Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Low - HEY WHAT (2021)

4,5
2
geplaatst: 12 september 2021, 10:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Low - HEY WHAT - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Low - HEY WHAT
De Amerikaanse band Low verrijkt haar al zo fascinerende oeuvre met een wonderschoon album, waarop uitbarsting en verstilling hand in hand gaan en het unieke Low geluid nog maar eens evolueert
Na een elftal prachtige albums maakte Low het mij drie jaar geleden behoorlijk lastig met Double Negative, waarin het unieke geluid van Mimi Parker en Alan Sparhawk was verstopt achter piepende en krakende elektronica. Op het deze week verschenen en wederom door BJ Burton geproduceerde HEY WHAT is deze elektronica geïntegreerd in het geluid van Low. De schurende elektronica vloeit samen met vervormde gitaren, atmosferische synths en de fraaie zang van het Amerikaanse tweetal. HEY WHAT is een donker album vol fraaie spanningsbogen waarin lawaai en stilte geen tegenpolen meer lijken. Low vindt zichzelf nog maar eens opnieuw uit op een van de beste albums van de band tot dusver.
Low, de band rond Mimi Parker en Alan Sparhawk, betoverde me sinds de eerste helft van de jaren 90 tot 2018 met het ene wonderschone album na het andere. Het tweetal uit Duluth, Minnesota, verlegde op ieder album haar grenzen en kleurde haar muziek steeds weer net wat anders in, maar bij Low kon je altijd terecht voor zich langzaam voortslepende muziek die in hokjes als sadcore en slowcore werd geduwd. Je hoort het wat mij betreft het mooist op Things We Lost In The Fire uit 2001, maar vrijwel alle albums die de band tot 2018 uitbracht zijn uitstekend.
En toen kwam precies drie jaar geleden Double Negative. Het zo karakteristieke geluid van Low was op dit album verstopt achter een gordijn van vervormde elektronische klanken. Als het gordijn werd geopend hoorde je Low, maar wanneer het werd dichtgetrokken piepte en kraakte het album en twijfelde ik aan het schijfje dat ik in de cd speler had gestopt, aan mijn geluidsapparatuur en aan mijn oren.
Na een paar keer horen gaf ik het op, om het album pas weer een nieuwe kans te geven toen het drie maanden later menig jaarlijstje aanvoerde. Double Negative is drie jaar later zeker niet mijn favoriete Low album, maar ik hoor inmiddels wel de schoonheid en de kracht van het album, al blijft het voor mij zware kost.
Deze week verscheen de opvolger van Double Negative, HEY WHAT. Het is het derde album waarop Mimi Parker en Alan Sparhawk samenwerken met producer BJ Burton, die op Ones And Sixes uit 2015 wat subtiele elektronica toevoegde aan het geluid van Low, maar op Double Negative helemaal los ging.
HEY WHAT opent met vervormde gitaren, maar al snel keert de elektronica van het vorige album terug. Heel even piept en kraakt Low als op haar vorige album, maar de deken van elektronica is dit keer dunner en laat meer andere klanken door. De stemmen van Mimi Parker en Alan Sparhawk klinken krachtiger en de elektronica is wat mij betreft functioneler en versterkt de rest van de instrumentatie.
Openingstrack White Horses is direct bijzonder indrukwekkend. Vervormde gitaren, piepende en krakende elektronica en wolken dreigende synths kleuren prachtig bij de intense zang en fraaie harmonieën, tot de song na drieënhalve minuut tot stilstand komt en een snel tikkende klok het einde van de wereld lijkt aan te kondigen. De knal blijft echter uit en Low pakt in de volgende track de draad weer op met prachtige zang en wederom dreigende geluidsmuren.
Het is aan de ene kant typisch Low, maar het is ook Low zoals we de band nog niet eerder hoorden. Ook HEY WHAT is geen lichte kost, maar het nieuwe album is wel een stuk toegankelijker dan Double Negative, al is toegankelijk in dit geval een relatief begrip.
HEY WHAT is een aardedonker en dreigend album, maar als je er voor open staat is het ook een album vol ruwe en bijzondere schoonheid. Track na track wordt de spanning prachtig opgebouwd, maar tot een climax komt het bijna nooit. HEY WHAT golft heen en weer tussen overweldigend en intiem en tussen lawaai en stilte en weet track na track te verrassen met bijzondere klanken.
Het is knap hoe BJ Burton de elektronica dit keer perfect heeft weten te integreren in het karakteristieke geluid van Low, al klinkt HEY WHAT anders dan alles wat het echtpaar uit Duluth, Minnesota, tot dusver heeft gemaakt. Precies zoals je verwacht van de twee.
Double Negative streek me drie jaar geleden net wat teveel tegen de haren in, maar HEY WHAT imponeert direct bij eerste beluistering en houdt je 46 minuten en 12 seconden in een wurggreep. Schrijf dit verbijsterend mooie album maar alvast op voor de jaarlijstjes. Dit keer ook voor die van mij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Low - HEY WHAT - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Low - HEY WHAT
De Amerikaanse band Low verrijkt haar al zo fascinerende oeuvre met een wonderschoon album, waarop uitbarsting en verstilling hand in hand gaan en het unieke Low geluid nog maar eens evolueert
Na een elftal prachtige albums maakte Low het mij drie jaar geleden behoorlijk lastig met Double Negative, waarin het unieke geluid van Mimi Parker en Alan Sparhawk was verstopt achter piepende en krakende elektronica. Op het deze week verschenen en wederom door BJ Burton geproduceerde HEY WHAT is deze elektronica geïntegreerd in het geluid van Low. De schurende elektronica vloeit samen met vervormde gitaren, atmosferische synths en de fraaie zang van het Amerikaanse tweetal. HEY WHAT is een donker album vol fraaie spanningsbogen waarin lawaai en stilte geen tegenpolen meer lijken. Low vindt zichzelf nog maar eens opnieuw uit op een van de beste albums van de band tot dusver.
Low, de band rond Mimi Parker en Alan Sparhawk, betoverde me sinds de eerste helft van de jaren 90 tot 2018 met het ene wonderschone album na het andere. Het tweetal uit Duluth, Minnesota, verlegde op ieder album haar grenzen en kleurde haar muziek steeds weer net wat anders in, maar bij Low kon je altijd terecht voor zich langzaam voortslepende muziek die in hokjes als sadcore en slowcore werd geduwd. Je hoort het wat mij betreft het mooist op Things We Lost In The Fire uit 2001, maar vrijwel alle albums die de band tot 2018 uitbracht zijn uitstekend.
En toen kwam precies drie jaar geleden Double Negative. Het zo karakteristieke geluid van Low was op dit album verstopt achter een gordijn van vervormde elektronische klanken. Als het gordijn werd geopend hoorde je Low, maar wanneer het werd dichtgetrokken piepte en kraakte het album en twijfelde ik aan het schijfje dat ik in de cd speler had gestopt, aan mijn geluidsapparatuur en aan mijn oren.
Na een paar keer horen gaf ik het op, om het album pas weer een nieuwe kans te geven toen het drie maanden later menig jaarlijstje aanvoerde. Double Negative is drie jaar later zeker niet mijn favoriete Low album, maar ik hoor inmiddels wel de schoonheid en de kracht van het album, al blijft het voor mij zware kost.
Deze week verscheen de opvolger van Double Negative, HEY WHAT. Het is het derde album waarop Mimi Parker en Alan Sparhawk samenwerken met producer BJ Burton, die op Ones And Sixes uit 2015 wat subtiele elektronica toevoegde aan het geluid van Low, maar op Double Negative helemaal los ging.
HEY WHAT opent met vervormde gitaren, maar al snel keert de elektronica van het vorige album terug. Heel even piept en kraakt Low als op haar vorige album, maar de deken van elektronica is dit keer dunner en laat meer andere klanken door. De stemmen van Mimi Parker en Alan Sparhawk klinken krachtiger en de elektronica is wat mij betreft functioneler en versterkt de rest van de instrumentatie.
Openingstrack White Horses is direct bijzonder indrukwekkend. Vervormde gitaren, piepende en krakende elektronica en wolken dreigende synths kleuren prachtig bij de intense zang en fraaie harmonieën, tot de song na drieënhalve minuut tot stilstand komt en een snel tikkende klok het einde van de wereld lijkt aan te kondigen. De knal blijft echter uit en Low pakt in de volgende track de draad weer op met prachtige zang en wederom dreigende geluidsmuren.
Het is aan de ene kant typisch Low, maar het is ook Low zoals we de band nog niet eerder hoorden. Ook HEY WHAT is geen lichte kost, maar het nieuwe album is wel een stuk toegankelijker dan Double Negative, al is toegankelijk in dit geval een relatief begrip.
HEY WHAT is een aardedonker en dreigend album, maar als je er voor open staat is het ook een album vol ruwe en bijzondere schoonheid. Track na track wordt de spanning prachtig opgebouwd, maar tot een climax komt het bijna nooit. HEY WHAT golft heen en weer tussen overweldigend en intiem en tussen lawaai en stilte en weet track na track te verrassen met bijzondere klanken.
Het is knap hoe BJ Burton de elektronica dit keer perfect heeft weten te integreren in het karakteristieke geluid van Low, al klinkt HEY WHAT anders dan alles wat het echtpaar uit Duluth, Minnesota, tot dusver heeft gemaakt. Precies zoals je verwacht van de twee.
Double Negative streek me drie jaar geleden net wat teveel tegen de haren in, maar HEY WHAT imponeert direct bij eerste beluistering en houdt je 46 minuten en 12 seconden in een wurggreep. Schrijf dit verbijsterend mooie album maar alvast op voor de jaarlijstjes. Dit keer ook voor die van mij. Erwin Zijleman
Low - Ones and Sixes (2015)

4,0
0
geplaatst: 22 september 2015, 12:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Low - Ones And Sixes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit Duluth, Minnesota, afkomstige Low bestaat inmiddels meer dan twintig jaar en heeft in al die jaren een respectabele stapel platen uitgebracht.
De band is één van de vaandeldragers van het slowcore genre, maar kleurt inmiddels ook al heel wat platen buiten de lijntjes van het genre dat verder grotendeels uitgestorven lijkt.
Ook op Ones And Sixes sleept de muziek van Low zich weer voornamelijk langzaam voort, maar verder klinkt de nieuwe plaat van de band rond echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker toch weer anders dan zijn voorgangers.
Op het in 2013 verschenen The Invisible Way koos Low aan de hand van Jeff Tweedy voor een helder en toegankelijk geluid, waarin geen plek meer was voor de gruizige klanken die de muziek van Low zo vaak inkleurden. Deze gruizige klanken zijn terug op Ones And Sixes.
De nieuwe plaat van Low is voorzien van een behoorlijk donker en elektrisch geluid dat vervolgens is voorzien van een laagje gruis. Het donkere en gruizige klankentapijt wordt vervolgens voorzien van werkelijk prachtige vocalen.
Alan Sparhawk en Mimi Parker zijn in de loop der jaren steeds beter gaan zingen en zetten ook op Ones And Sixes weer een stap met prachtige individuele vocalen en een garantie voor kippenvel wanneer ze samen zingen.
In eerste instantie lijkt de combinatie van bloedstollend mooie vocalen en een wat gruizig klankentapijt een wat vreemde combinatie, maar het pakt uiteindelijk prachtig uit. De instrumentatie op Ones And Sixes is donker en soms wat gruizig, maar ook buitengewoon subtiel, waardoor de muziek van Low dit keer heel ruimtelijk klinkt en vol aangename verrassingen zit.
Met name het fantastische gitaarwerk draagt bij aan de ruimte op Ones And Sixes en geeft de plaat een bijzondere sfeer. Ones And Sixes klinkt meer als ‘vintage’ Low dan zijn twee voorgangers, maar het geeft het geluid van de band toch ook een aantal extra dimensies. Het levert een plaat op die ik persoonlijk schaar onder het betere werk van de band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Low - Ones And Sixes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit Duluth, Minnesota, afkomstige Low bestaat inmiddels meer dan twintig jaar en heeft in al die jaren een respectabele stapel platen uitgebracht.
De band is één van de vaandeldragers van het slowcore genre, maar kleurt inmiddels ook al heel wat platen buiten de lijntjes van het genre dat verder grotendeels uitgestorven lijkt.
Ook op Ones And Sixes sleept de muziek van Low zich weer voornamelijk langzaam voort, maar verder klinkt de nieuwe plaat van de band rond echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker toch weer anders dan zijn voorgangers.
Op het in 2013 verschenen The Invisible Way koos Low aan de hand van Jeff Tweedy voor een helder en toegankelijk geluid, waarin geen plek meer was voor de gruizige klanken die de muziek van Low zo vaak inkleurden. Deze gruizige klanken zijn terug op Ones And Sixes.
De nieuwe plaat van Low is voorzien van een behoorlijk donker en elektrisch geluid dat vervolgens is voorzien van een laagje gruis. Het donkere en gruizige klankentapijt wordt vervolgens voorzien van werkelijk prachtige vocalen.
Alan Sparhawk en Mimi Parker zijn in de loop der jaren steeds beter gaan zingen en zetten ook op Ones And Sixes weer een stap met prachtige individuele vocalen en een garantie voor kippenvel wanneer ze samen zingen.
In eerste instantie lijkt de combinatie van bloedstollend mooie vocalen en een wat gruizig klankentapijt een wat vreemde combinatie, maar het pakt uiteindelijk prachtig uit. De instrumentatie op Ones And Sixes is donker en soms wat gruizig, maar ook buitengewoon subtiel, waardoor de muziek van Low dit keer heel ruimtelijk klinkt en vol aangename verrassingen zit.
Met name het fantastische gitaarwerk draagt bij aan de ruimte op Ones And Sixes en geeft de plaat een bijzondere sfeer. Ones And Sixes klinkt meer als ‘vintage’ Low dan zijn twee voorgangers, maar het geeft het geluid van de band toch ook een aantal extra dimensies. Het levert een plaat op die ik persoonlijk schaar onder het betere werk van de band. Erwin Zijleman
Low Roar - ross. (2019)

4,0
1
geplaatst: 12 november 2019, 17:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Low Roar - ross. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Low Roar - ross.
De Amerikaans/IJslandse band Low Roar betovert met songs van een bijzondere schoonheid, maar vergeet op ross. ook het avontuur niet
De vorige albums van Low Roar heb ik gemist, maar ross. is wat mij betreft een voltreffer. De IJslandse band rond de Amerikaanse muzikant Ryan Karazija tekent op haar nieuwe album voor folky songs met emotievolle vocalen, maar kleurt deze folky songs op geheel eigen wijze in. De folky basis van de songs van de band wordt aan de ene kant voorzien van de atmosferische klanken die je van een IJslandse band verwacht, maar wordt ook versierd met avontuurlijke wendingen, die de band de terechte vergelijking met Radiohead hebben opgeleverd. Een prachtig album voor de vele koude en donkere avonden die er aan komen.
ross. is alweer het vierde album (een live album niet mee geteld) van de vanaf IJsland opererende band Low Roar. Het is ook mijn eerste kennismaking met de muziek van de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Ryan Karazija, die een aantal jaar geleden naar IJsland vertrok om daar zijn geluk in de lokale muziekscene te beproeven.
De vorige albums van Low Roar werden verrassend vaak met de muziek van Radiohead vergeleken. Dat maakt nieuwsgierig naar de muziek van de IJslandse band, maar het legt de lat ook angstvallig hoog of zelfs onrealistisch hoog. Ik ken de vorige albums van Low Roar niet, maar het deze week verschenen ross. (inderdaad met kleine letters en gevolgd door een punt) is een prima album.
De Amerikaans/IJslandse band maakt muziek die zich af en toe laat omschrijven als stemmige (indie-)folk met hier en daar een lijntje naar de muziek van Fleet Foxes, maar ik begrijp de vergelijking met Radiohead ook wel. Het is een vergelijking waar ik die met IJsland’s trots Sigur Rós best aan toe kan voegen. Vergeleken met Sigur Rós klinkt de muziek van Low Roar weliswaar vaak behoorlijk aards, maar hier en daar zijn er wel degelijk de atmosferische klanken waar Scandinavische en IJslandse bands het patent op lijken te hebben.
De vergelijking met Radiohead heb ik nog niet toegelicht, maar is bij herhaalde beluistering van ross. steeds duidelijker. Low Roar maakt aan de ene kant aangenaam klinkende luisterliedjes, maar in de instrumentatie zoekt de band nadrukkelijk het avontuur op. Dat kan de kant op gaan van breed uitwaaierende atmosferische klanken, maar Low Roar doet ook vaak iets dat je net niet verwacht, net als Radiohead dat zo vaak doet.
Het avontuur in de instrumentatie is vaak subtiel. Een gitaarloopje gaat net even tegen de melodie in, licht schurende elektronica geeft de organische klanken op het album een bijzondere twist, blazers duiken op om het winterlandschap te voorzien van warmte of een song met een kop en een staart schiet opeens alle kanten op, om uiteindelijk toch weer op het goede pad te raken. Low Roar verrast op ross. met songs van een grote schoonheid, maar het zijn ook songs die in artistiek opzicht zeer interessant zijn.
ross. ontleent zijn kracht zeker niet alleen aan de fraaie instrumentatie op het album, want ook de bijzondere stem van Ryan Karazija voorziet het nieuwe album van Low Roar van onderscheidend vermogen. Ryan Karazija kan prima uit de voeten in de meer ingetogen folksongs op het album, maar zet met zijn opvallende stem ook de complexere songs op het album moeiteloos naar zijn hand.
Het levert een sfeervol album op, dat de herfstavonden van het moment prachtig inkleurt, maar dat ook de behoefte aan muziek die buiten de lijntjes durft te kleuren bevredigt. ross. van Low Roar is een album dat steeds weer wat nieuwe dingen laat horen en dat ook steeds meer aan schoonheid en kracht wint.
Het is een album dat is volgestopt met instrumenten en bijzondere wendingen, maar het is ook een album waarop de songs centraal staan. Het is een album waarop alle instrumentele pracht flink mag blinken, maar Ryan Karazija heeft de songs van zijn band ook vol emotie gestopt. ross. is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met Low Roar, maar het smaakt naar veel mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Low Roar - ross. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Low Roar - ross.
De Amerikaans/IJslandse band Low Roar betovert met songs van een bijzondere schoonheid, maar vergeet op ross. ook het avontuur niet
De vorige albums van Low Roar heb ik gemist, maar ross. is wat mij betreft een voltreffer. De IJslandse band rond de Amerikaanse muzikant Ryan Karazija tekent op haar nieuwe album voor folky songs met emotievolle vocalen, maar kleurt deze folky songs op geheel eigen wijze in. De folky basis van de songs van de band wordt aan de ene kant voorzien van de atmosferische klanken die je van een IJslandse band verwacht, maar wordt ook versierd met avontuurlijke wendingen, die de band de terechte vergelijking met Radiohead hebben opgeleverd. Een prachtig album voor de vele koude en donkere avonden die er aan komen.
ross. is alweer het vierde album (een live album niet mee geteld) van de vanaf IJsland opererende band Low Roar. Het is ook mijn eerste kennismaking met de muziek van de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Ryan Karazija, die een aantal jaar geleden naar IJsland vertrok om daar zijn geluk in de lokale muziekscene te beproeven.
De vorige albums van Low Roar werden verrassend vaak met de muziek van Radiohead vergeleken. Dat maakt nieuwsgierig naar de muziek van de IJslandse band, maar het legt de lat ook angstvallig hoog of zelfs onrealistisch hoog. Ik ken de vorige albums van Low Roar niet, maar het deze week verschenen ross. (inderdaad met kleine letters en gevolgd door een punt) is een prima album.
De Amerikaans/IJslandse band maakt muziek die zich af en toe laat omschrijven als stemmige (indie-)folk met hier en daar een lijntje naar de muziek van Fleet Foxes, maar ik begrijp de vergelijking met Radiohead ook wel. Het is een vergelijking waar ik die met IJsland’s trots Sigur Rós best aan toe kan voegen. Vergeleken met Sigur Rós klinkt de muziek van Low Roar weliswaar vaak behoorlijk aards, maar hier en daar zijn er wel degelijk de atmosferische klanken waar Scandinavische en IJslandse bands het patent op lijken te hebben.
De vergelijking met Radiohead heb ik nog niet toegelicht, maar is bij herhaalde beluistering van ross. steeds duidelijker. Low Roar maakt aan de ene kant aangenaam klinkende luisterliedjes, maar in de instrumentatie zoekt de band nadrukkelijk het avontuur op. Dat kan de kant op gaan van breed uitwaaierende atmosferische klanken, maar Low Roar doet ook vaak iets dat je net niet verwacht, net als Radiohead dat zo vaak doet.
Het avontuur in de instrumentatie is vaak subtiel. Een gitaarloopje gaat net even tegen de melodie in, licht schurende elektronica geeft de organische klanken op het album een bijzondere twist, blazers duiken op om het winterlandschap te voorzien van warmte of een song met een kop en een staart schiet opeens alle kanten op, om uiteindelijk toch weer op het goede pad te raken. Low Roar verrast op ross. met songs van een grote schoonheid, maar het zijn ook songs die in artistiek opzicht zeer interessant zijn.
ross. ontleent zijn kracht zeker niet alleen aan de fraaie instrumentatie op het album, want ook de bijzondere stem van Ryan Karazija voorziet het nieuwe album van Low Roar van onderscheidend vermogen. Ryan Karazija kan prima uit de voeten in de meer ingetogen folksongs op het album, maar zet met zijn opvallende stem ook de complexere songs op het album moeiteloos naar zijn hand.
Het levert een sfeervol album op, dat de herfstavonden van het moment prachtig inkleurt, maar dat ook de behoefte aan muziek die buiten de lijntjes durft te kleuren bevredigt. ross. van Low Roar is een album dat steeds weer wat nieuwe dingen laat horen en dat ook steeds meer aan schoonheid en kracht wint.
Het is een album dat is volgestopt met instrumenten en bijzondere wendingen, maar het is ook een album waarop de songs centraal staan. Het is een album waarop alle instrumentele pracht flink mag blinken, maar Ryan Karazija heeft de songs van zijn band ook vol emotie gestopt. ross. is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met Low Roar, maar het smaakt naar veel mee. Erwin Zijleman
Lower Dens - Escape from Evil (2015)

4,5
0
geplaatst: 8 mei 2015, 17:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lower Dens - Escape From Evil - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb een jaar of drie geleden flink genoten van Nootropics van Lower Dens. De band uit Baltimore, Maryland, vermaakte op haar ode aan de intelligentie verhogende drugs eindeloos met lekkere lome dreampop met een hoofdrol voor geweldige gitaarlijnen, ijle elektronica en de wat weemoedige zang van Jana Hunter.
Nootropics deed me uiteindelijk vooral denken aan de platen van Beach House (dat helaas van de aardbodem verdwenen lijkt), maar Lower Dens bouwde ook wel degelijk flink door aan een eigen, bij vlagen lekker eigenzinnig, geluid.
Gezien mijn zeer positieve ervaringen met de vorige plaat van Lower Dens en de zeer positieve recensies waarop deze plaat destijds kon rekenen, verbaast het me een beetje dat opvolger Ecscape From Evil tot dusver wat lauwtjes wordt ontvangen (en dat is een understatement).
Ik heb de plaat daarom wat langer laten liggen dan echt nodig was en dat blijkt nergens voor nodig. Escape From Evil borduurt immers voor een belangrijk deel voort op zijn voorganger en kiest hooguit voor een net wat andere en misschien net wat toegankelijkere invalshoek.
Alles wat ik hierboven over de muziek van Lower Dens heb gezegd is ook van toepassing op de nieuwe plaat van de band rond Jana Hunter. Wanneer ik Escape From Evil vergelijk met Nootropics valt op dat de ruim aanwezige synths dit keer meer klanken uit de 80s halen, waardoor de donkere muziek van de band soms herinnert aan die van Siouxise Sioux in haar beste dagen. Het is een extra ingrediënt dat uitstekend past in de muziek die Lower Dens maakt.
Lower Dens is, zeker bij afwezigheid van Beach House, meester in het maken van lekkere dromerige muziek en het is nog altijd muziek met veel tinten grijs en zwart. Escape From Evil is zoals gezegd misschien iets toegankelijker dan Nootropics, maar de verschillen moeten zeker niet overdreven worden. Lower Dens maakt nog altijd muziek die stevig is geïnspireerd door de dreampop uit de jaren 90, maar combineert deze nu op succesvolle wijze met postpunk en synthpop uit de jaren 80.
Het blijkt een combinatie die uitstekend werkt. De dromerige gitaarlijnen klinken prachtig op een zwaar aangezet elektronisch klankentapijt, maar ze combineren ook wonderwel met de veel lichtvoetigere synthpop klanken, die Lower Dens overigens lang niet voor alle songs uit de kast trekt.
In muzikaal opzicht is Escape From Evil veelzijdiger dan zijn voorganger en dat is ook in vocaal opzicht het geval. Jana Hunter was op Nootropics al een aansprekend boegbeeld, maar op Escape From Evil blijkt ze vele stappen verder. Het ene moment hoor je de hogepriesteres die Nico ooit was, het volgende moment zwartkijkers als Siouxsie Sioux en Beach House zangeres Michelle Legrand, maar Jana Hunter kan op de nieuwe plaat van Lower Dens ook uit de voeten als lichtvoetige popzangeres of als heuse crooner en steekt ook nog een keer Grace Slick naar de kroon in een zwaar psychedelische track.
Ik ben al met al weer zeer te spreken over Lower Dens. Nootropics was misschien wat consistenter dan deze nieuwe plaat, maar het inslaan van nieuwe wegen zorgt voor de vernieuwing die we zo graag zien in de popmuziek en levert bovendien een aantal geweldige songs op. Tot dusver helaas verguisd, maar ik vind het echt een hele leuke en lekkere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lower Dens - Escape From Evil - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb een jaar of drie geleden flink genoten van Nootropics van Lower Dens. De band uit Baltimore, Maryland, vermaakte op haar ode aan de intelligentie verhogende drugs eindeloos met lekkere lome dreampop met een hoofdrol voor geweldige gitaarlijnen, ijle elektronica en de wat weemoedige zang van Jana Hunter.
Nootropics deed me uiteindelijk vooral denken aan de platen van Beach House (dat helaas van de aardbodem verdwenen lijkt), maar Lower Dens bouwde ook wel degelijk flink door aan een eigen, bij vlagen lekker eigenzinnig, geluid.
Gezien mijn zeer positieve ervaringen met de vorige plaat van Lower Dens en de zeer positieve recensies waarop deze plaat destijds kon rekenen, verbaast het me een beetje dat opvolger Ecscape From Evil tot dusver wat lauwtjes wordt ontvangen (en dat is een understatement).
Ik heb de plaat daarom wat langer laten liggen dan echt nodig was en dat blijkt nergens voor nodig. Escape From Evil borduurt immers voor een belangrijk deel voort op zijn voorganger en kiest hooguit voor een net wat andere en misschien net wat toegankelijkere invalshoek.
Alles wat ik hierboven over de muziek van Lower Dens heb gezegd is ook van toepassing op de nieuwe plaat van de band rond Jana Hunter. Wanneer ik Escape From Evil vergelijk met Nootropics valt op dat de ruim aanwezige synths dit keer meer klanken uit de 80s halen, waardoor de donkere muziek van de band soms herinnert aan die van Siouxise Sioux in haar beste dagen. Het is een extra ingrediënt dat uitstekend past in de muziek die Lower Dens maakt.
Lower Dens is, zeker bij afwezigheid van Beach House, meester in het maken van lekkere dromerige muziek en het is nog altijd muziek met veel tinten grijs en zwart. Escape From Evil is zoals gezegd misschien iets toegankelijker dan Nootropics, maar de verschillen moeten zeker niet overdreven worden. Lower Dens maakt nog altijd muziek die stevig is geïnspireerd door de dreampop uit de jaren 90, maar combineert deze nu op succesvolle wijze met postpunk en synthpop uit de jaren 80.
Het blijkt een combinatie die uitstekend werkt. De dromerige gitaarlijnen klinken prachtig op een zwaar aangezet elektronisch klankentapijt, maar ze combineren ook wonderwel met de veel lichtvoetigere synthpop klanken, die Lower Dens overigens lang niet voor alle songs uit de kast trekt.
In muzikaal opzicht is Escape From Evil veelzijdiger dan zijn voorganger en dat is ook in vocaal opzicht het geval. Jana Hunter was op Nootropics al een aansprekend boegbeeld, maar op Escape From Evil blijkt ze vele stappen verder. Het ene moment hoor je de hogepriesteres die Nico ooit was, het volgende moment zwartkijkers als Siouxsie Sioux en Beach House zangeres Michelle Legrand, maar Jana Hunter kan op de nieuwe plaat van Lower Dens ook uit de voeten als lichtvoetige popzangeres of als heuse crooner en steekt ook nog een keer Grace Slick naar de kroon in een zwaar psychedelische track.
Ik ben al met al weer zeer te spreken over Lower Dens. Nootropics was misschien wat consistenter dan deze nieuwe plaat, maar het inslaan van nieuwe wegen zorgt voor de vernieuwing die we zo graag zien in de popmuziek en levert bovendien een aantal geweldige songs op. Tot dusver helaas verguisd, maar ik vind het echt een hele leuke en lekkere plaat. Erwin Zijleman
Lowly - Keep Up the Good Work (2023)

4,0
0
geplaatst: 24 februari 2023, 16:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lowly - Keep Up The Good Work - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lowly - Keep Up The Good Work
De Deense band Lowly heeft met Keep Up The Good Work een album gemaakt dat sprankelt en vermaakt, maar dat ook de fantasie maar blijft prikkelen met bijzondere en avontuurlijk muziek en mooie zang
Bij beluistering van het derde album van Lowly moet ik af en toe aan Björk denken, maar waar de IJslandse muzikante vorig jaar een album afleverde dat aanvoelde als een straf, is het nieuwe album van de Deense band vooral aangenaam. Lowly heeft haar songs op bijzondere wijze ingekleurd met elektronica en heeft de balans gevonden tussen mooie en toegankelijke songs en songs die de grenzen opzoeken en je continu weten te verrassen. De songs van de Deense band doen folky aan, maar passen door het gebruik van veel elektronica niet goed in dit hokje. Keep Up The Good Work is een album vol bijzondere uitstapjes, maar het is ook veertien songs lang mooi en aangenaam.
Ik had me tot voor kort nog niet echt laten overtuigen door de muziek van de Deense band Lowly, al sla ik Hifalutin, het in 2019 verschenen tweede album van de band, inmiddels wel een stuk hoger aan dan vier jaar geleden. Hifalutin heeft me in ieder geval voldoende nieuwsgierig gemaakt naar de nieuwe muziek van de band uit Kopenhagen, waardoor ik het deze week verschenen Keep Up The Good Work er meteen bij heb gepakt. En met succes, want direct bij eerste beluistering was me duidelijk dat het derde album van Lowly deze week niet mocht ontbreken op de krenten uit de pop.
Lowly maakt op Keep Up The Good Work folky en meestal licht dromerige popliedjes, maar het zijn altijd popliedjes met een bijzondere twist. Die twist komt meestal van de inzet van flink wat elektronica en springerige ritmes, maar ook de zang van Soffie Viemose prikkelt steeds de fantasie. De vocalen op Keep Up The Good Work worden hier en daar vervormt met elektronica, maar Soffie Viemose heeft ook een aparte manier van zingen.
Door die manier van zingen roept het nieuwe album van Lowly, in ieder geval bij mij, associaties op met de muziek van Björk. Net als de muziek van Björk maakt ook de muziek van Lowly het je lang niet altijd makkelijk en kan de zang af en toe tegen de haren in strijken, maar waar Björk op haar laatste album de popsong met een kop en een staart volledig uit het oog verloor en bij mij vooral de irritatiegrens opzocht en vervolgens talloze malen overschreed, kiest Lowly voor popliedjes die zich niet in een keurslijf laten persen, maar de conventies van een goede popsong zeker niet volledig naast zich neer hebben gelegd.
Keep Up The Good Work moet worden gezien als het coronapandemie album van Lowly. Er werden nieuwe gezinsleden verwelkomd, maar er moest ook afscheid worden genomen van oudere familieleden en geen van beiden was makkelijk in een wereld die werd gedomineerd door een grillig virus. Keep Up The Good Work is wat meer naar binnen gekeerd dan de vorige albums van Lowly en ik heb inmiddels zeker wat met de eigenzinnige songs van de Deense band.
Zeker wanneer de elektronica breed uit mag waaien heeft het album iets typisch Scandinavisch, maar Keep Up The Good Work ademt zeker niet alleen de sfeer van het hoge noorden. Dat doet het album wel wanneer Soffie Viemose klinkt als een onvervalste Scandinavische ijsprinses, maar de Deense zangeres kan ook folky klinken. Ik vind het best lastig om te omschrijven wat ik zo goed vind aan het nieuwe album van Lowly, maar waarschijnlijk is het juist het feit dat de muziek van Lowly zo lastig te duiden is wat de muziek van de Deense band zo interessant maakt.
Keep Up The Good Work is een vooral elektronisch ingekleurd album dat niet elektronisch klinkt en het is een album met folkpop songs die niet klinken als folkpop. Lowly doet op haar derde album steeds dingen die je niet verwacht, maar ondertussen kun je het album ook prima op de achtergrond voort laten kabbelen en is wegdromen absoluut een optie. Ondertussen is de zang van Soffie Viemose echt prachtig en valt er ook in muzikaal opzicht veel te genieten op Keep Up The Good Work. Inmiddels kan ik ook de eerste twee albums van Lowly zeker waarderen, maar album nummer drie vind ik nog een flink stuk mooier. Knap gedaan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lowly - Keep Up The Good Work - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lowly - Keep Up The Good Work
De Deense band Lowly heeft met Keep Up The Good Work een album gemaakt dat sprankelt en vermaakt, maar dat ook de fantasie maar blijft prikkelen met bijzondere en avontuurlijk muziek en mooie zang
Bij beluistering van het derde album van Lowly moet ik af en toe aan Björk denken, maar waar de IJslandse muzikante vorig jaar een album afleverde dat aanvoelde als een straf, is het nieuwe album van de Deense band vooral aangenaam. Lowly heeft haar songs op bijzondere wijze ingekleurd met elektronica en heeft de balans gevonden tussen mooie en toegankelijke songs en songs die de grenzen opzoeken en je continu weten te verrassen. De songs van de Deense band doen folky aan, maar passen door het gebruik van veel elektronica niet goed in dit hokje. Keep Up The Good Work is een album vol bijzondere uitstapjes, maar het is ook veertien songs lang mooi en aangenaam.
Ik had me tot voor kort nog niet echt laten overtuigen door de muziek van de Deense band Lowly, al sla ik Hifalutin, het in 2019 verschenen tweede album van de band, inmiddels wel een stuk hoger aan dan vier jaar geleden. Hifalutin heeft me in ieder geval voldoende nieuwsgierig gemaakt naar de nieuwe muziek van de band uit Kopenhagen, waardoor ik het deze week verschenen Keep Up The Good Work er meteen bij heb gepakt. En met succes, want direct bij eerste beluistering was me duidelijk dat het derde album van Lowly deze week niet mocht ontbreken op de krenten uit de pop.
Lowly maakt op Keep Up The Good Work folky en meestal licht dromerige popliedjes, maar het zijn altijd popliedjes met een bijzondere twist. Die twist komt meestal van de inzet van flink wat elektronica en springerige ritmes, maar ook de zang van Soffie Viemose prikkelt steeds de fantasie. De vocalen op Keep Up The Good Work worden hier en daar vervormt met elektronica, maar Soffie Viemose heeft ook een aparte manier van zingen.
Door die manier van zingen roept het nieuwe album van Lowly, in ieder geval bij mij, associaties op met de muziek van Björk. Net als de muziek van Björk maakt ook de muziek van Lowly het je lang niet altijd makkelijk en kan de zang af en toe tegen de haren in strijken, maar waar Björk op haar laatste album de popsong met een kop en een staart volledig uit het oog verloor en bij mij vooral de irritatiegrens opzocht en vervolgens talloze malen overschreed, kiest Lowly voor popliedjes die zich niet in een keurslijf laten persen, maar de conventies van een goede popsong zeker niet volledig naast zich neer hebben gelegd.
Keep Up The Good Work moet worden gezien als het coronapandemie album van Lowly. Er werden nieuwe gezinsleden verwelkomd, maar er moest ook afscheid worden genomen van oudere familieleden en geen van beiden was makkelijk in een wereld die werd gedomineerd door een grillig virus. Keep Up The Good Work is wat meer naar binnen gekeerd dan de vorige albums van Lowly en ik heb inmiddels zeker wat met de eigenzinnige songs van de Deense band.
Zeker wanneer de elektronica breed uit mag waaien heeft het album iets typisch Scandinavisch, maar Keep Up The Good Work ademt zeker niet alleen de sfeer van het hoge noorden. Dat doet het album wel wanneer Soffie Viemose klinkt als een onvervalste Scandinavische ijsprinses, maar de Deense zangeres kan ook folky klinken. Ik vind het best lastig om te omschrijven wat ik zo goed vind aan het nieuwe album van Lowly, maar waarschijnlijk is het juist het feit dat de muziek van Lowly zo lastig te duiden is wat de muziek van de Deense band zo interessant maakt.
Keep Up The Good Work is een vooral elektronisch ingekleurd album dat niet elektronisch klinkt en het is een album met folkpop songs die niet klinken als folkpop. Lowly doet op haar derde album steeds dingen die je niet verwacht, maar ondertussen kun je het album ook prima op de achtergrond voort laten kabbelen en is wegdromen absoluut een optie. Ondertussen is de zang van Soffie Viemose echt prachtig en valt er ook in muzikaal opzicht veel te genieten op Keep Up The Good Work. Inmiddels kan ik ook de eerste twee albums van Lowly zeker waarderen, maar album nummer drie vind ik nog een flink stuk mooier. Knap gedaan. Erwin Zijleman
LP - Heart to Mouth (2018)

4,0
0
geplaatst: 10 december 2018, 16:46 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: LP - Heart To Mouth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Laura Pergolizzi schreef popliedjes voor de grote popprinsessen, maar als ze deze popliedjes zelf vertolkt krijgen ze pas een ziel
Heart To Mouth van LP verschijnt in een week dat er weinig aandacht is voor nieuwe muziek vanwege het grote terugblikken, maar de nieuwe plaat van het alter ego van Laura Pergolizzi is een plaat die alle aandacht verdient. Heart To Mouth is een vat vol tegenstrijdigheden. Aanstekelijke popliedjes uit het heden worden verrijkt met smaakvolle invloeden uit het verleden en popliedjes die het leven door een roze bril lijken te bekijken, worden gecontrasteerd met een stem die schuurt en met expliciete teksten vol persoonlijk leed en onzekerheid. Heart To Mouth van LP is een hele knappe plaat van de mij tot voor kort onbekende Laura Pergolizzi.
Ik moet toegeven dat ik tot voor kort nog nooit van Laura Pergolizzi had gehoord en ook haar alter ego LP was me onbekend. Deze Laura Pergolizzi schreef echter songs voor popprinsessen als Christina Aguilera, Rihanna en Rita Ora en maakte bovendien als LP een aantal goed ontvangen platen.
Met name Suburban Sprawl & Alcohol uit 2004 kon rekenen op zeer positieve kritieken en als ik naar de plaat luister kan ik in ieder geval concluderen dat de songs die Laura Pergolizzi voor zichzelf schrijft flink verschillen van de songs die ze schreef voor de genoemde popprinsessen.
Reden om naar het vroegere werk van Laura Pergolizzi te luisteren was de release van LP’s nieuwe plaat Heart To Mouth; een van de weinige nieuwe releases deze week. In een drukkere week was de muziek van LP waarschijnlijk buiten de boot gevallen, maar ik ben blij dat ik de muziek van het alter ego van Laura Pergolizzi heb ontdekt.
Ook op Heart To Mouth hoor je dat de in New York geboren maar tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende Amerikaanse singer-songwriter zeer bedreven is in het schrijven van lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die door popprinsessen tot wereldhits kunnen worden gemaakt, maar wanneer Laura Pergolizzi ze zelf vertolkt gebeurt er iets heel anders.
De muzikante uit Los Angeles schrijft haar popliedjes op het eerste gehoor met een roze bril op haar neus, maar vertolkt ze met een donkere zonnebril op diezelfde neus. Heart To Mouth is een persoonlijke plaat vol persoonlijke misère en twijfel, maar het is ook een plaat die uitblinkt met aanstekelijke popliedjes. De bijzondere stem van Laura Pergolizzi voegt nog een extra dimensie toe aan het vat vol tegenstrijdigheden dat Heart To Mouth is.
De Amerikaanse singer-songwriter groeide in New York naar verluidt op met een dieet van goede en verantwoorde popmuziek en maakte pas in Los Angeles kennis met de hitmachines die zoveel invloed hebben op de hedendaagse popmuziek. Het komt samen op Heart To Mouth dat invloeden laat horen uit een aantal decennia goede popmuziek, maar dat ook precies weet hoe een eigentijds popliedje moet klinken.
Het worden eigenzinnige popliedjes door de stem van Laura Pergolizzi, die klinkt als een doorleefde versie van Stevie Nicks, als Chrissie Hynde die flirt met pop of als de onbekende zus van Bob Dylan. Het is een stem die schuurt en soms tegen de haren in strijkt, maar het is ook een stem die de knappe popliedjes van LP voorziet van emotie en een ziel.
Ik ben persoonlijk absoluut niet vies van goed gemaakte popliedjes en had de songs op Heart To Mouth waarschijnlijk ook wel kunnen waarderen wanneer ze waren gemaakt door een bij voorkeur wat verlopen popprinses, maar in de versies van LP zijn het stuk voor stuk pareltjes.
Heart To Mouth van LP is een album dat ruim drie kwartier makkelijk vermaakt met uitstekende popliedjes die het beste uit heden en verleden combineren, maar het is ook een album dat je weet te raken door de wijze waarop Laura Pergolizzi de nodige ellende over je uitstort met haar expliciete teksten en haar emotievolle strot.
De hits die ze heeft gemaakt zijn vast goed voor een goedgevulde spaarpot, maar met de nieuwe plaat van LP verdient Laura Pergolizzi ook in artistiek opzicht flink wat krediet. Heart To Mouth is een hele knappe plaat, die misschien komt op een wat ongelukkig moment, maar die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: LP - Heart To Mouth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Laura Pergolizzi schreef popliedjes voor de grote popprinsessen, maar als ze deze popliedjes zelf vertolkt krijgen ze pas een ziel
Heart To Mouth van LP verschijnt in een week dat er weinig aandacht is voor nieuwe muziek vanwege het grote terugblikken, maar de nieuwe plaat van het alter ego van Laura Pergolizzi is een plaat die alle aandacht verdient. Heart To Mouth is een vat vol tegenstrijdigheden. Aanstekelijke popliedjes uit het heden worden verrijkt met smaakvolle invloeden uit het verleden en popliedjes die het leven door een roze bril lijken te bekijken, worden gecontrasteerd met een stem die schuurt en met expliciete teksten vol persoonlijk leed en onzekerheid. Heart To Mouth van LP is een hele knappe plaat van de mij tot voor kort onbekende Laura Pergolizzi.
Ik moet toegeven dat ik tot voor kort nog nooit van Laura Pergolizzi had gehoord en ook haar alter ego LP was me onbekend. Deze Laura Pergolizzi schreef echter songs voor popprinsessen als Christina Aguilera, Rihanna en Rita Ora en maakte bovendien als LP een aantal goed ontvangen platen.
Met name Suburban Sprawl & Alcohol uit 2004 kon rekenen op zeer positieve kritieken en als ik naar de plaat luister kan ik in ieder geval concluderen dat de songs die Laura Pergolizzi voor zichzelf schrijft flink verschillen van de songs die ze schreef voor de genoemde popprinsessen.
Reden om naar het vroegere werk van Laura Pergolizzi te luisteren was de release van LP’s nieuwe plaat Heart To Mouth; een van de weinige nieuwe releases deze week. In een drukkere week was de muziek van LP waarschijnlijk buiten de boot gevallen, maar ik ben blij dat ik de muziek van het alter ego van Laura Pergolizzi heb ontdekt.
Ook op Heart To Mouth hoor je dat de in New York geboren maar tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende Amerikaanse singer-songwriter zeer bedreven is in het schrijven van lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die door popprinsessen tot wereldhits kunnen worden gemaakt, maar wanneer Laura Pergolizzi ze zelf vertolkt gebeurt er iets heel anders.
De muzikante uit Los Angeles schrijft haar popliedjes op het eerste gehoor met een roze bril op haar neus, maar vertolkt ze met een donkere zonnebril op diezelfde neus. Heart To Mouth is een persoonlijke plaat vol persoonlijke misère en twijfel, maar het is ook een plaat die uitblinkt met aanstekelijke popliedjes. De bijzondere stem van Laura Pergolizzi voegt nog een extra dimensie toe aan het vat vol tegenstrijdigheden dat Heart To Mouth is.
De Amerikaanse singer-songwriter groeide in New York naar verluidt op met een dieet van goede en verantwoorde popmuziek en maakte pas in Los Angeles kennis met de hitmachines die zoveel invloed hebben op de hedendaagse popmuziek. Het komt samen op Heart To Mouth dat invloeden laat horen uit een aantal decennia goede popmuziek, maar dat ook precies weet hoe een eigentijds popliedje moet klinken.
Het worden eigenzinnige popliedjes door de stem van Laura Pergolizzi, die klinkt als een doorleefde versie van Stevie Nicks, als Chrissie Hynde die flirt met pop of als de onbekende zus van Bob Dylan. Het is een stem die schuurt en soms tegen de haren in strijkt, maar het is ook een stem die de knappe popliedjes van LP voorziet van emotie en een ziel.
Ik ben persoonlijk absoluut niet vies van goed gemaakte popliedjes en had de songs op Heart To Mouth waarschijnlijk ook wel kunnen waarderen wanneer ze waren gemaakt door een bij voorkeur wat verlopen popprinses, maar in de versies van LP zijn het stuk voor stuk pareltjes.
Heart To Mouth van LP is een album dat ruim drie kwartier makkelijk vermaakt met uitstekende popliedjes die het beste uit heden en verleden combineren, maar het is ook een album dat je weet te raken door de wijze waarop Laura Pergolizzi de nodige ellende over je uitstort met haar expliciete teksten en haar emotievolle strot.
De hits die ze heeft gemaakt zijn vast goed voor een goedgevulde spaarpot, maar met de nieuwe plaat van LP verdient Laura Pergolizzi ook in artistiek opzicht flink wat krediet. Heart To Mouth is een hele knappe plaat, die misschien komt op een wat ongelukkig moment, maar die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
Lucero - Among the Ghosts (2018)

4,0
0
geplaatst: 8 augustus 2018, 17:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucero - Among The Ghosts - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse band Lucero werd aan het eind van de jaren 90 geformeerd in Memphis, Tennessee. Op het in 2001 verschenen titelloze debuut van de band, maakte Lucero enige indruk met een mix van countryrock, indie-rock en alt-country, maar het debuut van de band kwam eigenlijk een paar jaar te laat.
Wanneer Lucero een paar jaar eerder was opgedoken had de band waarschijnlijk makkelijk mee kunnen draaien met de smaakmakers onder de alt-country pioniers, maar in 2001 was de alt-country storm die was ontketend door bands als Uncle Tupelo, The Jayhawks en Whiskeytown al weer voor een belangrijk deel gaan liggen.
Ik luister sindsdien altijd wel naar de platen van de band uit Memphis, maar echt raken deden ze me nooit (wat op zich gek is, want het oeuvre van de band is van hoge kwaliteit en kan met name in de Verenigde Staten altijd rekenen op positieve recensies). Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen rond de nieuwe plaat van de band, maar hoe vaker ik naar Among The Ghosts luister, hoe meer ik er van overtuig raak dat Lucero dit keer wel een plaat heeft gemaakt die me volledig kan overtuigen.
Heel ver verwijderd van de vorige platen van de band is Among The Ghosts vreemd genoeg niet, maar er valt voor mij net wat meer op zijn plek. De opvallend rauwe strot van zanger Ben Nichols neemt net wat vaker gas terug en er zit ook net wat meer gevoel in de stem van de zanger van Lucero. Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek op Among The Ghosts. De muziek van Lucero vond ik op de vorige platen vaak net wat te rechttoe rechtaan, maar op de nieuwe plaat van de band uit Memphis hoor ik meer dynamiek en detail.
De rol van de piano en synths is gegroeid en met name het pianowerk voorziet het geluid van Lucero van veel sfeer en subtiliteit. Hier blijft het niet bij, want naast de betere vocalen en de subtielere instrumentatie, maken ook de songs van de band dit keer meer indruk. Het zijn nog altijd songs die zich begeven op het snijvlak van alt-country, rootsrock en indie-rock en Lucero slaagt er goed in om de grenzen tussen de genres te laten vervagen.
Among The Ghosts werd opgenomen met producer Matt Ross-Spang (Jason Isbell, Margo Price, Drive-By Truckers) in de gerenommeerde Sam Phillips Recording Service/Sun Studio, waar Elvis zijn eerste stappen in de muziek zette. De toetsenist van de band speelt dit keer een belangrijkere rol in het geluid van de band, maar natuurlijk domineren uiteindelijk de gitaren. Among The Ghosts staat vol prima gitaarwerk, dat constant de strijd aan gaat met de gruizige stembanden van de band en dat zorgt voor een donkere en wat broeierige sfeer. Zeker wanneer zanger Ben Nichols zijn stembanden vol aan het werk zet, schiet Lucero met zevenmijlslaarzen de kant van de rock op, maar Lucero kan ook uit de voeten met meer ingetogen en doorleefde Amerikaanse rootsmuziek.
Ik heb voor de zekerheid ook nog even naar wat van de oudere platen van de band uit Memphis geluisterd, maar Among The Ghosts bevalt me net wat beter dan de rest. De spoeling in de alt-country is de laatste jaren wat dun, dus wat mij betreft is er alle ruimte voor wat nieuwe vaandeldragers. Lucero behoort binnen het huidige aanbod met het uitstekende Among The Ghosts zeker tot de kandidaten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucero - Among The Ghosts - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse band Lucero werd aan het eind van de jaren 90 geformeerd in Memphis, Tennessee. Op het in 2001 verschenen titelloze debuut van de band, maakte Lucero enige indruk met een mix van countryrock, indie-rock en alt-country, maar het debuut van de band kwam eigenlijk een paar jaar te laat.
Wanneer Lucero een paar jaar eerder was opgedoken had de band waarschijnlijk makkelijk mee kunnen draaien met de smaakmakers onder de alt-country pioniers, maar in 2001 was de alt-country storm die was ontketend door bands als Uncle Tupelo, The Jayhawks en Whiskeytown al weer voor een belangrijk deel gaan liggen.
Ik luister sindsdien altijd wel naar de platen van de band uit Memphis, maar echt raken deden ze me nooit (wat op zich gek is, want het oeuvre van de band is van hoge kwaliteit en kan met name in de Verenigde Staten altijd rekenen op positieve recensies). Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen rond de nieuwe plaat van de band, maar hoe vaker ik naar Among The Ghosts luister, hoe meer ik er van overtuig raak dat Lucero dit keer wel een plaat heeft gemaakt die me volledig kan overtuigen.
Heel ver verwijderd van de vorige platen van de band is Among The Ghosts vreemd genoeg niet, maar er valt voor mij net wat meer op zijn plek. De opvallend rauwe strot van zanger Ben Nichols neemt net wat vaker gas terug en er zit ook net wat meer gevoel in de stem van de zanger van Lucero. Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek op Among The Ghosts. De muziek van Lucero vond ik op de vorige platen vaak net wat te rechttoe rechtaan, maar op de nieuwe plaat van de band uit Memphis hoor ik meer dynamiek en detail.
De rol van de piano en synths is gegroeid en met name het pianowerk voorziet het geluid van Lucero van veel sfeer en subtiliteit. Hier blijft het niet bij, want naast de betere vocalen en de subtielere instrumentatie, maken ook de songs van de band dit keer meer indruk. Het zijn nog altijd songs die zich begeven op het snijvlak van alt-country, rootsrock en indie-rock en Lucero slaagt er goed in om de grenzen tussen de genres te laten vervagen.
Among The Ghosts werd opgenomen met producer Matt Ross-Spang (Jason Isbell, Margo Price, Drive-By Truckers) in de gerenommeerde Sam Phillips Recording Service/Sun Studio, waar Elvis zijn eerste stappen in de muziek zette. De toetsenist van de band speelt dit keer een belangrijkere rol in het geluid van de band, maar natuurlijk domineren uiteindelijk de gitaren. Among The Ghosts staat vol prima gitaarwerk, dat constant de strijd aan gaat met de gruizige stembanden van de band en dat zorgt voor een donkere en wat broeierige sfeer. Zeker wanneer zanger Ben Nichols zijn stembanden vol aan het werk zet, schiet Lucero met zevenmijlslaarzen de kant van de rock op, maar Lucero kan ook uit de voeten met meer ingetogen en doorleefde Amerikaanse rootsmuziek.
Ik heb voor de zekerheid ook nog even naar wat van de oudere platen van de band uit Memphis geluisterd, maar Among The Ghosts bevalt me net wat beter dan de rest. De spoeling in de alt-country is de laatste jaren wat dun, dus wat mij betreft is er alle ruimte voor wat nieuwe vaandeldragers. Lucero behoort binnen het huidige aanbod met het uitstekende Among The Ghosts zeker tot de kandidaten. Erwin Zijleman
Lucinda Chua - YIAN (2023)

4,0
1
geplaatst: 20 december 2023, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucinda Chua - YIAN - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucinda Chua - YIAN
De Britse muzikante Lucinda Chua betovert op haar debuutalbum YIAN met zeer subtiele of zelfs bijna verstilde klanken en zang, maar sta open voor dit album en er ontvouwt zich een fascinerende luistertrip
Lucinda Chua maakt het de luisteraar zeker niet makkelijk op haar debuutalbum YIAN. De Britse muzikante maakt op YIAN zich langzaam voortslepende muziek die uitermate subtiel is ingekleurd. De subtiele klanken zijn wel zeer sfeervol en van een betoverende schoonheid, die nog eens wordt versterkt door de al even mooie en subtiele zang van Lucinda Chua. Het is muziek waar je de tijd voor moet nemen en ook als je dit doet blijft YIAN een album dat niet in een hokje is te duwen. YIAN kiest soms voor ambient achtige soundscapes, maar Lucinda Chua kan ook uit de voeten met redelijk toegankelijke popsongs. Het levert een even mooi als intrigerend debuutalbum op.
YIAN van Lucinda Chua, dat vorige week opdook in de lijst met de beste debuutalbums van 2023 volgens de Amerikaanse muziekwebsite Paste, heb ik begin dit jaar meerdere keren beluisterd, maar ik vond het toen een lastig te doorgronden album. Dat vond ik bij de hernieuwde kennismaking met het album nog steeds, maar in het huidige seizoen komen de wat zweverige , zachte en sfeervolle klanken van Lucinda Chua wat mij betreft beter tot zijn recht en bovendien ben ik er achter gekomen dat dit album tijd verdient.
Linda Chua is een Britse muzikante met zowel Britse, Chinese als Maleisische wortels, die al op jonge leeftijd uitstekend uit de voeten kon op de cello. Nadat ze de Schotse band Mogwai live aan het werk had gezien met een celliste besloot ze dat haar toekomst niet in de klassieke muziek lag, maar in de popmuziek. Ze werkte de afgelopen onder andere samen met FKA Twigs, maar zette zichzelf in de spotlights met twee EP’s (Antidotes en Antidotes 2). Die werden begin dit jaar gevolgd door YIAN, dat in kleine kring werd opgepikt, maar door Paste nu alsnog volop in de schijnwerpers wordt gezet.
Het debuutalbum van Lucinda Chua is een album dat niet makkelijk is te typeren. De Britse muzikante maakt uiterst subtiele en bijna verstilde muziek, die zich in een opvallend laag tempo voortsleept. Het is muziek waarin de cello van Lucinda Chua wordt gecombineerd met andere strijkers en met piano en keyboards. Door de bijdragen van strijkers doet de muziek van Lucinda Chua af en toe klassiek aan, maar de Britse muzikante verwerkt ook op subtiele wijze invloeden uit de pop en R&B in haar songs.
Door het lage tempo en de subtiele en zeer sfeervolle klanken heeft de muziek op YIAN zowel een beeldend als bezwerend karakter. Dit wordt nog eens versterkt door de zang van Lucinda Chua. Deze zang is al net zo subtiel als de instrumentatie op YIAN en ook net zo zacht. De Britse muzikant spreekt haar teksten af en toe uit, maar kan ook fluisterzacht zingen, waarbij opvalt dat ze met heel veel precisie zingt.
Door het lage tempo en de subtiele klanken en zang is YIAN een album waarvoor je in de stemming moet zijn. Als je er voor in de stemming bent is het debuutalbum van Lucinda Chua een bijzonder album waarop heel veel moois te ontdekken valt. Dat lukt het best wanneer je het album met volledige aandacht beluistert en er echt de tijd voor neemt. De ambient achtige klanken doen het prima als muzikaal behang op donkere winteravonden, maar YIAN wordt een echt bijzonder album wanneer je het album niet beluistert maar ondergaat. Dan pas hoor je hoe mooi de verschillende lagen in de muziek van de Britse muzikante samenvloeien en hoor je bovendien met hoeveel gevoel Lucinda Chua zingt.
Het is razend knap hoe invloeden uit de Chinese muziek en de klassieke muziek uiteindelijk neerdalen in verrassend toegankelijke songs met een randje pop of zelfs R&B, maar YIAN staat ook vol songs die een stuk dieper graven. Het album is overigens uitgebracht op het roemruchte 4AD label, dat in het verleden met de muziek van onder andere Cocteau Twins en This Mortal Coil al eerder van dit soort verstilde pracht uitbracht. YIAN is zeker niet het makkelijkste album uit het mooie lijstje van Paste, maar wel een van de meest bijzondere. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucinda Chua - YIAN - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucinda Chua - YIAN
De Britse muzikante Lucinda Chua betovert op haar debuutalbum YIAN met zeer subtiele of zelfs bijna verstilde klanken en zang, maar sta open voor dit album en er ontvouwt zich een fascinerende luistertrip
Lucinda Chua maakt het de luisteraar zeker niet makkelijk op haar debuutalbum YIAN. De Britse muzikante maakt op YIAN zich langzaam voortslepende muziek die uitermate subtiel is ingekleurd. De subtiele klanken zijn wel zeer sfeervol en van een betoverende schoonheid, die nog eens wordt versterkt door de al even mooie en subtiele zang van Lucinda Chua. Het is muziek waar je de tijd voor moet nemen en ook als je dit doet blijft YIAN een album dat niet in een hokje is te duwen. YIAN kiest soms voor ambient achtige soundscapes, maar Lucinda Chua kan ook uit de voeten met redelijk toegankelijke popsongs. Het levert een even mooi als intrigerend debuutalbum op.
YIAN van Lucinda Chua, dat vorige week opdook in de lijst met de beste debuutalbums van 2023 volgens de Amerikaanse muziekwebsite Paste, heb ik begin dit jaar meerdere keren beluisterd, maar ik vond het toen een lastig te doorgronden album. Dat vond ik bij de hernieuwde kennismaking met het album nog steeds, maar in het huidige seizoen komen de wat zweverige , zachte en sfeervolle klanken van Lucinda Chua wat mij betreft beter tot zijn recht en bovendien ben ik er achter gekomen dat dit album tijd verdient.
Linda Chua is een Britse muzikante met zowel Britse, Chinese als Maleisische wortels, die al op jonge leeftijd uitstekend uit de voeten kon op de cello. Nadat ze de Schotse band Mogwai live aan het werk had gezien met een celliste besloot ze dat haar toekomst niet in de klassieke muziek lag, maar in de popmuziek. Ze werkte de afgelopen onder andere samen met FKA Twigs, maar zette zichzelf in de spotlights met twee EP’s (Antidotes en Antidotes 2). Die werden begin dit jaar gevolgd door YIAN, dat in kleine kring werd opgepikt, maar door Paste nu alsnog volop in de schijnwerpers wordt gezet.
Het debuutalbum van Lucinda Chua is een album dat niet makkelijk is te typeren. De Britse muzikante maakt uiterst subtiele en bijna verstilde muziek, die zich in een opvallend laag tempo voortsleept. Het is muziek waarin de cello van Lucinda Chua wordt gecombineerd met andere strijkers en met piano en keyboards. Door de bijdragen van strijkers doet de muziek van Lucinda Chua af en toe klassiek aan, maar de Britse muzikante verwerkt ook op subtiele wijze invloeden uit de pop en R&B in haar songs.
Door het lage tempo en de subtiele en zeer sfeervolle klanken heeft de muziek op YIAN zowel een beeldend als bezwerend karakter. Dit wordt nog eens versterkt door de zang van Lucinda Chua. Deze zang is al net zo subtiel als de instrumentatie op YIAN en ook net zo zacht. De Britse muzikant spreekt haar teksten af en toe uit, maar kan ook fluisterzacht zingen, waarbij opvalt dat ze met heel veel precisie zingt.
Door het lage tempo en de subtiele klanken en zang is YIAN een album waarvoor je in de stemming moet zijn. Als je er voor in de stemming bent is het debuutalbum van Lucinda Chua een bijzonder album waarop heel veel moois te ontdekken valt. Dat lukt het best wanneer je het album met volledige aandacht beluistert en er echt de tijd voor neemt. De ambient achtige klanken doen het prima als muzikaal behang op donkere winteravonden, maar YIAN wordt een echt bijzonder album wanneer je het album niet beluistert maar ondergaat. Dan pas hoor je hoe mooi de verschillende lagen in de muziek van de Britse muzikante samenvloeien en hoor je bovendien met hoeveel gevoel Lucinda Chua zingt.
Het is razend knap hoe invloeden uit de Chinese muziek en de klassieke muziek uiteindelijk neerdalen in verrassend toegankelijke songs met een randje pop of zelfs R&B, maar YIAN staat ook vol songs die een stuk dieper graven. Het album is overigens uitgebracht op het roemruchte 4AD label, dat in het verleden met de muziek van onder andere Cocteau Twins en This Mortal Coil al eerder van dit soort verstilde pracht uitbracht. YIAN is zeker niet het makkelijkste album uit het mooie lijstje van Paste, maar wel een van de meest bijzondere. Erwin Zijleman
Lucinda Williams - Car Wheels on a Gravel Road (1998)

4,5
0
geplaatst: 25 juni 2023, 19:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucinda Williams - Car Wheels On A Gravel Road (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucinda Williams - Car Wheels On A Gravel Road (1998)
Car Wheels On A Gravel Road van Lucinda Williams werd in 1998 onthaald als een Americana meesterwerk en behoort vijfentwintig jaar later tot de kroonjuwelen van het destijds nog jonge genre
Lucinda Williams maakte in 1998 met Car Wheels On A Gravel Road volgens velen een van de beste Americana of alt-country albums aller tijden. Daar valt weinig op af te dingen, al blijft het wonderlijk dat de Amerikaanse muzikante op haar vijfenveertigste werd binnengehaald als nieuw talent. Het opnemen van het album werd een lijdensweg, maar dankzij meerdere producers en heel veel gastmuzikanten lag er in 1998 een album dat Lucinda Williams schaarde onder de groten in het genre. Vijfentwintig jaar later heeft het album nog niets van zijn kracht en magie verloren, mede dankzij het zo karakteristieke en doorleefde stemgeluid van de Amerikaanse muzikante.
Het Amerikaanse muziekplatform Paste publiceerde een paar dagen geleden een lijst met de beste alt-country albums aller tijden. Hoewel het genre niet heel duidelijk gedefinieerd en/of afgebakend is, zullen de meeste liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en Americana of alt-country in het bijzonder vrede hebben met het album dat bovenaan de lijst prijkt. Car Wheels On A Gravel Road van Lucinda Williams behoort immers absoluut tot de kroonjuwelen van de genoemde genres en is een album dat 25 jaar na de release nog altijd staat als een huis.
Het in 1998 verschenen Car Wheels On A Gravel Road kwam er niet zonder slag of stoot. Lucinda Williams had toen ze begon aan haar meesterwerk al vier albums op haar naam staan, waarvan met name het in 1992 verschenen Sweet Old World goed was ontvangen. Samen met producer Gurf Murlix begon ze in 1995 aan de opnames van de opvolger van het album dat met de kennis van nu ook best een alt-country album mag worden genoemd. Toen de opnames vrijwel waren voltooid ontstond onenigheid tussen Lucinda Williams en Gurf Morlix en uiteindelijk verdwenen de tapes in de prullenbak.
Met Steve Earle en zijn producer Ray Kennedy werd een nieuwe poging gedaan en deze leverde uiteindelijk het grootste deel van Car Wheels On A Gravel Road op. Lucinda Williams was echter nog steeds niet tevreden over de productie en met name haar zang en schakelde E Street Band pianist Roy Bittan in voor de finishing touch. Bittan huurde nog wat extra muzikanten in, waardoor de credits van het album een imposante lijst topmuzikanten oplevert, onder wie de al eerder genoemden Steve Earle en Gurf Morlix, maar ook Emmylou Harris, Jim Lauderdale, Buddy Miller, Charlie Sexton, Greg Leisz en Bo Ramsey.
Car Wheels On A Gravel Road wordt vaak een ruw en puur album genoemd, maar iedereen die weet hoe het album tot stand is gekomen weet wel beter. Lucinda Williams was bij de release van het album inmiddels vijfenveertig jaar oud, maar werd desondanks vrijwel onmiddellijk gekroond tot de nieuwe koningin van de Americana en geschaard onder de nieuwe helden van het genre.
Omdat de muziek van Lucinda Williams lange tijd niet was te vinden op Spotify was het best lang geleden dat ik naar Car Wheels On A Gravel Road had geluisterd, maar het album maakte weer onmiddellijk indruk. Op haar doorbraakalbum vermengt Lucinda Williams op fraaie wijze meerdere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en stapt ze voorbij de traditionele Amerikaanse rootsmuziek.
Het album klinkt door de hele waslijst aan topmuzikanten fantastisch, waarbij vooral het fraaie gitaarwerk en de hier en daar opduikende toetsenpartijen van Roy Bittan opvallen. Persoonlijk vind ik de productie niet altijd even geslaagd en ben ik nieuwsgierig naar de productie van Gurf Morlix, maar het soms wat vlakke geluid van Ray Kennedy en Stebe Earle zit me niet echt in de weg. De luxe editie van het album klinkt overigens een stuk beter dan het origineel.
Lucinda Williams en haar producers hadden bij het opnemen van het album vooral twijfels over de vocalen, maar die vind ik persoonlijk echt prachtig. Lucinda Williams beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid dat in technisch opzicht misschien wat steekjes laat vallen, maar wel direct binnen komt. Ze klonk op haar vijfenveertigste al behoorlijk doorleefd, waardoor het album ruwer klonk dan de meeste andere rootsalbums van dat moment.
Lucinda Williams vierde eerder dit jaar haar zeventigste verjaardag en keert volgende week terug met een nieuw album (Stories From A Rock N Roll Heart). Ik ben heel benieuwd naar dit album, maar zo goed, memorabel en invloedrijk als Car Wheels On A Gravel Road zal het waarschijnlijk niet zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucinda Williams - Car Wheels On A Gravel Road (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucinda Williams - Car Wheels On A Gravel Road (1998)
Car Wheels On A Gravel Road van Lucinda Williams werd in 1998 onthaald als een Americana meesterwerk en behoort vijfentwintig jaar later tot de kroonjuwelen van het destijds nog jonge genre
Lucinda Williams maakte in 1998 met Car Wheels On A Gravel Road volgens velen een van de beste Americana of alt-country albums aller tijden. Daar valt weinig op af te dingen, al blijft het wonderlijk dat de Amerikaanse muzikante op haar vijfenveertigste werd binnengehaald als nieuw talent. Het opnemen van het album werd een lijdensweg, maar dankzij meerdere producers en heel veel gastmuzikanten lag er in 1998 een album dat Lucinda Williams schaarde onder de groten in het genre. Vijfentwintig jaar later heeft het album nog niets van zijn kracht en magie verloren, mede dankzij het zo karakteristieke en doorleefde stemgeluid van de Amerikaanse muzikante.
Het Amerikaanse muziekplatform Paste publiceerde een paar dagen geleden een lijst met de beste alt-country albums aller tijden. Hoewel het genre niet heel duidelijk gedefinieerd en/of afgebakend is, zullen de meeste liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en Americana of alt-country in het bijzonder vrede hebben met het album dat bovenaan de lijst prijkt. Car Wheels On A Gravel Road van Lucinda Williams behoort immers absoluut tot de kroonjuwelen van de genoemde genres en is een album dat 25 jaar na de release nog altijd staat als een huis.
Het in 1998 verschenen Car Wheels On A Gravel Road kwam er niet zonder slag of stoot. Lucinda Williams had toen ze begon aan haar meesterwerk al vier albums op haar naam staan, waarvan met name het in 1992 verschenen Sweet Old World goed was ontvangen. Samen met producer Gurf Murlix begon ze in 1995 aan de opnames van de opvolger van het album dat met de kennis van nu ook best een alt-country album mag worden genoemd. Toen de opnames vrijwel waren voltooid ontstond onenigheid tussen Lucinda Williams en Gurf Morlix en uiteindelijk verdwenen de tapes in de prullenbak.
Met Steve Earle en zijn producer Ray Kennedy werd een nieuwe poging gedaan en deze leverde uiteindelijk het grootste deel van Car Wheels On A Gravel Road op. Lucinda Williams was echter nog steeds niet tevreden over de productie en met name haar zang en schakelde E Street Band pianist Roy Bittan in voor de finishing touch. Bittan huurde nog wat extra muzikanten in, waardoor de credits van het album een imposante lijst topmuzikanten oplevert, onder wie de al eerder genoemden Steve Earle en Gurf Morlix, maar ook Emmylou Harris, Jim Lauderdale, Buddy Miller, Charlie Sexton, Greg Leisz en Bo Ramsey.
Car Wheels On A Gravel Road wordt vaak een ruw en puur album genoemd, maar iedereen die weet hoe het album tot stand is gekomen weet wel beter. Lucinda Williams was bij de release van het album inmiddels vijfenveertig jaar oud, maar werd desondanks vrijwel onmiddellijk gekroond tot de nieuwe koningin van de Americana en geschaard onder de nieuwe helden van het genre.
Omdat de muziek van Lucinda Williams lange tijd niet was te vinden op Spotify was het best lang geleden dat ik naar Car Wheels On A Gravel Road had geluisterd, maar het album maakte weer onmiddellijk indruk. Op haar doorbraakalbum vermengt Lucinda Williams op fraaie wijze meerdere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en stapt ze voorbij de traditionele Amerikaanse rootsmuziek.
Het album klinkt door de hele waslijst aan topmuzikanten fantastisch, waarbij vooral het fraaie gitaarwerk en de hier en daar opduikende toetsenpartijen van Roy Bittan opvallen. Persoonlijk vind ik de productie niet altijd even geslaagd en ben ik nieuwsgierig naar de productie van Gurf Morlix, maar het soms wat vlakke geluid van Ray Kennedy en Stebe Earle zit me niet echt in de weg. De luxe editie van het album klinkt overigens een stuk beter dan het origineel.
Lucinda Williams en haar producers hadden bij het opnemen van het album vooral twijfels over de vocalen, maar die vind ik persoonlijk echt prachtig. Lucinda Williams beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid dat in technisch opzicht misschien wat steekjes laat vallen, maar wel direct binnen komt. Ze klonk op haar vijfenveertigste al behoorlijk doorleefd, waardoor het album ruwer klonk dan de meeste andere rootsalbums van dat moment.
Lucinda Williams vierde eerder dit jaar haar zeventigste verjaardag en keert volgende week terug met een nieuw album (Stories From A Rock N Roll Heart). Ik ben heel benieuwd naar dit album, maar zo goed, memorabel en invloedrijk als Car Wheels On A Gravel Road zal het waarschijnlijk niet zijn. Erwin Zijleman
Lucinda Williams - Good Souls Better Angels (2020)

4,0
3
geplaatst: 27 april 2020, 10:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucinda Williams - Good Souls Better Angels - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucinda Williams - Good Souls Better Angels
Lucinda Williams levert een opvallend rouw en doorleefd rock ’n roll en blues album af, dat je bijna een uur lang in een stevige wurggreep houdt
Soms verlang je naar een rauw en smerig album zonder opsmuk dat aankomt als de spreekwoordelijke mokerslag. Een album met een stuwende ritmesectie en steeds weer uit de bocht vliegende gitaren. Een album met een schuurpapieren strot vol emotie en doorleving. Een album met songs die de vloer aanvegen met de Amerikaanse samenleving van het moment en geen blad voor de mond nemen. Het is een album waarvan je hoopt dat Neil Young of Bruce Springsteen het nog een keer maakt, maar Lucinda Williams levert het album nu al af. Good Souls Better Angels is een buitengewoon intens en fascinerend album van de Queen of Americana.
Begin 2014 besloot Lucinda Williams dat ze genoeg had van de praktijken van de muziekindustrie in het algemeen en die van platenmaatschappijen in bijzonder en nam ze het heft in eigen handen. Ze begon haar eigen platenmaatschappij Highway 20 Records en bracht hetzelfde jaar haar eerste album op dit label uit.
Niks mis mee natuurlijk, maar de Amerikaanse singer-songwriter besloot ook om haar albums niet meer beschikbaar te maken via de streaming media diensten. Daar valt vanuit het oogpunt van de muzikant best wat voor te zeggen, maar de muziekliefhebber die gewend is geraakt aan eerst luisteren en dan pas kopen (of alleen maar luisteren) zag de albums van Lucinda Williams door het ontbreken op de streaming media diensten makkelijk over het hoofd.
Wanneer Lucinda Williams ervoor heeft gekozen om toch in zee te gaan met Spoitify en haar soortgenoten weet ik niet, maar inmiddels zijn Down Where The Spirit Meets The Bone uit 2014, The Ghosts Of Highway 20 uit 2016 en This Sweet Old World uit 2017 gelukkig alsnog beschikbaar. Hetzelfde geldt voor het deze week verschenen nieuwe album van Lucinda Williams. En wat is het een geweldig album. Good Souls Better Angels grijpt je bijna een uur lang bij de strot met rauwe en smerige rock ’n roll en blues zoals alleen Lucinda Williams die kan maken.
Waar Lucinda Williams op haar vorige albums nog vooral de country omarmde, kiest ze dit keer voor een meedogenloze mix van blues en rock ’n roll. Good Souls Better Angels is een album zonder opsmuk. Lucinda Williams dook de studio in met haar vaste band bestaande uit gitarist Stuart Mathis, bassist David Sutton en drummer Butch Norton en ging er voor de meeste tracks stevig in.
De ritmesectie zorgt voor een degelijke maar strakke basis, de gitaarlijnen zijn heerlijk rauw en bluesy en de ruwe strot van Lucinda Williams voegt de emotie en doorleving die past bij dit soort muziek toe. Het is lang geleden dat we Lucinda Williams zo stevig en zo rechttoe rechtaan hoorden rocken en wat klinkt het lekker.
Good Souls Better Angels klinkt als een album dat op een verloren namiddag in elkaar is geflanst, maar zeker in de wat meer ingetogen tracks hoor je dat er wel degelijk goed is nagedacht over de productie van het album. Zo worden ruwe passages steeds weer afgewisseld met donkere en broeierige passages en had een track als het bezwerende Big Black Train qua productie van de hand van Daniel Lanois kunnen zijn (en zou Springsteen er mee kunnen imponeren).
Met name het gitaarwerk op het album is om je vingers bij af te likken, maar ook de opvallend rauwe zang van Lucinda Williams dringt zich steeds meer op. De ongekroonde koningin van de Americana klinkt niet alleen in haar zang rauw en eerlijk, maar ook in haar teksten maakt ze van haar hart geen moordkuil. Na wat meer introspectieve albums kijkt de Amerikaanse singer-songwriter nu vooral naar buiten en wat ze ziet bevalt haar niet.
Good Souls Better Angels haalt stevig uit naar de Amerikaanse samenleving van het moment en naar de man die momenteel aan het roer staat, maar ook de sociale media krijgen een veeg uit de pan op een album dat je vanaf de eerste noten in een wurggreep houdt en dat een bijna beangstigende intensiteit en urgentie uitstraalt. Indrukwekkend album weer van Lucinda Williams. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucinda Williams - Good Souls Better Angels - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucinda Williams - Good Souls Better Angels
Lucinda Williams levert een opvallend rouw en doorleefd rock ’n roll en blues album af, dat je bijna een uur lang in een stevige wurggreep houdt
Soms verlang je naar een rauw en smerig album zonder opsmuk dat aankomt als de spreekwoordelijke mokerslag. Een album met een stuwende ritmesectie en steeds weer uit de bocht vliegende gitaren. Een album met een schuurpapieren strot vol emotie en doorleving. Een album met songs die de vloer aanvegen met de Amerikaanse samenleving van het moment en geen blad voor de mond nemen. Het is een album waarvan je hoopt dat Neil Young of Bruce Springsteen het nog een keer maakt, maar Lucinda Williams levert het album nu al af. Good Souls Better Angels is een buitengewoon intens en fascinerend album van de Queen of Americana.
Begin 2014 besloot Lucinda Williams dat ze genoeg had van de praktijken van de muziekindustrie in het algemeen en die van platenmaatschappijen in bijzonder en nam ze het heft in eigen handen. Ze begon haar eigen platenmaatschappij Highway 20 Records en bracht hetzelfde jaar haar eerste album op dit label uit.
Niks mis mee natuurlijk, maar de Amerikaanse singer-songwriter besloot ook om haar albums niet meer beschikbaar te maken via de streaming media diensten. Daar valt vanuit het oogpunt van de muzikant best wat voor te zeggen, maar de muziekliefhebber die gewend is geraakt aan eerst luisteren en dan pas kopen (of alleen maar luisteren) zag de albums van Lucinda Williams door het ontbreken op de streaming media diensten makkelijk over het hoofd.
Wanneer Lucinda Williams ervoor heeft gekozen om toch in zee te gaan met Spoitify en haar soortgenoten weet ik niet, maar inmiddels zijn Down Where The Spirit Meets The Bone uit 2014, The Ghosts Of Highway 20 uit 2016 en This Sweet Old World uit 2017 gelukkig alsnog beschikbaar. Hetzelfde geldt voor het deze week verschenen nieuwe album van Lucinda Williams. En wat is het een geweldig album. Good Souls Better Angels grijpt je bijna een uur lang bij de strot met rauwe en smerige rock ’n roll en blues zoals alleen Lucinda Williams die kan maken.
Waar Lucinda Williams op haar vorige albums nog vooral de country omarmde, kiest ze dit keer voor een meedogenloze mix van blues en rock ’n roll. Good Souls Better Angels is een album zonder opsmuk. Lucinda Williams dook de studio in met haar vaste band bestaande uit gitarist Stuart Mathis, bassist David Sutton en drummer Butch Norton en ging er voor de meeste tracks stevig in.
De ritmesectie zorgt voor een degelijke maar strakke basis, de gitaarlijnen zijn heerlijk rauw en bluesy en de ruwe strot van Lucinda Williams voegt de emotie en doorleving die past bij dit soort muziek toe. Het is lang geleden dat we Lucinda Williams zo stevig en zo rechttoe rechtaan hoorden rocken en wat klinkt het lekker.
Good Souls Better Angels klinkt als een album dat op een verloren namiddag in elkaar is geflanst, maar zeker in de wat meer ingetogen tracks hoor je dat er wel degelijk goed is nagedacht over de productie van het album. Zo worden ruwe passages steeds weer afgewisseld met donkere en broeierige passages en had een track als het bezwerende Big Black Train qua productie van de hand van Daniel Lanois kunnen zijn (en zou Springsteen er mee kunnen imponeren).
Met name het gitaarwerk op het album is om je vingers bij af te likken, maar ook de opvallend rauwe zang van Lucinda Williams dringt zich steeds meer op. De ongekroonde koningin van de Americana klinkt niet alleen in haar zang rauw en eerlijk, maar ook in haar teksten maakt ze van haar hart geen moordkuil. Na wat meer introspectieve albums kijkt de Amerikaanse singer-songwriter nu vooral naar buiten en wat ze ziet bevalt haar niet.
Good Souls Better Angels haalt stevig uit naar de Amerikaanse samenleving van het moment en naar de man die momenteel aan het roer staat, maar ook de sociale media krijgen een veeg uit de pan op een album dat je vanaf de eerste noten in een wurggreep houdt en dat een bijna beangstigende intensiteit en urgentie uitstraalt. Indrukwekkend album weer van Lucinda Williams. Erwin Zijleman
Lucinda Williams - This Sweet Old World (2017)

4,5
0
geplaatst: 31 oktober 2017, 09:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucinda Williams - This Sweet Old World - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een tijdje geleden verscheen This Sweet Old World van Lucinda Williams. Ik ging er van uit dat het hier een reissue betrof van haar (bijna) gelijknamige plaat uit 1992, maar This Sweet Old World is toch veel meer dan dat.
Sweet Old World verscheen in 1992, was de vierde plaat van Lucinda Williams en de voorganger van het pas in 1998 verschenen Car Wheels On A Gravel Road, waarmee Lucinda Williams definitief doorbrak naar een breed publiek.
Door de hoge kwaliteit van Car Wheels On A Gravel Road en de platen die volgden werd Lucinda Williams gekroond tot de koningin van de alt-country en de Americana en de destijds verkregen kroon draagt ze nog steeds met verve.
Op deze BLOG was Lucinda Williams helaas nog niet zo vaak te zien. Dat heeft niets te maken met de hoge kwaliteit van haar platen, maar alles met haar besluit om haar recente muziek over het algemeen niet beschikbaar te maken via de streaming media diensten. Een recensie zonder bijbehorend geluid is voor mij als een belegd broodje zonder beleg en daarom laat ik de platen van Lucinda Williams over het algemeen, maar wel met pijn in mijn hart, liggen.
This Sweet Old World staat tot mijn verrassing wel gewoon op Spotify, net als het origineel uit 1992. De nieuwe versie van Sweet Old World is zoals gezegd geen reissue, maar een volledig opnieuw opgenomen plaat. De songs zijn bekend, de rest is nieuw.
Om de platen goed te kunnen vergelijken heb ik eerst het origineel eens beluisterd. Ook ik ontdekte Lucinda Williams pas met Car Wheels On A Gravel Road, dus Sweet Old World uit 1992 was nieuw voor mij. De plaat is voorzien van een wat gedateerd aandoend en erg geproduceerd klinkend geluid, dat aansluit bij andere producties uit het betreffende decennium. Ook in vocaal opzicht maakt de plaat uit 1992 niet zoveel indruk als ik van Lucinda Williams gewend ben. Het klinkt allemaal nogal vlak en mist de doorleving die van Car Wheels On A Gravel Road en zijn opvolgers zeer indrukwekkende platen maakte.
Op de songs is echter niets aan te merken en deze krijgen op This Sweet Old World een nieuwe kans. De nieuwe versie van de al weer 25 jaar oude plaat laat goed horen wat een wat opwindendere instrumentatie en een wat trefzekerdere productie kunnen doen voor een plaat.
Voor de nieuwe plaat heeft Lucinda Williams een aantal geweldige muzikanten om zich heen verzameld en deze leggen het rauwe en broeierige Americana geluid neer waarin haar stem zo goed gedijt. Ook de productie van de plaat is prachtig en een wereld van verschil met de weinig aansprekende productie uit 1992. In de instrumentatie is er een glansrol voor gitarist Stuart Mathis, die alle ruimte krijgt om te soleren, maar ook de subtiele basis die door de andere muzikanten wordt neergelegd is van hoog niveau en uiteraard is er ook een belangrijke rol voor de onmisbare Greg Leisz en zijn pedal steel.
Waar Lucinda Williams op Sweet Old World uit 1992 in vocaal opzicht nog niet heel veel indruk maakte, schittert ze op This Sweet Old World. Het rauwe randje op haar stembanden is sinds Car Wheels On A Gravel Road alleen maar mooier geworden en dwingt continu respect af. In de nieuwe versies van de songs hoor je de koningin van de alt-country en de Americana aan het werk en wordt op indrukwekkende wijze duidelijk dat van troonsafstand voorlopig nog geen sprake hoeft te zijn.
Het opnieuw opnemen van platen uit een ver verleden levert vrijwel altijd zeperds op (mede omdat de meeste muzikanten hun meesterwerk opnieuw opnemen), maar dat het ook anders kan is te horen op This Sweet Old World van Lucinda Williams, dat zich moeiteloos schaart onder de beste rootsplaten van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucinda Williams - This Sweet Old World - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een tijdje geleden verscheen This Sweet Old World van Lucinda Williams. Ik ging er van uit dat het hier een reissue betrof van haar (bijna) gelijknamige plaat uit 1992, maar This Sweet Old World is toch veel meer dan dat.
Sweet Old World verscheen in 1992, was de vierde plaat van Lucinda Williams en de voorganger van het pas in 1998 verschenen Car Wheels On A Gravel Road, waarmee Lucinda Williams definitief doorbrak naar een breed publiek.
Door de hoge kwaliteit van Car Wheels On A Gravel Road en de platen die volgden werd Lucinda Williams gekroond tot de koningin van de alt-country en de Americana en de destijds verkregen kroon draagt ze nog steeds met verve.
Op deze BLOG was Lucinda Williams helaas nog niet zo vaak te zien. Dat heeft niets te maken met de hoge kwaliteit van haar platen, maar alles met haar besluit om haar recente muziek over het algemeen niet beschikbaar te maken via de streaming media diensten. Een recensie zonder bijbehorend geluid is voor mij als een belegd broodje zonder beleg en daarom laat ik de platen van Lucinda Williams over het algemeen, maar wel met pijn in mijn hart, liggen.
This Sweet Old World staat tot mijn verrassing wel gewoon op Spotify, net als het origineel uit 1992. De nieuwe versie van Sweet Old World is zoals gezegd geen reissue, maar een volledig opnieuw opgenomen plaat. De songs zijn bekend, de rest is nieuw.
Om de platen goed te kunnen vergelijken heb ik eerst het origineel eens beluisterd. Ook ik ontdekte Lucinda Williams pas met Car Wheels On A Gravel Road, dus Sweet Old World uit 1992 was nieuw voor mij. De plaat is voorzien van een wat gedateerd aandoend en erg geproduceerd klinkend geluid, dat aansluit bij andere producties uit het betreffende decennium. Ook in vocaal opzicht maakt de plaat uit 1992 niet zoveel indruk als ik van Lucinda Williams gewend ben. Het klinkt allemaal nogal vlak en mist de doorleving die van Car Wheels On A Gravel Road en zijn opvolgers zeer indrukwekkende platen maakte.
Op de songs is echter niets aan te merken en deze krijgen op This Sweet Old World een nieuwe kans. De nieuwe versie van de al weer 25 jaar oude plaat laat goed horen wat een wat opwindendere instrumentatie en een wat trefzekerdere productie kunnen doen voor een plaat.
Voor de nieuwe plaat heeft Lucinda Williams een aantal geweldige muzikanten om zich heen verzameld en deze leggen het rauwe en broeierige Americana geluid neer waarin haar stem zo goed gedijt. Ook de productie van de plaat is prachtig en een wereld van verschil met de weinig aansprekende productie uit 1992. In de instrumentatie is er een glansrol voor gitarist Stuart Mathis, die alle ruimte krijgt om te soleren, maar ook de subtiele basis die door de andere muzikanten wordt neergelegd is van hoog niveau en uiteraard is er ook een belangrijke rol voor de onmisbare Greg Leisz en zijn pedal steel.
Waar Lucinda Williams op Sweet Old World uit 1992 in vocaal opzicht nog niet heel veel indruk maakte, schittert ze op This Sweet Old World. Het rauwe randje op haar stembanden is sinds Car Wheels On A Gravel Road alleen maar mooier geworden en dwingt continu respect af. In de nieuwe versies van de songs hoor je de koningin van de alt-country en de Americana aan het werk en wordt op indrukwekkende wijze duidelijk dat van troonsafstand voorlopig nog geen sprake hoeft te zijn.
Het opnieuw opnemen van platen uit een ver verleden levert vrijwel altijd zeperds op (mede omdat de meeste muzikanten hun meesterwerk opnieuw opnemen), maar dat het ook anders kan is te horen op This Sweet Old World van Lucinda Williams, dat zich moeiteloos schaart onder de beste rootsplaten van het moment. Erwin Zijleman
Lucinda Williams - World's Gone Wrong (2026)

4,5
3
geplaatst: 24 januari, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucinda Williams - World's Gone Wrong - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucinda Williams - World's Gone Wrong
Car Wheels On A Gravel Road blijft de klassieker in het oeuvre van Lucinda Williams, maar met het deze week verschenen World’s Gone Wrong heeft de Amerikaanse muzikante wel een van haar beste albums gemaakt
Ik had persoonlijk geen hoge verwachtingen van het nieuwe album van Lucinda Williams, maar met het deze week verschenen World’s Gone Wrong verrast ze vriend en vijand. Geïnspireerd door de toestand in de Verenigde Staten heeft Lucinda Williams een aantal uitstekende songs geschreven. De Amerikaanse muzikante wordt over een paar dagen 73 jaar oud, maar haar stem klinkt op World’s Gone Wrong verrassend goed. Het is een stem die wordt ondersteund door een aantal geweldige muzikanten, die al heel wat jaren mee gaan, maar op het album ook kunnen spelen als een stel jonge honden. Het levert een album op dat herinnert aan de beste albums van Lucinda Williams en dat is echt razend knap.
Lucinda Williams maakte aan het begin van de jaren 70 al muziek, maar het grote publiek leerde haar pas kennen toen in 1998 het werkelijk prachtige Car Wheels On A Gravel Road verscheen. Het stevig bewierookte album leverde Lucinda Williams de eretitel Queen Of Americana op en is inmiddels terecht uitgegroeid tot een klassieker in het genre.
Ook met de opvolgers van Car Wheels On A Gravel Road was niets mis, maar over de albums die de Amerikaanse muzikante de afgelopen vijf jaar maakte was ik persoonlijk wat minder enthousiast. De handvol albums met uitsluitend songs van anderen vond ik zelf wat overbodig, zeker toen ze zich stortte op het werk van The Beatles, maar dat is een mening die volgens mij niet heel breed wordt gedeeld.
Mijn angst dat de Amerikaanse muzikante, die over een paar dagen haar 73e verjaardag viert, zo langzamerhand toe is aan overdracht van de troon, wordt gelukkig keihard gelogenstraft door het deze week World’s Gone Wrong. Met haar nieuwe album laat Lucinda Williams niet alleen horen dat ze de eretitel Queen Of Americana nog altijd verdient, maar heeft ze bovendien haar beste album in vele jaren afgeleverd.
De Amerikaanse muzikante vond de inspiratie voor haar nieuwe album door te kijken naar de toestand in de wereld en dan met name naar de idiotie die regeert in haar vaderland, wat scherpe en geëngageerde teksten oplevert. De songs op World’s Gone Wrong klinken opvallend geïnspireerd, maar wat vooral opvalt bij beluistering van het album is dat Lucinda Williams geweldig zingt.
Ik vond haar stem de afgelopen jaren wel wat achteruit gaan, maar de zang op World’s Gone Wrong is geweldig en zorgt er voor dat het album zich moeiteloos onderscheid van de albums van de jonkies in het genre. De lekker ruwe en doorleefde stem van Lucinda Williams voorziet de songs op het album van urgentie en zorgt er bovendien voor dat je song na song bij de strot wordt gegrepen.
De stem van de Amerikaanse muzikante wordt op World’s Gone Wrong omringd door een lekker ruw geluid met invloeden uit de Americana en de rock. Het klinkt misschien ruw, maar ondertussen zijn er wel fantastische muzikanten te horen op het album. Met gitaristen Doug Pettibone en Marc Ford, bassist David Sutton en toetsenist Rob Burger valt er al heel veel te genieten op het album, maar de drums van de geweldige Brady Blade maken het helemaal af.
Alles is trefzeker geproduceerd door Ray Kennedy en Tom Overby en ook de bijdragen van gastvocalisten Brittney Spencer, Mavis Staples en Norah Jones zijn fraai, maar de onbetwiste ster op World’s Gone Wrong is natuurlijk Lucinda Williams zelf. Ik had eerlijk gezegd zelf niet verwacht dat ze ooit nog in de buurt zou komen van haar beste albums, maar ze doet het op World’s Gone Wrong.
Ondanks de muzikale virtuositeit op het album klinken de nieuwe songs van Lucinda Williams ook rauw en spontaan, waardoor het album uit de speakers knalt. Het is een album dat past in het hokje Americana, al bestrijkt de Amerikaanse muzikante binnen dit genre wel een breed palet.
Het is negen songs prachtig, maar het duet met Norah Jones waarmee het album afsluit vind ik nog wat indrukwekkender, al is het maar omdat er in deze track een laagje extra gruis op de stembanden van Lucinda Williams zit en de band op de toppen van zijn kunnen speelt. Onverwacht goed dit nieuwe album van de nog altijd onbetwiste Queen of Americana. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lucinda Williams - World's Gone Wrong - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucinda Williams - World's Gone Wrong
Car Wheels On A Gravel Road blijft de klassieker in het oeuvre van Lucinda Williams, maar met het deze week verschenen World’s Gone Wrong heeft de Amerikaanse muzikante wel een van haar beste albums gemaakt
Ik had persoonlijk geen hoge verwachtingen van het nieuwe album van Lucinda Williams, maar met het deze week verschenen World’s Gone Wrong verrast ze vriend en vijand. Geïnspireerd door de toestand in de Verenigde Staten heeft Lucinda Williams een aantal uitstekende songs geschreven. De Amerikaanse muzikante wordt over een paar dagen 73 jaar oud, maar haar stem klinkt op World’s Gone Wrong verrassend goed. Het is een stem die wordt ondersteund door een aantal geweldige muzikanten, die al heel wat jaren mee gaan, maar op het album ook kunnen spelen als een stel jonge honden. Het levert een album op dat herinnert aan de beste albums van Lucinda Williams en dat is echt razend knap.
Lucinda Williams maakte aan het begin van de jaren 70 al muziek, maar het grote publiek leerde haar pas kennen toen in 1998 het werkelijk prachtige Car Wheels On A Gravel Road verscheen. Het stevig bewierookte album leverde Lucinda Williams de eretitel Queen Of Americana op en is inmiddels terecht uitgegroeid tot een klassieker in het genre.
Ook met de opvolgers van Car Wheels On A Gravel Road was niets mis, maar over de albums die de Amerikaanse muzikante de afgelopen vijf jaar maakte was ik persoonlijk wat minder enthousiast. De handvol albums met uitsluitend songs van anderen vond ik zelf wat overbodig, zeker toen ze zich stortte op het werk van The Beatles, maar dat is een mening die volgens mij niet heel breed wordt gedeeld.
Mijn angst dat de Amerikaanse muzikante, die over een paar dagen haar 73e verjaardag viert, zo langzamerhand toe is aan overdracht van de troon, wordt gelukkig keihard gelogenstraft door het deze week World’s Gone Wrong. Met haar nieuwe album laat Lucinda Williams niet alleen horen dat ze de eretitel Queen Of Americana nog altijd verdient, maar heeft ze bovendien haar beste album in vele jaren afgeleverd.
De Amerikaanse muzikante vond de inspiratie voor haar nieuwe album door te kijken naar de toestand in de wereld en dan met name naar de idiotie die regeert in haar vaderland, wat scherpe en geëngageerde teksten oplevert. De songs op World’s Gone Wrong klinken opvallend geïnspireerd, maar wat vooral opvalt bij beluistering van het album is dat Lucinda Williams geweldig zingt.
Ik vond haar stem de afgelopen jaren wel wat achteruit gaan, maar de zang op World’s Gone Wrong is geweldig en zorgt er voor dat het album zich moeiteloos onderscheid van de albums van de jonkies in het genre. De lekker ruwe en doorleefde stem van Lucinda Williams voorziet de songs op het album van urgentie en zorgt er bovendien voor dat je song na song bij de strot wordt gegrepen.
De stem van de Amerikaanse muzikante wordt op World’s Gone Wrong omringd door een lekker ruw geluid met invloeden uit de Americana en de rock. Het klinkt misschien ruw, maar ondertussen zijn er wel fantastische muzikanten te horen op het album. Met gitaristen Doug Pettibone en Marc Ford, bassist David Sutton en toetsenist Rob Burger valt er al heel veel te genieten op het album, maar de drums van de geweldige Brady Blade maken het helemaal af.
Alles is trefzeker geproduceerd door Ray Kennedy en Tom Overby en ook de bijdragen van gastvocalisten Brittney Spencer, Mavis Staples en Norah Jones zijn fraai, maar de onbetwiste ster op World’s Gone Wrong is natuurlijk Lucinda Williams zelf. Ik had eerlijk gezegd zelf niet verwacht dat ze ooit nog in de buurt zou komen van haar beste albums, maar ze doet het op World’s Gone Wrong.
Ondanks de muzikale virtuositeit op het album klinken de nieuwe songs van Lucinda Williams ook rauw en spontaan, waardoor het album uit de speakers knalt. Het is een album dat past in het hokje Americana, al bestrijkt de Amerikaanse muzikante binnen dit genre wel een breed palet.
Het is negen songs prachtig, maar het duet met Norah Jones waarmee het album afsluit vind ik nog wat indrukwekkender, al is het maar omdat er in deze track een laagje extra gruis op de stembanden van Lucinda Williams zit en de band op de toppen van zijn kunnen speelt. Onverwacht goed dit nieuwe album van de nog altijd onbetwiste Queen of Americana. Erwin Zijleman
Lucius - Good Grief (2016)

4,0
0
geplaatst: 15 maart 2016, 14:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucius - Good Grief - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Lucius was met haar debuut Wildewoman absoluut één van de grote verrassingen van 2014.
Dat was deels de verdienste van de spannende en uiterst veelzijdige instrumentatie op de plaat van de band uit Brooklyn, maar het meest in het oor sprongen toch de geweldige vocalen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die Wildewoman naar grote hoogten tilden met een explosie van stemmen.
Waar Lucius op Wildewoman nog veelvuldig uit kwam bij de 60s girl pop van Phil Spector of verraste met rootsy folkpop, staan op opvolger Good Grief de jaren 80 en elektronica centraal.
De instrumentatie op Good Grief is elektronischer en een stuk zwaarder aangezet dan die op het debuut en sluit net zo makkelijk aan bij de avontuurlijke muziek van Prince als bij de muziek van 80’s popprinsessen als Janet Jackson of zelfs Paula Abdul.
Dat laatste is zeker even slikken, maar Good Grief is een plaat waardoor je je niet te makkelijk moet laten ontmoedigen. Zeker in de zwaar aangezette of zelfs pompeuze stukken dreigt de balans af en toe door te slaan richting kitsch, maar gelukkig zijn er altijd de geweldige stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die ook op de tweede plaat van Lucius weer verrassen met vocalen die variëren van intiem tot zeer krachtig en die zich door de zwaar aangezette instrumentatie nog verder laten opzwepen.
Tegenover de misschien wel erg zwaar aangezette tracks, staan overigens ook volop tracks die wel meteen weten te overtuigen door een combinatie van bijzondere klanken en gloedvolle vocalen, waaronder de prachtige ingetogen afsluiter.
Waar op Wildewoman de muziek erg naar de achtergrond werd gedrongen door de vocalen, trekt de band achter de twee frontvrouwen nu makkelijker de aandacht met een volle en uit vele lagen bestaande instrumentatie.
Deze is soms heerlijk funky, soms licht en aanstekelijk, maar ook vaak zwaar en theatraal. Het is een instrumentatie waarin van alles te ontdekken valt en die flink aan kracht wint wanneer je er vaker naar luistert, waarna de ook op het eerste gehoor wat pompeuze of kitscherige passages weten te betoveren.
Uiteindelijk valt ook dit keer alles op zijn plek en weet Lucius toch weer te verleiden met een plaat die compleet anders is dan de meeste andere platen van het moment. Iedereen die twee jaar geleden heeft genoten van Wildewoman was waarschijnlijk zeer tevreden geweest met Wildewoman 2, maar het siert de band dat het weer een andere weg in slaat. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucius - Good Grief - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Lucius was met haar debuut Wildewoman absoluut één van de grote verrassingen van 2014.
Dat was deels de verdienste van de spannende en uiterst veelzijdige instrumentatie op de plaat van de band uit Brooklyn, maar het meest in het oor sprongen toch de geweldige vocalen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die Wildewoman naar grote hoogten tilden met een explosie van stemmen.
Waar Lucius op Wildewoman nog veelvuldig uit kwam bij de 60s girl pop van Phil Spector of verraste met rootsy folkpop, staan op opvolger Good Grief de jaren 80 en elektronica centraal.
De instrumentatie op Good Grief is elektronischer en een stuk zwaarder aangezet dan die op het debuut en sluit net zo makkelijk aan bij de avontuurlijke muziek van Prince als bij de muziek van 80’s popprinsessen als Janet Jackson of zelfs Paula Abdul.
Dat laatste is zeker even slikken, maar Good Grief is een plaat waardoor je je niet te makkelijk moet laten ontmoedigen. Zeker in de zwaar aangezette of zelfs pompeuze stukken dreigt de balans af en toe door te slaan richting kitsch, maar gelukkig zijn er altijd de geweldige stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die ook op de tweede plaat van Lucius weer verrassen met vocalen die variëren van intiem tot zeer krachtig en die zich door de zwaar aangezette instrumentatie nog verder laten opzwepen.
Tegenover de misschien wel erg zwaar aangezette tracks, staan overigens ook volop tracks die wel meteen weten te overtuigen door een combinatie van bijzondere klanken en gloedvolle vocalen, waaronder de prachtige ingetogen afsluiter.
Waar op Wildewoman de muziek erg naar de achtergrond werd gedrongen door de vocalen, trekt de band achter de twee frontvrouwen nu makkelijker de aandacht met een volle en uit vele lagen bestaande instrumentatie.
Deze is soms heerlijk funky, soms licht en aanstekelijk, maar ook vaak zwaar en theatraal. Het is een instrumentatie waarin van alles te ontdekken valt en die flink aan kracht wint wanneer je er vaker naar luistert, waarna de ook op het eerste gehoor wat pompeuze of kitscherige passages weten te betoveren.
Uiteindelijk valt ook dit keer alles op zijn plek en weet Lucius toch weer te verleiden met een plaat die compleet anders is dan de meeste andere platen van het moment. Iedereen die twee jaar geleden heeft genoten van Wildewoman was waarschijnlijk zeer tevreden geweest met Wildewoman 2, maar het siert de band dat het weer een andere weg in slaat. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Lucius - Lucius (2025)

4,0
0
geplaatst: 4 mei 2025, 10:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucius - Lucius - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucius - Lucius
Met de fantastische stemmen en de betoverend mooie harmonieën van Holly Laessig en Jess Wolfe kun je geen slecht album maken, maar op het nieuwe album is Lucius ook in muzikaal opzicht weer op de juiste weg
Met Wildewoman leverde de Amerikaanse band Lucius in 2013 een in alle opzichten fascinerend album af. Het album prikkelde uitvoerig de fantasie, maar betoverde met de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe, die nieuwe dimensies toevoegden aan het begrip harmonieën. De albums die volgden waren in muzikaal opzicht wat minder spannend, maar bleven overeind door de zang. Op het deze week verschenen titelloze nieuwe album slaat Lucius ook in muzikaal opzicht weer interessantere wegen in, waardoor het onaantastbare Wildewoman weer binnen bereik komt. Dat de zang ook op het nieuwe album weer van een torenhoog niveau is zal inmiddels niemand meer verbazen.
Holly Laessig en Jess Wolfe debuteerden in 2009 als Lucius met het album Songs From The Bromley House. Het in eigen beheer uitgegeven album is inmiddels wat weggemoffeld, ook door de twee zelf, al is het nog wel te koop op hun bandcamp pagina. Het is een album dat laat horen dat Holly Laessig en Jess Wolfe geweldig kunnen zingen, maar het album is zeker niet zo goed als het in 2013 verschenen Wildewoman, dat inmiddels wordt gezien als het debuutalbum van Lucius.
Wildewoman, dat overigens pas in 2014 in Nederland werd uitgebracht, is nog altijd met afstand mijn favoriete Lucius album. Het is een album met sensationeel goede zang, maar ook met fantastische en lekker eigenzinnige songs, die continu dingen doen die je niet verwacht.
Lucius was sinds Wildewoman te horen op talloze albums, waaronder albums van de groten op aarde, want de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe doen iets met een song. De albums die Lucius sinds Wildewoman maakte blonken stuk voor stuk uit door fantastische zang, maar in muzikaal opzicht werd het allemaal wat minder spannend en voor mij soms zelfs wat te gepolijst.
Vanwege het vleugje disco en het snufje ABBA moest ik wel even wennen aan het in 2022 verschenen Second Nature, maar de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe trokken me uiteindelijk toch weer over de streep. Desondanks begon ik met enige zorg aan het deze week verschenen titelloze album van Lucius, want er zou een moment kunnen komen waarop alleen geweldige zang niet meer voldoende is.
Bij eerste beluistering van het nieuwe album van Lucius bleek gelukkig direct dat mijn zorg niet nodig was. Het nieuwe album van Lucius klinkt interessanter en een stuk minder gepolijst dan zijn voorganger. De pure pop van Second Nature is vervangen door een indiepop geluid met uitstapjes richting indierock.
Holly Laessig en Jess Wolfe bepalen nog altijd het geluid van Lucius, maar het is inmiddels ook al een tijdje een band en dat hoor je op het nieuwe album beter dan op de vorige albums. Lucius beperkt zich op haar nieuwe album niet tot de indiepop van het moment en sleept er af en toe wat invloeden uit de jaren 80 bij, wat je vooral hoort in de bijdragen van de synths, die prachtig combineren met de gitaren, die een veel voornamere rol spelen dan op de vorige albums van Lucius.
Het nieuwe album is misschien nog niet zo goed en avontuurlijk als Wildewoman, maar ik vind het echt veel beter dan zijn voorganger(s). Lucius heeft een veelzijdig album gemaakt, dat in iedere song net wat anders klinkt. Ik vind niet alle songs op het album even goed, maar de beste momenten op het titelloze album zijn van een ontzettend hoog niveau. Dat ligt ook dit keer vooral aan de zang, want wat zingen Holly Laessig en Jess Wolfe weer geweldig.
De twee beschikken over behoorlijk verschillende stemmen, die individueel makkelijk overtuigen, maar de magie ontstaat wanneer de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe samen komen in waanzinnig mooie harmonieën. Het zijn harmonieën waarin de stemmen van de twee elkaar op bijzondere wijze versterken en op hetzelfde moment contrasteren. Het zorgt ook dit keer voor de nodige kippenvel momenten, zeker voor een liefhebber van dit soort harmonieën als ik. Lucius leek in muzikaal opzicht wat minder interessant te worden, maar vindt op het nieuwe album weer de juiste weg. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lucius - Lucius - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucius - Lucius
Met de fantastische stemmen en de betoverend mooie harmonieën van Holly Laessig en Jess Wolfe kun je geen slecht album maken, maar op het nieuwe album is Lucius ook in muzikaal opzicht weer op de juiste weg
Met Wildewoman leverde de Amerikaanse band Lucius in 2013 een in alle opzichten fascinerend album af. Het album prikkelde uitvoerig de fantasie, maar betoverde met de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe, die nieuwe dimensies toevoegden aan het begrip harmonieën. De albums die volgden waren in muzikaal opzicht wat minder spannend, maar bleven overeind door de zang. Op het deze week verschenen titelloze nieuwe album slaat Lucius ook in muzikaal opzicht weer interessantere wegen in, waardoor het onaantastbare Wildewoman weer binnen bereik komt. Dat de zang ook op het nieuwe album weer van een torenhoog niveau is zal inmiddels niemand meer verbazen.
Holly Laessig en Jess Wolfe debuteerden in 2009 als Lucius met het album Songs From The Bromley House. Het in eigen beheer uitgegeven album is inmiddels wat weggemoffeld, ook door de twee zelf, al is het nog wel te koop op hun bandcamp pagina. Het is een album dat laat horen dat Holly Laessig en Jess Wolfe geweldig kunnen zingen, maar het album is zeker niet zo goed als het in 2013 verschenen Wildewoman, dat inmiddels wordt gezien als het debuutalbum van Lucius.
Wildewoman, dat overigens pas in 2014 in Nederland werd uitgebracht, is nog altijd met afstand mijn favoriete Lucius album. Het is een album met sensationeel goede zang, maar ook met fantastische en lekker eigenzinnige songs, die continu dingen doen die je niet verwacht.
Lucius was sinds Wildewoman te horen op talloze albums, waaronder albums van de groten op aarde, want de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe doen iets met een song. De albums die Lucius sinds Wildewoman maakte blonken stuk voor stuk uit door fantastische zang, maar in muzikaal opzicht werd het allemaal wat minder spannend en voor mij soms zelfs wat te gepolijst.
Vanwege het vleugje disco en het snufje ABBA moest ik wel even wennen aan het in 2022 verschenen Second Nature, maar de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe trokken me uiteindelijk toch weer over de streep. Desondanks begon ik met enige zorg aan het deze week verschenen titelloze album van Lucius, want er zou een moment kunnen komen waarop alleen geweldige zang niet meer voldoende is.
Bij eerste beluistering van het nieuwe album van Lucius bleek gelukkig direct dat mijn zorg niet nodig was. Het nieuwe album van Lucius klinkt interessanter en een stuk minder gepolijst dan zijn voorganger. De pure pop van Second Nature is vervangen door een indiepop geluid met uitstapjes richting indierock.
Holly Laessig en Jess Wolfe bepalen nog altijd het geluid van Lucius, maar het is inmiddels ook al een tijdje een band en dat hoor je op het nieuwe album beter dan op de vorige albums. Lucius beperkt zich op haar nieuwe album niet tot de indiepop van het moment en sleept er af en toe wat invloeden uit de jaren 80 bij, wat je vooral hoort in de bijdragen van de synths, die prachtig combineren met de gitaren, die een veel voornamere rol spelen dan op de vorige albums van Lucius.
Het nieuwe album is misschien nog niet zo goed en avontuurlijk als Wildewoman, maar ik vind het echt veel beter dan zijn voorganger(s). Lucius heeft een veelzijdig album gemaakt, dat in iedere song net wat anders klinkt. Ik vind niet alle songs op het album even goed, maar de beste momenten op het titelloze album zijn van een ontzettend hoog niveau. Dat ligt ook dit keer vooral aan de zang, want wat zingen Holly Laessig en Jess Wolfe weer geweldig.
De twee beschikken over behoorlijk verschillende stemmen, die individueel makkelijk overtuigen, maar de magie ontstaat wanneer de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe samen komen in waanzinnig mooie harmonieën. Het zijn harmonieën waarin de stemmen van de twee elkaar op bijzondere wijze versterken en op hetzelfde moment contrasteren. Het zorgt ook dit keer voor de nodige kippenvel momenten, zeker voor een liefhebber van dit soort harmonieën als ik. Lucius leek in muzikaal opzicht wat minder interessant te worden, maar vindt op het nieuwe album weer de juiste weg. Erwin Zijleman
Lucius - Nudes (2018)

3,5
0
geplaatst: 6 maart 2018, 11:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucius - NUDES - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het New Yorkse duo Lucius kon bij de release van haar debuut Wildewoman in de herfst van 2013 rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de muziekcritici en kreeg alle aandacht van de muziekmedia.
De bijzondere stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig werden uitvoerig bewierookt en waren vervolgens een graag geziene gast op flink wat platen in het indie segment, terwijl de muziek van Lucius voorzichtig herinnerde aan die van het ook uit New York afkomstige Luscious Jackson.
De tweede plaat van Lucius, het in de lente van 2016 verschenen Good Grief, werd vervolgens lauwtjes ontvangen. De invloeden uit de Phil Spector girlpop, die op Wildewoman nog zo prominent aanwezig waren, bleken vervangen door invloeden uit de elektronische popmuziek uit de jaren 80, terwijl Luscious Jackson als voorbeeld was verruild voor Janet Jackson en een vleugje Prince.
Ik vond Good Grief uiteindelijk ook niet zo sterk als het fascinerende Wildewoman, maar het was zeker geen slechte plaat, al is het maar omdat Jess Wolfe en Holly Laessig ook dit keer de sterren van de hemel zongen en grossierden in pakkende songs.
Good Grief heeft Lucius echter geen goed gedaan, waardoor de deze week verschenen nieuwe plaat van het duo uit Brooklyn nauwelijks aandacht krijgt. Nu is NUDES misschien ook niet veel meer dan een tussendoortje, maar wel een interessant tussendoortje.
Het is een tussendoortje waarvoor het idee ontstond toen Jess Wolfe en Holly Laessig op het podium stonden met Roger Waters en de stemmen van de twee in alle eenvoud mochten schitteren. Het beviel zo goed dat NUDES het moet doen zonder de zwaar aangezette instrumentatie die de eerste twee platen van Lucius domineerde en nu echt alles draait om de fascinerende stemmen van het tweetal uit Brooklyn.
NUDES bevat een aantal nieuwe bewerkingen van oude songs, een aantal covers en een aantal nieuwe songs en alle tracks vallen op door een ingetogen en akoestische instrumentatie. Het geeft Jess Wolfe en Holly Laessig alle ruimte om te schitteren met hun stemmen en dat doen ze.
Voor iedereen die, net als ik, onder de indruk was van de vocale capaciteiten van het tweetal, is het bijna 40 minuten smullen van geweldige zang. Jess Wolfe en Holly Laessig kunnen prachtig tweestemmig zingen, maar tekenen niet altijd voor de perfecte harmonieën. De stemmen van de twee kunnen elkaar genadeloos versterken, maar kunnen ook avontuurlijk tegen elkaar indraaien of alleen schitteren. Het levert in combinatie met de ingetogen klanken een heel bijzonder geluid op en ik vind het een prachtig geluid.
Ook de vorige twee platen van Lucius ontleenden een groot deel van hun kracht aan de vocale power van het tweetal uit Brooklyn, maar ontdaan van alle opsmuk klinkt het alleen maar grootser en indrukwekkender. NUDES is misschien een tussendoortje, maar het kan ook zomaar de beste plaat van Lucius zijn en het is bovendien een plaat waarop alles samen komt, want in muzikaal opzicht citeren de songs op de plaat uit een aantal decennia popmuziek, waarbij Lucius een breed palet bestrijkt dat varieert van blinkende pop uit de 50s en de 80s tot ingetogen folk.
Negen songs lang maakt Lucius indruk met gloedvolle pop en roots, maar het venijn zit in de staart, waarin Lucius samen met niemand minder dan Roger Waters een emotievolle vertolking van folk klassieker Goodnight, Irene uit de tenen haalt. NUDES lijkt helaas nauwelijks te worden opgemerkt, maar wat is dit een mooie en kippenvel plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucius - NUDES - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het New Yorkse duo Lucius kon bij de release van haar debuut Wildewoman in de herfst van 2013 rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de muziekcritici en kreeg alle aandacht van de muziekmedia.
De bijzondere stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig werden uitvoerig bewierookt en waren vervolgens een graag geziene gast op flink wat platen in het indie segment, terwijl de muziek van Lucius voorzichtig herinnerde aan die van het ook uit New York afkomstige Luscious Jackson.
De tweede plaat van Lucius, het in de lente van 2016 verschenen Good Grief, werd vervolgens lauwtjes ontvangen. De invloeden uit de Phil Spector girlpop, die op Wildewoman nog zo prominent aanwezig waren, bleken vervangen door invloeden uit de elektronische popmuziek uit de jaren 80, terwijl Luscious Jackson als voorbeeld was verruild voor Janet Jackson en een vleugje Prince.
Ik vond Good Grief uiteindelijk ook niet zo sterk als het fascinerende Wildewoman, maar het was zeker geen slechte plaat, al is het maar omdat Jess Wolfe en Holly Laessig ook dit keer de sterren van de hemel zongen en grossierden in pakkende songs.
Good Grief heeft Lucius echter geen goed gedaan, waardoor de deze week verschenen nieuwe plaat van het duo uit Brooklyn nauwelijks aandacht krijgt. Nu is NUDES misschien ook niet veel meer dan een tussendoortje, maar wel een interessant tussendoortje.
Het is een tussendoortje waarvoor het idee ontstond toen Jess Wolfe en Holly Laessig op het podium stonden met Roger Waters en de stemmen van de twee in alle eenvoud mochten schitteren. Het beviel zo goed dat NUDES het moet doen zonder de zwaar aangezette instrumentatie die de eerste twee platen van Lucius domineerde en nu echt alles draait om de fascinerende stemmen van het tweetal uit Brooklyn.
NUDES bevat een aantal nieuwe bewerkingen van oude songs, een aantal covers en een aantal nieuwe songs en alle tracks vallen op door een ingetogen en akoestische instrumentatie. Het geeft Jess Wolfe en Holly Laessig alle ruimte om te schitteren met hun stemmen en dat doen ze.
Voor iedereen die, net als ik, onder de indruk was van de vocale capaciteiten van het tweetal, is het bijna 40 minuten smullen van geweldige zang. Jess Wolfe en Holly Laessig kunnen prachtig tweestemmig zingen, maar tekenen niet altijd voor de perfecte harmonieën. De stemmen van de twee kunnen elkaar genadeloos versterken, maar kunnen ook avontuurlijk tegen elkaar indraaien of alleen schitteren. Het levert in combinatie met de ingetogen klanken een heel bijzonder geluid op en ik vind het een prachtig geluid.
Ook de vorige twee platen van Lucius ontleenden een groot deel van hun kracht aan de vocale power van het tweetal uit Brooklyn, maar ontdaan van alle opsmuk klinkt het alleen maar grootser en indrukwekkender. NUDES is misschien een tussendoortje, maar het kan ook zomaar de beste plaat van Lucius zijn en het is bovendien een plaat waarop alles samen komt, want in muzikaal opzicht citeren de songs op de plaat uit een aantal decennia popmuziek, waarbij Lucius een breed palet bestrijkt dat varieert van blinkende pop uit de 50s en de 80s tot ingetogen folk.
Negen songs lang maakt Lucius indruk met gloedvolle pop en roots, maar het venijn zit in de staart, waarin Lucius samen met niemand minder dan Roger Waters een emotievolle vertolking van folk klassieker Goodnight, Irene uit de tenen haalt. NUDES lijkt helaas nauwelijks te worden opgemerkt, maar wat is dit een mooie en kippenvel plaat. Erwin Zijleman
Lucius - Second Nature (2022)

3,5
1
geplaatst: 12 augustus 2022, 12:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucius - Second Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucius - Second Nature
Het sensationele debuutalbum Wildewoman gaat Lucius niet meer overtreffen, maar ook op het met een vleugje disco gevulde Second Nature, zingen Jess Wolfe en Holly Laessig weer de sterren van de hemel
Bij beluistering in een koele week in de afgelopen lente viel Second Nature van Lucius me wat tegen. Bij de temperaturen van het moment doet het vleugje disco op het album het een stuk beter en wanneer je wat beter naar het album luistert, blijkt het in muzikaal opzicht interessanter dan het in eerste instantie lijkt. Ook op Second Nature moet Lucius het echter vooral hebben van de geweldige stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die ook op het vierde album van Lucius weer hemeltergend mooi zingen, waardoor ik Second Nature bij iedere luisterbeurt mooier en indrukwekkender vind en de New Yorkse band toch weer ruim boven het maaiveld uitsteekt.
Ik was in 2014 enorm onder de indruk van Wildewoman, het al in 2013 verschenen debuutalbum van de New Yorkse band Lucius. Op hun debuutalbum imponeerde de band rond zangeressen Jess Wolfe en Holly Laessig allereerst met geweldige vocalen, maar ook de avontuurlijke songs en de bijzondere mix van invloeden maakten van Wildewoman een zeer memorabel debuutalbum, dat aan het eind van 2014 terecht opdook in nogal wat jaarlijstjes, waaronder dat van mij.
De muziek van Lucius deed op Wildewoman aan van alles en nog wat denken, maar misschien nog wel het meest aan de muziek van de helaas miskende stadgenoten Luscious Jackson, die in de jaren 90 drie fantastische albums maakten. Hoewel Lucius op het in 2016 verschenen Good Grief met overtuiging de afslag richting pop nam, vond ik ook het tweede album van de Amerikaanse band zeer de moeite waard, waarna ook het in 2018 verschenen tussendoortje NUDES met covers en herbewerkingen van oude songs er in ging is als koek.
Na Good Grief waren Jess Wolfe en Holly Laessig te horen op talloze albums en gingen ze bovendien als achtergrondzangeressen op tournee met Roger Waters, maar tijdens de corona lockdowns was er volop tijd voor het opnemen van nieuwe muziek. Second Nature werd tijdens deze lockdowns opgenomen in Los Angeles en verscheen aan het begin van de lente.
Ondanks mijn liefde voor de eerste drie albums van de New Yorkse band en de nog altijd uitstekende zang van Jess Wolfe en Holly Laessig, kon Second Nature me in eerste instantie maar weinig boeien. Lucius is op haar vierde album nog wat verder opgeschoven richting pop en laat zich op Second Nature beïnvloeden door de discopop uit de jaren 70, 80 en 90, hier en daar verrijkt met een snufje Prince, flink wat Bee Gees, een beetje ABBA en naarmate het album vordert ook flink wat van de perfect gezongen maar ook aalgladde pop van Wilson Phillips.
Voor de productie van Second Nature riep Lucius de hulp in van Brandi Carlile en Dave Cobb, waardoor ik meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek had verwacht, maar die zijn op het nieuwe album van Lucius nauwelijks te horen. Second Nature opent met zwoele klanken en Chic gitaarlijnen en violen, waardoor je direct een aantal decennia wordt teruggeworpen in de tijd.
Het deed me in de koele lente niet zoveel, maar bij de temperaturen van het moment komt de discopop van Lucius verrassend makkelijk tot leven. De muziek klinkt zwoel en moddervet en dat combineert prachtig met de geweldige stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die ook op hun nieuwe album weer de sterren van de hemel zingen.
Dat hoor je nog wat beter wanneer de disco tijdelijk naar de achtergrond verdwijnt en Jess Wolfe en Holly Laessig in 24 nog maar eens laten horen hoe geweldig ze kunnen zingen en hoe perfect hun stemmen bij elkaar kleuren, wat vergelijkingen oproept met de Zweedse zussen van First Aid Kit of met de stemmen van hun landgenoten ABBA.
In muzikaal opzicht vind ik Second Nature een stuk minder spannend dan met name het briljante debuutalbum van Lucius, maar wanneer je de stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig toelaat, speelt ook Second Nature binnen de kortste keren een gewonnen wedstrijd en blijkt ook het vierde album van Lucius er een van een bijzonder hoog niveau en zeker niet alleen door de weergaloze zang op het album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucius - Second Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucius - Second Nature
Het sensationele debuutalbum Wildewoman gaat Lucius niet meer overtreffen, maar ook op het met een vleugje disco gevulde Second Nature, zingen Jess Wolfe en Holly Laessig weer de sterren van de hemel
Bij beluistering in een koele week in de afgelopen lente viel Second Nature van Lucius me wat tegen. Bij de temperaturen van het moment doet het vleugje disco op het album het een stuk beter en wanneer je wat beter naar het album luistert, blijkt het in muzikaal opzicht interessanter dan het in eerste instantie lijkt. Ook op Second Nature moet Lucius het echter vooral hebben van de geweldige stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die ook op het vierde album van Lucius weer hemeltergend mooi zingen, waardoor ik Second Nature bij iedere luisterbeurt mooier en indrukwekkender vind en de New Yorkse band toch weer ruim boven het maaiveld uitsteekt.
Ik was in 2014 enorm onder de indruk van Wildewoman, het al in 2013 verschenen debuutalbum van de New Yorkse band Lucius. Op hun debuutalbum imponeerde de band rond zangeressen Jess Wolfe en Holly Laessig allereerst met geweldige vocalen, maar ook de avontuurlijke songs en de bijzondere mix van invloeden maakten van Wildewoman een zeer memorabel debuutalbum, dat aan het eind van 2014 terecht opdook in nogal wat jaarlijstjes, waaronder dat van mij.
De muziek van Lucius deed op Wildewoman aan van alles en nog wat denken, maar misschien nog wel het meest aan de muziek van de helaas miskende stadgenoten Luscious Jackson, die in de jaren 90 drie fantastische albums maakten. Hoewel Lucius op het in 2016 verschenen Good Grief met overtuiging de afslag richting pop nam, vond ik ook het tweede album van de Amerikaanse band zeer de moeite waard, waarna ook het in 2018 verschenen tussendoortje NUDES met covers en herbewerkingen van oude songs er in ging is als koek.
Na Good Grief waren Jess Wolfe en Holly Laessig te horen op talloze albums en gingen ze bovendien als achtergrondzangeressen op tournee met Roger Waters, maar tijdens de corona lockdowns was er volop tijd voor het opnemen van nieuwe muziek. Second Nature werd tijdens deze lockdowns opgenomen in Los Angeles en verscheen aan het begin van de lente.
Ondanks mijn liefde voor de eerste drie albums van de New Yorkse band en de nog altijd uitstekende zang van Jess Wolfe en Holly Laessig, kon Second Nature me in eerste instantie maar weinig boeien. Lucius is op haar vierde album nog wat verder opgeschoven richting pop en laat zich op Second Nature beïnvloeden door de discopop uit de jaren 70, 80 en 90, hier en daar verrijkt met een snufje Prince, flink wat Bee Gees, een beetje ABBA en naarmate het album vordert ook flink wat van de perfect gezongen maar ook aalgladde pop van Wilson Phillips.
Voor de productie van Second Nature riep Lucius de hulp in van Brandi Carlile en Dave Cobb, waardoor ik meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek had verwacht, maar die zijn op het nieuwe album van Lucius nauwelijks te horen. Second Nature opent met zwoele klanken en Chic gitaarlijnen en violen, waardoor je direct een aantal decennia wordt teruggeworpen in de tijd.
Het deed me in de koele lente niet zoveel, maar bij de temperaturen van het moment komt de discopop van Lucius verrassend makkelijk tot leven. De muziek klinkt zwoel en moddervet en dat combineert prachtig met de geweldige stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig, die ook op hun nieuwe album weer de sterren van de hemel zingen.
Dat hoor je nog wat beter wanneer de disco tijdelijk naar de achtergrond verdwijnt en Jess Wolfe en Holly Laessig in 24 nog maar eens laten horen hoe geweldig ze kunnen zingen en hoe perfect hun stemmen bij elkaar kleuren, wat vergelijkingen oproept met de Zweedse zussen van First Aid Kit of met de stemmen van hun landgenoten ABBA.
In muzikaal opzicht vind ik Second Nature een stuk minder spannend dan met name het briljante debuutalbum van Lucius, maar wanneer je de stemmen van Jess Wolfe en Holly Laessig toelaat, speelt ook Second Nature binnen de kortste keren een gewonnen wedstrijd en blijkt ook het vierde album van Lucius er een van een bijzonder hoog niveau en zeker niet alleen door de weergaloze zang op het album. Erwin Zijleman
Lucius - Wildewoman (2013)

5,0
0
geplaatst: 30 maart 2014, 10:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucius - Wildewoman - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Lucius is een band uit Brooklyn, New York. Van deze band trekken met name de twee zangeressen, Jess Wolfe en Holly Laessig, de aandacht. De twee waren vorig jaar al te horen op de prachtige plaat van San Fermin en zijn nu de smaakmakers op het debuut van Lucius, Wildewoman. Het is een debuut dat een nachtmerrie zal zijn voor een ieder die een plaat bij voorkeur in een hokje wil duwen. Het debuut van Lucius maakt dit vrijwel onmogelijk. Wildewoman begint bij de Phil Spector pop uit de jaren 60, maar sleept je vervolgens mee in een woeste roller coaster ride langs een aantal decennia popmuziek. Lucius maakt muziek die opvalt door de fraaie instrumentatie en imponeert door de vocalen van Jess Wolfe en Holly Laessig. De instrumentatie op Wildewoman is opvallend veelkleurig. De band kan haar songs inkleuren met stemmige muziek die raakt aan die in het Amerikaanse rootssegment, maar Lucius is ook niet vies van lichtvoetige indie-pop, verleidelijke powerpop, wat zwaarder aangezette electropop of honingzoete popmuziek die uitstekend gedijt in het mooie lenteweer van het moment. Het is een instrumentatie die varieert van bijzonder smaakvol tot bijna kitscherig, maar die altijd een opvallend eigen geluid heeft waarin het detail een belangrijke rol speelt. In de meer roots georiënteerde songs zijn er de prachtige gitaarlijnen, in de springerige indie-pop de aanstekelijke elementen als handgeklap of meedogenloos verleidelijke refreinen. Lucius springt zo van Neko Case naar de B52’s en van Cults naar The Ronnettes, maar doet misschien nog wel het meest denken aan de in de jaren 90 zwaar ondergewaardeerde stadsgenoten Luscious Jackson. Wildewoman is in muzikaal opzicht zoals gezegd een opvallende plaat. Lucius slaagt er in om meerdere tegenpolen met elkaar te verbinden en maakt muziek die rauw en zoet, stekelig en aanstekelijk en lichtvoetig en experimenteel is. Zonder vocalen zou het al een prima plaat zijn, maar de vocalen van Jess Wolfe en Holly Laessig maken van Wildewoman van Lucius een geweldige plaat. Jess Wolfe en Holly Laessig beschikken over krachtige stemmen die op één of andere manier goed bij elkaar passen. Ze slagen er bovendien in om met hun stemmen perfect aan te sluiten op de muziek van de drie multi-instrumentalisten in de band. In de meer roots georiënteerde songs zingt het tweetal met veel emotie en een lichte snik, maar als de zon moet schijnen, schijnt deze ook fel. En wanneer de muziek van Lucius een rauw of stekelig randje heeft, verschijnt dit ook in de stemmen van de twee zangeressen. Wildewoman van Lucius is uiteindelijk een plaat die niet of nauwelijks lijkt op die van de concurrentie. De band uit New York beschikt over een opvallend geluid dat alle kanten op schiet. Het is een geluid dat niet bang is om tegen de haren in te strijken, maar uiteindelijk is beluistering van Wildewoman van Lucius uitsluitend een genot. Een van de memorabele debuten van 2014; dat durf ik nu al wel te zeggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucius - Wildewoman - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Lucius is een band uit Brooklyn, New York. Van deze band trekken met name de twee zangeressen, Jess Wolfe en Holly Laessig, de aandacht. De twee waren vorig jaar al te horen op de prachtige plaat van San Fermin en zijn nu de smaakmakers op het debuut van Lucius, Wildewoman. Het is een debuut dat een nachtmerrie zal zijn voor een ieder die een plaat bij voorkeur in een hokje wil duwen. Het debuut van Lucius maakt dit vrijwel onmogelijk. Wildewoman begint bij de Phil Spector pop uit de jaren 60, maar sleept je vervolgens mee in een woeste roller coaster ride langs een aantal decennia popmuziek. Lucius maakt muziek die opvalt door de fraaie instrumentatie en imponeert door de vocalen van Jess Wolfe en Holly Laessig. De instrumentatie op Wildewoman is opvallend veelkleurig. De band kan haar songs inkleuren met stemmige muziek die raakt aan die in het Amerikaanse rootssegment, maar Lucius is ook niet vies van lichtvoetige indie-pop, verleidelijke powerpop, wat zwaarder aangezette electropop of honingzoete popmuziek die uitstekend gedijt in het mooie lenteweer van het moment. Het is een instrumentatie die varieert van bijzonder smaakvol tot bijna kitscherig, maar die altijd een opvallend eigen geluid heeft waarin het detail een belangrijke rol speelt. In de meer roots georiënteerde songs zijn er de prachtige gitaarlijnen, in de springerige indie-pop de aanstekelijke elementen als handgeklap of meedogenloos verleidelijke refreinen. Lucius springt zo van Neko Case naar de B52’s en van Cults naar The Ronnettes, maar doet misschien nog wel het meest denken aan de in de jaren 90 zwaar ondergewaardeerde stadsgenoten Luscious Jackson. Wildewoman is in muzikaal opzicht zoals gezegd een opvallende plaat. Lucius slaagt er in om meerdere tegenpolen met elkaar te verbinden en maakt muziek die rauw en zoet, stekelig en aanstekelijk en lichtvoetig en experimenteel is. Zonder vocalen zou het al een prima plaat zijn, maar de vocalen van Jess Wolfe en Holly Laessig maken van Wildewoman van Lucius een geweldige plaat. Jess Wolfe en Holly Laessig beschikken over krachtige stemmen die op één of andere manier goed bij elkaar passen. Ze slagen er bovendien in om met hun stemmen perfect aan te sluiten op de muziek van de drie multi-instrumentalisten in de band. In de meer roots georiënteerde songs zingt het tweetal met veel emotie en een lichte snik, maar als de zon moet schijnen, schijnt deze ook fel. En wanneer de muziek van Lucius een rauw of stekelig randje heeft, verschijnt dit ook in de stemmen van de twee zangeressen. Wildewoman van Lucius is uiteindelijk een plaat die niet of nauwelijks lijkt op die van de concurrentie. De band uit New York beschikt over een opvallend geluid dat alle kanten op schiet. Het is een geluid dat niet bang is om tegen de haren in te strijken, maar uiteindelijk is beluistering van Wildewoman van Lucius uitsluitend een genot. Een van de memorabele debuten van 2014; dat durf ik nu al wel te zeggen. Erwin Zijleman
Lucrecia Dalt - ¡Ay! (2022)

4,0
0
geplaatst: 24 december 2022, 10:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucrecia Dalt - ¡Ay! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucrecia Dalt - ¡Ay!
De Colombiaanse muzikante Lucrecia Dalt verrast op ¡Ay! met een fascinerende mix van klanken en een bijzondere mix van invloeden, wat een prachtig album oplevert dat met geen enkel ander album is te vergelijken
Ik kwam ¡Ay! van Lucrecia Dalt de afgelopen weken in een aantal jaarlijstjes tegen, maar nooit zo hoog als in het lijstje van de invloedrijke Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork. Het is een prachtige tip van Pitchfork, want ¡Ay! is een uniek album. De Colombiaanse muzikante Lucrecia Dalt begon in haar huidige woonplaats Berlijn met de Latijns-Amerikaanse muziek waarmee ze opgroeide, maar voegde vervolgens de meest uiteenlopende invloeden toe. Het levert een uniek klinkend album vol experiment op, maar ¡Ay! klinkt ondanks de soms bijna vervreemdende klanken en songstructuren ook verrassend toegankelijk. Inderdaad een jaarlijstjesalbum dit intrigerende ¡Ay!.
¡Ay! Van Lucrecia Dalt dook vorige week op in de top tien van het jaarlijstje van de gerenommeerde Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork. Het jaarlijstje van Pitchfork is voor mij ieder jaar weer een belangrijke bron van inspiratie, maar ik ben nog maar zelden zo verrast als door ¡Ay! van Lucrecia Dalt.
¡Ay! is mijn eerste kennismaking met de muziek van de vanuit Berlijn opererende Colombiaanse muzikante, die toch al een flinke stapel albums op haar naam heeft staan. Het zijn albums die vooralsnog wat onderbelicht zijn gebleven en die bovendien vaak het etiket avant-garde opgeplakt hebben gekregen. Dat is een genre waar ik niet erg in thuis ben en ook maar beperkt in geïnteresseerd ben, wat zou kunnen verklaren waarom ik de muziek van Lucrecia Dalt nu pas heb ontdekt.
¡Ay! is zeker geen alledaags album en hier en daar een album waarop het experiment stevig wordt opgezocht, maar desondanks vind ik het etiket avant-garde maar beperkt van toepassing op het laatste album van de Colombiaanse muzikante. ¡Ay! is misschien geen alledaags en bij vlagen een experimenteel album, maar het is zeker geen ontoegankelijk album. Lucrecia Dalt smeedt op ¡Ay! meerdere invloeden aan elkaar, wat een bijzonder klankentapijt en een serie unieke songs oplevert.
De Colombiaanse muzikante begint dicht bij huis met de traditionele Colombiaanse en Zuid-Amerikaanse muziek waarmee ze opgroeide. Deze invloeden worden op ¡Ay! op bijzondere wijze vermengd met invloeden uit met name de ambient, waarna de al unieke muzikale cocktail verder op smaak wordt gebracht met vleugjes avant-garde, jazz, pop en elektronica.
In muzikaal opzicht klink ¡Ay! echt prachtig. De meeste songs zijn behoorlijk ingetogen en slepen zich in een laag tempo voort, maar er gebeurt echt van alles in de songs van Lucrecia Dalt. Bijzondere ritmes met een hang naar Latijns-Amerikaanse muziek worden gecombineerd met stemmige strijkers en broeierig klinkende blazers. De organische klanken in het geluid van Lucrecia Dalt worden vervolgens gecombineerd met behoorlijk eigenzinnige en vaak wat duistere elektronica, wat bijzondere contrasten oplevert. Deze contrasten worden versterkt door de over het algemeen zachte zang van de Colombiaanse muzikante, die haar Spaanstalige teksten soms bijna voordraagt.
Het levert een album op dat geen moment in een hokje is te duwen, dat zeer uiteenlopende genres combineert en dat vol spannende uitstapjes zit, maar dat ook bijzonder aangenaam klinkt. ¡Ay! is aan de ene kant een bijzondere luistertrip die je op de achtergrond voort kunt laten kabbelen, maar het is ook een album waarop ieder detail er toe doet en bijdraagt aan een uniek eigen geluid.
Ik ken geen enkel album dat lijkt op ¡Ay! van Lucrecia Dalt en het is een album dat me direct bij eerste beluistering dierbaar was. Aan de andere kant heb ik, ook na flink wat keren horen, nog altijd niet het idee dat ik grip heb op het album of dat ik alle bijzondere wendingen op het album inmiddels wel heb gehoord.
Ik blijf me verbazen over de prachtige klanken, de bijzondere songstructuren en de benevelende zang van de Colombiaanse muzikante. Het is zoals gezegd een van de beste tips die ik tot dusver uit een jaarlijstje van Pitchfork heb gehaald. En dat Pitchfork ¡Ay! van Lucrecia Dalt in de top 10 van haar jaarlijstje heeft gezegd vind ik inmiddels logisch en volkomen terecht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucrecia Dalt - ¡Ay! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucrecia Dalt - ¡Ay!
De Colombiaanse muzikante Lucrecia Dalt verrast op ¡Ay! met een fascinerende mix van klanken en een bijzondere mix van invloeden, wat een prachtig album oplevert dat met geen enkel ander album is te vergelijken
Ik kwam ¡Ay! van Lucrecia Dalt de afgelopen weken in een aantal jaarlijstjes tegen, maar nooit zo hoog als in het lijstje van de invloedrijke Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork. Het is een prachtige tip van Pitchfork, want ¡Ay! is een uniek album. De Colombiaanse muzikante Lucrecia Dalt begon in haar huidige woonplaats Berlijn met de Latijns-Amerikaanse muziek waarmee ze opgroeide, maar voegde vervolgens de meest uiteenlopende invloeden toe. Het levert een uniek klinkend album vol experiment op, maar ¡Ay! klinkt ondanks de soms bijna vervreemdende klanken en songstructuren ook verrassend toegankelijk. Inderdaad een jaarlijstjesalbum dit intrigerende ¡Ay!.
¡Ay! Van Lucrecia Dalt dook vorige week op in de top tien van het jaarlijstje van de gerenommeerde Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork. Het jaarlijstje van Pitchfork is voor mij ieder jaar weer een belangrijke bron van inspiratie, maar ik ben nog maar zelden zo verrast als door ¡Ay! van Lucrecia Dalt.
¡Ay! is mijn eerste kennismaking met de muziek van de vanuit Berlijn opererende Colombiaanse muzikante, die toch al een flinke stapel albums op haar naam heeft staan. Het zijn albums die vooralsnog wat onderbelicht zijn gebleven en die bovendien vaak het etiket avant-garde opgeplakt hebben gekregen. Dat is een genre waar ik niet erg in thuis ben en ook maar beperkt in geïnteresseerd ben, wat zou kunnen verklaren waarom ik de muziek van Lucrecia Dalt nu pas heb ontdekt.
¡Ay! is zeker geen alledaags album en hier en daar een album waarop het experiment stevig wordt opgezocht, maar desondanks vind ik het etiket avant-garde maar beperkt van toepassing op het laatste album van de Colombiaanse muzikante. ¡Ay! is misschien geen alledaags en bij vlagen een experimenteel album, maar het is zeker geen ontoegankelijk album. Lucrecia Dalt smeedt op ¡Ay! meerdere invloeden aan elkaar, wat een bijzonder klankentapijt en een serie unieke songs oplevert.
De Colombiaanse muzikante begint dicht bij huis met de traditionele Colombiaanse en Zuid-Amerikaanse muziek waarmee ze opgroeide. Deze invloeden worden op ¡Ay! op bijzondere wijze vermengd met invloeden uit met name de ambient, waarna de al unieke muzikale cocktail verder op smaak wordt gebracht met vleugjes avant-garde, jazz, pop en elektronica.
In muzikaal opzicht klink ¡Ay! echt prachtig. De meeste songs zijn behoorlijk ingetogen en slepen zich in een laag tempo voort, maar er gebeurt echt van alles in de songs van Lucrecia Dalt. Bijzondere ritmes met een hang naar Latijns-Amerikaanse muziek worden gecombineerd met stemmige strijkers en broeierig klinkende blazers. De organische klanken in het geluid van Lucrecia Dalt worden vervolgens gecombineerd met behoorlijk eigenzinnige en vaak wat duistere elektronica, wat bijzondere contrasten oplevert. Deze contrasten worden versterkt door de over het algemeen zachte zang van de Colombiaanse muzikante, die haar Spaanstalige teksten soms bijna voordraagt.
Het levert een album op dat geen moment in een hokje is te duwen, dat zeer uiteenlopende genres combineert en dat vol spannende uitstapjes zit, maar dat ook bijzonder aangenaam klinkt. ¡Ay! is aan de ene kant een bijzondere luistertrip die je op de achtergrond voort kunt laten kabbelen, maar het is ook een album waarop ieder detail er toe doet en bijdraagt aan een uniek eigen geluid.
Ik ken geen enkel album dat lijkt op ¡Ay! van Lucrecia Dalt en het is een album dat me direct bij eerste beluistering dierbaar was. Aan de andere kant heb ik, ook na flink wat keren horen, nog altijd niet het idee dat ik grip heb op het album of dat ik alle bijzondere wendingen op het album inmiddels wel heb gehoord.
Ik blijf me verbazen over de prachtige klanken, de bijzondere songstructuren en de benevelende zang van de Colombiaanse muzikante. Het is zoals gezegd een van de beste tips die ik tot dusver uit een jaarlijstje van Pitchfork heb gehaald. En dat Pitchfork ¡Ay! van Lucrecia Dalt in de top 10 van haar jaarlijstje heeft gezegd vind ik inmiddels logisch en volkomen terecht. Erwin Zijleman
Lucrecia Dalt - A Danger to Ourselves (2025)

4,0
1
geplaatst: 10 september 2025, 17:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucrecia Dalt - A Danger To Ourselves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucrecia Dalt - A Danger To Ourselves
Lucrecia Dalt heeft inmiddels al flink wat albums op haar naam staan en trekt steeds meer aandacht met haar muziek, wat ook zeker zal gaan lukken met het bijzondere maar ook mooie en toegankelijke A Danger To Ourselves
Ik leerde de muziek van de Colombiaanse muzikante een kleine drie jaar geleden kennen en ¡Ay! was een intrigerende kennismaking. De vanuit Berlijn werkende muzikante verwerkte op dit album nogal wat invloeden en omarmde het experiment, maar toch was het zeker geen overdreven moeilijk album. Op het deze week verschenen A Danger To Ourselves klinkt de muziek van Lucrecia Dalt nog wat toegankelijker, maar dat betekent niet dat ze opeens aanstekelijke popdeuntjes maakt. Ook op A Danger To Ourselves maakt Lucrecia Dalt bijzondere muziek met uiteenlopende invloeden en een opvallende inkleuring. Ze heeft het allemaal prachtig geproduceerd, samen met David Sylvian. De definitieve doorbraak van de Colombiaanse muzikante zou niet meer dan terecht zijn.
De Spaanstalige muziek doet het goed deze week, want naast het buitengewoon fascinerende album van Titanic, verscheen ook nog een album van Lucrecia Dalt. Vorig jaar vond ik een album van Titanic’s Mabe Fratti in de jaarlijstjes en eind 2022 gebeurde hetzelfde met ¡Ay! van Lucrecia Dalt.
Net als de uit Guatemala afkomstige Mabe Fratti maakt de in Colombia geboren Lucrecia Dalt intrigerende muziek. Het is muziek waarin uiteenlopende invloeden worden verwerkt en het experiment zeker niet uit de weg wordt gegaan. Het deze week verschenen A Danger To Ourselves is de opvolger van het in 2022 zo geprezen ¡Ay! en is wederom een zeer interessant album.
Op haar vorige album begon de al een tijdje vanuit Berlijn opererende muzikante met de muziek uit Midden- en Zuid-Amerika waarmee ze opgroeide, maar ze sleepte er vervolgens invloeden uit meerdere genres bij. Ik noemde onder andere ambient, avant-garde, jazz, pop en elektronica, maar dat was slechts het topje van de ijsberg.
Dat klinkt misschien niet heel toegankelijk, maar ondanks de bijzondere mix van invloeden en de liefde voor experiment drong het album zich vrij makkelijk op. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen A Danger To Ourselves, dat in een wat griezelige hoes is gestoken, maar verder alleen maar tot de verbeelding spreekt.
Vergeleken met ¡Ay! klinkt het nieuwe album van de Colombiaanse muzikante nog wat toegankelijker. Lucrecia Dalt verloor de lekker in het gehoor liggende popsong op haar vorige album soms flink uit het oog, maar op A Danger To Ourselves blijft deze popsong altijd in zicht. Het betekent zeker niet dat Lucrecia Dalt het experiment volledig heeft los gelaten, want ook op haar nieuwe album maakt ze eigenzinnige muziek, die invloeden uit verschillende genres verwerkt, waarbij invloeden uit de pop en de jazz wat mij betreft de hoofdrol spelen.
Op A Danger To Ourselves worden Engels en Spaans afgewisseld en hetzelfde geldt voor gezongen en meer gesproken teksten. Het duale karakter van de muziek van Lucrecia Dalt hoor je verder terug in de muziek, waarin akoestische instrumenten en elektronica elkaar afwisselen of in elkaar vloeien. Het zijn vaak bijzondere en soms wat vervreemdende klanken, die door nadrukkelijk aanwezige percussie bij elkaar worden gehouden. Het past allemaal goed bij de mooie en expressieve stem van Lucrecia Dalt, die zich zowel in het Spaans als in het Engels goed weet te redden.
De Colombiaanse muzikante produceerde haar nieuwe album samen met niemand minder dan David Sylvian. De stem van de Britse muzikant is ook te horen in de openingstrack van het album, dat verder bijdragen kent van onder andere Juana Molina. David Sylvian tekent incidenteel ook voor het gitaarwerk en heeft samen met Lucrecia Dalt een knap geproduceerd album afgeleverd, dat varieert van enigszins ruw en direct tot smaakvol en beeldend.
Met haar vorige album kon de muzikante uit Berlijn al rekenen op de steun van de critici, die ook weer erg enthousiast zijn over A Danger To Ourselves, maar het veel toegankelijkere geluid op het nieuwe album moet ook een breder publiek aan kunnen spreken. Het vorige album van Lucrecia Dalt was voor mij een album waarvoor ik in de stemming moest zijn, maar haar nieuwe album is er wat mij betreft een die eigenlijk altijd goed tot zijn recht komt, maar die stiekem ook de fantasie blijft prikkelen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lucrecia Dalt - A Danger To Ourselves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucrecia Dalt - A Danger To Ourselves
Lucrecia Dalt heeft inmiddels al flink wat albums op haar naam staan en trekt steeds meer aandacht met haar muziek, wat ook zeker zal gaan lukken met het bijzondere maar ook mooie en toegankelijke A Danger To Ourselves
Ik leerde de muziek van de Colombiaanse muzikante een kleine drie jaar geleden kennen en ¡Ay! was een intrigerende kennismaking. De vanuit Berlijn werkende muzikante verwerkte op dit album nogal wat invloeden en omarmde het experiment, maar toch was het zeker geen overdreven moeilijk album. Op het deze week verschenen A Danger To Ourselves klinkt de muziek van Lucrecia Dalt nog wat toegankelijker, maar dat betekent niet dat ze opeens aanstekelijke popdeuntjes maakt. Ook op A Danger To Ourselves maakt Lucrecia Dalt bijzondere muziek met uiteenlopende invloeden en een opvallende inkleuring. Ze heeft het allemaal prachtig geproduceerd, samen met David Sylvian. De definitieve doorbraak van de Colombiaanse muzikante zou niet meer dan terecht zijn.
De Spaanstalige muziek doet het goed deze week, want naast het buitengewoon fascinerende album van Titanic, verscheen ook nog een album van Lucrecia Dalt. Vorig jaar vond ik een album van Titanic’s Mabe Fratti in de jaarlijstjes en eind 2022 gebeurde hetzelfde met ¡Ay! van Lucrecia Dalt.
Net als de uit Guatemala afkomstige Mabe Fratti maakt de in Colombia geboren Lucrecia Dalt intrigerende muziek. Het is muziek waarin uiteenlopende invloeden worden verwerkt en het experiment zeker niet uit de weg wordt gegaan. Het deze week verschenen A Danger To Ourselves is de opvolger van het in 2022 zo geprezen ¡Ay! en is wederom een zeer interessant album.
Op haar vorige album begon de al een tijdje vanuit Berlijn opererende muzikante met de muziek uit Midden- en Zuid-Amerika waarmee ze opgroeide, maar ze sleepte er vervolgens invloeden uit meerdere genres bij. Ik noemde onder andere ambient, avant-garde, jazz, pop en elektronica, maar dat was slechts het topje van de ijsberg.
Dat klinkt misschien niet heel toegankelijk, maar ondanks de bijzondere mix van invloeden en de liefde voor experiment drong het album zich vrij makkelijk op. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen A Danger To Ourselves, dat in een wat griezelige hoes is gestoken, maar verder alleen maar tot de verbeelding spreekt.
Vergeleken met ¡Ay! klinkt het nieuwe album van de Colombiaanse muzikante nog wat toegankelijker. Lucrecia Dalt verloor de lekker in het gehoor liggende popsong op haar vorige album soms flink uit het oog, maar op A Danger To Ourselves blijft deze popsong altijd in zicht. Het betekent zeker niet dat Lucrecia Dalt het experiment volledig heeft los gelaten, want ook op haar nieuwe album maakt ze eigenzinnige muziek, die invloeden uit verschillende genres verwerkt, waarbij invloeden uit de pop en de jazz wat mij betreft de hoofdrol spelen.
Op A Danger To Ourselves worden Engels en Spaans afgewisseld en hetzelfde geldt voor gezongen en meer gesproken teksten. Het duale karakter van de muziek van Lucrecia Dalt hoor je verder terug in de muziek, waarin akoestische instrumenten en elektronica elkaar afwisselen of in elkaar vloeien. Het zijn vaak bijzondere en soms wat vervreemdende klanken, die door nadrukkelijk aanwezige percussie bij elkaar worden gehouden. Het past allemaal goed bij de mooie en expressieve stem van Lucrecia Dalt, die zich zowel in het Spaans als in het Engels goed weet te redden.
De Colombiaanse muzikante produceerde haar nieuwe album samen met niemand minder dan David Sylvian. De stem van de Britse muzikant is ook te horen in de openingstrack van het album, dat verder bijdragen kent van onder andere Juana Molina. David Sylvian tekent incidenteel ook voor het gitaarwerk en heeft samen met Lucrecia Dalt een knap geproduceerd album afgeleverd, dat varieert van enigszins ruw en direct tot smaakvol en beeldend.
Met haar vorige album kon de muzikante uit Berlijn al rekenen op de steun van de critici, die ook weer erg enthousiast zijn over A Danger To Ourselves, maar het veel toegankelijkere geluid op het nieuwe album moet ook een breder publiek aan kunnen spreken. Het vorige album van Lucrecia Dalt was voor mij een album waarvoor ik in de stemming moest zijn, maar haar nieuwe album is er wat mij betreft een die eigenlijk altijd goed tot zijn recht komt, maar die stiekem ook de fantasie blijft prikkelen. Erwin Zijleman
Lucy Dacus - Forever Is a Feeling (2025)
Alternatieve titel: Forever Is a Feeling: The Archives

4,5
1
geplaatst: 29 maart 2025, 11:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Dacus - Forever Is A Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Dacus - Forever Is A Feeling
Lucy Dacus levert na het prachtalbum van boygenius met Forever Is A Feeling alweer haar vierde soloalbum af en het prachtig geproduceerde, zeer persoonlijke en uiterst veelzijdige album is haar beste tot dusver
Direct vanaf de eerste noten van Forever Is A Feeling is duidelijk dat Lucy Dacus op haar vierde album nieuwe wegen in slaat. Het geluid op het album is meer gelaagd en veelzijdiger, de songs zijn persoonlijker en intiemer en de stem van Lucy Dacus klinkt mooier. Samen met topproducer Blake Mills tekent de Amerikaanse muzikante voor een prachtig geluid, dat haar songs voorziet van nog wat meer glans. Bijgestaan door een aantal gasten van naam en faam, onder wie uiteraard haar boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers, heeft Lucy Dacus een prachtalbum gemaakt, dat de lat hoog legt voor de andere vrouwelijke muzikanten uit de indie scene van het moment.
Lucy Dacus stond lange tijd wat in de schaduw van haar boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar met het deze week verschenen Forever Is A Feeling stapt de Amerikaanse muzikante wat mij betreft definitief uit de schaduw van haar medebandleden. Lucy Dacus heeft na de release van haar nieuwe album niet alleen meer soloalbums op haar naam staan dan Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar heeft bovendien een album afgeleverd waarop menig indie muzikant dit jaar de tanden stuk zal bijten.
Dat Lucy Dacus een geweldig album heeft gemaakt is op zich natuurlijk geen verrassing, want met No Burden (2016), Historian (2018) en Home Video (2021) leverde ze al drie geweldige albums af. Het zijn albums waarop ze zowel uit de voeten kon met ingetogen folksongs als met lekker stevige indierock, wat de albums voorzag van flink wat dynamiek.
De muziek van Lucy Dacus klonk in het verleden redelijk basic, maar op Forever Is A Feeling laat ze een wat voller en rijker geluid horen. Lucy Dacus produceerde haar nieuwe album samen met de geweldige muzikant en producer Blake Mills (Feist, Laura Marling, Jesca Hoop), die ook al schitterde op het vorige week verschenen album van Japanese Breakfast. Blake Mills heeft het album voorzien van een mooi maar ook avontuurlijk geluid, waarin steeds bijzondere klanken opduiken en waaraan af en toe fraaie strijkersarrangementen zijn toegevoegd.
De naam van Blake Mills is niet de enige grote naam op de gastenlijst, want ook Madison Cunningham, Phoenix Rousiamanis, Bartees Strange, Hozier en Melina Duterte (Jay Som) zijn te horen en uiteraard zijn ook boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers van de partij.
In muzikaal opzicht is Forever Is A Feeling wat mij betreft een stuk interessanter dan de vorige drie albums van Lucy Dacus en ook haar zang vind ik nog een stuk overtuigender. De stem van Lucy Dacus vond ik in het verleden minder dan die van Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar de zang op haar nieuwe album is echt heel mooi.
Lucy Dacus worstelde op haar eerste drie 'coming of age' albums nog vooral met het volwassen worden, maar op Forever Is A Feeling omarmt ze de liefde, die ze inmiddels deelt met haar boygenius collega Julien Baker, wat een aantal zeer persoonlijke beschouwingen oplevert.
Lucy Dacus werkte op haar vorige album Home Video al aan een meer eigen geluid en dit heeft ze gevonden op haar vierde album. Het album bevat een aantal behoorlijk vol klinkende songs, maar met een intieme folksong als For Keeps maakt de Amerikaanse muzikante net zo makkelijk indruk.
Lucy Dacus maakt ook op Forever Is A Feeling de indiepop en indierock van het moment, maar meer dan op haar vorige albums kunnen haar songs dit keer ook nostalgisch klinken. Het levert een verrassend veelkleurig album op, maar alle songs bevatten de karakteristieke handtekening van Lucy Dacus, die zich nog wat meer bloot geeft dan op haar vorige albums, wat van Forever Is A Feeling een intiem album maakt.
Het is een album dat enorm profiteert van het vakwerk van Blake Mills, die weer eens laat horen hoe belangrijk een goede producer is. Ik was al zeer gecharmeerd van de eerste drie albums van Lucy Dacus en zeker van haar vorige album Home Video, maar op Forever Is A Feeling zet de Amerikaanse muzikante wat mij betreft een enorme stap. Wat een prachtalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lucy Dacus - Forever Is A Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Dacus - Forever Is A Feeling
Lucy Dacus levert na het prachtalbum van boygenius met Forever Is A Feeling alweer haar vierde soloalbum af en het prachtig geproduceerde, zeer persoonlijke en uiterst veelzijdige album is haar beste tot dusver
Direct vanaf de eerste noten van Forever Is A Feeling is duidelijk dat Lucy Dacus op haar vierde album nieuwe wegen in slaat. Het geluid op het album is meer gelaagd en veelzijdiger, de songs zijn persoonlijker en intiemer en de stem van Lucy Dacus klinkt mooier. Samen met topproducer Blake Mills tekent de Amerikaanse muzikante voor een prachtig geluid, dat haar songs voorziet van nog wat meer glans. Bijgestaan door een aantal gasten van naam en faam, onder wie uiteraard haar boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers, heeft Lucy Dacus een prachtalbum gemaakt, dat de lat hoog legt voor de andere vrouwelijke muzikanten uit de indie scene van het moment.
Lucy Dacus stond lange tijd wat in de schaduw van haar boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar met het deze week verschenen Forever Is A Feeling stapt de Amerikaanse muzikante wat mij betreft definitief uit de schaduw van haar medebandleden. Lucy Dacus heeft na de release van haar nieuwe album niet alleen meer soloalbums op haar naam staan dan Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar heeft bovendien een album afgeleverd waarop menig indie muzikant dit jaar de tanden stuk zal bijten.
Dat Lucy Dacus een geweldig album heeft gemaakt is op zich natuurlijk geen verrassing, want met No Burden (2016), Historian (2018) en Home Video (2021) leverde ze al drie geweldige albums af. Het zijn albums waarop ze zowel uit de voeten kon met ingetogen folksongs als met lekker stevige indierock, wat de albums voorzag van flink wat dynamiek.
De muziek van Lucy Dacus klonk in het verleden redelijk basic, maar op Forever Is A Feeling laat ze een wat voller en rijker geluid horen. Lucy Dacus produceerde haar nieuwe album samen met de geweldige muzikant en producer Blake Mills (Feist, Laura Marling, Jesca Hoop), die ook al schitterde op het vorige week verschenen album van Japanese Breakfast. Blake Mills heeft het album voorzien van een mooi maar ook avontuurlijk geluid, waarin steeds bijzondere klanken opduiken en waaraan af en toe fraaie strijkersarrangementen zijn toegevoegd.
De naam van Blake Mills is niet de enige grote naam op de gastenlijst, want ook Madison Cunningham, Phoenix Rousiamanis, Bartees Strange, Hozier en Melina Duterte (Jay Som) zijn te horen en uiteraard zijn ook boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers van de partij.
In muzikaal opzicht is Forever Is A Feeling wat mij betreft een stuk interessanter dan de vorige drie albums van Lucy Dacus en ook haar zang vind ik nog een stuk overtuigender. De stem van Lucy Dacus vond ik in het verleden minder dan die van Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar de zang op haar nieuwe album is echt heel mooi.
Lucy Dacus worstelde op haar eerste drie 'coming of age' albums nog vooral met het volwassen worden, maar op Forever Is A Feeling omarmt ze de liefde, die ze inmiddels deelt met haar boygenius collega Julien Baker, wat een aantal zeer persoonlijke beschouwingen oplevert.
Lucy Dacus werkte op haar vorige album Home Video al aan een meer eigen geluid en dit heeft ze gevonden op haar vierde album. Het album bevat een aantal behoorlijk vol klinkende songs, maar met een intieme folksong als For Keeps maakt de Amerikaanse muzikante net zo makkelijk indruk.
Lucy Dacus maakt ook op Forever Is A Feeling de indiepop en indierock van het moment, maar meer dan op haar vorige albums kunnen haar songs dit keer ook nostalgisch klinken. Het levert een verrassend veelkleurig album op, maar alle songs bevatten de karakteristieke handtekening van Lucy Dacus, die zich nog wat meer bloot geeft dan op haar vorige albums, wat van Forever Is A Feeling een intiem album maakt.
Het is een album dat enorm profiteert van het vakwerk van Blake Mills, die weer eens laat horen hoe belangrijk een goede producer is. Ik was al zeer gecharmeerd van de eerste drie albums van Lucy Dacus en zeker van haar vorige album Home Video, maar op Forever Is A Feeling zet de Amerikaanse muzikante wat mij betreft een enorme stap. Wat een prachtalbum. Erwin Zijleman
Lucy Dacus - Historian (2018)

4,5
0
geplaatst: 8 maart 2018, 15:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Dacus - Historian - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Lucy Dacus leverde in de zomer van 2016 met No Burden een prima debuut af. De piepjonge singer-songwriter uit Richmond, Virginia, combineerde melodieuze songs met lekker rauwe gitaarriffs, waarmee ze aansloot bij een aantal veelbelovende jonge vrouwelijke singer-songwriters van dat moment.
No Burden was een prima debuut vol belofte en die belofte komt er nu op indrukwekkende wijze uit op de tweede plaat van Lucy Dacus.
Ook op Historian verrast Lucy Dacus met geweldige gitaarriffs en hier en daar zelfs een hoge gitaarmuur, maar de Amerikaanse singer-songwriter weet het gitaargeweld dit keer prima te doseren, waardoor ook meer ingetogen passages ruimte krijgen op haar tweede plaat.
Het voorziet Historian van meer dynamiek dan zijn voorganger, waardoor de nog altijd bijzonder melodieuze songs van Lucy Dacus nog beter uit de verf komen. Lucy Dacus zocht op haar debuut nog naar een eigen geluid, maar heeft dat op haar tweede plaat gevonden. De songs op Historian klinken zelfverzekerd dankzij het bij vlagen lekker stevige gitaarwerk, maar ook de stem van Lucy Dacus heeft aan kracht gewonnen.
Het is een stem met een eigen geluid en het is een stem vol gevoel en dynamiek, waardoor de songs van Lucy Dacus zich makkelijk opdringen. De singer-songwriter uit Richmond, Virginia, sluit met haar tweede plaat aan bij een heel contingent eigenzinnige jonge vrouwelijke singer-songwriters, waaronder de zo geprezen Julien Baker, maar valt ook direct op door het verwerken van uiteenlopende invloeden.
Het is niet eens zo makkelijk om hier de vinger op te leggen, want de muziek van Lucy Dacus laat zich lastig vergelijken met de muziek van anderen en verwerkt invloeden uit het verleden bovendien op subtiele wijze. Het is knap hoe ze een rauw en ingetogen popliedje in een paar noten kan laten ontsporen in bijna pompeuze 70s rock, om vervolgens net zo snel weer terug te keren naar de basis. Hetzelfde doet ze ook met invloeden uit de 70s new wave of met invloeden uit de zoete pop van Fleetwood Mac (opeens hoor je dat de stem van Lucy Dacus soms ook behoorlijk lijkt op die van Stevie Nicks), wat goed illustreert welke kanten het zoal op kan gaan.
Het maakt van beluistering van Historian een fascinerende luisterervaring, waarbij de liefde voor de bijzondere songs van Lucy Dacus snel groeit. Af en toe heeft het wat van Angel Olsen, soms hoor ik wat van Sharon Van Etten, soms wat van Waxahatchee, maar over het algemeen genomen bewandelt Lucy Dacus toch vooral haar eigen weg. Het is een weg vol kuilen, want de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter kan net zo makkelijk stemmig en melodieus als rauw en stekelig zijn.
Historian werkt gemaakt met hetzelfde team dat ook verantwoordelijk was voor het debuut van Lucy Dacus, maar ik hoor een wereld van verschil. Alles dat op No Burden nog voorzichtig in de knop zat, is op Historian tot volle bloei gekomen. De songs van Lucy Dacus verleiden de liefhebber van eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters onmiddellijk, maar groeien hierna nog bijna eindeloos door. Ook in haar teksten laat de Amerikaanse singer-songwriter veel meer diepgang en melancholie horen.
Ik heb de plaat zelfs inmiddels al een aantal weken in mijn bezit en ben zeer gehecht of zelfs verslaafd geraakt aan de bijzondere songs van Lucy Dacus, die de kamer kan vullen met prachtig en soms luid gitaarwerk, maar ook uiterst ingetogen het oor kan strelen met fluisterzachte zang. Voor mij de mooiste plaat van het moment en dat zegt wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Dacus - Historian - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Lucy Dacus leverde in de zomer van 2016 met No Burden een prima debuut af. De piepjonge singer-songwriter uit Richmond, Virginia, combineerde melodieuze songs met lekker rauwe gitaarriffs, waarmee ze aansloot bij een aantal veelbelovende jonge vrouwelijke singer-songwriters van dat moment.
No Burden was een prima debuut vol belofte en die belofte komt er nu op indrukwekkende wijze uit op de tweede plaat van Lucy Dacus.
Ook op Historian verrast Lucy Dacus met geweldige gitaarriffs en hier en daar zelfs een hoge gitaarmuur, maar de Amerikaanse singer-songwriter weet het gitaargeweld dit keer prima te doseren, waardoor ook meer ingetogen passages ruimte krijgen op haar tweede plaat.
Het voorziet Historian van meer dynamiek dan zijn voorganger, waardoor de nog altijd bijzonder melodieuze songs van Lucy Dacus nog beter uit de verf komen. Lucy Dacus zocht op haar debuut nog naar een eigen geluid, maar heeft dat op haar tweede plaat gevonden. De songs op Historian klinken zelfverzekerd dankzij het bij vlagen lekker stevige gitaarwerk, maar ook de stem van Lucy Dacus heeft aan kracht gewonnen.
Het is een stem met een eigen geluid en het is een stem vol gevoel en dynamiek, waardoor de songs van Lucy Dacus zich makkelijk opdringen. De singer-songwriter uit Richmond, Virginia, sluit met haar tweede plaat aan bij een heel contingent eigenzinnige jonge vrouwelijke singer-songwriters, waaronder de zo geprezen Julien Baker, maar valt ook direct op door het verwerken van uiteenlopende invloeden.
Het is niet eens zo makkelijk om hier de vinger op te leggen, want de muziek van Lucy Dacus laat zich lastig vergelijken met de muziek van anderen en verwerkt invloeden uit het verleden bovendien op subtiele wijze. Het is knap hoe ze een rauw en ingetogen popliedje in een paar noten kan laten ontsporen in bijna pompeuze 70s rock, om vervolgens net zo snel weer terug te keren naar de basis. Hetzelfde doet ze ook met invloeden uit de 70s new wave of met invloeden uit de zoete pop van Fleetwood Mac (opeens hoor je dat de stem van Lucy Dacus soms ook behoorlijk lijkt op die van Stevie Nicks), wat goed illustreert welke kanten het zoal op kan gaan.
Het maakt van beluistering van Historian een fascinerende luisterervaring, waarbij de liefde voor de bijzondere songs van Lucy Dacus snel groeit. Af en toe heeft het wat van Angel Olsen, soms hoor ik wat van Sharon Van Etten, soms wat van Waxahatchee, maar over het algemeen genomen bewandelt Lucy Dacus toch vooral haar eigen weg. Het is een weg vol kuilen, want de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter kan net zo makkelijk stemmig en melodieus als rauw en stekelig zijn.
Historian werkt gemaakt met hetzelfde team dat ook verantwoordelijk was voor het debuut van Lucy Dacus, maar ik hoor een wereld van verschil. Alles dat op No Burden nog voorzichtig in de knop zat, is op Historian tot volle bloei gekomen. De songs van Lucy Dacus verleiden de liefhebber van eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters onmiddellijk, maar groeien hierna nog bijna eindeloos door. Ook in haar teksten laat de Amerikaanse singer-songwriter veel meer diepgang en melancholie horen.
Ik heb de plaat zelfs inmiddels al een aantal weken in mijn bezit en ben zeer gehecht of zelfs verslaafd geraakt aan de bijzondere songs van Lucy Dacus, die de kamer kan vullen met prachtig en soms luid gitaarwerk, maar ook uiterst ingetogen het oor kan strelen met fluisterzachte zang. Voor mij de mooiste plaat van het moment en dat zegt wat. Erwin Zijleman
Lucy Dacus - Home Video (2021)

4,5
3
geplaatst: 26 juni 2021, 10:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Dacus - Home Video - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Dacus - Home Video
Lucy Dacus stond misschien wat in de schaduw van haar Boygenius collega’s Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar eist met Home Video op overtuigende wijze haar plek in de spotlights op
Ik was al erg onder de indruk van de eerste twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter Lucy Dacus, maar haar deze week verschenen derde album is nog veel beter. Lucy Dacus neemt je op Home Video mee terug naar haar jeugd, vertelt indringende verhalen en slaagt er ook nog eens in om iedere keer weer net wat anders te klinken. De instrumentatie is even mooi als veelzijdig en in vocaal opzicht is Home Video nog wat indrukwekkender dan zijn twee voorgangers. Het derde album van Lucy Dacus sleept zich van hoogtepunt naar hoogtepunt en laat horen dat haar terecht geprezen eerste twee albums nog maar het begin waren. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Toen de gelegenheidsband Boygenius aan het eind van 2018 debuteerde met een EP, vooralsnog overigens het enige wapenfeit van het Amerikaanse trio, was Lucy Dacus voor velen de minst bekende van het drietal. De muzikante uit Richmond, Virginia, had weliswaar al twee goed ontvangen albums op haar naam staan, maar deze hadden minder aandacht getrokken dan het debuutalbum van Phoebe Bridgers en de eerste twee albums van Julien Baker.
Zelf ken ik Lucy Dacus al sinds haar debuutalbum No Burden uit 2016, dat net als Historian uit 2018 een uitstekend album is. Met het deze week verschenen Home Video stapt Lucy Dacus definitief uit de schaduw van haar misschien net wat beroemdere collega’s van Boygenius, want haar derde album is niet alleen haar beste, maar bovendien een album dat geen moment onder doet voor de beste albums van het moment.
Het derde album van de Amerikaanse muzikante klinkt nog wat zelfverzekerder dan zijn twee voorgangers en laat, net als deze twee voorgangers, horen hoe goed en veelzijdig Lucy Dacus is. Home Video is een persoonlijk album, waarop Lucy Dacus terugkijkt op haar jeugd in Richmond, Virginia. Het is een jeugd die niet per se makkelijk was, maar Home Video staat ook vol met alle worstelingen van iedere opgroeiende puber of jong volwassene en is hierdoor een typisch “coming of age” album. Het is er voor de afwisseling een met werkelijk geweldige teksten, die lezen als een roman.
Op haar vorige albums liet Lucy Dacus al horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan en dat doet ze nog wat duidelijker op Home Video. Ze is niet vies van spaarzaam aangeklede maar gruizige rocksongs, maar Home Video bevat ook een aantal meer ingetogen en bijna folky songs. Het zijn songs die deels worden gedomineerd door gitaren en deels door keyboards, wat zorgt voor een lekker gevarieerd geluid.
Zeker in de wat meer ingetogen songs hoor je hoe mooi de stem van Lucy Dacus is en hoor je bovendien hoeveel gevoel ze in haar zang legt. Het is een stem die nog wat is gegroeid sinds het vorige album en die hier en daar fraai wordt ondersteund door muzikale vrienden als Mitski, Liza Anne en natuurlijk Boygenius collega’s Phoebe Bridgers en Julien Baker.
Een deel van de andere songs is juist veel voller ingekleurd dan we van Lucy Dacus gewend waren, met één keer een hele voorzichtige knipoog naar het geluid van de E-Street Band. Een vol geluid is lang niet altijd een pre, maar het wat vollere geluid op Home Video voorziet de songs van de muzikante uit Richmond van meer kracht en diepgang en bovendien van een eigen smoel.
Lucy Dacus stond zoals gezegd wat in de schaduw van een aantal van haar soort- en tijdgenoten, maar met Home Video meldt ze zich absoluut in de voorhoede, met de kippenvel song Thumbs als ultieme proeve van bekwaamheid. De ene flirt met de autotune vergeef ik haar graag, want buiten dit wat mij betreft mislukt experiment ligt het niveau op Home Video erg hoog.
De songs op Home Video zijn vrijwel zonder uitzondering sterk, de instrumentatie is mooi en trefzeker en Lucy Dacus zingt beter dan de meeste van haar concurrenten. De persoonlijke teksten en mooie verhalen zijn de kers op de taart.
Nu was ik zoals gezegd al zeer te spreken over de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante, maar album nummer drie is nog een flink stuk beter. Zeker in de meest intieme momenten dringt Home Video zich genadeloos op en sleurt Lucy Dacus je op fascinerende wijze haar jeugd in. Het is een jeugd die de Amerikaanse muzikante nu achter zich kan laten, want Home Video kan alleen maar de definitieve start zijn van een blinkende carrière in de muziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Dacus - Home Video - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Dacus - Home Video
Lucy Dacus stond misschien wat in de schaduw van haar Boygenius collega’s Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar eist met Home Video op overtuigende wijze haar plek in de spotlights op
Ik was al erg onder de indruk van de eerste twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter Lucy Dacus, maar haar deze week verschenen derde album is nog veel beter. Lucy Dacus neemt je op Home Video mee terug naar haar jeugd, vertelt indringende verhalen en slaagt er ook nog eens in om iedere keer weer net wat anders te klinken. De instrumentatie is even mooi als veelzijdig en in vocaal opzicht is Home Video nog wat indrukwekkender dan zijn twee voorgangers. Het derde album van Lucy Dacus sleept zich van hoogtepunt naar hoogtepunt en laat horen dat haar terecht geprezen eerste twee albums nog maar het begin waren. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Toen de gelegenheidsband Boygenius aan het eind van 2018 debuteerde met een EP, vooralsnog overigens het enige wapenfeit van het Amerikaanse trio, was Lucy Dacus voor velen de minst bekende van het drietal. De muzikante uit Richmond, Virginia, had weliswaar al twee goed ontvangen albums op haar naam staan, maar deze hadden minder aandacht getrokken dan het debuutalbum van Phoebe Bridgers en de eerste twee albums van Julien Baker.
Zelf ken ik Lucy Dacus al sinds haar debuutalbum No Burden uit 2016, dat net als Historian uit 2018 een uitstekend album is. Met het deze week verschenen Home Video stapt Lucy Dacus definitief uit de schaduw van haar misschien net wat beroemdere collega’s van Boygenius, want haar derde album is niet alleen haar beste, maar bovendien een album dat geen moment onder doet voor de beste albums van het moment.
Het derde album van de Amerikaanse muzikante klinkt nog wat zelfverzekerder dan zijn twee voorgangers en laat, net als deze twee voorgangers, horen hoe goed en veelzijdig Lucy Dacus is. Home Video is een persoonlijk album, waarop Lucy Dacus terugkijkt op haar jeugd in Richmond, Virginia. Het is een jeugd die niet per se makkelijk was, maar Home Video staat ook vol met alle worstelingen van iedere opgroeiende puber of jong volwassene en is hierdoor een typisch “coming of age” album. Het is er voor de afwisseling een met werkelijk geweldige teksten, die lezen als een roman.
Op haar vorige albums liet Lucy Dacus al horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan en dat doet ze nog wat duidelijker op Home Video. Ze is niet vies van spaarzaam aangeklede maar gruizige rocksongs, maar Home Video bevat ook een aantal meer ingetogen en bijna folky songs. Het zijn songs die deels worden gedomineerd door gitaren en deels door keyboards, wat zorgt voor een lekker gevarieerd geluid.
Zeker in de wat meer ingetogen songs hoor je hoe mooi de stem van Lucy Dacus is en hoor je bovendien hoeveel gevoel ze in haar zang legt. Het is een stem die nog wat is gegroeid sinds het vorige album en die hier en daar fraai wordt ondersteund door muzikale vrienden als Mitski, Liza Anne en natuurlijk Boygenius collega’s Phoebe Bridgers en Julien Baker.
Een deel van de andere songs is juist veel voller ingekleurd dan we van Lucy Dacus gewend waren, met één keer een hele voorzichtige knipoog naar het geluid van de E-Street Band. Een vol geluid is lang niet altijd een pre, maar het wat vollere geluid op Home Video voorziet de songs van de muzikante uit Richmond van meer kracht en diepgang en bovendien van een eigen smoel.
Lucy Dacus stond zoals gezegd wat in de schaduw van een aantal van haar soort- en tijdgenoten, maar met Home Video meldt ze zich absoluut in de voorhoede, met de kippenvel song Thumbs als ultieme proeve van bekwaamheid. De ene flirt met de autotune vergeef ik haar graag, want buiten dit wat mij betreft mislukt experiment ligt het niveau op Home Video erg hoog.
De songs op Home Video zijn vrijwel zonder uitzondering sterk, de instrumentatie is mooi en trefzeker en Lucy Dacus zingt beter dan de meeste van haar concurrenten. De persoonlijke teksten en mooie verhalen zijn de kers op de taart.
Nu was ik zoals gezegd al zeer te spreken over de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante, maar album nummer drie is nog een flink stuk beter. Zeker in de meest intieme momenten dringt Home Video zich genadeloos op en sleurt Lucy Dacus je op fascinerende wijze haar jeugd in. Het is een jeugd die de Amerikaanse muzikante nu achter zich kan laten, want Home Video kan alleen maar de definitieve start zijn van een blinkende carrière in de muziek. Erwin Zijleman
Lucy Dacus - No Burden (2016)

4,5
0
geplaatst: 13 juli 2016, 14:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Dacus - No Burden - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik presenteerde het een aantal weken geleden nog als een unicum; vrouwelijke singer-songwriters die zich omringen met lekker rauw gitaarwerk.
Inmiddels heb ik een handvol platen die in dit hokje passen besproken en ook No Burden van Lucy Dacus past er uitstekend in.
Lucy Dacus is een pas 20 lentes tellende singer-songwriter uit Richmond, Virginia, die met No Burden een geweldig debuut heeft afgeleverd.
Het is een debuut met lekkere rauwere gitaarriffs, maar het is ook een debuut vol geweldige en opvallend melodieuze songs. Lucy Dacus beschikt over een mooie stem, die het prachtig zou doen in een volledig akoestische setting, maar die ook uitstekend gedijt in het rauwe gitaargeluid op No Burden.
De muziek van de singer-songwriter uit Virginia ligt in het verlengde van die van de eveneens jonge vrouwelijke singer-songwriters die de afgelopen weken op deze BLOG opdoken (Margaret Glaspy, Emma Russack, Frankie Cosmos), maar No Burden ontsnapt ook niet aan de vergelijking met de platen van Sharon van Etten en Courtney Barnett. Het is een groot compliment voor het debuut van Lucy Dacus.
No Burden laat zich vergelijken met de platen van anderen, maar ik vind het uiteindelijk toch vooral een originele plaat. De naar de voorgrond gemixte gitaren klinken anders dan op de meeste andere platen, de ritmesectie is speelser dan gebruikelijk en ook de stem van Lucy Dacus is er niet een waarvan er 13 in een dozijn gaan.
De negen songs op No Burden zijn vooral rauw, maar ze strijken geen moment tegen de haren in. De songs van Lucy Darcus overtuigen makkelijk, maar blijven ook nog lang intrigeren, wat van No Burden een echte groeiplaat maakt.
Zeker wanneer de Amerikaanse wat gas terug neemt vindt ze aansluiting bij de eigenwijze folkies van het moment, maar No Burden is uiteindelijk meer rock dan folk. Het is rock die strak en meedogenloos kan klinken, maar de muziek van Lucy Dacus krijgt ook volop ruimte om te rammelen, wat het onderscheidend vermogen van de plaat nog wat verder vergroot.
Bijzonder aangename plaat dus, die in Nederland echt veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver krijgt (maar misschien ligt dat aan het feit dat een Nederlandse release pas voor september gepland staat). Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Dacus - No Burden - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik presenteerde het een aantal weken geleden nog als een unicum; vrouwelijke singer-songwriters die zich omringen met lekker rauw gitaarwerk.
Inmiddels heb ik een handvol platen die in dit hokje passen besproken en ook No Burden van Lucy Dacus past er uitstekend in.
Lucy Dacus is een pas 20 lentes tellende singer-songwriter uit Richmond, Virginia, die met No Burden een geweldig debuut heeft afgeleverd.
Het is een debuut met lekkere rauwere gitaarriffs, maar het is ook een debuut vol geweldige en opvallend melodieuze songs. Lucy Dacus beschikt over een mooie stem, die het prachtig zou doen in een volledig akoestische setting, maar die ook uitstekend gedijt in het rauwe gitaargeluid op No Burden.
De muziek van de singer-songwriter uit Virginia ligt in het verlengde van die van de eveneens jonge vrouwelijke singer-songwriters die de afgelopen weken op deze BLOG opdoken (Margaret Glaspy, Emma Russack, Frankie Cosmos), maar No Burden ontsnapt ook niet aan de vergelijking met de platen van Sharon van Etten en Courtney Barnett. Het is een groot compliment voor het debuut van Lucy Dacus.
No Burden laat zich vergelijken met de platen van anderen, maar ik vind het uiteindelijk toch vooral een originele plaat. De naar de voorgrond gemixte gitaren klinken anders dan op de meeste andere platen, de ritmesectie is speelser dan gebruikelijk en ook de stem van Lucy Dacus is er niet een waarvan er 13 in een dozijn gaan.
De negen songs op No Burden zijn vooral rauw, maar ze strijken geen moment tegen de haren in. De songs van Lucy Darcus overtuigen makkelijk, maar blijven ook nog lang intrigeren, wat van No Burden een echte groeiplaat maakt.
Zeker wanneer de Amerikaanse wat gas terug neemt vindt ze aansluiting bij de eigenwijze folkies van het moment, maar No Burden is uiteindelijk meer rock dan folk. Het is rock die strak en meedogenloos kan klinken, maar de muziek van Lucy Dacus krijgt ook volop ruimte om te rammelen, wat het onderscheidend vermogen van de plaat nog wat verder vergroot.
Bijzonder aangename plaat dus, die in Nederland echt veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver krijgt (maar misschien ligt dat aan het feit dat een Nederlandse release pas voor september gepland staat). Erwin Zijleman
Lucy Farrell - We Are Only Sound (2023)

4,0
0
geplaatst: 27 april 2023, 11:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Farrell - We Are Only Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Farrell - We Are Only Sound
Lucy Farrell is een muzikante van naam en faam binnen de Britse folkscene, maar op haar debuutalbum We Are Only Sound laat ze horen dat ze ook als singer-songwriter met de besten mee kan
Er verschijnen momenteel nogal wat folkalbums, maar die van Lucy Farrell zou ik zeker niet laten liggen. De van oorsprong Britse muzikante opereert vanuit Canada, maar is als muzikant al een bekende naam binnen de Britse folkscene. Dat gaat ze ook worden als singer-songwriter, want haar debuutalbum We Are Only Sound is een ijzersterk album met overtuigende songs, een mooie en veelkleurige instrumentatie en echt uitstekende zang. Lucy Farrell blijft hier en daar dicht bij de Britse folk van lang geleden, maar ze weet het genre ook zeker te moderniseren met bijvoorbeeld het subtiel gebruik van elektronica en elektrische gitaren of de keuze voor niet alledaagse songstructuren.
Lucy Farrell is een van oorsprong Britse, maar al een flinke tijd vanuit Canada opererende multi-instrumentalist, die inmiddels al heel wat jaren aan de weg timmert binnen de Britse folkscene, onder andere als violiste. Met We Are Only Sound debuteert ze als singer-songwriter en dat gaat haar uitstekend af.
Ik laat persberichten bij nieuwe albums meestal links liggen, maar het feit dat het debuutalbum van Lucy Farrell werd opgenomen in een Middeleeuws klooster dat toebehoort aan Gabrielle Drake, die voor de gelegenheid de piano en gitaar van haar in 1974 overleden broer Nick liet afstoffen en stemmen, vind ik toch te mooi om te negeren.
Of de instrumenten van de legendarische Britse folkmuzikant veel invloed hebben gehad op het album weet ik niet, maar je hoort wel dat We Are Only Sound in een bijzondere omgeving is opgenomen. Volgens de bandcamp pagina van Lucy Farrell gebeurde dat overigens met alle muzikanten in één ruimte en in één take, wat ik ook het vermelden waard vind.
Lucy Farrell maakte haar debuutalbum met twee gitaristen, twee bassisten en een drummer, maar We Are Only Sound is over het algemeen genomen een redelijk subtiel ingekleurd album. Het is ook een mooi ingekleurd album, want de afzonderlijke instrumenten zijn goed te onderscheiden en alle bijdragen zijn even functioneel en trefzeker. Zeker het gitaarwerk valt in positieve zin op en voorziet de songs van Lucy Farrell keer op keer van prachtige klankentapijten en hier en daar een bijzondere twist, bijvoorbeeld wanneer de elektrische gitaar wat steviger mag uithalen.
Het voordeel van een debuutalbum is dat de songs langer kunnen rijpen en dat er meestal geselecteerd kan worden uit flink wat songs. Lucy Farrell schreef de songs die op haar debuutalbum terecht kwamen gedurende een periode van acht jaar en dat waren jaren waarin zo ongeveer alle belangrijke gebeurtenissen uit een mensenleven voorbij kwamen. We Are Only Sound is hierdoor een album vol pieken en dalen, wat meer dan eens zang vol emotie oplevert.
Ik ben niet zo gek op hele traditionele Britse folk, maar dat is ook niet de muziek die Lucy Farrell maakt. De vanuit Canada opererende muzikante heeft zich zeker laten beïnvloeden door de Britse folk zoals die in de jaren 70 werd gemaakt, maar ze voorziet haar folksongs ook van een eigentijds tintje.
Lucy Farrell gaat hierin niet zo ver als bijvoorbeeld Josienne Clarke, die steeds vaker de grenzen van het genre opzoekt, maar met name wanneer op subtiele wijze elektronica wordt ingezet of wanneer wordt gekozen voor stevigere gitaren, klinken haar songs niet alleen anders dan gebruikelijk, maar ook eigentijds.
Het gebruik van bijzondere achtergrondgeluiden voorziet het album van een bijzondere sfeer en hiermee van extra onderscheidend vermogen. Ook de Spartaans en traditioneler ingekleurde songs op het debuutalbum van Lucy Farrell bevallen me overigens prima, want ze beschikt over een hele mooie en heldere stem, die gelukkig niet zo plechtstatig klinkt als gebruikelijk in hele traditionele Britse folk.
In muzikaal en vocaal opzicht maakt Lucy Farrell makkelijk indruk op haar uitstekende debuutalbum, maar ook de songs op het album stijgen ruimschoots boven de middelmaat uit. Het zijn songs die bijzonder aangenaam klinken, maar die een verrassing niet uit de weg gaan. Het zijn bovendien songs die voldoende variëren, waardoor We Are Only Sound de aandacht makkelijk twaalf songs lang volhoudt. Bijzonder album van een zeer getalenteerde muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Farrell - We Are Only Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Farrell - We Are Only Sound
Lucy Farrell is een muzikante van naam en faam binnen de Britse folkscene, maar op haar debuutalbum We Are Only Sound laat ze horen dat ze ook als singer-songwriter met de besten mee kan
Er verschijnen momenteel nogal wat folkalbums, maar die van Lucy Farrell zou ik zeker niet laten liggen. De van oorsprong Britse muzikante opereert vanuit Canada, maar is als muzikant al een bekende naam binnen de Britse folkscene. Dat gaat ze ook worden als singer-songwriter, want haar debuutalbum We Are Only Sound is een ijzersterk album met overtuigende songs, een mooie en veelkleurige instrumentatie en echt uitstekende zang. Lucy Farrell blijft hier en daar dicht bij de Britse folk van lang geleden, maar ze weet het genre ook zeker te moderniseren met bijvoorbeeld het subtiel gebruik van elektronica en elektrische gitaren of de keuze voor niet alledaagse songstructuren.
Lucy Farrell is een van oorsprong Britse, maar al een flinke tijd vanuit Canada opererende multi-instrumentalist, die inmiddels al heel wat jaren aan de weg timmert binnen de Britse folkscene, onder andere als violiste. Met We Are Only Sound debuteert ze als singer-songwriter en dat gaat haar uitstekend af.
Ik laat persberichten bij nieuwe albums meestal links liggen, maar het feit dat het debuutalbum van Lucy Farrell werd opgenomen in een Middeleeuws klooster dat toebehoort aan Gabrielle Drake, die voor de gelegenheid de piano en gitaar van haar in 1974 overleden broer Nick liet afstoffen en stemmen, vind ik toch te mooi om te negeren.
Of de instrumenten van de legendarische Britse folkmuzikant veel invloed hebben gehad op het album weet ik niet, maar je hoort wel dat We Are Only Sound in een bijzondere omgeving is opgenomen. Volgens de bandcamp pagina van Lucy Farrell gebeurde dat overigens met alle muzikanten in één ruimte en in één take, wat ik ook het vermelden waard vind.
Lucy Farrell maakte haar debuutalbum met twee gitaristen, twee bassisten en een drummer, maar We Are Only Sound is over het algemeen genomen een redelijk subtiel ingekleurd album. Het is ook een mooi ingekleurd album, want de afzonderlijke instrumenten zijn goed te onderscheiden en alle bijdragen zijn even functioneel en trefzeker. Zeker het gitaarwerk valt in positieve zin op en voorziet de songs van Lucy Farrell keer op keer van prachtige klankentapijten en hier en daar een bijzondere twist, bijvoorbeeld wanneer de elektrische gitaar wat steviger mag uithalen.
Het voordeel van een debuutalbum is dat de songs langer kunnen rijpen en dat er meestal geselecteerd kan worden uit flink wat songs. Lucy Farrell schreef de songs die op haar debuutalbum terecht kwamen gedurende een periode van acht jaar en dat waren jaren waarin zo ongeveer alle belangrijke gebeurtenissen uit een mensenleven voorbij kwamen. We Are Only Sound is hierdoor een album vol pieken en dalen, wat meer dan eens zang vol emotie oplevert.
Ik ben niet zo gek op hele traditionele Britse folk, maar dat is ook niet de muziek die Lucy Farrell maakt. De vanuit Canada opererende muzikante heeft zich zeker laten beïnvloeden door de Britse folk zoals die in de jaren 70 werd gemaakt, maar ze voorziet haar folksongs ook van een eigentijds tintje.
Lucy Farrell gaat hierin niet zo ver als bijvoorbeeld Josienne Clarke, die steeds vaker de grenzen van het genre opzoekt, maar met name wanneer op subtiele wijze elektronica wordt ingezet of wanneer wordt gekozen voor stevigere gitaren, klinken haar songs niet alleen anders dan gebruikelijk, maar ook eigentijds.
Het gebruik van bijzondere achtergrondgeluiden voorziet het album van een bijzondere sfeer en hiermee van extra onderscheidend vermogen. Ook de Spartaans en traditioneler ingekleurde songs op het debuutalbum van Lucy Farrell bevallen me overigens prima, want ze beschikt over een hele mooie en heldere stem, die gelukkig niet zo plechtstatig klinkt als gebruikelijk in hele traditionele Britse folk.
In muzikaal en vocaal opzicht maakt Lucy Farrell makkelijk indruk op haar uitstekende debuutalbum, maar ook de songs op het album stijgen ruimschoots boven de middelmaat uit. Het zijn songs die bijzonder aangenaam klinken, maar die een verrassing niet uit de weg gaan. Het zijn bovendien songs die voldoende variëren, waardoor We Are Only Sound de aandacht makkelijk twaalf songs lang volhoudt. Bijzonder album van een zeer getalenteerde muzikante. Erwin Zijleman
Lucy Kitchen - In the Low Light (2026)

4,5
0
geplaatst: 4 maart, 21:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Kitchen - In The Low Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Kitchen - In The Low Light
Door persoonlijke omstandigheden was het jaren stil rond de Britse singer-songwriter Lucy Kitchen, maar met het deze week verschenen In The Low Light keert de talentvolle folkie op zeer indrukwekkende wijze terug
In The Low Light van Lucy Kitchen heeft niet veel tijd nodig om je te overtuigen van de kwaliteiten van de Britse muzikante Lucy Kitchen. Ze beschikt om te beginnen over een prachtige stem, die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel vertolkt. Het is een album dat bijzonder fraai is ingekleurd met vooral invloeden uit de Britse folk en af en toe een vleugje Amerikaanse rootsmuziek. En Lucy Kitchen schrijft ook nog eens songs die zich makkelijk opdringen, maar ook dieper graven dan de gemiddelde popsong. De Britse folk scene heeft momenteel meerdere grote talenten rondlopen en Lucy Kitchen is er dankzij In The Low Light absoluut een van.
De uit het Britse Southampton afkomstige singer-songwriter Lucy Kitchen bracht in 2014 haar debuutalbum Walking uit, dat in 2017 werd gevolgd door een tweede album, Sun To My Moon. Het zijn albums die ik nooit heb beluisterd en waarover ik volgens mij ook nooit iets gelezen hebben de in de Britse lijfbladen Mojo en Uncut.
De afgelopen jaren stonden voor Lucy Kitchen in het teken van de ziekte en uiteindelijk de dood van haar echtgenoot, maar negen jaar na haar vorige album keert de Britse singer-songwriter deze week gelukkig terug met haar derde album, dat wel direct mijn aandacht wist te trekken.
Dat doet In The Low Light eigenlijk direct met de stem van de Britse muzikante, die beschikt over een stem die gemaakt is voor Britse folk. Lucy Kitchen klinkt als de legendarische Britse folkies uit het verleden, maar sluit nog makkelijker aan bij de meest interessante Britse folkies van dit moment. Van deze folkies reken ik Kathryn Williams, Katherine Priddy en Josiene Clarke tot de smaakmakers en Lucy Kitchen misstaat met In The Low Light zeker niet in dat rijtje.
Het predicaat folkie verdient de Britse muzikante vooral met haar stem die helder en warm, maar ook wat pastoraal klinkt. Ik ben lang niet altijd gek op Britse folkzangeressen, maar net als de drie bovengenoemde zangeressen beschikt Lucy Kitchen over een stem waarvoor ik onmiddellijk smelt. De zang op In The Low Light is loepzuiver, maar waar ik de zang binnen de Britse folk wel eens wat steriel vind klinken, zit de zang van Lucy Kitchen vol gevoel.
Door de stem van de muzikante uit Southampton was ik eigenlijk direct gecharmeerd van In The Low Light, maar het album heeft meer te bieden. Ook in muzikaal opzicht is het een bijzonder mooi en ook zeer sfeervol album. Lucy Kitchen kan op de gitaar en de fluit uit de voeten en heeft in Tali Trow een zeer muzikale metgezel gevonden.
De twee tekenen samen voor de productie, terwijl Tali Trow ook nog gitaar, piano en de mellotron toevoegt aan het smaakvolle geluid op het album. Ik associeerde de mellotron lang met de symfonische rock uit de jaren 70 waaraan ik ooit verslingerd was, maar het instrument past ook uitstekend in muziek met invloeden uit de Britse folk.
Een aantal andere muzikanten voegt niet alleen bas en drums, maar ook strijkers, blazers en de pedal steel toe aan het geluid van Lucy Kitchen. Dat laatste instrument zorgt er voor dat In The Low Light af en toe flirt met Amerikaanse rootsmuziek, maar invloeden uit de Britse folk domineren op het album.
Ik ken de namen van de muzikanten die zijn te horen op het album niet, maar het zijn stuk voor stuk uitstekende muzikanten, die goed zijn voor een zeer smaakvol en sfeervol, maar ook voldoende gevarieerd geluid. Het is een geluid dat altijd in dienst staat van de stem van Lucy Kitchen, die een album lang indruk maakt.
Dat doet de Britse muzikante niet alleen met de echt betoverend mooie zang, maar ook met haar songs, die aan de ene kant klinken als traditionele Britse folksongs, maar ook aansluiten bij de meer eigentijds klinkende songs die worden gemaakt in het genre. Het zijn licht melancholische songs die makkelijk aanspreken, maar het zijn ook songs die voldoende te bieden hebben om ook na meerdere keren horen nog interessant te zijn. Ik ben al met al echt behoorlijk onder de indruk van In The Low Light van Lucy Kitchen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lucy Kitchen - In The Low Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Kitchen - In The Low Light
Door persoonlijke omstandigheden was het jaren stil rond de Britse singer-songwriter Lucy Kitchen, maar met het deze week verschenen In The Low Light keert de talentvolle folkie op zeer indrukwekkende wijze terug
In The Low Light van Lucy Kitchen heeft niet veel tijd nodig om je te overtuigen van de kwaliteiten van de Britse muzikante Lucy Kitchen. Ze beschikt om te beginnen over een prachtige stem, die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel vertolkt. Het is een album dat bijzonder fraai is ingekleurd met vooral invloeden uit de Britse folk en af en toe een vleugje Amerikaanse rootsmuziek. En Lucy Kitchen schrijft ook nog eens songs die zich makkelijk opdringen, maar ook dieper graven dan de gemiddelde popsong. De Britse folk scene heeft momenteel meerdere grote talenten rondlopen en Lucy Kitchen is er dankzij In The Low Light absoluut een van.
De uit het Britse Southampton afkomstige singer-songwriter Lucy Kitchen bracht in 2014 haar debuutalbum Walking uit, dat in 2017 werd gevolgd door een tweede album, Sun To My Moon. Het zijn albums die ik nooit heb beluisterd en waarover ik volgens mij ook nooit iets gelezen hebben de in de Britse lijfbladen Mojo en Uncut.
De afgelopen jaren stonden voor Lucy Kitchen in het teken van de ziekte en uiteindelijk de dood van haar echtgenoot, maar negen jaar na haar vorige album keert de Britse singer-songwriter deze week gelukkig terug met haar derde album, dat wel direct mijn aandacht wist te trekken.
Dat doet In The Low Light eigenlijk direct met de stem van de Britse muzikante, die beschikt over een stem die gemaakt is voor Britse folk. Lucy Kitchen klinkt als de legendarische Britse folkies uit het verleden, maar sluit nog makkelijker aan bij de meest interessante Britse folkies van dit moment. Van deze folkies reken ik Kathryn Williams, Katherine Priddy en Josiene Clarke tot de smaakmakers en Lucy Kitchen misstaat met In The Low Light zeker niet in dat rijtje.
Het predicaat folkie verdient de Britse muzikante vooral met haar stem die helder en warm, maar ook wat pastoraal klinkt. Ik ben lang niet altijd gek op Britse folkzangeressen, maar net als de drie bovengenoemde zangeressen beschikt Lucy Kitchen over een stem waarvoor ik onmiddellijk smelt. De zang op In The Low Light is loepzuiver, maar waar ik de zang binnen de Britse folk wel eens wat steriel vind klinken, zit de zang van Lucy Kitchen vol gevoel.
Door de stem van de muzikante uit Southampton was ik eigenlijk direct gecharmeerd van In The Low Light, maar het album heeft meer te bieden. Ook in muzikaal opzicht is het een bijzonder mooi en ook zeer sfeervol album. Lucy Kitchen kan op de gitaar en de fluit uit de voeten en heeft in Tali Trow een zeer muzikale metgezel gevonden.
De twee tekenen samen voor de productie, terwijl Tali Trow ook nog gitaar, piano en de mellotron toevoegt aan het smaakvolle geluid op het album. Ik associeerde de mellotron lang met de symfonische rock uit de jaren 70 waaraan ik ooit verslingerd was, maar het instrument past ook uitstekend in muziek met invloeden uit de Britse folk.
Een aantal andere muzikanten voegt niet alleen bas en drums, maar ook strijkers, blazers en de pedal steel toe aan het geluid van Lucy Kitchen. Dat laatste instrument zorgt er voor dat In The Low Light af en toe flirt met Amerikaanse rootsmuziek, maar invloeden uit de Britse folk domineren op het album.
Ik ken de namen van de muzikanten die zijn te horen op het album niet, maar het zijn stuk voor stuk uitstekende muzikanten, die goed zijn voor een zeer smaakvol en sfeervol, maar ook voldoende gevarieerd geluid. Het is een geluid dat altijd in dienst staat van de stem van Lucy Kitchen, die een album lang indruk maakt.
Dat doet de Britse muzikante niet alleen met de echt betoverend mooie zang, maar ook met haar songs, die aan de ene kant klinken als traditionele Britse folksongs, maar ook aansluiten bij de meer eigentijds klinkende songs die worden gemaakt in het genre. Het zijn licht melancholische songs die makkelijk aanspreken, maar het zijn ook songs die voldoende te bieden hebben om ook na meerdere keren horen nog interessant te zijn. Ik ben al met al echt behoorlijk onder de indruk van In The Low Light van Lucy Kitchen. Erwin Zijleman
Lucy Kruger & The Lost Boys - Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) (2021)

4,5
1
geplaatst: 8 juni 2021, 15:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Kruger & The Lost Boys - Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Kruger & The Lost Boys - Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around)
Lucy Kruger komt uit Zuid-Afrika, woont nu in Berlijn en levert samen met haar band The Lost Boys een sensationeel goed album af, dat overloopt van intensiteit, dynamiek en gevoel
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter Lucy Kruger en haar band The Lost Boys, maar dit album wordt echt alleen maar beter. De instrumentatie is eenvoudig en soms zelf bijna minimalistisch, maar de muziek van Lucy Kruger is indringend en intiem, maar ook donker en dynamisch. Met name het veelkleurige gitaarwerk op het album is prachtig en kleurt mooi bij de fluisterzachte stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante, die met haar indringende zang de impact van het album nog wat verder vergroot. Een indrukwekkende eerste kennismaking met haar muziek.
Lucy Kruger is een singer-songwriter die oorspronkelijk uit Kaapstad in Zuid-Afrika komt, maar momenteel in Berlijn woont. Ze maakte de afgelopen jaren al een album en een EP en bracht deze week samen met haar band The Lost Boys het album Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) uit. Het is een album dat in eerste instantie vooral mijn aandacht trok vanwege de opvallende titel, waarna de omschrijving van de muziek op haar bandcamp pagina me nog wat nieuwsgieriger maakte naar het album.
“Her music focuses on the bare bones of the songs, a slow burning psychedelic folk that is both intimate and ambient” is een aardige omschrijving van de muziek op het nieuwe album van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter, al is het natuurlijk ook een omschrijving die niet heel veel of zelfs helemaal niets zegt.
Lucky Kruger en haar band zetten op Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) een wat donker en broeierig geluid neer dat vooral uit bas, drums en elektrische gitaren bestaat. De relatief eenvoudige instrumentatie geeft de songs van Lucy Kruger een sober maar ook intiem karakter, maar ik vind de gitaarlijnen ook erg mooi en omdat het gitaarwerk hier en daar ook mag ontsporen klinken de songs van Lucy Kruger en haar band niet alleen intiem, maar zitten ze ook vol dynamiek.
De basis van gitaar, bas en drums krijgt op de achtergrond hier en daar gezelschap van wat atmosferisch klinkende synths, die Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) inderdaad voorzien van ambient achtige klanken. Zeker wanneer de gitaren wat steviger klinken heeft de muziek van Lucy Kruger tenslotte ook nog iets psychedelisch, maar het blijft heel lastig om haar muziek in een hokje te duwen.
In de meeste tracks op het album spelen de gitaren geen noot te veel, wat veel ruimte open laat voor de zang van de Zuid-Afrikaanse muzikante. Die zang is over het algemeen fluisterzacht, maar ondanks de zachte en tedere vocalen, klinkt de zang van Lucy Kruger in de meeste gevallen expressief en urgent.
Het is razend knap hoe Lucy Kruger en haar band fluisterzachte passages kunnen laten omslaan in ruwe klanken, bijvoorbeeld met gitaardrones, die verschijnen en verdwijnen als een onweersbui op een heldere en zonnige dag. Maar ook als de instrumentatie op Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) bijna minimalistisch is, is het effect van de klanken maximaal.
Heel af en toe heb ik associaties met de muziek van de Canadese band Cowboy Junkies, maar verder dan voorzichtige associaties gaat het niet. Lucy Kruger & The Lost Boys slagen er op Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) in om een heel bijzonder geluid neer te zetten en het is een geluid dat de aandacht onmiddellijk opeist en hierna vast weet te houden.
In eerste instantie was ik nog even bang dat het wat minimalistische geluid op het album na enige tijd wat eenvormig zou gaan klinken of zelfs zou gaan vervelen, maar daar is geen sprake van. Integendeel zelfs. Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) wordt bij herhaalde beluistering alleen maar mooier, spannender en indringender. Ik had tot een paar dagen geleden nog nooit van Lucy Kruger gehoord, maar het is een zeer interessante nieuwkomer met een bijzonder fraai album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Kruger & The Lost Boys - Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Kruger & The Lost Boys - Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around)
Lucy Kruger komt uit Zuid-Afrika, woont nu in Berlijn en levert samen met haar band The Lost Boys een sensationeel goed album af, dat overloopt van intensiteit, dynamiek en gevoel
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter Lucy Kruger en haar band The Lost Boys, maar dit album wordt echt alleen maar beter. De instrumentatie is eenvoudig en soms zelf bijna minimalistisch, maar de muziek van Lucy Kruger is indringend en intiem, maar ook donker en dynamisch. Met name het veelkleurige gitaarwerk op het album is prachtig en kleurt mooi bij de fluisterzachte stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante, die met haar indringende zang de impact van het album nog wat verder vergroot. Een indrukwekkende eerste kennismaking met haar muziek.
Lucy Kruger is een singer-songwriter die oorspronkelijk uit Kaapstad in Zuid-Afrika komt, maar momenteel in Berlijn woont. Ze maakte de afgelopen jaren al een album en een EP en bracht deze week samen met haar band The Lost Boys het album Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) uit. Het is een album dat in eerste instantie vooral mijn aandacht trok vanwege de opvallende titel, waarna de omschrijving van de muziek op haar bandcamp pagina me nog wat nieuwsgieriger maakte naar het album.
“Her music focuses on the bare bones of the songs, a slow burning psychedelic folk that is both intimate and ambient” is een aardige omschrijving van de muziek op het nieuwe album van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter, al is het natuurlijk ook een omschrijving die niet heel veel of zelfs helemaal niets zegt.
Lucky Kruger en haar band zetten op Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) een wat donker en broeierig geluid neer dat vooral uit bas, drums en elektrische gitaren bestaat. De relatief eenvoudige instrumentatie geeft de songs van Lucy Kruger een sober maar ook intiem karakter, maar ik vind de gitaarlijnen ook erg mooi en omdat het gitaarwerk hier en daar ook mag ontsporen klinken de songs van Lucy Kruger en haar band niet alleen intiem, maar zitten ze ook vol dynamiek.
De basis van gitaar, bas en drums krijgt op de achtergrond hier en daar gezelschap van wat atmosferisch klinkende synths, die Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) inderdaad voorzien van ambient achtige klanken. Zeker wanneer de gitaren wat steviger klinken heeft de muziek van Lucy Kruger tenslotte ook nog iets psychedelisch, maar het blijft heel lastig om haar muziek in een hokje te duwen.
In de meeste tracks op het album spelen de gitaren geen noot te veel, wat veel ruimte open laat voor de zang van de Zuid-Afrikaanse muzikante. Die zang is over het algemeen fluisterzacht, maar ondanks de zachte en tedere vocalen, klinkt de zang van Lucy Kruger in de meeste gevallen expressief en urgent.
Het is razend knap hoe Lucy Kruger en haar band fluisterzachte passages kunnen laten omslaan in ruwe klanken, bijvoorbeeld met gitaardrones, die verschijnen en verdwijnen als een onweersbui op een heldere en zonnige dag. Maar ook als de instrumentatie op Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) bijna minimalistisch is, is het effect van de klanken maximaal.
Heel af en toe heb ik associaties met de muziek van de Canadese band Cowboy Junkies, maar verder dan voorzichtige associaties gaat het niet. Lucy Kruger & The Lost Boys slagen er op Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) in om een heel bijzonder geluid neer te zetten en het is een geluid dat de aandacht onmiddellijk opeist en hierna vast weet te houden.
In eerste instantie was ik nog even bang dat het wat minimalistische geluid op het album na enige tijd wat eenvormig zou gaan klinken of zelfs zou gaan vervelen, maar daar is geen sprake van. Integendeel zelfs. Transit Tapes (For Women Who Move Furniture Around) wordt bij herhaalde beluistering alleen maar mooier, spannender en indringender. Ik had tot een paar dagen geleden nog nooit van Lucy Kruger gehoord, maar het is een zeer interessante nieuwkomer met een bijzonder fraai album. Erwin Zijleman
Lucy Mellenfield - Tell the Water, She Will Listen (2026)

4,5
1
geplaatst: 20 januari, 22:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Mellenfield - Tell The Water, She Will Listen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Mellenfield - Tell The Water, She Will Listen
De Britse muzikante Lucy Mellenfield is pas 24 jaar oud, maar heeft met Tell The Water, She Will Listen een buitengewoon knap en interessant album afgeleverd, dat klinkt als een album van een gelouterde muzikante
De naam van Lucy Mellenfield was nieuw voor mij, maar het is een naam die ik niet meer ga vergeten. Het debuutalbum van de muzikante uit Birmingham is immers een razend knap album. Lucy Mellenfield komt van het conservatorium en dat hoor je, want alles op Tell The Water, She Will Listen ademt muzikaliteit. Ook de zang van de jonge Britse muzikante is hoogstaand en hetzelfde geldt voor haar songs. Alles is ook nog eens bijzonder mooi geproduceerd door Chris Hyson van Snowpoet, waardoor je bij beluistering van het debuutalbum van Lucy Mellenfield 75 minuten lang op het puntje van je stoel zit. Wat een debuut!
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik een album van Lucy Mellenfield tegen. Het is een naam die ik nog niet eerder had gezien en dat is ook niet zo gek, want Tell The Water, She Will Listen is het debuutalbum van de muzikante uit het Britse Birmingham. In het Verenigd Koninkrijk is Lucy Mellenfield inmiddels wat bekender, want de op het conservatorium van Birmingham geschoolde muzikante geldt daar als een van de grote beloften van de folk en de jazz.
Grote kans dus dat de naam van Lucy Mellenfield dit jaar flink gaat rondzingen en dat verdient ze ook, want Tell The Water, She Will Listen is een opmerkelijk debuutalbum. Het is om te beginnen een zeer ambitieus debuutalbum met ruim 75 minuten muziek. Het is bovendien een debuutalbum waar de muzikaliteit en de creativiteit van af spatten.
Lucy Mellenfield speelt zelf piano en keyboards en beschikt over een geschoolde stem, die ook nog eens mooi en warm klinkt. De Britse muzikante laat zich op haar debuutalbum begeleiden door een aantal uitstekende muzikanten, die onder andere bas, drums en blazers toevoegen aan het bijzondere geluid op Tell The Water, She Will Listen.
Een van deze muzikanten is Chris Hyson en hij produceerde het album ook. Chris Hyson is de helft van het bijzondere duo Snowpoet, dat de afgelopen jaren een aantal hoogstaande albums heeft gemaakt. De muziek van Lucy Mellenfield is minstens net zo hoogstaand.
Het is muziek die invloeden uit de folk en de jazz bevat, maar ik zou Tell The Water, She Will Listen zelf geen folkalbum noemen en ook geen jazzalbum. Net als de muziek die producer Chris Hyson maakt met zijn band Snowpoet, is ook de muziek van Lucy Mellenfield muziek die zich niet zomaar een etiket laat opplakken.
Het is muziek die niet alleen invloeden uit de folk en de jazz bevat, maar ook invloeden uit de pop en de klassieke muziek. Het is muziek die uitnodigt tot aandachtig luisteren en vraagt het oordelen even uit te stellen. Bij eerste beluistering vond ik de zang van de Britse muzikante wat plechtig klinken, maar na een paar keer horen vond ik de stem van Lucy Mellenfield alleen maar heel mooi.
Je hoort direct bij eerste beluistering van Tell The Water, She Will Listen dat er geweldige muzikanten op het album te horen zijn, maar het zijn ook muzikanten die met veel passie spelen. Zeker de bijdragen van de blazers knallen af en toe uit de speakers, maar ook als de muzikanten op het album redelijk ingehouden spelen, word je keer op keer betoverd door prachtige klanken.
De songs van Lucy Mellenfield klinken af en toe als Britse folksongs uit een ver verleden, maar het kan bij de muzikante uit Birmingham meerdere kanten op. Tell The Water, She Will Listen is een debuutalbum, maar klinkt als het album van een gelouterde muzikante, die het recht op volledige artistieke vrijheid inmiddels heeft verkregen. Dat recht benut Lucy Mellenfield 75 minuten lang en dat doet ze op indrukwekkende wijze.
Ondanks het feit dat de songs van de Britse muzikante behoorlijk diep graven en zowel de muziek als de zang op het album verre van alledaags zijn, weet Tell The Water, She Will Listen de aandacht moeiteloos 75 minuten lang vast te houden. Soms doet het me denken aan Kate Bush, maar een paar noten later weer helemaal niet. Tell The Water, She Will Listen is samenvattend een fascinerend album van een enorm talent. Ga dat horen! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Lucy Mellenfield - Tell The Water, She Will Listen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Mellenfield - Tell The Water, She Will Listen
De Britse muzikante Lucy Mellenfield is pas 24 jaar oud, maar heeft met Tell The Water, She Will Listen een buitengewoon knap en interessant album afgeleverd, dat klinkt als een album van een gelouterde muzikante
De naam van Lucy Mellenfield was nieuw voor mij, maar het is een naam die ik niet meer ga vergeten. Het debuutalbum van de muzikante uit Birmingham is immers een razend knap album. Lucy Mellenfield komt van het conservatorium en dat hoor je, want alles op Tell The Water, She Will Listen ademt muzikaliteit. Ook de zang van de jonge Britse muzikante is hoogstaand en hetzelfde geldt voor haar songs. Alles is ook nog eens bijzonder mooi geproduceerd door Chris Hyson van Snowpoet, waardoor je bij beluistering van het debuutalbum van Lucy Mellenfield 75 minuten lang op het puntje van je stoel zit. Wat een debuut!
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik een album van Lucy Mellenfield tegen. Het is een naam die ik nog niet eerder had gezien en dat is ook niet zo gek, want Tell The Water, She Will Listen is het debuutalbum van de muzikante uit het Britse Birmingham. In het Verenigd Koninkrijk is Lucy Mellenfield inmiddels wat bekender, want de op het conservatorium van Birmingham geschoolde muzikante geldt daar als een van de grote beloften van de folk en de jazz.
Grote kans dus dat de naam van Lucy Mellenfield dit jaar flink gaat rondzingen en dat verdient ze ook, want Tell The Water, She Will Listen is een opmerkelijk debuutalbum. Het is om te beginnen een zeer ambitieus debuutalbum met ruim 75 minuten muziek. Het is bovendien een debuutalbum waar de muzikaliteit en de creativiteit van af spatten.
Lucy Mellenfield speelt zelf piano en keyboards en beschikt over een geschoolde stem, die ook nog eens mooi en warm klinkt. De Britse muzikante laat zich op haar debuutalbum begeleiden door een aantal uitstekende muzikanten, die onder andere bas, drums en blazers toevoegen aan het bijzondere geluid op Tell The Water, She Will Listen.
Een van deze muzikanten is Chris Hyson en hij produceerde het album ook. Chris Hyson is de helft van het bijzondere duo Snowpoet, dat de afgelopen jaren een aantal hoogstaande albums heeft gemaakt. De muziek van Lucy Mellenfield is minstens net zo hoogstaand.
Het is muziek die invloeden uit de folk en de jazz bevat, maar ik zou Tell The Water, She Will Listen zelf geen folkalbum noemen en ook geen jazzalbum. Net als de muziek die producer Chris Hyson maakt met zijn band Snowpoet, is ook de muziek van Lucy Mellenfield muziek die zich niet zomaar een etiket laat opplakken.
Het is muziek die niet alleen invloeden uit de folk en de jazz bevat, maar ook invloeden uit de pop en de klassieke muziek. Het is muziek die uitnodigt tot aandachtig luisteren en vraagt het oordelen even uit te stellen. Bij eerste beluistering vond ik de zang van de Britse muzikante wat plechtig klinken, maar na een paar keer horen vond ik de stem van Lucy Mellenfield alleen maar heel mooi.
Je hoort direct bij eerste beluistering van Tell The Water, She Will Listen dat er geweldige muzikanten op het album te horen zijn, maar het zijn ook muzikanten die met veel passie spelen. Zeker de bijdragen van de blazers knallen af en toe uit de speakers, maar ook als de muzikanten op het album redelijk ingehouden spelen, word je keer op keer betoverd door prachtige klanken.
De songs van Lucy Mellenfield klinken af en toe als Britse folksongs uit een ver verleden, maar het kan bij de muzikante uit Birmingham meerdere kanten op. Tell The Water, She Will Listen is een debuutalbum, maar klinkt als het album van een gelouterde muzikante, die het recht op volledige artistieke vrijheid inmiddels heeft verkregen. Dat recht benut Lucy Mellenfield 75 minuten lang en dat doet ze op indrukwekkende wijze.
Ondanks het feit dat de songs van de Britse muzikante behoorlijk diep graven en zowel de muziek als de zang op het album verre van alledaags zijn, weet Tell The Water, She Will Listen de aandacht moeiteloos 75 minuten lang vast te houden. Soms doet het me denken aan Kate Bush, maar een paar noten later weer helemaal niet. Tell The Water, She Will Listen is samenvattend een fascinerend album van een enorm talent. Ga dat horen! Erwin Zijleman
Lucy Rose - No Words Left (2019)

4,0
1
geplaatst: 23 maart 2019, 10:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Rose - No Words Left - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Britse singer-songwriter maakte al een aantal aardige albums, maar zet een reuzenstap met haar nieuwe album vol bijzondere klanken
De vorige platen van Lucy Rose trokken stuk voor stuk mijn aandacht, maar ik vond ze uiteindelijk net niet goed of onderscheidend genoeg. Het is allemaal anders op het nu verschenen No Words Left. Het nieuwe album van Lucy Rose is voorzien van een bijzonder mooie en uiterst subtiele instrumentatie. Het is een opvallend veelkleurige en veelzijdige instrumentatie, maar ook een verrassend subtiele. Het is een instrumentatie die steeds nieuwe dingen laat horen, maar het is ook een instrumentatie die uitstekend past bij de prachtige stem van Lucy Rose, die haar voorgaande werk met speels gemak overtreft.
Ik volg de Britse singer-songwriter Lucy Rose inmiddels al een aantal jaren en ken de drie albums die ze sinds 2012 heeft uitgebracht vrij goed.
Het zijn platen die wat mij betreft over liepen van belofte, al is het maar vanwege de mooie stem van de singer-songwriter uit het Britse Warwickshire, maar ik moet ook concluderen dat geen van de platen de belofte zodanig waarmaakte dat een plekje op mijn BLOG was te rechtvaardigen.
Uiteindelijk vond ik geen van de eerste drie albums van Lucy Rose onderscheidend genoeg, maar de mooie stem van de Britse singer-songwriter maakte me absoluut nieuwsgierig naar album nummer 4. Dat album is nu verschenen en, laat ik maar met de deur in huis vallen, is met afstand het meest overtuigende album van Lucy Rose tot dusver.
Lucy Rose heeft haar geluid de afgelopen jaren flink versoberd en op No Words Left gaat ze nog een stapje verder. De nieuwe plaat werd wederom geproduceerd door Tim Bidwell, die No Words Left heeft voorzien van een ingetogen en opvallend sfeervol geluid. Het is een subtiel maar ook warm geluid, waarin organische klanken de basis vormen.
Het zijn klanken die geweldig passen bij de mooie stem van Lucy Rose, die sinds haar debuut alleen maar beter is gaan zingen. Wanneer No Words Left genoeg heeft aan een paar gitaarakkoorden en de mooie stem van Lucy Rose, kan de Britse zangeres zich meten met de grote folkies uit het verleden en vindt ze aansluiting bij folkies uit het heden als Laura Marling.
No Words Left heeft meestal genoeg aan prachtig ingetogen klanken, maar producer Tim Bidwell laat deze met enige regelmaat uitwaaien in atmosferische soundscapes, wat de vierde plaat van Lucy Rose voorziet van een bijzonder geluid. Het is een geluid dat opvallend breed uit kan waaien, maar de Britse singer-songwriter is ook niet bang voor bijna minimalistische akkoorden.
Folkies uit heden en verleden dragen zinvol vergelijkingsmateriaal aan, maar wanneer Lucy Rose kiest voor de minder platgetreden paden, hoor ik ook wel wat van Kate Bush, ondanks het feit dat de stemmen van de twee Britse zangeressen als dag en nacht van elkaar verschillen.
Net als de vorige platen van Lucy Rose staat No Words Left vol met aangenaam klinkende en smaakvol gearrangeerde songs en is er altijd die stem die makkelijk overtuigt. De instrumentatie maakt voor een belangrijk deel het verschil. Er is weliswaar een heel arsenaal aan instrumenten ingezet bij het opnemen van de vierde plaat van Lucy Rose, maar er wordt geen noot te veel gespeeld.
Ook de zang op de plaat is net wat mooier en trefzekerder dan de vorige keer, terwijl de combinatie van instrumentatie en zang de nieuwe plaat van Lucy Rose het onderscheidende karakter geeft dat de vorige keer nog net ontbrak. Dat Lucy Rose met No Words Left de belofte voorbij is zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Rose - No Words Left - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Britse singer-songwriter maakte al een aantal aardige albums, maar zet een reuzenstap met haar nieuwe album vol bijzondere klanken
De vorige platen van Lucy Rose trokken stuk voor stuk mijn aandacht, maar ik vond ze uiteindelijk net niet goed of onderscheidend genoeg. Het is allemaal anders op het nu verschenen No Words Left. Het nieuwe album van Lucy Rose is voorzien van een bijzonder mooie en uiterst subtiele instrumentatie. Het is een opvallend veelkleurige en veelzijdige instrumentatie, maar ook een verrassend subtiele. Het is een instrumentatie die steeds nieuwe dingen laat horen, maar het is ook een instrumentatie die uitstekend past bij de prachtige stem van Lucy Rose, die haar voorgaande werk met speels gemak overtreft.
Ik volg de Britse singer-songwriter Lucy Rose inmiddels al een aantal jaren en ken de drie albums die ze sinds 2012 heeft uitgebracht vrij goed.
Het zijn platen die wat mij betreft over liepen van belofte, al is het maar vanwege de mooie stem van de singer-songwriter uit het Britse Warwickshire, maar ik moet ook concluderen dat geen van de platen de belofte zodanig waarmaakte dat een plekje op mijn BLOG was te rechtvaardigen.
Uiteindelijk vond ik geen van de eerste drie albums van Lucy Rose onderscheidend genoeg, maar de mooie stem van de Britse singer-songwriter maakte me absoluut nieuwsgierig naar album nummer 4. Dat album is nu verschenen en, laat ik maar met de deur in huis vallen, is met afstand het meest overtuigende album van Lucy Rose tot dusver.
Lucy Rose heeft haar geluid de afgelopen jaren flink versoberd en op No Words Left gaat ze nog een stapje verder. De nieuwe plaat werd wederom geproduceerd door Tim Bidwell, die No Words Left heeft voorzien van een ingetogen en opvallend sfeervol geluid. Het is een subtiel maar ook warm geluid, waarin organische klanken de basis vormen.
Het zijn klanken die geweldig passen bij de mooie stem van Lucy Rose, die sinds haar debuut alleen maar beter is gaan zingen. Wanneer No Words Left genoeg heeft aan een paar gitaarakkoorden en de mooie stem van Lucy Rose, kan de Britse zangeres zich meten met de grote folkies uit het verleden en vindt ze aansluiting bij folkies uit het heden als Laura Marling.
No Words Left heeft meestal genoeg aan prachtig ingetogen klanken, maar producer Tim Bidwell laat deze met enige regelmaat uitwaaien in atmosferische soundscapes, wat de vierde plaat van Lucy Rose voorziet van een bijzonder geluid. Het is een geluid dat opvallend breed uit kan waaien, maar de Britse singer-songwriter is ook niet bang voor bijna minimalistische akkoorden.
Folkies uit heden en verleden dragen zinvol vergelijkingsmateriaal aan, maar wanneer Lucy Rose kiest voor de minder platgetreden paden, hoor ik ook wel wat van Kate Bush, ondanks het feit dat de stemmen van de twee Britse zangeressen als dag en nacht van elkaar verschillen.
Net als de vorige platen van Lucy Rose staat No Words Left vol met aangenaam klinkende en smaakvol gearrangeerde songs en is er altijd die stem die makkelijk overtuigt. De instrumentatie maakt voor een belangrijk deel het verschil. Er is weliswaar een heel arsenaal aan instrumenten ingezet bij het opnemen van de vierde plaat van Lucy Rose, maar er wordt geen noot te veel gespeeld.
Ook de zang op de plaat is net wat mooier en trefzekerder dan de vorige keer, terwijl de combinatie van instrumentatie en zang de nieuwe plaat van Lucy Rose het onderscheidende karakter geeft dat de vorige keer nog net ontbrak. Dat Lucy Rose met No Words Left de belofte voorbij is zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
Lucy Rose - This Ain't the Way You Go Out (2024)

4,0
0
geplaatst: 26 april 2024, 18:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Rose - This Ain’t The Way You Go Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Rose - This Ain’t The Way You Go Out
Lucy Rose moest noodgedwongen een lange pauze nemen, maar keert vijf jaar na No Words Left terug met het avontuurlijke This Ain’t The Way You Go Out, dat continu sprankelt en het muzikale avontuur zoekt
Lucy Rose was op haar vorige albums een typische Britse folkie, maar op This Ain’t The Way You Go Out laat ze horen dat ze ook totaal andere muziek kan maken. De akoestische gitaar werd verruild voor de piano, haar stem kreeg een soulinjectie en producer Kwes verrijkte het geluid van Lucy Rose met invloeden uit de R&B, soul, hiphop, jazz en psychedelica. Het ene moment hoor je een jaren 70 singer-songwriter album of zingt Joni Mitchell je toe vanuit de Laurel Canyon, maar het volgende moment sleept Lucy Rose je mee naar het heden op een persoonlijk album, dat na een heleboel ellende vooral hoop en plezier uitstraalt. Een moedig en zeer geslaagd album.
Van de Britse singer-songwriter Lucy Rose besprak ik in 2019 het album No Words Left. Het was al het vierde album van de muzikante uit Warwickshire, maar het was het eerste album waarop de Britse muzikante me volledig overtuigde. Dat deed Lucy Rose op haar eerdere albums al wel met haar prachtige stem, maar op No Words Left deed ze het ook met haar zeer persoonlijke songs, waarin ze onder andere de strijd aan ging met depressies en een burn-out.
De afgelopen vijf jaar was het helaas stil rond Lucy Rose en dat was niet voor niets. Na de geboorte van haar eerste kind kreeg de Britse singer-songwriter te maken met ernstige gezondheidsproblemen, die er voor zorgden dat ze zich lange tijd niet bezig kon houden met het maken van muziek. Nadat ze was hersteld begon ze aan het opnemen van haar vijfde album This Ain’t The Way You Go Out en dat album is deze week verschenen.
De Britse muzikante werd uitgenodigd in de studio van niemand minder dan Paul Weller, maar besloot andere wegen in te slaan. Op haar nieuwe album werkt Lucy Rose intensief samen met haar vaste band en met producer Kwes. Dat laatste is een opvallende keuze, want de Amerikaanse producer heeft een verleden in de hip-hop en R&B en werkte onder andere samen met Solange. Het is niet direct de producer die je verwacht bij Lucy Rose, maar de samenwerking tussen de twee pakt echt geweldig uit.
This Ain’t The Way You Go Out werd in slechts twee dagen opgenomen en klinkt bijzonder energiek. Lucy Rose was in het verleden toch vooral een Britse folkie, maar op haar nieuwe album slaat ze in muzikaal opzicht haar vleugels uit. Producer Kwes heeft, bijvoorbeeld in de ritmes, subtiele invloeden uit de R&B en hiphop toegevoegd aan de muziek van Lucy Rose, die verder vooral soulvol en jazzy klinkt met hier en daar een vleugje speelse psychedelica en de lome sfeer van de singer-songwriter albums uit de jaren 70.
This Ain’t The Way You Go Out volgt op een aantal zware jaren, maar het nieuwe album van Lucy Rose straalt vooral plezier uit. Dat hoor je in de muziek die sprankelt en op subtiele wijze het avontuur opzoekt en je hoort het in de zang van Lucy Rose, die veelzijdiger en soulvoller klinkt dan op haar vorige albums en song na song indruk maakte met haar zang.
This Ain’t The Way You Go Out is een totaal ander album geworden dan voorganger No Words Left. Dat is aan de ene kant jammer, want de stemmige folksongs op dat album smaakten zeker naar meer, maar aan de andere kant is het te prijzen dat Lucy Rose zich blijft ontwikkelen. This Ain’t The Way You Go Out is bovendien een spannend album dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de andere albums van het moment.
Ondanks het feit dat het album in een vloek en een zucht werd opgenomen valt er heel veel te beleven in de instrumentatie op het album waarin de piano de hoofdrol speelt, wat zeker ook de verdienste is van producer Kwes, die er in is geslaagd om verschillende genres te combineren in een bijzonder geluid.
Het is een geluid dat af en toe heerlijk ontspoort in wat psychedelische passages, maar de muziek op het album staat ook altijd in dienst van de mooie stem van Lucy Rose, die laat horen dat ze niet alleen als folkie kan excelleren. Met name de Amerikaanse muziekpers is tot dusver behoorlijk enthousiast over het album, maar This Ain’t The Way You Go Out verdient ook in Europa alle aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Rose - This Ain’t The Way You Go Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Lucy Rose - This Ain’t The Way You Go Out
Lucy Rose moest noodgedwongen een lange pauze nemen, maar keert vijf jaar na No Words Left terug met het avontuurlijke This Ain’t The Way You Go Out, dat continu sprankelt en het muzikale avontuur zoekt
Lucy Rose was op haar vorige albums een typische Britse folkie, maar op This Ain’t The Way You Go Out laat ze horen dat ze ook totaal andere muziek kan maken. De akoestische gitaar werd verruild voor de piano, haar stem kreeg een soulinjectie en producer Kwes verrijkte het geluid van Lucy Rose met invloeden uit de R&B, soul, hiphop, jazz en psychedelica. Het ene moment hoor je een jaren 70 singer-songwriter album of zingt Joni Mitchell je toe vanuit de Laurel Canyon, maar het volgende moment sleept Lucy Rose je mee naar het heden op een persoonlijk album, dat na een heleboel ellende vooral hoop en plezier uitstraalt. Een moedig en zeer geslaagd album.
Van de Britse singer-songwriter Lucy Rose besprak ik in 2019 het album No Words Left. Het was al het vierde album van de muzikante uit Warwickshire, maar het was het eerste album waarop de Britse muzikante me volledig overtuigde. Dat deed Lucy Rose op haar eerdere albums al wel met haar prachtige stem, maar op No Words Left deed ze het ook met haar zeer persoonlijke songs, waarin ze onder andere de strijd aan ging met depressies en een burn-out.
De afgelopen vijf jaar was het helaas stil rond Lucy Rose en dat was niet voor niets. Na de geboorte van haar eerste kind kreeg de Britse singer-songwriter te maken met ernstige gezondheidsproblemen, die er voor zorgden dat ze zich lange tijd niet bezig kon houden met het maken van muziek. Nadat ze was hersteld begon ze aan het opnemen van haar vijfde album This Ain’t The Way You Go Out en dat album is deze week verschenen.
De Britse muzikante werd uitgenodigd in de studio van niemand minder dan Paul Weller, maar besloot andere wegen in te slaan. Op haar nieuwe album werkt Lucy Rose intensief samen met haar vaste band en met producer Kwes. Dat laatste is een opvallende keuze, want de Amerikaanse producer heeft een verleden in de hip-hop en R&B en werkte onder andere samen met Solange. Het is niet direct de producer die je verwacht bij Lucy Rose, maar de samenwerking tussen de twee pakt echt geweldig uit.
This Ain’t The Way You Go Out werd in slechts twee dagen opgenomen en klinkt bijzonder energiek. Lucy Rose was in het verleden toch vooral een Britse folkie, maar op haar nieuwe album slaat ze in muzikaal opzicht haar vleugels uit. Producer Kwes heeft, bijvoorbeeld in de ritmes, subtiele invloeden uit de R&B en hiphop toegevoegd aan de muziek van Lucy Rose, die verder vooral soulvol en jazzy klinkt met hier en daar een vleugje speelse psychedelica en de lome sfeer van de singer-songwriter albums uit de jaren 70.
This Ain’t The Way You Go Out volgt op een aantal zware jaren, maar het nieuwe album van Lucy Rose straalt vooral plezier uit. Dat hoor je in de muziek die sprankelt en op subtiele wijze het avontuur opzoekt en je hoort het in de zang van Lucy Rose, die veelzijdiger en soulvoller klinkt dan op haar vorige albums en song na song indruk maakte met haar zang.
This Ain’t The Way You Go Out is een totaal ander album geworden dan voorganger No Words Left. Dat is aan de ene kant jammer, want de stemmige folksongs op dat album smaakten zeker naar meer, maar aan de andere kant is het te prijzen dat Lucy Rose zich blijft ontwikkelen. This Ain’t The Way You Go Out is bovendien een spannend album dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de andere albums van het moment.
Ondanks het feit dat het album in een vloek en een zucht werd opgenomen valt er heel veel te beleven in de instrumentatie op het album waarin de piano de hoofdrol speelt, wat zeker ook de verdienste is van producer Kwes, die er in is geslaagd om verschillende genres te combineren in een bijzonder geluid.
Het is een geluid dat af en toe heerlijk ontspoort in wat psychedelische passages, maar de muziek op het album staat ook altijd in dienst van de mooie stem van Lucy Rose, die laat horen dat ze niet alleen als folkie kan excelleren. Met name de Amerikaanse muziekpers is tot dusver behoorlijk enthousiast over het album, maar This Ain’t The Way You Go Out verdient ook in Europa alle aandacht. Erwin Zijleman
Lucy Woodward - Til They Bang on the Door (2016)

4,0
0
geplaatst: 2 september 2016, 15:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lucy Woodward - Til They Bang On The Door - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Til They Bang On The Door van de Amerikaanse singer-songwriter Lucy Woodward (die vooralsnog vooral bekend is als achtergrondzangeres en de songs die ze voor anderen schreef), wordt al een tijdje zeer actief gepromoot door een lezer van deze BLOG.
Hoewel ik vrijwel direct gegrepen werd door de plaat, heeft het uiteindelijk even geduurd voor ik een duidelijke mening had over de vierde plaat van deze Lucy Woodward.
Til They Bang On The Door overtuigt op het eerste gehoor heel makkelijk. Lucy Woodward beschikt over een geweldige stem vol soul en gevoel. Het is een stem die prachtig ingetogen kan klinken, maar de Amerikaanse kan ook stevig uithalen, zoals het een soulzangeres betaamt.
Ook in muzikaal opzicht klopt alles op Til They Bang On The Door. Producers Michael League (ook bassist van Snarky Puppy) en Henry Hey hebben de plaat voorzien van een zonnig en broeierig geluid, dat dankzij de inzet van gitaren, orgels, blazers en strijkers prachtig vol klinkt, maar ook subtiel kan klinken wanneer dat nodig is. Ook over de invloeden uit de jazz, blues, soul en rhythm & blues heb ik helemaal niets te klagen.
Til They Bang On The Door beschikt hiermee over ruim voldoende krachtige wapens om je van je sokken te blazen, maar Lucy Woodward is ook zeker niet vies van invloeden uit de pop, wat liefhebbers van de pure muziek uit bovengenoemde genres mogelijk kan afschrikken. Hier en daar vond ik Til They Bang On The Door bij eerste beluistering eerlijk gezegd ook net wat te hitgevoelig of zelfs pompeus, waarbij het niet helpt dat de plaat opent met twee tracks waarin de pop domineert.
Eenmaal overtuigt van de kwaliteiten van Lucy Woodward gaat Til They Bang On The Door er echter in als koek en neem ik de paar misschien net wat te aanstekelijke deuntjes graag voor lief. In de andere tracks overtuigt Lucy Woodward immers met vocalen die uit de tenen komen, sterke songs en een fraaie en veelkleurige instrumentatie die haar geweldige stem perfect ondersteunt.
Hier en daar stijgt Lucy Woodward tot grote hoogten en komt Back To Black van Amy Winehouse binnen bereik. Door deze momenten ben ik inmiddels gevallen voor de muzikale charmes van Lucy Woodward (die naast een zwak voor pop ook een zwak heeft voor stokoude muziek). Til They Bang On The Door smaakt uiteindelijk naar meer. Naar veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Lucy Woodward - Til They Bang On The Door - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Til They Bang On The Door van de Amerikaanse singer-songwriter Lucy Woodward (die vooralsnog vooral bekend is als achtergrondzangeres en de songs die ze voor anderen schreef), wordt al een tijdje zeer actief gepromoot door een lezer van deze BLOG.
Hoewel ik vrijwel direct gegrepen werd door de plaat, heeft het uiteindelijk even geduurd voor ik een duidelijke mening had over de vierde plaat van deze Lucy Woodward.
Til They Bang On The Door overtuigt op het eerste gehoor heel makkelijk. Lucy Woodward beschikt over een geweldige stem vol soul en gevoel. Het is een stem die prachtig ingetogen kan klinken, maar de Amerikaanse kan ook stevig uithalen, zoals het een soulzangeres betaamt.
Ook in muzikaal opzicht klopt alles op Til They Bang On The Door. Producers Michael League (ook bassist van Snarky Puppy) en Henry Hey hebben de plaat voorzien van een zonnig en broeierig geluid, dat dankzij de inzet van gitaren, orgels, blazers en strijkers prachtig vol klinkt, maar ook subtiel kan klinken wanneer dat nodig is. Ook over de invloeden uit de jazz, blues, soul en rhythm & blues heb ik helemaal niets te klagen.
Til They Bang On The Door beschikt hiermee over ruim voldoende krachtige wapens om je van je sokken te blazen, maar Lucy Woodward is ook zeker niet vies van invloeden uit de pop, wat liefhebbers van de pure muziek uit bovengenoemde genres mogelijk kan afschrikken. Hier en daar vond ik Til They Bang On The Door bij eerste beluistering eerlijk gezegd ook net wat te hitgevoelig of zelfs pompeus, waarbij het niet helpt dat de plaat opent met twee tracks waarin de pop domineert.
Eenmaal overtuigt van de kwaliteiten van Lucy Woodward gaat Til They Bang On The Door er echter in als koek en neem ik de paar misschien net wat te aanstekelijke deuntjes graag voor lief. In de andere tracks overtuigt Lucy Woodward immers met vocalen die uit de tenen komen, sterke songs en een fraaie en veelkleurige instrumentatie die haar geweldige stem perfect ondersteunt.
Hier en daar stijgt Lucy Woodward tot grote hoogten en komt Back To Black van Amy Winehouse binnen bereik. Door deze momenten ben ik inmiddels gevallen voor de muzikale charmes van Lucy Woodward (die naast een zwak voor pop ook een zwak heeft voor stokoude muziek). Til They Bang On The Door smaakt uiteindelijk naar meer. Naar veel meer. Erwin Zijleman
