MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Weyes Blood - Titanic Rising (2019)

poster
4,5
deric raven schreef:
Je hebt trouwens wel gelijk, zie nu pas dat Erwin voor Platomania schrijft.
Dan lees ik veel liever zijn stukken op zijn eigen site.


Ik schrijf al sinds de jaren 90 voor de Mania, ruim voor er sprake was van een BLOG. Zijn inderdaad wat kortere recensies. Die op mijn BLOG zijn vaak wat te lang vind ik zelf.

wh^rl - wh^rl (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: wh^rl - wh^rl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

wh^rl - wh^rl
Het debuutalbum van wh^rl, een project van Jurgen Veenstra, begon met een serie hele sobere demo’s, die vervolgens prachtig zijn uitgewerkt zonder de charme van de ruwe eenvoud van de originelen te verliezen

De Groningse muzikant Jurgen Veenstra maakt normaal gesproken behoorlijk stevige muziek, maar tijdens de coronapandemie nam hij ook een aantal lo-fi songs op. Deze werden vervolgens verrijkt door een aantal extra muzikanten, wat een bijzonder klinkend album oplevert. Ondanks de bijdragen van een hele waslijst aan instrumenten heeft het debuutalbum van wh^rl haar lo-fi karakter behouden. De songs van Jurgen Veenstra zijn ruw en elementair, maar het zijn ook songs vol urgentie en songs die door de fraaie bijdragen van gastmuzikanten steeds weer weten te verrassen. Jurgen Veenstra timmert al heel wat jaren aan de weg, maar heeft met het debuut van wh^rl een interessante nieuwe kant van zichzelf ontdekt.

VPRO’s 3voor12 noemde Jurgen Veenstra vorige week één van de ‘godfathers’ van de Noordelijke underground-scene. Het is een scene die ik eerlijk gezegd niet of nauwelijks ken, maar ik ben erg gecharmeerd van het nieuwe project van de muzikant uit Groningen, die eerder speelde in de band Moonlizards en tegenwoordig deel uitmaakt van de bands Avery Plains en MOAN.

Het debuutalbum van zijn project wh^rl kreeg vorm tijdens de coronapandemie, toen Jurgen Veenstra als muzikant opeens volledig op zichzelf was aangewezen. Hij maakte een aantal ruwe demo’s en stuurde deze vervolgens naar twee bevriende muzikanten, de broers Arno en Stefan Breuer, die hij kende van bands als Combo Qazam en voorganger Lost Bear (dat met Limshasa uit 2011 en Inside The Dragon uit 2016 twee miskende meesterwerken afleverde).

De broers Breuer gingen vervolgens aan de slag met de ruwe tracks en voegden flink wat instrumenten toe, waaronder een aantal bijzondere. Later werden nog wat extra muzikanten benaderd en werden onder andere bijdragen van harmonium, gitaren, cello en harmonium en achtergrondzang opgenomen. Jurgen Veenstra voegde zelf nog wat unheimisch klinkende geluiden toe.

Al deze grotendeels thuis opgenomen ingrediënten werden uiteindelijk samengevoegd met het zeer fraaie titelloze debuutalbum van wh^rl als resultaat. Het album, dat is uitgebracht op het Tiny Room Records label van Stefan Breuer, klinkt vast totaal anders dan de ruwe demo’s waarmee Jurgen Veenstra begon, maar het debuutalbum van wh^rl heeft nog altijd een hoog lo-fi karakter en herinnert hier en daar aan het vroege werk van Guided By Voices, dat deze week maar weer eens een nieuw album afleverde.

Vergeleken met de lo-fi op de vroege albums van de pioniers van het genre heeft Jurgen Veenstra zijn songs wel wat verder uitgewerkt. Op het debuutalbum van wh^rl staan maar weinig hele korte tracks met flarden van een popsong en het album sluit af met twee lange tracks van respectievelijk meer dan zeven en meer dan vijf minuten.

Op het debuutalbum van wh^rl schakelt Jurgen Veenstra makkelijk tussen ingetogen en sober ingekleurde en wat stevigere en gruizig klinkende songs en hiernaast zoekt hij zo nu en dan het experiment. Alle uitersten die zijn te horen op het album hebben hun charme. Ik hou persoonlijk wel van de ruwe eenvoud van de meer ingetogen songs op het album, maar ook als de gastmuzikanten de lo-fi schetsen van de Groningse muzikant een stuk uitbundiger hebben ingekleurd overtuigt wh^rl bijzonder makkelijk.

Ik noemde eerder Guided By Voices als vergelijkingsmateriaal, maar dat gaat maar ten dele op. Jurgen Veenstra heeft een behoorlijk veelzijdig album gemaakt waarop steeds weer andere namen opduiken (Gavin Friday hoor ik ook een paar keer), maar dat uiteindelijk toch vooral origineel klinkt. De Groningse muzikant maakt met zijn bands muziek die een flink stuk steviger is, maar op wh^rl overtuigt hij makkelijk als songwriter.

Ik ben op zich wel benieuwd naar de ruwe demo’s die de basis vormden voor dit album, maar ben op hetzelfde moment enorm onder de indruk van de wijze waarop de gastmuzikanten de ruwe demo’s tot leven hebben gebracht, zonder afbreuk te doen aan het persoonlijke en lo-fi karakter dat Jurgen Veenstra voor ogen had. Het levert een bijzonder album op. Erwin Zijleman

Whale and the Village - Second (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whale And The Village - Second - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik krijg ieder jaar vele jaarlijstjes van lezers van deze BLOG toegestuurd, maar er zijn er niet veel waarin ik vrijwel geen enkele plaat ken.

Lijstjes verzinnen met platen die ik niet ken is niet eens zo bijzonder, maar wat wel bijzonder is dat ik in dit specifieke jaarlijstje altijd een aantal platen ontdek die ik echt niet hadden willen missen.

In het jaarlijstje dat me eind vorig jaar al de nieuwe plaat van Eleanor McEvoy opleverde, was de eerste plaats gereserveerd voor Second van Whale And The Village en dat zei me werkelijk niets.

Dat is ook niet zo gek, want Whale And The Village is een band uit het Finse Turku en het is een band die het vooralsnog met bescheiden aandacht uit de rest van de wereld moet doen. Dat moet haast wel gaan veranderen want Whale And The Village maakt op haar tweede plaat muziek die een breed publiek moet kunnen betoveren en veroveren.

Zangeres Irene Jussila, gitarist en percussionist Petteri Granberg en snarenwonder Lauri Haario (gitaar, banjo, mandoline) maken op Second muziek waarvan je alleen maar heel erg vrolijk van kunt worden. Het is muziek met invloeden uit de folk en de Americana, maar de Finse band heeft ook een enorm zwak voor aanstekelijke pop.

Net als bijvoorbeeld Mumford & Sons en The Lumineers maakt Whale And The Village banjo folk die fris en aanstekelijk klinkt, maar de Finse band heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat hier en daar ook herinneringen oproept aan de droomdebuten van Edie Brickell en Fairground Attraction.

Het eigen geluid is voor een belangrijk deel de verdienste van zangeres Irene Jussila, die op Second geweldig zingt. De zangeres uit Turku heeft soul, maar legt naast emotie ook flink wat plezier in haar stem en dat plezier draagt ze makkelijk over op de luisteraar. Irene Jussila kan flink uithalen, maar net zo makkelijk verleidelijk fluisteren, waardoor haar zang blijft betoveren.

De uptempo songs van Whale And The Village zitten niet alleen vol zonnestralen, maar ook boordevol energie, wat de muziek van de Finse band een enorme boost geeft. Whale And The Village grossiert op Second in heerlijke melodieën, onweerstaanbare refreinen en in klanken die het humeur heel veel goed doen. Waar bij met name Mumford & Sons de verveling bij mij heel snel toe staat, worden de frisse popliedjes van Whale And The Village alleen maar beter en onweerstaanbaarder.

De band uit Turku heeft niet alleen een goed gevoel voor buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar Second zit ook nog eens razend knap in elkaar. Irene Jussila maakt zoals gezegd in vocaal opzicht flink wat indruk, maar ook in muzikaal opzicht is Second een ijzersterke plaat.

Het snarenwerk op de plaat is geweldig, maar ook de bijdragen van bas, percussie en viool mogen er zijn. Ook de songs van de Finse band zijn van hoog niveau en afwisselender dan het bovenstaande suggereert. Alle songs van Whale And The Village zitten vol zonnestralen, maar de band uit Turku varieert flink met het tempo en met de verwerkte invloeden en schakelt hier en daar over naar pure rootsmuziek.

Second van Whale And The Village is zo’n plaat die met een beetje geluk hele volksstammen aan zich weet te binden, maar voorlopig moet de Finse band het doen met bescheiden aandacht. Dat moet maar eens gaan veranderen, want dit is inderdaad een plaat die er in 2017 in positieve zin uit sprong. Erwin Zijleman

White Denim - Performance (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: White Denim - Performance - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Het is een fraai stapeltje platen dat de Amerikaanse band White Denim inmiddels op haar naam heeft staan. Het debuut van de band uit 2008 ontging me nog, maar sinds het in 2009 verschenen Fits ben ik absoluut bij de les.

Op Fits maakte de band uit Austin, Texas, diepe indruk door een onwaarschijnlijk groot aantal invloeden te verwerken in haar op dat moment nog behoorlijk rauwe en tegendraadse muziek. Fits klonk zo af en toe alsof je tien platen tegelijk aan het draaien was. Zeker fascinerend, maar eerlijk gezegd ook wel wat vermoeiend.

Sinds haar voorlopige meesterwerk D uit 2011 is de muziek van White Denim wat minder chaotisch en ook wel wat stijlvaster, maar White Denim zou White Denim niet zijn als de band niet met enige regelmaat flink buiten de gebaande paden zou treden.

Op het door Ethan Johns geproduceerde Stiff uit 2016 (die van die hoes met die onderbroek vol cactussen) lag de nadruk wat meer op bluesrock, rhythm en blues en soul, maar als je even niet oplette zat de band toch weer opeens een paar genres verderop. Het is niet anders op de nieuwe plaat van de band.

White Denim liet na de release van Stiff een eigen studio bouwen, zodat er lekker lang gesleuteld kon worden aan de nieuwe plaat en dat hoor je in alle fraaie details. De band veranderde bovendien nog maar weer een keer van samenstelling, maar oerleden James Petralli en Steve Terebecki zijn nog steeds van de partij.

In de openingstrack van Performance heeft White Denim de bluesrock van de vorige plaat tijdelijk verruild voor heuse glamrock en ben je onmiddellijk in de vroege jaren 70 beland. Het is een muzikaal tijdperk waarin de muziek van White Denim uitstekend gedijt, want Performance laat met grote regelmaat invloeden uit de jaren 70 horen.

De band uit Austin, Texas, beperkt zich hierbij zeker niet tot de glamrock en sleept er stiekem van alles bij. In de openingstrack fietst de band op subtiele wijze invloeden van Roxy Music naar binnen, terwijl de track in de tweede track klinkt alsof Jethro Tull langzaam maar zeker transformeert in The Strokes. Hiertegenover staan ook weer flink wat tracks die de bluesrock uit de jaren 70 eren, al klinkt het allemaal wel net wat zonniger en lichtvoetiger dan we van de band gewend zijn met hier en daar een flink scheut van de succesplaten van de Steve Miller Band.

Zeker het gitaarwerk op de plaat eert de klassiekers uit de jaren 70, maar van retro is geen moment sprake. Hiervoor sleept White Denim er ook dit keer te veel invloeden bij, van Thin Lizzy achtige hardrock tot en met funk, jazz en progrock aan toe, en ook de wijze waarop de band elektronica aan haar muziek toevoegt is in de jaren 70 niet vertoond.

Performance springt heerlijk van de hak op de tak, al besef ik me terdege dat je hier tegen moet kunnen. Ik vind het zelf heerlijk. Performance klinkt als een omgevallen platenkast uit het verleden, maar iemand heeft er stiekem wat platen uit de decennia die volgden bij gegooid. Het transformeert de bij vlagen bijzonder aangename feelgood 70’s retro in buitengewoon spannende muziek die je constant op het puntje van de stoel houdt.

Sinds Fits uit 2009 heb ik een zwak voor de muziek van White Denim en dit zwak heb ik nog steeds. Ook Performance is weer een geweldige plaat van een band die soms doet wat je verwacht, maar minstens net zo vaak precies de andere kant op gaat. Erwin Zijleman

White Denim - Stiff (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: White Denim - Stiff - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Zowel D (2011) als Corsicana Lemonade (2013) konden op deze BLOG rekenen op zeer positieve recensies. Mijn verwachtingen met betrekking tot de nieuwe plaat van White Denim waren dan ook hooggespannen.

De band uit Austin, Texas, schoof op Corsicana Lemonade aan de hand van Jeff Tweedy wat meer op richting bluesy rootsrock, maar schuwde de uitstapjes buiten de gebaande paden zeker niet.

Ook op Stiff citeert White Denim nadrukkelijk uit de archieven van de 70s bluesrock en de rythm & blues, maar doet het ook nog steeds onverwachte dingen.
Allmusic.com omschrijft dit mooi en trefzeker als het vermogen om zowel nerveus als soulvol te klinken en dat is een omschrijving die ik alleen maar kan omarmen.

Stiff is geproduceerd door Ethan Johns, die heeft gekozen voor een wat meer retro geluid dan op de vorige platen van de band. Het is een geluid dat herinnert aan de hoogtijdagen van The Allman Brothers Band en Free, maar dan voorzien van een flinke extra dosis soul.

Vergeleken met de vorige albums van de band valt op hoe zeer de leden van White Denim in muzikaal opzicht zijn gegroeid. De bluesy en soulvolle sound op Stiff staat als een huis en valt op door gitaarwerk met ballen, een swingende ritmesectie en werkelijk geweldige zang.

White Denim zou White Denim niet zijn als het niet met enige regelmaat kiest voor onverwachte wendingen. Deze bestaan net als op de vorige platen vooral uit psychedelische uitstapjes, maar ook de jazzy of prog-rock achtige intermezzo’s zijn niet helemaal verdwenen. Betrekkelijk nieuw zijn de impulsen uit de soul, waardoor White Denim ook kan raken aan de memorabele platen van Al Green.

Dit is direct ook het knappe van Stiff. Het is een plaat die je 98% van de tijd mee terug neemt naar de jaren 70, maar de resterende 2% kan alleen maar uit het heden komen.

Stiff is waarschijnlijk wat teleurstellend voor een ieder die op de platen van White Denim vooral het experiment koesterde, maar iedereen die het rootsy geluid op Corsicana Lemonade omarmde, zal smullen van deze heerlijke nieuwe plaat. Erwin Zijleman

White Lies - Friends (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: White Lies - Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Britse band White Lies trok in 2009 voor het eerst de aandacht met het werkelijk geweldige To Lose My Life…, dat niet alleen moet worden gerekend tot de beste debuten van het betreffende jaar, maar ook tot de betere platen van 2009.

Dat was best opvallend, want White Lies deed op haar debuut niet zo heel veel nieuws. De Londenaren gingen op hun debuut immers aan de haal met invloeden uit de eerste (Joy Division, Echo & The Bunnymen, Gang Of Four) en tweede (Franz Ferdinand, Editors, Interpol) postpunk golf en maakten muziek die onmiddellijk een golf van herinneringen naar de oppervlakte bracht.

Niets nieuws onder de zon, maar wat waren de songs van White Lies sterk en wat werden ze goed uitgevoerd.

White Lies is sindsdien wat zoekende. Op het in 2011 verschenen Rituals werden de gitaren deels verdrongen door synths en deed White Lies wat New Order na het abrupte einde van Joy Division deed. Het in 2013 verschenen Big TV flirtte vervolgens nadrukkelijk met de muziek van de grote bands uit de 80s en liet met name echo’s van Simple Minds en U2 weerklinken.

De band kreeg er de handen van de critici niet voor op elkaar en ook de opmars richting de grote bands van het moment lijkt sinds Big TV wat gestremd. Persoonlijk heb ik alle drie de platen van de band hoog zitten, al is het maar omdat ze de late jaren 70 en jaren 80 zo mooi samenvatten en de songs over het algemeen sterk zijn.

Dat samenvatten van een periode doet ook het onlangs verschenen Friends weer. Op hun nieuwe plaat keert White Lies een paar keer terug naar de donkere postpunk van de late jaren 70 en dus naar de sfeer van hun geweldige debuut, maar Friends biedt ook volop ruimte aan veel lichtvoetigere 80s pop. Dat slaat zo af en toe door in de richting van een band als Aha of Tears for Fears, waarmee White Lies op het randje balanceert, maar Friends blijft wat mij betreft toch steeds aan de goede kant van de streep.

Net als de vorige platen van de band klinkt Friends geweldig en is het merendeel van de songs bovengemiddeld goed. Friends werpt me met grote regelmaat drie decennia terug in de tijd en met een beetje nostalgie is niets mis.

De critici moeten er helemaal niets van hebben en op één of andere manier begrijp ik dat wel. Aan de andere kant is Friends een prima plaat met veel zorgeloze popliedjes en af en toe een donkere wolk. Er staan absoluut wat niemendalletjes op de plaat, maar toch ook een aantal songs die herinneren aan de grootsheid van het debuut van de band.

Volgende keer mogen van mij de donkere wolken wel weer eens overheersen, maar aan het begin van de herfst van 2016 doen de zonnestralen het bij mij ook prima. Zeker geen meesterwerk, maar de meeste nieuwe releases die ik momenteel beluister zijn minder. Erwin Zijleman

White Lung - Deep Fantasy (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: White Lung - Deep Fantasy - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

White Lung is een viertal uit het Canadese Vancouver, dat volgens AllMusic.com is beïnvloedt door riot grrrl, post-punk en hardcore punk. Dat is voor veel mensen waarschijnlijk een hele goede reden om met een grote boog om de muziek van de uit drie vrouwen en één man bestaande Canadese band heen te lopen, maar persoonlijk vind ik het een aanbeveling.

Toen de band ook nog eens werd gerelateerd aan Sleater-Kinney, L7, Bikini Kill en Hole was mijn interesse definitief gewekt. Deep Fantasy, de derde plaat van White Lung, heeft me vervolgens niet teleurgesteld.

Deep Fantasy duurt maar net twintig minuten, maar ramt je in die twintig minuten tien heerlijke punky popliedjes door de strot. Het zijn popliedjes met heerlijk overstuurde gitaarloopjes, oerdegelijke punky gitaarriffs, een energiek beukende ritmesectie, subtiele keyboards en aangenaam schreeuwerige vrouwenvocalen.

De zangeressen en de ritmesectie moeten het zeker niet hebben van groot muzikaal talent, maar compenseren dit met heel veel passie en energie. Het gitaarwerk op de plaat is daarentegen wel van hoog niveau. Naast punky riffs strooit de gitarist van de band driftig met de heerlijk inventieve, vaak in de hoogste versnelling uitgevoerde, gitaarloopjes, die iedere song op de plaat weer anders inkleuren en zorgen voor de broodnodige en in dit genre helaas wel eens zeldzame variatie.

Voor de rest is het tien tracks lang beuken. Ik geef direct toe dat ik niet altijd in de stemming ben voor dit soort muziek, maar zo op zijn tijd is het geweldig.

Wanneer ik behoefte heb aan een plaat in dit genre, greep ik tot dusver vrijwel altijd naar een plaat van Sleater-Kinney (met name Dig Me Out uit 1997 en The Woods uit 2005 zijn fantastische platen), maar ik denk dat Deep Fantasy van White Lung ook nog regelmatig voorbij gaat komen. Allereerst voor het spetterende gitaarwerk op de plaat, maar hiernaast ook vanwege de tomeloze energie van de band.

Deep Fantasy gaat 20 minuten vrijwel continu voluit. Dat lijkt kort, maar het is genoeg. Sprinten en duurloop zijn twee verschillende dingen, ook in de popmuziek. In die twintig minuten maakt White Lung op mij overigens een onuitwisbare indruk. Keer op keer. Ook toe aan een dosis muzikale energie? Grijp naar Deep Fantasy van White Lung. De plaat komt echt als een stoomwals over je heen. Dat doet even pijn, maar vervolgens wil je maar één ding: meer. Veel meer. Erwin Zijleman

White Poppy - Paradise Gardens (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: White Poppy - Paradise Gardens - dekrentenuitdepop.blogspot.com

White Poppy - Paradise Gardens
White Poppy heeft een dromerige soundtrack gemaakt voor een reis door niet bestaande werelden vol sprookjesachtige schoonheid en het nodige mysterie

De Canadese muzikante Crystal Dorval maakt inmiddels al een aantal jaren muziek als White Poppy, overigens zonder hier veel aandacht mee te trekken. Haar laatste album, Paradise Gardens, verdient deze aandacht absoluut, want het is een mooi en bijzonder album. Het is een album dat wordt gedragen door breed uitwaaiende soundscapes met flink wat lagen elektronica, die worden verrijkt door al even mooie gitaarlijnen en de dromerige zang van de Canadese muzikante. Heerlijke muziek om bij tot rust te komen of zelfs weg te dromen, maar ook muziek om laag voor laag te ontrafelen.

Ik heb de laatste weken een lichte voorkeur voor albums die de zon laten schijnen en voor albums die niet vies zijn van enige nostalgie; iets dat overigens prachtig samen kan gaan, zoals meerdere keren is gebleken op deze BLOG.

Voor nostalgie ben je ook bij White Poppy aan het juiste adres, al grossiert de Canadese muzikante voor de afwisseling eens niets in zonnestralen, maar in donkere wolken. Het bevalt me voor de afwisseling uitstekend.

In de openingstrack van Paradise Gardens, het derde volwaardige album van White Poppy naast flink wat alleen in eigen beheer uitgebrachte albums, laat het alter ego van de uit Vancouver afkomstige Crystal Dorval direct horen wat ze in huis heeft. Een basloopje dat zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van de postpunk wordt gecombineerd met zweverige klanken met een vleugje dreampop. Het klinkt alsof Cocteau Twins New Order bassist Peter Hook heeft ingehuurd voor net wat meer pit en dat klinkt verrassend aangenaam.

White Poppy vertrouwt zeker niet het hele album op de combinatie van dromerige klanken en diepe bassen, maar wisselt de incidentele wat meer uptempo tracks af met nog veel dromerigere songs, die voorzichtig opschuiven richting ambient of zelfs new age. Het is muziek die herinnert aan de jaren 80, maar het is muziek die ook zeker niet had misstaan in het eerste seizoen van Twin Peaks, al is het maar omdat de stem van Crystal Dorval net zo dromerig klinkt als die van Julee Cruise en de klanken van de Canadese muzikante nog wat extra mysterie toevoegen aan het Noord-Amerikaanse bergdorp uit de tv-serie van David Lynch.

White Poppy heeft het geluid op Paradise Gardens flink volgestopt met elektronica en vervolgens verrijkt met mooie dreampop of shoegaze achtige gitaarlijnen. Het uit meerdere lagen bestaande geluid bevat flink wat atmosferische lagen, maar ook experimentelere lagen en lagen die White Poppy juist een toegankelijker geluid geven. Zeker de tracks die de popsong met een kop en een staart wat meer los laten hebben een sterk beeldend karakter, al zijn de beelden die je op het netvlies getoverd krijgt lastig te interpreteren.

Zeker bij eerste beluistering had ik een voorkeur voor de net wat toegankelijkere songs op het album, maar juist de wat minder toegankelijke songs op het album prikkelen de fantasie uiteindelijk genadeloos. Het is knap hoe White Poppy er in slaagt om de klanken op haar album steeds breder uit te laten waaien, maar toch de aandacht weet vast te houden. Het is ook knap hoe ze de mysterieuze soundscapes op haar album weet te combineren met iets dat lijkt op popsongs en hoe haar stem zich als nog een paar extra lagen over het al zo rijke klankenpalet heen drapeert.

Paradise Gardens neemt je mee naar tuinen waarin de begrippen rust en schoonheid een nieuwe dimensie hebben gekregen. White Poppy maakt muziek die uitnodigt tot ontspannen, maar het is ook muziek vol geheimen, die je stuk voor stuk wilt ontrafelen, om vervolgens te ontdekken dat de Canadese muzikante ook nog wat folk en psychedelica heeft verstopt in haar bijzondere muziek. Paradise Gardens van White Poppy is geen album voor alle dagen, maar zo op zijn tijd klinkt het geweldig en blijf je maar nieuwe dingen horen. Erwin Zijleman

White Tail Falls - Age of Entitlement (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: White Tail Falls - Age Of Entitlement - dekrentenuitdepop.blogspot.com

White Tail Falls - Age Of Entitlement
White Tail Falls is het wat mysterieuze alter ego van een Britse muzikant die op zijn debuut het spectrum tussen verstilde indie-folk en uitbundige pop op zeer fraaie wijze bestrijkt

Even dacht ik met een zangeres te maken te hebben, maar White Tail Falls blijkt het alter ego van de Britse muzikant Irwin Sparkes, die tot dusver geen heel indrukwekkend CV heeft. Het debuut als White Tail Falls is wel indrukwekkend. Het album opent verstild en roept direct associaties op met het debuut van Bon Iver, maar aangejaagd door de fraai gearrangeerde strijkers kan Age Of Entitlement ook vol en bijna sprookjesachtig klinken. De instrumentatie is keer op keer prachtig, de songs zijn sterk en de zang is niet alleen bijzonder maar ook mooi. Alle reden dus om het bijzondere debuut van White Tail Falls eens te proberen.

Ik kan maar heel weinig informatie vinden over Age Of Entitlement van White Tail Falls. Na enig speurwerk weet ik dat White Tail Falls het alter ego is van de uit Londen afkomstige muzikant Irwin Sparkes. Verder zoeken op deze naam brengt je bij de band The Hoosiers, die het afgelopen decennium een aantal weinig opzienbarende albums uitbracht. Meer weet ik eigenlijk niet, maar ik weet wel dat Age Of Entitlement van White Tail Falls een stuk interessanter is dan het eerdere werk van Irwin Sparkes.

Age Of Entitlement opent uiterst sober. Subtiele akoestische gitaren, hier en daar wat synths, uiteindelijk wat strijkers en de hoge stem van Irwin Sparkes, die ik in eerste instantie aan een vrouw had toegedicht. Het doet wel wat denken aan de muziek waarmee Bon Iver ooit opdook, al is de muziek van White Tail Falls wel wat voller en ook zoeter.

Het bevalt me uitstekend. Wanneer White Tail Falls kiest voor sobere klanken heeft de muziek van de Britse muzikant een bijna rustgevende werking, maar omdat Age Of Entitlement ook steeds schakelt tussen ingetogen en meer uitbundige passages, blijft het album ook spannend.

De instrumentatie op het eerste album van White Tail Falls is wat mij betreft van een bijzondere schoonheid. Het akoestische gitaarspel klinkt warm en ruimtelijk en voorziet het album van een mooie basis waarop verder wordt gebouwd met piano, synths en vooral strijkers, die hier en daar stevig mogen aanzwellen, wat het album voorziet van veel dynamiek.

Door alle dynamiek is het lastig om een eenduidig etiket op het debuut van het alter ego van Irwin Sparkes te plakken. Zeker in de meest ingetogen momenten past het album prima in het hokje indie-folk, maar wanneer de instrumentatie wat uitbundiger is en de sfeer wat zwoeler, schuift het album ook op richting pop.

Ik kan met beide uitersten uit de voeten. White Tail Falls slaagt er in om muziek te maken die de fantasie prikkelt, maar die zich ook als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat en Irwin Sparkes is voorzien van een stem die zich onderscheidt van de meeste andere stemmen en die er constant in slaagt om niet alleen de aandacht vast te houden, maar je ook te raken.

The Age Of Entitlement is met bescheiden middelen gemaakt, maar maakt indruk met een prachtig klinkend geluid, waarin akoestische gitaren, strijkers, elektronica en de bijzondere stem van Irwin Sparkes continu fraaie dingen laten horen. Ook de songs van de Britse muzikant zijn zeer aansprekend. Het zijn songs vol melancholie en vaak wat donkere tinten, zeker wanneer de strijkers weemoedig aanzwellen, maar het zijn ook songs met sprookjesachtige accenten en het zijn songs die over het algemeen genomen bijzonder lekker in het gehoor liggen en die het perfecte popliedjes nergens te ver uit het oog verliezen.

Aan de andere kant durft Irwin Sparkes vrijwel continu te experimenteren met bijzondere accenten in de instrumentatie en verrassende wendingen in zijn songs, die in de titeltrack met wat lagere zang opeens opschuiven van Bon Iver naar Fleet Foxes, om nog maar eens een naam te noemen. Na herhaalde beluistering van The Age Of Entitlement van White Tail Falls is er eigenlijk maar één ding dat ik niet begrijp: waarom krijgt dit album zo weinig aandacht? Erwin Zijleman

Whitelands - Night-bound Eyes Are Blind to the Day (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whitelands - Night-Bound Eyes Are Blind To The Day - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Whitelands - Night-Bound Eyes Are Blind To The Day
De Britse band Whitelands opent op haar debuutalbum Night-Bound Eyes Are Blind To The Day de archieven van de shoegaze en dreampop, maar voegt ook een aantal subtiele accenten toe aan het vertrouwde geluid

Het deze week verschenen eerste album van de band van de Britse muzikant Etienne Quartey-Papafio voelt direct vanaf de eerste noten als het spreekwoordelijke warme bad. Whitelands sluit op haar debuutalbum aan bij de shoegaze en dreampop die in de eerste helft van de jaren 90 werd gemaakt en heeft goed geluisterd naar de albums van Slowdive. Night-Bound Eyes Are Blind To The Day klinkt daarom direct vertrouwd, maar de songs van de band zijn van hoog niveau en klinken prachtig. Hier en daar voegt Whitelands subtiele details toe aan de vertrouwde invloeden uit het verleden, wat het album nog wat aantrekkelijker maakt. Misschien niet het meest vernieuwende album van deze week, maar wel bijzonder mooi.

Night-Bound Eyes Are Blind To The Day, het deze week verschenen debuutalbum van de Britse band Whitelands, maakt zeker geen aanspraak op de originaliteitsprijs, maar het is wel een uitstekend album, dat ik met steeds meer plezier beluister. Het is een album dat je direct vanaf de eerste noten mee terug neemt naar de hoogtijdagen van de shoegaze en de dreampop.

Whitelands heeft zich stevig laten inspireren door de albums die met name Slowdive maakte in de eerste helft van de jaren 90 en maakt geen moment een geheim van de liefde en bewondering voor de muziek van deze roemruchte band, die zelf vorig jaar overigens ook met veel succes voortborduurde op haar gloriejaren en die Whitelands heeft uitgenodigd als support-act.

Whitelands was in eerste instantie een soloproject van de Britse muzikant Etienne Quartey-Papafio, wat in 2018 al een mini-album opleverde, maar inmiddels is het een echte band. Etienne Quartey-Papafio had zelf een achtergrond in de gruizige indierock, terwijl zijn bandgenoten actief waren in de R&B, (post)punk en techno, maar op Night-Bound Eyes Are Blind To The Day blijft de band, zeker op het eerste gehoor, netjes binnen de grenzen van de shoegaze en dreampop.

Dat levert direct vanaf de eerste noten breed uitwaaiende gitaarwolken op en deze worden gecombineerd met subtielere gitaarloopjes, stevig aangezette bassen, strak drumwerk en lekker lome zang. Al na een paar noten ben je terug aan het begin van de jaren 90, maar Night-Bound Eyes Are Blind To The Day heeft af en toe ook een jaren 80 vibe, met name wanneer de zang nog wat dromeriger klinkt, de mannen- en vrouwenstemmen prachtig samenvloeien en Whitelands ook nog mooie koortjes toevoegt.

Ik heb al stapels albums in dit genre, maar Whitelands wist me makkelijk te verleiden. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de schoonheid van de songs, die vol dynamiek zitten, maar het tempo meestal redelijk laag houden. Whitelands voegt echter ook wel wat toe aan alle muziek die in de jaren 90 in de shoegaze en dreampop werd gemaakt. Vooral het baswerk van Vanessa Govinden, die eerder speelde met de (post)punk band Big Joane, is opvallend mooi en melodieus en voorziet de muziek van Whitelands van een bijzondere flow. Ook de zang en met name de wijze waarop de mannen- en vrouwenstemmen blenden op Night-Bound Eyes Are Blind To The Day vind ik onderscheidend mooi. Het klinkt af en toe als Prefab Sprout met een shoegaze injectie en dat klinkt verrassend goed.

Whitelands betovert acht songs en ruim een half uur lang met prachtige klanken en een bijzondere sfeer en hoewel de band stevig citeert uit de archieven van de shoegaze en de dreampop en uit de catalogus van Slowdive, klinkt Night-Bound Eyes Are Blind To The Day voldoende gevarieerd om je ruim een half uur op het puntje van de stoel te houden.

Ik begrijp op zich wel dat de muziekpers in deze weken met heel veel nieuwe albums niet staan te springen om een op het eerste gehoor weinig onderscheidend album als dat van Whitelands te bespreken, maar op detailniveau weet de band uit Londen zich wel degelijk te onderscheiden en Night-Bound Eyes Are Blind To The Day is hiernaast echt een bijzonder mooi album, waarbij het echt fantastisch wegdromen is. De mooie herinneringen uit het verleden komen vervolgens vanzelf. Erwin Zijleman

Whitney - Candid (2020)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whitney - Candid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Whitney - Candid
Aangenaam tussendoortje van het Amerikaanse duo Whitney, dat de fraaie selectie covers stiekem ook nog eens voorziet van een prachtige instrumentatie en uitstekende vocalen

Ik hou wel van de muziek van het Amerikaanse duo Whitney, zeker als het binnen en buiten zomers aanvoelt. Candid moet gezien worden als een tussendoortje. Het album met uitsluitend songs van anderen duurt maar net een half uur en werd live in de studio opgenomen. Het maakt het extra knap dat Candid zo geweldig klinkt. De instrumentatie is rijk, sfeervol en trefzeker en hetzelfde geldt voor de falset vocalen, die herinneren aan de Bee Gees. Candid neemt je meer terug naar het Californië van de jaren 70 op een knap album dat best een tussendoortje genoemd mag worden, maar in kwalitatief opzicht veel meer is dan dat.

Bij de naam Whitney moet ik nog altijd aan Whitney Houston denken, maar inmiddels toch ook steeds vaker aan het Amerikaanse duo dat met Light Upon The Lake (2016) en vooral Forever Turned Around (2019) twee opvallende albums afleverde. Tussendoor was er ook nog een aangenaam tussendoortje met demo’s en ook het deze week verschenen Candid zie ik vooralsnog maar als een tussendoortje.

Op Candid vertolken de voormalige Smith Westerns leden Julien Ehrlich en Max Kakacek immers ruim een half uur lang songs van anderen. De Amerikaanse muzikanten doen dit echter wel op zeer geïnspireerde en gloedvolle wijze.

Net als op de vorige albums van het tweetal haalt ook Candid vooral inspiratie uit de blue-eyed soul uit de jaren 70 en het is blue-eyed soul die bij voorkeur afkomstig is uit Californië. Whitney herinnert wederom aan de hoogtijdagen van de Bee Gees en Steely Dan, om maar eens twee namen te noemen, en maakt muziek die in de zomer net wat lekkerder klinkt dan in de andere seizoenen.

Net als de vorige albums van het duo uit Chicago doet ook Candid weer meer dan vermaken. In muzikaal opzicht steekt de muziek van Julien Ehrlich en Max Kakacek knap in elkaar en ook met hun falset stemmen maken de twee Amerikaanse muzikanten steeds weer indruk. Ondanks het muzikale en vocale vuurwerk klinkt Candid echter ook heerlijk lichtvoetig, zeker op een broeierige zomerdag.

Candid is zoals gezegd een album dat uitsluitend is gevuld met songs van anderen, maar ook op dit terrein maakt Whitney zich er niet makkelijk van af. Candid opent met een song van R&B sensatie Kelela en springt in de tracks die volgen van de hak op de tak. Van Damien Jurado naar John Denver, van Moondog naar Bryan Eno en David Byrne, van The Roaches naar Labi Sifre en van SWV naar Blaze Foley. Het zijn nogal verschillende muzikanten, maar de songs van deze muzikanten worden op Candid allemaal Whitney songs.

Ik noemde het album hierboven al een tussendoortje, maar voor een tussendoortje is het allemaal wel erg smaakvol. De instrumentatie betovert continu met bijzonder fraaie gitaarlijnen, aangename blazers en sfeervolle synths en ook aan de zang is hoorbaar veel aandacht besteed, net als aan de selectie van de songs.

Veelgehoorde kritiek op bands als Whitney is dat het allemaal wel heel zoet en lichtvoetig klinkt, maar dat is nog niet zo makkelijk als het lijkt. Candid is niet alleen een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar het is ook een album vol prachtige details en het is een album dat in een aantal gevallen de originelen het nakijken geeft.

Samen met Waxahatchee wordt Take Me Home, Country Roads van John Denver opeens een song vol diepgang en schoonheid en zo zijn er meer songs die wat mij betreft veel beter klinken dan de al lang vergeten of onbekende originelen. Hier en daar met een vleugje country, maar ook dit keer domineren de blue-eyed soul en de Californische pop uit de jaren 70.

Candid werd overigens live in de studio opgenomen met de flink uit de kluiten gewassen tourband van Whitney met maar liefst drie gitaristen. Het geeft het buitengewoon fraaie geluid op het tussendoortje van Whitney nog wat meer glans. Erwin Zijleman

Whitney - Forever Turned Around (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whitney - Forever Turned Around - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Whitney - Forever Turned Around
De zomer verdwijnt langzaam maar zeker uit het land, maar met het tweede album van Whitney houd je het zonnige, lome en zorgeloze gevoel nog even vast

Het debuut van de Amerikaanse band Whitney was aan het eind van 2016 de grote verrassing in flink wat jaarlijstjes. Ik was in eerste instantie enthousiast over het album, maar het wat rommelig klinkende album wist mijn enthousiasme helaas niet vast te houden. Het na ruim drie jaar verschenen tweede album van de band uit Chicago klinkt een stuk beter. Whitney klinkt nog altijd onbezorgd en onbevangen, maar heeft haar geluid op fraaie wijze opgepoetst. Forever Turned Around biedt de zonnige verleiding van zijn voorganger, maar is in artistiek opzicht een stuk interessanter. Een mooi album om het vakantiegevoel nog even mee vast te houden.

Ik was ruim drie jaar geleden na een veelbelovende start uiteindelijk niet heel erg onder de indruk van Light Upon The Lake, het debuut van de Amerikaanse band Whitney. Veel critici en muziekliefhebbers en critici dachten daar anders over, want het album dook aan het eind van 2016 op in verrassend veel jaarlijstjes.

De band rond voormalige Smith Westerns leden Julien Ehrlich en Max Kakacek klonk ook in mijn oren heerlijk laid-back en zomers, maar de soulvolle 60’s en 70’s pop van de band bleef bij mij niet erg lang hangen. Bovendien vond ik het geluid op het album wat dof en ging de zang me op een gegeven moment tegen staan.

Het deze week verschenen tweede album van de band uit Chicago bevalt me een flink stuk beter. Forever Turned Around heeft een helderder, warmer en verzorgder geluid dan zijn voorganger en ook de zang op het album klinkt een stuk beter en staat me niet langer tegen. Whitney maakt ook op haar tweede album muziek die herinnert aan de soulvolle pop uit de jaren 60 en 70, met hier en daar wat flarden van de Bee Gees en Steely Dan, maar ook herinneringen aan andere blue-eyed soul uit deze decennia.

De band borduurt op haar tweede album nadrukkelijk voort op de muziek van het zo goed ontvangen debuut, maar heeft alles wel flink opgepoetst. De instrumentatie klinkt behoorlijk vol, zeker wanneer blazers en strijkers worden ingezet en in deze instrumentatie hebben invloeden uit de soul en de jazz aan terrein gewonnen, al put Whitney ook nog altijd uit de archieven van de folk.

Het is aan de ene kant een behoorlijk vol klinkende instrumentatie, maar Forever Turned Around is ook een subtiel klinkend album vol fraaie accenten, waartussen vooral de bijzondere fraaie en veelkleurige gitaarlijnen opvallen. Het met blazers, strijkers en wonderschone gitaarlijnen versierde geluid van de band past prachtig bij de falset zang op het album. Waar de zang me vorige keer na een paar keer horen wat tegen ging staan, klinkt het nu een stuk overtuigender.

Whitney heeft hoorbaar zorg besteed aan het opnemen van haar tweede album, waardoor Forever Turned Around veel beter klinkt dan de wat rommelige voorganger. Ondanks alle aandacht voor de instrumentatie en de productie klinkt het tweede album van Whitney gelukkig net zo loom, zonnig en zorgeloos als het debuut van de band uit Chicago, wat stevig bijdraagt aan de verleidingskracht van het album.

Na mijn mindere ervaringen met het debuut van Whitney had ik geen hele hoge verwachtingen, maar Forever Turned Around is echt een heerlijk album. Het is een album waarmee je de zomer nog een tijdje kunt vasthouden, maar het is ook een album dat prima in staat moet worden geacht om flink wat herfst- en winteravonden te verwarmen met songs die veel knapper in elkaar steken dan je bij eerste beluisteringen zult vermoeden. Erwin Zijleman

Whitney - Small Talk (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Whitney - Small Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Whitney - Small Talk
Het Amerikaanse duo Whitney sloeg op haar vierde album net wat andere wegen in, maar verleidt op haar nieuwe album Small Talk weer meedogenloos met warme klanken en een bijzonder aangename jaren 70 vibe

Er zijn veel meer bands die zich laten beïnvloeden door muziek uit de jaren 70 en met name door alles tussen Steely Dan en The Bee Gees, maar geen band doet dit zo goed als het duo Whitney. Julien Ehrlich en Max Kakacek leken het op hun vorige album een beetje kwijt, maar op het deze week verschenen Small Talk hebben ze de oude vorm weer hervonden. Small Talk ligt in het verlengde van de eerste drie albums van het duo uit Chicago en klinkt weer ongelooflijk lekker. Je moet wat in de stemming zijn voor de wat zoetgevooisde muziek van het Amerikaanse tweetal, maar op het juiste moment doen de songs van Whitney ook op Small Talk weer wonderen.

Bij de naam Whitney moet ik altijd in eerste instantie aan Whitney Houston denken en pas hierna aan het Amerikaanse duo dat deze week haar vijfde album heeft uitgebracht. Whitney Houston en het duo Whitney hebben overigens wel iets met elkaar gemeen. Whitney Houston was absoluut een fantastische zangeres, maar haar albums waren zonder uitzondering zo glad als een aal. Ik heb altijd gehoopt dat ze nog eens een ruw soulalbum zou maken, maar haar trieste dood in 2012 deed alle hoop op zo’n album vervliegen. Ook de muziek van het duo Whitney is aan de gladde kant, maar waar dat me bij Whitney Houston enorm in de weg zat, ben ik tot dusver zeer gecharmeerd van de muziek van het duo Whitney.

Dat ben ik niet altijd, want ik besprak tot dusver twee van de vier albums van het duo dat wordt gevormd door Julien Ehrlich en Max Kakacek. De twee kennen elkaar van de band Smith Westerns, maar vormen inmiddels al een jaar of tien Whitney. Ik besprak zoals gezegd twee van de vier vorige albums van Whitney, maar naast Forever Turned Around (2019) en Candid (2020) kan ik inmiddels ook Light Upon The Lake, het debuutalbum van Whitney uit 2016, zeker waarderen.

Op SPARK sloeg het tweetal drie jaar geleden een net wat andere richting in, met meer aandacht voor ritmes. Het sprak me net wat minder aan dan de eerdere albums, al bleef het wel Whitney. Julien Ehrlich en Max Kakacek keren deze week terug met hun vijfde album en Small Talk zit weer wat dichter tegen de eerdere albums van het tweetal aan en keert hiermee terug naar een vertrouwd geluid.

Ook op Small Talk vinden de twee muzikanten uit Chicago, Illinois, de inspiratie weer vooral in de jaren 70. De namen van Steely Dan en The Bee Gees worden vaak genoemd bij het beschrijven van de muziek van Whitney en dat is niet voor niets. Het eerste heeft waarschijnlijk vooral te maken met de mooie klanken en de invloeden uit de jazz in de muziek van het tweetal, terwijl associaties met de muziek van de broers Gibb vooral wordt gevoed door de falsetstem van Julien Ehrlich en de fraaie harmonieën met Max Kakacek. Bij beluistering van de muziek van Whitney komen overigens veel meer namen naar boven en het zijn meestal namen uit de popmuziek uit de jaren 70, met een voorliefde voor blue-eyed soul en softrock.

Het tweetal werkte in het verleden met ervaren producers, onder wie topproducer Brad Cook, maar Small Talk werd door Julien Ehrlich en Max Kakacek zelf geproduceerd. Dat hebben de twee prima gedaan, want Small Talk klinkt net zo lekker als de eerste drie albums van Whitney. Ook het nieuwe album van het duo uit Chicago is weer een album vol zonnestralen. Daar hebben we op dit moment toevallig geen gebrek aan, maar er komen vast donkere dagen aan, waarop Small Talk van Whitney kan gaan zorgen voor de broodnodige hoeveelheid vitamine D.

Ik noemde de muziek van Whitney aan het begin van deze recensie aan de gladde kant en ook Small Talk klinkt op zijn minst redelijk gepolijst, maar wat klinkt het ook weer lekker, zeker als Madison Cunningham nog even mee zingt. Zeker op een lome zondag zorgen de warme klanken van Whitney voor een zeer aangename sfeer. Luister net wat beter en je hoort dat de songs van Julien Ehrlich en Max Kakacek weer knap in elkaar zitten en net zo leuk blijven als bij eerste beluistering. Erwin Zijleman

Whitney Rose - Heartbreaker of the Year (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whitney Rose - Heartbreaker Of The Year - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik ben gek op Amerikaanse rootsmuziek, maar schaar mezelf zeker niet onder de rootspuristen. Rootsmuzikanten die buiten de lijntjes durven te kleuren hebben over het algemeen zelfs mijn voorkeur, waarbij het me niet zoveel uit maakt of de gebaande paden worden verlaten voor verantwoorde genres of voor schaamteloos toegankelijke pop.

De dit jaar verschenen platen van Kacey Musgraves en Lindi Ortega hebben vanwege de uitstapjes buiten de gebaande paden en zeker ook vanwege het gevoel voor aanstekelijke popmuziek al kunnen rekenen op heel veel luisterbeurten en zijn zeker niet kansloos voor de jaarlijstjes.

Het zijn platen die vanaf nu zullen moeten concurreren met Heartbreaker Of The Year van de Canadese Whitney Rose. Net als landgenoot Lindi Ortega laat Whitney Rose zich in eerste instantie inspireren door countrymuziek uit een ver verleden met inspiratiebronnen die variëren van Patsy Cline tot Dolly Parton, maar Heartbreaker Of The Year klinkt ondanks alle referenties naar een ver verleden ook fris en eigentijds.

Wanneer Whitney Rose invloeden uit de 50s rock ’n roll toelaat in haar muziek ligt de vergelijking met Lindi Ortega voor de hand, terwijl de meer pop georiënteerde songs associaties oproepen met de prachtplaat van Kacey Musgraves. Hier blijft het niet mee, want Whitney Rose stopt ook zeker voldoende invloeden uit de (alternatieve) country in haar muziek om liefhebbers van de net wat puurdere Amerikaanse rootsmuziek te overtuigen.

Heartbreaker Of The Year is in muzikaal opzicht een lekker in het gehoor liggende plaat met ook flink wat muzikaal vuurwerk (wat vooral van de gitarist komt), maar het meeste vuurwerk komt van de soepele en opvallend veelzijdige stem van Whitney Rose, die de vergelijking met de aansprekende grote namen hierboven zeker aan kan en net zo makkelijk gloedvol kan rocken of tranen kan trekken met de emotievolle ballads waarmee de countrymuziek ooit beroemd werd, maar ook verleidelijk kan fluisteren of een prachtversie van Be My Baby neer kan zetten. Droomplaat. Erwin Zijleman

Whitney Rose - Rosie (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whitney Rose - Rosie - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Whitney Rose - Rosie
Rosie van Whitney Rose verscheen ruim twee maanden geleden al, maar het vijfde album van de van oorsprong Canadese muzikante is met tijdloze countrymuziek echt veel te mooi om onder te sneeuwen deze zomer

Whitney Rose groeide op in Canada, maar werkt inmiddels al een aantal jaren vanuit Austin, Texas. Dat hoor je, want de Americana op Rosie klinkt net wat anders dan de meeste albums die momenteel in Nashville worden gemaakt. Het prachtige gitaarwerk op het album springt nadrukkelijk in het oor, maar het is de stem van Whitney Rose die de meeste indruk maakt. Het is een stem die herinnert aan de groten uit het verleden, maar ook in het heden kan de Canadese muzikante met de besten mee. Vergeleken met haar vorige albums weet Whitney Rose weer net wat anders te klinken en bevestigt ze nogmaals haar talent. Whitney Rose is in Nederland helaas volslagen onbekend, maar dat moet echt gaan veranderen.

Ik was de afgelopen jaren erg enthousiast over het tweede, derde en vierde album van de van oorsprong Canadese singer-songwriter Whitney Rose. Op Heartbreaker Of The Year (2015), Rule 62 (2017) en We Still Go To Rodeos (2020) liet de muzikante, die inmiddels al een tijd Austin, Texas, als thuisbasis heeft, horen dat ze haar klassiekers binnen de countrymuziek kent, maar zich niet laat vastpinnen op een vast geluid. Zo klonk ze op Heartbreaker Of The Year vooral eigentijds met hier en daar een flirt met pop, bestreek ze op Rule 62 een aantal decennia countrymuziek en rock ’n roll en putte ze op We Still Go To Rodeos vooral uit de archieven van de countrymuziek en countryrock uit de jaren 80.

Ondanks mijn enthousiasme over de vorige drie albums van Whitney Rose en het feit dat ik de promo van haar nieuwe album echt al maanden geleden in de digitale postbus vond, is het ruim twee maanden geleden verschenen Rosie helaas op de stapel blijven liggen. Dat is jammer, want de muziek van Whitney Rose krijgt in Nederland maar weinig aandacht, maar verdient deze aandacht zeker.

Ook met Rosie heeft de Canadese muzikante weer een sterk album afgeleverd. Het vijfde album van Whitney Rose werd opgenomen in haar thuisbasis Austin, waar ze in de studio gezelschap kreeg van een aantal prima muzikanten en co-producer Michael McKeown. Je hoort nog altijd goed dat Whitney Rose vanuit Texas opereert en niet vanuit Nashville, waardoor ze zich wat makkelijker kan ontworstelen aan het Nashville keurslijf.

Ook op Rosie omarmt Whitney Rose weer een aantal decennia countrymuziek, zonder te blijven steken in een bepaald decennium. Op haar nieuwe album heeft de muzikante uit Austin haar horizon bovendien verbreed, waardoor je Rosie waarschijnlijk het meeste recht doet met het etiket Americana.

Op Rosie verwerkt Whitney Rose uiteenlopende invloeden, maar door de zeer competent spelende muzikanten heeft het album een consistent geluid. In dit geluid domineren de gitaren en verwante snareninstrumenten, maar ook de viool en het orgel hebben hier en daar een prominente plek in de muziek van Whitney Rose. Ik hou wel van de gitaar georiënteerde Americana op het album, die overigens lang niet altijd zo mooi en warm klinkt als op Rosie, waardoor Whitney Rose niet veel tijd nodig had om me te overtuigen, wat het extra zuur maakt dat ik het album ruim twee maanden heb laten liggen.

Het snarenwerk op het album zal veel meer liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek over de streep trekken, maar ik heb het nog niet gehad over de stem van de Canadese muzikante en dat is wat mij betreft toch haar sterkste wapen. De stem van Whitney Rose herinnert aan flink wat grote countryzangeressen uit het verleden en past uitstekend bij het soort muziek dat ze maakt op Rosie. De muzikante uit Austin zingt met veel gevoel, maar de zang op haar nieuwe album klinkt ook warm.

Het is al een tijdje flink dringen in de genres waarin Whitney Rose zich beweegt op haar nieuwe album, maar door het fantastische gitaarwerk van onder andere Dave Leroy Biller en de uitstekende zang, springt Rosie er absoluut uit in het aanbod van het moment. Het is een album dat je af en toe decennia mee terug in de tijd sleurt, maar oubollig klinkt de gloedvolle country van Whitney Rose echt geen moment. Erwin Zijleman

Whitney Rose - Rule 62 (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whitney Rose - Rule 62 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Whitney Rose maakte twee jaar geleden indruk met een debuut (Heartbreaker Of The Year) dat was geworteld in de countrymuziek uit de jaren 50, 60 en 70, maar dat ook aansluit bij de hedendaagse country uit Nashville.

Heartbreaker Of The Year was lang niet zo succesvol als de platen van tijdgenoten als Lydia Loveless, Nikki Lane en Kacey Musgraves, maar dat Whitney Rose kon worden opgeschreven als belofte voor de toekomst was zeker.

Whitney Rose verruilde na haar debuut het Canadese Toronto voor Austin in Texas en bracht aan het begin van het jaar al een prima EP (South Texas Suite) uit als eerbetoon aan haar nieuwe thuisbasis.

Op haar tweede plaat Rule 62 laat Whitney Rose horen dat ze nog veel meer in huis heeft. Rule 62 citeert, net als zijn voorganger, nadrukkelijk uit de archieven van de country uit de jaren 50, 60 en 70 en de rock ’n roll uit de jaren 50 en eert misschien nog wel wat nadrukkelijker dan deze voorganger de klassiekers uit het verleden en de muziek die Whitney Rose in haar jeugd op het Canadese Prince Edward Island met de paplepel kreeg ingegoten.

Rule 62 is geproduceerd door Raul Malo en Niko Bolas en zij hebben de tweede plaat van Whitney Rose voorzien van een tijdloos geluid vol invloeden uit het verleden. Het is een geluid dat wat minder blinkt en wat minder flirt met pop dan de producties uit Nashville, maar dat komt de kwaliteit van Rule 62 alleen maar ten goede.

Whitney Rose voelt zich hoorbaar als een vis in het water in het tijdloze Americana geluid dat de muzikanten op haar plaat hebben neergelegd en zingt de sterren van de hemel. De Canadese singer-songwriter beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor dit soort muziek en combineert op gloedvolle wijze heldere vocalen met emotie en natuurlijk de in de countrymuziek zo gewenste snik. De stem van Whitney Rose maakte op Heartbreaker Of The Year al indruk, maar heeft op haar tweede plaat aan kracht, emotie en diepte gewonnen.

Ook in muzikaal opzicht is Rule 62 een interessantere plaat dan zijn voorganger met een geluid dat de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten ademt en opvalt door geweldig galmend en af en toe spetterend gitaarwerk, een vlammende accordeon en hier en daar een vleugje Southern soul, blues of rock ‘n roll.

Het is genoeg om Rule 62 flink boven het debuut van Whitney Rose uit te laten stijgen, maar de tweede plaat van de Canadese singer-songwriter heeft nog meer sterke wapens. Whitney Rose is op haar tweede plaat niet alleen gegroeid als zangeres, maar heeft ook een serie solide songs geschreven, die niet onder doen door die van haar beste soort- en tijdgenoten.

In de Verenigde Staten is de tweede plaat van Whitney Rose enthousiast ontvangen en dat begrijp ik volledig. In Nederland is het nog betrekkelijk stil rond de plaat, maar dat gaat absoluut veranderen, want de tijdloze Americana van Whitney Rose moet het ook hier goed kunnen doen. Zelf ben ik inmiddels volledig overtuigd van haar kwaliteiten en geniet ik steeds meer van deze gloedvolle rootsplaat. Erwin Zijleman

Whitney Rose - We Still Go to Rodeos (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Whitney Rose - We Still Go To Rodeos - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Whitney Rose - We Still Go To Rodeos
Whitney Rose sleept er nog wat invloeden uit een aantal decennia countrymuziek bij en levert de soundtrack voor een warme, nostalgische en zorgeloze lente en zomer af

De van oorsprong Canadese singer-songwriter Whitney Rose is voor de derde keer op rij goed voor een album vol tijdloze countrymuziek. De muzikante uit Austin, Texas, schuift dit keer wat meer op richting de jaren 80, waardoor We Still Go To Rodeos weer flink anders klinkt dan zijn twee voorgangers. Wat is gebleven is de hang naar het verleden, het goede gevoel voor tijdloze songs en een geweldige stem die in alle uithoeken van de country uit de voeten kan. We Still Go To Rodeos is zo’n album dat je direct een goed gevoel geeft, maar het is ook al snel een album dat je wilt koesteren, net als zijn twee voorgangers.

We leven in een tijd waarin alles in een rap tempo verandert, maar gelukkig zijn er ook dingen die niet veranderen. De van oorsprong Canadese singer-songwriter Whitney Rose maakte al twee albums indruk met countrymuziek zoals die in de afgelopen decennia werd gemaakt en ook op haar nieuwe album is ze de countrymuziek uit het verleden trouw gebleven. Ook We Still Go To Rodeos zwicht geen moment voor gladde Nashville countrypop, maar citeert rijkelijk uit een aantal decennia countrymuziek.

Op haar drie albums schuift de singer-songwriter uit Austin, Texas, overigens wel wat op in de tijd. Waar Heartbreaker Of The Year uit 2015 flink wat invloeden uit de country en rock ’n roll uit de jaren 50 bevatte en Rule 62 uit 2017 ook de jaren 60 en 70 erbij pakte, neemt Whitney Rose je op We Still Go To Rodeos ook mee naar de jaren 80, waardoor het album weer anders klinkt dan zijn voorgangers.

Whitney Rose werkte op haar vorige twee albums met producer en The Mavericks voorman Raul Malo, maar heeft dit keer gekozen voor Paul Kolderie, die werkte met bands Uncle Tupelo en Morphine, maar ook met meer rock georiënteerde bands als Buffalo Tom en Radiohead. Het heeft Whitney Rose er niet van weerhouden om ook dit keer muziek te maken die is geworteld in de countrymuziek uit het verleden. Paul Kolderie heeft overigens wel vakwerk geleverd, want het nieuwe album van Whitney Rose klinkt geweldig. We Still Go To Rodeos is een album dat onmiddellijk uitnodigt tot zorgeloos luieren in de lentezon en biedt hiervoor de perfecte soundtrack.

De Texaanse muzikante put zoals gezegd uit een steeds breder verleden, wat een zeer gevarieerd album heeft opgeleverd. Het is een album dat stevig kan rocken, maar het is ook een album met honingzoete country ballads of genadeloze country tearjerkers. In alle gevallen is het geluid van Whitney Rose lekker vol ingekleurd met flink wat instrumenten, waarbij de gitaren het meest in het oor springen. Dat laatste is ook niet zo gek, want Whitney Rose schakelde een heel bataljon gitaristen in, onder wie ouwe rot Gurf Morlix.

We Still Go To Rodeos is door alle invloeden uit het verleden een wat nostalgisch aandoend album, maar het is ook een tijdloos album vol songs die na één keer horen in het geheugen zijn opgeslagen. Het is de verdienste van bijzonder aangename melodieën en aanstekelijke refreinen, maar ook het gloedvolle geluid op het album heeft stevig bijgedragen aan het aangename gevoel dat We Still Go To Rodeos me bezorgd.

Hiermee is nog niet alles gezegd, want ook op haar nieuwe album toont Whitney Rose zich een uitstekend zangeres. Het is een zangeres die het voortouw kan nemen in de wat soberder ingekleurde songs, maar die ook wanneer de gitaren de hoofdrol opeisen makkelijk overeind blijft.

We Still Go To Rodeos heeft vaak een 80s country feel, maar Whitney Rose kleurt ook makkelijk buiten de lijntjes van het genre door invloeden uit onder andere de rock, blues en soul toe te laten in haar muziek. Het levert een album op dat makkelijk overtuigt, dat de ruimte vult met warme en aangename klanken en dat me bij iedere luisterbeurt weer net wat vrolijker maakt. De vernieuwingsprijs wint Whitney Rose deze week niet, maar de feelgood prijs is binnen. De kwaliteitsprijs overigens ook. Erwin Zijleman

Why Bonnie - 90 in November (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Why Bonnie - 90 In November - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Why Bonnie - 90 In November
De Amerikaanse band Why Bonnie lijkt de zoveelste band met een voorliefde voor vrouwelijke 90s indierock, maar hoe vaker je naar dit album luistert, hoe mooier, veelzijdiger en bijzonderder het wordt

Why Bonnie heeft de afgelopen week nog niet heel veel aandacht getrokken met haar debuutalbum, maar 90 In November verdient deze aandacht absoluut. De frontvrouw van de van oorsprong Texaanse band schreef de meeste songs voor het album in New York, maar er werd uiteindelijk gekozen voor een studio in Texas en dat hoor je. Why Bonnie put uit de archieven van de 90s indierock, maar verwerkt ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs. Hier blijft het niet bij, waardoor je steeds meer moois hoort in de songs van de Amerikaanse band, die in de persoon van Blair Howerton ook nog eens beschikt over een uitstekende zangeres en songwriter.

90 In November is het debuutalbum van de Amerikaanse band Why Bonnie en volgt op een aantal prima EP’s. De band komt oorspronkelijk uit Austin, Texas, maar omdat frontvrouw Blair Howerton de muziekhoofdstad van The Lone Star State inmiddels heeft verruild voor Brooklyn, New York, werden de meeste songs voor het debuut van Why Bonnie geschreven in The Big Apple tijdens de eindeloze lockdowns van de afgelopen twee jaar.

Omdat de band Texas misschien had verlaten, maar Texas de band niet had verlaten, werd het debuutalbum van Why Bonnie uiteindelijk overigens opgenomen in de thuisstaat van de band. Het is een debuut dat veelvuldig het predicaat “90s indierock” krijgt opgeplakt, maar dat predicaat vertelt wat mij betreft maar een deel van het verhaal van 90 In November.

Zeker wanneer de gitaren lekker gruizig klinken en Blair Howerton op haar lieflijkst zingt, doet de muziek van Why Bonnie inderdaad wel wat denken aan de rockbands uit de jaren 90 met een vrouwelijk boegbeeld, maar de Texaanse band kan ook met andere genres uit de voeten. 90 In November bevat hier en daar invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en laat ook flarden American Underground en psychedelica horen. Why Bonnie is hiernaast niet vies van een vleugje pop, waardoor het debuutalbum van de band niet zomaar kan worden weggestreept tegen de albums van al die andere bands van het moment die de mosterd halen bij de vrouwelijke indierock uit de jaren 90.

Uit dit genre haalt de band rond Blair Howerton de zo nu en dan lekker gruizige gitaren en de hard-zacht dynamiek, maar de muziek van Why Bonnie klinkt zowel complexer als verzorgder dan die van de meeste voorbeelden van weleer. De gitaarakkoorden op 90 In November kiezen lang niet altijd voor de meest voor de hand liggende weg en verder is het geluid van Why Bonnie verrijkt met piano en keyboards, waardoor de Amerikaanse band er in slaagt om een duidelijk eigen geluid te creëren, dat afwijkt van dat van de talloze soortgenoten.

Waar deze soortgenoten vaak hoge gitaarmuren opbouwen, is de muziek van Why Bonnie betrekkelijk sober en ruimtelijk, wat niet alleen ruimte biedt voor wat experiment, maar wat er bovendien voor zorgt dat de dromerige zang van Blair Howerton prachtig klinkt. 90 In November is een album dat zich dankzij de echo’s uit de jaren 90 makkelijk opdringt, maar het is ook een album dat de fantasie wat steviger prikkelt dan de albums waarmee het in eerste instantie associaties oproept.

Het is ook een album dat beter wordt wanneer je het wat vaker hebt gehoord, waardoor 90 In November bij mij begon als een ‘guilty pleasure’, maar inmiddels is uitgegroeid tot een album dat zomaar uit kan groeien tot een van mijn favorieten van het moment en wie weet wat er nog meer in zit.

Ook in tekstueel opzicht is 90 In November overigens een interessant album, want het isolement in New York heeft mooie en persoonlijke teksten opgeleverd. Het debuut van Why Bonnie is bovendien een interessant zoekplaatje, want de platenkast die de Texaanse band omver trekt op haar debuutalbum bevat veel meer dan een aantal indierock favorieten uit de jaren 90 en is de helden uit de thuisstaat niet vergeten. 90 In November hoort deze week bij de wat obscuurdere releases, maar het is echt een hele mooie. Erwin Zijleman

Why Bonnie - Wish on the Bone (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Why Bonnie - Wish On The Bone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Why Bonnie - Wish On The Bone
Why Bonnie, de Amerikaanse band rond Blair Howerton, leverde twee jaar geleden een prima debuutalbum af, maar laat flinke groei horen op het betere en vooral veelzijdigere Wish On The Bone

90 In November, het debuutalbum van Why Bonnie, werd twee jaar geleden makkelijk in het hokje 90s indierock geduwd, maar de Texaanse band liet op haar debuutalbum ook invloeden uit andere genres horen. Op het deze week verschenen tweede album klinkt de muziek van Why Bonnie nog wat veelzijdiger en interessanter. In muzikaal opzicht zit het allemaal knapper in elkaar en met name het gitaarwerk is aansprekender dan op het debuutalbum. Ook de zang van Blair Howerton komt nog beter uit de verf dan op het debuutalbum, waardoor Wish On The Bone in kwalitatief opzicht een album is dat Why Bonnie onder de aandacht moet gaan brengen van een veel groter publiek.

Net iets meer dan twee jaar geleden debuteerde de Amerikaanse band Why Bonnie met het uitstekende 90 In November. Het is een album waarop de band uit Texas zich stevig liet inspireren door de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt en daar kan ik over het algemeen wel mee uit de voeten.

90 In November verwerkte op haar debuutalbum echter ook invloeden uit de Americana en maakte bovendien indruk met de uitstekende zang van frontvrouw Blair Howerton, die zowel lieflijk als ruw kon zingen. Met name door de zang hoorde ik wel wat raakvlakken met jaren 90 helden als Belly en Juliana Hatfield, maar zeker in de wat meer ingetogen momenten klonk de muziek van Why Bonnie zeer eigentijds en hoorde ik ook wel wat van Big Thief in de songs op 90 In November.

Het debuutalbum van Why Bonnie kreeg in Nederland helaas niet heel veel aandacht, maar kon in de Verenigde Staten rekenen op uitstekende recensies. Ook het deze week verschenen tweede album van de band kreeg daarom aandacht op muziekwebsites als Pitchfork en Paste, waardoor ik direct op het spoor van het album werd gezet. Dat is maar goed ook, want met Wish On The Bone heeft Why Bonnie een uitstekend album afgeleverd, dat ik persoonlijk nog een stuk beter vind dan het debuutalbum.

De band heeft volgens de informatie op haar bandcamp Austin inmiddels definitief verruild voor Brooklyn, New York, maar is haar Texaanse wortels zeker niet vergeten. Net als het debuutalbum van Why Bonnie laat ook Wish On The Bone zich zowel beïnvloeden door indierock als door Amerikaanse rootsmuziek en ook dit keer vloeien beide invloeden op fraaie wijze samen in wat complexer en afwisselend grootser en intiemer klinkende songs.

Het tweede album van Why Bonnie ligt in muzikaal opzicht deels in het verlengde van zijn voorganger, maar de band heeft in meerdere opzichten stappen gezet. Zo vind ik de zang van Blair Howerton een stuk mooier en bovendien veelzijdiger en krachtiger dan op het vorige album, zeker wanneer ze zich buiten het 90s indierock idioom beweegt.

Ook in muzikaal opzicht heeft Why Bonnie zich ontwikkeld. Er wordt beter en afwisselender gemusiceerd dan op het debuutalbum, de afhankelijkheid van hard-zacht dynamiek is minder groot en in meerdere songs is volop ruimte voor uitstapjes in andere genres dan de 90s indierock en de Americana.

Met name het gitaarwerk in de meer ingetogen passages op het album is bijzonder mooi, maar ook de bijdragen van keyboards verrijken het geluid van Why Bonnie op fraaie wijze. De muziek biedt bovendien alle ruimte aan de stem van Blair Howerton, die deze ruimte op indrukwekkende wijze pakt.

Waar de voorbeelden van de Amerikaanse band op het debuutalbum nog vrij duidelijk te identificeren waren, zijn deze minder duidelijk hoorbaar op Wish On The Bone, waarop Why Bonnie haar eigen geluid heeft gevonden. Het is, zeker wanneer de band kiest voor wat meer ingehouden of dromerige passages, een onderscheidend geluid, dat de band met een beetje geluk ver moet kunnen brengen. Gezien het aantal recensies dat het album heeft gekregen ga ik er van uit dat het in de Verenigde Staten wel goed gaat komen met Why Bonnie, maar in Europa is er nog werkt te doen. Bij deze. Erwin Zijleman

Widowspeak - Expect the Best (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Widowspeak - Expect The Best - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Widowspeak is een band uit Brooklyn, New York, die met het deze week verschenen Expect The Best al weer aan haar vierde plaat toe is.

De vorige drie zijn me echt volledig ontgaan, maar toen de eerste noten van Expect The Best afwisselend associaties opriepen met Cowboy Junkies en Mazzy Star, wist ik dat Widowspeak een band naar mijn hart is.

De associaties met twee van mijn favoriete bands dankt Widowspeak voor een belangrijk deel aan de vocalen van Molly Hamilton, die het beste van Margo Timmins en Hope Sandoval lijkt te combineren.

Ook in muzikaal opzicht raakt Widowspeak zowel aan Cowboy Junkies als aan Mazzy Star. Van Cowboy Junkies heeft Widowspeak het fluisterzachte en bezwerende overgenomen, terwijl invloeden van Mazzy Star het geluid van de band hebben voorzien van gruizige, bezwerende en broeierige accenten.

Ik heb inmiddels ook naar de eerste drie platen van Widowspeak geluisterd en ook deze zijn zeer de moeite waard. Vergeleken met deze platen kiest de band uit Brooklyn op Expect The Best voor een net wat steviger, donkerder en psychedelischer geluid en dat bevalt me wel.

Het predicaat “steviger” moet voor het grootste deel van de plaat overigens flink worden gerelativeerd, want de muziek van Widowspeak vliegt vrijwel nergens uit de bocht. Het wat gruizigere gitaarwerk en de psychedelische sfeer voorzien de muziek van Widowspeak wel van meer dynamiek en zeggingskracht, waardoor Expect The Best vooralsnog mijn favoriete plaat van de band is.

Voor het schrijven van de songs voor de nieuwe plaat van Widowspeak keerde Molly Hamilton terug naar de plek waar ze opgroeide, Tacoma in Washington. Het herinnerde haar waarschijnlijk aan de hoogtijdagen van de grunge uit het nabijgelegen Seattle, want in een aantal songs op de plaat klinken subtiele invloeden uit de grunge door. Ook invloeden uit de Americana hebben hun weg gevonden naar het geluid van Widowspeak, wat van Expect The Best een veelzijdige en veelkleurige plaat maakt.

Het is een plaat waarvan ik zeer gecharmeerd ben. Gitarist Robert Earl Thomas III en de ritmesectie zetten op Expect The Best een heerlijk zweverig, zompig en atmosferisch geluid neer. Het is een geluid dat varieert van loom tot gruizig en het is een geluid dat uitstekend past bij de voor mij onweerstaanbare stem van Molly Hamilton, die de songs op de plaat een flink stuk optilt.

Bij oppervlakkige beluistering kan Expect The Best waarschijnlijk als saai worden ervaren, maar wanneer je je overgeeft aan de bezwerende klanken van Widowspeak staat Expect The Best garant voor een buitengewoon fascinerende luistertrip.

Het is een luistertrip die snel wint aan kracht en diepte en die niet onder doet voor het beste werk van de twee hierboven genoemde voorbeelden. Omdat Cowboy Junkies en Mazzy Star de afgelopen tijd niet al te productief zijn, omarm ik momenteel Widowspeak maar als de vaandeldragers van een genre dat behoort tot mijn favoriete genres.

Geen wonder dus dat ik Expect The Best schaar onder de grote verrassingen van de zomer van 2017, maar de kans dat de plaat verder gaat reiken is levensgroot Erwin Zijleman

Widowspeak - The Jacket (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Widowspeak - The Jacket - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Widowspeak - The Jacket
De Amerikaanse band Widowspeak kiest op haar zesde album voor een wat spaarzamer en donkerder geluid en voor wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en dat pakt prachtig uit

Bij de muziek van Widowspeak moet ik altijd denken aan Mazzy Star en Cowboy Junkies, waarmee de lat extreem hoog ligt voor het duo uit New York. Het is geen probleem voor Molly Hamilton en Robert Earl Thomas, die op The Jacket toch vooral klinken als Widowspeak. Het tweetal klonk in het verleden wat zonniger, maar kiest dit keer voor een sfeervol of zelfs donker geluid met wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De gitaarlijnen zijn prachtig, de details van keyboards trefzeker en dan is er ook nog eens de mooie en vaak fluisterzachte zang. Het tweetal maakt nog altijd geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar stijgt wat mij betreft boven zichzelf uit op The Jacket.

The Jacket is alweer het zesde album van de Amerikaanse band Widowspeak. Ik ontdekte de band rond Molly Hamilton en Robert Earl Thomas zelf pas bij de release van hun vierde album Expect The Best, maar inmiddels koester ik de eerste vijf albums van de band uit New York. Die eerste vijf albums krijgen deze week gezelschap van The Jacket, dat het hoge niveau van zijn voorgangers door trekt.

De vorige albums van de band riepen bij mij stuk voor stuk associaties op met de muziek van met name Mazzy Star en Cowboy Junkies en dat zijn twee van mijn favoriete bands. Widowspeak laat zich ook op The Jacket weer hoorbaar inspireren door zowel Cowboy Junkies als Mazzy Star, maar Molly Hamilton en Robert Earl Thomas hebben inmiddels ook een duidelijk eigen geluid.

Muziek die verwant is aan de twee genoemde bands kan wat mij betreft overigens niet vaak genoeg gemaakt worden, want Cowboy Junkies doet het het afgelopen decennium wat rustiger aan, terwijl het doek voor Mazzy Star na de dood van voorman David Roback definitief lijkt gevallen.

The Jacket borduurt voort op de vorige albums van Widowspeak, maar klinkt toch duidelijk anders. De band verwerkt dit keer flink wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en kiest bovendien voor een wat donkerder en stemmiger geluid. Het met een beperkt aantal gastmuzikanten gemaakte album klinkt hier en daar als Cowboy Junkies met Hope Sandoval als zangeres, maar met de inmiddels herhaalde vergelijking met twee roemruchte bands, doe ik Widowspeak ook wel wat te kort of zo langzamerhand zelfs flink te kort.

Molly Hamilton maakt geen geheim van de inspiratie door twee fantastische zangeressen, maar ze slaagt er ook in om het beste van Hope Sandoval en Margo Timmins te combineren in vaak fluisterzachte vocalen. In muzikaal opzicht klinkt Widowspeak op The Jacket nog wat interessanter dan op de vorige albums van de band.

Waar voorganger Plum driftig strooide met zonnestralen, is The Jacket meer een album voor de avond en de nacht. De aanstekelijke gitaarlijnen van het vorige album hebben plaatsgemaakt voor wat donkerdere akkoorden die hier en daar wat steviger worden aangezet. Door wat intensiever gebruik te maken van keyboards krijgen de songs op het album iets ruimtelijks en dat past weer prachtig bij de net wat meer ingetogen zang van Molly Hamilton, die keer op keer aangenaam benevelt.

De songs van Widowspeak doen het zoals gezegd vooral goed als de zon onder is, maar vergeet niet om met volledige aandacht te luisteren, want The Jacket is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een hoogstaand album en het is ook nog eens een album waarop ik de songs nog een stuk beter vind dan op de vorige albums van het tweetal uit New York.

Robert Earl Thomas kan onweerstaanbaar lekkere en vooral zonnige gitaarloopjes spelen, maar het wat donkerder getinte gitaarwerk op The Jacket maakt het geluid van Widowspeak wat mij betreft een stuk interessanter. Het is overigens ook wonderschoon gitaarwerk dat de songs van de band steeds weer op fascinerende wijze tot leven brengt.

De voornamelijk donkere tinten op het album worden fraai gecontrasteerd met bijdragen van onder andere piano en mellotron en natuurlijk met de heldere stem van Molly Hamilton, die nog veel meer dan op de vorige albums van de band goed is voor genadeloze verleiding en bezwering. The Jacket is wat mij betreft het beste Widowspeak album tot dusver en dat zegt wat. Erwin Zijleman

Wilco - Cousin (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wilco - Cousin - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Wilco - Cousin
Wilco kiest op haar nieuwe album Cousin vooral voor wat meer ingetogen songs, maar het zijn prachtige songs die op subtiele wijze zijn volgestopt met verrassende wendingen en muzikale hoogstandjes

De Amerikaanse band Wilco moet in recensies van nieuwe albums altijd opboksen tegen de vergelijking met haar meesterwerk Yankee Hotel Foxtrot uit 2002. Het levert ook voor het nieuwe album Cousin weer flink wat zure recensies op, maar ik vind het een fantastisch album dat niet zo kleurloos en gezapig is als hier en daar wordt beweerd. Wilco zoekt aan de hand van producer Cate Le Bon absoluut voor het experiment, al is het vaak wel subtiel experiment. De band bestaat hiernaast uit een aantal geweldige muzikanten, die ook op Cousin weer mogen schitteren. Het levert een album op dat bij onbevooroordeelde beluistering makkelijk indruk maakt en vervolgens alleen maar mooier wordt.

Cousin, het nieuwe album van de Amerikaanse band Wilco, wordt tot dusver wat lauwtjes ontvangen. Het wordt de band aangerekend dat het redelijk netjes binnen de lijntjes kleurt en vooral kiest voor wat gezapiger klinkende songs. Na het album een aantal keren gehoord te hebben denk ik hier toch anders over. Totaal anders zelfs.

Cousin is misschien geen Yankee Hotel Foxtrot, maar zo’n album heeft Wilco al heel lang niet meer gemaakt en ik vind persoonlijk niet dat je dit de band aan moet rekenen. Het oeuvre van de band uit Chicago ontwikkelt zich immers al sinds de begindagen van de band halverwege de jaren 90, wat een stapel zeer verschillend klinkende albums heeft opgeleverd. Het zijn albums die wel werden gekenmerkt door een verrassend constante en bijzonder hoge kwaliteit en die is ook weer terug te horen op Cousin.

Het album opent overigens behoorlijk opwindend met het zeker niet gezapig klinkende Infinite Surprise, waarin het gitaarwerk aangenaam ruw en tegendraads klinkt, hier en daar opvallend klinkende synths zijn toegevoegd, de songstructuur soms behoorlijk onnavolgbaar is, maar waarin de melodielijn juist opvallend toegankelijk is. Ik had het hierboven over Yankee Hotel Foxtrot en wat mij betreft had de openingstrack van Cousin niet misstaan op dit album.

Dat geldt zeker niet voor alle tracks op het nieuwe album van Wilco, want de band kiest zoals gezegd met enige regelmaat voor behoorlijk ingetogen songs. Het zijn de songs die hier en daar worden omschreven met woorden als gezapig en middelmaat, maar beiden hoor ik er echt niet in terug. Ook als Wilco flink gas terug neemt zitten de songs van de band immers vol moois.

Het gitaarwerk van Nels Cline is song na song behoorlijk briljant en ook het drumwerk van Glenn Kotche ontstijgt de middelmaat continu, waardoor ook de ingetogen songs op het album het uitpluizen meer dan waard zijn. Wilco heeft voor Cousin een aantal songs geschreven die in de uitvoering van een andere band misschien wat saai zouden kunnen klinken, maar de versies van de band rond Jeff Tweedy zijn stuk voor stuk prachtig.

Het is deels de verdienste van de geweldige muzikanten in de band, maar Wilco profiteert ook van de opvallende keuze voor de Britse singer-songwriter Cate Le Bon als producer. De eigenzinnige muzikante uit Wales haalt Wilco hier en daar op subtiele wijze uit de eigen comfort zone, waardoor een ingetogen en op het eerste gehoor misschien niet heel opwindende folksong toch een bijzondere twist krijgt.

Aan de ene kant is het jammer dat Wilco de experimenteerdrift van de openingstrack niet doortrekt op de rest van het album, maar aan de andere kant hebben we al een Yankee Hotel Foxtrot en hadden we nog geen Cousin. De Amerikaanse band maakt dit keer niet op iedereen indruk, maar weet mij constant te verrassen met subtiele wendingen, fraaie accenten en invloeden die hier en daar terug gaan naar de jaren 70, maar ook tot in het heden reiken.

Cousin is een album dat absoluut baat heeft bij beluistering met de koptelefoon, maar het is ook een album dat beter wordt wanneer je het vaker hoort. Het is muzikale avontuur ligt er misschien niet zo dik op als op Yankee Hotel Foxtrot, maar het is wel degelijk te horen op het nieuwe album van Wilco, dat ik persoonlijk een stuk beter vind dan zijn directe voorgangers. Erwin Zijleman

Wilco - Cruel Country (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wilco - Cruel Country - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Wilco - Cruel Country
Wilco keert op Cruel Country terug naar de wortels van voorganger Uncle Tupelo en komt met vijf kwartier voornamelijk ingetogen country en folk op de proppen, met de kwaliteit die we van de band gewend zijn

Cruel Country van Wilco werd een paar weken geleden zelf door de band aangekondigd als het countryalbum van de band. Het is een vrijwel live ingespeeld album, dat inderdaad vooral put uit de archieven van de country en de folk, maar de eigenzinnige Wilco touch is nooit ver weg. Cruel Country is een grotendeels akoestisch en voornamelijk ingetogen album met songs die lekker in het gehoor liggen en bij eerste beluistering misschien geen onuitwisbare indruk maken, maar die snel groeien. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig en verrassend tijdloos, maar zoals zo vaak bij Wilco beschikken vrijwel alle songs over de nodige groeipotentie. Een mooie aanvulling op het unieke oeuvre van de Amerikaanse band.

De Amerikaanse band Wilco levert deze week met Cruel Country haar twaalfde studioalbum af (de drie albums die de band maakte met Billy Bragg niet meegeteld). Het is een buitengewoon fascinerend stapeltje albums, waarop de band uit Chicago laat horen dat het meerdere kanten op kan.

Wilco werd in 1994 gebouwd op de ruïnes van alt-country pioniers Uncle Tupelo en sloeg direct vanaf haar debuutalbum andere wegen in. De band maakte zonnige powerpop, eigenzinnige indierock en experimenteerde er met name op het alweer twintig jaar oude Yankee Hotel Foxtrot driftig op los. Invloeden uit de (alt-)country doken op meerdere Wilco albums op, maar een echt (alt-)country album had de Amerikaanse band nog niet op haar naam staan.

Daar zou het deze week verschenen Cruel Country wel eens verandering in kunnen brengen. Wilco kondigde haar nieuwe album immers een paar weken geleden zelf aan met de wervende tekst “Wilco Goes Country!” en dat is niet voor niets. Invloeden uit de country, 70s countryrock en de alt-country spelen een voorname rol op het nieuwe album van de Amerikaanse band, al hoor ik ook flarden van de muziek die de band op haar vorige albums maakte en zijn zeker ook invloeden uit de folk belangrijk.

Cruel Country is de opvolger van het in de herfst van 2019 verschenen en uitstekende Ode To Joy. Net als zoveel andere bands kwam ook Wilco tot stilstand na het uitbreken van de coronapandemie, wat alle tijd bood voor het opnemen van nieuwe muziek. Cruel Country is een dubbelalbum met maar liefst 21 tracks en in totaal ruim vijf kwartier muziek, die vooralsnog helaas alleen digitaal beschikbaar is.

Het is muziek die de zes leden van de band vrijwel live opnamen in de studio van de band in Chicago, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die niet bij alle fans van de band in de smaak valt, want in de eerste reacties op het album zie ik de term ‘gezapig’ verrassend vaak voorbij komen. Het zal alles te maken hebben met het grotendeels akoestische karakter van de muziek op het album en het voornamelijk lage tempo.

Zelf vind ik Cruel Country alles behalve een gezapig album. Natuurlijk is vijf kwartier muziek een lange zit, maar wat valt er veel te genieten in die vijf kwartier. Wilco bestaat uit zes geweldige muzikanten, die elkaar Cruel Country inspireren tot grootse daden. Het snarenwerk op het album is prachtig, maar ook de bijdragen van keyboards en de geweldig spelende ritmesectie mogen niet onvermeld blijven. Op de zang van Jeff Tweedy, die ook dit keer alle songs schreef, is vaak kritiek te horen, maar ik vind de zang op het nieuwe album van Wilco prima, met de hier en daar opduikende harmonieën als kers op de taart.

De band uit Chicago levert met Cruel Country haar countryalbum af, maar het is geen moment een doorsnee countryalbum. Het is een album dat steeds weer weet te verrassen met subtiele accenten in de instrumentatie en dat ondertussen verhalen vertelt over de staat waarin de Amerikaanse samenleving momenteel verkeert (niet heel kritisch overigens). Het is bovendien een zeer gevarieerd album, dat meerdere uithoeken van de country (en folk) verkent.

Wilco vernieuwt zichzelf op ieder album en doet dat ook weer op Cruel Country, dat uiteindelijk een typisch Wilco album is, maar wel weer net wat anders dan de elf albums die er aan vooraf gingen. Zeker wat later op de avond komen de ingetogen songs op het album goed tot hun recht en slaagt Wilco er wat mij betreft wederom in om te imponeren met een set geweldige songs. Erwin Zijleman

Wilco - Ode to Joy (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wilco - Ode To Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Wilco - Ode To Joy
Wilco keert terug met een verrassend ingetogen en ingehouden plaat, maar het is ook een plaat vol onderhuidse details en spanning van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid

Jeff Tweedy liet de afgelopen jaren nadrukkelijk van zich horen met een aantal soloalbums en een mooie autobiografie, maar dit jaar ligt de focus weer op Wilco. De albums van de band vielen de afgelopen jaren wat tegen, maar met Ode To Joy voegt de band weer een topalbum toe aan haar oeuvre. Het duurt even voor je dit door hebt want Ode To Joy is een verrassend ingetogen en ingehouden plaat, die bij eerste beluistering wat voort lijkt te kabbelen. Onder het wat zompige geluid wordt de spanning echter prachtig opgebouwd met bijzondere details, waardoor de ingehouden songs op het album steeds meer tot leven komen en Ode To Joy uitgroeit tot een prachtalbum.

Wilco maakt momenteel diepe indruk op het podium, maar voor de laatste echt goede Wilco plaat moeten we alweer een tijdje terug in de tijd. Wilco werd de afgelopen jaren overvleugeld door de prima soloplaten van voorman Jeff Tweedy en stelde toch teleur met haar laatste wapenfeit.

Schmilco uit 2016 was geen hele slechte plaat, maar doet binnen het rijke oeuvre van de band uit Chicago mee in de achterhoede. Met het deze week verschenen Ode To Joy keert Wilco terug en revancheert de band zich voor de zwakke voorganger.

Ode To Joy is een behoorlijk ingetogen plaat. Het is een plaat die aansluit op het solowerk van Jeff Tweedy, maar is wat mij betreft meer dan Jeff Tweedy met een begeleidingsband.

Vergeleken met een deel van het vroegere werk van de band is het wel even wennen. Ode To Joy is een behoorlijk ingehouden plaat en is voorzien van een wat zompig klinkend geluid. Het is een geluid dat er voor zorgt dat het net lijkt of de band zich continu in moet houden, maar het is ook een geluid dat zorgt voor een bijzondere spanning.

Ode To Joy moet het niet hebben van overrompeling. De meeste songs op het album slepen zich langzaam voort en worden zorgvuldig opgebouwd. Het nieuwe album van Wilco is een wat introvert album dat aangenaam voortkabbelt wanneer je er niet al te zorgvuldig naar luistert. Bij zorgvuldige beluistering komt de schoonheid van Ode To Joy echter makkelijk aan de oppervlakte.

Glenn Kotche drumt weer uitermate subtiel maar trefzeker, terwijl Nels Cline in iedere song op het album imponeert met fraai gitaarwerk. Ook het toetsenwerk op het album is van een grote schoonheid en alles kleurt prachtig bij de ingetogen zang van Jeff Tweedy, die zich niet van de wijs laat brengen door het subtiele muzikale vuurwerk van met name Nels Cline.

Ik vond Ode To Joy direct beter dan de laatste paar albums van Wilco, maar iedere keer dat ik naar het album luister, klimt Ode To Joy wat verder omhoog uit de middenmoot van het bijzondere oeuvre van de band. Wilco was in het verleden vaak de band van de grote stappen, maar zet in de songs op Ode To Joy steeds ministapjes. Het lijken misschien songs die wat voortkabbelen, maar het zijn de bijzondere details die de ruwe diamanten op het album slijpen tot fonkelende diamanten.

Jeff Tweedy trekt Ode To Joy wat dichter naar zijn soloalbums toe, maar Glenn Kotche en vooral Nels Cline maken er Wilco songs van. Zeker wanneer je wat dieper in het zompige geluid op Ode To Joy duikt word je keer op keer betovert door prachtig en veelkleurig gitaarwerk en door de subtiel stuwende percussie. Het doet af en toe wel wat denken aan het latere werk van The Beatles of aan het solowerk van John Lennon, maar het blijft toch ook onmiskenbaar Wilco.

Ode To Joy blijft een zachte en wat voorzichtige plaat, maar ondertussen gebeurt er van alles en groeien de songs op het album gestaag door en worden de persoonlijke teksten van Jeff Tweedy steeds intenser voorzien van een bijzondere muzikale lading. Zeker wanneer het album voorzichtig ontspoort speelt Nels Cline een heldenrol, maar het steeds weer Jeff Tweedy die uiteindelijk de aandacht naar zich toetrekt met zijn prachtig ingehouden zang.

Ode To Joy is geen album dat onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt. De ingetogen songs op het album moeten de kans krijgen om te groeien en doen dit vervolgens ook op indrukwekkende wijze. Het album moet absoluut nog even rijpen, maar zou zich wat mij betreft zomaar kunnen ontwikkelen tot een van de betere albums in het unieke oeuvre van de band uit Chicago. Erwin Zijleman

Wilco - Schmilco (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wilco - Schmilco - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Wilco bestrijkt sinds haar debuut A.M. uit 1995 zo’n breed terrein dat met geen mogelijkheid is te voorspellen hoe een volgend album van de band gaat klinken.

De band uit Chicago sprong de afgelopen 21 jaar niet alleen heen en weer tussen verschillende genres, maar varieerde ook tussen zeer toegankelijke en juist meer experimentele platen.

De voorspelling dat het deze week verschenen Schmilco (vrij naar Nilsson Schmilsson van Harry Nilsson?) anders zou gaan klinken dan het vorig jaar verschenen Star Wars leverde bij de bookmakers waarschijnlijk helemaal niets op, maar welke kant het deze keer op zou gaan bleef lang een verrassing.

Na het rockende, vaak wat stekelige, maar ook zonnige Star Wars, kiest de band rond Jeff Tweedy dit keer voor een grotendeels akoestische plaat met folky songs. Het zijn songs die in een aantal gevallen lekker in het gehoor liggen, maar Schmilco heeft ook zijn meer experimentele momenten.

In muzikaal opzicht valt er in ieder geval genoeg te genieten, want ook een relatief sober en akoestisch klankentapijt biedt voor Wilco meer dan voldoende uitdagingen. Met name het gitaarwerk van Jeff Tweedy en Nels Cline, die meer dan eens fascinerende duels uitvechten, is van een bijzonder hoog niveau, maar ook de rest van de band laat horen dat het buiten de gebaande paden treden Wilco inmiddels geen problemen meer oplevert.

Schmilco opent nog betrekkelijk zonnig (met name in If I Ever Was A Child is het volop zomer), maar al snel trekken donkere wolken over, waardoor de plaat een stuk minder opgeruimd klinkt dan zijn voorganger.

Zeker wanneer Wilco het experiment kiest lijkt de band het navelstaren tot kunst te hebben verheven, al moet gezegd worden dat de songs bij herhaalde beluistering groeien. Op Schmilco verwerkt Wilco vooral invloeden uit de folk, maar wanneer invloeden uit de psychedelica aan terrein winnen, loopt de plaat ook over van invloeden van The Beatles (in hun laatste jaren).

Schmilco werd opgenomen tijdens dezelfde sessies die uiteindelijk ook Star Wars opleverden, maar het is een totaal andere plaat geworden. Heel even wist ik niet precies wat ik er van moest vinden, maar nu de plaat voor de derde keer voorbij komt heeft Schmilco me al weer aardig te pakken en hoor ik steeds meer in de 12 songs die in 36 minuten voorbij komen.

Het is altijd maar weer afwachten waar Wilco mee op de proppen komt, maar tegenvallen doet het uiteindelijk nooit. De zoveelste bijzondere plaat van een al even bijzondere band. Ik ben weer overtuigd. Erwin Zijleman

Wilco - Star Wars (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wilco - Star Wars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is natuurlijk eerder vertoond, maar toch was het een enorme verrassing toen de Amerikaanse band Wilco vorige week bijna uit het niets op de proppen kwam met een gloednieuw album, dat voor een korte periode ook nog eens gratis is te downloaden (tot het album eind augustus ook op cd en vinyl verschijnt).

Star Wars is de opvolger van het bijna vier jaar oude The Whole Love en blijkt een intrigerend plaatje. Wilco staat bekend als een band die het experiment niet schuwt en dat doet het ook op Star Wars niet.

De plaat bevat een aantal wat meer experimentele tracks en grijpt hiernaast veelvuldig terug op muziek uit de jaren 70.

Star Wars opent met een stekelige instrumentale track die herinnert aan het werk van Captain Beefheart, maar laat in de tracks die volgen ook veelvuldig invloeden van The Beatles (psychedelische periode), David Bowie (vroege jaren 70 en de Berlijnse periode), The Velvet Underground (met name de songs van Lou Reed) en veel van Pavement horen.

Het wijkt wel wat af van de vorige platen van de band of de plaat die Jeff Tweedy vorig jaar met zijn zoon maakte (al staan er ook wel wat echte Wilco songs op de plaat), maar verandering is al heel lang één van de sterke punten van Wilco en komt dus niet als een verrassing.

Star Wars is een lekker stevige en opvallend gruizige plaat met vrij rechttoe rechtaan rocksongs, maar het zijn rocksongs vol verrassende en stekelige wendingen. Star Wars klinkt door alle invloeden uit de jaren 70 bij eerste beluistering direct bekend of vertrouwt, maar hoe vaker je de plaat hoort, hoe meer nieuws je hoort.

Wilco maakt op Star Wars geen geheim van haar favorieten in de platenkast, maar geeft vervolgens een typische Wilco draai aan al deze invloeden. Het levert een plaat op die het toch al zo mooie muziekjaar 2015 nog wat meer glans geeft. Erwin Zijleman

Wild Nothing - Hold (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wild Nothing - Hold - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Wild Nothing - Hold
Het was een tijd stil rond Wild Nothing, maar de band rond Jack Tatum keert terug met Hold, dat je in één klap mee terug neemt naar de jaren 80 en strooit met suikerzoete maar ook inventieve popsongs

Wild Nothing maakte de afgelopen vijftien jaar een aantal interessante albums met vooral door 80s new wave beïnvloede muziek. De jaren 80 staan ook centraal op het deze week verschenen Hold, maar dit keer citeert Jack Tatum vooral uit de archieven van de jaren 80 pop. De zoete klanken op het album verleiden onmiddellijk en laten een verrassend bonte mix van invloeden horen, variërend van aanstekelijke en betrekkelijk lichtvoetige 80s pop tot eigenzinnigere popsongs met een jaren 80 twist. Hold is vanaf de eerste noten een feest van herkenning, maar het nieuwe album van Wild Nothing is meer dan het zoveelste album dat een graantje probeert mee te pikken van de 80s revival. Heerlijk album.

“With Hold, Wild Nothing has crafted an album of shimmering sophisti-pop magic that sounds like a lost gem from the late '80s”, aldus AllMusic.com. Het is aan de ene kant een aanbeveling, want ik heb wel wat met de popmuziek uit de jaren 80, maar aan de andere kant heb ik al stapels popalbums uit het decennium zelf en dat zijn niet alleen mijn favoriete albums, maar ook nog eens albums die zijn verbonden met een heleboel mooie herinneringen.

Albums die worden aangeprezen als verloren gewaande klassiekers uit een ver verleden vallen dan ook meestal tegen, maar dit gaat wat mij betreft niet op voor Hold van Wild Nothing. Het is immers een album dat ik de jaren 80 waarschijnlijk had laten liggen, waardoor het mijn klassiekers uit het decennium niet in de weg zit. De reden dat ik in de jaren 80 waarschijnlijk niet was gevallen voor de charmes van Hold is het feit dat de muziek van Wild Nothing aan de zoete kant is. Een paar decennia later kan ik de zoete klanken van de band van de Amerikaanse muzikant Jack Tatum echter zeer waarderen. Hold drong zich onmiddellijk op als een ‘guilty pleasure’, maar is via een onweerstaanbare oorwurm inmiddels uitgegroeid tot een echt goed album.

Het is overigens een tijd geleden dat ik een album van Wild Nothing besprak. In mijn herinnering maakte de band in het verleden totaal andere muziek, maar ook de vorige albums van de band hadden al een duidelijke jaren 80 vibe. Op Hold hoor ik wat minder invloeden uit de 80s new wave en domineren invloeden uit de 80s pop. Jack Tatum laat zich breed beïnvloeden door de pop uit met name de tweede helft van de jaren 80, want Hold klinkt als een jukebox vol met singles uit deze periode.

Het zijn voor een belangrijk deel singles die ik in de jaren 80 links liet liggen, maar ik hoor op Hold ook zeker flarden van bands die ik destijds wel hoog had zitten. Zo hoor ik in meerdere tracks echo’s van onder andere Scritti Politti, ABC, Tears For Fears en Duran Duran en zo kan ik nog talloze namen noemen, want ook het late jaren 80 werk van Peter Gabriel, de muziek van China Crisis en een aantal tracks van Heaven 17 hebben hun sporen nagelaten in de muziek op het nieuwe album van Wild Nothing. Het is nog maar het topje van de ijsberg.

In een aantal tracks serveert Jack Tatum bovendien hapklare brokken met invloeden van met name Wham en Climie Fisher, maar in de meeste tracks op Hold graaft de Amerikaanse muzikant dieper met prachtige gitaarlijnen, atmosferische synths en andere bijzondere toevoegingen. Het zorgt er voor dat de songs van Wild Nothing steeds interessanter worden, zonder dat dit ten koste gaat van de honingzoete verleiding.

Hold bevat slechts voor een deel de muziek waar ik naar luisterde in de jaren 80, maar het grappige is dat je direct bij de eerste noten wordt terug geslingerd naar een inmiddels ver verleden. Ik vind muziek uit de jaren 80 inmiddels best vaak gedateerd klinken, met name door de te zwaar aangezette en galmende jaren 80 producties, maar de songs van Wild Nothing op Hold zijn vederlicht. Ik was wel bang dat ik na het paar keer horen wel gehoord zou hebben en terug zou grijpen op mijn favoriete albums uit de jaren 80, maar daar is vooralsnog geen sprake van. Op de woorden van AllMusic.com valt al met al niets af te dingen. Erwin Zijleman

Wild Nothing - Life of Pause (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wild Nothing - Life Of Pause - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Gemini, het debuut van Wild Nothing, haalde ik een jaar of zes geleden uit het jaarlijstje van Pitchfork en beviel me in eerste instantie wel.

Het was kennelijk niet genoeg om de aandacht echt vast te houden, want heel vaak heb ik de plaat niet gedraaid en de vorige plaat van de band rond de Amerikaan Jack Tatum (Nocturne) heb ik zelfs helemaal niet beluisterd.

Life Of Pause kwam de laatste dagen wel geregeld door de koptelefoon, maar het duurde even voor ik een duidelijke mening had over de plaat.

Wild Nothing maakt op het eerste gehoor popmuziek die zich laat beluisteren als een ode aan de popmuziek uit de jaren 80. Dat klinkt voor iemand met een zwak voor 80s pop direct bijzonder lekker, zeker omdat Wild Nothing niet vies is van 80s pop van het gepolijste en warmbloedige soort.

Zeker bij eerste beluistering klinkt Life Of Pause als een omgevallen platenkast, waarbij het niet direct duidelijk is welke platen bovenop liggen. Bij oppervlakkige beluistering kom je waarschijnlijk uit bij de honingzoete 80s bands die je al lang vergeten bent (en waarvan ik de namen niet ga oprakelen), maar Life Of Pause heeft afwisselend ook wat van de platen van Prefab Sprout, A Flock Of Seagulls en The Dream Academy en dat zijn 80s platen die ik nog steeds hoog heb zitten.

Wanneer je nog beter naar de muziek van Wild Nothing luistert, en dat is makkelijker met de koptelefoon, hoor je in de wat minder gepolijste lagen van de muziek van de band veel moois. Life Of Pause komt misschien het makkelijkst binnen via warme klanken en zoete melodieën, maar Wild Nothing durft ook zeker te experimenteren en raakt hierbij incidenteel aan de 80s platen van Japan, Peter Gabriel en zeker ook Talk Talk .

Zeker de bijdragen van keyboards en gitaren kleuren meer dan eens buiten de lijntjes en durven bovendien voor kleurencombinaties te kiezen die niet direct voor de hand liggen, wat vervolgens fraai combineert met de warme zang en de toegankelijke melodieën.

Of Life Of Pause een blijvertje is durf ik nog niet te voorspellen, mogelijk grijp ik toch weer naar de klassiekers uit de jaren 80, maar voorlopig bevalt Life Of Pause me zeer, al dan niet als 'guilty pleasure'. Erwin Zijleman

Wild Pink - Dulling the Horns (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wild Pink - Dulling The Horns - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Wild Pink - Dulling The Horns
Dulling The Horns is het volgende Wild Pink album dat ik zomaar over het hoofd zou kunnen hebben gezien, maar gelukkig wist dit uitstekende gitaaralbum een aantal aansprekende jaarlijstjes te halen

Wild Pink maakte in 2022 een bijzonder sfeervol album met ILYSM, maar gooit het op het een maand of twee geleden verschenen Dulling The Horns over een andere boeg. Het nagenoeg live opgenomen album laat een lekker ruw gitaargeluid horen. Het album klinkt meer dan eens als een 90s indierock album, maar Wild Pink voegt ook steeds weer iets speciaals toe aan haar songs, waardoor Dulling The Horns toch anders klinkt dan het gemiddelde indierock album. In muzikaal opzicht valt er daarom genoeg bijzonders te horen op het album, dat verder wordt opgetild door de prima zang en de uitstekende songs. Ik zie Wild Pink vaak over het hoofd, maar dit album moet je echt niet laten liggen.

Er zijn een aantal indierock bands die ik zo ongeveer standaard over het hoofd zie en pas opmerk wanneer hun albums opduiken in jaarlijstjes. Het is me al een aantal malen overkomen met Vampire Weekend (en ook dit jaar weer) en ook de Amerikaanse band Wild Pink hoort in dit rijtje thuis.

Het is een band die ik overigens pas voor het eerst goed opmerkte toen hun vierde album ILYSM twee jaar geleden opdook in meerdere aansprekende jaarlijstjes. ILYSM bleek een zeer sfeervol en bijzonder mooi album, waarop Wild Pink totaal andere muziek bleek te maken dan ik had verwacht. Ik heb er niets van geleerd helaas, want ik kan me niet herinneren dat ik een maand of twee geleden heb geluisterd naar Dulling The Horns, het vijfde album van de band uit New York. Het is wederom een album dat opduikt in jaarlijstjes en daar valt niets op af te dingen.

Wild Pink behoort niet alleen tot de indierock bands die ik makkelijk over het hoofd zie, maar het is ook een band die ik weer snel vergeet, waardoor beluistering van ILYSM eerder deze week aanvoelde als een eerste kennismaking. Vergeleken met het album uit 2022 slaat Wild Pink op Dulling The Horns weer een andere weg in.

Op haar vijfde album klinkt Wild Pink flink wat ruwer dan op haar vorige album. De sfeervolle klanken van ILYSM hebben plaats gemaakt voor een gruizig of stevig gitaargeluid en dat klinkt echt bijzonder lekker. Dulling The Horns is een gitaarplaat van het soort dat wat mij betreft veel te weinig wordt gemaakt. Het is een album met hier en daar lekker gruizige gitaarmuren, maar het is ook een album vol memorabele riffs.

Ik heb bij beluistering van het vijfde album van Wild Pink continu associaties met de betere indierock bands uit de jaren 90, waarbij niet alleen het gitaarwerk opvalt, maar ook de zang van voorman John Ross dik in orde is. Het levert een album op waarvoor liefhebbers van de betere indierock als een blok zullen vallen, maar het knappe van Wild Pink is dat de band in op het eerste gehoor misschien redelijk rechttoe rechtaan gitaarsongs ook allerlei bijzondere dingen heeft verstopt.

Om te beginnen zit er flink wat dynamiek verstopt in de songs van de Amerikaanse band, wat een serie zeer aantrekkelijke songs oplevert. Het zijn songs die ook in muzikaal opzicht vol verrassingen zitten. Wanneer naast de gitaren een piano opduikt heeft Wild Pink bijna het volle geluid van de E-Street Band, maar wanneer een pedal steel opduikt klinkt de band uit New York weer totaal anders. In een aantal songs worden blazers toegevoegd aan het geluid van Wild Pink, wat Dulling The Horns weer een andere kant op duwt.

Wild Pink blaast je met flink wat songs op haar nieuwe album met speels gemak omver met een prachtige muur van geluid, die totaal anders klinkt dan het geluid op het vorige album, maar er in schoonheid niet voor onder doet. Dulling The Horns duikt wat mij betreft dan ook volkomen terecht op in meerdere jaarlijstjes, want het vijfde album van de Amerikaanse band is een gitaaralbum dat liefhebbers van gitaaralbums echt niet willen missen.

Het is al de tweede keer dat jaarlijstjes me moeten wijzen op een prachtalbum van Wild Pink, maar Dulling The Horns is nog net op tijd voor mijn eigen jaarlijstje. Hopelijk is de naam van de band vanaf nu voorgoed in mijn geheugen opgeslagen. Erwin Zijleman

Wild Pink - ILYSM (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wild Pink - ILYSM - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Wild Pink - ILYSM
Wild Pink leverde een paar maanden geleden met ILYSM een zeer sfeervol album af, dat het uitstekend doet tijdens deze donkere dagen, maar dat in muzikaal opzicht steeds interessanter wordt

Ik heb het nieuwe album van de Amerikaanse band Wild Pink de afgelopen maanden een paar keer snel beluisterd, maar het album bleef niet echt hangen en maakte ook geen onuitwisbare indruk. Bij een nieuwe poging naar aanleiding van een aantal jaarlijstjes was mijn ervaring opeens totaal anders. Sindsdien vind ik ILYSM niet alleen een zeer sfeervol album, maar ook een erg goed album. De instrumentatie op het album is zeer verzorgd, maar ook interessant en dat geldt ook voor de zang van John Ross, die zich incidenteel omringt met mooie vrouwenstemmen. Het zijn uiteindelijk de prima songs die het album ruim boven het maaiveld uit tillen.

Er zijn van die bands die er steeds maar weer in slagen om aan mijn aandacht te ontsnappen. De Amerikaanse band Wild Pink bracht afgelopen herfst met ILYSM haar vierde album uit en het is een album dat ik, mede door een stortvloed aan nieuwe releases, hooguit vluchtig heb beluisterd en dit ondanks een aantal zeer positieve recensies die me steeds weer op het spoor van het album hebben gezet. Het overkwam me eerder met het tweede en het derde album van de band, waardoor mijn relatie met de muziek van Wild Pink tot voor kort een hele ongelukkige was.

Na de genoemde zeer positieve recensies kwam ik ILYSM van Wild Pink de afgelopen weken ook tegen in een respectabel aantal jaarlijstjes, waardoor ik toch wat beter ben gaan luisteren naar de muziek van de band uit New York. Binnen Wild Pink draait veel om John Ross, die tekent voor de songs op ILYSM en naast gitaren en keyboards ook de zang op het album voor zijn rekening neemt.

De Amerikaanse muzikant wordt op het vierde album van Wild Pink bijgestaan door een aantal vaste bandleden, maar hij wist ook een aantal aansprekende gastmuzikanten te strikken voor het album, onder wie Samantha Crain, Julien Baker, J Mascis, Ryley Walker en Peter Silberman (Antlers).

ILYSM verscheen in de herfst en dat is een seizoen waarin het album prima past. Wild Pink kiest op haar vierde album immers vooral voor zeer sfeervolle klanken, die het uitstekend doen wanneer de zon onder is. Het zijn klanken die zich vrijwel onmiddellijk als een warme deken om je heen slaan, maar ILYSM is in muzikaal opzicht ook een interessant album.

De band en de gerekruteerde gastmuzikanten tekenen niet alleen voor warme en stemmige klanken met uiteraard een rol voor de pedal steel en een hoofdrol voor de piano, maar creëren ook een veelzijdig geluid, waarin voldoende ruimte is voor muzikaal avontuur. Dat avontuur mis je makkelijk wanneer je ILYSM snel en oppervlakkig beluistert.

Mede door de fluisterzachte zang en de verzorgde klanken klinken veel songs op het album direct bekend in de oren en lijken ze inwisselbaar tegen die van bands die in dezelfde vijver vissen, inclusief bands die vooral zouteloze pop maken. Het is misschien ook de reden dat ik het nieuwe album van Wild Pink een paar maanden geleden makkelijk liet liggen, maar luister wat beter en je hoort dat ILYSM zeker niet inwisselbaar is tegen de meeste andere albums in het genre.

In de instrumentatie worden keer op keer verrassende keuzes gemaakt, waardoor de songs op het album lang interessant blijven en eigenlijk alleen maar interessanter worden. De aangename stem van John Ross past prachtig bij de sfeervolle klanken op het album en onderscheidt zich makkelijk, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant zich laat begeleiden door bijzondere vrouwenstemmen als die van Samantha Crain en Julien Baker.

Ik kan me nu niet meer voorstellen dat ik het album afgelopen herfst snel terzijde schoof, want ILYSM is een album vol prachtsongs. De een vind ik inmiddels nog mooier dan de ander, waardoor het vierde album van Wild Pink zo langzamerhand ook nadrukkelijk tegen mijn helaas al gepubliceerde jaarlijstje aan schuurt. Het album is met een speelduur van een uur wat aan de lange kant, maar het is een prachtig uur dat Wild Pink ons voorschotelt. Erwin Zijleman