MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Europe - Last Look at Eden (2009)

poster
4,0
Mijn broer reageerde zaterdag verbaasd toen ik vertelde in een Europefase te zitten. "Europe, dat is toch voor meisjes?" vroeg hij met gefronste wenkbrauwen. "Jazeker, voor meisjes die van steviger werk houden," had ik moeten antwoorden.
Kende sommige nummers van dit album enkele jaren; met hulp van MuMe stelde ik een cd samen met het beste van Europe ná de hereniging in 2003. Dat waren van dit album Prelude / Last Look at Eden, het grommende The Beast, No Stone Unturned en afsluiter In My Time.
Mijn zelfgebrande disc beviel met de jaren nog beter dan ie al deed en dankzij vielip en Henk van No Dust Records kon ik in één klap een stapeltje cd's van de groep aanschaffen, benieuwd naar de rest van die albums.

Last Look at Eden had inmiddels vele rondjes gedraaid toen opeens het eurootje viel: veel nummers hebben een midtempo, swingende maar toch harde groove. Waar deed me dat toch aan denken? Juist: Deep Purple. Die groep kon in de jaren '70 maar ook daarna een vol-vet ritme neerzetten. Zwaar en toch swingend. In het geval van Europe spelen de ronkende klavieren van Mic Michaeli (die sinds de hereniging nimmer zoveel ruimte kreeg als hier) en het basspel van John Levén een uiterst belangrijke rol, zoals Jon Lord, Roger Glover en Glenn Hughes die rol bij Purple hadden - Glover nog altijd.

Dat betekent dat er stiekem een beetje funk in de muziek zit verscholen. Je komt dit tegen op Gonna Get Ready, Catch That Plane, Mojito Girl, U Devil U en Run with the Angels.
Bovendien is er symfonische hardrockbombast die aan Ritchie Blackmore's Rainbow ten tijde van album Rising doet denken. Dit in het titelnummer plus het magistrale No Stone Unturned, mede dankzij de strijkers van het Czech National Symphony Orchestra. Die strijkers zitten ook in rockballade New Love in Town en het sterk opgebouwde Only Young Twice.

Het album verscheen ná tussendoortje Almost Unplugged: Live at Nalen (2008), waarop de groep naast eigen werk ook muziek van onder meer UFO en Thin Lizzy in een nieuw jasje stak. In datzelfde jaar was de echtgenote van gitarist John Norum overleden, wat terugkeert in slotlied In My Time, dat sterk aan het blueswerk van Gary Moore doet denken.
Het is in dit nummer dat Norum, wiens solo's ingetogener zijn dan op de voorganger, volledig losgaat. Eerder op dit album kwam ik dat slechts bij The Beast en Run with the Angels écht tegen. Hij kiest vaak voor een langzamere benadering, gemarineerd in de blues en wahwah en dat vooral in de groovenummers.

Niet zo goed als voorganger Secret Society, desondanks sterk. Al moest ik beter mijn best doen het album te doorgronden. Bovendien weer anders dan de eerste twee studioalbums die sinds 2004 verschenen. Wat dat betreft wordt wederom níet op de automatische piloot gevlogen.

Europe - Out of This World (1988)

poster
3,0
Out of This World, de tweede hitelpee van Europe. Deze keer geproduceerd door topproducer Ron Nevison, onder meer bekend van UFO en Heart. Welkom nieuwe gitarist Kee Marcello, net als zijn voorganger een capabel snarenracer. Verschil is dat hij een shreddergeluid heeft: razendsnel maar niet herkenbaar een eigen 'Kee Marcellogeluid'. Hij zat voordien in de groep Easy Action, zo las ik toen zijn komst werd bekendgemaakt, een naam die me niets zei. Ook qua slagspel een smaakvolle aanwinst, passend bij het Europe van die dagen.

Nou denk ik niet dat mijn jongere zus dit alles doorhad. Ook deze plaat schafte zij aan en hij werd fanatiek gedraaid en luid meegezongen. Superstitious werd een zomer- en herfsthit in Nederland, in september '88 piekend op #11. In het refrein een slim toetsenlijntje dat doet denken aan dat van The Final Countdown. Zo van: 'Hé, ken je ons nog? We benne terug!' Tijdens een tournee doopte één van de groepen met wie werd opgetreden (Def Leppard?) het nummer om tot 'Wash the Dishes', zo meen ik mij uit Aardschok te herinneren; ik kon er wel om grijnzen.
De remake van Open Your Heart haalde in november nog eens #42 in Nederland en in Vlaanderen zowel op de eerste als de laatste vrijdag van die maand #31. In oktober 2023 legden Kronos en Edwynn bij album Wings of Tomorrow uit waarom de 1988-versie beter loopt - en toch is de oorspronkelijke mijn favoriet.

Geen nummer 1-hit dus deze keer, zoals in beide hitlijsten wel lukte met The Final Countdown, maar nog altijd indrukwekkend omdat zowel een hardrockend als een hitlijstminnend publiek werden bereikt.
Ook de langspeler deed het goed: in september #7 in Nederland, om me tot ons taalgebied te beperken - de Belg geeft geen notering, maar wellicht is die niet in de site van Ultratop verwerkt. In de VS overigens groot succes, ongetwijfeld dankzij de optredens daar.

Met dit album heb ik nooit iets gekregen. Om de één of andere reden is het te veel ene oor in, andere uit, ondanks dat de muziek goed in elkaar zit. Behalve Superstitious heb ik namelijk niet echt favorieten. Is het me te gladgestreken? Daarom drie sterren.

Europe - Prisoners in Paradise (1991)

poster
3,5
Bij het verschijnen van Prisoners in Paradise in 1991 woonde ik op kamers. Geen zus meer in de buurt die luidkeels meezong (bovendien liet zij deze Europe links liggen), andere prioriteiten en minder geld voor hobby's. Van het album heb ik indertijd nauwelijks iets meegekregen; pas via internet volgde een kleine inhaalslag en de voorbije dagen heb ik het album voor het eerst intensief beluisterd, op de koptelefoon naar en van werk op het fietsje. Nog zonder alle voorkennis.
Dan valt het Amerikaanse geluid op met meerstemmige koortjes en uitstapjes naar adult oriented rock. Anders dan op de voorganger speelt Kee Marcello ook regelmatig lange, emotionele noten, wat me véél beter bevalt: snelle noten lijken dan bovendien opeens nóg sneller.

Gisteren las ik de achtergronden zoals vermeld op kwaliteitswebsite Wings of Tomorrow.com. Over de spanning tussen zanger Joey Tempest en "nieuwe" gitarist Kee Marcello. De laatste had bij zijn aantreden in november 1986 van bandmanager Thomas Erdtman de belofte gekregen dat hij naast Tempest muziek zou schrijven. De groep wist hier niets van en de muzikale klik tussen de twee ontbrak, met als gevolg dat op voorganger Out of This World en hier op Prisoners in Paradise vooral werk van Tempest is te horen. In '89 werd Erdtman ontslagen.
Met producer Beau Hill werd desondanks de plaat in november 1990 naar tevredenheid in het Californische Burbank afgerond, waarna wisseling van de wacht bij CBS roet in het eten gooide door het album af te keuren en Europe terug te sturen naar de tekentafel. Let wel, dit was vóórdat grunge in najaar '91 plotseling de markt overspoelde. De oorspronkelijke opnamen voor het album zijn op JijBuis te vinden.

En los van al deze kennis?

Ik hoor Europese hardrock met vleugjes blues en Amerikaanse poprock/metal. Ik snap best dat niet iedereen op die laatste stijl zat te wachten. De eerste helft is daarbij wisselvalliger dan de B-kant.
Een zwakke start met het popachtige All or Nothing met z'n nanana's, het niveau stijgt dankzij het mede door broodschrijver Jim Vallance gecomponeerde Halfway to Heaven. Dat bezit een pakkend refrein op z'n aor's en een sterk opgebouwde gitaarsolo. Hier hoor je bovendien wat Beau Hill vermag, zoals ik ook zo kan genieten van zijn productie op Crimes in Mind van Streets.
I'll Cry for You is pure en prachtige aor van het soort dat John Waite en Bad English zo goed kunnen. Met de o-hohoho - wo-hohohokoortjes van Little Bit of Lovin' heb ik dan weer niks en Talk to Me is evenmin spannend, met Seventh Sign klinkt echter robuuste hardrock van hoog niveau met fenomenaal gitaarwerk. Ik hoor wat ik op de voorganger miste: inspiratie.

Kant 2 start met het titelnummer, een fraaie powerballad met Queenachtig gitaarwerk, wat goed uitpakt. Dan het swingende Bad Blood met een verrassende synthesizergroove en verrek, ik denk aan Bon Jovi. Geinig hoor, maar mooier is de blues in heimweelied Homeland. Met Marcello in een subtielere rol dan op de voorganger hetgeen hem prima afgaat; in het slot een heerlijke gitaarclimax.
Dan het rockende en swingende Got Your Mind in the Gutter waarbij ik aan Aerosmith of zelfs ZZ Top moest denken: opnieuw sijpelt blues door in de luide rock. Op 'Til My Heart Beats Down Your Door klinkt robuuste hardrock met hippe toetsengeluiden, waarna Girl from Lebanon het album net wat swingender geïnspireerd afsluit.

De noordenwind waaide de voorbije dagen koud en tussen de buien door was het op de fiets regelmatig genieten of zelfs verrast worden door Prisoners in Paradise, zeker in het geluid van Beau Hill en met het sterke soleerwerk van Kee Marcello. Een 7,5 voor dit album, uitgedrukt in 3,5 sterren. Dat is een dikke halve meer dan de voorganger van mij kreeg.

In 1991 kregen Joey Tempest en ex-gitarist John Norum weer contact, wat te horen is op Norums tweede soloplaat Face the Truth. Ongeveer tegelijkertijd liep Europe leeg, onder meer leidend tot een solocarrière voor Tempest.

Europe - Secret Society (2006)

poster
5,0
Waar op comebackalbum Start from the Dark enerzijds de zware, donkere gitaarmuren van John Norum domineren met anderzijds de lichte, melodieuze benadering van Joey Tempest, zijn die contrasten op Secret Society samengevloeid tot een kleurrijk en afwisselend album. Kristalhelder en door de band zelf geproduceerd.

De beschrijvingen hierboven zijn spijker-op-de-kop. Indertijd maakte ik aan de hand van dat soort notities een verzamel-cd van Europe waarop veel van Secret Society stond. Nu ik het hele album heb - dank vielip! - blijken bovendien de overige nummers stuk voor stuk heul sterk.
Ben een grote fan van Norums riffs en solo's. Modern met hoorbaar invloeden van Uli Jon Roth, Michael Schenker, Ritchie Blackmore en de diverse gitaristen van Thin Lizzy. Sterke opbouw van zijn solo's met soms onverwachte wendingen in plaats van alleen maar toonladders racen; wel zet hij perfect getimed zijn snelheidstroeven in. Wat vindt Sir Spamalot hiervan, vraag ik me ineens af?!

Ook lekker is dat het meeste werk uptempo of sneller is met Wish I Could Believe en A Mother's Son als sterke uitzonderingen. Verder stuwend drumwerk van Ian Haugland waarbij toetsenist Mic Michaeli helderder geluiden brengt dan op de voorganger, zodat hij iets meer ruimte inneemt. Toch is dit voluit een gitaaralbum. In Brave and Beautiful Soul klinkt Norum in de coupletten warempel een beetje á la The Edge van U2 - en het wérkt!
Dank aan rkdev voor de informatie over de hoes: "(...) gemaakt door mijn favoriete hoesontwerpers, namelijk StormStudios. StormStudios is een ontwerpbureau dat in 1990 werd opgericht door Storm Thorgerson. Hiervoor van het iconische ontwerpduo Hipgnosis." Ik zag twee jaar geleden de tentoonstelling over Hipgnosis in het Groninger Museum, maar wist niet van StormStudios en al helemaal niet dat resultaat daarvan op deze Europe belandde.

Devil Sings the Blues is wat mij betreft het beste nummer van Europe ooit. Tekst, opbouw en een gitaarsolo die helaas te snel wordt weggedraaid. Wat kan die Norum toch naar een climax opbouwen, Iommiaans goed! Ongelooflijk dat dit dezelfde bezetting is als die van de pophardrock van The Final Countdown, dezelfde verbazing die ik bij Start from the Dark had.

In het weekend van Hemelvaart staan ze op vrijdag 30 mei in Eindhoven. Zin an!

Europe - Start from the Dark (2004)

poster
3,5
Nadat de Zweedse belastingdienst enkele jaren beslag had gehouden op bezittingen en inkomens van de voormalige leden van Europe (zie website wingsoftomorrow.com onder The band > History > 1988-2002 over die zwarte bladzijden), keerde de groep in 2003 terug. Gelouterd en ernstiger dan voorheen, zo straalt de muziek van een jaar later uit. Dit in de bezetting van de internationale doorbraak The Final Countdown.

Dat geluid komt vooral door gitarist John Norum, die echter geen last had gehad van de financiële perikelen omdat hij toen allang ex-lid was. Op zijn soloalbums was hij zijn gitaren gaan downtunen, waardoor ze in combinatie met donkere riffs zwaarder klinken; op Start from the Dark soms alsof er een snufje death metal of nu metal in zijn spel zit.
Tegelijkertijd blijft dit de groep met de heldere vocalen van Joey Tempest, verrassend goed passend bij het nieuwe Europe. Toetsenist Mic Michaeli, klaar met vrolijk jaren '80 klaterspel, speelt eveneens donkerder en heeft een bescheidener rol: dit is voluit een gitaaralbum, vet geproduceerd door Kevin Elson, opgenomen in Stockholm.

Norum en Tempest schreven de eerste nummers voor Start from the Dark. Uitblinken doen vooral het titelnummer met een tekst verwijzend naar de staat waarin de groep verkeerde, Wake up Call met grommend basspel van John Levén en een heerlijke solo van Norum, het rockende Sucker over een fan die kennelijk de inspiratie voor de tekst vormde, het autobiografische Spirit of the Underdog en het felle en tegelijkertijd melodieuze America.
De rest is weliswaar niet spectaculair maar altijd lekker. Zoals Hero, getuige de clip een ode aan hun - en mijn - jeugdheld Phil Lynott met daarin een passende twingitaarsolo; en het akoestische slot Settle for Love.

Bepaald géén herhaling van de stijl van The Final Countdown of de "Amerikaanse" albums met Kee Marcello daarna. Evenmin een terugkeer naar de directe hardrock / metal van hun eerste twee albums. De groep vond zichzelf opnieuw uit en juist dat geluid maakte dat ik de groep (pas in 2017) herontdekte. Met dank aan de grotere rol voor John Norum en diens riffs.

Europe - The Final Countdown (1986)

poster
3,0
In het bericht hierboven worden rake woorden van Arjan Hut geciteerd. Daarbij de opmerking dat het stukje van Killeraapje van zes jaar geleden uw aandacht verdient dankzij het fraaie proza én ik voeg daar enkele herkenbare woorden van gaucho aan toe:
Het populaire verhaal wil dat Europe en Bon Jovi (inderdaad, in die volgorde, al volgden ze vrij kort op elkaar) de hardrock terugbrachten in de hitparades. Ik denk dat dat wel klopt, in elk geval in Nederland. In de voorafgaande jaren, zeg maar vanaf midden jaren zeventig, was een hardrocknummer dat hoog in de hitlijsten kwam een zeldzaamheid. Europe en Bon Jovi scoorden een handvol grote hits, al hield Bon Jovi het in dit opzicht een stuk langer vol. Kenmerken: uiterst meezingbare refreinen en bij voorkeur een gimmick: het intro van TFC, de talkbox in Livin' in a prayer.


Zomer 1986 was ik twee weken op vakantie op Camping Mast op Terschelling. Radiootje mee en voor het eerst in jaren klonk daar op reguliere tijden nieuwe hardrock: The Final Countdown van Europe, in september - oktober zes weken #1 in de Nationale Hitparade, in oktober gevolgd door Iron Maiden met Wasted Years en in november door Bon Jovi met You Give Love a Bad Name. The Final Countdown trapte de deur open voor meer luide gitaren in de hitlijsten.
Toen ik nog maar kort naar de radio luisterde, haalden veel hardere nummers de hitlijsten: in 1978 scoorde AC/DC met Whole Lotta Rosie en Rock 'n' Roll Damnation en Ram Jam met Black Betty. Bovendien was er de warme hardrock van Boston. In '86 was ik allang blij dat dit genre überhaupt populariteit herwon.
Op de veerboot terug was een groep metalheads die met hun ghettoblaster luid Slayer en Exodus predikten. Het land van de scheurende gitaren kende inmiddels uiteenlopende varianten.

The Final Countdown was ook veel op tv bij Sky Channel (MTV begon in Nederland pas in augustus '87). Ik kende Europe slechts van naam. Wat ik zag was een energieke groep met een gitarist die waarschijnlijk veel meer kon dan het liedje deed vermoeden.
Mijn zusje kocht de plaat die ik aardig vond, zij het wat glad. Wat ik toen niet wist, was dat toetsenist Mic Michaeli en drummer Ian Haugland nieuw bij de groep waren en dat het ten opzichte van de twee voorgangers een stuk radiovriendelijker was geworden.
Meer hits van The Final Countdown volgden: Rock the Night werd de week voor Kerst #2, Carrie in maart '87 vier weken #13 en in december dat jaar haalde Cherokee nog eens een uiterst bescheiden #86. Het album piekte in september op #3.

Mijn enthousiasme was er voor de steviger tracks, te weten Ninja en vooral On the Loose, plus de gitaarsolo's die John Norum in ieder nummer rondstrooit.
In 1982 dichtte ik de Zweden van Silver Mountain een grote toekomst toe. Hun twee albums deden echter weinig: qua succes werd de talentvolle groep compleet overvleugeld door Europe, ook bepaald niet talentloos.

Dat Norum geen zin had in het hitparadecircus met playback-tv-optredens en zijn biezen pakte, sierde hem. Tegelijkertijd zó jammer: hij bracht peper in de composities. Het deed me denken aan wat dertien jaar daarvoor gebeurde, toen Eric Bell Thin Lizzy verliet, juist omdat de groep in de greep kwam van hun eigen hit Whiskey in the Jar.
Is Ritchie Blackmore stíkjaloers geweest? Dit jonge groepje leende hier en daar nadrukkelijk het geluid van zijn Rainbow (Danger on the Track) en bereikte in tegenstelling tot zijn groep wél groot commercieel succes.

Europe - Walk the Earth (2017)

poster
4,5
Voorlopig mijn laatste album in de reis door het werk van Europe, maar er is goed nieuws: dit najaar duiken de heren dan eindelijk de studio in voor een opvolger.
Op de albums ná de comeback werd geleidelijk de invloed van liedschrijvers Mic Michaeli (toetsen) en John Levén (basgitaar) steeds groter, omgekeerd evenredig met de compositorische inbreng van John Norum, die evenwel in zijn gitaarwerk (solo's om te zoenen) kan schitteren. Dat blijkt opnieuw op Walk the Earth.

Je hoort de jeugdhelden van Europe terug: Deep Purple, maar ook Led Zeppelin en qua toetsen Ken Hensley van Uriah Heep.Tegelijkertijd klinkt dit als Europe en als 2017, mede dankzij de knallende productie. Dit album heeft de voorbije weken menig rondje gedraaid, zowel op de fiets, in de auto als in de huiskamer. Met slechts weinig albums heb ik dat die het in alle omstandigheden goed doen.

Europe weet met het titelnummer, het stuwende Kingdom United en Turn to Dust nummers te brengen in de buitencategorie. Bijna net zo goed vind ik het bijna grimmige The Siege, het in seventiessfeer (Moog synth) gestoken Pictures, het Purpleaanse Election Day, de oosterse sferen van Wolves en het snelle GTO; de overige nummers zijn "gewoon" goed; wel heb ik minder met het logge Haze, dat gelukkig onder de 4 minuten aftikt. Slotlied Turn to Dust duurt 6'07" om na enkele momenten stilte een dixielandorkest 26 seconden lang de plaat te laten afsluiten. Geinig!

Walk the Earth mag de laatste Europe tot dusver zijn, één album heb ik nog tegoed: de laatste soloplaat van John Norum, te weten Gone to Stay uit 2022.

Europe - War of Kings (2015)

poster
5,0
Op de site van Classic Rock Magazine kwam ik destijds single Days of Rock N Roll tegen. Deze zou de aanzet worden tot (her)ontdekking en -waardering van Europe. Een ouderwetse shuffle, jaren '70 stijl op z'n Status Quo's maar dan alsof gespeeld door Deep Purple.
Geproduceerd door de Amerikaan Dave Cobb met onder meer popnamen als Take That op zijn cv, opgenomen in Stockholm. Hij schreef aan enkele nummers mee. De meeste muziek is van de hand van zanger Joey Tempest, met toetsenist Mic Michaeli als goede tweede en bassist John Levén als derde componist. Gitarist John Norum en drummer Ian Haugland kregen ook schrijfcredits.

Als album biedt War of Kings véél variatie. Het titelnummer opent midtempo stoempend de cd, gevolgd door het felle Hole in My Pocket waarna de elektrische piano van Michaeli het swingende Second Day aftrapt. Tempest zingt nog altijd helder en krachtig maar heeft met het ouder worden iets meer laag in de stem gekregen. Dat past bij de muziek, die ver is verwijderd van de commerciële hoogtijdagen.
Blues en hammondorgel in Praise You, ik moet bij Norums gitaarwerk denken aan het beste subtiele werk van Ritchie Blackmore. Meer hints naar Deep Purple in het vol-vet-log rockende Nothin' to Ya, waar ik Don Airey en wijlen Jon Lord goedkeurend zie knikken, terwijl Norum een geluidsmuur opwerpt. Bovendien blijkt weer eens hoe bedreven Levén en Haugland zijn in het neerzetten van een denderende rockgroove.

California 405 heeft iets dergelijks en behoort tot mijn überfavo's van Europe. Een Hammond, een melodieuze riff en ijzersterke melodielijn: werkelijk álles komt hier samen. Dan mijn Days of Rock N Roll, dat goed is maar nog niet eens tot de absolute topnummers van dit album behoort. Stoempende hardrock inclusief een snelle gitaar- én toetsensolo bij het midtempo Children of the Mind.
Het langzamere Rainbow Bridge doet denken aan... Ritchie Blackmore's Rainbow, mede dankzij een oosterse toetsenlijn á la Gates of Babylon. Hoe pakkend bouwt Norum hier zijn solo op!

Een dikke scheut blues in Angels (with Broken Hearts); ik hoor echo's van Rainbows Catch the Rainbow of Purples Wasted Sunsets. Tegelijkertijd ontzettend Europe; de gelijkenissen op dit album zijn niet gejat van hun jeugdhelden maar door die jeugdhelden geïnspireerd, waarna er wel degelijk een eigen geluid ontstaat. De genen van de Zweden kleuren paars.
De cd sluit af met de swingende grooveriff van Light It Up met een glansrol voor Haugland. Gelukkig heb ik een uitgave met als bonus het instrumentale en ingetogen Vasastan. Als post scriptum keert na enkele seconden stilte een zwaar stukje War of Kings terug met een maf slotakkoord als laatste geluid.

Vijf getalenteerde topmusici in creatieve topvorm. Vijf sterren van mij.

Europe - Wings of Tomorrow (1984)

poster
4,0
Europe was doorgebroken met The Final Countdown en die plaat werd veel gedraaid door mijn zusje. Op gegeven moment schafte ze ook voorganger Wings of Tomorrow aan of misschien kocht ik die voor haar toen ik 'm voor een schappelijke prijs tegenkwam. Dat moet de heruitgave zijn geweest bij Epic uit 1987. Deze Vleugels bevielen veel beter dan het mij te gladde hitalbum.
Vooral verbaasd was ik over de ruimte die de getalenteerde gitarist John Norum kreeg, meer dan op TFC. Talrijk zijn de solo's die hij speelt, altijd een combinatie van sterke melodieën en snelheid. Ik herkende hierin een combinatie van het beste van Michael Schenker en Ritchie Blackmore.

Sterkste nummers volgens zusjelief: Open Your Heart (dat ze met een vriendin luid meezong ) en op kant 2 pianoballade Dreamer.
Sterkste nummers volgens mij, kant 1: de vlotte opener Stormwind en de dubbele basdrumrocker Scream of Anger (beide nummers alsof der Michael zelf in de studio stond) en het instrumentale Aphasia. In Treated Bad Again herkende ik Deep Purples Mistreated.
Kant 2 start sterk met het titelnummer, de gitaarsolo van Wasted Time is het hoogtepunt van dat nummer, dan het snellere Lyin' Eyes en slotlied Dance the Night Away lijkt op het Rainbow met Joe Lynn Turner.

Ten opzichte van de debuutplaat is duidelijk dat de groep sterk is gegroeid, mede omdat er nu wél een producer werd ingehuurd, genaamd Leif Mases. Mij onbekend maar blijkens Discogs bepaald geen groentje.
Toetsen (hier nog door zanger Joey Tempest bespeeld) nemen nog een uiterst bescheiden plaats in, dit is vooral een gitaarplaat met een glansrol voor John Norum. Bassist John Levén en drummer Tony Reno vormen een solide basis. Waarom moest de laatste hierna het veld ruimen? Aan zijn spel kan het niet hebben gelegen.

Binnenkort mijn zus vragen of ze de plaat nog heeft. Ze staan daar op zolder achter een schot, geloof ik. Moet ze toch maar eens een tweede leven gunnen...

Eurythmics - Sweet Dreams (Are Made of This) (1983)

poster
3,5
De stem van Annie Lennox kende ik van I Only Want to be with You, een singletje van The Tourists dat de VARA op hun zondagse middaguurtjes draaide op Hilversum 3, ergens in 1979. Ik nam deze cover van boyband Bay City Rollers op en draaide dat cassettebandje met mijn favoriete radioliedjes van dat moment (o.a. Pat Benatar en Lene Lovich) frequent.

Net als de meesten kende ik later de debuutelpee van Eurythmics niet. Ook mijn kennismaking was met hun hits Sweet Dreams (bij de Nationale Hitparade #10 in april 1983) en mijn favoriet Love is a Stranger (#12 in juni). Hitsluwe synthesizer-new wave van een duo waarvan de dame zowel laag als hoog goed uit de voeten kon.
Heel anders dan de gitaarwave van The Tourists en, naar ik nu weet, het debuut met stevige gitaren van dit duo. Daarin multi-instrumentalist Dave Stewart, die als de stille genius overkwam.
Op album Sweet Dreams klinkt niet een hybride mix van gitaar-bas-drums met digigeluiden, zoals generatiegenoten als Tubeway Army en Ultravox hadden verzonnen. Nee, hier horen we dominante synthesizers en beats, met een enkel blaasinstrument qua conventioneel instrument. Stewart en Lennox hadden bepaald geen halfslachtige vernieuwing gemaakt.
Er valt geen zwak nummer te bekennen, met als mijn favorieten I've got an Angel met zijn fluit en The Walk met heerlijke blazers.

Toch geef ik geen heel hoog cijfer. Dit omdat ik nergens omver word geblazen, zoals ik dat wel werd/word met de stem van tijdgenote Alison Moyet, in die dagen van Yazoo. Een hele dikke 7 derhalve.

Eurythmics - Touch (1983)

poster
3,0
Als liefhebber van new wave ben ik de afgelopen tijd in de synthesizertak van dit genre gedoken. Wat dat betreft zijn de Eurythmics een grensgeval. Net als Ultravox begonnen als gitaarband en vervolgens de synthesizers en sequencers als basis gebruikend, zich daarmee op het terrein van The Human League en Depeche Mode begevend. Tegelijkertijd zijn invloeden van mildere popmuziek groeiende, zoals Gary Numan zijn synthwave ging combineren met funk.

De muziek op Touch is gebaseerd op de synthesizer, wat tot een gevarieerd palet aan ingenieuze geluiden leidt. Deze worden gecombineerd met instrumenten als gitaar, bas, blaasinstrumenten én de strijkers van het British Philharmonic Orchestra, gedirigeerd door Michael Kamen.
Tegelijkertijd wordt ietwat melancholieke new wave afgewisseld met vrolijker pop. Natuurlijk is het onmogelijk een strikte grens tussen de twee genres aan te geven, maar als ik mijn favorieten van Touch noteer, weet u meteen welke vier ik onder new wave schaar; wat ik niet noem, categoriseer ik onder pop.

Here Comes the Rain Again (#33 in februari 1984 in de Nationale Hitparade), Who’s that Girl? (in augustus 1983 drie weken op #30 piekend), No Fear, no Hate, no Pain (No Broken Hearts) en Paint a Rumour. Hier is de sfeer donkerder dan op de andere vijf nummers en zijn mijn associaties met Depeche Mode talrijk.
Van die andere helft werd Right by your Side #31 in november ’83. Bij de bonussen, op de cd-editie van 2005 zitten leuke tracks als het experimentele You Take Some Lentils & You Take Some Rice, ABC (Freeform). Ook komen we daar een cover van Fame van David Bowie tegen, wat meteen aangeeft welke muzikale kameleon als voorbeeld gold voor het duo Annie Lennox en Dave Stewart. Bowie blijkt alweer invloedrijk binnen de synthwave.
Met andere synthwave/-popgroepen maakte Eurythmics deel uit van de 'Second British invasion', die te beginnen met Gary Numan in 1979 een snel groeiende aanhang kreeg in de Verenigde Staten, aldus Wikipedia. In het geval van Eurythmics gebeurde dat vanaf 1983, alweer een hoogtijjaar voor het genre.
In 1984 verscheen de danceversie van dit album, waar gaucho hierboven al op hintte. Die sla ik maar over, niet mijn kopje thee...

Ik houd het op 3 sterren voor het gehele album, wie niet vies is van "lievere" popmuziek kan er daar minimaal één bovenop gooien.