MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Angelo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

F.B.I. - F.B.I. (1976)

poster
3,5
Ik geloof dat F.B.I. een Britse formatie was, geen Amerikaanse zoals hierboven staat. Op het internet wordt deze groep vaak in één adem genoemd met de Average White Band, en ik denk dat de muziek van F.B.I., dat overigens staat voor Funky Band Inc., daar inderdaad veel van weg heeft. Naar 't schijnt dienden ze als backingband voor onder meer The Temptations, Kool & the Gang, Ben E. King, Percy Sledge en Eddie Floyd, en daar is deze band ook precies goed voor: om te dienen als backingband, want uit 't album blijkt dat het prima muzikanten zijn, maar de vocalisten, F.B.I. telt één zanger en één zangeres, zijn niet goed genoeg om ervan overtuigt te raken dat F.B.I. het ook zou kunnen redden als een main act. En dat is jammer, want meestal funked het best lekker en de nummers zijn helemaal niet slecht (vooral niet op instrumentaal gebied - neem bijvoorbeeld 't groovende Talking About Love en Bad Deal of de spirituele aard van Free Prison). Met een betere voordracht was dit songmateriaal echt stukken beter uit de verf gekomen. Interessant (vergelijkings)materiaal is Love Love Love, een cover van Donny Hathaway, maar geschreven en eveneens uitgevoerd door J.R. Bailey, die eigenlijk ook wel goed aan te horen is. Algeheel bekeken is het geen slecht album, maar 't had allemaal wat kruidiger gemogen en, nog belangrijker, deze nummers hadden 'n betere voordracht verdiend. Een voordracht die zanger en de zangeres helaas niet kunnen bieden. Vooralsnog nét geen vier sterren.

Faith Evans - Faith (1995)

poster
3,5
Every bad boy needs a bad girl. Dat stond destijds op de promotie sticker die gepaard ging op/met dit debuutalbum van Faith Evans. Zo bad is deze Faith nooit geworden als je het mij vraagt. Foxy Brown en (liefdes) concurrente Lil’ Kim zouden eerder aanspraak maken op de titel bad girl. Met dit album stond Faith Evans aan het begin van haar carrière, het album werd grotendeels geproduceerd door Puff Daddy. Het album komt overeen met andere Puffy producties uit die tijd.
Deze plaat ademt een typische jaren ’90 sfeer uit, en doet qua geluid een beetje denken aan albums uit diezelfde tijd van de vrouw die hierop als guest feature te horen is. Dan heb ik het natuurlijk over Mary J. Blige. Het nummer ‘Fallin in love’ werd mede-geschreven door Mary, maar zelf zingt ze mee op de Rose Royce cover ‘Love don’t live here anymore’. Veel nummers op dit debuutalbum (welgeteld 10 stuks) zijn overigens door Faith Evans zelf, en de overige nummers heeft ze samen met anderen geschreven. De songteksten vallen overigens zeker niet tegen.
Het ontspannen sfeertje dat dit album met zich mee brengt is de voornaamste reden waarom het zo prettig in het gehoor ligt. De productie, de arrangementen, de songteksten… het steekt allemaal prima in elkaar. ’t Is geen meesterwerk ofzo, maar het is prima zoals het is. Samen met opvolger ‘Keep the faith’ vind ik dit de beste albums uit haar discografie.Voor eenieder die van de jaren ’90 sound houdt is dit een aanrader. Jammer alleen dat dit album in Nederland zo onbekend is.

Faith Evans - Keep the Faith (1998)

poster
2,5
Met Love Like This had Faith Evans in de Verenigde Staten in ieder geval 'n grote hit te pakken die de verkoopcijfers van het album vast en zeker ten goede kwam. Het nummer op zichzelf is niet eens echt bijzonder, eerder doorsnee, maar gezien het zwaar steunt op de Chic Cheer sample van Chic, krijgt 't nummer een hele prettige disco- / retroachtige sfeer, die over de hele tijdsduur van het nummer wordt voortgezet, waardoor het toch alweer gauw anders klinkt dan de meeste R&B-hits van de jaren ‘90. De andere, tweede single die volgde, All Night Long dus, was ook een schot in de roos. Een combinatie van R&B met een duidelijke knipoog naar hip-hop zorgde wederom voor 'n nummer dat zeer geschikt was, of eigenlijk is, voor de dansvloer. Op de achtergrond hoor je nog een funky, pakkend deuntje, dit blijkt (ook) te danken te zijn aan een sample, namelijk I Hear Music in the Streets van Unlimited Touch.

Hoewel Keep the Faith dus een frisse en mooie start kent, blijkt het album - nog voordat de helft van de nummers voorbij zijn gekomen - in een sleur raakt. Met Sunny Days, pas het derde nummer (de intro niet meegerekend), wordt het laatste interessante nummer ingezet. Ook dit liedje is vooral interessant vanwege de gebruikte sample, ditmaal werd er gekozen voor de 80’s funk hit I’m Back for More van Al Johnson en Jean Carne. Vanaf de interlude Tears Away zijn vreemd genoeg alleen maar (midtempo-)ballads te horen, terwijl de kracht van Faith Evans duidelijk bij uptempo nummers ligt. Veel van deze nummers zijn ook nog 'ns nodeloos lang. Life Will Pass You By kan er nog mee door, een midtempo-ballad voorzien van lichte beats; dat is best interessant natuurlijk, maar het zal vast niet verbazend zijn dat ook dit nummer de sample-methodiek toepast waardoor het nummer mooier wordt gemaakt dan het daadwerkelijk is, zo hoor je hier overigens elementen van Angela Bofill’s Gotta Make It Up to You.

Op deze vier nummers na, stelt het album weinig voor. Waarom het album gevuld is met veelal ballads is naar mijn idee een onlogische keuze. Hoe dan ook: voor 't betere werk kun je bij haar debuut terecht.

Faith Evans - Something About Faith (2010)

poster
2,0
Kwam toevallig erachter dat Faith Evans een nieuwe plaat heeft uitgebracht. Het is de afgelopen jaren erg stil rondom de zangeres die eigenlijk bekend is van een succesvolle single ‘Mesmerized’ en een redelijk succesvol album ‘Keep the Faith’. Aangezien dit album vrij onopgemerkt op de markt is gekomen, denk ik dat deze plaat –tot dusver– alleen is uitgebracht in de Verenigde Staten. Research leerde mij dat de plaat daar debuteerde op #15 in de Billboard 200 met 24.000 verkochte exemplaren in de eerste week – wat aan de matige kant als je ’t mij vraagt. Dat kan wellicht komen omdat dit album op een independent label is uitgebracht.

Ondertussen heb ik het album een aantal keren beluisterd en het valt allemaal best mee. Op zich zijn de meesten wel redelijk fijne R&B-nummers alleen blijft het allemaal weinig bij. Het gaat het ene oor in en het andere oor weer uit. De precieze oorzaak kan ik niet noemen, maar misschien de te lange tracklist draagt ertoe bij. Ik heb nauwelijks de concentratie om het hele album af te luisteren. Daarvoor is het denk ik teveel van het goede. Wat ik jammer vind is dat Faith zich in dit album niet onderscheidt van een willekeurge standaard R&B-zangeres. Haar album ‘Keep the faith’ vind ik anno 2010 nog vrij lekker klinken, lekkere beats en catchy deuntjes. Dat mis ik hier toch wel een beetje. De uptempo nummers op dit album zijn het betere werk, de slowjams vind ik wat minder.

Een voldoende zit er –ondanks de mooie albumcover– echter niet in.

Faith Hill - Breathe (1999)

poster
3,0
Dit werd in Amerika het meest succesvolle album van Faith Hill tot op heden. Het album debuteerde op #1 op de Billboard 200 met verkopen van 242.000 exemplaren in de eerste week. Uiteindelijk zou dit album ruim 8.000.000 exemplaren verkopen in Amerika. Ik vond vroeger het lied ‘The way you love me’ en de daarbij behorende video erg fijn en heb dit album ooit eens voor een tientje gekocht (alleen vanwege dat nummer en het nummer ‘Breathe’) want de rest kende ik niet.

Faith Hill is een prima zangeres, iets dat ze al op het eerste nummer, ‘What’s in it for me’ laat horen. Uptempo pop met een portie country dat nog niet eens zo gek klink vooral als ze wat begint te schreeuwen. Het tweede nummer ‘I got my baby’ gaat, het is zo zo, het achtergrondkoortje voegt wel iets extra toe, maar niet genoeg. ‘Love is a sweet thing’ is een soort van verhaaltje, uptempo met lichte rock invloeden, wel een van de betere nummers van het album.

‘Breathe’ is een krachtige ballad, normaal ben ik geen fan van ballads maar dit nummer weet me dan toch enigszins te raken. Het nummer bereikte een tweede plaats op de Billboard Hot 100 dus ik denk dat het Amerikaanse nummer ’t ook wel een goed nummer vonden. ‘Let’s make love’ is een duet met haar man Tim McGraw, een mid-tempo ballad die ik trouwens ook mooi vind. ‘It will be me’ vind ik ook wel oké, geen hoogvlieger maar hij kan ermee door. ‘The way you love me’, ja, ik vond ‘m echt leuk en nog steeds eigenlijk, blijft zeker een van de betere nummers van dit album. ‘If I’m not in love’ vind ik weer zo’n zoet Amerikaans nummer en daar houd ik dan weer net niet van, slecht is het niet overigens, maar ik skip ‘m wel. ‘Bringing out the Elvis’, tja, je moet er van houden, een wat steviger nummer waarvan ik het refrein uitermate irritant vind, de coupletten zijn wel aardig. Beduidend een van de mindere nummers van het album.

‘If my heart had wings’ is ook wat steviger dan het gemiddeld maar wederom een van de mindere nummers van het album; een uptempo nummer dat nergens naar toe leidt. ‘If I should fall behind’ is geschreven door -jawel- Bruce Springsteen en drijft een beetje in het midden, niet goed, niet slecht maar meer goed dan slecht. ‘That’s how love moves’ vind ik ook minder, middle of the road nummer. De afsluiter ‘There will come a day’ vind ik wel weer interessant, erg mooi arrangement en vocaal gezien sterk gezongen door Faith, zeker een van de betere nummers van het album, ook het koor maakt het nummer helemaal af.

Een prima country/pop album dat goed begint, daarna inzakt maar het laatste nummer vind ik dan wel weer (heel) erg sterk en is misschien wel het sterkste nummer van het album. Dit nummer had Warner Bros. Nashville op single moeten uitbrengen als je het mij vraagt.

Waarschijnlijk een van de betere albums van Faith Hill. Eén jaar later zou Faith Hill overigens haar grootste hit uit haar carrière scoren: ‘There you’ll be’, titelsong van de film Pearl Harbor.

Family Brown - Imaginary World (1978)

poster
2,0
Het trage, groovende discoachtige titelnummer Imaginary world vind ik best leuk. Vooral vanwege z'n karakter onderscheidt hij zich van veel tijdsgenoten, waardoor hij in positieve zin opvalt. Dat was dan ook gelijk de aanleiding om de rest van het album eens te beluisteren, al was dat achteraf niet nodig geweest. De rest wordt ook gebracht in disco / soul stijl, maar het klinkt erg vervelend. Het blijft maar voortkabbelen zonder dat het echt loskomt. De vocalen zijn in eerste instantie al niet bijzonder en zijn dan ook doorsnee, en als je die dan ook nog eens hoort in combinatie met slaapverwekkende disco (ballads), een genre dat alles behalve slaapverwekkend hoort te zijn, dan is er toch wel iets mis met je album. De enige ballad die ermee door kan is When I need you, en dat is omdat de zanger zorgt voor het meest fijne vocale moment op het album en ook de melodie mooi is. Het past ook niet helemaal tussen het overige materiaal; het klinkt meer als een nummer uit het begin van de jaren ’70, en verder bevat deze plaat alleen maar zwakke momenten. Ik heb 'm een paar keer beluisterd, maar dit is niks.

Fantasia - Back to Me (2010)

poster
4,0
Pasgeleden (twee weken geleden?) nog een zelfmoordpoging ondergaan en nu is ’t nieuwe album uit. Betere promotie zou je je bijna niet kunnen wensen, niet waar?! Oké, beetje lullige opmerking dus ga ik maar verder met ’t album. Fantasia was overigens de winnares van het derde seizoen van American Idol.

Het eerste nummer ‘I’m doin’ me’ is echt leuk, erg soulvol met strakke beats en voorzien van een leuk refrein. ‘Bittersweet’ is de eerste single van het album en is een midtempo R&B/soul liedje, op zich een aardig liedje niet heel bijzonder maar absoluut niet slecht. ‘Man of the house’ een uptempo lied met dance invloeden erg opzwepend en ook niet onaardig. ‘Who’s been loving you’ borduurt wat voort op het vorige nummer en is voorzien van een wat stevigere beat maar is weinig vernieuwend. ‘Collard Greens & Cornbread’ is wel weer erg leuk en voelt aan als een oud Motown nummer dat in een nieuw jasje is gestoken. Wederom wat soulvoller dan de vorige nummers. ‘Teach me’ heeft ook een vleugje soul gekregen en klinkt ook best fris.

‘Move on me’ is denk ik de knaller van het album, strakke beat en een pakkende melodie – echt een hoog dancefloor gehalte. ‘Trust him’ een nummer met een knipoog naar de 60s soul met een vleugje doowop en doet misschien, héél misschien, denken aan een Phil Spector-esque nummer dat in een nieuw jasje is gestoken. ‘The thrill is gone’ heeft ook echt vette beats en de medewerking van Cee-Lo Green (aka Gnarls Barkley) past perfect bij ’t nummer – zeker een hoogtepunt op het album. ‘The thrill is gone’ is overigens geen cover van het bekende bluesnummer. ‘Falling in love tonight’ moet eigenlijk gewoon op single worden uitgebracht, wat een heeeeeerlijk nummer, ’t zou zomaar een huge hit kunnen worden in Amerika. Ook dit nummer heeft stevige beats en is voorzien van electronic invloeden – in ieder geval nog een hoogtepunt op het album. ‘Even angels’ is een gewoon leuk R&B liedje, verder niet echt bijzonder of noemenswaardig alhoewel het refrein erg catchy is. Het treurige ‘I’m here’ (van de musical The Color Purple) is uiteraard ook prachtig en haar stem bezorgt me gewoon kippenvel tijdens het beluisteren van deze afsluiter. Wat een soul heeft ze in haar stem dat blijkt vooral uit het de afsluiter van ’t album.

Met dit album is duidelijk een link gelegd naar soulmuziek, als haar volgende album nóg soulvoller is gaat het helemaal goed komen met deze Fantasia Barrino. De platenmaatschappij verwacht overigens dat dit album gaat debuteren in de top3 van de Billboard 200, dat zou betekenen dat dit haar succesvolste debuut zou zijn in die albumchart. Ik gun het haar in ieder geval van harte want dit is gewoon een prima geproduceerd R&B/soul album!

Father's Children - Who's Gonna Save the World (2011)

poster
4,0
”Don’t know how we’re going / But we know just where we’re bound / We’ll just keep on singing our song to you.” Eindelijk gerechtigdheid – de aanhouder wint! Als deze groep überhaupt al bekend is, dan is dat vanwege het beduidend minder interessante werk dat ze in 1979 maakten voor Mercury. Sinds 1973 lagen deze opnamen al op de plank te vergaren – dankzij Numero is daar nu verandering in gekomen. Voordat de zevenkoppige groep zich omdoopte tot Father’s Children heetten ze The Dream, en hielden ze zich vooral bezit met doo wop. Toen ze verwikkeld raakten in een auto-ongeluk en ze allemaal ongedeerd bleven, wijzigden ze hun naam in Father’s Children. In september 1972 begonnen de eerste opnames van deze stukken. Gematerialiseerd werd het echter nooit. De manager(s) van de groep hadden nooit voor de rechten betaald, dus bleven de tapes bij producer Robert Hosea Williams – die ze voor een lange tijd “gewoon” in zijn garage opsloeg / bewaarde. In 2006 werd het materiaal herontdekt door soulhistoricus Kevin Coombe, en nu, vijf jaar later, is het album dan eindelijk een feit.

Ik heb me vaak verbaasd wat voor prachtig spul er allemaal in het verleden werd achtergehouden. Ook dit is weer zo’n prima ontdekking. Niet alles is even geslaagd, maar het grootste gedeelte is op z’n minst boeiend genoeg voor meerdere luisterbeurten. Opener Everbody’s got a problem mag zich al gelijk berekenen tot één van de hoogtepunten van dit album. Wat gelijk opvalt is de mooie, maar ook aparte, kleurklank van leadzanger Nick “Nizam” Smith, die de politieke statement in de tekst van het nummer erg naar zich toe weet te trekken en het persoonlijk weet te maken (ook het gesproken woord gedeelte op het einde is fantasisch!). Het tweede hoogtepunt is Dirt and grime. De lome groove, het mysterieuze randje, de ontoegankelijke tekst, de scheurende gitaar. Wat mij betreft is dit het pronkstuk. “My dirty, filthy habitat is where I got my habit at of cheating, stealing / Never feeling pain of a brother, you dirty mother / Look how far we are…” Het nummer is gewoon betoverend én ontzettend sfeervol.

Dan is er nog het titelnummer, Who’s gonna save the world. Hetgeen wat dit nummer vooral voor mij zo mooi maakt is dit ietwat jazzy aankleding. Dat in combinatie met de zorgelijke tekst, zorgt voor een mooi eindresultaat. Het meest bijzondere nummer is misschien wel Kohoutek, dat erg mooi aansluit op het tijdsbeeld van toen. Een echt document als het ware. Kohoutek was een in 1973 ontdekte komeet die indertijd voor nogal wat opschudding zorgde. Men vreesde dat hij de aarde zou raken, en veel doem-scenario’s werden destijds in de kranten gepubliceerd. Het is overigens ook de eerste komeet die vanuit de ruimte werd gefotografeerd. Het instrumentale nummer dat vernoemd is naar de band klinkt ook niet onaardig. Het is lekker spacey, alsof je wordt meegesleurd in een trip naar de ruimte. Naar Kohoutek bijvoorbeeld. En dat bijna acht minuten lang! Naar het overige werk valt tevens prima te luisteren, maar overtuigen doet het niet. De andere opnames zijn soms te net iets te knullig om een goede indruk achter te laten. Imponeren doet het dus niet of met moeite, maar het hele verhaal van de groep eromheen geeft alles net een beetje meer flair dat het album een ruime voldoende oplevert.

Fertile Ground - Black Is... (2004)

poster
3,5
Het is alweer enige tijd stil rondom Fertile Ground, een zeskoppige band uit Baltimore, Maryland. Met hun tot op heden laatste album Black Is..., hebben ze op hun best een fusie weten te vormen tussen soul, funk, rock en latin, maar het is bovenal een acid jazz album geworden. Net zoals op voorgaande albums zijn ook hierop weer veel nummers te vinden met een lange speelduur, en hoewel dat vooral getuigt van “wij doen lekker waar we zelf zin in hebben” is het enigszins moeilijk voor de luisteraar om een binding te krijgen met het album in zijn algemeenheid. Misschien komt het omdat het album een lange zit is van bijna zeventig minuten, of misschien moet je deze band live ervaren voor 't kwartje valt.

Enfin, dat mag de pret verder niet drukken, want het is best een lekker broeierig album geworden. De lang uitgesponnen nummers zijn gewoonweg prima uitgebalanceerd, en dankzij de goede vocalen van Navasha Daya blijft het allemaal interessant. Soms wordt hier en daar een nummer wat "spannender" aangekleed zoals bijvoorbeeld bij Changing Woman, toch wel één van de meest herkenbare nummers op het album vanwege de trage, diepe funk groove die het nummer typeert. Andere mooie momenten vind ik het aardse, pure titelnummer Black Is. Terwijl andere nummers misschien iets te druk klinken, blijft het hier fijn ingetogen en dat zorgt voor een relaxte sfeer. Dat mag ook wel gezegd worden van het minimalistische Naked, en in mindere mate You die qua stijl beiden een beetje aan de neo-soul doen denken. Tot slot wil ik ook nog Spirit World noemen, want dit nummer weet al de genres die ik in mijn tweede zin opsomde toch het mooiste te fuseren en weet te benadrukken hoe veelzijdig deze band is.

Sfeervol album, en een prima niet-gebruikelijke keuze als soul album van de week.

Fetsum - The Colors of Hope (2012)

poster
4,0
Het jaar 2012 kent weinig leuke en noemenswaardige soulalbums in vergelijking met voorgaande jaren. De verassing is dan ook groot dat één van de beste albums in het genre uit Duitsland blijkt te komen. Fetsum is een man van weinig woorden, en de woorden dan wel teksten die hij bezingt, zijn niet zo opmerkelijk. Toch is het juist die eenvoud van The Colors of Hope die het album zo geslaagd maakt. Fetsum zingt liedjes over zijn roots, de liefde, het leven en verbroedering, en hij bezingt ze met passie en verlangen. Misschien is dat de geheime formule van het album. De teksten worden bijna allemaal begeleid door een tamelijk organische en sobere instrumentatie, maar het werkt. Dat zonder meer! Met deze uitwerking, zou je gerust kunnen zeggen dat dit het mannelijke antwoord is op de twee laatste albums van India.Arie. Daarmee hoef je niet te verwachten dat The Colours of Hope het album is dat je omver zal blazen. Eerder het album dat je misschien imponeert in al z'n simpelheid, iets wat het meeste kans van slagen heeft als je luistert naar Trials of Time, Egypt en Letters from Damascus.

Fireball - Drive Me to Hell (1976)

poster
3,0
Dat Fransen ook soul, funk en disco konden maken wordt bewezen door Fireball. Drive me to hell is voor zover bekend het enige album van deze obscure band. In Europa verwierven ze geen bekendheid, dus werd één jaar later dit album ook uitgebracht in Canada in de hoop op meer succes, maar ook daar wist dit album geen potten te breken. En tja, in zekere zin is dat best begrijpelijk hoor. Het klinkt allemaal best redelijk en het luistert lekker weg, maar het klinkt nergens exceptioneel goed – enkele uitzonderingen daargelaten. Ook begin ik dit album met iedere luisterbeurt minder bijzonder te vinden.

Het meest memorabele nummer op dit album vind ik Surprise dat een beetje doet denken aan bepaalde nummers uit het oeuvre van Earth, Wind & Fire. Daarnaast is het psychedelischachtige Funky love de tweede en laatste hoogtepunt op deze plaat. Het opvallendste nummer daarentegen is This song dat de enige ballad is, maar man, wat is dit een zeikerig nummer. Met ”Curry chicken and rice, everything is nice” gaan we de grappige (kuch) kant op, en dit is tekstueel wel heel erg nietszeggend. Bah, ik houd er niet van. Ook de overige nummers hebben geen enkele kwaliteiten om de luisteraar te imponeren. Deze formatie had beter naar landgenoten Cane & Able moeten luisteren; die deden het wel goed en wisten je meteen te raken met hun fantastische soul- en funknummers!

Afgaande op de hoesfoto leek me dit wel cool, maar des te meer misleidend het album is. Het album kabbelt gewoon teveel voort en kent te weinig memorabele momenten. De instrumentatie klinkt best oké, maar de vocalen weten mij helemaal niet te boeien. Net als het album overigens. Nee, dan luister ik liever Boney M! Leuk probeersel maar er ontbreekt veel aan deze LP, daarom een krappe voldoende.

Flaming Ember - Westbound #9 (1970)

poster
3,5
Dit is één van de eerste soulacts die bestond uit blanke muzikanten. De heren van Flaming Ember kwamen uit Detroit overigens, en verder dan dit album, uitgebracht op het label van Holland-Dozier-Holland, zijn ze nooit gekomen. Hun versie van Blood, Sweat & Tears’ Spinning Wheel vond ik leuk genoeg om het album eens beluisteren, maar het gros klinkt minder spontaan of fris. Hoewel deze muziek zeker te scharen valt onder soul, heeft het duidelijke sporen naar popmuziek (vast in de hoop om succes te krijgen op de Billboard charts). Het klinkt tamelijk braaf allemaal. Productioneel is het album naar m'n smaak iets te gladgestreken. Dat had met deze nummers helemaal niet gehoeven. Best zonde, want de zanger van deze band heeft een fantastische stem. Zo’n (rauwe) stem had best wat meer funk kunnen gebruiken. De soulvolheid ervan komt vooral mooi naar voren in Mind, Body & Soul, dat samen met Going in Circles en Stop the World and Let Me Off, en het titelnummer de beste nummers van 't album vormen. Over het algemeen zeker geen slecht album. Veel aardige nummers (geen slechte tracks zelfs), maar één of twee echte knallers hadden niet misstaan op Westbound #9.

Floyd Lawson and The Hearts of Stone - Coming Out (1976)

poster
2,5
We schrijven 1976, het tijdperk van de plateauzolen en kitscherige kleding, totaal over de top, passend bij de disco. Soul wist de mensen niet langer te boeien. Zelfs de meest succesvolle labels als Stax en Motown en diens ‘grote namen’ hadden moeite hun naam in eer te houden, om nog maar te zwijgen over de niet-succesvolle artiesten. Hearts Of Stone waren al ruim zes jaar verdwenen en vergeten, voor zover de überhaupt al bekend waren bij de mensen. Vanuit het niets wordt er opeens dan toch een album uitgebracht. Ditmaal onder de vernieuwde naam: Floyd Lawson & The Hearts Of Stone, met naast de originele bezetting, drie nieuwe groepsleden. Waarom krijgt Floyd Lawson die vermelding? Leadzanger was hij toch zes jaar eerder ook al? O wacht, dit album verscheen op een onafhankelijk label waarvan de eigenaar, je raadt het al, Floyd Lawson was. Alles heeft zijn prijs, zo blijkt maar weer.

Ondertussen is er het een en ander gebeurd. De groep, oorspronkelijk uit Philadelphia (Pennsylvania, USA) om vervolgens te belanden in Detroit (Michigan, USA), is ondertussen woonachtig in Quebec (Canada). Hier nemen ze met een klein budget hun tweede LP op (die nog raarder is dan hun eerste). De beperkte oplage die op vinyl wordt geperst is eigenlijk puur bedoelt voor promotionele doeleinden, om concerten door het land te werven. Het is inmiddels een veel gezocht collectors item geworden.

Voor dit album nam de groep, net als voor het vorige album, een aantal covers op. Helaas zijn ze ditmaal niet zo geslaagd als de vorige keer, en heeft het album als geheel een karaokeachtige sfeer, en klinkt hij helaas dus nogal amateuristisch. Opener en cover Theme from S.W.A.T. (origineel is van Rhythm Heritage) is nog niet zo onaardig gedaan, en klinkt veelbelovend, maar wanneer de covers K Gee (origineel is van de Nite Liters), en/of That’s the way I like it (origineel is van KC & The Sunshine Band) voorbij komen, klinkt het toch een stuk minder overtuigend. Ze proberen nu met een wat frisser geluid te komen, maar in plaats daarvan klinkt het eerder oubollig. Een vlot instrumentaal nummer als Oil in the ground of Rated X is veel te chaotisch en rommelig om luisteraars te binden met hetgeen ze horen, terwijl rustige nummers als Love won’t let me wait of Sunshine makkelijk wegluisteren, zonder dat het ook maar één moment memorabel wordt. Eigenlijk is dat van toepassing bij dit hele album.

Lees hier het eerste deel.

Fred Hughes - Baby Boy (1970)

poster
4,0
”They call me baby boy, a part of a new generation.” Beter goed gejat dan slecht bedacht, dat zal Fred Hughes, niet te verwarren met zanger Freddie Hughes, vast hebben gedacht toen hij in 1970 zijn enige album uitbracht; de helft zijn covers. Toch zijn het vooral de vijf nieuwe nummers, die hij overigens alle-maal zelf schreef, die getuigen van grote klasse. Verder staat hier ook zijn bekendste nummer op, een heropname van Ooh wee baby I love you. Voor zover ik weet zong hij de originele versie in 1965; het nummer werd daarna meermaals gecoverd, en opvallend genoeg dan met name door artiesten die allemaal ondergebracht waren bij het Brunswick-label, maar ook diens dochteronderneming Dakar.

Het titelnummer Baby boy voelt bijvoorbeeld echt niet aan als een nummer uit 1970; het was minstens een jaar of vijf zijn tijd voor uit. Het heeft een bepaalde, groovende disco-vibe over zich, dat maakt het een modern nummer. Who you really are is overigens ook erg lekker zeg, niet alleen de blazers en de bassline, maar ook de drumbreak halverwege het nummer. De tekst mag er ook zijn trouwens: voor de afwisseling is de man niet een hartenbreker, maar de vrouw! Dan zijn er nog I understand, In my time of need en Don’t let this happen to us: drie nummers die eigenlijk heel vrolijk klinken, maar vooral van de twee laatstgenoemde nummers zijn de teksten best verdrietig. Het is vooral de onverschilligheid wat betreft zang wat mij opvalt. Nee, écht soulvol klinkt het niet, eerder wat behoudend en met behoud van z’n cool. Dat maakt die nummers ook wel weer interessant. De twee mindere momenten zijn de covers Georgia on my mind en People, het probeersel om wat blues en jazz aan de rest van het album toe te voegen pakt verkeerd uit. Beide nummers vallen buiten de toon van het overige op het album, en klinken niet als iets wat in de jaren ’70 is gemaakt, eerder jaren ’50 ofzo (dit is naar mijn persoonlijke smaak té gedateerd in dit geval). De twee andere covers zijn een stuk leuker, en zijn prima bijdragen.

Wat mij het meest is bijgebleven aan dit album is de coole zangstijl van Fred. Zonder ook maar één memorabele uithaal te maken, bezingt hij zijn nummers alsof hij de baas der bazen is. Maar ach, die Fredje kan het zich permitteren, het bevalt me wel. Wel jammer dat hij niet meer werk heeft uitgebracht.

Freddie North - Friend (1971)

poster
4,0
Deze soulzanger uit Nashville, Tennesse, bleef een one-hit-wonder in de Verenigde Staten. Alleen het nummer ‘She’s all I got’ werd een bescheiden hit, en bleef steken op no. 39 in de Billboard Hot 100. Verdere successen bleven uit, maar hij heeft in totaal wel drie albums gedurende zijn carrière mogen maken. Tot dusver ken ik alleen ‘Friend’, en dit album bevalt me erg goed. Naast zijn mooie stem, zijn de nummers ook allemaal erg mooi. Mijn favoriet is ‘Yours love’ samen met ‘Ain’t nothing in the news’ en ‘Did I come back too soon’, maar nummers als ‘Sidewalks, fences and walls’ en ‘Sweeter than sweetness’ (die later overigens beide door Solomon Burke werden gecoverd), zijn ook de moeite waard. Geen enkel nummer is overigens slecht. Maar gezien het label Mankind (volgens mij de platenmaatschappij van Swamp Dogg?), had ik ook niets anders verwacht.

Freddie Scott - Are You Lonely for Me? (1967)

poster
4,0
Helaas alweer een aantal jaren geleden overleden, deze vergeten soulzanger. Hoewel Freddie Scott niet tot de bekendere soulzangers hoort, is hij wat mij betreft zeker een grote. 'Are you lonely for me' (prachtige albumtitel trouwens!) is een prima soulalbum dat voor de helft bestaat uit covers. Eigenlijk vind ik al zijn covers meer dan geslaagd en vooral 'Cry to me' en 'Spanish Harlem' komen mooi uit de verf. Ook de overige nummers veelal geschreven door Bert Berns (eigenaar van Shout Records) en Ed Townsend zijn ook allemaal erg mooi. Daarnaast verdient het nummer 'Where were you' dat door Freddie Scott zelf geschreven werd, het ook om genoemd te worden. Geen enkele misser op deze plaat, een album ingezongen met heart en soul. Absoluut een luisterbeurt waard, deze Freddie.

Freddie Scott - I Shall Be Released (1970)

poster
3,0
Op zich een aardig soulalbum, helaas wel een stuk minder dan z'n voorganger 'Are you lonely for me?'. 'If tomorrow never comes' is voor mij ietwat te langdradig om m'n gedachten erbij te houden, het is overigens niet het nummer dat bekend werd gemaakt door Ronan Keating. De titeltrack 'I shall be released' is een cover van Bob Dylan en die vind ik geslaagd mede door het mooie arrangement en het achtergrondkoor. 'Girl, I love you' is een zelfgeschreven stuk van Scott en is een combinatie van (lichte) rock en soul. 'I'll be leaving her tomorrow' is een van de betere nummers van het album, meer in southern soul style en daarom behoort 'ie tot mijn favorieten. 'Learning how to fly' kent country-invloeden en hoewel geprobeerd is een redelijk funky nummer neer te zetten ontbreekt het duidelijk aan kracht/power. Daarnaast vind ik zijn uithalen bij dit nummer aan de irritante kant. Dan nog een cover van de Beatles (of Joe Cocker), namelijk 'With a little help from my friends', tja, het blijft een prachtig nummer - ook deze versie van Freddie en vooral achtergrond vind ik weer erg mooi uit de verf komen op dit nummer, toch had het wat mij betreft veel soulvoller gemogen. 'Don't let me fall' is helaas niet memorabel genoeg om bij te blijven en de afsluiter -ook een zelfgeschreven stuk- heeft hetzelfde probleem. Het album is qua instrumentatie veel te plat en eenvoudig en de keuze van nummers zijn over het algemeen niet interessant genoeg om bij te blijven. Dan was hij bij platenlabel Shout van Bert Berns toch echt beter af. Dit album doet me nagenoeg niet veel.

Frederick Knight - I've Been Lonely for So Long (1973)

poster
3,5
Helaas inderdaad een one-hit-wonder. Ik kwam dit album onlangs toevallig weer tegen, nadat ik wat research deed over ‘Someday we’ll be together’ dat nog steeds één van mijn favoriete Motown nummers is, zo niet mijn favoriet – dat ter zijde. ‘I’ve been lonely for so long’ is opzich best een fijn soulalbum van Stax. De titeltrack en tevens opener had Fredrick voor een andere vocalist in gedachte, maar hij werd overgehaald om het zelf maar in te zingen. Alle vocalen die je hoort op dat nummer zijn enkel door Fredrick zelf ingezongen. Hoewel hij het nummer zelf schreef, gingen de credits voor dit lied naar zijn vrouw, Posie Knight. Dit omdat Frederick nog contractuele verplichtingen had met Rick Hall (eigenaar van Fame Studios, bekend van o.a. CandI Staton).

Behalve de titeltrack zijn er nog andere mooie nummers te vinden op deze plaat. Wat te denken van de tweede single ‘Trouble’, die wel een klein beetje lijkt op de titeltrack alleen met hier en daar wat reggae vibes. Helaas is de single volledig geflopt, maar werd later wel gecoverd door o.a. King Floyd en Ry Cooder. Maar natuurlijk ook het nummer waardoor ik dit album herontdekte: ‘Someday we’ll be together’. Hoewel ik zelf de versie van Diana Ross & The Supremes prefereer, blijft het natuurlijk een prachtig nummer en ook Frederick's funky versie bevalt erg goed hier! Verder zijn ‘Take me home witcha’, ‘Friend’ en ‘Lean on me’ ook zeerzeker de moeite waard. Jammer dat dit album niet aansloeg. Hij schijnt het zo slecht gedaan te hebben, dat de jas die hij op de coverfoto draagt, moest terugsturen naar de kledingwinkel waar hij hem van leende, omdat hij zich de jas simpelweg niet kon veroorloven. De achtergrondvocalen bij een aantal nummers zijn overigens verzorgd door o.a. Sam Dees, ook een geweldige soulzanger, die tevens co-writer is van de nummers drie en zes.

Wat ik als geheel wat minder aan dit album vind, is dat het qua instrumentatie naar mijn idee soms wat te eenvoudig/plat klinkt, het had allemaal wat mij betreft –vooral op de wat snellere nummers– wat uitbundiger gemogen. Verder mis ik ook een bepaalde vorm van (overtuigings)kracht in zijn stem, net als bijvoorbeeld bij Lou Johnson die rond diezelfde tijd (twee jaar eerder) een album voor zuster-label Volt opnam. Qua vocalen niet bepaald te vergelijken, inhoudelijk qua album echter beiden ‘net niet pakkend genoeg’ i.t.t. tot andere Stax/Volt albums. Dat zal dan ook wel de reden zijn, dat dit album geen succes werd voor Fredrick. Favorieten zijn ‘Friend’, ‘Lean on me’, ‘Trouble’ en natuurlijk 'Someday we'll be together'. Behalve de net genoemde nummers kunnen er nog een drietal andere nummers mee door, de rest is helaas niet memorabel genoeg als je 't mij vraagt.

Trouwens, die jas hè… die vind ik echt zo mooi – op het bont na dan!

Frédérique Spigt - Land (2011)

poster
4,0
Spigt goes country! Aanvankelijk misschien een rare gewaarwording, maar uiteindelijk best smakelijk. Land is 'n vreemde contradictie; de sfeer is niets meer dan Polder-country, het doet mij in ieder geval niet denken aan americana, niet écht tenminste, terwijl de teksten juist op en top americana zijn. Met zijn zestien nummers draagt het album misschien net iets teveel bagage, maar er staat van begin tot bijna het eind genoeg moois op om te kunnen spreken van een consistent goede plaat. De nummers waarin verhalen worden vertelt, dat zijn ongeveer de helft, doen het erg goed. Drie van deze nummers die in het bijzonder opvallen zijn Tessie Rides Her Palomino, Lonely Betty Blue en ook Momma’s Only Screaming. Alle drie erg mooie, integere ballades die in hun meest zuivere vorm worden opgeworpen. De leukste - bij een gebrek aan 'n beter woord - tegenhanger is beslist het vlotte My Horse Is Crippled, mijn favoriet, waarbij je al gauw het risico loopt om 't refrein weken, zelfs maanden, niet uit je hoofd te kunnen krijgen. Hier een slachtoffer die spreekt uit ervaring. Bij de laatste vind ik de tekst trouwens ook verassend origineel; sommige liedjes kampen op gebied van tekst soms (lichtelijk) met onoriginaliteit, of beter gezegd: ze zijn voorspelbaar. Iets wat niet per se slecht is. 't Enige vervelende liedje is I’m Sure You Wish You Had. De manier waarop 'ie wordt ingezongen is vreselijk (zijn we levensmoe?). Ook een wat-zo-een-smartlap-had-kunnen-zijn als Drunk and Crazy en vooral Horses en Catastrophe missen het vermogen om interessant te blijven, maar ach, niets om je verder - al te veel - druk over te maken.

Fugees - Blunted on Reality (1994)

poster
3,5
Een verdienstelijk debuut van de Fugees. Het verschil tussen deze en de opvolger, The Score, vind ik best meevallen; die laatste heeft (wat) invloeden van R&B, iets wat dit album niet heeft. Het probleem met dit album is echter dat sommige nummers zich moeilijk onderscheiden van elkaar, dat maakt een beluistering een tamelijk lange zit. De betere tracks vind ik Nappy Heads en Giggles - de meest frisse producties op hun debuut, de luchtige productie van Temple met wat invloeden van reggae en ska (dit nummer had helemaal niet misstaan als single indertijd), ook in mindere mate de akoestische sfeer die Vocab met zich meebrengt en het solo door Lauryn Hill uitgevoerde, Some Seek Stardom vind ik best de moeite waard. De Bridge Over Troubled Water-sample, van Aretha Franklin in dit geval, komt overigens erg mooi tot zijn recht in Some Seek Stardom, daardoor krijgt het nummer een - behoorlijk - soulvolle vibe. Wat overblijft is niet slecht, maar het zijn niet het soort nummers om veel te beluisteren, daarvoor zijn ze mij iets te doorsnee. Boof Baf vind ik overigens een soort aftreksel van Nappy Heads, alleen dan een stuk minder leuk. De remix van Nappy Heads had trouwens wat mij betreft achterwege gelaten mogen worden, niet alleen in verband met de (lange) speelduur, maar ook omdat ‘ie niet voor een meerwaarde zorgt. De albumversie is toch het leukst en dat maakt de bonus remix wat overbodig.