MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Georgia - Seeking Thrills (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Georgia - Seeking Thrills - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Georgia - Seeking Thrills
Georgia kiest op haar tweede album voor een wat toegankelijker geluid met flink wat synthpop invloeden, maar stiekem is er ook veel bijzonders verstopt in haar muziek

Georgia (Barnes) debuteerde ruim vier jaar geleden met een lastig te doorgronden debuut dat alle kanten op schoot. Op haar nieuwe album kiest ze voor een wat toegankelijker geluid, waarin zowel invloeden uit de synthpop als uit de techno zijn verwerkt. Hier blijft het niet bij, want Georgia verwerkt nog altijd veel invloeden in haar muziek, die net zo makkelijk naar Kraftwerk als naar Chvrches verwijst en hier en daar ook nog een vleugje Kate Bush toevoegt. Op hetzelfde moment staat Georgia garant voor aanstekelijke songs die je de dansvloer op slepen. Liefhebbers van veelzijdige elektronische pop vallen hier zich geen buil aan.

Het titelloze debuut van Georgia uit 2015 wist me zeker niet volledig te overtuigen, maar het debuut van de jonge Britse muzikante was wel interessant genoeg om nieuwsgierig te zijn naar haar nieuwe album, dat momenteel stevig gehyped wordt. Seeking Thrills verscheen deze week en is wat mij betreft een stuk evenwichtiger en beter dan het debuut van de muzikante uit Londen.

Georgia (Barnes) kreeg de elektronische popmuziek thuis met de paplepel ingegoten, want haar vader maakt deel uit van de invloedrijke band Leftfield. Ook Georgia heeft een zwak voor elektronische muziek en een liefde voor synthpop en techno.

Seeking Thrills staat vol met aanstekelijke synthpop zoals die in de jaren 80 werd uitgevonden en zich in de decennia die volgden verder ontwikkelde, maar ook invloeden uit de house en techno uit de jaren 90 hebben hun weg gevonden naar het album. Bij beluistering van Seeking Thrill duiken bij mij meerdere namen op. In eerste instantie vooral Robyn, maar op kleine afstand volgen onder andere Santigold, Chvrches en M.I.A., om me te tot drie te beperken.

Op haar tweede album maakt Georgia net wat toegankelijkere muziek dan op haar debuut. Een aantal songs op het album is bijzonder aanstekelijk en zeer geschikt voor de dansvloer, maar Seeking Thrill heeft ook zeker een experimentelere kant. In de wat lastiger te doorgronden songs op het album schuift Georgia wat meer op richting de elektronische popmuziek uit de afgelopen twee decennia, om er vervolgens toch ook wat invloeden uit de jaren 70 tegenaan te gooien. De Britse muzikante combineert dan op fraaie wijze invloeden van onder andere Kraftwerk en Giorgio Moroder uit de jaren 70 met synthpop uit de jaren 80, techno uit de jaren 90 en elektropop van deze tijd.

In muzikaal opzicht klinkt het afwisselend aanstekelijk en avontuurlijk en ook in vocaal opzicht kan het meerdere kanten op. Georgia kan in een aantal tracks uit de voeten als ware elektropop prinses, maar laat zich in de wat meer tegen de haren in strijkende tracks net zo makkelijk beïnvloeden door Kate Bush, zeker wanneer het tempo wat lager ligt en Georgia zich laat begeleiden door bezwerende klanken.

Enige liefde voor elektronische popmuziek en de dansvloer is zeker nodig om te kunnen genieten van Seeking Thrills van Georgia. Ik pik zelf maar zeer zelden een album met deze kwalificaties van de stapel, maar het tweede album van Georgia blijft me intrigeren en tegelijkertijd ook vermaken. Het is een verschil met haar debuut dat mij vooral intrigeerde, maar uiteindelijk nauwelijks vermaakte.

Het knappe van het tweede album van Georgia is dat de aanstekelijke tracks domineren, maar dat er ook altijd volop te ontdekken valt. Buiten de lekker in het gehoor liggende beats, sequencers en wolken synths, zijn er ook altijd uitstapjes buiten de gebaande paden. Georgia was op haar debuut niet bepaald stijlvast en ook op Seeking Thrills sleept ze er van alles bij en verrijkt ze haar synthpop met van alles en nog wat.

Ik ben zoals eerder gezegd geen heel groot liefhebber van het genre, maar zo af en toe zit er een album tussen dat net wat meer met me doet en dat uiteindelijk behoorlijk verslavend blijft. Seeking Thrills van Georgia is zo’n album. Erwin Zijleman

Georgia Harmer - Eye of the Storm (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Georgia Harmer - Eye Of The Storm - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Georgia Harmer - Eye Of The Storm
De Canadese muzikante Georgia Harmer maakte een paar jaar geleden een prachtig debuutalbum en overtreft dat album met het nog mooiere Eye Of The Storm, dat eenvoud combineert met vocale pracht

Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij de naam Georgia Harmer in eerste instantie vooral moest denken aan de Canadese singer-songwriter Sarah Harmer, die ruim 20 jaar geleden indruk maakte met prachtige albums. Ik was het bijzonder mooie debuutalbum van Georgia Harmer uit 2022 kennelijk alweer vergeten. Het nieuwe album van de eveneens Canadese muzikante ga ik zeker niet vergeten, want ik ben flink onder de indruk van Eye Of The Storm. Dat heeft deels te maken met de kracht van de songs en de ingetogen maar altijd fraaie klanken op het album, maar het is vooral de stem van Georgia Harmer die eindeloos betovert en Eye Of The Storm bij iedere keer horen weer net iets mooier maakt.


Georgia Harmer is een nichtje van de bekende Canadese singer-songwriter Sarah Harmer, die vooral aan het begin van dit millennium een aantal prima albums maakte, met You Were Here uit 2000 en All Of Our Names uit 2004 als mijn persoonlijke favorieten. Georgia Harmer, wiens ouders in de band van Sarah Harmer speelden, is geen nieuwkomer in de muziek, want ze debuteerde ruim drie jaar geleden al met het album Stay In Touch, waarover ik in het voorjaar van 2022 zeer enthousiast was.

Op haar debuutalbum maakte de muzikante uit Toronto indruk met een veelzijdig geluid dat meerdere genres bestreek en imponeerde ze met haar werkelijk prachtige stem, die van de prima songs op Stay In Touch wonderschone songs maakte. Deze week is de opvolger van Stay In Touch verschenen en ook Eye Of The Storm is weer een prachtig album.

Direct vanaf de eerste noten van het album is er de prachtige stem van Georgia Harmer, die nog wat mooier klinkt dan op haar debuutalbum. Het is niet alleen een hele mooie stem, want de Canadese muzikante zingt ook nog eens met veel gevoel en precisie, waardoor haar zang nog wat harder binnenkomt.

Eye Of The Storm opent met een behoorlijk ingetogen en sober ingekleurde song, maar ook dit keer balanceert de Canadese muzikante op het snijvlak van meerdere genres. De openingstrack van het tweede album van Georgia Harmer laat zich beluisteren als een indiefolk song, maar door de net wat ruwer klinkende gitaren is het ook voorzichtig een indierock song en door de aanstekelijke melodie bovendien een indiepop song.

De openingstrack van Eye Of The Storm klinkt ook nog eens intiem, wat de zeggingskracht van de song ten goede komt. Georgia Harmer heeft een zeer persoonlijk album gemaakt, dat werd opgenomen in woonkamers en garages en op veranda’s, waaruit af en toe geluiden opduiken. Het zorgt voor een bijzondere sfeer, die echt perfect past bij de songs van Georgia Harmer en bij haar betoverend mooie stem.

Samen met een aantal gastmuzikanten zet de muzikante uit Toronto een zeer smaakvol geluid neer, dat ze ook nog eens zelf en zeer vakkundig heeft geproduceerd. Het is een geluid waarin steeds net wat andere accenten worden gelegd, waardoor het album niet alleen aansluit op de hierboven genoemde genres maar ook fraai jazzy kan klinken of een snufje country toevoegt aan de folky songs van de Canadese muzikante.

Ik ben zeer gecharmeerd van het ingetogen maar toch ook volle geluid op Eye Of The Storm, dat de ruimte prachtig vult en aangenaam verwarmt en ook de nieuwe songs van Georgia Harmer spreken me zeer aan. Het is echter ook dit keer de stem van de Canadese muzikante die de meeste indruk maakt.

Georgia Harmer zingt soepel en vaak zacht, maar echt iedere noot is raak. Het maakt van Eye Of The Storm het perfecte album voor aan de randen van de dag, want wat klinkt het allemaal sfeervol en intiem. Op hetzelfde moment streeft Georgia Harmer lang niet altijd naar perfectie, wat haar songs voorziet van een aangename ruwheid en eenvoud.

Het is jammer dat het de laatste jaren zo stil is rond Sarah Harmer, al kwam ik wel een album uit 2020 tegen dat ik niet ken, maar gelukkig heeft de familie Harmer meer getalenteerde muzikanten in de gelederen, met Georgia Harmer voorop, die met Eye Of The Storm echt een prachtig album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman

Georgia Harmer - Stay in Touch (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Georgia Harmer - Stay In Touch - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Georgia Harmer - Stay In Touch
De Canadese muzikante Georgia Harmer laat op haar debuutalbum Stay In Touch horen dat ze bulkt van het muzikale talent en betovert met smaakvol ingekleurde songs en vooral met een prachtige stem

Georgia Harmer is een nichtje van de Canadese singer-songwriter Sarah Harmer, maar beschikt zelf ook over het nodige muzikale talent. Op haar debuutalbum Stay In Touch maakt Georgia Harmer in eerste instantie vooral indruk met haar prachtige stem. Het is een warme en heldere stem vol emotie en expressie, die de songs op het album verandert in prachtsongs. Stay In Touch is ook nog eens een bijzonder veelzijdig album, dat varieert van ingetogen folksongs tot wat stevigere rocksongs. Iedere song op het album klinkt weer anders en het is altijd goed. Het is dringen in dit genre, maar Georgia Harmer beschikt wat mij betreft over voldoende talent om uit te groeien tot een van de smaakmakers in het genre.

Voor het laatste plekje op de krenten uit de pop deze week had ik nog minstens een handvol interessante albums liggen, deels van muzikanten van naam en faam, maar ik heb uiteindelijk gekozen voor Stay In Touch, het debuutalbum van Georgia Harmer. Georgia Harmer is een jonge Canadese muzikante uit Toronto, die de muziek thuis met de paplepel ingegoten heeft gekregen.

Haar beide ouders speelden in de band van de tante van Georgia, de bekende Canadese singer-songwriter Sarah Harmer, die de afgelopen twintig jaar een aantal uitstekende albums heeft gemaakt. Met de muzikale genen zit het dus wel goed bij Georgia Harmer, die op haar debuutalbum laat horen dat ze bulkt van het talent. Stay In Touch laat bovendien horen hoe veelzijdig de muzikante uit Toronto is.

In Talamanca, de openingstrack van haar eerste album, maakt Georgia Harmer vooral indruk met haar mooie en heldere stem. Stay In Touch opent met een subtiel maar zeer smaakvol klinkende folksong, waarin fraaie gitaarlijnen om de prachtige stem van de Canadese muzikante heen draaien. De openingstrack van het debuut van Georgia Harmer laat niet alleen horen dat ze beschikt over een hele mooie stem, maar ook dat ze haar songs op bijzondere wijze kan vertolken dankzij een bijzondere timing en flink wat gevoel in haar stem.

Stay In Touch had van mij nog tien van dit soort songs mogen bevatten, maar Georgia Harmer is zoals gezegd een veelzijdige muzikante. In Headrush, de tweede track op het album, wordt de ingetogen folk verruild voor net wat stevigere gitaren en schuift het album opeens dicht tegen de muziek van Phoebe Bridgers aan, al is er wederom een hoofdrol voor de prachtige stem van Georgia Harmer.

Ook van dit soort songs had het album er wat mij betreft veel meer mogen bevatten, maar in track nummer drie, Know You Forver, schuift Stay In Touch wat op richting een meer jazzy geluid, met wederom een hoofdrol voor de wonderschone vocalen van de Canadese muzikante en een zeer smaakvolle inkleuring. Het zijn pas de eerste drie tracks, maar het was voor mij genoeg om te vallen voor de muzikale charmes van Georgia Harmer.

Op de resterende acht tracks op het album blijft Georgia Harmer betoveren met haar mooie stem en met songs die steeds weer net wat anders worden ingekleurd, maar stuk voor stuk onmiddellijk overtuigen. De ene keer schuift het wat op richting rock, de volgende keer richting folk, dan weer richting pop.

Met Stay In Touch vindt Georgia Harmer op overtuigende wijze aansluiting bij de jonge en vrouwelijke smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment, maar ook liefhebbers van rootsmuziek zullen gecharmeerd zijn van flink wat tracks op het album, waaronder bijvoorbeeld het fluisterzachte Be Here, dat weer een andere en wederom wonderschone kant van Georgia Harmer laat horen.

Het zijn dit soort ingetogen songs met subtiele klanken en zang die onmiddellijk zorgt voor kippenvel die mij het best bevallen op Stay In Touch, al is er ook op de wat stevigere tracks op het album niet veel aan te merken. Georgia Harmer laat op haar debuutalbum horen dat ze een uitzonderlijk goede zangeres is, maar ze laat ook horen dat ze in muzikaal opzicht en als songwriter met de besten mee kan. Er is helaas nog niet veel aandacht voor haar debuutalbum, maar Georgia Harmer verdient met dit prachtdebuut onmiddellijk een plekje in de spotlights. Erwin Zijleman

Georgia Knight - Beanpole (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Georgia Knight - Beanpole - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Georgia Knight - Beanpole
Georgia Knight heeft met Beanpole niet het makkelijkste album gemaakt, maar het is wel een interessant album dat de fantasie uitvoerig prikkelt en dat uiteindelijk flink wat memorabele songs blijkt te bevatten

Ik heb een zwak voor muziek die in Australië en Nieuw-Zeeland wordt gemaakt, want de muziek die aan de andere kant van de wereld wordt gemaakt klinkt vaak net wat anders. In het geval van Georgia Knight zelfs flink anders, want de muziek van de Australische muzikante is behoorlijk eigenzinnig. Haar debuutalbum Beanpole is ook nog eens behoorlijk divers, waardoor het in eerste instantie wat zoeken naar aanknopingspunten is, maar als je die eenmaal hebt gevonden wordt het debuutalbum van Georgia Knight steeds interessanter. Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het gaat wat mij betreft zeker op voor het fascinerende Beanpole.

Het waren de Nieuw-Zeelandse muziekmedia die me onlangs wezen op Beanpole van Georgia Knight. Dat is niet zo gek, want de Australische muzikante heeft niet alleen Melbourne maar ook het Nieuw-Zeelandse Lyttelton als uitvalsbasis, waardoor ze ook een streepje voor heeft bij de Nieuw-Zeelandse pers.

De informatie die ik bij het aanprijzen van het album mee kreeg was helaas zeer spaarzaam, maar op de bandcamp pagina van Georgia Knight kwam ik het volgende interessante citaat tegen. “Georgia Knight is an Australian singer, songwriter and musician. Primarily composing and performing her songs on an autoharp, she meanders through elements of folk, trip-hop, noise, synth soundscapes, dusty loops and samples, as songs bloom into a collage of pop music heavily entwined with the avant-garde”.

Het maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar de muziek op Beanpole, al vroeg ik me op voorhand ook zeker af of het album wel wat voor mij zou zijn. Ik kom de autoharp wel vaker tegen op vooral wat psychedelisch aandoende albums, maar echt gangbaar is het instrument niet, waardoor ik uitging van een bijzondere luisterervaring.

Op basis van de omschrijving van het debuutalbum van Georgia Knight was ik een beetje bang dat Beanpole niet veel meer zou zijn dan wat getokkel op de autoharp en zang, maar dat valt reuze mee. Beanpole bevat een beperkt aantal ingetogen songs waarin de autoharp en de stem van Georgia Knight domineren, maar er gebeurt altijd wel iets bijzonders in de songs van de Australische muzikante.

Dat kan zich beperkten tot wat achtergrondgeluiden (van een tv?) en wat percussie, maar Beanpole kan ook behoorlijk vol klinken met fraaie klankentapijten die de muziek van Georgia Knight opeens verrassend toegankelijk maken of met uitbundige ritmes die het album de kant van de triphop op duwen.

Zeker de wat toegankelijkere songs op het album dringen zich vrij makkelijk op, maar ze zorgen ook voor het geduld dat nodig is om de wat meer ingetogen en wat experimentelere songs op het album te kunnen waarderen. Overigens varieert Georgia Knight niet alleen flink tussen de songs, maar ook binnen de songs op Beanpole, waardoor je 35 minuten lang op het puntje van de stoel zit.

Zeker in de ingetogen songs hoor je dat Georgia Knight een uitstekende zangeres is. Ze beschikt over een mooi maar ook expressief stemgeluid en zingt bovendien met veel gevoel. De stem van de Australische muzikante kan op Beanpole alle kanten op, want net als ze je heeft betoverd met een uiterst ingetogen en gevoelige song, kan ze uitpakken met een uitbundigere en wat experimentelere song.

Het maakt van Beanpole een soms wat lastig te doorgronden, maar op hetzelfde moment ook zeer interessant album. Ik geef direct toe dat ik niet altijd in de stemming ben voor de muziek van Georgia Knight, maar op een of andere manier heeft het album ook een grote aantrekkingskracht op mij en maakt de muzikante uit Melbourne en Lyttelton me steeds weer nieuwsgierig naar alles dat komen gaat.

De verrassing blijft ook na meerdere keren horen, want Beanpole is anders dan de andere albums die dit jaar zijn verschenen en zet me ondanks de gewenning toch steeds weer op het verkeerde been. Ik heb dit jaar veel interessante muziek uit Nieuw-Zeeland ontdekt en er komt ook nog wat aan, maar het debuutalbum van Georgia Knight is echt heel bijzonder. Erwin Zijleman

Georgia Maq - Pleaser (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Georgia Maq - Pleaser / Camp Cope - How To Socialise & Make Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Georgia Maq - Pleaser / Camp Cope - How To Socialise & Make Friends
Georgia Maq leverde deze week een prima debuut af vol synthpop invloeden, maar het vorig jaar verschenen rockalbum van haar band Camp Cope is nog veel beter

Het aantal nieuwe releases is deze week zeer beperkt, maar het solodebuut van Georgia Maq mag er zeker zijn. De Australische singer-songwriter heeft een geweldige stem, die zich soepel beweegt in een vooral elektronisch klankentapijt. Dezelfde Georgia Maq leverde vorig jaar een geweldig album af met haar band Camp Cope. Het is een album dat eveneens wordt gedragen door de geweldige stem van Georgia Maq, die nog wat meer los gaat in een instrumentarium waarin de synths zijn vervangen door gruizige gitaren. Het debuut van Georgia Maq is uitstekend, maar het album van haar band is een instant klassieker.

De Australische band Camp Cope leverde vorig jaar het in kleine kring uitvoerig geprezen album How To Socialise & Make Friends af. Het is een album dat ik pas heb beluisterd nadat ik het soloalbum van Georgia Maq een paar dagen geleden tegen kwam tussen de nieuwe releases van deze week. Het album van Camp Cope is inderdaad zeer de moeite waard en hetzelfde kan gezegd worden over Pleaser van Georgia Maq.

Georgia Maq werd geboren als Georgia McDonald en maakt al vanaf jonge leeftijd muziek (op haar 16e dook ze voor het eerst op met de band Menstrual As Anything). Op het vorig jaar verschenen tweede album van Camp Cope maakte ze indruk met haar geweldige stem en deze stem domineert ook het geluid op haar eerste soloalbum.

Waar Georgia Maq met Camp Cope muziek maakt die vooral in het hokje rock past, verkent ze op Pleaser voornamelijk de pop. Het album opent met intense folkpop, die vanwege het ruwe en directe karakter niet eens zo heel ver is verwijderd van de muziek van Camp Cope, maar Pleaser flirt in de andere songs op het album nadrukkelijk met stuwende synthpop.

In muzikaal opzicht klinkt het best lekker, maar het meest in het oor springt de krachtige stem van Georgia Maq. Het is een stem die me meer dan eens doet denken aan die van Tracy Thorn (Everything But The Girl), die over het algemeen echter niet zo expressief en rauw zingt als Georgia Maq.

Pleaser duurt een half uur en verrast in dat half uur met prima songs en vooral met een geweldige stem, die zich prima staande houdt tussen de zwaar aangezette elektronische klanken en beats. Het smaakt absoluut naar meer, maar in de tussentijd laat How To Socialise & Make Friends van Camp Cope me maar niet los.

Ook op het tweede album van het Australische vrouwentrio uit Melbourne domineert de prachtstem van Georgia Maq, maar deze stem wordt dit keer niet omgeven door synths en beats maar door stevige gitaren.

Het maakt in muzikaal opzicht meer indruk, maar ook in vocaal opzicht grijpt Georgia Maq je steviger bij de strot dan met haar soloalbum. De Australische zangeres zingt in haar band net wat intenser en durft het hier en daar ook uit te schreeuwen, wat How To Socialise & Make Friends voorziet van heel veel dynamiek. Het past prachtig bij het licht gruizige gitaarwerk op het album, dat me wel wat doet denken aan de Amerikaanse band Buffalo Tom.

How To Socialise & Make Friends van Camp Cope citeert vooral uit de archieven van de 90s indie-rock (en schuurt hier en daar tegen Hole aan), maar de band sleept er hier en daar ook wat postpunk en Riot grrrl bij, zeker wanneer Georgia Maq in de teksten tegen flink wat onrecht aanschopt.

Pleaser is een prima solodebuut van de Australische singer-songwriter, maar op het laatste album van haar band hoor je pas echt hoe goed ze is. Camp Cope grijpt je op How To Socialise & Make Friends 40 minuten lang bij de strot met songs waar de urgentie en de passie van af spatten. Het is in muzikaal opzicht allemaal eerder gedaan, maar het gevoel en de woede in de stem van Georgia Maq tillen het tweede album van Camp Cope naar grote hoogten. How To Socialise & Make Friends haalde in Australië meer dan eens de jaarlijstjes en dat begrijp ik wel.

Al met al ben ik best blij met het eerste soloalbum van Georgia Maq, maar zielsgelukkig met het tweede album van haar band, dat ik, wanneer het album dit jaar zou zijn verschenen, zo in mijn jaarlijst zou hebben gezet. Erwin Zijleman

Georgia Mooney - Full of Moon (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Georgia Mooney - Full Of Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Georgia Mooney - Full Of Moon
De Australische muzikante Georgia Mooney trekt in muzikaal en vocaal opzicht alles uit de kast op een album vol bont gekleurde songs die balanceren op het lijntje tussen kunst en kitsch, maar die meestal aan de goede kant blijven

Bij mijn eerste kennismaking met het debuutalbum van Georgia Mooney wist ik echt niet wat ik met Full Of Moon aan moest. De bijzondere stem van de Australische muzikante slingerden me heen en weer tussen uitersten en dat deed het album ook in muzikaal opzicht. De strijkers zwellen continu aan en als Georgia Mooney er ook nog wat ouderwets klinkende synths aan toevoegt ligt overdaad op de loer. Het gekke is dat je vrij snel gewend raakt aan de bijna overdadige instrumentatie en vocalen en als je eenmaal bent gevallen voor een van de songs van Georgia Mooney volgt de rest snel. Full Of Moon is absoluut een van de meest bijzondere albums van deze week en het wordt steeds ietsje beter.

Georgia Mooney is een Australische muzikante, die in eigen land een aantal prijzen in de wacht sleepte als lid van de mij overigens onbekende folkband All Our Exes Live in Texas, wat een bijzondere naam is voor een Australische band. Georgia Mooney duikt deze week op als solomuzikant met haar debuutalbum Full Of Moon en dat is een album dat mij in eerste instantie volledig op het verkeerde been zette.

Het album opent met pianoklanken en de zeer opvallende stem van Georgia Mooney, die ik in eerste instantie zeker niet mooi vond. De openingstrack wordt al snel bijna overdadig ingekleurd met flink wat strijkers en heel veel synths en het zijn synths die zo lijken weggelopen uit de jaren 80 en destijds opdoken in wat kitscherige popmuziek.

Als ik was gestopt bij de openingstrack had ik het album van Georgia Mooney waarschijnlijk voorgoed terzijde geschoven, want zeker bij eerste beluistering vond ik het in de openingstrack van alles echt veel te veel. De belangrijkste reden om te blijven luisteren naar het album was dat het mij werd aanbevolen op het muziekplatform Musicmeter en inmiddels weet ik dat ik persoonlijke tips op dit platform serieus moet nemen. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want langzaam maar zeker ben ik overtuigd geraakt van de kwaliteiten van het debuutalbum van Georgia Mooney.

De Australische muzikante wordt in eigen land vergeleken met Kate Bush, maar dat is wanneer ik me beperk tot de zang niet de eerste naam die bij mij opkomt. Zeker bij eerste beluistering hoorde ik flarden Dolly Parton en Katie Melua en dat zijn allebei zangeressen die mij soms kunnen raken met een bijzondere stem, maar die me net zo makkelijk totaal niet kunnen bekoren. Inmiddels hoor ik af en toe wel iets van Kate Bush in de stem van Georgia Mooney, maar in muzikaal opzicht is ze flink ver verwijderd van het Britse icoon.

Ik vond de openingstrack zoals gezegd veel te veel van alles en hoewel de Australische muzikante in de meeste tracks wel iets voorzichtiger om gaat met de strijkers, blazers en met name de synths, blijft Full Of Moon een rijk ingekleurd album, waarop overdaad nooit ver weg is. De instrumentatie op het album is niet alleen rijk, maar schuurt hier en daar ook tegen de kitsch aan, waardoor ik flink heb geworsteld met het album. Het is een dunne lijn waarop de muzikante uit het Australische Sydney balanceert, maar ze blijft wat mij betreft in vrijwel alle tracks aan de goede kant van de streep.

Zeker in de wat minder bont ingekleurde tracks maakt Georgia Mooney uiteindelijk indruk met een bijzonder geluid met een aangename 70s vibe, maar ook de tracks met een veel voller ingekleurd geluid hebben wel wat, zeker wanneer het randje kitsch plaats maakt voor een randje ABBA of een vleugje 70s country en als de muzikanten nog een stapje terug doen heeft de muziek van de Australische muzikante zelfs iets zweverigs en bezwerends.

Ik kan me heel goed voorstellen dat Full Of Moon van Georgia Mooney te veel tegen de haren instrijkt, maar muziekliefhebbers die niet vies zijn van een vleugje drama en in muzikaal en vocaal opzicht een schepje of zelfs een flinke schep er bovenop kunnen zomaar gaan houden van dit bijzondere album. Zelf vind ik dit nog vooral een ‘guilty pleasure’ maar ik sluit niet uit dat er meer in zit. Erwin Zijleman

Geri van Essen - A New Hiding Place (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Geri van Essen - A New Hiding Place - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Geri van Essen groeide op in Nederland, maar woont inmiddels al een aantal jaren in Oost Londen.

Als kind zong ze vooral voor de lol in een kinderkoor, maar toen ze eenmaal de folk uit de jaren 70 had ontdekt in de platenkast van haar ouders wist ze dat ze haar eigen muziek wilde maken en waar kan dat als folkie beter dan in Londen?

Geri van Essen is inmiddels een aantal jaren een graag geziene gast op de vele Londense folkpodia, maar met A New Hiding Place heeft de Nederlandse singer-songwriter nu ook haar eerste plaat uitgebracht.

Het debuut van Geri van Essen bevat acht songs en duurt 23 minuten, waardoor A New Hiding Place als een mini-album moet worden gezien. Vanwege het enorme aanbod van het moment laat ik mini-albums meestal liggen, maar het debuut van Geri van Essen is wat mij betreft een mooie en bijzondere plaat, die ik zelf niet graag had willen missen.

Op haar debuut vertolkt Geri van Essen drie traditionals uit de archieven van de Amerikaanse folk en gospel en laat ze vijf eigen songs horen. Na het beluisteren van A New Hiding Place begrijp ik wel waarom de Britse folkliefhebbers zo enthousiast zijn over de muziek van Geri van Essen.

Bij folk denk ik in eerste instantie aan een stem die iets met je doet en Geri van Essen beschikt over zo’n stem. Net als de grootheden uit de historie van het genre, die met enige regelmaat opduiken als associatie, heeft de stem van Geri van Essen maar een paar noten nodig om je te raken en hierna speelt de vanuit Londen opererende Nederlandse singer-songwriter een gewonnen wedstrijd. Het een stem die intiem en fluisterzacht kan klinken, maar iedere noot is raak en komt aan.

De mooie, heldere en emotievolle stem van Geri van Essen staat centraal op A New Hiding Place, maar ook de instrumentatie op de plaat maakt indruk. In deze instrumentatie staat de akoestische gitaar uiteraard centraal en de vaak repeterende akkoorden zorgen voor een fraaie en warm klinkende basis.

Hier laat Geri van Essen het niet bij, want met de bijzondere bijdragen van een vervormde piano, een scheurende gitaar en vooral de meerdere malen opduikende trompet kleurt Geri van Essen hier en daar bijzonder fraai buiten de lijntjes van de traditionele Britse en Amerikaanse folk, waardoor A New Hiding Place zich makkelijk kan onderscheiden van al die andere traditionele folkplaten van het moment.

Geri van Essen maakt in de 23 minuten die A New Hiding Place duurt indruk met bijzondere accenten in de instrumentatie en doet hetzelfde in de vocalen door eenmaal een donkere mannenstem en eenmaal een pastoraal klinkende vrouwenstem toe te voegen, waardoor de schoonheid van haar eigen stem nog nadrukkelijker aan de oppervlakte komt.

Omdat ook de songs van Geri van Essen wonderschoon zijn en haar vertolking van traditionals nergens overbodig klinkt, durf ik Geri van Essen bij deze wel uit te roepen tot één van de grote beloften van de Nederlandse en de Britse folk. Het is een belofte die met A New Hiding Place een ijzersterk en bijzonder mooi visitekaartje aflevert. Erwin Zijleman

Geri van Essen - Cleaned the Windows (2021)

poster
4,5
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Geri van Essen - Cleaned The Windows - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Geri van Essen gaf met het mini-album A New Hiding Place in 2018 haar visitekaartje af en maakt alle belofte nu meer dan waar met het intieme en bijzonder mooie Cleaned The Windows

Ik keek al een tijd uit naar nieuwe muziek van de Nederlandse muzikante Geri van Essen, die haar geluk al enkele jaren in Londen zoekt en ook vond. De verwachtingen waren daarom hooggespannen, maar Geri van Essen maakt het meer dan waar. De muzikante uit Londen heeft de balans gevonden tussen een uiterst sober ingekleurd en wat traditioneel aandoend folkalbum en een wat moderner en voller ingekleurd folky album. De basis van Cleaned The Windows is sober en stelt de wonderschone stem van Geri van Essen centraal, maar door het toevoegen van subtiele en minder subtiele accenten van een flinke bak instrumenten klinkt het album ook vol en spannend. Wederom een bijzonder mooi album.

Gerry Rafferty - Rest in Blue (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gerry Rafferty - Rest In Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gerry Rafferty - Rest In Blue
Gerry Rafferty is al ruim tien jaar niet meer onder ons, maar dankzij zijn dochter ligt er nu een laatste album dat verrast met prima songs en ontroert door het trieste levensverhaal van de Schotse muzikant

Ook ik dacht bij de naam Gerry Rafferty tot voor kort uitsluitend aan Baker Street, de wereldhit van het succesvolle album City To City. Het is een wereldhit die de carrière van Gerry Rafferty heeft gemaakt en gebroken. De Schotse muzikant voelde zich na Baker Street nooit meer gewaardeerd, raakte in depressies en zocht troost bij de alcohol. In de jaren voor zijn trieste dood in 2011 werkte hij aan een album, maar verder dan demo’s kwam hij niet. Gerry Rafferty’s dochter Martha ontfermde zich na zijn dood over deze demo’s en maakte het album af met muzikanten die bevriend waren met haar vader. Het levert tien jaar na de dood van de Schot een album op dat ik alleen maar ijzersterk kan noemen.

Ik ben geen heel groot fan van Gerry Rafferty, of beter gezegd, ik ben grotendeels onbekend met zijn werk. Van de tien soloalbums die hij maakte heb ik alleen het zeer succesvolle City To City uit 1978, het album met de wereldhit Baker Street, in de kast staan, maar wie heeft dat album dat miljoenen keren over de toonbank ging niet?

Ook de albums van zijn bands Humblebums en Stealers Wheel heb ik niet en ik moet eerlijk toegeven dat ik de vraag of Gerry Rafferty nog leeft of niet tot een week geleden niet met zekerheid had kunnen beantwoorden. Inmiddels weet ik dat de Schotse muzikant aan het begin van 2011 op 63-jarige leeftijd overleed na decennia lang in gevecht te zijn geweest met depressies en alcohol.

Voor zijn dood werkte Gerry Rafferty al een jaar of vijf aan een nieuw album, maar verder dan wat demo’s kwam hij niet. De afgelopen jaren heeft zijn dochter Martha Rafferty zich over het oeuvre van haar vader ontfermd en besloot ze om het album dat slechts in ruwe vorm op de plank lag af te maken.

Rest In Blue is deze week verschenen en het is een album waar ik op voorhand niets van had verwacht. Allereerst omdat ik niet veel had of onbekend was met het werk van de Schotse muzikant, maar hiernaast omdat postuum uitgebrachte albums maar zelden interessant zijn en Gerry Rafferty ten tijde van de opnames al heel erg lang in een matige vorm verkeerde.

Rest In Blue heeft me echter enorm verrast en ontroerd. Dochter Martha heeft buitengewoon knap werk geleverd, want Rest In Blue klinkt geen moment als een verzameling ruwe demo’s. Het album is volgespeeld door muzikanten met wie Gerry Rafferty in het verleden werkte onder wie zijn vaste kompaan Hugh Burns, die ook al tekende voor de memorabele gitaarsolo in Baker Street en de van Dire Straits bekende toetsenist Alan Clark.

Naar verluidt waren de oorspronkelijke demo’s van Rest In Blue vooral met synthesizers ingekleurd, maar deze hebben op het album plaatsgemaakt voor warme en vooral organische klanken. Een aantal tracks op het album, waaronder de remake van de Stealers Wheel hit Stuck In The Middle With You, gaat wat de kant van de folk of Amerikaanse rootsmuziek op, maar Rest In Blue klinkt ook vaak als een album dat vlak na het zo succesvolle City To City gemaakt had kunnen zijn.

Gerry Rafferty tobde bij het opnemen van de demo’s voor het album al vele jaren met zijn gezondheid, maar dit had kennelijk weinig effect op zijn stem, die nog prima klinkt en niet veel afwijkt van die van de jonge Gerry Rafferty, wat op zijn minst bijzonder is.

Rest In Blue laat ook nog maar eens horen dat de Schotse muzikant een geweldig songwriter was. Het album staat vol met tijdloze popsongs die zich genadeloos opdringen. Het levert een bijzonder lekker album met 70s singer-songwriter muziek op, dat bijzonder aangenaam in het gehoor ligt en een uur lang vermaakt.

Rest In Blue ontroert me echter ook. Gerry Rafferty zal voor altijd worden herinnerd als de muzikant van Baker Street en als een eendagsvlieg, terwijl hij veel meer in zijn mars had. Dat laat hij nog een keer horen op Rest In Blue dat zo mooi en liefdevol is afgemaakt door zijn dochter.

Door Rest In Blue moet ik mijn mening over postuum uitgebrachte albums herzien, maar moet ik bovendien mijn mening over Gerry Rafferty bijstellen. Rest In Blue is een ijzersterk slotakkoord van een geweldige muzikant. Punt. Erwin Zijleman

Ghost Woman - Anne, If (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
https://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2023/01/ghost-woman-anne-if.html

Ghost Woman - Anne, If
Ghost Woman leverde afgelopen zomer een van de meest aangename albums met een retro jaren 60 geluid af en de band rond de Canadese muzikant Evan Uschenko herhaalt dit kunstje met Anne, If

Evan Uschenko leverde vorig jaar met zijn band Ghost Woman een album af dat nadrukkelijk uitnodigde tot het noemen van namen. Het waren vooral namen uit de garagerock en psychedelica uit de jaren 60, waarbij het zowel kon gaan om gevestigde namen als om culthelden. Op Anne, If heeft de Canadese muzikant het aantal te noemen namen nog wat verder uitgebreid. Ghost Woman heeft ook dit keer een voorkeur voor 60’s garagerock en psychedelica, maar sleept er ook wat andere invloeden uit de jaren 60 bij. Het klinkt ook dit keer weer bijzonder aangenaam of zelfs onweerstaanbaar lekker, maar het niveau ligt ook dit keer bijzonder hoog.

De Canadese band Ghost Woman debuteerde afgelopen zomer met een album dat klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast. Het was een platenkast die vooral was gevuld met garagerock en psychedelica uit de jaren 60. Dat is een genre dat ruim is vertegenwoordigd in meerdere series met verzamelaars, met de Nuggets boxen als meest aansprekende voorbeeld, maar ook het debuutalbum van Ghost Woman ging er in als koek.

Ghost Woman was en is het geesteskind van de Canadese muzikant Evan Uschenko, die maar net een half jaar na het titelloze debuutalbum van Ghost Woman alweer opduikt met een tweede album van zijn band. Het debuut van de band kleurde de zomer van 2022 prachtig in, maar ik zag het album ook terugkomen in flink wat jaarlijstjes, wat aangeeft dat de muziek van Ghost Woman meer was dan een soundtrack voor een handvol mooie zomerdagen.

Op Anne, If gaat Evan Uschenko verder waar het eerste album van Ghost Woman een half jaar geleden eindigde. Ook de nieuwe songs van de Canadese muzikant citeren stevig uit de garagerock en psychedelica uit de jaren 60 en ook dit keer zijn het songs die je bij eerste beluistering al decennia lijkt te kennen. Het is een beetje alsof je een van de fameuze Nuggets boxen uit de speakers laat komen en dat zegt veel over het niveau van de songs van Evan Uschenko, die zich zowel door de groten als door de culthelden uit de genres laat beïnvloeden.

Ook dit keer staan garagerock en psychedelica centraal, maar de Canadese muzikant oriënteert zich dit keer net wat breder en kan ook zomaar aansluiten bij een song van Pink Floyd, The Byrds of The Jesus And Mary Chain, wat duidelijk maakt waar deze bands hun inspiratie vonden.

Het debuutalbum van Ghost Woman vond ik bij eerste beluistering afgelopen zomer vooral een zeer aangenaam album of zelfs een ‘guilty pleasure’, maar uiteindelijk sloeg ik de muziek van Evan Uschenko veel hoger aan. Dat deed ik bij mijn eerste beluistering van Anne, If onmiddellijk.

De songs die putten uit de garagerock en psychedelica zijn onmiddellijk onweerstaanbaar lekker, maar ook als Evan Uschenko met een lome pedal steel en fraaie harmonieën opschuift richting de Amerikaanse rootsmuziek, houdt de Canadese muzikant een opvallend hoog niveau vast, zonder dat dit ten koste gaat van de meedogenloze wijze waarop de songs van Ghost Woman vermaken. Enig smetje is de wat experimentele instrumentale track die nergens naar toe gaat, maar buiten dit smetje ligt het niveau nog hoger dan op het debuutalbum van Ghost Woman.

Natuurlijk zijn er heel veel bands met een voorliefde voor jaren 60 retro, maar ik had en heb bij beluistering van de muziek van Ghost Woman geen moment het idee dat ik naar wat zouteloze retro aan het luisteren ben. Ook Anne, If doet er vanaf de eerste noten toe en houdt het hoge niveau vrijwel het hele album cast. Door de wat bredere scope voegt het tweede album van Ghost Woman ook iets toe aan het vorig jaar terecht bewierookte debuutalbum, waardoor Anne, If zomaar kan uitgroeien tot een van de betere albums in het genre dit jaar. Albums die klinken als een omgevallen platenkast zijn vrijwel altijd aangenaam, maar Ghost Woman legt de lat net wat hoger. Heerlijk album. Erwin Zijleman

Ghost Woman - Ghost Woman (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ghost Woman - Ghost Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ghost Woman - Ghost Woman
Albums die zich laten inspireren door psychedelica en garagerock uit de jaren 60 zijn er volop, maar albums die een zomerdag zo aangenaam inkleuren als het debuut van Ghost Woman hoor ik maar zelden

Ik had tot een paar dagen geleden nog nooit van Evan John Uschenko of van zijn band Ghost Woman gehoord, maar het titelloze debuutalbum van de band bevalt me zeer. Het is een album dat geen geheim maakt van alle inspiratie door garagerock en psychedelica uit de jaren 60, waarbij Evan John Uschenko geen onderscheid maakt tussen de grote namen en de obscure parels. De Canadese muzikant zoekt zijn geluk niet in eindeloos durende jams, maar vermaakt met popsongs van drie minuten waarbij het heerlijk wegdromen is. Op hetzelfde moment verrast Ghost Woman ook met mooi en veelkleurig gitaarwerk en met aangenaam dromerige vocalen. Lekker album.

Ghost Woman is niet het alter ego van de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indierock of indiepop, maar is een project van de Canadese muzikant Evan John Uschenko. Ik weet niet veel over de Canadese muzikant, buiten het feit dat hij de afgelopen jaren in de band van ene Michael Rault speelde, maar dat is een naam die bij mij eerlijk gezegd geen belletje doet rinkelen.

Ik weet wel waar Evan John Uschenko de mosterd haalt, want daar maakt hij op het debuut van Ghost Woman absoluut geen geheim van. Laat het titelloze album van Ghost Woman immers uit de speakers komen en je wordt onmiddellijk mee terug genomen naar de jaren 60. Uit dit decennium verwerkt Ghost Woman vooral invloeden uit de garagerock en de psychedelica.

Dat zijn invloeden die de laatste jaren veel vaker worden verwerkt, bijvoorbeeld door onze eigen Jacco Gardner en door het aan de lopende band albums uitbrengende King Gizzard & The Lizard Wizard. Het is daarom niet eenvoudig om je als nieuwkomer nog te onderscheiden, maar Ghost Woman slaagt daar wat mij betreft vrij makkelijk in.

De kracht van het debuutalbum van Ghost Woman schuilt wat mij betreft in de eenvoud. Evan John Uschenko maakt op het debuutalbum van zijn band geen geheim van zijn inspiratiebronnen en kiest bovendien voor songs zonder al te veel opsmuk. Het debuut van Ghost Woman bevat tien songs, waarvoor de band net iets meer dan een half uur nodig heeft.

Het album is daarom gelukkig geen album met eindeloze psychedelische jams, maar een album met tien songs met een kop en een staart. Het zijn songs die de ene keer wat ruwer en de andere keer wat minder ruw klinken, maar die altijd grossieren in psychedelische zonnestralen.

Het maakt van het debuut van Ghost Woman een pretentieloos feelgood album, maar dat betekent niet dat er in muzikaal, vocaal en artistiek opzicht weinig te genieten valt. De instrumentatie op het album is redelijk eenvoudig en het is bovendien een instrumentatie die hier en daar lekker rammelt, maar het gitaarwerk op het album is dik in orde en is niet alleen heerlijk nostalgisch, maar bovendien verrassend veelkleurig. Ook in vocaal opzicht stelt Evan John Uschenko me niet teleur. De zang op het debuut van Ghost Woman klinkt vooral lui en dromerig, maar de koortjes zijn opvallend mooi.

Evan John Uschenko heeft als Ghost Woman een album afgeleverd dat klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast. Het is een platenkast vol obscure en minder obscure parels uit de jaren 60 en vooral, maar zeker niet uitsluitend, parels uit de psychedelica en de garagerock. Het maakt van het eerste album van Ghost Woman een aangenaam zoekplaatje, maar het debuutalbum van de Canadese band is ook een album dat doet verlangen naar broeierige zomerdagen waarop alles mag maar niets hoeft.

Ik heb zeker niet iedere week behoefte aan albums als het debuutalbum van Ghost Woman, maar zo op zijn tijd is het onweerstaanbaar lekker. Ik heb de afgelopen maanden daarom met enige regelmaat albums in het genre beluisterd, maar het debuut van Evan John Uschenko als Ghost Woman bevalt me net een stukje beter. En ook met het risico dat de smaak er naar een paar keer wel af is blijkt het gelukkig erg mee te vallen. Erwin Zijleman

Ghost Woman - Hindsight Is 50​/​50 (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ghost Woman - Hindsight Is 50/50 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ghost Woman - Hindsight Is 50/50
De Canadees/Belgische band Ghost Woman wist op haar eerste twee albums de psychedelica en garagerock uit de jaren 60 fraai te reproduceren, maar kiest op album nummer drie voor een steviger en eigentijdser geluid

Ghost Woman had maar drie dagen nodig voor het opnemen van haar derde album Hindsight Is 50/50, maar de groei die de band laat horen is indrukwekkend. De band rond Evan John Uschenko is nog steeds niet vies van flink wat invloeden uit de psychedelica en garagerock zoals die in de jaren 60 werd gemaakt, maar laat op haar derde album in slechts anderhalf jaar tijd een wat eigentijdser geluid horen. De prachtige melodieën en de dromerige sfeer van de eerste twee albums zijn gebleven, maar ze zijn dit keer verpakt in een behoorlijk stevig en bij vlagen zelfs loodzwaar geluid. Het prachtige gitaarwerk tilt de songs van Ghost Woman nog een stukje verder op.

Ghost Woman is behoorlijk productief, want met Hindsight Is 50/50 levert de inmiddels Canadees/Belgische band al haar tweede album dit jaar af. Het eerder dit jaar verschenen Anne, If verscheen nog geen half jaar na het vorig jaar verschenen titelloze debuutalbum van de band, waardoor Ghost Woman binnen anderhalf jaar een oeuvre van drie albums heeft opgebouwd, wat knap is.

De band trok in de zomer van 2022 makkelijk de aandacht met een album vol jaren 60 psychedelica en garagerock. Het debuut van Ghost Woman klonk alsof je een van de Nuggets box-sets had opengetrokken, waardoor de band rond Evan John Uschenko misschien niet de originaliteitsprijs verdiende, maar wel aangenaam bedwelmde met psychedelische klanken, ruw gitaarwerk, dromerige zang en heerlijke koortjes. De band leek op haar debuutalbum afkomstig uit een heel ver verleden, maar op een of andere manier klonk het debuutalbum van de band ook urgent en voorzichtig eigentijds.

De band herhaalde dit kunstje op het begin dit jaar verschenen Anne, If dat niet alleen beter klonk, maar ook een net wat breder palet bestreek. Ook Anne, If citeerde nadrukkelijk uit de archieven van de psychedelica en garagerock uit de jaren 60, maar Evan John Uschenko sleepte er ook wat andere invloeden uit het decennium bij. Ook Anne, If klonk door alle invloeden uit het verleden bekend in de oren, maar het was lang geleden dat ik zo’n lekkere portie garagerock en psychedelica geserveerd had gekregen.

Evan John Uschenko en drumster lle van Dessel, die nu samen met de voormalige voorman de band vormt, hebben over inspiratie kennelijk niet te klagen, want op de valreep van 2024 gooien ze er met Hindsight Is 50/50 nog een album tegenaan. Het is een album dat misschien begint waar de vorige twee albums ophielden, maar Hindsight Is 50/50 slaat ook zeker nieuwe wegen in. Ook op het derde album van Ghost Woman hoor je volop invloeden uit de garagerock en psychedelica uit de jaren 60, maar Hindsight Is 50/50 klinkt ook een stuk eigentijdser.

Op Anne, If had ik af en toe associaties met het werk van The Jesus And Mary Chain uit de jaren 80, maar op Hindsight Is 50/50 maakt de band de sprong naar het heden, zonder alle inspiratie uit de jaren 60 te vergeten. Op Hindsight Is 50/50 is het geluid van Ghost Woman wat zwaarder aangezet en neigt het hier en daar zelfs naar stonerrock. De ritmesectie, met een hoofdrol voor het drumwerk van lle van Dessel, speelt wat intenser, maar het zijn vooral het scheurende gitaarwerk en de meedogenloze ridfs die de aandacht trekken.

Het stevigere en wat directere geluid op het derde album van Ghost Woman wordt nog altijd gecombineerd met wat dromerige zang, met bezwerende songs en met de honingzoete melodieën die prachtig contrasteren met de stevige gitaren. Ik was absoluut gecharmeerd van het jaren 60 geluid op de eerste twee albums van de toen nog Canadese band, maar het stevigere en meer eigentijds klinkende geluid op Hindsight Is 50/50 bevalt me nog een stuk beter.

De songs van Evan John Uschenko en lle van Dessel hebben nog altijd een aangename jaren 60 vibe, maar het fantastische gitaarwerk op het album geeft de muziek van Ghost Woman de eigen smoel die nog wat ontbrak op met name het debuutalbum van vorig jaar zomer. Vergeleken met dit pas anderhalf jaar oude album laat Ghost Woman wat mij betreft een bijna duizelingwekkende groei horen. Ik vraag me af waar dit gaat eindigen, want de band slingerde het fantastische Hindsight Is 50/50 in slechts drie dagen op de band. Erwin Zijleman

Gia Margaret - There's Always Glimmer (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gia Margaret - There's Always Glimmer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gia Margaret - There's Always Glimmer
Het anderhalf jaar oude debuut van Gia Margaret onderscheidt zich verrassend makkelijk met een bijzonder geluid, sterke songs en prachtige zang

There’s Always Glimmer had anderhalf jaar geleden uitgebreid bejubeld moeten worden, maar destijds bleef het vooral stil. Sinds een week ben ik zelf behoorlijk in de ban van het album dat zachte zang combineert met een dromerig maar verrassend veelkleurig geluid, waarin de singer-songwriter uit Chicago meerdere invloeden verwerkt. De bundeling van deze invloeden noemt Gia Margaret zelf “sleep rock” en het is zeker geen rock waarbij je in slaap valt. De Amerikaanse muzikante houdt de aandacht moeiteloos vast met songs die net wat dieper graven dan die van haar concurrenten. Ik ben heel benieuwd naar haar tweede album, dat als het meezit snel verschijnt.

Op de stapel met de restjes van 2019 kwam ik zelfs nog een album uit 2018 tegen. There’s Always Glimmer van Gia Margaret verscheen al in de zomer van 2018 en kreeg destijds niet heel veel aandacht. Ik vond het album kennelijk interessant genoeg om opzij te leggen en dat bleek bijna anderhalf jaar later een goede keuze.

De singer-songwriter uit Chicago, Illinois, nam haar debuut voor een deel op in haar slaapkamer en dat hoor je. There’s Always Glimmer bevat vooral dromerig klinkende popliedjes die worden gedomineerd door mooie gitaarlijnen en atmosferische synths. Het zijn mooie klanken, die prachtig passen bij de al even mooie en vaak zachte stem van Gia Margaret.

Toch is de Amerikaanse singer-songwriter niet de zoveelste “bedroom folkie”. In haar songs hoor je ook wel wat invloeden uit de indie-rock en duiken af en toe flarden Julien Baker op. Gia Margaret omschrijft haar muziek zelfs als “sleep rock” en dat is een vlag die de lading goed dekt.

Gia Margaret onderscheidt zich op meerdere manieren van haar talloze soortgenoten. De instrumentatie op There’s Always Glimmer is stemmig en trefzeker, maar ook spannend door het leggen van steeds net wat andere accenten. De ene keer domineert de akoestische gitaar, dan weer de elektrische, maar er zijn ook songs met een hoofdrol voor de piano en songs waarin de elektronica net wat dominanter aanwezig is.

Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de songs op There’s Always Glimmer. Gia Margaret schrijft mooie en melodieuze popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die knap in elkaar zitten en die niet altijd voor de makkelijkste weg kiezen, waardoor het debuut van de singer-songwriter uit Chicago lang blijft verrassen. Gia Margaret vertelt op haar debuut mooie verhalen en zingt ze met veel gevoel. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi en bijzonder het geluid van de Amerikaanse muzikante is en hoor je ook de meerwaarde ten opzichte van de talloze concurrenten in het genre.

Ik heb hierboven al gesproken over “bedroom folk” en “sleep rock”, maar There’s Always Glimmer verkent ook nog een aantal andere genres en bevat bijvoorbeeld invloeden uit de triphop, ambient, slowcore en zelfs een beetje shoegaze. Gia Margaret verwerkt al deze invloeden op subtiele wijze in haar eigen stijl, die het hele album consistent is, maar voldoende varieert om je op het puntje van je stoel te houden.

Het handjevol recensies dat in de zomer van 2018 verscheen, waaronder een van Pitchfork, is dan ook lovend over de muziek van Gia Margaret en ik sluit me hier bij aan. There’s Always Glimmer is een knap debuut dat overloopt van de belofte, maar dat anderhalf jaar geleden ook een veel beter lot had verdiend.

Ik heb de afgelopen week vaak naar het debuut van Gia Margaret geluisterd en ben steeds meer onder de indruk van de fraaie instrumentatie, de bijzondere sfeer, de sterke songs en de mooie zang. Gia Margaret vindt op haar debuut een fraai evenwicht tussen lekker in het gehoor liggende songs en voldoende avontuur en heeft bovendien een geluid gevonden dat aangenaam loom en dromerig klinkt, maar dat toch ook steeds net wat buiten de lijntjes kleurt. Ik ben er anderhalf jaar te laat mee, maar durf There’s Always Glimmer van Gia Margaret desondanks warm aan te bevelen als krent uit de pop. Erwin Zijleman

Giant Sand - Heartbreak Pass (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Giant Sand - Heartbreak Pass - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Giant Sand maakte in de tweede helft van de jaren 80 en in de eerste helft van de jaren 90 aan de lopende band geweldige platen en stond aan de basis van de zogenaamde Tucson Americana, maar sindsdien staat de band rond de eigenzinnige Howe Gelb vooral op een laag pitje en is het feitelijk meer een project dan een band.

Wanneer Howe Gelb weer eens een plaat wil maken onder de naam Giant Sand, trommelt hij flink wat bevriende muzikanten op, om vervolgens bijna achteloos een prachtplaat te maken.

Gelb heeft dat ook dit keer gedaan en heeft voor Heartbreak Pass een uit de kluiten gewassen en opvallend bont gezelschap aan gastmuzikanten verzameld. Wat te denken van Sonic Youth drummer Steve Shelley, Grandaddy’s Jason Lytle, de pedal steel van Maggie Björklund, topproducer John Parish (PJ Harvey) en voormalig Grant Lee Buffalo voorman Grant Lee Phillips. Heartbreak Pass heeft ook nog een Nederlands tintje, want in één van de songs duiken Ilse DeLange en JB Meijers, oftewel The Common Linnets 2.0 op.

Naast deze prachtige line-up is er natuurlijk ook nog Howe Gelb zelf, die de plaat van flink wat extra instrumenten, doorleefde vocalen en uiteraard een flinke dosis eigenzinnigheid heeft voorzien.

Heartbreak Pass werd opgenomen in een aantal Europese steden en in de thuisbasis Tucson, Arizona, en is, mede door de grote verscheidenheid aan gastmuzikanten, één van de meest veelzijdige platen die Giant Sand tot dusver heeft uitgebracht.

De plaat opent prachtig ingetogen met een akoestische gitaar en de unieke voordracht van Howe Gelb, maar vervolgens schiet de plaat alle kanten op. Alle gastmuzikanten mogen hierbij hun steentje bijdragen, waardoor Giant Sand het ene moment net zo rauw klinkt als Sonic Youth, om vervolgens de Americana te verruilen voor de indie-rock die raakt aan de muziek waarmee Grandaddy ooit zoveel roem wist te vergaren. Het is nog maar het topje van de ijsberg.

Het is knap dat Heartbreak Pass ondanks alle invloeden klinkt als een echte Giant Sand plaat. Dat ligt voor een deel aan de herkenbare zang van Howe Gelb, maar ook de fraaie productie van John Parish heeft ervoor gezorgd dat de diverse genres die Howe Gelb op Heartbreak Pass aan zijn zegekar bindt worden ingepast in het typische en mij inmiddels zo dierbare Giant Sand geluid.

Natuurlijk maakt Howe Gelb het de luisteraar weer niet makkelijk, bijvoorbeeld door het ene moment te betoveren met heerlijk gitaarwerk, maar niet veel later uit te pakken met vervreemdende elektronica, maar bij Howe Gelb heb ook altijd het idee dat overal over is nagedacht en uiteindelijk werkt ook vrijwel alles.

Mede door de wel erg eigenzinnige wijze waarop Howe Gelb muziek maakt, waren de laatste platen van Giant Sand wat mij betreft toch wel wat minder dan de platen die de band, destijds nog met Joey Burns en John Convertino (nu de basis van Calexico) in de gelederen, in het verre verleden maakte, maar Heartbreak Pass bevalt me ouderwets goed.

Howe Gelb is uitstekend op dreef met een aantal donkere en broeierige Americana songs, maar hij slaat ook op geslaagde wijze zijn vleugels uit in een aantal songs waarvoor Lou Reed in zijn beste dagen zich niet zou hebben geschaamd.

Heartbreak Pass is in eerste instantie een veelkleurige puzzel waarin de aanknopingspunten wel eens ontbreken, maar uiteindelijk valt alles op zijn plaats en dragen ook de impulsen van de elektronica van Jason Lytle, die ik in eerste instantie wat minder geslaagd vond, nadrukkelijk bij aan het bijzondere resultaat. Ook het Nederlandse tintje valt overigens niet tegen, want Ilse DeLange schuurt heerlijk de vocalen van Howe Gelb aan en tekent voor één van de hoogtepunten op de plaat.

Het uit 15 songs bestaande Heartbreak Pass telt uiteindelijk vele hoogtepunten en is niet alleen één van de betere platen van Giant Sand, maar ook één van de betere platen van het moment. Erwin Zijleman

Gigi Perez - At the Beach, in Every Life (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Gigi Perez - At The Beach, In Every Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Gigi Perez - At The Beach, In Every Life
Het zat de Amerikaanse muzikante Gigi Perez de afgelopen jaren niet mee, maar het inspireerde haar wel tot het buitengewoon indrukwekkende At The Beach, In Every Life, dat best een droomdebuut genoemd mag worden

Heel af en toe kom je een debuutalbum tegen dat bijna een garantie biedt op een prachtige carrière in de muziek. At The Beach, In Every Life van de Amerikaanse singer-songwriter Gigi Perez is zo’n album. Het is een album dat laat horen dat Gigi Perez een geweldige zangeres is, die in iedere song weer anders kan klinken. Ze overtuigt bovendien met zeer persoonlijke songs waarin ze van haar hart geen moordkuil maakt. Het zijn ook nog eens songs die avontuurlijk en verrassend gevarieerd zijn ingekleurd. Gigi Perez houdt je twaalf songs lang aan de speakers of koptelefoon gekluisterd, waarna je alleen maar kunt concluderen dat ze met At The Beach, In Every Life een wereldplaat heeft gemaakt.

Bij de meeste nieuwe (indie)pop albums die ik beluister heb ik direct associaties met de muziek die al eerder is gemaakt in het genre. Dat is wat mij betreft helemaal niet erg, want het eren van muzikale helden is zo oud als de popmuziek zelf. Toch is het ook wel eens leuk om een album tegen te komen dat anders klinkt dan de andere albums van het moment en dat een andere dimensie of in ieder geval andere kleur toevoegt aan het inmiddels overvolle genre.

Tussen de nieuwe releases van deze week kwam ik zo’n album tegen en het is een album dat ik echt steeds leuker en bijzonderder ga vinden. At The Beach, In Every Life is het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Gigi Perez, wiens naam ik voor deze week nog niet eerder was tegen gekomen, maar die ik vanaf nu echt niet meer ga vergeten.

Haar debuutalbum kwam er niet zonder slag of stoot en volgt op de nodige ellende in het leven van de jonge muzikante, die opgroeide in Florida. Gigi Perez, ook bekend als Gigi, zat op het prestigieuze Berklee College Of Music tot de coronapandemie de opleiding stil legde, waarna haar zus (die is te horen in een aantal geluidsfragmenten op het album) plotseling overleed en haar relatie op de klippen liep. Dat kwam allemaal hard aan, zeker gecombineerd met de corona lockdowns die het leven nog wat donkerder kleurden.

Gigi Perez vond een uitlaatklep in het posten van muziekfilmpjes op TikTok, waarin ze ook uiting gaf aan haar queer identiteit. Die filmpjes bleven niet onopgemerkt, ook niet door de grote platenmaatschappijen, die het unieke talent van de Amerikaanse muzikante herkenden. Gigi Perez tekende een platencontract bij een major en leek klaar voor een mooie carrière in de muziek.

Haar platenmaatschappij bleek helaas een slechte match, waardoor ze al weer snel op straat stond. Dat Gigi Perez het ook op eigen benen redt blijkt deze week, want met At The Beach, In Every Life heeft ze een uitstekend debuutalbum afgeleverd. Het is zoals gezegd een debuutalbum met een opvallend eigen geluid.

Het is een geluid dat voor een belangrijk deel bestaat uit zwaar aangezette akoestische gitaren en al even zwaar aangezette vocalen. Gigi Perez zingt met veel expressie en heeft haar zang ook nog eens in meerdere lagen opgenomen, waardoor de zang af en toe met veel energie en kracht uit de speakers komt. De stem van de Amerikaanse muzikante klinkt flink anders dan gebruikelijk in het genre, waarin de fluisterzachte vocalen domineren, maar ik vind de zang op At The Beach, In Every Life echt zeer overtuigend.

Zeker wanneer de zang wat minder krachtig en expressief klinkt laat Gigi Perez horen dat ze beschikt over een groot bereik en bovendien met heel veel emotie kan zingen. Het levert hier en daar een vleugje Jeff Buckley op, maar vergelijken is in het geval van Gigi Perez eigenlijk zinloos.

Ook de muziek op het album is verrassend veelkleurig. De door akoestische gitaren gedomineerde songs roepen een aangenaam kampvuur gevoel op, maar wanneer de muziek ruimtelijker en atmosferischer klinkt, stort Gigi Perez ook de nodige melancholie uit over de luisteraar.

Zeker de wat meer ingetogen en melancholische songs laten wat mij betreft het enorme talent van Gigi Perez horen, maar At The Beach, In Every Life is redelijk constant qua niveau, dat hoog ligt. Het levert een bijzonder debuutalbum op, dat met een beetje geluk kan uitgroeien tot een van de grote debuutalbums van het muziekjaar 2025. Erwin Zijleman

Gillian Welch - Boots No. 1 (2016)

Alternatieve titel: The Official Revival Bootleg

poster
4,5
De krenten uit de pop: Gillian Welch - Boots No. 1: The Official Revival Bootleg - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Over de beperkte productiviteit van Gillian Welch is de afgelopen jaren al meer dan genoeg geschreven en teveel gespeculeerd, dus ik hou me bij de feiten.

Nadat de singer-songwriter uit New York tussen 1996 en 2003 vier platen had uitgebracht, was het meer dan acht jaar stil en ook sinds de release van The Harrow & The Harvest in 2011 zijn al weer ruim vijf jaar verstreken.

Sindsdien moeten we blij zijn met een enkele bijdrage aan een soundtrack, een tribute plaat of een plaat van Dave Rawlings Machine en dat is te weinig voor een muzikant van het kaliber van Gillian Welch.

Gelukkig is het wel zo dat alles waar Gillian Welch haar naam aan verbindt van een ontzettend hoog niveau is. Zo zijn Revival uit 1996, Hell Among The Yearlings uit 1998, Time (The Revelator) uit 2001, Soul Journey uit 2003 en het al eerder genoemde The Harrow & The Harvest stuk voor stuk platen om te koesteren. Het zijn bovendien baanbrekende platen, die de interesse voor stokoude Amerikaanse folk muziek hebben aangewakkerd en bovendien op geheel eigen wijze voortborduren op deze stokoude Amerikaanse folk.

Het is moeilijk te geloven dat Revival al weer twintig jaar oud is, maar gelukkig wordt de verjaardag van deze inmiddels tot een klassieker uitgegroeide plaat in stijl gevierd. Met Boots No 1: The Official Revival Bootleg hebben we er immers opeens twee cd’s met Gillian Welch bij, al is het helaas geen muziek van recente datum.

Zoals de titel al doet vermoeden bevat Boots No 1: The Official Revival Bootleg materiaal dat stamt uit de periode waarin het debuut van Gillian Welch werd opgenomen. De 21 songs op de plaat zijn goed voor vijf kwartier muziek en laten alternatieve versies van songs die terecht kwamen op Revival, demo’s en outtakes horen. Het is oneerbiedig gezegd dus niet veel meer dan een verzameling restjes, maar Boots No 1: The Official Revival Bootleg laat horen dat ook een verzameling restjes een grootse plaat op kan leveren.

Boots No. 1 ligt grotendeels in het verlengde van de muziek die Gillian Welch op haar debuut liet horen, maar laat ook horen dat ze net zo makkelijk had kunnen kiezen voor andere wegen, bijvoorbeeld wanneer de elektrische gitaar uit de kast wordt gehaald voor een portie rock ’n roll.

Ook op Boots No. 1 staan de mooie stemmen van Dave Rawlings en met name Gillian Welch centraal, hoor je hun trefzekere en veelzijdige gitaarspel en hoor je boven alles steeds weer songs die iets met je doen. En ook voor het opnemen van dit materiaal kon natuurlijk een beroep worden gedaan op topkrachten als Jim Keltner, Greg Leisz en producer T-Bone Burnett en ook dat helpt.

Gillian Welch mag niet heel productief zijn, maar alles dat ze maakt is prachtig, ook als het gaat om een verzameling restjes van de plank. Kortom, een plaat om heel blij mee te zijn. Erwin Zijleman

Gillian Welch - Boots No. 2 (2020)

Alternatieve titel: The Lost Songs, Vol. 1

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gillian Welch & Dave Rawlings - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. / All The Good Times - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gillian Welch & Dave Rawlings - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. / All The Good Times
Gillian Welch neemt een duik in haar archieven en levert met Dave Rawlings ook nog eens een intiem lockdown album af, wat in één klap twee geweldige Gillian Welch albums oplevert

Ik volg het nieuws rond Gillian Welch kennelijk niet zo goed, want het samen met Dave Rawlings gemaakte All The Good Times is me twee weken geleden ontgaan. Ik kwam het album op het spoor door de release van de verzameling restmateriaal op Boots No. 2, dat weer onderdeel blijkt van een nog dit jaar te completeren trilogie. Het zijn in kwantitatief opzicht goede tijden voor de liefhebbers van de muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings en ook in kwalitatief opzicht valt er niets te klagen. Beide albums bevatten vooral sober ingekleurde songs met de zo herkenbare stemmen van het tweetal uit Nashville. Bij elkaar anderhalf uur smullen van de unieke muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings en er is nog veel meer op komst.

Er is de afgelopen 15 jaar veel gesproken over de vermeende writer’s block van Gillian Welch, maar deze zou inmiddels wel erg lang duren en bovendien is er nooit bewijs voor aangedragen. Het lijkt er op dat de Amerikaanse singer-songwriter en haar partner Dave Rawlings vooral erg kritisch zijn op hun werk.

We moeten daarom blij zijn met alles dat wel komt en dus werd ik een week of twee geleden aangenaam verrast door de aankondiging van de release van Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. Het is de opvolger van Boots No. 1, The Official Revival Bootleg uit 2016 dat restmateriaal bevatte van de sessies die uiteindelijk haar debuut Revival uit 1996 opleverden.

Het voegde vijf kwartier interessante muziek toe aan het oeuvre van Gillian Welch en daar komt met Boots No. 2 nog eens drie kwartier bij. En er zit nog veel meer in het vat, want Boots No. 2 is pas het eerste deel met “lost songs”. De overige twee delen verschijnen als het goed is de komende maanden zodat 2020 zomaar een prachtig jaar voor de liefhebbers van Gillian Welch lijkt te worden.

Het wordt nog mooier, want toen ik het album opzocht op de bandcamp pagina van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zag ik daar ook All The Good Times staan. Het is een album van Gillian Welch en Dave Rawlings dat een paar weken geleden uit het niets werd uitgebracht en waar ik nog niets over ben tegengekomen. Het maakte de aangename verrassing nog wat groter.

Goed, eerst Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. Het is net als Boots No. 1 een album dat gevuld is met restmateriaal en dit keer gaat het om restmateriaal dat stamt uit de eerste jaren van het huidige millennium, waarin Gillian Welch twee prachtige albums uitbracht, Time (The Revelator) uit 2001 en Soul Journey uit 2003. Boots No. 2, The Lost Songs. Vol. 1 bevat restmateriaal uit deze periode en het is restmateriaal dat varieert van demo’s tot opgenomen songs die uiteindelijk net de albums niet haalden.

De meeste songs op het album zijn sober. Akoestische gitaar en zang vormen de belangrijkste bestanddelen van de meeste songs op het album, hier en daar aangevuld met prachtig ander snarenwerk van Dave Rawlings. Het is sober, maar het is ook vanaf de eerste noten het uit duizenden herkenbare Gillian Welch geluid, die uitstekend uit de voeten kan met sobere klanken.

Time (The Revelator) is mijn favoriete Gillian Welch album en ook het restmateriaal uit de vroege jaren 00 bevalt me uitstekend. Het snarenwerk is sober maar ook warm en de stem van Gillian Welch is er een waarvoor ik nog altijd makkelijk smelt. Boots No. 2 bevalt me nog wat beter dan zijn voorganger en dan is er ook nog het vooruitzicht dat we nog twee delen tegoed hebben. Het is een prachtig vooruitzicht.


En dan is er dus ook nog All The Good Times, dat volgens de cover All The Good Times Are Past And Gone heet. Het is een album dat Gillian Welch en Dave Rawlings opnamen tijdens de corona lockdown. Het met eenvoudige middelen opgenomen album bevat 10 songs en het zijn allemaal covers of bewerkingen van traditionals.

Ook dit keer moeten we het doen met fraai snarenwerk en de stemmen van Gillian Welch en Dave Rawlings, die elkaar afwisselen en bovendien tekenen voor geweldige harmonieën.

De songs van onder andere Bob Dylan en John Prine en de door Dave Rawlings en Gillian Welch bewerkte traditionals worden stuk voor stuk voorzien van het unieke stempel van het tweetal uit Nashville en vormen een wat weemoedige maar bijzonder fraaie soundtrack van het leven in corona tijd.

All The Good Times klinkt meestal nog wat ruwer dan het restmateriaal van Boots No. 2, maar het pakt geweldig uit, al is het maar omdat de stemmen van Gillian Welch en Dave Rawlings in een sobere muzikale setting alleen maar krachtiger worden.

We kunnen het nog lang hebben over de writer’s block van Gillian Welch, maar met vier albums in een jaar tijd hebben we natuurlijk niets te klagen. Ik teer al vele jaren op al het moois dat Gillian Welch in het verleden maakte, maar ben heel blij met al dit nieuwe werk, dat nog maar eens de unieke talenten van Gillian Welch en Dave Rawlings onderstreept. Erwin Zijleman

Gillian Welch - Boots No. 2 (2020)

Alternatieve titel: The Lost Songs, Vol. 2

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gillian Welch - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gillian Welch - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2
Gillian Welch gooit er nog maar eens een verzameling restmateriaal tegenaan, maar dit is restmateriaal dat echt geen moment onder doet voor haar allerbeste werk

Rond Gillian Welch was het de afgelopen jaren vooral stil, maar dit jaar kan het niet op. Allereerst was er de samen met Dave Rawlings gemaakte serie lockdown covers en hierna volgde het eerste deel van Boots No. 2, The Lost Songs. Deel 3 volgt later dit jaar, maar deel 2 verscheen deze week. Ik vond het eerste deel van Boots No. 2, The Lost Songs al prachtig, maar het tweede deel is nog veel mooier en misstaat niet tussen het allerbeste werk van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee. De instrumentatie is prachtig, de zang is geweldig en de songs behoren tot de mooiste die Gillian Welch schreef. Wat een traktatie deze verzameling restjes.

Afgelopen zomer werden we twee keer verrast door Gillian Welch. Eerst met het samen met haar partner Dave Rawlings gemaakte All The Good Times en nog geen twee weken later met de release van Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. All The Good Times bevatte een tijdens de Amerikaanse lockdown opgenomen serie covers, terwijl het eerste deel van Boots No. 2, The Lost Songs restmateriaal bevatte van de twee albums die Gillian Welch aan het begin van het huidige millennium maakte.

Gillian Welch liet een paar jaar geleden op Boots No. 1 al horen dat haar restmateriaal niet onder doet voor de muziek die ze wel heeft uitgebracht en het eerste deel van Boots No. 2 onderstreepte dat nadrukkelijk. Prettige bijkomstigheid was dat het ging om restmateriaal uit de tijd van Time (The Revelator) uit 2001 en Soul Journey uit 2003, twee van mijn persoonlijke favorieten in het oeuvre van Gillian Welch.

Waar we vorige maand nog werden verrast door Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1, komt het tweede deel niet als een verrassing. Vol. 2 werd immers vorige maand al aangekondigd, net als Vol. 3 dat ook nog dit jaar zal verschijnen. Dat Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 er aan zat te komen is misschien geen verrassing, maar de hoge kwaliteit van het album is dat wat mij betreft wel.

De songs die Gillian Welch, uiteraard bijgestaan door Dave Rawlings, opnam tussen de release van Time (The Revelator) en Soul Journey in, had wat mij betreft niet misstaan als reguliere release. Sterker nog, de verzameling sterke songs op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 had zomaar uit kunnen groeien tot een van de betere albums van Gillian Welch.

In muzikaal opzicht is ook deze serie songs minder verrassend. Ook op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 horen we het inmiddels uit duizenden herkenbare Gillian Welch geluid. Het is een geluid dat teruggrijpt op de folk zoals die aan het begin van de vorige eeuw werd gemaakt in de Amerikaanse Appalachen. Het is de folk die met name door Gillian Welch op de kaart werd gezet aan het eind van de jaren 90 en de eerste jaren van het huidige millennium, ook via haar bijdrage aan de soundtrack van de film O Brother, Where Art Thou?

Ook de instrumentatie op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 zal niemand verrassen. Ook de songs op deze tweede selectie restmateriaal uit de vroege jaren 00 zijn volledig akoestisch en betrekkelijk sober ingekleurd met vrijwel uitsluitend en overigens prachtig klinkende akoestische gitaren en incidenteel wat accenten van onder andere een mondharmonica en een elektrische gitaar.

Natuurlijk horen we op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 ook de uit duizenden herkenbare stem van Gillian Welch, hier en daar op de achtergrond ondersteund door Dave Rawlings. Over de vocale kwaliteiten van de singer-songwriter uit Nashville zijn de meningen verdeeld, maar mij weet ze iedere keer weer diep te raken.

Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 moet dus haast wel in positieve zin opvallen door een serie uitstekende songs. Het is het soort songs dat we inmiddels al bijna 25 jaar van Gillian Welch kennen, maar de songs op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 doen niet onder voor haar beste werk en hoe vaker ik ze hoor, hoe beter ze worden.

Gillian Welch staat zeker niet bekend om haar enorme productiviteit, maar dit jaar krijgen we er toch flink wat songs bij, waarvan die 15 van Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 mij vooralsnog het best bevallen, maar Vol. 3 moet nog komen. Dat 2020 een opvallend mooi Gillian Welch jaar is, is echter al lang zeker. Erwin Zijleman

Gillian Welch - Boots No. 2 (2020)

Alternatieve titel: The Lost Songs, Vol. 3

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gillian Welch - Boots No. 2: The Lost Songs, Vol. 3 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gillian Welch - Boots No. 2: The Lost Songs, Vol. 3
Albums van Gillian Welch waren de afgelopen twintig jaar schaars, maar dat is in 2020 ruimschoots gecompenseerd met vier albums en ook deze is weer van hoog niveau

Gillian Welch en haar metgezel David Rawlings waren aan het begin van het huidige millennium uitermate productief. Het leverde de twee beste albums van Gillian Welch op, maar er was nog veel meer. Drie complete albums kwamen er dit jaar uit de archieven en ze zijn alle drie goed. Het tweede deel van Boots No. 2: The Lost Songs sprong er wat bovenuit, maar ook op het nu verschenen derde deel valt er toch weer veel te genieten. Het is ruim drie kwartier lang het uit duizenden herkenbare geluid van Gillian Welch en David Rawlings, maar luister wat beter en je hoort absoluut variatie. Je hoort bovendien dat ook het restmateriaal van de twee van hoog niveau is.

Sinds 2003 zijn er nogal wat jaren voorbij gegaan zonder een enkel album van Gillian Welch, maar dit jaar vliegen de albums je om de oren. Met het derde deel van Boots No. 2: The Lost Songs voltooit Gillian Welch de afgelopen zomer aangekondigde trilogie en dan was er ook nog het gloednieuwe en volledig met covers gevulde All The Good Times.

Ik vond met name het tweede deel van Boots No. 2: The Lost Songs erg sterk, maar ik was dit jaar blij met iedere worp van Gillian Welch. Ook het deze week verschenen album mag er weer zijn, al is het maar omdat het toch weer net wat anders klinkt dan de vorige twee albums in de serie.

Ook op Boots No. 2: The Lost Songs, Vol. 3 horen we Gillian Welch weer samen met haar metgezel David Rawlings aan het werk en komt werk voorbij dat tussen de albums Time (The Revelator) uit 2001 en Soul Journey uit 2003 werd opgenomen. De twee Amerikaanse muzikanten maakten destijds overuren om van een platencontract af te komen, maar de meeste songs die werden opgenomen werden niet uitgebracht.

De kracht van het tweede deel uit de serie was dat het een serie songs bevatte die ook als zelfstandig album niet hadden misstaan en misschien ooit ook wel zo bedoeld waren (daarover verschillen de meningen). Het derde deel laat zich weer wat meer beluisteren als een verzameling restmateriaal, zeker als er songs (Make Me A Pallet On Your Floor, One Little Song) voorbij komen die ook op Soul Journey staan. Ik kan me voorstellen dat het voor menigeen wat veel van het goede is zo langzamerhand, maar als groot fan van Gillian Welch vind ik het weer smullen.

Voor verrassingen ben je bij Boots No. 2: The Lost Songs, Vol. 3 aan het verkeerde adres. Ook dit album laat weer het uit duizenden herkenbare geluid van Gillian Welch horen. Het is een akoestisch geluid dat wat traditioneel aan doet en dat zich over het algemeen langzaam voortsleept. Het is een geluid met vooral invloeden uit de Appalachen folk uit de vorige eeuw, maar er komen ook een aantal wat meer bluesy tracks en wat tracks met invloeden uit de country voorbij.

Ook dit keer moeten we het voor een belangrijk deel doen met akoestische gitaren en hier en daar een mondharmonica. Het past allemaal prachtig bij de al even herkenbare stem van Gillian Welch, die hier en daar subtiel wordt ondersteund door Dave Rawlings. Smullen dus voor de liefhebbers van haar muziek en hier reken ik mezelf absoluut toe.

Ik vind het derde deel uit de serie niet zo goed als het geweldige tweede deel, maar de nieuwe worp doet niet onder voor de eerste release in de serie. Met Boots No. 2: The Lost Songs hebben we kennis kunnen maken met werk uit de periode waarin Gillian Welch presteerde op de toppen van haar kunnen. Vervolgens zou het acht jaar stil blijven, naar verluidt door een writer’s block, maar onlangs beweerde Gillian Welch dat ze het in deze periode opgenomen werk gewoon niet goed genoeg vond.

Hopelijk worden ook deze archieven nog eens geopend, want dit jaar is maar weer eens gebleken dat vrijwel alles uit de archieven van Gillian Welch van hoog niveau is. Alleen de drie delen Boots No. 2: The Lost Songs zijn al goed voor meer dan twee uur muziek en bijna alles had niet misstaan op de reguliere albums van Gillian Welch. Misschien moet ze toch maar wat minder kritisch op haar werk worden. Erwin Zijleman

Gillian Welch - Time (The Revelator) (2001)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gillian Welch - Time (The Revalator) (2001) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gillian Welch - Time (The Revalator) (2001)
Gillian Welch is de afgelopen twintig jaar helaas nauwelijks productief, maar hiervoor maakte ze een stapeltje fraaie albums, waarvan het in 2001 verschenen Time (The Revelator) in veel opzichten de beste is

Toen Gillian Welch halverwege de jaren 90 de Berklee School Of Music verliet, zat er niemand te wachten op haar vooral door stokoude folk en bluegrass beïnvloede muziek. Die muziek begon rond de eeuwwisseling echter aan een opmars, waardoor Gillian Welch opeens prominent in de schijnwerpers stond. Al haar talenten komen samen op het in 2001 verschenen Time (The Revelator). Het is een zeer sober ingekleurd album met vooral invloeden uit de Appalachen folk en de bluegrass, maar het is ook een album vol prachtige songs, waarin de karakteristieke stem van Gillian Welch de hoofdrol speelt. Hopelijk maakt ze de komende jaren nog veel nieuwe muziek, maar anders zijn er gelukkig de te koesteren albums uit het verleden.

Gillian Welch zat aan het begin van de jaren 90 op de prestigieuze Berklee School Of Music in Boston, Massachusetts, waar ze een voorliefde voor stokoude folk en bluegrass deelde met medestudent David Rawlings. Na hun studie trokken de twee naar Nashville, Tennessee, waar ze de aandacht trokken van niemand minder dan producer T-Bone Burnett, die Gillian Welch aan een platencontract hielp. T-Bone Burnett produceerde haar in 1996 verschenen debuutalbum Revival en was ook van de partij op het twee jaar later verschenen Hell Among The Yearlings.

Beide albums verschenen op een moment waarop de liefde voor oude folk en bluegrass was voorbehouden aan een relatief kleine groep muziekliefhebbers. Dat veranderde echter door het succes van de film O Brother, Where Art Thou? en de soundtrack bij deze film, waarop Gillian Welch overigens ook te horen was. Het in 2001 verschenen Time (The Revelator) schaarde Gillian Welch mede hierom onder de smaakmakers van de Appalachen folk en bluegrass revival.

Time (The Revelator) vind ik objectief beschouwd het beste album van Gillian Welch, al luister ik veel vaker naar Soul Journey uit 2003, dat in muzikaal opzicht wat rijker is en qua songs wat gevarieerder. Na dit album kreeg Gillian Welch last van een wat mysterieuze maar ook serieuze writer’s blok, die tot op de dag van vandaag voortduurt. De afgelopen twintig jaar verschenen er maar twee albums van Gillian Welch en David Rawlings, al was er de afgelopen jaren ter compensatie gelukkig wel een schat aan restmateriaal van de eerste albums van de Amerikaanse muzikante.

Terug naar Time (The Revelator) uit 2001. Het is zoals gezegd niet het Gillian Welch album dat ik het vaakst beluister, maar het is wel het album waarop het unieke Gillian Welch geluid het best tot zijn recht komt. Het is een behoorlijk sober album, want veel meer dan twee akoestische gitaren, een banjo, de stem van Gillian Welch en af en toe wat achtergrondzang van David Rawlings is er niet te horen op het album, dat werd geproduceerd door David Rawlings en wederom T-Bone Burnett.

Time (The Revelator) grijpt in een aantal tracks terug op de folk en bluegrass die tientallen jaren eerder werd gemaakt in onder andere de Appalachen, maar door het succes van O Brother, Where Art Thou? klonk de muziek van Gillian Welch in 2001 ook zeker actueel. Door het sobere instrumentarium, het lage tempo en de lengte van een aantal van de songs op het album had Time (The Revelator) direct een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking en die uitwerking heeft het album nog steeds.

De instrumentatie is misschien sober, maar Time (The Revelator) is zeker geen kaal klinkend album, onder andere door het prachtige snarenwerk, maar zeker ook door de bijzondere stem van Gillian Welch, die op het album echt prachtig zingt en hierbij subtiel maar trefzeker wordt begeleid door David Rawlings.

Het blijft bijzonder dat een wat obscure film aan het begin van dit millennium zorgde voor de revival van een bijna vergeten genre, maar Gillian Welch profiteerde er optimaal van. De Amerikaanse muzikante heeft ruim twintig jaar later helaas nog altijd een betrekkelijk bescheiden oeuvre, maar alles dat ze heeft uitgebracht is prachtig, al steekt het bijzondere Time (The Revelator) er minstens een piepklein stukje bovenuit. Erwin Zijleman

Gillian Welch & David Rawlings - All the Good Times (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gillian Welch & Dave Rawlings - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. / All The Good Times - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gillian Welch & Dave Rawlings - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. / All The Good Times
Gillian Welch neemt een duik in haar archieven en levert met Dave Rawlings ook nog eens een intiem lockdown album af, wat in één klap twee geweldige Gillian Welch albums oplevert

Ik volg het nieuws rond Gillian Welch kennelijk niet zo goed, want het samen met Dave Rawlings gemaakte All The Good Times is me twee weken geleden ontgaan. Ik kwam het album op het spoor door de release van de verzameling restmateriaal op Boots No. 2, dat weer onderdeel blijkt van een nog dit jaar te completeren trilogie. Het zijn in kwantitatief opzicht goede tijden voor de liefhebbers van de muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings en ook in kwalitatief opzicht valt er niets te klagen. Beide albums bevatten vooral sober ingekleurde songs met de zo herkenbare stemmen van het tweetal uit Nashville. Bij elkaar anderhalf uur smullen van de unieke muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings en er is nog veel meer op komst.

Er is de afgelopen 15 jaar veel gesproken over de vermeende writer’s block van Gillian Welch, maar deze zou inmiddels wel erg lang duren en bovendien is er nooit bewijs voor aangedragen. Het lijkt er op dat de Amerikaanse singer-songwriter en haar partner Dave Rawlings vooral erg kritisch zijn op hun werk.

We moeten daarom blij zijn met alles dat wel komt en dus werd ik een week of twee geleden aangenaam verrast door de aankondiging van de release van Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. Het is de opvolger van Boots No. 1, The Official Revival Bootleg uit 2016 dat restmateriaal bevatte van de sessies die uiteindelijk haar debuut Revival uit 1996 opleverden.

Het voegde vijf kwartier interessante muziek toe aan het oeuvre van Gillian Welch en daar komt met Boots No. 2 nog eens drie kwartier bij. En er zit nog veel meer in het vat, want Boots No. 2 is pas het eerste deel met “lost songs”. De overige twee delen verschijnen als het goed is de komende maanden zodat 2020 zomaar een prachtig jaar voor de liefhebbers van Gillian Welch lijkt te worden.

Het wordt nog mooier, want toen ik het album opzocht op de bandcamp pagina van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zag ik daar ook All The Good Times staan. Het is een album van Gillian Welch en Dave Rawlings dat een paar weken geleden uit het niets werd uitgebracht en waar ik nog niets over ben tegengekomen. Het maakte de aangename verrassing nog wat groter.

Goed, eerst Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. Het is net als Boots No. 1 een album dat gevuld is met restmateriaal en dit keer gaat het om restmateriaal dat stamt uit de eerste jaren van het huidige millennium, waarin Gillian Welch twee prachtige albums uitbracht, Time (The Revelator) uit 2001 en Soul Journey uit 2003. Boots No. 2, The Lost Songs. Vol. 1 bevat restmateriaal uit deze periode en het is restmateriaal dat varieert van demo’s tot opgenomen songs die uiteindelijk net de albums niet haalden.

De meeste songs op het album zijn sober. Akoestische gitaar en zang vormen de belangrijkste bestanddelen van de meeste songs op het album, hier en daar aangevuld met prachtig ander snarenwerk van Dave Rawlings. Het is sober, maar het is ook vanaf de eerste noten het uit duizenden herkenbare Gillian Welch geluid, die uitstekend uit de voeten kan met sobere klanken.

Time (The Revelator) is mijn favoriete Gillian Welch album en ook het restmateriaal uit de vroege jaren 00 bevalt me uitstekend. Het snarenwerk is sober maar ook warm en de stem van Gillian Welch is er een waarvoor ik nog altijd makkelijk smelt. Boots No. 2 bevalt me nog wat beter dan zijn voorganger en dan is er ook nog het vooruitzicht dat we nog twee delen tegoed hebben. Het is een prachtig vooruitzicht.


En dan is er dus ook nog All The Good Times, dat volgens de cover All The Good Times Are Past And Gone heet. Het is een album dat Gillian Welch en Dave Rawlings opnamen tijdens de corona lockdown. Het met eenvoudige middelen opgenomen album bevat 10 songs en het zijn allemaal covers of bewerkingen van traditionals.

Ook dit keer moeten we het doen met fraai snarenwerk en de stemmen van Gillian Welch en Dave Rawlings, die elkaar afwisselen en bovendien tekenen voor geweldige harmonieën.

De songs van onder andere Bob Dylan en John Prine en de door Dave Rawlings en Gillian Welch bewerkte traditionals worden stuk voor stuk voorzien van het unieke stempel van het tweetal uit Nashville en vormen een wat weemoedige maar bijzonder fraaie soundtrack van het leven in corona tijd.

All The Good Times klinkt meestal nog wat ruwer dan het restmateriaal van Boots No. 2, maar het pakt geweldig uit, al is het maar omdat de stemmen van Gillian Welch en Dave Rawlings in een sobere muzikale setting alleen maar krachtiger worden.

We kunnen het nog lang hebben over de writer’s block van Gillian Welch, maar met vier albums in een jaar tijd hebben we natuurlijk niets te klagen. Ik teer al vele jaren op al het moois dat Gillian Welch in het verleden maakte, maar ben heel blij met al dit nieuwe werk, dat nog maar eens de unieke talenten van Gillian Welch en Dave Rawlings onderstreept. Erwin Zijleman

Gillian Welch & David Rawlings - Woodland (2024)

Alternatieve titel: Woodland Studios

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gillian Welch & David Rawlings - Woodland - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gillian Welch & David Rawlings - Woodland
Gillian Welch en David Rawlings leveren met het prachtige Woodland een album af dat voortborduurt op de muziek die het tweetal in het verleden maakte, maar dat ook zeker andere wegen in slaat

Een nieuw album van Gillian Welch en David Rawlings is altijd goed nieuws, maar het deze week verschenen Woodland heeft me zeer aangenaam verrast. De muziek van de twee klonk altijd behoorlijk sober, maar op Woodland is hoorbaar veel tijd gestoken in de muziek op en de productie van het album. Ook de songs op Woodland zijn voornamelijk ingetogen en spaarzaam ingekleurd, maar zitten ook vol bijzonder mooie details. Het zijn songs die af en toe dicht tegen de Appalachen folk aan zitten, maar Woodland slaat ook andere richtingen in. Gebleven is de prachtige zang van met name Gillian Welch, die ook Woodland weer voorziet van het uit duizenden herkenbare maar ook volkomen unieke karakter.

De Amerikaanse muzikante Gillian Welch maakte tussen 1996 en 2003 met Revival uit 1996, Hell Among The Yearlings uit 1998, Time (The Revelator) uit 2001 en Soul Journey uit 2003 vier prachtige albums, maar hierna was het, al dan niet door een writer’s block, lange tijd stil rond de muzikante uit Nashville.

Gillian Welch keerde pas in 2011 terug met het al even mooie The Harrow & The Harvest, waarna het weer stil werd, tot ze in 2020 weer opdook met het samen met David Rawlings gemaakte All The Good Times. In de tussentijd was ze wel nog af en toe te horen op de albums die haar muzikale partner en echtgenoot David Rawlings onder zijn eigen naam uitbracht, maar echt verwend werd de liefhebber van de muziek van Gillian Welch niet.

De afgelopen jaren gaat het gelukkig weer de goede kant op. Naast All The Good Times verscheen een kleine handvol albums met restmateriaal van de eerste vier albums van Gillian Welch, waarop te horen was dat de Amerikaanse muzikante tussen 1996 en 2003 nog veel productiever was dan we al wisten.

All The Good Times krijgt deze week een vervolg met Woodland, een album dat wederom onder de namen van Gillian Welch en David Rawlings is uitgebracht. Woodland is opgenomen in de fameuze Woodland Studios in Nashville, Tennessee, waar alle groten die ooit in Nashville rond liepen muziek hebben opgenomen. De studio is al geruime tijd eigendom van Gillian Welch en David Rawlings, die hierdoor lang hebben kunnen sleutelen aan hun nieuwe album.

Woodland opent met een song die niet had misstaan op de vroege albums van Gillian Welch. Het is een song die echo’s van de folk die lang geleden in de Appalachen werd gemaakt laat horen en die onmiddellijk bekend in de oren klinkt door het gitaarspel van Gillian Welch en David Rawlings en vooral door de uit duizenden herkenbare stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die een kleine dertig jaar na het debuutalbum van Gillian Welch nog niets aan kracht heeft ingeboet en nog altijd even uniek klinkt.

Vergeleken met het vroege werk van Gillian Welch hoor je wel dat er veel meer aandacht is besteed aan de inkleuring en de productie van de songs. Het klinkt niet meer zo Spartaans als op met name de eerste twee albums die ze maakte, maar de instrumentatie is nog altijd redelijk subtiel en staat in dienst van de stem van Gillian Welch.

Woodland borduurt niet alleen voort op de muziek die Gillian Welch en David Rawlings in het verleden hebben gemaakt. In de tweede track, het met veel strijkers ingekleurde What We Had, is niet alleen de stem van David Rawlings wat nadrukkelijker aanwezig, maar klinkt ook de stem van Gillian Welch anders. Het bevalt me eerlijk gezegd wel, want Woodland voegt met name door de tracks die afwijken van de muziek die de muzikanten uit Nashville in het verleden maakten, iets toe aan alles dat er al is.

De stem van David Rawlings klinkt wat kwetsbaarder dan in het verleden, maar past nog altijd prachtig bij die van Gillian Welch, wiens stem ik misschien nog wel mooier vind dan op haar vroege albums. Het is sinds haar eerste paar albums te lang stil geweest rond Gillian Welch, maar op Woodland laat ze samen met David Rawlings horen, dat ze haar oude vorm heeft hervonden op een album dat vertrouwt op de kwaliteit van destijds, maar dat ook zeker nieuwe wegen in slaat. Erwin Zijleman

Gilmore & Roberts - Conflict & Tourism (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gilmore & Roberts - Conflict Tourism - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Katriona Gilmore en Jamie Roberts maken inmiddels al een aantal jaren platen. Conflict Tourism is, als ik goed geteld heb, de vierde en ik vind het een hele mooie.

Gilmore en Roberts maken deel uit van de Britse folk scene, maar maken zeker geen doorsnee folk. De songs van het tweetal zijn soms traditioneel, maar even vaak speels en avontuurlijk.

Het speelse element in de muziek van Gilmore & Roberts contrasteert fraai met de zwaardere maatschappelijke thema’s die het tweetal aansnijdt, waaronder de zeer actuele vluchtelingenproblematiek, die de songs op Conflict Tourism voorziet van extra emotionele lading.

Katriona Gilmore en Jamie Roberts zijn beiden voorzien van mooie stemmen, die het individueel prima doen, maar aan kracht winnen wanneer de twee samen zingen. Een mooi voorbeeld van 1+1=3.

Het avontuur schuilt over het algemeen in de instrumentatie, die subtiel maar zeer veelzijdig en trefzeker is en de songs van Gilmore & Roberts voorziet van extra diepte.

Door de traditionele folk accenten in de songs op Conflict Tourism is het een plaat die liefhebbers van Britse folk zeer zal bevallen, maar de nieuwe plaat van Gilmore & Roberts moet ook in veel bredere kring kunnen aanspreken. Zelf ben ik vooral gecharmeerd van de geweldige stem van Katriona Gilmore, die in vocaal opzicht wat meer afstand neemt van de kaders van de Britse folk dan Jamie Roberts.

Wat verder opvalt is de hoge kwaliteit van de songs van het tweetal. Conflict Tourism bevat mooie luisterliedjes, maar ook volop songs die dieper onder de huid kruipen en songs die ook na vele keren horen nog weten te verrassen. De bijzonder mooie instrumentatie en productie maken het beeld compleet. Conflict Tourism is een hele sterke plaat, die ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Gin Wigmore - Ivory (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gin Wigmore - Ivory - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Twee keer was ik al behoorlijk onder de indruk van een album van de uit Nieuw Zeeland afkomstige zangeres Gin Wigmore.

Op haar in 2009 verschenen debuut Holy Smoke greep ze me flink bij de strot met een meedogenloze mix van alt-country, soul en rock ’n roll (Ryan Adams was fan en speelde mee op de plaat), terwijl ze op het in 2012 verschenen Gravel & Wine in de voetsporen trad van Amy Winehouse, maar de invloeden van de veel te jong overleden souldiva wel het diepe zuiden van de Verenigde Staten in sleepte.

Het in 2015 verschenen Blood To The Bone heb ik vreemd genoeg gemist, al trekt de muziek van Gin Wigmore in Nederland tot dusver helaas niet al teveel aandacht. Hierdoor had ik ook het onlangs verschenen Ivory bijna gemist, maar gelukkig kreeg ik de plaat nog net op tijd in handen.

Op haar vierde plaat doet Gin Wigmore wat ze op haar eerste twee platen deed, maar sluit ze ook nog eens aan bij haar eigenzinnige landgenote Lorde. Ivory kan hierdoor uitpakken met dampende soul of met Amerikaanse roots doorspekte songs, maar is ook zeker niet vies van eigentijdse pop. Daar moet je van houden, maar ik hou er wel van.

Ivory is voorzien van een vol en bij vlagen zelfs overvol en moddervet geluid en kan zowel stevig rocken als flirten met pop voor de dansvloer, waarbij ook alles er tussenin niet wordt vergeten en bovendien flinke sprongen terug in de tijd worden gemaakt (tot de Phil Spector girl pop aan toe).

Ook in vocaal opzicht kan het alle kanten op. Gin Wigmore heeft nog steeds een heerlijke soulstem, maar haar stem kan ook kraken als die van Macy Gray, uithalen als die van een vervaarlijke rockchick of toch weer aansluiten bij die van de popprinsessen van het moment.

Vergeleken met deze popprinsessen heeft de Nieuw Zeelandse zangeres een opvallend veelzijdig geluid en komt ze bovendien op de proppen met songs met meer inhoud en meer avontuur. Bij eerste beluistering vond ik Ivory nog wel wat een allegaartje en vond ik bovendien lang niet alle songs even goed. Alle songs op de plaat beschikken echter over de nodige groeipotentie en de veelzijdigheid van Ivory is uiteindelijk een van de sterkste punten van de plaat.

Uiteindelijk trokken de kwaliteit van de songs en natuurlijk de heerlijk gruizige stem van Gin Wigmore me ook dit keer over de streep. Het gruis zorgt er voor dat Ivory is voorzien van meer gevoel en doorleving dan gebruikelijk in het genre, terwijl de songs steeds meer bijzonders laten horen en ook steeds meer overtuigen.

Het zou genoeg moeten zijn om Gin Wigmore de vloer aan te laten vegen met vrijwel al haar concurrenten, maar daarvoor is de muziek van de Nieuw Zeelandse zangeres misschien net wat te eigenwijs. Ik was echter al fan en blijf dat. Nu de plaat die ik drie jaar geleden heb gemist nog even beluisteren. Erwin Zijleman

Giorgio Tuma - This Life Denied Me Your Love (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Giorgio Tuma - This Life Denied Me Your Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Giorgio Tuma is een uit het Italiaanse Lecce afkomstige muzikant, die de afgelopen jaren aan nogal uiteenlopende projecten heeft gewerkt, maar mij nog niet wist te bereiken.

Dat heeft de Italiaan wel gedaan met zijn nieuwe plaat This Life Denied Me Your Love, die ik bij toeval in handen kreeg.

Het is een plaat die me direct intrigeerde, maar ik wist eerlijk gezegd niet zo goed wat ik er mee aan moest.

Giorgio Tuma heeft een bijzonder dromerige plaat gemaakt die mij in eerste instantie wat kitscherig overkwam, tot ik er echt goed naar ging luisteren.

Op het eerste gehoor maakt de Italiaan uiterst zwoele pop met dromerige zang, sexy vrouwenvocalen en een instrumentatie die zich als een warme, maar ook wel erg bonte, deken om je heen slaat. Het is muziek die mij bij oppervlakkige beluistering vooral doet denken aan de 70s, waarbij ik vooral associaties had met muziek die destijds in het hokje ‘easy listening’ werd geduwd.

Het is muziek die de lente in huis haalt en je heerlijk laat wegdromen, maar die bij vluchtige beluistering weinig inhoud verraadt.

Dat is echter totaal anders wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert. Dan opeens openbaart zich een fascinerend muzikaal landschap dat uit meerdere subtiele lagen bestaat. Het zijn subtiele lagen die citeren uit heel veel muziek die in de jaren 70 van belang was, maar Giorgio Tuma is zeker niet in het verleden blijven hangen.

Naast de instrumentatie is ook de productie van grote klasse; iets wat ook niet anders kan wanneer je vijf producers van naam en faam weet te strikken. Deze producers geven This Life Denied Me Your Love afwisselend een tijdloos organisch geluid (met fraaie blazers) of juist een zwoel elektronisch geluid en het is een geluid waarop de dromerige vocalen uitstekend gedijen. Als het nog wat zwoeler moet duiken prachtige vrouwenvocalen op, die onder andere afkomstig zijn van Laetitia Sadier.

Duik nog wat dieper in This Life Denied Me Your Love en je hoort invloeden uit de psychedelica, de klassieke muziek, de filmmuziek, de jazzy pop van een band als Steely Dan, maar ook invloeden van bands van recentere datum als Stereolab, Broadcast en Prefab Sprout en steeds overgoten met het unieke dromerige sausje van de Italiaan.

Als je This Life Denied Me Your Love eenmaal met veel aandacht hebt beluisterd, maakt de plaat vervolgens iedere keer weer indruk en wordt de zoete verleiding van de dromerige klanken gecombineerd met bewondering voor al de zo goed verstopte diepgang.

Deze plaat doet vooralsnog helemaal niets in Nederland, maar wat is het een interessante en betoverende plaat. Erwin Zijleman

girl in red - If I Could Make It Go Quiet (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: girl in red - if I could make it go quiet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Noorse muzikante Marie Ulven levert als girl in red een veelzijdig popalbum op, dat opvalt door een volle instrumentatie, stevige productie, prima zang en boven alles geweldige songs

Je moet van flink vol geproduceerde pop houden om te kunnen genieten van if i could make it go quiet van girl in red. Maar als je hier van houdt, valt er direct ook heel veel te genieten. Het alter ego van de Noorse muzikante Marie Ulven maakt de elektronische popmuziek van het moment, maar schuwt ook uitstapjes in een aantal andere richtingen niet. Ze beschikt bovendien over een prima stem, die haar zeer persoonlijke teksten met veel gevoel vertolkt. En dan schrijft girl in red ook nog eens uitstekende songs, die zo klinken als je van pop van dit moment verwacht, maar die ook enige eigenzinnigheid verraden. Eerder uitgroepen tot grote belofte voor de toekomst en dat maakt ze waar.

Girl Ray - Earl Grey (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Girl Ray - Earl Grey - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss namen op hun allerlaatste schooldag een single op, Trouble.

Het frisse en wat mij betreft geniale popliedje leverde het drietal uit Londen volkomen terecht een platencontract op bij het eigenzinnige Moshi Moshi Records en nauwelijks een jaar later was het debuut van Girl Ray opgenomen en werd het in de zomer van 2017 uitgebracht.

Earl Grey bevat maar liefst 50 minuten muziek, waarna als bonus de zo goede eerste single van het Britse trio volgt.

Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss zijn pas 18 jaar oud, maar dat is werkelijk geen moment te horen op het debuut van Girl Ray. Earl Grey is een plaat die werkelijk bol staat van de invloeden en het zijn vooral invloeden die van ver voor het geboortejaar van de drie meiden uit Londen stammen.

Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss kennen hun klassiekers uit de Britse folk, de 60s psychedelica, de 70s singer-songwriter muziek en de zwoele jaren 70 pop, maar citeren hiernaast net zo makkelijk uit de meidenpop van Phil Spector uit de jaren 50 als uit de dreampop en indie-rock uit de jaren 90. Hiermee zijn we er nog lang niet, want in iedere song op de plaat duiken ook nog minstens twee andere echo’s uit het verleden op (en in het maar liefst dertien minuten durende Earl Grey (Stuck In A Groove) zelfs een hele serie, waaronder invloeden uit de jazzrock).

Girl Ray heeft al deze invloeden op buitengewoon fascinerende wijze aan elkaar gesmeed. Het drietal gaat op haar debuut uit van de heilige drie-eenheid gitaar, bas en drums, maar heeft vervolgens op subtiele wijze akoestische gitaren, een orgel en wat blazers toegevoegd. De songs van Girl Ray zijn rauw en onbevangen, maar omdat het drietal uit Londen het tempo over het algemeen laag houdt en haar muziek ook voorzien van warme accenten, klinken de songs van het Londense trio totaal anders dan je gewend bent.

De drie jonge muzikanten uit Londen kennen niet alleen hun klassiekers, maar hebben ook een opvallend goed gevoel voor heerlijk melodieuze popmuziek. In muzikaal opzicht steekt het allemaal verrassend knap in elkaar, met een hoofdrol voor sfeervol gitaarwerk en ook in vocaal opzicht maken Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss indruk met vocalen en harmonieën die zowel warmbloedig als onderkoeld kunnen klinken en afwisselend aan die van Lush en aan die van The Beach Boys doen denken.

De songs van het drietal verraden nog net wat meer talent. Het zijn songs die aangenaam klinken, maar die ook altijd iets verrassends en eigenzinnigs hebben. In een aantal recensies kom ik de naam van Todd Rundgren tegen als inspiratiebron voor de songs op Earl Grey en daar valt wel iets voor te zeggen. Het is een groot compliment voor het jonge Britse drietal. Het is knap hoe Girl Ray steeds weer net iets andere wegen in slaat en het is minstens even knap hoe het trio steeds wat subtieler durft te spelen en aangename rammelpop kan afwisselen met ingetogen folky songs of met volstrekt tijdloze popmuziek.

Door het bijzondere karakter van de muziek op Earl Grey is het debuut van Girl Ray op geen enkele manier in een hokje te duwen en ook niet in een bepaald tijdsbeeld te duwen. Ik heb dit jaar veel goede debuten gehoord, maar er waren er niet veel waarop jonge muzikanten er in slaagden om een fascinerend eigen geluid neer te zetten. Girl Ray is daar wel in geslaagd en het is ook nog eens een geluid dat heel lang aan kracht blijft winnen.

Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss moeten de popmuziek wel haast met de paplepel ingegoten hebben gekregen, want ze imponeren op hun debuut met muziek die genres overstijgt en ook nog eens een aantal decennia aan invloeden bevat. In eerste instantie was ik vooral bezig met het plaatsen en classificeren van de muziek van het Britse drietal, maar dat is een kansloze missie. Sindsdien geniet ik alleen maar van de muzikaliteit van het piepjonge drietal uit Londen en groeit Earl Grey naar steeds grotere hoogten.

Het had Earl Grey een plekje op moeten leveren in de hoogste regionen, maar daarvoor is het helaas te laat, wat het vluchtige karakter van jaarlijstjes nog maar eens onderstreept. Het doet gelukkig niets af aan de torenhoge kwaliteit van Earl Grey van Girl Ray, dat wat mij betreft behoort tot de meest bijzondere platen van 2017. Erwin Zijleman

Girl Ray - Girl (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Girl Ray - Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Girl Ray - Girl
Girl Ray maakte stiekem een van de meest bijzondere debuten van 2017 en tapt nu uit een totaal ander vaatje op een aangename tweede plaat

Helemaal aan het eind van het jaar een album uitbrengen is niet zo handig wanneer je mee wilt doen in de grote jaarlijstjes. Girl Ray deed het twee jaar geleden, waardoor het zo fascinerende debuut wat ondersneeuwde, en doet het nu opnieuw. Girl laat een flink ander geluid horen dan zijn slechts in kleine kring bejubelde voorganger. Rammel gitaarpop is vervangen door zwoele pop met een vleugje R&B. Girl klinkt hierdoor minder eigenzinnig dan zijn voorganger, maar bij herhaalde beluistering blijkt er toch weer veel moois verstopt op een album dat op bijzonder aangename wijze de koude herst- en winteravonden verwarmt.

Ik was iets minder dan twee jaar geleden zeer onder de indruk van het debuut van de Britse band Girl Ray. De drie piepjonge Britse vrouwen gingen op Earl Grey aan de haal met een veelheid aan invloeden en verwerkten al deze invloeden in eigenzinnige songs. Het waren songs die je aangenaam benevelden, maar het waren ook songs die de fantasie eindeloos wisten te prikkelen.

Earl Grey verscheen op een moment dat de meeste jaarlijstjes al waren samengesteld en gepubliceerd, maar het debuut van Girl Ray kan achteraf bezien zeker worden geschaard onder de memorabele debuten van 2017. Ik was dan ook heel nieuwsgierig naar het deze week verschenen tweede album van de band uit Londen en begon met hooggespannen verwachtingen aan de beluistering van Girl.

Het tweede album van Girl Ray blijkt vrijwel direct een totaal ander album dan zijn voorganger. Het is niet makkelijk om het debuut van het Britse trio in een hokje te duwen, maar als ik dit toch probeer kom ik uit op “jangle gitaarpop met een jaren 60 twist”. Op Girl tapt Girl Ray uit een ander vaatje. Het album opent met zwoele klanken, waarin pop, R&B, soul en een beetje disco en funk aan elkaar worden gesmeed.

Aan de hand van producer Ash Workman, die zeer fraai werk leverde met het vorige album van Metronomy en bovendien Christine & The Queens op de kaart zette, kiest Girl Ray voor een gepolijster en meer pop georiënteerd geluid, dat de belangrijkste inspiratie niet langer in de jaren 60, maar in het recente verleden en het heden vindt.

Net als het debuut van de band verraadt ook het tweede album een goede smaak, want als je goed luistert naar Girl duiken ook wel wat smaakvolle invloeden uit de jaren 80 op, waaronder invloeden van de onderschatte Schotse band Orange Juice (met dank aan The Guardian voor het opvoeren van de juiste naam bij mijn associaties), die werd aangevoerd door Edwyn Collins. Uit de jaren 80 hoor ik ook nog wel wat flarden van Sade, maar verder staat Girl toch vooral in het heden.

Op het eerste gehoor klinkt het allemaal wel erg gepolijst, maar het tweede album van Girl Ray was voor mij al snel lastig te weerstaan. Enerzijds door de aangename instrumentatie waarin dromerige elektronische klanken en zwoele ritmes samengaan met aan Chic herinnerende gitaarloopjes en anderzijds door de heerlijk dromerige zang van frontvrouw Poppy.

Zeker op de koude dagen van het moment verwarmen de klanken van Girl bijzonder makkelijk, maar er valt ook genoeg bijzonder te ontdekken op het album. Girl Ray rammelde op haar debuut nog flink, maar klinkt op Girl als een geoliede machine. Het is een machine die strooit met bijzondere ritmes, zoete melodieën en aanstekelijke refreinen, maar het is ook een machine die het avontuur niet helemaal is vergeten. Girl voelt voor het overgrote deel aan als een warme deken, maar het is ook een deken met bijzonder kriebelende haartjes, die je bij de les houden.

Het nieuwe geluid zal niet door iedereen met gejuich worden ontvangen en dat begrijp ik volledig, maar het siert de band dat het geen Earl Grey II heeft opgeleverd. Persoonlijk vind ik Girl een waardig opvolger van het zo fascinerende debuut en ben ik nul al benieuwd welke stappen deze jonge Britse vrouwen op hun volgende album gaan zetten. Het mag van wij wel weer wat stekeliger, al is dit zwoele tussendoortje prima. Erwin Zijleman

Girl Ray - Prestige (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Girl Ray - Prestige - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Girl Ray - Prestige
Girl Ray imponeerde zo van de middelbare school met een sensationeel debuut, ging de kant van de pop op met album nummer twee en flirt op het deze week verschenen Prestige met heerlijke discoklanken

Wat een grappig bandje is dit toch. De meiden van Girl Ray leverden op 18-jarige leeftijd een waar droomdebuut af dat helaas slechts in kleine kring op de juiste waarde werd geschat, kozen vervolgens vol voor de pop en voegen daar nu nog een flinke scheut disco aan toe. In artistiek opzicht lijkt Prestige een stuk minder interessant dan het debuutalbum van het Britse drietal, maar dit is grotendeels schijn. Onder het zoete laagje pop en disco op Prestige zit immers nog altijd de eigenzinnigheid van Girl Ray verstopt. Om daar achter te komen moet je je eerst laten verleiden door de zwoele pop en disco van Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss, maar het is het absoluut waard.

De Britse band Girl Ray blijft me maar verbazen. Mijn eerste kennismaking met de band uit Londen stamt uit 2017. Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss hadden de middelbare school nog maar net verlaten, maar leverden met Earl Gray een sensationeel goed debuut af. Het is een debuut waarop het Britse drietal klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het was een bijzonder smaakvolle platenkast.

Earl Gray maakte een onuitwisbare indruk met een mix van Britse folk, 60s psychedelica, 70s singer-songwriter muziek, zwoele jaren 70 pop, meidenpop van Phil Spector uit de jaren 50, dreampop en indierock uit de jaren 90 en nog veel meer en ook nog eens prachtige harmonieën als kers op de taart. Earl Gray reken ik met de kennis van nu tot de allerbeste albums van 2017 (ik ontdekte het album in het betreffende jaar overigens pas nadat ik mijn jaarlijstje had gepubliceerd) en legde de lat hoog voor jet tweede album van Girl Ray.

Dat tweede album, Girl, verscheen eind 2019 en viel bij eerste beluistering flink tegen. Op hun tweede album kozen Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss voor een lichtvoetiger en meer pop georiënteerd geluid met hier en daar een vleugje jaren 80. Zeker bij eerste beluistering kon ik niet zoveel met het tweede album van Girl Ray en vond ik het album geen schim van het sensationele debuut, maar langzaam maar zeker viel er wel het een en ander op zijn plek en scoorde Girl Ray toch een hele dikke voldoende met haar tweede album.

Deze week verscheen het derde album van de Britse band en wederom weten Poppy Hankin, Iris McConnell en Sophie Moss me te verrassen. In eerste instantie niet in positieve zin, want Prestige klinkt nog een stuk lichtvoetiger dan zijn voorganger en laat wederom een andere kant van Girl Ray horen. Op Prestige omarmt het drietal uit Londen de disco. Dat klinkt absoluut aangenaam, zeker wanneer de zon schijnt, maar van de eigenzinnigheid van het debuutalbum van Girl Ray is weinig meer over.

Waar ik uiteindelijk nog vrij snel viel voor de charmes van Girl, heb ik Prestige in eerste instantie aan de kant geschoven. Omdat ook het derde album van Girl Ray kan rekenen op zeer positieve recensies heb ik Prestige uiteindelijk nog een tweede en derde kans gegeven en uiteindelijk begreep ik de positieve woorden over het album wel.

In muzikaal opzicht is Girl Ray de afgelopen jaren flink gegroeid en ook de zang is een stuk beter dan op het debuut. Prestige flirt misschien volop met disco en pop, maar je hoort ook nog altijd Girl Ray en hoe beter je naar het album luistert, hoe meer eigenzinnige ingrediënten je tegen komt. “Full strutting disco fun” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het en daar valt niets op af te dingen. Prestige zorgt er, zeker wanneer de zon schijnt, voor dat de voetjes onmiddellijk van de vloer komen, maar ook in artistiek opzicht is het album zeker interessant.

Prestige staat vol met heerlijke gitaar- en basloopjes, verleidelijke wolken synths en de zwoele vocalen van het drietal. Iedereen die viel voor de ruwe charmes van het avontuurlijke debuutalbum van Girl Ray moest waarschijnlijk flink wennen aan opvolger Girl en zal nog meer moeten wennen aan Prestige, maar schrijf dit album niet zomaar af, daarvoor is het immers echt veel te goed. Erwin Zijleman

GIRL SKIN - Shade Is on the Other Side (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: GIRL SKIN - Shade Is On The Other Side - dekrentenuitdepop.blogspot.com

GIRL SKIN - Shade Is On The Other Side
De Amerikaanse band GIRL SKIN komt op de proppen met een onweerstaanbaar lente album dat niet alleen strooit met zonnestralen maar ook met songs die je eindeloos wilt koesteren

Ik voegde het debuutalbum van de Amerikaanse band GIRL SKIN deze week toe aan mijn groslijst vanwege het etiket folk, maar dat is nu net het hokje waar de band uit Brooklyn, New York, niet ingeduwd wil worden. Het is ook niet het hokje waarin Shade Is On The Other Side thuis hoort, want het is album dat zich laat beluisteren als een omgevallen platenkast en het is een interessante en goedgevulde platenkast. GIRL SKIN strooit op haar debuut uitbundig met zonnestralen, maar ook met geweldige arrangementen en vooral met songs die je na één keer horen dierbaar zijn. Wat een ontdekking dit album.

Door de corona crisis verschijnen er momenteel veel minder albums dan er normaal gesproken zouden verschijnen in deze piekperiode. Dat is aan de ene kant jammer, maar het betekent ook dat de obscuurdere albums die wel verschijnen wat makkelijker de aandacht trekken.

Zo zou het deze week verschenen debuut van de Amerikaanse band GIRL SKIN normaal gesproken onder op de stapel hebben gelegen of, nog waarschijnlijker, zelfs volledig aan mijn aandacht zijn ontsnapt, terwijl het debuut van de band nu maar uit de speakers blijft komen hier.

Shade Is On The Other Side wordt vooralsnog vooral in het hokje folk geduwd en dit tot ergernis van de band uit Brooklyn, New York. De band heeft daarom zelf het hokje “lemon pop” bedacht voor haar muziek en moet dus worden gerekend tot de lemon pop pioniers. Zelf zou ik het debuut van de Amerikaanse band overigens niet snel in het hokje folk stoppen.

Shade Is On The Other Side bevat absoluut folky momenten, maar wordt toch vooral gekleurd door de favoriete band van voorman Sid Simmons. Welke band dat is hoor je direct in de openingstrack van het album. Na een intro waarin folky gitaren en een folky viool domineren verrast GIRL SKIN met een bijzonder aangename popsong die het predicaat Beatlesque verdient. Het is het soort popsong dat de bijzonder aangename lentezon van het moment direct stevig omarmt en je humeur een boost geeft.

GIRL SKIN maakt op haar debuut zeker geen geheim van de liefde voor de muziek van de Fab Four, maar het is geen moment een copycat. De invloeden van de muziek van The Beatles worden immers verwerkt in songs die invloeden uit een ver verleden incorporeren in een geluid dat ook eigentijds is. Shade Is On The Other Side klinkt hierdoor 43 minuten lang als een omgevallen platenkast en het is een platenkast die een aantal decennia popmuziek bestrijkt. Zelf herkende ik de invloeden van The Beatles vrijwel onmiddellijk, al doen veel songs op het debuut van GIRL SKIN me nog veel meer denken aan het debuut album van de Britse band The Auteurs, dat ik schaar onder de hoogtepunten van de jaren 90.

GIRL SKIN betovert op haar debuut met honingzoete melodieën en prachtig melodieuze klanken die al even zonnig klinken. De band uit Brooklyn beheerst de kunst van het schrijven van popliedjes die de zon onmiddellijk laten schijnen en voert ze werkelijk fantastisch uit.

GIRL SKIN voorziet haar songs van Beatlesque accenten door de geweldige koortjes op het album en ook in de instrumentatie klinken meer dan eens invloeden uit de vroege jaren 70 door, bijvoorbeeld wanneer strijkers worden ingezet. Op hetzelfde moment is de Amerikaanse band niet vies van de gruizige gitaren die in het tijdperk van The Beatles nog niet waren uitgevonden en zo zijn er meer bijzondere accenten verstopt in het debuut van de band, met hier en daar ook een citaat uit het werk van The Stones en The Kinks.

Shade Is On The Other Side van GIRL SKIN werd met relatief eenvoudige middelen opgenomen bij Sid Simmons thuis, maar desondanks valt het debuut van de band uit Brooklyn op door bijzonder fraaie arrangementen en een gelaagdheid die het gebruik van een professionele studio en een producer van naam en faam verraadt. En iedere keer dat ik naar het album luister komen er weer wat memorabele momenten bij. Man, man, man, wat is dit een heerlijk album. De soundtrack van de lente van 2020, maar hopelijk ook die van een wat normalere lente in 2021. Erwin Zijleman