Hier kun je zien welke berichten Angelo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Randa and the Soul Kingdom - Randa and the Soul Kingdom (2009)

3,5
0
geplaatst: 7 september 2010, 17:42 uur
Ja, ook ben blij dat ik kennis heb mogen maken met dit album. Soms dan beluister ik een album puur op basis van een albumcover omdat die mij zo aanspreekt. Dat was ook het geval bij dit album van Randa & The Soul Kingdom. Ook dit is een album waarbij geprobeerd is om een authentieke 60s soul/funk sound te creëeren zoals we de afgelopen jaren vaker hebben gezien. Als je daarvan houdt is ook dit zeerzeker een geslaagd project. Een album vol met ritmisch opzwepende hoogstandjes die allemaal regelrechte floorfillers zijn. Het is misschien ietwat veel van hetzelfde maar daarom staan er ook maar ‘slechts’ tien nummers op dit album; dat aantal is genoeg om je interesse erbij te houden. Ondanks de niet al te lange tracklist staan er toch een uitspringers op. De mooiste momenten zijn in de vorm van o.a. ‘I do what I do’, ‘Holding strong’ en ‘You can make it funky’. De instrumentatie van alle nummers zijn overigens tot in detail verzorgd. Rauw, ongepolijst en extreem funky – dat is dit album!
Raphael Saadiq - Stone Rollin' (2011)

3,5
0
geplaatst: 31 maart 2011, 12:09 uur
Drie jaar na The way I see it is Raphael Saadiq terug van weggeweest. Na de formaties Tony! Toni! Toné! en Lucy Pearl geniet Saadiq al enkele jaren als solist enige roem. Met zijn vorige plaat verwierf hij al redelijke bekendheid in onder andere de Verenigde Staten en Europa, maar op het internet gonst het van de speculaties dat dit voor hem de definitieve doorbraak zal betekenen. Het feit dat dit tot nu toe één van de weinige soul releases van 2011 is zal zeker in zijn voordeel zijn, en op het internet is menig critici het er over eens: dit album zal veel te horen zijn deze zomer. Saadiq verklaarde dat zijn vorige album als het ware een echo was van het sixties werk van The Temptations, en dat hij voor dit album een lichtelijk andere koers zal varen maar tegelijkertijd dezelfde lijn zal voortzetten als The way I see it en -uiteraard- met behoud van de retro sound.
Dat dit album vol staat met retro nummers staat tijdens de eerste beluistering al buiten kijf. Menigeen kan al snel concluderen dat dit vakwerk is. Ondanks dat vind ik het materiaal veel van hetzelfde en twijfel dan ook de houdbaarheid van Stone rollin’ als geheel. Af en toe een nummer is zeker fijn, maar dan grijp ik toch al snel steeds terug naar de titeltrack. Dat is naar mijn idee toch wel het pronkstuk op deze plaat. Opener Heart attack is een voorbeeld van een nummer waar ik vrij snel op uitgekeken ben. Het is één van de stevigste nummers op het album, het kent een strakke instrumentatie en barst van de energie. Toch heb ik geen seconde het idee dat ik luister naar een funknummer dat mij volledig weet in te pakken. Go to hell begint veelbelovend, maar het blijft maar voortkabbelen. Ruim vier minuten lang steeds hetzelfde deuntje zonder enige afwisseling. Het koortje weet het nummer nog enigszins naar een hoger niveau te brengen en dat de instrumentatie halverwege het nummer wat voller wordt draagt daar ook aan bij. Het weerhoudt mij er echter niet van om het nummer tot een redelijk saai liedje te bestempelen.
Met Radio en Over you wordt teruggegrepen naar een combinatie van sixties soul en rock. Aanvankelijk erg verfrissend, maar het frisse is er na drie luisterbeurten wel van af. Day dreams ademt een jaren ’50 stijl uit en wekt op de een of andere manier (qua arrangement) zelfs het gevoel op dat dit een traditioneel “zwart” gospel nummer had kunenn zijn. Movin’ down the line tapt duidelijk uit het Motown-vaatje, maar het is vooral een gebrek aan charme dat ervoor zorgt dat ik liever iets van Motown van –tig jaar geleden opzet. Just don’t doet me denken aan het eerdere nummer Go to hell, ruim vijf minuten lang hetzelfde. Waarom er zo weinig variatie in dit album zit is mij een raadsel. Gebrek aan creativiteit heeft de beste man namelijk niet. Good man is naast de titeltrack het tweede nummer dat ik écht goed vind. De heerlijke losse vibe en het nogal kale arrangement zorgen voor een betoverende sfeer. Een sfeer die ik graag vaker had willen ervaren op deze plaat. Ook de toegevoegde gastartiest(e) zorgt voor een meerwaarde. The answer mag het album afsluiten, of nouja, bijna dan. Hoewel dit nummer tekstueel één van de sterksten is, gaat het helaas gepaard met één van de saaiste arrangementen. Er volgen een paar minuten stilte en dat wordt de luisteraar verrast met een “verborgen” nummer, vandaar dat The answer ook bijna tien minuten duurt. Dit nummer valt ietwat buiten de stijl in vergelijking met de rest, het ligt in zekere zin in dezelfde lijn, maar is meer georiënteerd op het neo-soul genre, maar helaas weet ook dit nummer geenszins te imponeren.
Naast kwaliteit wordt er ook (helaas) verzadiging geboden. Tien nummers, tien keer bijna hetzelfde kunstje waarbij alleen de titeltrack en Good man zijn blijven hangen. Saadiq is een artiest in hart en nieren en kent de fijne kneepjes van het vak. Entertainen kan hij als geen ander. Productioneel, vocaal en instrumentaal een prima album waar menig artiest een voorbeeld aan kan nemen. Op originaliteit (teksten e.d.) en pakkendheid daarentegen ben ik dan weer een stuk minder enthousiast. Meer soul dan dit kom je tegenwoordig haast niet tegen in een album, maar ironisch is dat ook het struikelblok, de échte soul ontbreekt. Stone rollin’, een plaat waar je prima op los kan gaan maar geen enkele emotie weet over te brengen. Het “zijn we er al bijna”-gevoel dat na ongeveer het vijfde nummer begint blijkt een terugkomend verschijnsel. Misschien is dat bij zijn volgende album anders…
Dat dit album vol staat met retro nummers staat tijdens de eerste beluistering al buiten kijf. Menigeen kan al snel concluderen dat dit vakwerk is. Ondanks dat vind ik het materiaal veel van hetzelfde en twijfel dan ook de houdbaarheid van Stone rollin’ als geheel. Af en toe een nummer is zeker fijn, maar dan grijp ik toch al snel steeds terug naar de titeltrack. Dat is naar mijn idee toch wel het pronkstuk op deze plaat. Opener Heart attack is een voorbeeld van een nummer waar ik vrij snel op uitgekeken ben. Het is één van de stevigste nummers op het album, het kent een strakke instrumentatie en barst van de energie. Toch heb ik geen seconde het idee dat ik luister naar een funknummer dat mij volledig weet in te pakken. Go to hell begint veelbelovend, maar het blijft maar voortkabbelen. Ruim vier minuten lang steeds hetzelfde deuntje zonder enige afwisseling. Het koortje weet het nummer nog enigszins naar een hoger niveau te brengen en dat de instrumentatie halverwege het nummer wat voller wordt draagt daar ook aan bij. Het weerhoudt mij er echter niet van om het nummer tot een redelijk saai liedje te bestempelen.
Met Radio en Over you wordt teruggegrepen naar een combinatie van sixties soul en rock. Aanvankelijk erg verfrissend, maar het frisse is er na drie luisterbeurten wel van af. Day dreams ademt een jaren ’50 stijl uit en wekt op de een of andere manier (qua arrangement) zelfs het gevoel op dat dit een traditioneel “zwart” gospel nummer had kunenn zijn. Movin’ down the line tapt duidelijk uit het Motown-vaatje, maar het is vooral een gebrek aan charme dat ervoor zorgt dat ik liever iets van Motown van –tig jaar geleden opzet. Just don’t doet me denken aan het eerdere nummer Go to hell, ruim vijf minuten lang hetzelfde. Waarom er zo weinig variatie in dit album zit is mij een raadsel. Gebrek aan creativiteit heeft de beste man namelijk niet. Good man is naast de titeltrack het tweede nummer dat ik écht goed vind. De heerlijke losse vibe en het nogal kale arrangement zorgen voor een betoverende sfeer. Een sfeer die ik graag vaker had willen ervaren op deze plaat. Ook de toegevoegde gastartiest(e) zorgt voor een meerwaarde. The answer mag het album afsluiten, of nouja, bijna dan. Hoewel dit nummer tekstueel één van de sterksten is, gaat het helaas gepaard met één van de saaiste arrangementen. Er volgen een paar minuten stilte en dat wordt de luisteraar verrast met een “verborgen” nummer, vandaar dat The answer ook bijna tien minuten duurt. Dit nummer valt ietwat buiten de stijl in vergelijking met de rest, het ligt in zekere zin in dezelfde lijn, maar is meer georiënteerd op het neo-soul genre, maar helaas weet ook dit nummer geenszins te imponeren.
Naast kwaliteit wordt er ook (helaas) verzadiging geboden. Tien nummers, tien keer bijna hetzelfde kunstje waarbij alleen de titeltrack en Good man zijn blijven hangen. Saadiq is een artiest in hart en nieren en kent de fijne kneepjes van het vak. Entertainen kan hij als geen ander. Productioneel, vocaal en instrumentaal een prima album waar menig artiest een voorbeeld aan kan nemen. Op originaliteit (teksten e.d.) en pakkendheid daarentegen ben ik dan weer een stuk minder enthousiast. Meer soul dan dit kom je tegenwoordig haast niet tegen in een album, maar ironisch is dat ook het struikelblok, de échte soul ontbreekt. Stone rollin’, een plaat waar je prima op los kan gaan maar geen enkele emotie weet over te brengen. Het “zijn we er al bijna”-gevoel dat na ongeveer het vijfde nummer begint blijkt een terugkomend verschijnsel. Misschien is dat bij zijn volgende album anders…
Rasputin Stash - Devil Made Me Do It (1974)

3,5
0
geplaatst: 23 januari 2012, 23:38 uur
Drie jaar en een gehalveerde formatie later, ging Rasputin Stash, ditmaal min de ‘s, in de herkansing toen ze het voor een tweede, laatste keer mochten proberen, onder toezicht van niemand minder dan ome Mayfield. Curtom was Curtis zijn label. Ten opzichte van hun belabberde debuut, boeken ze met dit album progressie en hebben ze als "musici" hun vak duidelijk beter onder de knie gekregen. Daar staat echter wel tegenover dat dit album de charme van hun debuut mist. Productioneel is er niet veel aan te merken, maar het songmateriaal is grotendeels niet bijzonder. De (twee) hoogtepunten volgen hier snel achter elkaar. Het thema “marihuana” wordt -net als op hun vorige album- ook deze keer niet gemeden en ook nu gaat het, ironisch genoeg, gepaard met het meest meeslepende en fijnste ritme van heel het album. De uitsmijter (de laatste zin) van dat liedje is ook geweldig: “Remember, smoking may be hazardous to your health”. Hit It & Pass It springt daarom ver boven het overige uit samen met het aanstekelijke titelnummer, waarin de heren een (prima!) excuus hebben gevonden om overspel te rechtvaardigen: ”The devil made me do it”. Geweldig! De composities I Can Feel Your Love Jones met de "vulgaire" tekst en in mindere mate Middle Man maken dit album ook nog wel 'n beluistering waard. Het overige is niet helaas niet leuk. Behoorlijke saaie melodieën en van de vocalen en teksten hebben ze het sowieso al nooit moeten hebben. Er worden te weinig top-songs gepresenteerd om van 'n puik album te spreken, maar ach, ook hun tweede plaat kan gewoon weer op 'n ruime voldoende rekenen.
Rasputin's Stash - Rasputin's Stash (1971)

3,5
0
geplaatst: 23 januari 2012, 23:22 uur
Amateurisme. Misschien wel een slecht(st)e eigenschap die een album kan bezitten. Hier niet. Bij het debuut van Rasputin’s Stash is het juist een meerwaarde. Veel van de nummers die hier op dit album staan, zijn zo belabberd en zelfs onprofessioneel - met name op tekstueel aspect - dat ze vanzelf leuk worden. Hier en daar weten ze wel origineel uit de hoek te komen, al blijft het onprofessioneel; wat niet per se negatief uitvalt. Your Love Is Certified - vertaal de titel voor de grap 'ns naar het Nederlands - en Take Me on Back zijn op hun manier best origineel. De eerste krijgt door de gitaren en de laatste krijgt door de harmonica een soort van country-stijl van het zuiden over zich heen, iets wat in het funk genre niet een veel gezien verschijnsel is. Je zou hetzelfde kunnen zeggen van Freaks Prayer dat zich “puur” aandoet, folkloristisch misschien zelfs, en tevens de belofte van zijn vreemde titel weet waar te maken. Het is een heel apart liedje geworden. Mr. Cool is onweerstaanbaar. Alleen al hoe de zanger hierin op geacteerde wijze stoned overkomend het nummer opent en op droge wijze ”I used to fool around with the president’s old lady” bezingt, maakt hem held. "Mr. Cool" is overigens ook 'n pooier, dat je het weet. Het meest “diepzinnige” dat je hierop zult aantreffen is You Better Think. Een boodschap als het ware om jongeren - waarschijnlijk jongeren uit de ghetto’s - te stimuleren 'n opleiding te volgen. Het laatste leuke liedje wordt gebracht met Dookey Shoe. Op het eerste gehoor een liedje dat geïnspireerd is op het circus, maar wie de tekst nauwer onder de loep neemt hoort een nogal perverse tekst (“I’m a nasty, nasty man with a dirty, funky plan"). Verre van perfect, maar ook te leuk om niet leuk te kunnen vinden.
Raw Soul Express - Raw Soul Express (1976)

4,0
0
geplaatst: 23 februari 2011, 13:20 uur
Hier nog zo'n album waarbij je je één ding afvraagt: "Waarom kent niemand dit?". Raw Soul Express is misschien wel niet de bekendste act van het Cat-label, die eer gaat naar Gwen McCrae of Little Beaver, dit album is echter wel een verborgen juweeltje. Ondanks de titel van de band en diens album, is dit niet alleen een soulalbum maar voornamelijk een funkalbum met invloeden van jazz. Helaas was deze weinig succesvol en nauwelijks bekend bij de mensen. Drie singles werden van dit album geplukt in de hoop op die ene hit, maar die bleef uit. Wat er met deze zevenkoppige band is gebeurd, zal voor menigeen een raadsel zijn. Aan dit album heeft het in ieder geval niet gelegen, retestrakke tracks worden proper afgewisseld met ingetogen nummers, zo is 'Dedicate all my love to you' erg jazzy. Het instrumentale 'Burn the candle' funked het hardste, het catchy 'It's in you' swingt het beste, is 'All alone' het meest dromerige nummer op dit album en zijn de knallers het discoachtige 'Right on' en het instrumentale jazzy/funky psychedelische 'Music mediation'. Eigenlijk heeft ieder nummer wel iets wat 'm bijzonder maakt, en dat maakt dit zo'n leuke plaat. Jammer dat deze heren weinig erkenning krijgen.
Rebecca Ferguson - Heaven (2011)

4,0
0
geplaatst: 15 december 2011, 20:28 uur
Een stem als die van Rebecca Ferguson komt maar eens in de zoveel tijd voorbij. In de laagte doet hij denken aan die van Nina Simone, in de hoogte wellicht aan die van Macy Gray. De verassing was dan ook groot dat zo’n uitzonderlijk talent haar geluk moest beproeven in een talentenjacht, X-Factor, alwaar ze vorig jaar op een niet-onverdienstelijke tweede plaats eindigde. Ferguson deed mee om een betere toekomst te kunnen bieden voor haar kinderen - gezien Ferguson zelf opgroeide en leefde in armoede. Dat behoort tot verleden tijd. Vorige week lanceerde Ferguson haar debuut - Heaven genaamd - die in de eerste week van de release bijna 130.000 exemplaren verkocht! Voor dit album schreef ze aan alle teksten mee, en kreeg ze bijstand van onder meer gerenommeerde schrijvers als Eg White (Chasing Pavements), Steve Booker (Mercy) en Fraser T Smith (Set Fire to the Rain). Hoge verwachtingen alom.
Hoewel je de gebruikelijke associaties met Adele, Duffy of Winehouse kunt maken, is dat nergens voor nodig. Ferguson is gewoon Ferguson; een dame met (grote) klasse en een karakteristiek stemgeluid! Ondanks Heaven misschien niet de potentie heeft om veel geschikte singles te kunnen produceren, is het als geheel een prachtige plaat geworden die misschien - net als Adele’s albums - iets te volmaakt wil klinken (het ís dan ook volmaakt), maar vooralsnog meer te bieden heeft dan een 19 of 'n 21 en op momenten heel veel rauwer klinkt. De bescheidenheid die ze als persoon bleek te zijn, is ook terug te vinden in veel van de teksten. De mooiste verassing op het album is wel het pseudo-jaren ’50 Fighting Suspicions dat gepaard gaat met een vrij rauwe productie, het effect van het donkere sfeertje waarmee het nummer gepaard gaat is verbluffend. De productie is fenomenaal, nee, het is zoveel meer dan dat!
Nog zo’n mooie toevoeging voor het album is Nothing’s Real but Love. Die mooie en natuurlijke sound van het liedje met de onmiskenbare invloeden van de gospel zijn te prijzen, ook het post-disco(-esque) georiënteerde Run Free is opvallend. De kanshebber om uit te groeien tot grootste hit is waarschijnlijk Glitter & Gold, nog zo’n juweeltje hierop. Niet alleen omdat het tekstueel zo mooi aansluit bij de huidige recessie (”All that glitter and all that gold /Won't buy you happy /When you have been bored and sore / Take care of your soul”), maar vooral vanwege het slimme refrein en de bombastische en ongepolijste instrumentatie. Too Good to Lose doet enigszins denken aan Candi Staton’s - klassieker - You Got the Love, met name de laatste dertig seconden, en daarmee zou dit zomaar een schot in de roos kunnen zijn. Het overige klinkt tevens overwegend perfect. Zo vind je in Mr. Bright Eyes, Fairytale (Let Me Live My Life This Way) en Diamond to Stone een stukje van die oude Motown-sound, terwijl ze met ballades als Shoulder to Shoulder en Teach Me How to Be Loved haar vocale kwaliteiten het mooist ten gehore kan brengen. Het is te hopen dat ze net zo ’n grote naam wordt als die drie andere artiesten die ik noemde. Van de vier is Ferguson wellicht vocaal het beste, want wat 'n stem heeft ze (en damn, wat is ze mooi)!
Hoewel je de gebruikelijke associaties met Adele, Duffy of Winehouse kunt maken, is dat nergens voor nodig. Ferguson is gewoon Ferguson; een dame met (grote) klasse en een karakteristiek stemgeluid! Ondanks Heaven misschien niet de potentie heeft om veel geschikte singles te kunnen produceren, is het als geheel een prachtige plaat geworden die misschien - net als Adele’s albums - iets te volmaakt wil klinken (het ís dan ook volmaakt), maar vooralsnog meer te bieden heeft dan een 19 of 'n 21 en op momenten heel veel rauwer klinkt. De bescheidenheid die ze als persoon bleek te zijn, is ook terug te vinden in veel van de teksten. De mooiste verassing op het album is wel het pseudo-jaren ’50 Fighting Suspicions dat gepaard gaat met een vrij rauwe productie, het effect van het donkere sfeertje waarmee het nummer gepaard gaat is verbluffend. De productie is fenomenaal, nee, het is zoveel meer dan dat!
Nog zo’n mooie toevoeging voor het album is Nothing’s Real but Love. Die mooie en natuurlijke sound van het liedje met de onmiskenbare invloeden van de gospel zijn te prijzen, ook het post-disco(-esque) georiënteerde Run Free is opvallend. De kanshebber om uit te groeien tot grootste hit is waarschijnlijk Glitter & Gold, nog zo’n juweeltje hierop. Niet alleen omdat het tekstueel zo mooi aansluit bij de huidige recessie (”All that glitter and all that gold /Won't buy you happy /When you have been bored and sore / Take care of your soul”), maar vooral vanwege het slimme refrein en de bombastische en ongepolijste instrumentatie. Too Good to Lose doet enigszins denken aan Candi Staton’s - klassieker - You Got the Love, met name de laatste dertig seconden, en daarmee zou dit zomaar een schot in de roos kunnen zijn. Het overige klinkt tevens overwegend perfect. Zo vind je in Mr. Bright Eyes, Fairytale (Let Me Live My Life This Way) en Diamond to Stone een stukje van die oude Motown-sound, terwijl ze met ballades als Shoulder to Shoulder en Teach Me How to Be Loved haar vocale kwaliteiten het mooist ten gehore kan brengen. Het is te hopen dat ze net zo ’n grote naam wordt als die drie andere artiesten die ik noemde. Van de vier is Ferguson wellicht vocaal het beste, want wat 'n stem heeft ze (en damn, wat is ze mooi)!
Rhona - Rhona (2001)

2,5
0
geplaatst: 12 oktober 2011, 15:03 uur
Jammer dat de carrière van Rhona Bennett (a.k.a. The first lady of Darkchild) nooit van de grond kwam. Deze protegé van Rodney “Darkchild” Jerkins maakte, toen ze jong was, deel uit van The Mickey Mouse Club, dezelfde kweekvijver waar artiesten als Britney Spears, Christina Aguilera en Justin Timberlake uit voort zijn gekomen. In 2001 had het "haar" jaar moeten zijn om volop in de schijnwerpers te staan, ware het niet dat de, nog altijd geweldige, single Satisfied keihard flopte. Het werd een bescheiden hit in Japan, en kreeg het nog een matige notering in Zwitserland én Nederland (op een respectievelijk 70e en 71e plaats in diens Single Top 100). Treurig, want het is één van Darkchild’s beste en frisse producties voorzien van cathy refrein, zoals het hoort. Daarnaast is dit één van mijn favorieten uit 2001.
De rest van het album is nogal wisselvallig. Er komen zo nu en dan nog een paar uptempo nummers voorbij, waarvan geen het niveau van Satisfied evenaart. Het andere gedeelte van het album bestaat echter uit ballads van het Whitney Houston soort. Ze zijn beslist niet slecht in hun soort, waarschijnlijk zelfs bovengemiddeld goed, maar ik kan er niet zoveel mee. De enige cover, Foreigner’s I want to know what love is, vind ik wel erg mooi. Zelfs een stuk mooier dan het origineel, en al helemaal mooier dan de drakerige versie die Mariah Carey in 2009 uitbracht op haar Memoirs of an imperfect angel. Rhona doet het nummer beslist geen onrecht aan, integendeel. Meer mooie momenten ben ik tegengekomen in de vorm van Look to the sky, een mid-tempo nummer dat vooral in positieve zin opvalt vanwege de moderne, gospelachtige sfeer (met een geweldige toevoeging van een koor, die overigens wel vaker te horen is op het album, maar vooral hier erg mooi uit de verf komt). Verder zijn de ballad Last goodbye en het wat vlottere Time will tell ook wel te doen, ondanks de clichématige teksten. De refreinen zijn daarentegen wel mooi, en bij Last goodbye laat ze een uithaal horen waaruit blijkt dat deze zangeres nogal wat in haar mars had/heeft. Verder is het "bubbling" Miss the way wellicht ook nog wel de moeite waard en noemenswaardig. Daarna houdt het (helaas) ook op voor wat betreft interessante nummers.
Vanaf 2003 voegde ze zich trouwens bij En Vogue, en in 2008 werd ze zonder pardon eruit geknikkerd (dat gebeurde volgens mij zelfs zonder een officiële mededeling aan haarzelf!), toen bleek dat Dawn Robinson haar plaatsje weer opeiste. Showbizz hè? Sindsdien is er niets meer vernomen van Rhona.
De rest van het album is nogal wisselvallig. Er komen zo nu en dan nog een paar uptempo nummers voorbij, waarvan geen het niveau van Satisfied evenaart. Het andere gedeelte van het album bestaat echter uit ballads van het Whitney Houston soort. Ze zijn beslist niet slecht in hun soort, waarschijnlijk zelfs bovengemiddeld goed, maar ik kan er niet zoveel mee. De enige cover, Foreigner’s I want to know what love is, vind ik wel erg mooi. Zelfs een stuk mooier dan het origineel, en al helemaal mooier dan de drakerige versie die Mariah Carey in 2009 uitbracht op haar Memoirs of an imperfect angel. Rhona doet het nummer beslist geen onrecht aan, integendeel. Meer mooie momenten ben ik tegengekomen in de vorm van Look to the sky, een mid-tempo nummer dat vooral in positieve zin opvalt vanwege de moderne, gospelachtige sfeer (met een geweldige toevoeging van een koor, die overigens wel vaker te horen is op het album, maar vooral hier erg mooi uit de verf komt). Verder zijn de ballad Last goodbye en het wat vlottere Time will tell ook wel te doen, ondanks de clichématige teksten. De refreinen zijn daarentegen wel mooi, en bij Last goodbye laat ze een uithaal horen waaruit blijkt dat deze zangeres nogal wat in haar mars had/heeft. Verder is het "bubbling" Miss the way wellicht ook nog wel de moeite waard en noemenswaardig. Daarna houdt het (helaas) ook op voor wat betreft interessante nummers.
Vanaf 2003 voegde ze zich trouwens bij En Vogue, en in 2008 werd ze zonder pardon eruit geknikkerd (dat gebeurde volgens mij zelfs zonder een officiële mededeling aan haarzelf!), toen bleek dat Dawn Robinson haar plaatsje weer opeiste. Showbizz hè? Sindsdien is er niets meer vernomen van Rhona.
Richard "Popcorn" Wylie - Extrasensory Perception (1974)

3,5
0
geplaatst: 14 maart 2012, 19:53 uur
Richard “Popcorn” Wylie begon zijn loopbaan bij het toentertijd pas opgerichte Motown, en werd zowel bandleider (van de groep die zich later de Funk Brothers zou noemen - zelf was Richard overigens een verdienstelijk pianist) alsmede hoofd van de afdeling A&R. Na een paar jaar ontstonden er conflicten met Berry Gordy, naar het schijnt omdat hij Wylie niet noemde in zijn biografie, en uiteindelijk besloot Wylie te vertrekken. Nadat hij zich in de eind jaren ’60 en de begin jaren ’70 met van alles en nog wat bezighield, kwam hij uiteindelijk terecht bij het ABC-label alwaar 'ie zijn zangcarrière nieuw leven wilde inblazen. Hij nam dit album - zijn enige langspeler - op in Los Angeles samen met McKinley Jackson, maar zijn roots van Detroit zijn er in terug te vinden. Extrasensory Perception weergeeft een soort van gelikte sound die wel weer wordt gecompenseerd met bij vlagen zware drums en duidelijk aanwezige basgitaren (dat zal ook vast wel de voornaamste reden zijn dat Both Ends Against the Middle later veel gesampled zou worden door acts als The Poor Righteous Teachers, Heltah Skeltah en Diamond D). Eigenlijk klinkt alles wel lekker, maar vooral het instrumentale Lost Time - met dat onweerstaanbare fluitje - en E.S.P. zijn de twee nummers die in het bijzonder opvallen naast het eerdergenoemde Both Ends Against the Middle. Twee, of drie eigenlijk, heerlijke grooves, die een kleine veertig jaar na dato nog goed klinken. En kijk eens naar die hoesfoto; wat een held is het toch dat 'ie zich zo laat afnemen!
Right Track - Destination Unlimited (1978)

4,0
0
geplaatst: 11 september 2011, 15:57 uur
”It’s so fine on the right track / And let your body move / Listen to our music / And move with the groove / And if your mind is on the right track / We’ll set your body free / We got something nice for everyone!” Om een stel goede muzikanten bij elkaar te sprokkelen hoefde je echt niet alleen in broedplaatsen van talent als New York, Chicago, Memphis, Los Angeles of Detroit te zoeken. Nee, Little Rock in Arkansas bleek ook over talent te beschikken. De heren van Right Track verstaan hun vak. Met hun enige album, bestemming onbeperkt, waren ze klaar om daar, waar het succes hen bracht, naartoe te gaan. Helaas voor hen bleef een doorbraak en dus ook enige vorm van succes uit. Afgaande op de hoes en het jaar-tal waarin dit album verscheen, verwacht je een of ander disco album, maar het is veel meer dan dat.
Alleen al de fantastische manier waarop ze Wishing on a star van Rose Royce op instrumentale wijze coveren, maakt dit album meer dan de moeite waard. Het eigen werk is echter nóg een stuk beter. Een instrumentale ballade als It’s gonna be alright heeft dan ook geen tekst nodig, met een instrumentale begeleiding van zo’n kaliber kan het ook niet anders dan goed komen. Nog een stuk beter, en voor mij waarschijnlijk het absolute hoogtepunt is het sobere, minimalistische Baby I love you, de tekst is al even zo sober, en weet je in trance te brengen – wat een hypnotiserend nummer! En dan is er Time, een nummer dat straalt in al zijn eenvoud. Zo klein qua structuur, maar opper krachtig. Dit is soul in zijn meest pure vorm. Toch zijn ook de uptempo’s puik werk. Love moet een en al vrolijkheid en warmte uitademen; en dat doet het ook met zo’n pakkende melodie en tekst! “Love’s a many splendid thing / Makes you want to sing and dance / Love can change your whole life girl / If you only give it a chance / Talking ‘bout love (for the whole wide world!” Maar mocht dit nummer nog niet groovend genoeg zijn, dan hebben ze een troef in handen: het titelnummer. Eén van de fijnste funk nummers die ik ken, met een begeleiding om u tegen te zeggen (de muzikaliteit spat er van af). Alhoewel, alles is vakmanschap.
Hetgeen wat dit album zo bijzonder solide maakt is juist de variatie. Of ze nu nummers instrumentaal brengen, of met vocalen, of de instrumentatie erg sober en bescheiden is, of juist retefonkee en zeer uitbundig: ze blinken in alles uit. Zoals ze zelf al zeiden: “we got something nice for everyone”. True dat.
Alleen al de fantastische manier waarop ze Wishing on a star van Rose Royce op instrumentale wijze coveren, maakt dit album meer dan de moeite waard. Het eigen werk is echter nóg een stuk beter. Een instrumentale ballade als It’s gonna be alright heeft dan ook geen tekst nodig, met een instrumentale begeleiding van zo’n kaliber kan het ook niet anders dan goed komen. Nog een stuk beter, en voor mij waarschijnlijk het absolute hoogtepunt is het sobere, minimalistische Baby I love you, de tekst is al even zo sober, en weet je in trance te brengen – wat een hypnotiserend nummer! En dan is er Time, een nummer dat straalt in al zijn eenvoud. Zo klein qua structuur, maar opper krachtig. Dit is soul in zijn meest pure vorm. Toch zijn ook de uptempo’s puik werk. Love moet een en al vrolijkheid en warmte uitademen; en dat doet het ook met zo’n pakkende melodie en tekst! “Love’s a many splendid thing / Makes you want to sing and dance / Love can change your whole life girl / If you only give it a chance / Talking ‘bout love (for the whole wide world!” Maar mocht dit nummer nog niet groovend genoeg zijn, dan hebben ze een troef in handen: het titelnummer. Eén van de fijnste funk nummers die ik ken, met een begeleiding om u tegen te zeggen (de muzikaliteit spat er van af). Alhoewel, alles is vakmanschap.
Hetgeen wat dit album zo bijzonder solide maakt is juist de variatie. Of ze nu nummers instrumentaal brengen, of met vocalen, of de instrumentatie erg sober en bescheiden is, of juist retefonkee en zeer uitbundig: ze blinken in alles uit. Zoals ze zelf al zeiden: “we got something nice for everyone”. True dat.
Rita Coolidge - Anytime...Anywhere (1977)

4,5
1
geplaatst: 7 september 2010, 11:53 uur
Nog niemand die een review voor dit album heeft geschreven en/of heeft beoordeeld terwijl dit toch zo’n beetje Rita’s meest succesvolle en bekende album is. Affijn, persoonlijk vind ik Rita Coolidge een van de beste popzangeressen uit de jaren ’70.
Dit album is gewoonweg een prima pop/rock/blues album. Het eerste nummer ‘Higher and higher’ is een van haar grootste hits uit haar carrière geworden, een liefdesliedje zonder poespas en zonder al te veel cliché dat ruim dertig jaar na dato nog steeds erg leuk klinkt. ‘The way you do the things you do’ is ook in een mooi jasje gestoken, het nummer is een combinatie geworden van pop, rock en blues. Bovendien is het achtergrondkoor een mooie toevoeging. ‘We’re all alone’ werd ook een van de grootste hits voor Rita een ingtogen ballad dat met veel overtuiging wordt gebracht, zelf vind ik ‘m iets minder. ‘I feel the burden’ brengt ons weer terug naar een combinatie van pop, rock en blues. Heerlijk opzwepend en voorzien van een fijn ritme.
‘I don’t want to talk about it’ vind ik echt een prachtige ballad. Het is het eerste nummer op het album dat in countrystijl wordt gebracht en zo zien we dat dit genre eigenlijk ook heel goed past bij de stem van Rita. ‘Words’ is een nummer dat ik normaal gesproken vreselijk vind. De versie van de Bee Gees is totaal niet mijn ding en de jaren ’90 versie van/door Boyzone vond ik echt tenenkrommend. Toch is deze versie van Rita wel luisterbaar, mede door de songtekst en haar arrangement maar toch weet het nummer op zich mij (nog steeds) niet te overtuigen. ‘Good times’ is gewoon het nummer ‘Let the good times roll’ maar is wat betreft titel verkort. Het blijft altijd gewoon een leuk liedje op zich, hij is door zoveel artiesten gecovered maar wederom door de simpelheid en luchtigheid van het liedje kan je er niet veel aan verpesten (denk ik). Ook Rita’s versie is luchtig, zomers en past perfect tussen dit album.
‘Who’s to bless, who’s to blame’ is zo’n beetje een van de mooiste nummer dat Rita ooit heeft gemaakt. Pure contemporary blues in een prachtig arrangement met een nog mooiere songtekst. Wat een nummer, wat een nummer! Ik zou bijna alleen al vanwege dit nummer het album een vette vijf geven. Echte perfectie! ‘Southern lady’ is een beetje een combi tussen rock en soul met een vleugje country, erg opzwepend, fijn ritme en vormt een mooie afwisseling na het ingetogen vorige nummer. De afsluiter ‘The hungry years’ is ook al zo mooi beetje jazzy zelfs, het intro met de harp en fluit is gewoon prachtig. Ingetogen en misschien zelfs iets eentonig maar geen moment saai. Daarmee is helaas dit album alweer tot een einde gekomen.
Gewoon een heerlijk album met mooie en smaakvolle arrangementen waarbij de warme stem van Rita centraal staat in alle nummers.
Dit album is gewoonweg een prima pop/rock/blues album. Het eerste nummer ‘Higher and higher’ is een van haar grootste hits uit haar carrière geworden, een liefdesliedje zonder poespas en zonder al te veel cliché dat ruim dertig jaar na dato nog steeds erg leuk klinkt. ‘The way you do the things you do’ is ook in een mooi jasje gestoken, het nummer is een combinatie geworden van pop, rock en blues. Bovendien is het achtergrondkoor een mooie toevoeging. ‘We’re all alone’ werd ook een van de grootste hits voor Rita een ingtogen ballad dat met veel overtuiging wordt gebracht, zelf vind ik ‘m iets minder. ‘I feel the burden’ brengt ons weer terug naar een combinatie van pop, rock en blues. Heerlijk opzwepend en voorzien van een fijn ritme.
‘I don’t want to talk about it’ vind ik echt een prachtige ballad. Het is het eerste nummer op het album dat in countrystijl wordt gebracht en zo zien we dat dit genre eigenlijk ook heel goed past bij de stem van Rita. ‘Words’ is een nummer dat ik normaal gesproken vreselijk vind. De versie van de Bee Gees is totaal niet mijn ding en de jaren ’90 versie van/door Boyzone vond ik echt tenenkrommend. Toch is deze versie van Rita wel luisterbaar, mede door de songtekst en haar arrangement maar toch weet het nummer op zich mij (nog steeds) niet te overtuigen. ‘Good times’ is gewoon het nummer ‘Let the good times roll’ maar is wat betreft titel verkort. Het blijft altijd gewoon een leuk liedje op zich, hij is door zoveel artiesten gecovered maar wederom door de simpelheid en luchtigheid van het liedje kan je er niet veel aan verpesten (denk ik). Ook Rita’s versie is luchtig, zomers en past perfect tussen dit album.
‘Who’s to bless, who’s to blame’ is zo’n beetje een van de mooiste nummer dat Rita ooit heeft gemaakt. Pure contemporary blues in een prachtig arrangement met een nog mooiere songtekst. Wat een nummer, wat een nummer! Ik zou bijna alleen al vanwege dit nummer het album een vette vijf geven. Echte perfectie! ‘Southern lady’ is een beetje een combi tussen rock en soul met een vleugje country, erg opzwepend, fijn ritme en vormt een mooie afwisseling na het ingetogen vorige nummer. De afsluiter ‘The hungry years’ is ook al zo mooi beetje jazzy zelfs, het intro met de harp en fluit is gewoon prachtig. Ingetogen en misschien zelfs iets eentonig maar geen moment saai. Daarmee is helaas dit album alweer tot een einde gekomen.
Gewoon een heerlijk album met mooie en smaakvolle arrangementen waarbij de warme stem van Rita centraal staat in alle nummers.
Rita Coolidge - Love Me Again (1978)

3,5
0
geplaatst: 7 september 2010, 12:27 uur
Helaas wat minder mooi dan z’n voorganger. Desondanks nog steeds een voldoende voor dit album van Rita Cooldige. De nadruk op dit album ligt wat meer bij pop met country en (lichte) rock invloeden.
De album opener, ‘You’, is bluegrass en is een perfecte keuze als eerste nummer. Het knalt er gelijk in. ‘Slow dancer’ is weer heel ingetogen, ietwat aan de flauwe kant maar verder niet slecht. Haar versie van ‘Sweet inspiration’ verbleekt helaas bij het origineel. Het is country georiënteerd en is veel minder opzwepend dan het origineel van The Sweet Inspirations, vooral bij de bridge had ze echt kunnen knallen en dat heeft ze niet gedaan. Verder blijft het natuurlijk een prachtig liedje.
‘Love me again’ is, hoewel ik het niet echt wil toegeven, best saai. Het nummer valt buiten de rest van het album, ’t is een beetje easy listening dat wat aan de slaapverwekkend kant is. Gelukkig word je weer wakker gemaakt met ‘It just keeps you dancin’, aardig nummer maar nergens echt bijzonder. ‘Bye bye love’ moderne blues luchtige klanken verwerkt in een mooi arrangement. Eén van de leukere nummers van het album. ‘The jealous kind’ is weer pure country in de stijl van Linda Ronstadt of Emmylou Harris. Wederom één van de mooiere nummers van het album. Dan komen we aan bij het droevige en ingetogen ‘Hello love, goodbye’, het derde nummer op een rij dat gewoonweg prachtig is, sterker nog, misschien is dit wel het mooiste nummer van het album. ‘You’re so fine’ echt een vrolijk zomers uptempo nummer met frisse klanken. De afsluiter ‘Songbird’ creëert een bepaalde rust, kent een mooie sfeer en staat in mooi contrast met de albumopener.
Zeker geen slecht album maar de voorganger ‘Anytime…Anywhere’ was (stukken) beter. Misschien komt dat omdat de nummers wat ondergeschikt aanvoelen voor Rita’s prachtige en warme stem.
De album opener, ‘You’, is bluegrass en is een perfecte keuze als eerste nummer. Het knalt er gelijk in. ‘Slow dancer’ is weer heel ingetogen, ietwat aan de flauwe kant maar verder niet slecht. Haar versie van ‘Sweet inspiration’ verbleekt helaas bij het origineel. Het is country georiënteerd en is veel minder opzwepend dan het origineel van The Sweet Inspirations, vooral bij de bridge had ze echt kunnen knallen en dat heeft ze niet gedaan. Verder blijft het natuurlijk een prachtig liedje.
‘Love me again’ is, hoewel ik het niet echt wil toegeven, best saai. Het nummer valt buiten de rest van het album, ’t is een beetje easy listening dat wat aan de slaapverwekkend kant is. Gelukkig word je weer wakker gemaakt met ‘It just keeps you dancin’, aardig nummer maar nergens echt bijzonder. ‘Bye bye love’ moderne blues luchtige klanken verwerkt in een mooi arrangement. Eén van de leukere nummers van het album. ‘The jealous kind’ is weer pure country in de stijl van Linda Ronstadt of Emmylou Harris. Wederom één van de mooiere nummers van het album. Dan komen we aan bij het droevige en ingetogen ‘Hello love, goodbye’, het derde nummer op een rij dat gewoonweg prachtig is, sterker nog, misschien is dit wel het mooiste nummer van het album. ‘You’re so fine’ echt een vrolijk zomers uptempo nummer met frisse klanken. De afsluiter ‘Songbird’ creëert een bepaalde rust, kent een mooie sfeer en staat in mooi contrast met de albumopener.
Zeker geen slecht album maar de voorganger ‘Anytime…Anywhere’ was (stukken) beter. Misschien komt dat omdat de nummers wat ondergeschikt aanvoelen voor Rita’s prachtige en warme stem.
Rizzle Kicks - Stereo Typical (2011)

4,5
0
geplaatst: 1 november 2011, 15:46 uur
”I was top boy of the class in my year, well not really but I was half way there, and I coulda been the headmaster so yeah.”
Het is niet iedereen gegeven om in 2011 nog met een authentiek geluid voor de dag te komen. Deze heren van Rizzle Kicks, beiden momenteel 19 jaar oud en afkomstig uit Brighton, krijgen het met hun debuut Stereo Typical voor elkaar. Naast de bij vlagen futuristische klanken van Britse (crossover) hip-hop, zijn de invloeden van de vrolijke(re) jaren ’80 en ’90 hip-hop onmiskenbaar. Er is daarnaast ook opvallend - extra - veel variatie te vinden door elementen van andere genres van weleer, die overigens perfect fuseren met de hip-hop. Een leuke bijkomstigheid is dat de vocalen van rapper John Stephens, en rapper dan wel zanger Harley Alexander-Sule fantastisch blenden. Voeg daar een frisse productie aan toe, en je hebt een fantastisch eindproduct op tafel liggen. Eén van de beste releases van het jaar.
Het album staat bol met onvergetelijke composities. De absolute topper moet haast wel het zomerse, met jaren ’50 beïnvloedde salsa Down with the Trumpets zijn, dat “gezegend” is met een refrein dat zo aanstekelijk is dat iedereen het na één luisterbeurt al kan meebrullen. De, hoe kan het ook anders (?), schelle trompetjes zullen bij menig luisteraar zorgen voor vrolijkheid. Meer interessante toevoegingen krijgt de luisteraar te horen met het ska doordrenkte, zelfs tekstueel grappige When I Was a Youngster waarin het verhaal wordt vertelt dat de prioriteit tot het worden van een brandweerman als kinderdroom verdwenen was, toen de leeftijd bereikt was om cider te kunnen kopen. Dit soort speelse teksten zijn overigens karakteriserend voor het album. Ze mogen bijvoorbeeld pas 19 jaar zijn, maar 't weerhoudt hen er niet van om zichzelf te bestempelen als regelrechte “homewreckers” in het gelijknamige liedje.
Meer hoogtepunten die de moeite waard zijn, is o.a. 't akoestisch aanvoelende Mama Do the Hump dat tevens uit zowel het electronic en trip-hop vaatje tapt, en daarmee weer een geslaagd nieuw geluid laat horen. Nog een hoogtepunt is het daaropvolgende Miss Cigarette, de jazzy jaren ‘40 instrumentatie die voldoende boven de beats weet uit te steken zorgt voor hip-hop in zijn meest elegante vorm. Er wordt overigens ook ruimte gemaakt voor 'n wat pure, rauwere sound, en deze komt het meest mooie tot zijn recht in Stop with the Chatter, waar je toch wel duidelijk de jaren ’80 sound in zult terugvinden, en dat is ook van toepassing bij Homewrecker dat tevens een haast soul- en funkachtige instrumentale backing kent. Het album blijft interessant, ook naar mate het eindigt, want met Trouble en Even on a Rainy Day flirten ze alweer een beetje met de jazz – in mindere mate, terwijl juist een fijne, laidback reggae-vibe gecreëerd wordt met Learn My Lesson. Beste manier om het album te omschrijven: all killer - no filler!
Beste debuutanten van het jaar!
Het is niet iedereen gegeven om in 2011 nog met een authentiek geluid voor de dag te komen. Deze heren van Rizzle Kicks, beiden momenteel 19 jaar oud en afkomstig uit Brighton, krijgen het met hun debuut Stereo Typical voor elkaar. Naast de bij vlagen futuristische klanken van Britse (crossover) hip-hop, zijn de invloeden van de vrolijke(re) jaren ’80 en ’90 hip-hop onmiskenbaar. Er is daarnaast ook opvallend - extra - veel variatie te vinden door elementen van andere genres van weleer, die overigens perfect fuseren met de hip-hop. Een leuke bijkomstigheid is dat de vocalen van rapper John Stephens, en rapper dan wel zanger Harley Alexander-Sule fantastisch blenden. Voeg daar een frisse productie aan toe, en je hebt een fantastisch eindproduct op tafel liggen. Eén van de beste releases van het jaar.
Het album staat bol met onvergetelijke composities. De absolute topper moet haast wel het zomerse, met jaren ’50 beïnvloedde salsa Down with the Trumpets zijn, dat “gezegend” is met een refrein dat zo aanstekelijk is dat iedereen het na één luisterbeurt al kan meebrullen. De, hoe kan het ook anders (?), schelle trompetjes zullen bij menig luisteraar zorgen voor vrolijkheid. Meer interessante toevoegingen krijgt de luisteraar te horen met het ska doordrenkte, zelfs tekstueel grappige When I Was a Youngster waarin het verhaal wordt vertelt dat de prioriteit tot het worden van een brandweerman als kinderdroom verdwenen was, toen de leeftijd bereikt was om cider te kunnen kopen. Dit soort speelse teksten zijn overigens karakteriserend voor het album. Ze mogen bijvoorbeeld pas 19 jaar zijn, maar 't weerhoudt hen er niet van om zichzelf te bestempelen als regelrechte “homewreckers” in het gelijknamige liedje.
Meer hoogtepunten die de moeite waard zijn, is o.a. 't akoestisch aanvoelende Mama Do the Hump dat tevens uit zowel het electronic en trip-hop vaatje tapt, en daarmee weer een geslaagd nieuw geluid laat horen. Nog een hoogtepunt is het daaropvolgende Miss Cigarette, de jazzy jaren ‘40 instrumentatie die voldoende boven de beats weet uit te steken zorgt voor hip-hop in zijn meest elegante vorm. Er wordt overigens ook ruimte gemaakt voor 'n wat pure, rauwere sound, en deze komt het meest mooie tot zijn recht in Stop with the Chatter, waar je toch wel duidelijk de jaren ’80 sound in zult terugvinden, en dat is ook van toepassing bij Homewrecker dat tevens een haast soul- en funkachtige instrumentale backing kent. Het album blijft interessant, ook naar mate het eindigt, want met Trouble en Even on a Rainy Day flirten ze alweer een beetje met de jazz – in mindere mate, terwijl juist een fijne, laidback reggae-vibe gecreëerd wordt met Learn My Lesson. Beste manier om het album te omschrijven: all killer - no filler!
Beste debuutanten van het jaar!

Robert Glasper Experiment - Black Radio (2012)

3,5
0
geplaatst: 13 maart 2012, 14:10 uur
Of deze muziek geschikt is voor op de zwarte radio betwijfel ik; daarvoor is het karakter van dit album veel te eigenzinnig en misschien zelfs te experimenteel. Black Radio is dan ook voornamelijk een fijn geesteskind van Robert Glasper(‘s) Experiment. ’t Zal hem vast in de toevoeging zitten van het woord experiment, dat erop duidt dat Glasper (en zijn band) zich wil(len) profileren als meer dan alleen een jazzartiest, of een jazzband. Dat verklaart de invloeden van soul tot aan hip-hop. Tot op zekere hoogte zijn de heren daar prima in geslaagd. Oké, af en toe bekruipt het gevoel dat sommige nummers net iets te lang zijn uitgesponnen, en dat er soms wat te veel de nadruk wordt gelegd op hoe complex de arrangementen wel niet zijn (of zouden moeten zijn), waardoor menig gastartiest ook echt niet meer is dan een gastartiest. Niet dat dat per se een ramp is, want de vocalen van bijvoorbeeld Ledisi of Lalah Hathaway hadden - wat mij betreft - best geschrapt mogen worden. Zij weten duidelijk geen raad met deze fusionachtige muziek en zijn nogal storend. Dan hoor ik liever de instrumentale versies. Erykah Badu, Mos Def en Bilal daarentegen, leveren met hun vocalen wél een meerwaarde op Black Radio. Vooral de loungeachtige productie van Afro Blue is er zo eentje die je zeker niet mag missen. Ondanks dat de meeste nummers niet beklijven, uitzonderingen daargelaten, is het album solide, mooi in elkaar gezet, en valt hij goed weg te luisteren. Prima voor op de zondagochtend, of anders voor de avonduren.
Roberta Flack - Chapter Two (1970)

4,0
0
geplaatst: 11 januari 2011, 14:47 uur
This is a song about a very big, black, strong,
sexy southern baptist minister,
who thinks that he's got his program all together
until he runs up against a lady
who shows him that he ain't got it all together
His name is Reverend Lee
Dat openingsnummer is echt zo chill. Los daarvan, vind ik dit album misschien nog wel een tikkeltje beter dan haar debuutplaat ‘First take’. Mevrouw Flack weet in ieder geval wel raad met covers, er staan voor zover ik weet vier (!) covers op dit album, waarvan de bekendste ‘Let it be me’ en ‘Just like a woman’ zijn. Laatstgenoemde is origineel van Bob Dylan. De afsluiter ‘Business goes as usual’ vind ik tekstueel als instrumentaal het interessantste en sterkste nummer van het album. Opvallend vind ik dat haar albums als geheel sterker klinken, dan een los nummer van haar. De saamhorigheid van dit album is gewoon perfect. Voor de rustige soul ben je in ieder geval bij Roberta aan het goede adres.
sexy southern baptist minister,
who thinks that he's got his program all together
until he runs up against a lady
who shows him that he ain't got it all together
His name is Reverend Lee
Dat openingsnummer is echt zo chill. Los daarvan, vind ik dit album misschien nog wel een tikkeltje beter dan haar debuutplaat ‘First take’. Mevrouw Flack weet in ieder geval wel raad met covers, er staan voor zover ik weet vier (!) covers op dit album, waarvan de bekendste ‘Let it be me’ en ‘Just like a woman’ zijn. Laatstgenoemde is origineel van Bob Dylan. De afsluiter ‘Business goes as usual’ vind ik tekstueel als instrumentaal het interessantste en sterkste nummer van het album. Opvallend vind ik dat haar albums als geheel sterker klinken, dan een los nummer van haar. De saamhorigheid van dit album is gewoon perfect. Voor de rustige soul ben je in ieder geval bij Roberta aan het goede adres.
Roberta Flack - Feel Like Makin' Love (1975)

4,0
0
geplaatst: 18 januari 2011, 13:25 uur
Het eerste album van Roberta Flack dat volgens mij geen enkele cover bevat (?), al weet ik dat niet helemaal zeker. Het nummer 'I can see the sun in late December' werd voor zover ik weet namelijk geschreven door Stevie Wonder, voor Roberta Flack zelf. Vooralsnog alweer een consistent album deze zangeres, dat wat betreft instrumentatie wat "spannender" is dan haar voorgaande albums. Er zit wat meer variatie in, en het is in het algeheel iets minder soft. Ook op deze vijfde plaat van Roberta, kunnen we haar niet betrappen op een zogenoemde misser.
Werkelijk ieder nummer op dit album mag er zijn, en daarnaast sluiten ze prima op elkaar aan. Er hebben een behoorlijk aantal achtergrondvocalisten meegewerkt op dit album, al ligt de nadruk bij ieder nummer op de stem van Roberta zelf. Een aantal van die achtergrondvocalisten zijn: Patti Austin, Rhetta Hughes en Deniece Williams. Kortom: een leuk album van haar, tevens voorzien van een fusie van diverse genres, met het door Stevie Wonder geschreven nummer als absolute hoogtepunt!
Werkelijk ieder nummer op dit album mag er zijn, en daarnaast sluiten ze prima op elkaar aan. Er hebben een behoorlijk aantal achtergrondvocalisten meegewerkt op dit album, al ligt de nadruk bij ieder nummer op de stem van Roberta zelf. Een aantal van die achtergrondvocalisten zijn: Patti Austin, Rhetta Hughes en Deniece Williams. Kortom: een leuk album van haar, tevens voorzien van een fusie van diverse genres, met het door Stevie Wonder geschreven nummer als absolute hoogtepunt!
Roberta Flack - First Take (1969)

4,0
0
geplaatst: 9 januari 2011, 12:56 uur
Op de één of andere manier heb ik altijd het idee gehad, dat je voor Roberta Flack echt in de stemming moet zijn als een album van haar beluisterd. Misschien ligt dat aan het feit dat haar nummers over het algemeen altijd voorzien zijn van een lange speelduur, of aan het soort muziek dat zij maakt. Vandaar dat ik vrijwel nooit een 'los' nummer van haar beluister, maar gelijk een heel album. Zo ook 'First take'.
Wat mij betreft een prima album met bij vlagen sterke composities, die ook nog eens voorzien zijn van mooie teksten. Alleen weet ik na al die tijd nog steeds niet wat ik van 'Angelitos Negros' vind. Het nummer beschouw ik als een buitenbeentje en als een fascinerend nummer op dit album, maar tegelijkertijd vind ik 'm een beetje misplaatst hier. Vooral aangezien dit nummer als tweede aan bod komt. Misschien was het meer bijzonder geweest als dit lied het album had mogen afsluiten.
Daarnaast vind ik (al lijk ik daar de enige in te zijn) 'The first time ever I saw your face' een tamelijk vervelend nummer. Altijd al gevonden. De magie die velen in dat nummer zien, heb ik gemist.
Mooiere momenten zijn 'Compared to what', 'I told Jesus' en 'Hey, that's no way to say goodbye'. Vooral die laatstgenoemde is toch echt een uitzonderlijk goede en geslaagde cover van een Leonard Cohen nummer. Tot slot vind ik 'Tryin times' inhoudelijk het sterkste nummer op dit album, en dat nummer is dan ook mijn favoriet. Album is als geheel aardig, maar wel van tijd tot tijd (voor mij althans). Teveel Roberta moet ik in ieder geval niet hebben.
Wat mij betreft een prima album met bij vlagen sterke composities, die ook nog eens voorzien zijn van mooie teksten. Alleen weet ik na al die tijd nog steeds niet wat ik van 'Angelitos Negros' vind. Het nummer beschouw ik als een buitenbeentje en als een fascinerend nummer op dit album, maar tegelijkertijd vind ik 'm een beetje misplaatst hier. Vooral aangezien dit nummer als tweede aan bod komt. Misschien was het meer bijzonder geweest als dit lied het album had mogen afsluiten.
Daarnaast vind ik (al lijk ik daar de enige in te zijn) 'The first time ever I saw your face' een tamelijk vervelend nummer. Altijd al gevonden. De magie die velen in dat nummer zien, heb ik gemist.
Mooiere momenten zijn 'Compared to what', 'I told Jesus' en 'Hey, that's no way to say goodbye'. Vooral die laatstgenoemde is toch echt een uitzonderlijk goede en geslaagde cover van een Leonard Cohen nummer. Tot slot vind ik 'Tryin times' inhoudelijk het sterkste nummer op dit album, en dat nummer is dan ook mijn favoriet. Album is als geheel aardig, maar wel van tijd tot tijd (voor mij althans). Teveel Roberta moet ik in ieder geval niet hebben.
Rochelle - You vs. Me (2012)

2,5
0
geplaatst: 2 april 2012, 12:20 uur
Treurig. Zoals Angela Groothuizen al beweerde is Rochelle Perts -kwalitatief- de beste deelneemster die ooit aan X-Factor, of überhaupt aan een talentenjacht, heeft meegedaan hier in Nederland. Nu, 'n klein jaar na haar winst, ligt haar debuut You vs. Me in de schappen, en het is niet 'n album geworden om vrolijk van te worden. Tien (van elf) nummers zijn b-materiaal tot zelfs c-materiaal. Met slechts één aardig nummer in handen, zou je je kunnen afvragen of deze release in eerste instantie wel nut heeft. Perts gaat met dit album duidelijk richting de pop-rock kant; en 't lijkt mij niet dat dat zal aanslaan. Nu moet ze vooral doen waar ze zelf zin in heeft, da's het belangrijkst, maar het lijkt even alsof ze vergeten is dat ze in eerste instantie won vanwege de toffe interpretaties van bekende R&B- en soulnummers die ze tijdens X-Factor zong. Nou heeft het meisje zo’n krachtige stem, maar in plaats dat de nadruk daarop komt te liggen, kiezen de producers (?) ervoor om de nadruk te leggen bij een krachtige (lees: ruige) instrumentatie, zoals het best naar voren komt in Love to Kill Ya of A Stalker. Waarom toch? Ze werkte hieraan met een Brits producers-duo, maar bleef ze wel onder de plak van Eric van Tijn, en dat kun je horen. Die typische, platte Hollandse sound domineert op You vs. Me. Sony moet 'n vet budget beschikbaar stellen en haar laten samenwerken met Amerikaanse producers/tekstschrijvers, anders wordt het nooit wat. De enige sterke compositie en tekst die op dit debuut te vinden is, is Untouchable. Het is vast niet geheel toevallig dat uitgerekend dat liedje (deels) geschreven werd door Emeli Sandé.
Roger and The Human Body - Introducing Roger (1976)

3,5
0
geplaatst: 27 juli 2011, 14:24 uur
Het eerste album van Roger Troutman en zijn vier broers (die speciaal voor de gelegenheid de naam The Human Body aannamen). Een paar jaar later zouden zij pas doorbreken als groep onder de naam Zapp, toen Parliament-lid George Clinton hen ontdekte en tekende voor zijn eigen label, en uiteindelijk voor Warner Bros. Het meest bekende is Troutman echter van het inzingen van het refrein van de 2Pac klassieker California love, al wordt hij volgens mij niet genoemd als feature (iig niet op de cd-single).
Op deze plaat is de latere p-funk waarmee ze doorbraken niet echt te horen. De rauwere funk staat hier centraal. Het materiaal is voor 1976-begrippen best modern, en het weet zich goed te onderscheiden van andere funk albums uit die tijd. Iets dat vooral blijkt uit kleine details in de instrumentatie, maar ook uit de vocalen die soms een beetje vervormd zijn (althans, daar lijkt het op).Toch voelt het hele album aan als een “demo”. Het lijkt net alsof de nummers niet helemaal af(gewerkt) zijn. Het is wat ruw en ook ietwat ongepolijst qua geluid, en dat is jammer. Een ander minpunt is dat het materiaal niet gelijk bij blijft. Meer luisterbeurten zijn van essentieel belang om het album te doorgronden. Wat wel vanaf de eerste luisterbeurt duidelijk wordt, is dat Roger en zijn broers prima / professionele muzikanten zijn.
Met Troutman liep het niet goed af. In 1999 werd hij veelvuldig beschoten – door nota bene zijn broer die later zelfmoord pleegde. Tijdens de operatie in het ziekenhuis overleed hij aan z'n verwondingen.
Op deze plaat is de latere p-funk waarmee ze doorbraken niet echt te horen. De rauwere funk staat hier centraal. Het materiaal is voor 1976-begrippen best modern, en het weet zich goed te onderscheiden van andere funk albums uit die tijd. Iets dat vooral blijkt uit kleine details in de instrumentatie, maar ook uit de vocalen die soms een beetje vervormd zijn (althans, daar lijkt het op).Toch voelt het hele album aan als een “demo”. Het lijkt net alsof de nummers niet helemaal af(gewerkt) zijn. Het is wat ruw en ook ietwat ongepolijst qua geluid, en dat is jammer. Een ander minpunt is dat het materiaal niet gelijk bij blijft. Meer luisterbeurten zijn van essentieel belang om het album te doorgronden. Wat wel vanaf de eerste luisterbeurt duidelijk wordt, is dat Roger en zijn broers prima / professionele muzikanten zijn.
Met Troutman liep het niet goed af. In 1999 werd hij veelvuldig beschoten – door nota bene zijn broer die later zelfmoord pleegde. Tijdens de operatie in het ziekenhuis overleed hij aan z'n verwondingen.
Ronnie Dyson - One Man Band (1973)

3,5
0
geplaatst: 13 juni 2012, 16:24 uur
Ronnie Dyson heeft zonder twijfel één van de mooiste, soepele - haast honingzoete - stemmen uit de soulmuziek. Eigenlijk is dat ook de voornaamste reden waarom je een album van Ronnie Dyson zou moeten beluisteren. Een vergelijkbare zanger is er niet te vinden, maar misschien dat zijn stem in de verste verte wat doen denken aan die van King Floyd of Carl Graves; die komen het dichtst in de buurt.
Op One Man Band krijgt Dyson hulp van producer Thom Bell – die op zijn beurt vooral bekend is van zijn werk met The O’Jays of The Stylistics – en dat is eigenlijk is dat ook beslist een logische keuze. Dyson z'n honingzoete stem vraagt namelijk om een geraffineerde productionele/muzikale afwerking. Die afwerking wordt door Bell dan ook geboden. Daarmee komen ze gezamenlijk toch al een heel eind. Deze volstrekt alledaagse nummers zijn volledig inwisselbaar een volledig opvallend. Of je ze nou één keer beluisterd, of vijftien keer, ze onthouden blijft best 'n moeilijke taak (vind ik tenminste).
Point of No Return bleef me nog het meest bij vanwege de mooie tekst van het eerste couplet: ”Think before it’s too late / Is he what you really need? / I won’t hold you back if you must go / If he makes you complete / I won’t try to compete / If this time you’re sure / You’re free to go”. Daarnaast wordt Ronnie instrumentaal het mooist begeleid met de zachte klanken van Just Don’t Want to Be Lonely en ook A Wednesday in Your Garden (bij de laatste wordt op mooie wijze gebruik gemaakt van een harp). Dus: fantastische vocalen, best 'n goede instrumentale begeleiding, niet zo gedenkwaardig songmateriaal.
Op One Man Band krijgt Dyson hulp van producer Thom Bell – die op zijn beurt vooral bekend is van zijn werk met The O’Jays of The Stylistics – en dat is eigenlijk is dat ook beslist een logische keuze. Dyson z'n honingzoete stem vraagt namelijk om een geraffineerde productionele/muzikale afwerking. Die afwerking wordt door Bell dan ook geboden. Daarmee komen ze gezamenlijk toch al een heel eind. Deze volstrekt alledaagse nummers zijn volledig inwisselbaar een volledig opvallend. Of je ze nou één keer beluisterd, of vijftien keer, ze onthouden blijft best 'n moeilijke taak (vind ik tenminste).
Point of No Return bleef me nog het meest bij vanwege de mooie tekst van het eerste couplet: ”Think before it’s too late / Is he what you really need? / I won’t hold you back if you must go / If he makes you complete / I won’t try to compete / If this time you’re sure / You’re free to go”. Daarnaast wordt Ronnie instrumentaal het mooist begeleid met de zachte klanken van Just Don’t Want to Be Lonely en ook A Wednesday in Your Garden (bij de laatste wordt op mooie wijze gebruik gemaakt van een harp). Dus: fantastische vocalen, best 'n goede instrumentale begeleiding, niet zo gedenkwaardig songmateriaal.
Roy C - Sex & Soul (1973)

4,0
0
geplaatst: 12 oktober 2011, 13:41 uur
"The bible says thou shouldn't commit adultery / But very few people are living by the bible these days / I was a strong believer / But from now y'all hear me say: I'm gonna love somebody else's woman / Somebody else is loving mine"

Als je de hoesfoto in combinatie met de titel zo ziet, denk je iets in de trant van: “Dit gaat een tof album worden!”. Het is dan ook een lichte teleurstelling, dat het album een beetje het tegenovergestelde is. In plaats van een spannend klinkend album voorgeschoteld te krijgen, krijg je eerder helaas ietwat suffe soul te horen dat, afgaande op het geluid, ook gemaakt had kunnen worden in 1963. Daar komt bij dat Roy C. als zanger niet gezegend is met een bijzonder stemgeluid, hoewel niet slecht, is het eerder wat dertien in 'n dozijn. Best jammer eigenlijk, want ik denk dat als deze nummers ietwat anders uitgewerkt waren (in bijvoorbeeld een deep soul stijl), en ze gezongen waren door een andere zanger (een Arthur Conley bijvoorbeeld), je een hele goede, zelfs fantastische plaat voor je hebt. De potentie is er zeker...
Het mooiste aan het album is de verwoording van de teksten. Niet bij één nummer, maar bij écht alle nummers! Ze gaan veelal over liefde en overspel, zoals af te leiden aan de titel van het album en zoals gebruikelijk binnen het soul genre, maar wel met 'n verfrissende draai. Zoals bijvoorbeeld in Got to get enough (of your sweet love) waarin hij zingt: ”I know you’re married, honey / He’s the only man in your life / But I can’t see nothing wrong, if a man wants to make love to another man’s wife / As long as he does it right”. Een leuk contrast is dan weer Those days are gone waarin hij vertelt dat zijn vrouw haar spullen kan pakken omdat ze is vreemdgegaan. Nog zo’n speciaal nummer is I wasn’t there (but I can feel the pain) waarin hij bezingt over de slavernij en de moeilijke tijd die zijn grootouders doormaakten. Echt zeer bijzonder! I’m falling in love again doet me trouwens voor wat betreft melodie bij momenten denken aan de James Carr hit The dark end of the street, dus die vind ik -vanzelfsprekend- ook leuk. Maar laat duidelijk zijn dat dit nummer absoluut niet van zo’n kaliber is, als de genoemde klassieker.
Inhoudelijk/tekstueel zeer sterk – daarom ‘moet’ ik dit album wel een hoog cijfer toekennen, alleen wel jammer dat het materiaal niet helemaal goed tot zijn recht komt in de huidige uitvoeringen. Zal ‘m eens wat vaker beluisteren, kijken of ik Sex & soul dan (nog) beter kan waarderen dan ik kan op dit moment.

Als je de hoesfoto in combinatie met de titel zo ziet, denk je iets in de trant van: “Dit gaat een tof album worden!”. Het is dan ook een lichte teleurstelling, dat het album een beetje het tegenovergestelde is. In plaats van een spannend klinkend album voorgeschoteld te krijgen, krijg je eerder helaas ietwat suffe soul te horen dat, afgaande op het geluid, ook gemaakt had kunnen worden in 1963. Daar komt bij dat Roy C. als zanger niet gezegend is met een bijzonder stemgeluid, hoewel niet slecht, is het eerder wat dertien in 'n dozijn. Best jammer eigenlijk, want ik denk dat als deze nummers ietwat anders uitgewerkt waren (in bijvoorbeeld een deep soul stijl), en ze gezongen waren door een andere zanger (een Arthur Conley bijvoorbeeld), je een hele goede, zelfs fantastische plaat voor je hebt. De potentie is er zeker...
Het mooiste aan het album is de verwoording van de teksten. Niet bij één nummer, maar bij écht alle nummers! Ze gaan veelal over liefde en overspel, zoals af te leiden aan de titel van het album en zoals gebruikelijk binnen het soul genre, maar wel met 'n verfrissende draai. Zoals bijvoorbeeld in Got to get enough (of your sweet love) waarin hij zingt: ”I know you’re married, honey / He’s the only man in your life / But I can’t see nothing wrong, if a man wants to make love to another man’s wife / As long as he does it right”. Een leuk contrast is dan weer Those days are gone waarin hij vertelt dat zijn vrouw haar spullen kan pakken omdat ze is vreemdgegaan. Nog zo’n speciaal nummer is I wasn’t there (but I can feel the pain) waarin hij bezingt over de slavernij en de moeilijke tijd die zijn grootouders doormaakten. Echt zeer bijzonder! I’m falling in love again doet me trouwens voor wat betreft melodie bij momenten denken aan de James Carr hit The dark end of the street, dus die vind ik -vanzelfsprekend- ook leuk. Maar laat duidelijk zijn dat dit nummer absoluut niet van zo’n kaliber is, als de genoemde klassieker.
Inhoudelijk/tekstueel zeer sterk – daarom ‘moet’ ik dit album wel een hoog cijfer toekennen, alleen wel jammer dat het materiaal niet helemaal goed tot zijn recht komt in de huidige uitvoeringen. Zal ‘m eens wat vaker beluisteren, kijken of ik Sex & soul dan (nog) beter kan waarderen dan ik kan op dit moment.
Ruby Andrews - Black Ruby (1972)

3,5
0
geplaatst: 17 oktober 2011, 14:34 uur
Best een aardig album, al komt het vooral door bepaalde uitschieters dan een mooi plaatje als geheel. De pittige nummers waarin Ruby Andrews zich profileert als zo’n sassy soul sister, die bovendien met veel overtuiging worden gebracht, zijn verreweg het mooist. Didn’t I fool you?, You ole boo boo you en My love is coming down zijn de drie toppers op het album. De manier waarop ze gebracht worden, vol ongenoegen en frustratie, doen me een beetje denken aan de manier van zingen en het repertoire van Ann Peebles en/of Marie “Queenie” Lyons. Overdose of love is ook een prima nummer; met haast een vorm van woede schreeuwt ze bijna de longen uit haar lijf. Dat Ruby Andrews als wel zangeres potentie heeft, staat met dit album buiten kijf. Met een nóg beter repertoire had ze, denk ik, een dijk van 'n album kunnen maken. Nu staat er ook wat nummers op die wat flauwtjes klinken, en dat is jammer. The love I need bijvoorbeeld, een heel suf klinkend nummer. Een beetje in de (Motown-)stijl van de begin jaren ’60. Een nummer met deze sound heeft niets te zoeken op een album uit 1972. De rest is het allemaal nét niet geworden, voor mij tenminste. Hier en daar nog een redelijk moment, zoals met bijvoorbeeld You made a believer out of me dat vanwege zijn makkelijke doch aanstekelijke refrein met gemak in je hoofd blijft hangen, maar daar blijft het bij. Vier mooie nummers, met Didn’t I fool you? als hoogtepunt.
Ruby Andrews - Genuine Ruby (1977)

2,5
0
geplaatst: 2 april 2012, 16:24 uur
Toen Ruby Andrews zich een paar jaar eerder bezighield met het maken van funky soul, wist ze zich aardig te redden. Inmiddels, ongeveer vijf jaar later, blijkt ze zich met deze pop- en disconummers minder goed uit de voeten te kunnen. Er schort nogal wat aan deze plaat, te beginnen met 't matige songmateriaal. Waarschijnlijk is dat de reden dat ze besloot A Change Is Gonna Come te coveren. Hoewel er wel veel betere versies bestaan, begint deze aanvankelijk niet onaardig, al is hij ook niet bepaald goed. Nou komt er, naar mate het liedje eindigt, een twist (ongeveer de laatste anderhalve minuut) waardoor hij wordt omgetoverd door een uptempo (!) disconummer en dat doet hem de das om. Ik weet niet of deze - Amerikaanse - zangeres begrijpt waar die belangrijke tekst over gaat, maar dit is toch wel één van de laatste nummers die je in een vrolijk jasje wilt steken en wilt horen in een discotheek. Gelukkig voor Andrews valt A Change Is Gonna Come niet eens heel duidelijk op, omdat de rest van hetzelfde niveau is. Er is welgeteld één uptempo nummer, Little Fixin' Up (Will Keep Him from Messin' Up), en één "halve" ballad, Let’s Make Every Second a Memory, die redelijk goed aan te horen zijn, maar ze zijn beide niet meer dan albumtracks (geen potentiele single-kandidaten). Wat je overhoudt is niet goed genoeg. Van haar stem moet ze het ook niet meer hebben. Dat alles bij elkaar opgeteld maakt van Genuine Ruby een Boring Ruby. Haar twee andere albums zijn echt (veel) beter.
Rufus Thomas - Do the Funky Chicken (1970)

3,0
0
geplaatst: 30 oktober 2011, 22:28 uur
Ik ken het huidige soul album van de week al langer, daarom volgt mijn bericht eerder dan gebruikelijk. Ik moet er wel bij vertellen dat mijn stem op grond van de eerste elf nummers is (ik had nog een goede vinyl-rip op mijn laptop staan van de tracklist van het oorspronkelijke album - vandaar). Do the Funky Chicken is een album in de gebruikelijke, bekende Stax-traditie. Dat betekent dat je op instrumentaal gebied weer een prima plaat voorgeschoteld krijgt die, over de gehele linie, er heel goed op los weet te funken. Het enige probleem is dat Rufus Thomas - naar mijn mening - één van de zwakste vocalisten is die dat label heeft voortgebracht, en dat het songmateriaal bij momenten redelijk Stax-onwaardig is.
Zelfs de positieve sfeer die het album ontzettend typeert, weet het allemaal niet goed of beter te maken. Zijn schorre en praterige stem, in combinatie met de veelal melige teksten, maakt dit voor mijzelf een album die misschien tijdens de eerste twee of drie luisterbeurten wel redelijk goed in het gehoor ligt, maar na verloop van tijd begint het me toch wel wat tegen te staan. De (“zang”)stem van Rufus Thomas is voor mij ook iets te vermoeiend om een heel album te kunnen dragen. Nu wil ik ook weer niet veel te negatief klinken, ik kom immers ook op een voldoende uit, want het album kent zijn geslaagde liedjes. Sixty Minute Man is in al zijn eenvoud bijvoorbeeld best leuk, en ook Lookin’ For a Love, dat dankzij de achtergrondvocalen een ietwat kerkelijke sfeer met zich heeft meegekregen, is gewoonweg een prima nummer. Rufus Rastus Johnson Brown is vooral noemenswaardig vanwege de geweldige retestrakke ritmische sectie, en is daarmee ook één van de beste vondsten die je hier op het album zult aantreffen.
Nummers die mij helemaal niets doen zijn bijvoorbeeld Funky Chicken, Soul Food, en beide opnames van Old McDonald Had a Farm die ik zó knullig vind, dat ik dankbaar ben voor de "skip-knop". De beide versies van het laatstgenoemde nummer vind ik vooral niet mooi ingezongen. De slotsom: wanneer ik ongeveer de helft van de tracklist los beluister, klinkt het toch een stuk leuker, en bovenal aangenamer. Daarom zit er ook zeker een voldoende in. Bovendien is vooral het instrumentale gedeelte ruim in orde.
Zelfs de positieve sfeer die het album ontzettend typeert, weet het allemaal niet goed of beter te maken. Zijn schorre en praterige stem, in combinatie met de veelal melige teksten, maakt dit voor mijzelf een album die misschien tijdens de eerste twee of drie luisterbeurten wel redelijk goed in het gehoor ligt, maar na verloop van tijd begint het me toch wel wat tegen te staan. De (“zang”)stem van Rufus Thomas is voor mij ook iets te vermoeiend om een heel album te kunnen dragen. Nu wil ik ook weer niet veel te negatief klinken, ik kom immers ook op een voldoende uit, want het album kent zijn geslaagde liedjes. Sixty Minute Man is in al zijn eenvoud bijvoorbeeld best leuk, en ook Lookin’ For a Love, dat dankzij de achtergrondvocalen een ietwat kerkelijke sfeer met zich heeft meegekregen, is gewoonweg een prima nummer. Rufus Rastus Johnson Brown is vooral noemenswaardig vanwege de geweldige retestrakke ritmische sectie, en is daarmee ook één van de beste vondsten die je hier op het album zult aantreffen.
Nummers die mij helemaal niets doen zijn bijvoorbeeld Funky Chicken, Soul Food, en beide opnames van Old McDonald Had a Farm die ik zó knullig vind, dat ik dankbaar ben voor de "skip-knop". De beide versies van het laatstgenoemde nummer vind ik vooral niet mooi ingezongen. De slotsom: wanneer ik ongeveer de helft van de tracklist los beluister, klinkt het toch een stuk leuker, en bovenal aangenamer. Daarom zit er ook zeker een voldoende in. Bovendien is vooral het instrumentale gedeelte ruim in orde.
Ruth Jacott - A Tribute to Billie Holiday (2010)

4,0
0
geplaatst: 15 januari 2011, 15:21 uur
In navolging van haar rol als Billie Holiday heeft ze dan nu ook een album met liedjes van die zangeres opgenomen.Twee jaar geleden bracht ze nog een album uit in de stijl van Latijns-Amerikaanse muziek, en onlangs een album geheel in de jazz-sfeer. Een genre die kennelijk niet alleen weggelegd was/is voor Rita Reys, Rita Hovink of Trijntje Oosterhuis, maar ook voor Ruth Jacott. Zo blijkt tijdens de beluistering van dit album.
De loepzuivere stem van Ruth Jacott in combinatie met de instrumentatie van het Metropole Orkest zorgen voor een fraai eindresultaat. Hoewel Ruth Jacott anno 2011 niet meer behoort tot de populairste en succesvolste zangeressen van Nederland, vind ik dat ze wel meer waardering hoort te krijgen voor hetgeen ze doet. Dit is namelijk een vakvrouw in hart en nieren.
Ze vertolkt dan wel liedjes van een andere zangeres, maar dit repertoire lijkt op haar lijf geschreven te zijn. Het voelt dan ook aan als een warme jas. Helaas zullen denk ik niet veel mensen van het bestaan van dit album afweten, daar het vrijwel geen promotie ontving. Prachtige hoesfoto trouwens!
De loepzuivere stem van Ruth Jacott in combinatie met de instrumentatie van het Metropole Orkest zorgen voor een fraai eindresultaat. Hoewel Ruth Jacott anno 2011 niet meer behoort tot de populairste en succesvolste zangeressen van Nederland, vind ik dat ze wel meer waardering hoort te krijgen voor hetgeen ze doet. Dit is namelijk een vakvrouw in hart en nieren.
Ze vertolkt dan wel liedjes van een andere zangeres, maar dit repertoire lijkt op haar lijf geschreven te zijn. Het voelt dan ook aan als een warme jas. Helaas zullen denk ik niet veel mensen van het bestaan van dit album afweten, daar het vrijwel geen promotie ontving. Prachtige hoesfoto trouwens!
Ry Cooder - Election Special (2012)

3,5
0
geplaatst: 22 augustus 2012, 13:10 uur
Opnieuw een verdienstelijk album van Ry Cooder, net als vrijwel al zijn andere albums. Vocaal klinkt Cooder voor zijn leeftijd nog erg goed (dat bewees hij ook al op zijn vorige plaat), al is het jammer dat er hier en daar wat kleine onzuiverheden zijn te horen tijdens een aantal van zijn uithalen. De vrij kale en sobere instrumentale begeleiding kleurt overigens bijzonder geslaagd met zijn rauwe stemgeluid. Overwegend roots/Americana, met af en toe een knipoog naar rockmuziek (zoals bijvoorbeeld in The Wall Street Part of Town, het 'boze' Guantanamo, en tot slot nog de afsluiter, Take Your Hands Off It).
Een minder geslaagd aspect zijn echter de liedteksten. Het merendeel van de teksten gaan echter verkapt over de elections, vaak niet echt on-point dus, en ze zijn inhoudelijk veelal niet zo scherp of mooi geformuleerd. Op momenten dat zijn politieke visie kritisch moet overkomen, klinkt het eerder aan de fletse en flauwe kant (Mitt Romney Blues en The 90 and the 9). Ze zijn enigszins voorspelbaar en eenvoudig, en dat is - lichtelijk - jammer. Vooral omdat de voorganger Pull Up Some Dust and Sit Down mooiere uitgewerkte teksten had. Dat gezegd hebbende, staan hier wel 'n tweetal nummers op die erg goed zijn. 't Voornamelijk met de mandoline begeleide Brother is Gone, en de donkere bluesy sfeer van Kool-Aid vormen sterke momenten, die berekend mogen worden tot Cooder z'n beste werk.
Voor de liefhebber(s) van het roots-genre of van Cooder zal dit ongetwijfeld één van de betere platen van het jaar zijn, voor de gemiddelde luisteraar waarschijnlijk niet meer dan aardig (of zoals ik al in mijn openingszin vertelde, “verdienstelijk”). Verder zeker een interessant tijdsdocument over het nu in Amerika, bekeken door de ogen van een muzikant c.q. gefrustreerde burger, maar of het een blijvertje is op langere termijn zal nog moeten uitwijzen. Ik heb daar mijn twijfels over, maar dat is persoonlijk.
Een minder geslaagd aspect zijn echter de liedteksten. Het merendeel van de teksten gaan echter verkapt over de elections, vaak niet echt on-point dus, en ze zijn inhoudelijk veelal niet zo scherp of mooi geformuleerd. Op momenten dat zijn politieke visie kritisch moet overkomen, klinkt het eerder aan de fletse en flauwe kant (Mitt Romney Blues en The 90 and the 9). Ze zijn enigszins voorspelbaar en eenvoudig, en dat is - lichtelijk - jammer. Vooral omdat de voorganger Pull Up Some Dust and Sit Down mooiere uitgewerkte teksten had. Dat gezegd hebbende, staan hier wel 'n tweetal nummers op die erg goed zijn. 't Voornamelijk met de mandoline begeleide Brother is Gone, en de donkere bluesy sfeer van Kool-Aid vormen sterke momenten, die berekend mogen worden tot Cooder z'n beste werk.
Voor de liefhebber(s) van het roots-genre of van Cooder zal dit ongetwijfeld één van de betere platen van het jaar zijn, voor de gemiddelde luisteraar waarschijnlijk niet meer dan aardig (of zoals ik al in mijn openingszin vertelde, “verdienstelijk”). Verder zeker een interessant tijdsdocument over het nu in Amerika, bekeken door de ogen van een muzikant c.q. gefrustreerde burger, maar of het een blijvertje is op langere termijn zal nog moeten uitwijzen. Ik heb daar mijn twijfels over, maar dat is persoonlijk.
Ryan Shaw - Real Love (2012)

3,5
0
geplaatst: 5 juni 2012, 13:16 uur
Ryan Shaw laat na twee jaar ook weer eens wat zich horen. Ondanks het gegeven dat hij niet veel te melden heeft (de teksten zijn vrij standaard en gaan zoals gebruikelijk veel over de liefde), en ook die standaard retro-soul instrumentatie niets verrassends meer te bieden heeft, klinkt het zo slecht nog niet. Real Love staat deels in het teken van uptempo nummers, en eigenlijk zijn die allemaal van het soort dat ze geschikt zijn voor bijvoorbeeld verjaardagsfeestjes en bruiloften en meer van dat soort onzinnigheden. Het eerste gedeelte van de cd heeft de betere nummers, waaronder 't fijne ritmische titelnummer, Real Love dus, en ook het licht door country beïnvloedde Gone Gone Gone. De country-invloeden in Gone Gone Gone zijn miniem hoor, maar ze zijn net genoeg aanwezig om het liedje te laten opvallen tussen al het andere. Het mooiste liedje dat Ryan Shaw op zijn nieuwe album heeft gezet is de onvervalste southern soul ballade You Don’t Know Nothing About Love, dat je met wat fantasie ook op 'n album van iemand als bijvoorbeeld Otis Redding had kunnen aantreffen. Voor de nietsvermoedende luisteraar zal Blackmail ongetwijfeld één van de meest aantrekkelijke tracks zijn (leuke tekst en pakkend refreintje), maar als je de originele uitvoering van Bobby Taylor, of de latere coverversie van Candi Staton, eenmaal hebt gehoord, stelt Shaw’s versie weinig voor. Al met al een redelijk geslaagde comeback. Shaw’s stem is in topvorm, en met die stem komt-ie al een heel eind.
