie klinkt weer prachtig.
"Preab San Ól" is volgens mij het enige nummer van dit album waarin geen instrumentatie te horen is. Centraal staan de in het Engels gezongen lyrics van Luke Kelly en de in het Gaelic gezongen tekst van Ciarán Bourke. Geweldig hoe ze dit hebben doen klinken, want je zou haast denken dat de mannen even opgestaan waren uit het graf om het nog eens in de studio te komen zingen. Prachtig opgepoetst en gewoon een leuk lied. Ik heb het idee dat het wat satirisch bedoelt was, al weet ik dat niet 100% zeker daar ik geen Gaelic kan verstaan.
De eerste helft van "Plains of Boyle / Sheaf of Wheat" is ook lekker simplistisch met enkel McKenna's banjo en de begeleidende ritmegitaar van Campbell. Wederom is de kwaliteit van deze man als banjospeler goed te horen.
Daarna is het weer de beurt aan Ronnie Drew om hun klassieker "Seven Drunken Nights" te zingen. Dit was een van hun succesvolste nummers, ze hebben er indertijd mee op nummer 1 in Ierland gestaan en 7 in de U.K. (voordat het vanwege de lyrics verbannen werd van de U.K. radio). Haha, vooral tegenwoordig kunnen we ons daar niets meer bij voorstellen, maar dat was een andere tijd en de U.K. is wel in meer dingen vrij radicaal geweest met de censuur, enz.
Afijn, het blijft en leuk, humoristisch nummer dat het in deze versie ook nog steeds goed doet.
Op "The Kerry Recruit" horen we de "vergeten Dubliner" Bob Lynch. Wederom geweldig opgepoetst en met een nieuw ingespeelde instrumentatie. Hij is niet veel te horen geweest in de korte periode dat hij Dubliner was, maar ook hij heeft een goed en karakteristiek stemgeluid. Gezien het applaus op het einde kan het best weleens zijn dat ze deze opname hebben gebruikt.
Daarna horen we Luke Kelly een vrij lange versie van "The Town I Loved So Well zingen. Met name de piano vormt in deze versie een sterke toevoeging aan de instrumentatie.
"Gerry Cronin's Reel/Denis Langton's Reel" is vooral Sheahan's muzikale feestje met de begeleiding van Campbell's ritmegitaar. Hier ontpopt hij zich (weer) als een sterke violist. Een genot voor het oor.
Op Jim McCann's eigen "Carrickfergus" laat hij wederom horen hoe goed hij kan zingen. Stiekem vind ik hem misschien wel de beste zanger die The Dubliners hebben gehad. Wat een geweldig stemgeluid had hij toch. Jammer dat in zijn laatste levensjaren daar niet veel meer van over was (zijn stembanden waren beschadigd geraakt door een kankerbehandeling, je hoort het op
Live at Vicar Street waar hij de heren nog aankondigt aan het begin van het optreden).
Daarna brengt Ronnie Drew op een ernstige wijze "Viva la Quinta Brigada" (oorspronkelijk geschreven door Christy Moore). Nu moet ik ook wel zeggen dat de tekst ook niet bepaald om te lachen is. Het is een soort ode aan Ierse militairen die gingen meevechten in de Spaanse burgeroorlog (1936-1939).
Op "All for Me Grog" is Bourke voor het laatst op dit album te horen. Wederom prachtig opgepoetst en in uitstekende kwaliteit gepresenteerd.
Daarna horen we Sheahan's zijn bekende, naar de klassieke muziek neigende, compositie "Marino Casino" spelen. Ik blijf dat een prachtig stukje muziek vinden.
Op "Scorn Not His Simplicity" horen we Paddy Reilly voor het laatst. Er gaat wat mij betreft niets boven de versie met Luke Kelly, maar Reilly doet de klassieke track wel eer aan en weet het nummer ook wel op een mooie manier te brengen.
Na de twee voorgaande nummers is de afsluiter "The Irish Rover" (hun bekendste versie, samen met The Pogues) een beetje aparte omslag. Toch wel leuk om nog even met dit heerlijke "feestnummer" af te sluiten. Zoals altijd weer genieten. Sommige nummers kan je gewoon altijd blijven horen en voor mij is "The Irish Rover" zeker wel zo'n nummer.
Een album dat ik niet echt als een "Best of" zie, maar meer een mooi overzicht van alle verschillende zangers en stijlen die de groep door de jaren heen heeft laten horen. Daardoor is het een album geworden met hier en daar wat verassende nummers ("Dancing at Whitsun", "Viva La Quinte Brigada" en nog wel een aantal). Een leuk en mooi tijdsdocument, zelfs voor de al wat meer doorgewinterde liefhebbers.
The Dubliners - A Drop of the Hard Stuff (1967)
Alternatieve titel: Seven Drunken Nights

4,0
0
geplaatst: 18 februari 2016, 21:51 uur
Zojuist weer eens beluisterd (de originele versie) en ik moet zeggen dat ik dit misschien wel het hoogtepunt van de groep vind. De geluidskwaliteit is voor de standaard van tegenwoordig niet goed, maar in de tijdsgeest is het nog wel te snappen dat de heren niet echt de middelen hadden om het anders te doen klinken.
Het album begint gelijk met twee klassiekers: het door Ronnie Drew gezongen "Seven Drunken Nights" en het mooi door Luke Kelly gebrachte "The Galway Races". Ronnie Drew's "The Alarm Clock" is misschien een stuk minder bekend, maar is vooral tekstueel weer erg sterk, maar dat vind ik wel vaker met het meer serieuze materiaal van deze groep.
Waarom ze ooit ervoor gekozen hebben om "The Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" als vaste concertopener te nemen is mij een raadsel, want persoonlijk vind ik "Colonel Fraser & O'Rourke's Reel" minstens zo sterk. Misschien in het begin wat minder uptempo dan de eerstgenoemde track, maar dat maken de heren op het einde van de track zeker nog wel goed. Een onderschatte tune van de heren.
Daarna volgt gelijk nog zo'n sterk nummer "The Rising of the Moon", ook een nummer die de klassieker status nooit behaald heeft. Het word prachtig gebracht door Luke Kelly met in het refrein bijval van Ronnie Drew. Verder levert Ciarán Bourke of John Sheahan nog een sterke bijdrage op de thin whistle.
Met "McCafferty" heb ik dan persoonlijk niet zoveel. Veel meer dan een ritmegitaar, McKenna's banjo en een mondharmonica is er niet te horen. Ronnie Drew heeft wel vergelijkbare nummers gezongen en dan heb ik iets als "McAlpine's Fusiliers altijd wel sterker gevonden.
Op "I'm a Rover" doet Kelly het weer goed en levert Sheahan ook een sterke bijdrage op zijn viool.
Verder heb ik "Weila Waile" altijd al een leuk nummer gevonden en hij doet het nog steeds goed. Zo'n leuk verhaal is het eigenlijk helemaal niet als je naar de tekst luistert, maar de melodielijn en de zang van Drew maken het wel leuk. Een aanstekelijk nummer.
Op "Limerick Rake" krijgt Bourke even de ruimte om te schitteren. Geen muziek deze keer, maar enkel de man zijn stem. Hij weet het op een boeiende manier te brengen en bewijst dat men soms helemaal geen instrumentale begeleiding nodig heeft. Een mooi, haast poëtisch nummer.
"Zoological Gardens" heb ik persoonlijk nooit heel interessant gevonden, maar met "The Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" weten ze de luisteraar weer helemaal wakker te schudden. Ik heb altijd het idee gehad dat ze, vooral in live setting, altijd hun best deden om hun speelsnelheid weer wat te overtreffen (McKenna en Sheahan). Dit kan echter ook gewoon komen door de uptempo, haast gejaagde melodielijn.
Daarna gooit Luke Kelly er nog zo'n echte Dubliners klassieker er tegenaan. "Black Velvet Band" heb ik qua lyrics nooit zo interessant gevonden, maar de manier waarop de heren het brengen, of het nu Kelly is of Cannon, is altijd wel sterk.
Kelly krijgt ook nog de eer om het album af te sluiten met het uptempo "Poor Paddy on the Railway". Wederom een best serieuze tekst, maar door de uptempo melodielijn raak je er eerder opgewekt van dan dat je gaat nadenken over het onderwerp. Stiekem ook weer een van de krachten van The Dubliners: het hoeft niet altijd even serieus genomen te worden.
Een prachtig tijdsdocument voor de liefhebbers van de Ierse groep.
Het album begint gelijk met twee klassiekers: het door Ronnie Drew gezongen "Seven Drunken Nights" en het mooi door Luke Kelly gebrachte "The Galway Races". Ronnie Drew's "The Alarm Clock" is misschien een stuk minder bekend, maar is vooral tekstueel weer erg sterk, maar dat vind ik wel vaker met het meer serieuze materiaal van deze groep.
Waarom ze ooit ervoor gekozen hebben om "The Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" als vaste concertopener te nemen is mij een raadsel, want persoonlijk vind ik "Colonel Fraser & O'Rourke's Reel" minstens zo sterk. Misschien in het begin wat minder uptempo dan de eerstgenoemde track, maar dat maken de heren op het einde van de track zeker nog wel goed. Een onderschatte tune van de heren.
Daarna volgt gelijk nog zo'n sterk nummer "The Rising of the Moon", ook een nummer die de klassieker status nooit behaald heeft. Het word prachtig gebracht door Luke Kelly met in het refrein bijval van Ronnie Drew. Verder levert Ciarán Bourke of John Sheahan nog een sterke bijdrage op de thin whistle.
Met "McCafferty" heb ik dan persoonlijk niet zoveel. Veel meer dan een ritmegitaar, McKenna's banjo en een mondharmonica is er niet te horen. Ronnie Drew heeft wel vergelijkbare nummers gezongen en dan heb ik iets als "McAlpine's Fusiliers altijd wel sterker gevonden.
Op "I'm a Rover" doet Kelly het weer goed en levert Sheahan ook een sterke bijdrage op zijn viool.
Verder heb ik "Weila Waile" altijd al een leuk nummer gevonden en hij doet het nog steeds goed. Zo'n leuk verhaal is het eigenlijk helemaal niet als je naar de tekst luistert, maar de melodielijn en de zang van Drew maken het wel leuk. Een aanstekelijk nummer.
Op "Limerick Rake" krijgt Bourke even de ruimte om te schitteren. Geen muziek deze keer, maar enkel de man zijn stem. Hij weet het op een boeiende manier te brengen en bewijst dat men soms helemaal geen instrumentale begeleiding nodig heeft. Een mooi, haast poëtisch nummer.
"Zoological Gardens" heb ik persoonlijk nooit heel interessant gevonden, maar met "The Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" weten ze de luisteraar weer helemaal wakker te schudden. Ik heb altijd het idee gehad dat ze, vooral in live setting, altijd hun best deden om hun speelsnelheid weer wat te overtreffen (McKenna en Sheahan). Dit kan echter ook gewoon komen door de uptempo, haast gejaagde melodielijn.
Daarna gooit Luke Kelly er nog zo'n echte Dubliners klassieker er tegenaan. "Black Velvet Band" heb ik qua lyrics nooit zo interessant gevonden, maar de manier waarop de heren het brengen, of het nu Kelly is of Cannon, is altijd wel sterk.
Kelly krijgt ook nog de eer om het album af te sluiten met het uptempo "Poor Paddy on the Railway". Wederom een best serieuze tekst, maar door de uptempo melodielijn raak je er eerder opgewekt van dan dat je gaat nadenken over het onderwerp. Stiekem ook weer een van de krachten van The Dubliners: het hoeft niet altijd even serieus genomen te worden.
Een prachtig tijdsdocument voor de liefhebbers van de Ierse groep.
The Dubliners - In Concert (1965)

4,0
0
geplaatst: 28 augustus 2015, 20:04 uur
Een prachtig tijdsdocument van deze periode van The Dubliners. Tijdens Roddy McCorley krijgen we een mooie samenzang tussen Ciaran Bourke, Ronnie Drew en (heel erg op de achtergrond) Luke Kelly te horen. Bourke heeft hier duidelijk de leadzang. Voor "The Twang Man" neemt Drew het van hem over om op een dichter-/verhalenverteller wijze een kort, humoristisch verhaaltje te vertellen met op de achtergrond niet meer dan wat gitaarspel.
Daarna introduceert violist John Sheahan kort aan dat hij "The Sligo Maid" gaat spelen. Enkel bijgestaan door een ritmegitaar laat Sheahan zich van zijn beste kant horen. Toen (en nog steeds) een sterk violist.
Ronnie Drew brengt "The Woman from Wexford" dusdanig pakkend dat ik zelfs aan het zittende nog mee wil proberen te bewegen.
Hierna komt mijn persoonlijke favoriet van dit album: "The Patriot Game". Prachtig gezongen door volgens mij Ciaran Bourke (al twijfel ik daar steeds weer over, want ik vind hem minder herkenbaar klinken dan op de andere nummers van deze plaat). Zou het ook nog een jonge Barney McKenna kunnen zijn? Afijn, ik blijf wat twijfelen bij dit nummer.
Op Róisín Dubh laat McKenna zich in ieder geval wel horen, want de banjo staat in dit instrumentale stuk wel redelijk centraal.
Daarna brengt Ciaran Bourke, bijgestaan door Ronnie "Air Fa La La Lo", wat ook een hoog meezing/dansgehalte heeft. Gevolgd door het geweldige "Peggy Lettermore", waarin Bourke sterk fluitspel en Gaelic zang laat horen. Wederom een hoogtepunt op deze toch al sterke registratie.
Na dat uptempo spul brengt Ronnie Drew op een sterke wijze de ballade "Easy and Slow".
McKenna introduceert dan "My Love is in America", waarop even bijna enkel hij te horen is met zijn banjo. Wederom meezingen/deinen met "The Kerry Recruit" en hetzelfde kan gezegd worden van "The Old Orange Flute", waarop Drew weer de lead overneemt van Bourke.
Nog even wat heerlijk viool/banjo samenspel tijdens "The Donegal Reel/Longford Collector om af te sluiten met een serieuze uitvoering van "The Leaving of Liverpool" door Ronnie Drew.
Prachtig voor de liefhebbers van deze Ierse folkgroep.
Daarna introduceert violist John Sheahan kort aan dat hij "The Sligo Maid" gaat spelen. Enkel bijgestaan door een ritmegitaar laat Sheahan zich van zijn beste kant horen. Toen (en nog steeds) een sterk violist.
Ronnie Drew brengt "The Woman from Wexford" dusdanig pakkend dat ik zelfs aan het zittende nog mee wil proberen te bewegen.
Hierna komt mijn persoonlijke favoriet van dit album: "The Patriot Game". Prachtig gezongen door volgens mij Ciaran Bourke (al twijfel ik daar steeds weer over, want ik vind hem minder herkenbaar klinken dan op de andere nummers van deze plaat). Zou het ook nog een jonge Barney McKenna kunnen zijn? Afijn, ik blijf wat twijfelen bij dit nummer.
Op Róisín Dubh laat McKenna zich in ieder geval wel horen, want de banjo staat in dit instrumentale stuk wel redelijk centraal.
Daarna brengt Ciaran Bourke, bijgestaan door Ronnie "Air Fa La La Lo", wat ook een hoog meezing/dansgehalte heeft. Gevolgd door het geweldige "Peggy Lettermore", waarin Bourke sterk fluitspel en Gaelic zang laat horen. Wederom een hoogtepunt op deze toch al sterke registratie.
Na dat uptempo spul brengt Ronnie Drew op een sterke wijze de ballade "Easy and Slow".
McKenna introduceert dan "My Love is in America", waarop even bijna enkel hij te horen is met zijn banjo. Wederom meezingen/deinen met "The Kerry Recruit" en hetzelfde kan gezegd worden van "The Old Orange Flute", waarop Drew weer de lead overneemt van Bourke.
Nog even wat heerlijk viool/banjo samenspel tijdens "The Donegal Reel/Longford Collector om af te sluiten met een serieuze uitvoering van "The Leaving of Liverpool" door Ronnie Drew.
Prachtig voor de liefhebbers van deze Ierse folkgroep.
The Dubliners - Live (1974)

3,5
0
geplaatst: 30 augustus 2015, 19:32 uur
De opnamekwaliteit is inderdaad niet hoogstaand, maar goed anno 1974 kon men "echte" live-opnames nog niet zo geweldig laten klinken (ik ken een aantal voorbeelden uit de jaren '70 waarbij men later in de studio bepaalde dingen nog eens inspeelden).
Om meerdere redenen vind ik dit toch een gedenkwaardige liveplaat van deze mannen. Hierop is Ciaran Bourke namelijk nog te horen. Hij zingt op deze plaat "Whiskey in the Jar" en "All For Me Grog".
Grappig contrast trouwens met de uit '65 stammende "In Concert": op deze plaat worden geen nummers in het Gaelic gebracht, terwijl men dat bij de eerder genoemde meer deden dan Engelstalige nummers.
Verder is op deze opname voor het eerst "Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" te horen, een jig die daarna nog regelmatig gebruikt zou gaan worden als opener van de set.
Op deze plaat krijgen alle leden de kans om zich te laten horen, want "Black Velvet Band" word gezongen door Luke Kelly, waarna hij zijn collega Ciaran Bourke voorstelt voor de twee daaropvolgende nummers. Na zijn bijdrage introduceert violist John Sheahan de twee nummers die hij ten gehore gaat brengen op de "thin whistle". Direct daarna krijgt hij de kans om zijn kunnen als violist te laten horen met het catchy "The Four Poster Bed" en het dansbare "Colonel Rodney".
Daarna laat Ronnie Drew van zich horen: hij brengt achtereenvolgens "Finnegans Wake", "McAlpine's Fusiliers" en "Seven Drunken Nights". De eerste en laatste weet hij met de nodige humor te brengen, terwijl hij met "McAlpine's Fusiliers" zijn serieuze boodschap op een overtuigende manier weet te brengen met zijn zware stemgeluid.
Aan het einde van "Seven Drunken Nights" introduceert Kelly hun banjo speler Barney McKenna die 4 minuten lang een verzameling van wat verschillende tunes ten gehore brengt.
Volgens mij is dit ook zo'n beetje de enige live plaat waarop ze "Home Boys Home" zingen. Een behoorlijk aanstekelijke shanty die Luke Kelly vol enthousiasme weet te brengen (waardoor het alleen maar nog aanstekelijker word). Daarna blijft hij de lead vocals voor zijn rekening nemen voor "Dirty Old Town". Iets minder bijzonder om die te horen, aangezien die inmiddels al heel vaak in verschillende uitvoeringen te horen is geweest.
"Blue Mountain Rag" is volgens mij weer een nummer dat uit de hoed van Sheahan komt en hij word bijgestaan door McKenna's banjo en een ritmegitaar.
Tijdens "The Wild Rover" is te horen dat dit (toen al) een lekkere meezinger is. Luke Kelly zingt deze overigens. Daarna is Drew nog een keer te horen voor "Weile Waile" (op andere releases volgens mij ook weleens omschreven als "Weile Weile Waile"). Zijn stemgeluid blijft gewoon erg fijn om naar te luisteren. Een echte verhalenverteller.
Op het einde zorgt Luke Kelly nog voor een klein feestje met een gedreven versie van "The Holy Ground". Ook hij was een sterke vocalist.
Een mooi tijdsdocument voor de liefhebbers van de groep.
Om meerdere redenen vind ik dit toch een gedenkwaardige liveplaat van deze mannen. Hierop is Ciaran Bourke namelijk nog te horen. Hij zingt op deze plaat "Whiskey in the Jar" en "All For Me Grog".
Grappig contrast trouwens met de uit '65 stammende "In Concert": op deze plaat worden geen nummers in het Gaelic gebracht, terwijl men dat bij de eerder genoemde meer deden dan Engelstalige nummers.
Verder is op deze opname voor het eerst "Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" te horen, een jig die daarna nog regelmatig gebruikt zou gaan worden als opener van de set.
Op deze plaat krijgen alle leden de kans om zich te laten horen, want "Black Velvet Band" word gezongen door Luke Kelly, waarna hij zijn collega Ciaran Bourke voorstelt voor de twee daaropvolgende nummers. Na zijn bijdrage introduceert violist John Sheahan de twee nummers die hij ten gehore gaat brengen op de "thin whistle". Direct daarna krijgt hij de kans om zijn kunnen als violist te laten horen met het catchy "The Four Poster Bed" en het dansbare "Colonel Rodney".
Daarna laat Ronnie Drew van zich horen: hij brengt achtereenvolgens "Finnegans Wake", "McAlpine's Fusiliers" en "Seven Drunken Nights". De eerste en laatste weet hij met de nodige humor te brengen, terwijl hij met "McAlpine's Fusiliers" zijn serieuze boodschap op een overtuigende manier weet te brengen met zijn zware stemgeluid.
Aan het einde van "Seven Drunken Nights" introduceert Kelly hun banjo speler Barney McKenna die 4 minuten lang een verzameling van wat verschillende tunes ten gehore brengt.
Volgens mij is dit ook zo'n beetje de enige live plaat waarop ze "Home Boys Home" zingen. Een behoorlijk aanstekelijke shanty die Luke Kelly vol enthousiasme weet te brengen (waardoor het alleen maar nog aanstekelijker word). Daarna blijft hij de lead vocals voor zijn rekening nemen voor "Dirty Old Town". Iets minder bijzonder om die te horen, aangezien die inmiddels al heel vaak in verschillende uitvoeringen te horen is geweest.
"Blue Mountain Rag" is volgens mij weer een nummer dat uit de hoed van Sheahan komt en hij word bijgestaan door McKenna's banjo en een ritmegitaar.
Tijdens "The Wild Rover" is te horen dat dit (toen al) een lekkere meezinger is. Luke Kelly zingt deze overigens. Daarna is Drew nog een keer te horen voor "Weile Waile" (op andere releases volgens mij ook weleens omschreven als "Weile Weile Waile"). Zijn stemgeluid blijft gewoon erg fijn om naar te luisteren. Een echte verhalenverteller.
Op het einde zorgt Luke Kelly nog voor een klein feestje met een gedreven versie van "The Holy Ground". Ook hij was een sterke vocalist.
Een mooi tijdsdocument voor de liefhebbers van de groep.
The Dubliners - The Dubliners (1968)
Alternatieve titel: Ballads on Tap

4,0
0
geplaatst: 6 januari 2014, 16:31 uur
Leuk album dat het beste heeft wat de originele Dubliners in hun hoogtijdagen te bieden hadden. Op kant A schittert Luke Kelly met nummers als de eeuwige klassieker Whiskey in the Jar en Molly Bawn. Op kant B zingt hij ook nog eens het prachtige "Peggy Gordon" en na het instrumentale The Fairmoy Lasses & Sporting Paddy (altijd één van mijn favoriete instrumentalen van de groep geweest) geeft hij het stokje over aan Ronnie Drew die met zijn iconische stemgeluid "Hand Me Down Me Petticoat", "Seven Deadly Sins" en "The Parting Glass" ten gehore brengt. Vooral "Seven Deadly Sins" heb ik altijd erg tof gevonden en niemand die dat nummer beter kan brengen dan Ronnie Drew.
Weliswaar een album zonder nummers met Ciaran Bourke als lead zanger, maar verder bevat dit album echt alle sterke elementen van The Dubliners.
Een erg fijn album, zowel als kennismaking als voor de kenners.
Weliswaar een album zonder nummers met Ciaran Bourke als lead zanger, maar verder bevat dit album echt alle sterke elementen van The Dubliners.
Een erg fijn album, zowel als kennismaking als voor de kenners.
