MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lonesome Crow als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Tea - Tea (1972)

Alternatieve titel: Sprouts

poster
4,0
Middels deze recensie wil ik het Zwitserse Tea voor de totale vergetelheid behoeden in het Nederlandse taalgebied.
Ze waren de meest succesvolle rockband van Zwitserland gedurende 1972 - 1976 en tourden zowaar met grootheden zoals Queen en Nazareth in o.a West-Duitsland en Engeland.
Maar 3 albums zijn er uitgekomen van ze, en dit debuut mag er zeer zeker zijn.
De zanger was Marc Storace (afkomstig uit Malta) die in de jaren 80 furore maakte bij Krokus, hij is als enige van deze band later echt doorgebroken.
De produktie was in handen van krautrock producer Dieter Dierks (was ook Scorpions producer) en het klinkt heel helder, eigenlijk ontzettend goed voor 1972.
Gelukkig geen psychedelische invloeden die dit soort albums nog wel eens willen verpesten, nee voor mij de volle 4 sterren waard !

Een rustig begin op "Cool in the Morning" en de progressieve rockinvloeden zijn al duidelijk hoorbaar.
Mooi gedoseerd keyboardwerk erop, spacey en bombastisch klinkt
het.
Mooi gedragen zang van Marc Storace, het nummer doet wat aan Uriah Heep denken maar dan zonder die kenmerkende samenzang.
"Glorimont" begint jazzy en kabbelt een beetje sfeervol door en na 4 minuten wordt het steeds steviger, had toch iets meer in gezeten.
Het akoustische "Hatred Or Love" is afwisselend en zeer geslaagd.

Het up-tempo "Surfer" brengt de vaart er weer en is semi-akoustisch en progressief tegelijk (veel afwisselende stukken erin).
"Hazy Colours" is vooral sfeervol met een mooi piano / keyboardstuk erin en "Lady" is een waardige afsluiter in de progressieve hardrockstijl.

Het mooie van Tea is dat ze niet te veel en te freakerig soleren, de zanger zingt vaak rauw, hoog en hees tegelijk wat vrij apart is.
Voor de volledigheid de line-up:

Marc Storace - Zang
Turo schayan - Bas
Armand Volker - Gitaar
Philippe Kienholz - Keyboards
Roli Eggli - Drums



.

The Michael Schenker Group - Built to Destroy (1983)

poster
3,5
Na 3 zeer sterke studio-albums van de meester himself was er eigenlijk geen enkele reden om aan te nemen dat "Built to Destroy" toch wel 2 klasse's minder zou zijn als het supertrio daarvoor.
De ritmesectie was onveranderd en met de terugkeer van Gary Barden die samen met Schenker zeer goede composities konden schrijven zou het songmateriaal zeker dik in orde zijn.
Ook was er een keyboardspeler toegevoegd (Andy Nye) wat alles ook ten goede zou moeten komen....
En ook al zullen weinigen het met me eens zijn, het songmateriaal is redelijk tot zeer goed.
Maar als je daarop een slechte produktie, eindmix en matige vocalen op loslaat dan kan de eindwaardering ook maar op maximaal 3,5 sterren uitkomen.

Wat de produktie betreft, het totale budget van platenmaatschappij Chrysalis die ze voor de MSG hadden gereserveerd was na "Assault Attack" op dus geld voor een fatsoenlijke producer was er niet dus deed de band het maar noodgedwongen zelf.
De studiotijd zal dan ook wel teruggedrongen zijn en dat alles hoor je direkt.

De opener is duidelijk beter als de openers van de eerste 2 MSG platen, dat waren 2 zwakke meezingers maar hier zit veel meer in al.
Een mooie jankerig gitaar intro, meer melodie en natuurlijk ongeevenaarde gitaarsolos.
Echter "I'm Gonna Make You Mine" klinkt te commercieel en leunt te veel op de keyboards, ik vind zoiezo dat die geforceerd te veel in de songs verwerkt zijn.
De bijdragen van Andy Nye laten ook te wensen over, te veel zo'n jaren '80 standaardgeluidje en slecht ingemixt.
De lange gitaarsolo in het midden en op het eind van "The Dogs of War" maken het de moeite waard, solistisch was Michael in deze periode zeer sterk en voor het laatst nog echt onbevangen.
Op het redelijke "Systems Failing" hoor je hoe matig Garden Barden zingt, hij was al niet de beste zanger maar pijnlijk om te horen bij vooral de hoge uithalen.
Lijkt een simpel deuntje maar Michael tilt het gitaristisch naar een hoger plan.

Het geweldige instrumentale "Captain Nemo" mag het hoogtepunt genoemd worden.
Doet nauwelijks onder voor "Into the Arena" maar heeft die status nooit gehaald, zal wel komen omdat die op een mindere MSG-plaat staat.
Het refrein van "Still Love That Little Devil" lijkt wel een kinderdeuntje, aardige zanglijnen in de coupletten maar meer ook niet (jammer want de goede zanger Derek St.Holmes zingt daarop de lead-vocals in).
Aanmerkelijk beter is "Red Sky", ietwat slepend en bombastisch zoals op de eerste 2 MSG-platen eigenlijk gewoon heel sterk !
Een redelijk vervolg met het toetsen-gedomineerde "Time Waits (For No One)", en op het eind zo'n onvervalste aansteker-ballad zoals ze niet meer gemaakt worden.
Een geweldige langerekte solo geeft deze alleen al bestaansrecht, een waardig slot al met al.

De 5 bonusnummers in de z.g original-mix voegen weinig toe, zo op het eerste gehoor verschillen ze nauwlijks van de eerdere versies maar ik heb ook niet de moeite genomen om precies de verschillen te horen.

Doordat Michael Schenker zeer sterk soleert toch nog 3,5 ster voor "Build to Destroy", en neem eens de moeite deze plaat te herontdekken want het is de moeite waard.

The Michael Schenker Group - Rock Will Never Die (1984)

poster
3,5
Alweer een live-plaat ? was destijds mijn reaktie.
Ga maar na, 2 jaar eerder verscheen het geweldige "One Night At Budokan" een dubbel-LP en dan nu een live-plaat boordevol met songs die ook al op die eerdere dubbelaar stonden.
Ik ga in eerste instantie uit van de versie met 9 songs, waarvan er 4 niet op die Budokan plaat stonden.

De opnamekwaliteit laat ook te wensen over en jammer dat van het geweldige "Assault Attack" maar 1 nummer van wordt gespeeld maar daarop was de zanger Graham Bonnet en Gary Barden zal niet staan te springen om daar veel van te zingen.
De opnames zijn trouwens van 2 concerten in Hammersmith Odeon Londen (oktober 1983).

Maar goed, voor de echte fan zoals ik was dit verplichte aanschaf en die 4 "nieuwe" songs waren het misschien toch wel waard.
Dat geldt zeer zeker voor die geweldige instrumentale opener, Michael Schenker soleert als de beste en dat maakt veel goed.
In goede doen is zijn gitaarspel live zo mogelijk nog beter en dynamischer, voor het hele live-album zal dit zeker gelden.
Het eind van "Captain Nemo" gaat direkt over in het goede "Rock My Nights Away", dus al 2 "nieuwe" songs aan het begin.
De simplele meezinger "Are You Ready to Rock" heb ik nooit wat aan gevonden en nu dus ook niet.
Eigenlijk is het live nog erger want Gary Barden blert er extra doorheen maar gelukkig hebben ze er hier geen extra lange versie van gemaakt zoals op "One Night at Budokan".
De volgende 2 songs "Attack of the Mad Axeman" en "Into the Arena" behoeven geen introductie, blijven geweldige songs en bij die eerste valt in negatieve zin de zang op en bij de tweede krijgt de bas extra ruimte en valt de keyboads op (positieve punten).

Het titelnummer is eigenlijk gewoon "Walk the Stage" (een ballad) van het studio-album "Build to Destoy", en wat vind ik die solo die plots invalt op 2:53 toch geweldig !
Het tussen de wal en schip gevalen meesterwerk van the MSG "Assault Attack" wordt hier vertegenwoordigd door "Desert Song", Graham Bonnet zong het in maar helaas heeft hij live nooit getourd met ze.
Gary Barden maakt het er het beste van, het nummer is zo monumentaal goed dat zelfs hij het niet om zeep kan helpen.
De zanger/gitarist Derek St.Holmes deed ook mee tijdens deze concerten, hij zingt op "I'm Gonna Make You Mine" en bewijst dat hij een betere zanger is als Gary Barden.
Eeuwig zonde dat hij nooit compleet een plaat heeft ingezongen voor the MSG.
Totaal overbodig hier is "Doctor Doctor", ik kon het al 25 jaar geleden niet meer horen en als ze Klaus Meine en grote broer Rudolf Schenker laten meedoen dan hoeft het voor mij helemaal niet meer.
Wordt het alleen maar rommeliger en langer van, en ook veel te gezellig op het podium.

Zoals Sir Spamelot terecht opmerkte heeft de Japanse-editie 6 bonus-nummers en laat ik die nu hebben !
Het ietwat epische "Cry for the Nation" kan ik altijd horen en "Rock You To The Ground" wordt bij gebrek aan Graham Bonnet afwisselend door Gary en Derek ingezongen (hoor die verschillen....).
Het gesoleer op dit nummer behoort tot het beste wat Schenker heeft uitgebracht, waanzinnig goed gewoon !
Waar "Courvoisier Concerto" op "One Night At Budokan" mij kippevel bezorgde daar doet het hier niet, maar blijft een mooi instrumentaal intermezzo.
Een welkome bonus is "Red Sky", een van de betere nummers van het destijds meest recente studio-album en "Looking For Love" want die live- versie hadden we ook nog niet.

Het moge duidelijke zijn, probeer de Japanse versie met 6 extra nummers te bemachtigen want dan heb je toch 7 songs live die niet op "One Night At Budokan" stonden.
Die versie is de aanschaf waard, en een ruim-voldoende al met al.

The Police - Outlandos d'Amour (1978)

poster
4,5
Ik ben al zo oud dat ik nog weet dat er geen Police was, maar ineens in mijn eerste schooljaar voortgezet onderwijs (1979-1980) waren ze er.
Gitarist Andy Summers was toen al een jaar of 37, en was vanaf 1965 al te horen op diverse albums als zowel vast bandlid als sessiemuzikant.
Drummer Stewart Copeland, 10 jaar jonger als Andy en vanaf 1972 al studio ervaring op wat albums van wat bands.
Sting, de charismatische bassist / zanger en the Police was eigenlijk zijn eerste serieuze band in 1977.

Een lage gemiddelde score voor 1 van de beste post-punk platen, had toch zeker minimaal een 4 moeten zijn.
Een geheel eigen stijl, ze kunnen echt goed spelen en een icoon van een frontman + ijzersterke songs.... ik bedoel maar.

De opener pakt je inderdaad meteen bij de strot en laat je niet meer los mede door de gitaarsolo van Andy Summers die ooit in een interview (in de jaren '80) verklaarde dat hij eigenlijk zo min mogelijk solos wilde spelen omdat artistiek gezien alles al eens gesoleerd was.....
Bij So Lonely en Roxanne heb ik last van het feit dat de radio bepaald dat je steeds dezelfde hits moet horen, te vaak gehoord dus.
Neemt niet weg dat het fantastische songs zijn (leuk dat stukje mondharmonica erin).
Roxanne duurt maar 3 minuut en 14 seconden, dacht veel langer maar zal wel te vaak de veel te lange live-versie gehoord hebben.

Hole in My Life lijkt tegen te vallen maar nu ik het analyseer zit het erg knap in elkaar, kon iets korter want de flow verliest daardoor aan sterkte.
Peanuts, lekker up-tempo en dat kindertoeterje erdoorheen op een gegeven moment past er wonderwel in. Door de toevoeging van die ogenschijnlijk onzinnige instrumenten vergroot het volgens mij onbewust de herkenbaarheid van de songs.

De 3de en zwakste single van dit album werd vreemd genoeg de grootste hit tot dan toe in Nederland (nummer 9 in de top '40).
In nog geen 3 minuten Sting 27x "Can't Stand Losing You" te horen zingen is mij te veel.
Daarna heb ik helemaal geen klachten en gezeur meer, "Truth Hits Everybody" een prima up-tempo rocksong met dan toch weer zo'n leuke toevoeging in de vorm van een soort van kerklokken (al dan niet echt).
Het rauw gezongen "Born In The 50's" is fel en mijn persoonlijk favoriet van dit album.

De 2 buitenbeentjes op het eind, "Be My Girl / Sally" tovert bij mij altijd een glimlach op mijn gezicht bij de zinsnede "And later in a moment That girl became my wife".
Ondanks dat het muzikaal weinig voorstelt en het lange spoken-word gehalte kan ik het nog altijd horen.
"Masoko Tanga" is ogenschijnlijk te lang en saai maar de flow erin is heerlijk en de onzin-tekst-zang van Sting en het uiterst subtiele akkoordenwerk van Andy zijn de smaakmakers erin.
Vond het vroeger niks maar waardering van diepgang in de muziek komt met de jaren zullen we maar zeggen.

Mede daardoor van 4 naar 4,5 ster!

The Rolling Stones - Black and Blue (1976)

Alternatieve titel: Black n Blue

poster
2,5
Na mijn verplichte diensttijd (lichting 89-6) woonde ik begin jaren'90 in een klein stadje op kamers. Pal tegenover ons studentenhuis was een klein CD-zaakje gevestigd die werd beheerd door een aardig echtpaar.
Aangezien ik het stadje vrijwel niemand kon (ik kwam er niet vandaan) en toch even mijn kamertje wilde verlaten met een leuke reden liep ik weleens naar de overkant vastbesloten om een CD te kopen.
Dat aardige echtpaar bood vaak iedereen koffie aan in hun zaak, altijd goed natuurlijk:-).
Maarja, hun keus was nogal beperkt en zeker na het krijgen van een kop koffie voelde ik me verplicht om de zaak niet te verlaten zonder iets te kopen. Nou stonden de Stones niet al te hoog op mijn prioriteiten lijstje, eigenlijk vind ik maar 1 album echt goed van ze (Exile) maar op een middag was het aanschaffen van een Stones album de minst slechtste keus uit het beschikbare assortiment.
Zo kwam ik dus aan dit album, het was niet al te duur (special priced) en hun oudere albums die ik liever wou hebben hadden ze niet of waren toen gewoon nog 40 gulden!
Tot zover de context omtrent het aanschaffen van dit Rolling Stones album.

Prima als ze niet altijd willen rocken, invloeden van andere muziekstijlen altijd welkom. Toch heb ik het idee dat ze met dit album pontificaal willen zeggen dat ze doen we ze zin in hebben en zich van niets of niemand wat willen aantrekken. Zie je vaker bij onaantastbaar grote bands (U2-Pop, Queen-Hot Space etc).
Als opener kan "Hot Stuff" er nog wel mee door, funk met als smaakmaker de gitaarpartijen. Vooral de solo viel mij erg op, erg on Keith Richards en dat klopt want Harvey Mandel speelt de solo die tijdens de opname's nog in de running was als opvolger van Mick Taylor.
Mick is in ieder geval in topvorm, zijn zang is intens en bevlogen en hij voelt de sfeer van deze funky song erg goed aan. Toch heb ik het deuntje na een kleine 4 minuten wel gehoord maar gaat het helaas nog 1,5 minuten door.
Bij de eerste seconden van "Hand of Fate" weet je het al, deze song kan niet kapot! Niet dat er zoveel gebeurt het is gewoon die sfeer.
Ook hier zijn de gitaarsolo's on Keith Richards en dat klopt want de 3 solo's worden ingespeelt door Wayne Perkins.
Daarna gaat het flink mis, het tenenkrommende "Cherry Oh Baby" kwelt de luisteraar voor 3 minuten en 54 seconden. Voor het eerst wagen ze zich aan een reggae song die ze volgens Mick voor de lol speelden en dat is te horen. Het rammelt aan alle kanten en het achtergrondkoortje gelal is alleen kroegwaardig. Ik citeer "Charlie lijkt volledig de kluts kwijt te zijn. Hij is niet in staat een groove te vinden en slaagt er niet in de offbeat te accentueren, wat wel zou moeten" (bron: the Rolling Stones Compleet het verhaal van de 365 songs). Hoe dan ook, het haalt meteen de sfeer uit dit album.
Het bijzondere aan "Memory Hotel" is dat Mick de pianopartij speelt en Keith de Fender Rhodes piano speelt, de 2 al eerder genoemde sessie gitaristen spelen de gitaarpartijen! Ook hier doet vooral de sfeer het voor mij, geweldige song.

Een mix van funk en reggae nu, niet zo rampzalig als "Cherry Oh Baby" maar doet me niets. Nou heb ik niet zoveel met die genre's dus dat zal daar wel aan liggen maar "Hey Negrita" kabbelt mij te lang door..... weer de sfeer eruit! Werd door nieuwkomer Ron Wood geschreven maar durfde de credits niet op te eisen.
Wat ook wel eens voorkomt is dat je na een paar seconden al weet dat wordt niks. Dat heb ik bij "Melody", Billy Preston speelt en zingt hierop mee. Een soort langzame blues met soulinvloeden is het.
Het sferische "Fool to Cry" is van een grote klasse en het valt me steeds meer op dat Mick eigenlijk een geweldige zanger is die in veel stijlen geloofwaardig is. Hij zingt hier soms zeer hoog (falset stem) en gebruikt zijn stem zo'n beetje in alle registers en stemmingen.
Het wat lompe en moeizame "Crazy Mama" is weer eens pure rock, maar voelt weer een beetje als een koude douche na "Fool to Cry".

Tsja, 3 erg goede songs 1 misbaksel. Dan nog 4 songs varierend van matig tot redelijk. Ik geef het 2,5 ster en verbaas mij over de hoge gemiddelde score voor "Black and Blue"

The Tubes - The Tubes (1975)

poster
3,5
Tsja, the Tubes is een echte cultband (net zoals DEVO).
De eerste 3 songs doen wat denken aan een Who rockopera (of zoiets).
Alles uit de kast en je hoort meteen dat ze hun instrumenten meer dan uitstekend beheersen.
De gekte krijgt de overhand bij het spaansachtige gestoorde "Malaguena Salerosa".
Het ontoegankelijke "Mondo Bondage" zit weer boordevol tempowisselingen.

"What Do You Want from Life" is relaxter van toon maar in het instrumentale middenstuk gaat men weer behoorlijk los.
"Boy Crazy" weet mij niet te boeien en eerlijk gezegd heb ik "White Punks on Dope" ook nooit veel aan gevonden alhowel na een kleine 4 minuten het behoorlijk over the top gaat en dat is dan wel weer grappig.

Live zijn ze te gek, heb ze ooit geloof ik in 2001 in Amsterdam (de Melkweg) gezien en qua show en muziek liet dat een verpletterende indruk achter.
Heb net hun 2de en 3de album op CD besteld (als dubbel CD in 2012 uitgekomen), die wordt zeldzaam want is nu al nauwelijks meer te krijgen......

Therapy? - Hats Off to the Insane (1993)

poster
3,5
Dit is een compilatie van 2 EP's en een single allen uitgebracht in 1993
Wat ze hiervoor uitbrachten kon mij niet echt bekoren.

Ze hadden hun stijl gevonden, korte puntige rocksongs met de felheid van punk de hardheid van metal en toegankelijkheid van pop.
Een mooie combinatie perfect samengebald op "Screamager "
Enig experiment in ritme en dynamiek op "Auto Surgery"
Staccato gehak in "Totally Random Man" en voor mij is de drummer de uitblinker van Therapy.
Hij drumt losjes en strak tegelijk terwijl z'n sound lekke droog klinkt daar hou ik wel van.

Ook kunnen ze aardige introotjs verzinnen zoals op "Turn" wat als een rode draad daarin terugkeert.
Progressief-achtige kenmerken in "Speedball", ze kunnen het allemaal aan maar de felheid van punk blijft wat dat betreft doen ze me denken aan NoMeansNo (Canadees trio).
De afsluiter "Opal Mantra" is inderdaad een soort mantra, veelvuldige herhaling hierin maar niet erg sterk.

Wat een mazzel dat een vriend van mij deze per ongeluk dubbel had aangeschaft, die andere Therapy CD's ook maar eens onder het stof vandaan gehaald.

Thin Lizzy - Nightlife (1974)

poster
3,0
Het eerste album met de beroemde gitaartandem Brian Robertson en Scott Gorham.
Eric Bell hield het voor gezien tijdens een concert in zijn geboortestad Belfast, te stomdronken om nog maar enigzins te kunnen spelen.
Als vervanger werd Gary Moore aangetrokken (een vriend van Phil Lynott, zaten vroeger samen in Skid Row) maar heeft maar op 1 nummer gespeeld van dit album nml de uitstekende ballad "Still in Love with You".
Gary Moore is zeer herkenbaar tijdens de gitaarsolo.
Moore zat in die periode maar 4 maanden in Thin Lizzy, hij hielp ze vooral uit de brand door mee te spelen op de al geplande concerten.

Als je denkt een vlammende hardrock CD te gaan horen dan heb je het goed mis !
De latere topproducer Ron Nevison deed er alles aan om de plaat zo soft mogelijk te laten klinken.
Tijdens de opnames klikte het ook niet zo tussen hem en de Thin Lizzy leden, de navolgende citaten zijn van Scott Gorham:

"I thought the record was so ridiculously tame it was unbelievable" en "I listened to the final mix and said, 'Hey, are we a rock band or a cocktail band ?".

Toch vind ik dat niet storend, de band was nog zoekende naar hun sound en dat levert een gevarieerd album op.

"She Knows" opent lekker relaxt met semi acoustisch gitaarwerk erin en wat voorzichtige solos later in het nummer.
"Night Life" klinkt als een rustig nummer gespeeld door een nachtcluborkestje, er zijn zowaar wat violen op te horen.
Het navolgende "It's Only Money" is weer heel relaxt met die typisch pratende zang van Phil, blijft meteen in je kop hangen.

"Still in Love with You" is als studio uitvoering een stuk matter als live maar door Gary Moore zijn gesoleer toch ook wel weer erg goed.
Zijn stijl is toch duidelijk anders als die van Scott en Brian.
"Frankie Carroll" is ietwat melodramatisch, violen, piano en zang en zeer kort maar wel mooi.
Funky, jazzy en erg jaren 70 zijn van toepassing op "Showdown".
Compleet met achtergrondzangeres, wat een heerlijk nummer !

En zowaar een instrumentaaltje, "Banshee" vind ik nogal slecht uitgewerkt maar is ook zo weer afgelopen.
Het navolgende "Philomena" is een ode aan zijn moeder en een single geweest.
Stelt niet al te veel voor maar die typische wat latere Thin Lizzy gitaarstijl is hierop goed te horen.

Het uitstekende "Sha-La-La" laat die sound nog beter horen en terecht belande dit nummer ook op hun beroemde live plaat "Live & Dangerous".
Afsluiter "Dear Heart" klinkt inderdaad nog het meest alsof een cocktail band aan het werk is, weer met toegevoegde violen enzo.

Ja, typisch zo'n plaat met duidelijke uitschieters en wat grijze middelmaat nummers.
Echt slechte nummers staan er ook niet op maar een ruim voldoende haalt het net niet bij mij.
Dus 3 sterren, maar wou eigenlijk 3,25 sterren geven.

Thin Lizzy - Shades of a Blue Orphanage (1972)

poster
2,0
Misschien wel de minst toegankelijke Thin Lizzy plaat, en de hoes nodigt ook al niet uit om te kopen.
Een klein jaar na hun redelijk debuut kwam de opvolger uit en het is een vreemd samenraapsel van nummers geworden.

"The Rise and Dear Demise of the Funky Nomadic Tribes" begint wel tof, alleen drums en percussie met een gitaar die invalt.
Phil Lynott die heel relaxt op een pratende toon zingt en een semi akoustische begeleiding.
Wat opvalt is hoe slordig Eric Bell eigenlijk zijn gitaarpartijen soms speelt, soms tegen het valse aan !
Met dit soort muziek en in die tijd kom je er nog mee weg maar gezegd moet worden dat de matige productie ook niet echt meehelpt.
"Buffalo Gal" klinkt erg vrijblijvend met rare intermezzo's en instrumenten die puur voor zichzelf spelen zonder erg veel op de rest te letten.
Desondanks klinkt het wel aardig, moeilijk om dit nummer te omschrijven.

De prijs voor het meest flauwste Thin Lizzy nummer gaat ongetwijfeld naar "I Don't Want to Forget How to Jive".
Phil die als Elvis zingt in wat klinkt als een parodie op een feesten,bruiloften,partijen,verjaardag en jubelea bandje.
"Sarah (Version 1)" is akoustisch en nogal saai, nogal slecht uitgewerkt zullen we maar zeggen.
Geldt ook voor het navolgende "Brought Down" wat in principe een goede song had kunnen zijn.
Nogmaals de sfeer en tijdsgeest (1972) redt dit nummer enigzins.

"Baby Face" hakt er op los, klinkt een beetje als garagerock en wat een slechte gitaarinvulling van Eric Bell (soms tenenkrommend vals).
Wel afwisselend om het in een soort spaanse gitaarbegeleiding achtige "Chatting Today" op te nemen, je denkt steeds wanneer het nummer echt begint.
Wel, "Call the Police" begint meteen stevig en lijkt een vrij normaal nummer als na 2 minuten weer een belachelijk intermezzo volgt.

Met behulp van ene Clodagh Simonds op harpsichord & mellotron is het titelnummer opgenomen.
Zo klinkt het dus als een gedicht wordt voorgedragen met vrijblijvende minimale begeleiding.

Thin Lizzy was achteraf ook niet te spreken over dit album, ze hadden voor de verkeerde studio gekozen en hadden ook te weinig tijd om goede nummers te schrijven.
Maar dan nog, dit album klinkt echt alsof de band met een 8 sporen recordertje in een kelder wat demo nummers voor zichzelf heeft opgenomen.
Omdat je weet dat ze later fantastische muziek gaan maken is dit wel leuk om te hebben uit curiositeit, dat wel.

Thin Lizzy - Thin Lizzy (1971)

poster
3,0
Aangezien ik een biografie over Phil Lynott ben begonnen (Phil Lynott: The Rocker door Mark Putterford) ben ik aardig in de stemming om Thin Lizzy CD's te bespreken.
Over dit eerste album die dus t/m nummer 10 loopt schrijft de biografie o.a:

... despite its technical shortcomings managed to capture the essence of the band's firey Celtic spirit and progressive intentions.
Indeed, much of Lizzy's early material had ambitious arrangements which tended to make some tracks (like 'Remembering') sound disjointed, like a collection of riffs looking for a song.

Opgenomen in 5 dagen en gemixt in 2 dagen is dit album typisch een product van zijn tijd.
Voor een band die buiten Ierland nagenoeg onbekend was en waar de frontman eigenlijk nog de gitarist Eric Bell was en Phil nog lang niet de charismatische frontman was die hij later zou worden is dit album inderdaad het hoogst haalbare van het trio.
Eigenlijk willen ze meer later horen als dat ze eigenlijk kunnen en dat levert een nogal rommelig maar uiterst vermakelijk album op.
Volgens de biografie waren de oorspronkelijke gitaaropnames per ongeluk verwisseld met opnames die Eric Bell eigenlijk had afgekeurd en zo te horen klopt dat ook wel.

Het openingsnummer begint met een pratende Phil met minimale begeleiding en wordt wat meer een nummer met heerlijk relaxte gitaarbegeleiding.
Het gaat over in "Honestly Is No Excuse", een wat drukker nummer met lang aangehouden vioolpartijen erin en lekker los drumwerk van Brian Downey, eigenlijk spelen de instrumenten vooral voor zichzelf hierin en dat is de kracht van het nummer.
"Diddy Levine" begint dreigend met Phil weer meer pratend als zingend en de instrumenten doen vooral weer waar ze zelf zin in hebben.
Na 3 minuten wat meer structuur, een duidelijke gitaarrif met een lang aanhoudende solo maar het nummer eindigt als een gedicht wat wordt voorgelezen met minimale begeleiding.

"Ray-Gun" is alleen door Eric Bell geschreven en klinkt Jimmy Hendrix achtig, veel wah-wah erin en lijkt wel een spontane improvisatie nogal een zwak nummer.
"Look What the Wind Blew In" begint sterk en bestaat uit verschillende aan elkaar geplakte stukjes ideeen van songs met een soms ietwat vals solerende gitarist, erg rommelig maar ook weer goed omdat het allemaal hele goede stukjes zijn.
"Eire" vervliegt nogal snel, heel rustig maar ook heel kort.

"Return of the Farmer's Son" begint nogal episch en vrij stevig.
De drums en gitaar strijden om de hoofdrol, een opzwepend nummer waarin de zang ondergeschikt is .... houd zeker de aandacht vast dit toiffe nummer !
"Clifton Grange Hotel" gaat muzikaal nergens over maar handelt tekstueel over het hotel die Phil Lynott zijn moeder runde in Manchester.
"Saga of the Ageing Orphan" een rustig voortkabbelend akoestisch deuntje vervolgt en het slotnummer van het debuut is weer opzwepend maar minde goed als "Return of the Farmer's Son".

Zo'n 4 maanden na het debuut kwamen ze met een EP uit genaamd "New Day" en is op de CD achter het debuut geplakt.
Het begin is een kort akoustisch nummer, wat vooral opvalt is de wat betere produktie.
Het weinig opzienbare "Remembering Part 2 (New Day)" laat vooral horen dat de songs wat meer structuur kennen en Eric Bell nogal slordig soleert.
Dat gezegd te hebben komt "Old Moon Madness" om de hoek kijken, lijkt wel free-jazz (of zoiets) en zwalkt alle kanten op.
Het aardige maar slordige "Things Ain't Working Out Down at the Farm" besluit deze CD.

Muzikaal staat dit allemaal mijlenver af van het latere bekendere Thin Lizzy hardrock werk maar kent zeker zijn charme.
Komt vooral door dat heerlijk relaxte jaren 70 sfeertje, ik dacht dat ik een hoger cijfer zou geven maar als je dus goed luistert wat Thin Lizzy hier laat horen dan kan ik toch niet meer als 3 sterren geven.

Thin Lizzy - Vagabonds of the Western World (1973)

poster
3,5
Het derde album van Thin Lizzy beslaat eigenlijk de nummers 1 t/m 8.
De andere 4 zijn de 2 singles (met B-kantjes) die uitkwamen tussen het 2de en 3de album.

Het verhaal van ".Whiskey in the Jar" is wel grappig, het schijnt dat Thin Lizzy in een pub voor de grap wat coverversies speelde van min of meer bekende nummers.
Bij "Whiskey in the Jar" kwam toevallig net hun manager de pub binnenlopen en die was er zo enthousiast over dat ze het maar opnamen als B-kantje van de single "Black Boys on the Corner".
Echter de platenmaatschappij maakte er de A kant van en het werd een flinke hit in Europa.
De band baalde ervan dat juist een cover hun eerste succes werd en ze gingen dat nummer haten omdat ze het natuurlijk overal moesten spelen.
Naar mijn weten is het ook nooit op een live album terechtgekomen dus die hekel aan dat nummer zou wel kunnen kloppen.

De single kwam uit in november 1972 en voor het eerst is de productie van een Thin Lizzy song redelijk te noemen.
Op zich is Whiskey wel een aardig nummer waarin Eric Bell bewijst dat hij toch wel goed gitaar kan spelen, eigenlijk maakt de gitaar het nummer voor mij.
De gewenste A-kant "Black Boys on the Corner" is lekker stevig en heeft wat van Led Zeppelin weg, toch terecht dat het een B-kantje is geworden want het klinkt allesbehalve als een mogelijke hit.

"Randolph's Tango" kwam uit in mei 1973 en was alleen een hitje in Ierland, gelukkig maar want anders hadden ze misschien meer van dit soort gezapige acoustische nummers uitgebracht.
Het predikaat B-kant is nogal hoog voor "Broken Dreams", het klinkt als een blues jamsessie en ik hou niet van de blues.
Daarbij is het wel een erg gemakzuchtig nummer geworden waar verder ook helemaal niets inzit.

O.K, op naar de LP "Vagabonds of the Western World" uitgekomen in september 1973 en het openingsnummer "Mama Nature Said" klinkt meteen goed en luistert lekker weg.
Voor het eerst kan ik me voorstellen dat ze later fantastische hardrock gaan maken.
Hulde voor producer Nick Tauber die zowaar Thin Lizzy redelijk gestructureerde nummers laat opnemen en Eric Bell niet meer vals laat spelen.
"The Hero and the Madman" laat horen dat een voordracht en muziek prima kunnen samengaan, mede door dat jaren 70 sfeertje een uitstekend nummer.
Heerlijk gitaarwerk op het eind van dat nummer trouwens.

"Slow Blues" klinkt erger als het is, redelijk afwisselende blues zullen we maar zeggen.
Ja, wie kent nou niet "The Rocker" ?
Het enige nummer uit de Eric Bell tijd wat ze bleven spelen gedurende hun hele carierre, heerlijk opzwepend drumwerk in dit nummer en een gitarist die helemaal los gaat, heerlijk gewoon !
Het titelnummer kent een Led Zeppelin-achtige riff en voor het eerst hoor je ook dat twin gitaargeluid waar ze later beroemd mee zouden worden, een heftig nummer.

"Little Girl in Bloom" is een vrij rustig nummer, weinig opzienbarend en hoor hoe vals (dus toch nog) de gitaarsolo begint.
Ook bij de bas verbaas ik me, alsof die niet gestemd is.
Het stuwende "Gonna Creep Up on You" kent freakerige tussenstukje waarin Phil ook eens laat horen hoe goed hij basgitaar kan spelen.
Op het afsluitende A Song for While I'm Away" is zowaar een orkest te horen, een heel mooi nummer inderdaad.

Hoe dit album een cijfer te geven ?
Het oorspronkelijke album zou ik 4 sterren geven maar de extra nummers duwen het naar een 3,5.
Al met al toch het eerste echt goede Thin Lizzy album en de laatste met gitarist Eric Bell.

Tommy Shaw - What If (1985)

poster
4,0
Tommy Shaw, die mooie jongen van Styx heeft in totaal 4 solo platen gemaakt.
Zijn ze de moeite waard ?
Een tweeledig antwoord, ja en nee.

Nee voor z'n eerste en derde (alhoewel ik ze al tijden niet meer gehoord hebt, ik bezit ze op LP).
Ja, voor deze en z'n 4de heb ik nog nooit gehoord dus dat weet ik niet.

"What If" bezit ik al een kleine 20 jaar op CD en de muziek hierop is een perfecte combi van goede songs, bezieling en goede productie.
vergeet Styx, want daar heeft helemaal niets meer mee te maken alhoewel zijn stem daar natuurlijk wel eens aan doet denken.
Zeer radiovriendelijke songs, met een saxofoon hier en daar.
Af en toe een stevige gitaarsolo, de nodige dramatiek maar niet te zoals bij Styx en de nodige stemmingswisselingen in de songs van vrolijkheid tot treurnis.

Er staat maar 1 draak op en dat is "Friendly Advice", een volkomen pretentieloos deuntje met drumcomputer-achtige begeleiding.

De eerste 2 songs waren singles (commercieel succes vrijwel 0), klinken erg goed en vooral "Remo's Theme (What If)" is een uitschieter.
Ander hoogtepunt is "Reach for the Bottle", veel dramatiek daarin.
Andere potentiele singles dus die erg lekker klinken zijn track 6 & 7.
Voor de rest gewoon goede songs, maar wel allemaal erg braaf en vrij commercieel.
Misschien is mijn beoordeling wat aan de hoge kant voor het gebodene, maar draai hem toch vrij regelmatig dus 4 sterren.

Toto - Isolation (1984)

poster
4,5
Nooit te laat om Toto te ontdekken.
Ik ken ze al vanaf het begin (de hitjes alleen dan) en in korte tijd chronologisch hun eerste 6 albums aangeschaft.
Uitschieters zijn "Hydra" "Turn Back" en vooral deze !

Vrijwel alle songs klinken erg lekker en staan op zich, de stevige vlotte opener "Carmen" die meteen herkenbaar in je kop zit.
Knap hoe ze van het logge "Lion" met die ietwat achterhaalde blikken synths gewoon een te gekke song maken, mede door de dominant aanwezige hoge zang.
"Stranger in Town" was de ijzersterke single die helaas nooit de status heeft gehaald van hun stukgedraaide hits van "Toto IV" en dat is misschien maar goed ook.

Het is net alsof ik naar een verzamelaar zit te luisteren, vrijwel alle songs zouden op zich als single uitgebracht kunnen worden zo ook het vlotte "Angel Don't Cry".
"How Does It Feel" kan zo op Sky Radio maar dat geeft niet, Toto weet ogenschijlijk simpele deuntjes zoals "Endless" toch interessant te laten klinken door sterke refreinen.
Het titelnummer kent stevig gitaarwerk en "Mr. Friendly" heeft niets speciaals is als enige wat minder als de rest.

Wordt ruimschoots goedgemaakt met "Change of Heart" vocaal ook zeer sterk gezongen, de single "Holyanna" herbergt invloeden van andere muzikale genres, beetje country en rhythm & blues en sluit op niet representatieve wijze dit zeer sterke Toto album af.

Trevor Rabin - Trevor Rabin (1978)

poster
4,5
Trevor Rabin had al 2 platen uitgebracht met de band Rabbitt, speelde op de drums (Kevin Kruger) na alles zelf en produceerde en zong ook nog op zijn solo-debuut.
Echt een alleskunner dus, beetje categorie Aldo Nova en zowaar had deze plaat enig succes in de VS maar vanwege de culturele boycot van Zuid-Afrika mocht hij daar niet touren.

De opener "Getting to Know You Better" overdonderd je en geeft meteen het gevoel dat je deze altijd al kon.
Een perfecte rocksong met mooi jankend gitaarwerk, heavy riffs en een refrein wat al dagen in mijn hoofd rondspookt.
Bombastisch begin van "Finding Me a Way Back Home", daarna een zwaar synthesizer-aangedikte beat en melodieuze tussenstukken die wat aan Wings doen denken.
Het up-tempo "All I Want Is Your Love" bevat funk-achtige gitaarwerk en is meteen al zeer herkenbaar, hoor hoe ingenieus alles is ingespeeld.

Dromerig, heavy & spacey zijn de kenmerken van "Live a Bit".
Daarna een popdeuntje, "Fantasy" klinkt als een single maar blijft boeien door de continue variatie in begeleidend gitaarwerk.
Het rustige "Stay with Me" doet meteen aan Paul McCartney denken, aan zowel zang als opbouw.

Overstuurde synthesizers en koortjes, een soort heavy Abba meets Queen met funkivloeden.
Als je nu nog niet benieuwd bent hoe "Red Dessert" klinkt dan weet ik het ook niet meer, ik vind het in ieder geval geweldig !
Het song-festival achtige"Painted Picture" is het tweede rustpunt van deze plaat, een mooie ballad.
Een fusion/jazzrock begin van "Love Life", een dansbaar nummer met disco en funk- invloeden.
Het kan allemaal en het swingt als een trein, toffe afsluiter !

Ik heb altijd al iets gehad met deze plaat, dat moge duidelijk zijn.
Gisteren de originele CD binnengehad en een feest der herkenning want ik had het vroeger op vinyl.
Door de afwisseling, spontaniteit en variatie aan stijlen heb ik deze altijd veel beter gevonden als zijn latere solo-platen die wat eenvormiger en soberder van opzet zijn.

Mocht je deze willen aanschaffen, de meest recente CD-versie (uit 2002) is uitgebracht onder de titel "Beginnings" en begint al vrij zeldzaam te worden.
Geen zwakke songs hierop en een verdiende 4,5 ster !

Triumph - Just a Game (1979)

poster
3,5
Wat toegankelijker allemaal, en waarom ook niet ?
Hogere verkoopcijfers, hitparadenoteringen en erkenning door een grotere mainstream publiek.
Ze hadden zichzelf artistiek al bewezen met hun prima eerste 2 langspelers en je hoort hierop dat ze proberen een groter publiek aan te boren.
Wel jammer dat ze hun wat langere progressievere nummers overboord hebben gegooid maar dat past natuurlijk niet in hun jacht naar eeuwige roem.
Nou ja, eeuwige roem....
Vooralsnog bereikte ze met de single "Hold On" de 38ste plaats van de Amerikaanse hitparade en de 86ste plek met "Lay It on the Line ".

Maar goed, de eerste aanzet is er en achteraf bevat dit album de eerste Triumph klassieker voor een wat breder publiek nml "Lay It on the Line", een pakkend nummer met die kenmerkende hoge zang van gitarist Rik Emmet.
Neem de tijd voor de opener, ondanks het ingemixde live neppubliek toch wel een aardig nummer ook al lijkt het wat tam.
Het lange "Young Enough to Cry", een slowblues-achtige ballad waar je zin in moet hebben had beter als afsluiter kunnen dienen.

"American Girls" is te commercieel en simpel voor een band als Triumph, om het goed te maken daarna meteen het titelnummer.
Het prijsnummer van de plaat en misschien 1 van de beste Triumph songs ooit geschreven, lang slepend en afwisselend zonder progressief te zijn.

"Fantasy Serenade" is een kort gitaristisch klassiek instrumentaaltje en op een opmaat naar het mainstream "Hold On".
Luistert lekker weg, met akoustische stukken erin al met al een prima song.
Teleurstellende afsluiter, het rustige jazzy "Suitcase Blues" alhoewel veel mensen dit zullen waarderen kan ik er niets mee.

Al met al een goed album, ondanks 2 missers maar hun eerste 2 albums vond ik toch wat beter.

Triumph - Progressions of Power (1980)

poster
2,0
Een tegenvaller van de eerste orde dit 4de album van het Canadese trio Triumph.
De productie helpt ook al niet mee, nogal vlak en weinig dynamiekverschillen.
Mijn originele CD klinkt alsof ik een cassettebandje afspeel, ik heb weliswaar een oude nog niet geremasterde versie maar die had ik ook van "Just a Game" en die klonk wel goed.

Van het openingsnummer krijg ik in ieder geval geen zin in om naar de kroeg te gaan, nogal een chlichematige rocker.
"I Can Survive" is een betere song maar de doffe produktie verpest veel, als single haalde het netaan de top 100 in the States.
Het goede slepende "In the Night" klinkt gelukkig wat beter.

Het logge "Nature's Child" is in alle opzichten een ramp, het moeizame "Woman in Love" is al niet veel beter en het aoustische "Take My Heart" is aardig maar meer ook niet.
"Tear the Roof Off " klinkt zoals het heet, een beetje zoals de opener muzikaal gezien en terwijl ik dit typ (en tegelijk de CD hoor) besef ik me dat het nog slechter is als ik dacht.

Iets positief dan, op het alleraardigste instrumentale "Fingertalkin'" bewijs Rik Emmet dat hij toch wel heel goed gitaar kan spelen.
Een bombastisch begin van "Hard Road", en eindelijk hoor ik hier wat van de klasse terug die Triumph op de eerdere platen liet horen.
Maar het hoef niet meer, is eigenlijk al te laat.
Nee, zal niet meer snel deze opzetten en meer als 2 sterren kan ik echt niet geven.

Triumph - Rock & Roll Machine (1977)

poster
4,0
Triumph borduurt hierop voort op de door mij beschreven muziekstijl van het debuut.
Toch is deze plaat wat afwisselender, de bluesrockinvloed is wat minder alhoewel "Rocky Mountain Way" het tegendeel hiervan bevestigd.
Deze cover vind ik het zwakste nummer, dodelijk saai maar ik hou ook niet van de blues.

Het drieluik "The City" is mooi opgebouwd, als Triumph zijn sterk begrensde muziekkaders verlaat dan is het echt genieten.
Omdat ze dat zelden doen vervallen ze daarmee niet in herhalingen, en hun gewonere nummers blijven daarnaast ook degelijk en doordacht.
Het titelnummer kent een lange gitaarsolo die hoogst origineel is, geen zoveel mogelijk noten per seconde maar ook subtiel accoordenwerk.

Op deze plaat nog geen serieuze pogingen om de hitparades te bereiken (alhoewel het album de "platina" status bereikte in Canada).
Wat opvalt is "New York City Streets - Part I", een bijna gewoon popnummer met vrouwlijke achtergrondzang heel sfeervol.
De 2 openingsnummers zijn typische Triumph songs, ook de minimale samenzang met maximaal effect vallen hierbij op.
Dit zou het laatste album zijn van Triumph waar ze nog weleens licht progressief te werk gaan, de volgende is wat dat betreft een overgangsplaat naar de uitsluitend compacte hardrockstijl die ze later gaan spelen en perfectioneren.

Triumph - Triumph (1976)

poster
4,0
Triumph is een Canadese bluesrockachtige hardrockband met een transparant helder geluid en dito zang.
Het debuut is alleen in Canada enigzins bekend en laat al meteen horen waar Triumph voor staat, strakke compacte songs alhoewel ze vooral op de eerste platen er een lang uitgesponnen track bij hebben zitten.
Het waren toen al 3 ervaren muzikanten in de Canadese rockscene (en dat hoor je) die gedurende 12 jaar 9 studio albums uitbrachten in dezelfde bezetting en in 1993 hun laatste plaatwerk afleverden met een andere gitarist.
De zang wordt afwisselend verzorgd door drummer Gil Moore en gitarist Rik Emmett die vooral een hoge heldere zangstem heeft.
Ook hoor je regelmatig akoustische gitaarstukken al dan niet als intro en spaarzaam wordt er ook gebruik gemaakt van keyboards.
Bij Triumph geen improvisaties (misschien alleen in de gitaarsolos), over elke noot is nagedacht aldus een minimalistische benadering van de songs is het gevolg.

En daardoor vallen ze op, waren ze gewoon een band met een wat lossere benadering dan had ik het waarschijnlijk niets gevonden.
O.K, dit debuut bevat niet alleen maar goede songs, de tracks 6,7 en 8 zijn nogal gewoontjes (hier laten ze vooral het bluesrockgedeelte gelden) maar de rest is echt bovengemmideld goed.
Uitschieters zijn "Street Fighter" en "Street Fighter (Reprise)" die in elkaar overgaan waarbij "Reprise" een mooi akoustische song is.
De afsluiter "Blinding Light Show / Moonchild" kent verschillende gedeeltes, zowaar een kleine mini-opera maar wel in de al eerder beschreven Triumph stijl.
De eerste 3 songs staan ook als een huis, mocht je dit op CD willen hebben dit debuut is heruitgebracht onder de titel "In the Beginning"

Heb me voorgenomen om mijn 3 ontbrekende titels van Triumph dit jaar nog in huis te halen, wat een geweldige band !

Tröckener Kecks - Niet Alle Meisjes Zijn Verliefd op Kors (1982)

poster
3,0
Nog met Edward van Tilburg op zang en latere zanger Rick de Leeuw alleen nog op gitaar.
Ten opzichte van de eerste single en LP wat gestructureerder en beter gemuciseerd, en zowaar gewoon 2 goede songs.
Alleen het punkachtige snelle "Finishing Touch" kan je meteen vergeten, jammer dat de rest ook zo kort duurt.

"Niet Alle Meisjes Zijn Verliefd op Kors" gaat over de drummer van the Scene, grappige tekst en de koortjes geven het een meerwaarde.
De zanger kan eigenlijk niet zingen, uitzonderlijk goede muzikanten zijn het ook al niet maar dat geeft niet als de songs in principe gewoon goed zijn en herkenbaar.

Dat geldt ook voor het strak gespeelde "Lang Zo Aardig Niet", en voor zover ik weet het enigste nummer uit deze beginbezetting wat ooit officieel op CD is uitgebracht namelijk op de alleraardigste verzamel-CD "I'm Sure We're Gonna Make It" een overzicht van Nederlandse punkrock-songs uit de periode 1977-1982. I'm Sure We're Gonna Make It (1996)

Vrienden van mij hebben veel moeite gedaan om die eerste 2 singles en debuut -LP "Schliessbaum" op een CD te zetten (inclusief veel gekraak).
Dat de Tröckener Kecks dat niet fatsoenlijk zelf eens gedaan hebben zoals ze wel deden met "In de Krochten van de Geest ", die ik eens tijdens een concert heb gekocht....

Tröckener Kecks - Schliessbaum (1981)

poster
2,5
Altijd leuk, obscuur beginwerk van wat later een bekende band zou worden.
Vrijwel geen hond die dit kent, maar eenmaal uitgegeven in een oplage van 500 exemplaren en niet te vergelijken met het latere Tröckener Kecks werk.

Op zang Edward van Tilburg en gitaar Piet van Dijk (zijn niet meer op latere albums te horen).
De ritmesectie maakte later wel het succes mee nml bassist Theo Vogelaars en drummer Leo Kenter evenals de latere zanger Rick de Leeuw die hier alleen als gitarist te horen is.

Op de drums na die behoorlijk ritmevast is rammelt het aan alle kanten, bijna de helft van de songs bevatten aardige ideeen en gezocht word naar melodie en herkenbaarheid ook komt dat er nog niet helemaal uit.
Door de ondermaatse productie en meestal up-tempo songs word dit vooral als een punk plaat gezien maar daar zou je "Schliessbaum" tekort mee doen.
De teksten zijn ronduit bizar en absurdistisch te noemen, gezongen wordt over o.a Zeeuws meisje, digitale wekkers en de bouquet-reeks.
Ook zelfmoorden, verliefdheid en een slagboom passeren de revue in de teksten die vooral door Leo Kenter en gasttekstschrijver Jaap Meurs worden geschreven.

Uitblinkers zijn "Het Meisje van de Donutshop", "Samen Met José (1)" en "(Zij Was een) Slagboom" die je als echte afgeronde nummers kan zien.
Redelijke probeersels zijn nog "Mokerslagen", "Film" "Zeeuws Meisje" en "Femme Fatale".
De rest is eigenlijk gewoon slecht waaronder de 2 echt snelle punknummers "Lidmaatschap" en "Ik Slik Die Zever Niet".

Grappig debuut ook al geef ik er niet meer als 2,5 ster voor.