MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sir Vincent Lone - Troubadour Heart (2009)

poster
4,0
hoewel er meestal wel wat verrassende wendingen in de muziek van wijlen Jackie Leven (R.I.P. 14-11-2011) zijn te ontdekken, is "Troubadour Heart" uitgebracht onder de schuilnaam Sir Vincent Lone, wellicht zijn meest folk georiënteerde en meest toegankelijke album, waarop de rock en Keltische invloeden ver te zoeken zijn.

het van hem bekende intro met soundscapes en de vervormde stem van de opener "The Potato Pickers" doet anders vermoeden, maar dit nummer ontvouwt zich al snel tot een fraai, melodieus liedje.

de veelal akoestisch gespeelde, ingetogen folknummers als "His Arms Are Full of Broken Things", "Rove on Wraith of Raith", "Holy Rachel Blues" en "Florin Tweed" zijn voorzien van zijn geweldige zang en zijn fraaie "fingerpicking" gitaarspel. "An Honest Man" een ballad uit zijn Doll By Doll (band) periode dat hier een fraaie live versie krijgt en de Bert Jansch cover "Strolling Down the Highway" sluiten naadloos bij aan.

de afsluiter "Wake Me Up When It's Over", een "guest track", een nummer van de in Engeland woonachtige Amerikaan Chris Conway is aardig. een genereus gebaar van Jackie Leven, maar dat nummer voegt weinig toe.

"Troubadour Heart" met liedjes die al vele jaren op de plank lagen (songs written over 30 years of solo coffee drinking in The Troubadour, London's finest coffee house) is het zoveelste bewijs van wat een bijzondere singer/songwriter/muzikant Jackie Leven was. op de hoes staat de voordeur van dit koffiehuis afgebeeld, maar dat terzijde.

Album werd geproduceerd door Sir Vincent Lone & David Wrench
Recorded at Bryn Derwen Studios, Bethesda, Wales, UK

Sir Vincent Lone: vocals, acoustic guitar, pignose guitar, chinese toy piano, hand percussion, mandolin
David Wrench: synthesizers, drum programming

Skara Brae - Skara Brae (1971)

poster
4,5
Ierse folk van de bovenste plank. een klassieker in het genre. het originele album en enige album van de folkgroep Ska Brae uit 1971 kreeg een heruitgave op cd in 2013 label Gael Linn. album werd destijds verguisd vanwege te gewaagde arrangementen, maar kreeg later de erkenning die het verdiende en wordt nu alom als een baanbrekend album beschouwd. vandaar de heruitgave 50 jaar later. de originele groep bestond uit de zussen Maighread en Triona en broer Micheal Ni Dhomhnaill, die opgroeiden in Rannafast (Donegal Gaeltacht), het laatste is een benaming voor regio's in Ierland waar Iers de hoofdtaal is en verhuisden later naar Kells (County Meath). het 4e lid was Daithi Sproule afkomstig uit Derry. het album werd in 1970 in 1 middag opgenomen en in 1971 uitgebracht. het zijn alle traditionals gearrangeerd door Ska Brae. de instrumenten zijn 2 gitaren, keyboards en 4 stemmen. niet meer dan dat. de productie klinkt wat gedateerd, maar de harmoniezang en de melodieën op dit album zijn wonderschoon. de groep kwam 26 jaar later in 1997 bijeen voor een succesvol reünie optreden in Dunlewey (County Donegal). MIcheal O Domhnaill overleed in 2006. een leuk feitje is, dat de groepsleden nog zeer jong waren ten tijde van de opname van dit album, Triona 16, Maighread 15, Micheal 19 en Daithi 20.

uit de liner notes
quote
Despite the move to County Meath, the family had a central place in the rich musical and poetic tradition of Rannafast, and the children grew up in an atmosphere of intense self-awareness of their role as bearers and transmitters of that tradition.

A range of elements came together in this synthesis, the Donegal song tradition, the music of Dublin-based folkgroups like the Johnstons, Emmet Spiceland and Sweeney's Men, as well as the international music of the time. The construction of Beatles' songs paid off in a new kind of understanding of harmony, chord structure and bass lines, an understanding then put into use in the setting of traditional songs. Pentangle and Joni Mitchell were also important influences, and the music of Pentangle's two guitarists - Bert Jansch & John Renbourn, left an indelible mark on the playing of Daithi and Micheal. From Jansch and Renbourn came the use of open tunings on the guitar, open D especially, a novelty at the time, but now established as virtually standard in Irish music"
unquote

Skeeter Davis & NRBQ - She Sings, They Play (1986)

poster
3,5
op dit album horen we het resultaat van een eenmalige, niet voor de hand liggende samenwerking tussen country legende wijlen Skeeter Davis, ook bekend van haar crossover naar pop en de Amerikaanse cult-rock band NRBQ.

een 3-tal nummers (2,6 en 9) schreef Skeeter Davis zelf, de overige nummers zijn van de NRBQ leden Terry Adams en Joey Spampinato plus een aantal traditionals, waaronder de Disney classic uit Sneeuwwitje "Someday My Prince Will Come" en een nummer "May You Never Be Alone" van Hank Williams.

verwacht geen ruige, psychedelische rock muziek, want deze country muziek klinkt heel braaf, keurig binnen de lijntjes met voornamelijk mierzoete teksten over de liefde, uitzonderingen daargelaten als het humorvolle "Everybody Wants a Cowboy" en "Roses On My Shoulder" over een jonge vrouw die op zoek naar liefde in prostitutie vervalt. de opener met fraaie harmoniezang "Things To You" verscheen eerder op het NRBQ album "All Hopped Up" (1977).

wellicht een leuk album voor de country liefhebber en liefhebber van de muziek van Skeeter Davis. zij staat te boek als 1 van de eerste vrouwen in dit genre die in de U.S.A. nationaal succes boekte en was van invloed op zangeressen als Dolly Parton en Tammy Wynette.

jaren later zou countryzangeres/songwriter wijlen Loretta Lynn een vergelijkbare samenwerking hebben op haar album "Van Lear Rose" (2004) met Jack White van The White Stripes.

Album werd geproduceerd door Terry Adams & Joey Spampinato
Recorded at Normandy Sound, Music Designers Studio, Bearsville Studios, Grog Kill Studio

Skeeter Davis: vocals
Al Anderson: piano. harpsichord, vocals
Joey Spampinato: bass, acoustic guitar, vocals
Tom Ardolino: drums

plus:
Buddy Emmons: pedal steel guitar
Larry Packer: violin
Donn Adams: trombone

Skids - Sweet Suburbia (1995)

Alternatieve titel: Into the Valley

poster
4,0
jeugdsentiment. de band "Skids" werd in 1977 in Dunfermline, Schotland geformeerd door Stuart Adamson (gitaar), Richard Jobson (zang), William Simpson (bass) en Thomas Kellichan (drums).

op deze verzamelaar staan de volgende nummers:

1 t/m 7 van het album "Scared to Dance" (1979)
8 t/m 11 van "Days In Europa" (1979)
12 t/m 16 van "The Absolute Game" (1980)
17 en 18 van "Joy" (1981)

na "The Absolute Game" verliet meestergitarist Stuart Adamson de band, hoewel hij nog op 1 nummer "Iona" van het vierde album "Joy" meespeelde. de Skids hielden in 1981 op te bestaan en Richard Jobson formeerde samen met bassist Russell Webb de band "The Armoury Show", die slechts 1 album "Waiting For the Floods" (1985) uitbrachten. woonde ooit in 1983 of 84 een live optreden bij van de band in zaal Hal 4 in Rotterdam, met gitarist wijlen John McGeoch in de gelederen, die eerder in 1977 samen met zanger Howard Devoto de band Magazine formeerde. een prima optreden, waarbij Richard Jobson live een ras performer bleek te zijn. het verhaal rond Stuart Adamson is bekend, hij formeerde het onvolprezen Big Country en ontnam zichzelf in 2001 van het leven. de man werd slechts 43 jaar oud.

punk rock of new wave? tja, voor mij is het muziek van de Skids met het zeer herkenbare gitaarspel van Stuart Adamson die meestal de muziek schreef en de eveneens herkenbare, krachtige zang van Richard Jobson, die verantwoordelijk was voor de meeste teksten. de band had met hen 2 grote troeven in handen.

dynamisch, energiek, ruig, meeslepend, vuig etc. speel de eerste 4 nummers "Into the Valley", "Charles", "The Saints Are Coming" en "Scared to Dance" af, waarbij de passie en energie uit de speakers spat en je weet voldoende.

vroeger hun eerste 3 albums grijs gedraaid, echter met het verstrijken van de jaren zet ik deze muziek zelden meer op. vanwege de "good old times" 4 sterren.

overigens staan op de eerder verschenen verzamelaar "Dunfermline" (1987) exact dezelfde 18 nummers. de Skids werd een aantal keren in wisselende formaties opnieuw geformeerd en de band blijkt nog steeds op te treden.

Slaid Cleaves - Broke Down (2000)

poster
4,0
ondanks dat de inmiddels 59-jarige (Richard) Slaid Cleaves al een kleine 35 jaar actief in de muziek is en reeds een respectabel aantal albums maakte, werd dit pas het 2e album dat ik van hem aanschafte. de opvolger van dit album "Wishbones" was mijn eerste kennismaking met zijn muziek en dat was mij prima bevallen. Slaid Cleaves werd geboren in Washington D.C., maar groeide op in de staat Maine, gelegen aan de Noordoost kust van de States. tegenwoordig woont hij met zijn vrouw Karen in Wimberley, Texas.

"Broke Down" is tot op heden zijn bekendste en meest verkochte album. het titelnummer was in 2000 1 van de meest gedraaide nummers op de Americana zenders in de U.S. en werd in 2001 benoemd tot "Song of the Year" bij de Austin Music Awards. dit nummer schreef hij samen met zijn jeugdvriend Rod Picott, evenals het nummer "Bring It On", waarbij ik de kale, ruwere versie van Rod Picott op zijn album "Wood, Steel, Dust and Dreams" prefereer. de muziek van Slaid Cleaves klinkt sowieso een stuk gepolijster en meer mainstream dan die van zijn collega singer/songwriter Rod Picott.

Slaid Cleaves die over een prettige, warme, weemoedige stem beschikt, wordt door verscheidene muziek critici als songwriter gerangschikt in de categorie van wijlen Guy Clark en wijlen John Prine, maar persoonlijk gaat mij dat iets te ver. feit is wel, dat hij een begenadigd songwriter is en bovengemiddeld goede songs kan schrijven, zo ook op dit album met imponerende tracks als "One Good Year"(co-written Steve Brooks), "Horseshoe Lounge" (co-written Karen Poston), "Breakfast in Hell" en "Key Chain". naast deze originals overtuigen ook de heerlijke melodie van het Karen Poston nummer "Lydia" met een fraaie pedal steel partij en de prachtige meerstemmige zang op "I Feel the Blues Moving In", een nummer van bluegrass muzikant Del McCoury. wat betreft Karen Poston speelde hij mee op het nummer "Flowered Dresses" van haar album "Real Bad". zij kreeg in 2020 de diagnose kanker, waarop Slaid Cleaves namens/voor haar een "crowd funding" organiseerde die het voor haar behandeling benodigde doelbedrag van 20.000 USD opbracht.

er staan hooguit 2 "mindere" tracks op dit album, te weten het melodieus zwakke "Cold and Lonely" en het ietwat melige "This Morning I Am Born Again" (tekst Woody Guthrie, muziek Slaid).

Slaid Cleaves deed vroeger meermalen het kleinere Nederlandse clubcircuit aan en verzorgde zelfs "in-store" optredens bij gerenommeerde platenzaken, maar ik vermoed dat dit met zijn groter geworden succes in de States niet meer zal gebeuren. als ik het goed begrijp, bezocht hij NL het laatst in 2013 voor optredens.

Album werd geproduceerd door Gurf Morlix
Recorded at Rootball, Austin, Texas
except track 10) recorded by Cool Beans

de muzikanten op dit album:

Ivan Brown: acoustic bass, upright bass, background vocal
Slaid Cleaves: vocal, acoustic guitar
Mark Cousins: drums
Darcie Deauville: background vocal
Ian McLagan: Hammond organ
Gurf Morlix: acoustic lead guitar, electric guitar, bass, acoustic lap steel guitar, high strung guitar, mandolin, Magnus organ. octafone, claves, bongos, tambourine, six string bass, long bolt, background vocal
Chris Searles: drums, tambourine
Charles Arthur: lap steel guitar, electric guitar
Laura Nadeau: vocal
Janek Siegele: vocal, lead acoustic guitar

Slaid Cleaves - Everything You Love Will Be Taken Away (2009)

poster
4,5
dit album verscheen 5 jaar na "Wishbones" (2005), zijn cover album "Unsung" (2006) niet meegerekend.

10 eigen nummers van Slaid Cleaves, waarvan 7 co-written met o.a. 3 tracks "Beyond Love", "Dreams" en "Black T-Shirt" die hij schreef met boezemvriend Rod Picott plus 1 cover "Run Jolee Run" van de Canadese singer/songwriter Ray Bonneville.

americana van eenzame klasse met stevige wortels in de country en folk en een enkele keer bluegrass ("Green Mountains and Me"). sterke, verhalende teksten die ergens over gaan, zoals het prachtige "Twistin" met als dramatisch thema de in de States legale executies die daar nog steeds plaatsvinden.

Favoriete tracks behalve "Twistin", de iets meer up-tempo nummers "Cry" en "Hard to Believe" en de schitterende ballads "Beyond Love", "Dreams" en "Temporary", maar er is verder geen zwak nummer te bekennen op dit met warme klanken gevulde, sfeervolle album.

Slaid Cleaves beschikt over een aangename, kalme ietwat zoete stem, waarbij de nummers fraai worden ingekleurd met o.a. fiddle, field organ, English horn, mandolin met een prominente rol voor multi-instrumentalist Gurf Morlix die dit album mede produceerde. verder zijn op meerdere nummers de wonderschone backing vocals van zangeres Trish Murphy te horen.

dit album verscheen op het Music Road Records label dat mede werd opgericht door nog zo'n grootmeester in dit genre wijlen Jimmy LaFave.

Slaid Cleaves droeg het album op aan zijn ouders Craig & Jenny Cleaves

Album werd geproduceerd door Gurf Morlix, Charles Arthur, Billy Harvey & Slaid Cleaves
Recorded at Rootball Studio, Austin, Texas & White Star Sound, Louisa, Virginia & The Bee Hive, Austin, Texas

Slaid Cleaves - Life's Other Side (1992)

poster
4,0
het derde album van de destijds 28-jarige Slaid Cleaves met fraaie americana op dit album voornamelijk geworteld in folk en country is vrij spaarzaam geïnstrumenteerd met merendeels ingetogen, akoestisch uitgevoerde songs, gezongen met zijn prettig in het gehoor liggende warme met weemoed vervulde stem.

de inmiddels 60-jarige Slaid Cleaves is een begaafd "story teller" met op dit album niet al te diepgaande teksten over "everyday life".

dat de man geweldige songs kan schrijven, wordt meteen duidelijk met de stemmige opener "Life's Other Side", maar zijn andere songs als "Willie of the Wind", het prachtige "Tell Me" en de hoopvolle afsluiter "Hope Is a Hard Thing to Kill)" doen hier nauwelijks voor onder.

"Live Free" en "Don't Say No" beide met akoestische gitaar en harmonica zijn fraaie, melodieuze "folky" songs en klinken als een intiem huiskamerconcert, hetgeen ook geldt voor zijn klein gehouden, kale versie van het Hank Williams nummer "Ramblin' Man".

het aanstekelijke mid-tempo "Vacation" en de country honky-tonk klanken van "Key Chain" zorgen voor een fijne afwisseling.

enige minpuntjes zijn het ietwat melige "Too Sentimental" en de spoken words van "The Gun Story", maar verder doen de songs op "Life's Other Side" niet veel onder voor die op zijn latere albums als "Wishbones" en "Broke Down", die wat voller zijn geïnstrumenteerd.

Album werd geproduceerd door Slaid Cleaves
Recorded at Audio Image, Austin, Texas
Words & music by SC, except track 10) Hank Williams

Slaid Cleaves: vocals & acoustic guitar
Mark Viator: acoustic lead, bottleneck & mando-guitar
Chris Llewellin: tambourine, snare & bodhran
Kevin Smith: upright bass
Sean Mencher: electric guitar
Jussi Huhtakangas: lap steel guitar
Pip Walter, Mark Schuenemann: backing vocals

Slaid Cleaves - Wishbones (2004)

poster
4,0
onlangs voor het eerst een (dit) album van Slaid Cleaves (volledige naam Richard Slaid Cleaves) aangeschaft, aangemoedigd door de commentaren van mede users bij zijn album "Ghost On The Car Radio". de man die tegenwoordig in Austin, Texas woont is bij mij heel lang onder de radar gebleven, maar wat een fijne kennismaking is dit met 's mans muziek. een heerlijk, gevarieerd album met zowel ballads als meer "rocking" materiaal. een sub-topper of wellicht topper in het roots/americana genre. heb zelf geen muzikaal technische bagage, maar voor mij draait het voornamelijk om het volgende 1) schrijft de man of vrouw goede liedjes (kwaliteit songmateriaal), 2) hoe is de muzikale aankleding/omlijsting, 3) gaan de teksten ergens over. in het geval van Slaid Cleaves kan ik alle 3 punten positief bevestigen. voeg daarbij een hele fijne, prettig in het gehoor liggende stem en je hebt een goed album. het titelnummer "Wishbones" co-written met Ray Wylie Hubbard is een fijne opener met Eliza Gilkyson (background vocal) en de 10 nummers die daarna volgen doen er niet voor onder. kon geen "zwakke" plekken ontdekken op dit album. kortom een fijne luisterervaring. het merendeel van de nummers schreef de man zelf, daarnaast een aantal co-written tracks met Karen Poston en Rod Picott. hij is sinds zijn jeugd bevriend met deze collega singer/songwriter Rod Picott, met wie hij samen opgroeide in Maine, U.S.A. dit album werd geproduceerd door Gurf Morlix (bekend van zijn werk met o.a. Lucinda Williams en Robert Earl Keen), die ook muzikaal flink bijdraagt.
uit de liner notes quote

Slaid Cleaves, called "one of the finest singer-songwriters from Texas" by the New York Times, ventures into exciting new territory on the follow-up to the acclaimed "Broke Down". Delivering hard hitting songs and a more muscular sound by producer Gurf Morlix "Wishbones" is the strongest album yet from this captivating artist.

Song of America (2007)

poster
4,0
"Song of America" is een initiatief/project van de voormalige "attorney general" (procureur-generaal) wijlen Janet Reno, die minister van justitie was onder het presidentschap van Bill Clinton en haar uit Nashville afkomstige schoonbroer singer/songwriter/producer Ed Pettersen.

het is een verzameling Amerikaanse liedjes van door de eeuwen heen die o.a. over de burgeroorlog tussen Noord en Zuid gaan, de slavernij, de burgerrechten beweging, hymnes (lofzangen), kinderslaapliedjes, gospel liedjes en protest liederen of patriottisme, zoals het nationale volkslied "The Star-Spangled Banner". de totstandkoming van deze compilatie met een keurig verzorgd boekwerkje nam 9 jaar in beslag.

de liedjes zijn gebaseerd op gebeurtenissen die verweven zijn met de 5 hoofdthema's uit de Amerikaanse geschiedenis: 1) United we stand, Divided we fall, 2) War and Peace, 3) Work, 4) Families at Home and on the Move en 5) Faith and Ideals.

de 3-disc set met 50 liedjes bestrijkt de volgende periodes:

disc 1 red (1492-1860) nummers 1 t/m 18 bevat uitsluitend "public domain" (werk dat niet langer onder auteursrecht valt) liedjes is naar mijn mening de beste van de 3 met o.a. een 3-tal a-capella prachtig gezongen nummers, de "Native American chant" (Earl Bullhead) en de gospel songs van de Blind Boys of Alabama en de Fisk Jubilee Singers. andere sterkhouders zijn de bijdragen van Julie Lee, Elizabeth Foster, Malcom Holcombe, Freedy Johnson, country-rock band BR549 en de Mavericks met Thad Cockrell.

nummers die minder beklijven zijn "Yankee Doodle" uitgevoerd door Harper Simon (zoon van Paul Simon en zijn eerste vrouw Peggy Harper), het instrumentale "Jefferson & Liberty" van de alt.country band The Wilders en de bijdragen van John Wesley Harding, Beth Nielsen Chapman en Minton Sparks met teveel "spoken words".

disc 2 white (1861-1945) nummers 19 t/m 35 bevat eveneens veel "public domain" liedjes en traditionals met als hoogtepunten het uitbundige "John Brown's Body" (Marah), de folk ballads van Tim O'Brien en Jim Lauderdale, het solo a-capella door Janis Ian gezongen "Johnny I Hardly Knew" en fraaie "americana" versies van de Woody Guthrie klassieker "Deportee" (Old Crow Medicine Show) en "Reuben James" (Woody Guthrie, Pete Seeger & Millard Lampell) met zang van o.a. Stan Robinson en zijn zonen Chris en Rich Robinson (van The Black Crowes). ook de bijdragen van "The Farmer Is the Man" (Otis Gibbs) bekend van de versie van Ry Cooder, Jen Chapin, de dochter van singer/songwriter Harry Chapin en Joni Harms en Andrew Bird zijn nummers die beklijven.

mindere nummers zijn de "early jazz" bijdragen van Andy Bley en Suzy Bogguss en "Lift Every Voice and Sing" een hymne dat beschouwd wordt als het volkslied van de Afro-Amerikanen met zang van de klassieke sopraan Karen Parks.

disc 3 blue (1946 t/m heden) nummers 36 t/m 50 bevat veel liedjes van eigentijdse artiesten en ervaar ik als de minste van de 3, waarbij de folk/bluegrass nummers "The Great Atomic Power" (Buddy Bain) van Elizabeth Cook, "The Times They Are a Changin" (Bob Dylan) van de Del McCoury Band en de fraaie ballad "Little Boxes" (Malvina Reynolds) van Devendra Banhart er bovenuit steken.

de overige covers van o.a. "Apache Tears" (Johnny Cash), Say It Loud (James Brown & Alfred Ellis), "What's Going On" (Marvin Gaye), "Youngstown" (Bruce Springsteen) missen het vuur en de bezieling van de originele uitvoeringen, uitgezonderd de fraaie soul/bluesy versie van "Streets of Philadephia" (Bruce Springsteen) een piano ballad met geweldige zang van Bettye LaVette. de ietwat brave uitvoering van "Ohio" (Neil Young) door Ben Taylor (zoon van James Taylor) kan ermee door. de rap/hip-hop van "The Message" (Grandmaster Flash) van Shortee Wop is meer voor de liefhebber van dat genre. het aloude "This Land Is Your Land" (Woody Guthrie) met een klein gehouden akoestische uitvoering van John Mellencamp (vocals, guitar) sluit deze disc waardig af.

4,5 sterren voor disc1, 4 voor disc2 en 3 voor disc3. voor de roots/folk liefhebber valt er genoeg te genieten op deze 3 discs.

deel citaat uit de liner notes van Janet Reno:

"History is made when people and circumstances converge to shape events that interrupt our normal routine and move us in new directions. It is important to know our history to understand the importance our own actions have in shaping our future".

Sonya Cohen Cramer - You've Been a Friend to Me (2024)

poster
4,5
Sonya Cohen Cramer was de dochter van John Cohen, samen met Mike Seeger, half broer van Pete Seeger en Tom Paley oprichters van de old-time/folkgroep The New Lost City Ramblers. haar moeder Penelope (Penny) Seeger is een zus van folk muzikanten Peggy, Mike en Pete Seeger.

zij groeide op met folk muziek omgeven door dit illustere gezelschap en maakte in de schaduw daarvan in samenwerking met anderen haar eigen eveneens op folk gebaseerde muziek.

Sonya Cohen Cramer overleed in 2015 als gevolg van kanker. de titeltrack en haar lijflied "You've Been a Friend to Me" zong zij een aantal maanden voor haar overlijden in bijzijn van haar familie en vriendengroep.

op dit postume album staan songs die grotendeels haar hele oeuvre bestrijken, solo gezongen met haar prachtige stem ofwel met meerstemmige zang, waarbij de begeleidende muziek akoestisch wordt uitgevoerd.

1) en 2) van het album "American Folksongs for Children and Other People (1992)
3) van het album "Pete Seeger At 89 (2008)
4) en 5) van het album "Last Forever" van de gelijknamige folkgroep met Dick Connette
6) en 7) van het Last Forever album "Trainfare Home"
t/m 15) zijn songs met Elizabeth Mitchell en Daniel Littleton van de indie folk groep Ida, die tijdens haar laatste levensfase werden opgenomen
bonustrack 16) verscheen op cassette, een opname met het Wesleyan women's singer/songwriter collective
bonustrack 17) een "home recording", haar laatste opname

op dit album staan vrijwel uitsluitend traditionals en de muziek en uitvoering is van begin tot eind bloedstollend mooi te noemen. vanaf de openingstrack het samen met haar moeder Penny Seeger a-capella gezongen "Oh Blue" t/m de prachtige, intieme, afsluitende bonus track "A Life That's Good" is het volop genieten.

daartussen is geen enkel zwak nummer te ontdekken, met o.a. "Louis Collins/Spike Driver Blues" een medley van 2 songs van Mississippi John Hurt, de Schotse border ballad "Black Jack Davey" ook bekend van de versie van Sandy Denny, het Townes Van Zandt nummer "No Place to Fall", de murder ballad "Oh the Wind and Rain" dat o.a. door Martin Simpson werd gecoverd, de Engelse traditional "The Blacksmith" bekend van versies van Steeleye Span en Planxty en het aloude "Lowlands", dat o.a. gecoverd werd door Anne Briggs.

naar mijn mening 1 van de mooiste roots/folk albums die dit jaar uitkwamen. het moet gek lopen, wil dit verbluffend mooie album niet hoog eindigen in de "roots" eindejaarslijstjes.

Spirogyra - St. Radigunds (1971)

poster
4,0
Spirogyra (een geslacht van groene algen) werd in 1967 geformeerd in Bolton (Lancashire) door het duo gitarist/zanger Martin Cockerham en Mark Francis. de band werd later uitgebreid met zangeres Barbara Gaskin, Steve Borrill (bas) en Julian Cusack (viool) die dit debuutalbum maakten met folk rock met progressieve en psychedelische invloeden.

wijlen Martin Cockerham (R.I.P. 05-04-2018) was het brein achter de groep, die eind 1974 na 3 albums werd opgeheven. de live bezetting van de band bestond toen behalve Martin Cockerham en Barbara Gaskin uit Rick Biddulph (bas, gitaar) en Jon Gifford (woodwinds).

Spirogyra stond mede aan de basis van de opkomst van de Britse folk rock beweging begin jaren 70. Martin Cockerham was een groot fan van de Beatles, van wie in 1967 het album "Sgt. Pepper" verscheen en een bewonderaar van de Incredible String Band. het waren de hoogtijdagen van "flower power", waarbij begrippen als anti-kapitalisme en anti-materialisme door vele jongeren werden uitgedragen.

in die zeg maar andere tijden verscheen "St. Radigunds" vernoemd naar een (grote) woning in St. Radigunds Street in Canterbury, waar meerdere bandleden collectief met hun aanhang woonden. de groep speelde destijds o.a. in het voorprogramma van Traffic en deed tijdens hun tournees ook tweemaal Nederland aan.

Favoriete tracks het ingetogen "Captain's Log" en de (semi) ballad "Cogwheels, Crutches & Cyanide" en het luchtige "Love Is a Funny Thing" met prachtige zang van Barbara Gaskin, maar ook de meer mystieke, opzwepende nummers als "The Future Won't Be Long", "Island", "Magical Mary" en "The Duke of Beaufoot" maken ruim 50 jaar later nog steeds indruk.

de cd-reissue (Repuk 2007) bevat 1 bonus track, de A-side single "Dangerous Dave" (1972), een lekker rammelend folk rock nummer.

Album werd geproduceerd door Robert Kirby (o.a. bekend als arrangeur van de Nick Drake albums "Five Leaves Left" en "Bryter Layter") die eveneens trompet en blokfluit speelde op dit album, waarop ook drummer Dave Mattacks (Fairport Convention) en Tony Cox (VCS 3 synthesizer) meespeelden.

Recorded at Morgan Studios & Sound Techniques Studios, London

All songs written by Martin Cockerham, except "Time Will Tell" (Julian Cusack)

Stacey Earle - Dancin' with Them That Brung Me (2000)

poster
3,5
het tweede solo album van Stacey Earle, de inmiddels 64-jarige zus van Steve Earle, met wie zij ooit in het verleden een tijdje samenwoonde in Nashville.

9 eigen nummers plus 2 nummers co-written "Must Be Love" met country singer/songwriter George Ducas en de titeltrack een co-write met Denise Draper en een fraaie cover van "Promise You Anything" (Steve Earle, Maria McKee en Patrick Suggs), bekend van het Steve Earle album "The Hard Way" (1990), waarop zij de backing vocals verzorgde. zij zong ook het fraaie duet met haar broer op het nummer "When I Fall" van diens album "Transcendental Blues".

merendeels akoestische americana met als basis folk en country, uitgevoerd met haar band The Jewels met o.a. haar zoon Kyle Mims (drums) en een aantal gastmuzikanten, waaronder Sheryl Crow met wie zij op "Kiss Her Goodnight" de vocalen deelt, dat met "Promise You Anything" en "Wonderful Life" met een lap steel partij van Mike Daly boven de rest van de nummers uitsteekt.

Stacey Earle schrijft aardige liedjes. in combinatie met haar benepen wat schelle stem die enigszins aan Iris Dement doet denken en dat moet je liggen, leidt dit (in mijn geval) niet tot een album dat uitnodigt tot vaak beluisteren.

zij maakte met bandlid en echtgenoot Mark Stuart een 5-tal duo-albums op hun eigen Gearle label , waarvan de laatste in 2012 verscheen. daarna werd het stil rond haar.

Album werd geproduceerd door Stacey Earle en Mark Stuart
Recorded at The Tracking Station, Nashville, Tennessee

Stacey Earle: vocals, acoustic guitars

The Jewels:
Mark Stuart: acoustic guitars, backing vocals, mandolin
Kyle Mims: drums, percussion
Michael Webb: accordion, mandolin, organ, bass, vocals

Stay Awake (1988)

Alternatieve titel: Various Interpretations of Music from Vintage Disney Films

poster
4,5
het zal niet ieders ding zijn, maar dit is een zeer fraai album met veelal prachtige interpretaties van klassieke liedjes uit Disney films.

de liedjes die hier zijn samengevoegd tot 6 medley's inclusief de afsluitende "Pinocchio" medley zijn afkomstig van de volgende Disney klassiekers:

1) Opening medley
a) Hi Diddle Dee Dee (Ken Nordine, Bill Frisell & Wayne Horvitz) van Pinocchio
b) LIttle April Shower (Natalie Merchant, Michael Stipe, Mark Bingham & The Roches) van Bambi
c) I Wanna Be Like You (The Monkey Song) Los Lobos van Jungle Book
2) Baby Mine (Bonnie Raitt & Was (Not Was) van Dumbo
3) Heigh Ho (The Dwarfs Marching Song) Tom Waits van Snow White & The Seven Dwarfs

2) Medley 2
4a) Stay Awake (Suzanne Vega) van Mary Poppins
4b) Little Wooden Head (Bill Frisell & Wayne Horvitz) van Pinocchio
4c) Blue Shadows on the Trail (Syd Straw) van Melody Time

Medley 3
5a) Castle In Spain (Buster Poindexter) van Babes In Toyland
5b) I Wonder (Yma Sumac) van Sleeping Beauty
6) Mickey Mouse March (Aaron Neville) van The Mickey Mouse Club

Medley 4
7a) Feed the Birds (Garth Hudson) van Mary Poppins
7b) Whistle While You Work (NRBQ) van Snow White & The Seven Dwarfs)
7c) I'm Wishing (Betty Carter) van Snow White & The Seven Dwarfs)
7d) Cruella de Ville (The Replacements) van 101 Damations
7e) Dumbo & Timothy (Bill Frisell & Wayne Horvitz) van Dumbo
Someday My Prince Will Come (Sinead O'Connor) van Snow White & The Seven Dwarfs

Medley 5
9a) Pink Elephants on Parade (Sun Ra & His Arkestra) van Dumbo
9b) Zip-a-Dee-Doo-Dah (Harry Nilsson) van Song of the South
10) Second Star to the Right (James Taylor) van Peter Pan

Pinocchio medley
11a) Desolation Theme (Ken Nordine, Bill Frisell & Wayne Horvitz)
11b) When You Wish upon a Star (Ringo Starr with special guest Herp Albert)

met name de bijdragen van Los Lobos, Bonnie Raitt, Suzanne Vega, Betty Carter, The Replacements, Sinead O'Connor en James Taylor maken indruk.

Album werd geproduceerd door Hal Willner en op diverse locaties opgenomen, o.a. Burbank, Hollywood, Minneapolis, New York en werd opgedragen aan de in 1988 overleden Canadese jazzmusicus Gil Evans

Deelcitaat uit de liner notes van Leonard Maltin

"Some people will tell you that music was a key ingredient of Walt Disney's success. Don't you believe it. Music was the foundation of Walt Disney's success.

Music continued to play an essential role in Walt Disney's film and television projects, for the rest of his career. And just as his film classics have given us all a shared experience (who can forget the first time we saw Bambi or Pinocchio?), his songs have become part of our common consciousness. They're not so muh part of the hit parade as they are a piece of pop culture: "Hi Diddle Dee Dee, "Zip-a-Dee-Doo-Dah, and all the rest. Many fine songwriters contributed the words and music; a team of writers, animators, and gag men created the stories and characters around whom these songs were written. But they all expressed the creative vision of one man, whose impact on music was at least as great as it was on the world of film and the history of animation: Walt Disney"

Steeleye Span - Now We Are Six (1974)

poster
4,0
volgens de liner notes bij dit album "1974 brought Steeleye's first Top 20 album at the sixth attempt, which was doubtless one of the reasons for calling it "Now We Are Six", maar feit is dat de band met de komst van drummer Nigel Pegrum ook werd uitgebreid tot 6 personen. op dit album staan 9 door de groep bewerkte traditionals plus een nummer van Phil Spector (track 10).

3 stevige folk rock nummers in de vorm van "Seven Hundred Elves", "Edwin" en "Thomas the Rhymer" worden afgewisseld met meer traditionele folky vintage Steeleye Span uitvoeringen van "Drink Down the Moon" en "Two Magicians" met prachtige harmoniezang en de fraaie, geweldig door Maddy Prior gezongen folk ballad "Long-A-Growing".

het piano liedje "Now We Are Six" en de laatste 2 nummers doen wat afbreuk aan dit wisselvallige album.

Recorded at Morgan Studios, London

de bezetting van de band ten tijde van dit album:

Peter Knight: mandolins, tenor banjo, violin, acoustic guitar, piano, vocal
Robert Johnson: acoustic guitar, electric guitar, synthesizer, vocal
Tim Hart: acoustic guitar, banjo, electric dulcimer, vocal
Rick Kemp: bass, acoustic guitar, vocal
Nigel Pegrum: drums, flute, tambourine, oboe, recorder, synthesizer
Maddy Prior: vocal

Stephen Bruton - Right on Time (1995)

poster
4,0
wijlen acteur/gitarist/producer/singer/songwriter Stephen Bruton was een vermaarde sessiemuzikant en "sideman" voor o.a. T-Bone Burnett, Bonnie Raitt, Willie Nelson. hij was lange tijd lid van de band van Kris Kristofferson met wie hij een jarenlange vriendschap onderhield. voor zijn overlijden speelde hij nog mee op diens album "Closer To the Bone". kortom een man met een indrukwekkende staat van dienst die status genoot onder collega muzikanten, alom bekend en erkend als een meesterlijk gitarist.

hij maakte 5 solo albums waarvan "Right on Time" de tweede is. tevens maakte hij een aantal albums met het vanuit Austin opererende rootsrock gezelschap The Resentments.

op dit album staan 9 eigen nummers, 1 co-written met muzikant/producer Tom Canning en een cover van de legendarische r&b/soul zanger Percy Mayfield, de prachtige ballad "Please Send Me Someone to Love".

veel stevige rootsy blues rock waarop Stephen Bruton met zijn gitaarspel excelleert, zoals op de opener "Right on Time", "Bluebonnet Blue" en "Lonesome Blues" die aan het werk van Delbert McClinton doen denken, waarbij opgemerkt mag worden dat hij diens krachtige, onderscheidende stem mist.

los van het eerder genoemde Percy Mayfield nummer steken de 2 andere ballads "Waves Against the Sand" en "Acts of God" en het met cajun invloeden doordrenkte "Single Star" er bovenuit. 4 pareltjes.
de funky meezinger "Help Yourself" met o.a. Bonnie Raitt in het koortje is ook een sterkhouder.
zoals gezegd voor het overige prima uitgevoerde up-tempo rootsrock.

onder de muzikanten op dit album bevinden zich o.a. de harmonica virtuoos Mickey Raphael, bekend van zijn werk met Willie Nelson, Delbert McClinton (harmonica, background vocal) op "Day Drinking", Tom Canning (piano, Hammond B3), James Pennebaker (fiddle) en Don Was (acoustic bass).

Album werd geproduceerd door Tom Canning
Recorded at The Hit Shack, Austin, Texas & Chomsky Ranch, Los Angeles, California

Stephen Bruton R.I.P. (1948 - 2009)

Stephen Fearing - Yellowjacket (2006)

poster
3,0
1 van de vele solo albums van de Canadese roots/folk singer/songwriter. deze heb ik meermalen aan een luisterbeurt onderworpen. een begenadigd songwriter met een heel fijn stemgeluid, die een redelijk grote fan base schijnt te hebben in zijn thuisland. helaas behoort hij niet tot de buitencategorie van singer/songwriters, zoals zijn Canadese collega Bruce Cockburn. daarvoor staan er toch iets te veel mediocre liedjes op dit album, dus dit is zeker geen "alle 13 goed", echter een 5 tal nummers springen er gunstig uit, t.w. het titelnummer Yellowjacket, The Man Who Married Music ( met een fijne dobro partij van Colin LInden), When My Work is Done, Whoville (een prachtige instrumental), en het door Will Kimbrough geschreven slotnummer Goodnight Moon. al met al spoorde dit album mij niet aan om meer albums van de man, geboren in Vancouver, British Columbia aan te schaffen. gezien het commentaar van Lura bij zijn album "Every Soul's A Sailor", vermoed ik dat hij betere albums heeft gemaakt dan deze. overigens was dit het 1e album dat Stephen Fearing zelf produceerde.

Stephen Stills - Just Roll Tape - April 26th, 1968 (2007)

poster
3,5
ieder zijn meug maar ik deel alle euforie hierboven niet over deze in 1968 opgenomen demo's van Stephen Stills (vocals, guitar).

"Suite: Judy Blue Eyes", "Helplessly Hoping" en "Wooden Ships" zouden een jaar later verschijnen op het gelijknamige Crosby, Stills & Nash debuutalbum (1969). "So Begins the Task" en "Bumblebee" verschenen op het eerste Manassas album, "Black Queen" op zijn solo debuut en "Change Partners" en "Know You've Got to Run" op Stills 2. de sterke bonus track "Treetop Flyer" met dobro spel van Stephen Stills is overigens niet afkomstig van de sessie uit 1968 en verscheen later in een studio versie op zijn album "Stills Alone" (1991).

blijven er 4 niet eerder uitgebrachte nummers over, waarvan alleen "All I Know Is What You Tell Me" indruk maakt. de overige 3 "The Doctor Will See You Now", "Judy" dat vele jaren later zou worden uitgebracht op het Stills & Collins album "Everybody Knows" (2017) met Judy Collins en "Dreaming of Snakes" zijn niet echt memorabele liedjes en met alle respect hoor er geen pareltjes in terug.

uit muzikaal historisch oogpunt zeker een interessant album en dat de man veel in zijn mars had is duidelijk, maar de definitieve versies op het debuutalbum van CSN met de meerwaarde van de harmoniezang met Crosby & Nash en de versies op het Manassas album prefereer ik boven de kwaliteit van deze demo's. ook de studio versie van "Black Queen" op zijn debuut album bevalt mij een stuk beter.

All songs written by Stephen Stills except "Wooden Ships" (David Crosby, Stephen Stills & Paul Kantner)

de liner notes van Stephen Stills:

"I was at a Judy Collins session in New York in 1968, and when she was finished, I peeled off a few hundreds for the engineer so I could make a tape of my new songs. Some you'll know; some you might not. The following fall we made the first CSN album, and the tape has been lost to the wind for almost 40 years. Somehow it's found it's way back, and these songs now feel like great friends, when they were really young"

Stephen Stills - Stephen Stills (1970)

poster
4,0
55 jaar na verschijnen ervaar ik dit solo debuut album nog steeds als zijn beste. het klein gehouden, ingetogen "Do For the Others", de door gospel beïnvloede nummers "Church" en "Sit Yourself Down", de blues rock van "Old Times Good Times" en "Go Back Home", het stuwende door orgelspel van Booker T. Jones gedragen "Cherokee" beklijven na al die jaren nog steeds, maar de hoogtepunten zijn (althans voor mij) het aanstekelijke "Love the One You're With" met een tekst die in het huidige tijdsbestek waarin we leven wat naïef en wereldvreemd overkomt, maar dergelijke nummers met een boodschap hebben we juist nu wellicht meer nodig dan ooit en de akoestische folk van "Black Queen".

jammer dat een aantal nummers, zoals de piano ballad "To a Flame" om zeep wordt geholpen door het strijkers arrangement van de destijds alom aanwezige Arif Mardin en de fraaie melodie van "We Are Not Helpless" op het eind verloren gaat in bombast.

grappig detail is dat behalve drummers John Barbata, Dallas Taylor die al eerder meespeelde op "Deja Vu" van CSN&Y en Conrad Isidore, Richie = Richard Starkey (Ringo Starr) op nummers 7 en 10 de drums beroerde. in de koortjes zijn behalve David Crosby en Graham Nash ook o.a. John Sebastian, Rita Coolidge, Cass Elliott en Claudia Lennaer te horen.

Graham Nash en David Crosby zouden beide een jaar later debuteren met hun solo albums "Songs For Beginners" respectievelijk "If I Could Only Remember My Name".

Album werd geproduceerd door Stephen Stills & Bill Halverson
Recorded at Island Studios, London, UK & Wally Heiders Studio & The Record Plant, Los Angeles, California
(All selections composed by Stephen Stills)

Stephen Stills - Stills (1975)

poster
4,0
inderdaad een fraai album van Stephen Stills met als uitschieter "As I Come of Age" opgenomen in Londen met Ringo Starr op drums, dat door de harmoniezang met David Crosby en Graham Nash klinkt als een typisch CSN nummer. naar mijn mening het enige 5 sterren nummer.

mijn waardering voor de overige nummers:
3,5 sterren Turn Back the Pages, My Favorite Changes, Love Story
4 sterren My Angel, In the Way, Cold Cold World, Shuffle Just as Bad, Myth of Sisuphus
4,5 sterren To Mama from Christopher, First Things First, New Mama

een coherent album met veel memorabele songs. bij nader inziens/horens niet minder dan zijn gelijknamige debuut dat ik altijd hoger aansloeg. in die zin ga ik mee in de beleving van milesdavisjr. na de matige opvolger "Illegal Stills" en het zeer teleurstellende "Thoroughfare Gap" haakte ik destijds af. eerder in 1972 maakte Stephen Stills de klassieker "Stephen Stills/Manassas".

opvallende aanwezigen op dit album naast de bekende sessiemuzikanten o.a. Leland Sklar (bass) en Russell Kunkel (drums) zijn Rick Roberts (background singer) die de vervanger was van Gram Parsons bij de Flying Burrito Brothers. de liefhebber raad ik aan om eens naar zijn prima solo album "Windmills" (1972) te luisteren.

Donnie Dacus (gitaar) die lid was van de bands Badfinger en Chicago schreef mee aan de nummers "Turn Back the Pages" en "Cold Cold World" en "Myth of Sisyphus" is een co-written nummer met bassist Kenny Passarelli die eerder lid was van de band van Joe Walsh en in die band een geweldige ritme sectie vormde met drummer Joe Vitale.

Steve Dawson - Lucky Hand (2018)

poster
4,0
na het volledig solo gespeelde instrumentale "Rattlesnake Cage" verscheen er 4 jaar later wederom een instrumentaal album van de Canadese meestergitarist/producer Steve Dawson.

niet helemaal van hetzelfde laken een pak, want op dit album met 10 zelfgeschreven nummers kreeg hij o.a. hulp van de Canadese violist/producer Jesse Zubot, die de muziek prachtig inkleurt en waarbij verder ook instrumenten als cello. klarinet, mandoline, harmonica (Charlie McCoy) en trombone de muziek op "Lucky Hand" verder inkleuren.

luistervoer voor de gitaristen onder ons en liefhebbers van weergaloos gitaarspel a la Ry Cooder, John Fahey, Leo Kottke etc. zo begenadigd Steve Dawson als gitarist is geldt dat minder voor zijn zang dus het feit dat er geen vocalen op staan ervaar ik niet zozeer als gemis.

de man beheert en produceert sinds zijn verhuizing in 2013 vanuit Vancouver zijn eigen en albums van andere musici in zijn eigen Henhouse Studio in East Nashville.

Album werd geproduceerd door Steve Dawson
Recorded at The Warehouse Studio, Vancouver, British Columbia

Steve Dawson: acoustic guitar, 12-string guitar, Weissenborn, National Tricone guitar, ukulele

Steve Dawson - Rattlesnake Cage (2014)

poster
4,0
leerde de naam van de multi-instrumentalist/producer, songwriter Steve Dawson kennen toen ik een paar geleden zijn naam als producer en muzikant tegen kwam op een album van de Canadese roots muzikant Jim Byrnes. van de laatste woonde ik destijds een concert bij in het NL clubcircuit, kocht daar na afloop een cd van Jim Byrnes en het geweldige gitaarspel van Steve Dawson op dat album viel mij op.

de Canadees Steve Dawson verhuisde in 2013 van Vancouver naar Nashville, Tennessee en ging daar verder met zijn eigen Henhouse Studio. hij verdiende ook als producer zijn sporen met producties van o.a. wijlen Kelly Joe Phelps en The Deep Dark Woods.

op dit volledig instrumentale, akoestische gespeelde solo album in de genres blues, folk en jazz etaleert de man zijn niet geringe kunsten op diverse gitaren veelal "fingerpicking" en eveneens meesterlijk slide gitaar werk. een master class voor gitaristen en gitaarliefhebbers, die het werk van mensen als John Fahey en Leo Kottke ook zal aanspreken.

Album werd geproduceerd door Steve Dawson
Recorded at The Henhouse Studio, Vancouver, British Columbia

hierbij de liner notes van de man zelf bij dit album:

"These songs were all written and recorded throughout the latter half of 2013, in between tours and working on albums with other artists. As the cage was rattled, I stuck a Neumann M49 microphone in front of me to yield these results. no overdubs or effects. just some fingers, slides and guitars. The trusty tools I used on these recordings were:
A Jumbo Larivee that I've played for over 20 years now, a Weissenborn built by Michael Dunn, a National Tricone and a Taylor 12-string"

Steve Dawson - Solid States and Loose Ends (2016)

poster
4,0
de uit Vancouver, Canada afkomstige multi-instrumentalist/songwriter/producer Steve Dawson die al sinds 2013 vanuit Nashville opereert is een grootheid in eigen land en won al diverse prijzen in Canada met zijn eigen albums en productiewerk (o.a. Kelly Joe Phelps). leerde de man kennen via zijn producties en muzikale bijdragen aan de albums van de blues/roots eveneens Canadese muzikant Jim Byrnes.

op dit album met liedjes in het blues/roots genre staan 10 eigen nummers plus 3 traditionals (7,9 en 13) en een cover "You Got What It Takes" van de Amerikaanse R&B/soulzanger Joe Tex.

op dit gevarieerde album wisselt hij up-tempo nummers met stevig elektrisch gitaarwerk en een enkele keer een blazerssectie af met meer rustige, ingetogen nummers als zijn eigen "Little Silver", "Riley's Henhouse Door" en de traditional "Delia" met prachtig, akoestisch "fingerpickin" gitaarspel, dat aan het werk van iemand als Chris Smither doet denken. deze 3 nummers zijn wat mij betreft de hoogtepunten,

slow-blues of "Final Words", dan weer ragtime/blues op "On Top of the World" of gospel blues op "Early Warning" met zang van Regina en Ann McCrary van de Amerikaanse gospelgroep The McCrary Sisters.

Steve Dawson heeft een prettig in het gehoor liggende, maar niet echt onderscheidende enigszins vlakke stem.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Fats Kaplin (accordion, mandolin, fiddle, viola) bekend van zijn werk met o.a. Nanci Griffith, John Prine en Tom Russell en Kevin McKendree (piano, organ)
die vele jaren bandleider was van Delbert McClinton's band.

een bijzonder fraai album niet alleen voor blues/roots liefhebbers, maar ook voor de liefhebber van virtuoos gitaarspel.

Album werd geproduceerd door Steve Dawson
Recorded at The Henhouse Studio, Nashville, Tennessee (zijn eigen studio)

Steve Dawson: vocals, acoustic & electric guitars, acoustic slide guitar, National steel guitar, pedal steel, pump organ, mandotar, Weissenborn, celeste, chamberlain, dobro & mellotron

Steve Earle - El Corazon (1997)

poster
5,0
het zevende solo album van de controversiele Steve Earle. de man die in 1986 debuteerde met het geweldige alt.country album "Guitar Town". iemand die zijn mening niet onder stoelen of banken steekt. vanwege zijn stellingname en standpunten, zeker in zijn thuisland Amerika, niet bij iedereen even geliefd. de man heeft daar het imago van "you either hate him or you love him". type ruwe bolster, blanke pit. ik hou er van. heb de man ooit live met band the Dukes gezien in Nighttown, Rotterdam en het publiek was nogal roerig en luidruchtig. Steve Earle vroeg meermalen terecht "to shut up". overigens verder een geweldig optreden, dat hij destijds opende met het intieme, folky "Christman in Washington" 1 van de prijsnummers van dit album.

dit is 1 van mijn favoriete albums van de man. "Taneytown" doet inderdaad qua intro en sound sterk aan Neil Young denken. de heerlijke bluegrass van "I Still Carry You Around" met de Del McCoury band, met wie hij later het bluegrass album "The Mountain" zou maken. andere favoriete tracks "Taneytown", de heerlijke melodie van het ritmisch stampende "Telephone Road" en de schitterende afsluiter "Fort Worth Blues".

"Somewhere Out There", "You Know the Rest" en "Here I Am" zijn voor mij de mindere tracks op dit album.
kan user Niek wel volgen als de stem van Steve Earle hem niet ligt en er staat zeker niet alleen briljant songmateriaal op dit album, maar vervoering is volop aanwezig in het intieme "Christmas in Washington" en nog meer in het ontroerende eerbetoon "Ft. Worth Blues" aan Townes Van Zandt, om nog maar niet te spreken over de drive en energie van tracks als "Taneytown" en de vuige "punky" rocker "N.Y.C.".

hij droeg dit album op aan Townes Van Zandt "See You When I Get There, Maestro"

Album werd geproduceerd door Steve Earle & Ray Kennedy
Recorded at Room & Board Studio, Nashville, Tennessee

uit de liner notes van Steve Earle (May '97):

EL CORAZON

The Greeks were right! It's the heart that matters. Don't try to tell me it's all in my head cause thinkin' too much only gives me a heartache (a relatively minor annoyance) and I know where I hurt when promises are broken and dreams die, and that lump in your throat when your first born starts walking or talking back. That's your heart fool. Ten sizes too big bangin' away at your chest. hollerin. Let me out of this box and I'll really fuck you up! and sometimes you do and sometimes you don't and sometimes your little bitty feeble ass mind will fool you again and tell you I'm runnin this motherfucker but just let the beast out of the box and hide and watch how fast ol bad ass brother brain will cut and run, but heart is a dumb animal. Muscle and blood a pit bull on a mission and he's hangin' in like Gunga Din. Good to the last drop of blood.

Steve Earle - Guitar Town (1986)

poster
5,0
een dynamisch, energiek, messcherp debuut met ijzersterk songmateriaal van de inmiddels 68 jarige hardcore troubadour Steve Earle, afkomstig uit Fort Monroe, Hampton, Virginia. hij gaf hiermee gelijk zijn visitekaartje af als songwriter van de buitencategorie. als leermeester noemde hij artiesten als Guy Clark en Townes van Zandt. bij het uitkomen van dit album was deze "ruwe bolster, blanke pit" 31 jaar. nadat hij jaren had geploeterd om als songwriter in Nashville aan de bak te komen, werd hij per contract getekend door Tony Brown, hoofd van de A&R (Artist & Repertoire) ofwel de afdeling van een platenmaatschappij die op zoek gaat naar nieuw talent (een artiest of band). dit album betekende zijn commerciële doorbraak. deze "nieuwe country" muziek werd destijds door de muziekindustrie samen met die van andere debutanten (o.a. Randy Ravis en Dwight Yoakam) Nieuw Traditionalisme genoemd. later kwamen bij de muziek van Steve ook de termen country rock, folk, americana, alt-country en roots rock naar voren.

als het beestje dan toch een naam moet dit hebben, zou ik dit debuut "Guitar Town" als country of voor mijn part country-rock willen bestempelen, hoewel je het heerlijke honky-tonk achtige"Hillbilly Highway" ook rockabilly zou kunnen noemen. het album behaalde destijds een nummer 1 notering in de Amerikaanse "Billboard Country Album Charts". de titeltrack en "Goodbye's All We've Got Left" werden grote hitsingles in de country lijstjes. muziekblad "Rolling Stone" riep het uit tot country album van het jaar.

wat opvalt is dat dit album ruim 35 jaar later nog zo fris klinkt. "Guitar Town" spat uit de speakers. "My Old Friend The Blues" een pracht van een ballad en "Fearless Heart" is onovertroffen. het liefdevolle "Little Rock N Roller" heeft inmiddels wel een andere lading gekregen. dit nummer schreef hij voor zijn zoon Justin Townes, die ook albums ging maken en in 2020 kwam te overlijden.

eens met user heartofsoul dat de productie beter had gekund. de drums klinken "blikkerig' en de sound had wellicht beter kunnen zijn door minder gebruik van synthesizers, maar verder een klassieker dit album van de integere, maatschappelijke geëngageerde Steve Earle. heb een zwak voor artiesten zoals hij, die misstanden aan de kaak stellen, stelling nemen en statements durven te maken.
wat een ongekend rijk oeuvre heeft de man inmiddels opgebouwd. 's mans muziek en teksten blijven tot de dag van vandaag relevant.

album werd geproduceerd door Emory Gordy Jr. (van de Emmylou Harris "Hot Band") en Tony Brown

de muzikanten op "Guitar Town" waren:
The Dukes
Richard Bennett: guitars, 6 string bass, and slap bass
Bucky Baxter: pedal steel
Ken Moore: organ, synthesizer
Emory Gordy, Jr.: bass and mandolin
Harry Stinson: drums and vocals
with
John Jarvis: piano and synthesizer
Paul Franklin: pedal steel (tracks 6 en
Steve Nathan: synthesizer

Steve Earle - I Feel Alright (1996)

poster
5,0
blijft 1 van mijn favoriete albums van Steve Earle. een controversieel figuur die vanwege zijn uitgesproken meningen in thuisland Amerika de status heeft van "you either hate him or you love him". de man kan bij mij wel een potje breken. dit werd het 2e album, dat hij na zijn ontslag uit de ontwenningskliniek maakte. hiervoor verscheen het akoestische folky "Train A Comin", dat in 1996 genomineerd werd voor de "grammy award for best contemporary folkalbum". op "I Feel Alright" horen we steviger, elektrisch werk in roots country rock en rockabilly stijl. deze keer geen covers, maar 12 originals van Steve Earle. we horen rockabilly in "Poor Boy" en de heerlijke melodie van "Billy and Bonnie". het bevlogen "Now She's Gone" met een fijne harmonica partij van de man zelf, vuige rock in "The Unrepentant" met gierend gitaarwerk van Richard Bennett, een ingetogen "CCKMP" (Cocaine Cannot Kill My Pain), de ballad "South Nashville Blues" met harmonium, een instrument dat later terug zou keren op zijn klassieke ballad "Christmas In Washington" van zijn hierop volgende album "El Corazon". het hoogtepunt op dit album is een andere ballad "Valentine's Day".

album werd geproduceerd Ray Kennedy en Richard Bennett (tracks 1,5,8,9,10,11,12) en Richard Dodd (tracks 2,3,4,6,7) en opgenomen in Nashville, Tennessee

uit de liner notes:
When I was locked up, I was getting ready to go off on this boy that stole my radio. My partner Paul asked me where I was going. I said "To get my radio-- and then go to the hole for a little while". He looked at me like I look at my 13 year old sometimes and said, "No, you ain't. You're gonna sit your little white ass down and do your little time and then you're gonna get out of here and make me a record". So, I made two.

Peace,
S.E.
November, 1995

Steve Earle - I'll Never Get Out of This World Alive (2011)

poster
4,0
de lat ligt hoog bij iemand als Steve Earle. de man type "ruwe bolster, blanke pit" die van zijn hart geen moordkuil maakt, levert al bijna 40 jaar vakwerk en maakt geen slechte albums hooguit wat "mindere", waar ik deze toch toe reken, maar toegegeven ben bevooroordeeld door de kwaliteit zijn gouden trio "Train a Comin", "I Feel Alright" en "El Corazon" uit de 90's.

11 originals van Steve op dit album die in een periode van 3 jaar tijd door hem werden geschreven, voornamelijk uitgevoerd in country/folk stijl met een enkele keer wat lichte blues invloeden. 2 nummers "God Is God"en "I Am a Wanderer" schreef hij oorspronkelijk voor het door hem geproduceerde Joan Baez album "Day After Tomorrow". "This City" schreef hij voor de Amerikaanse t.v. drama serie "Treme" en "Lonely Are the Free" voor de film 'Leaves of Grass".

maatschappelijk geëngageerd in nummers als "Little Emperor" en "The Gulf of Mexico' over de olieramp die daar plaatsvond en waar hij een link legt naar het lot van de vissers en zijn in 2007 overleden vader "when he died we spread his ashes on the Gulf of Mexico", afgewisseld met de love song "Every Part of Me", een outlaw liedje als het folky "I Am a Wanderer" of over de veerkracht van een stad als New Orleans "This City" met een door New Orleans legende (wijlen) Allen Toussaint gearrangeerde blazerssectie.

"This City" samen met "Gulf of Mexico", "God Is God" en "Lonely Are the Free" zijn voor mij de sterkhouders op dit wat wisselvallige album. helaas beklijven nummers als "Little Emperor", "Meet Me In the Alleyway" en het duet "Heaven or Hell" een stuk minder.

onder de muzikanten bevonden zich o.a. Greg Leisz (pedal steel), T-Bone Burnett (electric guitar & vocals) en Sara Watkins (fiddle & vocals) bekend van de indie bluegrass groep Nickel Creek, haar solo albums en de Watkins Family Hour.

net als de albums "The Low Highway" en "Terraplane" is dit album een goede middenmoter, maar n.m.m. niet behorend tot zijn beste werk.

Steve Earle's eerste roman verscheen onder dezelfde titel als dit album, vernoemd naar een song van Hank Williams.

Album werd geproduceerd door T-Bone Burnett
Recorded at The Village Recorder, West Los Angeles, California
(except "This City" recorded at Piety Street Studios, New Orleans, Louisiana)

(deel) citaat uit de liner notes van Steve Earle (NYC Jan 2011)

"These songs were written during a three-year period (the longest span of any song cycle in my career) beginning a few weeks before my Dad's passing in December 2007 and ending in October 2010. They are all, as far as I can tell, about mortality in one way or the other; death as a mystery rather than a punctuation mark or ar least, a comma rather than a period. This disc/file/whatever are, no doubt, the only art that I could have possibly made as I attempted to glean any lessons from the last days of my Father's life that I can apply to whatever's left of mine"

Steve Earle - Jerusalem (2002)

poster
4,0
niet zijn "makkelijkste" album dit "Jerusalem". over zijn activistische teksten en stellingname is hierboven al voldoende gezegd. het getuigt van lef. respect voor de man die van zijn hart geen moordkuil maakt en kleur durft te bekennen.

de muziek op dit album country/rock noemen is wat twijfelachtig, hoewel country wel te horen valt op het akoestisch uitgevoerde "The Kind" met fingerpickin' gitaarspel van Steve Earle en het fraaie geluid van een harmonium en het duet "I Remember You" met Emmylou Harris, wat mij betreft de 2 hoogtepunten van dit album. de sound en het ritme van het mid-tempo "What's a Simple Man to Do?" deed mij denken aan het nummer "96 Tears" van collega singer/songwriter Garland Jeffreys. net als "John Walker's Blues" een goed in het gehoor liggende song.

van het flinke aantal stevige roots rockers steken "Ashes to Ashes", "Amerika v. 6.0" en "Shadowland" met een heerlijk schurende harmonica er bovenuit.

"Conspiracy Theory" het 2e duet op dit album, met de Engelse zangeres Siobhan Maher Kennedy (getrouwd met mede producer Ray Kennedy, maar dat terzijde), "The Truth" en het eveneens stevige "Go Amanda" zijn voor Steve Earle's zijn doen wat ondermaatse composities.

de muziek op "Jerusalem" klinkt krachtig en vitaal met een gedreven Steve Earle, maar het songmateriaal en de uitvoering ervan laten iets te wensen over.

Album werd geproduceerd door Steve Earle & Ray Kennedy (The Twangtrust)
Recorded at Room & Board, Hermitage, Tennessee (except track 2)
All songs written by Steve Earle (except "Go Amanda" co-written Sheryl Crow)

zijn band The Dukes ten tijde van dit album:
Eric "Roscoe" Ambel: guitar, vocals
Kelly Looney: bass
Will Rigby: drums, percussion
Patrick Earle: percussion

Steve Earle: guitar, bass, mandolin, banjo, harmonica, harmonium, Mini-Moog, organ, vocals

Steve Earle - Live from Austin TX (2004)

poster
4,5
slechts 8 stemmen bij dit geweldige live album van de oorspronkelijk uit Fort Monroe, Virginia afkomstige Steve Earle. hoewel dit album pas in 2004 verscheen dateren de opnamen uit 1986 en vond dit optreden plaats nadat hij kort daarvoor naam had gemaakt met zijn debuut "Guitar Town".

dit album wordt met 9 van de 10 nummers vrijwel integraal uitgevoerd (uitgezonderd "Someday") plus 6 nummers van de opvolger "Exit-O", een Bruce Springsteen cover "State Trooper" en het "nieuwe" nummer "The Devil's Right Hand" van het album "Copperhead Road" dat in 1988 zou verschijnen.

de destijds 31-jarige Steve Earle en zijn band The Dukes klinken hier als een stel gretige, jonge honden en zetten een bruisende, energieke set neer met een in topvorm verkerende band met o.a. de 2 geweldige gitaristen Bucky Baxter en Mike McAdam en heerlijk toetsenwerk van Ken Moore.

de nummers van het wat mindere "Exit-O" album komen in deze live setting een stuk beter tot hun recht, waarbij met name de drumpartijen een stuk natuurlijker en minder blikkerig klinken dan op de studio albums.

veel stevige, vuige rootsrock met dampende, swingende versies van "The Week of Living Dangerously", "I Love You Too Much" waarbij ik aan "Peggy Sue" van Buddy Holly moet denken en "San Antonio Girl", dat door het toetsenwerk a la Augie Meyers aan het werk van The Sir Douglas Quintet (Doug Sahm) doet denken.

de ballads "My Old Friend the Blues" en "Little Rock 'N' Roller" en de country klanken van "Think It Over" fungeren als enige rustpunten, want ook de cover "State Trooper" dat rustig akoestisch begint transformeert halverwege in stevige rootsrock.

"Down the Road" sluit dit lekker rockende feestje betrekkelijk "rustig" af.

wellicht Steve Earle's beste live album waarbij de bezieling en (nog jonge) energie uit de speakers spat. beter dan menig regulier album uit de nadagen van zijn carrière.

Steve Earle: guitar, harmonica, vocals
Ron Kling: bass, keyboards
Ken Moore: keyboards
Bucky Baxter: electric guitars
Harry Stinson: drums
Mike McAdam: lead guitar

Album werd geproduceerd door Cameron Strang, Jay Woods & Gary Briggs
Recorded September 12, 1986 Austin, Texas

citaat uit de liner notes van Terry Lickona
..
"In September 1986, Steve Earle's first album was shaking up Nashville, and country music circles, like nobody else had done since Willie, Waylon & the original Outlaw gang. He was a skinny kid from San Antionio, Texas - the oldest of 5 kids whose Dad was an air traffic controller. He got his first acoustic guitar when he was 11 and listened to the Beatles, Creedence Clearwater Revival and Elvis, but he had an unquenchable thirst and curiosity about all kinds of music...and people. He was no doubt a rebel, running away from home several times to hit the road, playing honky tonks and bars wherever they would let him in. During these hitch-hiking and traveling days, he was befriended by the legendary Texas singer-songwriter Townes Van Zandt, of whom Steve said "He was a real good teacher and a real bad role model". Steve left home for good at age 16 and moved to Nashville.

This performance displays vintage Steve Earle sound that paved the way for a new generation of country rockers willing to buck the Nashville system"

Steve Earle - Sidetracks (2002)

poster
4,0
een verzamelaar met songs afkomstig van soundtracks, moeilijk verkrijgbare verzamelaars, outtakes of niet eerder uitgebracht materiaal.

voor wie het weten/lezen wil:

1. Some Dreams van de soundtrack "The Rookie" (eigen nummer)
2. Open Your Window van de soundtrack "Pay It Forward" (eigen nummer)
3. Me and the Eagle van de soundtrack "The Horse Whisperer" (eigen nummer)
4. Johnny Too Bad een opname met de alt.country band The V-roys met de Engelse vocale groep RNT en toaster C-Fax (cover)
5. Dominick Street een instrumentale outtake van "Transcendental Blues" met Sharon Shannon en haar band The Woodchoppers (Steve Earle/Sharon Shannon)
6. Breed bonus track voor de Japanse versie van "TB" (cover Kurt Cobain)
7. Time Has Come Today een opname van een duet met Sheryl Crow (cover Joseph & Willie Chambers)
8. Ellis Unit One van de soundtrack "Dead Man Walking", geen solo versie maar een nieuwe versie met zang van The Fairfield Four (eigen nummer)
9. Creepy Jackalope Eye een opname met de band The Supersuckers en een song van hen
10. Willin' opgenomen tijdens de "TB" sessies met The Bluegrass Dukes (cover Lowell George)
11. Sara's Angel een instrumentale outtake van "TB" met The Bluegrass Dukes (eigen nummer)
12. My Uncle een live opname met The Bluegrass Dukes (cover Gram Parsons & Chris Hillman)
13. My Back Pages oorspronkelijk bedoeld als een duet voor Joan Osborne en Jackson Browne bestemd voor een soundtrack (cover Bob Dylan)

wat mij betreft is deze wat onsamenhangende compilatie geen "must have", maar toch staan hier een redelijk aantal "must hear" nummers op, zoals de eerste 3 eigen nummers, het niet eerder uitgebrachte duet "Time Has Come Today" met Sheryl Crow, de fraaie blue grass versie van het Flying Burrito Brothers nummer "My Uncle" en het absolute prijsnummer van dit album "Ellis Unit One".

de songs werden op diverse locaties opgenomen met o.a. zijn eigen bandleden Kelly Looney (bass), Willy Rigby (drums), maar ook met sessiemuzikanten als Garry Tallent (bass, tracks 7 & 13) van Bruce Springsteen's E-Street Band en Jerry Douglas (Weissenborn guitar track 3).

de bezetting van "The Bluegrass Dukes" (tracks 10,11 & 12):

Steve Earle: guitar, mandolin, vocal
Tim O' Brien: bouzouki, mandolin, vocal
Darrell Scott: banjo, vocal
Dennis Crouch: upright bass
Casey Driessen: fiddle

Steve Earle - The Collection (2002)

poster
4,0
een verzamelaar samengesteld uit de 1e 4 solo albums en het live album die Steve Earle voor het MCA label maakte.

1 t/m 4 van het album "Guitar Town" (1986)
5 t/m 8 van "Exit-O" (1987)
9 t/m 11 van "Copperhead Road" (1988)
12 en 13 van "The Hard Way" (1990)
14,15 en 17 van het live album "Shut Up and Die Like an Aviator" (1991)

wat deze verzamelaar enigszins de moeite waard maakt zijn de 2 Bruce Springsteen live covers "Nebraska" en "State Trooper" waarvan de laatste als b-side van de single "Back to the Wall" werd uitgebracht, en de live opname van "Little Sister" een cover van de onderschatte Amerikaanse singer/songwriter wijlen Greg Trooper, dat verscheen als b-side van de single "Copperhead Road".

citaat uit de liner notes:

"MCA signed Earle in 1985 and the debut album "Guitar Town" made a huge impact both critically and commercially. The follow-up album "Exit-O" has some fine songs and was critically acclaimed but couldn't match the success of "Guitar Town".

"Copperhead Road" established Earle in Europe but the commercial success was marred by some problems with his record label. The follow-up album "The Hard Way" had a dark brooding sound that reflected Earle's personal crises, but despite critical acclaim, it had disappointing sales.

MCA dropped Earle after the release of the live album "Shut Up and Die Like An Aviator" which only added to his drug, alcohol and relationship problems"