Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Wolf Alice - The Clearing (2025)

4,0
2
geplaatst: 25 augustus 2025, 15:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wolf Alice - The Clearing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wolf Alice - The Clearing
Wolf Alice komt vier ja na Blue Weekend op de proppen met The Clearing, waarop de band zich wederom evolueert en een geluid met veel meer pop laat horen, waarin zangeres Ellie Rowsell gelukkig als vanouds schittert
De Britse band Wolf Alice maakt al sinds haar debuutalbum indruk en heeft met het deze week verschenen The Clearing vier albums op haar naam staan. De band klonk op haar eerste albums nog wel eens stevig, maar laat op haar nieuwe album een wat meer pop georiënteerd geluid horen. Het is knap geproduceerd door topproducer Greg Kurstin, die het geluid van Wolf Alice heeft voorzien van een jaren 70 vibe. De songs van Wolf Alice klinken anders, maar zijn nog altijd goed. In muzikaal opzicht klinkt The Clearing prachtig, maar het is ook dit keer de stem van Ellie Rowsell die de meeste indruk maakt en die laat horen dat ze met Wolf Alice alle kanten op kan.
Tien jaar geleden verscheen het debuutalbum van de Britse band Wolf Alice en op My Love Is Cool hoorde je direct al dat de band uit Londen wel eens heel groot zou kunnen worden. Dat was voor een belangrijk deel de verdienste van de zang van frontvrouw Ellie Rowsell, maar ook in muzikaal opzicht wist Wolf Alice te verrassen met een geluid dat onder andere invloeden uit de folk, dreampop, shoegaze, new wave, indierock en psychedelica verwerkte. De Britse band plakte al deze invloeden aan elkaar in songs die zich direct genadeloos opdrongen en vervolgens direct memorabel waren.
Op My Love Is Cool was het geluid van Wolf Alice nog te omschrijven als een bonte mix van invloeden, maar op het in 2017 verschenen Visions Of A Life waren al deze invloeden samengesmolten tot een uniek Wolf Alice geluid. Het is een geluid dat nog altijd makkelijk schakelde tussen ingetogen en uitbundig en ook op Visions Of A Life stal Ellie Rowsell de show met haar indrukwekkende stem.
Vier jaar geleden verscheen Blue Weekend, het derde album van Wolf Alice, en het is een album waarop de band uit Londen wederom een stap zette. Blue Weekend bevatte wat minder ruwe kanten en scherpe randen en koos voornamelijk voor een wat dromeriger geluid, waarin wederom de stem van Ellie Rowsell imponeerde.
De Britse band heeft de tijd genomen voor haar vierde album, maar het album is deze week eindelijk verschenen. The Clearing is een album dat de lijn van de vorige drie albums doortrekt, maar Wolf Alice slaat op haar vierde album ook wel serieus nieuwe wegen in. Net als op Blue Weekend neemt de Britse band grotendeels afstand van haar rockverleden, maar waar invloeden uit de shoegaze en de dreampop op de eerste drie albums van Wolf Alice een voorname rol speelde, neemt The Clearing vooral de afslag richting pop.
Het vierde album van Wolf Alice focust nog wat meer op de stem van Ellie Rowsell, die direct in de openingstrack alle registers mag open trekken. Het is op zich een verstandig besluit, want waarom zou je niet profiteren van zo’n geweldige zangeres, maar The Clearing klinkt ook wel een beetje als een Ellie Rowsell album in plaats van een Wolf Alice album.
Voor de productie van het album deed de band een beroep op de gerenommeerde muzikant en producer Greg Kurstin, die onder andere albums van Paul McCartney, Lily Allen, Harry Styles en Adele op zijn CV heeft staan. De Britse producer heeft The Clearing voorzien van een fraai klinkend popgeluid met af en toe een jaren 70 sfeer. Het is een soulvol popgeluid dat op het eerste gehoor misschien erg gelikt klinkt, zeker als een vleugje disco opduikt, maar het is een bijzonder geluid dat op knappe wijze invloeden uit een aantal decennia popmuziek verwerkt, maar toch eigentijds klinkt.
Het ene moment hoor je pure 70s pop, het volgende moment een bijna Beatlesque popsong en vervolgens toch ook weer een beetje Wolf Alice zoals we de band kennen. De gruizige gitaren zijn uit het geluid van de Britse band verdwenen, maar er valt absoluut genoeg te genieten op The Clearing en natuurlijk is er de stem van Ellie Rowsell, die nog wat meer dan in het verleden haar veelzijdigheid etaleert en wederom indruk maakt als zangeres. Wolf Alice klinkt op The Clearing flink anders dan we van de band gewend zijn, maar misschien is dat ook precies wat je verwacht van de Britten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Wolf Alice - The Clearing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wolf Alice - The Clearing
Wolf Alice komt vier ja na Blue Weekend op de proppen met The Clearing, waarop de band zich wederom evolueert en een geluid met veel meer pop laat horen, waarin zangeres Ellie Rowsell gelukkig als vanouds schittert
De Britse band Wolf Alice maakt al sinds haar debuutalbum indruk en heeft met het deze week verschenen The Clearing vier albums op haar naam staan. De band klonk op haar eerste albums nog wel eens stevig, maar laat op haar nieuwe album een wat meer pop georiënteerd geluid horen. Het is knap geproduceerd door topproducer Greg Kurstin, die het geluid van Wolf Alice heeft voorzien van een jaren 70 vibe. De songs van Wolf Alice klinken anders, maar zijn nog altijd goed. In muzikaal opzicht klinkt The Clearing prachtig, maar het is ook dit keer de stem van Ellie Rowsell die de meeste indruk maakt en die laat horen dat ze met Wolf Alice alle kanten op kan.
Tien jaar geleden verscheen het debuutalbum van de Britse band Wolf Alice en op My Love Is Cool hoorde je direct al dat de band uit Londen wel eens heel groot zou kunnen worden. Dat was voor een belangrijk deel de verdienste van de zang van frontvrouw Ellie Rowsell, maar ook in muzikaal opzicht wist Wolf Alice te verrassen met een geluid dat onder andere invloeden uit de folk, dreampop, shoegaze, new wave, indierock en psychedelica verwerkte. De Britse band plakte al deze invloeden aan elkaar in songs die zich direct genadeloos opdrongen en vervolgens direct memorabel waren.
Op My Love Is Cool was het geluid van Wolf Alice nog te omschrijven als een bonte mix van invloeden, maar op het in 2017 verschenen Visions Of A Life waren al deze invloeden samengesmolten tot een uniek Wolf Alice geluid. Het is een geluid dat nog altijd makkelijk schakelde tussen ingetogen en uitbundig en ook op Visions Of A Life stal Ellie Rowsell de show met haar indrukwekkende stem.
Vier jaar geleden verscheen Blue Weekend, het derde album van Wolf Alice, en het is een album waarop de band uit Londen wederom een stap zette. Blue Weekend bevatte wat minder ruwe kanten en scherpe randen en koos voornamelijk voor een wat dromeriger geluid, waarin wederom de stem van Ellie Rowsell imponeerde.
De Britse band heeft de tijd genomen voor haar vierde album, maar het album is deze week eindelijk verschenen. The Clearing is een album dat de lijn van de vorige drie albums doortrekt, maar Wolf Alice slaat op haar vierde album ook wel serieus nieuwe wegen in. Net als op Blue Weekend neemt de Britse band grotendeels afstand van haar rockverleden, maar waar invloeden uit de shoegaze en de dreampop op de eerste drie albums van Wolf Alice een voorname rol speelde, neemt The Clearing vooral de afslag richting pop.
Het vierde album van Wolf Alice focust nog wat meer op de stem van Ellie Rowsell, die direct in de openingstrack alle registers mag open trekken. Het is op zich een verstandig besluit, want waarom zou je niet profiteren van zo’n geweldige zangeres, maar The Clearing klinkt ook wel een beetje als een Ellie Rowsell album in plaats van een Wolf Alice album.
Voor de productie van het album deed de band een beroep op de gerenommeerde muzikant en producer Greg Kurstin, die onder andere albums van Paul McCartney, Lily Allen, Harry Styles en Adele op zijn CV heeft staan. De Britse producer heeft The Clearing voorzien van een fraai klinkend popgeluid met af en toe een jaren 70 sfeer. Het is een soulvol popgeluid dat op het eerste gehoor misschien erg gelikt klinkt, zeker als een vleugje disco opduikt, maar het is een bijzonder geluid dat op knappe wijze invloeden uit een aantal decennia popmuziek verwerkt, maar toch eigentijds klinkt.
Het ene moment hoor je pure 70s pop, het volgende moment een bijna Beatlesque popsong en vervolgens toch ook weer een beetje Wolf Alice zoals we de band kennen. De gruizige gitaren zijn uit het geluid van de Britse band verdwenen, maar er valt absoluut genoeg te genieten op The Clearing en natuurlijk is er de stem van Ellie Rowsell, die nog wat meer dan in het verleden haar veelzijdigheid etaleert en wederom indruk maakt als zangeres. Wolf Alice klinkt op The Clearing flink anders dan we van de band gewend zijn, maar misschien is dat ook precies wat je verwacht van de Britten. Erwin Zijleman
Wolf Alice - Visions of a Life (2017)

4,5
1
geplaatst: 9 oktober 2017, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wolf Alice - Visions Of A Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
My Love Is Cool, het debuut van de Britse band Wolf Alice, werd net iets meer dan twee jaar geleden bijzonder enthousiast opgepikt door de muziekpers in het Verenigd Koninkrijk, die vervolgens een flinke hype creëerde rond de band uit Londen.
Als een plaat wordt onthaald als het debuut van het decennium ben ik onmiddellijk op mijn hoede, maar toen ik eenmaal had geluisterd naar het debuut van Wolf Alice kon ik alleen maar bevestigen dat My Love Is Cool inderdaad een prima debuut was, dat in het betreffende jaar met de besten mee kon.
Ik moet toegeven dat ik sindsdien nauwelijks meer naar de muziek van Wolf Alice heb geluisterd, waardoor de tweede plaat van de band niet onmiddellijk boven op de stapel lag. Toen Visions Of A Life daar eenmaal terecht was gekomen was ik wederom snel om. Op haar tweede plaat heeft Wolf Alice de sterke punten van haar debuut behouden, maar zet het ook een flinke volgende stap of eigenlijk meerdere volgende stappen.
Op haar debuut blonk Wolf Alice al uit door veelzijdigheid. De band uit Londen ging nadrukkelijk aan de haal met invloeden uit de folk, shoegaze en dreampop, maar schuwde ook uitstapjes richting new wave, noiserock, indierock en de psychedelica niet. De benevelende maar ook gruizige openingstrack van de nieuwe plaat sluit prima aan op het debuut, maar vanaf de tweede track laat Wolf Alice horen dat het geen ‘one trick pony’ is, ook al was het trucje van het debuut zeker niet eenvoudig.
Het geheime wapen van de band was op het debuut zonder enige twijfel zangeres Ellie Rowsell en deze Ellie Rowsell heeft op Visions Of A Life de touwtjes nog wat steviger in handen. Waar we in de openingstrack nog zwoele en folky vocalen horen die niet onder doen voor die van Mazzy Star’s Hope Sandoval, schreeuwt Ellie Rowsell er in de tweede track als een onvervalste punk op los, om vervolgens in de derde track te overtuigen met een redelijk rechttoe rechtaan popliedje.
Het zorgt voor een wat rommelige start van de plaat, maar vanaf de vierde track gaat Wolf Alice weer verder met het benevelen met heerlijk dromerige klanken met hier en daar een uitbarsting. Ellie Rowsell verrast met bijna gesproken teksten, zwoele of pastorale vocalen en krachtige uithalen en trekt de ene na de andere track naar zich toe.
Waar het geluid van Wolf Alice op het debuut nog redelijk aansloot bij de vaste kaders van genres, heeft de Britse band op haar tweede plaat alle invloeden samen gekneed tot een nieuw geluid. Het is een geluid dat aan de ene kant aanstekelijk en poppy is, maar Wolf Alice zoekt op haar tweede plaat ook de grenzen op en blijft maar schakelen tussen invloeden en tussen uiterst ingetogen en opvallend stevige of eclectische passages met invloeden uit de progrock, de postpunk en de metal en blijft maar imponeren met schitterend gitaarwerk en onderkoelde synths. De ene keer lichtvoetig, de volgende keer loodzwaar, maar altijd bijzonder en intens.
De prachtstem van de frontvrouw is keer op keer de verbindende factor en tilt nagenoeg alle songs op Visions Of A Life naar een hoger plan, maar ook in muzikaal opzicht is Wolf Alice flink gegroeid. De tweede plaat van Wolf Alice bouwt in vrijwel alle tracks op de plaat de spanning prachtig op en streelt zacht en aangenaam of strijkt juist ruw tegen de haren in.
Het zorgt er voor dat de plaat je na twee a drie keer horen volledig heeft ingepakt en vanaf dat moment alleen maar beter wordt. Bands met een debuut dat de hemel wordt in geprezen hebben het meestal niet makkelijk met hun tweede plaat, maar de tweede van Wolf Alice is een prachtplaat die nog meer verlof verdient dan het zo bewierookte debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wolf Alice - Visions Of A Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
My Love Is Cool, het debuut van de Britse band Wolf Alice, werd net iets meer dan twee jaar geleden bijzonder enthousiast opgepikt door de muziekpers in het Verenigd Koninkrijk, die vervolgens een flinke hype creëerde rond de band uit Londen.
Als een plaat wordt onthaald als het debuut van het decennium ben ik onmiddellijk op mijn hoede, maar toen ik eenmaal had geluisterd naar het debuut van Wolf Alice kon ik alleen maar bevestigen dat My Love Is Cool inderdaad een prima debuut was, dat in het betreffende jaar met de besten mee kon.
Ik moet toegeven dat ik sindsdien nauwelijks meer naar de muziek van Wolf Alice heb geluisterd, waardoor de tweede plaat van de band niet onmiddellijk boven op de stapel lag. Toen Visions Of A Life daar eenmaal terecht was gekomen was ik wederom snel om. Op haar tweede plaat heeft Wolf Alice de sterke punten van haar debuut behouden, maar zet het ook een flinke volgende stap of eigenlijk meerdere volgende stappen.
Op haar debuut blonk Wolf Alice al uit door veelzijdigheid. De band uit Londen ging nadrukkelijk aan de haal met invloeden uit de folk, shoegaze en dreampop, maar schuwde ook uitstapjes richting new wave, noiserock, indierock en de psychedelica niet. De benevelende maar ook gruizige openingstrack van de nieuwe plaat sluit prima aan op het debuut, maar vanaf de tweede track laat Wolf Alice horen dat het geen ‘one trick pony’ is, ook al was het trucje van het debuut zeker niet eenvoudig.
Het geheime wapen van de band was op het debuut zonder enige twijfel zangeres Ellie Rowsell en deze Ellie Rowsell heeft op Visions Of A Life de touwtjes nog wat steviger in handen. Waar we in de openingstrack nog zwoele en folky vocalen horen die niet onder doen voor die van Mazzy Star’s Hope Sandoval, schreeuwt Ellie Rowsell er in de tweede track als een onvervalste punk op los, om vervolgens in de derde track te overtuigen met een redelijk rechttoe rechtaan popliedje.
Het zorgt voor een wat rommelige start van de plaat, maar vanaf de vierde track gaat Wolf Alice weer verder met het benevelen met heerlijk dromerige klanken met hier en daar een uitbarsting. Ellie Rowsell verrast met bijna gesproken teksten, zwoele of pastorale vocalen en krachtige uithalen en trekt de ene na de andere track naar zich toe.
Waar het geluid van Wolf Alice op het debuut nog redelijk aansloot bij de vaste kaders van genres, heeft de Britse band op haar tweede plaat alle invloeden samen gekneed tot een nieuw geluid. Het is een geluid dat aan de ene kant aanstekelijk en poppy is, maar Wolf Alice zoekt op haar tweede plaat ook de grenzen op en blijft maar schakelen tussen invloeden en tussen uiterst ingetogen en opvallend stevige of eclectische passages met invloeden uit de progrock, de postpunk en de metal en blijft maar imponeren met schitterend gitaarwerk en onderkoelde synths. De ene keer lichtvoetig, de volgende keer loodzwaar, maar altijd bijzonder en intens.
De prachtstem van de frontvrouw is keer op keer de verbindende factor en tilt nagenoeg alle songs op Visions Of A Life naar een hoger plan, maar ook in muzikaal opzicht is Wolf Alice flink gegroeid. De tweede plaat van Wolf Alice bouwt in vrijwel alle tracks op de plaat de spanning prachtig op en streelt zacht en aangenaam of strijkt juist ruw tegen de haren in.
Het zorgt er voor dat de plaat je na twee a drie keer horen volledig heeft ingepakt en vanaf dat moment alleen maar beter wordt. Bands met een debuut dat de hemel wordt in geprezen hebben het meestal niet makkelijk met hun tweede plaat, maar de tweede van Wolf Alice is een prachtplaat die nog meer verlof verdient dan het zo bewierookte debuut. Erwin Zijleman
Wolf in Loveland - We Set Out in the Naked Dawn (2014)

4,0
0
geplaatst: 6 april 2014, 12:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wolf In Loveland - We Sat Out In The Naked Dawn - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wolf In Loveland debuteerde nog geen jaar geleden met een opvallend sterk titelloos debuut. De komst van Wolf In Loveland viel vorig jaar samen met de vermeende komst van de wolf naar Nederland en helaas trok de laatste meer aandacht dan het debuut van band uit Rotterdam. De vorig jaar aangetroffen wolf bleek al snel een flauwe grap, maar Wolf In Loveland is nog altijd bloedserieus. Nog geen jaar na het prima debuut ligt We Sat Out In The Naked Dawn in de winkel. Dat is snel. De tweede plaat na een goed ontvangen debuut ligt voor veel bands behoorlijk zwaar op de maag, maar Wolf In Loveland lijkt er geen enkele moeite mee te hebben gehad. Dat is knap, maar wat nog knapper is, is dat We Sat Out In The Naked Dawn de nodige groei laat horen. Het debuut van de band propte ik vorig jaar in het hokje folk, terwijl als meest voor de hand liggende vergelijkingsmateriaal Fleet Foxes werd aangereikt. Het hokje folk is nog steeds van toepassing op de muziek van Wolf In Loveland, al zoekt de band de grenzen van het genre meer dan eens op. Ook de vergelijking met Fleet Foxes gaat nog steeds op, al is We Sat Out In The Naked Dawn zo goed dat ik nog maar moet zien dat Fleet Foxes ooit met een plaat van dit niveau gaat terugkeren. Terug naar We Sat Out In The Naked Dawn. Op haar tweede plaat heeft Wolf In Loveland de invloeden uit de folk van het afgelopen decennium verruild voor muziek uit een verder verleden. We Sat Out In The Naked Dawn refereert meer dan eens naar muziek uit de jaren 70 en grijpt hierbij net zo makkelijk naar folkrock en countryrock als naar meer Westcoast pop georiënteerde muziek. Op één of andere manier slaagt Wolf In Loveland er echter ook in om muziek te maken die eigentijds aanvoelt. Dat hoor je direct in de openingstrack die strooit met zonnige gitaarloopjes die de lente onmiddellijk laten beginnen, maar ook refereert aan de even eigenzinnige als briljante muziek van The Go-Betweens of de legendarische gitaarplaten van het Excelsior label. Waar de komst van de wolf vorig jaar met angst en beven werd aangekondigd, maakt Wolf In Loveland muziek die je onmiddellijk wilt omarmen. We Sat Out In The Naked Dawn is een plaat die inspireert tot het noemen van vergelijkingsmateriaal, maar dit is al snel in zo’n ruime mate aanwezig dat het je duizelt (dan weer The Jayhawks, dan weer The Eagles, dan weer een eigenwijs gitaarbandje uit de jaren 90 of de terugkeer van Daryll-Ann). Stoppen met vergelijken en genieten van de prachtige songs is het devies en dat werkt perfect. Wolf In Loveland maakte vorig jaar een positieve indruk, maar heeft deze verruild voor een diepe indruk. De songs op de nieuwe plaat zijn van een hoog niveau en het zijn songs die de zon in je hoofd halen, maar ook de radartjes in datzelfde hoofd flink aan het werk zetten. De instrumentatie op de plaat is prachtig, zeker wanneer de band kiest voor wat meer ingetogen klanken. Ook de zang op de plaat is van grote klasse, waarbij de subtiel toegevoegde vrouwenstem zorgt voor extra diepte. We Sat Out In The Naked Dawn is een plaat die je bij eerste beluistering al vele jaren lijkt te kennen, waarna de plaat bij volgende beluisteringen alleen maar dierbaarder wordt. Kan het toeval zijn dat tijdens het schrijven van deze recensie de zon weer doorbrak na een dag vol wolken? Nee, ik denk het niet. Wolf In Loveland leverde vorig jaar een meer dan aardig debuut af, maar verrast nu met een potentiële klassieker. Het is een klassieker die je mee terug neemt naar de jaren 70, maar hier niet blijft steken. Het is een klassieker die driftig strooit met hemelse gitaarloopjes en oorstrelende songs, maar het is tegelijkertijd een plaat die nergens de makkelijkste weg kiest. Zomaar één van de beste platen van het moment, nationaal en internationaal. Het maakt het des te schrijnender dat het vooralsnog behoorlijk stil blijft rond de tweede plaat van Wolf In Loveland. Geloof me, deze plaat verdient echt een veel en veel beter lot. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wolf In Loveland - We Sat Out In The Naked Dawn - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wolf In Loveland debuteerde nog geen jaar geleden met een opvallend sterk titelloos debuut. De komst van Wolf In Loveland viel vorig jaar samen met de vermeende komst van de wolf naar Nederland en helaas trok de laatste meer aandacht dan het debuut van band uit Rotterdam. De vorig jaar aangetroffen wolf bleek al snel een flauwe grap, maar Wolf In Loveland is nog altijd bloedserieus. Nog geen jaar na het prima debuut ligt We Sat Out In The Naked Dawn in de winkel. Dat is snel. De tweede plaat na een goed ontvangen debuut ligt voor veel bands behoorlijk zwaar op de maag, maar Wolf In Loveland lijkt er geen enkele moeite mee te hebben gehad. Dat is knap, maar wat nog knapper is, is dat We Sat Out In The Naked Dawn de nodige groei laat horen. Het debuut van de band propte ik vorig jaar in het hokje folk, terwijl als meest voor de hand liggende vergelijkingsmateriaal Fleet Foxes werd aangereikt. Het hokje folk is nog steeds van toepassing op de muziek van Wolf In Loveland, al zoekt de band de grenzen van het genre meer dan eens op. Ook de vergelijking met Fleet Foxes gaat nog steeds op, al is We Sat Out In The Naked Dawn zo goed dat ik nog maar moet zien dat Fleet Foxes ooit met een plaat van dit niveau gaat terugkeren. Terug naar We Sat Out In The Naked Dawn. Op haar tweede plaat heeft Wolf In Loveland de invloeden uit de folk van het afgelopen decennium verruild voor muziek uit een verder verleden. We Sat Out In The Naked Dawn refereert meer dan eens naar muziek uit de jaren 70 en grijpt hierbij net zo makkelijk naar folkrock en countryrock als naar meer Westcoast pop georiënteerde muziek. Op één of andere manier slaagt Wolf In Loveland er echter ook in om muziek te maken die eigentijds aanvoelt. Dat hoor je direct in de openingstrack die strooit met zonnige gitaarloopjes die de lente onmiddellijk laten beginnen, maar ook refereert aan de even eigenzinnige als briljante muziek van The Go-Betweens of de legendarische gitaarplaten van het Excelsior label. Waar de komst van de wolf vorig jaar met angst en beven werd aangekondigd, maakt Wolf In Loveland muziek die je onmiddellijk wilt omarmen. We Sat Out In The Naked Dawn is een plaat die inspireert tot het noemen van vergelijkingsmateriaal, maar dit is al snel in zo’n ruime mate aanwezig dat het je duizelt (dan weer The Jayhawks, dan weer The Eagles, dan weer een eigenwijs gitaarbandje uit de jaren 90 of de terugkeer van Daryll-Ann). Stoppen met vergelijken en genieten van de prachtige songs is het devies en dat werkt perfect. Wolf In Loveland maakte vorig jaar een positieve indruk, maar heeft deze verruild voor een diepe indruk. De songs op de nieuwe plaat zijn van een hoog niveau en het zijn songs die de zon in je hoofd halen, maar ook de radartjes in datzelfde hoofd flink aan het werk zetten. De instrumentatie op de plaat is prachtig, zeker wanneer de band kiest voor wat meer ingetogen klanken. Ook de zang op de plaat is van grote klasse, waarbij de subtiel toegevoegde vrouwenstem zorgt voor extra diepte. We Sat Out In The Naked Dawn is een plaat die je bij eerste beluistering al vele jaren lijkt te kennen, waarna de plaat bij volgende beluisteringen alleen maar dierbaarder wordt. Kan het toeval zijn dat tijdens het schrijven van deze recensie de zon weer doorbrak na een dag vol wolken? Nee, ik denk het niet. Wolf In Loveland leverde vorig jaar een meer dan aardig debuut af, maar verrast nu met een potentiële klassieker. Het is een klassieker die je mee terug neemt naar de jaren 70, maar hier niet blijft steken. Het is een klassieker die driftig strooit met hemelse gitaarloopjes en oorstrelende songs, maar het is tegelijkertijd een plaat die nergens de makkelijkste weg kiest. Zomaar één van de beste platen van het moment, nationaal en internationaal. Het maakt het des te schrijnender dat het vooralsnog behoorlijk stil blijft rond de tweede plaat van Wolf In Loveland. Geloof me, deze plaat verdient echt een veel en veel beter lot. Erwin Zijleman
Wolf People - Ruins (2016)

4,0
1
geplaatst: 5 december 2016, 17:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wolf People - Ruins - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse band Wolf People bestaat inmiddels ruim tien jaar en brengt sinds 2010 platen uit. Het zijn platen die ik voorbij heb zien komen in (over het algemeen zeer positieve) recensies en die ik in een aantal gevallen zelfs in handen heb gehad, maar tot voor kort was ik er nog niet toe gekomen om te luisteren naar de muziek van de band uit Bedford.
Daar leek het vorige maand verschenen Ruins niets aan te gaan veranderen, maar sinds ik de plaat bij toeval beluisterde ben ik flink in de ban van de muziek van Wolf People.
Ruins laat zich immers beluisteren als een omgevallen platenkast en het is een platenkast die verdacht veel lijkt op de platenkast die ik in mijn jongere jaren op mijn kamer had staan.
Wolf People vermengt op haar nieuwe plaat op fascinerende wijze invloeden uit de folk, progrock, psychedelica en hardrock en sluit met haar muziek aan bij flink wat van mijn voormalige favoriete bands.
Zo ben ik wanneer een dwarsfluit van stal wordt gehaald direct terug bij de beste platen van Jethro Tull, komt Wolf People op de proppen met gitaarriffs waarvoor Led Zeppelin en Black Sabbath zich niet zouden hebben geschaamd, maakt de Britse band geen geheim van haar liefde voor Britse folk, is het soms net zo onnavolgbaar als Soft Machine of strooit het met geniale passages als Yes, Genesis of Rush en maakt het ook nog eens benevelende psychedelische muziek die herinnert aan de jongere jaren van Pink Floyd.
Het knappe is dat Wolf People je ruim drie kwartier lang mee terug neemt naar de jaren 70, maar muziek maakt die geen seconde gedateerd klinkt. En ook geen seconde verveelt. Het is een kunstje dat Wolf People deelt met bands als Syd Arthur en Tame Impala, maar vergeleken met de platen van deze bands is Ruins een stuk veelzijdiger en een stuk dynamischer.
Ruins is een plaat die je bij voorkeur met de koptelefoon moet beluisteren, of op stevig volume uit de speakers moet laten komen, want wat gebeurt er veel op de nieuwe plaat van de Britse band. Alle songs op de plaat zitten vol invloeden (ook van recentere datum) en al deze invloeden worden door Wolf People voortdurend op één hoop gegooid.
Hierdoor kan Ruins op het ene moment bijna pastoraal folky klinken om je op het volgende moment omver te blazen met meedogenloze riffs of onnavolgbare progrock. Wolf People maakt muziek vol hoogstandjes en vol prachtig gitaarwerk, maar de band schrijft ook nog eens geweldige songs, waardoor Ruins meer structuur bevat dan je op het eerste gehoor verwacht of in de jaren 70 gebruikelijk was.
Ik weet zeker dat als Ruins in de jaren 70 was verschenen het inmiddels een onbetwiste klassieker was geweest, maar wat nog niet is kan nog komen. Hoe vaker ik naar Ruins van Wolf People luister, hoe beter en indrukwekkender de plaat wordt. En waar de plaat me in eerste instantie vooral mee terug nam naar een ver verleden, staat de plaat inmiddels met twee benen in het heden en tussen de betere platen van het moment.
Wolf People heeft al met al een fascinerende luistertrip afgeleverd die je nog lang zal heugen. Je bent bij deze gewaarschuwd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wolf People - Ruins - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse band Wolf People bestaat inmiddels ruim tien jaar en brengt sinds 2010 platen uit. Het zijn platen die ik voorbij heb zien komen in (over het algemeen zeer positieve) recensies en die ik in een aantal gevallen zelfs in handen heb gehad, maar tot voor kort was ik er nog niet toe gekomen om te luisteren naar de muziek van de band uit Bedford.
Daar leek het vorige maand verschenen Ruins niets aan te gaan veranderen, maar sinds ik de plaat bij toeval beluisterde ben ik flink in de ban van de muziek van Wolf People.
Ruins laat zich immers beluisteren als een omgevallen platenkast en het is een platenkast die verdacht veel lijkt op de platenkast die ik in mijn jongere jaren op mijn kamer had staan.
Wolf People vermengt op haar nieuwe plaat op fascinerende wijze invloeden uit de folk, progrock, psychedelica en hardrock en sluit met haar muziek aan bij flink wat van mijn voormalige favoriete bands.
Zo ben ik wanneer een dwarsfluit van stal wordt gehaald direct terug bij de beste platen van Jethro Tull, komt Wolf People op de proppen met gitaarriffs waarvoor Led Zeppelin en Black Sabbath zich niet zouden hebben geschaamd, maakt de Britse band geen geheim van haar liefde voor Britse folk, is het soms net zo onnavolgbaar als Soft Machine of strooit het met geniale passages als Yes, Genesis of Rush en maakt het ook nog eens benevelende psychedelische muziek die herinnert aan de jongere jaren van Pink Floyd.
Het knappe is dat Wolf People je ruim drie kwartier lang mee terug neemt naar de jaren 70, maar muziek maakt die geen seconde gedateerd klinkt. En ook geen seconde verveelt. Het is een kunstje dat Wolf People deelt met bands als Syd Arthur en Tame Impala, maar vergeleken met de platen van deze bands is Ruins een stuk veelzijdiger en een stuk dynamischer.
Ruins is een plaat die je bij voorkeur met de koptelefoon moet beluisteren, of op stevig volume uit de speakers moet laten komen, want wat gebeurt er veel op de nieuwe plaat van de Britse band. Alle songs op de plaat zitten vol invloeden (ook van recentere datum) en al deze invloeden worden door Wolf People voortdurend op één hoop gegooid.
Hierdoor kan Ruins op het ene moment bijna pastoraal folky klinken om je op het volgende moment omver te blazen met meedogenloze riffs of onnavolgbare progrock. Wolf People maakt muziek vol hoogstandjes en vol prachtig gitaarwerk, maar de band schrijft ook nog eens geweldige songs, waardoor Ruins meer structuur bevat dan je op het eerste gehoor verwacht of in de jaren 70 gebruikelijk was.
Ik weet zeker dat als Ruins in de jaren 70 was verschenen het inmiddels een onbetwiste klassieker was geweest, maar wat nog niet is kan nog komen. Hoe vaker ik naar Ruins van Wolf People luister, hoe beter en indrukwekkender de plaat wordt. En waar de plaat me in eerste instantie vooral mee terug nam naar een ver verleden, staat de plaat inmiddels met twee benen in het heden en tussen de betere platen van het moment.
Wolf People heeft al met al een fascinerende luistertrip afgeleverd die je nog lang zal heugen. Je bent bij deze gewaarschuwd. Erwin Zijleman
Wolfmoon - Wolfmoon (1973)

4,0
0
geplaatst: 25 maart 2014, 13:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wolfmoon - Wolfmoon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een aantal weken geleden heb ik aandacht besteed aan de fraaie reissue van Too Many People In One Bed van Sandra Phillips. Het is een reissue die deel uit maakt van een serie reissues die het werk van de legendarische Swamp Dogg weer op de kaart moet zetten. In deze serie verscheen onlangs ook de nieuwe uitgave van het debuut van Wolfmoon, dat werd opgenomen in 1969, maar pas werd uitgebracht in 1973. Ook het debuut van Wolfmoon werd geproduceerd door Swamp Dogg en bevat onmiskenbaar zijn stempel. Wolfmoon is het alter ego van ene Tyrone Thomas, ook bekend als Little Tommy, uit Richmond, Virginia. Deze Little Tommy behoort volgens velen tot de grootste talenten met wie Swamp Dogg heeft gewerkt, maar net als Sandra Phillips zal de naam Wolfmoon bij de meeste muziekliefhebbers geen belletje doen rinkelen. Net als bij Sandra Phillips is sprake van groot onrecht, want wat is het debuut van Wolfmoon een geweldige plaat. Het is een plaat die perfect past in het hokje ‘southern soul’ en in dit hokje kan concurreren met de beste platen in het genre. Dat het debuut van Wolfmoon perfect in het hokje southern soul past betekent overigens niet dat Wolfmoon zich beperkt tot de vaste kaders van dit genre. Het debuut van Wolfmoon bevat ook invloeden uit de psychedelica en gospel en klinkt afwisselend trippy en toegankelijk. Little Tommy blijkt een prima zanger met een duidelijk eigen geluid. Hierdoor vertilt hij zich niet aan cover versies van klassiekers als People Get Ready, Proud Mary en I Had A Hammer en maakt hij indruk met zijn eigen songs. De reissue van Wolfmoon is ook mijn eerste kennismaking met de muziek van deze protegé van Swamp Dogg en het is een kennismaking die indruk heeft gemaakt. Het debuut van Wolfmoon stamt uit vervlogen tijden en dat hoor je, maar op een of andere manier klinkt de soulmuziek van Wolfmoon nog steeds spannend en urgent. Het debuut van Wolfmoon voelt aan als een vergeten soulklassieker. Het is een soulklassieker die overtuigt met moddervette soulklanken en een geweldige strot en verrast met psychedelische uitstapjes die niet altijd even goed te volgen zijn en de muziek van Wolfmoon iets mystieks en unieks geven. Een combinatie van southern soul en mystiek typeert het werk van Swamp Dogg en komt ook op het debuut van Wolfmoon uitstekend uit de verf. Met het debuut van Wolfmoon levert de serie reissues ter ere van Swamp Dogg voor de tweede keer in korte tijd een prachtplaat op en ik heb zo het idee dat er nog veel meer moois gaat volgen. Voorlopig ben ik echter nog lang niet uitgekeken op het briljante debuut van Wolfmoon; een debuut dat, net als dat van Sandra Phillips, de geschiedenis van de soulmuziek herschrijft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wolfmoon - Wolfmoon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een aantal weken geleden heb ik aandacht besteed aan de fraaie reissue van Too Many People In One Bed van Sandra Phillips. Het is een reissue die deel uit maakt van een serie reissues die het werk van de legendarische Swamp Dogg weer op de kaart moet zetten. In deze serie verscheen onlangs ook de nieuwe uitgave van het debuut van Wolfmoon, dat werd opgenomen in 1969, maar pas werd uitgebracht in 1973. Ook het debuut van Wolfmoon werd geproduceerd door Swamp Dogg en bevat onmiskenbaar zijn stempel. Wolfmoon is het alter ego van ene Tyrone Thomas, ook bekend als Little Tommy, uit Richmond, Virginia. Deze Little Tommy behoort volgens velen tot de grootste talenten met wie Swamp Dogg heeft gewerkt, maar net als Sandra Phillips zal de naam Wolfmoon bij de meeste muziekliefhebbers geen belletje doen rinkelen. Net als bij Sandra Phillips is sprake van groot onrecht, want wat is het debuut van Wolfmoon een geweldige plaat. Het is een plaat die perfect past in het hokje ‘southern soul’ en in dit hokje kan concurreren met de beste platen in het genre. Dat het debuut van Wolfmoon perfect in het hokje southern soul past betekent overigens niet dat Wolfmoon zich beperkt tot de vaste kaders van dit genre. Het debuut van Wolfmoon bevat ook invloeden uit de psychedelica en gospel en klinkt afwisselend trippy en toegankelijk. Little Tommy blijkt een prima zanger met een duidelijk eigen geluid. Hierdoor vertilt hij zich niet aan cover versies van klassiekers als People Get Ready, Proud Mary en I Had A Hammer en maakt hij indruk met zijn eigen songs. De reissue van Wolfmoon is ook mijn eerste kennismaking met de muziek van deze protegé van Swamp Dogg en het is een kennismaking die indruk heeft gemaakt. Het debuut van Wolfmoon stamt uit vervlogen tijden en dat hoor je, maar op een of andere manier klinkt de soulmuziek van Wolfmoon nog steeds spannend en urgent. Het debuut van Wolfmoon voelt aan als een vergeten soulklassieker. Het is een soulklassieker die overtuigt met moddervette soulklanken en een geweldige strot en verrast met psychedelische uitstapjes die niet altijd even goed te volgen zijn en de muziek van Wolfmoon iets mystieks en unieks geven. Een combinatie van southern soul en mystiek typeert het werk van Swamp Dogg en komt ook op het debuut van Wolfmoon uitstekend uit de verf. Met het debuut van Wolfmoon levert de serie reissues ter ere van Swamp Dogg voor de tweede keer in korte tijd een prachtplaat op en ik heb zo het idee dat er nog veel meer moois gaat volgen. Voorlopig ben ik echter nog lang niet uitgekeken op het briljante debuut van Wolfmoon; een debuut dat, net als dat van Sandra Phillips, de geschiedenis van de soulmuziek herschrijft. Erwin Zijleman
Womb - One Is Always Heading Somewhere (2025)

5,0
0
geplaatst: 15 maart 2025, 11:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Womb - One Is Always Heading Somewhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Womb - One Is Always Heading Somewhere
De Nieuw-Zeelandse band Womb maakte al twee prachtige maar helaas nauwelijks opgemerkte albums, maar levert deze week met One Is Always Heading Somewhere een album van een bijna onwerkelijke schoonheid af
Muziek uit Nieuw-Zeeland krijgt hier over het algemeen toch wat minder aandacht dan muziek uit Europa en de Verenigde Staten. Dat is soms jammer, maar het is in het geval van Womb doodzonde. De Nieuw-Zeelandse band maakte al twee prachtige albums en voegt er deze week een album aan toe dat nog wat mooier is. One Is Always Heading Somewhere staat vol met sprookjesachtig mooie en vooral door gitaren ingekleurde klanken, waarna de prachtige stem van Cello Forrester er nog een schepje bovenop doet. Ik was een paar jaar geleden enorm onder de indruk van het debuutalbum van Womb, maar One Is Always Heading Somewhere zorgt vanaf de eerste tot en met de laatste noot voor kippenvel.
In de lijsten met de nieuwe albums van deze week kwam ik de naam Womb tegen. Het is een naam die me vaag bekend voor kwam, maar ook niet meer dan dat. Het archief van de krenten uit de pop bracht gelukkig uitkomst, want op 3 januari (mijn verjaardag) 2019 besprak ik het album Like Splitting The Head From The Body van Womb.
Het is een album dat ik aan het begin van 2019 alsnog uitriep tot een van de allermooiste albums van 2018 en dat ik omschreef als “Cocteau Twins on speed, Lush on Valium of als een aardse en ingetogen variant van Beach House”. Om mijn jubelstemming compleet te maken noemde ik ook nog Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden, als vergelijkingsmateriaal.
Het album deed helaas niet veel en mijn recensie veranderde daar helemaal niets aan, want zelfs op het zeer actieve platform MusicMeter kwam er geen enkele reactie op mijn zeer lovende woorden. Ik verloor Womb helaas zelf ook snel uit het oog, want het in 2022 verschenen en ook echt prachtige Dreaming Of The Future Again heb ik niet eens beluisterd. Gelukkig had ik deze week wel associaties bij de naam Womb, waardoor ik het nieuwe album van de band voor de afwisseling eens direct bij de release heb opgepakt.
Womb is een band uit het Nieuw-Zeelandse Wellington en was oorspronkelijk een soloproject van muzikante Cello Forrester. Toen het debuutalbum van Womb verscheen was het een trio dat naast Cello Forrester bestond uit haar broer Haz Forrester en haar zus Georgette Brown en dat is nog steeds de samenstelling van Womb. De inmiddels naar het in muzikaal opzicht bruisendere Auckland uitgeweken band heeft deze week met One Is Always Heading Somewhere haar derde album afgeleverd en ook album nummer drie is weer van een bijzondere schoonheid.
Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat de Nieuw-Zeelandse band niet veel heeft veranderd aan haar geluid. Ook op One Is Always Heading Somewhere wordt het geluid van de band bepaald door breed uitwaaiende en aangenaam zweverige gitaarakkoorden, subtiele drums en atmosferische synths. Het wordt gecombineerd met de zachte en dromerige stem van Cello Forrester, die nog wat mooier zingt dan op het album dat me aan het begin van 2019 zo wist te overrompelen.
De muziek van Womb doet nog altijd denken aan de bedwelmende muziek die de Britse band Cocteau Twins lang geleden maakte, maar ook invloeden uit de dreampop zijn duidelijk hoorbaar in de muziek van Womb. One Is Always Heading Somewhere had maar een paar noten nodig om me te overtuigen en na een paar keer horen koester ik iedere noot op dit werkelijk wonderschone album.
Zet de koptelefoon op, doe je ogen dicht en Womb neemt je mee naar een andere wereld. De muziek op het album is loom en dromerig, maar er zit ook wel degelijk dynamiek in het geluid van de Nieuw-Zeelandse band. Het klinkt allemaal prachtig, maar als Cello Forrester gaat zingen ben ik definitief in dromenland. Het is zeker niet de eerste zangeres die fluisterzacht en dromerig zingt, maar alles is raak in de zang op One Is Always Heading Somewhere, die onderkoeld kan klinken maar ook zeer emotioneel.
Het nieuwe album van Womb is een album dat ik alleen maar met kippenvel kan beluisteren en het wordt alleen maar mooier en indrukwekkender, zeker als de zon ook nog een beetje gaat schijnen. One Is Always Heading Somewhere van Womb is om te janken zo mooi en verdient echt ieders aandacht. ik liep tot dusver wat achter de feiten aan wanneer het ging om Womb, maar ik ben nu echt helemaal bij de les. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Womb - One Is Always Heading Somewhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Womb - One Is Always Heading Somewhere
De Nieuw-Zeelandse band Womb maakte al twee prachtige maar helaas nauwelijks opgemerkte albums, maar levert deze week met One Is Always Heading Somewhere een album van een bijna onwerkelijke schoonheid af
Muziek uit Nieuw-Zeeland krijgt hier over het algemeen toch wat minder aandacht dan muziek uit Europa en de Verenigde Staten. Dat is soms jammer, maar het is in het geval van Womb doodzonde. De Nieuw-Zeelandse band maakte al twee prachtige albums en voegt er deze week een album aan toe dat nog wat mooier is. One Is Always Heading Somewhere staat vol met sprookjesachtig mooie en vooral door gitaren ingekleurde klanken, waarna de prachtige stem van Cello Forrester er nog een schepje bovenop doet. Ik was een paar jaar geleden enorm onder de indruk van het debuutalbum van Womb, maar One Is Always Heading Somewhere zorgt vanaf de eerste tot en met de laatste noot voor kippenvel.
In de lijsten met de nieuwe albums van deze week kwam ik de naam Womb tegen. Het is een naam die me vaag bekend voor kwam, maar ook niet meer dan dat. Het archief van de krenten uit de pop bracht gelukkig uitkomst, want op 3 januari (mijn verjaardag) 2019 besprak ik het album Like Splitting The Head From The Body van Womb.
Het is een album dat ik aan het begin van 2019 alsnog uitriep tot een van de allermooiste albums van 2018 en dat ik omschreef als “Cocteau Twins on speed, Lush on Valium of als een aardse en ingetogen variant van Beach House”. Om mijn jubelstemming compleet te maken noemde ik ook nog Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden, als vergelijkingsmateriaal.
Het album deed helaas niet veel en mijn recensie veranderde daar helemaal niets aan, want zelfs op het zeer actieve platform MusicMeter kwam er geen enkele reactie op mijn zeer lovende woorden. Ik verloor Womb helaas zelf ook snel uit het oog, want het in 2022 verschenen en ook echt prachtige Dreaming Of The Future Again heb ik niet eens beluisterd. Gelukkig had ik deze week wel associaties bij de naam Womb, waardoor ik het nieuwe album van de band voor de afwisseling eens direct bij de release heb opgepakt.
Womb is een band uit het Nieuw-Zeelandse Wellington en was oorspronkelijk een soloproject van muzikante Cello Forrester. Toen het debuutalbum van Womb verscheen was het een trio dat naast Cello Forrester bestond uit haar broer Haz Forrester en haar zus Georgette Brown en dat is nog steeds de samenstelling van Womb. De inmiddels naar het in muzikaal opzicht bruisendere Auckland uitgeweken band heeft deze week met One Is Always Heading Somewhere haar derde album afgeleverd en ook album nummer drie is weer van een bijzondere schoonheid.
Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat de Nieuw-Zeelandse band niet veel heeft veranderd aan haar geluid. Ook op One Is Always Heading Somewhere wordt het geluid van de band bepaald door breed uitwaaiende en aangenaam zweverige gitaarakkoorden, subtiele drums en atmosferische synths. Het wordt gecombineerd met de zachte en dromerige stem van Cello Forrester, die nog wat mooier zingt dan op het album dat me aan het begin van 2019 zo wist te overrompelen.
De muziek van Womb doet nog altijd denken aan de bedwelmende muziek die de Britse band Cocteau Twins lang geleden maakte, maar ook invloeden uit de dreampop zijn duidelijk hoorbaar in de muziek van Womb. One Is Always Heading Somewhere had maar een paar noten nodig om me te overtuigen en na een paar keer horen koester ik iedere noot op dit werkelijk wonderschone album.
Zet de koptelefoon op, doe je ogen dicht en Womb neemt je mee naar een andere wereld. De muziek op het album is loom en dromerig, maar er zit ook wel degelijk dynamiek in het geluid van de Nieuw-Zeelandse band. Het klinkt allemaal prachtig, maar als Cello Forrester gaat zingen ben ik definitief in dromenland. Het is zeker niet de eerste zangeres die fluisterzacht en dromerig zingt, maar alles is raak in de zang op One Is Always Heading Somewhere, die onderkoeld kan klinken maar ook zeer emotioneel.
Het nieuwe album van Womb is een album dat ik alleen maar met kippenvel kan beluisteren en het wordt alleen maar mooier en indrukwekkender, zeker als de zon ook nog een beetje gaat schijnen. One Is Always Heading Somewhere van Womb is om te janken zo mooi en verdient echt ieders aandacht. ik liep tot dusver wat achter de feiten aan wanneer het ging om Womb, maar ik ben nu echt helemaal bij de les. Erwin Zijleman
Woodkid - S16 (2020)

4,0
1
geplaatst: 23 oktober 2020, 16:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Woodkid - S16 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Woodkid - S16
S16 van de Franse muzikant Woodkid laat zich beluisteren als een klassieke filmsoundtrack, maar dan met zang, en de bijbehorende beelden mag je er dit keer zelf bij bedenken
S16 is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Franse muzikant Woodkid en het is een indrukwekkende. Het is aan album vol rijk georkestreerde en breed uitwaaiende klanken, die uitstekend zouden voldoen als filmsoundtrack, maar de Franse muzikant laat er af en toe zwaar aangezette elektronica doorheen snijden en maakt er popsongs van door zijn stem toe te voegen aan de stevige aangezette klanken. Het past prachtig bij de herfst en S16 is ook nog eens een album waarop zoveel gebeurt dat je maar nieuwe dingen blijft horen in de muziek van de Franse muzikant en beeldkunstenaar. Normaal gesproken niet helemaal mijn muziek, maar dit album laat me maar niet los. is het tweede album van de Franse muzikant Woodkid en mijn eerste kennismaking met de muziek van het alter ego van Yoann Lemoine. De Franse muzikant was in eerste instantie overigens vooral bekend als regisseur van videoclips en werkte onder andere voor Rihanna, Taylor Swift en Lana Del Rey. Sinds een paar jaar maakt hij als Woodkid muziek en dat heeft nu een bijzonder intrigerend album opgeleverd.
S16 opent met zwaar aangezette elektronische klanken, die wat donker en industrieel aan doen. Het wordt gecombineerd met mooie vocalen, die de muziek van Woodkid wat minder zwaar maken, wat vervolgens wordt versterkt door rijk georkestreerde klanken die klassiek aandoen en het geluid van de Franse muzikant niet alleen voorzien van heel veel ruimte, maar ook van beeldend vermogen.
In de eerste track zijn er nog de atypische elektronische accenten, maar in de tweede track domineert de combinatie van rijk georkestreerde muziek en een flinke bak elektronica. Het combineert uitstekend met de stem van de Franse muzikant, die me wel wat aan die van Antony (of Anohni) doet denken. Zeker wanneer de muziek wordt gedomineerd door klassieke klanken, luister je naar een rijk georkestreerde filmsoundtrack van een oude meester als John Barry, maar door de gevoelige zang van Yoann Lemoine blijven de tracks op S16 ook popsongs.
Ik moest in het begin wel even wennen aan de bombastische klanken, zeker in combinatie met de zang. Er komt nogal wat uit de speakers zetten, maar hoe vaker ik naar S16 luister, hoe meer er op zijn plek valt. Zeker wanneer je het volume wat opvoert, hoor je goed hoeveel moois er is verstopt in de rijke instrumentatie op het album.
Dat werkt vooral goed wanneer de klassieke klanken worden gecombineerd met zwaar aangezette en industrieel aandoende elektronica en dat is een recept dat meerdere malen wordt gebruikt op S16.
Ik heb absoluut een zwak voor getergd klinkende zangeressen, maar met getergd klinkende zangers kan ik meestal veel minder. Zeker bij eerste beluistering van S16 had ik het idee dat het album zonder de zang misschien wel een stuk indrukwekkender zou zijn geweest, maar langzaam maar zeker begin ik de zang van Yoann Lemoine te waarderen en hoor ik niet alleen Antony, maar af en toe ook wel wat van David Sylvian, zeker wanneer de Fransman de hoge noten laat voor wat ze zijn.
Het blijft zo dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit album, maar er zijn momenten waarop de zwaar aangezette klanken wonderen doen en de met weemoed doorspekte vocalen precies op het juiste moment komen. Het is immers herfst en dan doet dit soort klanken het net wat beter dan in de andere drie seizoenen. Het is ook nog eens de herfst van een jaar dat er totaal anders uit ziet dan we een maar of 11 geleden konden vermoeden, waardoor de melancholische klanken van Woodkid nog wat beter tot zijn recht komen, zeker wanneer ze de ruimte vullen op een kille herfstavond en de Fransman nog een extra blik violen opent.
En zo heeft S16 zich ontwikkeld tot een album dat eigenlijk alleen maar mooier en interessanter wordt, ook al bevindt het zich een stukje buiten mijn comfort zone. Interessante muzikant deze Woodkid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Woodkid - S16 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Woodkid - S16
S16 van de Franse muzikant Woodkid laat zich beluisteren als een klassieke filmsoundtrack, maar dan met zang, en de bijbehorende beelden mag je er dit keer zelf bij bedenken
S16 is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Franse muzikant Woodkid en het is een indrukwekkende. Het is aan album vol rijk georkestreerde en breed uitwaaiende klanken, die uitstekend zouden voldoen als filmsoundtrack, maar de Franse muzikant laat er af en toe zwaar aangezette elektronica doorheen snijden en maakt er popsongs van door zijn stem toe te voegen aan de stevige aangezette klanken. Het past prachtig bij de herfst en S16 is ook nog eens een album waarop zoveel gebeurt dat je maar nieuwe dingen blijft horen in de muziek van de Franse muzikant en beeldkunstenaar. Normaal gesproken niet helemaal mijn muziek, maar dit album laat me maar niet los. is het tweede album van de Franse muzikant Woodkid en mijn eerste kennismaking met de muziek van het alter ego van Yoann Lemoine. De Franse muzikant was in eerste instantie overigens vooral bekend als regisseur van videoclips en werkte onder andere voor Rihanna, Taylor Swift en Lana Del Rey. Sinds een paar jaar maakt hij als Woodkid muziek en dat heeft nu een bijzonder intrigerend album opgeleverd.
S16 opent met zwaar aangezette elektronische klanken, die wat donker en industrieel aan doen. Het wordt gecombineerd met mooie vocalen, die de muziek van Woodkid wat minder zwaar maken, wat vervolgens wordt versterkt door rijk georkestreerde klanken die klassiek aandoen en het geluid van de Franse muzikant niet alleen voorzien van heel veel ruimte, maar ook van beeldend vermogen.
In de eerste track zijn er nog de atypische elektronische accenten, maar in de tweede track domineert de combinatie van rijk georkestreerde muziek en een flinke bak elektronica. Het combineert uitstekend met de stem van de Franse muzikant, die me wel wat aan die van Antony (of Anohni) doet denken. Zeker wanneer de muziek wordt gedomineerd door klassieke klanken, luister je naar een rijk georkestreerde filmsoundtrack van een oude meester als John Barry, maar door de gevoelige zang van Yoann Lemoine blijven de tracks op S16 ook popsongs.
Ik moest in het begin wel even wennen aan de bombastische klanken, zeker in combinatie met de zang. Er komt nogal wat uit de speakers zetten, maar hoe vaker ik naar S16 luister, hoe meer er op zijn plek valt. Zeker wanneer je het volume wat opvoert, hoor je goed hoeveel moois er is verstopt in de rijke instrumentatie op het album.
Dat werkt vooral goed wanneer de klassieke klanken worden gecombineerd met zwaar aangezette en industrieel aandoende elektronica en dat is een recept dat meerdere malen wordt gebruikt op S16.
Ik heb absoluut een zwak voor getergd klinkende zangeressen, maar met getergd klinkende zangers kan ik meestal veel minder. Zeker bij eerste beluistering van S16 had ik het idee dat het album zonder de zang misschien wel een stuk indrukwekkender zou zijn geweest, maar langzaam maar zeker begin ik de zang van Yoann Lemoine te waarderen en hoor ik niet alleen Antony, maar af en toe ook wel wat van David Sylvian, zeker wanneer de Fransman de hoge noten laat voor wat ze zijn.
Het blijft zo dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit album, maar er zijn momenten waarop de zwaar aangezette klanken wonderen doen en de met weemoed doorspekte vocalen precies op het juiste moment komen. Het is immers herfst en dan doet dit soort klanken het net wat beter dan in de andere drie seizoenen. Het is ook nog eens de herfst van een jaar dat er totaal anders uit ziet dan we een maar of 11 geleden konden vermoeden, waardoor de melancholische klanken van Woodkid nog wat beter tot zijn recht komen, zeker wanneer ze de ruimte vullen op een kille herfstavond en de Fransman nog een extra blik violen opent.
En zo heeft S16 zich ontwikkeld tot een album dat eigenlijk alleen maar mooier en interessanter wordt, ook al bevindt het zich een stukje buiten mijn comfort zone. Interessante muzikant deze Woodkid. Erwin Zijleman
Worry Dolls - Go Get Gone (2017)

4,0
0
geplaatst: 5 februari 2017, 10:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Worry Dolls - Go Get Gone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Worry dolls zijn kleine handgemaakte poppetjes, die meestal in Mexico of Guatemala zijn gemaakt en die worden verkocht in bijvoorbeeld de Wereldwinkels.
Wanneer je deze poppetjes ’s nachts onder je kussen legt, nemen ze volgens de bijgeleverde handleiding alle zorgen van je over, waardoor je weer zorgeloos door het leven kunt stappen de volgende ochtend.
Ik heb zelf ook wel eens wat van deze worry dolls gekregen, maar heb ze helaas nooit op enig positief effect kunnen betrappen, al blijft het idee natuurlijk leuk en zien ze er grappig uit.
Go Get Gone, het debuut van het Britse duo Worry Dolls, heeft wel onmiddellijk een positief effect op mijn gemoedstoestand. Wanneer de eerste noten uit de speakers komen valt alles van me af en zolang de muziek van het duo uit de speakers komt, zijn eventuele zorgen echt heel ver weg.
Worry Dolls is een duo uit Liverpool dat bestaat uit de piepjonge zangeressen Zoe Nicol en Rosie Jones. De twee zijn afkomstig uit een stad die de popmuziek in het verleden kleur heeft gegeven, maar de Worry Dolls laten zich op Go Get Gone geen moment beïnvloeden door de rijke historie van de stad aan de Mersey.
Zoe Nicol en Rosie Jones houden van bluegrass, folk en country en trokken voor het opnemen van hun debuut dan ook naar Nashville, Tennessee. Samen met Nashville veteraan Neilson Hubbard hebben de twee Britse zangeressen een plaat gemaakt waarop heel wat gelouterde Amerikaanse rootsmuzikanten stikjaloers zullen zijn.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig. De instrumentatie is uiterst ingetogen, maar bevat bijzonder fraaie accenten van uiteenlopende snareninstrumenten en incidentele bijdragen van piano en mondharmonica. De instrumentatie kan bovendien subtiel versnellen, waardoor Go Get Gone een dynamische plaat is.
Het is muziek die je in één klap meeneemt naar de Zuidelijke staten van de Verenigde Staten waarin dit soort muziek behoort tot het cultureel erfgoed. Het is knap dat twee Britse meiden dit voor elkaar krijgen.
Het is ook muziek die veel ruimte open laat en daar weten Zoe Nicol en Rosie Jones wel raad mee. De Britse zangeressen zijn gezegend met geweldige stemmen die individueel al goed zijn voor betovering, maar die alle vaste grond onder je voeten vandaan slaan wanneer ze prachtig in elkaar overvloeien of elkaar op indrukwekkende wijze versterken.
Ook met de songs van het jonge tweetal is verrassend weinig mis. Go Get Gone overtuigt daarom direct bij eerste beluistering met mooie en melodieuze songs en doet dit genadeloos. Hierna wordt het debuut van Worry Dolls alleen maar mooier en indrukwekkender, zeker wanneer de stemmen van de twee zich steeds meer opdringen en de bijzonder fraaie instrumentatie steeds intenser het oor streelt.
In Nederland krijgt het debuut van Worry Dolls tot dusver helaas niet heel veel aandacht, maar geloof me, Go Get Gone is een plaat om intens te koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Worry Dolls - Go Get Gone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Worry dolls zijn kleine handgemaakte poppetjes, die meestal in Mexico of Guatemala zijn gemaakt en die worden verkocht in bijvoorbeeld de Wereldwinkels.
Wanneer je deze poppetjes ’s nachts onder je kussen legt, nemen ze volgens de bijgeleverde handleiding alle zorgen van je over, waardoor je weer zorgeloos door het leven kunt stappen de volgende ochtend.
Ik heb zelf ook wel eens wat van deze worry dolls gekregen, maar heb ze helaas nooit op enig positief effect kunnen betrappen, al blijft het idee natuurlijk leuk en zien ze er grappig uit.
Go Get Gone, het debuut van het Britse duo Worry Dolls, heeft wel onmiddellijk een positief effect op mijn gemoedstoestand. Wanneer de eerste noten uit de speakers komen valt alles van me af en zolang de muziek van het duo uit de speakers komt, zijn eventuele zorgen echt heel ver weg.
Worry Dolls is een duo uit Liverpool dat bestaat uit de piepjonge zangeressen Zoe Nicol en Rosie Jones. De twee zijn afkomstig uit een stad die de popmuziek in het verleden kleur heeft gegeven, maar de Worry Dolls laten zich op Go Get Gone geen moment beïnvloeden door de rijke historie van de stad aan de Mersey.
Zoe Nicol en Rosie Jones houden van bluegrass, folk en country en trokken voor het opnemen van hun debuut dan ook naar Nashville, Tennessee. Samen met Nashville veteraan Neilson Hubbard hebben de twee Britse zangeressen een plaat gemaakt waarop heel wat gelouterde Amerikaanse rootsmuzikanten stikjaloers zullen zijn.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig. De instrumentatie is uiterst ingetogen, maar bevat bijzonder fraaie accenten van uiteenlopende snareninstrumenten en incidentele bijdragen van piano en mondharmonica. De instrumentatie kan bovendien subtiel versnellen, waardoor Go Get Gone een dynamische plaat is.
Het is muziek die je in één klap meeneemt naar de Zuidelijke staten van de Verenigde Staten waarin dit soort muziek behoort tot het cultureel erfgoed. Het is knap dat twee Britse meiden dit voor elkaar krijgen.
Het is ook muziek die veel ruimte open laat en daar weten Zoe Nicol en Rosie Jones wel raad mee. De Britse zangeressen zijn gezegend met geweldige stemmen die individueel al goed zijn voor betovering, maar die alle vaste grond onder je voeten vandaan slaan wanneer ze prachtig in elkaar overvloeien of elkaar op indrukwekkende wijze versterken.
Ook met de songs van het jonge tweetal is verrassend weinig mis. Go Get Gone overtuigt daarom direct bij eerste beluistering met mooie en melodieuze songs en doet dit genadeloos. Hierna wordt het debuut van Worry Dolls alleen maar mooier en indrukwekkender, zeker wanneer de stemmen van de twee zich steeds meer opdringen en de bijzonder fraaie instrumentatie steeds intenser het oor streelt.
In Nederland krijgt het debuut van Worry Dolls tot dusver helaas niet heel veel aandacht, maar geloof me, Go Get Gone is een plaat om intens te koesteren. Erwin Zijleman
Worthitpurchase - Worthitpurchase (2025)

4,0
1
geplaatst: 11 oktober 2025, 10:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Worthitpurchase - Worthitpurchase - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Worthitpurchase - Worthitpurchase
De Amerikaanse muziekwebsite Paste heeft al jaren een goede neus voor leuke en eigenzinnige indie albums en heeft het ook met haar tip van het titelloze album van het Californische duo Worthitpurchase weer bij het juiste eind
Bij eerste beluistering van het deze week verschenen derde album van Worthitpurchase was ik vooral in verwarring. De popliedjes van het duo uit Los Angeles hebben direct bij eerste beluistering iets charmants of zelfs onweerstaanbaars, maar de songs zijn ook wat ongrijpbaar. Het zijn songs die op het eerste gehoor lijken te rammelen, maar uiteindelijk vol bijzondere vondsten lijken te zitten. Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang, die alleen maar mooier lijkt te worden, zeker wanneer Nicole Rowe zingt en dat doet ze gelukkig heel vaak. Het titelloze album van Worthitpurchase zal niet heel breed worden opgepikt, maar iedereen die dit wel doet heeft iets moois in handen .
Alleen de Amerikaanse muziekwebsite Paste wees me de afgelopen week op het titelloze album van Worthitpurchase. Gezien het ontbreken van een titel ging ik uit van een debuutalbum, maar het blijkt al het derde album van Worthitpurchase. Achter deze wat wonderlijke naam die "de moeite waard om te kopen" betekent, gaat een duo uit Los Angeles schuil dat bestaat uit Nicole Rowe en Omar Akrouche.
De twee muzikanten waren beiden als studiotechnicus werkzaam in een studio in Los Angeles en werkten tussen hun werkzaamheden in aan eigen projecten. Sinds ze de krachten hebben gebundeld maken ze muziek onder de naam Worthitpurchase en dat levert deze week echt een bijzonder leuk album op.
Het valt niet mee om de muziek van Nicole Rowe en Omar Akrouche in een hokje te duwen en dat levert op het Internet dan ook vooral weinig geslaagde pogingen op als “ambient-electro guitar-pop” of "cyber-folk”. Zelf hou ik het op een mix van indiefolk, indierock en lo-fi, wat natuurlijk ook niet alles zegt.
Het maakt ook niet zoveel uit hoe je de muziek van Worthitpurchase precies noemt, want waar het om gaat is dat de popliedjes van de twee muzikanten uit Los Angeles hopeloos charmant, onweerstaanbaar lekker en heerlijk eigenzinnig zijn en je maar blijven verrassen en vermaken.
Nicole Rowe en Omar Akrouche zijn allebei voorzien van een wat dromerig stemgeluid. De stem van Omar Akrouche roept vooral associaties op met indierock uit de jaren 90, terwijl de stem van Nicole Rowe vooral goed is voor zwoele verleiding. De zang op het titelloze album van Worthitpurchase wordt gecombineerd met een wat dromerig geluid waarin gitaren worden gecombineerd met spacy geluiden.
Zowel de muziek als de zang van Nicole Rowe en Omar Akrouche rammelen behoorlijk, maar op hetzelfde moment lijkt alles te kloppen in de popliedjes van de twee. Het zijn popliedjes die in geen enkel genre precies passen, maar ontoegankelijk zijn de popsongs van Worthitpurchase zeker niet.
Omdat de muziek van het duo uit Los Angeles anders klinkt dan de meeste andere muziek van het moment moest ik even wennen aan de intieme popsongs van de twee, maar hoe vaker ik het album hoor hoe meer songs me dierbaar zijn. Het is een album dat hier en daar een lo-fi indruk maakt, maar wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je dat Nicole Rowe en Omar Akrouche niet voor niets als studiotechnicus werkzaam waren.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je steeds meer bijzondere dingen op het album van Worthitpurchase. Zeker door deze beluisteringen ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van de bijzondere songs op het album en het zijn songs die niet alleen de fantasie uitvoerig prikkelen, maar die ook op een of andere manier rustgevend zijn.
Het zijn songs die ook nog eens verrassend veelzijdig zijn, want ondanks het feit dat de muziek vaak subtiel is en de stemmen van Nicole Rowe en Omar Akrouche niet heel veel variëren en vaak zacht en ingehouden zijn, klinken de songs van de twee behoorlijk verschillend.
Buiten het advies van Paste las ik de afgelopen week maar heel weinig over het album van Worthitpurchase, maar het was, zoals gewoonlijk, weer een uitstekende tip van de Amerikaanse muziekwebsite. Wereldberoemd gaat Worthitpurchase niet worden denk ik, maar er zijn vast meer mensen die zich laten verleiden door dit bijzonder leuke album. Ik zou het toelaten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Worthitpurchase - Worthitpurchase - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Worthitpurchase - Worthitpurchase
De Amerikaanse muziekwebsite Paste heeft al jaren een goede neus voor leuke en eigenzinnige indie albums en heeft het ook met haar tip van het titelloze album van het Californische duo Worthitpurchase weer bij het juiste eind
Bij eerste beluistering van het deze week verschenen derde album van Worthitpurchase was ik vooral in verwarring. De popliedjes van het duo uit Los Angeles hebben direct bij eerste beluistering iets charmants of zelfs onweerstaanbaars, maar de songs zijn ook wat ongrijpbaar. Het zijn songs die op het eerste gehoor lijken te rammelen, maar uiteindelijk vol bijzondere vondsten lijken te zitten. Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang, die alleen maar mooier lijkt te worden, zeker wanneer Nicole Rowe zingt en dat doet ze gelukkig heel vaak. Het titelloze album van Worthitpurchase zal niet heel breed worden opgepikt, maar iedereen die dit wel doet heeft iets moois in handen .
Alleen de Amerikaanse muziekwebsite Paste wees me de afgelopen week op het titelloze album van Worthitpurchase. Gezien het ontbreken van een titel ging ik uit van een debuutalbum, maar het blijkt al het derde album van Worthitpurchase. Achter deze wat wonderlijke naam die "de moeite waard om te kopen" betekent, gaat een duo uit Los Angeles schuil dat bestaat uit Nicole Rowe en Omar Akrouche.
De twee muzikanten waren beiden als studiotechnicus werkzaam in een studio in Los Angeles en werkten tussen hun werkzaamheden in aan eigen projecten. Sinds ze de krachten hebben gebundeld maken ze muziek onder de naam Worthitpurchase en dat levert deze week echt een bijzonder leuk album op.
Het valt niet mee om de muziek van Nicole Rowe en Omar Akrouche in een hokje te duwen en dat levert op het Internet dan ook vooral weinig geslaagde pogingen op als “ambient-electro guitar-pop” of "cyber-folk”. Zelf hou ik het op een mix van indiefolk, indierock en lo-fi, wat natuurlijk ook niet alles zegt.
Het maakt ook niet zoveel uit hoe je de muziek van Worthitpurchase precies noemt, want waar het om gaat is dat de popliedjes van de twee muzikanten uit Los Angeles hopeloos charmant, onweerstaanbaar lekker en heerlijk eigenzinnig zijn en je maar blijven verrassen en vermaken.
Nicole Rowe en Omar Akrouche zijn allebei voorzien van een wat dromerig stemgeluid. De stem van Omar Akrouche roept vooral associaties op met indierock uit de jaren 90, terwijl de stem van Nicole Rowe vooral goed is voor zwoele verleiding. De zang op het titelloze album van Worthitpurchase wordt gecombineerd met een wat dromerig geluid waarin gitaren worden gecombineerd met spacy geluiden.
Zowel de muziek als de zang van Nicole Rowe en Omar Akrouche rammelen behoorlijk, maar op hetzelfde moment lijkt alles te kloppen in de popliedjes van de twee. Het zijn popliedjes die in geen enkel genre precies passen, maar ontoegankelijk zijn de popsongs van Worthitpurchase zeker niet.
Omdat de muziek van het duo uit Los Angeles anders klinkt dan de meeste andere muziek van het moment moest ik even wennen aan de intieme popsongs van de twee, maar hoe vaker ik het album hoor hoe meer songs me dierbaar zijn. Het is een album dat hier en daar een lo-fi indruk maakt, maar wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je dat Nicole Rowe en Omar Akrouche niet voor niets als studiotechnicus werkzaam waren.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je steeds meer bijzondere dingen op het album van Worthitpurchase. Zeker door deze beluisteringen ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van de bijzondere songs op het album en het zijn songs die niet alleen de fantasie uitvoerig prikkelen, maar die ook op een of andere manier rustgevend zijn.
Het zijn songs die ook nog eens verrassend veelzijdig zijn, want ondanks het feit dat de muziek vaak subtiel is en de stemmen van Nicole Rowe en Omar Akrouche niet heel veel variëren en vaak zacht en ingehouden zijn, klinken de songs van de twee behoorlijk verschillend.
Buiten het advies van Paste las ik de afgelopen week maar heel weinig over het album van Worthitpurchase, maar het was, zoals gewoonlijk, weer een uitstekende tip van de Amerikaanse muziekwebsite. Wereldberoemd gaat Worthitpurchase niet worden denk ik, maar er zijn vast meer mensen die zich laten verleiden door dit bijzonder leuke album. Ik zou het toelaten. Erwin Zijleman
Wreckless Eric - amERICa (2015)

4,0
0
geplaatst: 22 november 2015, 10:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wreckless Eric - AmERICa - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wreckless Eric is een oude held. De Brit maakte tussen 1978 en 1980 drie geweldige platen voor het fameuze Stiff Records en verdween hierna (in ieder geval voor mij) uit beeld.
Wreckless Eric maakte sinds 1980 nog een klein stapeltje platen, maar voor mij is AmERICa de eerste Wreckless Eric plaat sinds Big Smash! uit 1980.
Wreckless Eric werd met zijn eerste platen in het hokje punk geduwd, maar met punk hadden zijn platen en die van roemruchte labelgenoten als Elvis Costello, Dave Edmunds en Nick Lowe niet zo gek veel te maken.
Ook op AmERICa zijn invloeden uit de punk niet direct te vinden. Wreckless Eric laat zich op zijn nieuwe plaat in beperkte mate inspireren door de muziek uit de jaren waarin hij doorbrak, maar grijpt vooral terug op de jaren 60.
Wreckless Eric woont al jaren in de Verenigde Staten, maar op zijn nieuwe plaat klinkt hij zowel Amerikaans als Brits. AmERICa laat horen dat je best van The Beatles en The Stones kunt houden en vervolgens The Who en The Kinks er bij mag pakken.
Zeker de toegankelijkere popsongs op de plaat doen nadrukkelijk denken aan de muziek van de grote Britse bands uit de jaren 60, maar Wreckless Eric heeft op AmERICa ook een zwak voor psychedelica en citeert hierbij vooral uit de Amerikaanse muziekgeschiedenis. Hiernaast hoor ik veel van Jonathan Richman.
Het levert een plaat op die vooral herinnert aan vervlogen tijden, maar wat heeft Wreckless Eric een sterke serie songs geschreven. Direct bij eerste beluistering was ik verknocht aan de geweldige popliedjes op de nieuwe plaat van Wreckless Eric en sindsdien heeft AmERICa alleen maar aan kracht gewonnen.
Wreckless Eric laat op zijn nieuwe plaat horen dat hij er als songwriter nog steeds toe doet, maar ook de uitvoering van de tijdloze maar nergens fantasieloze popsongs op AmERICa mag er zijn.
35 jaar Big Smash! had ik niet meer gerekend op een geweldige plaat van Wreckless Eric, maar hij heeft hem wel degelijk gemaakt. Heerlijk!! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wreckless Eric - AmERICa - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wreckless Eric is een oude held. De Brit maakte tussen 1978 en 1980 drie geweldige platen voor het fameuze Stiff Records en verdween hierna (in ieder geval voor mij) uit beeld.
Wreckless Eric maakte sinds 1980 nog een klein stapeltje platen, maar voor mij is AmERICa de eerste Wreckless Eric plaat sinds Big Smash! uit 1980.
Wreckless Eric werd met zijn eerste platen in het hokje punk geduwd, maar met punk hadden zijn platen en die van roemruchte labelgenoten als Elvis Costello, Dave Edmunds en Nick Lowe niet zo gek veel te maken.
Ook op AmERICa zijn invloeden uit de punk niet direct te vinden. Wreckless Eric laat zich op zijn nieuwe plaat in beperkte mate inspireren door de muziek uit de jaren waarin hij doorbrak, maar grijpt vooral terug op de jaren 60.
Wreckless Eric woont al jaren in de Verenigde Staten, maar op zijn nieuwe plaat klinkt hij zowel Amerikaans als Brits. AmERICa laat horen dat je best van The Beatles en The Stones kunt houden en vervolgens The Who en The Kinks er bij mag pakken.
Zeker de toegankelijkere popsongs op de plaat doen nadrukkelijk denken aan de muziek van de grote Britse bands uit de jaren 60, maar Wreckless Eric heeft op AmERICa ook een zwak voor psychedelica en citeert hierbij vooral uit de Amerikaanse muziekgeschiedenis. Hiernaast hoor ik veel van Jonathan Richman.
Het levert een plaat op die vooral herinnert aan vervlogen tijden, maar wat heeft Wreckless Eric een sterke serie songs geschreven. Direct bij eerste beluistering was ik verknocht aan de geweldige popliedjes op de nieuwe plaat van Wreckless Eric en sindsdien heeft AmERICa alleen maar aan kracht gewonnen.
Wreckless Eric laat op zijn nieuwe plaat horen dat hij er als songwriter nog steeds toe doet, maar ook de uitvoering van de tijdloze maar nergens fantasieloze popsongs op AmERICa mag er zijn.
35 jaar Big Smash! had ik niet meer gerekend op een geweldige plaat van Wreckless Eric, maar hij heeft hem wel degelijk gemaakt. Heerlijk!! Erwin Zijleman
Wreckless Eric - Construction Time and Demolition (2018)

4,0
0
geplaatst: 13 april 2018, 17:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wreckless Eric - Construction Time & Demolition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wreckless Eric was voor mij decennia lang de Britse muzikant die twee, of misschien zelfs wel drie hele goede platen maakte en daarna vrijwel volledig uit beeld verdween.
De Britse muzikant begon ooit in de pub rock scene, die in 1977 een veelgebruikte en succesvolle springplank naar de punk en new wave bleek. Wreckless Eric werd omarmd als een nieuwe held en maakte met The Wonderful World of Wreckless Eric (1978), Wreckless Eric (1978) en Big Smash! (1980) drie prima platen.
Het zijn platen die destijds in de hokjes punk en new wave werden geduwd, maar met de oren van nu hoor ik toch vooral tijdloze rock ’n roll met een rauw randje.
Na 1980 bleef Wreckless Eric muziek maken, maar van zijn status van cultheld was al snel helemaal niets meer over. Pas in 2008 pikte ik weer een plaat van Wreckless Eric op, maar op deze plaat speelde de Brit een vrij bescheiden rol naast echtgenote Amy Rigby.
Pas op het in 2015 verschenen AmERICa liet Wreckless Eric weer eens horen wat een geweldig songwriter hij was en is en verraste de Brit met popmuziek die vooral leek geïnspireerd door de Britse psychedelische gitaarbands uit de jaren 60.
AmERICa werd terecht overladen met superlatieven en was goed voor de wederopstanding van een vergeten held uit de late jaren 70. Het is een wederopstanding die gelukkig niet beperkt is gebleven tot één plaat, want met Construction Time & Demolition keert Wreckless Eric terug.
Ook op zijn nieuwe plaat grijpt de Britse muzikant vooral terug op de muziek die werd gemaakt voordat hij zelf zijn eerste stapjes in de muziek zette. Construction Time & Demolition bevat flink wat nogal psychedelisch aandoende gitaarpop zoals die in de jaren 60 werd gemaakt, maar Wreckless Eric experimenteert ook met blazers, die weer een heel ander geluid opleveren.
Net als op AmERICa hoor ik flink wat invloeden van The Kinks, maar ook andere Britse bands die aan het eind van de jaren 60 de psychedelica omarmden hebben hun sporen nagelaten op Construction Time & Demolition. Wreckless Eric heeft een plaat gemaakt die met enige regelmaat zo lijkt weggelopen uit het verre verleden, wat een mooi contrast oplevert met de teksten die met beide benen in het heden staan.
Nu zijn er momenteel nog wat platen die teruggrijpen op de psychedelische gitaarmuziek uit de jaren 60, maar de meeste van deze platen zijn toch een stuk minder interessant dan de originelen, die dankzij de vinyl revival met een beetje geluk uit een krat vol obscure pareltjes kunnen worden gepikt. Het zijn pareltjes waartussen Construction Time & Demolition van Wreckless Eric niet misstaat, want de Brit heeft een bijzondere plaat vol tijdloze popmuziek afgeleverd.
Construction Time & Demolition is uiteindelijk nog net wat beter dan het terecht zo geprezen AmERICa en laat horen dat met Wreckless Eric nog steeds rekening moet worden gehouden, precies 40 jaar nadat hij voor het eerst op dook als ‘angry young man’. Dat de plaat veel meer aandacht verdient dan in de verbijsterend stille eerste week na de release zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wreckless Eric - Construction Time & Demolition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wreckless Eric was voor mij decennia lang de Britse muzikant die twee, of misschien zelfs wel drie hele goede platen maakte en daarna vrijwel volledig uit beeld verdween.
De Britse muzikant begon ooit in de pub rock scene, die in 1977 een veelgebruikte en succesvolle springplank naar de punk en new wave bleek. Wreckless Eric werd omarmd als een nieuwe held en maakte met The Wonderful World of Wreckless Eric (1978), Wreckless Eric (1978) en Big Smash! (1980) drie prima platen.
Het zijn platen die destijds in de hokjes punk en new wave werden geduwd, maar met de oren van nu hoor ik toch vooral tijdloze rock ’n roll met een rauw randje.
Na 1980 bleef Wreckless Eric muziek maken, maar van zijn status van cultheld was al snel helemaal niets meer over. Pas in 2008 pikte ik weer een plaat van Wreckless Eric op, maar op deze plaat speelde de Brit een vrij bescheiden rol naast echtgenote Amy Rigby.
Pas op het in 2015 verschenen AmERICa liet Wreckless Eric weer eens horen wat een geweldig songwriter hij was en is en verraste de Brit met popmuziek die vooral leek geïnspireerd door de Britse psychedelische gitaarbands uit de jaren 60.
AmERICa werd terecht overladen met superlatieven en was goed voor de wederopstanding van een vergeten held uit de late jaren 70. Het is een wederopstanding die gelukkig niet beperkt is gebleven tot één plaat, want met Construction Time & Demolition keert Wreckless Eric terug.
Ook op zijn nieuwe plaat grijpt de Britse muzikant vooral terug op de muziek die werd gemaakt voordat hij zelf zijn eerste stapjes in de muziek zette. Construction Time & Demolition bevat flink wat nogal psychedelisch aandoende gitaarpop zoals die in de jaren 60 werd gemaakt, maar Wreckless Eric experimenteert ook met blazers, die weer een heel ander geluid opleveren.
Net als op AmERICa hoor ik flink wat invloeden van The Kinks, maar ook andere Britse bands die aan het eind van de jaren 60 de psychedelica omarmden hebben hun sporen nagelaten op Construction Time & Demolition. Wreckless Eric heeft een plaat gemaakt die met enige regelmaat zo lijkt weggelopen uit het verre verleden, wat een mooi contrast oplevert met de teksten die met beide benen in het heden staan.
Nu zijn er momenteel nog wat platen die teruggrijpen op de psychedelische gitaarmuziek uit de jaren 60, maar de meeste van deze platen zijn toch een stuk minder interessant dan de originelen, die dankzij de vinyl revival met een beetje geluk uit een krat vol obscure pareltjes kunnen worden gepikt. Het zijn pareltjes waartussen Construction Time & Demolition van Wreckless Eric niet misstaat, want de Brit heeft een bijzondere plaat vol tijdloze popmuziek afgeleverd.
Construction Time & Demolition is uiteindelijk nog net wat beter dan het terecht zo geprezen AmERICa en laat horen dat met Wreckless Eric nog steeds rekening moet worden gehouden, precies 40 jaar nadat hij voor het eerst op dook als ‘angry young man’. Dat de plaat veel meer aandacht verdient dan in de verbijsterend stille eerste week na de release zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
Wreckless Eric - England Screaming (2025)

4,0
2
geplaatst: 26 november 2025, 15:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wreckless Eric - England Screaming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wreckless Eric - England Screaming
Wreckless Eric leverde de afgelopen tien jaar uitstekende albums af en ook met de nieuwe versies van songs die hij halverwege de jaren 80 maakte met een inmiddels vergeten band maakt de Britse muzikant weer makkelijk indruk
England Screaming van Wreckless Eric ontbrak de afgelopen week in nogal wat releaselijsten, maar het is een album dat absoluut de aandacht verdient. Bij de naam Wreckless Eric denkt menigeen nog altijd aan de cultheld uit de hoogtijdagen van de punk en de new wave, maar wat mij betreft maakte de van oorsprong Britse muzikant de afgelopen tien jaar zijn beste albums. Ook het deze week verschenen England Screaming bevalt me weer uitstekend. Het is een album dat naadloos aansluit op de vorige Wreckless Eric albums en dat is bijzonder, want de songs op England Screaming zijn veertig jaar oud. Destijds wilde niemand er naar luisteren, maar het is tijd voor eerherstel.
Wreckless Eric was lange tijd vooral een vergeten cultheld uit de late jaren 70 en de vroege jaren 80. Met The Wonderful World Of Wreckless Eric en Wreckless Eric uit 1978 en Big Smash! uit 1980 bracht hij drie albums uit op het fameuze label Stiff Records. Het zijn drie albums die werden omarmd door de opkomende new wave beweging en door de critici. Achteraf bezien kun je je afvragen wat er nu precies new wave was aan de albums van de Britse muzikant en persoonlijk vraag ik me ook wel af waar de albums nu precies de cultstatus aan verdienden, want echt onder de indruk ben ik niet.
Ik kwam Wreckless Eric zelf pas weer tegen toen hij tien jaar geleden het album AmERICa uitbracht en dat vond en vind ik echt een fantastisch album. Het is een album waarop de op dat moment al lange tijd in de Verenigde Staten woonachtige muzikant zijn liefde voor de Britse gitaarbands uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 etaleerde en dat deed hij met geweldige songs.
De tweede jeugd van Wreckless Eric hield de afgelopen tien jaar aan met de eveneens uitstekende albums Construction Time And Demolition (2018) en Leisureland (2023), die niet onder deden voor AmERICa. Deze week keert de van oorsprong Britse muzikant terug met een nieuw album, England Screaming.
Helemaal nieuw is het album overigens niet, want iedereen die Wreckless Eric is blijven volgen na zijn eerste drie albums, en dat waren er niet veel, kent mogelijk de songs op het deze week verschenen album. Toen Wreckless Eric na het uitblijven van succes van zijn eerste drie albums aan de kant werd gezet door Stiff Records, formeerde hij samen met twee leden van The Blockheads, de band van Ian Dury, onder zijn eigen naam, Eric Goulden, de band Captains Of Industry.
Het debuutalbum van de band, het in 1985 verschenen A Roomful Of Monkeys, deed niet veel, mede omdat twee bandleden terugkeerden naar Ian Dury voordat het album goed en wel verschenen was, maar ook de critici en het publiek moesten er niets van hebben. De songs hebben Wreckless Eric zelf nooit los gelaten en naar verluidt vindt hij zelf dat hij de kunst van het schrijven van songs pas onder de knie kreeg na zijn eerste drie albums.
Op England Screaming staan nieuwe versies van bijna alle songs op A Roomful Of Monkeys van Captains Of Industry. Ik ken het originele album niet en dit is ook niet te vinden op de streaming media platforms, maar als ik luister naar England Screaming luister, begrijp ik wel waarom het album in 1985 niets deed.
De songs van de Britse muzikant staan immers mijlenver af van de muziek die halverwege de jaren 80 populair was en nemen je mee naar de hoogtijdagen van de Britse gitaarmuziek uit de late jaren 60 en vroege jaren 70. Denk aan The Beatles, The Stones, The Who en The Kinks, waarmee England Screaming naadloos aansluit op de vorige albums van Wreckless Eric.
Ik denk dat ik er in 1985 niet veel aan zou hebben gevonden, maar in 2025 klinken de songs van veertig jaar geleden heerlijk. Wreckless Eric heeft de vergeten songs fraai opgepoetst en vertolkt ze met veel energie. Als ik naar de eerste drie albums van de Britse muzikant luister hoor ik eerlijk gezegd niet zoveel bijzonders, maar in 1985 had Wreckless Eric het schrijven van memorabele popsongs absoluut onder de knie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Wreckless Eric - England Screaming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wreckless Eric - England Screaming
Wreckless Eric leverde de afgelopen tien jaar uitstekende albums af en ook met de nieuwe versies van songs die hij halverwege de jaren 80 maakte met een inmiddels vergeten band maakt de Britse muzikant weer makkelijk indruk
England Screaming van Wreckless Eric ontbrak de afgelopen week in nogal wat releaselijsten, maar het is een album dat absoluut de aandacht verdient. Bij de naam Wreckless Eric denkt menigeen nog altijd aan de cultheld uit de hoogtijdagen van de punk en de new wave, maar wat mij betreft maakte de van oorsprong Britse muzikant de afgelopen tien jaar zijn beste albums. Ook het deze week verschenen England Screaming bevalt me weer uitstekend. Het is een album dat naadloos aansluit op de vorige Wreckless Eric albums en dat is bijzonder, want de songs op England Screaming zijn veertig jaar oud. Destijds wilde niemand er naar luisteren, maar het is tijd voor eerherstel.
Wreckless Eric was lange tijd vooral een vergeten cultheld uit de late jaren 70 en de vroege jaren 80. Met The Wonderful World Of Wreckless Eric en Wreckless Eric uit 1978 en Big Smash! uit 1980 bracht hij drie albums uit op het fameuze label Stiff Records. Het zijn drie albums die werden omarmd door de opkomende new wave beweging en door de critici. Achteraf bezien kun je je afvragen wat er nu precies new wave was aan de albums van de Britse muzikant en persoonlijk vraag ik me ook wel af waar de albums nu precies de cultstatus aan verdienden, want echt onder de indruk ben ik niet.
Ik kwam Wreckless Eric zelf pas weer tegen toen hij tien jaar geleden het album AmERICa uitbracht en dat vond en vind ik echt een fantastisch album. Het is een album waarop de op dat moment al lange tijd in de Verenigde Staten woonachtige muzikant zijn liefde voor de Britse gitaarbands uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 etaleerde en dat deed hij met geweldige songs.
De tweede jeugd van Wreckless Eric hield de afgelopen tien jaar aan met de eveneens uitstekende albums Construction Time And Demolition (2018) en Leisureland (2023), die niet onder deden voor AmERICa. Deze week keert de van oorsprong Britse muzikant terug met een nieuw album, England Screaming.
Helemaal nieuw is het album overigens niet, want iedereen die Wreckless Eric is blijven volgen na zijn eerste drie albums, en dat waren er niet veel, kent mogelijk de songs op het deze week verschenen album. Toen Wreckless Eric na het uitblijven van succes van zijn eerste drie albums aan de kant werd gezet door Stiff Records, formeerde hij samen met twee leden van The Blockheads, de band van Ian Dury, onder zijn eigen naam, Eric Goulden, de band Captains Of Industry.
Het debuutalbum van de band, het in 1985 verschenen A Roomful Of Monkeys, deed niet veel, mede omdat twee bandleden terugkeerden naar Ian Dury voordat het album goed en wel verschenen was, maar ook de critici en het publiek moesten er niets van hebben. De songs hebben Wreckless Eric zelf nooit los gelaten en naar verluidt vindt hij zelf dat hij de kunst van het schrijven van songs pas onder de knie kreeg na zijn eerste drie albums.
Op England Screaming staan nieuwe versies van bijna alle songs op A Roomful Of Monkeys van Captains Of Industry. Ik ken het originele album niet en dit is ook niet te vinden op de streaming media platforms, maar als ik luister naar England Screaming luister, begrijp ik wel waarom het album in 1985 niets deed.
De songs van de Britse muzikant staan immers mijlenver af van de muziek die halverwege de jaren 80 populair was en nemen je mee naar de hoogtijdagen van de Britse gitaarmuziek uit de late jaren 60 en vroege jaren 70. Denk aan The Beatles, The Stones, The Who en The Kinks, waarmee England Screaming naadloos aansluit op de vorige albums van Wreckless Eric.
Ik denk dat ik er in 1985 niet veel aan zou hebben gevonden, maar in 2025 klinken de songs van veertig jaar geleden heerlijk. Wreckless Eric heeft de vergeten songs fraai opgepoetst en vertolkt ze met veel energie. Als ik naar de eerste drie albums van de Britse muzikant luister hoor ik eerlijk gezegd niet zoveel bijzonders, maar in 1985 had Wreckless Eric het schrijven van memorabele popsongs absoluut onder de knie. Erwin Zijleman
Wreckless Eric - Leisureland (2023)

4,0
1
geplaatst: 27 augustus 2023, 11:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wreckless Eric - Leisureland - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wreckless Eric - Leisureland
Wreckless Eric is een icoon uit de jaren 70, maar zijn beste albums maakt hij in de nadagen van zijn carrière, wat nu het wederom stevig op de jaren 60 leunende en verrassend sterke Leisureland oplevert
Het Britse icoon Wreckless Eric timmerde sinds het geweldige AmERICa uit 2015 weer stevig aan de weg, maar het coronavirus hakte er stevig in bij de al een tijd in de Verenigde Staten woonachtige muzikant. Gelukkig keert hij deze week terug met Leisureland en wat is het een goed album. Het is een album dat, net als zijn voorgangers, stevig put uit de archieven van de wat psychedelisch aandoende popmuziek uit de jaren 60, maar Leisureland klinkt, met name door de grotere rol voor (analoge) synths weer net wat anders. AmERICa is voor mij nog altijd een album dat ik koester, maar het nieuwe album van het Britse jaren 70 icoon is echt niet minder.
De Britse muzikant Eric Goulden liftte in de tweede helft van de jaren 70 handig mee op de golven van de punk en de new wave en werd een van de boegbeelden van het fameuze label Stiff Records. Dat deed hij niet als Eric Goulden maar als Wreckless Eric, wiens naam op de cover stond van de albums The Wonderful World Of Wreckless Eric uit 1978, Wreckless Eric uit 1978, The Whole Wide World uit 1979 en Big Smash! uit 1980. Het zijn albums die het destijds best goed deden, maar als ik nu naar de eerste albums van Wreckless Eric luister kan ik niet alleen concluderen dat het maar heel weinig met punk en new wave te maken heeft, maar ook dat het behoorlijk wisselvallige albums zijn met slechts een enkele uitschieter naar boven.
Wreckless Eric raakte na de hoogtijdagen van Stiff Records in de vergetelheid en trok pas weer de aandacht toen hij muziek ging maken met zijn echtgenote Amy Rigby. Het leverde tussen 2008 en 2012 drie heel aardige albums op, maar het zou tot 2015 duren voordat Wreckless Eric op mij voor het eerst een onuitwisbare indruk maakte. Het in 2015 verschenen AmERICa was een fantastisch album, waarop de Britse muzikante de inspiratie vooral vond in de jaren 60 en hierbij zowel uit de Britse als de Amerikaanse muziekgeschiedenis citeerde.
AmERICa werd in 2018 gevolgd door Construction Time & Demolition, dat misschien wat minder verrassend was, maar zeker niet minder. In 2019 verscheen vervolgens Transience, dat ik destijds niet heb opgemerkt, maar op het deze week verschenen Leisureland heb ik me al een aantal weken verheugd. Ook op zijn nieuwe album grijpt Wreckless Eric vooral terug op de muziek uit de jaren 60, waardoor het album in het verlengde ligt van zijn voorgangers.
De ‘angry young man’ van weleer nadert inmiddels de 70, maar op Leisureland laat hij horen dat hij het schrijven van goede songs niet is verleerd. De songs op Leisureland zijn zelfs veel en veel beter dan de songs waarmee Wreckless Eric in zijn jonge jaren zoveel succes had, maar doen ook geen moment onder voor die op AmERICa, dat in 2015 de lat flink hoog legde.
De Britse muzikant werd bijna het slachtoffer van het coronavirus, maar krabbelde gelukkig weer overeind en levert nu misschien wel zijn beste album tot dusver af. Leisureland maakte hij grotendeels in zijn uppie, slechts bijgestaan door een drummer die bij hem om de hoek woont in Catskill, New York, maar het is een gevarieerd klinkend album waarop gitaren en analoge synths fraai worden gecombineerd met de wat verzwakte maar nog altijd karakteristieke stem van de Britse muzikant.
Leisureland doet wat psychedelisch aan, maar het album verzandt nergens in zweverigheid. Wreckless Eric schrijft nog altijd puntige popsongs, die wat minder eenvoudig klinken dan de songs uit zijn jonge jaren, maar die ook nog altijd recht voor zijn raap zijn. Door de invloeden uit het verleden klinkt Leisureland op een of andere manier direct bekend en zou je ook zomaar een vergeten klassieker uit de jaren 60 in handen kunnen hebben.
Wreckless Eric opereert sinds zijn gloriejaren wat in de marge, maar met alle albums die hij heeft gemaakt sinds AmERICa laat hij horen dat hij geweldige songs kan schrijven. Dat doet hij ook weer op het geweldige Leisureland, dat uiteindelijk zomaar over AmERICa heen zou kunnen gaan. Dat Wreckless Eric veel meer is dan een naam uit een ver verleden zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wreckless Eric - Leisureland - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wreckless Eric - Leisureland
Wreckless Eric is een icoon uit de jaren 70, maar zijn beste albums maakt hij in de nadagen van zijn carrière, wat nu het wederom stevig op de jaren 60 leunende en verrassend sterke Leisureland oplevert
Het Britse icoon Wreckless Eric timmerde sinds het geweldige AmERICa uit 2015 weer stevig aan de weg, maar het coronavirus hakte er stevig in bij de al een tijd in de Verenigde Staten woonachtige muzikant. Gelukkig keert hij deze week terug met Leisureland en wat is het een goed album. Het is een album dat, net als zijn voorgangers, stevig put uit de archieven van de wat psychedelisch aandoende popmuziek uit de jaren 60, maar Leisureland klinkt, met name door de grotere rol voor (analoge) synths weer net wat anders. AmERICa is voor mij nog altijd een album dat ik koester, maar het nieuwe album van het Britse jaren 70 icoon is echt niet minder.
De Britse muzikant Eric Goulden liftte in de tweede helft van de jaren 70 handig mee op de golven van de punk en de new wave en werd een van de boegbeelden van het fameuze label Stiff Records. Dat deed hij niet als Eric Goulden maar als Wreckless Eric, wiens naam op de cover stond van de albums The Wonderful World Of Wreckless Eric uit 1978, Wreckless Eric uit 1978, The Whole Wide World uit 1979 en Big Smash! uit 1980. Het zijn albums die het destijds best goed deden, maar als ik nu naar de eerste albums van Wreckless Eric luister kan ik niet alleen concluderen dat het maar heel weinig met punk en new wave te maken heeft, maar ook dat het behoorlijk wisselvallige albums zijn met slechts een enkele uitschieter naar boven.
Wreckless Eric raakte na de hoogtijdagen van Stiff Records in de vergetelheid en trok pas weer de aandacht toen hij muziek ging maken met zijn echtgenote Amy Rigby. Het leverde tussen 2008 en 2012 drie heel aardige albums op, maar het zou tot 2015 duren voordat Wreckless Eric op mij voor het eerst een onuitwisbare indruk maakte. Het in 2015 verschenen AmERICa was een fantastisch album, waarop de Britse muzikante de inspiratie vooral vond in de jaren 60 en hierbij zowel uit de Britse als de Amerikaanse muziekgeschiedenis citeerde.
AmERICa werd in 2018 gevolgd door Construction Time & Demolition, dat misschien wat minder verrassend was, maar zeker niet minder. In 2019 verscheen vervolgens Transience, dat ik destijds niet heb opgemerkt, maar op het deze week verschenen Leisureland heb ik me al een aantal weken verheugd. Ook op zijn nieuwe album grijpt Wreckless Eric vooral terug op de muziek uit de jaren 60, waardoor het album in het verlengde ligt van zijn voorgangers.
De ‘angry young man’ van weleer nadert inmiddels de 70, maar op Leisureland laat hij horen dat hij het schrijven van goede songs niet is verleerd. De songs op Leisureland zijn zelfs veel en veel beter dan de songs waarmee Wreckless Eric in zijn jonge jaren zoveel succes had, maar doen ook geen moment onder voor die op AmERICa, dat in 2015 de lat flink hoog legde.
De Britse muzikant werd bijna het slachtoffer van het coronavirus, maar krabbelde gelukkig weer overeind en levert nu misschien wel zijn beste album tot dusver af. Leisureland maakte hij grotendeels in zijn uppie, slechts bijgestaan door een drummer die bij hem om de hoek woont in Catskill, New York, maar het is een gevarieerd klinkend album waarop gitaren en analoge synths fraai worden gecombineerd met de wat verzwakte maar nog altijd karakteristieke stem van de Britse muzikant.
Leisureland doet wat psychedelisch aan, maar het album verzandt nergens in zweverigheid. Wreckless Eric schrijft nog altijd puntige popsongs, die wat minder eenvoudig klinken dan de songs uit zijn jonge jaren, maar die ook nog altijd recht voor zijn raap zijn. Door de invloeden uit het verleden klinkt Leisureland op een of andere manier direct bekend en zou je ook zomaar een vergeten klassieker uit de jaren 60 in handen kunnen hebben.
Wreckless Eric opereert sinds zijn gloriejaren wat in de marge, maar met alle albums die hij heeft gemaakt sinds AmERICa laat hij horen dat hij geweldige songs kan schrijven. Dat doet hij ook weer op het geweldige Leisureland, dat uiteindelijk zomaar over AmERICa heen zou kunnen gaan. Dat Wreckless Eric veel meer is dan een naam uit een ver verleden zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
Wren Hinds - Don't Die in the Bundu (2023)

4,0
0
geplaatst: 4 augustus 2023, 13:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wren Hinds - Don’t Die In The Bundu - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wren Hinds - Don’t Die In The Bundu
De uit Zuid-Afrika afkomstige singer-songwriter Wren Hinds heeft met Don’t Die In The Bundu een prachtig en tijdloos klinkend album met intieme maar ook weids klinkende folksongs afgeleverd
Het Britse label Bella Union heeft over het algemeen een goede neus voor folktalent en ook met de uit Kaapstad afkomstige Wren Hinds heeft het label het weer bij het juiste eind. Met Don’t Die In The Bundu heeft de Zuid-Afrikaanse muzikante immers een bijzonder sfeervol album afgeleverd. Het is een album waarop intieme folksongs worden verrijkt met beeldende klankentapijten. Dat is inmiddels een beproefd concept, maar de songs van Wren Hinds voegen absoluut iets toe. Don’t Die In The Bundu is bijzonder mooi ingekleurd, maar ook de zang op het album valt in positieve zin op, net als de songs en de teksten. Het levert een aangenaam album op waarop steeds meer schoonheid aan de oppervlakte komt.
Don’t Die In The Bundu, het tweede officiële en in totaal zelfs het vierde album van de Zuid-Afrikaanse muzikant Wren Hinds, trekt, mede door het feit dat het album is verschenen op het aansprekende Bella Union label, flink meer aandacht dan de vorige albums van de muzikant uit Kaapstad, wiens naam ik tot voor kort overigens nog niet was tegen gekomen. Op alle aandacht valt niet veel af te dingen, want Don’t Die In The Bundu is een erg mooi album.
Wren Hinds maakt op zijn nieuwe album muziek met vooral invloeden uit de folk. In de basis bestaan de songs op het album uit akoestische gitaar en zang, maar de Zuid-Afrikaanse muzikant heeft zijn songs in de meeste gevallen verrijkt met atmosferische geluidstapijten, die zijn muziek een beeldend karakter geven.
Zeker als de instrumentatie betrekkelijk sober is en de zang van de muzikant uit Kaapstad fluisterzacht, hoor ik wel wat van Elliott Smith, al zijn de wolken die overdrijven in de songs van Wren Hinds een stuk minder donker. Wanneer de songs voller zijn ingekleurd hoor ik weinig meer van Elliott Smith en worden flarden tijdloze singer-songwriter muziek afgewisseld met mooie en bijzondere klanken.
Op zich gebruikt Wren Hinds geen hele bijzondere ingrediënten, want de combinatie van ingetogen folky songs en atmosferische klankentapijten is zeker niet uniek, maar de Zuid-Afrikaanse muzikant is er wat mij betreft in geslaagd om een onderscheidend album af te leveren, dat zich makkelijk opdringt. Don’t Die In The Bundu is een heerlijk album om bij tot rust te komen na een drukke dag, maar ook de eerste lome zondagochtend met dit album is me uitstekend bevallen.
Don’t Die In The Bundu zit in muzikaal opzicht knap in elkaar en overtuigt makkelijk in vocaal opzicht, maar Wren Hinds schrijft ook nog eens aansprekende songs die zijn voorzien van mooie teksten. Het zijn teksten waarin de Zuid-Afrikaanse muzikant stil staat bij een aantal ingrijpende gebeurtenissen in zijn leven, variërend van de geboorte van zijn zoon tot een gewapende overval, waarnaar de titel van het album verwijst.
Wren Hinds nam Don’t Die In The Bundu op in een zeer afgelegen berghut in Zuid-Afrika, waarin hij zowel de intimiteit van de afgelegen hut als de eindeloze ruimte van de omgeving wist te vangen. De songs van de Zuid-Afrikaanse muzikant klinken stuk voor stuk prachtig en slaan zich onmiddellijk als een warme deken om je heen, maar het zijn ook songs die veel beter worden als je ze wat vaker hoort.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed dat de muzikant uit Kaapstad zijn klassiekers kent, maar hoor je ook hoe mooi de songs op Don’t Die In The Bundu in elkaar zitten en hoe zorgvuldig de muziek op het album is opgebouwd. Bij net wat aandachtigere beluistering hoor je bovendien beter hoe mooi de stem van Wren Hinds is.
Het verbaast me dan ook niet dat het Bella Union label zich over de Zuid-Afrikaanse muzikant heeft ontfermd, want de songs van Wren Hinds zijn een waardevolle aanvulling op de prachtige catalogus van het label. Don’t Die In The Bundu van Wren Hinds kwam de afgelopen week al fraai tot leven aan het begin en het einde van de dag, maar ook bij een flinke regenbui zorgt het album voor een fraaie soundtrack. En de groei is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wren Hinds - Don’t Die In The Bundu - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wren Hinds - Don’t Die In The Bundu
De uit Zuid-Afrika afkomstige singer-songwriter Wren Hinds heeft met Don’t Die In The Bundu een prachtig en tijdloos klinkend album met intieme maar ook weids klinkende folksongs afgeleverd
Het Britse label Bella Union heeft over het algemeen een goede neus voor folktalent en ook met de uit Kaapstad afkomstige Wren Hinds heeft het label het weer bij het juiste eind. Met Don’t Die In The Bundu heeft de Zuid-Afrikaanse muzikante immers een bijzonder sfeervol album afgeleverd. Het is een album waarop intieme folksongs worden verrijkt met beeldende klankentapijten. Dat is inmiddels een beproefd concept, maar de songs van Wren Hinds voegen absoluut iets toe. Don’t Die In The Bundu is bijzonder mooi ingekleurd, maar ook de zang op het album valt in positieve zin op, net als de songs en de teksten. Het levert een aangenaam album op waarop steeds meer schoonheid aan de oppervlakte komt.
Don’t Die In The Bundu, het tweede officiële en in totaal zelfs het vierde album van de Zuid-Afrikaanse muzikant Wren Hinds, trekt, mede door het feit dat het album is verschenen op het aansprekende Bella Union label, flink meer aandacht dan de vorige albums van de muzikant uit Kaapstad, wiens naam ik tot voor kort overigens nog niet was tegen gekomen. Op alle aandacht valt niet veel af te dingen, want Don’t Die In The Bundu is een erg mooi album.
Wren Hinds maakt op zijn nieuwe album muziek met vooral invloeden uit de folk. In de basis bestaan de songs op het album uit akoestische gitaar en zang, maar de Zuid-Afrikaanse muzikant heeft zijn songs in de meeste gevallen verrijkt met atmosferische geluidstapijten, die zijn muziek een beeldend karakter geven.
Zeker als de instrumentatie betrekkelijk sober is en de zang van de muzikant uit Kaapstad fluisterzacht, hoor ik wel wat van Elliott Smith, al zijn de wolken die overdrijven in de songs van Wren Hinds een stuk minder donker. Wanneer de songs voller zijn ingekleurd hoor ik weinig meer van Elliott Smith en worden flarden tijdloze singer-songwriter muziek afgewisseld met mooie en bijzondere klanken.
Op zich gebruikt Wren Hinds geen hele bijzondere ingrediënten, want de combinatie van ingetogen folky songs en atmosferische klankentapijten is zeker niet uniek, maar de Zuid-Afrikaanse muzikant is er wat mij betreft in geslaagd om een onderscheidend album af te leveren, dat zich makkelijk opdringt. Don’t Die In The Bundu is een heerlijk album om bij tot rust te komen na een drukke dag, maar ook de eerste lome zondagochtend met dit album is me uitstekend bevallen.
Don’t Die In The Bundu zit in muzikaal opzicht knap in elkaar en overtuigt makkelijk in vocaal opzicht, maar Wren Hinds schrijft ook nog eens aansprekende songs die zijn voorzien van mooie teksten. Het zijn teksten waarin de Zuid-Afrikaanse muzikant stil staat bij een aantal ingrijpende gebeurtenissen in zijn leven, variërend van de geboorte van zijn zoon tot een gewapende overval, waarnaar de titel van het album verwijst.
Wren Hinds nam Don’t Die In The Bundu op in een zeer afgelegen berghut in Zuid-Afrika, waarin hij zowel de intimiteit van de afgelegen hut als de eindeloze ruimte van de omgeving wist te vangen. De songs van de Zuid-Afrikaanse muzikant klinken stuk voor stuk prachtig en slaan zich onmiddellijk als een warme deken om je heen, maar het zijn ook songs die veel beter worden als je ze wat vaker hoort.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed dat de muzikant uit Kaapstad zijn klassiekers kent, maar hoor je ook hoe mooi de songs op Don’t Die In The Bundu in elkaar zitten en hoe zorgvuldig de muziek op het album is opgebouwd. Bij net wat aandachtigere beluistering hoor je bovendien beter hoe mooi de stem van Wren Hinds is.
Het verbaast me dan ook niet dat het Bella Union label zich over de Zuid-Afrikaanse muzikant heeft ontfermd, want de songs van Wren Hinds zijn een waardevolle aanvulling op de prachtige catalogus van het label. Don’t Die In The Bundu van Wren Hinds kwam de afgelopen week al fraai tot leven aan het begin en het einde van de dag, maar ook bij een flinke regenbui zorgt het album voor een fraaie soundtrack. En de groei is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman
Wunderhorse - Midas (2024)

4,0
4
geplaatst: 5 september 2024, 21:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wunderhorse - Midas - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wunderhorse - Midas
De Britse band Wunderhorse debuteerde aardig, maar zet reuzenstappen op het aanstekelijke Midas, dat zich weliswaar stevig heeft laten beïnvloeden door 90s indierock en grunge, maar dat ook verrassend fris klinkt
Er zijn van die gitaarplaten die direct goed zijn voor een glimlach, maar vervolgens al snel hopeloos verslavend blijken. Het zijn gitaarplaten die direct bij eerste beluistering bekend in de oren klinken en geen geheim maken van de bewondering voor grote bands uit het verleden, maar die ook iets toevoegen aan alles dat er al is en op een of andere manier eigentijds klinken. Midas van Wunderhorse is zo’n album. De Britse band neemt je direct bij de eerste noten mee terug naar de jaren 90, maar de tien songs op Midas zijn ook in het hier en nu zeer aansprekend. Midas bevat een serie geweldige songs, die fraai worden vertolkt, met de uitstekende zang van Jacob Slater als kers op de taart.
Leuk, maar niets nieuws onder de zon. Het was mijn conclusie toen ik in de herfst van 2022 het debuutalbum van de Britse band Wunderhorse beluisterde. Daar ben ik later wel wat op terug gekomen. Op Cub klonk Wunderhorse weliswaar als heel veel, met name Amerikaanse bands die de indierock van de jaren 90 kleur gaven, maar de popsongs van de Britse band bleven verrassend makkelijk hangen en waren bovendien aanstekelijk genoeg om keer op keer te vermaken.
De band beschikte in de persoon van Jacob Slater bovendien over een uitstekende maar ook bijzondere zanger, die er voor zorgde dat Wunderhorse een stuk interessanter klonk dan al die andere bands die zich lieten inspireren door de indierock uit de jaren 90. Omdat het debuutalbum van Wunderhorse bij mij uiteindelijk toch wel in de smaak viel, was ik zeer nieuwsgierig naar de volgende stap van de Britse band en die is deze week verschenen.
Voor het opnemen van Midas verruilde Wunderhorse het Verenigd Koninkrijk tijdelijk voor de Verenigde Staten. Midas werd opgenomen in de studio in Minnesota, waar Nirvana ooit haar album In Utero opnam. Wunderhorse werd in de VS bijgestaan door de gerenommeerde producer Craig Silvey, die onder andere albums van The Rolling Stones, R.E.M., Portishead, Florence + The Machine, Julien Baker en Arcade Fire op zijn cv heeft staan. Of het aan de studio ligt weet ik niet, maar Midas laat wat mij betreft flink wat echo’s van Nirvana horen.
Wunderhorse heeft het indierock geluid van haar debuutalbum verrijkt met flink wat invloeden uit de grunge en is er net als Nirvana aan het begin van de jaren 90 in geslaagd om songs te schrijven die zowel heftig en ruw als aanstekelijk en toegankelijk klinken. Ik denk dat Nirvana er een gevaarlijke concurrent bij had gekregen wanneer Midas in de eerste helft van de jaren 90 was verschenen, maar we zijn inmiddels ruim dertig jaar verder.
Toch vind ik het tweede album van Wunderhorse geen album dat dertig jaar te laat is gemaakt. De Britse band citeert weliswaar veelvuldig uit de indierock en de grunge uit de jaren 90, waarbij zeker niet alleen invloeden van Nirvana te horen zijn, maar de songs op Midas zijn ook tijdloos te noemen.
Vergeleken met het debuutalbum van de band klinkt Midas een stuk beter en volwassener. Het jonge honden geluid van Cub is vervangen door een vaak zorgvuldiger opgebouwd geluid met fraaie spanningsbogen en een goede balans tussen aanstekelijke riffs en meer atmosferische passages. De songs op Midas zijn interessanter en catchier dan de songs op het vorige album van de band en het klinkt allemaal ook een stuk beter, maar de ster van de band blijft Jacob Slater die met veel bravoure maar ook met veel gevoel zingt.
De zang van Jacob Slater voorziet het geluid van de band van net dat beetje extra dat nodig is om op te vallen en van Wunderhorse een interessante band te maken en van Midas een memorabel album. Natuurlijk klinkt Midas van Wunderhorse als een album dat met minstens één been in de jaren 90 is blijven steken en dat schatplichtig is aan meerdere grote bands uit dit decennium, maar wat klinkt het allemaal lekker, zeker wanneer, net als bij mij, 90s indierock en grunge een bijzondere plek in het hart heeft gekregen. Ik hoor de laatste tijd persoonlijk veel te weinig echt goede gitaarplaten, maar Midas van Wunderhorse is er absoluut een en het album wordt vooralsnog alleen maar beter en verslavender. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wunderhorse - Midas - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wunderhorse - Midas
De Britse band Wunderhorse debuteerde aardig, maar zet reuzenstappen op het aanstekelijke Midas, dat zich weliswaar stevig heeft laten beïnvloeden door 90s indierock en grunge, maar dat ook verrassend fris klinkt
Er zijn van die gitaarplaten die direct goed zijn voor een glimlach, maar vervolgens al snel hopeloos verslavend blijken. Het zijn gitaarplaten die direct bij eerste beluistering bekend in de oren klinken en geen geheim maken van de bewondering voor grote bands uit het verleden, maar die ook iets toevoegen aan alles dat er al is en op een of andere manier eigentijds klinken. Midas van Wunderhorse is zo’n album. De Britse band neemt je direct bij de eerste noten mee terug naar de jaren 90, maar de tien songs op Midas zijn ook in het hier en nu zeer aansprekend. Midas bevat een serie geweldige songs, die fraai worden vertolkt, met de uitstekende zang van Jacob Slater als kers op de taart.
Leuk, maar niets nieuws onder de zon. Het was mijn conclusie toen ik in de herfst van 2022 het debuutalbum van de Britse band Wunderhorse beluisterde. Daar ben ik later wel wat op terug gekomen. Op Cub klonk Wunderhorse weliswaar als heel veel, met name Amerikaanse bands die de indierock van de jaren 90 kleur gaven, maar de popsongs van de Britse band bleven verrassend makkelijk hangen en waren bovendien aanstekelijk genoeg om keer op keer te vermaken.
De band beschikte in de persoon van Jacob Slater bovendien over een uitstekende maar ook bijzondere zanger, die er voor zorgde dat Wunderhorse een stuk interessanter klonk dan al die andere bands die zich lieten inspireren door de indierock uit de jaren 90. Omdat het debuutalbum van Wunderhorse bij mij uiteindelijk toch wel in de smaak viel, was ik zeer nieuwsgierig naar de volgende stap van de Britse band en die is deze week verschenen.
Voor het opnemen van Midas verruilde Wunderhorse het Verenigd Koninkrijk tijdelijk voor de Verenigde Staten. Midas werd opgenomen in de studio in Minnesota, waar Nirvana ooit haar album In Utero opnam. Wunderhorse werd in de VS bijgestaan door de gerenommeerde producer Craig Silvey, die onder andere albums van The Rolling Stones, R.E.M., Portishead, Florence + The Machine, Julien Baker en Arcade Fire op zijn cv heeft staan. Of het aan de studio ligt weet ik niet, maar Midas laat wat mij betreft flink wat echo’s van Nirvana horen.
Wunderhorse heeft het indierock geluid van haar debuutalbum verrijkt met flink wat invloeden uit de grunge en is er net als Nirvana aan het begin van de jaren 90 in geslaagd om songs te schrijven die zowel heftig en ruw als aanstekelijk en toegankelijk klinken. Ik denk dat Nirvana er een gevaarlijke concurrent bij had gekregen wanneer Midas in de eerste helft van de jaren 90 was verschenen, maar we zijn inmiddels ruim dertig jaar verder.
Toch vind ik het tweede album van Wunderhorse geen album dat dertig jaar te laat is gemaakt. De Britse band citeert weliswaar veelvuldig uit de indierock en de grunge uit de jaren 90, waarbij zeker niet alleen invloeden van Nirvana te horen zijn, maar de songs op Midas zijn ook tijdloos te noemen.
Vergeleken met het debuutalbum van de band klinkt Midas een stuk beter en volwassener. Het jonge honden geluid van Cub is vervangen door een vaak zorgvuldiger opgebouwd geluid met fraaie spanningsbogen en een goede balans tussen aanstekelijke riffs en meer atmosferische passages. De songs op Midas zijn interessanter en catchier dan de songs op het vorige album van de band en het klinkt allemaal ook een stuk beter, maar de ster van de band blijft Jacob Slater die met veel bravoure maar ook met veel gevoel zingt.
De zang van Jacob Slater voorziet het geluid van de band van net dat beetje extra dat nodig is om op te vallen en van Wunderhorse een interessante band te maken en van Midas een memorabel album. Natuurlijk klinkt Midas van Wunderhorse als een album dat met minstens één been in de jaren 90 is blijven steken en dat schatplichtig is aan meerdere grote bands uit dit decennium, maar wat klinkt het allemaal lekker, zeker wanneer, net als bij mij, 90s indierock en grunge een bijzondere plek in het hart heeft gekregen. Ik hoor de laatste tijd persoonlijk veel te weinig echt goede gitaarplaten, maar Midas van Wunderhorse is er absoluut een en het album wordt vooralsnog alleen maar beter en verslavender. Erwin Zijleman
Wussy - Cincinnati Ohio (2024)

4,5
0
geplaatst: 17 november 2024, 10:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wussy - Cincinnati Ohio - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wussy - Cincinnati Ohio
De Amerikaanse band Wussy is helaas nog altijd niet heel bekend, maar heeft inmiddels wel een stapel uitstekende albums op haar naam staan, waaraan deze week het geweldige Cincinnati Ohio wordt toegevoegd
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Wussy is inmiddels bijna twintig jaar oud. In die twintig jaar heb ik ook een aantal albums van de band gemist, maar alle albums die ik wel heb opgepakt zijn van uitstekende kwaliteit. Het is de afgelopen zes jaar stil geweest rond de band uit Cincinnati, Ohio, maar met haar nieuwe album, het toepasselijk getitelde Cincinnati Ohio, is Wussy gelukkig weer helemaal terug. De band staat nog steeds garant voor geweldige gitaaralbums, al is het nieuwe album wel wat meer ingetogen dan een aantal van zijn voorgangers. Het is een geluid dat me wel bevalt en dat weer een fraai hoofdstuk toevoegt aan het prachtige en inmiddels imposante oeuvre van Wussy.
De Amerikaanse band Wussy maakte met Funeral Dress helemaal aan het eind van 2005 naar mijn mening een van de mooiste albums van het betreffende jaar. Het debuutalbum van de band uit Cincinnati, Ohio, had voor mij alles dat een eigenzinnig rockalbum moet hebben. Dat het eerste album van Wussy zo goed was kwam voor mij overigens niet als een verrassing, want Chuck Cleaver, de voorman van de Amerikaanse band, maakte met zijn vorige band Ass Ponys ook al een aantal uitstekende albums, met Lohio uit 2001 als uitschieter.
Ondanks mijn liefde voor Funeral Dress verloor ik Wussy na het debuutalbum uit het oog, om pas in 2016 weer aan te haken. In dat jaar maakte de band uit Ohio met Forever Sounds wederom een onbetwist jaarlijstjesalbum. Forever Sounds imponeerde met een bijzondere cocktail van 60s psychedelica, 90s noiserock, 90s indierock en een vleugje Americana en zorgde ervoor dat ik Wussy vanaf dat moment niet meer uit het oog verloor.
De band leverde in 2018 met What Heaven Is Like weer een fantastische gitaarplaat af, waarna Chuck Cleaver een jaar later nog een prima soloalbum uitbracht. Sindsdien was het, mede door de coronapandemie, helaas stil rond de band, al verscheen nog wel het bericht dat gitarist en pedal steel speler John Erhardt was overleden. Deze week keert Wussy gelukkig terug met een nieuw album, het elfde album van de Amerikaanse band, en ook Cincinnati Ohio is weer een uitstekend album.
Heel veel veranderd is er niet. Ook op Cincinnati Ohio laat Wussy zich weer inspireren door een aantal decennia rockmuziek en is het niet heel kieskeurig wanneer het gaat om het verwerken van invloeden uit subgenres. Het zorgt er voor dat ook het nieuwe album het wat mij betreft unieke Wussy geluid laat horen, al neemt de band uit Cincinnati wel vaker gas terug dan op haar vroege albums.
Het Wussy geluid is een geluid dat gruizig en noisy is, maar ook zeer melodieus. Het is een geluid waarin de Amerikaanse band niet vies is van hier en daar wat steviger gitaarwerk, maar op hetzelfde moment de ene na de andere aanstekelijke popsong uit de mouw schudt. Vergeleken met een aantal vorige albums van de band klinkt het nieuwe album niet alleen wat minder stevig, maar ook wat melancholischer, wat gezien de zware jaren die de band heeft doorgemaakt ook niet zo gek ik.
Cincinnati Ohio voelde voor mij direct vertrouwd, waarna ik me pas besefte hoe ik de band de afgelopen jaren heb gemist. In muzikaal opzicht klinkt het album, zeker voor liefhebbers van gitaaralbums, onweerstaanbaar lekker en ook op de zang, waarin ook dit keer Chuck Cleaver en Lisa Walker afwisselend het voortouw nemen, heb ik niets aan te merken. Als ik luister naar Cincinnati Ohio hoor ik ook dit keer een album van een band die nooit wereldberoemd gaat worden, maar die wel meer aandacht verdient dan het tot dusver krijgt.
Het nieuwe album van Wussy laat zich, net als zijn voorgangers, beluisteren als een zoekplaatje vol invloeden van roemruchte bands, variërend van The Velvet Underground tot R.E.M. en van Mazzy Star tot The Mekons om zomaar wat namen te noemen, maar voor iedereen die het eerdere werk van de band uit Ohio kent is het ook een echt Wussy album met eigenlijk alleen maar goede songs. De muziek van Wussy is inmiddels al bijna twintig jaar een goed bewaard geheim, maar ook Cincinnati Ohio is weer een album dat je niet zal teleurstellen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wussy - Cincinnati Ohio - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wussy - Cincinnati Ohio
De Amerikaanse band Wussy is helaas nog altijd niet heel bekend, maar heeft inmiddels wel een stapel uitstekende albums op haar naam staan, waaraan deze week het geweldige Cincinnati Ohio wordt toegevoegd
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Wussy is inmiddels bijna twintig jaar oud. In die twintig jaar heb ik ook een aantal albums van de band gemist, maar alle albums die ik wel heb opgepakt zijn van uitstekende kwaliteit. Het is de afgelopen zes jaar stil geweest rond de band uit Cincinnati, Ohio, maar met haar nieuwe album, het toepasselijk getitelde Cincinnati Ohio, is Wussy gelukkig weer helemaal terug. De band staat nog steeds garant voor geweldige gitaaralbums, al is het nieuwe album wel wat meer ingetogen dan een aantal van zijn voorgangers. Het is een geluid dat me wel bevalt en dat weer een fraai hoofdstuk toevoegt aan het prachtige en inmiddels imposante oeuvre van Wussy.
De Amerikaanse band Wussy maakte met Funeral Dress helemaal aan het eind van 2005 naar mijn mening een van de mooiste albums van het betreffende jaar. Het debuutalbum van de band uit Cincinnati, Ohio, had voor mij alles dat een eigenzinnig rockalbum moet hebben. Dat het eerste album van Wussy zo goed was kwam voor mij overigens niet als een verrassing, want Chuck Cleaver, de voorman van de Amerikaanse band, maakte met zijn vorige band Ass Ponys ook al een aantal uitstekende albums, met Lohio uit 2001 als uitschieter.
Ondanks mijn liefde voor Funeral Dress verloor ik Wussy na het debuutalbum uit het oog, om pas in 2016 weer aan te haken. In dat jaar maakte de band uit Ohio met Forever Sounds wederom een onbetwist jaarlijstjesalbum. Forever Sounds imponeerde met een bijzondere cocktail van 60s psychedelica, 90s noiserock, 90s indierock en een vleugje Americana en zorgde ervoor dat ik Wussy vanaf dat moment niet meer uit het oog verloor.
De band leverde in 2018 met What Heaven Is Like weer een fantastische gitaarplaat af, waarna Chuck Cleaver een jaar later nog een prima soloalbum uitbracht. Sindsdien was het, mede door de coronapandemie, helaas stil rond de band, al verscheen nog wel het bericht dat gitarist en pedal steel speler John Erhardt was overleden. Deze week keert Wussy gelukkig terug met een nieuw album, het elfde album van de Amerikaanse band, en ook Cincinnati Ohio is weer een uitstekend album.
Heel veel veranderd is er niet. Ook op Cincinnati Ohio laat Wussy zich weer inspireren door een aantal decennia rockmuziek en is het niet heel kieskeurig wanneer het gaat om het verwerken van invloeden uit subgenres. Het zorgt er voor dat ook het nieuwe album het wat mij betreft unieke Wussy geluid laat horen, al neemt de band uit Cincinnati wel vaker gas terug dan op haar vroege albums.
Het Wussy geluid is een geluid dat gruizig en noisy is, maar ook zeer melodieus. Het is een geluid waarin de Amerikaanse band niet vies is van hier en daar wat steviger gitaarwerk, maar op hetzelfde moment de ene na de andere aanstekelijke popsong uit de mouw schudt. Vergeleken met een aantal vorige albums van de band klinkt het nieuwe album niet alleen wat minder stevig, maar ook wat melancholischer, wat gezien de zware jaren die de band heeft doorgemaakt ook niet zo gek ik.
Cincinnati Ohio voelde voor mij direct vertrouwd, waarna ik me pas besefte hoe ik de band de afgelopen jaren heb gemist. In muzikaal opzicht klinkt het album, zeker voor liefhebbers van gitaaralbums, onweerstaanbaar lekker en ook op de zang, waarin ook dit keer Chuck Cleaver en Lisa Walker afwisselend het voortouw nemen, heb ik niets aan te merken. Als ik luister naar Cincinnati Ohio hoor ik ook dit keer een album van een band die nooit wereldberoemd gaat worden, maar die wel meer aandacht verdient dan het tot dusver krijgt.
Het nieuwe album van Wussy laat zich, net als zijn voorgangers, beluisteren als een zoekplaatje vol invloeden van roemruchte bands, variërend van The Velvet Underground tot R.E.M. en van Mazzy Star tot The Mekons om zomaar wat namen te noemen, maar voor iedereen die het eerdere werk van de band uit Ohio kent is het ook een echt Wussy album met eigenlijk alleen maar goede songs. De muziek van Wussy is inmiddels al bijna twintig jaar een goed bewaard geheim, maar ook Cincinnati Ohio is weer een album dat je niet zal teleurstellen. Erwin Zijleman
Wussy - Forever Sounds (2016)

4,5
0
geplaatst: 10 maart 2016, 14:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wussy - Forever Sounds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
En opeens ligt er een nieuwe plaat van de Amerikaanse band Wussy op de mat. De band uit Cincinnati, Ohio, maakte in 2005 een onuitwisbare indruk op mij met haar prachtige debuut Funeral Dress, maar vervolgens verloor ik de band volledig uit het oog en ging ik er eerlijk gezegd van uit dat Wussy al lang niet meer bestond.
Dat blijkt zeker niet het geval. Onlangs verscheen er een gloednieuwe plaat van de band, maar tussen Funeral Dress en Forever Sounds zitten ook nog vier andere platen en ook die zijn allemaal goed weet ik inmiddels.
Wussy kwam ruim tien jaar geleden overigens niet uit de lucht vallen, want voorman Chuck Cleaver maakte ook al minstens één meesterwerk met de band Ass Ponys (Lohio uit 2001).
Goed, inmiddels is er dus Forever Sounds en wat is dit een geweldige plaat. Allmusic.com schaart Wussy naar eigen zeggen inmiddels al jaren onder de beste indie bands van de Verenigde Staten en na beluistering van de nieuwe plaat van de band kan ik hier echt niets op afdingen.
Het stevige en bezwerende geluid van Wussy is bijzonder en bestaat uit componenten die niet al te vaak vermengd worden. De bijzondere cocktail van Forever Sounds bestaat uit gelijke delen 60s psychedelica, 90s noiserock en 90s indierock en wordt op smaak gemaakt met een vleugje Americana, een beetje My Bloody Valentine en een snufje Arcade Fire.
Het levert een zwaar en bijna hypnotiserend geluid op dat wordt gedomineerd door hoge gitaarmuren en een zware ritmesectie. Het gitaarwerk van Wussy heeft zich laten beïnvloeden door alle bovengenoemde genres, maar is ook zeker geïnspireerd door het geweldige gitaarwerk van Neil Young’s Crazy Horse.
Het is een geluid waarin de bijzondere stem van Chuck Cleaver goed gedijt, maar ook de vocalen van Lisa Walker (die afwisselend aan Patti Smith en Grace Slick doet denken) zijn van grote waarde in het bedwelmende geluid van Wussy.
Ook op Forever Sounds doet de muziek van Wussy bij vlagen weer aan van alles en nog wat denken, maar uiteindelijk is de mix van een aantal decennia rockmuziek behoorlijk uniek, waardoor de band het sterke wapen van een volstrekt eigen geluid in handen heeft.
Naar aanleiding van deze release heb ik ook Funeral Dress weer eens opgezocht en kan ik concluderen dat het nog altijd een fantastische plaat is. Dat geldt echter ook voor het kersverse Forever Sounds, dat heel veel aandacht verdient van een ieder die houdt van rockmuziek die zich ook buiten de gebaande paden durft te begeven. Jaarlijstjesplaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wussy - Forever Sounds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
En opeens ligt er een nieuwe plaat van de Amerikaanse band Wussy op de mat. De band uit Cincinnati, Ohio, maakte in 2005 een onuitwisbare indruk op mij met haar prachtige debuut Funeral Dress, maar vervolgens verloor ik de band volledig uit het oog en ging ik er eerlijk gezegd van uit dat Wussy al lang niet meer bestond.
Dat blijkt zeker niet het geval. Onlangs verscheen er een gloednieuwe plaat van de band, maar tussen Funeral Dress en Forever Sounds zitten ook nog vier andere platen en ook die zijn allemaal goed weet ik inmiddels.
Wussy kwam ruim tien jaar geleden overigens niet uit de lucht vallen, want voorman Chuck Cleaver maakte ook al minstens één meesterwerk met de band Ass Ponys (Lohio uit 2001).
Goed, inmiddels is er dus Forever Sounds en wat is dit een geweldige plaat. Allmusic.com schaart Wussy naar eigen zeggen inmiddels al jaren onder de beste indie bands van de Verenigde Staten en na beluistering van de nieuwe plaat van de band kan ik hier echt niets op afdingen.
Het stevige en bezwerende geluid van Wussy is bijzonder en bestaat uit componenten die niet al te vaak vermengd worden. De bijzondere cocktail van Forever Sounds bestaat uit gelijke delen 60s psychedelica, 90s noiserock en 90s indierock en wordt op smaak gemaakt met een vleugje Americana, een beetje My Bloody Valentine en een snufje Arcade Fire.
Het levert een zwaar en bijna hypnotiserend geluid op dat wordt gedomineerd door hoge gitaarmuren en een zware ritmesectie. Het gitaarwerk van Wussy heeft zich laten beïnvloeden door alle bovengenoemde genres, maar is ook zeker geïnspireerd door het geweldige gitaarwerk van Neil Young’s Crazy Horse.
Het is een geluid waarin de bijzondere stem van Chuck Cleaver goed gedijt, maar ook de vocalen van Lisa Walker (die afwisselend aan Patti Smith en Grace Slick doet denken) zijn van grote waarde in het bedwelmende geluid van Wussy.
Ook op Forever Sounds doet de muziek van Wussy bij vlagen weer aan van alles en nog wat denken, maar uiteindelijk is de mix van een aantal decennia rockmuziek behoorlijk uniek, waardoor de band het sterke wapen van een volstrekt eigen geluid in handen heeft.
Naar aanleiding van deze release heb ik ook Funeral Dress weer eens opgezocht en kan ik concluderen dat het nog altijd een fantastische plaat is. Dat geldt echter ook voor het kersverse Forever Sounds, dat heel veel aandacht verdient van een ieder die houdt van rockmuziek die zich ook buiten de gebaande paden durft te begeven. Jaarlijstjesplaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
Wussy - What Heaven Is Like (2018)

4,5
0
geplaatst: 22 mei 2018, 19:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wussy - What Heaven Is Like - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Wussy ontdekte ik in 2005 en herontdekte ik in 2016. Inmiddels weet ik dat er tussen het geweldige debuut Funeral Dress uit 2005 en de jaarlijstjesplaat Forever Sounds uit 2016 nog vier geweldige platen zitten en dan is er ook nog de klassieker die voorman Chuck Cleaver in 2001 maakte met zijn heropgerichte band Ass Ponys (Lohio).
Alle reden dus om zeer nieuwsgierig te zijn naar een nieuwe plaat van Wussy. Deze plaat verscheen afgelopen week en ontdekte ik, net als zijn voorganger, via de release lijst van het Amerikaanse AllMusic.com.
In Nederland trekt de band uit Cincinnati, Ohio, vooralsnog helaas heel weinig aandacht en daar ga ik met mijn BLOG waarschijnlijk niet heel veel aan veranderen, al is iedere muziekliefhebber die wordt gewonnen er een. Het zou zeer terecht zijn als Wussy ook in Nederland aandacht trekt, want ook de zevende plaat van de band is weer een hele goede plaat geworden.
Ook What Heaven Is Like is weer een echte gitaarplaat en het is er een vol invloeden. De muziek van Wussy is inmiddels met van alles en nog wat vergeleken, maar het lukt vooralsnog niet om de muziek van de band uit Ohio in een hokje te duwen en als het al lukt gaat het meestal maar een of twee tracks goed.
Forever Sounds omschreef ik twee jaar geleden als “een bijzondere cocktail die bestaat uit gelijke delen 60s psychedelica, 90s noiserock en 90s indierock en op smaak wordt gebracht met een vleugje Americana, een beetje My Bloody Valentine en een snufje Arcade Fire.” Het is een wat generieke omschrijving die in grote lijnen ook op gaat voor What Heaven Is Like, al legt Wussy iedere keer weer net wat andere accenten. Hiernaast hoor ik iedere keer weer andere dingen in de muziek van de band uit Cincinnati.
Ook What Heaven Is Like laat weer flink wat invloeden van Sonic Youth horen, maar bij de eerste beluisteringen van de plaat hoorde ik ook veel van The Velvet Underground, R.E.M. en vooral van Neil Young en zijn Crazy Horse. Het zijn slechts een paar namen van de vele namen die op kwamen bij beluistering van de plaat, wat het noemen van namen zinloos maakt.
Het knappe van de muziek van Wussy is dat de band een voorliefde heeft voor wat gruizige en ontsporende gitaarsongs, maar dat het ook nergens de perfecte popsong of rocksong uit het oog verliest. Het zorgt ervoor dat What Heaven Is Like vermaakt met tijdloze rockmuziek en melodieën die je na één keer horen niet meer wilt vergeten, maar dat de band ook verrast met een rauw en eigenzinnig geluid, waarin ook flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn verborgen.
Het is een geluid dat meerdere kanten op schiet, mede omdat voorman Chuck Cleaver de zang meerdere keren over laat aan frontvrouw Lisa Walker, maar ook op What Heaven Is Like is iedere kant van Wussy zeer de moeite waard en prikkelt de band optimaal de fantasie.
Het is inmiddels een prachtig rijtje in de platenkast, maar het is helaas ook een rijtje dat ik in maar weinig andere platenkasten terug zie. Hoogste tijd dat dit gaat veranderen, want Wussy is een wereldband, die met What Heaven Is Like al weer haar zevende prachtplaat heeft afgeleverd. Ga dat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wussy - What Heaven Is Like - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Wussy ontdekte ik in 2005 en herontdekte ik in 2016. Inmiddels weet ik dat er tussen het geweldige debuut Funeral Dress uit 2005 en de jaarlijstjesplaat Forever Sounds uit 2016 nog vier geweldige platen zitten en dan is er ook nog de klassieker die voorman Chuck Cleaver in 2001 maakte met zijn heropgerichte band Ass Ponys (Lohio).
Alle reden dus om zeer nieuwsgierig te zijn naar een nieuwe plaat van Wussy. Deze plaat verscheen afgelopen week en ontdekte ik, net als zijn voorganger, via de release lijst van het Amerikaanse AllMusic.com.
In Nederland trekt de band uit Cincinnati, Ohio, vooralsnog helaas heel weinig aandacht en daar ga ik met mijn BLOG waarschijnlijk niet heel veel aan veranderen, al is iedere muziekliefhebber die wordt gewonnen er een. Het zou zeer terecht zijn als Wussy ook in Nederland aandacht trekt, want ook de zevende plaat van de band is weer een hele goede plaat geworden.
Ook What Heaven Is Like is weer een echte gitaarplaat en het is er een vol invloeden. De muziek van Wussy is inmiddels met van alles en nog wat vergeleken, maar het lukt vooralsnog niet om de muziek van de band uit Ohio in een hokje te duwen en als het al lukt gaat het meestal maar een of twee tracks goed.
Forever Sounds omschreef ik twee jaar geleden als “een bijzondere cocktail die bestaat uit gelijke delen 60s psychedelica, 90s noiserock en 90s indierock en op smaak wordt gebracht met een vleugje Americana, een beetje My Bloody Valentine en een snufje Arcade Fire.” Het is een wat generieke omschrijving die in grote lijnen ook op gaat voor What Heaven Is Like, al legt Wussy iedere keer weer net wat andere accenten. Hiernaast hoor ik iedere keer weer andere dingen in de muziek van de band uit Cincinnati.
Ook What Heaven Is Like laat weer flink wat invloeden van Sonic Youth horen, maar bij de eerste beluisteringen van de plaat hoorde ik ook veel van The Velvet Underground, R.E.M. en vooral van Neil Young en zijn Crazy Horse. Het zijn slechts een paar namen van de vele namen die op kwamen bij beluistering van de plaat, wat het noemen van namen zinloos maakt.
Het knappe van de muziek van Wussy is dat de band een voorliefde heeft voor wat gruizige en ontsporende gitaarsongs, maar dat het ook nergens de perfecte popsong of rocksong uit het oog verliest. Het zorgt ervoor dat What Heaven Is Like vermaakt met tijdloze rockmuziek en melodieën die je na één keer horen niet meer wilt vergeten, maar dat de band ook verrast met een rauw en eigenzinnig geluid, waarin ook flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn verborgen.
Het is een geluid dat meerdere kanten op schiet, mede omdat voorman Chuck Cleaver de zang meerdere keren over laat aan frontvrouw Lisa Walker, maar ook op What Heaven Is Like is iedere kant van Wussy zeer de moeite waard en prikkelt de band optimaal de fantasie.
Het is inmiddels een prachtig rijtje in de platenkast, maar het is helaas ook een rijtje dat ik in maar weinig andere platenkasten terug zie. Hoogste tijd dat dit gaat veranderen, want Wussy is een wereldband, die met What Heaven Is Like al weer haar zevende prachtplaat heeft afgeleverd. Ga dat horen. Erwin Zijleman
Wyldest - Feed The Flowers Nightmares (2022)

4,0
1
geplaatst: 28 september 2022, 12:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wyldest - Feed The Flowers Nightmares - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wyldest - Feed The Flowers Nightmares
Zoe Mead verruilt op Feed The Flowers Nightmares de zonnestralen van het vorige album van Wyldest voor donkere klanken en flink wat melancholie, wat een ander maar wederom prachtig album oplevert
Zoe Mead maakte het vorige album van Wyldest grotendeels in haar eentje, maar werkt dit keer samen met muzikant Luciano Rossi (Idlewild). Feed The Flowers Nightmares heeft zeker raakvlakken met het vorig jaar verschenen Monthly Friend, maar klinkt ook anders. De muziek van Wyldest klinkt voller, dynamischer en beeldender en is bij vlagen ook wat steviger, maar het blijft door de prachtige stem van Zoe Mead ook typisch Wyldest. Feed The Flowers Nightmares is een album dat lijkt gemaakt voor een wat groter publiek, maar de Britse muzikante heeft geen concessies gedaan wanneer het gaat om de kwaliteit, die je overigens het best oppikt bij beluistering met de koptelefoon.
Vorig jaar maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Wyldest, waarna ik ook het debuutalbum van het project van de Britse muzikante Zoe Mead en de fraaie ingetogen remake van dit album ontdekte. Op het vorig jaar verschenen Monthly Friend vond Zoe Mead haar inspiratie vooral in de 80s pop en 90s dreampop, wat een even zonnig als dromerig album opleverde, dat in de persoonlijke teksten van de Britse muzikante stil stond bij de nodige gender issues.
Op het deze week verschenen Feed The Flowers Nightmares borduurt Zoe Mead deels voort op de uitstekende voorganger, maar Wyldest slaat ook een aantal andere wegen in. Zoe Mead deed op Monthly Friend, deels gedwongen door de coronapandemie, alles zelf, maar werkt op haar nieuwe album samen met Luciano Rossi, die ook in de band Idlewild speelt. Het is wat mij betreft een bijzondere combinatie en het levert een album op dat niet alleen net wat anders klinkt dan het vorige album, maar dat ook wat veelzijdiger is.
Ook op Feed The Flowers Nightmares staat de mooie stem van Zoe Mead centraal. Het is een stem die ook dit keer heerlijk dromerig kan klinken, maar de Britse muzikante varieert dit keer wat meer met haar stem, wat zorgt voor meer dynamiek in de zang. Die dynamiek is in nog sterkere mate toegevoegd aan de inkleuring van het album. Vergeleken met Monthly Friend klinkt de muziek van Wyldest op Feed The Flowers Nightmares een stuk voller, donkerder en beeldender.
De uitbundige zonnestralen hebben plaats gemaakt voor vaak zeer melancholische klanken, die hier en daar worden versterkt door violen, stevigere gitaren of breed uitwaaiende elektronica. Zoe Mead noemt Feed The Flowers Nightmares zelf haar doompop album en voor die typering is wel wat te zeggen. Aan de andere kant moeten de verschillen met het vorige album van Wyldest niet worden overdreven.
Ook op haar nieuwe album kan Zoe Mead uit de voeten met mooi ingekleurde songs vol invloeden uit de 90s dreampop, maar waar het geluid op het vorige album redelijk eenvormig was, kunnen de songs op Feed The Flowers Nightmares hier en daar ontsporen met een muur van gitaren, strijkers en elektronica.Net als zoveel andere albums van deze week is Feed The Flowers Nightmares van Wyldest een album dat gemaakt lijkt voor de seizoenen die er aan komen, want de nieuwe muziek van Zoe Mead komt het best tot zijn recht wanneer de zon onder is.
Wyldest kiest op Feed The Flowers Nightmares niet alleen voor een donkerder en voller, maar hier en daar ook voor een wat meer mainstream geluid. Dat hoor je vooral in de wat meer uptempo songs op het album. Mijn voorkeur gaat dan ook uit naar de langzamere en meer ingetogen songs op het album, die wat dichter tegen de vorige albums van Wyldest aankruipen, maar wel profiteren van de toegevoegde dynamiek en beeldende kracht op het nieuwe album van de muzikante uit Londen.
Feed The Flowers Nightmares is overigens wel een album dat beter wordt wanneer je het vaker hoort en het is bovendien een album dat het best tot zijn recht komt wanneer je het met volledige aandacht beluistert. Ik heb het album inmiddels meerdere keren gehoord en vind Feed The Flowers Nightmares inmiddels zeker niet minder dan de vorige albums van Wyldest en misschien zelfs wel wat beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wyldest - Feed The Flowers Nightmares - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wyldest - Feed The Flowers Nightmares
Zoe Mead verruilt op Feed The Flowers Nightmares de zonnestralen van het vorige album van Wyldest voor donkere klanken en flink wat melancholie, wat een ander maar wederom prachtig album oplevert
Zoe Mead maakte het vorige album van Wyldest grotendeels in haar eentje, maar werkt dit keer samen met muzikant Luciano Rossi (Idlewild). Feed The Flowers Nightmares heeft zeker raakvlakken met het vorig jaar verschenen Monthly Friend, maar klinkt ook anders. De muziek van Wyldest klinkt voller, dynamischer en beeldender en is bij vlagen ook wat steviger, maar het blijft door de prachtige stem van Zoe Mead ook typisch Wyldest. Feed The Flowers Nightmares is een album dat lijkt gemaakt voor een wat groter publiek, maar de Britse muzikante heeft geen concessies gedaan wanneer het gaat om de kwaliteit, die je overigens het best oppikt bij beluistering met de koptelefoon.
Vorig jaar maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Wyldest, waarna ik ook het debuutalbum van het project van de Britse muzikante Zoe Mead en de fraaie ingetogen remake van dit album ontdekte. Op het vorig jaar verschenen Monthly Friend vond Zoe Mead haar inspiratie vooral in de 80s pop en 90s dreampop, wat een even zonnig als dromerig album opleverde, dat in de persoonlijke teksten van de Britse muzikante stil stond bij de nodige gender issues.
Op het deze week verschenen Feed The Flowers Nightmares borduurt Zoe Mead deels voort op de uitstekende voorganger, maar Wyldest slaat ook een aantal andere wegen in. Zoe Mead deed op Monthly Friend, deels gedwongen door de coronapandemie, alles zelf, maar werkt op haar nieuwe album samen met Luciano Rossi, die ook in de band Idlewild speelt. Het is wat mij betreft een bijzondere combinatie en het levert een album op dat niet alleen net wat anders klinkt dan het vorige album, maar dat ook wat veelzijdiger is.
Ook op Feed The Flowers Nightmares staat de mooie stem van Zoe Mead centraal. Het is een stem die ook dit keer heerlijk dromerig kan klinken, maar de Britse muzikante varieert dit keer wat meer met haar stem, wat zorgt voor meer dynamiek in de zang. Die dynamiek is in nog sterkere mate toegevoegd aan de inkleuring van het album. Vergeleken met Monthly Friend klinkt de muziek van Wyldest op Feed The Flowers Nightmares een stuk voller, donkerder en beeldender.
De uitbundige zonnestralen hebben plaats gemaakt voor vaak zeer melancholische klanken, die hier en daar worden versterkt door violen, stevigere gitaren of breed uitwaaiende elektronica. Zoe Mead noemt Feed The Flowers Nightmares zelf haar doompop album en voor die typering is wel wat te zeggen. Aan de andere kant moeten de verschillen met het vorige album van Wyldest niet worden overdreven.
Ook op haar nieuwe album kan Zoe Mead uit de voeten met mooi ingekleurde songs vol invloeden uit de 90s dreampop, maar waar het geluid op het vorige album redelijk eenvormig was, kunnen de songs op Feed The Flowers Nightmares hier en daar ontsporen met een muur van gitaren, strijkers en elektronica.Net als zoveel andere albums van deze week is Feed The Flowers Nightmares van Wyldest een album dat gemaakt lijkt voor de seizoenen die er aan komen, want de nieuwe muziek van Zoe Mead komt het best tot zijn recht wanneer de zon onder is.
Wyldest kiest op Feed The Flowers Nightmares niet alleen voor een donkerder en voller, maar hier en daar ook voor een wat meer mainstream geluid. Dat hoor je vooral in de wat meer uptempo songs op het album. Mijn voorkeur gaat dan ook uit naar de langzamere en meer ingetogen songs op het album, die wat dichter tegen de vorige albums van Wyldest aankruipen, maar wel profiteren van de toegevoegde dynamiek en beeldende kracht op het nieuwe album van de muzikante uit Londen.
Feed The Flowers Nightmares is overigens wel een album dat beter wordt wanneer je het vaker hoort en het is bovendien een album dat het best tot zijn recht komt wanneer je het met volledige aandacht beluistert. Ik heb het album inmiddels meerdere keren gehoord en vind Feed The Flowers Nightmares inmiddels zeker niet minder dan de vorige albums van Wyldest en misschien zelfs wel wat beter. Erwin Zijleman
Wyldest - Monthly Friend (2021)

4,0
1
geplaatst: 4 juni 2021, 13:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wyldest - Monthly Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wyldest - Monthly Friend
De Britse muzikante Zoe Mead heeft als Wyldest een persoonlijk en intiem album gemaakt, maar het is
ook een zonnig, dromerig en fraai ingekleurd album dat meedogenloos weet te verleiden
Monthly Friend is mijn eerste kennismaking met de muziek van Wyldest, maar ik heb de schade inmiddels ingehaald en heb er drie favoriete albums bij. Singer-songwriter en producer Zoe Mead heeft op het derde album van Wyldest alle touwtjes in handen en heeft een bijzonder fraai album afgeleverd. Het is een album vol zonnestralen met flarden 80s en flarden dreampop, maar het is ook een eigentijds klinkend album dat moderne thema’s aansnijdt. De songs zijn sterk, de instrumentatie is prachtig en Zoe Mead is ook nog eens voorzien van een prachtige stem. Direct bij eerste beluistering in de warme lentezon was ik om, maar Monthly Friend is sindsdien alleen maar beter geworden.
Wyldest was oorspronkelijk een trio, maar inmiddels lijkt alles te draaien om singer-songwriter en producer Zoe Mead, die dit keer alle touwtjes in handen had. De Britse muzikante bracht met het fraaie Dream Chaos uit 2019 en Redream Chaos uit 2020 al twee albums uit, waarvan de eerste lekker vol ingekleurde muziek met vooral invloeden uit de dreampop bevatte, terwijl de een jaar later verschenen remake veel soberder ingekleurde versies van de songs van het debuutalbum bevatte.
Ik vind het allebei prachtige albums, maar daar ben ik pas na beluistering van het deze week verschenen Monthly Friend achter gekomen, want de afgelopen twee jaar is de muziek van Wyldest me eerlijk gezegd niet opgevallen. Dat is op zich gek, want Wyldest maakt muziek die goed aansluit op mijn smaak. Monthly Friend is een logisch vervolg op het debuutalbum, want net als op dit debuutalbum klinkt de muziek van Wyldest lekker vol.
Monthly Friend is een persoonlijk album, waarop Zoe Mead de strijd aan gaat met de alom aanwezige hokjesgeest. De titel van het album verwijst naar iets dat nog vaak wordt aangeduid als maandelijks ongemak, maar Zoe Mead omarmt het als illustratie van haar vrouwelijkheid. Monthly Friend pakt de hokjesgeest rond gender issues aan, maar ook in muzikaal opzicht wil Wyldest niet in een hokje worden geduwd.
Dat is gelukkig ook lastig, want hoewel Zoe Mead flink wat invloeden uit de dreampop in haar muziek stopt, is haar nieuwe album geen moment een standaard dreampop album. Lekker dromerig is het wel, wat zowel met de heerlijk zwoele instrumentatie als met de lome zang van Zoe Mead te maken heeft. Op het moment dat ik deze licentie intyp schijnt de zon nog uitbundig en de combinatie van warme zonnestralen en Monthly Friend van Wyldest werkt echt uitstekend.
Bij dreampop denk ik vooral aan de jaren 90, maar Zoe Mead is een kind van deze tijd. Haar nieuwe album sluit goed aan bij alle andere albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met op het moment Phoebe Bridgers als aanvoerder van het stel. Het valt niet mee om nog op te vallen tussen alles dat er al is, maar Wyldest slaagt hier wat mij betreft absoluut in.
Waar veel jonge vrouwelijke singer-songwriters wat melancholisch en donker klinken, zit de muziek van Wyldest vol zonnestralen en klinken de songs ondanks de persoonlijke teksten ook onbevangen en dromerig. Het zijn sterke songs met hier en daar wat invloeden uit de jaren 80, waarin keer op keer de bijzonder mooie instrumentatie en de al even mooie stem van Zoe Mead opvalt. Ik was eigenlijk direct onder de indruk van Monthly Friend, maar ook bij herhaalde beluistering blijft de muziek van Wyldest bijzonder aangenaam en vallen steeds weer andere mooie dingen op.
Monthly Friend is over het algemeen genomen een redelijk vol of zelfs uitbundig ingekleurd album, met over elkaar buitelende gitaren en keyboards, maar door de zachte zang van Zoe Mead is het ook een intiem album. Het is een album vol flarden uit het verleden en het is een album dat op het eerste gehoor aan van alles doet denken, maar relevant vergelijkingsmateriaal aandragen blijft lastig, al is het maar omdat Monthly Friend niet alleen put uit het verleden, maar ook eigentijds klinkt. Erg mooi album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wyldest - Monthly Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wyldest - Monthly Friend
De Britse muzikante Zoe Mead heeft als Wyldest een persoonlijk en intiem album gemaakt, maar het is
ook een zonnig, dromerig en fraai ingekleurd album dat meedogenloos weet te verleiden
Monthly Friend is mijn eerste kennismaking met de muziek van Wyldest, maar ik heb de schade inmiddels ingehaald en heb er drie favoriete albums bij. Singer-songwriter en producer Zoe Mead heeft op het derde album van Wyldest alle touwtjes in handen en heeft een bijzonder fraai album afgeleverd. Het is een album vol zonnestralen met flarden 80s en flarden dreampop, maar het is ook een eigentijds klinkend album dat moderne thema’s aansnijdt. De songs zijn sterk, de instrumentatie is prachtig en Zoe Mead is ook nog eens voorzien van een prachtige stem. Direct bij eerste beluistering in de warme lentezon was ik om, maar Monthly Friend is sindsdien alleen maar beter geworden.
Wyldest was oorspronkelijk een trio, maar inmiddels lijkt alles te draaien om singer-songwriter en producer Zoe Mead, die dit keer alle touwtjes in handen had. De Britse muzikante bracht met het fraaie Dream Chaos uit 2019 en Redream Chaos uit 2020 al twee albums uit, waarvan de eerste lekker vol ingekleurde muziek met vooral invloeden uit de dreampop bevatte, terwijl de een jaar later verschenen remake veel soberder ingekleurde versies van de songs van het debuutalbum bevatte.
Ik vind het allebei prachtige albums, maar daar ben ik pas na beluistering van het deze week verschenen Monthly Friend achter gekomen, want de afgelopen twee jaar is de muziek van Wyldest me eerlijk gezegd niet opgevallen. Dat is op zich gek, want Wyldest maakt muziek die goed aansluit op mijn smaak. Monthly Friend is een logisch vervolg op het debuutalbum, want net als op dit debuutalbum klinkt de muziek van Wyldest lekker vol.
Monthly Friend is een persoonlijk album, waarop Zoe Mead de strijd aan gaat met de alom aanwezige hokjesgeest. De titel van het album verwijst naar iets dat nog vaak wordt aangeduid als maandelijks ongemak, maar Zoe Mead omarmt het als illustratie van haar vrouwelijkheid. Monthly Friend pakt de hokjesgeest rond gender issues aan, maar ook in muzikaal opzicht wil Wyldest niet in een hokje worden geduwd.
Dat is gelukkig ook lastig, want hoewel Zoe Mead flink wat invloeden uit de dreampop in haar muziek stopt, is haar nieuwe album geen moment een standaard dreampop album. Lekker dromerig is het wel, wat zowel met de heerlijk zwoele instrumentatie als met de lome zang van Zoe Mead te maken heeft. Op het moment dat ik deze licentie intyp schijnt de zon nog uitbundig en de combinatie van warme zonnestralen en Monthly Friend van Wyldest werkt echt uitstekend.
Bij dreampop denk ik vooral aan de jaren 90, maar Zoe Mead is een kind van deze tijd. Haar nieuwe album sluit goed aan bij alle andere albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met op het moment Phoebe Bridgers als aanvoerder van het stel. Het valt niet mee om nog op te vallen tussen alles dat er al is, maar Wyldest slaagt hier wat mij betreft absoluut in.
Waar veel jonge vrouwelijke singer-songwriters wat melancholisch en donker klinken, zit de muziek van Wyldest vol zonnestralen en klinken de songs ondanks de persoonlijke teksten ook onbevangen en dromerig. Het zijn sterke songs met hier en daar wat invloeden uit de jaren 80, waarin keer op keer de bijzonder mooie instrumentatie en de al even mooie stem van Zoe Mead opvalt. Ik was eigenlijk direct onder de indruk van Monthly Friend, maar ook bij herhaalde beluistering blijft de muziek van Wyldest bijzonder aangenaam en vallen steeds weer andere mooie dingen op.
Monthly Friend is over het algemeen genomen een redelijk vol of zelfs uitbundig ingekleurd album, met over elkaar buitelende gitaren en keyboards, maar door de zachte zang van Zoe Mead is het ook een intiem album. Het is een album vol flarden uit het verleden en het is een album dat op het eerste gehoor aan van alles doet denken, maar relevant vergelijkingsmateriaal aandragen blijft lastig, al is het maar omdat Monthly Friend niet alleen put uit het verleden, maar ook eigentijds klinkt. Erg mooi album. Erwin Zijleman
Wyldest - The Universe Is Loading (2025)

4,0
1
geplaatst: 17 november 2025, 17:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wyldest - The Universe Is Loading - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wyldest - The Universe Is Loading
De Britse muzikante Zoë Mead timmert inmiddels als vier albums aan de weg met haar band Wyldest en het deze week verschenen The Universe Is Loading is wat mij betreft de mooiste en meest memorabele van het stel
Luister naar het vierde album van de Britse band Wyldest en je hoort in eerste instantie een wat zweverige luistertrip met beeldende klanken en zachte vocalen. Aangenaam, maar ook wat ongrijpbaar, tot het moment komt waarop je de schoonheid van de songs van de band van de Britse muzikante Zoë Mead hoort. Wyldest komt niet uit de lucht vallen, want de vorige albums van de band uit Londen waren ook absoluut de moeite waard, maar op The Universe Is Loading valt alles nog wat beter op zijn plek. Wyldest combineert invloeden uit de 90s dreampop met een vleugje 80s doom, maar geeft een fraaie eigen draai aan de invloeden uit het verleden en betovert ook nog eens met de stem van Zoë Mead.
Ook deze week vroeg ik me bij het zien van de naam Wyldest weer af of het voor mij nou een bekende naam was of niet. Dat is best bijzonder, want ik was op deze site behoorlijk positief over Monthly Friend en Feed The Flowers Nightmares, het tweede en derde album van de band rond de Britse muzikante Wyldest Zoë Mead.
De muziek van Wyldest wordt op de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com fraai omschreven met de volgende oneliner: “Singer, songwriter, composer, and producer Zoë Mead bridges the gap between Kate Bush and Beach House”. Zelf hoorde ik op het in de zomer van 2021 verschenen Monthly Friend vooral invloeden uit de indiepop van dat moment, maar ik hoorde ook zeker invloeden uit de jaren 80. Ik hoorde meer Phoebe Bridgers dan Beach House en eerlijk gezegd niet zoveel van Kate Bush, maar het tweede album van Wyldest was wel een album dat naar meer smaakte, al was het maar vanwege de aangename stem van Zoë Mead en haar sprankelende songs.
Op het in de herfst van 2022 verschenen Feed The Flowers Nightmares klonk het geluid van Wyldest beeldender en donkerder en hoorde ik wat meer invloeden uit de dreampop, maar het was wederom een prima album. De vorige albums van de Britse band hebben er misschien niet voor gezorgd dat de naam van Wyldest bij mij voorgoed was opgeslagen in het geheugen, maar ik heb het idee dat dit gaat veranderen met de komst van het vierde album van de band rond Zoë Mead.
De Britse muzikante werkt op The Universe Is Loading wederom samen met Lucci Rossi, die ook in de band Idlewild speelt, maar ze hield ook dit keer de meeste touwtjes zelf in handen. Het vierde album van Wyldest ligt in het verlengde van Feed The Flowers Nightmares, maar ik hoor ook zeker echo’s van Monthly Friend. Ook The Universe Is Loading heeft zich laten inspireren door de dreampop uit de jaren 90, maar ik hoor ook zeker invloeden uit de popmuziek die in de jaren 80 werd gemaakt.
Centraal staat ook dit keer de mooie en zeer aangename stem van Zoë Mead. De Britse muzikante zingt redelijk ingehouden en zacht, maar haar stem houdt zich verrassend makkelijk staande in het bij vlagen stevig aangezette klankentapijt, dat zowel met gitaren als met synths is gevuld en soms een vleugje 80s doom bevat.
Zoë Mead varieert dit keer flink, want een uptempo song met galmende gitaren en dikke wolken synths wordt moeiteloos gevolgd door een juist zeer subtiel ingekleurde en ingetogen song. The Universe Is Loading laat zich hierdoor nog minder makkelijk in een hokje duwen dan zijn voorgangers, maar dit maakt de muziek van Wyldest alleen maar interessanter.
Net als op het vorige album maakt Zoë Mead ook op het nieuwe album van haar band beeldende muziek. Deze is het mooist wanneer de wolken synths breed uitwaaien en de stem van de Britse muzikante het voortouw neemt, wat in veel songs op The Universe Is Loading het geval is.
Het knappe van het nieuwe album van Wyldest is dat de songs aangenaam zweverig klinken en de fantasie flink prikkelen, maar Zoë Mead schotelt je op haar nieuwe album ook een aantal wonderschone popsongs voor die verrassend makkelijk blijven hangen. Het wordt daarom tijd dat ik de naam van Wyldest nu eens ga onthouden, want ook het vierde album van de band is prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Wyldest - The Universe Is Loading - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wyldest - The Universe Is Loading
De Britse muzikante Zoë Mead timmert inmiddels als vier albums aan de weg met haar band Wyldest en het deze week verschenen The Universe Is Loading is wat mij betreft de mooiste en meest memorabele van het stel
Luister naar het vierde album van de Britse band Wyldest en je hoort in eerste instantie een wat zweverige luistertrip met beeldende klanken en zachte vocalen. Aangenaam, maar ook wat ongrijpbaar, tot het moment komt waarop je de schoonheid van de songs van de band van de Britse muzikante Zoë Mead hoort. Wyldest komt niet uit de lucht vallen, want de vorige albums van de band uit Londen waren ook absoluut de moeite waard, maar op The Universe Is Loading valt alles nog wat beter op zijn plek. Wyldest combineert invloeden uit de 90s dreampop met een vleugje 80s doom, maar geeft een fraaie eigen draai aan de invloeden uit het verleden en betovert ook nog eens met de stem van Zoë Mead.
Ook deze week vroeg ik me bij het zien van de naam Wyldest weer af of het voor mij nou een bekende naam was of niet. Dat is best bijzonder, want ik was op deze site behoorlijk positief over Monthly Friend en Feed The Flowers Nightmares, het tweede en derde album van de band rond de Britse muzikante Wyldest Zoë Mead.
De muziek van Wyldest wordt op de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com fraai omschreven met de volgende oneliner: “Singer, songwriter, composer, and producer Zoë Mead bridges the gap between Kate Bush and Beach House”. Zelf hoorde ik op het in de zomer van 2021 verschenen Monthly Friend vooral invloeden uit de indiepop van dat moment, maar ik hoorde ook zeker invloeden uit de jaren 80. Ik hoorde meer Phoebe Bridgers dan Beach House en eerlijk gezegd niet zoveel van Kate Bush, maar het tweede album van Wyldest was wel een album dat naar meer smaakte, al was het maar vanwege de aangename stem van Zoë Mead en haar sprankelende songs.
Op het in de herfst van 2022 verschenen Feed The Flowers Nightmares klonk het geluid van Wyldest beeldender en donkerder en hoorde ik wat meer invloeden uit de dreampop, maar het was wederom een prima album. De vorige albums van de Britse band hebben er misschien niet voor gezorgd dat de naam van Wyldest bij mij voorgoed was opgeslagen in het geheugen, maar ik heb het idee dat dit gaat veranderen met de komst van het vierde album van de band rond Zoë Mead.
De Britse muzikante werkt op The Universe Is Loading wederom samen met Lucci Rossi, die ook in de band Idlewild speelt, maar ze hield ook dit keer de meeste touwtjes zelf in handen. Het vierde album van Wyldest ligt in het verlengde van Feed The Flowers Nightmares, maar ik hoor ook zeker echo’s van Monthly Friend. Ook The Universe Is Loading heeft zich laten inspireren door de dreampop uit de jaren 90, maar ik hoor ook zeker invloeden uit de popmuziek die in de jaren 80 werd gemaakt.
Centraal staat ook dit keer de mooie en zeer aangename stem van Zoë Mead. De Britse muzikante zingt redelijk ingehouden en zacht, maar haar stem houdt zich verrassend makkelijk staande in het bij vlagen stevig aangezette klankentapijt, dat zowel met gitaren als met synths is gevuld en soms een vleugje 80s doom bevat.
Zoë Mead varieert dit keer flink, want een uptempo song met galmende gitaren en dikke wolken synths wordt moeiteloos gevolgd door een juist zeer subtiel ingekleurde en ingetogen song. The Universe Is Loading laat zich hierdoor nog minder makkelijk in een hokje duwen dan zijn voorgangers, maar dit maakt de muziek van Wyldest alleen maar interessanter.
Net als op het vorige album maakt Zoë Mead ook op het nieuwe album van haar band beeldende muziek. Deze is het mooist wanneer de wolken synths breed uitwaaien en de stem van de Britse muzikante het voortouw neemt, wat in veel songs op The Universe Is Loading het geval is.
Het knappe van het nieuwe album van Wyldest is dat de songs aangenaam zweverig klinken en de fantasie flink prikkelen, maar Zoë Mead schotelt je op haar nieuwe album ook een aantal wonderschone popsongs voor die verrassend makkelijk blijven hangen. Het wordt daarom tijd dat ik de naam van Wyldest nu eens ga onthouden, want ook het vierde album van de band is prachtig. Erwin Zijleman
Wysteria - Lycoris (2024)

4,5
1
geplaatst: 23 december 2024, 12:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wysteria - Lycoris - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wysteria - Lycoris
De Franse muzikante Wysteria is pas twintig jaar oud, maar levert met haar prachtige debuutalbum Lycoris een album af dat eigenlijk in alle opzichten imponeert en alleen maar beter wordt
Het debuutalbum van Wysteria uit Nancy verscheen een maand of drie geleden en kreeg tot dusver nog niet heel veel aandacht. Het is onbegrijpelijk, want Lycoris een razendknap album, dat het niveau van het gemiddelde debuutalbum in alle opzichten overstijgt. Wysteria kan op flik wat instrumenten uit de voeten en heeft haar debuutalbum voorzien van een eigenzinnig en verassend veelzijdig geluid. Het is een geluid dat wordt gecombineerd met de emotievolle stem van de Franse muzikante, die haar songs voorziet van een intieme sfeer. Ook de songs van de Franse muzikante ademen kwaliteit en het zijn songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook nog lang door groeien. Wat een bijzonder album van deze jonge Française.
Bij het naar aanleiding van gepubliceerde jaarlijstjes uitwisselen van muziektips op de sociale media tipte ik onlangs het recent ontdekte album van Zaho de Sagazan en kreeg ik een ander interessant album uit Frankrijk als tip terug. Het gaat om Lycoris van de jonge muzikante Wysteria.
Wysteria is een pas 20 jaar oude muzikante uit het Franse Nancy, die afgelopen herfst met Lycoris haar debuutalbum afleverde. Op de cover van haar debuutalbum lijkt Wysteria wel wat op Billie Eilish en dat is ook in muzikaal opzicht bij vlagen relevant vergelijkingsmateriaal, al laat de Franse muzikante absoluut een eigen geluid horen en past ze niet altijd in het hokje pop.
Wysteria is zoals gezegd pas twintig jaar oud, maar ze is al heel wat jaren met muziek bezig. Op haar vierde kon ze op de harp uit de voeten, op haar zevende speelde ze verdienstelijk viool en sindsdien zijn er nog een aantal instrumenten bij gekomen. De muzikante uit Nancy tekent daarom voor het grootste deel van de muziek op haar debuutalbum en schreef bovendien alle songs. Met haar mooie stem maakt Wysteria haar grote bijdrage aan haar debuutalbum compleet.
Wysteria komt uit Frankrijk, maar in tegenstelling tot haar meeste collega’s in de muziek schrijft ze vooral Engelstalige songs, want er staat slechts één Franstalige song op het album. Het had er voor moeten zorgen dat het debuutalbum van Wysteria ook buiten Frankrijk had moeten worden geprezen de afgelopen herfst, maar er is vooralsnog weinig geschreven over het album. Zoeken op Wysteria levert me vooral informatie over een plantje op en brengt me verder uitsluitend op haar bandcamp pagina en de webpagina van haar label. Ik heb Lycoris zelf ook niet opgemerkt in september, maar wat ben ik blij dat het album me werd getipt.
Ik noemde hierboven de naam van Billie Eilish, want dat is de naam die bij mij met enige regelmaat opkomt bij beluistering van Lycoris. Dat is op zich bijzonder, want de songs van Wysteria zijn voor een belangrijk deel voorzien van akoestische klanken van onder andere gitaar, ukelele en viool, met hier en daar elektronische impulsen, terwijl de muziek van Billie Eilish vooral met elektronica zijn ingekleurd.
Ook Wysteria gebruikt wel wat elektronica in haar songs, maar deze is niet zo zwaar aangezet en ze heeft ook niet het wat zompige geluid van haar Amerikaanse collega. Ook Wysteria zingt vaak zacht, maar ze beschikt over een karakteristieke stem die ouder klinkt dan je op basis van haar leeftijd zou verwachten en die ook geschoold klinkt. De zang op het debuutalbum van Wysteria klinkt ook verrassend doorleefd.
De overeenkomsten met Billie Eilish hoor ik vooral in de sfeer van de songs op Lycoris. Het zijn vaak ietwat donkere en ook wat melancholisch klinkende songs en het zijn intieme songs met een bijzondere lading. Wysteria is zoals gezegd nog piepjong, maar ze klinkt op haar debuutalbum geen moment als een beginnende muzikante. Zowel als in muzikaal als in vocaal opzicht is Lycoris een hoogstaand en volwassen album en ook de songs van de Française zijn stuk voor stuk bovengemiddeld goed.
Met Zaho de Sagazan leverde Frankrijk al een enorm talent af het afgelopen jaar, maar ook Wysteria schat ik heel hoog in. Voor mijn jaarlijstje komt Lycoris helaas net wat te laat, maar het album had er zeker niet in misstaan. Bij Zaho de Sagazan duurde het even voordat haar muziek buiten Frankrijk werd opgepikt en hopelijk gebeurt hetzelfde met de muziek van Wysteria, die zomaar heel groot kan, nee moet, worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Wysteria - Lycoris - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wysteria - Lycoris
De Franse muzikante Wysteria is pas twintig jaar oud, maar levert met haar prachtige debuutalbum Lycoris een album af dat eigenlijk in alle opzichten imponeert en alleen maar beter wordt
Het debuutalbum van Wysteria uit Nancy verscheen een maand of drie geleden en kreeg tot dusver nog niet heel veel aandacht. Het is onbegrijpelijk, want Lycoris een razendknap album, dat het niveau van het gemiddelde debuutalbum in alle opzichten overstijgt. Wysteria kan op flik wat instrumenten uit de voeten en heeft haar debuutalbum voorzien van een eigenzinnig en verassend veelzijdig geluid. Het is een geluid dat wordt gecombineerd met de emotievolle stem van de Franse muzikante, die haar songs voorziet van een intieme sfeer. Ook de songs van de Franse muzikante ademen kwaliteit en het zijn songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook nog lang door groeien. Wat een bijzonder album van deze jonge Française.
Bij het naar aanleiding van gepubliceerde jaarlijstjes uitwisselen van muziektips op de sociale media tipte ik onlangs het recent ontdekte album van Zaho de Sagazan en kreeg ik een ander interessant album uit Frankrijk als tip terug. Het gaat om Lycoris van de jonge muzikante Wysteria.
Wysteria is een pas 20 jaar oude muzikante uit het Franse Nancy, die afgelopen herfst met Lycoris haar debuutalbum afleverde. Op de cover van haar debuutalbum lijkt Wysteria wel wat op Billie Eilish en dat is ook in muzikaal opzicht bij vlagen relevant vergelijkingsmateriaal, al laat de Franse muzikante absoluut een eigen geluid horen en past ze niet altijd in het hokje pop.
Wysteria is zoals gezegd pas twintig jaar oud, maar ze is al heel wat jaren met muziek bezig. Op haar vierde kon ze op de harp uit de voeten, op haar zevende speelde ze verdienstelijk viool en sindsdien zijn er nog een aantal instrumenten bij gekomen. De muzikante uit Nancy tekent daarom voor het grootste deel van de muziek op haar debuutalbum en schreef bovendien alle songs. Met haar mooie stem maakt Wysteria haar grote bijdrage aan haar debuutalbum compleet.
Wysteria komt uit Frankrijk, maar in tegenstelling tot haar meeste collega’s in de muziek schrijft ze vooral Engelstalige songs, want er staat slechts één Franstalige song op het album. Het had er voor moeten zorgen dat het debuutalbum van Wysteria ook buiten Frankrijk had moeten worden geprezen de afgelopen herfst, maar er is vooralsnog weinig geschreven over het album. Zoeken op Wysteria levert me vooral informatie over een plantje op en brengt me verder uitsluitend op haar bandcamp pagina en de webpagina van haar label. Ik heb Lycoris zelf ook niet opgemerkt in september, maar wat ben ik blij dat het album me werd getipt.
Ik noemde hierboven de naam van Billie Eilish, want dat is de naam die bij mij met enige regelmaat opkomt bij beluistering van Lycoris. Dat is op zich bijzonder, want de songs van Wysteria zijn voor een belangrijk deel voorzien van akoestische klanken van onder andere gitaar, ukelele en viool, met hier en daar elektronische impulsen, terwijl de muziek van Billie Eilish vooral met elektronica zijn ingekleurd.
Ook Wysteria gebruikt wel wat elektronica in haar songs, maar deze is niet zo zwaar aangezet en ze heeft ook niet het wat zompige geluid van haar Amerikaanse collega. Ook Wysteria zingt vaak zacht, maar ze beschikt over een karakteristieke stem die ouder klinkt dan je op basis van haar leeftijd zou verwachten en die ook geschoold klinkt. De zang op het debuutalbum van Wysteria klinkt ook verrassend doorleefd.
De overeenkomsten met Billie Eilish hoor ik vooral in de sfeer van de songs op Lycoris. Het zijn vaak ietwat donkere en ook wat melancholisch klinkende songs en het zijn intieme songs met een bijzondere lading. Wysteria is zoals gezegd nog piepjong, maar ze klinkt op haar debuutalbum geen moment als een beginnende muzikante. Zowel als in muzikaal als in vocaal opzicht is Lycoris een hoogstaand en volwassen album en ook de songs van de Française zijn stuk voor stuk bovengemiddeld goed.
Met Zaho de Sagazan leverde Frankrijk al een enorm talent af het afgelopen jaar, maar ook Wysteria schat ik heel hoog in. Voor mijn jaarlijstje komt Lycoris helaas net wat te laat, maar het album had er zeker niet in misstaan. Bij Zaho de Sagazan duurde het even voordat haar muziek buiten Frankrijk werd opgepikt en hopelijk gebeurt hetzelfde met de muziek van Wysteria, die zomaar heel groot kan, nee moet, worden. Erwin Zijleman
