MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fairport Convention - "Babbacombe" Lee (1971)

poster
3,5
Wat een mooie uitgave: een sterk verhaal, knap weergegeven in de teksten, muzikaal met veel zorg gearrangeerd en geproduceerd, en bij de re-release uit 2004 ook nog eens inclusief een mooi boekje met alle teksten plus de bijlage van Lloyd's Weekly News met daarin Babbacombe's eigen verslag van zijn leven, zijn veronderstelde misdaad en de mislukte executie (hetgeen ik overigens pas fatsoenlijk kon lezen toen ik de minuscule tekst op die blaadjes onder de scanner had gelegd en daarna "opgeblazen" als jpg's op mijn monitor weergaf).
        Helaas moet ik verder mijn twee voorgangers gelijk geven. Het begin van de plaat bevat gewoon weinig pakkende melodieën, en pas bij A sailor's alphabet ga ik rechtop zitten. John Lee is een tweede hoogtepunt (met dat catchy refrein zou het eigenlijk best een leuke single zijn), en bij de tweede helft van het album zit een trio ballades die knap uitdrukking geven aan de somberheid van Babbacombe's vooruitzichten, maar qua composities wordt het toch nergens zó sterk als ik steeds hoop, ondanks adekwate zang, smaakvolle arrangementen en warme solo's. De inspiratie van het concept heeft zich voor mij niet vertaald naar genoeg goede nummers om hier de klassieker van te maken die het album in potentie wel is en die de opzet eigenlijk ook verdient. Ik luister best graag naar deze plaat, maar ik kan er nergens lyrisch over worden.

Fairport Convention - Full House (1970)

poster
4,0
Hoewel ik Sandy Denny geweldig vond op het vorige trio Fairport-albums mis ik haar hier eigenlijk niet: natuurlijk zingt zij veel beter en mooier dan de drie mannelijke zangers hier, maar ten eerste stoor ik me niet aan hun stemmen, ten tweede heeft elk van hen voldoende karakter in zijn stem om op eigen kracht overeind te blijven, en ten derde vind ik zulke ongeschoolde stemmen eigenlijk wel passen bij het volkse karakter van deze muziek. Dat laatste moet echter niet gezien worden als een gekunstelde romantische overweging, alsof een ongeschoolde stem de folkmuziek hier "authentieker" zou maken en dus beter, want het is natuurlijk ook weer niet zo dat Fairport er met Denny's vertrek op voorúít is gegaan. (Net als flebbie [20-9-2008] prefereer ik de versie van Sir Patrick Spens met zang van Sandy Denny die als bonustrack op Liege & lief staat boven die van Full house.)
        Hoe dan ook, instrumentaal klinkt zowel de band als de plaat nog altijd als een hechte eenheid, en het materiaal is door de bank genomen behoorlijk sterk, met als hoogtepunten Sloth, Poor Will & the jolly hangman (in de solo lijk ik af en toe wel Lindsey Buckingham te horen) en het sfeervolle slotnummer, en het veel te lang doorgaande Flatback caper als dieptepuntje. Dit is voor mij kortom een waardige opvolger van het klassieke Liege & lief, maar zonder dat Full house als geheel het niveau daarvan haalt.
        Bij de bonustracks is de oorspronkelijke mono-versie van de single Now be thankful een leuke toevoeging, terwijl het ruimtelijke effect van de stereo-remix het nummer bijna een nieuwe dimensie geeft. En voor Bonny bunch of roses geldt eigenlijk hetzelfde als voor die andere Liege & lief-bonustrack Quiet joys of brotherhood : mooi, maar too much of a good thing.

Fairport Convention - Liege & Lief (1969)

poster
5,0
Merkwaardig hoe lang het duurde voordat ik dit album echt op waarde wist te schatten, en moeilijk om uit te leggen hoe dat kwam. Misschien verwachtte ik iets anders van een plaat die te boek staat als het beste c.q. belangrijkste folkalbum dat er ooit uit Engeland is gekomen en had ik meer gerekend op vettere arrangementen, kortere nummers, een uitgelatener sfeer en "flashier" solo's – niet dat ik dat allemaal zou hebben toegejuicht, maar Liege & lief was op de een of andere manier niet de plaat (en de band) waar ik op rekende.
        Misschien heeft het ook wel te maken met de aanwezigheid van Richard Thompson. In mijn jeugd had ik een vriend die zo ongeveer alle platen had van wat je Westcoast-countryrock-singer/songwriter zou kunnen noemen, en via hem maakte ik kennis met onder andere de Eagles, James Taylor, Karla Bonoff, Poco, Bonnie Raitt, J.D. Souther en (zijn twee grote helden) Neil Young en Jackson Browne. In zijn collectie bevonden zich ook platen van Pentangle, Bert Jansch, de Humblebums en Fairport Convention, maar daar ben ik nooit aan toegekomen; wel kende ik zijn eerbied voor Richard Thompson, en hij citeerde met een instemming een criticus die had geschreven dat "Richard Thompson zeker niet perfect is, want hij kan niet álles : hij is bijvoorbeeld niet in staat om een oninteressante gitaarpartij te spelen."
        En dan hoor ik nu Matty Groves, en wat me bij dat lange instrumentale outro opvalt is dat Thompsons gitaarspel daar eigenlijk heel onderkoeld is – het lijkt wel of hij heeft besloten om niet buiten twee octaven te spelen, maar dat is natuurlijk niet zo, die indruk blijft achter omdat de akkoorden en de melodielijn waarop hij moet soleren zo beperkt zijn, en des te indrukwekkender dat hij dan een gitaarpartij neerlegt die minutenlang boeiend blijft terwijl hij daarvoor zèlf zijn contrasten moet zoeken en creëren (en voor de zich daartussendoor slingerende vioolpartij van Dave Swarbrick geldt natuurlijk hetzelfde).
        Toch is dit zeker geen perfect album, want ik kan hiermee niet álles : ik ben bijvoorbeeld niet in staat om van vier briljante nummers er slechts twee aan te vinken. Vandaag zijn dat Matty Groves (al een favoriet nummer sinds ik dat een paar maanden geleden op The history of Fairport Convention ontdekte) en het onvoorstelbaar broze Farewell, farewell, maar morgen kunnen dat juist weer Tam Lin (met dat bizarre afwijkende ritmepatroon) en het slinks onder je huid kruipende Crazy man Michael zijn. En dan te bedenken dat de andere nummers niet eens zóveel minder zijn...
        Ik ben blij dat ik dit album decennia later toch nog tot me hebben kunnen nemen, en nog veel blijer dat ik het zo mooi vind. Mijn vriend van toen heeft dat helaas niet meer kunnen meemaken – eerst groeiden we uit elkaar, later overleed hij. "Farewell, farewell..."

Fairport Convention - The History of Fairport Convention (1972)

poster
4,0
Ondanks het ontbreken van twee nummers van de oorspronkelijke vinyl-compilatie is dit in ieder geval voor míj een mooie introductie van een band waar ik veel óver maar nog nooit iets vàn heb gehoord. En het valt ook bepaald niet tegen, met diverse sterke nummers, mooie instrumentaties en veel variatie die knap tentoongespreid wordt op mijn CD-versie die ondanks die twee ontbrekende nummers toch een mooie lengte heeft.
        Niet alles vind ik even geweldig: Mr Lacey is een beetje belegen blues, Angel delight lijkt met al die valse eindes veel langer dan 250 seconden te duren, en Si tu dois partir vind ik vooral flauw, alsof ze na een paar glaasjes nog wat ruimte op de band over hadden en daar dan maar een sessie voor improviseerden. Maar dat valt in het niet bij de hoogtepunten : Sailor's life met dat duet tussen gitaar en viool terwijl ook de bas zich laat gelden, Matty Groves met z'n fraaie instrumentale einde, en natuurlijk Who knows where the time goes – misschien is dat qua compositie niet eens zo bijzonder, maar het subtiele arrangement en de warme zang maken er toch iets heel speciaals van. Qua sound doet het me vaak denken aan Autumn stone van de Small Faces, ook al zo'n klein meesterwerk. (Ik heb nu net Sandy Denny's akkoordenschema van Who knows... op internet opgezocht, maar daar zitten toch wel een paar aparte akkoorden bij, daar hebben de overige bandleden misschien wel wat bij geholpen.)
        Voor mij een mooie springplank naar een nadere kennismaking dus. Nog wat over die ontbrekende nummers : het is eigenlijk ook wel raar dat hier helemaal niets van het debuutalbum op staat, ook al vertegenwoordigt dat dan een richting die de groep al spoedig verlaten heeft. En één van de 1001 songs you must hear before you die van uitgeverij Cassell en redacteur Robert Dimery is (als enige Fairport-bijdrage) She moves through the fair, maar ook dát heeft deze selectie dus niet gehaald. Wat het ontbreken van Crazy man Michael en de Lark in the morning-medley betreft, Liege & lief staat al in de bestelling.

Fairport Convention - Unhalfbricking (1969)

poster
4,0
Had dit album de kwaliteit van de vijf langere nummers over de gehele lengte volgehouden, dan had ik toch ernstig zitten twijfelen tussen 4½* en 5*. Nú echter zitten er die drie korte nummers bij die weliswaar samen amper 8 minuten klokken, maar die de flow van het album toch wel hinderen; de meligheid van Si tu dois partir, de steeds herhaalde slide-gitaar-slide van Cajun woman en de feeststemming-waar-ik-zelf-niet-aan-kan-deelnemen van Million dollar bash doen de plaat in mijn ogen geen goed. Maar dat zijn eigenlijk al teveel woorden gewijd aan de mindere punten van een album dat, zoals gezegd, op z'n beste momenten echt subliem is: die dulcimer op het openingsnummer die klinkt als een soort drone-gitaar, het spectaculaire instrumentale slot van A sailor's life dat toch ook weer heel subtiel wordt afgerond, de onderkoelde gitaarbegeleiding van Autopsy die me doet denken aan Peter Greens Albatross, en natuurlijk het onvolprezen Who knows where the time goes?, dat hier de lijst met favorieten aanvoert en ook van mij een vinkje krijgt (naast Denny's andere bijdrage aan dit album). Zo kom ik uit op 4*, maar nu zit ik toch ernstig te twijfelen tussen 4* en 4½*...
        Nog even een lans breken voor de remaster van mijn versie uit 2003 (met de twee bonustracks); de intimiteit en de warmte van bijvoorbeeld Who knows where the time goes? zijn echt bijna ongeëvenaard, terwijl de bassdrum op het intro van Cajun woman klinkt alsof Martin Lamble bij mij in de kamer zit wanneer ik mijn Loudness aanzet. En voor wie daar op let, klopt het nou dat op Autopsy het couplet in 5/4 is, het tussenstuk (met Denny's "mmm") in 3/4, en het refrein in 4/4?

Fairport Convention - What We Did on Our Holidays (1969)

poster
4,5
Ik zou hier kunnen volstaan met de recensie van mijn voorganger Jaep woord voor woord te citeren, want met alles wat daarin staat ben ik het helemaal eens, maar ik wil er nog aan toevoegen dat ik naast het openingsnummer (prachtige kleine percussie-effectjes trouwens) ook She moves through the fair een hoogtepunt vind, en van Meet on the ledge begin ik steeds beter te begrijpen waarom dat zo'n klassieker onder het Fairport-publiek is. (Grappig feitje van de Engelse Wikipedia: dat nummer schijnt vaak gebruikt te worden als het allerlaatste nummer van een Fairport-concert als "steno" om duidelijk te maken dat er daarna echt geen toegiften meer komen – op zich een mooi idee om af te ronden.)
        De Jefferson Airplane-link vind ik wat minder; nog voordat ik daarover iets had gelezen hoorde ik in de samenzang al Grace Slick doorschemeren, en op haar schreeuw ben ik niet zo dol, maar gelukkig blijft dat ruimschoots binnen de perken, zodat ik die associatie al vlot heb kunnen laten varen. En Book song doet zowel qua zang als qua begeleidend gitaarwerk nogal Byrds-y aan, dat zou wel eens de invloed kunnen zijn van "Tyger Hutchings, bass player and Byrd-worshipper", zoals Ashley H. op de oorspronkelijke hoes wordt genoemd. Die hoestekst wordt helaas niet in het boekje bij de 2003-remaster gereproduceerd; wel staat daarin een kort stukje van Hutchings waarin hij toch ook wel aardige karakteristieken van de nummers geeft, zoals "Richard's dark and sombre No man's land makes you wanna dance and clap your hands" en zijn omschrijving van The Lord is in this place, how dreadful is this place? als "strange and unnerving".
        Samengevat een heerlijke, gevarieerde en warme plaat. Zoals gezegd beluisterd in de 2003-remaster met de drie bonusnummers van bovenstaande tracklisting; het geluid daarvan is superbe, met als klein smetje dat bonustrack 14 al gedurende de laatste secondes van 13 begint. Geen ramp natuurlijk, en sowieso halen die drie nummers het peil van het album zelf niet, hoewel Throwaway street puzzle wel een aardige drive heeft.

Fates Warning - Awaken the Guardian (1986)

poster
3,0
Het ene moment geniet ik van de enorme energie en de onvoorspelbare wendingen, het andere moment stoor ik me aan de krijsende zang en de onvoorspelbare wendingen – zelfs na tien keer draaien weet ik van sommige nummers nog steeds niet hoe ze zich zullen gaan ontwikkelen, en als ik dan nummers secuur ga volgen lijken bij sommige tracks de melodieën en de breaks af en toe alle kanten op te schieten, alsof er tijdens de opname nog een paar akkoorden bij worden geïmproviseerd. Vanwege de ambitie en de kracht krijgt dit album van mij ruimschoots het voordeel van de twijfel, maar voor een onvoorwaardelijke overgave hieraan kom ik er toch te weinig "in".

Fates Warning - Parallels (1991)

poster
4,0
Voor wie deze naam en deze titel al vaker bij mij is tegengekomen val ik misschien in herhaling, maar deze band ontdekte ik via Jeff Wagners Mean deviation : four decades of progressive heavy metal. In de index daarvan krijgen vier bands de meeste vermeldingen: Rush (als voorloper van de prog-metal), Queensrÿche (als drager van het stokje tijdens de magere jaren 80), Dream Theater (als initiator van de nieuwe golf) en dus Fates Warning. Ik heb echter ook al begrepen dat dit voor een progmetal-liefhebber misschien niet hun beste plaat is om mee te beginnen omdat hun aanpak hier wat minder complex en wat meer mainstream zou zijn geworden. Met die mainstreambenadering heb ik niet zo'n moeite: meer stoor ik me aan het feit dat het zo ontzettend lijkt op Queensrÿche, van het totaalgeluid tot en met de koortjes (bijvoorbeeld in Point of view) en de hoge uithalen van de zang (waar ik steeds weer Geoff Tate in hoor), zonder dat ik overigens de ene (of de andere) band van epigonisme wil betichten.
        Nu ik na een flink aantal malen draaien die overeenkomst niet meer zo hoor (of beter gezegd nu ik hem zie als gewoon een eigenschap van de muziek en hij me dus niet meer zo stoort) kan ik me meer op de composities richten, en dan valt me op dat die stuk voor stuk uitstekend in elkaar zitten, vol slimme riffs en pakkende refreinen, en de combinatie met het heerlijke kristalheldere gitaargeluid maakt hier toch een aangename zit van, met als favoriete nummers Life in still water (met mooie tegendraadse en onverwachte gitaarlijnen) en The eleventh hour (heerlijk wanneer na 2:45 de "herrie" begint). Omdat ik meer geïnteresseerd ben in de prog-elementen staat nu Awaken the guardian op het menu, maar Parallels blijf ik toch ook nog wel even draaien.

Fates Warning - Theories of Flight (2016)

poster
2,5
Tja, ik heb dit veel gedraaid, maar echt warm kan ik hier niet voor lopen. De gitaren klinken lekker en de sound is mooi vol, maar de composities zijn niet zo bijzonder en de zang van Ray Alder doet mij vrij weinig. Eigenlijk vind ik alleen een paar kortere nummers (White flag, het slotnummer en vooral de geweldige plaatopener) echt goed, de rest stroomt soepel door maar laat weinig of geen indruk achter, inclusief de twee lange nummers die hier bij de Favoriete Tracks (momenteel) gebroederlijk bovenaan staan. Enigszins teleurstellend wat mij betreft.

Fats Domino - Greatest Hits (2007)

Alternatieve titel: Walking to New Orleans

poster
4,5
Een uitstekende compilatie met 19 van de 33 Amerikaanse top-40-hits die Fats Domino tussen 1955 en 1961 had (inclusief alle elf top-10-hits), plus een aantal vroege nummers (= vanaf 1949) toen hij nog niet de cross-over naar een blank publiek had gemaakt maar al wel diverse hits op de R&B-charts had. Maar liefst 27 van de 30 nummers hier zijn door Domino zelf geschreven, waarvan 22 met zijn vaste producer en arrangeur Dave Bartholomew – een enorme productiviteit dus, hoewel je ook kunt zeggen dat (zoals bij wel meer vroege rock & rollers) veel van deze nummers op elkaar lijken. Zo hoefde hij voor Don't blame it on me niet veel aan het arrangement van Ain't that a shame te veranderen, en voor Poor me nog minder, maar Fats' aanstekelijke speelplezier en de lach die altijd in zijn muziek doorklinkt vergoedt veel.
        Manco: de compilatie loopt dus maar tot 1961. In Amerika (en trouwens ook in Engeland) had Domino daarna geen noemenswaardige pophits meer, maar zijn vier Nederlandse top-10-hits uit de jaren 60 (Jambalaya, There goes my heart again, When I'm walking en Red sails in the sunset) staan hier dus ook niet op. Los daarvan een perfect overzicht voor wie 's mans beste werk op één schijfje wil hebben, en met heel veel ander werk naast de overbekende klassiekers als Ain't that a shame, Blueberry Hill en Blue Monday. 30 nummers in 67 minuten = nog geen 2 minuten en 15 seconden per nummer, dus wanneer het saai wordt (zoals bij het afgezaagde My blue Heaven met die irritante klemtoon op de laatste lettergreep van de titel) zit je zó weer in de volgende meedeiner. Heerlijk, en precies genoeg.
        En soms leert een mens ook nog wel eens wat nieuws. Een halve eeuw lang heb ik gedacht dat de openingsregel van Blueberry Hill "I found my freedom" luidt, maar laat Domino daar nou "I found my thri-ull" blijken te zingen...

Finch - Beyond Expression (1976)

poster
4,5
Op het eerste gehoor wat minder dan Glory of the inner force, maar na een derde of vierde luisterbeurt is die indruk al bijgesteld. De melodieën liggen misschien wat minder makkelijk in het gehoor en de overgangen zijn wat abrupter, maar na verloop van tijd blijken de solo's en de arrangementen even lyrisch als op het debuut en geeft een pakkende grilligheid aan deze opvolger bovendien een extra dimensie. (Trouwens minder vaak dan op Glory aan andere gitaristen moeten denken.) Uitstekende plaat.
 

Finch - Galleons of Passion (1977)

poster
4,0
De invloed van de tijdgeest: geen nummers van twintig minuten meer (maar nog wel van acht of negen), lichte flirts met funk en disco (of is dat fusion?) op bijvoorbeeld Remembering the future en Reconciling, en keyboards die minder onvoorspelbaar zijn en vaker een tapijt neerleggen van stringsynthesizers die ofwel romantisch en sprookjesachtig klinken ofwel sfeervol en onheilspellend in de trant van Wish you were here (zoals op Remembering the future en With love as the motive). Na een paar maal draaien komen echter toch ook weer de prachtige melodieën, inventieve arrangementen en het zoals altijd superbe gitaarspel van Joop van Nimwegen bovendrijven, zodat dit uiteindelijk ook weer een uitstekende plaat is geworden, en een waardige zwanezang.
 

Finch - Glory of the Inner Force (1975)

poster
5,0
Superbe. Veelgelaagde en warme arrangementen, sterke melodieën en inderdaad geweldige baslijnen. Ik hoor echo's van Andy Latimer ten tijde van Mirage, Steve Howe ten tijde van Relayer en zelfs Jan Akkerman, maar het bijna achteloze vakmanschap en de uitstekende composities geven hier toch een heel eigen karakter aan. Al die jaren over het hoofd gezien... maar blij dat ik het nu heb ontdekt. (Voor mij was dit een naam van vroeger die aan mij voorbij is gegaan, maar ik heb het opgepikt via Jeff Wagners Mean deviation : four decades of progressive heavy metal, waar het wordt genoemd in verband met Ayreon.)
 

Finch - Mythology (2012)

poster
5,0
Net de box binnen, en helemaal overdonderd door het fantastische geluid. Zoveel moeite steken in het oppoetsen van platen die indertijd amper verkocht werden – ik hoop van ganser harte dat ze de kosten eruit krijgen (misschien toch ook via Engeland waar Finch een cultband schijnt te zijn – vandaar misschien de Engelse infotekst van het boekje?), maar hoe dan ook ben ik zelf heel erg blij met deze uitgave. Over de achterhalf uur extra's (live en demo's) heb ik nog geen mening, maar het gaat natuurlijk om de drie albums en de single, en die zijn en blijven geweldig.
 

Fine Young Cannibals - Fine Young Cannibals (1985)

poster
3,5
Een leuke swingende popplaat die zich onderscheidt door een aantal prima composities en een strak en sober maar nooit kaal groepsgeluid dat bovendien sluw gebruik maakt van incidentele extraatjes als piano en trompet. Johnny come home blijft favoriet (en was dat al vanaf het begin vanwege die geweldige videoclip – één van de weinige keren dat ik een nummer béter begon te vinden dankzij de clip, hoe raar dat eigenlijk ook is), maar ook Funny how love is met de karakteristieke bijdrage van Saxa (uit duizenden te herkennen) mag niet onvermeld blijven (het doet me altijd denken aan het even melancholische End of the party op het derde album van The Beat).
        Eigenlijk vind ik deze plaat vanwege de subtiliteit en de details van de arrangementen nú zelfs leuker dan toen ik hem ten tijde van de release kocht, en de score van 3½* had nog hoger kunnen uitvallen als een belangrijke troef van deze plaat niet als een scherp mes aan twee kanten had gesneden: de stem van Roland Gift is uniek en zeer expressief ("An oddly strangled but inviting, soulful instrument" volgens Stewart Mason van AllMusic), maar soms krijg ik ook wel de zenuwen van zijn aparte en knauwende manier van zingen inclusief kleine dramatische maniertjes. Prachtige stem, maar wie deze plaat kent zal misschien ook wel begrijpen waar ik het over heb.
        Een zijlijntje: mevrouw OnHeavenHill was degene die mijn aandacht vestigde op die specifieke en welomschreven momenten in nummers waar je speciaal op zit te wachten. Haar schoolvoorbeeld was Ultravox' Vienna: als ze dat hoorde leefde ze op vanaf minuut 3'00 – "ja, daar komt het, let op:" het piepkleine elektronische drumroffeltje op 3:10. Zelf herkende ik zo'n "muziekmoment" bij Bowie's Let's dance wanneer hij op het einde van het tweede refrein het laatste woord van de regel een kwart maat te laat zingt: "Tremble like a... flo-wah!" Of Slade's "IT'S KRIIIIIIZ-MEZ!" tijdens Merry Xmas everybody natuurlijk – voorbeelden te over. En ik breng het bij deze plaat te berde omdat het openingsnummer ook zo'n moment herbergt: dat drumroffeltje wanneer de drummer op het einde van "We're sorry!" even "door de maat heen speelt" op 3:03. Geweldig.

Fine Young Cannibals - The Raw & The Cooked (1988)

poster
2,0
Toegegeven, er zitten heel veel slimmigheidjes op dit album: de scheurende gitaar van She drives me crazy, het koortje en het orgel van Tell me what, de trompet op As hard as it is, de pompende cover van Ever fallen in love, maar wat dit album voor mij vooral van de rest onderscheidt is het plastic karakter van de sound: vóór alles de ongelooflijk lelijke snaredrum op I'm not satisfied, It's OK (it's alright) en vooral She drives me crazy (ook al schijnt er dan door Bobby Z zoveel moeite in te zijn gestoken om dit specifieke geluid uit verschillende elementen samen te stellen), maar ook de nepblazers op I'm not the man I used to be, de gekunstelde en gemaniëreerde zang van Roland Gift (met als dieptepunt die afschuwelijke falset op Don't let it get you down) en de elektronische gloed die over de meeste nummers ligt. Wanneer het arrangement wat organischer klinkt (zoals op Tell me what en As hard as it is, of de jangle-gitaar op Don't look back) komt meteen de kwaliteit van de composities en de begeleiding naar voren, en dan hoor je dat de mannen het nog niet verleerd zijn om catchy nummers te schrijven, maar de indruk die bij mij toch achterblijft is dat dit één van de lelijkst klinkende platen is die ik ken. Een enorme teleurstelling na het debuut.

Fischer-Z - Going Deaf for a Living (1980)

poster
2,5
De enorme discussie in december 2010 heeft iedereen hier kennelijk uitgeput, want sindsdien heeft niemand meer iets geschreven over dit album. Maar ik heb net de eerste drie Fischer-Z's weer eens gedraaid (ja, ook ik ben niet meer aan John Watts-solo begonnen), en ik sluit me aan bij musician hierboven: een uitstekende kant 1 (met de eerste drie nummers als hoogtepunten), en een stuk mindere kant 2. Sterker nog, ik vind de laatste vijf nummers echt abominabel, met de nepreggae van Haters, die flauwe oplopende akkoordjes in het refrein van Four minutes in Durham (with you) en het totaal nietszeggende Limbo (later nog eens onsterfelijk gecoverd door Dirk Scheele op zijn Liedjesspeeltuin-CD als Hobbeledibeledabeledom : " Hobbeledibeledabeledom… Hobbeledibeledabeledom… Hobbeledibeledabeledo-ho-ho-hom… Danse!!!").

Gelukkig zou de revanche niet lang op zich laten wachten, zoals divart hierboven ook al stelde.

Ben ik de enige die Crazy girl een enorm zwoel nummer vindt?
 

Fischer-Z - Red Skies over Paradise (1981)

poster
4,0
Zoals iedereen hier al stelt : tekstueel inderdaad een fraaie maatschappijkritische plaat, en gelukkig blijft de muziek daar niet bij achter.

Met Rafke Pafke ben ik het verder eens dat het begin van Berlin sterk aan dat van London calling doet denken, ook qua sfeer. En wat de sound van dit album betreft, Watts heeft de toetsen zeer adequaat van Skolnik overgenomen, met ook weer veel kleur en slimme loopjes, maar zijn gitaar klinkt niet alleen erg goedkoop maar eigenlijk ook nog eens in alle nummers hetzelfde, daar had ie wel wat mooiers van mogen maken.

Als ik, aansluitend op een vraag die bij Going deaf for a living gesteld werd, moet zeggen waarom ik na dit toch uitstekende album niet verder ben gegaan met John Watts-solo, dan is het antwoord wat mij betreft dat zijn stem me toch wel is gaan tegenstaan. Als hij up-tempo zingt gaat het prima, maar in de wat tragere passages wordt hij toch wel erg zeurderig en verongelijkt. "Modern world, how I hate it / Modern world, you can take it" – ik kan zeker enige mate van sympathie opbrengen voor het hier geuite gevoel, maar de manier waarop hij het verwoordt en met name de jengelende manier waarop hij deze regels zingt vind ik hemeltergend vervelend. En dan in het laatste nummer, voor mij toch al met afstand de zwakste broeder van het album, de manier waarop het wegsterft: "They have governments, they have governments under contro-wo-wo-wol, wo-wo-wo-woh…" Dat gepiep schiet bij mij helemaal in het verkeerde keelgat. Ik geef toe, hoe je reageert op een bepaalde zangstem is heel persoonlijk, bij anderen zal John Watts misschien geen kwaad kunnen doen, maar bij mij werkt zijn dunne stem soms op de zenuwen, en na deze plaat was ik er wel mee klaar, zoals dat tegenwoordig heet. Niets ten nadele van de muziek verder : "Down in their bunkers, under the sea", na dertig jaar is dat nog altijd even opzwepend. (Dat basloopje in In England na "Oo-oh that's nice..." !)
 

Fischer-Z - Word Salad (1979)

poster
4,0
Springerig, dat is het woord dat altijd bij mij opkomt als ik dit album draai. En mijn persoonlijke afwijking dat het uiterlijk van het hoesontwerp in mijn beleving het innerlijk van de bijbehorende plaat inkleurt (en dus de muziekbeleving sterk beïnvloedt) kan nauwelijks beter geïllustreerd worden dan aan de hand van dit album: kleurrijke hoes, even kleurrijke muziek. (Ik zeg niet dat ik er blij mee ben dat het bij mij zo werkt, want de feestfunk van The black album van Prince paste natuurlijk absoluut niet bij de bijbehorende hoes, maar ja, wat doe je d'r aan.)

Ontzettend leuke plaat dus, ook na al die jaren nog. Kant 2 (ik stam ook nog uit het vinyltijdperk) is inderdaad wat minder (met name vanaf het negende nummer), maar het blijft allemaal toch zo uitbundig (en de plaat is ook zo snel voorbij) dat dat niet echt stoort.

Het bericht waarin Paap_Floyd zich afvraagt hoe het kan dat op zijn exemplaar Pretty Paracetamol opeens First impressions heet is al meer dan vijf jaar geleden geplaatst, maar ik zie dat hij vandaag nog op MuMe is geweest, dus hopelijk leest hij dit. Ik kan me eveneens nog herinneren dat ik indertijd bij iemand een versie met die alternatieve titel zag staan, en de eerste regel van het nummer luidde op die persing ook niet "Pretty Paracetamol, you soothe my aching brow" maar "If I ever lose control, you soothe…" En ik meen me ook te herinneren ergens gelezen te hebben dat dat was omdat meneer Paracetamol een verbod op het gebruiken van zijn produktnaam in titel en tekst van een (enigszins kritisch) liedje in een rechtszaak had afgedwongen (wellicht alleen in Canada, volgens de bevindingen van reptile71, zie diens bericht van 3 april 2009).
 

Flash and the Pan - Flash and the Pan (1978)

poster
3,5
Zie hier wat Rinus hierboven bedoelt – zo ken ik deze hoes eveneens. Leuke plaat dit, al dreigt af en toe de verveling toe te slaan vanwege die "processed" praatzang van George Young, maar met name de kleurrijke toetsen en de erg leuke melodieën houden me toch bij de les. Naast de single (met die geweldige pianosolo) is The African shuffle mijn favoriet vanwege dat briljante intro-loopje. Walking in the rain kwam twee jaar later op Grace Jones' Nightclubbing terecht, en ik meen me te herinneren dat ik ook ooit ergens een cover van Man in the middle heb gehoord, maar daar kan ik niets meer over terugvinden. (Wellicht wel bekend bij iedereen hier, maar de twee leiders van deze band –Harry Vanda en George Young– waren ook de drijvende krachten achter de Australische Easybeats, makers van de ultieme popsingle Friday on my mind.)
 

Flying Colors - Second Flight: Live at the Z7 (2015)

poster
5,0
Ik begon neutraal aan deze liveplaat, uitgeleend door een vriend zonder dat ik wist wie de bandleden waren, maar ik kwam toch al spoedig onder de indruk, eerst door het trio 10-minuten-plus-nummers, daarna door het meeslepende Mask machine en nog later ook door de rest. Een live-album vind ik niet per se de beste manier om met een band kennis te maken, maar hier werkt het wonderwel omdat alles zo goed klinkt en omdat er geen ellenlage solo's of sfeerpassages in zitten. Sterk materiaal, met een geweldige Portnoy die zich tevens goed inhoudt wanneer hij niet los mag gaan, een lekker felle gitarist, en (voor mij de belangrijkste troef) een leadzanger met een prachtige en intrigerende stem die het ene moment knap de hoogte in gaat maar dan even later juist prachtig kraakt als de oudere Gene Clark, soms gewoon ondefinieerbaar mooi, en altijd "sprekend" en karaktervol. De eerste CD zit na de lange opener wat meer in de richting van de AOR, niet altijd spectaculair maar wel steeds degelijk, maar de tweede CD wordt stapje voor stapje steeds beter en kan ik ook bijna onbeperkt horen. Heerlijke kennismaking.
        Bij het geleende digipack zit ook een Blu-ray met het hele concert, nog niet bekeken maar ik verheug me er nu al op. (Wel net stiekem vast even een stukje Mask machine op YouTube bekeken – wat is dat toch een heerlijk nummer.) Eerst het audioconcert nog een paar keer draaien.

Flying Colors - Second Nature (2014)

poster
5,0
Ik kan me zo voorstellen dat de meeste liefhebbers van deze band Second nature al kenden voordat ze aan Second flight: live at the Z7 begonnen (of naar een concert uit die tour gingen), maar in mjn geval ging dat net omgekeerd, omdat een vriend die liveplaat wel een mooi vertrekpunt vond om mij met Flying Colors te laten kennismaken. En omdat ik Second flight inderdaad zó geweldig vond dat ik ook het studiowerk van deze band wilde horen, ben ik als het ware achterwaarts bij Second nature beland. Het risico daarvan is dat het iets ingetogener karakter van een studioplaat kan tegenvallen wanneer je bent begonnen met de uitbundigere en "lossere" live-versies van de nummers, zoals mij in het begin overkwam toen ik eerst Made in Japan en daarna pas Machine head van Deep Purple leerde kennen (en zoals die vriend overkwam toen hij eerst de liveplaat van Alquin hoorde en pas daarna aan de studioplaten toekwam).
        Gelukkig heb ik daar bij dit album geen last van, gedeeltelijk omdat de studiotechniek in een halve eeuw toch een stuk beter is geworden, en gedeeltelijk omdat deze oude rotten onderhand wel weten hoe ze een plaat goed en "breed" moeten laten klinken. Zo kan Second nature wat mij betreft ook ná mijn enthousiasme voor Second flight prima op eigen benen staan, en ook nú zijn de opener, de afsluiter en het stevige Mask machine voor mij de hoogtepunten. Sowieso staan er maar heel weinig mindere nummers op deze plaat, eigenlijk alleen maar het enigszins flauwe Lost without you (en dan denk ikzelf meteen: nou, het zal wel geen toeval zijn dat dat het enige nummer van dit album is dat niet ook op Second flight terecht is gekomen), en persoonlijk schiet het overdadige koor op het einde van Peaceful harbor me een beetje in het verkeerde keelgat, maar verder is dit een voorbeeldig album met alleen maar ijzersterke melodieën en pakkende arrangementen. Feitelijk de perfecte mix tussen superieure prog en toegankelijke rock, met als bonus de zang van Casey McPherson – net als Chris Thompson bij Manfred Mann's Earth Band heeft hij een stem die ik niet per se bij progrock zou verwachten, eerder bij een singer-songwriter met een mooi rafelig randje waardoor de muziek van beide bands een extra emotionele laag krijgt. (Van de stem van Neal Morse ben ik daarentegen absoluut geen fan, maar gelukkig heeft hij op dit album niet veel solozang, en bovendien doet hij dat hier best goed.)
        Nog één ding: is er niemand die bij de basis-gitaarriff vanaf 0:26 op Mask machine moet denken aan een gitaarloopje op het instrumentale einde van een heel beroemd nummer van een heel andere band?

Flying Colors - Third Degree (2019)

poster
5,0
vielip schreef:
Toch weer een fantastisch album hoor! Ik was na de eerste paar luister beurten nog niet echt overtuigd om eerlijk te zijn. Maar het kwartje is inmiddels gevallen. Heerlijk! Er worden wat andere stijlen toegevoegd en er wordt weer lekker geëxperimenteerd. Het voelt aan de ene kant heel vertrouwd maar aan de andere kant lijkt het album ook niet echt op z'n voorgangers.
Precies, zo heb ik dat ook ervaren. In het begin miste ik een beetje het compositorische vernuft, en de gitaarsolo's zijn ook niet allemaal even geweldig (misschien ook omdat de achtergrond waartegen Neal Morse moet soleren dus niet altijd zo sterk is), maar na verloop van tijd komen de prachtige refreinen steeds duidelijker in beeld, en dan begint ook pas op te vallen hoeveel dit album verschilt van z'n voorganger – dingen als de funk/jazz van Geronimo en de close-harmony-pop van Love letter heb ik op Second nature toch niet gehoord. Misschien kan ik het nog het beste duidelijk maken door te zeggen dat deze nummers veel moeilijker te categoriseren zijn: Second nature omschreef ik als "de perfecte mix tussen superieure prog en toegankelijke rock", maar Third degree neigt dan weer meer naar de rock met alternatieve invloed, en in Geronimo hoor ik dus een vleugje Steely Dan, en de twee lange tracks liggen dan weer in de prog-traditie, alles gepresenteerd barstensvol overtuiging, en met een zanger die mij steeds ontroert met zijn lage stem met mooie rafeltjes maar die ook in de hogere regionen uitstekend uit de voeten kan.
        Van de bonus-CD had ik geen hoge verwachtingen, maar het leuke is dat ik bij de instrumentale versies nu juist perfect op de instrumenten en het arrangement als geheel kan letten in plaats van op de zangmelodie en de eventuele climax, en doordat de arrangementen zo anders zijn komen de details van de melodieën en de instrumenten mooi naar voren. En als ik hierboven heb gezegd dat de solo's van Steve Morse mij op de eerste CD niet zo goed bevallen, krijgt hij bij deze akoestische arrangementen toch wel een glansrol toebedeeld – dat einde van het laatste nummer met drie gitaren door elkaar heen is echt geweldig, en de akoestische versie van Love letter (de enige domper van het eigenlijke album) smaakt me zelfs beter dan het oorspronkelijke arrangement.
        Hoe ik Geronimo ervaar is wel representatief voor mijn reactie op het album als geheel: in het begin ongelovig bij die slap-bass van Dave LaRue en die onderkoelde jazzy zangmelodie, dan met meer aandacht luisterend wanneer het refrein aan de beurt is, daarna meegesleept wanneer na 3½ minuut dat spannende tussenstuk met synth en bassdrum begint, en uiteindelijk dik tevreden wanneer het nummer na McPhersons laatste "Geronimoooh!" voorbij is. Mooi dat Portnoy zich weer bij Dream Theater heeft aangesloten, maar hopelijk vindt hij ook nog ergens de tijd voor een vierde album met deze vliegende kleuren.

Focus - At the Rainbow (1973)

Alternatieve titel: Live at the Rainbow

poster
4,0
Akkerman speelt hier af en toe inderdaad een beetje gehaast en slordig, maar tegelijkertijd geeft dat wel een mooie kinetische energie aan het geheel. De "klassieke" composities als Focus III, Focus II en Sylvia klinken daardoor niet zo perfect en àf als op de plaat, maar de fellere stukken als Answers? Questions! Questions? Answers! en Eruption knallen er daardoor extra goed uit. Zo komen sfeer, techniek en live-energie hier prima samen.
        En om nog even op de meest recente berichten terug te komen, Introspection 1 heeft 132 weken in de Nederlandse elpee-top-20/50 gestaan (waarvan 4 weken op de eerste plaats), dat is al veel meer dan de 87 weken van alle acht Focus-platen van tussen 1971 en 1985 bij elkaar. (In het Albumdossier 1969-2002 van Johan van Slooten staat Introspection 1 op nummer 3 van de lijst van meest succesvolle albums aller tijden in de Nederlandse albumlijsten.) Ik sla zelf Focus aanzienlijk hoger aan, maar minder succesvol dan Focus kun je de eerste soloplaten van Van Leer onmogelijk noemen.

Focus - Focus 3 (1972)

Alternatieve titel: Focus III

poster
5,0
Ik kan niet zo veel toevoegen aan de eerdere loftuitingen bij deze berichten. Alles klopt overal precies, alle nummers nemen de juiste ruimte in, het samenspel is naadloos zonder droog of steriel te worden, de composities blijven steeds interessant en pakkend, en de solisten zijn in topvorm. Het enige dat ik hier op zou kunnen aanmerken is dat Anonymus two wel èrg lang doorgaat, maar ik zou eigenlijk niet kunnen aangeven welke passage ik daaruit zou willen missen, en bovendien is het heerlijk wachten op die lyrische slotsolo van Akkerman. Weer zo'n plaat waarvan ik me afvraag hoe ik hem in 's hemelsnaam al die jaren links heb kunnen laten liggen.
        Overigens is de line-up van de vier muzikanten zoals vermeld op de hoes eigenlijk niet volledig. Bij zijn supervisie van de CD-transfers schreef producer Mike Vernon in het boekje bij The best of Focus – Hocus pocus: "I had forgotten that I was singing Round goes the gossip along with Thys. What? No credit?"
        Wat de afwezigheid van House of the king op de CD-versie van Focus III betreft, misschien dachten ze bij de platenmaatschappij, "nou, het staat ook al als single op de eerste plaat, en als we het op Focus III laten staan kopen mensen die eerste plaat daarna misschien minder snel omdat ze het 'uithangbord' daarvan dan al hebben, dus laat het op Focus III maar gewoon weg." Een beroerde redenering, ik weet het, maar anders kan ik ook niets verzinnen. Iets anders is dat Elspeth of Nottingham op de vinylversie ná het tweede deel van Anonymus two komt, maar op de CD ineens terug is gezet naar de plaats vóór Anonymus two (dat nu één geheel van ruim 26 minuten vormt). Persoonlijk vind ik het wel een mooie onderbreking tussen de twee lange workouts Answers... en Anonymus two (even adem halen), maar het is toch eigenlijk een rare zaak.

Focus - Focus II (1971)

Alternatieve titel: Moving Waves

poster
4,5
Benadert de perfectie. Kant 1 is groots, met Hocus pocus (dat onbegrijpelijk fris blijft) en het prachtige Focus II als belangrijkste blikvangers, en kant 2 opent ook zeer sterk, maar vanaf minuut 9 (ik denk dat daar The bridge begint) komen er eerst een gitaarsolo en daarna een orgelsolo die allebei wat lang duren en bovendien plaatsvinden tegen een begeleiding met weinig variatie zodat er in mijn oren te weinig spannends gebeurt, en de enigszins obligate drumsolo houdt het geheel ook een beetje op, waardoor ik net geen 5* aan dit album kwijt kan. Neemt natuurlijk niet weg dat dit een geweldige plaat is – dat ik van mezelf moet verklaren waarom ik hier geen maximale waardering aan geef zegt eigenlijk al genoeg over de klasse van dit album.
        Net als het debuut klinkt deze Red Bullet-re-release uit 2001 prima, en daar gaat het natuurlijk om, maar qua boekje komt de luisteraar er wel èrg bekaaid af – er staat niet eens bij in welk jaar dit album oorspronkelijk verscheen, en terwijl op de achterkant van het doosje wel de juiste line-up staat vermeld (Thijs van Leer, Jan Akkerman, Cyril Havermans en Pierre van der Linden) staan in het boekje Van Leer, Akkerman, Bert Ruiter, David Kemper en Colin Allen als groepsbezetting. En jammer dat de explosieve Amerikaanse single-versie van Hocus pocus hier niet als bonustrack bij staat (wel aanwezig op Hocus Pocus – the best of Focus [1994] ).

Focus - Hamburger Concerto (1974)

poster
4,5
chevy93 schreef:
Op Progarchives is dit by far het best gewaardeerde album van Focus, en terecht. De populariteit hier is toch wat karigjes t.o.v. Focus II en III. Het titelnummer behoort gewoon tot het beste wat er te vinden is in de hoek van de progressieve rock.
Net weer eens gedraaid. Helemaal mee eens, staat gewoon op hetzelfde niveau als de voorgaande albums.

Focus - Hocus Pocus (1994)

Alternatieve titel: The Best Of

poster
4,5
Het is een discussie van inmiddels al meer dan drie jaar geleden, dus dit komt een beetje als mosterd na de maaltijd, maar ik begrijp niet hoe iemand kan zeggen dat de single-versie van Hocus pocus "een verkorte versie dus ergens ge edit" is. De korte versie maakt gebruik van hetzelfde idee en dezelfde basisstructuur als de lange versie, maar de benadering is wezenlijk anders, de gitaarsolo's knallen van agressie bijna van het schijfje af, het klinkt allemaal veel rafeliger en energieker, en bovendien is het volgens mij geen geëdite versie maar gewoon opnieuw (en dus met een totaal andere insteek) ingespeeld. Vooral Akkermans gitaarspel zorgt ervoor dat het uitstekend op zichzelf kan staan en bovendien een waardevolle aanvulling op de lange versie is.

Voor de rest is dit album een prima verzamelaar, maar omdat hij kennelijk "carrière-overspannend" moest zijn staat er veel op uit een minder interessante periode (11 t/m 15), waardoor bijvoorbeeld ook Hamburger concerto (Birth!) onvoldoende aan bod komt, en dat is jammer. Wie echter "iets" van Focus wil maar de aparte albums een beetje taai vindt heeft hier toch een heel behoorlijke compilatie.

Focus - In and Out of Focus (1970)

Alternatieve titel: Focus Plays Focus

poster
3,5
Voor wie Focus voornamelijk kende van de lang uitgesponnen instrumentale stukken (zoals ik) is het misschien een beetje gek om deze plaat met maar liefst vijf vocale nummers te leren kennen, maar gelukkig werd mijn angst dat het hier om ter opvulling bedoelde wegwerpnummers zou gaan absoluut geen bewaarheid. Eigenlijk bevat dat kwintet voor elk wat wils: een sfeervolle opener, een romantische ballade, een grappig pseudo-politiek liedje met sublieme gitaarsolo, een mooi trippy nummer (maar helaas met een melodie die me steeds doet denken aan Sympathy van Steve Rowland & the Family Dogg, toevallig uit hetzelfde jaar, plus een abominabele Engelse uitspraak van de zanger in kwestie – mijn CD-boekje geeft geen uitsluitsel over wie dat is) en een mooi sfeervol "maatschappelijk bewuste" ballade.
        Allemaal niet slecht, maar ik draai deze plaat toch vooral vanwege de drie instrumentale nummers: Akkermans pakkende House of the king, het lekker schurende Anonymus en het werkelijk zeldzaam mooie Focus (instrumental). Dat trio is zo fantastisch dat ik toch makkelijk aan de 4* kom voor deze debuutplaat die qua opbouw enigszins onevenwichtig is maar in detail (dus van track tot track) beschouwd feitelijk geen zwakke plekken kent.
        Overigens, toen de eerste kopers deze plaat op vinyl in huis hadden, hoeveel mensen zouden er toen bij die steeds herhaalde passage in Focus... (vocal) gedacht hebben dat er een tik op de plaat zat waardoor de naald bleef hangen?

Focus - Ship of Memories (1976)

poster
4,0
Okee, het is dan wel restmateriaal, maar aangezien de “klassieke” samenstelling van deze bijzondere band slechts vijf studioplaten heeft achtergelaten is deze verzameling op voorhand toch al interessant. En natuurlijk is het fragmentarisch (alleen al vanwege de verschillende opnamedata), en natuurlijk had ik ook wel gewenst dat sommige dingen wat verder uitgewerkt waren geworden en/of een wat definitiever vorm hadden gekregen, maar eigenlijk hoor ik bijna overal behoorlijk inventieve melodie-ideeën, Akkerman krijgt alle ruimte om spetterend te soleren, en de sound is prima. Zelfs Glider en Red sky at night komen in deze context beter tot hun recht dan op Hocus pocus – the best of Focus, waar ik die twee nummers voor het eerst hoorde. Zoals Fedde het op 11-12-2012 zo treffend omschreef: “er gloeide nog wel wat onder de as”.
        Ik maak er een gewoonte van om bonusnummers niet als favorieten aan te vinken, en omdat de Amerikaanse single-versie van Hocus pocus niet op de oorspronkelijke vinylelpee stond krijgt die van mij dus geen voorkeursstem. Jammer, want het blijft een subliem nummer waarin het tempo twee tandjes hoger ligt dan op de langere albumversie, met Akkerman die bijna agressief soleert en de rest van de band die hem op de voet volgt. Ik heb echt spijt dat ik Focus indertijd nooit live heb gezien, maar gelukkig heb ik kort vóór corona Akkerman nog live (en zeer energiek) in een kleine zaal bezig gezien, en het dak ging eraf.