Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Greenfield & Cook - The Best of Greenfield and Cook (1991)
Alternatieve titel: Only Lies

4,5
0
geplaatst: 12 mei 2011, 19:26 uur
Welja, toch ontzettend leuk. En toch ook wel verrassend: debuteren met het tamelijk deprimerende (prachtige) bijna-instrumentele The end, en op het pittige Maybe a lifetime nog met medewerking van leden van Catapult. Misschien een voetnoot in de Nederlandse popgeschiedenis, maar dan wel een hele sympathieke. Uitstekende compilatie van hun (slechts) twee albums.
Greg Kihn Band - Kihntagious (1984)

3,5
0
geplaatst: 2 september 2011, 16:10 uur
Leuke stevige pop-rock-plaat in de trant van Nick Lowe, met veel pakkende melodieën en dito gitaarhooks. Geen klassieker, wel een hoge draaibaarheidsfactor. Confrontation music (het laatste nummer van de oorspronkelijke eerste vinylkant) is het hoogtepunt, met slepende reggaebeat en indringende zang, en Cheri babe is een cover van de hit van Hot Chocolate uit 1975 (opvolger van hun grootste hit Emma).
Grin - 1+1 (1972)

4,0
0
geplaatst: 16 mei 2018, 14:56 uur
Op een digitaal medium werkt zoiets toch net even anders, maar bij de vinylrelease bestond dit album uit een "Rocking side" en een "Dreamy side". Die eerste plaatkant bevalt eigenlijk het beste, met de superbe opener (inclusief een heerlijk vol akoestisch gitaargeluid met stiekeme piano eronder) en het ruige Moon tears waarvan het couplet gekenmerkt wordt door een hakke-takke-drumpartij die tijdens het refrein opeens uitwaaiert in briljant bekkenwerk met daaronder ook weer zo'n slimme piano, en culminerend in het hektische End unkind waarop Lofgren en drummer Bob Berberich flink tegen elkaar in mogen schreeuwen.
Kant 2 begint eveneens veelbelovend in de vorm van Sometimes, een onwaarschijnlijk romantisch nummer ("Don't let girls get you down, they're just beautiful") en mijn persoonlijke favoriet in het gehele Grin-repertoire van de eerste drie albums. Helaas loopt het daaropvolgende Lost a number vast in een flauwe en te vaak herhaalde melodie en een drakerige tekst, en voor de begeleiding van Just a poem kan ik geen treffender omschrijving vinden dan de Disney-strijkers van Stijn hierboven. Gelukkig komt daartussendoor nog het vriendelijke Hi hello home met een tweede stem van Graham Nash, en het slotnummer Soft fun is weer een verhaal apart, een soort liefdessuite die zich te buiten gaat aan een kinderstem, een klavecimbel, een harp, ELO-strijkers en (drie jaar eerder!) de hamerpiano van het einde van Thunder Road, maar die er dankzij de prachtige melodie en Lofgrens pijnlijk-gepassioneerde zang toch in slaagt om dit album op een hoge noot te laten eindigen. (Op de verzamelelpee waarmee ik Grin leerde kennen was dit het eerste nummer dat je te horen kreeg, één van de meest bizarre openingszetten die ik ken.)
Samengevat een half lekkere en half lieve plaat die helaas compositorisch niet altijd even goed uitpakt. Het geluid is prachtig (zeker met de koptelefoon beluisterd wanneer al die "verborgen" instrumenten opeens aan de oppervlakte komen), de zang is altijd warm en intiem en de bedoelingen zijn goed en integer, maar doordat de plaat een paar maal inkakt ontstijgt het geheel helaas nergens de som der delen. De hoogtepunten (White lies, Moon tears, Sometimes, Soft fun) zijn echter ijzersterk en blijven ontroeren, dus ik heb mijn waardering toch maar naar boven afgerond.
Kant 2 begint eveneens veelbelovend in de vorm van Sometimes, een onwaarschijnlijk romantisch nummer ("Don't let girls get you down, they're just beautiful") en mijn persoonlijke favoriet in het gehele Grin-repertoire van de eerste drie albums. Helaas loopt het daaropvolgende Lost a number vast in een flauwe en te vaak herhaalde melodie en een drakerige tekst, en voor de begeleiding van Just a poem kan ik geen treffender omschrijving vinden dan de Disney-strijkers van Stijn hierboven. Gelukkig komt daartussendoor nog het vriendelijke Hi hello home met een tweede stem van Graham Nash, en het slotnummer Soft fun is weer een verhaal apart, een soort liefdessuite die zich te buiten gaat aan een kinderstem, een klavecimbel, een harp, ELO-strijkers en (drie jaar eerder!) de hamerpiano van het einde van Thunder Road, maar die er dankzij de prachtige melodie en Lofgrens pijnlijk-gepassioneerde zang toch in slaagt om dit album op een hoge noot te laten eindigen. (Op de verzamelelpee waarmee ik Grin leerde kennen was dit het eerste nummer dat je te horen kreeg, één van de meest bizarre openingszetten die ik ken.)
Samengevat een half lekkere en half lieve plaat die helaas compositorisch niet altijd even goed uitpakt. Het geluid is prachtig (zeker met de koptelefoon beluisterd wanneer al die "verborgen" instrumenten opeens aan de oppervlakte komen), de zang is altijd warm en intiem en de bedoelingen zijn goed en integer, maar doordat de plaat een paar maal inkakt ontstijgt het geheel helaas nergens de som der delen. De hoogtepunten (White lies, Moon tears, Sometimes, Soft fun) zijn echter ijzersterk en blijven ontroeren, dus ik heb mijn waardering toch maar naar boven afgerond.
Grin - All Out (1972)

3,0
0
geplaatst: 31 mei 2018, 14:13 uur
De zwanezang van Nils Lofgrens eerste band Grin (althans voor het CBS/Epic-sublabel Spindizzy, een jaar later volgde er nog een album Gone crazy voor A&M). De plaat is eigenlijk niet zoveel minder dan z'n twee voorgangers, zeker niet qua niveau en diversiteit van de composities, maar veel van mijn plezier wordt nogal vergald door de zang : niet alleen lijkt de vlakke stem van drummer Bob Berberich een groter aandeel te hebben in de nummers die hij mag zingen (met name in het titelnummer gaat hij met zijn steeds overslaande nep-country-stem gruwelijk over de schreef), maar ook koos de band ervoor om Kathi MacDonald als achtergrondzangeres in te huren, en haar schrille gekrijs verpest diverse nummers die zonder haar veel beter af waren geweest. Lofgren in 1973 : "Looking back on Kathi, it all sounded so good at the time that we probably overdid it a little." (Hoe vriendelijk : niet "she sounded awful" maar "we used her too much on the songs".)
Love again is bijvoorbeeld een prachtig mid-tempo-ballade met fraaie tingel-tangel-piano en ontroerende zang van Lofgren, maar in de loop van het nummer krijgt MacDonald steeds meer gelegenheid om haar getetter ten gehore te brengen, en wanneer het tempo op het einde wordt verdubbeld mag ze zelfs in beide boxen meebrullen – ik kan er echt niet tegen. In vergelijking met haar hoor ik zelfs Berberich nog liever; zijn samenzang met Lofgren op het prachtige openingsnummer is zelfs heel effectief, en ook op She ain't right doen het ze het prima getweeën, totdat MacDonald weer binnen komt zeilen met al dan niet geïmproviseerd geschreeuw, gebrom en geblèr.
Maar zoals gezegd, wie daaraan voorbij kan kijken vindt hier net als op de vorige twee Grin-albums een aardige verzameling nummers die pop (Ain't love nice), rock (Heart on fire), country (Don't be long) en blues (Heavy Chevy) vaardig afwisselen, alles altijd smaakvol gearrangeerd en gespeeld en immer gekenmerkt door het geweldige en kleurrijke gitaarspel van Nils Lofgren, duidelijk de grote man in deze band (zang, gitaar, toetsen en praktisch alle composities). Overigens wordt hij hier niet alleen bijgestaan door Berberich, bassist Bob Gordon en zangeres Kathi MacDonald, maar ook door zijn broer Tom op gitaar, hetgeen een mooie toevoeging is, maar dat Nils het allemaal ook best zèlf kan bewijst hij met de enorme hoeveelheid trucs die hij uithaalt op "the 'Gold Rush' Martin D-18" (een kadootje van Neil Young) tijdens het instrumentale slot van het laatste nummer Rusty gun. Een waardig einde van een intrigerend trio albums.
Love again is bijvoorbeeld een prachtig mid-tempo-ballade met fraaie tingel-tangel-piano en ontroerende zang van Lofgren, maar in de loop van het nummer krijgt MacDonald steeds meer gelegenheid om haar getetter ten gehore te brengen, en wanneer het tempo op het einde wordt verdubbeld mag ze zelfs in beide boxen meebrullen – ik kan er echt niet tegen. In vergelijking met haar hoor ik zelfs Berberich nog liever; zijn samenzang met Lofgren op het prachtige openingsnummer is zelfs heel effectief, en ook op She ain't right doen het ze het prima getweeën, totdat MacDonald weer binnen komt zeilen met al dan niet geïmproviseerd geschreeuw, gebrom en geblèr.
Maar zoals gezegd, wie daaraan voorbij kan kijken vindt hier net als op de vorige twee Grin-albums een aardige verzameling nummers die pop (Ain't love nice), rock (Heart on fire), country (Don't be long) en blues (Heavy Chevy) vaardig afwisselen, alles altijd smaakvol gearrangeerd en gespeeld en immer gekenmerkt door het geweldige en kleurrijke gitaarspel van Nils Lofgren, duidelijk de grote man in deze band (zang, gitaar, toetsen en praktisch alle composities). Overigens wordt hij hier niet alleen bijgestaan door Berberich, bassist Bob Gordon en zangeres Kathi MacDonald, maar ook door zijn broer Tom op gitaar, hetgeen een mooie toevoeging is, maar dat Nils het allemaal ook best zèlf kan bewijst hij met de enorme hoeveelheid trucs die hij uithaalt op "the 'Gold Rush' Martin D-18" (een kadootje van Neil Young) tijdens het instrumentale slot van het laatste nummer Rusty gun. Een waardig einde van een intrigerend trio albums.
Grin - Grin (1971)

4,0
0
geplaatst: 4 mei 2018, 12:53 uur
Een mannetje van amper 20 jaar geeft hier zijn visitekaartje af met een zeer gevarieerd repertoire aan nummers, een warm en zeer afwisselend gitaargeluid dat op elk nummer nèt weer even anders is maar steeds perfect voor het nummer in kwestie, en een stemgeluid dat vriendelijk en altijd innemend is.
Dit titelloze debuut is een erg leuke plaat, lang niet altijd super maar steeds afwisselend met aardige vondsten (een ouderwetse tingel-tangel-piano op Outlaw, koortjes op Everybody's missin' the sun en We all sang together, een orgel op Pioneer Mary) en een algemene vibe van plezier en doelgerichtheid, net als op de eerste plaat van Crazy Horse waar Lofgren ook op meespeelde (inclusief Nobody, dat hier in een andere versie als bonustrack is opgenomen). Sommige nummers zijn wat minder, maar er zitten toch ook diverse briljantjes tussen, zoals de plaatopener, de ontroerende kleine demo Take you to the movies tonight en het vloeiende Open wide, mijn eigen favoriet.
Belangrijkste minpunt van de plaat vind ik dat sommige zangpartijen niet door Lofgren verzorgd worden maar door drummer Bob Berberich, die een nogal vlakke en brallerige stem heeft; als tweede stem of zanger van tussenstukjes kan ik hem nog wel hebben, maar nummers als 18 faced lover en If I were a song verliezen door zijn uitgesproken vervelende zang voor mij echt aan waarde, zeker wanneer afgezet tegen Lofgrens sympathieke stem. (Gelukkig kan Berberich wel goed drummen, zoals op de hele plaat te horen is, en op het stevige Direction geeft hij zelfs een paar aardige Keith Moon-achtige "rondjes" over zijn kit ten beste.)
Geproduceerd door David Briggs, met op een paar nummers achtergrondzang van Neil Young, Danny Whitten en Ralph Molina en een bijdrage van Ben Keith op steelgitaar. Stijn_Slayer hierboven moest bij Pioneer Mary sterk aan Wild horses denken, maar mij deed dat toch meteen aan Neil Young ten tijde van After the gold rush denken, bijvoorbeeld de akoestische en kwetsbare toonzettingen van Only love can break your heart, Don't let it bring you down en I believe in you. Maar uiteindelijk is dit toch helemaal Lofgrens plaat – de Boss mag in zijn handjes knijpen met zo'n gitarist, maar wat is het toch jammer dat Lofgrens solocarrière na Grin en een paar aardige seventies-albums eigenlijk niet meer van de grond is gekomen.
Dit titelloze debuut is een erg leuke plaat, lang niet altijd super maar steeds afwisselend met aardige vondsten (een ouderwetse tingel-tangel-piano op Outlaw, koortjes op Everybody's missin' the sun en We all sang together, een orgel op Pioneer Mary) en een algemene vibe van plezier en doelgerichtheid, net als op de eerste plaat van Crazy Horse waar Lofgren ook op meespeelde (inclusief Nobody, dat hier in een andere versie als bonustrack is opgenomen). Sommige nummers zijn wat minder, maar er zitten toch ook diverse briljantjes tussen, zoals de plaatopener, de ontroerende kleine demo Take you to the movies tonight en het vloeiende Open wide, mijn eigen favoriet.
Belangrijkste minpunt van de plaat vind ik dat sommige zangpartijen niet door Lofgren verzorgd worden maar door drummer Bob Berberich, die een nogal vlakke en brallerige stem heeft; als tweede stem of zanger van tussenstukjes kan ik hem nog wel hebben, maar nummers als 18 faced lover en If I were a song verliezen door zijn uitgesproken vervelende zang voor mij echt aan waarde, zeker wanneer afgezet tegen Lofgrens sympathieke stem. (Gelukkig kan Berberich wel goed drummen, zoals op de hele plaat te horen is, en op het stevige Direction geeft hij zelfs een paar aardige Keith Moon-achtige "rondjes" over zijn kit ten beste.)
Geproduceerd door David Briggs, met op een paar nummers achtergrondzang van Neil Young, Danny Whitten en Ralph Molina en een bijdrage van Ben Keith op steelgitaar. Stijn_Slayer hierboven moest bij Pioneer Mary sterk aan Wild horses denken, maar mij deed dat toch meteen aan Neil Young ten tijde van After the gold rush denken, bijvoorbeeld de akoestische en kwetsbare toonzettingen van Only love can break your heart, Don't let it bring you down en I believe in you. Maar uiteindelijk is dit toch helemaal Lofgrens plaat – de Boss mag in zijn handjes knijpen met zo'n gitarist, maar wat is het toch jammer dat Lofgrens solocarrière na Grin en een paar aardige seventies-albums eigenlijk niet meer van de grond is gekomen.
Groep 1850 - The Golden Years of Dutch Pop Music (2017)
Alternatieve titel: A&B Sides and More

5,0
0
geplaatst: 18 mei 2023, 12:54 uur
Helemaal eens met mijn voorganger, een geweldige compilatie. CD1 bevat de A- en B-kantjes van zeven singles gevolgd door het eerste album Agemo's trip to mother earth, CD2 bevat het laatste nummer van Agemo + het hele tweede album Paradise now + het hele derde album Polyandri. Klein minpuntje: omdat één nummer van Agemo ook als B-kantje is verschenen en de samensteller natuurlijk doublures wilde vermijden, is de juiste volgorde (en daarmee de muzikale en tekstuele samenhang) van dat debuutalbum nu verstoord. Als je die plaat in z'n geheel en volgens de oorspronkelijke opzet zou willen horen moet je eerst CD 1 track 16 draaien, dan CD 1 track 10 (dat is dus dat B-kantje), dan CD 1 tracks 17 t/m 20 en dàn nog eens CD 2 track 1 (of natuurlijk even de CD's rippen en dan een eigen exemplaar branden met het album zoals het bedoeld was). Een kleine maar voor sommigen wellicht irritante smet op een verder prachtige uitgave waar ik zelf erg blij mee ben.
Wie nóg meer van deze band wil hebben, kan terecht op de 8-CD-box Purple sky, in 2019 verschenen maar nog niet op MusicMeter ingevoerd. Inhoud van die box: de drie studio-albums, de twee live-albums, Peter Sjardins soloplaat Changes, en twee CD's getiteld More purple sky 1 en 2 met diverse nummers (voornamelijk singles) in mono- en/of stereo- en/of demo-versie, inclusief een paar tracks die niet op deze Golden years of Dutch pop music staan, zoals Dream of the future dat voor de gelegenheid ook op single is uitgebracht. Een release voor de liefhebber met completistische neigingen; ik denk dat iedere MusicMeter-gebruiker dat op z'n tijd wel is, maar ikzelf hou het bij deze sublieme Golden years-dubbel-CD.
Wie nóg meer van deze band wil hebben, kan terecht op de 8-CD-box Purple sky, in 2019 verschenen maar nog niet op MusicMeter ingevoerd. Inhoud van die box: de drie studio-albums, de twee live-albums, Peter Sjardins soloplaat Changes, en twee CD's getiteld More purple sky 1 en 2 met diverse nummers (voornamelijk singles) in mono- en/of stereo- en/of demo-versie, inclusief een paar tracks die niet op deze Golden years of Dutch pop music staan, zoals Dream of the future dat voor de gelegenheid ook op single is uitgebracht. Een release voor de liefhebber met completistische neigingen; ik denk dat iedere MusicMeter-gebruiker dat op z'n tijd wel is, maar ikzelf hou het bij deze sublieme Golden years-dubbel-CD.
Group 1850 - 1967-1968 (1993)

4,0
0
geplaatst: 26 november 2018, 11:46 uur
De A-kantjes (1,3,5,7) en de bijbehorende B-kantjes (2,4,6,9) van de vier singles die Group 1850 in 1967 en 1968 uitbracht, aangevuld met het complete debuutalbum Agemo's trip to Mother Earth uit 1967 (8 t/m 14) plus twee bonustracks (15,16). Op het laatste nummer na inmiddels allemaal verkijgbaar op de aan deze band gewijde dubbel-CD in de reeks The golden years of Dutch pop music uit 2017.
Group 1850 - Agemo's Trip to Mother Earth (1968)

3,5
0
geplaatst: 22 oktober 2018, 21:27 uur
De eerste paar keren dat ik dit album draaide leek het wel of de middelste zes à minuten minuten van I put my hands on your shoulder mijn aandacht als een draaikolk opzogen en mijn waardering voor het gehele album als een drenkeling naar de ondergrens trokken. Ik ben best wat gewend qua hippiefilosofie en ik vind het vaak zelfs sympathiek en in bepaalde mate navolgenswaardig gedachtengoed, maar bij zowel de vorm als de inhoud van déze slogans over zingende zintuigen, gezichten vol gezapigheid en gehoren vol geheimen doen mijn tenen pijn van het krommen, en dan heb ik het nog niet eens gehad over de Engelse uitspraak. En die verblindende aversie is jammer, want zo ontgaat mij een beetje dat de voorafgaande vier minuten eigenlijk behoorlijk goed klinken, en hetzelfde geldt voor de eropvólgende vier minuten, hoewel de goede indruk dáárvan dan weer enigszins teniet wordt gedaan door het melige You did it too hard dat dáár weer op volgt.
Maar als ik dan eens even niet let op dat dwaze gefröbel, dan blijken de overige nummers en passages subliem te zijn, met bezwerende melodieën, geweldig sologitaarwerk, een sterke ritmesectie, verrassende instrumentatie (klavecimbel, fluit, Gregoriaans koor, een betoverende vrouwenstem op Little fly), aardige geluidseffecten en (voor mij samen met de gitaar de belangrijkste sfeermaker op deze plaat) een subliem totaalgeluid dat tegelijkertijd helder (qua opname) en duister (qua "fysieke ruimtelijkheid") is, wellicht geholpen door het uitstekende geluid op mijn The golden years of Dutch pop music-dubbel-CD. Van met name de eerste twee nummers kan ik geen genoeg krijgen, en het meelezen van de teksten en het verbindende proza op de oorspronkelijke hoes helpt mijn waardering zelfs nog iets omhoog (ja, ik ben zo iemand bij wie dat een rol kan spelen). Voor mij geen meesterwerk zoals een eerdere gebruiker hier meent, maar ik kan wel begrijpen hoe je dat kunt vinden.
Maar als ik dan eens even niet let op dat dwaze gefröbel, dan blijken de overige nummers en passages subliem te zijn, met bezwerende melodieën, geweldig sologitaarwerk, een sterke ritmesectie, verrassende instrumentatie (klavecimbel, fluit, Gregoriaans koor, een betoverende vrouwenstem op Little fly), aardige geluidseffecten en (voor mij samen met de gitaar de belangrijkste sfeermaker op deze plaat) een subliem totaalgeluid dat tegelijkertijd helder (qua opname) en duister (qua "fysieke ruimtelijkheid") is, wellicht geholpen door het uitstekende geluid op mijn The golden years of Dutch pop music-dubbel-CD. Van met name de eerste twee nummers kan ik geen genoeg krijgen, en het meelezen van de teksten en het verbindende proza op de oorspronkelijke hoes helpt mijn waardering zelfs nog iets omhoog (ja, ik ben zo iemand bij wie dat een rol kan spelen). Voor mij geen meesterwerk zoals een eerdere gebruiker hier meent, maar ik kan wel begrijpen hoe je dat kunt vinden.
Group 1850 - Paradise Now (1969)

4,5
0
geplaatst: 21 juli 2018, 11:54 uur
Jammer dat de generatie die deze plaat nog echt in die tijd kon ontdekken hier langzaam maar zeker lijkt te verdwijnen : van de elf voorgaande schrijvers zijn er hier nog maar drie actief (van de overige acht hebben drie zich in 2016 uitgeschreven, twee zijn "niet meer actief op de site", en drie hebben MusicMeter al sinds 2007 resp. 2012 niet meer bezocht). Plus al bijna zes jaar hier geen bericht meer gepost...
Zelf was ik indertijd veel te jong om dit te kunnen hebben meegekregen, maar bij mijn speurtocht van de afgelopen jaren door de symfonica, psychedelica en elektronica van de late 60s en vroege 70s kwam ik onvermijdelijk bij Group 1850 uit. En wat bevat dit veel van de elementen waar ik inmiddels zo van ben gaan houden : gevarieerde en soepele drums, een lekker basgeluid, een passende donkere stem, een mooi Floydiaans zeurorgeltje dat ook wel aan de Canterbury-sien doet denken, en een gitaargeluid dat ik vooral met de dominante sound van Erik Brann op Iron Butterfly's In-a-gadda-da-vida associeer. (Andere mensen noemen ook Hawkwind en de Mothers of Invention, maar beide bands ken ik te weinig om met die vergelijkingen iets te kunnen.)
(Zijpaadje : merkwaardig genoeg roept dit bij mij ook associaties op met de totaal obscure band Herbie & the Royalists, een funk-soul-band die in 1968 één elpee uitbracht, Soul of the matter, een plaat die ik op onverklaarbare wijze in mijn bezit heb gekregen en die daar op even onverklaarbare wijze ook weer uit verdwenen is. Om dat laatste ben ik nooit echt rouwig geweest, want voor zover ik mij herinner waren dertien van de veertien nummers vrij matige funk-soul-rock-nummers, maar het veertiende nummer sprong er toch wel uit : de afsluiter van kant 1, een bijna vijf minuten lang instrumentaal nummer getiteld Lost voyage met doorwerkende drums, een wandelende bas, een creepy orgeltje en ook weer zo'n Erik Brann-gitaar. Het nummer paste net zo goed bij de rest van het materiaal als Smells like teen spirit op een album van Vera Lynn, maar ik ben het nooit vergeten. Deze alinea heeft verder weinig met Group 1850 te maken, maar wie hem toch heeft gelezen en ooit nog dat nummer tegenkomt... spits de oren.)
Hoe dan ook, de totaalsound en de compositorische insteek van Paradise now zitten hélemaal in mijn straatje, en ik neem dan ook diep mijn hoed af voor de eerste drie nummers (heeft het slot van Hunger iets te danken aan dat van de Creedence-versie van Suzie Q ?) en ?! (mooi slaggitaarpatroon), maar de drie kortere nummers die de rest van "vinylkant 1" vullen zijn te kort en te vaag om veel indruk te maken. Het lange slotnummer is een verhaal apart : wonderbaarlijk hoe die zangstem op die Hendrix lijkt, en door de lengte van het nummer, het bluesy formaat en het vele gitaarwerk wordt de associatie met Voodoo chile (de lange versie) nog versterkt, maar net als bij dát nummer zit hier toch te weinig vlees aan om mij de volle elf minuten te kunnen boeien, en die drumsolo laat mij totaal koud.
Kortom, ik kan me heel goed voorstellen wat een enorme impact deze plaat een halve eeuw geleden moet hebben gehad, en vanwege de sympathieke opzet en de fraaie sound zou ik hem ook graag beter willen vinden dan nu eigenlijk het geval is. Misschien kruipt na nog vele malen draaien de appreciatie voor de mindere stukken in de loop der tijd meer in de richting van mijn waardering voor de eerste helften van beide vinylkanten, maar voorlopig begin ik met een voorzichtige ***½.
En om nog even terug te komen op de eerste alinea van dit bericht : zijn er hier nog gebruikers die mij kunnen vertellen hoe het zit met de kwaliteit van déze compilatie : The golden years of Dutch pop music ? Niet op MusicMeter aanwezig, maar hij lijkt vrij compleet qua studiowerk. Of moet ik wachten op de 8-CD-box die volgens een artikel in de Volkskrant van 23 mei jongstleden in november schijnt uit te komen? (Maar ja, als die net als de box van de Motions ook al binnen een paar dagen uitverkocht zal raken...)
Zelf was ik indertijd veel te jong om dit te kunnen hebben meegekregen, maar bij mijn speurtocht van de afgelopen jaren door de symfonica, psychedelica en elektronica van de late 60s en vroege 70s kwam ik onvermijdelijk bij Group 1850 uit. En wat bevat dit veel van de elementen waar ik inmiddels zo van ben gaan houden : gevarieerde en soepele drums, een lekker basgeluid, een passende donkere stem, een mooi Floydiaans zeurorgeltje dat ook wel aan de Canterbury-sien doet denken, en een gitaargeluid dat ik vooral met de dominante sound van Erik Brann op Iron Butterfly's In-a-gadda-da-vida associeer. (Andere mensen noemen ook Hawkwind en de Mothers of Invention, maar beide bands ken ik te weinig om met die vergelijkingen iets te kunnen.)
(Zijpaadje : merkwaardig genoeg roept dit bij mij ook associaties op met de totaal obscure band Herbie & the Royalists, een funk-soul-band die in 1968 één elpee uitbracht, Soul of the matter, een plaat die ik op onverklaarbare wijze in mijn bezit heb gekregen en die daar op even onverklaarbare wijze ook weer uit verdwenen is. Om dat laatste ben ik nooit echt rouwig geweest, want voor zover ik mij herinner waren dertien van de veertien nummers vrij matige funk-soul-rock-nummers, maar het veertiende nummer sprong er toch wel uit : de afsluiter van kant 1, een bijna vijf minuten lang instrumentaal nummer getiteld Lost voyage met doorwerkende drums, een wandelende bas, een creepy orgeltje en ook weer zo'n Erik Brann-gitaar. Het nummer paste net zo goed bij de rest van het materiaal als Smells like teen spirit op een album van Vera Lynn, maar ik ben het nooit vergeten. Deze alinea heeft verder weinig met Group 1850 te maken, maar wie hem toch heeft gelezen en ooit nog dat nummer tegenkomt... spits de oren.)
Hoe dan ook, de totaalsound en de compositorische insteek van Paradise now zitten hélemaal in mijn straatje, en ik neem dan ook diep mijn hoed af voor de eerste drie nummers (heeft het slot van Hunger iets te danken aan dat van de Creedence-versie van Suzie Q ?) en ?! (mooi slaggitaarpatroon), maar de drie kortere nummers die de rest van "vinylkant 1" vullen zijn te kort en te vaag om veel indruk te maken. Het lange slotnummer is een verhaal apart : wonderbaarlijk hoe die zangstem op die Hendrix lijkt, en door de lengte van het nummer, het bluesy formaat en het vele gitaarwerk wordt de associatie met Voodoo chile (de lange versie) nog versterkt, maar net als bij dát nummer zit hier toch te weinig vlees aan om mij de volle elf minuten te kunnen boeien, en die drumsolo laat mij totaal koud.
Kortom, ik kan me heel goed voorstellen wat een enorme impact deze plaat een halve eeuw geleden moet hebben gehad, en vanwege de sympathieke opzet en de fraaie sound zou ik hem ook graag beter willen vinden dan nu eigenlijk het geval is. Misschien kruipt na nog vele malen draaien de appreciatie voor de mindere stukken in de loop der tijd meer in de richting van mijn waardering voor de eerste helften van beide vinylkanten, maar voorlopig begin ik met een voorzichtige ***½.
En om nog even terug te komen op de eerste alinea van dit bericht : zijn er hier nog gebruikers die mij kunnen vertellen hoe het zit met de kwaliteit van déze compilatie : The golden years of Dutch pop music ? Niet op MusicMeter aanwezig, maar hij lijkt vrij compleet qua studiowerk. Of moet ik wachten op de 8-CD-box die volgens een artikel in de Volkskrant van 23 mei jongstleden in november schijnt uit te komen? (Maar ja, als die net als de box van de Motions ook al binnen een paar dagen uitverkocht zal raken...)
Group 1850 - Polyandri (1975)

4,0
1
geplaatst: 16 november 2018, 21:53 uur
Polyandri lijkt heel weinig met de twee voorgaande albums van Group 1850 te maken te hebben, alsof Peter Sjardin in de zes jaar na Paradise now alleen maar naar totaal ándere muziek heeft geluisterd en een andere richting in is geslagen, maar na een paar keer draaien wordt duidelijk dat ook dit album weer net zo eigenzinnig is als de eerste twee platen en in feite op dezelfde manier "in de tijd staat", aansluitend op bepaalde stromingen (rock, jazzrock, synth) en daar tegelijk een heel eigen draai aan gevend. De twee verschillende drummers doen niet voor elkaar onder en houden er steeds flink de vaart in, en daaroverheen leggen Sjardin en de gitaristen melodieuze, soms bizarre en soms ook stevige melodiepartijen. Dat Pink Floyd-orgeltje steekt ook nog af en toe de kop op, en gasten Barry Hay (fluit op, jawel, Silver earring) en Hans Dulfer (sax op Patience en Avant les Pericles, geen flauw idee welke knipoog in die laatste titel verwerkt zit) geven de toch al afwisselende muziek nog wat extra kleur. Sommige nummers (Starfighter, Patience, U.S.S.R. gossip) vallen een beetje uit de toon omdat ze niet echt ergens heengaan, bij andere (Between eighteen and fifty part : 1850, Silver earring) is dat minder een bezwaar omdat de lome, energieke of psychedelische sfeer het nummer constant interessant houdt, en al met al is dit een intrigerende en boeiende plaat die moeilijk in een hokje te stoppen valt. Het meest moest ik nog denken aan de vrije psychedelische jazzy pop van Gong ten tijde van Angel's egg, maar Cages lijkt dan weer sterk te leunen op Tangerine Dream, en bij dat briljante slotnummer komt The Crazy World Of Arthur Brown (Fire!) om de hoek kijken... Ik hou er maar mee op. Wie open staat voor Agemo's trip to Mother Earth en Paradise now moet Polyandri zeker ook eens proberen. (Polyandrie betekent trouwens veelmannerij, voor wie het zich afvraagt.)
Guilt Machine - On This Perfect Day (2009)

5,0
0
geplaatst: 4 oktober 2017, 13:40 uur
Ayreon maar toch eigenlijk duidelijk niet. Een andere opbouw van nummers, emotionelere sferen, donkerder klankkleuren – het is een verschil dat wel smaakt, zodat het tijdens bijvoorbeeld het openingsnummer bijna jammer is wanneer na een minuut of vijf de zagende gitaren invallen. Door de beperkte muzikale crew klinkt het album ook mooi als een eenheid, en dat past goed bij de thematiek; ik heb zelf nergens problemen met Jasper Steverlinck, integendeel zelfs, zijn stem blijft van begin tot eind boeien, en op de bonus-DVD schittert hij ook nog eens op een uitstekende cover van Leonard Cohens The stranger song. De soundbites storen me geen moment en dragen alleen maar bij aan het introspectieve karakter van het concept, en in veel arrangementen blijf ik steeds weer nieuwe dingen horen, zoals bijvoorbeeld Lucassens vette baspartij vanaf 09:00 op Green and cream. Knap hoe hij op dit album steeds lucht weet te houden binnen de combinatie van mistroostige teksten en zware muziek, en de verpakking is natuurlijk weer net zo prachtig als we gewend zijn. Zeer geslaagd.
Guy Clark - Old No.1 (1975)

4,5
0
geplaatst: 16 april 2012, 21:04 uur
Met wat ik hier wilde zeggen blijk ik aan te sluiten op bovenstaand "gesprek" tussen Droombolus en Hendrik68. Hoewel ik dit album al een hele tijd ken (wel al op CD gekocht maar nog met guldens betaald) heb ik hem de laatste tijd veel gedraaid, en eigenlijk is dit een absoluut fantastische plaat... op één nummer na, Rita Ballou -- zeker niet slecht, maar niet van het niveau en de intensiteit van de rest van het album. Desalniettemin is de plaat als geheel zó goed dat ik mijn stem van 4* naar 4,5* verhoog. Misschien kom ik ooit nog wel tot de volle 5*, maar van het probleem dat het CD-boekje ook al aanroert ("Sadly his voice was too rough and gravelly to appease the commercially minded radio stations") heb ik zelf ook wel een beetje last.
Guy Clark - Texas Cookin' (1976)

2,0
0
geplaatst: 14 april 2012, 18:12 uur
Nee, ik moet bekennen dat de driekwartsmaat van het refrein van Anyhow I love you met die tweede stem en dat zeurende mondharmonicaatje mij te veel aan oubollige hoempacountry/folk doet denken, en tegen die overslaande stem van "It's good to have you la-hie-dy..." kan ik niet zo goed, het is allemaal te veel kroegmuziek voor mij. Maar Black haired boy is inderdaad ook fraai (mijn andere als favoriet aangekruiste nummer).
