MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

R.E.M. - Accelerate (2008)

poster
4,5
Misschien vreemd om te horen voor bijvoorbeeld de mensen die Automatic for the people op nummer 59 van de MuMe-top-250 hebben gestemd, maar Accelerate is de enige Warners-plaat die voor mij in de schaduw van hun vijf-en-een-halve IRS-albums kan staan. Dynamisch, energiek, springerig, grillig, sfeervol.

R.E.M. - Automatic for the People (1992)

poster
3,5
Met afstand het hoogst gewaardeerde album van R.E.M. op MusicMeter (momenteel met een gemiddelde van 4,10) en zelfs een plaats in de MusicMeter-top-250 (momenteel #67), en toch kan ik hier niet enthousiast over zijn. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom, want hoewel de eerste helft een paar heel matige nummers herbergt is de tweede helft toch bijna feilloos, en het is ook duidelijk dat hier met veel liefde en zorg aan gewerkt is. Misschien wel met té veel liefde en zorg, misschien doen die strijkers en blazers een beetje te "episch" aan en mis ik het rafelige van Reckoning en Lifes rich pageant en het mysterieuze van Chronic town en Fables of the reconstruction. Ik probeer maar wat hè, een sluitende verklaring heb ik niet. Ik onderken de evidente kwaliteit van deze plaat, maar de klik ermee is afwezig.
        (En voordat iemand denkt dat ik met de matige nummers van de eerste helft alleen die flauwe instrumental bedoel: Drive is gewoon vervelend en komt met dat stop/start-ritme nooit op gang, en als ze van Everybody hurts een parodie hadden willen maken hadden ze helemaal niets aan het arrangement hoeven veranderen. Dat simpele gitaarpatroontje, die ritmebox, "Hold on... hold on..." Enfin, op het Haat-Plaat-Top-5-forum heb ik daarover al genoeg geschreven.)

R.E.M. - Chronic Town (1982)

poster
5,0
De stevig doorwerkende drums en de strakke slaggitaar deden mij vroeger nog wel eens aan het debuut van de Cure denken (bijvoorbeeld bij het begin van Carnival of sorts), maar al na de tweede of derde draaibeurt ging deze plaat een geheel eigen (en uniek) leven leiden, met de onbestemde teksten die soms ook wel dreigend zijn (de optocht van goederenwagons) en de mompelzang van Michael Stipe, de heerlijke jangle-gitaar van Peter Buck en de mysterieuze sfeer die uit de produktie (en de intrigerende hoes) spreekt. Weinig solo's (maar dat valt nauwelijks op met al die jangles), veel herhalingen in de nummers maar zodanig dat dat eerder hypnotiserend werkt dan dat het saai wordt, en het heerlijke gitaargeluid en de manier waarop dat de nummers structureert houdt mijn aandacht sowieso de volle 20 minuten vast. Ik ken dit mini-album nu bijna 40 jaar, en het gaat nog steeds niet vervelen. Bij Gardening at night kan ik de tegen het duister van de nacht afstekende contouren van de in zijn donkere tuin rondscharrelende man bijna zien.

R.E.M. - Collapse Into Now (2011)

poster
2,5
Een van de weinige platen die ik bij de eerste keer draaien beter vond dan een aantal luisterbeurten later. Ik denk dat ik me in het begin teveel heb laten leiden door een paar echt betekenisvolle en aangrijpende songs (Überlin, Every day is yours to win) zonder te horen dat teveel andere nummers veel beloven maar weinig afleveren (de matige refreinen van Walk it back en Marlon Brando) of gewoon weinig voorstellen (All the best, Mine smell like honey). En dan komen er ook een aantal irritaties bovenzetten (in It happened today dat uitgerekte "today-y-y-y" in het refrein en dat ein-de-lo-ze koor op het einde, die trillende stem à la Feargal Sharkey bij het refrein van Oh my heart, de schaamteloze rip-off van Country feedback en E-bow the letter in het slotnummer, de bijdrage van Peaches aan Alligator die me steeds op onaangename wijze aan dat geschreeuw van Kate Pierson op Shiny happy people doet denken), waardoor ik uiteindelijk uitkom op een album dat weliswaar heel gevarieerd is maar ook heel wisselvallig en uiteindelijk uit te weinig hoogtepunten en veel te veel middelmaat bestaat. Ik weet dat ik hierin tot de minderheid behoor, maar na het energieke en over de hele linie ijzersterke Accelerate vind ik Collapse into now echt een heel matig album.
        De top-16 van luigifort hierboven laat er geen twijfel over bestaan welke periode van R.E.M hij het beste vindt (met de eerste 6 plaatsen gereserveerd voor Warners-platen), maar als tegengeluid moet ik toch zeggen dat Accelerate voor mij de enige Warners-plaat is die in de schaduw van hun vijf-en-een-halve IRS-albums kan staan, en dat je de doorsnee-kwaliteit van Collapse into now hoger zou kunnen inschatten dat de zeggingskracht van Lifes rich pageant is voor mij onbegrijpelijk.

R.E.M. - Dead Letter Office (1987)

poster
2,0
Ja, als fan van R.E.M. moet je toch wel je vingers aflikken bij een compilatie als deze: al die rarities op één plek verzameld, heerlijk, (bijna) alles bij elkaar! Maar de plaat zelf... de toelichting van Peter Buck is informatief en af en toe hilarisch, en de CD-versie is natuurlijk goud waard met het briljante Chronic town erbij, maar in de vijftien nummers van de oorspronkelijke plaat zelf kan ik toch maar weinig horen dat echt de moeite waard is. Het geweldige openingsnummer is meteen ook het hoogtepunt van de plaat, Windout is lekker stevig en puntig, en de twee instrumentals zijn swingend en sfeervol, maar de rest is vrij pover, zelfs als (in de woorden van Buck) "a record [not] to be taken too seriously".
        Overigens zegt (schrijft) Buck dat de alternatieve tekst van Voice of Harold door Michael Stipe in één keer is geïmproviseerd, maar volgens allmusic.com zingt Stipe daar de hoestekst van een gospelplaat.

R.E.M. - Document (1987)

Alternatieve titel: No. 5

poster
4,5
Voor mij de moeilijkste IRS-plaat van REM om "in" te komen. Herkenbaar REM, maar met gitaarwerk dat nu niet alleen subtiel en melodieus is maar soms ook grof en hard, zang die duidelijker verstaanbaar is, een geluidsbeeld dat rijker is geworden (sax, feedback, gevarieerder slagwerk), en teksten die zoals gebruikelijk niet altijd ondubbelzinnig zijn maar waaruit een sterker politiek en soms zelfs militant besef opklinkt. Het wordt dan wel gezien als REMs commerciële doorbraak, maar als ik naar bijvoorbeeld de laatste drie nummers luister zou ik zelf toch niet durven beweren dat dit een toegankelijker plaat is. Harder en directer wèl, maar net zo grillig en onvoorspelbaar als de eerdere platen – en toch ook weer met dezelfde vertrouwde kwaliteit. Glansrol voor Peter Buck.

R.E.M. - Fables of the Reconstruction (1985)

Alternatieve titel: Reconstruction of the Fables

poster
4,5
Ik onderschrijf voor dit album de betiteling van herfstplaat die ik bij sommige gebruikers lees, maar daarbij voel ik dan niet alleen de regen, de vallende bladeren en de melancholie, maar ook de stormen die om de luiken gieren, zoals bij de donkere intro's van Feeling gravity's pull, Old man Kensey en Kohoutek. Dat de bandleden zelf bij deze plaat vanwege de sombere ontstaansgeschiedenis geen lekker gevoel hebben is goed mogelijk, maar zelf reken ik Fables (ook weer zoals velen hier) tot hun beste: de nummers zitten uitstekend in elkaar, de arrangementen zijn subtiel maar effectief "breder" (strijkers, blazers, piano, banjo), de emoties zijn schrijnender (als ik tenminste kan ontcijferen wát Stipe zingt en vervolgens ook nog kan begríjpen wáár hij over zingt), en het geluid is tegelijkertijd intiem en wijds. Omdat na de fantastische eerste helft kant 2 een paar mindere nummers bevat wil ik hier niet de maximale score voor geven, maar de (soms onbenoembare) gevoelens die sommige nummers losmaken maken hiervan toch een heel bijzonder album, van de onrustbarende openingsriff tot en met het ontroerende slotnummer.

R.E.M. - Green (1988)

poster
3,0
Een moeilijke plaat om te beoordelen. Wanneer je als band die bekendstaat om puntige rocksongs met elektrische jangle-gitaren je eerste plaat bij een "major" maakt, getuigt het van moed om op die plaat vier nummers met akoestische gitaren en mandolines te zetten, maar ja, Warners wist natuurlijk ook wel dat ze met R.E.M. niet een band die de oren naar de top-40 liet hangen in huis hadden gehaald. En wie zou er ook wat te klagen hebben met zo'n prachtig nummer als World leader pretend ? Bovendien werd Stand een hit (USA #6) en het album zelf een redelijk succes (USA #12).
        Persoonlijk kan ik er niet onverdeeld enthousiast over zijn, want rockers als Pop song 89, Stand en Turn you inside out klinken alsof ze in een paar minuutjes in elkaar zijn geflanst, en aan de akoestische kant zijn de melodieën van The wrong child en Hairshirt voor mij niet pakkend genoeg om de kale arrangementen gedurende de hele speelduur boeiend te houden. Daar staat tegenover dat Get up en Orange crush weer wèl lekker binnenkomen, dat I remember California onwaarschijnlijk dreigend is en dat ik van de ghost-track om de een of andere manier juist altijd enorm opgewekt word. Een curieuze mix van hard en zacht, sterk en matig dus, zodat Green voor mij eigenlijk een beetje tussen wal en schip valt, waarbij ik de hoogtepunten toch wel vaak draai. (Zeer onaantrekkelijke hoes trouwens, zowel qua afbeelding als qua kleur als qua belettering.)

R.E.M. - Lifes Rich Pageant (1986)

poster
4,5
Life's rich pageant de beste van R.E.M., zoals veel gebruikers hier vinden? Als ik antwoord geef op de vraag naar de beste van Bowie's studioplaten van tussen 1971 en 1977 is dat in de praktijk de plaat die ik het meest recent heb gedraaid, want al die platen zijn zó goed dat ik bij èlke plaat denk: "O ja, nee, dít is toch wel de beste." En hetzelfde heb ik eigenlijk bij de eerste zes R.E.M.-platen (inclusief Chronic town), dus of ik dit de beste vind kan ik gewoon niet zeggen. Wel vind ik het de meest consistente, met drie geweldige openers gevolgd door een trio dat daar nauwelijks voor onderdoet, en een tweede helft die iets minder is maar toch ook zulke hoogtepunten als I believe en Swan swan H bevat. Jammer van die flauwe afsluiter, hoewel AllMusic durft te zeggen dat "even with excellent songs like I believe, Flowers of Guatemala, These days and What if we give it away, it's ironic that the most memorable moment comes from the garage rock obscurity Superman". Echt commentaar dat nergens op slaat wanneer de rest van de plaat zoveel moois en zoveel serieuze momenten herbergt. Hoe dan ook, fantastische plaat, met teksten die een politiekere Stipe dan ooit laten horen en nóg urgentere muziek.

R.E.M. - Monster (1994)

poster
4,0
Nou, wie indertijd hoopte op IRS-jangle of Losing my religion-gevoeligheid of Nightswimming-soberheid zal hier toch bedrogen zijn uitgekomen, want het grove slaggitaargeluid en de vele noise-achtige vervormingen maken hier bepaald geen easy-listening-plaat van. Toch is dit voor mijn idee net zo'n bevredigende plaat als de voorgangers, want achter het ruige uiterlijk van de zware drums, de vaak naar achteren gemixte vocalen en de overstuurde gitaren zit volgens mij toch wel een redelijk uitgekiend geluidsbeeld waardoor de nummers maximaal tot hun recht komen. Bang and blame swingt bijvoorbeeld de pan uit met die echoënde gitaarakkoorden, Let me in lijkt alleen maar uit zang en één gitaar te bestaan maar bevat toch ook een orgeltje en zelfs een heel zachte tamboerijn, en aan de manier waarop in het prachtige slotnummer de spanning wordt opgebouwd is volgens mij ook wel te horen dat ze niet over één nacht ijs zijn gegaan. Het produktieproces zal ongetwijfeld gefragmenteerd zijn geweest en ook nog eens overschaduwd door de dood van eerst River Phoenix en daarna Kurt Cobain, maar het resultaat is qua sound weliswaar ruwer en ruiger, maar in kwalitatief opzicht net zo sterk als eerdere platen.

R.E.M. - Murmur (1983)

poster
4,5
Uitstekend debuut, maar op mij maakt het nu iets minder indruk dan indertijd. Het gitaarwerk is iets minder opzichtig-jangly dan op Chronic town, en daardoor komt de nadruk meer op de composities en de melodieën te liggen, waardoor het opvalt dat de coupletten soms nogal "mechanisch" in elkaar zitten, met veel herhalingen in zowel tekst als melodie. Gelukkig stoort dat meestal niet doordat de melodieën sowieso sterk zijn, en omdat Stipe in zijn teksten af en toe met pakkende oorwurmen strooit ("Not everyone can carry the weight of the world", "Ooooo, we were little boys") verslapt mijn aandacht nergens. Hoogtepunten zijn voor mij Perfect circle met die onverdraaglijk melancholische melodie in het refrein, Shaking through met z'n juist zo opbeurende intro, en het jachtige en gedreven slotnummer. Een debuut om u tegen te zeggen, zonder dat je op basis hiervan had kunnen bevroeden hoe groot deze band zou worden, en dat op hun eigen voorwaarden.

R.E.M. - New Adventures in Hi-fi (1996)

poster
4,0
Qua sound ligt dit een beetje in het verlengde van Monster, met meer vervorming in hoe de instrumenten klinken en meer noise-invloeden in het totaalgeluid, maar ónder die "herrie" liggen vaak klassiek opgebouwde popliedjes met een heldere couplet-refrein-structuur, en omdat Stipe soms intiemer dan ooit zingt lijkt deze plaat tegelijkertijd heel anders en toch volkomen vertrouwd. De eerste zes nummers zijn bovendien zó sterk dat het album op een volmaakte score lijkt af te stevenen, maar de tweede helft is wat minder, en dan valt zo omstreeks So fast, so numb opeens op dat het allemaal wel èrg lang gaat duren. Gelukkig staat er dan weer een prachtige afsluiter in de trant van Nightswimming op om het album met een goed gevoel af te sluiten, en het eindoordeel is toch behoorlijk positief. Hoogtepunten naast Electrolite zijn voor mij de melancholische opener, New test leper (fraaie tekst) en het zeer intense Leave.

R.E.M. - Out of Time (1991)

poster
4,0
Ik heb deze plaat indertijd zó vaak gedraaid (en de mindere nummers zijn daardoor zódanig met het geheel verweven) dat ik haast geneigd ben "to zone out" bij die slechte nummers en zo van dit album alleen de goede dingen tot me door te laten dringen. Maar als ik eerlijk ben kan ik er toch niet omheen dat de inbreng van KRS-1 op Radio song echt een dieptepunt is (terwijl de melodiebuiging van "The world is collapsing..." juist zo ontroerend is), dat Endgame echt een verschrikkelijk nummer met een zo mogelijk nóg afschuwelijker bugelsolo is, dat Shiny happy people bij een vrolijke melodie eigenlijk een heel rancuneuze tekst heeft (plus de overdreven zang van Kate Pierson die het nog een graadje erger maakt), dat Belong eigenlijk nergens heen gaat, en dat Mike Mills met z'n monotone stem hier veel te veel van de zangpartijen voor z'n rekening mag nemen.
        Door de combinatie van al die rare elementen kun je deze plaat beschouwen als gevarieerd (positieve insteek) maar ook als onevenwichtig (míjn insteek). En dat is eigenlijk zonde, want de nummers die hier wèl mooi zijn, zijn meteen ook verschrikkelijk mooi, met name Losing my religion (ben ik nog steeds niet zat, ook al doet het af en toe wel denken aan World leader pretend) en het trio nummers vóór het slotnummer. En omdat dat slotnummer mij altijd zo vrolijk maakt, omdat die vier hoogtepunten zo geweldig zijn en omdat ik vandaag in een goede bui ben geef ik hier 4* sterren voor, maar als de hele plaat van het niveau van genoemd kwartet was zou dit een no-brainer-5* zijn.
        Tip: prachtige versie van Country feedback bij Jools Holland op YouTube.

R.E.M. - Reckoning (1984)

poster
4,5
Dit was de eerste plaat die ik van R.E.M. leerde kennen. Een vriend was getipt over twee platen van jonge onbekende gitaarbands, "en ik heb ze allebei maar snel gekocht, want met zulke obscure bandjes zijn die platen binnenkort misschien wel helemaal niet meer verkrijgbaar." Goed gezien, want van dat andere groepje is sindsdien al evenmin meer iets vernomen. (Hatful of hollow heette die andere plaat.)
        R.E.M. was toen nog zó onbekend (althans in de muzikale kringen waarin ik toen verkeerde) dat ik in het begin zelfs dacht dat ze een beetje in de ska-hoek zaten vanwege die "tegendraadse" gitaarakkoorden van Peter Buck na elke zangregel in het openingsnummer. Maar al vanaf het tweede nummer was het duidelijk dat deze band in een heel ander hokje thuishoorde, en vanaf het derde dat ze eigenlijk in geen ènkel hokje konden (en kunnen) worden geplaatst. Mijn hoge waardering ligt dan ook niet (of hopelijk niet alleen) aan het feit dat de eerste kennismaking vaak een speciaal plekje in het muzikale hart houdt, maar ook aan de hele uitstraling van de plaat: iets rustiger dan het debuut, iets opener, iets beter geproduceerd, iets meer ademend zonder dat daarmee het mysterie en de magie worden verbroken. Drie instant-klassiekers waartussen het moeilijk kiezen is (ik mag slechts twee nummers aanvinken), één minder nummer (het zichzelf enigszins ademloos voorbij hollende Pretty persuasion, maar ook dát is niet eens slècht te noemen), en zes nummers die verder moeiteloos duidelijk maken dat deze band zonder problemen de horde van de "sophomore effort" heeft genomen. (Dat lukte dat andere bandje trouwens ook redelijk.)

Rain Tree Crow - Rain Tree Crow (1991)

poster
4,0
Vier Japanners bij wie het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Een paar mooie liedjes, een paar korte sfeerschetsjes, een paar lange instrumentale jams, allemaal bij elkaar in een smeltkroes gegooid en verdomd het werkt ook nog. Soms op het randje of er net overheen (zoals bij New moon at Red Deer Wallow), maar dan volgt daarop Blackwater en is alles weer goed. Een prachtig slotnummer, een mooie hoes en het bij deze mannen gebruikelijke superbe geluid, ik ben er blij mee.

Rainbow - Live in Munich 1977 (2006)

poster
4,0
Zoals de All Music Guide hierover schrijft: "This is the deliverance on the promise of '70s hard rock." Dus inclusief te lang uitgesponnen gitaarsolo's, toetsenimprovisaties, klassieke citaten (Ode an die Freude middenin Still I'm sad, voel je 'm?), een drumsolo en vooral een uitzinnige feel-good-sfeer die de hele plaat doet aanvoelen als een koortsachtige droom die in een kwartiertje alweer voorbij is. Het hoort er allemaal bij, allemaal onderdeel van het totaalpakketje, love it or leave it – zelf lust ik er wel pap van, en ik heb alleen maar spijt dat deze band indertijd aan mij voorbij is gegaan omdat hij totaal voorbij mijn muzikale horizon (Lou Reed, 10cc, Elton John, Bowie, Steely Dan) lag.
        Ben ik overigens de enige die het idee heeft dat David Stone op Still I'm sad vanaf 9'52 de solo's en vooral de sounds van achtereenvolgens Rick Wakeman, Keith Emerson en één der toetsenisten van Todd Rundgrens Utopia's (Moogy Klingman of M. Frog Labat) pasticheert?

Rainbow - Long Live Rock 'n' Roll (1978)

poster
3,5
Goede plaat, hoewel op teveel momenten slechts degelijk waar Rising iets magisch had. Het veel te lange outro van het titelnummer, de riff van L.A. connection ("Whew!") , het doordenderende The shed – allemaal niet slecht, maar wel iets te gewoontjes. Daarnaast echter ook een aantal hoogtepunten, zoals het mysterieuze Lady of the lake, Kill the king (inclusief fantastische solo) en het absolute hoogtepunt Gates of Babylon, en die maken toch heel veel goed. Rainbow eyes moest ik wel een paar keer draaien voordat ik kon besluiten of ik het te pathetisch vond of eigenlijk toch wel sterk, maar dat is dus het laatste, mede vanwege het verrassende gebruik van een elektrische gitaar voor een partij waar je misschien een zwaar-romantische akoestische zou verwachten. Kortom, al met al geen meesterwerk maar wel een erg lèkkere plaat.

Rainbow - Rising (1976)

poster
5,0
Mijn Deep Purple-platen gaan inmiddels al weer enkele decennia mee, maar aan Rainbow was ik op de een of andere manier nooit toegekomen. Kortgeleden las ik echter in Jeff Wagners Mean deviation : four decades of heavy progressive metal dat Mikael Akerfeldt van Opeth sterk geïnspireerd werd door Rainbow vanwege de "epic feel to their sound". Daarbij noemde Wagner expliciet de nummers Stargazer en Gates of Babylon, en via het eerste daarvan ben ik nu bij Rainbow rising uitgekomen. En wat een kennismaking is dit: Blackmore meedogenloos als altijd, Dio ongetwijfeld één van de grote rockstemmen ooit, een band druipend van het zelfvertrouwen en een uitstekende verzameling nummers. Kleine minpuntjes zijn Do you close your eyes (met name dat refrein is nogal flauw) en de tamelijk korte speelduur van het geheel, maar Stargazer is inderdaad extreem indrukwekkend, en dan moet het furieuze Light in trhe black nog komen. Heerlijke plaat met overigens ook een bijzonder hoge draaibaarheidsfactor (mede vanwege de "klassieke" en absoluut niet gedateerde sound).

Ramones - All the Stuff (And More) Volume One (1990)

poster
4,0
Leuke compilatie, meer dan adekwaat voor een casual listener zoals ik, hoewel de èchte Ramonesfan voor de zeer uitgebreide re-releases van de eerste twee albums vol extra's zal gaan.

Ramones - Leave Home (1977)

poster
3,0
Niks mis mee, en met opnieuw een heleboel leuke liedjes (vooral aan het begin en het einde van het album), maar waar ik bij het debuut een half uur zit te stuiteren krijg ik bij deze opvolger meer het gevoel van "ik hèb al een Ramonesplaat". En dat ik aan één Ramonesplaat genoeg heb betekent helaas gewoon dat ik geen echte fan ben. Mea culpa.

Ramones - Ramones (1976)

poster
4,5
Nog altijd fris en eigenlijk afwisselender dan je zou denken. Niet alles is even luchtig: volgens bassist Dee Dee (rechts op de hoesfoto) verwijst 53rd & 3rd naar de kruising in Manhattan "where I used to go to hustle, to get money for heroin." Geweldige baspartij op I don't wanna go down to the basement. En uit de Oor-recensie van Peter van Bruggen (wie anders in die tijd?) die herman op 21 november 2008 ook al aanhaalt heb ik altijd de perfecte omschrijving van zanger Joey onthouden: "het postuur van een wandelende tak". Deze plaat is wat mij betreft onbeperkt draaibaar.
 

Ray Wilson - Chasing Rainbows (2013)

poster
2,5
De drie voorgaande berichten getuigen alledrie van enthousiasme, maar treden verder niet in details en zeggen ook niets over wat er nou zo mooi is aan dit album. En ik kan me daar wel wat bij voorstellen, want de muziek hierop zit best goed in elkaar, de smaakvolle strijkers dragen echt wat aan de arrangementen bij, de refreinen zijn vaak pakkend en Ray Wilson heeft een fraaie "gebronsde" stem. Daar staat echter tegenover dat alles overal beschaaf blijft, dat de gitaarsolo's nergens de spanning opvoeren, dat de saxsolo's absoluut niet bij het geluidsplaatje passen, dat de strijkers dan wel smaakvol klinken maar toch ook wel erg vaak erg aanwezig zijn, en dat een groot deel van de plaat in een beschaafd mid-tempo blijft hangen waardoor eigenlijk alles nogal eentonig en kleurloos klinkt, zodat ik me zelfs afvraag of de eerste helft van het album nou echt de beste nummers bevat of dat dat alleen maar zo lijkt omdat ik halverwege al mijn verzadigingspunt heb bereikt. In mijn oren uiteindelijk gewoon niet bijzonder genoeg.

Razorlight - Razorlight (2006)

poster
2,5
Leuke frisse gitaarpop, daar kun je nooit genoeg van hebben, en dan maakt het niet uit of het uit Los Angeles, Manchester of Londen komt. In the morning knalt er meteen goed in en schroeft de verwachtingen hoog op, maar helaas worden die op de rest van deze plaat niet overal waargemaakt. Grootste boosdoeners zijn wat mij betreft de compositorische vaardigheden die de heren af en toe in de steek laten (Who needs love, Before I fall to pieces, I can't stop this feeling I've got, allemaal te doorsnee en soms heel flauw) en de stem van Johnny Borrell die af en toe klinkt als Neil Finn die zó verkouden is dat hij geen variatie meer in zijn timbre kan brengen (liever luister ik naar de stem van zijn kompaan op drums, Andy Burrows, zie het prachtige Funny looking angels met Editor Tom Smith). Toch wel jammer, want er zitten er paar mooie nummers bij, zoals gezegd de opener maar ook de twee afsluiters, en ondanks America (God wat heb ik een hekel aan dat "Oh-oh-oh" zonder dat ik precies kan verklaren waaróm) is dit in opzet best een sympathieke plaat.

Red Guitars - Slow to Fade (1984)

poster
3,5
Leuke plaat, zeker voor die tijd heel apart met z'n Zuidamerikaanse invloeden, en af en toe lekker scherpe nummers. Grote bezwaar vond ik indertijd die "hete-aardappel"-stem, en die zit me nu eigenlijk nog steeds niet lekker. Desalniettemin: eenmaal opgezet gaat ie ook niet vaak meer af.

Redemption - The Origins of Ruin (2007)

poster
3,5
Als ik de stevige riffs en de incidentele snelle gitaarloopjes hoor is het geen wonder dat de naam Dream Theater hier vaak valt, maar zoals hier even zo vaak wordt gezegd munt deze plaat toch vooral uit door een aantal uitstekende composities, met name de twee lange nummers en de geweldige opener. Ray Adler is hier keurig op z'n plek, met teksten die wat te melden hebben en zang die de boodschap goed over het voetlicht kan brengen zonder ergens uit de bocht te vliegen, maar in verband daarmee komt ook mijn voornaamste bezwaar bovendrijven, want die zang had eigenlijk wel wat meer vooraan in de mix mogen zitten, net zoals de gitaarsolo's in The death of faith and reason en Man of glass soms ondergesneeuwd raken door de harde slaggitaar. Maar dat is slechts een kleine kanttekening bij een plaat die nergens "vernieuwend" is (alsof dat steeds zou moeten) of briljant, maar wel goed genoeg om regelmatig z'n rondjes te maken zonder te vervelen.

Renaissance - Novella (1977)

poster
4,5
Romantischer dan dit kan popmuziek nauwelijks worden. Mijn eerste kennismaking met deze band (hoewel ik pas recent heb begrepen dat de band Illusion --waarvan ik allebei de albums liefheb-- eigenlijk al een eerdere incarnatie hiervan was). Zeer fraai, met de sublieme passage met sluwe saxsolo op het einde van het slotnummer als hoogtepunt.
 

Renaissance - Renaissance (1969)

poster
3,5
Na nog een paar luisterbeurten toch wel een aardige plaat, waarvan de hoogtepunten vooral in de eerste helft liggen. Extra sterretje voor het geweldige geluid; hoe de heldere piano en de strakke drums klinken is ook na 40 jaar nog een lust voor het oor, opmerkelijk fraai.
 

Renaissance - Scheherazade and Other Stories (1975)

poster
4,0
Muzikaal precies zoals ik het wil: rijke melodieën, een zware bas die onder de piano z'n eigen weg zoekt, een lekker vol geluid (overigens zonder dat er elektrische gitaren worden gebruikt, althans volgens het boekje), en een knappe stem vol persoonlijkheid. Kant 1 is bovendien perfect, met het mysterieuze openingsnummer, het stevige up-tempo-The vultures fly high (sterke tekst ook) en het melancholische Ocean gypsy. Helaas behoor ik tot het kamp van bovenstaande gebruikers die vinden dat kant 2 niet het niveau van kant 1 haalt, want na de eerste tien minuten gebeurt er op het titelnummer nog te weinig dat nog echt de moeite waard is; de instrumentale passages die volgen zijn niet slecht maar klinken in mijn oren eerder alsof ze enkel zijn geschreven om het nummer op te rekken tot een plaatkantlange speelduur, en de matige zangpartij van de laatste minuten lijkt te weerspiegelen dat het eigenlijke drama van de plot al na die eerste tien minuten was afgelopen. Kant 1 vind ik goed genoeg om dit album als geheel een hoge beoordeling te geven, maar kant 2 is toch wel een beetje een domper. (Prima geluid overigens op de Repertoire-remaster uit 1994.)

Return to Forever - Romantic Warrior (1976)

poster
4,0
Heerlijke plaat voor wie (zoals ik) regelmatig fusion uitprobeert, maar die daarbij net zo regelmatig door de bomen van de minisolo's het bos van de compositie niet meer ziet. Qua album houdt baas Corea hier de touwtjes stevig in handen, met de helft van de composities en de belangrijke rol van zijn piano en moogs, maar qua spel krijgt iedereen de ruimte, met akoestische en elektrische, lyrische en agressieve solo's van DiMeola, Clarke die zowel ondersteunend als funky mag spelen (en soms ook "gestreken" – ik dacht eerst even dat dat een cello was op het titelnummer), en White die het minst opvallend is maar de zaak ondertussen wel goed bij elkaar houdt. De openings- en slotnummers krijgen van mij de twee vinkjes, maar in feite bevat elk nummer genoeg mooie passages om de aandacht gedurende het hele album vast te houden.

Ric Ocasek - Beatitude (1982)

poster
4,0
Ik heb een enorm zwak voor de liedjes van Ocasek, of ze nu op zijn soloplaten staan of op de (latere) platen van de Cars: eenvoudige akkoordenstructuren (vaak met vier identieke regels) waar hij toch een aardige melodie bij weet te vinden, pakkende refreintjes, en dan arrangementen die zó vol zitten met mooie gitaarlijntjes en slimme orgeltjes (of een xylofoon na het tweede refrein van I just can't wait !) dat ze voor mij onweerstaanbaar worden, en dan daarbovenop nog die stem die ik nog steeds niet helemaal kan plaatsen – misschien zou ik hem wel "quasi-cool" kunnen noemen, maar tegelijkertijd straalt zijn zang ook ècht iets ongenaakbaars uit: "het maakt niet uit wat je van me vindt, ik doe gewoon m'n ding, en of ik nou 400 exemplaren van mijn plaat verkoop of 4 miljoen zoals van Heartbeat City, ik doe gewoon toch lekker wat ik zelf leuk vind."
        A quick one is wat dat betreft een perfect liedje: het begint met een couplet met steeds twee noten onder de melodie, maar achter "So won't you hold on" zit opeens een triest gitaarlijntje, en als de muziek daarna weer bij de titelregel aankomt valt het ritme even stil, en als ik goed ga luisteren blijk ik veel meer instrumenten te horen dan ik op het eerste gezicht zou zeggen, en al die geluidjes zijn zó precies goed dat ik bij alle afwisseling toch een onderstroom van melancholie hoor waardoor ik direct voor de bijl ga, zoals wel vaker bij deze man en/of zijn band. Wie dit leest zal nu misschien tegenwerpen dat hij al die nuances nooit in dit nummer of op dit album heeft gehoord – so be it, ik heb er wel vaker last van, noem het maar mijn privé-afwijking. Een vriend merkte ooit op dat hij mijn voorliefde voor de Cars wel kon begrijpen omdat ik ook een vergelijkbare fascinatie met de eerste twee platen van New Musik heb, en inderdaad hoor ik in de muziek van die band ook allemaal onderstromen waar veel andere luisteraars misschien eerder een dwangbuis voor zouden laten aanrukken.
        Kortom, Beatitude is een klassieke verslavende plaat wat mij betreft, hoewel ik moet zeggen dat de drie nummers ná A quick one toch wel een pak minder zijn, alsof daar de betovering uitgewerkt is – of de sluwe trucjes misschien wel gewoon opgebruikt zijn, hoewel het laatste nummer dan opeens weer sterk is, en bovendien veel ruiger en met een mooie sociaal-bewuste tekst. Zo eindigt dit album uiteindelijk dus toch behoorlijk in de plus.
        Overigens is bovenstaande tracklisting naar ik aanneem die van de re-issue-CD, want op mijn oorspronkelijke vinyl-elpee duurde Connect up to me slechts ongeveer 4½ minuut. Prima als ze extended versions aan een re-release toevoegen (hoezeer ik er ook een hekel aan heb), maar heel vervelend wanneer die 12"-mixen in de plaats van reguliere albumversies komen.