Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Lula Wiles - Shame and Sedition (2021)

4,5
0
geplaatst: 22 mei 2021, 10:30 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lula Wiles - Shame And Sedition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lula Wiles maakte twee jaar geleden al diepe indruk, maar gaat er op album nummer drie nog eens dik overheen met een album dat in muzikaal opzicht intrigeert en in vocaal opzicht imponeert
Na het fraaie tweede album van Lula Wiles waren mijn verwachtingen rond album nummer drie hooggespannen, maar met een album als Shame And Sedition had ik geen moment rekening gehouden. Lula Wiles heeft de Amerikaanse rootsmuziek zeker niet afgezworen, maar wel flink gemoderniseerd. Dat hoor je het best in de songs die een indierock injectie hebben gekregen, wat ik op voorhand niet snel gecombineerd zou hebben met Lula Wiles, maar het werkt. Gebleven zijn de sterke songs en vooral de wonderschone vocalen en harmonieën, die het album steeds verder optillen. Shame And Sedition is jaarlijstjesmateriaal, maar ook een album dat nog wel even door groeit.
De krenten uit de pop: Lula Wiles - Shame And Sedition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lula Wiles maakte twee jaar geleden al diepe indruk, maar gaat er op album nummer drie nog eens dik overheen met een album dat in muzikaal opzicht intrigeert en in vocaal opzicht imponeert
Na het fraaie tweede album van Lula Wiles waren mijn verwachtingen rond album nummer drie hooggespannen, maar met een album als Shame And Sedition had ik geen moment rekening gehouden. Lula Wiles heeft de Amerikaanse rootsmuziek zeker niet afgezworen, maar wel flink gemoderniseerd. Dat hoor je het best in de songs die een indierock injectie hebben gekregen, wat ik op voorhand niet snel gecombineerd zou hebben met Lula Wiles, maar het werkt. Gebleven zijn de sterke songs en vooral de wonderschone vocalen en harmonieën, die het album steeds verder optillen. Shame And Sedition is jaarlijstjesmateriaal, maar ook een album dat nog wel even door groeit.
Lula Wiles - What Will We Do (2019)

4,5
0
geplaatst: 26 januari 2019, 10:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lula Wiles - What Will We Do Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lula Wiles combineert stokoude Amerikaanse rootsmuziek met frisse songs en betoverend mooie zang op een plaat die maar groeit en groeit
Een paar jaar geleden vond ik de muziek van Lula Wiles nog weinig bijzonder, maar wat is het trio uit Boston gegroeid. Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin slaan op hun tweede plaat op indrukwekkende een brug tussen Amerikaanse muzikale tradities van heel lang geleden en het heden. What Will We Do heeft oog voor traditie, maar klinkt ook verrassend fris en eigentijds. In muzikaal opzicht is het smullen, maar de vocalen en harmonieën zijn zo nu en dan van een bijna onwerkelijke schoonheid. Het levert een plaat op die onmiddellijk indruk maakt, maar dan nog moet beginnen aan een indrukwekkend groeiproces.
Het muziekjaar 2019 is inmiddels in alle hevigheid losgebarsten en met name binnen de Amerikaanse rootsmuziek verschijnt op het moment het ene na het andere album dat ertoe doet.
Tussen deze albums mag What Will We Do van Lula Wiles zeker niet ontbreken. Lula Wiles is een trio uit Boston, Massachusetts, dat bijna drie jaar geleden debuteerde met een album dat ik bij vlagen mooi, maar over het geheel genomen onvoldoende onderscheidend vond.
Op What Will We Do hebben Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin echter een enorme stap gezet. De tweede plaat van Lula Wiles verschijnt op het bijzondere Smithsonian/Folkways label, dat vooral de traditionele Amerikaanse folk omarmt, maar Lula Wiles klinkt op haar tweede plaat juist frisser en eigentijdser dan op haar debuut.
Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin studeerden alle drie aan het fameuze Berklee College of Music in Boston en kunnen uitstekend uit de voeten op meerdere snareninstrumenten. In muzikaal opzicht klinkt het fantastisch, waarbij vooral de viool en staande bas nadrukkelijk de aandacht opeisen, maar ook de gitaarlijnen zijn van een bijzondere schoonheid.
Net als op haar debuut laat Lula Wiles zich nog altijd stevig inspireren door stokoude folk, bluegrass en country, waardoor de plaat zeker in de smaak zal vallen bij de liefhebbers van traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Lula Wiles is er echter ook in geslaagd om haar muziek fris te laten klinken, waardoor de Appalachen van honderd jaar geleden fraai samenvloeien met het Boston van nu.
Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin kunnen uitstekend uit de voeten op de instrumenten die ze op What Will We Do bespelen, maar kiezen niet voor een aaneenschakeling van muzikale hoogstandjes. De instrumentatie staat in dienst van de songs en van de bijzonder fraaie zang op de plaat.
Lula Wiles tekent op haar tweede plaat voor fluisterzachte en glasheldere zang en voor hemeltergend mooie harmonieën. Zeker wanneer Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin samen zingen is What Will We Do bij vlagen van een bijna onwerkelijke schoonheid en stijgt de plaat ver boven het andere aanbod van het moment uit.
Het is knap hoe het drietal uit Boston in muzikaal opzicht het verre verleden en het heden met elkaar weet te verbinden en Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin doen dat ook in hun teksten, die teruggrijpen op oude verhalen, maar ook hun licht laten schijnen op het Amerika van nu.
What Will We Do van Lula Wiles heeft zeker raakvlakken met de platen van trio’s als The Pistol Annies, I’m With Her, The Wailin' Jennys en Dixie Chicks, maar heeft op hetzelfde moment ook een geluid dat aan de ene kant dieper is geworteld in tradities en dat aan de andere kant nadrukkelijker een eigen weg zoekt.
Ik vond het debuut van Lula Wiles bijna drie jaar geleden zoals gezegd te weinig onderscheidend, maar de tweede plaat van het drietal uit Boston is juist zeer onderscheidend. Het ene moment sleept Lula Wiles je mee naar de traditionele muziek uit de Appalachen of van de oevers van de Mississippi, dan weer naar de frisse indie-folk van First Aid Kit of juist naar de onthaastende muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings. Het levert een plaat op die zich steeds nadrukkelijker opdringt en maar mooier en mooier wordt. Indrukwekkend. Bijzonder indrukwekkend zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lula Wiles - What Will We Do Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lula Wiles combineert stokoude Amerikaanse rootsmuziek met frisse songs en betoverend mooie zang op een plaat die maar groeit en groeit
Een paar jaar geleden vond ik de muziek van Lula Wiles nog weinig bijzonder, maar wat is het trio uit Boston gegroeid. Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin slaan op hun tweede plaat op indrukwekkende een brug tussen Amerikaanse muzikale tradities van heel lang geleden en het heden. What Will We Do heeft oog voor traditie, maar klinkt ook verrassend fris en eigentijds. In muzikaal opzicht is het smullen, maar de vocalen en harmonieën zijn zo nu en dan van een bijna onwerkelijke schoonheid. Het levert een plaat op die onmiddellijk indruk maakt, maar dan nog moet beginnen aan een indrukwekkend groeiproces.
Het muziekjaar 2019 is inmiddels in alle hevigheid losgebarsten en met name binnen de Amerikaanse rootsmuziek verschijnt op het moment het ene na het andere album dat ertoe doet.
Tussen deze albums mag What Will We Do van Lula Wiles zeker niet ontbreken. Lula Wiles is een trio uit Boston, Massachusetts, dat bijna drie jaar geleden debuteerde met een album dat ik bij vlagen mooi, maar over het geheel genomen onvoldoende onderscheidend vond.
Op What Will We Do hebben Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin echter een enorme stap gezet. De tweede plaat van Lula Wiles verschijnt op het bijzondere Smithsonian/Folkways label, dat vooral de traditionele Amerikaanse folk omarmt, maar Lula Wiles klinkt op haar tweede plaat juist frisser en eigentijdser dan op haar debuut.
Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin studeerden alle drie aan het fameuze Berklee College of Music in Boston en kunnen uitstekend uit de voeten op meerdere snareninstrumenten. In muzikaal opzicht klinkt het fantastisch, waarbij vooral de viool en staande bas nadrukkelijk de aandacht opeisen, maar ook de gitaarlijnen zijn van een bijzondere schoonheid.
Net als op haar debuut laat Lula Wiles zich nog altijd stevig inspireren door stokoude folk, bluegrass en country, waardoor de plaat zeker in de smaak zal vallen bij de liefhebbers van traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Lula Wiles is er echter ook in geslaagd om haar muziek fris te laten klinken, waardoor de Appalachen van honderd jaar geleden fraai samenvloeien met het Boston van nu.
Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin kunnen uitstekend uit de voeten op de instrumenten die ze op What Will We Do bespelen, maar kiezen niet voor een aaneenschakeling van muzikale hoogstandjes. De instrumentatie staat in dienst van de songs en van de bijzonder fraaie zang op de plaat.
Lula Wiles tekent op haar tweede plaat voor fluisterzachte en glasheldere zang en voor hemeltergend mooie harmonieën. Zeker wanneer Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin samen zingen is What Will We Do bij vlagen van een bijna onwerkelijke schoonheid en stijgt de plaat ver boven het andere aanbod van het moment uit.
Het is knap hoe het drietal uit Boston in muzikaal opzicht het verre verleden en het heden met elkaar weet te verbinden en Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin doen dat ook in hun teksten, die teruggrijpen op oude verhalen, maar ook hun licht laten schijnen op het Amerika van nu.
What Will We Do van Lula Wiles heeft zeker raakvlakken met de platen van trio’s als The Pistol Annies, I’m With Her, The Wailin' Jennys en Dixie Chicks, maar heeft op hetzelfde moment ook een geluid dat aan de ene kant dieper is geworteld in tradities en dat aan de andere kant nadrukkelijker een eigen weg zoekt.
Ik vond het debuut van Lula Wiles bijna drie jaar geleden zoals gezegd te weinig onderscheidend, maar de tweede plaat van het drietal uit Boston is juist zeer onderscheidend. Het ene moment sleept Lula Wiles je mee naar de traditionele muziek uit de Appalachen of van de oevers van de Mississippi, dan weer naar de frisse indie-folk van First Aid Kit of juist naar de onthaastende muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings. Het levert een plaat op die zich steeds nadrukkelijker opdringt en maar mooier en mooier wordt. Indrukwekkend. Bijzonder indrukwekkend zelfs. Erwin Zijleman
Luluc - Diamonds (2023)

4,0
0
geplaatst: 21 september 2023, 15:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luluc - Diamonds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luluc - Diamonds
Het van oorsprong Australische duo Luluc vertrouwt ook op haar vijfde album op subtiele gitaarlijnen en de prachtige stem van Zoë Randell, maar de songs op Diamonds zijn nog net wat mooier dan in het verleden
Het vorige album van Luluc heb ik op een of andere manier gemist, maar Diamonds pikte ik direct uit de releaselijst van deze week. Ik heb immers al sinds het tweede album van Luluc een enorm zwak voor de muziek van het Australische tweetal. Ook op Diamonds put Luluc zowel uit de archieven van de Britse folk uit het verleden als de indiefolk uit het heden, maar Zoë Randell en Steve Hassett hebben ook een duidelijk eigen geluid, dat vooral bestaat uit fraaie gitaarlijnen en bijzonder mooie zang. Het levert een bedwelmend mooi album op dat grotendeels vertrouwt op het inmiddels bekende Luluc geluid, maar dat ook een aantal subtiele uitstapjes in nieuwe richtingen bevat.
Het Australische duo Luluc debuteerde in 2008 met het album Dear Hamlyn, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van Zoë Randell en Steve Hassett stamt uit 2014 toen Passerby, het tweede album van Luluc, verscheen. Het duo uit Melbourne was op dat moment, na een verblijf in Schotland, uitgeweken naar New York en maakte op Passerby makkelijk indruk met vooral door Britse folk beïnvloede muziek, die door de fraaie arrangementen en productie van Aaron Dessner op trefzekere wijze het heden in werd getild.
Mede door de prachtige stem van Zoë Randell, maar ook door de associaties met de muziek van roemruchte bands als Fairport Convention, Cowboy Junkies, Mazzy Star en The Innocence Mission schopte Passerby van Luluc het uiteindelijk zelfs tot mijn jaarlijstje over 2014. Dat kunstje herhaalde het Australische duo net niet met het in 2018 verschenen Sculptor, maar ook op het derde album van Luluc overtuigden Zoë Randell en Steve Hassett met een mooie mix van traditionele Britse folk en eigentijdse indiefolk, met bijzondere gitaarlijnen en vooral met de prachtige stem van Zoë Randell, die ook op Sculptor meedogenloos wist te verleiden.
Ik heb geen idee waarom ik het in 2020 verschenen Dreamboat heb gemist, al heeft het vast te maken met het feit dat Luluc het album noodgedwongen in eigen beheer moest uitbrengen. Het deze week verschenen Diamonds heb ik gelukkig wel weer direct opgepikt, want ik heb nog altijd een zwak voor de muziek van Luluc. Zoë Randell en Steve Hassett opereren nog altijd vanuit Brooklyn, New York, en hebben Diamonds grotendeels met zijn tweeën gemaakt.
Op hun vijfde album borduurt het tweetal deels voort op het geluid van de eerdere vier albums. Ook Diamonds heeft zich hoorbaar laten beïnvloeden door Britse folk uit de jaren 70 en indiefolk uit het heden, maar vergeleken met de vorige albums van Luluc is de balans net iets verder doorgeslagen richting de folk van recentere datum, overigens zonder de sfeer van de Britse folk te verliezen.
Diamonds werd zoals gezegd grotendeels door Zoë Randell en Steve Hassett gemaakt en dat levert een betrekkelijk ingetogen geluid op. De meeste songs op het album hebben genoeg aan de subtiele maar ook bijzonder mooie gitaarlijnen van Steve Hassett en de wederom betoverend mooie stem van Zoë Randell. Naast het fraaie gitaarwerk zijn subtiele bijdragen van bas en drums te horen en verder duiken hier en daar wat piano, synths en strijkers en blazers op, maar de meeste tracks op Diamonds zijn sober ingekleurd.
Dat levert niet alleen een stemmig geluid op, maar biedt ook alle ruimte aan de stem van Zoë Randell, die misschien nog wel mooier zingt dan op de vorige albums van Luluc. Hier en daar heeft het wel wat van Cowboy Junkies, maar Luluc heeft op haar vijfde album ook een herkenbaar eigen geluid.
Luluc vertrouwt zeker niet als enige op subtiele klanken en een bijzonder mooie en vaak fluisterzachte vrouwenstem, maar vergeleken met de meeste andere albums in zijn soort vind ik de songs van Luluc net wat mooier. Een cover van het dood gecoverde As Tears Go By heeft het tweetal dan ook helemaal niet nodig, al is ook deze song Luluc op het lijf geschreven. Liefhebbers van dit soort muziek weten hopelijk al lang genoeg. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Luluc - Diamonds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luluc - Diamonds
Het van oorsprong Australische duo Luluc vertrouwt ook op haar vijfde album op subtiele gitaarlijnen en de prachtige stem van Zoë Randell, maar de songs op Diamonds zijn nog net wat mooier dan in het verleden
Het vorige album van Luluc heb ik op een of andere manier gemist, maar Diamonds pikte ik direct uit de releaselijst van deze week. Ik heb immers al sinds het tweede album van Luluc een enorm zwak voor de muziek van het Australische tweetal. Ook op Diamonds put Luluc zowel uit de archieven van de Britse folk uit het verleden als de indiefolk uit het heden, maar Zoë Randell en Steve Hassett hebben ook een duidelijk eigen geluid, dat vooral bestaat uit fraaie gitaarlijnen en bijzonder mooie zang. Het levert een bedwelmend mooi album op dat grotendeels vertrouwt op het inmiddels bekende Luluc geluid, maar dat ook een aantal subtiele uitstapjes in nieuwe richtingen bevat.
Het Australische duo Luluc debuteerde in 2008 met het album Dear Hamlyn, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van Zoë Randell en Steve Hassett stamt uit 2014 toen Passerby, het tweede album van Luluc, verscheen. Het duo uit Melbourne was op dat moment, na een verblijf in Schotland, uitgeweken naar New York en maakte op Passerby makkelijk indruk met vooral door Britse folk beïnvloede muziek, die door de fraaie arrangementen en productie van Aaron Dessner op trefzekere wijze het heden in werd getild.
Mede door de prachtige stem van Zoë Randell, maar ook door de associaties met de muziek van roemruchte bands als Fairport Convention, Cowboy Junkies, Mazzy Star en The Innocence Mission schopte Passerby van Luluc het uiteindelijk zelfs tot mijn jaarlijstje over 2014. Dat kunstje herhaalde het Australische duo net niet met het in 2018 verschenen Sculptor, maar ook op het derde album van Luluc overtuigden Zoë Randell en Steve Hassett met een mooie mix van traditionele Britse folk en eigentijdse indiefolk, met bijzondere gitaarlijnen en vooral met de prachtige stem van Zoë Randell, die ook op Sculptor meedogenloos wist te verleiden.
Ik heb geen idee waarom ik het in 2020 verschenen Dreamboat heb gemist, al heeft het vast te maken met het feit dat Luluc het album noodgedwongen in eigen beheer moest uitbrengen. Het deze week verschenen Diamonds heb ik gelukkig wel weer direct opgepikt, want ik heb nog altijd een zwak voor de muziek van Luluc. Zoë Randell en Steve Hassett opereren nog altijd vanuit Brooklyn, New York, en hebben Diamonds grotendeels met zijn tweeën gemaakt.
Op hun vijfde album borduurt het tweetal deels voort op het geluid van de eerdere vier albums. Ook Diamonds heeft zich hoorbaar laten beïnvloeden door Britse folk uit de jaren 70 en indiefolk uit het heden, maar vergeleken met de vorige albums van Luluc is de balans net iets verder doorgeslagen richting de folk van recentere datum, overigens zonder de sfeer van de Britse folk te verliezen.
Diamonds werd zoals gezegd grotendeels door Zoë Randell en Steve Hassett gemaakt en dat levert een betrekkelijk ingetogen geluid op. De meeste songs op het album hebben genoeg aan de subtiele maar ook bijzonder mooie gitaarlijnen van Steve Hassett en de wederom betoverend mooie stem van Zoë Randell. Naast het fraaie gitaarwerk zijn subtiele bijdragen van bas en drums te horen en verder duiken hier en daar wat piano, synths en strijkers en blazers op, maar de meeste tracks op Diamonds zijn sober ingekleurd.
Dat levert niet alleen een stemmig geluid op, maar biedt ook alle ruimte aan de stem van Zoë Randell, die misschien nog wel mooier zingt dan op de vorige albums van Luluc. Hier en daar heeft het wel wat van Cowboy Junkies, maar Luluc heeft op haar vijfde album ook een herkenbaar eigen geluid.
Luluc vertrouwt zeker niet als enige op subtiele klanken en een bijzonder mooie en vaak fluisterzachte vrouwenstem, maar vergeleken met de meeste andere albums in zijn soort vind ik de songs van Luluc net wat mooier. Een cover van het dood gecoverde As Tears Go By heeft het tweetal dan ook helemaal niet nodig, al is ook deze song Luluc op het lijf geschreven. Liefhebbers van dit soort muziek weten hopelijk al lang genoeg. Erwin Zijleman
Luluc - Passerby (2014)

4,5
0
geplaatst: 15 oktober 2014, 17:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luluc - Passerby - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er wordt nog altijd volop geklaagd over de malaise in de muziekindustrie, maar ondertussen verschijnen er iedere week weer idioot veel platen. Het zijn er zoveel dat er helaas iedere week wel een aantal tussen wal en schip vallen.
Meestal kan ik daar wel mee leven, maar soms zitten er platen tussen die ik eigenlijk niet had willen missen. Passerby van Luluc is zo’n plaat. Het is er een die ik gelukkig bij toeval alsnog heb opgepikt en wat ben ik er blij mee. Passerby van Luluc heeft immers alles waar ik van hou.
Luluc is een man-vrouw duo uit het Australische Melbourne dat de afgelopen jaren veel tijd doorbracht in Schotland, maar inmiddels voornamelijk vanuit de Verenigde Staten opereert. Zoë Randell en Steve Hassett trokken de afgelopen jaren de aandacht van belangrijke pionnen in de muziekindustrie als producer Joe Boyd (Nick Drake, Fairport Convention), The National voorman Aaron Dessner en Lucinda Williams. Het leverde de band uiteindelijk een contract op het roemruchte Sub Pop label op, wat uiteindelijk resulteerde in Passerby.
Passerby komt maar liefst zes jaar na het debuut van de band en dat hoor je. De songs op Passerby hebben lang kunnen rijpen en zijn voorzien van precies de accenten die de songs van Zoë Randell en Steve Hassett nodig hebben.
De muziek van Luluc wordt over het algemeen in het hokje indie-folk geduwd, maar het is indie-folk die diep is geworteld in de Britse folk uit de vroege jaren 70. Zoë Randell heeft een mooie heldere stem die uitstekend past bij de klassiek aandoende folksongs van Luluc. Het is een stem die herinnert aan een geweldige folkzangeres als Sandy Denny; een groter compliment kun je een zangeres in dit genre niet maken.
De muziek van Luluc doet me echter zeker niet alleen denken aan een legendarische band als Fairport Convention en zeker ook aan het werk van Nick Drake, maar heeft in muzikaal opzicht ook raakvlakken met een band als Cowboy Junkies, al is het maar omdat Zoë Randell minstens net zo mooi fluisterend kan zingen als Cowboy Junkies zangeres Margot Timmins. Ander voor de hand liggend vergelijkingsmateriaal zijn Mazzy Star (de donkere ondertoon) en vooral The Innocence Mission (het warme en stemmige instrumentarium).
Zoë Randell en Steve Hassett zorgen op Passerby voor een belangrijk deel van de instrumentatie en de vocalen, maar de band stond er zeker niet alleen voor in de studio. Producer Aaron Dessner heeft gezorgd voor een mooi en stemmig geluid, waarin ruimte is voor flink wat instrumenten, waaronder blazers en strijkers. Desondanks is de instrumentatie op Passerby uiterst sober en staat de bijzondere stem van Zoë Randell steeds centraal. Op haar meest indringende momenten heeft het soms wat van Nico, zeker niet altijd een aanbeveling, maar in het geval van Zoë Randell klopt het precies.
Luluc maakt op Passerby muziek die over het algemeen lekker in het gehoor ligt, maar het is ook muziek vol dreiging en dynamiek en bovendien muziek vol subtiele accenten. Instrumenten worden subtiel ingezet, maar iedere noot is trefzeker en tilt de muziek van Luluc naar een hoger niveau. De prachtige stem van Zoë Randell en de prachtige harmonieën met Steve Hassett doen de rest.
Passerby van Luluc is al met al een plaat van een bijna onwerkelijke schoonheid. Een plaat van een niveau dat dit jaar tot dusver nog niet al te vaak is gehaald. Zeer warm aanbevolen derhalve, zeker nu de blaadjes van de bomen gaan vallen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Luluc - Passerby - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er wordt nog altijd volop geklaagd over de malaise in de muziekindustrie, maar ondertussen verschijnen er iedere week weer idioot veel platen. Het zijn er zoveel dat er helaas iedere week wel een aantal tussen wal en schip vallen.
Meestal kan ik daar wel mee leven, maar soms zitten er platen tussen die ik eigenlijk niet had willen missen. Passerby van Luluc is zo’n plaat. Het is er een die ik gelukkig bij toeval alsnog heb opgepikt en wat ben ik er blij mee. Passerby van Luluc heeft immers alles waar ik van hou.
Luluc is een man-vrouw duo uit het Australische Melbourne dat de afgelopen jaren veel tijd doorbracht in Schotland, maar inmiddels voornamelijk vanuit de Verenigde Staten opereert. Zoë Randell en Steve Hassett trokken de afgelopen jaren de aandacht van belangrijke pionnen in de muziekindustrie als producer Joe Boyd (Nick Drake, Fairport Convention), The National voorman Aaron Dessner en Lucinda Williams. Het leverde de band uiteindelijk een contract op het roemruchte Sub Pop label op, wat uiteindelijk resulteerde in Passerby.
Passerby komt maar liefst zes jaar na het debuut van de band en dat hoor je. De songs op Passerby hebben lang kunnen rijpen en zijn voorzien van precies de accenten die de songs van Zoë Randell en Steve Hassett nodig hebben.
De muziek van Luluc wordt over het algemeen in het hokje indie-folk geduwd, maar het is indie-folk die diep is geworteld in de Britse folk uit de vroege jaren 70. Zoë Randell heeft een mooie heldere stem die uitstekend past bij de klassiek aandoende folksongs van Luluc. Het is een stem die herinnert aan een geweldige folkzangeres als Sandy Denny; een groter compliment kun je een zangeres in dit genre niet maken.
De muziek van Luluc doet me echter zeker niet alleen denken aan een legendarische band als Fairport Convention en zeker ook aan het werk van Nick Drake, maar heeft in muzikaal opzicht ook raakvlakken met een band als Cowboy Junkies, al is het maar omdat Zoë Randell minstens net zo mooi fluisterend kan zingen als Cowboy Junkies zangeres Margot Timmins. Ander voor de hand liggend vergelijkingsmateriaal zijn Mazzy Star (de donkere ondertoon) en vooral The Innocence Mission (het warme en stemmige instrumentarium).
Zoë Randell en Steve Hassett zorgen op Passerby voor een belangrijk deel van de instrumentatie en de vocalen, maar de band stond er zeker niet alleen voor in de studio. Producer Aaron Dessner heeft gezorgd voor een mooi en stemmig geluid, waarin ruimte is voor flink wat instrumenten, waaronder blazers en strijkers. Desondanks is de instrumentatie op Passerby uiterst sober en staat de bijzondere stem van Zoë Randell steeds centraal. Op haar meest indringende momenten heeft het soms wat van Nico, zeker niet altijd een aanbeveling, maar in het geval van Zoë Randell klopt het precies.
Luluc maakt op Passerby muziek die over het algemeen lekker in het gehoor ligt, maar het is ook muziek vol dreiging en dynamiek en bovendien muziek vol subtiele accenten. Instrumenten worden subtiel ingezet, maar iedere noot is trefzeker en tilt de muziek van Luluc naar een hoger niveau. De prachtige stem van Zoë Randell en de prachtige harmonieën met Steve Hassett doen de rest.
Passerby van Luluc is al met al een plaat van een bijna onwerkelijke schoonheid. Een plaat van een niveau dat dit jaar tot dusver nog niet al te vaak is gehaald. Zeer warm aanbevolen derhalve, zeker nu de blaadjes van de bomen gaan vallen. Erwin Zijleman
Luluc - Sculptor (2018)

4,5
2
geplaatst: 17 juli 2018, 16:32 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luluc - Sculptor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het Australische duo Luluc neemt de tijd voor haar muziek. Dear Hamyl, het in eigen beheer uitgebrachte en hier helaas nauwelijks opgemerkte debuut van het tweetal, verscheen in 2008, de terecht bewierookte opvolger Passerby stamt uit 2014 en nu is er dan de derde plaat van Zoë Randell en Steve Hassett.
Voorganger Passerby vergeleek ik vier jaar geleden uitvoerig met de platen van Fairport Convention en Nick Drake, maar de plaat riep ook zeker associaties op met de muziek van Cowboy Junkies, Mazzy Star en The Innocence Mission (aldus mijn recensie uit 2014).
Nu zijn dat toevallig drie bands die deze maand een nieuwe plaat hebben uitgebracht (van Mazzy Star verscheen helaas slechts een EP), wat betekent dat Luluc wat meer concurrentie heeft dan een paar jaar geleden. Sculptor laat snel horen dat Zoë Randell en Steve Hassett de competitie makkelijk aan kunnen.
Luluc wordt nog altijd vooral in het hokje indie-folk geduwd, maar de muziek van het tweetal grijpt vooral stevig terug op de traditionele folk uit de jaren 70, al verwerkt het tweetal op bijna slinkse wijze ook heel veel invloeden uit de dreampop in haar muziek. Het resultaat is van een bijzondere schoonheid.
Vergeleken met zijn voorganger kiest Sculptor voor een wat voller geluid, maar dit moet direct worden gerelativeerd. Zoë Randell en Steve Hassett imponeren op hun derde plaat met prachtig lome en opvallend sobere klanken met volop echo’s uit het verleden, maar ook flink wat invloeden uit het heden. Centraal staan de schitterende gitaarlijnen van Steve Hassett, die er in slaagt om met op het eerste oor relatief eenvoudige akkoorden een bezwerend effect toe te voegen aan de muziek van Luluc.
Dit bezwerende effect wordt verder versterkt door de prachtige zang van Zoë Randell, die aansluiting vindt bij de grote folkzangeressen uit het verleden, maar haar zang ook voorziet van eigentijdse melancholie en onderkoeling. De prachtige zang maakt Sculptor van Luluc voor mij vrijwel onweerstaanbaar.
Het Australische tweetal nam de plaat grotendeels zelf op en nam hier de tijd voor. Het zorgt voor zorgeloze en heerlijk lome klanken. Deze zijn van wat extra spanning voorzien door gastmuzikanten als The National voorman Aaron Dessner, The Dirty Three drummer Jim White en Dinosaur Jr gitarist J Mascis, die opvallend subtiele bijdragen leveren aan de plaat.
In de meeste tracks kunnen Zoë Randell en Steve Hassett het echte prima met zijn tweeën af. De door subtiele gitaarlijnen en prachtige vocalen gedragen songs van Luluc nodigen uit tot wegdromen, maar ook als je klaarwakker blijft valt er heel veel te genieten op de derde plaat van het tweetal. Ik adviseer iedereen om vooral wakker te blijven, want de op het eerste gehoor sobere en eenvoudige songs van het Australische tweetal winnen nog heel lang aan kracht en zijn wanneer ze zijn uitgegroeid van een bijna onwerkelijke schoonheid. Ik was vier jaar geleden behoorlijk onder de indruk van Passerby, maar Sculptor is nog veel mooier. Wat een bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Luluc - Sculptor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het Australische duo Luluc neemt de tijd voor haar muziek. Dear Hamyl, het in eigen beheer uitgebrachte en hier helaas nauwelijks opgemerkte debuut van het tweetal, verscheen in 2008, de terecht bewierookte opvolger Passerby stamt uit 2014 en nu is er dan de derde plaat van Zoë Randell en Steve Hassett.
Voorganger Passerby vergeleek ik vier jaar geleden uitvoerig met de platen van Fairport Convention en Nick Drake, maar de plaat riep ook zeker associaties op met de muziek van Cowboy Junkies, Mazzy Star en The Innocence Mission (aldus mijn recensie uit 2014).
Nu zijn dat toevallig drie bands die deze maand een nieuwe plaat hebben uitgebracht (van Mazzy Star verscheen helaas slechts een EP), wat betekent dat Luluc wat meer concurrentie heeft dan een paar jaar geleden. Sculptor laat snel horen dat Zoë Randell en Steve Hassett de competitie makkelijk aan kunnen.
Luluc wordt nog altijd vooral in het hokje indie-folk geduwd, maar de muziek van het tweetal grijpt vooral stevig terug op de traditionele folk uit de jaren 70, al verwerkt het tweetal op bijna slinkse wijze ook heel veel invloeden uit de dreampop in haar muziek. Het resultaat is van een bijzondere schoonheid.
Vergeleken met zijn voorganger kiest Sculptor voor een wat voller geluid, maar dit moet direct worden gerelativeerd. Zoë Randell en Steve Hassett imponeren op hun derde plaat met prachtig lome en opvallend sobere klanken met volop echo’s uit het verleden, maar ook flink wat invloeden uit het heden. Centraal staan de schitterende gitaarlijnen van Steve Hassett, die er in slaagt om met op het eerste oor relatief eenvoudige akkoorden een bezwerend effect toe te voegen aan de muziek van Luluc.
Dit bezwerende effect wordt verder versterkt door de prachtige zang van Zoë Randell, die aansluiting vindt bij de grote folkzangeressen uit het verleden, maar haar zang ook voorziet van eigentijdse melancholie en onderkoeling. De prachtige zang maakt Sculptor van Luluc voor mij vrijwel onweerstaanbaar.
Het Australische tweetal nam de plaat grotendeels zelf op en nam hier de tijd voor. Het zorgt voor zorgeloze en heerlijk lome klanken. Deze zijn van wat extra spanning voorzien door gastmuzikanten als The National voorman Aaron Dessner, The Dirty Three drummer Jim White en Dinosaur Jr gitarist J Mascis, die opvallend subtiele bijdragen leveren aan de plaat.
In de meeste tracks kunnen Zoë Randell en Steve Hassett het echte prima met zijn tweeën af. De door subtiele gitaarlijnen en prachtige vocalen gedragen songs van Luluc nodigen uit tot wegdromen, maar ook als je klaarwakker blijft valt er heel veel te genieten op de derde plaat van het tweetal. Ik adviseer iedereen om vooral wakker te blijven, want de op het eerste gehoor sobere en eenvoudige songs van het Australische tweetal winnen nog heel lang aan kracht en zijn wanneer ze zijn uitgegroeid van een bijna onwerkelijke schoonheid. Ik was vier jaar geleden behoorlijk onder de indruk van Passerby, maar Sculptor is nog veel mooier. Wat een bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Luminous Kid - at the end of the dream (2021)

3,5
0
geplaatst: 27 april 2021, 16:58 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luminous Kid - at the end of the dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Zweedse fotograaf, kunstenaar en muzikant Olof Grind levert als Luminous Kid een bijzonder klinkend debuut af, dat in eerste instantie niet zo bijzonder lijkt, maar steeds mooier wordt
Mijn interesse werd gewekt door de bijdrage van Phoebe Bridgers aan het debuut van Luminous Kid, maar deze bijdrage blijft beperkt tot een paar gesproken zinnen. We moeten het verder doen met de Zweedse fotograaf en muzikant, die zeker geen wonderen verricht als gitarist of als zanger, maar op een of andere manier heeft zijn debuut at the end of the dream iets bijzonders. De ingetogen en folky songs op het album hebben iets charmants, terwijl de rijker ingekleurde songs op het album iets sprookjesachtigs hebben. De Zweedse muzikant slaagt er in om een bijzonder geluid te creëren dat soms rammelt, maar minstens even vaak verbaast. Ik vind het mooi.
De krenten uit de pop: Luminous Kid - at the end of the dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Zweedse fotograaf, kunstenaar en muzikant Olof Grind levert als Luminous Kid een bijzonder klinkend debuut af, dat in eerste instantie niet zo bijzonder lijkt, maar steeds mooier wordt
Mijn interesse werd gewekt door de bijdrage van Phoebe Bridgers aan het debuut van Luminous Kid, maar deze bijdrage blijft beperkt tot een paar gesproken zinnen. We moeten het verder doen met de Zweedse fotograaf en muzikant, die zeker geen wonderen verricht als gitarist of als zanger, maar op een of andere manier heeft zijn debuut at the end of the dream iets bijzonders. De ingetogen en folky songs op het album hebben iets charmants, terwijl de rijker ingekleurde songs op het album iets sprookjesachtigs hebben. De Zweedse muzikant slaagt er in om een bijzonder geluid te creëren dat soms rammelt, maar minstens even vaak verbaast. Ik vind het mooi.
Luna - A Sentimental Education (2017)

4,0
0
geplaatst: 28 september 2017, 07:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luna - A Sentimental Education / A Place Of Greater Safety - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was de Amerikaanse band Luna eerlijk gezegd al weer bijna vergeten, maar vrijwel uit het niets is de band uit New York terug met een nieuwe plaat.
Voor het laatste wapenfeit van de band moesten we tot voor kort terug naar 2004, toen het niet heel bijzondere Rendezvous verscheen. Sindsdien hebben we het moeten doen met de platen van Dean Wareham, Britta Phillips en de gezamenlijke platen van Dean & Britta, maar nu is dan ook Luna weer terug.
Heel veel is er niet veranderd. De band rond Dean Wareham (die ooit ook nog furore maakte met Galaxie 500) maakt nog steeds dromerige popmuziek met hier en daar een scherp randje.
Het is popmuziek die flink is beïnvloed door illustere voorgangers als Television, The Velvet Underground, Talking Heads en zeker ook The Go-Betweens, maar Luna heeft door het verwerken van flink wat invloeden uit de dreampop ook een duidelijk eigen geluid gecreëerd.
Het is een geluid dat opvalt door het lage tempo, de ingetogen zang van Dean Wareham, de nog zachtere achtergrondzang van Britta Phillips, fraaie accenten van synths en vooral door prachtige en vaak bijna hypnotiserende gitaarlijnen. Uit deze gitaarlijnen komen ook de eerder genoemde scherpe randjes, want waar Luna meestal betovert met prachtige gitaarlijnen die zo lijken weggelopen uit de dreampop, mogen de gitaren ook wel eens ontsporen.
Ik was Luna misschien al weer bijna vergeten, maar direct toen de eerste noten uit de speakers kwamen was het weer een feest van herkenning. Deze herkenning was zo groot dat ik in eerste instantie niet eens door had dat Luna op A Sentimental Education uitsluitend songs van anderen vertolkt. Het is een opvallende serie covers vol uitersten.
Luna opent met een uitstekende versie van Fire in Cairo van The Cure en gaat vervolgens aan de haal met songs van nogal uiteenlopende bands als The Rolling Stones, Fleetwood Mac en Yes en muzikanten als Bob Dylan, David Bowie en Mink DeVille. Het zijn stuk voor stuk niet de bekendste songs van de genoemde bands en muzikanten en het zijn ook stuk voor stuk songs die op trefzekere en smaakvolle wijze worden omgetoverd tot Luna songs.
Het maakt van A Sentimental Education een erg lekkere gitaarplaat vol herinneringen uit het verleden, maar ook voldoende zeggingskracht om in 2017 aan te spreken. Het maakt me zeker nieuwsgierig naar de nieuwe songs van Luna, want een serie covers blijft uiteindelijk maar een serie covers.
Nieuwe songs van Luna zijn te vinden op de bijgeleverde EP A Place Of Greater Safety, maar hierop moeten we het doen zonder vocalen. De nieuwe songs van Luna zijn door het hypnotiserende gitaarspel en de fraaie dromerige en atmosferische klanken echter zeker de moeite waard en geven vertrouwen in het vervolg dat hopelijk snel gaat komen.
Luna is er ruim dertien jaar tussenuit geweest, maar de band heeft met haar bijzondere geluid nog steeds bestaansrecht en heeft met de combinatie van smaakvolle covers en benevelende instrumentale tracks echt een prima plaat afgeleverd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Luna - A Sentimental Education / A Place Of Greater Safety - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was de Amerikaanse band Luna eerlijk gezegd al weer bijna vergeten, maar vrijwel uit het niets is de band uit New York terug met een nieuwe plaat.
Voor het laatste wapenfeit van de band moesten we tot voor kort terug naar 2004, toen het niet heel bijzondere Rendezvous verscheen. Sindsdien hebben we het moeten doen met de platen van Dean Wareham, Britta Phillips en de gezamenlijke platen van Dean & Britta, maar nu is dan ook Luna weer terug.
Heel veel is er niet veranderd. De band rond Dean Wareham (die ooit ook nog furore maakte met Galaxie 500) maakt nog steeds dromerige popmuziek met hier en daar een scherp randje.
Het is popmuziek die flink is beïnvloed door illustere voorgangers als Television, The Velvet Underground, Talking Heads en zeker ook The Go-Betweens, maar Luna heeft door het verwerken van flink wat invloeden uit de dreampop ook een duidelijk eigen geluid gecreëerd.
Het is een geluid dat opvalt door het lage tempo, de ingetogen zang van Dean Wareham, de nog zachtere achtergrondzang van Britta Phillips, fraaie accenten van synths en vooral door prachtige en vaak bijna hypnotiserende gitaarlijnen. Uit deze gitaarlijnen komen ook de eerder genoemde scherpe randjes, want waar Luna meestal betovert met prachtige gitaarlijnen die zo lijken weggelopen uit de dreampop, mogen de gitaren ook wel eens ontsporen.
Ik was Luna misschien al weer bijna vergeten, maar direct toen de eerste noten uit de speakers kwamen was het weer een feest van herkenning. Deze herkenning was zo groot dat ik in eerste instantie niet eens door had dat Luna op A Sentimental Education uitsluitend songs van anderen vertolkt. Het is een opvallende serie covers vol uitersten.
Luna opent met een uitstekende versie van Fire in Cairo van The Cure en gaat vervolgens aan de haal met songs van nogal uiteenlopende bands als The Rolling Stones, Fleetwood Mac en Yes en muzikanten als Bob Dylan, David Bowie en Mink DeVille. Het zijn stuk voor stuk niet de bekendste songs van de genoemde bands en muzikanten en het zijn ook stuk voor stuk songs die op trefzekere en smaakvolle wijze worden omgetoverd tot Luna songs.
Het maakt van A Sentimental Education een erg lekkere gitaarplaat vol herinneringen uit het verleden, maar ook voldoende zeggingskracht om in 2017 aan te spreken. Het maakt me zeker nieuwsgierig naar de nieuwe songs van Luna, want een serie covers blijft uiteindelijk maar een serie covers.
Nieuwe songs van Luna zijn te vinden op de bijgeleverde EP A Place Of Greater Safety, maar hierop moeten we het doen zonder vocalen. De nieuwe songs van Luna zijn door het hypnotiserende gitaarspel en de fraaie dromerige en atmosferische klanken echter zeker de moeite waard en geven vertrouwen in het vervolg dat hopelijk snel gaat komen.
Luna is er ruim dertien jaar tussenuit geweest, maar de band heeft met haar bijzondere geluid nog steeds bestaansrecht en heeft met de combinatie van smaakvolle covers en benevelende instrumentale tracks echt een prima plaat afgeleverd. Erwin Zijleman
Luna Li - Duality (2022)

4,0
0
geplaatst: 10 maart 2022, 17:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luna Li - Duality - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luna Li - Duality
Luna Li maakte een aantal veelbelovende EP’s, maar maakt de belofte meer dan waar op een intrigerend debuutalbum dat veel knapper in elkaar steekt dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden
Laat Duality van de Canadees-Koreaanse muzikante Luna Li op de achtergrond uit de speakers komen en je wordt verrast door bijzonder aangename en lome klanken. Beluister het album met de koptelefoon en Luna Li neemt je mee op een buitengewoon fascinerende luistertrip waarin je steeds weer nieuwe dingen blijft horen. In muzikaal opzicht combineert Luna Li nogal uiteenlopende instrumenten en bovendien invloeden uit verschillende genres, waardoor Duality bijzonder of zelfs uniek klinkt. Duality past in het hokje pop met een vleugje R&B, maar de Canadese muzikante ontworstelt zich ook steeds op knappe wijze aan dit hokje. Luna Li heeft een droomdebuut afgeleverd.
Luna Li is het alter ego van de uit het Canadese Toronto afkomstige Hannah Bussiere Kim. De muzikante met zowel Canadees als Koreaans bloed maakte de afgelopen jaren een aantal zeer interessante EP’s en levert deze week met Duality haar debuutalbum af. Luna Li is een klassiek geschoold violiste, maar uiteindelijk lag haar hart toch bij de popmuziek en rockmuziek.
Op haar EP’s bespeelde Luna Li een groot aantal instrumenten en maakte ze muziek die in het hokje ‘bedroom pop’ past, maar op haar debuutalbum blijkt ze van vele markten thuis. Ook op Duality bespeelt Luna Li meerdere instrumenten, variërend van viool tot gitaar en van keyboards tot harp en bovendien tekende ze samen met Braden Sauder voor de productie van haar debuutalbum, waarvoor ze ook de songs schreef en waarop ze tekent voor vocalen.
Duality klinkt bij vluchtige beluistering als het zoveelste album van een jonge vrouwelijke muzikante in het indie segment, maar het debuut van Luna Li is niet zomaar te vergelijking met de stapels albums die haar soortgenoten hebben gemaakt. Van deze soortgenoten dragen Jay Som, Dreamer Isioma en beabadoobee bij aan het album, maar de meeste inspiratie komt van haar muzikale held Michelle Zauner, die we beter kennen als Japanese Breakfast.
Dat de muziek van Luna Li anders klinkt dan die van haar soortgenoten ligt in eerste instantie aan de instrumentatie op Duality. De Canadese muzikante maakt geen geheim van haar klassieke opleiding, zeker als ze kiest voor de piano en de viool, maar klassieke klanken worden op fraaie wijze gecombineerd met wat lome R&B klanken met diepe bassen, bijzondere ritmes en wat zwoelere klanken. Het zijn klanken die je niet al te vaak bij elkaar hoort, maar het past allemaal prachtig bij elkaar.
Het doet af en toe wel wat denken aan de kosmische soul uit een ver verleden, maar Duality is ook absoluut een eigentijds klinkend album, dat net zo makkelijk citeert uit de archieven van de psychedelica of waarop de gitaren toch opeens de kant van de rock kiezen. De meestal wat lome en zwoele instrumentatie wordt gecombineerd met al even zwoele en lome vocalen, wat van Duality een album is waarbij het heerlijk luieren is.
Luna Li houdt je tussen al dat luieren door bij de les met verrassende wendingen, die keer op keer laten horen dat de muzikante uit Toronto zeer getalenteerd is. Ik geef eerlijk toe dat ik het debuut van Luna Li na oppervlakkige beluistering niet had geselecteerd omdat het me wat te gewoontjes klonk, maar nu ik het album meerdere malen met volledige aandacht en met een goede koptelefoon heb beluisterd, kan ik alleen maar concluderen dat er niets gewoontjes is aan Duality.
In muzikaal opzicht hoor je steeds weer nieuwe en bijzondere dingen en bovendien invloeden uit steeds meer genres, de zang is song na song onweerstaanbaar aangenaam en de songs van Luna Li zijn van het soort dat steeds interessanter maar ook leuker wordt, waardoor Duality nog een lange tijd door groeit.
De jonge Canadese muzikante heeft een album gemaakt van het niveau van bijvoorbeeld het laatste album van Japanese Breakfast, dat vorig jaar niet voor niets de top 3 van mijn jaarlijstje haalde, en ik heb het idee dat de groei nog lang niet is gestopt. We raken wat overvoerd met jonge vrouwelijke talenten in de indie scene, maar om Luna Li kunnen we echt niet heen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Luna Li - Duality - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luna Li - Duality
Luna Li maakte een aantal veelbelovende EP’s, maar maakt de belofte meer dan waar op een intrigerend debuutalbum dat veel knapper in elkaar steekt dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden
Laat Duality van de Canadees-Koreaanse muzikante Luna Li op de achtergrond uit de speakers komen en je wordt verrast door bijzonder aangename en lome klanken. Beluister het album met de koptelefoon en Luna Li neemt je mee op een buitengewoon fascinerende luistertrip waarin je steeds weer nieuwe dingen blijft horen. In muzikaal opzicht combineert Luna Li nogal uiteenlopende instrumenten en bovendien invloeden uit verschillende genres, waardoor Duality bijzonder of zelfs uniek klinkt. Duality past in het hokje pop met een vleugje R&B, maar de Canadese muzikante ontworstelt zich ook steeds op knappe wijze aan dit hokje. Luna Li heeft een droomdebuut afgeleverd.
Luna Li is het alter ego van de uit het Canadese Toronto afkomstige Hannah Bussiere Kim. De muzikante met zowel Canadees als Koreaans bloed maakte de afgelopen jaren een aantal zeer interessante EP’s en levert deze week met Duality haar debuutalbum af. Luna Li is een klassiek geschoold violiste, maar uiteindelijk lag haar hart toch bij de popmuziek en rockmuziek.
Op haar EP’s bespeelde Luna Li een groot aantal instrumenten en maakte ze muziek die in het hokje ‘bedroom pop’ past, maar op haar debuutalbum blijkt ze van vele markten thuis. Ook op Duality bespeelt Luna Li meerdere instrumenten, variërend van viool tot gitaar en van keyboards tot harp en bovendien tekende ze samen met Braden Sauder voor de productie van haar debuutalbum, waarvoor ze ook de songs schreef en waarop ze tekent voor vocalen.
Duality klinkt bij vluchtige beluistering als het zoveelste album van een jonge vrouwelijke muzikante in het indie segment, maar het debuut van Luna Li is niet zomaar te vergelijking met de stapels albums die haar soortgenoten hebben gemaakt. Van deze soortgenoten dragen Jay Som, Dreamer Isioma en beabadoobee bij aan het album, maar de meeste inspiratie komt van haar muzikale held Michelle Zauner, die we beter kennen als Japanese Breakfast.
Dat de muziek van Luna Li anders klinkt dan die van haar soortgenoten ligt in eerste instantie aan de instrumentatie op Duality. De Canadese muzikante maakt geen geheim van haar klassieke opleiding, zeker als ze kiest voor de piano en de viool, maar klassieke klanken worden op fraaie wijze gecombineerd met wat lome R&B klanken met diepe bassen, bijzondere ritmes en wat zwoelere klanken. Het zijn klanken die je niet al te vaak bij elkaar hoort, maar het past allemaal prachtig bij elkaar.
Het doet af en toe wel wat denken aan de kosmische soul uit een ver verleden, maar Duality is ook absoluut een eigentijds klinkend album, dat net zo makkelijk citeert uit de archieven van de psychedelica of waarop de gitaren toch opeens de kant van de rock kiezen. De meestal wat lome en zwoele instrumentatie wordt gecombineerd met al even zwoele en lome vocalen, wat van Duality een album is waarbij het heerlijk luieren is.
Luna Li houdt je tussen al dat luieren door bij de les met verrassende wendingen, die keer op keer laten horen dat de muzikante uit Toronto zeer getalenteerd is. Ik geef eerlijk toe dat ik het debuut van Luna Li na oppervlakkige beluistering niet had geselecteerd omdat het me wat te gewoontjes klonk, maar nu ik het album meerdere malen met volledige aandacht en met een goede koptelefoon heb beluisterd, kan ik alleen maar concluderen dat er niets gewoontjes is aan Duality.
In muzikaal opzicht hoor je steeds weer nieuwe en bijzondere dingen en bovendien invloeden uit steeds meer genres, de zang is song na song onweerstaanbaar aangenaam en de songs van Luna Li zijn van het soort dat steeds interessanter maar ook leuker wordt, waardoor Duality nog een lange tijd door groeit.
De jonge Canadese muzikante heeft een album gemaakt van het niveau van bijvoorbeeld het laatste album van Japanese Breakfast, dat vorig jaar niet voor niets de top 3 van mijn jaarlijstje haalde, en ik heb het idee dat de groei nog lang niet is gestopt. We raken wat overvoerd met jonge vrouwelijke talenten in de indie scene, maar om Luna Li kunnen we echt niet heen. Erwin Zijleman
Luna Li - When a Thought Grows Wings (2024)

4,5
1
geplaatst: 27 augustus 2024, 15:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luna Li - When A Thought Grows Wings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luna Li - When A Thought Grows Wings
Luna Li trok helaas niet heel veel aandacht met haar uitstekende debuutalbum Duality uit 2022 en verdient met het nog wat betere en buitengewoon verleidelijke When A Thought Grows Wings absoluut een beter lot
Ik was Luna Li zelf eerlijk gezegd ook al lang weer vergeten, maar toen ik naar haar debuutalbum van ruim twee jaar geleden luisterde was ik direct weer onder de indruk. Opvolger When A Thought Grows Wings is nog een stuk beter en is wat mij betreft een album dat er uit springt in de eerste volle releaseweek na de zomer. Luna Li schrijft immers aansprekende songs met een vleugje R&B en het zijn songs die stuk voor stuk bijzonder smaakvol zijn ingekleurd. Het zijn songs die stiekem allerlei invloeden verwerken en die niet alleen aangenaam maar ook fantasierijk zijn. Het wordt allemaal afgemaakt met de bijzonder mooie stem van de Canadees-Koreaanse muzikante die dit keer nog wat meer indruk maakt.
De Canadees-Koreaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Luna Li, het alter ego van Hannah Bussiere Kim, maakte een aantal EP’s, voor ze in het begin van 2022 haar debuutalbum Duality uitbracht. Het is een album waarop de klassiek geschoolde violiste vol ging voor de pop en de rock.
Duality viel mij direct in positieve zin op en ik vond het album zelfs zo goed dat ik het in het begin van 2022 al had over mijn jaarlijstje en het album vergeleek met het briljante Jubilee van Japanese Breakfast, dat een paar maanden eerder de top 3 van mijn jaarlijstje over 2021 had gehaald.
Aan het eind van 2022 was ik Luna Li helaas alweer vergeten en ik was zeker niet de enige. Mijn bericht over het album op het populaire forum MusicMeter is bijvoorbeeld nog altijd het enige bericht dat is gepost over het zo goede debuutalbum van Luna Li. Het verbaast me dan ook niet dat het vooralsnog stil is rond het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit Toronto, die volgens de informatie op haar bandcamp pagina inmiddels naar het zonnige Los Angeles is verkast.
Op haar debuutalbum maakte Luna Li indruk met zeer smaakvolle indiepop met een aangename R&B vibe en die omschrijving is ook van toepassing op haar nieuwe album. Ook op When A Thought Grows Wings maakt Luna Li wat bedwelmende maar ook zwoele muziek, die absoluut invloeden uit de R&B bevat. De Canadees-Koreaanse muzikante combineert lome beats met wat zweverige klanken en met haar bijzonder mooie en wat dromerige stem.
Het heeft minimaal een R&B vibe, maar When A Thought Grows Wings laat zich zeker niet volledig in het hokje R&B duwen. Haar muziek bevat ook invloeden uit de jazz en de soul en weet steeds weer te verrassen door bijzonder mooie accenten in de muziek en verrassende wendingen in de songs, waarvoor ze een heel arsenaal aan instrumenten uit de kast heeft getrokken.
Die accenten verraden af en toe ook de klassieke opleiding die Luna Li heeft genoten, waardoor haar songs zich makkelijk onderscheiden van andere R&B pop, zeker wanneer ze haar harp er bij pakt. Met het predicaat R&B pop doe ik Luna Li ook wel wat tekort, want zeker wanneer je When A Thought Grows Wings met de koptelefoon beluistert, hoor je hoe knap de songs op het album in elkaar zitten.
When A Thought Grows Wings heeft ook nog eens de zo verleidelijke jaren 70 sfeer die ik de laatste tijd wel vaker hoor, maar van de albums met een duidelijke jaren 70 vibe behoort het nieuwe album van Luna Li, samen met bijvoorbeeld het recent verschenen album van Clairo, bij de betere albums in het genre.
Ik vind When A Thought Grows Wings ook nog net wat mooier dan het zo hopeloos onderschatte Duality uit 2022. De Canadees-Koreaanse muzikante zingt op haar nieuwe album nog wat mooier en de songs op When A Thought Grows Wings zijn niet alleen tijdlozer, maar vallen bovendien nog meer op door het vakmanschap van Luna Li. Ook het vakmanschap van producers Monsune (SZA) en Andrew Lappin (L’Rain) draagt overigens stevig bij aan het niveau van het album, want wat klinkt het tweede album van Luna Li prachtig.
Het doet het allemaal fantastisch bij de zomerse temperaturen van het moment, maar ik verheug me stiekem ook al op gure herfstavonden en koude en donkere winteravonden met dit wonderschone album, want het nieuwe album van Luna Li is voor mij een blijvertje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Luna Li - When A Thought Grows Wings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luna Li - When A Thought Grows Wings
Luna Li trok helaas niet heel veel aandacht met haar uitstekende debuutalbum Duality uit 2022 en verdient met het nog wat betere en buitengewoon verleidelijke When A Thought Grows Wings absoluut een beter lot
Ik was Luna Li zelf eerlijk gezegd ook al lang weer vergeten, maar toen ik naar haar debuutalbum van ruim twee jaar geleden luisterde was ik direct weer onder de indruk. Opvolger When A Thought Grows Wings is nog een stuk beter en is wat mij betreft een album dat er uit springt in de eerste volle releaseweek na de zomer. Luna Li schrijft immers aansprekende songs met een vleugje R&B en het zijn songs die stuk voor stuk bijzonder smaakvol zijn ingekleurd. Het zijn songs die stiekem allerlei invloeden verwerken en die niet alleen aangenaam maar ook fantasierijk zijn. Het wordt allemaal afgemaakt met de bijzonder mooie stem van de Canadees-Koreaanse muzikante die dit keer nog wat meer indruk maakt.
De Canadees-Koreaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Luna Li, het alter ego van Hannah Bussiere Kim, maakte een aantal EP’s, voor ze in het begin van 2022 haar debuutalbum Duality uitbracht. Het is een album waarop de klassiek geschoolde violiste vol ging voor de pop en de rock.
Duality viel mij direct in positieve zin op en ik vond het album zelfs zo goed dat ik het in het begin van 2022 al had over mijn jaarlijstje en het album vergeleek met het briljante Jubilee van Japanese Breakfast, dat een paar maanden eerder de top 3 van mijn jaarlijstje over 2021 had gehaald.
Aan het eind van 2022 was ik Luna Li helaas alweer vergeten en ik was zeker niet de enige. Mijn bericht over het album op het populaire forum MusicMeter is bijvoorbeeld nog altijd het enige bericht dat is gepost over het zo goede debuutalbum van Luna Li. Het verbaast me dan ook niet dat het vooralsnog stil is rond het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit Toronto, die volgens de informatie op haar bandcamp pagina inmiddels naar het zonnige Los Angeles is verkast.
Op haar debuutalbum maakte Luna Li indruk met zeer smaakvolle indiepop met een aangename R&B vibe en die omschrijving is ook van toepassing op haar nieuwe album. Ook op When A Thought Grows Wings maakt Luna Li wat bedwelmende maar ook zwoele muziek, die absoluut invloeden uit de R&B bevat. De Canadees-Koreaanse muzikante combineert lome beats met wat zweverige klanken en met haar bijzonder mooie en wat dromerige stem.
Het heeft minimaal een R&B vibe, maar When A Thought Grows Wings laat zich zeker niet volledig in het hokje R&B duwen. Haar muziek bevat ook invloeden uit de jazz en de soul en weet steeds weer te verrassen door bijzonder mooie accenten in de muziek en verrassende wendingen in de songs, waarvoor ze een heel arsenaal aan instrumenten uit de kast heeft getrokken.
Die accenten verraden af en toe ook de klassieke opleiding die Luna Li heeft genoten, waardoor haar songs zich makkelijk onderscheiden van andere R&B pop, zeker wanneer ze haar harp er bij pakt. Met het predicaat R&B pop doe ik Luna Li ook wel wat tekort, want zeker wanneer je When A Thought Grows Wings met de koptelefoon beluistert, hoor je hoe knap de songs op het album in elkaar zitten.
When A Thought Grows Wings heeft ook nog eens de zo verleidelijke jaren 70 sfeer die ik de laatste tijd wel vaker hoor, maar van de albums met een duidelijke jaren 70 vibe behoort het nieuwe album van Luna Li, samen met bijvoorbeeld het recent verschenen album van Clairo, bij de betere albums in het genre.
Ik vind When A Thought Grows Wings ook nog net wat mooier dan het zo hopeloos onderschatte Duality uit 2022. De Canadees-Koreaanse muzikante zingt op haar nieuwe album nog wat mooier en de songs op When A Thought Grows Wings zijn niet alleen tijdlozer, maar vallen bovendien nog meer op door het vakmanschap van Luna Li. Ook het vakmanschap van producers Monsune (SZA) en Andrew Lappin (L’Rain) draagt overigens stevig bij aan het niveau van het album, want wat klinkt het tweede album van Luna Li prachtig.
Het doet het allemaal fantastisch bij de zomerse temperaturen van het moment, maar ik verheug me stiekem ook al op gure herfstavonden en koude en donkere winteravonden met dit wonderschone album, want het nieuwe album van Luna Li is voor mij een blijvertje. Erwin Zijleman
Lunar Vacation - Inside Every Fig Is a Dead Wasp (2021)

4,0
0
geplaatst: 5 november 2021, 13:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lunar Vacation - Inside Every Fig Is A Dead Wasp - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lunar Vacation - Inside Every Fig Is A Dead Wasp
Lunar Vacation levert met Inside Every Fig Is A Dead Wasp een zonnig debuutalbum vol zoete verleidingen af, maar ondertussen zitten de songs van de Amerikaanse band ook vol avontuur en verrassing
Het is puur toeval dat ik Inside Every Fig Is A Dead Wasp van Lunar Vacation heb opgemerkt deze week, maar inmiddels is het debuutalbum van de Amerikaanse band wel uitgegroeid tot een van mijn persoonlijke favorieten van de afgelopen week. Tussen alle albums vol donkere wolken en herfstkleuren strooit Lunar Vacation op haar debuut rijkelijk met zonnestralen en honingzoete melodieën. Het gitaarwerk en de zang zijn onweerstaanbaar lekker, maar Lunar Vacation houdt ook nog eens van tempowisselingen en verrassende wendingen, wat van Inside Every Fig Is A Dead Wasp een behoorlijk onweerstaanbaar album maakt. Een zeer aangename verrassing.
Ook de afgelopen week verscheen er weer een enorme stapel nieuwe albums. Het is met name voor beginnende bands daarom bijna onmogelijk om aandacht te trekken binnen al het releasegeweld van het moment, tenzij één van de grote muzieksites er voor kiest om het debuutalbum van jouw band er uit te lichten.
Paste Magazine deed het de afgelopen week met het debuutalbum van de Amerikaanse band Lunar Vacation, dat ik zonder de aandacht van Paste Magazine waarschijnlijk nooit had opgemerkt. Het zou zonde zijn geweest, want Inside Every Fig Is A Dead Wasp van Lunar Vacation is een bijzonder aangenaam album, dat na een paar keer horen ook nog eens verrassend goed blijkt.
Inside Every Fig Is A Dead Wasp is het debuutalbum van de band uit Atlanta, Georgia, en volgt op twee EP’s, die al in 2017 en 2018 verschenen. Op haar debuutalbum maakt Lunar Vacation aanstekelijke popmuziek, die me met enige regelmaat moet denken aan de betere songs van de Zweedse band The Cardigans of aan de muziek van de Amerikaanse band Rilo Kiley, de band rond zangeres Jenny Lewis.
Het is lekker in het gehoor liggende popmuziek die zich niet direct laat vastpinnen op een of twee genres (als het echt zou moeten zou ik dreampop en jangle pop noemen) en het is bovendien popmuziek vol zoete en lichtvoetige klanken, die gelukkig wel worden gecombineerd met de nodige diepgang.
Inside Every Fig Is A Dead Wasp is een album vol jeugdige onbezonnenheid, maar het is ook een album dat overloopt van talent. Lunar Vacation kiest op haar debuutalbum voor een lekker in het gehoor liggende instrumentatie, die in eerste instantie vooral zonnestralen oproept met onweerstaanbaar lekkere gitaarloopjes. Het levert zonnestralen op die weer prachtig combineren met de zoete vocalen van Grace Repasky, die hier en daar fraai wordt ondersteund door de al even aangename stem van Maggie Geeslin.
De jonge muzikanten uit Atlanta weten goed hoe je muziek maakt die het humeur een stevige positieve boost geeft, maar luister wat vaker en wat beter naar Inside Every Fig Is A Dead Wasp en je hoort dat er onder alle zoete verleiding van Lunar Vacation veel moois is verstopt. Het debuut van de Amerikaanse band is een heerlijk album om nog even de komst van de donkere dagen mee te ontkennen, maar de jonge muzikanten van Lunar Vacation laten op Inside Every Fig Is A Dead Wasp ook horen dat ze veel meer kunnen dan verleiden met zoete en zonnige klanken.
De elf tracks op het debuutalbum van de band hebben een aantal constante waarden, waaronder de heerlijke vocalen en harmonieën en de onweerstaanbare gitaarloopjes, maar in iedere track gebeurt er ook wel iets dat je niet had verwacht, waardoor Inside Every Fig Is A Dead Wasp niet zo eenvormig klinkt als je bij oppervlakkige beluistering mogelijk zou concluderen.
Lunar Vacation wisselt op haar debuutalbum makkelijk van tempo en sfeer, wat de songs op het album voorziet van veel dynamiek en avontuur. In muzikaal en vocaal opzicht steekt het allemaal verrassend goed in elkaar, maar de jonge Amerikaanse band schrijft ook nog eens songs die je makkelijk veroveren, maar die ondertussen ook de fantasie prikkelen. Het is een tijd geleden dat ik een band als Lunar Vacation heb gehoord en het is nog veel langer geleden dat ik zo’n goede band in het genre heb gehoord. Aanrader. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lunar Vacation - Inside Every Fig Is A Dead Wasp - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lunar Vacation - Inside Every Fig Is A Dead Wasp
Lunar Vacation levert met Inside Every Fig Is A Dead Wasp een zonnig debuutalbum vol zoete verleidingen af, maar ondertussen zitten de songs van de Amerikaanse band ook vol avontuur en verrassing
Het is puur toeval dat ik Inside Every Fig Is A Dead Wasp van Lunar Vacation heb opgemerkt deze week, maar inmiddels is het debuutalbum van de Amerikaanse band wel uitgegroeid tot een van mijn persoonlijke favorieten van de afgelopen week. Tussen alle albums vol donkere wolken en herfstkleuren strooit Lunar Vacation op haar debuut rijkelijk met zonnestralen en honingzoete melodieën. Het gitaarwerk en de zang zijn onweerstaanbaar lekker, maar Lunar Vacation houdt ook nog eens van tempowisselingen en verrassende wendingen, wat van Inside Every Fig Is A Dead Wasp een behoorlijk onweerstaanbaar album maakt. Een zeer aangename verrassing.
Ook de afgelopen week verscheen er weer een enorme stapel nieuwe albums. Het is met name voor beginnende bands daarom bijna onmogelijk om aandacht te trekken binnen al het releasegeweld van het moment, tenzij één van de grote muzieksites er voor kiest om het debuutalbum van jouw band er uit te lichten.
Paste Magazine deed het de afgelopen week met het debuutalbum van de Amerikaanse band Lunar Vacation, dat ik zonder de aandacht van Paste Magazine waarschijnlijk nooit had opgemerkt. Het zou zonde zijn geweest, want Inside Every Fig Is A Dead Wasp van Lunar Vacation is een bijzonder aangenaam album, dat na een paar keer horen ook nog eens verrassend goed blijkt.
Inside Every Fig Is A Dead Wasp is het debuutalbum van de band uit Atlanta, Georgia, en volgt op twee EP’s, die al in 2017 en 2018 verschenen. Op haar debuutalbum maakt Lunar Vacation aanstekelijke popmuziek, die me met enige regelmaat moet denken aan de betere songs van de Zweedse band The Cardigans of aan de muziek van de Amerikaanse band Rilo Kiley, de band rond zangeres Jenny Lewis.
Het is lekker in het gehoor liggende popmuziek die zich niet direct laat vastpinnen op een of twee genres (als het echt zou moeten zou ik dreampop en jangle pop noemen) en het is bovendien popmuziek vol zoete en lichtvoetige klanken, die gelukkig wel worden gecombineerd met de nodige diepgang.
Inside Every Fig Is A Dead Wasp is een album vol jeugdige onbezonnenheid, maar het is ook een album dat overloopt van talent. Lunar Vacation kiest op haar debuutalbum voor een lekker in het gehoor liggende instrumentatie, die in eerste instantie vooral zonnestralen oproept met onweerstaanbaar lekkere gitaarloopjes. Het levert zonnestralen op die weer prachtig combineren met de zoete vocalen van Grace Repasky, die hier en daar fraai wordt ondersteund door de al even aangename stem van Maggie Geeslin.
De jonge muzikanten uit Atlanta weten goed hoe je muziek maakt die het humeur een stevige positieve boost geeft, maar luister wat vaker en wat beter naar Inside Every Fig Is A Dead Wasp en je hoort dat er onder alle zoete verleiding van Lunar Vacation veel moois is verstopt. Het debuut van de Amerikaanse band is een heerlijk album om nog even de komst van de donkere dagen mee te ontkennen, maar de jonge muzikanten van Lunar Vacation laten op Inside Every Fig Is A Dead Wasp ook horen dat ze veel meer kunnen dan verleiden met zoete en zonnige klanken.
De elf tracks op het debuutalbum van de band hebben een aantal constante waarden, waaronder de heerlijke vocalen en harmonieën en de onweerstaanbare gitaarloopjes, maar in iedere track gebeurt er ook wel iets dat je niet had verwacht, waardoor Inside Every Fig Is A Dead Wasp niet zo eenvormig klinkt als je bij oppervlakkige beluistering mogelijk zou concluderen.
Lunar Vacation wisselt op haar debuutalbum makkelijk van tempo en sfeer, wat de songs op het album voorziet van veel dynamiek en avontuur. In muzikaal en vocaal opzicht steekt het allemaal verrassend goed in elkaar, maar de jonge Amerikaanse band schrijft ook nog eens songs die je makkelijk veroveren, maar die ondertussen ook de fantasie prikkelen. Het is een tijd geleden dat ik een band als Lunar Vacation heb gehoord en het is nog veel langer geleden dat ik zo’n goede band in het genre heb gehoord. Aanrader. Erwin Zijleman
Luther Dickinson and Sisters of the Strawberry Moon - Solstice (2019)

4,5
2
geplaatst: 26 maart 2019, 16:51 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luther Dickinson And Sisters Of The Strawberry Moon - Solstice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luther Dickinson And Sisters Of The Strawberry Moon - Solstice
Luther Dickinson is en blijft een geweldig gitarist, maar op zijn nieuwe plaat geeft hij alle ruimte aan een aantal zangeressen van wereldklasse
Luther Dickinson leek een jaar of 20 geleden wereldberoemd te worden met zijn band The North Mississippi Allstars, maar op een of andere manier lukte dat niet. Hij maakte sindsdien flink wat platen met andere bands en solo en het zijn platen die wat mij betreft worden overtroffen door het werkelijk prachtige Solstice. Op Solstice laat Luther Dickinson natuurlijk horen dat hij een geweldig gitarist is, maar het plekje in de spotlights is dit keer gereserveerd voor een aantal zangeressen van wereldklasse, die een bijzonder fraai rootsgeluid verrijken met vocalen die steeds weer uit de tenen en uit het hart komen.
Luther Dickinson vormde een jaar of twintig geleden met zijn broer Cody de basis van de band The North Mississippi Allstars. Shake Hands With Shorty, het debuut van de band uit 2000, werd zeer warm onthaald door de critici en een brede groep muziekliefhebbers, maar de Amerikaanse band wist de aandacht op een of andere manier niet goed vast te houden.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik The North Mississippi Allstars na het zo memorabele debuut ook direct weer uit het oog ben verloren en was dan ook verrast dat de band tot op de dag van vandaag platen maakt en dat het verrassend sterke platen zijn.
Luther Dickinson had de afgelopen twee decennia ook nog tijd voor allerlei andere bands, verdiende zijn sporen als producer en maakte een handvol soloplaten, waarvan ik de meeste overigens niet in de kast heb staan.
Een van de bands waarin Luther Dickinson opdook was de band The Wandering, waarin de Amerikaanse gitarist werd omringd door geweldige vrouwelijke muzikanten, onder wie Amy LaVere, Shannon McNally en Valerie June. Ik kende de plaat tot voor kort niet, maar kan na beluistering concluderen dat het een plaat is die in de smaak zal vallen voor een ieder die valt voor de charmes van Luther Dickinson’s nieuwe plaat, Solstice.
Op Solstice wordt de muzikant uit Memphis, Tennessee, omringd door Sisters Of The Strawberry Moon, dat een aantal zangeressen van wereldklasse herbergt. Luther Dickinson wist ook nog eens een aantal muzikanten van naam en faam naar zijn studio in Mississippi te halen, waardoor Solstice prachtig klinkt.
Solstice laat een hecht bandgeluid horen, waarin weinig ruimte is voor soleren, maar hier en daar wel fraaie accenten opduiken (vaak van gitaren, maar incidenteel ook van blazers). Het is een geluid dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijkt, met een hoofdrol voor invloeden uit de blues, soul en gospel.
Natuurlijk laat Luther Dickinson hier en daar geweldig bluesy gitaarwerk horen en speelt hij hier en daar een korte maar hemeltergend mooie solo, maar het echte vuurwerk komt op Solstice van Sisters of the Strawberry Moon. Topzangeressen als Allison Russell (Birds Of Chicago), Amy Helm, Amy LaVere en Sharde Thomas zingen de veters uit hun schoenen, terwijl de Como Mamas twee keer de gospeldienst mogen leiden.
Ik ben zeer gecharmeerd van de wat meer ingetogen zang van Amy LaVere, die wordt begeleid door prachtige gitaarlijnen van Luther Dickinson, die wederom laat horen dat hij uiteenlopende geluiden uit zijn gitaren kan toveren. Maar ook de krachtige stem van Amy Helm, die een van de mooiste rootsplaten van 2018 maakte, en de soulvolle stem van Allison Russell maken diepe indruk.
Ik was in het verleden lang niet altijd onder de indruk van de muziek van Luther Dickinson, maar de prachtige vrouwenstemmen op Solstice trekken me met speels gemak over de streep. Prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Luther Dickinson And Sisters Of The Strawberry Moon - Solstice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luther Dickinson And Sisters Of The Strawberry Moon - Solstice
Luther Dickinson is en blijft een geweldig gitarist, maar op zijn nieuwe plaat geeft hij alle ruimte aan een aantal zangeressen van wereldklasse
Luther Dickinson leek een jaar of 20 geleden wereldberoemd te worden met zijn band The North Mississippi Allstars, maar op een of andere manier lukte dat niet. Hij maakte sindsdien flink wat platen met andere bands en solo en het zijn platen die wat mij betreft worden overtroffen door het werkelijk prachtige Solstice. Op Solstice laat Luther Dickinson natuurlijk horen dat hij een geweldig gitarist is, maar het plekje in de spotlights is dit keer gereserveerd voor een aantal zangeressen van wereldklasse, die een bijzonder fraai rootsgeluid verrijken met vocalen die steeds weer uit de tenen en uit het hart komen.
Luther Dickinson vormde een jaar of twintig geleden met zijn broer Cody de basis van de band The North Mississippi Allstars. Shake Hands With Shorty, het debuut van de band uit 2000, werd zeer warm onthaald door de critici en een brede groep muziekliefhebbers, maar de Amerikaanse band wist de aandacht op een of andere manier niet goed vast te houden.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik The North Mississippi Allstars na het zo memorabele debuut ook direct weer uit het oog ben verloren en was dan ook verrast dat de band tot op de dag van vandaag platen maakt en dat het verrassend sterke platen zijn.
Luther Dickinson had de afgelopen twee decennia ook nog tijd voor allerlei andere bands, verdiende zijn sporen als producer en maakte een handvol soloplaten, waarvan ik de meeste overigens niet in de kast heb staan.
Een van de bands waarin Luther Dickinson opdook was de band The Wandering, waarin de Amerikaanse gitarist werd omringd door geweldige vrouwelijke muzikanten, onder wie Amy LaVere, Shannon McNally en Valerie June. Ik kende de plaat tot voor kort niet, maar kan na beluistering concluderen dat het een plaat is die in de smaak zal vallen voor een ieder die valt voor de charmes van Luther Dickinson’s nieuwe plaat, Solstice.
Op Solstice wordt de muzikant uit Memphis, Tennessee, omringd door Sisters Of The Strawberry Moon, dat een aantal zangeressen van wereldklasse herbergt. Luther Dickinson wist ook nog eens een aantal muzikanten van naam en faam naar zijn studio in Mississippi te halen, waardoor Solstice prachtig klinkt.
Solstice laat een hecht bandgeluid horen, waarin weinig ruimte is voor soleren, maar hier en daar wel fraaie accenten opduiken (vaak van gitaren, maar incidenteel ook van blazers). Het is een geluid dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijkt, met een hoofdrol voor invloeden uit de blues, soul en gospel.
Natuurlijk laat Luther Dickinson hier en daar geweldig bluesy gitaarwerk horen en speelt hij hier en daar een korte maar hemeltergend mooie solo, maar het echte vuurwerk komt op Solstice van Sisters of the Strawberry Moon. Topzangeressen als Allison Russell (Birds Of Chicago), Amy Helm, Amy LaVere en Sharde Thomas zingen de veters uit hun schoenen, terwijl de Como Mamas twee keer de gospeldienst mogen leiden.
Ik ben zeer gecharmeerd van de wat meer ingetogen zang van Amy LaVere, die wordt begeleid door prachtige gitaarlijnen van Luther Dickinson, die wederom laat horen dat hij uiteenlopende geluiden uit zijn gitaren kan toveren. Maar ook de krachtige stem van Amy Helm, die een van de mooiste rootsplaten van 2018 maakte, en de soulvolle stem van Allison Russell maken diepe indruk.
Ik was in het verleden lang niet altijd onder de indruk van de muziek van Luther Dickinson, maar de prachtige vrouwenstemmen op Solstice trekken me met speels gemak over de streep. Prachtplaat. Erwin Zijleman
LUWTEN - Draft (2021)

4,5
0
geplaatst: 1 mei 2021, 11:05 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Luwten - Draft - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luwten maakte in de herfst van 2017 indruk met een dromerig en wat introvert debuut, maar imponeert nu met een extravert en avontuurlijk album dat je maar blijft verrassen en verbazen
Tessa Douwstra gaf drieënhalf jaar geleden een fraai visitekaartje af met het titelloze debuut van Luwten en maakt de belofte van dit debuut nu meer dan waar met het prachtige Draft. Op het tweede album van Luwten is de instrumentatie, die bestaat uit organische en elektronische klanken, dominanter dan op het debuut en ook de zang van Tessa Douwstra is wat expressiever. Desondanks is ook Draft een ruimtelijk klinkend album. Het is een album vol avontuur, want wat gebeurt er veel in de muziek van Tessa Douwstra, die ook nog eens tekent voor verrassend veelzijdige en keer op keer ijzersterke songs. Het levert een even fascinerend als overtuigend album op.
De krenten uit de pop: Luwten - Draft - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Luwten maakte in de herfst van 2017 indruk met een dromerig en wat introvert debuut, maar imponeert nu met een extravert en avontuurlijk album dat je maar blijft verrassen en verbazen
Tessa Douwstra gaf drieënhalf jaar geleden een fraai visitekaartje af met het titelloze debuut van Luwten en maakt de belofte van dit debuut nu meer dan waar met het prachtige Draft. Op het tweede album van Luwten is de instrumentatie, die bestaat uit organische en elektronische klanken, dominanter dan op het debuut en ook de zang van Tessa Douwstra is wat expressiever. Desondanks is ook Draft een ruimtelijk klinkend album. Het is een album vol avontuur, want wat gebeurt er veel in de muziek van Tessa Douwstra, die ook nog eens tekent voor verrassend veelzijdige en keer op keer ijzersterke songs. Het levert een even fascinerend als overtuigend album op.
LUWTEN - LUWTEN (2017)

4,5
0
geplaatst: 18 oktober 2017, 15:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: LUWTEN - LUWTEN - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een luwte is volgens de VanDale een plek waar de wind niet komt, maar het is ook een synoniem voor een beschutte plaats of voor de schaduwkant.
LUWTEN is de naam van het nieuwe project van de Nederlandse singer-songwriter Tessa Douwstra, die eerder aan de weg timmerde met haar bands Wooden Sains en Orlando. Het is om meerdere redenen een goed gekozen naam.
Tessa Douwstra zocht voor het debuut van LUWTEN de stilte op en maakte muziek op plekken zonder afleiding of ruis. Dat hoor je nadrukkelijk terug in de muziek op de plaat.
Het debuut van LUWTEN valt op door subtiele klanken en is een plaat waarop, ondanks het bijzondere en vaak volle geluid, de stilte regeert. Op het debuut van LUWTEN is de wind gaan liggen en komt ieder detail aan de oppervlakte, wat zeker bij beluistering met de koptelefoon of bij flink volume zorgt voor een fascinerende luisterervaring.
Het geluid van LUWTEN is een geluid waarin elektronica overheerst en zorgt voor sfeervolle en dromerige klankentapijten, waarin overigens ook steeds meer organische accenten opduiken. Het zijn zich langzaam voortslepende en atmosferische klankentapijten die uitstekend passen bij de fluisterzachte zang van Tessa Douwstra, die zeer overtuigt als zangeres.
Het debuut van LUWTEN wordt vanwege de dromerige sfeer en de afwisselend grote rol voor elektronica en organische instrumenten vergeleken met de platen van Eefje de Visser, maar zelf hoor ik vooral raakvlakken met de briljante plaat van Sevdaliza, die op haar eerder dit jaar verschenen debuut een geheel eigen muzikaal universum heeft gecreëerd.
Tessa Douwstra doet hetzelfde op het titelloze debuut van LUWTEN. Het is een muzikaal universum vol bijzondere klanken, die de ene keer dromerig en sprookjesachtig klinken, maar je met donkere klanken ook mee kunnen nemen naar de schaduwzijde.
Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en de aarde draait even wat minder snel. Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en je komt terecht in een wereld die even mooi als ongrijpbaar is.
Het knappe van de muziek van LUWTEN is dat de band rond Tessa Douwstra aan de ene kant druk bezig is met het creëren van lome en dromerige of bezwerende en fascinerende elektronische mozaïeken vol bijzondere accenten, maar dat op hetzelfde moment het popliedje met een kop en een staart niet uit het oog wordt verloren. Het debuut van LUWTEN is hierdoor een even ontoegankelijke als toegankelijke plaat; een bijzondere kwaliteit die eerder dit jaar ook het al eerder genoemde debuut van Sevdaliza typeerde.
Zeker als je met alle aandacht luistert naar de plaat, ontwikkelt het debuut van LUWTEN zich al snel tot een fascinerende luistertrip waarin je maar nieuwe dingen blijft horen en waarin tal van echo’s uit het verleden opduiken. Soms hoor ik wat van Portishead, soms wat van de eerste Twin Peaks soundtrack, maar ik hoor toch vooral een bijzonder eigen geluid, waarin met minimale middelen een bijna oneindige ruimte wordt gecreëerd.
Zeker wanneer het eigen energieniveau wat afneemt is het debuut van LUWTEN een wonderschone oase van rust, maar het is ook een plaat die onmiddellijk kan benevelen wanneer dat even nodig of gewenst is.
Na Sevdaliza heeft ook Tessa Douwstra samen met haar band een plaat gemaakt die internationaal zijn gelijke niet kent en die behoort tot het mooiste en meest bijzondere dat dit jaar is verschenen. Iedere muziekliefhebber die deze plaat mist doet zichzelf flink tekort. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: LUWTEN - LUWTEN - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een luwte is volgens de VanDale een plek waar de wind niet komt, maar het is ook een synoniem voor een beschutte plaats of voor de schaduwkant.
LUWTEN is de naam van het nieuwe project van de Nederlandse singer-songwriter Tessa Douwstra, die eerder aan de weg timmerde met haar bands Wooden Sains en Orlando. Het is om meerdere redenen een goed gekozen naam.
Tessa Douwstra zocht voor het debuut van LUWTEN de stilte op en maakte muziek op plekken zonder afleiding of ruis. Dat hoor je nadrukkelijk terug in de muziek op de plaat.
Het debuut van LUWTEN valt op door subtiele klanken en is een plaat waarop, ondanks het bijzondere en vaak volle geluid, de stilte regeert. Op het debuut van LUWTEN is de wind gaan liggen en komt ieder detail aan de oppervlakte, wat zeker bij beluistering met de koptelefoon of bij flink volume zorgt voor een fascinerende luisterervaring.
Het geluid van LUWTEN is een geluid waarin elektronica overheerst en zorgt voor sfeervolle en dromerige klankentapijten, waarin overigens ook steeds meer organische accenten opduiken. Het zijn zich langzaam voortslepende en atmosferische klankentapijten die uitstekend passen bij de fluisterzachte zang van Tessa Douwstra, die zeer overtuigt als zangeres.
Het debuut van LUWTEN wordt vanwege de dromerige sfeer en de afwisselend grote rol voor elektronica en organische instrumenten vergeleken met de platen van Eefje de Visser, maar zelf hoor ik vooral raakvlakken met de briljante plaat van Sevdaliza, die op haar eerder dit jaar verschenen debuut een geheel eigen muzikaal universum heeft gecreëerd.
Tessa Douwstra doet hetzelfde op het titelloze debuut van LUWTEN. Het is een muzikaal universum vol bijzondere klanken, die de ene keer dromerig en sprookjesachtig klinken, maar je met donkere klanken ook mee kunnen nemen naar de schaduwzijde.
Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en de aarde draait even wat minder snel. Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en je komt terecht in een wereld die even mooi als ongrijpbaar is.
Het knappe van de muziek van LUWTEN is dat de band rond Tessa Douwstra aan de ene kant druk bezig is met het creëren van lome en dromerige of bezwerende en fascinerende elektronische mozaïeken vol bijzondere accenten, maar dat op hetzelfde moment het popliedje met een kop en een staart niet uit het oog wordt verloren. Het debuut van LUWTEN is hierdoor een even ontoegankelijke als toegankelijke plaat; een bijzondere kwaliteit die eerder dit jaar ook het al eerder genoemde debuut van Sevdaliza typeerde.
Zeker als je met alle aandacht luistert naar de plaat, ontwikkelt het debuut van LUWTEN zich al snel tot een fascinerende luistertrip waarin je maar nieuwe dingen blijft horen en waarin tal van echo’s uit het verleden opduiken. Soms hoor ik wat van Portishead, soms wat van de eerste Twin Peaks soundtrack, maar ik hoor toch vooral een bijzonder eigen geluid, waarin met minimale middelen een bijna oneindige ruimte wordt gecreëerd.
Zeker wanneer het eigen energieniveau wat afneemt is het debuut van LUWTEN een wonderschone oase van rust, maar het is ook een plaat die onmiddellijk kan benevelen wanneer dat even nodig of gewenst is.
Na Sevdaliza heeft ook Tessa Douwstra samen met haar band een plaat gemaakt die internationaal zijn gelijke niet kent en die behoort tot het mooiste en meest bijzondere dat dit jaar is verschenen. Iedere muziekliefhebber die deze plaat mist doet zichzelf flink tekort. Erwin Zijleman
Lydia Loveless - Daughter (2020)

4,5
1
geplaatst: 29 september 2020, 16:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Daughter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Loveless - Daughter
Na een afwezigheid van vier jaar keert Lydia Loveless terug met een wat donker gekleurd, maar ook mooi en intens breakup album dat mee kan met de beste rootsalbums van het moment
Daughter, het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Lydia Loveless, krijgt vooralsnog verrassend weinig aandacht, terwijl het album wat mij betreft absoluut thuis hoort tussen de interessantste albums van deze week. Lydia Loveless schoof de afgelopen jaren wat op richting countrypop, maar Daughter vind ik toch vooral een rootsalbum. De instrumentatie is prachtig, de zang geweldig en ook de wat donker gekleurde songs van Lydia Loveless maken stuk voor stuk indruk. Ik vond haar vorige twee albums echt heel erg goed, maar Daughter is nog net een stukje beter en is nog lang niet uitgegroeid. Hoogste tijd om Lydia Loveless te scharen onder de smaakmakers in het genre.
Lydia Loveless dook een jaar of tien geleden op met lekker rauwe countrymuziek, die hier en daar niet geheel ten onrechte werd voorzien van het label countrypunk, al kon de destijds piepjonge Amerikaanse muzikante ook uitstekend uit de voeten met traditioneler klinkende country tranentrekkers.
Ik vond de eerste twee albums van Lydia Loveless vooral aardig, maar met Somewhere Else uit 2014 en Real uit 2016 leverde de muzikante uit Columbus, Ohio, twee geweldige albums af. Het zijn albums die in Nederland niet zo gek veel deden en ook in de Verenigde Staten wist helaas lang niet iedere liefhebber van country en countrypop de muziek van Lydia Loveless op de juiste waarde te schatten.
Het zijn albums die overigens een stuk minder rauw klonken dan de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante en die niet misstonden in het hokje countrypop, al bleef Lydia Loveless wat mij betreft altijd aan de juiste kant van de streep met haar fraai klinkende en prachtig gezongen songs.
Deze week verscheen, na een stilte van vier jaar, een nieuw album van Lydia Loveless, Daughter. Het is een album dat tot dusver nauwelijks aandacht krijgt, maar ik vind het een erg sterk album, dat zeker niet onder doet voor zijn twee voorgangers.
Lydia Loveless ging na de release van Real door diepe dalen, met name door een echtscheiding. Het heeft zijn sporen nagelaten op Daugher, dat nog een aantal open wonden bevat. Persoonlijke misère levert vaak mooie albums op en dat gaat ook weer op voor Daughter, dat ik nu al het beste album van Lydia Loveless tot dusver durf te noemen.
Lydia Loveless heeft de rock, die nog een voorname rol speelde op haar eerste albums, grotendeels achter zich gelaten en verwerkt op Daughter vooral invloeden uit de country en de pop, al is het gitaarwerk hier en daar lekker stevig. Met invloeden uit de pop gaat Lydia Loveless overigens voorzichtig om, waardoor ze zeker niet klinkt als de gemiddelde countrypop zangeres.
Daughter is een zeer smaakvol ingekleurd album met rootsmuziek als belangrijkste bestanddeel en als er al pop aan te pas moet komen kiest Lydia Loveless niet voor de overgeproduceerde pop van dit moment, maar voor de pop zoals die in de jaren 70 in California werd gemaakt.
Hierbij moet de naam van Fleetwood Mac zeker genoemd worden, al is het maar omdat de stem van Lydia Loveless soms wel wat heeft van Stevie Nicks. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt over een stem die meerdere kanten op kan. Naast Stevie Nicks hoor ik immers ook wel wat van Allison Moorer, zeker wanneer Lydia Loveless wat meer country in haar muziek stopt, terwijl de songs met een net wat rauwer randje herinneringen oproepen aan Kirsty MacColl. Ik vond Lydia Loveless op haar vorige twee albums al een uitstekend zangeres, maar op Daughter zingt ze nog veel mooier en vooral ook doorleefder.
In vocaal opzicht is het smullen, maar ook het geluid op het door de van Norah Jones, Ryan Adams maar vooral van Wilco bekende Tom Schick geproduceerde album klinkt prachtig en tilt Daughter een flink stuk boven de middelmaat uit. Het is een mooi vol en warm geluid, waarin vooral de gitaren mogen excelleren en de perfecte basis wordt gelegd voor de bijzondere stem van Lydia Loveless, die tien songs lang indruk maakt en een album aflevert dat echt alle aandacht verdient, zeker van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Daughter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Loveless - Daughter
Na een afwezigheid van vier jaar keert Lydia Loveless terug met een wat donker gekleurd, maar ook mooi en intens breakup album dat mee kan met de beste rootsalbums van het moment
Daughter, het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Lydia Loveless, krijgt vooralsnog verrassend weinig aandacht, terwijl het album wat mij betreft absoluut thuis hoort tussen de interessantste albums van deze week. Lydia Loveless schoof de afgelopen jaren wat op richting countrypop, maar Daughter vind ik toch vooral een rootsalbum. De instrumentatie is prachtig, de zang geweldig en ook de wat donker gekleurde songs van Lydia Loveless maken stuk voor stuk indruk. Ik vond haar vorige twee albums echt heel erg goed, maar Daughter is nog net een stukje beter en is nog lang niet uitgegroeid. Hoogste tijd om Lydia Loveless te scharen onder de smaakmakers in het genre.
Lydia Loveless dook een jaar of tien geleden op met lekker rauwe countrymuziek, die hier en daar niet geheel ten onrechte werd voorzien van het label countrypunk, al kon de destijds piepjonge Amerikaanse muzikante ook uitstekend uit de voeten met traditioneler klinkende country tranentrekkers.
Ik vond de eerste twee albums van Lydia Loveless vooral aardig, maar met Somewhere Else uit 2014 en Real uit 2016 leverde de muzikante uit Columbus, Ohio, twee geweldige albums af. Het zijn albums die in Nederland niet zo gek veel deden en ook in de Verenigde Staten wist helaas lang niet iedere liefhebber van country en countrypop de muziek van Lydia Loveless op de juiste waarde te schatten.
Het zijn albums die overigens een stuk minder rauw klonken dan de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante en die niet misstonden in het hokje countrypop, al bleef Lydia Loveless wat mij betreft altijd aan de juiste kant van de streep met haar fraai klinkende en prachtig gezongen songs.
Deze week verscheen, na een stilte van vier jaar, een nieuw album van Lydia Loveless, Daughter. Het is een album dat tot dusver nauwelijks aandacht krijgt, maar ik vind het een erg sterk album, dat zeker niet onder doet voor zijn twee voorgangers.
Lydia Loveless ging na de release van Real door diepe dalen, met name door een echtscheiding. Het heeft zijn sporen nagelaten op Daugher, dat nog een aantal open wonden bevat. Persoonlijke misère levert vaak mooie albums op en dat gaat ook weer op voor Daughter, dat ik nu al het beste album van Lydia Loveless tot dusver durf te noemen.
Lydia Loveless heeft de rock, die nog een voorname rol speelde op haar eerste albums, grotendeels achter zich gelaten en verwerkt op Daughter vooral invloeden uit de country en de pop, al is het gitaarwerk hier en daar lekker stevig. Met invloeden uit de pop gaat Lydia Loveless overigens voorzichtig om, waardoor ze zeker niet klinkt als de gemiddelde countrypop zangeres.
Daughter is een zeer smaakvol ingekleurd album met rootsmuziek als belangrijkste bestanddeel en als er al pop aan te pas moet komen kiest Lydia Loveless niet voor de overgeproduceerde pop van dit moment, maar voor de pop zoals die in de jaren 70 in California werd gemaakt.
Hierbij moet de naam van Fleetwood Mac zeker genoemd worden, al is het maar omdat de stem van Lydia Loveless soms wel wat heeft van Stevie Nicks. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt over een stem die meerdere kanten op kan. Naast Stevie Nicks hoor ik immers ook wel wat van Allison Moorer, zeker wanneer Lydia Loveless wat meer country in haar muziek stopt, terwijl de songs met een net wat rauwer randje herinneringen oproepen aan Kirsty MacColl. Ik vond Lydia Loveless op haar vorige twee albums al een uitstekend zangeres, maar op Daughter zingt ze nog veel mooier en vooral ook doorleefder.
In vocaal opzicht is het smullen, maar ook het geluid op het door de van Norah Jones, Ryan Adams maar vooral van Wilco bekende Tom Schick geproduceerde album klinkt prachtig en tilt Daughter een flink stuk boven de middelmaat uit. Het is een mooi vol en warm geluid, waarin vooral de gitaren mogen excelleren en de perfecte basis wordt gelegd voor de bijzondere stem van Lydia Loveless, die tien songs lang indruk maakt en een album aflevert dat echt alle aandacht verdient, zeker van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
Lydia Loveless - Nothing's Gonna Stand in My Way Again (2023)

4,0
0
geplaatst: 26 september 2023, 15:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Nothing's Gonna Stand In My Way Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Loveless - Nothing's Gonna Stand In My Way Again
Lydia Loveless blijft maar goede albums maken en maakt ook met het vooral met pop en rock gevulde Nothing's Gonna Stand In My Way Again weer makkelijk indruk met een serie direct memorabele songs
Lydia Loveless maakte twaalf jaar geleden met Indestructible Machine een fantastisch countryalbum, maar in Europa kreeg het album maar weinig aandacht. Dat was niet anders met de albums die de Amerikaanse muzikante sindsdien maakte. Het zijn album waarop Lydia Loveless opschoof van country naar pop en rock, maar aan de kwaliteit van de albums veranderde niets. Ook het deze week verschenen Nothing's Gonna Stand In My Way Again is weer een uitstekend album. Het is wederom een album met vooral invloeden uit de pop en de rock, maar het kan meerdere kanten op. De muziek van Lydia Loveless klinkt direct vertrouwd, maar tikt wederom een hoog niveau aan.
De Amerikaanse muzikante Lydia Loveless trok in 2011 voor het eerst de aandacht met het indrukwekkende Indestructible Machine, dat in de VS werd bejubeld maar in Europa helaas weinig aandacht kreeg. Ik ontdekte het album zelf ook pas jaren later, maar durf het inmiddels een van de meest fascinerende countryalbums van de afgelopen vijftien jaar te noemen. Op Indestructible Machine imponeert Lydia Loveless met woeste country vol ontsporende gitaren, op hol geslagen banjo’s, duistere teksten en gepassioneerde zang, hier en daar afgewisseld met een heerlijke country tranentrekker.
Ik ontdekte Lydia Loveless, dankzij een tip van Spotify, zelf pas in 2014 toen Somewhere Else verscheen. Het is een album dat grotendeels in het verlengde ligt van het geweldige Indestructible Machine, al is het album wel wat minder ruw. Sindsdien ben ik Lydia Loveless blijven volgen en dat leverde met Real uit 2016 en Daughter uit 2020 nog twee uitstekende albums op. Het zijn albums die in de Verenigde Staten warm zijn onthaald met zeer positieve recensies, maar in Europa bleef Lydia Loveless helaas een grote onbekende.
Op Real en Daughter verdwenen de invloeden uit de countrymuziek steeds meer naar de achtergrond en maakte Lydia Loveless vooral pop en rock met hier en daar een snufje Amerikaanse rootsmuziek. Daughter uit 2020 krijgt deze week een opvolger met Nothing's Gonna Stand In My Way Again en het is een album dat het in de Verenigde Staten vooralsnog goed doet en wederom wordt bewierookt, maar dat in Europa nog vooral wordt genegeerd. Het is zonde, want ook het nieuwe album van Lydia Loveless is zeer de moeite waard.
Op Nothing's Gonna Stand In My Way Again neemt de Amerikaanse muzikante nog wat meer afstand van de countrymuziek die op haar debuutalbum floreerde en gaat ze vol voor de pop en de rock. Het is pop en rock die citeert uit een aantal decennia popmuziek. Ik hoorde op de vorige albums al vaker wat van Stevie Nicks in de stem van Lydia Loveless en dat is ook dit keer relevant vergelijkingsmateriaal. Nothing's Gonna Stand In My Way Again heeft zich hiernaast laten beïnvloeden door de radiovriendelijke rockmuziek uit de jaren 90 en heeft in de wat rauwere songs bovendien wel wat van Blondie.
Met vergelijken doe je het nieuwe album van Lydia Loveless echter vooral tekort, want de singer-songwriter uit Columbus, Ohio, blijkt op haar nieuwe album zeer veelzijdig. Nothing's Gonna Stand In My Way Again staat vol met lekker in het gehoor liggende songs, die ook makkelijk blijven hangen, maar de songs van Lydia Loveless klinken ook urgent. De Amerikaanse muzikante etaleerde al een aantal albums lang haar kunsten als songwriter en doet dit ook op haar nieuwe album, dat haar meest gevarieerde album tot dusver is.
Het is jammer dat Lydia Loveless de woeste country van Indestructible Machine volledig achter zich heeft gelaten, maar ook de pop en rock op Nothing's Gonna Stand In My Way Again maakt makkelijk indruk en is in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht interessanter dan bij vluchtige beluistering het geval lijkt. Het gerenommeerde Pitchfork heeft er weer een mooi rapportcijfer voor over en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen. Prima album weer van de hier helaas onbekende Amerikaanse muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Nothing's Gonna Stand In My Way Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Loveless - Nothing's Gonna Stand In My Way Again
Lydia Loveless blijft maar goede albums maken en maakt ook met het vooral met pop en rock gevulde Nothing's Gonna Stand In My Way Again weer makkelijk indruk met een serie direct memorabele songs
Lydia Loveless maakte twaalf jaar geleden met Indestructible Machine een fantastisch countryalbum, maar in Europa kreeg het album maar weinig aandacht. Dat was niet anders met de albums die de Amerikaanse muzikante sindsdien maakte. Het zijn album waarop Lydia Loveless opschoof van country naar pop en rock, maar aan de kwaliteit van de albums veranderde niets. Ook het deze week verschenen Nothing's Gonna Stand In My Way Again is weer een uitstekend album. Het is wederom een album met vooral invloeden uit de pop en de rock, maar het kan meerdere kanten op. De muziek van Lydia Loveless klinkt direct vertrouwd, maar tikt wederom een hoog niveau aan.
De Amerikaanse muzikante Lydia Loveless trok in 2011 voor het eerst de aandacht met het indrukwekkende Indestructible Machine, dat in de VS werd bejubeld maar in Europa helaas weinig aandacht kreeg. Ik ontdekte het album zelf ook pas jaren later, maar durf het inmiddels een van de meest fascinerende countryalbums van de afgelopen vijftien jaar te noemen. Op Indestructible Machine imponeert Lydia Loveless met woeste country vol ontsporende gitaren, op hol geslagen banjo’s, duistere teksten en gepassioneerde zang, hier en daar afgewisseld met een heerlijke country tranentrekker.
Ik ontdekte Lydia Loveless, dankzij een tip van Spotify, zelf pas in 2014 toen Somewhere Else verscheen. Het is een album dat grotendeels in het verlengde ligt van het geweldige Indestructible Machine, al is het album wel wat minder ruw. Sindsdien ben ik Lydia Loveless blijven volgen en dat leverde met Real uit 2016 en Daughter uit 2020 nog twee uitstekende albums op. Het zijn albums die in de Verenigde Staten warm zijn onthaald met zeer positieve recensies, maar in Europa bleef Lydia Loveless helaas een grote onbekende.
Op Real en Daughter verdwenen de invloeden uit de countrymuziek steeds meer naar de achtergrond en maakte Lydia Loveless vooral pop en rock met hier en daar een snufje Amerikaanse rootsmuziek. Daughter uit 2020 krijgt deze week een opvolger met Nothing's Gonna Stand In My Way Again en het is een album dat het in de Verenigde Staten vooralsnog goed doet en wederom wordt bewierookt, maar dat in Europa nog vooral wordt genegeerd. Het is zonde, want ook het nieuwe album van Lydia Loveless is zeer de moeite waard.
Op Nothing's Gonna Stand In My Way Again neemt de Amerikaanse muzikante nog wat meer afstand van de countrymuziek die op haar debuutalbum floreerde en gaat ze vol voor de pop en de rock. Het is pop en rock die citeert uit een aantal decennia popmuziek. Ik hoorde op de vorige albums al vaker wat van Stevie Nicks in de stem van Lydia Loveless en dat is ook dit keer relevant vergelijkingsmateriaal. Nothing's Gonna Stand In My Way Again heeft zich hiernaast laten beïnvloeden door de radiovriendelijke rockmuziek uit de jaren 90 en heeft in de wat rauwere songs bovendien wel wat van Blondie.
Met vergelijken doe je het nieuwe album van Lydia Loveless echter vooral tekort, want de singer-songwriter uit Columbus, Ohio, blijkt op haar nieuwe album zeer veelzijdig. Nothing's Gonna Stand In My Way Again staat vol met lekker in het gehoor liggende songs, die ook makkelijk blijven hangen, maar de songs van Lydia Loveless klinken ook urgent. De Amerikaanse muzikante etaleerde al een aantal albums lang haar kunsten als songwriter en doet dit ook op haar nieuwe album, dat haar meest gevarieerde album tot dusver is.
Het is jammer dat Lydia Loveless de woeste country van Indestructible Machine volledig achter zich heeft gelaten, maar ook de pop en rock op Nothing's Gonna Stand In My Way Again maakt makkelijk indruk en is in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht interessanter dan bij vluchtige beluistering het geval lijkt. Het gerenommeerde Pitchfork heeft er weer een mooi rapportcijfer voor over en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen. Prima album weer van de hier helaas onbekende Amerikaanse muzikante. Erwin Zijleman
Lydia Loveless - Real (2016)

4,0
0
geplaatst: 28 augustus 2016, 10:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Real - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iets meer dan twee jaar geleden adviseerde Spotify me om eens naar Somewhere Else van Lydia Loveless te luisteren. Het bleek een geweldige tip van de Zweedse muziekdienst.
De derde plaat van de eigenzinnige singer-songwriter uit Columbus, Ohio, deed me denken aan het rauwere werk van onder andere Allison Moorer, Lucinda Williams, Jewel en Neko Case en dat is vergelijkingsmateriaal om trots op te zijn.
Somewhere Else kreeg opvallend positieve recensies in de Verenigde Staten en werd bovendien in opvallend brede kring bejubeld (zelfs het kritische Pitchfork deelde een keurig rapportcijfer uit). Tot mijn verbazing deed de plaat echter helemaal niets in Nederland en ik vrees dat een nieuwe plaat van Lydia Loveless hier niets aan gaat veranderen.
Die nieuwe plaat verscheen vorige week in de Verenigde Staten en oogst daar opnieuw flink wat lof. Daar valt niets op af te dingen, want ook Real is weer een uitstekende plaat.
Het is een plaat die in het verlengde ligt van zijn voorgangers, wat betekent dat Lydia Loveless ook dit keer lekker in het gehoor liggende singer-songwriter pop met invloeden uit de (alt-)country maakt, maar gelukkig ver verwijderd blijft van de aalgladde Nashville countrypop.
Lydia Loveless produceerde haar nieuwe plaat zelf en heeft veel aandacht besteed aan de instrumentatie, die zeer verzorgd klinkt en verrassend veelkleurig is. Het is een instrumentatie die dit keer wat meer buiten de lijntjes van de country kleurt, waardoor Lydia Loveless kan klinken als een (rauwe) countryprinses, maar ook als een jonge Stevie Nicks.
Real valt niet alleen op door een mooie en gloedvolle instrumentatie en productie, maar ook door zeer sterke songs en vocalen met impact. Lydia Loveless heeft misschien gekozen voor een radiovriendelijk geluid dat kan concurreren met dat van grote sterren binnen en net buiten de country, maar haar songs ademen ook klasse en komen bovendien uit de tenen.
Real is een plaat vol prima songs, waarvan een aantal aanstekelijk, maar Lydia Lunch durft op haar nieuwe plaat ook voorzichtig tegen de haren in te strijken of steviger te rocken dan de meeste van haar soortgenoten.
Real is net als zijn voorgangers gemaakt en zeer geschikt voor de Amerikaanse markt, maar net als bij de voorganger heb ik het idee dat ook Nederlandse liefhebbers van het genre zouden moeten kunnen vallen voor de charmes van deze plaat. Zelf ben ik inmiddels volledig overtuigd van de kwaliteiten van Lydia Loveless en hoor ik opnieuw een klasse plaat die alleen maar beter wordt. Ik zou in ieder geval eens luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Real - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iets meer dan twee jaar geleden adviseerde Spotify me om eens naar Somewhere Else van Lydia Loveless te luisteren. Het bleek een geweldige tip van de Zweedse muziekdienst.
De derde plaat van de eigenzinnige singer-songwriter uit Columbus, Ohio, deed me denken aan het rauwere werk van onder andere Allison Moorer, Lucinda Williams, Jewel en Neko Case en dat is vergelijkingsmateriaal om trots op te zijn.
Somewhere Else kreeg opvallend positieve recensies in de Verenigde Staten en werd bovendien in opvallend brede kring bejubeld (zelfs het kritische Pitchfork deelde een keurig rapportcijfer uit). Tot mijn verbazing deed de plaat echter helemaal niets in Nederland en ik vrees dat een nieuwe plaat van Lydia Loveless hier niets aan gaat veranderen.
Die nieuwe plaat verscheen vorige week in de Verenigde Staten en oogst daar opnieuw flink wat lof. Daar valt niets op af te dingen, want ook Real is weer een uitstekende plaat.
Het is een plaat die in het verlengde ligt van zijn voorgangers, wat betekent dat Lydia Loveless ook dit keer lekker in het gehoor liggende singer-songwriter pop met invloeden uit de (alt-)country maakt, maar gelukkig ver verwijderd blijft van de aalgladde Nashville countrypop.
Lydia Loveless produceerde haar nieuwe plaat zelf en heeft veel aandacht besteed aan de instrumentatie, die zeer verzorgd klinkt en verrassend veelkleurig is. Het is een instrumentatie die dit keer wat meer buiten de lijntjes van de country kleurt, waardoor Lydia Loveless kan klinken als een (rauwe) countryprinses, maar ook als een jonge Stevie Nicks.
Real valt niet alleen op door een mooie en gloedvolle instrumentatie en productie, maar ook door zeer sterke songs en vocalen met impact. Lydia Loveless heeft misschien gekozen voor een radiovriendelijk geluid dat kan concurreren met dat van grote sterren binnen en net buiten de country, maar haar songs ademen ook klasse en komen bovendien uit de tenen.
Real is een plaat vol prima songs, waarvan een aantal aanstekelijk, maar Lydia Lunch durft op haar nieuwe plaat ook voorzichtig tegen de haren in te strijken of steviger te rocken dan de meeste van haar soortgenoten.
Real is net als zijn voorgangers gemaakt en zeer geschikt voor de Amerikaanse markt, maar net als bij de voorganger heb ik het idee dat ook Nederlandse liefhebbers van het genre zouden moeten kunnen vallen voor de charmes van deze plaat. Zelf ben ik inmiddels volledig overtuigd van de kwaliteiten van Lydia Loveless en hoor ik opnieuw een klasse plaat die alleen maar beter wordt. Ik zou in ieder geval eens luisteren. Erwin Zijleman
Lydia Loveless - Somewhere Else (2014)

4,0
0
geplaatst: 7 april 2014, 16:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Somewhere Else - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb in het verleden vaak gemopperd op de tips van Spotify, maar ze worden echt beter. Veel beter zelfs. Zo kreeg ik onlangs een persoonlijke aanbeveling: Lydia Loveless. Niet slecht bekeken van Spotify, want deze Lydia Loveless doet precies waar ik van hou. Op het eerder dit jaar verschenen Somewhere Else maakt de singer-songwriter uit Columbus, Ohio, countrymuziek met een stevige rockinjectie en imponeert ze met een stemgeluid waarin zowel plaats is voor rauwe emotie als voor power. Somewhere Else is de derde plaat van Lydia Loveless, maar het is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is muziek die wel wat doet denken aan de wat rauwere platen van Allison Moorer (The Duel), aan Lucinda Williams, aan de eerste platen van Liz Phair, heel soms aan Jewel en ook zeker aan Neko Case, maar ik had net zo goed vijf andere namen kunnen noemen. Lydia Loveless houdt ontegenzeggelijk van country, maar blijft (gelukkig) heel ver verwijderd van de brave Nashville country. Invloeden uit de country worden op Somewhere Else vermengd met gelijke delen pop en rock. De elektrische gitaren krijgen op de derde plaat van Lydia Loveless alle ruimte en deze kleuren prachtig bij haar opvallend krachtige stem. Somewhere Else concentreert zich op lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn zeker geen songs waarvan er minstens dertien in een dozijn gaan. In instrumentaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar, waarbij de geweldige gitarist maar net wat meer indruk maakt dan de strakke ritmesectie. Naast de lekker stevige muziek is er de heerlijke stem van Lydia Loveless. Deze overtuigt heel makkelijk in het wat meer uptempo werk, maar ook als Lydia Loveless gas terug neemt blijft ze met speels gemak overeind. In instrumentaal en vocaal opzicht zit het dus wel snor op deze plaat, maar ook de songs van Lydia Loveless zijn van hoog niveau. Het zit Lydia Loveless (what's in a name?) in de liefde tot dusver zeker niet mee, zodat verbroken relaties een belangrijke inspiratiebron vormen voor veel songs op de plaat. Dat komt alleen maar uit de verf wanneer je het leed van de muzikant hoort of zelfs voelt en dat is bij Lydia Loveless zeker het geval. Sterker nog, het door ex partners veroorzaakte leed kun je in bakken van Somewhere Else afscheppen, wat de plaat een bijzondere lading geeft. Het is een lading die in de Verenigde Staten inmiddels is opgepikt, want Somewhere Else werd in de VS maanden geleden al overladen met bijzonder positieve recensies. Zelfs Pitchfork had er bijna een 8 voor over en AllMusic.com noemde het zelfs een plaat die mee gaat doen wanneer de beste platen van 2014 worden gekozen aan het eind van het jaar. Het is daarom vreemd dat Somewehere Else van Lydia Loveless in Nederland zo weinig aandacht heeft gekregen, maar mogelijk gaat dit via het adviesbeleid van Spotify veranderen. Ik ben in ieder geval om. Helemaal om. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lydia Loveless - Somewhere Else - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb in het verleden vaak gemopperd op de tips van Spotify, maar ze worden echt beter. Veel beter zelfs. Zo kreeg ik onlangs een persoonlijke aanbeveling: Lydia Loveless. Niet slecht bekeken van Spotify, want deze Lydia Loveless doet precies waar ik van hou. Op het eerder dit jaar verschenen Somewhere Else maakt de singer-songwriter uit Columbus, Ohio, countrymuziek met een stevige rockinjectie en imponeert ze met een stemgeluid waarin zowel plaats is voor rauwe emotie als voor power. Somewhere Else is de derde plaat van Lydia Loveless, maar het is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is muziek die wel wat doet denken aan de wat rauwere platen van Allison Moorer (The Duel), aan Lucinda Williams, aan de eerste platen van Liz Phair, heel soms aan Jewel en ook zeker aan Neko Case, maar ik had net zo goed vijf andere namen kunnen noemen. Lydia Loveless houdt ontegenzeggelijk van country, maar blijft (gelukkig) heel ver verwijderd van de brave Nashville country. Invloeden uit de country worden op Somewhere Else vermengd met gelijke delen pop en rock. De elektrische gitaren krijgen op de derde plaat van Lydia Loveless alle ruimte en deze kleuren prachtig bij haar opvallend krachtige stem. Somewhere Else concentreert zich op lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn zeker geen songs waarvan er minstens dertien in een dozijn gaan. In instrumentaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar, waarbij de geweldige gitarist maar net wat meer indruk maakt dan de strakke ritmesectie. Naast de lekker stevige muziek is er de heerlijke stem van Lydia Loveless. Deze overtuigt heel makkelijk in het wat meer uptempo werk, maar ook als Lydia Loveless gas terug neemt blijft ze met speels gemak overeind. In instrumentaal en vocaal opzicht zit het dus wel snor op deze plaat, maar ook de songs van Lydia Loveless zijn van hoog niveau. Het zit Lydia Loveless (what's in a name?) in de liefde tot dusver zeker niet mee, zodat verbroken relaties een belangrijke inspiratiebron vormen voor veel songs op de plaat. Dat komt alleen maar uit de verf wanneer je het leed van de muzikant hoort of zelfs voelt en dat is bij Lydia Loveless zeker het geval. Sterker nog, het door ex partners veroorzaakte leed kun je in bakken van Somewhere Else afscheppen, wat de plaat een bijzondere lading geeft. Het is een lading die in de Verenigde Staten inmiddels is opgepikt, want Somewhere Else werd in de VS maanden geleden al overladen met bijzonder positieve recensies. Zelfs Pitchfork had er bijna een 8 voor over en AllMusic.com noemde het zelfs een plaat die mee gaat doen wanneer de beste platen van 2014 worden gekozen aan het eind van het jaar. Het is daarom vreemd dat Somewehere Else van Lydia Loveless in Nederland zo weinig aandacht heeft gekregen, maar mogelijk gaat dit via het adviesbeleid van Spotify veranderen. Ik ben in ieder geval om. Helemaal om. Erwin Zijleman
Lydia Luce - Dark River (2021)

4,0
0
geplaatst: 3 maart 2021, 17:54 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lydia Luce - Dark River - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Luce - Dark River
De Amerikaanse muzikante Lydia Luce zet flinke stappen op haar tweede album, dat betovert met grootse arrangementen, maar dat ook in vocaal en tekstueel opzicht indruk maakt
Bij eerste beluistering vond ik het allemaal wel wat veel, maar hoe vaker ik naar Dark River van Lydia Luce luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de bijzondere arrangementen op het album, van de vaak prachtig volle instrumentatie en van de gloedvolle wijze waarop de muzikante uit Nashville haar songs vertolkt. Het is absoluut geworteld in Amerikaanse rootsmuziek, maar Lydia Luce durft ook flink op te schuiven richting pop en rock. Na enige gewenning werd het vooral aangenaam, maar Dark River groeit en groeit maar door en is een album dat binnen en buiten de kringen van de Amerikaanse rootsmuziek alle aandacht verdient.
De Amerikaanse singer-songwriter Lydia Luce debuteerde in 2018 met Azalea. Ik vond het destijds een heel aardig album, maar ook niet meer dan dat. De songs waren prima, de zang mooi en de instrumentatie verzorgd, maar zich echt onderscheiden deed Lydia Luce wat mij betreft niet. Dat lukt de Amerikaanse muzikante veel beter met het deze week verschenen Dark River, dat in alle opzichten flinke stappen zet.
Lydia Luce groeide op in Florida, waar ze de muziek en met name klassieke muziek met de paplepel kreeg ingegoten, studeerde vervolgens aan het gerenommeerde Berklee College of Music in Boston en kwam via Washington D.C. en Los Angeles uiteindelijk terecht in Nashville, Tennessee.
Met haar ingetogen en folky debuut kon ik Lydia Luce nog wel plaatsen in Nashville, maar Dark River is zo nu en dan ver verwijderd van de muziek zoals die over het algemeen in de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek wordt gemaakt, al bevat het album ook zeker songs waarin invloeden uit het genre wel een belangrijke rol spelen.
Lydia Luce heeft haar tweede album voorzien van opvallend rijke arrangementen. Dat hoor je vooral wanneer de strijkers stevig aanzwellen, maar ook de rest van het geluid op Dark River is behoorlijk vol. Het is ook een geluid vol dynamiek, want de songs op het album hebben ook rustigere passages, die in eerste instantie het makkelijkst overtuigen, zeker wanneer de rootsmuziek je dierbaar is.
Wanneer de strijkers aanzwellen heeft de muziek op het album een bijna filmisch karakter, maar ik hoor op een of andere manier ook wel wat van de muziek die k.d. lang zo vaak heeft gemaakt. Dat ligt meer aan de strijkers dan aan de zang op Dark River, maar Lydia Luce is absoluut een uitstekend zangeres, die zich makkelijk staande houdt binnen de volle en vaak zelfs wat overweldigende arrangementen op het album en die beschikt over een warm en krachtig stemgeluid.
Het heeft hier en daar absoluut raakvlakken met Amerikaanse rootsmuziek, maar waar Lydia Luce op haar debuut vooral een folkie was, hoor ik nu een muzikante die ook stevig de kant van de rijk gearrangeerde pop en rock op gaat. Daar moet je van houden en ik hou er kennelijk wel van, want ik was eigenlijk onmiddellijk onder de indruk van het album.
De muzikante uit Nashville leunt af en toe stevig tegen de radiovriendelijke pop en rock uit de jaren 80 en 90 aan, maar kan ook uitpakken met klassiek aandoende arrangementen waarmee ze terugkeert naar de invloeden die ze tijdens haar jeugd oppikte met een moeder die een groot orkest dirigeerde en het leren bespelen van de viool als een verplicht onderdeel van de opvoeding. Het contrasteert fraai met de jazzy en folky momenten op het album.
Dark River is niet alleen getekend door de jeugd van Lydia Luce, maar ook door enkele nare ervaringen in haar persoonlijk leven als een relatiebreuk en een orkaan die het op haar huis had voorzien, wat het album ook in tekstueel opzicht interessant maakt.
Naast enige liefde voor pop en rock is ook liefde voor grootse en meeslepende arrangementen een voorwaarde voor het kunnen houden van Dark River van Lydia Luce, maar wanneer aan beide voorwaarden is voldaan is het een album dat lang aan kracht en schoonheid wint en dat uiteindelijk ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zal weten te overtuigen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lydia Luce - Dark River - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Luce - Dark River
De Amerikaanse muzikante Lydia Luce zet flinke stappen op haar tweede album, dat betovert met grootse arrangementen, maar dat ook in vocaal en tekstueel opzicht indruk maakt
Bij eerste beluistering vond ik het allemaal wel wat veel, maar hoe vaker ik naar Dark River van Lydia Luce luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de bijzondere arrangementen op het album, van de vaak prachtig volle instrumentatie en van de gloedvolle wijze waarop de muzikante uit Nashville haar songs vertolkt. Het is absoluut geworteld in Amerikaanse rootsmuziek, maar Lydia Luce durft ook flink op te schuiven richting pop en rock. Na enige gewenning werd het vooral aangenaam, maar Dark River groeit en groeit maar door en is een album dat binnen en buiten de kringen van de Amerikaanse rootsmuziek alle aandacht verdient.
De Amerikaanse singer-songwriter Lydia Luce debuteerde in 2018 met Azalea. Ik vond het destijds een heel aardig album, maar ook niet meer dan dat. De songs waren prima, de zang mooi en de instrumentatie verzorgd, maar zich echt onderscheiden deed Lydia Luce wat mij betreft niet. Dat lukt de Amerikaanse muzikante veel beter met het deze week verschenen Dark River, dat in alle opzichten flinke stappen zet.
Lydia Luce groeide op in Florida, waar ze de muziek en met name klassieke muziek met de paplepel kreeg ingegoten, studeerde vervolgens aan het gerenommeerde Berklee College of Music in Boston en kwam via Washington D.C. en Los Angeles uiteindelijk terecht in Nashville, Tennessee.
Met haar ingetogen en folky debuut kon ik Lydia Luce nog wel plaatsen in Nashville, maar Dark River is zo nu en dan ver verwijderd van de muziek zoals die over het algemeen in de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek wordt gemaakt, al bevat het album ook zeker songs waarin invloeden uit het genre wel een belangrijke rol spelen.
Lydia Luce heeft haar tweede album voorzien van opvallend rijke arrangementen. Dat hoor je vooral wanneer de strijkers stevig aanzwellen, maar ook de rest van het geluid op Dark River is behoorlijk vol. Het is ook een geluid vol dynamiek, want de songs op het album hebben ook rustigere passages, die in eerste instantie het makkelijkst overtuigen, zeker wanneer de rootsmuziek je dierbaar is.
Wanneer de strijkers aanzwellen heeft de muziek op het album een bijna filmisch karakter, maar ik hoor op een of andere manier ook wel wat van de muziek die k.d. lang zo vaak heeft gemaakt. Dat ligt meer aan de strijkers dan aan de zang op Dark River, maar Lydia Luce is absoluut een uitstekend zangeres, die zich makkelijk staande houdt binnen de volle en vaak zelfs wat overweldigende arrangementen op het album en die beschikt over een warm en krachtig stemgeluid.
Het heeft hier en daar absoluut raakvlakken met Amerikaanse rootsmuziek, maar waar Lydia Luce op haar debuut vooral een folkie was, hoor ik nu een muzikante die ook stevig de kant van de rijk gearrangeerde pop en rock op gaat. Daar moet je van houden en ik hou er kennelijk wel van, want ik was eigenlijk onmiddellijk onder de indruk van het album.
De muzikante uit Nashville leunt af en toe stevig tegen de radiovriendelijke pop en rock uit de jaren 80 en 90 aan, maar kan ook uitpakken met klassiek aandoende arrangementen waarmee ze terugkeert naar de invloeden die ze tijdens haar jeugd oppikte met een moeder die een groot orkest dirigeerde en het leren bespelen van de viool als een verplicht onderdeel van de opvoeding. Het contrasteert fraai met de jazzy en folky momenten op het album.
Dark River is niet alleen getekend door de jeugd van Lydia Luce, maar ook door enkele nare ervaringen in haar persoonlijk leven als een relatiebreuk en een orkaan die het op haar huis had voorzien, wat het album ook in tekstueel opzicht interessant maakt.
Naast enige liefde voor pop en rock is ook liefde voor grootse en meeslepende arrangementen een voorwaarde voor het kunnen houden van Dark River van Lydia Luce, maar wanneer aan beide voorwaarden is voldaan is het een album dat lang aan kracht en schoonheid wint en dat uiteindelijk ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zal weten te overtuigen. Erwin Zijleman
Lydia Luce - Florida Girl (2023)

4,0
0
geplaatst: 3 november 2023, 12:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lydia Luce - Florida Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Luce - Florida Girl
Lydia Luce kiest op haar derde album weer voor een net wat ander geluid en verrast op Florida Girl met een bont en wat broeierig geluid vol invloeden, dat verrassend goed past bij haar mooie en bijzondere stem
De Amerikaanse muzikante Lydia Luce trekt in Nederland nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar buiten ons gezichtsveld bouwt ze aan een bijzonder oeuvre. Haar eerste twee albums klonken anders dan gemiddeld en ook Florida Girl is weer voorzien van een bijzonder geluid. Het is een geluid dat absoluut aangenaam en toegankelijk is te noemen, maar de muziek van Lydia Luce klinkt zeker avontuurlijk. Dat avontuurlijke hoor je ook in haar songs, die aangenaam klinken, maar zich niet zomaar in een hokje laten duwen. De mooie zang van de muzikante uit Nashville maakt haar derde album nog wat interessanter. Zeker in de gaten houden deze bijzondere muzikante.
De naam Lydia Luce zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen en ook ik moest in eerste instantie heel goed nadenken toen ik haar nieuwe album tegen kwam in de lijst met de releases van deze week. De Amerikaanse muzikante liet in de herfst van 2018 voor het eerst van zich horen met haar debuutalbum Azalea, waarop ze de aandacht trok met stemmig en op een of andere manier ook bijzonder ingekleurde folksongs. Ik vond het destijds geen heel opvallend album, maar toen ik er eerder deze week nog eens naar luisterde vond ik het toch wel een mooi album.
Het in het voorjaar van 2021 verschenen Dark River vond ik een stuk indrukwekkender. Op haar tweede album experimenteerde de muzikante uit Nashville met bijzondere arrangementen met een hoofdrol voor strijkers en met filmische songs, maar flirtte ze ook met radiovriendelijk 80s en 90s pop en rock. Dark River week daarom flink af van het reguliere aanbod uit Nashville en trok mede daarom ook wat minder aandacht, maar ik vond het zeker een interessant album, dat meer aandacht had verdiend dan het kreeg.
Het was misschien niet genoeg om de naam van Lydia Luce te onthouden, maar na beluistering van het aanbod van deze week pikte ik ook het derde album van de Amerikaanse muzikante er weer snel uit. Dark River leek nauwelijks op voorganger Azalea en het deze week verschenen Florida Girl lijkt weer niet of nauwelijks op voorganger Dark River. Zo schitteren de strijkers dit keer vrijwel volledig door afwezigheid, wat opvallend is omdat Lydia Luce een klassiek geschoold violiste is. Bovendien is het 80s en 90s pop en rock geluid van het vorige album vervangen door een eigentijds klinkend indiepop en indierock geluid.
Een ding is niet veranderd en dat is dat Lydia Luce ook op haar derde album heeft gekozen voor een behoorlijk vol geluid en voor bijzondere arrangementen. Het geluid op Florida Girl is warm of zelfs broeierig te noemen en het is een geluid dat eigenlijk onmiddellijk tot de verbeelding spreekt en dat anders klinkt dan het geluid op het gemiddelde album van het moment. Het is een geluid dat het niet moet hebben van details, maar dat zich in zijn geheel als een warme deken om je heen slaat, waarbij gitaren en elektronica fraai samen vloeien.
Het combineert prachtig met de eveneens warme stem van de Amerikaanse muzikante, die weer anders zingt dan op haar vorige twee albums. Florida Girl doet me absoluut aan iets denken, maar ik kan er de vinger nog niet opleggen. Aan de andere kant heeft Lydia Luce op haar derde album absoluut een eigen geluid. Het is een vol, maar ook gevarieerd geluid, dat steeds weer net wat anders klinkt.
Ook qua invloeden houdt de in Florida geboren en getogen maar inmiddels vanuit Nashville opererende muzikante het niet bij een of twee genres. Ik noemde Florida Girl hierboven een indiepop en indierock album, maar het nieuwe album van Lydia Luce bevat ook folky songs, al zijn het nergens 13 in een dozijn folky songs.
Florida Girl laat zich niet makkelijk in een hokje duwen, maar omdat zowel de zang als de muziek op het album bijzonder mooi zijn en de songs continu de fantasie prikkelen, is het derde album van Lydia Luce een album dat zich relatief makkelijk opdringt en dat het net als zijn voorganger verdient om gehoord te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lydia Luce - Florida Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lydia Luce - Florida Girl
Lydia Luce kiest op haar derde album weer voor een net wat ander geluid en verrast op Florida Girl met een bont en wat broeierig geluid vol invloeden, dat verrassend goed past bij haar mooie en bijzondere stem
De Amerikaanse muzikante Lydia Luce trekt in Nederland nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar buiten ons gezichtsveld bouwt ze aan een bijzonder oeuvre. Haar eerste twee albums klonken anders dan gemiddeld en ook Florida Girl is weer voorzien van een bijzonder geluid. Het is een geluid dat absoluut aangenaam en toegankelijk is te noemen, maar de muziek van Lydia Luce klinkt zeker avontuurlijk. Dat avontuurlijke hoor je ook in haar songs, die aangenaam klinken, maar zich niet zomaar in een hokje laten duwen. De mooie zang van de muzikante uit Nashville maakt haar derde album nog wat interessanter. Zeker in de gaten houden deze bijzondere muzikante.
De naam Lydia Luce zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen en ook ik moest in eerste instantie heel goed nadenken toen ik haar nieuwe album tegen kwam in de lijst met de releases van deze week. De Amerikaanse muzikante liet in de herfst van 2018 voor het eerst van zich horen met haar debuutalbum Azalea, waarop ze de aandacht trok met stemmig en op een of andere manier ook bijzonder ingekleurde folksongs. Ik vond het destijds geen heel opvallend album, maar toen ik er eerder deze week nog eens naar luisterde vond ik het toch wel een mooi album.
Het in het voorjaar van 2021 verschenen Dark River vond ik een stuk indrukwekkender. Op haar tweede album experimenteerde de muzikante uit Nashville met bijzondere arrangementen met een hoofdrol voor strijkers en met filmische songs, maar flirtte ze ook met radiovriendelijk 80s en 90s pop en rock. Dark River week daarom flink af van het reguliere aanbod uit Nashville en trok mede daarom ook wat minder aandacht, maar ik vond het zeker een interessant album, dat meer aandacht had verdiend dan het kreeg.
Het was misschien niet genoeg om de naam van Lydia Luce te onthouden, maar na beluistering van het aanbod van deze week pikte ik ook het derde album van de Amerikaanse muzikante er weer snel uit. Dark River leek nauwelijks op voorganger Azalea en het deze week verschenen Florida Girl lijkt weer niet of nauwelijks op voorganger Dark River. Zo schitteren de strijkers dit keer vrijwel volledig door afwezigheid, wat opvallend is omdat Lydia Luce een klassiek geschoold violiste is. Bovendien is het 80s en 90s pop en rock geluid van het vorige album vervangen door een eigentijds klinkend indiepop en indierock geluid.
Een ding is niet veranderd en dat is dat Lydia Luce ook op haar derde album heeft gekozen voor een behoorlijk vol geluid en voor bijzondere arrangementen. Het geluid op Florida Girl is warm of zelfs broeierig te noemen en het is een geluid dat eigenlijk onmiddellijk tot de verbeelding spreekt en dat anders klinkt dan het geluid op het gemiddelde album van het moment. Het is een geluid dat het niet moet hebben van details, maar dat zich in zijn geheel als een warme deken om je heen slaat, waarbij gitaren en elektronica fraai samen vloeien.
Het combineert prachtig met de eveneens warme stem van de Amerikaanse muzikante, die weer anders zingt dan op haar vorige twee albums. Florida Girl doet me absoluut aan iets denken, maar ik kan er de vinger nog niet opleggen. Aan de andere kant heeft Lydia Luce op haar derde album absoluut een eigen geluid. Het is een vol, maar ook gevarieerd geluid, dat steeds weer net wat anders klinkt.
Ook qua invloeden houdt de in Florida geboren en getogen maar inmiddels vanuit Nashville opererende muzikante het niet bij een of twee genres. Ik noemde Florida Girl hierboven een indiepop en indierock album, maar het nieuwe album van Lydia Luce bevat ook folky songs, al zijn het nergens 13 in een dozijn folky songs.
Florida Girl laat zich niet makkelijk in een hokje duwen, maar omdat zowel de zang als de muziek op het album bijzonder mooi zijn en de songs continu de fantasie prikkelen, is het derde album van Lydia Luce een album dat zich relatief makkelijk opdringt en dat het net als zijn voorganger verdient om gehoord te worden. Erwin Zijleman
Lydia Luce - Mammoth (2025)

4,0
0
geplaatst: 5 november 2025, 11:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lydia Luce - Mammoth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lydia Luce - Mammoth
Lydia Luce is een zeer gerespecteerd violiste, maar ze maakt ook uitstekende singer-songwriter albums, waarvan ik het behoorlijk ingetogen en zeer sfeervol ingekleurde Mammoth vooralsnog de mooiste vind
De Amerikaanse muzikante Lydia Luce had slechts een week studiotijd nodig om haar vierde album op te nemen, maar dat is niet te horen. Het deze week verschenen Mammoth is voorzien van een heel mooi en subtiel, maar ook zeer sfeervol geluid. Lydia Luce klinkt op al haar albums anders en dat is ook dit keer het geval. Mammoth is weer wat meer een singer-songwriter album dan zijn voorganger, maar het is zeker geen 13 in een dozijn singer-songwriter album. In muzikaal opzicht kleurt Mammoth prachtig in het seizoen en dat doet het album ook door de stem van Lydia Luce, die nog wat mooier zingt dan op haar vorige albums. Wat is Mammoth van Lydia Luce een prachtig album.
De Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentaliste Lydia Luce heeft deze week haar vierde album uitgebracht en bouwt aan een bijzonder oeuvre. De muzikante uit Nashville, Tennessee, debuteerde in 2018 met het album Azalea, dat ik destijds helaas niet heb ontdekt, maar dat ik inmiddels hoog heb zitten. Het is een vrij intiem rootsalbum, waarop de akoestische gitaar en de stem van Lydia Luce de basis vormen, maar waarop ook strijkers een belangrijke en vooral sfeerbepalende rol spelen.
Lydia Luce is zelf een geschoold violiste en tekent op haar debuutalbum voor subtiele maar ook bijzonder mooier strijkersarrangementen. Het zijn arrangementen die nog wat beter zijn te horen op het in 2019 uitgebrachte mini-album Azalea Strings waarop ook instrumentale versies van een aantal tracks op het album zijn te horen.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Lydia Luce stamt uit 2021, toen haar tweede album Dark River verscheen. Op Dark River kiest de Amerikaanse muzikante voor een breder palet aan invloeden. Naast invloeden uit de folk en de country bevat het album ook invloeden uit de pop en rock. De strijkers die op het debuutalbum van Lydia Luce nog genoegen namen met een bijrol treden op Dark River meer op de voorgrond en duwen de muziek van de muzikante uit Nashville hier en daar zelfs de kant van de filmmuziek op.
Strijkers speelden nauwelijks een rol op het twee jaar geleden verschenen Florida Girl, dat wat opschoof richting indiepop, zonder de folky basis van de songs van Lydia Luce te vergeten. Op alle albums maakte de Amerikaanse muzikante indruk als zangeres en alleen dat was voor mij al een reden om te luisteren naar het deze week verschenen Mammoth.
Op haar vierde album kiest Lydia Luce wederom voor een net wat ander geluid. Mammoth werd in slechts een week opgenomen in de Real World Studios van Peter Gabriel en is een behoorlijk ingetogen album geworden. De muziek op het album, waaraan dit keer ook weer strijkers en houtblazers zijn toegevoegd, is behoorlijk subtiel maar klinkt ook warm.
De smaakvolle klanken verwarmen op aangename wijze de ruimte, maar passen ook prachtig bij de mooie stem van Lydia Luce. De muzikante uit Nashville zingt wat meer ingetogen dan op haar vorige twee albums en dat komt de schoonheid van de zang wat mij betreft ten goede. Het is knap hoe Lydia Luce haar geluid iedere keer weer een andere kant op weet te duwen, want Mammoth lijkt in vrijwel niets op zijn drie voorgangers.
Producer Jordan Lehning, die ook het debuutalbum van Lydia Luce produceerde en die ik verder alleen ken van zijn werk voor Andrew Combs, heeft Mammoth voorzien van een zeer sfeervol en smaakvol geluid. Het is een geluid dat af en toe en zekers wanneer de strijkers aanzwellen wat de zoete kant op kan gaan, maar het blijft mij betreft altijd aan de goede kant van de streep.
Mammoth staat vol met mooie en zachte luisterliedjes die het uitstekend doen in het huidige seizoen, maar de zang en de muziek op het album verdienen het ook om met alle aandacht te worden beluisterd. Het is knap hoe Lydia Luce haar geluid steeds weer een andere kant op weet te duwen, maar het zeer sfeervolle en echt bijzonder mooie geluid op haar nieuwe album mag ze wat bij betreft nog een album of een paar albums vasthouden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lydia Luce - Mammoth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lydia Luce - Mammoth
Lydia Luce is een zeer gerespecteerd violiste, maar ze maakt ook uitstekende singer-songwriter albums, waarvan ik het behoorlijk ingetogen en zeer sfeervol ingekleurde Mammoth vooralsnog de mooiste vind
De Amerikaanse muzikante Lydia Luce had slechts een week studiotijd nodig om haar vierde album op te nemen, maar dat is niet te horen. Het deze week verschenen Mammoth is voorzien van een heel mooi en subtiel, maar ook zeer sfeervol geluid. Lydia Luce klinkt op al haar albums anders en dat is ook dit keer het geval. Mammoth is weer wat meer een singer-songwriter album dan zijn voorganger, maar het is zeker geen 13 in een dozijn singer-songwriter album. In muzikaal opzicht kleurt Mammoth prachtig in het seizoen en dat doet het album ook door de stem van Lydia Luce, die nog wat mooier zingt dan op haar vorige albums. Wat is Mammoth van Lydia Luce een prachtig album.
De Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentaliste Lydia Luce heeft deze week haar vierde album uitgebracht en bouwt aan een bijzonder oeuvre. De muzikante uit Nashville, Tennessee, debuteerde in 2018 met het album Azalea, dat ik destijds helaas niet heb ontdekt, maar dat ik inmiddels hoog heb zitten. Het is een vrij intiem rootsalbum, waarop de akoestische gitaar en de stem van Lydia Luce de basis vormen, maar waarop ook strijkers een belangrijke en vooral sfeerbepalende rol spelen.
Lydia Luce is zelf een geschoold violiste en tekent op haar debuutalbum voor subtiele maar ook bijzonder mooier strijkersarrangementen. Het zijn arrangementen die nog wat beter zijn te horen op het in 2019 uitgebrachte mini-album Azalea Strings waarop ook instrumentale versies van een aantal tracks op het album zijn te horen.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Lydia Luce stamt uit 2021, toen haar tweede album Dark River verscheen. Op Dark River kiest de Amerikaanse muzikante voor een breder palet aan invloeden. Naast invloeden uit de folk en de country bevat het album ook invloeden uit de pop en rock. De strijkers die op het debuutalbum van Lydia Luce nog genoegen namen met een bijrol treden op Dark River meer op de voorgrond en duwen de muziek van de muzikante uit Nashville hier en daar zelfs de kant van de filmmuziek op.
Strijkers speelden nauwelijks een rol op het twee jaar geleden verschenen Florida Girl, dat wat opschoof richting indiepop, zonder de folky basis van de songs van Lydia Luce te vergeten. Op alle albums maakte de Amerikaanse muzikante indruk als zangeres en alleen dat was voor mij al een reden om te luisteren naar het deze week verschenen Mammoth.
Op haar vierde album kiest Lydia Luce wederom voor een net wat ander geluid. Mammoth werd in slechts een week opgenomen in de Real World Studios van Peter Gabriel en is een behoorlijk ingetogen album geworden. De muziek op het album, waaraan dit keer ook weer strijkers en houtblazers zijn toegevoegd, is behoorlijk subtiel maar klinkt ook warm.
De smaakvolle klanken verwarmen op aangename wijze de ruimte, maar passen ook prachtig bij de mooie stem van Lydia Luce. De muzikante uit Nashville zingt wat meer ingetogen dan op haar vorige twee albums en dat komt de schoonheid van de zang wat mij betreft ten goede. Het is knap hoe Lydia Luce haar geluid iedere keer weer een andere kant op weet te duwen, want Mammoth lijkt in vrijwel niets op zijn drie voorgangers.
Producer Jordan Lehning, die ook het debuutalbum van Lydia Luce produceerde en die ik verder alleen ken van zijn werk voor Andrew Combs, heeft Mammoth voorzien van een zeer sfeervol en smaakvol geluid. Het is een geluid dat af en toe en zekers wanneer de strijkers aanzwellen wat de zoete kant op kan gaan, maar het blijft mij betreft altijd aan de goede kant van de streep.
Mammoth staat vol met mooie en zachte luisterliedjes die het uitstekend doen in het huidige seizoen, maar de zang en de muziek op het album verdienen het ook om met alle aandacht te worden beluisterd. Het is knap hoe Lydia Luce haar geluid steeds weer een andere kant op weet te duwen, maar het zeer sfeervolle en echt bijzonder mooie geluid op haar nieuwe album mag ze wat bij betreft nog een album of een paar albums vasthouden. Erwin Zijleman
Lykke Li - I Never Learn (2014)

4,0
0
geplaatst: 4 mei 2014, 10:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lykke Li - I Never Learn - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Zweedse zangeres Lykke Li Zachrisson, beter bekend als Lykke Li, wordt sinds haar onverwachte wereldhit I Follow Rivers door velen gezien als popprinses. Dat heeft ze vooral te danken aan producer The Magician, die het weinig hitgevoelige origineel van haar vorige plaat Wounded Rhymes, voorzag van bijzonder aansprekende beats, waarna ook het Belgische Triggerfinger nog eens op heel andere wijze liet horen dat het zweverige origineel prima was te vertalen naar een radiovriendelijk popliedje.
Het onverwachte en tweevoudige succes van I Follow Rivers heeft de bankrekening van Lykke Li waarschijnlijk goed gedaan en dat gun ik haar van harte, maar persoonlijk hoor ik I Follow Rovers toch het liefst in de wat onderkoelde versie van de ijsprinses Lykke Li.
Het onverwachte succes van Lykke Li heeft er ongetwijfeld voor gezorgd dat haar platenmaatschappij met andere ogen naar de Zweedse zangeres is gaan kijken en haar met andere verwachtingen de studio in heeft gestuurd voor het opnemen van haar derde plaat I Never Learn. Iedereen die, net als ik, bang was voor een met stevige beats opgetuigde nieuwe plaat van Lykke Li, kan ik geruststellen. I Never Learn blijft ver verwijderd van Lykke Li met het stempel van The Magician en ligt uiteindelijk toch vooral in het verlengde van zijn twee prachtige en eigenzinnige voorgangers Youth Novels uit 2008 en Wounded Rhymes uit 2011.
Lykke Li is nooit vies geweest van groots klinkende popliedjes met een bijna Phil Spectoriaanse productie en deze zijn ook op I Never Learn van de partij. Over het algemeen is de wederom door Björn Yttling (van Peter, Björn & John) geproduceerde plaat echter ingetogener en minder lichtvoetig dan zijn voorgangers. Dat heeft alles te maken met de liefdesbreuk die Lykke Li de afgelopen jaren moest meemaken en die van I Never Learn een echte breakup-plaat heeft gemaakt.
Ik kan er persoonlijk wel tegen als Lykke Li flink uitpakt met een overweldigend elektronisch klankentapijt dat je in de Zweedse popmuziek wel vaker hoort, maar het mooist zijn toch de ingetogen songs, waarin de zang van Lykke Li uit haar tenen komt en waarin je het leed van de songs af kunt scheppen. Love Me Like I’m Not Made Of Stone is de track die de meeste indruk maakt, met name vanwege de emotievolle vocalen, maar ook de meeste andere tracks op de plaat, allemaal geschreven door Lykke Li en Björn Yttling, zijn van het hoge niveau dat we inmiddels van de Zweedse zangeres gewend zijn.
Liefhebbers van pure singer-songwriter muziek zullen het waarschijnlijk nog steeds teveel pop vinden, want Lykke Li houdt de tradities van de perfecte Zweedse popmuziek in ere, maar een ieder die tegen een beetje pop kan zal genieten van deze mooie en intense plaat van de ijsprinses die dit keer warme tranen huilt. Ik vind het in ieder geval prachtig en dat had ik van te voren eerlijk gezegd niet verwacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lykke Li - I Never Learn - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Zweedse zangeres Lykke Li Zachrisson, beter bekend als Lykke Li, wordt sinds haar onverwachte wereldhit I Follow Rivers door velen gezien als popprinses. Dat heeft ze vooral te danken aan producer The Magician, die het weinig hitgevoelige origineel van haar vorige plaat Wounded Rhymes, voorzag van bijzonder aansprekende beats, waarna ook het Belgische Triggerfinger nog eens op heel andere wijze liet horen dat het zweverige origineel prima was te vertalen naar een radiovriendelijk popliedje.
Het onverwachte en tweevoudige succes van I Follow Rivers heeft de bankrekening van Lykke Li waarschijnlijk goed gedaan en dat gun ik haar van harte, maar persoonlijk hoor ik I Follow Rovers toch het liefst in de wat onderkoelde versie van de ijsprinses Lykke Li.
Het onverwachte succes van Lykke Li heeft er ongetwijfeld voor gezorgd dat haar platenmaatschappij met andere ogen naar de Zweedse zangeres is gaan kijken en haar met andere verwachtingen de studio in heeft gestuurd voor het opnemen van haar derde plaat I Never Learn. Iedereen die, net als ik, bang was voor een met stevige beats opgetuigde nieuwe plaat van Lykke Li, kan ik geruststellen. I Never Learn blijft ver verwijderd van Lykke Li met het stempel van The Magician en ligt uiteindelijk toch vooral in het verlengde van zijn twee prachtige en eigenzinnige voorgangers Youth Novels uit 2008 en Wounded Rhymes uit 2011.
Lykke Li is nooit vies geweest van groots klinkende popliedjes met een bijna Phil Spectoriaanse productie en deze zijn ook op I Never Learn van de partij. Over het algemeen is de wederom door Björn Yttling (van Peter, Björn & John) geproduceerde plaat echter ingetogener en minder lichtvoetig dan zijn voorgangers. Dat heeft alles te maken met de liefdesbreuk die Lykke Li de afgelopen jaren moest meemaken en die van I Never Learn een echte breakup-plaat heeft gemaakt.
Ik kan er persoonlijk wel tegen als Lykke Li flink uitpakt met een overweldigend elektronisch klankentapijt dat je in de Zweedse popmuziek wel vaker hoort, maar het mooist zijn toch de ingetogen songs, waarin de zang van Lykke Li uit haar tenen komt en waarin je het leed van de songs af kunt scheppen. Love Me Like I’m Not Made Of Stone is de track die de meeste indruk maakt, met name vanwege de emotievolle vocalen, maar ook de meeste andere tracks op de plaat, allemaal geschreven door Lykke Li en Björn Yttling, zijn van het hoge niveau dat we inmiddels van de Zweedse zangeres gewend zijn.
Liefhebbers van pure singer-songwriter muziek zullen het waarschijnlijk nog steeds teveel pop vinden, want Lykke Li houdt de tradities van de perfecte Zweedse popmuziek in ere, maar een ieder die tegen een beetje pop kan zal genieten van deze mooie en intense plaat van de ijsprinses die dit keer warme tranen huilt. Ik vind het in ieder geval prachtig en dat had ik van te voren eerlijk gezegd niet verwacht. Erwin Zijleman
Lynn Miles - We'll Look for Stars (2020)

4,5
1
geplaatst: 6 augustus 2020, 15:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lynn Miles - We'll Look For Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lynn Miles - We'll Look For Stars
Lynn Miles draait al een aantal decennia mee, maar maakt diepe indruk met haar nieuwe album dat prachtig klinkt en je bij de strot grijpt met een fraai doorleefd klinkende stem
We’ll Look For The Stars had ik bijna over het hoofd gezien en wat zou dat zonde zijn geweest. Het nieuwe album van de Canadese singer-songwriter is immers een album waarop werkelijk alles klopt. De instrumentatie en productie zijn zeer smaakvol, de songs zijn veelzijdig en aansprekend en dan is er ook nog eens de doorleefde stem van Lynn Miles, die door de ziel snijdt als een warm mes door de boter. We’ll Look For The Stars wordt de afgelopen weken terecht bejubeld door een selecte groep critici en die hebben het absoluut bij het juiste eind. We’ll Look For Stars van Lynn Miles is van de eerste tot en met de laatste noot een uitermate indrukwekkende prachtplaat.
Lynn Miles voert deze maand de EuroAmericana Chart aan met haar laatste album We’ll Look For Stars. Het illustreert dat de muziek van de Canadese singer-songwriter wordt gewaardeerd door een grote groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in Nederland en daarbuiten.
Zonder de nummer 1 positie in de aansprekende lijst vol rootsmuziek had ik ook het nieuwe album van Lynn Miles waarschijnlijk over het hoofd gezien, want mijn relatie met de muziek van de singer-songwriter uit Ottawa, die al in 1987 debuteerde, is vooralsnog geen gelukkige.
Als ik kijk naar de stapel albums die Lynn Miles de afgelopen decennia heeft uitgebracht heb ik er maar twee beluisterd. Night In A Strange Town uit 1999 vond ik destijds prachtig (en wordt niet voor niets beschouwd als het meesterwerk van Lynn Miles) en aan Love Sweet Love uit 2006 heb ik eerlijk gezegd geen duidelijke herinneringen, maar ik herken de cover. De rest ken ik eigenlijk niet, maar na beluistering van We’ll Look For Stars kan ik alleen maar concluderen dat ook het nieuwe album van de Canadese singer-songwriter zeer de moeite waard is.
We’ll Look For Stars opent indringend met een track waarin we alleen een piano en de stem van Lynn Miles horen. De pianoklanken zijn mooi en stemmig, maar het is de stem van de singer-songwriter uit Ottawa die alle aandacht opeist. Het is een stem vol gevoel, emotie en doorleving, maar het is ook een stem met een duidelijk eigen geluid. Alleen het allergrootste ijskonijn krijgt waarschijnlijk geen brok in de keel bij beluistering van de openingstrack van We’ll Look For Stars, maar ik was direct diep onder de indruk.
Van mij had Lynn Miles een album vol met sober gearrangeerde pianosongs mogen maken, maar in de tweede track laat ze een wat voller, maar nog altijd ingetogen geluid horen, dat haar muziek wat meer de richting van de folk en country op duwt. De instrumentatie blijft ondanks het wat vollere geluid buitengewoon stemmig en bevat nog altijd een randje melancholie. Het is een randje dat fraai verder wordt uitgebouwd met de stem van Lynn Miles, die wederom indruk maakt met doorleefde vocalen.
Heel af en toe hoor ik wat van Dar Williams, maar Lynn Miles heeft ook een stemgeluid dat herinnert aan het verre verleden, wat van We’ll Look For Stars een tijdloos album maakt. Ook wanneer het geluid nog wat voller wordt en voorzichtig de zon doorbreekt in het geluid van Lynn Miles, blijft de Canadese singer-songwriter indruk maken met mooie klanken en met een stem die zich genadeloos opdringt en al het gevoel moeiteloos weet over te dragen aan de luisteraar.
Alles op het nieuwe album van Lynn Miles klinkt even smaakvol, zeker wanneer ook pedal steel virtoous Greg Leisz nog eens aanschuift. De instrumentatie is veelzijdig, maar altijd subtiel en trefzeker en ook de veelkleurige stem van de Canadese singer-songwriter weet iedere keer de juiste snaar te raken. We’ll Look For Stars is een rootsalbum dat zich onmiddellijk opdringt, maar het is ook een album dat niet snel verveelt en eigenlijk alleen maar beter wordt.
Het is vooral de stem van Lynn Miles die me steeds weer kippenvel bezorgt, maar We’ll Look For Stars is uiteindelijk een rootsalbum waarop alles klopt. Goede songs, mooie verhalen, een fraai en verzorgd geluid, voldoende variatie en steeds weer die stem die van alles met je doet. Prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lynn Miles - We'll Look For Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lynn Miles - We'll Look For Stars
Lynn Miles draait al een aantal decennia mee, maar maakt diepe indruk met haar nieuwe album dat prachtig klinkt en je bij de strot grijpt met een fraai doorleefd klinkende stem
We’ll Look For The Stars had ik bijna over het hoofd gezien en wat zou dat zonde zijn geweest. Het nieuwe album van de Canadese singer-songwriter is immers een album waarop werkelijk alles klopt. De instrumentatie en productie zijn zeer smaakvol, de songs zijn veelzijdig en aansprekend en dan is er ook nog eens de doorleefde stem van Lynn Miles, die door de ziel snijdt als een warm mes door de boter. We’ll Look For The Stars wordt de afgelopen weken terecht bejubeld door een selecte groep critici en die hebben het absoluut bij het juiste eind. We’ll Look For Stars van Lynn Miles is van de eerste tot en met de laatste noot een uitermate indrukwekkende prachtplaat.
Lynn Miles voert deze maand de EuroAmericana Chart aan met haar laatste album We’ll Look For Stars. Het illustreert dat de muziek van de Canadese singer-songwriter wordt gewaardeerd door een grote groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in Nederland en daarbuiten.
Zonder de nummer 1 positie in de aansprekende lijst vol rootsmuziek had ik ook het nieuwe album van Lynn Miles waarschijnlijk over het hoofd gezien, want mijn relatie met de muziek van de singer-songwriter uit Ottawa, die al in 1987 debuteerde, is vooralsnog geen gelukkige.
Als ik kijk naar de stapel albums die Lynn Miles de afgelopen decennia heeft uitgebracht heb ik er maar twee beluisterd. Night In A Strange Town uit 1999 vond ik destijds prachtig (en wordt niet voor niets beschouwd als het meesterwerk van Lynn Miles) en aan Love Sweet Love uit 2006 heb ik eerlijk gezegd geen duidelijke herinneringen, maar ik herken de cover. De rest ken ik eigenlijk niet, maar na beluistering van We’ll Look For Stars kan ik alleen maar concluderen dat ook het nieuwe album van de Canadese singer-songwriter zeer de moeite waard is.
We’ll Look For Stars opent indringend met een track waarin we alleen een piano en de stem van Lynn Miles horen. De pianoklanken zijn mooi en stemmig, maar het is de stem van de singer-songwriter uit Ottawa die alle aandacht opeist. Het is een stem vol gevoel, emotie en doorleving, maar het is ook een stem met een duidelijk eigen geluid. Alleen het allergrootste ijskonijn krijgt waarschijnlijk geen brok in de keel bij beluistering van de openingstrack van We’ll Look For Stars, maar ik was direct diep onder de indruk.
Van mij had Lynn Miles een album vol met sober gearrangeerde pianosongs mogen maken, maar in de tweede track laat ze een wat voller, maar nog altijd ingetogen geluid horen, dat haar muziek wat meer de richting van de folk en country op duwt. De instrumentatie blijft ondanks het wat vollere geluid buitengewoon stemmig en bevat nog altijd een randje melancholie. Het is een randje dat fraai verder wordt uitgebouwd met de stem van Lynn Miles, die wederom indruk maakt met doorleefde vocalen.
Heel af en toe hoor ik wat van Dar Williams, maar Lynn Miles heeft ook een stemgeluid dat herinnert aan het verre verleden, wat van We’ll Look For Stars een tijdloos album maakt. Ook wanneer het geluid nog wat voller wordt en voorzichtig de zon doorbreekt in het geluid van Lynn Miles, blijft de Canadese singer-songwriter indruk maken met mooie klanken en met een stem die zich genadeloos opdringt en al het gevoel moeiteloos weet over te dragen aan de luisteraar.
Alles op het nieuwe album van Lynn Miles klinkt even smaakvol, zeker wanneer ook pedal steel virtoous Greg Leisz nog eens aanschuift. De instrumentatie is veelzijdig, maar altijd subtiel en trefzeker en ook de veelkleurige stem van de Canadese singer-songwriter weet iedere keer de juiste snaar te raken. We’ll Look For Stars is een rootsalbum dat zich onmiddellijk opdringt, maar het is ook een album dat niet snel verveelt en eigenlijk alleen maar beter wordt.
Het is vooral de stem van Lynn Miles die me steeds weer kippenvel bezorgt, maar We’ll Look For Stars is uiteindelijk een rootsalbum waarop alles klopt. Goede songs, mooie verhalen, een fraai en verzorgd geluid, voldoende variatie en steeds weer die stem die van alles met je doet. Prachtig. Erwin Zijleman
Lynne Hanson - Just a Poet (2024)

4,0
0
geplaatst: 31 mei 2024, 12:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lynne Hanson - Just A Poet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lynne Hanson - Just A Poet
Lynne Hanson maakt inmiddels al heel wat jaren uitstekende albums en ook Just A Poet valt weer op door een fraai en rijk gitaargeluid, mooie en doorleefde zang en een serie zeer gevarieerde en aansprekende songs
Lynne Hanson wordt hier en daar de Canadese “Queen Of Americana” genoemd. Deze eretitel verdient ze niet vanwege haar bekendheid, maar wel vanwege de hoge kwaliteit van haar albums. Ook haar nieuwe album Just A Poet kan zich in kwalitatief opzicht weer meten met het beste dat in het genre verschijnt. Samen met producer en multi-instrumentalist Jim Bryson heeft Lynne Hanson een prachtig klinkend album gemaakt, waarop de gitaren domineren. Het past prachtig bij de stem van de Canadese muzikante, die een ruw randje op haar stembanden heeft en fraai wordt ondersteund op de achtergrond. De aansprekende en tijdloze songs op het album zijn de kers op de taart.
De Canadese singer-songwriter Lynne Hanson debuteerde in 2006 met het album Things I Miss en heeft inmiddels een mooi stapeltje albums op haar naam staan. In mijn beleving is de muzikante uit Ottawa sinds haar debuutalbum goed voor kwalitatief hoogstaande albums, maar toch wel enigszins tot mijn verbazing heb ik alleen het in 2020 verschenen Just Words gerecenseerd op de krenten uit de pop. Dat is vooral verbazingwekkend omdat ik haar albums River Of Sand uit 2014 en Uneven Ground uit 2017 best vaak heb beluisterd en hoog heb zitten.
Mede hierdoor schreef ik het deze week verschenen Just A Poet als een van de eerste albums op voor een plekje op de krenten uit de pop. Dat dit terecht bleek was vrijwel onmiddellijk duidelijk, want zoals in mijn beleving levert Lynne Hanson albums van hoge kwaliteit af. De muziek van de Canadese muzikante wordt op haar bandcamp pagina aangeprezen met de volgende woorden: “Roots music, rough-around-the-edges folk. Canadian songwriter Lynne Hanson prefers “porch music with a little red dirt.” Hanson's songs are like a favorite pair of jeans. They're faded and worn through in spots, with a bit of honestly-acquired grit ground into the seams.” Nu vind ik dit soort aanprijzingen over het algemeen nogal onzinnig, maar de beschrijving van de muziek van Lynne Hanson is wat mij betreft treffend.
Lynne Hanson maakt Amerikaanse rootsmuziek met een ruw randje en het is Amerikaanse rootsmuziek die onmiddellijk vertrouwd klinkt. Het ruwe randje komt van de stem van Lynne Hanson, die ook op Just A Poet weer mooi en met veel gevoel zingt. De zang op het album is echt bijzonder mooi en overtuigt nog wat meer wanneer de muzikante uit Ottawa wordt bijgestaan door een aantal bijna even mooie stemmen op de achtergrond.
Ook de instrumentatie op het album draagt bij aan het ruwe randje in de muziek van de Canadese singer-songwriter. Lynne Hanson werkt op haar nieuwe album samen met de eveneens Canadese muzikant en producer Jim Bryson, die ik vooral ken van zijn werk met Kathleen Edwards, maar ook een aantal soloalbums op zijn naam heeft staan. Lynne Hanson en Jim Bryson hebben Just A Poet voorzien van een door gitaren gedomineerd geluid, met hier en daar fraaie bijdragen van de Wurlitzer en de Mellotron.
Het gitaargeluid op het album is vooral ingetogen, maar direct in de openingstrack vliegt het gitaarwerk ook heerlijk uit de bocht. Door het gitaargeluid zal Just A Poet zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van wat stevigere Amerikaanse rootsmuziek. Het doet me af en toe denken aan de muziek van Lucinda Williams en ook wel wat aan de muziek van Eilen Jewell, al is dit in beide gevallen geen heel treffend vergelijkingsmateriaal. De eerder genoemde Kathleen Edwards komt misschien nog het meest in de buurt, maar de muziek van Lynne Hanson kan ook prima op zichzelf staan.
In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen en ook met de kwaliteit van de songs op Just A Poet is helemaal niets mis. De songs van de Canadese muzikante klinken zoals gezegd direct bekend in de oren en hierdoor misschien wat gewoon en dit is misschien ook direct de reden dat Lynne Hanson nog niet in brede kring is omarmd. Just A Poet bevat een dozijn aansprekende songs, maar je hoort pas hoe goed ze zijn wanneer je er wat beter naar luistert. Hierdoor heb ik in het verleden uiteindelijk nog flink wat albums van Lynne Hanson opgepakt, maar Just A Poet verdient echt onmiddellijk de aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lynne Hanson - Just A Poet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lynne Hanson - Just A Poet
Lynne Hanson maakt inmiddels al heel wat jaren uitstekende albums en ook Just A Poet valt weer op door een fraai en rijk gitaargeluid, mooie en doorleefde zang en een serie zeer gevarieerde en aansprekende songs
Lynne Hanson wordt hier en daar de Canadese “Queen Of Americana” genoemd. Deze eretitel verdient ze niet vanwege haar bekendheid, maar wel vanwege de hoge kwaliteit van haar albums. Ook haar nieuwe album Just A Poet kan zich in kwalitatief opzicht weer meten met het beste dat in het genre verschijnt. Samen met producer en multi-instrumentalist Jim Bryson heeft Lynne Hanson een prachtig klinkend album gemaakt, waarop de gitaren domineren. Het past prachtig bij de stem van de Canadese muzikante, die een ruw randje op haar stembanden heeft en fraai wordt ondersteund op de achtergrond. De aansprekende en tijdloze songs op het album zijn de kers op de taart.
De Canadese singer-songwriter Lynne Hanson debuteerde in 2006 met het album Things I Miss en heeft inmiddels een mooi stapeltje albums op haar naam staan. In mijn beleving is de muzikante uit Ottawa sinds haar debuutalbum goed voor kwalitatief hoogstaande albums, maar toch wel enigszins tot mijn verbazing heb ik alleen het in 2020 verschenen Just Words gerecenseerd op de krenten uit de pop. Dat is vooral verbazingwekkend omdat ik haar albums River Of Sand uit 2014 en Uneven Ground uit 2017 best vaak heb beluisterd en hoog heb zitten.
Mede hierdoor schreef ik het deze week verschenen Just A Poet als een van de eerste albums op voor een plekje op de krenten uit de pop. Dat dit terecht bleek was vrijwel onmiddellijk duidelijk, want zoals in mijn beleving levert Lynne Hanson albums van hoge kwaliteit af. De muziek van de Canadese muzikante wordt op haar bandcamp pagina aangeprezen met de volgende woorden: “Roots music, rough-around-the-edges folk. Canadian songwriter Lynne Hanson prefers “porch music with a little red dirt.” Hanson's songs are like a favorite pair of jeans. They're faded and worn through in spots, with a bit of honestly-acquired grit ground into the seams.” Nu vind ik dit soort aanprijzingen over het algemeen nogal onzinnig, maar de beschrijving van de muziek van Lynne Hanson is wat mij betreft treffend.
Lynne Hanson maakt Amerikaanse rootsmuziek met een ruw randje en het is Amerikaanse rootsmuziek die onmiddellijk vertrouwd klinkt. Het ruwe randje komt van de stem van Lynne Hanson, die ook op Just A Poet weer mooi en met veel gevoel zingt. De zang op het album is echt bijzonder mooi en overtuigt nog wat meer wanneer de muzikante uit Ottawa wordt bijgestaan door een aantal bijna even mooie stemmen op de achtergrond.
Ook de instrumentatie op het album draagt bij aan het ruwe randje in de muziek van de Canadese singer-songwriter. Lynne Hanson werkt op haar nieuwe album samen met de eveneens Canadese muzikant en producer Jim Bryson, die ik vooral ken van zijn werk met Kathleen Edwards, maar ook een aantal soloalbums op zijn naam heeft staan. Lynne Hanson en Jim Bryson hebben Just A Poet voorzien van een door gitaren gedomineerd geluid, met hier en daar fraaie bijdragen van de Wurlitzer en de Mellotron.
Het gitaargeluid op het album is vooral ingetogen, maar direct in de openingstrack vliegt het gitaarwerk ook heerlijk uit de bocht. Door het gitaargeluid zal Just A Poet zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van wat stevigere Amerikaanse rootsmuziek. Het doet me af en toe denken aan de muziek van Lucinda Williams en ook wel wat aan de muziek van Eilen Jewell, al is dit in beide gevallen geen heel treffend vergelijkingsmateriaal. De eerder genoemde Kathleen Edwards komt misschien nog het meest in de buurt, maar de muziek van Lynne Hanson kan ook prima op zichzelf staan.
In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen en ook met de kwaliteit van de songs op Just A Poet is helemaal niets mis. De songs van de Canadese muzikante klinken zoals gezegd direct bekend in de oren en hierdoor misschien wat gewoon en dit is misschien ook direct de reden dat Lynne Hanson nog niet in brede kring is omarmd. Just A Poet bevat een dozijn aansprekende songs, maar je hoort pas hoe goed ze zijn wanneer je er wat beter naar luistert. Hierdoor heb ik in het verleden uiteindelijk nog flink wat albums van Lynne Hanson opgepakt, maar Just A Poet verdient echt onmiddellijk de aandacht. Erwin Zijleman
