MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Larry John McNally - The Making Of... Vibrolux (1997)

poster
3,5
Een soort bonus-disc bij Vibrolux, bestaande uit de akoestische versies van tien nummers die dat album niet hebben gehaald : "I loved the pureness and simplicity of voice and guitar and nothing else and so I've compiled my favorite out-take songs here as a companion CD to the Vibrolux set." We horen alleen de stem en het akoestische gitaarspel van McNally, en ook in z'n eentje houdt hij zich prima staande, hoewel zijn enigszins sonore voordracht en de kaalheid van de arrangementen de nummers niet de spanning meegegeven die ze verdienen. Zeven eigen composities, één nummer van Marvin Etzioni (bassist van Lone Justice en producer van Vibrolux), één samenwerking tussen Etzioni en McNally, en één cover van Lucinda Williams (Like a rose van haar titelloze plaat uit 1989), met in het boekje kort commentaar van McNally bij elk nummer (althans in het boekje bij The complete Vibrolux sessions). Een aardige toegift bij het oorspronkelijke album.

Larry John McNally - Vibrolux (1994)

poster
4,0
Larry John McNally is een Amerikaanse singer-songwriter wiens nummers zijn opgenomen door vogels van zulk divers pluimage als de Eagles, Chaka Khan, Rod Stewart, Bonnie Raitt en Joe Cocker; voor het grote publiek is hij zó onbekend gebleven dat ik op internet niet eens zijn geboortejaar heb kunnen vinden, maar hij schijnt al sinds 1981 actief te zijn. In 2003 zag ik hem in de kleine zaal van het Tilburgse 013 optreden in een "package show" met collega's Lynn Miles, Ray Wilie Hubbard en Slaid Cleaves, en zijn nummers maakten daarbij zo'n indruk dat ik na afloop The complete Vibrolux sessions kocht, een dubbel-CD bestaande uit Vibrolux plus een tiental nummers die het album uiteindelijk niet gehaald hebben in "unplugged"-versies (The making of Vibrolux met McNally solo op gitaar en zang).
        McNally's nummers zijn enigszins moeilijk te categoriseren: de teksten gaan soms over liefde of over relaties in het algemeen, maar soms ook over donkerder onderwerpen als eenzaamheid of verslaving. Daarbij speelt hij zelf vrij subliem akoestische gitaar, zo te horen op sterke metalen snaren die hij zeer geprononceerd om zijn zang heen laat glijden en klepperen met maximaal expressief effect, opgenomen via een Vibrolux-versterker die er nog eens extra vibrato en reverb aan geeft. De begeleiding is van bassist Jerry Scheff (bekend van beide Elvissen en de Doors) en Lone Justice-drummer Don Heffington, en daar is allemaal muzikaal niets mis mee, maar misschien kan een luisteraar af en toe verlangen naar een extra instrument zoals een piano of een tweede gitaar. Bovendien heeft McNally een vrij aparte stem die hij regelmatig laat overslaan naar een soort falset; zelf heb ik daar geen moeite mee, maar ik kan me voorstellen dat dat hoge "gezwalk" een ander behoorlijk op de zenuwen gaat werken, en misschien is dat ook wel de reden waarom hij nooit een groter publiek heeft bereikt.
        In 1984 nam Joe Cocker voor zijn album Civilized man McNally's Long drag off a cigarette op in een sessie waarop McNally ook meespeelde. Toen McNally later een concert van Cocker bezocht merkte hij hoezeer het publiek op onaangename wijze hoopte op iets onverwachts op het podium, bijvoorbeeld dat Cocker zou gaan overgeven of dat zijn stem het zou begeven. Dat resulteerde in het openingsnummer van dit album, Can Joe Cocker hit the high notes tonight? Ik weet niet meer of McNally dat in 2003 ook speelde, maar ik ben blij dat ik na afloop van dat concert The complete Vibrolux sessions heb aangeschaft èn door hem heb laten signeren. Vriendelijke man, mooie plaat.

Led Zeppelin - BBC Sessions (1997)

Alternatieve titel: The Complete BBC Sessions

poster
4,0
Ik krijg soms het idee dat deze band in een soort eigen tijdszone opereerde (en nog steeds opereert). Waar de platen van de meeste andere bands altijd wel op een bepaalde manier "aan hun tijd hangen" (overigens vrijwel altijd zonder dat mij dat stoort), lijkt het wel of de muziek op Zeps eerste vijf à zes platen helemaal buiten de tijd staat en als het ware in een parallel universum tijdloos voortbestaat (terwijl met name de eerste twee platen toch zulke duidelijke wortels in de blues hebben). Hoewel ik sommige van hun platen al 40 jaar ken ontdek ik er nog steeds nieuwe (muzikale èn emotionele) dingen in, en het lijkt wel alsof ik ze elk jaar nóg een procent beter ga vinden. Deze live-opnames zijn een prachtige aanvulling op hun reguliere werk, scherp en direct en toch ook weer met die magie waardoor de muziek aan het hier en nu ontstijgt. Aan de berichten hier te lezen is How the West was won het verplichte volgende station...
 

Led Zeppelin - Box Set (1990)

poster
3,0
Vroeger was ik absoluut geen liefhebber van hard rock of heavy metal of hoe we het dan ook noemen, maar met het klimmen der jaren is mijn smaak toch veranderd (harder geworden), en dan moet deze band toch in de collectie. En hoewel metal in mijn collectie nog steeds in de minderheid is, is dit toch wel een Ultieme Band – zelfs als Led Zeppelin niet één van mijn lievelingsbands is durf ik toch wel te stellen dat deze groep in de top-20 (misschien zelfs wel top-10?) van belangrijkste bands aller tijden thuishoort.

Als puber had ik Led Zeppelin II, hetgeen ik een behoorlijk goede plaat vond, en later kocht ik ook Led Zeppelin IV, al was het alleen maar vanwege Stairway to Heaven, maar van die plaat begreep ik niet zoveel. Een jaar of 20 geleden leerde ik via een vriend ook hun andere vroege platen kennen, en toen ik dan deze box zag kocht ik hem meteen. Zoals hierboven al aangegeven: uitstekende selectie, prachtig vormgegeven, mooi boekwerk, perfecte uitgave.

Niets begreep ik er dan ook van dat de All Music Guide deze box niet eens het maximum aantal sterren gaf, met het argument dat “het werkelijke bereik van hun muziek alleen tot uiting komt op de originele albums waarop de nummers in een zorgvuldig bepaalde volgorde staan.” Onzin, vond ik – een goede compilatie is een goede compilatie, en blijft dat ook los van hoe de muziek oorspronkelijk uitgebracht werd.

Inmiddels zijn we wat jaartjes verder, en in mijn CD-kast prijken nu Led Zeppelin I, Led Zeppelin II, Led Zeppelin III, Led Zeppelin IV, Houses of the holy en Presence, en van Physical graffiti zal het vast ook nog wel komen, hoeveel bezwaar ik ook tegen sommige stukken van dat album heb. En dat ik al die losse albums heb gekocht komt echt niet alleen maar doordat Livin’ lovin’ maid (she’s just a woman) hier niet direct op Heartbreaker volgt (hoewel dat wel een mooi voorbeeld is). Nee, het komt gewoon doordat deze box voor mij eigenlijk maar zo’n beetje door de tijd heen springt, en hoewel Jimmy Page ongetwijfeld een heleboel plezier heeft gehad in het verzinnen van verrassende volgordes van nummers (vast om mensen “met frisse oren naar de bekende nummers te laten luisteren”) werkt het voor mij absoluut niet.

Was deze compilatie helemáál (in plaats van slechts grofweg) chronologisch geweest, dan had ik misschien nog wel vrede kunnen hebben met de nummers die in de “flow” zijn weggelaten, maar ik merkte gewoon dat ik hem zoals hij nú is eigenlijk nauwelijks draaide, sterker nog: ik voelde gewoon weerzin om hem te beluisteren, en zette er hoogstens af en toe een paar losse nummers van op. Uiteindelijk blijkt dit toch een band te zijn waarvan ik de albums inderdaad met alle nummers in de juiste volgorde (en in hun geheel) wil beluisteren; ook al heb ik een groot deel van hun muziek dus pas relatief laat in mijn leven leren kennen, voor mij heeft toch elk album z’n eigen identiteit, elk album draagt z’n eigen sfeer uit, en door al die nummers op deze box zo door elkaar te laten klinken verliest de muziek voor mij een belangrijk deel van z’n zeggingskracht.

Hoeveel sterren moet ik deze box nu geven? Vijf voor de kwaliteit van de muziek natuurlijk... maar de sequencing?...
 

Led Zeppelin - Coda (1982)

poster
3,5
Nog even ter correctie op mijn voorgaande bericht : het is niet track 10 (Robert Johnsons Travelling riverside blues) maar track 11 (White summer / Black mountain side) die de 3CD-uitgave uit 2015 niet gehaald heeft. (Zolang die tracklisting zo blijft natuurlijk, want wie weet komt er over een aantal jaren wel een volgende nóg definitievere versie uit...)
        Een restjesplaat dus, om de archieven leeg te schrapen, want in het boek bij de 4CD-box-set uit 1990 zegt John Paul Jones al : "there wasn't a lot of Zeppelin tracks that didn't go out. We used everything." Vandaar ook dat dit met 33 minuten met afstand de kortste Led Zeppelin-plaat is (en sowieso de enige die onder de 40 minuten inklokt), en wat is het dan eeuwig zonde dat Page op de oorspronkelijke plaat niet een plaatsje inruimde voor het geweldige Hey hey what can I do, het nooit op één van de acht reguliere studio-albums verschenen B-kantje van Immigrant song uit 1970.
        Afijn, op de "kale" plaat zelf staan drie nummers waarvan ik zelf vind dat ze moeiteloos op de gewone platen mee hadden gekund : de knallende opener (leuk om het origineel eens te beluisteren, Ben E. Kings Groovin', bijvoorbeeld op het live opgenomen Apollo Saturday night, te vinden op YouTube), het sublieme Poor Tom (omdat ik dat via de voornoemde 4CD-box kende dacht ik altijd dat dat gewoon op III stond) en de hectische afsluiter. De overige nummers wisselen een beetje in kwaliteit, nergens echt super maar ook nergens zo vervelend als bijvoorbeeld de drie kortere nummers op Presence, hoewel ik die electronic treatments door Page van Bonhams drumgeluid op Bonzo's Montreux totaal niet passend en bovendien gewoon lelijk vind. Al met al is Coda gewoon leuk om erbij te hebben, ter herinnering aan wat deze band kon, als verzamelplaat voor een paar geweldige nummers en om de collectie compleet te maken.
        Ook de extra's zijn niet allemaal geweldig, met overbodige remixen, instrumentale versies en exotische arrangementen, maar ook met een interessante vroege versie van When the levee breaks die nóg beter laat horen hoe meedogenloos de uiteindelijke briljante uitvoering op IV is, een mooie Indiase versie van het toch al zo sfeervolle Friends, en St. Tristan's sword, een outtake van III waarbij de geprononceerde funky bas en de rockende gitaar wel uit verschillende nummers lijken te komen. En dan is er natuurlijk Hey hey what can I do, waarvan de zonnige onbevangenheid me altijd welgemoed stemt... Zo vormt dit extra uur een niet essentieel maar wel leuk inkijkje in een fascinerende keuken waarvan de hoofdgerechten me zo uitzonderlijk goed smaken.

Led Zeppelin - Houses of the Holy (1973)

poster
5,0
Voor mijn gevoel het meest "open", gevarieerde en optimistische van Zeps eerste vijf albums, en tevens het laatste van hun vijf 5*-albums op rij. De gestapelde gitaarpartijen van het openingsnummer, de vredigheid van The rain song, de verwachtingen die spreekt uit "the open road" van Over the hills and far away (prachtige titel trouwens), de zomerse avond van Dancing days, de kinderlijke vreugde van het doo-wop-slotkoortje van The ocean, de oranje getinte hoes, het werkt allemaal samen om aan deze plaat een gevoelswaarde van lichtheid en levendigheid te geven die zelfs de "dogs of doom" van No quarter niet kunnen verdrijven. En natuurlijk wordt dat gevoel van vitaliteit ook opgeroepen door de kwaliteit van de muziek, die hier frisser en inventiever dan ooit klinkt en die zó afwisselend is dat de term "hardrock" hier feitelijk niet meer van toepassing is.
        Eén bedenking. Rick Wakeman noemt het Yes-album Union zelf altijd Onion, omdat die plaat zó slecht was dat hij er van moest huilen. Naar analogie daarvan stel ik voor om The crunge voortaan The cringe te noemen – ik weet wel dat het iets als een parodie op funk moet voorstellen, maar het is toch werkelijk waar te vervelend voor woorden. (En toch zijn er ergens op de wereld nog 8 MusicMeter-gebruikers die het als één van hun twee favoriete nummers hebben aangevinkt.)

Led Zeppelin - In Through the Out Door (1979)

poster
3,5
Een Led Zeppelin-plaat met meer componisten-credits voor John Paul Jones dan voor Jimmy Page, wie had dat ooit kunnen denken... Ach, het is Zep, dus ik vergeef ze veel, inclusief die melige rockabilly van Hot dog (het enige nummer dat echt de indruk maakt een opvullertje te zijn) en die logge opener die bij de beginmaten zoveel belooft maar elke keer weer met piepende remmen tot stilstaan komt bij dat "Oh, I need your love"-refrein. Een eerste hoogtepunt voor mij is Fool in the rain : hoewel Caribische invloeden in de popmuziek mij dikwijls tegenstaan (zeker wanneer er een instrumentaal tussenstuk door een carnavalsfluitje wordt aangekondigd) bezit dit nummer toch een uiterst aanstekelijk basisritme dat door piano en gitaar samen wordt uitgevoerd (als ik het tenminste goed hoor) plus een leuke gitaarsolo met een brommende sound die me doet denken aan het geluid van Elliot Randall op Steely Dans Reelin' in the years.
        De tweede vinylkant begint met het sterke Carouselambra, nèt geen klassieker à la Kashmir of Achilles last stand maar door z'n aparte driedelige structuur en volle keyboardsound toch de volle tien minuten lang interessant, en de afsluiter I'm gonna crawl is een mooi onderkoelde en slepende blues die herinneringen oproept aan de eerste twee Zeppelin-albums. Tussendoortje hier is All my love, een ballade die ik de ene keer mooi vind dankzij de kwetsbare zang en zichzelf bijna wegcijferende gitaarpartij maar die ik de andere keer niet goed kan verdragen vanwege de overheersende toetsen.
        Al met al is dit een plaat die nog maar weinig van doen heeft met de Led Zeppelin van de eerste vijf platen, maar door het aanstekelijke spelplezier en het toch wel behoorlijk hoge kwaliteitsgemiddelde van de composities is dit voor mij een waardig onderdeel van hun discografie. De Amerikaanse luisteraars waren het kennelijk met mij eens en zetten dit album in september en oktober 1979 zeven weken lang op nummer 1 in hun verkooplijsten, niet vermoedend dat...

Led Zeppelin - Led Zeppelin (1969)

poster
5,0
Wat mij betreft werd de essentiële uitspraak over deze band gebezigd door Prince in een interview met Rolling Stone: "Led Zeppelin were masters of color and shading at even the heaviest moments." En zo is het maar net: hoe hard en hoe zwaar deze band ook speelt, altijd liggen er nuances en subtiliteiten verscholen onder de oppervlakte – en soms ook ruimschoots daarboven. Al die kleine geluidjes, effecten, echo's, stemmen, toetsenpartijen, "ambient" opnametechnieken en afwijkende instrumenten maken deze muziek rijk op een bijna doortrapte wijze.

Onbegrijpelijk dat een plaat die 45 jaar geleden werd opgenomen nog altijd zo fris klinkt, hoe vaak ik hem ook gedraaid heb en hoeveel bands hier ook hun inspiratie hebben opgedaan. Prachtig ook hoe spannend sommige nummers in elkaar overlopen: You shook me in Dazed and confused, Your time is gonna come in Black Mountain side en I can't quit you baby in How many more times – misschien een heel simpel procédé, maar het werkt wel en het geeft de plaat een enorme vaart.

Het enige minpuntje zit wat mij betreft in Your time is gonna come, dat prachtig wordt opgebouwd met akoestische gitaar, orgel en steelgitaar, maar dan vervolgens een zouteloos refrein krijgt met een suf koortje en een tandeloze oplopende melodielijn. Maar goed, in het geheel van de plaat valt het eigenlijk nauwelijks op, net zoals de nummers die ik in theorie het minst interessant vind (de beide Willie Dixon-covers) in de enorme flow van de rest van het album meegezogen worden. Een extreem rijk en gevarieerd album, en één van de overdonderendste debuten ooit.

Dazed and confused lijkt mij het sleutelnummer van de plaat, zowel omdat het in de kiem al zoveel bevat van wat ze op de latere albums zouden gaan opbouwen als omdat het met Page's strijkstok zo'n showstopper tijdens concerten werd, maar mijn persoonlijke favoriet is toch Babe I'm gonna leave you, dat eigenlijk de hele tijd praktisch hetzelfde akkoordenpatroon herhaalt maar dat met zóveel vernuft doet en met zóveel variatie en brille in het arrangement dat het nummer de volle 401 seconden blijft boeien.

Het meest magische moment vindt echter in Dazed and confused plaats, op 3'27, na Page's gitaargeluidjes en Plants "ah-ha-haah…". Dan gaan na drie hi-hat-tikken van Bonham de bas en de drums los, en de spanning die in die paar maten vóórdat Page er weer inkomt wordt opgebouwd is als de onheilspellende stilte voor een afschrikwekkende storm. Color and shading indeed.
 

Led Zeppelin - Led Zeppelin II (1969)

poster
5,0
Net als de eerste Soft Machine-plaat leerde ik dit album kennen op een leeftijd waarop ik nog maar weinig andere alternatieve muziek kende, dus klonk deze plaat "zoals het kennelijk hoorde" zonder dat ik me afvroeg of hier iets bijzonders gebeurde. Pas toen ik veel later met frisse oren opnieuw ging luisteren viel het me op hoe subtiel en rijkgeschakeerd het geluidsbeeld van dit album is, vol stereo-effecten, echo's, wegstervende koortjes, stiekeme percussie en ver in het geluidskanaal weggestopte gitaren. Ook merkte ik toen pas hoe vaak Page voor "een vrije rol" kiest terwijl hij de begeleiding aan Jones overlaat, zoals op What is and what should never be, The lemon song, Ramble on en (het mooiste voorbeeld) Heartbreaker – hoe kom je er nou op om tijdens een couplet voor de begeleiding van een zangpartij niet een slaggitaar of een riff van een sologitaar te gebruiken maar een loodzware vervormde basgitaar? Het werkt hoe dan ook briljant, maar pas toen ik een keer niet naar de zang maar speciaal naar de gitaarriff van dit nummer begon te luisteren viel me op wat er allemaal gebeurt wanneer de sologitaar stilvalt en het couplet begint.
        Dat zijn de details. Een stap terug en ik zie weer wat een monster deze plaat is, vaak genoemd als het begin van de heavy metal, maar tegelijk zoveel meer dan dat, met folk, blues, rock en pop in de mix, het geheel gebracht met een schandalig zelfvertrouwen, alsof ze de wereld met deze plaat aan hun voeten zouden krijgen. En verdomd als het niet waar was... Misschien wel al honderd keer gedraaid, maar nog steeds niet op uitgeluisterd.

Led Zeppelin - Led Zeppelin III (1970)

poster
5,0
Een rare mix waarvan niet zozeer de aanwezigheid van rustige nummers zo verrassend is (want daar hadden Babe I'm gonna leave you en Thank you de luisteraar al op voorbereid) alswel de hoeveelheid akoestische of semi-akoestische liedjes. Hoe groot de verleiding voor Page c.s. was om Led Zeppelin II 2 te maken weet ik niet, maar het contrast met die doorbraakelpee kon bijna niet groter zijn. Het succes bleef, want in Amerika stond deze plaat 4 weken op nummer 1 en in Engeland zelfs 5 weken, of was dat puur op basis van voorverkoop en reputatie? Hoe dan ook, zowel de blues/rocknummers als de folknummers vind ik stuk voor stuk uitzonderlijk sterk; niet alleen stort de band zich onvoorwaardelijk en met overgave op het afwisselende materiaal, maar de melodieën en de arrangementen zijn ook nog eens van zodanig hoog niveau dat ik dit uiteindelijk net zo'n goede plaat vind als z'n twee voorgangers – mede dankzij het feit dat ik me in beide stijlen kan vinden.
        De bonustracks vormen een aardige mixed bag, met een paar remixen die weinig toevoegen, maar ook met een vroege versie van Since I've been loving you, een rock & roll-arrangement van Bron-Y-Aur stomp en een lekker vet klinkende instrumentale versie van Out on the tiles. Niet veel essentieels, maar wel leuk om erbij te hebben.

Led Zeppelin - Led Zeppelin IV (1971)

poster
5,0
De eerste keer dat ik deze plaat hoorde was als 17-jarige, met alleen Led Zeppelin II achter de kiezen, en ik begreep er niets van. Ik hóórde het allemaal wel, en toen ik de plaat 15 jaar later opnieuw leerde kennen hoorde ik niet iets ánders, maar op de een of andere manier kwam het bijzondere van dit album die eerste keer niet bij me binnen en die latere keer wèl. Pas toen hoorde en begreep ik de diversiteit, de lagen van instrumenten, de rijkdom, de melodieën, het heavy begin dat plaatsmaakte voor folk en Moogs om dan toch weer te eindigen bij de loodzware bluesrock, en vooral de manier waarop de muziek zelfs tijdens de meest zware momenten bleef ádemen. Prince vond dat "Led Zeppelin were masters of color and shading at even the heaviest moments", een mooie omschrijving die perfect geïllustreerd wordt door When the levee breaks, waarin de drums, de zang, de mondharmonica en de gitaar (of liever gezegd gitaren) allemaal zodanig gekleurd en vervormd worden dat geheel uiteindelijk een unieke soundscape oplevert. Maar ik kan natuurlijk ook gewoon zeggen dat bijna alle nummers op dit album zó goed zijn dat de plaat na dat aarzelende begin in mijn puberteit inmiddels een vaste waarde in mijn top-10 is geworden. Een enorm rijkgeschakeerd album dat nog altijd vol magische verrassingen zit, hoe vaak ik het inmiddels ook al gehoord heb.

Led Zeppelin - Physical Graffiti (1975)

poster
3,5
Een afwijkend geluid...

Om de een of andere reden herinner ik me dat de recensent in de Muziek Expres hier in 1975 2½ (van de 5 mogelijke) sterren aan gaf. Toen kende ik de plaat nog niet, maar nu ik hem inmddels wèl ken kan ik me eigenlijk wel heel goed in die half-om-half-waardering vinden. En dat heeft er dan niet eens mee te maken dat slechts de helft van dit album uit nieuwe nummers bestaat en dat Page de rest van de plaat opvulde met outtakes (hetzij om die ook ergens onder dak te kunnen brengen, hetzij om een dubbelelpee als magnum opus te kunnen presenteren), maar enkel en alleen met het feit dat er zoveel matige muziek tussen zowel de nieuwe als de oude nummers staat.

De beste nummers zijn ouderwets sterk. The rover wordt gedragen door een vunzige gitaarriff, Ten years gone is een zeer ontroerend liefdesliedje, en Kashmir, wel, daar zal iedereen z'n eigen mening over hebben, het staat in ieder geval zó op eenzame hoogte wat betreft de favoriete nummers op deze plaat van de MusicMeter-gebruikers dat ik er geen woorden meer aan vuil zal maken.

Aan de andere kant staat wat ik (als één van de weinigen hier) het dieptepunt van de plaat vind, de uitgerekte blues van In my time of dying, waarin veel te weinig gebeurt, en wát er dan gebeurt kan me nauwelijks boeien (op zijn debuutalbum maakte Dylan hier met één gitaartje heel wat pakkenders van in minder dan een kwart van de tijd).

Daartussenin staan dan de vele nummers die variëren van sterk (Houses of the holy, Trampled underfoot ondanks een enigszins richtingloze clavinetsolo, Night flight, The wanton song) tot redelijk (Custard pie, Boogie with Stu), plus nog een paar tracks die in potentie wel interessant zijn maar die me in praktijk koud laten, zoals In the light (ook weer veel te lang opgerekt voor een nummer met zo weinig muzikale ideeën) en Down by the seaside (waarvan de refreinregel "The people turned away" maar niet echt ontroerend of aansprekend wil worden).

Een rare verzameling die als "echt" album bezien vrijwel geen onderlinge samenhang vertoont, maar als losse nummers beschouwd zitten hier diverse briljantjes tussen de voor Led Zeppelin-begrippen te hoge concentratie doorsneemuziek. Toch geef ik zelf meer dan die twee-en-een-halve ster, want na de "zware" eerste CD bevat de tweede CD zoveel verrassingen (dat leuke orgeltje op het poppy Night flight!), zoveel experimenten en zoveel verschillende gevoelssferen (Bron-Yr-Aur, Boogie with Stu, Black country woman) dat dit album daardoor ondanks alles toch meer dan de som van z'n delen wordt. Maar dit het beste Led Zeppelin-album noemen, zoals zoveel gebruikers hier doen, daar kan ik niet bij.

Overigens waardeert de All Music Guide de eerste zes albums van Led Zeppelin allemaal met het maximum aantal sterren, dus ook Physical graffiti. Dat ik in mijn oordeel over deze plaat een uitzondering ben is me wel duidelijk.
 

Led Zeppelin - Presence (1976)

poster
4,0
Louter procentueel bekeken zou dit een heel matige plaat zijn, want maar liefst drie van de zeven nummers zijn ofwel oninteressant (Hots on for nowhere) ofwel gewoon slecht (Royal Orleans en Candy store rock). In totaal zijn dat echter slechts 12 van de 44 minuten, en wanneer er onder die overige vier nummers dan twee sterke zitten (For your life en Nobody's fault but mine), één klassieker (Achilles last stand – dat heeft mij overigens vanwege de gitaren en het basgeluid al vanaf het begin aan Yes doen denken) en één nummer waarop ik ronduit verliefd ben (Tea for one – zelfs toen iemand mij wees op de sterke overeenkomst met Since I've been loving you bleef ik er een ernstig zwak voor houden), dan is dit eigenlijk een behoorlijk sterke plaat waar ik erg blij mee ben.
 

Led Zeppelin - The Song Remains the Same (1976)

poster
4,0
Zo zie je maar weer. De laatste jaren ben ik een steeds grotere liefhebber van Led Zeppelin geworden, maar dit album heb ik vanwege z'n slechte reputatie altijd links laten liggen (de film heb ik jaren geleden op DVD gezien, maar daaraan bewaar ik nog slechts vage –en matige– herinneringen). Laatst kwam ik de CD goedkoop tegen en heb ik 'm toch maar gekocht, en sindsdien is hij eigenlijk nauwelijks meer uit mijn speler weggeweest. Rauw en rafelig wanneer dat nodig is, maar ook breed en majestueus wanneer The rain song en No quarter op het programma staan, en bovenal uniek dwars door het middenrif scheurend.
        Uit de eerdere berichten hier kan ik al opmaken dat de twee voornaamste stenen des aanstoots qua repertoire op deze plaat Dazed and confused en Moby Dick zijn. Dazed duurt inderdaad te lang, maar tussen de melige en spanningsloze passages zitten toch ook weer zóveel spetterende solo's en grappige musical left turns dat de 26 minuten verbazingwekkend snel voorbij zijn en het nummer in ieder geval een stuk korter lijkt te duren. Met het commentaar op Moby Dick kan ik wel eens zijn, want die drumsolo van tien minuten kan mijn aandacht absoluut niet vasthouden, ook al zouden volgens Stephen Davis' Hammer of the gods : the Led Zeppelin saga bioscoopgangers na deze solo uit hun stoelen zijn opgestaan om te applaudiseren. (Op internet circuleren ook nog berichten over Bonzosolo's van 23 minuten, dus laat ik maar blij zijn dat ze niet een hele plaatkant aan zó'n versie van Moby Dick hebben opgeofferd.) En zelf vind ik het verder ook nog jammer dat het begin van de solo van Stairway to Heaven er door dat overschakelen van de ene gitaarhals naar de andere niet in één keer mooi invalt, maar gelukkig maakt de rest van de solo dat meer dan goed.
        Al met al is dit een prachtig album met grotendeels uitstekende uitvoeringen en een lekkere sound. Slechte reputatie of niet, de enige spijt die ik bij deze plaat heb is dat ik hem niet eerder heb leren kennen. Aangevinkte nummers: The rain song en Stairway (met No quarter vlak daarachter).

Lee Abraham - The Seasons Turn (2016)

poster
2,5
Een mooi album, maar ook wel erg braaf en veilig. Abraham heeft een prachtige touch op zijn gitaar, en ik ben geheel bereid om me op de romantische insteek van de muziek mee te laten voeren, maar net als mijn voorganger vind ik de zangpartijen veel te mat, en hoewel de gitaarsolo's goed in elkaar zitten (en dus uitstekend klinken) vervoeren ze me ook nergens, zodat bijvoorbeeld de veelbelovende coda van het verder matige Harbour lights net niet van de grond loskomt. Het titelnummer stijgt boven de rest uit, hoewel met het bezwaar dat ik dezelfde zangmelodie wel erg vaak hoor terugkomen, en in bijna 25 minuten zou je toch wat meer melodische variatie moeten kunnen brengen, maar de afsluitende gitaarsolo maakt veel goed. Ook The unknown gaat op het einde van het album mooi los met een paar Dream Theater-achtige passages (vanaf 3:45 en 7:30), maar de drie kortere nummers daartussenin vind ik tamelijk nietszeggend, met de melige ballade Say your name aloud als dieptepunt. Als geheel naar mijn smaak te weinig avontuurlijk en spannend, hoewel dat titelnummer toch wel bijzonder mooi blijft.

Lee Clayton - The Dream Goes On (1981)

poster
4,0
Helaas totaal vergeten, maar dit is toch een sterke plaat. Waar zijn ander werk soms meer country-georiënteerd is, is dit stevige stadse rock die af en toe gas terug neemt. Enige minpunt is het kinderkoor op het vreselijke Oh how lucky I am, maar de groove op Draggin' them chains vergoedt alles. "Some people call me the Duke of Deception / And honestly I don't know why."

Leo Sayer - Just a Boy (1974)

poster
3,0
Sympathieke man, leuke plaat, maar soms is het wel even doorbijten wanneer hij zijn verder mooie stem gaat "afknijpen" (bijvoorbeeld tegen het einde van het openingsnummer).

Leonard Cohen - I'm Your Man (1988)

poster
4,5
Ik heb dit album jarenlang alleen gehad als kopietje zonder credits (muzikanten, instrumentarium, producer), dus ik dacht eigenlijk dat alle muziek hierop uit de computer kwam (afgezien van een enkel evident echt instrument zoals de sax aan het begin van Ain't no cure for love, de oud op Everybody knows en de verrassende steel-gitaar op I can't forget). En hoewel ik de laatste jaren steeds overgevoeliger ben geworden voor al die gedateerde jaren-80-producties, heb ik om de een of andere reden nooit een probleem gehad met de sound van dit album, toen niet en nu nog steeds niet. Waardoor dat precies komt weet ik niet, misschien wel omdat het er alle schijn van heeft dat Cohen zich bijzonder op zijn gemak voelt in deze omgeving van drumcomputers en synthesizers, maar wellicht ook omdat het allemaal redelijk sober en smaakvol is gedaan.
        De belangrijkste indruk die deze plaat echter wekt is dat dit het product is van een artiest met een totale beheersing van zijn ambacht: over de hele linie uitstekende nummers (met uitzondering van het vervelend drukke Jazz police met z'n irritante dameskoortje: "Jazz poliiice...") met sterke melodieën, en zoals gebruikelijk geweldige teksten met niet alleen bitterzoete observaties en fijnzinnige dissecties van relaties maar ook weer subtiele zwarte humor ("Everybody knows you've been discreet / But there were so many people you just had to meet / Without your clothes", "I was born like this, I have no choice / I was born with the gift of a golden voice"). En de productie is dan weliswaar bijzonder 80's, maar is ook zó helder dat ik mooi kan horen hoe goed Cohen hier zingt – het lijkt wel of zijn stem een nóg sardonischer randje heeft gekregen, en de optelsom van al die kwaliteiten is een album dat moeiteloos mee kan met (en dus gewoon onderdeel vormt van) zijn beste werk, ook al is het dan qua muzikale vormgeving het complete tegendeel van zijn debuut bijna 20 jaar eerder. "You'll be hearing from me, baby, long after I'm gone / I'll be speaking to you sweetly from a window in the tower of song."
        Overigens, bij de regel "if you want a doctor, I'll examine every inch of you" (uit het titelnummer) moet ik altijd denken aan die dialoog uit een film met Mae West:
        "Mmm! Hi, cowboy. How tall are you without your horse?"
        "Well ma'm, I'm six feet, seven inches."
        "Well, ah, never mind about the six feet, let's talk about the seven inches."

Leonard Cohen - Live Songs (1973)

poster
3,5
Pluspunten:
– de onvoorspelbare setlist met slechts de helft van de titels al bekend (en dan ook nog allemaal van slechts één album, Songs from a room);
– Cohens manier om met zijn publiek te communiceren, niet alleen via zijn onverwachte extraverte geklets tijdens Please don't pass me by maar ook door de even onverwachte veranderingen in en toevoegingen aan de teksten;
– de arrangementen die subtiele gitaarloopjes toevoegen zonder de kern van de composities aan te tasten;
– het prachtig intieme geluid (ik zou niet weten hoe je opnames met zo'n klein ensemble zou kunnen verpesten, maar dat neemt niet weg dat het allemaal zó goed klinkt dat het soms lijkt alsof Cohen in mijn huiskamer zit te spelen en zingen).
        Minpunten:
– het afschuwelijke want zeer misplaatste dameskoortje dat met bijna elke bijdrage de intimiteit van de live-ambiance verstoort (en mijn favoriete momenten zijn dan ook de nummers waarop het koortje geheel of grotendeels afwezig is, zoals Nancy en Story of Isaac, en natuurlijk het stemmige slotnummer);
– het hopeloos flauwe en eindeloos lang doorgaande Please don't pass me by, echt heel vervelend (ondanks Cohens dappere poging om het publiek bij de zaak te betrekken, resulterend in dat ritmische geklap alsof we bij een Zuidelijke kerkdienst aanwezig zijn) – en dan zie ik tot mijn grote verbazing dat dit misbaksel bij het lijstje favorieten helemaal bovenaan staat!
– en tenslotte de rare montage van het applaus dat soms vlak na een nummer wordt weggedraaid.
        Uiteindelijk winnen de pluspunten het toch van de minpunten omdat dit een uniek live-document van een even unieke artiest is die hier niet bang is om risico's te nemen, en in mijn herinnering is deze plaat ook altijd beter dan wanneer ik hem draai. Maar wat is het toch zonde van dat dameskoortje...

Leonard Cohen - New Skin for the Old Ceremony (1974)

poster
4,5
Cohens eerste studio-album met wat uitgebreidere arrangementen, met meer percussie, af en toe een complete ritmesectie (die lekker bonkende basgitaar in het openingsnummer!), strijkers (de ontroerende coda van Field Commander Cohen) en blazers die op een The Band-achtige wijze gebruikt worden, zodat ik me bij Why don't you try me bijna in een jazzy nachtclub waan. Producer John Lissauer heeft alles echter via uiterst smaakvolle (en spaarzame) arrangementen in goede banen geleid, zodat de instrumentatie nergens de aandacht afleidt van de aanwezigheid van Cohen zelf in zijn nummers. Zo is New skin for the old ceremony een logisch vervolg op zijn eerste drie akoestische albums, met vrij compacte en sterke composities en Cohens karakteristieke lyriek vol wrange humor, scherp inzicht in relaties en bloemrijke taal, en omdat hij beter en met (schijnbaar) meer zelfvertrouwen dan ooit zingt is levert hij hiermee wederom een geweldig en bovendien uiterst gevarieerde plaat af die voor mij maar een fractie achter het onvolprezen debuut zit. (Eigenlijk vind ik de single vanwege het flauwe en te vaak herhaalde refrein het enige mindere nummer van de plaat.)
        Nog een paar opmerkelijke namen die wel en niet in de credits vermeld worden: op altviool horen we Lewis Furey, die in de jaren 70 drie prachtige platen zou maken, met John Lissauer als producer van de derde, en die bovendien in de jaren 80 ook nog met Cohen samenwerkte aan het script van de film Night magic (die hij ook zelf regisseerde). En op internet lees ik op meerdere sites dat de harmony-vocal op Who by fire niet van één van de twee in het boekje vermelde zangeressen (Emily Bindiger en Erin Dickins) is, maar van Janis Ian (die niet wordt genoemd in het boekje van mijn CD-uitgave, misschien vanwege de bekende contractuele redenen). Overigens, hoewel dat laatste nummer in Cohens uitvoering al zo mooi is wil ik toch ook even aandacht vragen voor de ingetogen cover van The House Of Love op de sublieme Cohen-tribute-plaat I'm your fan (1991).

Leonard Cohen - Songs from a Room (1969)

poster
4,5
Toen ik deze plaat voor het eerst hoorde vond ik het na het indrukwekkende debuut eigenlijk een beetje een tegenvaller, maar in de loop der jaren ben ik het toch steeds meer gaan waarderen. Cohen hecht zelf veel belang aan het openingsnummer ("The song is so important to me. It's that one verse where I say that I swear by this song, and by all that I have done wrong, I'll make it all up to thee. In that verse it's a vow that I'll try and redeem everything that’s gone wrong. I think I've made it too many times now, but l like to keep renewing it"), en dat belang kan ik helaas niet delen omdat het nummer voor mij een te matige melodie en een te lethargisch tempo heeft, en The butcher is een beetje stuurloos, maar daar staat tegenover dat de thema's van revolutie, verzet, zelfmoord, bedrog en mensenoffers dit album een vrij unieke compromisloze en (het woord is hier al vaker gevallen) grimmige sfeer meegeven. Door de bijbehorende intensiteit blijft het daardoor voor mij niet ver bij het debuut achter, en als de melodieën en de ritmes van Cohens rudimentaire gitaarspel soms doen denken aan die eerdere plaat, dan is dat maar zo – voor mij is dit zeker geen herhalingsoefening, eerder een verdieping. (Maar ik had het best zonder die mondharp kunnen stellen.)
        Overigens heeft mijn versie uit 2007 nog twee bonustracks, Like a bird (een vroege versie van Bird on the wire) en Nothing to one (een vroege versie van You know who I am), beide uit de afgebroken sessies met producer David Crosby.

Leonard Cohen - Songs of Leonard Cohen (1967)

poster
5,0
Ik denk niet dat er iemand is wiens teksten zózeer voor mij de waarde van de muziek bepalen, of beter gezegd: als een nummer gewaardeerd kan worden om enerzijds het muzikale aandeel en anderzijds het tekstaandeel, ken ik niemand bij wie de tekst voor mij zó'n groot aandeel in die waardering heeft als Leonard Cohen. En op dit debuutalbum is zijn "persona" al in volle glorie aanwezig in zijn unieke mix van grimmige erotiek, machtsspelletjes, religieuze beeldspraak, weemoed, opoffering, tederheid, verkniptheid en zwartgallige humor, onder andere. (De holiness en de horniness, inderdaad.)
        Een sonore maar hoogstpersoonlijke stem die perfect de psychologische nuances van zijn weloverwogen lyriek uitdrukt, pakkende melodieën, simpele maar effectieve gitaarpartijen, en kleine instrumentale likjes verf om de arrangementen te verrijken – ook muzikaal is dit een prachtige plaat (ondanks de problemen die er schijnen te zijn geweest tussen Cohen en producer John Simon), maar genieten van dit spaarzaam gearrangeerde debuut vereist wel het vermogen om intens van saai te onderscheiden, want er zullen zát mensen zijn die dit een ongelooflijk vervelende plaat vinden: "maar die man kan niet eens zingen !"
        Enfin, dat hoef ik niet uit te leggen aan de Cohen-liefhebbers, en ik verwachtte ook wel dat die hier in de meerderheid zouden zijn, maar dat dit album in de MusicMeter-top-250 zou staan had ik toch niet gedacht. Even onverwacht is het feit dat van de 694 tot nu toe op deze plaat uitgebrachte stemmen er maar zès lager dan 3* zijn.
        Ik herinner me nog hoe Suzanne door veel mensen indertijd werd opgevat als een romantisch nummer, alsof de onschuld en de verleidelijkheid van het titelpersonage kon worden genoten zonder afrekening of consequentie. Mooi stukje in Rock of ages – the Rolling Stone history of rock and roll, wanneer het gaat over James Taylor en zijn liedjes die lijken op "a body search of soul-shriveling thoroughness. Compared to Leonard Cohen, however, Taylor was Mr. Sunshine. [...] For all their moments of beauty, Cohen's songs project a vision of almost unrelieved bleakness. [...] Only an extremely inattentive listener would willingly follow Suzanne to her place by the river after hearing Cohen's song." Eens?

Leonard Cohen - Songs of Love and Hate (1971)

poster
2,5
Nee, dit album ontbeert toch duidelijk de magie van z'n twee voorgangers. Er staan voor mij eigenlijk maar twee echt goede nummers op, Dress rehearsal rag (spannende en onheilspellende akkoordenreeks, mooie tekst vol "self-loathing" – excuus, ik kan daar geen mooi compact Nederlands equivalent voor verzinnen) en Famous blue raincoat ("And Jane came by...", magische regel in een sowieso zeer beeldende en suggestieve tekst op een prachtige melodie), en Love calls you by your name zit daar kort achter.
        Van de merendeel van de rest word ik echter niet warm of koud. Van Avalanche ben ik nooit kapot geweest, tótdat ik de versie van Nick Cave hoorde, en die vond ik zó overdreven en nadrukkelijk (alsof de tekst zelf niet al dramatisch genoeg is) dat ik daarna het origineel alsnog meer ben gaan waarderen, maar nog steeds vind ik het niet het meesterwerk dat velen hier erin horen. Diamonds in the mine vind ik echt ontzettend vervelend met dat lelijke bluesgitaartje in m'n ene oor en dat suffe dameskoortje dat ik in m'n geestesoog op de achtergrond loom zie meedansen op dat lelijke percussieritme, en het enigszins richtingloze Sing another song, boys doet me te veel denken aan So long, Marianne (althans totdat het na 4½ minuut verzandt dat ge-la-la-la inclusief galmend dameskoor).
        Tekstueel haalt Cohen moeiteloos z'n gebruikelijke niveau, maar de melodieën laten hem te vaak in de steek, en dan helpt het ook niet dat de nummers vaak te lang duren zodat hun beperkte melodieën uiteindelijk onder de uitgerekte speelduur bezwijken. Het is zijn natuurlijk maar cijfertjes, maar op de eerste plaat duurden de nummers gemiddeld 4:06, op de tweede 3:29, en op deze derde maar liefst 5:32 – van puntigheid kun je Cohen hier moeilijk betichten, en wat ik hoor aan kwaliteit is voor mij te dun uitgesmeerd.

Leonard Cohen - The Future (1992)

poster
3,5
Dit is voor mij een plaat met twee gezichten. Aan de ene kant drie nummers die kandidaat zijn voor mijn Leonard-Cohen-top-10 aller tijden: het apocalyptische titelnummer, het visionaire Democracy ("It's coming to America first / The cradle of the best and of the worst / It's here they got the range and the machinery for change / And it's here they got the spiritual thirst") en het bijna fatalistische Waiting for the miracle, voor mij het absolute hoogtepunt van de plaat. Het grappige Closing time zit daar net onder, en dat maakt samen 28 minuten waarin Cohen laat horen hoe knap hij 25 jaar na zijn debuut een heel eigen hoekje van de popmuziek voor zichzelf heeft afgezet.
        Daar staat helaas tegenover dat de rest van het album mij totaal Siberisch laat, met melige melodieën, matige refreinen, af en toe verschrikkelijke dameskoortjes, twee totaal nietszeggende en veel te lang doorgaande covers (moet zo'n flauwe blues als Always nou echt acht minuten duren?) en een afsluiter die wel sfeervol is maar mijn aandacht echt geen zes minuten vasthoudt. Voor de plaat als geheel pers ik er met moeite nog een voldoende uit vanwege die geweldige 28 minuten, maar ik kan gewoon niet begrijpen hoe je zoiets moois als Waiting for the miracle kan laten volgen door zo'n drakerig dweilnummer als Be for real. Zéér gemengde gevoelens bij dit album.

Leonard Cohen - Various Positions (1984)

poster
3,0
Tien jaar na New skin for the old ceremony hernieuwt Cohen zijn samenwerking met John Lissauer, en opnieuw spant die zich in om Cohen een iets uitgebreider en moderner geluid te geven. Over Cohens achtergrond- of harmony-zangeressen kan ik niet altijd enthousiast zijn, maar de stem van Jennifer Warnes past perfect bij die van hem, en de arrangementen zijn niet erg opvallend maar interessant genoeg om de luisteraar bij de les (en bij Cohens zang en teksten) te houden, af en toe een tikje synthetisch maar gelukkig nog lang niet zo erg als op de opvolger van vier jaar later. De eerste helft van de plaat herbergt hoogtepunten als de melancholische opener en het bijna fluisterend gezongen The law, maar helaas volgt op Hallelujah een drietal totaal kleurloze nummers die de gemiddelde score behoorlijk omlaag trekken, hoewel het slotnummer absoluut de moeite waard is om de naald niet voortijdig van de plaat te halen (of de CD-lade te openen).
        Zie overigens de Engelse wiki-pagina voor dit album voor interessante informatie over het openingsnummer, zowel wat betreft de drumtrack als wat betreft de ongedachte tekstuele achtergrond, maar ook over het feit dat de platenmaatschappij dit album oorspronkelijk niet in Amerika wilde uitbrengen omdat ze er niet genoeg commerciële mogelijkheden voor zagen: "Look, Leonard, we know you're great, but we don't know if you're any good." En om tenslotte ook maar even mijn duit in het Hallelujah-zakje te doen: ik leerde dat nummer kennen via de prachtige versie van John Cale op de Cohen-tribute-CD I'm your fan (en later op zijn sublieme liveplaat Fragments of a rainy season), en toen ik niet veel later de versie van Jeff Buckley hoorde vond ik die nogal over-the-top, alsof Buckley er nog even zijn vocale acrobatiek op moest loslaten omdat tekst en muziek niet mooi genoeg zouden zijn. Sindsdien schijnen er letterlijk honderden covers van te zijn opgenomen, maar aan die van Cale heb ik genoeg, en Cohens origineel sterft wat mij betreft elke keer dat dat kamerbrede koor komt opzetten een stille dood.

Leprous - The Congregation (2015)

poster
3,0
Qua sfeer, melodieën en instrumentbeheersing is hier weinig tot niets op aan te merken, en de verrassende toetsenpartijen vormen af en toe een fraai bedje "onder" de zang (bijvoorbeeld op The flood en Red), maar verder is dit toch het soort (prog)metal waar ik gauw genoeg van krijg : het kan me niet complex genoeg zijn, maar door de constante agressieve attack van gitaar en drums en de overdadig-dramatische stem bereik ik al gauw een punt van verzadiging. Muse, Thrice en The Mars Volta zijn namen die vaak bij me opkomen, geen van drieën bands die bekend staan om hun bereidheid om maat te houden, maar bij Triumphant hoor ik ook de tribal-invloeden van de Cure en Theatre Of Hate, en als de zanger zelfs bij de zalvende melodie van Slave ("Make your move...") de remmen losgooit haak ik af. Het geheel is zó vaak over the top dat álles top lijkt te zijn, en dat is te veel voor mij. (Overigens heb ik een uitgave met slechts 11 nummers, was dat een eerste persing? En moet in dat geval track 12 hierboven niet als bonusnummer worden aangemerkt?)

Level 42 - Level Best (1989)

Alternatieve titel: A Collection of Their Greatest Hits

poster
3,0
Alle veertien nummers waarmee deze band vanaf z'n doorbraak Love games uit november 1981 tot en met Take care of yourself acht jaar later in de Nederlandse top-40 stond, plus twee nummers die in de tipparade strandden, plus nog twee nummers die alleen de Engelse hitparade haalden. Ten tijde van al deze successen vond ik hier niet veel aan (ook vanwege dat laffe jazz-funk-sfeertje van de vroegere nummers), later ben ik het wel meer gaan waarderen, vandaar deze uitstekende verzamelaar in mijn kast. Als ik het nu draai hoor ik echter naast een paar leuke hits toch ook veel matige nummers, en dan vormen 72 minuten ineens wel een èrg lange zit. Twee klassieke hits wat mij betreft, Lessons in love (hun grootste Nederlandse hit, #2 in 1986, nummer 6 in de singles-top-100 van dat jaar) en Love games, maar naast nog een paar aardige maar mindere nummers kan ik die enigszins sonore stem van Mark King niet al te vaak horen.

Lewis Furey - Lewis Furey (1975)

poster
5,0
Laat ik een poging wagen. Wat mij in komt vallen, hoogstpersoonlijke associaties bij Lewis Furey.

Allereerst is daar de Stem. Een hele rare, een beetje fluisterend, soms ook flink door het lint gaand, nooit conventioneel mooi, zelfs wanneer hij een mooie melodie zingt zit er altijd iets zieks in zijn stem. (Maar soms ook haast weer kinderlijk-naïef.) En uiteraard past zijn stem absoluut niet bij het gezicht dat ik inmiddels van de foto's heb leren kennen.

Bezetenheid, misschien omschrijft dat de indruk die hij op mij maakt nog het beste. (Hij zingt zelf: "Lewis is crazy".) Maar dat is het ook weer niet, want bij bezetenheid denk ik eerder aan de Nick Cave van From her to eternity of Jeffrey Lee Pierce van de Gun Club, maar bij Lewis Furey is het veel gewoner, veel dichterbij. Er is sprake van een soort schrijnende eerlijkheid; wat Furey ons bekent over zijn gevoelsleven is niet heftig of intens of schokkend of een grote openbaring, het is eerder neergeschreven met een grote helderheid, alsof hij heel goed doorheeft dat hij wezenlijk verknipt is maar daar verder totaal neutraal tegenover staat.

They're jumping from the windows as they tumble down
They're trying to make friends before they hit the ground
Lulu's in his cabaret bidding welcome to the crash
Have another on the house, he's already rather smashed
(Pretty baby)

Een merkwaardige mengeling van agressie, tederheid en ironie. De zelfkant van het bestaan, in goedkope kroegen, maar gezien vanuit iemand die slechts een voorbijganger is, niet omdat hij er van walgt maar omdat er nog meer "places to be" zijn. (Furey concentreert zich niet op het sociale leven van een kroeg, maar op Cleanup time.)

De muziek als uiting van zijn onzekerheid. Maar zou hij zelf ooit de term "onzekerheid" op zichzelf van toepassing achten? Ik denk het niet: daarvoor is hij te scherp van bewustzijn, ik denk niet dat hij in zulke termen denkt.

I try to eat you, you try to eat me
We're just as hungry as two lovers can conceivably be
And here we lie side by side
Hoping to see what the other's got to hide
(Circus melodie)

Er zit altijd meer achter, een dubbele bodem of een diepte die je eerst niet vermoedt of een bepaalde zeggingskracht die pas na een aantal keren draaien duidelijk wordt. Op het eerste gehoor leuke maar niet bijzondere popmuziek, daarna muziek met een enorme emotionele diepgang.

Toch ook veel humor: het nummer Top ten sexes, over sexuele voorkeuren. Op een vrolijke discobeat inclusief wah-wah-gitaar en Boney M.-strijkers leest onze man de contactadvertenties:

Do you like it on the top or on the bottom?
Do you like it sweet-smelling or rotten?
Do you like it from the front or from the back?
On satin sheets or on the rack?
Here's one for you: "Sally and Jeannie, two young white males, 23 and 26, seeking same. Like crowds, into good times, bad times, cryogenetics, rubber and related water-sports." Or perhaps this one: "Pasadena, little old lady likes fast cars. No car too hot! Call after 11:00; if the landlady answers, hang up!"

En over Gavin Friday gesproken (zie hierboven), Lewis Furey heeft iets wat Friday niet heeft, iets onbedorvens, iets slims, iets scherps, iets wat door de menselijke relaties heen snijdt en iets bloot kan leggen. Bij Furey lijkt het allemaal vanzelf te gaan, "ik speel gewoon maar mijn leuke liedjes, en die dubbele bodems, die leg ik er echt niet zelf in", en dat gemak moet Friday toch ontberen.

De ironische buitenstaander, gekwetst maar daar kan hij wel mee leven, ook een beetje Teutoons, zeg maar à la de film Cabaret – hij doet mij soms denken aan zijn landgenoot Leonard Cohen.
 

Lilium - Short Stories (2003)

poster
2,5
Theoretisch zou deze plaat met z'n mix van Americana en Daniel Lanois-achtige atmospheric soundscapes helemaal in mijn straatje moeten zijn, maar in de praktijk heb ik hier toch wel veel moeite mee. Zo openen beide plaathelften met nummers waarop de stemmen me bijzonder tegenstaan, eerst dat gemaniëreerde pseudo-dronkene half-van-de-toon-afvallen van Kal Cahoone (net zo irritant als Björk), daarna dat even kunstmatige trucje van de dubbele stem van Daniel McMahon (à la Nick Cave) die dan op sommige momenten "uit elkaar valt" ("I'm read by – I'm read by everyone"), en beide stemmen vergallen voor mij het plezier in deze vier verder best sterke en fraai gearrangeerde nummers (gelukkig houdt Tom Barman de tweede bijdrage van Kal Cahoone spannend). Daarnaast zijn de instrumentals me ook een doorn in het oog: interessante miniatuurtjes die nergens naar toe gaan en zonder duidelijke bedoeling wegsterven (net zoals dat bij Lanois ook wel eens het geval kan zijn...).
        Natuurlijk zijn er ook diverse sterke punten, zoals de spaarzame maar steeds smaakvolle arrangementen, de sfeervolle teksten en een tweetal ijzersterke nummers (het éne natuurlijk de samenwerking met David Eugene Edwards, het andere het bezwerende The trap van John Grant, met die betoverende slotregel "You were already there..."). Maar al met al vind ik dit vanwege al die irritatiepunten van stemmen en instrumentaaltjes toch meer een interessante dan een echt goede plaat.
        Overigens werd dit album (oorspronkelijk in juni 2003 gereleased) in augustus 2003 door Twist & Shout Records opnieuw uitgegeven met drie bonustracks (Leaving, Water en End) met oorspronkelijke muziek voor de korte film The rain has forgotten us van Mary-Lyn Chambers.

Linda Ronstadt - Heart Like a Wheel (1974)

poster
4,5
Perfecte songkeuze, perfecte arrangementen, perfect geluid – ik heb af en toe nog wel eens moeite met die snik in Ronstadts stem, maar déze plaat is grijsgedraaid. You're no good is natuurlijk een briljante opener, maar mijn persoonlijke favorieten zijn It doesn't matter anymore (een postume hit voor Buddy Holly) en I can't help it (if I'm still in love with you) dat met die tweede stem van Emmylou Harris het origineel van Hank Williams naar de kroon steekt.