MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Lost Horizons - Ojalá (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lost Horizons - Ojalá - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lost Horizons is een project van Simon Raymonde, die bas en toetsen bespeelde in The Cocteau Twins en Richie Thomas, die achter de drums zat bij onder andere The Jesus And Mary Chain.

Simon Raymonde is misschien nog wel bekender als de man achter het mooie Britse Bella Union label, dat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan het vullen van de imposante gastenlijst op Ojalá, het debuut van Lost Horizons.

Simon Raymonde en Richie Thomas zorgen, samen met een beperkt aantal gastmuzikanten voor het mooie en bijzondere geluid op Ojalá, waarna het aan het ruime dozijn gastvocalisten is om de songs van Lost Horizons verder in te kleuren.

Onder deze gastvocalisten zag ik op het eerste gezicht niet veel bekende namen (buiten die van folkie Marissa Nadler en indie icoon Sharon van Etten, die overigens slechts wat background zang toevoegt in een van de tracks), maar met de zangers en zangeressen van bands als Midlake, Horse Thief, The Innocence Mission en Lanterns On The Lake heeft het Britse tweetal zeker niet de minsten naar de studio weten te lokken.

Al deze zangers en zangeressen moeten aan de slag in een sfeervol en wat donker aandoend geluid. Het is een geluid met een hoofdrol voor de piano en een belangrijke bijrol voor de ritmesectie die strooit met diepe bassen en hier en daar bijzondere ritmes. Het is een geluid dat uitstekend past bij de vrouwenstemmen die net domineren op Ojalá, maar ook de mannelijke vocalisten op de plaat geven hun visitekaartje af.

Met een ruim elftal aan vocalisten maak je in de meeste gevallen geen consistente plaat, maar Ojalá is dat voor een deel toch wel. De stemmige klanken op de plaat, die hier en daar van nog wat extra melancholie worden voorzien door strijkers, vormen de rode draad op het debuut van Lost Horizons, waarna de gastvocalisten hun eigen stempel mogen toevoegen.

Dat doen de gastzangers- en zangeressen op Ojalá allemaal op geheel eigen wijze. De mij onbekende Beth Cannon treedt in de voetsporen van Kate Bush, Karen Perris (The Innocense Mission), Hazel Wilde (Lanterns On The Lake) en Marissa Nadler kiezen voor mooie ingetogen folk, terwijl de jonge Gemma Dunleavy en Soffie Viemose het geluid van Lost Horizons voorzien van een voorzichtige pop twist. Ook de zangeres geven het debuut van Lost Horizons allemaal hun eigen signatuur. Ghostpoet kiest voor indringende klanken en spoken word dat doet denken aan Nick Cave, Midlake’s Tim Smith kiest voor stemmige folk, Hilang Child laat de hoogtijdagen van Colin Blunstone herleven, terwijl Phil McDonnell (Night Engine) zijn bijdrage voorziet van een vleugje David Bowie.

Door het eigen stempel van de vocalisten klinken alle songs op Ojalá anders, maar toch vormen de songs op de plaat een geheel. Het is een geheel waarin de muziek zorgt voor de consistentie en de zang steeds weer zorgt voor een net wat andere invulling.

Omdat het debuut van Lost Horizons zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maakt met sfeervolle klanken en zang vol gevoel en de songs op de plaat ook na een paar keer horen nog naar meer smaken, kan ik alleen maar concluderen dat het project van Simon Raymonde en Richie Thomas een zeer geslaagd project is.

Ojalá biedt de perfecte soundtrack voor donkere herfstavonden en ijskoude winterochtenden, maar het is ook een plaat die intrigeert en bewondering afdwingt, waarna de pure schoonheid het uiteindelijk makkelijk wint van het wat bij elkaar geraapte karakter dat hoort bij projecten als Lost Horizons. Erwin Zijleman

Lotte Kestner - Covers (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lotte Kestner - Off White / Covers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Off White is overigens niet het eerste wapenfeit van Lotte Kestner in 2017, want vlak voor de zomer bracht ze ook al het ruim een uur durende Covers uit.
Covers bevat, zoals de titel al doet vermoeden, uitsluitend vertolkingen van songs van anderen en het zijn voor een belangrijk deel songs die iedereen mee kan zingen en afkomstig zijn van roemruchte eigenaren als Pink Floyd, Nick Drake, Depeche Mode of Mazzy Star.

Niemand vertolkt songs van anderen zo als Lotte Kestner, want alle songs worden op Covers in haar inmiddels zo kenmerkende geluid gegoten. Ook op Covers domineren sobere klanken, komen fraaie accenten pas na enige tijd aan de oppervlakte en legt Anna-Lynne Williams met haar zo mooie en bijzondere stem een donkere deken over de wereld.

Lotte Kestner maakt op Covers van 17, grotendeels bekende songs haar eigen songs en doet dat op de fascinerende en indringende wijze die we van haar gewend zijn. Omdat we het moeten doen zonder de unieke songs van Lotte Kestner, is Covers niet zo indrukwekkend of onmisbaar als Off White, maar de plaat is vele malen beter dan al die andere platen met covers die momenteel verschijnen. Erwin Zijleman

Lotte Kestner - Covers Vol. 3 (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lotte Kestner - Covers Vol. 3 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lotte Kestner - Covers Vol. 3
Lotte Kestner, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Anna-Lynne Williams, heeft de afgelopen jaren een voorkeur voor het vertolken van songs van anderen en dat doet ze ook op het derde deel van Covers weer prachtig

Albums met uitsluitend covers, ik ben er meestal niet gek op en ook als ik ze wel mooi vind luister ik er maar zelden naar. Momenteel ben ik echter behoorlijk in de ban van het nieuwe album van Lotte Kestner. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels drie albums met uitsluitend songs van anderen afgeleverd en de derde is nog wat mooier en indrukwekkender dat zijn twee voorgangers. Het vertolken van songs van anderen leidt vaak tot versies die me uiteindelijk minder dierbaar zijn dan de originelen, maar Lotte Kestner slaagt er in om eigen songs te maken van de songs van anderen. Het zijn versies om te koesteren en dat is een waanzinnig knappe prestatie.

De Amerikaanse muzikante Anna-Lynne Williams maakt sinds het uit elkaar vallen van haar vorige band Trespassers William muziek onder de naam Lotte Kestner en dat doet ze inmiddels al geruime tijd. De muzikante uit Seattle heeft een aantal prachtige albums op haar naam staan, waarvan ik met name The Bluebird Of Happiness uit 2013 en Off White uit 2017 koester.

Dat laatste album is ook meteen haar laatste min of meer reguliere album, maar dat betekent niet dat Anna-Lynne Williams de afgelopen jaren stil heeft gezeten. Er verscheen de afgelopen jaren een imposant stapeltje albums, maar het waren allemaal albums die bij andere muzikanten als ‘tussendoortjes’ zouden worden beschouwd.

Zo werd het werk van Trespassers William deels opnieuw uitgevonden en verscheen een album met verloren songs. Het was allebei prachtig, maar nog wat indrukwekkender vind ik de albums met songs van anderen die de afgelopen jaren zijn verschenen. Afgelopen week verscheen Covers Vol. 3, nadat in 2020 Covers Vol. 2 was verschenen en in 2015 Covers. Dat laatste album kwam ik pas tegen toen in 2017 Off White verscheen, maar het tweede deel in de serie heb ik gemist.

Nu moet ik wel direct zeggen dat ik over het algemeen genomen geen groot fan ben van albums met uitsluitend songs van anderen. Zeker als het gaat om relatief bekende songs zijn de originele versies in de meeste gevallen beter of zijn ze me in ieder geval dierbaarder dan de nieuwe interpretaties. Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van Covers Vol. 3, maar wat is het een prachtig album.

Lotte Kestner vertolkt op het album een aantal van haar favoriete songs en het kan alle kanten op. Ze vertolkt songs uit de alternatieve hoek van onder andere Elliott Smith, Beirut, Cigarettes After Sex en Damien Jurado, maar is ook niet vies van songs van grote namen als Kate Bush, The Hollies, Simon & Garfunkel, Radiohead en The Weeknd.

Van songs als Wuthering Heights van Kate Bush, The First Time Ever I Saw Your Face van Roberta Flack en The Air That I Breathe van The Hollies kun je inmiddels misschien maar beter afblijven, maar het is knap hoe Lotte Kestner haar eigen songs maakt van songs die onlosmakelijk zijn verbonden met de vertolkers van het origineel.

De Amerikaanse muzikante doet dit in de meeste gevallen door de songs terug te brengen tot de essentie en vervolgens te voorzien van sobere maar zeer smaakvolle arrangementen en klanken. Het zorgt er al voor dat het origineel in de meeste gevallen ver weg is en dat wordt nog wat meer benadrukt door de zang, die echt bijzonder mooi is. Anna-Lynne Williams zingt met heel veel gevoel, waardoor de songs op Covers Vol. 3 nog meer haar eigen songs worden.

Na Covers Vol. 3 heb ik ook de vorige twee delen er nog eens bij gepakt en ook die zijn zeer de moeite waard. Het is knap hoe uitgekauwde songs als onder andere Dreams van Fleetwood Mac, Enjoy The Silence van Depeche Mode en Dancing In The Dark van Bruce Springsteen wonderschone Lotte Kestner songs worden. En geweldig hoe ze een songs als Eyes Without A Face van Billy Idol omtovert tot de fraaie folksong die er in zit en dat is maar een van talloze voorbeelden.

Natuurlijk zou ik graag weer eens nieuwe muziek van Lotte Kestner horen, maar het vertolken van songs van anderen is ook een kunst en het is een kunst die de Amerikaanse muzikante echt tot in de perfectie beheerst. Ook Covers Vol. 4 kan daarom bij voorbaat op mijn warme sympathie rekenen. Erwin Zijleman

Lotte Kestner - Lost Songs (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lotte Kestner - Lost Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lotte Kestner - Lost Songs
De Amerikaanse singer-songwriter Anna-Lynne Williams AKA Lotte Kestner keert na een paar jaar terug met een nieuw album en maakt wederom indruk met mooie songs en een prachtige stem

Ik hou wel van de muziek van Lotte Kestner. Het is muziek zonder opsmuk, die genoeg heeft aan subtiele klanken, goede songs en vooral een hele mooie stem. Voor iedereen die de muziek van het alter ego van Anna-Lynne Williams kent, bevat Lost Songs weinig verrassingen, maar ik vind het weer erg mooi. De folky songs op het album zijn sfeervol ingekleurd, met hier en daar subtiele accenten, en ondersteunen de stem van Anna-Lynne Williams prachtig. Ook Lost Songs bevat weer van die songs die aangenaam voortkabbelen, maar je opeens vastgrijpen en niet meer los laten. Je moet er gevoelig voor zijn, maar als je er gevoelig bent is ook het nieuwe album van Lotte Kestner weer wonderschoon.

Lotte Kestner is het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Anna-Lynne Williams, die we nog kennen als frontvrouw van de band Trespassers William. De muzikante uit Seattle, Washington, brengt inmiddels een kleine vijftien jaar muziek uit als Lotte Kestner en bouwt aan een fraai oeuvre.

Hoogtepunt tot dusver is wat mij betreft het prachtige Off White uit 2017, dat tot deze week ook het laatste album met origineel en eigen materiaal van Anna-Lynne Williams was. De Amerikaanse muzikante vindt haar muziek met enige regelmaat opnieuw uit door Spartaanse versies of juist voller ingekleurde remixes van haar songs op te nemen en is bovendien niet vies van het vertolken van songs van anderen, waar ze overigens zeer bedreven in is.

Waar de titel Lost Songs vandaan komt weet ik niet, maar het gaat deze keer gelukkig om nieuw materiaal van Lotte Kestner. Haar liefde voor het vertolken van songs van anderen heeft Anna-Lynne Williams ook dit keer overigens niet volledig kunnen onderdrukken, want Lost Songs bevat nauwelijks herkenbare versies van Everything I Wanted van Billie Eilish en Inside Of Love van Nada Surf. Zoals gewoonlijk maakt de Amerikaanse muzikante er typische Lotte Kestner songs van en ook de rest van de songs op het album zijn typische Lotte Kestner songs.

De muzikante uit Seattle maakte Lost Songs niet in haar uppie, maar kreeg in een aantal tracks gezelschap van andere muzikanten, onder wie stadgenoot Damien Jurado. De drie gastmuzikanten op het album tekenen vooral voor redelijk subtiele maar fraaie gitaarbijdragen, maar net als op haar vorige albums doet Anna-Lynne Williams veel zelf.

Zoals op al haar albums is de instrumentatie sober en draait alles om haar mooie stem. Lost Songs is in alle opzichten een typisch Lotte Kestner album en dat kun je zowel als sterkte en zwakte van het album zien. Aan de ene kant voegt Lost Songs niet veel toe aan het geluid dat we al van Lotte Kestner kennen, maar aan de andere kant zijn de songs op het album stuk voor stuk prachtig en excelleert Anna-Lynne Williams als zangeres.

De meest ingetogen songs op het album zijn vooral folky, maar wanneer keyboards worden toegevoegd klinkt de muziek van Lotte Kestner opeens een stuk ruimtelijker en sprookjesachtiger. Ik heb inmiddels stapels met albums met dit soort ingetogen singer-songwriter muziek met een vrouwenstem in de hoofdrol en zeker door het grote aanbod van het moment dreigt zo nu en dan verzadiging, maar Lost Songs van Lotte Kestner heeft me langzaam maar zeer zeker overtuigt en is me na een aantal luisterbeurten dierbaar geworden.

Anna-Lynne Williams beschikt niet alleen over een hele mooie stem, maar ze vertolkt haar songs bovendien vol gevoel en doorleving en slaagt er steeds weer in om haar songs met zeer eenvoudige middelen toch zeer smaakvol in te kleuren. In 45 minuten komen dertien songs voorbij en ik vind ze eigenlijk allemaal mooi, al gaat mijn voorkeur uit naar de songs die subtiel zijn ingekleurd, maar wel iets donkers en bezwerends hebben, want in dit soort songs vind ik de engelachtige stem van Lotte Kestner persoonlijk het mooist. We hebben zo’n vierenhalf jaar moeten wachten op de echte opvolger van Off White, maar Lost Songs was het wachten waard. Erwin Zijleman

Lotte Kestner - Off White (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lotte Kestner - Off White / Covers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lotte Kestner is het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Anna-Lynne Williams, die een enkeling nog zal kennen van de uit Seattle afkomstige band Trespassers William, maar die ik zelf vooral ken van het prachtige Blue Bird Of Happines, dat ik in de eerste week van 2014 ontdekte en recenseerde op deze BLOG.

Ik ben Lotte Kestner vervolgens uit het oog verloren, maar heb gelukkig niets gemist. De Amerikaanse singer-songwriter dook immers pas een maand geleden weer op met de opvolger van het zo bewierookte Blue Bird Of Happiness.

Off White ligt in het verlengde van zijn voorganger en omarmt nadrukkelijk het principe ‘less is more’. Off White valt op door een uiterst sobere en zeer stemmige instrumentatie, waarin zo af en toe de strijkers aan mogen zwellen, maar over het algemeen wordt gekozen voor een zeer ingetogen geluid. Het is een geluid dat prachtig kleurt bij de heldere en fluisterzachte stem van Anna-Lynne Williams, die met haar alter ego Lotte Kestner ook dit keer flink wat indruk maakt.

Off White valt zoals gezegd op door een sobere en stemmige instrumentatie, maar het is ook een instrumentatie vol melancholie en weemoed. Off White is een plaat die donkere wolken voor de zon schuift, maar het is ook een plaat van een bijzondere schoonheid.

Lotte Kestner vertolkt haar wat sombere en donkere songs vol gevoel en heeft met haar intieme en indringende muziek een bijna unheimisch effect op de luisteraar. Het is muziek die het niet zo goed doet bij alle zonnestralen van de afgelopen week, maar de soundtrack voor donkere en wat troosteloze herfst- en winteravonden is gevonden. Zeker de wat donkerdere songs die worden gedragen door sobere piano- of gitaarklanken en de mooie stem van Anna-Lynne Williams, maken makkelijk indruk en staan bij mij garant voor kippenvel.

Er zijn veel vrouwelijke singer-songwriters die gebruik maken van dezelfde middelen als Lotte Kestner, maar er zijn er maar weinig die met hun muziek zoveel invloed uit kunnen oefenen op de gemoedstoestand van de luisteraar. Muziekliefhebbers die gevoelig zijn voor herfstdepressies kunnen door de sobere en vaak wat sombere klanken op Off White makkelijk naar beneden worden getrokken, maar een ieder die vooral de schoonheid ziet van de verkleurende en vallende blaadjes, zal ook worden geraakt door de pure schoonheid en intimiteit van de nieuwe plaat van Lotte Kestner.

Off White is zo puur en intiem dat luisteren naar de muziek van Lotte Kestner soms bijna pijn doet, maar het is ook muziek die respect en bewondering afdwingt. Het is knap hoe Lotte Kestner teruggrijpt op stokoude folk, maar ook muziek maakt die eigentijds en urgent klinkt.

Het is muziek die heel ver is verwijderd van de shoegaze van de band waarmee Anna-Lynne Williams ooit opdook, maar dankzij de enorme intensiteit en al het gevoel is ook de afstand tot de gemiddelde folkie groot.

Lotte Kestner heeft een plaat gemaakt waar je tegen moet kunnen, maar als je eenmaal gewend bent aan de sobere klanken en alle melancholie betovert de verstilde pracht van Off White steeds nadrukkelijker en intenser en valt nog meer op hoe mooi de songs van Lotte Kestner zijn ingekleurd en gezongen. Ik was een paar jaar geleden diep onder de indruk van Blue Bird Of Hapiness, maar Off White is nog veel en veel mooier. Prachtplaat.



Off White is overigens niet het eerste wapenfeit van Lotte Kestner in 2017, want vlak voor de zomer bracht ze ook al het ruim een uur durende Covers uit.
Covers bevat, zoals de titel al doet vermoeden, uitsluitend vertolkingen van songs van anderen en het zijn voor een belangrijk deel songs die iedereen mee kan zingen en afkomstig zijn van roemruchte eigenaren als Pink Floyd, Nick Drake, Depeche Mode of Mazzy Star.

Niemand vertolkt songs van anderen zo als Lotte Kestner, want alle songs worden op Covers in haar inmiddels zo kenmerkende geluid gegoten. Ook op Covers domineren sobere klanken, komen fraaie accenten pas na enige tijd aan de oppervlakte en legt Anna-Lynne Williams met haar zo mooie en bijzondere stem een donkere deken over de wereld.

Lotte Kestner maakt op Covers van 17, grotendeels bekende songs haar eigen songs en doet dat op de fascinerende en indringende wijze die we van haar gewend zijn. Omdat we het moeten doen zonder de unieke songs van Lotte Kestner, is Covers niet zo indrukwekkend of onmisbaar als Off White, maar de plaat is vele malen beter dan al die andere platen met covers die momenteel verschijnen. Erwin Zijleman

Lou Barlow - Brace the Wave (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lou Barlow - Brace The Wave - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lou Barlow maakt(e) deel uit van het roemruchte Dinosaur Jr. en maakte vervolgens indruk met eigen bands als Folk Implosion, Sentridoh en Sebadoh. Barlow mag daarom wat mij betreft worden geschaard onder de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek, wat beluistering van zijn nieuwe soloplaat op voorhand interessant maakt.

Het solowerk van Lou Barlow is tot dusver wat wisselvallig, maar de Amerikaan schudt altijd wel een paar prachtsongs uit zijn mouw. Dat doet hij ook op zijn eerste soloplaat in zes jaar tijd, Brace The Wave.

Voor Brace The Wave keerde Lou Barlow terug naar zijn geboortegrond (Easthampton, Massachusetts), waar hij met producer Justin Pizzoferrato (Pixies, J Mascis) in een paar dagen tijd zijn nieuwe plaat in elkaar sleutelde.

Het is een opvallend sobere en soms zelfs bijna verstilde plaat geworden. Lou Barlow speelt gitaar of ukele, zingt en voegt zo af en toe wat extra instrumenten toe, waaronder ouderwets klinkende synths.

De meeste songs op de plaat zijn folky, doen soms wat psychedelisch aan en hebben natuurlijk een lo-fi karakter. Brace The Wave klinkt alsof het met minimale middelen is opgenomen en klinkt bovendien als een plaat die nog deels ter plekke moest worden verzonnen.

Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van het ruwe en rammelende karakter van de plaat, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van deze ‘back to basics’ plaat. Ook op Brace The Wave laat Lou Barlow immers weer horen dat hij een groot songwriter is. De songs van de Amerikaan zijn absoluut ruw, maar het zijn vrijwel stuk voor stuk ruwe pareltjes.

Zeker wanneer je Brace The Wave wat vaker hebt gehoord, is het een plaat vol sterke songs en bovendien een plaat met een geheel eigen gezicht. Het is hiernaast ook nog eens een plaat die de grote muzikant Lou Barlow recht doet en dat geldt zeker niet voor alle platen die hij heeft gemaakt. Erwin Zijleman

Lou Barlow - Reason to Live (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lou Barlow - Reason To Live - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lou Barlow - Reason To Live
Lou Barlow heeft een staat van dienst waar je U tegen zegt, maar het heilige vuur is nog lang niet gedoofd, wat de Amerikaanse muzikant ook weer laat horen op zijn nieuwe soloalbum

Zo langzamerhand weet ik wel wat ik van Lou Barlow kan verwachten. Lo-fi popliedjes zonder opsmuk, maar vol verrassing en ook nog eens onweerstaanbaar lekker. Ook op Reason To Live staan er weer 17 en ze schieten alle kanten op. Naarmate het album vordert klinkt het thuis tijdens de lockdown opgenomen album steeds lekkerder, maar laat Lou Barlow ook horen hoe veelzijdig hij is. In eerste instantie lijkt het een typisch Lou Barlow album dat in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar ik begin toch steeds meer moois en bijzonders te ontdekken op een album dat nog maar eens illustreert dat Lou Barlow nog altijd een groot muzikant is.

De Amerikaanse muzikant Lou Barlow heeft een CV om bang van te worden, maar toch staat zijn nieuwe soloalbum niet hoog genoteerd in de lijstjes met de belangrijke releases van deze week. De muzikant die deel uitmaakte van roemruchte bands als Folk Implosion, Sebadoh, Sentridoh en natuurlijk Dinosaur Jr. heeft echter een aantal interessante soloalbums op zijn naam staan.

Lou Barlow, die een paar weken geleden nog schitterde op het geweldige nieuwe album van Dinosaur Jr., brengt zo eens in de vijf jaar een soloalbum uit. Het deze week verschenen Reason To Live is de opvolger van het in de herfst van 2015 verschenen Brace The Wave, dat me destijds uitstekend beviel. Ook Reason To Live bevalt me prima. Het is misschien niet het meesterwerk in het oeuvre van Lou Barlow, maar de Amerikaanse muzikant is nog altijd in goeden doen en hierdoor interessanter dan het grootste deel van de concurrentie.

Reason To Live is gestoken in een zeer kleurige hoes, die wel wat lijkt op de hoes waarin het ook deze week verschenen album van black midi is gestoken, maar waar de Britse band het zoekt in complexiteit, zoekt Lou Barlow het in de eenvoud, althans zo lijkt het. De Amerikaanse muzikant jaagt er in ruim 40 minuten maar liefst 17 songs doorheen en het zijn stuk voor stuk typische Lou Barlow songs.

Het rammelt en het schuurt, maar het zijn ook songs met heerlijk gitaarwerk, met geweldige melodieën en met de zo herkenbare stem van Lou Barlow. Het zijn songs die soms wat fragmentarisch over komen, zoals dat ook hoort in de lo-fi, maar het zijn ook songs die zich snel opdringen en die stuk voor stuk iets laten horen waar ik blij van word.

De Amerikaanse muzikant maakte het album tijdens de Amerikaanse lockdown, nam nagenoeg alle instrumenten voor zijn rekening en speelde het album thuis in. Reason To Live klinkt hier en daar als huisvlijt, maar naarmate het album vordert zit het steeds knapper in elkaar en klinkt het steeds beter. Enig gevoel van huisvlijt past bovendien wel bij de muziek die Lou Barlow maakt.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de laatste albums van Guided By Voices, al is het maar omdat de stem van Lou Barlow, net als die van Guided By Voices voorman Robert Pollard, af en toe tegen die van Peter Gabriel in zijn jonge jaren aan kan schuren, zeker als er een heel klein beetje prog of folk opduikt in de muziek op het album.

Het gekke is dat ik Reason To Live bij eerste beluistering vooral een oerdegelijk Lou Barlow vond, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier ik het vind. De Amerikaanse muzikant heeft zijn nieuwe album met relatief eenvoudige middelen en een beperkt arsenaal aan instrumenten in elkaar gesleuteld, zodat alles aan komt op zijn prestaties als zanger, muzikant en songwriter. Op alle drie de competenties scoort Lou Barlow hoog.

Reason To Live is een lekker gevarieerd album dat maar in beperkte mate lijkt op zijn voorgangers zonder de muziek die Lou Barlow de afgelopen decennia maakte te vergeten. Het is een album dat best een lockdown album genoemd mag worden en het is er een waarvan er, nu de coronapandemie op zijn einde loopt, veel te weinig zijn gemaakt. Alle reden dus om wel druk te doen over het nieuwe soloalbum van de geweldige muzikant Lou Barlow. Erwin Zijleman

Lou Doillon - Lay Low (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lou Doillon - Lay Low - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was ongeveer tweeënhalf jaar geleden zeer onder de indruk van Places van de Franse singer-songwriter Lou Doillon. Deze Lou Doillon bleek de dochter van Jane Birkin en de halfzus van Charlotte Gainsbourg.

Ondanks het feit dat Lou Doillon op Places koos voor Engelstalige muziek, werd de plaat eigenlijk alleen in Frankrijk omarmd. Dat lijkt helaas ook weer het geval voor het een paar maanden geleden verschenen Lay Low, dat ik bij toeval tegen kwam in de mailing van een Franse muziekwinkel.

Het is de hoogste tijd om deze plaat ook in Nederland te gaan ontdekken, want Lay Low is minstens net zo mooi en indrukwekkend als zijn voorganger.

Op Places hoorde ik vooral invloeden uit de folkmuziek zoals die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 werd gemaakt in de canyons rond Los Angeles. Deze invloeden werden door Lou Doillon aangevuld met blues, folk-noir, 70s new wave, wat soul en een klein beetje Fiona Apple.

Het is een omschrijving die ook weer van toepassing is op Lay Low. De muziek van Lou Doillon laat zich nog altijd inspireren door de memorabele Laurel Canyon platen van Karen Dalton en Joni Mitchell, heeft het bezwerende van de platen van Patti Smith, het zwoele van de vroege platen van Cat Power en het ongrijpbare en donkere van de platen van Fiona Apple.

Vergeleken met zijn voorganger klinkt Lay Low nog wat donkerder, maar de plaat klinkt ook wat eigentijdser. Lou Doillon kiest ook op haar nieuwe plaat weer voor de donkere, bezwerende en soms rauwe klanken die het best passen bij haar bijzondere stem (die zich ergens tussen de stemmen van Karen Dalton, Fiona Apple en Cat Power bevindt) en ze zij dit keer meer bluesy dan folky.

Lay Low is geen plaat die je op de achtergrond laat voortkabbelen. Lou Doillon maakt muziek die je bij de strot grijpt en het is muziek die het best tot zijn recht komt bij volledige aandacht. Dat geldt misschien nog wel het meest voor de juist zeer spaarzaam gearrangeerde songs, waarin alles aan komt op de stem van Lou Doillon en kippenvel niet lang op zich laat wachten. Lay Low is al met al misschien nog wel beter dan Places en is een plaat die gehoord moet worden en zeker ook buiten Frankrijk. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman

Lou Doillon - Soliloquy (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lou Doillon - Soliloquy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lou Doillon maakte twee geweldige maar in Nederland nauwelijks opgepikte platen en overtuigt nu met plaat nummer drie

Lou Doillon heeft een beroemde moeder en een beroemde halfzus, maar kiest in muzikaal opzicht haar eigen weg. Dat leverde de afgelopen jaren al twee geweldige platen op en ook Soliloquy is er weer een. Het is een plaat die zich niet in een hokje laat duwen en er steeds andere genres en geluiden bij sleept. Het past allemaal fraai bij de bijzondere stem van Lou Doillon, die een voorkeur heeft voor donkere tinten en klanken, maar ook muziek maakt waar je als muziekliefhebber heel erg blij van wordt. Het is ook nog eens muziek die af en toe doet denken aan die van Fiona Apple, wat de plaat voor mij nog een stuk aantrekkelijker maakt.

Lou Doillon is de dochter van Jane Birkin en hierdoor de halfzus van Charlotte Gainsbourg. De afgelopen jaren maakte ze een tweetal platen die zeker niet onder deden voor het werk van haar veel beroemdere halfzus en het zijn platen die het vooral in Frankrijk erg goed deden.

Dat is op zich best bijzonder, want hoewel Lou Doillon al haar hele leven in Frankrijk woont, waagt zich op haar platen niet aan het Frans, maar zingt ze in het Engels. Op Places uit 2012 en Lay Low uit 2015 maakte Lou Doillon indruk met haar donkere stem en met songs vol invloeden. Het leverde twee miskende meesterwerken op.

De in Parijs woonachtige muzikante verrijkte haar popsongs op haar eerste twee platen met invloeden die varieerden van folk, folk-noir en blues tot 70s new wave, soul en pop. Het waren popsongs die afwisselend deden denken aan de muziek van Joni Mitchell, Cat Power, Rachael Yamagata en Fiona Apple en dat is vergelijkingsmateriaal waar je mee thuis kunt komen.

Alle genres en al het vergelijkingsmateriaal zijn gebleven op de derde plaat van Lou Doillon. Ook op Soliloquy is de verleiding van de donkere stem van Lou Doillon weer maximaal. Zeker wanneer ze haar donkere stem combineert met donkere pianoklanken ligt de vergelijking met Fiona Apple voor de hand, maar de muziek van de Française is een stuk minder zwaar en donker en schiet bovendien alle kanten op.

Soliloquy neigt misschien net wat meer naar pop dan zijn voorgangers, maar het is zeker geen 13 in een dozijn pop. In een deel van de songs domineren organische klanken, maar Lou Doillon pakt dit keer ook flink uit met elektronica. Ze flirt gelukkig niet met electropop, maar kiest voor donkere, dreigende en soms zelfs wat unheimische klanken, die me op een of andere manier aan Bowie uit de late jaren 70 doen denken. Het contrasteert fraai met de al even donkere zang van Lou Doillon, die nog wat beter zingt dan op haar eerste twee platen en gelukkig ook op soms wat onconventionele wijze is blijven zingen.

Ondanks de donkere tinten op Soliloquy heeft de Franse zangeres zeker geen ontoegankelijke plaat gemaakt. De songs, die ook dit keer veelvuldig herinneren aan de new wave uit de jaren 70, liggen stuk voor stuk lekker in het gehoor en zijn in een aantal gevallen zelfs aanstekelijk te noemen. Lou Doillon is hiernaast gelukkig nog altijd niet vies van bezwerende folksongs, die je onmiddellijk mee terug nemen naar de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk en de Amerikaanse psychedelische folk uit de late jaren 60, wat flink wat contrast aanbrengt op de plaat.

Het levert, net als op de vorige twee platen van Lou Doillon, songs op die meerdere kanten op springen, die zowel verwarmen als voorzichtig tegen de haren in strijken en die zowel eigentijds als tijdloos klinken. Het zijn songs die niet iedereen zullen betoveren, maar mij houdt Lou Doillon ook dit keer in een wurggreep met haar bijzondere songs en haar fascinerende stem.

Op Soliloquy werkt Lou Doillon met verschillende producers, onder wie Cat Power (!), Taylor Kirk (Timbre Timbre), Benjamin Leabeau (The Shoes) en Dan Levy (The Dø). Het resulteert in een veelzijdig en veelkleurig geluid, maar Soliloquy is wat mij betreft ook een consistent klinkende plaat, die steeds weer imponeert met een eigen geluid en een stem die het eigen gezicht van Soliloquy nog wat meer accentueert. Lou Doillon is helaas niet heel bekend buiten de Franse landsgrenzen, maar wat is ze ook op deze nieuwe plaat weer goed. Erwin Zijleman

Lou Reed - New York (1989)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lou Reed - New York, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lou Reed - New York, Deluxe Edition
New York van Lou Reed verscheen 31 jaar geleden, maar klinkt na die 31 jaar op de deze week verschenen reissue nog net zo rauw, scherp en urgent als op de dag van de release

Lou Reed zijn beste jaren leken in 1989 achter hem te liggen, tot het album New York verscheen. Op het album bekeek Lou Reed zijn woonplaats en hij zag dat deze er slecht aan toe was. De kritische observaties op het album zijn vlijmscherp en dat geldt ook voor de muziek op het album. Het is muziek zonder opsmuk. Bas, drums en twee gitaren, meer niet, en iedere noot is raak. Het past prachtig bij de uit duizenden herkenbare stem van Lou Reed die zijn teksten zo nu en dan bijna voordraagt. New York is dit jaar alweer 31 jaar oud, maar is deze week prachtig gevangen op een fraaie reissue, die uiteraard de nodige interessante extra’s bevat.

De afgelopen week was natuurlijk de week van de spectaculaire reissue van Sign ‘O’ The Times van Prince, maar er was nog een onbetwiste klassieker die de afgelopen week opnieuw werd uitgebracht in een luxe editie.

Lou Reed maakte in de jaren 70 zijn bekendste albums, maar ook in de eerste helft van de jaren 80 verkeerde de Amerikaanse muzikant nog in een uitstekende vorm. Zijn beste album uit het betreffende decennium was echter het in 1989 verschenen New York, dat ik persoonlijk schaar onder de allerbeste albums van de in 2013 overleden muzikant. New York verscheen na een aantal magere jaren, waarin Lou Reed zijn inspiratie leek verloren, maar het slotakkoord van Lou Reed in de jaren 80 was zeer indrukwekkend.

Op New York bezingt Lou Reed het wel en wee van zijn woonplaats New York en bekijkt hij zijn thuisbasis met een zeer kritische blik. De Amerikaanse metropool verkeerde aan het eind van de jaren 80 in een deplorabele staat. Acht jaar Reaganomics had een kleine elite in de stad grote rijkdom gebracht, maar een veel grotere groep werd getroffen door zware armoede. Of het nog niet erg genoeg was werd de stad ook zwaar getroffen door de AIDS-epidemie, die aan het eind van de jaren 80 dood en verderf zaaide en verder had de stad absoluut een drugsprobleem en te maken met een onevenredige hoeveelheid criminaliteit en geweld.

Het maakt van New York een aardedonker album, maar ook een album waarop Lou Reed als een waar protestzanger misstanden aan de kaak stelt, waarbij de Amerikaanse muzikant zich overigens niet beperkt tot New York, maar ook de Amerikaanse politiek van dat moment fileert. Lou Reed doet dat in prachtige teksten die het lezen meer dan waard zijn. In deze teksten duikt ook de familie Trump op, maar Lou Reed kon onmogelijk vermoeden hoeveel ellende een lid van deze familie drie decennia later nog zou veroorzaken. Het zijn teksten die zich deels in een compleet andere tijd afspelen, maar zo nu en dan blijkt New York nog verrassend actueel.

New York is een album zonder veel opsmuk. Het is een album met een lekker rauw gitaargeluid, dat prachtig combineert met de uit duizenden herkenbare en bijna gesproken zang van Lou Reed, die in de wat meer gezongen passages ook zeker aan Bob Dylan doet denken en de woorden steeds vol venijn uit spuugt.

De Amerikaanse muzikant speelde op New York met een nieuwe band, bestaande uit gitarist Mike Rathke, bassist Rob Wasserman en drummer Fred Maher, en dat pakt geweldig uit. De band speelt rauw en betrekkelijk sober, maar de ritmesectie is uitstekend, terwijl de gitarist prachtig ruw speelt hier en daar los mag gaan in wat meer blues-georiënteerd gitaarspel. Oud The Velvet Undergound maatje Moe Tucker draagt tenslotte nog wat extra percussie bij.Het levert een serie songs op waar de urgentie in 1989 van af spatte en wat mij betreft is dat 31 jaar later nog steeds zo.

Het originele album klinkt prachtig in de deze week verschenen luxe editie en uiteraard biedt deze editie het nodige bonusmateriaal. Allereerst is er een integrale live-versie van het album uit 1989 en hierna komen nog de nodige ruwe versies van de songs van New York voorbij, die goed laten horen hoe de songs in hun meest elementaire vorm klinken. Het is misschien niet zo’n schatkist als de reissue van Prince deze week, maar ook New York van Lou Reed mag best ontdekt worden door een nieuwe generatie muziekliefhebbers. Erwin Zijleman

Lou Rhodes - theyesandeye (2016)

Alternatieve titel: Theyes and Eye

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lou Rhodes - Theyesandeye - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lou(ise) Rhodes leek na het uiteenvallen van Lamb in 2004 definitief te hebben gekozen voor haar solocarrière, maar de afgelopen jaren heeft ze haar aandacht toch weer moeten verdelen tussen deze solocarrière en het heropgerichte Lamb.

We hebben daarom zes jaar moeten wachten op de opvolger van het uit 2010 stammende One Good Thing, maar ook Theyesandeye was het wachten weer meer dan waard.

Waar Lou Rhodes zich bij Lamb laat omringen door flink wat elektronica, klinkt haar solowerk nog altijd prachtig organisch. Ook Theyesandeye laat zich weer zeer nadrukkelijk beïnvloeden door de Britse folk van weleer, maar op al haar platen doet Lou Rhodes ook wel iets anders en dat is op deze plaat gelukkig niet anders.

Theyesandeye klinkt vergeleken met zijn voorgangers flink wat psychedelischer en bovendien is de instrumentatie vol bijzondere accenten van onder andere strijkers, harp en piano net wat avontuurlijker dan we van haar gewend zijn. Theyesandeye klinkt ook zeker voller dan we van Lou Rhodes gewend zijn, maar toch is ook de vierde soloplaat van Lou Rhodes weer een hele intieme plaat.

Dat ligt deels aan de nog altijd redelijk ingetogen instrumentatie, maar het is ook dit keer vooral de bijzondere stem van Lou Rhodes die het meest bijdraagt aan het intieme karakter van haar muziek. Vergeleken met de meeste andere folkies heeft Lou Rhodes een net wat minder helder en soms zelfs wat doorleefd en gruizig stemgeluid, wat zorgt voor een uit duizenden herkenbaar geluid.

Lou Rhodes voorziet haar songs bovendien van net wat meer diepte en emotie, waardoor een plaat van Lou Rhodes net wat meer met me doet dan al die andere mooie folky platen die op het moment verschijnen.

Theyesandeye is een plaat die uitstekend voldoet als sfeervolle plaat op de achtergrond, maar de bijzondere songs van Lou Rhodes zijn toch het mooist wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Vanaf dat moment grijpt Theyesandeye je vast en laat de plaat niet meer los, want wat gebeurt er veel op de nieuwe plaat van Lou Rhodes en wat is het allemaal mooi en bijzonder.

Lou Rhodes is er weer in geslaagd om een plaat te maken die met één been in het verleden staat (en niet alleen in de folk maar zeker ook in de klassieke singer-songwriter platen uit de jaren 70), maar die geen moment gedateerd klinkt. Wat ze met Lamb doet is bij vlagen prachtig, maar het solowerk van Lou Rhodes is van de eerste tot de laatste noot wonderschoon. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Lou Turner - Microcosmos (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lou Turner - Microcosmos - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lou Turner - Microcosmos
Microcosmos van Lou Turner lijkt bij eerste beluistering een singer-songwriter album waarvan je er al talloze hebt, maar het is een tijdloos album dat zich steeds genadelozer opdringt met songs die je eindeloos wilt koesteren

Lou Turner is een Amerikaanse singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die hopelijk gaat profiteren van een slappe releaseweek. Haar album Microcosmos zou in een drukke releaseweek waarschijnlijk makkelijk ondersneeuwen, al is het maar omdat het tweede album van Lou Turner bij eerste beluistering weliswaar bekend in de oren klinkt, maar niet direct een onuitwisbare indruk maakt. Dat doet Microcosmos wel wanneer je het album een paar keer hebt gehoord. De songs van Lou Turner herinneren aan de hoogtijdagen van de Laurel Canyon scene, maar klinken geen moment gedateerd. Het levert een ouderwets groeialbum op dat stijgt tot grote hoogten.

Paste Magazine wees me afgelopen vrijdag op Microcosmos van Lou Turner, dat ik zonder de hulp van de Amerikaanse muziekwebsite waarschijnlijk nooit had ontdekt. Dankzij de zeer lovende woorden van Paste Magazine heb ik ook wat langer en intensiever geluisterd naar het album, dat bij eerste beluistering vooral een behoorlijk ingetogen singer-songwriter album lijkt. Dat is het soort album waarvan ik er al honderden in de kast heb staan, waardoor ik niet direct overtuigd was van de meerwaarde van het album, dat ook nog eens een album is dat net zo goed decennia geleden gemaakt had kunnen zijn.

Lou Turner, het alter ego van Lauren Turner, is een dichter en singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die in 2020 debuteerde met het niet in brede kring opgemerkte Songs For John Venn. Het is een album dat ik zelf ook niet ben tegengekomen, maar ik ben blij dat Microcosmos wel op mijn pad is gekomen. Het is een album dat zoals gezegd ook decennia geleden gemaakt had kunnen worden, waarbij je al snel uitkomt bij de muziek die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt.

Lou Turner beschikt over een warm en aangenaam stemgeluid, dat herinnert aan het verleden, maar dat ook in het heden makkelijk overtuigt. De Amerikaanse muzikante schrijft mooie teksten, die ze met veel gevoel vertolkt en ze beschikt ook nog eens een stem die rust uitstraalt, wat van Microcosmos een lekker loom en laidback album maakt.

Wat voor de zang op het album geldt, geldt ook voor de muziek op Microcosmos, die rustgevend en wat dromerig klinkt. Lou Turner verwerkt op haar tweede album vooral invloeden uit de folk en de country en heeft een voorkeur voor invloeden uit een ver verleden, wat een tijdloos geluid oplevert. Het album is grotendeels akoestisch en vaak ingetogen ingekleurd, maar er komen uiteindelijk nog flink wat muzikanten voorbij op het album, dat ook fraaie bijdragen van onder andere de pedal steel en strijkers bevat.

Ondanks alle invloeden uit het verleden is het tweede album van Lou Turner zeker geen retro album, al is het maar omdat ook invloeden uit het heden hun weg hebben gevonden naar Microcosmos, waaronder hier en daar wat invloeden uit de indierock. Het is een album dat bij eerste beluistering misschien geen onuitwisbare indruk maakt of in ieder geval niet heel onderscheidend klinkt, maar Microcosmos van Lou Turner is een ouderwetse groeiplaat.

De op het eerste gehoor direct bekend klinkende songs zitten niet alleen vol fraaie details, maar het zijn bovendien songs die je langzaam maar zeker heel dierbaar worden. En zo is een album waar ik bij eerste beluistering nog vooral over twijfelde, inmiddels een album waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Steeds weer verlang ik naar de mooie warme klanken, de ontspannende stem van Lou Turner en haar tijdloze en vooral bijzonder aangename songs.

Wanneer Paste Magazine een album aanraadt, weet ik dat ik het album, wanneer het qua genre in mijn straatje past, zeker moet beluisteren en ook het tippen van het tweede album van Lou Turner was wat mij betreft weer een voltreffer van de Amerikaanse website, die is gebleven na de trieste ondergang van het gelijknamige tijdschrift, en bijna wekelijks zijn meerwaarde onderstreept, net als dit album van Lou Turner doet. Erwin Zijleman

Lou-Adriane Cassidy - Journal d'un Loup-Garou (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lou-Adriane Cassidy - Journal d'un Loup-Garou - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lou-Adriane Cassidy - Journal d'un Loup-Garou
Lou-Adriane Cassidy heeft al een aantal albums op haar naam staan, die mij in ieder geval niet zijn opgevallen, maar Journal d'un Loup-Garou verdient absoluut een prachtig plekje in de spotlights

Franstalige popmuziek is voor mij een zoete verleiding die ook best wat oppervlakkig mag zijn. Dat is Journal d'un Loup-Garou van Lou-Adriane Cassidy zeker niet. De Canadese muzikante heeft haar album volgestopt met prachtige klanken en fraaie arrangementen, waardoor er ongelooflijk veel valt te ontdekken op Journal d'un Loup-Garou. De songs van de muzikante uit Montreal zijn stuk voor stuk prachtig en ze worden nog wat mooier door de warme stem van Lou-Adriane Cassidy. Het album opent met lekker in het gehoor liggende pop, maar naarmate het album vordert worden de songs op het album steeds mooier en knapper. Echt een prachtig album.

Ik weet niet precies waar het door komt, maar zo af en toe heb ik een onbedwingbare behoefte aan Franstalige popmuziek. Het heeft in ieder geval niet te maken met mijn kennis van het Frans, want die is na de middelbare school alleen maar achteruit gegaan. Het is een behoefte die in 2024 helaas slechts in beperkte mate aandacht kreeg, maar in de laatste weken van het jaar kwamen er gelukkig toch nog een aantal uitstekende Franstalige albums voorbij, met het jaarlijstjesalbum van Wysteria (check het fantastische Lycoris) als hoogtepunt.

Alle reden dus om 2025 beter te beginnen, waarbij ik gelukkig wordt geholpen door interessante nieuwe albums. Deze week verschenen minstens twee interessante Franstalige albums en dat is in een nog redelijk slappe week een hele mooie oogst. Het album van Laura Cahen ligt nog even op de stapel, want er was een ander Franstalig album dat net wat meer indruk op me maakte, al was het maar vanwege het zonnige karakter van het album.

Het gaat om Journal d'un Loup-Garou van Lou-Adriane Cassidy. Ik ben de naam Lou-Adriane Cassidy volgens mij nog niet eerder tegengekomen, maar er zijn hoorbaar de nodige middelen gestoken in haar nieuwe album en hetzelfde geldt voor haar vorige drie albums. Ik ga er dus van uit dat Lou-Adriane Cassidy in haar vaderland een stuk bekender is dan hier in Nederland.

Dat vaderland is niet Frankrijk, want ook in het Canadese Montreal spreken ze Frans. Journal d'un Loup-Garou klinkt mede daarom net wat anders dan de popmuziek die momenteel in Frankrijk wordt gemaakt, maar heeft wel de zoete en wat mysterieuze verleiding die Franse popmuziek voor mij zo aantrekkelijk maakt.

Lou-Adriane Cassidy maakt muziek die vergeleken met albums uit Frankrijk in veel mindere mate is beïnvloed door het Franse chanson en die ook ver verwijderd blijft van de Franse zuchtmeisjespop of van de elektronische popmuziek die ook de Franse muziekscene domineert. Journal d'un Loup-Garou klinkt meer als een tijdloos singer-songwriter album, maar dan wel met een Frans tintje.

Het is een album waarop heel veel aandacht is besteed aan de muziek, de arrangementen en de productie. De meeste songs op het album zijn ingekleurd met een heel arsenaal aan instrumenten en in een aantal tracks worden de rijke klanken ook nog eens gecombineerd met achtergrondzang met de proporties van een koor. Het klinkt allemaal zeer verzorgd, maar in muzikaal opzicht is Journal d'un Loup-Garou ook opvallend mooi en divers.

Het tilt de knap in elkaar stekende, tijdloze maar ook zeer aansprekende songs net wat verder op. Dat wordt ook gedaan door de zang van Lou-Adriane Cassidy, die op Journal d'un Loup-Garou laat horen dat ze een uitstekende zangeres is. Journal d'un Loup-Garou is een album waarvan je direct warm en vrolijk wordt en dat, zoals zo vaak bij teksten in een taal die je niet direct verstaat, ook een beetje zorgt voor een vakantiegevoel.

Het is echter ook een album waarop heel veel te ontdekken valt. Zet de koptelefoon op en je blijft bijzondere details horen in de fascinerende klankentapijten op het album, dat ook qua stijlen meerdere kanten op kan. De heerlijke stem van Lou-Adriane Cassidy zorgt vervolgens voor de genadeklap. Heerlijk! Erwin Zijleman

Lou-Adriane Cassidy - Triste Animal (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lou-Adriane Cassidy - Triste Animal - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lou-Adriane Cassidy - Triste Animal
Triste Animal is al het tweede album dat de Canadese muzikante Lou-Adriane Cassidy dit jaar uitbrengt en ondanks het feit dat het album aan de korte kant is, maakt de muzikante uit Montreal weer makkelijk indruk

Het was puur toeval dat ik aan het begin van het jaar het album van Lou-Adriane Cassidy oppikte, maar het bleek een gelukkige greep, want Journal d'un Loup-Garou was en is een uitstekend album. Sindsdien volg ik de Canadese muzikante op haar socials, waarop ik deze week, tot mijn verbazing, alweer een nieuw album zag opduiken. Triste Animal bevat acht nieuwe songs van Lou-Adriane Cassidy en het zijn uitstekende songs. De Canadese muzikante schrijft knappe songs, die ze heeft voorzien van fantasierijke arrangementen. Het zijn songs die vervolgens prachtsongs worden door de uitstekende stem van de zeer talentvolle Lou-Adriane Cassidy. In de gaten houden deze dame.

Aan het begin van dit jaar besprak ik het album Journal d'un Loup-Garou van de Canadese muzikante Lou-Adriane Cassidy. Het is een album dat in eerste instantie vooral de kant van de pop op leek te gaan, maar naarmate het album vorderde werden de songs van de muzikante uit Montreal steeds mooier en interessanter.

Journal d'un Loup-Garou was het eerste album dat ik van Lou-Adriane Cassidy beluisterde, maar inmiddels weet ik dat ze hiervoor ook al twee uitstekende albums maakte. Met Lou-Adriane Cassidy heb ik er een nieuwe favoriete muzikante in het Franstalige segment bij en het eerder dit jaar verschenen album zou zomaar op kunnen duiken in mijn jaarlijstje over 2025.

Slechts een paar maanden na het vorige album duikt de Canadese muzikante alweer op met een nieuw album, al zal Triste Animal met acht songs en slechts 26 minuten muziek ook vaak een mini-album worden genoemd. Ik vind 26 minuten voor een album aan de korte kant, maar de kwaliteit op Triste Animal ligt zo hoog en is zo constant dat het wat mij betreft best een album mag heten.

Iedereen die eerder dit jaar Journal d'un Loup-Garou heeft beluisterd, zal net als ik onder de indruk zijn geweest van de bijzonder mooie stem van Lou-Adriane Cassidy en van de al even mooie inkleuring van haar songs. Het zijn twee ingrediënten die terugkeren op het wederom prachtige Triste Animal.

In de openingstrack moeten we het vooral doen met stemmige pianoklanken en de prachtige stem van Lou-Adriane Cassidy, maar aan het einde van de track worden subtiele accenten toegevoegd aan de sobere klanken. De openingstrack van Triste Animal leert ons dat de Canadese muzikante prima een uiterst sober album met alleen piano en zang zou kunnen maken, maar dat heeft ze deze keer nog niet gedaan.

De meeste songs op het album zijn voorzien van een wat rijker geluid en het is ook dit keer een geluid dat opvalt. Lou-Adriane Cassidy maakt duidelijk andere muziek dan de meeste Franse zangeressen van het moment en het is muziek die zich niet zo makkelijk laat beschrijven en al helemaal niet in een hokje laat duwen. Op Triste Animal komen meerdere genres voorbij en het album springt ook vrij gemakkelijk door de tijd.

De muziek op het album is over het algemeen subtiel, maar ook warm en dromerig. Soms wordt de muziek op het album wat steviger aangezet, maar minstens net zo vaak klinkt de muziek op Triste Animal uiterst subtiel, wat zorgt voor een gevarieerd en dynamisch geluid. Omdat het nieuwe album van Lou-Adriane Cassidy steeds van kleur verschiet valt niet eens op dat Triste Animal aan de korte kant is, al had het album van mij best twee keer zo lang mogen duren.

Net als op het vorige album trekken de songs en de muziek makkelijk de aandacht, maar ook op Triste Animal is de stem van Lou-Adriane Cassidy het sterkste wapen. Het is een stem die mij ook dit keer makkelijk weet te betoveren, waardoor ik ondanks de wat korte speelduur heel erg blij ben met dit extraatje van Lou-Adriane Cassidy. De Canadese muzikante krijgt in Nederland niet veel aandacht, maar check haar albums zeker eens als Franstalige muziek je dierbaar is. Erwin Zijleman

Louane - Chambre 12 (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louane - Chambre 12 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Singer-songwriters die in uiterst sobere songs een bak leed over je uit storten. Ik hou er wel van, maar zo af en toe, en zeker wanneer de zon gaat schijnen, heb ik behoefte aan iets anders. Dan zoek ik muziek die het leven even door een roze bril bekijkt en de zon laat schijnen.

Die muziek vind ik meestal in Frankrijk. Enerzijds omdat ik Franse teksten niet zo snel en makkelijk vertaal als Engelse teksten en anderzijds omdat Franse muziek vaak heerlijk lichtvoetig is.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik na een aantal van die lichtvoetige deuntjes weer begin te verlangen naar muziek met wat meer melancholie, maar zo op zijn tijd is het heerlijk.

Via de Franse hitlijsten kwam ik onlangs uit bij Chambre 12 van Louane. Het is een plaat die vaak goed is voor een glimlach, maar in tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten is Louane ook niet bang voor songs waarin de zonnestralen tijdelijk worden tegengehouden door donkere wolken. Chambre 12 is daarom net wat langer houdbaar en wat interessanter dan de meeste andere platen die ik in de virtuele schappen van Amazon.fr vond.

Heel veel achtergrondinformatie heb ik niet over Chambre 12 van Louane. Ik weet dat Louane eigenlijk Louane Emera heet, dat ze in de halve finale van de Franse editie van The Voice heeft gestaan, dat Chambre 12 haar debuut is en dat er na twee maanden al ruim 200.000 exemplaren van de plaat over de toonbank waren gegaan, wat tegenwoordig een zeer respectabel aantal is.

Ik kan het wel begrijpen dat Louane veel platen verkoopt want Chambre 12 is een allemansvriend. Louane kan verleidelijk fluisteren als een Frans zuchtmeisje, kan zich verschuilen achter donkere elektronische wolken en is ook niet vies van een popliedje dat niet zou misstaan op het Eurovisie Songfestival en daar nog kansrijk zou zijn ook.

Dat laatste is niet echt aan mij besteed, maar de meeste songs op Chambre 12 vallen op door hun bijzondere karakter en eigen geluid. Chambre 12 is een feelgood plaat vol frisse en zonnige popliedjes, maar net als bijvoorbeeld Zaz, kent Louane ook haar klassiekers en verwerkt ze op knappe invloeden uit de meer traditionele Franse popmuziek in haar muziek.

De zonnige popliedjes zijn van het zeldzame soort dat je na één keer horen (al dan niet fonetisch) meezingt, maat Chambre 12 laat ook meer dan eens diepgang en emotie horen. Zo goed als de genoemde Zaz is Louane op dit moment nog niet, maar de vergelijking met bijvoorbeeld Christine And The Queens kan de jonge Française zeker aan.

Persoonlijk ben ik na een paar keer horen vooral onder de indruk van de net wat minder uitbundige songs waarin Louane haar gevoel laat spreken en in vocaal opzicht indruk maakt, maar de vrijwel onweerstaanbare hits in de dop verleiden ook opvallend makkelijk. Heerlijke plaat wanneer het even wat minder zwaar mag en absoluut één van de betere Franse releases van het moment. Erwin Zijleman

Louane - Joie de Vivre (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louane - Joie De Vivre - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Louane - Joie De Vivre
Louane wordt gerekend tot de grote talenten van de Franse popmuziek en maakt dat ook op haar derde album weer waar met een mooi geluid, sterke songs en een heerlijke stem

Joie De Vivre is mijn derde kennismaking met de muziek van Louane en ook het derde album van de Franse muzikante is weer bijzonder aangenaam. Louane heeft een mooi en eigentijds geluid, schrijft lekker in het gehoor liggende songs met een vleugje Franse traditie en beschikt over een bijzonder aangenaam stemgeluid, waarin een dun laagje gruis de verleiding nog wat verder opvoert. Natuurlijk moet je van Franse popmuziek houden om uit de voeten te kunnen met het derde album van Louane, maar als je van Franse popmuziek houdt is ook Joie De Vivre weer een topalbum. Een van de grote talenten van de Franse popmuziek na de onaantastbare Zaz? Ik zeg nog steeds ja.

Ik heb mijn blik al een tijdje op Frankrijk gericht, maar het bleef de laatste maanden opvallend stil wanneer het gaat om de betere Franse popmuziek. Tot deze week dan, want deze week verscheen een nieuw album van Louane. Het is het derde album van de Franse muzikante, na het uitstekende Chambre 12 uit 2015 en het al even sterke titelloze album uit 2017.

Louane, ook bekend als Louane Emera, maar geboren als Anne Peichert, dook vijf jaar geleden op in de Franse editie van The Voice en geldt sindsdien als een van de grote talenten van de Franse popmuziek. Nu ben ik over het algemeen niet zo onder de indruk van de oogst van de Nederlandse editie van het populaire tv-programma, maar voor Louane heb ik inmiddels twee albums een zwak.

Daar kan ik inmiddels drie albums van maken, want ook het deze week verschenen Joie De Vivre bevalt me weer uitstekend. Op haar derde album trekt Louane de lijn van haar twee vorige albums door. De jonge Franse muzikante heeft respect voor de rijke tradities van het Franse chanson, maar is ook een kind van deze tijd. Ook op Joie De Vivre worden invloeden uit het verleden vermengd met eigentijdse popmuziek en is Louane net zo makkelijk een chansonnière als een zuchtmeisje.

Het sterkste wapen van Louane is ook dit keer haar stem. Louane klinkt verleidelijk, maar heeft ook een laagje gruis op haar stembanden, waarmee ze zich moeiteloos onderscheid van al die zwoel zuchtende jonge zangeressen die Frankrijk rijk is. Het doet me af en toe wel wat denken aan de stem van Zaz, voor mij de onbetwiste smaakmaker binnen de Franse popmuziek van het moment. Vergeleken met Zaz kiest Louane minder vaak voor invloeden uit de traditionele Franse muziek en vaker voor invloeden uit de pop, maar ze blijft een heel album lang aan de goede kant van de streep.

Louane neemt flink de tijd voor haar nieuwe album, want Joie De Vivre bevat maar liefst 19 songs (een kort intro en twee al even korte intermezzo’s meegeteld) en duurt meer dan 50 minuten. In die ruime 50 minuten wordt de stem van Louane alleen maar aantrekkelijker en ook de popliedjes van de jonge Française zijn stuk voor stuk aantrekkelijk. Soms flirt ze met het Franse chanson, soms met de dansvloer, soms met zonnige Franse pop en alles bindt Louane even makkelijk aan haar zegekar.

Natuurlijk helpt het als je vatbaar bent voor Franse popmuziek, maar als je dit bent geeft Joie De Vivre keer op keer het vakantiegeval dat we zo gemist hebben de afgelopen maanden. Af en toe is het misschien wel heel erg lichtvoetig en mis je de doorleving, maar Louane is nog geen 25 en slaagt er op haar nieuwe album wel in om een eigen geluid neer te zetten, wat op haar eerste twee albums nog wel eens ontbrak.

In vocaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, zeker als de Franse muzikante haar meest schorre noten opzoekt, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht beval het nieuwe album van Louane me uitstekend. En als Louane halverwege het album even de pop vergeet en toch het chanson en invloeden uit de traditionele Franse popmuziek opzoekt, hoor je dat er bij de Franse muzikante nog veel meer in het vat zit. Alle reden dus om uit te kijken naar album vier, maar die drie goede albums op rij neemt niemand Louane meer af. Erwin Zijleman

Louane - Louane (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louane - Louane - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Louane, ook bekend als Louane Emera maar bijna 21 jaar geleden geboren als Anne Peichert, is een Franse singer-songwriter die een paar jaar geleden mee deed aan de Franse editie van The Voice. Het gaf haar in 2015 verschenen debuut Chambre 12 een zetje in de rug, waardoor de plaat ook in Nederland enige aandacht kreeg.

Ik vond Chambre 12 direct een erg aangename maar uiteindelijk ook erg sterke plaat, waardoor ik sinds de recente aankondiging op de mooie BLOG het Chanson Offensief (http://chansonoffensief.nl) met hoge verwachtingen uit keek naar de tweede plaat van Louane.

De titelloze tweede plaat van Louane is, zeker op het eerste gehoor, wat lichtvoetiger dan het debuut van de Française en is een plaat die beelden van een mooie zomer op het netvlies tovert. Dat klinkt erg lekker, zeker als je, net als ik, een zwak hebt voor zwoele Franse popmuziek, maar Louane heeft echt veel meer te bieden.

Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de stem van de Franse zangeres, maar ik vind haar licht schorre stem echt geweldig. Het is een stem die de songs op de titelloze tweede plaat van Louane voorziet van een rauw randje en wat doorleving, waardoor je onmiddellijk vergeet dat ze pas 20 jaar oud is.

Zeker in de wat meer uptempo songs krijgt de stem van Louane flink wat concurrentie van een behoorlijk volle instrumentatie en productie, maar wanneer de Française in de vierde track genoeg heeft aan een piano staat Louane bij mij garant voor kippenvel.

Ook de wat voller klinkende songs op de plaat winnen overigens snel aan kracht. Louane flirt op haar tweede plaat weliswaar nadrukkelijk met pure pop en hier en daar een vleugje R&B, maar ze houdt door de teksten in haar moederstaal (de twee Engelstalige tracks hoeven van mij niet zo) ook een duidelijk eigen geluid, dat net zo makkelijk aansluit bij de historische kaders van de Franse muziek.

De tweede van Louane klinkt bijzonder aangenaam en vaak lichtvoetig, maar in muzikaal opzicht valt er wat mij betreft ook veel te genieten. Het geluid op de plaat is veelzijdig en veelkleurig en slaat steeds net wat andere wegen in, waardoor Louane zowel met aanstekelijke popsongs als met Franse chansons aan de slag kan. Door steeds net wat andere accenten te kiezen biedt de tweede plaat van Louane flink wat variatie, maar het voorziet de songs op de plaat ook van veel glans, zeker wanneer je ontdekt hoeveel lagen er verstopt zitten in de muziek van Louane.

De even fraaie als aanstekelijke instrumentatie past verder perfect bij de bijzondere stem van Louane, die naarmate de plaat vordert steeds meer indruk maakt met voor mij vrijwel onweerstaanbare vocalen. De tweede plaat van de Franse singer-songwriter had me nog veel makkelijker te pakken dan het zo overtuigende debuut, maar groeit ook veel langer dan verwacht door.

Wat in eerste instantie nog vooral fris en aanstekelijk klinkt, doet bij herhaalde beluistering van alles met me. Wat in eerste instantie vooral lichtvoetig klinkt, blijkt mij meerdere keren horen opeens veel dieper te graven. En hoe meer de songs van Louane aan kracht winnen hoe meer haar stem het lichaam binnen dringt en het hart verovert.

Inmiddels komt de tweede van Louane voor de zoveelste keer voorbij en durf al wel te zeggen dat ik behoorlijk verslaafd ben aan deze plaat en compleet verliefd op de bijzondere stem van de jonge Franse singer-songwriter. Vorig week imponeerde de al even jonge Pomme met een hele sterke plaat, maar Louane vind ik minstens net zo goed. De Franse lente is begonnen in mijn speakers en gaat voorlopig nog wel even aanhouden. Erwin Zijleman

Louane - Sentiments (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louane - Sentiments - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Louane - Sentiments
De Franse muzikante Louane is in eigen land al enkele jaren een grootheid en laat op het relatief sobere maar ook prachtige en gevoelige Sentiments op indrukwekkende wijze horen waarom dat zo is

Bijna uit het niets is er opeens een nieuw album van de Franse muzikante Louane. Het is een album dat volgt op drie albums die binnen de Franse popmuziek met de allerbeste albums mee konden, wat heeft geleid tot hoge verwachtingen. Louane maakt ze met speels gemak waar, want Sentiments is nog wat indrukwekkender dan zijn drie voorgangers. Louane kiest dit keer voor een wat soberder geluid met een hoofdrol voor de piano. Het is een geluid waarin haar stem centraal staat en die stem schittert op Sentiments als nooit tevoren. Het vierde album van Louane was direct goed voor kippenvel, maar de songs op het album worden echt alleen maar mooier en indrukwekkender. Had ik nu maar een paar dagen langer gewacht met mijn jaarlijstje. Minstens top 10 dit album.

In de tweede helft van december verschijnen normaal gesproken geen interessante nieuwe albums meer, maar tussen alle overbodige kerstalbums en verzamelaars vond ik deze week tot mijn verbazing een gloednieuw album van Louane. Louane (Emera) is de artiestennaam van de Franse muzikante Anne Peichert en inmiddels een vaste gast op de krenten uit de pop.

Louane deed in 2013 mee aan de Franse editie van The Voice en groeide in sneltreinvaart uit tot een ster. Louane is in Frankrijk niet alleen bekend als zangeres, maar ook als actrice, wat haar inmiddels een aantal aansprekende Franse filmprijzen opleverde. In Nederland is ze helaas nauwelijks bekend, maar haar eerste drie albums vielen bij mij zeer in de smaak.

Op Chambre 12 uit 2015, Louane uit 2017 en Joie De Vivre uit 2020 liet de Franse muzikante horen dat ze uit de voeten kan met zonnige en verleidelijke Franse pop, maar ook durft te putten uit de archieven van het weemoedige Franse chanson. Dat vraagt om het nodige zangtalent, maar hierover beschikt Louane in ruime mate.

Het is zoals gezegd ongebruikelijk om in deze tijd van het jaar een album uit te brengen en dat heeft Louane dan ook niet gedaan. Haar nieuwe album Sentiments verscheen in Frankrijk vorige maand al, maar duikt met enige vertraging in Nederland op. De vorige albums van de Franse muzikante heb ik zoals gezegd hoog zitten, waardoor ik met torenhoge verwachtingen begon aan Sentiments.

Op haar vierde album laat Louane de zonnige Franse popmuziek grotendeels achter zich en kruipt ze dichter tegen het Franse chanson aan. Sentiments is een behoorlijk sober ingekleurd album, dat in de basis genoeg heeft aan de piano en de stem van de Franse muzikante. Hier en daar worden wat fraaie orkestraties toegevoegd, maar Sentiments klinkt anders dan zijn voorgangers, waarvan het titelloze album uit 2017 hoog opdook in mijn jaarlijstje.

Het jaarlijstje voor 2022 staat helaas al vast, maar Sentiments had hier zeker niet in misstaan. Ik vind het nieuwe album van Louane immers nog wat indrukwekkender dan zijn drie voorgangers. De stemmige pianoklanken doen het uitstekend in het huidige seizoen en ook wanneer de songs van Louane net wat voller worden ingekleurd blijft de instrumentatie bijzonder sfeervol.

De relatief sobere klanken op Sentiments vragen heel veel van de zang op het album, maar Louane levert ook op dit terrein kwaliteit. De Franse muzikante toonde zich op haar vorige drie albums al een uitstekend zangeres, maar de zang op Sentiments is nog een stuk mooier en indrukwekkender. Mede dankzij een aangenaam rauw randje behoort de stem van Louane tot de mooiste stemmen binnen de Franse pop van het moment, maar ze zingt dit keer ook met veel expressie en emotie.

Sentiments onderscheidt zich door de fraaie klanken en de geweldige zang, maar ook door de sterke songs makkelijk van de concurrentie binnen de Franse pop en kan ook de concurrentie aan met de albums van Franse muzikanten in het net wat traditionelere segment. Ik heb nog niet kunnen vinden wie het nieuwe album van Louane heeft geproduceerd, maar Sentiments klinkt ook nog eens prachtig. Franse popmuziek krijgt in Nederland helaas niet meer zoveel aandacht als in de hoogtijdagen van de Franse zuchtmeisjes, maar na La Féline levert ook Louane in 2022 een prachtalbum af. Erwin Zijleman

Louane - solo (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louane - solo - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Louane - solo
Louane heeft al vier uitstekende albums op haar naam staan en laat op haar vijfde album solo horen dat ze nog wat meer pop aan haar songs kan toevoegen zonder haar zo karakteristieke geluid te verliezen

Het was de Franse editie van The Voice die Louane ruim tien jaar geleden op de kaart zette, maar inmiddels is ze alle medekandidaten van dit tv-programma heel ver voorbij. Met een handvol albums heeft Louane zich geschaard onder het beste dat de Franse popmuziek momenteel te bieden heeft en ook haar vijfde album solo laat weer goed horen wat ze in huis heeft. De Franse muzikante verwerkt nog altijd invloeden uit het Franse chanson en uit de popmuziek van het moment en laatstgenoemde invloeden zijn op solo iets dominanter dan voorheen. Een ding is niet veranderd en dat is de mooie stem van Louane, die absoluut behoort tot de beste Franse zangeressen van het moment.

Van de populaire Franse zangeressen van het moment heb ik Zaz nog altijd het hoogst zitten, maar ze krijgt de afgelopen jaren stevige concurrentie van landgenote Louane (Emera). Laatstgenoemde is sowieso een stuk productiever, want waar Zaz de afgelopen veertien jaar slechts vijf studioalbums uitbracht, staat de teller van Louane in slechts negen jaar op hetzelfde aantal.

Het alter ego van Anne Peichert, die overigens doorbrak via de Franse versie van The Voice, is bovendien een zeer succesvol actrice. In die laatste hoedanigheid ken ik haar niet, maar de albums van Louane vind ik tot dusver allemaal goed. Op Chambre 12 (2015), Louane (2017), Joiie de Vivre (2020) en Sentiments (2022) vermengde Louane op fraaie wijze eigentijdse Franse popmuziek met invloeden uit het traditionele Franse chanson. Dat pakte met name op het titelloze album uit 2017 fantastisch uit, wat Louane een plek in mijn jaarlijst opleverde.

Louane keert deze week terug met solo (geen hoofdletter) en ook op haar vijfde album steekt de Franse muzikante in een uitstekende vorm. Op Sentiments kroop Louane weer wat dichter tegen het Franse chanson aan, maar op solo heeft de moderne Franse popmuziek weer wat aan terrein gewonnen. De Franse muzikante maakte haar nieuwe album met een waslijst aan muzikanten en een blik vol producers en dat hoor je.

Louane heeft met solo haar meest geproduceerde album tot dusver gemaakt en zoekt net wat nadrukkelijker aansluiting bij de moderne popmuziek die buiten Frankrijk wordt gemaakt. Toch is het overdreven om te stellen dat Louane haar Franse identiteit heeft verloren, wat ik hier en daar lees. Met solo heeft Louane immers niet alleen een volledig Franstalig album gemaakt, maar ook in muzikaal opzicht ademt solo de Franse popmuziek.

Een enkele keer is de elektronica wat zwaarder aangezet en wordt een beat uit de speakers getoverd, maar Louane maakt ook nog altijd popsongs die respect voor het Franse chanson laten horen. Zeker de songs op het album die het voornamelijk moeten doen met piano en de stem van Louane zitten zelfs vrij dicht tegen het Franse chanson aan.

Ik ben persoonlijk zeer verknocht aan het meer ingetogen geluid van Louane, maar ook de wat zwaarder aangezette popsongs op solo bevallen me uitstekend. In muzikaal en productioneel opzicht wordt hoorbaar vakwerk geleverd, maar ook bij beluistering van solo is het de stem van Louane die de show steelt. De Franse muzikante zingt met veel gevoel en kan zowel flink uithalen als prachtig ingetogen en hier en daar wat weemoedig zingen. Ook met solo bewijst Louane dan ook dat ze moet worden gerekend tot de beste Franse zangeressen van het moment.

Liefhebbers van wat traditionelere Franse muziek zullen het nieuwe album van Louane waarschijnlijk wat te geproduceerd, te modern en te elektronisch vinden, maar ik vind zelf dat ze de invloeden uit de popmuziek van het moment voldoende gedoseerd inzet, waardoor ook solo een typisch Louane album is geworden. De vijver met leuke Franse popmuziek leek de laatste tijd helaas wat opgedroogd, maar de laatste weken blijven de interessante albums van Franse bodem maar opduiken. Het nieuwe album van Louane hoort daar wat mij betreft zeker bij. Erwin Zijleman

Loudon Wainwright III - Haven't Got the Blues (Yet) (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Loudon Wainwright III - Haven't Got The Blues (Yet) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Loudon Wainwright III staat de afgelopen twee decennia misschien wat in de schaduw van zijn muzikale kinderen Lucy, Martha en Rufus, maar ook de platen van de oude meester zelf blijven platen om in de gaten te houden.

Op deze platen kiest Loudon Wainwright III over het algemeen niet voor de makkelijkste weg, waardoor de meeste van zijn platen niet de aandacht en waardering kregen die ze wel degelijk verdienden.

Dat gold twee jaar geleden ook voor het prachtige en indringende Older Than My Old Man Now, dat objectief beschouwd stukken beter was dan de platen van de jongere Wainwright telgen, maar aanzienlijk minder lof en aandacht wist te oogsten. Het zal zeer waarschijnlijk niet anders zijn voor de nieuwe plaat van Loudon Wainwright III; als ik goed heb geteld al weer zijn 26e studioplaat.

Haven’t Got The Blues (Yet) is gestoken in een hoes die de wenkbrauwen doet fronsen, maar wanneer de muziek uit de speakers komt, verstomt de kritiek snel. Zoals altijd weigert Loudon Wainwright III om zich in een hokje te laten duwen. Haven’t Got The Blues (Yet) opent met moddervette rock ’n roll vol blazers, maar in de tracks die volgen blijkt Loudon Wainwright III opnieuw de muzikale kameleon die hij inmiddels al meer dan 40 jaar is. Haven’t Got The Blues (Yet) schiet in 14 tracks van rock ’n roll naar jazz, naar honky tonk, naar 30s nachtclubmuziek, naar polka, naar intieme folk, naar blues, naar country en naar pop, al moet gezegd worden dat de betrekkelijk ingetogen folksongs dit keer verreweg in de meerderheid zijn.

De muziek van Loudon Wainwright III schiet niet alleen in muzikaal opzicht alle kanten op, maar is ook in emotioneel opzicht een roller coaster. Loudon Wainwright brengt op Haven’t Got The Blues (Yet) een fraai en bijzonder emotioneel eerbetoon aan zijn overleden ex-vrouw Kate McGarrigle (de moeder van Martha en Rufus), maar kan ook de lolbroek uithangen, waardoor je je af en toe afvraagt of je Loudon nu serieus moet nemen of niet.

Haven’t Got The Blues (Yet) springt hierdoor zowel in muzikaal als in tekstueel opzicht heen en weer tussen lichtvoetig en humoristisch en serieus en zwaar op de hand. Persoonlijk kan ik de humoristische uitstapjes van Loudon Wainwright III best waarderen, maar ik hoor de man toch het liefst in ingetogen songs vol emotie en doorleving en als het even kan in combinatie met vrouwenstemmen; een rol die op Haven’t Got The Blues (Yet) wordt ingevuld door dochter Martha en de onvolprezen Aoife O’Donovan.

Zeker in de meer ingetogen songs weet Loudon Wainwright III weer diep te ontroeren met songs die nog altijd hoorbaar beïnvloedt zijn door een jonge Bob Dylan. Het zijn deze songs die het makkelijkst overtuigen, maar uiteindelijk valt ook de rest wel op zijn plaats. Een traan werkt immers het best in combinatie met een lach en ook daarvoor ben je bij Loudon Wainwright III nog steeds aan het juiste adres.

Met wat meer consistente platen zou Loudon het zichzelf waarschijnlijk een stuk makkelijker maken, maar het zou zijn platen ook een stuk minder charmant en bijzonder maken. Ook Haven’t Got The Blues (Yet) moeten we maar weer gewoon nemen zoals hij is. Daar is niets mis mee, want ook de 26e van de oude meester is weer een prima plaat. Erwin Zijleman

Louien - Every Dream I Ever Had (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louien - Every Dream I Ever Had - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Louien - Every Dream I Ever Had
De Noorse singer-songwriter Louien laat op haar derde album Every Dream I Ever Had horen dat ze uit de voeten kan in meerdere genres, maar ze maakt altijd indruk met mooie klanken en een prachtige stem

Louien timmert in haar vaderland Noorwegen al een tijdje aan de weg, maar met haar derde album moet ze ook buiten de Noorse landsgrenzen indruk kunnen maken. De muzikante uit Oslo heeft de melancholische folksongs van haar eerste albums en EP’s op Every Dream I Ever Had verrijkt met wat vollere arrangementen, met vaak een hoofdrol voor sfeervolle strijkers. In veel songs blijft ze de folk trouw, maar ze flirt ook met indie en pop, wat een veelzijdig album oplevert. Het is een album van een soort waarvan er momenteel veel meer gemaakt worden, maar de stem van Louien maakt op mij meer indruk. Every Dream I Ever Had zou zomaar de terechte doorbraak van Louien kunnen zijn.

In de herfst van 2022 verscheen de EP Figure Me Out van Louien. Omdat ik mijn handen meer dan vol heb aan de vele nieuwe albums besteedde ik geen aandacht aan de zes songs van Louien, maar ik vond ze wel zo mooi dat ik haar naam opsloeg in het geheugen. Dat geheugen werd deze week geactiveerd toen de naam van Louien opdook in de lijst met nieuwe albums. Omdat ik haar naam voor de EP uit 2022 nooit was tegen gekomen ging ik er van uit dat Every Dream I Ever Had het debuutalbum van Louien is, maar het blijkt al het derde album van de Noorse muzikante, die overigens ook deel uit maakt van de band Silver Lining.

Louien is het alter ego van Live Miranda Solberg, die een jaar of vijf geleden zonder hoge verwachtingen een demo op haar Soundcloud pagina zette. Een jaar later was ze een ster in eigen land en met Every Dream I Ever Had moet ze ook buiten de eigen landsgrenzen succes kunnen oogsten. Dat succes had ze overigens ook al verdiend met haar eerste twee albums en met de twee EP’s die ze uitbracht, want de Noorse muzikante beschikt over een bijzonder mooie stem en schrijft fraaie en ook interessante folksongs met vaak een wat melancholische inslag. Op Every Dream I Ever Had zet de singer-songwriter een volgende stap, want de songs op haar nieuwe album klinken nog wat mooier en ook de stem van de Noorse muzikante is in de loop der jaren alleen maar mooier geworden.

Every Dream I Ever Had opent met een sprookjesachtige track vol strijkers, die prachtig combineren met de zachte en heldere stem van Louien. Het is een track die soms klinkt als een Britse folksong van een aantal decennia geleden, maar wanneer de strijkers aanzwellen heeft de track ook iets mysterieus, wat wordt versterkt door de fluitende vogeltjes op de achtergrond.

Ook in de tweede track spelen de strijkers een belangrijke rol, maar Louien laat in deze track horen dat ze ook uit de voeten kan met Katie Melua achtige pop. Het is misschien wat zoete pop, maar door de mooie zang, blijft Louien ook met een wat meer pop georiënteerd geluid makkelijk aan de juiste kant van de streep. De zang van de muzikante uit Oslo klinkt warm en ontspannen, waardoor de muziek van Louien iets rustgevends heeft. Op hetzelfde moment heeft Live Miranda Solberg haar songs voorzien van behoorlijk volle arrangementen, maar op een of andere manier zitten ze het ingetogen karakter van haar songs niet in de weg.

In de meeste van haar songs maakt de Noorse singer-songwriter mooie, intieme en zeer sfeervolle folk met af en toe een beetje indie. Ik noemde hierboven Katie Melua als vergelijkingsmateriaal en dat is een naam die vaker op komt bij beluistering van Every Dream I Ever Had, waarbij ik overigens wel denk aan het betere en smaakvollere werk van de Britse muzikante.

Het derde album van Louien doet het prima op de achtergrond, maar ik vind het album het mooist bij beluistering met de koptelefoon omdat dan alle subtiele details in de muziek van Louien het best tot zijn recht komen en je bovendien beter hoort hoe mooi ze zingt. Zeker de flirts met indiepop op het album smaken wat mij betreft naar meer, al heb ik ook niets aan te merken op de dromerige folk(pop) songs. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het album en dat is dat het na een klein half uur alweer voorbij is. Erwin Zijleman

Louisa Stancioff - When We Were Looking (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louisa Stancioff - When We Were Looking - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Louisa Stancioff - When We Were Looking
Louisa Stancioff maakt op haar debuutalbum When We Were Looking makkelijk indruk met haar prachtige stem, die onder andere wordt gecombineerd met wat ruw maar wonderschoon gitaarwerk

Ook deze week verscheen weer een flinke stapel albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters. Van deze stapel maakte het debuutalbum van Louisa Stancioff op mij het makkelijkst indruk. De singer-songwriter uit Maine beschikt allereerst over een karakteristieke maar ook bijzonder mooie stem, die haar songs een intiem karakter geeft. Het zijn songs die subtiel maar echt bijzonder fraai zijn ingekleurd met een hoofdrol voor sobere of juist wat ruwe gitaarlijnen. Met name door de dynamiek in de instrumentatie bestrijkt Louisa Stancioff een breed palet en schakelt ze makkelijk tussen folky songs en meer richting indierock neigende songs.

Louisa Stancioff groeide op in een rurale gemeenschap in Maine, maar woonde vervolgens op nogal uiteenlopende plekken in de Verenigde Staten, variërend van New York tot Alaska. Voor het opnemen van haar debuutalbum When We Were Looking keerde ze terug naar haar geboortegrond in Maine, waar ze werkte met producer Sam Kassirer, die vooral bekend is van zijn werk voor Josh Ritter, maar die ook werkte met Erin McKeown, Kris Delmhorst en Lula Wiles, om een aantal persoonlijke favorieten te noemen. Louisa Stancioff en Sam Kassirer namen When We Were Looking voor het overgrote deel samen op, waarna met name voor de drums een beroep werd gedaan op anderen.

Met haar debuutalbum moet Louisa Stancioff concurreren met heel veel andere vrouwelijke singer-songwriters, maar ik vind When We Were Looking om meerdere redenen een bijzonder album. In de fraaie openingstrack Gold heeft de Amerikaanse muzikante in eerste instantie genoeg aan mooie gitaarlijnen en haar stem en het is met name deze stem die indruk maakt. Het is een stem die onmiddellijk de aandacht trekt, maar die ook een zeer karakteristiek geluid heeft.

De fraaie zang wordt gecombineerd met een opvallend mooi geluid, waaraan steeds subtiele klanken worden toegevoegd. Gold is een track die begint als een folksong, maar langzaam maar zeker opschuift richting indiepop en indierock. Het is een truc die Louisa Stancioff met enige regelmaat herhaalt op haar debuutalbum en dat doet ze op knappe wijze. Het zorgt er voor dat When We Were Looking steeds van Amerikaanse rootsmuziek naar indiepop en indierock springt en vice versa en dat is maar weinig muzikanten gegeven.

Louisa Stancioff en Sam Kassirer moesten het in de studio doen met redelijk bescheiden middelen, maar hebben hier alles uitgehaald. Het net wat steviger aanpakken van de snaren van de gitaar maakt grote verschillen en die onderstreept Louisa Stancioff met haar stem die zacht en intiem, maar ook wat meer uitgesproken kan klinken. When We Were Looking is een album dat met minimale middelen een maximaal effect sorteert en dat is knap.

Er zit niet alleen veel dynamiek in de songs van Louisa Stancioff, maar het zijn ook songs die je wilt doorgronden, waardoor je blijft luisteren naar het album. Ik ben enorm gecharmeerd van de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook de instrumentatie op en de productie van het debuutalbum van Louisa Stancioff zijn van hoog niveau. In de instrumentatie vind ik vooral het gitaarwerk bijzonder mooi, maar ook de wat subtielere accenten in de muziek hebben een grootse uitwerking.

Bij eerste beluistering van het album was ik me nog vooral aan het verbazen over de subtiele wendingen in de instrumentatie en liet ik me betoveren door de geweldige stem van Louisa Stancioff, maar inmiddels verdwaal ik continu in de bijzondere songs op het album. Het zijn songs die ver van de muzikale metropolen in de Verenigde Staten werden opgenomen en dit voorziet het album van een rust die ik meestal niet hoor op albums als deze.

When We Were Looking is een album dat rustig voortkabbelt, maar Louisa Stancioff doet dit met wonderschone klanken en een stem die steeds dieper onder de huid kruipt. Ik had heel veel nieuwe albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters op de stapel deze week, maar Louisa Stancioff heeft wat mij betreft het meest onderscheidende album gemaakt. Erwin Zijleman

Louise Lemón - A Broken Heart Is an Open Heart (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louise Lemón - A Broken Heart Is An Open Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Louise Lemón - A Broken Heart Is an Open Heart
Laat je niet afleiden door het hokje waarin Louise Lemón wordt geduwd, want op haar nieuwe plaat domineert uiteindelijk gloedvolle pop met soul en inhoud

De naam van Louise Lemón zingt de laatste tijd nadrukkelijk rond en daar is iets voor te zeggen. De Zweedse singer-songwriter beschikt niet alleen over een werkelijk geweldige stem vol soul, maar schrijft ook songs die op bijzondere wijze buiten de lijntjes kleuren. Het geluid van de Zweedse muzikante is warm en organisch, wat fraai wordt gecontrasteerd met ijzige klanken. Het is vaak een vol geluid, maar topzangeres Louise Lemón houdt zich verrassend makkelijk staande en maakt steeds meer indruk met haar geweldige songs.

Louise Lemón is een Zweedse singer-songwriter wiens naam de laatste weken nadrukkelijk rondzingt. Dat heeft deels te maken met het etiket dat op haar muziek wordt geplakt, want het etiket “death gospel” maakte mij ook wel enigszins nieuwsgierig naar de muziek van Louise Lemón (overigens zonder direct gerust te zijn op een fraai resultaat).

Ruim een week geleden viel haar bijzonder fraai verpakte album op de mat en begon ik met niet heel hoge verwachtingen aan de beluistering van de muziek van de Scandinavische singer-songwriter.

Ik ging er van uit dat A Broken Heart Is An Open Heart het debuut van Louise Lemón was, maar een bezoekje aan haar bandcamp pagina leerde me dat ze haar debuut Purge LP iets minder dan een jaar geleden verscheen. Voordat ik begon aan beluistering van de tweede plaat van de Zweedse muzikante las ik op diezelfde bandcamp pagina ook nog dat de plaat, net als haar debuut, is geproduceerd door de Amerikaanse producer Randall Dunn, die eerder onder andere Sunn O))), Myrkur en Chelsea Wolfe voorzag van aardedonkere en spookachtige klanken.

Ik begon nog net niet met knikkende knieën aan de eerste beluistering van A Broken Heart Is An Open Heart, om vervolgens snel te concluderen dat we het etiket “death gospel” maar snel moeten vergeten. A Broken Heart Is An Open Heart begint met een kort intro met wat unheimische elektronische klanken, maar wanneer de piano inzet en Louise Lemón begint te zingen, breken de wolken open en verschijnt de zon.

De jonge Zweedse singer-songwriter blijkt te beschikken over een prachtige soulvolle stem, die met speels gemak Adele naar de kroon zou kunnen steken. In de meest pop-georiënteerde momenten op A Broken Heart Is An Open Heart zou Louise Lemón zomaar een goed alternatief voor Adele en al haar soortgenoten kunnen zijn, maar de muziek van de Zweedse muzikante is gelukkig wel een stuk interessanter en dynamischer.

A Broken Heart Is An Open Heart werd naar verluidt opgenomen met vintage apparatuur in studio’s in New York en Kopenhagen en dat heeft bijgedragen aan een warm geluid. De warmte komt uit de pianoklanken, de orgels, de ritmesectie en de indrukwekkende strot van Louise Lemón en wordt op bijzondere wijze gecontrasteerd door de donkere wolken die de elektronica op de plaat laat overdrijven en waar zo nu en dan ook een elektrische gitaar doorheen mag snijden.

Het voorziet de muziek van Louise Lemón van iets eigenzinnigs en avontuurlijks, maar heel ontoegankelijk wordt het nergens. Integendeel zelfs, de tweede plaat van de Zweedse singer-songwriters staat vol met songs die een breed publiek aan moeten kunnen spreken.

A Broken Heart Is An Open Heart is het mooist wanneer je de plaat met flink volume beluistert of met de koptelefoon beluistert. Dan hoor je hoe mooi de productie is en hoe warm en vol de stem van Louise Lemón is en maakt de Zweedse zangeres nog net wat meer indruk.

A Broken Heart Is An Open Heart combineert op fraaie wijze soulvolle pop met muziek van Scandinavische ijsprinsessen en voegt nog een donkere onderlaag toe. “Death gospel” hoor ik er niet in en dat is misschien maar goed ook. Duidelijk is wel dat Louise Lemón het ook zonder bijzonder hokje wel gaat redden. Haar tweede plaat loopt immers over van het talent. Erwin Zijleman

Louise Verneuil - Lumière Noire (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Louise Verneuil - Lumière Noire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Louise Verneuil - Lumière Noire
Louise Verneuil is tot dusver vooral bekend als het lief van Arctic Monkeys voorman Alex Turner, maar met haar eerste soloalbum eist ze nadrukkelijk haar eigen plek in de spotlights op

Het is de afgelopen maanden wat stil wanneer het gaat om de Franse popmuziek, wat aan de corona crisis kan liggen, maar ook aan een beperkter blikveld. Met Louise Verneuil heeft Frankrijk echter weer een interessante troef in handen. Het alter ego van Pauline Louise Benattar is niet het zoveelste zuchtmeisje, maar een interessante singer-songwriter die invloeden van haar held Serge Gainsbourg en invloeden van het Franse chanson verkiest boven hitgevoelige elektropop en Bossanova. Het levert een album op dat de fantasie uitvoerig prikkelt, maar dat ook de Franse belofte van zwoele verleiding inlost.

Pauline Louise Benattar werd 31 jaar geleden geboren op het Franse Corsica, maar koos een artiestennaam toen ze op haar 22e naar Parijs vertrok om als muzikant aan de slag te gaan. Het werd uiteindelijk Louise Verneuil, naar de voornaam van haar moeder en oma (Louise) en naar de straat waar haar idool Serge Gainsbourg ooit woonde (Rue de Verneuil in Parijs).

De muzikale carrière van Louise Verneuil kreeg een vliegende start door haar deelname aan de Franse editie van The Voice, maar het album dat ze vervolgens maakte bleef op de plank liggen. De afgelopen jaren is de Française vooral bekend als de vriendin van Arctic Monkeys voorman Alex Turner, maar met haar debuut Lumière Noire kan de muzikante uit Parijs eindelijk laten horen wat ze zelf in muzikaal opzicht te bieden heeft.

Louise Verneuil noemt zelf Serge Gainsbourg, Joni Mitchell, Karen Dalton, Françoise Hardy, Nico, Marianne Faithfull en Billie Holiday als haar belangrijkste inspiratiebronnen, maar zelf hoorde ik in eerste instantie vooral invloeden van eerstgenoemde, al is het maar vanwege de dominantie van de Franse taal op het album (hier en daar met wat Engelse aanvullingen).

Natuurlijk is het makkelijk om de grote Serge Gainsbourg als belangrijkste inspiratiebron te noemen, maar Louise Verneuil heeft absoluut een interessant debuut afgeleverd en is zeker niet het zoveelste Franse zuchtmeisje. Bovendien is de muzikante uit Parijs er eindelijk eens een die hoorbaar invloeden van de Franse meester in haar muziek verwerkt.

Lumière Noire is in alles een Frans popalbum. De songs op het album zijn zwoel en verleidelijk, maar ook emotievol en spannend. Waar de meeste van de leeftijdsgenoten van Louise Verneuil de moderne elektronische popmuziek en hier en daar een vleugje Bossanova omarmen, kiest ze zelf voor een geluid dat dichter tegen het Franse chanson en tegen de wat experimentelere muziek van Serge Gainsbourg aan schuurt. Zeker wanneer flink wat strijkers worden ingezet klinkt Lumière Noire nostalgisch en psychedelisch en zou het album zomaar door de held van Louise Verneuil geproduceerd kunnen zijn.

De nostalgische instrumentatie draagt nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer op het album, maar ook in vocaal opzicht weet Louise Verneuil de juiste snaar te raken. Zoals het een Franse zangeres betaamt klinkt ze zwoel en verleidelijk, wat nog wat extra wordt geaccentueerd door het ruwe randje op haar stembanden. Aan de andere kant draagt ze haar teksten met veel gevoel en emotie voor en hoor ik heel af en toe wat van Karen Dalton en Marianne Faithfull, die hierboven dus toch terecht als belangrijke inspiratiebronnen worden genoemd.

Zeker wanneer Louise Verneuil dicht in de buurt blijft van het Franse chanson en de muziek van Serge Gainsbourg uit de jaren 60 en 70 is Lumière Noire een interessant album, maar ook haar wat eigentijdsere songs prikkelen de fantasie nadrukkelijk. Beiden enerzijds vanwege de mooie volle instrumentatie en anderzijds vanwege de stem van Louise Verneuil, die niet opvallend mooi is, maar de songs op het album wel voorziet van gevoel en een eigen geluid.

Serge Gainsbourg had absoluut iets gekund met deze jonge singer-songwriter uit Parijs (ook vanwege haar looks), maar ook zonder de hulp van de oude meester heeft Louise Verneuil een mooi album afgeleverd, dat het tekort aan Frankrijk dit jaar op bijzondere wijze aanvult. Erwin Zijleman

Loupe - Do You Ever Wonder What Comes Next? (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Loupe - Do You Ever Wonder What Comes Next? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Loupe - Do You Ever Wonder What Comes Next?
De Amsterdamse band Loupe stapt uit de schaduw van voorganger Dakota met een album vol frisse en sprankelende songs, die niet alleen makkelijk verleiden, maar de fantasie vervolgens eindeloos blijven prikkelen

Bij mijn eerste beluistering van het debuutalbum van Loupe, dacht ik even terug aan de eerste keer dat ik het album van Dakota hoorde, bijna vier jaar geleden. Met Dakota liep het helaas slecht af, maar de drie overgebleven leden van de band laten met Do You Ever Wonder What Comes Next? horen dat het sensationele debuut van Dakota geen toevalstreffer was. Loupe klinkt anders dan Dakota, maar het debuut van de band is een geweldig album vol aanstekelijke maar ook interessante songs. Loupe durft zich op haar debuutalbum te ontworstelen aan het verleden en verrast met een fris en spannend geluid, dat binnen de indiepop en de indierock van het moment met de besten mee kan.

Het verhaal van de Amsterdamse band Dakota was vier jaar geleden een van de meest trieste muziekverhalen van het jaar. De band had al een aantal jaren geprobeerd om voet aan de grond te krijgen in de Nederlandse muziekscene en dat leek dan eindelijk te gaan lukken. Met haar debuutalbum Here's The 101 On How To Disappear leverde de uit vier vrouwen bestaande band een album af dat behoorde tot de beste albums van 2019.

De wereld leek aan de voeten te liggen van Dakota, maar het werd zangeres Lisa Brammer door aanhoudende psychische problemen al snel te veel. De andere bandleden konden uiteindelijk niet veel meer doen dan de stekker uit de band trekken, waarmee het net verschenen debuutalbum van Dakota helaas ook direct de zwanenzang van de band werd.

Jasmine van der Waals, Lana Kooper en Annemarie van den Born gingen op zoek naar een vervanger, maar de coronapandemie gooide in eerste instantie roet in het eten. Uiteindelijk werd met zangeres Julia Korthouwer Loupe geformeerd en die band brengt deze week met Do You Ever Wonder What Comes Next? haar debuutalbum uit.

Loupe bracht de afgelopen twee jaar al twee EP’s uit en die vond ik toch een stuk minder overtuigend dan het album van Dakota. Nu is het niet helemaal eerlijk om de muziek van Loupe te vergelijken met die van Dakota, ook al is de band qua samenstelling voor driekwart gelijk. Lisa Brammer drukte stevig haar stempel op het geluid van Dakota, dat zich vooral liet beïnvloeden door de dreampop uit de jaren 90. Loupe leunt nauwelijks meer op de dreampop en sluit met haar debuutalbum vooral aan bij de indiepop en indierock van het moment.

Na twee redelijke maar niet opzienbarende EP’s zet Loupe een reuzenstap op haar debuutalbum. Do You Ever Wonder What Comes Next? staat vol met zeer aangename popsongs, maar de muziek van de Amsterdamse band klinkt ook stekelig en zoekt met grote regelmaat het avontuur of zelfs het experiment. De muziek van Loupe klinkt fris en eigenzinnig, maar de band verwerkt ook nog altijd flink wat invloeden uit het verleden wat een bijzonder geluid oplevert.

Jasmine verrast keer op keer met geweldige gitaarlijnen, Lana strooit met heerlijke en inventieve basloopjes, Annemarie drumt afwisselend strak en speels, terwijl Julia niet alleen overtuigt als zangeres, maar het geluid van Loupe ook verrijkt met een laagje keyboards. Waar de EP’s van Loupe nog wat wisselvallig waren, slaagt de band er op Do You Ever Wonder What Comes Next? om een zeer hoog niveau vast te houden.

Loupe staat op haar eerste album garant voor songs waar je onmiddellijk verliefd op kunt worden, maar het zijn ook songs die leuker en interessanter worden wanneer je het album vaker hoort. Zeker als je het album met de koptelefoon beluistert, hoor je dat Loupe bestaat uit geschoolde muzikanten, die hun aanstekelijke songs knap hebben opgebouwd en ingekleurd.

Het op het roemruchte Excelsior label verschenen album is ook nog eens fraai geproduceerd, wat de kwaliteit van de muziek van de band flink ten goede komt. Loupe zal nog wel even op moeten boksen tegen de erfenis van Dakota, maar met het geweldige Do You Ever Wonder What Comes Next? schaart de band zich wat mij betreft onmiddellijk onder de smaakmakers binnen de Nederlandse popmuziek. Eind goed, al goed. Erwin Zijleman

Loupe - Oh, to Be Home (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Loupe - Oh, To Be Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Loupe - Oh, To Be Home
De Amsterdamse band Loupe debuteerde in de zomer van 2023 prachtig met het album Do You Ever Wonder What Comes Next? en overtreft dat album met het wat mij betreft nog veel betere Oh, To Be Home

Lana Kooper, Annemarie van den Born en Abel van der Waals beschikken over de nodige veerkracht, want het zat ze de afgelopen jaren niet mee met hun bands Dakota en Loupe. Met de komst van zangeres Nina Ouattara ziet de toekomst van Loupe er gelukkig toch nog prachtig uit, want met Oh, To Be Home heeft de Amsterdamse band een uitstekend album afgeleverd. Het is een album vol frisse indiepop songs, maar het zijn ook songs die razend knap in elkaar zitten en je blijven verrassen. Het debuutalbum van Loupe was al heel erg goed, maar het tweede album van Loupe is nog een stuk beter en schaart het viertal onder het beste dat de Nederlandse popmuziek momenteel te bieden heeft.

Soms zit het mee en soms zit het tegen, maar voor drie van de Nederlandse band Loupe zat het de afgelopen jaren wel heel vaak tegen. Ze maakten deel uit van de Amsterdamse band Dakota, die in 2019 aan de vooravond van een nationale en mogelijk internationale doorbraak stond, maar door het vertrek van de zangeres vanwege gezondheidsproblemen, noodgedwongen moest stoppen voor het echt geweldige en achteraf bezien profetisch getitelde debuutalbum Here's The 101 On How To Disappear goed en wel was verschenen.

De overgebleven leden van de band gingen na een periode van bezinning en met een nieuwe zangeres verder als Loupe, maar de geschiedenis herhaalde zich. Ook Loupe leverde met het in 2023 verschenen Do You Ever Wonder What Comes Next? een geweldig debuutalbum af, maar het album was nog niet uit of de nieuwe zangeres van de band stopte er mee, waarmee de albumtitel wederom treffend bleek.

Bassiste Lana Kooper, drumster Annemarie van den Born en gitariste Abel van der Waals vonden in de persoon van Nina Ouattara dit keer snel een nieuwe zangeres en sindsdien is de bezetting van Loupe gelukkig constant gebleven. In tegenstelling tot Dakota kon Loupe daarom wel beginnen aan een tweede album en dat is deze week verschenen.

Loupe werd na de release van Do You Ever Wonder What Comes Next? al geschaard onder de leukste Nederlandse bands van het moment en die status bevestigd de Amsterdamse band met het deze week verschenen Oh, To Be Home, dat ik persoonlijk nog een stuk beter vind dan het debuutalbum.

Het tweede album van Loupe werd op bijzondere wijze opgenomen. Nadat de band een serie nieuwe songs had geschreven werden deze live en in één take opgenomen in de Amsterdamse Tolhuistuin, in bijzijn van publiek. Oh, To Be Home klinkt niet als een livealbum, al heeft Loupe wel de energie van een liveoptreden weten te vangen op haar tweede album.

Oh, To Be Home is een album dat in het teken staat van de zoektocht van zangeres Nina Ouattara naar haar identiteit, die deels in Ivoorkust, deels in België en deels in Amsterdam vorm kreeg. De nieuwe zangeres van de band is een aanwinst voor Loupe, want ze beschikt niet alleen over een mooie en bijzondere stem, maar zingt ook met veel expressie.

Wat vergeleken met het debuutalbum van Dakota en het eerste album van Loupe niet is veranderd is dat de Amsterdamse band bijzonder lekker klinkende popsongs maakt, maar het zijn ook nog altijd popsongs met een dubbele bodem. De band bestaat uit een aantal geweldige muzikanten, die niet vies zijn van catchy popsongs, maar deze ook vol stoppen met bijzonder mooie muziek en avontuurlijke accenten.

Veel songs op het nieuwe album van Loupe sluiten aan bij de indiepop en indierock van het moment, maar ik hoor ook met enige regelmaat invloeden uit de 80s new wave. Nog knapper is hoe Loupe Afrikaanse ritmes en gitaarloopjes verwerkt in haar songs, zonder dat deze echt Afrikaans klinken.

Oh, To Be Home is een album om uit te pluizen, wanneer je pas goed hoort hoe geweldig de baslijnen en het drumwerk zijn, hoe ruimtelijk de gitaarlijnen en hoe mooi de zang en de koortjes. Lagen synths tillen het bijzondere eigen geluid van Loupe nog wat verder op. Oh, To Be Home is een geweldig album en als ik één band dat gun is het Loupe wel. Erwin Zijleman

Low - Double Negative (2018)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Low - Double Negative - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bij eerste beluistering dacht ik dat mijn speakers het hadden begeven, maar langzaam maar zeker komt er meer schoonheid aan de oppervlakte

Ik heb al heel lang een zwak voor de muziek van Low, maar met hun laatste plaat kon ik heel lang niets. Ik heb het talloze keren geprobeerd, maar haakte steeds af door alle vervorming in het geluid van het Amerikaanse duo. Toen de plaat opdook in flink wat jaarlijstjes ben ik het opnieuw gaan proberen en langzaam maar zeker valt er meer op zijn plek. Nog steeds is het zeker niet mijn favoriete Low plaat, maar Double Negative is uiteindelijk toch te mooi om te laten liggen, ondanks het gepiep en gekraak, dat de muziek van de band absoluut voorziet van een bijzondere lading.

Ik heb al zeker een jaar of twintig een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse band Low. De band rond het echtpaar Mimi Parker en Alan Sparhawk stond aan de basis van genres als slowcore en sadcore, maar liet zich geen moment beperken door de hokjes van deze genres.

Het leverde meesterwerken als Long Division (1995), Things We Lost In The Fire (2001) en The Great Destroyer (2005) op, maar ook vrijwel alle andere platen van de band uit Duluth, Minnesota, zijn wat mij betreft bovengemiddeld goed.

Ik was een maand of drie geleden dan ook heel benieuwd naar Double Negative, de meest recente plaat van Low, maar direct bij de eerste beluistering ging het mis.

De openingstrack van Double Negative piept, kraakten schuurt en vervormt zodanig dat ik de cd-speler, de versterker, de speakers en alle tussenliggende kabels uitvoerig heb gecontroleerd en uiteindelijk concludeerde dat het aan de cd moest liggen. Op Spotify klonk de plaat echter precies hetzelfde en langzaam maar zeker werd het me duidelijk dat de bijzondere productie van de nieuwe plaat van Low echt zo bedoeld is.

Voor deze productie tekent BJ Burton, die ook de vorige en hooguit wat elektronischer klinkende plaat van Low produceerde en verder werkte voor onder andere The Tallest Man On Earth en Twin Shadow. BJ Burton heeft het geluid op Double Negative voorzien van nog wat meer elektronica en heeft bovendien een laag ruis en vervorming toegevoegd.

Het zorgt voor een unheimisch gevoel bij het beluisteren van de plaat, waardoor ik de laatste van Low een paar maanden geleden, weliswaar met pijn in het hart, terzijde schoof. Ik zou de plaat er nooit meer bij gepakt hebben als Double Negative niet zou zijn opgedoken in talloze jaarlijstjes, met de nummer 1 positie in het jaarlijstje van het door mij zeer gewaardeerde muziektijdschrift Uncut als meest in het oog springende notering. Gezien mijn liefde voor het oudere werk van Low voelde ik me haast verplicht om het nog eens te proberen met Double Negative en de afgelopen weken heb ik dat met enige regelmaat gedaan.

Zeker de meest vervormde klanken zorgen bij mij nog steeds voor kippenvel en niet van genot. Double Negative is sowieso een Low plaat die meer schuurt en tegen de haren instrijkt dan de andere platen van het Amerikaanse echtpaar, maar het is ook een plaat die na flinke gewenning, beetje bij beetje steeds meer van het unieke Low geluid prijsgeeft.

BJ Burton heeft flink gesleuteld aan het geluid van de band en heeft de intieme en zich tergend langzaam voortslepende songs van Mimi Parker en Alan Sparhawk voorzien van een donker en wat beklemmend elektronisch geluid met hier en daar vervormde klanken en autotune en hier en daar vooral stilte.

Het maakt van Double Negative een aardedonkere plaat, maar wanneer de vervorming wegebt en Mimi Parker en Alan Sparhawk het roer weer overnemen is het ook een plaat van een bijzondere schoonheid. Low zocht in het verleden wel vaker het experiment en doet dat op Double Negative nog net wat nadrukkelijker. Hoe vaker ik naar de plaat luister, hoe meer Low ik hoor en hoe beter Double Negative wordt.

Ik schaar de plaat nog altijd niet onder mijn favoriete Low platen en hoef ook mijn jaarlijstje niet te herzien, maar Mimi Parker en Alan Sparhawk weten me na heel veel gewenning niet alleen te verrassen maar ook te betoveren. Double Negative had er heel veel pogingen voor nodig, maar het is uiteindelijk toch gelukt, wat me op een of andere manier toch gerust stelt. Erwin Zijleman

Low - HEY WHAT (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Low - HEY WHAT - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Low - HEY WHAT
De Amerikaanse band Low verrijkt haar al zo fascinerende oeuvre met een wonderschoon album, waarop uitbarsting en verstilling hand in hand gaan en het unieke Low geluid nog maar eens evolueert

Na een elftal prachtige albums maakte Low het mij drie jaar geleden behoorlijk lastig met Double Negative, waarin het unieke geluid van Mimi Parker en Alan Sparhawk was verstopt achter piepende en krakende elektronica. Op het deze week verschenen en wederom door BJ Burton geproduceerde HEY WHAT is deze elektronica geïntegreerd in het geluid van Low. De schurende elektronica vloeit samen met vervormde gitaren, atmosferische synths en de fraaie zang van het Amerikaanse tweetal. HEY WHAT is een donker album vol fraaie spanningsbogen waarin lawaai en stilte geen tegenpolen meer lijken. Low vindt zichzelf nog maar eens opnieuw uit op een van de beste albums van de band tot dusver.

Low, de band rond Mimi Parker en Alan Sparhawk, betoverde me sinds de eerste helft van de jaren 90 tot 2018 met het ene wonderschone album na het andere. Het tweetal uit Duluth, Minnesota, verlegde op ieder album haar grenzen en kleurde haar muziek steeds weer net wat anders in, maar bij Low kon je altijd terecht voor zich langzaam voortslepende muziek die in hokjes als sadcore en slowcore werd geduwd. Je hoort het wat mij betreft het mooist op Things We Lost In The Fire uit 2001, maar vrijwel alle albums die de band tot 2018 uitbracht zijn uitstekend.

En toen kwam precies drie jaar geleden Double Negative. Het zo karakteristieke geluid van Low was op dit album verstopt achter een gordijn van vervormde elektronische klanken. Als het gordijn werd geopend hoorde je Low, maar wanneer het werd dichtgetrokken piepte en kraakte het album en twijfelde ik aan het schijfje dat ik in de cd speler had gestopt, aan mijn geluidsapparatuur en aan mijn oren.

Na een paar keer horen gaf ik het op, om het album pas weer een nieuwe kans te geven toen het drie maanden later menig jaarlijstje aanvoerde. Double Negative is drie jaar later zeker niet mijn favoriete Low album, maar ik hoor inmiddels wel de schoonheid en de kracht van het album, al blijft het voor mij zware kost.

Deze week verscheen de opvolger van Double Negative, HEY WHAT. Het is het derde album waarop Mimi Parker en Alan Sparhawk samenwerken met producer BJ Burton, die op Ones And Sixes uit 2015 wat subtiele elektronica toevoegde aan het geluid van Low, maar op Double Negative helemaal los ging.

HEY WHAT opent met vervormde gitaren, maar al snel keert de elektronica van het vorige album terug. Heel even piept en kraakt Low als op haar vorige album, maar de deken van elektronica is dit keer dunner en laat meer andere klanken door. De stemmen van Mimi Parker en Alan Sparhawk klinken krachtiger en de elektronica is wat mij betreft functioneler en versterkt de rest van de instrumentatie.

Openingstrack White Horses is direct bijzonder indrukwekkend. Vervormde gitaren, piepende en krakende elektronica en wolken dreigende synths kleuren prachtig bij de intense zang en fraaie harmonieën, tot de song na drieënhalve minuut tot stilstand komt en een snel tikkende klok het einde van de wereld lijkt aan te kondigen. De knal blijft echter uit en Low pakt in de volgende track de draad weer op met prachtige zang en wederom dreigende geluidsmuren.

Het is aan de ene kant typisch Low, maar het is ook Low zoals we de band nog niet eerder hoorden. Ook HEY WHAT is geen lichte kost, maar het nieuwe album is wel een stuk toegankelijker dan Double Negative, al is toegankelijk in dit geval een relatief begrip.

HEY WHAT is een aardedonker en dreigend album, maar als je er voor open staat is het ook een album vol ruwe en bijzondere schoonheid. Track na track wordt de spanning prachtig opgebouwd, maar tot een climax komt het bijna nooit. HEY WHAT golft heen en weer tussen overweldigend en intiem en tussen lawaai en stilte en weet track na track te verrassen met bijzondere klanken.

Het is knap hoe BJ Burton de elektronica dit keer perfect heeft weten te integreren in het karakteristieke geluid van Low, al klinkt HEY WHAT anders dan alles wat het echtpaar uit Duluth, Minnesota, tot dusver heeft gemaakt. Precies zoals je verwacht van de twee.

Double Negative streek me drie jaar geleden net wat teveel tegen de haren in, maar HEY WHAT imponeert direct bij eerste beluistering en houdt je 46 minuten en 12 seconden in een wurggreep. Schrijf dit verbijsterend mooie album maar alvast op voor de jaarlijstjes. Dit keer ook voor die van mij. Erwin Zijleman

Low - Ones and Sixes (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Low - Ones And Sixes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het uit Duluth, Minnesota, afkomstige Low bestaat inmiddels meer dan twintig jaar en heeft in al die jaren een respectabele stapel platen uitgebracht.

De band is één van de vaandeldragers van het slowcore genre, maar kleurt inmiddels ook al heel wat platen buiten de lijntjes van het genre dat verder grotendeels uitgestorven lijkt.

Ook op Ones And Sixes sleept de muziek van Low zich weer voornamelijk langzaam voort, maar verder klinkt de nieuwe plaat van de band rond echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker toch weer anders dan zijn voorgangers.

Op het in 2013 verschenen The Invisible Way koos Low aan de hand van Jeff Tweedy voor een helder en toegankelijk geluid, waarin geen plek meer was voor de gruizige klanken die de muziek van Low zo vaak inkleurden. Deze gruizige klanken zijn terug op Ones And Sixes.

De nieuwe plaat van Low is voorzien van een behoorlijk donker en elektrisch geluid dat vervolgens is voorzien van een laagje gruis. Het donkere en gruizige klankentapijt wordt vervolgens voorzien van werkelijk prachtige vocalen.

Alan Sparhawk en Mimi Parker zijn in de loop der jaren steeds beter gaan zingen en zetten ook op Ones And Sixes weer een stap met prachtige individuele vocalen en een garantie voor kippenvel wanneer ze samen zingen.

In eerste instantie lijkt de combinatie van bloedstollend mooie vocalen en een wat gruizig klankentapijt een wat vreemde combinatie, maar het pakt uiteindelijk prachtig uit. De instrumentatie op Ones And Sixes is donker en soms wat gruizig, maar ook buitengewoon subtiel, waardoor de muziek van Low dit keer heel ruimtelijk klinkt en vol aangename verrassingen zit.

Met name het fantastische gitaarwerk draagt bij aan de ruimte op Ones And Sixes en geeft de plaat een bijzondere sfeer. Ones And Sixes klinkt meer als ‘vintage’ Low dan zijn twee voorgangers, maar het geeft het geluid van de band toch ook een aantal extra dimensies. Het levert een plaat op die ik persoonlijk schaar onder het betere werk van de band. Erwin Zijleman

Low Roar - ross. (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Low Roar - ross. - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Low Roar - ross.
De Amerikaans/IJslandse band Low Roar betovert met songs van een bijzondere schoonheid, maar vergeet op ross. ook het avontuur niet

De vorige albums van Low Roar heb ik gemist, maar ross. is wat mij betreft een voltreffer. De IJslandse band rond de Amerikaanse muzikant Ryan Karazija tekent op haar nieuwe album voor folky songs met emotievolle vocalen, maar kleurt deze folky songs op geheel eigen wijze in. De folky basis van de songs van de band wordt aan de ene kant voorzien van de atmosferische klanken die je van een IJslandse band verwacht, maar wordt ook versierd met avontuurlijke wendingen, die de band de terechte vergelijking met Radiohead hebben opgeleverd. Een prachtig album voor de vele koude en donkere avonden die er aan komen.

ross. is alweer het vierde album (een live album niet mee geteld) van de vanaf IJsland opererende band Low Roar. Het is ook mijn eerste kennismaking met de muziek van de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Ryan Karazija, die een aantal jaar geleden naar IJsland vertrok om daar zijn geluk in de lokale muziekscene te beproeven.

De vorige albums van Low Roar werden verrassend vaak met de muziek van Radiohead vergeleken. Dat maakt nieuwsgierig naar de muziek van de IJslandse band, maar het legt de lat ook angstvallig hoog of zelfs onrealistisch hoog. Ik ken de vorige albums van Low Roar niet, maar het deze week verschenen ross. (inderdaad met kleine letters en gevolgd door een punt) is een prima album.

De Amerikaans/IJslandse band maakt muziek die zich af en toe laat omschrijven als stemmige (indie-)folk met hier en daar een lijntje naar de muziek van Fleet Foxes, maar ik begrijp de vergelijking met Radiohead ook wel. Het is een vergelijking waar ik die met IJsland’s trots Sigur Rós best aan toe kan voegen. Vergeleken met Sigur Rós klinkt de muziek van Low Roar weliswaar vaak behoorlijk aards, maar hier en daar zijn er wel degelijk de atmosferische klanken waar Scandinavische en IJslandse bands het patent op lijken te hebben.

De vergelijking met Radiohead heb ik nog niet toegelicht, maar is bij herhaalde beluistering van ross. steeds duidelijker. Low Roar maakt aan de ene kant aangenaam klinkende luisterliedjes, maar in de instrumentatie zoekt de band nadrukkelijk het avontuur op. Dat kan de kant op gaan van breed uitwaaierende atmosferische klanken, maar Low Roar doet ook vaak iets dat je net niet verwacht, net als Radiohead dat zo vaak doet.

Het avontuur in de instrumentatie is vaak subtiel. Een gitaarloopje gaat net even tegen de melodie in, licht schurende elektronica geeft de organische klanken op het album een bijzondere twist, blazers duiken op om het winterlandschap te voorzien van warmte of een song met een kop en een staart schiet opeens alle kanten op, om uiteindelijk toch weer op het goede pad te raken. Low Roar verrast op ross. met songs van een grote schoonheid, maar het zijn ook songs die in artistiek opzicht zeer interessant zijn.

ross. ontleent zijn kracht zeker niet alleen aan de fraaie instrumentatie op het album, want ook de bijzondere stem van Ryan Karazija voorziet het nieuwe album van Low Roar van onderscheidend vermogen. Ryan Karazija kan prima uit de voeten in de meer ingetogen folksongs op het album, maar zet met zijn opvallende stem ook de complexere songs op het album moeiteloos naar zijn hand.

Het levert een sfeervol album op, dat de herfstavonden van het moment prachtig inkleurt, maar dat ook de behoefte aan muziek die buiten de lijntjes durft te kleuren bevredigt. ross. van Low Roar is een album dat steeds weer wat nieuwe dingen laat horen en dat ook steeds meer aan schoonheid en kracht wint.

Het is een album dat is volgestopt met instrumenten en bijzondere wendingen, maar het is ook een album waarop de songs centraal staan. Het is een album waarop alle instrumentele pracht flink mag blinken, maar Ryan Karazija heeft de songs van zijn band ook vol emotie gestopt. ross. is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met Low Roar, maar het smaakt naar veel mee. Erwin Zijleman