MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Girlpool - Forgiveness (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Girlpool - Forgiveness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Girlpool - Forgiveness
Het Amerikaanse duo Girlpool bouwt verder aan een bijzonder oeuvre met het wat elektronischer klinkende en meer pop georiënteerd Forgiveness, dat gelukkig ook een typisch Girlpool album is

Met Powerplant leverde het Amerikaanse duo Girlpool een album af dat uiteindelijk opdook in de top 25 van mijn jaarlijstje over 2017. Opvolger What Chaos Is Imaginary was wat wisselvalliger, maar wel intrigerend en nu is Girlpool terug met Forgiveness. Girlpool klinkt in 2022 wat elektronischer en wat poppier dan vijf jaar geleden, maar ik hoor ook nog wel een aantal ingrediënten die Powerplant vijf jaar geleden zo bijzonder maakten. Na kort wennen is ook Forgiveness weer een Girlpool album dat me zeer dierbaar is en dat een aantal dromerige popliedjes bevat die zich met speels gemak weten te onderscheiden van vergelijkbare popsongs van het moment. Bijzonder duo, bijzonder album.

Girlpool is een duo dat bestaat uit Harmony Tividad en Avery Tucker, die een paar jaar geleden nog als Cleo Tucker door het leven ging. Het tweetal debuteerde in 2015 wat rommelig met het hooguit charmante Before The World Was Big, maar maakte wat mij betreft flink wat indruk met het in 2017 verschenen Powerplant, waarop Girlpool verraste met een spannende mix van indierock, shoegaze, dreampop en lo-fi en betoverde met prachtige harmonieën.

Het album werd in 2019 gevolgd door het, zeker op het eerste gehoor, wat op twee gedachten hinkende What Chaos Is Imaginary. Cleo Tucker ging inmiddels als transman en als Avery Tucker door het leven, wat zijn weerslag had op het derde album van Girlpool. Zeker bij eerste beluistering was What Chaos Is Imaginary een bijna schizofreen klinkend album, dat afwisselend masculien en feminien klonk en dat nog wel wat echo’s van het geweldige Powerplant liet horen, maar ook duidelijk nieuwe wegen in sloeg.

Na enige gewenning vond ik ook What Chaos Is Imaginary een geweldig album, waardoor ik heel nieuwsgierig was naar het deze week verschenen Forgiveness. Het album opent bijzonder met zwaar vervormde elektronica en de met de autotune licht vervormde stem van Harmony Tividad. Het is ver verwijderd van de tot dusver toch vooral door gitaren gedomineerde muziek van Girlpool, maar op een of andere manier is het bijzondere stempel van Harmony Tividad en Avery Tucker direct hoorbaar.

Het Amerikaanse duo verruilde de thuisbasis Los Angeles, waar de twee op de middelbare school al begonnen met Girlpool, een aantal jaren voor New York en Philadelphia, maar inmiddels zijn ze teruggekeerd op het oude nest. Je hoort het op Forgiveness dat weer wat meer Californische zonnestralen bevat dan het vorige album.

Forgiveness klinkt vaak een stuk elektronischer dan de vorige albums van de band, maar is bovendien wat opgeschoven richting pop. Harmony Tividad maakt nog altijd indruk met ijle en dromerige vocalen, die nu in de harmonieën fraai worden gecontrasteerd met de zwaardere stem van Avery Tucker. De middelbare scholieren die verantwoordelijk waren voor de eerste stappen van Girlpool zijn inmiddels twintigers die worstelen met het volwassen worden in een tijd waarin de coronapandemie twee waardevolle jaren wegnam.

Forgiveness doet in bijna niets meer denken aan Powerplant dat een paar jaar geleden zoveel indruk maakte, maar ook het elektronischere en het vaak wat meer pop georiënteerde geluid van Girlpool is eigenzinnig en interessant, zeker wanneer de band wat opschuift richting indiepop of dreampop.

Hoewel het tempo op Forgiveness niet heel laag ligt, is het nieuwe album van Girlpool een dromerig aandoend album, waarop de zon mag schijnen. Die zon schijnt overigens zeker niet altijd in de persoonlijke teksten van het tweetal, waarin de nodige worstelingen worden bezongen.

Forgiveness is een album vol fraaie contrasten met hier en daar wonderschone melodieën en aanstekelijke refreinen en harmonieën, die weer worden afgewisseld met songs met een hoofdrol voor zwaar aangezette elektronica of juist met een toch weer ingetogen folky songs. Ik moest absoluut wennen aan het toch weer andere geluid van Girlpool, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord, kan ik alleen maar concluderen dat Forgiveness wel degelijk voldoet aan mijn torenhoge verwachtingen. Erwin Zijleman

Girlpool - Powerplant (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Girlpool - Powerplant - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Na de release vloed van de afgelopen weken is het de komende weken eb en vertrouw ik voor een belangrijk deel op de tips die ik vind in de jaarlijstjes van anderen (het jaarlijstje van de krenten uit de pop komt overigens op 16 december) en andere tips die ik binnen krijg.

Het levert zo af en toe platen op die ik echt niet had willen missen en Powerplant van Girlpool is zo’n plaat.

Het is een plaat die al in het voorjaar verscheen en het is de tweede plaat van het duo dat wordt gevormd door Cleo Tucker en Harmony Tividad, twee jonge twintigers uit Los Angeles.

Het gekke is dat ik het debuut van Girlpool wel ken, maar de tweede plaat is me echt ontgaan eerder dit jaar. Misschien wel omdat het in 2015 verschenen Before The World Was Big me uiteindelijk niet volledig wist te overtuigen. Ik hoorde wel iets van belofte, maar destijds pakte de plaat me niet.

Wilco’s Jeff Tweedy was wel onder de indruk van het debuut van Girlpool (en wanneer ik de plaat nu beluister kan ik hem alleen maar gelijk geven) en was eigenlijk van plan om de tweede plaat van het duo te produceren. Dat lukte door andere projecten uiteindelijk niet en daarom deden Cleo Tucker en Harmony Tividad het zelf. En ze hebben het zeer verdienstelijk gedaan.

Powerplant klinkt vergeleken met het debuut van Girlpool wat minder minimalistisch, onder andere omdat het tweetal drums heeft toegevoegd aan het geluid. Het is een geluid dat me met grote regelmaat herinnert aan de uit de jaren 90 stammende prachtplaten van onder andere Juliana Hatfield en Liz Phair. Girlpool heeft de dynamiek van deze platen meegenomen naar haar tweede plaat en vervolgens verder verfijnd.

Het contrast tussen aan de ene kant wonderschone gitaarlijnen en fluisterzachte en suikerzoete vocalen en aan de andere kant het hoge lo-fi gehalte en de stevige gitaaruitbarstingen is levensgroot, maar bij Girlpool gaan beide uitersten vrijwel naadloos in elkaar over, wat de tweede plaat van het Californische duo voorziet van dynamiek, onderhuidse spanning en lading.

In de meest melodieuze momenten schuurt Girlpool dicht tegen de dreampop (denk vooral aan Lush) en shoegaze aan, maar de twee muzikanten uit Los Angeles zijn ook niet vies van noisy uitbarstingen of heerlijke rammelpop. Hiernaast zijn er de zonnige gitaarloopjes die zomaar uit de gitaren van Johnny Marr hadden kunnen komen, maar die ook ieder moment kunnen omslaan in een bak herrie.

De songs van Girlpool lijken op het eerste gehoor behoorlijk simpel en sober, maar hoe vaker ik ze hoor, hoe beter en mooier ze worden. Het gitaarwerk wordt bij meerdere keren horen alleen maar veelkleuriger en betoverender, maar ook de stemmen van Cleo Tucker en Harmony Tividad hebben steeds meer effect en groeien aan kracht.

Direct bij eerste beluistering wist ik dat Powerplant van Girlpool een plaat is die ik ga koesteren, maar inmiddels kan ik nauwelijks meer zonder de zoete maar soms ook venijnige verleiding van het duo uit Los Angeles.

Met Jeff Tweedy achter de knoppen had de plaat waarschijnlijk wat meer aandacht gekregen, maar of de Wilco voorman het torenhoge niveau van Powerplant had weten te evenaren lijkt me niet op voorhand zeker.

Ik zet Powerplant nog maar eens op en wordt onmiddellijk beneveld door honingzoete stemmen en gitaarlijnen waarvan je alleen maar kunt dromen. Zwaar verslavende plaat die met hoge snelheid richting de top van mijn jaarlijst schiet. Wat ben ik blij dat ik hem uiteindelijk niet gemist heb. Erwin Zijleman

Girlpool - What Chaos Is Imaginary (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Girlpool - What Chaos Is Imaginary - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Girlpool levert een wat schizofrene plaat af die niet direct volledig overtuigt, maar duik er wat dieper in en er valt steeds meer op zijn plek

What Chaos Is Imaginary is een plaat met twee gezichten en het zijn de gezichten van Cleo Tucker en Harmony Tividad. De laatste grossiert nog steeds in bedwelmende en wonderschone dreampop, maar de eerste heeft door een proces van geslachtsverandering niet alleen een ander stemgeluid, maar lijkt ook een voorliefde te hebben voor rauwere en directere rock. Het komt in eerste instantie over als twee platen die aan elkaar zijn geplakt en niet al te veel met elkaar te maken lijken te hebben, maar langzaam maar zeker hoor je steeds meer verbanden en begint de nieuwe plaat van Girlpool te groeien. Zo goed als Powerplant vind ik hem nog niet, maar een van de betere releases van deze week is het zeker.

What Chaos Is Imaginary is alweer de derde plaat van het uit Los Angeles afkomstige duo Girlpool. Cleo Tucker en Harmony Tividad debuteerden in 2015 met het bijzondere en bij vlagen veelbelovende Before The World Was Big. Het bij vlagen bijna minimalistische debuut van het tweetal begon sterk, maar wist me uiteindelijk toch onvoldoende te boeien.

Het in 2017 verschenen Powerplant deed dat wel en imponeerde met een bijzondere mix van shoegaze, dreampop, noisepop en lo-fi. Het net wat vollere geluid bracht de muziek van Girlpool tot leven en combineerde de genadeloze verleiding van de bloedstollend mooie harmonieën met flink wat avontuur en diepgang.

Deze week verscheen de derde plaat van het Amerikaanse tweetal. De openingstrack van What Chaos Is Imaginary zette me direct op het verkeerde been. De plaat opent niet alleen met een vol en noisy geluid, maar wordt bovendien gedomineerd door een mannenstem. Cleo Tucker heeft besloten om als man door het leven te gaan en hormoonbehandelingen hebben de stembanden alvast een flinke zet in de goede richting gegeven.

Het levert een openingstrack op die heel ver is verwijderd van de muziek die ik tot dusver van Girlpool ken, maar de tweede track is weer een feest van herkenning. Harmony Tividad verleidt in deze tweede track met honingzoete vocalen en een song die uitstekend past in het hokje dreampop.

In de tweede track horen we ook nog de fantastische harmonieën die van Powerplant zo’n indrukwekkende plaat maakten, maar in veel tracks neemt of Cleo Tucker of Harmony Tividad het voortouw.

Vergeleken met Powerplant en zeker vergeleken met het debuut van Girlpool, is What Chaos Is Imaginary voorzien van een behoorlijk vol geluid. Het is nog altijd een geluid dat meerdere kanten op kan, zeker nu Cleo Tucker en Harmony Tividad meer als individuen hun stempel drukken op de plaat.

Het zijn vooralsnog vooral de songs van Harmony Tividad die op mij de meeste indruk maken. Ik heb nu eenmaal een zwak voor dreampop en zeker voor dreampop met engelachtige zang. Het vollere geluid op de plaat zit me geen moment in de weg en bevalt me over het algemeen wel, zeker omdat er ook nog flink wat songs zijn wanneer het tweetal zeer subtiel te werk gaat. Girlpool klinkt op What Chaos Is Imaginary nog steeds bijzonder, maar vult ook wat makkelijker de ruimte.

Het soms wel erg grote verschil tussen de songs van Cleo Tucker en Harmony Tividad zit me af en toe wel wat in de weg. Harmony Tividad heeft nog altijd een zwak voor dreampop en shoegaze, terwijl Cleo Tucker kiest voor avontuurlijke indie-rock en voor songs die in de verte soms een Beatlesque tintje hebben. De verschillen zijn overigens lang niet altijd even groot. Zeker wanneer Cleo Tucker kiest voor bezwerende klanken, wijkt alleen de stem nog af van de songs uit het verleden.

De plaat blijft overeind omdat Harmony Tividad wat zweverigheid en mysterie toevoegt aan de songs van Cleo Tucker, terwijl hij haar songs voorziet van een stevige aardse onderlaag. De twee stuwen elkaar hier en daar naar grote hoogten. What Chaos Is Imaginary maakt nog niet de onuitwisbare indruk die Powerplant in 2017 maakte, maar de op het eerste gehoor wat schizofreen overkomende plaat wint snel aan kracht, zeker wanneer de songs van Cleo Tucker en Harmony Tividad wat meer door elkaar gaan lopen en ze elkaar versterken in plaats van elkaar te beconcurreren en vooral wanneer de dreampop het net wint van de stoere of net wart minder spannende rock. Erwin Zijleman

girlpuppy - Sweetness (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: girlpuppy - Sweetness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: girlpuppy - Sweetness
Het valt als jonge vrouwelijke muzikante in die indierock en indiepop niet mee om op te vallen op het moment, maar de Amerikaanse muzikante girlpuppy had dit zeker moeten doen met het ijzersterke Sweetness

Sweetness, het tweede album van girlpuppy verscheen een maand geleden en is vooralsnog niet overladen met aandacht. Dat had het album wel verdiend, want het tweede album van girlpuppy is een knap album. Het is een breakup album, wat een aantal wat donkerder gekleurde songs oplevert en het zijn songs waarin de gitaren lekker stevig klinken, maar girlpuppy zeker niet blijft hangen in één genre. De songs van het project van de Amerikaanse muzikante Becca Harvey zijn stuk voor stuk aansprekend en vallen niet alleen op door de mooie klanken en een fraaie productie, maar zeker ook door de prachtige zang van girlpuppy, die als zangeres enorm is gegroeid op dit uitstekende album.

Ik heb nog altijd een enorm zwak voor jonge vrouwelijke muzikanten met een voorliefde voor indiepop en indierock, al is het aanbod in deze genres al jaren zo groot dat ik ook flink wat nieuwe albums laat liggen. Dat deed ik in de herfst van 2022 ook met When I’m Alone van de Amerikaanse muzikante girlpuppy. Dat was achteraf bezien niet terecht, want toen ik het album deze week nog eens beluisterde beviel het me zeer.

Op haar debuutalbum verraste het alter ego van Becca Harvey met een serie prima songs met zowel invloeden uit de indierock als de indiepop, met een zeer aangename stem, met een eigenzinnig geluid en met persoonlijke teksten. When I’m Alone had daarom in 2022 een beter lot verdiend en dat geldt ook voor het tweede album van girlpuppy dat een paar weken geleden verscheen.

Sweetness verscheen in een week met heel veel nieuwe albums en het tweede album van girlpuppy was in de betreffende week zeker niet het enige album van een jonge vrouwelijke muzikante met een zwak voor indiepop en indierock. Ik ga er van uit dat ik Sweetness vorige maand wel heb beluisterd, maar kennelijk maakte het album geen of in ieder geval niet voldoende indruk.

Dat is bijzonder, want girlpuppy maakt op haar tweede album muziek die in mijn straatje past en toen ik het album deze week beluisterde vond ik het zeker geen twijfelgeval. Sweetness ligt in het verlengde van het debuutalbum van girlpuppy en bevat lekker in het gehoor liggende songs die vooral in het hokje indierock passen. Het is indierock met hier en daar lekker stevig aangezette gitaren, die prachtig contrasteren met melodieus klinkende synths en met de wat meisjesachtige stem van Becca Harvey.

Het combineren van gruizige gitaren en engelachtige zang was in de indierock uit de jaren 90 een beproefd recept en het is een recept waardoor girlpuppy zich zeker heeft laten beïnvloeden. Sweetness klinkt een stuk rauwer en donkerder dan het debuutalbum van girlpuppy en dat is niet zonder reden. De meeste songs op het album zijn beïnvloed door het einde van een liefdesrelatie die zowel verdriet als boosheid heeft opgeleverd.

Het is niet de enige reden voor het stevigere geluid, want ook de productie van niemand minder dan Alex Farrar (Wednesday, Horse Jumper Of Love, Bnny, MJ Lenderman) en de bijdragen van leden van Horse Junper Of Love, Beach Fossils en The War On Drugs hebben vast bijgedragen aan het wat meer rock georiënteerde geluid op het album.

Vergeleken met het debuutalbum van girlpuppy valt op dat Becca Harvey veel beter en mooier is gaan zingen. Volgens de informatie op haar bandcamp pagina nam de Amerikaanse muzikante in eerste versie a capella versies van haar songs op, wat verklaart dat de sfeer in de zang zo anders is dan die in de muziek op het album.

Het is een combinatie die overigens wel prachtig werkt, want gruizige gitaren en lieflijke zang zijn nog altijd een beproefde combinatie. Het is een combinatie die is geland in een aantal zeer persoonlijke maar ook uitstekende songs. Ik begrijp er echt helemaal niets van dat ik het album heb laten liggen vorige maand, want girlpuppy heeft wat mij betreft een van de meest aansprekende indierock albums van 2025 gemaakt. Ik zou nog maar eens gaan luisteren, want dat hebben echt veel te weinig mensen gedaan tot dusver. Erwin Zijleman

Gitta de Ridder - For Everything a Season (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gitta de Ridder - For Everything A Season - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Gitta de Ridder werd geboren in Nederland, maar woont en werkt inmiddels al een tijd in Londen, net als haar collega singer-songwriter Geri van Essen die onlangs een bijzonder veelbelovende debuut-EP (A New Hiding Place) uitbracht.

Gitta de Ridder is al wat verder dan haar landgenote en collega en brengt met For Everything A Season haar tweede album uit.

Ik noem de naam van Geri van Essen natuurlijk niet voor niets, want ik ben nog steeds diep onder de indruk van de mooie folky songs van de Brits-Nederlandse singer-songwriter. De songs van Gitta de Ridder zijn al net zo mooi en kunnen de concurrentie met alle door de Britse muziektijdschriften bejubelde jonge Britse folkies moeiteloos aan.

Op For Everything A Season maakt Gitta de Ridder indruk met intieme folky songs die opvallen door hun schoonheid, maar die ook net wat meer buiten de lijntjes kleuren dan de songs van de meeste Britse singer-songwriters met een voorliefde voor folk.

Dat buiten de lijntjes kleuren doet Gitta de Ridder op verrassend subtiele en zeer veelzijdige wijze. De meeste songs op haar tweede plaat hebben een akoestische basis en vertrouwen voor een belangrijk deel op de mooie en warme stem van de Londense singer-songwriter met Nederlandse wortels, die op het eerste gehoor in de voetsporen treedt van een aantal Britse folkies uit vervlogen tijden.

Gitta de Ridder klinkt echter niet als de gemiddelde folkie ,van het moment door net wat avontuurlijker te zingen, meer emotie in haar stem te leggen en in de instrumentatie hier en daar voorzichtig te flirten met jazzy accenten en andere uitstapjes buiten de gebaande paden. Ook voor een eenvoudige folksong met een akoestische gitaar en heldere vocalen draait Gitta de Ridder overigens haar hand niet om, al klinken ook deze net wat anders dan we gewend zijn.

For Everything A Season doet me met enige regelmaat denken aan de platen van Suzanne Vega en heeft ook wel wat van het droomdebuut van Fairground Attraction, maar Gitta de Ridder kan ook opschuiven richting meer traditionele folk of richting songs die misschien net wat beter in het hokje Americana passen.

Bij eerste beluistering was ik vooral onder de indruk van de mooie stem van de Brits-Nederlandse singer-songwriter en van de intieme sfeer die ze op haar nieuwe plaat creëert, maar nu ik wat vaker naar For Everything A Season heb geluisterd vind ik het vooral een plaat die overloopt van avontuur.

De aangename luisterliedjes van Gitta de Ridder blijken volgestopt met bijzondere accenten, waardoor de plaat veel interessanter is dan de meeste andere platen in het momenteel zo overvolle genre. De songs van Gitta de Ridder geven al deze geheimen niet onmiddellijk prijs, waardoor ik nog steeds nieuwe dingen hoor en steeds meer onder de indruk raak van de plaat.

For Everything A Season van Gitta de Ridder moet momenteel concurreren met stapels andere platen, maar verdient absoluut een kans. Zo mooi en bijzonder als op de tweede plaat van de Nederlandse singer-songwriter hoor ik folky songs op het moment immers maar zelden en het is bovendien een plaat die ook van een kille of regenachtige dag een echte lentedag maakt, wat altijd goed nieuws is. Erwin Zijleman

Gizelle Smith - Ruthless Day (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gizelle Smith - Ruthless Day - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Gizelle Smith groeide op in het Britse Manchester als dochter van een Amerikaanse vader en een op de Seychellen geboren moeder. Haar vader speelde ooit in de band achter de fameuze Motown band The Four Tops en het wekt dan ook geen verbazing dat Gizelle Smith de Amerikaanse soulmuziek met de paplepel kreeg ingegoten.

Gizelle Smith koos al op jonge leeftijd voor de muziek die ze al als kind liefhad en trok met haar heerlijk soulvolle strot direct flink wat aandacht.

De eerste successen oogstte ze als frontvrouw van de vanuit Hamburg opererende band The Mighty Mocambos en met het debuut van deze band, maar met Ruthless Day staat de tegenwoordig vanuit Londen opererende Gizelle Smith voor het eerst op eigen benen.

De kans dat de solocarrière van Gizelle Smith een succes wordt lijkt me behoorlijk groot, want de Britse zangeres beschikt niet alleen over een geweldige stem, maar laat op Ruthless Day bovendien een geluid horen dat nadrukkelijk put uit de rijke archieven van de Amerikaanse soulmuziek, maar dat ook aansluit bij de soulvolle R&B uit het heden en dat durft te experimenteren met invloeden uit de jazz, funk en de psychedelica.

Toen de eerste noten van de krachtige strot van Gizelle Smith uit de speakers kwamen moest ik vooral denken aan The Soul Sessions van Joss Stone. Waar bij Joss Stone vooral de verbazing overheerste dat een 15-jarige blonde bakvis het authentieke soulgeluid van de allergrootsten zo dicht kon benaderen, hoor je dat Gizelle Smith dit geluid al enkele jaren in de vingers heeft en nu vooral verder wil.

Als je een stem hebt als die van Gizelle Smith is het logisch om deze vol in te zetten en dat gebeurt dan ook op Ruthless Day. De Britse soulzangeres mag stevig uithalen, maar mag de schaarse lege ruimte ook vullen met de vooral in de R&B zo gangbare stembuigingen. Dat is me vaak snel te veel, maar Gizelle Smith kan gelukkig ook doseren en lijkt met haar zang meer op de grote soulzangeressen uit het verleden dan op de jonge R&B zangeressen van het moment, die vooral een kunstje beheersen en uitbuiten. Het zorgt er voor dat de stem van Gizelle Smith van alles met me doet en het niveau van Ruthless Day een flink stuk omhoog stuwt.

Ruthless Day is in vocaal opzicht een imponerende plaat, maar ook in muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het solodebuut van Gizelle Smith. De plaat is voorzien van een moddervet soulgeluid met flink wat blazers, maar bevat ook uitstapjes richting psychedelica met zweverige synths, of verkent de paden richting jazz en funk, waarbij vooral de fantastisch spelende ritmesectie wonderen verricht.

Ruthless Day laat een bij vlagen behoorlijk vol en overweldigend geluid horen, maar Gizelle Smith komt er met speels gemak bovenuit en verrast met zang waarvan de meeste van haar jonge concurrenten alleen maar kunnen dromen. Het levert een debuut op dat flink boven het maaiveld uitsteekt en daarom alle aandacht verdient, ook van een ieder die slechts bij hoge uitzondering naar dit soort muziek luistert. Erwin Zijleman

Gladie - Don't Know What You're in Until You're Out (2022)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gladie - Don’t Know What You’re In Until You’re Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gladie - Don’t Know What You’re In Until You’re Out
De Amerikaanse band Gladie grijpt op haar tweede album nadrukkelijk terug op de indierock uit de jaren 90, maar trekt ook de aandacht met een geweldig gitaargeluid, gevarieerde songs en de persoonlijkheid van Augusta Koch

Er is tot dusver weinig aandacht voor Don’t Know What You’re In Until You’re Out van Gladie, maar ik vind het persoonlijk een erg leuk album. De Amerikaanse band citeert stevig uit de archieven van de leukere indierock uit de jaren 90, maar Gladie is ook lekker eigenzinnig. Dat hoor je in de songs die flink afwijken van de 90s indierock, maar het is vooral frontvrouw Augusta Koch die de aandacht trekt. Dat doet ze met een bijzonder stemgeluid, met zeer persoonlijke teksten en met songs die even aanstekelijk als stekelig zijn. Het lekker volle gitaargeluid op het album maakt het helemaal af. Het levert een album op dat steeds leuker wordt.

De wekelijkse selectie van de muziekwebsite Paste zette me de afgelopen week op het spoor van Don’t Know What You’re In Until You’re Out van de Amerikaanse band Gladie. Het is een album waarover ik verder nog niet heel veel lees, maar ik ben zelf blij met deze tip van de Amerikaanse muziekwebsite, die bijna wekelijks minstens één album toevoegt aan mijn selectie voor de krenten uit de pop.

Gladie is een band uit Philadelphia, Pennsylvania, en heeft songwriter Augusta Koch als belangrijkste lid. De frontvrouw van de band heeft vorig jaar na een jarenlange verslaving de drank afgezworen en heeft met Don’t Know What You’re In Until You’re Out haar eerste album afgeleverd dat niet onder invloed van alcohol is gemaakt.

Het is het tweede album van Gladie, maar Augusta Koch maakte ook al een aantal albums met het eveneens uit Philadelphia afkomstige punk en riot grrrl trio Cayetana. Met Gladie is de Amerikaanse muzikante wat opgeschoven richting indierock en het is indierock waarin flink wat invloeden uit de jaren 90 zijn verwerkt.

Zeker in de uptempo en vaak rauwe en gruizige rocksongs is het geluid van Gladie op het eerste gehoor niet heel onderscheidend, al moet ik wel zeggen dat het bijzonder lekker klinkt. Dit is deels de verdienste van de meerdere lagen gitaren in het geluid van de band, maar ook de zang van Augusta Koch tilt de muziek van Gladie net een stukje op. De stem van Augusta Koch is op zich niet heel mooi, maar heeft wel iets bijzonders.

Gladie vertrouwt op Don’t Know What You’re In Until You’re Out niet alleen op ruwere rocksongs met een hoog jaren 90 gehalte, maar heeft ook een aantal meer ingetogen en opvallend melodieuze songs op het album gezet. Het zijn deze songs die in eerste instantie mijn aandacht trokken en die de songwriting skills van Augusta Koch het makkelijkst blootleggen.

Ook de uptempo songs zitten overigens knapper in elkaar dan je bij eerste beluistering kunt vermoeden en met name het gitaarwerk in deze songs wordt mooier en mooier. Het einde van de drankverslaving van Augusta Koch speelt een belangrijke rol op een album vol persoonlijke songs, wat Don’t Know What You’re In Until You’re Out voorziet van extra diepte en meer emotie.

Bij beluistering van albums van bands die teruggrijpen op de indierock uit de jaren 90, en dat zijn er de laatste jaren nogal wat, heb ik vrijwel altijd associaties met een specifiek album of een specifieke band uit dit decennium, maar bij beluistering van Don’t Know What You’re In Until You’re Out van Gladie regent het namen, waarvan er uiteindelijk niet één echt blijft hangen.

Het tweede album van de band uit Philadelphia komt misschien niet in aanmerking voor de originaliteitsprijs, maar meer van hetzelfde is het ook zeker niet. Nadat ik de tip van Paste eenmaal had omarmd vond ik Don’t Know What You’re In Until You’re Out in eerste instantie vooral een lekker rockalbum zonder poespas, maar nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd, hoor ik steeds meer bijzonders in de songs, de muziek en de persoonlijke ontboezemingen van Augusta Koch.

In Nederland is er tot dusver nog helemaal geen aandacht voor het tweede album van Gladie, maar ik ga er van uit dat er ook hier flink wat rockliefhebbers rondlopen die minstens net zo blij worden van dit album als ik. Erwin Zijleman

Glen Hansard - Between Two Shores (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Glen Hansard - Between Two Shores - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Wanneer ik denk aan de Ierse singer-songwriter Glen Hansard, denk ik in eerste instantie aan de platen die hij maakte met zijn, met name in eigen land zeer populaire band The Frames en vooral aan de platen die hij samen met de Tsjechische singer-songwriter Markéta Irglova maakte onder de naam The Swell Season.

Ook met de soloplaten van Glen Hansard is niets mis en op het podium behoort de Ierse muzikant zelf tot de smaakmakers, maar ik mis op zijn soloplaten het grootse en meeslepende van The Frames of de verstilde pracht en emotie van de platen van The Swell Season.

Ook bij beluistering van de nieuwe plaat van Glen Hansard miste ik in eerste instantie de onderhuidse spanning die hij zo mooi wist op te bouwen met Markéta Irglova, die overigens in één van de tracks acte de présence geeft maar helaas een bescheiden rol heeft, maar Between Two Shores bleek voor mij een groeiplaat.

In eerste instantie lijkt Glen Hansard op zijn derde soloplaat te vertrouwen op beproefde middelen. De openingstrack met een voorname rol voor blazers, een heerlijk orgeltje en scheurende gitaren hakt er meteen lekker in en laat horen dat Glen Hansard beschikt over een lekkere rauwe en soulvolle stem. Het heeft af en toe wat van Van Morrison en ook Springsteen duikt hier en daar op, maar het zit ook dicht tegen het vroege werk van Joe Cocker aan.

Het klinkt absoluut lekker, maar Glen Hansard doet in muzikaal opzicht geen hele bijzondere dingen en sluit in vocaal opzicht aan bij een heel legioen aan blue-eyed soulzangers. De tweede track is meer ingetogen en stemmig en voegt John Hiatt toe aan het rijtje namen met relevant vergelijkingsmateriaal. Het klinkt wederom prachtig, maar bij eerste beluistering was het voor mij allemaal net wat te netjes binnen de lijntjes en miste ik het gevoel.

Dit gold voor bijna alle tracks op de plaat, waardoor Between Two Shores het weliswaar uitstekend deed op de achtergrond, maar niet de indruk maakte die ik op voorhand had verwacht of waar ik op had gehoopt.

Het veranderde allemaal toen ik de plaat laat op de avond met de koptelefoon beluisterde. De prima zang op de plaat deed opeens veel meer met mij en ook in muzikaal opzicht was de derde soloplaat van Glen Hansard opeens een stuk interessanter.

Natuurlijk sluit Glen Hansard nog altijd vrij nauwkeurig aan op de soul en rhythm & blues van weleer, maar de instrumentatie steekt knap in elkaar en is subtieler dan ik bij oppervlakkige beluistering had waargenomen. Het feit dat de plaat in één take werd opgenomen geeft Between Two Shores nog wat meer glans.

Het grootste verschil tussen mijn eerste beluisteringen van Between Two Shores en de huidige beluisteringen zit echter in de zang. De vocalen van Glen Hansard komen op zijn nieuwe plaat met enige regelmaat uit de tenen en de emotie die ik hoor ervaar is als oprecht, waardoor de plaat nu wel flink binnenkomt.

Glen Hansard mist als soloartiest misschien het unieke dat hij wel met Markéta Irglova te pakken had, maar wanneer Between Two Shores je eenmaal raakt, kan de plaat je stevig raken. Ik had het zelf na de eerste beluisteringen niet verwacht, maar inmiddels ben ik behoorlijk gehecht geraakt aan de derde soloplaat van Glen Hansard en is het toch nog geworden wat ik er van had verwacht; een van de lekkerste krenten uit de pop van de eerste maand van 2018. Erwin Zijleman

Glen Hansard - This Wild Willing (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Glen Hansard - This Wild Willing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Glen Hansard - This Wild Willing
Glen Hansard doet er nog maar eens een schepje bovenop en imponeert met een prachtig album vol dynamiek, avontuur en doorleving

Glen Hansard kreeg met zijn band The Frames pas na een aantal jaren een voet aan de grond buiten zijn vaderland, maar sindsdien hangen we aan de man’s lippen. Zijn vierde soloalbum is wat mij betreft zijn beste. Het is deels de verdienste van een instrumentatie vol dynamiek, waarin ingetogen klanken kunnen omslaan in bombast of flirts met Arabische muziek. De meeste kracht van This Wild Willing schuilt echter in de intense vocalen en de indringende sfeer die Glen Hansard weet op te roepen met zijn persoonlijke songs. De man’s beste tot dusver en dat zegt wat.

Glen Hansard was vanaf het begin van de jaren 90 wereldberoemd in Ierland met zijn band The Frames. De albums van de band uit Dublin, wisten het Europese vasteland in eerste instantie nauwelijks te bereiken, maar kregen uiteindelijk ook hier de aandacht die de muziek van de band zo verdiende.

Glen Hansard was op dat moment al begonnen aan een volgend project en maakte samen met de Tsjechische muzikante Markéta Irglová twee prachtige albums als The Swell Season. Vervolgens begon de Ierse muzikant een jaar of zeven geleden aan een solocarrière, wat tot voor kort drie uitstekende albums opleverde.

Het deze week verschenen This Wild Willing is soloalbum nummer vier en het is wat mij betreft de beste van het stel. Direct in de openingstrack I’ll Be You, Be Me maakt Glen Hansard een onuitwisbare indruk. Bas en drums zorgen samen met wat keyboards voor een donkere sfeer, waarna Glen Hansard je met fluisterzachte maar bijzonder intense vocalen bij de strot grijpt. De track wordt vervolgens steeds verder ingekleurd, maar de intensiteit blijft, zelfs wanneer de instrumentatie bombastische vormen begint aan te nemen met overstuurde gitaren en aanzwellende strijkers.

De openingstrack is wat mij betreft direct ook het prijsnummer van het vierde soloalbum van Glen Hansard, maar ook in de andere songs op het album weet de Ierse muzikant een bijzonder hoog niveau vast te houden. Glen Hansard schreef zijn nieuwe songs gedurende een vier weken durend verblijf in Parijs, waarbij de Ier open stond voor uiteenlopende invloeden en dat hoor je.

This Wild Willing ligt deels in het verlengde van de vorige platen van Glen Hansard, maar zijn songs klinken dit keer indringender en urgenter en vallen op door een bijzonder fraaie instrumentatie en intense en doorleefde vocalen. Veel songs op de plaat openen betrekkelijk sober, maar worden hierna op fraaie wijze ingekleurd, waarbij flink wat door strijkers toegevoegde dramatiek niet wordt geschuwd.

Het doet me af en toe wel wat denken aan het eerste album van Glen Hansard’s geniale landgenoot Gavin Friday, al hoor ik ook flink wat invloeden uit de muziek die de Ier maakte met zijn band The Frames.

This Wild Willing is een plaat die door de mooie en uiteindelijk vaak volle instrumentatie makkelijk overtuigt, maar dan nog moet beginnen met indruk maken. De meeste indruk maakt Glen Hansard met zijn zang, die overloopt van doorleving en emotie. Wanneer de instrumentatie zacht en ingetogen is, zingt de muzikant uit Dublin fluisterzacht, maar wanneer de strijkers en gitaren aanzwellen schakelt Glen Hansard ook in vocaal opzicht een paar tandjes bij, wat zijn songs voorziet van drama en impact.

This Wild Willing is een album met heel veel dynamiek en het is bovendien een album vol invloeden. Glen Hansard stond tijdens het schrijven van zijn nieuwe songs in Parijs zoals gezegd open voor uiteenlopende invloeden en verrijkt zijn door Ierse folk en rock gedomineerde songs met invloeden uit onder andere de wereldmuziek.

Zeker wanneer je de volumeknop flink opendraait lijkt de wereld af en toe te vergaan bij de muzikale uitbarstingen op het album, maar bijna serene rust is nooit ver weg. Het mooie volle geluid op het album is het resultaat van de samenwerking met flink wat muzikanten, maar Glen Hansard deed keer gelukkig ook weer een beroep op de vocale ondersteuning van Markéta Irglová.

Het is knap hoe This Wild Willing steeds begint bij folky singer-songwriters uit de jaren 70 (met hier en daar een flinke dosis Cat Stevens), maar vervolgens de ene na de andere verrassing toevoegt. Hierbij gaat het soms om de al genoemde aanzwellende strijkers of uit de bocht vliegende gitaren, maar ook de bijdragen van de Iraanse Khoshravesh Brothers, die Arabische accenten toevoegen aan de muziek van Glen Hansard, waardoor Europa onmiddellijk verruild wordt voor het Midden-Oosten, en de bijdragen van subtiele elektronica mogen niet onvermeld blijven.

The Wild Willing bevat een aantal lange tracks, maar vervelen doet het geen moment. Het album duurt met een uur muziek misschien net wat te lang, maar het eindoordeel is dan al lang geveld. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Glitterpaard - Glitterpaard (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Glitterpaard - Glitterpaard - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Glitterpaard - Glitterpaard
De Belgische band Glitterpaard dook ooit op als Sparklehorse tribute band, maar met haar titelloze debuutalbum schaart de band uit Antwerpen zich in één klap onder de betere bands die onze Zuiderburen rijk zijn

Het debuut van Glitterpaard is een album dat je bijna veertig minuten lang op het puntje van de stoel houdt. De muziek van de band is avontuurlijk en eigenzinnig, maar het is ook muziek met een bijzondere spanning, die je continu in een wurggreep houdt. De leden van de band speelden in een aantal grote Belgische bands en dat hoor je, want het debuut van Glitterpaard is een album waar de klasse van af spat. Het is een album dat kan worden vergeleken met de kroonjuwelen van de Belgische popmuziek, maar het is bovendien een album dat ook na talloze keren horen nog mooier en indrukwekkender wordt. België heeft er met Glitterpaard een hele, hele grote band bij.

In 2016 ging de documentaire The Sad & Beautiful World of Sparklehorse in première. Het is een fraai eerbetoon aan de Amerikaanse band Sparklehorse, die tussen 1995 en 2010 een vijftal prachtige albums afleverde, en aan Mark Linkous, de voorman van de band, die in 2010 helaas besloot dat zijn verblijf op aarde lang genoeg had geduurd en hiermee ook het doodvonnis tekende voor zijn band.

De Belgische première van de documentaire in Antwerpen werd opgeluisterd door een heuse Sparklehorse tribute band met de fantastische naam Glitterpaard. Het zal ongetwijfeld een memorabele avond zijn geworden. Inmiddels zijn we zes jaar verder en duikt Glitterpaard opnieuw op en nu met een titelloos debuutalbum.

Glitterpaard was in 2016 al veel meer dan een Sparklehorse tribute band. De leden van de band uit Antwerpen hebben hun sporen in de popmuziek ruimschoots verdiend in grote Belgische bands als Wardrobe, Mintzkov, Millionaire, Marble Sounds en Portland, waardoor het predicaat ‘supergroep’ op zijn plaats is. Nu vallen albums van ‘supergroepen’ meestal vies tegen, maar het debuut van Glitterpaard is de uitzondering die de regel bevestigt.

Glitterpaard beperkte zich 2016 nog tot het spelen van songs van Sparklehorse, maar zes jaar later laat de Belgische band een prachtig eigen geluid horen. Het is een geluid dat inmiddels redelijk ver verwijderd is van het geluid van de band van Mark Linkous, al is ook de muziek van Glitterpaard intiem, eigenzinnig en voorzien van een bijzondere onderhuidse spanning.

Glitterpaard bestaat zoals gezegd uit een aantal gelouterde muzikanten, die vast allemaal hun eigen ideeën hebben over de muziek van de band. Dat leidt bij de gemiddelde ‘supergroep’ tot songs van individuen in plaats van een band, maar Glitterpaard is gelukkig niet in deze valkuil getrapt en laat een hecht bandgeluid horen.

De band beschikt in de personen van Johan Verckist en Philip Bosschaerts over twee zangers (die ook nog eens allebei tekenen voor gitaren en keyboards), maar het geluid van Glitterpaard is verrassend consistent. Beide zangers worden overigens prachtig ondersteund door Sarah Pepels, die nog wat extra keyboards en prachtige achtergrondzang toevoegt aan het geluid van de band uit Antwerpen. De ritmesectie bestaande uit Damien Vanderhasselt en Frederik Bastiaensen completeert de bezetting van de band.

Het geluid van Glitterpaard is vooral gitaar georiënteerd en past in het hokje rock, al bestrijkt de band binnen dit hokje een breed terrein. Het gitaarwerk op het album is prachtig, wordt mooi ondersteund door de ritmesectie en de keyboards en past fraai bij de vaak wat lome zang, die fraai contrasteert met alle dynamiek in de instrumentatie.

Glitterpaard kan hier en daar ruw klinken, maar de meeste songs van de band zijn behoorlijk ingetogen en niet alleen sprookjesachtig mooi, maar ook razend spannend. Het zijn songs die aansluiten bij veel moois dat in het verleden in België is gemaakt, waarbij de namen van de vorige bands van de leden van Glitterpaard voorbij komen, maar de naam van dEUS zeker niet mag ontbreken.

Het titelloze debuut van Glitterpaard bevat tien songs en ik vind ze stuk voor stuk prachtig. De kleine veertig minuten die het debuut van de band uit Antwerpen duurt is steeds veel te snel voorbij, maar het is gelukkig een album dat bij herhaalde beluistering alleen maar indrukwekkender wordt. België heeft een traditie hoog te houden wanneer het gaat om eigenzinnige gitaarbands, maar met Glitterpaard hebben onze Zuiderburen er weer een prachtband bij. Erwin Zijleman

Glitterpaard - Thursday (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Glitterpaard - Thursday - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Glitterpaard - Thursday
De Belgische band Glitterpaard bracht in 2022 een indrukwekkend mooi debuutalbum uit en overtrof dat album een maand of drie geleden met het wat mij betreft nog veel betere en echt betoverend mooie Thursday

Ik kan niet meer achterhalen waardoor Thursday van Glitterpaard drie maanden geleden uit mijn selectie viel. Met de kwaliteit van het album had het in ieder geval niets te maken, want ik vind het tweede album van de Belgische band al drie maanden prachtig. Thursday is nog wat beter dan het debuutalbum van de band en schuift qua niveau nog wat dichter tegen de albums van voorbeelden als dEUS en natuurlijk Sparklehorse aan. De band uit Antwerpen kiest dit keer voor songs die in muzikaal opzicht behoorlijk zijn volgestopt en dat doen ze ook in vocaal opzicht, zeker wanneer Sarah Pepels nog een laagje toevoegt . Het levert elf songs op die je eindeloos wilt koesteren.

Van de week vroeg iemand me waarom ik in het september verschenen tweede album van de Belgische band Glitterpaard niet heb besproken op de krenten uit de pop. Ik was er eerlijk gezegd van overtuigd dat ik dat wel had gedaan, want ik vind Thursday al sinds de week van de release echt een fantastisch album. Het tweede album van Glitterpaard is op een of andere manier helaas tussen wal en schip gevallen in september en dat is zeer spijtig.

Ik maak het nu goed, want een album dat wat mij betreft jaarlijstjeswaardig is mag natuurlijk niet ontbreken op deze site. De Belgische band Glitterpaard begon meer dan tien jaar geleden als een Sparklehorse tribute band, waardoor de geweldige naam Glitterpaard voor de hand lag. De band uit Antwerpen is al lang geen Sparklehorse tribute band meer en debuteerde in het voorjaar van 2022 prachtig met een titelloos album. Het is een album dat bij mij associaties opriep met een aantal grote Belgische bands, waaronder in ieder geval dEUS.

Het debuutalbum van Glitterpaard haalde in 2022 mijn jaarlijstje en dat kunstje gaat de band drie jaar later absoluut herhalen met Thursday. Glitterpaard bestaat uit muzikanten die hun sporen ruimschoots hebben verdiend in de rijke Belgische muziekscene en dat hoor je. Thursday klinkt nog wat veelzijdiger dan het debuutalbum van de band en staat vol met geweldige songs. Het zijn songs die soms wat meer naar binnen zijn gekeerd, maar het album bevat ook een aantal wat ruwere songs.

De band heeft Thursday zelf geproduceerd en heeft knap werk geleverd. Thursday is een album met een bijzondere sfeer en het is een sfeer die iets toevoegt aan de songs van Glitterpaard. Ik heb nog steeds associaties met de muziek van dEUS en hoor ook zeker nog echo’s van Sparklehorse, maar na twee albums bestaat er ook zoiets als een Glitterpaard sound en het is een zeer aansprekende sound.

De band beschikt in de personen van Philip Bosschaerts en Johan Verckist over twee uitstekende zangers, maar sinds Sarah Pepels de band Portland achter zich heeft gelaten is ook haar rol gegroeid. Met name in de wat meer laidback songs op het album is de zang echt bijzonder mooi. Dat geldt overigens niet alleen voor de zang, want ook in muzikaal opzicht maakt Glitterpaard veel indruk als het wat meer ingetogen speelt.

De wat ruwere songs op het album zijn wat meer rechttoe rechtaan, maar zorgen wel voor dynamiek. Nog veel meer dan op haar debuutalbum heeft de band uit Antwerpen haar muziek volgestopt met bijzondere geluiden en onverwachte wendingen, wat de songs op Thursday voorziet van een bijzondere spanning. Net als Sparklehorse schakelt Glitterpaard hierbij makkelijk tussen wonderschone en juist behoorlijk ruwe passages.

Er gebeurt echt ongelooflijk veel op Thursday, maar het tweede album van Glitterpaard is ook een album met songs die je een voor een dierbaar worden en vervolgens ook blijven. De beste songs op het album zijn echt weergaloos mooi, luister alleen maar eens naar de openingstrack, maar de rest doet er nauwelijks voor onder.

De Belgische band had de lat best hoog gelegd met haar drieënhalf jaar geleden verschenen debuutalbum, maar ik vind Thursday nog mooier en indrukwekkender. De eregalerij van de Belgische popmuziek is goed gevuld geraakt de afgelopen decennia, maar op basis van haar eerste twee albums verdient Glitterpaard absoluut een plekje op deze galerij. Ik ben veel te laat met mijn recensie van Thursday, maar gelukkig ben ik nog wel ruim op tijd voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman

Glossy Jesus - The Hunt (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Glossy Jesus - The Hunt - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Mijn woonplaats Leiden is een prachtige stad met een al even prachtige geschiedenis, maar wanneer het gaat om haar bijdrage aan de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek speelt Leiden tot dusver een zeer bescheiden rol.

Het is veelzeggend dat twee naastgelegen dorpen, Zoeterwoude en Hazerswoude, het veel grotere Leiden weten te overvleugelen met bands als The Shoes en Ivy Green, die wat mij betreft toch meer voor de Nederlandse popmuziek hebben betekend dan Armin van Buren, Rubberen Robbie of de Zangeres Zonder Naam.

Sinds kort is er echter een band die Leiden op de kaart kan zetten als de muziekstad die het wel degelijk is en niet alleen vanwege de grote dichtheid aan goede platenzaken. De naam Glossy Jesus zingt in het Leidse circuit al enige tijd rond, maar door een wat lullig maar ingrijpend verkeersongeluk van zanger/gitarist Maarten van den Hoonaard bleef het langverwachte debuut van de band wat langer op de plank liggen dan gepland.

Dit debuut is vorige maand dan eindelijk toch verschenen en blijkt een verrassend goede plaat. Het is ook een lastige plaat, vooral omdat de muziek van Glossy Jesus niet goed in een hokje is te duwen, waardoor het zo gewenste en comfortabele houvast ontbreekt.

In de openingstrack The Heat And The Cold War dacht ik nog aansluiting te horen bij bands als dEUS en Daryll-Ann, maar in het aanstekelijke Cider For Breakfast schuift Glossy Jesus op richting de jaren 80, zonder dat ik er direct een naam aan kan verbinden (Blancmange komt nu bij de laatste correctie bij me op). Wanneer Glossy Jesus in de derde track, A Hello To Arms verrast met funky muziek die doet denken aan de eerste platen van Robert Palmer, is duidelijk dat het zinloos is om de muziek van de Leidse band in een hokje te duwen, waarna de muziek van Glossy Jesus op haar kwaliteit kan worden beoordeeld.

Die kwaliteit is opvallend hoog. Glossy Jesus verrast op The Hunt met lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die vol verrassingen zitten. Die verassingen komen vaak van het gitaarwerk op de plaat. Glossy Jesus stopt haar songs vol met aanstekelijke gitaarloopjes, maar er is ook altijd een tweede laag, die wel wat doet denken aan het onderschatte gitaarwerk van Roxy Music’s Phil Manzanera, terwijl ook een gierende 70s gitaarsolo (die afkomstig blijkt te zijn van Leidenaar Nico Dijkshoorn) niet wordt geschuwd.

Zeker wanneer blazers worden ingezet klinkt de muziek van Glossy Jesus soms lekker funky, maar een new wave touch ligt altijd op de loer, waardoor de vergelijking met Talking Heads uiteindelijk een onvermijdelijke is.

Iedere vergelijking houdt uiteindelijk maar even stand, want iedere keer als je denkt te weten wat voor vlees je in de kuip hebt, schiet de muziek van Glossy Jesus weer een andere kant op. Het kan hierbij werkelijk alle kanten op. In het fraaie September imponeert Glossy Jesus samen met zangeres Tessa Douwstra in een rootsy ballad, terwijl het experimentelere en veelkleurige Like Chamberlain weer doet denken aan Japan en een aantal andere tracks duidelijke referenties naar The Beatles laten horen.

Aan het eind van de plaat is er wat meer ruimte voor de ingetogen songs en ook in deze songs weet Glossy Jesus indruk te maken met een combinatie van verrassende invloeden en een duidelijk eigen gezicht.

The Hunt bestaat uit elf songs en het zijn elf songs om te koesteren. Het zijn elf songs die allemaal anders klinken, maar het levert een consistent en evenwichtig elftal op dat in de praktijk maar moeilijk te kloppen zal blijken te zijn.

Met The Hunt zet Glossy Jesus de Leidse popmuziek op de kaart, maar hier zal het niet bij blijven. The Hunt is immers een plaat waarmee Glossy Jesus nationaal en internationaal vooruit kan, al is het maar omdat ik eigenlijk geen andere band ken die klinkt als Glossy Jesus en The Hunt uiteindelijk ook nog eens flink verslavend blijkt. Razend knappe plaat. Erwin Zijleman

Goat Girl - Below the Waste (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Goat Girl - Below The Waste - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Goat Girl - Below The Waste
De Britse band Goat Girl maakte de afgelopen jaren al twee hele goede albums en voegt met het duidelijk anders klinkende Below The Waste een fascinerend hoofdstuk toe aan haar nu al fascinerende oeuvre

De eerste twee albums van de Londense band Goat Girl werden terecht overladen met zeer positieve recensies. De Britse band liet zich op deze albums vooral inspireren door postpunk, maar sleepte er vervolgens van alles bij, waardoor Goat Girl niet het zoveelste bandje was dat zich fantasieloos liet inspireren door de hoogtijdagen van het genre. Op haar derde album slaat Goat Girl net wat andere wegen in. Het tempo op Below The Waste ligt een stuk lager, de sfeer is donkerder en de songs zijn gelaagder en experimenteler. Het is absoluut even wennen, maar de schoonheid en kracht van het nieuwe geluid van Goat Girl komen snel aan de oppervlakte. Fascinerende band.

Ondanks twee zeer memorabele albums is de Britse band Goat Girl de cultstatus nog niet helemaal ontgroeid, maar desondanks heeft het deze week verschenen derde album van de band niet te klagen over aandacht en dat is ook dit keer volkomen terecht.

Clottie Cream (Lottie Pendlebury), Naima Jelly (Naima Bock), L.E.D. (Ellie Rose Davies) en Rosy Bones (Rosy Jones) debuteerden in het voorjaar van 2018 met een fascinerend titelloos album, waarop het viertal uit Londen er in veertig minuten maar liefst 19 tracks doorheen joeg. De muziek van Goat Girl werd vooral in het hokje postpunk geduwd, maar verwerkte net zo makkelijk invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, lo-fi en de jazz en hier bleef het niet bij.

Het memorabele debuutalbum van Goat Girl, dat terecht opdook in flink wat jaarlijstjes, werd aan het begin van 2021 overtroffen door het nog veel betere On All Fours. Op het album, waarop de aan een solocarrière begonnen Naima Bock werd vervangen door Holly Hole (Holly Mullineaux), koos Goat Girl voor meer invloeden uit de postpunk en bovendien voor langere songs, waarvan er dit keer dertien in 55 minuten pasten. On All Fours was in muzikaal en vocaal opzicht klassen beter dan het debuutalbum van de Londense band, maar de songs van het viertal liepen gelukkig nog altijd over van avontuur.

We zijn inmiddels weer ruim drie jaar verder en deze week keert Goat Girl terug met een nieuw album. Ellie Rose Davies heeft de band inmiddels verlaten, waardoor Goat Girl is gereduceerd tot een trio. Rosy Jones, Lottie Pendlebury en Holly Mullineaux kiezen op Below The Waste ook voor een wat ander geluid, maar het is nog altijd typisch Goat Girl.

Vergeleken met de vorige twee albums van de band uit Londen klinkt Below The Waste flink trager en veel donkerder. De springerige popsongs die de vorige albums zo leuk maakten schitteren door afwezigheid en ook de opgewekte koortjes en zwierige synths zijn op het nieuwe album nauwelijks te horen. Goat Girl schuift op haar derde album nog wat verder op richting de postpunk en verrast hiernaast met nogal stemmige en soms sober ingekleurde tracks, die hier en daar ook folky kunnen klinken.

De meeste tracks op Below The Waste zijn overigens minder sober dan ze lijken. Goat Girl heeft een album gemaakt dat met name bij beluistering met de koptelefoon tot leven komt. De songs van het Britse drietal bestaan uit meerdere lagen en blijken veelkleuriger dan op het eerste gehoor het geval lijkt. Met name de bassen en gitaren spelen een dominante rol in het nieuwe geluid van Goat Girl, hier en daar verrijkt met onder andere viool, piano en een flinke handvol andere instrumenten.

Het is allemaal prachtig geproduceerd door de band en door John Spud Murphy, die eerder mooie dingen deed voor onder andere Lankum. De donkere klanken worden gecombineerd met de fraai onderkoelde zang die ook de vorige albums zo bijzonder maakte en die ook dit keer zorgen voor wat extra schoonheid en eigenzinnigheid in het geluid van Goat Girl.

Ook ik moest even wennen aan Below The Waste, dat een aantal verleidingen van de vorige twee albums mist, maar wanneer je het album een paar keer gehoord hebt komen steeds meer fraaie details aan de oppervlakte en worden de donkere songs van Goat Girl steeds mooier en indringender. Het kost dus even wat moeite, maar hierna kun je alleen maar concluderen dat de teller voor Goat Girl nu op drie fascinerende prachtalbums staat. Erwin Zijleman

Goat Girl - Goat Girl (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Goat Girl - Goat Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Met name de Britse muziekpers doet al een tijdje heel druk over Goat Girl. Daar valt ook wel wat voor te zeggen, want de vier jonge meiden uit Londen, die de twintig nog maar net hebben bereikt, maken opvallende muziek.

Clottie Cream (Lottie), Naima Jelly (Naima), L.E.D. (Ellie) en Rosy Bones (Rosy) verdienden met hun eerste demo’s een platencontract bij het legendarische Rough Trade label en op dit label is nu het titelloze debuut van Goat Girl verschenen.

Dit debuut telt maar liefst 19 tracks en de band uit Londen heeft hier slechts 40 minuten voor nodig. Het debuut van Goat Girl is hier en daar van het labeltje punk voorzien, maar met punk heeft het debuut van Lottie, Naima, Ellie en Rosy echt niets te maken.

De plaat opent met een filmisch aandoende track met jazzy accenten, waarna in de tweede track wordt uitgepakt met invloeden uit vooral de postpunk. Ik moest onmiddellijk denken aan Siouxsie & The Banshees, maar de songs van Goat Girl schuren ook met grote regelmaat dicht tegen het vroegere werk van P.J. Harvey aan en raken hier en daar ook aan uiteenlopende Courtney’s als Courtney Love en Courtney Barnett.

De band uit Londen geeft gelukkig wel een geheel eigen draai aan deze invloeden, die de afgelopen decennia al flink zijn uitgemolken en sleept er bovendien nog flink wat invloeden bij, waarvan ik in ieder geval de Pixies wil noemen.

De eigen draai van Goat Girl bestaat bijvoorbeeld uit uit de bocht vliegende gitaren of juist uit honingzoete koortjes, maar ook jazzy accenten en een viool die zo lijkt weggelopen uit de country dragen stevig bij aan het fascinerende geluid van Goat Girl.

Met 19 songs in maar net 40 minuten doet de muziek van de Londense band uiteraard wel wat gefragmenteerd of op zijn minst wat lo-fi aan, maar een rommeltje wordt het nergens. In muzikaal opzicht schiet de plaat alle kanten op, maar omdat de ondertoon donker blijft, klinkt het geluid van Goat Girl ondanks de enorme variatie consistent.

Vooral het gitaarwerk op de plaat vind ik heerlijk en het is knap hoe donkere wolken postpunk in één keer kunnen worden verdreven door flink wat ruwe country of bluesy rock, waardoor de grauwe Britse industriesteden onmiddellijk worden verruild voor het Amerikaanse platteland of voor de Britse blues clubs uit de jaren 60 en 70.

Het past prachtig bij de wat onderkoelde zang, die het debuut van Goat Girl voorziet van een heerlijk doom geluid. Echt deprimerend wordt het echter nooit, al is het maar omdat de band uit Londen ook kan betoveren met heerlijke koortjes, die de donkere songs van de band opeens iets lichtvoetigs geven.

Het debuut van Goat Girl biedt volop ruimte aan uitstapjes buiten de gebaande paden en kan heerlijk ruw rammelen, maar ook nadrukkelijk het experiment opzoeken. Zeker niet alle songs op de plaat zijn even sterk, maar omdat een experimentje van 2 minuten altijd wel uit is te zetten, houdt Goat Girl je makkelijk bij de les. Het levert al met al een verrassend en bij vlagen imponerend debuut op; precies zoals de Britse muziekpers ons al een tijdje probeert te vertellen. Erwin Zijleman

Goat Girl - On All Fours (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Goat Girl - On All Fours - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Goat Girl - On All Fours
De Britse band Goat Girl leverde een van de meeste memorabele debuten van 2018 af, maar zet desondanks een reuzenstap op haar tweede album, dat in alle opzichten nog meer overtuigt

Bijna drie jaar na het fantastische debuut is deze week het tweede album van de Londense band Goat Girl verschenen. Het is een album dat anders klinkt dan het terecht zo bewierookte debuut, maar ik vind het persoonlijk een flinke stap vooruit, wat gezien het niveau van het debuut een prestatie van formaat is. Op On All Fours kiest Goat Girl voor een wat consistenter geluid. Het aantal invloeden is beperkter, met een hoofdrol voor postpunk, en de songs zijn toegankelijker en beter uitgewerkt. Het betekent gelukkig niet dat de muziek van Goat Girl minder avontuurlijk is geworden, want ook de songs op het tweede album van de band zitten vol verrassingen. Heerlijk album.

De Britse band Goat Girl maakte alweer bijna drie jaar geleden diepe indruk met een titelloos debuut dat werkelijk alle kanten op schoot. De vier dames van Goat Girl propten negentien songs in veertig minuten en stopten deze songs vol invloeden, variërend van country tot lo-fi van postpunk tot jazz en nog veel meer.

Het was uiteindelijk goed genoeg voor mijn jaarlijstje en dat heeft de lat flink hoog gelegd voor het tweede album van de Britse band. Dat tweede album is deze week verschenen en laat horen dat Clottie Cream (aka Lottie Pendlebury), L.E.D. (aka Ellie Rose Davies), Rosy Bones (aka Rosy Jones) en het nieuwe bandlid Holy Hole (aka Holly Mullineaux) hun geluid flink hebben doorontwikkeld.

On All Fours bevat dertien songs, maar Goat Girl heeft daar dit keer bijna vijfenvijftig minuten voor nodig, waardoor de songs dit keer allemaal boven de drie minuten klokken, met uitlopers tot ruim vijf minuten.

On All Fours is net zo fris en avontuurlijk als het debuut van het Britse viertal, maar het is een flink ander album geworden. Goat Girl heeft haar geluid zoals gezegd doorontwikkeld en wat mij betreft geperfectioneerd. De songs zijn beter uitgewerkt, de instrumentatie rammelt een stuk minder, de zang is veel mooier en waar Goat Girl op haar debuut continu van de hak op de tak sprong, heeft de band op haar tweede album een wat consistenter geluid, al kan het binnen de songs op On All Fours nog altijd alle kanten op.

On All Fours laat zich in tegenstelling tot het debuut van Goat Girl niet meer door van alles en nog wat beïnvloeden. De band uit Londen omarmt op haar tweede album nadrukkelijk de Britse postpunk uit het verleden en voegt hier flink wat invloeden uit de pop aan toe. Het levert een serie bijzonder aangenaam klinkende popsongs met hier en daar een hang naar het verleden op.

Toch mag niet geconcludeerd worden dat Goat Girl op On All Fours kiest voor de toegankelijke pop. De muziek van het Britse viertal bestaat nog altijd uit meerdere lagen en in een deel van deze lagen is volop ruimte voor muzikaal avontuur, waardoor ook het tweede album van Goat Girl fris en eigenzinnig klinkt.

De instrumentatie verrast steeds weer met prachtige accenten. De ene keer tijdloze gitaarlijnen, de volgende keer diepe postpunk bassen, maar net zo makkelijk zwierige elektronica of benevelende soundscapes.

Dit alles wordt gecombineerd met zeer trefzekere zang, die vooral makkelijk betovert wanneer wordt gekozen voor meerstemmige zang en voorzichtig een snufje van het jonge Bananarama wordt toegevoegd aan On All Fours.

Wat voor de instrumentatie en de zang geldt, geldt ook voor de songs op het tweede album van Goat Girl. De songs zijn beter uitgewerkt, zitten knapper in elkaar en zijn aanstekelijker, maar gelukkig zijn het ook nog steeds frisse, avontuurlijke en eigenzinnige songs.

Ondanks het feit dat ik bijna drie jaar geleden zeer enthousiast was over het debuut van Goat Girl, vind ik On All Fours een paar klassen beter. Waar het debuut ook wel wat wisselvallig was, houdt het viertal uit Londen 55 minuten een geweldig niveau vast. Het is goed voor meedogenloze verleiding, maar ondertussen prikkelt dit album ook continu de fantasie en heb je ook nog eens het gevoel dat de rek er nog niet uit is bij deze geweldige band. Erwin Zijleman

Gold Child - Far from You (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gold Child - Far From You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gold Child - Far From You
Gold Child levert met Far From You een zoete, maar ook aangename en interessante verrassing af, met een vleugje 70s country, een vleugje 70s Los Angeles pop en een hedendaagse twist

Het is echt puur toeval dat ik Far From You van Gold Child tegen kwam de afgelopen week, want dit album heeft echt nul komma nul aandacht gekregen. Dat is zonde, want het tweede album van de singer-songwriter uit Brooklyn is op zijn minst een “guilty pleasure”. Uiteindelijk is het voor mij veel meer dan dat, want zowel de instrumentatie, de zang en de songs, blijken al snel van een hoger niveau dan bij oppervlakkige beluistering het geval leek. In mijn geval transformeerde zwoel en aangenaam muzikaal belang al snel in een album waarvan ik geen detail wil missen en bovendien een album dat ik steeds weer wat mooier en bijzonderder vind.

Met Far From You van Gold Child dacht ik bijna een week geleden de ultieme “guilty pleasure” in handen te hebben, maar inmiddels twijfel ik steeds nadrukkelijker of het album niet veel meer is dan dat.

In eerste instantie kon ik maar weinig vinden over het album. Zoeken op “Gold Child Far From You” levert alleen de link naar de bandcamp pagina van Gold Child op, maar hier is geen aanvullende informatie te vinden. De wat kitscherige cover waarop de vrouw achter Gold Child is gestoken in een zuurstokroze pak bevestigde mijn vermoeden van een “guilty pleasure”. Het is wel een hele aangename “guilty pleasure” want iedere keer als ik het album uit de speakers laat komen ben ik 31 minuten volledig zen.

Inmiddels weet ik net wat meer over Gold Child. Het is het alter ego van de uit Brooklyn, New York, afkomstige singer-songwriter Emily Fehler, die haar opleiding genoot aan het roemruchte Berklee College of Music. Volgens haar website heeft Emily Fehler een enorm zwak voor de grote countryzangeressen uit het verleden en dat hoor je af en toe ook wel.

Far From You laat met grote regelmaat invloeden uit de countrymuziek horen, al zijn deze invloeden wel op zeer subtiele wijze verwerkt. Hier en daar hoor je op de achtergrond klanken die onlosmakelijk zijn verbonden met de countrymuziek, maar deze klanken zijn vervolgens overgoten met een loom en wat zweverig elektronisch klankentapijt.

Ook dit elektronische klankentapijt is overigens subtiel, waardoor de mooie en heldere stem van Emily Fehler alle ruimte krijgt. Het is een stem die ik vooral associeer met pop, al verbergt de muzikante uit Brooklyn haar liefde voor de grote countryzangeressen uit het verleden niet volledig.

Wanneer de invloeden uit de pop domineren kom ik uit bij de tijdloze pop zoals deze halverwege de jaren 70 in Los Angeles werd gemaakt, wat fraai combineert met de countryinvloeden uit dezelfde periode. Far From You klinkt op hetzelfde moment eigentijds, al heb ik niet direct goed vergelijkingsmateriaal voorhanden.

Ik duwde het tweede album van Gold Child (haar titelloze debuut verscheen in 2019) makkelijk in het hokje “guilty pleasure” omdat het album op het eerste hoor wel erg gepolijst klinkt, maar zeker wanneer je het album met wat meer aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert, hoor je dat de instrumentatie op Far From You knapper in elkaar steekt dan je op het eerste gehoor zult vermoeden.

Ook de zang is een stuk mooier wanneer je met aandacht naar de muziek van Gold Child luistert en dat geldt ook nog eens voor de songs, die vaak een tijdloos karakter hebben, maar die met de juiste promotie en een net wat traditioneler instrumentarium ook absoluut over Nashville hitpotentie beschikken.

Inmiddels hoor ik al lang geen album meer waarvoor ik me stiekem zou moeten schamen, want dat is een “guilty pleasure” toch, maar een mooi en bijzonder album dat me keer op keer een goed gevoel geeft. Ik begrijp dan ook niet zo goed dat er echt bijna niets over dit album is te vinden, maar mogelijk moet ik nog wat geduld hebben. Zelf ben ik inmiddels behoorlijk onder de indruk van dit modern klinkende countryalbum dat vrijwel nooit klinkt als een countryalbum, maar er stiekem toch een is. Erwin Zijleman

Good Morning TV - Small Talk (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Good Morning TV - Small Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Good Morning TV - Small Talk
De Franse band Good Morning TV levert een fascinerend debuutalbum af, dat zich niet laat vangen in een hokje of in de tijd, dat je steeds weer op het verkeerde been zet, maar dat ook bijzonder aangenaam vermaakt

Het debuut van de Franse band Good Morning TV heb ik inmiddels al een paar weken in huis en iedere keer dat ik naar het album luister is het niet alleen weer wat beter, maar hoor ik ook weer wat nieuws. Good Morning TV schakelt op bijzondere wijze tussen dreampop, psychedelica en Franse indiepop, maar hoort in geen van deze hokjes echt thuis. In muzikaal opzicht is Small Talk even mooi als verrassend en in vocaal opzicht klinkt het altijd heerlijk. De Franse band grossiert ook nog eens in songs die net zo makkelijk vermaken als experimenteren, wat het vat vol tegenstrijdigheden van Good Morning TV compleet maakt. Leuke band, geweldig debuut.

Good Morning TV is een Franse band die in 2016 opdook met een eerste EP, vervolgens in de lente van 2018 haar debuutalbum opnam en deze week dan eindelijk dit debuutalbum uitbrengt. De band was oorspronkelijk een soloproject van Bérénice Deloire, maar met de komst van onder andere producer Barth Bouveret werd het een echte band.

Small Talk is het langverwachte debuutalbum van de band en werd zoals gezegd al in de eerste maanden van 2018 opgenomen. Waarom het in Zuid-Frankrijk opgenomen album zo lang op zicht heeft laten wachten weet ik niet, al heeft de coronapandemie ongetwijfeld voor wat extra vertraging gezorgd.

Small Talk van Good Morning TV is in meerdere opzichten een bijzonder album. Het is een album dat zich opvallend soepel beweegt tussen genres, het is een album dat hier en daar met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek stapt en het is een album dat zowel toegankelijk als experimenteel kan klinken.

Bij eerste beluistering leek het me een album voor het hokje dreampop, maar Good Morning TV kan ook zomaar opschuiven richting eigentijdse indiepop of juist invloeden uit de psychedelica van enkele decennia geleden verwerken. En deze genres dekken de lading zeker niet volledig.

Het ene moment maakt de Franse band popmuziek waarbij het heerlijk wegdromen is, maar het volgende moment zet Small Talk je stevig op het verkeerde been met behoorlijk complexe muzikale wendingen. Het label van de band noemt Broadcast, Deerhoof en The Olivia Tremor Control als relevant vergelijkingsmateriaal. Dat is niet voor niets, al vind ik het niet allemaal even treffend.

Ik zou zelf Stereolab toevoegen aan dit lijstje, maar Small Talk roept bij mij vooral associaties op met de muziek van The Cardigans. Hier moet ik nog wel iets aan toevoegen, want het zijn associaties met de muziek van The Cardigans, die voor één keer hun Zweedse achtergrond verloochenen, de hitgevoelige pop overboord hebben gezet en hebben besloten om een avontuurlijk album te maken dat de zoete klanten van de band combineert met muzikaal avontuur.

Dat muzikale avontuur zit hem bij Good Morning TV deels in de instrumentatie waarin keyboards en gitaren prachtig strijd voeren en waarin het experiment even belangrijk is als een aanstekelijk deuntje. Zeker wanneer de instrumentatie mag experimenteren krijgt de muziek van Good Morning TV vaak een wat psychedelisch karakter, maar de Franse band kan net zo makkelijk uit de voeten met dromerige pop, die bezweert wanneer Bérénice Deloire haar dromerige en zwoele vocalen toevoegt.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij mijn eerste beluisteringen van Small Talk zo nu en dan behoefte had aan meer houvast, maar wanneer je wat vaker naar het album luistert, transformeert het album langzaam maar zeker in een fascinerende en ruim veertig minuten interessante luistertrip.

Het is een luistertrip waarin alles alleen maar mooier wordt: de dromerige zang, de wonderschone gitaarlijnen, de bezwerende keyboards, de spannende songstructuren en de productie die alles aan elkaar smeedt.

Frankrijk bewees eerder dit jaar met Palais D'argile van Feu! Chatterton al dat het land in muzikaal opzicht veel meer is dan het Franse chanson of zwoele zuchtmeisjespop en ook met het debuut van Good Morning TV laat Frankrijk zich van zijn beste kant horen. Erwin Zijleman

Gordi - Reservoir (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gordi - Reservoir - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Gordi is het alter ego van de Australische singer-songwriter Sophie Payten.

De muzikante uit Sydney trok vorig jaar de aandacht met een veelbelovende EP (Clever Disguise) en maakt de belofte nu waar met haar volwaardige debuut Reservoir.

Gordi maakt op haar debuut bij oppervlakkige beluistering vooral lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flinke dosis elektronica.

Hiermee vist de Australische singer-songwriter in een overvolle vijver, maar vergeleken met de meeste van haar soortgenoten kiest Gordi voor veel avontuurlijker en smaakvoller geluid.

In de meest toegankelijke songs op de plaat hoor ik raakvlakken met smaakmakers in het genre als Lorde, London Grammar en Banks, maar in de meeste songs op Reservoir graaft Gordi veel dieper.

De Australische is naar verluidt een groot bewonderaar van Justin Vernon (Bon Iver) en dat hoor je in meerdere songs op Reservoir. Of Sophie Payten ook de vroege soloplaten van Peter Gabriel kent weet ik niet, maar met name de geweldige derde en de vierde soloplaat van Peter Gabriel (die zijn platen destijds allemaal Peter Gabriel noemde) laten flink wat raakvlakken met het debuut van Gordi horen.

Gordi maakt op Reservoir zo nu en dan grootse en meeslepende popmuziek, maar kiest net zo makkelijk voor uiterst ingetogen of zelfs licht vervreemdende passages. In de instrumentatie op Reservoir domineert de elektronica, maar in tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten bokst Gordi niet constant tegen een (te hoge) elektronische muur van geluid op.

Het geluid op Reservoir is ook minder elektronisch dan het op het eerste gehoor lijkt, want in het fraaie geluid op de plaat zijn ook flink wat bijdragen van strijkers, prachtige blazers en piano verstopt. Reservoir klinkt hierdoor verrassend helder of zelfs bijna organisch, wat een groot compliment is voor de producers van de plaat. Gordi kon een beroep doen op een aantal gelouterde producers (Alex Somers (Sigur Rós), Tim Anderson (Banks), Ali Chant (PJ Harvey)) en dat hoor je.

Reservoir is een plaat die het je zeker in eerste instantie niet altijd makkelijk maakt. De songs van Gordi steken knap in elkaar en kiezen lang niet altijd voor de snelle verleiding. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe knap de plaat gearrangeerd en geproduceerd is en hoor je bovendien uit hoeveel lagen de muziek van Gordi bestaat. Het is muziek die zich vaak langzaam voortsleept en al even langzaam opdringt.

Reservoir staat vol met betoverend mooie passages, maar omdat de plaat je minstens even vaak op het verkeerde been zet, duurt het even voor Reservoir je volledig inpakt. Wat voor de instrumentatie en productie van de plaat geldt, geldt overigens ook voor de zang van Sophie Payten.

De Australische beschikt over een mooie en bijzondere stem (soms hoor ik wat van London Grammar’s Hannah Reid), maar schuwt het gebruik van elektronische hulpmiddelen niet, waardoor haar stem ook flink tegen de haren in kan strijken.

Reservoir van Gordi is al met al een plaat waarvoor je de tijd moet nemen, maar kan na enige gewenning zomaar uitgroeien tot een van de memorabele debuten van 2017. Ik ben zelf inmiddels volledig overtuigd van de kwaliteiten van deze jonge Australische singer-songwriter. Erwin Zijleman

GospelbeacH - Another Summer of Love (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: GospelbeacH - Another Summer Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij de zomerse temperaturen van de afgelopen week verlang je bijna automatisch naar muziek die minstens even zonnig is. Hiervoor ben je bij de Amerikaanse band GospelbeacH (hoofdletter aan het eind is geen typefout) aan het juiste adres.

De naam GospelbeacH zei me eerlijk gezegd helemaal niets, maar de band heeft met Brent Rademaker een grote naam aan boord.

Deze Brent Rademaker maakte in het verleden deel uit van de bands Beachwood Sparks en The Type, die beiden garant stonden voor zonnige Westcoast pop met een psychedelisch tintje.

Beide bands maakten niet alleen heerlijk zonnige Westcoast pop, maar ook platen van een bijzonder hoog niveau (muziekliefhebbers die deze platen niet kennen moeten zeker eens gaan luisteren). Het legt de lat hoog voor de tweede plaat van GospelbeacH, maar Brent Rademaker blijkt het maken van geweldige platen gelukkig nog niet verleerd.

Op het twee jaar geleden verschenen en door mij over het hoofd geziene debuut van de band (Pacific Surf Line) had de Amerikaanse band met Jason Soda en Neal Casal overigens nog twee frontmannen van formaat in de gelederen, maar ze worden op Another Summer Of Love niet echt gemist.

Ook op Another Summer Of Love grijpt de band rond Brent Rademaker terug op de Westcoast pop uit de zomer van 1967, maar de Amerikaanse band blijft hier zeker niet in steken. GospelbeacH begint op haar tweede plaat bij de eerste Summer Of Love, maar neemt je vervolgens mee op een tijdreis door een deel van de Amerikaanse muziekgeschiedenis.

Brent Rademaker heeft niet alleen een zwak voor psychedelica en Westcoast pop, maar is ook een groot liefhebber van de countryrock die in de jaren 60 en 70 in de Verenigde Staten floreerde. In flink wat songs op de plaat duiken flarden van de klassiekers van The Byrds en Buffalo Springfield op en dat klinkt bij de zomerse temperaturen van het moment heerlijk.

GospelbeacH blijft ook niet steken in de jaren 70, maar zoekt ook nadrukkelijk aansluiting bij de muziek die Tom Petty en zijn band The Heartbreakers vanaf de late jaren 70 maakten. Door hier en daar aan te sluiten bij de alt-country van een band als The Jayhawks, slaat GospelbeacH ook een brug naar de jaren 90 en verder.

De songs op Another Summer Of Love zijn tijdloos, maar klinken ook zo fris als een zomerbriesje op een net wat te warme dag. In vocaal opzicht zorgen Brent Rademaker en zijn medemuzikanten voor een heerlijk lome sfeer, met hier en daar prachtige koortjes. Ook de instrumentatie op de plaat is loom en zonnig, maar hier en daar mogen de gitaren uitpakken met mooie solo’s, waardoor er geen moment sprake is van gezapigheid.

Another Summer Of Love van GospelbeacH is een plaat waarvan je vanwege de buitengewoon aangename en zonnige klanken alleen maar kunt houden, maar het is ook een plaat die veel beter is dan alles wat de laatste jaren in de verzamelbak 60s en 70s retro is terecht gekomen. Brent Rademaker heeft al twee geweldige bands op zijn cv staan, maar ook met GospelbeacH maakt hij weer een topplaat en het is er ook nog een die de zomer van eerder deze week nog even vasthoudt. Erwin Zijleman

Gov't Mule - Heavy Load Blues (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gov't Mule - Heavy Load Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gov't Mule - Heavy Load Blues
Het oeuvre van de Amerikaanse band Gov’t Mule ging tot dusver vrijwel volledig langs me heen, maar het met blues gevulde Heavy Load Blues vermaakt vijf kwartier lang meedogenloos met muzikaal vuurwerk

Warren Haynes, de voorman van de Amerikaanse band Gov’t Mule wilde altijd nog eens een bluesalbum maken en heeft dat nu gedaan. Dat had de band best wat eerder mogen doen, want Heavy Load Blues is vijf kwartier lang onweerstaanbaar lekker. De band speelt de pannen van het dak, met een hoofdrol voor het Hammond orgel en natuurlijk voor de gitaren van Warren Haynes die er de ene na de andere geweldige solo uit perst. De ritmesectie speelt al even goed en ook in vocaal opzicht is er niets aan te merken op Heavy Load Blues, dat put uit de archieven van de blues, maar ook een aantal prachtsongs aan het genre toevoegt. Niets nieuws onder de zon, maar man wat is het goed.

De Amerikaanse band Gov’t Mule bestaat al sinds 1994 en heeft inmiddels een dozijn studioalbums en eenzelfde aantal live-albums op haar naam staan. In mijn platenkast is echter helemaal niets van de band te vinden en ik kan me ook niet herinneren dat ik heel vaak naar de muziek van Gov’t Mule heb geluisterd.

In mijn herinnering maakte de band in het verleden een vrij stevige mix van hardrock, bluesrock en Southern Rock, die misschien wel lekker klonk, maar wat mij betreft niet heel onderscheidend was. Op het onlangs verschenen Heavy Load Blues klinkt de band flink anders en het geluid op het nieuwe album bevalt me zeer. Gov’t Mule voorman Warren Haynes wilde altijd nog eens een puur blues album maken en dat is wat Heavy Load Blues is geworden.

Ik gaf hierboven aan dat ik de muziek van de Amerikaanse band in het verleden niet heel onderscheidend vond. Het is maar de vraag of Heavy Load Blues zo onderscheidend is, want ik ken talloze albums met het soort blues dat op dit nieuwe album van Gov’t Mule wordt gemaakt. Het doet er in dit geval niet toe, want Gov’t Mule heeft een album gemaakt dat vijf kwartier lang een waar feest is.

Het is een feest van herkenning voor de liefhebbers van dit soort stuwende bluesmuziek, maar het is ook een feest vanwege de hoge kwaliteit van de muziek van Gov’t Mule. De band bestaat zoals gezegd al meer dan 25 jaar en dat hoor je, want wat klinkt het allemaal hecht en ondanks de jarenlange ervaring spat het plezier er van af.

Heavy Load Blues klinkt als een stroomtrein die lekker op gang is gekomen en voorlopig eindeloos door blijft malen. De ritmesectie speelt op het eerste gehoor oerdegelijk, maar legt een swingende basis neer die dwingt tot meedeinen. Op deze degelijke basis excelleert Warren Haynes met geweldig gitaarspel en een lekker rauwe strot.

De Amerikaanse muzikant, die ook tekende voor de productie van het album, speelt meedogenloze riffs, heerlijk bluesy licks en kan ook nog eens geweldig en zo nu en dan lekker lang soleren. De ritmesectie klinkt zoals gezegd vooral degelijk, maar toen ik wat beter op ging letten sprongen de fantastische baslijnen er alsnog uit.

Wat er ook uitspringt op Heavy Load Blues zijn de swingende bijdragen van de piano en vooral het Hammond orgel, die de blues van Gov’t Mule nog wat verslavender maken. Warren Haynes doet op het album maar één keer een beroep op blazers. Dat klinkt fraai, maar ik mis de blazers niet op de andere tracks waarin de gitaren domineren en hier en daar wat duels worden uitgevochten met het orgel, waar zo nu en dan stoom uit komt.

Het zijn bekende ingrediënten die Gov’t Mule gebruikt op Heavy Load Blues en ook de receptuur is bekend, maar de Amerikaanse band heeft er desondanks een lekker gevarieerd album van gemaakt dat zowel in tempo als in kracht flink kan variëren. Het is een album dat een aantal eigen songs bevat, maar zoals het hoort op een album als dit, ontbreken ook de covers niet, waarbij wordt geput uit het werk van de allergrootsten.

De bluestrein van Gov’t Mule dendert op Heavy Load Blues vijf kwartier door en het is vijf kwartier geweldig. Ik was een beetje bang dat ik het maar een of twee keer leuk zou vinden, maar dit album blijft maar terug komen en wordt zeker niet minder. Heerlijk. Erwin Zijleman

Grace Bergere - A Little Blood (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Grace Bergere - A Little Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Grace Bergere - A Little Blood
Er was de afgelopen maanden niet heel veel aandacht voor het uitstekende debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Grace Bergere en dat is niet alleen volkomen onterecht, maar ook echt doodzonde

Ik hou de ontwikkelingen in de popmuziek volgens mij redelijk goed bij, maar ik heb de afgelopen maanden nergens iets gelezen over A Little Blood van de New Yorkse muzikante Grace Bergere. Dat is gek, want het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante heeft alles wat nodig is om te worden overladen met superlatieven. Grace Bergere beschikt om te beginnen over een geweldige stem, die haar songs voorziet van een eigen karakter. Het is een eigen karakter dat wordt versterkt door zeer persoonlijke songs en een veelzijdig geluid dat zowel met invloeden uit de pop en rock als met invloeden uit de folk overweg kan. Het levert wat mij betreft een van de miskende muziekparels van 2024 op.

Slechts in één jaarlijstje kwam ik het album A Little Blood van Grace Bergere tegen, maar gezien de andere albums in dit lijstje, grotendeels persoonlijke favorieten, was het mij direct duidelijk dat ik op zijn minst naar het album moest luisteren. Het debuutalbum van de muzikante uit New York bleek vervolgens een enorme verrassing en bovendien zo’n albums dat het had gerechtvaardigd om nog even te wachten met mijn eigen jaarlijstje.

Ik kan nauwelijks iets vinden over de muziek van Grace Bergere en dat is niet alleen onbegrijpelijk, maar ook heel jammer, want A Little Blood weet zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden van de meeste albums die dit jaar zijn verschenen. Zeker bij eerste beluistering van de eerste tracks op A Little Blood deed de muziek van Grace Bergere me wel wat denken aan de albums die PJ Harvey in haar jonge jaren maakte, maar het album laat meerdere andere kanten van de muzikante uit New York horen.

In een aantal songs neemt de Amerikaanse muzikante je mee terug naar het New York van de tweede helft van de jaren 70, maar A Little Blood bevat ook een aantal folky songs die zowel uit het verleden als het heden kunnen stammen. Het album laat flarden van muziek van anderen horen, maar bij eerste beluistering van het album valt vooral de bijzondere of zelfs unieke stem van Grace Bergere op.

Het is een stem waar ik de eerste paar minuten wat aan moest wennen, maar sinds die eerste paar minuten vind ik de stem van de New Yorkse muzikante alleen maar heel erg mooi. Grace Bergere zingt op haar debuutalbum met veel gevoel, wat een serie intense en intieme songs oplevert. Het zijn songs waarin de Amerikaanse muzikante de persoonlijke thema’s niet schuwt, wat de zeggingskracht en de urgentie van haar songs verder vergroot.

Grave Bergere maakte haar debuutalbum met een beperkt aantal muzikanten en werkte bovendien samen met producer Richard Dev Greene, die een enkeling zal kennen van de New Yorkse band Pale Moon Gang. Gitaren staan centraal op A Little Blood en het zijn met enige regelmaat gitaren met lekker veel galm, wat het rock ’n roll karakter van het album versterkt, maar Grace Bergere heeft ook een folky kant, die ze verrijkt met akoestische gitaren en stemmige strijkers.

Veel songs van Grace Bergere zijn wat donkerder getint, wat perfect werkt in combinatie met de wat ruwere of juist sfeervolle klanken en de bijzondere stem van de New Yorkse muzikante, die zich moeiteloos aanpast aan de verschillende stijlen op het album. A Little Blood is een persoonlijk album met veel ruwe randjes, maar Grace Bergere laat op haar debuutalbum ook horen dat ze zeer bedreven is in het schrijven van aansprekende songs.

A Little Blood stijgt hierdoor ver boven het gemiddelde debuutalbum uit, wat het extra bijzonder maakt dat het debuutalbum van Grace Bergere het de afgelopen maanden moest doen met slechts zeer bescheiden aandacht. Grace Bergere heeft in New York de grootste moeite om de eindjes aan elkaar te knopen, wat het nog wat vervelender maakt dat haar zo goede debuutalbum niet wat meer aandacht heeft gekregen de afgelopen maanden. Ik kwam haar debuutalbum zoals gezegd maar in één jaarlijstje tegen, maar wat heeft dit lijstje het bij het juiste eind. Wat een prachtalbum! Erwin Zijleman

Grace Cummings - Ramona (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Grace Cummings - Ramona - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Grace Cummings - Ramona
Op Ramona, het derde album van de Australische muzikante Grace Cummings, komen haar imposante stemgeluid en de rijk georkestreerde klanken van producer Jonathan Wilson prachtig samen

Het was een paar jaar geleden flink wennen aan het indrukwekkende stemgeluid van Grace Cummings. De muzikante uit Melbourne zingt op Ramona wat minder vaak voluit, maar haar stem blijft indrukwekkend. Het is een stem die dit keer wordt gecombineerd met een behoorlijk volle productie van Jonathan Wilson, die zich met name heeft laten inspireren door muziek uit de jaren 50, 60 en 70. Het is af en toe wat bombastisch, maar het past ook perfect bij de unieke stem van Grace Cummings, die wederom diepe indruk maakt als zangeres. Ik moest er op de vorige twee albums vooral aan wennen, maar op het prachtige Ramona valt echt alles op zijn plek.

De Australische muzikante Grace Cummings beschikt over een stem om bang van te worden. Ik heb in 2019 echt eindeloos geworsteld met haar debuutalbum Refuge Cove, waarop een aantal prachtige folk- en countrysongs staan. Grace Cummings zingt ze echter met orkaankracht en dat is op zijn minst even wennen, zeker als je normaal gesproken een voorliefde hebt voor verleidelijke fluisterstemmen. Het intrigeerde me hopeloos, maar in 2019 was ik nog niet klaar voor de power van Grace Cummings.

Ook het helemaal aan het begin van 2022 verschenen Storm Queen was een album waar ik flink aan moest wennen, maar de schoonheid van de songs en de muziek op het album won het dit keer van de angst voor de krachtige stem van Grace Cummings. De muzikante uit Melbourne doseerde de vocale kracht op haar tweede album ook wel wat meer, waardoor het zeker niet alleen stormde op Storm Queen.

Deze week keert de Australische muzikante terug met haar derde album, Ramona. We weten inmiddels wat we moeten verwachten van Grace Cummings, waardoor de eerste kennismaking met Ramona een stuk makkelijker verloopt dan de eerste kennismaking met haar muziek in 2019. De muzikante uit Melbourne koos destijds voor behoorlijk sobere klanken, maar pakt op Ramona in muzikaal opzicht direct flink uit, met een geluid waarvoor Jim Steinman zich niet zou hebben geschaamd.

De man achter het pompeuze geluid van Meat Loaf is niet meer onder ons, maar er zijn meer producers die van wanten weten. Grace Cummings nam haar derde album op in Los Angeles, waar ze samenwerkte met multi-instrumentalist en producer Jonathan Wilson, die eerder mooie dingen deed voor onder andere Margo Price, Angel Olsen, Father John Misty en Sam Burton. Jonathan Wilson zat ook achter de knoppen bij het opnemen van Storm Queen, maar hield zich toen behoorlijk in. Samen met arrangeur Drew Erickson (Weyes Blood, Mitski, Lana Del Rey) gaat hij echter flink los op Ramona.

Het album is voorzien van een bij vlagen rijk georkestreerd maar ook zeer smaakvol geluid. Het is een wat nostalgisch aandoend geluid, dat je soms flink ver mee terug neemt in de tijd. Het is een opvallende keuze, die er voor zorgt dat Ramona flink anders klinkt dan Refuge Cove en Storm Queen, maar de rijke productie van Jonathan Wilson en de arrangementen van Drew Erickson passen echt perfect bij de stem van Grace Cummings.

De Australische muzikante kan ook op Ramona flink uithalen met haar imposante strot, maar net als op Storm Queen varieert ze ook op haar nieuwe album flink met volume en kracht. Jonathan Wilson en Drew Erickson volgen de dynamiek in de stem van Grace Cummings nauwgezet en zorgen er voor dat de muzikale en vocale spanningsbogen prachtig synchroon lopen.

In muzikaal opzicht is Ramona een fascinerend album met zeer uiteenlopende invloeden, die vooral uit de jaren 50, 60 en 70 lijken te komen. Het klinkt af en toe wat overweldigend en theatraal, maar de stem van Grace Cummings laat zich niet zomaar wegdrukken en imponeert zowel in de naar Burt Bacharach neigende songs als in de songs met een jaren 70 vibe. Bang van de stem van Grace Cummings word ik al lang niet meer. De stem van de Australische muzikante is op Ramona niet alleen imposant, maar ook intens en wonderschoon. Erwin Zijleman

Grace Cummings - Storm Queen (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Grace Cummings - Storm Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Grace Cummings - Storm Queen
De Australische muzikante Grace Cummings maakt indruk met sterke songs en mooie klanken, maar intrigeert en imponeert met een hele bijzondere stem, die haar album eindeloos de hoogte in tilt

Na haar fascinerende maar ook overweldigende debuut was ik zeker nieuwsgierig naar het tweede album van Grace Cummings, maar had ik er geen hele hoge verwachtingen van. Storm Queen blijkt echter een waar meesterwerk, waarop de songs ijzersterk zijn en de instrumentatie keer op keer prachtig is. Waar ik de stem van de Australische muzikante op haar debuutalbum van alles wat teveel vond, is deze stem het sterkste wapen op Storm Queen. Grace Cummings zingt op Storm Queen vol gevoel en zeggingskracht en omdat ze dit keer ook wat zachter zingt is de impact van de zang maximaal. Het is een stem waar je van moet houden, maar als je er van houdt is dit een album dat keer als keer aankomt als een mokerslag.

Bijna drie jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met de muziek van de Australische singer-songwriter Grace Cummings. Haar debuut Refuge Cove viel absoluut op in het aanbod van dat moment en intrigeerde me hopeloos, maar uiteindelijk wist het album me toch niet volledig te overtuigen.

Dat lag niet aan de mooie en ingetogen instrumentatie en ook zeker niet aan de sterke songs op het album, maar vooral aan de stem van de Australische muzikante. Grace Cummings beschikt over een rauwe, krachtige en ook wat zware stem, die wel wat met me deed, maar die ik uiteindelijk toch wat te zwaar aangezet vond en bovendien niet zo goed vond passen bij de akoestische folk op Refuge Cove.

Grace Cummings keert deze week terug met haar tweede album, Storm Queen. Het is een mooie typering van de Australische muzikante, want ook op haar nieuwe album komen de vocalen met orkaankracht uit de speakers. Toch vind ik Storm Queen een beter album dan het intrigerende Refuge Cove. Een veel beter album zelfs, want waar de stem van de muzikante uit Melbourne me op haar debuut uiteindelijk net wat teveel in de weg zat, tilt deze stem Storm Queen keer op keer naar grote hoogten.

De stem van Grace Cummings blijft er absoluut een waar je van moet houden, maar iedereen die na beluistering van het debuut van de Australische muzikante afhaakte vanwege de zang, adviseer ik om haar nieuwe album toch eens te proberen. Storm Queen is hier en daar net wat voller ingekleurd en geproduceerd, waardoor de muziek en de zang wat meer in balans zijn en bovendien doseert Grace Cummings het gebruik van haar stem dit keer veel beter, waardoor je niet alleen de kracht maar ook de schoonheid in haar stem hoort.

Het geluid op het album is hier en daar net wat voller dan op het debuutalbum, maar ook Storm Queen is over het algemeen genomen een behoorlijk ingetogen en grotendeels akoestisch ingekleurd album, dat qua net zo goed gecombineerd zou kunnen worden met fluisterzachte zang.

Grace Cummings heeft een stem die het goed zou doen in wat stevigere rockmuziek, maar ook op Storm Queen verkent ze dit pad niet. De instrumentatie is wat rijker dan op het debuut, maar de nadruk ligt nog steeds op de zang en deze is, zeker na enige gewenning, prachtig. Grace Cummings vertolkt haar songs met hart en ziel en stort de nodige emotie over je uit. De Australische muzikante haalt hier en daar zo krachtig uit dat je bang bent dat de ruiten het gaan begeven, maar ze zingt dit keer ook zacht en gevoelig, wat het album voorziet van veel dynamiek.

Zeker in de net wat voller ingekleurde songs zijn muziek en zang prachtig in balans, maar ook als Grace Cummings kiest voor een uiterst sobere instrumentatie met bijna uitsluitend akoestische gitaar of de piano, is haar muziek van een bijzondere schoonheid. Natuurlijk heb ik ook haar debuutalbum er nog even bij gepakt, maar dat overtuigt me nog altijd niet volledig.

Grace Cummings laat op Storm Queen een indrukwekkende groei horen en heeft een album afgeleverd dat je ruw bij de strot grijpt en pas los laat wanneer de slottrack na ruim 40 minuten eindigt. In die 40 minuten kan het alle kanten op met Grace Cummings, die nog altijd uit de voeten kan met folk, maar dit keer toch vooral een veelzijdige singer-songwriter is. Storm Queen is niet geschikt voor iedereen, maar ik vind het een buitengewoon imponerend album. Erwin Zijleman

Grace Ives - Janky Star (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Grace Ives - Janky Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Grace Ives - Janky Star
Grace Ives grossiert op Janky Star in aangename of zelfs aanstekelijke popliedjes, maar het zijn ook altijd popliedjes vol bijzondere accenten en bijzondere wendingen, wat van Janky Star een fascinerend album maakt

Bij hele vluchtige beluistering leek Janky Star van de New Yorkse muzikante Grace Ives me een aangenaam maar niet heel bijzonder popalbum, maar na een keer aandachtig luisteren wist ik wel beter. Grace Ives schrijft lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die op alle mogelijke manieren buiten de lijntjes kleuren. Soms is het pure pop, soms is het synthpop en soms neigt het naar R&B of bedroom pop, maar op een of andere manier smeedt Grace Ives alles aan elkaar in songs die haar bijzondere handtekening dragen. Hoe beter je luistert, hoe meer bijzonders je hoort. Volkomen terecht overladen met jubelrecensies in de Verenigde Staten.

Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Jordana heb ik een paar weken laten liggen om vervolgens toch te concluderen dat het een mooi en bijzonder album is. Het had het nieuwe album van de eveneens Amerikaanse muzikante Grace Ives net zo kunnen vergaan, want ook dit is een album dat bij snelle en oppervlakkige beluistering niet heel veel indruk maakt, maar dat met wat meer aandacht al snel uitgroeit tot een album dat er wel degelijk toe doet.

Ik had nog niet eerder van Grace Ives gehoord, maar de muzikante uit New York brengt al een jaar of vijf muziek uit via haar bandcamp pagina. Haar eerste wapenfeit was een album met ringtones (!), maar sinds haar tweede album 2nd trekt ze in wat bredere kring de aandacht en kon ze rekenen op zeer positieve recensies van onder andere aansprekende muzieksites als Pitchfork.

Het deze week verschenen Janky Star is mijn eerste kennismaking met de muziek van Grace Ives en het is een bijzondere kennismaking. Janky Star is een album dat zich voor een belangrijk deel buiten mijn comfort zone beweegt, maar op een of andere manier intrigeert het album me hopeloos. En daar sta ik niet alleen in, want de eerste recensies van het album zijn zeer positief, met als meest opvallende een zeer positieve recensie van het normaal gesproken kritische Pitchfork.

Grace Ives maakt op Janky Star vooral elektronisch getinte popmuziek, die hier en daar neigt naar synthpop. Het is popmuziek die niet mijlenver verwijderd is van de popmuziek van een aantal van de gerenommeerde popprinsessen van het moment, maar Grace Ives doet zo ongeveer alles net wat anders.

In de eigenzinnige popliedjes van Grace Ives hoor je ingrediënten van aanstekelijke popliedjes met flarden synthpop, pop en R&B, maar het zijn ook popliedjes vol verrassende wendingen en eigenzinnige accenten. Het zijn popliedjes die ik in de mainstream variant maar zelden interessant vind, maar de eigenwijze popliedjes van Grace Ives maken steeds wat meer indruk en worden leuker en leuker.

Grace Ives heeft een verleden in de ‘bedroom pop’ en ook veel songs op Janky Star klinken lekker loom en slaperig, met een hoofdrol voor de aangename stem van Grace Ives. Ondertussen gebeurt er echter ook van alles in de muziek van de singer-songwriter uit New York. De instrumentatie is sfeervol, maar ook verrassend veelzijdig en soms net wat tegendraadser dan gebruikelijk in het genre.

Bijzondere accenten van ritmes of extra geluidjes maken de muziek van Grace Ives nog wat eigenzinniger, maar ondertussen zijn haar songs ook bijzonder aanstekelijk en in de meeste gevallen onweerstaanbaar lekker. Janky Star is een album dat ik op voorhand niet had opgeschreven voor een plekje op de krenten uit de pop en ook toen ik het album had opgeschreven vanwege een aantal zeer positieve recensies ging er al snel weer een streep door.

Janky Star vraagt, zeker van een ieder die niet heel gek is op elektronisch getinte pop, net wat meer aandacht dan slechts oppervlakkige beluistering, maar eenmaal gegrepen door de bijzondere songs van Grace Ives gebeurt er iets met dit album. Janky Star vermaakt aangenaam met lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar op hetzelfde moment sprankelt dit fascinerende album en borrelt er altijd wel iets verrassends op. Normaal gesproken niet mijn kopje thee, maar Janky Star is echt heerlijk. Erwin Zijleman

Grace Jones - Nightclubbing (1981)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Grace Jones - Nightclubbing, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Reissue

Grace Jones was halverwege de jaren 70 een van de meest opvallende verschijningen in de uitbundige en extravagante disco scene van New York. Het leverde haar al snel een goedbetaalde baan als fotomodel op, maar Grace Jones manifesteerde zich ook nadrukkelijk als actrice en zangeres.

Na een drietal weinig opvallende platen werd Grace Jones in 1980 in een studio gezet met het Jamaicaanse duo Sly & Robbie. Drummer Sly Dunbar en bassist Robbie Shakespeare hadden op dat moment hun sporen in de reggae muziek al ruimschoots verdiend als muzikanten en als producers en ook de combinatie met de eigenzinnige Grace Jones bleek een gouden greep.

Op het in 1980 verschenen Warm Leatherette vertolkte Grace Jones niet alleen op bijzonder eigenzinnige wijze songs van anderen, maar werd ze door Sly & Robbie bovendien voorzien van een uniek eigen geluid, waarin ritmes uit de reggae muziek prachtig samenvloeiden met invloeden uit de disco. Het is een geluid waar ik destijds overigens niet veel moest hebben, want ik vond Grace Jones vooral eng en verachtte alles dat ook maar iets met disco te maken had.

Warm Leatherette werd in 1981 gevolgd door Nightclubbing; de tweede plaat waarop Grace Jones samenwerkte met Sly & Robbie. Ook Nightclubbing bevat vrijwel uitsluitend covers en net als op Warm Leatherette heeft Grace Jones gekozen voor songs die vrijwel niemand op dat moment van haar had verwacht.

Nightclubbing ontging mij in 1981 vrijwel volledig, om dezelfde redenen als bij Warm Leatherette, maar dankzij de recent verschenen en echt bijzonder fraai uitgevoerde reissue, kan ik de plaat, 33 jaar na de oorspronkelijke release eindelijk alsnog op de juiste waarde schatten.

Ook op Nightclubbing zorgt Grace Jones voor de prima vocalen, maar bepalen Sly & Robbie vrijwel volledig het geluid dat wederom bestaat uit gelijke delen reggaemuziek en muziek die is geïnspireerd door de op dat moment nog steeds populaire discomuziek. Het is muziek waarin de ritmesectie bepalend is en de subtiel gevoegde gitaren en elektronica zorgen voor extra smaak en pit.

Grace Jones was er op Warm Leatherette al in geslaagd om in de huid te kruipen van songs die niemand op voorhand met haar had geassocieerd, maar op Nightclubbing slaagt ze hier nog veel beter in. Songs als Demolition Man, Use Me en Nightclubbing zijn inmiddels net zozeer Grace Jones songs als het songs van respectievelijk The Police, Bill Withers en Iggy Pop zijn.

De Deluxe Edition van Nightclubbing bevat een schijf vol extra’s, maar persoonlijk heb ik genoeg aan de geremasterde versie van een plaat die ik 33 jaar geleden niet wilde beluisteren, maar die me nu alsnog heeft ingepalmd. En hoe. Nightclubbing was in 1981 een revolutionaire plaat met een geheel eigen geluid en dat is het 33 jaar later nog steeds. Dat is knap. Uitzonderlijk knap. Erwin Zijleman

Grace Potter - Daylight (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Grace Potter - Daylight - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Grace Potter - Daylight
Haar vorige album sprak me ondanks de Amerikaanse jubelrecensies niet aan, maar de tijdloze popplaat Daylight overtuigt vanaf de eerste tot en met de laatste noot

Grace Potter draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar lijkt op Daylight eindelijk haar eigen geluid gevonden te hebben. Het levert een tijdloze popplaat op en het is een popplaat die flirt met uiteenlopende genres. Het is een plaat die je meer dan eens mee terugneemt naar de groten uit de jaren 70, maar Daylight klinkt ook voldoende eigentijds om ook in het heden de aansluiting te vinden. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar de hoofdrol is toch weggelegd voor de rauwe strot van Grace Potter, die prachtig gevoelig kan zingen, maar ook rauw kan uithalen. Heerlijk album!

Daylight is zeker niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Grace Potter. De Amerikaanse singer-songwriter dook een jaar of vijftien geleden voor het eerst op met degelijke maar zich niet direct onderscheidende rootsrock, die vooral opviel door de rauwe strot van de in Vermont geboren zangeres.

Vervolgens probeerde ze samen met haar band The Nocturnals een aantal malen de aandacht van een groot publiek te trekken met een wat meer pop georiënteerd geluid. Het lukte, ondanks de inzet van producers van naam en faam, maar in beperkte mate.

Vier jaar geleden dook Grace Potter op met Midnight, dat in de Verenigde Staten zeer positief werd ontvangen, maar mij, ondanks herhaalde pogingen, geen moment wist te overtuigen. Grace Potter werd tijdens de opnamen van Midnight overigens verliefd op haar producer Eric Valentine, trouwde en kreeg een kind.

Vier jaar later keert ze terug en is Midnight ingeruild voor Daylight. Wat Grace Potter vier jaar geleden niet lukte, lukt haar dit keer wel. Ik ben flink onder de indruk van Daylight, dat zich laat beluisteren als een klassieke singer-songwriter plaat.

Bijgestaan door manlief en producer Eric Valentine en flink wat muzikanten zet Grace Potter op haar nieuwe album een aangenaam en tijdloos geluid neer. Het album opent soulvol met direct een hoofdrol voor de rauwe strot van de Amerikaanse singer-songwriter, die wordt begeleid door warmbloedige klanken. Ik was na een paar noten overtuigt van de vocale kwaliteiten van Grace Potter, die in de openingstrack nog betrekkelijk ingetogen zingt, maar in de tracks die volgen een paar keer flink los gaat.

Daylight opent als een moderne soulplaat, maar uiteindelijk trekt Grace Potter je diep de jaren 70 en incidenteel de jaren 60 in. Het album heeft zich ongetwijfeld laten inspireren door Tapestry van Carole King, maar wanneer de Amerikaanse singer-songwriter in vocaal opzicht los gaat hoor je ook wel wat van Janis Joplin.

Grace Potter blijkt op Daylight van veel markten thuis. Ze kan uit de voeten met dampende soul, met rauwe bluesrock, met rauwe rock’ n roll of met aanstekelijke 60s pop en uiteraard voegt de vanuit Californië opererende muzikante ook nog wat invloeden uit de Laurel Canyon folk toe aan haat muziek.

Alles dat Grace Potter op haar nieuwe album aanpakt klinkt even tijdloos en waar me dit vier jaar geleden bij beluistering van Midnight vooral tegen stond, is op Daylight vrijwel alles raak. De Amerikaanse singer-songwriter vertolkt haar songs met hart en ziel en haalt haar zang soms uit haar tenen, terwijl haar band een heerlijk groovy geluid neerzet dat je zo mee terug neemt naar al die klassiekers uit de jaren 70.

Grace Potter vindt hierbij een mooi evenwicht tussen uptempo songs die stevig uit pakken en meer ingetogen songs, die subtielere middelen zoeken. Met name de stem van Grace Potter tilt de meeste tracks op Daylight naar een hoger plan, zeker wanneer ze in een aantal tracks een beroep doet op de zangeressen van Lucius, maar ook in muzikaal opzicht is het meer dan eens smullen, zeker wanneer de gitarist de ruimte mag zoeken.

Grace Potter probeerde zoals gezegd wel vaker om een tijdloos popalbum te maken, maar met Daylight is het haar eindelijk gelukt. Het is door al het vocale vuurwerk ook nog eens een tijdloos popalbum dat flink boven het maaiveld uit steekt. Erwin Zijleman

Grace Potter - Medicine (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Grace Potter - Medicine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Grace Potter - Medicine
Grace Potter maakte in 2008 een album met de legendarische T-Bone Burnett, dat om onbegrijpelijke redenen op de plank terecht kwam, maar gelukkig is het prachtige en zeer soulvolle Medicine nu alsnog verschenen

Ik vind tot dusver lang niet alles dat de Amerikaanse muzikante Grace Potter maakt mooi, maar met Daylight maakte ze in ieder geval één album dat ik hoog heb zitten. Daar komt deze week met Medicine nog een album bij. Het is een album dat al 17 jaar oud is, maar de platenmaatschappij van Grace Potter zag destijds niets in dit ingetogen en soulvolle album dat werd geproduceerd door niemand minder dan T-Bone Burnett. Gelukkig is het album nu alsnog verschenen, want wat mij betreft is Medicine het beste dat Grace Potter tot dusver heeft gemaakt. Het album klinkt prachtig, bevat sterke songs en Grace Potter is een soulzangeres van wereldklasse.

Grace Potter maakte een handvol albums met haar band The Nocturnals, maar ik ontdekte haar pas toen in 2015 met Midnight het eerste album onder haar eigen naam verscheen. Ik kreeg Midnight in het vizier dankzij een aantal zeer positieve recensies, die bij mij zorgden voor hele hoge verwachtingen. Het album viel me echter erg tegen. Ja, ik hoorde absoluut dat Grace Potter beschikt over een mooie en hele krachtige stem, maar in muzikaal opzicht was er niet veel nieuws te horen op het album en ook de songs op het album spraken me onvoldoende aan.

Hoe anders was het in 2019 toen het album Daylight verscheen. Op dit album maakte de soulvolle strot van Grace Potter veel meer indruk, zeker ook wanneer ze zich bij liet staan door het Amerikaanse duo Lucius. Ook de instrumentatie op Daylight was veel mooier dan die op Midnight. Het door pop gedomineerde geluid van het debuutalbum was vervangen door een veel authentieker soulgeluid, dat ook nog eens was te horen in songs die wel bleven hangen.

Ondanks mijn hoge waardering voor Daylight heb ik de albums Mother Road uit 2023 en het met akoestische versies van Mother Road gevulde Grace Potter’s Road Trip uit 2024 gemist. Kennelijk blijft de naam van Grace Potter bij mij niet zo goed hangen, want ook het deze week verschenen Medicine kwam in eerste instantie niet voor op mijn lijstje voor deze week. Ik ben blij dat het album hier uiteindelijk wel op is terecht gekomen, want Medicine gaat verder waar Daylight bijna zes geleden ophield.

Een echt nieuw album is Medicine overigens niet. Grace Potter dook in 2008 de studio in met niemand minder dan topproducer T-Bone Burnett, die ook topmuzikanten als Dennis Crouch, Marc Ribot en Jim Keltner naar de studio haalde. Het leverde een behoorlijk ingetogen soulalbum op waar de platenmaatschappij van Grace Potter niets in zag, waarna het album op de plank terecht kwam.

De platenmaatschappij vond het naar verluidt allemaal te soft en zoetsappig en duwde de Amerikaanse singer-songwriter in de richting van een steviger geluid. Grace Potter was een rockchick en dat beeld mocht niet aangetast worden. Een aantal songs op het album werden voorzien van een wat steviger geluid, maar gelukkig bewaarde Grace Potter ook de originele tapes.

Als ik luister naar Medicine begrijp ik echt helemaal niets van het oordeel van de platenmaatschappij van Grace Potter en moet ik ze zelfs een stel prutsers noemen, want op het originele album uit 2008 klopt eigenlijk alles. Topproducer T-Bone Burnett tekent voor een authentiek en wat broeierig soulgeluid en heeft een aantal fantastische muzikanten naar de studio gehaald. De muziek op het album klinkt fantastisch en Grace Potter heeft een aantal tijdloze songs geschreven, maar het is de stem van de Amerikaanse muzikante die de meeste aandacht trekt.

Grace Potter is een geweldige zangeres die goed uit de voeten kan in een wat steviger geluid, maar in het net wat subtielere geluid op Medicine is haar zang nog veel mooier. Grace Potter kan op Medicine geweldig doseren wat de zang voorziet van veel dynamiek. Af en toe zet ze flink aan, maar ze zingt vooral met veel gevoel en dat komt direct binnen. Medicine lag helaas 17 jaar volkomen ten onrechte op de plank, maar gelukkig is dit uitstekende en waanzinnig mooi geproduceerde album alsnog verschenen. Erwin Zijleman

Gracie Abrams - Good Riddance (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gracie Abrams - Good Riddance - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gracie Abrams - Good Riddance
Het is flink dringen in het land van de jonge vrouwelijke muzikanten met een voorliefde voor (indie)pop, maar zo goed als op het debuutalbum van Gracie Abrams uit Los Angeles hoor ik het echt maar zelden

Het scheelt een slok op een borrel als je als jonge muzikante kunt samenwerken met Aaron Dessner (The National). De Amerikaanse muzikant en producer droeg bij aan de beste albums van Taylor Swift en drukt ook zijn stempel op het debuutalbum van Gracie Abrams. Deze Gracie Abrams beschikt zelf ook over het nodige talent, want haar debuutalbum staat vol met aansprekende songs en laat bovendien een prima zangeres met een bijzonder stemgeluid horen. Good Riddance bevat een paar folky songs, maar het album schuift vooral op in de richting van de indiepop zoals die wordt gemaakt door Taylor Swift, Lana Del Rey en Phoebe Bridgers. Ik denk dat Gracie Abrams wel eens heel groot kan gaan worden. En terecht.

Het deze week verschenen Good Riddance wordt overal het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Gracie Abrams genoemd, terwijl het in 2021 uitgebrachte This Is What It Feels Like een EP wordt genoemd. Dat laatste is wat gek voor een selectie van 12 songs en een speelduur van bijna 40 minuten, maar er zal een reden voor zijn. Good Riddance is in ieder geval een veel beter debuutalbum dan This Is What It Feels Like, want Gracie Abrams is in twee jaar tijd enorm gegroeid als muzikante.

Ik was de naam van de dochter van de beroemde filmregisseur J.J. Adams (onder andere bekend van Star Wars en Lost) nog niet eerder tegengekomen, terwijl ze met name in de Verenigde Staten al een tijdje bekend staat als aanstormend popprinses. Ik heb inmiddels ook de EP’s van Gracie Abrams beluisterd en hoor hierop inderdaad de belofte. Die belofte komt wat mij betreft helemaal uit op Good Riddance, dat een uitstekend album is geworden.

Dat is deels de verdienste van Gracie Abrams, die op haar debuutalbum laat horen dat ze een getalenteerd songwriter en een prima zangeres is. De jonge Amerikaanse muzikante profiteert echter ook zeker van haar muzikale partner op Good Riddance. Dat is niemand minder dan Aaron Dessner van The National, die de afgelopen jaren prachtige dingen deed voor Taylor Swift.

Ook op het debuutalbum van Gracie Abrams speelt Aaron Dessner een belangrijke rol, want hij tekende niet alleen voor de productie van Good Riddance, maar schreef ook mee aan de songs en droeg stevig bij aan de instrumentatie op het album. Door de belangrijke rol van Aaron Dessner ligt de vergelijking met Taylor Swift dan ook voor de hand.

Dat is voor Gracie Abrams een lastige vergelijking, want Taylor Swift timmert inmiddels al een hele tijd aan de weg en is een bovendien klasse apart. Gracie Abrams vist wel deels in de dezelfde vijver als Taylor Swift en neigt in deze vijver meer naar de pop en indiepop dan naar de indiefolk die Taylor Swift zo mooi maakte met Aaron Dessner. Gracie Abrams mag misschien nog niet vergeleken worden met Taylor Swift, maar ik vind Good Riddance een zeer overtuigend album.

De songs van de muzikante uit Los Angeles liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar vallen zeker niet in de categorie ‘dertien in een dozijn pop’. Gracie Abrams heeft op haar debuutalbum een voorkeur voor behoorlijk ingetogen popsongs, die ze in de meeste gevallen fluisterzacht vertolkt. Het zijn mooi ingekleurde en knap geproduceerde popsongs, die misschien niet heel fanatiek buiten de lijntjes kleuren, maar je toch steeds weer verrassen met mooie klanken.

Good Riddance bevat ruim 50 minuten muziek en slaagt er in om een behoorlijk hoog niveau vast te houden, iets wat Gracie Abrams op haar EP’s nog niet lukte. Zeker in de voorzichtig folky klinkende songs, hoor je dat de Amerikaanse muzikante ook een Folklore of Evermore kan maken, zeker als ze de samenwerking met Aaron Dessner kan continueren.

Er zijn momenteel nogal wat jonge muzikanten met de ambitie om uit te groeien tot een van de popprinsessen, maar binnen deze groep sla ik Gracie Abrams hoger aan dan de meeste van haar concurrenten. Voor Good Riddance zouden flink wat gearriveerde popprinsessen zich zeker niet schamen en ik heb het idee dat er nog veel meer in zit bij Gracie Abrams. Erwin Zijleman

Gracie Abrams - The Secret of Us (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gracie Abrams - The Secret Of Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gracie Abrams - The Secret Of Us
Gracie Abrams debuteerde vorig jaar knap met Good Riddance en laat op het deze week verschenen The Secret Of Us horen dat ze nog veel beter kan en behoort tot de meest talentvolle popsterren van het moment

Met Aaron Dessner als co-producer en een aantal uitstekende muzikanten in de studio is het maken van een goed popalbum al een stuk makkelijker, maar zonder heel veel talent kom je er niet in het momenteel overvolle genre. Gracie Abrams bulkt wat mij betreft van het talent. Nog meer dan op haar debuutalbum van vorig jaar laat de Amerikaanse muzikante op The Secret Of Us horen dat ze uitstekende songs kan schrijven en deze op zeer aansprekende wijze kan vertolken. Gracie Abrams combineert op haar tweede album het beste van Taylor Swift en Phoebe Bridgers en maakt 13 songs lang duidelijk dat ze binnen de (indie)pop van het moment met de besten mee kan.

Dat Taylor Swift met afstand de grootste vrouwelijke popster van het moment is valt nauwelijks te ontkennen, maar in haar kielzog zijn de kaarten nog niet volledig geschud en is het flink dringen. Achter Taylor Swift en al die andere grote sterren van het moment zou Gracie Abrams wel eens ‘the next big thing’ kunnen zijn, want de jonge muzikante uit Los Angeles had al uitstekende papieren en staat er met haar deze week verschenen nieuwe album nog veel beter voor.

Gracie Abrams, de dochter van een gerenommeerde filmmaker en een bekende tv-producer, debuteerde vorig jaar razend knap met Good Riddance. Het door niemand minder dan Aaron Dessner geproduceerde album zette Gracie Abrams wat mij betreft op de kaart als enorm talent. Good Riddance bevatte een aantal uitstekende songs en Gracie Abrams liet horen dat ze prachtig kon zingen, waarna de fraaie productie van Aaron Dessner het album nog wat verder optilde. Good Riddance was uiteindelijk goed genoeg voor mijn jaarlijstje en had in veel meer jaarlijstjes moeten opduiken.

Eerder dit jaar verscheen een samen met Aaron Dessner gemaakt live-album van Gracie Abrams als tussendoortje en nu keert de muzikante uit Los Angeles alweer terug met haar tweede studioalbum. Gracie Abrams houdt de vaart er flink in, maar dat gaat gelukkig niet ten koste van de kwaliteit. Met The Secret Of Us heeft de inmiddels 24 jaar oude muzikante een album afgeleverd dat nog beter is dan haar debuutalbum.

Ook The Secret Of Us werd weer geproduceerd door Gracie Abrams en Aaron Dessner, maar in een van de tracks tekenen bovendien Taylor Swift en Jack Antonoff voor de productie. Het zegt iets over de status van Gracie Abrams, die de songs voor haar nieuwe album deels samen schreef met Aaron Dessner en songwriter Audrey Hobert. Voor het album werden flink wat gastmuzikanten uitgenodigd, onder wie Justin Vernon, James McAlister en Rob Moose. The Secret Of Us klinkt mooier, veelzijdiger en eigenzinniger dan Good Riddance en is wat mij betreft een album dat moet worden geschaard onder de allerbeste popalbums van 2024 tot dusver.

Van alle popsterren die momenteel achter Taylor Swift strijden om de aandacht maakt Gracie Abrams de muziek die het dichtst bij de muziek van Taylor Swift ligt. The Secret Of Us bevat een aantal songs die ook op een van de laatste albums van Taylor Swift hadden kunnen staan, maar Gracie Abrams houdt zich vrij makkelijk staande. Haar songs doen niet onder voor die van haar grote concurrent en ook in muzikaal en productioneel opzicht blijft The Secret Of Us makkelijk overeind. Qua teksten blijft Gracie Abrams misschien nog wat achter, maar haar stem vind ik persoonlijk mooier dan die van Taylor Swift.

The Secret Of Us is in alle opzichten een uitstekend popalbum, met grote regelmaat uitstapjes richting indiepop en songs waarvoor Phoebe Bridgers zich niet zou schamen. Voor liefhebbers van indiepop is het laagje glazuur op de songs van Gracie Abrams bij vlagen misschien net wat te kleurig en te dik, maar voor een ieder met een zwak voor goed gemaakte pop, valt er echt verschrikkelijk veel te genieten op The Secret Of Us, dat minstens net zo makkelijk blijft hangen als de muziek van al die andere grote sterren die de popmuziek momenteel kleur geven, inclusief Taylor Swift. Erwin Zijleman

Gracie Lane - Doing My Time (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gracie Lane - Doing My Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Gracie Lane - Doing My Time
De Amerikaanse muzikante Gracie Lane debuteert met Doing My Time, dat opvalt door tijdloze songs, een fraai klinkende instrumentatie en vooral een uitstekende stem, die gemaakt is voor oorspronkelijk klinkende countrymuziek

Doing My Time van Gracie Lane sneeuwt deze week wat onder door een aantal grote of zelfs hele grote releases, maar gelukkig heeft de muzikante uit Asheville, North Carolina, maar heel weinig tijd nodig om indruk te maken. Die indruk maakt Gracie Lane met haar stem, die perfect past bij de countrymuziek die ze maakt. Het is een stem waar de emotie van af spat, waardoor Doing My Time onmiddellijk impact heeft. Het is ook nog eens een album dat prachtig is ingekleurd met een hoofdrol voor gitaren en de pedal steel en een album dat vol staat met aansprekende songs, die best decennia oud hadden kunnen zijn, maar ook in het heden makkelijk overtuigen.

Het zijn momenteel hele drukke weken wanneer het gaat om nieuwe releases en niet alle albums krijgen de aandacht die het nieuwe album van The Rolling Stones al sinds de aankondiging twee maanden geleden krijgt. Zeker de albums van muzikanten of bands waarvan de naam me weinig of zelfs niets zegt scan ik in deze drukke weken heel snel en probeer dan maar eens een onuitwisbare indruk te maken. De Amerikaanse muzikante Gracie Lane deed het deze week met haar debuutalbum Doing My Time, dat me echt onmiddellijk wist te overtuigen.

Dat het album opdook in de releaselijsten die ik raadpleeg is overigens al een klein wonder, want er is echt bijna niets te vinden over Gracie Lane en haar muziek. Ik weet inmiddels dat Gracie Lane via Louisiana en Arkansas in de Blue Ridge Mountains van North Carolina is terecht gekomen en nu Asheville in North Carolina als thuisbasis heeft. Ik weet verder dat het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante al voor een deel in 2019 werd opgenomen en werd afgerond op het moment dat de coronapandemie het openbare leven en zeker het leven van een muzikant lam legde, waardoor het album een tijd op de plank bleef liggen.

Doing My Time bevat de songs die de Amerikaanse singer-songwriter het afgelopen decennium schreef en het zijn songs waarin het gebroken hart een regelmatig terugkerend thema is. Het is een thema dat uitstekend tot zijn recht komt in de muziek die Gracie Lane maakt, want de muzikante uit North Carolina maakt op haar album authentiek klinkende countrymuziek.

Het is muziek waarin de stem van Gracie Lane uitstekend gedijt en het is deze stem die me onmiddellijk wist te raken. Gracie Lane beschikt over een stem die is gemaakt voor de countrysongs die ze met veel gevoel en hier en daar met een lichte snik vertolkt. Die snik wordt in het genre wel eens overdreven, maar op Doing My Time is de zang vooral zeer smaakvol. Gracie Lane zingt bovendien als een gelouterde zangeres en dat is knap op een debuutalbum.

Ook in muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig en op basis van de productie van en de instrumentatie op Doing My Time verwachte ik een aantal grote namen in de credits. Die zie ik niet terug, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van de muziek op het debuutalbum van Gracie Lane. De Amerikaanse muzikante speelt zelf gitaar, maar heeft ook snarenwonder en producer John James Tourville binnengehaald voor bijdragen van elektrische gitaren, banjo en natuurlijk de pedal steel. Het levert in alle tracks een authentiek klinkend geluid op, maar Doing My Time klinkt ook verrassend gevarieerd.

Het doet vaak wat traditioneel aan, waardoor het debuutalbum van Gracie Lane ook een aantal decennia oud zou kunnen zijn, maar gedateerd klinkt het geen moment. Het is mede de verdienste van de songs, die stuk voor stuk aangenaam en tijdloos klinken. Je bent bij Gracie Lane aan het verkeerde adres voor muzikale vernieuwing, maar haar songs klinken zo puur en eerlijk dat ik blij ben dat dit een album is waarop de grenzen van de countrymuziek van weleer eens niet worden opgezocht. Ik ben dan ook blij dat ik dit uitstekende debuutalbum heb opgepikt en hoop dat Doing My Time van Gracie Lane in veel bredere kring de aandacht krijgt die dit aansprekende countryalbum verdient. Erwin Zijleman