Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Lana Del Rey - Blue Banisters (2021)

4,5
0
geplaatst: 23 oktober 2021, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Blue Banisters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Blue Banisters
Lana Del Rey brengt haar tweede album van 2021 uit en het is een album dat een inmiddels bekend geluid laat horen, maar het wonderschone Blue Banisters voegt ook iets toe aan haar unieke oeuvre
Ik was net iets meer dan een half jaar geleden diep onder de indruk van Chemtrails Over The Country Club van Lana Del Rey. De Amerikaanse muzikante komt deze week alweer met een nieuw album op de proppen en Blue Banisters is net zo mooi of misschien zelfs nog wel mooier dan zijn voorganger. De hand van topproducer Jack Antonoff ontbreekt dit keer, maar het over het algemeen ingetogen geluid op het album klinkt krachtig en Lana Del Rey zingt mooier dan ooit tevoren. Voor liefhebbers van de van melancholie overlopende ballads van Lana Del Rey is het smullen, bijna een uur lang. Grote kans dat Lana Del Rey dit jaar met twee albums in mijn jaarlijstje terecht gaat komen.
Liefhebbers van de muziek van Lana Del Rey hebben de afgelopen jaren echt niets te klagen. Met het aan het einde van de zomer van 2019 verschenen Norman Fucking Rockwell! leverde de Amerikaanse muzikante één van de beste albums van het betreffende jaar af en ook opvolger Chemtrails Over The Country Club bleek een geweldig album.
Dat laatste album verscheen pas zeven maanden geleden, maar desondanks ligt er deze week alweer een nieuw album van Lana Del Rey op ons te wachten. Dat is zeker niet zonder risico, want verzadiging ligt op de loer, al is het maar omdat Lana Del Rey op haar laatste albums vasthoudt aan een inmiddels bekend geluid.
Dat doet ze ook op het deze week verschenen Blue Banisters, dat in muzikaal opzicht op het eerste gehoor misschien niet heel veel nieuws brengt, maar wat vind ik het weer prachtig. Blue Banisters laat misschien het bekende Lana Del Rey geluid horen, maar het is zeker geen fantasieloos vervolg op Chemtrails Over The Country Club. Lana Del Rey deed voor de afwisseling eens geen beroep op topproducer Jack Antonoff, maar produceerde het album zelf, geholpen door een aantal muzikanten die op het album zijn te horen, onder wie Gabe Simon en Drew Erickson.
Blue Banisters opent ingetogen en zelfs bijna minimalistisch met het fraaie Text Book, dat de toon zet voor de rest van het album. Veel tracks op het album zijn relatief sober ingekleurd, al bestaat de instrumentatie uit flink wat lagen, die langzaam maar zeker aan de oppervlakte komen.
De sfeervolle instrumentatie kleurt prachtig bij de unieke stem van Lana Del Rey, die ook op haar nieuwe album weer prachtig zingt en vaak nog wat mooier dan we al van haar gewend zijn. Je hoort het vooral in de ingetogen tracks, maar ook wanneer de instrumentatie wat zwaarder wordt aangezet en de nodige violen van stal worden gehaald, blijft Lana Del Rey in vocaal opzicht makkelijk overeind.
Het album lijkt na drie tracks even om te slaan met een opeens behoorlijk pompeus intermezzo met trompetten en stevige bas, maar na ruim een minuut keert Lana Del Rey terug naar het relatief ingetogen geluid van het begin van het album.
De Amerikaanse muzikante zingt weer engelachtig mooi, maar in de teksten neemt ze geen blad voor de mond, waardoor de teksten in nogal wat tracks op het albums als ‘explicit’ worden aangemerkt. Het zijn teksten waarin we een inkijkje krijgen in de gevoelens van Lana Del Rey, waardoor Blue Banisters haar meest persoonlijke album tot dusver is.
Hier en daar mis je de geniale hand van Jack Antonoff, waardoor Blue Banisters wat eenvormiger klinkt dan zijn twee voorgangers, maar als je houdt van de wat dramatische en melancholische ballads van Lana Del Rey zit je goed. Ik hou absoluut van deze kant van Lana Del Rey en vind het grootste deel van de 15 songs en ruim een uur muziek op Blue Banisters prachtig.
Ondanks het ontbreken van de hand van meesterproducer Jack Antonoff, heb ik weinig aan te merken op de productie van het nieuwe album van Lana Del Rey. De piano’s klinken prachtig en hetzelfde geldt voor de stem van de Amerikaanse muzikante, terwijl de accenten van met name strijkers en blazers hier en daar zorgen voor verrassing.
Buitenbeentje op het album is, naast het pompeuze intermezzo, Dealer, het duet met Miles Kane (The Last Shadow Puppets), dat verrassend goed uitpakt, met hier en daar Lana Del Rey die het uitschreeuwt, dat niet zo goed past bij de rest van de tracks, maar wel laat horen dat Lana Del Rey meerdere kanten op kan.
Verzadiging ligt zoals gezegd op de loer bij het uitbrengen van twee albums in een jaar, maar ik heb er bij beluistering van het wonderschone Blue Banisters echt geen seconde last van. Integendeel zelfs. Zonder enige twijfel jaarlijstjesmateriaal. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Blue Banisters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Blue Banisters
Lana Del Rey brengt haar tweede album van 2021 uit en het is een album dat een inmiddels bekend geluid laat horen, maar het wonderschone Blue Banisters voegt ook iets toe aan haar unieke oeuvre
Ik was net iets meer dan een half jaar geleden diep onder de indruk van Chemtrails Over The Country Club van Lana Del Rey. De Amerikaanse muzikante komt deze week alweer met een nieuw album op de proppen en Blue Banisters is net zo mooi of misschien zelfs nog wel mooier dan zijn voorganger. De hand van topproducer Jack Antonoff ontbreekt dit keer, maar het over het algemeen ingetogen geluid op het album klinkt krachtig en Lana Del Rey zingt mooier dan ooit tevoren. Voor liefhebbers van de van melancholie overlopende ballads van Lana Del Rey is het smullen, bijna een uur lang. Grote kans dat Lana Del Rey dit jaar met twee albums in mijn jaarlijstje terecht gaat komen.
Liefhebbers van de muziek van Lana Del Rey hebben de afgelopen jaren echt niets te klagen. Met het aan het einde van de zomer van 2019 verschenen Norman Fucking Rockwell! leverde de Amerikaanse muzikante één van de beste albums van het betreffende jaar af en ook opvolger Chemtrails Over The Country Club bleek een geweldig album.
Dat laatste album verscheen pas zeven maanden geleden, maar desondanks ligt er deze week alweer een nieuw album van Lana Del Rey op ons te wachten. Dat is zeker niet zonder risico, want verzadiging ligt op de loer, al is het maar omdat Lana Del Rey op haar laatste albums vasthoudt aan een inmiddels bekend geluid.
Dat doet ze ook op het deze week verschenen Blue Banisters, dat in muzikaal opzicht op het eerste gehoor misschien niet heel veel nieuws brengt, maar wat vind ik het weer prachtig. Blue Banisters laat misschien het bekende Lana Del Rey geluid horen, maar het is zeker geen fantasieloos vervolg op Chemtrails Over The Country Club. Lana Del Rey deed voor de afwisseling eens geen beroep op topproducer Jack Antonoff, maar produceerde het album zelf, geholpen door een aantal muzikanten die op het album zijn te horen, onder wie Gabe Simon en Drew Erickson.
Blue Banisters opent ingetogen en zelfs bijna minimalistisch met het fraaie Text Book, dat de toon zet voor de rest van het album. Veel tracks op het album zijn relatief sober ingekleurd, al bestaat de instrumentatie uit flink wat lagen, die langzaam maar zeker aan de oppervlakte komen.
De sfeervolle instrumentatie kleurt prachtig bij de unieke stem van Lana Del Rey, die ook op haar nieuwe album weer prachtig zingt en vaak nog wat mooier dan we al van haar gewend zijn. Je hoort het vooral in de ingetogen tracks, maar ook wanneer de instrumentatie wat zwaarder wordt aangezet en de nodige violen van stal worden gehaald, blijft Lana Del Rey in vocaal opzicht makkelijk overeind.
Het album lijkt na drie tracks even om te slaan met een opeens behoorlijk pompeus intermezzo met trompetten en stevige bas, maar na ruim een minuut keert Lana Del Rey terug naar het relatief ingetogen geluid van het begin van het album.
De Amerikaanse muzikante zingt weer engelachtig mooi, maar in de teksten neemt ze geen blad voor de mond, waardoor de teksten in nogal wat tracks op het albums als ‘explicit’ worden aangemerkt. Het zijn teksten waarin we een inkijkje krijgen in de gevoelens van Lana Del Rey, waardoor Blue Banisters haar meest persoonlijke album tot dusver is.
Hier en daar mis je de geniale hand van Jack Antonoff, waardoor Blue Banisters wat eenvormiger klinkt dan zijn twee voorgangers, maar als je houdt van de wat dramatische en melancholische ballads van Lana Del Rey zit je goed. Ik hou absoluut van deze kant van Lana Del Rey en vind het grootste deel van de 15 songs en ruim een uur muziek op Blue Banisters prachtig.
Ondanks het ontbreken van de hand van meesterproducer Jack Antonoff, heb ik weinig aan te merken op de productie van het nieuwe album van Lana Del Rey. De piano’s klinken prachtig en hetzelfde geldt voor de stem van de Amerikaanse muzikante, terwijl de accenten van met name strijkers en blazers hier en daar zorgen voor verrassing.
Buitenbeentje op het album is, naast het pompeuze intermezzo, Dealer, het duet met Miles Kane (The Last Shadow Puppets), dat verrassend goed uitpakt, met hier en daar Lana Del Rey die het uitschreeuwt, dat niet zo goed past bij de rest van de tracks, maar wel laat horen dat Lana Del Rey meerdere kanten op kan.
Verzadiging ligt zoals gezegd op de loer bij het uitbrengen van twee albums in een jaar, maar ik heb er bij beluistering van het wonderschone Blue Banisters echt geen seconde last van. Integendeel zelfs. Zonder enige twijfel jaarlijstjesmateriaal. Erwin Zijleman
Lana Del Rey - Chemtrails over the Country Club (2021)

4,5
3
geplaatst: 20 maart 2021, 10:58 uur
recensie op de krenten uit de pop;
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Chemtrails Over The Country Club - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Chemtrails Over The Country Club
Lana Del Rey trekt de lijn van het terecht zo bewierookte Norman Fucking Rockwell! door op Chemtrails Over The Country Club, dat 45 minuten lang betovert met songs die alleen Lana Del Rey kan maken
Ga er maar aan staan om het de hemel in geprezen Norman Fucking Rockwell! te benaderen of zelfs te overtreffen. Het leek op voorhand een onmogelijke opgave, maar Lana Del Rey heeft wederom een geweldig album gemaakt. Wederom met topproducer Jack Antonoff, die heeft gekozen voor een net wat atmosferischer geluid. Het is wederom een typisch Lana Del Rey album, al is het maar vanwege de zang, de nostalgie en de flinke dosis melancholie. Hier en daar klinkt Lana Del Rey net wat anders, maar veel vaker is het vertrouwde kost. Zeer vertrouwde kost zelfs, maar ach wat is het weer mooi. Voor mij wederom jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Lana Del Rey maakte in de zomer van 2019 met Norman Fucking Rockwell! een van de beste albums van het betreffende jaar en misschien zelfs wel het allerbeste album van 2019. Vorig jaar verscheen een album waarop ze haar gedichten voordroeg, maar het deze week verschenen Chemtrails Over The Country Club is de echte opvolger van het in 2019 terecht zo uitvoerig geprezen Norman Fucking Rockwell!.
Lana Del Rey dook precies tien jaar geleden op met haar eerste single Video Games, die voor het eerst haar inmiddels zo bekende geluid liet horen. Na Norman Fucking Rockwell! ligt de lat natuurlijk idioot hoog, maar nu ik Chemtrails Over The Country Club een aantal keren gehoord heb, kan ik alleen maar concluderen dat Lana Del Rey wederom een fantastisch album heeft afgeleverd.
De openingstrack is even wennen door de hoge en wat geknepen zang van Lana Del Rey, die hier en daar wordt afgewisseld met de vertrouwde zang van de Amerikaanse muzikante. Het is een openingstrack die me bij eerste beluistering wat tegenstond, maar mede door de bijzondere zang, wordt een bijzondere spanningsboog opgebouwd en word je eigenlijk direct opgeslokt door het album.
Het is een album dat na de bijzondere openingstrack direct opschuift richting het geluid dat we kennen van Norman Fucking Rockwell! en dat is nog altijd een geluid dat makkelijk indruk maakt. Lana Del Rey schoof na de zo indrukwekkende eerste single nog even op richting grootse pop, maar zeker sinds Norman Fucking Rockwell! moet ze worden gerekend tot de smaakmakers van de hedendaagse popmuziek. Dat gaat haar ook met Chemtrails Over The Country Club weer verrassend makkelijk af.
Lana Del Rey heeft haar uit duizenden herkenbare geluid nog wat intenser omarmd en maakt indruk met de ene na de andere geweldige song. Het zijn songs die in muzikaal opzicht afwisselend ingetogen en behoorlijk groots klinken en door de lome en zwoele zang van Lana Del Rey klinken deze songs ook intiem.
Ook voor Chemtrails Over The Country Club deed de Amerikaanse muzikante weer een beroep op topproducer Jack Antonoff, die het album prachtig heeft ingekleurd en hier en daar voorzichtig buiten de lijntjes van het Lana Del Rey geluid kleurt. Chemtrails Over The Country Club ligt absoluut in het verlengde van het zo goede Norman Fucking Rockwell!, maar het geluid op het nieuwe album is nog wat atmosferischer en broeieriger.
Het past allemaal weer prachtig bij de vocalen van Lana Del Rey, die als zangeres zeker niet door iedereen wordt gewaardeerd, maar voor mij is ook de zang op het nieuwe album weer de ultieme verleiding, zeker als de melancholie de overhand heeft. Het siert de muzikante uit Los Angeles dat ze op haar nieuwe album niet alleen de Video Games stem op zet, maar ook succesvol experimenteert met wat hogere, rauwere en expressievere zang.
Chemtrails Over The Country Club is met alle productionele hoogstandjes een album van deze tijd, al klinkt de muziek van Lana Del Rey sinds Video Games ook met enige regelmaat nostalgisch, zeker als aan het eind van het album, samen met Weyes Blood en Zella Day ook nog eens de Laurel Canyon folk van Joni Mitchell wordt geëerd.
Inmiddels komt Chemtrails Over The Country Club voor de zoveelste keer voorbij en is voor mij al lang duidelijk dat het nieuwe album van Lana Del Rey mij net zo dierbaar gaat worden als zijn voorganger en hoog gaat opduiken in mijn jaarlijstje over 2021. Prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Chemtrails Over The Country Club - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Chemtrails Over The Country Club
Lana Del Rey trekt de lijn van het terecht zo bewierookte Norman Fucking Rockwell! door op Chemtrails Over The Country Club, dat 45 minuten lang betovert met songs die alleen Lana Del Rey kan maken
Ga er maar aan staan om het de hemel in geprezen Norman Fucking Rockwell! te benaderen of zelfs te overtreffen. Het leek op voorhand een onmogelijke opgave, maar Lana Del Rey heeft wederom een geweldig album gemaakt. Wederom met topproducer Jack Antonoff, die heeft gekozen voor een net wat atmosferischer geluid. Het is wederom een typisch Lana Del Rey album, al is het maar vanwege de zang, de nostalgie en de flinke dosis melancholie. Hier en daar klinkt Lana Del Rey net wat anders, maar veel vaker is het vertrouwde kost. Zeer vertrouwde kost zelfs, maar ach wat is het weer mooi. Voor mij wederom jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Lana Del Rey maakte in de zomer van 2019 met Norman Fucking Rockwell! een van de beste albums van het betreffende jaar en misschien zelfs wel het allerbeste album van 2019. Vorig jaar verscheen een album waarop ze haar gedichten voordroeg, maar het deze week verschenen Chemtrails Over The Country Club is de echte opvolger van het in 2019 terecht zo uitvoerig geprezen Norman Fucking Rockwell!.
Lana Del Rey dook precies tien jaar geleden op met haar eerste single Video Games, die voor het eerst haar inmiddels zo bekende geluid liet horen. Na Norman Fucking Rockwell! ligt de lat natuurlijk idioot hoog, maar nu ik Chemtrails Over The Country Club een aantal keren gehoord heb, kan ik alleen maar concluderen dat Lana Del Rey wederom een fantastisch album heeft afgeleverd.
De openingstrack is even wennen door de hoge en wat geknepen zang van Lana Del Rey, die hier en daar wordt afgewisseld met de vertrouwde zang van de Amerikaanse muzikante. Het is een openingstrack die me bij eerste beluistering wat tegenstond, maar mede door de bijzondere zang, wordt een bijzondere spanningsboog opgebouwd en word je eigenlijk direct opgeslokt door het album.
Het is een album dat na de bijzondere openingstrack direct opschuift richting het geluid dat we kennen van Norman Fucking Rockwell! en dat is nog altijd een geluid dat makkelijk indruk maakt. Lana Del Rey schoof na de zo indrukwekkende eerste single nog even op richting grootse pop, maar zeker sinds Norman Fucking Rockwell! moet ze worden gerekend tot de smaakmakers van de hedendaagse popmuziek. Dat gaat haar ook met Chemtrails Over The Country Club weer verrassend makkelijk af.
Lana Del Rey heeft haar uit duizenden herkenbare geluid nog wat intenser omarmd en maakt indruk met de ene na de andere geweldige song. Het zijn songs die in muzikaal opzicht afwisselend ingetogen en behoorlijk groots klinken en door de lome en zwoele zang van Lana Del Rey klinken deze songs ook intiem.
Ook voor Chemtrails Over The Country Club deed de Amerikaanse muzikante weer een beroep op topproducer Jack Antonoff, die het album prachtig heeft ingekleurd en hier en daar voorzichtig buiten de lijntjes van het Lana Del Rey geluid kleurt. Chemtrails Over The Country Club ligt absoluut in het verlengde van het zo goede Norman Fucking Rockwell!, maar het geluid op het nieuwe album is nog wat atmosferischer en broeieriger.
Het past allemaal weer prachtig bij de vocalen van Lana Del Rey, die als zangeres zeker niet door iedereen wordt gewaardeerd, maar voor mij is ook de zang op het nieuwe album weer de ultieme verleiding, zeker als de melancholie de overhand heeft. Het siert de muzikante uit Los Angeles dat ze op haar nieuwe album niet alleen de Video Games stem op zet, maar ook succesvol experimenteert met wat hogere, rauwere en expressievere zang.
Chemtrails Over The Country Club is met alle productionele hoogstandjes een album van deze tijd, al klinkt de muziek van Lana Del Rey sinds Video Games ook met enige regelmaat nostalgisch, zeker als aan het eind van het album, samen met Weyes Blood en Zella Day ook nog eens de Laurel Canyon folk van Joni Mitchell wordt geëerd.
Inmiddels komt Chemtrails Over The Country Club voor de zoveelste keer voorbij en is voor mij al lang duidelijk dat het nieuwe album van Lana Del Rey mij net zo dierbaar gaat worden als zijn voorganger en hoog gaat opduiken in mijn jaarlijstje over 2021. Prachtig. Erwin Zijleman
Lana Del Rey - Did you know that there's a tunnel under Ocean Blvd (2023)

5,0
3
geplaatst: 25 maart 2023, 10:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd
Vorig jaar moesten we het doen zonder nieuw album van Lana Del Rey, maar op het deze week verschenen Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd steekt de Amerikaanse muzikante weer in een fantastische vorm
Lana Del Rey levert deze week alweer haar negende album af. Norman Fucking Rockwell! springt er vooralsnog wat uit, maar het album krijgt stevige concurrentie van Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd, dat een stuk beter is dan twee vorige albums. Het is een album waarop alle ingrediënten van het uit duizenden herkenbare Lana Del Rey geluid aanwezig zijn, waaronder natuurlijk de unieke stem en de met melancholie doordrenkte teksten van de Amerikaanse muzikante, maar door de bijdragen van flink wat producers en gastmuzikanten begeeft Lana Del Rey zich ook af en toe buiten haar comfort zone. Het levert een betoverend mooi, maar ook indrukwekkend album op.
Na het briljante Norman Fucking Rockwell! uit 2019 vielen de twee albums die Lana Del Rey in 2021 afleverde misschien een klein beetje tegen, maar persoonlijk vond ik ook Chemtrails Over The Country Club en Blue Banisters nog altijd bovengemiddeld goed. De Amerikaanse muzikante heeft desondanks net wat meer tijd genomen voor haar nieuwe album en dat blijkt een wijs besluit, want het album bevalt me net wat beter dan zijn twee voorgangers.
Wat direct opvalt bij het bestuderen van de cover van het deze week verschenen Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd is dat de producers en gastmuzikanten die meewerkten aan het album op de cover nadrukkelijk worden genoemd. Dat Lana Del Rey maar liefst vijf producers inschakelde voor haar nieuwe album vond ik op voorhand overigens geen goed nieuws, want wat mij betreft werkt ze altijd met Jack Antonoff, die de credits dit keer moet delen met vier anderen. Ik heb Lana Del Rey persoonlijk ook liever zonder gastmuzikanten en zeker gastvocalisten, al heeft ze met onder andere Jon Batiste, Bleachers (Jack Antonoff), SYML en Father John Misty zeker niet de minsten gestrikt.
Ondanks het grote aantal producers en meerdere gastmuzikanten voelt Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd voor een belangrijk deel gelukkig aan als een warm bad. Veel tracks op het album hebben de piano en de stem van Lana Del Rey als fundament, waarna strijkers of elektronica voor de versiering mogen zorgen. Zeker de songs met vooral piano en strijkers hebben de nostalgische sfeer, die al vanaf de doorbraaksingle Video Games om de Amerikaanse muzikante heen hangt.
Het warme bad van Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd zit hem echter vooral in de zang, want de stem van Lana Del Rey herken je uit duizenden en als je vatbaar bent voor de verleiding van haar stem zijn er weinig stemmen mooier. Ik ben al sinds Video Games verliefd op de stem van Lana Del Rey, maar op Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd klinkt haar zang nog wat mooier. Dit geldt niet alleen voor de nostalgisch aandoende songs, maar ook voor de songs waarin de Amerikaanse muzikante de nostalgie verruilt voor de eenentwintigste eeuw.
Hoewel ik Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd, ondanks alle producers en gastmuzikanten, een verrassend consistent album vind, is het album een stuk diverser dan de vorige albums van Lana Del Rey. Het album bevat een aantal opvallende intermezzo’s en ook in de songs waarin de gastmuzikanten prominent zijn te horen stapt de muzikante, die tegenwoordig weer vooral Los Angeles als thuisbasis heeft, af en toe buiten haar comfort zone. Zeker de tweede helft van het album klinkt wat minder nostalgisch dan de eerste tracks, maar het blijft in alle gevallen vintage Lana Del Rey, al is het maar door de persoonlijke teksten die ook dit keer overlopen van weemoed en melancholie.
Dat het werken met gastmuzikanten ook verrassend mooi uit kan pakken is overigens te horen in het duet met Father John Misty (die al twee keer eerder opdook in een song van Lana Del Rey), dat ik mooier en indrukwekkender vind dan de andere samenwerkingen op het album. Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd bevat 16 songs en ruim vijf kwartier muziek, maar als je de net wat mindere songs weg laat blijft er nog altijd bijna een uur muziek van een bijzonder hoog niveau over.
Lana Del Rey kan bij mij maar heel weinig verkeerd doen, maar Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd overtreft de torenhoge verwachtingen die ik op voorhand had en is een album dat behoorlijk dicht in de buurt komt bij het op voorhand onaantastbaar geachte Norman Fucking Rockwell!. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd
Vorig jaar moesten we het doen zonder nieuw album van Lana Del Rey, maar op het deze week verschenen Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd steekt de Amerikaanse muzikante weer in een fantastische vorm
Lana Del Rey levert deze week alweer haar negende album af. Norman Fucking Rockwell! springt er vooralsnog wat uit, maar het album krijgt stevige concurrentie van Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd, dat een stuk beter is dan twee vorige albums. Het is een album waarop alle ingrediënten van het uit duizenden herkenbare Lana Del Rey geluid aanwezig zijn, waaronder natuurlijk de unieke stem en de met melancholie doordrenkte teksten van de Amerikaanse muzikante, maar door de bijdragen van flink wat producers en gastmuzikanten begeeft Lana Del Rey zich ook af en toe buiten haar comfort zone. Het levert een betoverend mooi, maar ook indrukwekkend album op.
Na het briljante Norman Fucking Rockwell! uit 2019 vielen de twee albums die Lana Del Rey in 2021 afleverde misschien een klein beetje tegen, maar persoonlijk vond ik ook Chemtrails Over The Country Club en Blue Banisters nog altijd bovengemiddeld goed. De Amerikaanse muzikante heeft desondanks net wat meer tijd genomen voor haar nieuwe album en dat blijkt een wijs besluit, want het album bevalt me net wat beter dan zijn twee voorgangers.
Wat direct opvalt bij het bestuderen van de cover van het deze week verschenen Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd is dat de producers en gastmuzikanten die meewerkten aan het album op de cover nadrukkelijk worden genoemd. Dat Lana Del Rey maar liefst vijf producers inschakelde voor haar nieuwe album vond ik op voorhand overigens geen goed nieuws, want wat mij betreft werkt ze altijd met Jack Antonoff, die de credits dit keer moet delen met vier anderen. Ik heb Lana Del Rey persoonlijk ook liever zonder gastmuzikanten en zeker gastvocalisten, al heeft ze met onder andere Jon Batiste, Bleachers (Jack Antonoff), SYML en Father John Misty zeker niet de minsten gestrikt.
Ondanks het grote aantal producers en meerdere gastmuzikanten voelt Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd voor een belangrijk deel gelukkig aan als een warm bad. Veel tracks op het album hebben de piano en de stem van Lana Del Rey als fundament, waarna strijkers of elektronica voor de versiering mogen zorgen. Zeker de songs met vooral piano en strijkers hebben de nostalgische sfeer, die al vanaf de doorbraaksingle Video Games om de Amerikaanse muzikante heen hangt.
Het warme bad van Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd zit hem echter vooral in de zang, want de stem van Lana Del Rey herken je uit duizenden en als je vatbaar bent voor de verleiding van haar stem zijn er weinig stemmen mooier. Ik ben al sinds Video Games verliefd op de stem van Lana Del Rey, maar op Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd klinkt haar zang nog wat mooier. Dit geldt niet alleen voor de nostalgisch aandoende songs, maar ook voor de songs waarin de Amerikaanse muzikante de nostalgie verruilt voor de eenentwintigste eeuw.
Hoewel ik Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd, ondanks alle producers en gastmuzikanten, een verrassend consistent album vind, is het album een stuk diverser dan de vorige albums van Lana Del Rey. Het album bevat een aantal opvallende intermezzo’s en ook in de songs waarin de gastmuzikanten prominent zijn te horen stapt de muzikante, die tegenwoordig weer vooral Los Angeles als thuisbasis heeft, af en toe buiten haar comfort zone. Zeker de tweede helft van het album klinkt wat minder nostalgisch dan de eerste tracks, maar het blijft in alle gevallen vintage Lana Del Rey, al is het maar door de persoonlijke teksten die ook dit keer overlopen van weemoed en melancholie.
Dat het werken met gastmuzikanten ook verrassend mooi uit kan pakken is overigens te horen in het duet met Father John Misty (die al twee keer eerder opdook in een song van Lana Del Rey), dat ik mooier en indrukwekkender vind dan de andere samenwerkingen op het album. Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd bevat 16 songs en ruim vijf kwartier muziek, maar als je de net wat mindere songs weg laat blijft er nog altijd bijna een uur muziek van een bijzonder hoog niveau over.
Lana Del Rey kan bij mij maar heel weinig verkeerd doen, maar Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd overtreft de torenhoge verwachtingen die ik op voorhand had en is een album dat behoorlijk dicht in de buurt komt bij het op voorhand onaantastbaar geachte Norman Fucking Rockwell!. Erwin Zijleman
Lana Del Rey - Honeymoon (2015)

4,0
0
geplaatst: 24 september 2015, 14:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Honeymoon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Heel even hielden we met zijn allen van Lana Del Rey. Voor de zwoele verleiding van haar debuut single Video Games ging zelfs de meest fervente azijnpisser voor de bijl. Er werd daarom met hooggespannen verwachtingen uitgekeken naar haar debuut, maar toen Born To Die dan eindelijk verscheen, was het vooral stil.
Ik vond en vind het debuut van Lana Del Rey een prima plaat. Natuurlijk stonden er wat missers op, maar op welk debuut staan die niet.
De met flink wat tracks uitgebreide Paradise Edition van Born To Die bevestigde wat mij betreft het talent van Lana Del Rey en aan de hand van Black Keys voorman Dan Auerbach maakte ze vorig jaar met Ultraviolence een bescheiden maar ondergewaardeerd meesterwerk.
De meeste critici moeten nog steeds niets hebben van de muziek van Lana Del Rey en dat zal door haar nieuwe plaat Honeymoon niet veranderen. Samen met Dan Auerbach koos Lana Del Rey vorig jaar voor een wat rauwer geluid, maar dat wordt op Honeymoon weer verlaten.
De cynicus zal beweren dat Lana Del Rey op Honeymoon de formule van Video Games nog eens flink uitmelkt, maar zelf zie ik dit toch wat genuanceerder. Op Honeymoon kiest Lana Del Rey vooral voor zwoele en ingetogen songs. Het zijn zwoele, zich langzaam voortslepende songs, die inderdaad wel wat doen denken aan de zoete verleiding van Video Games, maar Lana Del Rey heeft haar geluid inmiddels geperfectioneerd.
Honeymoon bevat vooral dromerige of zelfs hypnotiserende songs die worden gedragen door atmosferische klanken en door de onweerstaanbare vocalen van Lana Del Rey. De instrumentatie op de plaat is knap en bezwerend en Lana Del Rey zog nog niet eerder zo trefzeker.
In een aantal tracks raakt haar muziek bijna aan die van Portishead, maar in de meeste tracks is Lana Del Rey zichzelf. Ze flirt met pop, ze flirt met jazz, ze flirt met de 60s en ze flirt met het heden. De critici zullen het wel weer niks vinden, maar persoonlijk vind ik het echt prachtig en kijk ik uit naar vele regenachtige avonden met deze prachtplaat. Lana Del Rey heeft misschien de schijn tegen, maar acht wat heeft ze veel talent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Honeymoon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Heel even hielden we met zijn allen van Lana Del Rey. Voor de zwoele verleiding van haar debuut single Video Games ging zelfs de meest fervente azijnpisser voor de bijl. Er werd daarom met hooggespannen verwachtingen uitgekeken naar haar debuut, maar toen Born To Die dan eindelijk verscheen, was het vooral stil.
Ik vond en vind het debuut van Lana Del Rey een prima plaat. Natuurlijk stonden er wat missers op, maar op welk debuut staan die niet.
De met flink wat tracks uitgebreide Paradise Edition van Born To Die bevestigde wat mij betreft het talent van Lana Del Rey en aan de hand van Black Keys voorman Dan Auerbach maakte ze vorig jaar met Ultraviolence een bescheiden maar ondergewaardeerd meesterwerk.
De meeste critici moeten nog steeds niets hebben van de muziek van Lana Del Rey en dat zal door haar nieuwe plaat Honeymoon niet veranderen. Samen met Dan Auerbach koos Lana Del Rey vorig jaar voor een wat rauwer geluid, maar dat wordt op Honeymoon weer verlaten.
De cynicus zal beweren dat Lana Del Rey op Honeymoon de formule van Video Games nog eens flink uitmelkt, maar zelf zie ik dit toch wat genuanceerder. Op Honeymoon kiest Lana Del Rey vooral voor zwoele en ingetogen songs. Het zijn zwoele, zich langzaam voortslepende songs, die inderdaad wel wat doen denken aan de zoete verleiding van Video Games, maar Lana Del Rey heeft haar geluid inmiddels geperfectioneerd.
Honeymoon bevat vooral dromerige of zelfs hypnotiserende songs die worden gedragen door atmosferische klanken en door de onweerstaanbare vocalen van Lana Del Rey. De instrumentatie op de plaat is knap en bezwerend en Lana Del Rey zog nog niet eerder zo trefzeker.
In een aantal tracks raakt haar muziek bijna aan die van Portishead, maar in de meeste tracks is Lana Del Rey zichzelf. Ze flirt met pop, ze flirt met jazz, ze flirt met de 60s en ze flirt met het heden. De critici zullen het wel weer niks vinden, maar persoonlijk vind ik het echt prachtig en kijk ik uit naar vele regenachtige avonden met deze prachtplaat. Lana Del Rey heeft misschien de schijn tegen, maar acht wat heeft ze veel talent. Erwin Zijleman
Lana Del Rey - Lust for Life (2017)

4,0
0
geplaatst: 8 augustus 2017, 14:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Lust For Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Elizabeth Woolridge Grant maakte al een aantal jaren muziek als Lizzy Grant, maar brak pas door naar een groot publiek toen ze zich in 2011 Lana Del Rey ging noemen en een video voor de song Video Games op YouTube plaatste.
Video Games viel op door een bijzonder verleidelijk en zwaar onderkoeld geluid vol flarden uit een ver verleden en maakte direct een onuitwisbare indruk.
Het is een geluid dat de singer-songwriter uit New York op al haar tot dusver verschenen platen nadrukkelijk heeft omarmd, al flirtte de in Lake Placid opgegroeide muzikante ook met enige regelmaat met een meer uptempo en ook meer doorsnee popgeluid.
Persoonlijk hoor ik Lana Del Rey het liefst in de ingetogen en zich in een laag tempo voortslepende songs, want het is in deze songs dat ze zich weet te onderscheiden van alle andere Amerikaanse popprinsessen. Vergeleken met deze andere popprinsessen kan Lana Del Rey vanwege haar eigen geluid rekenen op verrassend veel sympathie van de critici en de serieuze muziekliefhebber en daar valt wat mij betreft weinig op af te dingen.
Ook op haar nieuwe plaat verleidt Lana Del Rey weer makkelijk met vooral zwaar onderkoelde popliedjes vol echo’s uit het briljante Video Games, dat inmiddels al weer zes jaar oud is. Voor Lust For Life kon de Amerikaanse zangeres een beroep doen op een aantal topproducers en bovendien was de gastenlijst met namen als The Weeknd, A$AP Rocky, Sean Ono Lennon en Stevie Nicks zonder meer indrukwekkend te noemen.
Lana Del Rey verraste een paar jaar geleden nog met de keuze voor Dan Auerbach als producer, maar is dit keer toch gevallen voor de binnen de Amerikaanse popmuziek geijkte namen als Rick Nowels, Max Martin, Boi-1Da, Benny Blanco en Emile Haynie. Ik was daarom bang dat Lana Del Rey op Lust For Life meer zou aansluiten bij de Amerikaanse popmuziek zoals die door alle grote popprinsessen wordt gemaakt, maar dat valt gelukkig erg mee.
Op Lust For Life domineert het inmiddels uit duizenden herkenbare Lana Del Rey geluid. De ingetogen klanken en even zwoele als onderkoelde vocalen zijn gebleven, maar het leger aan topproducers heeft nog een aantal lagen toegevoegd aan haar muziek.
Waar alle genoemde producers normaal gesproken niet vies zijn van flink wat bombast, hebben ze Lust For Life voorzien van een opvallend subtiel, heerlijk loom en over het algemeen stevig benevelend geluid. Ook de gastmuzikanten worden op opvallende wijze in het Lana Del Rey keurslijf gedwongen en het is een keurslijf dat nog altijd garant staat voor heerlijk wegdromen.
Lana Del Rey doet op Lust For Life geen echt nieuwe dingen, maar boekt vanwege het buitengewoon knap in elkaar geknutselde geluid wel progressie. Dat doet de singer-songwriter uit New York ook in vocaal opzicht, want de zang op Lust For Life is veel beter dan die op de vorige platen.
Lang niet iedereen zal vatbaar zijn voor de zwoele verleiding van Lana Del Rey, maar iedereen die, net als ik, haar vorige platen koestert, vindt ook op het bij vlagen zelfs wonderschone Lust For Life weer heel veel om van te genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Lust For Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Elizabeth Woolridge Grant maakte al een aantal jaren muziek als Lizzy Grant, maar brak pas door naar een groot publiek toen ze zich in 2011 Lana Del Rey ging noemen en een video voor de song Video Games op YouTube plaatste.
Video Games viel op door een bijzonder verleidelijk en zwaar onderkoeld geluid vol flarden uit een ver verleden en maakte direct een onuitwisbare indruk.
Het is een geluid dat de singer-songwriter uit New York op al haar tot dusver verschenen platen nadrukkelijk heeft omarmd, al flirtte de in Lake Placid opgegroeide muzikante ook met enige regelmaat met een meer uptempo en ook meer doorsnee popgeluid.
Persoonlijk hoor ik Lana Del Rey het liefst in de ingetogen en zich in een laag tempo voortslepende songs, want het is in deze songs dat ze zich weet te onderscheiden van alle andere Amerikaanse popprinsessen. Vergeleken met deze andere popprinsessen kan Lana Del Rey vanwege haar eigen geluid rekenen op verrassend veel sympathie van de critici en de serieuze muziekliefhebber en daar valt wat mij betreft weinig op af te dingen.
Ook op haar nieuwe plaat verleidt Lana Del Rey weer makkelijk met vooral zwaar onderkoelde popliedjes vol echo’s uit het briljante Video Games, dat inmiddels al weer zes jaar oud is. Voor Lust For Life kon de Amerikaanse zangeres een beroep doen op een aantal topproducers en bovendien was de gastenlijst met namen als The Weeknd, A$AP Rocky, Sean Ono Lennon en Stevie Nicks zonder meer indrukwekkend te noemen.
Lana Del Rey verraste een paar jaar geleden nog met de keuze voor Dan Auerbach als producer, maar is dit keer toch gevallen voor de binnen de Amerikaanse popmuziek geijkte namen als Rick Nowels, Max Martin, Boi-1Da, Benny Blanco en Emile Haynie. Ik was daarom bang dat Lana Del Rey op Lust For Life meer zou aansluiten bij de Amerikaanse popmuziek zoals die door alle grote popprinsessen wordt gemaakt, maar dat valt gelukkig erg mee.
Op Lust For Life domineert het inmiddels uit duizenden herkenbare Lana Del Rey geluid. De ingetogen klanken en even zwoele als onderkoelde vocalen zijn gebleven, maar het leger aan topproducers heeft nog een aantal lagen toegevoegd aan haar muziek.
Waar alle genoemde producers normaal gesproken niet vies zijn van flink wat bombast, hebben ze Lust For Life voorzien van een opvallend subtiel, heerlijk loom en over het algemeen stevig benevelend geluid. Ook de gastmuzikanten worden op opvallende wijze in het Lana Del Rey keurslijf gedwongen en het is een keurslijf dat nog altijd garant staat voor heerlijk wegdromen.
Lana Del Rey doet op Lust For Life geen echt nieuwe dingen, maar boekt vanwege het buitengewoon knap in elkaar geknutselde geluid wel progressie. Dat doet de singer-songwriter uit New York ook in vocaal opzicht, want de zang op Lust For Life is veel beter dan die op de vorige platen.
Lang niet iedereen zal vatbaar zijn voor de zwoele verleiding van Lana Del Rey, maar iedereen die, net als ik, haar vorige platen koestert, vindt ook op het bij vlagen zelfs wonderschone Lust For Life weer heel veel om van te genieten. Erwin Zijleman
Lana Del Rey - Norman Fucking Rockwell! (2019)
Alternatieve titel: NFR!

5,0
2
geplaatst: 31 augustus 2019, 10:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Norman Fucking Rockwell! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Norman Fucking Rockwell!
Lana Del Rey maakte al een aantal prima albums, maar Norman Fucking Rockwell! is wat mij betreft nog een paar klassen beter
Lana Del Rey betoverde acht jaar geleden met Video Games en sindsdien heb ik een zwak voor met name haar zwoele, nostalgische en melancholische songs. De Amerikaanse singer-songwriter maakte een aantal prima albums, maar deze albums moeten het stuk voor stuk afleggen tegen het geweldige Norman Fucking Rockwell!. Lana Del Rey wentelde zich tot dusver in de hitgevoelige pop, maar heeft met NFR! een tijdloos singer-songwriter album gemaakt. Samen met producer Jack Antonoff bezweert, betovert en hypnotiseert Lana Del Rey ruim een uur lang met ingetogen songs, maar ook met songs die durven te experimenteren. NFR! is door de uit duizenden herkenbare vocalen onmiskenbaar een Lana Del Rey album, maar het is ook een album dat flink anders klinkt dan zijn voorgangers.
Toen Lana Del Rey in 2011 op YouTube opdook met de fraaie video bij haar eerste single Video Games, had ze er al een aantal jaren in de popmuziek op zitten. Wat onder haar eigen naam Lizzy Grant maar niet wilde lukken, lukte als Lana Del Rey vrijwel onmiddellijk. De nostalgische klanken van Video Games werden wereldwijd bejubeld en Lana Del Rey werd onthaald als nieuwe popprinses.
Ik heb Lana Del Rey zelf altijd veel meer gevonden dan de zoveelste popprinses. De vijf albums die tot dusver verschenen hadden allemaal hun zwakkere momenten, maar bevatten ook allemaal een aantal songs die je direct wilt koesteren.
Zeker wanneer Lana Del Rey voortborduurt op het zwoele en nostalgische geluid van Video Games, heeft ze een duidelijk eigen geluid en het is een geluid waarvoor ik iedere keer weer val. Ook als Lana Del Rey kiest voor pure pop conformeert ze zich echter niet zomaar aan de conventies van het genre en dat siert de singer-songwriter uit Los Angeles.
Ik was daarom heel nieuwsgierig naar het nieuwe album van Lana Del Rey en had hoge verwachtingen, maar de enorme stap die Lana Del Rey op Norman Fucking Rockwell! heeft gezet had ik niet zien aankomen. Norman Fucking Rockwell! (op de hoes van het album afgekort tot NFR!) is met afstand het beste album van Lana Del Rey tot dusver en het is een album waarmee de Amerikaanse singer-songwriter zich ontworstelt aan het predicaat popprinses.
Op Norman Fucking Rockwell! werkt Lana Del Rey intensief samen met producer Jack Antonoff, die we kennen van zijn band Bleachers, maar vooral van de albums die hij de afgelopen jaren produceerde voor St. Vincent, Taylor Swift en Lorde. Jack Antonoff produceerde niet alleen het album, maar schreef ook mee aan alle songs en is bovendien verantwoordelijk voor een groot deel van het instrumentarium.
Aan de hand van Jack Antonoff neemt Lana Del Rey op Norman Fucking Rockwell! afstand van de pure pop en manifesteert ze zich nadrukkelijk als singer-songwriter. Uptempo songs en beats schitteren op NFR! door afwezigheid (op het albums zijn sowieso nauwelijks drums te horen) en hebben plaatsgemaakt voor ingetogen songs, die meer dan eens herinneren aan de singer-songwriter muziek uit de jaren 70.
Het levert een tijdloos album op, maar het is ook een typisch Lana Del Rey album. In veel songs op het album hoor je het zwoele jaren 50 geluid van Video Games terug, maar NFR! Durft ook te experimenteren en schuwt de expliciete teksten niet. Het resulteert in een aantal songs in psychedelisch aandoende klanken die verassend lang mogen aanhouden, maar Lana Del Rey betovert op haar nieuwe album ook met een aantal ingetogen songs zonder enige opsmuk, maar boordevol melancholie. Met name in deze songs hoor je dat ze veel beter is gaan zingen, al moet je nog steeds houden van haar bijzondere stemgebruik.
Norman Fucking Rockwell! bevat ruim een uur muziek. Dat vind ik in de meeste gevallen te veel van het goede, maar het nieuwe album van Lana Del Rey blijkt een bezwerende luistertrip die je ruim een uur vasthoudt in het bijzondere muzikale universum van de Amerikaanse singer-songwriter.
Waar op de vorige albums van Lana Del Rey altijd wel een aantal zwakkere songs waren te vinden, zijn deze op NFR! nauwelijks te vinden. Cover Doin’ Time, met een quote uit klassieker Summertime, is voor mij de enige zwakke broeder op een album dat me bij iedere beluistering weer wat dierbaarder wordt. Lana Del Rey heeft met Norman Fucking Rockwell! haar beste album tot dusver afgeleverd en zet wat mij betreft een reuzenstap. Voor mij een van de beste albums van 2019 tot dusver. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Norman Fucking Rockwell! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lana Del Rey - Norman Fucking Rockwell!
Lana Del Rey maakte al een aantal prima albums, maar Norman Fucking Rockwell! is wat mij betreft nog een paar klassen beter
Lana Del Rey betoverde acht jaar geleden met Video Games en sindsdien heb ik een zwak voor met name haar zwoele, nostalgische en melancholische songs. De Amerikaanse singer-songwriter maakte een aantal prima albums, maar deze albums moeten het stuk voor stuk afleggen tegen het geweldige Norman Fucking Rockwell!. Lana Del Rey wentelde zich tot dusver in de hitgevoelige pop, maar heeft met NFR! een tijdloos singer-songwriter album gemaakt. Samen met producer Jack Antonoff bezweert, betovert en hypnotiseert Lana Del Rey ruim een uur lang met ingetogen songs, maar ook met songs die durven te experimenteren. NFR! is door de uit duizenden herkenbare vocalen onmiskenbaar een Lana Del Rey album, maar het is ook een album dat flink anders klinkt dan zijn voorgangers.
Toen Lana Del Rey in 2011 op YouTube opdook met de fraaie video bij haar eerste single Video Games, had ze er al een aantal jaren in de popmuziek op zitten. Wat onder haar eigen naam Lizzy Grant maar niet wilde lukken, lukte als Lana Del Rey vrijwel onmiddellijk. De nostalgische klanken van Video Games werden wereldwijd bejubeld en Lana Del Rey werd onthaald als nieuwe popprinses.
Ik heb Lana Del Rey zelf altijd veel meer gevonden dan de zoveelste popprinses. De vijf albums die tot dusver verschenen hadden allemaal hun zwakkere momenten, maar bevatten ook allemaal een aantal songs die je direct wilt koesteren.
Zeker wanneer Lana Del Rey voortborduurt op het zwoele en nostalgische geluid van Video Games, heeft ze een duidelijk eigen geluid en het is een geluid waarvoor ik iedere keer weer val. Ook als Lana Del Rey kiest voor pure pop conformeert ze zich echter niet zomaar aan de conventies van het genre en dat siert de singer-songwriter uit Los Angeles.
Ik was daarom heel nieuwsgierig naar het nieuwe album van Lana Del Rey en had hoge verwachtingen, maar de enorme stap die Lana Del Rey op Norman Fucking Rockwell! heeft gezet had ik niet zien aankomen. Norman Fucking Rockwell! (op de hoes van het album afgekort tot NFR!) is met afstand het beste album van Lana Del Rey tot dusver en het is een album waarmee de Amerikaanse singer-songwriter zich ontworstelt aan het predicaat popprinses.
Op Norman Fucking Rockwell! werkt Lana Del Rey intensief samen met producer Jack Antonoff, die we kennen van zijn band Bleachers, maar vooral van de albums die hij de afgelopen jaren produceerde voor St. Vincent, Taylor Swift en Lorde. Jack Antonoff produceerde niet alleen het album, maar schreef ook mee aan alle songs en is bovendien verantwoordelijk voor een groot deel van het instrumentarium.
Aan de hand van Jack Antonoff neemt Lana Del Rey op Norman Fucking Rockwell! afstand van de pure pop en manifesteert ze zich nadrukkelijk als singer-songwriter. Uptempo songs en beats schitteren op NFR! door afwezigheid (op het albums zijn sowieso nauwelijks drums te horen) en hebben plaatsgemaakt voor ingetogen songs, die meer dan eens herinneren aan de singer-songwriter muziek uit de jaren 70.
Het levert een tijdloos album op, maar het is ook een typisch Lana Del Rey album. In veel songs op het album hoor je het zwoele jaren 50 geluid van Video Games terug, maar NFR! Durft ook te experimenteren en schuwt de expliciete teksten niet. Het resulteert in een aantal songs in psychedelisch aandoende klanken die verassend lang mogen aanhouden, maar Lana Del Rey betovert op haar nieuwe album ook met een aantal ingetogen songs zonder enige opsmuk, maar boordevol melancholie. Met name in deze songs hoor je dat ze veel beter is gaan zingen, al moet je nog steeds houden van haar bijzondere stemgebruik.
Norman Fucking Rockwell! bevat ruim een uur muziek. Dat vind ik in de meeste gevallen te veel van het goede, maar het nieuwe album van Lana Del Rey blijkt een bezwerende luistertrip die je ruim een uur vasthoudt in het bijzondere muzikale universum van de Amerikaanse singer-songwriter.
Waar op de vorige albums van Lana Del Rey altijd wel een aantal zwakkere songs waren te vinden, zijn deze op NFR! nauwelijks te vinden. Cover Doin’ Time, met een quote uit klassieker Summertime, is voor mij de enige zwakke broeder op een album dat me bij iedere beluistering weer wat dierbaarder wordt. Lana Del Rey heeft met Norman Fucking Rockwell! haar beste album tot dusver afgeleverd en zet wat mij betreft een reuzenstap. Voor mij een van de beste albums van 2019 tot dusver. Erwin Zijleman
Lana Del Rey - Ultraviolence (2014)

4,5
0
geplaatst: 18 juni 2014, 14:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Ultraviolence - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Dat roem in de popmuziek nog net wat vergankelijker is dan er buiten heeft Lana Del Rey ruim twee jaar geleden kunnen ervaren. Op basis van de briljante single Video Games voorspelde nagenoeg iedere popjournalist haar een buitengewoon zonnige toekomst. Maanden lang werd er vol verwachting of zelfs met onrealistisch hoge verwachtingen uitgekeken naar de debuutplaat van Lana Del Rey, maar toen Born To Die op een koude januaridag dan eindelijk in de winkel lag, gebeurde er niets. Helemaal niets.
Het debuut van Lana Del Rey werd zo nu en dan verguisd, maar werd uiteindelijk vooral genegeerd. Ik heb er persoonlijk nooit iets van begrepen, want ik vond Born To Die een geweldige plaat. Natuurlijk waren niet alle tracks even goed en met name de weinig avontuurlijk electropop songs konden me gestolen worden, maar over het algemeen overtuigde Lana Del Rey toch met speels gemak en maakte ze een debuut dat uiteindelijk op zijn minst memorabel was.
Aan het eind van datzelfde jaar maakte Lana Del Rey nog een keer indruk met de bijna tot een volwaardig album uitgegroeide EP Paradise, maar hierna bleef het lang stil rond de zangeres uit New York. Bijna uit het niets ligt nu de echte opvolger van Born To Die in de winkel.
Rond Ultraviolence zal het waarschijnlijk niet heel lang stil blijven, want de nieuwe plaat van Lana Del Rey werd geproduceerd door Black Keys lid Dan Auerbach, die bij de critici nog steeds weinig kwaad kan doen. De combinatie Lana Del Rey en Dan Auerbach vond ik op het eerste gezicht een vreemde combinatie, maar de samenwerking tussen de twee pakt uitstekend uit.
Dan Auerbach heeft goed aangevoeld wat de kracht van Lana Del Rey is en houdt haar dit keer ver weg van electropop met een hoog bubblegum gehalte. Op Ultraviolence regeert de pop-noir met een 60s feel waarmee Lana Del Rey een jaar of drie geleden de wereld veroverde, maar de plaat borduurt gelukkig niet eindeloos voort op, het overigens nog steeds briljante, Video Games.
Dan Auerbach heeft Lana Del Rey voorzien van een net wat donkerder en rauwer geluid. Het is een geluid dat klinkt als een zich langzaam voortslepende versie van The Black Keys, met flink wat galm en hier en daar een stevige gitaaruithaal. Het is een geluid dat vervolgens voorzichtig is opgepoetst met elektronica, strijkers en nog wat meer galm, maar dat heel ver verwijderd blijft van de glossy productie van Born To Die.
Het is een geluid dat uitstekend past bij het donkere en vaak wat weemoedige stemgeluid van Lana Del Rey. De unieke sfeer die Lana Del Rey wist op te roepen in Video Games keert terug op Ultraviolence, al wordt de jaren 60 nostalgie dit keer gecombineerd met dromerige soundscapes uit het heden. Ultraviolence is een plaat met een bijna bezwerende uitwerking. Het tempo ligt laag, wat zowel de muziek op de plaat als de stem van Lana Del Rey extra zeggingskracht geeft.
Lana Del Rey liet zich op haar debuut nog af en toe leiden door het grote geld en dat kwam haar duur te staan. Op Ultraviolence doet ze, aan de hand van Dan Auerbach, haar eigen ding en sluit ze geen enkel compromis meer. Het pakt geweldig uit.
Ultraviolence imponeert in muzikaal opzicht, zeker wanneer naar een climax wordt toegewerkt, maar ook in vocaal opzicht laat Lana Del Rey de nodige groei horen. Lana Del Rey klinkt hier en daar als Mazzy Star zangeres Hope Sandoval, maar heeft af en toe ook iets van Kate Bush, Tori Amos, Siouxsie Sioux en natuurlijk een heleboel van Lana Del Rey. Ook in tekstueel opzicht heeft Ultraviolence veel te bieden. Lana Del Rey was de afgelopen jaren niet altijd even gelukkig in de liefde en haalt nu uit naar de mannen die haar het leven zuur maakten.
Ultraviolence is uiteindelijk geen makkelijke plaat. Lana Del Rey grossiert op haar nieuwe plaat niet in perfecte popsongs, maar kiest voor het avontuur en het overbrengen van een bepaalde, wat desolate, sfeer. Makkelijk of niet, voor mij was Ultraviolence ook weer snel onweerstaanbaar, net als het tweeënhalf jaar geleden zo verguisde Born To Die. Dat was een prima plaat, maar deze is nog beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lana Del Rey - Ultraviolence - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Dat roem in de popmuziek nog net wat vergankelijker is dan er buiten heeft Lana Del Rey ruim twee jaar geleden kunnen ervaren. Op basis van de briljante single Video Games voorspelde nagenoeg iedere popjournalist haar een buitengewoon zonnige toekomst. Maanden lang werd er vol verwachting of zelfs met onrealistisch hoge verwachtingen uitgekeken naar de debuutplaat van Lana Del Rey, maar toen Born To Die op een koude januaridag dan eindelijk in de winkel lag, gebeurde er niets. Helemaal niets.
Het debuut van Lana Del Rey werd zo nu en dan verguisd, maar werd uiteindelijk vooral genegeerd. Ik heb er persoonlijk nooit iets van begrepen, want ik vond Born To Die een geweldige plaat. Natuurlijk waren niet alle tracks even goed en met name de weinig avontuurlijk electropop songs konden me gestolen worden, maar over het algemeen overtuigde Lana Del Rey toch met speels gemak en maakte ze een debuut dat uiteindelijk op zijn minst memorabel was.
Aan het eind van datzelfde jaar maakte Lana Del Rey nog een keer indruk met de bijna tot een volwaardig album uitgegroeide EP Paradise, maar hierna bleef het lang stil rond de zangeres uit New York. Bijna uit het niets ligt nu de echte opvolger van Born To Die in de winkel.
Rond Ultraviolence zal het waarschijnlijk niet heel lang stil blijven, want de nieuwe plaat van Lana Del Rey werd geproduceerd door Black Keys lid Dan Auerbach, die bij de critici nog steeds weinig kwaad kan doen. De combinatie Lana Del Rey en Dan Auerbach vond ik op het eerste gezicht een vreemde combinatie, maar de samenwerking tussen de twee pakt uitstekend uit.
Dan Auerbach heeft goed aangevoeld wat de kracht van Lana Del Rey is en houdt haar dit keer ver weg van electropop met een hoog bubblegum gehalte. Op Ultraviolence regeert de pop-noir met een 60s feel waarmee Lana Del Rey een jaar of drie geleden de wereld veroverde, maar de plaat borduurt gelukkig niet eindeloos voort op, het overigens nog steeds briljante, Video Games.
Dan Auerbach heeft Lana Del Rey voorzien van een net wat donkerder en rauwer geluid. Het is een geluid dat klinkt als een zich langzaam voortslepende versie van The Black Keys, met flink wat galm en hier en daar een stevige gitaaruithaal. Het is een geluid dat vervolgens voorzichtig is opgepoetst met elektronica, strijkers en nog wat meer galm, maar dat heel ver verwijderd blijft van de glossy productie van Born To Die.
Het is een geluid dat uitstekend past bij het donkere en vaak wat weemoedige stemgeluid van Lana Del Rey. De unieke sfeer die Lana Del Rey wist op te roepen in Video Games keert terug op Ultraviolence, al wordt de jaren 60 nostalgie dit keer gecombineerd met dromerige soundscapes uit het heden. Ultraviolence is een plaat met een bijna bezwerende uitwerking. Het tempo ligt laag, wat zowel de muziek op de plaat als de stem van Lana Del Rey extra zeggingskracht geeft.
Lana Del Rey liet zich op haar debuut nog af en toe leiden door het grote geld en dat kwam haar duur te staan. Op Ultraviolence doet ze, aan de hand van Dan Auerbach, haar eigen ding en sluit ze geen enkel compromis meer. Het pakt geweldig uit.
Ultraviolence imponeert in muzikaal opzicht, zeker wanneer naar een climax wordt toegewerkt, maar ook in vocaal opzicht laat Lana Del Rey de nodige groei horen. Lana Del Rey klinkt hier en daar als Mazzy Star zangeres Hope Sandoval, maar heeft af en toe ook iets van Kate Bush, Tori Amos, Siouxsie Sioux en natuurlijk een heleboel van Lana Del Rey. Ook in tekstueel opzicht heeft Ultraviolence veel te bieden. Lana Del Rey was de afgelopen jaren niet altijd even gelukkig in de liefde en haalt nu uit naar de mannen die haar het leven zuur maakten.
Ultraviolence is uiteindelijk geen makkelijke plaat. Lana Del Rey grossiert op haar nieuwe plaat niet in perfecte popsongs, maar kiest voor het avontuur en het overbrengen van een bepaalde, wat desolate, sfeer. Makkelijk of niet, voor mij was Ultraviolence ook weer snel onweerstaanbaar, net als het tweeënhalf jaar geleden zo verguisde Born To Die. Dat was een prima plaat, maar deze is nog beter. Erwin Zijleman
Land of Talk - Indistinct Conversations (2020)

4,5
0
geplaatst: 5 augustus 2020, 17:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Land Of Talk - Indistinct Conversations - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Land Of Talk - Indistinct Conversations
Indistinct Conversations van Land Of Talk verrast afwisselend met zwoele klanken, gruizig gitaren, het nodige avontuur en experiment en altijd de prachtstem van Elizabeth Powell
Tot voor kort had ik nog nooit van Land Of Talk gehoord, maar inmiddels schaar ik de band onder mijn favorieten. Op Indistinct Conversations draait alles om Elizabeth Powell, die de persoonlijke songs schreef en je in dromenland brengt met haar bijzonder aangename stem. De songs van Land Of Talk zijn toegankelijk, maar zitten ook vol dynamiek en avontuur, het ene moment zwoel en verleidelijk, het volgende moment ruw en gruizig. Indistinct Conversations van Land Of Talk is een album waarop je maar nieuwe dingen blijft ontdekken, maar ondertussen is het ook een prima soundtrack voor een zwoele zomeravond. Heerlijk album.
Ondanks het feit dat ik al vele jaren wekelijks zoveel mogelijk nieuwe releases probeer te beluisteren, kom ik nog altijd met enige regelmaat bands tegen die al aan hun zoveelste album toe zijn, maar me desondanks nooit zijn opgevallen. Land Of Talk is zo’n band.
De band uit het Canadese Montreal debuteerde in 2006 en bracht deze week met Indistinct Conversations al haar vijfde album uit. Of ik de vorige vier heb beluisterd weet ik niet, maar bij de eerste noten van Indistinct Conversations wist ik wel onmiddellijk dat Land Of Talk een band naar mijn hart is.
Het vijfde album van de Canadese band opent met prachtig gitaarwerk, een subtiel spelende ritmesectie en de prachtig heldere stem van frontvrouw Elizabeth Powell, het enige vaste lid van de band. Het deed me in eerste instantie wel wat denken aan Mazzy Star, maar het gitaarspel is wat gruiziger, de muziek wat dynamischer en de zang wat minder zwoel. Aan het eind van de openingstrack wordt de muziek van Land Of Talk wat experimenteler en worden de gitaren steviger en speelde Land Of Talk voor mij al een gewonnen wedstrijd.
Indistinct Conversations klinkt vaak een stuk rauwer dan in de openingstrack en doet dan nauwelijks meer aan Mazzy Star denken. Ik hoor echo’s van een jonge PJ Harvey, maar Land Of Talk verloochent ook haar afkomst niet en experimenteert zoals bands uit Montreal dit zo vaak doen, maar het de band schuurt net zo makkelijk tegen de zwoele pop van The Sundays aan.
Donker en gruizige gitaarwerk en beukende drums worden afgewisseld met wonderschone gitaarlijnen die zelfs wat jazzy kunnen klinken en Elizabeth Powell zingt afwisselend rauw en lieflijk. De Canadese muzikante heeft voor Indistinct Conversations een aantal zeer persoonlijke songs geschreven, maar de ruwe emotie in de teksten hoor je niet direct terug in de zang, die meestal zacht is. De emotie hoor je op een of andere manier wel in het gitaarspel op het album, het oor lieflijk kan strelen, maar dat het ook ruw uit kan schreeuwen.
Als ik luister naar Indistinct Conversations kan ik me nauwelijks voorstellen dat ik de vorige albums van de band rond Elizabeth Powell gemist heb, want Land Of Talk sluit uitstekend aan op mijn smaak. De muziek van de Canadese band is betoverend en dromerig, maar het album is ook rauw en dynamisch. Voor de zang van Elizabeth Powell kun je me ’s nachts wakker maken, maar ook de instrumentatie op Indistinct Conversations is van een bijzonder hoog niveau. Soms mysterieus en bezwerend, soms rauw en meedogenloos, maar altijd trefzeker en avontuurlijk.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe veel er gebeurt op het album en hoor je hoe met name het gitaarwerk steeds weer van kleur verschiet telkens het experiment opzoekt. Het wordt fraai ondersteund door drumwerk dat al even makkelijk schakelt tussen subtiele klanken en het stevige werk en altijd is er de prachtige stem van Elizabeth Powell, die alles prachtig met elkaar verbindt en je stiekem keer op keer betovert met fraaie klanken en een laagje emotie.
Ook de songs op het album zitten vol tegenstrijdigheden. Soms oorstrelend toegankelijk, soms onnavolgbaar en experimenteel. Indistinct Conversations is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met de muziek van Land Of Talk, maar het smaakt echt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Land Of Talk - Indistinct Conversations - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Land Of Talk - Indistinct Conversations
Indistinct Conversations van Land Of Talk verrast afwisselend met zwoele klanken, gruizig gitaren, het nodige avontuur en experiment en altijd de prachtstem van Elizabeth Powell
Tot voor kort had ik nog nooit van Land Of Talk gehoord, maar inmiddels schaar ik de band onder mijn favorieten. Op Indistinct Conversations draait alles om Elizabeth Powell, die de persoonlijke songs schreef en je in dromenland brengt met haar bijzonder aangename stem. De songs van Land Of Talk zijn toegankelijk, maar zitten ook vol dynamiek en avontuur, het ene moment zwoel en verleidelijk, het volgende moment ruw en gruizig. Indistinct Conversations van Land Of Talk is een album waarop je maar nieuwe dingen blijft ontdekken, maar ondertussen is het ook een prima soundtrack voor een zwoele zomeravond. Heerlijk album.
Ondanks het feit dat ik al vele jaren wekelijks zoveel mogelijk nieuwe releases probeer te beluisteren, kom ik nog altijd met enige regelmaat bands tegen die al aan hun zoveelste album toe zijn, maar me desondanks nooit zijn opgevallen. Land Of Talk is zo’n band.
De band uit het Canadese Montreal debuteerde in 2006 en bracht deze week met Indistinct Conversations al haar vijfde album uit. Of ik de vorige vier heb beluisterd weet ik niet, maar bij de eerste noten van Indistinct Conversations wist ik wel onmiddellijk dat Land Of Talk een band naar mijn hart is.
Het vijfde album van de Canadese band opent met prachtig gitaarwerk, een subtiel spelende ritmesectie en de prachtig heldere stem van frontvrouw Elizabeth Powell, het enige vaste lid van de band. Het deed me in eerste instantie wel wat denken aan Mazzy Star, maar het gitaarspel is wat gruiziger, de muziek wat dynamischer en de zang wat minder zwoel. Aan het eind van de openingstrack wordt de muziek van Land Of Talk wat experimenteler en worden de gitaren steviger en speelde Land Of Talk voor mij al een gewonnen wedstrijd.
Indistinct Conversations klinkt vaak een stuk rauwer dan in de openingstrack en doet dan nauwelijks meer aan Mazzy Star denken. Ik hoor echo’s van een jonge PJ Harvey, maar Land Of Talk verloochent ook haar afkomst niet en experimenteert zoals bands uit Montreal dit zo vaak doen, maar het de band schuurt net zo makkelijk tegen de zwoele pop van The Sundays aan.
Donker en gruizige gitaarwerk en beukende drums worden afgewisseld met wonderschone gitaarlijnen die zelfs wat jazzy kunnen klinken en Elizabeth Powell zingt afwisselend rauw en lieflijk. De Canadese muzikante heeft voor Indistinct Conversations een aantal zeer persoonlijke songs geschreven, maar de ruwe emotie in de teksten hoor je niet direct terug in de zang, die meestal zacht is. De emotie hoor je op een of andere manier wel in het gitaarspel op het album, het oor lieflijk kan strelen, maar dat het ook ruw uit kan schreeuwen.
Als ik luister naar Indistinct Conversations kan ik me nauwelijks voorstellen dat ik de vorige albums van de band rond Elizabeth Powell gemist heb, want Land Of Talk sluit uitstekend aan op mijn smaak. De muziek van de Canadese band is betoverend en dromerig, maar het album is ook rauw en dynamisch. Voor de zang van Elizabeth Powell kun je me ’s nachts wakker maken, maar ook de instrumentatie op Indistinct Conversations is van een bijzonder hoog niveau. Soms mysterieus en bezwerend, soms rauw en meedogenloos, maar altijd trefzeker en avontuurlijk.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe veel er gebeurt op het album en hoor je hoe met name het gitaarwerk steeds weer van kleur verschiet telkens het experiment opzoekt. Het wordt fraai ondersteund door drumwerk dat al even makkelijk schakelt tussen subtiele klanken en het stevige werk en altijd is er de prachtige stem van Elizabeth Powell, die alles prachtig met elkaar verbindt en je stiekem keer op keer betovert met fraaie klanken en een laagje emotie.
Ook de songs op het album zitten vol tegenstrijdigheden. Soms oorstrelend toegankelijk, soms onnavolgbaar en experimenteel. Indistinct Conversations is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met de muziek van Land Of Talk, maar het smaakt echt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman
Land of Talk - Performances (2023)

3,5
1
geplaatst: 10 november 2023, 14:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Land Of Talk - Performances - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Land Of Talk - Performances
De Canadese band Land Of Talk graaft nog wat dieper op het uiterst ingetogen maar complex in elkaar stekende Performances, waarop mooie klanken en fraaie zang contrasteren met de zeer persoonlijke teksten van Elizabeth Powell
Land Of Talk draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar is bij het grote publiek helaas nog onbekend. Zelf ontdekte ik de band rond Elizabeth Powell pas bij het vorige album, maar het deze week verschenen Performances is nog een stuk mooier. Het stekelige gitaargeluid van het vorige album is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een meer ingetogen geluid dat zowel elektronisch als organisch kan klinken. De songs van de Canadese band kiezen nergens voor de makkelijkste weg, waardoor Performances een album is waarvoor je de tijd moet nemen, maar deze wordt dubbel en dwars terug betaald. De songs van Land Of Talk worden alleen maar mooier en verdienen het absoluut om gehoord te worden.
De Canadese band Land of Talk was in 2020 al toe aan haar vijfde album, maar Indistinct Conversations was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Montreal. Ik was in de zomer van 2020 behoorlijk enthousiast over de muziek van Land Of Talk, maar toen ik van de week het nieuwe album van de band van de stapel pakte, had ik echt geen enkele herinnering meer aan Indistinct Conversations.
Nu komt er idioot veel muziek uit, maar Land Of Talk is kennelijk ook een naam die niet erg blijft hangen. Het kan natuurlijk ook aan de muziek van de Canadese band liggen, want je bent bij Land Of Talk niet aan het juiste adres voor toegankelijke melodieën en catchy refreinen. De muziek van de Canadese band verschiet ook nog eens talloze malen van kleur, wat het vastleggen van duidelijke herinneringen nog wat lastiger maakt.
Ik heb mijn geheugen even opgefrist met mijn recensie van Indistinct Conversations, dat ik in eerste instantie vergeleek met Mazzy Star, maar uiteindelijk kwam ik uit bij een jonge PJ Harvey. Het waren vergelijkingen die maar even op gingen, want de muziek van Land Of Talk kon op Indistinct Conversations ook behoorlijk experimenteel zijn. Dat laatste is het enige dat nog van toepassing is op het onlangs verschenen Performances, want de muziek van Land Of Talk doet me op dit nieuwe album geen moment meer denken aan Mazzy Star of PJ Harvey.
Dat heeft alles te maken met het feit dat de wat stekelige en gruizige gitaren die zo prominent aanwezig waren op het vorige album van de Canadese band op Performances flink naar de achtergrond zijn gedrongen of zelfs helemaal zijn verdwenen. In Land Of Talk draait alles om singer-songwriter Elizabeth (Lizzie) Powell, die op het nieuwe album van de band heeft gekozen voor een duidelijk ander geluid.
Dat is zoals gezegd ten koste gegaan van het wat ruwe gitaarwerk op het vorige album, dat afwisselend heeft plaats gemaakt voor een grotere rol voor piano en synths of juist voor een akoestischer en organischer geluid. De muziek van Land Of Talk kon op het vorige album van de band zowel uitbundig als ingetogen klinken, maar op Performances domineren de ingetogen en wat meer naar binnen gekeerde songs.
De instrumentatie is een stuk subtieler en ook de zang van Elizabeth Powell is wat introverter dan op het vorige album. Gebleven zijn de avontuurlijke en fantasierijke songs, die je meerdere keren moet horen, maar die zeker niet ontoegankelijk zijn. Wanneer je de songs op Performances meerdere keren hoort vallen steeds meer mooie details op en blijven de soms wat jazzy songs ook wat meer hangen.
Zeker de meer organisch klinkende songs op het album hebben een bijna rustgevende uitwerking, maar Elizabeth Powell heeft de songs samen met Laurie Torres ook volgestopt met bijzondere accenten en fraaie arrangementen. Waar het vorige album van Land Of Talk deed denken aan de muziek van anderen, is Elizabeth Powell er op Performances in geslaagd om een bijzonder eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat telkens van kleur verschiet, wat van Performances een wat ongrijpbaar album maakt, maar na enige gewenning valt er steeds meer op zijn plek en wordt Performances steeds mooier. Ik heb daarom het idee dat ik de naam van Land Of Talk nu wel ga onthouden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Land Of Talk - Performances - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Land Of Talk - Performances
De Canadese band Land Of Talk graaft nog wat dieper op het uiterst ingetogen maar complex in elkaar stekende Performances, waarop mooie klanken en fraaie zang contrasteren met de zeer persoonlijke teksten van Elizabeth Powell
Land Of Talk draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar is bij het grote publiek helaas nog onbekend. Zelf ontdekte ik de band rond Elizabeth Powell pas bij het vorige album, maar het deze week verschenen Performances is nog een stuk mooier. Het stekelige gitaargeluid van het vorige album is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een meer ingetogen geluid dat zowel elektronisch als organisch kan klinken. De songs van de Canadese band kiezen nergens voor de makkelijkste weg, waardoor Performances een album is waarvoor je de tijd moet nemen, maar deze wordt dubbel en dwars terug betaald. De songs van Land Of Talk worden alleen maar mooier en verdienen het absoluut om gehoord te worden.
De Canadese band Land of Talk was in 2020 al toe aan haar vijfde album, maar Indistinct Conversations was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Montreal. Ik was in de zomer van 2020 behoorlijk enthousiast over de muziek van Land Of Talk, maar toen ik van de week het nieuwe album van de band van de stapel pakte, had ik echt geen enkele herinnering meer aan Indistinct Conversations.
Nu komt er idioot veel muziek uit, maar Land Of Talk is kennelijk ook een naam die niet erg blijft hangen. Het kan natuurlijk ook aan de muziek van de Canadese band liggen, want je bent bij Land Of Talk niet aan het juiste adres voor toegankelijke melodieën en catchy refreinen. De muziek van de Canadese band verschiet ook nog eens talloze malen van kleur, wat het vastleggen van duidelijke herinneringen nog wat lastiger maakt.
Ik heb mijn geheugen even opgefrist met mijn recensie van Indistinct Conversations, dat ik in eerste instantie vergeleek met Mazzy Star, maar uiteindelijk kwam ik uit bij een jonge PJ Harvey. Het waren vergelijkingen die maar even op gingen, want de muziek van Land Of Talk kon op Indistinct Conversations ook behoorlijk experimenteel zijn. Dat laatste is het enige dat nog van toepassing is op het onlangs verschenen Performances, want de muziek van Land Of Talk doet me op dit nieuwe album geen moment meer denken aan Mazzy Star of PJ Harvey.
Dat heeft alles te maken met het feit dat de wat stekelige en gruizige gitaren die zo prominent aanwezig waren op het vorige album van de Canadese band op Performances flink naar de achtergrond zijn gedrongen of zelfs helemaal zijn verdwenen. In Land Of Talk draait alles om singer-songwriter Elizabeth (Lizzie) Powell, die op het nieuwe album van de band heeft gekozen voor een duidelijk ander geluid.
Dat is zoals gezegd ten koste gegaan van het wat ruwe gitaarwerk op het vorige album, dat afwisselend heeft plaats gemaakt voor een grotere rol voor piano en synths of juist voor een akoestischer en organischer geluid. De muziek van Land Of Talk kon op het vorige album van de band zowel uitbundig als ingetogen klinken, maar op Performances domineren de ingetogen en wat meer naar binnen gekeerde songs.
De instrumentatie is een stuk subtieler en ook de zang van Elizabeth Powell is wat introverter dan op het vorige album. Gebleven zijn de avontuurlijke en fantasierijke songs, die je meerdere keren moet horen, maar die zeker niet ontoegankelijk zijn. Wanneer je de songs op Performances meerdere keren hoort vallen steeds meer mooie details op en blijven de soms wat jazzy songs ook wat meer hangen.
Zeker de meer organisch klinkende songs op het album hebben een bijna rustgevende uitwerking, maar Elizabeth Powell heeft de songs samen met Laurie Torres ook volgestopt met bijzondere accenten en fraaie arrangementen. Waar het vorige album van Land Of Talk deed denken aan de muziek van anderen, is Elizabeth Powell er op Performances in geslaagd om een bijzonder eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat telkens van kleur verschiet, wat van Performances een wat ongrijpbaar album maakt, maar na enige gewenning valt er steeds meer op zijn plek en wordt Performances steeds mooier. Ik heb daarom het idee dat ik de naam van Land Of Talk nu wel ga onthouden. Erwin Zijleman
Lande Hekt - Going to Hell (2021)

4,0
0
geplaatst: 25 januari 2021, 16:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lande Hekt - Going To Hell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lande Hekt - Going To Hell
Lande Hekt overtreft het werk van haar band Muncie Girls met een soloalbum dat niet alleen een bijzonder aangename gitaarplaat is, maar bovendien een album vol intieme persoonlijke verhalen
Going To Hell van Lande Hekt lag deze week op de grotendeels virtuele stapel met nieuwe albums die bij mij niet direct een belletje deden rinkelen, maar blij vluchtige beluistering was ik direct om. In eerste instantie omdat het me wel wat aan Juliana Hatfield deed denken en dat is voor mij altijd een pre. Going To Hell valt ook nog eens op door een behoorlijk veelzijdig geluid en door intieme en persoonlijke teksten, die diepte geven aan de vaak aangenaam klinkende gitaarsongs op het album. Het zijn over het algemeen lekker in het gehoor liggende songs, die naar een hoger plan worden getild door de bijzonder aangename stem van Lande Hekt.
Lande Hekt kende ik tot voor kort alleen van de Britse band Muncie Girls, die de afgelopen jaren twee albums met een aanstekelijke maar wat mij betreft nog niet direct opzienbarende mix van punkpop en indierock uitbracht. De Britse muzikante debuteerde in 2019 als soloartiest met een aardig mini album, maar zet een flinke stap vooruit met haar volwaardige debuutalbum Going To Hell, dat deze week is verschenen.
Het is een debuutalbum dat deels voortborduurt op de muziek van haar band, maar Going To Hell bevat wat minder invloeden uit de punk en rock en wat meer uit de pop. Bovendien heeft Lande Hekt voor haar soloalbum flinke lappen tekst geschreven, waardoor het album ook niet misstaat in het hokje singer-songwriter.
Dat laatste gaat zeker op wanneer de elektrische gitaren een enkele keer worden verruild voor een akoestische en Lande Hekt met intieme folky songs op de proppen komt. Voor de rest domineren de elektrische gitaren, maar Going To Hell blijft voor rockbegrippen een redelijk ingetogen album.
Op de albums van Muncie Girls was me nooit zo opgevallen dat Lande Hekt een mooie en bijzondere stem heeft, maar het is op haar soloalbum haar sterkste wapen. Het is heldere en warme stem, maar het is ook een stem met een subtiel rauw randje, waardoor Going To Hell bijzonder makkelijk verleidt, als je gevoelig bent voor dit soort stemmen natuurlijk.
Het is een stem die me af en toe wel wat doet denken aan Sarah (tegenwoordig bekend als Sam) Bettens van K’s Choice en ook de zang van Juliana Hatfield is nooit heel ver weg. Ook in muzikaal opzicht zijn de albums van Juliana Hatfield absoluut relevant vergelijkingsmateriaal, zeker als net wat steviger gitaarwerk de basis vormt voor de songs van Lande Hekt, mooie koortjes worden toegevoegd en haar stem net wat meisjesachtiger klinkt.
Net als op de albums van Muncie Girls zoekt Lande Hekt de inspiratie voor haar soloalbum eerder in de Verenigde Staten dan in haar vaderland Engeland en deze inspiratie komt vooral uit de jaren 90. Het is een inspiratiebron die de afgelopen tijd veel vaker opduikt, maar Going To Hell van Lande Hekt springt er tussen vergelijkbare albums van recente datum toch wel uit.
Enerzijds vanwege haar al eerder genoemde stem, maar ook zeker vanwege de songs, die stuk voor stuk lekker in het gehoor liggen, maar ook verrassend veelzijdig zijn, wat in dit genre wel eens anders is. Lande Hekt heeft ook nog eens zeer persoonlijke songs geschreven, waarin thema’s als haar seksualiteit en zelfacceptatie centraal staan.
Om het album nog wat extra glans te geven is het nog aardig om te vermelden dat Lande Hekt het album samen met producer Ben David opnam in Australië en hierbij alle instrumenten met uitzondering van de percussie voor haar rekening nam.
Going To Hell is in de stevigste songs een bijzonder lekkere gitaarplaat, maar het is ook een album dat diepgang laat horen en dat in muzikaal opzicht toch wat interessanter is dan de albums van haar band. Het is bovendien een album dat net wat anders klinkt dan die van de meeste andere jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment en dat zijn er zoals al vaker gezegd heel veel. Going To Hell heb ik bij toeval opgepikt, maar het bevalt me echt uitstekend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lande Hekt - Going To Hell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lande Hekt - Going To Hell
Lande Hekt overtreft het werk van haar band Muncie Girls met een soloalbum dat niet alleen een bijzonder aangename gitaarplaat is, maar bovendien een album vol intieme persoonlijke verhalen
Going To Hell van Lande Hekt lag deze week op de grotendeels virtuele stapel met nieuwe albums die bij mij niet direct een belletje deden rinkelen, maar blij vluchtige beluistering was ik direct om. In eerste instantie omdat het me wel wat aan Juliana Hatfield deed denken en dat is voor mij altijd een pre. Going To Hell valt ook nog eens op door een behoorlijk veelzijdig geluid en door intieme en persoonlijke teksten, die diepte geven aan de vaak aangenaam klinkende gitaarsongs op het album. Het zijn over het algemeen lekker in het gehoor liggende songs, die naar een hoger plan worden getild door de bijzonder aangename stem van Lande Hekt.
Lande Hekt kende ik tot voor kort alleen van de Britse band Muncie Girls, die de afgelopen jaren twee albums met een aanstekelijke maar wat mij betreft nog niet direct opzienbarende mix van punkpop en indierock uitbracht. De Britse muzikante debuteerde in 2019 als soloartiest met een aardig mini album, maar zet een flinke stap vooruit met haar volwaardige debuutalbum Going To Hell, dat deze week is verschenen.
Het is een debuutalbum dat deels voortborduurt op de muziek van haar band, maar Going To Hell bevat wat minder invloeden uit de punk en rock en wat meer uit de pop. Bovendien heeft Lande Hekt voor haar soloalbum flinke lappen tekst geschreven, waardoor het album ook niet misstaat in het hokje singer-songwriter.
Dat laatste gaat zeker op wanneer de elektrische gitaren een enkele keer worden verruild voor een akoestische en Lande Hekt met intieme folky songs op de proppen komt. Voor de rest domineren de elektrische gitaren, maar Going To Hell blijft voor rockbegrippen een redelijk ingetogen album.
Op de albums van Muncie Girls was me nooit zo opgevallen dat Lande Hekt een mooie en bijzondere stem heeft, maar het is op haar soloalbum haar sterkste wapen. Het is heldere en warme stem, maar het is ook een stem met een subtiel rauw randje, waardoor Going To Hell bijzonder makkelijk verleidt, als je gevoelig bent voor dit soort stemmen natuurlijk.
Het is een stem die me af en toe wel wat doet denken aan Sarah (tegenwoordig bekend als Sam) Bettens van K’s Choice en ook de zang van Juliana Hatfield is nooit heel ver weg. Ook in muzikaal opzicht zijn de albums van Juliana Hatfield absoluut relevant vergelijkingsmateriaal, zeker als net wat steviger gitaarwerk de basis vormt voor de songs van Lande Hekt, mooie koortjes worden toegevoegd en haar stem net wat meisjesachtiger klinkt.
Net als op de albums van Muncie Girls zoekt Lande Hekt de inspiratie voor haar soloalbum eerder in de Verenigde Staten dan in haar vaderland Engeland en deze inspiratie komt vooral uit de jaren 90. Het is een inspiratiebron die de afgelopen tijd veel vaker opduikt, maar Going To Hell van Lande Hekt springt er tussen vergelijkbare albums van recente datum toch wel uit.
Enerzijds vanwege haar al eerder genoemde stem, maar ook zeker vanwege de songs, die stuk voor stuk lekker in het gehoor liggen, maar ook verrassend veelzijdig zijn, wat in dit genre wel eens anders is. Lande Hekt heeft ook nog eens zeer persoonlijke songs geschreven, waarin thema’s als haar seksualiteit en zelfacceptatie centraal staan.
Om het album nog wat extra glans te geven is het nog aardig om te vermelden dat Lande Hekt het album samen met producer Ben David opnam in Australië en hierbij alle instrumenten met uitzondering van de percussie voor haar rekening nam.
Going To Hell is in de stevigste songs een bijzonder lekkere gitaarplaat, maar het is ook een album dat diepgang laat horen en dat in muzikaal opzicht toch wat interessanter is dan de albums van haar band. Het is bovendien een album dat net wat anders klinkt dan die van de meeste andere jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment en dat zijn er zoals al vaker gezegd heel veel. Going To Hell heb ik bij toeval opgepikt, maar het bevalt me echt uitstekend. Erwin Zijleman
Lande Hekt - House Without a View (2022)

4,0
0
geplaatst: 28 september 2022, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lande Hekt - House Without A View - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lande Hekt - House Without A View
Lande Hekt trekt vooralsnog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar House Without A View is, net als voorganger Going To Hell, een uitstekend album dat in alle opzichten mee kan met de besten in het genre
De Britse muzikante Lande Hekt timmerde al een aantal jaren aan de weg toen ze begin 2021 het uitstekende Going To Hell uitbracht. Het is een album dat helaas een beetje ondersneeuwde, maar echt alle aandacht had verdiend. Die aandacht verdient de muzikante uit Bristol ook met haar nieuwe album House Without A View, dat een wat minder ruw en ook wat veelzijdiger geluid laat horen, maar na enige gewenning is ook op het nieuwe album van Lande Hekt weer alles raak. De aanstekelijke songs zijn mooi ingekleurd en blijven aangenaam hangen, de zang van de Britse muzikante is ook dit keer geweldig en ze heeft nog wat te melden ook. Topalbum weer van Lande Hekt.
Ik was aan het begin van 2021 zeer gecharmeerd van Going To Hell van Lande Hekt. De Britse muzikante had eerder al een tweetal albums afgeleverd met haar band Muncie Girls en had met het in 2019 uitgebrachte Gigantic Disappointment ook al een prima EP op haar naam staan, maar zo goed als op Going To Hell had ik Lande Hekt nog niet gehoord.
Going To Hell was een redelijk rechttoe rechtaan indierock album, dat de inspiratie vooral vond in de jaren 90, onder andere bij de door mij zeer bewonderde Juliana Hatfield. Het heldere rockgeluid zonder opsmuk klonk echter geweldig, de songs bleven direct bij de eerste keer horen hangen en Lande Hekt overtuigde bijzonder als zangeres en als tekstdichter.
Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de muzikante uit Bristol, dat deze week is verschenen. Direct bij de eerste noten van House Without A View is duidelijk dat Lande Hekt heeft gekozen voor een net wat ander geluid, al zijn de verschillen met Going To Hell subtiel.
Het is een geluid dat nog steeds geïnspireerd lijkt door muziek uit de jaren 90, maar het klinkt allemaal wat minder ruw en direct. House Without A View bevat naast invloeden uit de indierock ook ingrediënten uit de shoegaze, dreampop en postpunk en Lande Hekt is bovendien niet vies van een snufje pop of folk. Mede vanwege mijn liefde voor het vorige album van Lande Hekt was ik in eerste instantie vooral gecharmeerd van de wat stevigere tracks op House Without A View, maar ik moet zeggen dat ik snel gewend ben geraakt aan het nieuwe geluid van de Britse muzikante.
House Without A View is voorzien van een wat zompig geluid waarin naast bas, drums en gitaren ook plaats is voor keyboards. Het zijn vooral de gitaren die de aandacht opeisen op House Without A View en met deze gitaren kan het alle kanten op. Lande Hekt kan uit de voeten met een akoestische gitaar in een sobere folksong, maar bouwt ook gruizige gitaarmuren op of verrast juist met prachtig melodieus gitaarwerk dat herinnert aan een band als The Sundays.
De Britse muzikante maakte op haar vorige album indruk als zangeres en songwriter en doet dat ook op haar nieuwe album. Ze beschikt over een stem die net zo makkelijk lieflijk als rauw kan klinken en het is een stem die emotie toevoegt aan de songs op het album. Het zijn nog altijd songs die zich vrijwel onmiddellijk genadeloos opdringen, maar het zijn ook dit keer songs die ergens over gaan. Lande Hekt schreef op Going To Hell messcherpe persoonlijke teksten en doet dat ook weer op House Without A View, dat ze zelf haar ‘coming out’ album noemt.
Ik was bij eerste beluistering van het album heel even teleurgesteld dat Lande Hekt op House Without A View heeft gekozen voor songs met net wat minder scherpe randjes, maar nu ik het nieuwe album van de Britse muzikante meerdere keren heb gehoord, ben ik verliefd op zo ongeveer alle tracks op het album en dringen met name de heerlijke gitaarlijnen en de mooie stem van Lande Hekt zich steeds meedogenlozer op.
Going To Hell van Lande Hekt kreeg in Nederland echt veel te weinig aandacht en ook over House Without A View lees ik nog niet al teveel, maar de Britse muzikante doet echt geen moment onder voor al die jonge vrouwelijke muzikanten die momenteel op handen worden gedragen. Geweldig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lande Hekt - House Without A View - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lande Hekt - House Without A View
Lande Hekt trekt vooralsnog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar House Without A View is, net als voorganger Going To Hell, een uitstekend album dat in alle opzichten mee kan met de besten in het genre
De Britse muzikante Lande Hekt timmerde al een aantal jaren aan de weg toen ze begin 2021 het uitstekende Going To Hell uitbracht. Het is een album dat helaas een beetje ondersneeuwde, maar echt alle aandacht had verdiend. Die aandacht verdient de muzikante uit Bristol ook met haar nieuwe album House Without A View, dat een wat minder ruw en ook wat veelzijdiger geluid laat horen, maar na enige gewenning is ook op het nieuwe album van Lande Hekt weer alles raak. De aanstekelijke songs zijn mooi ingekleurd en blijven aangenaam hangen, de zang van de Britse muzikante is ook dit keer geweldig en ze heeft nog wat te melden ook. Topalbum weer van Lande Hekt.
Ik was aan het begin van 2021 zeer gecharmeerd van Going To Hell van Lande Hekt. De Britse muzikante had eerder al een tweetal albums afgeleverd met haar band Muncie Girls en had met het in 2019 uitgebrachte Gigantic Disappointment ook al een prima EP op haar naam staan, maar zo goed als op Going To Hell had ik Lande Hekt nog niet gehoord.
Going To Hell was een redelijk rechttoe rechtaan indierock album, dat de inspiratie vooral vond in de jaren 90, onder andere bij de door mij zeer bewonderde Juliana Hatfield. Het heldere rockgeluid zonder opsmuk klonk echter geweldig, de songs bleven direct bij de eerste keer horen hangen en Lande Hekt overtuigde bijzonder als zangeres en als tekstdichter.
Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de muzikante uit Bristol, dat deze week is verschenen. Direct bij de eerste noten van House Without A View is duidelijk dat Lande Hekt heeft gekozen voor een net wat ander geluid, al zijn de verschillen met Going To Hell subtiel.
Het is een geluid dat nog steeds geïnspireerd lijkt door muziek uit de jaren 90, maar het klinkt allemaal wat minder ruw en direct. House Without A View bevat naast invloeden uit de indierock ook ingrediënten uit de shoegaze, dreampop en postpunk en Lande Hekt is bovendien niet vies van een snufje pop of folk. Mede vanwege mijn liefde voor het vorige album van Lande Hekt was ik in eerste instantie vooral gecharmeerd van de wat stevigere tracks op House Without A View, maar ik moet zeggen dat ik snel gewend ben geraakt aan het nieuwe geluid van de Britse muzikante.
House Without A View is voorzien van een wat zompig geluid waarin naast bas, drums en gitaren ook plaats is voor keyboards. Het zijn vooral de gitaren die de aandacht opeisen op House Without A View en met deze gitaren kan het alle kanten op. Lande Hekt kan uit de voeten met een akoestische gitaar in een sobere folksong, maar bouwt ook gruizige gitaarmuren op of verrast juist met prachtig melodieus gitaarwerk dat herinnert aan een band als The Sundays.
De Britse muzikante maakte op haar vorige album indruk als zangeres en songwriter en doet dat ook op haar nieuwe album. Ze beschikt over een stem die net zo makkelijk lieflijk als rauw kan klinken en het is een stem die emotie toevoegt aan de songs op het album. Het zijn nog altijd songs die zich vrijwel onmiddellijk genadeloos opdringen, maar het zijn ook dit keer songs die ergens over gaan. Lande Hekt schreef op Going To Hell messcherpe persoonlijke teksten en doet dat ook weer op House Without A View, dat ze zelf haar ‘coming out’ album noemt.
Ik was bij eerste beluistering van het album heel even teleurgesteld dat Lande Hekt op House Without A View heeft gekozen voor songs met net wat minder scherpe randjes, maar nu ik het nieuwe album van de Britse muzikante meerdere keren heb gehoord, ben ik verliefd op zo ongeveer alle tracks op het album en dringen met name de heerlijke gitaarlijnen en de mooie stem van Lande Hekt zich steeds meedogenlozer op.
Going To Hell van Lande Hekt kreeg in Nederland echt veel te weinig aandacht en ook over House Without A View lees ik nog niet al teveel, maar de Britse muzikante doet echt geen moment onder voor al die jonge vrouwelijke muzikanten die momenteel op handen worden gedragen. Geweldig album. Erwin Zijleman
Lanie Gardner - A Songwriter's Diary (2024)

4,0
0
geplaatst: 30 oktober 2024, 16:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lanie Gardner - A Songwriter's Diary - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lanie Gardner - A Songwriter's Diary
Lanie Gardner werd beroemd met haar bijdrage aan een werkelijk afgrijselijke versie van een Fleetwood Mac klassieker, maar laat op haar debuutalbum horen dat ze een zeer getalenteerde singer-songwriter is
Zonder de voorgeschiedenis van Lanie Gardner te kennen begon ik aan haar debuutalbum A Songwriter’s Diary. Die voorgeschiedenis moeten we wat mij betreft maar vergeten, want de songs op haar debuutalbum zijn veel interessanter dan die zo succesvolle Fleetwood Mac cover. Lanie Gardner maakt country en folk met een dun randje pop, schrijft lekker in het gehoor liggende maar ook persoonlijke songs en is ook nog eens gezegend met een prachtige warme stem. Lanie Gardner heeft in het genre waarin ze actief is momenteel talloze concurrenten, maar op basis van hetgeen dat ze laat horen op het uitstekende A Songwriter’s Diary voorspel ik haar een prachtige toekomst.
Lanie Gardner is tot dusver vooral bekend van de David Guetta versie van de Fleetwood Mac klassieker Dreams, die alleen op Spotify al 75 miljoen keer is beluisterd. Ik laat het zelf bij één keer luisteren, want de met veel elektronica opgetuigde en nogal goedkoop aandoende versie spreekt mij in muzikaal opzicht totaal niet aan en doet de prachtige song van Stevie Nicks geen recht.
Het enige dat in positieve zin opvalt is de stem van Lanie Gardner, die overigens zelf ook nog een versie van Dreams opnam die wel de moeite waard is en een stuk dichter bij het origineel blijft. Desondanks had ik op basis van haar eerdere verrichtingen geen wonderen verwacht van Lanie Gardner, die deze week haar debuutalbum heeft uitgebracht. A Songwriter’s Diary laat echter horen dat de in North Carolina opgegroeide singer-songwriter beschikt over heel veel talent.
Op haar debuutalbum laat de inmiddels naar Nashville uitgeweken muzikante allereerst horen dat ze beschikt over een prachtige stem. Dat hoorde je al in de zo succesvolle versie van Dreams, maar in het organische geluid op A Songwriter’s Diary komt de stem van Lanie Gardner nog veel beter tot zijn recht. Lanie Gardner is pas 25, maar ze beschikt over een warm en krachtig stemgeluid met een aangenaam ruw randje, wat haar songs voorziet van de scherpe randjes die vaak ontbreken in de countrypop die Lanie Gardner maakt.
Er zijn momenteel hele veel goede countrypopzangeressen, maar Lanie Gardner beschikt over de potentie om uit te groeien tot een van de smaakmakers in het genre. De uitstekende zang is niet het enige dat in positieve zin opvalt bij beluistering van A Songwriter’s Diary. Lanie Gardner heeft een serie persoonlijke songs geschreven die terugkijken op haar jeugd aan de voet van de Appalachen in North Carolina en op de strijd die ze moest voeren om een voet aan de grond te krijgen in de meedogenloze muziekscene in Nashville.
A Songwriter’s Diary bevat niet alleen persoonlijke songs, maar ook aansprekende songs, die de balans hebben gevonden tussen pure countrymuziek en country met een randje pop. Lanie Gardner vist meer dan eens in dezelfde cijfer als bijvoorbeeld Kacey Musgraves, maar haar songs klinken door de totaal andere stem en door wat dominantere invloeden uit de country ook flink anders.
Door het succes van Dreams kon Lanie Gardner een vet platencontract tekenen, waardoor er hoorbaar veel geld is gestoken in haar debuutalbum. Ik heb niet veel informatie over de muzikanten en de producers die hebben bijgedragen aan het debuutalbum van Lanie Gardner, maar het zijn hoorbaar topkrachten uit Nashville. Desondanks klinkt A Songwriter’s Diary niet als het zoveelste aalgladde countrypop album uit de Amerikaanse muziekhoofdstad.
Lanie Gardner laat absoluut invloeden uit de pop toe in haar songs, maar vergeleken met de meeste andere countrypopzangeressen blijft ze veel dichter bij de traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek die ze thuis in North Carolina zo vaak hoorde. Lanie Gardner is zoals gezegd vooral bekend als de zangeres in de wanstaltige versie van een Fleetwood Mac klassieker, maar wat mij betreft is ze vanaf nu een van de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment en potentieel een van de allergrootsten binnen de countrypop. Lanie Gardner, onthouden die naam. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lanie Gardner - A Songwriter's Diary - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lanie Gardner - A Songwriter's Diary
Lanie Gardner werd beroemd met haar bijdrage aan een werkelijk afgrijselijke versie van een Fleetwood Mac klassieker, maar laat op haar debuutalbum horen dat ze een zeer getalenteerde singer-songwriter is
Zonder de voorgeschiedenis van Lanie Gardner te kennen begon ik aan haar debuutalbum A Songwriter’s Diary. Die voorgeschiedenis moeten we wat mij betreft maar vergeten, want de songs op haar debuutalbum zijn veel interessanter dan die zo succesvolle Fleetwood Mac cover. Lanie Gardner maakt country en folk met een dun randje pop, schrijft lekker in het gehoor liggende maar ook persoonlijke songs en is ook nog eens gezegend met een prachtige warme stem. Lanie Gardner heeft in het genre waarin ze actief is momenteel talloze concurrenten, maar op basis van hetgeen dat ze laat horen op het uitstekende A Songwriter’s Diary voorspel ik haar een prachtige toekomst.
Lanie Gardner is tot dusver vooral bekend van de David Guetta versie van de Fleetwood Mac klassieker Dreams, die alleen op Spotify al 75 miljoen keer is beluisterd. Ik laat het zelf bij één keer luisteren, want de met veel elektronica opgetuigde en nogal goedkoop aandoende versie spreekt mij in muzikaal opzicht totaal niet aan en doet de prachtige song van Stevie Nicks geen recht.
Het enige dat in positieve zin opvalt is de stem van Lanie Gardner, die overigens zelf ook nog een versie van Dreams opnam die wel de moeite waard is en een stuk dichter bij het origineel blijft. Desondanks had ik op basis van haar eerdere verrichtingen geen wonderen verwacht van Lanie Gardner, die deze week haar debuutalbum heeft uitgebracht. A Songwriter’s Diary laat echter horen dat de in North Carolina opgegroeide singer-songwriter beschikt over heel veel talent.
Op haar debuutalbum laat de inmiddels naar Nashville uitgeweken muzikante allereerst horen dat ze beschikt over een prachtige stem. Dat hoorde je al in de zo succesvolle versie van Dreams, maar in het organische geluid op A Songwriter’s Diary komt de stem van Lanie Gardner nog veel beter tot zijn recht. Lanie Gardner is pas 25, maar ze beschikt over een warm en krachtig stemgeluid met een aangenaam ruw randje, wat haar songs voorziet van de scherpe randjes die vaak ontbreken in de countrypop die Lanie Gardner maakt.
Er zijn momenteel hele veel goede countrypopzangeressen, maar Lanie Gardner beschikt over de potentie om uit te groeien tot een van de smaakmakers in het genre. De uitstekende zang is niet het enige dat in positieve zin opvalt bij beluistering van A Songwriter’s Diary. Lanie Gardner heeft een serie persoonlijke songs geschreven die terugkijken op haar jeugd aan de voet van de Appalachen in North Carolina en op de strijd die ze moest voeren om een voet aan de grond te krijgen in de meedogenloze muziekscene in Nashville.
A Songwriter’s Diary bevat niet alleen persoonlijke songs, maar ook aansprekende songs, die de balans hebben gevonden tussen pure countrymuziek en country met een randje pop. Lanie Gardner vist meer dan eens in dezelfde cijfer als bijvoorbeeld Kacey Musgraves, maar haar songs klinken door de totaal andere stem en door wat dominantere invloeden uit de country ook flink anders.
Door het succes van Dreams kon Lanie Gardner een vet platencontract tekenen, waardoor er hoorbaar veel geld is gestoken in haar debuutalbum. Ik heb niet veel informatie over de muzikanten en de producers die hebben bijgedragen aan het debuutalbum van Lanie Gardner, maar het zijn hoorbaar topkrachten uit Nashville. Desondanks klinkt A Songwriter’s Diary niet als het zoveelste aalgladde countrypop album uit de Amerikaanse muziekhoofdstad.
Lanie Gardner laat absoluut invloeden uit de pop toe in haar songs, maar vergeleken met de meeste andere countrypopzangeressen blijft ze veel dichter bij de traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek die ze thuis in North Carolina zo vaak hoorde. Lanie Gardner is zoals gezegd vooral bekend als de zangeres in de wanstaltige versie van een Fleetwood Mac klassieker, maar wat mij betreft is ze vanaf nu een van de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment en potentieel een van de allergrootsten binnen de countrypop. Lanie Gardner, onthouden die naam. Erwin Zijleman
Lanie Gardner - Faded Polaroids (2025)

4,0
0
geplaatst: 7 september 2025, 10:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lanie Gardner - Faded Polaroids - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lanie Gardner - Faded Polaroids
Na haar verrassend sterke debuutalbum A Songwriter’s Diary laat de Amerikaanse muzikante Lanie Gardner op haar deze week verschenen tweede album Faded Polaroids horen dat ze nog beter en veelzijdiger kan
Ik begon in de herfst van 2024 met hele lage verwachtingen aan het debuutalbum van Lanie Gardner, die ik alleen kende van een vreselijke Fleetwood Mac cover, maar haar debuutalbum bleek een verrassend goed countrypopalbum. Ik vond A Songwriter’s Diary uiteindelijk zelfs jaarlijstjeswaardig. Het is nog altijd dringen binnen de countrypop, maar ook het tweede album van Lanie Gardner valt in positieve zin op. De Amerikaanse muzikante heeft een flinke stapel aansprekende songs geschreven en heeft deze voorzien van een geluid waarin ruimte is voor invloeden uit de country, pop en rock. De mooie stem van Lanie Gardner maakt het ook dit keer helemaal af.
In de herfst van 2024 verscheen het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Lanie Gardner. Ze was op dat moment vooral bekend van een door David Guetta tot goedkope danstrack getransformeerde versie van Fleetwood Mac’s Dreams, waarin haar stem echt het enige lichtpuntje was. Haar debuutalbum A Songwriter’s Diary bleek echter een verrassend sterk album, dat het uiteindelijk schopte tot mijn jaarlijstje.
Op haar debuutalbum maakte Lanie Gardner lekker in het gehoor liggende countrypop, maar het was wel countrypop met een voldoende dosis pure country en een niet al te dik laagje pop. Ik vergeleek het met de meer country getinte songs van Kacey Musgraves en veel mooier dan dat ken ik het niet in het genre.
Lanie Gardner keert deze week alweer terug met haar tweede album en laat horen dat A Songwriter’s Diary geen toevalstreffer was. Ook op Faded Polaroids maakt de muzikante, die opgroeide aan de voet van de Appalachen in North Carolina maar op jonge leeftijd neerstreek in Nashville, Tennessee, het soort countrypop dat momenteel populair is in de Amerikaanse country hoofdstad.
De eigenzinnige Lanie Gardner heeft zich echter zeker niet volledig in het strakke keurslijf van de Nashville countrypop laten persen. Veel songs op het album bevatten wat stevigere uitstapjes, die laten horen dat Lanie Gardner niet alleen een zwak heeft voor country en pop, maar ook voor rock. De Amerikaanse muzikante flirt hiernaast met Laurel Canyon singer-songwriter pop en laat hier en daar horen dat haar liefde voor Fleetwood Mac verder rijkt dan Dreams.
De muzikante uit Nashville schreef samen met een aantal gerenommeerde songwriters uit Music City en nog geen jaar na haar debuutalbum maar liefst 18 songs voor haar nieuwe album, dat ruim 50 minuten muziek bevat. Op haar debuutalbum hoorde ik af en toe iets van Kacey Musgraves, maar Faded Polaroids zit dichter bij de albums van Megan Moroney, een andere persoonlijke favoriet uit de countrypop van het moment.
Zeker wanneer de songs wat steviger klinken heeft het tweede album van Lanie Gardner bovendien raakvlakken met de albums waarmee Gretchen Wilson en Miranda Lambert ooit opdoken. Ook Morgan Wade en Carly Pearce, overigens ook persoonlijke favorieten, dragen zeker relevant vergelijkingsmateriaal aan.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal aangenaam en wat mij betreft nergens te glad, maar het sterkste wapen van Lanie Gardner is ook dit keer haar stem, die zich soepel beweegt door de mix van country, pop en rock. Ik kom wekelijks meerdere albums tegen die in dezelfde vijver vissen als Lanie Gardner, maar net als op haar debuutalbum heeft de Amerikaanse muzikante genoeg in huis om zich te onderscheiden van de moordende concurrentie.
Het was ook dit keer de stem van Lanie Gardner die me over de streep trok, maar Faded Polaroids trekt ook steeds nadrukkelijker mijn aandacht met een serie hele goede songs, met persoonlijk teksten die een inkijkje geven in de persoon Lanie Gardner en met een lekker veelzijdig geluid dat door de subtiele invloeden uit de rock en de hoorbare liefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek altijd oprecht klinkt. Met Faded Polaroids maakt Lanie Gardner de belofte van haar debuutalbum A Songwriter’s Diary dan ook makkelijk waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lanie Gardner - Faded Polaroids - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lanie Gardner - Faded Polaroids
Na haar verrassend sterke debuutalbum A Songwriter’s Diary laat de Amerikaanse muzikante Lanie Gardner op haar deze week verschenen tweede album Faded Polaroids horen dat ze nog beter en veelzijdiger kan
Ik begon in de herfst van 2024 met hele lage verwachtingen aan het debuutalbum van Lanie Gardner, die ik alleen kende van een vreselijke Fleetwood Mac cover, maar haar debuutalbum bleek een verrassend goed countrypopalbum. Ik vond A Songwriter’s Diary uiteindelijk zelfs jaarlijstjeswaardig. Het is nog altijd dringen binnen de countrypop, maar ook het tweede album van Lanie Gardner valt in positieve zin op. De Amerikaanse muzikante heeft een flinke stapel aansprekende songs geschreven en heeft deze voorzien van een geluid waarin ruimte is voor invloeden uit de country, pop en rock. De mooie stem van Lanie Gardner maakt het ook dit keer helemaal af.
In de herfst van 2024 verscheen het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Lanie Gardner. Ze was op dat moment vooral bekend van een door David Guetta tot goedkope danstrack getransformeerde versie van Fleetwood Mac’s Dreams, waarin haar stem echt het enige lichtpuntje was. Haar debuutalbum A Songwriter’s Diary bleek echter een verrassend sterk album, dat het uiteindelijk schopte tot mijn jaarlijstje.
Op haar debuutalbum maakte Lanie Gardner lekker in het gehoor liggende countrypop, maar het was wel countrypop met een voldoende dosis pure country en een niet al te dik laagje pop. Ik vergeleek het met de meer country getinte songs van Kacey Musgraves en veel mooier dan dat ken ik het niet in het genre.
Lanie Gardner keert deze week alweer terug met haar tweede album en laat horen dat A Songwriter’s Diary geen toevalstreffer was. Ook op Faded Polaroids maakt de muzikante, die opgroeide aan de voet van de Appalachen in North Carolina maar op jonge leeftijd neerstreek in Nashville, Tennessee, het soort countrypop dat momenteel populair is in de Amerikaanse country hoofdstad.
De eigenzinnige Lanie Gardner heeft zich echter zeker niet volledig in het strakke keurslijf van de Nashville countrypop laten persen. Veel songs op het album bevatten wat stevigere uitstapjes, die laten horen dat Lanie Gardner niet alleen een zwak heeft voor country en pop, maar ook voor rock. De Amerikaanse muzikante flirt hiernaast met Laurel Canyon singer-songwriter pop en laat hier en daar horen dat haar liefde voor Fleetwood Mac verder rijkt dan Dreams.
De muzikante uit Nashville schreef samen met een aantal gerenommeerde songwriters uit Music City en nog geen jaar na haar debuutalbum maar liefst 18 songs voor haar nieuwe album, dat ruim 50 minuten muziek bevat. Op haar debuutalbum hoorde ik af en toe iets van Kacey Musgraves, maar Faded Polaroids zit dichter bij de albums van Megan Moroney, een andere persoonlijke favoriet uit de countrypop van het moment.
Zeker wanneer de songs wat steviger klinken heeft het tweede album van Lanie Gardner bovendien raakvlakken met de albums waarmee Gretchen Wilson en Miranda Lambert ooit opdoken. Ook Morgan Wade en Carly Pearce, overigens ook persoonlijke favorieten, dragen zeker relevant vergelijkingsmateriaal aan.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal aangenaam en wat mij betreft nergens te glad, maar het sterkste wapen van Lanie Gardner is ook dit keer haar stem, die zich soepel beweegt door de mix van country, pop en rock. Ik kom wekelijks meerdere albums tegen die in dezelfde vijver vissen als Lanie Gardner, maar net als op haar debuutalbum heeft de Amerikaanse muzikante genoeg in huis om zich te onderscheiden van de moordende concurrentie.
Het was ook dit keer de stem van Lanie Gardner die me over de streep trok, maar Faded Polaroids trekt ook steeds nadrukkelijker mijn aandacht met een serie hele goede songs, met persoonlijk teksten die een inkijkje geven in de persoon Lanie Gardner en met een lekker veelzijdig geluid dat door de subtiele invloeden uit de rock en de hoorbare liefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek altijd oprecht klinkt. Met Faded Polaroids maakt Lanie Gardner de belofte van haar debuutalbum A Songwriter’s Diary dan ook makkelijk waar. Erwin Zijleman
Lanie Lane - Night Shade (2014)

4,5
0
geplaatst: 17 december 2014, 10:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lanie Lane - Night Shade - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische singer-songwriter Lanie Lane maakte een jaar of drie geleden een hele aardige plaat met muziek die vooral door stokoude rockabilly en spaghetti westerns was geïnspireerd. Ik vond hem destijds net niet goed genoeg voor een plekje op deze BLOG, maar heb hem vervolgens nog best vaak gedraaid.
Lanie Lane was wat mij betreft een vrouw om in de gaten te houden en wat ben ik blij dat ik dat heb gedaan. Drie jaar na het bij vlagen net iets meer dan aardige To The Horses is Lanie Lane immers terug met een nieuwe plaat, Night Shade, en wat is dat een bijzondere plaat.
Op de cover van de nieuwe plaat heeft Lanie Lane haar wat kitscherige rockabilly outfit van het debuut verruild voor een stemmige en wat serieuzere outfit en ook in muzikaal opzicht blijkt Lanie Lane een ware metamorfose te hebben ondergaan.
Night Shade is een plaat vol prachtig gitaarwerk, dat fraai combineert met de mooie stem van Lanie Lane. De Australische maakte op haar debuut in vocaal opzicht zeker geen onuitwisbare indruk, maar laat op haar tweede plaat een mooi eigen geluid horen.
Waar het debuut van Lanie Lane een buitengewoon lichtvoetige plaat was, is Night Shade, zeker op het eerste gehoor een lastig te doorgronden en nogal zwaar aangezette plaat. De instrumentatie is atmosferisch en donker en wordt vooral ingekleurd door intrigerend gitaarwerk. Dit varieert van mooie heldere gitaarlijnen tot behoorlijk stevige uithalen. Het levert een spannend en dynamisch geluid op, waarin de stem van Lanie Lane uitstekend blijkt te gedijen.
Night Shade is een plaat die mij niet onmiddellijk doet denken aan een andere plaat en dat is een groot goed. Ik was direct geïntrigeerd door het nieuwe geluid van Lanie Lane, dat werkelijk in niets lijkt op het debuut van haar debuut, maar had in eerste instantie eerlijk gezegd ook wel wat moeite om het op de juiste waarde te schatten.
Night Shade bestaat op het eerste gehoor uit ingrediënten die je niet bij elkaar verwacht, maar ze blijken uitstekend bij elkaar te passen. Luister alleen naar het gitaarwerk en je blijft je verbazen over alle mooie wendingen. Luister naar de stem van Lanie Lane en je wordt steeds weer meegesleept. Luister naar alle andere instrumenten en hoor knap deze de vocalen en de gitaren ondersteunen. Luister naar alle ingrediënten bij elkaar en je krijgt muziek voorgeschoteld die de smaakpapillen aangenaam prikkelt en vele keren garant staat voor een smaaksensatie.
Night Shade van Lanie Lane is pas net uit, maar ik weet bijna zeker dat deze plaat in Nederland niets zal gaan doen. Dat is jammer, want dit is nu zo’n plaat die anders is dan alle andere platen en bovendien een plaat die beter is dan veel andere platen. Veel beter zelfs.
Het is een plaat die zomaar jaarlijstjes gehaald zou kunnen hebben als hij niet helemaal aan het eind van het jaar was verschenen. Night Shade heeft hierdoor ook mijn jaarlijstje gemist, maar hij had er zeker niet in misstaan, bijvoorbeeld naast de plaat van Blake Mills die op even unieke wijze prachtig gitaarwerk combineert met een bijzondere stem.
Misschien laat ik Night Shade stiekem liggen voor mijn jaarlijstje van 2015, maar voor het zover is ga ik nog een jaar lang heel veel plezier hebben van deze bijzondere en bloedmooie plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lanie Lane - Night Shade - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische singer-songwriter Lanie Lane maakte een jaar of drie geleden een hele aardige plaat met muziek die vooral door stokoude rockabilly en spaghetti westerns was geïnspireerd. Ik vond hem destijds net niet goed genoeg voor een plekje op deze BLOG, maar heb hem vervolgens nog best vaak gedraaid.
Lanie Lane was wat mij betreft een vrouw om in de gaten te houden en wat ben ik blij dat ik dat heb gedaan. Drie jaar na het bij vlagen net iets meer dan aardige To The Horses is Lanie Lane immers terug met een nieuwe plaat, Night Shade, en wat is dat een bijzondere plaat.
Op de cover van de nieuwe plaat heeft Lanie Lane haar wat kitscherige rockabilly outfit van het debuut verruild voor een stemmige en wat serieuzere outfit en ook in muzikaal opzicht blijkt Lanie Lane een ware metamorfose te hebben ondergaan.
Night Shade is een plaat vol prachtig gitaarwerk, dat fraai combineert met de mooie stem van Lanie Lane. De Australische maakte op haar debuut in vocaal opzicht zeker geen onuitwisbare indruk, maar laat op haar tweede plaat een mooi eigen geluid horen.
Waar het debuut van Lanie Lane een buitengewoon lichtvoetige plaat was, is Night Shade, zeker op het eerste gehoor een lastig te doorgronden en nogal zwaar aangezette plaat. De instrumentatie is atmosferisch en donker en wordt vooral ingekleurd door intrigerend gitaarwerk. Dit varieert van mooie heldere gitaarlijnen tot behoorlijk stevige uithalen. Het levert een spannend en dynamisch geluid op, waarin de stem van Lanie Lane uitstekend blijkt te gedijen.
Night Shade is een plaat die mij niet onmiddellijk doet denken aan een andere plaat en dat is een groot goed. Ik was direct geïntrigeerd door het nieuwe geluid van Lanie Lane, dat werkelijk in niets lijkt op het debuut van haar debuut, maar had in eerste instantie eerlijk gezegd ook wel wat moeite om het op de juiste waarde te schatten.
Night Shade bestaat op het eerste gehoor uit ingrediënten die je niet bij elkaar verwacht, maar ze blijken uitstekend bij elkaar te passen. Luister alleen naar het gitaarwerk en je blijft je verbazen over alle mooie wendingen. Luister naar de stem van Lanie Lane en je wordt steeds weer meegesleept. Luister naar alle andere instrumenten en hoor knap deze de vocalen en de gitaren ondersteunen. Luister naar alle ingrediënten bij elkaar en je krijgt muziek voorgeschoteld die de smaakpapillen aangenaam prikkelt en vele keren garant staat voor een smaaksensatie.
Night Shade van Lanie Lane is pas net uit, maar ik weet bijna zeker dat deze plaat in Nederland niets zal gaan doen. Dat is jammer, want dit is nu zo’n plaat die anders is dan alle andere platen en bovendien een plaat die beter is dan veel andere platen. Veel beter zelfs.
Het is een plaat die zomaar jaarlijstjes gehaald zou kunnen hebben als hij niet helemaal aan het eind van het jaar was verschenen. Night Shade heeft hierdoor ook mijn jaarlijstje gemist, maar hij had er zeker niet in misstaan, bijvoorbeeld naast de plaat van Blake Mills die op even unieke wijze prachtig gitaarwerk combineert met een bijzondere stem.
Misschien laat ik Night Shade stiekem liggen voor mijn jaarlijstje van 2015, maar voor het zover is ga ik nog een jaar lang heel veel plezier hebben van deze bijzondere en bloedmooie plaat. Erwin Zijleman
Lankum - False Lankum (2023)

4,5
2
geplaatst: 26 maart 2023, 11:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lankum - False Lankum - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lankum - False Lankum
De Ierse band Lankum begint ook op False Lankum weer bij behoorlijk traditionele (Ierse) folk, maar slaat vervolgens indrukwekkende wegen in met een vaak aardedonkere instrumentatie die je meedogenloos bij de strot pakt
Go Dig My Grave is de ruim acht minuten durende openingstrack van het vierde album van de Ierse band Lankum en het is een track die je wereld op zijn kop zet. Wat begint als een stokoude folk traditional eindigt in een bloedstollende explosie van geluid, die compleet over je heen walst. Het is maar een van de manieren waarop Lankum op False Lankum een geheel eigen draai geeft aan traditionele folk. De band laat traditionele folksongs prachtig ontsporen, maar de donkere songs van de band kunnen ook op meer ingetogen wijze torenhoge spanningsbogen opbouwen. Met The Livelong Day zette de band uit Dublin zichzelf al nadrukkelijk op de kaart, maar False Lankum is nog veel beter.
Ik heb in de laatste maanden van 2019 echt enorm geworsteld met The Livelong Day, het derde album van de Ierse band Lankum. Nieuwsgierig geworden door alle recensies vol superlatieven van met name de Britse muziekpers, begon ik destijds met zeer hoge verwachtingen aan het album, maar bij eerste beluistering hoorde ik toch vooral een behoorlijk traditioneel klinkend folkalbum en dat zijn over het algemeen albums waar ik maar zelden goed mee uit de voeten kan.
The Livelong Day bleek echter al snel een album dat je niet moet beoordelen na snelle en oppervlakkige beluistering, maar dat je volledig moet ondergaan. Lankum begon op haar doorbraakalbum weliswaar bij de behoorlijk traditionele Ierse folk, maar koos met name in muzikaal opzicht voor verrassende uitstapjes, zonder de tradities van het genre helemaal uit het oog te verliezen. Zeker wanneer de muziek van de band uit Dublin voorzichtig explodeerde in aardedonkere klanken of zelfs dreigende drones, liet The Livelong Day een fascinerend geluid horen en steeg de Ierse band tot grote hoogten.
Deze week is een nieuw album van Lankum verschenen en ook False Lankum wordt weer onthaald met zeer positieve recensies. Ik wist inmiddels wat ik kon wat verwachten en liet me dus niet afschrikken door de invloeden uit de traditionele folk, die ook op False Lankum weer een belangrijke rol spelen. Lankum gaat ook dit keer aan de haal met enkele stokoude traditionals, die de Ierse band aan de ene kant met respect behandelt, maar aan de andere kant ook op zeer eigenzinnige wijze het heden in sleept.
Het album opent verpletterend mooi met het door zangeres Radie Peat prachtig gezongen Go Dig My Grave. Het is van oorsprong al een behoorlijk donkere traditional, maar Lankum maakt er op fascinerende wijze een duistere of zelfs spookachtige song van ruim acht minuten van. Het zijn acht minuten waarin Radie Peat prachtig zingt, maar als de instrumentatie compleet ontspoort en ook nog eens van een bijna beangstigende of zelfs bloedstollende intensiteit is, weet je dat Lankum het fascinerende geluid van The Livelong Day op bijzondere wijze heeft doorontwikkeld.
Falkse Lankum bevat meer traditionals, maar ook songs van recentere datum en een aantal eigen songs. Het zijn songs die worden gedragen door de geweldige stem van Radie Peat, die nog veel beter zingt dan op The Livelong Day, maar ook de mannen in de band tekenen voor mooie vocalen en fraaie harmonieën. Lankum kleurt de songs bij vlagen mooi traditioneel in, maar False Lankum komt tot leven, wanneer de instrumenten aan mogen zwellen en Lankum folk maakt die alleen maar uit de eenentwintigste eeuw kan komen.
De openingstrack is zo indrukwekkend dat False Lankum na acht minuten al een bijzonder album is, maar ook in de tracks die volgen weet de Ierse band diepe indruk te maken met haar geluid, dat hier en daar het etiket doomfolk opgeplakt heeft gekregen. Zeker in de wat langere tracks, en daar bevat het album er flink wat van, is de muziek van Lankum van een unieke schoonheid en een beangstigende intensiteit, waarbij de band overigens niet alleen kiest voor beklemmende drones, maar ook op meer ingetogen wijze de spanning op kan bouwen.
Lankum verlegt ook op False Lankum bijna 70 minuten lang de grenzen van de traditionele folk en levert een album af dat je afwisselend lieflijk streelt en ruw bij de strot pakt. Er gebeurt zoveel dat je na afloop naar adem moet happen en iedere keer dat je naar het album luistert hoor en ervaar je nieuwe dingen. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lankum - False Lankum - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lankum - False Lankum
De Ierse band Lankum begint ook op False Lankum weer bij behoorlijk traditionele (Ierse) folk, maar slaat vervolgens indrukwekkende wegen in met een vaak aardedonkere instrumentatie die je meedogenloos bij de strot pakt
Go Dig My Grave is de ruim acht minuten durende openingstrack van het vierde album van de Ierse band Lankum en het is een track die je wereld op zijn kop zet. Wat begint als een stokoude folk traditional eindigt in een bloedstollende explosie van geluid, die compleet over je heen walst. Het is maar een van de manieren waarop Lankum op False Lankum een geheel eigen draai geeft aan traditionele folk. De band laat traditionele folksongs prachtig ontsporen, maar de donkere songs van de band kunnen ook op meer ingetogen wijze torenhoge spanningsbogen opbouwen. Met The Livelong Day zette de band uit Dublin zichzelf al nadrukkelijk op de kaart, maar False Lankum is nog veel beter.
Ik heb in de laatste maanden van 2019 echt enorm geworsteld met The Livelong Day, het derde album van de Ierse band Lankum. Nieuwsgierig geworden door alle recensies vol superlatieven van met name de Britse muziekpers, begon ik destijds met zeer hoge verwachtingen aan het album, maar bij eerste beluistering hoorde ik toch vooral een behoorlijk traditioneel klinkend folkalbum en dat zijn over het algemeen albums waar ik maar zelden goed mee uit de voeten kan.
The Livelong Day bleek echter al snel een album dat je niet moet beoordelen na snelle en oppervlakkige beluistering, maar dat je volledig moet ondergaan. Lankum begon op haar doorbraakalbum weliswaar bij de behoorlijk traditionele Ierse folk, maar koos met name in muzikaal opzicht voor verrassende uitstapjes, zonder de tradities van het genre helemaal uit het oog te verliezen. Zeker wanneer de muziek van de band uit Dublin voorzichtig explodeerde in aardedonkere klanken of zelfs dreigende drones, liet The Livelong Day een fascinerend geluid horen en steeg de Ierse band tot grote hoogten.
Deze week is een nieuw album van Lankum verschenen en ook False Lankum wordt weer onthaald met zeer positieve recensies. Ik wist inmiddels wat ik kon wat verwachten en liet me dus niet afschrikken door de invloeden uit de traditionele folk, die ook op False Lankum weer een belangrijke rol spelen. Lankum gaat ook dit keer aan de haal met enkele stokoude traditionals, die de Ierse band aan de ene kant met respect behandelt, maar aan de andere kant ook op zeer eigenzinnige wijze het heden in sleept.
Het album opent verpletterend mooi met het door zangeres Radie Peat prachtig gezongen Go Dig My Grave. Het is van oorsprong al een behoorlijk donkere traditional, maar Lankum maakt er op fascinerende wijze een duistere of zelfs spookachtige song van ruim acht minuten van. Het zijn acht minuten waarin Radie Peat prachtig zingt, maar als de instrumentatie compleet ontspoort en ook nog eens van een bijna beangstigende of zelfs bloedstollende intensiteit is, weet je dat Lankum het fascinerende geluid van The Livelong Day op bijzondere wijze heeft doorontwikkeld.
Falkse Lankum bevat meer traditionals, maar ook songs van recentere datum en een aantal eigen songs. Het zijn songs die worden gedragen door de geweldige stem van Radie Peat, die nog veel beter zingt dan op The Livelong Day, maar ook de mannen in de band tekenen voor mooie vocalen en fraaie harmonieën. Lankum kleurt de songs bij vlagen mooi traditioneel in, maar False Lankum komt tot leven, wanneer de instrumenten aan mogen zwellen en Lankum folk maakt die alleen maar uit de eenentwintigste eeuw kan komen.
De openingstrack is zo indrukwekkend dat False Lankum na acht minuten al een bijzonder album is, maar ook in de tracks die volgen weet de Ierse band diepe indruk te maken met haar geluid, dat hier en daar het etiket doomfolk opgeplakt heeft gekregen. Zeker in de wat langere tracks, en daar bevat het album er flink wat van, is de muziek van Lankum van een unieke schoonheid en een beangstigende intensiteit, waarbij de band overigens niet alleen kiest voor beklemmende drones, maar ook op meer ingetogen wijze de spanning op kan bouwen.
Lankum verlegt ook op False Lankum bijna 70 minuten lang de grenzen van de traditionele folk en levert een album af dat je afwisselend lieflijk streelt en ruw bij de strot pakt. Er gebeurt zoveel dat je na afloop naar adem moet happen en iedere keer dat je naar het album luistert hoor en ervaar je nieuwe dingen. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
Lankum - The Livelong Day (2019)

4,5
1
geplaatst: 17 december 2019, 16:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lankum - Livelong Day - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lankum - The Livelong Day
Lankum werd anderhalve maand geleden bejubeld in met name de Britse muziekpers en dat is precies wat hun fascinerende folk album met een twist verdient
Na snelle en niet al te aandachtige beluistering kwam The Livelong Day van de Ierse band Lankum bij mij op de stapel terecht. Te folky en te traditioneel was het snelle oordeel. Een onterecht oordeel, want Lankum kleurt op haar tweede album nadrukkelijk buiten de lijntjes van de traditionele Ierse folk. Dat hoor je vooral in de instrumentatie die makkelijk kan ontsporen en dan opeens donker en dreigend klinkt, maar ook wanneer de band de folk trouw blijft valt er veel te genieten van mooie klanken en van de geweldige stem van zangeres Radie Peat. Lankum duikt momenteel op in flink wat jaarlijstjes en dat begrijp ik inmiddels volkomen.
The Livelong Day, het tweede album van de Ierse band Lankum, werd anderhalve maand geleden onthaald met louter positieve recensies. Vanwege alle superlatieven begon ik met hoge verwachtingen aan de eerste beluistering van het album, om vervolgens al snel te concluderen dat het toch niet helemaal mijn ding was.
Lankum opent haar tweede album met een traditional en vertolkt deze op het eerste gehoor zoals dit in de Ierse folk gebruikelijk is. Nu is dat niet mijn genre, al hoorde ik wel dat Lankum beschikt over een geweldige zangeres en dat het ook in muzikaal opzicht interessanter is dan de meeste traditionele Ierse folkbands.
Vanwege het grote aantal releases in oktober verdween het slechts gedeeltelijk en fragmentarisch beluisterde album snel op de stapel, om daar een paar dagen geleden pas weer van af te komen. Vanwege alle mooie woorden in oktober verbaast het me niet dat het album van Lankum in meerdere jaarlijstjes opduikt, maar het motiveerde me wel om net wat beter te luisteren naar het album van de band uit Dublin.
De openingstrack en traditional The Wild Rover, die ik een paar weken geleden nog af deed als veel te traditioneel en folky, had me nu wel te pakken. The Wild Rover is vertolkt door alles en iedereen, met in de voorhoede Ierse bands als The Dubliners en The Pogues, maar ook onze eigen André Rieu heeft zich wel eens aan het eeuwenoude dronkemanslied vergrepen. De versie van Lankum, die maar liefst tien minuten duurt, valt in eerste instantie op door een prachtig subtiele instrumentatie, fraaie harmonieën en vooral door de fantastische vocalen van zangeres Radie Peat. Naarmate de track vordert, wordt de instrumentatie echter steeds spannender om uiteindelijk prachtig te ontsporen in bijna postrock achtige klanken.
De instrumentatie op The Livelong Day is veel vaker een stuk spannender dan op het gemiddelde traditionele folk album en slaagt er keer op keer prachtig in om de spanning op te bouwen. In vocaal opzicht maakt niet alleen zangeres Radie Peat indruk, want ook drie mannelijke leden van de band laten fraaie vocalen horen.
Hoe vaker ik naar het tweede album van Lankum luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat de Ierse band een bijzonder album heeft afgeleverd. Het is bijzonder hoe het Ierse kwartet in een paar noten tijd afstand kan nemen van de traditionele Ierse folkmuziek en op de proppen kan komen met muziek die bijna is te omschrijven als drones, al zijn de klanken op The Livelong Day uiteraard niet zo meedogenloos als die op de twee albums die Sunn O))) dit jaar uitbracht.
Ik had het album tweeënhalve maand geleden zoals gezegd fragmentarisch beluisterd en was in de meeste songs al afgehaakt op het moment dat echt spannend werd. De bijzondere spanning in de instrumentatie en songs op het album tilt The Livelong Day echter een enorm stuk omhoog.
Lankum durft op haar tweede album de gebaande paden te verlaten, maar blijft op hetzelfde moment de Ierse folk trouw. Het levert een bijzonder album op dat bij iedere luisterbeurt nog wat indringender en intrigerender klinkt. Met name de Britse muziekbladen hebben in lyrische bewoordingen geschreven over het album van de band uit Dublin. Dat leek me sterk overdreven, maar ik vrees dat ik ze toch gelijk moet geven. Fascinerend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lankum - Livelong Day - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lankum - The Livelong Day
Lankum werd anderhalve maand geleden bejubeld in met name de Britse muziekpers en dat is precies wat hun fascinerende folk album met een twist verdient
Na snelle en niet al te aandachtige beluistering kwam The Livelong Day van de Ierse band Lankum bij mij op de stapel terecht. Te folky en te traditioneel was het snelle oordeel. Een onterecht oordeel, want Lankum kleurt op haar tweede album nadrukkelijk buiten de lijntjes van de traditionele Ierse folk. Dat hoor je vooral in de instrumentatie die makkelijk kan ontsporen en dan opeens donker en dreigend klinkt, maar ook wanneer de band de folk trouw blijft valt er veel te genieten van mooie klanken en van de geweldige stem van zangeres Radie Peat. Lankum duikt momenteel op in flink wat jaarlijstjes en dat begrijp ik inmiddels volkomen.
The Livelong Day, het tweede album van de Ierse band Lankum, werd anderhalve maand geleden onthaald met louter positieve recensies. Vanwege alle superlatieven begon ik met hoge verwachtingen aan de eerste beluistering van het album, om vervolgens al snel te concluderen dat het toch niet helemaal mijn ding was.
Lankum opent haar tweede album met een traditional en vertolkt deze op het eerste gehoor zoals dit in de Ierse folk gebruikelijk is. Nu is dat niet mijn genre, al hoorde ik wel dat Lankum beschikt over een geweldige zangeres en dat het ook in muzikaal opzicht interessanter is dan de meeste traditionele Ierse folkbands.
Vanwege het grote aantal releases in oktober verdween het slechts gedeeltelijk en fragmentarisch beluisterde album snel op de stapel, om daar een paar dagen geleden pas weer van af te komen. Vanwege alle mooie woorden in oktober verbaast het me niet dat het album van Lankum in meerdere jaarlijstjes opduikt, maar het motiveerde me wel om net wat beter te luisteren naar het album van de band uit Dublin.
De openingstrack en traditional The Wild Rover, die ik een paar weken geleden nog af deed als veel te traditioneel en folky, had me nu wel te pakken. The Wild Rover is vertolkt door alles en iedereen, met in de voorhoede Ierse bands als The Dubliners en The Pogues, maar ook onze eigen André Rieu heeft zich wel eens aan het eeuwenoude dronkemanslied vergrepen. De versie van Lankum, die maar liefst tien minuten duurt, valt in eerste instantie op door een prachtig subtiele instrumentatie, fraaie harmonieën en vooral door de fantastische vocalen van zangeres Radie Peat. Naarmate de track vordert, wordt de instrumentatie echter steeds spannender om uiteindelijk prachtig te ontsporen in bijna postrock achtige klanken.
De instrumentatie op The Livelong Day is veel vaker een stuk spannender dan op het gemiddelde traditionele folk album en slaagt er keer op keer prachtig in om de spanning op te bouwen. In vocaal opzicht maakt niet alleen zangeres Radie Peat indruk, want ook drie mannelijke leden van de band laten fraaie vocalen horen.
Hoe vaker ik naar het tweede album van Lankum luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat de Ierse band een bijzonder album heeft afgeleverd. Het is bijzonder hoe het Ierse kwartet in een paar noten tijd afstand kan nemen van de traditionele Ierse folkmuziek en op de proppen kan komen met muziek die bijna is te omschrijven als drones, al zijn de klanken op The Livelong Day uiteraard niet zo meedogenloos als die op de twee albums die Sunn O))) dit jaar uitbracht.
Ik had het album tweeënhalve maand geleden zoals gezegd fragmentarisch beluisterd en was in de meeste songs al afgehaakt op het moment dat echt spannend werd. De bijzondere spanning in de instrumentatie en songs op het album tilt The Livelong Day echter een enorm stuk omhoog.
Lankum durft op haar tweede album de gebaande paden te verlaten, maar blijft op hetzelfde moment de Ierse folk trouw. Het levert een bijzonder album op dat bij iedere luisterbeurt nog wat indringender en intrigerender klinkt. Met name de Britse muziekbladen hebben in lyrische bewoordingen geschreven over het album van de band uit Dublin. Dat leek me sterk overdreven, maar ik vrees dat ik ze toch gelijk moet geven. Fascinerend album. Erwin Zijleman
Lanterns on the Lake - Spook the Herd (2020)

5,0
0
geplaatst: 25 februari 2020, 15:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lanterns On The Lake - Spook The Herd - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lanterns On The Lake - Spook The Herd
De Britse band Lanterns On The Lake imponeert met een album vol dynamiek en avontuur, wonderschone zang en songs die overlopen van intensiteit en schoonheid
De muziek van Lanterns On The Lake is me tot dusver wat ontgaan, maar wat maakt de band uit Newcastle indruk met haar vierde album. De instrumentatie varieert van groots en dreigend tot ingetogen en indringend en kleurt altijd prachtig bij de geweldige zang van Hazel Wilde, die keer op keer garant staat voor kippenvel. De songs van de band lopen over van dynamiek, intensiteit en schoonheid en sleuren je mee op een rollercoaster rit langs een handvol invloeden. Spook The Herd ontroert en grijpt je bij de strot, maar het album blaast je ook van je sokken met imposante geluidsmuren. Bijzonder indrukwekkend album van deze Britse band.
Lanterns On The Lake. Ik denk dat ik alle albums van de Britse band wel eens in handen heb gehad (de covers van de albums kwamen me in ieder geval stuk voor stuk bekend voor), maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit (goed) heb geluisterd naar de muziek van de band uit Newcastle. Tot nu dan, want het deze week verschenen Spook The Herd kwam wel direct uit de speakers en maakte ook direct een onuitwisbare indruk.
Lanterns On The Lake combineert in de openingstrack van haar vierde album grootse klanken met invloeden uit de dreampop met subtiele pianoklanken en de prachtige stem van zangeres Hazel Wilde, die diepe indruk maakt als zangeres.
In de openingstrack klinkt het geluid van Lanterns On The Lake nog als dat van bijvoorbeeld Beach House, maar in de tweede track nemen subtiele gitaarlijnen, stevige gitaarlijnen, complexe ritmes en stevig aangezette strijkers het over. Ook in deze tweede track, die werkelijk prachtig in elkaar zit, maakt Hazel Wilde indruk met haar stem en speelt Lanterns On The Lake eigenlijk al een gewonnen wedstrijd.
De band uit Newcastle schetst op Spook The Herd geen rooskleurig beeld van de Britse samenleving. De Brexit heeft de land tot op het bot verdeeld, de toename van geweld en de opkomst van extreem rechts boezemen angst in en met Boris Johnson heeft het Verenigd Koninkrijk een premier die op Trumpiaanse wijze regeert. Lanterns On The Lake wordt er niet vrolijk van, maar verpakt de maatschappijkritische teksten op haar vierde album in werkelijk wonderschone muziek.
Het is muziek die aan van alles doet denken, maar uiteindelijk op niets lijkt. Het is muziek waarin subtiliteit en grootse klanken hand in hand gaan, wat zorgt voor heel veel dynamiek. Lanterns On The Lake kan een muur van geluid laten omslaan in een enkel pianoakkoord en omgekeerd en kan zowel betoveren met grootse als met behoorlijk ingetogen songs.
Met name de drummer van de band maakt indruk met subtiel maar uiterst trefzeker drumwerk, maar ook het gitaarwerk op het album is van een bijzondere schoonheid en subtiliteit. Het combineert prachtig met de groots en meeslepend klinkende synths, die steeds weer wolken dreampop en postrock over laten drijven. Het klinkt fantastisch, maar de muziek van Lanterns On The Lake is ook spannend, waardoor je geen moment van dit album wilt missen.
In muzikaal opzicht maakt de band uit Newcastle indruk, maar de zang van Hazel Wilde vind ik nog veel indrukwekkender. De Britse zangeres kan fluisterzacht zingen, maar blijft ook makkelijk overeind wanneer de instrumentatie op Spook The Herd los gaat. De zang op het album staat ook nog eens bijna continu voor kippenvel.
Spook The Herd is eens een album vol invloeden. Dreampop is al genoemd, maar ook psychedelica, postpunk en postrock dragen een steentje bij en daar blijft het zeker niet bij. De lijst met relevant vergelijkingsmateriaal blijft ook maar groeien. Van Siouxsie & The Banshees tot Mazzy Star en van Cowboy Junkies tot Weyes Blood, het is allemaal relevant, maar ook altijd maar heel even treffend.
Lanterns On The Lake maakt 40 minuten muziek die opvalt door een enorme intensiteit en een enorme schoonheid. En beiden worden naarmate het album vordert en intiemere songs een belangrijkere rol gaan spelen alleen maar verder opgevoerd. Spook The Herd is mijn eerste serieuze kennismaking met de muziek van Lanterns On The Lake en ik ben diep, diep onder de indruk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lanterns On The Lake - Spook The Herd - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lanterns On The Lake - Spook The Herd
De Britse band Lanterns On The Lake imponeert met een album vol dynamiek en avontuur, wonderschone zang en songs die overlopen van intensiteit en schoonheid
De muziek van Lanterns On The Lake is me tot dusver wat ontgaan, maar wat maakt de band uit Newcastle indruk met haar vierde album. De instrumentatie varieert van groots en dreigend tot ingetogen en indringend en kleurt altijd prachtig bij de geweldige zang van Hazel Wilde, die keer op keer garant staat voor kippenvel. De songs van de band lopen over van dynamiek, intensiteit en schoonheid en sleuren je mee op een rollercoaster rit langs een handvol invloeden. Spook The Herd ontroert en grijpt je bij de strot, maar het album blaast je ook van je sokken met imposante geluidsmuren. Bijzonder indrukwekkend album van deze Britse band.
Lanterns On The Lake. Ik denk dat ik alle albums van de Britse band wel eens in handen heb gehad (de covers van de albums kwamen me in ieder geval stuk voor stuk bekend voor), maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit (goed) heb geluisterd naar de muziek van de band uit Newcastle. Tot nu dan, want het deze week verschenen Spook The Herd kwam wel direct uit de speakers en maakte ook direct een onuitwisbare indruk.
Lanterns On The Lake combineert in de openingstrack van haar vierde album grootse klanken met invloeden uit de dreampop met subtiele pianoklanken en de prachtige stem van zangeres Hazel Wilde, die diepe indruk maakt als zangeres.
In de openingstrack klinkt het geluid van Lanterns On The Lake nog als dat van bijvoorbeeld Beach House, maar in de tweede track nemen subtiele gitaarlijnen, stevige gitaarlijnen, complexe ritmes en stevig aangezette strijkers het over. Ook in deze tweede track, die werkelijk prachtig in elkaar zit, maakt Hazel Wilde indruk met haar stem en speelt Lanterns On The Lake eigenlijk al een gewonnen wedstrijd.
De band uit Newcastle schetst op Spook The Herd geen rooskleurig beeld van de Britse samenleving. De Brexit heeft de land tot op het bot verdeeld, de toename van geweld en de opkomst van extreem rechts boezemen angst in en met Boris Johnson heeft het Verenigd Koninkrijk een premier die op Trumpiaanse wijze regeert. Lanterns On The Lake wordt er niet vrolijk van, maar verpakt de maatschappijkritische teksten op haar vierde album in werkelijk wonderschone muziek.
Het is muziek die aan van alles doet denken, maar uiteindelijk op niets lijkt. Het is muziek waarin subtiliteit en grootse klanken hand in hand gaan, wat zorgt voor heel veel dynamiek. Lanterns On The Lake kan een muur van geluid laten omslaan in een enkel pianoakkoord en omgekeerd en kan zowel betoveren met grootse als met behoorlijk ingetogen songs.
Met name de drummer van de band maakt indruk met subtiel maar uiterst trefzeker drumwerk, maar ook het gitaarwerk op het album is van een bijzondere schoonheid en subtiliteit. Het combineert prachtig met de groots en meeslepend klinkende synths, die steeds weer wolken dreampop en postrock over laten drijven. Het klinkt fantastisch, maar de muziek van Lanterns On The Lake is ook spannend, waardoor je geen moment van dit album wilt missen.
In muzikaal opzicht maakt de band uit Newcastle indruk, maar de zang van Hazel Wilde vind ik nog veel indrukwekkender. De Britse zangeres kan fluisterzacht zingen, maar blijft ook makkelijk overeind wanneer de instrumentatie op Spook The Herd los gaat. De zang op het album staat ook nog eens bijna continu voor kippenvel.
Spook The Herd is eens een album vol invloeden. Dreampop is al genoemd, maar ook psychedelica, postpunk en postrock dragen een steentje bij en daar blijft het zeker niet bij. De lijst met relevant vergelijkingsmateriaal blijft ook maar groeien. Van Siouxsie & The Banshees tot Mazzy Star en van Cowboy Junkies tot Weyes Blood, het is allemaal relevant, maar ook altijd maar heel even treffend.
Lanterns On The Lake maakt 40 minuten muziek die opvalt door een enorme intensiteit en een enorme schoonheid. En beiden worden naarmate het album vordert en intiemere songs een belangrijkere rol gaan spelen alleen maar verder opgevoerd. Spook The Herd is mijn eerste serieuze kennismaking met de muziek van Lanterns On The Lake en ik ben diep, diep onder de indruk. Erwin Zijleman
Lanterns on the Lake - Versions of Us (2023)

4,5
0
geplaatst: 9 juni 2023, 16:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lanterns On The Lake - Versions Of Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lanterns On The Lake - Versions Of Us
Na het jaarlijstjesalbum Spook The Herd werd het stil rond de Britse band Lanterns On The Lake, maar met opvolger Versions Of Us laat de band uit Newcastle horen dat het vorige album zeker geen toevalstreffer was
Spook The Herd van Lanterns On The Lake blies me aan het begin van 2020 van mijn sokken en hoorde uiteindelijk bij de beste albums van 2020. Het opnemen van de opvolger van het album werd om meerdere redenen een worsteling, maar deze week is Versions Of Us verschenen. Lanterns On The Lake is door alle tegenslagen alleen maar sterker geworden en is er wat mij betreft in geslaagd om het niveau van het uitstekende Spook The Herd te overtreffen. De band doet dit met een nog dynamischer geluid, met nog overtuigendere zang van Hazel Wild en vooral met songs die de spanning keer op keer prachtig opbouwen, zonder dat het zwaar aangezette album uit de bocht vliegt.
Ik ontdekte de Britse band Lanterns On The Lake pas bij de release van hun vierde album, Spook The Herd, maar reserveerde aan het eind van 2020 wel een plek in mijn jaarlijstje voor het album van de band uit Newcastle. Lanterns On The Lake verraste mij op haar vierde album met een afwisselend groots en dreigend en ingetogen en indringend geluid en imponeerde vervolgens met de uitstekende zang van frontvrouw Hazel Wilde en de maatschappijkritische teksten, die het door de Brexit tot op het bot verdeelde Groot-Brittannië fijnzinnig fileerde.
Af en toe hoorde ik een vleugje Beach House achtige dreampop, maar ik droeg ook alles van Siouxsie & The Banshees tot Mazzy Star en van Cowboy Junkies tot Weyes Blood aan als relevant vergelijkingsmateriaal en had ook London Grammar kunnen noemen, al is de muziek van Lanterns On The Lake wel wat spannender. Spook The Herd kreeg door de coronapandemie niet de aandacht en de waardering die het album verdiende, al haalde de band nog wel een Mercury Prize nominatie binnen, maar zelf keek ik met hooggespannen verwachtingen uit naar het vijfde album van de Britse band.
Dat album is deze week verschenen en Versions Of Us heeft me zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Het album kwam er overigens niet vanzelf. De coronapandemie zette een flinke streep door de plannen van de band, een eerste opnamesessie van het nieuwe album leverde een teleurstellend resultaat op, Hazel Wilde werd moeder en uiteindelijk stapte ook de drummer van de band nog op. Samen met Radiohead drummer Philip Selway, die ook tekende voor de productie, werd een nieuwe poging gewaagd met Versions Of Us als resultaat.
Het nieuwe album van Lanterns On The Lake is, misschien nog wel meer dan zijn voorganger, een album vol dynamiek. De Britse band kan flink uitpakken met grootse en meeslepende klanken vol dreigende gitaarwolken en dikke lagen synths, maar zoekt ook met enige regelmaat de rust met lome en wat atmosferische passages. Constante factor is de stem van Hazel Wilde, die ook dit keer met veel kracht, maar ook met veel gevoel zingt. Het is niet alleen de constante factor, maar ook de onderscheidende factor, want het is met name de zang op Versions Of Us die het album bijzonder maakt, al staat het album ook in muzikaal opzicht als een huis.
Lanterns On The Lake heeft niet alleen meer dynamiek toegevoegd aan haar muziek, maar heeft haar geluid hier en daar ook wat zwaarder aangezet. Het schuurt af en toe tegen drama en bombast aan, maar door op tijd gas terug te nemen vliegt Versions Of Us nergens uit de bocht. Spook The Herd was aan het begin van 2020 voor mij echt een enorme verrassing. Die verrassing is dit keer wat minder groot, want Versions Of Us ligt ondanks de verschillen in het verlengde van zijn voorganger, maar uiteindelijk vind ik het nieuwe album van Lanterns On The Lake nog beter dan het jaarlijstjesalbum uit 2020.
Op Spook The Herd sprong het drumwerk er wat mij betreft uit en dit is ook bij Philip Selway in goede handen. Het gitaarwerk op Versions Of Us en met name de zang van Hazel Wilde vind ik op het nieuwe album nog net wat indrukwekkender, maar de grootste groei zit in de songs, die stuk voor stuk indruk maken met hoge spanningsbogen, verrassende wendingen en wonderschone passages. Prachtalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lanterns On The Lake - Versions Of Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lanterns On The Lake - Versions Of Us
Na het jaarlijstjesalbum Spook The Herd werd het stil rond de Britse band Lanterns On The Lake, maar met opvolger Versions Of Us laat de band uit Newcastle horen dat het vorige album zeker geen toevalstreffer was
Spook The Herd van Lanterns On The Lake blies me aan het begin van 2020 van mijn sokken en hoorde uiteindelijk bij de beste albums van 2020. Het opnemen van de opvolger van het album werd om meerdere redenen een worsteling, maar deze week is Versions Of Us verschenen. Lanterns On The Lake is door alle tegenslagen alleen maar sterker geworden en is er wat mij betreft in geslaagd om het niveau van het uitstekende Spook The Herd te overtreffen. De band doet dit met een nog dynamischer geluid, met nog overtuigendere zang van Hazel Wild en vooral met songs die de spanning keer op keer prachtig opbouwen, zonder dat het zwaar aangezette album uit de bocht vliegt.
Ik ontdekte de Britse band Lanterns On The Lake pas bij de release van hun vierde album, Spook The Herd, maar reserveerde aan het eind van 2020 wel een plek in mijn jaarlijstje voor het album van de band uit Newcastle. Lanterns On The Lake verraste mij op haar vierde album met een afwisselend groots en dreigend en ingetogen en indringend geluid en imponeerde vervolgens met de uitstekende zang van frontvrouw Hazel Wilde en de maatschappijkritische teksten, die het door de Brexit tot op het bot verdeelde Groot-Brittannië fijnzinnig fileerde.
Af en toe hoorde ik een vleugje Beach House achtige dreampop, maar ik droeg ook alles van Siouxsie & The Banshees tot Mazzy Star en van Cowboy Junkies tot Weyes Blood aan als relevant vergelijkingsmateriaal en had ook London Grammar kunnen noemen, al is de muziek van Lanterns On The Lake wel wat spannender. Spook The Herd kreeg door de coronapandemie niet de aandacht en de waardering die het album verdiende, al haalde de band nog wel een Mercury Prize nominatie binnen, maar zelf keek ik met hooggespannen verwachtingen uit naar het vijfde album van de Britse band.
Dat album is deze week verschenen en Versions Of Us heeft me zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Het album kwam er overigens niet vanzelf. De coronapandemie zette een flinke streep door de plannen van de band, een eerste opnamesessie van het nieuwe album leverde een teleurstellend resultaat op, Hazel Wilde werd moeder en uiteindelijk stapte ook de drummer van de band nog op. Samen met Radiohead drummer Philip Selway, die ook tekende voor de productie, werd een nieuwe poging gewaagd met Versions Of Us als resultaat.
Het nieuwe album van Lanterns On The Lake is, misschien nog wel meer dan zijn voorganger, een album vol dynamiek. De Britse band kan flink uitpakken met grootse en meeslepende klanken vol dreigende gitaarwolken en dikke lagen synths, maar zoekt ook met enige regelmaat de rust met lome en wat atmosferische passages. Constante factor is de stem van Hazel Wilde, die ook dit keer met veel kracht, maar ook met veel gevoel zingt. Het is niet alleen de constante factor, maar ook de onderscheidende factor, want het is met name de zang op Versions Of Us die het album bijzonder maakt, al staat het album ook in muzikaal opzicht als een huis.
Lanterns On The Lake heeft niet alleen meer dynamiek toegevoegd aan haar muziek, maar heeft haar geluid hier en daar ook wat zwaarder aangezet. Het schuurt af en toe tegen drama en bombast aan, maar door op tijd gas terug te nemen vliegt Versions Of Us nergens uit de bocht. Spook The Herd was aan het begin van 2020 voor mij echt een enorme verrassing. Die verrassing is dit keer wat minder groot, want Versions Of Us ligt ondanks de verschillen in het verlengde van zijn voorganger, maar uiteindelijk vind ik het nieuwe album van Lanterns On The Lake nog beter dan het jaarlijstjesalbum uit 2020.
Op Spook The Herd sprong het drumwerk er wat mij betreft uit en dit is ook bij Philip Selway in goede handen. Het gitaarwerk op Versions Of Us en met name de zang van Hazel Wilde vind ik op het nieuwe album nog net wat indrukwekkender, maar de grootste groei zit in de songs, die stuk voor stuk indruk maken met hoge spanningsbogen, verrassende wendingen en wonderschone passages. Prachtalbum. Erwin Zijleman
Låpsley - I’m a Hurricane I’m a Woman in Love (2025)

1
geplaatst: 19 mei 2025, 17:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Låpsley - I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Låpsley - I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love
I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse muzikante Låpsley en het is een kennismaking die gehakt maakt van alle vooroordelen die ik kennelijk over haar muziek had
Låpsley leverde onlangs met I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love haar vierde album af. Het is een album waar nog niet overdreven veel is geschreven, maar alles dat ik heb gelezen over het album is behoorlijk positief. Hoogste tijd dus om eens te gaan luisteren naar de muziek van de Britse muzikante en dat is me uitstekend bevallen. Ik hou wel van pop en Låpsley maakt op haar nieuwe album hele goede pop. Het is pop die zich laat beïnvloeden door muziek uit het verleden, maar die ook anders klinkt dan de meeste andere pop van het moment. Het is pop die door de persoonlijkheid van Låpsley een eigen gezicht heeft en de Britse muzikante is ook nog eens een geweldige zangeres.
Ik had tot voor kort nog nooit naar de muziek van Låpsley geluisterd. Op een of andere manier associeerde ik de naam Låpsley met muziek die mij niet aanspreekt, al kan ik niet direct zeggen wat voor muziek dit dan zou moeten zijn. Waarschijnlijk iets met heel veel te zwaar aangezette elektronica en een overdaad aan beats. Het was voor mij dan ook volkomen logisch om het een week of twee geleden verschenen I’m A Hurricane I’m A Woman in Love te laten liggen, tot ik een zeer lovende recensie over het album las, die mij toch nieuwsgierig maakte naar de muziek van Låpsley.
Ik ging er overigens ook van uit dat Låpsley uit IJsland of in ieder geval uit Scandinavië kwam, maar Holly Lapsley Fletcher is zo Brits als wat. Ze gaat inmiddels al een aantal jaren mee en levert met I’m A Hurricane I’m A Woman in Love haar vierde album af. Naar de andere albums ga ik nog wel eens luisteren, maar vooralsnog krijg ik even geen genoeg van I’m A Hurricane I’m A Woman in Love. Het is een album dat wat mij betreft een 100% popalbum genoemd mag worden, maar het is wel een interessant popalbum.
Ik ben kennelijk niet de enige die de muziek van Låpsley de afgelopen jaren heeft laten liggen, want ik heb in meerdere recensies gelezen dat de Britse muzikante ondanks een aantal uitstekende albums nog niet is doorgebroken naar een groot publiek en haar nieuwe album mede daarom in eigen beheer heeft uitgebracht. Over de eerste drie albums kan ik nog niet oordelen, maar I’m A Hurricane I’m A Woman in Love is een popalbum dat niet onder doet voor een aantal andere grote popalbums van het moment.
De Britse muzikante heeft een persoonlijk en intiem album over de liefde gemaakt, maar het is ook een album met een aantal grootse en zeer aanstekelijke popsongs. De meeste pop komt momenteel uit de Verenigde Staten, maar de Britse pop van Låpsley klinkt toch net wat anders. Ik vind het dan ook niet makkelijk om de muziek van Låpsley te vergelijken met de muziek van andere popzangeressen van het moment.
Ik hoor misschien nog wel het meest van het eveneens Britse London Grammar, al moet ik toegeven dat ik al een tijd niet meer naar de muziek van die Britse band heb geluisterd. Net als de albums van London Grammar blinkt ook het album van Låpsley uit door uitstekende zang. De Britse muzikante beschikt over een bijzondere stem, die anders klinkt dan die van de andere popzangeressen van het moment.
Het is een stem die het goed doet in met veel synths ingekleurde songs op I’m A Hurricane I’m A Woman in Love, maar die minstens even mooi en overtuigend klinkt in de meer ingetogen songs die ook zijn te vinden op het album en een folkpop kant van de Britse muzikante laten horen.
Het zijn songs die soms wat echo’s uit de jaren 80 laten horen, maar Låpsley klinkt ook absoluut als een popzangeres van het moment. Ik hou wel van popalbums als deze en kan na een paar keer horen alleen maar concluderen dat de Britse zangeres op geen enkele manier achter blijft bij haar succesvollere concurrenten uit de Verenigde Staten.
Zeker in de wat intiemere songs op het album hoor je veel van de persoon Låpsley en dat mis ik wel eens bij de grote popzangeressen van het moment, die in veel gevallen ook minder goed zingen dan de Britse zangeres. Ik schaam me inmiddels voor mijn vooroordelen ten opzichte van de naam Låpsley, want Holly Lapsley Fletcher is echt heel goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Låpsley - I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Låpsley - I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love
I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse muzikante Låpsley en het is een kennismaking die gehakt maakt van alle vooroordelen die ik kennelijk over haar muziek had
Låpsley leverde onlangs met I’m A Hurricane, I’m A Woman In Love haar vierde album af. Het is een album waar nog niet overdreven veel is geschreven, maar alles dat ik heb gelezen over het album is behoorlijk positief. Hoogste tijd dus om eens te gaan luisteren naar de muziek van de Britse muzikante en dat is me uitstekend bevallen. Ik hou wel van pop en Låpsley maakt op haar nieuwe album hele goede pop. Het is pop die zich laat beïnvloeden door muziek uit het verleden, maar die ook anders klinkt dan de meeste andere pop van het moment. Het is pop die door de persoonlijkheid van Låpsley een eigen gezicht heeft en de Britse muzikante is ook nog eens een geweldige zangeres.
Ik had tot voor kort nog nooit naar de muziek van Låpsley geluisterd. Op een of andere manier associeerde ik de naam Låpsley met muziek die mij niet aanspreekt, al kan ik niet direct zeggen wat voor muziek dit dan zou moeten zijn. Waarschijnlijk iets met heel veel te zwaar aangezette elektronica en een overdaad aan beats. Het was voor mij dan ook volkomen logisch om het een week of twee geleden verschenen I’m A Hurricane I’m A Woman in Love te laten liggen, tot ik een zeer lovende recensie over het album las, die mij toch nieuwsgierig maakte naar de muziek van Låpsley.
Ik ging er overigens ook van uit dat Låpsley uit IJsland of in ieder geval uit Scandinavië kwam, maar Holly Lapsley Fletcher is zo Brits als wat. Ze gaat inmiddels al een aantal jaren mee en levert met I’m A Hurricane I’m A Woman in Love haar vierde album af. Naar de andere albums ga ik nog wel eens luisteren, maar vooralsnog krijg ik even geen genoeg van I’m A Hurricane I’m A Woman in Love. Het is een album dat wat mij betreft een 100% popalbum genoemd mag worden, maar het is wel een interessant popalbum.
Ik ben kennelijk niet de enige die de muziek van Låpsley de afgelopen jaren heeft laten liggen, want ik heb in meerdere recensies gelezen dat de Britse muzikante ondanks een aantal uitstekende albums nog niet is doorgebroken naar een groot publiek en haar nieuwe album mede daarom in eigen beheer heeft uitgebracht. Over de eerste drie albums kan ik nog niet oordelen, maar I’m A Hurricane I’m A Woman in Love is een popalbum dat niet onder doet voor een aantal andere grote popalbums van het moment.
De Britse muzikante heeft een persoonlijk en intiem album over de liefde gemaakt, maar het is ook een album met een aantal grootse en zeer aanstekelijke popsongs. De meeste pop komt momenteel uit de Verenigde Staten, maar de Britse pop van Låpsley klinkt toch net wat anders. Ik vind het dan ook niet makkelijk om de muziek van Låpsley te vergelijken met de muziek van andere popzangeressen van het moment.
Ik hoor misschien nog wel het meest van het eveneens Britse London Grammar, al moet ik toegeven dat ik al een tijd niet meer naar de muziek van die Britse band heb geluisterd. Net als de albums van London Grammar blinkt ook het album van Låpsley uit door uitstekende zang. De Britse muzikante beschikt over een bijzondere stem, die anders klinkt dan die van de andere popzangeressen van het moment.
Het is een stem die het goed doet in met veel synths ingekleurde songs op I’m A Hurricane I’m A Woman in Love, maar die minstens even mooi en overtuigend klinkt in de meer ingetogen songs die ook zijn te vinden op het album en een folkpop kant van de Britse muzikante laten horen.
Het zijn songs die soms wat echo’s uit de jaren 80 laten horen, maar Låpsley klinkt ook absoluut als een popzangeres van het moment. Ik hou wel van popalbums als deze en kan na een paar keer horen alleen maar concluderen dat de Britse zangeres op geen enkele manier achter blijft bij haar succesvollere concurrenten uit de Verenigde Staten.
Zeker in de wat intiemere songs op het album hoor je veel van de persoon Låpsley en dat mis ik wel eens bij de grote popzangeressen van het moment, die in veel gevallen ook minder goed zingen dan de Britse zangeres. Ik schaam me inmiddels voor mijn vooroordelen ten opzichte van de naam Låpsley, want Holly Lapsley Fletcher is echt heel goed. Erwin Zijleman
Lara Taubman - Ol' Kentucky Light (2022)

4,0
2
geplaatst: 29 september 2022, 22:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lara Taubman - Ol' Kentucky Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lara Taubman - Ol' Kentucky Light
De Amerikaanse muzikante Lara Taubman vond de inspiratie voor Ol' Kentucky Light op een snikhete dag in New York, maar levert een album af dat vooral koude herfst- en winteravonden aangenaam gaat verwarmen
Het debuut van Lara Taubman pikte ik ruim twee jaar geleden net wat te laat op, maar met haar tweede album ben ik wel bij de les. Ol' Kentucky Light werd geïnspireerd door een aantal gospelsongs, maar op haar tweede album maakt Lara Taubman vooral tijdloze singer-songwriter muziek met invloeden uit de folk, country, jazz, pop, soul, en natuurlijk gospel. Het levert een album op dat met gemak vijftig jaar oud zou kunnen zijn, maar ook in 2022 komt de muziek van de New Yorkse singer-songwriter makkelijk aan. De songs zijn aansprekend, de instrumentatie is sober maar doeltreffend en Lara Taubman beschikt over een bijzondere stem vol gevoel. Mooi album.
Revelation, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Lara Taubman, zou oorspronkelijk aan het begin van 2020 verschijnen, maar een wereldwijd opduikend virus stelde de release een paar maanden uit. In de zomer van 2020 heb ik het album vervolgens gemist, waardoor ik pas een jaar later voor het eerst kennis maakte met de muziek van de singer-songwriter uit New York. Het was een kennismaking die indruk heeft gemaakt, want Revelation bleek een album dat lijkt weggelopen uit een heel ver verleden. Het is bovendien een album dat in dit verre verleden absoluut zou zijn uitgegroeid tot een klassieker.
Deze maand keerde Lara Taubman terug met haar tweede album en ook Ol' Kentucky Light is veel te mooi en bijzonder om over het hoofd te zien. De inspiratie voor haar nieuwe album vond Lara Taubman in de zomer van 2021 in een snikheet Manhattan, de thuisbasis van de Amerikaanse muzikante. Ondanks de verzengende hitte, het was meer dan 40 graden in de stad, besloot Lara Taubman om een wandeling te maken door Washington Square Park, terwijl de gospelsong If I Can Help Somebody van Mahalia Jackson door de koptelefoon kwam.
Ik weet uit eigen ervaring dat muziek tijdens lang wandelen kan zorgen voor bijzondere ervaringen en Lara Taubman ervoer de gospelklanken op de snikhete dag in de grote stad zelfs als een mythische ervaring. De gospelmuziek inspireerde de Amerikaanse muzikante uiteindelijk tot het maken van Ol' Kentucky Light, maar het heeft zeker geen typisch gospelalbum opgeleverd.
Lara Taubman groeide op in de Appalachen en nam ook invloeden uit de muziek waarmee ze opgroeide mee op haar nieuwe album, dat verder werd verrijkt met invloeden uit de folk, de country en de jazz. Ze maakte het album uiteindelijk in haar thuisbasis New York, samen met producer Steven Williams en een aantal prima muzikanten.
Ol' Kentucky Light is net als het debuutalbum van Lara Taubman een album dat ook in de jaren 70 gemaakt had kunnen zijn en de jazzy songs zelfs een aantal decennia eerder. Het is een album dat niet misstaat tussen de klassiekers van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, wat overigens niet betekent dat het album vijf decennia later ook maar enigszins gedateerd klinkt.
De songs en de fraaie door organische klanken gedomineerde instrumentatie zijn niet alleen tijdloos, maar bovendien van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Die schoonheid en intensiteit worden nog wat verder opgetild door de geweldige stem van Lara Taubman, die de songs op Ol' Kentucky Light met heel veel gevoel vertolkt.
De Amerikaanse muzikante heeft er al een carrière in de kunst opzitten, waardoor ze haar songs met meer doorleving vertolkt dan de meeste van haar soortgenoten, die een stuk jonger zijn. De stem van Lara Taubman is niet alleen een stem vol emotie, maar het is ook een stem met een bijzonder geluid. Het is een geluid dat in de hoge noten wat tegen de haren in kan strijken, maar juist de oneffenheden in de zang geven Ol' Kentucky Light een oorspronkelijk en bijzonder karakter.
Lara Taubman heeft een album gemaakt dat precies op tijd komt, want ondanks het feit dat de Amerikaanse muzikante haar inspiratie voor het album vond op een snikhete zomerdag, is dit er een voor stormachtige herfstdagen en koude en donkere winteravonden. Laat ze maar komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lara Taubman - Ol' Kentucky Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lara Taubman - Ol' Kentucky Light
De Amerikaanse muzikante Lara Taubman vond de inspiratie voor Ol' Kentucky Light op een snikhete dag in New York, maar levert een album af dat vooral koude herfst- en winteravonden aangenaam gaat verwarmen
Het debuut van Lara Taubman pikte ik ruim twee jaar geleden net wat te laat op, maar met haar tweede album ben ik wel bij de les. Ol' Kentucky Light werd geïnspireerd door een aantal gospelsongs, maar op haar tweede album maakt Lara Taubman vooral tijdloze singer-songwriter muziek met invloeden uit de folk, country, jazz, pop, soul, en natuurlijk gospel. Het levert een album op dat met gemak vijftig jaar oud zou kunnen zijn, maar ook in 2022 komt de muziek van de New Yorkse singer-songwriter makkelijk aan. De songs zijn aansprekend, de instrumentatie is sober maar doeltreffend en Lara Taubman beschikt over een bijzondere stem vol gevoel. Mooi album.
Revelation, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Lara Taubman, zou oorspronkelijk aan het begin van 2020 verschijnen, maar een wereldwijd opduikend virus stelde de release een paar maanden uit. In de zomer van 2020 heb ik het album vervolgens gemist, waardoor ik pas een jaar later voor het eerst kennis maakte met de muziek van de singer-songwriter uit New York. Het was een kennismaking die indruk heeft gemaakt, want Revelation bleek een album dat lijkt weggelopen uit een heel ver verleden. Het is bovendien een album dat in dit verre verleden absoluut zou zijn uitgegroeid tot een klassieker.
Deze maand keerde Lara Taubman terug met haar tweede album en ook Ol' Kentucky Light is veel te mooi en bijzonder om over het hoofd te zien. De inspiratie voor haar nieuwe album vond Lara Taubman in de zomer van 2021 in een snikheet Manhattan, de thuisbasis van de Amerikaanse muzikante. Ondanks de verzengende hitte, het was meer dan 40 graden in de stad, besloot Lara Taubman om een wandeling te maken door Washington Square Park, terwijl de gospelsong If I Can Help Somebody van Mahalia Jackson door de koptelefoon kwam.
Ik weet uit eigen ervaring dat muziek tijdens lang wandelen kan zorgen voor bijzondere ervaringen en Lara Taubman ervoer de gospelklanken op de snikhete dag in de grote stad zelfs als een mythische ervaring. De gospelmuziek inspireerde de Amerikaanse muzikante uiteindelijk tot het maken van Ol' Kentucky Light, maar het heeft zeker geen typisch gospelalbum opgeleverd.
Lara Taubman groeide op in de Appalachen en nam ook invloeden uit de muziek waarmee ze opgroeide mee op haar nieuwe album, dat verder werd verrijkt met invloeden uit de folk, de country en de jazz. Ze maakte het album uiteindelijk in haar thuisbasis New York, samen met producer Steven Williams en een aantal prima muzikanten.
Ol' Kentucky Light is net als het debuutalbum van Lara Taubman een album dat ook in de jaren 70 gemaakt had kunnen zijn en de jazzy songs zelfs een aantal decennia eerder. Het is een album dat niet misstaat tussen de klassiekers van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, wat overigens niet betekent dat het album vijf decennia later ook maar enigszins gedateerd klinkt.
De songs en de fraaie door organische klanken gedomineerde instrumentatie zijn niet alleen tijdloos, maar bovendien van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Die schoonheid en intensiteit worden nog wat verder opgetild door de geweldige stem van Lara Taubman, die de songs op Ol' Kentucky Light met heel veel gevoel vertolkt.
De Amerikaanse muzikante heeft er al een carrière in de kunst opzitten, waardoor ze haar songs met meer doorleving vertolkt dan de meeste van haar soortgenoten, die een stuk jonger zijn. De stem van Lara Taubman is niet alleen een stem vol emotie, maar het is ook een stem met een bijzonder geluid. Het is een geluid dat in de hoge noten wat tegen de haren in kan strijken, maar juist de oneffenheden in de zang geven Ol' Kentucky Light een oorspronkelijk en bijzonder karakter.
Lara Taubman heeft een album gemaakt dat precies op tijd komt, want ondanks het feit dat de Amerikaanse muzikante haar inspiratie voor het album vond op een snikhete zomerdag, is dit er een voor stormachtige herfstdagen en koude en donkere winteravonden. Laat ze maar komen. Erwin Zijleman
Larkin Poe - Blood Harmony (2022)

4,0
0
geplaatst: 16 november 2022, 12:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Larkin Poe - Blood Harmony - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Larkin Poe - Blood Harmony
Megan en Rebecca Lovell begonnen ooit met zus Jessica in de bluegrass, maar schuiven als Larkin Poe nog wat verder op richting lekkere ruwe rockmuziek vol invloeden uit de blues, soul en Southern rock
Megan en Rebecca Lovell zien er op het nieuwe album van Larkin Poe uit als twee rockchicks uit de jaren 70 en zo klinken ze ook op Blood Harmony. De twee muzikanten uit Nashville laten op hun nieuwe album horen dat ze de kunst van het rocken steeds beter beheersen. Het gitaarspel is heerlijk bluesy, maar ook lekker stevig en hetzelfde kan gezegd worden over de krachtige zang op het album. Blood Harmony citeert vooral uit de archieven van de bluesrock en Southern rock, maar ook invloeden uit de hardrock, gospel, country en soul hebben hun weg gevonden naar het nieuwe album van Larkin Poe, dat me steeds beter gaat bevallen en dat laat horen dat de rek er nog lang niet uit is bij Larkin Poe.
In de zomer van 2009 verscheen Time To Grow, het tweede album van The Lovell Sisters. Jessica, Megan en Rebecca Lovell maakten op dit album indruk met prachtig bij elkaar kleurende stemmen en met flink wat muzikaal vuurwerk van gitaren, dobro, mandoline en viool, waarop de Amerikaanse zussen uitstekend uit de voeten bleken te kunnen. Op Time To Grow maakten de drie zussen Lovell muziek die in de hokjes bluegrass en ‘progressive bluegrass’ pasten en met dit album schaarden The Lovell Sisters zich direct onder de smaakmakers in deze genres.
Een mooie toekomst lag in het verschiet voor de zusjes Lovell, maar Jessica maakte andere keuzes, waarna Megan en Rebecca verder gingen als Larkin Poe. Dat heeft inmiddels een aardig stapeltje albums opgeleverd, waarop Megan en Rebecca Lovell steeds meer afstand hebben genomen van de wat brave bluegrass van The Lovell Sisters.
De cover van hun nieuwe album Blood Harmony lijkt op de cover van een willekeurig hardrock album uit de jaren 70. Op Blood Harmony maakt Larkin Poe weliswaar geen hardrock, maar het album klinkt een stuk steviger dan de muziek waarmee de zusjes Lovell ooit opdoken. Blood Harmony is op zich een logisch vervolg op de vorige albums van Larkin Poe, al heeft het Amerikaanse duo er weer een schepje bovenop gedaan.
Direct vanaf de eerste track verrast Blood Harmony met heerlijk bluesy gitaarspel, wat goed past bij de stemmen van de zussen. Dat bluesy gitaarspel is in eerste instantie nog redelijk ingetogen, maar vanaf track twee laat Larkin Poe horen dat het ook met stevige riffs uit de voeten kan.
Dat is in muzikaal opzicht zoals eerder gezegd mijlenver verwijderd van de muziek waarmee de zussen Lovell ooit opdoken, maar ook in vocaal opzicht lijkt Blood Harmony in niets op de zuivere harmonieën van The Lovell Sisters. De zang op het nieuwe album van Larkin Poe is minstens net zo ruw en hard als het gitaarspel op het album, maar het klinkt absoluut lekker.
Blood Harmony overtuigt door het fantastische gitaarspel en de uitstekende zang redelijk makkelijk. Zeker bij eerste beluistering vroeg ik me wel af of het geluid van Larkin Poe onderscheidend genoeg is, want rockmuziek als op Blood Harmony wordt al decennia lang in ruime mate gemaakt. Het is een vraag die ook na meerdere keren horen lastig te beantwoorden is. Laat ik het er maar op houden dat Larkin Poe met Blood Harmony niet de originaliteitsprijs verdient, maar de uitvoering is dik in orde. Zeer dik in orde zelfs.
De zussen Lovell vermaken op hun nieuwe album met een aangename mix van bluesrock en Southern Rock en leggen elf songs lang een moddervet geluid met ook nog eens flink wat soul neer en het is een geluid dat meestal genoeg heeft aan bas, drums en gitaar. Het gitaarwerk op het album is degelijk, maar erg lekker en bovendien voldoende gevarieerd. Ook in vocaal opzicht klinkt Blood Harmony vooral degelijk, maar vergeleken met de meeste andere albums in dit genre is de zang van Rebecca Lovell, die tekent voor de lead vocalen, echt prima.
Larkin Poe opereert nog steeds vanuit Nashville, maar maakt op Blood Harmony muziek die je eerder in Texas of in vanaf de bakermat van de Southern Rock zou verwachten. Ik moest er even aan wennen, maar dit is echt een groeiplaat, die steeds meer bijzonders aan de oppervlakte laat komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Larkin Poe - Blood Harmony - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Larkin Poe - Blood Harmony
Megan en Rebecca Lovell begonnen ooit met zus Jessica in de bluegrass, maar schuiven als Larkin Poe nog wat verder op richting lekkere ruwe rockmuziek vol invloeden uit de blues, soul en Southern rock
Megan en Rebecca Lovell zien er op het nieuwe album van Larkin Poe uit als twee rockchicks uit de jaren 70 en zo klinken ze ook op Blood Harmony. De twee muzikanten uit Nashville laten op hun nieuwe album horen dat ze de kunst van het rocken steeds beter beheersen. Het gitaarspel is heerlijk bluesy, maar ook lekker stevig en hetzelfde kan gezegd worden over de krachtige zang op het album. Blood Harmony citeert vooral uit de archieven van de bluesrock en Southern rock, maar ook invloeden uit de hardrock, gospel, country en soul hebben hun weg gevonden naar het nieuwe album van Larkin Poe, dat me steeds beter gaat bevallen en dat laat horen dat de rek er nog lang niet uit is bij Larkin Poe.
In de zomer van 2009 verscheen Time To Grow, het tweede album van The Lovell Sisters. Jessica, Megan en Rebecca Lovell maakten op dit album indruk met prachtig bij elkaar kleurende stemmen en met flink wat muzikaal vuurwerk van gitaren, dobro, mandoline en viool, waarop de Amerikaanse zussen uitstekend uit de voeten bleken te kunnen. Op Time To Grow maakten de drie zussen Lovell muziek die in de hokjes bluegrass en ‘progressive bluegrass’ pasten en met dit album schaarden The Lovell Sisters zich direct onder de smaakmakers in deze genres.
Een mooie toekomst lag in het verschiet voor de zusjes Lovell, maar Jessica maakte andere keuzes, waarna Megan en Rebecca verder gingen als Larkin Poe. Dat heeft inmiddels een aardig stapeltje albums opgeleverd, waarop Megan en Rebecca Lovell steeds meer afstand hebben genomen van de wat brave bluegrass van The Lovell Sisters.
De cover van hun nieuwe album Blood Harmony lijkt op de cover van een willekeurig hardrock album uit de jaren 70. Op Blood Harmony maakt Larkin Poe weliswaar geen hardrock, maar het album klinkt een stuk steviger dan de muziek waarmee de zusjes Lovell ooit opdoken. Blood Harmony is op zich een logisch vervolg op de vorige albums van Larkin Poe, al heeft het Amerikaanse duo er weer een schepje bovenop gedaan.
Direct vanaf de eerste track verrast Blood Harmony met heerlijk bluesy gitaarspel, wat goed past bij de stemmen van de zussen. Dat bluesy gitaarspel is in eerste instantie nog redelijk ingetogen, maar vanaf track twee laat Larkin Poe horen dat het ook met stevige riffs uit de voeten kan.
Dat is in muzikaal opzicht zoals eerder gezegd mijlenver verwijderd van de muziek waarmee de zussen Lovell ooit opdoken, maar ook in vocaal opzicht lijkt Blood Harmony in niets op de zuivere harmonieën van The Lovell Sisters. De zang op het nieuwe album van Larkin Poe is minstens net zo ruw en hard als het gitaarspel op het album, maar het klinkt absoluut lekker.
Blood Harmony overtuigt door het fantastische gitaarspel en de uitstekende zang redelijk makkelijk. Zeker bij eerste beluistering vroeg ik me wel af of het geluid van Larkin Poe onderscheidend genoeg is, want rockmuziek als op Blood Harmony wordt al decennia lang in ruime mate gemaakt. Het is een vraag die ook na meerdere keren horen lastig te beantwoorden is. Laat ik het er maar op houden dat Larkin Poe met Blood Harmony niet de originaliteitsprijs verdient, maar de uitvoering is dik in orde. Zeer dik in orde zelfs.
De zussen Lovell vermaken op hun nieuwe album met een aangename mix van bluesrock en Southern Rock en leggen elf songs lang een moddervet geluid met ook nog eens flink wat soul neer en het is een geluid dat meestal genoeg heeft aan bas, drums en gitaar. Het gitaarwerk op het album is degelijk, maar erg lekker en bovendien voldoende gevarieerd. Ook in vocaal opzicht klinkt Blood Harmony vooral degelijk, maar vergeleken met de meeste andere albums in dit genre is de zang van Rebecca Lovell, die tekent voor de lead vocalen, echt prima.
Larkin Poe opereert nog steeds vanuit Nashville, maar maakt op Blood Harmony muziek die je eerder in Texas of in vanaf de bakermat van de Southern Rock zou verwachten. Ik moest er even aan wennen, maar dit is echt een groeiplaat, die steeds meer bijzonders aan de oppervlakte laat komen. Erwin Zijleman
Larkin Poe - Bloom (2025)

4,0
0
geplaatst: 27 januari 2025, 20:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Larkin Poe - Bloom - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Larkin Poe - Bloom
De muziek van het Amerikaanse duo Larkin Poe wordt alleen maar steviger, want ook op het deze week verschenen Bloom knallen de gitaren en de stemmen van de zussen Lovell weer uit de speakers
Megan en Rebecca Lovell zijn behoorlijk productief, want in een jaar of twaalf hebben de Amerikaanse zussen een flink oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre dat steeds verder opschuift richting lekkere stevige rockmuziek, al is Larkin Poe de oorsprong in de Amerikaanse rootsmuziek nog niet vergeten. In muzikaal opzicht is het wederom genieten, vooral van het fantastische gitaarwerk, maar ook de krachtige vocalen maken steeds makkelijker indruk. Het klinkt op het eerste gehoor misschien wel heel bekend in de oren, maar met de kwaliteit van de muziek van Larkin Poe zit het helemaal goed. Ook Bloom is weer een uitstekend album van de zussen Lovell.
De zussen Megan en Rebecca Lovell vormden in het eerste decennium van deze eeuw, samen met zus Jessica, het trio The Lovell Sisters. De drie waren nog tieners toen ze hun debuutalbum opnamen, maar dat was al lang niet meer te horen op het in 2009 verschenen Time To Grow. Op het album lieten de zussen Lovell niet alleen horen dat ze beschikten over prachtige stemmen, die elkaar fraai versterkten in wonderschone harmonieën, maar bleken ze ook nog eens uitstekend uit de voeten kunnen op de viool, de mandoline en de dobro.
Op hun debuutalbum vermengden de zusjes Lovell invloeden uit de bluegrass en de Americana, waardoor het album warm werd onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Helaas viel al snel het doek voor The Lovell Sisters, waarna Megan en Rebecca Lovell verder gingen als Larkin Poe. De twee zussen houden het inmiddels een stuk langer vol dan met The Lovell Sisters en leverden deze week hun volgende album af. Het hangt er een beetje van af hoe je telt maar op het Internet wordt het deze week verschenen Bloom vooral gezien als het negende studioalbum van Larkin Poe.
Megan en Rebecca Lovell lieten de bluegrass en wat traditioneler klinkende Americana achter zich toen The Lovell Sisters Larkin Poe werd en kozen voor een wat steviger geluid met invloeden uit de blues, soul en Southern Rock en ook nog wel een beetje country en hardrock. Dat geluid is de afgelopen jaren alleen maar steviger geworden, waardoor het vorige album van het tweetal, het in 2022 verschenen Blood Harmony, meer klonk als een rockalbum dan als een rootsalbum.
Blood Harmony kreeg uitstekende recensies en was behoorlijk succesvol, waardoor het niet zo gek is dat Larkin Poe op Bloom verder gaat waar Blood Harmony aan het eind van 2022 ophield. Ook op hun nieuwe album blijven Megan en Rebecca Lovell ver verwijderd van de muziek waarmee ze ooit debuteerden. De dobro en mandoline voor destijds zijn verruild voor elektrische gitaren en een lekker stevig geluid. Ook Bloom bevat invloeden uit de blues, Southern rock, soul, country en rock en knalt nog wat meer uit de speakers.
Megan en Rebecca Lovell vertrouwen voor een belangrijk deel op andere instrumenten, maar ook de zang van de twee lijkt niet meer op die uit het verleden. De engelenstemmen van The Lovell Sisters hebben plaats gemaakt voor lekker ruwe zang, die goed past bij de rockmuziek van Larkin Poe. Met Larkin Poe zijn de zussen Lovell niet alleen in muzikaal en vocaal opzicht opgeschoven, want ook de songs van de twee klinken anders dan in het verleden.
Bloom klinkt meer dan eens als een rootsy versie van Heart en daar is echt helemaal niets mis mee. De songs zijn aansprekend, de zang is echt prima en vooral het gitaarwerk is van hoog niveau. Ik vroeg me bij Blood Harmony eind 2022 af of de muziek van The Lovell Sisters niet onderscheidender was dan die van Larkin Poe. Die vraag kan ik ook dit keer stellen, maar iemand die bekend is in de bluegrass zal waarschijnlijk het tegendeel beweren.
Ook als Larkin Poe maken Megan en Rebecca Lovell muziek die kwaliteit ademt, maar die ook gewoon erg lekker klinkt. Op het eerste gehoor misschien niet heel vernieuwend, maar ik word op een of andere manier wel heel vrolijk van de lekker stevige en prachtig uitgevoerde rockmuziek van Larkin Poe. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Larkin Poe - Bloom - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Larkin Poe - Bloom
De muziek van het Amerikaanse duo Larkin Poe wordt alleen maar steviger, want ook op het deze week verschenen Bloom knallen de gitaren en de stemmen van de zussen Lovell weer uit de speakers
Megan en Rebecca Lovell zijn behoorlijk productief, want in een jaar of twaalf hebben de Amerikaanse zussen een flink oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre dat steeds verder opschuift richting lekkere stevige rockmuziek, al is Larkin Poe de oorsprong in de Amerikaanse rootsmuziek nog niet vergeten. In muzikaal opzicht is het wederom genieten, vooral van het fantastische gitaarwerk, maar ook de krachtige vocalen maken steeds makkelijker indruk. Het klinkt op het eerste gehoor misschien wel heel bekend in de oren, maar met de kwaliteit van de muziek van Larkin Poe zit het helemaal goed. Ook Bloom is weer een uitstekend album van de zussen Lovell.
De zussen Megan en Rebecca Lovell vormden in het eerste decennium van deze eeuw, samen met zus Jessica, het trio The Lovell Sisters. De drie waren nog tieners toen ze hun debuutalbum opnamen, maar dat was al lang niet meer te horen op het in 2009 verschenen Time To Grow. Op het album lieten de zussen Lovell niet alleen horen dat ze beschikten over prachtige stemmen, die elkaar fraai versterkten in wonderschone harmonieën, maar bleken ze ook nog eens uitstekend uit de voeten kunnen op de viool, de mandoline en de dobro.
Op hun debuutalbum vermengden de zusjes Lovell invloeden uit de bluegrass en de Americana, waardoor het album warm werd onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Helaas viel al snel het doek voor The Lovell Sisters, waarna Megan en Rebecca Lovell verder gingen als Larkin Poe. De twee zussen houden het inmiddels een stuk langer vol dan met The Lovell Sisters en leverden deze week hun volgende album af. Het hangt er een beetje van af hoe je telt maar op het Internet wordt het deze week verschenen Bloom vooral gezien als het negende studioalbum van Larkin Poe.
Megan en Rebecca Lovell lieten de bluegrass en wat traditioneler klinkende Americana achter zich toen The Lovell Sisters Larkin Poe werd en kozen voor een wat steviger geluid met invloeden uit de blues, soul en Southern Rock en ook nog wel een beetje country en hardrock. Dat geluid is de afgelopen jaren alleen maar steviger geworden, waardoor het vorige album van het tweetal, het in 2022 verschenen Blood Harmony, meer klonk als een rockalbum dan als een rootsalbum.
Blood Harmony kreeg uitstekende recensies en was behoorlijk succesvol, waardoor het niet zo gek is dat Larkin Poe op Bloom verder gaat waar Blood Harmony aan het eind van 2022 ophield. Ook op hun nieuwe album blijven Megan en Rebecca Lovell ver verwijderd van de muziek waarmee ze ooit debuteerden. De dobro en mandoline voor destijds zijn verruild voor elektrische gitaren en een lekker stevig geluid. Ook Bloom bevat invloeden uit de blues, Southern rock, soul, country en rock en knalt nog wat meer uit de speakers.
Megan en Rebecca Lovell vertrouwen voor een belangrijk deel op andere instrumenten, maar ook de zang van de twee lijkt niet meer op die uit het verleden. De engelenstemmen van The Lovell Sisters hebben plaats gemaakt voor lekker ruwe zang, die goed past bij de rockmuziek van Larkin Poe. Met Larkin Poe zijn de zussen Lovell niet alleen in muzikaal en vocaal opzicht opgeschoven, want ook de songs van de twee klinken anders dan in het verleden.
Bloom klinkt meer dan eens als een rootsy versie van Heart en daar is echt helemaal niets mis mee. De songs zijn aansprekend, de zang is echt prima en vooral het gitaarwerk is van hoog niveau. Ik vroeg me bij Blood Harmony eind 2022 af of de muziek van The Lovell Sisters niet onderscheidender was dan die van Larkin Poe. Die vraag kan ik ook dit keer stellen, maar iemand die bekend is in de bluegrass zal waarschijnlijk het tegendeel beweren.
Ook als Larkin Poe maken Megan en Rebecca Lovell muziek die kwaliteit ademt, maar die ook gewoon erg lekker klinkt. Op het eerste gehoor misschien niet heel vernieuwend, maar ik word op een of andere manier wel heel vrolijk van de lekker stevige en prachtig uitgevoerde rockmuziek van Larkin Poe. Erwin Zijleman
Larkin Poe - Kindred Spirits (2020)

4,0
0
geplaatst: 24 november 2020, 17:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Larkin Poe - Kindred Spirits - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Larkin Poe - Kindred Spirits
Op voorhand lijkt het een tussendoortje met een niet al te veilige keuze van songs, maar Larkin Poe zet op Kindred Spirits vrijwel alles naar haar hand en maakt indruk met een rauw en bluesy geluid
Het vorige album van Larkin Poe is pas een paar maanden oud, maar Rebecca en Megan Lovell zijn al weer terug met een nieuw album. Kindred Spirits is een typisch tussendoortje met uitsluitend songs van anderen, maar Larkin Poe maakt zich er zeker niet makkelijk van af. De zussen hebben een aantal songs geselecteerd waar je eigenlijk van af moet blijven of die totaal ongeschikt lijken, maar wanneer alles in het bluesy keurslijf van het Amerikaanse duo is geperst valt vrijwel alles op zijn plek. Geweldig gitaarwerk, geweldige zang en het vermogen om van de songs van anderen Larkin Poe songs te maken. Larkin Poe blijft dit jaar verbazen met geweldig werk.
Het Amerikaanse duo Larkin Poe blijft me maar verbazen. Rebecca en Megan Lovell maakten met hun zus Jessica ooit indruk als The Lovell Sisters, dat imponeerde met bluegrass vol wonderschone harmonieën, maar toen Jessica het voor gezien hield, gingen Rebecca en Megan hun eigen weg en verder als Larkin Poe.
De twee zussen waren in eerste instantie niet vies van folky pop, maar kozen langzaam maar zeker voor een wat rauwer en steviger geluid vol invloeden uit de blues en de Southern Rock. Het leverde eerder dit jaar het geweldige Self Made Man op en dat is een album dat ik echt steeds beter ben gaan vinden.
Omdat de twee zussen in coronatijd niet veel anders konden dan nieuwe muziek opnemen, worden we een maand of vijf na Self Made Man alweer getrakteerd op een nieuw album van Larkin Poe. Kindred Spirits is gevuld met songs van anderen en zal daarom een tussendoortje worden genoemd.
Het is een tussendoortje dat ik in eerste instantie met enige argwaan bekeek, want de zussen Lovell hebben gekozen voor een bijzondere serie songs. Hieronder een aantal songs waaraan je eigenlijk alleen maar kunt vertillen als Rockin’ In The Free World van Neil Young, (You’re The) Devil In Disguise van Elvis Presley en Ramblin’ Man van The Allman Brothers, maar ook een aantal songs die op voorhand totaal niet lijken te passen bij Larkin Poe als In The Air Tonight van Phil Collins, Nights In White Satin van The Moody Blues en Crocodile Rock van Elton John.
Ik begon daarom met niet al te hoge verwachtingen aan Kindred Spirits, maar net als eerder dit jaar bliezen Rebecca en Megan Lovell me al snel van mijn sokken. Kindred Spirits opent met rauwe akoestische blues met de Larkin Poe versie van Hellhound On My Trail van Robert Johnson en dat smaakt naar meer.
Dat meer krijg je in de tweede track waarin Larkin Poe aan de haal gaat met Fly Away van Lenny Kravitz. Het recept van Larkin Poe op Kindred Spirits wordt in deze track duidelijk. Akoestische gitaren als basis, aangevuld met akoestisch bluesy gitaarwerk, hier en daar een uithaal van de elektrische gitaar en natuurlijk de krachtige en fraai bij elkaar kleurende stemmen van de zussen.
Het eerste hoogtepunt is een ingetogen versie van Neil Young’s Rockin’ In The Free World, waarin een bijzonder fraaie gitaarsolo is verstopt en al snel sleept het tussendoortje van Larkin Poe zich van hoogtepunt naar hoogtepunt. Het gitaarwerk is prachtig en ook in vocaal opzicht maken de zussen Lovell keer op keer indruk.
Ook de op het eerste gezicht wat onhandige selectie van songs pakt uitstekend uit. (You’re The) Devil In Disguise is prachtig, In The Air Tonight vind ik net wat minder, maar Nights In White Satin past weer prima in het bluesy keurslijf van Larkin Poe. In de echte bluessongs op het album vertrouwt Larkin Poe vooral op geweldig gitaarwerk, maar ook de zang zorgt keer op keer voor vuurwerk.
De gitaarsolo’s vliegen je om de oren en steeds maar weer laten Rebecca en Megan Lovell horen hoe mooi hun stemmen bij elkaar passen, vooral ook als ze ingetogen zingen. Wanneer het gevoel en de passie met steeds grotere regelmaat uit de speakers knallen, is al snel duidelijk dat Larkin Poe zeker geen lauwwarm tussendoortje heeft gemaakt, maar een geïnspireerd album vol geweldige vertolkingen van songs van anderen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Larkin Poe - Kindred Spirits - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Larkin Poe - Kindred Spirits
Op voorhand lijkt het een tussendoortje met een niet al te veilige keuze van songs, maar Larkin Poe zet op Kindred Spirits vrijwel alles naar haar hand en maakt indruk met een rauw en bluesy geluid
Het vorige album van Larkin Poe is pas een paar maanden oud, maar Rebecca en Megan Lovell zijn al weer terug met een nieuw album. Kindred Spirits is een typisch tussendoortje met uitsluitend songs van anderen, maar Larkin Poe maakt zich er zeker niet makkelijk van af. De zussen hebben een aantal songs geselecteerd waar je eigenlijk van af moet blijven of die totaal ongeschikt lijken, maar wanneer alles in het bluesy keurslijf van het Amerikaanse duo is geperst valt vrijwel alles op zijn plek. Geweldig gitaarwerk, geweldige zang en het vermogen om van de songs van anderen Larkin Poe songs te maken. Larkin Poe blijft dit jaar verbazen met geweldig werk.
Het Amerikaanse duo Larkin Poe blijft me maar verbazen. Rebecca en Megan Lovell maakten met hun zus Jessica ooit indruk als The Lovell Sisters, dat imponeerde met bluegrass vol wonderschone harmonieën, maar toen Jessica het voor gezien hield, gingen Rebecca en Megan hun eigen weg en verder als Larkin Poe.
De twee zussen waren in eerste instantie niet vies van folky pop, maar kozen langzaam maar zeker voor een wat rauwer en steviger geluid vol invloeden uit de blues en de Southern Rock. Het leverde eerder dit jaar het geweldige Self Made Man op en dat is een album dat ik echt steeds beter ben gaan vinden.
Omdat de twee zussen in coronatijd niet veel anders konden dan nieuwe muziek opnemen, worden we een maand of vijf na Self Made Man alweer getrakteerd op een nieuw album van Larkin Poe. Kindred Spirits is gevuld met songs van anderen en zal daarom een tussendoortje worden genoemd.
Het is een tussendoortje dat ik in eerste instantie met enige argwaan bekeek, want de zussen Lovell hebben gekozen voor een bijzondere serie songs. Hieronder een aantal songs waaraan je eigenlijk alleen maar kunt vertillen als Rockin’ In The Free World van Neil Young, (You’re The) Devil In Disguise van Elvis Presley en Ramblin’ Man van The Allman Brothers, maar ook een aantal songs die op voorhand totaal niet lijken te passen bij Larkin Poe als In The Air Tonight van Phil Collins, Nights In White Satin van The Moody Blues en Crocodile Rock van Elton John.
Ik begon daarom met niet al te hoge verwachtingen aan Kindred Spirits, maar net als eerder dit jaar bliezen Rebecca en Megan Lovell me al snel van mijn sokken. Kindred Spirits opent met rauwe akoestische blues met de Larkin Poe versie van Hellhound On My Trail van Robert Johnson en dat smaakt naar meer.
Dat meer krijg je in de tweede track waarin Larkin Poe aan de haal gaat met Fly Away van Lenny Kravitz. Het recept van Larkin Poe op Kindred Spirits wordt in deze track duidelijk. Akoestische gitaren als basis, aangevuld met akoestisch bluesy gitaarwerk, hier en daar een uithaal van de elektrische gitaar en natuurlijk de krachtige en fraai bij elkaar kleurende stemmen van de zussen.
Het eerste hoogtepunt is een ingetogen versie van Neil Young’s Rockin’ In The Free World, waarin een bijzonder fraaie gitaarsolo is verstopt en al snel sleept het tussendoortje van Larkin Poe zich van hoogtepunt naar hoogtepunt. Het gitaarwerk is prachtig en ook in vocaal opzicht maken de zussen Lovell keer op keer indruk.
Ook de op het eerste gezicht wat onhandige selectie van songs pakt uitstekend uit. (You’re The) Devil In Disguise is prachtig, In The Air Tonight vind ik net wat minder, maar Nights In White Satin past weer prima in het bluesy keurslijf van Larkin Poe. In de echte bluessongs op het album vertrouwt Larkin Poe vooral op geweldig gitaarwerk, maar ook de zang zorgt keer op keer voor vuurwerk.
De gitaarsolo’s vliegen je om de oren en steeds maar weer laten Rebecca en Megan Lovell horen hoe mooi hun stemmen bij elkaar passen, vooral ook als ze ingetogen zingen. Wanneer het gevoel en de passie met steeds grotere regelmaat uit de speakers knallen, is al snel duidelijk dat Larkin Poe zeker geen lauwwarm tussendoortje heeft gemaakt, maar een geïnspireerd album vol geweldige vertolkingen van songs van anderen. Erwin Zijleman
Larkin Poe - Self Made Man (2020)

4,0
0
geplaatst: 17 juni 2020, 16:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Larkin Poe - Self Made Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Larkin Poe - Self Made Man
Larkin Poe kiest op haar nieuwe album voor een veel steviger en rauw geluid vol invloeden uit de blues en (Southern) rock en dat pakt verrassend goed uit
Megan en Rebecca Lovell maken inmiddels tien jaar muziek als Larkin Poe en zijn inmiddels toe aan hun vijfde album (en evenveel EP’s). De albums zijn me vooral ontgaan, maar Self Made Man dringt zich nadrukkelijk op met een stevig geluid vol invloeden uit de bluesrock, Southern rock en soul. Het lijkt in niets op de muziek waarmee de zussen Lovell ooit opdoken, maar het staat als een huis. Het klinkt allemaal bijzonder lekker en het steekt ook goed in elkaar. Hetzelfde geldt voor de zang op het album en voor de songs van Larkin Poe. Het is een duidelijk ander geluid, maar ook in al het gitaargeweld houdt Larkin Poe zich makkelijk staande.
Jessica, Megan en Rebecca Lovell maakten als The Lovell Sisters een jaar of 11 geleden een bijzonder knap album (Time To Grow), waarop invloeden uit de traditionele bluegrass fraai werden vermengd met modernere invloeden. Na het goed ontvangen album ging Jessica Lovell haar eigen weg en viel helaas het doek voor The Lovell Sisters.
Megan en Rebecca Lovell gingen vervolgens samen verder als Larkin Poe en brachten tussen 2010 en 2012 een vijftal EP’s uit. Het zijn EP’s waar ik destijds heel enthousiast over was, maar vreemd genoeg heb ik de vier albums die Larkin Poe sindsdien heeft uitgebracht nauwelijks of zelfs helemaal niet beluisterd.
Ik wist dan ook niet wat ik hoorde toen de eerste noten van het deze week verschenen vijfde album Self Made Man uit de speakers kwamen. Waar The Lovell Sisters traditionele bluegrass met een vleugje pop maakten, kende ik Larkin Poe als een duo dat folky pop met wat traditionele rootsinvloeden maakte. Ik heb de EP’s van een jaar of tien geleden (destijds verzameld in een mooi boxje) er nog eens bij gepakt (het meeste is vreemd genoeg niet meer te vinden op de streaming media diensten) en hoorde inderdaad behoorlijk ingetogen en wat lieflijke popliedjes met een folky inslag. Self Made Man is andere koek.
Direct in de openingstrack komen de zusjes Lovell op de proppen met een stevige gitaarriff en heerlijk rauwe zang. Het is muziek die absoluut in het hokje rock moet worden geduwd, zeker als ook nog een stevige gitaarsolo voorbij komt, en het is muziek die ver is verwijderd van het hokje folkpop waarin Megan en Rebecca Lovell tien jaar geleden nog prima pasten. Ik heb de vorige albums van het duo dat tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert ook maar eens beluisterd en kan alleen maar concluderen dat Larkin Poe op Self Made Man met een nieuw geluid op de proppen komt. Het is een geluid dat deels is geworteld in de bluesrock en Southern rock uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar de muziek van de zusjes Lovell schuurt ook absoluut tegen soul en pop aan.
Larkin Poe maakte een jaar of tien geleden indruk door het zelf bespelen van een heel arsenaal aan instrumenten. Dat doen Megan en Rebecca Lovell nog steeds, maar de akoestische instrumenten uit de traditionele rootsmuziek zijn inmiddels verruild voor het stevigere werk, al kunnen ze ook een pedal steel laten rocken. Ook in vocaal opzicht klinken de zussen Lovell compleet anders dan tien jaar geleden, maar ook in de wat stevigere setting komt de zang van Megan en Rebecca uitstekend tot zijn recht.
Ik was even bang dat de stevige rock op Self Made Man na een paar keer beluisteren wat eentonig zou gaan klinken, maar dat valt vooralsnog reuze mee. Integendeel zelfs, vrijwel alle songs op het album worden alleen maar beter. Larkin Poe heeft een serie uitstekende songs geschreven en het zijn songs die met veel energie en passie en met flink wat ballen worden vertolkt. Hiernaast loopt het album over van muzikaliteit. Het is een geluid waarmee de Amerikaanse zussen vooruit kunnen. Ik heb Larkin Poe de afgelopen 8 jaar compleet genegeerd en dat blijkt volkomen onterecht, al vind ik Self Made Man hun meest indrukwekkende album tot dusver. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Larkin Poe - Self Made Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Larkin Poe - Self Made Man
Larkin Poe kiest op haar nieuwe album voor een veel steviger en rauw geluid vol invloeden uit de blues en (Southern) rock en dat pakt verrassend goed uit
Megan en Rebecca Lovell maken inmiddels tien jaar muziek als Larkin Poe en zijn inmiddels toe aan hun vijfde album (en evenveel EP’s). De albums zijn me vooral ontgaan, maar Self Made Man dringt zich nadrukkelijk op met een stevig geluid vol invloeden uit de bluesrock, Southern rock en soul. Het lijkt in niets op de muziek waarmee de zussen Lovell ooit opdoken, maar het staat als een huis. Het klinkt allemaal bijzonder lekker en het steekt ook goed in elkaar. Hetzelfde geldt voor de zang op het album en voor de songs van Larkin Poe. Het is een duidelijk ander geluid, maar ook in al het gitaargeweld houdt Larkin Poe zich makkelijk staande.
Jessica, Megan en Rebecca Lovell maakten als The Lovell Sisters een jaar of 11 geleden een bijzonder knap album (Time To Grow), waarop invloeden uit de traditionele bluegrass fraai werden vermengd met modernere invloeden. Na het goed ontvangen album ging Jessica Lovell haar eigen weg en viel helaas het doek voor The Lovell Sisters.
Megan en Rebecca Lovell gingen vervolgens samen verder als Larkin Poe en brachten tussen 2010 en 2012 een vijftal EP’s uit. Het zijn EP’s waar ik destijds heel enthousiast over was, maar vreemd genoeg heb ik de vier albums die Larkin Poe sindsdien heeft uitgebracht nauwelijks of zelfs helemaal niet beluisterd.
Ik wist dan ook niet wat ik hoorde toen de eerste noten van het deze week verschenen vijfde album Self Made Man uit de speakers kwamen. Waar The Lovell Sisters traditionele bluegrass met een vleugje pop maakten, kende ik Larkin Poe als een duo dat folky pop met wat traditionele rootsinvloeden maakte. Ik heb de EP’s van een jaar of tien geleden (destijds verzameld in een mooi boxje) er nog eens bij gepakt (het meeste is vreemd genoeg niet meer te vinden op de streaming media diensten) en hoorde inderdaad behoorlijk ingetogen en wat lieflijke popliedjes met een folky inslag. Self Made Man is andere koek.
Direct in de openingstrack komen de zusjes Lovell op de proppen met een stevige gitaarriff en heerlijk rauwe zang. Het is muziek die absoluut in het hokje rock moet worden geduwd, zeker als ook nog een stevige gitaarsolo voorbij komt, en het is muziek die ver is verwijderd van het hokje folkpop waarin Megan en Rebecca Lovell tien jaar geleden nog prima pasten. Ik heb de vorige albums van het duo dat tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert ook maar eens beluisterd en kan alleen maar concluderen dat Larkin Poe op Self Made Man met een nieuw geluid op de proppen komt. Het is een geluid dat deels is geworteld in de bluesrock en Southern rock uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar de muziek van de zusjes Lovell schuurt ook absoluut tegen soul en pop aan.
Larkin Poe maakte een jaar of tien geleden indruk door het zelf bespelen van een heel arsenaal aan instrumenten. Dat doen Megan en Rebecca Lovell nog steeds, maar de akoestische instrumenten uit de traditionele rootsmuziek zijn inmiddels verruild voor het stevigere werk, al kunnen ze ook een pedal steel laten rocken. Ook in vocaal opzicht klinken de zussen Lovell compleet anders dan tien jaar geleden, maar ook in de wat stevigere setting komt de zang van Megan en Rebecca uitstekend tot zijn recht.
Ik was even bang dat de stevige rock op Self Made Man na een paar keer beluisteren wat eentonig zou gaan klinken, maar dat valt vooralsnog reuze mee. Integendeel zelfs, vrijwel alle songs op het album worden alleen maar beter. Larkin Poe heeft een serie uitstekende songs geschreven en het zijn songs die met veel energie en passie en met flink wat ballen worden vertolkt. Hiernaast loopt het album over van muzikaliteit. Het is een geluid waarmee de Amerikaanse zussen vooruit kunnen. Ik heb Larkin Poe de afgelopen 8 jaar compleet genegeerd en dat blijkt volkomen onterecht, al vind ik Self Made Man hun meest indrukwekkende album tot dusver. Erwin Zijleman
Larry Campbell & Teresa Williams - Contraband Love (2017)

4,0
0
geplaatst: 17 oktober 2017, 18:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Larry Campbell & Teresa Williams - Contraband Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Larry Campbell en Teresa Williams leverden twee jaar geleden met hun eerste gezamenlijke plaat wat mij betreft één van de beste rootsplaten van 2015 af.
Dat kwam niet helemaal als een verrassing, want beiden hadden op dat moment al een enorme staat van dienst binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Het titelloze debuut van Larry Campbell & Teresa Williams bestreek een zeer breed palet binnen deze Amerikaanse rootsmuziek en imponeerde met uitstekende songs, heel veel muzikaal vuurwerk en vooral ook met geweldige zang.
Heel veel nieuwe dingen deden de twee ouwe rotten misschien niet op hun gezamenlijke debuut, maar iedere noot op dit debuut was raak. Omdat de plaat alleen maar beter werd stond hij aan het eind van het jaar in mijn jaarlijstje en daar valt nog altijds niets op af te dingen.
Ook op het onlangs verschenen Contraband Love doen de gelouterde muzikanten uit Woodstock, New York, geen hele vernieuwende dingen, maar wat klinkt ook deze plaat weer fantastisch.
Ook op Contraband Love laten Larry Campbell en Teresa Williams weer horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een opvallend breed terrein uit de voeten kunnen, wordt er weer met veel passie en plezier gespeeld en zingen de twee wederom de sterren van de hemel.
Net als zijn voorganger klinkt Contraband Love geweldig, wat de verdienste is van Larry Campbell die ook als producer zijn sporen in de muziek ruimschoots heeft verdiend. De twee doken dit keer de studio in met een drummer en een bassist en deze zorgen voor een hechte basis.
Op deze basis kan snarenwonder Larry Campbell, in het verleden niet voor niets een van de meest gevraagde sessiemuzikanten in het genre, uitstekend uit de voeten. Het gitaarwerk op de plaat knalt uit de speakers, maar ook op de mandoline en de viool kan de Amerikaanse muzikant uitstekend uit de voeten.
Het geweldige gitaarwerk hoor je vooral in de wat stevigere en bluesy songs, die goed zijn vertegenwoordigd op Contraband Love, maar ook in de wat meer ingetogen songs klinkt de plaat in muzikaal opzicht geweldig, zeker als ook nog een organist en een accordeonist aanschuiven.
Larry Campbell is ook nog eens een uitstekend zanger, maar in vocaal opzicht legt hij het toch af tegen zijn echtgenote Teresa Williams die diepe indruk maakt met zang die uit de tenen kan komen of juist prachtig ingetogen kan klinken. Het is een stem die niet onder doet voor die van de allerbesten en allergrootsten in het genre, waardoor ook Contraband Love weer een rootsplaat is die mee gaat doen om de ereprijzen dit jaar.
Voor de critici in Europa klinkt het misschien allemaal net wat te traditioneel, maar als er op dit niveau muziek wordt gemaakt, op dit niveau wordt gezongen en zoveel passie uit de speakers spat, is alleen een diepe buiging op zijn plaats. Contraband Love is net als zijn voorganger een fel schitterende diamant binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Larry Campbell & Teresa Williams - Contraband Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Larry Campbell en Teresa Williams leverden twee jaar geleden met hun eerste gezamenlijke plaat wat mij betreft één van de beste rootsplaten van 2015 af.
Dat kwam niet helemaal als een verrassing, want beiden hadden op dat moment al een enorme staat van dienst binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Het titelloze debuut van Larry Campbell & Teresa Williams bestreek een zeer breed palet binnen deze Amerikaanse rootsmuziek en imponeerde met uitstekende songs, heel veel muzikaal vuurwerk en vooral ook met geweldige zang.
Heel veel nieuwe dingen deden de twee ouwe rotten misschien niet op hun gezamenlijke debuut, maar iedere noot op dit debuut was raak. Omdat de plaat alleen maar beter werd stond hij aan het eind van het jaar in mijn jaarlijstje en daar valt nog altijds niets op af te dingen.
Ook op het onlangs verschenen Contraband Love doen de gelouterde muzikanten uit Woodstock, New York, geen hele vernieuwende dingen, maar wat klinkt ook deze plaat weer fantastisch.
Ook op Contraband Love laten Larry Campbell en Teresa Williams weer horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een opvallend breed terrein uit de voeten kunnen, wordt er weer met veel passie en plezier gespeeld en zingen de twee wederom de sterren van de hemel.
Net als zijn voorganger klinkt Contraband Love geweldig, wat de verdienste is van Larry Campbell die ook als producer zijn sporen in de muziek ruimschoots heeft verdiend. De twee doken dit keer de studio in met een drummer en een bassist en deze zorgen voor een hechte basis.
Op deze basis kan snarenwonder Larry Campbell, in het verleden niet voor niets een van de meest gevraagde sessiemuzikanten in het genre, uitstekend uit de voeten. Het gitaarwerk op de plaat knalt uit de speakers, maar ook op de mandoline en de viool kan de Amerikaanse muzikant uitstekend uit de voeten.
Het geweldige gitaarwerk hoor je vooral in de wat stevigere en bluesy songs, die goed zijn vertegenwoordigd op Contraband Love, maar ook in de wat meer ingetogen songs klinkt de plaat in muzikaal opzicht geweldig, zeker als ook nog een organist en een accordeonist aanschuiven.
Larry Campbell is ook nog eens een uitstekend zanger, maar in vocaal opzicht legt hij het toch af tegen zijn echtgenote Teresa Williams die diepe indruk maakt met zang die uit de tenen kan komen of juist prachtig ingetogen kan klinken. Het is een stem die niet onder doet voor die van de allerbesten en allergrootsten in het genre, waardoor ook Contraband Love weer een rootsplaat is die mee gaat doen om de ereprijzen dit jaar.
Voor de critici in Europa klinkt het misschien allemaal net wat te traditioneel, maar als er op dit niveau muziek wordt gemaakt, op dit niveau wordt gezongen en zoveel passie uit de speakers spat, is alleen een diepe buiging op zijn plaats. Contraband Love is net als zijn voorganger een fel schitterende diamant binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
Larry Campbell & Teresa Williams - Larry Campbell & Teresa Williams (2015)

4,5
0
geplaatst: 4 juli 2015, 10:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Larry Campbell & Teresa Williams - Larry Campbell & Teresa Williams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikant Larry Campbell heeft een cv dat zo dik is als een ouderwets telefoonboek van een middelgrote stad (wie kent ze nog). Vrijwel iedere lezer van deze BLOG heeft zeer waarschijnlijk een flinke stapel platen in de kast staan waarop Larry Campbell te horen is als muzikant of waarvoor de Amerikaan als producer achter de knoppen zat.
De kans dat de lezers van deze BLOG een plaat in de kast hebben staan waarop de naam van Larry Campbell op de cover staat was tot voor kort echter een flink stuk kleiner. Larry Campbell, die de afgelopen decennia ook nog een belangrijke rol speelde in de bands van onder andere Levon Helm en Bob Dylan, maakte een jaar of tien geleden weliswaar één soloplaat, maar wist hiermee geen potten te breken.
De tijden dat platen met de naam van Larry Campbell op de cover in vrijwel geen enkele platenkast te vinden waren, zijn nu echter voorgoed voorbij, want samen met Teresa Williams heeft Larry Campbell een plaat gemaakt die een plekje verdient in iedere platenkast waarin Amerikaanse rootsmuziek ruim vertegenwoordigd is.
Larry Campbell en Teresa Williams zijn inmiddels ruim 25 jaar getrouwd en werken nog langer samen, maar het was er nog niet van gekomen om samen een plaat te maken. Die plaat is er nu en het is er één van een angstaanjagend hoog niveau.
Net als Larry Campbell heeft ook Teresa Williams een lange staat van dienst, al waren haar gloedvolle vocalen tot dusver vooral op de achtergrond te horen. Op het titelloze debuut van Larry Campbell en Teresa Williams treedt het tweetal uit de schaduw en de twee rasmuzikanten doen dit op buitengewoon imponerende wijze.
Larry Campbell en Teresa Williams bestrijken op hun debuut een opvallend breed palet. Vrijwel alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek worden verkend en alles klinkt even goed. Dat is ook niet zo gek, want gitaristen van het kaliber van Larry Campbell zijn zeer schaars. Ook in vocaal opzicht weet de Amerikaan indruk te maken, wat nog in veel sterkere mate geldt voor Teresa Williams, die de zang menig maal uit haar tenen laat komen, maar ook prachtig ingetogen kan zingen. Dat de twee ook nog eens garant staan voor prachtige harmonieën verhoogt de feestvreugde alleen maar.
Alsof het nog niet genoeg is schoven een aantal gerenommeerde muzikanten, onder wie Little Feat pianist Billy Payne en zangeres Amy Helm (dochter van Levon), aan tijdens de opnames van de plaat. Hoewel alle muzikanten op de plaat al vele duizenden uren in de studio hebben gestaan, klinkt het debuut van Larry Campbell en Teresa Williams nergens plichtmatig. Er wordt met hoorbaar plezier en met verschrikkelijk veel gevoel gemusiceerd.
Dat hoor je in de meer country georiënteerde tracks die voorzichtig raken aan de platen die Emmylou Harris en Gram Parsons maakten, dat hoor je in de heerlijke bluesy tracks, dat hoor je in de folksongs die zo uit de Appalachen lijken te komen en je hoort het in de tracks die muziek maken die vooral is geïnspireerd door de Zuidelijke staten van de VS.
Er gebeurt ontzettend veel op deze plaat en alles klinkt even geïnspireerd, gedreven en goed. Als ik er twee dingen uit moet pikken kom ik bij de geweldige zang van Teresa Williams en het fabuleuze gitaarspel van Larry Campbell, maar ook alles hierbuiten is van een ontzettend hoog niveau. Dat geldt voor de songs, dat geldt voor de instrumentatie en het geldt voor de productie.
De plaat van Larry Campbell en Teresa Williams krijgt tot dusver nog niet heel veel aandacht en dat is doodzonde. Ik weer echt niet of ik dit jaar een betere rootsplaat heb gehoord dan deze en verwacht ook niet dat iemand hier snel overheen gaat. Larry Campbell en Teresa Williams hadden hun sporen in de muziek al ruimschoots verdiend, maar geven hun carrières nu glans met een visitekaartje dat heel veel respect afdwingt. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Larry Campbell & Teresa Williams - Larry Campbell & Teresa Williams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikant Larry Campbell heeft een cv dat zo dik is als een ouderwets telefoonboek van een middelgrote stad (wie kent ze nog). Vrijwel iedere lezer van deze BLOG heeft zeer waarschijnlijk een flinke stapel platen in de kast staan waarop Larry Campbell te horen is als muzikant of waarvoor de Amerikaan als producer achter de knoppen zat.
De kans dat de lezers van deze BLOG een plaat in de kast hebben staan waarop de naam van Larry Campbell op de cover staat was tot voor kort echter een flink stuk kleiner. Larry Campbell, die de afgelopen decennia ook nog een belangrijke rol speelde in de bands van onder andere Levon Helm en Bob Dylan, maakte een jaar of tien geleden weliswaar één soloplaat, maar wist hiermee geen potten te breken.
De tijden dat platen met de naam van Larry Campbell op de cover in vrijwel geen enkele platenkast te vinden waren, zijn nu echter voorgoed voorbij, want samen met Teresa Williams heeft Larry Campbell een plaat gemaakt die een plekje verdient in iedere platenkast waarin Amerikaanse rootsmuziek ruim vertegenwoordigd is.
Larry Campbell en Teresa Williams zijn inmiddels ruim 25 jaar getrouwd en werken nog langer samen, maar het was er nog niet van gekomen om samen een plaat te maken. Die plaat is er nu en het is er één van een angstaanjagend hoog niveau.
Net als Larry Campbell heeft ook Teresa Williams een lange staat van dienst, al waren haar gloedvolle vocalen tot dusver vooral op de achtergrond te horen. Op het titelloze debuut van Larry Campbell en Teresa Williams treedt het tweetal uit de schaduw en de twee rasmuzikanten doen dit op buitengewoon imponerende wijze.
Larry Campbell en Teresa Williams bestrijken op hun debuut een opvallend breed palet. Vrijwel alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek worden verkend en alles klinkt even goed. Dat is ook niet zo gek, want gitaristen van het kaliber van Larry Campbell zijn zeer schaars. Ook in vocaal opzicht weet de Amerikaan indruk te maken, wat nog in veel sterkere mate geldt voor Teresa Williams, die de zang menig maal uit haar tenen laat komen, maar ook prachtig ingetogen kan zingen. Dat de twee ook nog eens garant staan voor prachtige harmonieën verhoogt de feestvreugde alleen maar.
Alsof het nog niet genoeg is schoven een aantal gerenommeerde muzikanten, onder wie Little Feat pianist Billy Payne en zangeres Amy Helm (dochter van Levon), aan tijdens de opnames van de plaat. Hoewel alle muzikanten op de plaat al vele duizenden uren in de studio hebben gestaan, klinkt het debuut van Larry Campbell en Teresa Williams nergens plichtmatig. Er wordt met hoorbaar plezier en met verschrikkelijk veel gevoel gemusiceerd.
Dat hoor je in de meer country georiënteerde tracks die voorzichtig raken aan de platen die Emmylou Harris en Gram Parsons maakten, dat hoor je in de heerlijke bluesy tracks, dat hoor je in de folksongs die zo uit de Appalachen lijken te komen en je hoort het in de tracks die muziek maken die vooral is geïnspireerd door de Zuidelijke staten van de VS.
Er gebeurt ontzettend veel op deze plaat en alles klinkt even geïnspireerd, gedreven en goed. Als ik er twee dingen uit moet pikken kom ik bij de geweldige zang van Teresa Williams en het fabuleuze gitaarspel van Larry Campbell, maar ook alles hierbuiten is van een ontzettend hoog niveau. Dat geldt voor de songs, dat geldt voor de instrumentatie en het geldt voor de productie.
De plaat van Larry Campbell en Teresa Williams krijgt tot dusver nog niet heel veel aandacht en dat is doodzonde. Ik weer echt niet of ik dit jaar een betere rootsplaat heb gehoord dan deze en verwacht ook niet dat iemand hier snel overheen gaat. Larry Campbell en Teresa Williams hadden hun sporen in de muziek al ruimschoots verdiend, maar geven hun carrières nu glans met een visitekaartje dat heel veel respect afdwingt. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
Lau - Midnight and Closedown (2019)

4,0
2
geplaatst: 12 februari 2019, 15:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lau - Midnight And Closedown - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Schotse band vermengt op unieke wijze folk en experiment in een geluid dat zowel bloedstollend mooi als bloedstollend spannend is
Lau ontdekte ik drie jaar geleden in een Schots jaarlijstje en wat heb ik genoten van de vorige plaat van de Schotse band, die op hetzelfde moment de archieven van de folk en het experiment verkent. De nieuwe plaat van de band is nog veel indrukwekkender. Dat is deels de verdienste van topproducer John Parish, maar de meeste eer gaat toch uit naar de Schotten, die niet alleen vermaken met mooie folksongs, maar je ook op het puntje van de stoel houden met experimentele klanken. Het lijkt een vreemde combinatie, maar beide werelden zijn op Midnight And Closedown perfect in balans en versterken elkaar op bijzondere wijze.
Spotify houdt kennelijk niet van korte bandnamen. Wanneer ik zoek op Lau, moet ik me eerst door een flinke lijst namen heen worstelen, voor ik terecht kom bij de muziek van de Schotse band. Het is jammer, want de muziek van Lau, dat al een jaar of twaalf platen maakt, verdient echt alle aandacht.
Zelf ken ik de muziek van Lau pas een jaar of drie. Aan het begin van 2016 haalde ik de vorige plaat van de band, The Bell That Never Rang, uit een fraai lijstje met de beste Schotse platen van 2015. Lau prijkte bovenaan dit lijstje en na beluistering van de plaat kon ik daar van alles bij voorstellen.
The Bell That Never Rang streelde het gehoor op even aangename als fascinerende wijze met muziek die bol stond van de invloeden uit de folk, maar ook op bijzondere wijze het experiment opzocht met repeterende akkoorden, stevige uithalen op de gitaar en de viool en subtiel ingezette elektronica.
Op een in 2017 verschenen verzamelaar was te horen dat Lau al veel langer bijzondere muziek maakt en nu is er dan eindelijk de opvolger van de in 2015 de terecht de hemel in geprezen plaat.
Lau reserveerde op haar vorige plaat 43 minuten voor 6 songs en stopt er dit keer 8 in 45 minuten. Toch klokken de meeste songs ook dit keer boven de 5 minuten. Het zijn minuten waarin weer van alles gebeurt, want Lau maakt gelukkig nog steeds geen alledaagse muziek.
Direct in de openingstrack hoor je dat Lau voortbouwt op het geluid van de zo succesvolle voorganger. Midnight And Closedown opent met een song die best een folksong mag worden genoemd, maar het is wel een folksong waarin Lau de grenzen van het genre opzoekt en overschrijdt. De instrumentatie schiet alle kanten op, lijkt hier en daar voorzichtig te ontsporen en zoekt het experiment met bijzondere akoestische klanken en hier prachtig tegenin sturende elektronica.
Het is bijzonder dat Lau violen die zo lijken weggelopen uit de Keltische folk contrasteert met vervormde en indringende klanken op een manier die hier en daar bijna beklemmend, maar ook volstrekt logisch klinkt. Het zorgt ervoor dat de Schotten aansluiten bij de folk die we kennen, maar er direct ook flink afstand van nemen, wat de muziek van Lau voorziet van onderhuidse spanning en een bijzondere lading.
Het is muziek die objectief beschouwd tegen de haren instrijkt, maar toch klinkt ook Midnight And Closedown geen moment onaangenaam. Sterker nog, de fraaie klanken op de plaat zijn keer op keer goed voor mooie beelden en voor een moment van ontspanning, waarbij de instrumentele tracks misschien nog wel indrukwekkender zijn dan de tracks met vocalen. Op hetzelfde moment houdt Lau je op het puntje van je stoel met alle unieke accenten die zijn toegevoegd aan de folksongs van de band uit Edinburgh.
Vergeleken met de vorige plaat klinkt Midnight And Closedown nog wat beter. Het is deels de verdienste van producer John Parish (P.J Harvey, Eels, Sparklehorse, Aldous Harding), die een nog fraaie balans heeft gevonden tussen mooi klinkende folksongs en een flinke dosis avontuur.
Net als de vorige keer was ik direct onder de indruk van de muziek van Lau, maar Midnight And Closedown is, nog meer dan zijn voorganger, een plaat die je moet ontdekken. Na een paar keer horen hoor ik nog steeds heel veel nieuws in de muziek van Lau en wordt de nieuwe plaat van de Schotten alleen maar mooier en indrukwekkender. Heel veel aandacht trekt de band in Nederland nog niet, maar dat moet echt heel snel gaan veranderen met deze prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lau - Midnight And Closedown - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Schotse band vermengt op unieke wijze folk en experiment in een geluid dat zowel bloedstollend mooi als bloedstollend spannend is
Lau ontdekte ik drie jaar geleden in een Schots jaarlijstje en wat heb ik genoten van de vorige plaat van de Schotse band, die op hetzelfde moment de archieven van de folk en het experiment verkent. De nieuwe plaat van de band is nog veel indrukwekkender. Dat is deels de verdienste van topproducer John Parish, maar de meeste eer gaat toch uit naar de Schotten, die niet alleen vermaken met mooie folksongs, maar je ook op het puntje van de stoel houden met experimentele klanken. Het lijkt een vreemde combinatie, maar beide werelden zijn op Midnight And Closedown perfect in balans en versterken elkaar op bijzondere wijze.
Spotify houdt kennelijk niet van korte bandnamen. Wanneer ik zoek op Lau, moet ik me eerst door een flinke lijst namen heen worstelen, voor ik terecht kom bij de muziek van de Schotse band. Het is jammer, want de muziek van Lau, dat al een jaar of twaalf platen maakt, verdient echt alle aandacht.
Zelf ken ik de muziek van Lau pas een jaar of drie. Aan het begin van 2016 haalde ik de vorige plaat van de band, The Bell That Never Rang, uit een fraai lijstje met de beste Schotse platen van 2015. Lau prijkte bovenaan dit lijstje en na beluistering van de plaat kon ik daar van alles bij voorstellen.
The Bell That Never Rang streelde het gehoor op even aangename als fascinerende wijze met muziek die bol stond van de invloeden uit de folk, maar ook op bijzondere wijze het experiment opzocht met repeterende akkoorden, stevige uithalen op de gitaar en de viool en subtiel ingezette elektronica.
Op een in 2017 verschenen verzamelaar was te horen dat Lau al veel langer bijzondere muziek maakt en nu is er dan eindelijk de opvolger van de in 2015 de terecht de hemel in geprezen plaat.
Lau reserveerde op haar vorige plaat 43 minuten voor 6 songs en stopt er dit keer 8 in 45 minuten. Toch klokken de meeste songs ook dit keer boven de 5 minuten. Het zijn minuten waarin weer van alles gebeurt, want Lau maakt gelukkig nog steeds geen alledaagse muziek.
Direct in de openingstrack hoor je dat Lau voortbouwt op het geluid van de zo succesvolle voorganger. Midnight And Closedown opent met een song die best een folksong mag worden genoemd, maar het is wel een folksong waarin Lau de grenzen van het genre opzoekt en overschrijdt. De instrumentatie schiet alle kanten op, lijkt hier en daar voorzichtig te ontsporen en zoekt het experiment met bijzondere akoestische klanken en hier prachtig tegenin sturende elektronica.
Het is bijzonder dat Lau violen die zo lijken weggelopen uit de Keltische folk contrasteert met vervormde en indringende klanken op een manier die hier en daar bijna beklemmend, maar ook volstrekt logisch klinkt. Het zorgt ervoor dat de Schotten aansluiten bij de folk die we kennen, maar er direct ook flink afstand van nemen, wat de muziek van Lau voorziet van onderhuidse spanning en een bijzondere lading.
Het is muziek die objectief beschouwd tegen de haren instrijkt, maar toch klinkt ook Midnight And Closedown geen moment onaangenaam. Sterker nog, de fraaie klanken op de plaat zijn keer op keer goed voor mooie beelden en voor een moment van ontspanning, waarbij de instrumentele tracks misschien nog wel indrukwekkender zijn dan de tracks met vocalen. Op hetzelfde moment houdt Lau je op het puntje van je stoel met alle unieke accenten die zijn toegevoegd aan de folksongs van de band uit Edinburgh.
Vergeleken met de vorige plaat klinkt Midnight And Closedown nog wat beter. Het is deels de verdienste van producer John Parish (P.J Harvey, Eels, Sparklehorse, Aldous Harding), die een nog fraaie balans heeft gevonden tussen mooi klinkende folksongs en een flinke dosis avontuur.
Net als de vorige keer was ik direct onder de indruk van de muziek van Lau, maar Midnight And Closedown is, nog meer dan zijn voorganger, een plaat die je moet ontdekken. Na een paar keer horen hoor ik nog steeds heel veel nieuws in de muziek van Lau en wordt de nieuwe plaat van de Schotten alleen maar mooier en indrukwekkender. Heel veel aandacht trekt de band in Nederland nog niet, maar dat moet echt heel snel gaan veranderen met deze prachtplaat. Erwin Zijleman
Lau - The Bell That Never Rang (2015)

4,0
0
geplaatst: 5 januari 2016, 12:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lau - The Bell That Never Rang - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een van de meest bijzondere jaarlijstjes die ik de afgelopen maand tegen kwam was het jaarlijstje met de beste platen uit Schotland.
Uit dit lijstje van The Herald Scotland had ik de platen van Belle And Sebastian, Linden, Django Django, The Waterboys, C Duncan en Rachel Sermanni, maar de rest van de lijst zat vol mysterie.
Neem nu de nummer 1 uit de lijst: The Bell That Never Rang van Lau.
Lau maakt muziek die het label ‘experimentele folk’ opgeplakt heeft gekregen. Dat experimentele hoor je terug in de bijzondere instrumentatie. Lau maakt gebruik van de akoestische instrumenten die je verwacht in Britse folkmuziek, maar kiest hiernaast meer dan eens voor complexe, vaak repeterende akkoorden, uithalen van elektrische gitaren, inventief gebruik van elektronica en prachtig atmosferisch of juist stuwend vioolwerk.
De muziek op The Bell That Never Rang fascineert hierdoor meedogenloos, maar is ook mooi en trefzeker. Het is prachtig hoe Lau de spanning in haar muziek opbouwt en hoe het kan schakelen tussen muziek die zich als een warme deken om je heen slaat en muziek die je continu vastgrijpt en op het verkeerde been zet.
De songs van Lau zijn buiten de complexe instrumentatie niet eens zo heel experimenteel. De plaat opent met een mooie en intieme folksong en laat vervolgens een track horen die, mede door de mooie zang, met een beetje fantasie van The Beatles had kunnen zijn. Het toegankelijkere geluid van Lau is naar verluid het resultaat van de samenwerking met Joan Wasser (beter bekend als Joan As Police Woman), die de plaat produceerde.
The Bell That Never Rang bevat zes tracks, waarvan er vijf redelijk toegankelijk zijn. Dat Lau het stempel ‘experimentele folk’ niet voor niets opgedrukt heeft gekregen hoor je in de maar liefst 17 minuten durende titeltrack, waarin Lau aangevuld met een strijkerskwartet een prachtige soundtrack neerzet voor een film die je zelf mag bedenken.
Het is een wonderschone aanvulling op de toegankelijkere tracks op de plaat, die allemaal laten horen dat traditionele Britse folkmuziek en avontuur wel degelijk samen kunnen gaan. Hele bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lau - The Bell That Never Rang - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een van de meest bijzondere jaarlijstjes die ik de afgelopen maand tegen kwam was het jaarlijstje met de beste platen uit Schotland.
Uit dit lijstje van The Herald Scotland had ik de platen van Belle And Sebastian, Linden, Django Django, The Waterboys, C Duncan en Rachel Sermanni, maar de rest van de lijst zat vol mysterie.
Neem nu de nummer 1 uit de lijst: The Bell That Never Rang van Lau.
Lau maakt muziek die het label ‘experimentele folk’ opgeplakt heeft gekregen. Dat experimentele hoor je terug in de bijzondere instrumentatie. Lau maakt gebruik van de akoestische instrumenten die je verwacht in Britse folkmuziek, maar kiest hiernaast meer dan eens voor complexe, vaak repeterende akkoorden, uithalen van elektrische gitaren, inventief gebruik van elektronica en prachtig atmosferisch of juist stuwend vioolwerk.
De muziek op The Bell That Never Rang fascineert hierdoor meedogenloos, maar is ook mooi en trefzeker. Het is prachtig hoe Lau de spanning in haar muziek opbouwt en hoe het kan schakelen tussen muziek die zich als een warme deken om je heen slaat en muziek die je continu vastgrijpt en op het verkeerde been zet.
De songs van Lau zijn buiten de complexe instrumentatie niet eens zo heel experimenteel. De plaat opent met een mooie en intieme folksong en laat vervolgens een track horen die, mede door de mooie zang, met een beetje fantasie van The Beatles had kunnen zijn. Het toegankelijkere geluid van Lau is naar verluid het resultaat van de samenwerking met Joan Wasser (beter bekend als Joan As Police Woman), die de plaat produceerde.
The Bell That Never Rang bevat zes tracks, waarvan er vijf redelijk toegankelijk zijn. Dat Lau het stempel ‘experimentele folk’ niet voor niets opgedrukt heeft gekregen hoor je in de maar liefst 17 minuten durende titeltrack, waarin Lau aangevuld met een strijkerskwartet een prachtige soundtrack neerzet voor een film die je zelf mag bedenken.
Het is een wonderschone aanvulling op de toegankelijkere tracks op de plaat, die allemaal laten horen dat traditionele Britse folkmuziek en avontuur wel degelijk samen kunnen gaan. Hele bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Lauds - Imitation Life (2023)

4,0
3
geplaatst: 25 januari 2023, 12:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lauds - Imitation Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lauds - Imitation Life
Er verschijnen deze week flink wat prima gitaarplaten, maar het debuutalbum van de Amerikaanse band Lauds springt er met veelkleurig gitaarwerk en heerlijk nostalgische songs voor mij uit
Imitation Life, het debuutalbum van de Amerikaanse band Lauds, is direct vanaf de eerste noten een feest van herkenning. De band uit North Carolina laadt zich inspireren door de crème de la crème van de Britse new wave en postpunk en gooit er nog wat invloeden uit de Amerikaanse janglepop en uit de dreampop en shoegaze overheen. Het levert een wat nostalgisch klinkend album op, maar het is ook een album waarvan je alleen maar heel erg vrolijk kan worden. Lauds strooit driftig met even aanstekelijke als mooie gitaarakkoorden, maar ook de postpunk ritmesectie en de dromerige zang dragen nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat. Wat een heerlijk album.
Ik weet niet heel veel over de Amerikaanse band Lauds. Wat ik weet is dat de band vanuit Wilmington, North Carolina, opereert en dat het deze week verschenen Imitation Life het debuutalbum van de band is. Het is een debuutalbum waar ik direct bij eerste beluistering smoorverliefd op werd en mijn liefde voor het album is sindsdien alleen maar gegroeid.
De platenmaatschappij van de band komt op de proppen met een imposante waslijst aan vergelijkingsmateriaal en het is een lijst waarop namen prijken van grote bands die met name de jaren 80 en 90 kleur gaven. Ik hoor niet alle genoemde namen terug bij beluistering van Imitation Life, maar met een mix van postpunk, jangle pop, American Underground, indierock, shoegaze en dreampop maakt Lauds inderdaad muziek die uitnodigt tot het noemen van namen. Het zijn namen die opduiken en vervolgens weer vervliegen, waardoor uiteindelijk vooral de naam van Lauds blijft hangen.
Het debuutalbum van de Amerikaanse band is vooral een geweldige gitaarplaat. De geniale gitaarloopjes buitelen over elkaar heen in de tien songs op het album, maar het gitaarwerk van Lauds is ook verrassend veelkleurig. De band uit North Carolina heeft goed geluisterd naar het gitaarwerk van Johnny Marr bij The Smiths, maar kan ook uit de voeten met de onweerstaanbare gitaarloopjes uit de Amerikaanse janglepop. Hiernaast hoor je op Imitation Life ook nog de bedwelmende gitaarakkoorden uit de dreampop en worden af en toe voorzichtig shoegaze achtige gitaarmuren opgebouwd. Het wordt gecombineerd met diepe postpunkbassen en atmosferisch klinkende synths die zo lijken weggelopen uit de jaren 80.
In muzikaal opzicht klinkt alles op Imitation Life even lekker, maar ook de zang op het debuutalbum van Lauds is niet te versmaden. Het is van die wat dromerige zang die zoveel jaren 80 albums typeert, waardoor Imitation Life wat nostalgisch kan klinken, maar de muziek van de Amerikaanse band is vooral heerlijk melodieus.
De platenmaatschappij noemt zoals gezegd een heleboel namen van vooral Britse bands, maar de muziek van Lauds klinkt ook absoluut Amerikaans. Als ik zelf namen moet noemen kom ik met The Lotus Eaters, China Crisis, The Dream Academy en Lloyd Cole & The Commotions en ui de VS misschien The Feelies, maar net als alle andere genoemde namen gaan ze maar even mee, al is het maar omdat de songs van Lauds ook bijna altijd een postpunk vibe hebben.
Imitation Life van Lauds is een album vol invloeden, maar het is boven alles een album om heel vrolijk van te worden. Direct vanaf de eerste noten vult de Amerikaanse band de ruimte met zonnestralen, waarna een flinke nostalgie en een beetje melancholie de feelgood luistertrip van Imitation Life compleet maken.
Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eenvormigheid na een track of acht wel wat begint toe te slaan, maar dan zit het album er bijna op. Bij de volgende luisterbeurt klinkt het gelukkig weer net zo onweerstaanbaar als bij de allereerste beluistering, wat iets zegt over de kwaliteit van het debuutalbum van Lauds. Het is een debuutalbum dat verschijnt in een week met behoorlijk wat nieuwe releases, waaronder opvallend veel goede gitaarplaten, maar het debuut van de band uit North Carolina houdt zich verrassend makkelijk staande. Of Lauds de wereld gaat veroveren durf ik niet te voorspellen, maar met dit heerlijke album kan de band absoluut vooruit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lauds - Imitation Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lauds - Imitation Life
Er verschijnen deze week flink wat prima gitaarplaten, maar het debuutalbum van de Amerikaanse band Lauds springt er met veelkleurig gitaarwerk en heerlijk nostalgische songs voor mij uit
Imitation Life, het debuutalbum van de Amerikaanse band Lauds, is direct vanaf de eerste noten een feest van herkenning. De band uit North Carolina laadt zich inspireren door de crème de la crème van de Britse new wave en postpunk en gooit er nog wat invloeden uit de Amerikaanse janglepop en uit de dreampop en shoegaze overheen. Het levert een wat nostalgisch klinkend album op, maar het is ook een album waarvan je alleen maar heel erg vrolijk kan worden. Lauds strooit driftig met even aanstekelijke als mooie gitaarakkoorden, maar ook de postpunk ritmesectie en de dromerige zang dragen nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat. Wat een heerlijk album.
Ik weet niet heel veel over de Amerikaanse band Lauds. Wat ik weet is dat de band vanuit Wilmington, North Carolina, opereert en dat het deze week verschenen Imitation Life het debuutalbum van de band is. Het is een debuutalbum waar ik direct bij eerste beluistering smoorverliefd op werd en mijn liefde voor het album is sindsdien alleen maar gegroeid.
De platenmaatschappij van de band komt op de proppen met een imposante waslijst aan vergelijkingsmateriaal en het is een lijst waarop namen prijken van grote bands die met name de jaren 80 en 90 kleur gaven. Ik hoor niet alle genoemde namen terug bij beluistering van Imitation Life, maar met een mix van postpunk, jangle pop, American Underground, indierock, shoegaze en dreampop maakt Lauds inderdaad muziek die uitnodigt tot het noemen van namen. Het zijn namen die opduiken en vervolgens weer vervliegen, waardoor uiteindelijk vooral de naam van Lauds blijft hangen.
Het debuutalbum van de Amerikaanse band is vooral een geweldige gitaarplaat. De geniale gitaarloopjes buitelen over elkaar heen in de tien songs op het album, maar het gitaarwerk van Lauds is ook verrassend veelkleurig. De band uit North Carolina heeft goed geluisterd naar het gitaarwerk van Johnny Marr bij The Smiths, maar kan ook uit de voeten met de onweerstaanbare gitaarloopjes uit de Amerikaanse janglepop. Hiernaast hoor je op Imitation Life ook nog de bedwelmende gitaarakkoorden uit de dreampop en worden af en toe voorzichtig shoegaze achtige gitaarmuren opgebouwd. Het wordt gecombineerd met diepe postpunkbassen en atmosferisch klinkende synths die zo lijken weggelopen uit de jaren 80.
In muzikaal opzicht klinkt alles op Imitation Life even lekker, maar ook de zang op het debuutalbum van Lauds is niet te versmaden. Het is van die wat dromerige zang die zoveel jaren 80 albums typeert, waardoor Imitation Life wat nostalgisch kan klinken, maar de muziek van de Amerikaanse band is vooral heerlijk melodieus.
De platenmaatschappij noemt zoals gezegd een heleboel namen van vooral Britse bands, maar de muziek van Lauds klinkt ook absoluut Amerikaans. Als ik zelf namen moet noemen kom ik met The Lotus Eaters, China Crisis, The Dream Academy en Lloyd Cole & The Commotions en ui de VS misschien The Feelies, maar net als alle andere genoemde namen gaan ze maar even mee, al is het maar omdat de songs van Lauds ook bijna altijd een postpunk vibe hebben.
Imitation Life van Lauds is een album vol invloeden, maar het is boven alles een album om heel vrolijk van te worden. Direct vanaf de eerste noten vult de Amerikaanse band de ruimte met zonnestralen, waarna een flinke nostalgie en een beetje melancholie de feelgood luistertrip van Imitation Life compleet maken.
Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eenvormigheid na een track of acht wel wat begint toe te slaan, maar dan zit het album er bijna op. Bij de volgende luisterbeurt klinkt het gelukkig weer net zo onweerstaanbaar als bij de allereerste beluistering, wat iets zegt over de kwaliteit van het debuutalbum van Lauds. Het is een debuutalbum dat verschijnt in een week met behoorlijk wat nieuwe releases, waaronder opvallend veel goede gitaarplaten, maar het debuut van de band uit North Carolina houdt zich verrassend makkelijk staande. Of Lauds de wereld gaat veroveren durf ik niet te voorspellen, maar met dit heerlijke album kan de band absoluut vooruit. Erwin Zijleman
Laufey - A Matter of Time (2025)

4,0
1
geplaatst: 24 augustus 2025, 10:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Laufey - A Matter Of Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Laufey - A Matter Of Time
Laufey heeft het traject van debuterend muzikante naar wereldster verrassend snel afgelegd, maar laat ook op het fraaie A Matter Of Time weer horen dat ze een bijzonder repertoire heeft en echt fantastisch zingt
Toen ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Laufey deed ze me wel wat aan Norah Jones denken. De van oorsprong IJslandse muzikante maakt nog steeds muziek met invloeden uit de jazz, maar ze heeft inmiddels een geheel eigen geluid. Het is een geluid waarin de strijkers vaak stevig aanzwellen en het is bovendien een geluid dat af en toe bijna pompeus kan klinken, maar Laufey kan ook gas terug nemen met meer ingetogen muziek. Het is muziek die altijd in dienst staat van haar sensationeel goede stem, die van Laufey inmiddels terecht een wereldster heeft gemaakt. Zeker als ze kiest voor zeer nostalgisch klinkende songs is haar succes bij zo'n groot publiek bijzonder, maar momenteel verandert alles dat Laufey aanraakt in goud.
Het is nog geen drie jaar geleden dat de uit het IJslandse Reykjavik afkomstige Laufey Lín Jónsdóttir haar debuutalbum onder de naam Laufey uitbracht. Ik vond de jazzy popsongs van de muzikante met zowel Chinese als IJslandse wortels op het eerste gehoor wat zoetsappig of in ieder geval aan de zoete kant, maar ik kon de zoete en zwoele verleiding van Everything I Know About Love uiteindelijk toch niet weerstaan.
Op haar debuutalbum verwerkte Laufey vooral invloeden uit de vocale jazz, maar ook invloeden uit de klassieke muziek en de bossa nova hadden hun weg gevonden naar het album. Het was niet zo heel gewaagd om Laufey op basis van haar debuutalbum en haar echt prachtige stem een succesvolle toekomst in de muziek te voorspellen en die voorspelling kwam binnen een jaar uit.
Het in de herfst van 2023 verschenen Bewitched was nog wat overtuigender dan het debuutalbum van Laufey en sprak een nog wat groter publiek aan, zeker nadat ze een ster was geworden op TikTok. Na een speciale editie van Bewitched, een live-album met een orkest en een EP met kerstliedjes is het deze week tijd voor het derde album van Laufey.
Het is een album waar al een tijdje met hoge verwachtingen naar wordt uitgekeken en deze maakt de muzikante die Reykjavik inmiddels heeft verruild voor Los Angeles makkelijk waar. Ik blijf het bijzonder vinden dat Laufey met wat ouderwets en soms wat theatraal klinkende jazzy songs zo’n breed publiek weet te bereiken en zelfs TikTok aan haar voeten kreeg, maar aan de andere kant spat het talent er bij haar van af.
Ook op A Matter Of Time is Laufey niet vies van flink wat strijkers en van songs die ook tientallen jaren oud hadden kunnen zijn, maar de rijk georkestreerde songs passen perfect bij haar stem. Het is een stem die een stuk ouder klinkt dan de 26 jaar die Laufey oud is. Het is ook een stem die zich verrassend soepel en met veel souplesse beweegt door de 14 songs op het album.
Laufey beperkt zich op A Matter Of Time niet uitsluitend tot de wat ouderwets aandoende jazzy songs, maar kan ook uit de voeten met ingetogen folky songs, waarin haar stem misschien nog wel mooier klinkt, of met songs die opschuiven richting pop of zelfs musicals en Disney films. Het is een stem die geschoold klinkt, wat ook klopt, want Laufey studeerde aan het prestigieuze Berklee College Of Music in Boston.
Wanneer Laufey aan de hand van Aaron Dessner opschuift richting pop laat ze horen dat haar stem ook in dat genre exceptioneel goed klinkt en is het succes op TikTok opeens volkomen logisch. Laufey zong al prachtig op haar eerste twee albums, maar op A Matter Of Time klinkt haar stem nog wat mooier.
Liefhebbers van wat ruwere muziek moeten met een grote boog om Laufey heen lopen, al zou Laufey je ook zomaar kunnen verrassen, wat haar tenslotte ook bij mij is gelukt. Op A Matter Of Time maakt de Chinees-IJslandse muzikante minstens 90% van de tijd muziek die buiten mijn muzikale comfort zone ligt, maar desondanks vind ik het derde album van Laufey prachtig en smelt ik voor nagenoeg alle songs.
Het album is echt bijzonder mooi ingekleurd en trefzeker geproduceerd, maar het is de echt bijzonder mooie stem van Laufey die zorgt voor de betovering. Zeker op de zondagochtend doet A Matter Of Time het prima, maar ik verheug me ook al op koude en donkere winteravonden met dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Laufey - A Matter Of Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Laufey - A Matter Of Time
Laufey heeft het traject van debuterend muzikante naar wereldster verrassend snel afgelegd, maar laat ook op het fraaie A Matter Of Time weer horen dat ze een bijzonder repertoire heeft en echt fantastisch zingt
Toen ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Laufey deed ze me wel wat aan Norah Jones denken. De van oorsprong IJslandse muzikante maakt nog steeds muziek met invloeden uit de jazz, maar ze heeft inmiddels een geheel eigen geluid. Het is een geluid waarin de strijkers vaak stevig aanzwellen en het is bovendien een geluid dat af en toe bijna pompeus kan klinken, maar Laufey kan ook gas terug nemen met meer ingetogen muziek. Het is muziek die altijd in dienst staat van haar sensationeel goede stem, die van Laufey inmiddels terecht een wereldster heeft gemaakt. Zeker als ze kiest voor zeer nostalgisch klinkende songs is haar succes bij zo'n groot publiek bijzonder, maar momenteel verandert alles dat Laufey aanraakt in goud.
Het is nog geen drie jaar geleden dat de uit het IJslandse Reykjavik afkomstige Laufey Lín Jónsdóttir haar debuutalbum onder de naam Laufey uitbracht. Ik vond de jazzy popsongs van de muzikante met zowel Chinese als IJslandse wortels op het eerste gehoor wat zoetsappig of in ieder geval aan de zoete kant, maar ik kon de zoete en zwoele verleiding van Everything I Know About Love uiteindelijk toch niet weerstaan.
Op haar debuutalbum verwerkte Laufey vooral invloeden uit de vocale jazz, maar ook invloeden uit de klassieke muziek en de bossa nova hadden hun weg gevonden naar het album. Het was niet zo heel gewaagd om Laufey op basis van haar debuutalbum en haar echt prachtige stem een succesvolle toekomst in de muziek te voorspellen en die voorspelling kwam binnen een jaar uit.
Het in de herfst van 2023 verschenen Bewitched was nog wat overtuigender dan het debuutalbum van Laufey en sprak een nog wat groter publiek aan, zeker nadat ze een ster was geworden op TikTok. Na een speciale editie van Bewitched, een live-album met een orkest en een EP met kerstliedjes is het deze week tijd voor het derde album van Laufey.
Het is een album waar al een tijdje met hoge verwachtingen naar wordt uitgekeken en deze maakt de muzikante die Reykjavik inmiddels heeft verruild voor Los Angeles makkelijk waar. Ik blijf het bijzonder vinden dat Laufey met wat ouderwets en soms wat theatraal klinkende jazzy songs zo’n breed publiek weet te bereiken en zelfs TikTok aan haar voeten kreeg, maar aan de andere kant spat het talent er bij haar van af.
Ook op A Matter Of Time is Laufey niet vies van flink wat strijkers en van songs die ook tientallen jaren oud hadden kunnen zijn, maar de rijk georkestreerde songs passen perfect bij haar stem. Het is een stem die een stuk ouder klinkt dan de 26 jaar die Laufey oud is. Het is ook een stem die zich verrassend soepel en met veel souplesse beweegt door de 14 songs op het album.
Laufey beperkt zich op A Matter Of Time niet uitsluitend tot de wat ouderwets aandoende jazzy songs, maar kan ook uit de voeten met ingetogen folky songs, waarin haar stem misschien nog wel mooier klinkt, of met songs die opschuiven richting pop of zelfs musicals en Disney films. Het is een stem die geschoold klinkt, wat ook klopt, want Laufey studeerde aan het prestigieuze Berklee College Of Music in Boston.
Wanneer Laufey aan de hand van Aaron Dessner opschuift richting pop laat ze horen dat haar stem ook in dat genre exceptioneel goed klinkt en is het succes op TikTok opeens volkomen logisch. Laufey zong al prachtig op haar eerste twee albums, maar op A Matter Of Time klinkt haar stem nog wat mooier.
Liefhebbers van wat ruwere muziek moeten met een grote boog om Laufey heen lopen, al zou Laufey je ook zomaar kunnen verrassen, wat haar tenslotte ook bij mij is gelukt. Op A Matter Of Time maakt de Chinees-IJslandse muzikante minstens 90% van de tijd muziek die buiten mijn muzikale comfort zone ligt, maar desondanks vind ik het derde album van Laufey prachtig en smelt ik voor nagenoeg alle songs.
Het album is echt bijzonder mooi ingekleurd en trefzeker geproduceerd, maar het is de echt bijzonder mooie stem van Laufey die zorgt voor de betovering. Zeker op de zondagochtend doet A Matter Of Time het prima, maar ik verheug me ook al op koude en donkere winteravonden met dit album. Erwin Zijleman
