MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Steve Earle - The Revolution Starts ... Now (2004)

poster
4,5
geen alt.country of folk, zoals op zijn albums "Guitar Town", "Train A Comin" of "I Feel Alright", maar eerder een soort van stevige rootsrock of cowpunk met rockabilly invloeden, waarop Steve Earle zowel tekstueel als muzikaal fel van leer trekt. of je het als luisteraar wel of niet met hem eens bent, de man bekent kleur met duidelijke stellingnames, in dit geval o.a. tegen de destijds in Irak spelende oorlog en de Bush regering, die hem in zijn thuisland Amerika niet in dank werden afgenomen en hem het stempel anti-patriot bezorgden.

titels als "Rich Man's War", "Warrior" en de titeltrack zeggen wat dat betreft genoeg. het onstuimige, vuige "F the CC" (FCC is Federal Communications Commissions) klinkt als Steve Earle goes Ramones, een nummer dat vooraf wordt gegaan door het humoristische "Condi, Condi" over zoals hierboven aangegeven Condoleeza Rice met o.a. de regel "Pretty little Condi precious as can be, Bet you never had another lover like me".

op de meer persoonlijke songs als "Comin' Around" een prachtig duet met Emmylou Harris en de ballad van een harde soort "I Thought You Should Know" over zijn moeizame relaties met vrouwen (de man heeft een reputatie op dat gebied), wordt wat gas terug genomen.

wellicht dat hij met het nummer "The Revolution Starts Now" waarmee het album opent en eindigt, zijn statement extra kracht wilde bijzetten.

vreemd genoeg kreeg dit album in 2005 een Grammy Award voor "Best Contemporary Folk Album", want de folk van een album als "Train A Comin" is hier ver te zoeken.

niet zijn "makkelijkste" album, maar wel een bezield, gedreven bandalbum met 10 prima songs, een stevige ritmesectie en fraai gitaarwerk van Eric "Roscoe" Ambel.

Album werd geproduceerd door Steve Earle & Ray Kennedy
Recorded at Room & Board Studio, Hermitage, Tennessee

Steve Earle: guitars, mandola, organ, harmonica, harmonium, vocals
& the Dukes:
Eric "Roscoe" Ambel: guitars, vocals
Kelly Looney: bass, vocals
Will Rigby: drums, percussion, vocals (eerder bandlid van de powerpop band The dB's met o.a. Peter Holsapple, Chris Stamey en Gene Holder, hun album "Stands For Decibels" (1982) is een semi-klassieker
Patrick Earle: percussion

Emmylou Harris: vocals ( track
String quartet (track 5)

"For Johnny Cash and Warren Zevon - See you when I get there, brothers"

Steve Earle - Townes (2009)

poster
4,0
Steve Earle was 57 jaar toen hij dit album opnam als eerbetoon aan maestro songwriter Townes Van Zandt (R.I.P. 01-01-1997), een album waar hij zijn derde Grammy Award mee won. zij ontmoetten elkaar begin 70's voor het eerst toen Townes Van Zandt de destijds 17-jarige Steve Earle zag optreden tijdens een concert in Houston en daarna met elkaar in gesprek raakten. het begin van een lang durende vriendschap.

de lat ligt hoog bij iemand als Steve Earle en het album viel mij bij uitkomen in 2009 in 1e instantie wat tegen maar na verloop van tijd begonnen zijn uitvoeringen in te dalen.

liefst 15 goed gekozen covers met vele hoogtepunten. de akoestische folky uitvoeringen van "Pancho and Lefty", "Colorado Girl", "Marie" en het wonderschone "Quicksilver Daydreams of Maria" met fraai fingerpicking gitaarspel van Steve Earle die dicht bij de originelen blijven, worden afgewisseld met fraaie bluegrass/country uitvoeringen als het aanstekelijke "White Freightliner Blues" en "Loretta" met een fijne tweede stem van Allison Moorer en zijn prachtversie van "Don't Take It Too Bad".

"No Place to Fall" met o.a. de stemmige harmonium klanken en de afsluiter "To Live Is to Fly" (wat een tekst trouwens) met wederom Allison Moorer bekoren eveneens.

de blues getinte nummers als "Where I Lead Me" en "Brand New Companion" beklijven minder, net als "Lungs" dat met de "distorted" gitaarsound wat misplaatst klinkt tussen de overige nummers.

behalve Steve Earle (guitar, mandola, harmonica, harmonium, percussion, vocals) speelden o.a. de vermaarde Nashville sessiemuzikanten Tim O'Brien (mandolin) en Darrell Scott (banjo, dobro) mee.

een oprecht, liefdevol eerbetoon dit "Townes" album maar n.m.m. niet zijn beste werk. ken zijn andere 3 tribute albums (Guy Clark, Justin Townes Earle en Jerry Jeff Walker) niet. waar ik over de kwaliteit van de Townes liedjes geen twijfels had, twijfel ik over de aanschaf van die albums. wellicht dat Tonio of iemand anders daar iets over te melden heeft.

Album werd geproduceerd door Steve Earle
Recorded somewhere in New York City & Sound Emporium & Room and Board, Nashville, Tennessee

over de eveneens prima bonus-cd "The Basics" melden de liner notes het volgende:

"Townes began as twelve solo guitar and vocal tracks recorded in October 2008 in New York City. Other instruments were added later in subsequent sessions in New York, Nashville and Los Angeles. Eleven of the original basic tracks are included here. "Colorado Girl" is not, because the solo version made the final record as is. "Mr. Mudd and Mr. Gold" was re-recorded in Nashville in December as a duet with Justin Townes Earle. The original solo track that was recorded in New York appears here exclusively"

Steve Earle - Train a Comin' (1995)

poster
5,0
waar ik op een zeker moment afhaakte bij Neil Young, ben ik vanaf zijn begintijd/debuut "Guitar Town" uit 1986 Steve Earle zijn werk altijd blijven volgen. het voelt niet goed als je een album van de man mist. dit oudje "Train A Comin" blijft samen met "I Feel Alright" en "El Corazon" tot mijn favoriete albums van de man horen. een persoonlijk album dat mede door de akoestisch gebrachte muziek voelt als een intiem, sfeervol huiskamerconcert. een mix van Steve Earle originals en covers. de melancholie van songs als "Sometimes She Forgets" en het kippenvel nummer "Goodbye" "raakt" 28 jaar later nog steeds. of het nu de country ballad "Nothin' Without You" met een heerlijke duet vocal van Emmylou Harris, de blue grass uitvoering van het Lennon/McCartney "I'm Looking Through You", de rockabilly sound van het outlaw nummer "Tom Ames' Prayer", of de gospel van "Rivers of Babylon" is, alle nummers op dit album kunnen mij bekoren. hoogtepunt is zijn intieme uitvoering van de tearjerker "Tecumseh Valley" een nummer van 1 van zijn leermeesters/inspirators Townes Van Zandt. in de liner notes van dit monumentale nummer schreef Steve Earle "I named by oldest boy after T. Nuff said..."
hoewel zijn "tribute albums" (Townes, Guy Clark, zoon Justin Townes, Jerry Jeff Walker) van de laatste jaren zeker het beluisteren waard zijn, is het wachten op een volwaardig nieuw album met eigen songs van de man. (zijn laatste "Ghosts of West Virginia" verscheen in 2020)

dit album werd geproduceerd door William Alsobrook & Steve Earle, recorded at Nashville, Tennessee

de muzikanten waren:
Steve Earle: (12 string) guitar, high string guitar, harmonica, mandolin & vocal
Peter Rowan: gut string guitar, mandolin, mandola & vocal
Norman Blake: dobro, guitar, Hawaiian guitar, fiddle
Roy Huskey: acoustic bass, bass
Emmylou Harris: vocals (tracks 7 en 12)

Steve Earle - Transcendental Blues (2000)

poster
4,5
na het gouden trio "Train a Comin", "I Feel Alright" en "El Corazon" verscheen alweer 25 jaar geleden dit Steve Earle album "Transcendental Blues".

een gevarieerd album met voor de helft stevige roots/rock nummers, waarbij "Another Town", "Wherever I Go" en "All My Life" favoriet zijn.

mijn voorkeur gaat tegenwoordig naar het rustigere werk, zoals de ballads "Lonelier Than This", de fraaie melodie van "Halo Round the Moon" met de prachtige harmonium klanken en de ontroerende tranentrekker "Over Yonder", dat qua melodie wel iets weg heeft van "Christmas in Washington".

voor mij de prijsnummers samen met de 2 in Dublin met Ierse muzikanten (o.a. Sharon Shannon, James Blennerhassett en wijlen Noel Bridgeman) opgenomen "folky" liedjes "Steve's Last Ramble" en het alom bekende "Galway Girl", dat in Ierland een soort status van een alternatief nationaal volkslied kreeg en het prachtige duet "When I Fall" een familie onderonsje met zus Stacey Earle (vocals) en broer Patrick Earle (drums, percussion).

een ander pareltje is de country/folk van "Until the Day I Die" dat een blue grass sausje heeft met het spel van Tim O'Brien (mandolin, vocals), Darrell Scott (banjo, vocals) en Casey Driessen (fiddle).

de (althans voor mij) wat "mindere" tracks als "Everyone's in Love with You", "I Can Wait" en "I Don't Want to Lose You Yet" beklijven minder. vandaar 4,5 sterren.

van de 2-cd uitgave bevat de bonus cd 4 nummers met fraaie live versies van "Copperhead Road", "The Galway Girl", "Steve's Last Ramble" en "I Feel Alright"

ben minder onder de indruk van de albums uit zijn latere periode. blijft de vraag of de inmiddels 70-jarige Steve Earle die ons vele jaren prachtige muziek heeft bezorgd in zijn nadagen nog eens een album met eigen werk van deze kwaliteit zal uitbrengen, zoals Van Morrison dat onlangs deed met zijn album "Remembering Now", maar dat terzijde.

Steve Earle - Washington Square Serenade (2007)

poster
4,5
dit twaalfde album van hardcore troubadour is de opvolger van het ietwat teleurstellende "The Revolution Starts Now" (2004). de titel "Washington Square Serenade" is vernoemd naar een Greenwich Village Park in New York.

viel mij bij eerste beluistering niet mee, maar dit is typisch zo'n album dat moet "groeien".
er staan merendeels memorabele liedjes op van de geweldige songsmid Steve Earle, die hier voornamelijk, uitgezonderd "Oxycontin Blues", in melodieuze, rustige folky/bluesy songs met soms wat blue grass invloeden worden uitgevoerd. weinig roots rock op dit album met zoals gezegd een flink aantal bovengemiddeld goede songs.

Steve Earle verhuisde destijds van Nashville naar de big city New York en verhaalt hierover in nummers als "Down Here Below" en "City of Immigrants", een nummer waarop hij wordt bijgestaan door "Forro In The Dark" een gezelschap van Braziliaanse expats/muzikanten die zich in New York vestigden. nummers met een duidelijke boodschap van de maatschappij kritische Steve Earle.

het folky/akoestische "Tennessee Blues" met fingerpicking gitaarspel is een fraaie opener, gevolgd door "Down Here Below" gezien vanuit het perspectief van een havik die van een torenflat uitkijkt naar de massa beneden op zoek naar een prooi, gaat feitelijk over de grote verschillen tussen arm en rijk en "overleven" in een big city als New York:

"pale male swimmin' in the air
looks like he's in heaven up there
people sufferin' everywhere
but he don't care"

het sprankelende "Sparkle and Shine", "Come Home to Me" en "Days Aren't Long Enough" een aardig, maar niet bijzonder duet met zijn toenmalige vrouw Allison Moorer zijn goed in het gehoor liggende liefdesliedjes.

voldoende variatie op dit consistente album. aanstekelijke songs als "Satellite Radio" en "Steve's Hammer (For Pete)" met koor, een eerbetoon aan de links politieke activist/folkzanger Pete Seeger, worden afgewisseld met het mid-tempo "Jericho Road", dat qua melodie sterk lijkt op "Telephone Road" van zijn album "El Corazon", het stevige blues/blue grass nummer "Oxycontin Blues" en het minimale, folky "Red Is the Color".

zelfs de Tom Waits cover "Way Down In the Hole" met bescheiden hip/hop klanken kan er mee door.
minpuntje is de productie met de wat mechanisch klinkende drumpartijen.

wellicht een beetje onderschat album, dat ik als 1 van zijn betere albums beschouw uit de periode vanaf 2002 t/m heden.

Album werd geproduceerd door John King
Recorded at Electric Lady Studios, New York City

All songs written by Steve Earle (except 10 co-written Allison Moorer & 11 written by Tom Waits)

deelcitaat uit de tekst van "Steve's Hammer (For Pete)"

"One of these days I'm gonna lay this hammer down
and I won't have to drag this weight around
when there ain't no hunger
and there ain't no pain
then I won't have to swing this thing
One of these days I"m gonna lay this hammer down

One of these nights I'm gonna sing a different tune
all night long beneath the silvery moon
when the war is over
and the union's strong
won't sing no more angry songs
One of these nights I'm gonna sing a different tune"

Steve Earle & The Del McCoury Band - The Mountain (1999)

poster
4,5
blijft een heerlijk album. hoewel Steve Earle al eerder wat bluegrass liet horen op zijn album "Train a Comin" (1995) waar o.a. de bluegrass muzikanten Peter Rowan, Norman Blake en Roy Huskey aan meewerkten, gaat hij op dit album een hele stap verder middels de samenwerking met het bluegrass gezelschap van The Del McCoury band.

inderdaad een feestje voor de oren met aanstekelijke nummers als "Texas Eagle", "Carrie Brown" en "Harlan Man", waar wat rustigere nummers tegenover staan in de vorm van melodieuze ballads als "I'm Still in Love with You" met een geweldige tweede stem van Iris Dement, het weemoedig slepende "The Mountain" en de ingetogen, stemmige afsluiter "Pilgrim" met een duidelijke hoorbare Emmylou Harris en prachtige, meerstemmige zang, zoals die op meerdere nummers ook te horen is in zijn samenzang met Del en Ronnie McCoury.

de folk melodie van "Dixieland" heeft overigens erg veel weg van zijn later verschenen klassieker "Galway Girl", dat in Ierland zou uitgroeien tot een soort van nationaal volkslied.

geen zwak nummer te bekennen op dit album met alle door Steve Earle zelf gecomponeerde nummers, fantastisch uitgevoerd door de Del McCoury band, waaraan op een aantal nummers ook de vermaarde Nashville sessiemuzikanten Jerry Douglas (dobro), Sam Bush (mandoline) en Stuart Duncan (fiddle) bijdragen leverden.

Album werd geproduceerd door de "Twangtrust" (het productieteam Steve Earle & Ray Kennedy) en Ronnie McCoury

Steve Earle: guitar, vocal
Del McCoury: guitar, vocal
Ronnie McCoury: mandolin, vocal
Rob McCoury: banjo
Jason Carter: fiddle
Mike Bub: bass

deelcitaat uit de liner notes (Steve Earle - Sept. '98)

"This is my interpretation, to the best of my ability and with all of my heart (as well as with the assistance of the best bluegrass band working today) of the music that Bill Monroe invented. I do know this, Mr. Bill was very kind to me whenever we met during what turned out to be the last few years of his life. In December of 1995 he honored me by walking out, uninvited, onto the stage of the Tennessee Performing Arts Center twenty minutes into my show and remaining to sing five or six with Peter Rowan, Roy Huskey Jr., Norman Blake and myself. It was the biggest thrill of my life. When I look back now, I believe this record was really born that night.

My primary motive in writing these songs was both selfish and ambitious immortality. I wanted to write just one song that would be performed by at least one band at every bluegrass festival in the world long after I have followed Mr. Bill out of this world. Well, we'll see"

Steve Earle & The Dukes - Terraplane (2015)

poster
4,0
een lichte tegenvaller of een meevaller dit "blues" album van Steve Earle? neig zelf naar het laatste. de man heeft wel vaker dit soort songs op zijn albums opgenomen. het "blues" gehalte is inderdaad meer aanwezig, maar verwacht geen blues a la Joe Bonamassa of iets dergelijks, eerder folk of country blues in Steve Earle stijl.

favoriete nummers de blues ballad "Better Off Alone", de folky blues van "Ain't Nobody's Daddy Now" en "Gamblin' Blues" met fraai fiddle spel van Eleanor Whitmore, met wie Steve een duet zingt op "Baby's Just as Mean as Me" dat ook country invloeden bevat.

het ruigere werk komt naar voren in o.a. "Go Go Boots Are Back", het lekker rammelende "Acquainted with the Wind" en de rauwe afsluiter "KIng of the Blues" dat schuurt en wringt.

voor mij geen favoriet album maar een goede middenmoter, waarbij het in mijn beleving met die overheersende blues wel meevalt. Steve Earle droeg dit album op aan blues legende Johnny Winter.

Album werd geproduceerd door R.S. Field
Recorded at House of Blues Studio D, Nashville, Tennessee
All songs written by Steve Earle

de basis bezetting op dit album:

Kelly Looney: bass
Steve Earle: guitars, mandolin, harmonica, vocal
Will Rigby: drums
Eleanor Whitmore: fiddle, vocals
Chris Masterson: guitars

Steve Earle & The Dukes (& Duchesses) - The Low Highway (2013)

poster
4,0
een wisselvallig of gevarieerd album? dat is een beetje de vraag bij dit 15e album van Steve Earle. naar mijn bescheiden mening is het een beetje van beide.

het album trapt veelbelovend af met de folky/rootsy opener "The Low Highway". een heerlijk, melodieus nummer met o.a. fraaie fiddle klanken van Eleanor Whitmore. de eerste 5 nummers zijn sowieso prima liedjes, inclusief de roots rockers "Calico County" en "That All You Got?"

ben minder gecharmeerd van het middenstuk met de 3 nummers "After Mardi Gras", "Pocket Full of Rain" en "Invisible", songs van een voor zijn doen ondermaatse kwaliteit.

"Warren Hellman's Banjo" is een prettig niemendalletje, dat gevolgd wordt door 2 andere sterkhouders van dit album, de up-tempo folk/blues van "Down the Road Part Two" en het lekker bruisende "21st Century Blues".

de ballad "Remember Me" sluit het album fraai af, maar outlaw troubadour Steve Earle heeft in het verleden betere ballads geschreven dan deze en ook betere albums gemaakt dan "The Low Highway".

Album werd geproduceerd door Steve Earle & Ray Kennedy
Recorded at Ben's Studio & Room and Board, Nashville, Tennessee
All songs written by Steve Earle, except 5) & 6) co-written Lucia Micarelli

Steve Earle: guitar. mandolin, mandocello, banjo, piano, vocal
Allison Moorer: piano, organ, accordion, harmonium, vocal
Chris Masterson: guitar, pedal steel guitar
Eleanor Whitmore: fiddle, baritone fiddle
Kelley Looney: upright & electric bass
Will Rigby: drums, percussion
Siobhan Kennedy: vocals

Steve Earle and The Dukes - The Hard Way (1990)

poster
4,0
na vele jaren dit vierde album van Steve Earle meermalen beluisterd. nooit een favoriet geweest en zal het ook niet worden.

waar zijn debuut "Guitar Town" fris en sprankelend klonk en de "blikkerige" drums niet teveel stoorden, krijgt deze drumsound samen met de synths en de volle productie teveel de overhand. de muziek klinkt hierdoor iets te dichtgetimmerd en lijkt niet te "ademen". het doet mij eigenlijk verlangen naar een "unplugged" versie van dit album, want er is weinig mis met de kwaliteit van de songs.

favoriete tracks "The Other Kind", "Promise You Anything" (met harmoniezang van zijn zus Stacey Earle Mims), "Billy Austin", "Justice In Ontario" en de meezingers "When the People Find Out" met The Christ Missionary Baptist Church Choir uit Memphis, Tennessee en "Regular Guy" met koor van "a bunch of white people".

zoals gezegd staat de productie van dit album mij tegen, maar vanwege de kwaliteit van de songs toch 4 sterren voor dit "mindere" album.

5 jaar later volgde zijn gouden trits te beginnen met "Train a Comin" (1995) gevolgd door "I Feel Alright" (1996) en "El Corazon" (1997). n.m.m. de topjaren van de begenadigde songwriter Steve Earle.

Album werd geproduceerd door Steve Earle & Joe Hardy
Recorded at Sound Emporium, Nashville, Tennessee & Ardent Recording, Memphis, Tennessee

All songs written by Steve Earle, except track 2) co-written Maria McKee & Patrick Suggs & track 3 co-written Maria McKee

zijn band The Dukes bestond ten tijde van dit album uit:

Bucky Baxter: Mulllins pedal steel guitar
Ken Moore: organ, synthesizer
Zip Gibson: electric guitars, vocals
Kelly Looney: bass, vocals
Craig Wright: drums

Steve Forbert - Rocking Horse Head (1996)

poster
3,5
het zoveelste album van de door de jaren heen zeer productieve Steve Forbert.

12 eigen liedjes met zijn vertrouwde mix van rustige, ingetogen nummers en mid/up-tempo songs, waarvan de laatste helaas op dit album overheersen en in combinatie met de voor zijn doen middelmatige kwaliteit van de liedjes, met name het trio nummers (8,9 en 10) op de 2e helft van dit album wil niet beklijven, is het gevolg een licht teleurstellend album.

hoewel het mid-tempo "If I Want You Now" een sterke opener is, gaat mijn voorkeur naar de klein gehouden nummers als "Dear Lord", "Some Will Rake the Coals", "Open House" en de folky afsluiter "Dream, Dream" met fraaie accenten van fiddle en mandoline. een nummer dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt.

het stevig rockende "My Time Ain't Long" heeft iets weg van de sound van The Jayhawks, net als "Moon Man" en "Don' Stop" 1 van de betere nummers in die stijl.

los van zijn eigen vaste band speelde als gastmuzikant o.a. oudgediende Al Perkins mee op pedal steel en lap steel gitaar, maar helaas komt zijn fameuze spel niet prominent naar voren.

Steve Forbert heeft heel wat betere albums gemaakt dan deze "Rocking Horse Head".

Album werd geproduceerd door Brad Jones
Recorded at Treasure Isle, Nashville, Tennessee

Steve Forbert - Streets of This Town (1988)

poster
4,0
zoals heartfofsoul hierboven reeds opmerkte verscheen dit album 6 jaar na het commercieel geflopte "Steve Forbert", waarna hij door het label Geffen werd getekend en dit "Streets of This Town" werd uitgebracht.

dat Steve Forbert een meer dan gemiddeld goede songwriter is, blijkt wel uit dit album met 10 sterke eigen liedjes. stuk voor stuk prima liedjes in het folk/rock genre met vleugjes country en pop.

veel mid-tempo nummers, waarvan de sterke opener "Running On Love" meteen blijft hangen, zoals de meeste nummers dat doen.

stevig rockende nummers als "Don't Tell Me", "As We Live and Breathe" en "Wait a Little Longer" met gastmuzikant Nils Lofgren op gitaar, dat niet had misstaan op een album van Tom Petty, worden afgewisseld met veelal mid-tempo songs als "I Blinked Once", het fraaie titelnummer "On the Streets of This Town" dat een honky-tonk ritme heeft en het met heerlijke gitaarriffs opgetuigde "Hope, Faith and Love".

hoor de man het liefst in de klein gehouden, rustige folky nummers "Mexico" en de afsluiter "Search Your Heart", maar dit album bevat zoals gezegd 10 goede, melodieuze liedjes. wellicht niet van het niveau van zijn debuut "Alive On Arrival" of "Jack Rabbit Slim, maar dit wat stevigere "Streets of This Town" komt er dichtbij in de buurt. vandaar een dikke 4 sterren.

kennelijk is de inmiddels 70-jarige Steve Forbert al vele jaren aan het zicht van zijn eerdere fans onttrokken, getuige het feit dat er op de 15 albums die hij vanaf 1995 nog maakte slechts sporadisch werd gereageerd. in 2024 verscheen wederom een nieuw album "Daylight Saving Times", waarop slechts 2x werd gestemd.

Album werd geproduceerd door Gary Tallent
Recorded at Shorefire Recording Studio, Long Branch, New Jersey

Steve Forbert: vocals, acoustic guitar, harmonica, lead guitar (tracks 2 & 9)
Clay Barnes: lead guitar, backing vocals
Danny Counts: bass
Paul Errico: keyboards, backing vocals
Bobby Lloyd Hicks: drums, percussion, backing vocals

Steve Forbert - The American in Me (1992)

poster
4,0
het zoveelste solo album van de inmiddels 70-jarige Steve Forbert, die ooit debuteerde met het geweldige "Alive On Arrival" (1978) en destijds net als vele anderen de nieuwe "Dylan" werd genoemd, een predicaat dat hij nooit heeft kunnen waarmaken. bij gebrek aan succes werd hij regelmatig van labels gedropt, maar bleef hij op diverse labels albums uitbrengen, zoals deze "The American in Me".

Steve Forbert is een goede songwriter, beschikt over een ietwat hese, aangename, rustgevende stem en voert zijn liedjes uit in het folk/rock genre met een vleugje country.

hoor hem het liefst in de klein gehouden akoestische liedjes met akoestische gitaar en mondharmonica, aangevuld met harmonievocalen, zoals op "If You're Waiting On Me", "The American In Me", "Baby Don't", "You Cannot Win 'Em All" en de afsluiter "New Working Day".

de meer rockende nummers als "Born Too Late", "Change In the Weather" en "Rock While I Can Rock" waar zijn stem zich minder goed voor leent, klinken enigszins geforceerd en beklijven minder.

Steve Forbert maakt in de regel geen slechte albums en ook dit album is weliswaar het beluisteren waard, maar de magie van zijn debuut is hier ver weg. veelzeggend is dat "Alive On Arrival" hier op MuMe 50 stemmen kreeg en zijn laatste album "Daylight Savings Time" (2024) slechts 2.

Album werd geproduceerd door Pete Anderson
Recorded at Track Record Studios, North Hollywood, California
All songs written by Steve Forbert

Steve Forbert: vocals, acoustic guitar, electric guitar, harmonica
Pete Anderson, Clay Barnes: electric guitar
Jeff Donavan, Ralph Forbes: drums
Bob Glaub, Dusty Wakeman, Gary White: bass
Skip Edwards: keyboards
Anthony Crawford, Tommy Funderburk, Andrea Robinson: harmony & background vocals
Alex Acuna, Lenny Castro: percussion

Steve Miller Band - Children of the Future (1968)

poster
3,5
de Steve Miller band werd in 1967 geformeerd in San Francisco, Californië met Steve Miller als bandleider/frontman. dit debuutalbum werd in 1968 tijdens hun verblijf in Engeland opgenomen in de Olympic Studio, Londen en geproduceerd door de Engelsman Glyn Johns, die later vele albums van grootheden uit de rock wereld (Stones, Beatles, Kinks, Dylan, Eagles, etc.) zou produceren.

op dit album staan 6 originals van Steve Miller (tracks 1 t/m 5 en 8, waarvan 4) "In My First Mind" (co-written met toetsenist Jim Peterman), 2 Boz Scaggs composities "Baby's Calling Me Home" en "Steppin' Stone" en 2 fraaie blues covers "Fanny Mae" (Buster Brown) en het veel gecoverde "Key to the Highway" (Big Bill Broonzy/Charlie Segar), dat ook gecoverd werd op het "Layla" album (1970) van Derek & The Dominos (Eric Clapton). "Junior Saw It Happen" is een nummer van de Amerikaanse singer/songwriter Jim Pulte.

de meer progressieve popliefhebber had destijds dit album in huis. waar ik vroeger weg was van de psychedelica van de eerste 5 nummers in de tijdgeest die toen heerste, kunnen deze nummers niet meer bekoren. in die zin klinken deze nummers nu wat achterhaald, uitgezonderd het korte, akoestische "Pushed
Me To It".

de blueskant daarentegen wil nog steeds beklijven, met name de 2 Boz Scaggs nummers, "Roll With It" met een heerlijk op gitaar solerende Steve Miller en de 2 eerder genoemde blues covers.

weliswaar een fraai tijdsbeeld, maar inmiddels met het verstrijken van de jaren is "Children of the Future" toch minder mijn "cup of tea".

mijn persoonlijke favoriet van de man is/blijft het album "Recall the Beginning..A Journey from Eden (1972).

Steve Miller: guitar, vocals, harmonica
Boz Scaggs: guitar, vocals
Lonnie Turner: bass guitar
Jim Peterman: hammond organ
Tim Davis: drums
Ben Sidran: harpsichord (track 6)

Steve Miller Band - Number 5 (1970)

poster
4,5
n.m.m. samen met "Your Saving Grace" het beste Steve Miller Band album van de 5 albums die de band eind 60's/begin 70's uitbracht.

4 nummers (1,8,9,10) van de meester zelf, 2 co-written "Going to the Country" (met Ben Sidran) en "Going to Mexico" (met Boz Scaggs), 2 nummers van drummer Tim Davis, het aanstekelijke, luchtige "Hot Chili" en de up-tempo meezinger "Tokin's" beide met leadzang van Tim Davis, de opener "Good Morning" van en met leadzang van de nieuwe bassist Bobby Winkelman en de minste track van dit album "Steve Miller's Midnight Tango" van toetsenist Ben Sidran.

"Number Five" werd opgenomen in Nashville wat met name in de eerste 5 nummers te horen valt, maar klassieke country of country rock zou ik deze muziek van Steve Miller niet noemen.

wat betreft de psychedelica komt deze het meest aan bod in de openingstrack "Good Morning" en hoor ik persoonlijk weinig psychedelische experimenten op kant 2. uitgezonderd track 7) voeren vanaf "Going to Mexico" de blues (rock) klanken de boventoon, zoals in "IMCH" en het prijsnummer "Jackson Kent Blues". samen met het folky, akoestische "I Love You" van kant 1 met een heerlijke harmonica partij van Charlie McCoy wat mij betreft 1 van de hoogtepunten.

de ballad en anti-war song "Never Kill Another Man" met o.a. oud bassist Lonnie Turner op fretless bass, sluit dit album fraai af.

de basis bezetting ten tijde van dit album bestond uit Steve Miller, Tim Davis en Bobby Winkelman.
onder de sessie muzikanten bevonden zich o.a. Nicky Hopkins, Lee Michaels, Jimmy Tilman en 5 muzikanten Curley Cook, Charlie McCoy, Wayne Moss, Bobby Thompson en Buddy Spicher van de band Area Code 615, die een mix van blues, country en psychedelica maakten. ook de fameuze gitarist Mac Gayden was ooit lid van die band.

1 van Steve Miller's "beste" albums "Recall the Beginning, A Journey From Eden" (1972) zou nog volgen.

Album werd geproduceerd door de Steve Miller Band
Recorded at Cinderella Sound, Nashville, Tennessee

Steve Miller Band - Recall the Beginning... A Journey from Eden (1972)

poster
5,0
mijn favoriete Steve Miller album uit de begin seventies, met "Your Saving Grace" en "Number Five" op een gedeelde nummer 2 plaats. sommige albums gaan een leven lang mee en dit is er 1 van. ik was 15 bij het uitkomen van dit album en heb dit album grijs gedraaid. je zette je eerste schreden op het pad der liefde met alle onzekerheden van dien en dan was het heerlijk om weg te zwijmelen en te mijmeren, met name op de nummers van kant 2 van dit album. in de zomer zittend op je zolderkamer met de ramen wijd open of in de winter op dezelfde kamer uitkijkend over besneeuwde, witte weilanden. muziek die je betoverde. noem het gerust nostalgie of magie. dit was zijn 7e album "pre-Joker" en heeft 50 jaar later "de tand des tijds" doorstaan. heel lang moeten wachten op de cd release van dit album. grote blijdschap toen ik deze een aantal jaren terug kon scoren op het Lost Diamonds (2008) label. een feest der herkenning. de opener "Welcome" met dat heerlijke intro van die drumpartij, de invallende blazers en dan het gitaarspel van Stevie "Guitar" Miller. het doo wop achtige "Enter Maurice" heb ik altijd een minder nummer gevonden. begreep later dat Maurice het alter ego was van "The Space Cowboy" en "The Gangster of Love". de geweldige baspartijen van Gerald Johnson met name goed hoorbaar op het ingetogen, bluesy "High On You Mama". Jesse "Ed" Davis speelt gitaar op "Heal Your Heart". de akoestische folk blues van het korte "The Sun Is Going Down". het rockende, met blazers voorziene R&B nummer "Somebody Somewhere Help Me". het sfeervolle, gevoelige "Love's Riddle", waarna het ritmisch rockende "Fandango" volgt met een soort van koorzang van de man zelf en dat op het eind in stille pracht vervalt. na het melancholische "Nothing Lasts", moet het absolute hoogtepunt van dit album nog volgen, de akoestische ballad "Journey From Eden". een weergaloos mooi nummer, dat ook 50 jaar later nog onder de huid kruipt. "Recall the Beginning" voor mij het begin van mijn liefde voor muziek......."A Journey from Eden' voor mij als 66-jarige inmiddels meer "a journey through the past". Steve Miller wordt 5 oktober a.s. 80 jaar oud. Nothing lasts......

de muzikanten op dit album:
Steve Miller: guitar
Gerald Johnson: bass
Jim Keltner, Roger Allen Clark, Gary Mallaber, Jack King: drums
Ben Sidran, Dick Thompson: keyboards
Nick DeCaro: string and horn arrangements

produced by Ben Sidran
All songs written by Steve Miller
This recording completed on the full eclipse of the moon, Jan 29, 1972
Album dedicated to Mahalia Jackson and Junior Parker

Steve Miller Band - The Joker (1973)

poster
4,0
het kan verkeren gezien de meningen hierboven. ben minder lyrisch dan andere users over "The Joker" het doorbraakalbum van Steve Miller en zijn tot dan toe commercieel succesvolste album aangedreven door de gelijknamige hitsingle. ook in Nederland werd dit een bescheiden hit en ineens liepen hele volksstammen dit liedje van de tot dan toe relatief onbekende Steve Miller mee te neuriën.

terugblikkend sloeg ik vroeger al de eerste 3 nummers "Sugar Babe", de r&b standard "Mary Lou" en "Shu Ba Da Du Ma Ma Ma" over. alhoewel het woord vervelend niet op zijn plaats is, is dat toch het woord dat nog steeds bij mij opkomt bij het horen van dit 3-tal nummers.

pas vanaf track 4 "Your Cash Ain't Nothing But Trash", een nummer van de r&b muzikant Chuck Calhoun die de klassieker "Shake, Rattle and Roll" schreef, begint dit album voor mij te leven, waarna stuk voor stuk geweldige nummers volgen. over het titelnummer is al voldoende gezegd. blijft een heerlijke melodie.

de heerlijke harmonica partij in zijn eigen nummer "Lovin' Cup" dat gevolgd wordt door de akoestische blues van "Come On In My Kitchen" een bezielde en gedreven cover van delta blues legende Robert Johnson.

hoogtepunt van dit album is het magistrale, ietwat dreigend klinkende "Evil" een door orgel gedragen blues ballad waarop Steve Miller halverwege los gaat op gitaar. wellicht 1 van de beste nummers die de "Space Cowboy" ooit heeft geschreven. dit nummer steekt er met kop en schouders bovenuit.

de romantische ballad "Something to Believe In" sluit dit album rustig, ingetogen af met o.a. de fraaie pedal steel klanken van "Sneaky" Pete Kleinow, bekend van zijn werk met The Flying Burrito Brothers.

Album werd geproduceerd door Steve Miller
Recorded at Capitol Records, Hollywood, California

"Come On In My KIchen" recorded live at The Tower Theatre, Philadephia
"Evil" recorded live at The Aquarius Theatre, Boston

Gerald Johnson: bass
John King: drums
Steve Miller: guitars, vocals, harmonics
Dickie Thompson: organ, clavinet
Lonnie Turner: bass (track
"Sneaky" Pete Kleinow: pedal steel (track 9)

hierbij een citaat uit de liner notes van een album van sessiegitarist Mac Gayden over het gebruik van de unieke "sliding wah guitar style" van Steve Miller op een aantal nummers:

"It's reported that Steve Miller met Mac Gayden when he was recording in Barefoot Jerry's Cinderella Studios in Nashville, where Gayden explained how he got this effect. Steve Miller learnt the lesson well, stashed away the idea and made full use of it on his most renowned recording, "The Joker".

Voor wat het waard is.....

Steve Miller Band - Wide River (1993)

poster
3,0
een tegenvaller deze "Wide River". het geluid van zijn albums uit de begin 70's, maar ook van albums als "The Joker" of "Fly Like An Eagle" is hier ver te zoeken. veel mainstream, easy listening songs, die niet willen beklijven. ben een groot fan van Steve Miller, maar ik mis de bezieling en het vuur van zijn vroegere albums met authentiek klinkende blues (rock) en vooral goede songs.

slechts 1 original van Steve Miller, 6 co-written, 2 blues covers 10) "Stranger Blues" (Elmore James) een nummer dat zou mogen rocken of swingen, maar dat niet doet en een zouteloze versie van "All Your Love" (Otis Rush) met een hoog lounge blues gehalte. dat het niet iedereen gegeven is om een goede song te schrijven bewijst Leo Sidran (de zoon van zijn toetsenist Ben Sidran) met ondermaatse tracks als "Lost In Your Eyes" en "Perfect World" en de met Steve Miller co-written tracks "Conversation" en "Walks Like a Lady". ook het nummer "Circle of Fire" van gitarist David Denny wil niet overtuigen.

met de single "Wide River", "Midnight Train" en "Blue Eyes" (co-written Les Dudek, Rocket Ritchotte) heb je meteen de hoogtepunten gehad. "Horse and Rider" een ballad met een fraaie melodie dat niet van de grond komt en zijn eigen "Cry,Cry,Cry" kunnen ermee door.

helaas blijven er dan 7 tracks over (4,5,7,8,10,11,12) die gezien de kwaliteit van zijn eerdere werk, naar mijn bescheiden mening door een ondergrens zakken. zie hierboven zeer uiteenlopende waarderingen van 1,5 tot 5. vermoed dat de "waarheid" voor zover je daar bij muziek over spreken kan, ergens rond de 3 sterren ligt.

wellicht een leuk album voor de doorsnee pop liefhebber, maar ik vermoed dat dit een misbaar album is voor de Steve Miller fan van het eerste uur.

Steve Winwood - Steve Winwood (1977)

poster
4,0
het destijds langverwachte solo debuut van het muzikale wonderkind Steve Winwood. heb dit altijd een fijn album gevonden en dat is een kleine 50 jaar later niet veranderd. slechts 6 songs, waarvan er 4 van tekst werden voorzien door zijn Traffic maatje Jim Capaldi, 1 "Vacant Chair" met tekst van Vivian Stanshall en 1 "Midland Maniac" met muziek en tekst van de man zelf.

"Hold On' is een prima opener en de sterke melodie van "Vacant Chair" met een fraai refrein en heerlijk gitaarwerk van Junior Marvin, bekend van zijn werk met Bob Marley & The Wailers beklijft eveneens. "Midland Maniac" heeft wat flarden van de oude Traffic magie in zich en de afsluitende ballad "Let Me Make Something in Your Life" doet qua sound en melodie denken aan de pracht ballad (Sometimes I Feel So) Uninspired" van het Traffic album "Shoot Out at the Fantasy Factory".

de disco invloeden op "Time Is Running Out" en de funky jazz rock van "Luck's In" bekoren minder, maar zorgen ook voor wat variatie op dit album.

inderdaad geen klassieker of topper maar een heel gedegen album met 6 bovengemiddeld goede songs prachtig soulvol gezongen door Steve Winwood. samen met de opvolger "Arc of a Diver" 1 van zijn betere solo albums. zie bij de berichten bij zijn latere albums de termen mor/aor voorbij komen, maar die zijn n.m.m. niet van toepassing op dit fraaie solo debuut.

Album werd geproduceerd door Steve Winwood & Chris Blackwell

Willie Weeks, Alan Spenner: bass guitar
Andy Newmark, John Susswell: drums
Brother James, Reebop Kwaku Baah: percussion, congas
Jim Capaldi: percussion, backing vocals
Nicole Winwood (zijn toenmalige vrouw): backing vocals (2)
Steve Winwood: lead & backing vocals & all other instruments

Steve Young - No Place to Fall (1978)

poster
3,5
een lichte tegenvaller, deze opvolger van het sterke "Renegade Picker" (1976). alt.country of country rock met een soul touch, maar geen klassieke Nashville country, gezongen met zijn doorleefde, krachtige stem, waar hij zich helaas op een aantal nummers mee lijkt te overschreeuwen. op nummers als "Drift Away" (Mentor Williams) en "I Can't Sleep" (Steve Goodman) vliegt hij qua zang uit de bocht en gaat dat ten koste van de song.

4 nummers van Steve Young (2,3,4 en 6) en een 6-tal covers, waarvan de uitvoeringen van "No Place to Fall" (Townes Van Zandt) en "Don't Think Twice, It's All Right" (Bob Dylan) het best bevallen. de cover van "I've Got the Same Old Blues" (J.J. Cale) pakt minder goed uit en doet naar het origineel verlangen.

het songmateriaal op dit album, zowel zijn eigen nummers als de covers, kunnen naar mijn mening niet tippen aan die van "Renegade Picker".

de sterkhouders op dit album zijn de 2 voornoemde covers en de Steve Young "originals" "Montgomery in the Rain", "Dreamer" en het onverwoestbare "7 Bridges Road", dat meermalen op zijn albums werd uitgebracht en later bekendheid kreeg in de versie van The Eagles.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Buddy Emmons en Lloyd Green (steel guitar), Charlie McCoy (harmonica), Mac Gayden (guitar) en Kenny Malone (drums).

Album werd geproduceerd door John Dea

Steve Young - Renegade Picker (1976)

poster
4,5
het vierde album van Steve Young wordt ook wel "one of the greatest Outlaw albums" genoemd, maar bij dat "outlaw country" genre moet ik zelf meer denken aan iemand als Waylon Jennings. zou de muziek op dit album eerder alt.country of country-rock noemen. tegenwoordig zou men het roots/americana noemen.

11 stuk voor stuk sterke composities, waarvan 5 Steve Young originals (tracks 1,3,6,7 en en 6 covers van Amerikaanse country singer/songwriters:

2) I Can't Be Myself (Merle Haggard)
4) It's Not Supposed to Be That Way (Willie Nelson)
5) Tobacco Road (John D. Loudermilk)
9) Broken Hearted People (Guy Clark)
10) Sweet Thing (Buddy Starcher)
11) Home Sweet Home (Rodney Crowell)

up-tempo "honky tonk" rockers als de titeltrack en "Lonesome, Onry' and Mean", dat eerder in een andere versie verscheen op zijn album "Seven Bridges Road" (1972) en waar Waylon Jennings een hit mee scoorde, worden afgewisseld met ballads als o.a. "I Can't Be Myself" en zijn eigen "All Her Lovers Want to Be the Hero" beide voorzien van fraaie pedal steel partijen van Buddy Emmons.

hoogtepunten te over op dit album, zoals zijn eigen hartenbreker ballad "Old Memories", maar ook een prachtige versie van het Rodney Crowell nummer "Home Sweet Home (Revisited)".

Album werd geproduceerd door Roy Dea
Recorded at RCA Victor Studios, Nashville, Tennessee

Steve Young: guitar, vocals
Michael Leech: bass
Karl Himmel: drums, percussion
Dale Sellers: electric guitar
Jerry Shook: electric guitar, harmonica
Johnny Gimble: fiddle, mandolin
Terry McMillan: harmonica
Bobby Wood: piano
Mac Gayden: slide guitar
Buddy Emmons: steel guitar
Anita Ball, Kim Morrison, Tracy Nelson, Kim Young: harmony & backing vocals

de liner notes van Sid Griffin (June, 2001) bekend van zijn werk met de band The Long Ryders, geven een beeld van de betekenis van Steve Young:

"Steve Young is a relatively unsung yet terribly important link in the musical chain, which unites the then burgeoning country-rock movement of the late 1960's to the mid 1970's, blossoming out of the Outlaw movement, his non-Nashville, no nonsense attitude linking both to the alt.country movement of today. That his own profile isn't what it should be is an out and out crime when his contributions are examined.

In 1968 Young, after being recommended by Tommy Lipuma, was part of a trio of talented iconoclasts signed by Jerry Moss to A&M Records, who were all hell bent to unite rock and country by performing C&W with a rock musician's attitude and by performing R&B and folk standards as if they had been country tunes all along. And yes, the other two were Gram Parsons with his Flying Burrito Bros. and ex-Byrd Gene Clark"

Stick in the Wheel - From Here: English Folk Field Recordings (2017)

poster
3,5
een prachtig initiatief deze "English Folk Field Recordings" en zeker een unieke, met liefde gemaakte verzameling. zoals Lura opmerkt levert dit alles een essentieel traditioneel folkalbum op. er is op de uitvoeringen van de nummers weinig aan te merken, maar wat ik als luisteraar wel mis op dit album is samenhang, wat ook wel exemplarisch is voor dit soort verzamelaars. bovendien is er wel wat aan te merken op de kwaliteit van de zang, zoals bijvoorbeeld de bijdragen van Stew Simpson en Men Diamler. de uitvoering van Jon Boden van "Fathom the Bowl" is niet slecht, maar steekt schril af bij de versie van de onvolprezen Watersons. hoogtepunten zijn wat mij betreft behalve de nummers van oudgedienden John Kirkpatrick en Martin Carthy, "Lavender Song" van Lisa Knapp, de prachtige uitvoering van de klassieker "The Wild Rover" van Sam Lee, "The Irish Girl" van Fran Toote, "Bonny Boy" van Fay Hield en de geweldige a capella zang van Peta Webb & Ken Hall op het nummer "Just a Note/Wild, Wild Whiskey. de overige nummers willen niet echt beklijven. de instrumentale nummers van Spiro, Sam Sweeney en Rob Harbron komen de coherentie van dit album niet ten goede. wat blijft is de liefde voor de muziek en de moeite die iedereen zich heeft getroost om dit project tot een succes te maken ofwel zoals men het in de liner notes opmerkt

"thanks to all the artists, people and venues who generously gave us space, time and help in order to make this project possible"

Strawbs - Just a Collection of Antiques and Curious (1970)

Alternatieve titel: Live at the Queen Elizabeth Hall

poster
3,5
ben niet zo bekend met het werk van de Strawbs. ooit begonnen als bluegrass duo The Strawberry Hill Boys met oer leden Dave Cousins, frontman en de belangrijkste songwriter van de band en Tony Hooper, wijzigden zij de naam in de Strawbs en namen zij met Sandy Denny in 1967 het album "All Our Own Work" op met eigen nummers van de groep, waarna Sandy Denny de groep verliet en lid werd van Fairport Convention.

de remaster op cd (1998) van dit live album uit 1970 (tracks 1 t/m 6) bevat 3 bonus tracks, waarvan 2 niet eerder verschenen studio versies (8 en 9) zijn. "The Vision of the Lady of the Lake" verscheen eerder op het album "Dragonfly" (1970) en kreeg t.g.v. deze re-issue een nieuwe mix. de mix van folk met symfo en prog-rock is meer aan de liefhebbers van dat genre besteed. het strijkers arrangement van "Forever" komt wat gekunsteld over. "We'll Meet Again Sometime" sluit wel goed aan bij de overige songs.

van het originele album steken er voor mij 4 nummers bovenuit, de prachtige samenzang op "Martin Luther KIng's Dream" dat geschreven werd n.a.v. diens historische "I have a dream" speech en "Hey it's Been A Long Time" onderdeel van de 4-delige "Antique Suite", de sterke melodie van "Fingertips" met fraaie "Indiase" accenten van conga drums en sitar en de folk ballad "Song of a Sad Little Girl".

van de Strawbs (met oer lid Dave Cousins) verscheen in 2023 hun laatste album "The Magic of it All" met slechts 2 stemmen hier op MuMe. als folk liefhebber toch wel benieuwd naar hun albums uit de begin 70's.

Album werd geproduceerd door Tony Visconti

de band ten tijde van dit album:

Dave Cousins: vocals, acoustic/electric guitars, dulcimer
Tony Hooper: vocals, acoustic guitar, tambourine
Rick Wakeman: organ, piano, harpsichord, celeste
Richard Hudson: conga drums, cymbal, tambourine, sitar, vocals
John Ford: bass, vocals

Sweeney's Men - Sweeney's Men (1968)

poster
4,5
een iconisch Iers folkalbum van de legendarische "Sweeney's Men". de naam werd verzonnen door mede-oprichter Joe "Galway" Dolan en ontleend aan de komische roman "At Swim Two Birds" van de Ierse schrijver Flann O' Brien. wijlen singer/songwriter Joe Dolan (niet te verwarren met de Ierse mainstream popzanger met dezelfde naam) richtte de band in Mei 1966 in Dublin op, samen met Andy Irvine en Johnny Moynihan. de groep kwam halverwege de sixties voort uit de Ierse "roots revival" en wordt achteraf ook wel de ontbrekende schakel genoemd tussen de Clancy Brothers en de Pogues.

in die periode en bezetting maakte de band 4 single tracks op het Pye label, te weten 3 traditionals "Old Maid in the Garrrett", "The Derby Ram" en "The Waxie's Dargle" (een drinklied, dat later o.a. ook verscheen op het Pogues album "Red Roses for Me") en de Andy Irvine song "Old Woman in Cotton". deze 4 tracks staan niet op dit debuutalbum, maar werden vele jaren later alsnog uitgebracht op het dubbele compilatie album "The Legend of Sweeney's Men" (Anthology).

singer/songwriter/gitarist Joe "Galway" Dolan verliet de band na deze opnames en vertrok naar Israel, naar verluidt met de intentie om Israel bij te staan in de destijds woedende 6-daagse oorlog. Des Kelly, destijds de manager van de band, maakte hier later de grap over "that Dolan had arrived on the seventh day, but it took him a year to get down there". Christy Moore nam 2 nummers van Joe Dolan op "The Trip to Jerusalem" dat zijn reis beschrijft en "The Foxy Devil", die verschenen op zijn album "The Iron Behind the Velvet". de Dubliners scoorden een hit met zijn "Nelson's Farewell". de band scoorde in 1967 in Ierland een top 10 hit met "Old Maid in the Garrett", Joe Dolan werd vervangen door Terry Woods en hun naam was in Ierland gevestigd.

alle nummers op dit debuut zijn door Andy Irvine, Johnny Moynihan en Terry Woods bewerkte traditionals , die hun oorsprong vinden in o.a. Amerika, Ierland en Schotland ( "Willie O' Winsbury), uitgezonderd:

2) "Sullivan's John" een nummer van de Ierse muzikant Pecker Dunne,
4) "My Dearest Dear" met tekst van de Amerikaanse singer/songwriter Peggy Seeger, waarvoor Terry Woods de muziek schreef,
7) "Dicey Reilly" van de Ierse singer/songwriter Dominic Behan, vooral bekend in de versie van de Dubliners
"Tom Dooley" een bekende Amerikaanse folksong, dat een internationale hit werd in de versie van "The Kingston Trio"
11) "The House Carpenter" eveneens een Amerikaanse ballad van de zanger/muzikant Clarence Ashley

dit debuutalbum met 13 geweldige tracks is een tijdloos album met een sterke songcollectie, voorzien van prachtige lead vocalen ofwel fraaie harmoniezang, perfect uitgevoerd met traditionele instrumenten. een vergeten meesterwerkje, een "must hear, must have" voor de folkliefhebber. Iers folkicoon Andy Irvine verliet de band in mei 1968 en begon aan een rondreis door Oost-Europa, waar hij o.a. muzikale invloeden opdeed voor de muziek op zijn latere albums en "world music" samenwerkingen.

Album werd geproduceerd door Bill Leader
en opgenomen "at Livingston Studios, Barnet, U.K."

de bezetting van "Sweeney's Men" ten tijde van dit album:

Andy Irvine: vocals, mandolin, bouzouki, harmonica, guitar
Johnny Moynihan: vocals, bououki, tin whistle
Terry Woods: vocals, 6 & 12-string guitar, concertina

Sweeney's Men - The Legend Of (2004)

Alternatieve titel: Anthology

poster
4,5
Sweeney's Men wordt wel als 1 van de eerste traditionele Ierse folkgroepen genoemd, naast The Clancy Brothers en The Dubliners. de groep werd opgericht in de sixties toen er een Ierse folkrevival plaats vond.

ondanks dat de groep slechts 2 reguliere albums maakte, verschenen er 3 verzamelaars, o.a. "Time Was Never Here" (1992) en "Sweeney's Men/Tracks of Sweeney" (1996) beide niet op MuMe.
deze derde compilatie "Anthology" die in 2004 op het Castle label werd uitgebracht is de meest complete. dit album bevat alle studio opnames van de band, inclusief de 4 single tracks "Old Maid in the Garrett", "The Derby Ram", "Waxie's Dargle" en "Old Woman in Cotton". dit zijn tracks van de 1e line up met Joe "Galway" Dolan, die niet op deze albums verschenen. alle 4 prijsnummers die dit album extra de moeite waard maken, temeer daar de eerste 2 albums bij mijn weten "out of print" zijn.

de compilatie is als volgt samengesteld:
disc 1
tracks 1 t/m 4 niet eerder uitgebrachte single tracks
tracks 5 t/m 17 alle tracks van het album "Sweeney's Men" (1968)
tracks 18 t/m 23 bonus tracks

disc 2
bonus track 1 "Autumn Gold" van het album Andy Irvine & Paul Brady (1976)
track 24 t/m 34 alle tracks van het album "The Tracks of Sweeney" (1969)
tracks 35 t/m 41 bonus tracks

de bonus tracks zijn wat willekeurig gekozen, want deze betreffen geen muziek van "Sweeney's Men".
de keuze voor deze tracks wordt als volgt toegelicht:

leden van Sweeney's Men waren zijdelings betrokken bij tracks 18 en 19 van Johnny Kelly. Andy Irvine en Joe Dolan van de 1e line-up speelden gitaar op 20) de single "Streets of Baltimore" en Johnny Moynihan speelde mee op de b-side 21) McAlpine's Fusiliers". beide nummers van de destijds zeer populaire Ierse showband "Capitol Showband" van Butch Moore. op track 22) "Bottle of Wine" (van Tom Paxton), een volledig misplaatst nummer binnen de context van deze complilatie, zouden de heren ook een rol hebben vervuld.
al met al zijn deze bonus tracks qua uitvoering van mindere kwaliteit en voegen deze weinig toe.

aangezien Johnny Moynihan destijds een kortstondige relatie had met zangeres Anne Briggs en bouzouki speelde op haar albums werden de tracks 35) "Willie O'Winsbury van haar gelijknamige debuut album (1971) en 39) "Sullivan's John" van haar album "Sing a Song For You" (1973, maar uitgebracht in 1997) toegevoegd. Terry Woods trad na Sweeney's Men toe tot de band Steeleye Span, met wie hij samen met o.a. vrouw Gay Woods en Maddy Prior het album "Hark! The Village Wait" (1970) maakte, volgens velen hun beste album. vandaar de toevoeging van tracks 36 en 37. Terry Woods formeerde na zijn vertrek uit deze band samen met Gay Woods "The Woods Band" (track 38). tracks 40 en 41 zijn afkomstig van het Andy Irvine solo album "Rain on the Roof" (1996). i.t.t. de bonus tracks op disc 1 zijn bonus tracks (35 t/m 41) op disc 2 wel van meerwaarde en voegen deze iets toe.

Andy Irvine, inmiddels 81 jaar en nog steeds concerten geeft, vervolgde zijn carrière met o.a. Planxty, Mozaik (een multiculturele folkband), Patrick Street en duo-samenwerkingen met o.a. Paul Brady, Donal Lunny en Davy Spillane

Johhny Moynihan, inmiddels 83 jaar, was tijdelijk lid van o.a. Planxty, De Danann en Fleadh Cowboys

Terry Woods, inmiddels 76 jaar, vervolgde zijn carrière met Steeleye Span, maakte als duo met zijn vrouw Gay 4 albums, richtte samen met haar "The Woods Band" op en werd later bij een groot publiek bekend als lid van The Pogues, waar hij een niet te onderschatten rol speelde. in 2002 verscheen een 2e album van The Woods Band genaamd "Music from the Four Corners of Hell", wat hij omschrijft als "Sweeney's Men meets the Dubliners meets the Pogues".

deelcitaat over de split up uit de uitgebreide linernotes van muziekjournalist Colin Harper (April 2004)

"Gay and Terry would go on to tour briefly in Europe as members of iconoclastic Irish hippies Dr. Strangely Strange - upon whose 1971 album for Island "Heavy Petting", both Irvine and Moynihan guest, before forming the Woods Band and recording a very distinctive folk-rock album under that name. Financial strain eventually put paid to the band and the couple retreated back to Ireland, renting a cottage in County Meath from, of all people, Johnny Moynihan, who had come into some property. Gay and Terry went on to make four albums together, as a soft-rock duo before separating in the late seventies, each going on to record in numerous other contexts"

Sweeney's Men - The Tracks of Sweeney (1969)

poster
4,0
het tweede album van "Sweeney's Men" verscheen in 1969 (per abuis staat hier op MuMe 1977), een jaar na het gelijknamige debuut album. de muziek is iets minder traditioneel dan die van het debuut en werd destijds door muziekcritici meer als een progressief, avontuurlijk "acid folk" album bestempeld. wellicht paste die kwalificatie destijds in de tijdgeest, maar persoonlijk hoor ik dat er niet van af. de muziek op dit album is nog steeds stevig in traditionele folk geworteld. gecombineerd met sterk songmateriaal en prachtige harmoniezang levert dit wederom een fraai album op, weliswaar minder dan het debuut met de onvolprezen Andy Irvine.

deze had de band in 1968 verlaten om rond te reizen door de Balkan landen (o.a. Hongarije) en deed daar inspiratie op voor nieuwe muzikale wegen. de 3e line-up van de band Johnny Moynihan en Terry Woods, overigens "not the best of friends" besloten uiteindelijk toch een 2e album te maken onder de naam "Sweeney's Men".

op dit album staan 4 "originals" van Terry Woods (tracks 1,3 en , 1 nummer (track 5) van Johnny Moynihan, 2 tracks (6 en 10) werden geschreven door Terry Woods en Henry McCullough, track 7) "Go By Brooks" is een gedicht van Leonard Cohen afkomstig van zijn gedichtenbundel "The Spice Box of Earth" op muziek gezet door Sweeney's Men. 2) "The Pipe on the Hob" is een Ierse traditional en het enige, instrumentale nummer op dit album. track 4) "Pretty Polly" eveneens een traditional, een "murder ballad" afkomstig van de British Isles, Canada en de Noord-Amerikaanse Appalachen regio. van de andere Amerikaanse traditional 9) "Hiram Hubbard", een "Civil War murder ballad" bestaat ook een cover versie van Bob Dylan.

de Terry Woods compositie "Dreams For Me", de opener van dit album, verscheen later ook op het geweldige, gelijknamige album "The Woods Band" (1971). een hoogtepunt op dit album, tezamen met de door hem prachtig gezongen tracks "Pretty Polly" en "Hiram Hubbard".

de Noord-Ierse meestergitarist Henry McCullough speelde overigens niet mee op dit album, wel speelde hij in 1968 mee op diverse gigs van de band. Zie de liner notes.

Sweeney's Men bracht slechts 2 albums uit. in 2004 verscheen op het label Castle Music een re-issue van beide albums uitgebreid met 4 single tracks van de 1e line-up van de band incl. mede oprichter de Ierse singer/songwriter/gitarist Joe "Galway" Dolan en bonus tracks

Album werd geproduceerd door Bill Leader
opgenomen "at Livingstone Srudios, Barnet, U.K."

de muzikanten op dit abum:
Johnny Moynihan: vocals, bouzouki, tin whistle
Terry Woods: vocals, 6 & 12-string guitar, banjo, concertina

citaat uit de liner notes van Colin Harper, April 2004 (van de "The Legend of Sweeney's Men" Anthology" re-isssue )

quote
"Long before the album ("Sweeney's Men) was released Andy had told the others that - in the spirit of times, and for an adventure that would fire his creativity for decades to come - he was heading off for an indefinite sojourn to Eastern Europe. A final gig at Dublin's Liberty Hall saw the Irvine line-up perform the first half, in their dance-hall shirts and waistcoats, with the second half being the debut of new repertoire, new stage-wear and introducing new member Henry McCullough.

This now legendary version of Sweeney's Men, with McCullough playing electric guitar - lasted only for three months in the summer of '68, causing a storm at the Cambridge Folk Festival and recording only a BBC radio session and an RTE television broadcast, both now missing in action (along with two previous BBC radio appearances).

While everyone was keen to push the electric experiment further, it was hampered by the lack of an appropriate PA and was, in any case, going down like a lead balloon with the group's diminishing public back in Ireland. McCullough, believind they'd hit on something worthwhile but frustrated with the situation, was offered a role in Joe Cocker's Grease Band and found it hard to resist. Moynihan amicably agreed, that he'd be a fool not to accept. Consequently Henry, as a member of Joe Cocker's Grease Band, became the only Irishman to play Woodstock, while Johnny and Terry continued, uneasily, as a duo"
unquote





.