Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Nat King Cole - The Very Best Of (2008)

4,5
0
geplaatst: 26 februari 2022, 11:36 uur
Wat de stem van Nat "King" Cole voor mij uitstraalt is het vertrouwen dat alles wel goed zal komen, zelfs wanneer de liefde hem en daarmee ook míj ontglipt (zoals op het melancholische Somewhere along the way), en met zijn magische tederheid en intimiteit kan hij dat vertrouwen als geen ander op de luisteraar overdragen. Ik kan er niks aan doen, maar ik houd van Led Zeppelin, Hüsker Dü en Dream Theater, maar ook van Dean Martin, Johnnie Ray en Nat King Cole.
Deze ruimhartige compilatie bestrijkt de jaren tussen 1944 (wanneer Cole zijn eerste hits heeft) en 1956, en bevat uit die periode 13 van zijn 17 Amerikaanse top-10-hits (inclusief alle vier nummers 1), alle 9 Engelse top-10 hits, en verder nog diverse kleinere hits en hitjes. De ordening is totaal niet chronologisch, maar wat wel opvalt is dat de popnummers (en daarmee de grote hits) op CD1 staan en de jazzy liedjes op CD2; die opdeling is niet op te maken uit het boekje, maar dat bevat überhaupt slechts minimale info (componisten en opname-jaartallen) en vermeldt helaas ook niet op welke nummers Cole zelf piano speelt en/of wanneer zijn eigen trio te horen is (hoewel ik denk dat dat laatste bij de meerderheid van de nummers op CD2 wel het geval zal zijn). De geluidskwaliteit van deze Not Now Music-release is aangenaam, hoewel de jazzy nummers af en toe wat "knetteren", misschien omdat het soms om een transfer vanaf vinyl lijkt te gaan, maar over het geheel genomen klinkt het allemaal prima.
Aan die popliedjes heeft Cole natuurlijk zijn grote roem en zijn enorme commerciële succes te danken. Mona Lisa, Darling je vous aime beaucoup, A blossom fell, Nature boy, Funny (not much), Somewhere along the way, allemaal nummers met ijzersterke melodieën en suikerzoete arrangementen (dikwijls een zwaar aangezette piano met losse nootjes die vooral accenten aangeven en die de ondersteuning van de melodie vaak aan de strijkers overlaten), en wie niet tegen schmaltz kan moet hier vooral niet aan beginnen, maar de stem die steeds boven de arrangementen uitstijgt maakt toch van bijna elk nummer op de eerste CD iets bijzonders.
De jazzy nummers op CD2 met hun verplichte solo's van eerst piano en daarna gitaar of andersom doen mij aanzienlijk minder, en Cole's instrumentale werk komt op deze compilatie in het geheel niet aan bod, zodat je de titel van deze dubbel-CD eigenlijk wel met een korreltje zout moet nemen. Als overzicht van zijn hits is het ook niet geheel compleet (zoals gezegd ontbreken er vier Amerikaanse top-10-hits, en in de jaren tussen 1956 en zijn voortijdige dood in 1965 had hij ook nog een handvol hits), maar met 50 nummers (145 minuten) geeft het toch een aardig beeld van zijn succesvolste werk, en wát er op staat is van hoog niveau.
Deze ruimhartige compilatie bestrijkt de jaren tussen 1944 (wanneer Cole zijn eerste hits heeft) en 1956, en bevat uit die periode 13 van zijn 17 Amerikaanse top-10-hits (inclusief alle vier nummers 1), alle 9 Engelse top-10 hits, en verder nog diverse kleinere hits en hitjes. De ordening is totaal niet chronologisch, maar wat wel opvalt is dat de popnummers (en daarmee de grote hits) op CD1 staan en de jazzy liedjes op CD2; die opdeling is niet op te maken uit het boekje, maar dat bevat überhaupt slechts minimale info (componisten en opname-jaartallen) en vermeldt helaas ook niet op welke nummers Cole zelf piano speelt en/of wanneer zijn eigen trio te horen is (hoewel ik denk dat dat laatste bij de meerderheid van de nummers op CD2 wel het geval zal zijn). De geluidskwaliteit van deze Not Now Music-release is aangenaam, hoewel de jazzy nummers af en toe wat "knetteren", misschien omdat het soms om een transfer vanaf vinyl lijkt te gaan, maar over het geheel genomen klinkt het allemaal prima.
Aan die popliedjes heeft Cole natuurlijk zijn grote roem en zijn enorme commerciële succes te danken. Mona Lisa, Darling je vous aime beaucoup, A blossom fell, Nature boy, Funny (not much), Somewhere along the way, allemaal nummers met ijzersterke melodieën en suikerzoete arrangementen (dikwijls een zwaar aangezette piano met losse nootjes die vooral accenten aangeven en die de ondersteuning van de melodie vaak aan de strijkers overlaten), en wie niet tegen schmaltz kan moet hier vooral niet aan beginnen, maar de stem die steeds boven de arrangementen uitstijgt maakt toch van bijna elk nummer op de eerste CD iets bijzonders.
De jazzy nummers op CD2 met hun verplichte solo's van eerst piano en daarna gitaar of andersom doen mij aanzienlijk minder, en Cole's instrumentale werk komt op deze compilatie in het geheel niet aan bod, zodat je de titel van deze dubbel-CD eigenlijk wel met een korreltje zout moet nemen. Als overzicht van zijn hits is het ook niet geheel compleet (zoals gezegd ontbreken er vier Amerikaanse top-10-hits, en in de jaren tussen 1956 en zijn voortijdige dood in 1965 had hij ook nog een handvol hits), maar met 50 nummers (145 minuten) geeft het toch een aardig beeld van zijn succesvolste werk, en wát er op staat is van hoog niveau.
National Health - National Health (1978)

3,0
1
geplaatst: 31 augustus 2017, 22:36 uur
Een vrolijke en virtuoze plaat, inderdaad precies op het (interessante) snijvlak tussen prog en fusion, maar helaas ook nergens buiten de lijntjes kleurend, en bovendien af en toe voorzien van zo'n hoge ah-ah-ah- of la-la-la-vrouwenstem (van Amanda Parsons) die de muziek iets hopeloos oubolligs geeft (om nog maar te zwijgen van de associatie die ik steeds krijg met Letty de Jong op Introspection). Het is allemaal net te vrijblijvend voor mij, ik kan hier uren naar luisteren zonder echt meegesleept te worden. Natuurlijk hoor ik ook wel dat heerlijke fuzzorgeltje van Dave Stewart waar ik als liefhebber van Caravans Dave Sinclair helemaal gestrekt voor ga zodra dat z'n kop opsteekt (bijvoorbeeld op het openingsnummer, ook voor mij het hoogtepunt van de plaat), maar omdat de nummers verder nergens echt spetterend of lyrisch of hektisch worden doet dit album als geheel me te weinig. Jammer ook van het te lang uitgesponnen einde van het verder boeiende slotnummer.
Neal Morse - Sola Scriptura (2007)

3,0
0
geplaatst: 17 maart 2017, 22:13 uur
De progmetal-gedeeltes hiervan zijn lekker gevarieerd en fel, keurig in de lijn van Dream Theater maar met genoeg pakkende melodieën en kleurige instrumentatie om de muziek toch een behoorlijk eigen gezicht te geven, dus daarover zul je mij niet horen klagen (hoewel de kwaliteit van de stem van Morse af en toe een beetje schril bij het niveau van zijn gitaarspel afsteekt). Daartussendoor staan de meer song-georiënteerde gedeeltes met de verhalende teksten; de melodieën en de arrangementen daarvan klinken mij iets te Amerikaans en iets te traditioneel in de oren om echt boeiend te zijn, en de religieuze saus waarmee het geheel is overgoten trek ik zelfs helemáál niet – het "plotgegeven" van Maarten Luther en zijn innerlijke strijd kan me nog wel boeien, maar vrij regelmatig neemt de predikant in Morse het toch over van de verteller van dit album en krijg ik een onaangenaam jubelend hallelujah opgedrongen (zoals bijvoorbeeld tijdens de lange laatste minuten van het album), en daarvoor pas ik.
Neerlands Hoop in Bange Dagen - Hoezo Jeugdsentiment?... (1976)

3,5
0
geplaatst: 10 oktober 2019, 12:06 uur
Leuker en vaker draaibaar dan je op voorhand misschien zou denken, want tussen alle meligheid en overdrijving weten Bram en Freek toch ook vaak een bepaalde affectie over te brengen. Dat zullen we allemaal wel hebben: op sommige hits waar ik in mijn jeugd bij zwijmelde kijk ik nú met het schaamrood op de kaken terug, maar echt slecht kan ik Do you love me van Sharif Dean en Andy Kims versie van Baby I love you toch ook niet vinden, en dat zal misschien ook wel het geval zijn bij Peter en Marijke voor de generatie vóór mij. Bovendien zijn nummers als 5 uur en Ik heb genoeg van jou van zichzelf al niet kapot te krijgen, is de sound van deze plaat nog steeds fris en wordt het zingende duo begeleid door een stel uitstekende muzikanten, inclusief een paar lekkere gitaarsolo's van Jan de Hont en op het openingsnummer zelfs een fijne en heel herkenbare solo van Solutions Tom Barlage. En na al die jaren moet ik nog steeds lachen om die grappige tussendoortjes aan het einde van de tekstregels van Ik ben zo blij. Zo blijft dit ook voor wie niet alle originelen kent een ontzettend leuke plaat, waarbij ik het te lang doorgaan van Peter en Ik heb geen zin om op te staan wel voor lief neem.
Een ontboezeming : Katinka was het eerste meisje op wie ik hoteldelbotel was. Geen flauw idee wat er met haar is gebeurd, vermoedelijk met haar ouders terug naar Scandinavië. Mijn moeder was ook dol op haar, want ze maakte bij binnenkomst altijd zo'n mooie reverence. Ik was zes, zij misschien ook, en of ze een glimpneusje had weet ik ook niet meer. "Mais où sont les neiges d'antan?" (François Villon)
Een ontboezeming : Katinka was het eerste meisje op wie ik hoteldelbotel was. Geen flauw idee wat er met haar is gebeurd, vermoedelijk met haar ouders terug naar Scandinavië. Mijn moeder was ook dol op haar, want ze maakte bij binnenkomst altijd zo'n mooie reverence. Ik was zes, zij misschien ook, en of ze een glimpneusje had weet ik ook niet meer. "Mais où sont les neiges d'antan?" (François Villon)
Neerlands Hoop in Bange Dagen - Ik Ben Volmaakt Gelukkig (1978)

3,5
0
geplaatst: 18 oktober 2019, 21:45 uur
Tien originelen van Bram & Freek, met de eerste op toetsen en gitaar, de tweede op drums, en als enige extra muzikant gitarist Jan de Hont. Muzikaal wijzen sommige nummers vooruit naar new-wave-(achtige) bands als The Mighty Wah! en de Associates, bijvoorbeeld nummers als Te vroeg, God wat ben ik blij en het titelnummer die leunen op doordreinende slaggitaarpartijen en een kale tribal-drum (niet altijd even spannend), maar de ijzersterke opener en Kauwgom lijken dan weer op (zeer geslaagde) outtakes van de Low-sessies, waarbij het opvalt dat Freek dan misschien geen Bill Bruford is maar hier wel een bijzonder lekkere groove neerlegt.
Om de teksten valt vaak veel te lachen (bijvoorbeeld de ontmoeting met een Molukker met een dubieuze tas in de trein in Niets aan de hand, of de pseudo-hippe Marie-Thérèse die haar "bustehouder" uit wil laten in ruil voor "een blokje hasj" in Morgen ben ik je bruid), maar de overdenkingen van een krankzinnige op God wat ben ik blij stemmen duidelijk wat minder vrolijk, en Kauwgom is een mooi wrang portret van een overspelige man. Een lekker powerpop-slotnummer rondt de plaat perfect af: als dat door de Clash met een goede Engelse tekst was gecoverd zou het in die tijd in Engeland zomaar een top-10-hit hebben kunnen worden. Al met al een goed klinkende en gevarieerde plaat in een genre dat niet veel later opeens Nederpop zou gaan heten, met diverse momenten die nog altijd opmerkelijk fris en vitaal klinken.
Om de teksten valt vaak veel te lachen (bijvoorbeeld de ontmoeting met een Molukker met een dubieuze tas in de trein in Niets aan de hand, of de pseudo-hippe Marie-Thérèse die haar "bustehouder" uit wil laten in ruil voor "een blokje hasj" in Morgen ben ik je bruid), maar de overdenkingen van een krankzinnige op God wat ben ik blij stemmen duidelijk wat minder vrolijk, en Kauwgom is een mooi wrang portret van een overspelige man. Een lekker powerpop-slotnummer rondt de plaat perfect af: als dat door de Clash met een goede Engelse tekst was gecoverd zou het in die tijd in Engeland zomaar een top-10-hit hebben kunnen worden. Al met al een goed klinkende en gevarieerde plaat in een genre dat niet veel later opeens Nederpop zou gaan heten, met diverse momenten die nog altijd opmerkelijk fris en vitaal klinken.
Neil - Neil's Heavy Concept Album (1984)

4,0
0
geplaatst: 6 maart 2014, 19:35 uur
Hee, nooit geweten dat deze hier ook stond. Ik heb het altijd met een oud cassettebandje hiervan moeten doen, maar ook op die manier heb ik mij hier erg mee vermaakt. In tegenstelling tot Stijn vind ik dit zelf wèl allemaal erg grappig, ook omdat het soms bijna aandoenlijke personage van Neil me zo aanspreekt. Ik ga er weer eens naar op zoek.
Neil Young - After the Gold Rush (1970)

4,5
3
geplaatst: 21 juli 2023, 21:43 uur
Ten tijde van de release vergeleek Rolling Stone-recensent Langdon Winner het titelnummer met "Mrs Miller moaning and wheezing her way through I'm a lonesome little petunia in an onion patch... I can't listen to it at all." Benieuwd wat hij er van zou vinden dat After the gold rush (het album als geheel) een halve eeuw later nog altijd wordt gezien als één van de hoogtepunten in Neil Youngs oeuvre (en, durf ik wel te stellen, in de popmuziek in het algemeen).
Over de beste nummers kan ik weinig slechts zeggen, met aan de ene kant kwetsbare nummers als Only love can break your heart en Birds en aan de andere kant ruige nummers als Southern man en When you dance I can really love, schijnbaar onverenigbare grootheden die elkaar door Youngs unieke stem en de glasheldere produktie op de een of andere manier toch niet bijten. Bovendien is de sound sowieso om van te smullen, met Youngs gitaarwerk, de ondersteunende piano en de harmony-vocals precies in balans – geen wonder dat Young zo graag met David Briggs bleef werken. (Bizar trouwens dat ik Southern man eerder kende als single van, hou je vast, de Dave Clark Five.)
Daar staat tegenover dat de hardere en de zachtere nummers dan wel een mooi geheel vormen, maar dat het album door een aantal mindere momenten bij mij geen evenwichtige indruk achterlaat: de twee korte stukjes die de vinylkanten afsluiten zijn onbenullig, I believe in you gaat nèt over het melodramatische randje met dat "'Cause I believe you, oh oh, oh oh, oh oh", en van Oh lonesome me heb ik echt jarenlang gedacht dat het een parodie was, met dat klaaglijke driekwarts-ritme en die emotionele stem die de plaats innemen van het oorspronkelijke up-tempo-ritme dat een mooi tegenwicht bood voor de tekst vol zelfmedelijden. (En ik kan er trouwens ook niet tegen wanneer een solo gewoon de zangmelodie volgt, zoals op het titelnummer [en op bijvoorbeeld Alone again (naturally)], maar daar zal ik verder niet over zeuren.)
Als je die nummers weglaat hou je opeens een plaat van zo'n 25 minuten over, en het wonderlijke is dat After the gold rush dan nog steeds een indrukwekkende plaat is, dankzij Youngs sterke persoonlijkheid en zijn vermogen op sterke melodieën en introspectieve dan wel boze teksten te combineren op een wijze zoals maar weinigen dat konden of kunnen. En de tekst van het titelnummer is natuurlijk een verhaal apart waar iedereen zijn eigen betekenis in kan lezen, maar de regel "Look at Mother Nature on the run in the 1970's" is in de halve eeuw sindsdien niet minder relevant geworden.
Lynyrd Skynyrd: "I hope Neil Young will remember / Southern man don't need him around anyhow." Neil Young: "I'd rather play Sweet home Alabama than Southern man any time. I first heard it and really liked the way they played their guitars. Then I heard my own name in it and thought, 'Now this is pretty great!' "
Over de beste nummers kan ik weinig slechts zeggen, met aan de ene kant kwetsbare nummers als Only love can break your heart en Birds en aan de andere kant ruige nummers als Southern man en When you dance I can really love, schijnbaar onverenigbare grootheden die elkaar door Youngs unieke stem en de glasheldere produktie op de een of andere manier toch niet bijten. Bovendien is de sound sowieso om van te smullen, met Youngs gitaarwerk, de ondersteunende piano en de harmony-vocals precies in balans – geen wonder dat Young zo graag met David Briggs bleef werken. (Bizar trouwens dat ik Southern man eerder kende als single van, hou je vast, de Dave Clark Five.)
Daar staat tegenover dat de hardere en de zachtere nummers dan wel een mooi geheel vormen, maar dat het album door een aantal mindere momenten bij mij geen evenwichtige indruk achterlaat: de twee korte stukjes die de vinylkanten afsluiten zijn onbenullig, I believe in you gaat nèt over het melodramatische randje met dat "'Cause I believe you, oh oh, oh oh, oh oh", en van Oh lonesome me heb ik echt jarenlang gedacht dat het een parodie was, met dat klaaglijke driekwarts-ritme en die emotionele stem die de plaats innemen van het oorspronkelijke up-tempo-ritme dat een mooi tegenwicht bood voor de tekst vol zelfmedelijden. (En ik kan er trouwens ook niet tegen wanneer een solo gewoon de zangmelodie volgt, zoals op het titelnummer [en op bijvoorbeeld Alone again (naturally)], maar daar zal ik verder niet over zeuren.)
Als je die nummers weglaat hou je opeens een plaat van zo'n 25 minuten over, en het wonderlijke is dat After the gold rush dan nog steeds een indrukwekkende plaat is, dankzij Youngs sterke persoonlijkheid en zijn vermogen op sterke melodieën en introspectieve dan wel boze teksten te combineren op een wijze zoals maar weinigen dat konden of kunnen. En de tekst van het titelnummer is natuurlijk een verhaal apart waar iedereen zijn eigen betekenis in kan lezen, maar de regel "Look at Mother Nature on the run in the 1970's" is in de halve eeuw sindsdien niet minder relevant geworden.
Lynyrd Skynyrd: "I hope Neil Young will remember / Southern man don't need him around anyhow." Neil Young: "I'd rather play Sweet home Alabama than Southern man any time. I first heard it and really liked the way they played their guitars. Then I heard my own name in it and thought, 'Now this is pretty great!' "

Neil Young - American Stars 'n Bars (1977)

3,5
1
geplaatst: 9 september 2023, 22:41 uur
Een rare plaat, met op kant 1 veelal melige country waar ik ondanks regels als "All I need is your love and the stars above" toch best met plezier naar luister, en op kant 2 een knallend hoogtepunt dat de hele plaat opeens naar een hoger niveau trekt. Merkwaardig genoeg (of niet) is mijn andere favoriet het slotnummer, qua compositie misschien geen hoogvlieger maar qua sound werkelijk heerlijk met in elk oor een andere "vette" gitaar.
Overigens zal ik de laatste zijn om te zagen aan de stoelpoten van Like a hurricane (bij de Favorieten met 123 vinkjes bovenaan, met op de tweede plaats Will to love met 39 vinkjes), maar af en toe zit ik me wel te ergeren aan dat suffe drumwerk dat bijna op de rem lijkt te trappen (met als dieptepunt die vervelende drie klappen van Molina op zijn snare aan het einde van sommige tweede regels). Ik weet het, het hoort allemaal bij de charme van Crazy Horse, maar hier zou ik toch wel een iets spannender begeleiding willen horen.
Overigens zal ik de laatste zijn om te zagen aan de stoelpoten van Like a hurricane (bij de Favorieten met 123 vinkjes bovenaan, met op de tweede plaats Will to love met 39 vinkjes), maar af en toe zit ik me wel te ergeren aan dat suffe drumwerk dat bijna op de rem lijkt te trappen (met als dieptepunt die vervelende drie klappen van Molina op zijn snare aan het einde van sommige tweede regels). Ik weet het, het hoort allemaal bij de charme van Crazy Horse, maar hier zou ik toch wel een iets spannender begeleiding willen horen.
Neil Young - Comes a Time (1978)

5,0
4
geplaatst: 22 september 2023, 20:55 uur
Ik heb altijd gedacht dat Comes a time niet echt als een klassieker werd beschouwd, maar in een top-45 van Neil Young-albums van de Guardian uit 2020 stond hij toch op de tiende plaats, niet slecht. Hoe dan ook, dit is altijd na Everybody knows this is nowhere mijn favoriete Neil Young-plaat geweest, met een perfecte kant A, een iets mindere maar nog altijd sterke kant B, arrangementen die gevarieerd en rijkgeschakeerd zijn, een tweede stem van Nicolette Larson die uitstekend bij die van Young past, en een akoestische gitaar die nooit warmer heeft geklonken.
Tegen het einde wordt de plaat helaas wel enigszins ontsierd door het echt verschrikkelijke Motorcycle mama, maar die misser wordt meteen weer goed gemaakt door de aangrijpende cover van Four strong winds. Mijn papieren uitgave van de AllMusic Guide (1997) stelt dat "Young's body of work ranks second only to Bob Dylan in terms of depth"; ik ben eigenlijk alleen met zijn platen uit de jaren 70 echt goed vertrouwd, maar zelfs op basis daarvan kan ik het niet anders dan eens zijn met die constatering, maar hoewel Young zelf talloze geweldige nummers heeft geschreven is mijn favoriete nummer van hem ironisch genoeg niet eens een eigen compositie, maar deze cover.
Een ander nummer op dit album is voor mij als het ware de inspiratie geweest voor het aanleggen van een lijstje van nummers die "stiekem" veranderen, of misschien kan ik beter zeggen ómslaan zoals de weersomstandigheden opeens kunnen omslaan. Look out for my love begint als een overdenking over de liefde, niet zonder een zekere spanning omdat de al dan niet gefantaseerde geliefde zich schrap moet zetten voor wat er kan gebeuren, maar de tekst bevindt zich qua thematiek toch nog op bekend terrein. Maar vanaf de "Hydraulic wiper pumpin'" wordt de sfeer ineens enigszins unheimisch met die gemene wah-wah-gitaar eronder, en wanneer die mannen met walkie-talkies op het toneel verschijnen zijn we opeens wel héél ver van een zoektocht naar liefde verwijderd. Het zou kunnen gaan over de terugkeer van de ik-figuur per vliegtuig naar huis, en op het vliegveld wordt hij onaangenaam verrast door de kille sfeer van de bewaking en de afstandelijke technologische omgeving die zo contrasteert met de liefde die hij thuis terug hoopt te vinden, maar zelf moet ik steeds aan militaire complexen denken, of aan gedemilitariseerde zones met zwaarbewapende troepen aan beide kanten, en die associatie strookt van geen kanten met de liefdes-thematiek van de eerste helft van het nummer, zodat ik me afvraag hoe ik in 's hemelsnaam in zo'n vijandige zone terecht ben gekomen. Natuurlijk, ik snap wel dat ik dat omslaan precies kan traceren wanneer ik het nummer maar van seconde tot seconde volg, maar het gaat me juist om het subtiele proces van vervreemding dat ik éven niet oplet en dan plotseling in een totaal ander emotioneel landschap zit. Knap hoe zo'n nummer dat voor elkaar kan krijgen.
Tegen het einde wordt de plaat helaas wel enigszins ontsierd door het echt verschrikkelijke Motorcycle mama, maar die misser wordt meteen weer goed gemaakt door de aangrijpende cover van Four strong winds. Mijn papieren uitgave van de AllMusic Guide (1997) stelt dat "Young's body of work ranks second only to Bob Dylan in terms of depth"; ik ben eigenlijk alleen met zijn platen uit de jaren 70 echt goed vertrouwd, maar zelfs op basis daarvan kan ik het niet anders dan eens zijn met die constatering, maar hoewel Young zelf talloze geweldige nummers heeft geschreven is mijn favoriete nummer van hem ironisch genoeg niet eens een eigen compositie, maar deze cover.
Een ander nummer op dit album is voor mij als het ware de inspiratie geweest voor het aanleggen van een lijstje van nummers die "stiekem" veranderen, of misschien kan ik beter zeggen ómslaan zoals de weersomstandigheden opeens kunnen omslaan. Look out for my love begint als een overdenking over de liefde, niet zonder een zekere spanning omdat de al dan niet gefantaseerde geliefde zich schrap moet zetten voor wat er kan gebeuren, maar de tekst bevindt zich qua thematiek toch nog op bekend terrein. Maar vanaf de "Hydraulic wiper pumpin'" wordt de sfeer ineens enigszins unheimisch met die gemene wah-wah-gitaar eronder, en wanneer die mannen met walkie-talkies op het toneel verschijnen zijn we opeens wel héél ver van een zoektocht naar liefde verwijderd. Het zou kunnen gaan over de terugkeer van de ik-figuur per vliegtuig naar huis, en op het vliegveld wordt hij onaangenaam verrast door de kille sfeer van de bewaking en de afstandelijke technologische omgeving die zo contrasteert met de liefde die hij thuis terug hoopt te vinden, maar zelf moet ik steeds aan militaire complexen denken, of aan gedemilitariseerde zones met zwaarbewapende troepen aan beide kanten, en die associatie strookt van geen kanten met de liefdes-thematiek van de eerste helft van het nummer, zodat ik me afvraag hoe ik in 's hemelsnaam in zo'n vijandige zone terecht ben gekomen. Natuurlijk, ik snap wel dat ik dat omslaan precies kan traceren wanneer ik het nummer maar van seconde tot seconde volg, maar het gaat me juist om het subtiele proces van vervreemding dat ik éven niet oplet en dan plotseling in een totaal ander emotioneel landschap zit. Knap hoe zo'n nummer dat voor elkaar kan krijgen.
Neil Young - Freedom (1989)

4,0
0
geplaatst: 4 oktober 2023, 21:09 uur
Eigenlijk is dit voor mijn gevoel qua muziek een 4½*-plaat en qua ambitieus portret van een specifiek tijdperk misschien zelfs wel een 5*, maar toch ben ik elke keer na het draaien een klein beetje teleurgesteld. Gedeeltelijk komt dat door een paar flauwe nummers (Hangin' on a limb en vooral The ways of love) en gedeeltelijk doordat een paar nummers me aan andere artiesten doen denken (het gitaargeluid van Mark Knopfler op Eldorado, en Someday dat bijna klinkt als een Springsteen-pastiche inclusief de hamerpiano van Roy Bittan en een saxsolo à la Clarence Clemons), en dat Neil Young me aan iemand anders doet denken is volgens mij nog nooit voorgekomen. (Andersóm daarentegen...)
De voornaamste boosdoener is echter het geluid: bij met name ballades als Hangin' on a limb, The ways of love en Wrecking ball lijkt het wel alsof er geen bas en daardoor geen bodem in de sound zit, en omdat ook de zang daardoor te licht wordt komen zang en muziek op twee verschillende hoogtes te hangen. Vinyl-liefhebbers zullen nu misschien wijzen op het DDD-symbooltje op mijn CD, maar misschien komt het ook wel door de engineer of de mastering, of door de zang van Young, of door de sowieso vrij "lichte" stem van Linda Ronstadt – hoe dan ook, bij lang niet alle nummers op dit album word ik echt meegesleept doordat ik steeds een te lege sound hoor. Neemt natuurlijk niet weg dat de beste nummers hierop (Crime in the city, Eldorado, On Broadway dat perfect op dit album past, het trieste Too far gone en beide versies van Rockin' in the free world) van bijzonder grote klasse zijn, waardoor dit voor mij toch een essentiële Neil Young-plaat is.
De voornaamste boosdoener is echter het geluid: bij met name ballades als Hangin' on a limb, The ways of love en Wrecking ball lijkt het wel alsof er geen bas en daardoor geen bodem in de sound zit, en omdat ook de zang daardoor te licht wordt komen zang en muziek op twee verschillende hoogtes te hangen. Vinyl-liefhebbers zullen nu misschien wijzen op het DDD-symbooltje op mijn CD, maar misschien komt het ook wel door de engineer of de mastering, of door de zang van Young, of door de sowieso vrij "lichte" stem van Linda Ronstadt – hoe dan ook, bij lang niet alle nummers op dit album word ik echt meegesleept doordat ik steeds een te lege sound hoor. Neemt natuurlijk niet weg dat de beste nummers hierop (Crime in the city, Eldorado, On Broadway dat perfect op dit album past, het trieste Too far gone en beide versies van Rockin' in the free world) van bijzonder grote klasse zijn, waardoor dit voor mij toch een essentiële Neil Young-plaat is.
Neil Young - Harvest (1972)

4,5
5
geplaatst: 21 juli 2023, 22:44 uur
Deze plaat ken ik al zó lang en zó goed en vanaf zó'n "ongefilterde" leeftijd dat elke kritiek in feite van mijn oordeel afglijdt als water van een eend. There's a world is ritmisch en melodisch ongelooflijk banaal, Are you ready for the country kan nauwelijks meliger en A man needs a maid gaat bijna aan het gewicht van zijn arrangement ten onder (hoewel ik de tekst van het "A while ago somewhere..."-couplet altijd heel ontroerend heb gevonden), maar de rest van de plaat bevat zóveel warmte en zóveel melodische rijkdom en zóveel eerlijkheid dat ik dit nog altijd onder Youngs beste platen schaar. En hoe vaak ik het album ook al heb gehoord, Heart of gold en The needle and the damage done en Old man gaan nog steeds niet vervelen, mede door Youngs karakteristieke akoestische gitaarspel dat ook op mijn oude CD'tje subliem klinkt.
Toch zijn het nog niet eens (alleen) het repertoire, de uitvoeringen en de zang die Harvest voor mij zo bijzonder maken. Zelfs op die jonge en ongefilterde leeftijd, toen ik nog maar zó weinig muziek kende dat ik nauwelijks vergelijkingsmateriaal had om te kunnen inschatten hoe muziek zou kunnen of "moeten" klinken, viel me het geluid van dit album al op. Dat begint eigenlijk al bij de allereerste maten: dat drumgeluid, wat is dat gortdroog, warm, precies, laag, en vooral ontzettend intiem. Ik durf niet te zeggen welk aandeel de engineer in de sound had en welk aandeel de producer, de specifieke studio en de drummer, en bovendien wordt de drumsound natuurlijk mede gekleurd door de bas en de akoestische gitaar, maar Charley Buttrey legt hoe dan ook het fundament voor één van de meest weidse geluidsbeelden die ik in de popmuziek ken – ik zie er altijd een ruim en licht glooiend grasveld met een wolkenloze hemel bij. (Het daaropvolgende titelnummer heeft ongeveer dezelfde impact op mij, nu mede vanwege de even simpele als effectieve piano van John Harris.)
En alsof één ultiem geluidsbeeld nog niet genoeg zou zijn, is er ook nog die combinatie van agressieve elektrische gitaar links, klaaglijke pedal-steel rechtsachter en verbindende piano in het midden die op Alabama en Words op de een of andere manier een rijke sound neerzetten die ik bij niemand anders ooit ben tegengekomen. Natuurlijk hebben die drie instrumenten wel vaker samengespeeld, en wellicht kunnen gebruikers hier voorbeelden van een vergelijkbare sound bij de combinatie van gitaar, pedal-steel en piano bij ándere bands opnoemen, maar voor mij is en blijft het uniek (maar niet voor Young die die sound op Tonight's the night nog op vrij huiveringwekkende wijze zou perfectioneren).
Het is net als bij sommige nummers van Creedence Clearwater Revival, bijvoorbeeld Proud Mary en Have you ever seen the rain: je kunt de instrumenten aanwijzen, de versterkers en de opname-apparatuur zullen misschien niets bijzonders zijn geweest en de arrangementen zijn amper hemelbestormend te noemen, maar op de één of andere manier is het specifieke geluid van die nummers uniek, althans in mijn beleving. En heel, heel mooi natuurlijk.
Toch zijn het nog niet eens (alleen) het repertoire, de uitvoeringen en de zang die Harvest voor mij zo bijzonder maken. Zelfs op die jonge en ongefilterde leeftijd, toen ik nog maar zó weinig muziek kende dat ik nauwelijks vergelijkingsmateriaal had om te kunnen inschatten hoe muziek zou kunnen of "moeten" klinken, viel me het geluid van dit album al op. Dat begint eigenlijk al bij de allereerste maten: dat drumgeluid, wat is dat gortdroog, warm, precies, laag, en vooral ontzettend intiem. Ik durf niet te zeggen welk aandeel de engineer in de sound had en welk aandeel de producer, de specifieke studio en de drummer, en bovendien wordt de drumsound natuurlijk mede gekleurd door de bas en de akoestische gitaar, maar Charley Buttrey legt hoe dan ook het fundament voor één van de meest weidse geluidsbeelden die ik in de popmuziek ken – ik zie er altijd een ruim en licht glooiend grasveld met een wolkenloze hemel bij. (Het daaropvolgende titelnummer heeft ongeveer dezelfde impact op mij, nu mede vanwege de even simpele als effectieve piano van John Harris.)
En alsof één ultiem geluidsbeeld nog niet genoeg zou zijn, is er ook nog die combinatie van agressieve elektrische gitaar links, klaaglijke pedal-steel rechtsachter en verbindende piano in het midden die op Alabama en Words op de een of andere manier een rijke sound neerzetten die ik bij niemand anders ooit ben tegengekomen. Natuurlijk hebben die drie instrumenten wel vaker samengespeeld, en wellicht kunnen gebruikers hier voorbeelden van een vergelijkbare sound bij de combinatie van gitaar, pedal-steel en piano bij ándere bands opnoemen, maar voor mij is en blijft het uniek (maar niet voor Young die die sound op Tonight's the night nog op vrij huiveringwekkende wijze zou perfectioneren).
Het is net als bij sommige nummers van Creedence Clearwater Revival, bijvoorbeeld Proud Mary en Have you ever seen the rain: je kunt de instrumenten aanwijzen, de versterkers en de opname-apparatuur zullen misschien niets bijzonders zijn geweest en de arrangementen zijn amper hemelbestormend te noemen, maar op de één of andere manier is het specifieke geluid van die nummers uniek, althans in mijn beleving. En heel, heel mooi natuurlijk.
Neil Young - Neil Young (1968)

3,0
0
geplaatst: 5 juli 2023, 13:42 uur
Alsof Neil Young nog even de laatste restjes Buffalo Springfield uit zijn systeem moest verwijderen alvorens aan z'n echte solocarrière te kunnen beginnen, met Byrdsy gitaren, strijkers, een elektrische piano, een orgel, een dameskoortje en zelfs een synthesizer (daar was hij volgens mij wel redelijk vroeg mee). Op zich past het wel in het tijdsbeeld om zulke uitgebreid geproduceerde "kamermuziek" te maken, en met de arrangementen heb ik dan ook geen moeite, maar wel met de composities, want hoewel er genoeg mooie melodieën op staan zijn zes van de tien nummers zó kort dat ze eigenlijk al voorbij zijn voordat ze ook maar enige impact kunnen maken. The loner springt er natuurlijk uit, alleen al vanwege het contrast tussen het stuwende orgel en het instrumentale tussenstuk waarop zoveel gas wordt teruggenomen, en het mysterieuze The old laughing lady is een ander hoogtepunt (mede vanwege die prachtige elektrische piano), maar de rest is te licht en af en toe ook een beetje te gekunsteld (of zelfs te melig: "Oh, I've loved her so long... oh, I've loved her so long...").
Wat ik met dat slotnummer aanmoet weet ik niet goed. Het klinkt inderdaad een beetje als een voorbode van On the beach zoals The Eraser op 6-4-2014 zegt, en het heeft een lekker cryptische tekst, maar waarom het zo ontzettend moet contrasteren met de rest van het album is mij niet duidelijk. Als Young dit album echt als een geheel had willen brengen had hij wat meer werk van Last trip to Tulsa moet maken, en als hij daarentegen dat nummer presenteert als een vooruitwijzing naar wat hij in de toekomst zou gaan doen vraag ik me af waarom hij ons dan de voorgaande 25 minuten heeft willen laten horen. Maar ja, het is Neil Young, en die heeft nooit de weg van de minste weerstand gekozen, en zéker niet de meest vanzelfsprekende route. We doen het er maar mee.
Wat ik met dat slotnummer aanmoet weet ik niet goed. Het klinkt inderdaad een beetje als een voorbode van On the beach zoals The Eraser op 6-4-2014 zegt, en het heeft een lekker cryptische tekst, maar waarom het zo ontzettend moet contrasteren met de rest van het album is mij niet duidelijk. Als Young dit album echt als een geheel had willen brengen had hij wat meer werk van Last trip to Tulsa moet maken, en als hij daarentegen dat nummer presenteert als een vooruitwijzing naar wat hij in de toekomst zou gaan doen vraag ik me af waarom hij ons dan de voorgaande 25 minuten heeft willen laten horen. Maar ja, het is Neil Young, en die heeft nooit de weg van de minste weerstand gekozen, en zéker niet de meest vanzelfsprekende route. We doen het er maar mee.
Neil Young - On the Beach (1974)

3,0
1
geplaatst: 27 augustus 2023, 21:23 uur
Eén van Youngs vijf albums in de MusicMeter-top-250, en van veel gebruikers hier de favoriete NY-plaat, vooral vanwege vinylkant 2, maar bij mij is het juist omgekeerd: na de geweldige eerste vier nummers zakt de plaat voor mij een beetje in. Vampire blues is gewoon saai en het titelnummer is een te vrijblijvende blues, en in Ambulance blues zit wel een mooie melodie (en natuurlijk Youngs karakteristieke akoestische gitaarspel) maar net als The last trip to Tulsa gaat het zó lang door dat ik op een gegeven moment mijn aandacht verlies. Ik kan goed begrijpen waarom deze plaat zo hoog scoort, maar voor mij zit er te weinig vlees aan, hoe goed hij ook klinkt (die Wurlitzers!) en hoe diep Young hier tekstueel ook graaft (en hoe mooi de hoes ook is). Misschien ben ik gewoon niet genoeg fan om me te laten meeslepen door Youngs "journey to the end of the ditch", en uiteindelijk ga ik mee met de mening van Youngs vroege biograaf David Downing die vindt dat de muziek "subdued to the point of weariness" klinkt.
De hoogtepunten zitten voor mij dan ook op kant 1, te weten het prachtige See the sky about to rain en het razend spannende Revolution blues (met dank aan de superswingende ritmesectie van Levon Helms dansende drums en Rick Danko's fretloze bas, plus natuurlijk de huiveringwekkende tekst). Verder kom ik spijtig genoeg niet met dit album.
De hoogtepunten zitten voor mij dan ook op kant 1, te weten het prachtige See the sky about to rain en het razend spannende Revolution blues (met dank aan de superswingende ritmesectie van Levon Helms dansende drums en Rick Danko's fretloze bas, plus natuurlijk de huiveringwekkende tekst). Verder kom ik spijtig genoeg niet met dit album.
Neil Young - Time Fades Away (1973)

3,5
1
geplaatst: 9 augustus 2023, 12:42 uur
Voor Sandokan-veld in zijn weloverwogen bericht van ook al weer ruim 11 jaar geleden (18-4-2012) is de "ongepolijste rauwheid juist een van de meest aantrekkelijke kenmerken" van Neil Youngs muziek, maar tegelijkertijd is dat ook de achilleshiel van deze plaat, want "Misschien is het vloeken in de kerk, maar [...] als dit ietsje beter was uitgewerkt, hoe goed was het dan niet geweest?" Het siert Young dat hij dit album uiteindelijk zo onopgepimpt mogelijk heeft uitgebracht, warts and all, maar tegelijkertijd maakt dat het voor mijzelf moeilijk om dit album nog onbevooroordeeld te beluisteren vanwege het romantische aura van "eerlijk, recht uit het hart, onopgesmukt, zo was het echt, een rauw portret" – voor mij een ándere achilleshiel dus, de roze bril van de getroubleerde artiest. Van wat ik weet had Young ook alle aanleiding om zo getroubleerd te zijn, en het mag eigenlijk een wonder heten (en ook gelden als een blijk van bekwaamheid van alle betrokkenen) dat het allemaal nog zo goed klinkt en dat de sound van Youngs gitaar, Ben Keiths pedal-steel en slidegitaar, Jack Nitzsche's piano en de harmony-vocals van Keith, Crosby en Nash op (veel) momenten zo prachtig samengaan, bijvoorbeeld op L.A. en het vrij overdonderende slotnummer. Gelukkig kan ik dit album dus ook zonder enige valse romantiek sterk en soms zelfs indrukwekkend vinden, zonder dat ik het echter tussen Youngs eerdere en latere meesterwerken plaats, want daarvoor vind ik de drie pianoballades toch te lichtgewicht en klinkt Yonder stands the sinner voor mij te onaf. Zo moet ik uiteindelijk toch ook een beetje in de kerk vloeken.
Neil Young - Tonight's the Night (1975)

5,0
0
geplaatst: 18 augustus 2023, 23:28 uur
Of Tonight's the night ook goed zónder het achtergrondverhaal van aanleiding en opnameprocédé te waarderen is? Wat mij betreft wel, dankzij de uitstekende nummers, de gepassioneerde zang (geen probleem dat Young er af en toe naast zit), het gedreven spel, de rammelende en daardoor zo heerlijk ademende sound, en de magnifieke en door mij al vaker geprezen combinatie van elektrische gitaar, piano en steelgitaar zoals zo prachtig te horen op bijvoorbeeld Albuquerque en Tired eyes. Vijf muzikanten die zichzelf naar het randje brengen en daar in staat blijken tot een prachtige plaat die niet te dupliceren valt.
Ik blijf alleen moeite houden met de woorden waarmee dit album aan twee sterfgevallen door overdosis is opgedragen: "This album was made for Danny Whitten and Bruce Berry who lived and died for rock and roll."
Ik blijf alleen moeite houden met de woorden waarmee dit album aan twee sterfgevallen door overdosis is opgedragen: "This album was made for Danny Whitten and Bruce Berry who lived and died for rock and roll."
Neil Young / Crazy Horse - Zuma (1975)

5,0
2
geplaatst: 3 september 2023, 12:19 uur
Toen een vriend van mij begin jaren 80 een nieuwe vriendin kreeg wilde hij haar graag laten kennismaken met één van zijn twee grote muzikale helden, en voor haar verjaardag gaf hij haar toen Zuma. Is dit een goede plaat om in te stappen als je met Neil Young wilt beginnen? Ik heb hem vanaf de jaren 90 maar mondjesmaat gevolgd en kan over zijn latere werk dus niet oordelen, maar me dunkt dat dit album zowel kwalitatief als qua variatie wel een staalkaart is van wat deze man in die extreem produktieve jaren 70 te bieden had. Stevige rock, akoestische ballades met intieme teksten, country-achtige rock, gitaar-workouts (met Young trage fuzz-solo's in optima forma), poppy en bluesy nummers, alles staat hierop, zeer toegankelijk, sfeervol maar helder geproduceerd, met een positief gestemde Young en bovenal een negental nummers waarop geen zwakke broeder te bekennen valt (hoewel ik soms wel moeite heb met die botte riff waarmee Drive back begint). En als bonus nog een hemels CSN-koortje op het slotnummer... Geweldige plaat die ook na bijna een halve eeuw nog springlevend is (dit overigens in tegenstelling tot de relatie uit de eerste zin van mijn bericht).
"You're such a beautiful fish / Floppin' on the summer sand / Lookin' for the wave you missed / When another one is close at hand" – dat couplet kom ik nog vaak tegen in mijn hoofd, vermoedelijk omdat het èn beeldende èn knap rijmende èn wijze èn grappige regels zijn.
Overigens doe ik het voor wat betreft Youngs platen nog steeds met de eerste lichting CD's die er van hem zijn verschenen, dus op het Reprise-label (met aan de binnenkant van het boekje nog het oude tekstje met een korte handleiding hoe om te gaan met een schijfje voor "a lifetime of listening enjoyment"). En ongetwijfeld zal de nieuwe generatie geluidsdragers of downloads nóg beter klinken, maar ik ben toch heel tevreden met het warme geluid van die oude CD's, net zoals de eerste generatie CD's van bijvoorbeeld de Eagles en de Doors ook nog steeds goed klinken (en in het geval van de Doors ook nog eens het voordeel hebben dat er niet ongevraagd aan sommige nummers gesleuteld is zoals op latere versies).
"You're such a beautiful fish / Floppin' on the summer sand / Lookin' for the wave you missed / When another one is close at hand" – dat couplet kom ik nog vaak tegen in mijn hoofd, vermoedelijk omdat het èn beeldende èn knap rijmende èn wijze èn grappige regels zijn.
Overigens doe ik het voor wat betreft Youngs platen nog steeds met de eerste lichting CD's die er van hem zijn verschenen, dus op het Reprise-label (met aan de binnenkant van het boekje nog het oude tekstje met een korte handleiding hoe om te gaan met een schijfje voor "a lifetime of listening enjoyment"). En ongetwijfeld zal de nieuwe generatie geluidsdragers of downloads nóg beter klinken, maar ik ben toch heel tevreden met het warme geluid van die oude CD's, net zoals de eerste generatie CD's van bijvoorbeeld de Eagles en de Doors ook nog steeds goed klinken (en in het geval van de Doors ook nog eens het voordeel hebben dat er niet ongevraagd aan sommige nummers gesleuteld is zoals op latere versies).
Neil Young & Crazy Horse - Rust Never Sleeps (1979)

4,0
2
geplaatst: 30 september 2023, 20:58 uur
Tekstueel een enorm suggestief album – Rolling Stone noemde dit "A collection of complex fables about the moods of Americans facing an uncertain future", terwijl AllMusic hier juist een "epic meditation on history, mortality, and violence" in zag, en het wegen van al die overkoepelende interpretaties wordt niet eenvoudiger gemaakt door het feit dat veel teksten gebruik maken van verschillende perspectieven (inclusief dat van een hoofdpersoon die nog van óver zijn graf tot de luisteraar spreekt), motieven, culturen en tijdperken (en planeten – "I met a man from Mars / He picked up all my guitars"), soms zelfs binnen één en hetzelfde nummer. Wie dat allemaal over zich heen laat komen en alleen op de muziek let, vindt hier een aantal prachtige nummers waarin Young diverse ogenschijnlijk eenvoudige melodieën zó prachtig arrangeert dat ze ook na vele malen luisteren blijven boeien.
Spijtig genoeg moet ik bij dit album altijd denken aan een gebit met bovenin een prachtige rij tanden maar in de onderste rij een gapend gat waar de voortanden zouden moeten zitten, want Welfare mothers en Sedan delivery vind ik echt stompzinnige nummers die de hele flow van het album verpesten. (Veel gebruikers hier vinden het slotnummer eveneens een drama, maar dat vind ik juist een fraaie en lekkere afsluiter waarmee de plaat weer terug op niveau komt.) Die twee missers (en het zijn echt flínke missers wat mij betreft) verhinderen dat dit album van mij de volle score krijgt, maar de eerste zes nummers zijn onbeperkt houdbaar, mede vanwege de rijke en veelgelaagde teksten.
Spijtig genoeg moet ik bij dit album altijd denken aan een gebit met bovenin een prachtige rij tanden maar in de onderste rij een gapend gat waar de voortanden zouden moeten zitten, want Welfare mothers en Sedan delivery vind ik echt stompzinnige nummers die de hele flow van het album verpesten. (Veel gebruikers hier vinden het slotnummer eveneens een drama, maar dat vind ik juist een fraaie en lekkere afsluiter waarmee de plaat weer terug op niveau komt.) Die twee missers (en het zijn echt flínke missers wat mij betreft) verhinderen dat dit album van mij de volle score krijgt, maar de eerste zes nummers zijn onbeperkt houdbaar, mede vanwege de rijke en veelgelaagde teksten.
Neil Young + Crazy Horse - Ragged Glory (1990)
Alternatieve titel: Smell the Horse

4,5
0
geplaatst: 9 oktober 2023, 13:03 uur
Tja, wie houdt van Youngs gitaarspel met het fuzzpedaal op 11 kan niet om deze plaat heen, zeker niet omdat Young niet verzuimt om in zijn teksten (hoezeer ook ondergeschikt aan alle gitaargeweld) ook af en toe behartenswaardige dingen te melden, zodat ik gelukkig nergens het gevoel krijg dat de gitaarsolo op een nummer langer duurt dan de tijd die het kostte om dat nummer te schrijven. Omdat er toch ook een paar zwakke broeders op staan (het stompzinnige Farmer John, de pathetische afsluiter, Over and over met z'n flauwe refrein) twijfel ik bij dit album altijd tussen 4* en 4½*, maar ik ga toch voor de laatste score vanwege het spelplezier en het bijbehorende feel-good-groepsgevoel die uit deze opnames spreken.
Neil Young with Crazy Horse - Everybody Knows This Is Nowhere (1969)

5,0
3
geplaatst: 8 juli 2023, 15:21 uur
Dit is één van die platen die me doen afvragen waarom een top-10 maar tien titels mag bevatten, want sinds jaar en dag pendelt Everybody knows this is nowhere zo ergens tussen de plaatsen 11 en 15 heen en weer terwijl ik ondertussen steeds het idee heb dat hij eigenlijk daarbóven thuishoort. Cowgirl in the sand is het prijsnummer, met Down by the river daar niet ver achter, maar Cinnamon girl is bijna net zo sterk met z'n constante stop/start-ritme en uiteindelijke "bevrijding" van het "Pa, send me money now"-gedeelte, en met het daaropvolgende titelnummer landen we in een ontspannen vibe die even overtuigend is als de spanning van Cowgirl. Feitelijk staat er voor mijn gevoel geen slecht nummer op de plaat, want terwijl Round and round en Running dry nooit in mijn Neil Young-top-10 zouden staan passen alle nummers op dit album in elkaar als puzzelstukjes in een groter geheel. Een lekker rommelige begeleidingsband die precies het juiste decor levert voor Youngs solo's, effectieve achtergrondkoortjes, teksten waar niemand steil achterover van zal slaan maar die de focus ook niet van de muziek weghalen, en steeds de spannende duetten van twee gitaristen die zich zowel binnen de country-feel van het titelnummer als bij de nerveuze spanning van het slotnummer prima op hun gemak voelen en elkaar tot grote hoogten stuwen, alles met een simpele maar heerlijk "ademende" produktie en gestoken in een mooie hoes. Ook wel een klassiek geval van een geheel dat groter is dan de som der delen, hetgeen ongetwijfeld iets te maken heeft met de spontaniteit en de imperfectie die Young zo hoog in het vaandel heeft staan. Gaat al een halve eeuw met me mee en verveelt nog steeds niet.
Nektar - Journey to the Centre of the Eye (1971)

4,5
1
geplaatst: 13 maart 2017, 17:39 uur
Een mooie mix van psychedelisch en symfonisch, met een orgeltje dat me doet denken aan de vroege Pink Floyd en aan Caravans If I could do it all over again I'd do it all over you, en een Mellotron dat bijvoorbeeld Countenance omtovert tot een prachtig en ontroerend geluidsbeeld voor wie daar gevoelig voor is (zoals ik). Daarnaast ook stevige gitaarlijnen en trippy geluidseffecten, prima zang met karakter en een mooi volle produktie. Onmiskenbaar van z'n tijd, inclusief de teksten over een astronaut die tijdens een ruimtereis bij een geavanceerde beschaving terechtkomt en daar inzicht krijgt ("My mind expands to a great degree") in de destructieve neigingen van zijn eigen soort; geen hogere literatuur, maar een uitstekend concept om deze "spacerock" te dragen. Heerlijke plaat die hier merkwaardig genoeg al vijf-en-een-half jaar droog staat qua berichten, zonde!
Nena - Nena (1983)

4,0
0
geplaatst: 8 september 2011, 14:23 uur
Eigenlijk heb ik 99 Luftballons nooit erg leuk gevonden, want dat slepende stukje met die "spetter"-snare en die "slap-bass" hield de zaak zo ontzettend op. Ik begreep wel dat dat juist de bedoeling en voor veel mensen misschien ook de lol was (even de climax uitstellen, lekker spannend), maar zelf vond ik het vooral een heel vervelend stukje. Heel persoonlijk, ik geef het toe, maar ik zat er toch maar mooi mee, en het stoort me nog steeds.
Groot was dan ook de verrassing toen de door een vriend gekochte elpee eigenlijk ontzettend leuk bleek te zijn. Frisse popliedjes met aanstekelijke springerige synth en vooral ontzettend goede en slimme melodieën... tot mijn verrassing draaide ik de plaat bijna grijs. (Nou ja, het bandje dan, want tegenover andere vrienden kon ik het toch niet maken om zo'n plaat zelf te kopen.)
Vandaag ben ik deze guilty pleasure toevallig weer tegengekomen, en gelukkig is ie nog altijd even leuk. De gewraakte passage uit 99 Luftballons bijt me ik me wel doorheen, de favorieten van toen Nur geträumt en Leuchtturm zijn nog even charmant, de synth zijn op de goede manier gedateerd, het melancholische "Und es tut immer wieder gut"-stukje in Noch einmal heeft nog altijd de juiste snik, en alleen Satellitenstadt is een wat minder nummer, natuurlijk wel ambitieus en fraai maar ook een beetje Simple Minds-achtig suf en zelfs ietwat pretentieus.
Kortom, anno 2011 is de plaat nog even leuk als Nena er in 1983 uitzag. En dat vind ik allebei nog steeds.
Groot was dan ook de verrassing toen de door een vriend gekochte elpee eigenlijk ontzettend leuk bleek te zijn. Frisse popliedjes met aanstekelijke springerige synth en vooral ontzettend goede en slimme melodieën... tot mijn verrassing draaide ik de plaat bijna grijs. (Nou ja, het bandje dan, want tegenover andere vrienden kon ik het toch niet maken om zo'n plaat zelf te kopen.)
Vandaag ben ik deze guilty pleasure toevallig weer tegengekomen, en gelukkig is ie nog altijd even leuk. De gewraakte passage uit 99 Luftballons bijt me ik me wel doorheen, de favorieten van toen Nur geträumt en Leuchtturm zijn nog even charmant, de synth zijn op de goede manier gedateerd, het melancholische "Und es tut immer wieder gut"-stukje in Noch einmal heeft nog altijd de juiste snik, en alleen Satellitenstadt is een wat minder nummer, natuurlijk wel ambitieus en fraai maar ook een beetje Simple Minds-achtig suf en zelfs ietwat pretentieus.
Kortom, anno 2011 is de plaat nog even leuk als Nena er in 1983 uitzag. En dat vind ik allebei nog steeds.
Neo - Kontroll (A Filmzene) (2003)
Alternatieve titel: Control (Original Motion Picture Soundtrack)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2011, 16:42 uur
Soundtrack bij de gelijknamige Hongaarse film uit 2003 van Antal Nimród, een Hongaars-Amerikaanse regisseur die hierna in Hollywood de films Vacancy, Armored en Predators zou maken. De zeer sfeervolle muziek is uiteraard extra goed te waarderen wanneer je de film hebt gezien en de beelden hierdoor op je netvles worden opgeroepen, maar ook los daarvan is dit een redelijk sterk en afwisselend album. Doordat het een tamelijk korte plaat is hoeft het niet te leunen op één of twee herhaaldelijk terugkerende thema's, maar loopt het geheel soepel door in een afwisselende en vrij rijke soundscape. Doet soms wel wat denken aan een onderkoelde versie van Prodigy of Junkie XL.
New Musik - Anywhere (1981)

5,0
2
geplaatst: 24 augustus 2011, 21:28 uur
Toen ik deze plaat indertijd bij z'n eerste release kocht was ik helemaal gek van From A to B – en prompt viel deze behoorlijk tegen. Veel te lange nummers, saai, niet meer catchy, jammer.
Na een paar maal draaien was ik echter geheel om. Gebleven zijn de dansbaarheid, de strakke drums, de fraaie kleurrijke toetsenpartijen en de soms abstracte teksten, of, zoals ik het bij From A to B formuleer, "het contrast tussen de afstandelijke invalshoek (o.a. het "mathematische" perspectief van de teksten en de stug doorwerkende drums) en de emotionele onderstroom (teksten over zoekende of wanhopige individuen en een kwetsbare stem), plus ijzersterke melodieën, een element van vervreemding, een heerlijk licht en helder geluid en een enorm hoge draaibaarheidsfactor."
Wat echter het meest in het oog springt is de langere structuur van de nummers. Dit album staat niet langer vol met puntige popsongs, maar in plaats daarvan zijn de nummers meer opgebouwd als langere atmosferische soundscapes, soms bijna vooruitlopend op de ambient house die aan het eind van het decennium zou ontstaan. Nieuw is ook het gebruik van een subtiele ritmebox in bijvoorbeeld Areas, This world of Walter en Traps, waardoor nummers steeds meer lagen krijgen en vooral ook steeds meer emotionele weerklank.
Vinylkant A (de eerste zes nummers) is totaal foutloos, met While you wait als briljante afsluiter, gedragen door een bijna smerige beat en met een heerlijk lang uitgesponnen climax met (een synthesizer die klinkt als) een xylofoon. Kant B begint dan wat minder, de eerste drie nummers zijn zeker niet slecht maar gewoon minder sterk, maar het slot is weer indrukwekkend, met het fraaie Back to room one als bijna angstwekkende afsluiter.
Hoogtepunten zijn voor mij This world of Walter, qua titel natuurlijk een knipoog naar This world of water op het debuutalbum maar qua inhoud (een aangrijpend portret van een eenzelvig mens) daar absoluut niet mee te vergelijken, en Traps, met een beklemmend eng stemmetje in het refrein en een simpele maar prachtige keyboardsolo.
Misschien klinkt dit pretentieus, maar deze twee nummers lijken bepaalde onbewuste diepten te peilen die soms schrijnen, alsof er bepaalde (muzikale èn inhoudelijke) oerbeelden worden aangeroerd waar de meeste popmuziek absoluut niet bij kan. Ikzelf krijg hierdoor in ieder geval altijd een onbenoembare gemoedsstemming, een mengeling van weemoed en lichtheid, benauwdheid en gewichtloosheid.
Ten opzichte van het eerste album : de diepte in. Onbegrijpelijk goed.
Na een paar maal draaien was ik echter geheel om. Gebleven zijn de dansbaarheid, de strakke drums, de fraaie kleurrijke toetsenpartijen en de soms abstracte teksten, of, zoals ik het bij From A to B formuleer, "het contrast tussen de afstandelijke invalshoek (o.a. het "mathematische" perspectief van de teksten en de stug doorwerkende drums) en de emotionele onderstroom (teksten over zoekende of wanhopige individuen en een kwetsbare stem), plus ijzersterke melodieën, een element van vervreemding, een heerlijk licht en helder geluid en een enorm hoge draaibaarheidsfactor."
Wat echter het meest in het oog springt is de langere structuur van de nummers. Dit album staat niet langer vol met puntige popsongs, maar in plaats daarvan zijn de nummers meer opgebouwd als langere atmosferische soundscapes, soms bijna vooruitlopend op de ambient house die aan het eind van het decennium zou ontstaan. Nieuw is ook het gebruik van een subtiele ritmebox in bijvoorbeeld Areas, This world of Walter en Traps, waardoor nummers steeds meer lagen krijgen en vooral ook steeds meer emotionele weerklank.
Vinylkant A (de eerste zes nummers) is totaal foutloos, met While you wait als briljante afsluiter, gedragen door een bijna smerige beat en met een heerlijk lang uitgesponnen climax met (een synthesizer die klinkt als) een xylofoon. Kant B begint dan wat minder, de eerste drie nummers zijn zeker niet slecht maar gewoon minder sterk, maar het slot is weer indrukwekkend, met het fraaie Back to room one als bijna angstwekkende afsluiter.
Hoogtepunten zijn voor mij This world of Walter, qua titel natuurlijk een knipoog naar This world of water op het debuutalbum maar qua inhoud (een aangrijpend portret van een eenzelvig mens) daar absoluut niet mee te vergelijken, en Traps, met een beklemmend eng stemmetje in het refrein en een simpele maar prachtige keyboardsolo.
Misschien klinkt dit pretentieus, maar deze twee nummers lijken bepaalde onbewuste diepten te peilen die soms schrijnen, alsof er bepaalde (muzikale èn inhoudelijke) oerbeelden worden aangeroerd waar de meeste popmuziek absoluut niet bij kan. Ikzelf krijg hierdoor in ieder geval altijd een onbenoembare gemoedsstemming, een mengeling van weemoed en lichtheid, benauwdheid en gewichtloosheid.
Ten opzichte van het eerste album : de diepte in. Onbegrijpelijk goed.
New Musik - From A to B (1980)

5,0
0
geplaatst: 24 augustus 2011, 17:33 uur
De enorme rijkdom van deze plaat wordt voor mij veroorzaakt door het contrast tussen de afstandelijke invalshoek (het "mathematische" perspectief van de teksten, de strakke vierkwartsmaat, het patroon van herhalingen, de stug doorwerkende drums) en de emotionele onderstroom (teksten over zoekende of wanhopige individuen, kleurrijke en vaak warme toetsenpartijen, effectieve hoewel soms bijna verborgen akoestische gitaren, de kwetsbare stem). En natuurlijk de basis: een schijnbaar bodemloos reservoir van ijzersterke melodieën.
Daaraan toegevoegd een element van vervreemding (vervormde stemmen op Straight lines en This world of water, gehijg op A map of you, de verschillende stemmen van "de man in de straat" op Living by numbers, het plotseling stilvallen van de muziek op Dead fish (don't swim home), het "optrekken" van de toonhoogte op The safe side), alles voorzien van een heerlijk licht en helder geluid en bovendien met een enorm hoge draaibaarheidsfactor.
Eén van de leukste platen uit de jaren 80 van een band die in de meeste historische overzichten helaas ontbreekt.
Daaraan toegevoegd een element van vervreemding (vervormde stemmen op Straight lines en This world of water, gehijg op A map of you, de verschillende stemmen van "de man in de straat" op Living by numbers, het plotseling stilvallen van de muziek op Dead fish (don't swim home), het "optrekken" van de toonhoogte op The safe side), alles voorzien van een heerlijk licht en helder geluid en bovendien met een enorm hoge draaibaarheidsfactor.
Eén van de leukste platen uit de jaren 80 van een band die in de meeste historische overzichten helaas ontbreekt.
New Musik - Warp (1982)

2,0
1
geplaatst: 7 december 2010, 21:54 uur
Het lijkt wel alsof ze hier experimenteerden met een vroege versie van synthipop, en dan dus alleen synthesizers en zang; kennelijk kwamen ze er zelf niet helemaal uit, terwijl vlak hierna Depeche Mode, Yazoo, Eurythmics, Alphaville, Human League enz. allemaal met hetzelfde instrumentarium wèl scoorden. Helaas is deze plaat compositorisch gewoon saai, met uitzondering van het fantastische en sfeervolle A train on twisted tracks.
New Order - Movement (1981)

4,0
4
geplaatst: 11 januari 2023, 11:54 uur
Gek genoeg vond ik dit indertijd eerder goed (en dus beter) dan Joy Division. Nou, ja, gek, er is op zich niets mis met deze plaat, en ik kon toen beter overweg met de naar achteren gemixte en daardoor subtielere zang van Bernard Sumner dan de in-your-face-somberheid van Ian Curtis die op mij wat te gemaakt overkwam. Geen flauw idee waarom ik toentertijd niet gevoelig voor JD was, of het moet iets te maken hebben gehad met het feit dat veel mensen waar ik totaal geen klik mee had opeens met Unknown pleasures wegliepen. Hoe dan ook, inmiddels ben ik wat Joy Division betreft helemaal óm, maar het debuutalbum van New Order ben ik daardoor gelukkig niet minder gaan waarderen, want het blijft een knappe plaat waarop het geluid van Joy Division niet is losgelaten maar wel verrijkt met wat anders gebruikte synths èn doordat het geheel een iets zwaarder fundament lijkt te hebben gekregen. Het aanstekelijke duister van met name de twee hoogtepunten Truth en Dreams never end werkt nog altijd goed, en als ik nu Chosen time hoor is de stap naar wat hierna kwam niet eens zo héél groot (en in ieder geval kleiner dan hoe ik het toen ervoer, want vanaf Blue Monday en Power corruption and lies was de lol er voor mij meteen helemaal af).
Indertijd gekocht in wat vermoedelijk de allereerste CD-versie was. Ik heb het altijd jammer gevonden dat daar niet de twee kanten van de Ceremony-12" op stonden, want tjonge jonge wat heb ik de briljante B-kant daarvan In a lonely place veel gedraaid. Als die twee nummers er bij waren geperst was dat misschien nog wel een compensatie geweest voor het feit dat op mijn CD de allereerste seconde van Senses ontbreekt, zodat je heel vervelend middenin de eerste maat valt. Schurft!
Indertijd gekocht in wat vermoedelijk de allereerste CD-versie was. Ik heb het altijd jammer gevonden dat daar niet de twee kanten van de Ceremony-12" op stonden, want tjonge jonge wat heb ik de briljante B-kant daarvan In a lonely place veel gedraaid. Als die twee nummers er bij waren geperst was dat misschien nog wel een compensatie geweest voor het feit dat op mijn CD de allereerste seconde van Senses ontbreekt, zodat je heel vervelend middenin de eerste maat valt. Schurft!
Nick Drake - Way to Blue (1994)
Alternatieve titel: An Introduction To

4,0
0
geplaatst: 19 mei 2017, 20:00 uur
Natuurlijk hebben mijn beide voorgangers meer dan gelijk door er op te wijzen dat je in plaats van deze CD ook gewoon Drake's drie reguliere albums kunt aanschaffen (plus eventueel nog Time of no reply en daarna wat je aanstaat van de overige postume compilaties), want bij iemand met zo'n kleine catalogus zou je een best of eigenlijk sowieso overbodig kunnen noemen. Daar staat tegenover dat deze compilatie toch wel degelijk een functie heeft voor wie niets van die platen kent, en dan geeft een overzicht als dit toch een heel behoorlijk beeld van 's mans muziek en zal het de luisteraar ook wel duidelijk kunnen maken of hij/zij nog verder in Drake's oeuvre zal willen graven. Maar bovenal –en nu spreek ik even met name voor mezelf– is dit ook een mooie manier om er achter te komen dat er hier naast vijf kandidaten voor de long-list voor mijn liedjes-top-250-aller-tijden toch ook wel een paar nummers op staan die mij weinig tot niets zeggen, nog afgezien van het echt verschrikkelijke Poor boy met z'n laffe jazzy arrangement en dat vreselijke dameskoortje. Het komt er op neer dat sommige nummers van Nick Drake voor mij behoren tot de mooiste muziek die ik ken, terwijl andere nummers mij totaal koud laten, en daardoor is deze (overigens voorbeeldig uitgegeven) compilatie voor mij feitelijk ideaal : ik zet hem graag en vaak op, maar heb verder niet de behoefte aan nog meer.
Nicola Piovani - Odette Toulemonde (2007)

3,5
0
geplaatst: 5 oktober 2012, 23:13 uur
Nicola Piovani (geboren in 1946) is een Italiaanse componist (1946-) die tussen 1970 en 2012 (het moment van schrijven) de muziek voor niet minder dan 157 speelfilms componeerde. Daaronder bevinden zich films van Federico Fellini en de gebroeders Taviani, maar ook Roberto Benigni's La vita è bella waarvoor hij in 1997 een Oscar won, en warempel ook een paar Nederlandse films (Utz van George Sluizer, De onfatsoenlijke vrouw van Ben Verbong en De vliegende Hollander van Jos Stelling).
Dit album bevat de muziek die Piovani schreef voor de debuutfilm van de Fransman Eric-Emmanuel Schmitt, tot dan toe vooral bekend als schrijver van romans en novelles (o.a. Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran en Oscar en oma Rozerood). Odette Toulemonde gaat over de ontmoeting tussen een succesvolle schrijver die na een vloed van negatieve kritieken aan zichzelf begint te twijfelen (gespeeld door Albert Dupontel) en een verkoopster die helemaal weg is van zijn boeken maar ervan overtuigd is dat er voor hen samen geen toekomst is (de titelfiguur, gespeeld door Catherine Frot).
Wie dit echter "een album van Nicola Piovani" noemt neemt feitelijk een loopje met de waarheid, want naast zijn eigen (vijf) bijdragen (soms variaties op één hoofdthema, zoals wel vaker bij filmsoundtracks) bevat dit album ook zeven nummers van Josephine Baker, door wiens muziek (op haar CD-spelertje of in haar hoofd) Odette regelmatig geïnspireerd wordt tot kleine (en grote) dansjes. In feite stamt het grootste deel van de soundtrack dus uit de eerste helft van de vorige eeuw.
Een mooie soundtrack, maar misschien vooral interessant voor wie de film heeft gezien. Net als de film zelf doet het hoofdthema in de verte denken aan Le fabuleux destin d'Amélie Poulain, de film van Jean-Pierre Jeunet uit 2001 waarvoor Yann Tiersen de muziek schreef – tegelijk melancholisch en licht.
Dit album bevat de muziek die Piovani schreef voor de debuutfilm van de Fransman Eric-Emmanuel Schmitt, tot dan toe vooral bekend als schrijver van romans en novelles (o.a. Meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran en Oscar en oma Rozerood). Odette Toulemonde gaat over de ontmoeting tussen een succesvolle schrijver die na een vloed van negatieve kritieken aan zichzelf begint te twijfelen (gespeeld door Albert Dupontel) en een verkoopster die helemaal weg is van zijn boeken maar ervan overtuigd is dat er voor hen samen geen toekomst is (de titelfiguur, gespeeld door Catherine Frot).
Wie dit echter "een album van Nicola Piovani" noemt neemt feitelijk een loopje met de waarheid, want naast zijn eigen (vijf) bijdragen (soms variaties op één hoofdthema, zoals wel vaker bij filmsoundtracks) bevat dit album ook zeven nummers van Josephine Baker, door wiens muziek (op haar CD-spelertje of in haar hoofd) Odette regelmatig geïnspireerd wordt tot kleine (en grote) dansjes. In feite stamt het grootste deel van de soundtrack dus uit de eerste helft van de vorige eeuw.
Een mooie soundtrack, maar misschien vooral interessant voor wie de film heeft gezien. Net als de film zelf doet het hoofdthema in de verte denken aan Le fabuleux destin d'Amélie Poulain, de film van Jean-Pierre Jeunet uit 2001 waarvoor Yann Tiersen de muziek schreef – tegelijk melancholisch en licht.
Nils Lofgren - Nils (1979)

3,0
1
geplaatst: 3 september 2011, 14:31 uur
Een compositorisch sterk album, dat qua sound helaas erg, èrg vet-Amerikaans klinkt, vol dubbele gitaren, disco-basloopjes en koortjes, onder invloed van producer Bob Ezrin (bekend van Alice Cooper, Lou Reeds Berlin en The wall van Pink Floyd), die hier ook een paar van zijn "eigen" muzikanten meeneemt, zoals Dick Wagner (bekend als über-meestergitarist op Lou Reeds Rock n roll animal en daarna aan de slag bij Alice Cooper) en de af en toe loodzwaar drummende Allan Schwartzberg.
Kant 1 is al met al ijzersterk, inclusief een aardige cover van Randy Newmans Baltimore, maar centraal op kant 2 staan drie ontzettend vervelende en gelikte tracks (waaronder twee samenwerkingen met Lou Reed!) die het album hopeloos tot stilstand brengen. Als totaal krijg je daardoor toch een enigszins schizofreen album, waarop Lodgrens subtiliteit bovendien nogal ondergesneeuwd raakt door de zware radiovriendelijke bombast.
Kant 1 is al met al ijzersterk, inclusief een aardige cover van Randy Newmans Baltimore, maar centraal op kant 2 staan drie ontzettend vervelende en gelikte tracks (waaronder twee samenwerkingen met Lou Reed!) die het album hopeloos tot stilstand brengen. Als totaal krijg je daardoor toch een enigszins schizofreen album, waarop Lodgrens subtiliteit bovendien nogal ondergesneeuwd raakt door de zware radiovriendelijke bombast.
Nina Simone - Wild Is the Wind (1966)

4,0
0
geplaatst: 19 januari 2019, 10:38 uur
Mijn eerste kennismaking met Nina Simone was als klein jongetje met de singletjes Ain't got no – I got life en Revolution, en toen begreep ik al dat het hier ging om een Stem waar je in kunt verdrinken, van zwoel of flemend tot dreigend of onverbiddelijk. Zij komt voor mij dan ook het best tot haar recht in nummers als Lilac wine en I put a spell on you, maar omdat je natuurlijk niet een heel album met hoogspanning kunt vullen worden de meesterwerken op dit album afgewisseld met wat kortere en/of lichtere nummers. Gelukkig vloeien het momentum en de impact daarbij geenszins weg, hoewel ik I love your lovin' ways en Why keep on breaking my heart wel duidelijk de minste nummers van deze plaat vind, maar omdat ze dan meteen worden gevolgd door de twee emotionele ankers van dit album (Four women en het titelnummer) wordt het schip ook meteen weer vlot getrokken. (Ik kende Wild is the wind van haar trouwens eerder in een half zo lange (3:26) en veel soberder versie met alleen een subtiel pianotrio als begeleiding, en die prefereer ik eigenlijk nog steeds boven de te uitgesponnen versie op dit album; dit arrangement is iets te dramatisch naar mijn smaak, en de uithaal die ze op 4:24 inzet doet het nummer geen goed.)
Ik weet dat dit een verzameling overgebleven nummers van haar voorgaande vier albums schijnt te zijn, maar de manier waarop deze plaat is opgebouwd en de precieze verdeling van emotionele hoogtepunten en momenten waarop voorzichtig wat gas wordt teruggenomen maken hier toch een vrij coherent geheel van – of misschien zijn de kracht van haar vertolking, de keuze van haar nummers en het feit dat ze steeds dezelfde begeleiders heeft daar ook wel debet aan. Dit is in elk geval een donker maar warm album dat een mooie aanvulling vormt op mijn zelf samengestelde korte compilatie van een dozijn nummers; tegelijk weet ik dat ik dit niet al te vaak moet draaien, want haar nadrukkelijke stem kan ik niet op alle tijdstippen van de dag even goed hebben.
Ik weet dat dit een verzameling overgebleven nummers van haar voorgaande vier albums schijnt te zijn, maar de manier waarop deze plaat is opgebouwd en de precieze verdeling van emotionele hoogtepunten en momenten waarop voorzichtig wat gas wordt teruggenomen maken hier toch een vrij coherent geheel van – of misschien zijn de kracht van haar vertolking, de keuze van haar nummers en het feit dat ze steeds dezelfde begeleiders heeft daar ook wel debet aan. Dit is in elk geval een donker maar warm album dat een mooie aanvulling vormt op mijn zelf samengestelde korte compilatie van een dozijn nummers; tegelijk weet ik dat ik dit niet al te vaak moet draaien, want haar nadrukkelijke stem kan ik niet op alle tijdstippen van de dag even goed hebben.
