Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Earth & Fire - Superstarshine Vol. 2 (1972)

4,5
0
geplaatst: 15 juli 2013, 14:03 uur
Mijn kennismaking aan het begin van de jaren 70 met deze band, in een reeks verzamelalbums van Polydor met dikwijls goede trackkeuzes. Bevat hun eerste zes singles (waaronder twee –Invitation en Memories– die nooit op reguliere albums waren verschenen), vier uiterst interessante en sfeervolle B-kantjes (nu ook te vinden als bonustracks op de re-release van het eerste E&F-album), één albumtrack van de debuutelpee, en de ingekorte versie van het titelnummer van hun tweede album. Leuke compilatie, bij mijn weten nooit als zodanig op CD verschenen. Heeft heel wat malen door mijn jongenskamer geschald...
Earth & Fire - To the World of the Future (1975)

5,0
0
geplaatst: 3 februari 2013, 20:43 uur
De laatste van de "grote vier" symfonische albums van Earth & Fire, en wat mij betreft ook de beste. De titeltrack is meteen het hoogtepunt, Only time will tell is een prachtige single met een geweldige gitaarriff (op de oorspronkelijke vinylelpee viel kant 2 op die manier met de deur in huis), en de inzet van de gitaarsolo in The last seagull is één van de ultieme ademstokmomenten in de popmuziek. Fantastische plaat.
Earth and Fire - Atlantis (1973)
Alternatieve titel: Maybe Tomorrow, Maybe Tonight

4,5
0
geplaatst: 2 februari 2013, 15:22 uur
En dan te bedenken dat de band zelf Atlantis eigenlijk veel minder goed vond dan Song of the marching children: "Atlantis voelde als een verkrampte poging om de sfeer van Song opnieuw te pakken. Dat geeft de plaat wel iets dramatisch, maar we zochten eigenlijk naar iets anders, we wilden Song herhalen. Het gevoel dat je daarvoor nodig hebt, was door onze vingers geglipt." Omdat ze daartoe echter contractueel verplicht waren gingen ze toch de studio in om een plaat te maken, maar "Te vroeg. Je hoort dat aan de plaat: het wringt, het geheel is nogal fragmentarisch" en ook zonder "de sprookjesachtige magie van z'n voorganger."
Nou, ík hoor het er niet aan af, het blijft een heerlijke plaat. Het titelnummer is sowieso zeer spannend, eerst met dat briljante openingsthema, dan de latere herhaling ervan met die jankende gitaar, en dan als climax Destruction (Rumblin' from inside the earth) met dat geweldige phasing-effect. Uren het paarse tekstvel meegelezen... En ook kant 2 voldoet, misschien heeft het niet de impact van kant 1 maar de nummers zijn toch sfeervol en gedetailleerd genoeg om niet teleur te stellen.
En als persoonlijk detail : bij Musician zou Maybe tomorrow, maybe tonight in de top 10 eindigen… voor Stuart (nu niet meer onder ons) is dat één van zijn vroegste popsongherinneringen… en voor mij was het het allereerste singletje dat ik van m'n eigen gespaarde zakgeld kocht (later dus ook nog eens op dit album gekocht, en óók nog eens op deze verzamelelpee). Nog altijd een geweldig nummer. Sowieso is het opmerkelijk hoe deze albumgroep ook een serie klassieke singles heeft neergezet: zie de tracklisting van The singles (althans de eerste negen nummers daarvan, hun singlesproduktie ten tijde van hun eerste vier albums).
Nou, ík hoor het er niet aan af, het blijft een heerlijke plaat. Het titelnummer is sowieso zeer spannend, eerst met dat briljante openingsthema, dan de latere herhaling ervan met die jankende gitaar, en dan als climax Destruction (Rumblin' from inside the earth) met dat geweldige phasing-effect. Uren het paarse tekstvel meegelezen... En ook kant 2 voldoet, misschien heeft het niet de impact van kant 1 maar de nummers zijn toch sfeervol en gedetailleerd genoeg om niet teleur te stellen.
En als persoonlijk detail : bij Musician zou Maybe tomorrow, maybe tonight in de top 10 eindigen… voor Stuart (nu niet meer onder ons) is dat één van zijn vroegste popsongherinneringen… en voor mij was het het allereerste singletje dat ik van m'n eigen gespaarde zakgeld kocht (later dus ook nog eens op dit album gekocht, en óók nog eens op deze verzamelelpee). Nog altijd een geweldig nummer. Sowieso is het opmerkelijk hoe deze albumgroep ook een serie klassieke singles heeft neergezet: zie de tracklisting van The singles (althans de eerste negen nummers daarvan, hun singlesproduktie ten tijde van hun eerste vier albums).
Earth and Fire - Earth and Fire (1970)

4,5
0
geplaatst: 2 februari 2013, 11:45 uur
Net zoals wel meer mensen hier heb ik dit album indertijd voor een prikkie gevonden in de Rotation-reeks waarop Universal z'n back-catalogue loosde. Rare compilatie, met de twee briljante non-album-singles Memories en Invitation, maar ook twee nummers van Gate to infinity uit 1977 die ik als typische skipmomenten zou willen betitelen, en nog wat (versies van) fraaie nummers van Song of the marching children uit 1971 voor wie die plaat onverhoopt niet mocht hebben. Maar het draait allemaal om die eerste elpee – gelukkig kende ik die nog van vinyl, want als ik de titels niet had herkend zou ik er op basis van de minimale informatie in het boekje nooit achter zijn gekomen dat hier gewoon het hele album op staat (met overigens prima geluid). Een heerlijke, stevige en gevarieerde debuutplaat van mijn favoriete Nederlandse band. Voor wie hem nog zoekt : Earth & Fire 1. Bij bol.com staat ie warempel nog gewoon, voor (momenteel) €5,99.
In het boek van de Hermsens is er sprake van "een loeier van een pianofout in het couplet" van 21st century show – "een majeurakkoord waar toch echt een mineurakkoord hoort, vol overtuiging ingespeeld door [sessiemuzikant] Cees Schrama." Ik kan het zelf absoluut niet horen. Iemand wel? En waar precies (minuten, seconden)?
Overigens is de re-release zoals die hierboven staat ook bijzonder interessant vanwege vier geweldige B-kantjes (nummers 10, 11, 14 en 15) die ik zelf kende van de E&F-verzamelaar in de Polydor-Superstarshine-serie met daarop de eerste zeven singles, de albumtrack 21st century show en dus die vier B-kantjes.
In het boek van de Hermsens is er sprake van "een loeier van een pianofout in het couplet" van 21st century show – "een majeurakkoord waar toch echt een mineurakkoord hoort, vol overtuiging ingespeeld door [sessiemuzikant] Cees Schrama." Ik kan het zelf absoluut niet horen. Iemand wel? En waar precies (minuten, seconden)?
Overigens is de re-release zoals die hierboven staat ook bijzonder interessant vanwege vier geweldige B-kantjes (nummers 10, 11, 14 en 15) die ik zelf kende van de E&F-verzamelaar in de Polydor-Superstarshine-serie met daarop de eerste zeven singles, de albumtrack 21st century show en dus die vier B-kantjes.
Earthside - A Dream in Static (2015)

3,0
0
geplaatst: 13 februari 2017, 11:14 uur
Krachtig en indrukwekkend, maar op veel momenten ook teveel van hetzelfde, te massief-metal en te vaak dichtgemetseld voor mij, alsof Thrice een duik in de progmetal heeft genomen en nummers van acht minuten is gaan componeren. Over de instrumentale vaardigheden van de bandleden verder geen kwaad woord, en de ambitie van deze plaat is te prijzen, maar de uitwerking is te overdadig en gaat mij daardoor tegenstaan. Uitzonderingen zijn Entering the light, dat klinkt als een sfeervol themamuziekje voor een spannende jaren-zestig-televisieserie zoals gespeeld door Alan Parsons, en het openingsnummer, voor mij het absolute hoogtepunt dat wèl de volle speelduur blijft boeien en in z'n eentje een volle ster waard is.
East of Eden - Mercator Projected (1969)

4,0
1
geplaatst: 20 juni 2011, 22:59 uur
Soort proto-prog? Fascinerend album. Ook ver z'n tijd vooruit wat betreft de manier waarop de basgitaar als autonoom instrument z'n eigen melodielijnen mag spelen op bijvoorbeeld In the stable of the Sphinx, net zo krachtig als Chris Squire of John Entwistle. Enig minpunt is de eindeloze en tamelijk deprimerende solo van diezelfde bas in Centaur woman. Maar de rest is inventief en energiek, met als hoogtepunt het sprookjesachtige Bathers, dat me doet denken aan de Pink Floyd van Julia dream en See saw. Een ontdekking.
Eddie Cochran - 12 of His Biggest Hits (1960)

4,0
0
geplaatst: 26 februari 2022, 21:21 uur
Volgens de titel van deze vlak na zijn dood in 1960 uitgebrachte compilatie heeft Eddie Cochran niet alleen hits in het meervoud gehad, maar zijn die hits dan ook nog eens onder te verdelen in kleine en grote (en grootste), en op deze verzamelaar vinden we er dan maar liefst 12 uit de laatste categorie. De werkelijkheid is echter dat hij een vrij grote reputatie als prototypische rock & roller heeft, maar dat hij in de praktijk precies één (1) Amerikaanse top-10-hit heeft gehad. Dat was dan ook wel meteen een héél erg geweldig nummer, het onsterfelijke Summertime blues, en als ik dat en een handvol andere nummers van deze plaat achter elkaar draai ga ik me alsnog afvragen of die reputatie misschien eigenlijk toch gewoon gerechtvaardigd is.
Helaas bevat deze verzameling naast dat handvol hoogtepunten ook diverse nummers waarop Cochran min of meer in het keurslijf van Elvis-epigoon gedwongen wordt, zodat hij op Have I told you lately that I love you, Lovin' time en Tell me why zo'n lage Elvis-bromstem moet gebruiken om in te haken op het succes van Love me tender (inclusief op Tell me why zo'n gesproken tekst à la Are you lonesome tonight), wordt hij op de totaal overbodige cover van Hallelujah I love her so blootgesteld aan violen die erger zijn dan nagels op een schoolbord, en zijn nummers als Three steps to Heaven en Sittin' in the balcony eerder lichte rockabilly in de stijl van Buddy Holly en Gene Vincent dan echte rock & roll.
Gelukkig hebben we dan altijd Summertime blues nog, en de aanstekelijke feestelijkheid van C'mon everbody, en het ook nu nog behoorlijk heftige bekkenwerk van Somethin' else, allemaal gebracht met een stevige gitaarsound (Cochran was schijnbaar één van de eersten die in de studio met overdubs experimenteerden) en met teksten die tienerproblemen als ouders, geldgebrek en frustratie humoristisch benaderden zonder ze daarmee belachelijk te maken. Tijdens zulke nummers vraag ik me altijd af wat er van hem had kunnen worden als hij ouder dan 21 jaar was geworden – wat mij betreft deed hij op zijn beste momenten niet onder voor Elvis, maar dat is misschien persoonlijk.
Helaas bevat deze verzameling naast dat handvol hoogtepunten ook diverse nummers waarop Cochran min of meer in het keurslijf van Elvis-epigoon gedwongen wordt, zodat hij op Have I told you lately that I love you, Lovin' time en Tell me why zo'n lage Elvis-bromstem moet gebruiken om in te haken op het succes van Love me tender (inclusief op Tell me why zo'n gesproken tekst à la Are you lonesome tonight), wordt hij op de totaal overbodige cover van Hallelujah I love her so blootgesteld aan violen die erger zijn dan nagels op een schoolbord, en zijn nummers als Three steps to Heaven en Sittin' in the balcony eerder lichte rockabilly in de stijl van Buddy Holly en Gene Vincent dan echte rock & roll.
Gelukkig hebben we dan altijd Summertime blues nog, en de aanstekelijke feestelijkheid van C'mon everbody, en het ook nu nog behoorlijk heftige bekkenwerk van Somethin' else, allemaal gebracht met een stevige gitaarsound (Cochran was schijnbaar één van de eersten die in de studio met overdubs experimenteerden) en met teksten die tienerproblemen als ouders, geldgebrek en frustratie humoristisch benaderden zonder ze daarmee belachelijk te maken. Tijdens zulke nummers vraag ik me altijd af wat er van hem had kunnen worden als hij ouder dan 21 jaar was geworden – wat mij betreft deed hij op zijn beste momenten niet onder voor Elvis, maar dat is misschien persoonlijk.
Eddie Cochran - Never to Be Forgotten (1962)

3,5
2
geplaatst: 11 maart 2022, 22:38 uur
Tijdens zijn leven bracht Eddie Cochran slechts één langspeelplaat uit, maar dít is alweer het tweede postuum uitgebrachte album, 21 maanden na zijn dood in de schappen. Helaas had Cochran zó weinig hits dat het meest succesvolle materiaal al op 12 of his biggest hits was verschenen, dus moest er voor dit album geput worden uit de nummers die in Amerika niet hadden gescoord maar in ieder geval in Engeland nog bescheiden hitjes waren geworden, plus wat er verder nog aan B-kantjes en restmateriaal voorhanden was. Dus krijgen we een bizarre lappendeken met een paar ballades in de stijl van Elvis ("Lonely is the bird without a tree / And lonely is the sailor without the sea", uit Lonely), de extreem zware Milk cow blues die de riff van Hoochie coochie man "leent", een swingende versie van het traditionele Boll weevil, en enigszins overbodige covers van Little Richards Long tall Sally en Elvis' / Carl Perkins' Blue suede shoes.
Maar ook is daar het grappige verslag van Eddie's Weekend, de vervormde gitaar van Nervous breakdown, de proto-soul van Little angel en het verhalende Twenty flight rock waarin Eddie klaagt dat de lift in het flatgebouw van zijn vriendinnetje kapot is zodat hij twintig trappen op moet lopen om bij haar te komen, en "When I get to the top, I'm too tired to rock", uh huh. Dit is kortom een bizar allegaartje dat niet zou mogen werken, maar de soms verrassend moderne arrangementen, Cochrans rauwe stem en zijn altijd aanwezige gevoel voor humor maken toch van bijna elk nummer iets speciaals. 12 nummers, 25 minuten pret, ook al staat er dan geen Summertime blues of Somethin' else of C'mon everybody op – wat een leuke periode was dit toch, en wat was Eddie Cochran een leuke en uitbundige performer.
Maar ook is daar het grappige verslag van Eddie's Weekend, de vervormde gitaar van Nervous breakdown, de proto-soul van Little angel en het verhalende Twenty flight rock waarin Eddie klaagt dat de lift in het flatgebouw van zijn vriendinnetje kapot is zodat hij twintig trappen op moet lopen om bij haar te komen, en "When I get to the top, I'm too tired to rock", uh huh. Dit is kortom een bizar allegaartje dat niet zou mogen werken, maar de soms verrassend moderne arrangementen, Cochrans rauwe stem en zijn altijd aanwezige gevoel voor humor maken toch van bijna elk nummer iets speciaals. 12 nummers, 25 minuten pret, ook al staat er dan geen Summertime blues of Somethin' else of C'mon everybody op – wat een leuke periode was dit toch, en wat was Eddie Cochran een leuke en uitbundige performer.
Editors - An End Has a Start (2007)

5,0
2
geplaatst: 20 augustus 2017, 22:43 uur
Min of meer in de lijn van het debuut qua sound en arrangementen, en compositorisch ook minstens zo sterk, maar met meer ruimte in de nummers en emotioneel wat rijker, hoewel ik het moeilijk vind om dat gevoel precies uit te leggen. Misschien heeft het er wel mee te maken dat dit album er voor mij vooral uitspringt door de uitzonderlijke "bruggen" van sommige tracks: waar een "bridge" (een muzikaal tussenstukje dus) vaak gebruikt wordt om een overgangetje te maken tussen een couplet en een refrein, of als alternatief voor een solo, of om gewoon wat extra variatie in de couplet/refrein-structuur aan te brengen, slagen de Editors er op deze plaat tot drie maal toe in om de spanning in hun toch al intense nummers nog een graadje op te schroeven via een melodie die door z'n onverwachte schoonheid boven de rest van de compositie uitstijgt en de adem beneemt. Van "How can you know what things are worth if your hands won't move to do a day's work?" (When anger shows) kun je nog zeggen dat het "niet meer dan" een pakkend melodietje is dat plotseling opduikt, maar bij de urgentie van "If a plane were to fall from the sky, how big a hole would it make in the surface of the earth?" (The racing rats) voel ik mezelf bijna halsoverkop met de melodie mee omlaag storten, en bij "Look up... through the trees to feel as small as you can..." (Escape the nest) stokt mij de adem elke keer weer in de keel, zeker in combinatie met die extatische elektrische gitaar die bijna als een mandoline klinkt. Het laatstgenoemde nummer en de opener (met z'n briljante refreinregel "The saddest thing that I'd ever seen...") zijn mijn persoonlijke favorieten, maar sowieso staat er net als bij The back room geen slecht nummer op. Maximale score.
Editors - In Dream (2015)

4,5
0
geplaatst: 8 januari 2017, 20:17 uur
Aan de eerste vier platen van de Editors heb ik in totaal 19 sterren uitgedeeld, dus het is een beetje merkwaardig dat ik er zo lang mee heb gewacht om déze te beluisteren – misschien had ik onbewust toch angst dat hij zou tegenvallen na het geweldige The weight of your love. De berichten die ik hierover kreeg waren ook niet gunstig, zeker gezien het feit dat ik de laatste jaren steeds meer een hekel heb gekregen aan dat typische eerste-helft-jaren-tachtig-geluid vol synthesizers, overstuurde drums, lelijk klinkende gitaren en holle produktie (plus alle associaties met overdadige kleren, haren en videoclips die natuurlijk niets over de muziek zeggen maar bij mij wel een onaangename bijwerking geven).
Maar hoewel deze plaat gedrenkt is in een eighties-vibe (ik hoor afwisselend New Order, Ultravox, Eurythmics, Tangerine Dream, Soft Cell, DAF, Lipps Inc., Bronski Beat en U2, maar gelukkig ook Echo & the Bunnymen, mijn helden uit 1980-1983 en voor mijn gevoel de grote inspiratoren van de eerdere gitaarplaten van de Editors) kan ik van In dream toch geen genoeg krijgen. De "kale" composities zijn redelijk eenvoudig, en wie niet van de theatrale zang van Tom Smith houdt kan op deze plaat meer dan ooit z'n lol op (en dan heb ik het nog niet eens gehad over Smiths kopstem), maar de arrangementen vol warme en gevarieerde keyboards, de incidentele maar zeer effectieve gitaarpartijen en de sterke melodieën maken hier toch een uitstekend album van, min of meer in de lijn van In this light and on this evening maar warmer en rijker. Zelfs het minste nummer van de plaat, The law (waarvan een paar loopjes mij steeds doen denken aan Let's go to bed van de Cure) heeft nog een fraai outro dat het nummer op het nippertje redt.
Tien jaar, vijf albums, de Editors hebben mij nog steeds niet teleurgesteld. Na de eerste twee gitaarplaten hebben ze steeds stappen schuin vooruit gezet, en elke plaat daarna was anders dan z'n voorganger maar kwalitatief opnieuw van hoog niveau. Leuk dat hun eerste twee albums in de MusicMeter-top-250 staan (momenteel op de plaatsen 214 en 100), maar ook hun hier minder gewaardeerde platen daarná scoren bij mij bijzonder hoog.
Maar hoewel deze plaat gedrenkt is in een eighties-vibe (ik hoor afwisselend New Order, Ultravox, Eurythmics, Tangerine Dream, Soft Cell, DAF, Lipps Inc., Bronski Beat en U2, maar gelukkig ook Echo & the Bunnymen, mijn helden uit 1980-1983 en voor mijn gevoel de grote inspiratoren van de eerdere gitaarplaten van de Editors) kan ik van In dream toch geen genoeg krijgen. De "kale" composities zijn redelijk eenvoudig, en wie niet van de theatrale zang van Tom Smith houdt kan op deze plaat meer dan ooit z'n lol op (en dan heb ik het nog niet eens gehad over Smiths kopstem), maar de arrangementen vol warme en gevarieerde keyboards, de incidentele maar zeer effectieve gitaarpartijen en de sterke melodieën maken hier toch een uitstekend album van, min of meer in de lijn van In this light and on this evening maar warmer en rijker. Zelfs het minste nummer van de plaat, The law (waarvan een paar loopjes mij steeds doen denken aan Let's go to bed van de Cure) heeft nog een fraai outro dat het nummer op het nippertje redt.
Tien jaar, vijf albums, de Editors hebben mij nog steeds niet teleurgesteld. Na de eerste twee gitaarplaten hebben ze steeds stappen schuin vooruit gezet, en elke plaat daarna was anders dan z'n voorganger maar kwalitatief opnieuw van hoog niveau. Leuk dat hun eerste twee albums in de MusicMeter-top-250 staan (momenteel op de plaatsen 214 en 100), maar ook hun hier minder gewaardeerde platen daarná scoren bij mij bijzonder hoog.
Editors - In This Light and on This Evening (2009)

4,0
0
geplaatst: 22 april 2021, 21:29 uur
De eerste plaat die ik van de Editors leerde kennen, nog vóórdat ik me bewust was van de twee gitaargeoriënteerde voorgangers. De eighties-synths (en incidentele ritmebox) zijn nog steeds het eerste dat mij opvalt, maar wanneer op de sombere en sfeervolle opener na zo’n 3 minuten ook de drums invallen is het al duidelijk dat hier zwaarder geschut in stelling wordt gebracht, en de rest van de plaat houdt die balans tussen eighties-synths en een steviger benadering knap vast. Dus terwijl mij door de sound van de soms lekker jengelende synthesizers toch steeds weer namen uit het verleden te binnen schieten (DAF, OMD, A Flock Of Seagulls, Depeche Mode) blijft dit voor mij toch duidelijk een “moderne” plaat, en ook nog eens eentje die vanwege de uitstekende composities ook tussen het geweld van de eerste twee Editors-platen en hun fantastische vierde plaat gemakkelijk overeind blijft, en dat heeft echt niets te maken met een zwak dat je kunt hebben voor de eerste plaat die je van een favoriete band hebt leren kennen.
Editors - The Back Room (2005)

5,0
0
geplaatst: 16 augustus 2017, 15:37 uur
Eigenlijk zou dit best een heel vervelende en magere plaat hebben kunnen zijn, met dat sjabloon van strakke ritmes, geen solo's, puntige slaggitaren en teksten met staccato slagzinnen en veel herhalingen. Toch is het tegendeel waar: altijd sterke en soms kwetsbare gitaarlijnen, prachtige melodieën en last but not least de door hun krachtddadige intonatie bijna bezwerende teksten: Blood runs through your veins, that's where our similarity ends... I wanted to see this for myself... All sparks will burn out...Keep with me, keep with me... You don't need this disease... – dit album heeft het allemaal, de hele speelduur lang, met ook nog eens een prima balans tussen up-tempo-hectiek en slow-burn-somberheid. Waar de latere Editors-platen misschien iets complexere nummers bieden, met nog zwaardere melodieën en moeilijker te duiden emotionele ladingen en sferen, compenseert dit album dat met een compacte benadering en een constant hoog energieniveau zonder inzakkingen of zwakke nummers. Een debuut dat staat als een huis met donkere muren, een duistere uitstraling met een warm kloppend hart, een bijna zakelijke plaat waarover ik toch heel lyrisch kan worden. "Here... here... here... here..."
Overigens heb ik bij dit album altijd veel minder aan Joy Division dan aan Echo & the Bunnymen gedacht, vanwege de totaalsound van de band maar ook vanwege het strakke karakter van de composities, zoals al in het openingsnummer goed te horen is met die kale slaggitaar van het begin en die plotseling exploderende boze slaggitaar-tussenriffs. Dat verklaart misschien ook mede mijn liefde voor de Editors, want hoewel Joy Division en The Cure nu wellicht mogen gelden als de belangrijkste bands van de hele 80's-"gothic"-stroming (of "doemmuziek" zoals het in mijn kringetje heette) was Echo indertijd mijn favoriete band, vooral vanwege hun tweede plaat Heaven up here – ik kan me het gevoel van beklemming bij het voor de eerste maal horen van The disease met die wonderbaarlijk mooie elpeehoes in de hand nog goed voor de geest halen.
Overigens heb ik bij dit album altijd veel minder aan Joy Division dan aan Echo & the Bunnymen gedacht, vanwege de totaalsound van de band maar ook vanwege het strakke karakter van de composities, zoals al in het openingsnummer goed te horen is met die kale slaggitaar van het begin en die plotseling exploderende boze slaggitaar-tussenriffs. Dat verklaart misschien ook mede mijn liefde voor de Editors, want hoewel Joy Division en The Cure nu wellicht mogen gelden als de belangrijkste bands van de hele 80's-"gothic"-stroming (of "doemmuziek" zoals het in mijn kringetje heette) was Echo indertijd mijn favoriete band, vooral vanwege hun tweede plaat Heaven up here – ik kan me het gevoel van beklemming bij het voor de eerste maal horen van The disease met die wonderbaarlijk mooie elpeehoes in de hand nog goed voor de geest halen.
Editors - The Blanck Mass Sessions (2019)

2,5
0
geplaatst: 6 maart 2020, 21:55 uur
Moeilijk, een album dat ik in de ene versie ken (en waardeer) opeens in een andere versie (mix) beluisteren en er een mening over vormen zonder mijn oordeel over het origineel mee te laten spelen. Op popmatters.com staat een weloverwogen en genuanceerde recensie, en daarin wordt dit album "an improvement on the already strong Violence" genoemd, met op minstens drie nummers "notable improvements in style and mood", hoewel tegelijkertijd "the differences are subtle". Het hart van die recensent gaat uiteindelijk toch meer uit naar de Blanck Mass-versie omdat die "illustrates originality without compromise."
Ook ik hoor wel wat verschillen, met name wat meer elektronische percussie en een donkerder sfeer, en dat geeft ook wel aan hoe groot de invloed kan zijn van een producer, of moet ik zeggen: van een remixer? Counting spooks bijvoorbeeld is van een onderhuids broeiend psychologisch drama veranderd in een doordenderende paranoia-thriller, en het lange instrumentale einde van Violence klinkt op de oorspronkelijke plaat warm en omgeven door synthesizergolven, terwijl er in de versie van Blanck Mass eerder sprake is van een Robert Miles-achtige trance en kaalheid – in feite verlengt Blanck Mass op die manier de weg die de Editors van The back room naar In dream hebben afgelegd, en het is aan de luisteraar om te beslissen of hij of zij op die duisterder weg een reisgezel wil zijn. Voor mezelf sprekend ben ik dik tevreden met de oorspronkelijke Violence, en de meerwaarde van deze Blanck Mass sessions is te klein om de aanschaf te rechtvaardigen – met de oorspronkelijke Violence nog op de plank zal deze nieuwe versie gewoon te weinig uit de kast komen, en daar kan één nieuw (en niet bijzonder sterk) nummer verder niets aan veranderen.
Ook ik hoor wel wat verschillen, met name wat meer elektronische percussie en een donkerder sfeer, en dat geeft ook wel aan hoe groot de invloed kan zijn van een producer, of moet ik zeggen: van een remixer? Counting spooks bijvoorbeeld is van een onderhuids broeiend psychologisch drama veranderd in een doordenderende paranoia-thriller, en het lange instrumentale einde van Violence klinkt op de oorspronkelijke plaat warm en omgeven door synthesizergolven, terwijl er in de versie van Blanck Mass eerder sprake is van een Robert Miles-achtige trance en kaalheid – in feite verlengt Blanck Mass op die manier de weg die de Editors van The back room naar In dream hebben afgelegd, en het is aan de luisteraar om te beslissen of hij of zij op die duisterder weg een reisgezel wil zijn. Voor mezelf sprekend ben ik dik tevreden met de oorspronkelijke Violence, en de meerwaarde van deze Blanck Mass sessions is te klein om de aanschaf te rechtvaardigen – met de oorspronkelijke Violence nog op de plank zal deze nieuwe versie gewoon te weinig uit de kast komen, en daar kan één nieuw (en niet bijzonder sterk) nummer verder niets aan veranderen.
Editors - The Weight of Your Love (2013)

5,0
0
geplaatst: 13 oktober 2013, 11:12 uur
Ik geloof dat ik de albums van deze mannen wat later dan de meesten hier leerde kennen, en dan ook nog eens in de verkeerde volgorde (eerst de derde, daarna pas de eerste en de tweede), maar wat me opviel was dat ik elk album al vanaf de eerste keer luisteren goed vond, terwijl ik daar normaal toch wel een keer of drie voor nodig heb. The weight of your love is hun eerste plaat die ik niet de eerste keer al kon waarderen, maar na een aantal keren draaien klimt hij toch weer naar het niveau van de eerste drie, zij het dat de nummers heel anders en vaak veel ijler en breekbaarder zijn. Ik begin met vier sterren, maar dat kan nog groeien. En aerams, helaas, bij het bepalen van mijn drie voorkeursstemmen eindigde het inderdaad schitterende Bird of prey op de vierde plaats…
Editors - Violence (2018)

4,0
1
geplaatst: 5 juli 2018, 10:44 uur
De formule van In dream verder uitgebouwd en geperfectioneerd met alle ingrediënten in de juiste verhoudingen in de heksenketel : de lage èn de kopstem van Tom Smith, grote refreinen, afwisselend akoestische en elektronische drums, veel synthesizers maar ook stevige gitaaruitbarstingen, en in de composities een goede balans tussen bezwerend en hektisch, somber en jubelend (zoals op Nothingness – voorzover je de donkere stem van Tom Smith jubelend zou kunnen noemen).
Hoogtepunten zijn voor mij de warmbloedige opener en de prachtige emotionele afsluiter met het mooie contrast tussen de veilige kamer en de "wilderness" buiten (maar ook binnenin de zanger), en tussendoor blijft No sound but the wind prachtig, maar dat had ik al als (ongevraagde) bonustrack op In this light and on this evening in een geweldige live-versie tijdens Rock Werchter 2010, dus dat voelt toch een beetje als makkelijke opvulling (hetgeen het natuurlijk niet is, gezien de hoeveelheid muziek die Editors nog op de plank moeten hebben liggen). Wat de bonustracks betreft had The pulse kwalitatief gemakkelijk op het eigenlijke album gekund, maar When we were angels vind ik nogal melig met dat steeds herhaalde zeurende gitaarlijntje.
En ik eindig met hetzelfde zinnetje als waarmee ik mijn bericht bij In dream besloot, alleen geldt dat nu niet na tien jaar en vijf albums maar na twaalf jaar en zes albums : de Editors hebben mij nog steeds niet teleurgesteld.
Hoogtepunten zijn voor mij de warmbloedige opener en de prachtige emotionele afsluiter met het mooie contrast tussen de veilige kamer en de "wilderness" buiten (maar ook binnenin de zanger), en tussendoor blijft No sound but the wind prachtig, maar dat had ik al als (ongevraagde) bonustrack op In this light and on this evening in een geweldige live-versie tijdens Rock Werchter 2010, dus dat voelt toch een beetje als makkelijke opvulling (hetgeen het natuurlijk niet is, gezien de hoeveelheid muziek die Editors nog op de plank moeten hebben liggen). Wat de bonustracks betreft had The pulse kwalitatief gemakkelijk op het eigenlijke album gekund, maar When we were angels vind ik nogal melig met dat steeds herhaalde zeurende gitaarlijntje.
En ik eindig met hetzelfde zinnetje als waarmee ik mijn bericht bij In dream besloot, alleen geldt dat nu niet na tien jaar en vijf albums maar na twaalf jaar en zes albums : de Editors hebben mij nog steeds niet teleurgesteld.
Edward Reekers - The Liberty Project (2023)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2024, 12:59 uur
Ik zou dit bijna Ayreon-lite willen noemen: een conceptplaat met een duidelijk plot, volgespeeld en gezongen door diverse Ayreon-regulars, een paar gasten wiens aanwezigheid je wel als een "coup" mag beschouwen (Harry Sacksioni, Steve Hackett), Lucassens rechterhand Joost van den Broek als tafelheer, en op één nummer zelfs de maestro zelf – alleen Ed Warby en James LaBrie ontbreken nog. Maar concept, teksten en muziek vloeien allemaal uit de pen van Edward Reekers, en ik moet zeggen dat hij puik werk heeft afgeleverd, met een constante stroom sterke en afwisselende melodieën en pakkende refreinen, en met een speciale vermelding voor de teksten: intelligent, in uitstekend Engels met een ruim vocabulaire, goed lopend en goed "bekkend".
De enige zwakke plekken die ik kan noemen zitten in de zang: het timbre van Cindy Oudshoorns uitstekende zangstem doet me helaas steeds denken aan dat van Barbra Streisand, en Reekers' stem heeft genoeg karakter en zuiverheid voor de rustiger passages, maar wanneer het nummer om iets meer power vraagt (zoals op Liberty) schiet hij wel enigszins tekort, zeker wanneer je dat afzet tegen zulke beesten als Damian Wilson en Jaycee Cuijpers. Verder kan ik echter niets ten nadele van dit album inbrengen, een prima mix van pop, rock en neoprog. (Overigens is dit de eerste "officiële" CD van 80+ minuten die ik tegenkom, maar hij geeft geen enkel probleem bij het afspelen.)
De enige zwakke plekken die ik kan noemen zitten in de zang: het timbre van Cindy Oudshoorns uitstekende zangstem doet me helaas steeds denken aan dat van Barbra Streisand, en Reekers' stem heeft genoeg karakter en zuiverheid voor de rustiger passages, maar wanneer het nummer om iets meer power vraagt (zoals op Liberty) schiet hij wel enigszins tekort, zeker wanneer je dat afzet tegen zulke beesten als Damian Wilson en Jaycee Cuijpers. Verder kan ik echter niets ten nadele van dit album inbrengen, een prima mix van pop, rock en neoprog. (Overigens is dit de eerste "officiële" CD van 80+ minuten die ik tegenkom, maar hij geeft geen enkel probleem bij het afspelen.)
Ekseption - The Universal Masters Collection (2003)

4,0
0
geplaatst: 22 januari 2014, 15:36 uur
Over de albums kan ik niet oordelen, maar hun tien singles (inclusief drie ècht grote hits) staan hier inderdaad allemaal op:
The fifth (1969, 14 weken in de top-40, hoogste notering nummer 3)
Rhapsody in blue (1969, 5/18)
Air (1969, 16/2)
Italian concerto (1970, 6/18)
Adagio (1970, 6/15)
Another history (1970, 3/34)
Peace planet (1971, 10/2)
Ave Maria (1971, 3/24)
A la Turka (1972, gestrand in tipparade)
De fietser (1974, 3/22)
The fifth (1969, 14 weken in de top-40, hoogste notering nummer 3)
Rhapsody in blue (1969, 5/18)
Air (1969, 16/2)
Italian concerto (1970, 6/18)
Adagio (1970, 6/15)
Another history (1970, 3/34)
Peace planet (1971, 10/2)
Ave Maria (1971, 3/24)
A la Turka (1972, gestrand in tipparade)
De fietser (1974, 3/22)
Electric Light Orchestra - A New World Record (1976)

4,5
2
geplaatst: 29 juni 2022, 13:16 uur
Ik herinner me nog hoe blij ik was met deze plaat na het teleurstellende Face the music, en aan welke contrasten ik die opgetogenheid ophing: waar Fire on high een geforceerd aandoende poging was om een grootse plaatopener te schrijven had Tightrope de vanzelfsprekendheid van een instant-klassieker, en terwijl afsluiter One summer dream van een doordreutelende meligheid was is Shangri-La ondanks al z'n uitwaaierende strijkers bijna compact te noemen, met vrij weinig tekst, een mooie ingetogen gitaarsolo en na het valse einde een grootse finale die toch nergens uit de bocht vliegt.
De sound van het album is vol en perfect uitgebalanceerd, de disco-invloeden en de hoge stemmetjes gaan hier nog niet over de top, en het niveau van de composities is consistent zeer hoog. Uitzondering voor mij is het stompzinnige Do ya, dat ik ondanks een paar aardige elementen in het arrangement (een mooi rustige brug na het tweede couplet, Bev Bevan die na het tweede refrein opeens in z'n eentje vier maten moet volslaan, een elegante afronding) altijd heb beschouwd als een onbehouwen blokkade op de rails van een verder soepel doorstomende trein.
Hoogtepunt daarentegen is voor mij Mission (a world record), dat in tekst èn muziek een mooi beeld schetst van een soort kosmische eenzaamheid op zowel de aarde als ver daarboven zoals gezien door de ogen van ?God? een kosmonaut? een alien? "Watching all the days go by / Who are you and who am I?" Wie of wat de observator dan ook is, het drama in het arrangement geeft de afstand tussen hier en daar prachtig weer. "How's life on Earth? What is it worth?" – bijna een soort isolement à la Major Tom.
Overigens heeft het me altijd verbaasd dat bij de eerste CD-release die ik onder ogen kreeg (EPC 468880 2) Above the clouds van de tracklisting was verdwenen, hetgeen niet alleen niet nodig was bij een plaat van een kleine 37 minuten, maar ook nog eens zonde was omdat het hier zo'n sympathiek "klein" nummer betrof. Pas kortgeleden ben ik er via Discogs achter gekomen dat het nummer zelf wel op de CD stond, maar dan om de een of ander onnaspeurbare reden vastgeplakt aan het einde van Livin' thing (dat nu dus ineens geen 3½ maar bijna 6 minuten duurde). Weer een mysterie opgelost.
De sound van het album is vol en perfect uitgebalanceerd, de disco-invloeden en de hoge stemmetjes gaan hier nog niet over de top, en het niveau van de composities is consistent zeer hoog. Uitzondering voor mij is het stompzinnige Do ya, dat ik ondanks een paar aardige elementen in het arrangement (een mooi rustige brug na het tweede couplet, Bev Bevan die na het tweede refrein opeens in z'n eentje vier maten moet volslaan, een elegante afronding) altijd heb beschouwd als een onbehouwen blokkade op de rails van een verder soepel doorstomende trein.
Hoogtepunt daarentegen is voor mij Mission (a world record), dat in tekst èn muziek een mooi beeld schetst van een soort kosmische eenzaamheid op zowel de aarde als ver daarboven zoals gezien door de ogen van ?God? een kosmonaut? een alien? "Watching all the days go by / Who are you and who am I?" Wie of wat de observator dan ook is, het drama in het arrangement geeft de afstand tussen hier en daar prachtig weer. "How's life on Earth? What is it worth?" – bijna een soort isolement à la Major Tom.
Overigens heeft het me altijd verbaasd dat bij de eerste CD-release die ik onder ogen kreeg (EPC 468880 2) Above the clouds van de tracklisting was verdwenen, hetgeen niet alleen niet nodig was bij een plaat van een kleine 37 minuten, maar ook nog eens zonde was omdat het hier zo'n sympathiek "klein" nummer betrof. Pas kortgeleden ben ik er via Discogs achter gekomen dat het nummer zelf wel op de CD stond, maar dan om de een of ander onnaspeurbare reden vastgeplakt aan het einde van Livin' thing (dat nu dus ineens geen 3½ maar bijna 6 minuten duurde). Weer een mysterie opgelost.
Elmore James - Dust My Broom (1994)
Alternatieve titel: The Blues Collection Vol. 17

4,0
0
geplaatst: 29 oktober 2013, 17:16 uur
Ik ben geen Elmore James-expert en kan over de selectie van de nummers op dit album dus alleen oordelen naar aanleiding van wat andere compilaties bieden, en op basis daarvan lijkt het erop alsof deze verzameling een behoorlijk aantal van James' beroemdste nummers bevat, zoals Cry for me baby, The twelve year old, een lekker zompig It hurts me too (onder andere door Clapton nieuw leven ingeblazen op From the cradle), het intense The sky is crying, een bijna onherkenbare versie van Rollin' and tumblin', Shake your moneymaker (bekend in de cover van Fleetwood Mac) en boven alles het vernietigende Dust my broom met die éne ongehoord vunzige slide-gitaar-riff. Daarnaast ontbreken er toch ook een paar krakers, zoals T.V. mama, Look on yonder wall en Bleeding heart, maar al met al is dit voor zover ik kan oordelen een aardige introductie op 's mans werk, met achttien soms klaaglijke, soms montere nummers vol slide-werk en zang die me soms aan Eric Burdon doet denken, met een niet perfect want enigszins donker maar sfeervol en acceptabel geluid.
Wat het (honderden malen gecoverde) titelnummer betreft, de opnames van deze CD stammen uit de jaren tussen 1957 en 1963, en aangezien (I believe I'll) Dust my broom door James voor het eerst al in 1951 werd opgenomen staat hier dus niet de originele versie op. Sterker nog, volgens Steve Franz' Amazing secret history of Elmore James nam James het in de loop der tijd maar liefst zéven keer op, en de versie op dit album (uit november 1959) schijnt dan het bekendst te zijn, met in plaats van een akoestische (of is dat een semi-akoestische of gewoon een vriendelijker klinkende elektrische? excuses, ook op dat terrein ben ik geen expert) slide-gitaar en een mondharmonica (zoals in 1951) hier een gemene elektrische slide-gitaar (en een sax op de achtergrond). Of deze versie inderdaad de bekendste en/of de beste is weet ik niet, maar hij klinkt in ieder geval briljant. (En het is geen originele compositie van James zoals het boekje vermeldt, want er zijn minstens twee oudere versies bekend –van Robert Johnson en van diens stiefzoon Robert Lockwood– en die schijnen dan weer op nóg oudere bluesnummers en -melodieën gebaseerd te zijn, maar ja, bluesnummers en auteurschap...…)
Maar goed, om de hele compilatie op te sommen: vijftig minuten rauwe blues zoals het hoort. (Deze CD, met een minimaal boekje, maar wel met een Nederlandstalige opsomming van de begeleidende muzikanten, werd uitgebracht door DeAgostini Netherlands b.v. in 1995, maar wie het schijfje in z'n computer stopt merkt dat Media Player de gegevens ophaalt van Best of the blues: Elmore James – Dust my broom van Éditions Atlas uit 1992, uitgegeven bij het tijdschrift The Blues Collection.)
Wat het (honderden malen gecoverde) titelnummer betreft, de opnames van deze CD stammen uit de jaren tussen 1957 en 1963, en aangezien (I believe I'll) Dust my broom door James voor het eerst al in 1951 werd opgenomen staat hier dus niet de originele versie op. Sterker nog, volgens Steve Franz' Amazing secret history of Elmore James nam James het in de loop der tijd maar liefst zéven keer op, en de versie op dit album (uit november 1959) schijnt dan het bekendst te zijn, met in plaats van een akoestische (of is dat een semi-akoestische of gewoon een vriendelijker klinkende elektrische? excuses, ook op dat terrein ben ik geen expert) slide-gitaar en een mondharmonica (zoals in 1951) hier een gemene elektrische slide-gitaar (en een sax op de achtergrond). Of deze versie inderdaad de bekendste en/of de beste is weet ik niet, maar hij klinkt in ieder geval briljant. (En het is geen originele compositie van James zoals het boekje vermeldt, want er zijn minstens twee oudere versies bekend –van Robert Johnson en van diens stiefzoon Robert Lockwood– en die schijnen dan weer op nóg oudere bluesnummers en -melodieën gebaseerd te zijn, maar ja, bluesnummers en auteurschap...…)
Maar goed, om de hele compilatie op te sommen: vijftig minuten rauwe blues zoals het hoort. (Deze CD, met een minimaal boekje, maar wel met een Nederlandstalige opsomming van de begeleidende muzikanten, werd uitgebracht door DeAgostini Netherlands b.v. in 1995, maar wie het schijfje in z'n computer stopt merkt dat Media Player de gegevens ophaalt van Best of the blues: Elmore James – Dust my broom van Éditions Atlas uit 1992, uitgegeven bij het tijdschrift The Blues Collection.)
Elton John - Blue Moves (1976)

4,5
2
geplaatst: 11 september 2022, 12:13 uur
Voorganger Rock of the Westies was indertijd de laatste EJ-plaat die ik nog blind kocht; Blue moves heb ik nog wel van een vriend geleend, maar ik kon er niet echt enthousiast over worden, en bovendien was mijn muzikale smaak toen langzaam maar zeker naar de underground aan het opschuiven. Achteraf bezien (= nu, bij hernieuwde kennismaking) moet dat laatste toch het zwaarst hebben gewogen, want ik kan werkelijk niet meer inzien waarom dit album me niet net zozeer zou hebben geraakt als bijvoorbeeld Goodbye yellow brick road of Captain Fantastic. Er staan misschien wat veel instrumentals op (maar slechts één met een serieuze speelduur), het slotnummer is een vrij melige rave-up en Boogie pilgrim vind ik echt afschuwelijk, maar verder hoor ik hier eigenlijk Elton John nog altijd op de top van zijn kunnen, met in elk nummer weer pakkende melodieën, teksten die sterker zijn dan ooit, en een geweldige band die de zeer gevarieerde composities en arrangementen op de voet kan volgen.
Hoogtepunten zijn voor mij de krankzinnige swing van One horse town en Crazy water, het bittere Idol, het ongrijpbare The wide eyed and laughing (prachtige tweede/derde stem van Crosby & Nash), en natuurlijk Sorry seems to be the hardest word. Extra vermelding voor Ray Cooper, wiens conga's en vibrafoon diverse nummers een onweerstaanbare drive meegeven. En nog twee details: Mediterranean / English rain again (uit Chameleon) is een fraai en oorspronkelijk rijm, en zou John aan James Newton Howard hebben gevraagd om op Between seventeen and twenty precies zo te klinken als Garth Hudson, toetsenist van de door John èn Taupin zo geliefde The Band?
Hoogtepunten zijn voor mij de krankzinnige swing van One horse town en Crazy water, het bittere Idol, het ongrijpbare The wide eyed and laughing (prachtige tweede/derde stem van Crosby & Nash), en natuurlijk Sorry seems to be the hardest word. Extra vermelding voor Ray Cooper, wiens conga's en vibrafoon diverse nummers een onweerstaanbare drive meegeven. En nog twee details: Mediterranean / English rain again (uit Chameleon) is een fraai en oorspronkelijk rijm, en zou John aan James Newton Howard hebben gevraagd om op Between seventeen and twenty precies zo te klinken als Garth Hudson, toetsenist van de door John èn Taupin zo geliefde The Band?
Elton John - Captain Fantastic and the Brown Dirt Cowboy (1975)

5,0
3
geplaatst: 16 augustus 2022, 16:48 uur
Mijn primaire reactie toen ik dit album voor het eerst hoorde was er één van teleurstelling: Don't let the sun go down on me van de vorige plaat deed er al zo lang over om bij het refrein aan te komen, maar op Captain Fantastic was dat nog veel erger, want bij met name het titelnummer, Tell me when the whistle blows en Someone saved my life tonight duurde het couplet zó lang dat mijn aandacht al helemaal verslapt was tegen de tijd dat ik bij het refrein aankwam. Omdat Elton John indertijd mijn favoriete artiest was heb ik dit album natuurlijk toch meerdere kansen gegeven, en al bij de derde of vierde luisterbeurt was ik helemaal óm, want die lange coupletten bleken feitelijk opgebouwd uit subtiele "kleine" melodieën die onafwendbaar naar ijzersterke refreinen leiden, en na een keer of vijf was het al duidelijk dat deze plaat samen met Goodbye yellow brick road als Eltons meesterwerk mocht (en mag) gelden.
Naast de ijzersterke muziek (minder poppy dan eerdere platen en daardoor voor sommige oren misschien ook wel langer houdbaar) valt ook de rijkdom van de arrangementen op. Met zijn efficiënte percussie-instrumenten vult Ray Cooper kleine gaatjes op en voegt daarnaast soms ook echt een laag aan de nummers toe (heel Writing, maar ook het refrein van Tell me when the whistle blows), maar bovenal moet gesteld worden dat John hier meer dan ooit heel veel aan Davey Johnstone te danken heeft. De sfeervolle akoestische gitaar + mandoline en de elektrische gitaar op het refrein van het openingsnummer, de doorzeurende leadgitaar op Bitter fingers, de overstuurde klanken op Tell me when the whistle blows, het perfecte rockgeluid op (Gotta get a) Meal ticket, het karakteristieke geluid van Writing en de "bluesy" gitaar op het ontroerende We all fall in love sometimes zijn allemaal voorbeelden van de manieren waarop Johnstone's snarenwerk (en zijn keuze van heel verschillende instrumenten en geluiden) de muziek above and beyond the call of duty kleurt.
Twee minpunten: het slotnummer vind ik echt een zeiknummer, met in de eerste helft een melodie die nergens naartoe gaat en in de tweede helft dat eindeloze ge-Lum-De-Lum zoals het boekje het noemt – ik heb nooit in welke mate dan ook begrepen wat er zo leuk is aan dat nachtkaarseinde. En verder was ik als puber misschien niet zo'n kritische luisteraar, maar zelfs toen al vond ik het drumgeluid van Nigel Olsson af en toe echt lelijk – met name op het laatste deel van Bitter fingers (vanaf het tweede refrein tot en met de fade-out) hoor je eigenlijk alleen maar zijn snaredrum, en pas op de geremasterde CD (1995) hoor ik in de verte nog wat andere onderdelen van zijn drumstel. Dat is natuurlijk evenzeer de schuld van de producer en de geluidstechnicus, maar op de een of andere manier verbaasde het me eigenlijk niets dat Elton John na dit album de complete ritmesectie van zijn begeleidingsband verving.
Over die geremasterde CD ben ik overigens heel tevreden, maar ik ben toch ook wel blij dat ik de twee boekjes die bij mijn oorspronkelijke vinylplaat zaten heb bewaard. In het tekstboekje van de CD staan weliswaar keurig de teksten en de credits, maar uit het Lyrics-boekje bij de LP is verder slechts een fractie van de illustraties van Alan Aldridge en de foto's uit Johns en Bernie Taupins jeugd meegekomen, en het tweede boekje (Scraps) dat gevuld was met talloze memorabilia, kranteartikeltjes, nog veel meer foto's en zelfs een complete strip is zelfs geheel gesneuveld. Al die dingen kopiëren op CD-formaat zou alleen maar hebben geleid tot onleesbaarheid, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik die boekjes als een paar van de weinige elementen van mijn verder niet betreurde vinylverzameling heb bewaard.
Een plaat die zózeer in mijn geheugen staat gegrift dat ik tijdens bijvoorbeeld het koken alle teksten van alle nummers meezing zonder dat te beseffen (en dus ook zonder na te denken) – dat krijg je met de klassieke platen uit je jeugd, vooral als die klassiekers 47 jaar later nog niets van hun glans blijken te hebben verloren.
Naast de ijzersterke muziek (minder poppy dan eerdere platen en daardoor voor sommige oren misschien ook wel langer houdbaar) valt ook de rijkdom van de arrangementen op. Met zijn efficiënte percussie-instrumenten vult Ray Cooper kleine gaatjes op en voegt daarnaast soms ook echt een laag aan de nummers toe (heel Writing, maar ook het refrein van Tell me when the whistle blows), maar bovenal moet gesteld worden dat John hier meer dan ooit heel veel aan Davey Johnstone te danken heeft. De sfeervolle akoestische gitaar + mandoline en de elektrische gitaar op het refrein van het openingsnummer, de doorzeurende leadgitaar op Bitter fingers, de overstuurde klanken op Tell me when the whistle blows, het perfecte rockgeluid op (Gotta get a) Meal ticket, het karakteristieke geluid van Writing en de "bluesy" gitaar op het ontroerende We all fall in love sometimes zijn allemaal voorbeelden van de manieren waarop Johnstone's snarenwerk (en zijn keuze van heel verschillende instrumenten en geluiden) de muziek above and beyond the call of duty kleurt.
Twee minpunten: het slotnummer vind ik echt een zeiknummer, met in de eerste helft een melodie die nergens naartoe gaat en in de tweede helft dat eindeloze ge-Lum-De-Lum zoals het boekje het noemt – ik heb nooit in welke mate dan ook begrepen wat er zo leuk is aan dat nachtkaarseinde. En verder was ik als puber misschien niet zo'n kritische luisteraar, maar zelfs toen al vond ik het drumgeluid van Nigel Olsson af en toe echt lelijk – met name op het laatste deel van Bitter fingers (vanaf het tweede refrein tot en met de fade-out) hoor je eigenlijk alleen maar zijn snaredrum, en pas op de geremasterde CD (1995) hoor ik in de verte nog wat andere onderdelen van zijn drumstel. Dat is natuurlijk evenzeer de schuld van de producer en de geluidstechnicus, maar op de een of andere manier verbaasde het me eigenlijk niets dat Elton John na dit album de complete ritmesectie van zijn begeleidingsband verving.
Over die geremasterde CD ben ik overigens heel tevreden, maar ik ben toch ook wel blij dat ik de twee boekjes die bij mijn oorspronkelijke vinylplaat zaten heb bewaard. In het tekstboekje van de CD staan weliswaar keurig de teksten en de credits, maar uit het Lyrics-boekje bij de LP is verder slechts een fractie van de illustraties van Alan Aldridge en de foto's uit Johns en Bernie Taupins jeugd meegekomen, en het tweede boekje (Scraps) dat gevuld was met talloze memorabilia, kranteartikeltjes, nog veel meer foto's en zelfs een complete strip is zelfs geheel gesneuveld. Al die dingen kopiëren op CD-formaat zou alleen maar hebben geleid tot onleesbaarheid, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik die boekjes als een paar van de weinige elementen van mijn verder niet betreurde vinylverzameling heb bewaard.
Een plaat die zózeer in mijn geheugen staat gegrift dat ik tijdens bijvoorbeeld het koken alle teksten van alle nummers meezing zonder dat te beseffen (en dus ook zonder na te denken) – dat krijg je met de klassieke platen uit je jeugd, vooral als die klassiekers 47 jaar later nog niets van hun glans blijken te hebben verloren.
Elton John - Caribou (1974)

4,5
1
geplaatst: 7 augustus 2022, 11:38 uur
Ik heb Caribou altijd beschouwd als een soort overgangsplaat, alsof John besefte dat hij tussen de twee meesterwerken Goodbye yellow brick road en Captain Fantastic even wat gas moest terugnemen, een tussendoortje om even wat stoom mee af te blazen en wat rondslingerende composities op te lozen. Hij had dat natuurlijk ook kunnen doen in de vorm van een verzameling B-kantjes en outtakes, of een plaat met geliefde covers uit je jeugd zoals Bowie, Lennon en The Band die rond die tijd ook maakten, maar in plaats daarvan schreef hij gewoon even een nieuwe plaat bij elkaar, en hoewel je mij niet gaat horen beweren dat dit album het niveau van zijn voorganger of zijn opvolger aantikt vind ik Caribou eigenlijk vooral het bewijs dat John gedurende het eerste decennium van zijn carrière zodanig geïnspireerd was dat zelfs zijn tussendoortjes nog een geweldig hoog niveau haalden.
Sterker nog, de twee singles die hier bij de favorieten ook stijf bovenaan staan vind ik eigenlijk de minste nummers van de plaat (The bitch is back klinkt geforceerd-rockend, en Don't let the sun go down on me duurt er uuuuren over om aan te komen bij een refrein dat vervolgens ook nog eens dreigt te worden overstemd door een veel te overdadig gearrangeerd en in woordloos drama zwelgend Beach Boys-achtig koor). De rest van het album daarentegen getuigt voor mij van een grenzeloos spelplezier, een enorme inventiviteit, een groot vermogen om in de meest verschillende stijlen toch perfecte popnummers te smeden, en vooral (zoals bij John gebruikelijk) een fabelachtig reservoir aan pakkende melodieën.
Pinky is een lieve en zeer tedere liefdesbetuiging, Grimsby een aandoenlijke ode aan een klein en zeer Engels kustplaatsje (lekkere fuzzgitaar van Davey Johnstone), Dixie Lily tegelijkertijd een fraaie pastiche en een prima serieus te nemen stukje Americana (met opnieuw geweldig snarenwerk van Johnstone), Solar prestige a gammon een grappige zonnige "Italiaanse" popsong die schreeuwt om een cover van Dean Martin (met dank aan de xylofoon van Ray Cooper, de veelzijdige percussionist die op dit album officieel tot Johns begeleidingsband is toegetreden), You're so static is alles dat The bitch is back had moeten zijn (en hier klinkt de gitaar nu bijna als een orgel), op het paranoïde I've seen the saucers krijgt Cooper zóveel geluidjes uit zijn verschillende percussie-instrumenten dat ik had durven zwéren dat er een synthesizer of een theremin bij zit, van Stinker druipt het vuil bijna af (met dank aan de manier waarop Bernie Taupin de woorden van zijn tekst mede om hun grofstoffelijke klank lijkt te hebben gekozen: "Seeds and weeds and muddy meals / Crawling around the earth", "Burnin' vermin stink"), en Ticking heeft niet alleen een benauwende tekst die elk jaar profetischer lijkt te worden maar ook een prachtige melodie die paradoxaal genoeg door het karige arrangement juist extra diepte krijgt. Nee, voor mij heeft Caribou echt veel te veel kwaliteiten (en hoogtepunten) om als tussendoortje of "mindere plaat" te kunnen worden afgedaan. Gewoon een volwaardige, kwalitatief hoogwaardige en bovendien extreem gevarieerde plaat in Johns discografie. (4 weken nummer 1 in de Amerikaanse albumlijsten, en dát met zo'n fabuleus lelijke hoes.)
Nog iets grappigs: in het boekje bij de CD-remaster uit 1995 vertelt John Tobler dat Elton John zó genoeg had van al die mensen die zijn nummers op zoveel manieren probeerden te ontleden dat hij Bernie Taupin tenslotte opdroeg "[to] go write any old meaningless rubbish. So he wrote Solar prestige a gammon, but little did I know, the swine, five fishes were mentioned in it, so then we had all those other religious maniacs saying 'But there are five fishes'." In een boekje met interviews uit 1974 noemt John echter een heel andere aanleiding: "The Beatles did a medley with a nonsense Italian thing [Sun King] on Abbey Road, so Bernie wrote a song with different words that just meant nothing, which obviously we're going to be a prime target for."
Sterker nog, de twee singles die hier bij de favorieten ook stijf bovenaan staan vind ik eigenlijk de minste nummers van de plaat (The bitch is back klinkt geforceerd-rockend, en Don't let the sun go down on me duurt er uuuuren over om aan te komen bij een refrein dat vervolgens ook nog eens dreigt te worden overstemd door een veel te overdadig gearrangeerd en in woordloos drama zwelgend Beach Boys-achtig koor). De rest van het album daarentegen getuigt voor mij van een grenzeloos spelplezier, een enorme inventiviteit, een groot vermogen om in de meest verschillende stijlen toch perfecte popnummers te smeden, en vooral (zoals bij John gebruikelijk) een fabelachtig reservoir aan pakkende melodieën.
Pinky is een lieve en zeer tedere liefdesbetuiging, Grimsby een aandoenlijke ode aan een klein en zeer Engels kustplaatsje (lekkere fuzzgitaar van Davey Johnstone), Dixie Lily tegelijkertijd een fraaie pastiche en een prima serieus te nemen stukje Americana (met opnieuw geweldig snarenwerk van Johnstone), Solar prestige a gammon een grappige zonnige "Italiaanse" popsong die schreeuwt om een cover van Dean Martin (met dank aan de xylofoon van Ray Cooper, de veelzijdige percussionist die op dit album officieel tot Johns begeleidingsband is toegetreden), You're so static is alles dat The bitch is back had moeten zijn (en hier klinkt de gitaar nu bijna als een orgel), op het paranoïde I've seen the saucers krijgt Cooper zóveel geluidjes uit zijn verschillende percussie-instrumenten dat ik had durven zwéren dat er een synthesizer of een theremin bij zit, van Stinker druipt het vuil bijna af (met dank aan de manier waarop Bernie Taupin de woorden van zijn tekst mede om hun grofstoffelijke klank lijkt te hebben gekozen: "Seeds and weeds and muddy meals / Crawling around the earth", "Burnin' vermin stink"), en Ticking heeft niet alleen een benauwende tekst die elk jaar profetischer lijkt te worden maar ook een prachtige melodie die paradoxaal genoeg door het karige arrangement juist extra diepte krijgt. Nee, voor mij heeft Caribou echt veel te veel kwaliteiten (en hoogtepunten) om als tussendoortje of "mindere plaat" te kunnen worden afgedaan. Gewoon een volwaardige, kwalitatief hoogwaardige en bovendien extreem gevarieerde plaat in Johns discografie. (4 weken nummer 1 in de Amerikaanse albumlijsten, en dát met zo'n fabuleus lelijke hoes.)
Nog iets grappigs: in het boekje bij de CD-remaster uit 1995 vertelt John Tobler dat Elton John zó genoeg had van al die mensen die zijn nummers op zoveel manieren probeerden te ontleden dat hij Bernie Taupin tenslotte opdroeg "[to] go write any old meaningless rubbish. So he wrote Solar prestige a gammon, but little did I know, the swine, five fishes were mentioned in it, so then we had all those other religious maniacs saying 'But there are five fishes'." In een boekje met interviews uit 1974 noemt John echter een heel andere aanleiding: "The Beatles did a medley with a nonsense Italian thing [Sun King] on Abbey Road, so Bernie wrote a song with different words that just meant nothing, which obviously we're going to be a prime target for."
Elton John - Don't Shoot Me, I'm Only the Piano Player (1973)

5,0
4
geplaatst: 19 juli 2022, 13:05 uur
Ik weet niet of ik het me goed herinner, maar volgens mij was Don't shoot me – I'm only the piano player de eerste elpee die ik zelf van mijn eigen opgespaarde zakgeld kocht, vooral omdat ik Daniel toen zo prachtig vond. Het was in ieder geval zeker niet mijn láátste Elton John-aanschaf, want tot en met Rock of the Westies heb ik alles trouw gekocht zonder ooit teleurgesteld te worden, en pas bij Blue moves ben ik afgehaakt, gedeeltelijk vanwege de overdaad van dat album en gedeeltelijk omdat mijn muzikale smaak begon te veranderen. De platen hiervóór kan ik lang niet allemaal goed hebben, maar Don't shoot me draai ik nog steeds regelmatig en met veel plezier, en waar ik vroeger als romanticus vooral ging voor ballades als Blues for my baby and me en High flying bird of het verhalende drama van Have mercy on the criminal en Texan love song, kan ik tegenwoordig ook de slimme up-tempo-nummers als Teacher I need you en Elderberry wine steeds meer waarderen.
Deze man was de belangrijkste artiest van mijn middelbare-schoolperiode, en nog steeds kan ik horen wat ik er toen zo goed aan vond: prachtige melodieën, een warme stem, superbe koortjes van de drie bandleden, perfect passende gitaarpartijen van Davey Johnstone, de gelikte produktie van Gus Dudgeon, een luxe verpakking inclusief fraai tekstboekje (mooi integraal gereproduceerd voor de CD-remaster, hoewel ik blij ben dat ik de lyrics al uit m'n hoofd ken, want die lettergrootte...), en last but not least de teksten van Bernie Taupin die vaak echt ergens over gaan en een gedetailleerd verhaal proberen te vertellen (zoals op het half geestige half schrijnende Texan love song). Don't shoot me is nog altijd de bijna ultieme gevarieerde popplaat (ik zeg bijna omdat Goodbye yellow brick road nog moest komen), "een staalkaart van 's mans kunnen" zoals dat zo mooi heet, en Daniel kan ik nog altijd niet meezingen zonder een brok in de keel.
Deze man was de belangrijkste artiest van mijn middelbare-schoolperiode, en nog steeds kan ik horen wat ik er toen zo goed aan vond: prachtige melodieën, een warme stem, superbe koortjes van de drie bandleden, perfect passende gitaarpartijen van Davey Johnstone, de gelikte produktie van Gus Dudgeon, een luxe verpakking inclusief fraai tekstboekje (mooi integraal gereproduceerd voor de CD-remaster, hoewel ik blij ben dat ik de lyrics al uit m'n hoofd ken, want die lettergrootte...), en last but not least de teksten van Bernie Taupin die vaak echt ergens over gaan en een gedetailleerd verhaal proberen te vertellen (zoals op het half geestige half schrijnende Texan love song). Don't shoot me is nog altijd de bijna ultieme gevarieerde popplaat (ik zeg bijna omdat Goodbye yellow brick road nog moest komen), "een staalkaart van 's mans kunnen" zoals dat zo mooi heet, en Daniel kan ik nog altijd niet meezingen zonder een brok in de keel.
Elton John - Elton John (1970)

4,5
2
geplaatst: 19 augustus 2017, 20:56 uur
Elton John was de grote muzikale held van mijn jeugd. Nou ja, held, er was natuurlijk niet veel heroïsch aan een kleine, kalende, niet gitaar maar piano spelende, dikkige, bijziende showman op plateauzolen, in goud-lamé-jasjes en met uitzinnige brillen met ruitenwissers op de neus, en zijn naam kwam je ook niet vaak op "pukkels" tegen, maar zijn prachtige melodieën, de verhalende teksten, de gedragen zang en de perfecte koortjes (wel zo makkelijk dat de drie leden van zijn begeleidingsband samen toevallig ook nog eens hemelse keeltjes bleken te hebben) zorgden er toch voor dat ik geheel en al in zijn muziek kon opgaan. Met Daniel zag ik het licht, vanaf de dubbelelpee Goodbye yellow brick road was ik verkocht, en pas bij Blue moves begon mijn liefde te bekoelen (vooral omdat ik toen aan mijn studententijd begon en ook nog eens andere genres leuk begon te vinden).
Wel moet worden gezegd dat het vooral de "zoetgevooisde" zanger was die ik graag hoorde: op de eerdere platen die ik na Don't shoot me – I'm only the piano player leerde kennen (Honky château, Madman across the water, Tumbleweed connection, Friends) vond ik hem nogal "knauwend" zingen, en bovendien waren de nummers vaak voorzien van orkestrale arrangementen die zeer dominant konden zijn, toen nog geschreven door Paul Buckmaster die het orkest altijd als een extra instrument opvoerde, terwijl de latere arrangementen van Del Newman voornamelijk de sfeer en de intensiteit versterkten en daardoor niet zo overheersend waren.
Zodoende ben ik indertijd nooit tot deze plaat geraakt (afgezien van Border song via Johns eerste Greatest hits-plaat –overigens al een mooi voorbeeld van de knauwende zang die mij tegenstaat– en natuurlijk het onvolprezen Your song), en dat is jammer, want op twee stomvervelende rockers na (de onbegrijpelijke concertfavoriet Take me to the pilot en het wellicht door de Stones ten tijde van Gram Parsons geïnspireerde No shoe strings on Louise – John zingt hier het laatste woord van de titel zelfs zoals Jagger dat had kunnen doen) is Elton John eigenlijk een geweldige plaat. De ballades (maar liefst zes van de tien, altijd goed) zijn op z'n zachtst gezegd zwáár, vaak ook door de bijdragen van Buckmaster wiens omineuze violen mijn speakers soms doen sidderen, maar ik kan zijn arrangementen nu beter plaatsen en waarderen, en bovendien zijn Johns composities en zang en Bernie Taupins meestal zeer beeldende teksten al vroeg in hun carrière van hoog niveau. Van de up-tempo-nummers valt vooral The cage op, met z'n pakkende "A-ha-whoo-hoo"-refrein, z'n wah-wah-gitaar en z'n heerlijk gedateerde synthesizer-solo.
Op de oorspronkelijke geremasterde en superbe klinkende versie die ik bezit (met dertien nummers) voegen de drie bonustracks niet veel toe, hoewel het wel aardig is om deze vroege uitvoering van Grey seal te vergelijken met de explosieve en van veel meer zelfvertrouwen getuigende latere versie op Goodbye yellow brick road. En het stompzinnige Rock n roll madonna klinkt net zo live als Teenage rampage van The Sweet – wie dat nummer kent weet ik wat ik bedoel.
Conclusie: eigenlijk een vrij overdonderende ontdekking na al die jaren. Nog altijd is de kleurrijke en gevarieerde pop van Johns qua verkoop meest succesvolle jaren (1972-1977) mij dierbaarder, maar de grillige en bijna barokke kamermuziek die hij op deze plaat brengt en de romantische onbevangenheid die Taupin en hij daarbij tentoonspreiden maken wel duidelijk waarom hij in Amerika al zo vroeg in zijn carrière als een next big thing werd gezien – en terecht, naar later ook in commercieel opzicht bleek. Naast het heilige Your song zijn het ontroerende First episode at Hienton, het van een briljant strijkersintro voorziene Sixty years on (hoewel Buckmaster het arrangement zelf teveel op een "thirties horror movie score" vond lijken) en het onheilspellende slotnummer hier wat mij betreft de hoogtepunten.
Wel moet worden gezegd dat het vooral de "zoetgevooisde" zanger was die ik graag hoorde: op de eerdere platen die ik na Don't shoot me – I'm only the piano player leerde kennen (Honky château, Madman across the water, Tumbleweed connection, Friends) vond ik hem nogal "knauwend" zingen, en bovendien waren de nummers vaak voorzien van orkestrale arrangementen die zeer dominant konden zijn, toen nog geschreven door Paul Buckmaster die het orkest altijd als een extra instrument opvoerde, terwijl de latere arrangementen van Del Newman voornamelijk de sfeer en de intensiteit versterkten en daardoor niet zo overheersend waren.
Zodoende ben ik indertijd nooit tot deze plaat geraakt (afgezien van Border song via Johns eerste Greatest hits-plaat –overigens al een mooi voorbeeld van de knauwende zang die mij tegenstaat– en natuurlijk het onvolprezen Your song), en dat is jammer, want op twee stomvervelende rockers na (de onbegrijpelijke concertfavoriet Take me to the pilot en het wellicht door de Stones ten tijde van Gram Parsons geïnspireerde No shoe strings on Louise – John zingt hier het laatste woord van de titel zelfs zoals Jagger dat had kunnen doen) is Elton John eigenlijk een geweldige plaat. De ballades (maar liefst zes van de tien, altijd goed) zijn op z'n zachtst gezegd zwáár, vaak ook door de bijdragen van Buckmaster wiens omineuze violen mijn speakers soms doen sidderen, maar ik kan zijn arrangementen nu beter plaatsen en waarderen, en bovendien zijn Johns composities en zang en Bernie Taupins meestal zeer beeldende teksten al vroeg in hun carrière van hoog niveau. Van de up-tempo-nummers valt vooral The cage op, met z'n pakkende "A-ha-whoo-hoo"-refrein, z'n wah-wah-gitaar en z'n heerlijk gedateerde synthesizer-solo.
Op de oorspronkelijke geremasterde en superbe klinkende versie die ik bezit (met dertien nummers) voegen de drie bonustracks niet veel toe, hoewel het wel aardig is om deze vroege uitvoering van Grey seal te vergelijken met de explosieve en van veel meer zelfvertrouwen getuigende latere versie op Goodbye yellow brick road. En het stompzinnige Rock n roll madonna klinkt net zo live als Teenage rampage van The Sweet – wie dat nummer kent weet ik wat ik bedoel.
Conclusie: eigenlijk een vrij overdonderende ontdekking na al die jaren. Nog altijd is de kleurrijke en gevarieerde pop van Johns qua verkoop meest succesvolle jaren (1972-1977) mij dierbaarder, maar de grillige en bijna barokke kamermuziek die hij op deze plaat brengt en de romantische onbevangenheid die Taupin en hij daarbij tentoonspreiden maken wel duidelijk waarom hij in Amerika al zo vroeg in zijn carrière als een next big thing werd gezien – en terecht, naar later ook in commercieel opzicht bleek. Naast het heilige Your song zijn het ontroerende First episode at Hienton, het van een briljant strijkersintro voorziene Sixty years on (hoewel Buckmaster het arrangement zelf teveel op een "thirties horror movie score" vond lijken) en het onheilspellende slotnummer hier wat mij betreft de hoogtepunten.
Elton John - Empty Sky (1969)

3,5
1
geplaatst: 22 november 2022, 21:48 uur
Voor mijn gevoel is dit een plaat die heel erg het einde van de muzikale jaren 60 reflecteert, met veel barokke en psychedelische elementen, klavecimbel en fluit regelmatig op de voorgrond, teksten waarvan je lang niet altijd chocola kan maken, en Elton die het ene moment nogal geaffecteerd zingt in de beste troubadour-traditie en het andere moment uithaalt als Tim Buckley (ik moest regelmatig aan diens I never asked to be your mountain denken). Een innemende en zeer ambitieuze plaat waarop lang niet alles is geslaagd (en ik had het ook best zonder de jazzy interlude en de terugkerende fragmenten in het laatste nummer kunnen stellen), maar het incidentele compositorische vernuft en de instrumentale expertise zijn toch al hoorbaar. De plaat deed in commercieel opzicht niets, en ik kan me voorstellen dat dat kwam omdat veel mensen het zagen als het staartje van de Peter Sarstedt-achtige theatrale pop waarvan de populariteit al op z'n einde liep; opvolger Elton John klinkt ook nu nog een stuk minder gedateerd en luidde natuurlijk het begin in van een onwaarschijnlijk succesvolle carrière die tot op de dag van vandaag voortduurt (volgens Wikipedia staat hij op de vierde plaats van de lijst van meest succesvolle popartiesten aller tijden, achter Elvis, de Beatles en Michael Jackson). Hoe dan ook, in mijn optiek een niet perfect maar wel sympathiek en energiek debuut dat het goed verdraagt om regelmatig te worden beluisterd.
Skyline pigeon is ook voor mij het hoogtepunt van de plaat, hoewel ik de latere pianoversie prefereer: daarop blaakt Elton inmiddels van het zelfvertrouwen en geeft hij de compositie de gloed en de glans die het verdient. Bovendien kende ik die versie veel eerder, en ik kan maar niet wennen aan de afwijkende melodische buiging van "Fly a-way, skyline pigeon fly" aan het begin van het refrein van de oorspronkelijke versie. En de truc om op het einde van de plaat nog even alle nummers de revue te laten passeren kende ik al van het album Rogues and thieves van Raymond Froggatt, maar dat kwam pas in 1974 uit, dus was Elton er natuurlijk eerder mee. Maar was hij wel de éérste? Het staat me bij dat ik het ook wel van iemand ánders ken, maar ik heb geen flauw idee meer bij wie. (Pink Floyd? De Beatles?)
Skyline pigeon is ook voor mij het hoogtepunt van de plaat, hoewel ik de latere pianoversie prefereer: daarop blaakt Elton inmiddels van het zelfvertrouwen en geeft hij de compositie de gloed en de glans die het verdient. Bovendien kende ik die versie veel eerder, en ik kan maar niet wennen aan de afwijkende melodische buiging van "Fly a-way, skyline pigeon fly" aan het begin van het refrein van de oorspronkelijke versie. En de truc om op het einde van de plaat nog even alle nummers de revue te laten passeren kende ik al van het album Rogues and thieves van Raymond Froggatt, maar dat kwam pas in 1974 uit, dus was Elton er natuurlijk eerder mee. Maar was hij wel de éérste? Het staat me bij dat ik het ook wel van iemand ánders ken, maar ik heb geen flauw idee meer bij wie. (Pink Floyd? De Beatles?)
Elton John - Friends (1971)

3,0
1
geplaatst: 12 september 2013, 16:58 uur
Honeyroll is één van de twee nummers (naast Can I put you on) die John nog had liggen en aan de producers gaf om op de soundtrack te gebruiken ("I really regret that because, fuck, I would have wanted to put them on our own album."). Ondanks de haast waarmee de plaat gemaakt werd en de druk waaronder hij moest componeren ("You have to write forty seconds of music and if you don't write forty seconds it's a disaster. I'd never ever do it again.") was hij toch wel tevreden met de plaat, op één aspect na. Hij vond (terecht) dat hij altijd wel fraaie hoesontwerpen had, maar de mensen van de filmmaatschappij zeiden dat ze wel met wat beters op de proppen zouden kunnen komen dan bijvoorbeeld de "rubbish"-hoes van Tumbleweed connection. "There you go. Their 'better thing' was that fucking pink massacre."
Elton John - Goodbye Yellow Brick Road (1973)

5,0
1
geplaatst: 31 juli 2022, 21:01 uur
Elton John was de grote "held" van mijn jeugd, en dit album vond en vind ik het hoogtepunt van de ijzersterke reeks die hij tot en met Blue moves neerzette. Een geweldige en zeer gevarieerde verzameling songs waarbij zelfs de mindere nummers (Bennie and the Jets, Dirty litlle girl) moeiteloos in de flow meegaan, perfect geproduceerd en gezongen en met een band die inmiddels uitstekend op elkaar is ingespeeld. Het heeft me altijd verbaasd dat drie muzikanten die zijn geselecteerd vanwege hun vaardigheid op een instrument toevallig ook nog eens zo geweldig kunnen samenzingen; hoe het werkt weet ik niet, maar de koortjes op Candle in the wind, Harmony en vooral het titelnummer zijn echt subliem.
Verder nog: dat heavy gitaarwerk van Davey Johnstone op Love lies bleeding, de teksten van Bernie Taupin die vaak een sterk en gedetailleerd verhaal vertellen (Candle in the wind, The ballad of Danny Bailey, Roy Rogers), de prachtige illustraties op de hoes / in het boekje, Del Newmans orkestrale arrangementen die wat mij betreft beter dan die van Paul Buckmaster bij de uitbundige muziek passen (niet alleen bij de romantische ballades, maar bijvoorbeeld ook op het weelderige outro van The ballad of Danny Bailey), de vrij schokkende tekst van de onbewogen verteller van All the girls love Alice – ik kan hier nog uren over doorschrijven, maar het zal wel duidelijk hoezeer ik dit album nog altijd koester. (De Classic albums-aflevering over Goodbye yellow brick road die door meerdere gebruikers hier genoemd wordt heb ik indertijd opgenomen en altijd bewaard, eerst op VHS, daarna op een zelf gebrande DVD. Erg leuke docu, ook al bevat de TV-versie slechts 50 van de eigenlijke 75 minuten.)
Overigens, eigenlijk merkwaardig: hoewel er hier bij MusicMeter altijd veel waarde wordt gehecht aan de authentieke tracklisting van de oorspronkelijke release, staan bij dit album Funeral for a friend en Love lies bleeding als één track genoteerd. Dat is wel conform de CD-releases (en Spotify), maar volgens de uitklaphoes van de oorspronkelijke vinyl-dubbelelpee waren dat toch echt twee aparte titels. Als dat nu nog aangepast gaat worden zal dat echter wellicht problemen met de aangevinkte favorieten opleveren, dus ik ga er geen correctie voor indienen (en bovendien kan ik zo mooi twee favorieten met één vinkje aankruisen).
Verder nog: dat heavy gitaarwerk van Davey Johnstone op Love lies bleeding, de teksten van Bernie Taupin die vaak een sterk en gedetailleerd verhaal vertellen (Candle in the wind, The ballad of Danny Bailey, Roy Rogers), de prachtige illustraties op de hoes / in het boekje, Del Newmans orkestrale arrangementen die wat mij betreft beter dan die van Paul Buckmaster bij de uitbundige muziek passen (niet alleen bij de romantische ballades, maar bijvoorbeeld ook op het weelderige outro van The ballad of Danny Bailey), de vrij schokkende tekst van de onbewogen verteller van All the girls love Alice – ik kan hier nog uren over doorschrijven, maar het zal wel duidelijk hoezeer ik dit album nog altijd koester. (De Classic albums-aflevering over Goodbye yellow brick road die door meerdere gebruikers hier genoemd wordt heb ik indertijd opgenomen en altijd bewaard, eerst op VHS, daarna op een zelf gebrande DVD. Erg leuke docu, ook al bevat de TV-versie slechts 50 van de eigenlijke 75 minuten.)
Overigens, eigenlijk merkwaardig: hoewel er hier bij MusicMeter altijd veel waarde wordt gehecht aan de authentieke tracklisting van de oorspronkelijke release, staan bij dit album Funeral for a friend en Love lies bleeding als één track genoteerd. Dat is wel conform de CD-releases (en Spotify), maar volgens de uitklaphoes van de oorspronkelijke vinyl-dubbelelpee waren dat toch echt twee aparte titels. Als dat nu nog aangepast gaat worden zal dat echter wellicht problemen met de aangevinkte favorieten opleveren, dus ik ga er geen correctie voor indienen (en bovendien kan ik zo mooi twee favorieten met één vinkje aankruisen).
Elton John - Greatest Hits (1974)

4,5
0
geplaatst: 28 maart 2013, 10:08 uur
De grootste hits van zijn eerste acht studioplaten (1969-1974), met uiteraard de nadruk op zijn meest succesvolle periode, de vier albums van tussen 1972 en 1974 (met negen van de elf nummers hier vertegenwoordigd). Sindsdien ingehaald door talloze uitgebreidere compilaties, maar daarop staan uiteraard ook nummers uit zijn latere periode die veel mensen minder zullen aanspreken, dus dit blijft toch een mooi overzicht(je) van zijn hits. Dit album stond tussen november 1975 en februari 1976 tien weken lang op de eerste plaats van de albumlijsten in Amerika, waar onze man indertijd sowieso geen kwaad kon doen (tussen 1972 en 1975 naast deze compilatie nog eens zes studioplaten op rij #1).
Elton John - Honky Château (1972)

3,0
1
geplaatst: 27 augustus 2022, 11:46 uur
Elton Johns eerste grote albumsucces (#2 in Engeland, 5 weken #1 in USA), met dank aan de twee hitsingles. Opvolger Don't shoot me was de eerste plaat die ik van hem leerde kennen, en toen ik vanaf dat album terug ging werken ben ik van Honky château eigenlijk nooit onder de indruk gekomen. De opener zet wat mij betreft de toon met een flauwe melodie en een ronduit vervelende toetsenpartij, en het nummer krijgt voor mij alleen maar wat punch door het slimme blazersarrangement (maar gaat dan vervolgens weer veel te lang door, een euvel waar wel meer nummers op dit album aan lijden).
De Amerikaanse insteek ligt er na Tumbleweed connection nog steeds dik bovenop: het honky-tonk-pianogeluid van I think I'm going to kill myself, de Up on Cripple Creek-imitatie van Susie, de gospel van Salvation, de slavernij van Slave, de setting van Spanish Harlem van Mona Lisas, en de soms knauwende zang waar ik niet zo'n liefhebber van ben – ik hoor liever Johns warme stem die vanaf Daniel de overhand kreeg. Bernie Taupins teksten op Johns latere platen zouden natuurlijk blijven getuigen van zijn (hun) fascinatie voor de Amerikaanse (pop)cultuur, maar de muziek zou afwisselender, rijker en kleuriger worden, en die Elton John hoor ik toch het liefst, niet die van vormeloze stampers als Susie en Amy. Gelukkig krikken Slave, Mona Lisas en Hercules op het einde van de plaat het niveau toch wel even op.
Eerlijk is eerlijk, soms vraag ik me ook af of ik niet al te zeer beïnvloed ben door de lelijke monochrome kleurstelling van de hoes, alsof dat laffe beige mijn beleving van de muziek zelf te eendimensionaal heeft gekleurd, terwijl mijn latere favoriete platen van Elton John juist heel kleurrijke hoezen en boekjes hebben. Het most natuurlijk niet maggen, maar feit blijft dat voor mij de grote periode van Elton John pas hierná begon, hoe vaak ik Honky château ook blijf proberen.
De Amerikaanse insteek ligt er na Tumbleweed connection nog steeds dik bovenop: het honky-tonk-pianogeluid van I think I'm going to kill myself, de Up on Cripple Creek-imitatie van Susie, de gospel van Salvation, de slavernij van Slave, de setting van Spanish Harlem van Mona Lisas, en de soms knauwende zang waar ik niet zo'n liefhebber van ben – ik hoor liever Johns warme stem die vanaf Daniel de overhand kreeg. Bernie Taupins teksten op Johns latere platen zouden natuurlijk blijven getuigen van zijn (hun) fascinatie voor de Amerikaanse (pop)cultuur, maar de muziek zou afwisselender, rijker en kleuriger worden, en die Elton John hoor ik toch het liefst, niet die van vormeloze stampers als Susie en Amy. Gelukkig krikken Slave, Mona Lisas en Hercules op het einde van de plaat het niveau toch wel even op.
Eerlijk is eerlijk, soms vraag ik me ook af of ik niet al te zeer beïnvloed ben door de lelijke monochrome kleurstelling van de hoes, alsof dat laffe beige mijn beleving van de muziek zelf te eendimensionaal heeft gekleurd, terwijl mijn latere favoriete platen van Elton John juist heel kleurrijke hoezen en boekjes hebben. Het most natuurlijk niet maggen, maar feit blijft dat voor mij de grote periode van Elton John pas hierná begon, hoe vaak ik Honky château ook blijf proberen.
Elton John - Madman Across the Water (1971)

2,5
0
geplaatst: 27 juni 2024, 17:24 uur
Ik ken deze plaat al sinds ik op de middelbare school praktisch al Johns platen tot en met Blue moves begon te kopen. Indertijd beschouwde ik dit als gewoon één van zijn vroege albums voordat hij echt mega werd met Honky château, maar kennelijk heeft deze plaat sindsdien een soort klassieke status bereikt die twee jaar geleden een luxe 2CD-release met demo’s, outtakes en extended-versions rechtvaardigde. Of lift deze uitgave mee op de hernieuwde belangstelling voor Tiny dancer?
Een halve eeuw later heb ik deze release toch ook maar aangeschaft om Elton Johns eerste elftal studioplaten compleet te houden, en ik moet zeggen dat dit een prachtige uitgave is met kristalhelder geluid (zoals ook op Johns remasters uit 1995 het geval was, met dank aan producer Gus Dudgeon en zijn technici) en een luxe boekje waarin helaas de teksten zijn weggelaten, een onvergeeflijke omissie naar mijn mening (en die sfeervolle afbeelding van die roeier uit de titel van de plaat had ik ook graag groter afgedrukt gezien, maar enfin).
Toch is dit nog steeds niet een plaat die ik met liefde opzet: diverse nummers duren te lang, de orkestrale arrangementen van Paul Buckmaster op bijvoorbeeld Levon, Indian sunset, Holiday Inn en het titelnummer zijn loodzwaar (ik was altijd blij dat Del Newman op de latere platen een lichtere touch met strijkers had), John zingt af en toe ergerlijk knauwend, het koor op Rotten peaches en All the nasties vind ik uit de toon vallen, en (het belangrijkste wat mij betreft) voor mijn oor zijn de melodieën gewoon te monochroom, zeker in vergelijking met de kleurigheid en de diversiteit van latere meesterwerken als Goodbye yellow brick road en Captain Fantastic.
Natuurlijk staan er ook een paar hoogtepunten op: Tiny dancer, het benauwende titelnummer, Indian sunset en het korte maar ontroerende slotnummer zitten op of vlak onder het niveau van Johns beste werk, en “peace to this young warrior comes... with a bullet hole” blijft een prachtige regel om de sterke tekst van Indian sunset mee af te ronden. Vooruit, laat ik zeggen dat ik kan begrijpen wat mensen in dit album horen, maar ik zie er zelf geen meesterwerk in.
Een halve eeuw later heb ik deze release toch ook maar aangeschaft om Elton Johns eerste elftal studioplaten compleet te houden, en ik moet zeggen dat dit een prachtige uitgave is met kristalhelder geluid (zoals ook op Johns remasters uit 1995 het geval was, met dank aan producer Gus Dudgeon en zijn technici) en een luxe boekje waarin helaas de teksten zijn weggelaten, een onvergeeflijke omissie naar mijn mening (en die sfeervolle afbeelding van die roeier uit de titel van de plaat had ik ook graag groter afgedrukt gezien, maar enfin).
Toch is dit nog steeds niet een plaat die ik met liefde opzet: diverse nummers duren te lang, de orkestrale arrangementen van Paul Buckmaster op bijvoorbeeld Levon, Indian sunset, Holiday Inn en het titelnummer zijn loodzwaar (ik was altijd blij dat Del Newman op de latere platen een lichtere touch met strijkers had), John zingt af en toe ergerlijk knauwend, het koor op Rotten peaches en All the nasties vind ik uit de toon vallen, en (het belangrijkste wat mij betreft) voor mijn oor zijn de melodieën gewoon te monochroom, zeker in vergelijking met de kleurigheid en de diversiteit van latere meesterwerken als Goodbye yellow brick road en Captain Fantastic.
Natuurlijk staan er ook een paar hoogtepunten op: Tiny dancer, het benauwende titelnummer, Indian sunset en het korte maar ontroerende slotnummer zitten op of vlak onder het niveau van Johns beste werk, en “peace to this young warrior comes... with a bullet hole” blijft een prachtige regel om de sterke tekst van Indian sunset mee af te ronden. Vooruit, laat ik zeggen dat ik kan begrijpen wat mensen in dit album horen, maar ik zie er zelf geen meesterwerk in.
