MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lonesome Crow als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bi Kyo Ran - Bi Kyo Ran (1982)

poster
4,0
Deze Japanse band bestaal al sinds 1973 en was ooit begonnen als King Crimson coverband.
Pas veel later zijn er live opnames uitgebracht uit de jaren 70 met alleen maar King Crimson nummers maar het eigenlijke debuutalbum simpelweg "Bi Kyo Ran" genaamd verscheen pas in 1982.
De bandleider en gitarist/zanger is Kunio Suma die sindsdien altijd deel heeft uitgemaakt van de bezetting.

Men begint meteen al goed met het lange "Double", hierin duidelijk Rush-achtige baswerk op de voorgrond en de ietwat hese stem van Kunio.
Na 3 minuten valt het stil en hoor je voor het eerst viool (Toshihiro Nakanishi) als gast bandlid.
Na ruim 6 minuten hoor je de hele band weer invallen, klein stukje zang erbij en gaat men instrumentaal los zonder dat het te freakerig klinkt.
Hierin speelt de gitarist vooral op de meest vreemde momenten akkoorden en pas na 10 minuten word er echt een solo ingezet..
Men werkt mooi naar het einde toe die klinkt als het begin.
Ik lees vaak dat Bi Kyo Ran klinkt als King Crimson ten tijde van het "Red" album maar daarvoor ken ik KC te slecht om dat te beamen.

Op "Cynthia" hoor je voor het eerst gastkeyboard (en mellotron) speler Yuki Nakajima (ex -Heavy Metal Army).
Een mooi rustig nummer met ook de viool erop te horen, geheel instrumentaal.
"Psycho (Part 2)" klinkt wat jazzy en druk, daarintegen is "Monologue" slepend en enigzins hypnotiserend.
De zanger praat met een robotachtige stem er doorheen en breaks op de meest onverwachte momenten, de bassist Masahide Shiratori duidelijk op de voorgrond te horen.

Bijna een kwartier duurt de afsluiter "Warning", rustig begin met viool en zowaar close-harmony samenzang.
Keyboard erbij en het klinkt nogal dreigend, je voelt gewoon dat het later gaat losbarsten.
Dat gebeurt na 7 minuten, Rush-achtige instrumentale stukken en helaas later een nietszeggend percussie-achtige intermezzo.
Met op het eind nogal vreemde stukjes en mellotron geluiden besluit Bi Kyo Ran zijn debuutplaat.

Drummer Masaaki Nagasawa mag ook niet overmeld blijven, ook hij is virtuoos zonder te veel te willen en wat is dit debuut een mooie opmaat tot het perfecte "Parallax", voor mij een van de beste albums ooit gemaakt.

Bi Kyo Ran - Parallax (1983)

poster
5,0
Voor de historie en bandleden verwijs ik naar mijn bespreking van hun debuut album, wat volgt is een lofzang op hun meesterwerk "Parallax".

Dit is hun 2de plaat, kort opgenomen na het debuut en wat mij betreft een klassieker in het brede progressieve rockgenre.
Een stevig begin op "Silent Running", gecombineerd met vreemde accoorden en maatsoorten.
Niet de meest toegankelijke muziek maar voor het genre (heavy prog) weer wel.
Veel staccato samenspel en afwisseling dmv snellere instrumentale passages en nog ruimte voor een vioolsolo ook, ik vind het in ieder geval geweldig !

Mooi jankend gitaarintro met daarna veel overdub-zang op "Prediction", de mellotron hierin is goed te horen.
Alhoewel opgenomen in 1983 klinkt het als een goed geproduceerde midden jaren-70 plaat, die sfeer heeft het.
Na 5 minuten een gitaarsolo op een Rush-achige begeleiding met bombastische breaks erin, met een geweldig dreigend stuk waar je bang van wordt !
Op het einde komt het intro weer terug, wat een meesterwerk dit.

Nou, ga er maar even goed voor zitten want het ruim 20 minuten durende "Suite Ran" zal al je aandacht vergen.
Minimalistisch griezelig begin, daarna roffelende drums en een donkere rollende bas die een sombere sfeer voorspellen.
De bas slaat daarna op hol en trompet-achtige synthesizer geluiden verwarren de luisteraar.
Na zo'n 10 minuten speelt de band voluit waarin de sombere dreigende sfeer vooral door de mellotron geluiden optimaal is, het is alsof er een noodweer is losgebarsten compleet met een storm (daar bevind ik me in als ik dit hoor en mijn ogen sluit).
Een lange gitaarsolo die wordt overstemd door de rest, oftewel de chaos is compleet maar muzikaal klopt het helemaal.
Plots een overgang naar een rustig stuk, gitaar en mellotron samen in berusting want het noodweer is afgelopen en de schade kan worden opgemaakt.

De CD is leverbaar als Japanse import en niet al te duur, progressieve Rush fans kunnen dit blind aanschaffen.

Black Sabbath - Sabotage (1975)

poster
3,5
Na het artistieke hoogtepunt "Sabbath Bloody Sabbath" waarin qua produktie en instrumentatie meer tijd als ooit in had gezeten gaan ze hierop weer enigzins terug naar de basis maar dan met minder overtuiging als vroeger.
Gevangen in hun eigen muzikale image, de laatste plaat in de oude klassieke Black Sabbath stijl.

Een veel te hard ingemixte zang op "Hole in the Sky", Ozzy's stem lijkt wel vervormd hierop afschuwelijk klink het.
Jammer deze loodzware song verdiende beter.
Dat aardige korte instrumentaaltje lijkt wel random op de plaat gekwakt, alsof het er niet thuis hoort.
Ook bij "Symptom of the Universe" is de zang veel te hard ingemixt, maar vooral instrumentaal is het 2de gedeelte wel heel goed.

"Megalomania" weet mij niet te overtuigen, dat mooie mysterieuze begin weet men qua sfeer niet door te trekken.
Vanaf een minuut of 3 gaat het over in een beukend ritme wat te weinig om het lijf heeft om zo lang te duren, daar kunnen de toegevoegde strijkers aan het eind niets aan veranderen.
"The Thrill of It All" vind ik geweldig, bombastisch begin en afwisselende sfeervolle stukken maken dat het als geheel helemaal klopt.
Het instrumentale "Supertzar" met koor is de perfecte filmmuziek bij een dramatisch einde ofzo.
Van mij hadden ze toendertijd wel een hele LP zo mogen maken, echt goed gedaan dit.

Als ik hiervan de LP gehad zou hebben zou ik alleen kant 2 gedraaid hebben, ook al heeft "Am I Going Insane" weinig om het lijf klinkt het lekker toegankelijk en is het een welkom rustpunt.
Op "The Writ" schreeuwt Ozzy weer de longen uit zijn lijf, vanaf een minuut of 4 wordt de logge song wat afwisselender maar onbedoeld werkt het rustige stuk vanaf een minuut of 5 op mijn lachspieren qua zang.
Het lijkt net alsof Ozzy elk moment in janken kan uitbarsten, luister er maar eens naar maar verder is het een uitstekende afsluiter.

Een hilarisch slechte hoesfoto trouwens, en daardoor wel onbedoeld grappig.
Op mijn CD-versie staat een hele goede live versie van "Sweet Leaf"als bonus.

Blondie - Plastic Letters (1977)

poster
3,5
Mijn eerste herinnering aan de band Blondie was het Toppop clipje van "Denis", met zangeres Deborah Harry in een mini jurkje.
Ik was een jaar of 11 en dat zal het moment geweest zijn dat ik (mooie) vrouwen anders ging bekijken.....
Pas veel later ging ik me verdiepen in de albums van ze, waarbij ik steevast na 1 plaatkant mijn interesse al weer snel verloor.
Toch vreemd, vrijwel alle singles zijn gewoon erg goed, volstaat alleen een verzamelalbum dan bij Blondie?

De opener bewijst voor mij dat Deborah met haar heldere zuivere stemgeluid de muziek boven de middelmaat tilt. Mooie twist in het midden, ruig en maakt je benieuwd naar de rest.
"Denis" was alleen in een paar landen in West-Europa een grote hit. In de VS belande het zelfs niet in de hitlijsten, onbegrijpelijk zal wel niet opgepikt zijn door de radio stations aldaar want ik kan me niet voorstellen dat het grote publiek het dan links zou laten liggen.
Met "Bermuda Triangle Blues" bewijzen ze dat ze geen gewoon new-wave popbandje zijn maar qua composities en afwisseling veel te bieden hebben.
Drummer Clement Burke jaagt de boel lekker op in "You Nabbed as Sniper", naast Deborah de meest bepalende muzikant van ze vindt ik.
Het melodieuze "Contact in Red Square" ligt prettig in het gehoor maar "(I'm Always Touched by Your) Presence, Dear" is mijn favoriet.
Had het destijds opgenomen van de Nationale Hitparade en gepresenteerd door Felix Meurders die inderdaad niet door de songs heen sprak.
Was de follow-up van "Denis" en haalde netaan de top 10 destijds.

Daarna wordt het minder, "I'm on E" een beetje flauw nummer en steeds diezelfde tussenroffeltjes van Clem Burke irriteren mij op den duur.
Volgepropt met afwisseling maar misschien dankzij dat luistert "I Didn't Have the Nerve to Say No" niet lekker weg.
"Love at the Pier" klinkt te gehaast, het meer als een popsong in te spelen in plaats van als een halve punkband zou het nummer goed gedaan hebben.
Het niveau van kant 1 wordt weer eens gehaald met "No Imagination", mooi opgebouwd.... een soort van ballad zou ik zeggen.
Een soort van rock 'n' roll cliche zou ik zeggen van "Kidnapper", niet leuk.
De beginjaren van Blondie en punk worden weleens samen genoemd. "Detroit 442" voldoet daaraan.
Het afsluitende "Cautious Lip" lijkt op geen van de voorgaande songs, donker en dreigend met een bombastisch einde..... meer origineel als dat het echt goed is.

De 2 koffers vind ik het beste wat hierop staat, en van hun eigen songs de helft O.K, de rest niet echt maar al met al toch een ruime voldoende.

Boston - Boston (1976)

poster
4,0
Hij draait nu rondjes in mijn CD speler, "More Than a Feeling" verveelt nooit.
Het superafwisselende "Peace of Mind" en het bombastische intro van "Foreplay / Long Time" zijn van een grote klasse.
Het overweldigende stadiongeluid en hemelse zang van Brad Delp redden sommige songs van een middelmatig nivo.
Zoals die van "Rock and Roll Band", muzikaal even pretentieus als de titel.
En het swingende "Smokin' " is een gezellig cafe-deuntje wat zo door een feesten en partijen bandje uitgevoerd zou kunnen worden.

Het gevoelige "Hitch a Ride" is mede door zijn mooie opbouw en dynamiek een uitschieter, geweldige lange gitaarsolo hierin.
Het hemels mooie intro en het duo rockman / Delp maken "Something About You" extra lekker.
De afsluiter is laid-back met een beetje country invloeden, een combi wat ik graag mag horen en valt het meest uit de toon met de rest maar ik vind het zeker niet het minste nummer.

Zouden er audio / video-opnames van Boston concerten uit de Brad Delp periode bestaan ?

Bow Wow - Bow Wow (1976)

poster
4,5
Voor Loudness was er Bow Wow, die eigenlijk de eerste echte Japanse hardrockband was en al een rits platen uitbracht voordat het debuut van Loudness in de winkels lag.

Het debuutalbum kwam uit in 1976 en is de eerste echte hardrockplaat omdat er voor het eerst een stevig album uitkwam zonder invloeden uit de psychedelische of progressieve hoek.

Bow Wow bevat stergitarist zanger Kyoji Yamamoto die voorts ook een uitstekend songwriter is.

De opener "Hearts on Fire" is een lekker snel nummer met breaks en meteen al met flitsende gitaarsolos.
Het navolgende "Brown House" kent een lange opbouw en dit gitaristisch wat aan Thin Lizzy denken, de versnelling in het 2de gedeelte valt vooral op.
Deze plaat kent lichte bluesinvloeden die enigzins naar voren komen in "Foxy Lady" maar in "Volume On" gaan ze net als in het openingsnummer weer lekker los.
Dus breaks en veel gitaarloopjes etc, spaarzaam word af en toe gebruik gemaakt van wah-wah en wat samenzang.

Onmiskenbaar toch een jaren 70 plaat, qua sfeer zeker.

Track 5 is eigenlijk een kort gitaarsolo/intro naar het misschien al beste nummer wat Bow Wow ooit heeft geschreven nml "James in My Casket".
Het begin doet nogal aan Jimmy Hendrix denken, een slepend begin waarin de zang de prachtige gitaarlijnen volgt.
Na ruim 3 minuten soleert Kyoji in een rustig middenstuk en valt het nummer bijna stil, de zang en gitaar gaan echter door en werken naar een fantastische climax toe die na 6 minuten uitmonden in een werkelijk schitterende gitaarsolo en subtiel weer overgaan in de melodielijnen van het begin van het nummer.
Door het hele nummer zit er een dromerige melancholische sfeer en dat bijna 10 minuten lang, echt fantastisch.....

Na zo'n nummer moet men wel rustig aan doen en bij "Withered Sun" kan dat ook, traag en rustig maar sfeervol (op het eind wel weer een scheurende solo).

Het slotnummer "Theme of Bow Wow" dendert vanaf het begin lekker door en is in aanleg een simpel rocknummer.
Echter de breaks en solo's maken veel goed en besluiten dit monument in de Japanse hardrockhistorie.

In 2006 is dit album opnieuw uitgebracht in Japan en dit jaar zelfs buiten Japan officieel verkrijgbaar, dus geen redenen om niet aan te schaffen

Bow Wow - Charge (1977)

poster
4,0
Een kleine 1,5 jaar nam men de tijd voor hun 3de album en dat is goed te horen.
Doordachtere en beter uitgewerkte songs als hun voorganger "Signal Fire" met een hogere en constantere nivo van de songs.

Opener "Jet Jive" is snel, melodisch en swingend tegelijk.
Daarna zingt volgens mij gitarist Mitsuhiro Saito "Must Say "Adieu" en valt daarom al op.
Hij zingt vrij laag en ruig in vergelijking met lead zanger en solo gitarist Kyoji Yamamoto en hierin ook ruimte voor doordachte lange instrumentale stukken (heerlijk baswerk hierop weer).
Mooi dubbel gitaarwerk op "Blue Eyed Lady" a la Thin Lizzy.

Het snelle "The Clown" vervolgt met solos en breaks maar ook een zanglijn erin wat ervoor zorgt dat het heel herkenbaar is.
"Rock and Roll Kid" is het zwakste nummer van de plaat maar duurt niet al te lang en klinkt wat gewoontjes.
Zowaar een akoustisch nummer, "Fallen Leaves" bevat alleen gitaar en zang en is ook meteen vrij herkenbaar.

Voor mij is "Heavy" het hoogtepunt, slepend hypnotiserend vreemde tempowisselingen en vervormde zang het zit er allemaal in.
Het korte "Sister Soul" komt na zo'n vreemd nummer goed tot z'n recht, mooi solo gitaarwerk hierop.
De ballad "Behind the Mask" is een waardig besluit van dit zeer afwisselende Bow Wow album.
Zo staan die eerste 3 Bow Wow albums helemaal op zich, horen eigenlijk bij elkaar.
Hierna zouden ze meer 3 pop/rock georienteerde platen maken voordat men in 1981 weer overging op hardrock maar dan zonder de onbevangen jaren 70 sfeer.

Bow Wow - Glorious Road (1980)

poster
3,5
We're No 1" klinkt het liefelijk, catchy Japanstalige popmuziek met wat Engelse zinnen en een hardrockgitaarsolo erin.
Op z'n tijd wel leuk vind ik en dezelfde formule in het vlotte "Summertime" compleet met koortjes enzo.
"Sad Girl" is wel erg flauw, alsof ze het erom doen maar "Being Night, Play and Continue" gaat in de 2de versnelling met Bow Wow opperhoofd Kyoji Yamamoto die lekker los gaat, een virtuoze en swingende songs is het.
Doordachte meligheid en studio-foefjes in "As for Wanting Just You", handgeklap met nog een redelijke solo het past wel in de gehele context van deze plaat.
Maar het nivo gaat omhoog, want een bombastisch Survivor-achtig intro gevolgd door melodische up-tempo hardrock dat is "Search Light", echt goed is dit !

Tot dusver een vermakelijk album, maar het is niet echt hardrock en ook niet puur popmuziek.
Volgens mij alleen voor de Japanse markt gemaakt waar dit waarschijnlijk wel verkoopt maar daarbuiten zijn deze albums van Bow Wow (uit de periode 1978-1980) vrijwel onbekend.

De volgende 2 songs laten hun hardrockroots vrijwel volledig horen zonder dat het chlichematig wordt, veel melodie en ijzersterke refreinen in track 7 en spacey-keyboard geluiden in track 8.
Veel koortjes in het zoete "Sky Diver" met niet al te subtiel de keyboardgeluidjes erin gemixt en een redelijk ruig einde.
Snelle rock'n'roll in track 10 dit keer niet gezongen door Kyoji.
Het instrumentale titelnummer dendert lekker door met vrijwel constant gesoleer, maar toch meer melodieus als heavy.
De afsluiter houd het midden tussen een slaapliedje en een ballad, de titel zegt het al want "Love Me Tender" wordt er letterlijk gezongen.

Vond dat andere album van ze uit 1980 "Telephone" die hiervoor uitkwam toch iets sterker, 0,5 ster minder als die dus 3,5 ster.

Bow Wow - Guarantee (1978)

poster
3,0
Een muzikale koerswijziging, de pure hardrock werd losgelaten voor een meer toegankelijkere sound.
Opgenomen in Californie ademt het een relaxt sfeertje uit net zoals op de hoesfoto, de mannen van Bow Wow hebben net het bankje verlaten voor een strandwandeling.
De muziek spreekt voor zich, maar voor het genre konden ze toch wel met iets beter komen, echt slecht is het niet maar wel duidelijk minder als hun eerdere werk.

De gitaar in de opener klinkt een beetje als Brian May (verder lijkt het in niets op Queen).
Het is een dynamisch nummer die erg relaxt blijft klinken, aan de solos van Kyoji Yamamoto hoor je duidelijk dat ze oorspronkelijk een hardrock-band zijn.
Opvallende koortjes in "Harii & Karen" (je ziet ze zo heerlijk over het strand lopen) en muzikaal een allegaartje van rock en funk waarbij de sologitaar de grote smaakmaker is.
Men gaat ingetogen los op "Tobidashi Naifu" en wat zijn de instrumenten toch erg zacht ingemixt ten opzichte van de zang die erg op de voorgrond staat en vooral erg "lief" klinkt.
Voor het hele album geldt dat de gitaarsolos ineens wel duidelijk te horen zijn.

Voornamelijk akoustisch en erg traag, dat is "Koko Kara" en veel te lang waar weinig aan is.
Daar kan de uitstekende fade-out solo aan het eind ook niets aan veranderen.
Mooi intro van "Itsumo No Basho" wat later steeds terugkomt, ook voorzichting wat inbreng van inmiddels erg gedateerde keyboardgeluiden in deze afwisselende rocker.
Over het zwakke "Kaze Ga Fuku" valt niets positiefs te zeggen, aan het eind een stuitend simpele keyboard-solo.

Mooie opbouw in "Ban Ka" maar de zwakke productie verpest veel, gelukkig tillen de laatste 2 songs de plaat nog net naar 3 sterren.
Akoustisch en "warm klinkend" dus met gevoel erin, zo klinkt "Sabishi Sa Ha Shira Nai" en eigenlijk hoor je dus solo Kyoji Yamamoto.
De afsluiter gaat in die sfeer verder, een mooie dynamische ballad waarbij alles wel goed is ingemixt.

Hierna ging men verder op de reeds ingeslagen muziekweg met nog 2 albums, en eigenlijk zijn die alleen interessant voor de echte Bow Wow fans zoals mij.

Bow Wow - Hard Dog (1981)

poster
4,0
Met "Hard Dog" werd de harde koers weer opgepakt die ze sinds 3 jaar hadden verlaten, en in die periode verschenen maar liefst 3 studio-albums die poprock songs bevatte in de ruimste zin van het woord en een dubbel-LP soundtrack.

De opener laat geen ruimte voor twijfel over de hardere koers en wat geweldig die overslaande zang in het refrein van “Fugutive”.
Bow Wow koos vanaf dit album weer om 100 % hardrock te spelen, het speelplezier druipt er vanaf.
De eerste 4 songs zijn nogal in de stijl van de NWOBHM, en in tegenstelling tot Loudness in die jaren is niet te horen dat ze uit Japan komen.
Niet al te origineel de songs maar in Kyoji Yamamoto hebben ze wel een bovengemmiddeld goede gitarist wat vooral in de solos te horen is.

Een acoustisch begin op “Searching”, er wordt wat gas teruggenomen en wat meer diepte en afwisseling in “Breakdown of the Earth” opgebouwd uit verschillende stukken voor mij het hoogtepunt van de plaat.
“My Dear Alarm Clock” klinkt flauw en grappig tegelijk, nogal een vrijblijvend deuntje wat niet irriteert omdat ze zichzelf hierop niet serieus nemen.
Een mooie slepende gitaarsolo in “Judas (In Blue)”, een trage song die even op gang moet komen.

Neem de tijd om “Close to the End” te waarderen, zit meer in als je op het eerste gehoor zou denken, qua gitaarsolos erg interressant.
Rest ons nog het snelle rock ‘n’ roll-achtige “New Red Boots”, wat weer een tof nummer is en de mooie ballad “I Know” is een waardige afsluiter.
Begin dit jaar voor het eerst uitgekomen op CD in een mini-LP replica verpakking, uiteraard alleen in Japan.

Bow Wow - Holy Expedition (1983)

poster
3,0
Tussen deze live-plaat en de vorige (Super Live uit 1978) werden maar liefst 6 studio-albums uitgebracht en een soundtrack (een dubbel-LP).
Echter de songs hierop zijn afkomstig van de laatste 2 albums en 1 van het debuut die ook al op de eerdere live-plaat stonden.
Opgenomen in de Marquee te Londen en het klinkt erg gezellig allemaal (had er graag bij willen zijn).
De meest recente platen waren toendertijd ook in Europa uitgebracht en dat zorgde voor een kleine fanatieke aanhang die het Japanse Bow Wow dus live konden aanschouwen.

Duidelijk geinspireerd door de NWOBHM waren de songs wat meer rechttoe-rechtaan hardrock, de opener is daar meteen al een bewijs van met een hoog meezinggehalte-refrein.
Hakken en beuken met "You're Mine", afwisselend alleen zang en de gehele band op volle sterkte.
De zang van Kyoji Yamamoto heb ik nooit zo bijzonder gevonden, evenals het logge
"Touch Me I'm on Fire" en wat jammer dat het afwisselende "Can't Get Back to You" ontsiert wordt door een zwakke drumsolo en een uitgesponnen freakerige gitaarsolo.
Het navolgende "Don't Cry Baby" is geschreven en wordt gezongen door 2de gitarist Mitsuhiro Saito en weet op het instrumentale tussenstuk na niet te boeien.

Nee, ik ben niet kapot van deze opnames, ik heb niet zoveel met hun simpelere hardrockkoers uit die jaren maar qua sfeer weet deze de live sfeer goed te vangen (het is alsof je midden tussen het publiek staat).

Een veelbelovend begin van "20th Century Child" en gelukkig hoor je hier weer wat van hun oude klasse in terug, inventief en doordacht in die nieuwe stijl.
Het betere beukwerk zullen we maar zeggen over de song met de veelbelovende titel "Devil Woman", wat maakt het ook uit allemaal.
Van het legendarische debuut de afsluiter "Theme of Bow Wow", wordt zo ruig en heavy gespeeld dat de oorspronkelijke sfeer bijna verdwijnt.
Inclusief het verplichte meezingstuk (Oh Yeah.... Oh Yeah), erg aanstekelijk allemaal.

Ik kom niet verder als een voldoende (een 6, dus 3 sterren), zelden zo'n pure en oprecht live album gehoord maar helaas heb ik niet zoveel met de songs.

Bow Wow - Signal Fire (1977)

poster
3,5
Zo'n 7 maanden na het legendarische debuut van Bow Wow ligt de opvolger al in de winkels.
Na een kort melancholisch gitaarintro knalt "Get on Our Train" uit je speakers en wat een goede opener zeg.
Zal toendertijd het hardste nummer zijn geweest wat ooit in Japan was verschenen, flitsend snel met heerlijke gitaarsolos.
Het stevige swingende "Just One More Night" vervolgt en in "Silver Lightning" neemt men wat gas terug maar in het midden een heerlijke tempoversnelling met diverse solos en breaks.

Daarna wordt het helaas wat minder, wel goede songs maar komt af en toe wat rommelig gespeeld over.
Het peil van de eerste 5 songs was ook wel erg hoog, de navolgende 4 songs zijn gewoon goed maar klinken wat meer gewoontjes.
Er wordt afwisselend (per song) in het Japans en Engels gezongen en dat stoort niet echt, verder hoor je de bassist Kenji Sano wel erg snelle knappe basloopjes spelen.

Zowaar een insrumentaal nummer "Signal Fire", lekker snel en let op die bassist !
Door het hele album door hoor je af en toe het phasing geluid, zo'n stofzuiger effect dat je het geluid tijdelijk hoort vervormen wat meer gewoon was in de jaren 70.
De onvermijdelijke ballad "Still" besluit dit album, erg mooi trouwens.

Conclusie: Het hoge nivo van het debuut weet men te halen op de tracks 1,2,3,4,9 en 10.
De rest is beduidend minder en daarom "maar" een 3,5 ster.
Gelukkig zou hun 3de album "Charge" wat constanter van nivo zijn.

Bow Wow - Telephone (1980)

poster
4,0
Bow Wow aan de J-pop, weliswaar met (hard)rock invloeden maar toch, ik mag het graag horen.
Dit zal de enigste Nederlandstalige review ever zijn alhoewel de Aardschok zo'n 30 jaar geleden al een summiere bespreking gaf van alle LP's tot dan toe van hun verschenen.
Daar werd deze (evenals "Garantuee" en "Glorious Road") tot de grond toe afgemaakt.
Ja popinvloeden waren natuurlijk een doodzonde in de metalwereld maar dat maakte mij eigenlijk alleen maar nieuwsgieriger naar "Telephone".

Opener "Hot Rod Tornado" swingt en rockt tegelijk, meer poprock op "Good Times R & R" en de stevige gitaarsolos verraden de hardrockachtergrond van gitarist / zanger Kyoji Yamamoto.
Het wonderschone "Lullaby of Jenny" kent vioolbegeleiding en piano, ietwat melodramatisch en sommigen zullen het mierzoet vinden.
Een beetje Thin Lizzy en begin jaren '80 rock (a la Vitesse), zo klinkt "Carnival" en het klinkt gewoon lekker.
De vroegere kant 1 van de LP sluit af met "Keep on Rocking'" waarin ze wel een teenybopper bandje lijken, lijkt nogal op Lazy (de voorloper van Loudness).

Een goede zet trouwens om een paar pop albums te maken.
Daardoor hadden ze niet al hun kruit verschoten toen de NWOBHM populair werd en konden ze nadien 3 fris klinkende hardrockalbums maken.
Het gezapige "Lonesome Way" klinkt in al zijn eenvoud wel charmant echter de stevige gitaarsolo die ineens uit de lucht komt vallen houd je bij de les.
Grappig, die clichematige zoete liefdesverklaring in het met orkestbegeleiding aangedikte "Rolling Night" waar verder niets mis mee is.
Het dynamische "Tomorrow in Your Life" bevat een geweldig intro en een refrein waarop de massa massaal kan meedeinen alswel een jankende gitaarsolo, een ietwat kitschachtige ballad is het.
Heerlijke instrumentale hardrock, dat is "Short Piece" ze konden het toch niet laten.

De bonus-tracks staan als extra op de CD die trouwens een jaar geleden voor het eerst is verschenen.
Zullen wel b-kantjes zijn geweest ofzo alhoewel ze niet onderdoen voor de reguliere album tracks.
"Rainy Train" is weer wat Lazy-achtig en het slepende "Last Song" kent mooie samenzang en behoort voor mij tot de hoogtepunten !
Gewoon een heel goed album dit, "Telephone" krijgt van mij een 8 (dus 4 sterren).

Brats - 1980 (1980)

poster
2,5
Brats was van origine een punk band opgericht in 1977 in Kopenhagen.
In die line-up zat o.a ene Rene Krolmark die we allemaal kennen als Hank Shermann.
Eigenlijk namen ze voor "1980" al een album op die pas in 2008 is uitgebracht onder de naam "The Lost Tapes: Copenhagen 1979" en waarin Michael Denner nog ontbrak.
Trouwens alleen op LP verkrijgbaar en slechts 500 exemplaren van geperst.

Na veel bezettingswisselingen was in 1979 de line-up definitief die dit album opnam, dus ook Michael Denner was van de partij.
Dus de laere 2 stergitaristen van Mercyful Fate speelden hierop mee en toen kon je al horen hoe goed ze waren (te goed eigenlijk voor dit punkrockbandje).
Bijna alle songs zijn geschreven door Jens Arnsted (Yenz), een nogal beroerde zanger maar verder redelijke bassist.
Lars Nybo (Monroe) ws de drummer die qua muzikaal nivo op hetzelfde level zit als de bassist.

Eigenlijk onbegrijpelijk dat het grote CBS ze een contract gaf maar we zaten nog in de nasleep van de punk explosie zodat ook minder getalenteerde bands gecontracteerd werden.
Ja de gitaristen zijn bovengemiddeld goed maar de songs rammelen eigenlijk aan alle kanten en de zang is ronduit slecht.

Als songs is eigenlijk het openingsnummer nog het meest geslaagd, een pakkend refrein en up-tempo.
Op "Tame Me (Insomniac)" hoor je al lichttjes de MF invloeden (gitaristisch gezien dan).
"B-Brains" bevat aardige ideeen maar nogal slecht uitgewerkt.
Het heavy korte "Punk Fashion" is geschreven door Hank Shermann en is niet meer als 1 metal riff.
"Complex (Don't Destroy Me)" is een zeurderig traag nummer tot na 4 minuten de gitaristen bewijzen waarom zij wel later beroemd werden (nou ja in metal kringen dan).
"Fuel" bevat niets noemenswaardig, helaas.

De titel "Heavy Rocker" belooft veel maar stelt niet veel voor, zelfs Hank en Michael weten hierop niet te imponeren.
Veelbelovend begin van "Pinned on My Eyelids", punkzang op een heavy song welke uitstekend te noemen is.
Qua idee is "Sense My Boy" nog wel aardig maar de zang past er totaal niet bij.
Piano en ik gok Russische zang (niet uitgevoerd door the Brats), met erdoorheen gelach, dat is "Ogcah Ghaszlihr".
Ook "Accepted" kan je vergeten op de gitaarfills op het einde na dan.
Het begin van "Zombie People" zou zo maar van een Mercyful Fate demo kunnen zijn, qua sfeer zou het kunnen.
De muziek is door Hank geschreven en door het lange instrumentale solo-stuk een van de betere stukken op dit album.

De link met King Diamond is trouwens dat hij later de plaats innam van Yenz en hij weigerde punkrock songs te schrijven en te zingen.
Dat was dus de voorloper van Mercyful Fate, naar mijn weten zijn er geen opnames bekend van die line-up van the Brats.

Wil je "1980" in bezit krijgen dan kan je voor een redelijke prijs nog wel de LP verkrijgen (ebay), de CD-versie die maar 1x is uitgebracht in 1999 (door Diamond Records) is nagenoeg onvindbaar.

Bryan Adams - Bryan Adams (1980)

poster
3,0
Bryan’s titelloze solo-debuut album is niet het allereerste plaatwerk waarop hij te horen is.
Al in 1977 was hij als 15-jarige te horen als zanger op het album “If Wishes Were Horses” van de Canadese band Sweeney Todd en in 1978 verscheen zijn eerste single als solo-artiest (Let Me Take You Dancing / Don't Turn Me Away) wat een pure disco plaat was en maar liest 240.000 exemplaren verkocht in Noord Amerika !
In die tijd leerde hij Jim Vallance kennen, een studio muzikant en songwriter en begon met hem een samenwerking die op de dag van vandaag voortduurt.
Als songwriters duo werden ze gecontracteerd door het grote A & M label en ze zagen wel wat in Bryan als solo-artiest en hij kreeg alle medewerking om zich als zodanig te profileren.

Verwacht geen rauw rockalbum, zijn sound moest nog gevonden worden en het best kan men dit album omschrijven als een dansbaar luchtig popalbum met een vleugje rock.
Eigenlijk staan er maar 3 echt goede songs op, dat zijn de aanstekelijke vlotte opener "Hidin' from Love" en het ijzersterke "Wastin' Time" een voorbode van zijn latere stijl.
De afsluiter "Try to See It My Way" met zijn hypnotiserende refrein en vrouwlijk achtergrondkoortje blijft meteen in je kop hangen en is lekker stevig.

"Win Some Lose Some" en "Wait and See" zijn nogal matige rocksongs die je nog net niet uitzet.
De rustige songs "Give Me Your Love" en "State of Mind" zijn kwalitatief nog mijlenver verwijderd van zijn latere Sky Radio klassiekers.
Pure disco op "Don't Ya Say It " met saxofoon en een keyboardsolo in "Remeber", het klinkt lekker ongecompliceerd en pretentieloos.

De sterke songs compenseren de mindere en de rest klinkt redelijk dus toch nog een voldoende.
Commercieel gezien was dit album geen succes, groot probleem was dat de radiostations er geen etiket op kon plakken wat voor soort muziek het was.
Geen disco, geen rock en ook geen wave dus het werd vrijwel nauwlijks gedraaid.
Bryan zal ervan geleerd hebben want de opvolger "You Want It You Got It" zou zijn meest pure rockalbum worden die hem bekendheid zou verwerven in the States en Canada.
Een voorbode van het waanzinnig grote succes een paar jaar later.....
.