Hier kun je zien welke berichten Metalhead99 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
C R O W N - Natron (2015)

3,5
0
geplaatst: 27 juni 2015, 15:26 uur
Oef, wat een intensiteit.
Dit album begint gelijk al met een muur van geluid en angstaanjagende grunts. Daarna zwakt het af en krijgen we een elektronische beat te horen, waarna er en gitaar aan toegevoegd word met sprekende/zingende vocalen die mij wat doen denken aan Neo-Folk acts als Darkwood, enz.
Na dit korte intermezzo word wederom de muur van geluid op de luisteraar gegooid, en zo varieert het door de track heen tussen deze twee uitersten.
De tweede track begint in een gelijke stijl, om halverwege om te slaan in enkel een drum die de maat aangeeft met daar overheen een opgenomen toespraak te horen, die een beetje klinkt als van die (radio)toespraken uit WO II. Daarna gaat men verder met wederom best harde instrumentatie en deze keer een kleine verandering in de stijl van de zang/grunts die mij iets aan Linkin Park deden denken.
"Wings Beating Over Heaven" is in de eerste 2 minuten een harde Black Metal track, om daarna over te gaan in een elektronische beat met op de achtergrond nog een beetje gitaarwerk. In dit stuk komen de "Neo-Folk vocalen" terug, maar dan in een stuk ingetogener, haast fluisterende manier.
Hierna krijgen we weer een intens instrumentaal stuk met grunts, waarin een gitaarriff doorklinkt die mij wat aan post-rock deed denken. Dit geweld ebt zachtjes weg om plaats te maken voor een rustgevend stukje akoestische gitaarmuziek. Eventjes rust voor de storm, want in de laatste 2 minuten volgt er weer een allesvernietigende Black Metal blast beat en venijnige grunts.
"Fossils" is de eerste track van het album dat de hele speelduur een beetje dezelfde stijl aanhoudt. Wat we hierin te horen krijgen zou denk ik wel onder het kopje "New Wave" vallen. Niet het beste nummer van het album als je het mij vraagt, maar het is wel lekker om na al dat voorgaande geweld even een relatief rustig nummer te horen.
"Apnea" is weer meer een Metal track en zou ik haast willen bestempelen als "Horror Metal". Men creëert door de opbouw van het nummer een soort spanning en intensiteit. Daarnaast klinken de vocalen lekker onheilspellend. De stijl lijkt bij ze te passen, want het nummer is naar mijn mening goed uitgevoerd.
Met "Tension of Duality" brengen de heren weer een nummer dat meer naar de Black Metal kant gaat. Na 2,5 minuten ebt het weer weg om plaats te maken voor een minimalistisch drum en gitaargeluid, omdat de aandacht hier gevestigd wordt op de nogal deprimerend klinkende vocalen. Dit gaat zo'n 2 minuten door om "ineens" om te slaan in misschien wel de meest intense muur van geluid op het hele album. De grunts klinken in dit stuk haast angstaanjagend, daarnaast was de plotselinge omslag een behoorlijke "shock". Het zorgt er wel voor dat je als luisteraar de aandacht voor de muziek niet verliest. Dit stuk gaat zo'n 1,5/2 minuten door, om daarna enkel de bas te laten horen. In dit stuk lijkt er ook op de achtergrond een geluidsfragment van huilende wind te staan. Dit wakkert iets meer aan wanneer we een geluidsfragment te horen krijgen van iemand die een Amerikaanse president of politicus lijkt te zijn. Nadat die "zijn zegje" heeft gedaan krijgen we een t.o.v. de eerder in het nummer vertoonde kunsten, een wat minder intense muur van geluid. Die laten ze dan weer net wat te eentonig en te lang door gaan naar mijn zin, maar goed, dat is puur mijn mening.
Bij "Flames" moest ik in het begin door de synth en de stem erg denken aan jaren '80 muziek. Daarna word er voor het eerst in het album een piano gebruikt. Door het vele synths gebruik en de vocalen gaat deze track weer meer naar het New Wave van "Fossils" toe. Na zo'n 3 minuten laat men echter ook nog wat gitaarwerk horen en wanneer de vocalen er weer bij komen lijkt er ook iets als een blokfluit te horen te zijn. Dit maakt het een nog net wat veelzijdiger nummer dan het eerder genoemde "Fossils" en het is ook wel een goede hekkensluiter door de wat rustigere stijl.
Dit album is een intense luisterervaring. Ik vind dat ze hier en daar net iets teveel doordraafden met het mengen van verschillende stijlen en het geëxperimenteer, maar verder is dit een best unieke plaat die je gewoon zelf moet horen om het te geloven. Hierbij moet ik wel zeggen dat dit best zware kost is en dus niet voor iedereen weggelegd zal zijn.
Dit album begint gelijk al met een muur van geluid en angstaanjagende grunts. Daarna zwakt het af en krijgen we een elektronische beat te horen, waarna er en gitaar aan toegevoegd word met sprekende/zingende vocalen die mij wat doen denken aan Neo-Folk acts als Darkwood, enz.
Na dit korte intermezzo word wederom de muur van geluid op de luisteraar gegooid, en zo varieert het door de track heen tussen deze twee uitersten.
De tweede track begint in een gelijke stijl, om halverwege om te slaan in enkel een drum die de maat aangeeft met daar overheen een opgenomen toespraak te horen, die een beetje klinkt als van die (radio)toespraken uit WO II. Daarna gaat men verder met wederom best harde instrumentatie en deze keer een kleine verandering in de stijl van de zang/grunts die mij iets aan Linkin Park deden denken.
"Wings Beating Over Heaven" is in de eerste 2 minuten een harde Black Metal track, om daarna over te gaan in een elektronische beat met op de achtergrond nog een beetje gitaarwerk. In dit stuk komen de "Neo-Folk vocalen" terug, maar dan in een stuk ingetogener, haast fluisterende manier.
Hierna krijgen we weer een intens instrumentaal stuk met grunts, waarin een gitaarriff doorklinkt die mij wat aan post-rock deed denken. Dit geweld ebt zachtjes weg om plaats te maken voor een rustgevend stukje akoestische gitaarmuziek. Eventjes rust voor de storm, want in de laatste 2 minuten volgt er weer een allesvernietigende Black Metal blast beat en venijnige grunts.
"Fossils" is de eerste track van het album dat de hele speelduur een beetje dezelfde stijl aanhoudt. Wat we hierin te horen krijgen zou denk ik wel onder het kopje "New Wave" vallen. Niet het beste nummer van het album als je het mij vraagt, maar het is wel lekker om na al dat voorgaande geweld even een relatief rustig nummer te horen.
"Apnea" is weer meer een Metal track en zou ik haast willen bestempelen als "Horror Metal". Men creëert door de opbouw van het nummer een soort spanning en intensiteit. Daarnaast klinken de vocalen lekker onheilspellend. De stijl lijkt bij ze te passen, want het nummer is naar mijn mening goed uitgevoerd.
Met "Tension of Duality" brengen de heren weer een nummer dat meer naar de Black Metal kant gaat. Na 2,5 minuten ebt het weer weg om plaats te maken voor een minimalistisch drum en gitaargeluid, omdat de aandacht hier gevestigd wordt op de nogal deprimerend klinkende vocalen. Dit gaat zo'n 2 minuten door om "ineens" om te slaan in misschien wel de meest intense muur van geluid op het hele album. De grunts klinken in dit stuk haast angstaanjagend, daarnaast was de plotselinge omslag een behoorlijke "shock". Het zorgt er wel voor dat je als luisteraar de aandacht voor de muziek niet verliest. Dit stuk gaat zo'n 1,5/2 minuten door, om daarna enkel de bas te laten horen. In dit stuk lijkt er ook op de achtergrond een geluidsfragment van huilende wind te staan. Dit wakkert iets meer aan wanneer we een geluidsfragment te horen krijgen van iemand die een Amerikaanse president of politicus lijkt te zijn. Nadat die "zijn zegje" heeft gedaan krijgen we een t.o.v. de eerder in het nummer vertoonde kunsten, een wat minder intense muur van geluid. Die laten ze dan weer net wat te eentonig en te lang door gaan naar mijn zin, maar goed, dat is puur mijn mening.
Bij "Flames" moest ik in het begin door de synth en de stem erg denken aan jaren '80 muziek. Daarna word er voor het eerst in het album een piano gebruikt. Door het vele synths gebruik en de vocalen gaat deze track weer meer naar het New Wave van "Fossils" toe. Na zo'n 3 minuten laat men echter ook nog wat gitaarwerk horen en wanneer de vocalen er weer bij komen lijkt er ook iets als een blokfluit te horen te zijn. Dit maakt het een nog net wat veelzijdiger nummer dan het eerder genoemde "Fossils" en het is ook wel een goede hekkensluiter door de wat rustigere stijl.
Dit album is een intense luisterervaring. Ik vind dat ze hier en daar net iets teveel doordraafden met het mengen van verschillende stijlen en het geëxperimenteer, maar verder is dit een best unieke plaat die je gewoon zelf moet horen om het te geloven. Hierbij moet ik wel zeggen dat dit best zware kost is en dus niet voor iedereen weggelegd zal zijn.
Cain's Offering - Stormcrow (2015)

4,0
0
geplaatst: 14 mei 2015, 16:12 uur
Sterk Power Metal album die me vooral in het begin qua song structuur wat aan de landgenoten van Nightwish doen denken. De line-up is iets gewijzigd t.o.v. de voorgaande plaat. Jonas Kuhlberg neemt op dit album de bass voor zijn rekening en Jens Johansson het keyboard.
Op deze plaat valt eigenlijk weinig aan te merken, want deze muzikanten kennen hun vak. Sterk gitaarspel van Jani en de vocalen van Timo klinken ook prima. Prima plaatje voor de liefhebbers.
Op deze plaat valt eigenlijk weinig aan te merken, want deze muzikanten kennen hun vak. Sterk gitaarspel van Jani en de vocalen van Timo klinken ook prima. Prima plaatje voor de liefhebbers.
Caladan Brood - Echoes of Battle (2013)

3,5
0
geplaatst: 11 februari 2013, 17:53 uur
Geïnspireerd door Summoning en dat is duidelijk te horen. De epische geluiden (gefabriceerd door een keyboard/synthesizer) die je terugnemen naar vervlogen tijden lijken soms erg veel op dat van Summoning.
Ook het langzame, stuwende drumgeluid lijkt op dat van Summoning. Daarnaast zijn de grunts en de gitaarpartijen ook zeer vergelijkbaar. Net als Summoning is Caladan Brood een project van twee personen.
De productie is best goed, Northern Silence weet altijd wel kwaliteit af te leveren en dat is hier ook zeker weer het geval.
In de uitgesponnen nummers is er voldoende ruimte voor de instrumentatie, die lekker meeslepend en zeer genietbaar is.
De grunts mogen er ook wel zijn en de teksten over lang vervlogen veldslagen neemt de luisteraar mee naar deze oude, duistere tijden.
Als dit allemaal al niet een keer eerder was gedaan door Summoning had ik dit helemaal geweldig gevonden. Nu heb ik er toch een half puntje vanaf gehaald omdat het gewoon zoveel op Summoning lijkt dat ze geen eigen gezicht hebben en gewoon 0 % originaliteit in de muziek lijkt te zitten.
Het enigste verschil dat me echt opvalt is dat het gitaarwerk bij Caladan Brood een wat prominentere rol heeft dan bij Summoning.
Best een mooi album voor de liefhebbers van Summoning, maar helaas niet echt origineel.
Ook het langzame, stuwende drumgeluid lijkt op dat van Summoning. Daarnaast zijn de grunts en de gitaarpartijen ook zeer vergelijkbaar. Net als Summoning is Caladan Brood een project van twee personen.
De productie is best goed, Northern Silence weet altijd wel kwaliteit af te leveren en dat is hier ook zeker weer het geval.
In de uitgesponnen nummers is er voldoende ruimte voor de instrumentatie, die lekker meeslepend en zeer genietbaar is.
De grunts mogen er ook wel zijn en de teksten over lang vervlogen veldslagen neemt de luisteraar mee naar deze oude, duistere tijden.
Als dit allemaal al niet een keer eerder was gedaan door Summoning had ik dit helemaal geweldig gevonden. Nu heb ik er toch een half puntje vanaf gehaald omdat het gewoon zoveel op Summoning lijkt dat ze geen eigen gezicht hebben en gewoon 0 % originaliteit in de muziek lijkt te zitten.
Het enigste verschil dat me echt opvalt is dat het gitaarwerk bij Caladan Brood een wat prominentere rol heeft dan bij Summoning.
Best een mooi album voor de liefhebbers van Summoning, maar helaas niet echt origineel.
Capercaillie - Roses and Tears (2008)

4,0
0
geplaatst: 14 april 2015, 22:51 uur
Capercaillie is een sinds 1984 actieve Schotse folkgroep, vernoemd naar een "Scottish native bird": de Western Capercaillie. Opgericht in het kustplaatsje Oden (in het (Zuid)Westen van Schotland.
Deze groep grijpen ver terug in hun roots met teksten in het Gaelic. Mede daardoor misschien niet voor iedereen weggelegd, maar voor echte folk liefhebbers is dit toch wel smullen.
De gevoelige stem van Karen Matheson weet de luisteraar te boeien en te beroeren, zowel in het Gaelic als ook in het Engels tijdens bijvoorbeeld "Don't You Go" en het prachtige liefdeslied "Soldier Boy" (titel spreekt voor zich).
Verder zijn er ook verschillende instrumentale stukken waarin met name oprichter Donald Shaw (accordeon) en multi instrumentalis Michael McGoldrick (O.a. uillean pipes (doedelzak variant) en bodhran (ronde Iers/Keltische(?) trommel) zich kunnen uitleven.
Allemaal erg traditioneel dus, maar toch krijgt de groep het voor elkaar om fris te klinken. Zo is met name het ronkende, golvende basgeluid dat in verschillende nummers terugkeerd een positieve wending in het geheel.
Voor liefhebbers van "Celtic Folk" is dit een aanrader.
Deze groep grijpen ver terug in hun roots met teksten in het Gaelic. Mede daardoor misschien niet voor iedereen weggelegd, maar voor echte folk liefhebbers is dit toch wel smullen.
De gevoelige stem van Karen Matheson weet de luisteraar te boeien en te beroeren, zowel in het Gaelic als ook in het Engels tijdens bijvoorbeeld "Don't You Go" en het prachtige liefdeslied "Soldier Boy" (titel spreekt voor zich).
Verder zijn er ook verschillende instrumentale stukken waarin met name oprichter Donald Shaw (accordeon) en multi instrumentalis Michael McGoldrick (O.a. uillean pipes (doedelzak variant) en bodhran (ronde Iers/Keltische(?) trommel) zich kunnen uitleven.
Allemaal erg traditioneel dus, maar toch krijgt de groep het voor elkaar om fris te klinken. Zo is met name het ronkende, golvende basgeluid dat in verschillende nummers terugkeerd een positieve wending in het geheel.
Voor liefhebbers van "Celtic Folk" is dit een aanrader.
Carach Angren - This Is No Fairytale (2015)

3,5
0
geplaatst: 3 maart 2015, 16:11 uur
De intro en het eerste stuk van "There's No Place Like Home" beviel me dusdanig slecht dat ik bang was dat dit een enorme domper zou worden. Wat daarna komt vind ik echter een stuk beter klinken. De orkestratie klinkt hier en daar best mooi, maar er zijn ook stukken waar ze het naar mijn mening iets te ver doortrekken.
Verder moet ik vooral zeggen dat de venijnige vocalen wel erg lekker klinken. Dit is al met al toch een lekker bombastisch Black Metal plaatje geworden hoor.
Verder moet ik vooral zeggen dat de venijnige vocalen wel erg lekker klinken. Dit is al met al toch een lekker bombastisch Black Metal plaatje geworden hoor.
Care of Night - Connected (2015)

4,0
0
geplaatst: 9 februari 2015, 17:21 uur
Toen de Zweedse melodieuze metal groep Seven Tears in 2009 uit elkaar ging, wilden bassist Fredrik Lager, gitarist Jonathan Carlemar en keyboardist Kristofer von Wachenfeldt doorgaan met het maken van muziek. In 2010 richtten ze deze band op met Linus Svensson als drummer. Als vocalist hadden ze eerst Carl-Johan "Calle" Schönberg in gedachten. Het werd echter uiteindelijk Jens Andersson. In 2013 verlieten Fredrik en Jens de band weer. Jonas Rosengren werd de nieuwe bassist en Calle Schönsberg werd deze keer toch de lead vocalist.
Met de gebroeders Wigelius (van de gelijknamige band) als producers begonnen ze vorig jaar dan aan het werken aan dit album en hier is hij dan na een gevecht van bijna 5 jaar: het debuutalbum van Care of Night.
Ik moet zeggen dat meteen na de eerste luisterbeurt ik erg enthousiast was en dat ben ik na een paar keer luisteren eigenlijk nog steeds. De mannen maken melodieuze rock die vergelijkbaar is met ander retro acts als H.E.A.T. of Houston.
Het album trapt gelijk al lekker af met "Cassandra". Een fijn, uptempo feelgood rock nummer. Wat gelijk al (positief) opvalt is dat de keyboards, gitaren en drums lekker evenwichtig in de mix staan. Alles is even goed te horen. Daarnaast bewijst Schönberg gelijk al dat hij een sterke vocalist is.
Ze trekken de lijn goed door in de opvolgende nummers "Heart Belongs" en het nét iets steviger klinkende "Those Words". Met "Dividing Lines" brengen ze de onvermijdelijke ballad en ook hier valt de goede productie weer op. Dit zorgt ervoor dat dit nummer een mooi, vol pianogeluid heeft met Schönberg die de kans krijgt om te schitteren. Met "Say a Prayer" en "Contact" hebben ze weer twee sterke melodieuze rockers. Vooral die laatste vind ik sterk. Ook deze heeft een nét iets steviger klinkend gitaargeluid dat ik goed kan waarderen. De drie nummers die volgen gaan eigenlijk in dezelfde stijl verder. Deze mannen weten goed hoe ze dit type rock muziek lekker kunnen laten klinken.
Met het laatste nummers komen ze verrassend genoeg ineens met een epos van 7 minuten. Een nummer dat op mooie en simpele wijze begint met melodieus akoestisch gitaarspel en nogmaals een kans voor Schönberg om zijn vocale kwaliteiten tentoon te stellen. Na 4 minuten komt de volledige instrumentatie erbij om de boel wat steviger te laten klinken. De mannen weten precies wanneer ze af moeten wisselen en op het einde worden we nog van een mooie piano solo voorzien.
Natuurlijk is deze muziek niet meer origineel te noemen, maar de uitvoering vind ik echt geweldig! Daarnaast helpt de goede productie daar zeker ook aan mee, want het maakt de muziek vol en warm, maar ze gaan nergens té gelickt klinken. Een aanrader voor de liefhebbers van deze retro rock acts uit Scandinavië.
Met de gebroeders Wigelius (van de gelijknamige band) als producers begonnen ze vorig jaar dan aan het werken aan dit album en hier is hij dan na een gevecht van bijna 5 jaar: het debuutalbum van Care of Night.
Ik moet zeggen dat meteen na de eerste luisterbeurt ik erg enthousiast was en dat ben ik na een paar keer luisteren eigenlijk nog steeds. De mannen maken melodieuze rock die vergelijkbaar is met ander retro acts als H.E.A.T. of Houston.
Het album trapt gelijk al lekker af met "Cassandra". Een fijn, uptempo feelgood rock nummer. Wat gelijk al (positief) opvalt is dat de keyboards, gitaren en drums lekker evenwichtig in de mix staan. Alles is even goed te horen. Daarnaast bewijst Schönberg gelijk al dat hij een sterke vocalist is.
Ze trekken de lijn goed door in de opvolgende nummers "Heart Belongs" en het nét iets steviger klinkende "Those Words". Met "Dividing Lines" brengen ze de onvermijdelijke ballad en ook hier valt de goede productie weer op. Dit zorgt ervoor dat dit nummer een mooi, vol pianogeluid heeft met Schönberg die de kans krijgt om te schitteren. Met "Say a Prayer" en "Contact" hebben ze weer twee sterke melodieuze rockers. Vooral die laatste vind ik sterk. Ook deze heeft een nét iets steviger klinkend gitaargeluid dat ik goed kan waarderen. De drie nummers die volgen gaan eigenlijk in dezelfde stijl verder. Deze mannen weten goed hoe ze dit type rock muziek lekker kunnen laten klinken.
Met het laatste nummers komen ze verrassend genoeg ineens met een epos van 7 minuten. Een nummer dat op mooie en simpele wijze begint met melodieus akoestisch gitaarspel en nogmaals een kans voor Schönberg om zijn vocale kwaliteiten tentoon te stellen. Na 4 minuten komt de volledige instrumentatie erbij om de boel wat steviger te laten klinken. De mannen weten precies wanneer ze af moeten wisselen en op het einde worden we nog van een mooie piano solo voorzien.
Natuurlijk is deze muziek niet meer origineel te noemen, maar de uitvoering vind ik echt geweldig! Daarnaast helpt de goede productie daar zeker ook aan mee, want het maakt de muziek vol en warm, maar ze gaan nergens té gelickt klinken. Een aanrader voor de liefhebbers van deze retro rock acts uit Scandinavië.
Carlene Carter - Carter Girl (2014)

3,0
0
geplaatst: 28 april 2014, 14:09 uur
Geen slecht album van de dochter van June Carter (van haar eerste man en dus niet van Cash).
"Little Black Train" begint met een tegen pop aanhikkend geluid. Daarna volgen er echter wat meer traditionele Country nummers.
Ze zingt best goed, maar er staan nergens echt uitschieters tussen. Naar mijn mening is het duet met Willie Nelson wel een erg fijn nummer, maar verder kan ik niet echt spreken van hoogstaande nummers uit het genre.
Dit betekent echter niet dat de muziek slecht is, want Carter weet zeker wel hoe ze muziek moet maken.
"Little Black Train" begint met een tegen pop aanhikkend geluid. Daarna volgen er echter wat meer traditionele Country nummers.
Ze zingt best goed, maar er staan nergens echt uitschieters tussen. Naar mijn mening is het duet met Willie Nelson wel een erg fijn nummer, maar verder kan ik niet echt spreken van hoogstaande nummers uit het genre.
Dit betekent echter niet dat de muziek slecht is, want Carter weet zeker wel hoe ze muziek moet maken.
Casablanca - Miskatonic Graffiti (2015)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2015, 12:04 uur
Een aangename eerste kennismaking met deze Zweedse band die muziek maken die het beste te omschrijven valt als melodieuze hard rock. Ze klinken namelijk op de meeste tracks nog best stevig. Vooral door het gitaarwerk dat mooi vol in de productie staat. De keyboards zorgen ervoor dat het wat catchier word allemaal. RE: Old Money heeft een heerlijk catchy refrein dat na meerdere keren lekker meezingbaar word.
Catchy, enthousiast gebracht en mooi geproduceerd. Kortom: weer een erg fijne plaat in dit genre uit Scandinavië.
Catchy, enthousiast gebracht en mooi geproduceerd. Kortom: weer een erg fijne plaat in dit genre uit Scandinavië.
Caspian - Dust & Disquiet (2015)

4,5
0
geplaatst: 22 september 2015, 19:55 uur
Mijn soundtrack van de afgelopen dagen en ik moet zeggen dat dit misschien wel de beste plaat is die ik van dit jaar gehoord heb. Wat een heerlijke, sfeervolle Post-Rock zetten ze hier neer zeg!
Het album begint met het haast zwoel klinkende "Separation No. 2". De start met die rustige gitaar en de sax is al heel sterk, maar wat erna volgt klinkt ook erg goed. Rustig gitaarwerk, aangevuld met wat subtiel op de achtergrond geplaatste "orkestratie" (wat strijkers en blazers, kunnen ze misschien ook wel elektronisch hebben gemaakt).
"Ríoseco" is een post-rock track volgens het boekje: er word rustig opgebouwd tot een heftige climax waarin voor het eerst naar voren komt hoe hard ze kunnen klinken.
Dit laten ze namelijk nog eens in het kwadraat op "Arcs of Command" horen. Een zwaar post-rock geluid dat qua gitaargeweld soms zelfs richting Metal gaat. Ik word er als luisteraar helemaal "in gezogen" en even lijkt er niets anders te bestaan dan de muur van geluid die deze mannen produceren.
Leuk hoe ze dan weer zo'n contrast kunnen creëren door rustig te beginnen in "Echo and Abyss". Wederom een track waarin ze een beetje opbouwen naar een climax, maar op een andere wijze als in de tweede track. Daarnaast zetten ze hier voor het eerst wat vocalen in, wat ook weer voor een andere beleving zorgt. De tweede helft van de track klinkt wederom behoorlijk zwaar trouwens, iets dat me zeker wel bevalt.
Na al dat muzikale geweld zorgen ze weer voor rust met het prachtige "Run Dry". Een prachtig, rustig nummer waarin enkel een akoestische gitaar en een keyboard (vermengt met wat electronica) te horen is met een prachtig ingezongen tekst. Erg mooi gezongen en geweldig hoe ze ineens zo'n prachtig, rustgevend nummer kunnen brengen.
"Equal Night" is meer een soort intermezzo waarin enkel piano/keyboard geluiden te horen zijn. Wederom erg mooi, ingetogen en gevoelig gebracht. Ik moet er bijna een traan van wegpinken.
"Sad Heart of Mine" begint op een melancholische wijze, waarin het keyboard/de piano op een geweldige wijze wordt ingezet. Na bijna een minuut komt er zachtjes een gitaar bij en later de drums om wederom op te bouwen naar een prachtige, intense climax.
"Darkfield" is dan ineens qua stijl heel wat andere koek. De track begint met enkel wat trommelgeluiden en electronica. Het eerste stuk van de track blijft heel erg elektronisch klinken, meer dan dat ik tot dan toe gehoord had. Daarna heeft men zelfs een soort "remix" gemaakt van wat gitaargeluid. Verder maakt het gebruik van die donderende bas de boel lekker duister. Ook wanneer ze weer wat zachter klinkend gitaarwerk inzetten blijft het een erg intense belevenis en is de climax heavier dan ooit te voren.
Hierna kan men weer even bijkomen met het intermezzo "Aeternum Vale", waarin niet meer dan een akoestische gitaar te horen is.
En daarna dan de titeltrack, die veruit het langste nummer van het album is. Van alle voorgaande tracks was "Arcs of Command" de langste met 8 minuten en 49 seconden. Dit nummer zit hier met 11 minuten en 26 seconden dus ruim 2,5 minuten boven.
De eerste 2,2 minuten is er niet veel meer dan piano/keyboard geluiden te horen. Een rustig begin. Daarna worden de gitaren en het drumstel er weer bij gevoegd, maar blijft men een beetje in een mellow sfeer hangen. Net voorbij de 3 minuten krijgen we zelfs nog even een korte gitaarsolo, waarna de gitaren weer aanzwellen tot een groots, meeslepend geluid. Na deze climax vervalt men weer in rust door akoestisch gitaarwerk, ondersteund door het keyboard/electronica. Zelfs de strijkers komen weer even voorbij en dan word de muziek heerlijk dromerig. Even op een hangmat liggen om naar de sterren te kijken zou ik zeggen, maar met het wisselvallige weer van vandaag zou ik dat nu maar niet doen.
Wanneer de elektrische gitaren en het drumstel er weer bijkomen houden ze deze dromerige sfeer vast tot een erg sterke climax, vooral door de grote rol die de strijkers hier in meespelen.
Na de climax keert de rust weer even terug om zo dit prachtige hoofdstuk af te sluiten.
Het is moeilijk om tussen al deze muzikale pracht favoriete tracks uit te zoeken, maar ik ben uiteindelijk gegaan voor "Arcs of Command" en "Darkfleid". De rest van het album blijft alleen ook meer dan het luisteren waard.
Het album begint met het haast zwoel klinkende "Separation No. 2". De start met die rustige gitaar en de sax is al heel sterk, maar wat erna volgt klinkt ook erg goed. Rustig gitaarwerk, aangevuld met wat subtiel op de achtergrond geplaatste "orkestratie" (wat strijkers en blazers, kunnen ze misschien ook wel elektronisch hebben gemaakt).
"Ríoseco" is een post-rock track volgens het boekje: er word rustig opgebouwd tot een heftige climax waarin voor het eerst naar voren komt hoe hard ze kunnen klinken.
Dit laten ze namelijk nog eens in het kwadraat op "Arcs of Command" horen. Een zwaar post-rock geluid dat qua gitaargeweld soms zelfs richting Metal gaat. Ik word er als luisteraar helemaal "in gezogen" en even lijkt er niets anders te bestaan dan de muur van geluid die deze mannen produceren.
Leuk hoe ze dan weer zo'n contrast kunnen creëren door rustig te beginnen in "Echo and Abyss". Wederom een track waarin ze een beetje opbouwen naar een climax, maar op een andere wijze als in de tweede track. Daarnaast zetten ze hier voor het eerst wat vocalen in, wat ook weer voor een andere beleving zorgt. De tweede helft van de track klinkt wederom behoorlijk zwaar trouwens, iets dat me zeker wel bevalt.
Na al dat muzikale geweld zorgen ze weer voor rust met het prachtige "Run Dry". Een prachtig, rustig nummer waarin enkel een akoestische gitaar en een keyboard (vermengt met wat electronica) te horen is met een prachtig ingezongen tekst. Erg mooi gezongen en geweldig hoe ze ineens zo'n prachtig, rustgevend nummer kunnen brengen.
"Equal Night" is meer een soort intermezzo waarin enkel piano/keyboard geluiden te horen zijn. Wederom erg mooi, ingetogen en gevoelig gebracht. Ik moet er bijna een traan van wegpinken.
"Sad Heart of Mine" begint op een melancholische wijze, waarin het keyboard/de piano op een geweldige wijze wordt ingezet. Na bijna een minuut komt er zachtjes een gitaar bij en later de drums om wederom op te bouwen naar een prachtige, intense climax.
"Darkfield" is dan ineens qua stijl heel wat andere koek. De track begint met enkel wat trommelgeluiden en electronica. Het eerste stuk van de track blijft heel erg elektronisch klinken, meer dan dat ik tot dan toe gehoord had. Daarna heeft men zelfs een soort "remix" gemaakt van wat gitaargeluid. Verder maakt het gebruik van die donderende bas de boel lekker duister. Ook wanneer ze weer wat zachter klinkend gitaarwerk inzetten blijft het een erg intense belevenis en is de climax heavier dan ooit te voren.
Hierna kan men weer even bijkomen met het intermezzo "Aeternum Vale", waarin niet meer dan een akoestische gitaar te horen is.
En daarna dan de titeltrack, die veruit het langste nummer van het album is. Van alle voorgaande tracks was "Arcs of Command" de langste met 8 minuten en 49 seconden. Dit nummer zit hier met 11 minuten en 26 seconden dus ruim 2,5 minuten boven.
De eerste 2,2 minuten is er niet veel meer dan piano/keyboard geluiden te horen. Een rustig begin. Daarna worden de gitaren en het drumstel er weer bij gevoegd, maar blijft men een beetje in een mellow sfeer hangen. Net voorbij de 3 minuten krijgen we zelfs nog even een korte gitaarsolo, waarna de gitaren weer aanzwellen tot een groots, meeslepend geluid. Na deze climax vervalt men weer in rust door akoestisch gitaarwerk, ondersteund door het keyboard/electronica. Zelfs de strijkers komen weer even voorbij en dan word de muziek heerlijk dromerig. Even op een hangmat liggen om naar de sterren te kijken zou ik zeggen, maar met het wisselvallige weer van vandaag zou ik dat nu maar niet doen.
Wanneer de elektrische gitaren en het drumstel er weer bijkomen houden ze deze dromerige sfeer vast tot een erg sterke climax, vooral door de grote rol die de strijkers hier in meespelen.
Na de climax keert de rust weer even terug om zo dit prachtige hoofdstuk af te sluiten.
Het is moeilijk om tussen al deze muzikale pracht favoriete tracks uit te zoeken, maar ik ben uiteindelijk gegaan voor "Arcs of Command" en "Darkfleid". De rest van het album blijft alleen ook meer dan het luisteren waard.
Casualties of Cool - Casualties of Cool (2014)

4,0
0
geplaatst: 25 mei 2014, 20:01 uur
Misschien komt het omdat de muziek precies paste bij de sfeer van deze dag, maar ik vind dit echt een fantastisch album! Het is heerlijk rustgevende "lounge muziek" die het beste omschreven kan worden als blues/country met wat ambient/electronic invloeden. Vooral dit laatste lijkt aan de hand van meneer Townsend. De vocalen van Dorval sluiten mooi en haast naadloos aan op de muziek. Echt een album voor zij die even lekker willen ontspannen. Het luistert echt lekker weg en het sluit allemaal mooi op elkaar aan, waardoor er een fijn vloeiend geheel ontstaat waar je als luisteraar rustig door kan komen. Zalig!
Cats in Boots - Kicked & Klawed (1989)

3,5
0
geplaatst: 26 mei 2013, 15:37 uur
Bassist Yasuhiro Hatae en gitarist Takashi O'Hashi vertrokken in de jaren '80 naar L.A., op zoek naar Amerikaans succes. Daar ontmoetten zij vocalist Joel Ellis en met drummer Randy Meers was de band Cats in Boots compleet.
Helaas zijn ze nooit doorgebroken en bleef het voor deze sleaze band dus helaas maar bij 1 plaat.
Erg jammer, want de energie spat ervan af en de productie is best goed voor een wat onbekendere band uit die periode. De Japanners spelen strak en drummer Randy Meers doet het ook goed.
Zanger Joel Ellis is echter degene die de show steelt. Zijn rauwe stemgeluid kan zeker vergeleken worden met de bekende zangers uit het circuit van die tijd. Hij zou later nog een plaat maken met Heavy Bones, een band die helaas ook maar een kort bestaan had.
Het album begint heerlijk energiek met Shotgun Sally en Nine Lives. Daarna doen ze het iets (met de nadruk op iets) rustiger aan met Her Monkey en Whip It Out.
Long, Long Way from Home had naar mijn idee ook zo een Alice Cooper nummer kunnen zijn.
De rest van het album klinkt ook meer dan prima.
Wat mij betreft is het erg jammer dat dit nogal een vergeten band en album is, want de liefhebbers van het genre zullen dit zeker wel kunnen waarderen.
Helaas zijn ze nooit doorgebroken en bleef het voor deze sleaze band dus helaas maar bij 1 plaat.
Erg jammer, want de energie spat ervan af en de productie is best goed voor een wat onbekendere band uit die periode. De Japanners spelen strak en drummer Randy Meers doet het ook goed.
Zanger Joel Ellis is echter degene die de show steelt. Zijn rauwe stemgeluid kan zeker vergeleken worden met de bekende zangers uit het circuit van die tijd. Hij zou later nog een plaat maken met Heavy Bones, een band die helaas ook maar een kort bestaan had.
Het album begint heerlijk energiek met Shotgun Sally en Nine Lives. Daarna doen ze het iets (met de nadruk op iets) rustiger aan met Her Monkey en Whip It Out.
Long, Long Way from Home had naar mijn idee ook zo een Alice Cooper nummer kunnen zijn.
De rest van het album klinkt ook meer dan prima.
Wat mij betreft is het erg jammer dat dit nogal een vergeten band en album is, want de liefhebbers van het genre zullen dit zeker wel kunnen waarderen.
Cauldron - In Ruin (2016)

2,0
0
geplaatst: 16 januari 2016, 15:47 uur
Cauldron is een Canadees Heavy Metal trio bestaande uit vocalist/bassist Jason Decay, gitarist Ian Chains en drummer Myles Deck. Ze brengen old school Heavy Metal die (uiteraard) doet denken aan de (NWoB)HM tijd van de jaren '80. De heren doen dit volgens het boekje, met als resultaat dat je een beetje een saaie ontknoping krijgt.
De productie is wat aan de platte kant, daarnaast spelen ze wat teveel midtempo om het echt te laten knallen. Neem daar nog eens bij dat ik persoonlijk vind dat Jason Decay nogal eentonig zingt.
Misschien dat ze live beter overkomen, maar op plaat vind ik ze weinig bijzonder.
De productie is wat aan de platte kant, daarnaast spelen ze wat teveel midtempo om het echt te laten knallen. Neem daar nog eens bij dat ik persoonlijk vind dat Jason Decay nogal eentonig zingt.
Misschien dat ze live beter overkomen, maar op plaat vind ik ze weinig bijzonder.
Celtic Woman - Destiny (2016)

2,5
0
geplaatst: 11 februari 2016, 17:34 uur
Voor het eerst sinds 2010 weer eens een kans gegeven en inmiddels ben ik het plaatje voor de tweede keer aan het beluisteren. Na wat onderzoek kwam ik tot de constatering dat van de dames die op Songs from the Heart zongen er geen enkele meer op deze plaat te horen is.
Naast violiste Máiréad Nesbitt, die er al vanaf het begin bij is, blijkt de line-up namelijk behoorlijk regelmatig gewisseld te zijn. Op dit album zijn de zangeressen Éabha McMahon (de nieuwste aanwinst, in de plek gekomen van Lynn Hilary), Máiréad Carlin en Susan McFadden.
Aan de ene kant vind ik wel tof wat de dames doen, want ze maken Ierse Folk muziek internationaal een flink stuk bekender door hun meer Pop gerichte bewerkingen. De productie is glad, maar dat viel te verwachten, want dat probeerden ze al vanaf het debuut.
De kwaliteit van de nummers zijn alleen behoorlijk wisselvallig, maar dat heeft ook voor een groot gedeelte met persoonlijke smaak te maken.
Ze beginnen naar mijn mening best mooi met "My Land", waarin ze zelfs nog even op een toffe wijze wat doedelzakken voorbij laten komen. Daarna komen ze met een Clannad cover: "Siúil a Rún". Gewaagd, daar ik Moya Brennan reken tot een van de beste vocalistes uit het genre. De dames komen er nog best aardig mee weg.
Hierop volgen ze gelijk met nog een bekend Iers nummer: "Ride On" van Christy Moore. Persoonlijk heb ik Moore altijd wel redelijk kunnen waarderen, maar ik moet zeggen dat zijn nummer uit vrouwelijke kelen ook mooi vind klinken. Persoonlijk vind ik hem niet zo goed als de versie van het Zeeuwse (en inmiddels helaas niet meer actieve) No Frontiers, maar ze houden het nummer wel goed overeind.
Daarna komt naar mijn mening een van de grootste missers van het album: Susan McFadden doet een gooi naar "The Whole of the Moon" van The Waterboys. Ik was nog niet bekend met het origineel, maar na beluistering via youtube is deze versie alleen nog maar erger geworden. Ik vond hem al iets te zoet en te poppy, maar als ik de rauwe stem van de zanger van The Waterboys hoor dan klinkt deze versie bijna als een belediging.
Daarna herstellen ze zich weer met het voornamelijk instrumentale "Skyrim Theme" (ik ben (nog) niet bekend met de game) waarin Máiréad Nesbitt haar kunnen laat horen. Dit vind ik dan weer best mooi en doet de voorgaande track weer een beetje vergeten.
Op "How Can I Keep from Singing", een traditional die bekendheid kreeg door Enya, mag de nieuwelinge Éabha McMahon van zich laten horen en dit doet ze op een prachtige manier. Een stemgeluid die dat van Enya zeker eer aandoet.
Dan is het aan Máiréad Carlin om Ed Sheeran's "I See Fire" (The Desolation of Smaug OST) te zingen. Een nummer dat erg goed binnen de stijl van het voorgaande nummer past en degelijk gezongen door Carlin. Zij keert later op het album nog eens solo terug nummer "Like an Angel Passing Through My Room". Qua lyrics wel een aardig nummer, maar zelf vind ik dat nummer dan weer iets teveel richting Pop/Kerst sferen gaan. Carlin heeft wel een mooi stemgeluid, maar dat nummer is me weer wat te zoetjes.
Het waarschijnlijk pakkend bedoelde "Tír Na NÓg" vind ik dan weer een misser van formaat. Vooral de drums passen er totaal niet bij en stilistisch lijkt men hier bijna richting Shakira te willen gaan. Nee dames, dit past er dan weer totaal niet in.
Ook hun versie van het van origine rebellenlied "Óró Sé Do Bheatha 'Bhaile" is om te janken als je het vergelijkt met versies van o.a. The Dubliners en The Fureys. Dat achtergrondkoortje erachter ook, waarom toch!
Met "Sometimes a Prayer Will Do" weet Susan McFadden dan wel weer een redelijk nummer neer te zetten. Wel blijkt na een paar keer beluisteren dat ik McFadden's stemgeluid het minste vind van de drie dames. Maar goed, het klinkt nog altijd beter dan wanneer ondergetekende een poging zou doen.
Met de traditional "Bean Pháidín" weten de dames zich pas echt weer op sterke wijze te presenteren. Deze keer kozen ze voor een wat meer traditionele aanpak en dat pakt geslaagd uit. Eerder al werd de traditional al gebracht door o.a. Planxty en Anúna. Ook "Westering Home" weten ze op een degelijke manier te brengen, om daarna wederom uit de bocht te vliegen (naar mijn mening dan) met "When You Go". Wederom pakt het poppy drumwerk niet lekker uit en over de verdere stijl ben ik persoonlijk ook niet te spreken.
Met "Walk Beside Me" weten ze dan nog wel een redelijk nummer te brengen. De grootste verassing is de afsluiter "The Hills of Ireland", wat een sfeervolle instrumentale track blijkt te zijn waarin Máiréad Nesbitt op geslaagde wijze in de spotlight weet te staan.
Echt een album met zijn hoogte- en dieptepunten. Over het algemeen blijft het mij toch net iets te gladjes en weten ze de kwaliteit van hun eerste albums niet meer te halen. Het volgens hun wiki bijna jaarlijkse gemorrel met de line-up zal ook niet echt effectief voor ze werken.
Ik gok dat dit meer een act zal blijven die het beter doet in de U.S.
Naast violiste Máiréad Nesbitt, die er al vanaf het begin bij is, blijkt de line-up namelijk behoorlijk regelmatig gewisseld te zijn. Op dit album zijn de zangeressen Éabha McMahon (de nieuwste aanwinst, in de plek gekomen van Lynn Hilary), Máiréad Carlin en Susan McFadden.
Aan de ene kant vind ik wel tof wat de dames doen, want ze maken Ierse Folk muziek internationaal een flink stuk bekender door hun meer Pop gerichte bewerkingen. De productie is glad, maar dat viel te verwachten, want dat probeerden ze al vanaf het debuut.
De kwaliteit van de nummers zijn alleen behoorlijk wisselvallig, maar dat heeft ook voor een groot gedeelte met persoonlijke smaak te maken.
Ze beginnen naar mijn mening best mooi met "My Land", waarin ze zelfs nog even op een toffe wijze wat doedelzakken voorbij laten komen. Daarna komen ze met een Clannad cover: "Siúil a Rún". Gewaagd, daar ik Moya Brennan reken tot een van de beste vocalistes uit het genre. De dames komen er nog best aardig mee weg.
Hierop volgen ze gelijk met nog een bekend Iers nummer: "Ride On" van Christy Moore. Persoonlijk heb ik Moore altijd wel redelijk kunnen waarderen, maar ik moet zeggen dat zijn nummer uit vrouwelijke kelen ook mooi vind klinken. Persoonlijk vind ik hem niet zo goed als de versie van het Zeeuwse (en inmiddels helaas niet meer actieve) No Frontiers, maar ze houden het nummer wel goed overeind.
Daarna komt naar mijn mening een van de grootste missers van het album: Susan McFadden doet een gooi naar "The Whole of the Moon" van The Waterboys. Ik was nog niet bekend met het origineel, maar na beluistering via youtube is deze versie alleen nog maar erger geworden. Ik vond hem al iets te zoet en te poppy, maar als ik de rauwe stem van de zanger van The Waterboys hoor dan klinkt deze versie bijna als een belediging.
Daarna herstellen ze zich weer met het voornamelijk instrumentale "Skyrim Theme" (ik ben (nog) niet bekend met de game) waarin Máiréad Nesbitt haar kunnen laat horen. Dit vind ik dan weer best mooi en doet de voorgaande track weer een beetje vergeten.
Op "How Can I Keep from Singing", een traditional die bekendheid kreeg door Enya, mag de nieuwelinge Éabha McMahon van zich laten horen en dit doet ze op een prachtige manier. Een stemgeluid die dat van Enya zeker eer aandoet.
Dan is het aan Máiréad Carlin om Ed Sheeran's "I See Fire" (The Desolation of Smaug OST) te zingen. Een nummer dat erg goed binnen de stijl van het voorgaande nummer past en degelijk gezongen door Carlin. Zij keert later op het album nog eens solo terug nummer "Like an Angel Passing Through My Room". Qua lyrics wel een aardig nummer, maar zelf vind ik dat nummer dan weer iets teveel richting Pop/Kerst sferen gaan. Carlin heeft wel een mooi stemgeluid, maar dat nummer is me weer wat te zoetjes.
Het waarschijnlijk pakkend bedoelde "Tír Na NÓg" vind ik dan weer een misser van formaat. Vooral de drums passen er totaal niet bij en stilistisch lijkt men hier bijna richting Shakira te willen gaan. Nee dames, dit past er dan weer totaal niet in.
Ook hun versie van het van origine rebellenlied "Óró Sé Do Bheatha 'Bhaile" is om te janken als je het vergelijkt met versies van o.a. The Dubliners en The Fureys. Dat achtergrondkoortje erachter ook, waarom toch!

Met "Sometimes a Prayer Will Do" weet Susan McFadden dan wel weer een redelijk nummer neer te zetten. Wel blijkt na een paar keer beluisteren dat ik McFadden's stemgeluid het minste vind van de drie dames. Maar goed, het klinkt nog altijd beter dan wanneer ondergetekende een poging zou doen.

Met de traditional "Bean Pháidín" weten de dames zich pas echt weer op sterke wijze te presenteren. Deze keer kozen ze voor een wat meer traditionele aanpak en dat pakt geslaagd uit. Eerder al werd de traditional al gebracht door o.a. Planxty en Anúna. Ook "Westering Home" weten ze op een degelijke manier te brengen, om daarna wederom uit de bocht te vliegen (naar mijn mening dan) met "When You Go". Wederom pakt het poppy drumwerk niet lekker uit en over de verdere stijl ben ik persoonlijk ook niet te spreken.
Met "Walk Beside Me" weten ze dan nog wel een redelijk nummer te brengen. De grootste verassing is de afsluiter "The Hills of Ireland", wat een sfeervolle instrumentale track blijkt te zijn waarin Máiréad Nesbitt op geslaagde wijze in de spotlight weet te staan.
Echt een album met zijn hoogte- en dieptepunten. Over het algemeen blijft het mij toch net iets te gladjes en weten ze de kwaliteit van hun eerste albums niet meer te halen. Het volgens hun wiki bijna jaarlijkse gemorrel met de line-up zal ook niet echt effectief voor ze werken.
Ik gok dat dit meer een act zal blijven die het beter doet in de U.S.
Champlin Williams Friestedt - CWF (2015)

2,5
0
geplaatst: 29 november 2015, 18:14 uur
De heren slaan hier toch nog wel meer de Pop hoek in dan dat ze met Toto en Chicago.
Dit trio is toch wel meer dan een gelegenheidstrio. Ze tourden namelijk al eens samen, werkten al met elkaar voor Friestedt's L.A. Project albums. Daarnaast hadden Friestedt en Williams ook al eens samen een album gemaakt.
Het album begint catchy met "Runaway". Het sfeervolle gebruik van de piano/het keyboard en het melodieuze gitaarspel doet denken aan de klassieke AOR tijden.
Joseph Williams neemt in de eerste helft de leadzang voor zijn rekening, met Champlin als achtergrond/refreinzanger. Halverwege neemt de laatstgenoemde wel even een couplet voor zijn rekening.
Ondanks dat op "Aria" de inmiddels alweer 68-jarige Champlin wat meer op de voorgrond treed, doet de instrumentele structuur juist weer aan Toto denken. Al helemaal wanneer Williams in het refrein opduikt. Verder laat Friestedt nog even een weliswaar korte, maar mooie en melodieuze gitaarsolo horen.
Met "Still Around" laten de heren dan weer een prachtige, gevoelige ballad horen. Op dit nummer komt de klasse van beide vocalisten goed naar voren.
Met "All That I Want" treden de heren naar mijn smaak wat teveel in de herhaling. Geen slecht nummer, maar we hebben het allemaal in de voorgaande tracks al eens voorbij horen komen.
Ik kan eigenlijk hetzelfde zeggen over "Carry On". De solo in de laatste helft van Friestedt zorgt nog een beetje voor een eigen gezicht. Verder hebben we het allemaal al eens gehoord en doet het drumwerk wel erg aan "Africa" van Toto denken.
Met "Nightfly" slagen de heren er wel wat beter in om een "eigen" nummer te maken. Champlin en Williams wisselen de leadzang steeds wat om en de blazers vormen een leuke toevoeging.
Dit vormt dan weer een schril contrast met de "After the Love Has Gone" cover waarin Champlin's stemgeluid niet lijkt te passen.
Daarna gaan ze me iets teveel de pop kant op met "Two Hearts at War", waarin beide vocalisten er niet in slagen om te overtuigen. En wie is die derde zanger die nog te horen is? Is dat dan Friestedt? Afijn, het lijkt allemaal wat teveel van het goeie. Die derde vocalist vind ik zelf ook maar van weinig toevoegende waarde.
Daarna slaat men naar mijn mening met het Soulvolle "Rivers of Fear" wederom de plank mis. Deze keer lijkt de stem van Williams niet helemaal erbij te passen. Daarnaast is het continu meezingende achtergrondkoortje eerder irritant dan dat het een positieve bijdrage levert.
Daarna sluit men af met het nogal saai klinkende "Evermore", die mij 's avonds wel in slaap zou kunnen sussen.
Een plaat die veelbelovend begint, maar helaas is de tweede helft niet zo mijn smaak.
Dit trio is toch wel meer dan een gelegenheidstrio. Ze tourden namelijk al eens samen, werkten al met elkaar voor Friestedt's L.A. Project albums. Daarnaast hadden Friestedt en Williams ook al eens samen een album gemaakt.
Het album begint catchy met "Runaway". Het sfeervolle gebruik van de piano/het keyboard en het melodieuze gitaarspel doet denken aan de klassieke AOR tijden.
Joseph Williams neemt in de eerste helft de leadzang voor zijn rekening, met Champlin als achtergrond/refreinzanger. Halverwege neemt de laatstgenoemde wel even een couplet voor zijn rekening.
Ondanks dat op "Aria" de inmiddels alweer 68-jarige Champlin wat meer op de voorgrond treed, doet de instrumentele structuur juist weer aan Toto denken. Al helemaal wanneer Williams in het refrein opduikt. Verder laat Friestedt nog even een weliswaar korte, maar mooie en melodieuze gitaarsolo horen.
Met "Still Around" laten de heren dan weer een prachtige, gevoelige ballad horen. Op dit nummer komt de klasse van beide vocalisten goed naar voren.
Met "All That I Want" treden de heren naar mijn smaak wat teveel in de herhaling. Geen slecht nummer, maar we hebben het allemaal in de voorgaande tracks al eens voorbij horen komen.
Ik kan eigenlijk hetzelfde zeggen over "Carry On". De solo in de laatste helft van Friestedt zorgt nog een beetje voor een eigen gezicht. Verder hebben we het allemaal al eens gehoord en doet het drumwerk wel erg aan "Africa" van Toto denken.
Met "Nightfly" slagen de heren er wel wat beter in om een "eigen" nummer te maken. Champlin en Williams wisselen de leadzang steeds wat om en de blazers vormen een leuke toevoeging.
Dit vormt dan weer een schril contrast met de "After the Love Has Gone" cover waarin Champlin's stemgeluid niet lijkt te passen.
Daarna gaan ze me iets teveel de pop kant op met "Two Hearts at War", waarin beide vocalisten er niet in slagen om te overtuigen. En wie is die derde zanger die nog te horen is? Is dat dan Friestedt? Afijn, het lijkt allemaal wat teveel van het goeie. Die derde vocalist vind ik zelf ook maar van weinig toevoegende waarde.
Daarna slaat men naar mijn mening met het Soulvolle "Rivers of Fear" wederom de plank mis. Deze keer lijkt de stem van Williams niet helemaal erbij te passen. Daarnaast is het continu meezingende achtergrondkoortje eerder irritant dan dat het een positieve bijdrage levert.
Daarna sluit men af met het nogal saai klinkende "Evermore", die mij 's avonds wel in slaap zou kunnen sussen.
Een plaat die veelbelovend begint, maar helaas is de tweede helft niet zo mijn smaak.
Chaos Magic - Chaos Magic (2015)

2,0
0
geplaatst: 5 juli 2015, 21:17 uur
Voor mij veruit de grootste muzikale tegenvaller van 2015 (tot nu toe althans).
De instrumentatie word al snel wat repetitief met een aantal verschrikkelijk irriterende koortjes hier en daar erin geplaatst. Daarnaast klinkt de productie naar mijn mening wat vlak. Het wil nergens echt knallen en het mist de power die ik toch wel graag bij dit soort muziek wil horen.
Caterina Nix kan wel zingen, maar echt memorabel vind ik haar nergens worden.
Al deze factoren samen zorgen voor een voor mij nogal saaie luisterbeurt. Tolkki lijkt wat vastgeroest te zijn in dezelfde sound.
Spijtig.
De instrumentatie word al snel wat repetitief met een aantal verschrikkelijk irriterende koortjes hier en daar erin geplaatst. Daarnaast klinkt de productie naar mijn mening wat vlak. Het wil nergens echt knallen en het mist de power die ik toch wel graag bij dit soort muziek wil horen.
Caterina Nix kan wel zingen, maar echt memorabel vind ik haar nergens worden.
Al deze factoren samen zorgen voor een voor mij nogal saaie luisterbeurt. Tolkki lijkt wat vastgeroest te zijn in dezelfde sound.
Spijtig.
Charles Bradley - Victim of Love (2013)

4,0
0
geplaatst: 24 november 2013, 16:23 uur
Wat een heerlijke 'ouderwetse' Soul plaat is dit zeg! Het licht rauwe stemgeluid van de inmiddels 65-jarige Bradley valt bij mij goed in de smaak.
Hij doet niets vernieuwends, zijn Soul brengt de luisteraar terug naar de jaren '60 en '70. Toch weet Bradley zijn nummers met veel passie en emotie aan de luisteraar te presenteren, waardoor het erin gaat als zoete koek.
Ook de productie is haast "retro" te noemen. Het geeft echt een nostalgisch Soul geluid zonder te achterhaald te klinken.
Een erg fijn Soul album dat de luisteraar terugbrengt naar de hoogtijdagen van het genre.
Hij doet niets vernieuwends, zijn Soul brengt de luisteraar terug naar de jaren '60 en '70. Toch weet Bradley zijn nummers met veel passie en emotie aan de luisteraar te presenteren, waardoor het erin gaat als zoete koek.
Ook de productie is haast "retro" te noemen. Het geeft echt een nostalgisch Soul geluid zonder te achterhaald te klinken.
Een erg fijn Soul album dat de luisteraar terugbrengt naar de hoogtijdagen van het genre.
Charles Lloyd & The Marvels - I Long to See You (2016)

4,0
0
geplaatst: 9 februari 2016, 16:36 uur
Voor mij het eerste jazzalbum van dit jaar en het is een erg mooie binnenkomer hoor. Het kan best zijn dat ik Lloyd weleens op een Canonball Adderley album heb gehoord, maar zover ik weet had ik nog nooit iets van zijn 'solo' (in hoeverre je daar bij Jazz over kan spreken) materiaal gehoord.
Hij speelt deze keer met een quintet, want naast gitarist Bill Frisell word hij ook nog bijgestaan door 'pedal steel' gitarist Gregg Leisz. Laatstgenoemde zorgt hier en daar voor wat Country en Folk (een beetje in de stijl van Mark Knopfler's latere werk) en vormt een goede toevoeging. Verder zijn bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland te horen. Met de twee laatstgenoemden werkt Lloyd al langere tijd.
"Masters of War" blijkt een bewerking van een Bob Dylan te zijn en heeft met name door Leisz' z'n bijdrage en Lloyd's eigen saxofoon wel wat zwoels. Daarna volgt "Of Course, of Course", een bewerking van Lloyd's titeltrack van Of Course, of Course uit 1965. Ik ben niet bekend met de originele versie, maar vind dit erg goed klinken. Alle muzikanten krijgen wat meer de ruimte om hun kunde te laten horen en Lloyd gebruikt hier op een sterke wijze een dwarsfluit.
"La Llorana" is een traditional die de luisteraar naar Zuid-Amerika brengt. Een heerlijk, ontspannend Jazz nummer waarop wederom Leisz en Lloyd er weer uitspringen. De eerstgenoemde om zijn sfeervolle begeleiding en de laatstgenoemde om zijn sterke saxofoonspel.
Nagenoeg moeiteloos stappen de mannen over naar de stilistisch heel andere traditional "Shenandoah". Door het gitaarspel op dit nummer moest ik dus aan het laatste album van Knopfler denken.
Op "Sombrero Sam" vind ik de wisselwerking tussen hey gitaarspel van Frisell en de ronkende bas van Rogers wel aangenaam. Laatstgenoemde zorgt bijna voor een Funky touch. Lloyd sluit in de laatste helft nog sterk aan met zijn dwarsfluit. Het instrument pst qua geluid als een deksel op het geluid van dit nummer.
De traditional "All My Trials" word dan weer op een heerlijk relaxte manier gebracht. Het liefste wat je zou willen doen is de ogen sluiten en wegdromen op deze prachtige muziek. Op "Last Night I Had the Strangest Dream", oorspronkelijk geschreven door Ed McCurdy, gaan de mannen even helemaal Country. Lloyd stapt even naar de achtergrond om Nelson's kenmerkende stemgeluid te laten horen. Met name door de gitaren en de begeleiding van Harland blijft de Country stijl intact.
Met "Abide With Me" brengen de heren hun laatste traditional. Een kort, maar sterk intermezzo om het gat tussen "Last Night I Had the Strangest Dream" en het voor velen wel bekende "You Are So Beautiful" te dichten.
Jones brengt de lyrics op een subtiele wijze en weet op een mooie manier haar stempel op het nummer te drukken.
Ze sluiten af met het tot ruim 16 minuten uitgerekte "Barche Lamsel". Het eerste stuk van dit nummer duurt me wat te lang, maar daarna laten de heren nog een mooi en breed spectrum aan klanken en tempo's horen.
Een mooi, laidback Jazz album met de eerder genoemde invloeden er mooi in verweven.
Hij speelt deze keer met een quintet, want naast gitarist Bill Frisell word hij ook nog bijgestaan door 'pedal steel' gitarist Gregg Leisz. Laatstgenoemde zorgt hier en daar voor wat Country en Folk (een beetje in de stijl van Mark Knopfler's latere werk) en vormt een goede toevoeging. Verder zijn bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland te horen. Met de twee laatstgenoemden werkt Lloyd al langere tijd.
"Masters of War" blijkt een bewerking van een Bob Dylan te zijn en heeft met name door Leisz' z'n bijdrage en Lloyd's eigen saxofoon wel wat zwoels. Daarna volgt "Of Course, of Course", een bewerking van Lloyd's titeltrack van Of Course, of Course uit 1965. Ik ben niet bekend met de originele versie, maar vind dit erg goed klinken. Alle muzikanten krijgen wat meer de ruimte om hun kunde te laten horen en Lloyd gebruikt hier op een sterke wijze een dwarsfluit.
"La Llorana" is een traditional die de luisteraar naar Zuid-Amerika brengt. Een heerlijk, ontspannend Jazz nummer waarop wederom Leisz en Lloyd er weer uitspringen. De eerstgenoemde om zijn sfeervolle begeleiding en de laatstgenoemde om zijn sterke saxofoonspel.
Nagenoeg moeiteloos stappen de mannen over naar de stilistisch heel andere traditional "Shenandoah". Door het gitaarspel op dit nummer moest ik dus aan het laatste album van Knopfler denken.
Op "Sombrero Sam" vind ik de wisselwerking tussen hey gitaarspel van Frisell en de ronkende bas van Rogers wel aangenaam. Laatstgenoemde zorgt bijna voor een Funky touch. Lloyd sluit in de laatste helft nog sterk aan met zijn dwarsfluit. Het instrument pst qua geluid als een deksel op het geluid van dit nummer.
De traditional "All My Trials" word dan weer op een heerlijk relaxte manier gebracht. Het liefste wat je zou willen doen is de ogen sluiten en wegdromen op deze prachtige muziek. Op "Last Night I Had the Strangest Dream", oorspronkelijk geschreven door Ed McCurdy, gaan de mannen even helemaal Country. Lloyd stapt even naar de achtergrond om Nelson's kenmerkende stemgeluid te laten horen. Met name door de gitaren en de begeleiding van Harland blijft de Country stijl intact.
Met "Abide With Me" brengen de heren hun laatste traditional. Een kort, maar sterk intermezzo om het gat tussen "Last Night I Had the Strangest Dream" en het voor velen wel bekende "You Are So Beautiful" te dichten.
Jones brengt de lyrics op een subtiele wijze en weet op een mooie manier haar stempel op het nummer te drukken.
Ze sluiten af met het tot ruim 16 minuten uitgerekte "Barche Lamsel". Het eerste stuk van dit nummer duurt me wat te lang, maar daarna laten de heren nog een mooi en breed spectrum aan klanken en tempo's horen.
Een mooi, laidback Jazz album met de eerder genoemde invloeden er mooi in verweven.
Chateaux - Chained and Desperate (1983)

3,5
0
geplaatst: 23 juni 2015, 22:23 uur
Na het iets tegenvallende "Fire Power" begon ik met frisse moed aan deze plaat. Dit omdat de line-up van deze plaat m.u.v. gitarist Tim Broughton compleet anders is.
Zo is op deze plaat Steve Grimmett te horen als vocalist. Een man die (toen) met kinderlijk gemak de hoge noten wist te bereiken. Het moet je liggen natuurlijk, maar mij bevalt het een stuk beter dan het werk dat Krys Mason afleverde op de opvolger.
Daarnaast lijkt de productie van deze plaat een stuk beter te zijn dan laatstgenoemde en zijn de nummers naar mijn mening een stuk pakkender. Vooral het gitaarwerk klinkt op deze plaat erg lekker.
Een prettig NWoBHM plaatje als je het mij vraagt. Tof voor de liefhebbers.
Zo is op deze plaat Steve Grimmett te horen als vocalist. Een man die (toen) met kinderlijk gemak de hoge noten wist te bereiken. Het moet je liggen natuurlijk, maar mij bevalt het een stuk beter dan het werk dat Krys Mason afleverde op de opvolger.
Daarnaast lijkt de productie van deze plaat een stuk beter te zijn dan laatstgenoemde en zijn de nummers naar mijn mening een stuk pakkender. Vooral het gitaarwerk klinkt op deze plaat erg lekker.
Een prettig NWoBHM plaatje als je het mij vraagt. Tof voor de liefhebbers.
Chateaux - Fire Power (1984)

2,5
0
geplaatst: 23 juni 2015, 14:11 uur
Dat dit zo'n hoog gemiddelde heeft.
Ik vind dit album namelijk maar zozo. Op de lekkere opener na bevat dit album niet echt beklijvende muziek. Neem daar nog eens bij dat de productie klinkt alsof ze het ergens in een schuurtje hebben opgenomen ofzo. Meestal vind ik dit wel lekker bij dergelijke muziek, omdat dit het wat rauwer maakt. Helaas is dat bij deze plaat, vanwege de eerder genoemde interessantheid van de muziek, weer een nadeel.
Waarschijnlijk ben ik volgende week deze plaat alweer vergeten...
Ik vind dit album namelijk maar zozo. Op de lekkere opener na bevat dit album niet echt beklijvende muziek. Neem daar nog eens bij dat de productie klinkt alsof ze het ergens in een schuurtje hebben opgenomen ofzo. Meestal vind ik dit wel lekker bij dergelijke muziek, omdat dit het wat rauwer maakt. Helaas is dat bij deze plaat, vanwege de eerder genoemde interessantheid van de muziek, weer een nadeel.
Waarschijnlijk ben ik volgende week deze plaat alweer vergeten...
Chateaux - Highly Strung (1985)

3,0
0
geplaatst: 24 juni 2015, 15:17 uur
Als mijn bronnen kloppen is dit album in dezelfde line-up opgenomen als de voorganger: Krys Mason als zanger/bassist, Tim Broughton als gitarist en Chris Dadson als drummer.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik deze plaat net wat meer kan waarderen dan de voorganger. Mason lijkt beter in de mix te staan, want ik vind zijn stemgeluid op deze plaat een stuk draaglijker dan op de voorganger.
Verder lijkt te productie ook weer wat beter te zijn en zorgt Broughton soms voor heerlijk gitaarwerk. Neem nou dat soleerwerk op het naar Speed Metal neigende openingsnummer "Highly Strung". Heerlijk om naar te luisteren als liefhebber zijnde.
Naar al hun albums geluisterd te hebben kan ik me voorstellen dat Chateaux door de jaren heen een vergeten naam is geworden, want lang hebben ze natuurlijk niet bestaan ('81-'86) en daarnaast waren ze niet baanbrekend binnen het NWoBHM genre.
Ik moet wel zeggen dat dit album en ook hun andere albums nog best lekker klinken, maar het is wel meer voor de echte liefhebbers van NWoBHM denk ik.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik deze plaat net wat meer kan waarderen dan de voorganger. Mason lijkt beter in de mix te staan, want ik vind zijn stemgeluid op deze plaat een stuk draaglijker dan op de voorganger.
Verder lijkt te productie ook weer wat beter te zijn en zorgt Broughton soms voor heerlijk gitaarwerk. Neem nou dat soleerwerk op het naar Speed Metal neigende openingsnummer "Highly Strung". Heerlijk om naar te luisteren als liefhebber zijnde.
Naar al hun albums geluisterd te hebben kan ik me voorstellen dat Chateaux door de jaren heen een vergeten naam is geworden, want lang hebben ze natuurlijk niet bestaan ('81-'86) en daarnaast waren ze niet baanbrekend binnen het NWoBHM genre.
Ik moet wel zeggen dat dit album en ook hun andere albums nog best lekker klinken, maar het is wel meer voor de echte liefhebbers van NWoBHM denk ik.
Cheap Trick - At Budokan (1979)

3,5
0
geplaatst: 29 maart 2015, 18:58 uur
Wat een heerlijk live album is dit! Een lekker enthousiaste en energieke band, spelend in een zo te horen volle zaal met een publiek die uit hun dak gaan.
Een fijne herintroductie met het materiaal van deze band.
Een fijne herintroductie met het materiaal van deze band.
Cherie Currie - Reverie (2015)

3,5
0
geplaatst: 6 juni 2015, 19:55 uur
Ik dacht dat ik hier vanmiddag al een bericht bij geplaatst had, maar schijnbaar niet, dus bij deze alsnog.
Cherie Currie is bij menigeen bekend van haar periode bij The Runaways, maar kwam eerder dit jaar voor mij redelijk onverwacht met dit solo album.
Vooral een lekker sfeervol, laidback rock album waarin Currie andere (sub)genres niet uit de weg gaat. Zo is er een klein beetje Stoner terug te horen in "Queen of the Asphalt Jungle" en gaan we meer de Country kant uit met "Believe".
Daarnaast is Currie's stem op mooie wijze "rijp" geworden. Er is al aan haar te horen dat ze al menig jaartje meedraait, maar ze klinkt nog steeds best goed.
Ze gaat later dit jaar ook voor het eerst in een kleine 35 jaar weer in Europa optreden trouwens. Bij mij zijn tot nu toe enkel UK data bekend, maar wie weet is ze later dit jaar dus nog wel een keer in het land.
Cherie Currie is bij menigeen bekend van haar periode bij The Runaways, maar kwam eerder dit jaar voor mij redelijk onverwacht met dit solo album.
Vooral een lekker sfeervol, laidback rock album waarin Currie andere (sub)genres niet uit de weg gaat. Zo is er een klein beetje Stoner terug te horen in "Queen of the Asphalt Jungle" en gaan we meer de Country kant uit met "Believe".
Daarnaast is Currie's stem op mooie wijze "rijp" geworden. Er is al aan haar te horen dat ze al menig jaartje meedraait, maar ze klinkt nog steeds best goed.
Ze gaat later dit jaar ook voor het eerst in een kleine 35 jaar weer in Europa optreden trouwens. Bij mij zijn tot nu toe enkel UK data bekend, maar wie weet is ze later dit jaar dus nog wel een keer in het land.
Cherry Roxx - Cherry Roxx I (2003)

2,0
0
geplaatst: 7 augustus 2015, 23:56 uur
Ik ben hier niet helemaal weg van. De productie is best lelijk met een wel erg prominent drumstel, waardoor zelfs het gitaarwerk soms wat het onderspit moet delven. Verder probeert de zanger een soort combinatie tussen Stephen Pearcy (Ratt) en Vince Neil (Mötley Crüe) te zijn. Hij klinkt soms behoorlijk geforceerd en het past soms gewoonweg niet bij de muziek.
Een plaat die ik hopelijk weer snel vergeten ben.
Een plaat die ik hopelijk weer snel vergeten ben.
China Sky - China Sky II (2015)

2,5
0
geplaatst: 8 maart 2015, 17:02 uur
Zanger/gitarist Ron Perry en bassist Richard Smith besloten weer een China Sky te maken. Maar liefst 27 jaar(!) na het debuut met Bobby Ingram. Deze keer echter met een vijfkoppige band, bijgestaan door gitarist Steve Wheeler, toetsenist Tim McGowan en drummer Bruce Crump.
Ik ben echter niet heel erg te spreken over het eindresultaat. Door de platte/vlakke productie bevat dit album geen hele lekkere rockers. Daarnaast maakt met name het keyboard sommige nummers wel héél oubollig. Over het algemeen kan ik old school rock wel waarderen, maar dit gaat weer net wat te ver.
Deze plaat steekt wat bleekjes weg ten opzichte van andere, sterkere rock albums die dit jaar al verschenen zijn. Ik ben wel nog benieuwd naar hun debuut, want die heeft inmiddels een cultstatus gekregen bij de liefhebbers van het genre. Leuk dat een band als deze het weer eens probeert, maar ze hebben nog een hoop te leren.
Ik ben echter niet heel erg te spreken over het eindresultaat. Door de platte/vlakke productie bevat dit album geen hele lekkere rockers. Daarnaast maakt met name het keyboard sommige nummers wel héél oubollig. Over het algemeen kan ik old school rock wel waarderen, maar dit gaat weer net wat te ver.
Deze plaat steekt wat bleekjes weg ten opzichte van andere, sterkere rock albums die dit jaar al verschenen zijn. Ik ben wel nog benieuwd naar hun debuut, want die heeft inmiddels een cultstatus gekregen bij de liefhebbers van het genre. Leuk dat een band als deze het weer eens probeert, maar ze hebben nog een hoop te leren.
Chris Potter Underground Orchestra - Imaginary Cities (2015)

3,5
0
geplaatst: 15 januari 2015, 22:50 uur
Wat dit jazz album vooral zo tof maakt is de redelijk centrale rol van de violen. Het samenspel in combinatie met de saxofoon is prachtig. Een erg fijn en fris klinkend jazz album en tot op heden één van de weinigen waarvan ik vond dat de xylofoon een sterke bijdrage leverde en toevoegende waarde had.
Chris Spedding - Joyland (2015)

2,5
0
geplaatst: 1 februari 2015, 16:29 uur
Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit van de naam Chris Spedding gehoord had en dat terwijl de man toch al menig jaartje mee draait.
Ondanks dat ik meestal wel houd van klassieke rock, klinkt Spedding wel wat te belegen naar mijn mening. Soms probeert hij, zoals in "I Still Love You", Elvis Presley wat na te doen. Hier zal hoogstwaarschijnlijk wel publiek voor zijn, maar mijn ding is het niet.
De Country touch vind ik dan wel weer best tof. Vooral het instrumentale "Heisenberg", dat zo als soundtrack in een (spaghetti) western gebruikt zou kunnen worden, vind ik erg goed.
Spedding's stemgeluid vind ik niet zo geweldig en daarom komt dit instrumentale nummer voor mij het beste naar voren.
Echt slecht kan ik het ook weer niet noemen, maar het is niet zo mijn ding.
Ondanks dat ik meestal wel houd van klassieke rock, klinkt Spedding wel wat te belegen naar mijn mening. Soms probeert hij, zoals in "I Still Love You", Elvis Presley wat na te doen. Hier zal hoogstwaarschijnlijk wel publiek voor zijn, maar mijn ding is het niet.
De Country touch vind ik dan wel weer best tof. Vooral het instrumentale "Heisenberg", dat zo als soundtrack in een (spaghetti) western gebruikt zou kunnen worden, vind ik erg goed.
Spedding's stemgeluid vind ik niet zo geweldig en daarom komt dit instrumentale nummer voor mij het beste naar voren.
Echt slecht kan ik het ook weer niet noemen, maar het is niet zo mijn ding.
Civil War - Gods and Generals (2015)

2,5
0
geplaatst: 22 mei 2015, 14:59 uur
Qua muziek zit Civil War met deze plaat een beetje tussen het meer melodieuze van bijvoorbeeld Sonata Arctica en het bombastische (als Sabaton). Niet bijster origineel dus, maar vooral instrumentaal wil het hier en daar toch wel lekker knallen.
Waar ik persoonlijk alleen het meeste moeite mee heb zijn de lyrics en de stem van zanger Nils Patrik Johansson. Ik mis de virtuositeit die vocalisten als Tony Kakko en Fabio Lione bezitten, maar ik mis ook de kracht en de passie waarmee bijvoorbeeld Joakim Brodén (Sabaton) zijn muziek kan brengen.
Wat er dan overblijft is een stemgeluid waar ik weinig enthousiast over kan worden. Erg jammer, want de muziek zelf bevat wel een krachtig geluid dat ik wel kan waarderen. Ik heb alleen gewoon niet veel met Johansson's stemgeluid. Omdat dit toch wel een groot gedeelte van de muzikale beleving beïnvloedt, komt deze plaat voor mij niet boven de middelmaat uit. De instrumentatie vind ik nog wel van dusdanige kwaliteit dat ik geen zware onvoldoende wil geven. Daarom blijf ik maar bij 2,5*.
Waar ik persoonlijk alleen het meeste moeite mee heb zijn de lyrics en de stem van zanger Nils Patrik Johansson. Ik mis de virtuositeit die vocalisten als Tony Kakko en Fabio Lione bezitten, maar ik mis ook de kracht en de passie waarmee bijvoorbeeld Joakim Brodén (Sabaton) zijn muziek kan brengen.
Wat er dan overblijft is een stemgeluid waar ik weinig enthousiast over kan worden. Erg jammer, want de muziek zelf bevat wel een krachtig geluid dat ik wel kan waarderen. Ik heb alleen gewoon niet veel met Johansson's stemgeluid. Omdat dit toch wel een groot gedeelte van de muzikale beleving beïnvloedt, komt deze plaat voor mij niet boven de middelmaat uit. De instrumentatie vind ik nog wel van dusdanige kwaliteit dat ik geen zware onvoldoende wil geven. Daarom blijf ik maar bij 2,5*.
Clannad - Nádúr (2013)

4,5
0
geplaatst: 30 september 2013, 00:08 uur
Vandaag na een lange zoektocht deze dan eindelijk in de derde winkel die ik bezocht op de kop kunnen tikken (het was hier koopzondag). Inmiddels heb ik hem een aantal keren beluisterd en ik moet zeggen dat hij mijn verwachtingen meer dan waard maakt. Het is net alsof Clannad nooit uit elkaar is geweest. Moeiteloos zetten ze het geluid voort waarmee ze met "Landmarks" gestopt waren en dit zonder dat ze hun roots uit het oog verliezen. De productie is goed helder, waardoor ieder instrument en iedere stem in volle pracht te horen is. Ik heb tot nu toe nog geen favorieten, daar ik de hele plaat van hoogstaande kwaliteit vind. Een plaat die je vast weet te grijpen en je weet te vullen met een gevoel van nostalgie. Naar mijn mening 1 van de beste platen van dit jaar die ik tot nu toe beluisterd heb. Clannad bewijst met deze plaat dat ze nog lang niet afgeschreven zijn!
Clannad - The Collection (1986)
Alternatieve titel: The Very Best Of

3,5
0
geplaatst: 10 januari 2013, 17:03 uur
Nekharen er wat van overeind staan? daar hen ik dan weer totaal geen last van.
Clannad heeft heel wat mooie muziek gemaakt en deze "The Collection" geeft daar een redelijke weergave van. Helaas is het jaren '80 materiaal op deze, voor een "collection", vrij korte tracklist wel erg veel vertegenwoordigd. Het blijft wel mooi, maar ik had liever meer een mengeling van het vroege jaren '70 materiaal en het latere jaren '80 materiaal gehad.
Toch staan er nog behoorlijk wat favorieten op deze plaat, zoals de mooie nummers "Lady Marian", "Caislean Oir" en "Down by the Sally Gardens".
Clannad heeft heel wat mooie muziek gemaakt en deze "The Collection" geeft daar een redelijke weergave van. Helaas is het jaren '80 materiaal op deze, voor een "collection", vrij korte tracklist wel erg veel vertegenwoordigd. Het blijft wel mooi, maar ik had liever meer een mengeling van het vroege jaren '70 materiaal en het latere jaren '80 materiaal gehad.
Toch staan er nog behoorlijk wat favorieten op deze plaat, zoals de mooie nummers "Lady Marian", "Caislean Oir" en "Down by the Sally Gardens".
Cobra - Warriors of the Dead (1985)

3,5
0
geplaatst: 20 juli 2015, 10:33 uur
Cobra was wederom zo'n NWoBHM band die het niet lukte om door te breken naar het grote publiek. Zonde, want persoonlijk vind ik dit album erg goed. Het licht rauwe stemgeluid van zanger Paul Edmonson is erg degelijk. Hij doet me hier en daar wat denken aan Jack Russell van Great White (en dat is in dit geval een groot compliment richting Edmonson).
Daarnaast hebben ze hier ook twee gitaristen en dat werpt zijn vruchten ook op een heerlijke wijze af. De plaat staat bol van lekker gitaarwerk en hier en daar een aantal mooie solo's. Ik kan Steve Hughes en Ian Beck niet uit elkaar halen, dus ik weet niet wie wat ingespeeld heeft, maar het klinkt allemaal erg lekker. Doordat de drums van Chris Greer wat prominenter in de mix staat, valt het baswerk van Sean Parker soms wat weg tegen de achtergrond. Als je goed luistert hoor je wel degelijk dat hij wel zijn steentje bijdraagt in de ritmesectie, maar dat is niet altijd even goed te horen. Met name de bekkens van het drumstel zijn soms, zoals in bijvoorbeeld het nummer "Wildest Dreams", erg overheersend.
De productie is niet geweldig, maar ik heb ook al eens slechter gehoord binnen dit genre. Eigenlijk is het nog verrassend degelijk voor een dergelijke band. Het is niet perfect, maar als ik het nog goed meen te herinneren moest bijvoorbeeld Cloven Hoof het op hun debuut met een slechter geluid doen dan deze mannen.
Een erg tof plaatje voor de liefhebbers van old school Heavy Metal en naar mijn mening een hier erg ondergewaardeerde plaat (daar ik de eerste stemmer ben
)
Daarnaast hebben ze hier ook twee gitaristen en dat werpt zijn vruchten ook op een heerlijke wijze af. De plaat staat bol van lekker gitaarwerk en hier en daar een aantal mooie solo's. Ik kan Steve Hughes en Ian Beck niet uit elkaar halen, dus ik weet niet wie wat ingespeeld heeft, maar het klinkt allemaal erg lekker. Doordat de drums van Chris Greer wat prominenter in de mix staat, valt het baswerk van Sean Parker soms wat weg tegen de achtergrond. Als je goed luistert hoor je wel degelijk dat hij wel zijn steentje bijdraagt in de ritmesectie, maar dat is niet altijd even goed te horen. Met name de bekkens van het drumstel zijn soms, zoals in bijvoorbeeld het nummer "Wildest Dreams", erg overheersend.
De productie is niet geweldig, maar ik heb ook al eens slechter gehoord binnen dit genre. Eigenlijk is het nog verrassend degelijk voor een dergelijke band. Het is niet perfect, maar als ik het nog goed meen te herinneren moest bijvoorbeeld Cloven Hoof het op hun debuut met een slechter geluid doen dan deze mannen.
Een erg tof plaatje voor de liefhebbers van old school Heavy Metal en naar mijn mening een hier erg ondergewaardeerde plaat (daar ik de eerste stemmer ben
)