MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Angelo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bloodstone - Do You Wanna Do a Thing (1976)

poster
3,0
”Let’s go go go with the disco / Stand up, let’s party! Het openingsnummer van deze Bloodstone plaat knalt lekker binnen. Een fijne combinatie van disco en funk zonder al te veel kitsch. Het doet precies wat het moet doen: het zorgt voor een dosis vrolijkheid. Niet al te veel nadenken, gewoon lekker uit je dak gaan. Je zou hier nog niet vermoeden dat dit album even later een totaal andere sound laat horen.

If you wanna be my baby tapt een beetje uit hetzelfde vaatje, maar is een stuk lomer. Wat opvalt is dat ze zich bij dit nummer meer oriënteren en concentreren op de samenzang (de harmonie). Dat is niet geheel toevallig, want het contrast tussen het eerste en het derde nummer is groot. Van disco en funk naar zachte, zoete soul. Just like in the movies wordt gebracht in de stijl zoals we kennen van o.a. The Persuaders. Het is mooi, maar alleen op bepaalde momenten. Ik snap ook niet waarom dit erop staat.

Wat betreft variatie blijft het zo door gaan, en dat komt het eindresultaat niet ten goede. Het album is niet echt samenhangend, en dat maakt het luisteren van dit album niet echt aantrekkelijk. Ze hadden beter de nadruk op óf disco/funk óf mellow soul kunnen leggen. Niet in de laatste plaats om het album wat meer kleur en identiteit te geven. De vocalisten zijn prima, maar gemiddeld. Ook de instrumentatie is gewoon oké. De uptempo nummers luisteren aardig weg, maar het lukt hen niet de middelmaat te ontstijgen. Het openingsnummer en het titelnummer vormen de mooiste momenten op dit album, al werd het door andere soulgroepen beter gedaan. Je kunt je een betere introductie tot 't genre wensen.

Blu Cantrell - Bittersweet (2003)

poster
3,0
All we do is make up, then break up
Why don’t we wake up and see
When love hurts, it won’t work
Maybe we need some time alone
We need to let it breathe


Twee jaar na de knaller Hit ‘em up style (Oops!) lukte het haar met Breathe om die vervelende ‘one-hit-wonder’ stempel van zich af te schudden. Nog één keer zou ze overzee een succes boeken voordat ze uit de schijnwerpers verdween, want in de Verenigde Staten werd het verassend genoeg geen echte hit. Met behulp van Sean Paul, en een sample van What’s the difference (van Dr. Dre feat. Eminem en Xzibit) zette een fijne zomerse hit neer. Volgens mij is de instrumentale backing exact hetzelfde (ofwel: het is meer dan 'slechts' een sample, nietwaar)? Dit is het enige nummer dat me heugt, waarbij ik me niet irriteer aan Sean Paul. Hij zorgt zelfs voor een meerwaarde bij het liedje! Net zoals bij haar debuut is het de hit die er bovenuit springt, maar hier staan wederom een aantal andere aardige nummers op.

Zo is de tweede, geflopte single Make me wanna scream met Oosterse invloeden ook wel een aardig nummer. Het riedeltje heeft iets aanstekelijks over zich. Dan is er nog Happily ever after, zo’n beetje het meest soulvolle nummer op het album, dat een soort van retro sfeer uitademt, en ook nog eens ritmisch zeer fijn in elkaar steekt. Verder is Let her go ook een beluistering waard. Die is met name op productioneel gebied erg fijn, met een hoog swing/dance-gehalte. Tot slot zijn er nog 'n drietal redelijke slowjams, I love you, Unhappy en Don’t wanna say goodbye, die ook allemaal wel goed wegluisteren. Daarmee is helft van het album, voor mij, bovengemiddeld goed. De andere zes zijn niemanddalletjes, dertien in een dozijn, maar dat is bij een R&B album eerder regel dan uitzondering. In Don’t wanna say goodbye meende ik trouwens een sample te horen van Syreeta Wright’s Cause we’ve ended as lovers.

Blu Cantrell - So Blu (2001)

poster
3,0
While he was scheming
I was beamin' in the beamer just steamin'
Can't believe that I caught my man cheatin'
So I found another way to make him pay for it all

So I went to Nemin-Marcus on a shopping spree
On my way I grabbed Soley and Mia
And as the cash box rang I thought everything away


Oops! Ja, het werd meteen duidelijk dat Blu Cantrell niet de meest lieve (ex-)vriendin was die je je kon wensen. Ze maakte al dat geld van haar arme vriend op. Eigen schuld, want hij had maar niet moeten vreemdgaan. We zijn ondertussen tien jaar verder, en ze is nogal in de vergetelheid geraakt, deze Blu Cantrell. Na die ene hit, wist ze nog één proper nummer aan te leveren: Breathe met die Sean Paul, die staat overigens niet op dit album. Het is eigenlijk best jammer dat dit album geen potten brak hier in Nederland, want hij is zo slecht nog niet. Oké, leuker dan Hit ‘em up style (oops!) krijg je het niet, maar er staan zeker een paar tracks op deze CD die ook nog de moeite waard zijn. Swingin’ en het semi-rap So Blu zijn bijvoorbeeld een heerlijk urbanesque uptempo nummers, die over een flinke dosis heden-daagse soul beschikken. Het merendeel van het album bevat echter ballads die niet alleen in de R&B-traditie worden gebracht, maar voornamelijk in een nu-soul jaren ’90 jas/stijl. De mooiste voorbeelden hiervan zijn Wasting my time, met een mooie rapverse door L.O, en Till I’m gone. Ook de lome slowjam Blu is a mood, in een haast modern jazzyachtig jasje mag zich berekenen tot één van de betere tracks op deze plaat. Als zangeres is ze toch een tikkeltje onderschat, die Blu, ze heeft een prachtige stem. Op productioneel gebied is dit ook wel sterk. Veel afwisseling, en de instrumentatie voelt tamelijk ‘vol’ aan.

Blue Magic - The Magic of the Blue (1975)

poster
3,5
In het sweet soul genre zou je bijna zeggen dat een groep als Blue Magic onovertroffen is. Deze heren zorgen op dit album ook weer voor uitmuntende harmonieën. Hoewel het album als geheel misschien nogal eentonig kan overkomen, zit er voor de geduldige luisteraar wel degelijk voldoende variatie in om het interessant te houden. Geen variatie in de stijl, die blijft zoet, maar verandering in de instrumentatie, die overigens keurig aansluit bij de thematiek van de teksten die ze hier zingen. Three ring circus weet met zijn intro bijvoorbeeld al gelijk het gevoel van (de) circus te vangen. Hoewel het eigenlijk “gewoon” een levenslied, maar dan binnen het soul genre, heeft het ook wel iets heel luchtigs over zich. Eigenlijk een soort van smartlap, al is dat een twijfelachtige eer waarmee je het nummer wellicht tekort doet. Dat terwijl You won’t have to tell me goodbye juist een hele dreigende sfeer heeft. Dat zoet niet gelijk staat aan saai bewijzen ze met Never get over you en Let me be the one, haast grondleggers van (de) disco qua sound; maar dan net even met minder toeters en bellen. Eenmaal bijgekomen van deze floorfillers krijg je een nummer als When ya coming home voorgeschoteld, die een voorzien is van een dromerige sfeer. De rustigheid zelve. Naast de harmonieën, verdient ook de instrumentatie een dikke pluim; die is soms bescheiden en rustig, tevens soms ook erg funky, maar altijd gebalanceerd. Fijn album. Vooral nu het weer wat kouder wordt, ademt The magic of the blue de warme uit waar je juist dan naar snakt.

Boaz Mauda - Boaz Mauda (2009)

Alternatieve titel: בועז מעודה‎

poster
3,5
Een land dat over het algemeen veelal leuke bijdrages naar het Eurovisie Songfestival stuurt is Israël. Ook de inzending van 2008 Ke’ilu kan (”Als hier”), geschreven door Dana "Diva" International, mag zich berekenen tot één van de beste inzendingen van dat land en één van de beste inzendingen van 2008. Boaz Mauda (eigenlijk Bo’az Ma’uda) werd in zijn thuisland bekend na het vijfde seizoen van Kokhav Nolad (“Een ster is geboren”), de Israëlische variant van Idols, te hebben gewonnen. Die overwinning is meer dan terecht, want zangers met een bijzonder stemgeluid als die van Boaz komen nauwelijks voor. “Nauwelijks” staat eigenlijk gelijk aan “niet”, want zijn kleurklank is werkelijk uniek te noemen.

Het feit dat de nummers in de Hebreeuwse taal worden gezongen zorgt naar mijn idee voor extra meerwaarde. Naast de Songfestival-inzending, dat het hoogtepunt op dit album vormt, is er nog een prachtig nummer te vinden. Dan heb ik het over de zomerse klanken van Ore’ach baolam. Het akoestische Lachzor habaita mag er ook zijn overigens. Het enige Engelstalige nummer op dit album is Time to pray, een liedje dat hij zingt samen met Sirusho en Jelena Tomasevic (beiden ook deelnemers aan het Eurovisie Songfestival in 2008 voor respectievelijk Armenië en Servië). Er staan ook vier bonusnummers op dit album, te weten een coverversie van de Albaanse inzending van 2008 (originele versie werd uitgevoerd door Olta Boka) en drie remixen van Ke’ilu kan. De meeste nummers zijn niet verbluffend goed, maar het klinkt niet verkeerd en er is genoeg variatie. Zoals gezegd zorgt vooral de Hebreeuwse taal voor meerwaarde, en natuurlijk niet in de laatste plaats zijn prachtige stem.

Hij kwam overigens ook langs bij de Nederlandse delegatie in Belgrado waar hij, als ik mij niet vergis, samen met Hind zong. Er was wel een klik tussen hen, maar uiteindelijk hebben ze nooit een professionele opname gemaakt. Waarschijnlijk hadden Sirusho en Jelena dan toch de voorkeur.

Bobby Boyd Congress - Bobby Boyd Congress (1971)

poster
5,0
Zoals vaak, blijven de beste albums verborgen bij het grote publiek. De originele persing van dit album kon rekenen op slechts 300 exemplaren. Een obscuur en zeldzaam item dus. Dit jaar kreeg dit album ein-de-lijk de erkenning die het verdient, en werd deze enige plaat van het unieke, gemende Franse en Amerikaanse gezelschap alsnog opnieuw uitgebracht op zowel CD als LP – in de Verenigde Staten nota bene! Deze plaat gevuld met niets dan energie. Extase, je voelt het écht als je dit album beluistert.

Neem het samenspel van Bobby Boyd en Diana Overton die de longen uit hun lijf schreeuwen in het openingsnummer. ”Talk to me!". Zonder enig visueel materiaal voorhanden, spat de chemie er van af tussen hen beide. Je voelt het aan alles. Het speelse gekreun, het stoere en nonchalante gekrijs, de opluchting. De schelle blazers geven het nummer nóg meer kracht dan het al heeft. Dit gaat dieper dan funk. Wat een sensatie! Maar er is meer. ”Where is my toy / I have no toy / I broke my toy.” Wie raakt er nou niet in trance bij het horen van In a toy garden. Horen we een in het begin een slaapliedje? Horen we funk? Horen we rock? Horen we soul? Horen we gospel? Wie het weet mag het zeggen. Na al dat heftige moet je even bijkomen. Bijkomen met het rustigere In this strange, strange land. Zomerse sferen, het onbekende verkennen. Het beloofde land. De onwetendheid maakt alles nog spannender dan je aanvankelijk dacht… ” In this strange, strange land / As a free, free man / Try to explore all that I can / Perhaps someday I can be a man / Brother to brother, man to man / I've learned to be a man”.

Maar we zijn er nog niet. We beginnen pas. Op I’m undecided laat Bobby Boyd horen eigenlijk ook niet weten wat te doen. Hij is besluiteloos, geen vooruitzicht. “I’m just sitting by the window.” En zeg zou zelf, de –voor hun doen– sobere instrumentatie had niet beter uitgekozen kunnen worden bij een tekst als deze! Oké, de tijd om te rusten en te denken is voorbij. We moeten verder. Train is chaotisch. Heel chaotisch. Zelfs in nuchtere toestand kan dit nummer je van wereld brengen. Het is magisch en ook ongeëvenaard. It’s good to see your face again is blijdschap. Dat willen ze ook aan je laten horen. Wie wordt er nou niet blij van zo’n vrolijke melodie en tekst? Di-da-di-da-di-da, er is niets beters dan oog in oog te staan met iemand die je graag wilt zien. Are you gonna stay he while (rare titel btw. ik dacht aanvankelijk dat “he” vervangen moest worden door “a”, maar het staat zo op de hoes), brengt Diana Overton weer naar de voorgrond. Wedden dat deze dame live nog beter was dan op plaat? Met ieder woord weet ze je te raken. Ze geeft alles wat ze in zich heeft, en dat is in haar geval meer dan genoeg. Haar stem doet me overigens denken aan die van Ann Peebles. Een beetje soul searching van tijd tot tijd kan geen kwaad, maar tijdens Dig deep in your soul kom je daar echt niet aan toe hoor. Alleen de variatie van de instrumentatie weet je al bijna in hypnose te brengen. Met Bright flowers komt een einde aan het album. Zo ruig als we begonnen zijn, eindigen we ditmaal niet. Nee, met een jazz-fusionachtig nummer komen we toen aan onze welverdiende rust, want wat was het een reis – een unieke ervaring.

Frustratie, woede, wanhoop, opluchting en blijdschap komen ineen in zowel de teksten alsmede de instrumentatie. Blazers, schurende gitaren en ruige drumpartijen… je krijgt het allemaal. Eén van de grootste funksensaties die er ooit heeft bestaan. Pure perfectie. Ik wil eigenlijk één ding zeggen: “Komt dat zien, komt dat zien”, of nee, ik bedoel eigenlijk “Komt dat horen, komt dat horen”. Now or never.

Bobby Hebb - Sunny (1966)

poster
2,5
Mwa, om het titelnummer in één adem te noemen met Isn’t She Lovely en Everlasting Love vind ik niet helemaal evident; al is dat natuurlijk persoonlijk. De twee laatsten behoren tot de twee grootste martel-nummers ooit gemaakt (echt wal-ge-lijk), Sunny vind ik persoonlijk dan een stuk beter aan te horen. Ik moet opmerken dat ik de goedkope kermisvariant van Boney M. - met de legendarische Bobby Farrell - een stuk leuker vind. Het viertal legt er meer sfeer in. Ik word er vrolijk van, ook wel van Hebb z’n versie, maar dan in mindere mate. Terug naar het album. Ik vind het opvallend hoezeer hier duidelijk wordt dat eigenlijk alleen Sunny, het liedje, geschikt is om een (groot) publiek aan te spreken. De andere liedjes, meer een soort van easy listening maar dan met meer dynamiek en grootsere arrangementen, blijven totaal niet hangen (na zeven beluisteringen) en zijn ook helemaal niet zo leuk. Op één na. De enige die mij naast Sunny aanspreekt is You Don’t Know What You Got Until You Lose It. Hij had bijvoorbeeld zo kunnen dienen als filmmuziek voor één van de grote Hollywood-films uit de jaren ’60. De meeslepende melodie zal het ‘m wel doen, denk ik. Eigenlijk doet de sound dat dit album verder uitdraagt mij op veel momenten denken aan de albums van zijn labelgenoot Dusty Springfield die rond dezelfde tijd werden uitgebracht. Dusty Springfield heeft alleen het geluk dat zij wél een mooi stemgeluid heeft, én ook nog eens goed songmateriaal toebedeeld kreeg. Dat is hetgeen waar deze plaat behoorlijk in tekortschiet.

Bobby Patterson - It's Just a Matter of Time (1972)

poster
3,5
In de glorietijd van soul was dit album natuurlijk veel te onopvallend om enige indruk te maken op het publiek. Ondanks dat, is dit een prima album dat als geheel overigens nauwelijks de middelmaat weet te ontstijgen. Ik denk dat Bobby, hoewel hij een grote vinger in de pap had bij het maken van dit album, zelf ook niet echt wist wat hij wilde of moest doen om door te breken. Hij probeert van alles, en dat is het probleem; het zorgt voor een wisselvallig resultaat. Van lome nummers als I get my groove tot juist erg funky nummers als Quiet! Do not disturb, die eigenlijk helemaal niet goed op elkaar aansluiten en bij elkaar passen. Toch een belangrijk punt waar meer aandacht aan besteed had moeten worden.

Toch zijn de nummers individueel meer dan aardig, de southern soul ballade She don’t have to see you (to see through you) is een voorbeeld van één van de hoogtepunten op dit album, een nummer dat zo uit de Muscle Shoals of Memphis stal had kunnen komen. Ook over het overspel gaande funky liedje Right on Jody en is geslaagd; het wordt op een -haast- ijzige toon gezongen, terwijl de instrumentatie erg uitbundig en bombastisch is. Ook het achtergrondkoortje, die weliswaar voor een heel klein aan-deel verzorgen, zorgt voor extra meerwaarde bij het nummer. Het thema over overspel wordt nogmaals bezongen op One ounce of prevention, en het mag gezegd worden: de tekst is origineel en erg leuk. Vooral de losse sfeer, die zelfs ietwat jazzy aanvoelt, zorgt voor een mooi eindresultaat. Het laatste memorabele moment is The whole funky world is a ghetto waarbij alles uit de kast wordt getrokken. Tekst is behoorlijk scherp en de extreem ritmische, chaotische instrumentatie maakt het zeker een waardige, maar ook ietwat vreemde album afsluiter. Hoogtepunt blijft echter She don't have to see you.

Al met al een album die ik als geheel, zoals gezegd, nauwelijks boven de middelmaat vind uitsteken. Als ik de nummers ‘los’ beluister valt er in eenieder van hen wel iets moois te ontdekken. Op vocaal en instrumentaal gebied is het oké, nergens exceptioneel of noemenswaardig, maar dat neem ik voor lief.

Bobby Williams - Anybody Can Be a Nobody (1976)

poster
5,0
Het tweede en laatste studio-album van deze onbekende soulzanger. Bij zijn eerste album gaf ik in mijn stukje al aan dat over deze man maar weinig bekend is, ondertussen heb ik nog steeds geen verdere informatie over deze vergeten soul/funkzanger gevonden en/of gelezen. Wel kan ik vertellen dat dit album inhoudelijk kwalitatief nog beter klinkt dan zijn eerste album. ‘Anybody can be a nobody’, mooie titel trouwens, is een fusie van soul, funk en jazz.
Over het album kan ik niet anders dan concluderen dat hij geweldig in elkaar steekt. Een aantal nummers vind ik zelfs nu nog vrij modern aangelegd klinken, neem bijvoorbeeld de ballad ‘You need love like I do (don’t fight the feeling)’. Ook voor dit album geldt dat het tot stand is gekomen met een klein budget; daarvoor dus nog meer lof voor dit album. Maar wat te denken van het prachtige funky ‘Portrait of my stephfather’ dat voorzien van is van een prachtige maar tegelijkertijd droevige songtekst. De achtergrondkoortjes maken het nummer helemaal af. En dan ‘These arms of mine’, zal ik het zeggen(?), ja toch maar doen: ik vind deze versie persoonlijk net zo mooi als die van Otis Redding, al wordt de beleving van Otis Redding zijn vertolking door Bobby niet geëvenaart, maar dat geef niet. In deze versie zit namelijk meer dan genoeg soul. Over de andere nummers kan ik niets negatiefs verzinnen, stuk voor stuk hoogstandjes als je het mij vraagt neem het retestrakke ‘I will sing for you (if you dance for me). Voor de sublieme instrumentatie en Bobby’s prachtige stem heb ik dan ook een (hele) ruime voldoende over. Sterker nog, ik geef het hoogst haalbare cijfer!
Ik vind het dan ook jammer dat deze man niet bekend is bij de mensen. Ik bedoel, zullen überhaupt meer dan 50 Nederlanders en/of Belgen deze zanger kennen? Ik betwijfel het, en denk eerlijk gezegd van niet. Zoals gezegd erg jammer, maar bovenal schandalig! Dit album hangt trouwens dicht tegen mijn top 10 aan. ’t Kan maar zo zijn hij er een keer in zal belanden. De hoesfoto vind ik ook echt mooi!
Het nummer ‘I will sing for you (if you sing for me)’ wat ik eerder noemde, vind ik op bepaalde punten best lijken op ‘Tell me bout it’ van Joss Stone, vooral wat betreft de melodielijn waarop beide nummers gezongen worden. Al kan dat aan mij liggen. In ieder geval een pracht van een album!

Bobby Williams - Funky Super Fly (1974)

poster
4,0
Obscure plaat van Bobby Williams, een man wiens naam op het internet nauwelijks voorkomt maar, als ‘ie wel genoemd wordt, vergelijken wordt met –niemand minder dan– James Brown. Heb een tijd informatie proberen te vinden over deze zanger, maar op het internet is nauwelijks iets te vinden. Wel is deze LP enige tijd geleden op plaat heruitgebracht en de reissues die verschenen zijn, waren al snel uitverkocht nadat ze op de markt kwamen. Een origineel exemplaar brengt overigens heel veel $ op, maar dat terzijde. Er bestaat een CD uit 2008 die is uitgebracht op Jazzman Records, maar die schijnt gedeeltelijk anders te zijn. ‘Funky superfly’ is echt een heerlijk album met niet alleen funk. Zo is ‘Morning of love’ een heerlijk rustig soulnummer met een prachtige opbouw, 6 minuten en 47 seconden heerlijk relaxen. Maar ook het nummer ‘Teach me how to love you’ is minstens zo betoverend mooi. De funknummers zijn overigens ook stuk voor stuk amazing met als favorieten: ‘Make it funky’ en het instrumentale ‘Fair trade’. Het budget voor deze plaat zal ongetwijfeld laag zijn geweest, maar bewezen wordt met ‘Superfly’ dat je ook met een klein budget een geweldig album in elkaar kunt zetten.

Edit: kennelijk heeft deze man ook nog een tweede album mogen uitbrengen genaamd ‘Anybody can be a nobody’. Even kijken of die ook nog ergens valt te beluisteren, want ‘Superfly’ smaakt naar meer. Beide albums schijnen in 2006 in Japan in hun originele versies op CD te zijn uitgebracht. Verder (nog steeds) niets gevonden over Bobby himself. Ik ben echt benieuwd of ‘ie nog leeft en wat er van hem terecht is gekomen...

Bobby Womack - The Bravest Man in the Universe (2012)

poster
3,0
Zonder meer een interessant album. Het vrij experimentele karakter en het (producers)team rondom Bobby Womack hebben een album gecreëerd waarmee hij zich als oudgediende best duidelijk kan onderscheiden van al die anderen, maar er zijn wat soulveteranen die een betere comeback hebben gemaakt. Openings- en tevens titelnummer The Bravest Man in the Universe is al meteen het meest imponerende nummer. Naast de mooie tekst is er een perfecte balans gevonden tussen vocalen en de eigenaardige productie. Alles wat volgt is vooral erg wisselend, en hier en daar is het zelfs matig.

Dayglo Reflection met Lana Del Rey is gewoon erg gaaf en hip; het wekt -bij mij tenminste- echt zo’n loungeachtig gevoel op, en de zweverige stem van Lana Del Rey levert zonder twijfel 'n meerwaarde. Fatoumate Diaware heeft daarentegen geen toevoegende waarde op Nothin’ Can Save Ya; hoe eigen ze klonk op haar eigen Fatou van vorig jaar, hoe onopvallender ze hier klinkt (volledig inwisselbaar; ze hadden net zo goed een willkeurige Malinese dame kunnen kiezen). Boeiender wordt het weer met de elektronische invloeden in Stupid, dat wellicht 't meest creatieve schepsel van The Bravest Man of the Universe is. Beduidend minder leuk zijn het suffe Love Is Gonna Life You Up (alsof het een goedkope jaren negentig productie betreft), en ook 't vreemde Jubilee. Die hebben niets op dit album te zoeken.

Na meerdere beluisteringen vind ik dat zowel de productie als Womack zijn input vanuit algemeen perspectief bekeken te vlak zijn om van een echt topalbum te kunnen spreken. Ze zijn echter op de goede weg, dus laten we hopen dat zo'n "échte" knaller van een album er volgend jaar zal komen.

Boney M. - Nightflight to Venus (1978)

poster
3,5
Boney M is typsich zo’n groep die je leuk of vreselijk vindt. Pak de stemtabel erbij en je weet genoeg. Menigeen zal Boney M’s muziek bestempelen als ‘fout’ en daardoor zou je bijna vergeten dat ze in de jaren ’70 toch echt een hele belangrijke act waren en bepalend waren voor de latere muziek samen met namen als bijvoorbeeld Abba en Donna Summer. Wat Boney M dan zo bijzonder maakt is -vind ik- het feit dat deze groep grote hits scoorden die veelal covers en/of samples waren. Het betekent zeker wel iets dat hun covers wel hits werden en de meeste originele versies onopgemerkt bleven. ‘Nightflight to Venus’ was het meest succesvolle album van de groep en zal mede te maken hebben dat dit album pop, disco, soul, funk, reggae en rock invloeden kent. Het album is, mede gezien het tijdperk waarin het album is uitgebracht, eigentijds en verfrissend; kenmerken die veel mensen zal hebben aangesproken.

De albumopener en titeltrack ‘Nightflight to Venus’ is een soort van warming up en laat horen wat we kunnen verwachten van Boney M. Aaneensluitend volgt ‘Rasputin’, een grappig nummer over de adviseur (?) van Tsaar Nicholas II van Rusland. ‘Painter man’, een cover, was de b-kant van ‘Rasputin’ en laat disco met rock-invloeden horen en zo horen we een combinatie die eigenlijk heel goed samenvalt. ‘He was a steppenwolf’ is een prima funk- en disconummer en past prima tussen de rest van het album. ‘King of the road’ is ook een cover die overigens door tientallen is gezongen. Van alle opnames die ik ken vind ik die van Boney M echt het leukste. ‘Rivers of Babylon’, iedere keer als ik dat nummer hoor verschijnt er gewoonweg een grijns op m’n gezicht, gewoon een van de leukste disconummers uit de 70s (die inderdaad wat aan de foute kant is). Boney M’s versie heeft overduidelijk sporen achtergelaten in de geschiedenis van de muziek; velen weten dit nummer van A tot Z mee te zingen, zowel jong als oud. ‘Voodoonight’, wederom disco waarbij geprobeerd werd om een bepaalde mysterieus geluid te creëren door het nummer te voorzien van een wat spannender arrangement dan we hoorden bij alle voorgaande nummers. ‘Brown girl in the ring’ was de b-kant van ‘Rivers of Babylon’ en had net zoveel potentie om uit te groeien tot een klassieker als zijn a-kant. Een reggae sausje en ritmische coupletten en het refrein zorgen voor het ultieme zomergevoel. ‘Never change lovers in the middle of night’ kende ik al van Millie Jackson die het overigens coverde van Boney M. Persoonlijk prefereer ik Millie’s versie omdat die meer power heeft, een aantal maten sneller is en wat funkier is dan het origineel van Boney M. Overigens vind ik ’t een geweldig nummer, beide versies zijn gewoon lekker! ‘Heart of gold’ klinkt ook zo slecht nog niet, de meesten zullen dit verschrikkelijk vinden als ze Neil Young’s versie kennen. Ik daarentegen, vind dit een zeer aardige bijdrage op het album en Boney M hoeft zich nergens voor te schamen als je ’t mij vraagt.

Over het algemeen is dit een prima discoalbum waar helemaal niets mis mee is. Er is duidelijk aandacht besteed aan de keuze van nummers en de productie is gewoon dik in orde. Zelfs anno 2010 is dit luisterbaar en omschrijft zo’n beetje waar de jaren ’70 qua (disco)muziek om draaide.

Boney M. - Take the Heat Off Me (1976)

poster
3,0
Het debuutalbum van Boney M! Dit album zou het begin zijn van een zeer succesvolle periode en een hele rij hits. Boney M is (nog steeds) een van de meest invloedrijke discoacts ooit!

‘Daddy cool’ is gewoon een perfect disconummer voorzien van een hoogwaardig arrangement. De strijkers en de bassline zijn pure perfectie! De titeltrack ‘Take the heat of me’ is extreem funky en de stem van Marcia Barrett is aardig maar mist toch de herkenbaarheid die Liz Mitchell’s stem wel had. ‘Sunny’ is ook gewoon een waanzinnig goede cover voorzien van een best stevige beat, ze maken het hun “eigen” nummer en dat mag ik wel. Ik beschouw ‘Sunny’ dan ook als een typisch Boney M nummer terwijl het toch een cover is. ‘Baby do you wanna bump’ was volgens mij de allereerste Boney M single die alleen in Nederland (en België?) een hit werd, weinig tekst en vooral een ritmisch arrangement zorgen voor een fijne break in het album maar echt bijzonder is ‘ie niet. ‘No woman no cry’ is ook een geheel eigen versie geworden en komt ook prima uit de verf. Het echte gevoel is ver te zoeken maar het nummer is al met al een aardige coverversie geworden. De ‘Fever’ cover is aardig en best leuk maar verbleekt bij Madonna’s versie uit 1992 die er zowaar housenummer van maakte en dat nummer gewoonweg ownd(e)! ‘Got a man on my mind’ heeft een bepaalde reggaevibe meegekregen is een heerlijk nummer om bij te relaxen. Het laatste nummer ‘Lovin’ or leavin’ is weer extreem een funky en opzwepend nummer.

Op de heruitgave van de CD staan twee bonustracks. ‘New York City’ sluit nadeloos aan bij het vorige nummer op het album. Wat een beats en breaks kent dat nummer, gewoon heerlijk! Het tweede bonusnummer heet ‘Perfect’ en is een solonummer van Liz Mitchell dat als b-kant diende. Een aardig nummer en vooral het tweestemmige refrein is wel aardig maar het nummer mist de potentie om uit te groeien tot een klassieker. Daarnaast klinkt het alsof Liz soms vals zingt en dat stoort soms wel een beetje. Het beste nummer op dit album blijft echter ‘Daddy cool’, ik zou bijna zeggen dat hij zelfs tegenwoordig nog erg “hip” en “modern” klinkt. Een briljant nummer van begin tot eind!

Boobie Knight & the Soulciety - Soul Ain't No New Thing (1972)

poster
3,0
”Soul ain’t no new thing, soul started (a) long time ago!” Ondanks de titel van het album en diens titel-nummer, is het toch voornamelijk een mix van funk en soul wat we horen, in plaats van de pure soul die je misschien zou verwachten. Hoewel ik deze een stuk minder leuk vind dan de opvolger (opvolger Earth creature is veel funkier), is hier en daar wel een redelijk nummer te vinden (maar écht leuk wordt het nergens). Want tja, als de enige twee instrumentale nummers als King of the real good guys en The changing game haast leuker zijn dan de nummers met vocalen, dan is er toch wel iets mis. Het titelnummer beklijft redelijk, maar vooral Ego tripping en Power to the people swingen de pan uit. De ballade It’s not what you do irriteert me dan weer mateloos. Zoete soul kan best mooi klinken, maar de kopstem van Boobie komt hier niet zo mooi uit de verf als hij graag zou willen, het resultaat is dan ook lelijk te noemen. Ook het zeven-en-een-half minuut durende Dear love is te lang uitgesponnen om leuk te blijven, en wordt na een minuutje of drie ook wat saai en eentonig. De vocalen en instrumentatie zijn wel oké, maar gezien de tijd waarin dit werd uitgebracht is het niet meer dan aardig. Krappe voldoende.

Boobie Knight & the Universal Lady - Earth Creature (1974)

poster
4,0
”I’m a supa dupa ding dong from up the block / A real Jo Jo Johnson – believe it or not!” De teksten zijn bij vlagen al net zo grappig als zijn artiestennaam: Boobie Knight (de leadzanger heet in het dagelijkse leven Al Johnson - hij heeft ook wat solo albums gemaakt). Wie of wat Boobie precies bedoelt met de Universal Lady snap ik niet helemaal, maar op de achterkant van de hoesfoto schrijft hij in ieder geval: “There is no greater motivation for a man than the love of a woman. Thus, the Universal Lady is love in that highest order”. Best duidelijk zou je denken, ware het niet dat hij na een stukje poëzie zijn verhaal afmaakt met “The Universal Lady is our group and its music”. Ondanks de hoes, is het dus de groep?

Enfin, los van die gegevens mag dit album best wel wat meer aandacht krijgen. Deze groep zal in zekere mate beïnvloed zijn door Sly and the Family Stone, de vergelijking is al snel gemaakt – maar toch weten ze zich zeker te onderscheiden en staan ze hun mannetje. Of ze nou funk brengen met een ietwat jazzy sfeertje in April, of funk brengen met een ietwat disco sfeertje in Power greater than man (lekkere trompet en drumpartijen trouwens!), of funk brengen met een soulvol, zoet en romantisch sfeertje in A woman will make you love (de vreemde eend op deze plaat)… ze doen het allemaal even goed. Heavy funk is echter hun specialiteit, dat genre staat dan ook centraal op deze plaat. Neem nou een nummer als Somebody touch me (in the right place) – een nummer van weinig woorden, maar met potentie om dagenlang in je hoofd te blijven dreunen. Als de heren tekeer gaan, dan doen ze dat ook geraffineerd, een portie humor en met volle overgave. Het zijn dan ook professionele muzikanten.

Dat ze ook een serieuze kant hebben, bewijzen ze met Flaming youth. Sociaal-kritisch getint, maar te cryptisch om de eigenlijke betekenis af te leiden (voor zover die er überhaupt is). “Flaming youth, we’re not blaming you / The future is you / Respect your mother, respect your father!” Mijn twee favorieten komen echter als laatste aanbod. The lovomaniacs is één en al… eh… sex! De ritmische secties zijn echt subliem; niets dan energie. Luister naar het nummer, en je weet dat het geen verdere tekst en uitleg behoeft. Het titelnummer, Earth creature is zelfs nóg mooier – het absolute hoogtepunt naar mijn idee. Aan de hand van de titel valt het al enigszins te verwachten dat het nummer een heerlijk spacey sfeertje heeft. Tevens op gebied van instrumentatie hét perfecte nummer voor een James Bond film.

Zeer leuk, verfrissend en origineel album in z’n soort. Kortom: give Boobie a try – he’s worth it!

Boscoe - Boscoe (1973)

poster
4,0
Steve Cobb, drummer van Boscoe schreef:
“Our intent was to play music that would inform and inspire our community, speak to the unspoken anger most folk felt at that time, and to confront those who chose to escape the realities in the clubs and bars we played.”

De heren van Boscoe hebben 'n bijzonder album in elkaar geknutseld, ik kan niet anders zeggen. Bij dit soort albums denk ik altijd één ding: underground. Dit is het type album dat prima past in het rijtje van andere underground-klassiekers als Spacing Out van The Invaders of Afreaka! van Demon Fuzz. Alle albums hebben alleen net weer even een andere inslag, en dat houdt ze interessant. Zo hoor je invloeden van Latin in Spacing Out, invloeden van Afrobeat in Afreaka! – terwijl deze Boscoe meer de beginselen van jazz en spoken word opzoekt á la The Pharaohs, of iets in die buurt. Maar ondanks z'n fascinerende inhoud weet dit album van Boscoe me minder te boeien dan de twee andere albums die ik eerder noemde. Het continu voortdurende ritme van de plaat vind ik één van de beste aspecten die het te bieden heeft, maar tegelijkertijd werkt het afleidend voor (onder meer) de interessante teksten. Verder vind ik de composities ook soms te veel van-alles-wat, waardoor m’n aandacht iets verslapt. Zelf denk ik dat dit album beter tot zijn recht was gekomen als de speelduur met 10-15 minuten was ingekort (dat had met een aantal van die lang uitgesponnen nummers makkelijk gekund, overigens). Nu twijfel ik nog iets tussen de 3,5* en de 4*, maar ik geef ’t album voor nu de voordeel van de twijfel.

Brandy - Full Moon (2002)

poster
2,0
Een gemiddelde van 3.88*? Volgens mij heb ik naar een ander album zitten luisteren.

Full Moon is met al zijn bagage niet al te best. Ik vraag me sowieso af waarom je, vooral als je Brandy heet, zeventien nummers op één album zet. Veel te veel, mede omdat veel van deze liedjes op elkaar lijken en Brandy’s stem na verloop van tijd nogal vermoeiend is om naar te luisteren. What About Us? is met afstand de beste track hierop. In 2002 was de productie - behoorlijk - vooruitstrevend en zelfs vandaag de dag klinkt het nog steeds best wel hip. Het is dan ook vast niet verrassend dat Darkchild probeert om dat kunstje productioneelsgewijs te herhalen, maar nergens wordt het nog zo bijzonder.

Het enigszins zwoele titelnummer Full Moon, I Thought en Can We (de laatste twee zijn nou echt van die typische What About Us-klonen) zijn leuk om nog even mee te pikken en eventueel ook nog Apart, de enige Keith Crouch-productie; die man was ook verantwoordelijk voor de singles van haar debuut.

Het overige mag de prullenbak in. Gezichtsloze R&B. Another Day in Paradise, het duet met broerlief Ray J, kan ik ook niet meer aanhoren - ’t is zo zeurderig en melig (terwijl het indertijd voor tenminste een paar weken mijn favoriete nummer was). Hoe dan ook: ik vind dit niet goed. Bijna ieder nummer had met minstens één minuut ingekort moeten worden, en sommige tracks hadden deze definitieve tracklist niet eens mogen halen (All in Me en He Is, om maar eens twee te noemen). Ik las net voor ‘t eerst in 't boekje dat Michael Jackson op de achtergrond te horen is op It’s Not Worth It; nooit geweten.

*3,78 inmiddels.

Breakestra - Hit the Floor (2005)

poster
4,0
Over het algemeen merk ik dat de houdbaarheid van funkalbums van de afgelopen jaren, naar mate je ze vaker beluisterd, na een tijd stuk minder worden. De eerste paar luisterbeurten klinkt het allemaal erg leuk, maar daarna is de spanning eraf. Gevolg is dat ik veel sneller naar funkplaten uit de jaren ’70 grijp, omdat ik vaak vind dat deze albums toch beter in elkaar zitten. Dit album van Breakestra daarentegen, blijft na al die tijd nog ontzettend verfrissend. De professionaliteit van deze tienkoppige band uit Los Angeles spat er van af. Naar het schijnt speelden ze voorheen vooral veel covers, maar met ‘Hit the floor’ bewijzen ze dat ze creatief genoeg zijn om een geweldige funkplaat te lanceren met eigen stukken. Want het mag gezegd worden: dit is een retestrak album van begin tot eind.

Instrumentale nummers worden proper afgewisseld met vocale nummers. Ook inhoudelijk bieden de nummers voldoende diversiteit, (zoals al werd aangegeven) mede door de flirt met genres als soul, jazz en zelfs wat hiphop. Dat zorgt ervoor dat iedere luisteraar niets tekort komt, en er altijd wel een nummer op staat dat in de smaak valt. Zelf prefeer ik alle nummers met vocalen, maar ook de instrumentale nummers zijn leuk genoeg om het hele album van ruim een uur uit te zitten. Dat terwijl ik vaak na dertig tot veertig minuten (gemiddelde speelduur van funkalbums), wel weer even genoeg gehoord heb van dat genre.

De opvolger -die overigens vier jaar op zich liet wachten- vind ik overigens iets minder dan deze, al is dat ook een geweldige plaat. Bij dat album wordt je denk ik toch een stuk minder omver geblazen dan bij dit album, want iedere luisterbeurt is het weer genieten geblazen. Stilzitten is omogelijk, je wilt nog maar één ding en dat is: ”(to) hit the floor”. Vooral bij ‘Keep on playin’ en ‘Family rap’, mijn twee favorieten, al vind ik het fusionachtige ‘How do you really feel?’ misschien wel het meest bijzonder.

Brighter Side Of Darkness - Love Jones (1973)

poster
3,5
“Een 12-jarig kind is de leadzanger van Brighter Side Of Darkness...? Oké dan.” Dat was mijn eerste gedachte. Ondanks mijn sceptische houding, heb ik het album enige tijd geleden toch maar een luisterbeurt gegeven. En tering, wat heeft dat kind een mooie, zuivere stem. Het is net een soort van Michael Jackson kloontje. Toch is er één verschil: Michael zong (rond de tijd van de Jackson 5) brave nummers die pasten bij zijn leeftijd. Darryl Lamont, zoals de (lead)zanger van deze groep heet, zingt teksten die bestemd zijn voor volwassenen. Iets wat best eh, apart is. Dit kwartet uit Chicago kwam overigens niet verder dan dit album, maar het is een redelijk representatieve voor de Windy City soul.

Om ”Baby why can’t I come over tonight / I promise you I won’t fuss and fight (…)” uit de mond van een 12-jarige te horen te horen klinkt misschien wat ongeloofwaardig. Big deal! Hij doet het lekker toch. En om wat geloofwaardigheid in te winnen zingt hij erachter aan ”I saw you talking to that boy in school / I couldn’t keep my eyes off of you”. Qua teksten is het sowieso wel subtiel aangepakt, en weten ze best vaak leuk en origineel uit de hoek te komen… ”Love is like baseball, three strikes and you’re out!”.

Voor wat betreft het materiaal zelf, is er best wel wat moois te vinden. Het is echter onbegrijpelijk dat het hoogtepunt nota bene een bonus track is. Touchdown is een schoolvoorbeeld voor het funk genre. De instrumentatie is ongelooflijk strak en door de moddervette manier waarop gebruik wordt gemaakt van de gitaar, heeft dit nummer een psychedelisch sfeertje over zich heen gekregen, die nergens meer op het album wordt geëvenaard. Ik kan het niet geloven dat dit nummer de luisteraars destijds werd onthouden! Voor de rest is het titelnummer een prima soulballade die vooral erg mooi tot zijn recht komt in de avonduren. Dan hebben we nog het openingsnummer Just a little bit dat ook redelijk lekker funked en behoorlijk modern / vernieuwend is voor 1973-begrippen. Bovendien wordt het refrein in harmonie gezongen en hoorde je ook niet vaak op funk als basis. De mooiste tekst is tegelijkertijd de minst intelligente, I’m the guy gaat over het verliefd zijn tijdens middelbare schooltijd. De woordkeuze is soms misschien kinderlijk, maar voor velen ongetwijfeld heel herkenbaar. Ook de melodie is van dit nummer het mooist. Al het andere luistert goed weg en klinkt oké, maar het heeft moeite te beklijven.

Voor de rest staan er twee instrumentale nummers op het album van het titelnummer en Just a little bit. Die hadden ze destijds beter kunnen schrappen, om vervolgens de twee bonus nummers aan het album toe te voegen. De instrumentale nummers voegen namelijk niks toe (al zijn ze ook niet storend).

Brothers By Choice - Brothers by Choice (1978)

poster
3,5
Dit album heb ik een paar jaar geleden best vaak opgezet. Het is echter naar mijn idee totaal niet samenhangend. Dat is vaak niet positief, maar dit is één van de weinige uitzonderingen. Hoewel het allemaal binnen het kader ‘soul’ past, meten Brothers By Choice zich allemaal verschillende stijlen aan, en brengen ze het er goed van af. Over de groep zelf is niet veel bekend. Het enige wat het er op het internet over hen te vinden is, is dat ze uit Los Angeles komen, en dat de groep in feite bestaat uit zanger Chuck (of Chris) Higgins en achtergrondzangeressen Patty Brooks en Patsy Powell. Toch zou je daar je vraagtekens bij kunnen zetten want de mannelijke vocalen die te horen zijn op dit album lijken niet altijd op elkaar. De mannelijke stem op She puts the ease back into easy klinkt iig anders.

Enfin, vooral de blazers staan centraal bij dit album en die zijn daarom dan ook veel te horen. Het album is dan ook perfect bij een mooie zomerdag, alle nummers ademen een warme sfeer uit. De teksten bieden weliswaar weinig diepgang, maar het is dan ook vooral een album geworden die in het teken staat van plezier. Mijn favoriete nummer is het zéér swingende You’re sexy and free. Het nummer is grotendeels instrumentaal, maar het klinkt zo lekker vrolijk dat er niet eens zozeer een tekst bij hoeft – de titel sluit prima aan bij hetgeen het nummer an sich te bieden heeft. I’ve got what you need klinkt ook erg mooi, beetje texmex zelfs, en het refrein doet je bij vlagen denken aan het mooie en geweldige Mendocino van Sir Douglas Quintet. Dat terwijl een nummer als Girl I need you too meer een Philly soul floorfiller is – een beetje in de nadagen van de soul. Baby you really got me going weergeeft dan weer die psychedelische funk groove en met de juiste hoofdtelefoon klinkt het rete bombastisch De instrumentale versie van She puts the ease back into easy is echter ietwat overbodig en dus niet nodig.

Tegenwoordig zet ik deze plaat niet meer écht vaak op. Alleen in de zomer van tijd tot tijd, daarom blijft het ook een feestje om hiernaar te luisteren. Het is helemaal geen uitblinker (zowel de vocalen als de instrumentatie behoren tot de middelmaat - niet meer dan dat), en toch is het een fijn album op z'n tijd.

Bruno Mars - Doo-Wops & Hooligans (2010)

poster
3,5
‘Grenade’ vind ik één van de beste popnummers op dit moment, vandaar dat ik dit album eens heb beluisterd. Tja, ‘Grenade’ is verreweg het sterkste nummer op dit album, de rest is dan ook wat minder. De grote hit ‘Just the way you are’ vind ik op zich ook nog wel oké. De overige nummers vind ik tot nu toe minder interessant, maar ze hebben wel potentie om te groeien. ‘Liquor store blues’ met de reggae-vibe en ‘The other side’ gaan ook nog wel, maar de rest is het allemaal net niet, ondanks ik wel moet toegeven dat er wel degelijk sprake is van voldoende variatie op dit album.Maar ach, echt slecht is deze plaat ook niet, en ik merk dat naar mate ik ‘m meer beluister, ik hem ook steeds beter vind.
Blijft natuurlijk wel dat deze Bruno Mars wellicht de ontdekking van 2010 is, want z’n stemgeluid is uniek te noemen. Zijn stemgeluid heeft iets wat hem onderscheid van de andere pop/R&B-zangers van dit moment. Met wat beter materiaal denk ik dat hij een fantastisch album in elkaar kan zetten.

Bryn Christopher - My World (2008)

poster
4,5
Soms ontdek je een album die je eigenlijk allang had moeten kennen maar je (destijds) compleet aan je voorbij hebt laten gaan. Dat is het geval bij dit album van Bryn Christopher. Beter laat dan nooit gaat in dit geval zeker op. Deze momenteel 26-jarige Britse singer-songwriter is helaas niet doorgebroken in zijn thuisland en daarbuiten is hij al helemaal niet bekend. Jammer, want wat zo leuk is aan dit album is dat het een authentiek soulalbum betreft, maar het geen album is geworden waarbij forceerd is om die ouderwetse sound neer te zetten, maar het “gewoon” een eigentijdse soulplaat is geworden, met een knipoog naar de tijd van weleer, en eerlijk is eerlijk, dat is hem geweldig goed gelukt!

Deels te danken aan zijn prachtige stem met het nodige rauwe randje. Ook deels te danken aan de geweldige ritmische en gevarieerde composities op dit album. Geen enkel nummer valt buiten de boot en het album biedt van begin tot eind een constante kwaliteit, iets wat af te leiden valt aan de eerste paar seconden van het openingsnummer; je weet gewoon dat dit album hét gaat worden. ‘The Quest’, ‘My kinda woman’ en ‘My world’ zijn echt wereldtracks, maar de rest doet er niet veel voor onder. Ieder nummer is onwijs aanstekelijk en voorzien van zo’n fijn ritme dat stil blijven zitten onmogelijk is.

Ieder nummer had potentie om uit te groeien tot een gigantische hit. Waarom het succes uitbleef is voor mij dan ook een raadsel. Het schijnt dat deze man tevens in het voorprogramma stond van Amy Winehouse op bepaalde tourdata, en ik ben zo positief ingesteld over dit album dat ik haast wil zeggen dat dit album van een soortgelijk kaliber is als 'Back to black', alleen dan toch een tikkeltje minder!

Bubbha Thomas & The Lightmen - Country Fried Chicken (1975)

poster
4,0
Vreemde en boeiende hoesfoto die prima aansluit bij het repertoire dat ons voorgeschoteld wordt. Van uiterst bombastische, funky stukken zoals bijvoorbeeld het titelnummer tot rustigere grooves met een jazzy benadering. Speciale aandacht gaat uit naar de Stevie Wonder cover All in love is fair. Het maken van vergelijkingen heeft echter geen zin, aangezien deze versie van Bubbha Thomas & The Lightmen instrumentaal is (net als al het andere materiaal overigens). Ze hebben het nummer omgetoverd tot een jazz standard met een uiteindelijk resultaat om bij weg te dromen. De warme gloed die deze versie uitdraagt, maakt dit een geschikt nummer bij een heerlijke, warme zomerdag. De instrumentatie is overigens bij ieder nummer lekker strak gehouden, er werd hier door de heren geen improvisatie toe-gepast, wat er ervoor zorgt dat deze plaat gelikt en afgewerkt is tot in de puntjes. Jammer dat het album bij weinig mensen bekend is. Iedere liefhebber van instrumentale muziek moet dit absoluut checken.

Byard Lancaster - Funny Funky Rib Crib (1974)

poster
3,0
Eigenlijk vind ik Funny Funky Rib Crib (wat een rare titel trouwens, hè?) alles behalve toegankelijk. Het doel dat Lancaster voor ogen had met dit materiaal ontgaat me dan ook - volledig. Het lijkt me sterk dat dit werk eventueel 'n groot publiek aanspreekt. Oké dan, uitzonderingen daargelaten. Dat Principal2000 eerder schreef dat het album een wat improviserend karakter heeft, of beter gezegd: dat Lancaster zou improviseren, is niet zo vreemd. Volgens het boekje is dit namelijk een free-jazz album, maar voor een album in die stijl vind ik dat Lancaster zijn trucje(s) te vaak herhaald (neem alleen al eens beide delen van Rib Crib bijvoorbeeld). Het resultaat is nu dat het lijkt alsof je veertig minuten luistert naar hetzelfde terwijl in werkelijkheid ieder nummer juist anders is, waardoor het niet vreemd is als die climax(en) je zouden ontgaan. Uiteindelijk is er slechts één beklijvend moment gedurende heel het album te horen: Work and Pray. Het zal vast de mysterie zijn die het nummer uitademt, wel dankzij Lancaster’s vocalen, waardoor hij zo goed en mooi opvalt in vergelijking met de rest. Het overige werk mist naar m'n mening (en persoonlijke smaak) charme. De charme die nodig is om de luisteraar mee te krijgen met je werk.